733703
776
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/786
Next page
Prius Handleiding
Prius
Handleiding
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht
Zoeken op afbeelding
1
Veiligheid
en beveiliging
Zorg ervoor dat u dit leest
2
Instrumenten-
paneel
Het aflezen van de meters en tellers, het interpreteren van de
verschillende waarschuwingslampjes en controlelampjes, enz.
3
Bediening van
elk onderdeel
Openen en sluiten van de portieren en ruiten, afstellen
vóór het rijden, enz.
4
Rijden
Handelingen en adviezen die voor het rijden moeten
worden opgevolgd
5
Voorzieningen in
het interieur
Gebruik van de voorzieningen in het interieur, enz.
6
Onderhoud en
verzorging
De zorg voor uw auto en onderhoudsprocedures
7
Bij problemen
Informatie over wat u moet doen bij een storing
of noodgeval
8
Voertuig-
specificaties
Voertuigspecificaties, systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen, enz.
Index
Zoeken op symptoom
Alfabetisch zoeken
PZ49X-47E11-NL
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 1 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
INHOUDSOPGAVE
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ter informatie ....................................... 6
Over deze handleiding........................ 10
Zoekmethoden.................................... 11
Overzicht ............................................ 12
1-1. Voor een veilig gebruik
Voordat u gaat rijden................. 28
Veilig rijden ............................... 30
Veiligheidsgordels..................... 32
Airbags...................................... 37
Belangrijke
voorzorgsmaatregelen
in verband met
uitlaatgassen .......................... 48
1-2. Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen
Aan/uit-schakelaar airbag ......... 49
Rijden met kinderen in
de auto.................................... 51
Baby- en kinderzitjes................. 52
1-3. Noodoproep
ERA-GLONASS/EVAK ............. 72
1-4. Hybridesysteem
Kenmerken hybridesysteem ..... 77
Voorzorgsmaatregelen
hybridesysteem ...................... 82
1-5. Antidiefstalsysteem
Startblokkering .......................... 89
Supervergrendeling................. 100
Alarm....................................... 101
2. Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel.................108
Waarschuwingslampjes
en controlelampjes ................118
Hoofdscherm ...........................125
Multi-informatiedisplay.............135
Head-up display.......................168
Energiemonitor/
verbruiksscherm....................174
3-1. Informatie over sleutels
Sleutels....................................182
3-2. Openen, sluiten en
vergrendelen van de
portieren
Portieren ..................................187
Achterklep................................192
Smart entry-systeem
met startknop ........................197
3-3. Verstellen van de stoelen
Voorstoelen .............................265
Achterstoelen...........................267
Hoofdsteunen ..........................270
3-4. Verstellen van het
stuurwiel en de spiegels
Stuurwiel..................................274
Binnenspiegel..........................276
Buitenspiegels .........................278
3-5. Openen en sluiten van de
ruiten en het schuifdak
Elektrisch bedienbare ruiten ....281
Schuifdak.................................286
1
Veiligheid en beveiliging
2
Instrumentenpaneel
3
Bediening van
elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 2 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
3
1
8
7
6
5
4
3
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden met de auto.................. 292
Lading en bagage ................... 303
Rijden met een
aanhangwagen
(2WD-uitvoeringen) .............. 305
Rijden met een
aanhangwagen
(AWD-uitvoeringen).............. 315
4-2. Rijprocedures
Startknop................................. 316
EV-modus ............................... 322
Hybridetransmissie ................. 325
Richtingaanwijzer-
schakelaar ............................ 331
Parkeerrem ............................. 332
4-3. Bedienen van verlichting
en ruitenwissers
Lichtschakelaar ....................... 333
AHB (Automatic High Beam) .. 338
Schakelaar mistlampen........... 342
Ruitenwissers en
-sproeiers.............................. 343
Achterruitenwisser en
-sproeier ............................... 347
4-4. Tanken
Openen van de tankdop.......... 349
4-5. Gebruik van de
ondersteunende
systemen
Toyota Safety Sense ...............354
PCS (Pre-Crash
Safety-systeem) ....................367
LTA
(Lane Tracing Assist) ............378
RSA (Road Sign Assist) ..........394
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik .....................400
Cruise control ..........................417
Rijmodusselectie-
schakelaar.............................422
Snelheidsbegrenzer.................424
BSM
(Blind Spot Monitor) ..............427
De Blind Spot
Monitor-functie ....................443
De Rear Crossing
Traffic Alert-functie..............447
Toyota Parking Assist-
sensor ...................................452
Parking Support Brake-
functie....................................464
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)........477
GPF-systeem
(benzineroetfilter) ..................512
Ondersteunende systemen .....513
4-6. Rijtips
Rijden met een hybrideauto.....521
Rijden in de winter ...................524
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 3 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
INHOUDSOPGAVE
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-1. Gebruik van de
airconditioning en de
achterruitverwarming
Automatische
airconditioning ...................... 530
Stoelverwarming ..................... 540
5-2. Gebruik van de
interieurverlichting
Overzicht
interieurverlichting ................ 542
Interieurverlichting voor...... 543
Leeslampjes voor............... 543
Interieurverlichting achter... 544
5-3. Gebruik van de
opbergmogelijkheden
Overzicht van
opbergmogelijkheden ........... 545
Dashboardkastje ................ 546
Consolevak ........................ 546
Bekerhouders..................... 547
Fleshouders/
portiervakken...................... 548
Extra opbergvakken ........... 549
Opbergzakken
rugleuning .......................... 550
Bagageruimte
eigenschappen ..................... 551
5-4. Gebruik van de overige
voorzieningen in
het interieur
Overige voorzieningen
in het interieur....................... 557
Zonnekleppen .................... 557
Make-upspiegels................ 557
Accessoire-
aansluitingen...................... 558
Draadloze lader.................. 559
Armsteun............................ 565
Kledinghaakjes................... 565
Handgrepen ....................... 566
6-1. Onderhoud en
verzorging
Reinigen en beschermen van
het exterieur van uw auto......568
Reinigen en beschermen van
het interieur van uw auto.......574
6-2. Onderhoud
Onderhoud en reparatie ..........577
6-3. Zelf uit te voeren
onderhoud
Voorzorgsmaatregelen bij zelf
uit te voeren onderhoud ........580
Motorkap..................................583
Plaatsen van een garagekrik ...585
Motorruimte .............................586
Banden ....................................600
Bandenspanning......................617
Velgen .....................................619
Interieurfilter.............................622
Schoonmaken van de
ventilatieopening en het
filter van het batterijpakket
(tractiebatterij) .......................625
Ruitenwisserrubber
vervangen .............................630
Batterij elektronische sleutel....634
Controleren en vervangen
zekeringen.............................637
Lampen....................................641
5
Voorzieningen in
het interieur
6
Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 4 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
5
1
8
7
6
5
4
3
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7-1. Belangrijke informatie
Alarmknipperlichten ................ 648
Als uw auto in geval
van nood tot stilstand
moet worden gebracht.......... 649
Als de auto vastzit
in stijgend water.................... 650
7-2. Stappen die genomen
moeten worden in
noodgevallen
Als uw auto moet
worden gesleept ................... 652
Als u denkt dat er iets
mis is ................................... 659
Als een waarschuwingslampje
gaat branden of een
waarschuwingszoemer
klinkt ..................................... 660
Als er een
waarschuwingsmelding
wordt weergegeven .............. 670
Als uw auto een
lekke band heeft (auto's
zonder een reservewiel) ....... 679
Als uw auto een lekke band
heeft (auto's met een
reservewiel) .......................... 699
Als het hybridesysteem
niet kan worden gestart.........714
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt ..........716
Als de 12V-accu is
ontladen ...............................719
Als de motor oververhit
raakt ......................................725
Als de auto vast komt
te zitten..................................730
8-1. Specificaties
Onderhoudsgegevens
(brandstof, oliepeil, enz.).......734
Informatie over brandstof.........748
8-2. Persoonlijke
voorkeursinstellingen
Systemen met
mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen ............750
8-3. Initialisatie
Te initialiseren onderdelen ......759
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen).....................762
Alfabetische index.............................766
7
Bij problemen
8
Voertuigspecificaties
Index
Raadpleeg bij auto's met een navigatiesysteem of een multimediasysteem de
handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem voor meer informatie over de
onderstaande uitrusting.
Navigatiesysteem
Audio-/videosysteem
Toyota Parking
Assist Monitor
Panoramic View Monitor
Handsfree-systeem
(voor mobiele telefoon)
Toyota Motor Europe NV/SA, Avenue du Bourget 60 - 1140 Brussel, België
www.toyota-europe.com
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 5 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ter infor matie
Deze handleiding is bestemd voor alle uitvoeringen van dit type auto; alle mogelijke
opties zijn in deze handleiding opgenomen. Er zullen dan ook ongetwijfeld onderwer-
pen worden beschreven die niet op uw auto van toepassing zijn.
Alle specificaties in deze handleiding waren actueel ten tijde van de druk. Toyota
streeft er doorlopend naar haar producten te perfectioneren en wij behouden ons dan
ook het recht voor tussentijdse wijzigingen in specificatie en uitvoering door te voeren
zonder voorafgaande kennisgeving.
Afhankelijk van de specificaties kan de in de afbeeldingen getoonde auto afwijken van
uw auto voor wat betreft kleur en uitrusting.
Euraziatische Economische Unie: de informatie in het Engels over de procedure voor
het veilige gebruik van de auto en zijn systemen, zoals deze voorkomt op de labels
van de fabrikant op de carrosserie, is uitsluitend bedoeld voor onderhoudsmonteurs.
Er is een grote hoeveelheid originele en niet-originele onderdelen en accessoires voor
uw Toyota te verkrijgen. Als een origineel onderdeel of accessoire uit uw Toyota moet
worden vervangen, raadt Toyota u aan om originele Toyota-onderdelen en -accessoi-
res te gebruiken. U kunt ook andere onderdelen of accessoires van gelijkwaardige
kwaliteit gebruiken.
Toyota kan geen garantie geven of betrouwbaarheid garanderen voor onderdelen en
accessoires die geen origineel Toyota-product zijn en ook niet voor het vervangen
door of monteren van dergelijke onderdelen. Bovendien is het mogelijk dat schade aan
of slechte prestaties van niet-originele Toyota-onderdelen of -accessoires niet onder
de garantie vallen.
Handleiding
Accessoires, onderdelen en veranderingen aan uw Toyota
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 6 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De inbouw van een zend-/ontvanginstallatie in uw auto kan elektronische systemen
beïnvloeden, zoals:
Hybridesysteem
(Sequentieel) multipoint brandstofinspuitsysteem
Toyota Safety Sense
Cruise control-systeem
Antiblokkeersysteem
SRS-airbagsysteem
Gordelspanner
Neem voor voorzorgsmaatregelen of speciale voorschriften met betrekking tot de
inbouw van een zend-/ontvanginstallatie contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Nadere informatie met betrekking tot frequenties, vermogens, antenneposities en
montagevoorwaarden voor zend-/ontvanginstallaties is op verzoek beschikbaar bij een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
De hoogspanningsonderdelen en kabels van hybrideauto's stralen ongeveer net zo
veel elektromagnetische golven uit als conventionele auto's met een benzinemotor of
huishoudelijke elektronische apparatuur, ook al zijn ze elektromagnetisch afge-
schermd.
De ontvangst via een zend-/ontvanginstallatie kan in sommige gevallen gestoord wor-
den.
Inbouw van een zend-/ontvanginstallatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 7 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto is uitgerust met geavanceerde computers die bepaalde informatie opslaan,
zoals:
Motortoerental/toerental elektromotor (toerental tractiemotor)
Status gaspedaal
Status rempedaal
•Rijsnelheid
Bedrijfsstatus van de ondersteunende systemen
Status batterijpakket (tractiebatterij)
De opgeslagen informatie is afhankelijk van de uitvoering en de aanwezige opties van
de auto, en van de bestemming.
Deze computers slaan geen gesprekken of geluiden op en ze slaan alleen in bepaalde
situaties beelden van buiten de auto op.
Gebruik van gegevens
Toyota kan de gegevens die door deze computer worden opgeslagen, gebruiken
om storingen vast te stellen, onderzoek te doen en de kwaliteit van haar producten
te verbeteren.
Toyota stelt de gegevens die zijn opgeslagen niet beschikbaar aan derden, behalve:
Met toestemming van de eigenaar van de auto of, wanneer het een leaseauto
betreft, van de leaserijder van de auto
Op officieel verzoek van de politie, de rechtbank of een ander overheidsorgaan
Voor gebruik door Toyota in een rechtszaak
Voor onderzoek waarbij de gegevens niet worden gekoppeld aan een bepaalde
auto of eigenaar
Opslaan voertuiginformatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 8 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De airbags en de gordelspanners in uw Toyota bevatten explosieve chemicaliën.
Wanneer uw auto wordt vernietigd terwijl de airbags en/of de gordelspanners nog
intact zijn, kan tijdens de vernietiging een ontploffing plaatsvinden en brand ontstaan.
Laat daarom de airbags en de gordelspanners eerst verwijderen en afvoeren door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Vernietigen van uw Toyota
WAARSCHUWING
Algemene voorzorgsmaatregelen tijdens het rijden
Rijden onder invloed: Ga niet rijden met uw auto als u alcohol of drugs gebruikt hebt,
omdat deze middelen invloed kunnen hebben op de rijvaardigheid. Alcohol en
bepaalde drugs vergroten de reactietijd, beïnvloeden het beoordelingsvermogen en
hebben een negatieve invloed op de coördinatie, waardoor aanrijdingen kunnen ont-
staan met ernstig letsel als gevolg.
Defensief rijden: Rijd altijd defensief. Anticipeer op fouten die andere bestuurders of
voetgangers zouden kunnen maken omdat u hierdoor wellicht een ongeluk kunt
voorkomen.
Afleiding van de bestuurder: Houd altijd uw volledige aandacht bij het verkeer. Alles
wat de aandacht van de bestuurder kan afleiden, zoals het veranderen van instellin-
gen, telefoneren of lezen, kan leiden tot een aanrijding waarbij u, de andere inzitten-
den van de auto of anderen ernstig letsel kunnen oplopen.
Algemene voorzorgsmaatregelen met betrekking tot veiligheid van kinderen
Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit met de sleutel spelen.
Kinderen zullen wellicht proberen de auto te starten of de neutraalstand in te schake-
len. Er bestaat ook het risico dat kinderen letsel oplopen wanneer ze met de ruiten,
het schuifdak of andere voorzieningen in de auto spelen. Verder kan de temperatuur
in de auto zo hoog oplopen of zo ver dalen dat dat kinderen fataal kan worden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 9 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Over deze handleiding
WAARSCHUWING:
Geeft uitleg over iets dat kan resulteren in ernstig letsel wanneer de
voorzorgsmaatregelen niet in acht worden genomen.
OPMERKING:
Geeft uitleg over iets dat kan resulteren in schade of storingen aan de
auto of de uitrusting wanneer de voorzorgsmaatregelen niet in acht
worden genomen.
Geeft bedienings- of werkingsprocedures aan.
Volg de stappen in de aangegeven volgorde.
Geeft de handeling aan voor
het bedienen van schakelaars
en dergelijke (drukken, draaien,
enz.).
Geeft het resultaat van een
handeling aan (er wordt bijvoor-
beeld een klep geopend).
Geeft het onderdeel of de posi-
tie aan waarover uitleg wordt
gegeven.
Dit betekent dat er iets niet mag
worden gedaan of niet mag
gebeuren.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 10 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
11
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Zoekmethoden
Zoeken op naam
Alfabetische index ........ Blz. 766
Zoeken op montagepositie
Overzicht ........................ Blz. 12
Zoeken op symptoom of geluid
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen) .. Blz. 762
Zoeken op titel
Inhoudsopgave .................Blz. 2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 11 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
12
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht
Exterieur
Portieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 187
Vergrendelen/ontgrendelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 187
Openen/sluiten van de zijruiten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 281
Vergrendelen/ontgrendelen met de mechanische sleutel . . . . . . . . .Blz. 716
Waarschuwingslampjes/waarschuwingsmeldingen . . . . . . . . . . Blz. 663, 670
Achterklep. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 192
Openen van buitenaf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 192
Waarschuwingslampjes/waarschuwingsmeldingen . . . . . . . . . . Blz. 663, 670
Buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 278
Verstellen van de spiegelhoek . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 278
Inklappen van de buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 278
Ontwasemen van de spiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 535
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 12 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
13
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ruitenwissers voor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 343
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de winter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 524
Voorzorgsmaatregelen bij wassen in een wasstraat
(auto's met ruitenwissers met regensensor) . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 570
Vervangen van het ruitenwisserrubber. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 630
Tankdopklep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 349
Tanken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 349
Brandstofsoort/inhoud brandstoftank . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 737
Banden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 600
Bandenmaat/bandenspanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 745
Winterbanden/sneeuwketting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 524
Controleren/wisselen/
bandenspanningswaarschuwingssysteem
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 600
In geval van een lekke band. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 679, 699
Motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 583
Openen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 583
Motorolie. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 738
In geval van oververhitting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 725
Koplampen/parkeerlichten voor/
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Mistlampen voor/mistachterlicht
*
2
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 342
Richtingaanwijzers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 331
Achterlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Kentekenplaatverlichting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Achteruitrijlicht
*
2
De selectiehendel in stand R zetten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 325
4
5
6
7
Lampen voor verlichting buitenzijde tijdens rijden
(Vervangingsmethode: Blz. 641, wattage: Blz. 747)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Deze zijn mogelijk aan de andere kant geplaatst, afhankelijk van de regio.
8
9
10
11
12
13
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 13 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
14
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Dashboard (auto's met linkse besturing)
Startknop. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 316
Starten van het hybridesysteem/wijzigen van de modi . . . . . . . . . . .Blz. 316
Noodstop van het hybridesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 649
Als het hybridesysteem niet gestart kan worden . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 714
Waarschuwingsmeldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 670
Selectiehendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 325
Wijzigen van de schakelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 325
Voorzorgsmaatregelen bij slepen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 652
Schakelaar stand P . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 326
Tellers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 108
Aflezen van de tellers/instellen van de
helderheid van de dashboardverlichting. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 108, 110
Waarschuwingslampjes/controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 118
Als de waarschuwingslampjes gaan branden . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 660
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 14 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
15
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Multi-informatiedisplay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 135
Display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 135
Energiemonitor. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 138
Als een waarschuwingsmelding wordt weergegeven. . . . . . . . . . . . .Blz. 670
Parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 332
Activeren/deactiveren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 332
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de winter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 524
Waarschuwingszoemer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 332
Richtingaanwijzerschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 331
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Koplampen/parkeerlichten voor/achterlichten/
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Mistlampen voor/mistachterlicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 342
Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 343
Schakelaar achterruitenwisser en -sproeier . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 347
Gebruik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 343, 347
Bijvullen van ruitensproeiervloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 598
Schakelaar alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 648
Tankdopklepontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 351
Ontgrendelingshendel motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 583
Ontgrendelingshendel stuurverstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 274
Airconditioning. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 530
Gebruik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 530
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 535
Audiosysteem
*
*
: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 15 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
16
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelaars (auto's met linkse besturing)
Bedieningsschakelaar verlichting instrumentenpaneel . . . . . . . .Blz. 110
Toets S-IPA (Simple Intelligent Parking Assist-systeem)
*
1
. . . . Blz. 480
Schakelaar VSC OFF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 515
Automatic High Beam-schakelaar
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 338
Toets HUD (head-up display)
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 169
Schakelaar camera
*
1, 2
Rijmodusselectieschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 422
EV-modusschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 322
Stoelverwarmingsschakelaars
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 541
Blokkeerschakelaar ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 281
Schakelaars buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 278
Schakelaars centrale vergrendeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 189
Schakelaars ruitbediening. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 281
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 16 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
17
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Toets TRIP. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 129
Afstandsbediening audiosysteem
*
2
Bedieningstoetsen instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 109
Afstandsschakelaar
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 408
Schakelaar LTA (Lane Tracing Assist)
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 386
Cruise control-schakelaar
Cruise control
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 417
Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik
*
1
. . . . .Blz. 400
Schakelaar snelheidsbegrenzer
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 424
Spraaktoets
*
2
Telefoontoetsen*
2
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 17 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
18
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Interieur (auto's met linkse besturing)
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 37
Vloermatten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 28
Voorstoelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 265
Achterstoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 267
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 270
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 32
Consolevak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 546
Vergrendelknoppen binnenzijde portier. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 189
Bekerhouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 547
Handgrepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 566
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 18 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
19
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Binnenspiegel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 276
Zonnekleppen
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 557
Make-upspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 557
Interieurverlichting
*
2, 3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 543, 544
Leeslampjes
*
3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 543
Schuifdakschakelaars
*
4
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 286
Toets SOS
*
4, 5
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 72
1
2
3
4
5
6
*
1
: Gebruik NOOIT een tegen de rijrichting
in geplaatst baby- of kinderzitje op een
stoel met een INGESCHAKELDE AIR-
BAG, omdat het KIND anders ERN-
STIG LETSEL kan oplopen als de
airbag wordt geactiveerd. (Blz. 55)
*
2
: De afbeelding toont de voorzijde, maar ze zijn ook aan de achterzijde geplaatst.
*
3
: Bij auto's zonder schuifdak is de vorm van de schakelaar mogelijk anders.
*
4
: Indien aanwezig
*
5
: De toets kan niet worden gebruikt in auto's zonder ERA-GLONASS/EVAK.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 19 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
20
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Dashboard (auto's met rechtse besturing)
Startknop. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 316
Starten van het hybridesysteem/wijzigen van de modi . . . . . . . . . . .Blz. 316
Noodstop van het hybridesysteem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 649
Als het hybridesysteem niet gestart kan worden . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 714
Waarschuwingsmeldingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 670
Selectiehendel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 325
Wijzigen van de schakelstand . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 325
Voorzorgsmaatregelen bij slepen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 652
Schakelaar stand P . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 326
Tellers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 108
Aflezen van de tellers/instellen van
de helderheid van de dashboardverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 108, 110
Waarschuwingslampjes/controlelampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 118
Als de waarschuwingslampjes gaan branden . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 660
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 20 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
21
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Multi-informatiedisplay . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 135
Display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 135
Energiemonitor. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 138
Als een waarschuwingsmelding wordt weergegeven. . . . . . . . . . . . .Blz. 670
Parkeerrem . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 332
Activeren/deactiveren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 332
Voorzorgsmaatregelen bij rijden in de winter . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 524
Waarschuwingszoemer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 332
Richtingaanwijzerschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 331
Lichtschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Koplampen/parkeerlichten voor/achterlichten/
dagrijverlichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 333
Mistlampen voor/mistachterlicht. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 342
Schakelaar ruitenwissers en -sproeiers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 343
Schakelaar achterruitenwisser en -sproeier . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 347
Gebruik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 343, 347
Bijvullen van ruitensproeiervloeistof . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 598
Schakelaar alarmknipperlichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 648
Tankdopklepontgrendeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 351
Ontgrendelingshendel motorkap . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 583
Ontgrendelingshendel stuurverstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 274
Airconditioning. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 530
Gebruik. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .Blz. 530
Achterruitverwarming . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 535
Audiosysteem
*
*
: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 21 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
22
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelaars (auto's met rechtse besturing)
EV-modusschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 322
Rijmodusselectieschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 422
Schakelaar camera
*
1, 2
Toets S-IPA (Simple Intelligent Parking Assist-systeem)*
1
. . . . Blz. 480
Schakelaar VSC OFF . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 515
Toets HUD (head-up display)
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 169
Automatic High Beam-schakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 338
Schakelaars buitenspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 278
Blokkeerschakelaar ruitbediening . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 281
Schakelaars ruitbediening. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 281
Schakelaars centrale vergrendeling. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 189
Stoelverwarmingsschakelaars
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 541
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 22 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
23
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Toets TRIP. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 129
Afstandsbediening audiosysteem
*
2
Bedieningstoetsen instrumentenpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 109
Afstandsschakelaar . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 408
Schakelaar LTA (Lane Tracing Assist)
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 386
Cruise control-schakelaar
Cruise control
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 417
Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik
*
1
. . . . .Blz. 400
Schakelaar snelheidsbegrenzer
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 424
Spraaktoets
*
2
Telefoontoetsen*
2
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 23 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
24
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Interieur (auto's met rechtse besturing)
Airbags . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 37
Vloermatten. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 28
Voorstoelen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 265
Achterstoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 267
Hoofdsteunen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 270
Veiligheidsgordels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 32
Consolevak . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 546
Vergrendelknoppen binnenzijde portier. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 189
Bekerhouders . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 547
Handgrepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 566
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 24 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
25
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Binnenspiegel. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 276
Zonnekleppen
*
1
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 557
Make-upspiegels . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 557
Interieurverlichting
*
2, 3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 543, 544
Leeslampjes
*
3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 543
Schuifdakschakelaars
*
4
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Blz. 286
1
2
3
4
5
*
1
: Gebruik NOOIT een tegen de rijrichting
in geplaatst baby- of kinderzitje op een
stoel met een INGESCHAKELDE AIR-
BAG, omdat het KIND anders ERN-
STIG LETSEL kan oplopen als de
airbag wordt geactiveerd. (Blz. 55)
*
2
: De afbeelding toont de voorzijde, maar ze zijn ook aan de achterzijde geplaatst.
*
3
: Bij auto's zonder schuifdak is de vorm van de schakelaar mogelijk anders.
*
4
: Indien aanwezig
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 25 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
26
Overzicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 26 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
27
1
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
1-1. Voor een veilig gebruik
Voordat u gaat rijden................. 28
Veilig rijden................................ 30
Veiligheidsgordels ..................... 32
Airbags ...................................... 37
Belangrijke
voorzorgsmaatregelen in
verband met uitlaatgassen...... 48
1-2. Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen
Aan/uit-schakelaar airbag ......... 49
Rijden met kinderen in
de auto.................................... 51
Baby- en kinderzitjes................. 52
1-3. Noodoproep
ERA-GLONASS/EVAK.............. 72
1-4. Hybridesysteem
Kenmerken hybridesysteem...... 77
Voorzorgsmaatregelen
hybridesysteem....................... 82
1-5. Antidiefstalsysteem
Startblokkering .......................... 89
Supervergrendeling................. 100
Alarm....................................... 101
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 27 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
28
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voordat u gaat rijden
Gebruik alleen vloermatten die speciaal zijn ontworpen voor auto's van het-
zelfde model en modeljaar als uw auto. Bevestig ze op de juiste wijze op de
vloerbedekking.
Steek de klemhaken (clips) in de
ringen in de vloermat.
Draai het bovenste hendeltje van
de klemhaken (clips) om de vloer-
matten te bevestigen.
*: Breng de merktekens altijd in lijn.
De vorm van de klemhaken (clips) wijkt mogelijk af van wat is aangegeven in de
afbeelding.
Vloermat
1
*
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 28 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
29
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, kan de vloermat van de bestuurder gaan schuiven, wat de bedie-
ning van de pedalen tijdens het rijden kan hinderen. Hierdoor kan de snelheid plotse-
ling toenemen of kan mogelijk niet geremd worden. Dit kan leiden tot een ongeval
waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Wanneer u de vloermat van de bestuurder plaatst
Gebruik geen vloermatten die zijn ontworpen voor auto's van een ander model en/
of modeljaar, zelfs niet als het gaat om originele Toyota-vloermatten.
Gebruik alleen vloermatten die zijn ontworpen voor de bestuurderszijde.
Zet de vloermat altijd stevig vast met behulp van de meegeleverde klemhaken
(clips).
Leg nooit twee of meer vloermatten boven op elkaar.
Bevestig de vloermat niet met de onderzijde naar boven of in de verkeerde richting.
Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 29 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
30
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veilig rijden
Pas de hoek van de rugleuning zo
aan dat u rechtop zit en niet voor-
over hoeft te leunen om te kunnen
sturen. (Blz. 265)
Pas de zitting zo aan dat u de
pedalen helemaal kunt intrappen
en dat uw armen licht gebogen zijn
bij de ellebogen wanneer u het
stuurwiel vasthoudt. (Blz. 265)
Vergrendel de hoofdsteun met het midden zo dicht mogelijk bij de boven-
kant van uw oren. (Blz. 270)
Draag de veiligheidsgordel op de juiste wijze. (Blz. 32)
Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle inzittenden de veiligheidsgordel
dragen. (Blz. 32)
Gebruik een passend baby- of kinderzitje tot het kind groot genoeg is om de
veiligheidsgordel van de auto op de juiste wijze te dragen. (Blz. 52)
Zorg ervoor dat u goed achteruit kunt kijken door de binnenspiegel en de bui-
tenspiegels goed af te stellen. (Blz. 276, 278)
Om veilig te kunnen rijden, moet u vooraf de stoel in de juiste positie
zetten en de spiegels afstellen.
De juiste houding achter het stuur
1
2
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
Afstellen van de spiegels
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 30 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
31
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden.
Als u dat wel doet, kunt u de controle over de auto verliezen.
Plaats geen kussen tussen de bestuurder of voorpassagier en de rugleuning.
Gebruik van een kussen kan ertoe leiden dat de zithouding niet correct is, waar-
door het effect van de veiligheidsgordel en de hoofdsteun in negatieve zin kan wor-
den beïnvloed.
Plaats geen voorwerpen onder de voorstoelen.
Voorwerpen onder de voorstoelen kunnen klem komen te zitten in de stoelslede,
waardoor de stoelen wellicht niet goed vergrendeld worden. Dit kan leiden tot een
ongeval en ook kan het stelmechanisme beschadigd raken.
Houd u altijd aan de wettelijke maximumsnelheid wanneer u op de openbare weg
rijdt.
Neem, wanneer u lange afstanden rijdt, geregeld een pauze voordat u zich moe
begint te voelen.
Als u zich tijdens het rijden moe of slaperig voelt, moet u zichzelf niet dwingen om
verder te rijden, maar direct een pauze nemen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 31 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
32
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheidsgordels
Trek de schoudergordel zo ver
naar buiten dat de gordel goed
tegen de schouder aan ligt en niet
van de schouder af glijdt of tegen
de nek aan ligt.
Plaats het heupgedeelte van de
gordel zo laag mogelijk over de
heupen.
Stel de rugleuning af. Ga zo
rechtop mogelijk in de stoel zitten
met uw rug stevig tegen de leu-
ning.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordel niet gedraaid zit.
Maak de veiligheidsgordel vast
door de gesp in de gordelsluiting te
drukken totdat u een klik hoort.
De veiligheidsgordel kan worden
losgemaakt door de ontgrendel-
knop in te drukken.
Controleer voordat u wegrijdt eerst of alle inzittenden de veiligheids-
gordel dragen.
Juist gebruik van de veiligheidsgordels
Vast- en losmaken van de veiligheidsgordel
Ontgrendelknop
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 32 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
33
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Duw het schouderbevestigingspunt
omlaag terwijl u de ontgrendelknop
indrukt.
Duw het schouderbevestigingspunt
omhoog terwijl u de ontgrendel-
knop indrukt.
Zet het bovenste bevestigingspunt in
de gewenste positie en laat het los als
u een klik hoort.
De gordelspanners helpen bij het op
hun plaats houden van de inzittenden
doordat ze de gordels snel strak
tegen het lichaam aan trekken bij
bepaalde soorten zware frontale aan-
rijdingen en aanrijdingen van opzij.
De gordelspanners worden niet geacti-
veerd bij lichtere frontale aanrijdingen
of aanrijdingen van opzij, bij aanrijdin-
gen van achteren of wanneer de auto
over de kop slaat.
Afstellen van de hoogte van het schouderbevestigingspunt van de vei-
ligheidsgordel (voorstoelen)
Ontgrendelknop
1
2
Gordelspanners (voorstoelen en buitenste zitplaatsen achter)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 33 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
34
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Blokkeerautomaat (ELR)
De blokkeerautomaat blokkeert de gordel als u zeer krachtig remt of betrokken raakt
bij een aanrijding. De blokkeerautomaat kan ook in werking treden als u te snel voor-
overbuigt. Door rustig te bewegen kan de veiligheidsgordel afrollen, zodat u vrij kunt
bewegen.
Gebruik van veiligheidsgordels door kinderen
De veiligheidsgordels van uw auto zijn in principe ontworpen voor gebruik door vol-
wassenen.
Gebruik een passend baby- of kinderzitje tot het kind groot genoeg is om de veilig-
heidsgordel van de auto op de juiste wijze te dragen. (Blz. 52)
Als het kind groot genoeg is om de veiligheidsgordel op een juiste manier te dragen,
volg dan de instructies met betrekking tot het gebruik van de veiligheidsgordel op.
(Blz. 32)
Vervangen van de veiligheidsgordel als de gordelspanner geactiveerd is geweest
Als de auto betrokken is bij meerdere aanrijdingen, wordt de gordelspanner geacti-
veerd voor de eerste aanrijding, maar niet voor de tweede of voor volgende aanrijdin-
gen.
Wetgeving met betrekking tot veiligheidsgordels
Als er in het land waarin u woont regels zijn voor veiligheidsgordels, neem dan contact
op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor het vervangen of plaatsen van vei-
ligheidsgordels.
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om de kans op letsel bij plotseling
remmen, plotseling uitwijken of een ongeval te beperken.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
Dragen van een veiligheidsgordel
Zorg ervoor dat alle inzittenden de veiligheidsgordel dragen.
Draag de veiligheidsgordel altijd op de juiste manier.
Elke veiligheidsgordel mag maar door één persoon worden gebruikt. Gebruik een
veiligheidsgordel niet voor twee personen tegelijk, ook niet als de tweede persoon
een kind is.
Toyota beveelt aan dat kinderen op de achterstoel plaatsnemen en altijd op de
juiste manier gebruikmaken van de veiligheidsgordels en het baby- of kinderzitje.
Laat om de juiste zitpositie in te stellen de rugleuning niet verder achterover hellen
dan nodig is. De veiligheidsgordels werken het best wanneer de inzittenden geheel
rechtop en goed tegen de rugleuning zitten.
Draag het schouderdeel van uw gordel nooit onder uw arm.
Draag de veiligheidsgordel altijd laag en goed aansluitend over uw heupen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 34 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
35
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Zwangere vrouwen
Mensen met fysieke beperkingen
Win medisch advies in en draag de veiligheidsgordel op de juiste manier. (Blz. 32)
Als er kinderen in de auto aanwezig zijn
Blz. 67
Gordelspanners
Het waarschuwingslampje SRS gaat branden als een gordelspanner is geactiveerd.
De veiligheidsgordel kan in dit geval niet meer worden gebruikt en moet worden ver-
vangen door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 35 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
36
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Verstelbaar schouderbevestigingspunt
Zorg ervoor dat de gordel goed over het midden van de schouder ligt. De gordel mag
niet tegen de nek aanliggen, maar ook niet van uw schouder afglijden. Als u hier niet
voor zorgt, wordt de mate van bescherming bij plotseling remmen, uitwijken of een
ongeval minder en de kans op ernstig letsel groter. (Blz. 33)
Beschadiging en slijtage van veiligheidsgordels
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels niet beschadigd raken doordat de riem, de
gesp of de gordelsluiting bekneld raakt tussen het portier en de carrosserie.
Controleer het veiligheidsgordelsysteem regelmatig. Let op beschadigingen, zoals
scheuren en rafels, en op losse onderdelen. Gebruik een beschadigde veiligheids-
gordel niet, maar laat hem zo snel mogelijk vervangen. Een beschadigde veilig-
heidsgordel kan de veiligheid van de desbetreffende inzittende niet waarborgen.
Controleer of de gordel en de gesp vergrendeld zijn en of de gordel niet gedraaid
is.
Neem direct contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de veilig-
heidsgordel niet goed werkt.
Laat de stoelen, inclusief de veiligheidsgordels, vervangen als de auto betrokken is
geweest bij een ernstig ongeval, ook al is er geen zichtbare schade.
Probeer de veiligheidsgordels niet zelf te plaatsen, verwijderen, wijzigen, demonte-
ren of af te voeren. Laat eventueel noodzakelijke reparaties uitvoeren door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste deskundige. Als de veiligheidsgordels niet op de juiste wijze
worden gebruikt, werken ze mogelijk niet meer naar behoren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 36 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
37
1-1. Voor een veilig gebruik
1
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Airbags
Airbags voor
Bestuurdersairbag/voorpassagiersairbag
Helpen het hoofd en de borst van de bestuurder en de voorpassagier te
beschermen tegen contact met onderdelen van het interieur
Knie-airbag
Helpt de bestuurder te beschermen
Side airbags en curtain airbags
Side airbags
Helpen het bovenlichaam van de voorste inzittenden te beschermen
Curtain airbags
Helpen het hoofd van de passagiers op de buitenste zitplaatsen voor en
achter te beschermen
De airbags worden geactiveerd als de auto betrokken raakt bij bepaalde
soorten zware aanrijdingen, die zouden kunnen leiden tot ernstig letsel
voor de inzittenden. Ze werken samen met de veiligheidsgordels om de
kans op ernstig letsel te beperken.
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 37 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
38
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De belangrijkste onderdelen van het SRS-airbagsysteem zijn hierboven afge-
beeld. Het SRS-airbagsysteem wordt aangestuurd door de airbag-ECU. Bij
het activeren van de airbags zorgt een chemische reactie in de ontstekings-
mechanismen ervoor dat de airbags snel gevuld worden met niet-giftig gas
om de beweging van de inzittenden te helpen beperken.
Onderdelen SRS-airbagsysteem
Sensoren frontale aanrijding
Waarschuwingslampje SRS en
controlelampje
PASSENGER AIR BAG
Aan/uit-schakelaar airbag
Voorpassagiersairbag
Sensoren aanrijding opzij (voor)
Sensoren aanrijding opzij
(voorportier)
Gordelspanners en spankrachtbe-
grenzers
Side airbags
Curtain airbags
Sensoren aanrijding opzij (achter)
Positiesensor bestuurdersstoel
Bestuurdersairbag
Knie-airbag bestuurder
Airbag-ECU
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 38 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
39
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Neem met betrekking tot de airbags de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Alle inzittenden dienen hun veiligheidsgordel op de juiste manier te dragen.
De SRS-airbags zijn aanvullende middelen die samen met de veiligheidsgordels
gebruikt moeten worden.
De bestuurdersairbag wordt met een aanzienlijke kracht geactiveerd, waardoor
ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de bestuurder zich erg dicht bij de air-
bag bevindt.
Het gevaarlijkst bij de activering van de airbag zijn de eerste 50 - 75 mm; door een
afstand van minimaal 250 mm tot het stuurwiel aan te houden, hanteert u een vei-
lige marge. Dit is de afstand gemeten vanaf het midden van het stuurwiel tot aan
uw borstbeen. Als u nu minder dan 250 mm van de airbag zit, kunt u uw zitpositie
op verschillende manieren wijzigen:
Plaats uw stoel zo ver mogelijk naar achteren terwijl de pedalen nog goed kun-
nen worden bediend.
Zet de rugleuning iets achterover. Hoewel auto's verschillen, verkrijgen veel
bestuurders, zelfs met de bestuurdersstoel helemaal naar voren, de afstand van
250 mm door simpelweg de rugleuning iets achterover te zetten. Als u door het
achterover zetten van uw stoel de weg niet goed meer kunt zien, kunt u een ste-
vig, niet-glad kussen gebruiken om hoger te zitten, of uw stoel hoger zetten
wanneer uw auto deze mogelijkheid biedt.
Als het stuurwiel verstelbaar is, kantel het dan naar beneden. Hierdoor wijst de
airbag naar uw borst in plaats van naar uw hoofd en nek.
De stoel dient te worden afgesteld zoals hierboven aanbevolen, terwijl de pedalen
en het stuurwiel nog steeds goed bediend kunnen worden en u het instrumenten-
paneel nog goed kunt zien.
De voorpassagiersairbag wordt ook met een aanzienlijke kracht geactiveerd waar-
door ernstig letsel kan ontstaan, vooral wanneer de voorpassagier zich erg dicht bij
de airbag bevindt. De voorpassagiersstoel dient zo ver mogelijk van de airbag af te
staan, met de rugleuning rechtop.
Kinderen die niet goed op de stoel zitten en/of niet goed vastzitten, kunnen ernstig
letsel oplopen door een geactiveerde airbag. Gebruik de veiligheidsgordels nooit
voor baby's of kleine kinderen, maar zet hen goed vast in een baby- of kinderzitje.
Toyota beveelt ten zeerste aan dat alle kinderen op de achterstoelen plaatsnemen
en op de juiste wijze vastzitten. Achterin zitten kinderen veiliger dan op de voorpas-
sagiersstoel. (Blz. 52)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 39 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
40
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 40 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
41
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Hang geen kleerhangers of andere harde voorwerpen aan de kledinghaakjes. Der-
gelijke voorwerpen kunnen als een projectiel gelanceerd worden en ernstig letsel
veroorzaken wanneer de curtain airbags geactiveerd worden.
Zorg ervoor dat het gedeelte waar de knie-airbag wordt geactiveerd niet door iets
wordt afgedekt.
Gebruik geen accessoires op de stoelen die het gedeelte van de stoel waarin de
side airbags aanwezig zijn afdekken omdat dat een negatieve invloed kan hebben
op een juiste werking van de side airbags. Dergelijke accessoires kunnen tot resul-
taat hebben dat de side airbags niet op de juiste wijze geactiveerd worden, hele-
maal niet geactiveerd worden of per ongeluk geactiveerd worden, waardoor ernstig
letsel kan ontstaan.
Oefen geen overmatige kracht uit op delen waarin onderdelen van het airbagsys-
teem aanwezig zijn of op de voorportieren.
Als dat wel gebeurt, kunnen er storingen aan de airbags ontstaan.
Raak onderdelen van het airbagsysteem niet aan direct nadat de airbags geacti-
veerd zijn, omdat deze heet kunnen zijn.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 41 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
42
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen airbags
Als u na het activeren van de airbags moeilijkheden met de ademhaling ondervindt,
open dan een portier of zijruit om frisse lucht binnen te laten of verlaat de auto als u
dat op een veilige manier kunt doen. Als er poederdeeltjes op uw huid zijn terecht-
gekomen, was deze er dan zo snel mogelijk af om huidirritatie te voorkomen.
Als de delen van de auto waarin airbags ondergebracht zijn, zoals het stuurwiel-
kussen en de bekleding van de voor- en achterstijlen, beschadigd of gescheurd
zijn, laat deze dan vervangen door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wijzigingen aan en afvoeren van onderdelen van het airbagsysteem
Voer uw auto niet af en voer geen van onderstaande veranderingen uit zonder eerst
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige te raadplegen. De airbags kunnen defect
raken of per ongeluk worden geactiveerd (opgeblazen), waardoor ernstig letsel kan
ontstaan.
Plaatsen, verwijderen, demonteren en repareren van de airbags
Reparatie, aanpassing, verwijdering of vervanging van stuurwiel, instrumentenpa-
neel, dashboard, stoelen of stoelbekleding, voor-, midden- en achterstijlen, dakzij-
rails, voorportierpanelen, voorportierbekleding of luidsprekers in de voorportieren
Aanpassing van het voorportierpaneel (bijvoorbeeld een gat erin maken)
Reparaties of wijzigingen aan het voorspatbord, de voorbumper of de zijkant van
het passagierscompartiment
Plaatsen van een bullbar, sneeuwploeg of lier
Wijzigingen aan de wielophanging van de auto
Plaatsen van elektronische apparatuur als een mobiele tweewegradio (zend-/ont-
vanginstallatie) of CD-speler
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 42 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
43
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Als de airbags worden geactiveerd
U kunt lichte schaafplekken, brandwonden, kneuzingen, e.d. oplopen als gevolg van
de zeer hoge snelheid waarmee de airbags worden geactiveerd door hete gassen.
Er is een luide knal hoorbaar en er komt wit poeder vrij.
Gedurende enkele minuten na het activeren van de airbags kunnen de onderdelen
van de airbagmodule (stuurwielnaaf, afdekkap airbag en ontstekingsmechanisme)
evenals de voorstoelen, delen van de voor- en achterstijlen en de daklijstbekleding
nog heet zijn. De airbag zelf kan ook heet zijn.
De voorruit kan barsten.
Het hybridesysteem wordt uitgezet en de brandstoftoevoer naar de motor wordt
gestopt. (Blz. 83)
De alarmknipperlichten worden automatisch ingeschakeld. (Blz. 648)
Auto's met ERA-GLONASS/EVAK: Als een van de volgende situaties zich voordoet,
verstuurt het systeem automatisch een noodoproep
* naar het controlecentrum van
ERA-GLONASS/EVAK. De locatie van de auto wordt doorgegeven (zonder dat de
toets SOS hoeft te worden ingedrukt) en een medewerker zal proberen om met de
inzittenden te praten om de ernst van de situatie vast te stellen en te bepalen of hulp
nodig is. Als de inzittenden niet in staat zijn om te communiceren, behandelt de
medewerker de oproep automatisch als een noodgeval en schakelt hij of zij de nood-
zakelijke hulpdiensten in. (Blz. 72)
Een airbag is geactiveerd.
Een gordelspanner is geactiveerd.
De auto is betrokken bij een ernstige aanrijding van achteren.
De auto is betrokken bij een ongeval waarbij de auto over de kop slaat.
*: In sommige gevallen kan er geen oproep worden verzonden. (Blz. 75)
Voorwaarden voor activering van de airbags (airbags voor)
De airbags voor worden geactiveerd als een bepaalde drempelwaarde wordt over-
schreden (vergelijkbaar met een frontale aanrijding met een snelheid van ongeveer
20 - 30 km/h tegen een muur die niet kan bewegen of vervormen).
Deze drempelsnelheid kan in de volgende situaties echter veel hoger liggen:
Wanneer de auto iets raakt dat kan bewegen en/of vervormen, zoals een gepar-
keerde auto of lantaarnpaal
Wanneer de auto betrokken raakt bij een ongeval waarbij de neus van de auto
onder een vrachtwagen terechtkomt
Afhankelijk van het type aanrijding worden mogelijk alleen de gordelspanners geacti-
veerd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 43 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
44
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorwaarden voor activering van de SRS-airbags (SRS side airbags en curtain
airbags)
De side airbags en curtain airbags worden geactiveerd als een bepaalde drempel-
waarde wordt overschreden (vergelijkbaar met ter plaatse van het passagierscom-
partiment aangereden worden met een snelheid van ongeveer 20 - 30 km/h door een
ongeveer 1.500 kg wegend voertuig, komend vanuit een richting die haaks staat op
de positie van de auto).
Beide curtain airbags worden mogelijk ook geactiveerd bij een zware frontale aanrij-
ding.
Omstandigheden waarbij de airbags geactiveerd kunnen worden, anders dan bij
een aanrijding
De airbags voor en de curtain airbags kunnen ook geactiveerd worden bij zware stoten
tegen de onderkant van de auto. Zie de afbeelding voor een aantal voorbeelden.
Soorten aanrijdingen waarbij de airbags soms niet geactiveerd worden (airbags
voor)
De airbags voor worden over het algemeen niet geactiveerd bij aanrijdingen van opzij
of van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een frontale aanrijding op lage
snelheid. Maar wanneer een aanrijding voldoende voorwaartse deceleratie veroor-
zaakt, worden de airbags voor mogelijk geactiveerd.
Raken van een stoeprand of een ander hard
voorwerp
In of over een diepe kuil rijden
Hard neerkomen
Aanrijding van opzij
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 44 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
45
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Soorten aanrijdingen waarbij de side airbags en de curtain airbags mogelijk niet
worden geactiveerd
De side airbags en curtain airbags treden mogelijk niet in werking bij aanrijdingen van
opzij onder een bepaalde hoek of bij aanrijdingen van opzij waarbij het passagiers-
compartiment niet wordt geraakt.
De side airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van voren of
van achteren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij op lage snel-
heid.
De curtain airbags treden over het algemeen niet in werking bij aanrijdingen van ach-
teren, als de auto over de kop slaat of bij een aanrijding van opzij of bij een frontale
aanrijding op lage snelheid.
Aanrijding van opzij waarbij het passagiers-
compartiment niet wordt geraakt
Aanrijding van opzij onder een hoek
Aanrijding van voren
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
Aanrijding van achteren
Over de kop slaan
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 45 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
46
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer moet u contact opnemen met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
In de volgende gevallen zal controle en/of reparatie van de auto nodig zijn. Neem zo
snel mogelijk contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Nadat een of meer airbags zijn geactiveerd.
De voorzijde van de auto is beschadigd of
vervormd of de auto was betrokken bij een
ongeval dat niet van zodanige aard was dat
de airbags vóór werden geactiveerd.
Bij beschadiging of vervorming van een
gedeelte van een portier of het omliggende
gebied, wanneer er een gat in is gemaakt of
bij een ongeval dat niet van zodanige aard
was dat de side airbags en curtain airbags
werden geactiveerd.
Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen aan het stuurwielkussen of het dash-
board bij de voorpassagiersairbag of het
onderste gedeelte van het instrumentenpa-
neel aan bestuurderszijde.
Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen aan de zijkant van de leuning van een
voorstoel met een side airbag.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 46 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
47
1-1. Voor een veilig gebruik
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Bij krassen, scheuren of andere beschadigin-
gen in het deel van de voor- en achterstijl en
de daklijstbekleding met de curtain airbags.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 47 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
48
1-1. Voor een veilig gebruik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Belangrijke voorzorgsmaatregelen in
verband met uitlaatgassen
Uitlaatgassen bevatten stoffen die schadelijk zijn bij inademing.
WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten het schadelijke koolmonoxide (CO). Dit is een kleurloos en
reukloos gas. Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u deze voorzorgsmaatregelen niet in acht neemt, kunnen er uitlaatgassen in de
auto terechtkomen waardoor de bestuurder duizelig kan worden en een ongeval kan
veroorzaken, of waardoor de gezondheid van de inzittenden ernstig kan worden
geschaad.
Belangrijke punten tijdens het rijden
Zorg ervoor dat de achterklep gesloten is.
Als u uitlaatgassen ruikt in de auto, zelfs als de achterklep gesloten is, moet u de
ruiten openzetten en de auto zo snel mogelijk laten nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Tijdens het parkeren
Als de auto zich in een slecht geventileerde omgeving of een afgesloten ruimte
bevindt, zoals een garage, moet u het hybridesysteem uitschakelen.
Laat bij stilstaande auto het hybridesysteem niet langdurig ingeschakeld.
Als dat niet anders kan, parkeer de auto dan op een open plek en zorg ervoor dat
er geen uitlaatgassen in het interieur terecht kunnen komen.
Laat het hybridesysteem niet draaien op een plaats waar sneeuw de afvoer van de
uitlaatgassen zou kunnen hinderen. Als sneeuw de afvoer van uitlaatgassen hin-
dert wanneer het hybridesysteem in werking is, kunnen er uitlaatgassen in de auto
terechtkomen.
Uitlaatpijp
Het uitlaatsysteem dient regelmatig te worden gecontroleerd. Laat uw auto nakijken
en repareren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige bij gaten of scheuren als
gevolg van corrosie of beschadigingen aan verbindingsstukken, of bij een abnormaal
geluid aan het uitlaatsysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 48 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
49
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Aan/uit-schakelaar airbag
Controlelampje PASSENGER AIR
BAG
Het controlelampje ON gaat branden
als het airbagsysteem is ingeschakeld
en gaat na ongeveer 60 seconden uit.
(Alleen als het contact AAN staat.)
Aan/uit-schakelaar airbag
Met dit systeem kan de voorpassagiersairbag worden uitgeschakeld.
Schakel deze airbag alleen uit als er een baby- of kinderzitje op de
voorpassagiersstoel wordt gebruikt.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 49 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
50
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Steek de mechanische sleutel in de
slotcilinder en zet de slotcilinder in
stand OFF.
Het controlelampje OFF gaat branden
(alleen als het contact AAN staat).
Informatie over controlelampje PASSENGER AIR BAG
Als een van de onderstaande problemen optreedt, is er mogelijk een storing in het sys-
teem aanwezig. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het controlelampje OFF gaat niet branden als de aan/uit-schakelaar van de airbag in
stand OFF wordt gezet.
Het controlelampje reageert niet wanneer de aan/uit-schakelaar van de airbag van
ON naar OFF wordt gezet.
Airbag voor voorpassagier uitschakelen
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
Plaats vanwege veiligheidsredenen het baby- of kinderzitje altijd op een achterstoel.
Als de achterstoel niet kan worden gebruikt, mag de voorstoel worden gebruikt zo
lang de aan/uit-schakelaar van de airbag in stand OFF wordt gezet.
Als de aan/uit-schakelaar van de airbag in stand ON blijft staan, kan de kracht die
met het activeren (opblazen) van de airbag gepaard gaat, ernstig letsel veroorzaken.
Als er geen baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel is geplaatst
Controleer of de aan/uit-schakelaar van de airbag in stand ON staat.
Als de schakelaar in stand OFF staat, zal de airbag in geval van een ongeval niet
worden geactiveerd, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 50 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
51
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden met kinderen in de auto
U wordt aangeraden om kinderen op de achterstoelen te vervoeren om te
voorkomen dat ze per ongeluk tegen onderdelen aankomen, zoals de
selectiehendel, de ruitenwisserschakelaar, enz.
Gebruik het kinderslot van het achterportier of de blokkeerschakelaar van
de ruitbediening om te voorkomen dat kinderen het portier openen tijdens
het rijden of per ongeluk de elektrisch bedienbare ruit bedienen.
(Blz. 190, 281)
Laat kleine kinderen geen onderdelen bedienen waarbij lichaamsdelen
vast kunnen komen te zitten of bekneld kunnen raken, zoals de elektrisch
bedienbare ruiten, de motorkap, de achterklep en de stoelen.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht als er kinderen in de
auto aanwezig zijn.
Gebruik een passend baby- of kinderzitje tot het kind groot genoeg is
om de veiligheidsgordel van de auto op de juiste wijze te dragen.
WAARSCHUWING
Laat kinderen nooit alleen in de auto achter en laat ze nooit met de sleutel spelen.
Kinderen zullen wellicht proberen de auto te starten of de neutraalstand in te schake-
len. Er bestaat ook het risico dat kinderen letsel oplopen wanneer ze met de zijrui-
ten, het schuifdak (indien aanwezig) of andere voorzieningen in de auto spelen.
Verder kan de temperatuur in de auto zo hoog oplopen of zo ver dalen dat dat kinde-
ren fataal kan worden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 51 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
52
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Baby- en kinderzitjes
Punten om rekening mee te houden ............................................... Blz. 52
Bij gebruik van een baby- of kinderzitje .......................................... Blz. 54
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor elke zitpositie.................... Blz. 57
Plaatsingsmethode baby- of kinderzitje ...........................................Blz. 65
Vastgezet met een veiligheidsgordel .......................................... Blz. 66
Vastgezet met een onderste ISOfix-bevestigingspunt ................ Blz. 68
Met een bevestigingspunt voor de bovenste gordel ................... Blz. 70
Geef prioriteit aan de waarschuwingen en neem deze in acht. Houd u
daarnaast ook aan de wetgeving en voorschriften met betrekking tot baby-
en kinderzitjes.
Gebruik een baby- of kinderzitje tot het kind groot genoeg is om de stan-
daard gemonteerde veiligheidsgordel op de juiste wijze te gebruiken.
Kies een baby- of kinderzitje dat past bij de leeftijd en de lengte van het
kind.
Let erop dat niet alle baby- of kinderzitjes in alle auto's kunnen worden
gemonteerd.
Controleer, voordat u een baby- of kinderzitje koopt of gebruikt, of het zitje
geschikt is voor de stoelposities. (Blz. 57)
Voordat u een baby- of kinderzitje in de auto plaatst, zijn er voorzorgs-
maatregelen die u in acht moet nemen, verschillende soorten baby- en
kinderzitjes en verschillende plaatsingsmethoden, enz. Deze staan
beschreven in deze handleiding.
Gebruik een baby- of kinderzitje wanneer er een klein kind in de auto
meerijdt dat nog niet op de juiste wijze gebruik kan maken van een vei-
ligheidsgordel. Plaats voor de veiligheid van het kind het baby- of kinder-
zitje op een achterstoel. Zorg ervoor dat u de plaatsingsmethode opvolgt
die in de handleiding van het baby- of kinderzitje staat.
Wij raden het gebruik van een origineel baby- of kinderzitje van Toyota
aan, aangezien dit in het gebruik veiliger is in deze auto. De originele
baby- of kinderzitjes van Toyota zijn speciaal gemaakt voor auto's van
Toyota. U kunt ze kopen bij een Toyota-dealer.
Inhoudsopgave
Punten om rekening mee te houden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 52 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
53
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Wanneer er een kind in de auto meerijdt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Voor de meest effectieve bescherming van een kind tijdens een ongeval of bij hard
remmen moet een kind goed vastzitten, met een veiligheidsgordel of een baby- of
kinderzitje dat op de juiste wijze is geplaatst. Raadpleeg voor informatie over het
plaatsen de bij het baby- of kinderzitje bijgesloten handleiding. In deze handleiding
vindt u algemene aanwijzingen met betrekking tot het plaatsen.
Toyota adviseert met klem gebruik te maken van een geschikt zitje dat past bij het
gewicht en de lengte van het kind en dat op de achterstoel is geplaatst. In ongeval-
lenstatistieken is aangetoond dat kinderen minder verwondingen oplopen als zij op
de achterstoelen op de juiste wijze vastzitten dan als zij op de voorstoel zitten.
Het vasthouden van een kind in de armen is geen vervanging voor een baby- of
kinderzitje. Bij een ongeval kan een kind dan de voorruit raken of klem komen te
zitten tussen degene die het kind vasthoudt en delen van het interieur.
Behandelen van baby- en kinderzitjes
Als het baby- of kinderzitje niet goed wordt vastgezet, kan het kind of een andere
passagier bij plotseling remmen, een uitwijkmanoeuvre of een aanrijding ernstig let-
sel oplopen.
Als de auto een hevige impact te verduren krijgt, bijvoorbeeld als gevolg van een
ongeval, kan er schade ontstaan aan het baby- of kinderzitje die niet direct zicht-
baar is. Gebruik het baby- of kinderzitje in dergelijke gevallen niet meer.
Afhankelijk van het baby- of kinderzitje kan het zijn dat dit moeilijk of onmogelijk
kan worden geplaatst. Controleer in dergelijke gevallen of het baby- of kinderzitje
geschikt is voor plaatsing in de auto (Blz. 57). Houdt u zich bij het plaatsen en
gebruik aan de voorschriften voor het vastzetten van het zitje in deze handleiding
en de handleiding van het baby- of kinderzitje. Lees deze voorschriften zorgvuldig.
Laat het zitje goed vastzitten op de stoel, zelfs als het niet wordt gebruikt. Plaats
het baby- of kinderzitje niet los in het passagierscompartiment.
Als het zitje moet worden losgemaakt, verwijder het dan uit de auto of berg het vei-
lig op in de bagageruimte.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 53 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
54
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst op de voorpassagiers-
stoel
Plaats voor de veiligheid van het kind een baby- of kinderzitje op een ach-
terstoel. Als het plaatsen van een zitje op de voorpassagiersstoel onver-
mijdelijk is, stel dan de stoel als volgt af en plaats het baby- of kinderzitje:
Zet de rugleuning zo veel moge-
lijk rechtop.
Indien er bij het plaatsen van een in
de rijrichting geplaatst kinderzitje
een opening aanwezig is tussen het
kinderzitje en de rugleuning, stel de
rugleuning dan af totdat het zitje en
de rugleuning goed contact maken.
Schuif de voorstoel helemaal
naar achteren.
Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de plaatsing van
het baby- of kinderzitje hindert. Zet anders de hoofdsteun in de hoogste
stand.
Bij gebruik van een baby- of kinderzitje
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 54 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
55
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Bij gebruik van een baby- of kinderzitje
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 55 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
56
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Bij gebruik van een baby- of kinderzitje
Controleer als er een zitkussen geplaatst is altijd of de schoudergordel over het
midden van de schouder van het kind loopt. De gordel mag niet langs de nek van
het kind lopen, maar mag ook niet van de schouder van het kind vallen.
Gebruik een baby- of kinderzitje dat past bij de leeftijd en de grootte van het kind
en plaats dit op de achterstoel.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 56 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
57
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor elke zitpositie
De geschiktheid voor elke zitpositie bij een baby- of kinderzitje (Blz. 59)
geeft met symbolen aan welke typen baby- of kinderzitjes kunnen worden
gebruikt en de mogelijke zitposities bij het plaatsen. Ook kunt u het aanbe-
volen baby- of kinderzitje dat geschikt is voor uw kind selecteren.
Controleer anders [Tabel m.b.t. geschiktheid en aanbevolen baby- en kin-
derzitjes] voor de aanbevolen baby- of kinderzitjes. (Blz. 63)
Controleer het geselecteerde baby- of kinderzitje en het volgende [Voordat
u de geschiktheid van elke zitpositie bij een baby- of kinderzitje contro-
leert].
Voordat u de geschiktheid van elke zitpositie bij een baby- of kinder-
zitje controleert
Controleren van de normen voor baby- en kinderzitjes.
Gebruik een baby- of kinderzitje dat voldoet aan de VN ECE R44
*
1
of
VN (ECE) R129
*
1, 2
-norm.
Het onderstaande erkende keurmerk staat op de baby- en kinderzitjes.
Controleer of het baby- of kinderzitje is voorzien van het juiste keur-
merk.
Voorbeeld van het weergegeven
nummer van het voorschrift
Typegoedkeuringsmerk VN
ECE R44
*
3
De gewichtsklasse van kinde-
ren die in aanmerking komen
voor een zitje met het type-
goedkeuringsmerk VN ECE
R44 wordt weergegeven.
Typegoedkeuringsmerk VN
ECE R129
*
3
De lengtecategorie en
gewichtsklasse van kinderen
die in aanmerking komen
voor een zitje met het type-
goedkeuringsmerk VN ECE
R129 worden weergegeven.
*
1
: VN ECE R44 en VN ECE R129 zijn voorschriften van de VN voor baby- en
kinderzitjes.
Geschiktheid baby- en kinderzitjes voor elke zitpositie
1
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 57 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
58
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
2
: De in de tabel genoemde baby- en kinderzitjes zijn mogelijk niet verkrijgbaar
buiten de EU.
*
3
: Het weergegeven keurmerk kan per product verschillend zijn.
Controleren van de categorie van het baby- of kinderzitje.
Controleer het typegoedkeuringsmerk van het baby- of kinderzitje om te
zien voor welke van de onderstaande categorieën het zitje geschikt is.
Indien u twijfelt, controleer dan de gebruikershandleiding van het baby-
of kinderzitje of neem contact op met de verkoper van het zitje.
“universeel”
“semi-universeel”
“beperkt”
“voertuigspecifiek”
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 58 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
59
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Geschiktheid van elke zitpositie bij een baby- of kinderzitje
Auto's met linkse besturing Auto's met rechtse besturing
*
1, 2, 3
*
3
*
3
*
4
Geschikt voor een “universeel” baby- of kinderzitje vastgezet met een vei-
ligheidsgordel.
Geschikt voor een baby- of kinderzitje dat is vermeld in de tabel m.b.t.
geschiktheid en aanbevolen baby- en kinderzitjes (Blz. 63).
Geschikt voor i-Size- en ISOfix-baby- of kinderzitjes.
Met een bevestigingspunt voor de bovenste gordel.
Niet geschikt voor baby- of kinderzitjes.
Gebruik nooit een tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje op
de voorpassagiersstoel als de aan/uit-schakelaar voor de airbag in stand
ON staat.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 59 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
60
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Schuif de voorstoel helemaal naar achteren. Als de hoogte van de passagiersstoel
kan worden versteld, dan moet deze in de hoogste positie staan.
*
2
: Zet de rugleuning zo veel mogelijk
rechtop.
Indien er bij het plaatsen van een in de
rijrichting geplaatst kinderzitje een ope-
ning aanwezig is tussen het kinderzitje
en de rugleuning, stel de rugleuning
dan af totdat het zitje en de rugleuning
goed contact maken.
*
3
: Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de werking van het baby- of
kinderzitje hindert.
Zet anders de hoofdsteun in de hoogste stand.
*
4
: Gebruik alleen een in de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje als de aan/uit-
schakelaar voor de airbag in stand ON staat.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 60 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
61
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Meer informatie over het plaatsen van baby- en kinderzitjes
Zitpositie
Stoelpositienummer
Aan/uit-schakelaar
airbag
ON OFF
Zitpositie geschikt voor universeel zitje
vastgezet met gordel (Ja/Nee)
Ja
Alleen in
de rijrich-
ting
Ja Ja Ja
Zitpositie i-Size (Ja/Nee) Nee Nee
Ja Ja
Zitpositie geschikt voor zijwaarts geplaatst
zitje (L1/L2/Nee)
NeeNeeNeeNee
Geschikte bevestiging voor tegen de rijrich-
ting in geplaatst zitje (R1/R2X/R2/R3/Nee)
Nee Nee
R1, R2X,
R2, R3
R1, R2X,
R2, R3
Geschikte bevestiging voor in de rijrichting
geplaatst zitje (F2X/F2/F3/Nee)
Nee Nee
F2X, F2,
F3
F2X, F2,
F3
Geschikte bevestiging voor zitkussen (B2/
B3/Nee)
Nee Nee
B2, B3 B2, B3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 61 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
62
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
ISOfix-baby- of kinderzitjes worden onderverdeeld in verschillende “beves-
tigingen”. Het baby- of kinderzitje kan worden gebruikt voor de zitposities
voor de in de bovenstaande tabel genoemde “bevestigingen”. Raadpleeg
de onderstaande tabel voor het soort “bevestiging”.
Als uw baby- of kinderzitje geen soort “bevestiging” heeft (of wanneer u de
informatie niet in de onderstaande tabel kunt vinden), raadpleeg dan de
“voertuiglijst” van het baby- of kinderzitje voor informatie over de geschikt-
heid of informeer bij de verkoper van uw kinderzitje.
Bevestiging Beschrijving
F3 In de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje, volledige hoogte
F2 In de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje, verlaagd
F2X In de rijrichting geplaatst baby- of kinderzitje, verlaagd
R3
Tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje, volledig
formaat
R2
Tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje, kleiner for-
maat
R2X
Tegen de rijrichting in geplaatst baby- of kinderzitje, kleiner for-
maat
R1 Tegen de rijrichting in geplaatst babyzitje
L1 Naar links gericht babyzitje (reiswieg)
L2 Naar rechts gericht babyzitje (reiswieg)
B2 Zitkussen
B3 Zitkussen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 62 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
63
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Tabel m.b.t. geschiktheid en aanbevolen baby- en kinderzitjes
De in de tabel genoemde baby- en kinderzitjes zijn mogelijk niet verkrijg-
baar buiten de EU.
Bij het vastzetten van sommige typen baby- of kinderzitjes op de achter-
stoel kunnen de veiligheidsgordels op de plaatsen naast het zitje mogelijk
niet goed worden gebruikt en komen ze mogelijk in aanraking met het zitje.
Ook kan de werking van de veiligheidsgordel negatief worden beïnvloed.
Draag uw veiligheidsgordel goed aansluitend over uw schouder en laag
over uw heupen. Wanneer dit niet het geval is of wanneer hij in aanraking
komt met het zitje, ga dan ergens anders zitten.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Gewichts-
groepen
Aanbevolen baby- of
kinderzitje
Zitpositie
Aan/uit-
schakelaar
airbag
ON OFF
0, 0+
Minder dan
13 kg
G0+, BABY SAFE PLUS
(Ja/Nee)
Nee Ja Ja Ja
G0+ BABY SAFE PLUS
met VEILIGHEIDSGORDEL-
BEVESTIGING, BASE PLAT-
FORM (Ja/Nee)
Nee Nee Ja Ja
I
9 - 18 kg
DUO PLUS (Ja/Nee)
Ja
Uitslui-
tend
vastzet-
ten met
gordel
Ja
Uitslui-
tend
vastzet-
ten met
gordel
Nee Nee
II, III
15 - 36 kg
KIDFIX XP SICT (Ja/Nee) Nee Nee Ja Ja
MAXI PLUS (Ja/Nee)
Ja
Uitslui-
tend
vastzet-
ten met
gordel
Ja
Uitslui-
tend
vastzet-
ten met
gordel
Ja Ja
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 63 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
64
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verstel bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje op de achterstoelen
de voorstoel zodanig dat deze niet in aanraking komt met het kind of het
baby- of kinderzitje.
Indien bij het plaatsen van een kinderzitje met steunvoet de rugleuning
in de weg zit wanneer u het zitje op de steunvoet wilt bevestigen, zet
dan de rugleuning naar achteren tot er voldoende ruimte is.
Als het schouderbevestigings-
punt van de veiligheidsgordel
zich vóór de gordelgeleider van
het kinderzitje bevindt, ver-
plaatst u de zitting naar voren.
Indien bij het plaatsen van een zitkussen het kind in het baby- of kinder-
zitje erg rechtop zit, zet u de rugleuning in een comfortabelere stand. En
als het schouderbevestigingspunt van de veiligheidsgordel zich vóór de
gordelgeleider van het kinderzitje bevindt, verplaatst u de zitting naar
voren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 64 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
65
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Controleer aan de hand van de bij het baby- of kinderzitje bijgesloten handlei-
ding de plaatsing van het zitje.
Plaatsingsmethode baby- of kinderzitje
Plaatsingsmethode Bladzijde
Bevestiging met veilig-
heidsgordel
Blz. 66
Bevestiging onderste
ISOfix-bevestigings-
punt
Blz. 68
Bevestiging bevesti-
gingspunt bovenste
gordel
Blz. 70
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 65 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
66
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Een baby- of kinderzitje plaatsen met behulp van een veiligheidsgor-
del
Plaats het baby- of kinderzitje aan de hand van de bijgesloten handleiding.
Als het desbetreffende baby- of kinderzitje niet binnen de “universele”
categorie valt (of de benodigde informatie staat niet in de tabel), raadpleeg
dan de “voertuiglijst” van de fabrikant van het baby- of kinderzitje voor de
diverse mogelijke montageposities of doe navraag naar de compatibiliteit
bij de verkoper van het baby- of kinderzitje. (Blz. 58, 59)
Als het plaatsen van een baby- of kinderzitje op de voorpassagiersstoel
onvermijdelijk is, raadpleeg dan Blz. 54 voor het afstellen van de voor-
passagiersstoel.
Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de plaatsing van
het baby- of kinderzitje hindert. Zet anders de hoofdsteun in de hoogste
stand. (Blz. 270)
Voer de veiligheidsgordel door
het baby- of kinderzitje en steek
de gesp in de gordelsluiting.
Controleer of de gordel niet
gedraaid is. Maak de veilig-
heidsgordel goed vast aan het
baby- of kinderzitje aan de hand
van de bijgesloten handleiding.
Als uw baby- of kinderzitje niet
is voorzien van een vergrendel-
systeem voor de veiligheidsgor-
del, zet het zitje dan vast met
een blokkeerclip.
Beweeg het baby- of kinderzitje na het plaatsen naar achteren en naar
voren om te controleren of het goed vastzit. (Blz. 67)
Baby- of kinderzitje vastgezet met een veiligheidsgordel
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 66 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
67
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Verwijderen van een baby- of kinderzitje dat is vastgezet met een vei-
ligheidsgordel
Druk de ontgrendelknop op de gordelsluiting in en laat de gordel helemaal
oprollen.
Bij het losmaken van de gordelsluiting komt het baby- of kinderzitje mogelijk een
stukje omhoog als gevolg van de terugwerking van de zitting. Maak de gordel-
sluiting los terwijl u het baby- en kinderzitje tegenhoudt.
De veiligheidsgordel rolt automatisch op. Houd de gordel vast, zodat het oprol-
len rustig gebeurt.
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
U moet bij het plaatsen van het zitje mogelijk gebruikmaken van een blokkeerclip. Volg
de aanwijzingen van de fabrikant van het baby- of kinderzitje. Als uw zitje niet over een
blokkeerclip beschikt, kunt u deze kopen bij een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige:
blokkeerclip voor baby- of kinderzitje (onderdeelnr. 73119-22010)
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Laat kinderen niet met de veiligheidsgordel spelen. Als de veiligheidsgordel om de
nek van het kind draait, kan het kind stikken of ernstig letsel oplopen. Als dit
gebeurt en de gordelsluiting niet kan worden losgemaakt, knip de gordel dan door
met een schaar.
Controleer of de gesp goed in de gordelsluiting is vergrendeld en of de veiligheids-
gordel niet gedraaid is.
Beweeg het baby- of kinderzitje naar links en naar rechts en naar voren en naar
achteren om te controleren of het goed is geplaatst.
Verstel de rugleuning niet meer nadat het baby- of kinderzitje is geplaatst.
Controleer als er een zitkussen geplaatst is altijd of de schoudergordel over het
midden van de schouder van het kind loopt. De gordel mag niet langs de nek van
het kind lopen, maar mag ook niet van de schouder van het kind vallen.
Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing van
de fabrikant.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 67 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
68
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Onderste ISOfix-bevestigingspunten (ISOfix-baby- of kinderzitje)
Voor de buitenste zitplaatsen ach-
ter zijn lage bevestigingspunten
aanwezig. (Merktekens geven aan
waar de bevestigingspunten zich in
de stoelen bevinden.)
Plaatsing met onderste ISOfix-bevestigingspunt (ISOfix-baby- of kin-
derzitje)
Plaats het baby- of kinderzitje aan de hand van de bijgesloten handleiding.
Als het desbetreffende baby- of kinderzitje niet binnen de “universele”
categorie valt (of de benodigde informatie staat niet in de tabel), raadpleeg
dan de “voertuiglijst” van de fabrikant van het baby- of kinderzitje voor de
diverse mogelijke montageposities of doe navraag naar de compatibiliteit
bij de verkoper van het baby- of kinderzitje. (Blz. 58, 59)
Verwijder indien mogelijk de hoofdsteun indien deze de plaatsing van
het baby- of kinderzitje hindert. Zet anders de hoofdsteun in de hoogste
stand. (Blz. 270)
Baby- of kinderzitje vastgezet met een onderste ISOfix-bevestigings-
punt
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 68 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
69
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Verwijder de klepjes van de
bevestigingspunten en plaats
het baby- of kinderzitje op de
stoel.
De stangen worden achter de klep-
jes van de bevestigingspunten
geplaatst.
Beweeg het baby- of kinderzitje na het plaatsen naar achteren en naar
voren om te controleren of het goed vastzit. (Blz. 67)
2
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Verstel de rugleuning niet meer nadat het baby- of kinderzitje is geplaatst.
Controleer bij het gebruik van de onderste bevestigingspunten of er geen vreemde
voorwerpen rond de bevestigingspunten aanwezig zijn en of de gordel niet klem zit
achter het zitje.
Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing van
de fabrikant.
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 69 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
70
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bevestigingspunten bovenste gordel
Voor de buitenste zitplaatsen ach-
ter zijn bevestigingspunten voor de
bovenste gordel aanwezig.
Gebruik de bevestigingspunten
voor de bovenste gordel bij het
vastmaken van de bovenste gor-
del.
Bovenste gordel vastmaken aan het bevestigingspunt voor de boven-
ste gordel
Plaats het baby- of kinderzitje aan de hand van de bijgesloten handleiding.
Zet de hoofdsteun in de hoogste
stand.
Verwijder indien mogelijk de hoofd-
steun indien deze de plaatsing van
het baby- of kinderzitje of de boven-
ste gordel hindert. (Blz. 271)
Zet de haak vast aan het beves-
tigingspunt voor de bovenste
gordel en trek de bovenste gor-
del aan.
Controleer of de bovenste gordel
goed vastzit. (Blz. 67)
Wanneer u het baby- of kinderzitje
plaatst terwijl de hoofdsteun
omhoog staat, zorg er dan voor dat
de bovenste gordel onder de hoofd-
steun door loopt.
Met een bevestigingspunt voor de bovenste gordel
Bevestigingspunten
Bovenste gordel
1
Haak
Bovenste gordel
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 70 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
71
1-2. Veiligheidsvoorzieningen voor kinderen
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Als er een baby- of kinderzitje wordt geplaatst
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Bevestig de bovenste gordel stevig en controleer of de gordel niet gedraaid is.
Bevestig de bovenste gordel uitsluitend aan het bevestigingspunt voor de bovenste
gordel.
Verstel de rugleuning niet meer nadat het baby- of kinderzitje is geplaatst.
Volg bij het plaatsen van een baby- of kinderzitje altijd de gebruiksaanwijzing van
de fabrikant.
Wanneer u het baby- of kinderzitje plaatst terwijl de hoofdsteun omhoog staat,
nadat de hoofdsteun omhoog is gezet en het bevestigingspunt voor de bovenste
gordel vervolgens is vastgemaakt, zet de hoofdsteun dan niet in een lagere stand.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 71 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
72
1-3. Noodoproep
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
ERA-GLONASS/EVAK
1, 2, 3
Microfoon
Toets SOS
*
Controlelampjes
*: Deze toets is bestemd voor communi-
catie met de ERA-GLONASS/EVAK-
systeembeheerder.
Andere SOS-toetsen van overige syste-
men van een auto hebben geen betrek-
king op het apparaat en zijn niet
bestemd voor communicatie met de
ERA-GLONASS/EVAK-systeembeheer-
der.
1
: Indien aanwezig
2
: Werkt in regio's waar noodoproepdiensten worden aangeboden. Neem voor meer
informatie contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
3
: De systeemnaam kan per land verschillend zijn.
Het noodoproepapparaat is een apparaat dat in een auto is geplaatst
om (met behulp van GLONASS-signalen [Global Navigation Satellite
System] en GPS-signalen [Global Positioning System]) de locatie en rij-
richting van de auto te bepalen en om ervoor te zorgen dat er bij ver-
keersongevallen en andere incidenten op autowegen in de landen waar
noodoproepdiensten worden aangeboden (niet-aanpasbare) informa-
tie over de auto wordt verzameld en verzonden. Daarnaast zorgt het
apparaat via mobiele netwerken (GSM) voor het verzenden en ontvan-
gen van gesproken communicatie tussen de auto en de ERA-GLO-
NASS/EVAK-systeembeheerder.
Er zijn automatische noodoproepen (automatische melding van een
aanrijding) en handmatige noodoproepen (door het indrukken van de
toets SOS) mogelijk naar het ERA-GLONASS/EVAK-controlecentrum.
Deze service is verplicht krachtens de technische voorschriften van de
douane-unie.
Systeemonderdelen
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 72 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
73
1-3. Noodoproep
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Automatische noodoproepen
Als een airbag wordt geactiveerd, belt het systeem automatisch het ERA-
GLONASS/EVAK-controlecentrum.
* De medewerker van het controlecen-
trum ontvangt de locatie van de auto, het tijdstip waarop het ongeval
plaatsvond en het VIN van de auto, en probeert de inzittenden van de auto
te spreken om de ernst van de situatie te beoordelen. Als de inzittenden
niet in staat zijn om te communiceren, behandelt de medewerker de
oproep als een noodgeval, neemt hij of zij contact op met de dichtstbij-
zijnde hulpdiensten (112, enz.) en verzoekt hij of zij om assistentie ter
plaatse.
*: In sommige gevallen kan er geen oproep worden verzonden. (Blz. 75)
Handmatige noodoproepen
Druk in een noodsituatie op de toets SOS om het ERA-GLONASS/EVAK-
controlecentrum te bellen.
* De medewerker van het controlecentrum zal
de locatie van uw auto bepalen, de situatie beoordelen en de benodigde
hulpdiensten sturen.
Als u per ongeluk op de toets SOS hebt gedrukt, zeg dan tegen de medewerker
dat er geen sprake is van een noodgeval.
*: In sommige gevallen kan er geen oproep worden verzonden. (Blz. 75)
Noodoproepdiensten
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 73 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
74
1-3. Noodoproep
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer het contact AAN wordt gezet, gaat het rode controlelampje gedu-
rende 10 seconden branden en gaat vervolgens het groene controlelampje
branden om aan te geven dat het systeem is ingeschakeld. De controlelamp-
jes geven het volgende aan:
Als het groene controlelampje gaat branden en blijft branden, is het sys-
teem ingeschakeld.
Als het groene controlelampje tweemaal per seconde knippert, wordt er
een automatische of handmatige noodoproep gedaan.
Als er geen controlelampjes branden, is het systeem niet ingeschakeld.
Als het rode controlelampje brandt op een ander moment dan direct na het
AAN zetten van het contact, is er mogelijk een storing in het systeem aan-
wezig of is de back-upbatterij mogelijk leeg.
Als het rode controlelampje gedurende ongeveer 30 seconden knippert tij-
dens een noodoproep, is de verbinding verbroken of is het signaal van het
mobiele netwerk te zwak.
De levensduur van de back-upbatterij is hooguit 3 jaar.
Het apparaat is voorzien van een testmodus om de werking van het noodop-
roepsysteem te testen. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige om het apparaat te testen.
Controlelampjes
Testmodus apparaat
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 74 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
75
1-3. Noodoproep
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Wanneer er mogelijk geen noodoproep wordt verstuurd
In de volgende situaties kunnen mogelijk geen noodoproepen worden gedaan.
Neem in dergelijke gevallen op een andere wijze contact op met hulpdiensten (112,
enz.).
Zelfs als de auto zich in het ontvangstgebied van de mobiele telefoon bevindt,
kan het moeilijk zijn om contact te leggen met het ERA-GLONASS/EVAK-con-
trolecentrum als de ontvangst slecht is of de lijn bezet is. In dergelijke gevallen
krijgt u mogelijk geen contact met het ERA-GLONASS/EVAK-controlecentrum
en kunt u dus geen noodoproepen doen en kunnen hulpdiensten niet worden
ingeschakeld, ook al probeert het systeem verbinding te maken met het ERA-
GLONASS/EVAK-controlecentrum.
Wanneer de auto zich buiten het dekkingsgebied van het mobiele-telefoonnet-
werk bevindt, kunnen er geen noodoproepen worden verzonden.
Wanneer er een storing aanwezig is in de bijbehorende apparatuur (zoals het
paneel van de toets SOS, de controlelampjes, microfoon, luidspreker, DCM,
antenne of op de apparatuur aangesloten bedrading) of deze beschadigd of
kapot is, kan er geen noodoproep worden geplaatst.
Tijdens een noodoproep doet het systeem herhaaldelijk een poging om contact
op te nemen met het ERA-GLONASS/EVAK-controlecentrum. Als er echter als
gevolg van een slechte ontvangst geen contact kan worden gelegd met het
ERA-GLONASS/EVAK-controlecentrum, kan het systeem mogelijk geen con-
tact maken met het mobiele netwerk en wordt de noodoproep beëindigd zonder
dat er verbinding is gemaakt. Het rode controlelampje knippert gedurende onge-
veer 30 seconden om aan te geven dat de verbinding is verbroken.
Het apparaat werkt mogelijk niet wanneer er een kracht op wordt uitgeoefend.
Als de spanning van de 12V-accu afneemt of als de accu is losgenomen, kan het
systeem mogelijk geen verbinding maken met het ERA-GLONASS/EVAK-controle-
centrum.
Als het noodoproepsysteem wordt vervangen door een nieuw exemplaar
Het noodoproepsysteem moet worden geregistreerd. Neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 75 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
76
1-3. Noodoproep
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voor uw veiligheid
Rijd voorzichtig.
De functie van dit systeem is om u te helpen bij het plaatsen van een noodoproep
bij ongevallen, zoals een verkeersongeval of een plotseling medisch noodgeval.
Het systeem biedt de bestuurder en de passagiers op geen enkele wijze bescher-
ming. Rijd voorzichtig en doe voor uw veiligheid altijd uw veiligheidsgordel om.
Geef bij noodgevallen uw leven en de levens van anderen topprioriteit.
Wanneer u een branderige lucht of anderszins een vreemde lucht ruikt, verlaat dan
de auto en zoek onmiddellijk een veilige plek op.
Het systeem signaleert schokken, waardoor de automatische meldingen mogelijk
niet altijd overeenkomen met de werking van het airbagsysteem. (Als de auto van
achteren wordt aangereden, enz.)
Plaats om veiligheidsredenen geen noodoproep tijdens het rijden.
Wanneer u tijdens het rijden belt, kan het zijn dat u het stuurwiel niet goed kunt
bedienen, waardoor er een ongeval kan ontstaan.
Breng de auto tot stilstand en controleer of de omgeving veilig is alvorens een
noodoproep te plaatsen.
Vervang zekeringen altijd door de voorgeschreven zekeringen. Als u andere zeke-
ringen gebruikt, kan er kortsluiting in het circuit optreden en kan er brand ontstaan.
Wanneer u het systeem gebruikt terwijl er rook is of sprake is van een ongewone
geur, kan er brand ontstaan. Stop onmiddellijk met het gebruik van het systeem en
neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
OPMERKING
Voorkomen van schade
Voorkom dat er vloeistof op het paneel van de toets SOS, enz. komt en sla er niet
tegenaan.
In geval van een storing in het paneel van de toets SOS, de luidspreker of de
microfoon tijdens een noodoproep of een handmatige onderhoudscontrole
Het is wellicht niet mogelijk om noodoproepen te doen, de systeemstatus te bevesti-
gen of te communiceren met de medewerker van het ERA-GLONASS/EVAK-contro-
lecentrum. Als de apparatuur beschadigd is, neem dan contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 76 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
77
1
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Kenmerken hybridesysteem
De afbeelding dient slechts ter illustratie en wijkt mogelijk af van de werkelijk-
heid.
Benzinemotor
Elektromotor voor (tractiemotor)
Elektromotor achter (tractiemotor)
*
*
: Alleen auto's met vierwielaandrijving
Uw auto is een hybridevoertuig. De eigenschappen van uw auto zijn
anders dan die van conventionele auto's. Zorg ervoor dat u de eigen-
schappen van uw auto goed leert kennen en gebruik de functies voor-
zichtig.
Bij het hybridesysteem werken een benzinemotor en een elektromotor
(tractiemotor) samen, afhankelijk van de rijomstandigheden, om het
brandstofverbruik en de uitlaatgasemissie te verlagen.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 77 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
78
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bij stilstand/tijdens wegrijden
Wanneer de auto stilstaat, wordt de benzinemotor uitgeschakeld
*. Bij het
wegrijden wordt de auto aangedreven door de elektromotor (tractiemotor).
Bij het rijden met lage snelheid of bij het afrijden van een flauwe helling
wordt de benzinemotor uitgeschakeld
* en wordt de elektromotor (tractie-
motor) ingeschakeld.
Wanneer de selectiehendel in stand N staat, wordt het batterijpakket (trac-
tiebatterij) niet opgeladen.
*: Wanneer het batterijpakket (tractiebatterij) moet worden opgeladen of wanneer de
motor aan het opwarmen is, enz., wordt de benzinemotor niet automatisch uitge-
schakeld.
(Blz. 79)
Tijdens normaal rijden
De auto wordt voornamelijk aangedreven door de benzinemotor. De elek-
tromotor (tractiemotor) laadt zo nodig het batterijpakket (tractiebatterij) op.
Tijdens sterk accelereren
Wanneer het gaspedaal volledig wordt ingetrapt, wordt de energie van het
batterijpakket (tractiebatterij) toegevoegd aan de energie die de benzine-
motor levert via de elektromotor (tractiemotor).
Tijdens het remmen (regeneratief remmen)
De wielen drijven de elektromotor (tractiemotor) aan, waardoor energie
wordt opgewekt en het batterijpakket (tractiebatterij) wordt opgeladen.
Als u rijdt met uitgeschakelde benzinemotor, wordt er een geluid, dat aange-
past wordt aan de rijsnelheid, afgespeeld om mensen in de buurt te waar-
schuwen dat de auto nadert. Het geluid stopt als de rijsnelheid hoger wordt
dan ongeveer 25 km/h.
Waarschuwingssysteem naderende auto
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 78 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
79
1-4. Hybridesysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Regeneratief remmen
In de volgende situaties wordt kinetische energie omgezet in elektrische energie en
wordt er een afremmingskracht gegenereerd terwijl tegelijkertijd het batterijpakket
(tractiebatterij) wordt opgeladen.
Het gaspedaal wordt losgelaten terwijl er wordt gereden in stand D of B.
Het rempedaal wordt ingetrapt terwijl er wordt gereden in stand D of B.
Auto's met benzineroetfiltersysteem: Als het benzineroetfiltersysteem (Blz. 512) in
werking is om het uitlaatgasfilter te regenereren, wordt het batterijpakket (tractiebat-
terij) mogelijk niet opgeladen.
Hybridesysteemindicator
Omstandigheden waarin de benzinemotor mogelijk niet wordt uitgeschakeld
De benzinemotor wordt automatisch gestart en uitgeschakeld. Hij wordt echter onder
de volgende omstandigheden mogelijk niet automatisch uitgeschakeld
*:
Tijdens de opwarmfase van de benzinemotor
Tijdens het opladen van het batterijpakket (tractiebatterij)
Als de temperatuur van het batterijpakket (tractiebatterij) hoog of laag is
Als de verwarming is ingeschakeld
*: Afhankelijk van de omstandigheden wordt de benzinemotor mogelijk ook niet auto-
matisch uitgeschakeld in andere dan de hiervoor genoemde situaties.
Opladen van het batterijpakket (tractiebatterij)
Omdat het batterijpakket (tractiebatterij) indien nodig door de benzinemotor wordt
opgeladen, hoeft het niet door een externe bron te worden opgeladen. Als de auto
echter gedurende lange tijd wordt geparkeerd, wordt het batterijpakket (tractiebatterij)
langzaam ontladen. Daarom moet u ervoor zorgen dat er elke paar maanden gedu-
rende minimaal 30 minuten of 16 km met de auto wordt gereden. Als het batterijpakket
(tractiebatterij) volledig ontladen raakt en u het hybridesysteem niet meer kunt starten,
neem dan contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Opladen van de 12V-accu
Blz. 721
De hybridesysteemindicator geeft het uit-
gaande vermogen en het regeneratieniveau
van het hybridesysteem weer. (Blz. 140)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 79 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
80
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de 12V-accu leeg is, vervangen is of verwijderd is geweest.
De benzinemotor stopt mogelijk niet, ook niet als de auto door het batterijpakket (trac-
tiebatterij) wordt aangedreven. Als dit probleem enkele dagen aanhoudt, neem dan
contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Geluiden en trillingen die kenmerkend zijn voor een hybrideauto
Mogelijk zijn er geen motorgeluiden hoorbaar of trillingen voelbaar terwijl de auto wel
kan rijden en het controlelampje READY brandt. Activeer uit veiligheidsoverwegingen
de parkeerrem en zorg dat u stand P hebt ingeschakeld wanneer u de auto parkeert.
De volgende geluiden of trillingen kunnen hoorbaar of voelbaar zijn als het hybridesys-
teem in werking is en deze duiden niet op een defect:
Er kunnen motorgeluiden hoorbaar zijn uit het motorcompartiment.
Bij het inschakelen of uitschakelen van het hybridesysteem kan er geluid hoorbaar
zijn dat afkomstig is van het batterijpakket (tractiebatterij) onder de achterstoelen.
Bij het inschakelen of uitschakelen van het hybridesysteem zijn er mogelijk werkings-
geluiden van het relais te horen, zoals een klik of een vaag gerammel, dat afkomstig
is van het batterijpakket (tractiebatterij) onder de achterstoelen.
Als de achterklep open is, kunnen er geluiden van het hybridesysteem hoorbaar zijn.
Als de benzinemotor start of stopt, bij rijden met lage snelheden of als de motor met
stationair toerental draait, kunnen er geluiden hoorbaar zijn van de transmissie.
Bij sterk accelereren kunnen er motorgeluiden hoorbaar zijn.
Als het rempedaal wordt ingetrapt of het gaspedaal wordt losgelaten, kunnen er
geluiden hoorbaar zijn die worden veroorzaakt door het regeneratief remmen.
Als de benzinemotor start of stopt, kunnen trillingen voelbaar zijn.
Via de ventilatieopening kunnen geluiden hoorbaar zijn die afkomstig zijn van de
koelventilator. (Blz. 83)
Waarschuwingssysteem naderende auto
In de volgende gevallen is het waarschuwingssysteem voor een naderende auto
mogelijk moeilijk te horen voor mensen in de buurt.
In gebieden met harde omgevingsgeluiden
In de wind of regen
Ook is het waarschuwingssysteem voor een naderende auto achter de auto mogelijk
moeilijker te horen dan voor de auto omdat het systeem aan de voorzijde van de auto
is geïnstalleerd.
Als “Proximity Notification System Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in
waarschuwingssysteem naderende auto. Ga naar uw dealer) op het multi-infor-
matiedisplay wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing aanwezig in het waarschuwingssysteem voor een nade-
rende auto. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 80 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
81
1-4. Hybridesysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Onderhoud, reparatie, recycling en afvoer
Neem voor onderhoud, reparatie, recycling en afvoer contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige. Voer de auto niet zelf af.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 81 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
82
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorzorgsmaatregelen hybridesysteem
De afbeelding dient slechts ter illustratie en wijkt mogelijk af van de werkelijk-
heid.
Wees voorzichtig met het hybridesysteem, aangezien dit een hoog-
spanningssysteem (max. ongeveer 600 V) is en onderdelen bevat die
extreem heet worden als het hybridesysteem in werking is. Volg de
aanwijzingen op de waarschuwingslabels op.
Waarschuwingslabel
Servicestekker
Inverter achter (tractiemotor)
*
Elektromotor achter
(tractiemotor)
*
Batterijpakket (tractiebatterij)
Hoogspanningskabels (oranje)
Elektromotor voor
(tractiemotor)
Vermogensregeleenheid
Aircocompressor
*: Alleen auto's met vierwielaandrijving
1
2
3
4
5
6
7
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 82 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
83
1-4. Hybridesysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Voor het koelen van het batterijpakket
(tractiebatterij) is er onder de rechter-
zijde van de achterstoel een ventila-
tieopening aanwezig. Als deze
ventilatieopening wordt afgedekt, kan
het batterijpakket (tractiebatterij)
oververhit raken, waardoor het laden/
ontladen van het batterijpakket (trac-
tiebatterij) beperkt kan worden.
Het uitschakelsysteem voor noodgevallen zorgt ervoor dat het hoogspan-
ningssysteem en de brandstofpomp worden uitgeschakeld als de botsings-
sensor een aanrijding met een kracht boven een bepaalde drempelwaarde
heeft gesignaleerd, om de kans op een elektrische schok en brandstof-
lekkage tot een minimum te beperken. Als het uitschakelsysteem voor nood-
gevallen in werking is getreden, kunt u uw auto niet meer starten. Neem voor
het herstarten van het hybridesysteem contact op met een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Als er een storing in het hybridesysteem optreedt, of als het systeem onjuist
wordt bediend, wordt automatisch een melding weergegeven.
Lees de op het multi-informatiedis-
play weergegeven waarschuwings-
melding en volg de aanwijzingen op.
Ventilatieopening batterijpakket (tractiebatterij)
Uitschakelsysteem voor noodgevallen
Waarschuwingsmelding hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 83 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
84
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als er een waarschuwingslampje gaat branden of een waarschuwingsmelding
wordt weergegeven of als de 12V-accu wordt losgekoppeld
Mogelijk start het hybridesysteem niet. Probeer in dit geval het systeem opnieuw te
starten. Neem als het controlelampje READY niet gaat branden contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Als de brandstof opraakt
Als de brandstof op is en het hybridesysteem niet kan worden gestart, vult u de tank
met ten minste de hoeveelheid benzine die nodig is om het waarschuwingslampje laag
brandstofniveau (Blz. 663) uit te laten gaan. Als er slechts een kleine hoeveelheid
brandstof in de tank zit, kan het hybridesysteem mogelijk niet worden gestart. (De
standaardhoeveelheid brandstof is ongeveer 7,5 liter, als de auto op een vlakke onder-
grond staat. Deze waarde kan afwijken als de auto op een helling staat. Vul extra
brandstof bij wanneer de auto schuin staat.)
Elektromagnetische golven
De hoogspanningsonderdelen en -kabels van hybrideauto's zijn voorzien van een
afscherming voor elektromagnetische golven en zenden ongeveer net zo veel elek-
tromagnetische golven uit als conventionele auto's met een benzinemotor, of elektro-
nische huishoudapparatuur.
Uw auto kan storingen veroorzaken in niet-originele audio-onderdelen.
Batterijpakket (tractiebatterij)
De levensduur van het batterijpakket (tractiebatterij) is niet onbeperkt. De levensduur
van het batterijpakket (tractiebatterij) kan veranderen afhankelijk van de rijstijl en de
rijomstandigheden.
Declaration of conformity
De uitstoot van waterstof van dit model voldoet aan reglement ECE100 (voor de veilig-
heid van elektrisch aangedreven auto's met batterijen).
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 84 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
85
1-4. Hybridesysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen hoogspanningssysteem
Deze auto heeft zowel hoogspanningssystemen (wissel- en gelijkspanning) als een
12V-systeem. Beide hoogspanningssystemen (wissel- en gelijkspanning) zijn zeer
gevaarlijk en kunnen zeer ernstig letsel, ernstige brandwonden en elektrische schok-
ken veroorzaken.
Verwijder of vervang nooit hoogspanningscomponenten, hoogspanningskabels en
de stekkers ervan, raak ze niet aan en haal ze niet uit elkaar.
