36
COMFORT
Luchtstroom naar de been-
ruimte.
4. Luchtrecirculatie / toevoer van
buitenlucht
De luchtrecirculatie (de
knop 4 naar links) dient om
de toevoer van buitenlucht
bij stank en stofoverlast af
te sluiten.
5. Regeling luchtverdeling
Luchtstroom naar voorruit
en zijruiten.
De luchtstroom kan worden
gevarieerd door de knop in
een tussenstand te zetten.
Luchtstroom naar voorruit,
zijruiten en de beenruimte.
Luchtstroom naar de been-
ruimte, het luchtverdeel-
rooster en de linker en
rechter ventilatieroosters.
Luchtstroom naar het lucht-
verdeelrooster en de linker
en rechter ventilatieroos-
ters.
6. Achterruitverwarming
Zet, zodra de omstandigheden dit
toelaten, de knop 4 weer in de stand
"Toevoer van buitenlucht" om ver-
mindering van de luchtkwaliteit in het
interieur en het beslaan van de voor-
ruit en zijruiten te voorkomen.
De toevoer van buitenlucht
(de knop 4 naar rechts)
voorkomt het beslaan van
de voorruit en de zijruiten.
Druk bij draaiende motor
de schakelaar 6 in om de
achterruitverwarming in te
schakelen. Het controle-
lampje gaat branden.
De achterruitverwarming
zorgt voor de ontwaseming van de
achterruit.
Druk nogmaals op de schakelaar
6 om de achterruitverwarming uit te
schakelen.
Als de luchtrecirculatiestand
bij vochtig weer wordt ge-
bruikt, bestaat het risico dat
de ruiten beslaan.
Schakel zodra de omstan-
digheden het toelaten de
achterruitverwarming uit om
onnodig stroom- en brand-
stofverbruik te voorkomen.
Ontdooien en ontwasemen
Ga voor het snel ontwasemen van
de voorruit en de zijruiten als volgt te
werk:
- stel de luchtverdeling in op
"voorruit en zijruiten",
- stel de temperatuur 2 en de
luchtopbrengst 3 in op maximaal,
- sluit de linker en rechter
ventilatieroosters,
- zet de luchttoevoerregeling
4 in de stand "Toevoer van
buitenlucht",
- schakel de airconditioning in
door op de toets 1 te drukken.