Het hybridesysteem wordt na het starten heet, aangezien het systeem gebruik-
maakt van hoogspanning. Wees alert op zowel hoogspanning als hoge temperatu-
ren en volg altijd de aanwijzingen op de waarschuwingslabels op.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 85 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
86
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Waarschuwingen voor het geval de auto bij een ongeval betrokken raakt
Neem de volgende voorschriften in acht om de kans op ernstig letsel te beperken:
Duw of sleep uw auto indien mogelijk van de weg, activeer de parkeerrem, zet de
selectiehendel in stand P en schakel het hybridesysteem uit.
Raak de onderdelen, kabels en stekkers waar hoogspanning op staat niet aan.
Als binnen of buiten de auto elektrische bedrading blootligt, kan er een elektrische
schok optreden. Raak blootliggende elektrische bedrading nooit aan.
Raak bij een eventuele vloeistoflekkage de vloeistof niet aan omdat het geconcen-
treerde alkalische elektrolyt uit het batterijpakket (tractiebatterij) kan zijn. Spoel
vloeistof die op uw huid of in uw ogen terecht is gekomen direct af met veel water
of, indien mogelijk, met boorwater. Schakel onmiddellijk medische hulp in.
Stap zo snel mogelijk uit als er brand uitbreekt in de hybrideauto. Gebruik nooit een
brandblusser die niet is bedoeld voor het blussen van brand als gevolg van een
elektrische storing. Zelfs het gebruik van een geringe hoeveelheid water om te
blussen kan al gevaarlijk zijn.
Als uw auto gesleept moet worden, dient dit te gebeuren met beide voorwielen
(2WD-uitvoeringen) of alle wielen (AWD-uitvoeringen) van de grond. Als de wielen
die gekoppeld zijn aan de elektromotor (tractiemotor) tijdens het slepen de grond
raken, kan de elektromotor elektriciteit blijven opwekken. Hierdoor kan brand ont-
staan. (Blz. 652)
Controleer het wegdek/de bodem onder de auto zorgvuldig. Als er vloeistoflekkage
waarneembaar is, kan het brandstofsysteem beschadigd zijn. Verlaat uw auto zo
spoedig mogelijk.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 86 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
87
1-4. Hybridesysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
WAARSCHUWING
Batterijpakket (tractiebatterij)
U mag het batterijpakket nooit doorverkopen, overdragen aan iemand anders of
aanpassen. Om ongelukken te voorkomen worden batterijpakketten die uit afge-
dankte auto's worden gehaald, ingezameld door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige. Voer het batterijpakket niet zelf af.
Als batterijpakketten niet juist worden ingezameld, kan het volgende gebeuren,
met ernstig letsel tot gevolg:
Het batterijpakket kan illegaal worden verkocht of ergens worden gedumpt, het
is schadelijk voor het milieu en iemand kan een onderdeel aanraken dat onder
hoogspanning staat en een elektrische schok krijgen.
Het batterijpakket is bedoeld om uitsluitend te worden gebruikt in uw hybride-
auto. Als het batterijpakket buiten uw auto wordt gebruikt of op een of andere
manier wordt aangepast, kunnen er ongelukken mee gebeuren: iemand kan
een elektrische schok krijgen, het batterijpakket kan hitte en rook genereren, er
kan zich een ontploffing voordoen en er kan elektrolyt uit het batterijpakket lek-
ken.
Wanneer u uw auto doorverkoopt of overdraagt, is het risico van een ongeval zeer
groot, omdat de persoon die de auto ontvangt mogelijk niet op de hoogte is van
deze gevaren.
Als uw auto wordt afgevoerd zonder dat het batterijpakket is verwijderd, bestaat de
kans op zware elektrische schokken als hoogspanningsonderdelen, kabels en aan-
sluitingen hiervan aangeraakt worden. Wanneer uw auto moet worden afgevoerd,
dient het batterijpakket te worden afgevoerd door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige. Als het batterijpakket niet op de juiste manier wordt afgevoerd, kan dit
elektrische schokken veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 87 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
88
1-4. Hybridesysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Ventilatieopening batterijpakket (tractiebatterij)
Voorkom dat zaken als stoelbekleding, plastic hoezen en bagage de ventilatieope-
ning blokkeren. Als deze ventilatieopening wordt afgedekt, kan het batterijpakket
(tractiebatterij) oververhit raken, waardoor het laden/ontladen van het batterijpak-
ket (tractiebatterij) beperkt kan worden.
Als er zich stof, enz. heeft verzameld in de ventilatieopening, maak deze dan
schoon met een stofzuiger om te voorkomen dat de opening verstopt raakt.
Laat de ventilatieopening niet nat of vuil worden, anders kan er kortsluiting ont-
staan en kan het batterijpakket (tractiebatterij) beschadigd raken.
Vervoer geen grote hoeveelheden water, zoals een gevuld reservoir voor een
waterdispenser, in de auto. Als er water op het batterijpakket (tractiebatterij) komt,
kan het batterijpakket beschadigd raken. Laat de auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Op de ventilatieopening is een filter geplaatst. Als het filter zelfs na het schoonma-
ken van de ventilatieopening nog zichtbaar vuil is, raden wij u aan het filter te reini-
gen of vervangen. Voor meer informatie over het schoonmaken of vervangen van
het filter, zie Blz. 625.
Als “Maintenance required for Traction battery cooling parts See owner’s manual”
(onderhoud vereist voor koelonderdelen tractiebatterij, zie handleiding) wordt weer-
gegeven op het multi-informatiedisplay, zitten de ventilatieopening en het filter
mogelijk verstopt. Raadpleeg Blz. 625 voor informatie over het schoonmaken van
de ventilatieopening.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 88 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
89
1
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Startblokkering
Het controlelampje knippert nadat het
contact UIT is gezet om aan te geven
dat het systeem in werking is.
Het controlelampje stopt met knippe-
ren als het contact in stand ACC of
AAN wordt gezet om aan te geven dat
het systeem is uitgeschakeld.
Onderhoud van het systeem
De auto is voorzien van een onderhoudsvrije startblokkering.
Omstandigheden waardoor het systeem mogelijk niet goed werkt
Als de greep van de sleutel tegen een metalen voorwerp wordt gehouden
Als de sleutel dicht bij of tegen een sleutel met ingebouwde transponderchip van een
andere auto wordt gehouden
De sleutels van de auto zijn uitgerust met ingebouwde transponder-
chips die voorkomen dat het hybridesysteem gestart kan worden met
een sleutel die niet in een eerder stadium is geregistreerd in de compu-
ter van de auto.
Laat de sleutels nooit in de auto achter als u de auto verlaat.
Dit systeem is ontworpen om autodiefstal te voorkomen, maar absolute
beveiliging tegen elke vorm van diefstal kan niet worden gegarandeerd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 89 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
90
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verklaring voor de startblokkering
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 90 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
91
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 91 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
92
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 92 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
93
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 93 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
94
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 94 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
95
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 95 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
96
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 96 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
97
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 97 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
98
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 98 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
99
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt
Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of verwijderen kan de juiste
werking van het systeem niet worden gegarandeerd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 99 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
100
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Supervergrendeling
Auto's die met dit systeem zijn uitge-
rust, zijn voorzien van labels op de
ruiten van de beide voorportieren.
Zet het contact UIT, laat alle inzittenden de auto verlaten en controleer of alle
portieren gesloten zijn.
Met de instapfunctie:
Raak binnen 5 seconden tweemaal het sensorgebied van de buitenportier-
greep van het bestuurders- of passagiersportier (indien voorzien van een
sensor) aan.
Met de afstandsbediening:
Druk tweemaal binnen 5 seconden op .
Bij gebruik van de instapfunctie: Houd de buitenportiergreep van het bestuur-
ders- of passagiersportier (indien voorzien van de sensor) ingedrukt.
Bij gebruik van de afstandsbediening: Druk op .
: Indien aanwezig
Toegang door onbevoegden wordt voorkomen door het ontgrendelen
van de portieren zowel van buitenaf als van binnenuit onmogelijk te
maken.
Inschakelen van de supervergrendeling
Uitschakelen van de supervergrendeling
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen voor de supervergrendeling
Schakel de supervergrendeling nooit in als er zich nog personen in de auto bevin-
den, omdat de portieren dan niet van binnenuit kunnen worden geopend.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 100 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
101
1
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Alarm
Met licht en geluid worden alarmsignalen gegeven wanneer er een inbraak-
poging wordt gedetecteerd.
Wanneer het alarmsysteem is ingeschakeld, wordt het alarm onder de vol-
gende omstandigheden geactiveerd:
Een vergrendeld portier of vergrendelde achterklep wordt op een andere
manier ontgrendeld of geopend dan met de instapfunctie of de afstandsbe-
diening. (De portieren zullen automatisch opnieuw worden vergrendeld.)
De motorkap wordt geopend.
Indien aanwezig, signaleert de inbraaksensor een beweging in de auto.
(Iemand dringt de auto binnen.)
Sluit de portieren en de achterklep en
vergrendel alle portieren met de
instapfunctie of de afstandsbediening.
Na 30 seconden wordt het systeem
automatisch ingeschakeld.
Het systeem is ingeschakeld zodra het
controlelampje niet meer constant
brandt maar knippert.
Het alarm kan op een van de volgende manieren worden gedeactiveerd.
Ontgrendel de portieren met de instapfunctie of de afstandsbediening.
Schakel het hybridesysteem in. (Het alarm wordt na enkele seconden
gedeactiveerd of uitgeschakeld.)
: Indien aanwezig
Het alarm
Inschakelen van het alarmsysteem
Deactiveren of uitschakelen van het alarm
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 101 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
102
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Onderhoud van het systeem
De auto is voorzien van een onderhoudsvrij alarmsysteem.
Zaken die gecontroleerd moeten worden alvorens de auto te vergrendelen
Controleer onderstaande zaken om ongewild activeren van het alarm en diefstal te
voorkomen.
Er is niemand in de auto.
De zijruiten en het schuifdak (indien aanwezig) zijn gesloten voordat het alarm wordt
ingeschakeld.
Er zijn geen waardevolle spullen of persoonlijke zaken in de auto achtergebleven.
Activeren van het alarm
Het alarm kan in de volgende situaties geactiveerd worden:
(Door het stopzetten van het alarm wordt het systeem gedeactiveerd.)
De portieren worden ontgrendeld met de
mechanische sleutel.
Een persoon in de auto opent een portier, de
achterklep of de motorkap of ontgrendelt de
auto met de vergrendelknop aan de binnen-
zijde.
De 12V-accu wordt opgeladen of vervangen
terwijl de auto is vergrendeld. (Blz. 719)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 102 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
103
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Door alarmsysteem bediende portiervergrendeling
In de volgende gevallen worden, afhankelijk van de situatie, de portieren automatisch
vergrendeld om potentiële indringers buiten de auto te houden:
Wanneer een in de auto achtergebleven persoon het portier ontgrendelt en het alarm
wordt geactiveerd.
Terwijl het alarm is geactiveerd, ontgrendelt een in de auto achtergebleven persoon
het portier.
Bij het bijladen of vervangen van de 12V-accu
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het systeem goed werkt
Verander of verwijder het systeem niet. Na veranderen of verwijderen kan de juiste
werking van het systeem niet worden gegarandeerd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 103 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
104
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De inbraaksensor signaleert indringers of een beweging in de auto.
Dit systeem is ontworpen om diefstal te voorkomen, maar een optimale
beveiliging tegen elke vorm van inbraak kan niet worden gegarandeerd.
Inschakelen van de inbraaksensor
Als het alarm wordt ingeschakeld, wordt de inbraaksensor automatisch
ingesteld.
(Blz. 101)
Uitschakelen van de inbraaksensor
Als u huisdieren of bewegende voorwerpen in de auto achterlaat, moet u
ervoor zorgen dat u de inbraaksensor uitschakelt voordat u het alarm
instelt, omdat deze sensor reageert op bewegingen binnen in de auto.
Zet het contact UIT.
Er wordt gedurende ongeveer 4 seconden een melding weergegeven op het
multi-informatiedisplay waarin u wordt gevraagd of u de inbraaksensor wilt uit-
schakelen.
Druk op of van de
bedieningstoetsen van het
stuurwiel, selecteer “Yes” (ja) en
druk vervolgens op .
Als er gedurende ongeveer 5 s
geen handeling wordt uitgevoerd,
dooft de melding automatisch en
wordt de inbraaksensor niet uitge-
schakeld.
De inbraaksensor zal iedere keer dat het contact AAN wordt gezet, worden inge-
schakeld.
Inbraaksensor (indien aanwezig)
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 104 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
105
1-5. Antidiefstalsysteem
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veiligheid en beveiliging
Als de melding waarin u wordt gevraagd of u de inbraaksensor wilt uitschakelen
niet wordt weergegeven
De melding wordt mogelijk niet weergegeven als er een andere melding wordt weerge-
geven. Zet in dat geval het contact AAN, volg de instructies op het display en zet het
contact weer UIT.
Uitschakelen en automatisch opnieuw inschakelen van de inbraaksensor
Het alarm kan zelfs worden ingeschakeld wanneer de inbraaksensor is uitgescha-
keld.
Druk op de startknop of ontgrendel de portieren met de instapfunctie of de afstands-
bediening om de inbraaksensor opnieuw in te schakelen.
De inbraaksensor wordt automatisch opnieuw ingeschakeld wanneer het alarmsys-
teem is uitgeschakeld.
Informatie over de inbraaksensor
De sensor activeert in de volgende gevallen mogelijk het alarm:
Het bewegen van mensen buiten de auto
Er bevinden zich nog personen of huisdieren
in de auto.
Een zijruit of het schuifdak (indien aanwezig)
is open.
In dit geval registreert de sensor mogelijk
het volgende:
Wind of beweging van voorwerpen, zoals
bladeren en insecten, in de auto
Ultrasoongolven van apparaten, zoals de
inbraaksensoren van andere auto's
Er bevinden zich onstabiele voorwerpen,
zoals loshangende accessoires of kleding
aan kledinghaakjes, in de auto.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 105 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
106
1-5. Antidiefstalsysteem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto staat in een wasstraat of een hogedruk-wasinstallatie.
De auto is blootgesteld aan schokken die het gevolg zijn van hagel, onweer of
andere van buitenaf komende herhaalde schokken of trillingen.
De auto is geparkeerd op een plek waar
extreme trillingen of geluiden optreden, zoals
in een parkeergarage.
Er wordt ijs of sneeuw van de auto verwij-
derd, waardoor de auto herhaaldelijk wordt
blootgesteld aan schokken of trillingen.
OPMERKING
Ervoor zorgen dat de inbraaksensor goed werkt
Als u andere accessoires installeert dan originele Toyota-onderdelen of wanneer u
voorwerpen achterlaat tussen de bestuurdersstoel en de stoel van de voorpassa-
gier, werkt de inbraaksensor mogelijk minder goed.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 106 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
107
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
2. Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel ................ 108
Waarschuwingslampjes en
controlelampjes..................... 118
Hoofdscherm........................... 125
Multi-informatiedisplay ............ 135
Head-up display ...................... 168
Energiemonitor/
verbruiksscherm ................... 174
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 107 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
108
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Instrumentenpaneel
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type ver-
schillend zijn.
Hoofdscherm (Blz. 125)
Op het hoofdscherm wordt basisinformatie met betrekking tot het rijden weergege-
ven, zoals de rijsnelheid en de resterende hoeveelheid brandstof.
Multi-informatiedisplay (Blz. 135)
Op het multi-informatiedisplay wordt informatie weergegeven die het gebruiksge-
mak van de auto vergroot, zoals de bedrijfsconditie van het hybridesysteem en de
geschiedenis van het brandstofverbruik. Tevens kunnen de informatie met betrek-
king tot de werking van de ondersteunende systemen en de instellingen van de
weergave op het instrumentenpaneel worden gewijzigd door over te schakelen
naar het instelscherm.
Waarschuwingslampjes en controlelampjes (Blz. 118)
De waarschuwingslampjes en controlelampjes gaan branden of knipperen om pro-
blemen met de auto aan te geven of de bedrijfsstatus van systemen in de auto
weer te geven.
Klok (Blz. 114)
Het grote instrumentenpaneel is voorzien van 2 LCD-schermen waarop
informatie, zoals de voertuigconditie, de rijstatus en het brandstofver-
bruik, wordt weergegeven.
Lay-out instrumentenpaneel
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 108 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
109
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De bedieningstoetsen voor het instrumentenpaneel op het stuurwiel kunnen
worden gebruikt om tussen de verschillende schermen te schakelen en om
de instellingen van functies die worden weergegeven op het scherm te wijzi-
gen.
Elke keer dat op de toets wordt
gedrukt, wijzigt de weergave van
de kilometerstand tussen kilome-
terteller, dagtellers, enz. en wijzigt
tevens de informatie over het
brandstofverbruik voor elke
afstand.
(Blz. 129)
Door op , , of te
drukken kunnen diverse handelin-
gen worden uitgevoerd, zoals door
het scherm scrollen
*, wijzigen van
de inhoud van het scherm
* en
bewegen van de cursor.
Deze toets wordt gebruikt om handelingen uit te voeren zoals selecteren
van het actuele item of schakelen tussen aan en uit.
Door deze toets in te drukken wordt het vorige scherm weer weergegeven.
*: Op schermen waar doorheen kan worden gescrold en waarvan de weergave kan
worden veranderd, worden merktekens weergegeven die de bedieningsrichting
(zoals en ) aangeven.
Handelingen met betrekking tot het instrumentenpaneel
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 109 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
110
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Auto's met linkse besturing
Als op de toetsen wordt gedrukt, verandert de verlichting van het instrumen-
tenpaneel als volgt.
De te selecteren helderheid van het instrumentenpaneel hangt af van het al dan
niet branden van de achterlichten en de helderheid van het omgevingslicht.
(Blz. 116)
Donkerder
Helderder
Als op de toetsen wordt gedrukt, wordt
het controlescherm voor het aanpas-
sen van het niveau (pop-updisplay
*)
weergegeven op het hoofdscherm.
*: Korte tijd na het voltooien van de handeling wordt het pop-updisplay uitgeschakeld.
Daarnaast kan het pop-updisplay worden in- en uitgeschakeld in de “Meter Custo-
mize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel).
(Blz. 164)
Auto's met rechtse besturing
Via het scherm van het multi-informatiedisplay kan de helderheid van
de verlichting van het instrumentenpaneel worden aangepast. (Blz. 161)
De te selecteren helderheid van het instrumentenpaneel hangt af van het al dan
niet branden van de achterlichten en de helderheid van het omgevingslicht.
(Blz. 116)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
op het scherm en selecteer .
Druk op om de cursor weer te geven.
Regeling verlichting instrumentenpaneel
1
2
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 110 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
111
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
om de helderheid van de verlichting van het instrumentenpaneel aan te
passen.
Donkerder
Helderder
Druk als het aanpassen is voltooid op
om terug te keren naar het vorige
scherm.
Bepaalde informatie wordt automatisch weergegeven overeenkomstig de
bediening van de startknop, de voertuigconditie, enz.
Starten van het hybridesysteem
Als het hybridesysteem start, wordt
op de 2 schermen een startanima-
tie weergegeven.
Als de animatie is afgelopen, wordt
overgeschakeld naar het normale
scherm.
De startanimatie wordt onder een
van de volgende omstandigheden
gestopt.
Als de selectiehendel in een andere stand dan P wordt gezet
Als het Simple Intelligent Parking Assist-systeem (indien aanwezig) wordt
ingeschakeld
3
1
2
Informatie automatisch weergegeven
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 111 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
112
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Na het tanken (indien aanwezig)
Als na het tanken het contact AAN
wordt gezet, wordt het instel-
scherm voor de benzineprijs*
weergegeven op het multi-informa-
tiedisplay.
Stel na het tanken de benzineprijs
altijd zo in, dat de functie “Eco
Savings” (eco-besparing)
(Blz. 149) op de juiste wijze werkt.
Instellingen met betrekking tot de functie “Eco Savings” (eco-besparing) kunnen
worden gewijzigd in de “Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeurs-
instellingen instrumentenpaneel). (Blz. 164)
*: Als er een te kleine hoeveelheid brandstof getankt is, wordt dit scherm mogelijk
niet weergegeven. (Blz. 134)
Als de ondersteunende systemen in werking zijn
Bij het gebruik van ondersteunende systemen, zoals het Dynamic Radar
Cruise Control-systeem met volledig snelheidsbereik
* (Blz. 400) en de
LTA (Lane Tracing Assist)
* (Blz. 378), wordt informatie met betrekking
tot elk systeem, afhankelijk van de situatie, automatisch weergegeven op
het multi-informatiedisplay.
Raadpleeg de bladzijde met uitleg over alle systemen voor details over de weer-
gegeven informatie en de inhoud van het display.
*: Indien aanwezig
Als u geïnformeerd moet worden over de auto
Als een verkeerde schakelstand wordt geselecteerd of er een probleem
optreedt in een voertuigsysteem, wordt een waarschuwingsmelding (of
afbeelding) weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Volg de instructies die worden weergegeven op het display als er een waarschu-
wingsmelding wordt weergegeven. (Blz. 670)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 112 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
113
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als het contact UIT wordt gezet (auto's met inbraaksensor)
Het selectiescherm voor het in-/uit-
schakelen van de inbraaksensor
wordt weergegeven op het multi-
informatiedisplay. (Blz. 104)
Als het hybridesysteem wordt uitgeschakeld
Vanaf het moment dat het hybridesysteem wordt gestart totdat het wordt
uitgeschakeld, worden de verstreken tijd, de afgelegde afstand, het gemid-
delde brandstofverbruik en de Eco Score (Blz. 142, 158) ongeveer elke
30 seconden weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Verstreken tijd sinds starten
hybridesysteem
Afgelegde afstand sinds starten
hybridesysteem
Gemiddeld brandstofverbruik
sinds starten hybridesysteem
Eco Score en advies
Weergave score voor elk Eco
Score-item (Blz. 142, 158)
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 113 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
114
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
U kunt de tijd instellen via het scherm (Blz. 155) van het multi-infor-
matiedisplay.
Instellen van de tijd
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel op het stuurwiel en selecteer .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel en selecteer .
Druk op om de cursor weer te geven.
Druk op of van de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om de curs-
orpositie te wijzigen en druk ver-
volgens op of om de
instelling te wijzigen.
Als de 12-uursweergave wordt
geselecteerd, wordt “12H” weerge-
geven en als de 24-uursweergave
wordt geselecteerd, wordt “24H”
weergegeven.
Bij het instellen van de minuten begint de werking automatisch vanaf 00 secon-
den.
Druk nadat de instellingen zijn aangepast op om terug te keren naar het
vorige scherm.
Klok afstellen
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 114 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
115
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Resetten van de weergave van de minuten
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel op het stuurwiel en selecteer .
Druk op of van de
bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel en selec-
teer .
Druk op .
De weergave van de minuten verandert in “00”.*
*
: bijv. 1:00 tot 1:29 1:00
1:30 tot 1:59 2:00
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 115 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
116
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Tellers en display worden verlicht als
Het contact AAN staat.
Instellen van de helderheid van het instrumentenpaneel (Blz. 110)
De te selecteren helderheid van het instrumentenpaneel hangt af van het al dan niet
branden van de achterlichten en de helderheid van het omgevingslicht, zoals aange-
geven in onderstaande tabel.
*: 22 helderheidsniveaus worden weergegeven op het instelscherm. De helderheid is
echter het sterkst als een ander niveau dan het 1e (het donkerste) wordt geselec-
teerd. Als een ander niveau dan het 1e of het 22e wordt geselecteerd wanneer de
achterlichten worden ingeschakeld op een donkere plaats, wordt de helderheidsin-
stelling van het instrumentenpaneel het geselecteerde niveau.
Als de achterlichten worden ingeschakeld in een donkere omgeving, wordt de ver-
lichting van het instrumentenpaneel gedimd. Als de helderheid van het instrumenten-
paneel echter wordt ingesteld op minimaal of maximaal (1e of 22e helderheidsniveau
van het instrumentenpaneel), wordt de verlichting van het instrumentenpaneel zelfs
als de achterlichten branden niet gedimd.
Bij het losnemen en aansluiten van de accukabels
De instellingen van de klok worden gereset.
Kalenderinstellingen
Zolang de kalender niet is ingesteld, wordt het controlescherm voor de kalenderin-
stellingen telkens als het contact AAN wordt gezet, weergegeven.
Nadat de kalenderinformatie is ingesteld, kan deze worden gewijzigd in de “Meter
Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel).
(Blz. 164)
Achterlichten
uitgeschakeld
Achterlichten
ingeschakeld
Op een heldere plaats
2 niveaus*
2 niveaus*
Op een donkere plaats 22 niveaus
Als kalenderinformatie wordt gewist door het
vervangen van de 12V-accu, het ontladen van
de accu, enz. wanneer het contact na onder-
houd AAN wordt gezet, wordt het controle-
scherm voor de kalenderinstellingen
automatisch weergegeven op het multi-infor-
matiedisplay.
Als er geen informatie met betrekking tot de
datum is ingesteld, kan het overzicht van het
brandstofverbruik niet juist worden opgesla-
gen. Stel de kalender altijd in als het controle-
scherm voor de kalenderinstellingen wordt
weergegeven. (Blz. 161)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 116 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
117
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
LCD-scherm
Op het scherm kunnen kleine vlekjes of lichte puntjes verschijnen. Dit verschijnsel is
kenmerkend voor LCD-schermen en u kunt het scherm zonder problemen blijven
gebruiken.
Pop-updisplay
Bij sommige functies, zoals de rijmodusselectieschakelaar of de airconditioning, is de
weergave van pop-updisplays op het multi-informatiedisplay gekoppeld aan de bedie-
ning. Als de pop-updisplays van deze functies niet gewenst zijn, kunnen ze worden uit-
geschakeld in de “Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen
instrumentenpaneel). (Blz. 164)
WAARSCHUWING
Voorkomen van ongevallen
Waarschuwingen voor het gebruik tijdens het rijden
Probeer uit veiligheidsoverwegingen tijdens het rijden de bedieningstoets van het
instrumentenpaneel zo min mogelijk te bedienen en blijf tijdens het rijden niet con-
tinu naar het multi-informatiedisplay kijken. Breng de auto tot stilstand en bedien de
bedieningstoets van het instrumentenpaneel. Als u dat niet doet, kunt u een stuur-
fout maken, waardoor een ongeval kan ontstaan.
OPMERKING
Informatiedisplay bij lage temperaturen
Laat het interieur van de auto op temperatuur komen alvorens het informatiedisplay
te gebruiken. Bij extreem lage temperaturen kan het informatiedisplay trager reage-
ren en worden wijzigingen mogelijk met enige vertraging weergegeven.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 117 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
118
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingslampjes en controlelampjes
De waarschuwingslampjes en controlelampjes informeren de bestuur-
der over de status van de diverse systemen in de auto.
Om de functie van alle lampjes uit te leggen, zijn in de volgende afbeel-
ding alle controle- en waarschuwingslampjes brandend afgebeeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 118 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
119
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingslampjes informeren de bestuurder over storingen in de syste-
men van de auto.
Waarschuwingslampjes
Waarschuwingslampjes Bladzijde
*
1
Waarschuwingslampje remsysteem (rood) Blz. 660
*
1
Waarschuwingslampje remsysteem (geel) Blz. 660
*
1
Laadstroomcontrolelampje Blz. 660
*
1
Waarschuwingslampje lage oliedruk Blz. 661
*
1
Motorcontrolelampje Blz. 661
*
1
Waarschuwingslampje SRS Blz. 661
*
1
Waarschuwingslampje ABS Blz. 661
*
1
Waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachti-
ging
(rood/geel)
Blz. 661
*
1, 2
Waarschuwingslampje PCS (indien aanwezig) Blz. 662
Controlelampje LTA (oranje) (indien aanwezig) Blz. 662
*
1
Controlelampje Traction Control Blz. 662
*
1
Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftempera-
tuur
Blz. 663
*
1, 3
Controlelampje PKSB OFF (indien aanwezig) Blz. 663
Waarschuwingslampje open portier/achterklep Blz. 663
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 119 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
120
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Deze lampjes gaan branden als het contact AAN wordt gezet om aan te geven dat
er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit nadat het hybridesysteem is
ingeschakeld of na enkele seconden. Er kan een storing in een systeem aanwezig
zijn als een lampje niet gaat branden of uitgaat. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste deskundige.
*
2
: Het lampje knippert of brandt om een storing aan te geven.
*
3
: Het lampje knippert om een storing aan te geven.
De controlelampjes informeren de bestuurder over de bedrijfsstatus van de
verschillende systemen van de auto.
Waarschuwingslampje laag brandstofniveau Blz. 663
Controlelampje bestuurders- en voorpassagiersgor-
del Blz. 664
Controlelampje achterpassagiersgordel Blz. 664
*
1
Centraal waarschuwingslampje Blz. 664
*
1
Waarschuwingslampje lage bandenspanning
(indien aanwezig)
Blz. 664
Controlelampjes
Waarschuwingslampjes Bladzijde
Controlelampjes Bladzijde
Controlelampje richtingaanwijzers Blz. 331
Controlelampje achterlicht Blz. 333
Waarschuwingslampje parkeerrem Blz. 332
Controlelampje grootlicht Blz. 334
Controlelampje mistlampen voor Blz. 342
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 120 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
121
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controlelampje mistachterlicht Blz. 342
Controlelampje antidiefstalsysteem
Blz. 89,
101
Controlelampje READY Blz. 316
Schakelstandindicatoren Blz. 325
*
1, 2
Controlelampje Traction Control Blz. 514
*
1, 3
Controlelampje VSC OFF Blz. 515
Controlelampje cruise control
Blz. 411,
417
Controlelampje Dynamic Radar Cruise Control
(indien aanwezig)
Blz. 400
Controlelampje cruise control SET
Blz. 400,
417
*
1, 3
Waarschuwingslampje PCS (indien aanwezig) Blz. 371
*
4
Controlelampje LTA (indien aanwezig) Blz. 387
Controlelampje stuurregeling (indien aanwezig) Blz. 387
Controlelampje Automatic High Beam-systeem
(indien aanwezig)
Blz. 338
Controlelampje BSM (indien aanwezig) Blz. 427
Controlelampje Toyota Parking Assist-sensor
(indien aanwezig)
Blz. 452
Controlelampjes Bladzijde
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 121 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
122
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Deze lampjes gaan branden als het contact AAN wordt gezet om aan te geven dat
er een systeemcontrole wordt uitgevoerd. Ze gaan uit nadat het hybridesysteem is
ingeschakeld of na enkele seconden. Er kan een storing in een systeem aanwezig
zijn als een lampje niet gaat branden of uitgaat. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste deskundige.
*
2
: Het lampje knippert om aan te geven dat het systeem in werking is.
*
3
: Het lampje gaat branden wanneer het systeem wordt uitgeschakeld.
*
4
: Afhankelijk van de bedrijfsconditie wijzigen de kleur en de manier waarop het con-
trolelampje brandt/knippert.
Hoofddisplay en multi-informatiedisplay
*: Het weergegeven controlelampje verandert overeenkomstig de huidige rijmodus.
*
1, 3
Controlelampje PKSB OFF (indien aanwezig) Blz. 466
*
1
Controlelampje S-IPA (indien aanwezig) Blz. 481
*
1
Controlelampje PASSENGER AIR BAG Blz. 49
Op het scherm weergegeven controlelampjes en symbolen
Controlelampjes Bladzijde
Controlelampjes Bladzijde
Controlelampje EV MODE Blz. 322
*
Controlelampje ECO MODE Blz. 422
*
Controlelampje PWR MODE Blz. 422
EV-controlelampje Blz. 141
Controlelampje snelheidsbegrenzer (indien aanwe-
zig)
Blz. 424
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 122 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
123
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Multi-informatiedisplay (weergave symbool*)
*: Deze symbolen worden weergegeven in combinatie met een melding. De hier
weergegeven symbolen zijn slechts voorbeelden, en er kunnen andere symbolen
worden weergegeven overeenkomstig de inhoud van het multi-informatiedisplay.
BSM-indicatoren (Blind Spot Monitor) in de buitenspiegels
(indien aanwezig) (Blz. 427)
Wanneer de BSM-functie is geactiveerd via het scherm van het multi-infor-
matiedisplay, wordt het contact AAN gezet.
Wanneer het systeem correct werkt, gaan de BSM-indicatoren in de buitenspiegels
na enkele seconden uit.
Wanneer de BSM-indicatoren in de buitenspiegels niet gaan branden of niet uit-
gaan, kan er een storing in het systeem aanwezig zijn.
Laat, als dit gebeurt, de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Weergave symbool Bladzijde
Smart entry-systeem met startknop Blz. 316
Brake Override-systeem/wegrijregeling/
Parking Support Brake-functie (indien aan-
wezig)
Blz. 665
LTA (Lane Tracing Assist) (indien aanwezig)
Blz. 392
Blz. 392
Er worden ook indicatoren weergegeven in
de buitenspiegels.
Om aan te geven dat het systeem werkt,
gaan de BSM-indicatoren in de buitenspie-
gels in de volgende situaties branden:
Wanneer het contact AAN staat, wordt de
BSM-functie geactiveerd via het scherm
van het multi-informatiedisplay.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 123 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
124
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Als een waarschuwingslampje van een veiligheidssysteem niet gaat branden
Als een lampje van een veiligheidssysteem zoals het ABS of het waarschuwings-
lampje SRS niet gaat branden als u het hybridesysteem start, kan dat betekenen dat
deze systemen niet beschikbaar zijn om u te beschermen in geval van een ongeval,
waardoor ernstig letsel zou kunnen ontstaan. Laat, als dit gebeurt, de auto onmiddel-
lijk nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
OPMERKING
Voorkomen van schade aan de motor en onderdelen ervan
De motor kan oververhit raken als het waarschuwingslampje voor een hoge koel-
vloeistoftemperatuur gaat branden of knipperen. Breng in dat geval de auto zo snel
mogelijk op een veilige plaats tot stilstand en controleer de motor nadat deze volle-
dig is afgekoeld. (Blz. 725)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 124 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
125
2
2. Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hoofdscherm
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type ver-
schillend zijn.
Op het hoofdscherm wordt basisinformatie weergegeven, zoals de rij-
snelheid en de resterende hoeveelheid brandstof. U kunt de weergege-
ven informatie aan de persoonlijke voorkeur aanpassen.
Informatie op display (auto's zonder RSA [Road Sign Assist] en snel-
heidsbegrenzer)
Enkelvoudig scherm* Split screen*
*
: Raadpleeg Blz. 131 voor informatie over het wijzigen
van de schermweergave.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 125 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
126
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Snelheidsmeter
Geeft de rijsnelheid weer
Brandstofmeter
Geeft aan hoeveel brandstof er nog in de tank aanwezig is
Buitentemperatuur
Geeft de buitentemperatuur aan binnen het bereik -40°C tot 50°C.
De temperatuurweergave knippert gedurende ongeveer 10 seconden wanneer de
buitentemperatuur tot ongeveer 3°C (37°F) of lager daalt, en stopt vervolgens met
knipperen.
Weergave kilometerstand (kilometerteller/dagtellers/actieradius)
De geschatte actieradius op basis van de kilometerstand en de resterende hoe-
veelheid brandstof kunnen worden weergegeven. (Blz. 129)
Weergave gemiddeld brandstofverbruik
Het gemiddelde brandstofverbruik dat is gekoppeld aan de weergave van de kilo-
meterstand kan worden weergegeven. (Blz. 129)
Subscherm
Als voor het hoofdscherm het split screen is geselecteerd, kan informatie, zoals de
hybridesysteemindicator en het actuele brandstofverbruik, worden weergegeven.
(Blz. 131)
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 126 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
127
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type ver-
schillend zijn.
Informatie op display (auto's met RSA [Road Sign Assist] en/of snel-
heidsbegrenzer)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 127 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
128
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Snelheidsmeter
Geeft de rijsnelheid weer
Brandstofmeter
Geeft aan hoeveel brandstof er nog in de tank aanwezig is
Buitentemperatuur
Geeft de buitentemperatuur aan binnen het bereik -40°C tot 50°C.
De temperatuurweergave knippert gedurende ongeveer 10 seconden wanneer de
buitentemperatuur tot ongeveer 3°C of lager daalt, en stopt vervolgens met knippe-
ren.
Weergave kilometerstand (kilometerteller/dagtellers/actieradius)
De geschatte actieradius op basis van de kilometerstand en de resterende hoe-
veelheid brandstof kunnen worden weergegeven. (Blz. 129)
Weergave gemiddeld brandstofverbruik
Het gemiddelde brandstofverbruik dat is gekoppeld aan de weergave van de kilo-
meterstand kan worden weergegeven. (Blz. 129)
Subscherm (als RSA [Road Sign Assist] en snelheidsbegrenzer uit zijn)
Informatie, zoals de hybridesysteemindicator en het actuele brandstofverbruik, kan
worden weergegeven. (Blz. 132)
Subscherm (als RSA [Road Sign Assist] en/of snelheidsbegrenzer aan
zijn)
Geeft informatie met betrekking tot de RSA (Road Sign Assist)* of de snelheidsbe-
grenzer weer. (Blz. 394, 424)
*: Wanneer RSA-informatie (Road Sign Assist) wordt weergegeven op het scherm
van het multi-informatiedisplay (Blz. 160), wordt geen RSA-informatie
(Road Sign Assist) weergegeven op het subscherm.
1
2
3
4
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 128 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
129
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Telkens wanneer wordt ingedrukt, wijzigt de weergave van de kilometer-
stand en het brandstofverbruik in de volgende volgorde van 1 t/m 6.
Weergave kilometerstand
Weergave gemiddeld brandstof-
verbruik
Nadat 1 t/m 6 zijn weergegeven, wordt
1 weer weergegeven.
Het weergegeven gemiddelde brand-
stofverbruik is een globale waarde.
Schakelen tussen de weergave van de kilometerstand en de weergave
van het gemiddelde brandstofverbruik
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 129 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
130
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Als ingedrukt wordt gehouden terwijl dit item wordt weergegeven, wordt de
informatie gereset.
*
2
: Telkens als het hybridesysteem wordt gestart, wordt dit item gereset.
Weergave kilometerstand
Weergave gemiddeld brandstofver-
bruik
1
ODO (kilometerteller)
Totale kilometerstand
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
laatste reset
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
laatste reset
*
1
2
TRIP A (dagteller A)
Kilometerstand sinds laatste reset
*
1
Gemiddeld brandstofverbruik TRIP A
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
TRIP A is gereset
*
1
3
TRIP B (dagteller B)
Kilometerstand sinds laatste reset
*
1
Gemiddeld brandstofverbruik TRIP B
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
TRIP B is gereset
*
1
4
(kilometerstand sinds starten
hybridesysteem)
Kilometerstand sinds starten hybri-
desysteem
*
2
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
starten hybridesysteem
Gemiddeld brandstofverbruik sinds
starten hybridesysteem
*
2
5
(actieradius)
Afstand die bij benadering met auto
gereden kan worden op basis van
de resterende hoeveelheid brand-
stof
Leeg scherm
6 Leeg scherm Leeg scherm
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 130 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
131
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voor het hoofdscherm kan gekozen worden tussen het enkelvoudige scherm
en het split screen.
Als het split screen wordt geselecteerd, kunnen naast de inhoud van het enkelvou-
dige scherm verschillende soorten informatie op een subscherm worden weergege-
ven.
Selecteer het scherm “Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voor-
keursinstellingen instrumentenpaneel) ( ) op het scherm
van het multi-informatiedisplay en druk vervolgens op . (Blz. 161)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
om “Simple/Split Screen” (enkelvoudig scherm/split screen) te selecteren.
Druk op om het instelscherm weer te geven.
Druk op of van de bedie-
ningstoetsen van het instrumen-
tenpaneel om een
weergavemodus te selecteren.
Druk op .
De inhoud van het hoofdscherm verandert in de geselecteerde weergavemodus.
Druk op om terug te keren naar het vorige scherm.
Wijzigen van de weergavemodus (auto's zonder RSA [Road Sign
Assist] en snelheidsbegrenzer)
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 131 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
132
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Auto's zonder RSA (Road Sign Assist) en snelheidsbegrenzer
Als split screen is geselecteerd voor het hoofdscherm, kan de op het sub-
scherm weer te geven informatie worden geselecteerd.
Auto's met RSA (Road Sign Assist) en/of snelheidsbegrenzer
Als de RSA en de snelheidsbegrenzer zijn uitgeschakeld, kan de op het sub-
scherm weer te geven informatie worden geselecteerd.
Druk op of van de bedie-
ningstoetsen van het instrumen-
tenpaneel en selecteer het
subscherm.
Als het subscherm is geselecteerd,
wordt weergegeven op het sub-
scherm.
Wijzigen van de inhoud die wordt weergegeven op het subscherm
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 132 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
133
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
om het weer te geven item te selecteren.
Een van de volgende 3 items kan worden weergegeven.
2
Informatie op display Detail
Hybridesysteemindicator
Er wordt een handige hybridesysteemindicator weergege-
ven.
Raadpleeg Blz. 140 voor informatie over het lezen van de
hybridesysteemindicator.
Actueel brandstofverbruik
Het actuele brandstofverbruik tijdens het rijden wordt weer-
gegeven.
Het merkteken geeft de waarde aan die wordt
weergegeven op het scherm voor het gemiddelde
brandstofverbruik (Blz. 129). Door de weergave van
het gemiddelde brandstofverbruik te wijzigen, verandert
ook de positie van het merkteken .
Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt gereset,
wordt het merkteken gereset naar 0.
Status batterijpakket (tractiebatterij)
Dezelfde inhoud als de status van het batterijpakket (trac-
tiebatterij) op de energiemonitor wordt weergegeven.
(Blz. 139)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 133 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
134
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Weergave buitentemperatuur
Onder de volgende omstandigheden wordt mogelijk niet de juiste buitentemperatuur
weergegeven of duurt het langer voordat de weergave wordt gewijzigd.
Wanneer de auto stilstaat of met lage snelheid rijdt (lager dan 20 km/h)
Wanneer de buitentemperatuur plotseling verandert (bijvoorbeeld bij het in- of uit-
rijden van een garage of tunnel)
Wanneer - of E wordt weergegeven, zit er mogelijk een storing in het systeem.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Actieradius
Deze afstand wordt berekend op basis van het gemiddelde brandstofverbruik. Hier-
door kan de werkelijke afstand die nog kan worden gereden, afwijken van de weer-
gegeven afstand.
Als er een kleine hoeveelheid brandstof wordt getankt, wordt de weergave mogelijk
niet bijgewerkt.
Zet tijdens het tanken het contact UIT. Als brandstof wordt getankt terwijl het contact
niet UIT staat, wordt de weergave mogelijk niet bijgewerkt.
Wijzigen van de rijmodus (Blz. 422)
*: De animatie die wordt weergegeven als de rijmodus wordt gewijzigd, kan worden
uitgeschakeld in de “Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellin-
gen instrumentenpaneel). (Blz. 164)
Als de rijmodus wordt gewijzigd, verandert de
rijmodusindicator en wordt een animatie
*
weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Tevens verandert de achtergrondkleur van het
hoofdscherm, de energiemonitor (Blz. 138)
en de hybridesysteemindicator (Blz. 140) als
volgt.
Rijmodi Achtergrondkleur
Normal-modus Groen
POWER-modus Rood
ECO-rijmodus Blauw
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 134 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
135
2
2. Instrumentenpaneel
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Multi-informatiedisplay
Informatie met betrekking tot alle ico-
nen aan de bovenzijde van het multi-
informatiedisplay kan worden weer-
gegeven door met de bedieningstoet-
sen van het instrumentenpaneel het
icoon te selecteren.
De iconen worden weergegeven als op
of van de bedieningstoetsen
van het instrumentenpaneel wordt
gedrukt en ze verdwijnen kort na het
indrukken van de toets.
Schermen die zijn gekoppeld aan voertuigfuncties worden mogelijk automatisch
weergegeven overeenkomstig de bedrijfsstatus van de desbetreffende functies.
Verschillende soorten informatie met betrekking tot de auto kunnen
worden weergegeven, inclusief de bedrijfsstatus van elk systeem en
gegevens met betrekking tot milieubewust rijden. Tevens kunnen de
instellingen van elk systeem worden aangepast aan de persoonlijke
voorkeur.
Informatie op display
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 135 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
136
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Als er een waarschuwingsmelding is die kan worden weergegeven, verandert de
kleur van in oranje.
Menu-iconen Inhoud Bladzijde
Rij-informatie
De energiemonitor die de bedrijfsstatus van het
hybridesysteem of andere informatie toont, zoals
het brandstofverbruik, wordt weergegeven.
Blz. 137
Display klokinstellingen
De klokinstellingen kunnen worden gewijzigd.
Blz. 155
Aan audiosysteem gekoppelde weergave
De instellingen van het audiosysteem kunnen wor-
den gewijzigd.
Blz. 155
Instelscherm airconditioning
De instellingen van de airconditioning kunnen wor-
den gewijzigd.
Blz. 156
Informatie ondersteunende systemen
De informatie met betrekking tot ondersteunende
systemen, zoals de LTA (Lane Tracing Assist)
*
1
en
het Dynamic Radar Cruise Control-systeem met
volledig snelheidsbereik
*
1
, wordt weergegeven.
Blz. 160
Weergave waarschuwingsmelding*
2
De waarschuwingsmeldingen worden weergege-
ven.
Blz. 160
Weergave instellingen
De instellingen van voertuigfuncties, de weergave
op het instrumentenpaneel, enz. kunnen worden
gewijzigd.
Blz. 161
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 136 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
137
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
en selecteer het icoon van het gewenste item.
Het geselecteerde icoon licht op en er wordt overgeschakeld op het informatie-
scherm.
Als split screen is geselecteerd voor het hoofdscherm of de RSA (Road Sign
Assist)
* en de snelheidsbegrenzer* zijn uitgeschakeld, kan het subscherm van het
hoofdscherm ook worden geselecteerd. (Blz. 132)
*: Indien aanwezig
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpaneel
om de informatie op het display te wijzigen.
Druk op op schermen waar
een item geselecteerd of bevestigd
moet worden.
Druk op schermen met weergaven van
tabs op om de weergave van de
tab te selecteren en druk op of
van de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om de weergave
op het scherm te wijzigen.
Druk op om terug te keren naar het vorige scherm.
Door als is geselecteerd op of van de bedieningstoetsen van
het instrumentenpaneel te drukken kan de volgende informatie worden weer-
gegeven.
Energiemonitor (Blz. 138)
Hybridesysteemindicator (Blz. 140)
“Fuel Consumption Record” (overzicht brandstofverbruik) (Blz. 144)
“Drive Monitor” (aandrijflijnmonitor) (Blz. 148)
“Eco Savings” (eco-besparing) (Blz. 149)
“Eco-Diary” (eco-logboek) (Blz. 152)
Weergave AWD (alleen AWD-uitvoeringen) (Blz. 154)
Basishandelingen
1
2
Weergave tab
3
Rij-informatie
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 137 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
138
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Energiemonitor
De energiemonitor kan worden gebruikt om de rijstatus van de auto, de
bedrijfsstatus van het hybridesysteem en de energieregeneratiestatus te
controleren.
Als er energie stroomt, verschijnt er een pijl en beweegt er een helder licht-
punt om de richting van de energiestroom te laten zien. Als er geen ener-
gie stroomt, wordt het heldere lichtpunt niet weergegeven.
Benzinemotor
Elektromotor
(tractiemotor)
Batterijpakket
(tractiebatterij)
Wiel
Helder lichtpunt dat de ener-
giestroom laat zien
Als voorbeeld worden alle pijlen in de afbeelding getoond, maar de werkelijke
inhoud van het scherm zal anders zijn.
(Voorbeeld display)
Als het batterijpakket (tractiebatterij) wordt opgeladen, beweegt het hel-
dere lichtpunt richting .
Tijdens het rijden beweegt het heldere lichtpunt van of (of beide,
afhankelijk van de situatie) richting .
*
Tijdens het rijden draaien de afgebeelde wielen.
*: De weergave is afhankelijk van de rijstatus.
1
2
3
4
5
3
1 2
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 138 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
139
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Status batterijpakket (tractiebatterij)
De weergave is onderverdeeld in 8 niveaus, afhankelijk van de ladingstoestand van
het batterijpakket (tractiebatterij).
De status van het batterijpakket (tractiebatterij) wordt ook weergegeven op het vol-
gende scherm, maar de informatie op het display is hetzelfde.
Subscherm van het hoofdscherm (Blz. 133)
Hybridesysteemindicator (Blz. 140)
Head-up display (indien aanwezig) (Blz. 168)
De ladingstoestand van het batterijpakket (tractiebatterij) wordt automatisch geregeld
door het hybridesysteem. Daarom bereikt de ladingstoestand van het batterijpakket
(tractiebatterij) die wordt weergegeven mogelijk niet het hoogste niveau (niveau 8),
zelfs niet wanneer er elektriciteit wordt opgewekt door regeneratief remmen of door
de benzinemotor. Dit duidt echter niet op een storing.
Waarschuwing ladingstoestand batterijpakket (tractiebatterij)
De zoemer klinkt met tussenpozen als het batterijpakket (tractiebatterij) ongeladen
blijft als de stand van de selectiehendel N is of als de resterende lading onder een
vastgesteld niveau daalt.
Als de ladingstoestand nog verder daalt, klinkt de zoemer continu.
Volg de aanwijzingen die worden weergegeven op het scherm om het probleem te
verhelpen als er een waarschuwingsmelding wordt weergegeven op het multi-infor-
matiedisplay en er een zoemer klinkt.
Laag
Hoog
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 139 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
140
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hybridesysteemindicator
Het display verandert overeenkomstig de bediening van het gaspedaal en
geeft de huidige rijstatus en de energieregeneratiestatus weer.
De hybridesysteemindicator kan worden weergegeven op het subscherm van
het hoofdscherm (Blz. 133) en op het head-up display (indien aanwezig)
(Blz. 168).
Lezen van het display
Laadgebied
Geeft aan dat er energie wordt teruggewonnen via het regeneratieve opladen.
Eco-gebied
Laat zien dat er milieuvriendelijk wordt gereden.
Power-gebied
Laat zien dat de grens van een bereik voor milieuvriendelijk rijden wordt over-
schreden (bij rijden op vol vermogen en dergelijke).
Hybride Eco-gebied*
1
Laat zien dat er niet vaak gebruik wordt gemaakt van het vermogen van de ben-
zinemotor.
De benzinemotor wordt automatisch gestopt en opnieuw gestart onder verschil-
lende omstandigheden.
Head-up display
(indien aanwezig)
SubschermMulti-informatiedisplay
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 140 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
141
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
EV-controlelampje*
2, 3
Het EV-controlelampje gaat branden wanneer de auto alleen door de elektromo-
tor (tractiemotor) wordt aangedreven of de benzinemotor niet draait.
Status batterijpakket (tractiebatterij)
Blz. 139
Eco Score
Blz. 142
Door de naald tijdens het rijden in het ECO-gebied te houden, rijdt u
milieuvriendelijker.
In het oplaadgebied wordt de regeneratiestatus
*
4
aangegeven. De
geregenereerde energie wordt gebruikt om het batterijpakket (tractie-
batterij) te laden.
*
1
: Niet weergegeven op het subscherm.
*
2
: Niet weergegeven op het subscherm of het head-up display.
*
3
: De functie van het controlelampje EV-modus kan worden uitgeschakeld in de
“Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumen-
tenpaneel). (Blz. 164)
*
4
: Met “regenereren” wordt in deze handleiding het omzetten van bewegingsener-
gie van de auto in elektrische energie bedoeld.
“ECO Accelerator Guidance” (begeleiding milieubewust bedienen
gaspedaal)
In het Eco-gebied wordt een
blauwe zone weergegeven die kan
worden gebruikt als referentiewer-
kingsgebied voor het gebruiken
van het gaspedaal overeenkomstig
de rijomstandigheden, zoals bij
wegrijden en rijden met constante
snelheid.
Het display “ECO Accelerator Gui-
dance” (begeleiding milieubewust
bedienen gaspedaal) verandert
overeenkomstig de rijomstandighe-
den, zoals bij wegrijden en rijden
met constante snelheid.
Het is gemakkelijker om milieuvriendelijk te rijden door te rijden overeenkomstig
het display dat de bedieningen van het gaspedaal toont en binnen het “ECO
Accelerator Guidance”-bereik (begeleiding milieubewust bedienen gaspedaal) te
blijven. (Blz. 293)
De functie “ECO Accelerator Guidance” (begeleiding milieubewust bedienen
gaspedaal) kan worden uitgeschakeld in de “Meter Customize”-instellingen (per-
soonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel). (Blz. 164)
5
6
7
“ECO Accelerator Guidance” (begeleiding
milieubewust bedienen gaspedaal)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 141 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
142
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Eco Score
De rijstatus voor de volgende 3 situaties wordt geëvalueerd op 5 niveaus:
soepel accelereren bij wegrijden (Eco-Start), rijden zonder plotseling acce-
lereren (Eco-Cruise) en soepel stoppen (Eco-Stop). Elke keer dat de auto
tot stilstand wordt gebracht, wordt een score weergegeven op basis van
een perfecte score van 100 punten.
Score
Status “Eco-Start”
Status “Eco-Cruise”
Status “Eco-Stop”
Lezen van het staafdisplay:
*: Voor items die niet onlangs zijn geëvalueerd, wordt 0 weergegeven.
Telkens als de auto wegrijdt, wordt de Eco Score gereset en wordt een
nieuwe evaluatie gestart.
Als de selectiehendel in stand P staat, wordt alleen de displayzone voor de
Eco Score vergroot en weergegeven. Als de selectiehendel vanuit stand P
in een andere stand wordt gezet, wordt de weergave weer normaal.
Als het hybridesysteem stopt, worden de huidige totaalscore en een
advies voor het verhogen van de score weergegeven. (Blz. 113)
1
2
3
4
Score Laag* Hoog
Staafdisplay
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 142 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
143
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de werking van alle functies stopt
In de volgende situaties stopt de werking van de hybridesysteemindicator.
Het controlelampje READY brandt niet.
De selectiehendel staat niet in stand D of B.
In de volgende situaties stopt de werking van de Eco Score en de “ECO Accelerator
Guidance” (begeleiding milieubewust bedienen gaspedaal).
De hybridesysteemindicator werkt niet.
De cruise control (indien aanwezig) of Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik (indien aanwezig) wordt gebruikt.
Het snelheidsbegrenzersysteem (indien aanwezig) wordt gebruikt en de rijsnel-
heid is ongeveer gelijk aan de snelheidsgrens of hoger.
Over de Eco Score
Na het wegrijden wordt de Eco Score pas weergegeven als de rijsnelheid hoger
wordt dan ongeveer 30 km/h.
Naast de rijstatus van de auto evalueert de Eco Score tevens de gebruiksomstandig-
heden van de airconditioning (Blz. 158). De score die wordt weergegeven als het
hybridesysteem stopt, is het totaalresultaat van de rijstatus na het starten van het
hybridesysteem en de gebruiksomstandigheden van de airconditioning.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 143 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
144
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
“Fuel Consumption Record” (overzicht brandstofverbruik)
De verandering van het gemiddelde brandstofverbruik na het starten van
het hybridesysteem kan elke 5 minuten of elke 1 km (0,6 mijl)
*
1
of 1 mijl
(1,6 km)
*
2
rijden worden gecontroleerd. Ook kan de geschiedenis van het
gemiddelde brandstofverbruik voor elke maand gecontroleerd worden
door over te schakelen op de “Monthly” (maandelijkse) weergave.
*
1
: Als de eenheid is ingesteld op km/h
*
2
: Als de eenheid is ingesteld op MPH (indien aanwezig)
Lezen van het scherm
De weergave “5 min” wordt als voorbeeld getoond. De basismethode voor
het lezen van het scherm is echter voor alle schermen met de geschiede-
nis van het brandstofverbruik hetzelfde.
Overzicht huidig gemiddeld
brandstofverbruik (gele weer-
gave)
*
1
Als de opgenomen eenheid wordt
overschreden (elke 5 min, elke 1 km
[0,6 mijl]
*
2
of 1 mijl [1,6 km]*
3
,
enz.) wordt de op dat moment weer-
gegeven geschiedenis naar de lin-
kerzijde verplaatst en wordt het
oudste overzicht gewist.
Vorig overzicht gemiddeld brandstofverbruik (groene weergave)
Weergave tab
Geeft soorten “Fuel Consumption Record” (overzicht brandstofverbruik) weer.
*
1
: Als “Monthly” (maandelijks) is gekozen, wordt het gemiddelde brandstofverbruik
voor de huidige maand weergegeven.
*
2
: Als de eenheid is ingesteld op km/h
*
3
: Als de eenheid is ingesteld op MPH (indien aanwezig)
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 144 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
145
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Soorten “Fuel Consumption Record” (overzicht brandstofverbruik)
Als de eenheid is ingesteld op km/h
*
1
: Telkens als het hybridesysteem stopt, wordt dit overzicht gereset.
*
2
: Er kunnen 3 niveaus voor de maximale waarde van de grafiek (10 l/100 km, 6 l/100
km en 3 l/100 km) worden geselecteerd door op of van de bedieningstoet-
sen van het instrumentenpaneel te drukken terwijl de weergave van de tab “Mont-
hly” (maandelijks) is geselecteerd.
*
3
: Het overzicht “Monthly” (maandelijks) kan worden gereset via het scherm “Meter
Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel).
(Blz. 164)
Weergave tab Geregistreerde inhoud Geregistreerd bereik
“5 min”
Gemiddeld brandstofverbruik
per 5 minuten
*
1
De afgelopen 30 minuten
“1 km”
Gemiddeld brandstofverbruik
per 1 km (0,6 mijl) rijden
*
1
De laatste 15 km rijden
“5 km”
Gemiddeld brandstofverbruik
per 5 km (3,1 mijl) rijden
*
1
De laatste 30 km rijden
“Monthly”
(maandelijks)
Gemiddeld brandstofverbruik
van deze maand
*
2, 3
Overzicht van de laatste 4
maanden en dezelfde maand
van het voorgaande jaar
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 145 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
146
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de eenheid is ingesteld op MPH (indien aanwezig)
*
1
: Telkens als het hybridesysteem stopt, wordt dit overzicht gereset.
*
2
: Er kunnen 3 niveaus voor de maximale waarde van de grafiek (150 MPG, 100 MPG
en 50 MPG) worden geselecteerd door op of van de bedieningstoetsen
van het instrumentenpaneel te drukken terwijl de weergave van de tab “Monthly”
(maandelijks) is geselecteerd.
*
3
: Het overzicht “Monthly” (maandelijks) kan worden gereset via het scherm “Meter
Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel).
(Blz. 164)
Weergave tab Geregistreerde inhoud Geregistreerd bereik
“5 min”
Gemiddeld brandstofverbruik
per 5 minuten
*
1
De afgelopen 30 minuten
“1 miles” (mijl)
Gemiddeld brandstofverbruik
per 1 mijl (1,6 km) rijden
*
1
De laatste 15 mijl rijden
“5 miles” (mijl)
Gemiddeld brandstofverbruik
per 5 mijl (8 km) rijden
*
1
De laatste 30 mijl rijden
“Monthly”
(maandelijks)
Gemiddeld brandstofverbruik
van deze maand
*
2, 3
Overzicht van de laatste 4
maanden en dezelfde maand
van het voorgaande jaar
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 146 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
147
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wijzigen van het scherm met de geschiedenis van het brandstofver-
bruik
Druk terwijl het scherm “Fuel Consumption Record” (overzicht brand-
stofverbruik) wordt weergegeven op .
De weergave van de tab wordt geselecteerd en de informatie op het display kan
worden gewijzigd.
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel om de informatie op het display te wijzigen.
Telkens wanneer wordt ingedrukt, verandert het display in de onderstaande
volgorde:
Als de eenheid is ingesteld op km/h
“5 min”, “1 km”, “5 km” en “Monthly” (maandelijks)*. Als wordt ingedrukt,
verandert het in omgekeerde volgorde.
Als de eenheid is ingesteld op MPH (indien aanwezig)
“5 min”, “1 miles” (mijl), “5 miles” (mijl) en “Monthly” (maandelijks)*. Als
wordt ingedrukt, verandert het in omgekeerde volgorde.
*: Na “Monthly” (maandelijks) wordt “5 min” weer weergegeven.
Kalenderinstellingen
Blz. 167
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 147 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
148
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
“Drive monitor” (aandrijflijnmonitor)
Geeft informatie weer, zoals de verstreken tijd en de gemiddelde rijsnel-
heid, die zijn gekoppeld aan de huidige weergave van de kilometerstand.
(Blz. 129)
Huidige informatie op het dis-
play
De weergegeven informatie laat
zien op welke geregistreerde
afstand de op dat moment weerge-
geven inhoud is gebaseerd.
“Elapsed Time” (verstreken tijd)
“Average Speed” (gemiddelde
snelheid)
“EV Driving Ratio” (verhouding
rijden in EV-modus)
De weergegeven afstand bij de weergave van de kilometerstand is het percen-
tage dat alleen met vermogen van de elektromotor is gereden.
Elke keer als op wordt gedrukt (Blz. 129) verandert de inhoud van
de “Drive monitor” (aandrijflijnmonitor) als volgt.
*
1
: Als het gemiddelde brandstofverbruik wordt gereset (Blz. 130), wordt het display
van de “Drive monitor” (rijmonitor) eveneens gereset.
*
2
: Als de dagteller wordt gereset (Blz. 130), wordt het display van de “Drive monitor”
(rijmonitor) eveneens gereset.
*
3
: Telkens als het hybridesysteem wordt gestart, wordt dit item gereset.
1
2
3
4
Weergave
kilometerstand
Inhoud van de “Drive monitor”
(aandrijflijnmonitor)
ODO
After Reset
(sinds resetten)
Informatie sinds laatste reset*
1
TRIP A TRIP A
Informatie op basis van de geregistreerde
afstand van TRIP A
*
2
TRIP B TRIP B
Informatie op basis van de geregistreerde
afstand van TRIP B
*
2
After Start (sinds
starten)
Informatie sinds starten hybridesysteem*
3
Leeg scherm
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 148 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
149
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
“Eco Savings” (eco-besparing) (indien aanwezig)
Informatie over de “Gasoline Price” (benzineprijs)
*
1
en informatie over de
“COMP. Consumption” (vergelijking verbruik) wordt geregistreerd in de
“Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instru-
mentenpaneel) (Blz. 164), waardoor het mogelijk is 2 soorten informatie
met betrekking tot het benzineverbruik weer te geven.
SAVINGS (besparing)
Als er geen informatie over de auto die wordt gebruikt om het brandstof-
verbruik te vergelijken (“COMP. Consumption” (vergelijking verbruik)),
wordt ingevoerd en het brandstofverbruik van deze auto volgens de kilo-
meterstand van de dagteller
*
2
hoger is dan dat van de vergelijkende auto,
wordt een schatting
*
3
van de brandstofkostenbesparing weergegeven.
FUEL COST (brandstofkosten)
Als er geen informatie over de auto die wordt gebruikt om het brandstof-
verbruik te vergelijken (“COMP. Consumption” (vergelijking verbruik)),
wordt ingevoerd, wordt een schatting
*
3
van de brandstofkostenbesparing
weergegeven overeenkomstig de kilometerstand van de dagteller
*
2
.
*
1
: Om het overzicht van “SAVINGS” (besparing) en “FUEL COST” (brandstofkos-
ten) weer te geven is informatie over de “Gasoline Price” (benzineprijs) nodig.
*
2
: De weergave kan worden gewijzigd van de geschiedenis van de kilometerstand
naar de geschiedenis per maand. (Blz. 151)
*
3
: De weergegeven hoeveelheid is slechts een schatting en kan afwijken van de
werkelijke hoeveelheid.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 149 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
150
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lezen van het display
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type ver-
schillend zijn.
Afgelegde afstand dagteller*
Schatting van brandstofbesparing voor weergegeven afgelegde
afstand
*
Schatting van de benodigde uitgaven voor brandstof om de op dat
moment weergegeven afstand af te leggen
*
Schatting van de uitgaven voor brandstof om de op dat moment weer-
gegeven afstand af te leggen (uw auto)
*
Schatting van de uitgaven voor brandstof om de op dat moment weer-
gegeven afstand af te leggen (vergelijkende auto)
*
*
: Als de dagteller wordt gereset (Blz. 130), wordt het overzicht “Eco Savings”
(eco-besparing) eveneens gereset.
Weergave FUEL COST
(brandstofkosten)
Weergave SAVINGS
(besparing)
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 150 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
151
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controle van het overzicht per maand
De weergave op het display kan worden gewijzigd naar TRIP (dagteller) of
“Monthly” (maandelijks) door op te drukken terwijl de weergave van
de tab is geselecteerd en vervolgens op of van de bedie-
ningstoetsen van het instrumentenpaneel te drukken.
Met behulp van de weergave
“Monthly” (maandelijks) kunnen de
overzichten per maand voor
SAVINGS (besparing) en FUEL
COST (brandstofkosten) worden
gecontroleerd.
De overzichten van de laatste 5
maanden kunnen worden weerge-
geven door van de bedie-
ningstoetsen van het
instrumentenpaneel in te drukken
terwijl de weergave van de tab
“Monthly” (maandelijks) is geselec-
teerd.
Voer “History Reset” (resetten geschiedenis) in de “Meter Customize”-instellin-
gen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel) uit (Blz. 164) om
de informatie van “Monthly” (maandelijks) te resetten.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 151 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
152
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
“Eco-Diary” (eco-logboek)
De geschiedenis van de afgelegde afstand en het gemiddelde brandstof-
verbruik kan per dag (“Daily”) of per maand (“Monthly”) worden weergege-
ven in een tabel.
Lezen van het display
Registratie van de dag/maand
Datum/maand van opgeslagen informatie
Totale afgelegde afstand voor de dag/maand
Gemiddeld brandstofverbruik voor de dag/maand
Weergave tab
De weergave op het display kan worden gewisseld tussen “Daily” (dagelijks) en
“Monthly” (maandelijks) door op te drukken om de selectievoorwaarde in te
voeren en vervolgens of van de bedieningstoetsen van het instrumen-
tenpaneel in te drukken.
Weergave “Monthly”
(maandelijks)
Weergave “Daily”
(dagelijks)
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 152 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
153
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bekijken van de geschiedenis
Op alle schermen kunnen opgeslagen overzichten voor de volgende perio-
den worden weergegeven door op of van de bedieningstoetsen
van het instrumentenpaneel te drukken.
Als het hierboven genoemde aantal overzichten wordt overschreden,
wordt de oudste informatie gewist.
Voer “History Reset” (resetten geschiedenis) in de “Meter Customize”-
instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumentenpaneel) uit
(Blz. 164) om de geschiedenis te resetten. (De informatie voor “Daily”
(dagelijks) en “Monthly” (maandelijks) kunnen afzonderlijk worden gere-
set.)
Kalenderinstellingen
Blz. 167
Weergegeven scherm Weergegeven informatie Opgeslagen informatie
“Daily” (dagelijks)
4 rapporten
Maximaal 32 rapporten
(8 schermen)
“Monthly” (maandelijks)
Maximaal 12 rapporten
(3 schermen)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 153 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
154
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Weergave AWD (alleen AWD-uitvoeringen)
Geeft de status van de aandrijving van elk wiel weer in 6 stappen van 0 tot
5.
Lezen van het display
Status aandrijving wiel links
voor
Status aandrijving wiel rechts
voor
Status aandrijving wiel links
achter
Status aandrijving wiel rechts
achter
Lezen van het display m.b.t. de status van de aandrijving:
Over display status aandrijving
Geeft de status van de aandrijving van elk wiel aan d.m.v. het aantal balkjes geba-
seerd op de rijomstandigheden en het AWD-systeem.
Wanneer de aandrijfkracht naar elk wiel groot is, neemt het aantal balkjes toe en
wanneer de aandrijfkracht klein is, neemt het aantal balkjes af.
Wanneer het aantal balkjes bij de achterwielen klein is, bepaalt het systeem dat er
stabiel wordt gereden en wordt de AWD-functie opgeheven voor een lager brandstof-
verbruik.
1
2
3
4
Status aandrijving Niet aangedreven Maximale aandrijving
Controlelampjes
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 154 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
155
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De klokinstellingen kunnen worden
gewijzigd.
De informatie over de op dat moment
geselecteerde audiobron wordt weer-
gegeven.
De afbeelding dient slechts als voor-
beeld en wijkt mogelijk af van het wer-
kelijke scherm.
Druk om de audiobron te wijzigen op
om het keuzescherm voor de
audiobron weer te geven, druk op
of van de bedieningstoetsen van
het instrumentenpaneel en selecteer
de gewenste audiobron en druk vervol-
gens op .
Druk op op het keuzescherm voor de audiobron om het selecteren van de
audiobron te annuleren.
Display klokinstellingen
Item Resultaat van instelling
Instellen van de klok.
(Blz. 114)
Zet de minuten op “00”.
(Blz. 115)
Aan audiosysteem gekoppelde weergave
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 155 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
156
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De instellingen van de airconditioning kunnen worden gecontroleerd op het
scherm en worden gewijzigd met de bedieningstoetsen van het instrumenten-
paneel.
Druk op het instelscherm van de airconditioning op of van de bedie-
ningstoetsen van het instrumentenpaneel om de informatie op het display te wijzi-
gen.
Raadpleeg Blz. 530 voor meer informatie over de airconditioning.
Schermweergaven en instellingen die kunnen worden gewijzigd
Instelscherm airconditioning
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 156 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
157
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: LO (laag) wordt weergegeven als de temperatuur is ingesteld op het laagste niveau
en HI (hoog) wordt weergegeven als de temperatuur is ingesteld op het hoogste
niveau.
*
2
: De te selecteren modi zijn afhankelijk van het al dan niet aanwezig zijn van een
passagier. (Blz. 533)
Wijzigen van de instellingen
Druk op om de cursor weer te geven.
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel om het item te selecteren dat u wilt instellen.
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel om het in te stellen item of de in te stellen waarde te selecteren.
Het airconditioningsysteem kan niet worden uitgeschakeld door het uit-
voeren van handelingen op het instelscherm voor het airconditio-
ningsysteem. Schakel het airconditioningsysteem uit met de
aircoschakelaar.
Item Instellingen
Eco Score
(score airco)
Blz. 158
Ingestelde tem-
peratuur
Verandert overeenkomstig de bediening van de bedie-
ningstoetsen van het instrumentenpaneel
*
1
Buitenluchtmo-
dus en recircula-
tiemodus
(buitenluchtmodus)
(recirculatiemodus)
Aanjagersnel-
heid
1 - 7
CLIMATE PRE-
FERENCE (kli-
maatvoorkeur)
NORMAL
(normaal)
ECO FAST (snel)
Geconcen-
treerde luchtcir-
culatiemodus
voorstoel (S-
FLOW-modus)
“On (Driver
Priority)” (aan (pri-
oriteit bestuur-
der))
*
2
“On (Fr Seat
Only)” (aan (alleen
voorstoel))
*
2
“Off (All seat)” (uit
(alle stoelen))
1
2
3
4
5
6
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 157 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
158
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Eco Score (score airco)
De huidige gebruiksstatus van de airconditioning wordt geëvalueerd op 5
niveaus om te bepalen of hij milieubewust gebruikt wordt.
De evaluatie verandert overeenkomstig de gebruiksstatus van de aircondi-
tioning. Als het contact uit wordt gezet, worden de huidige totale rijscore
*
1
en het advies*
2
met betrekking tot het gebruik van de airconditioning
weergegeven. (Blz. 113)
Lage score
*
3
Hoge score
Vermijden van overmatig gebruik
van de airconditioning en gebruik-
maken van de juiste instellingen van
de airconditioning overeenkomstig
de omgevingstemperatuur en het
aantal inzittenden in combinatie met
de geconcentreerde luchtcirculatie-
modus voorstoel (S-FLOW) ( )
en CLIMATE PREFERENCE (kli-
maatvoorkeur) resulteren in een
hogere score.
*
1
: Gedurende ongeveer 1 minuut na het AAN zetten van het contact wordt de Eco
Score (score airco) niet geëvalueerd.
*
2
: Afhankelijk van de situatie wordt dit advies mogelijk niet weergegeven.
*
3
: Voor items die niet zijn geëvalueerd met een Eco Score (score airco), wordt 0
weergegeven.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 158 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
159
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bedieningstoetsen van het bedieningspaneel van de airconditioning
Het pop-updisplay dat wordt weergegeven als de instellingen van de airconditioning
worden gewijzigd met de toetsen van de airconditioning, kan worden uitgeschakeld
in de “Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen instrumen-
tenpaneel). (Blz. 164)
Eco Score (score airco)
De status van de instellingen van de volgende functies van de airconditioning komt
tot uitdrukking in de score.
Ingestelde temperatuur
Instellen van de aanjagersnelheid
Buitenluchtmodus en recirculatiemodus
Toets A/C
Geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel (S-FLOW-modus)
CLIMATE PREFERENCE (klimaatvoorkeur)
De Eco Score (score airco) wordt geëvalueerd met inachtneming van de omgevings-
temperatuur en de temperatuur in de auto. Daarom verandert, zelfs als altijd dezelfde
instellingen worden gebruikt voor de airconditioning, de evaluatie op basis van facto-
ren als het seizoen en het weer.
De Eco Score (score airco) wordt niet geëvalueerd als de airconditioning niet wordt
gebruikt of als de luchtcirculatiemodus of is geselecteerd. (Als de aircon-
ditioning niet wordt geëvalueerd, komt zijn gebruiksstatus niet tot uitdrukking in de
totale Eco Score.)
De Eco Score (score airco) is een functie die u helpt een instelling van de airconditio-
ning te selecteren die het brandstofverbruik reduceert en geen functie die zorgt voor
een optimaal comfort en een laag brandstofverbruik.
Als de toetsen van de airconditioning worden
bediend om de instellingen van de airconditi-
oning te wijzigen terwijl een ander scherm
dan het instelscherm van de airconditioning
wordt weergegeven op het multi-informatie-
display, wordt een pop-updisplay voor de
instellingen van de airconditioning weergege-
ven. De instellingen van de airconditioning
kunnen echter niet worden gewijzigd op het
pop-updisplay.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 159 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
160
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De bedrijfsstatus van ondersteu-
nende systemen, zoals de LTA (Lane
Tracing Assist) (indien aanwezig) en
het Dynamic Radar Cruise Control-
systeem met volledig snelheidsbe-
reik (indien aanwezig), en waarschu-
wingen worden weergegeven.
Raadpleeg de bladzijde over de desbe-
treffende functie voor meer informatie
over de ondersteunende systemen.
De waarschuwingsmeldingen die zijn
weergegeven sinds het contact AAN
is gezet, kunnen worden bekeken.
Als meerdere waarschuwingsmel-
dingen zijn weergegeven kan de weer-
gave worden gewijzigd door op of
van de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel te drukken.
Waarschuwingsmeldingen die zijn gewist en bepaalde andere waarschuwingsmel-
dingen worden niet weergegeven. Als er geen waarschuwingsmeldingen zijn die
kunnen worden bekeken, wordt ook weergegeven dat er geen meldingen zijn.
Informatie ondersteunende systemen
Weergave waarschuwingsmelding
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 160 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
161
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Informatie met betrekking tot de werking van de ondersteunende systemen
en instellingen van de weergave op het instrumentenpaneel kunnen worden
gewijzigd.
Om ondersteunende systemen, zoals het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) (indien
aanwezig) en de Blind Spot Monitor (indien aanwezig) in en uit te schakelen hoeft u
alleen op te drukken. Zorg ervoor dat u de systemen niet per ongeluk uitschakelt.
Instellen
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel op het stuurwiel en selecteer .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer het item dat u wilt wijzigen en druk vervolgens op .
Als de functie wordt in- en uitge-
schakeld of als de gevoeligheid,
enz. wordt gewijzigd op het instel-
scherm, wordt de instelling, telkens
wanneer op wordt gedrukt,
gewijzigd.
Het instelscherm wordt weergege-
ven voor functies waarvoor informa-
tie over de werking, de informatie op
het display, enz. van een functie kan
worden geselecteerd.
Selecteer de instelling of de gewenste waarde (tijd, enz.) met de bedie-
ningstoetsen van het instrumentenpaneel als het instelscherm wordt
weergegeven.
*
1, 2
Selecteer voor selecteerbare infor-
matie over de werking en instel-
waarden de gewenste instelling of
waarde en druk vervolgens op .
Druk op om de selectie te annu-
leren.
Selecteer “Proceed” (doorgaan) of
“Cancel” (annuleren) en druk op
als het controlescherm voor de
instellingen wordt weergegeven.
*
1
: Afhankelijk van het item kan na het selecteren van een item een volgend
instelscherm worden weergegeven.
*
2
: Voor items waarbij het aanpassingsniveau of de tijd wordt ingesteld, wordt na
het instellen van het item het instelscherm weergegeven totdat op wordt
gedrukt.
Weergave instellingen
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 161 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
162
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Tabel instellingen
Item Instellingen Resultaat van instelling
*
1
“On” (aan)
Schakelt de Lane Centering-functie van de LTA
(Lane Tracing Assist) in en uit. (Blz. 378)
“Off” (uit)
*
1
“On” (aan)
Schakelt de stuurassistentiefunctie van de LTA
(Lane Tracing Assist) in en uit. (Blz. 378)
“Off” (uit)
*
1
“High” (hoog)
Wijzigt de gevoeligheid van de waarschuwing
van de LTA (Lane Tracing Assist). (Blz. 378)
“Standard” (stan-
daard)
*
1
“On” (aan)
Schakelt het PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
in en uit. (Blz. 371)
“Off” (uit)
*
1
“Early” (vroeg)
Wijzigt het waarschuwingstijdstip van het PCS
(Pre-Crash Safety-systeem). (Blz. 371)
“Middle” (gemid-
deld)
“Late” (laat)
*
1
“On” (aan)
Schakelt de Toyota Parking Assist-sensor in en
uit. (Blz. 452)
“Off” (uit)
*
1
“On” (aan)
Schakelt de Parking Support Brake-functie in en
uit. (Blz. 466)
“Off” (uit)
*
1
“On” (aan)
Schakelt de Blind Spot Monitor in en uit.
(Blz. 428)
“Off” (uit)
*
1
“On” (aan) Schakelt de waarschuwing slingeren auto van
de LTA (Lane Tracing Assist) in en uit.
(Blz. 378)
“Off” (uit)
*
1
“High” (hoog)
Wijzigt de gevoeligheid van de waarschuwing
slingeren auto van de LTA (Lane Tracing
Assist). (Blz. 378)
“Standard” (stan-
daard)
“Low” (laag)
*
1
Hoogte
Wijzigt de weergavepositie en helderheid van
het head-up display. (Blz. 170)
Helderheid
*
1
“On” (aan)
Schakelt de RSA (Road Sign Assist) in en uit.
(Blz. 394)
“Off” (uit)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 162 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
163
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Alleen auto's met rechtse besturing
*
1
“On” (aan) Schakelt het Dynamic Radar Cruise Control-
systeem met Road Sign Assist in en uit.
(Blz. 412)
“Off” (uit)
*
1
“km/h”
Wijzigt de eenheid voor de snelheid die wordt
weergegeven op het scherm.
“MPH”
*
2
Meter
brightness (hel-
derheid instru-
mentenpaneel)
Wijzigt de helderheid van de verlichting van het
instrumentenpaneel. (Blz. 110)
“Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen
instrumentenpaneel): Blz. 164
“Vehicle Settings”-instellingen (voertuiginstellingen): Blz. 750
Item Instellingen Resultaat van instelling
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 163 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
164
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
“Meter Customize”-instellingen (persoonlijke voorkeursinstellingen
instrumentenpaneel) ( )
Item Instellingen Resultaat van instelling
Simple/Split
Screen (enkel-
voudig scherm/
split screen)
*
1
Simple (enkelvoudig)
Wijzigt de weergavemodus van
het hoofdscherm. (Blz. 131)
Split
Screen OFF
(scherm UIT)
*
2
“Yes” (ja)
Uitschakelen van het multi-infor-
matiedisplay.
“No” (nee)
“HV System
Indicator” (con-
trolelampje
hybridesysteem)
(Blz. 140)
“ECO Accelera-
tor Guidance”
(begeleiding
milieubewust
bedienen gas-
pedaal)
“On”
(aan)
Schakelt de “ECO Accelerator
Guidance” (begeleiding milieube-
wust bedienen gaspedaal) in en
uit.
“Off” (uit)
“EV Indicator
Light On/Off
(EV-controle-
lampje aan/uit)
“On”
(aan)
Schakelt het EV-controlelampje in
en uit.
“Off” (uit)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 164 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
165
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Pop-up Display
On/Off (pop-
updisplay aan/
uit)
Instrument
Panel Light
(verlichting
instrumentenpa-
neel)
*
3
“On”
(aan)
Schakelt het pop-updisplay van
het geselecteerde item op het
multi-informatiedisplay in en uit.
“Off” (uit)
Gasoline Price
(benzineprijs)
*
1
“On”
(aan)
“Off” (uit)
“Climate
settings” (instel-
lingen klimaatre-
geling)
“On”
(aan)
“Off” (uit)
“Cruise
Control
Operation
Display” (weer-
gave werking
cruise control)
“On”
(aan)
“Off” (uit)
HUD
Settings (instel-
lingen HUD)
*
1
“On”
(aan)
“Off” (uit)
“Driving Mode
Select” (rijmo-
dusselectie)
“On”
(aan)
“Off” (uit)
“Language”
(taal)
*
4
English (Engels)
Wijzigt de taal die op het scherm
wordt weergegeven.
“Français” (Frans)
“Español” (Spaans)
“Deutsch” (Duits)
“Italiano” (Italiaans)
(Russisch)
“Türkçe” (Turks)
“Calendar”
(kalender)
Dag/maand/jaar
Wijzigt de datum die wordt
gebruikt voor het registreren van
de verbruiksgegevens.
“Eco Savings”
(eco-bespa-
ring)
*
1
(Blz. 149)
“Gasoline Price” (benzine-
prijs)
Registreert de gegevens die wor-
den gebruikt om de “Eco Savings”
(ECO-besparing) te berekenen en
registreren.
“COMP. Consumption”
(vergelijking verbruik)
Item Instellingen Resultaat van instelling
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 165 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
166
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Als het instelscherm is uitgeschakeld, wordt het weer weergeven door op te
drukken.
*
3
: Alleen auto's met linkse besturing
*
4
: De talen die kunnen worden weergegeven, zijn per regio verschillend.
In te stellen onderwerpen
Tijdens het rijden kunnen de instelitems “Meter Customize” (persoonlijke voorkeurs-
instellingen instrumentenpaneel) en “Vehicle Settings” (voertuiginstellingen) niet wor-
den geselecteerd en bediend.
Tevens wordt het instelscherm in de volgende situaties tijdelijk uitgeschakeld.
Er wordt een waarschuwingsmelding weergegeven.
De auto rijdt weg.
Instellingen voor functies waarmee de auto niet is uitgerust, worden niet weergegeven.
Als een functie is uitgeschakeld, kunnen de instellingen voor de desbetreffende func-
tie niet worden geselecteerd.
“History Reset”
(resetten
geschiedenis)
“Monthly Fuel
Consumption”
(maandelijks
brandstofver-
bruik)
“Yes”
(ja)
Wist gegevens van “Fuel Con-
sumption Record (Monthly)” (over-
zicht brandstofverbruik
(maandelijks)). (Blz. 144)
“No”
(nee)
“Eco Savings
(Monthly)” (eco-
besparing
(maandelijks))
*
1
“Yes”
(ja)
Wist gegevens van “Eco Savings
(Monthly)” (eco-besparing (maan-
delijks)). (Blz. 149)
“No”
(nee)
“Eco-Diary
(Daily)” (eco-
logboek (dage-
lijks))
“Yes”
(ja)
Wist gegevens van “Eco-Diary
(Daily)” (eco-logboek (dagelijks)).
(Blz. 152)
“No”
(nee)
“Eco-Diary
(Monthly)” (eco-
logboek (maan-
delijks))
“Yes”
(ja)
Wist gegevens van “Eco-Diary
(Monthly)” (eco-logboek (maande-
lijks)). (Blz. 152)
“No”
(nee)
“Initialization”
(initialisatie)
“Yes” (ja) Zet de instellingen van het instru-
mentenpaneel weer op de stan-
daardinstellingen.
“No” (nee)
Item Instellingen Resultaat van instelling
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 166 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
167
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Kalenderinstellingen
De informatie in de kalenderinstellingen is gekoppeld aan de geregistreerde informa-
tie voor “Fuel Consumption Record (Monthly)” (overzicht brandstofverbruik (maande-
lijks)) (Blz. 144) en “Eco-Diary” (eco-logboek) (Blz. 152). Als de kalenderdatum
wordt gewijzigd, wordt elke registratie als volgt verwerkt:
*: Niet geregistreerde maand-/datuminformatie wordt ingesteld op “0” of “0.0”.
Als de geregistreerde inhoud van “Fuel Consumption Record (Monthly)” (overzicht
brandstofverbruik (maandelijks)) wordt gewijzigd door een wijziging van de kalende-
rinstellingen, wordt de “Monthly” (maandelijkse) informatie van “Eco Savings” (eco-
besparing) (Blz. 149) ook gewijzigd. (indien aanwezig)
Soort datumwijziging
Registratie “Fuel Consump-
tion Record (Monthly)” (over-
zicht brandstofverbruik
(maandelijks))
Registratie “Eco-Diary”
(eco-logboek)
Datum gewijzigd in datum in
de toekomst
Niet gewist* Niet gewist*
Datum gewijzigd in datum
vóór vorige maand
Gewist Alles gewist
Datum gewijzigd in vroe-
gere datum in huidige
maand
Niet gewist
Alleen gegevens “Daily”
(dagelijks) gewist
WAARSCHUWING
Aandachtspunten tijdens het instellen van het display
Zorg dat de auto geparkeerd staat op een plaats met voldoende ventilatie, aangezien het
hybridesysteem tijdens het instellen van het display moet draaien. In een afgesloten
ruimte, zoals een garage, kunnen uitlaatgassen die het schadelijke koolmonoxide (CO)
bevatten, zich ophopen en in de auto terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor de
gezondheid.
OPMERKING
Tijdens het instellen van het display
Zorg ervoor dat het hybridesysteem draait tijdens het instellen van het display om te
voorkomen dat de 12V-accu leeg raakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 167 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
168
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Head-up display
De eenheden die op het display worden aangegeven, kunnen per model/type ver-
schillend zijn.
Bedieningstoetsen instrumentenpaneel
Deze toetsen worden gebruikt voor het aanpassen van de positie en de helderheid
van het head-up display. (Blz. 170)
Toets HUD (head-up display) (Blz. 169)
Weergave rijsnelheid
Auto's met rechtse besturing:
De eenheid voor de snelheid verschijnt onder de weergave van de rijsnelheid.
Weergave cruise control
Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik (indien aanwezig):
Geeft de ingestelde snelheid en de naderingswaarschuwing weer. (Blz. 400)
Cruise control (indien aanwezig):
Geeft alleen de ingestelde snelheid weer. (Blz. 417)
Hybridesysteemindicator (Blz. 140)
Hulpdisplay
(Blz. 171)
Op dit display wordt informatie weergegeven voor alle ondersteunende systemen
overeenkomstig de rijomstandigheden.
: Indien aanwezig
Het head-up display kan de huidige rijsnelheid en de hybridesys-
teemindicator vóór de bestuurder weergeven. Het kan ook verschil-
lende soorten informatie weergeven om de bestuurder te helpen.
Bedieningstoetsen en informatie op display
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 168 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
169
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De toets HUD kan worden gebruikt om het head-up display in en uit te scha-
kelen en de weergave op het display te wijzigen.
Als het head-up display is uitgeschakeld
Door op de toets HUD te drukken
wordt het head-up display inge-
schakeld en de weergave gestart.
Het controlelampje in de toets HUD
gaat branden.
Het scherm voor het aanpassen van
de positie en de helderheid van het
display wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay. (Blz. 170)
Als het head-up display is ingeschakeld
De items die worden weergegeven, kunnen worden gewijzigd door op de
toets HUD te drukken.
Weergave rijsnelheid en weer-
gave cruise control
*
Weergave rijsnelheid en hybri-
desysteemindicator
*
Raadpleeg Blz. 140 voor informatie
over de hybridesysteemindicator.
Geen weergave (head-up dis-
play is uit)
Het controlelampje in de toets HUD
gaat uit.
*: Als het hulpdisplay van een onder-
steunend systeem wordt weergege-
ven, wordt het display tijdelijk
uitgeschakeld.
Toets HUD (head-up display)
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 169 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
170
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Om de zichtbaarheid van het head-up display te verbeteren, kunnen de posi-
tie en de helderheid van het display worden afgesteld.
Weergeven van het afstelscherm op het multi-informatiedisplay.
Als het head-up display is ingeschakeld:
Selecteer op het scherm van het multi-informatiedisplay
en druk vervolgens op . (Blz. 161)
Als het head-up display is uitgeschakeld:
Als op de toets HUD wordt gedrukt, wordt het afstelscherm voor het head-
up display automatisch weergegeven.
*
1
Als binnen ongeveer 6 seconden geen aanpassingen worden gedaan*
2
, keert het
multi-informatiedisplay automatisch terug naar het vorige scherm.
Afstellen van de positie en de helderheid van het display met de bedie-
ningstoetsen van het instrumentenpaneel.
De positie van het head-up display ver-
andert als op of wordt gedrukt.
De helderheid van het head-up display
verandert als op of wordt
gedrukt.
Als op wordt gedrukt, keert het
multi-informatiedisplay terug naar het
vorige scherm.
*
1
: Deze functie kan worden uitgeschakeld. (Blz. 164)
*
2
: Het afstelscherm kan plotseling worden geannuleerd als het wordt onderbroken
door een waarschuwingsmelding die wordt weergegeven op het display.
Afstellen van positie en helderheid display
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 170 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
171
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hulpdisplays van de ondersteunende systemen
Hulpdisplays zijn gekoppeld aan de werking van de volgende systemen en
worden gebruikt om bepaalde informatie die wordt getoond op het multi-
informatiedisplay op het head-up display weer te geven.
*: Indien aanwezig
Hulpdisplay centraal waarschuwingslampje
Als het centrale waarschuwings-
lampje (Blz. 664) brandt of knip-
pert, wordt op het head-up display
een hulpdisplay weergegeven om
de bestuurder te informeren.
Als het centrale waarschuwings-
lampje brandt of knippert, bekijk dan
de melding die wordt weergegeven
op het multi-informatiedisplay en
voer de desbetreffende storingzoek-
procedure uit. (Blz. 670)
Auto's met rechtse besturing:
Het centrale waarschuwingslampje verschijnt onder de weergave van de rijsnel-
heid.
Hulpdisplay
Systeem Weergegeven informatie
PCS (Pre-Crash Safety-systeem)*
(Blz. 367)
Pre-Crash-waarschuwing
LTA (Lane Tracing Assist)* (Blz. 378)
Display Lane Departure Alert-func-
tie
Waarschuwing handen van het
stuurwiel
Weergave waarschuwing voor
slingeren
Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik
* (Blz. 400)
Display naderingswaarschuwing
RSA (Road Sign Assist)* (Blz. 394)
Verkeersborden, aanvullende
tekens, enz.
Parking Support Brake-functie* (Blz. 464)
Weergave werking
(weergave symbool)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 171 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
172
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Inschakelen/uitschakelen van het head-up display
Als het head-up display wordt uitgeschakeld met de toets HUD, wordt het niet weerge-
geven totdat het head-up display weer wordt ingeschakeld met de toets HUD. (De
werking van het head-up display is niet gekoppeld aan het contact.)
Helderheid display
De helderheid van het head-up display wordt automatisch aangepast aan de bedrijfs-
status van de koplampen (aan/uit) en de helderheid van de omgeving.
Als de helderheid van het head-up display boven een bepaald niveau wordt inge-
steld, wordt het display automatisch gedimd als de auto tot stilstand wordt gebracht.
Zodra de auto wegrijdt en een rijsnelheid van ongeveer 5 km/h of hoger bereikt, keert
het display automatisch terug naar de vorige helderheid.
Weergave rijsnelheid
In een extreem koude omgeving wijken de weergave van de snelheidsmeter en de rij-
snelheid van het head-up display mogelijk iets af.
Head-up display
Met een (gepolariseerde) zonnebril op is het head-up display soms moeilijk aflees-
baar.
Als de 12V-accu wordt losgekoppeld
De aangepaste instellingen van het head-up display worden gereset.
WAARSCHUWING
Voordat u het head-up display gebruikt
Controleer of de positie en de helderheid van het head-up display geen belemme-
ring vormen voor veilig rijden. Als de positie of de helderheid van het display niet
goed is afgesteld, kan het zicht van de bestuurder worden belemmerd, waardoor
een ongeval en ernstig letsel kunnen ontstaan.
Kijk tijdens het rijden niet voortdurend op het head-up display, aangezien u anders
voetgangers, objecten op de weg, enz. over het hoofd kunt zien.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 172 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
173
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de onderdelen
Projector display
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 173 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
174
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Energiemonitor/verbruiksscherm
Multi-informatiedisplay
Blz. 135
Scherm audiosysteem
Geeft het scherm “Energy monitor” (energiemonitor), “Trip information” (rit-
informatie) of “History” (geschiedenis) weer.
Zonder navigatiefunctie
Druk op de toets MENU.
Selecteer “Info” op het scherm “Menu”.
Met navigatiefunctie
Druk op de toets MENU.
Selecteer “Info” op het scherm “Menu”.
Selecteer ECO op het scherm “Information” (informatie).
U kunt de status van de auto zien op het multi-informatiedisplay en op
het scherm van het audiosysteem.
1
2
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 174 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
175
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als een ander scherm dan “Energy” (energie) wordt weergegeven, selecteert
u “Energy” (energie).
2WD-uitvoeringen
Energiemonitor
Scherm audiosysteem
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de elektromotor (tractie-
motor)
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de benzinemotor en de
elektromotor (tractiemotor)
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de benzinemotor
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 175 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
176
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De volgende afbeeldingen zijn slechts voorbeelden en kunnen licht afwijken
van de werkelijke situaties.
Wanneer het batterijpakket (tractie-
batterij) wordt geladen
Wanneer er geen energieover-
dracht plaatsvindt
Status batterijpakket (tractiebatterij)
Scherm audiosysteem
Laag Vol
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 176 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
177
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
AWD-uitvoeringen
Scherm audiosysteem
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de elektromotor (tractie-
motor)
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de benzinemotor en de
elektromotor (tractiemotor)
Wanneer de auto wordt aangedre-
ven door de benzinemotor
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 177 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
178
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De volgende afbeeldingen zijn slechts voorbeelden en kunnen licht afwijken
van de werkelijke situaties.
Wanneer het batterijpakket (tractie-
batterij) wordt geladen
Wanneer er geen energieover-
dracht plaatsvindt
Status batterijpakket (tractiebatterij)
Scherm audiosysteem
Laag Vol
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 178 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
179
2. Instrumentenpaneel
2
Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ritinformatie
Als een ander scherm dan “Ritinformatie” wordt weergegeven, selecteert u
“Ritinformatie”.
Het brandstofverbruik gedu-
rende de laatste 15 minuten
De geregenereerde energie
gedurende de laatste 15 minu-
ten
Eén symbool staat voor 30 Wh.
Er worden maximaal 5 symbolen
getoond.
Actueel brandstofverbruik
Resetten van de verbruiksgege-
vens
Gemiddelde rijsnelheid sinds het starten van het hybridesysteem
Verstreken tijd sinds het starten van het hybridesysteem
Actieradius
Het gemiddelde brandstofverbruik gedurende de laatste 15 minuten wordt
door middel van kleuren verdeeld in vorige gemiddelden en gemiddelden
sinds de laatste keer dat het contact AAN is gezet. Het weergegeven
gemiddelde brandstofverbruik is een globale waarde.
De afbeelding is slechts een voorbeeld en kan afwijken van de werkelijke
situatie.
Brandstofverbruik
1
2
3
4
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 179 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
180
2. Instrumentenpaneel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Geschiedenis
Als een ander scherm dan “Geschiedenis” wordt weergegeven, selecteert
u “Geschiedenis”.
Het laagste gemeten brandstof-
verbruik
Recent brandstofverbruik
Vorige gemeten brandstofver-
bruik
Zonder navigatiefunctie:
Geeft het gemiddelde dagelijkse
brandstofverbruik weer. (In plaats
van de datum wordt “Rit 1” t/m “Rit
5” weergegeven.)
Met navigatiefunctie:
Geeft het gemiddelde dagelijkse brandstofverbruik weer.
Het recente brandstofverbruik bijwerken
De gegevens uit de geschiedenis resetten
De geschiedenis van het gemiddelde brandstofverbruik is door middel van
kleuren verdeeld in vorige gemiddelden en het gemiddelde brandstofver-
bruik sinds de gegevens de laatste keer zijn bijgewerkt.
Het weergegeven gemiddelde brandstofverbruik is een globale waarde.
De afbeelding is slechts een voorbeeld en kan afwijken van de werkelijke
situatie.
De gegevens uit de geschiedenis bijwerken
Werk het recente brandstofverbruik bij door “Updaten” te selecteren om het actuele
brandstofverbruik opnieuw te meten.
De gegevens resetten
De verbruiksgegevens kunnen worden gewist door “Wissen” te selecteren.
Actieradius
Geeft de geschatte maximale afstand aan die nog met de in de tank aanwezige brand-
stof kan worden gereden.
Deze afstand wordt berekend op basis van het gemiddelde brandstofverbruik. Hier-
door kan de werkelijke afstand die nog kan worden gereden, afwijken van de weerge-
geven afstand.
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 180 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
181
3
Bediening van
elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
3-1. Informatie over sleutels
Sleutels ................................... 182
3-2. Openen, sluiten en
vergrendelen van
de portieren
Portieren.................................. 187
Achterklep ............................... 192
Smart entry-systeem met
startknop ............................... 197
3-3. Verstellen van de stoelen
Voorstoelen ............................. 265
Achterstoelen .......................... 267
Hoofdsteunen.......................... 270
3-4. Verstellen van het
stuurwiel en de spiegels
Stuurwiel ................................. 274
Binnenspiegel.......................... 276
Buitenspiegels......................... 278
3-5. Openen en sluiten van
de ruiten en het schuifdak
Elektrisch bedienbare ruiten.... 281
Schuifdak ................................ 286
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 181 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
182
3-1. Informatie over sleutels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sleutels
Bij de auto worden de volgende sleutels geleverd.
Elektronische sleutels
Bedienen van het Smart entry-sys-
teem met startknop (Blz. 197)
Gebruik van de afstandsbedienings-
functie
Mechanische sleutels
Plaatje met sleutelnummer
Vergrendelen van alle portieren
(Blz. 187)
Sluiten van de zijruiten en het
schuifdak (indien aanwezig)
*
(Blz. 187)
Ontgrendelen van alle portieren
(Blz. 187)
Openen van de zijruiten en het
schuifdak (indien aanwezig)
*
(Blz. 187)
*: Deze instellingen moeten aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast door
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De sleutels
1
2
3
Afstandsbediening
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 182 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
183
3-1. Informatie over sleutels
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schuif het ontgrendelknopje opzij om
de mechanische sleutel uit de elektro-
nische sleutel te verwijderen.
De mechanische sleutel kan maar in
één richting ingestoken worden, aan-
gezien slechts één zijde van de sleutel
van een groef is voorzien. Als u de
sleutel niet in de slotcilinder kunt ste-
ken, draait u de sleutel om en probeert
u het opnieuw.
Bewaar de mechanische sleutel na gebruik in de elektronische sleutel. Zorg dat u
de mechanische sleutel en de elektronische sleutel bij u hebt. Als de batterij van de
elektronische sleutel leeg is of de instapfunctie niet goed werkt, bent u op de
mechanische sleutel aangewezen. (Blz. 716)
Als u uw mechanische sleutels verliest
Een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige kan een nieuwe originele mechanische
sleutel maken met behulp van de andere originele mechanische sleutel en het sleutel-
nummer op uw plaatje met sleutelnummer. Bewaar het plaatje met het sleutelnummer
op een veilige plaats buiten de auto, bijvoorbeeld in uw portemonnee.
Aan boord van een vliegtuig
Zorg ervoor dat u aan boord van een vliegtuig niet op de toetsen van de elektronische
sleutel drukt. Zorg ervoor dat de toetsen niet per ongeluk ingedrukt kunnen worden als
u de elektronische sleutel in bijvoorbeeld een tas hebt opgeborgen. Bij het indrukken
van de toetsen kan de elektronische sleutel radiogolven uitzenden die de bediening
van het vliegtuig kunnen beïnvloeden.
Gebruik van de mechanische sleutel
Ontgren-
delings-
hendel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 183 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
184
3-1. Informatie over sleutels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Leegraken batterij elektronische sleutel
De standaard levensduur van de batterij is 1 - 2 jaar.
Als de batterij bijna leeg is, klinkt een waarschuwingssignaal in de auto en wordt er
een melding weergegeven op het multi-informatiedisplay als het hybridesysteem
wordt uitgeschakeld.
Omdat de elektronische sleutel altijd radiogolven ontvangt, raakt de batterij ook ont-
laden wanneer de elektronische sleutel niet wordt gebruikt. De volgende symptomen
geven aan dat de batterij van de elektronische sleutel mogelijk ontladen is. Vervang
de batterij indien nodig. (Blz. 634)
Het Smart entry-systeem met startknop of de afstandsbediening werkt niet.
Het detectiegebied wordt kleiner.
Het ledcontrolelampje in de sleutel gaat niet branden.
U kunt zelf de batterij vervangen (Blz. 634). Aangezien echter de elektronische
sleutel beschadigd zou kunnen raken, raden wij u aan om de vervanging te laten uit-
voeren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Houd, om de levensduur van de batterij niet nodeloos te bekorten, de elektronische
sleutel op een afstand van minimaal 1 m van de volgende elektrische apparaten met
een magnetisch veld:
Televisietoestellen
•Computers
Mobiele telefoons, draadloze telefoons en batterijladers
Tafellampen
Inductiekookplaten
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 184 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
185
3-1. Informatie over sleutels
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als er een melding met betrekking tot de status van de elektronische sleutel of
de stand van het contact, enz. wordt weergegeven
Om te voorkomen dat de elektronische sleutel in de auto wordt opgesloten, de auto
wordt achtergelaten zonder het contact UIT te zetten, andere inzittenden per ongeluk
de sleutel mee naar buiten nemen, enz. wordt op het multi-informatiedisplay mogelijk
een melding weergegeven die de gebruiker vraagt de status van de elektronische
sleutel of de stand van het contact te bevestigen. Volg in zo'n geval de instructies op
het display onmiddellijk op.
Als “Key Battery Low Replace Key Battery” (sleutelbatterij leeg, vervang sleutel-
batterij) wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
De batterij van de elektronische sleutel is (bijna) leeg. Vervang de batterij van de elek-
tronische sleutel. (Blz. 634)
Batterij vervangen
Blz. 634
Bevestiging van het aantal geregistreerde sleutels
Het aantal al geregistreerde sleutels kan worden bevestigd. Neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Als “A New Key has been Registered Contact Your Dealer for Details” (Er is een
nieuwe sleutel geregistreerd. Neem voor meer informatie contact op met uw dea-
ler) wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
Deze melding wordt weergegeven elke keer dat het bestuurdersportier wordt geopend
als de portieren van buitenaf worden ontgrendeld gedurende ongeveer 10 dagen
nadat er een nieuwe elektronische sleutel is geregistreerd.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de melding wordt
weergegeven, maar u geen nieuwe elektronische sleutel hebt geregistreerd, om te
controleren of er een onbekende elektronische sleutel (anders dan de sleutels die u in
uw bezit hebt) is geregistreerd.
Als een verkeerde sleutel wordt gebruikt
De slotcilinder zal vrij kunnen draaien.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 185 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
186
3-1. Informatie over sleutels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Voorkomen van beschadiging van de sleutel
Laat de sleutels niet vallen, stel ze niet bloot aan sterke schokken en buig ze niet.
Stel de sleutels niet langdurig bloot aan hoge temperaturen.
Voorkom dat de sleutels nat worden en reinig ze niet in een ultrasoon reinigingsbad
of iets dergelijks.
Bevestig geen metaalhoudende of magnetische voorwerpen aan de sleutels en
houd de sleutels uit de buurt van dergelijke voorwerpen.
Haal de sleutels niet uit elkaar.
Plak geen stickers o.i.d. op het oppervlak van de elektronische sleutel.
Houd de sleutels uit de buurt van apparaten die magnetische velden opwekken, bij-
voorbeeld televisietoestellen, audiosystemen en inductiekookplaten.
Houd de sleutels uit de buurt van medische apparatuur, zoals laagfrequente thera-
peutische uitrusting en therapeutische apparaten met microgolven, en zorg ervoor
dat u de sleutels niet bij u draagt als u medische hulp ontvangt.
De elektronische sleutel bij u dragen
Houd de elektronische sleutel altijd ten minste 10 cm uit de buurt van ingeschakelde
elektrische apparaten. Radiogolven die worden uitgezonden door elektrische appa-
raten die zich minder dan 10 cm van de elektronische sleutel vandaan bevinden,
kunnen de correcte werking van de sleutel hinderen.
In geval van storingen in het Smart entry-systeem met startknop of andere pro-
blemen met de sleutel
Breng uw auto, inclusief alle elektronische sleutels die bij uw auto zijn geleverd, naar
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer u een elektronische sleutel verliest
Als de elektronische sleutel zoek blijft, wordt het risico aanzienlijk groter dat de auto
wordt gestolen. Ga onmiddellijk met alle overgebleven elektronische sleutels die bij
uw auto zijn geleverd naar een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 186 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
187
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Portieren
Smart entry-systeem met startknop
Zorg dat u de elektronische sleutel bij u hebt om deze functie in te kunnen
schakelen.
Pak de portiergreep van het
bestuurdersportier of het voor-
passagiersportier met de sensor
(indien aanwezig) vast om alle
portieren te ontgrendelen.
Zorg ervoor dat u de sensor aan de
achterzijde van de portiergreep aan-
raakt.
De portieren kunnen gedurende
3 seconden na het vergrendelen
niet worden ontgrendeld.
Raak de vergrendelsensor (de uitholling in het oppervlak van de voor-
portiergreep) aan om de portieren te vergrendelen.
Controleer of het portier goed vergrendeld is.
Afstandsbediening
Vergrendelen van alle portieren
Controleer of het portier goed ver-
grendeld is.
Ingedrukt houden om de zijruiten en
het schuifdak (indien aanwezig) te
sluiten.
*
Ontgrendelen van alle portieren
Ingedrukt houden om de zijruiten en
het schuifdak (indien aanwezig) te
openen.
*
*
: Deze instellingen moeten aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast door
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De portieren kunnen worden vergrendeld en ontgrendeld met de
instapfunctie, de afstandsbediening of de schakelaars van de centrale
vergrendeling.
Van buitenaf ontgrendelen en vergrendelen van de portieren
1
2
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 187 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
188
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Feedbacksignalen
De alarmknipperlichten knipperen om aan te geven dat de portieren zijn vergrendeld/
ontgrendeld. (Vergrendeld: eenmaal; ontgrendeld: tweemaal)
Beveiligingsfunctie
Als er niet binnen ongeveer 30 seconden na het ontgrendelen van de auto een portier
wordt geopend, zorgt de beveiligingsfunctie ervoor dat de auto weer automatisch
wordt vergrendeld.
Wanneer het portier niet kan worden vergrendeld met de vergrendelsensor op
het oppervlak van de portiergreep
Zoemer centrale vergrendeling
Als geprobeerd wordt de portieren te vergrendelen wanneer een portier niet geheel
gesloten is, klinkt er gedurende 5 seconden een zoemer. Sluit het portier volledig om
de zoemer uit te schakelen en vergrendel de portieren opnieuw.
Het alarm inschakelen (indien aanwezig)
Wanneer de portieren worden vergrendeld, wordt het alarmsysteem ingeschakeld.
(Blz. 101)
Wanneer het Smart entry-systeem met startknop of de afstandsbediening niet
goed werkt
Gebruik de mechanische sleutel om de portieren te vergrendelen en ontgrendelen.
(Blz. 716)
Vervang de sleutelbatterij door een nieuw exemplaar als deze ontladen raakt.
(Blz. 634)
Wanneer het portier niet kan worden vergren-
deld, zelfs als u de vergrendelsensor op het
oppervlak van de portiergreep met uw vinger
aanraakt, raak dan de vergrendelsensor aan
met uw handpalm.
Wanneer u handschoenen draagt, trek deze
dan uit.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 188 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
189
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelaars centrale vergrendeling
Vergrendelen van alle portieren
Ontgrendelen van alle portieren
Vergrendelknoppen binnenzijde portier
Vergrendelen van het portier
Ontgrendelen van het portier
Zelfs als de vergrendelknoppen in
de stand vergrendeld staan, kunnen
het bestuurdersportier en het voor-
passagiersportier (alleen sommige
uitvoeringen) met de binnenportier-
greep worden geopend.
Zet de vergrendelknop aan de binnenzijde in de vergrendelde stand.
Sluit het portier met de portiergreep uitgetrokken.
Het portier kan niet worden vergrendeld als het contact in de stand ACC of
AAN staat of als de elektronische sleutel zich nog in de auto bevindt.
De sleutel wordt mogelijk niet juist gesignaleerd waardoor het portier wellicht ver-
grendeld wordt.
Van binnenuit vergrendelen en ontgrendelen van de portieren
1
2
1
2
Vergrendelen van de voorportieren van buitenaf zonder gebruik te
maken van een sleutel
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 189 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
190
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het portier kan niet vanaf de binnen-
zijde van de auto worden geopend
wanneer het kinderslot is geactiveerd.
Ontgrendelen
Vergrendelen
Hierdoor wordt voorkomen dat kinde-
ren per ongeluk de achterportieren
openen. Druk de schakelaars op beide
achterportieren naar beneden om de
kindersloten te activeren.
Gebruik van de mechanische sleutel
De portieren kunnen ook worden vergrendeld en ontgrendeld met de mechanische
sleutel. (Blz. 716)
Waarschuwingszoemer open portier/achterklep
Als de rijsnelheid 5 km/h wordt, gaat het centrale waarschuwingslampje knipperen en
klinkt er een zoemer om aan te geven dat een portier niet goed is gesloten.
Het open portier wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Omstandigheden die de werking van het Smart entry-systeem met startknop en
de afstandsbediening beïnvloeden
Blz. 200
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. het bedieningssignaal) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
Kindersloten achterportieren
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 190 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
191
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorkomen van ongevallen
Neem bij het rijden met de auto de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van deze voorschriften kan ertoe leiden dat er per ongeluk
een portier wordt geopend en dat er iemand uit de auto valt, waardoor ernstig letsel
kan ontstaan.
Controleer of alle portieren volledig gesloten zijn.
Trek tijdens het rijden niet aan de binnenportiergreep.
Wees extra voorzichtig met het bestuurders- en voorpassagiersportier (alleen som-
mige uitvoeringen); deze kunnen zelfs worden geopend wanneer de vergrendel-
knop aan de binnenzijde van het portier in de stand vergrendeld staat.
Activeer de kindersloten op de achterportieren als er kinderen achter in de auto
vervoerd worden.
Als een portier wordt geopend of gesloten
Controleer de omgeving van de auto; let er bijvoorbeeld op of de auto op een helling
staat, of er voldoende ruimte is om het portier te openen en of het hard waait. Houd
bij het openen of sluiten van het portier de portiergreep goed vast, zodat u bent voor-
bereid op eventuele onverwachte bewegingen.
Bij het gebruik van de afstandsbediening en het bedienen van de elektrisch
bedienbare ruiten of het schuifdak (indien aanwezig)
Bedien de elektrisch bedienbare ruit of het schuifdak nadat u hebt gecontroleerd of
er geen risico is dat een passagier met een lichaamsdeel bekneld kan raken tussen
de zijruit of het schuifdak. Laat tevens de afstandsbediening niet bedienen door kin-
deren. Het kan gebeuren dat een lichaamsdeel van een kind of een andere passa-
gier klem komt te zitten tussen de elektrisch bedienbare ruit of het schuifdak.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 191 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
192
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Achterklep
Smart entry-systeem met startknop (indien aanwezig)
Zorg dat u de elektronische sleutel bij u hebt om deze functie in te kunnen
schakelen.
Vergrendelen van alle portieren
Controleer of het portier goed ver-
grendeld is.
Ontgrendelen van alle portieren
De portieren en de achterklep kun-
nen gedurende 3 seconden na het
vergrendelen niet worden ontgren-
deld.
Afstandsbediening
Blz. 187
Schakelaars centrale vergrendeling
Blz. 189
Trek de achterklep omhoog terwijl u
de schakelaar achterklep openen
ingedrukt houdt.
De achterklep kan als volgt worden ontgrendeld/vergrendeld en
geopend/gesloten.
1
2
Openen van de achterklep van buitenaf
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 192 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
193
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Laat de achterklep zakken met
behulp van de achterklepgreep en
druk de achterklep van buitenaf naar
beneden om deze te sluiten.
Let op dat de achterklep bij het sluiten
ervan met de handgreep niet opzij
wordt getrokken.
Bagageruimteverlichting
De bagageruimteverlichting gaat branden wanneer de achterklep wordt geopend en
de schakelaar van de bagageruimteverlichting aan is.
Indien het openingssysteem van de achterklep niet werkt
De achterklep kan van binnenuit worden ontgrendeld.
Sluiten van de achterklep
Uit
Aan
Als het contact UIT wordt gezet, gaat de ver-
lichting na 20 minuten automatisch uit.
Verwijder het deksel.
Omwikkel het uiteinde van de schroeven-
draaier met een doek om schade te voorko-
men.
Beweeg de hendel.
1
2
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 193 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
194
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Voordat u gaat rijden
Controleer of de achterklep volledig gesloten is. Als de achterklep niet volledig is
gesloten, kan deze tijdens het rijden onverwacht opengaan en objecten raken en
kunnen er voorwerpen of bagage uit de bagageruimte vallen, waardoor een onge-
val kan ontstaan.
Laat kinderen niet in de bagageruimte spelen.
Als een kind per ongeluk in de bagageruimte wordt opgesloten, kan het bevangen
worden door de hitte of verwondingen oplopen.
Laat kinderen de achterklep niet openen of sluiten.
De achterklep kan mogelijk onverwachts opengaan of er kan een lichaamsdeel
bekneld raken.
Belangrijke punten tijdens het rijden
Zorg ervoor dat de achterklep tijdens het rijden gesloten is.
Als de achterklep open blijft, kan deze tijdens het rijden voorwerpen raken of kan er
bagage uit de bagageruimte vallen, waardoor een ongeval kan ontstaan.
Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. Bij plotseling remmen,
een plotselinge uitwijkmanoeuvre of bij een aanrijding lopen ze eerder ernstig letsel
op.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 194 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
195
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Bedienen van de achterklep
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Verwijder sneeuw en ijs van de achterklep voordat u deze opent. Als u dat niet
doet, kan de achterklep na het openen plotseling weer dichtvallen.
Controleer voordat u de achterklep opent of sluit zorgvuldig of de omgeving veilig
is.
Zorg er als er iemand dichtbij staat voor dat deze persoon veilig is en meld dat u de
achterklep gaat openen of sluiten.
Wees voorzichtig bij het openen en sluiten van de achterklep bij sterke wind, aan-
gezien de achterklep als gevolg van sterke wind plotseling kan bewegen.
Trek nooit aan de steun van de achterklepgasdemper om de achterklep te sluiten
en hang niets aan de steun van de achterklepgasdemper.
Als dat wel gebeurt, kunnen uw handen bekneld raken of kan de steun van de ach-
terklepgasdemper afbreken, waardoor een ongeval kan ontstaan.
Als er op de achterklep een fietsendrager of een vergelijkbaar zwaar onderdeel
gemonteerd is, kan de achterklep na het openen plotseling dichtvallen waardoor
lichaamsdelen bekneld kunnen raken en letsel kan optreden. Wij raden u aan om
originele Toyota-onderdelen te gebruiken wanneer u accessoires op de achterklep
wilt monteren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 195 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
196
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Steunen achterklepgasdempers
De achterklep is voorzien van gasdempers die de achterklep op zijn plaats houden.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Anders kunnen de achterklepgasdempersbeschadigd raken, waardoor deze niet
meer werken.
Plaats nooit uw handen op de gasdemper en oefen er geen zijdelingse krachten op
uit.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 196 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
197
3
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Smart entry-systeem met startknop
Ontgrendelen en vergrendelen van de portieren (Blz. 187)
Ontgrendelen en vergrendelen van de achterklep (indien aanwezig)
( Blz. 192)
Inschakelen van het hybridesysteem (Blz. 316)
Plaats van antenne
De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd als u de elektroni-
sche sleutel bij u hebt, bijvoorbeeld in uw zak. De bestuurder moet de
elektronische sleutel altijd bij zich hebben.
Antenne aan de buitenzijde (bestuurders-
zijde)
*
1
Antenne aan de buitenzijde (voorpassa-
gierszijde)
*
1, 2
Antennes in het interieur
Antenne buiten de bagageruimte
*
2
*
1
: Deze afbeelding is voor auto's met linkse
besturing. Voor auto's met rechtse besturing
zijn de posities van de antennes omgekeerd.
*
2
: Indien aanwezig
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 197 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
198
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bereik (gebieden waarin de elektronische sleutel wordt gesignaleerd)
Bij het starten van het hybridesysteem of veranderen van de standen van het con-
tact
Het systeem werkt als de elektronische sleutel zich in de auto bevindt.
Alarmfuncties en waarschuwingsmeldingen
Er gaat een alarm af en op het multi-informatiedisplay wordt een waarschuwingsmel-
ding weergegeven om onverwachte ongevallen of diefstal van de auto te voorkomen
als gevolg van onjuist gebruik. Wanneer er een waarschuwingsmelding wordt weerge-
geven, neem dan de juiste maatregelen op basis van de weergegeven melding.
In onderstaande tabel worden de omstandigheden en de correctieprocedures
beschreven in die gevallen waarin alleen een alarm klinkt.
Bij het vergrendelen of ontgrendelen van
de portieren
Het systeem werkt als de elektronische
sleutel zich binnen 0,7 m van de portier-
greep van het bestuurdersportier, de por-
tiergreep van het voorpassagiersportier
*
of de schakelaar achterklep openen
*
bevindt. (Alleen de portieren die de sleutel
signaleren, kunnen worden geopend of
gesloten.)
*: Indien aanwezig
Alarm Situatie Correctieprocedure
Het buiten de auto
hoorbare alarm klinkt
één keer gedurende
5 seconden
Er is geprobeerd de auto te ver-
grendelen terwijl er nog een
portier geopend was.
Sluit alle portieren en ver-
grendel ze opnieuw.
Het alarm in de auto
klinkt herhaaldelijk
Het contact werd in de stand
ACC gezet terwijl het bestuur-
dersportier geopend was (het
bestuurdersportier werd
geopend terwijl het contact in
de stand ACC stond).
Zet het contact UIT en
sluit het bestuurderspor-
tier.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 198 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
199
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als op het multi-informatiedisplay “Smart Entry & Start System Malfunction See
Owner’s Manual” (Storing in Smart entry-systeem met startknop; raadpleeg
handleiding) wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat de auto onmiddellijk nakijken
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Energiebesparende functie
De energiebesparende functie wordt geactiveerd om te voorkomen dat de batterij van
de elektronische sleutel en de 12V-accu leeg raken wanneer de auto gedurende lan-
gere tijd niet wordt gebruikt.
In de volgende situaties kan het enige tijd duren voordat de portieren met het Smart
entry-systeem met startknop ontgrendeld kunnen worden.
De elektronische sleutel bevindt zich gedurende 10 minuten of langer op een
afstand van ongeveer 2 m van de auto.
Het Smart entry-systeem met startknop is gedurende 5 dagen of langer niet
gebruikt.
Als het Smart entry-systeem met startknop gedurende 14 dagen of langer niet
gebruikt is, kunnen de portieren alleen via het bestuurdersportier worden ontgren-
deld. Pak in dat geval de greep van het bestuurdersportier vast of gebruik de
afstandsbediening of de mechanische sleutel om de portieren te ontgrendelen.
Energiebesparende functie voor de batterij van de elektronische sleutel
Wanneer de energiebespaarmodus is ingeschakeld, loopt de batterij veel minder snel
leeg omdat de ontvangst van radiogolven door de elektronische sleutel wordt gestopt.
Druk twee keer in terwijl u inge-
drukt houdt. Ga na of het controlelampje van
de elektronische sleutel 4 keer knippert.
Het Smart entry-systeem met startknop kan
niet worden gebruikt als de energiebespaar-
modus is ingeschakeld. Druk op een van de
toetsen van de elektronische sleutel om de
functie te annuleren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 199 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
200
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Omstandigheden die de werking kunnen beïnvloeden
Het Smart entry-systeem met startknop, de afstandsbediening en de startblokkering
maken gebruik van zwakke radiogolven. In de volgende situaties kunnen storingen
optreden in de communicatie tussen de elektronische sleutel en de auto, waardoor het
Smart entry-systeem met startknop, de afstandsbediening en de startblokkering
mogelijk niet goed werken: (Oplossingen: Blz. 716)
Wanneer de batterij van de elektronische sleutel leeg is
In de buurt van een televisiezendmast, elektriciteitscentrale, tankstation, radiozen-
der, videowall, luchthaven of andere locatie waar sterke radiogolven of elektromag-
netische velden aanwezig zijn
Wanneer de elektronische sleutel tegen een van de volgende metalen voorwerpen
wordt gehouden of erdoor wordt bedekt
Kaarten met aluminiumfolie
Sigarettenpakjes met aluminiumfolie erin
Metalen portemonnees of tassen
•Muntgeld
Metalen handwarmers
Media zoals CD's en DVD's
Als er een andere sleutel met afstandsbediening (die radiogolven uitzendt) in de
buurt gebruikt wordt
Als u de elektronische sleutel bij u draagt samen met de volgende apparaten die
radiogolven uitzenden
Een draagbare radio, mobiele telefoon, draadloze telefoon of andere draadloze
communicatiemiddelen
De elektronische sleutel of een afstandsbediening van een andere auto die radio-
golven uitzendt
Computers of pda's
Digitale audioapparatuur
Draagbare spelcomputers
Als een metalen coating of metalen voorwerpen aan de achterruit zijn bevestigd
Wanneer de elektronische sleutel in de buurt van een batterijlader of elektronische
apparaten wordt gehouden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 200 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
201
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Aanwijzing voor de instapfunctie
Zelfs als de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt, werkt het
systeem in de volgende gevallen mogelijk niet juist:
De elektronische sleutel bevindt zich te dicht bij de ruit of buitenportiergreep, te
dicht bij de grond of te hoog als de portieren worden vergrendeld of ontgrendeld.
De elektronische sleutel ligt op het dashboard, op de vloer of in een portiervak of
het dashboardkastje wanneer het hybridesysteem wordt gestart of de stand van
het contact wordt gewijzigd.
Laat de elektronische sleutel niet boven op het dashboard of in de buurt van de por-
tiervakken liggen wanneer u de auto verlaat. Afhankelijk van de ontvangst van de
radiogolven wordt door de antenne mogelijk waargenomen dat de sleutel zich buiten
de auto bevindt en kunnen de portieren worden vergrendeld vanaf de buitenzijde,
waardoor de elektronische sleutel mogelijk in de auto wordt opgesloten.
Zolang de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt, kunnen de
portieren door een willekeurige persoon worden ontgrendeld en vergrendeld.
Zelfs als de elektronische sleutel zich buiten de auto bevindt, kan het hybridesys-
teem mogelijk worden gestart als de elektronische sleutel zich in de buurt van de ruit
bevindt.
De portieren worden mogelijk ontgrendeld als er een grote hoeveelheid water op de
portiergreep terechtkomt, bijvoorbeeld tijdens een zware regenbui of in een was-
straat, wanneer de elektronische sleutel zich binnen het detectiegebied bevindt. (De
portieren zullen na ongeveer 30 seconden automatisch weer vergrendeld worden als
ze niet geopend en gesloten worden.)
Als de afstandsbediening wordt gebruikt om de portieren te vergrendelen terwijl de
elektronische sleutel zich in de nabijheid van de auto bevindt, bestaat de mogelijk-
heid dat de portieren niet ontgrendeld worden door de instapfunctie. (Gebruik de
afstandsbediening om de portieren te ontgrendelen.)
Wanneer u de vergrendelsensor aanraakt terwijl u handschoenen draagt, kan de
reactie van het systeem trager zijn of worden de portieren mogelijk niet ontgrendeld.
Trek uw handschoenen uit en raak de vergrendelsensor opnieuw aan.
Sommige uitvoeringen: Wanneer de vergrendelactie is uitgevoerd met de vergren-
delsensor, worden maximaal tweemaal achter elkaar identificatiesignalen getoond.
Vervolgens worden geen identificatiesignalen gegeven.
Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het werk-
zame gebied bevindt, kan het portier herhaaldelijk worden vergrendeld en ontgren-
deld. Volg in dit geval de correctieprocedure hieronder bij het wassen van de auto.
Plaats de elektronische sleutel op een afstand van ten minste 2 meter van de
auto. (Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)
Schakel de batterijspaarmodus voor de elektronische sleutel in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schakelen. (Blz. 199)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 201 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
202
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de elektronische sleutel zich in de auto bevindt en een portiergreep wordt nat tij-
dens het wassen van de auto, wordt er mogelijk een melding weergegeven op het
multi-informatiedisplay en klinkt er een zoemer buiten de auto. Vergrendel alle portie-
ren om het alarm uit te schakelen.
De vergrendelsensor werkt mogelijk niet goed wanneer deze in contact komt met ijs,
sneeuw, modder, enz. Maak de vergrendelsensor schoon en probeer deze nogmaals
te bedienen.
Bij een plotselinge nadering van het detectiegebied of de portiergreep kan het voor-
komen dat de portieren niet ontgrendeld worden. Laat in dat geval de portiergreep
los en controleer of de portieren worden ontgrendeld voordat u opnieuw aan de por-
tiergreep trekt.
Als er zich een andere elektronische sleutel binnen het detectiegebied bevindt, is de
reactietijd voor het ontgrendelen van de portieren nadat een portiergreep is vastge-
pakt, mogelijk langer.
Als er gedurende langere tijd niet met de auto wordt gereden
Bewaar, om diefstal van de auto te voorkomen, de elektronische sleutel niet binnen
een afstand van 2 meter van de auto.
Het Smart entry-systeem met startknop kan vooraf worden uitgeschakeld.
(Blz. 750)
Voor een juiste bediening van het systeem
Zorg ervoor dat u de elektronische sleutel bij u hebt als u het systeem bedient. Houd
de elektronische sleutel niet te dicht bij de auto als u het systeem van buitenaf bedient.
Afhankelijk van de positie en de conditie waarin de elektronische sleutel wordt
bewaard, wordt de sleutel mogelijk niet correct door het systeem gesignaleerd, waar-
door het systeem wellicht niet juist functioneert. (Het alarm kan per ongeluk afgaan of
de functie die voorkomt dat de portieren per ongeluk worden vergrendeld, werkt moge-
lijk niet.)
Als het Smart entry-systeem met startknop niet goed werkt
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren: Gebruik de mechanische sleutel.
(Blz. 716)
Starten van het hybridesysteem: Blz. 717
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Verschillende instellingen (bijv. van het Smart entry-systeem met startknop) kunnen
worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
Als het Smart entry-systeem met startknop is uitgeschakeld via de persoonlijke
voorkeursinstellingen
Ontgrendelen en vergrendelen van de portieren:
Gebruik de afstandsbediening of de mechanische sleutel. (Blz. 187, 716)
Starten van het hybridesysteem en wijzigen van de standen van het contact:
Blz. 717
Uitschakelen van het hybridesysteem: Blz. 317
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 202 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
203
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verklaringen voor het Smart entry-systeem met startknop
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 203 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
204
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 204 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
205
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 205 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
206
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 206 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
207
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 207 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
208
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 208 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
209
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 209 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
210
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 210 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
211
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 211 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
212
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 212 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
213
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 213 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
214
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 214 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
215
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 215 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
216
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 216 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
217
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 217 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
218
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 218 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
219
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 219 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
220
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 220 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
221
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 221 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
222
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 222 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
223
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 223 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
224
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 224 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
225
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 225 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
226
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 226 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
227
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 227 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
228
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 228 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
229
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 229 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
230
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 230 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
231
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 231 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
232
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 232 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
233
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 233 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
234
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 234 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
235
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 235 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
236
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 236 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
237
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 237 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
238
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 238 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
239
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 239 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
240
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 240 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
241
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 241 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
242
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 242 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
243
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 243 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
244
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 244 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
245
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 245 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
246
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 246 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
247
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 247 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
248
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 248 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
249
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 249 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
250
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 250 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
251
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 251 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
252
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 252 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
253
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voor auto's die in Servië zijn verkocht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 253 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
254
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 254 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
255
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 255 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
256
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 256 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
257
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 257 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
258
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 258 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
259
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 259 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
260
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 260 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
261
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 261 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
262
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 262 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
263
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 263 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
264
3-2. Openen, sluiten en vergrendelen van de portieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische apparatuur
Mensen met geïmplanteerde pacemakers, CRT-pacemakers of geïmplanteerde
hartdefibrillatoren moeten uit de buurt blijven van de antennes van het Smart entry-
systeem met startknop. (Blz. 197)
Radiogolven kunnen de werking van dergelijke apparatuur beïnvloeden. Indien
nodig kan de instapfunctie worden uitgeschakeld. Neem voor meer informatie over
bijvoorbeeld de frequentie van de radiogolven en de momenten waarop deze wor-
den uitgezonden, contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Raadpleeg vervolgens uw arts om na te gaan of de instapfunctie moet worden uit-
geschakeld.
Gebruikers van elektrische medische apparatuur anders dan geïmplanteerde
pacemakers, CRT-pacemakers en geïmplanteerde hartdefibrillatoren moeten con-
tact opnemen met de fabrikant van deze producten om te informeren of radiosigna-
len invloed uitoefenen op de werking van deze apparatuur.
Radiogolven kunnen onverwachte effecten hebben op de werking van dergelijke
medische apparatuur.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor meer informatie
over het uitschakelen van de instapfunctie.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 264 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
265
3
3-3. Verstellen van de stoelen
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorstoelen
Hendel stoelpositieverstelling
Hendel rugleuningverstelling
Hendel hoogteverstelling (bestuur-
derszijde)
Schakelaar lendensteunverstelling
(bestuurderszijde)
Wanneer de stoel wordt versteld
Let er bij het verstellen van de stoel op dat de hoofdsteun het dak niet raakt.
Procedure voor het verstellen
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 265 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
266
3-3. Verstellen van de stoelen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Wanneer de positie van de stoel wordt versteld
Let er bij het verstellen van de positie van de stoel op dat de stoel de overige inzit-
tenden van de auto niet raakt, omdat deze hierdoor wellicht letsel zouden kunnen
oplopen.
Houd uw handen niet onder de stoel of in de buurt van bewegende onderdelen om
letsel te voorkomen.
Uw vingers of handen zouden bekneld kunnen raken in het stoelmechanisme.
Stoel afstellen
Om te voorkomen dat u bij een aanrijding onder de veiligheidsgordel doorschuift, is
het raadzaam de leuning niet verder achterover te zetten dan strikt noodzakelijk is.
Als de rugleuning te ver achterover staat, kan bij een ongeval het heupgedeelte
over uw heupen heen schuiven, waardoor er te veel kracht op uw buik wordt uitge-
oefend, of kan het schoudergedeelte van de gordel in contact komen met uw nek,
waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Verstel de bestuurdersstoel niet tijdens het rijden, aangezien de stoel dan onver-
wachts kan bewegen. Hierdoor kan de bestuurder de controle over de auto verlie-
zen.
Controleer na het verstellen of de stoel goed is vergrendeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 266 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
267
3
3-3. Verstellen van de stoelen
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Achterstoelen
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand.
Activeer de parkeerrem (Blz. 332) en zet de selectiehendel in stand P.
(Blz. 326)
Zet de voorstoel en de rugleuning in de gewenste positie. (Blz. 265)
Afhankelijk van de positie van de voorstoel kan de rugleuning ervan, wanneer die
naar achteren wordt gezet, de werking van de achterstoel belemmeren.
Zet de hoofdsteun van de achterstoel omlaag. (Blz. 270)
Berg de armsteun van de achterstoel op wanneer deze is uitgeklapt.
(Blz. 565)
Deze stap is niet nodig bij bediening van alleen de linker achterstoel.
De delen van de rugleuning kunnen worden neergeklapt.
Voordat u de rugleuning neerklapt
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 267 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
268
3-3. Verstellen van de stoelen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Trek de ontgrendelingshendel van de
rugleuning naar u toe en klap de rug-
leuning neer.
Voer, om te voorkomen dat de veilig-
heidsgordel bekneld raakt, de gordel
door de gordelgeleider en zet dan de
rugleuning rechtop zodat deze goed
wordt vergrendeld.
Rugleuningen neerklappen
De rugleuningen achter terugzetten in de oorspronkelijke positie
Gordelgeleider
WAARSCHUWING
Als de rugleuningen worden neergeklapt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in acht nemen van de
voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Klap de rugleuningen niet neer tijdens het rijden.
Breng de auto op een vlakke ondergrond tot stilstand, activeer de parkeerrem en
zet de selectiehendel in stand P.
Laat geen personen op de neergeklapte rugleuning of in de bagageruimte zitten tij-
dens het rijden.
Laat kinderen niet in de bagageruimte komen.
Bedien de achterstoel niet wanneer deze bezet is.
Let op dat tijdens het bedienen uw handen of voeten niet klem komen te zitten tus-
sen de bewegende onderdelen van de stoelen.
Laat de stoel niet bedienen door kinderen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 268 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
269
3-3. Verstellen van de stoelen
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Nadat de rugleuning rechtop is gezet
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in acht nemen van de
voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Controleer of de veiligheidsgordels niet gedraaid zijn of vastzitten in de rugleuning.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 269 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
270
3-3. Verstellen van de stoelen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hoofdsteunen
Omhoog
Trek de hoofdsteunen omhoog.
Omlaag
Duw de hoofdsteun omlaag en houd
daarbij de ontgrendelknop ingedrukt.
Buitenste zitplaatsen achter
Omhoog
Trek de hoofdsteunen omhoog.
Omlaag
Duw de hoofdsteun omlaag en houd
daarbij de ontgrendelknop inge-
drukt.
Middelste zitplaats achter
Omhoog
Trek de hoofdsteunen omhoog.
Omlaag
Duw de hoofdsteun omlaag en houd
daarbij de ontgrendelknop inge-
drukt.
Alle zitplaatsen zijn voorzien van een hoofdsteun.
Voorstoelen
Ontgrendelknop
1
2
Achterstoelen
Ontgrendelknop
1
2
Ontgrendelknop
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 270 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
271
3-3. Verstellen van de stoelen
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verwijderen van de hoofdsteunen
Voorstoelen en middelste zitplaats achter
Buitenste zitplaatsen achter
Trek de hoofdsteun omhoog en houd daarbij
de ontgrendelknop ingedrukt.
Trek aan de ontgrendelingshendel van de
rugleuningverstelling en klap de rugleuning
omlaag tot de positie waarin de hoofdsteu-
nen verwijderd kunnen worden.
Trek de hoofdsteun omhoog en houd daarbij
de ontgrendelknop ingedrukt.
Ontgrendelknop
1
2
Ontgrendel-
knop
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 271 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
272
3-3. Verstellen van de stoelen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Plaatsen van de hoofdsteunen
Voorstoelen en middelste zitplaats achter
Buitenste zitplaatsen achter
Afstellen van de hoogte van de hoofdsteunen (voorstoelen)
Afstellen van de hoofdsteun achter
Stel de hoofdsteunen voor gebruik altijd minimaal in op de op een na laagste stand.
Breng de hoofdsteun in lijn met de bevesti-
gingsgaten en schuif hem omlaag tot hij in de
vergrendeling klikt.
Houd de ontgrendelknop ingedrukt wanneer u
de hoofdsteun laat zakken.
Trek aan de ontgrendelingshendel van de
rugleuningverstelling en klap de rugleuning
omlaag tot de positie waarin de hoofdsteu-
nen geplaatst kunnen worden.
Breng de hoofdsteun in lijn met de bevesti-
gingsgaten en schuif hem omlaag tot hij in
de vergrendeling klikt.
Houd de ontgrendelknop ingedrukt wanneer
u de hoofdsteun laat zakken.
Stel de hoofdsteunen zo in dat het midden van
de hoofdsteun zich zo dicht mogelijk bij de
bovenzijde van uw oren bevindt.
Ontgrendelknop
1
2
Ontgrendel-
knop
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 272 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
273
3-3. Verstellen van de stoelen
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de hoofdsteunen
Neem met betrekking tot de hoofdsteunen de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht. Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot
gevolg hebben.
Plaats de hoofdsteunen altijd op de bijbehorende stoel.
Stel de hoofdsteunen altijd goed af.
Druk de hoofdsteunen na het plaatsen naar beneden om te controleren of ze goed
vergrendeld zijn.
Rijd nooit zonder hoofdsteunen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 273 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
274
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Stuurwiel
Houd het stuurwiel vast en druk de
hendel omlaag.
Zet het stuurwiel in de ideale posi-
tie door het in horizontale en verti-
cale richting te bewegen.
Trek na de verstelling de hendel
omhoog om het stuurwiel te borgen.
Druk op of vlak bij het symbool
om te claxonneren.
Procedure voor het verstellen
1
2
Claxon
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 274 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
275
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Verstel het stuurwiel niet tijdens het rijden.
Anders kunt u de macht over het stuur verliezen en een ongeval veroorzaken, waar-
door ernstig letsel kan ontstaan.
Na het afstellen van het stuurwiel
Zorg ervoor dat het stuurwiel goed vergrendeld is.
Anders kan het stuurwiel plotseling bewegen, waardoor een ongeval kan ontstaan
met ernstig letsel tot gevolg. Ook klinkt de claxon wellicht niet als het stuurwiel niet
goed is vergrendeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 275 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
276
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Binnenspiegel
De hoogte van de binnenspiegel kan worden afgestemd op uw houding ach-
ter het stuur.
Stel de hoogte van de binnenspiegel
af door de spiegel omhoog of omlaag
te bewegen.
Binnenspiegel met handmatig bediende antiverblindingsstand
Verblinding door de koplampen van achteropkomend verkeer kan worden
beperkt door de lip te verstellen.
Normale stand
Antiverblindingsstand
De positie van de binnenspiegel kan worden afgesteld zodat de
bestuurder voldoende zicht naar achteren heeft.
Afstellen van de hoogte van de binnenspiegel
Antiverblindingsstand
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 276 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
277
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Binnenspiegel met automatische antiverblindingsstand
De hoeveelheid gereflecteerd licht wordt automatisch gereduceerd op basis
van de helderheid van de koplampen van achteropkomend verkeer.
De modus voor de automatische anti-
verblindingsstand wijzigen
Aan/uit
Wanneer de automatische antiverblin-
dingsstand is ingeschakeld, brandt het
controlelampje.
De functie wordt ingeschakeld telkens
wanneer het contact AAN wordt gezet.
Druk op de toets om de functie uit te
schakelen. (Het controlelampje gaat
ook uit.)
Voorkomen van een onjuiste werking van de sensoren (auto's met binnenspiegel
met automatische antiverblindingsstand)
Controle-
Raak de sensoren niet aan en bedek ze ook
niet, omdat hierdoor de werking van de senso-
ren in negatieve zin beïnvloed kan worden.
WAARSCHUWING
Verstel de spiegel niet tijdens het rijden.
Hierdoor kunt u de macht over het stuur verliezen en een ongeval veroorzaken,
waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 277 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
278
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Buitenspiegels
Draai de schakelaar om een bui-
tenspiegel te selecteren.
Links
Rechts
Bedien de schakelaar om de spie-
gel te verstellen.
Omhoog
Rechts
Omlaag
Links
Inklappen van de spiegels
Uitklappen van de spiegels
Als de schakelaar van de inklapbare
buitenspiegels in de middenstand
staat, wordt de automatische stand
ingeschakeld.
De automatische stand maakt het
mogelijk om het wegklappen of terug-
klappen van de spiegels te koppelen
aan het vergrendelen/ontgrendelen
van de portieren.
Procedure voor het verstellen
1
1
2
2
1
2
3
4
Inklappen en uitklappen van de spiegels
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 278 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
279
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De spiegelhoek kan worden versteld wanneer
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Als de spiegels beslagen zijn
De buitenspiegels kunnen worden ontwasemd met de spiegelverwarming. Door de
achterruitverwarming in te schakelen wordt de buitenspiegelverwarming ingeschakeld.
(Blz. 535)
Gebruik van de automatische stand bij koud weer
Wanneer de automatische stand wordt gebruikt bij koud weer, kan de buitenspiegel
bevriezen en wordt de spiegel mogelijk niet automatisch in- en uitgeklapt. Verwijder in
dit geval sneeuw en ijs van de spiegel en bedien de spiegel vervolgens met de hand-
matige modus of beweeg de spiegel met de hand.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Het automatisch in- en uitklappen van de buitenspiegels kan worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 279 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
280
3-4. Verstellen van het stuurwiel en de spiegels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Belangrijke punten tijdens het rijden
Neem tijdens het rijden de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen en een ongeval veroor-
zaken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Verstel de spiegels niet tijdens het rijden.
Rijd niet met de auto als de spiegels zijn ingeklapt.
Beide buitenspiegels dienen in de normale stand te staan en goed te zijn ingesteld
alvorens met de auto wordt gereden.
Wanneer een spiegel wordt versteld
Zorg ervoor dat uw hand niet bekneld raakt tussen de bewegende spiegel en het
spiegelhuis om letsel en storingen te voorkomen.
Als de spiegelverwarming is ingeschakeld
Raak het oppervlak van de spiegels niet aan, omdat dit heet kan worden en brand-
wonden kan veroorzaken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 280 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
281
3
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Elektrisch bedienbare ruiten
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten met
behulp van de schakelaars.
Door de schakelaar te bedienen bewegen de zijruiten als volgt:
Sluiten
One-touch sluiten
*
Openen
One-touch openen
*
*
: De zijruit stopt in een tussenstand door
de schakelaar in de andere richting te
bewegen.
Druk de schakelaar in om de ruit van
het passagiersportier te blokkeren.
Het controlelampje gaat branden.
Gebruik deze schakelaar om te voorko-
men dat kinderen per ongeluk een pas-
sagiersruit openen of sluiten.
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen bediend worden als
Het contact AAN staat.
Bedienen van de elektrisch bedienbare ruiten nadat het hybridesysteem is uitge-
schakeld
Zelfs nadat het contact in stand ACC of UIT is gezet, kunnen de elektrisch bedienbare
ruiten nog gedurende ongeveer 45 seconden worden bediend. Ze kunnen echter niet
meer worden bediend zodra een van de voorportieren is geopend.
Openen en sluiten
1
2
3
4
Blokkeerschakelaar ruitbediening
Controlelampje
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 281 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
282
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Klembeveiliging
Als tijdens het sluiten van de zijruit een object bekneld raakt tussen de zijruit en het
ruitframe, stopt de beweging van de zijruit en wordt hij weer iets geopend.
Knelbeveiliging
Als tijdens het openen van de zijruit een object bekneld raakt tussen het portier en de
zijruit, stopt de beweging van de zijruit.
Als de ruit niet kan worden geopend of gesloten
Wanneer de klembeveiliging of de knelbeveiliging niet goed werkt en de zijruit niet kan
worden geopend of gesloten, voer dan de onderstaande handelingen uit met de scha-
kelaar van de ruitbediening van dat portier.
Breng de auto tot stilstand. Zorg ervoor dat het contact AAN staat en bedien de scha-
kelaar van de ruitbediening continu in de one-touch sluitpositie of de one-touch open-
positie binnen 4 seconden nadat de klembeveiliging of knelbeveiliging werd
geactiveerd, zodat de zijruit kan worden geopend en gesloten.
Als de zijruit ook na het uitvoeren van bovenstaande handelingen niet kan worden
geopend of gesloten, voer dan de onderstaande procedure uit voor initialisatie van
de functie.
Zet het contact AAN.
Houd de schakelaar voor de ruitbediening omhoog getrokken in de one-touch
sluitpositie en sluit de zijruit volledig.
Laat de schakelaar voor de ruitbediening even los en houd vervolgens de schake-
laar gedurende ten minste ongeveer 6 seconden in de one-touch sluitpositie.
Houd de schakelaar van de ruitbediening ingedrukt in de one-touch openpositie.
Blijf de schakelaar, nadat de zijruit volledig is geopend, nog eens ten minste 1
seconde in die positie vasthouden.
Laat de schakelaar voor de ruitbediening even los en houd vervolgens de schake-
laar gedurende ten minste ongeveer 4 seconden in de one-touch openpositie.
Houd de schakelaar voor de ruitbediening nogmaals omhoog getrokken in de
one-touch sluitpositie. Blijf de schakelaar, nadat de zijruit volledig is gesloten, nog
eens ten minste 1 seconde in die positie vasthouden.
Herhaal de procedure vanaf het begin als u de schakelaar hebt losgelaten terwijl de
zijruit nog in beweging was.
Als de zijruit in de tegengestelde richting beweegt en niet volledig kan worden geslo-
ten of geopend, laat dan de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 282 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
283
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Aan portierslot gekoppelde werking ruiten
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten met behulp
van de mechanische sleutel.
* (Blz. 716)
De elektrisch bedienbare ruiten kunnen worden geopend en gesloten met behulp
van de afstandsbediening.
* (Blz. 187)
*: Deze instellingen moeten aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
Als de 12V-accu wordt losgekoppeld
De blokkeerschakelaar voor de ruitbediening wordt uitgeschakeld. Druk indien nodig
na het aansluiten van de 12V-accu op de blokkeerschakelaar voor de ruitbediening.
Waarschuwingsfunctie elektrisch bedienbare ruit open
De zoemer klinkt en er verschijnt een melding op het multi-informatiedisplay op het
dashboard wanneer het contact UIT staat en u het bestuurdersportier opent terwijl de
elektrisch bedienbare ruiten geopend zijn.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de koppeling aan de portiervergrendeling) kunnen
worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 283 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
284
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Anders kan er ernstig letsel ontstaan.
Sluiten van de ruiten
De bestuurder is verantwoordelijk voor de bediening van de elektrisch bedienbare
ruiten, ook voor die van de passagiers. Laat, om onbedoelde bediening, met name
door kinderen, te voorkomen, de elektrisch bedienbare ruiten niet door kinderen
bedienen. Het kan gebeuren dat een lichaamsdeel van een kind of een andere
passagier klem komt te zitten tussen de elektrisch bedienbare ruit. Wanneer er een
kind in de auto zit, verdient het aanbeveling om de blokkeerschakelaar voor de ruit-
bediening te gebruiken. (Blz. 281)
Wanneer de elektrisch bedienbare ruiten worden bediend met de afstandsbedie-
ning of mechanische sleutel, bedien dan de elektrisch bedienbare ruit nadat u hebt
gecontroleerd of er geen risico is dat een passagier met een lichaamsdeel bekneld
kan raken tussen de zijruit. Laat kinderen de zijruit niet bedienen via de afstands-
bediening of mechanische sleutel. Het kan gebeuren dat een lichaamsdeel van een
kind of een andere passagier klem komt te zitten door het bedienen van de elek-
trisch bedienbare ruit.
Wanneer u uit de auto stapt, zet dan het contact UIT en neem de sleutel en het
kind met u mee. Anders kan het kind de auto mogelijk onbedoeld, uit kattenkwaad,
enz. bedienen, wat tot een ongeval kan leiden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 284 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
285
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Klembeveiliging
Gebruik geen lichaamsdelen om de klembeveiliging opzettelijk te activeren.
De klembeveiliging werkt mogelijk niet als iets klem komt te zitten als de zijruit bijna
volledig gesloten is. Zorg ervoor dat er geen lichaamsdelen klem komen te zitten
tussen de zijruit en de sponning.
Knelbeveiliging
Steek geen lichaamsdelen of kledingstukken in de opening om te proberen of de
knelbeveiliging werkt.
De knelbeveiliging werkt mogelijk niet als iets bekneld raakt op het moment dat de
zijruit bijna volledig geopend is. Zorg ervoor dat er geen lichaamsdelen of kleding-
stukken klem komen te zitten tussen de zijruit en de sponning.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 285 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
286
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schuifdak
*
Opent het schuifdak*
Het schuifdak stopt iets voordat het vol-
ledig geopend is om windgeruis te
beperken.
Druk nogmaals op de schakelaar om
het schuifdak volledig te openen.
Sluit het schuifdak*
*
: Druk licht op één van de uiteinden van
de schuifdakschakelaar om de bewe-
ging van het schuifdak halverwege te
stoppen.
Kantelt het schuifdak omhoog*
Kantelt het schuifdak omlaag*
*
: Druk licht op één van de uiteinden van
de schuifdakschakelaar om de bewe-
ging van het schuifdak halverwege te
stoppen.
: Indien aanwezig
Het schuifdak kan met behulp van de schakelaars in de dakconsole
open en dicht worden geschoven en naar boven en beneden worden
gekanteld.
Openen en sluiten
1
2
Omhoog en omlaag kantelen
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 286 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
287
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het schuifdak kan worden bediend als
Het contact AAN staat.
Bedienen van het schuifdak nadat het hybridesysteem is uitgeschakeld
Het schuifdak kan, zelfs nadat het contact in de stand ACC of UIT is gezet, nog onge-
veer 45 seconden worden bediend. Het kan echter niet meer worden bediend als een
van de voorportieren is geopend.
Klembeveiliging
Als tijdens het sluiten of naar beneden kantelen een object bekneld raakt tussen het
schuifdak en het frame, stopt de beweging van het schuifdak en wordt het weer iets
geopend.
Zonnescherm
Het zonnescherm kan met de hand worden geopend en gesloten. Het zonnescherm
opent echter automatisch tot vlak voor de volledig open positie wanneer het schuifdak
geopend wordt.
Aan portierslot gekoppelde werking schuifdak
Het schuifdak kan worden geopend en gesloten met behulp van de mechanische
sleutel.
* (Blz. 716)
Het schuifdak kan worden geopend en gesloten met behulp van de afstandsbedie-
ning.
* (Blz. 187)
*: Deze instellingen moeten aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 287 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
288
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als het schuifdak niet normaal sluit
Ga als volgt te werk:
Breng de auto tot stilstand.
Houd de schakelaar CLOSE of UP ingedrukt.
*
Het schuifdak kantelt omhoog, stopt kort en kantelt omlaag. Vervolgens gaat het vol-
ledig open en weer dicht, en stopt het vervolgens.
Controleer of het schuifdak volledig gestopt is en laat vervolgens de schakelaar los.
*: Als de schakelaar niet op het juiste moment wordt losgelaten, moet de procedure
helemaal opnieuw worden uitgevoerd.
Als het schuifdak ook na het op de juiste wijze uitvoeren van bovenstaande procedure
niet volledig sluit, laat dan uw auto controleren door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
Waarschuwingsfunctie schuifdak open
De zoemer klinkt en er verschijnt een melding op het multi-informatiedisplay op het
dashboard wanneer het contact UIT wordt gezet en u het bestuurdersportier opent ter-
wijl het schuifdak geopend is.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde instellingen (bijvoorbeeld de koppeling aan de portiervergrendeling) kunnen
worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 288 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
289
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
3
Bediening van elk onderdeel
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in ernstig letsel.
Openen van het schuifdak
Laat geen van de inzittenden tijdens het rijden zijn/haar hand of hoofd buiten de
auto uit steken.
Ga niet op het schuifdak zitten.
Sluiten van het schuifdak
De bestuurder is verantwoordelijk voor het openen en sluiten van het schuifdak.
Laat, om onbedoelde bediening, met name door kinderen, te voorkomen, het
schuifdak niet door kinderen bedienen. Het kan gebeuren dat een lichaamsdeel
van een kind of een andere passagier klem komt te zitten tussen het schuifdak.
Wanneer u uit de auto stapt, zet dan het contact UIT en neem de sleutel en het
kind met u mee. Anders kan het kind de auto mogelijk onbedoeld, uit kattenkwaad,
enz. bedienen, wat tot een ongeval kan leiden.
Klembeveiliging
Gebruik geen lichaamsdelen om de klembeveiliging opzettelijk te activeren.
Het is mogelijk dat de klembeveiliging niet werkt als het schuifdak bijna gesloten is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 289 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
290
3-5. Openen en sluiten van de ruiten en het schuifdak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 290 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
291
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden met de auto ..................292
Lading en bagage....................303
Rijden met een
aanhangwagen
(2WD-uitvoeringen) ...............305
Rijden met een
aanhangwagen
(AWD-uitvoeringen)...............315
4-2. Rijprocedures
Startknop .................................316
EV-modus................................322
Hybridetransmissie..................325
Richtingaanwijzer-
schakelaar.............................331
Parkeerrem..............................332
4-3. Bedienen van verlichting
en ruitenwissers
Lichtschakelaar........................333
AHB (Automatic High
Beam)....................................338
Schakelaar mistlampen ...........342
Ruitenwissers en -sproeiers ....343
Achterruitenwisser
en -sproeier...........................347
4-4. Tanken
Openen van de tankdop ..........349
4-5. Gebruik van de
ondersteunende
systemen
Toyota Safety Sense............... 354
PCS (Pre-Crash
Safety-systeem).................... 367
LTA
(Lane Tracing Assist)............ 378
RSA (Road Sign Assist).......... 394
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik..................... 400
Cruise control .......................... 417
Rijmodusselectieschakelaar.... 422
Snelheidsbegrenzer ................ 424
BSM
(Blind Spot Monitor) .............. 427
De Blind Spot
Monitor-functie.................... 443
De Rear Crossing
Traffic Alert-functie ............. 447
Toyota Parking
Assist-sensor ........................ 452
Parking Support
Brake-functie......................... 464
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem) ....... 477
GPF-systeem
(benzineroetfilter).................. 512
Ondersteunende systemen ..... 513
4-6. Rijtips
Rijden met een hybrideauto .... 521
Rijden in de winter................... 524
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 291 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
292
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden met de auto
Blz. 316
Zet met ingetrapt rempedaal de selectiehendel in stand D. (Blz. 325)
Controleer of de positie-indicator D aangeeft.
Deactiveer de parkeerrem. (Blz. 332)
Laat het rempedaal geleidelijk opkomen en trap langzaam het gaspedaal
in om de auto in beweging te brengen.
Trap, terwijl de selectiehendel in stand D staat, het rempedaal in.
Activeer indien nodig de parkeerrem.
Als de auto gedurende langere tijd stilstaat, zet dan de selectiehendel in stand P.
(Blz. 326)
Breng de auto volledig tot stilstand.
Activeer de parkeerrem. (Blz. 332)
Zet de selectiehendel in stand P. (Blz. 326)
Controleer of de schakelstandindicator P aangeeft.
Druk op de startknop om het hybridesysteem te stoppen.
Laat het rempedaal langzaam opkomen.
Vergrendel de portieren nadat u hebt gecontroleerd of u de elektronische
sleutel bij u hebt.
Plaats bij het parkeren op een helling indien nodig wielblokken.
Volg om veilig te kunnen rijden de onderstaande procedures:
Starten van het hybridesysteem
Rijden
Tot stilstand brengen van de auto
Parkeren van de auto
1
2
3
1
2
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 292 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
293
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Zet met het rempedaal ingetrapt de auto goed op de parkeerrem en zet de
selectiehendel in stand D.
Laat het rempedaal opkomen en trap het gaspedaal geleidelijk in.
Deactiveer de parkeerrem.
Als u wegrijdt op een helling omhoog
De Hill Start Assist Control wordt geactiveerd. (Blz. 514)
Rijden met een gunstig brandstofverbruik
Houd er rekening mee dat hybrideauto's vergelijkbaar zijn met conventionele auto's en
dat het belangrijk is dat u niet plotseling accelereert, enz. (Blz. 521)
Rijden in de regen
Rijd voorzichtig als het regent, omdat het zicht dan minder is, de ruiten beslagen kun-
nen zijn en de weg glad kan zijn.
Rijd extra voorzichtig wanneer het begint te regenen, de weg kan dan immers bijzon-
der glad zijn.
Matig uw snelheid bij het rijden in de regen, tussen band en wegdek kan er zich dan
immers een waterfilm vormen die het sturen en remmen kan bemoeilijken.
Beperken van het vermogen van het hybridesysteem (Brake Override-systeem)
Wanneer het gaspedaal en rempedaal gelijktijdig worden ingetrapt, wordt het vermo-
gen van het hybridesysteem mogelijk beperkt.
Er wordt een waarschuwingsmelding weergegeven op het multi-informatiedisplay
terwijl het systeem in werking is. (Blz. 677)
“ECO Accelerator Guidance” (begeleiding milieubewust bedienen gaspedaal)
(Blz. 141)
Het is gemakkelijker om milieuvriendelijk te rijden door te rijden overeenkomstig het
display “ECO Accelerator Guidance” (begeleiding milieubewust bedienen gaspedaal).
Ook kunt u door het gebruik van de “ECO Accelerator Guidance” (begeleiding milieu-
bewust bedienen gaspedaal) uw Eco Score eenvoudig verhogen.
Bij het wegrijden:
Trap, terwijl u binnen het “ECO Accelerator Guidance”-bereik (begeleiding milieube-
wust bedienen gaspedaal) blijft, het gaspedaal geleidelijk in en accelereer tot aan de
gewenste snelheid. Wanneer wordt voorkomen dat er overmatig wordt geaccele-
reerd, neemt de “Eco-Start”-score toe.
Tijdens het rijden:
Laat, nadat u de gewenste snelheid hebt bereikt, het gaspedaal los en rijd met een
constante snelheid binnen het “ECO Accelerator Guidance”-bereik (begeleiding mili-
eubewust bedienen gaspedaal). Door de auto binnen het “ECO Accelerator Gui-
dance”-bereik (begeleiding milieubewust bedienen gaspedaal) te houden, neemt de
“Eco-Cruise”-score toe.
Bij het tot stilstand brengen van de auto:
Wanneer u bij het tot stilstand brengen van de auto het gaspedaal eerder loslaat,
neemt de “Eco-Stop”-score toe.
Wegrijden op een steile helling omhoog
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 293 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
294
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Beperken plotseling wegrijden (wegrijregeling)
Wanneer de onderstaande ongewone bediening plaatsvindt, wordt het vermogen
van het hybridesysteem mogelijk beperkt.
Wanneer de selectiehendel van R in D/B, van D/B in R, van N in R, van P in D/B
*,
of van P in R
* wordt gezet terwijl het gaspedaal wordt ingetrapt, verschijnt er een
waarschuwingsmelding op het multi-informatiedisplay. Lees de op het multi-infor-
matiedisplay weergegeven waarschuwingsmelding en volg de aanwijzingen op.
Wanneer het gaspedaal te diep wordt ingetrapt terwijl de auto in zijn achteruit
staat.
Wanneer de wegrijregeling wordt geactiveerd, heeft uw auto mogelijk moeite met
het wegrijden in modder of op verse sneeuw. Deactiveer in zo'n geval de TRC
(Blz. 515) om de wegrijregeling uit te schakelen, zodat de auto makkelijker weg-
rijdt in modder of op verse sneeuw.
*: Afhankelijk van de situatie is het wellicht niet mogelijk om de selectiehendel in een
andere stand te zetten.
Inrijden van uw nieuwe Toyota
Voor een maximale levensduur van de auto adviseren wij rekening te houden met
onderstaande aanwijzingen:
De eerste 300 km:
Voorkom plotseling sterk afremmen.
De eerste 800 km:
Rijd niet met een aanhangwagen.
De eerste 1600 km:
Rijd niet met extreem hoge snelheden.
Vermijd plotseling sterk accelereren.
Rijd niet langdurig met een constante snelheid.
Rijden in het buitenland
Zorg ervoor dat uw auto voldoet aan de in het desbetreffende land geldende wettelijke
voorschriften en controleer of de juiste brandstof verkrijgbaar is. (Blz. 737)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 294 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
295
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Bij het starten van de auto
Houd het rempedaal altijd ingetrapt als de auto stilstaat en het controlelampje
READY brandt. Dit voorkomt kruipen van de auto.
Tijdens het rijden
Zorg ervoor dat u, voordat u wegrijdt, blindelings het gas- en rempedaal kunt vin-
den.
Als u per ongeluk in plaats van het rempedaal het gaspedaal intrapt, zal de auto
onverwacht accelereren, wat een ongeval tot gevolg kan hebben.
Bij het achteruitrijden draait u wellicht uw lichaam, waardoor het bedienen van
de pedalen moeilijk wordt. Zorg dat u de pedalen altijd goed kunt bedienen.
Zorg dat u altijd in de juiste houding achter het stuur zit, ook als de auto maar
kort hoeft te rijden. Zo kunt u rem- en gaspedaal goed bedienen.
Trap het rempedaal met uw rechtervoet in. Wanneer u het rempedaal met uw
linkervoet intrapt, kan in een noodgeval uw reactie vertraagd worden, waardoor
een ongeval kan ontstaan.
De bestuurder moet extra goed letten op voetgangers als de auto alleen wordt aan-
gedreven door de elektromotor (tractiemotor). Aangezien er geen motorgeluiden
zijn, kunnen voetgangers de beweging van de auto misschien onjuist inschatten.
Hoewel uw auto is voorzien van een waarschuwingssysteem voor een naderende
auto, dient u voorzichtig te rijden, aangezien voetgangers in de buurt de auto
mogelijk nog steeds niet opmerken als er veel omgevingsgeluid is.
Rijd niet met de auto over licht ontvlambare materialen zoals bladeren, papier of
doeken en parkeer de auto ook niet in de buurt van dergelijke materialen.
Het uitlaatsysteem en de uitlaatgassen kunnen zeer heet worden. Deze hete
onderdelen kunnen brand veroorzaken als er licht ontvlambaar materiaal aanwezig
is.
Schakel het hybridesysteem tijdens normaal rijden niet uit. Door het uitschakelen
van het hybridesysteem tijdens het rijden verliest u niet de controle over het stuur-
wiel of de remmen. De stuurbekrachtiging werkt echter niet meer. Hierdoor zal het
sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de auto aan de kant zodra
dit veilig kan. In geval van nood, bijvoorbeeld als de auto onmogelijk op de normale
manier tot stilstand kan worden gebracht: Blz. 649
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 295 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
296
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Tijdens het rijden
Rem bij het afdalen van een steile helling af op de motor (schakelstand B in plaats
van schakelstand D) om een veilige snelheid te bewaren.
Het continu gebruiken van de remmen kan leiden tot oververhitting en een vermin-
derde remwerking. (Blz. 326)
Verstel het stuurwiel, de stoel en de binnen- en buitenspiegels niet tijdens het rij-
den.
Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen.
Controleer altijd of alle passagiers hun armen, hoofd en andere lichaamsdelen bin-
nen de auto houden.
AWD-uitvoeringen: Ga met deze auto niet off-road rijden.
Dit is geen vierwielaangedreven auto die ontworpen is voor off-road rijden. Neem
de nodige zorgvuldigheid in acht als off-road rijden onvermijdelijk is.
Rijd niet met de auto door rivierbeddingen of diepe plassen.
Hierdoor kan kortsluiting ontstaan in elektrische/elektronische componenten, kan
het hybridesysteem beschadigd raken of kan andere ernstige schade aan de auto
ontstaan.
Rijden op glad wegdek
Door plotseling remmen, accelereren en sturen kunnen de banden hun grip verlie-
zen, met controleverlies tot gevolg.
Door plotseling accelereren, afremmen op de motor als gevolg van terugschakelen
of veranderingen in het motortoerental kan de auto in een slip raken. Dit kan leiden
tot een ongeval.
Trap na het rijden door een plas het rempedaal lichtjes in om ervoor te zorgen dat
de remmen goed werken. Door natte remblokken kan de remwerking afnemen.
Remmen die aan één kant van de auto nat zijn en niet goed werken, kunnen de
besturing bemoeilijken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 296 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
297
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Bedienen van de selectiehendel
Laat de auto niet achteruit rollen als een van de vooruitversnellingen is ingescha-
keld of vooruit rollen terwijl de selectiehendel in stand R staat.
Als u dit toch doet, kan een ongeval of schade aan de auto het gevolg zijn.
Zet de selectiehendel tijdens het rijden niet in stand P.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de con-
trole over de auto kunt verliezen.
Schakel stand R niet in terwijl de auto vooruitrijdt.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de con-
trole over de auto kunt verliezen.
Zet de selectiehendel tijdens het achteruitrijden niet in een vooruitversnelling.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de con-
trole over de auto kunt verliezen.
Als stand N wordt ingeschakeld terwijl de auto rijdt, wordt het hybridesysteem uit-
geschakeld. Er kan niet op de motor worden afgeremd als het hybridesysteem is
uitgeschakeld.
Zet de selectiehendel niet in een andere stand wanneer het gaspedaal ingetrapt is.
Als de selectiehendel in een andere stand dan P of N wordt gezet, kan de auto
onverwacht snel accelereren, waardoor een aanrijding en ernstig letsel kunnen
ontstaan.
Als u dat wel doet, kan er schade aan de transmissie ontstaan waardoor u de con-
trole over de auto kunt verliezen.
Nadat u de schakelstand gewijzigd hebt, moet u de actuele schakelstand controle-
ren die op de schakelstandindicator in het instrumentenpaneel wordt weergege-
ven.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 297 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
298
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Als u een piepend of krassend geluid hoort (remblokslijtage-indicatoren)
Laat de remblokken zo snel mogelijk nakijken en indien nodig vervangen door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
De remschijven kunnen beschadigd raken als de remblokken niet op tijd worden ver-
vangen.
Het rijden met een auto waarvan de remblokken en/of de remschijven de slijtageli-
miet hebben overschreden, is gevaarlijk.
Bij stilstaande auto
Trap het gaspedaal niet onnodig in.
Als de selectiehendel in een andere stand dan P of N staat, kan de auto onver-
wachts in beweging komen, waardoor er een ongeval kan ontstaan.
Voorkom het ontstaan van ongevallen door het wegrollen van de auto, houd altijd
het rempedaal ingetrapt zolang het controlelampje READY brandt en activeer de
parkeerrem indien nodig.
Voorkom voor- of achteruitrollen van de auto bij stoppen op een helling, waardoor
een ongeval kan ontstaan: trap altijd het rempedaal in en activeer de parkeerrem
indien nodig.
Voorkom dat de motor met een te hoog toerental draait.
Als de motor met een hoog toerental draait terwijl de auto stilstaat, kan het uit-
laatsysteem oververhit raken, hetgeen brand kan veroorzaken als er brandbaar
materiaal aanwezig is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 298 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
299
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Als de auto geparkeerd is
Laat geen brillen, aanstekers, spuitbussen of blikken frisdrank in de auto liggen als
deze in de zon geparkeerd staat.
Dit kan resulteren in het volgende:
Een aansteker of spuitbus kan gas gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
De temperatuur in de auto kan zo hoog oplopen dat kunststof brillenglazen en
kunststof monturen kunnen vervormen of barsten.
Blikjes frisdrank kunnen openbarsten, waardoor de inhoud in het interieur
terechtkomt. Bovendien kan de vloeistof kortsluiting in de elektrische compo-
nenten van de auto veroorzaken.
Laat geen aanstekers achter in de auto. Als een aansteker in het dashboardkastje
of op de vloer ligt, kan deze per ongeluk gaan branden als er bagage wordt
geplaatst of een stoel wordt afgesteld en brand veroorzaken.
Plak geen parkeerschijven op de voorruit of andere ruiten. Plaats geen reservoirs
zoals luchtverfrissers op het instrumentenpaneel of dashboard. Deze parkeerschij-
ven of reservoirs kunnen als een lens werken en brand veroorzaken in de auto.
Laat geen portier of ruit open als het gebogen glas van naastliggende gebouwen
voorzien is van een gemetalliseerde film, bijvoorbeeld een zilverkleurige folie.
Weerkaatst zonlicht kan van het glas een lens maken en brand veroorzaken.
Activeer altijd de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand P, schakel het hybride-
systeem uit en sluit de auto af.
Laat de auto niet onbeheerd achter als het controlelampje READY brandt.
Als de auto is geparkeerd met de selectiehendel in stand P, maar de parkeerrem
niet is geactiveerd, zou de auto in beweging kunnen komen, wat kan leiden tot een
ongeval.
Raak de uitlaatpijp niet aan als het controlelampje READY brandt of direct na het
uitschakelen van het hybridesysteem.
Anders kunt u brandwonden oplopen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 299 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
300
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Als u even gaat slapen in de auto
Schakel altijd het hybridesysteem uit. Anders zou u per ongeluk de selectiehendel
kunnen verplaatsen of het gaspedaal in kunnen trappen, waardoor een ongeval zou
kunnen ontstaan of het hybridesysteem oververhit zou kunnen raken en brand kan
ontstaan. Verder kunnen uitlaatgassen in een slecht geventileerde omgeving in de
auto terechtkomen, hetgeen zeer schadelijk is voor de gezondheid.
Bij het remmen
Rijd voorzichtiger wanneer de remmen nat zijn.
De remweg neemt toe als de remmen nat zijn en bovendien kan vocht ertoe leiden
dat de ene kant van de auto sterker afgeremd wordt dan de andere kant. Ook de
werking van de parkeerrem kan door vocht in negatieve zin beïnvloed worden.
Rijd niet te dicht achter een andere auto als de elektronisch geregelde bekrachti-
ging niet werkt en vermijd afdalingen en scherpe bochten die afremmen noodzake-
lijk maken.
In dit geval kan de auto nog wel worden afgeremd, maar moet er een grotere
kracht op het rempedaal worden uitgeoefend dan normaal. De remweg zal ook lan-
ger zijn. Laat uw remmen onmiddellijk repareren.
Het remsysteem bestaat uit 2 of meer afzonderlijke hydraulische systemen: als een
van de systemen uitvalt, werkt het andere systeem/werken de andere systemen
nog wel. In dat geval moet het rempedaal krachtiger worden ingetrapt dan gewoon-
lijk en neemt ook de remweg toe. Laat uw remmen onmiddellijk repareren.
Als de auto vast komt te zitten (uitvoeringen met vierwielaandrijving)
Laat de wielen niet overmatig doorslippen als een van de wielen los van de grond
komt of als de auto vastzit in bijvoorbeeld zand of modder. Anders kunnen de onder-
delen van het aandrijfsysteem beschadigd raken en kan de auto plotseling naar
voren of achteren schieten en een ongeval veroorzaken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 300 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
301
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Tijdens het rijden
Trap tijdens het rijden niet tegelijkertijd het gaspedaal en het rempedaal in, anders
neemt het vermogen van het hybridesysteem mogelijk af.
Gebruik het gaspedaal niet om de auto op een helling op zijn plaats te houden en
trap daartoe ook niet het rempedaal en het gaspedaal gelijktijdig in.
Bij het parkeren
Activeer altijd de parkeerrem en zet de selectiehendel altijd in stand P. Anders kan
de auto onverwachts accelereren als het gaspedaal per ongeluk wordt ingetrapt.
Vermijd schade aan onderdelen van de auto
Draai het stuurwiel niet gedurende langere tijd in een van beide richtingen tegen de
aanslag aan.
Anders kan schade aan de stuurbekrachtigingsmotor ontstaan.
Rijd zo langzaam mogelijk over oneffenheden in de weg om schade aan de wielen,
de onderzijde van de auto, enz. te vermijden.
Als u tijdens het rijden een lekke band krijgt
Een lekke of beschadigde band kan leiden tot de onderstaande situaties. Houd het
stuurwiel stevig vast en trap het rempedaal geleidelijk in om de auto tot stilstand te
brengen.
Het kan moeilijk zijn om de auto onder controle te houden.
De auto kan abnormale geluiden maken of trillen.
De auto kan abnormaal gaan overhellen.
Informatie over wat u moet doen in het geval van een lekke band: Blz. 679, 699
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 301 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
302
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Overstroomde wegen
Rijd niet op wegen die na zware regenval e.d. zijn overstroomd. Indien u dat toch
doet, kan de auto hierdoor ernstig beschadigd raken:
Motor slaat af
Kortsluiting in elektrische componenten
Motorschade door onderdompeling in water
Na het rijden op een overstroomde weg moet het volgende worden nagekeken door
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige:
Remwerking
Veranderingen in het peil en de kwaliteit van de olie en vloeistoffen voor de motor,
de hybridetransmissie, enz.
Smering van de lagers en de wielophanging (indien mogelijk) en de werking van
alle koppelingen, lagers, enz.
Als het regelsysteem voor stand P beschadigd is door grote hoeveelheden water, is
het wellicht niet mogelijk om stand P in te schakelen of vanuit stand P een andere
stand in te schakelen. Wanneer vanuit stand P geen andere stand ingeschakeld kan
worden, zijn de voorwielen geblokkeerd en kunt u de auto niet slepen met de voor-
wielen op de grond. Vervoer de auto in dit geval met beide voorwielen of alle vier
wielen van de grond. (Blz. 652)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 302 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
303
4
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lading en bagage
Lees onderstaande informatie over voorzorgsmaatregelen, laadvermo-
gen en belading zorgvuldig door.
WAARSCHUWING
Zaken die niet in de bagageruimte vervoerd mogen worden
De volgende zaken kunnen brand veroorzaken als ze in de bagageruimte vervoerd
worden:
Jerrycans met benzine
Spuitbussen
Voorzorgsmaatregelen bij opbergen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat de peda-
len niet goed kunnen worden ingetrapt, dat het zicht van de bestuurder wordt gehin-
derd of dat de bestuurder of passagiers door voorwerpen geraakt worden, wat een
ongeval kan veroorzaken.
Vervoer lading en bagage indien mogelijk altijd in de bagageruimte.
Stapel bagage in de bagageruimte nooit hoger dan de rugleuningen.
Plaats als u de achterstoelen neerklapt geen lange voorwerpen direct achter de
voorstoelen.
Sta nooit toe dat er personen in de bagageruimte meerijden. De bagageruimte is
niet ontworpen om personen te vervoeren. Personen dienen plaats te nemen op
een zitplaats en een gordel op de juiste manier om te doen.
Leg geen lading of bagage op de volgende plaatsen:
In de voetenruimte bij de bestuurder
Op de voorpassagiersstoel of de achterstoelen (als er goederen op elkaar
gestapeld worden)
Op de bagageafdekking
Op het instrumentenpaneel
Op het dashboard
Zorg dat alle voorwerpen die zich in het passagierscompartiment bevinden, zijn
opgeborgen of vastgezet.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 303 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
304
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Lading en gewichtsverdeling
Overlaad uw auto niet.
Verdeel het gewicht gelijkmatig.
Een onjuiste belading kan de besturing en de remwerking in negatieve zin beïnvloe-
den, waardoor een ongeval met ernstig letsel zou kunnen ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 304 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
305
4
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden met een aanhangwagen
(2WD-uitvoeringen)
Rusland, Bosnië en Herzegovina, Madeira, Nieuw-Caledonië, Tahiti, Sint
Maarten, Guadeloupe, Martinique, Israël
Toyota adviseert u niet met een
aanhangwagen te rijden. Toyota
adviseert u bovendien geen trek-
haak te laten monteren voor het
gebruik van bijvoorbeeld een fiet-
sendrager. Uw auto is niet ont-
worpen voor het rijden met een
aanhangwagen of het gebruik
van op de trekhaak bevestigde
fietsendragers en dergelijke.
Behalve Rusland, Bosnië en Herzegovina, Madeira, Nieuw-Caledonië,
Tahiti, Sint Maarten, Guadeloupe, Martinique, Israël
Uw auto is in eerste instantie ontworpen voor het vervoer van personen
en hun bagage. Het rijden met een aanhangwagen zal een negatief
effect hebben op de rijeigenschappen, prestaties, remvermogen, duur-
zaamheid en het brandstofverbruik. Met name bij het rijden met een
aanhangwagen hangen uw veiligheid en comfort af van de juiste uitrus-
ting en een voorzichtig rijgedrag. Voor uw veiligheid en die van ande-
ren, mag de aanhangwagen niet te zwaar worden beladen.
Rijd voorzichtig tijdens het rijden met een aanhangwagen en houd u
aan de voorschriften die gelden voor de aanhangwagen.
De Toyota-garantie dekt geen schade die ontstaat bij het bedrijfsmatig
rijden met een aanhangwagen.
Raadpleeg voordat u met een aanhangwagen gaat rijden eerst een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor meer informa-
tie. In sommige landen zijn er namelijk wettelijke voorschriften voor het
rijden met aanhangwagens.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 305 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
306
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Maximale gewichten
Controleer het maximaal toelaatbare aanhangwagengewicht, het maxi-
maal toelaatbare voertuiggewicht (GVW), de maximale asbelasting
(MPAC), en de maximaal toelaatbare kogeldruk voordat u met een aan-
hangwagen gaat rijden. (Blz. 734)
Trekhaak/trekhaak met afneembare kogel
Toyota adviseert gebruik te maken van een originele Toyota trekhaak/
afneembare trekhaak voor uw auto. Ook andere geschikte en kwalitatief
vergelijkbare trekhaken mogen worden gebruikt.
Voor auto's waarbij de trekhaak de verlichting of kentekenplaat blokkeert,
moet het volgende in acht worden genomen:
Monteer geen trekhaak die niet eenvoudig kan worden verwijderd of
weggeklapt.
Als een trekhaak niet gebruikt wordt moet deze worden verwijderd of
weggeklapt.
Neem voor het plaatsen van aanhangwagenverlichting contact op met een
erkende dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige, aangezien onjuiste plaatsing de verlichting
van de auto kan beschadigen. Houd u bij het plaatsen van aanhangwagen-
verlichting aan de wettelijke voorschriften in uw land.
Totaal aanhangwagengewicht en maximaal toegestane kogeldruk
Totaal aanhangwagengewicht
Het gewicht van de aanhangwagen
plus het gewicht van de lading mag
het maximale aanhangwagenge-
wicht niet overschrijden. Het is
gevaarlijk om dit gewicht te over-
schrijden. (Blz. 734)
Als u met een aanhangwagen rijdt,
raden wij u aan een stabilisator te
gebruiken (om slingeren te voorko-
men).
Maximaal toegestane kogeldruk
Belaad de aanhangwagen zo dat de kogeldruk hoger is dan 25 kg of 4% van het
maximale aanhangwagengewicht. Laat de kogeldruk de aangegeven waarde
niet overschrijden. (Blz. 734)
Aansluiten aanhangwagenverlichting
Belangrijke punten met betrekking tot het beladen van een aanhangwa-
gen
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 306 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
307
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Informatielabel (typeplaatje)
Maximaal toelaatbaar voertuig-
gewicht
Het totale gewicht van de bestuur-
der, passagiers, bagage, trekhaak,
auto en kogeldruk mag het maxi-
maal toelaatbare voertuiggewicht
niet met meer dan 100 kg over-
schrijden. Het is gevaarlijk om dit
gewicht te overschrijden.
Maximaal toelaatbare achterasbelasting
De belasting van de achteras mag de maximaal toegestane belasting van de
achteras niet met meer dan 15% overschrijden. Het is gevaarlijk om dit gewicht
te overschrijden.
Het maximale aanhangwagengewicht is bepaald bij tests op zeeniveau. Houd er
rekening mee dat het motorvermogen en het maximale aanhangwagengewicht
op grotere hoogten lager zijn.
1
2
WAARSCHUWING
Als het maximaal toelaatbare voertuiggewicht of de maximale asbelasting
wordt overschreden
Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot een ongeval, met ern-
stig letsel tot gevolg.
Verhoog de aanbevolen bandenspanning met 20,0 kPa (0,2 kg/cm
2
of bar, 3 psi).
(Blz. 745)
Rijd niet harder dan de wettelijke limiet voor auto's met een aanhangwagen of 100
km/h, waarbij de laagste limiet moet worden aangehouden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 307 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
308
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Montagepositie voor de trekhaak/afneembare trekhaak
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 308 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
309
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
517 mm
517 mm
981 mm
650 mm
389 mm
381 mm
*
1
404 mm*
2
*
1
: Auto's zonder verhoogde wagenhoogte
*
2
: Auto's met verhoogde wagenhoogte
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 309 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
310
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Informatie over banden
Verhoog de bandenspanning met 20,0 kPa (0,2 kg/cm
2
of bar, 3 psi) als er een aan-
hangwagen getrokken wordt. (Blz. 745)
Verhoog de bandenspanning van de aanhangwagen tot de waarde die de fabrikant
van de aanhangwagen opgeeft voor de combinatie van aanhangwagengewicht en
belading.
Inrijden
Toyota raadt het rijden met een aanhangwagen af gedurende de eerste 800 km als er
onderdelen van de aandrijflijn van de auto vervangen zijn.
Veiligheidscontroles voor het rijden met een aanhangwagen
Controleer of de maximale kogeldruk voor de trekhaak/trekhaak met afneembare
kogel niet overschreden wordt. Houd er rekening mee dat het gewicht van de aan-
hangwagen moet worden opgeteld bij het gewicht van de auto. Controleer ook of het
totale gewicht van de auto binnen het maximaal toegestane gewicht blijft.
(Blz. 306)
Controleer of de lading op de aanhangwagen goed vastgezet is.
Maak, indien u het achteropkomend verkeer niet goed kunt zien met de standaard
buitenspiegels, gebruik van extra buitenspiegels. Stel de armen van deze extra spie-
gels aan beide zijden zo af dat ze altijd maximaal zicht bieden op de weg achter u.
Onderhoud
Als met de auto regelmatig met een aanhangwagen wordt gereden, moet er vaker
onderhoud worden uitgevoerd omdat de auto zwaarder belast wordt dan bij het rijden
zonder aanhangwagen.
Draai nadat er ongeveer 1.000 km met een aanhangwagen is gereden alle bouten
van de trekhaak nogmaals vast.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 310 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
311
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto zal anders aanvoelen als u met een aanhangwagen rijdt. Neem de
onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om een ongeval en ernstig letsel
te voorkomen:
Controleer de elektrische aansluiting tussen de aanhangwagen en de
auto
Breng de auto tot stilstand na een korte afstand gereden te hebben en
controleer, net als voor het wegrijden, of de verlichting van de aanhangwa-
gen werkt.
Oefen het rijden met een aanhangwagen
Oefen het rijden met een aanhangwagen in een omgeving zonder of
met weinig verkeer, zodat u leert hoe de combinatie aanvoelt bij het
keren, stoppen en achteruitrijden.
Houd tijdens het achteruitrijden het stuurwiel stevig vast en draai het
stuurwiel rechtsom om de aanhangwagen naar links te sturen en
linksom om de aanhangwagen naar rechts te sturen. Verdraai het stuur-
wiel altijd geleidelijk om stuurfouten te voorkomen. Laat iemand u bij het
achteruitrijden begeleiden om de kans op een ongeval te beperken.
Vergroten van de tussenafstand
Bij een snelheid van 10 km/h moet de afstand tot uw voorligger minimaal
gelijk zijn aan de totale lengte van uw auto en de aanhangwagen. Voor-
kom plotselinge remmanoeuvres die tot een slip zouden kunnen leiden.
Als de auto in een slip raakt, zou u de controle over de auto kunnen verlie-
zen. De kans hierop is vooral aanwezig tijdens het rijden op een nat of glad
wegdek.
OPMERKING
Als de achterbumperversterking van aluminium is
Controleer of het stalen deel van de trekhaak niet direct in contact komt met het alu-
minium.
Als staal en aluminium met elkaar in contact komen, ontstaat er een reactie die te
vergelijken is met corrosie, waardoor het desbetreffende gedeelte verzwakt wordt en
er schade kan ontstaan. Breng daarom op het contactvlak een roestwerend middel
aan.
Advies
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 311 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
312
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Acceleratie/stuurcommando's/bochtengedrag
In te krappe bochten kan de aanhangwagen de auto raken. Reduceer uw
snelheid voordat u een bocht nadert en neem bochten met een zodanige
snelheid dat plotseling remmen niet nodig is.
Belangrijke punten met betrekking tot het aansnijden van bochten
De wielen van de aanhangwagen maken een krappere bocht dan de wie-
len van de auto. Snijd bochten daarom ruimer aan dan u zou doen als u
niet met een aanhangwagen rijdt.
Belangrijke punten met betrekking tot de stabiliteit
Een slecht wegdek en krachtige zijwind zullen de wegligging en het rijge-
drag beïnvloeden. Ook bij het inhalen van bussen of grote vrachtwagens
of het ingehaald worden door dergelijke voertuigen, kunnen de aanhang-
wagen en de auto gaan slingeren. Kijk bij het rijden langs dergelijke voer-
tuigen veelvuldig in uw spiegels. Verminder vaart door voorzichtig het
rempedaal in te trappen zodra u ziet dat de aanhangwagen gaat slingeren.
Houd tijdens het remmen het stuurwiel altijd in de rechtuitstand.
Passeren van andere auto's
Houd rekening met de totale lengte van uw auto en de aanhangwagen en
zorg ervoor dat er voldoende tussenafstand is voordat u van rijstrook ver-
andert.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 312 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
313
4-1. Voordat u gaat rijden
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Informatie over de transmissie
Om maximaal te kunnen profiteren van de motorremwerking en de laad-
stroom tijdens het afremmen, mag de transmissie niet in stand D staan.
Zet de selectiehendel in stand B.
Als de motor oververhit raakt
Het rijden met een aanhangwagen op een lange, steile helling bij buiten-
temperaturen hoger dan 30°C kan ertoe leiden dat de motor oververhit
raakt. Als de koelvloeistoftemperatuurmeter aangeeft dat de motor over-
verhit raakt, schakel dan direct de airconditioning uit en breng de auto op
een veilige plaats tot stilstand. (Blz. 725)
Bij het parkeren
Plaats altijd wielblokken onder de wielen van de auto en de aanhangwa-
gen. Activeer de parkeerrem en zet de selectiehendel in stand P.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 313 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
314
4-1. Voordat u gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Volg alle aanwijzingen in dit hoofdstuk op.
Anders kunnen zich ongevallen voordoen die tot ernstig letsel kunnen leiden.
Voorzorgsmaatregelen bij het rijden met een aanhangwagen
Controleer bij het rijden met een aanhangwagen of de maximaal toegestane gewich-
ten niet worden overschreden. (Blz. 306)
Voorkomen van een ongeval of letsel
Auto's met een compact reservewiel:
Rijd niet met een aanhangwagen wanneer het compacte reservewiel onder uw
auto is gemonteerd.
Auto's met bandenreparatieset:
Rijd niet met een aanhangwagen wanneer een band is gemonteerd die is gerepa-
reerd met de bandenreparatieset.
Gebruik de cruise control of de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snel-
heidsbereik niet wanneer er met een aanhangwagen wordt gereden. (indien aan-
wezig)
Rijsnelheid bij het rijden met een aanhangwagen
Overschrijd de maximum snelheid voor het rijden met een aanhangwagen niet.
Voor het afrijden van een lange helling
Minder snelheid en schakel terug. Schakel bij het afdalen van een lange of steile hel-
ling echter niet plotseling terug.
Werking van het rempedaal
Trap het rempedaal niet veelvuldig of gedurende een langere periode achtereen in.
Anders kan het remsysteem oververhit raken of kan de remwerking teruglopen.
OPMERKING
Sluit de aanhangwagenverlichting op de juiste wijze aan
Onjuiste aansluiting van de aanhangwagenverlichting kan schade toebrengen aan
het elektrische systeem van uw auto en een storing veroorzaken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 314 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
315
4
4-1. Voordat u gaat rijden
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden met een aanhangwagen
(AWD-uitvoeringen)
Toyota adviseert u niet met een
aanhangwagen te rijden. Toyota
adviseert u bovendien geen trek-
haak te laten monteren voor het
gebruik van bijvoorbeeld een fiet-
sendrager. Uw auto is niet ont-
worpen voor het rijden met een
aanhangwagen of het gebruik
van op de trekhaak bevestigde
fietsendragers en dergelijke.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 315 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
316
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Startknop
Controleer of de parkeerrem is geactiveerd.
Trap het rempedaal stevig in.
en een melding worden op het
multi-informatiedisplay weergegeven.
Wanneer stand N geselecteerd is, kan
het hybridesysteem niet worden
gestart. Zet de selectiehendel in stand
P wanneer u het hybridesysteem start.
(Blz. 326)
Druk kort en krachtig op de start-
knop.
Eén keer kort en stevig indrukken van
de startknop is voldoende om deze te
bedienen. U hoeft de startknop niet
ingedrukt te houden.
Als het controlelampje READY gaat
branden, werkt het hybridesysteem
normaal.
Houd het rempedaal ingetrapt tot het controlelampje READY brandt.
Het hybridesysteem kan vanuit iedere stand van het contact worden gestart.
Controleer of het controlelampje READY brandt.
Als het controlelampje READY eerst knippert en vervolgens blijft branden en de
zoemer klinkt, dan start het hybridesysteem normaal.
Wanneer het controlelampje READY uit is, kunt u niet wegrijden.
Als het controlelampje READY brandt, kunt u wegrijden, zelfs als de verbrandings-
motor niet draait. (De benzinemotor start of stopt automatisch in overeenstemming
met de toestand van de auto.)
Als u de volgende handelingen uitvoert terwijl u een elektronische sleu-
tel bij u hebt, wordt het hybridesysteem gestart of de stand van het
contact veranderd.
Starten van het hybridesysteem
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 316 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
317
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de auto volledig tot stilstand.
Activeer de parkeerrem. (Blz. 332)
Zet de selectiehendel in stand P.
(Blz. 326)
Controleer of de schakelstandindicator
P aangeeft. (Blz. 325)
Druk op de startknop.
Het hybridesysteem stopt.
Laat het rempedaal langzaam opkomen en controleer of er niets meer
wordt weergegeven op het display in het instrumentenpaneel.
De weergave van het instrumentenpaneel dooft nadat het hybridesysteem is uitge-
schakeld. (Blz. 320)
Uitschakelen van het hybridesysteem
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 317 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
318
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De stand kan worden gewijzigd door op de startknop te drukken zonder het
rempedaal in te trappen. (De stand verandert iedere keer dat op de knop
wordt gedrukt.)
Uit
De alarmknipperlichten kunnen worden
gebruikt.
Stand ACC
Sommige elektrische componenten
zoals het audiosysteem kunnen wor-
den gebruikt.
“Accessory” (stand ACC) wordt weer-
gegeven op het hoofdscherm.
AAN
Alle elektrische componenten kunnen
worden gebruikt.
“Ignition ON” (contact AAN) wordt
weergegeven op het hoofdscherm.
Auto power off-functie
Als het contact langer dan 20 minuten in stand ACC of langer dan een uur AAN staat
(hybridesysteem niet in werking) terwijl stand P is geselecteerd, wordt het contact
automatisch UIT gezet. Deze functie kan het ontladen van de 12V-accu echter niet
helemaal voorkomen. Laat de auto niet gedurende langere tijd in stand ACC of AAN
staan terwijl het hybridesysteem niet in werking is.
Geluiden en trillingen die kenmerkend zijn voor een hybrideauto
Blz. 80
Leegraken batterij elektronische sleutel
Blz. 184
Wijzigen van de standen van het contact
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 318 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
319
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de buitentemperatuur laag is, bijvoorbeeld bij rijden in de winter
Als het hybridesysteem gestart wordt, knippert het controlelampje READY mogelijk
lang. Bedien de auto niet totdat het controlelampje READY continu brandt. Continu
branden betekent dat de auto in beweging kan komen.
Omstandigheden die de werking kunnen beïnvloeden
Blz. 200
Aanwijzing voor de instapfunctie
Blz. 201
Als het hybridesysteem niet kan worden ingeschakeld
De startblokkering is mogelijk niet uitgeschakeld. (Blz. 89)
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Lees de op het multi-informatiedisplay weergegeven melding m.b.t. het starten en
volg de aanwijzingen op.
Als het controlelampje READY niet gaat branden
Neem, als het controlelampje READY niet gaat branden nadat de juiste procedure
voor het starten van de auto is gevolgd, direct contact op met een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Wanneer er een storing in het hybridesysteem aanwezig is
Blz. 83
Als de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
Blz. 634
Bedienen van de startknop
Als de knop niet kort en krachtig wordt ingedrukt, wijzigt de stand van het contact
mogelijk niet of wordt het hybridesysteem niet gestart.
Als u probeert het hybridesysteem opnieuw te starten direct nadat het contact UIT is
gezet, dan start het hybridesysteem in sommige gevallen mogelijk niet. Wacht nadat
u het contact UIT hebt gezet een paar seconden voordat u het hybridesysteem
opnieuw start.
Functie automatisch selecteren van stand P
Blz. 328
Bij een storing in de schakelregeling
Wanneer wordt geprobeerd om het contact UIT te zetten terwijl de schakelregeling
defect is, wordt het contact mogelijk in stand ACC gezet. In dit geval kan het contact
UIT worden gezet door de parkeerrem te activeren en nogmaals de startknop in te
drukken. Laat de auto onmiddellijk controleren door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige als er een storing aanwezig is in het systeem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 319 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
320
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Weergave instrumentenpaneel
Wanneer het contact UIT wordt gezet, zal elke weergave als volgt doven.
De positie-indicator dooft na ongeveer 2 seconden.
Het multi-informatiedisplay, de klok, enz. doven na ongeveer 30 seconden. (Elke
weergave dooft ook direct als een portier wordt vergrendeld voordat er 30 seconden
zijn verstreken.)
Als het Smart entry-systeem met startknop is uitgeschakeld via de persoonlijke
voorkeursinstellingen
Blz. 717
WAARSCHUWING
Starten van het hybridesysteem
Ga altijd op de bestuurdersstoel zitten alvorens het hybridesysteem te starten. Trap
onder geen enkele voorwaarde het gaspedaal in bij het starten van het hybridesys-
teem.
Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Uitschakelen van het hybridesysteem in noodgevallen
Als u in een noodgeval het hybridesysteem tijdens het rijden wilt stoppen, houdt u
de startknop langer dan 2 seconden ingedrukt of drukt u deze minstens 3 keer kort
achter elkaar in. (Blz. 649)
Raak de startknop echter tijdens het rijden niet aan, behalve in geval van nood.
Door het uitschakelen van het hybridesysteem tijdens het rijden verliest u niet de
controle over het stuurwiel of de remmen. De stuurbekrachtiging werkt echter niet
meer. Hierdoor zal het sturen veel zwaarder gaan dan normaal. Zet in dat geval de
auto aan de kant zodra dit veilig kan.
Als de startknop wordt bediend terwijl de auto rijdt, verschijnt er een waarschu-
wingsmelding op het multi-informatiedisplay en klinkt er een zoemer.
Druk op de startknop om het hybridesysteem opnieuw te starten nadat dit ten
gevolge van een noodsituatie tijdens het rijden is uitgeschakeld. Wanneer u na het
tot stilstand brengen van de auto het hybridesysteem opnieuw start, zet dan de
selectiehendel in stand P en druk vervolgens de startknop in.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 320 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
321
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat het contact niet gedurende een langere periode in stand ACC of AAN staan
terwijl het hybridesysteem niet is ingeschakeld.
Als “Accessory” (stand ACC), “Ignition ON” (contact AAN) of de weergave van de
kilometerstand (Blz. 129) op het hoofdscherm wordt weergegeven terwijl het
hybridesysteem niet in werking is, is het contact niet UIT. Verlaat de auto nadat u
het contact UIT hebt gezet.
Starten van het hybridesysteem
Indien het hybridesysteem moeilijk start, laat uw auto dan onmiddellijk controleren
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Symptomen die kunnen duiden op een defect in de startknop
Als de startknop anders lijkt te werken dan normaal, bijvoorbeeld als de knop iets
blijft hangen, kan de startknop defect zijn. Neem onmiddellijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 321 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
322
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
EV-modus
Schakelt EV-modus in/uit
Als de EV-modus wordt ingeschakeld,
gaat het controlelampje EV MODE
branden.
Door in de EV-modus de schakelaar in
te drukken, wordt teruggekeerd naar
normaal rijden (aandrijving door de
benzinemotor en de elektromotor [trac-
tiemotor]).
Omstandigheden waarin de EV-modus niet kan worden ingeschakeld
In de volgende gevallen kan de EV-modus mogelijk niet worden ingeschakeld. Als de
stand niet ingeschakeld kan worden, klinkt er een zoemer en verschijnt er een melding
op het multi-informatiedisplay.
De temperatuur van het hybridesysteem is te hoog.
De auto heeft lang in de zon gestaan of na het oprijden van een helling, het rijden
met hoge snelheid, enz.
De temperatuur van het hybridesysteem is te laag.
De auto heeft bijvoorbeeld lang in een omgeving met een temperatuur lager dan
ongeveer 0°C gestaan.
De benzinemotor is aan het opwarmen.
Het batterijpakket (tractiebatterij) is bijna leeg.
De resterende capaciteit van het batterijpakket die op de energiemonitor wordt aan-
gegeven, is laag. (Blz. 139, 175)
Rijsnelheid is hoog.
Het gaspedaal wordt stevig ingetrapt of de auto rijdt op een helling, enz.
De voorruitverwarming is ingeschakeld.
In de EV-modus wordt er elektrisch vermogen geleverd door het batte-
rijpakket (tractiebatterij) en wordt alleen de elektromotor (tractiemotor)
gebruikt voor de aandrijving van de auto.
Deze modus is geschikt voor het 's nachts of in de vroege morgen door
woonwijken rijden of het rijden in een parkeergarage, enz. zonder dat u
zich zorgen hoeft te maken over geluidsoverlast of uitlaatgassen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 322 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
323
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De EV-modus inschakelen wanneer de benzinemotor koud is
Als de benzinemotor nog koud is en het hybridesysteem wordt gestart, wordt na korte
tijd automatisch de benzinemotor gestart, zodat deze op temperatuur kan komen. In
dat geval kan de EV-modus niet worden ingeschakeld.
Druk zodra het hybridesysteem is gestart en het controlelampje READY brandt en
voordat de benzinemotor start op de EV-modusschakelaar om de EV-modus in te
schakelen.
Automatische uitschakeling van de EV-modus
Tijdens het rijden in de EV-modus, kan in de volgende gevallen automatisch de benzi-
nemotor worden gestart. Als de EV-modus wordt uitgeschakeld, klinkt een zoemer en
knippert het controlelampje EV MODE, waarna het uitgaat.
Het batterijpakket (tractiebatterij) raakt leeg.
De resterende capaciteit van het batterijpakket die op de energiemonitor wordt aan-
gegeven, is laag. (Blz. 139, 175)
Rijsnelheid is hoog.
Het gaspedaal wordt stevig ingetrapt of de auto rijdt op een helling, enz.
Als het mogelijk is om de bestuurder vooraf over het automatisch uitschakelen te infor-
meren, gebeurt dit met een melding op het multi-informatiedisplay.
Maximale rijafstand in EV-modus
De maximale rijafstand in de EV-modus varieert van een paar honderd meter tot onge-
veer 1 km. Er zijn afhankelijk van de omstandigheden van de auto echter situaties
waarbij de EV-modus niet kan worden gebruikt. (De maximale rijafstand is afhankelijk
van de laadtoestand van het batterijpakket [tractiebatterij] en de rijomstandigheden.)
Wijzigen van de rijmodus vanuit de EV-modus
De EV-modus kan worden gebruikt in combinatie met de ECO-modus en de POWER-
modus.
De EV-modus kan echter automatisch uitgeschakeld worden wanneer deze gebruikt
wordt in combinatie met de POWER-modus.
Brandstofverbruik
Het hybridesysteem is ontworpen voor een zo laag mogelijk brandstofverbruik onder
normale rijomstandigheden (aandrijving door benzinemotor en elektromotor [tractie-
motor]). Als de EV-modus vaker wordt gebruikt dan nodig is, zal het brandstofverbruik
hoger zijn.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 323 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
324
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Controleer tijdens het rijden in de EV-modus zorgvuldig de omgeving van de auto.
Omdat er geen motorgeluiden zijn, merken voetgangers, fietsers of andere verkeers-
deelnemers en voertuigen in de omgeving mogelijk niet dat de auto wegrijdt of hen
nadert. Wees dus tijdens het rijden extra alert.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 324 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
325
4
4-2. Rijprocedures
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hybridetransmissie
Selectiehendel
Bedien de selectiehendel soepel en op de juiste manier.
Laat de selectiehendel na het schakelen steeds los, zodat hij kan terugkeren naar
positie .
Zorg bij het schakelen van P naar N, D of R, van D naar R of van R naar D dat het
rempedaal ingetrapt is en dat de auto stilstaat.
Schakelstandindicator
De actuele schakelstand licht op.
Wanneer een andere schakelstand dan stand D of B geselecteerd wordt, verdwij-
nen de pijl die naar B wijst en de positie-indicator B uit de schakelstandindicator.
Controleer bij het selecteren van de schakelstand of de schakelstand gewij-
zigd is in de gewenste stand door de schakelstandindicator in het instrumen-
tenpaneel te controleren.
Bedienen van de selectiehendel
1
Beweeg de selectiehendel bij het schakelen naar stand D of R door de
schakelcoulisse.
Beweeg de selectiehendel naar links (auto's met linkse besturing) of
rechts (auto's met rechtse besturing) en houd hem in deze positie om
stand N in te schakelen. De schakelstand wijzigt naar N.
Beweeg de selectiehendel naar beneden om stand B in te schakelen.
Schakelen naar stand B is alleen mogelijk wanneer schakelstand D gese-
lecteerd is.
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 325 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
326
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*: Gebruik normaal gesproken stand D voor een laag brandstofverbruik en weinig
geluid.
Blz. 422
Als stand P wordt ingeschakeld
Breng de auto volledig tot stilstand
en activeer de parkeerrem. Druk
vervolgens op de schakelaar voor
stand P.
Wanneer de schakelstand gewijzigd
is naar P, gaat de indicator in de
schakelaar branden.
Controleer of de indicator voor
stand P brandt in de schakelstand-
indicator.
Wijzigen van de schakelstand vanuit stand P
Bedien de selectiehendel terwijl u het rempedaal stevig intrapt. Als u de
selectiehendel bedient zonder dat u het rempedaal intrapt, klinkt de
zoemer en is schakelen niet mogelijk.
Controleer bij het selecteren van de schakelstand of de schakelstand
gewijzigd is in de gewenste stand door de schakelstandindicator in het
instrumentenpaneel te controleren.
De schakelstand kan niet rechtstreeks gewijzigd worden van P naar B.
Doel van de schakelstanden
Schakelstand Doel of functie
P Parkeren van de auto/inschakelen van het hybridesysteem
R Achteruit
N
Neutraal
(Toestand waarbij het vermogen niet wordt overgebracht)
D Normaal rijden*
B
Motorremwerking of sterk afremmen wanneer het gaspedaal
is losgelaten op steile hellingen omlaag, enz.
Selecteren van een rijmodus
Schakelaar stand P
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 326 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
327
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelstanden
Wanneer het contact UIT staat, kan de schakelstand niet worden gewijzigd.
Wanneer het contact AAN staat (het hybridesysteem werkt niet), kan de scha-
kelstand alleen worden gewijzigd in N. De schakelstand wordt gewijzigd in N, zelfs
wanneer de selectiehendel in stand D of R wordt gezet en gehouden.
Wanneer het controlelampje READY brandt, kan de schakelstand worden gewijzigd
van P in D, N of R.
Wanneer het controlelampje READY knippert, kan de schakelstand niet vanuit P in
een andere stand worden gezet, ook al wordt de selectiehendel bediend. Wacht tot-
dat het controlelampje READY na het knipperen blijft branden en bedien vervolgens
de selectiehendel nogmaals.
De schakelstand kan alleen vanuit D rechtstreeks gewijzigd worden naar B.
Als bovendien wordt getracht om de schakelstand te wijzigen door de selectiehendel
in een andere stand te zetten of op de schakelaar stand P te drukken in één van de
volgende situaties, klinkt er een zoemer en is schakelen niet meer mogelijk of wordt de
schakelstand automatisch gewijzigd naar N. Selecteer in dat geval een geschikte
schakelstand.
Situaties waarbij schakelen niet mogelijk is:
Als wordt getracht om vanuit P een andere stand in te schakelen door de selectie-
hendel te bewegen zonder dat het rempedaal wordt ingetrapt.
Als wordt getracht om de selectiehendel vanuit stand P of N in stand B te zetten.
Situaties waarbij de schakelstand automatisch gewijzigd wordt naar N:
Wanneer op de schakelaar voor stand P wordt gedrukt terwijl de auto rijdt.
*
1
Als wordt getracht de selectiehendel in stand R te zetten terwijl de auto vooruit-
rijdt.
*
2
Als wordt getracht de selectiehendel in stand D te zetten terwijl de auto achteruit-
rijdt.
*
3
Als wordt getracht om de selectiehendel vanuit stand R in stand B te zetten.
*
1
: De schakelstand verandert mogelijk in P wanneer met zeer lage snelheid wordt
gereden.
*
2
: De schakelstand verandert mogelijk in R als met lage snelheid wordt gereden.
*
3
: De schakelstand verandert mogelijk in D als met lage snelheid wordt gereden.
Als tijdens het rijden met een bepaalde snelheid stand N wordt geselecteerd, ook al
is de selectiehendel niet in stand N gezet, wordt toch schakelstand N ingeschakeld.
In dit geval klinkt de zoemer en wordt er een bevestiging weergegeven op het multi-
informatiedisplay om de bestuurder te informeren dat de schakelstand is gewijzigd in
stand N.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 327 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
328
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingszoemer achteruitrijden
Wanneer de selectiehendel in stand R wordt gezet, klinkt er een zoemer om de
bestuurder te informeren dat schakelstand R is ingeschakeld.
Beperken plotseling wegrijden (wegrijregeling)
Blz. 294
Functie automatisch selecteren van stand P
Als het contact AAN staat en de schakelstand niet al P is, breng de auto dan volledig
tot stilstand en druk de startknop in. Hierdoor wordt automatisch schakelstand P
ingeschakeld en wordt het contact UIT gezet
*.
Schakelstand P wordt mogelijk ook automatisch ingeschakeld als een van de vol-
gende omstandigheden wordt gesignaleerd terwijl de auto tot stilstand is gebracht
door de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik (indien aanwe-
zig).
De veiligheidsgordel van de bestuurder is niet vastgemaakt
Het bestuurdersportier wordt geopend
Er zijn ongeveer 3 minuten verstreken nadat de auto tot stilstand is gebracht
*: Als u op de startknop drukt terwijl u zeer langzaam rijdt (bijv. direct voordat de
auto tot stilstand komt), kan de schakelstand automatisch wijzigen naar P. Druk
de startknop pas in als de auto volledig tot stilstand is gekomen om te voorkomen
dat de auto plotseling tot stilstand komt.
Als de schakelstand niet vanuit stand P gewijzigd kan worden
De kans bestaat dat de 12V-accu leeg is. Controleer in dit geval de 12V-accu.
(Blz. 719)
Remwerking van de motor
Wanneer schakelstand B geselecteerd is, wordt er op de motor afgeremd als u het
gaspedaal loslaat.
Wanneer er met hoge snelheden wordt gereden, voelt u, in vergelijking met normale
auto's met een benzinemotor, de motorremwerking minder.
Er kan met de auto geaccelereerd worden zelfs wanneer schakelstand B geselec-
teerd is.
Als er continu in stand B wordt gereden, zal het brandstofverbruik hoog zijn. Selecteer
normaal gesproken stand D.
Na het laden/aansluiten van de 12V-accu
Blz. 595
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 328 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
329
4-2. Rijprocedures
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer er een melding m.b.t. het schakelen wordt weergegeven op het multi-
informatiedisplay
Wanneer de schakelstand niet wijzigt als gevolg van een verkeerde bediening,
omstandigheden van het systeem, enz. of wanneer de bediening van de selectiehen-
del ongeldig is, wordt er een melding op het multi-informatiedisplay weergegeven die
de juiste bediening of de reden waarom er niet kan worden geschakeld aangeeft. Volg
in deze gevallen de instructies op en probeer het opnieuw.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. waarschuwingszoemer achteruitrijden) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
WAARSCHUWING
Rijden op glad wegdek
Accelereer of wijzig de schakelstand niet plotseling.
Door plotseling afremmen op de motor kan de auto in een slip raken, wat kan leiden
tot een ongeval.
Selectiehendel en schakelaar stand P
Verwijder de selectiehendelknop niet en gebruik uitsluitend de originele Toyota
selectiehendelknop. Hang ook niets aan de selectiehendel.
Hierdoor kan de selectiehendel niet in zijn oorspronkelijke positie terugkeren met
mogelijk ongevallen tot gevolg wanneer de auto in beweging is.
Druk nooit op de schakelaar voor stand P terwijl de auto nog rijdt.
Als u op de schakelaar van stand P drukt terwijl u zeer langzaam rijdt (bv. direct
voordat de auto tot stilstand komt), kan de auto plotseling tot stilstand komen wan-
neer de schakelstand wijzigt naar P. Dit kan tot een ongeval leiden.
Raak de schakelaar stand P of de selectiehendel niet aan wanneer u deze niet
gebruikt, om te voorkomen dat de schakelstand per ongeluk wordt gewijzigd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 329 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
330
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Lading batterijpakket (tractiebatterij)
Als de selectiehendel in stand N staat, wordt het batterijpakket (tractiebatterij) niet
geladen. Houd stand N niet gedurende langere tijd ingeschakeld, om te voorkomen
dat het batterijpakket leegraakt.
Situaties waarbij storingen in de schakelregeling mogelijk zijn
Als een van de volgende situaties zich voordoet, zijn storingen in de schakelregeling
mogelijk.
Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats met een vlakke ondergrond tot stil-
stand, activeer de parkeerrem en neem vervolgens contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Als de waarschuwingsmelding met betrekking tot het regelsysteem op het multi-
informatiedisplay verschijnt.
Op het display wordt aangegeven dat er gedurende meerdere seconden geen
schakelstand is geselecteerd.
Aanwijzingen met betrekking tot het bedienen van de selectiehendel en de
schakelaar voor stand P
Bedien de selectiehendel en de schakelaar voor stand P niet herhaaldelijk en snel
achter elkaar.
De systeembeveiligingsfunctie kan worden ingeschakeld en het kan tijdelijk niet
mogelijk zijn om een andere stand dan stand P in te schakelen. Wacht in dit geval
ongeveer 20 seconden voordat u opnieuw probeert te schakelen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 330 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
331
4
4-2. Rijprocedures
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Richtingaanwijzerschakelaar
Rechts afslaan
Rijstrookwisseling naar rechts
(beweeg de hendel iets in de rich-
ting van de pijl en laat hem los)
De richtingaanwijzers aan de rechter-
zijde zullen drie keer knipperen.
Rijstrookwisseling naar links
(beweeg de hendel iets in de rich-
ting van de pijl en laat hem los)
De richtingaanwijzers aan de linker-
zijde zullen drie keer knipperen.
Links afslaan
De richtingaanwijzers kunnen bediend worden als
Het contact AAN staat.
Als het controlelampje sneller knippert dan normaal
Controleer of elke richtingaanwijzer op de juiste manier knippert.
Als de richtingaanwijzers stoppen met knipperen voordat van rijstrook is veran-
derd
Bedien de hendel nogmaals.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Het aantal keren dat de richtingaanwijzers tijdens het veranderen van rijstrook knippe-
ren kan worden aangepast. (Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voor-
keursinstellingen: Blz. 750)
Bedieningsinstructies
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 331 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
332
4-2. Rijprocedures
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Parkeerrem
Trap, om de parkeerrem te activeren,
het parkeerrempedaal geheel in met
uw linkervoet terwijl u met uw rechter-
voet het rempedaal ingetrapt houdt.
(Door nogmaals op het pedaal te
trappen, wordt de parkeerrem gede-
activeerd.)
Parkeren van de auto
Blz. 292
Waarschuwingszoemer geactiveerde parkeerrem
De zoemer klinkt als er met de auto wordt gereden terwijl de parkeerrem is geacti-
veerd. “Release Parking Brake” (deactiveer parkeerrem) wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay (terwijl een rijsnelheid van 5 km/h is bereikt).
Gebruik in de winter
Blz. 525
Bedieningsinstructies
OPMERKING
Voordat u gaat rijden
Deactiveer de parkeerrem.
Als u gaat rijden terwijl de parkeerrem is geactiveerd, kunnen de onderdelen van het
remsysteem oververhit raken, waardoor de remprestaties in negatieve zin kunnen
worden beïnvloed en de onderdelen van het remsysteem sneller slijten.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 332 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
333
4
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lichtschakelaar
Bedien de schakelaar om de verlichting als volgt in te schakelen:
Type A
De koplampen, de par-
keerlichten voor, de
dagrijverlichting
(Blz. 335), enz. gaan
automatisch aan en uit
(wanneer het contact
AAN staat).
De parkeerlichten voor,
achterlichten, kenteken-
plaat- en dashboardver-
lichting gaan branden.
De koplampen en alle hierboven genoemde verlichting (behalve
de dagrijverlichting) gaan branden.
De dagrijverlichting wordt ingeschakeld. (Blz. 335)
De koplampen kunnen handmatig of automatisch worden bediend.
Bedieningsinstructies
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 333 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
334
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Type B
De koplampen, de par-
keerlichten voor, de
dagrijverlichting
(Blz. 335), enz. gaan
automatisch aan en uit
(wanneer het contact
AAN staat).
De parkeerlichten voor,
achterlichten, kenteken-
plaat- en dashboardver-
lichting gaan branden.
De koplampen en alle hierboven genoemde verlichting (behalve
de dagrijverlichting) gaan branden.
Druk bij ingeschakelde koplampen
de hendel van u af om het groot-
licht in te schakelen.
Door de hendel weer in de midden-
stand te zetten, wordt het grootlicht
weer uitgeschakeld.
Trek de hendel naar u toe en laat
deze meteen weer los om één keer
met het grootlicht te knipperen.
U kunt lichtsignalen geven met de koplampen in- of uitgeschakeld.
1
2
Inschakelen van het grootlicht
3
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 334 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
335
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Dankzij dit systeem kunnen de koplampen en de parkeerlichten voor gedu-
rende 30 seconden worden ingeschakeld wanneer het contact UIT staat.
Trek, nadat u het contact UIT hebt
gezet, de hendel naar u toe en laat
hem los terwijl de lichtschakelaar in
de stand of staat.
Trek de hendel naar u toe en laat hem
weer los om de verlichting uit te scha-
kelen.
Dagrijverlichting
Om uw auto overdag beter zichtbaar te maken voor andere weggebruikers wordt de
dagrijverlichting automatisch ingeschakeld als het hybridesysteem wordt gestart en de
parkeerrem wordt gedeactiveerd met de lichtschakelaar in de stand of .
Dagrijverlichting is niet ontworpen voor gebruik in het donker.
Sensor koplampregeling
Follow Me Home-systeem
De werking van de sensor kan in negatieve zin
beïnvloed worden als er iets over de sensor
heen geplaatst wordt of als er iets op de ruit
wordt aangebracht waardoor de sensor wordt
afgeschermd.
Hierdoor kan de sensor niet op de juiste
manier de hoeveelheid omgevingslicht signale-
ren, waardoor het automatische koplampsys-
teem mogelijk onjuist functioneert.
De werking van de airconditioning wordt moge-
lijk onderbroken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 335 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
336
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatisch uitschakelsysteem verlichting
Wanneer de lichtschakelaar in de stand
of staat: De koplampen wor-
den automatisch uitgeschakeld als het contact in stand ACC of UIT wordt gezet.
Wanneer de lichtschakelaar in stand staat: De koplampen en alle verlichting
worden automatisch uitgeschakeld als het contact in stand ACC of UIT wordt gezet.
Zet, om de verlichting weer in te schakelen, het contact AAN of zet de lichtschakelaar
een keer in de stand of en vervolgens weer in de stand
of
.
Automatische verticale koplampverstelling
De koplamphoogte wordt automatisch geregeld op basis van het aantal passagiers in
de auto en de mate van belading om verblinding van andere weggebruikers door de
koplampen te voorkomen.
Zoemer verlichting
Er klinkt een zoemer als het contact UIT wordt gezet en het bestuurdersportier wordt
geopend terwijl de verlichting is ingeschakeld.
Energiebesparende functie 12V-accu
Om te voorkomen dat de 12V-accu van de auto ontladen raakt wanneer de lichtscha-
kelaar in de stand staat terwijl het contact UIT wordt gezet, schakelt de ener-
giebesparende functie van de 12V-accu alle verlichting na ongeveer 20 minuten
automatisch uit.
Onder de volgende omstandigheden wordt de energiebesparende functie van de 12V-
accu eenmaal uitgeschakeld en vervolgens weer geactiveerd. Alle verlichting gaat 20
minuten nadat de energiebesparende functie van de 12V-accu weer is geactiveerd
automatisch uit:
Wanneer de lichtschakelaar wordt bediend
Wanneer een portier wordt geopend of gesloten
Als “Headlight System Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in koplampsys-
teem. Ga naar uw dealer) op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. gevoeligheid lichtsensor) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 336 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
337
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat de verlichting niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als het hybridesys-
teem niet is ingeschakeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 337 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
338
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
AHB (Automatic High Beam)
Duw de hendel van u af terwijl de
lichtschakelaar in de stand
of staat.
Druk de Automatic High Beam-
schakelaar in.
Het controlelampje van het Automatic
High Beam-systeem gaat branden als
de koplampen automatisch worden
ingeschakeld om aan te geven dat het
systeem is ingeschakeld.
: Indien aanwezig
Het Automatic High Beam-systeem maakt gebruik van een ingebouwde
camera voor om de helderheid van bijvoorbeeld de straatverlichting en
de verlichting van tegenliggers en voorliggers te meten, en schakelt
indien nodig automatisch het grootlicht in of uit.
WAARSCHUWING
Beperkingen van het Automatic High Beam-systeem
Vertrouw niet uitsluitend op het Automatic High Beam-systeem. Rijd altijd voorzich-
tig, houd hierbij de omgeving in de gaten en schakel indien nodig handmatig het
grootlicht in of uit.
Voorkomen van onjuiste werking van het Automatic High Beam-systeem
Voorkom overbelading van uw auto.
Inschakelen van het Automatic High Beam-systeem
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 338 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
339
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Dimlicht inschakelen
Trek de hendel naar u toe, zodat
deze in de oorspronkelijke stand
terugkomt.
Het controlelampje van het Automa-
tic High Beam-systeem dooft.
Duw de hendel van u af om het
Automatic High Beam-systeem
weer in te schakelen.
Grootlicht inschakelen
Druk de Automatic High Beam-
schakelaar in.
Het controlelampje van het Automa-
tic High Beam-systeem dooft en het
controlelampje van het grootlicht
gaat branden.
Druk de schakelaar in om het Auto-
matic High Beam-systeem weer in
te schakelen.
Handmatig in- en uitschakelen van het grootlicht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 339 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
340
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorwaarden voor het automatisch in- of uitschakelen van het grootlicht
Als aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt het grootlicht automatisch
ingeschakeld (na ongeveer 1 seconde):
Behalve Rusland: De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 40 km/h.
Rusland: De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 30 km/h.
Het gebied voor de auto is niet verlicht.
Er zijn geen tegenliggers of voorliggers met ingeschakelde koplampen of achter-
lichten.
Er bevinden zich weinig straatlantaarns op de weg voor u.
Als aan een van onderstaande voorwaarden is voldaan, wordt het grootlicht automa-
tisch uitgeschakeld:
Behalve Rusland: De rijsnelheid wordt lager dan ongeveer 30 km/h.
Rusland: De rijsnelheid is hoger dan ongeveer 25 km/h.
Het gebied voor de auto is verlicht.
Tegenliggers of voorliggers hebben de koplampen of achterlichten ingeschakeld.
Er bevinden zich veel straatlantaarns op de weg voor u.
Detectie-informatie camera voor
In de volgende situaties wordt het grootlicht mogelijk niet automatisch uitgeschakeld:
Als plotseling een tegenligger uit een bocht opdoemt
Als plotseling een andere auto voor de eigen auto invoegt
Als tegenliggers of voorliggers aan het zicht zijn onttrokken als gevolg van een
reeks bochten, wegafscheidingen of bomen langs de weg
Wanneer tegenliggers opdoemen uit de rechter tegemoetkomende rijstrook op
een brede weg
Wanneer er tegenliggers of voorliggers met uitgeschakelde verlichting zijn
Het grootlicht wordt mogelijk uitgeschakeld als een tegenligger wordt gesignaleerd
die zijn mistlampen aan heeft terwijl zijn koplampen uit zijn.
Door de aanwezigheid van huisverlichting, straatverlichting, verkeerslichten of ver-
lichte billboards of verkeersborden wordt mogelijk geschakeld van grootlicht naar
dimlicht of blijft het dimlicht mogelijk ingeschakeld.
De volgende factoren kunnen van invloed zijn op de reactietijd voor het in- of uitscha-
kelen van het grootlicht:
De helderheid van koplampen, mistlampen en achterlichten van tegenliggers en
voorliggers
De beweging en richting van tegenliggers en voorliggers
Als de verlichting van een tegenligger of voorligger slechts aan één kant werkt
Als een tegenligger of voorligger een voertuig op twee wielen betreft
De toestand van de weg (stijgingspercentage, bochten, toestand van het wegdek,
enz.)
Het aantal inzittenden en de hoeveelheid bagage
Het grootlicht kan op voor de bestuurder onverwachte momenten worden in- en uit-
geschakeld.
Fietsen of vergelijkbare objecten worden mogelijk niet gesignaleerd.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 340 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
341
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In de onderstaande situaties kan het systeem de helderheid van het omgevingslicht
mogelijk niet juist signaleren. Hierdoor blijven de dimlichten mogelijk branden of
zorgt het grootlicht mogelijk voor problemen bij voetgangers, tegenliggers of voorlig-
gers of anderen. In dergelijke gevallen moet handmatig worden geschakeld tussen
grootlicht en dimlicht.
Bij slecht weer (regen, mist, sneeuw, zandstormen, enz.)
Het zicht door de voorruit wordt belemmerd door damp, wasem, ijs, vuil, enz.
De voorruit is gebarsten of beschadigd.
De camera voor is vervormd of vuil.
De temperatuur van de camera voor is extreem hoog.
De helderheid van het omgevingslicht komt overeen met die van koplampen, ach-
terlichten of mistlampen.
Tegenliggers hebben de koplampen niet ingeschakeld of de koplampen zijn vuil,
hebben een andere kleur of zijn niet correct afgesteld.
In gebieden waar lichte en donkere stukken elkaar afwisselen.
Als geregeld en herhaaldelijk over stijgende en dalende wegen wordt gereden, of
over wegen met een slecht of oneffen wegdek (zoals klinkerwegen, zandwegen,
enz.).
Als geregeld en herhaaldelijk over bochtige wegen wordt gereden.
Er bevindt zich een sterk spiegelend voorwerp, zoals een spiegel, voor de auto.
De achterzijde van een voorligger is sterk spiegelend, zoals een container op een
truck.
De koplampen van de auto zijn beschadigd of vuil.
De auto helt naar één kant over door bijvoorbeeld een lekke band of ligt aan de
achterzijde wat lager doordat een aanhangwagen is aangekoppeld.
Er wordt herhaaldelijk en op een abnormale manier geschakeld tussen dimlicht en
grootlicht.
De bestuurder meent dat andere bestuurders of voetgangers last hebben van het
grootlicht.
Als “Headlight System Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in koplampsys-
teem. Ga naar uw dealer) op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 341 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
342
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelaar mistlampen
Schakelt de mistlampen
voor en de mistachter-
lichten uit
Schakelt de mistlampen
voor in
Schakelt de mistlampen
voor en het mistachter-
licht in
Als de schakelaarring wordt losgelaten, keert de ring terug naar de stand .
Door de schakelaarring nogmaals te draaien wordt alleen het mistachterlicht uitge-
schakeld.
Mistlampen kunnen worden gebruikt als
Mistlampen voor: De parkeerlichten voor zijn ingeschakeld.
Mistachterlicht: De mistlampen voor zijn ingeschakeld.
De mistlampen zorgen voor meer zicht bij ongunstige rijomstandighe-
den, zoals bij regen en mist.
Bedieningsinstructies
1
2
3
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat de verlichting niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als het hybridesys-
teem niet is ingeschakeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 342 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
343
4
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ruitenwissers en -sproeiers
Door de hendel te bedienen werken de ruitenwissers en -sproeiers
als volgt.
Ruitenwissers met intervalafstelling
Uit
Intervalwerking
Lage snelheid
Hoge snelheid
Enkele slag
Het wisinterval kan worden gewijzigd als de intervalstand wordt geselecteerd.
Verkort het interval van de wisser-
werking
Verlengt het interval van de wisser-
werking
Gelijktijdig inschakelen
ruitensproeiers en ruiten-
wissers
Door aan de hendel te trekken treden
de ruitenwissers en -sproeiers in wer-
king.
De ruitenwissers zullen automatisch
een aantal slagen maken als de ruiten-
sproeiers worden ingeschakeld.
Bedienen van de ruitenwisserhendel
1
2
3
4
5
6
7
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 343 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
344
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ruitenwissers met regensensor
Uit
Stand AUTO
Lage snelheid
Hoge snelheid
Enkele slag
Als wordt geselecteerd, begin-
nen de ruitenwissers automatisch te
wissen als de sensor signaleert dat het
regent. De wissnelheid wordt automa-
tisch afgestemd op de hoeveelheid
neerslag en de rijsnelheid.
In de stand kan de sensorgevoeligheid worden ingesteld.
Verhoogt de gevoeligheid
Verlaagt de gevoeligheid
Gelijktijdig inschakelen
ruitensproeiers en ruiten-
wissers
Door aan de hendel te trekken treden
de ruitenwissers en -sproeiers in wer-
king.
De ruitenwissers zullen automatisch
een aantal slagen maken als de ruiten-
sproeiers worden ingeschakeld.
1
2
3
4
5
6
7
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 344 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
345
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De ruitenwissers en ruitensproeiers kunnen worden bediend als
Het contact AAN staat.
Wisslag om druppelvorming te voorkomen (auto's met ruitenwissers met regen-
sensor)
Na enkele slagen volgt een pauze en maken de wissers nog een slag om de laatste
druppels te verwijderen. Deze functie werkt echter niet tijdens het rijden.
Regensensor (auto's met ruitenwissers met regensensor)
Als de ruitenwisserschakelaar in de stand wordt gezet terwijl het contact AAN
is, maken de ruitenwissers één wisslag om aan te geven dat de stand AUTO is inge-
schakeld.
Als de ruitenwisser gevoeliger wordt afgesteld, kan de wisser één keer werken om
aan te geven dat de gevoeligheid is gewijzigd.
Als de temperatuur van de regensensor 85°C of hoger is, of -15°C of lager is, werkt
de automatische functie mogelijk niet. Zet de ruitenwisserschakelaar in dat geval in
een andere modus dan AUTO.
Als er geen vloeistof uit de ruitensproeiers komt
Controleer of er ruitensproeiervloeistof in het reservoir aanwezig is en controleer als
dat het geval is of de sproeierkoppen niet verstopt zijn.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen van de bediening van de AUTO-modus kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
De regensensor registreert de hoeveelheid
neerslag.
De auto is voorzien van een optische sen-
sor. Deze werkt mogelijk niet goed als zon-
licht van de opkomende of ondergaande zon
af en toe op de voorruit valt of als er insecten
o.i.d. op de voorruit zitten.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 345 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
346
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van de ruitenwissers in de stand
AUTO (auto's met ruitenwissers met regensensor)
De ruitenwissers voor kunnen onverwacht in werking treden als de sensor wordt
aangeraakt of als de voorruit aan trillingen wordt blootgesteld terwijl de ruitenwissers
in de stand AUTO staan. Let erop dat u zich niet kunt bezeren als de ruitenwissers in
werking treden.
Waarschuwing met betrekking tot het gebruik van ruitensproeiervloeistof
Gebruik bij koud weer de ruitensproeiervloeistof pas wanneer de voorruit warm is.
De vloeistof kan anders op de voorruit bevriezen en zo het zicht belemmeren. Dit
kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
OPMERKING
Als de voorruit droog is
Gebruik de ruitenwissers niet als de voorruit droog is omdat hierdoor de voorruit
beschadigd kan worden.
Als het sproeierreservoir leeg is
Druk niet constant op de schakelaar, aangezien de sproeierpomp oververhit kan
raken.
Wanneer een sproeier verstopt raakt
Neem in dit geval contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken met een
naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd raken.
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat de ruitenwissers niet langer ingeschakeld dan noodzakelijk is als het hybride-
systeem niet ingeschakeld is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 346 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
347
4
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Achterruitenwisser en -sproeier
Door de schakelaar te bedienen werkt de achterruitenwisser als volgt:
Uit
Intervalwerking
Normale werking
Gelijktijdig inschakelen rui-
tensproeiers en ruitenwis-
sers
Door de hendel naar voren te duwen
treden de ruitenwissers en -sproeiers
in werking.
Bedienen van de ruitenwisserhendel
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 347 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
348
4-3. Bedienen van verlichting en ruitenwissers
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De achterruitenwisser en -sproeier kunnen worden bediend als
Het contact AAN staat.
Als er geen ruitensproeiervloeistof op de ruit terechtkomt
Controleer of er ruitensproeiervloeistof in het reservoir aanwezig is en controleer, als
dat het geval is, of de sproeierkop niet verstopt is.
OPMERKING
Als de achterruit droog is
Gebruik de ruitenwisser niet als de achterruit droog is omdat de achterruit hierdoor
beschadigd kan raken.
Als het sproeierreservoir leeg is
Druk niet constant op de schakelaar, aangezien de sproeierpomp oververhit kan
raken.
Wanneer een sproeier verstopt raakt
Neem in dit geval contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Probeer als een sproeierkop verstopt is geraakt deze niet schoon te maken met een
naald of iets dergelijks. Hierdoor kan de sproeierkop beschadigd raken.
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat, als het hybridesysteem is uitgeschakeld, de ruitenwisser niet langer ingescha-
keld dan noodzakelijk is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 348 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
349
4
4-4. Tanken
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Openen van de tankdop
Zet het contact UIT en controleer of alle portieren en ruiten gesloten zijn.
Controleer de brandstofsoort.
Brandstofsoorten
Blz. 748
Vulopening brandstoftank voor loodvrije benzine
Om vergissingen bij tankstations te voorkomen, is uw auto uitgerust met een kleinere
vulopening speciaal voor loodvrije benzine.
Instellingsscherm benzineprijs (indien aanwezig)
Wanneer er meer dan ongeveer 5 l brandstof is getankt en het contact AAN is gezet,
wordt het instellingsscherm voor de benzineprijs automatisch weergegeven op het
multi-informatiedisplay. (Blz. 112)
Voer de volgende stappen uit om de tankdop te openen:
Voor het tanken
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 349 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
350
4-4. Tanken
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Bij het tanken
Neem bij het tanken de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Het niet in acht
nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg hebben.
Raak na het verlaten van de auto en voor het openen van de tankdopklep een
ongeverfd metalen oppervlak aan om eventuele statische elektriciteit af te voeren.
Het is belangrijk om statische elektriciteit af te voeren voordat u gaat tanken, omdat
vonken als gevolg van statische elektriciteit brandstofdampen tot ontbranding kun-
nen brengen.
Pak de tankdop bij de greep vast en draai hem langzaam los.
Tijdens het losdraaien van de tankdop kan er een sissend geluid hoorbaar zijn.
Wacht tot het geluid verdwenen is alvorens de tankdop te verwijderen. Bij hoge bui-
tentemperaturen kan er brandstof uit de vulpijp spuiten en letsel veroorzaken.
Zorg ervoor dat er niemand die de eventueel aanwezige statische elektriciteit van
zijn lichaam niet heeft afgevoerd, in de buurt van een niet afgesloten brandstoftank
komt.
Adem de brandstofdampen niet in.
Brandstof bevat stoffen die schadelijk zijn als ze ingeademd worden.
Rook niet tijdens het tanken.
Als u dat wel doet, kan er brand ontstaan.
Keer niet naar de auto terug als u statisch geladen bent.
Statische elektriciteit kan vonkvorming en daarmee brand veroorzaken.
Bij het tanken
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat de brand-
stoftank overstroomt:
Plaats het vulpistool nauwkeurig in de vulpijp.
Stop met het vullen van de tank wanneer het vulpistool automatisch uit klikt.
Vul de brandstoftank niet tot de rand.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 350 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
351
4-4. Tanken
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op de schakelaar voor de
tankdopklep om de tankdopklep te
openen.
Draai de tankdop langzaam open
en plaats hem in de houder op de
tankdopklep.
OPMERKING
Tanken
Mors geen brandstof tijdens het tanken.
Anders kan schade aan de auto ontstaan, zoals het slecht functioneren van het
emissieregelsysteem, of beschadiging van de onderdelen van het brandstofsysteem
of van de lak.
Openen van de tankdop
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 351 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
352
4-4. Tanken
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de tankdopklep niet geopend kan worden door de schakelaar in de auto in te
drukken
Open de achterklep en verwijder de afdek-
kap onder de bagageruimteverlichting.
Trek de hendel naar achteren en controleer
of de tankdopklep wordt geopend.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 352 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
353
4-4. Tanken
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Draai na het tanken van brandstof de
tankdop tot u een klik hoort. Als u de
dop loslaat, zal hij iets in de andere
richting draaien.
Sluiten van de tankdop
WAARSCHUWING
Vervangen van de tankdop
Gebruik alleen de originele Toyota-tankdop voor uw auto. Anders kan er brand ont-
staan of kunnen zich andere ongevallen voordoen, wat kan leiden tot ernstig letsel.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 353 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
354
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Toyota Safety Sense
PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
Blz. 367
LTA (Lane Tracing Assist)
Blz. 378
AHB (Automatic High Beam)
Blz. 338
RSA (Road Sign Assist)
Blz. 394
Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik
Blz. 400
: Indien aanwezig
Toyota Safety Sense bestaat uit de volgende ondersteunende systemen
en draagt bij aan een veilige en comfortabele rijervaring:
Ondersteunend systeem
WAARSCHUWING
Toyota Safety Sense
Toyota Safety Sense is ontworpen om te werken met als uitgangspunt dat de
bestuurder voorzichtig rijdt om te helpen de gevolgen van een aanrijding voor de
inzittenden en de auto te beperken of de bestuurder te assisteren onder normale
rijomstandigheden.
Vertrouw niet blindelings op het systeem, aangezien er een grens is aan de mate
van nauwkeurigheid bij de herkenning en de ondersteunende mogelijkheden die dit
systeem kan bieden. Het is altijd de verantwoordelijkheid van de bestuurder om de
omgeving van de auto in de gaten te houden en veilig te rijden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 354 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
355
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Twee soorten sensoren, die zich achter de grille en de voorruit bevinden, sig-
naleren informatie die nodig is voor de werking van de ondersteunende sys-
temen.
Radarsensor
Camera voor
Sensoren
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 355 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
356
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorkomen van storingen in de radarsensor
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, werkt de radarsensor mogelijk niet goed, hetgeen kan leiden tot
een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Houd de radarsensor en de afdekking van de radarsensor altijd schoon.
Bevestig geen accessoires, (doorzichtige) stickers of andere zaken op de radar-
sensor, de afdekking van de radarsensor of het omliggende gebied.
Stel de radarsensor en de omgeving van de sensor niet bloot aan krachtige schok-
ken.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de radar-
sensor, de grille of de voorbumper is blootgesteld aan krachtige schokken.
Haal de radarsensor niet uit elkaar.
Wijzig of spuit de radarsensor of de kap van de radarsensor niet.
In de volgende gevallen moet de radarsensor opnieuw worden gekalibreerd. Neem
voor meer informatie contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als de radarsensor of de grille is verwijderd en geplaatst of vervangen
Als de voorbumper is vervangen
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 356 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
357
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Storingen in de camera voor voorkomen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Als u dat niet doet, werkt de camera voor mogelijk niet goed, hetgeen kan leiden tot
een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Houd de voorruit te allen tijde schoon.
Reinig de voorruit als deze vuil is of als er een dun olielaagje, waterdruppels,
sneeuw, enz. op zit(ten).
Als er een ruitencoating op de voorruit is aangebracht, moeten waterdruppels
e.d. nog steeds met de ruitenwissers voor worden verwijderd van het gedeelte
van de voorruit vóór de camera voor.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de binnen-
zijde van de voorruit waar de camera voor is geplaatst vuil is.
Als de voorruit vóór de camera voor is beslagen of wanneer er condens of ijs op de
voorruit zit, gebruik dan de voorruitverwarming om de condens van de voorruit te
verwijderen of de voorruit te ontdooien. (Blz. 534)
Vervang het ruitenwisserrubber of het ruitenwisserblad als de ruitenwissers vóór de
waterdruppels niet goed kunnen verwijderen van het gedeelte van de voorruit vóór
de camera vóór.
Plak geen ruitfolie op de voorruit.
Vervang de voorruit als deze beschadigd is of als er een barst in zit.
Na vervanging van de voorruit moet de camera voor opnieuw worden gekalibreerd.
Neem voor meer informatie contact op met een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
Zorg ervoor dat er geen vloeistoffen op de camera voor terechtkomen.
Voorkom dat er fel licht op de camera voor schijnt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 357 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
358
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de camera voor niet vuil wordt of beschadigd raakt.
Zorg er bij het reinigen van de binnenzijde van de voorruit voor dat er geen glasrei-
niger op de lens van de camera voor terechtkomt. Raak de lens ook niet aan.
Neem, als de lens vuil of beschadigd is, contact op met een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
Stel de camera voor niet bloot aan sterke schokken.
Wijzig de montagepositie of -richting van de camera voor niet en verwijder de
camera niet.
Haal de camera voor niet uit elkaar.
Wijzig geen onderdelen van de auto rond de camera voor (binnenspiegel, enz.) of
het dak.
Bevestig geen accessoires die de camera voor kunnen hinderen op de motorkap,
de grille of de voorbumper. Neem voor meer informatie contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Zorg er als een surfplank of een ander lang voorwerp op het dak moet worden
geplaatst voor dat de camera voor er niet door wordt gehinderd.
Breng geen wijzigingen aan de koplampen of andere lichten aan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 358 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
359
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verklaringen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 359 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
360
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 360 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
361
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 361 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
362
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 362 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
363
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 363 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
364
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 364 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
365
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voor auto's die in Israël zijn verkocht
Als een waarschuwingsmelding wordt weergegeven op het multi-informatiedis-
play
Een van de systemen is mogelijk tijdelijk niet beschikbaar of er is mogelijk sprake van
een storing in het betreffende systeem.
Voer in de volgende situaties de in de tabel aangegeven acties uit. Als wordt gesig-
naleerd dat weer aan de normale werkingsvoorwaarden wordt voldaan, verdwijnt de
melding en werkt het systeem weer normaal.
Neem, als de melding niet verdwijnt, contact op met een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 365 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
366
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als in de volgende situaties de situatie is gewijzigd (of enige tijd met de auto is gere-
den) en wordt gesignaleerd dat weer aan de normale werkingsvoorwaarden wordt
voldaan, verdwijnt de melding en werkt het systeem weer normaal.
Neem, als de melding niet verdwijnt, contact op met een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
Als de temperatuur rondom de camera voor niet binnen het werkingsbereik ligt,
bijvoorbeeld doordat de auto in de zon of een zeer koude omgeving staat
Als de camera voor geen objecten voor de auto kan detecteren, zoals 's nachts op
een onverlichte weg, bij sneeuw, bij mist of als er fel licht in de camera voor schijnt
Situatie Handelingen
Als het gedeelte rondom een sen-
sor bedekt is met vuil, vocht (con-
dens, ijs, enz.) of andere
verontreinigingen
Maak om het gedeelte van de voorruit voor de
camera voor te reinigen gebruik van de ruiten-
wissers of de voorruitverwarming van het air-
conditioningsysteem (Blz. 534).
Als de temperatuur rondom de
camera voor niet binnen het wer-
kingsbereik ligt, bijvoorbeeld door-
dat de auto in de zon of een zeer
koude omgeving staat
Als de camera voor heet is, bijvoorbeeld door-
dat de auto in de zon heeft gestaan, maak
dan gebruik van de airconditioning om het
gedeelte rondom de camera voor af te koelen.
Als bij het parkeren van de auto gebruik is
gemaakt van een zonnescherm, kan bij
bepaalde typen zonnescherm door het zon-
licht dat door het oppervlak ervan wordt
gereflecteerd de temperatuur van de
camera voor extreem hoog oplopen.
Als de camera voor koud is, bijvoorbeeld
doordat de auto in een zeer koude omgeving
heeft gestaan, maak dan gebruik van het air-
conditioningsysteem om het gedeelte rondom
te camera voor op te warmen.
Het gedeelte vóór de camera voor
wordt afgedekt, bijvoorbeeld door-
dat de motorkap is geopend of
doordat een sticker op het gedeelte
van de voorruit vóór de camera
voor is geplakt.
Sluit de motorkap, verwijder de sticker, enz.,
zodat de camera voor niet meer wordt afge-
dekt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 366 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
367
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
*
Het systeem kan de volgende zaken signaleren:
Voertuigen
Fietsers
Voetgangers
: Indien aanwezig
Het Pre-Crash Safety-systeem maakt gebruik van een radarsensor en
een camera voor om objecten (Blz. 367) vóór de auto te signaleren.
Wanneer het systeem oordeelt dat de kans op een frontale aanrijding
met een object groot is, wordt een waarschuwing geactiveerd om de
bestuurder aan te sporen om uit te wijken en wordt de potentiële rem-
druk verhoogd om de bestuurder te helpen een aanrijding te voorko-
men. Wanneer het systeem oordeelt dat de kans op een frontale
aanrijding met een object zeer groot is, worden de remmen automa-
tisch bekrachtigd om te helpen een aanrijding te voorkomen of om de
impact van een aanrijding te helpen verminderen.
Het Pre-Crash Safety-systeem kan worden in-/uitgeschakeld en het waar-
schuwingstijdstip kan worden gewijzigd. (Blz. 371)
Signaleerbare objecten
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 367 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
368
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Pre-Crash-waarschuwing
Wanneer het systeem oordeelt dat
een frontale aanrijding waarschijn-
lijk is, klinkt er een zoemer en
wordt er een waarschuwingsmel-
ding weergegeven op het multi-
informatiedisplay om de bestuur-
der aan te sporen om uit te wijken.
Pre-Crash Brake Assist
Wanneer het systeem oordeelt dat een aanrijding aan de voorzijde waar-
schijnlijk is, past het een grotere remkracht toe in relatie tot de kracht
waarmee het rempedaal wordt ingetrapt.
Pre-Crash Brake-functie
Wanneer het systeem oordeelt dat de kans op een frontale aanrijding zeer
groot is, worden de remmen automatisch bekrachtigd om te helpen een
aanrijding te voorkomen of de snelheid van de aanrijding te verlagen.
Systeemfuncties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 368 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
369
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Beperkingen van het Pre-Crash Safety-systeem
De bestuurder is zelf verantwoordelijk voor een veilig rijgedrag. Rijd altijd veilig en
houd rekening met de omgeving.
Gebruik het Pre-Crash Safety-systeem nooit in plaats van normaal remmen. Dit
systeem voorkomt niet in alle gevallen een aanrijding en vermindert ook niet altijd
de schade of het letsel bij de aanrijding. Vertrouw niet uitsluitend op dit systeem.
Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval, met ernstig letsel tot gevolg.
Hoewel dit systeem is ontworpen om aanrijdingen te helpen voorkomen of de
impact van een aanrijding te helpen verminderen, is het effect afhankelijk van aller-
lei omstandigheden. Hierdoor bereikt het systeem mogelijk niet altijd hetzelfde
prestatieniveau.
Lees de hierna gegeven aanwijzingen aandachtig door. Vertrouw niet blindelings
op dit systeem en rijd altijd voorzichtig.
Omstandigheden waaronder het systeem mogelijk werkt, zelfs als er geen kans
op een aanrijding is: Blz. 373
Omstandigheden waaronder het systeem mogelijk niet juist werkt: Blz. 375
Probeer niet zelf de werking van het Pre-Crash Safety-systeem te testen.
Afhankelijk van de objecten die voor het testen worden gebruikt (dummy's, karton-
nen imitaties van signaleerbare objecten, enz.) werkt het systeem mogelijk niet
goed, hetgeen kan leiden tot een ongeval.
Pre-Crash Brake-functie
Als de Pre-Crash Brake-functie in werking is, wordt er veel remkracht toegepast.
Als de auto wordt stilgezet door de werking van de Pre-Crash Brake-functie, wordt
de werking van de functie na ongeveer 2 seconden uitgeschakeld. Trap indien
nodig het rempedaal in.
De Pre-Crash Brake-functie werkt mogelijk niet, afhankelijk van de bediening van
de auto door de bestuurder. Als het gaspedaal diep wordt ingetrapt of het stuurwiel
wordt gedraaid, oordeelt het systeem mogelijk dat de bestuurder een uitwijkactie
uitvoert en werkt het Pre-Crash Brake-systeem mogelijk niet.
Terwijl het Pre-Crash Brake-systeem is ingeschakeld, wordt in sommige gevallen
de werking ervan mogelijk uitgeschakeld, wanneer het gaspedaal diep wordt inge-
trapt of het stuurwiel wordt gedraaid en het systeem oordeelt dat de bestuurder een
uitwijkactie uitvoert.
Als het rempedaal wordt ingetrapt, oordeelt het systeem mogelijk dat de bestuurder
een uitwijkactie uitvoert en stelt het mogelijk het werkingstijdstip van de Pre-Crash
Brake-functie uit.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 369 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
370
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Wanneer moet het Pre-Crash Safety-systeem worden uitgeschakeld
Schakel in de volgende situaties het systeem uit, omdat het mogelijk niet juist werkt,
hetgeen kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan:
Als de auto wordt gesleept
Bij het slepen van een andere auto
Bij het vervoeren van de auto op een vrachtwagen, boot, trein of vergelijkbaar
transportmiddel
Wanneer de auto wordt opgetakeld terwijl het hybridesysteem aan staat en de wie-
len vrij kunnen draaien
Bij het controleren van de auto op een rollenbank, bijvoorbeeld een vermogens-
bank of een snelheidsmetertester, of bij het balanceren van de wielen op de auto
Als er veel kracht wordt uitgeoefend op de voorbumper of de grille door een aanrij-
ding of een andere oorzaak
Als niet op een stabiele wijze kan worden gereden met de auto, bijvoorbeeld als hij
betrokken is geweest bij een ongeval of als er storingen zijn
Als met een sportieve rijstijl of in het terrein wordt gereden
Als de banden niet de juiste bandenspanning hebben
Als de banden zeer versleten zijn
Als er een andere maat banden dan voorgeschreven is gemonteerd
Als er sneeuwkettingen zijn aangebracht
Wanneer er een compact reservewiel is gemonteerd of een bandenreparatieset is
gebruikt
Als er tijdelijk uitrusting (sneeuwploeg, enz.) die de radarsensor of de camera voor
kan hinderen op de auto is geplaatst
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 370 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
371
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In-/uitschakelen van het Pre-Crash Safety-systeem
Het Pre-Crash Safety-systeem kan worden ingeschakeld/uitgeschakeld via
(Blz. 161) van het multi-informatiedisplay.
Het systeem wordt automatisch ingeschakeld telkens wanneer het contact AAN
wordt gezet.
Als het systeem wordt uitgescha-
keld, gaat het waarschuwings-
lampje PCS branden en wordt er
een melding weergegeven op het
multi-informatiedisplay.
Wijzigen van de timing van de Pre-Crash-waarschuwing
De timing van de Pre-Crash-waarschuwing kan worden gewijzigd via
(Blz. 161) van het multi-informatiedisplay.
De instelling van de timing van de waarschuwing blijft behouden als het contact
UIT wordt gezet.
Als het Pre-Crash Safety-systeem echter is uitgeschakeld en weer is ingescha-
keld, wordt de timing weer ingesteld op de standaardinstelling (gemiddeld).
Vroeg
Gemiddeld
Dit is de standaardinstelling.
Laat
Wijzigen van instellingen van het Pre-Crash Safety-systeem
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 371 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
372
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Werkingsvoorwaarden
Het Pre-Crash Safety-systeem wordt ingeschakeld en het systeem oordeelt dat de
kans op een frontale aanrijding met een obstakel groot is.
De verschillende functies werken bij de volgende snelheden:
Pre-Crash-waarschuwing
Pre-Crash Brake Assist
Pre-Crash Brake-systeem
Het systeem werkt in de volgende situaties mogelijk niet:
Als een accupool is losgenomen en weer aangesloten en er vervolgens gedurende
een bepaalde tijd niet met de auto is gereden
Als de selectiehendel in stand R staat
Als het controlelampje VSC OFF brandt (alleen de Pre-Crash-waarschuwingsfunctie
werkt)
Signaleerbare objecten Rijsnelheid
Snelheidsverschil tussen
uw auto en het object
Voertuigen Ongeveer 10 - 180 km/h Ongeveer 10 - 180 km/h
Fietsers en voetgangers Ongeveer 10 - 80 km/h Ongeveer 10 - 80 km/h
Signaleerbare objecten Rijsnelheid
Snelheidsverschil tussen
uw auto en het object
Voertuigen Ongeveer 30 - 180 km/h Ongeveer 30 - 180 km/h
Fietsers en voetgangers Ongeveer 30 - 80 km/h Ongeveer 30 - 80 km/h
Signaleerbare objecten Rijsnelheid
Snelheidsverschil tussen
uw auto en het object
Voertuigen Ongeveer 10 - 180 km/h Ongeveer 10 - 180 km/h
Fietsers en voetgangers Ongeveer 10 - 80 km/h Ongeveer 10 - 80 km/h
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 372 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
373
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Objectdetectiefunctie
Uitschakelen van het Pre-Crash Brake-systeem
Als zich een van de volgende situaties voordoet terwijl het Pre-Crash Brake-systeem
in werking is, wordt dit systeem uitgeschakeld:
Het gaspedaal wordt diep ingetrapt.
Er wordt een scherpe stuurbeweging gemaakt of het stuurwiel wordt plotseling
gedraaid.
Omstandigheden waaronder het systeem mogelijk werkt, zelfs als er geen kans
op een aanrijding is
In bepaalde situaties, zoals de onderstaande, oordeelt het systeem mogelijk dat een
aanrijding aan de voorzijde waarschijnlijk is en treedt het in werking.
Wanneer een signaleerbaar object wordt gepasseerd
Bij het veranderen van rijstrook om een signaleerbaar object in te halen
Wanneer u een signaleerbaar object snel nadert
Bij het naderen van objecten in de berm, zoals signaleerbare objecten, vangrails,
telefoonpalen, bomen of muren
Het systeem signaleert obstakels op basis van
hun formaat, vorm, beweging, enz. Afhankelijk
van de helderheid van het omgevingslicht en
de beweging, het postuur en de hoek van het
gesignaleerde object wordt een object mogelijk
niet gesignaleerd, waardoor het systeem niet
goed werkt. (Blz. 375)
De afbeelding geeft aan welke objecten gesig-
naleerd kunnen worden.
Wanneer het signaleerbare object dat
wordt genaderd zich op een naastlig-
gende rijstrook of langs de weg bevindt,
bijvoorbeeld bij het veranderen van koers
of bij het rijden op een bochtige weg
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 373 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
374
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als er (geverfde) patronen vóór uw auto aanwezig zijn die ten onrechte aangezien
kunnen worden voor een signaleerbaar object
Als de voorzijde van de auto wordt geraakt door water, sneeuw, stof, enz.
Als een signaleerbaar object uw auto zeer dicht nadert en vervolgens stopt voor-
dat het zich in de rijrichting van uw auto bevindt
Als de voorzijde van de auto omhoog of omlaag gaat, bijvoorbeeld op een oneffen
of golvend wegdek
Bij het rijden op een weg omringd door een constructie, zoals een tunnel of een
stalen brug
Als er zich metalen objecten (putdeksel, staalplaat, enz.), opstaande randen of
uitstekende delen voor uw auto bevinden
Bij het naderen van een slagboom van een elektronische tolpoort, slagboom bij
een parkeerterrein of andere afscheiding die open en dicht gaat
Bij het wassen van de auto in een wasstraat
Als er een signaleerbaar object of ander
object langs de weg staat aan het begin
van een bocht
Bij het inhalen van een signaleerbaar
object dat van rijstrook verandert of een
bocht naar rechts/links maakt
Bij het passeren van een signaleerbaar
object dat stilstaat op de rijstrook voor het
tegemoetkomend verkeer om rechtsaf of
linksaf te slaan
Wanneer onder een object (verkeersbord,
billboard, enz.) door wordt gereden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 374 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
375
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bij het rijden door stoom of rook
Wanneer dicht bij een object wordt gereden dat radiogolven weerkaatst, zoals een
grote vrachtwagen of een vangrail
Als wordt gereden in de buurt van een televisiezendmast, radiozender, elektrici-
teitscentrale of andere locatie waar sterke radiogolven of elektromagnetische vel-
den aanwezig zijn
Situaties waarin het systeem mogelijk niet goed werkt
In sommige situaties, zoals onderstaande, wordt een object mogelijk niet gesigna-
leerd door de radarsensor en de camera voor, waardoor het systeem niet goed
werkt:
Wanneer een signaleerbaar object uw auto nadert
Wanneer uw auto of een signaleerbaar object een schommelende beweging
maakt
Als een signaleerbaar object een abrupte beweging maakt (zoals een uitwijkma-
noeuvre, plotseling versnellen of afremmen)
Wanneer uw auto een signaleerbaar object snel nadert
Wanneer een signaleerbaar object zich vlak bij bijvoorbeeld een muur, hek, vang-
rail, putdeksel, voertuig of stalen rijplaat bevindt
Wanneer een signaleerbaar object zich onder een constructie bevindt
Wanneer een signaleerbaar object gedeeltelijk verborgen is achter een object
zoals een groot stuk bagage, een paraplu of een vangrail
Wanneer zich meerdere signaleerbare objecten dicht bij elkaar bevinden
Als de zon of ander licht rechtstreeks op een signaleerbaar object schijnt
Wanneer een signaleerbaar object wit is en er extreem licht uitziet
Wanneer een signaleerbaar object bijna dezelfde kleur heeft of even licht is als
zijn omgeving
Wanneer een signaleerbaar object uw auto afsnijdt of plotseling opduikt voor uw
auto
Als de voorzijde van de auto wordt geraakt door water, sneeuw, stof, enz.
Wanneer een zeer fel licht aan de voorzijde, bijvoorbeeld de zon of de koplampen
van tegemoetkomend verkeer, rechtstreeks in de camera voor schijnt
Bij het naderen van de zijkant of voorkant van een voorligger
Als de voorligger een motorfiets is
Bij het rijden door of onder objecten die in
contact kunnen komen met uw auto, zoals
hoog gras, boomtakken of een spandoek
• Wanneer een signaleerbaar object zich
niet direct voor uw auto bevindt
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 375 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
376
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de voorligger smal is, zoals een scootmobiel
Als de achterzijde van de voorligger smal is, zoals een lege truck
Als de voorligger een lading vervoert die uitsteekt voorbij de achterbumper
Als een voorligger een onregelmatige vorm heeft, zoals een tractor of een zijspan
Als de voorligger een kinderfiets, een fiets met bepakking, een fiets met iemand
achterop of een fiets met een bijzondere vorm (fiets met een kinderzitje, tandem,
enz.) is
Als een voetganger of de rijhoogte van een fietser korter is dan ongeveer 1 m of
langer is dan ongeveer 2 m
Als een voetganger of fietser breed vallende kleding (regenjas, lange rok, enz.)
draagt, waardoor zijn of haar silhouet onduidelijk wordt
Als een voetganger vooroverbuigt of gehurkt zit of een fietser vooroverbuigt
Als een voetganger of fietser zich snel voortbeweegt
Als een voetgangers een wandelwagentje, rolstoel, fiets of ander voertuig voort-
duwt
Bij slecht weer zoals bij hevige regen, mist, sneeuw of een zandstorm
Bij het rijden door stoom of rook
Als er weinig omgevingslicht is, zoals tijdens de schemering, of 's nachts of in een
tunnel, waardoor een signaleerbaar object bijna dezelfde kleur lijkt te hebben als
zijn omgeving
Bij het rijden in een omgeving waarbij de helderheid van het omgevingslicht plot-
seling verandert, zoals bij het in- of uitrijden van een tunnel
Nadat het hybridesysteem gestart is, is er gedurende een bepaalde tijd niet met
de auto gereden
Bij het afslaan naar links/rechts en gedurende een paar seconden na het afslaan
naar links/rechts
Tijdens het rijden in een bocht en gedurende een paar seconden na het rijden in
een bocht
Wanneer uw auto slipt
• Als de voorligger een lage achterzijde
heeft, zoals een oprijwagen
Als de voorligger een extreem grote
bodemvrijheid heeft
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 376 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
377
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de wielen niet goed zijn uitgelijnd
Als een ruitenwisserblad de camera voor blokkeert
Er wordt met extreem hoge snelheden gereden
Als op een helling wordt gereden
Wanneer de radarsensor of de camera voor niet goed is uitgelijnd
In sommige situaties, zoals de onderstaande, kan wellicht onvoldoende remkracht
worden gerealiseerd, waardoor het systeem mogelijk niet goed werkt:
Als de remmen niet op volle sterkte kunnen werken, bijvoorbeeld wanneer de
onderdelen van het remsysteem extreem koud, extreem heet of nat zijn
Als de auto niet volgens de voorschriften is onderhouden (remmen of banden zijn
in verregaande mate versleten, onjuiste bandenspanning, enz.)
Als er met de auto gereden wordt op grind of een andere gladde ondergrond
Als de VSC wordt uitgeschakeld
Als de VSC wordt uitgeschakeld (Blz. 515), worden ook het Pre-Crash Brake
Assist-systeem en de Pre-Crash Brake-functie uitgeschakeld.
Het waarschuwingslampje PCS gaat branden en “VSC Turned Off Pre-Collision
Brake System Unavailable” (VSC uitgeschakeld, Pre-Crash Brake-systeem niet
beschikbaar) wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Als de voorzijde van de auto omhoog of
omlaag staat
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 377 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
378
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
LTA (Lane Tracing Assist)
*
Als wordt gereden op een weg met duidelijke witte (gele) rijstrookmarkerin-
gen, waarschuwt het LTA-systeem de bestuurder wanneer de auto de huidige
rijstrook of koers dreigt te verlaten
*. Het systeem kan ook het stuurwiel enigs-
zins bedienen om te helpen voorkomen dat de rijstrook of koers wordt verla-
ten
*. Wanneer de Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik is ingeschakeld, bedient dit systeem het stuurwiel ook om de
auto goed op de rijstrook te houden.
Het LTA-systeem herkent witte (gele)
rijstrookmarkeringen of de rijbaan
*
met behulp van de camera voor. Het
detecteert ook voorliggers met behulp
van de camera voor en de radar.
*: De grens tussen asfalt en de kant van
de weg, zoals gras, grond of een stoep-
rand
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 378 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
379
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voordat u het LTA-systeem gebruikt
Vertrouw niet uitsluitend op het LTA-systeem. Het LTA-systeem is geen systeem
dat de auto automatisch bestuurt of de hoeveelheid aandacht die moet worden
besteed aan het gebied vóór de auto beperkt. De bestuurder dient altijd volledige
verantwoordelijkheid te nemen voor een veilig rijgedrag door de omgeving steeds
goed in de gaten te houden en het stuurwiel te bedienen om de rijrichting van de
auto te corrigeren. De bestuurder moet ook zorgen voor voldoende pauzes als hij
moe is, bijvoorbeeld als hij langere tijd heeft gereden.
Als u niet op de juiste manier rijdt en niet goed oplet, kunt u een ongeval veroorza-
ken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Als u het LTA-systeem niet gebruikt, zet het systeem dan uit met de toets LTA.
Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van het LTA-systeem
Gebruik in de volgende gevallen de toets LTA om het systeem uit te schakelen. Als u
dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval, met ernstig letsel tot gevolg.
Er wordt gereden op een wegdek dat glad is door regenachtig weer, sneeuwval,
vorst, enz.
Er wordt gereden op een met sneeuw bedekte weg.
Witte (gele) lijnen zijn moeilijk te zien door regen, sneeuw, mist, stof, enz.
Er wordt gereden in een tijdelijke rijstrook of een smalle rijstrook door wegwerk-
zaamheden.
Er wordt gereden in een gebied met wegwerkzaamheden.
Er is/zijn een reservewiel, sneeuwkettingen, enz. gemonteerd.
Als de banden erg versleten zijn of als de bandenspanning te laag is.
Tijdens het slepen in een noodgeval.
Voorkomen van storingen in het LTA-systeem en onbedoeld uitgevoerde han-
delingen
Breng geen wijzigingen aan de koplampen aan en plak geen stickers op het lamp-
glas.
Breng geen wijzigingen aan de wielophanging, enz. aan. Als onderdelen van de
wielophanging moeten worden vervangen, neem dan contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Monteer of plaats geen voorwerpen op de motorkap of de grille. Monteer ook geen
accessoires aan de voorzijde van de auto (bullbars, enz.).
Als uw voorruit gerepareerd moet worden, neem dan contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 379 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
380
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Omstandigheden waaronder de functies mogelijk niet goed werken
In de volgende situaties werken de functies mogelijk niet goed, waardoor de auto zijn
rijstrook zou kunnen verlaten. Houd om veilig te rijden de omgeving steeds goed in
de gaten, bedien het stuurwiel om de rijrichting van de auto te corrigeren en vertrouw
niet uitsluitend op de werking van het systeem.
Wanneer het display voor rijden met de volgregeling wordt weergegeven
(Blz. 388) en de voorligger slingert. (Mogelijk gaat uw auto dienovereenkomstig
ook slingeren en verlaat mogelijk de rijstrook.)
Wanneer het display voor rijden met de volgregeling wordt weergegeven
(Blz. 388) en de voorligger zijn rijstrook verlaat. (Uw auto volgt mogelijk de voor-
ligger en verlaat mogelijk de rijstrook.)
Wanneer het display voor rijden met de volgregeling wordt weergegeven
(Blz. 388) en de voorligger zeer dicht op de rijstrookmarkering links/rechts rijdt.
(Uw auto volgt mogelijk de voorligger en verlaat mogelijk de rijstrook.)
Er wordt gereden in een scherpe bocht.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 380 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
381
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Er zijn schaduwen op de weg die parallel lopen aan de witte (gele) lijnen of deze
bedekken.
Er wordt met de auto gereden in een gebied zonder witte (gele) lijnen, zoals voor
een tolboom of kaartautomaat of op een kruising.
De witte (gele) lijnen zijn onderbroken of er zijn verhoogde rijstrookmarkeringen of
stenen aanwezig.
De witte (gele) lijnen zijn niet of moeilijk te zien door zand, enz.
Er wordt met de auto gereden op een wegdek dat nat is door regen, plassen, enz.
De verkeerslijnen zijn geel (waardoor ze mogelijk moeilijker te herkennen zijn dan
witte lijnen).
De witte (gele) lijnen lopen over een stoeprand, enz.
Er wordt met de auto gereden op een helder oppervlak, zoals beton.
Als de rand van de weg niet duidelijk of niet recht is.
Er wordt met de auto gereden op een oppervlak dat helder is als gevolg van gere-
flecteerd licht, enz.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 381 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
382
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Er wordt met de auto gereden in een gebied waar de helderheid plotseling veran-
dert, zoals bij in- en uitgangen van tunnels.
Licht van de koplampen van een tegenligger, de zon, enz. dringt de camera binnen.
Er wordt gereden op een helling.
Er wordt gereden op een weg die naar links of rechts helt of op een bochtige weg.
Er wordt gereden op een onverharde of ongelijkmatige weg.
De rijstrook is zeer smal of breed.
De auto helt sterk over door het vervoeren van zware bagage of door een onjuiste
bandenspanning.
De afstand tot de voorligger is extreem kort.
De auto beweegt vaak op en neer ten gevolge van de wegomstandigheden tijdens
het rijden (slechte wegen of naden in het wegdek).
Wanneer u met uitgeschakelde koplampen in een tunnel of in het donker rijdt of
wanneer een koplamp gedimd wordt doordat het lampglas vuil of niet goed uitge-
lijnd is.
De auto heeft last van zijwind.
De auto krijgt een windstoot door een passerend voertuig op een naastgelegen rij-
strook.
De auto is net van rijstrook gewisseld of een kruising overgestoken.
Er worden banden gebruikt met verschillende structuren of profielen of van ver-
schillende fabrikanten of merken.
Als er een andere maat banden dan voorgeschreven is gemonteerd
Er zijn winterbanden, enz. gemonteerd.
Er wordt gereden met extreem hoge snelheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 382 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
383
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lane Departure Alert-functie
Wanneer het systeem vaststelt dat
de auto de rijstrook of de rijbaan
*
dreigt te verlaten, wordt er een
waarschuwing weergegeven op
het multi-informatiedisplay en klinkt
er een waarschuwingszoemer om
de bestuurder te waarschuwen.
Wanneer de waarschuwingszoe-
mer klinkt, controleer dan het
gebied rondom uw auto en stuur de
auto voorzichtig terug naar het mid-
den van de rijstrook.
*: De grens tussen asfalt en de kant van de weg, zoals gras, grond of een stoeprand
Functies die zijn opgenomen in het LTA-systeem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 383 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
384
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Stuurassistentiefunctie
Wanneer het systeem vaststelt dat
de auto de rijstrook of de rijbaan
*
dreigt te verlaten, helpt het sys-
teem voor zover nodig om de auto
in de rijstrook te houden door kort-
stondig het stuurwiel licht te bedie-
nen.
Als het systeem signaleert dat het
stuurwiel een bepaalde periode niet
bediend is of dat het stuurwiel niet
stevig wordt vastgehouden, wordt
een waarschuwing weergegeven op
het multi-informatiedisplay en wordt
de functie tijdelijk uitgeschakeld.
*: De grens tussen asfalt en de kant van de weg, zoals gras, grond of een stoeprand
Waarschuwingsfunctie slingeren auto
Wanneer de auto in een rijstrook
slingert, klinkt er een zoemer en
wordt er een melding weergegeven
op het multi-informatiedisplay om
de bestuurder te waarschuwen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 384 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
385
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lane Centering-functie
Deze functie is gekoppeld aan het
Dynamic Radar Cruise Control-
systeem met volledig snelheidsbe-
reik en levert de benodigde assis-
tentie door het stuurwiel te
bedienen om de auto op zijn hui-
dige rijstrook te houden.
Als het Dynamic Radar Cruise Con-
trol-systeem met volledig snelheids-
bereik niet werkt, werkt de Lane
Centering-functie niet.
In gevallen waarin de witte (gele) rij-
strookmarkeringen niet (goed) zicht-
baar zijn, bijvoorbeeld wanneer u in
een file staat, treedt deze functie in
werking om te helpen een voorligger
te volgen door de positie van die
voorligger in de gaten te houden.
Als het systeem signaleert dat het stuurwiel een bepaalde periode niet bediend
is of dat het stuurwiel niet stevig wordt vastgehouden, wordt een waarschuwing
weergegeven op het multi-informatiedisplay en wordt de functie tijdelijk uitge-
schakeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 385 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
386
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op de toets LTA om het LTA-sys-
teem in te schakelen.
Het controlelampje LTA gaat branden
en er wordt een melding weergegeven
op het multi-informatiedisplay.
Druk nogmaals op de toets LTA om het
LTA-systeem uit te schakelen.
Als het LTA-systeem wordt in- of uitge-
schakeld, blijft de status van het LTA-
systeem de volgende keer dat het
hybridesysteem wordt gestart ongewij-
zigd.
Inschakelen van het LTA-systeem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 386 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
387
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controlelampje LTA
Aan de hand van de verlichtings-
status van de indicator wordt de
bestuurder geïnformeerd over de
bedrijfsstatus van het systeem.
Brandt groen: LTA-systeem is in
werking.
Knippert oranje: Lane Departure
Alert-functie is in werking.
Controlelampje stuurregeling en display werking van ondersteuning stuur-
wielbediening
Wanneer de stuurassistentie van de stuurassistentiefunctie of de Lane
Centering-functie in werking is, gaat het controlelampje branden en wordt
het display van de werking op het multi-informatiedisplay ingeschakeld.
Display Lane Departure Alert-functie
Wordt weergegeven wanneer het multi-informatiedisplay wordt overge-
schakeld op het informatiescherm voor ondersteunende systemen.
Weergave op het instrumentenpaneel
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 387 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
388
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*: De grens tussen asfalt en de kant van de weg, zoals gras, grond of een stoeprand
Display rijden met de volgregeling
Wordt weergegeven wanneer het multi-informatiedisplay wordt overgeschakeld op
het informatiescherm voor ondersteunende systemen.
Geeft aan dat de stuurassistentie van de Lane Centering-functie in werking is door
de positie van de voorligger in de gaten te houden.
Wanneer het display voor rijden met de volgregeling wordt weergegeven en de
voorligger in beweging is, beweegt uw auto zich mogelijk op dezelfde wijze. Houd
uw omgeving altijd goed in de gaten te houden en bedien indien nodig het stuurwiel
om de rijrichting van de auto te corrigeren en de veiligheid te garanderen.
Binnenzijde van de weergegeven
lijnen is wit
Binnenzijde van de weergegeven
lijnen is zwart
Dit geeft aan dat het systeem witte
(gele) lijnen of een rijbaan
* herkent.
Als de auto de rijstrook verlaat, knip-
pert de witte lijn die wordt weergege-
ven aan de zijde waar de auto de
strook verlaat oranje.
Dit geeft aan dat het systeem witte
(gele) lijnen of een rijbaan
* niet kan
herkennen of tijdelijk is uitgescha-
keld.
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 388 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
389
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorwaarden voor werking van de functies
Lane Departure Alert-functie
Deze functie werkt wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
LTA is ingeschakeld.
De rijsnelheid is ongeveer 50 km/h of hoger.
*
1
Het systeem herkent witte (gele) rijstrookmarkeringen of een rijbaan*
2
. (Wanneer
een witte [gele] markering of rijbaan
*
2
slechts aan één zijde wordt herkend, werkt
het systeem uitsluitend voor de herkende zijde.)
De breedte van de rijstrook is ten minste ongeveer 3 m.
De richtingaanwijzerschakelaar wordt niet bediend.
Er wordt niet gereden in een scherpe bocht.
Er worden geen systeemstoringen gesignaleerd. (Blz. 393)
*
1
: De functie werkt zelfs als de rijsnelheid lager is dan ongeveer 50 km/h terwijl de
Lane Centering-functie in werking is.
*
2
: De grens tussen asfalt en de kant van de weg, zoals gras, grond of een stoeprand
Stuurassistentiefunctie
Deze functie werkt wanneer niet alleen aan alle werkingsvoorwaarden voor de Lane
Departure Alert-functie wordt voldaan, maar ook aan alle onderstaande voorwaar-
den.
De instelling voor (“LTA Steering Assist Mode” (stuurassistentiemodus))
in van het multi-informatiedisplay is “On” (aan). (Blz. 135)
Er wordt niet in een vastgestelde mate of sneller geaccelereerd of gedecelereerd.
Het stuurwiel wordt niet bediend met een stuurkracht die geschikt is voor het ver-
anderen van rijstrook.
Het ABS, de VSC, de TRC en het PCS werken niet.
De TRC of VSC is niet uitgeschakeld.
De waarschuwing handen van het stuurwiel wordt niet weergegeven. (Blz. 392)
Waarschuwingsfunctie slingeren auto
Deze functie werkt wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
De instelling voor (“Lane Sway Warning Status” (status waarschuwing
voor slingeren)) in van het multi-informatiedisplay is “On” (aan). (Blz. 135)
De rijsnelheid is ongeveer 50 km/h of hoger.
De breedte van de rijstrook is ten minste ongeveer 3 m.
Er worden geen systeemstoringen gesignaleerd. (Blz. 393)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 389 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
390
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Lane Centering-functie
Deze functie werkt wanneer aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
LTA is ingeschakeld.
De instelling voor (“LTA Steering Assist Mode” (stuurassistentiemodus
LTA)) en (“Center Trace”) in van het multi-informatiedisplay is
“On” (aan). (Blz. 135)
Deze functie herkent witte (gele) rijstrookmarkeringen of de positie van een voor-
ligger (behalve bij kleine voorliggers, zoals een motorfiets).
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik werkt in de
afstandsregelmodus.
De breedte van de rijstrook is ongeveer 3 - 4 m.
De richtingaanwijzerschakelaar wordt niet bediend.
Er wordt niet gereden in een scherpe bocht.
Er worden geen systeemstoringen gesignaleerd. (Blz. 393)
Er wordt niet in een vastgestelde mate of sneller geaccelereerd of gedecelereerd.
Het stuurwiel wordt niet bediend met een stuurkracht die geschikt is voor het ver-
anderen van rijstrook.
Het ABS, de VSC, de TRC en het PCS werken niet.
De TRC of VSC is niet uitgeschakeld.
De waarschuwing handen van het stuurwiel wordt niet weergegeven. (Blz. 392)
De auto rijdt in het midden van een rijstrook.
Stuurassistentiefunctie is niet in werking.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 390 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
391
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Tijdelijk uitschakelen van functies
Als niet langer aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan, wordt een functie moge-
lijk tijdelijk uitgeschakeld. Als echter weer aan de werkingsvoorwaarden wordt vol-
daan, wordt de werking van de functie automatisch hervat. (Blz. 389)
Als niet langer aan de werkingsvoorwaarden (Blz. 390) wordt voldaan terwijl de
Lane Centering-functie in werking is, klinkt er mogelijk een zoemer om aan te geven
dat de functie tijdelijk is uitgeschakeld.
Stuurassistentiefunctie/Lane Centering-functie
Afhankelijk van de rijsnelheid, de situatie rondom het verlaten van de rijstrook, de
wegomstandigheden, enz. merkt de bestuurder mogelijk niet dat de functie in wer-
king is of werkt de functie mogelijk helemaal niet.
De bediening van het stuurwiel door de bestuurder krijgt prioriteit t.o.v. de stuurrege-
ling van de functie.
Probeer niet zelf de werking van de stuurassistentiefunctie te testen.
Lane Departure Alert-functie
De waarschuwingszoemer is mogelijk slecht te horen door geluiden van buiten,
afspelen van muziek, enz.
Als de rand van de rijbaan
* niet duidelijk of niet recht is, werkt de Lane Departure
Alert-functie mogelijk niet.
Probeer niet zelf de werking van de Lane Departure Alert-functie te testen.
*: De grens tussen asfalt en de kant van de weg, zoals gras, grond of een stoeprand
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 391 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
392
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwing handen van het stuurwiel
Wanneer het systeem signaleert dat de bestuurder rijdt zonder het stuurwiel vast te
houden terwijl het systeem in werking is
Als de bestuurder zijn handen van het stuurwiel blijft houden, klinkt de zoemer,
wordt de bestuurder gewaarschuwd en wordt de functie tijdelijk uitgeschakeld. Deze
waarschuwing werkt op dezelfde wijze als de bestuurder het stuurwiel licht blijft
vasthouden.
Wanneer bij het nemen van een bocht het systeem vaststelt dat de auto de rijstrook
dreigt te verlaten terwijl de Lane Centering-functie in werking is
Afhankelijk van de voertuigconditie en de conditie van de weg, wordt er mogelijk
geen waarschuwing gegeven. Bovendien wordt, als het systeem signaleert dat de
auto in een bocht rijdt, de bestuurder eerder gewaarschuwd dan bij het rijden op een
rechte weg.
Wanneer het systeem signaleert dat de bestuurder rijdt zonder het stuurwiel vast te
houden terwijl de stuurassistentie in werking is.
Als de bestuurder zijn handen van het stuurwiel blijft houden en de stuurwielassis-
tentie in werking is, klinkt de zoemer en wordt de bestuurder gewaarschuwd. Elke
keer dat de zoemer klinkt, houdt het geluid hiervan langer aan.
Waarschuwingsfunctie slingeren auto
In de volgende situaties wordt op het multi-
informatiedisplay een waarschuwingsmelding
weergegeven om de bestuurder aan te sporen
het stuurwiel vast te houden. Tevens wordt het
in de afbeelding weergegeven symbool op het
multi-informatiedisplay weergegeven. De
waarschuwing stopt wanneer het systeem sig-
naleert dat de bestuurder het stuurwiel vast-
houdt. Houd uw handen altijd aan het stuurwiel
wanneer u dit systeem gebruikt, ongeacht
eventuele waarschuwingen.
Als het systeem oordeelt dat de auto slingert
terwijl de waarschuwingsfunctie voor het slin-
geren van de auto in werking is, klinkt er een
zoemer en wordt er een waarschuwingsmel-
ding weergegeven om de bestuurder aan te
sporen rust te nemen. Tegelijkertijd wordt het
in de afbeelding weergegeven symbool op het
multi-informatiedisplay weergegeven.
Afhankelijk van de auto en de conditie van de
weg, wordt er mogelijk geen waarschuwing
gegeven.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 392 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
393
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingsmelding
Als de volgende waarschuwingsmelding wordt weergegeven op het multi-informatie-
display en het controlelampje LTA oranje brandt, volg dan de desbetreffende storing-
zoekprocedure. Volg de instructies die op het scherm worden weergegeven als er een
andere waarschuwingsmelding wordt weergegeven.
“LTA Malfunction Visit Your Dealer” (storing in LTA, ga naar uw dealer)
Het systeem werkt mogelijk niet goed. Laat de auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
“LTA Unavailable” (LTA niet beschikbaar)
Het systeem is tijdelijk uitgeschakeld als gevolg van een storing in een andere sen-
sor dan de camera voor. Schakel het LTA-systeem uit, wacht een poosje en schakel
het LTA-systeem weer in.
“LTA Unavailable at Current Speed” (LTA niet beschikbaar bij huidige snelheid)
De functie kan niet worden gebruikt als de rijsnelheid hoger is dan het werkingsbe-
reik van het LTA-systeem. Rijd langzamer.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Er kunnen instellingen van de functie worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen:Blz. 161)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 393 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
394
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
RSA (Road Sign Assist)
Het RSA-systeem herkent bepaalde
verkeersborden door gebruik te
maken van de camera voor en/of het
navigatiesysteem (als er informatie
over de snelheidslimiet beschikbaar
is) en voorziet de bestuurder via het
display van informatie.
Als het systeem vaststelt dat de snelheidslimiet wordt overschreden of wan-
neer er bijvoorbeeld verboden acties ten opzichte van de herkende verkeers-
borden worden uitgevoerd, wordt de bestuurder gewaarschuwd door middel
van een waarschuwingsdisplay en waarschuwingszoemer.
: Indien aanwezig
Overzicht van de functie
WAARSCHUWING
Voordat u de RSA gebruikt
Vertrouw niet uitsluitend op het RSA-systeem. De RSA is een systeem dat de
bestuurder ondersteunt middels het bieden van informatie, maar het is geen vervan-
ging van het eigen inzicht en de oplettendheid van de bestuurder. Rijd voorzichtig
door altijd goed op de verkeersregels te letten.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 394 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
395
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de camera voor een verkeersbord herkent en/of er informatie over
een verkeersbord beschikbaar is via het navigatiesysteem, wordt het bord
weergegeven op het hoofdscherm of het multi-informatiedisplay.
Wanneer de informatie van het
ondersteunende systeem wordt
geselecteerd op het multi-informa-
tiedisplay, kunnen er maximaal 2
verkeersborden worden weergege-
ven op het multi-informatiedisplay.
(Blz. 135)
Wanneer een ander tabblad dan
dat van het ondersteunende sys-
teem is geselecteerd, worden
alleen de volgende typen verkeers-
borden weergegeven op het hoofd-
scherm. (Blz. 125)
• Verkeersbord begin/einde snel-
heidslimiet
Verkeersbord met aan snel-
heidslimiet gerelateerde infor-
matie (autosnelweg, autoweg,
bebouwde kom, woonerf)
Verkeersbord einde verboden
Verkeersbord verboden in te rijden
* (indien een melding nodig is)
Verkeersbord maximaal toegestane snelheid met aanvullend bord
(alleen op- en afritten)
*: Auto's met navigatiesysteem
Als er andere verkeersborden dan die met de maximaal toegestane snelheid wor-
den herkend, worden deze trapsgewijs weergegeven onder het verkeersbord met
de maximaal toegestane snelheid.
Weergave op het hoofdscherm of het multi-informatiedisplay
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 395 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
396
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De volgende soorten verkeersborden, inclusief elektronische verkeersborden
en knipperende verkeersborden, worden herkend.
Niet-officiële (niet aan het Verdrag van Wenen voldoende) of recentelijk geïntrodu-
ceerde verkeersborden worden mogelijk niet herkend.
Verkeersborden snelheidslimiet
Aan snelheidslimiet gerelateerde informatie
*
*
: Wordt weergegeven wanneer een verkeersbord wordt herkend maar de informatie
over de snelheidslimiet voor de weg niet beschikbaar is in het navigatiesysteem
Verkeersborden inhaalverbod
Ondersteunde soorten verkeersborden
Snelheidslimiet begint/
zone maximumsnelheid
begint
Snelheidslimiet eindigt/
zone maximumsnelheid
eindigt
Begin autosnelweg Einde bebouwde kom
Einde autosnelweg Begin bebouwde kom
Begin autoweg Einde bebouwde kom
Einde autoweg Begin erf
Begin bebouwde kom Einde erf
Begin inhaalverbod Einde inhaalverbod
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 396 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
397
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Andere verkeersborden
*: Auto's met navigatiesysteem
Maximaal toegestane snelheid met aanvullend teken*
1
*
1
: Gelijktijdig met snelheidslimiet weergegeven.
*
2
: Inhoud niet herkend.
*
3
: Als de richtingaanwijzers bij het wisselen van rijstrook niet worden bediend, wordt
het teken niet weergegeven.
Verboden in te rijden* Stop
Einde verboden
Nat Afrit rechts*
3
Regen Afrit links*
3
IJs Tijd
Aanvullend teken
aanwezig
*
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 397 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
398
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In de volgende situaties waarschuwt het RSA-systeem de bestuurder.
Wanneer de rijsnelheid de drempelwaarde voor de snelheidswaarschu-
wing van het weergegeven verkeersbord met de maximaal toegestane
snelheid overschrijdt, wordt het verkeersbord duidelijker zichtbaar
gemaakt en klinkt er een zoemer.
Als het RSA-systeem een verkeersbord voor verboden in te rijden herkent
en signaleert dat de bestuurder het inrijverbod negeert op basis van de
kaartinformatie van het navigatiesysteem, knippert het verkeersbord voor
verboden in te rijden en klinkt er een zoemer. (Auto's met navigatiesys-
teem)
Als wordt gesignaleerd dat uw auto een ander voertuig inhaalt terwijl er
een verkeersbord voor een inhaalverbod wordt weergegeven op het multi-
informatiedisplay, gaat het verkeersbord knipperen en klinkt er een zoe-
mer.
Afhankelijk van de situatie wordt de verkeerssituatie (richting en snelheid van
het verkeer en hoeveelheid verkeer) mogelijk niet goed gesignaleerd en
werkt de waarschuwingsfunctie mogelijk niet goed.
Instellen
Blz. 161
Automatisch uitschakelen van weergave verkeersborden RSA
In de volgende situaties worden een of meer verkeersborden automatisch uitgescha-
keld.
Er wordt over een bepaalde afstand geen verkeersbord herkend.
De weg verandert als gevolg van een afslag naar links of rechts, enz.
Omstandigheden waaronder de functie mogelijk niet goed werkt of niet goed sig-
naleert
In de volgende situaties werkt de RSA niet normaal en worden verkeersborden moge-
lijk niet herkend, worden onjuiste verkeersborden weergegeven, enz. Dit duidt echter
niet op een storing.
De camera voor is niet goed uitgelijnd doordat de sensor, enz. is blootgesteld aan
hevige schokken.
Er zit(ten) vuil, sneeuw, stickers, enz. op de voorruit in de buurt van de camera voor.
Onder barre weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij zware regenval, mist, sneeuw of
zandstormen
Licht van een tegenligger, de zon, enz. dringt de camera voor binnen.
Het verkeersbord is vuil of vervaagd, staat scheef of is krom.
Het elektronische verkeersbord heeft weinig contrast.
Het verkeersbord gaat helemaal of gedeeltelijk verscholen achter boombladeren,
een paal, o.i.d.
Het verkeersbord is alleen korte tijd zichtbaar voor de camera voor.
Waarschuwingsfunctie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 398 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
399
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De omgeving (bij afslaan, rijstrookwisseling, enz.) wordt onjuist beoordeeld.
Wanneer een verkeersbord niet van toepassing is op de rijstrook waar op dat
moment op wordt gereden, maar dit bord wel direct na een vertakking van de snel-
weg staat of bij een aangrenzende rijstrook net voordat rijstroken samenkomen.
Er zitten stickers op de achterzijde van de voorligger.
Er wordt een verkeersbord herkend dat lijkt op een verkeersbord dat compatibel is
met het systeem.
Mogelijk worden verkeersborden met de snelheidslimiet voor parallelwegen gesigna-
leerd en weergegeven (wanneer deze in het zicht van de camera voor staan) terwijl
de auto op de hoofdweg rijdt.
Mogelijk worden verkeersborden met de maximaal toegestane snelheid voor afsla-
gen van rotondes gesignaleerd en weergegeven (wanneer deze in het zicht van de
camera voor staan) terwijl de auto op de rotonde rijdt.
De voorzijde van de auto staat omhoog of omlaag door de belading van de auto.
De helderheid van het omgevingslicht is niet voldoende of verandert plotseling.
Wanneer een verkeersbord voor trucks, enz. wordt herkend.
Er wordt met de auto in een land gereden waar het verkeer aan de andere kant rijdt.
De kaartgegevens van het navigatiesysteem zijn niet meer up-to-date.
Het navigatiesysteem werkt niet.
De snelheidsinformatie die op het instrumentenpaneel wordt weergegeven verschilt
mogelijk van de informatie die wordt weergegeven op het navigatiesysteem als
gevolg van de gebruikte kaartgegevens van het navigatiesysteem.
Weergave verkeersbord snelheidslimiet
Als het contact de laatste keer UIT werd gezet terwijl er een verkeersbord met de
maximaal toegestane snelheid op het hoofdscherm of het multi-informatiedisplay werd
weergegeven, wordt datzelfde verkeersbord weer weergegeven wanneer het contact
AAN wordt gezet.
Als “RSA Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in RSA. Ga naar uw dealer)
wordt weergegeven
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig. Laat de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Bepaalde functies kunnen worden aangepast aan de persoonlijke voorkeur. (Syste-
men met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 399 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
400
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Dynamic Radar Cruise Control met volledig
snelheidsbereik
Wanneer de afstandsregelmodus is ingeschakeld, accelereert, decelereert en
stopt de auto automatisch overeenkomstig de veranderingen in snelheid van
de voorligger, zelfs wanneer het gaspedaal niet wordt ingetrapt. In de con-
stante-snelheidsregelmodus rijdt de auto met een constante snelheid.
Gebruik de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik op
autowegen en snelwegen.
Afstandsregelmodus (Blz. 404)
Constante-snelheidsregelmodus (Blz. 411)
Afstandsschakelaar
Controlelampjes
Multi-informatiedisplay
Ingestelde snelheid
Cruise control-schakelaar
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
Systeemonderdelen
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 400 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
401
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voordat u de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik
gebruikt
Voor veilig rijden is alleen de bestuurder verantwoordelijk. Vertrouw niet alleen op
het systeem en rijd voorzichtig door altijd goed op de omgeving te letten.
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik biedt ondersteu-
ning bij het rijden om de bestuurder te ontlasten. Er zijn echter grenzen aan de
geboden ondersteuning.
Lees de hierna gegeven aanwijzingen aandachtig door. Vertrouw niet blindelings
op dit systeem en rijd altijd voorzichtig.
Omstandigheden waarin de sensor voorliggers mogelijk niet op de juiste manier
signaleert:
Blz. 415
Omstandigheden waaronder de afstandsregelmodus mogelijk niet goed werkt:
Blz. 416
Stel de geschikte snelheid in op basis van de snelheidslimiet, de verkeersintensi-
teit, de wegcondities, de weersomstandigheden, enz. De bestuurder is verantwoor-
delijk voor het controleren van de ingestelde snelheid.
Zelfs als het systeem normaal werkt, kan de door het systeem gesignaleerde sta-
tus van de voorligger afwijken van de door de bestuurder waargenomen status.
Daarom moet de bestuurder altijd alert blijven, het gevaar van elke situatie inschat-
ten en veilig rijden. Volledig vertrouwen op het systeem of aannemen dat het sys-
teem de veiligheid garandeert tijdens het rijden kan leiden tot een ongeval met
ernstig letsel als gevolg.
Schakel de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik uit met de
toets ON-OFF als deze niet wordt gebruikt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 401 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
402
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Waarschuwingen met betrekking tot de ondersteunende systemen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht, aangezien er grenzen zijn aan de
door het systeem geboden ondersteuning.
Als u dat niet doet, kunt u een ongeval veroorzaken, waardoor ernstig letsel kan ont-
staan.
De bestuurder helpen bij het meten van de volgafstand
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik dient alleen ter
ondersteuning van de bestuurder bij het bepalen van de volgafstand tussen de
eigen auto en een bepaalde voorligger. Het systeem is niet bedoeld om zorgeloos
of roekeloos rijgedrag te rechtvaardigen en kan de bestuurder ook niet helpen tij-
dens het rijden bij slecht zicht. Het blijft noodzakelijk dat de bestuurder zelf de
omgeving van de auto goed in de gaten houdt.
De bestuurder helpen bij het bepalen van de juiste volgafstand
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik bepaalt of de volg-
afstand tussen de eigen auto en een bepaalde voorligger binnen een vastgelegd
bereik ligt. Het systeem kan geen andere beoordelingen maken. Het is daarom
strikt noodzakelijk dat u zelf alert blijft en inschat of een situatie mogelijk gevaarlijk
is.
De bestuurder helpen bij het bedienen van de auto
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik heeft geen functies
om aanrijdingen met een voorligger te voorkomen of vermijden. Daarom dient u
wanneer er gevaar dreigt direct de controle over de auto te nemen en juist te han-
delen om de veiligheid van alle betrokkenen te garanderen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 402 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
403
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Situaties waarin de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik
niet kan worden gebruikt
Gebruik de Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik niet in de
volgende situaties.
Als u dat wel doet, wordt de snelheid mogelijk niet goed geregeld, waardoor een
ongeval met ernstig letsel kan ontstaan.
Op wegen met voetgangers, fietsers, enz.
In druk verkeer
Op wegen met scherpe bochten
Op slingerende wegen
Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
Op steile afdalingen of bij afwisselend sterk dalende en sterk stijgende wegen
Bij het afdalen van een helling kan de rijsnelheid de geprogrammeerde snelheid
overschrijden.
Op invoegstroken van autowegen en snelwegen
Als de weersomstandigheden zo slecht zijn dat ze een juiste signalering door de
sensoren onmogelijk zouden kunnen maken (mist, sneeuw, zandstorm, zware
regenval, enz.)
Als er regen, sneeuw, enz. op de voorzijde van de radar of de camera voor zit
In verkeersomstandigheden waarbij herhaaldelijk accelereren en decelereren
noodzakelijk is
Bij het rijden met een aanhangwagen
* of tijdens het slepen in een noodgeval
*: Auto's die een aanhangwagen kunnen trekken: Blz. 305
Als er vaak een naderingswaarschuwing hoorbaar is
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 403 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
404
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In deze modus registreert een radar of er binnen ongeveer 100 meter voor u
een voertuig rijdt. Deze sensor wordt tevens gebruikt om de afstand tussen
uw auto en de voorligger te berekenen en een geschikte afstand tussen uw
auto en de voorligger te handhaven. De gewenste tussenafstand kan tevens
met de afstandsschakelaar worden ingesteld.
Bij het afdalen van een helling kan de tussenafstand korter worden.
Rijden in de afstandsregelmodus
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 404 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
405
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorbeeld van het rijden met een constante snelheid
Wanneer er geen voorliggers zijn
De auto rijdt met de snelheid die door de bestuurder is ingesteld.
Voorbeeld van deceleratie en het volgen van een auto
Wanneer een voorligger langzamer rijdt dan de ingestelde snelheid
Als er een voorligger wordt gesignaleerd, verlaagt het systeem automatisch de
snelheid van uw auto. Als de snelheid nog meer moet worden gereduceerd, scha-
kelt het systeem het remsysteem in (de remlichten gaan dan branden). Het sys-
teem regelt de snelheid van de auto zo dat de afstand die de bestuurder heeft
ingesteld tot de voorligger gehandhaafd blijft. Als het systeem de snelheid niet
genoeg kan verlagen om een veilige afstand tot de voorligger te creëren, klinkt er
een naderingswaarschuwing.
Wanneer uw voorligger stopt, stopt uw auto ook (de auto wordt door het systeem
stilgezet). Als uw voorligger begint te rijden, wordt het volgen van de auto hervat
wanneer u de hendel van de cruise control omhoog beweegt of het gaspedaal
intrapt (bediening om weg te rijden). Als de bediening om weg te rijden niet wordt
uitgevoerd, zorgt de regeling van het systeem ervoor dat uw auto stil blijft staan.
Als u de richtingaanwijzers inschakelt en bij een rijsnelheid van 80 km/h of hoger
een rijstrook opschuift om in te halen, zal de auto accelereren zodat een voertuig
op de andere rijstrook sneller kan worden ingehaald.
Het oordeel van het systeem met betrekking tot wat een rijstrook voor inhalen is, is
mogelijk alleen gebaseerd op de positie van het stuurwiel in de auto (bestuurder
links of rechts) Als de auto rijdt in een regio waar de rijstrook voor inhalen zich aan
de andere kant bevindt dan waar de auto normaal rijdt, accelereert de auto mogelijk
wanneer de richtingaanwijzerschakelaar wordt bediend in de tegengestelde richting
van de rijstrook voor inhalen (bijv. als de bestuurder normaal rijdt in een regio waar
de rijstrook voor inhalen zich rechts bevindt, maar de bestuurder rijdt nu in een
regio waar de rijstrook voor inhalen zich links bevindt, accelereert de auto mogelijk
als de richtingaanwijzer rechts wordt ingeschakeld).
Voorbeeld van acceleratie
Als er geen voorliggers meer zijn die langzamer rijden dan de ingestelde
snelheid
Het systeem verhoogt de snelheid totdat de ingestelde snelheid bereikt wordt. Het
systeem schakelt vervolgens weer over op het rijden met constante snelheid.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 405 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
406
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op de toets ON-OFF om de
cruise control in te schakelen.
Het controlelampje van de Dynamic
Radar Cruise Control gaat branden en
er wordt een melding weergegeven op
het multi-informatiedisplay.
Druk nogmaals op de toets om de
cruise control uit te schakelen.
Als de toets ON-OFF gedurende ten
minste 1,5 seconden ingedrukt wordt
gehouden, schakelt het systeem over
op de constante-snelheidsregelmo-
dus. (Blz. 411)
Accelereer of decelereer met
behulp van het gaspedaal naar de
gewenste rijsnelheid (hoger dan
ongeveer 30 km/h) en druk de hen-
del naar beneden om de snelheid
op te slaan.
Het controlelampje cruise control SET
gaat branden.
De rijsnelheid op het moment dat de
hendel wordt losgelaten, wordt de inge-
stelde snelheid.
Instellen van de rijsnelheid (afstandsregelmodus)
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 406 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
407
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wijzigen van de ingestelde snelheid met de hendel
Bedien, om de ingestelde snelheid te wijzigen, de hendel totdat de
gewenste snelheid wordt weergegeven.
Verhogen van de snelheid
(Behalve wanneer de auto door het
systeem is stilgezet in de afstands-
regelmodus)
Verlagen van de snelheid
Fijnafstelling: Beweeg de hendel
kort in de gewenste richting.
Ruime afstelling: Houd de hendel omhoog of omlaag gedrukt om de snel-
heid te wijzigen en laat de hendel los als de gewenste snelheid is bereikt.
Als de afstandsregelmodus is ingeschakeld, wordt de ingestelde snelheid
als volgt verhoogd of verlaagd:
Fijnafstelling: 1 km/h (0,6 mph)*
1
of 1 mph (1,6 km/h)*
2
, telkens als de hendel
wordt bediend
Ruime afstelling: In stappen van 5 km/h (3,1 mph)
*
1
of 5 mph (8 km/h)
*
2
zolang de
hendel wordt vastgehouden
In de constante-snelheidsregelmodus (Blz. 411) wordt de ingestelde snel-
heid als volgt verhoogd of verlaagd:
Fijnafstelling: 1 km/h (0,6 mph)*
1
of 1 mph (1,6 km/h)*
2
, telkens als de hendel
wordt bediend
Ruime afstelling: Zolang de hendel wordt vastgehouden, wordt de snelheid gewij-
zigd.
*
1
: Wanneer de ingestelde snelheid wordt getoond in “km/h”
*
2
: Wanneer de ingestelde snelheid getoond wordt in “MPH”
Wijzigen van de ingestelde snelheid met het gaspedaal
Accelereer met behulp van het gaspedaal naar de gewenste rijsnelheid.
Druk de hendel omlaag.
Wijzigen van de ingestelde snelheid
1
2
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 407 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
408
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Door de schakelaar in te drukken
wordt de afstand tot de voorligger als
volgt gewijzigd:
Lang
Gemiddeld
Kort
De tussenafstand wordt automatisch
op lang ingesteld als het contact AAN
wordt gezet.
Selecteer een afstand in de onderstaande tabel. Houd er rekening mee dat
de aangegeven afstanden overeenkomen met een rijsnelheid van 80 km/h.
De tussenafstand is afhankelijk van de rijsnelheid. Wanneer de auto wordt
stilgezet door het systeem, stopt de auto op een bepaalde tussenafstand,
afhankelijk van de situatie.
Wijzigen van de tussenafstand (afstandsregelmodus)
Symbool
voorligger
1
2
3
Instellingen tussenafstand (afstandsregelmodus)
Afstandsopties Tussenafstand
Lang Ongeveer 50 m
Gemiddeld Ongeveer 40 m
Kort Ongeveer 30 m
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 408 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
409
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk de hendel omhoog als uw voor-
ligger begint te rijden.
Het volgen van uw voorligger wordt
ook hervat als u het gaspedaal intrapt
wanneer uw voorligger begint te rij-
den.
Als u de hendel naar u toe trekt,
wordt de snelheidsregeling uitge-
schakeld.
De snelheidsregeling wordt eveneens
uitgeschakeld als het rempedaal wordt
ingetrapt.
(Als de auto is stilgezet door het sys-
teem, wordt de snelheidsinstelling niet
geannuleerd als het rempedaal wordt
ingetrapt.)
Als u de hendel omhoog drukt, wordt de cruise control hervat en wordt de
ingestelde snelheid hervat.
Hervatten van het rijden met de volgregeling als de auto is stilgezet
door het systeem (afstandsregelmodus)
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsregeling
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 409 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
410
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer uw auto een voorligger te
dicht nadert en automatisch decelere-
ren door middel van de cruise control
niet mogelijk is, zal het scherm gaan
knipperen en een zoemer klinken om
de bestuurder te waarschuwen. Dit
kan bijvoorbeeld gebeuren als een
andere bestuurder vóór u invoegt ter-
wijl u een voorligger volgt. Trap het
rempedaal in om voldoende afstand
tot uw voorligger te houden.
Mogelijk worden geen waarschuwingen gegeven
In de volgende gevallen worden mogelijk geen waarschuwingen gegeven
als de tussenafstand klein is.
Als de snelheid van de voorligger gelijk is aan of hoger is dan de snel-
heid van uw eigen auto
Als de voorligger extreem langzaam rijdt
Direct nadat de snelheid van de cruise control is ingesteld
Bij het intrappen van het gaspedaal
Naderingswaarschuwing (afstandsregelmodus)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 410 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
411
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de constante-snelheidsregelmodus is geselecteerd, blijft de auto
met een ingestelde snelheid rijden, zonder de tussenafstand te regelen.
Selecteer deze modus alleen wanneer de afstandsregelmodus niet goed
werkt als gevolg van een vuile radar.
Houd bij uitgeschakelde cruise
control de toets ON-OFF gedu-
rende ten minste 1,5 seconden
ingedrukt.
Direct nadat op de toets ON-OFF is
gedrukt, gaat het controlelampje Dyna-
mic Radar Cruise Control branden.
Vervolgens gaat het controlelampje
cruise control branden.
Overschakelen naar de constante-
snelheidsregelmodus is alleen mogelijk
als de hendel wordt bediend terwijl de
cruise control uit staat.
Accelereer of decelereer met
behulp van het gaspedaal naar de
gewenste rijsnelheid (hoger dan
ongeveer 30 km/h) en druk de hen-
del naar beneden om de snelheid
op te slaan.
Het controlelampje cruise control SET
gaat branden.
De rijsnelheid op het moment dat de
hendel wordt losgelaten, wordt de inge-
stelde snelheid.
Wijzigen van de ingestelde snelheid: Blz. 407
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsregeling: Blz. 409
Selecteren van de constante-snelheidsregelmodus
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 411 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
412
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer deze functie is ingeschakeld en het systeem in de afstandsregelmo-
dus (Blz. 404) werkt en een verkeersbord met een snelheidslimiet wordt
gesignaleerd, wordt de herkende snelheidslimiet weergegeven met een pijl
omhoog/omlaag. De ingestelde snelheid kan tot de herkende snelheidslimiet
worden verhoogd/verlaagd door de hendel omhoog om omlaag te drukken.
Wanneer de op dat moment inge-
stelde snelheid lager is dan de her-
kende snelheidslimiet
Druk de hendel omhoog.
Wanneer de op dat moment inge-
stelde snelheid hoger is dan de
herkende snelheidslimiet
Druk de hendel omlaag.
U kunt de Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign Assist inschakelen/
uitschakelen via op het multi-informatiedisplay. (Blz. 135)
Wanneer de Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign Assist in werking
is en u bergaf rijdt, overschrijdt de rijsnelheid mogelijk de ingestelde snelheid.
In dit geval wordt de weergegeven ingestelde rijsnelheid verlicht en klinkt er
een zoemer om de bestuurder te waarschuwen.
Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign Assist (auto's met RSA
[Road Sign Assist])
Inschakelen/uitschakelen Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign
Assist (auto's met RSA [Road Sign Assist])
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 412 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
413
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik kan worden
gebruikt als
Schakelstand D is geselecteerd.
De gewenste snelheid kan worden ingesteld wanneer de rijsnelheid ongeveer 30 km/
h of hoger is.
(Als de snelheid echter wordt ingesteld terwijl de rijsnelheid lager is dan ongeveer 30
km/h, wordt de snelheid ingesteld op ongeveer 30 km/h.)
Accelereren na het instellen van de rijsnelheid
Bedien het gaspedaal om te accelereren. Na het accelereren gaat de auto weer rijden
met de ingestelde snelheid. Als de afstandsregelmodus is ingeschakeld, neemt de rij-
snelheid echter mogelijk af tot onder de ingestelde snelheid, zodat de afstand tot de
voorligger gehandhaafd blijft.
Als de auto stopt tijdens rijden met de volgregeling
Door hendel omhoog te drukken terwijl de voorligger stopt, wordt, als de voorligger
begint te rijden, binnen ongeveer 3 seconden nadat de hendel omhoog is gedrukt het
rijden met de volgregeling hervat.
Als de voorligger binnen 3 seconden nadat uw auto is gestopt begint te rijden, wordt
het rijden met de volgregeling hervat.
Automatisch uitschakelen van de afstandsregelmodus
De afstandsregelmodus wordt automatisch uitgeschakeld in de volgende situaties.
De VSC is geactiveerd.
De TRC is gedurende een bepaalde periode geactiveerd.
Wanneer de VSC of TRC wordt uitgeschakeld.
De sensor kan niet goed signaleren omdat hij ergens door bedekt is.
Pre Crash Brake-functie is geactiveerd.
De parkeerrem is geactiveerd.
De auto wordt door het systeem stilgezet op een steile helling.
Als de auto door het systeem is stilgezet, wordt het volgen van de voorligger in de
volgende gevallen niet hervat:
De bestuurder draagt geen veiligheidsgordel.
Het bestuurdersportier wordt geopend.
De auto staat langer dan 3 minuten stil.
In dit geval wordt mogelijk automatisch schakelstand P ingeschakeld. (Blz. 328)
Als de afstandsregelmodus om een andere dan de hierboven genoemde redenen
automatisch uitgeschakeld wordt, kan er een storing in het systeem aanwezig zijn.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 413 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
414
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatisch uitschakelen van de constante-snelheidsregelmodus
De constante-snelheidsregelmodus wordt automatisch uitgeschakeld in de volgende
situaties:
Actuele rijsnelheid zakt tot meer dan ongeveer 16 km/h onder de ingestelde rijsnel-
heid.
Werkelijke rijsnelheid zakt onder ongeveer 30 km/h.
De VSC is geactiveerd.
De TRC is gedurende een bepaalde periode geactiveerd.
Wanneer de VSC of TRC wordt uitgeschakeld.
Pre Crash Brake-functie is geactiveerd.
Als de constante-snelheidsregelmodus om een andere dan de hierboven genoemde
redenen automatisch uitgeschakeld wordt, kan er een storing in het systeem aanwezig
zijn. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign Assist (auto's met RSA [Road
Sign Assist]) werkt mogelijk niet goed wanneer
De Dynamic Radar Cruise Control met Road Sign Assist werkt mogelijk niet goed in
situaties waarbij de RSA mogelijk niet goed werkt of niet goed signaleert
(Blz. 398). Controleer daarom, wanneer u deze functie gebruikt, het weergegeven
verkeersbord met de snelheidslimiet.
In de onderstaande gevallen wordt de ingestelde snelheid mogelijk niet gewijzigd in de
herkende snelheidslimiet door het omhoog of omlaag gedrukt houden van de hendel.
Als er geen informatie over de snelheidslimiet beschikbaar is
Wanneer de herkende snelheidslimiet gelijk is aan de ingestelde snelheid
Wanneer de herkende snelheidslimiet buiten het snelheidsbereik van het Dynamic
Radar Cruise Control-systeem ligt
Werking van de remmen
Er kan een geluid van de remmen hoorbaar zijn en de reactie van het rempedaal kan
veranderen, maar dit duidt niet op een storing.
Waarschuwingsmeldingen en zoemers voor de Dynamic Radar Cruise Control
met volledig snelheidsbereik
Waarschuwingsmeldingen en zoemers worden gebruikt om een systeemstoring aan te
geven of om de bestuurder te informeren dat hij tijdens het rijden extra moet opletten.
Lees de op het multi-informatiedisplay weergegeven waarschuwingsmelding en volg
de aanwijzingen op. (Blz. 365, 670)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 414 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
415
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Omstandigheden waarin de sensor voorliggers mogelijk niet op de juiste manier
signaleert
Bedien in onderstaande gevallen en afhankelijk van de omstandigheden het rempe-
daal wanneer het systeem onvoldoende decelereert of bedien het gaspedaal wanneer
moet worden geaccelereerd.
Omdat de sensor deze voertuigen wellicht niet op de juiste manier signaleert, wordt er
mogelijk geen naderingswaarschuwing (Blz. 410) gegeven.
Auto's die plotseling voor u invoegen
Auto's die met lage snelheden rijden
Auto's die niet op dezelfde rijstrook rijden
Voertuigen met een relatief kleine achterzijde (aanhangwagens zonder lading, enz.)
Motorfietsen die op dezelfde rijstrook rijden
Als door omringend verkeer opgeworpen water of sneeuw de signalering door de
sensor hindert
Als de achterzijde van de auto ver ingezakt is
(omdat er zware lading in de bagageruimte
vervoerd wordt, enz.)
De voorligger heeft een extreem grote
bodemvrijheid
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 415 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
416
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Omstandigheden waaronder de afstandsregelmodus mogelijk niet goed werkt
Bedien indien nodig in onderstaande gevallen het rempedaal (of, afhankelijk van de
situatie, het gaspedaal).
Doordat de sensor voorliggers mogelijk niet op de juiste manier signaleert, werkt het
systeem mogelijk niet goed.
Als uw voorligger plotseling decelereert
Bij het rijden op een weg omringd door een constructie, zoals een tunnel of een brug
Als de rijsnelheid afneemt tot de ingestelde snelheid na acceleratie van de auto door
intrappen van het gaspedaal.
Als de weg erg bochtig is of de rijstroken erg
smal zijn
Als u veelvuldig stuurcorrecties moet uitvoe-
ren of frequent van rijstrook wisselt
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 416 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
417
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Cruise control
*
Met de cruise control kan een ingestelde snelheid worden vastgehouden zon-
der dat hiervoor het gaspedaal hoeft te worden ingetrapt.
Gebruik de cruise control op autowegen en snelwegen.
Controlelampjes
Cruise control-schakelaar
Ingestelde snelheid
: Indien aanwezig
Overzicht van functies
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 417 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
418
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op de toets ON-OFF om de
cruise control in te schakelen.
Het controlelampje cruise control gaat
branden.
Druk nogmaals op de toets om de
cruise control uit te schakelen.
Accelereer of decelereer met
behulp van het gaspedaal naar de
gewenste rijsnelheid (hoger dan
ongeveer 30km/h) en druk de hen-
del naar beneden om de snelheid
op te slaan.
Het controlelampje cruise control SET
gaat branden.
De rijsnelheid op het moment dat de
hendel wordt losgelaten, wordt de inge-
stelde snelheid.
Instellen van de rijsnelheid
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 418 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
419
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bedien, om de ingestelde snelheid te wijzigen, de hendel totdat de gewenste
snelheid wordt bereikt.
Verhogen van de snelheid
Verlagen van de snelheid
Fijnafstelling: Beweeg de hendel kort in
de gewenste richting.
Ruime afstelling: Houd de hendel in de
gewenste richting gedrukt.
De ingestelde snelheid wordt als volgt verhoogd of verlaagd:
Fijnafstelling: Ongeveer 1 km/h of 1 mph, telkens als de hendel wordt bediend
Ruime afstelling: De ingestelde snelheid wordt continu verhoogd of verlaagd totdat
de hendel wordt losgelaten.
Door de hendel naar u toe te trek-
ken wordt de constante-snelheids-
regeling uitgeschakeld.
De snelheidsregeling wordt eveneens
uitgeschakeld als het rempedaal wordt
ingetrapt.
Door de hendel omhoog te druk-
ken wordt de constante-snelheids-
regeling hervat.
Hervatten is echter mogelijk vanaf een
rijsnelheid van hoger dan ongeveer
30 km/h.
Wijzigen van de ingestelde snelheid
1
2
Uitschakelen en hervatten van de constante-snelheidsregeling
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 419 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
420
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De cruise control kan worden gebruikt als
Schakelstand D is geselecteerd.
De rijsnelheid hoger is dan 30 km/h.
Accelereren na het instellen van de rijsnelheid
Bedien het gaspedaal om te accelereren. Na de acceleratie gaat de auto weer rijden
met de ingestelde snelheid.
De ingestelde snelheid kan zelfs worden verhoogd zonder de cruise control uit te
schakelen, door eerst naar de gewenste snelheid te accelereren en vervolgens de
hendel omlaag te drukken om de nieuwe snelheid in te stellen.
Automatisch uitschakelen van de cruise control
De cruise control wordt automatisch uitgeschakeld in een van de volgende situaties:
De werkelijke rijsnelheid zakt tot meer dan ongeveer 16 km/h onder de ingestelde
snelheid.
In dit geval blijft de geprogrammeerde snelheid niet bewaard.
Werkelijke rijsnelheid is lager dan ongeveer 30 km/h.
De VSC is geactiveerd.
De TRC is gedurende een bepaalde periode geactiveerd.
Wanneer de VSC of TRC wordt uitgeschakeld.
Als “Check Cruise Control System Visit Your Dealer” (Controleer cruise control-
systeem. Ga naar uw dealer) wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
Druk eenmaal op de toets ON-OFF om het systeem uit te schakelen en druk vervol-
gens opnieuw op de toets om het systeem in te schakelen.
Als er geen snelheid kan worden geprogrammeerd of de cruise control direct na het
activeren weer wordt uitgeschakeld, is er mogelijk een defect in het cruise control-sys-
teem aanwezig. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 420 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
421
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Onbedoeld inschakelen van de cruise control voorkomen
Schakel de cruise control uit met de toets ON-OFF als deze niet wordt gebruikt.
Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de cruise control
Gebruik de cruise control niet in de volgende situaties.
Als u dat wel doet, verliest u mogelijk de controle waardoor een ongeval met ernstig
letsel kan ontstaan.
Op wegen met voetgangers, fietsers, enz.
In druk verkeer
Op wegen met scherpe bochten
Op slingerende wegen
Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
Op steile afdalingen
Bij het afdalen van een steile helling kan de rijsnelheid de ingestelde snelheid over-
schrijden.
Bij het rijden met een aanhangwagen
* of tijdens het slepen in een noodgeval
*: Auto's die een aanhangwagen kunnen trekken: Blz. 305
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 421 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
422
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijmodusselectieschakelaar
Druk herhaaldelijk op de toets tot het systeem de gewenste rijmodus inscha-
kelt.
Telkens wanneer op de toets wordt gedrukt, verandert de rijmodus in onderstaande
volgorde en gaan de controlelampjes ECO MODE en PWR MODE dienovereen-
komstig aan en uit.
Afhankelijk van de rijomstandigheden kan een van de 3 rijmodi worden
geselecteerd.
Rijmodi
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 422 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
423
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Normal-modus
Geschikt voor normaal rijden.
Wanneer de normale modus is geselecteerd, doven de controlelampjes ECO
MODE en PWR MODE.
POWER-modus
Geschikt voor wanneer wendbaarheid en een uitstekende reactie op het
gaspedaal gewenst zijn, bijvoorbeeld bij het rijden in bergachtige gebie-
den.
Wanneer de POWER-modus is geselecteerd, gaat het controlelampje PWR
MODE branden op het hoofdscherm.
ECO-rijmodus
Geschikt voor het rijden met een lager brandstofverbruik doordat er soepe-
ler koppel wordt gegenereerd in reactie op de bediening van het gaspe-
daal dan in de normale modus.
Wanneer de ECO-modus is geselecteerd, gaat het controlelampje ECO MODE
branden op het hoofdscherm.
Terwijl de airconditioning wordt gebruikt, schakelt het systeem automatisch over
naar de ECO-modus van de airconditioning (Blz. 534), zodat er tijdens het rij-
den nog minder brandstof wordt verbruikt.
Wanneer de ECO-modus/POWER-modus wordt uitgeschakeld
Druk opnieuw op de toets. De POWER-modus wordt automatisch uitgeschakeld
wanneer het contact UIT wordt gezet.
De normale modus en de ECO-modus worden echter niet automatisch uitgeschakeld
totdat u op de toets drukt, zelfs niet als het contact UIT wordt gezet.
Wijzigen van de rijmodus vanuit de EV-modus
Blz. 323
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 423 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
424
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Snelheidsbegrenzer
Druk op de schakelaar om de snel-
heidsbegrenzer in te schakelen.
Druk nogmaals op de schakelaar om
de snelheidsbegrenzer uit te schake-
len.
Accelereer of decelereer naar de
gewenste snelheid en druk de hendel
naar beneden om de gewenste maxi-
mumsnelheid in te stellen.
Als de hendel naar beneden wordt
gedrukt terwijl de auto stilstaat of wan-
neer de rijsnelheid 30 km/h of lager is,
wordt de snelheid ingesteld op 30 km/
h.
: Indien aanwezig
Er kan een gewenste maximumsnelheid worden ingesteld met de
cruise control-schakelaar.
De snelheidsbegrenzer voorkomt dat de auto de ingestelde snelheid
overschrijdt.
Instellen van de rijsnelheid
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 424 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
425
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verhogen van de snelheid
Verlagen van de snelheid
Houd de hendel vast tot de gewenste
snelheid bereikt is.
Voor een kleine wijziging van de inge-
stelde snelheid druk u de hendel licht-
jes omhoog of omlaag en laat u hem
vervolgens los.
Uitschakelen
Trek de hendel naar u toe om de snel-
heidsbegrenzer uit te schakelen.
Hervatten
Druk de hendel omhoog om het
gebruik van de snelheidsbegrenzer te
hervatten.
Overschrijden van de ingestelde snelheid
In de volgende situaties overschrijdt de rijsnelheid de ingestelde snelheid en gaat het
hoofdscherm branden:
Wijzigen van de ingestelde snelheid
1
2
Uitschakelen en hervatten van de snelheidsbegrenzer
1
2
Wanneer u het gaspedaal volledig intrapt
Wanneer u bergaf rijdt (er klinkt ook een zoe-
mer)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 425 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
426
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatische uitschakeling snelheidsbegrenzer
De ingestelde snelheid wordt automatisch geannuleerd in een van de volgende situa-
ties:
De cruise control wordt ingeschakeld.
Wanneer het VSC- en/of TRC-systeem wordt uitgeschakeld.
Als “Check Speed Limiter System” (controleer snelheidsbegrenzer) op het multi-
informatiedisplay wordt weergegeven
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand, zet het contact UIT en weer AAN en
stel vervolgens de snelheidsbegrenzer in. Als de snelheidsbegrenzer niet kan worden
ingesteld, is er mogelijk een storing aanwezig in het systeem. Laat de auto nakijken
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige, ook al kan er normaal met de auto worden
gereden.
WAARSCHUWING
Onbedoeld inschakelen van de snelheidsbegrenzer voorkomen
Laat de snelheidsbegrenzer uitgeschakeld wanneer deze niet in gebruik is.
Situaties die niet geschikt zijn voor gebruik van de snelheidsbegrenzer
Gebruik de snelheidsbegrenzer niet in de volgende situaties.
Als u dat wel doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
kan ontstaan.
Op wegen die door regen, ijs of sneeuw glad zijn
Op steile hellingen
Bij het rijden met een aanhangwagen of slepen
OPMERKING
Wanneer wordt gewaarschuwd via een weergave op het instrumentenpaneel en een
zoemer nadat de ingestelde snelheidslimiet is overschreden wanneer helling af
wordt gereden, trap dan het rempedaal in om te decelereren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 426 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
427
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
BSM (Blind Spot Monitor)
De Blind Spot Monitor is een systeem met 2 functies;
De Blind Spot Monitor-functie
Helpt de bestuurder bij het maken van de beslissing wanneer van rijstrook
te wisselen
De Rear Crossing Traffic Alert-functie
Helpt de bestuurder bij het achteruitrijden
Deze functies maken gebruik van dezelfde sensoren.
Indicatoren in buitenspiegel
Blind Spot Monitor-functie:
Als een auto in de dode hoek wordt gesignaleerd, gaat de indicator in de buiten-
spiegel branden als de richtingaanwijzerschakelaar niet wordt bediend. Als de rich-
tingaanwijzerschakelaar wordt bediend in de richting van de zijde waar een auto
wordt gesignaleerd, gaat de indicator in de buitenspiegel knipperen.
Rear Crossing Traffic Alert-functie:
Wanneer een auto wordt gesignaleerd die van rechts of links achter nadert, gaan
de indicatoren in de buitenspiegels knipperen.
: Indien aanwezig
Overzicht van de Blind Spot Monitor
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 427 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
428
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het scherm en de indicator Blind Spot Monitor aan/uit
De Blind Spot Monitor-functie en de Rear Crossing Traffic Alert-functie kunnen in
en uit worden geschakeld via het multi-informatiedisplay. (Blz. 161)
Wanneer de functie is ingeschakeld, gaat het controlelampje BSM in het instrumen-
tenpaneel branden en klinkt de zoemer.
Rear Crossing Traffic Alert-zoemer (alleen Rear Crossing Traffic Alert-
functie)
Wanneer een auto wordt gesignaleerd die van rechts of links achter nadert, klinkt
een zoemer vanuit het dashboard aan bestuurderszijde.
RCTA-signaleringsscherm (alleen RCTA)
Wanneer een auto wordt gesignaleerd die van rechts of links achter nadert, wordt
het RCTA-signaleringsscherm weergegeven op het multi-informatiedisplay.
De Blind Spot Monitor-functie en Rear Crossing Traffic Alert-functie kunnen
worden ingeschakeld/uitgeschakeld via het scherm (Blz. 161) op het
multi-informatiedisplay.
Wanneer de systemen zijn uitgeschakeld, kunnen ze alleen via het scherm
op het multi-informatiedisplay weer worden ingeschakeld. (De systemen worden
niet automatisch ingeschakeld, zelfs niet wanneer het hybridesysteem opnieuw
wordt gestart.)
Wijzigen van instellingen van de Blind Spot Monitor-functie en de Rear
Crossing Traffic Alert-functie
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 428 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
429
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De zichtbaarheid van de BSM-indicatoren in de buitenspiegels
Mogelijk zijn de indicatoren in de buitenspiegels bij fel zonlicht niet goed te zien.
Hoorbaarheid van de Rear Crossing Traffic Alert-zoemer
De Rear Crossing Traffic Alert-zoemer komt mogelijk moeilijk boven harde geluiden
uit, zoals wanneer het volume van het audiosysteem hoog staat.
Wanneer “Blind Spot Monitor Unavailable” (Blind Spot Monitor niet beschikbaar)
wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
De sensorspanning is niet in orde of water, sneeuw, modder, enz. hopen zich mogelijk
op in de buurt rondom de sensor in de bumper (Blz. 442). Wanneer het water, de
sneeuw, de modder, enz. rondom de sensor in de bumper wordt verwijderd, moet het
systeem weer normaal gaan werken. Ook werkt mogelijk de sensor niet normaal bij
extreem warm of koud weer.
Wanneer “Blind Spot Monitor System Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in
Blind Spot Monitor-systeem. Ga naar uw dealer) op het multi-informatiedisplay
wordt weergegeven
Er zit mogelijk een storing in de sensor of de sensor is niet goed uitgelijnd. Laat de
auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Hiermee kunt u de helderheid van de indicatoren in de buitenspiegels wijzigen. (Syste-
men met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 429 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
430
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verklaringen bij de Blind Spot Monitor
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 430 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
431
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 431 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
432
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 432 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
433
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 433 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
434
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 434 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
435
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 435 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
436
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 436 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
437
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 437 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
438
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 438 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
439
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 439 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
440
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 440 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
441
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voor auto's die in Servië zijn verkocht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 441 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
442
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Omgaan met de radarsensor
Houd de sensor en het omliggende gebied op de bumper te allen tijde schoon.
Stel de sensor en de omgeving ervan op de achterbumper niet bloot aan krachtige
schokken.
Als een sensor ook maar iets wordt verplaatst, werkt het systeem mogelijk niet
goed meer en worden auto's mogelijk niet meer correct gesignaleerd.
Laat in de volgende gevallen uw auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
Een sensor of de omgeving ervan is blootgesteld aan krachtige schokken.
Als er krassen op of deuken in de omgeving van de sensor aanwezig zijn of als
een deel van de sensoren is losgekomen.
Neem de sensor niet uit elkaar.
Monteer geen accessoires op de sensor of het omliggende gebied op de bumper
en plak er geen stickers op.
Breng geen wijzigingen aan de sensor of het omliggende gebied op de bumper
aan.
Breng geen andere kleur lak dan een officiële Toyota-kleur aan op de achterbum-
per.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 442 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
443
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De Blind Spot Monitor-functie maakt gebruik van radarsensoren om auto's te
signaleren die in een aangrenzende rijstrook rijden in het gebied dat niet in de
buitenspiegel is te zien (de dode hoek) en brengt de bestuurder hiervan op de
hoogte via de indicator in de buitenspiegel.
Hieronder staan de gebieden aangegeven waarin auto's kunnen worden
gesignaleerd.
Het detectiegebied reikt tot:
Ongeveer 3,5 m vanaf de zijkant
van de auto
De eerste 0,5 m vanaf de zijkant van
de auto bevindt zich buiten het detec-
tiegebied
Ongeveer 3 m achter de achter-
bumper
Ongeveer 1 m vóór de achterbum-
per
De Blind Spot Monitor-functie
De detectiegebieden van de Blind Spot Monitor-functie
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 443 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
444
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De Blind Spot Monitor-functie werkt wanneer
Het BSM-systeem is ingeschakeld (Blz. 161)
De rijsnelheid hoger is dan ongeveer 16 km/h
De Blind Spot Monitor-functie signaleert een auto wanneer
Een auto in een aangrenzende rijstrook uw auto inhaalt.
U haalt een auto in een aangrenzende rijstrook langzaam in.
Een andere auto binnen het detectiegebied komt wanneer deze van rijstrook wisselt.
Omstandigheden waaronder de Blind Spot Monitor-functie een auto niet signa-
leert
De Blind Spot Monitor-functie is niet ontworpen om de volgende typen voertuigen en/
of objecten te signaleren:
Kleine motorfietsen, fietsen, voetgangers, enz.
*
Tegemoetkomende auto's
Vangrails, muren, bebording, geparkeerde auto's en vergelijkbare stilstaande objec-
ten
*
Auto's achter u die op dezelfde rijstrook rijden*
Auto's die 2 rijstroken van uw auto verwijderd zijn*
Auto's die snel door uw auto worden ingehaald*
*
: Afhankelijk van de omstandigheden wordt er mogelijk een auto en/of object gesigna-
leerd.
WAARSCHUWING
Waarschuwingen met betrekking tot het gebruik van het systeem
De bestuurder is zelf verantwoordelijk voor een veilig rijgedrag. Rijd altijd veilig en
houd rekening met de omgeving.
De Blind Spot Monitor-functie is een aanvullend systeem dat de bestuurder waar-
schuwt voor een auto in de dode hoek. Vertrouw niet blindelings op de Blind Spot
Monitor-functie. De functie kan niet beoordelen of u veilig van rijstrook kunt wisselen.
Wanneer u alleen op de functie vertrouwt, kunnen zich ongevallen voordoen die tot
ernstig letsel kunnen leiden.
Afhankelijk van de omstandigheden werkt het systeem mogelijk niet goed. Daarom
dient de bestuurder altijd zelf visueel de veiligheid te controleren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 444 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
445
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Omstandigheden waaronder de Blind Spot Monitor-functie mogelijk niet goed
werkt
In de volgende gevallen signaleert de Blind Spot Monitor-functie auto's mogelijk niet
correct:
Als de sensor niet goed is uitgelijnd doordat de sensor of de omgeving ervan is
blootgesteld aan hevige schokken
Wanneer de sensor of de omgeving ervan op de achterbumper is bedekt door
modder, sneeuw of ijs of wanneer er een sticker op is geplakt
Bij het rijden op een nat wegdek als gevolg van slecht weer, zoals zware regenval,
sneeuw, of mist
Wanneer meerdere auto's naderen met slechts weinig ruimte tussen elke auto
Wanneer er slechts weinig ruimte zit tussen uw auto en een auto achter u
Bij een duidelijk verschil in snelheid tussen uw auto en de auto die binnen het
detectiegebied komt
Wanneer het snelheidsverschil tussen uw auto en een andere auto verandert
Wanneer een auto het detectiegebied binnenkomt met ongeveer dezelfde snel-
heid als uw auto
Wanneer uw auto vanuit stilstand wegrijdt, blijft een auto in het detectiegebied
Bij het op- en afrijden van opeenvolgende steile hellingen, zoals heuvels, dalingen
in de weg, enz.
Bij het rijden op wegen met scherpe bochten, opeenvolgende bochten of oneffen-
heden
Wanneer de rijstroken breed zijn of wanneer op de rand van een rijstrook wordt
gereden en de auto op een aangrenzende rijstrook ver van uw auto vandaan is
Wanneer een fietsendrager of een ander accessoire op de achterzijde van de
auto is gemonteerd
Bij een duidelijk verschil in hoogte tussen uw auto en de auto die binnen het
detectiegebied komt
Direct nadat de Blind Spot Monitor-functie is ingeschakeld
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 445 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
446
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In de volgende gevallen is de kans dat de Blind Spot Monitor-functie onnodig een
auto en/of object signaleert groter:
Als de sensor niet goed is uitgelijnd doordat de sensor of de omgeving ervan is
blootgesteld aan hevige schokken
Wanneer de afstand tussen uw auto en een vangrail, muur, enz. die het detectie-
gebied binnenkomt kort is
Bij het op- en afrijden van opeenvolgende steile hellingen, zoals heuvels, dalingen
in de weg, enz.
Wanneer de rijstroken smal zijn of wanneer op de rand van een rijstrook wordt
gereden en een auto die op een andere dan de aangrenzende rijstroken rijdt het
detectiegebied binnenkomt
Bij het rijden op wegen met scherpe bochten, opeenvolgende bochten of oneffen-
heden
Als de banden slippen of spinnen
Wanneer er slechts weinig ruimte zit tussen uw auto en een auto achter u
Wanneer een fietsendrager of een ander accessoire op de achterzijde van de
auto is gemonteerd
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 446 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
447
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De Rear Crossing Traffic Alert werkt wanneer de achteruitversnelling is inge-
schakeld. Hij kan andere auto's signaleren die van rechts of links achter
naderen. Hij maakt gebruik van radarsensoren om de bestuurder te waar-
schuwen voor de aanwezigheid van andere auto's: de indicatoren in de bui-
tenspiegels gaan knipperen en er klinkt een zoemer.
De Rear Crossing Traffic Alert-functie
Naderende auto's Detectiegebieden
WAARSCHUWING
Waarschuwingen met betrekking tot het gebruik van het systeem
De bestuurder is zelf verantwoordelijk voor een veilig rijgedrag. Rijd altijd veilig en
houd rekening met de omgeving.
De Rear Crossing Traffic Alert-functie dient slechts ter ondersteuning, vertrouw
daarom niet uitsluitend op dit systeem. Ook bij gebruik van de Rear Crossing Traffic
Alert-functie dient de bestuurder altijd voorzichtig te zijn bij het achteruitrijden. U
dient als bestuurder zelf de omgeving achter uw auto visueel te controleren en voor-
dat u achteruitrijdt te controleren of zich geen voetgangers, andere voertuigen, enz.
achter de auto bevinden. Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan
resulteren in ernstig letsel.
Afhankelijk van de omstandigheden werkt het systeem mogelijk niet goed. Daarom
dient de bestuurder altijd zelf visueel de veiligheid te controleren.
1 2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 447 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
448
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer een auto wordt gesignaleerd die van rechts of links achter nadert,
wordt het volgende weergegeven op het scherm van het navigatiesysteem.
Hieronder staan de gebieden aangegeven waarin auto's kunnen worden
gesignaleerd.
Om ervoor te zorgen dat de bestuurder een consistente reactietijd heeft, kan
de zoemer een waarschuwing geven voor snellere auto's die verder weg zijn.
Bijvoorbeeld:
Weergave RCTA-icoon
Wanneer de Toyota Parking Assist
Monitor wordt weergegeven
Wanneer de Panoramic View
Monitor-monitor (indien aanwe-
zig) wordt weergegeven
De detectiegebieden van de Rear Crossing Traffic Alert-functie
Naderende auto Snelheid
Afstand
waarschuwing
(bij benadering)
Snel 28 km/h 20 m
Langzaam 8 km/h 5,5 m
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 448 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
449
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De Rear Crossing Traffic Alert-functie werkt wanneer
Het BSM-systeem is ingeschakeld. (Blz. 161)
De selectiehendel staat in stand R.
De rijsnelheid lager is dan ongeveer 8 km/h.
De rijsnelheid van de naderende auto tussen ongeveer 8 km/h en 28 km/h ligt.
Omstandigheden waaronder de Rear Crossing Traffic Alert-functie een auto niet
signaleert
De Rear Crossing Traffic Alert-functie is niet ontworpen om de volgende typen voertui-
gen en/of objecten te signaleren:
Voertuigen die van direct achter de auto naderen
Voertuigen die achteruit inparkeren in een parkeerruimte naast uw auto
Vangrails, muren, bebording, geparkeerde auto's en vergelijkbare stilstaande objec-
ten
*
Kleine motorfietsen, fietsen, voetgangers, enz.*
Voertuigen die van de auto af bewegen
Voertuigen die naderen vanuit parkeerruimtes naast uw auto
*
*
: Afhankelijk van de omstandigheden wordt er mogelijk een auto en/of object gesigna-
leerd.
Voertuigen die niet kunnen worden gesigna-
leerd door de sensoren als gevolg van obsta-
kels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 449 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
450
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Omstandigheden waaronder de Rear Crossing Traffic Alert-functie mogelijk niet
goed werkt
In de volgende gevallen signaleert de Rear Crossing Traffic Alert-functie auto's
mogelijk niet correct:
Als de sensor niet goed is uitgelijnd doordat de sensor of de omgeving ervan is
blootgesteld aan hevige schokken
Wanneer de sensor of de omgeving ervan op de achterbumper is bedekt door
modder, sneeuw of ijs of wanneer er een sticker op is geplakt
Bij het rijden op een nat wegdek als gevolg van slecht weer, zoals zware regenval,
sneeuw, of mist
Wanneer meerdere auto's naderen met slechts weinig ruimte tussen elke auto
Wanneer een auto met hoge snelheid nadert
Direct nadat de Blind Spot Monitor-functie is ingeschakeld
Direct nadat het hybridesysteem is gestart met ingeschakelde Blind Spot Monitor-
functie
Bij het achteruitrijden op een helling met
een grote verandering in het hellingsper-
centage
Bij het onder een kleine hoek achteruit uit-
rijden van een parkeerplaats
Als de sensoren een voertuig niet kunnen
signaleren als gevolg van obstakels
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 450 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
451
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In de volgende gevallen is de kans dat de Rear Crossing Traffic Alert-functie onnodig
een auto en/of object signaleert groter:
Wanneer een voertuig uw auto van opzij passeert
Wanneer de afstand tussen uw auto en metalen objecten, zoals een vangrail,
muur, verkeersbord of geparkeerde auto, die mogelijk elektrische golven richting
de achterzijde van de auto reflecteren, kort is
Wanneer de parkeerplaats uitkijkt op een
straat en er auto's over die straat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 451 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
452
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Toyota Parking Assist-sensor
Hoeksensoren voor
Binnenste sensoren voor
Hoeksensoren achter
Binnenste sensoren achter
Zijsensoren voor
Zijsensoren achter
De Toyota Parking Assist-sensor kan
worden ingeschakeld/uitgeschakeld
via het scherm (Blz. 161) van
het multi-informatiedisplay.
Wanneer ON (aan) wordt geselecteerd,
gaat het controlelampje van de Toyota
Parking Assist-sensor branden.
Wanneer OFF (uit) wordt geselecteerd, wordt de Toyota Parking Assist-sensor pas
weer ingeschakeld wanneer ON (aan) wordt geselecteerd via het scherm op
het multi-informatiedisplay. (Het systeem wordt niet automatisch ingeschakeld,
zelfs niet wanneer het hybridesysteem opnieuw wordt gestart.)
: Indien aanwezig
De afstand van uw auto tot obstakels bij het fileparkeren en achteruit
inparkeren in een garage wordt gemeten door sensoren en wordt door-
gegeven via de displays en een zoemer. Controleer bij gebruik van dit
systeem ook altijd zelf de omgeving.
Soorten sensoren
1
2
3
4
5
6
Toyota Parking Assist-sensor in-/uitschakelen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 452 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
453
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de sensoren een obstakel signaleren, wordt de bestuurder door
middel van de volgende displays geïnformeerd over de positie en afstand tot
het obstakel.
Multi-informatiedisplay
Werking binnenste sensor voor
Werking hoeksensor voor
Werking zijsensor voor
Werking zijsensor achter
Werking hoeksensor achter
Werking binnenste sensor ach-
ter
Het display van de werking wordt grijs weergegeven als de sensoren in werking
zijn.
De displays van de werking van de zijsensor voor en zijsensor achter worden
niet weergegeven tot de gebieden aan de zijkant volledig zijn gescand.
Scherm audiosysteem
Wanneer de Toyota Parking Assist
Monitor
* wordt weergegeven:
Bij signalering van een obstakel
verschijnt er in de rechter boven-
hoek van het scherm van het
audiosysteem een vereenvoudigde
weergave van het beeld.
*: Indien aanwezig
Display
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 453 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
454
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Weergave afstand
Sensoren die een obstakel signaleren, branden continu of knipperen.
Weergave sensorsignalering, afstand tot obstakel
Multi-
informatie-
display
*
Scherm
audiosysteem
*
Globale afstand tot obstakel
Hoeksensoren
voor, binnenste
sensoren voor en
zijsensoren voor
Hoeksensoren
achter, binnenste
sensoren achter
en zijsensoren
achter
(continu) (langzaam
knipperen)
100 cm -
60 cm
150 cm -
60 cm
(continu) (knipperen)
60 cm -
45 cm
60 cm -
45 cm
100 cm -
70 cm
100 cm -
70 cm
60 cm -
45 cm
60 cm -
45 cm
(continu) (snel
knipperen)
45 cm -
35 cm
45 cm -
35 cm
70 cm -
30 cm
70 cm -
30 cm
45 cm -
35 cm
45 cm -
35 cm
(knipperen) (continu)
Minder dan
35 cm
Minder dan
35 cm
Minder dan
30 cm
Minder dan
30 cm
Minder dan
35 cm
Minder dan
35 cm
Ver weg
Dichtbij
1 6
1
2
3
4
5
6
1
2
3
4
5
6
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 454 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
455
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*: De afbeeldingen wijken, afhankelijk van de signaleringsstatus, mogelijk af van de
getoonde afbeeldingen. (Blz. 453)
Binnenste sensoren voor
Hoeksensoren voor
Zijsensoren voor
Zijsensoren achter
Hoeksensoren achter
Binnenste sensoren achter
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 455 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
456
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer een obstakel wordt gesignaleerd, klinkt de zoemer.
Wanneer u een obstakel nadert, klinkt de zoemer met steeds kortere tus-
senpozen. Wanneer het obstakel zeer dichtbij is, klinkt de zoemer niet lan-
ger met tussenpozen (korte piepsignalen), maar continu (lang
piepsignaal).
De afstand tot het obstakel dat door de hoeksensor voor is gesigna-
leerd, is ongeveer 35 cm of minder
De afstand tot het obstakel dat door de zijsensor voor of de zijsensor
achter is gesignaleerd, is ongeveer 30 cm of minder
De afstand tot het obstakel dat door de sensor voor is gesignaleerd, is
ongeveer 35 cm of minder
De afstand tot het obstakel dat door de hoeksensor achter is gesigna-
leerd, is ongeveer 35 cm of minder
De afstand tot het obstakel dat door de sensor achter is gesignaleerd, is
ongeveer 35 cm of minder
Wanneer een obstakel door meerdere sensoren tegelijkertijd wordt gesig-
naleerd, klinkt de zoemer overeenkomstig de kortste afstand tot het obsta-
kel.
Wanneer er gelijktijdig obstakels aan de voor- en achterzijde van de auto
worden gesignaleerd, klinken er afzonderlijk zoemers met verschillende
zoempatronen overeenkomstig de afstand tot elk obstakel.
Het volume en de timing van de zoemer kunnen worden gewijzigd.
(Blz. 750)
Zoemer
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 456 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
457
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ongeveer 100 cm
Ongeveer 150 cm
Ongeveer 60 cm
Ongeveer 100 cm
Het detectiebereik is rechts in de
afbeelding aangegeven. De sensor
zal het obstakel echter niet signale-
ren wanneer dit zich te dichtbij
bevindt.
Meer informatie m.b.t. de signale-
ring van objecten aan de zijkanten.
(Blz. 459)
De afstand waarbij een obstakel kan
worden gesignaleerd en of het
obstakel kan worden gesignaleerd,
zijn afhankelijk van de vorm en de
status van het obstakel.
Het detectiebereik voor obstakels kan worden gewijzigd. (Blz. 750)
Detectiebereik van de sensoren
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 457 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
458
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Werkingsvoorwaarden
Het contact wordt AAN gezet.
Hoeksensoren voor:
De selectiehendel staat niet in stand P
De rijsnelheid is ongeveer 10 km/h of lager
Zijsensoren voor/zijsensoren achter:
De selectiehendel staat niet in stand P
De rijsnelheid is ongeveer 10 km/h of lager
Het stuurwiel wordt ongeveer 90° of meer gedraaid
Binnenste sensoren voor:
De selectiehendel staat niet in stand P of R
De rijsnelheid is ongeveer 10 km/h of lager
Hoeksensoren achter/binnenste sensoren achter:
De selectiehendel staat in stand R
Pop-updisplay Toyota Parking Assist-sensor
Blz. 481
Detectie-informatie sensoren
Het detectiegebied van de sensoren is beperkt tot het gebied rond de bumper van de
auto.
Afhankelijk van de vorm van het obstakel en andere factoren kan de detectieafstand
korter worden of kan detectie onmogelijk zijn.
Mogelijk worden obstakels niet gesignaleerd als deze zich te dicht bij de sensor
bevinden.
Tussen het signaleren van een object en de weergave zit een kleine vertraging. Zelfs
wanneer u met een lage snelheid rijdt en u een obstakel te dicht nadert voordat het
display en de zoemer worden geactiveerd, worden het display en de zoemer moge-
lijk helemaal niet geactiveerd.
Smalle paaltjes of objecten die lager zijn dan de sensor worden mogelijk niet gesig-
naleerd wanneer u ze nadert, zelfs als ze eenmaal zijn gesignaleerd.
Het kan moeilijk zijn om de geluidssignalen te horen als de audio-installatie hard
staat of als de luchtcirculatie van de airconditioning veel geluid produceert.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 458 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
459
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingsfunctie obstakel
Wanneer een obstakel zich aan de zijkant van de auto op het traject van de auto
bevindt terwijl de auto naar voren of achteren rijdt, informeert deze functie de bestuur-
der m.b.v. het display en de zoemer.
Obstakel
Berekend traject auto
Signalering obstakels aan zijkanten
Obstakels aan de zijkanten worden tijdens het rijden gesignaleerd door de zijkanten
te scannen met de zijsensoren. Herkende obstakels worden gedurende maximaal
ongeveer 2 minuten in het geheugen opgeslagen.
Obstakels worden mogelijk niet aan de zijkanten gesignaleerd tot de scan is voltooid.
Nadat het contact AAN is gezet, wordt het scannen voltooid nadat er korte tijd met de
auto is gereden.
Wanneer een obstakel, zoals een ander voertuig, een voetganger of een dier, door
de zijsensoren is gesignaleerd, blijft het systeem het obstakel mogelijk signaleren,
zelfs nadat het obstakel zich niet meer binnen het detectiegebied van de zijsensor
bevindt.
Als “Clean Parking Assist Sensor” (reinig Parking Assist-sensor) wordt weerge-
geven op het multi-informatiedisplay
Mogelijk is een sensor vuil of bedekt met sneeuw of ijs. Wanneer dit in zo'n geval van
de sensor wordt verwijderd, moet het systeem weer normaal werken.
Ook kan het gebeuren dat er een storing wordt weergegeven of een obstakel niet
wordt gesignaleerd doordat de sensor bij lage buitentemperaturen is bevroren. Als de
sensor is ontdooid, moet het systeem weer normaal werken.
Als “Parking Assist Malfunction” (storing Parking Assist) wordt weergegeven op
het multi-informatiedisplay
Afhankelijk van de storing in de sensor, werkt het apparaat mogelijk niet normaal. Laat
de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
Instellingen (bijv. volume zoemer) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 459 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
460
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Als de Toyota Parking Assist-sensor in gebruik is
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om ongevallen te voorkomen.
Overschrijd de snelheidslimiet van 10 km/h niet.
Het detectiegebied van de sensoren en de reactietijden zijn beperkt. Controleer tij-
dens het voor- of achteruitrijden of de omgeving (vooral naast de auto) veilig is en
rijd langzaam. Regel de snelheid met het rempedaal.
Monteer geen accessoires binnen de detectiegebieden van de sensoren.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 460 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
461
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Sensoren
Bepaalde omstandigheden van de auto en de omgeving kunnen een negatieve
invloed hebben op het vermogen van de sensor om obstakels correct te signaleren.
Specifieke situaties waarin dit voor kan komen ziet u hieronder.
Er zit vuil, sneeuw of ijs op de sensor. (Het reinigen van de sensoren zal het pro-
bleem oplossen.)
De sensor is bevroren. (Het ontdooien van de sensor zal het probleem oplossen.)
Vooral bij lage buitentemperaturen kan het gebeuren dat er ten gevolge van een
bevroren sensor een abnormaal beeld te zien is op het display of dat obstakels niet
worden gesignaleerd.
De sensor is op een of andere manier afgedekt.
Bij fel zonlicht of extreem lage buitentemperaturen
De auto rijdt op een bijzonder hobbelige weg, op een helling, op grind of op gras
Er is veel omgevingslawaai rond de auto van claxons, motorfietsmotoren, lucht-
remmen van vrachtwagens of andere geluidsbronnen die ultrasone geluidsgolven
produceren.
Er spat water op de sensor of de sensor wordt doornat als gevolg van zware regen-
val.
De sensor wordt doornat als gevolg van een overstroomde weg.
De auto helt sterk over naar één zijde.
De auto is uitgerust met een staafantenne of een draadloze antenne.
De auto nadert een hoge of gebogen stoeprand.
Objecten direct onder de bumper worden niet waargenomen.
Als het obstakel zich te dicht bij de sensor bevindt.
Als de bumper of sensor een sterke schok ondergaat.
Als een niet-originele Toyota-wielophanging (bijvoorbeeld verlaagde wielop-
hanging) is gemonteerd.
Er is een andere auto uitgerust met Parking Assist-sensoren in de nabije omge-
ving.
Er zijn sleepogen geplaatst.
Er is een kentekenplaat met achtergrondverlichting gemonteerd.
Naast de bovenstaande voorbeelden is signalering wellicht niet mogelijk, afhankelijk
van de vorm en de staat van het obstakel, of wordt het detectiebereik korter.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 461 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
462
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Zijsensoren
In de onderstaande situaties werkt de Toyota Parking Assist-sensor mogelijk niet
goed, waardoor een ongeval kan ontstaan. Rijd met de nodige voorzichtigheid.
Obstakels worden mogelijk niet aan de zijkanten gesignaleerd tot er kort met de
auto is gereden en de scan van de zijkanten is voltooid. (Blz. 459)
Zelfs nadat de scan van de zijkanten is voltooid, kunnen obstakels zoals andere
voertuigen, mensen of dieren die vanaf opzij naderen niet worden gesignaleerd.
Zelfs nadat de scan van de zijkanten is voltooid, kunnen obstakels mogelijk niet
worden gesignaleerd, afhankelijk van de situatie rondom de auto.
Op dat moment wordt de weergave van de werking van de zijsensor (Blz. 453)
tijdelijk uitgeschakeld.
Obstakels die mogelijk niet goed worden gesignaleerd
Door de vorm van het obstakel kan de sensor het niet signaleren. Let goed op bij de
volgende obstakels:
Kabels, hekken, touwen, enz.
Katoen, sneeuw en andere materialen die geluidsgolven absorberen
Zeer hoekige objecten
Lage obstakels
Hoge obstakels waarbij het bovenste deel uitsteekt in de richting van uw auto
Mogelijk worden mensen die bepaalde soorten kleding dragen niet gesignaleerd.
Bewegende objecten zoals mensen of dieren
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 462 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
463
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Als de Toyota Parking Assist-sensor in gebruik is
In de volgende gevallen werkt het systeem mogelijk niet goed als gevolg van een
storing in een sensor, enz. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Het display van de Toyota Parking Assist-sensor knippert en er klinkt een piepsig-
naal als er geen obstakel wordt gesignaleerd.
Als het gedeelte rond de sensor in aanraking komt met iets of wordt blootgesteld
aan een krachtige schok.
Als de bumper ergens tegenaan komt.
Als het display wordt weergegeven en weergegeven blijft worden terwijl er geen
piepsignaal klinkt.
Controleer eerst de sensor als er een weergavefout optreedt.
Als de fout zich voordoet terwijl er geen ijs, sneeuw of modder op de sensor zit, is
de sensor waarschijnlijk defect.
Opmerkingen bij het wassen van de auto
Stel de omgeving van de sensoren niet bloot aan sterke waterstralen of stoom.
Anders kan de sensor defect raken.
Richt bij het wassen van de auto met stoom de stoom niet rechtstreeks op de sen-
soren. De sensoren werken mogelijk niet goed als gevolg van blootstelling aan
stoom.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 463 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
464
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Parking Support Brake-functie
Het systeem werkt in de volgende situaties wanneer in de rijrichting van de
auto een obstakel wordt gesignaleerd.
Er wordt langzaam gereden en het rempedaal wordt niet of te laat
ingetrapt
Het gaspedaal wordt te diep ingetrapt
: Indien aanwezig
Wanneer zich mogelijk een aanrijding met een obstakel zal voordoen bij
het parkeren of het rijden met een lage snelheid en de auto plotseling
naar voren beweegt doordat het gaspedaal per ongeluk wordt inge-
trapt, of wanneer de auto in beweging treedt doordat de verkeerde
schakelstand wordt geselecteerd, signaleren de sensoren obstakels
voor en achter de auto in de rijrichting van de auto en werkt het sys-
teem om de gevolgen van een aanrijding met obstakels als een muur zo
veel mogelijk te beperken.
Voorbeelden van de werking van het systeem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 464 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
465
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto beweegt doordat de verkeerde schakelstand is geselecteerd
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 465 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
466
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hoeksensoren voor
Binnenste sensoren voor
Hoeksensoren achter
Binnenste sensoren achter
De Parking Support Brake-functie kan worden ingeschakeld/uitgeschakeld
via het scherm (Blz. 161) van het multi-informatiedisplay.
Wanneer de Parking Support Brake-
functie is uitgeschakeld, gaat het con-
trolelampje PKSB OFF branden.
Wanneer de Parking Support Brake-functie is uitgeschakeld, wordt de werking van
het systeem pas hervat wanneer de functie weer wordt ingeschakeld via het
scherm op het multi-informatiedisplay. (De werking van het systeem wordt
niet hervat door bediening van de startknop.)
Soorten sensoren
1
2
3
4
Wijzigen van instellingen van de Parking Support Brake-functie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 466 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
467
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de Parking Support Brake-functie een obstakel signaleert en er een
risico op een aanrijding bestaat, wordt het vermogen van het hybridesysteem
verminderd om een toename van de rijsnelheid te beperken. (Begrenzingsre-
geling hybridesysteem: A)
Bovendien, wanneer u het gaspedaal ingetrapt blijft houden, treedt het rem-
systeem in werking om de rijsnelheid te verlagen. (Remregeling: B)
Werking
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 467 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
468
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OMLAAG
OMLAAG
OMHOOG
AAN
UIT
AAN
UIT
AAN
UIT
Gaspedaal
Rempedaal
Vermogen hybridesysteem
Remkracht
Regeling begint
Risico op aanrijding
Aanrijding is waarschijnlijk
1
2
3
4
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 468 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
469
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorwaarden starten werking
Wanneer het controlelampje PKSB OFF niet brandt of knippert (Blz. 474,
660) en aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan, werkt het sys-
teem.
Begrenzingsregeling hybridesysteem
De Parking Support Brake-functie is ingeschakeld.
De rijsnelheid is 15 km/h of lager.
Er bevindt zich een obstakel in de rijrichting van de auto (2 - 4 m naar
voren).
Het systeem stelde vast dat er harder dan normaal moest worden
geremd om een aanrijding te voorkomen.
Remregeling
De begrenzingsregeling hybridesysteem wordt uitgevoerd.
Het systeem stelde vast dat een noodstop noodzakelijk was om een
aanrijding te voorkomen.
Voorwaarden beëindigen werking
In de volgende situaties stopt het systeem met werken.
Begrenzingsregeling hybridesysteem
De Parking Support Brake-functie is uitgeschakeld (gestopt).
De aanrijding kon worden voorkomen met normaal remmen.
Het obstakel bevindt zich niet langer in de rijrichting van de auto (2 - 4 m
naar voren).
Remregeling
De Parking Support Brake-functie is uitgeschakeld (gestopt).
Er zijn ongeveer 2 seconden verstreken nadat de auto door de remre-
geling tot stilstand is gebracht.
Het rempedaal werd ingetrapt nadat de auto door de remregeling tot
stilstand is gebracht.
Het obstakel bevindt zich niet langer in de rijrichting van de auto (2 - 4 m
naar voren).
Werkingsvoorwaarden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 469 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
470
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de begrenzingsregeling hybridesysteem of de remregeling in wer-
king is, klinkt de zoemer en wordt een melding weergegeven op het multi-
informatiedisplay om de bestuurder te waarschuwen.
Afhankelijk van de situatie werkt de begrenzingsregeling om hetzij de acceleratie te
begrenzen hetzij het vermogen zo veel mogelijk te beperken.
Weergave en zoemer voor begrenzingsregeling hybridesysteem en
remregeling
Regeling Situatie Multi-informatiedisplay
Controle-
lampje PKSB
OFF
Zoemer
De begren-
zingsregeling
hybridesys-
teem is in
werking
(regeling
begrenzing
acceleratie)
Acceleratie is
vanaf een
bepaalde
snelheid niet
mogelijk.
Brandt niet
Kort piep-
signaal
De begren-
zingsregeling
hybridesys-
teem is in
werking
(regeling om
het vermogen
zo veel moge-
lijk te beper-
ken)
Er moet har-
der dan nor-
maal worden
geremd
Brandt niet
De remrege-
ling is in wer-
king
Een nood-
stop is nood-
zakelijk
De auto is tot
stilstand
gebracht door
de werking
van het sys-
teem
De auto is tot
stilstand
gebracht na
werking door
de remrege-
ling
Brandt
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 470 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
471
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Signaleringsgebied sensoren
Het detectiebereik van de Parking Support Brake-functie verschilt van dat van de
Toyota Parking Assist-sensor. (Blz. 457)
Daardoor wordt de Parking Support Brake-functie mogelijk niet geactiveerd, ook al sig-
naleert de Toyota Parking Assist-sensor een obstakel en wordt er een waarschuwing
gegeven.
Werking systeem
Wanneer de auto tot stilstand wordt gebracht door de werking van het systeem, wordt
de Parking Support Brake-functie uitgeschakeld en brandt het controlelampje PKSB
OFF.
Systeemherstel
Wanneer de Parking Support Brake-functie wordt uitgeschakeld door de werking van
het systeem en u de werking ervan wilt hervatten, schakel dan de Parking Support
Brake-functie weer in (Blz. 466) of zet het contact UIT en weer AAN. Wanneer de
auto rijdt terwijl een obstakel zich niet langer in de rijrichting van de auto bevindt of
wanneer de rijrichting van de auto wijzigt (bijvoorbeeld wanneer u eerst vooruit reedt
en vervolgens achteruit en vice versa), wordt de werking van het systeem automatisch
hervat.
Obstakels die niet door de sensoren worden waargenomen
De volgende obstakels worden mogelijk niet door de sensoren gesignaleerd.
Objecten zoals mensen, doeken en sneeuw die geluidsgolven slecht reflecteren.
(Met name mensen die bepaalde soorten kleding dragen worden mogelijk niet gesig-
naleerd.)
Objecten die niet loodrecht op de grond staan, objecten die niet in een rechte hoek
ten opzichte van de rijrichting van de auto staan, ongelijkmatige of golvende objecten
Lage objecten
Dunne objecten zoals draden, hekken, touwen en palen van verkeersborden
Objecten die zich extreem dicht bij de bumper bevinden
Zoemer Toyota Parking Assist-sensor
Als, ongeacht of de Toyota Parking Assist-sensor AAN of UIT is (Blz. 452), de Par-
king Support Brake-functie niet is uitgeschakeld (Blz. 466) en de sensoren voor en
achter een obstakel signaleren en de remregeling wordt uitgevoerd, klinkt ook de zoe-
mer van de Toyota Parking Assist-sensor en wordt er een melding gegeven over de
geschatte afstand tot het obstakel.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 471 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
472
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Situaties waarin het systeem mogelijk werkt, zelfs als er geen kans op een aanrij-
ding is
In de onderstaande situaties werkt het systeem mogelijk, zelfs als er geen kans op een
aanrijding is.
Omgevingsinvloeden
De auto rijdt richting een spandoek of vlag, een laaghangende tak of een slag-
boom (zoals wordt gebruikt bij spoorwegovergangen, tolpoortjes en parkeerplaat-
sen)
Er bevindt zich een obstakel aan de rand van de weg (wanneer er in een smalle
tunnel, over een smalle brug of op een smalle weg wordt gereden)
Bij fileparkeren
Bij een groef of gat in het wegdek
Wanneer de auto over een metalen afdekking (rooster) rijdt, zoals gebruikt boven
afvoergoten
Er wordt gereden op een steile helling
De sensor wordt bedekt door water als gevolg van een overstroomde weg
Weersomstandigheden
Er zit ijs, sneeuw, vuil, o.i.d. op de sensor (na het verwijderen zal het systeem
weer normaal werken)
Zware regenval of een andere oorzaak waardoor er veel water op uw auto
terechtkomt
Bij het rijden onder barre weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij mist, sneeuw of
een zandstorm
Invloeden veroorzaakt door andere geluidsgolven
Er bevindt zich een bron van ultrasoongolven in de buurt, zoals een claxon of een
Parking Assist-sensor van een ander voertuig, een voertuigsignaleringssysteem,
de motor van een motorfiets of de luchtremmen van een groot voertuig
Elektronische onderdelen (zoals een kentekenplaat met achtergrondverlichting
(met name fluorescerende), mistlampen, een spatbordantenne of een draadloze
antenne) zijn in de buurt van de sensoren geplaatst
Er wordt gereden op een smalle weg
Er wordt gereden op een grindweg of in
een gebied waar het gras hoog is
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 472 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
473
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Veranderingen in de auto
De auto staat erg schuin
De hoogte van de auto is drastisch veranderd als gevolg van belading (de voor-
zijde wijst omhoog of omlaag)
De richting van de sensor wijkt af als gevolg van een aanrijding o.i.d.
In het onwaarschijnlijke geval dat de Parking Support Brake-functie per ongeluk
in werking treedt op een kruispunt e.d.
Zelfs in het onwaarschijnlijke geval dat de Parking Support Brake-functie per ongeluk
in werking treedt op een kruispunt e.d., wordt de remregeling na ongeveer 2 seconden
uitgeschakeld, zodat u verder kunt rijden en de plek kunt verlaten. Bovendien wordt de
remregeling ook uitgeschakeld als het rempedaal wordt ingetrapt. Wanneer u het gas-
pedaal weer intrapt, kunt u weer verder rijden en de plek verlaten.
Situaties waarin het systeem mogelijk niet goed werkt
Het systeem werkt in de volgende situaties mogelijk niet goed.
Omgevingsinvloeden
Tussen uw auto en een ander obstakel dat kan worden gesignaleerd bevindt zich
een obstakel dat niet kan worden gesignaleerd.
Uw auto wordt plotseling gesneden door een obstakel, bijvoorbeeld een andere
auto, een motorfiets, een fiets of een voetganger, of een dergelijk obstakel duikt
plotseling van opzij op.
Weersomstandigheden
Er zit ijs, sneeuw, vuil, o.i.d. op de sensor (na het verwijderen zal het systeem
weer normaal werken)
Zware regenval of een andere oorzaak waardoor er veel water op uw auto
terechtkomt
Bij het rijden onder barre weersomstandigheden, bijvoorbeeld bij mist, sneeuw of
een zandstorm
De omgeving van de sensor is heel heet
of koud
Het waait hard
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 473 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
474
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Invloeden veroorzaakt door andere geluidsgolven
Er bevindt zich een bron van ultrasoongolven in de buurt, zoals een claxon of een
Parking Assist-sensor van een ander voertuig, een voertuigsignaleringssysteem,
de motor van een motorfiets of de luchtremmen van een groot voertuig
Elektronische onderdelen (zoals een kentekenplaat met achtergrondverlichting
(met name fluorescerende), mistlampen, een spatbordantenne of een draadloze
antenne) zijn in de buurt van de sensoren geplaatst
Veranderingen in de auto
Wanneer gereden wordt terwijl de selectiehendel in stand N staat
De auto staat erg schuin
De hoogte van de auto is drastisch veranderd als gevolg van belading (de voor-
zijde wijst omhoog of omlaag)
De richting van de sensor wijkt af als gevolg van een aanrijding o.i.d.
Parking Support Brake-functie terwijl het Simple Intelligent Parking Assist-sys-
teem in werking is
Blz. 479
Bij het verwijderen en plaatsen van de 12V-accu
Het systeem moet worden geïnitialiseerd.
Het systeem kan worden geïnitialiseerd door gedurende ten minste 5 seconden recht
vooruit te rijden met een snelheid van ongeveer 35 km/h of hoger.
Wanneer “PKSB Unavailable” (PKSB niet beschikbaar) op het multi-informatie-
display wordt weergegeven en het controlelampje PKSB OFF knippert
Er zit mogelijk ijs, sneeuw, vuil, o.i.d. op de sensor. Als dit gebeurt, verwijder dan het
ijs, de sneeuw, het vuil, e.d. van de sensor om te zorgen dat het systeem weer nor-
maal werkt.
Ook wordt er bij lage temperaturen mogelijk een waarschuwingsmelding weergege-
ven doordat zich ijs vormt op de sensor en de sensor daardoor mogelijk geen obsta-
kels signaleert. Zodra het ijs smelt, zal het systeem weer normaal werken.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als deze melding ook
na het verwijderen van het vuil van de sensor wordt weergegeven of wordt weerge-
geven wanneer de sensor helemaal niet vuil was.
Mogelijk is het systeem na het verwijderen en plaatsen van de 12V-accu niet geïniti-
aliseerd. Voer de initialisatie van het systeem uit.
Wanneer “PKSB Malfunction Visit Your Dealer” (storing in de PKSB, ga naar uw
dealer) op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven, het controlelampje
PKSB OFF knippert en de zoemer klinkt
Het systeem werkt mogelijk niet goed. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 474 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
475
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voor een veilig gebruik
Vertrouw niet uitsluitend op het systeem. Wanneer u uitsluitend op het systeem ver-
trouwt, kan dat resulteren in een ongeval.
Voor veilig rijden is alleen de bestuurder verantwoordelijk. Let goed op de omge-
ving om te zorgen dat u veilig rijdt. De Parking Support Brake-functie kan helpen
om de ernst van een aanrijding te verminderen. Afhankelijk van de situatie werkt
het systeem mogelijk niet.
De Parking Support Brake-functie is niet ontworpen om de auto volledig tot stil-
stand te brengen. Bovendien, zelfs wanneer de Parking Support Brake-functie de
auto tot stilstand kan brengen, wordt de remregeling na ongeveer 2 seconden uit-
geschakeld. Trap dus direct het rempedaal in.
Zorgen dat het systeem goed werkt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de sensoren in acht
(Blz. 466). Wanneer u deze voorzorgsmaatregelen niet in acht neemt, werken de
sensoren mogelijk niet goed, waardoor een ongeval kan ontstaan.
Breng geen modificaties aan en voer geen werkzaamheden uit als demonteren of
lakken
Gebruik voor vervanging alleen originele onderdelen
Stel het gebied rondom de sensoren niet bloot aan krachtige schokken
Beschadig de sensoren niet en houd ze altijd schoon
Omgaan met de wielophanging
Breng geen wijzigingen aan de wielophanging aan, aangezien veranderingen in de
wagenhoogte of de hellingshoek van de auto ervoor kunnen zorgen dat de sensoren
obstakels niet juist signaleren, het systeem niet werkt of het systeem onnodig werkt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 475 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
476
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Storingen aan de sensoren voorkomen
Wanneer het gebied rondom de sensor wordt blootgesteld aan een krachtige
schok, werkt de apparatuur mogelijk niet goed meer als gevolg van een storing in
de sensor. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Spuit bij het wassen van de auto met een hogedrukreiniger niet rechtstreeks op de
sensoren. De sensoren werken mogelijk niet goed als gevolg van blootstelling aan
een sterke waterdruk.
Richt bij het wassen van de auto met stoom de stoom niet rechtstreeks op de sen-
soren. De sensoren werken mogelijk niet goed als gevolg van blootstelling aan
stoom.
Onnodige werking voorkomen
Schakel in de volgende gevallen de Parking Support Brake-functie uit. Het systeem
werkt mogelijk, zelfs als er geen kans op een aanrijding is.
Er wordt een rollenbank o.i.d. gebruikt voor een controle, enz.
De auto wordt op een schip, vrachtwagen of ander transportmiddel geladen
De wielophanging is verlaagd of de banden hebben een ander formaat dan de oor-
spronkelijk gemonteerde banden
De hoogte van de auto is drastisch veranderd als gevolg van belading (de voorzijde
wijst omhoog of omlaag)
Er is een sleepoog gemonteerd
Bij het wassen van de auto in een wasstraat
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 476 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
477
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
S-IPA (Simple Intelligent Parking Assist-
systeem)
Overzicht van functies
Het Simple Intelligent Parking Assist-systeem bedient automatisch het
stuurwiel voor ondersteuning bij het achteruitrijden in een gebied naast
een beoogde parkeerplaats en bij het wegrijden van een parkeerplaats na
het fileparkeren. (Het wijzigen van de stand van de selectiehendel en het
aanpassen van de snelheid bij het voor- of achteruitrijden worden niet
automatisch uitgevoerd.)
Het Simple Intelligent Parking Assist-systeem parkeert de auto niet
automatisch. Het is een systeem dat ondersteuning biedt bij het wegrij-
den uit de parkeerplaats na het haaks inparkeren of fileparkeren.
Het Simple Intelligent Parking Assist-systeem biedt ondersteuning bij de
bediening van het stuurwiel om de auto in de richting van de gewenste
parkeerplaats te begeleiden. De gewenste parkeerplaats kan mogelijk
niet altijd worden bereikt, afhankelijk van de weg- en voertuigomstan-
digheden op het moment dat u wilt parkeren en de afstand tot de
gewenste parkeerplaats.
Koppelen aan de Parking Support Brake-functie
Als het Simple Intelligent Parking Assist-systeem in werking is en het sys-
teem een obstakel signaleert dat een aanrijding kan veroorzaken, wordt er
een noodstop uitgevoerd, ongeacht of de Parking Support Brake-functie is
in- of uitgeschakeld. (Blz. 479)
: Indien aanwezig
Simple Intelligent Parking Assist-systeem
WAARSCHUWING
Controleer bij het achteruit- of vooruitrijden of het gebied achter, voor en rondom de
auto veilig is en rijd langzaam achteruit of vooruit terwijl u de rijsnelheid regelt met
het rempedaal.
Als de kans bestaat dat de auto een voetganger, een andere auto of een ander
obstakel zal raken, breng de auto dan tot stilstand door het rempedaal in te trappen
en druk op de S-IPA-schakelaar (Blz. 480) om het systeem uit te schakelen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 477 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
478
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Tabel met ondersteuningsmodi en functies van het Simple Intelligent
Parking Assist-systeem
Ondersteuningsmodus
Wijze van
parkeren
Overzicht van functies
Zie blad-
zijde
Modus automatisch
fileparkeren
Fileparkeren
Begeleiding wordt gebo-
den om de beoogde par-
keerplaats te signaleren en
een positie te bereiken van
waaruit achteruit kan wor-
den gereden. Ondersteu-
ning wordt geboden vanaf
het punt waar de auto ach-
teruit begint te rijden tot het
moment dat hij de beoogde
parkeerplaats bereikt.
Blz. 483
Modus parkeerplaats
fileparkeren verlaten
Parkeerplaats
fileparkeren
verlaten
De ondersteuning begint
na het fileparkeren van de
auto. Ondersteuning wordt
geboden om de auto vanuit
de parkeerplaats te bege-
leiden naar een positie van
waaruit hij kan wegrijden.
Blz. 490
Modus automatisch
achteruit inparkeren
(met functie voor
begeleiding bij vooruit
rijden)
Achteruit inpar-
keren
De ondersteuning begint
nadat de auto voor de
beoogde parkeerplaats tot
stilstand is gebracht en
helpt bij het achteruit de
parkeerplaats inrijden,
inclusief begeleiding om
een positie te bereiken van
waaruit achteruit kan wor-
den gereden.
Blz. 495
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 478 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
479
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Parking Support Brake-functie terwijl het Simple Intelligent Parking Assist-sys-
teem in werking is
Als het Simple Intelligent Parking Assist-systeem in werking is en het systeem een
obstakel signaleert dat een aanrijding kan veroorzaken, treden de begrenzingsrege-
ling van het hybridesysteem en de remregeling van de Parking Support Brake-functie
in werking, ongeacht of de Parking Support Brake-functie is in- of uitgeschakeld.
(Blz. 466)
Nadat de Parking Support Brake-functie in werking is getreden, wordt de werking van
het Simple Intelligent Parking Assist-systeem tijdelijk gestopt en wordt de werking
van de Parking Support Brake-functie op het multi-informatiedisplay weergegeven.
(Blz. 470)
Wanneer de werking van het Simple Intelligent Parking Assist-systeem 3 keer is
gestopt als gevolg van de werking van de Simple Intelligent Parking Assist-systeem,
wordt het Simple Intelligent Parking Assist-systeem uitgeschakeld.
Zodra het Simple Intelligent Parking Assist-systeem beschikbaar is nadat de Parking
Support Brake-functie in werking is getreden, wordt er een melding op het multi-infor-
matiedisplay weergegeven die u laat weten dat u moet schakelen. De werking van
het Simple Intelligent Parking Assist-systeem kan worden hervat door te schakelen
overeenkomstig de aanwijzing op het multi-informatiedisplay en door de S-IPA-scha-
kelaar (Blz. 480) nogmaals in te drukken.
Schakelen terwijl het Simple Intelligent Parking Assist-systeem in werking is
Als het systeem vaststelt dat de bestuurder van plan is om vooruit of achteruit te rij-
den, blijft de ondersteuning werken, ook al heeft de bestuurder geschakeld voordat dit
door het systeem werd aangegeven. Doordat de bediening door de bestuurder ver-
schilt van de door het systeem geboden ondersteuning, neemt het aantal keerma-
noeuvres mogelijk toe.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. het detectiebereik voor obstakels) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 479 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
480
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wijzigen met de S-IPA-schakelaar
Druk op de schakelaar
Hiermee kunt u schakelen tussen
de functies en de ondersteunings-
modi uit- of inschakelen.
Telkens wanneer de S-IPA-schakelaar wordt ingedrukt terwijl het contact
AAN staat en de rijsnelheid ongeveer 30 km/h of lager is, wijzigt de functie
als volgt.
De geselecteerde functie wordt weergegeven op het bedieningsdisplay op het
multi-informatiedisplay. (Blz. 481)
*: De modus automatisch achteruit inparkeren kan worden ingeschakeld wanneer
aan de desbetreffende werkingsvoorwaarden wordt voldaan (Blz. 500). Wanneer
er niet aan de werkingsvoorwaarden wordt voldaan, wordt hij uitgeschakeld.
Wijzigen van de ondersteuningsmodus
Wanneer de S-IPA-schakelaar
wordt ingedrukt terwijl de selectie-
hendel niet in stand P staat
Wanneer de S-IPA-schakelaar
wordt ingedrukt terwijl de selec-
tiehendel in stand P staat
Modus automatisch achteruit inparkeren*
Modus automatisch fileparkeren
Uit
Modus parkeerplaats
fileparkeren verlaten
Uit
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 480 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
481
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het begeleidingsscherm wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay.
Indicator mate van assistentie
Geeft een statusbalk weer waarop
wordt aangegeven hoe ver de auto is
verwijderd van zijn stoppositie/wat de
positie is waarbij de ondersteuningsre-
geling eindigt.
Stopweergave
Trap wanneer dit brandt het rempedaal
in en breng de auto direct tot stilstand.
Weergave bediening
Geeft de bedrijfsconditie van het Simple Intelligent Parking Assist-systeem weer.
Adviesweergave
Volg de op het display getoonde aanwijzingen op en voer de aangegeven handelin-
gen uit. In de afbeelding wordt als voorbeeld een display getoond waarop staat
aangegeven dat het rempedaal moet worden ingetrapt om de rijsnelheid te regelen
en dat u moet controleren of de omgeving veilig is.
Icoon S-IPA-schakelaar
Wordt weergegeven wanneer de ondersteuningsmodus kan worden gewijzigd en
het systeem kan worden uit- of ingeschakeld met de S-IPA-schakelaar.
Weergave automatische bediening van het stuurwiel
Geeft weer wanneer het stuurwiel automatisch wordt bediend.
Weergave Toyota Parking Assist-sensor/weergave portierpositie (open/
dicht)
Blz. 453
Controlelampje S-IPA in het instrumentenpaneel (Blz. 122)
Dit controlelampje gaat branden wanneer het stuurwiel automatisch wordt bediend
door het Simple Intelligent Parking Assist-systeem. Nadat de regeling wordt beëindigd,
knippert het controlelampje korte tijd en dooft het vervolgens.
Pop-updisplay Toyota Parking Assist-sensor
Als het Simple Intelligent Parking Assist-systeem in werking is en de Toyota Parking
Assist-sensor een obstakel signaleert, verschijnt automatisch een pop-updisplay van
de Toyota Parking Assist-sensor op het begeleidingsscherm (Blz. 453), ongeacht of
de Toyota Parking Assist-sensor is in- of uitgeschakeld. (Blz. 452)
Begeleidingsscherm
1
2
3
4
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 481 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
482
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De ondersteuningsmodus wordt in de volgende gevallen geannuleerd of
gestopt.
De ondersteuningsregeling wordt geannuleerd wanneer
De functie voor het behoud van de temperatuur van het systeem in wer-
king is
Er een systeemstoring is
Het systeem heeft bepaald dat de omgeving van de parkeerplaats niet
geschikt is voor verdere ondersteuning
Pak wanneer de ondersteuningsregeling wordt geannuleerd het stuurwiel
stevig vast, trap het rempedaal in en breng de auto tot stilstand.
Begin nogmaals vanaf het begin, aangezien het systeem al geannuleerd
is. Wanneer u verdergaat met handmatig parkeren, bedien dan het stuur-
wiel zoals u dat normaal ook zou doen.
De ondersteuningsregeling wordt gestopt wanneer
Het stuurwiel wordt bediend
De rijsnelheid wordt tijdens de ondersteuningsregeling hoger dan 7 km/
h
De Parking Support Brake-functie is in werking
Wanneer de ondersteuningsregeling wordt gestopt, kan deze weer worden
hervat door de aanwijzingen op het scherm te volgen.
Als de rijsnelheid hoger dreigt te worden dan de snelheidslimiet tijdens de
ondersteuningsregeling
Annuleren of stoppen van de ondersteuningsmodus
Er klinkt een zoemer en er verschijnt een mel-
ding dat de mogelijkheid bestaat dat de rijsnel-
heid de snelheidslimiet zal overschrijden.
Trap, wanneer de melding wordt weergege-
ven, het rempedaal direct in om te decelere-
ren. Als de auto blijft accelereren, wordt de
ondersteuningsregeling onderbroken wanneer
de rijsnelheid een bepaalde snelheid over-
schrijdt. (Blz. 505)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 482 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
483
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht van functies
Wanneer er een parkeerplaats kan worden gesignaleerd, wordt u naar
voren begeleid tot u de startpositie voor de ondersteuningsregeling hebt
bereikt. Vervolgens kan de Parallel Parking Assist-modus worden gebruikt.
Bovendien wordt er afhankelijk van de parkeerplaats en andere omstan-
digheden en indien nodig ondersteuning verleend bij het maken van meer-
dere keermanoeuvres.
Blijf naar voren rijden en houd
daarbij de auto parallel aan de
stoeprand of de weg. Stop op
het punt waarbij het midden van
de beoogde parkeerplaats vrij-
wel haaks op de auto staat.
Druk vervolgens 1 keer op de S-
IPA-schakelaar om de Parallel
Parking Assist-modus te selec-
teren.
Rijd recht vooruit en blijf daarbij
parallel aan de weg of stoep-
rand, zodat de parkeerplaats
wordt gesignaleerd.
Er is een geluid te horen en er wordt een display weergegeven om u te
laten weten wanneer de auto een positie bereikt vanaf waar ondersteu-
ningsregeling kan worden gebruikt om achteruit te rijden. Wanneer ver-
volgens de schakelstand wordt gewijzigd overeenkomstig de
aanwijzingen van het systeem, begint de automatische bediening van
het stuurwiel.
Als de gesignaleerde parkeerplaats of de weg (afstand tot de rand van de weg
tegenover de parkeerplaats) smal is of als er zich obstakels voor de auto bevin-
den, wordt er geen begeleiding gegeven.
Het parkeren is voltooid
Hiermee is de ondersteuningsmodus voltooid. Afhankelijk van de conditie van
de parkeerplaats worden de begeleiding voor de beginpunten voor naar voren
rijden en achteruitrijden en de automatische bediening van het stuurwiel telkens
wanneer meerdere keermanoeuvres nodig zijn, herhaald. Hierbij wordt stap
gevolgd vanaf het moment dat de auto achteruit begint te rijden totdat het parke-
ren is voltooid.
Fileparkeren (modus automatisch fileparkeren)
1
2
3
4
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 483 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
484
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Parkeren
Stop op het punt waarbij het midden van de beoogde parkeerplaats vrij-
wel haaks op de auto staat. Druk vervolgens 1 keer op de S-IPA-scha-
kelaar en controleer of het display op het multi-informatiedisplay
terugkeert naar “Parallel Parking” (fileparkeren).
Iedere keer dat er op de S-IPA-schakelaar wordt gedrukt, wijzigt de
modus. (Blz. 480)
Wanneer de rijsnelheid ongeveer 30 km/h of hoger is, kan door het
indrukken van de S-IPA-schakelaar niet worden overgeschakeld naar
de weergave “Parallel Parking” (fileparkeren).
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 484 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
485
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijd recht vooruit en blijf daarbij
parallel aan de weg of stoep-
rand. Laat een ruimte van onge-
veer 1 m tussen uw auto en de
geparkeerde auto's.
Rijd langzaam.
Het systeem begint een par-
keerplaats te zoeken.
Tijdens het zoeken naar een
parkeerplaats kan de richting-
aanwijzerschakelaar
(Blz. 331) worden bediend
om een parkeerplaats links of
rechts te selecteren.
Wanneer u de functie wilt uit-
schakelen, druk dan eenmaal
op de S-IPA-schakelaar.
Wanneer een parkeerplaats
is gesignaleerd, wijzigt het
scherm.
2
1 m
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 485 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
486
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Als de selectiehendel in stand R wordt gezet, klinkt er een hoog piepsig-
naal en start de ondersteuningsregeling.
Wanneer de automatische bediening van het stuurwiel begint, wor-
den de weergave van de automatische bediening van het stuurwiel
(Blz. 481) en de indicator die de mate van assistentie aangeeft
(Blz. 481) op het display weergegeven.
Druk op de S-IPA-schakelaar om de ondersteuningsregeling te stop-
pen.
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is, controleer of er zich
geen obstakels bevinden op de parkeerplaats en rijd langzaam achteruit
terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Wanneer u te snel achteruitrijdt, klinkt er een schril piepsignaal en
stopt de ondersteuningsregeling. (Blz. 482)
Wanneer de auto niet netjes in één keer de beoogde parkeerplaats
kan worden ingereden en er meerdere keermanoeuvres nodig zijn,
ga dan naar stap .
Wanneer er niet meerdere keermanoeuvres nodig zijn, ga dan naar
stap .
3
4
5
6
12
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 486 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
487
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand D.
Neem een normale zithouding aan, laat uw handen lichtjes en zonder
kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer of het gebied
voor en rondom de auto veilig is en rijd langzaam vooruit terwijl u de rij-
snelheid regelt met het rempedaal.
Breng de auto tot stilstand wanneer een piepsignaal te horen is en de
stopweergave (Blz. 481) op het display wordt weergegeven.
Zet de selectiehendel in stand R.
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is en rijd langzaam ach-
teruit terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Afhankelijk van de conditie van de parkeerplaats moeten de stappen tot
mogelijk worden herhaald.
6
7
8
9
10
11
6 11
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 487 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
488
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de auto zich bijna geheel binnen de beoogde parkeerplaats
bevindt, klinkt er een hoog piepsignaal en wordt de stopweergave op
het display weergegeven. Breng de auto tot stilstand.
Hiermee is de modus automatisch fileparkeren voltooid.
Na het stoppen kunt u naar wens de auto nog manoeuvreren om de
gewenste parkeerplaats te bereiken.
Houd bij het achteruitrijden de omgeving voor en achter de auto in de
gaten. Controleer de omgeving ook via de (buiten)spiegels.
Werkingsvoorwaarden modus automatisch fileparkeren
Rijd langzaam (met een snelheid waarbij de auto snel tot stilstand kan worden
gebracht) om de modus automatisch fileparkeren goed te laten werken. Houd de
auto parallel aan de weg (of stoeprand) terwijl u een afstand van ongeveer 1 m tot de
geparkeerde auto's aanhoudt.
De functie kan niet worden gebruikt wanneer de rijsnelheid ongeveer 30 km/h of
hoger is.
De zijsensoren voor en zijsensoren achter worden gebruikt om geparkeerde auto's te
signaleren en de parkeerplaats te bepalen. Daarom wordt er geen begeleiding gege-
ven wanneer signalering niet mogelijk is (Blz. 511).
Als er geen geparkeerde auto's zijn, kan de parkeerplaats niet worden bepaald.
Daardoor kan de Parallel Parking Assist-modus niet worden bediend.
Wanneer de omgeving van de parkeerplaats niet kan worden gesignaleerd, werkt de
Parallel Parking Assist-modus mogelijk niet.
De begeleiding blijft werken totdat de rijsnelheid ongeveer 30 km/h of hoger wordt of
totdat de functie wordt uitgeschakeld met de S-IPA-schakelaar.
Timing voor het indrukken van de S-IPA-schakelaar
In de volgende gevallen werkt de ondersteuningsmodus mogelijk ook tijdens de stap-
pen die worden gevolgd bij het parkeren met behulp van de modus automatisch file-
parkeren. Voer in deze gevallen echter de parkeerprocedures uit overeenkomstig de
informatie op het multi-informatiedisplay.
In stap wordt de S-IPA-schakelaar ingedrukt nadat de beoogde parkeerplaats al is
gepasseerd.
Als de auto niet is gestopt in stap , kunt u door de S-IPA-schakelaar 1 keer in te
drukken terwijl de auto rijdt, “Parallel Parking” (fileparkeren) selecteren en direct
verdergaan naar stap .
De auto wordt naar de positie in stap gereden zonder dat de S-IPA-schakelaar
wordt ingedrukt. Vervolgens wordt na het in stand R zetten van de selectiehendel de
S-IPA-schakelaar ingedrukt.
12
1
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 488 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
489
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Als er kuilen of hellingen in de weg zitten, kan de beoogde parkeerplaats niet goed
worden ingesteld. Daardoor wordt de auto mogelijk schuin of deels buiten de par-
keerplaats geparkeerd. Gebruik in deze gevallen de Parallel Parking Assist-modus
niet.
Wanneer zich aan de binnenzijde van de parkeerplaats een muur of ander obstakel
bevindt of wanneer een andere geparkeerde auto deels op de weg staat, wordt de
beoogde parkeerplaats ingesteld op een positie waarbij de auto iets uitsteekt op de
weg.
Afhankelijk van de omgeving, zoals andere geparkeerde auto's, wordt de auto
mogelijk schuin of deels buiten de parkeerplaats geparkeerd. Pas de positie van de
auto indien nodig handmatig aan.
Het systeem helpt de auto te begeleiden op basis van de positie van nabij gepar-
keerde auto's, zelfs wanneer zich obstakels, hobbels, kuilen of stoepranden op, in
of naast de parkeerplaats bevinden.
Als het lijkt alsof de auto iets zal raken, breng de auto dan tot stilstand door het
rempedaal in te trappen en druk op de S-IPA-schakelaar om het systeem uit te
schakelen.
Mogelijk kunnen objecten die zich dicht bij de grond bevinden niet worden gesigna-
leerd. Controleer of het gebied rondom uw auto veilig is en breng de auto tot stil-
stand door het rempedaal in te trappen als het lijkt alsof de auto mogelijk iets zal
raken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 489 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
490
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht van functies
Selecteer bij het wegrijden van een parkeerplaats na het fileparkeren de
richting waarin u wilt wegrijden. De ondersteuningsregeling voor de bedie-
ning van het stuurwiel helpt om de auto naar een positie te begeleiden van
waaruit u kunt wegrijden.
Druk, terwijl de selectiehendel in
stand P staat, op de S-IPA-scha-
kelaar, selecteer de modus par-
keerplaats fileparkeren verlaten
en bedien de richtingaanwijzer-
schakelaar om de gewenste uit-
rijrichting te selecteren.
De automatische bediening van
het stuurwiel begint wanneer de
schakelstand wordt gewijzigd
overeenkomstig de door het
systeem geleverde begeleiding.
Er is een geluid te horen en er wordt een display weergegeven om u te
laten weten wanneer de auto de positie bereikt van waaruit kan worden
weggereden.
Afhankelijk van de conditie van de parkeerplaats worden de begeleiding voor de
beginpunten voor naar voren rijden en achteruitrijden en de automatische bedie-
ning van het stuurwiel telkens wanneer meerdere keermanoeuvres nodig zijn,
herhaald vanaf het moment dat de automatische bediening van het stuurwiel
begint in stap tot het moment dat de auto een positie bereikt van waaruit kan
worden weggereden.
Wegrijden van een parkeerplaats na het fileparkeren (modus parkeer-
plaats fileparkeren verlaten)
1
2
3
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 490 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
491
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Gebruik van de modus parkeerplaats fileparkeren verlaten om weg te
rijden
Druk, terwijl de selectiehendel in stand P staat, op de S-IPA-schakelaar
en controleer of het display op het multi-informatiedisplay terugkeert
naar “Exit Parallel Parking” (parkeerplaats fileparkeren verlaten).
Bedien de richtingaanwijzerschakelaar (Blz. 331) om te selecteren of
u linksaf of rechtsaf wilt wegrijden.
Als zich in de richting waarin u wegrijdt obstakels bevinden, bepaalt het systeem
dat wegrijden niet mogelijk is en wordt de ondersteuningsregeling uitgescha-
keld.
Als de selectiehendel in stand R (of D) wordt gezet overeenkomstig het
advies op het scherm (Blz. 481), klinkt er een hoog piepsignaal en
start de ondersteuningsregeling.
De procedure vanaf stap is voor het geval het advies “Shift to [R]” (schakel
stand R in) op het scherm wordt weergegeven nadat de richtingaanwijzerscha-
kelaar is bediend om een wegrijrichting te selecteren.
Wanneer de automatische bediening van het stuurwiel begint, wor-
den de weergave van de automatische bediening van het stuurwiel
(Blz. 481) en de indicator die de mate van assistentie aangeeft
(Blz. 481) op het display weergegeven.
Druk op de S-IPA-schakelaar om de ondersteuningsregeling te stop-
pen.
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is en rijd langzaam ach-
teruit terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Wanneer u te snel achteruitrijdt, klinkt er een schril piepsignaal en
stopt de ondersteuningsregeling. (Blz. 482)
1
2
3
4
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 491 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
492
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand D.
Neem een normale zithouding aan, laat uw handen lichtjes en zonder
kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer of het gebied
voor en rondom de auto veilig is en rijd langzaam vooruit terwijl u de rij-
snelheid regelt met het rempedaal.
Wanneer er niet in één keer kan worden weggereden en er meerdere
keermanoeuvres nodig zijn, ga dan naar stap .
Wanneer er niet meerdere keermanoeuvres nodig zijn, ga dan naar
stap (Blz. 494).
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand R.
5
6
7
8
14
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 492 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
493
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is en rijd langzaam ach-
teruit terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Afhankelijk van de conditie van de parkeerplaats moeten de stappen tot
mogelijk worden herhaald.
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand D.
Neem een normale zithouding aan, laat uw handen lichtjes en zonder
kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer of het gebied
voor en rondom de auto veilig is en rijd langzaam vooruit terwijl u de rij-
snelheid regelt met het rempedaal.
10
5 10
11
12
13
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 493 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
494
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de auto bijna het punt
voor wegrijden heeft bereikt,
klinkt er een hoog piepsignaal
en wordt de ondersteuningsre-
geling beëindigd. Pak vervol-
gens het stuurwiel vast en rijd
naar voren.
Modus parkeerplaats fileparkeren verlaten
Als tijdens de ondersteuningsregeling de bestuurder bepaalt dat hij/zij zich op een
positie bevindt van waaruit kan worden weggereden en hij/zij het stuurwiel bedient,
wordt de ondersteuningsregeling op die positie gestopt.
De ondersteuningsregeling kan niet worden gebruikt als er geen auto's geparkeerd
staan vóór de auto of als er te veel ruimte zit tussen de voorzijde van uw auto en de
auto die vóór u geparkeerd staat.
Bij het gebruik van de modus parkeerplaats fileparkeren verlaten werkt afhankelijk
van de omgeving de ondersteuningsmodus mogelijk niet.
14
OPMERKING
Het detectiebereik van de sensoren (Blz. 457) is beperkt. Controleer of het
gebied rondom uw auto veilig is. Breng, als de kans bestaat dat er iets wordt
geraakt, de auto tot stilstand door het rempedaal in te trappen.
Mogelijk kunnen objecten die zich dicht bij de grond bevinden niet worden gesigna-
leerd. Controleer of het gebied rondom uw auto veilig is en breng de auto tot stil-
stand door het rempedaal in te trappen als het lijkt alsof de auto mogelijk iets zal
raken.
Controleer bij het wegrijden of het gebied rondom uw auto veilig is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 494 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
495
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht van functies
Stop op het punt waarbij het midden van de beoogde parkeerplaats vrijwel
haaks op de auto staat. Als de parkeerplaats kan worden gesignaleerd,
kan de begeleidingsfunctie voor vooruitrijden worden gebruikt. Bovendien
wordt er afhankelijk van de parkeerplaats en andere omstandigheden en
indien nodig ondersteuning verleend bij het maken van meerdere keerma-
noeuvres.
Stop op het punt waarbij het
midden van de beoogde par-
keerplaats vrijwel haaks op de
auto staat. Druk vervolgens 2
keer op de S-IPA-schakelaar om
de modus automatisch achter-
uit inparkeren te selecteren.
De automatische bediening van
het stuurwiel begint wanneer de
auto begint te rijden.
Er is een geluid te horen en er
wordt een display weergegeven
om u te laten weten wanneer de
auto de positie bereikt van waar-
uit achteruit kan worden gere-
den.
Als de gesignaleerde parkeerplaats
of de weg (afstand tot de rand van
de weg tegenover de parkeerplaats)
smal is of als er zich obstakels voor
de auto bevinden, wordt er geen
begeleiding gegeven.
Het parkeren is voltooid
Hiermee is de ondersteuningsmodus voltooid.
Afhankelijk van de conditie van de parkeerplaats worden de begeleiding voor de
beginpunten voor naar voren rijden en achteruitrijden en de automatische bedie-
ning van het stuurwiel telkens wanneer meerdere keermanoeuvres nodig zijn,
herhaald. Hierbij wordt stap gevolgd vanaf het moment dat de auto achteruit
begint te rijden totdat het parkeren is voltooid.
Naast andere auto's parkeren (modus automatisch achteruit
inparkeren)
1
2
3
4
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 495 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
496
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Parkeren
Stop op het punt waarbij het
midden van de beoogde par-
keerplaats vrijwel haaks op de
auto staat. Druk vervolgens 2
keer op de S-IPA-schakelaar en
controleer of het display op het
multi-informatiedisplay terug-
keert naar “Back-in Parking”
(achteruit inparkeren).
Controleer het gebied in de
richting van de pijl die de rich-
ting van de automatische
bediening van het stuurwiel
en de beoogde parkeer-
plaats op het display aan-
geeft visueel.
Iedere keer dat er op de S-
IPA-schakelaar wordt
gedrukt, wijzigt de modus.
(Blz. 480)
Wanneer de selectiehendel niet in stand D of B staat, zal niet worden
overgeschakeld naar de weergave “Back-in Parking” (achteruit inpar-
keren).
Als de rijsnelheid is gesignaleerd, schakelt het scherm over op de
weergave “Back-in Parking” (achteruit inparkeren). Breng de auto
volledig tot stilstand en druk nogmaals op de S-IPA-schakelaar om
over te schakelen naar de weergave “Back-in Parking” (achteruit
inparkeren).
De richtingaanwijzerschakelaar (Blz. 331) kan worden bediend om
te selecteren of u linksaf of rechtsaf wilt parkeren.
Het systeem kan niet worden gebruikt wanneer de parkeerplaats
smal is of wanneer de ondersteuningsregeling onvoldoende ruimte
heeft om te werken. Raadpleeg de informatie op het multi-informatie-
display om naar een andere parkeerplaats te gaan.
1 m
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 496 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
497
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Neem een normale zithouding
aan, laat uw handen lichtjes en
zonder kracht te gebruiken op
het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied voor en rondom de
auto veilig is en rijd langzaam
vooruit terwijl u de rijsnelheid
regelt met het rempedaal. Ver-
volgens klinkt een hoog piepsig-
naal en gaat tegelijkertijd een
indicator op het instrumentenpa-
neel branden, waarna de onder-
steuningsregeling start.
Wanneer de automatische bediening van het stuurwiel begint, wor-
den de weergave van de automatische bediening van het stuurwiel
(Blz. 481) en de indicator die de mate van assistentie aangeeft
(Blz. 481) op het display weergegeven.
Druk op de S-IPA-schakelaar om de ondersteuningsregeling te stop-
pen.
Wanneer de rijsnelheid te hoog is, klinkt er een schril piepsignaal en
stopt de ondersteuningsregeling. (Blz. 482)
Als na het starten van de ondersteuningsregeling de ruimte te smal
blijkt te zijn, klinkt er een schril piepsignaal en stopt de ondersteu-
ningsregeling.
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand R.
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 497 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
498
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is, controleer of er zich
geen obstakels bevinden op de parkeerplaats en rijd langzaam achteruit
terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Wanneer de auto niet netjes in één keer de beoogde parkeerplaats
kan worden ingereden en er meerdere keermanoeuvres nodig zijn,
ga dan naar stap .
Wanneer er niet meerdere keermanoeuvres nodig zijn, ga dan naar
stap . (Blz. 499)
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand D.
Wanneer u de ondersteuningsregeling wilt beëindigen op uw huidige positie, zet
dan de selectiehendel in stand P.
Neem een normale zithouding aan, laat uw handen lichtjes en zonder
kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer of het gebied
voor en rondom de auto veilig is en rijd langzaam vooruit terwijl u de rij-
snelheid regelt met het rempedaal.
Breng de auto tot stilstand wan-
neer een piepsignaal te horen is
en de stopweergave (Blz. 481)
op het display wordt weergege-
ven.
Zet de selectiehendel in stand R.
5
6
12
6
7
8
9
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 498 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
499
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Neem een normale zithouding voor achteruitrijden aan, laat uw handen
lichtjes en zonder kracht te gebruiken op het stuurwiel rusten, controleer
of het gebied achter en rondom de auto veilig is en rijd langzaam ach-
teruit terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Afhankelijk van de conditie van de parkeerplaats moeten de stappen tot
mogelijk worden herhaald.
Wanneer de auto zich bijna geheel binnen de beoogde parkeerplaats
bevindt, klinkt er een hoog piepsignaal en wordt de stopweergave
(Blz. 481) op het display weergegeven. Breng de auto tot stilstand.
Hiermee is de modus automatisch achteruit inparkeren voltooid.
Uit veiligheidsoverwegingen klinkt de zoemer net voordat de auto
volledig op de beoogde parkeerplaats staat. Bovendien wordt op dat
moment de werking van het systeem ook beëindigd. Houd, om op de
gewenste parkeerplaats te komen, het stuurwiel stevig vast en rijd
langzaam achteruit terwijl u de rijsnelheid regelt met het rempedaal.
Houd bij het achteruitrijden de omgeving voor en achter de auto in de
gaten. Controleer de omgeving ook via de (buiten)spiegels.
11
6 11
12
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 499 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
500
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Werkingsvoorwaarden modus automatisch achteruit inparkeren
Rijd langzaam (met een snelheid waarbij de auto snel tot stilstand kan worden
gebracht) om de functie goed te laten werken.
Rijd langzaam (met een snelheid waarbij de auto snel tot stilstand kan worden
gebracht) om de functie goed te laten werken. Breng de auto volledig tot stilstand op
het punt waarbij het midden van de parkeerplaats vrijwel haaks op de auto staat en
druk op de S-IPA-schakelaar.
De functie kan niet worden gebruikt wanneer de rijsnelheid ongeveer 30 km/h of
hoger is.
De zijsensoren voor en zijsensoren achter worden gebruikt om geparkeerde auto's te
signaleren en de parkeerplaats te bepalen. Daarom wordt er geen begeleiding gege-
ven wanneer signalering niet mogelijk is (Blz. 511).
Als er geen geparkeerde auto's zijn, kan de parkeerplaats niet worden bepaald.
Daardoor kan de modus automatisch achteruit inparkeren niet worden bediend.
Wanneer de omgeving van de parkeerplaats niet kan worden gesignaleerd, werkt de
modus automatisch achteruit inparkeren mogelijk niet.
Als er, afhankelijk van de conditie van de par-
keerplaats, onvoldoende ruimte is vóór de
auto om de parkeerprocedure uit te voeren,
kan de beoogde parkeerplaats mogelijk niet
worden bereikt.
Beoogde parkeerplaats
Muur
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 500 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
501
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Tips voor het gebruik van de modus automatisch achteruit inparkeren
Laat een ruimte van ongeveer 1 m tussen uw
auto en de geparkeerde auto's en rijd richting
de beoogde parkeerplaats. Als de ruimte
tussen uw auto en de geparkeerde auto's te
groot is, kunnen de zijsensoren voor en zij-
sensoren achter de geparkeerde auto's
mogelijk niet signaleren.
Stop op het punt waarbij het midden van de
beoogde parkeerplaats vrijwel haaks op de
auto staat. Druk bovendien pas op de S-IPA-
schakelaar wanneer de auto volledig tot stil-
stand is gebracht.
OPMERKING
Als er kuilen of hellingen in de weg zitten, kan de beoogde parkeerplaats niet goed
worden ingesteld. Daardoor wordt de auto mogelijk schuin of deels buiten de par-
keerplaats geparkeerd. Gebruik in deze gevallen de modus automatisch achteruit
inparkeren niet.
Bij het parkeren in een smalle ruimte komt de auto dicht bij nabij geparkeerde
auto's. Als het lijkt alsof de auto mogelijk iets zal raken, breng de auto dan tot stil-
stand door het rempedaal in te trappen.
Mogelijk kunnen objecten die zich dicht bij de grond bevinden niet worden gesigna-
leerd. Controleer of het gebied rondom uw auto veilig is en breng de auto tot stil-
stand door het rempedaal in te trappen als het lijkt alsof de auto mogelijk iets zal
raken.
Afhankelijk van de omgeving, zoals andere geparkeerde auto's, wordt de auto
mogelijk schuin of deels buiten de parkeerplaats geparkeerd. Pas de positie van de
auto indien nodig handmatig aan.
1 m
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 501 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
502
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer het Simple Intelligent Parking Assist-systeem niet kan worden
bediend of wanneer de werking is beëindigd, het systeem is uitgeschakeld,
enz., wordt een van de onderstaande meldingen weergegeven op het multi-
informatiedisplay. Neem de juiste maatregelen overeenkomstig de weergave
op het display.
Wanneer bediening niet mogelijk is
Meldingen multi-informatiedisplay
Melding Situatie/oplossing
Er is mogelijk een storing in het systeem aanwezig.
Zet het contact UIT en start vervolgens het hybride-
systeem.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
als de melding opnieuw wordt weergegeven.
Er zit mogelijk een storing in het systeem.
De stuurbekrachtiging is tijdelijk oververhit.
Zet het contact UIT, wacht een poosje en start ver-
volgens het hybridesysteem weer.
Het hybridesysteem werkt niet.
Schakel het hybridesysteem in.
Er zit mogelijk ijs, sneeuw, vuil, o.i.d. op de sensor.
Verwijder het ijs, de sneeuw, het vuil, enz.
De sensor is bevroren.
Zodra de sensor ontdooit, zal het systeem weer
normaal werken.
De 12V-accu is verwijderd en weer geplaatst.
Rijd gedurende ten minste 5 seconden recht voor-
uit met een snelheid van ongeveer 35 km/h of
hoger.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend wanneer de rijsnel-
heid hoger is dan 30 km/h.
Bedien de schakelaar wanneer de rijsnelheid onge-
veer 30 km/h of lager is.
De ondersteuningsregeling wordt gestart terwijl het stuur-
wiel wordt vastgehouden.
Laat uw handen op het stuurwiel rusten zonder
druk uit te oefenen. De ondersteuningsregeling
treedt in werking.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 502 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
503
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto rijdt en de ondersteuningsregeling wordt gestart
terwijl het stuurwiel wordt vastgehouden.
Breng de auto tot stilstand en volg de aanwijzingen
van het systeem om de ondersteuningsregeling te
starten.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend wanneer er onvol-
doende ruimte voor en achter de auto is bij het wegrijden
van een parkeerplaats na het fileparkeren.
De auto kan niet wegrijden met behulp van de
ondersteuningsregeling, aangezien er onvol-
doende ruimte voor en achter de auto is. Contro-
leer vóór het wegrijden of de omgeving veilig is.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend in een gebied waar
geen obstakels aanwezig zijn vóór de auto of waar obsta-
kels aanwezig zijn naast de auto en de auto kan niet weg-
rijden van de parkeerplaats na het fileparkeren.
De ondersteuningsregeling kan niet worden
gebruikt bij het wegrijden, aangezien er obstakels
aanwezig zijn naast de auto of het wegrijden kan
eenvoudig handmatig worden uitgevoerd. Contro-
leer vóór het wegrijden of de omgeving veilig is.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend in een gebied zonder
parkeerplaatsen of in een gebied waar de ruimte om te
parkeren smal is.
De ondersteuningsregeling kan niet worden
gebruikt, aangezien er geen parkeerplaatsen zijn.
Rijd door naar een parkeerplaats waarvan de
breedte ongeveer 2,6 m of meer is.
De ondersteuningsregeling kan niet worden
gebruikt, aangezien de weg te smal is. Rijd door
naar een parkeerplaats waar de breedte van de weg
ongeveer 4,5 m of meer is.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend op een plaats die te
smal is om te parkeren.
De ondersteuningsregeling kan niet worden
gebruikt, aangezien er geen parkeerplaatsen zijn.
Rijd door naar een parkeerplaats die ongeveer 2,6
m of breder is.
De S-IPA-schakelaar wordt bediend in een gebied waar
obstakels aanwezig zijn vóór de auto en de auto kan niet
naar voren rijden tot het beginpunt voor achteruitrijden.
De ondersteuningsregeling kan niet worden
gebruikt, aangezien er obstakels aanwezig zijn
vóór de auto. Gebruik parkeerplaatsen waar zich
geen obstakels voor bevinden.
Melding Situatie/oplossing
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 503 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
504
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de bediening wordt geannuleerd
Melding Situatie/oplossing
De bestuurder zet de selectiehendel in stand P of bedient
de S-IPA-schakelaar terwijl de ondersteuningsregeling in
werking is.
De rijsnelheid wordt tijdens het zoeken van een parkeer-
plaats in de modus fileparkeren hoger dan 30 km/h.
De ondersteuningsregeling wordt gestart in een gebied
met smalle parkeerplaatsen.
De schakelstand wordt gewijzigd zonder dat de richting-
aanwijzerschakelaar is gebruikt om een wegrijrichting te
selecteren terwijl de modus parkeerplaats fileparkeren
verlaten wordt gebruikt.
Volg de aanwijzingen van het systeem.
Wanneer de ondersteuningsregeling start, rijdt de auto in
een richting die tegenovergesteld is aan de begeleiding.
Volg de aanwijzingen van het systeem om naar
voren te rijden.
Het maximale aantal manoeuvres voor meerdere keerma-
noeuvres wordt bereikt tijdens de ondersteuningsregeling
of de beoogde parkeerplaats kan niet worden bereikt
doordat de regeling wordt gebruikt op een weg met een
steile helling.
Volg de aanwijzingen van de ondersteuningsrege-
ling en gebruik het systeem op een brede plaats
waar geen steile hellingen zijn.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 504 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
505
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer de bediening tijdelijk wordt onderbroken
Melding Situatie/oplossing
De bestuurder houdt
het stuurwiel vast tij-
dens de ondersteu-
ningsregeling.
Breng de auto tot stilstand
en laat uw handen op het
stuurwiel rusten zonder
druk uit te oefenen. Druk
vervolgens op de S-IPA-
schakelaar om de onder-
steuningsregeling weer te
starten.
De rijsnelheid wordt tij-
dens de ondersteu-
ningsregeling hoger dan
7km/h.
De S-IPA-schakelaar
wordt ingedrukt terwijl
de ondersteuningsrege-
ling tijdelijk is onderbro-
ken en het stuurwiel
stevig wordt vastgehou-
den.
Laat uw handen op het
stuurwiel rusten zonder
druk uit te oefenen. Breng
vervolgens de auto tot stil-
stand om de ondersteu-
ningsregeling weer te
starten.
De S-IPA-schakelaar
wordt ingedrukt terwijl
de ondersteuningsrege-
ling tijdelijk is onderbro-
ken en de auto rijdt.
De ondersteuningsre-
geling wordt tijdelijk
onderbroken (kan
opnieuw worden
gestart)
Breng de auto tot stilstand
en laat uw handen op het
stuurwiel rusten zonder
druk uit te oefenen. Druk
vervolgens op de S-IPA-
schakelaar om de onder-
steuningsregeling weer te
starten.
De auto kwam te dicht
bij een obstakel voor de
auto.
Druk, nadat u de selectie-
hendel in stand R hebt
gezet, op de S-IPA-schake-
laar om de ondersteu-
ningsregeling weer te
starten.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 505 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
506
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De auto kwam te dicht
bij een obstakel achter
de auto.
Druk, nadat u de selectie-
hendel in stand D hebt
gezet, op de S-IPA-schake-
laar om de ondersteu-
ningsregeling weer te
starten.
Melding Situatie/oplossing
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 506 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
507
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sensoren
Signaleren de auto om de parkeerplaats te helpen bepalen.
Zijsensoren voor
Zijsensoren achter
Voorzorgsmaatregelen tijdens het gebruik
1
2
Het detectiegebied van de sensor bij het
gebruik van de modus automatisch achteruit
inparkeren
Beoogde parkeerplaats
Het detectiegebied van de sensor bij het
gebruik van de Parallel Parking Assist-modus
Beoogde parkeerplaats
1
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 507 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
508
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer er een auto geparkeerd staat achter de beoogde parkeerplaats, wordt deze
als gevolg van de afstand mogelijk niet gesignaleerd. Ook wordt, afhankelijk van de
vorm van de auto en andere omstandigheden, de detectieafstand mogelijk korter of
is signalering wellicht niet mogelijk.
Het Simple Intelligent Parking Assist-systeem werkt mogelijk niet wanneer roosters,
traanplaten o.i.d. worden gesignaleerd op de parkeerplaats.
Andere objecten dan geparkeerde auto's,
zoals een paal of muur, worden mogelijk niet
gesignaleerd. Zelfs wanneer deze objecten
kunnen worden gesignaleerd, wijkt de
beoogde parkeerplaats mogelijk af.
Palen
Muur
Ook wijkt de beoogde parkeerplaats mogelijk
af wanneer een voetganger, enz. wordt
gesignaleerd.
Voetganger
1
2
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 508 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
509
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Vertrouw niet uitsluitend op het Simple Intelligent Parking Assist-systeem. Rijd, net
als bij auto's zonder dit systeem, voorzichtig vooruit en achteruit terwijl u de omge-
ving van de auto in de gaten houdt.
Rijd niet achteruit terwijl u op het multi-informatiedisplay kijkt. Als u tijdens het ach-
teruitrijden alleen op het scherm van de monitor let, kan dat een aanrijding of onge-
val tot gevolg hebben, aangezien het beeld dat op het scherm van de monitor
wordt weergegeven, kan afwijken van de werkelijke situatie. Controleer de omge-
ving van de auto tijdens het achteruitrijden altijd visueel, zowel met als zonder spie-
gels.
Rijd langzaam terwijl u bij het achteruit- en vooruitrijden de snelheid regelt met het
rempedaal.
Als de kans bestaat dat de auto een voetganger, een andere auto of een ander
obstakel zal raken, breng de auto dan tot stilstand door het rempedaal in te trappen
en druk op de S-IPA-schakelaar om het systeem uit te schakelen.
Gebruik het systeem op een parkeerplaats met een vlakke ondergrond.
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen, aangezien het stuurwiel tijdens
het gebruik automatisch wordt gedraaid.
Het risico bestaat dat een stropdas, sjaal, uw arm, enz. vast komt te zitten in het
stuurwiel. Zorg dat uw bovenlichaam niet te dicht bij het stuurwiel komt. Voor-
kom ook dat kinderen te dicht bij het stuurwiel komen.
U kunt uzelf tijdens het draaien van het stuurwiel bezeren als u lange vingerna-
gels hebt.
Breng in een noodgeval de auto tot stilstand door het rempedaal in te trappen
en druk op de S-IPA-schakelaar om het systeem uit te schakelen.
Controleer altijd of er voldoende ruimte is voordat u probeert de auto te parkeren
en het systeem te bedienen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 509 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
510
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Gebruik het systeem in de volgende situaties niet, aangezien het systeem u moge-
lijk niet goed kan ondersteunen bij het bereiken van de beoogde parkeerplaats, wat
een ongeval tot gevolg kan hebben.
In een gebied waar geen parkeerplaatsen zijn
Op een onverharde parkeerplaats zonder belijning, bijvoorbeeld op zand of
grind
Op een parkeerplaats waarbij een helling of golving in de weg is
Op een bevroren, met sneeuw bedekte of gladde weg
Op asfalt dat door hoge buitentemperaturen zacht is geworden
Als er een obstakel aanwezig is tussen de auto en het beoogde parkeervak
Gebruik van de sneeuwkettingen of het compacte reservewiel (indien aanwezig)
Gebruik geen andere dan de door de fabrikant aanbevolen banden. Mogelijk werkt
het systeem niet goed. Neem voor het vervangen van de banden contact op met
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
In de volgende situaties kan het systeem de auto mogelijk niet op de ingestelde
locatie brengen.
Als de banden erg versleten zijn of als de bandenspanning te laag is
De auto is zeer zwaar beladen
De auto staat schuin doordat bagage e.d. zich aan één kant van de auto bevindt
De parkeerplaats is voorzien van wegverwarming om te voorkomen dat het
wegdek bevriest
Laat in eventuele andere gevallen waarbij de instelde positie en de positie van de
auto erg verschillen de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de modus parkeer-
plaats fileparkeren verlaten in acht.
De modus parkeerplaats fileparkeren verlaten is een functie die wordt gebruikt bij
het wegrijden van een parkeerplaats na het fileparkeren. Deze functie kan echter
mogelijk niet worden gebruikt wanneer obstakels of mensen worden gesignaleerd
vóór de auto. Gebruik deze functie uitsluitend bij het wegrijden van een parkeer-
plaats na het fileparkeren. Wanneer de stuurregeling in werking is, schakel dan
het systeem uit met de S-IPA-schakelaar of bedien het stuurwiel om de regeling te
beëindigen.
Als de modus parkeerplaats fileparkeren verlaten in de volgende gevallen abusie-
velijk wordt gebruikt, raakt de auto mogelijk een obstakel.
De functie voor het verlaten van de parkeerplaats wordt gebruikt in een richting
waar zich een obstakel bevindt, maar het obstakel wordt niet gesignaleerd door de
zijsensoren (bijvoorbeeld wanneer de auto direct naast een paal staat).
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 510 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
511
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht, aangezien de sensoren mogelijk
niet meer goed werken, wat een ongeval tot gevolg kan hebben.
Stel de sensor niet bloot aan sterke schokken door er tegen te slaan, enz.
Anders werken de sensoren mogelijk niet goed.
Spuit bij het wassen van de auto met een hogedrukreiniger niet rechtstreeks op
de sensoren. De apparatuur werkt mogelijk niet goed als gevolg van blootstel-
ling aan een sterke waterdruk. Wanneer de bumper iets raakt, werkt de appara-
tuur mogelijk niet goed meer als gevolg van een storing in de sensor. Laat de
auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De sensoren werken in de volgende situaties mogelijk niet goed, wat een ongeval
tot gevolg kan hebben. Rijd met de nodige voorzichtigheid.
Obstakels aan de zijkant kunnen niet worden gesignaleerd totdat de scan van
de zijkanten is voltooid. (Blz. 459)
Zelfs nadat de scan van de zijkanten is voltooid, kunnen obstakels zoals andere
voertuigen, mensen of dieren die vanaf opzij naderen niet worden gesignaleerd.
De sensor is bevroren (zodra de sensor ontdooit, zal het systeem weer normaal
werken).
Er wordt mogelijk een waarschuwingsmelding weergegeven bij zeer lage tem-
peraturen doordat de sensor is bevroren en hij daardoor mogelijk geen gepar-
keerde auto's signaleert.
De sensor wordt geblokkeerd door iemands hand.
De auto staat erg schuin.
Bij extreem hoge of lage temperaturen.
Er wordt gereden op een golvende weg, helling, grindweg, in een gebied waar
het gras hoog is, enz.
Er bevindt zich een bron van ultrasoongolven in de buurt, zoals een claxon of
sensoren van een ander voertuig, de motor van een motorfiets of de luchtrem-
men van een groot voertuig.
Zware regenval of een andere oorzaak waardoor er te veel water op uw auto
terechtkomt.
De hoek van de sensor wijkt mogelijk af wanneer de ondersteuningsregeling
start, zelfs wanneer er een geparkeerde auto op de beoogde parkeerplaats
staat. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Monteer geen accessoires binnen het detectiegebied van de sensor.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 511 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
512
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
GPF-systeem (benzineroetfilter)
Als “Exhaust Filter Full See Owner’s Manual” (Uitlaatgasfiltersysteem vol, zie
handleiding) op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven
Deze melding wordt mogelijk weergegeven wanneer de auto tijdens het rijden zwaar
wordt belast terwijl roetdeeltjes zich ophopen.
Het vermogen van het hybridesysteem (motortoerental) wordt beperkt bij een
bepaalde hoeveelheid roetdeeltjes. Er kan echter nog met de auto worden gereden,
tenzij het motorcontrolelampje gaat branden.
Roetdeeltjes hopen zich sneller op wanneer er regelmatig korte ritten worden gere-
den met de auto, wanneer er met lage snelheden wordt gereden of als het hybride-
systeem regelmatig wordt gestart in een extreem koude omgeving. Overmatige
ophoping van roetdeeltjes kan worden voorkomen door periodiek lange afstanden te
rijden waarbij het gaspedaal af en toe wordt losgelaten, zoals bij het rijden op auto-
wegen en snelwegen.
Als het motorcontrolelampje gaat branden of “Exhaust Filter Full Visit Your Dea-
ler” (Uitlaatgasfiltersysteem vol, ga naar uw dealer) wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay
De hoeveelheid opgehoopte roetdeeltjes heeft een bepaald niveau overschreden. Laat
de auto onmiddellijk nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
: Indien aanwezig
Het benzineroetfiltersysteem verzamelt met behulp van een uitlaatgas-
filter roetdeeltjes in de uitlaatgassen.
Het systeem werkt om het filter automatisch te regenereren, afhankelijk
van de voertuigcondities.
OPMERKING
Voorkomen dat het benzineroetfiltersysteem niet goed werkt
Gebruik geen andere brandstof dan het voorgeschreven type brandstof
Breng geen wijzigingen aan de uitlaatpijp aan
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 512 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
513
4
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ondersteunende systemen
ECB (elektronisch geregeld remsysteem)
Het elektronisch geregelde remsysteem genereert remkracht overeenkom-
stig de bediening van de remmen.
ABS (antiblokkeersysteem)
Helpt het blokkeren van de wielen te voorkomen bij plotseling remmen of
remmen op een glad wegdek
Brake Assist
Zorgt voor een grotere remkracht nadat het rempedaal is ingetrapt als het
systeem oordeelt dat er sprake is van een noodstop
VSC (Vehicle Stability Control)
Helpt de bestuurder de auto onder controle te houden bij uitwijkmanoeu-
vres en het nemen van bochten op een glad wegdek.
VSC+ (Vehicle Stability Control+)
Coördineert de werking van ABS-, TRC-, VSC- en EPS-systemen.
Zorgt ervoor dat de voertuigstabiliteit behouden blijft bij uitwijkmanoeuvres
op een glad wegdek door de stuurcommando's aan te passen.
TRC (Traction Control)
Zorgt ervoor dat de aandrijfkracht behouden blijft en voorkomt dat de aan-
drijvende wielen gaan doorslippen bij het wegrijden met de auto of bij het
accelereren op gladde wegen
Active Cornering Assist (ACA)
Helpt te voorkomen dat de auto naar de buitenkant van de bocht uitwijkt
door remregeling uit te oefenen op de wielen aan de binnenzijde wanneer
tijdens het rijden in een bocht wordt geprobeerd te accelereren
Om de veiligheid en de prestaties tijdens het rijden te verbeteren is uw
auto uitgerust met de volgende systemen die automatisch in werking
treden als de omstandigheden daar om vragen. Houd er echter reke-
ning mee dat dit aanvullende systemen zijn en vertrouw niet in al te
sterke mate op deze systemen als u de auto bedient.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 513 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
514
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hill Start Assist Control
Helpt te voorkomen dat de auto achteruit rolt bij helling op wegrijden
EPS (elektrische stuurbekrachtiging)
Maakt gebruik van een elektromotor om de benodigde kracht voor het
ronddraaien van het stuurwiel te verminderen
Noodstopsignaal
Als het rempedaal plotseling wordt ingetrapt, gaan de alarmknipperlichten
automatisch knipperen om het achteropkomende verkeer te waarschu-
wen.
E-Four (elektronisch on-demand AWD-systeem) (AWD-uitvoeringen)
Schakelt afhankelijk van de rijomstandigheden automatisch van voorwiel-
aandrijving naar permanente vierwielaandrijving (AWD), wat bijdraagt aan
betrouwbaar rijgedrag en stabiliteit. Voorbeelden van omstandigheden
waaronder het systeem overschakelt op AWD zijn het nemen van bochten,
heuvelopwaarts rijden, wegrijden of accelereren en als het wegoppervlak
glad is ten gevolge van sneeuw, regen, enz.
Het controlelampje Traction Control
knippert wanneer het TRC/VSC/ABS-
systeem in werking is.
Als het TRC/VSC/ABS-systeem in werking is
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 514 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
515
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als u met uw auto vast komt te zitten in modder of sneeuw, kan het TRC-sys-
teem het aandrijfvermogen van het hybridesysteem naar de wielen beperken.
Als u op drukt om het systeem uit te schakelen, kunt u de auto
waarschijnlijk gemakkelijker los krijgen door te ‘schommelen’.
Schakel het TRC-systeem uit door
snel in te drukken en weer
los te laten.
“Traction Control Turned Off” (Traction
Control UIT) wordt op het multi-infor-
matiedisplay weergegeven.
Druk nogmaals op om het sys-
teem weer in te schakelen.
Zowel TRC als VSC uitschakelen
Houd langer dan 3 seconden ingedrukt terwijl de auto stilstaat om de TRC en
VSC uit te schakelen.
Het controlelampje VSC OFF gaat branden en “Traction Control Turned Off” (Traction
Control uitgeschakeld) wordt op het multi-informatiedisplay weergegeven.
*
Druk nogmaals op om de systemen weer in te schakelen.
*: Bij auto's met het Pre-Crash Safety-systeem worden ook de Pre-Crash Brake Assist
en het Pre-Crash Brake-systeem uitgeschakeld. Het waarschuwingslampje PCS
gaat branden en de melding wordt op het multi-informatiedisplay weergegeven.
(Blz. 662)
Wanneer de melding wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay dat de
TRC is uitgeschakeld, zelfs al is niet ingedrukt
TRC is tijdelijk uitgeschakeld. Als de melding niet verdwijnt neem dan contact op met
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Uitschakelen van het TRC-systeem
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 515 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
516
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorwaarden voor werking Hill Start Assist Control
Als aan de volgende vier voorwaarden wordt voldaan, werkt de Hill Start Assist Con-
trol:
De selectiehendel staat in een andere stand dan P of N (bij het vooruit/achteruit ber-
gop wegrijden)
De auto staat stil
Het gaspedaal wordt niet ingetrapt
De parkeerrem is niet geactiveerd
Automatisch uitschakelen van Hill Start Assist Control
De Hill Start Assist Control wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
De selectiehendel wordt in stand P of N gezet
Het gaspedaal wordt ingetrapt
De parkeerrem wordt geactiveerd
Er zijn niet meer dan 2 seconden verstreken nadat het rempedaal is losgelaten.
Bijgeluiden en trillingen die veroorzaakt worden door de ABS-, BA-, VSC-, TRC-
en Hill Start Assist Control-systemen
Het is mogelijk dat u tijdens het starten van het hybridesysteem of bij het wegrijden
een geluid in de motorruimte hoort wanneer het rempedaal herhaaldelijk wordt inge-
trapt. Dit duidt niet op een storing in een van deze systemen.
De volgende verschijnselen kunnen zich voordoen als bovenstaande systemen in
werking zijn. Geen van deze verschijnselen duidt op een storing.
Er kunnen trillingen gevoeld worden in de carrosserie en de stuurinrichting.
Nadat de auto tot stilstand is gekomen, kan het geluid van een elektromotor hoor-
baar zijn.
Werkingsgeluiden ECB
In de volgende gevallen zijn mogelijk werkingsgeluiden van de ECB te horen. Dit duidt
echter niet op een storing.
Werkingsgeluiden vanuit de motorruimte die zich voordoen wanneer het rempedaal
wordt bediend.
Wanneer het bestuurdersportier wordt geopend, kan aan de voorzijde van de auto
een geluid hoorbaar zijn dat afkomstig is van het remsysteem.
Werkingsgeluiden vanuit de motorruimte die zich voordoen wanneer nadat na het uit-
schakelen van het hybridesysteem een of twee minuten zijn verstreken.
Geluiden en trillingen tijdens de werking van de Active Cornering Assist
Tijdens de werking van de Active Cornering Assist kunnen geluiden en trillingen vanuit
het remsysteem worden waargenomen, maar deze duiden niet op een storing.
Geluid EPS
Wanneer het stuurwiel bediend wordt, kan het geluid van een elektromotor (zoemend
geluid) hoorbaar zijn. Dit is normaal en duidt niet op een storing.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 516 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
517
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatisch opnieuw inschakelen van de TRC- en VSC-systemen
Als de TRC- en VSC-systemen zijn uitgeschakeld, worden deze automatisch opnieuw
ingeschakeld in de volgende situaties:
Als het contact UIT wordt gezet
Als alleen het TRC-systeem wordt uitgeschakeld, wordt de TRC weer ingeschakeld
zodra de rijsnelheid toeneemt.
Als zowel het TRC- als het VSC-systeem is uitgeschakeld, worden deze niet auto-
matisch weer ingeschakeld als de rijsnelheid toeneemt.
Werkingsvoorwaarden van de Active Cornering Assist
Het systeem werkt wanneer het volgende zich voordoet.
De TRC/VSC kan in werking treden
De bestuurder probeert tijdens het rijden in een bocht te accelereren
Het systeem signaleert dat de auto naar de buitenkant van de bocht uitwijkt
Het rempedaal wordt losgelaten
Gereduceerde bekrachtiging door het EPS-systeem
De mate van bekrachtiging door het EPS-systeem wordt gereduceerd om het systeem
tegen oververhitting te beschermen als er gedurende langere tijd veel stuurbewegin-
gen worden uitgevoerd. Hierdoor kan de besturing zwaar aanvoelen. Probeer als dat
het geval is minder frequent te sturen of breng de auto tot stilstand en schakel het
hybridesysteem UIT. Het EPS-systeem moet binnen 10 minuten weer normaal wer-
ken.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische stuurbekrachtiging
Blz. 661
Voorwaarden voor werking noodstopsignaal
Als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, werkt het noodstopsignaal:
De alarmknipperlichten zijn uit.
De werkelijke rijsnelheid is hoger dan 55 km/h.
Het systeem oordeelt op basis van de deceleratie van de auto dat het om een nood-
stop gaat.
Automatisch uitschakelen van noodstopsignaal
Het noodstopsignaal wordt in de volgende situaties uitgeschakeld:
De alarmknipperlichten worden ingeschakeld.
Het systeem oordeelt op basis van de deceleratie van de auto dat het niet om een
noodstop gaat.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 517 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
518
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer er een melding m.b.t. het AWD-systeem wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay (AWD-uitvoeringen)
Voer de volgende handelingen uit.
Melding Details Handelingen
“AWD System Overheated
Switching to 2WD Mode”
(AWD-systeem oververhit,
overschakelen naar 2WD-
modus)
AWD-systeem wordt te
heet.
Zet de auto gedurende
een bepaalde tijd stil of
rijd met een snelheid van
ongeveer 10 km/h of
hoger om het systeem
minder te belasten. Als de
melding niet langer weer-
gegeven wordt op het
multi-informatiedisplay,
kan er weer verder gere-
den worden.
“AWD System Overheated
2WD Mode Engaged”
(AWD-systeem oververhit.
2WD-modus ingeschakeld)
De auto schakelt van vier-
wielaandrijving (AWD)
over naar voorwielaandrij-
ving als gevolg van over-
verhitting.
“AWD System Malfunction
2WD Mode Engaged
Visit Your Dealer” (Storing
AWD-systeem, 2WD-
modus ingeschakeld. Ga
naar uw dealer)
Er is een storing opgetre-
den in het AWD-systeem
en er wordt overgescha-
keld naar voorwielaandrij-
ving.
Laat de auto onmiddellijk
nakijken door een
erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of
een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 518 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
519
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Het ABS werkt niet effectief als
De maximale grip van de banden overschreden wordt (bijvoorbeeld versleten ban-
den op een weg die bedekt is met sneeuw).
Er sprake is van aquaplaning bij hoge snelheid op een nat of glad wegdek.
De remweg met ABS in werking kan langer zijn dan onder normale omstandig-
heden
Het ABS is niet ontworpen om de remweg van de auto te verkorten. Houd altijd vol-
doende afstand tot uw voorligger, met name in de volgende gevallen:
Als wordt gereden op wegen met grind, zand en dergelijke, of op besneeuwde
wegen
Als wordt gereden met sneeuwkettingen
Als wordt gereden op slechte wegen
Als wordt gereden over wegen met diepe gaten of andere grote oneffenheden
De TRC/VSC werkt mogelijk niet effectief als
Het insturen van de juiste richting en het overbrengen van de aandrijfkracht kunnen
op een gladde weg niet onder alle omstandigheden gerealiseerd worden, zelfs niet
als het TRC/VSC-systeem in werking is. Rijd voorzichtig met de auto onder omstan-
digheden waarbij de stabiliteit en de aandrijfkracht verloren kunnen gaan.
De Active Cornering Assist werkt niet effectief als
Vertrouw niet alleen op de Active Cornering Assist. De Active Cornering Assist
werkt mogelijk niet effectief bij het accelereren op een helling of bij het rijden op
een glad wegdek.
Wanneer de Active Cornering Assist vaak in werking is getreden, wordt de werking
ervan mogelijk tijdelijk gestopt om een goede werking van de remmen, TRC en
VSC te garanderen.
De Hill Start Assist Control werkt niet effectief wanneer
Vertrouw niet uitsluitend op de Hill Start Assist Control. De Hill Start Assist Control
werkt mogelijk niet effectief op steile hellingen en op met ijs bedekte wegen.
In tegenstelling tot de parkeerrem is de Hill Start Assist Control niet bedoeld om de
auto gedurende langere tijd op zijn plaats te houden. Gebruik de Hill Start Assist
Control niet om de auto op een helling op zijn plaats te houden omdat dat kan lei-
den tot een ongeval.
Als de TRC/het ABS/de VSC is geactiveerd
Het controlelampje Traction Control knippert. Rijd altijd voorzichtig. Roekeloos rijge-
drag kan leiden tot ongevallen. Wees bijzonder voorzichtig als het controlelampje
knippert.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 519 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
520
4-5. Gebruik van de ondersteunende systemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Als het TRC/VSC-systeem is uitgeschakeld
Wees zeer voorzichtig en pas uw snelheid aan de conditie van het wegdek aan.
Schakel de TRC en de VSC alleen in geval van nood uit, aangezien deze systemen
zorgdragen voor de voertuigstabiliteit en het aandrijfvermogen.
Vervangen van banden
Controleer of alle banden dezelfde maat hebben, van hetzelfde merk zijn en het-
zelfde profiel en draagvermogen hebben. Controleer verder of alle banden de aan-
bevolen spanning hebben.
Het ABS-, TRC- en VSC-systeem werken niet goed als er verschillende banden
onder de auto gemonteerd zijn.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor meer informatie
over het vervangen van de wielen of banden.
Omgaan met banden en wielophanging
Problemen met de banden of wijzigingen aan de wielophanging hebben een negatief
effect op de ondersteunende systemen en kunnen een storing veroorzaken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 520 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
521
4
4-6. Rijtips
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden met een hybrideauto
Gebruik van de ECO-rijmodus
Bij gebruik van de ECO-rijmodus kan het koppel dat correspondeert met
de mate waarin het gaspedaal wordt ingetrapt geleidelijker worden afgege-
ven dan onder normale omstandigheden. Bovendien wordt de werking van
de airconditioning (verwarmen/koelen) geminimaliseerd zodat er minder
brandstof verbruikt wordt. (Blz. 422)
Gebruik van de hybridesysteemindicator
Milieubewust rijden is mogelijk door de hybridesysteemindicator binnen de
Eco-zone te houden. (Blz. 140)
Bediening selectiehendel
Zet de selectiehendel in stand D als u moet wachten bij een verkeerslicht
of als u in druk verkeer rijdt. Selecteer stand P wanneer de auto gepar-
keerd wordt. Stand N heeft geen positief effect op het brandstofverbruik. In
stand N werkt de benzinemotor, maar kan er geen elektriciteit worden
opgewekt. Ook bij gebruik van de airconditioning, enz. wordt het vermogen
van het batterijpakket (tractiebatterij) verbruikt.
Bedienen van het gaspedaal/rempedaal
Rijd zo vloeiend mogelijk. Voorkom onnodig snel accelereren en hard
remmen. Wanneer geleidelijk wordt geaccelereerd en gedecelereerd,
worden de voordelen van de elektromotor (tractiemotor) beter benut,
zodat het brandstofverbruik van de benzinemotor lager is.
Voorkom herhaaldelijk accelereren. Herhaaldelijk accelereren put het
batterijpakket (tractiebatterij) uit waardoor de auto meer brandstof ver-
bruikt. Het batterijpakket kan worden opgeladen door tijdens het rijden
het gaspedaal iets te laten opkomen.
Besteed aandacht aan de volgende punten om zuinig en milieuvriende-
lijk te rijden:
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 521 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
522
4-6. Rijtips
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bij het remmen
Rem rustig en tijdig. Er kan meer elektrische energie worden geregene-
reerd tijdens het decelereren.
Files
Herhaaldelijk accelereren en decelereren en ook langdurig wachten bij
verkeerslichten veroorzaakt een hoog brandstofverbruik. Raadpleeg de
verkeersberichten en vermijd files zo veel mogelijk. Laat, als u in een file
komt te staan, het rempedaal geleidelijk opkomen zodat de auto zachtjes
vooruitrijdt en vermijd overmatig gebruik van het gaspedaal. Dit helpt het
benzineverbruik te beperken.
Rijden op de snelweg
Rijd met een constante snelheid. Neem als u ergens moet stoppen de tijd
voor het loslaten van het gaspedaal en trap rustig het rempedaal in. Er kan
meer elektrische energie worden geregenereerd tijdens het decelereren.
Airconditioning
Maak alleen gebruik van de airconditioning als dat nodig is. Dit helpt het
benzineverbruik te beperken.
In de zomer: Gebruik bij hoge temperaturen de recirculatiemodus. Dit
beperkt de belasting van de airconditioning en vermindert ook het brand-
stofverbruik.
In de winter: De benzinemotor wordt pas automatisch uitgeschakeld als de
benzinemotor en het interieur warm zijn en verbruikt dus brandstof. Het
brandstofverbruik kan worden verminderd door overmatig gebruik van de
verwarming te vermijden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 522 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
523
4-6. Rijtips
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controle van bandenspanning
Controleer de bandenspanning regelmatig. Een onjuiste bandenspanning
kan leiden tot een hoog brandstofverbruik.
Winterbanden kunnen veel wrijving veroorzaken en kunnen, als ze worden
gebruikt op droge wegen, dus ook een hoger verbruik veroorzaken.
Gebruik banden die geschikt zijn voor het seizoen.
Bagage
Zware bagage leidt tot een hoger brandstofverbruik. Neem geen onnodige
bagage mee. Ook een groot imperiaal leidt tot een hoger brandstofver-
bruik.
Opwarmen voor het rijden
Opwarmen van de motor is niet nodig, omdat de benzinemotor als hij koud
is automatisch start en weer wordt uitgeschakeld. Als vaak korte afstanden
worden gereden, warmt de motor herhaaldelijk op en ook dat kan leiden tot
een hoger brandstofverbruik.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 523 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
524
4-6. Rijtips
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Rijden in de winter
Gebruik vloeistoffen die geschikt zijn voor winterse omstandigheden.
Motorolie
Koelvloeistof motor/vermogensregeleenheid
Ruitensproeiervloeistof
Laat de toestand van de 12V-accu controleren door een monteur.
Laat vier winterbanden onder uw auto monteren of schaf een set sneeuw-
kettingen voor de voorwielen aan.
Controleer of alle banden dezelfde maat hebben en van hetzelfde merk zijn en con-
troleer of de sneeuwkettingen geschikt zijn voor de bandenmaat van uw auto.
Voer, afhankelijk van de omstandigheden, de volgende handelingen uit:
Probeer een vastgevroren ruit niet met kracht te openen en zet de ruiten-
wissers niet aan als deze vastgevroren zijn. Giet warm water over het
bevroren gedeelte om het ijs te laten smelten. Veeg het water direct weg
om te voorkomen dat het bevriest.
Verwijder de eventueel aanwezige sneeuw van de luchtinlaten voor de
voorruit om zeker te kunnen zijn van een juiste werking van de aanjager
van het airconditioningsysteem.
Controleer of er sprake is van ijs- of sneeuwophopingen op de verlichting
aan de buitenzijde, op het dak, op het chassis, rond de banden of op de
remmen, en verwijder deze indien dat het geval is.
Verwijder sneeuw en modder van de onderzijde van uw schoenen voordat
u in de auto stapt.
Tref voor het aanbreken van de winter de noodzakelijke voorbereidin-
gen en voer de benodigde controles uit. Pas uw rijgedrag altijd aan de
actuele weersomstandigheden aan.
Voorbereiding voor de winter
Voordat u met de auto gaat rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 524 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
525
4-6. Rijtips
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verhoog de snelheid geleidelijk, houd een veilige afstand tussen u en uw
voorligger en pas de snelheid aan aan de conditie van de weg.
Parkeer de auto, zet de selectiehendel in stand P en zorg dat een van de wie-
len wordt geblokkeerd, maar activeer de parkeerrem niet. De parkeerrem kan
vastvriezen en bij het deactiveren niet vrij komen. Blokkeer bij het parkeren
van de auto de wielen zonder de parkeerrem te gebruiken.
Het niet in acht nemen hiervan kan gevaarlijk zijn omdat de auto onverwacht
in beweging kan komen, hetgeen kan leiden tot een ongeval.
Gebruik de juiste maat sneeuwkettingen. De maat van de sneeuwkettingen is
afgestemd op de bandenmaat.
Zijketting
3,0 mm (0,12 in.)
30,0 mm (1,18 in.)
10,0 mm (0,39 in.)
Dwarsketting
4,0 mm (0,16 in.)
25,0 mm (0,98 in.)
14,0 mm (0,55 in.)
De wetgeving met betrekking tot het gebruik van sneeuwkettingen verschilt
per land en per soort weg. Stel u op de hoogte van lokale voorschriften alvo-
rens sneeuwkettingen te monteren.
Tijdens het rijden
Bij het parkeren
Kiezen van sneeuwkettingen
1
2
3
4
5
6
Wetgeving met betrekking tot het gebruik van sneeuwkettingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 525 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
526
4-6. Rijtips
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Monteren van sneeuwkettingen
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het monteren en verwijderen van
sneeuwkettingen:
Monteer en verwijder de sneeuwkettingen op een veilige locatie.
Monteer de sneeuwkettingen uitsluitend op de voorwielen. Gebruik geen sneeuwket-
tingen om de achterwielen.
Plaats de sneeuwkettingen zo strak mogelijk om de voorwielen. Zet de sneeuwkettin-
gen na 0,5 - 1,0 km opnieuw vast.
Monteer de sneeuwkettingen volgens de meegeleverde gebruiksaanwijzing.
WAARSCHUWING
Rijden met winterbanden
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht.
Als u dat niet doet, kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
kan ontstaan.
Gebruik winterbanden met de voorgeschreven maat.
Zorg ervoor dat de bandenspanning aan de specificatie voldoet.
Rijd niet harder dan de toegestane snelheid of harder dan de snelheidslimiet die
geldt voor de gebruikte winterbanden.
Monteer winterbanden op alle wielen.
Rijden met sneeuwkettingen
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht.
Anders kunnen een aanrijding en ernstig letsel het gevolg zijn.
Rijd niet harder dan de maximaal toegestane snelheid voor de gebruikte sneeuw-
kettingen of niet harder dan 50 km/h, afhankelijk van welke snelheid de laagste is.
Vermijd het rijden over slechte wegdekken en over gaten.
Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en schakel-
handelingen die een plotselinge motorremwerking veroorzaken.
Minder uw snelheid alvorens een bocht aan te snijden zodanig, dat u zeker weet
dat de auto bestuurbaar blijft.
Gebruik het LTA-systeem (Lane Tracing Assist) niet (indien aanwezig).
Bij het parkeren
Blokkeer bij het parkeren van de auto de wielen zonder de parkeerrem te gebruiken.
Als u de wielen niet blokkeert, kan de auto onverwachts in beweging komen, waar-
door een ongeval kan ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 526 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
527
4-6. Rijtips
4
Rijden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Repareren of vervangen van winterbanden (auto's met bandenspanningswaar-
schuwingssysteem)
Laat winterbanden repareren of vervangen door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige of door een bandenspecialist.
Het verwijderen en plaatsen van winterbanden heeft namelijk invloed op de werking
van de bandenspanningssensoren en -zenders.
Sneeuwkettingen monteren (auto's met bandenspanningswaarschuwingssys-
teem)
Als er sneeuwkettingen gemonteerd zijn, werken de bandenspanningssensoren en -
zenders mogelijk niet goed.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 527 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
528
4-6. Rijtips
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 528 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
529
5
Voorzieningen in
het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-1. Gebruik van de
airconditioning en de
achterruitverwarming
Automatische airconditioning .. 530
Stoelverwarming ..................... 540
5-2. Gebruik van de
interieurverlichting
Overzicht interieurverlichting... 542
• Interieurverlichting voor...... 543
Leeslampjes voor ............... 543
• Interieurverlichting achter ... 544
5-3. Gebruik van de
opbergmogelijkheden
Overzicht van
opbergmogelijkheden ........... 545
Dashboardkastje ................ 546
Consolevak......................... 546
Bekerhouders..................... 547
• Fleshouders/
portiervakken...................... 548
Extra opbergvakken ........... 549
Opbergzakken
rugleuning........................... 550
Voorzieningen
in de bagageruimte............... 551
5-4. Gebruik van de overige
voorzieningen in het
interieur
Overige voorzieningen in
het interieur........................... 557
Zonnekleppen..................... 557
Make-upspiegels ................ 557
Accessoireaansluitingen..... 558
Draadloze lader.................. 559
Armsteun ............................ 565
Kledinghaakjes................... 565
• Handgrepen........................ 566
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 529 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
530
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatische airconditioning
Wijzigen van de ingestelde temperatuur
Beweeg de temperatuurinstelknop
omhoog om de temperatuur te ver-
hogen en omlaag om de tempera-
tuur te verlagen.
Als niet is ingedrukt, blaast
het systeem lucht met de omge-
vingstemperatuur of verwarmde
lucht in het interieur.
De uitstroomopeningen waaruit de lucht komt en de aanjagersnelheid
worden automatisch geregeld op basis van de gekozen temperatuur.
Deze afbeeldingen hebben betrekking op een auto met linkse bestu-
ring.
De positie en vorm van toetsen kunnen iets afwijken bij auto's met
rechtse besturing.
Bedieningspaneel airconditioning
Temperatuur-
instelknop
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 530 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
531
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Instellen van de aanjagersnelheid
Beweeg de instelknop voor de
aanjagersnelheid omhoog om de
aanjagersnelheid te verhogen en
omlaag om de aanjagersnelheid te
verlagen.
De aanjagersnelheid wordt op het
display weergegeven. (7 niveaus)
Druk op om de aanjager uit
te schakelen.
Wijzigen van de luchtcirculatiemodus
Beweeg de luchtcirculatieknop
omhoog of omlaag om de luchtcir-
culatiemodus te wijzigen.
Iedere keer dat de knop wordt
bediend, worden er andere uit-
stroomopeningen geselecteerd.
Er stroomt lucht naar het boven-
lichaam
Er stroomt lucht naar het boven-
lichaam en de voeten
Er stroomt lucht naar de voeten
Er stroomt lucht naar de voeten
en de voorruitverwarming is in
werking.
Overige functies
Schakelen tussen buitenluchtmodus en recirculatiemodus (Blz. 533)
Ontwasemen van de voorruit (Blz. 534)
Ontwasemen van de achterruit en de buitenspiegels (Blz. 535)
Instelknop aan-
jagersnelheid
Luchtcirculatie-
knop
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 531 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
532
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Druk op .
Wijzig de ingestelde temperatuur. (Blz. 530)
Druk op .
Iedere keer als op wordt gedrukt, schakelt de koel- en ontvochti-
gingsfunctie tussen aan en uit.
Druk op om de werking te beëindigen.
Wanneer de automatische modus is ingeschakeld, worden de luchtcirculatie-
modi en de aanjagersnelheid niet weergegeven op het bedieningspaneel
voor de airconditioning.
Controlelampje automatische modus
Als de instelling van de aanjagersnelheid of de luchtcirculatiemodi worden
bediend, gaat het controlelampje uit. De automatische modus
blijft echter ingeschakeld voor de andere functies dan die worden bediend.
Afzonderlijk instellen van de temperatuur voor de bestuurder en voor
de voorpassagier (DUAL-modus)
Voer een van de volgende handelingen uit om de DUAL-modus in te scha-
kelen:
Druk op .
Wijzig de ingestelde temperatuur aan passagierszijde met de tempera-
tuurknop voor de passagierszijde.
Als de DUAL-modus is ingeschakeld, brandt het controlelampje .
Gebruik van de automatische modus
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 532 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
533
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Deze functie regelt automatisch de luchtcirculatie van de airconditioning,
zodat prioriteit wordt gegeven aan de voorstoelen. Wanneer de voorpassa-
giersstoel niet bezet is, stroomt er mogelijk alleen lucht naar de bestuurders-
stoel. Onnodig gebruik van de airconditioning wordt onderdrukt, wat zorgt
voor een lager brandstofverbruik.
De geconcentreerde luchtcirculatiemodus voor de voorstoel werkt in de vol-
gende situaties:
Er worden geen passagiers gesignaleerd op de achterstoelen
De voorruitverwarming is niet in werking
Wanneer de modus in werking is, brandt .
Geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel handmatig in-/uit-
schakelen
Wanneer de geconcentreerde luchtcirculatiemodus voor de voorstoel is
ingeschakeld, kan met de schakelaar worden ingesteld of de lucht alleen
naar de voorstoelen moet stromen of naar alle stoelen. Wanneer de
modus handmatig wordt bediend, stopt de automatische regeling van de
luchtcirculatie.
Druk op op het bedieningspaneel van de airco om de luchtcircula-
tie in te stellen.
Indicator brandt: luchtstroom alleen naar de voorstoelen
Indicator is uit: luchtstroom naar alle stoelen.
Schakelen tussen buitenluchtmodus en recirculatiemodus
Druk op .
Elke keer dat er op wordt gedrukt, wijzigt de modus tussen buitenlucht-
modus en recirculatiemodus.
Als de recirculatiemodus is geselecteerd, brandt het controlelampje .
Geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel (S-FLOW-modus)
Overige functies
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 533 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
534
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Persoonlijke voorkeursinstellingen aanjager
De instelling van de aanjagersnelheid tijdens bediening in de automatische
modus kan aan de persoonlijke voorkeur worden aangepast.
Druk op om de instellingsmodus voor de aanjagersnelheid te wij-
zigen.
Elke keer dat op wordt gedrukt, verandert de instellingsmodus voor de
aanjagersnelheid als volgt.
NORMAL (NORMAAL) ECO FAST (SNEL) NORMAL (NORMAAL)
Wanneer ECO wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de airconditio-
ning, wordt de airconditioning zo bediend dat er prioriteit wordt gegeven aan een
laag brandstofverbruik door de aanjagersnelheid te verlagen, enz.
Wanneer FAST op het bedieningspaneel van de airconditioning wordt weerge-
geven, neemt de aanjagersnelheid toe.
Ontwasemen van de voorruit
De ruitverwarming wordt gebruikt om de voorruit en de zijruiten voor te ont-
wasemen.
Druk op .
Zet, als de recirculatiemodus is ingeschakeld, in de buitenluchtmodus.
(Mogelijk gaat dit automatisch.)
Verhoog de aanjagersnelheid en de temperatuur om de voorruit en zijruiten
sneller te ontwasemen.
Als de ontwaseming is ingeschakeld, brandt het controlelampje .
Druk wanneer de voorruit is ontwasemd nogmaals op om terug te keren
naar de vorige modus.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 534 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
535
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Ontwasemen van de achterruit en buitenspiegels
De achterruit- en buitenspiegelverwarming worden gebruikt om de achter-
ruit te ontwasemen en om regendruppels, dauw en ijs van de buitenspie-
gels te verwijderen.
Druk op .
Elke keer als op wordt gedrukt, schakelt de verwarming tussen aan en
uit.
Als de ontwaseming is ingeschakeld, brandt het controlelampje .
De achterruit- en buitenspiegelverwarming wordt na ongeveer 15 minuten auto-
matisch uitgeschakeld.
Eco Score (score airco)
Blz. 158
Plaats van uitstroomopeningen
De uitstroomopeningen en lucht-
hoeveelheid veranderen overeen-
komstig de geselecteerde luchtcir-
culatiemodus.
Richting luchtstroom afstellen
Richt de luchtstroom naar links of
rechts, boven of beneden.
Uitstroomopeningen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 535 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
536
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Openen en sluiten van de uitstroomopeningen
Gebruik van de automatische modus
De aanjagersnelheid wordt automatisch geregeld op basis van de gekozen tempera-
tuur en de omgevingscondities.
Direct na het indrukken van kan de aanjager even worden uitgeschakeld tot er
voldoende warme of koude lucht voorhanden is.
Bevestigingsscherm instellingen
Werking van de automatische luchtcirculatie
Voor het behoud van een comfortabel interieur kan de luchtstroom, direct nadat het
hybridesysteem is gestart en op andere momenten, afhankelijk van de buitentempe-
ratuur, naar stoelen zonder passagiers worden geleid.
Als, nadat het hybridesysteem is gestart, passagiers in de auto van plaats verande-
ren of in- of uit de auto stappen, kan het systeem de aanwezigheid van passagiers
niet goed bepalen en werkt de automatische regeling van de luchtcirculatie niet.
Handmatige regeling van de luchtcirculatie
Zelfs wanneer de functie handmatig wordt ingesteld om de luchtstroom alleen naar
de voorstoelen te leiden, wordt mogelijk automatisch lucht naar alle stoelen geleid
wanneer een achterstoel bezet is.
Uitstroomopening links/uitstroom-
opening rechts
Middelste uitstroomopeningen
De uitstroomopening openen
De uitstroomopening sluiten
De uitstroomopening openen
De uitstroomopening sluiten
Bij het wijzigen van de instellingen van de air-
conditioning, wordt het bevestigingsscherm
voor de instelling als pop-up weergegeven op
het multi-informatiedisplay.
Druk op van de bedieningstoetsen van het
instrumentenpaneel om terug te keren naar het
vorige scherm.
1
2
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 536 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
537
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Terugkeren naar automatische luchtcirculatie
Zet, wanneer de indicator uit is, het contact UIT.
Wacht ten minste 60 minuten en zet het contact AAN.
Werking geconcentreerde luchtcirculatiemodus voorstoel (S-FLOW-modus)
Wijzigen van de instellingen met behulp van het multi-informatiedisplay
De instellingen van de airconditioning kunnen worden gewijzigd op het scherm
van het multi-informatiedisplay. (Blz. 156)
Beslaan van de ruiten
Wanneer de luchtvochtigheid in de auto hoog is, zullen de ruiten gemakkelijk
beslaan. Wanneer wordt ingeschakeld, wordt de lucht die via de uitstroom-
openingen stroomt ontvochtigd en wordt de voorruit efficiënt ontwasemd.
Als u uitschakelt, zullen de ruiten mogelijk sneller beslaan.
De ruiten zullen mogelijk beslaan als de recirculatiemodus is ingeschakeld.
Bij het rijden op stoffige wegen
Sluit alle ruiten. Als er na het sluiten van de ruiten nog altijd stof wordt aangezogen,
zet dan de luchttoevoerregeling in de buitenluchtmodus en schakel de aanjager in.
Buitenlucht-/recirculatiemodus
Het wordt aangeraden om de recirculatiemodus tijdelijk in te schakelen om te voorko-
men dat er vuile lucht wordt aangevoerd en om de auto te helpen koelen wanneer
het buiten warm is.
Mogelijk wordt de buitenluchtmodus/recirculatiemodus automatisch ingeschakeld
afhankelijk van de ingestelde temperatuur of de temperatuur in de auto.
Toevoer van buitenlucht tijdens parkeren
Bij het parkeren schakelt het systeem automatisch de buitenluchtmodus in voor een
betere luchtcirculatie in de auto, wat helpt om geuren bij het starten van de auto te ver-
minderen.
Wanneer op wordt gedrukt, wordt de
status van de geconcentreerde luchtcirculatie-
modus voorstoel (S-FLOW-modus) weergege-
ven op het multi-informatiedisplay.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 537 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
538
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Werking van de airconditioning als bij de persoonlijke voorkeursinstellingen
voor de aanjager ECO is ingesteld
In de ECO-modus wordt de airconditioning als volgt geregeld om te zorgen voor een
laag brandstofverbruik:
Het motortoerental en de werking van de compressor worden geregeld om de ver-
warm-/koelcapaciteit te beperken
Wanneer de automatische modus is gekozen, wordt de aanjagersnelheid beperkt
Doe het volgende om de prestaties van de airconditioning te verbeteren:
Wijzig de aanjagersnelheid
Wijzigen van de ingestelde temperatuur
Stel bij de persoonlijke voorkeursinstellingen voor de aanjager de modus FAST of
NORMAL in.
Als de ECO-rijmodus wordt ingeschakeld, wordt de instellingsmodus voor de aanja-
gersnelheid automatisch gewijzigd in ECO-modus. Zelfs in dat geval kan de instel-
lingsmodus voor de aanjagersnelheid worden gewijzigd door op te drukken.
(Blz. 422)
Wanneer de buitentemperatuur tot bijna 0°C daalt
De ontwasemingsfunctie werkt mogelijk niet, ook niet als op wordt gedrukt.
Geuren ventilatie en airconditioning
Zet de airconditioning in de buitenluchtmodus om frisse lucht binnen te laten.
Tijdens het gebruik kunnen verschillende geuren van binnen en buiten de auto in het
airconditioningsysteem terechtkomen. Dit kan tot gevolg hebben dat de lucht die uit
de uitstroomopeningen komt niet lekker ruikt.
Om geuren die bij het inschakelen van de airconditioning optreden te onderdrukken,
stroomt er tijdens het parkeren automatisch buitenlucht de auto in.
Om mogelijke geuren te voorkomen wordt het inschakelen van de aanjager direct
nadat de airconditioning in de automatische modus wordt ingeschakeld mogelijk
even vertraagd.
Interieurfilter
Blz. 622
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. de buitenlucht-/recirculatiemodus) kunnen worden gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 538 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
539
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
WAARSCHUWING
Voorkomen dat de voorruit beslaat
Gebruik
niet in combinatie met koele lucht bij zeer vochtig weer. Het ver-
schil tussen de buitentemperatuur en de temperatuur van de voorruit zorgt ervoor
dat de buitenkant van de voorruit beslaat, waardoor het zicht wordt belemmerd.
Voorkomen van brandwonden
Raak het spiegeloppervlak van de buitenspiegels niet aan wanneer de buitenspie-
gelverwarming is ingeschakeld.
OPMERKING
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Laat, als het hybridesysteem is uitgeschakeld, de airconditioning niet langer inge-
schakeld dan noodzakelijk is.
Uitstroomopeningen
De uitstroomopeningen worden tijdens het verwarmen warm. Wees daarom voor-
zichtig en stel de uitstroomopeningen dienovereenkomstig af.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 539 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
540
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Stoelverwarming
: Indien aanwezig
De stoelverwarming verwarmt de voorstoelen.
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig wanneer iemand uit onderstaande categorieën in contact komt
met de stoelen wanneer de stoelverwarming is ingeschakeld:
Baby's, kleine kinderen, oudere personen, zieken en gehandicapten
Personen met een gevoelige huid
Personen die oververmoeid zijn
Personen die alcohol hebben gedronken of personen die rustgevende medicij-
nen (slaapmiddel, middel tegen verkoudheid, enz.) hebben gebruikt
Neem, om de kans op brandwonden of oververhitting te beperken, de volgende
voorzorgsmaatregelen in acht:
Bedek de stoel niet met een kleed of kussen als de stoelverwarming in gebruik
is.
Gebruik de stoelverwarming niet langer dan noodzakelijk is.
OPMERKING
Plaats geen zware voorwerpen met een ongelijkmatig oppervlak op de stoel en leg
geen scherpe voorwerpen (naalden, punaises, enz.) op de stoel.
Gebruik de functies niet wanneer het hybridesysteem niet is ingeschakeld, om te
voorkomen dat de 12V-accu ontladen raakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 540 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
541
5-1. Gebruik van de airconditioning en de achterruitverwarming
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
De stoel wordt op lage temperatuur
verwarmd (LO)
De stoel wordt op hoge tempera-
tuur verwarmd (HI)
Het controlelampje gaat branden wan-
neer een zijde van de toets wordt inge-
drukt.
Druk lichtjes op de andere zijde van de
toets om de werking te stoppen.
De stoelverwarming kan worden gebruikt wanneer het contact AAN staat.
Schakel de toetsen uit wanneer u het systeem niet gebruikt. Het controlelampje gaat
uit.
Bedieningsinstructies
Controlelampje
Controlelampje
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 541 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
542
5-2. Gebruik van de interieurverlichting
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Overzicht interieurverlichting
Interieurverlichting achter (Blz. 544)
Leeslampjes/interieurverlichting voor (Blz. 543)
Verlichting selectiehendel
Voetenruimteverlichting
Instapverlichting voorportier
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 542 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
543
5-2. Gebruik van de interieurverlichting
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Interieurverlichting voor
Auto's zonder schuifdak Auto's met schuifdak
Schakelt de verlichting uit
Schakelt de stand DOOR in
Schakelt de verlichting in
Schakelt de stand DOOR in/uit
Schakelt de verlichting in/uit
Leeslampjes voor
1
2
3
1
2
Auto's zonder schuifdak Auto's met schuifdak
Schakelt de verlichting in/uit Schakelt de verlichting in/uit
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 543 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
544
5-2. Gebruik van de interieurverlichting
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Zet de schakelaar in de stand
DOOR (gekoppeld aan portier).
De werking wordt gekoppeld aan de
hoofdschakelaar van de interieurver-
lichting voor. Wanneer de schakelaar is
uitgeschakeld, gaat de verlichting niet
branden.
Schakelt de verlichting in
Instapverlichting
De verschillende lampjes in het interieur worden automatisch in- en uitgeschakeld,
afhankelijk van de stand van het contact, de aanwezigheid van de elektronische sleu-
tel, het vergrendeld/ontgrendeld zijn van de portieren en het openen/sluiten van de
portieren.
Voorkomen dat de 12V-accu te ver ontladen raakt
Als de interieurverlichting blijft branden nadat het contact UIT is gezet, gaat de verlich-
ting na 20 minuten automatisch uit.
Persoonlijke voorkeursinstellingen
De instellingen (bijv. de tijd die verstrijkt voordat de verlichting uit gaat) kunnen worden
gewijzigd.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
Interieurverlichting achter
1
2
OPMERKING
Laat de verlichting niet langer ingeschakeld dan nodig is wanneer het hybridesys-
teem is uitgeschakeld, om te voorkomen dat de 12V-accu ontladen raakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 544 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
545
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Overzicht van opbergmogelijkheden
Extra opbergvakken (Blz. 549)
Dashboardkastje (Blz. 546)
Fleshouders/portiervakken
(Blz. 548)
Bekerhouders (Blz. 547)
Opbergzakken rugleuning
(Blz. 550)
Consolevak (Blz. 546)
1
2
3
4
5
6
WAARSCHUWING
Laat geen brillen, aanstekers of spuitbussen in de opbergvakken liggen. Als u dat
wel doet, kan dat bij hoge temperaturen leiden tot het volgende:
Brillen kunnen vervormen als de temperatuur in de auto te hoog oploopt of bar-
sten als ze in contact komen met andere voorwerpen.
Aanstekers en spuitbussen kunnen exploderen. Als ze in contact komen met
andere voorwerpen, kunnen aanstekers vlam vatten en kunnen spuitbussen gas
gaan lekken, waardoor brand kan ontstaan.
Houd de deksels gesloten tijdens het rijden of als de opbergvakken niet in gebruik
zijn.
Bij plotseling remmen of uitwijken kan letsel ontstaan doordat een inzittende wordt
geraakt door de open klep of door voorwerpen in het opbergvak.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 545 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
546
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Trek de hendel omhoog.
De verlichting van het dashboardkastje gaat branden als de achterlichten branden.
Druk op de knop en open het deksel.
Dashboardkastje
Consolevak
U kunt de inzetbak naar voren en achteren
schuiven en verwijderen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 546 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
547
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Bekerhouders
Voor Achter
Trek de armsteun naar beneden.
WAARSCHUWING
Zet niets anders in de bekerhouders dan bekers of blikjes.
Andere voorwerpen kunnen bij een ongeval of plotseling remmen naar buiten wor-
den geslingerd en letsel veroorzaken. Dek indien mogelijk warme dranken af om ver-
branding te voorkomen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 547 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
548
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sluit de kap als er een fles wordt opgeborgen.
De fles kan mogelijk niet worden opgeborgen als gevolg van de grootte of vorm
ervan.
Fleshouders/portiervakken
Voorportieren Achterportieren
OPMERKING
Plaats alleen afgesloten flessen in de fleshouder. Plaats geen flessen zonder dop of
glazen of papieren bekers met vloeistof in de fleshouders.
De inhoud kan gemorst worden en het glas kan breken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 548 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
549
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Extra opbergvakken
Type A (indien aanwezig) Type B (indien aanwezig)
Druk het deksel in.
De dakconsole is handig voor het tijde-
lijk opbergen van kleine voorwerpen.
Auto's met draadloze lader:
Blz. 559
Type C (indien aanwezig)
WAARSCHUWING
Berg geen voorwerpen op die zwaarder zijn dan 200 g.
Zwaardere voorwerpen kunnen ervoor zorgen dat het extra opbergvak opengaat,
waardoor het voorwerp naar buiten kan vallen en letsel kan veroorzaken. (type A)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 549 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
550
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De handleiding, enz. kan worden
opgeborgen in de opbergzak van de
rugleuning.
Opbergzakken rugleuning
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 550 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
551
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Voorzieningen in de bagageruimte
Trek de hendel omhoog.
Zet hem vast met de tashaken.
Afdekplaat
1
2
WAARSCHUWING
Sluit vóór het rijden de afdekplaat als deze nog is geopend. Bij plotseling remmen
kan letsel ontstaan doordat een inzittende wordt geraakt door de afdekplaat of door
items die in het extra opbergvak zijn opgeborgen.
Plaats objecten die gemakkelijk kunnen wegrollen of die groter zijn dan de opberg-
ruimte niet in het opbergvak onder de afdekplaat.
OPMERKING
Plaats geen te zware lading op de afdekplaat om schade aan de afdekplaat te voor-
komen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 551 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
552
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Auto's met bandenreparatieset
Klap de haak omhoog om hem te
gebruiken.
In de bagageruimte zijn haken aanwe-
zig waaraan bagage kan worden vast-
gezet.
Auto's met een compact reservewiel of volwaardig reservewiel
Open de afdekplaat en klap de
haak omhoog om hem te gebrui-
ken.
Klap de afdekplaat terug in zijn de
oorspronkelijke stand om hem te
sluiten.
Bagagehaken
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 552 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
553
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Druk bij het gebruik van de haak op
de onderzijde ervan, zodat deze
omhoog komt.
Aan de andere kant zit ook een haak.
In dit vak kan een verbandtrommel
worden opgeborgen.
WAARSCHUWING
Om letsel te voorkomen, dienen de bagagehaken altijd in de opbergpositie te wor-
den teruggezet wanneer ze niet worden gebruikt.
Tashaken
OPMERKING
Hang geen grote objecten of objecten die zwaarder zijn dan 4 kg aan de tashaken,
om schade aan de haken te voorkomen.
Opbergvak verbandtrommel (indien aanwezig)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 553 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
554
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De gevarendriehoek kan worden opgeborgen in het extra opbergvak in het
midden.
(De gevarendriehoek zelf behoort niet tot de standaarduitrusting.)
Afhankelijk van de afmeting en vorm van de gevarendriehoekdoos, enz. kan deze
mogelijk niet worden opgeborgen.
Opbergvak voor gevarendriehoek
Auto's met bandenreparatieset
(2WD-uitvoeringen)
Auto's met bandenreparatieset
(AWD-uitvoeringen)
Auto's met een compact reserve-
wiel
Auto's met een volwaardig reser-
vewiel
WAARSCHUWING
Zorg ervoor dat de gevarendriehoek, enz. goed wordt opgeborgen. Als de gevaren-
driehoek niet goed wordt opgeborgen, kan hij bij hard remmen door de auto vliegen,
wat tot een ongeval kan leiden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 554 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
555
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Plaatsen van de bagageafdekking
Plaats één zijde van de bagageaf-
dekking in de houder. Druk die
zijde op zijn plaats terwijl u de
andere zijde in de houder aan de
andere zijde plaatst.
Gebruik van de bagageafdekking
Trek de bagageafdekking naar bui-
ten en zet deze vast in de steunen.
Verwijderen van de bagageafdekking
Druk één zijde van de bagageaf-
dekking in en verwijder de afdek-
king uit de houder.
Bagageafdekking
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 555 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
556
5-3. Gebruik van de opbergmogelijkheden
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De bagageafdekking opbergen (behalve auto's met een volwaardig
reservewiel)
Open de afdekplaat en zet hem
vast met de tashaken.
Berg de bagageafdekking op in
het opbergvak onder de afdek-
plaat.
Sluit de afdekplaat.
1
2
WAARSCHUWING
Plaats geen voorwerpen op de bagageafdekking. Bij plotseling remmen of het
maken van een bocht vliegt het voorwerp mogelijk rond en kan het een inzittende
raken. Dit kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Laat kinderen niet op de bagageafdekking klimmen. Dit kan leiden tot beschadiging
van de bagageafdekking, en mogelijk tot ernstig letsel bij het kind.
Zorg ervoor dat de achterste rand van de afdekking vlak ligt. Als de afdekking
wordt geplaatst met de achterste rand omhoog, kan het zicht door de achterruit
worden gehinderd wat kan leiden tot een ongeval.
Zorg ervoor dat de veiligheidsgordels niet klem komen te zitten tussen de bagage-
afdekking. Als een veiligheidsgordel klem zit tussen de afdekking, kan deze de
inzittenden wellicht niet goed vasthouden.
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 556 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
557
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Overige voorzieningen in het interieur
Klap de zonneklep omlaag om
deze in de vooruitgerichte stand te
zetten.
Klap de zonneklep omlaag, maak
de klep los en draai deze naar de
zijkant om de zonneklep in de zij-
delingse stand te zetten.
Verschuif het klepje om de spiegel te
openen.
De verlichting gaat branden als het
afdekklepje opzij geschoven wordt.
Als de make-upverlichting blijft branden nadat het contact UIT is gezet, gaat de ver-
lichting na 20 minuten automatisch uit.
Zonnekleppen
1
2
Make-upspiegels
OPMERKING
Laat de make-upverlichting niet langer branden dan noodzakelijk is als het hybride-
systeem is uitgeschakeld, om ontladen van de 12V-accu te voorkomen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 557 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
558
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
Gebruik deze als voeding voor elektronische accessoires die minder dan
12 V gelijkstroom/10 A verbruiken (stroomverbruik van 120 W).
De accessoireaansluiting kan worden gebruikt als
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Als het hybridesysteem wordt uitgeschakeld
Koppel aangesloten elektrische apparaten met een oplaadfunctie, zoals een power-
bank, los.
Als dergelijke apparaten niet worden losgekoppeld, wordt het hybridesysteem mogelijk
niet op de normale manier uitgeschakeld.
Accessoireaansluitingen
Voor Achter
Open het klepje. Open het klepje.
OPMERKING
Sluit het kapje van de accessoireaansluitingen als de aansluiting niet in gebruik is,
om schade aan de accessoireaansluiting te voorkomen.
Vreemde voorwerpen of vloeistoffen die in de accessoireaansluitingen terechtko-
men, kunnen kortsluiting veroorzaken.
Gebruik de accessoireaansluiting niet langer dan noodzakelijk is als het hybride-
systeem niet is ingeschakeld, om te voorkomen dat de 12V-accu ontladen raakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 558 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
559
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
U kunt een draagbaar apparaat opladen door een standaard Wireless Qi-
lader die compatibel is met draagbare apparaten, bijvoorbeeld smartphones
en accu's voor mobiele telefoons, op het laadgebied te plaatsen overeenkom-
stig de voorschriften van het Wireless Power Consortium.
Deze functie kan niet worden gebruikt met draagbare apparaten die groter
zijn dan het laadgebied. Ook werkt de functie mogelijk niet normaal, afhanke-
lijk van het draagbare apparaat. Lees de handleiding van de te gebruiken
draagbare apparaten.
Symbool “Qi”
Het symbool “Qi” is een handelsmerk van het Wireless Power Consortium.
Namen van alle onderdelen
Voedingsschakelaar
Werkingsindicator
Laadgebied
Draadloze lader (indien aanwezig)
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 559 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
560
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
Gebruik van de draadloze lader
Druk op de voedingsschakelaar
van de draadloze lader.
Wordt met iedere druk op de voe-
dingsschakelaar aan- en uitgescha-
keld.
Wanneer de schakelaar aan is, gaat
de werkingsindicator (groen) bran-
den.
Ook wanneer het hybridesysteem is
uitgeschakeld, blijft de status aan/uit
van de voedingsschakelaar opge-
slagen.
Plaats de laadzijde van het
draagbare apparaat naar bene-
den.
Tijdens het laden gaat de werkings-
indicator (oranje) branden.
Wanneer er niet wordt geladen, pro-
beer dan het draagbare apparaat zo
dicht mogelijk bij het midden van het
laadgebied te plaatsen.
Wanneer het laden is voltooid, gaat de werkingsindicator (groen) branden.
Oplaadfunctie
Wanneer het laden is voltooid en na een bepaalde tijd in de onder-
brekingsstatus, wordt het laden hervat.
Wanneer het draagbare apparaat wordt verplaatst, stopt het laden
even en wordt het vervolgens weer hervat.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 560 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
561
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Voorwaarden voor verlichting van de werkingsindicator
*: Afhankelijk van het draagbare apparaat kan het voorkomen dat de werkingsindica-
tor oranje blijft branden, ook al is het laden voltooid.
Als de werkingsindicator knippert
Als zich een fout voordoet, knippert de werkingsindicator oranje. Los de
fout op op basis van onderstaande tabel.
Werkingsindicator Voorwaarden
Uitschakelen Wanneer de voeding voor de draadloze lader uit is
Groen (gaat branden)
In stand-by (status opladen mogelijk)
Wanneer het laden is voltooid*
Oranje (gaat branden)
Wanneer het draagbare apparaat op het laadge-
bied wordt geplaatst (het draagbare apparaat wordt
gesignaleerd)
Laden
Controlelampje werking Vermoedelijke oorzaken Oplossing
Knippert eens per
seconde herhaaldelijk
(oranje)
Fout in communicatie tus-
sen auto en lader.
Neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of
een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Knippert continu 3 keer
herhaaldelijk (oranje)
Er bevindt zich een
vreemde substantie tussen
het draagbare apparaat en
het laadgebied.
Verwijder de vreemde
substantie.
Het draagbare apparaat is
niet synchroon doordat het
van zijn plaats is gescho-
ven.
Plaats het draagbare
apparaat in het midden
van het laadgebied.
Knippert continu 4 keer
herhaaldelijk (oranje)
De temperatuur in de
draadloze lader stijgt.
Stop direct met laden en
start het laden weer na
een poos te hebben
gewacht.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 561 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
562
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
De draadloze lader kan worden bediend als
Het contact in stand ACC of AAN staat.
Bruikbare draagbare apparaten
Standaard Wireless Qi-laders kunnen worden gebruikt voor draagbare apparaten.
Niet voor alle standaard Qi-apparaten is echter compatibiliteit gegarandeerd.
De draadloze lader is bedoeld voor draagbare apparaten met een laag vermogen van
niet meer dan 5 W, zoals mobiele telefoons en smartphones.
Wanneer er hoesjes of accessoires aan de draagbare apparaten zijn bevestigd
Laad niet op wanneer er een hoesje of accessoire aan het draagbare apparaat is
bevestigd dat niet compatibel is met Qi. Afhankelijk van het type hoesje of accessoire
kan het zijn dat het laden niet mogelijk is. Verwijder het hoesje of accessoire als het
draagbare apparaat op het laadgebied is geplaatst, ook al wordt er niet geladen.
Tijdens het laden is via AM-radio ruis te horen
Schakel de draadloze lader uit en controleer of de ruis is afgenomen. Als de ruis
afneemt, druk dan gedurende 2 seconden op de voedingsschakelaar van de draad-
loze lader. Hiermee kan de frequentie van de lader worden gewijzigd en de ruis wor-
den verminderd.
In dat geval gaat ook de werkingsindicator 2 keer oranje knipperen.
Belangrijke punten met betrekking tot de draadloze lader
Als de elektronische sleutel niet in het interieur kan worden gesignaleerd, kan er niet
worden geladen. Wanneer het portier wordt geopend en gesloten, wordt het laden
mogelijk tijdelijk onderbroken.
Tijdens het laden worden de draadloze lader en het draagbare apparaat warmer. Dit
duidt echter niet op een storing.
Wanneer een draagbaar apparaat tijdens het laden warm wordt, stopt het laden
mogelijk als gevolg van de beschermingsfunctie van het draagbare apparaat. In dit
geval kunt u weer laden nadat de temperatuur van het draagbare apparaat aanmer-
kelijk is afgenomen.
Geluiden tijdens het gebruik
Wanneer de voeding wordt ingeschakeld, is er tijdens het zoeken van het draagbare
apparaat een geluid te horen. Dit duidt echter niet op een storing.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 562 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
563
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
WAARSCHUWING
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Wanneer een draagbaar apparaat wordt opgeladen, dient de bestuurder uit veilig-
heidsoverwegingen het hoofdgedeelte van het draagbare apparaat niet te bedienen
tijdens het rijden.
Waarschuwing met betrekking tot beïnvloeding van elektronische apparatuur
Mensen met geïmplanteerde pacemakers, CRT-pacemakers, geïmplanteerde hart-
defibrillatoren of andere elektrische medische apparaten dienen hun arts te raadple-
gen m.b.t. het gebruik van de draadloze lader. De werking van de draadloze lader
heeft mogelijk invloed op de medische apparaten.
Voorkomen van schade en brandwonden
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Anders kan er een storing ontstaan in de apparatuur en kunnen schade, brand of
brandwonden ontstaan als gevolg van oververhitting.
Plaats tijdens het laden geen metalen voorwerpen tussen het laadgebied en het
draagbare apparaat
Bevestig geen stickers, metalen voorwerpen, enz. op het laadgebied of op het
draagbare apparaat
Bedek het laadgebied of het draagbare apparaat tijdens het laden niet met een
doek o.i.d.
Laad geen andere draagbare apparaten dan die zijn aangegeven
Probeer de lader niet te demonteren of te wijzigen
Sla niet op de lader en oefen er geen overmatige kracht op uit
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 563 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
564
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
OPMERKING
Omstandigheden waaronder de functie mogelijk niet goed werkt
Onder de volgende omstandigheden werkt de lader mogelijk niet goed
Het draagbare apparaat is volledig geladen
Er bevinden zich verontreinigingen tussen het laadgebied en het draagbare appa-
raat
De temperatuur van het draagbare apparaat neemt toe als gevolg van het laden
Het laadgedeelte van het draagbare apparaat is naar boven gericht
Het draagbare apparaat is niet op de juiste plaats op het laadgebied geplaatst
In de buurt van een televisiezendmast, elektriciteitscentrale, tankstation, radiozen-
der, videowall, luchthaven of andere locatie waar sterke radiogolven of elektromag-
netische velden aanwezig zijn
Wanneer de elektronische sleutel tegen een van de volgende metalen voorwerpen
wordt gehouden of erdoor wordt bedekt
Kaarten met aluminiumfolie
Sigarettenpakjes met aluminiumfolie erin
Metalen portemonnees of tassen
•Muntgeld
Metalen handwarmers
Media zoals CD's en DVD's
Als er andere sleutels met afstandsbediening (die radiogolven uitzenden) in de
buurt gebruikt worden
Wanneer, afgezien van het bovenstaande, de lader niet normaal werkt of de wer-
kingsindicator continu knippert, zit er waarschijnlijk een storing in de draadloze lader.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Voorkomen van storingen of schade aan gegevens
Houd tijdens het laden geen magnetische kaarten (zoals creditcards), magnetische
opslagmedia e.d. in de buurt van de lader. Anders kunnen onder invloed van mag-
netisme gegevens verloren gaan. Houd ook precisie-apparatuur zoals polshorlo-
ges uit de buurt van de lader, aangezien deze voorwerpen kunnen breken.
Laat draagbare apparaten niet in de auto achter. De temperatuur in de auto kan in
de zon hoog oplopen, waardoor het apparaat beschadigd kan raken.
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Gebruik de draadloze lader niet gedurende lange tijd wanneer het hybridesysteem is
uitgeschakeld.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 564 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
565
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5
Voorzieningen in het interieur
Trek de armsteun naar beneden om
hem te kunnen gebruiken.
De handgrepen achter zijn voorzien
van kledinghaakjes.
Armsteun
OPMERKING
Plaats geen al te zware last op de armsteun om schade aan de armsteun te voorko-
men.
Kledinghaakjes
WAARSCHUWING
Hang geen kleerhangers, harde voorwerpen of voorwerpen met scherpe punten aan
het kledinghaakje. Als de curtain airbags geactiveerd worden, kunnen deze voorwer-
pen projectielen worden en ernstig letsel veroorzaken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 565 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
566
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
5-4. Gebruik van de overige voorzieningen in het interieur
Een handgreep aan het dak kan ter
ondersteuning van uw lichaam wor-
den gebruikt wanneer u zit.
Handgrepen
WAARSCHUWING
Gebruik de handgreep niet bij het in- of uitstappen of bij het opstaan vanaf uw zit-
plaats.
OPMERKING
Hang geen zware voorwerpen aan de handgreep en belast de greep niet overmatig,
om schade aan de handgreep te voorkomen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 566 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
567
6
Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6-1. Onderhoud en verzorging
Reinigen en beschermen
van het exterieur van
uw auto ................................. 568
Reinigen en beschermen
van het interieur van
uw auto ................................. 574
6-2. Onderhoud
Onderhoud en reparatie.......... 577
6-3. Zelf uit te voeren
onderhoud
Voorzorgsmaatregelen bij
zelf uit te voeren
onderhoud............................. 580
Motorkap ................................. 583
Plaatsen van een
garagekrik............................. 585
Motorruimte............................. 586
Banden.................................... 600
Bandenspanning ..................... 617
Velgen ..................................... 619
Interieurfilter ............................ 622
Schoonmaken van de
ventilatieopening en het
filter van het batterijpakket
(tractiebatterij)....................... 625
Ruitenwisserrubber
vervangen ............................. 630
Batterij elektronische sleutel ... 634
Controleren en vervangen
van zekeringen ..................... 637
Lampen ................................... 641
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 567 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
568
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Reinigen en beschermen van het exterieur
van uw auto
Spoel de auto van boven naar beneden af met veel water en verwijder zo
vuil en stof van de carrosserie, uit de wielkasten en van de onderkant van
de auto.
Was de auto met een spons of een zachte doek (bijv. een zeemlap).
Verwijder hardnekkige vlekken met een autowasmiddel en spoel grondig
af met water.
Veeg overtollig water weg.
Wanneer het water niet meer in druppels op de lak blijft liggen, moet de
auto opnieuw in de was worden gezet.
Zet de auto alleen in de was als de carrosserie is afgekoeld.
Wassen in de wasstraat
Zorg ervoor dat de buitenspiegels zijn ingeklapt voordat u van een wasstraat gebruik-
maakt. Begin met wassen vanaf de voorzijde van de auto. Klap de spiegels weer uit
voordat u gaat rijden.
Sommige borstels in wasstraten kunnen krassen veroorzaken op de carrosserie en
andere onderdelen (velgen, enz.), waardoor de lak van uw auto wordt beschadigd.
In sommige autowasserettes wordt de achterspoiler mogelijk niet gereinigd. Ook
bestaat er mogelijk een verhoogde kans op schade aan de auto.
Hogedrukreinigers
Spuit niet van dichtbij op de randen van de portieren of de ruiten en blijf er niet langdu-
rig op spuiten, omdat er anders water in het interieur terecht kan komen.
Voer het volgende uit om uw auto te beschermen en in perfecte staat te
houden:
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 568 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
569
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Opmerkingen voor auto's met Smart entry-systeem en startknop
Als de portiergreep nat wordt terwijl de elektronische sleutel zich binnen het werkzame
gebied bevindt, kan het portier herhaaldelijk worden vergrendeld en ontgrendeld. Volg
in dat geval de correctieprocedure hieronder bij het wassen van de auto:
Leg de sleutel op een afstand van ten minste 2 m van de auto als u de auto wast.
(Zorg ervoor dat de sleutel niet gestolen wordt.)
Schakel de energiebespaarmodus van de elektronische sleutel in om het Smart
entry-systeem met startknop uit te schakelen. (Blz. 199)
Velgen en wieldoppen
Verwijder vuil onmiddellijk met een neutraal reinigingsmiddel.
Spoel het reinigingsmiddel direct na het gebruik weg met water.
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om de lak tegen beschadiging te
beschermen.
Gebruik geen zuurhoudende of alkalische middelen of schuurmiddelen
Gebruik geen harde borstels
Reinig de velgen niet met reinigingsmiddelen als de velgen, bijvoorbeeld na het
rijden of stilstaan bij warm weer, nog warm zijn
Bumpers
Gebruik geen schuurmiddelen.
Waterafstotende laag zijruiten voor (indien aanwezig)
De volgende voorzorgsmaatregelen kunnen de effectiviteit van de waterafstotende
laag vergroten:
Verwijder regelmatig vuil van de zijruiten voor.
Zorg ervoor dat vuil en stof zich niet gedurende langere periodes op de ruiten kunnen
verzamelen.
Reinig de ruiten zo snel mogelijk met een zachte, vochtige doek.
Gebruik voor het reinigen van de ruiten geen was of ruitenreinigers met schuurmid-
delen.
Gebruik geen metaalhoudende voorwerpen om condens te verwijderen.
Verchroomde delen
Als het vuil niet kan worden verwijderd, reinig de onderdelen dan als volgt:
Gebruik een zachte doek en sop met ongeveer 5% neutraal reinigingsmiddel om het
vuil te verwijderen.
Veeg daarna het resterende vocht van het leder af met een droge, schone doek.
Gebruik met alcohol natgemaakte doekjes o.i.d. om olieresten te verwijderen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 569 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
570
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Bij het wassen van de auto
Zorg dat er geen water in de motorruimte komt. Anders kunnen de elektrische com-
ponenten, enz. vlam vatten.
Bij het wassen van de voorruit (auto's met ruitenwissers met regensensor)
Wanneer een natte doek of iets dergelijks in de buurt van de regensensor wordt
gehouden
Als iets tegen de voorruit stoot
Als u het regensensorhuis aanraakt of als iets in aanraking komt met de regensen-
sor
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de uitlaatpijp
Uitlaatgassen zorgen ervoor dat de uitlaatpijp tamelijk heet wordt.
Raak wanneer u de auto wast de uitlaatpijp niet aan totdat deze voldoende is afge-
koeld, aangezien het aanraken van een hete uitlaatpijp brandwonden kan veroorza-
ken.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de achterbumper met de Blind Spot
Monitor (indien aanwezig)
Als de lak van de achterbumper is geschilferd of bekrast, kan een storing optreden in
het systeem. Neem, als dit gebeurt, contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Uit
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 570 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
571
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Aantasting van de lak en corrosie van de carrosserie en onderdelen (lichtmeta-
len velgen, enz.) voorkomen
Was de auto zo spoedig mogelijk:
Na het rijden in een kustgebied
Na het rijden over gepekelde wegen
Als er zich teer of boomsappen op de lak bevinden
Als er zich dode insecten, insecten- of vogelpoep op de lak bevinden
Na het rijden in gebieden waar sprake is van veel rook, stof, ijzerdeeltjes of che-
mische stoffen
Als de auto erg vuil is geworden van stof of modder
Als er brandstof op de lak is gemorst
Als de lak is geschilferd of bekrast, laat deze dan direct herstellen.
Verwijder vuil van de velgen en berg ze op een droge plaats op om te voorkomen
dat de velgen tijdens de opslag gaan corroderen.
Voorkomen van beschadiging van de ruitenwisserarmen voor
Trek eerst de ruitenwisserarm aan de bestuurderszijde omhoog en daarna die aan
de passagierszijde. Begin, als u de ruitenwisserarmen weer in hun oorspronkelijke
stand terugzet, aan de passagierszijde.
Schoonmaken van de verlichting aan de buitenzijde
Was deze met de nodige voorzichtigheid. Gebruik geen organische oplosmiddelen
en borstel ze ook niet af met een harde borstel.
Dit kan het oppervlak van de lampen beschadigen.
Breng geen was aan op de lenzen.
Was kan het lampglas beschadigen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 571 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
572
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Omgaan met de decoratieve kunststofdelen (auto's met 17 inch wielen)
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht bij het omgaan met velgen voor-
zien van decoratieve kunststofdelen. Het niet in acht nemen van deze voorzorgs-
maatregelen kan schade aan de decoratieve kunststofdelen of de velgen tot gevolg
hebben.
Verwijder de decoratieve kunststofdelen niet.
Neem, wanneer de decoratieve kunststofdelen moeten worden verwijderd, con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als tijdens het rijden een ratelend geluid te horen is in de decoratieve kunststofde-
len of een vreemd geluid uit de omgeving van de banden komt, laat dan uw banden
nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wassen in een wasstraat (auto's met ruitenwissers met regensensor)
Zet de ruitenwisserschakelaar in stand OFF.
Als de ruitenwisserschakelaar in de stand staat, kunnen de ruitenwissers in
werking treden waardoor de ruitenwisserbladen beschadigd kunnen raken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 572 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
573
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Reinigen met een hogedrukreiniger
Stel de camera (indien aanwezig) of de omgeving ervan tijdens het wassen van de
auto niet bloot aan sterke waterstralen uit de hogedrukreiniger. Door de kracht van
de waterstralen werkt het apparaat mogelijk niet normaal.
Houd de sproeierkop uit de buurt van hoezen (rubberen of kunststof afdekkingen),
stekkers of de volgende onderdelen. Wanneer onderdelen in aanraking komen met
sterke waterstralen, kunnen ze beschadigd raken.
Aan tractie gerelateerde onderdelen
Onderdelen stuurinrichting
Onderdelen wielophanging
Onderdelen remsysteem
Houd de sproeierkop op ten minste 30 cm van de carrosserie. Anders kunnen
kunststof delen, zoals lijsten en bumpers, vervormd of beschadigd raken. Houd de
sproeierkop ook niet de hele tijd op dezelfde plek.
Spuit niet continu met water op het onderste gedeelte van de voorruit.
Daar bevindt zich de luchtinlaatopening voor de airconditioning en als daar water
doorheen komt, werkt de airconditioning mogelijk niet goed.
Reinig de onderzijde van de auto niet met een hogedrukreiniger.
Optillen van de ruitenwisserarmen voor
Haakgedeelte
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 573 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
574
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Reinigen en beschermen van het interieur
van uw auto
Verwijder vuil en stof met een stofzuiger. Veeg vuile oppervlakken schoon
met een in lauw water gedompelde doek.
Als het vuil niet kan worden verwijderd, verwijder het dan met een zachte
doek met water met ongeveer 1% reinigingsmiddel.
Verwijder alle sporen van het reinigingsmiddel en water grondig met een
schone, vochtige doek.
Verwijder vuil en stof met een stofzuiger.
Veeg overtollig vuil en stof weg met een zachte doek die is bevochtigd met
een verdund reinigingsmiddel.
Gebruik sop met ongeveer 5% wolreinigingsmiddel.
Verwijder alle sporen van het reinigingsmiddel grondig met een schone,
vochtige doek.
Veeg daarna het resterende vocht van het leder af met een droge, schone
doek. Laat de lederen bekleding drogen in een geventileerde ruimte in de
schaduw.
Verwijder vuil en stof met een stofzuiger.
Verwijder het met een zachte vochtige doek met ongeveer 1% reinigings-
middel.
Verwijder alle sporen van het reinigingsmiddel en water grondig met een
schone, vochtige doek.
Voer het volgende uit om het interieur van uw auto te beschermen en in
perfecte staat te houden:
Beschermen van het interieur
Schoonmaken van lederen bekleding
Schoonmaken van kunstleder
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 574 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
575
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Onderhoud van lederen bekleding
Om het interieur in een goede conditie te houden, raadt Toyota u aan het ten minste
twee keer per jaar schoon te maken.
Schoonmaken van de vloerbedekking
Er zijn verschillende reinigingsmiddelen op schuimbasis in de handel verkrijgbaar.
Gebruik een spons of een borstel om het schuim aan te brengen. Wrijf met elkaar
overlappende cirkels. Gebruik geen water. Veeg vuile oppervlakken schoon en laat ze
drogen. Het beste resultaat wordt verkregen als de vloerbedekking zo droog mogelijk
wordt gehouden.
Veiligheidsgordels
Maak de veiligheidsgordels schoon met een mild sop, lauw water en een doek of
spons. Controleer ook de gordels regelmatig op overmatige slijtage, rafels en scheu-
ren.
WAARSCHUWING
Water in de auto
Mors geen vloeistof in de auto, zoals op de vloer, in de ventilatieopeningen van het
batterijpakket (tractiebatterij) of in de bagageruimte.
Anders kunnen het batterijpakket (tractiebatterij), elektrische onderdelen en derge-
lijke defect raken of vlam vatten.
Voorkom dat onderdelen of de bedrading van het airbagsysteem in het interieur nat
worden. (Blz. 38)
Een elektrische storing kan ervoor zorgen dat de airbags worden geactiveerd of
niet op de juiste wijze werken, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Auto's met draadloze lader:
Laat de draadloze lader (Blz. 559) niet nat worden. Als dat wel gebeurt, kan de
lader oververhit raken, wat kan leiden tot brandwonden of een elektrische schok,
waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Reinigen van het interieur (met name het dashboard)
Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard kan in de voorruit worden weer-
kaatst; hierdoor kan het gezichtsveld van de bestuurder worden belemmerd wat een
ernstig ongeval tot gevolg kan hebben.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 575 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
576
6-1. Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Reinigingsmiddelen
Gebruik de volgende reinigingsmiddelen niet, omdat ze verkleuring van het interi-
eur of strepen en beschadigingen van gelakte oppervlakken kunnen veroorzaken:
Behalve de stoelen: Organische reinigingsmiddelen zoals wasbenzine en ter-
pentine, alkalische of zuurhoudende middelen, textielverf en bleekmiddel
Stoelen: Alkalische en zuurhoudende middelen, zoals thinner, wasbenzine en
alcohol
Gebruik geen autowas of lakcleaner. Het dashboard of andere gelakte delen van
het interieur kunnen beschadigd raken.
Voorkomen van beschadiging van lederen bekleding
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om beschadiging en vroegtijdige
slijtage van lederen bekleding te voorkomen:
Verwijder stof en vuil onmiddellijk van de bekleding.
Stel de auto niet langdurig bloot aan direct zonlicht. Parkeer uw auto in de scha-
duw, vooral bij warm weer.
Leg geen vinyl of plastic voorwerpen of artikelen die was bevatten op de bekleding,
aangezien ze bij hoge temperaturen in het interieur mogelijk aan het leer vast blij-
ven kleven.
Water op de vloerbedekking
Was de vloerbedekking van de auto niet met water.
Water dat in contact komt met elektrische onderdelen boven of onder de vloerbedek-
king, kan schade aan de verschillende systemen van de auto veroorzaken, bijvoor-
beeld aan het audiosysteem. Water kan bovendien roest aan de carrosserie
veroorzaken.
Bij het reinigen van de binnenzijde van de voorruit (auto's met Toyota Safety
Sense)
Zorg ervoor dat er geen glasreiniger op de lens terechtkomt. Raak de lens ook niet
aan. (Blz. 355)
Schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit
Maak de achterruit niet schoon met een ruitenreiniger; een dergelijk middel kan de
verwarmingsdraden beschadigen. Veeg de ruit voorzichtig schoon met een doek
en lauw water. Maak de ruit in horizontale richting schoon, evenwijdig aan de ver-
warmingsdraden.
Voorkom beschadiging van de verwarmingsdraden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 576 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
577
6-2. Onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Onderhoud en reparatie
Laat het periodiek onderhoud aan uw auto uitvoeren volgens het onder-
houdsschema.
Zie het onderhouds- en garantieboekje voor het onderhoudsschema.
Hoe zit het met zelf uit te voeren onderhoud?
Als u een beetje technisch inzicht en wat eenvoudig gereedschap hebt, zijn veel
onderhoudswerkzaamheden zelf uit te voeren.
Houd er echter rekening mee dat voor bepaalde werkzaamheden speciaal gereed-
schap en kennis benodigd zijn. Dit soort werkzaamheden kunt u beter overlaten
aan een deskundig monteur. Zelfs als u een ervaren doe-het-zelfmonteur bent,
raden wij u aan om reparaties en onderhoud door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige uit te laten voeren. Een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
houdt de onderhoudshistorie van uw Toyota bij, wat handig kan zijn als u ooit werk-
zaamheden moet laten uitvoeren die onder de garantie vallen. Indien u de service-
of onderhoudswerkzaamheden door een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige dan een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur laat
uitvoeren, raden wij u aan te vragen of de onderhoudshistorie kan worden bijgehou-
den.
Om veilig en zuinig te kunnen rijden is het van essentieel belang dat uw
auto goed verzorgd en onderhouden wordt. Toyota raadt u aan uw auto
als volgt te onderhouden:
Periodiek onderhoud
Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 577 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
578
6-2. Onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waar naartoe voor goed onderhoud?
Om uw auto in de best mogelijke staat te houden, raadt Toyota u aan om alle onder-
houdswerkzaamheden, inspecties en reparaties te laten uitvoeren door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige. Laat door de garantie gedekte reparaties en servicewerkzaam-
heden uitvoeren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur, die originele
Toyota-onderdelen gebruikt bij het oplossen van eventuele problemen met uw auto. Er
kunnen ook voordelen aan zitten om niet door de garantie gedekte reparaties en ser-
vicewerkzaamheden te laten uitvoeren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur, omdat die u met zijn expertise kan helpen eventuele problemen met uw
auto op te lossen.
Uw Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige voert alle onderhoudswerkzaamheden aan uw auto
betrouwbaar en tegen zo laag mogelijke kosten uit, dankzij zijn ervaring met Toyota's.
Wanneer moet uw auto worden gerepareerd?
Wees attent op veranderingen in de prestaties en geluiden en op zichtbare tekenen
die erop wijzen dat onderhoud noodzakelijk is. Een paar belangrijke aanwijzingen zijn:
De motor hapert, stottert of slaat over
Een merkbaar verlies aan trekkracht
Vreemde motorgeluiden
Sporen van lekkage onder de auto (na gebruik van de airconditioning is waterlekk-
age echter normaal)
Verandering in het uitlaatgeluid (dit kan wijzen op een zeer gevaarlijk koolmonoxide-
lek. Rijd met alle ruiten open en laat het uitlaatsysteem onmiddellijk controleren).
Abnormaal zachte banden, ongewoon veel bandengepiep bij het nemen van bochten
of ongelijkmatige bandenslijtage
De auto trekt naar één kant, terwijl u rechtuitrijdt op een vlakke weg
Vreemde geluiden die kennelijk in verband staan met de bewegingen van de wielop-
hanging
Verlies van remkracht; “sponzig” aanvoelend rempedaal; het pedaal kan bijna tot op
de vloer worden ingetrapt; scheeftrekken van de auto bij remmen
Koelvloeistoftemperatuur voortdurend hoger dan normaal (Blz. 663, 725)
Als u een van deze zaken merkt, laat dan uw auto zo snel mogelijk nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige. Mogelijk moet uw auto afgesteld of gerepareerd
worden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 578 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
579
6-2. Onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Wanneer uw auto niet volgens de voorschriften is onderhouden
Door onjuist onderhoud kan niet alleen de auto ernstige schade oplopen, maar kan
ook ernstig letsel worden veroorzaakt.
Omgaan met de 12V-accu
12V-accupolen, aansluitingen en bijbehorende onderdelen bevatten lood. Een lood-
vergiftiging kan hersenbeschadiging veroorzaken. Was daarom na werkzaamheden
altijd uw handen. (Blz. 593)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 579 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
580
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voorzorgsmaatregelen bij zelf uit te voeren
onderhoud
Als u controles en onderhoudswerkzaamheden uitvoert, dient u dit pre-
cies te doen zoals in dit hoofdstuk wordt beschreven.
Onderwerp Benodigdheden
Conditie
12V-accu
(Blz. 593)
Warm water Zuiveringszout Vet
Universele sleutel (voor de bouten van de accukabels)
Gedestilleerd water
Koelvloeistofniveau
motor/
vermogensregel-
eenheid
(Blz. 590)
Toyota Super Long Life Coolant of een gelijkwaardig pro-
duct
Toyota Super Long Life koelvloeistof is voorgemixt met
50% koelvloeistof en 50% gedestilleerd water.
Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van koelvloeistof)
Motoroliepeil
(Blz. 587)
Originele Toyota-motorolie of gelijkwaardig
Doek of poetspapier
Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van motorolie)
Zekeringen
(Blz. 637)
Zekering met dezelfde stroomsterkte als de oorspronkelijke
zekering
Ventilatieopening
batterijpakket
(tractiebatterij)
(Blz. 625)
Stofzuiger, enz.
Kruiskopschroevendraaier
Lampen
(Blz. 641)
Lamp met hetzelfde nummer en vermogen als het oor-
spronkelijke exemplaar
Kruiskopschroevendraaier
Sleufkopschroevendraaier
•Sleutel
Radiateur en
condensor
(Blz. 592)
Bandenspanning
(Blz. 617)
Bandenspanningsmeter
Compressor
Ruitensproeiervloei-
stof
(Blz. 598)
Water of ruitensproeiervloeistof met antivries (voor gebruik
onder winterse omstandigheden)
Trechter (uitsluitend voor het bijvullen van ruitensproeier-
vloeistof)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 580 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
581
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
In de motorruimte bevinden zich allerlei mechanismen en vloeistoffen die plotseling in
beweging kunnen komen, heet kunnen worden of elektrisch geladen kunnen worden.
Neem onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te voorkomen.
Tijdens werkzaamheden in de motorruimte
Controleer of “Accessory” (stand ACC), “Ignition ON” (contact AAN) of de weer-
gave van de kilometerstand (Blz. 126, 128) op het hoofdscherm en het controle-
lampje READY beide uit zijn.
Houd handen, kleding en gereedschap uit de buurt van de ventilator als die in wer-
king is.
Raak de motor, de vermogensregeleenheid, de radiateur, het uitlaatspruitstuk, enz.
niet direct na het rijden aan, aangezien deze onderdelen heet kunnen zijn. De olie
en andere vloeistoffen kunnen ook heet zijn.
Laat geen brandbare voorwerpen, zoals een stuk papier of een doek, achter in de
motorruimte.
Rook niet, veroorzaak geen vonken en voorkom open vuur in de buurt van brand-
stof. Brandstofdampen zijn licht ontvlambaar.
Wees uiterst voorzichtig als u aan de 12V-accu werkt. De accu bevat namelijk het
giftige en corrosieve zwavelzuur.
Wees voorzichtig, want remvloeistof is gevaarlijk voor uw handen en ogen en kan
gelakte oppervlakken beschadigen. Als u remvloeistof op uw handen of in uw ogen
krijgt, spoel ze dan onmiddellijk met schoon water. Raadpleeg een arts als u last
blijft houden.
Werkzaamheden bij de elektrische koelventilatoren of de radiateur
Zorg ervoor dat het contact UIT staat.
Wanneer het contact AAN staat, kunnen de elektrische koelventilatoren automatisch
worden ingeschakeld als de airconditioning wordt ingeschakeld en/of als de koel-
vloeistoftemperatuur hoog is. (Blz. 592)
Veiligheidsbril
Draag een veiligheidsbril om uw ogen te beschermen tegen rondvliegend of vallend
materiaal, een straal vloeistof, enz.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 581 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
582
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Wanneer u het luchtfilter verwijdert
Rijden zonder luchtfilter kan leiden tot overmatige motorslijtage door vuil in de inlaat-
lucht.
Als het remvloeistofniveau te laag of te hoog is
Het is normaal dat het remvloeistofniveau iets lager wordt door slijtage van de rem-
blokken of door een hoog vloeistofniveau in de accumulator.
Als het reservoir regelmatig moet worden bijgevuld, kan dit duiden op een serieus
probleem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 582 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
583
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Motorkap
Trek de ontgrendelingshendel van
de motorkap naar u toe.
De motorkap zal iets omhoog springen.
Trek de veiligheidshaak naar links
en open de motorkap.
De motorkap kan worden openge-
houden door de steun in de ope-
ning van de kap te zetten.
Ontgrendelen van de motorkap vanuit het interieur.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 583 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
584
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Controle voor het rijden
Controleer of de motorkap goed dicht en vergrendeld is.
Als de motorkap niet goed vergrendeld is, kan hij tijdens het rijden onverwacht open-
gaan, waardoor een ongeval kan ontstaan met mogelijk ernstig letsel tot gevolg.
Na plaatsing van de steun in de opening
Zorg ervoor dat de steun goed in de opening zit als de motorkap openstaat, om te
voorkomen dat de motorkap op uw hoofd of lichaam valt.
Bij het sluiten van de motorkap
OPMERKING
Bij het sluiten van de motorkap
Let erop de steun in het klemmetje te drukken alvorens de motorkap te sluiten. Als
de motorkap wordt gesloten zonder dat de steun goed is vastgezet, kan de motorkap
verbogen raken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 584 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
585
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Plaatsen van een garagekrik
Voor
Achter
2WD-uitvoeringen
AWD-uitvoeringen
Volg bij het gebruik van een garagekrik altijd de bij de krik geleverde
handleiding en wees voorzichtig.
Krik de auto uitsluitend op met de garagekrik onder een van de aange-
geven kriksteunpunten. Als de auto wordt opgekrikt terwijl de krik niet
goed is geplaatst, kan de auto beschadigd raken of van de krik vallen
en ernstig letsel veroorzaken.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 585 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
586
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Motorruimte
Koelvloeistofreservoir
(Blz. 590)
Zekeringenkasten (Blz. 637)
Oliepeilstok
(Blz. 587)
Motorolievuldop (Blz. 588)
12V-accu (Blz. 593)
Koelvloeistofreservoir
vermogensregeleenheid
(Blz. 590)
Radiateur (Blz. 592)
Condensor (Blz. 592)
Elektrische koelventilatoren
Sproeierreservoir (Blz. 598)
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 586 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
587
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer het oliepeil met behulp van de peilstok bij bedrijfswarme, afge-
zette motor.
Controle van motorolie
Plaats de auto op een horizontale ondergrond. Wacht, nadat de motor
op bedrijfstemperatuur is gekomen en het hybridesysteem is uitgescha-
keld, minstens 5 minuten om de olie de gelegenheid te geven naar het
carter terug te stromen.
Trek de peilstok uit de motor ter-
wijl u een doek onder het uit-
einde houdt.
Veeg de peilstok met een schone doek af.
Steek de peilstok weer volledig in de motor.
Trek de peilstok uit de motor en controleer het oliepeil terwijl u een doek
onder het uiteinde houdt.
Laag
Normaal
Te hoog
Veeg de peilstok af en steek deze helemaal terug in de houder.
Motorolie
1
2
3
4
5
1
2
3
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 587 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
588
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Motorolie bijvullen
Als het oliepeil onder het onderste
merkteken of er net boven ligt,
moet u olie bijvullen van het type
zoals hierna is vermeld, of van het-
zelfde type als waarmee de motor
eerder werd gevuld.
Controleer welke kwaliteit motorolie wordt voorgeschreven en leg de beno-
digdheden voor het bijvullen klaar.
Verwijder de olievuldop door deze linksom te draaien.
Giet beetje voor beetje motorolie in de vulopening en controleer onder-
tussen het oliepeil steeds door middel van de peilstok.
Plaats de olievuldop door deze rechtsom te draaien.
Olieverbruik
Er wordt tijdens het rijden een bepaalde hoeveelheid motorolie verbruikt. In de vol-
gende situaties neemt het olieverbruik mogelijk toe en moet er mogelijk tussen de
onderhoudsintervallen motorolie worden bijgevuld.
Als de motor nog nieuw is, bijvoorbeeld direct na aanschaf van de auto of nadat de
motor is vervangen
Als een lagere kwaliteit motorolie of motorolie met een verkeerde viscositeit wordt
gebruikt
Bij het rijden met hoge motortoerentallen, met een zwaar beladen auto, met een aan-
hangwagen of bij veelvuldig optrekken en afremmen
Als de motor langdurig stationair draait, of bij veelvuldig rijden in druk verkeer
Keuze motorolie Blz. 738
Oliehoeveelheid (minimaal
maximaal)
1,5 l (1,6 qt., 1,3 lmp. qt.)
Onderwerp Schone trechter
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 588 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
589
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Afgewerkte motorolie
Afgewerkte motorolie bevat schadelijke stoffen die huidaandoeningen zoals ontste-
king of huidkanker kunnen veroorzaken. Wees daarom voorzichtig en vermijd lang-
durig en herhaaldelijk contact met de huid. Verwijder afgewerkte motorolie door
goed met water en zeep te wassen.
Voer afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters op een veilige en acceptabele
manier af. Gooi afgewerkte motorolie en gebruikte oliefilters nooit weg in de vuilnis-
bak, in het riool of zomaar ergens. Neem contact op met een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur, een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige, tankstation of een automaterialenzaak voor meer informatie over recy-
cling of afvoeren.
Houd motorolie buiten het bereik van kinderen.
OPMERKING
Voorkomen van ernstige schade aan de motor
Controleer regelmatig het oliepeil.
Bij het olie verversen of bijvullen
Let erop dat er geen motorolie op onderdelen van de auto terechtkomt.
Vul nooit te veel olie bij, anders kan de motor beschadigd raken.
Controleer na het olie verversen altijd het oliepeil met de peilstok.
Controleer of de olievuldop goed is vastgedraaid.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 589 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
590
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het koelvloeistofniveau is correct als het zich tussen de streepjes MAX en
MIN bevindt als het hybridesysteem koud is.
Koelvloeistofreservoir
Dop reservoir
Bovenste streepje
Onderste streepje
Als het niveau zich op of onder het
onderste streepje (MIN) bevindt,
moet koelvloeistof worden bijgevuld
tot aan het bovenste streepje
(MAX). (Blz. 725)
Koelvloeistofreservoir vermogensregeleenheid
Dop reservoir
FULL-streepje
LOW-streepje
Als het niveau zich op of onder het
LOW-streepje bevindt, moet koel-
vloeistof worden bijgevuld tot aan
het FULL-streepje. (Blz. 727)
Koelvloeistof
1
2
3
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 590 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
591
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Selectie van koelvloeistof
Gebruik alleen Toyota Super Long Life Coolant of een gelijkwaardig product.
Toyota Super Long Life Coolant is een mengsel van 50% koelvloeistof en 50% gede-
mineraliseerd water. (Minimumtemperatuur: -35°C)
Neem voor meer informatie over koelvloeistof contact op met een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Als het koelvloeistofniveau korte tijd na het bijvullen weer is gezakt
Controleer de radiateur, de slangen, de doppen van de koelvloeistofreservoirs, de
aftapkraan en de waterpomp.
Als u geen lek kunt vinden, laat dan een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige de druk op
de dop nakijken en controleren op lekkages in het koelsysteem.
WAARSCHUWING
Wanneer het hybridesysteem heet is
Verwijder de dop van het koelvloeistofreservoir van de motor/vermogensregeleen-
heid niet.
Als het koelsysteem nog onder druk staat, kan hete koelvloeistof uit de vulopening
spuiten als de dop wordt verwijderd en brandwonden of ander ernstig letsel veroor-
zaken.
OPMERKING
Bij het bijvullen van koelvloeistof
Gebruik geen onverdunde antivries of alleen water. Een goede mengverhouding van
water en antivries zorgt voor een goede smering, corrosiebescherming en koeling.
Lees altijd de informatie op het etiket van de antivries of koelvloeistof.
Als u koelvloeistof morst
Verwijder de koelvloeistof met veel water om te voorkomen dat het de lak of onder-
delen aantast.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 591 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
592
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controleer de radiateur en de condensor en verwijder eventueel vuil.
Als een van bovenstaande onderdelen erg vuil is of als u niet zeker bent van
de staat ervan, laat dan uw auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Radiateur en condensor
WAARSCHUWING
Wanneer het hybridesysteem heet is
Raak om brandwonden te voorkomen de radiateur of de condensor niet aan, aange-
zien deze heet kunnen zijn.
Wanneer de elektrische koelventilatoren draaien
Steek uw handen niet in de motorruimte.
Wanneer het contact AAN staat, kunnen de elektrische koelventilatoren automatisch
worden ingeschakeld als de airconditioning wordt ingeschakeld en/of als de koel-
vloeistoftemperatuur hoog is. Controleer of het contact UIT staat als u in de buurt
van de elektrische koelventilatoren of de grille komt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 592 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
593
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer de 12V-accu als volgt.
Exterieur 12V-accu
Controleer de 12V-accu op gecorrodeerde en loszittende klemmen, scheu-
ren en een loszittende klembeugel.
Accupolen
Controle van de accuvloeistof
Controleer of het niveau zich tussen het bovenste en het onderste streepje
bevindt.
Bovenste streepje
Onderste streepje
Als het vloeistofniveau op of
onder het onderste streepje
staat, moet gedestilleerd water
worden bijgevuld.
12V-accu
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 593 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
594
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bijvullen van gedestilleerd water
Verwijder de vuldop.
Vul gedestilleerd water bij.
Als het bovenste streepje niet zicht-
baar is, controleer dan het vloeistof-
niveau van bovenaf door recht in de
vulopening te kijken.
Draai de vuldop na het bijvullen weer goed vast.
1
LAAG In orde
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 594 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
595
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Bij het openen van het kapje van de pluspool (+) van de accu
Voorzorgsmaatregelen voor het opladen van de accu
Tijdens het opladen van de 12V-accu ontstaat het licht ontvlambare en explosieve
waterstof. Houd u daarom voor het opladen aan de volgende voorzorgsmaatregelen:
Als de 12V-accu in de auto is gemonteerd, moet voorafgaand aan het opladen de
massakabel worden losgenomen.
Zorg ervoor dat de acculader tijdens het aansluiten en losnemen van de accuklem-
men is uitgeschakeld.
Na het laden/aansluiten van de 12V-accu
Nadat de 12V-accu losgenomen is geweest en weer is aangesloten, is het wellicht
niet meteen mogelijk om de portieren met het Smart entry-systeem met startknop te
ontgrendelen. Gebruik in dat geval de afstandsbediening of de mechanische sleutel
om de portieren te vergrendelen of ontgrendelen.
Start het hybridesysteem met het contact in stand ACC. Het hybridesysteem kan niet
worden gestart als het contact UIT staat. Het hybridesysteem werkt vanaf de tweede
poging echter normaal.
De stand van het contact wordt door de auto geregistreerd. Als de 12V-accu weer
wordt aangesloten, keert de startknop terug naar de stand die was geselecteerd
voordat de 12V-accu werd losgenomen. Controleer of het contact UIT is gezet voor-
dat u de 12V-accu losneemt. Wees extra voorzichtig als niet bekend is wat de stand
van de startknop was voordat de 12V-accu leeg raakte.
Neem, als het systeem na meerdere pogingen nog niet start, contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Druk vanaf beide zijden op het in de afbeelding
aangegeven gedeelte en til het uiteinde van
het kapje op.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 595 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
596
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Chemicaliën in de 12V-accu
Het zwavelzuur in de 12V-accu is giftig en bijtend en kan het ontstaan van het licht
ontvlambare en explosieve waterstof veroorzaken. Neem bij werkzaamheden bij of
aan de 12V-accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om ernstig letsel te
voorkomen:
Veroorzaak geen vonken met gereedschap.
Rook nooit en steek nooit een lucifer of een aansteker aan bij de 12V-accu.
Voorkom dat ogen, huid of kleren in contact komen met de elektrolyt.
Adem of slik nooit elektrolyt in.
Gebruik een veiligheidsbril als u bij de 12V-accu bezig bent.
Laat kinderen niet in de buurt spelen als u met de 12V-accu bezig bent.
Een veilige plaats voor het opladen van de 12V-accu
Laad de 12V-accu altijd op in een open ruimte. Laad de 12V-accu niet op in een
garage of in een afgesloten ruimte waar onvoldoende ventilatie is.
Noodmaatregelen met betrekking tot elektrolyt
Als er elektrolyt in uw ogen terechtkomt
Spoel de ogen minstens 15 minuten met water en schakel direct medische hulp in.
Blijf zo mogelijk water met een spons of doek op de ogen deppen, terwijl u naar
een arts of het ziekenhuis gaat.
Als er elektrolyt op uw huid terechtkomt
Was de huid zorgvuldig met veel water. Als het pijn doet of brandt, roept u meteen
medische hulp in.
Als er elektrolyt op uw kleding terechtkomt
De elektrolyt kan via de kleding op uw huid terechtkomen. Trek onmiddellijk de kle-
ding uit en volg, indien nodig, de procedure zoals hierboven beschreven.
Als u per ongeluk elektrolyt binnenkrijgt
Drink zo veel mogelijk water of melk. Schakel zo snel mogelijk medische hulp in.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 596 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
597
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Accukabels van de 12V-accu losnemen
Neem de negatieve (-) accupool niet los van de carrosseriezijde. De losgenomen
negatieve (-) accupool kan in contact komen met de positieve (+) accupool, waar-
door ernstig letsel als gevolg van een kortsluiting kan ontstaan.
OPMERKING
Wanneer de 12V-accu wordt opgeladen
Laad de 12V-accu nooit op wanneer het hybridesysteem in werking is. Controleer
ook of alle accessoires zijn uitgeschakeld.
Bijvullen van gedestilleerd water
Vul niet te veel bij. Anders kan er bij intensief laden accuvloeistof lekken, waardoor
corrosie kan worden veroorzaakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 597 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
598
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Open het klepje.
Auto's met peilstok: Controleer het niveau van de sproeiervloeistof op de
peilstok.
NORMAL (normaal)
LOW (laag)
Als het sproeierreservoir op LOW
staat, vul dan ruitensproeiervloei-
stof bij.
Ruitensproeiervloeistof
1
2
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 598 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
599
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Gebruik van de meter (indien aanwezig)
Het ruitensproeiervloeistofniveau kan worden
gecontroleerd door in de peilstok te kijken naar
het niveau van de ruitensproeiervloeistof.
Als het niveau lager is dan de tweede opening
van onderen (merkteken LOW) moet er ruiten-
sproeiervloeistof worden bijgevuld.
WAARSCHUWING
Bij het bijvullen van ruitensproeiervloeistof
Vul geen ruitensproeiervloeistof bij als het hybridesysteem warm is of nog werkt.
Ruitensproeiervloeistof bevat alcohol en kan vlam vatten als het bijvoorbeeld op hete
motoronderdelen wordt gemorst.
OPMERKING
Vul het reservoir uitsluitend met ruitensproeiervloeistof
Gebruik geen zeepsop of motorantivries in plaats van ruitensproeiervloeistof.
Wanneer u dit wel doet, kan de lak van uw auto worden aangetast en de pomp
beschadigd raken, waardoor er geen ruitensproeiervloeistof meer kan worden
gesproeid.
Verdunnen van ruitensproeiervloeistof
Verdun ruitensproeiervloeistof indien nodig met water.
Raadpleeg de op het etiket van de ruitensproeiervloeistoffles aangegeven tempera-
turen voor de juiste mengverhouding.
Actueel
vloeistof-
niveau
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 599 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
600
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Banden
Controleer of de slijtage-indicatoren op de banden te zien zijn. Controleer de
banden tevens op ongelijkmatige slijtage, zoals overmatige slijtage aan een
zijde van het loopvlak.
Controleer de staat en de bandenspanning van het reservewiel ook als het
niet gebruikt wordt.
Nieuwe band
Versleten loopvlak
Slijtage-indicator
De plaats van de slijtage-indicatoren wordt aangegeven met de tekst TWI of Δ op
de wang van de band.
Vervang de band als de slijtage-indicatoren te zien zijn.
Vervang of verwissel banden afhankelijk van het onderhoudsschema
en het slijtagepatroon.
Controleren van de banden
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 600 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
601
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Wissel de banden zoals aangegeven in de afbeelding.
Toyota beveelt aan om de banden ongeveer elke 10.000 km van plaats te wisselen
om een gelijkmatig slijtagepatroon en een langere levensduur van de banden te
verkrijgen.
Auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem:
Vergeet niet na het wisselen van de banden het bandenspanningswaarschuwings-
systeem te initialiseren.
Wisselen van banden
Auto's zonder een volwaardig
reservewiel
Auto's met een volwaardig
reservewiel
Voor
Voor
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 601 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
602
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Uw auto is uitgerust met een bandenspanningswaarschuwingssysteem dat
gebruikmaakt van bandenspanningssensoren en -zenders om een lage ban-
denspanning te signaleren voordat deze tot problemen leidt.
Als de bandenspanning onder een bepaalde waarde komt, wordt de bestuur-
der door middel van een waarschuwingslampje gewaarschuwd. (Blz. 664)
Het compacte reservewiel is niet voorzien van een bandenspanningssensor
en -zender.
Plaatsen van bandenspanningssensoren en -zenders
Bij het vervangen van banden of velgen moeten de bandenspanningssen-
soren en -zenders ook worden geplaatst.
Als er nieuwe bandenspanningssensoren en -zenders geplaatst worden,
moeten de identificatiecodes van deze componenten worden geregis-
treerd in de bandenspanningswaarschuwingssysteem-ECU en moet het
bandenspanningswaarschuwingssysteem worden geïnitialiseerd. Laat de
identificatiecodes van de bandenspanningssensoren en -zenders registre-
ren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige. (Blz. 603)
Initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem
Het bandenspanningswaarschuwingssysteem moet worden geïnitia-
liseerd onder de volgende omstandigheden:
Verwisselen van voor- en achterwielen met een verschillende banden-
spanning
Als de bandenspanning wordt gewijzigd (bijvoorbeeld wanneer de rij-
snelheid of de belading verandert).
Als het bandenspanningswaarschuwingssysteem wordt geïnitialiseerd,
wordt de actuele bandenspanning als referentiespanning beschouwd.
Bandenspanningswaarschuwingssysteem (indien aanwezig)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 602 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
603
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem
Parkeer de auto op een veilige plaats en zet het contact UIT.
Er kan niet worden geïnitialiseerd wanneer de auto rijdt.
Breng de banden op de voorgeschreven spanning bij koude banden.
(Blz. 745)
Breng de banden op de voorgeschreven spanning voor de banden in koude toe-
stand. Deze spanning vormt de referentiespanning voor het bandenspannings-
waarschuwingssysteem.
Zet het contact AAN.
Wijzig het multi-informatiedisplay naar het scherm . (Blz. 161)
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer “ (Vehicle Settings)” (voertuiginstellingen) en
druk vervolgens op .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer “Maintenance System” (onderhoudssysteem) en druk
vervolgens op .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer TPMS en druk vervolgens op .
Houd ingedrukt.
Wanneer de initialisatie is vol-
tooid, wordt er een melding
weergegeven op het multi-infor-
matiedisplay en gaat het waar-
schuwingslampje lage
bandenspanning branden.
Registreren van identificatiecodes
De bandenspanningssensoren en -zenders zijn voorzien van een unieke
identificatiecode. Bij het vervangen van een bandenspanningssensor en -
zender is het noodzakelijk om de identificatiecode te registreren. Laat de
identificatiecodes registreren door een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
1
2
3
4
5
6
7
8
Until Complete
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 603 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
604
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer moeten banden worden vervangen
Banden moeten worden vervangen als:
De slijtage-indicatoren zijn te zien op een band.
De banden beschadigingen vertonen, zoals insnijdingen, scheuren of barsten die zo
diep zijn dat het binnenmateriaal zichtbaar wordt en bulten die duiden op een interne
beschadiging
Een band vaak leegloopt of niet goed kan worden gerepareerd vanwege de grootte
of plaats van de beschadiging.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als u er niet zeker van
bent.
Vervangen van banden en velgen (auto's met bandenspanningswaarschuwings-
systeem)
Als de identificatiecode van de bandenspanningssensor en -zender niet is geregis-
treerd, werkt het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet correct. Na ongeveer
10 minuten rijden gaat het waarschuwingslampje lage bandenspanning gedurende 1
minuut knipperen en het blijft daarna branden om aan te geven dat er een storing in
het systeem aanwezig is.
Levensduur van de banden
Banden die ouder zijn dan 6 jaar moeten altijd door gekwalificeerd werkplaatsperso-
neel worden gecontroleerd, zelfs als er niet of nauwelijks met de banden is gereden en
de banden niet beschadigd lijken te zijn.
Routinecontrole van de bandenspanning (auto's met bandenspanningswaar-
schuwingssysteem)
Het bandenspanningswaarschuwingssysteem vervangt de periodieke controle van de
bandenspanning niet. Controleer daarom ook zelf regelmatig de bandenspanning.
Als de profieldiepte van winterbanden minder is dan 4 mm
In dat geval gaat de werkzaamheid van de winterbanden verloren.
Brede banden (auto's met 215/45R17 banden)
In het algemeen slijten brede banden eerder en kan de grip op besneeuwde en/of
gladde wegen beperkt zijn in vergelijking met standaard banden.
Gebruik daarom winterbanden of sneeuwkettingen op besneeuwde en/of gladde
wegen en rijd voorzichtig waarbij u uw snelheid aanpast aan de toestand van de weg
en de weersomstandigheden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 604 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
605
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Situaties waarin het bandenspanningswaarschuwingssysteem mogelijk niet
goed werkt (indien aanwezig)
Onder de volgende omstandigheden werkt het bandenspanningswaarschuwingssys-
teem mogelijk niet goed.
Als er niet-originele Toyota-velgen zijn gemonteerd.
Wanneer een vervangende band wordt gebruikt, werkt het systeem mogelijk niet
goed als gevolg van de structuur van de vervangende band.
Er is een band vervangen door een exemplaar dat niet de voorgeschreven maat
heeft.
Er zijn sneeuwkettingen gemonteerd.
Er is een run-flat band met ondersteunende ring gemonteerd.
Als de ruiten zijn voorzien van een coating die de ontvangst van de radiografische
signalen nadelig beïnvloedt.
Als de auto bedekt is met sneeuw of ijs, vooral bij de wielen of de wielkasten.
Als de bandenspanning aanzienlijk hoger is dan de voorgeschreven waarde.
Als er banden zonder bandenspanningssensoren en -zenders zijn gebruikt.
Als de identificatiecode op de bandenspanningssensoren en -zenders niet is
geregistreerd in de bandenspanningswaarschuwingssysteem-ECU.
In de volgende situaties kunnen de prestaties worden beïnvloed.
In de buurt van een televisiezendmast, elektriciteitscentrale, tankstation, radio-
zender, videowall, luchthaven of andere locatie waar sterke radiogolven of elek-
tromagnetische velden aanwezig zijn
Als u een draagbare radio, mobiele telefoon, draadloze telefoon of een ander
draadloos communicatiemiddel bij u draagt
Wanneer de auto geparkeerd is, kan het langer duren voordat de waarschuwing ver-
schijnt of verdwijnt.
Wanneer de bandenspanning snel daalt, zoals bij een klapband, dan verschijnt de
waarschuwing mogelijk niet.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 605 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
606
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
De initialisatieprocedure (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Voer de initialisatie uit na het op spanning brengen van de banden.
Zorg er daarnaast voor dat de banden koud zijn bij de initialisatie en bij het aanpas-
sen van de bandenspanning.
Als u het contact tijdens de initialisatie per ongeluk UIT hebt gezet, dan is het niet
noodzakelijk de resettoets in te drukken, omdat de initialisatie automatisch herstart
wordt wanneer het contact de volgende keer AAN wordt gezet.
Als u per ongeluk de resettoets indrukt wanneer initialiseren niet nodig is, breng de
banden dan op de juiste spanning wanneer ze koud zijn en voer opnieuw de initiali-
satie uit.
Waarschuwingen bandenspanningswaarschuwingssysteem (indien aanwezig)
De eventuele waarschuwing van het bandenspanningswaarschuwingssysteem is
gebaseerd op de omstandigheden waaronder het systeem geïnitialiseerd is. Daarom
laat het systeem mogelijk zelfs een waarschuwing zien wanneer de bandenspanning
niet laag genoeg is of wanneer de druk hoger is dan de druk die was ingesteld tijdens
het initialiseren van het systeem.
Als de initialisatie van het bandenspanningswaarschuwingssysteem mislukt is
(auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
De initialisatie kan worden uitgevoerd in enkele minuten. In de volgende gevallen wor-
den de instellingen echter niet opgeslagen en zal het systeem niet goed werken. Laat,
als herhaalde pogingen de bandenspanning op te slaan mislukken, de auto nakijken
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als het systeem wordt geïnitialiseerd, knippert het waarschuwingslampje lage ban-
denspanning niet 3 keer en verschijnt de melding voor het instellen niet op het multi-
informatiedisplay.
Nadat er na de initialisatie gedurende een bepaalde tijd gereden is, gaat het waar-
schuwingslampje branden nadat het gedurende 1 minuut heeft geknipperd.
Registreren van identificatiecodes (auto's met bandenspanningswaarschuwings-
systeem)
De identificatiecodes van de bandenspanningssensoren en -zenders van twee sets
banden kunnen worden geregistreerd.
Als de identificatiecodes voor zowel de normale banden als de winterbanden vooraf
zijn geregistreerd, is het niet nodig om de identificatiecodes te registreren wanneer de
normale banden worden vervangen door winterbanden.
Neem voor meer informatie over het wijzigen van identificatiecodes contact op met
een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 606 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
607
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Verklaringen voor het bandenspanningswaarschuwingssysteem (indien aanwe-
zig)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 607 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
608
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 608 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
609
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 609 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
610
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 610 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
611
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 611 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
612
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 612 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
613
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 613 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
614
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Voor auto's die in Servië zijn verkocht
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 614 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
615
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
WAARSCHUWING
Bij het controleren of vervangen van de banden
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen om ongevallen te voorkomen.
Het niet in acht nemen van deze voorzorgsmaatregelen, kan schade aan de aandrijf-
lijn veroorzaken en gevaarlijke rijeigenschappen tot gevolg hebben, waardoor een
ongeval met ernstig letsel kan ontstaan.
Gebruik geen banden van verschillende merken, types of profielen.
Gebruik ook geen banden met duidelijk verschillende slijtagepatronen door elkaar.
Gebruik uitsluitend de door Toyota voorgeschreven bandenmaat.
Gebruik geen verschillende soorten banden (radiaalbanden, gordelbanden met
diagonaalkarkas en diagonaalbanden) door elkaar.
Gebruik geen zomer-, all-season- en winterbanden door elkaar.
Gebruik nooit banden onder uw auto die zijn gebruikt onder een andere auto.
Door het gebruik van banden waarvan het verleden onbekend is, loopt u extra
risico.
Auto's met een compact reservewiel: Rijd niet met een aanhangwagen als een
compact reservewiel is gemonteerd.
Auto's met bandenreparatieset: Rijd niet met een aanhangwagen o.i.d. als een
gemonteerde band gerepareerd is met behulp van de bandenreparatieset. De
belasting van de band kan leiden tot onverwachte schade aan de band.
Bij het initialiseren van het bandenspanningswaarschuwingssysteem (indien
aanwezig)
Initialiseer het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet zonder eerst de ban-
den op de voorgeschreven spanning te brengen. Anders kan het voorkomen dat het
waarschuwingslampje voor de lage bandenspanning niet gaat branden terwijl de
bandenspanning te laag is, of wel gaat branden terwijl de bandenspanning in orde is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 615 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
616
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Repareren of vervangen van banden, velgen, bandenspanningssensoren, -zen-
ders en ventieldopjes (auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Neem voor het verwijderen en plaatsen van wielen, banden of bandenspannings-
sensoren en -zenders contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
omdat de bandenspanningssensoren en -zenders beschadigd kunnen raken als er
niet voorzichtig mee wordt omgegaan.
Vergeet niet de dopjes weer op de ventielen aan te brengen. Als de ventieldopjes
niet geplaatst worden, dan kan er water in de bandenspanningssensoren terecht-
komen en kunnen ze vast gaan zitten.
Gebruik bij het vervangen van de ventieldopjes geen andere ventieldopjes dan
voorgeschreven.
Het dopje kan anders vast gaan zitten.
Voorkomen van schade aan de bandenspanningssensoren en -zenders (auto's
met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Als een band is gerepareerd met bandenreparatievloeistof, werken de bandenspan-
ningssensor en -zender mogelijk niet goed. Neem wanneer bandenreparatievloeistof
is gebruikt zo snel mogelijk contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Vervang na het gebruik van bandenreparatievloeistof de bandenspanningssensor en
-zender wanneer de band wordt gerepareerd of vervangen. (Blz. 602)
Rijden over onverharde wegen
Wees extra voorzichtig bij het rijden over onverharde wegen en wegen met kuilen.
Dergelijke omstandigheden hebben mogelijk een verlaging van de bandenspanning
tot gevolg, waardoor de verende werking van de banden vermindert. Bovendien kun-
nen de banden zelf en de velgen en carrosserie beschadigd raken bij het rijden over
onverharde wegen.
Brede banden (auto's met 215/45R17 banden)
Bij brede banden kunnen bij rijden over een hobbelig wegdek de velgen sneller
beschadigd raken dan bij standaard banden. Let daarom op het volgende:
Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben. Bij een te lage bandenspan-
ning zullen de banden sneller beschadigd raken.
Rijd niet tegen hoge of scherpe voorwerpen aan of eroverheen. Anders kunnen de
banden en velgen ernstig beschadigd raken.
Als tijdens het rijden in elke band een te lage bandenspanning ontstaat
Rijd niet verder als de bandenspanning te laag is, anders kunnen de banden en/of
velgen ernstig beschadigd raken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 616 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
617
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Bandenspanning
Gevolgen van een onjuiste bandenspanning
Het rijden met een onjuiste bandenspanning kan de volgende gevolgen hebben:
Hoger brandstofverbruik
Verminderd rijcomfort en een slechte handling
Kortere levensduur van de banden als gevolg van slijtage
Een onveilige auto
Beschadiging van de aandrijflijn
Als een band vaak moet worden opgepompt, laat deze dan controleren door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Instructies voor het controleren van de bandenspanning
Let bij het controleren van de bandenspanning op het volgende:
Controleer de bandenspanning alleen als de banden koud zijn.
Als uw auto ten minste 3 uur heeft stilgestaan of niet meer dan 1,5 km heeft gereden,
kunt u de bandenspanning voor koude banden correct aflezen.
Gebruik altijd een bandenspanningsmeter.
Het is moeilijk te bepalen of een band de juiste bandenspanning heeft op basis van
alleen het uiterlijk.
Het is normaal dat de spanning van een band na een rit is opgelopen aangezien
warmte wordt gegenereerd in de band. Laat na het rijden geen lucht uit de banden
lopen om de spanning te verlagen.
Verdeel de passagiers en het gewicht van de bagage gelijkmatig over de auto.
Zorg ervoor dat de banden de juiste spanning hebben. De bandenspan-
ning moet ten minste eenmaal per maand gecontroleerd worden.
Toyota beveelt u echter aan de bandenspanning eens per twee weken
te controleren. (Blz. 745)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 617 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
618
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Een goede bandenspanning zorgt voor een langere levensduur van de banden
Houd de bandenspanning op de juiste waarde.
Als de banden niet de juiste spanning hebben, kunnen onderstaande zaken zich
voordoen. Dit kan leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel kan ontstaan.
Overmatige slijtage
Ongelijkmatige slijtage
Slecht rijgedrag
Mogelijke klapband door oververhitting
Luchtlekkage tussen de band en velg
Wielvervorming en/of beschadiging van de band
Groter risico op beschadiging van de band tijdens het rijden (als gevolg van voor-
werpen op het wegdek, verbindingsstukken of scherpe randen in het wegdek, enz.)
OPMERKING
Controleren en op de juiste spanning brengen van de banden
Plaats na controle altijd de ventieldopjes.
Zonder de ventieldopjes kan er vuil en vocht in het inwendige van de ventielen door-
dringen. Hierdoor kan de afdichting in gevaar komen, wat kan leiden tot een lagere
bandenspanning.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 618 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
619
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Velgen
Let er bij het vervangen van velgen op dat deze hetzelfde draagvermogen,
dezelfde diameter, velgbreedte en ET-waarde
* hebben.
Vervangende velgen zijn verkrijgbaar bij een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige.
*: “Offset” is de gebruikelijke term.
Toyota adviseert u het volgende niet te gebruiken:
Velgen van verschillende maten of types
Gebruikte velgen
Verbogen velgen die hersteld zijn
Gebruik uitsluitend de Toyota-wielmoeren en de Toyota-wielmoersleutel
bij uw lichtmetalen velgen.
Controleer de wielmoeren na de eerste 1.600 km telkens als een band is
verwisseld, een band is gerepareerd of is vervangen.
Pas op dat lichtmetalen velgen niet beschadigd raken als u sneeuwkettin-
gen gebruikt.
Bij het balanceren moet gebruik worden gemaakt van Toyota- of gelijk-
waardige balanceergewichtjes, die geplaatst dienen te worden met een
kunststof of rubber hamer.
Als een velg verbuigingen of scheuren vertoont of erg gecorrodeerd is,
moet deze vervangen worden. Anders kan de band van de velg raken of
kan de auto moeilijk beheersbaar worden.
Keuze van velg
Belangrijke aanwijzingen voor lichtmetalen velgen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 619 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
620
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bij het vervangen van velgen (auto's met bandenspanningswaarschuwingssys-
teem)
De velgen van uw auto zijn uitgerust met bandenspanningssensoren en -zenders voor
het bandenspanningswaarschuwingssysteem, dat in een vroegtijdig stadium waar-
schuwt als de bandenspanning te laag wordt. Bij het vervangen van velgen moeten er
bandenspanningssensoren en -zenders worden geplaatst. (Blz. 602)
WAARSCHUWING
Vervangen van velgen
Gebruik alleen de in deze handleiding aanbevolen maat velgen en banden. Een
andere maat kan resulteren in een slechtere controle over de auto.
Gebruik nooit een binnenband bij een poreuze velg die ontworpen is voor een tube-
less band. Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een ongeval waarbij ernstig letsel
kan ontstaan.
Plaatsen van wielmoeren
Plaats de wielmoeren met de schuine kant naar het wiel toe. (Blz. 708)
Als de wielmoeren worden geplaatst met de schuine kant van het wiel af, kan de
velg scheuren waardoor het wiel tijdens het rijden kan losraken. Dit kan leiden tot
een ongeval, met ernstig letsel als gevolg.
Breng nooit olie of vet aan op de wielbouten of -moeren.
Door het gebruik van olie of vet worden de wielmoeren mogelijk te vast aange-
draaid waardoor de bouten of de velg beschadigd kunnen raken. Daarnaast kun-
nen de wielmoeren loslopen en de wielen losraken, wat kan leiden tot een ongeval
met ernstig letsel als gevolg. Verwijder olie of vet van de wielbouten of wielmoeren.
Gebruik van beschadigde velgen niet toegestaan
Gebruik geen gescheurde of vervormde velgen.
Als u dat wel doet, kan er tijdens het rijden lucht uit de band ontsnappen, waardoor
een ongeval zou kunnen ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 620 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
621
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Vervangen van bandenspanningssensoren en -zenders (auto's met banden-
spanningswaarschuwingssysteem)
Omdat het repareren of vervangen van een band invloed kan hebben op de ban-
denspanningssensoren en -zenders, adviseren we u deze werkzaamheden uit te
laten voeren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige. Ga ook voor de
aanschaf van bandenspanningssensoren en -zenders naar een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
Gebruik voor uw auto alleen originele Toyota-velgen.
Bij niet-originele velgen kan niet worden gegarandeerd dat de bandenspannings-
sensoren en -zenders goed werken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 621 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
622
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Interieurfilter
Zet het contact UIT.
Open het dashboardkastje en
schuif de demper los.
Druk de nokken aan beide zijden
van het dashboardkastje in en
open het dashboardkastje lang-
zaam helemaal terwijl u het onder-
steunt.
Til het volledig geopende dash-
boardkastje iets omhoog en trek
het richting de stoel om de onder-
zijde van het dashboardkastje los
te maken.
Oefen geen overmatige kracht uit wan-
neer het dashboardkastje niet loskomt
wanneer u er licht aan trekt. Trek het
dashboardkastje in plaats daarvan rich-
ting de stoel terwijl u de hoogte van het
dashboardkastje enigszins aanpast.
Het interieurfilter moet regelmatig worden vervangen om de optimale
werking van de airconditioning te behouden.
Vervangen van het interieurfilter
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 622 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
623
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Verwijder de afdekkap van het fil-
ter.
Ontgrendel de afdekkap van het filter.
Beweeg de afdekkap van het filter in de richting van de pijl en trek hem los
uit de klauwen.
Verwijder de filterhouder.
Verwijder het interieurfilter uit de
filterhouder en vervang het.
De merktekens UP op het filter moeten
naar boven wijzen.
Plaatsen: Herhaal de genoemde stappen in omgekeerde volgorde.
5
1
2
Auto's met linkse besturing Auto's met rechtse besturing
6
7
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 623 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
624
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controle-interval
Controleer en vervang het interieurfilter volgens het onderhoudsschema. In gebieden
met veel stof of met veel verkeer moet vervanging vaker plaatsvinden. (Zie het onder-
houdsboekje of het garantieboekje voor het onderhoudsschema.)
Als er te weinig lucht uit de ventilatieroosters stroomt
Het filter kan verstopt zitten. Controleer het filter en vervang het indien nodig.
OPMERKING
Bij het gebruik van de airconditioning
Controleer of het interieurfilter aanwezig is.
Als de airconditioning zonder filter gebruikt wordt, kan het systeem beschadigd
raken.
Bij het verwijderen van het dashboardkastje
Volg altijd de voorgeschreven procedure voor het verwijderen van het dashboard-
kastje (Blz. 622). Als het dashboardkastje wordt verwijderd zonder dat de voorge-
schreven procedure wordt gevolgd, kan het scharnier van het dashboardkastje
beschadigd raken.
Voorkomen van schade aan de afdekkap van het filter
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 624 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
625
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Schoonmaken van de ventilatieopening en het
filter van het batterijpakket (tractiebatterij)
Verwijder verontreinigingen met een
stofzuiger o.i.d. uit de ventilatieope-
ning.
Zorg ervoor dat u alleen een vacuüm
gebruikt om stof en verontreinigingen
op te zuigen. Wanneer u stof en ver-
ontreinigingen probeert weg te blazen
met een blower of iets dergelijks kun-
nen deze verder in de ventilatieopening
worden gedrukt. (Blz. 629)
Als de verontreinigingen niet volledig kunnen worden verwijderd met de
afdekkap van de ventilatieopening in gemonteerde toestand moet de afdek-
kap worden verwijderd en moet het filter worden gereinigd.
Zet het contact UIT.
Gebruik een kruiskopschroeven-
draaier om de clip te verwijderen.
Controleer, om een hoger brandstofverbruik te voorkomen, de ventila-
tieopening van het batterijpakket (tractiebatterij) periodiek op veront-
reinigingen. Als “Maintenance required for Traction battery cooling
parts See owner’s manual” (Onderhoud vereist voor koelonderdelen
tractiebatterij, zie handleiding) wordt weergegeven op het multi-infor-
matiedisplay, moet de ventilatieopening gereinigd worden volgens
onderstaande procedure:
Schoonmaken van de ventilatieopening
Als verontreinigingen niet volledig kunnen worden verwijderd
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 625 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
626
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verwijder de kap van de ventilatie-
opening.
Trek aan de kap zoals aange-
geven in de afbeelding om de 5
klemmen los te maken. Begin bij
de klem in de rechter boven-
hoek.
Trek de kap in de richting van de
voorzijde van de auto om hem
te verwijderen.
Verwijder het filter van de ventila-
tieopening.
Neem klauw 1 los zoals aange-
geven in de afbeelding.
Neem de 2 klauwen los om het
filter uit de afdekkap te verwijde-
ren.
Verwijder de verontreinigingen met
een stofzuiger o.i.d. uit het filter.
Verwijder tevens stof en verontreinigin-
gen aan de binnenzijde van de kap van
de ventilatieopening.
3
1
2
4
1
2
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 626 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
627
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Plaats het filter op de kap.
Maak het filter vast aan de 2
klemmen zoals aangegeven in
de afbeelding.
Maak de klem vast om het filter
te plaatsen.
Zorg ervoor dat het filter niet geknikt of
verbogen wordt bij het plaatsen.
Plaats de kap op de ventilatieope-
ning.
Plaats de gesp van de kap zoals
aangegeven in de afbeelding.
Druk de afdekkap aan om de 5
klauwen vast te zetten.
Plaats de clip.
6
1
2
7
1
2
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 627 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
628
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wanneer is vaker periodiek onderhoud nodig?
Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto, zoals veelvuldig gebruik of
bij het rijden in druk verkeer of in stoffige gebieden, moet de ventilatieopening mogelijk
vaker worden schoongemaakt. Zie voor details het onderhoudsboekje of het garantie-
boekje.
Schoonmaken van de ventilatieopening
Stof in de ventilatieopening kan de koeling van het batterijpakket (tractiebatterij)
beïnvloeden. Als het laden/ontladen van het batterijpakket (tractiebatterij) beperkt
wordt, kan de afstand waarover gereden kan worden op de elektromotor (tractiemo-
tor) kleiner worden en kan het brandstofverbruik toenemen. Controleer en reinig de
ventilatieopening regelmatig.
Onjuist omgaan met de kap en het filter van de ventilatieopening kan schade eraan
tot gevolg hebben. Indien u twijfels hebt over het schoonmaken van het filter, neem
dan contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als “Maintenance required for Traction battery cooling parts See owner’s
manual” (onderhoud vereist voor koelonderdelen tractiebatterij, zie handleiding)
wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
Verwijder de afdekkap van de ventilatieopening en reinig het filter als deze waar-
schuwingsmelding wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay. (Blz. 625)
Start na het reinigen van de ventilatieopening het hybridesysteem en controleer of de
waarschuwingsmelding niet langer weergegeven wordt.
Het kan tot 20 minuten na het starten van het hybridesysteem duren voordat de
waarschuwingsmelding uitgaat. Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige wanneer de waarschuwingsmelding niet verdwijnt.
WAARSCHUWING
Bij het schoonmaken van de ventilatieopening
Maak de ventilatieopening niet schoon met water of andere vloeistoffen. Als er
water op het batterijpakket (tractiebatterij) of andere componenten terechtkomt,
kan dit leiden tot een storing of brand.
Zet het contact UIT om het hybridesysteem uit te schakelen alvorens de ventilatie-
opening schoon te maken.
Bij het verwijderen van de afdekkap van de ventilatieopening
Raak de servicestekker die zich in de buurt van de ventilatieopening bevindt niet
aan. (Blz. 85)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 628 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
629
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
OPMERKING
Bij het schoonmaken van de ventilatieopening
Voorkomen van beschadigingen aan de auto
Zorg dat er geen water en verontreinigingen in de ventilatieopening terechtkomen
als de afdekkap is verwijderd.
Ga voorzichtig om met het filter om te voorkomen dat het filter beschadigd raakt.
Laat een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige een beschadigd filter vervangen door
een nieuw filter.
Plaats het filter en de afdekkap na het reinigen in hun oorspronkelijke positie.
Plaats alleen het voor deze auto bestemde filter in de ventilatieopening en gebruik
de auto niet terwijl het filter verwijderd is.
Als “Maintenance required for Traction battery cooling parts See owner’s
manual” (onderhoud vereist voor koelonderdelen tractiebatterij, zie handlei-
ding) wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay
Als er met de auto wordt doorgereden terwijl de waarschuwingsmelding (die aan-
geeft dat het laden/ontladen van het batterijpakket [tractiebatterij] wordt begrensd)
weergegeven wordt, kan het batterijpakket (tractiebatterij) oververhit raken waardoor
er een storing kan ontstaan. Reinig de ventilatieopening onmiddellijk als de waar-
schuwingsmelding wordt weergegeven.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 629 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
630
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Ruitenwisserrubber vervangen
Verwijderen en plaatsen van ruitenwisserblad voor
Houd met uw hand de verbin-
ding van het ruitenwisserblad
goed vast terwijl u de vergren-
delknop indrukt om de borging
ongedaan te maken en schuif
het ruitenwisserblad naar bui-
ten.
Breng het ruitenwisserblad in lijn
met het verbindingsgedeelte
van de ruitenwisserarm en
schuif het in de tegenoverge-
stelde richting van toen u het
verwijderde.
Controleer na het plaatsen van het
ruitenwisserblad of de verbinding
goed geborgd is.
Ruitenwisserrubber vervangen
Trek aan het ruitenwisserrubber
tot dit uit de gleuf aan de achter-
zijde van het ruitenwisserblad
steekt.
Voer bij het vervangen van het ruitenwisserrubber de onderstaande
procedure uit voor iedere ruitenwisser.
Ruitenwissers voor
1
2
1
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 630 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
631
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Trek het uiteinde van het ruiten-
wisserrubber uit de gleuf en trek
vervolgens de rest van het rui-
tenwisserrubber naar buiten.
Voer bij het plaatsen van een
nieuw ruitenwisserrubber de
procedure in omgekeerde volg-
orde uit.
Controleer na het plaatsen of het
uiteinde van het ruitenwisserrubber
helemaal tot aan het einde van het
kapje is geplaatst.
Verschuif het kapje van de achter-
ruitenwisserarm.
Beweeg het ruitenwisserblad tot
een klikgeluid is te horen en de
klauw losgaat. Verwijder vervol-
gens het ruitenwisserblad van de
ruitenwisserarm.
2
3
Achterruitenwisser
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 631 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
632
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Trek het ruitenwisserrubber naar
buiten, voorbij de aanslag op het
ruitenwisserblad, en trek het ver-
volgens verder naar buiten totdat
het volledig is verwijderd.
Houd het ruitenwisserblad lichtjes vast
tussen de klauwen, zodat het ruiten-
wisserrubber omhoog kan komen en
gemakkelijker kan worden verwijderd.
Verwijder de 2 metalen plaatjes
van het oude ruitenwisserrubber
en plaats ze op het vervangende
ruitenwisserrubber.
Plaats het ruitenwisserrubber en begin hierbij bij de klauw in het midden
van het ruitenwisserblad. Geleid het ruitenwisserrubber door de 3 klau-
wen, zodat het uit de aanslag steekt en geleid het ruitenwisserrubber dan
door de laatst overgebleven klauw.
Wanneer u een beetje ruitensproeiervloeistof op het ruitenwisserrubber aanbrengt,
kunnen de klauwen gemakkelijker in de groeven worden geplaatst.
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 632 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
633
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer of de klauwen van het
ruitenwisserblad in de groeven van
het ruitenwisserrubber zijn
geplaatst.
Als de klauwen van het ruiten-
wisserblad niet in de groeven
van het ruitenwisserrubber zijn
geplaatst, pak dan het ruitenwis-
serrubber vast en schuif het een
aantal keer naar voren en achte-
ren om de klauwen in de groe-
ven te plaatsen.
Til het midden van het ruitenwisserrubber iets op om ervoor te zorgen
dat het rubber gemakkelijker kan worden verschoven.
Volg bij het plaatsen van een ruitenwisserblad de procedure in stap en
in omgekeerde volgorde.
Controleer na het plaatsen van het ruitenwisserblad of de verbinding goed geborgd
is.
Omgaan met het ruitenwisserblad en ruitenwisserrubber
Onjuist omgaan met de ruitenwisserbladen of ruitenwisserrubbers kan schade eraan
tot gevolg hebben. Indien u twijfels hebt over het zelf vervangen van de ruitenwisser-
bladen of ruitenwisserrubbers, neem dan contact op met een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Kapje ruitenwisserblad voor
Het kapje kan niet worden verwijderd, aangezien het in het ruitenwisserblad voor is
geïntegreerd.
6
OPMERKING
Voorkomen van schade
Let op dat de klauwen niet beschadigd raken bij het vervangen van het ruitenwis-
serrubber.
Plaats, nadat het ruitenwisserblad van de ruitenwisserarm is verwijderd, een doek
o.i.d. tussen de achterruit en de ruitenwisserarm om beschadiging van de achter-
ruit te voorkomen.
Trek niet te hard aan het ruitenwisserrubber en vervorm de metalen plaatjes ervan
niet.
7 1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 633 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
634
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Batterij elektronische sleutel
Sleufkopschroevendraaier
Lithiumbatterij CR2032
Maak de borging ongedaan en
neem de mechanische sleutel uit
de houder.
Verwijder het deksel.
Gebruik het juiste formaat schroeven-
draaier. Wanneer u geforceerd wrikt,
kan het kapje beschadigd raken.
Omwikkel het uiteinde van de schroe-
vendraaier met een doek om schade
aan de sleutel te voorkomen.
Vervang de batterij door een nieuw exemplaar als deze ontladen raakt.
De volgende zaken zijn benodigd:
Batterij vervangen
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 634 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
635
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Verwijder de lege batterij.
Als bij het verwijderen van het deksel
de batterij niet te zien is doordat de
elektronische-sleutelmodule aan het
bovenste deksel is bevestigd, verwijder
dan de elektronische-sleutelmodule
van dat deksel, zodat de batterij zicht-
baar is, zoals aangegeven in de afbeel-
ding.
Gebruik het juiste formaat schroeven-
draaier om de batterij te verwijderen.
Plaats een nieuwe batterij met de positieve aansluiting + naar boven.
Plaatsen: Herhaal de genoemde stappen in omgekeerde volgorde.
Gebruik een CR2032 lithiumbatterij
Batterijen zijn verkrijgbaar bij een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige, plaatselijke
elektrozaken of fotospeciaalzaken.
Vervang de batterij alleen door het door de fabrikant aanbevolen type.
Gooi batterijen niet weg, maar lever ze in als KCA.
Als de batterij van de elektronische sleutel ontladen is
De volgende verschijnselen kunnen zich voordoen:
Het Smart entry-systeem met startknop en de afstandsbediening zullen niet goed
werken.
Het bereik van de afstandsbediening zal kleiner worden.
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 635 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
636
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de accu
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg
hebben.
Slik de batterij niet in. Anders kunt u chemische brandwonden oplopen.
De elektronische sleutel is uitgerust met een knoopcel, ook wel knoopbatterij
genoemd. Als een batterij wordt ingeslikt, kan deze binnen 2 uur ernstige chemi-
sche brandwonden veroorzaken, met ernstig letsel als gevolg.
Houd nieuwe en gebruikte batterijen buiten bereik van kinderen.
Als het kapje niet goed kan worden gesloten, gebruik de elektronische sleutel dan
niet en berg deze buiten bereik van kinderen op. Neem vervolgens zo snel mogelijk
contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als u per ongeluk een batterij inslikt of een batterij in een deel van uw lichaam
plaatst, roep dan onmiddellijk medische hulp in.
Voorkomen dat de batterij ontploft of brandbare vloeistoffen of gassen vrijko-
men
Vervang de batterij door een nieuw exemplaar van hetzelfde type. Als een ver-
keerd type batterij wordt gebruikt, kan deze ontploffen.
Stel batterijen niet bloot aan een extreem lage druk als gevolg een grote hoogte of
extreem hoge temperaturen.
Verbrand een batterij niet en breek of snijd hem niet open.
Verklaring voor het Smart entry-systeem met startknop
WAARSCHUWING
ALS DE BATTERIJ DOOR EEN ONJUIST TYPE BATTERIJ WORDT VERVANGEN,
KAN EEN EXPLOSIE OPTREDEN.
GOOI BATTERIJEN NIET WEG, MAAR LEVER ZE IN ALS KCA.
OPMERKING
Voor een goede werking na het vervangen van de batterij
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen om ongevallen te voorkomen:
Zorg altijd dat uw handen droog zijn.
Door vocht kan de batterij gaan corroderen.
Voorkom dat andere onderdelen in de afstandsbediening worden aangeraakt of
bewogen.
Verbuig de aansluitingen van de batterij niet.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 636 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
637
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Controleren en vervangen van zekeringen
Zet het contact UIT.
Open het deksel van de zekeringenkast.
Motorruimte (zekeringenkast type A)
Til het deksel op terwijl u de 2 klau-
wen indrukt.
Zorg er bij het sluiten van het deksel
voor dat de 2 klauwen vastgrijpen.
Motorruimte (zekeringenkast type B)
Til het deksel op terwijl u de 3 klau-
wen indrukt.
Zorg er bij het sluiten van het deksel
voor dat de 3 klauwen vastgrijpen.
Zijpaneel dashboard links (auto's met linkse besturing)
Verwijder het deksel.
Druk tijdens het verwijderen of
plaatsen de klauw in.
Als een bepaalde stroomverbruiker niet werkt, kan het zijn dat een
zekering is doorgebrand. Controleer in dat geval de desbetreffende
zekering en vervang deze indien nodig.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 637 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
638
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Zijpaneel dashboard links (auto's met rechtse besturing)
Druk de borglip in en verwijder
het deksel.
Neem de stekker los, terwijl de
borglip wordt ingedrukt.
Verwijder het deksel.
Druk tijdens het verwijderen of
plaatsen de klauw in.
Verwijder de zekering.
Alleen zekering type A kan worden
verwijderd met de zekeringtrekker.
1
2
3
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 638 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
639
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Controleer of de zekering is doorgebrand.
Goede zekering
Defecte zekering
Vervang de doorgebrande zekering door een nieuwe zekering met de juiste
stroomsterkte. De stroomsterkte staat vermeld op het deksel van de zekeringen-
kast.
4
1
2
Type A Type B
Type C
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 639 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
640
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Na het vervangen van een zekering
Als na het vervangen van de zekering de verlichting nog niet werkt, kan het zijn dat
de lamp moet worden vervangen. (Blz. 641)
Laat, als de nieuwe zekering direct doorbrandt, de auto controleren door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Als de stroomafname van een circuit te groot is
De zekeringen zullen doorbranden voordat de bedrading van de auto onherstelbaar
beschadigd raakt.
Bij het vervangen van lampen
Toyota raadt u aan om originele Toyota-producten te gebruiken, die speciaal voor
deze auto ontworpen zijn. Doordat bepaalde lampen in verbinding staan met circuits
die zijn ontworpen om overbelasting te voorkomen, kunnen niet-originele onderdelen
of onderdelen die niet voor deze auto ontworpen zijn onbruikbaar zijn.
WAARSCHUWING
Voorkomen van storingen en het ontstaan van brand
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan resulteren in schade aan
de auto, brand en ernstig letsel.
Monteer nooit een zekering voor een hogere stroomsterkte dan aangegeven, of
een stukje metaal.
Gebruik altijd een originele Toyota-zekering of een gelijkwaardige zekering.
Vervang de zekering nooit door een stukje draad of metaal, ook niet tijdelijk.
Breng geen wijzigingen aan de zekeringen of de zekeringenkasten aan.
OPMERKING
Voordat u een zekering vervangt
Laat de oorzaak van de te grote stroomafname zo snel mogelijk vaststellen en repa-
reren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 640 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
641
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Lampen
Controleer het vermogen van de defecte lamp. (Blz. 747)
Achteruitrijlicht
*
Richtingaanwijzer achter
*: Het achteruitrijlicht bevindt zich alleen aan de voorpassagierszijde.
U kunt de onderstaande lampen desgewenst zelf vervangen. Sommige
lampen zijn eenvoudiger te vervangen dan andere lampen. Aangezien
de onderdelen beschadigd zouden kunnen raken, raden wij u aan om
de vervanging te laten uitvoeren door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Voorbereiden van het vervangen van een lamp
Plaats lampen
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 641 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
642
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Richtingaanwijzers achter en achteruitrijlicht
Open de achterklep. Steek een
schroevendraaier in het afdek-
plaatje aan de zijde van de ver-
lichting en maak de klauwen los
die met een stippellijn zijn aan-
gegeven nabij het exterieur van
de auto. Wrik vervolgens het
afdekplaatje los en trek het
schuin richting de bagage-
ruimte om de klauwen los te
maken die met een stippellijn
zijn aangegeven nabij het interi-
eur van de auto.
Omwikkel het uiteinde van de schroevendraaier met een doek om schade aan
het afdekplaatje te voorkomen.
Verwijder de 2 schroeven.
Trek de lichtunit naar de achter-
zijde van de auto om hem te
verwijderen.
Lampen vervangen
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 642 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
643
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Draai de lamphouder linksom.
Verwijder de lamp.
Plaats een nieuwe lamp en vervolgens de lamphouder in de lichtunit
door de lamphouder erin te steken en deze rechtsom te draaien.
4
Achteruitrijlicht Richtingaanwijzer achter
5
Achteruitrijlicht Richtingaanwijzer achter
6
Achteruitrijlicht Richtingaanwijzer achter
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 643 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
644
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de groeven van de lichtu-
nit in lijn met de klauwen en
plaats de lichtunit recht, zodat
de 2 pennen op de lichtunit in de
openingen passen. Controleer
of de lichtunit goed vastzit.
Plaats de 2 schroeven.
Plaats de afdekkap.
7
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 644 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
645
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
6
Onderhoud en verzorging
Vervangen van de volgende lampen
Laat de onderstaande lampen vervangen door een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
Koplampen
Dagrijverlichting
Parkeerlichten voor
Mistlampen voor
Richtingaanwijzers voor
Richtingaanwijzers opzij
Mistachterlicht
Achterlichten
Remlichten
Derde remlicht
Kentekenplaatverlichting
Ledlampen
Behalve de richtingaanwijzers achter en het achteruitrijlicht zijn alle lampen voorzien
van een aantal leds. Laat een defecte led vervangen door een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Condensvorming aan de binnenzijde van het lampglas
Het tijdelijk beslaan van de binnenzijde van het koplampglas is normaal. Neem in de
volgende gevallen contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor meer
informatie:
Als er erg veel condens aan de binnenzijde van het koplampglas zit.
Als de binnenzijde van de koplamp nat is en blijft.
Bij het vervangen van lampen
Blz. 640
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 645 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
646
6-3. Zelf uit te voeren onderhoud
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Lampen vervangen
Schakel het hybridesysteem uit en schakel de verlichting uit. Wacht na het uitscha-
kelen van de verlichting tot de lampen zijn afgekoeld.
De lampen kunnen erg heet worden en brandwonden veroorzaken.
Raak het glas van de lamp niet aan met blote handen. Als u het glas van de lamp
toch moet vastpakken, gebruik daarvoor dan een schone droge doek, om te voor-
komen dat er vocht of olie op de lamp komt.
Als de lamp een kras heeft of is gevallen, kan deze defect raken of breken.
Zorg ervoor dat de lamp en de borgclips goed vastzitten. Anders kan de lamp door
oververhitting beschadigd raken, kan brand ontstaan of kan water binnendringen in
de koplampunit. Hierdoor kunnen de koplampen beschadigd raken en kan con-
densvorming in de koplamp optreden.
Probeer lampen, stekkers, elektrische circuits of andere onderdelen van de verlich-
ting niet te repareren of uit elkaar te halen.
Als u dat wel doet, kunt u een elektrische schok krijgen en ernstig letsel oplopen.
Voorkomen van schade en brand
Controleer of de lampen en borgclips goed vastzitten.
Controleer het vermogen van de lamp voordat deze wordt geplaatst om beschadi-
ging door hitte te voorkomen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 646 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
647
7
Bij problemen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7-1. Belangrijke informatie
Alarmknipperlichten................. 648
Als uw auto in geval
van nood tot stilstand
moet worden gebracht .......... 649
Als de auto vastzit
in stijgend water.................... 650
7-2. Stappen die genomen
moeten worden in
noodgevallen
Als uw auto moet worden
gesleept ................................ 652
Als u denkt dat er iets mis is ... 659
Als een
waarschuwingslampje
gaat branden of een
waarschuwingszoemer
klinkt...................................... 660
Als er een
waarschuwingsmelding
wordt weergegeven .............. 670
Als uw auto een lekke
band heeft (auto's
zonder een reservewiel) ....... 679
Als uw auto een lekke
band heeft
(auto's met een
reservewiel) .......................... 699
Als het hybridesysteem
niet kan worden gestart ........ 714
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt.......... 716
Als de 12V-accu is ontladen.... 719
Als uw auto oververhit raakt.... 725
Als de auto vast komt
te zitten ................................. 730
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 647 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
648
7-1. Belangrijke informatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Alarmknipperlichten
Druk op de schakelaar.
Alle richtingaanwijzers gaan knipperen.
Druk nogmaals op de schakelaar om
ze weer uit te schakelen.
Alarmknipperlichten
Als de alarmknipperlichten gedurende langere tijd worden gebruikt terwijl het hybri-
desysteem niet in werking is (terwijl het controlelampje READY niet brandt) kan de
12V-accu ontladen raken.
Als een van de airbags wordt geactiveerd of bij een harde aanrijding van achteren
worden de alarmknipperlichten automatisch ingeschakeld.
De alarmknipperlichten worden na ongeveer 20 minuten automatisch uitgeschakeld.
Druk twee keer op de schakelaar om de alarmknipperlichten handmatig uit te scha-
kelen.
(De alarmknipperlichten worden mogelijk niet automatisch ingeschakeld, afhankelijk
van de kracht en de omstandigheden van de aanrijding.)
De alarmknipperlichten worden gebruikt om andere bestuurders te
waarschuwen wanneer de auto tot stilstand moet worden gebracht, bij-
voorbeeld bij pech.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 648 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
649
7-1. Belangrijke informatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als uw auto in geval van nood tot stilstand
moet worden gebracht
Trap het rempedaal met beide voeten stevig in.
Rem niet “pompend”; hierdoor is meer kracht nodig om de auto tot stilstand te bren-
gen.
Zet de selectiehendel in stand N.
Als de selectiehendel in stand N is gezet
Zet na het afremmen de auto stil op een veilige plaats langs de weg.
Schakel het hybridesysteem uit.
Als de selectiehendel niet in stand N kan worden gezet
Blijf het rempedaal met beide voeten intrappen om de rijsnelheid van de
auto zo veel mogelijk af te remmen.
Om het hybridesysteem uit te
schakelen, houdt u de startknop
langer dan 2 seconden ingedrukt
of drukt u deze driemaal of vaker
kort na elkaar in.
Breng de auto op een veilige plaats langs de weg tot stilstand.
Breng de auto alleen in noodgevallen, bijvoorbeeld wanneer de auto
niet op de normale manier stilgezet kan worden, als volgt tot stilstand:
1
2
3
4
3
Gedurende ten minste 2 seconden
ingedrukt houden of 3 maal achter
elkaar kort indrukken
4
WAARSCHUWING
Als het hybridesysteem tijdens het rijden uitgeschakeld moet worden
De stuurbekrachtiging zal niet meer werken, waardoor het verdraaien van het stuur-
wiel zwaarder gaat. Minder zo veel mogelijk vaart voordat u het hybridesysteem uit-
schakelt.
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 649 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
650
7-1. Belangrijke informatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de auto vastzit in stijgend water
Doe eerst de veiligheidsgordel af.
Als het portier geopend kan worden, open het dan en verlaat de auto.
Als het portier niet geopend kan worden, open dan de ruit met de schake-
laar voor de ruitbediening en verlaat de auto via de ruitopening.
Als de ruit niet geopend kan worden met de schakelaar voor de ruitbedie-
ning, blijf dan kalm en wacht tot het waterniveau in de auto stijgt tot het
punt waarop de waterdruk in de auto gelijk is aan de waterdruk buiten de
auto. Open vervolgens het portier en verlaat de auto.
Als de auto onder water staat, blijf dan kalm en voer de volgende han-
delingen uit.
WAARSCHUWING
Gebruik van een noodhamer*
1
om in noodgevallen uit de auto te ontsnappen
De zijruiten achter en de achterruit kunnen worden ingeslagen met een noodha-
mer
*
1
om in noodgevallen uit de auto te ontsnappen. De voorruit en de zijruiten
voor
*
2
zijn echter van gelaagd glas en kunnen niet worden ingeslagen met een
noodhamer
*
1
.
*
1
: Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige voor meer infor-
matie over een noodhamer.
*
2
: Auto's met gelaagd glas
Uit de auto ontsnappen via de ruitopening
Er zijn situaties waarin het niet mogelijk is om uit de auto te ontsnappen via de ruit-
opening ten gevolge van de zitpositie, het postuur van de inzittende, enz.
Als u gebruikmaakt van de noodhamer, bekijk dan de plaats van uw stoel en de
grootte van de ruitopening om u ervan te verzekeren dat de opening groot genoeg is
om erlangs te ontsnappen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 650 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
651
7-1. Belangrijke informatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Herkennen van gelaagd glas
Bij het bekijken van de dwarsdoorsnede is te
zien dat gelaagd glas bestaat uit twee lagen
glas die op elkaar gelijmd zijn.
Gelaagd glas
Gehard glas
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 651 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
652
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als uw auto moet worden gesleept
In de volgende gevallen kan de auto niet door een andere auto worden
gesleept met behulp van kabels of kettingen, doordat de voorwielen mogelijk
worden geblokkeerd door de parkeerblokkering. Neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur, een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige of een professioneel bergingsbe-
drijf.
Er zit een storing in de schakelregeling. (Blz. 319, 678)
Er is een storing aanwezig in de startblokkering. (Blz. 89)
Er is een storing aanwezig in het Smart entry-systeem met startknop.
(Blz. 716)
De 12V-accu is ontladen. (Blz. 719)
Het volgende kan duiden op een probleem in de hybridetransmissie. Neem
vóór het slepen contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur, een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige of
een professioneel bergingsbedrijf.
De waarschuwingsmelding voor het hybridesysteem wordt weergegeven
en de auto beweegt niet.
De auto maakt een abnormaal geluid.
Als uw auto moet worden gesleept, adviseren wij u dat te laten doen
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige of professio-
neel bergingsbedrijf, en daarbij gebruik te maken van een lepelwagen
of een autoambulance.
Gebruik een stevige sleepkabel en neem de wettelijke voorschriften in
acht.
Situaties waarbij het niet mogelijk is om door een ander voertuig te wor-
den gesleept
Omstandigheden waaronder u vóór het slepen contact dient op te
nemen met de dealer
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 652 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
653
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Slepen met een lepelwagen
Aan de voorzijde
(2WD-uitvoeringen)
Aan de voorzijde
(AWD-uitvoeringen)
Deactiveer de parkeerrem. Gebruik een dolly
onder de achterwielen.
Aan de achterzijde
Gebruik een dolly
onder de voorwielen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 653 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
654
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Gebruik bij vervoer van de auto op een autoambulance bandengordels.
Raadpleeg de handleiding van de autoambulance om de wielen op de juiste
wijze met de gordels vast te zetten.
Activeer de parkeerrem en zet het startknop UIT om tijdens het vervoer
beweging van de auto zoveel mogelijk te voorkomen.
Als er geen autoambulance beschikbaar is, mag de auto in geval van nood tij-
delijk worden gesleept door gebruik te maken van sleepkabels of -kettingen
die u aan de sleepogen vastmaakt. Uw auto mag op deze manier alleen op
een verharde weg en met lage snelheid (lager dan 30 km/h) over een korte
afstand worden gesleept.
Er moet een bestuurder in de auto zitten om te sturen en te remmen. Ook die-
nen de wielen, de assen, de aandrijflijn, de stuurinrichting en de remmen in
een goede conditie te zijn.
Vervoeren op een autoambulance
Slepen in een noodgeval
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 654 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
655
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Uw auto moet zijn voorzien van het sleepoog om door een andere auto te
kunnen worden gesleept. Plaats het sleepoog aan de hand van de onder-
staande procedure.
Verwijder de wielmoersleutel en het sleepoog. (Blz. 681, 700)
Verwijder het afdekkapje van het
sleepoog met een sleufkopschroe-
vendraaier.
Plaats om de carrosserie te bescher-
men een doek tussen de schroeven-
draaier en de carrosserie, zoals
aangegeven in de afbeelding.
Plaats het sleepoog in de opening
en draai het zo ver mogelijk met de
hand vast.
Draai het sleepoog stevig vast met
behulp van een wielmoersleutel of
een stevige metalen stang.
Pas op dat u bij het vastdraaien met
een wielmoersleutel of stevige meta-
len stang de carrosserie niet bescha-
digt.
Maak de kabel of de ketting goed vast aan het sleepoog.
Pas op dat u de carrosserie niet beschadigt.
Stap in de weg te slepen auto en start het hybridesysteem.
Als het hybridesysteem niet start, zet dan het contact AAN.
Schakel de Parking Support Brake-functie uit. (indien aanwezig): Blz. 466
Procedure bij slepen in een noodgeval
1
2
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 655 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
656
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Zet de selectiehendel in stand N* en deactiveer de parkeerrem.
*: Neem vóór het slepen contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur, een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige
of een professioneel bergingsbedrijf als de stand van de selectiehendel of de
huidige stand van de selectiehendel niet kan worden bevestigd.
Tijdens het slepen
Als het hybridesysteem is uitgeschakeld, werken de rem- en stuurbekrachtiging niet.
Hierdoor zullen het remmen en sturen veel zwaarder gaan dan normaal.
Wielmoersleutel
De wielmoersleutel bevindt zich in de bagageruimte. (Blz. 681, 700)
Bevestigingsgat van het sleepoog aan de achterzijde van de auto
Het gat dient voor het vastzetten van de auto
tijdens transport. Het sleepoog dat in dit gat is
geplaatst, kan niet worden gebruikt voor het
slepen van een andere auto.
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 656 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
657
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Bij het slepen van de auto
2WD-uitvoeringen
AWD-uitvoeringen
Tijdens het slepen
Wanneer u bij het slepen kabels of kettingen gebruikt, vermijd dan plotseling
optrekken, enz. waardoor er extreme krachten op het sleepoog en de sleepkabel of
-ketting worden uitgeoefend. Het sleepoog en de kabel of ketting kunnen bescha-
digd raken en afgebroken stukken kunnen personen raken en ernstige schade ver-
oorzaken.
Zet het contact niet UIT.
Dit kan leiden tot een ongeval doordat de voorwielen geblokkeerd worden door de
parkeerblokkering.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 657 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
658
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel tot gevolg heb-
ben.
Plaatsen van de sleepogen op de auto
De sleepogen zijn uitsluitend bestemd voor de auto die ermee is uitgerust. Gebruik
de sleepogen van een andere auto niet en gebruik de sleepogen van deze auto
niet op een andere auto.
Controleer of de sleepogen goed vastzitten.
Als dat niet het geval is, dan kunnen de sleepogen bij het slepen losraken.
OPMERKING
Slepen met een takelwagen
Voorkomen van beschadigingen aan de auto bij het slepen met een lepelwagen
Let erop dat de andere zijde van de auto dan die op de lepel staat voldoende
bodemvrijheid heeft. Als er onvoldoende speling aanwezig is, kan de auto tijdens het
slepen beschadigd raken.
Voorkomen van beschadigingen aan de auto bij het slepen met een takelwagen
Sleep de auto niet met een takelwagen, noch aan de voorzijde, noch aan de achter-
zijde.
Voorkomen van beschadigingen aan de auto tijdens slepen in een noodgeval
Maak de kabel of de ketting niet vast aan onderdelen van de wielophanging.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 658 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
659
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als u denkt dat er iets mis is
Lekkage onder de auto
(Na gebruik van de airconditioning is waterlekkage normaal.)
Banden die er te zacht uit zien of die ongelijkmatig versleten zijn
Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur knippert of gaat
branden
Abnormale uitlaatgeluiden
Overmatig piepende banden bij het nemen van een bocht
Vreemde geluiden die gerelateerd zijn aan de wielophanging
Pingelende of andere abnormale geluiden van het hybridesysteem
De motor hapert, stottert of draait onregelmatig
Een merkbaar verlies aan trekkracht
De auto trekt tijdens het remmen sterk naar één kant
De auto trekt sterk naar één kant, terwijl u rechtuitrijdt op een vlakke weg
Teruglopende remwerking, sponzig gevoel in het rempedaal, een rempe-
daal dat bijna tot op de vloer kan worden ingetrapt
Als u een van de volgende verschijnselen opmerkt, moet uw auto
mogelijk worden afgesteld of gerepareerd. Neem zo snel mogelijk con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Zichtbare symptomen
Hoorbare symptomen
Merkbare symptomen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 659 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
660
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als een waarschuwingslampje gaat bran-
den of een waarschuwingszoemer klinkt
Voer op rustige wijze onderstaande handelingen uit als een van de
waarschuwingslampjes gaat branden of knipperen. Als een van de
lampjes gaat branden of knipperen en daarna weer uitgaat, is er niet
noodzakelijkerwijs een defect in het systeem aanwezig. Als deze situa-
tie echter blijft voortduren, laat dan uw auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Overzicht waarschuwingslampjes en waarschuwingszoemers
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
Waarschuwingslampje en waarschuwingszoemer remsys-
teem (rood)
*
1
Geeft het volgende aan:
Het remvloeistofniveau is te laag; of
Er zit een storing in het remsysteem
Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stil-
stand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige. Doorrijden met de auto
kan gevaarlijk zijn.
Waarschuwingslampje remsysteem (geel)
Geeft aan dat er een storing is in:
Het regeneratieve remsysteem; of
Het elektronisch geregelde remsysteem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Laadstroomcontrolelampje
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het laadsysteem van
de auto
Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stil-
stand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 660 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
661
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer)
lage oliedruk
*
2
Geeft aan dat de motoroliedruk te laag is
Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stil-
stand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Motorcontrolelampje
Geeft aan dat er een storing is in:
Het hybridesysteem;
Het elektronische motorregelsysteem;
De elektronische smoorklepregeling; of
Het emissieregelsysteem (indien aanwezig)
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje SRS
Geeft aan dat er een storing is in:
Het SRS-airbagsysteem; of
Het gordelspannersysteem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingslampje ABS
Geeft aan dat er een storing is in:
Het ABS; of
Het Brake Assist-systeem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
(Rood/geel)
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische
stuurbekrachtiging
Geeft aan dat er een storing is in de elektrische stuurbekrachti-
ging (EPS)
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 661 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
662
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
(Knippert of brandt)
(indien aanwezig)
Waarschuwingslampje PCS
Wanneer er gelijktijdig een zoemer klinkt:
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het PCS (Pre-
Crash Safety-systeem).
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer er geen zoemer klinkt:
Het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) is tijdelijk niet beschik-
baar, corrigerende maatregelen kunnen noodzakelijk zijn.
Volg de instructies die worden weergegeven op het multi-
informatiedisplay. (Blz. 365, 677)
Als het PCS (Pre-Crash Safety-systeem) of de VSC (Vehicle Sta-
bility Control-systeem) wordt uitgeschakeld, gaat het waarschu-
wingslampje PCS branden.
Blz. 377
(Oranje)
(indien aanwezig)
Controlelampje (waarschuwingszoemer) LTA
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de LTA (Lane Tracing
Assist)
Volg de instructies die worden weergegeven op het multi-
informatiedisplay. (Blz. 393)
Controlelampje Traction Control
Geeft aan dat er een storing is in:
Het VSC-systeem;
De TRC; of
De Hill Start Assist Control
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het lampje gaat knipperen wanneer het ABS, VSC- of TRC-sys-
teem in werking is.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 662 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
663
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur
(auto's zonder uitlaatgaswarmterecirculatiesysteem)
Geeft aan dat de koelvloeistoftemperatuur te hoog is
Verandert van een knipperend lampje in een brandend lampje
wanneer de koelvloeistoftemperatuur toeneemt
Breng de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats tot stil-
stand.
(Blz. 725)
Waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur
(auto's met uitlaatgaswarmterecirculatiesysteem)
Wanneer het lampje knippert:
Geeft aan dat de koelvloeistoftemperatuur te hoog is
Het lampje verandert van een knipperend lampje in een bran-
dend lampje wanneer de temperatuur verder toeneemt
Breng de auto zo snel mogelijk op een veilige plaats tot stil-
stand.
(Blz. 725)
Als het lampje gaat branden zonder te knipperen:
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het uitlaatgas-
warmterecirculatiesysteem
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
(Knippert)
(indien aanwezig)
Controlelampje PKSB OFF
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de Parking Support
Brake-functie
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Het waarschuwingslampje werkt als volgt, zelfs wanneer er geen
storing zit in het systeem:
Het lampje gaat branden wanneer de Parking Support Brake-
functie wordt uitgeschakeld (Blz. 466)
Het lampje gaat branden wanneer de Parking Support Brake-
functie in werking is (Blz. 470)
Het lampje gaat knipperen wanneer het systeem tijdelijk niet
kan worden gebruikt (Blz. 474)
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) open portier/
achterklep
*
3
Geeft aan dat een van de portieren of de achterklep niet geheel
gesloten is
Controleer of alle portieren en de achterklep gesloten zijn.
Waarschuwingslampje laag brandstofniveau
Geeft aan dat de resterende hoeveelheid brandstof ongeveer
6,4 l of minder is
Vul de brandstoftank.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 663 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
664
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Controlelampje (waarschuwingszoemer) bestuurders- en voor-
passagiersgordel
*
4
Waarschuwt de bestuurder en/of voorpassagier dat de veilig-
heidsgordel vastgemaakt dient te worden.
Doe de veiligheidsgordel om.
Als er iemand op de voorpassagiersstoel zit, moet ook de
veiligheidsgordel voor de voorpassagier worden vastge-
maakt, zodat het waarschuwingslampje (de waarschu-
wingszoemer) uitgaat.
Controlelampjes (waarschuwingszoemer) veiligheidsgordel
achterpassagiers
*
5
Waarschuwt de achterpassagiers om de veiligheidsgordel om te
doen
Doe de veiligheidsgordel om.
Centraal waarschuwingslampje
Een zoemer klinkt en het waarschuwingslampje gaat branden en
knippert om aan te geven dat het centrale waarschuwingssys-
teem een storing heeft gesignaleerd.
Blz. 670
(indien aanwezig)
Waarschuwingslampje lage bandenspanning
Als het lampje gaat branden:
Lage bandenspanning, bijvoorbeeld door
Natuurlijke oorzaken (Blz. 667)
Lekke band (Blz. 679, 699)
Breng de banden op de juiste spanning.
Na een paar minuten dooft het lampje. Laat het systeem
nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige indien het lampje niet dooft nadat de
banden op spanning zijn gebracht.
Als het lampje gaat branden nadat het gedurende 1 minuut
geknipperd heeft:
Storing in het bandenspanningswaarschuwingssysteem
(Blz. 668)
Laat het systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 664 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
665
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Brake Override-systeem/wegrijregeling/
Parking Support Brake-functie (weergave symbool)
*
6
Brake Override-systeem
Geeft aan dat het gaspedaal en rempedaal gelijktijdig worden
ingetrapt en het Brake Override-systeem in werking is.
Laat het gaspedaal los en trap het rempedaal in.
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in het Brake Override-
systeem (met waarschuwingszoemer)
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wegrijregeling
Geeft aan dat de schakelstand is gewijzigd en de wegrijregeling
is geactiveerd terwijl het gaspedaal werd ingetrapt. (met waar-
schuwingszoemer)
Laat het gaspedaal even los.
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de wegrijregeling
(met waarschuwingszoemer)
Laat de auto onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Parking Support Brake-functie
Geeft aan dat de Parking Support Brake-functie (indien aanwe-
zig) in werking is (Blz. 470)
Volg de instructie op het multi-informatiedisplay op.
Waarschu-
wingslampje
Waarschuwingslampje/details/handelingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 665 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
666
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Waarschuwingszoemer remsysteem:
Als er zich een probleem voordoet dat de remprestaties nadelig zou kunnen beïn-
vloeden, gaat het waarschuwingslampje branden en klinkt er een waarschuwings-
zoemer.
*
2
: Waarschuwingszoemer lage oliedruk:
Het waarschuwingslampje lage oliedruk wordt weergegeven wanneer het controle-
lampje READY brandt en er klinkt ook onafgebroken een zoemer gedurende maxi-
maal ongeveer 30 seconden.
*
3
: Waarschuwingslampje open portier/achterklep:
De waarschuwingszoemer open portier/achterklep klinkt om aan te geven dat een
of meerdere portieren/de achterklep niet goed gesloten zijn (als de rijsnelheid 5 km/
h of hoger is).
*
4
: Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel bestuurder en voorpassagier:
De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordel herinnert de bestuurder en de
voorpassagier eraan de veiligheidsgordel om te doen. Als de veiligheidsgordel
wordt losgemaakt klinkt de zoemer gedurende een bepaalde tijd met tussenpozen
wanneer de auto een bepaalde snelheid heeft bereikt.
*
5
: Waarschuwingszoemer veiligheidsgordel achterpassagiers:
De waarschuwingszoemer voor de veiligheidsgordel herinnert de achterpassagiers
eraan de veiligheidsgordel om te doen. Als de veiligheidsgordel wordt losgemaakt
klinkt de zoemer gedurende een bepaalde tijd met tussenpozen wanneer de veilig-
heidsgordel is vastgemaakt en losgemaakt en de auto een bepaalde snelheid heeft
bereikt.
*
6
: Dit symbool wordt weergegeven op het multi-informatiedisplay.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 666 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
667
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Detectiesensor voorpassagier, controlelampje veiligheidsgordel en waarschu-
wingszoemer
Als er bagage wordt geplaatst op de passagiersstoel kan de detectiesensor het con-
trolelampje laten knipperen en de waarschuwingszoemer laten klinken, ook al zit er
niemand op de passagiersstoel.
Als er op de stoel een kussen wordt geplaatst, werkt de sensor wellicht niet goed,
waardoor ook het waarschuwingslampje niet goed werkt.
Waarschuwingslampje (waarschuwingszoemer) elektrische stuurbekrachtiging
Als de spanning van de 12V-accu laag is of tijdelijk daalt, kan het waarschuwings-
lampje van de elektrische stuurbekrachtiging gaan branden en kan er een waarschu-
wingszoemer klinken.
Als het motorcontrolelampje tijdens het rijden gaat branden
Bij sommige uitvoeringen gaat het motorcontrolelampje branden als de brandstoftank
geheel leeg gereden is. Vul de brandstoftank onmiddellijk als deze leeg is. Het motor-
controlelampje gaat na enkele ritten weer uit.
Neem zo snel mogelijk contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als het
motorcontrolelampje niet uitgaat.
Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat branden (indien aanwe-
zig)
Controleer het uiterlijk van de band om na te gaan of de band niet lek is.
Als de band lek is: Blz. 679, 699
Als de band niet lek is:
Gebruik de volgende procedure wanneer de banden voldoende zijn afgekoeld.
Controleer de bandenspanning en breng hem op het juiste niveau.
Als het waarschuwingslampje zelfs na enkele minuten niet uitgaat, controleer dan of
de bandenspanning in orde is en voer de initialisatie uit. (Blz. 603)
Het waarschuwingslampje kan weer gaan branden wanneer bovenstaande handelin-
gen zijn uitgevoerd zonder eerst de banden voldoende te laten afkoelen.
Het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat mogelijk branden door een
natuurlijke oorzaak (indien aanwezig)
Het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat mogelijk branden door een
natuurlijke oorzaak, zoals het onvermijdelijke spanningsverlies dat op den duur
optreedt of een veranderde bandenspanning die veroorzaakt wordt door temperatuur-
veranderingen. In dat geval zal het waarschuwingslampje na een paar minuten uit-
gaan als de banden weer op de juiste spanning gebracht zijn.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 667 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
668
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als een wiel wordt vervangen door het reservewiel (auto's met bandenspan-
ningswaarschuwingssysteem)
Auto's met compact reservewiel: Het compacte reservewiel is niet voorzien van een
bandenspanningssensor en -zender. Bij een lekke band zal het waarschuwingslampje
lage bandenspanning niet uitgaan, ook al is het wiel met de lekke band vervangen
door het reservewiel. Vervang het reservewiel door het wiel met de gerepareerde band
en breng de band op de juiste spanning. Het waarschuwingslampje lage bandenspan-
ning zal na een paar minuten uitgaan.
Auto's met volwaardig reservewiel: Ook het volwaardige reservewiel is voorzien van
een bandenspanningssensor en -zender. Als de bandenspanning van het reservewiel
te laag is, zal het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaan branden. Bij een
lekke band zal het waarschuwingslampje lage bandenspanning niet uitgaan, ook al is
het wiel met de lekke band vervangen door het reservewiel. Vervang het reservewiel
door het wiel met de gerepareerde band en breng de band op de juiste spanning. Het
waarschuwingslampje lage bandenspanning zal na een paar minuten uitgaan.
Omstandigheden waaronder het bandenspanningswaarschuwingssysteem
mogelijk niet juist werkt (indien aanwezig)
Blz. 605
Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning regelmatig gaat branden
nadat het gedurende 1 minuut heeft geknipperd (indien aanwezig)
Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning regelmatig gaat branden nadat
het gedurende 1 minuut geknipperd heeft wanneer het contact AAN wordt gezet, laat
het systeem dan controleren door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Waarschuwingszoemer
In sommige gevallen is de zoemer niet hoorbaar door omgevingsgeluiden of geluid
van het audiosysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 668 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
669
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Als het waarschuwingslampje elektrische stuurbekrachtiging gaat branden
Als het lampje geel gaat branden, wordt de stuurbekrachtiging beperkt. Als het
lampje rood gaat branden, werkt de stuurbekrachtiging niet meer en gaat het draaien
van het stuurwiel zeer zwaar. Als het stuurwiel zwaarder werkt dan gebruikelijk, houd
het dan stevig vast en oefen meer kracht uit dan anders.
Als het waarschuwingslampje lage bandenspanning gaat branden (auto's met
bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht. Als u dat niet doet, kunt u de
macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel kan ontstaan.
Zet de auto zo snel mogelijk stil op een veilige plaats. Breng de banden meteen op
spanning.
Auto's met bandenreparatieset: Als, nadat de banden op spanning zijn gebracht,
het waarschuwingslampje lage bandenspanning opnieuw gaat branden, kan dit
erop duiden dat er een band lek is. Controleer de banden. Repareer een lekke
band met de bandenreparatieset.
Auto's met reservewiel: Als, nadat de banden op spanning zijn gebracht, het waar-
schuwingslampje lage bandenspanning opnieuw gaat branden, kan dit erop duiden
dat er een band lek is. Controleer de banden. Vervang het wiel met de lekke band
door het reservewiel en laat de band repareren door de dichtstbijzijnde erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde
en uitgeruste deskundige.
Vermijd plotselinge stuurbewegingen en hard remmen. De banden kunnen bescha-
digd raken, waardoor u de controle over het stuurwiel of de remmen kunt verliezen.
Als u een klapband krijgt of als er plotseling een lek ontstaat (auto's met ban-
denspanningswaarschuwingssysteem)
Het kan zijn dat het bandenspanningswaarschuwingssysteem niet meteen in wer-
king treedt.
OPMERKING
Ervoor zorgen dat het bandenspanningswaarschuwingssysteem goed werkt
(auto's met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Monteer geen banden met verschillende specificaties of van verschillende merken,
anders werkt het bandenspanningswaarschuwingssysteem mogelijk niet goed.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 669 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
670
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als er een waarschuwingsmelding wordt
weergegeven
Centraal waarschuwingslampje
Het centrale waarschuwingslampje
gaat ook branden of knipperen om aan
te geven dat er op dat moment een
melding wordt weergegeven op het
multi-informatiedisplay.
*
Multi-informatiedisplay
Oplossing
Volg de instructies van de melding op
het multi-informatiedisplay op.
Als een van de waarschuwingsmeldingen weer wordt weergegeven na het
uitvoeren van de volgende handelingen, neem dan contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
*: Het centrale waarschuwingslampje gaat mogelijk niet branden of knipperen wan-
neer een waarschuwingsmelding wordt weergegeven.
Het multi-informatiedisplay waarschuwt bij systeemstoringen en
onjuist uitgevoerde handelingen, of geeft meldingen over noodzakelijk
onderhoud weer. Voer de juiste herstelprocedure uit wanneer er een
melding verschijnt.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 670 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
671
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
De waarschuwingslampjes en waarschuwingszoemers werken afhankelijk
van de soort melding. Als de melding aangeeft dat controle door een dealer
noodzakelijk is, laat de auto dan onmiddellijk nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
De werking van de waarschuwingslampjes en waarschuwingszoemers kan
afwijken van de aangegeven werking. Voer in dit geval de correctieprocedure
uit overeenkomstig de weergegeven melding.
*: Een zoemer klinkt voor het eerst en er verschijnt een melding op het multi-informa-
tiedisplay.
Meldingen en waarschuwingen
Waarschu-
wings-
lampje
systeem
Waarschu-
wings-
zoemer
*
Waarschuwing
Gaat
branden
Klinkt
Duidt op een belangrijke situatie, bijvoor-
beeld wanneer een rijsysteem defect is of
wanneer er gevaar ontstaat wanneer de
herstelprocedure niet wordt uitgevoerd
Gaat bran-
den of knip-
peren
Klinkt
Duidt op een belangrijke situatie, bijvoor-
beeld wanneer de systemen die worden
aangegeven op het multi-informatiedisplay
defect zijn.
Knippert Klinkt
Geeft een bepaalde situatie aan, bijvoor-
beeld wanneer er schade aan de auto is, of
wanneer er gevaar bestaat
Gaat
branden
Klinkt niet
Geeft een bepaalde conditie aan, bijvoor-
beeld een storing in de elektronische
onderdelen, de staat van de onderdelen, of
wanneer er onderhoud vereist is
Knippert Klinkt niet
Geeft een bepaalde situatie aan, bijvoor-
beeld wanneer een handeling onjuist is uit-
gevoerd, of hoe een handeling op juiste
wijze moet worden uitgevoerd
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 671 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
672
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingsmeldingen
De hieronder uitgelegde waarschuwingsmeldingen verschillen mogelijk van de werke-
lijke meldingen overeenkomstig de bedrijfscondities en voertuigspecificaties.
Waarschuwingslampjes systeem
Het centrale waarschuwingslampje gaat in de volgende gevallen niet branden of knip-
peren. In plaats daarvan gaat een apart waarschuwingslampje van het systeem bran-
den terwijl er een melding of afbeelding op het multi-informatiedisplay verschijnt.
“Antilock Brake System Malfunction Visit Your Dealer” (Storing in antiblokkeersys-
teem. Ga naar uw dealer):
Het waarschuwingslampje ABS gaat branden. (Blz. 661)
“Braking Power Low Visit Your Dealer” (Lage remkracht. Ga naar uw dealer):
Het waarschuwingslampje van het remsysteem (geel) gaat branden. (Blz. 660)
Geeft aan dat een portier/de achterklep niet geheel is gesloten terwijl de auto stil-
staat:
Het waarschuwingslampje open portier/achterklep gaat branden. (Blz. 663)
Als “Visit Your Dealer” (ga naar uw dealer) wordt weergegeven
Het systeem of onderdeel dat op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven, is
defect.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 672 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
673
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als er een melding over een bediening wordt weergegeven
Als er een melding over de bediening van het gaspedaal of rempedaal wordt weerge-
geven
Er wordt mogelijk een waarschuwingsmelding over de bediening van het rempe-
daal weergegeven terwijl de ondersteunende systemen zoals het PCS (Pre-Crash
Safety-systeem) (indien aanwezig) of het Dynamic Radar Cruise Control-systeem
met volledig snelheidsbereik (indien aanwezig) in werking zijn. Als een waarschu-
wingsmelding wordt weergegeven, decelereer de auto dan of volg de instructie op
het multi-informatiedisplay.
Er wordt een waarschuwingsmelding weergegeven wanneer het Brake Override-
systeem in werking is. (Blz. 293, 677)
Er wordt een waarschuwingsmelding weergegeven wanneer de wegrijregeling of
de Parking Support Brake-functie (indien aanwezig) in werking is (Blz. 294,
470). Volg de instructies op het multi-informatiedisplay.
Als er een melding over de bediening van de startknop wordt weergegeven
Er wordt een instructie voor de bediening van de startknop weergegeven wanneer
een onjuiste procedure voor het starten van het hybridesysteem wordt uitgevoerd of
wanneer de startknop onjuist wordt bediend. Volg de op het multi-informatiedisplay
weergegeven instructies om de startknop nogmaals te bedienen.
Als er een melding over een schakelhandeling wordt weergegeven
Om te voorkomen dat de schakelstand onjuist wordt geselecteerd of dat de auto
onverwachts in beweging komt, kan de schakelstand automatisch worden gewijzigd
(Blz. 327) of is bediening van de selectiehendel mogelijk vereist. Wijzig in dit geval
de schakelstand aan de hand van de instructies op het multi-informatiedisplay.
Als er een melding of afbeelding met betrekking tot een geopend/gesloten onderdeel
of het bijvullen van een vloeistof wordt weergegeven
Controleer het onderdeel dat op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven of
dat door het waarschuwingslampje wordt aangegeven en los het probleem op, bij-
voorbeeld door het geopende portier te sluiten of de vloeistof bij te vullen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 673 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
674
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als “See Owner’s Manual” (Raadpleeg handleiding) wordt weergegeven
Als “Braking Power Low Stop in a Safe Place See Owner’s Manual” (Remvermogen
laag. Breng auto op veilige plaats tot stilstand. Raadpleeg handleiding) wordt weer-
gegeven, duidt dit mogelijk op een storing. Breng de auto onmiddellijk op een veilige
plaats tot stilstand en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Doorrijden met de auto kan gevaarlijk zijn.
Als “Engine Oil Pressure Low” (Lage motoroliedruk) wordt weergegeven, duidt dit
mogelijk op een storing. Breng de auto onmiddellijk op een veilige plaats tot stilstand
en neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als de onderstaande meldingen worden weergegeven, is er mogelijk sprake van een
storing. Laat onmiddellijk de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of her-
steller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskun-
dige.
“Hybrid System Malfunction” (storing hybridesysteem)
“Check Engine” (controleer motor)
“Hybrid Battery System Malfunction” (systeemstoring batterijpakket)
“Accelerator System Malfunction” (systeemstoring gaspedaal)
“Smart Entry & Start System Malfunction See Owners Manual” (storing Smart
entry-systeem met startknop. Raadpleeg handleiding)
Auto's met benzineroetfiltersysteem: Volg de instructies als “Exhaust Filter Full See
Owner’s Manual” (uitlaatgasfiltersysteem vol, zie handleiding) op het multi-informa-
tiedisplay wordt weergegeven. (Blz. 512)
Als “Shift System Not Active Apply Parking Brake Securely While Parking See
Owner’s Manual” (Schakelsysteem niet actief. Activeer parkeerrem goed bij het
parkeren. Zie handleiding) wordt weergegeven
Geeft aan dat de schakelregeling tijdelijk niet werkt of dat er een storing in zit. Laat
onmiddellijk de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer de melding wordt weergegeven, kan het hybridesysteem mogelijk niet wor-
den gestart of kan de schakelstand mogelijk niet normaal worden gewijzigd. (Oplos-
sing: Blz. 678)
Als “Shift System Malfunction Apply Parking Brake Securely While Parking See
Owner’s Manual” (Storing in schakelsysteem. Activeer parkeerrem goed bij het
parkeren. Zie handleiding) wordt weergegeven
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de schakelregeling. Laat onmiddellijk de
auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer de melding wordt weergegeven, kan het hybridesysteem mogelijk niet wor-
den gestart of kan de schakelstand mogelijk niet normaal worden gewijzigd. (Oplos-
sing: Blz. 678)
Als “ Switch Malfunction Apply Parking Brake Securely While Parking See
Owner’s Manual” (Storing in schakelaar stand P. Activeer parkeerrem goed bij
het parkeren. Zie handleiding) wordt weergegeven
De schakelaar stand P werkt mogelijk niet. Laat onmiddellijk de auto nakijken door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Parkeer de auto op een vlakke ondergrond en activeer de parkeerrem goed.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 674 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
675
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als “Shift System Malfunction Shifting Unavailable See Owner’s Manual” (Sto-
ring in schakelsysteem. Schakelen niet mogelijk. Zie handleiding) wordt weerge-
geven
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de schakelregeling. Laat onmiddellijk de
auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het is wellicht niet mogelijk om de selectiehendel vanuit stand P in een andere stand
te zetten.
Als “Shift System Malfunction Stop in a Safe Place See Owner’s Manual” (Storing
in schakelsysteem. Breng auto op veilige plaats tot stilstand. Zie handleiding)
wordt weergegeven
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de schakelregeling. Laat onmiddellijk de
auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het is wellicht niet mogelijk om de selectiehendel in een andere stand te zetten. Breng
de auto op een veilige plaats tot stilstand.
Als “Shift System Malfunction See Owner’s Manual” (Storing in schakelsysteem.
Zie handleiding) wordt weergegeven
Geeft aan dat er een storing aanwezig is in de schakelregeling. Laat onmiddellijk het
systeem nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Mogelijk werkt het systeem niet goed.
Als “Low 12-Volt Battery Apply Parking Brake Securely While Parking See
Owner’s Manual” (12V-accu bijna leeg. Activeer parkeerrem goed bij het parke-
ren. Zie handleiding) wordt weergegeven
Geeft aan dat de 12V-accu onvoldoende geladen is. Laad de 12V-accu op of vervang
hem.
Wanneer de melding wordt weergegeven, kan het hybridesysteem mogelijk niet wor-
den gestart of kan de schakelstand mogelijk niet normaal worden gewijzigd. (Oplos-
sing: Blz. 678)
Na het laden van de 12V-accu wordt de melding mogelijk nog weergegeven totdat de
selectiehendel in een andere stand dan P wordt gezet.
Als “Shifting Unavailable Low 12-Volt Battery See Owner’s Manual” (Schakelen
niet mogelijk. 12V-accu bijna leeg. Zie handleiding) wordt weergegeven
Geeft aan dat de schakelstand niet kan worden gewijzigd doordat de spanning van de
12V-accu is gedaald. Laad de 12V-accu op of vervang hem.
(Oplossing wanneer de 12V-accu is ontladen: Blz. 719)
Als “Hybrid System Overheated. Reduced Output Power.” (Hybridesysteem over-
verhit. Gereduceerd uitgangsvermogen) wordt weergegeven
De melding wordt mogelijk weergegeven tijdens het rijden onder zware omstandighe-
den. (Bijvoorbeeld wanneer u (achteruit) een lange steile helling op rijdt.)
Oplossing: Blz. 725
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 675 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
676
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als “Maintenance required for Traction battery cooling parts See owner’s
manual” (onderhoud vereist voor koelonderdelen tractiebatterij, zie handleiding)
wordt weergegeven
Het filter kan verstopt zitten, de ventilatieopening kan geblokkeerd zijn of er kan een
gat in het kanaal zitten.
Raadpleeg als de ventilatieopening vuil is Blz. 625 voor informatie over het schoon-
maken van de ventilatieopening.
Laat de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de melding wordt
weergegeven en de ventilatieopening niet vuil is.
Als “Traction Battery Needs to be Protected Refrain from the Use of Posi-
tion” (Tractiebatterij moet worden beschermd. Vermijd het gebruik van stand N.)
wordt weergegeven
Deze melding kan worden weergegeven als de selectiehendel in stand N staat.
Zet de selectiehendel in stand P als de auto stilstaat, aangezien het batterijpakket
(tractiebatterij) niet kan worden geladen wanneer de selectiehendel in stand N staat.
Als “Traction battery needs to be protected. Shift into to Restart” (Tractiebat-
terij moet worden beschermd. Zet selectiehendel in stand P om opnieuw te star-
ten.) wordt weergegeven
Deze melding wordt weergegeven wanneer het batterijpakket (tractiebatterij) bijna
leeg is, doordat de auto een bepaalde periode in stand N heeft stilgestaan.
Zet bij het bedienen van de auto de selectiehendel in stand P en herstart het hybride-
systeem.
Als “Shift to Before Exiting Vehicle” (Zet selectiehendel in stand P voordat u
de auto verlaat) wordt weergegeven
De melding wordt weergegeven wanneer het bestuurdersportier wordt geopend terwijl
het contact niet UIT is gezet en de selectiehendel in een andere stand dan P stond.
Zet de selectiehendel in stand P.
Als “Shift is in Release Accelerator Before Shifting” (Selectiehendel staat in
stand N. Laat vóór het schakelen het gaspedaal los) wordt weergegeven
De melding wordt weergegeven wanneer het gaspedaal wordt ingetrapt en de selec-
tiehendel in stand N staat.
Laat het gaspedaal los en zet de selectiehendel in stand D of R.
Als “Depress Brake When Vehicle Is Stopped. Hybrid System may Overheat.”
(Trap rempedaal in wanneer auto stilstaat. Hybridesysteem is mogelijk overver-
hit) wordt weergegeven
De melding wordt mogelijk weergegeven wanneer het gaspedaal wordt ingetrapt om
de auto op een omhoog lopende helling op zijn plaats te houden, enz.
Het hybridesysteem kan oververhit raken. Laat het gaspedaal los en trap het rempe-
daal in.
Als “Shifted to Stop Vehicle to Shift to ” (Stand N is ingeschakeld. Breng
auto tot stilstand om stand P in te schakelen) wordt weergegeven
Als schakelaar stand P tijdens het rijden wordt ingedrukt, wordt de schakelstand in
stand N gewijzigd en wordt de melding weergegeven. (Blz. 327)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 676 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
677
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als “Auto Power OFF to Conserve Battery” (Auto power off-functie ingeschakeld
om batterijpakket te sparen) wordt weergegeven
Het contact is UIT gezet door de Auto power off-functie.
Bedien de volgende keer dat u het hybridesysteem start het hybridesysteem gedu-
rende ongeveer 5 minuten om de 12V-accu op te laden.
Als “Engine Oil Level Low Add or Replace” (Motoroliepeil laag. Bijvullen of ver-
versen) wordt weergegeven
Het motoroliepeil is mogelijk te laag. Controleer het oliepeil en vul indien nodig olie bij.
Deze waarschuwingsmelding verschijnt mogelijk wanneer de auto op een helling stil-
staat. Plaats de auto op een horizontale ondergrond en controleer of de melding ver-
dwijnt.
Als “Accelerator and Brake Pedals Pressed Simultaneously” (gaspedaal en rem-
pedaal gelijktijdig ingetrapt) op het multi-informatiedisplay wordt weergegeven
Het gaspedaal en rempedaal worden gelijktijdig ingetrapt. (Blz. 293)
Laat het gaspedaal los en trap het rempedaal in.
Als er een melding wordt weergegeven dat er een storing in de camera voor aan-
wezig is
*
De onderstaande systemen worden mogelijk tijdelijk uitgeschakeld tot het in de mel-
ding aangegeven probleem is opgelost. (Blz. 365, 660)
PCS (Pre-Crash Safety-systeem)
*
LTA (Lane Tracing Assist)*
AHB (Automatic High Beam)*
RSA (Road Sign Assist)*
Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik*
*
: Indien aanwezig
Als “Radar Cruise Control Unavailable See Owner's Manual” (Dynamic Radar
Cruise Control-systeem niet beschikbaar. Zie handleiding) wordt weergegeven
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik wordt tijdelijk uitge-
schakeld of tot het in de melding aangegeven probleem is opgelost. (Oorzaken en
oplossingen: Blz. 365)
Als “Radar Cruise Control Unavailable” (Dynamic Radar Cruise Control-systeem
niet beschikbaar) wordt weergegeven
De Dynamic Radar Cruise Control met volledig snelheidsbereik kan tijdelijk niet
gebruikt worden. Gebruik het systeem wanneer dit weer beschikbaar is.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 677 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
678
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de schakelstand niet kan worden gewijzigd of als het contact in stand ACC is
gezet, ook al wordt er geprobeerd om het contact UIT te zetten wanneer een
waarschuwingsmelding wordt weergegeven
Als de 12V-accu is ontladen of als de schakelregeling defect is, kan het volgende zich
voordoen.
Het is wellicht niet mogelijk om de selectiehendel in stand P te zetten.
Parkeer de auto op een vlakke ondergrond en activeer de parkeerrem goed.
Mogelijk start het hybridesysteem niet.
Het contact wordt mogelijk in stand ACC gezet, ook al wordt er geprobeerd om het
contact UIT te zetten
In dit geval wordt het contact mogelijk UIT gezet nadat de parkeerrem is geactiveerd.
De functie voor het automatisch selecteren van stand P (Blz. 328) werkt mogelijk
niet.
Druk alvorens het contact UIT te zetten de schakelaar stand P in en controleer of
schakelstand P is ingeschakeld door de schakelstandindicator of het controlelampje
stand P te controleren.
Waarschuwingszoemer
Blz. 668
OPMERKING
Als “Have Traction Battery Inspected” (Laat tractiebatterij nakijken) wordt
weergegeven
Het batterijpakket (tractiebatterij) moet worden nagekeken of vervangen. Laat de
auto onmiddellijk nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Wanneer u door blijft rijden zonder het batterijpakket (tractiebatterij) te laten nakij-
ken, kan het hybridesysteem niet worden gestart.
Raadpleeg onmiddellijk een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als het hybridesys-
teem niet gestart kan worden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 678 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
679
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als uw auto een lekke band heeft (auto's
zonder een reservewiel)
Uw auto is niet uitgerust met een reservewiel, maar wel met een ban-
denreparatieset.
Een lek dat wordt veroorzaakt door een spijker of schroef die door het
loopvlak van de band steekt, kan tijdelijk worden gerepareerd met de
bandenreparatieset. (De set bestaat uit een fles met bandenreparatie-
vloeistof. De bandenreparatievloeistof kan slechts één keer worden
gebruikt voor de tijdelijke reparatie van één band, waarbij de spijker of
schroef in het loopvlak moet blijven zitten.) Laat na de noodreparatie
met de bandenreparatieset de band repareren of vervangen door een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
WAARSCHUWING
Als uw auto een lekke band heeft
Rijd niet door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer mogelijk is en kan
er een ongeval ontstaan.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 679 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
680
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Breng de auto tot stilstand op een veilige plaats en een stevige, vlakke
ondergrond.
Activeer de parkeerrem.
Zet de selectiehendel in stand P.
Schakel het hybridesysteem uit.
Schakel de alarmknipperlichten in.
Controleer de mate waarin de band beschadigd is.
Een band mag alleen met de ban-
denreparatieset worden gerepa-
reerd indien de beschadiging te
wijten is aan perforatie van het
loopvlak door een spijker of
schroef.
Haal de spijker of schroef niet
uit de band. Door het verwijde-
ren ervan kan het gat groter
worden waardoor de band niet
meer tijdelijk gerepareerd kan
worden.
Rijd de auto naar voren tot het gat, voor zover zichtbaar, zich boven aan
de band bevindt om lekkage van bandenreparatievloeistof te voorko-
men.
Een lekke band die niet kan worden gerepareerd met de bandenreparatieset
In de volgende gevallen is reparatie van de band met behulp van de bandenreparatie-
set niet mogelijk. Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/repa-
rateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De band is beschadigd door rijden met onvoldoende spanning
Wanneer de scheurtjes of beschadigingen zich niet in het loopvlak bevinden maar
bijvoorbeeld in de wangen van de band
De band is zichtbaar van de velg afgelopen
Het lek in of de beschadiging van het loopvlak is 4 mm of groter
De velg is beschadigd
Twee of meer banden zijn lek
Wanneer een enkele band door meer dan één scherpe voorwerpen doorboord is
Wanneer de bandenreparatievloeistof over de uiterste houdbaarheidsdatum is
Vóór het repareren van de band
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 680 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
681
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
2WD-uitvoeringen
Plaats van bandenreparatieset en gereedschap
Krikslinger
Krik
(Gebruik van de krik: Blz. 685)
Wielmoersleutel
Bandenreparatieset
Sleepoog
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 681 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
682
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
AWD-uitvoeringen
Sleepoog
Krikslinger
Wielmoersleutel
Krik
(Gebruik van de krik: Blz. 685)
Bandenreparatieset
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 682 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
683
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Onderdelen van de bandenreparatieset
Fles
Sticker
Compressor
Bandenspanningsmeter
Compressorschakelaar
Voedingsstekker
Slang
Ontluchtingsdopje
1
2
3
4
5
6
7
8
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 683 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
684
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Trek de hendel omhoog om de
afdekplaat te openen.
Zet de afdekplaat vast met de tas-
haken. (Blz. 553)
Verwijder de bandenreparatieset.
Als de bagageafdekking is opgeborgen, klap deze dan weg en verwijder de ban-
denreparatieset.
Verwijderen van de bandenreparatieset
1
2
3
2WD-uitvoeringen AWD-uitvoeringen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 684 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
685
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Verwijderen van de krik
Maak de riem los en verwijder de krik.
Opbergen van de krik
Plaats de krik in dezelfde richting als het merkteken naast het opbergvak.
2WD-uitvoeringen AWD-uitvoeringen
2WD-uitvoeringen AWD-uitvoeringen
WAARSCHUWING
Na gebruik van gereedschap en krik
Controleer voor het rijden of het gereedschap en de krik weer goed zijn opgeborgen
en bevestigd. Dit om te voorkomen dat een van deze voorwerpen bij een aanrijding
of bij hard remmen letsel veroorzaakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 685 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
686
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verwijder de reparatieset uit de plastic hoes.
Bevestig de bij de fles meegeleverde stickers op de aangegeven plaatsen.
(Zie stap .)
Verwijder de slang en de voedings-
stekker van de compressor.
Sluit de fles aan op de compressor.
Sluit de fles recht aan op de compres-
sor, zoals aangegeven in de afbeelding
en controleer of de klauwen van de fles
in de gaten vallen.
Reparatiemethode in noodgevallen
1
10
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 686 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
687
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Sluit de slang aan op de fles.
Controleer of de slang goed aange-
sloten is op de fles, zoals aangegeven
in de afbeelding.
Verwijder het ventieldopje van het
wiel met de lekke band.
Trek de slang naar buiten. Verwij-
der het dopje van de slang.
Het ontluchtingsdopje van de slang
wordt nog gebruikt. Berg het dopje
daarom veilig op.
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 687 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
688
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sluit de slang aan op het ventiel.
Draai het uiteinde van de slang zo ver
mogelijk rechtsom.
Zorg ervoor dat de compressor is
uitgeschakeld.
Sluit de voedingsstekker aan op de accessoireaansluiting. (Blz. 558)
Breng de met de bandenreparatie-
set meegeleverde sticker aan op
een plaats die goed te zien is vanaf
de bestuurdersstoel.
7
8
9
Voor Achter
10
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 688 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
689
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Controleer de voorgeschreven bandenspanning.
De bandenspanning wordt aangegeven op de sticker, zoals afgebeeld. (Blz. 745)
Schakel het hybridesysteem in. (Blz. 316)
Zet de compressor aan om de ban-
denreparatievloeistof in te spuiten
en de band met lucht te vullen.
11
Auto's met linkse besturing Auto's met rechtse besturing
12
13
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 689 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
690
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Vul de band tot de voorgeschreven bandenspanning bereikt is.
De bandenreparatievloeistof
wordt ingespoten en de druk
loopt op tot 300 kPa (3,0 kg/cm
2
of bar, 44 psi) of 400 kPa (4,0 kg/
cm
2
of bar, 58 psi) en neemt ver-
volgens weer af.
De bandenspanningsmeter
geeft ongeveer 1 tot 5 minuten
nadat de schakelaar in stand
ON is gezet de werkelijke ban-
denspanning aan.
Zet de compressor uit en controleer
de bandenspanning.
Zorg dat de band niet te hard wordt
opgepompt en vul de band met
lucht tot de voorgeschreven ban-
denspanning is bereikt.
De band kan gedurende ongeveer 5 tot 20 minuten worden opgepompt (afhan-
kelijk van de buitentemperatuur). Als de bandenspanning na 25 minuten nog
steeds lager is dan voorgeschreven, is de band te veel beschadigd om nog
gerepareerd te worden. Schakel de compressor uit en neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Laat wat lucht ontsnappen wanneer de bandenspanning de voorgeschreven
waarde overschrijdt. (Blz. 693, 745)
Haal, terwijl de compressor is uitgeschakeld, de voedingsstekker uit de
accessoireaansluiting en neem daarna de slang los van het ventiel.
Mogelijk ontsnapt er bij het verwijderen van de slang wat bandenreparatievloeistof.
Plaats het ventieldopje op het ventiel van het gerepareerde wiel.
Plaats het ontluchtingsdopje op het
uiteinde van de slang.
Als het ontluchtingsdopje niet wordt
geplaatst, ontsnapt er mogelijk ban-
denreparatievloeistof en kan de auto
vuil worden.
14
1
2
15
16
17
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 690 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
691
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Berg de fles, terwijl deze aan de compressor is bevestigd, tijdelijk op in de
bagageruimte.
Rijd, om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig over de band te verdelen,
meteen ongeveer 5 km met een snelheid van maximaal 80 km/h.
Breng de auto tot stilstand op een
veilige plaats met een stevige,
vlakke ondergrond en sluit de repa-
ratieset weer aan.
Verwijder het dopje van de slang voor-
dat u de slang weer aansluit.
Schakel de compressor in, wacht een paar seconden en schakel deze dan
weer uit. Controleer de bandenspanning.
Als de bandenspanning lager is
dan 130 kPa (1,3 kg/cm
2
of bar,
19 psi): Het gat kan niet worden
gerepareerd. Neem contact op
met een erkende Toyota-dealer
of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskun-
dige.
Als de bandenspanning 130 kPa
(1,3 kg/cm
2
of bar, 19 psi) of
hoger is, maar lager dan de
voorgeschreven spanning: Ga
naar stap .
Als de bandenspanning juist is: (Blz. 745): Ga naar stap .
Zet de compressor aan om de band op de voorgeschreven spanning te
brengen. Rijd ongeveer 5 km en ga dan verder met stap .
18
19
20
21
1
2
22
3
23
22
20
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 691 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
692
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Plaats het ontluchtingsdopje op het
uiteinde van de slang.
Als het ontluchtingsdopje niet wordt
geplaatst, ontsnapt er mogelijk ban-
denreparatievloeistof en kan de auto
vuil worden.
Berg de fles, terwijl deze aan de compressor is bevestigd, op in de baga-
geruimte.
Voorkom plotseling remmen, plotseling accelereren en scherpe bochten.
Rijd voorzichtig met een snelheid van maximaal 80 km/h naar de dichtstbij-
zijnde erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige die zich binnen een
afstand van 100 km bevindt voor het repareren of vervangen van de band.
Neem voor de reparatie van een band of afvoer van de bandenreparatieset contact
op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Laat wanneer u de band laat repareren of vervangen, de erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige weten dat er bandenreparatievloeistof is ingespoten.
23
24
25
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 692 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
693
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als de band te hard wordt opgepompt
Neem de slang los van het ventiel.
Neem de slang los van het ventiel, verwijder het dopje van de slang en sluit dan de
slang weer aan.
Zet de compressor aan, wacht enkele seconden en zet de compressor weer uit.
Controleer of de bandenspanningsmeter de voorgeschreven spanning aangeeft.
(Blz. 745)
Zet de compressor weer aan als de spanning onder de voorgeschreven waarde ligt
en vul de band tot de juiste spanning is bereikt.
Het ventiel van een gerepareerde band
Nadat de band met de bandenreparatieset is gerepareerd, moet het ventiel bij een
definitieve reparatie worden vervangen.
Nadat een band is gerepareerd met de bandenreparatieset (auto's met banden-
spanningswaarschuwingssysteem)
Vervang de bandenspanningssensor en -zender.
Zelfs als de bandenspanning op het voorgeschreven niveau ligt, gaat mogelijk het
waarschuwingslampje lage bandenspanning branden/knipperen.
Aanwijzing voor het controleren van de bandenreparatieset
Controleer regelmatig de uiterste houdbaarheidsdatum van de bandenreparatievloei-
stof.
De uiterste houdbaarheidsdatum staat vermeld op de fles. Gebruik de bandenrepara-
tievloeistof niet wanneer de uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken. Anders wor-
den reparaties met de bandenreparatieset mogelijk niet goed uitgevoerd.
Plaats het dopje op het uiteinde van de
slang en duw het uitstekende gedeelte van
het dopje in het ventiel van de band om wat
lucht te laten ontsnappen.
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 693 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
694
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bandenreparatieset
De bandenreparatieset is bedoeld om de autoband met lucht te vullen.
De bandenreparatievloeistof is beperkt houdbaar. De uiterste houdbaarheidsdatum
staat vermeld op de fles. De bandenreparatievloeistof dient voor de uiterste houd-
baarheidsdatum te worden vervangen. Neem voor vervanging contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
De vloeistof in de bandenreparatieset kan slechts eenmalig worden gebruikt om een
enkele band tijdelijk te repareren. Als de bandenreparatievloeistof in de fles en
andere delen van de set zijn gebruikt en moeten worden vervangen, neem dan con-
tact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De compressor kan meerdere keren worden gebruikt.
De bandenreparatievloeistof kan worden gebruikt bij een buitentemperatuur van
-40°C tot 60°C.
De bandenreparatieset is exclusief bestemd voor de originele banden die op uw auto
zijn gemonteerd. Gebruik de set niet voor banden met een afwijkende maat of voor
andere doeleinden.
Als de bandenreparatievloeistof op uw kleren komt, kan deze vlekken veroorzaken.
Eventueel gemorste bandenreparatievloeistof moet direct van het wiel of de carros-
serie worden verwijderd. Veeg het oppervlak onmiddellijk af met een vochtige doek.
Tijdens de werking van de reparatieset wordt veel lawaai geproduceerd. Dit is nor-
maal en duidt niet op een storing.
Niet gebruiken om de bandenspanning te controleren of op de voorgeschreven
waarde te brengen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 694 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
695
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Rijd niet door als de auto een lekke band heeft
Rijd niet door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer mogelijk is.
Door het rijden met een lekke band kan er op de wang rondom een groef ontstaan.
In zo'n geval kan de band bij het gebruik van een reparatieset exploderen.
Wees voorzichtig tijdens het rijden
Berg de reparatieset op in de bagageruimte.
Anders kunt u in geval van een ongeval of plotseling remmen letsel oplopen.
De reparatieset is speciaal ontworpen voor uw auto.
Gebruik de set niet voor andere auto's. Als u dat wel doet, kan dat leiden tot een
ongeval met ernstig letsel tot gevolg.
Gebruik de set niet voor banden met een afwijkende maat of voor andere doelein-
den. Als de banden niet volledig zijn gerepareerd, kan dit leiden tot een ongeval
met ernstig letsel tot gevolg.
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de bandenreparatievloeistof
Het inslikken van bandenreparatievloeistof is schadelijk voor uw gezondheid. Drink
zo veel mogelijk water en raadpleeg direct een huisarts wanneer u bandenrepara-
tievloeistof hebt ingeslikt.
Spoel direct met water wanneer bandenreparatievloeistof in uw ogen of op uw huid
is terechtgekomen. Raadpleeg een huisarts als u zich niet lekker blijft voelen.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 695 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
696
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Bij het repareren van een lekke band
Parkeer de auto op een veilige plaats en een vlakke ondergrond.
Raak de wielen of het gedeelte rond de remmen direct nadat met de auto is gere-
den niet aan.
Nadat met de auto is gereden, zijn de wielen en het gedeelte rond de remmen
mogelijk zeer heet. Wanneer u deze delen met uw handen, voeten of andere
lichaamsdelen aanraakt, kan dit leiden tot brandwonden.
Sluit de slang stevig aan op het ventiel terwijl het wiel aan de auto bevestigd is. Als
de slang niet goed op het ventiel is aangesloten, kan er lekkage van lucht optreden
waarbij bandenreparatievloeistof naar buiten spuit.
Als de slang tijdens het vullen loskomt van het ventiel, is het mogelijk dat de slang
abrupte bewegingen maakt vanwege de luchtdruk.
Nadat de band gevuld is, kunnen er spetters bandenreparatievloeistof naar buiten
komen als de slang wordt losgemaakt of wanneer u lucht uit de band laat ontsnap-
pen.
Volg voor het repareren van de band de volgende procedure. Als u de procedures
niet volgt, kan de bandenreparatievloeistof naar buiten spuiten.
Bewaar afstand tot de band wanneer deze gerepareerd wordt, omdat de band kan
klappen. Zet de schakelaar van de compressor direct uit als u ziet dat de band
scheurtjes vertoont of vervormt.
De reparatieset kan oververhit raken als deze langere tijd achter elkaar wordt
gebruikt. Gebruik de reparatieset niet langer dan 40 minuten achter elkaar.
Delen van de reparatieset worden tijdens het gebruik heet. Behandel de reparatie-
set voor en na gebruik voorzichtig. Raak het metalen deel rond de verbinding tus-
sen de fles en de compressor niet aan. Dit is namelijk zeer heet.
Plak de waarschuwingssticker voor de rijsnelheid alleen op de aangegeven plaats.
Als de sticker wordt aangebracht op een plaats waar zich een airbag bevindt, zoals
op het stuurwielkussen, werkt de airbag mogelijk niet goed meer.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 696 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
697
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Rijden om de bandenreparatievloeistof gelijkmatig te verdelen
Neem om de kans op ongevallen te beperken de volgende voorzorgsmaatregelen in
acht.
Als u dat niet doet kunt u de macht over het stuur verliezen, waardoor ernstig letsel
kan ontstaan.
Rijd langzaam en voorzichtig. Wees extra voorzichtig bij het maken van bochten.
Breng de auto tot stilstand wanneer de auto niet rechtuit wil rijden of als u voelt dat
er aan het stuurwiel wordt getrokken en controleer het volgende.
Toestand van de band. De band kan van de velg zijn afgelopen.
Bandenspanning. Als de bandenspanning 130 kPa (1,3 kg/cm
2
of bar, 19 psi) of
lager is, is de band mogelijk ernstig beschadigd.
OPMERKING
Een noodreparatie uitvoeren
Een band mag alleen met de bandenreparatieset worden gerepareerd indien de
beschadiging is veroorzaakt door perforatie van het loopvlak door een scherp voor-
werp, zoals een spijker of een schroef.
Verwijder de spijker of de schroef niet uit de band. Door het verwijderen van de
spijker of de schroef kan het gat groter worden waardoor de band niet meer tijdelijk
gerepareerd kan worden.
De reparatieset is niet waterbestendig. Zorg dat de bandenreparatieset niet in aan-
raking komt met water, bijvoorbeeld bij gebruik tijdens regen.
Zet de bandenreparatieset niet op een stoffige ondergrond, zoals in het zand of in
de berm. Als de reparatieset stof e.d. opzuigt, kunnen er storingen optreden.
Zorg ervoor dat de fles met bandenreparatievloeistof zich in verticale positie
bevindt. De reparatieset werkt niet goed als hij gekanteld is.
Voorzorgsmaatregelen voor de bandenreparatieset
De reparatieset heeft als voeding 12V-gelijkstroom nodig. Sluit de reparatieset niet
aan op andere voedingsbronnen.
Als er brandstofdruppels op de reparatieset terechtkomen, kan de set beschadigd
raken. Zorg dat de set niet met brandstof in aanraking kan komen.
Berg de reparatieset op, zodat de set beschermd is tegen vuil en vocht.
Berg de reparatieset op in de bagageruimte, buiten bereik van kinderen.
Demonteer de reparatieset niet en breng geen wijzigingen aan. Stel onderdelen als
de bandenspanningsmeter niet bloot aan schokken. Hierdoor kunnen storingen
optreden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 697 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
698
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Voorkomen van schade aan de bandenspanningssensoren en -zenders (auto's
met bandenspanningswaarschuwingssysteem)
Als een band is gerepareerd met bandenreparatievloeistof, werken de bandenspan-
ningssensor en -zender mogelijk niet goed. Neem wanneer bandenreparatievloeistof
is gebruikt zo snel mogelijk contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Vervang na het gebruik van bandenreparatievloeistof de bandenspanningssensor en
-zender wanneer de band wordt gerepareerd of vervangen. (Blz. 602)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 698 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
699
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als uw auto een lekke band heeft (auto's
met een reservewiel)
Breng de auto tot stilstand op een veilige plaats en een stevige, vlakke
ondergrond.
Activeer de parkeerrem.
Zet de selectiehendel in stand P.
Schakel het hybridesysteem uit.
Schakel de alarmknipperlichten in. (Blz. 648)
Uw auto is voorzien van een reservewiel. De lekke band kan worden
vervangen door het reservewiel.
Meer informatie over banden: Blz. 600
WAARSCHUWING
Als uw auto een lekke band heeft
Rijd niet door met een lekke band.
Zelfs als er over een korte afstand met een lekke band wordt doorgereden, kunnen
band en velg zodanig beschadigd worden dat reparatie niet meer mogelijk is en kan
er een ongeval ontstaan.
Voor het opkrikken van de auto
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 699 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
700
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Auto's met een compact reservewiel
Plaats van reservewiel, krik en gereedschap
Wielmoersleutel
Krikslinger
Sleepoog
Krik
Reservewiel
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 700 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
701
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Auto's met een volwaardig reservewiel
Krikslinger
Wielmoersleutel
Reservewiel
Sleepoog
Krik
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 701 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
702
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Gebruik van de krik
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Onjuist gebruik van de krik kan ertoe leiden dat de auto van de krik valt, wat tot ern-
stig letsel kan leiden.
Gebruik voor het verwisselen van een lekke band uitsluitend de met de auto mee-
geleverde krik.
Gebruik de krik niet voor het verwisselen van wielen van andere auto's en gebruik
ook geen krik van een andere auto.
Krik de auto niet op als er nog iemand in de auto aanwezig is.
Gebruik de krik uitsluitend voor het verwisselen van een wiel of de montage en het
verwijderen van sneeuwkettingen.
Zorg ervoor dat er zich geen lichaamsdelen bevinden onder een auto die alleen
door een krik wordt ondersteund.
Start het hybridesysteem niet en ga niet met de auto rijden als deze door de krik
wordt ondersteund.
Plaats niets op of onder de krik als de auto wordt opgekrikt.
Krik de auto niet verder op dan voor het verwisselen van het wiel noodzakelijk is.
Plaats de auto op bokken als u onder de auto moet zijn.
Zorg wanneer u de auto laat zakken dat er niemand onder komt. Breng mensen in
de buurt op de hoogte van het laten zakken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 702 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
703
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Trek de hendel omhoog om de
afdekplaat te openen.
Zet de afdekplaat vast met de tas-
haken. (Blz. 553)
Maak de riem los en verwijder de
krik.
Verwijderen van de krik
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 703 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
704
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Open de afdekplaat en zet hem vast. (Blz. 703)
Verwijder de inzetbak.
Auto's met een compact reservewiel: Als de bagageafdekking is opgeborgen
(Blz. 556) verwijder dan zowel de inzetbak als de bagageafdekking.
Draai de bevestiging van het reser-
vewiel los.
Verwijderen van het reservewiel
1
2
Auto's met een compact reserve-
wiel
Auto's met een volwaardig reser-
vewiel
3
WAARSCHUWING
Bij het opbergen van het reservewiel
Zorg ervoor dat er geen vingers of andere lichaamsdelen tussen het reservewiel en
de carrosserie bekneld raken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 704 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
705
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Plaats wielblokken.
Auto's met 195/65R15 banden:
Verwijder de wieldop met een sleu-
tel.
Omwikkel het uiteinde van de sleutel
met een doek om schade te voorko-
men.
Draai de wielmoeren iets los (één
slag).
Vervangen van een wiel met een lekke band
1
Lekke band Positie wielblok
Voor
Links Achter het rechter achterwiel
Rechts Achter het linker achterwiel
Achter
Links Voor het rechter voorwiel
Rechts Voor het linker voorwiel
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 705 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
706
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Draai het krikgedeelte met de
hand aan totdat de uitsparing in de
kop van de krik in contact komt met
het kriksteunpunt.
Monteer de krikslinger en de wiel-
moersleutel zoals aangegeven in
de afbeelding.
Draai de krik vervolgens verder
omhoog totdat het wiel vrij van de
grond is.
Verwijder alle wielmoeren en het
wiel.
Leg het wiel met de buitenzijde
omhoog op de grond, om krassen op
de velg te voorkomen.
Kriksteunpunt
4
A
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 706 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
707
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Vervangen van een wiel met een lekke band
Raak de wielen of het gedeelte rond de remmen niet aan direct nadat met de auto
is gereden.
Nadat met de auto is gereden, zijn de wielen en het gedeelte rond de remmen
mogelijk zeer heet. Wanneer u deze delen tijdens het verwisselen van een wiel,
enz. met uw handen, voeten of andere lichaamsdelen aanraakt, kan dit leiden tot
brandwonden.
Het niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregelen kan ertoe leiden dat de wiel-
moeren losraken, waardoor het wiel van de auto af kan lopen, wat kan leiden tot
ernstig letsel.
Laat na het verwisselen van een wiel de wielmoeren zo snel mogelijk met een
momentsleutel vastdraaien met 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf).
Gebruik bij het aanbrengen van een wiel uitsluitend wielmoeren die speciaal zijn
ontworpen voor het desbetreffende wiel.
Bij gescheurde of vervormde bouten, schroefdraad van moeren of boutgaten
van het wiel, dient de auto te worden gecontroleerd door een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Plaats de wielmoeren met de schuine kant naar het wiel toe.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 707 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
708
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verwijder eventueel aanwezige
verontreinigingen van het contact-
vlak van de velg.
Als er verontreinigingen op het contact-
vlak aanwezig zijn, kunnen tijdens het
rijden de wielmoeren los lopen, waar-
door het wiel los kan raken.
Plaats het reservewiel en draai de wielmoeren met de hand allemaal onge-
veer even ver op de wielbout.
Draai bij het vervangen van een
wiel met een lichtmetalen velg door
een wiel met een stalen velg (incl.
een compact reservewiel) de wiel-
moeren verder tot het tapse
gedeelte aan ligt tegen de velg.
Draai bij het vervangen van een
wiel met lichtmetalen velg door een
wiel met een lichtmetalen velg de
wielmoeren tot de sluitringen con-
tact maken met de velg.
Plaatsen van het reservewiel
1
2
Taps gedeelte
Velg
Sproeiers
Velg
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 708 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
709
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Laat de auto zakken.
Draai iedere moer twee of drie keer
aan in de volgorde die in de afbeel-
ding is aangeven.
Aanhaalmoment:
103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Auto's met 195/65R15 banden:
plaats de wieldop wanneer u een
origineel wiel terugplaatst of een
volwaardig reservewiel plaatst.
*
Breng de uitsparing in de wieldop in lijn
met het ventieldopje zoals aange-
geven.
*: De wieldop kan niet worden gemon-
teerd op het compacte reservewiel.
Berg het wiel met de lekke band, de krik en het gereedschap op.
3
4
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 709 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
710
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het compacte reservewiel (indien aanwezig)
Op de band van het compacte reservewiel staat aan de zijkant de aanduiding TEM-
PORARY USE ONLY (alleen voor tijdelijk gebruik).
Gebruik het compacte reservewiel alleen tijdelijk en alleen in noodgevallen.
Controleer de bandenspanning van het compacte reservewiel. (Blz. 745)
Bij gebruik van het compacte reservewiel (auto's met bandenspanningswaar-
schuwingssysteem)
Het compacte reservewiel is niet voorzien van een bandenspanningssensor en -zen-
der, waardoor een te lage bandenspanning hiervan niet wordt aangegeven door het
bandenspanningswaarschuwingssysteem. Verder zal, als u het compacte reservewiel
monteert nadat het waarschuwingslampje voor een lage bandenspanning is gaan
branden, dit lampje blijven branden.
Gebruik van het compacte reservewiel (indien aanwezig)
De auto ligt lager op de weg als het compacte reservewiel is gemonteerd dan wanneer
er gereden wordt met de standaardbanden.
Als uw auto een lekke voorband krijgt op een weg die bedekt is met sneeuw of ijs
(auto's met een compact reservewiel)
Vervang een van de achterwielen van de auto door het compacte reservewiel. Voer
onderstaande stappen uit en monteer sneeuwkettingen op de voorwielen:
Vervang het wiel links of rechts achter door het compacte reservewiel.
Vervang het wiel met de lekke voorband door het wiel dat van de achterzijde afkom-
stig is.
Monteer sneeuwkettingen op de voorwielen.
Kriksteunpunt
Opbergen van de krik
Het merkteken dat het kriksteunpunt aangeeft,
is aan de onderzijde van de auto ingeslagen.
Plaats de krik in dezelfde richting als het merk-
teken naast het opbergvak.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 710 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
711
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Verklaring voor de krik
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 711 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
712
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
WAARSCHUWING
Gebruik van het compacte reservewiel (indien aanwezig)
Houd er rekening mee dat het compacte reservewiel speciaal ontworpen is voor
gebruik onder uw auto. Gebruik uw reservewiel daarom niet onder een andere
auto.
Monteer niet gelijktijdig meer dan één compact reservewiel onder uw auto.
Vervang het reservewiel zo snel mogelijk door een wiel met een standaardband.
Vermijd plotseling accelereren, abrupte stuuracties, plotseling remmen en schakel-
handelingen die een plotselinge motorremwerking veroorzaken.
Gebruik van het compacte reservewiel (indien aanwezig)
Het kan voorkomen dat de rijsnelheid niet goed wordt weergegeven en dat de vol-
gende systemen niet goed werken:
Bovendien kan het onderstaande systeem niet volledig worden gebruikt, maar wor-
den mogelijk ook de onderdelen van de aandrijflijn negatief beïnvloed:
E-Four (elektrische vierwielaandrijving)
*
*
: Indien aanwezig
Snelheidsbeperking bij gebruik van het compacte reservewiel (indien aanwe-
zig)
Rijd niet harder dan 80 km/h als er een compact reservewiel onder de auto is
gemonteerd.
Het compacte reservewiel is niet ontworpen voor gebruik bij hoge snelheden. Het
niet opvolgen van deze voorzorgsmaatregel kan leiden tot een ongeval en ernstig
letsel.
Na gebruik van gereedschap en krik
Controleer voor het rijden of het gereedschap en de krik weer goed zijn opgeborgen
en bevestigd. Dit om te voorkomen dat een van deze voorwerpen bij een aanrijding
of bij hard remmen letsel veroorzaakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 712 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
713
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
OPMERKING
Rijd voorzichtig over oneffenheden in het wegdek heen als het compacte reser-
vewiel onder de auto gemonteerd is. (indien aanwezig)
De auto ligt lager op de weg als het compacte reservewiel is gemonteerd dan wan-
neer er gereden wordt met de standaardbanden. Wees voorzichtig bij het rijden over
slechte wegen.
Rijden met sneeuwkettingen en het compacte reservewiel (indien aanwezig)
Monteer geen sneeuwketting op het compacte reservewiel.
De sneeuwketting kan de carrosserie beschadigen en het rijgedrag in negatieve zin
beïnvloeden.
Bij het vervangen van banden (auto's met bandenspanningswaarschuwings-
systeem)
Neem voor het verwijderen en plaatsen van wielen, banden of bandenspanningssen-
soren en -zenders contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige, omdat de
bandenspanningssensoren en -zenders beschadigd kunnen raken als er niet voor-
zichtig mee wordt omgegaan.
Omgaan met de decoratieve kunststofdelen (auto's met 17 inch wielen)
Blz. 572
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 713 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
714
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als het hybridesysteem niet kan worden
gestart
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
De elektronische sleutel werkt mogelijk niet goed.
* (Blz. 716)
Er is mogelijk onvoldoende brandstof aanwezig in de tank.
Vul de brandstoftank. (Blz. 84)
Er is mogelijk een storing aanwezig in de startblokkering.
* (Blz. 89)
Er is mogelijk een storing aanwezig in de schakelregeling.
*
(Blz. 319, 678)
Het hybridesysteem van de motor is mogelijk defect als gevolg van een
elektrische storing, zoals een ontladen batterij van de elektronische sleutel
of een defecte zekering. Er bestaat echter, afhankelijk van het soort sto-
ring, een noodmaatregel om het hybridesysteem te starten. (Blz. 715)
*: Het is wellicht niet mogelijk om de selectiehendel in een andere stand dan P te zet-
ten.
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
De 12V-accu is mogelijk te ver ontladen. (Blz. 719)
De accuklemmen zitten mogelijk los of zijn gecorrodeerd.
(Blz. 593)
Het niet starten van het hybridesysteem kan verschillende oorzaken
hebben. Raadpleeg het volgende overzicht en onderneem de bijpas-
sende acties:
Het hybridesysteem kan niet worden gestart, ook al is de startproce-
dure correct uitgevoerd. (Blz. 316)
De interieurverlichting en de koplampen gaan zwakker branden of de
claxon maakt geen of weinig geluid.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 714 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
715
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Een van de onderstaande punten kan het probleem veroorzaken:
De 12V-accu is mogelijk te ver ontladen. (Blz. 719)
Een of beide klemmen van de 12V-accu kunnen loszitten.
(Blz. 593)
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als het probleem
niet verholpen kan worden of als de reparatieprocedure niet bekend is.
Wanneer het hybridesysteem niet start maar de startknop normaal werkt, kan
het systeem aan de hand van de volgende stappen voorlopig worden gestart.
Gebruik deze startprocedure alleen in noodgevallen.
Activeer de parkeerrem.
Zet het contact in stand ACC.
Houd de startknop gedurende 15 seconden ingedrukt terwijl het rempe-
daal stevig wordt ingetrapt.
Ook als het hybridesysteem met behulp van deze stappen kan worden
gestart, kan er een storing in het systeem aanwezig zijn. Laat de auto nakij-
ken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere
naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De interieurverlichting en de koplampen gaan niet branden of de claxon
maakt geen geluid.
Noodstartfunctie
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 715 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
716
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de elektronische sleutel niet goed
werkt
Gebruik de mechanische sleutel (Blz. 183) om de volgende handelingen uit
te voeren:
Vergrendelen van alle portieren
Sluiten van ruiten en schuifdak
*
1
(draaien en vasthouden)*
2
Ontgrendelen van alle portieren
Openen van ruiten en schuifdak
*
1
(draaien en vasthouden)*
2
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: Deze instelling moet aan de persoon-
lijke voorkeur worden aangepast door
een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige. (Blz. 750)
Als de communicatie tussen de elektronische sleutel en de auto is verbro-
ken (Blz. 200) of de elektronische sleutel niet kan worden gebruikt
omdat de batterij leeg is, werken het Smart entry-systeem met startknop
en de afstandsbediening niet. In dergelijke gevallen kunnen de portieren
en de achterklep worden geopend of kan het hybridesysteem worden
gestart volgens onderstaande procedure.
Vergrendelen en ontgrendelen van de portieren
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 716 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
717
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Trap het rempedaal in.
Houd de zijde van de elektronische
sleutel met het Toyota-logo tegen
de startknop.
Wanneer de elektronische sleutel
wordt gedetecteerd, klinkt er een zoe-
mer en wordt het contact AAN gezet.
Wanneer het Smart entry-systeem met
startknop is uitgeschakeld via de per-
soonlijke voorkeursinstellingen, wordt
het contact in stand ACC gezet.
Trap het rempedaal stevig in en
controleer of op het multi-
informatiedisplay wordt weergege-
ven.
Druk op de startknop.
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als het
hybridesysteem nog steeds niet kan worden bediend.
Starten van het hybridesysteem
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 717 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
718
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Uitschakelen van het hybridesysteem
Activeer de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand P en druk op de startknop
zoals u normaal doet bij het uitschakelen van het hybridesysteem.
Vervangen van de sleutelbatterij
Omdat deze procedure een noodmaatregel is, wordt geadviseerd de batterij van de
elektronische sleutel zo snel mogelijk te laten vervangen als deze ontladen is.
(Blz. 634)
Alarm (indien aanwezig)
Het alarmsysteem wordt niet ingeschakeld als de mechanische sleutel wordt gebruikt
om de portieren te vergrendelen.
Het alarm kan worden geactiveerd als een portier met de mechanische sleutel wordt
ontgrendeld terwijl het alarmsysteem is ingeschakeld. (Blz. 101)
Wijzigen van de standen van het contact
Laat het rempedaal los en druk tijdens stap hierboven op de startknop. Het hybride-
systeem wordt niet ingeschakeld en de stand verandert iedere keer dat de knop wordt
ingedrukt. (Blz. 318)
Als de elektronische sleutel niet goed werkt
Controleer of het Smart entry-systeem met startknop niet is uitgeschakeld via de per-
soonlijke voorkeursinstellingen. Is de functie uitgeschakeld, schakel hem dan in.
(Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen: Blz. 750)
Controleer of de energiebespaarmodus is ingeschakeld. Is de functie ingeschakeld,
schakel hem dan uit. (Blz. 199)
WAARSCHUWING
Bij het gebruik van de mechanische sleutel en het bedienen van de elektrisch
bedienbare ruiten of het schuifdak (indien aanwezig)
Bedien de elektrisch bedienbare ruit of het schuifdak nadat u hebt gecontroleerd of
er geen risico is dat een passagier met een lichaamsdeel bekneld kan raken tussen
de ruit of het schuifdak.
Laat tevens de mechanische sleutel niet bedienen door kinderen. Het kan gebeuren
dat een lichaamsdeel van een kind of een andere passagier klem komt te zitten tus-
sen de elektrisch bedienbare ruit of het schuifdak.
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 718 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
719
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als de 12V-accu is ontladen
Als u de beschikking hebt over een set startkabels en een tweede voertuig
met een 12V-accu, kunt u uw auto starten met behulp van de onderstaande
hulpstartprocedure.
Auto's met een alarm (Blz. 101):
Controleer of u de elektronische
sleutel bij u hebt.
Als u de startkabels aansluit, kan het
alarm afgaan of kunnen de portieren
worden vergrendeld, afhankelijk van de
situatie. (Blz. 103)
Open de motorkap. (Blz. 583)
Verwijder de motorafdekplaat.
Trek beide uiteinden van de motoraf-
dekplaat omhoog.
Als de 12V-accu van de auto ontladen is, kan het hybridesysteem met
behulp van de onderstaande procedures worden gestart.
U kunt contact ook opnemen met een erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
1
2
3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 719 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
720
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sluit de startkabels als volgt aan:
Sluit de positieve startkabel aan op de positieve accupool (+) van uw
auto.
Sluit de andere zijde van de positieve startkabel aan op de positieve
accupool (+) van de tweede auto.
Sluit de negatieve startkabel aan op de negatieve accupool (-) van de
tweede auto.
Sluit de klem aan de andere zijde van de negatieve kabel aan op een
stevig, stilstaand, niet gelakt metalen deel van uw auto, uit de buurt van
de 12V-accu, zoals aangegeven in de afbeelding.
Start de motor van de tweede auto. Verhoog het motortoerental iets en laat
de motor gedurende ongeveer 5 minuten met het verhoogde toerental
draaien om de 12V-accu van uw auto op te laden.
Laat de motor van de tweede auto met een iets verhoogd toerental draaien
en start het hybridesysteem van uw auto door het contact AAN te zetten.
Controleer of het controlelampje READY gaat branden. Neem als het con-
trolelampje niet gaat branden contact op met een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
4
1
2
3
4
3
2
4
1
5
6
7
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 720 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
721
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Verwijder de startkabels als het hybridesysteem gestart is in exact de
omgekeerde volgorde van aansluiten.
Breng de motorafdekplaat in omgekeerde volgorde aan. Controleer na het
aanbrengen of de borgpennen correct zijn gemonteerd.
Laat, nadat het hybridesysteem is gestart, de auto zo snel mogelijk nakijken
door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Bij het openen van het kapje van de pluspool (+) van de accu
Blz. 595
Starten van het hybridesysteem wanneer de 12V-accu ontladen is
Het hybridesysteem kan niet worden gestart door de auto aan te duwen.
Voorkomen van ontlading van de 12V-accu
Zet de koplampen en het audiosysteem uit als het hybridesysteem is uitgeschakeld.
Schakel niet-noodzakelijke elektrische verbruikers uit als er gedurende langere tijd
met lage snelheden gereden wordt, bijvoorbeeld in een file.
Als de 12V-accu verwijderd of ontladen is
De in de ECU opgeslagen informatie wordt gewist. Laat wanneer de 12V-accu volle-
dig is ontladen de auto nakijken door een erkende Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Sommige systemen moeten mogelijk worden geïnitialiseerd. (Blz. 759)
Bij het losnemen van de 12V-accuklemmen
Wanneer de 12V-accuklemmen worden losgenomen, wordt de in de ECU opgeslagen
informatie gewist. Neem voordat u de 12V-accuklemmen losneemt contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalifi-
ceerde en uitgeruste deskundige.
Opladen van de 12V-accu
De 12V-accu zal geleidelijk aan ontladen, zelfs wanneer de auto niet in gebruik is. Dit
wordt veroorzaakt door natuurlijke ontlading en het effect van bepaalde elektrische
apparatuur. Als de auto langere tijd niet gebruikt wordt, kan de 12V-accu ontladen en
kan het hybridesysteem mogelijk niet meer worden gestart. (De 12V-accu laadt auto-
matisch op wanneer het hybridesysteem in werking is.)
8
9
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 721 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
722
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Bij het bijladen of vervangen van de 12V-accu
Wanneer de 12V-accu is ontladen, is het in sommige gevallen niet mogelijk om de
portieren te ontgrendelen met het Smart entry-systeem met startknop. Gebruik de
afstandsbediening of de mechanische sleutel om de portieren te vergrendelen of te
ontgrendelen.
Mogelijk start het hybridesysteem niet bij de eerste poging nadat de 12V-accu weer
is opgeladen, maar start hij wel normaal na de tweede poging. Dit duidt niet op een
storing.
De stand van het contact wordt door de auto geregistreerd. Wanneer de 12V-accu
weer wordt aangesloten, keert het systeem terug naar de stand die was geselecteerd
voordat de 12V-accu ontladen was. Zorg dat het contact UIT staat voordat de 12V-
accu wordt losgenomen.
Wees extra voorzichtig bij het aansluiten van de 12V-accu wanneer u niet zeker weet
in welke stand het contact stond voordat de 12V-accu werd opgeladen.
Als de 12V-accu ontladen raakt terwijl de selectiehendel in stand P staat, is het wel-
licht niet mogelijk om de selectiehendel in een andere stand te zetten. In dat geval
kan de auto alleen worden gesleept met beide voorwielen van de grond, aangezien
de voorwielen geblokkeerd zijn. (Blz. 652)
Vervangen van de 12V-accu
Gebruik een 12V-accu die voldoet aan de Europese wetgeving.
Gebruik een 12V-accu van hetzelfde formaat als de vorige (LN1), met een gelijk-
waardige capaciteit van 20 uur (20HR) (45 Ah) of meer, en een gelijkwaardige start-
kracht (CCA) van 295 A of meer.
Als het formaat verschilt, kan de 12V-accu niet goed worden bevestigd.
Als de capaciteit laag is, zelfs als de auto korte tijd niet gebruikt is, kan de 12V-
accu ontladen en kan het hybridesysteem mogelijk niet meer worden gestart.
Neem voor meer informatie contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/
reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 722 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
723
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Bij het losnemen van de 12V-accuklemmen
Verwijder altijd eerst de minkabel (-). Als de pluspool (+) bij het verwijderen in con-
tact komt met metalen onderdelen in de buurt, kunnen er vonken ontstaan waardoor
brand kan ontstaan. Ook kunt u een elektrische schok krijgen en ernstig letsel oplo-
pen.
Voorkomen van brand en explosie van de 12V-accu
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht om te voorkomen dat het licht ont-
vlambare gas dat uit de 12V-accu kan komen, per ongeluk tot ontbranding komt:
Zorg ervoor dat de startkabel aangesloten wordt op de juiste accupool en niet per
ongeluk in aanraking komt met een ander onderdeel dan de bedoelde accupool.
Zorg ervoor dat de op de “+”-pool aangesloten startkabel niet in contact komt met
andere onderdelen of metalen oppervlakken, zoals metalen steunen en ongelakt
metaal.
Laat de “+” en “-” klemmen van de startkabels niet in contact komen met elkaar.
Rook niet en gebruik geen lucifers, aanstekers en open vuur in de buurt van de
12V-accu.
Voorzorgsmaatregelen 12V-accu
De 12V-accu bevat giftige en corrosieve elektrolyt en de onderdelen van de accu
bevatten lood en loodhoudende samenstellingen. Neem bij het omgaan met de 12V-
accu de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
Draag bij het werken met de 12V-accu altijd een veiligheidsbril en zorg ervoor dat
de accuvloeistof niet in contact komt met de huid, kleding of de carrosserie van de
auto.
Leun niet over de 12V-accu heen.
Was accuvloeistof, die op de huid of in de ogen terecht is gekomen, direct weg met
water en raadpleeg een arts.
Bedek de plaats waar de accuvloeistof op terechtgekomen is met een natte spons
of doek totdat er medische hulp kan worden verkregen.
Was altijd uw handen nadat u de accudrager, de accupolen en andere accu-gerela-
teerde onderdelen hebt aangeraakt.
Houd kinderen uit de buurt van de 12V-accu.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 723 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
724
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
OPMERKING
Omgaan met startkabels
Zorg er bij het aansluiten van de startkabels voor dat deze niet verstrikt raken in de
koelventilatoren, enz.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 724 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
725
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Als uw auto oververhit raakt
Als het waarschuwingslampje hoge koelvloeistoftemperatuur gaat
branden of knipperen
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand en schakel de aircondi-
tioning en vervolgens het hybridesysteem uit.
Als er stoom te zien is:
Open, nadat de stoom is verdwenen, voorzichtig de motorkap.
Als er geen stoom te zien is:
Open voorzichtig de motorkap.
Controleer nadat het hybridesysteem voldoende is afgekoeld de slan-
gen en het radiateurblok (radiateur) op sporen van lekkage.
Radiateur
Koelventilatoren
Neem bij lekkage van een grote
hoeveelheid koelvloeistof onmid-
dellijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
Het volgende kan erop duiden dat de auto oververhit raakt.
Het waarschuwingslampje voor een hoge koelvloeistoftemperatuur
(Blz. 663) gaat branden of knipperen of het hybridesysteem levert
merkbaar minder vermogen. (De auto accelereert bijvoorbeeld niet als
het gaspedaal wordt ingetrapt.)
“Hybrid System Overheated” (hybridesysteem oververhit) wordt weerge-
geven op het multi-informatiedisplay.
Er komt stoom onder de motorkap uit.
Correctieprocedures
1
2
3
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 725 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
726
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het koelvloeistofniveau is correct als het zich tussen de streepjes MAX
en MIN bevindt.
Reservoir
Bovenste streepje
Onderste streepje
Vul indien nodig koelvloeistof bij.
In noodgevallen mag ook water gebruikt worden als u geen koelvloeistof bij de
hand hebt.
4
1
2
3
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 726 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
727
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
Schakel het hybridesysteem en de airconditioning in en controleer of de
koelventilatoren van de radiateur draaien en of er geen koelvloeistof lekt
uit de radiateur of de slangen.
De koelventilatoren gaan draaien als de airconditioning wordt ingeschakeld
direct na een koude start. Controleer of de ventilatoren draaien door ernaar te
luisteren en te voelen of er luchtstroom is. Schakel als u hier niet zeker van bent
de airconditioning nog een aantal keer in en uit. (De ventilatoren werken moge-
lijk niet bij temperaturen beneden het vriespunt.)
Als de ventilatoren niet draaien:
Zet het hybridesysteem onmiddellijk uit en neem contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar beho-
ren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als de ventilatoren draaien:
Laat de auto nakijken door de dichtstbijzijnde erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en
uitgeruste deskundige.
Als “Hybrid System Overheated” (hybridesysteem oververhit) op het
multi-informatiedisplay wordt weergegeven
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand.
Schakel het hybridesysteem uit en open de motorkap voorzichtig.
Controleer nadat het hybridesysteem is afgekoeld de slangen en het
radiateurblok (radiateur) op sporen van lekkage.
Radiateur
Koelventilatoren
Neem bij lekkage van een grote
hoeveelheid koelvloeistof onmid-
dellijk contact op met een
erkende Toyota-dealer of herstel-
ler/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige.
6
7
1
2
3
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 727 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
728
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het koelvloeistofniveau is correct als het zich tussen de streepjes FULL
en LOW van het reservoir bevindt.
Reservoir
FULL-streepje
LOW-streepje
Vul indien nodig koelvloeistof bij.
In noodgevallen mag ook water
gebruikt worden als u geen koel-
vloeistof bij de hand hebt.
Laat, als in een noodgeval water is
toegevoegd, zo snel mogelijk de
auto nakijken door een erkende
Toyota-dealer of hersteller/repara-
teur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste des-
kundige.
Schakel het hybridesysteem uit, wacht minimaal 5 minuten, start het
hybridesysteem weer en controleer of “Hybrid System Overheated”
(hybridesysteem oververhit) op het multi-informatiedisplay wordt weer-
gegeven.
Als de melding niet verdwijnt:
Zet het hybridesysteem uit en neem contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren
gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Als de melding niet wordt weergegeven:
De temperatuur van het hybridesysteem is gedaald en er kan normaal
met de auto gereden worden.
Neem echter contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige als de
melding weer herhaaldelijk wordt weergegeven.
4
1
2
3
5
6
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 728 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
729
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Een ongeval of letsel voorkomen bij controles in de motorruimte van uw auto
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen in acht.
Het niet in acht nemen van de voorzorgsmaatregelen kan ernstig letsel, zoals brand-
wonden, tot gevolg hebben.
Als er stoom onder de motorkap vandaan komt, open de motorkap dan niet voordat
de stoom is verdwenen. De motorruimte kan zeer heet zijn.
Controleer nadat het hybridesysteem is uitgeschakeld of “Accessory” (stand ACC),
“Ignition ON” (contact AAN) of de weergave van de kilometerstand (Blz. 126,
128) niet op het hoofdscherm wordt weergegeven en het controlelampje READY
uit is.
Als het hybridesysteem in werking is, kan de benzinemotor automatisch worden
gestart of kunnen de koelventilatoren automatisch aanslaan, ook nadat de benzi-
nemotor is uitgeschakeld. Kom niet in de buurt van bewegende delen zoals de ven-
tilator en raak ze niet aan. Als uw vingers of kledingstukken (stropdas, sjaal)
ertussen komen, kan ernstig letsel het gevolg zijn.
Draai de dop van het koelvloeistofreservoir niet los als het hybridesysteem en de
radiateur heet zijn.
Er kan hete stoom of koelvloeistof uit spuiten.
OPMERKING
Bijvullen van koelvloeistof motor/vermogensregeleenheid
Vul langzaam koelvloeistof bij nadat het hybridesysteem voldoende is afgekoeld. Het
te snel bijvullen van koelvloeistof bij een heet hybridesysteem kan schade aan het
hybridesysteem veroorzaken.
Voorkomen van beschadigingen aan het koelsysteem
Houd u aan de volgende voorzorgsmaatregelen:
Zorg dat de koelvloeistof niet verontreinigd raakt (bijvoorbeeld met zand of stof)
Gebruik geen koelvloeistofadditief.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 729 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
730
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Als de auto vast komt te zitten
Activeer de parkeerrem, zet de selectiehendel in stand P en schakel het
hybridesysteem uit.
Verwijder modder, sneeuw of zand rond de voorwielen.
Leg een stuk hout, stenen of ander materiaal onder de voorwielen om de
wielen grip te geven.
Schakel het hybridesysteem weer in.
Zet de selectiehendel in stand D of R en deactiveer de parkeerrem. Trap
vervolgens voorzichtig het gaspedaal in.
Wanneer u de auto moeilijk los kunt krijgen
Voer de volgende procedures uit als de banden doorslippen of als de
auto vastzit in modder, sneeuw, enz.:
Druk op om de TRC uit te schakelen.
(Blz. 515)
1
2
3
4
5
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 730 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
731
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
7
Bij problemen
WAARSCHUWING
Bij het vrij proberen te krijgen van een auto die vastzit
Als u de auto in beweging wilt krijgen door te “schommelen”, controleer dan eerst of
er in de omgeving van de auto geen andere auto's, objecten of personen aanwezig
zijn die geraakt zouden kunnen worden als de auto plotseling in beweging komt. De
auto kan ook een plotselinge beweging maken als de wielen weer grip krijgen. Neem
de grootst mogelijke voorzichtigheid in acht.
Wijzigen van de schakelstand
Zet de selectiehendel niet in een andere stand wanneer het gaspedaal ingetrapt is.
Als u dat wel doet, kan de auto onverwacht snel accelereren, waardoor een aanrij-
ding en ernstig letsel kunnen ontstaan.
OPMERKING
Beschadiging van de hybridetransmissie en andere componenten voorkomen
Vermijd dat de voorwielen doorslippen en dat u het gaspedaal verder dan noodza-
kelijk intrapt.
Als de auto na deze pogingen nog steeds vastzit, moet deze door een ander voer-
tuig worden losgetrokken.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 731 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
732
7-2. Stappen die genomen moeten worden in noodgevallen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 732 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
733
8
Voertuigspecificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8-1. Specificaties
Onderhoudsgegevens
(brandstof, oliepeil, enz.) ...... 734
Informatie over brandstof ........ 748
8-2. Persoonlijke
voorkeursinstellingen
Systemen met mogelijkheden
voor persoonlijke
voorkeursinstellingen............ 750
8-3. Initialisatie
Te initialiseren onderdelen ...... 759
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 733 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
734
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Onderhoudsgegevens (brandstof, oliepeil,
enz.)
*
1
: Ongeladen auto
*
2
: Auto's met 195/65R15 banden
*
3
: Auto's met 215/45R17 banden
*
4
: Auto's die een aanhangwagen kunnen trekken. (Blz. 305)
Afmetingen en gewichten
Totale lengte 4.575 mm (180,1 in.)
Totale breedte 1.760 mm (69,3 in.)
Totale hoogte*
1
2WD-uit-
voerin-
gen
Zonder verhoogde
wagenhoogte
1.470 mm (57,9 in.)
Met verhoogde
wagenhoogte
1.490 mm (58,7 in.)
AWD-uitvoeringen 1.475 mm (58,1 in.)
Wielbasis 2.700 mm (106,3 in.)
Spoorbreedte*
1
Voor
1.530 mm (60,2 in.)*
2
1.510 mm (59,4 in.)*
3
Achter
Zonder verhoogde
wagenhoogte
1.540 mm (60,6 in.)*
2
1.520 mm (59,8 in.)*
3
Met verhoogde
wagenhoogte
1.530 mm (60,2 in.)*
2
1.510 mm (59,4 in.)*
3
Maximaal toelaat-
baar voertuigge-
wicht
2WD-uitvoeringen 1.790 kg (3.946 lb.)
AWD-uitvoeringen 1.845 kg (4.068 lb.)
Maximale asbelas-
ting
Voor 1.020 kg (2.249 lb.)
Achter 975 kg (2.150 lb.)
Kogeldruk*
4
60 kg (132 lb.)
Maximaal aan-
hangwagenge-
wicht
*
4
Ongeremd
725 kg (1.598 lb.)
Geremd
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 734 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
735
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Voertuigidentificatienummer
Het voertuigidentificatienummer (VIN) is het wettelijke identificatienummer
van uw auto. Dit is het belangrijkste identificatienummer van uw Toyota.
Het wordt gebruikt voor het op naam zetten van de auto.
Dit nummer is links boven op het
dashboard ingeslagen.
Dit nummer is ook onder de voor-
stoel rechts aangebracht.
Dit nummer staat ook op het type-
plaatje.
Identificatie van de auto
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 735 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
736
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Motornummer
Het motornummer is op de aange-
geven plaats ingeslagen in het
motorblok.
Motor
Model 2ZR-FXE
Type 4-cilinder lijnmotor, 4-takt benzinemotor
Boring x slag 80,5 × 88,3 mm (3,17 × 3,48 in.)
Cilinderinhoud 1.798 cm
3
(109,7 cu.in.)
Klepspeling Automatische afstelling
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 736 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
737
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Brandstof
Brandstofsoort
Als u dit soort labels aantreft bij het tankstation,
gebruik dan alleen brandstof met een van de
onderstaande labels.
EU:
Uitsluitend loodvrije benzine conform de Euro-
pese norm EN228
Behalve EU:
Uitsluitend loodvrije benzine
Research-octaangetal
EU:
95 of hoger
Behalve EU:
95 of hoger
Alleen Rusland:
91 of hoger
Inhoud brandstoftank
(bij benadering)
43 l (11,4 gal., 9,5 lmp.gal.)
Elektromotor (tractiemotor)
Voor
Achter
(AWD-uitvoeringen)
Type
Synchroonmotor met
permanente magneet
Motor met permanente
inductie
Maximaal vermogen 53 kW 5,3 kW
Maximaal koppel
163 Nm (16,6 kgm,
120,2 ft•lbf)
55 Nm (5,6 kgm,
40,6 ft•lbf)
Batterijpakket (tractiebatterij)
Type Nikkel-metaalhydride batterij
Spanning 7,2 V/module
Capaciteit 6,5 Ah (3 h)
Aantal 28 modules
Nominale spanning 201,6 V
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 737 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
738
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Oliehoeveelheid (verversen [bij benadering*])
*: De aangegeven hoeveelheid motorolie is een referentiehoeveelheid voor het ver-
versen van de motorolie. Plaats de auto op een horizontale ondergrond. Breng de
motor op bedrijfstemperatuur en schakel het hybridesysteem uit, wacht ten minste
5 minuten en controleer het oliepeil met de peilstok.
Keuze motorolie
De motor is af fabriek gevuld met originele Toyota-motorolie. Toyota
beveelt het gebruik van originele Toyota-motorolie aan. Er kan ook andere
motorolie van gelijkwaardige kwaliteit worden gebruikt.
Oliesoort:
0W-16:
API grade SN “Resource-Conserving” of SN PLUS “Resource-Conserving”
multigrade-motorolie
0W-20 en 5W-30:
API SL “Energy-Conserving”, SM “Energy-Conserving”, SN “Resource-
Conserving” of SN PLUS “Resource-Conserving”; of ILSAC multigrade-
motorolie
Aanbevolen viscositeit (SAE):
Uw Toyota is af fabriek gevuld met
motorolie met een viscositeit van
SAE 0W-16. Deze motorolie is de
beste keuze voor uw auto van-
wege een laag brandstofverbruik
en goede starteigenschappen bij
koud weer.
U kunt de viscositeit SAE 0W-20
gebruiken als SAE 0W-16 niet
beschikbaar is. Deze dient echter
bij de volgende verversing vervan-
gen te worden door SAE 0W-16.
Smeersysteem (behalve Georgië, Nieuw-Caledonië en Rusland)
Met filter 4,2 l (4,4 qt., 3,7 Imp.qt.)
Zonder filter 3,9 l (4,1 qt., 3,4 Imp.qt.)
Te verwachten temperatuurbereik
tot de volgende verversing
Aanbevolen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 738 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
739
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Viscositeit (als voorbeeld wordt hier 0W-16 gebruikt):
Het gedeelte 0W in 0W-16 geeft aan dat de olie ervoor zorgt dat de
motor goed start bij koud weer. Olie met een lage waarde voor de W
zorgt dat de motor goed start bij koud weer.
Het gedeelte 16 in 0W-16 geeft de viscositeit van de olie weer als de
olie een hoge temperatuur heeft. Olie met een hogere viscositeit
(hogere waarde) is mogelijk beter geschikt wanneer met hoge snelhe-
den of met veel belading wordt gereden.
Merktekens oliekwaliteit:
Let er bij het aanschaffen van motorolie op of ten minste één van beide
bovenstaande symbolen op de verpakking is gedrukt.
API-symbool
Bovenste deel: API SERVICE SN
geeft de kwaliteit van de motorolie
aan en is vastgesteld door API
(American Petroleum Institute).
Middelste deel: SAE 0W-16 geeft de
viscositeit aan.
Onderste deel: In dit deel staat
“Resource-Conserving”, wat staat
voor brandstofbesparende en
groene eigenschappen.
ILSAC-symbool
Het ILSAC-symbool (International Lubricant Standardization and Approval Com-
mittee) staat op de voorzijde van de verpakking.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 739 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
740
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Oliehoeveelheid (verversen [bij benadering*])
*: De aangegeven hoeveelheid motorolie is een referentiehoeveelheid voor het ver-
versen van de motorolie. Plaats de auto op een horizontale ondergrond. Breng de
motor op bedrijfstemperatuur en schakel het hybridesysteem uit, wacht ten minste
5 minuten en controleer het oliepeil met de peilstok.
Keuze motorolie
De motor is af fabriek gevuld met originele Toyota-motorolie. Gebruik
alleen door Toyota goedgekeurde Toyota Genuine Motor Oil of een gelijk-
waardige motorolie met de hieronder aangegeven kwaliteit en viscositeit.
Oliesoort:
0W-20, 5W-20, 5W-30 en 10W-30:
API SL “Energy-Conserving”, SM “Energy-Conserving”, SN “Resource-
Conserving” of SN PLUS “Resource-Conserving”; of ILSAC multigrade-
motorolie
Aanbevolen viscositeit (SAE):
Uw Toyota is af fabriek gevuld met
motorolie met een viscositeit van
SAE 0W-20. Deze motorolie is de
beste keuze voor uw auto van-
wege een laag brandstofverbruik
en goede starteigenschappen bij
koud weer.
Bij het gebruik van motorolie met
een viscositeit van SAE 10W-30 of
hoger, kan het bij extreme kou
voorkomen dat de motor moeilijk
start. Daarom wordt dan motorolie
met een viscositeit van SAE 0W-
20, 5W-20 of 5W-30 aanbevolen.
Smeersysteem (Georgië, Nieuw-Caledonië en Rusland)
Met filter 4,2 l (4,4 qt., 3,7 Imp.qt.)
Zonder filter 3,9 l (4,1 qt., 3,4 Imp.qt.)
Te verwachten temperatuurbereik tot
de volgende verversing
Aanbevolen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 740 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
741
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Viscositeit (als voorbeeld wordt hier 0W-20 gebruikt):
Het gedeelte 0W in 0W-20 geeft aan dat de olie ervoor zorgt dat de
motor goed start bij koud weer. Olie met een lage waarde voor de W
zorgt dat de motor goed start bij koud weer.
Het gedeelte 20 in 0W-20 geeft de viscositeit van de olie weer als de
olie een hoge temperatuur heeft. Olie met een hogere viscositeit
(hogere waarde) is mogelijk beter geschikt wanneer met hoge snelhe-
den of met veel belading wordt gereden.
Merktekens oliekwaliteit:
Let er bij het aanschaffen van motorolie op of ten minste één van beide
bovenstaande symbolen op de verpakking is gedrukt.
API-symbool
Bovenste deel: API SERVICE SN
geeft de kwaliteit van de motorolie
aan en is vastgesteld door API
(American Petroleum Institute).
Middelste deel: SAE 0W-20 geeft de
viscositeit aan.
Onderste deel: In dit deel staat
“Resource-Conserving”, wat staat
voor brandstofbesparende en
groene eigenschappen.
ILSAC-symbool
Het ILSAC-symbool (International Lubricant Standardization and Approval Com-
mittee) staat op de voorzijde van de verpakking.
1
2
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 741 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
742
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*: De inhoud is de referentiehoeveelheid.
Als vervanging noodzakelijk is, neem dan contact op met een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Koelsysteem
Inhoud*
Benzine-
motor
Zonder uitlaatgaswarmterecirculatiesysteem
5,6 l (5,9 qt., 4,9 Imp.qt.)
Met uitlaatgaswarmterecirculatiesysteem
6,2 l (6,6 qt., 5,5 Imp.qt.)
Vermogens-
regel-
eenheid
1,4 l (1,5 qt., 1,2 Imp.qt.)
Soort koelvloeistof
Gebruik een van de volgende middelen:
Toyota Super Long Life Coolant
Of een gelijkwaardig product
Gebruik niet uitsluitend kraanwater.
Ontstekingssysteem (bougie)
Merk DENSO FC16HR-CY9
Elektrodenafstand 0,9 mm (0,035 in.)
OPMERKING
Bougies met iridium elektroden
Gebruik alleen bougies met iridium elektroden. Wijzig de elektrodenafstand niet.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 742 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
743
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
*: De inhoud is de referentiehoeveelheid.
Als vervanging noodzakelijk is, neem dan contact op met een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
*: De inhoud is de referentiehoeveelheid.
Als vervanging noodzakelijk is, neem dan contact op met een erkende Toyota-dea-
ler of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitge-
ruste deskundige.
Elektrisch systeem (12V-accu)
Aanduiding soortelijke
massa bij 20°C (68°F):
1,25 of hoger
Als de soortelijke massa lager is dan de stan-
daardwaarde, laad dan de accu op.
Laadstroom
Snelladen Max. 15 A
Druppelladen Max. 5 A
Transmissie
Hoeveelheid vloeistof* 3,6 l (3,8 qt., 3,2 Imp.qt.)
Soort vloeistof Originele Toyota ATF WS
OPMERKING
Transmissievloeistof
Gebruik van andere transmissievloeistof dan hierboven genoemd kan leiden tot
abnormale geluiden en trillingen en op termijn schade aanrichten aan de transmissie
van uw auto.
Achterdifferentieel (elektromotor achter) (AWD-uitvoeringen)
Hoeveelheid vloeistof* 1,2 l (1,3 qt., 1,1 Imp.qt.)
Soort vloeistof Originele Toyota ATF WS
OPMERKING
Transmissievloeistof
Gebruik van andere transmissievloeistof dan hierboven genoemd kan leiden tot
abnormale geluiden en trillingen en op termijn schade aanrichten aan de transmissie
van uw auto.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 743 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
744
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
*
1
: Minimumafstand van pedaal tot vloer bij een pedaalkracht van 300 N (30,6 kg, 67,4
lbf) terwijl het hybridesysteem in werking is.
*
2
: Vrije slag parkeerrempedaal bij pedaalkracht van 300 N (30,6 kg, 67,4 lbf).
Remmen
Afstand van pedaal tot vloer*
1
Auto's met linkse besturing
Min. 119 mm (4,69 in.)
Auto's met rechtse besturing
Min. 117 mm (4,61 in.)
Vrije slag pedaal 1,0 - 6,0 mm (0,04 - 0,24 in.)
Vrije slag parkeerrempedaal*
2
8 — 11 klikken
Soort vloeistof
SAE J1703 of FMVSS nr. 116 DOT 3, SAE J1704
of FMVSS nr. 116 DOT 4
Stuurinrichting
Vrije slag Minder dan 30 mm (1,2 in.)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 744 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
745
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
15 inch banden (auto's zonder een volwaardig reservewiel)
15 inch banden (auto's met een volwaardig reservewiel)
17 inch banden
Banden en velgen
Bandenmaat 195/65R15 91H
Bandenspanning
(Aanbevolen
bandenspanning koud)
Voor 250 kPa (2,5 kg/cm
2
of bar, 36 psi)
Achter 240 kPa (2,4 kg/cm
2
of bar, 35 psi)
Wielmaat 15 × 6 1/2J
Aanhaalmoment wielmoeren 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Bandenmaat 195/65R15 91H
Bandenspanning
(Aanbevolen
bandenspanning koud)
Voor
220 kPa (2,2 kg/cm
2
of bar, 32 psi)
Achter
Wielmaat 15 × 6 1/2J
Aanhaalmoment wielmoeren 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
Bandenmaat 215/45R17 87W
Bandenspanning
(Aanbevolen
bandenspanning koud)
Voor 220 kPa (2,2 kg/cm
2
of bar, 32 psi)
Achter 210 kPa (2,1 kg/cm
2
of bar, 30 psi)
Wielmaat 17 × 7J
Aanhaalmoment wielmoeren 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 745 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
746
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Compact reservewiel (indien aanwezig)
Bij het rijden met een aanhangwagen*
Verhoog de bandenspanning met 20,0 kPa (0,2 kg/cm
2
of bar, 3 psi) en houd rekening
met de lagere toegestane maximumsnelheid van minder dan 100 km/h.
*: Auto's die een aanhangwagen kunnen trekken. (Blz. 305)
Bandenmaat T125/70D17 98M
Bandenspanning
(Aanbevolen bandenspanning koud)
420 kPa (4,2 kg/cm
2
of bar, 60 psi)
Wielmaat 17 × 4T
Aanhaalmoment wielmoeren 103 Nm (10,5 kgm, 76 ft•lbf)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 746 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
747
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Lampen
Lampen W Type
Exterieur
Richtingaanwijzers achter 21 A
Achteruitrijlicht 16 B
Interieur
Make-upverlichting 8 B
Interieurverlichting voor/leeslampjes 5 B
Interieurverlichting achter 8 C
Instapverlichting 5 B
Bagageruimteverlichting 5 B
A: Glassokkellampen (oranje)
B: Glassokkellampen (helder)
C: Buislampjes
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 747 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
748
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Informatie over brandstof
Gebruik van benzine vermengd met ethanol in een benzinemotor
Toyota staat het gebruik van benzine vermengd met ethanol toe wanneer de hoeveel-
heid ethanol maximaal 10% bedraagt. Controleer of het octaangetal van de benzine
met ethanol aan bovenstaande voorwaarden voldoet.
Als de motor pingelt
Neem contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een
andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Het kan een enkele keer voorkomen dat u de motor licht hoort pingelen tijdens acce-
lereren of bij het oprijden van een heuvel. Dit is normaal en is geen reden tot
bezorgdheid.
Als u dit soort labels aantreft bij het tankstation, gebruik dan alleen
brandstof met een van de onderstaande labels.
EU:
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine conform de Europese norm
EN228.
Gebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 95 RON (Research
Octane Number) of hoger voor optimale prestaties van uw auto.
Behalve EU (behalve Rusland):
Gebruik alleen loodvrije benzine.
Gebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 95 RON (Research
Octane Number) of hoger voor optimale prestaties van uw auto.
Behalve EU (Rusland):
Gebruik alleen loodvrije benzine.
Gebruik loodvrije benzine met een octaangetal van 91 RON (Research
Octane Number) of hoger voor optimale prestaties van uw auto.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 748 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
749
8-1. Specificaties
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
OPMERKING
Opmerking over de brandstofkwaliteit
Gebruik de juiste brandstoffen. De motor zal beschadigd raken wanneer u de ver-
keerde brandstof gebruikt.
Gebruik geen benzine met metaalhoudende additieven, zoals mangaan, ijzer of
lood, omdat dit schade aan uw motor of emissieregelsysteem kan veroorzaken.
Voeg geen aftermarket metaalhoudende brandstofadditieven toe.
EU: Gebruik geen bio-ethanolbrandstof die wordt verkocht onder de naam E50 of
E85, of brandstof met een hoog ethanolgehalte. Bij gebruik van deze brandstoffen
wordt het brandstofsysteem beschadigd. Neem bij twijfel contact op met een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwa-
lificeerde en uitgeruste deskundige.
Behalve EU: Gebruik geen bio-ethanolbrandstof die wordt verkocht onder de naam
E50 of E85, of brandstof met een hoog ethanolgehalte. Uw auto is geschikt voor
benzine met maximaal 10% ethanol. Bij het gebruik van brandstof met meer dan
10% ethanol (E10) wordt het brandstofsysteem van de auto beschadigd. Zorg
ervoor dat u brandstof tankt met de juiste specificaties en de vereiste kwaliteit.
Neem bij twijfel contact op met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur
of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Gebruik geen methanolhoudende benzine, zoals M15, M85 of M100.
Door methanolhoudende benzine te gebruiken kan de motor beschadigd raken of
kunnen er storingen in optreden.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 749 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
750
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Systemen met mogelijkheden voor
persoonlijke voorkeursinstellingen
Zorg er bij het wijzigen van de instellingen voor dat de auto op een veilige
plaats staat met de selectiehendel in stand P en de parkeerrem geactiveerd.
Wijzigen met behulp van het multi-informatiedisplay
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel en selecteer .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer “ (Vehicle Settings)” (voertuiginstellingen) en
druk vervolgens op .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer het item en druk vervolgens op .
Druk op of van de bedieningstoetsen van het instrumentenpa-
neel, selecteer de gewenste instelling en druk vervolgens op .
Druk op om naar het vorige scherm te gaan of om het instelscherm te
verlaten.
Uw auto is voorzien van verschillende elektronische functies die naar-
gelang uw persoonlijke voorkeur kunnen worden ingesteld. De instel-
lingen van deze functies kunnen worden gewijzigd met behulp van het
multi-informatiedisplay, het navigatie-/multimediasysteem of bij een
erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar
behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
Sommige voorkeursinstellingen zijn van invloed op de instellingen van
andere functies. Neem voor meer informatie contact op met een erkende
Toyota-dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwali-
ficeerde en uitgeruste deskundige.
Functies van de auto aanpassen aan de persoonlijke voorkeur
1
2
3
4
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 750 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
751
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Wijzigen met behulp van het navigatie-/multimediasysteem
Druk op de toets SETUP.
Selecteer “Vehicle” (voertuig) op het scherm “Setup” (instellen) en
selecteer “Vehicle customization” (aanpassen voertuig aan persoonlijke
voorkeur).
Er kunnen verschillende instellingen worden gewijzigd. Raadpleeg het
overzicht met instellingen die kunnen worden gewijzigd voor meer informa-
tie.
Instellingen die u met behulp van het multi-informatiedisplay kunt wijzigen
Instellingen die u met behulp van het navigatie-/multimediasysteem kunt
wijzigen
Instellingen die door een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige kun-
nen worden gewijzigd
Definitie van symbolen: O = beschikbaar, – = niet beschikbaar
Instrumentenpaneel (Blz. 108)
Systemen met mogelijkheden voor persoonlijke voorkeursinstellingen
1
2
1
2
3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Sensorgevoeligheid voor vermin-
dering van de helderheid van het
instrumentenpaneel afhankelijk
van de lichtsterkte buiten
Standaard -2 - 2 O
Sensorgevoeligheid voor terug-
zetten van de helderheid van het
instrumentenpaneel op het oor-
spronkelijke niveau afhankelijk
van de lichtsterkte buiten
Standaard -2 - 2 O
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 751 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
752
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Smart entry-systeem met startknop en afstandsbediening
(Blz. 187, 197)
Smart entry-systeem met startknop (Blz. 197)
*: Indien aanwezig
Afstandsbediening (Blz. 187)
Buitenspiegels (Blz. 278)
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Bedieningssignaal
(alarmknipperlichten)
Aan Uit O O
Waarschuwingszoemer geopend
portier (tijdens het vergrendelen)
Aan Uit O
Tijd tot na het ontgrendelen, zon-
der dat een portier wordt
geopend, de portieren automa-
tisch weer worden vergrendeld
30 seconden
60 seconden
O
120 seconden
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Smart entry-systeem met start-
knop
Aan Uit O O
Aantal opeenvolgende portierver-
grendelingen
*
2 keer
Zo veel als
gewenst
––O
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Afstandsbediening Aan Uit O
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Automatisch in- en uitklappen van
de buitenspiegels
Gekoppeld aan
het vergrende-
len/ontgrende-
len van de
portieren
Uit
––O
Gekoppeld aan
de bediening
van de start-
knop
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 752 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
753
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Elektrisch bedienbare ruiten en schuifdak* (Blz. 281, 286)
*: Indien aanwezig
Waarschuwingszoemer achteruitrijden (Blz. 328)
Richtingaanwijzerschakelaar (Blz. 331)
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Gekoppelde werking aan mecha-
nische sleutel (openen)
Uit Aan O
Gekoppelde werking aan mecha-
nische sleutel (sluiten)
Uit Aan O
Gekoppelde werking aan
afstandsbediening (openen)
Uit Aan O
Gekoppelde werking aan
afstandsbediening (sluiten)
Uit Aan O
Koppeling van werking aan
afstandsbediening (zoemer)
Aan Uit O
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Signaal (zoemer) wanneer de
selectiehendel in stand R staat
Eenmalig Intermitterend O
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Aantal keren knipperen bij het
veranderen van rijstrook
3
Uit
––O5
7
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 753 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
754
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Automatische verlichting (Blz. 333)
Ruitenwissers voor met regensensor* (Blz. 343)
*: Indien aanwezig
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Gevoeligheid lichtsensor Niveau 0 Niveau -2 - 2 O O
Tijd die verstrijkt voordat de kop-
lampen worden uitgeschakeld
(Follow Me Home-systeem)
30 seconden
60 seconden
O90 seconden
120 seconden
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Bediening ruitenwissers wanneer
de ruitenwisserschakelaar in de
stand wordt gezet
Stand AUTO
Intervalwerking
gekoppeld aan
rijsnelheid (met
intervalafstel-
ling)
O
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 754 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
755
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
RSA (Road Sign Assist)*
1
(Blz. 394)
*
1
: Indien aanwezig
*
2
: De RSA (Road Sign Assist) wordt ingeschakeld wanneer het contact AAN wordt
gezet.
*
3
: Als de snelheidslimiet met aanvullend teken wordt overschreden, werkt de waar-
schuwingszoemer niet.
*
4
: Auto's met navigatiesysteem
BSM (Blind Spot Monitor)* (Blz. 427)
*: Indien aanwezig
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
RSA (Road Sign Assist)*
2
Aan Uit O
Meldingsmethode snelheidsover-
schrijding
*
3
Alleen weer-
gave
Geen melding
O
Weergave en
zoemer
Meldingsniveau snelheidsover-
schrijding
2 km/h
(1 mph)
5 km/h
(3 mph)
O
10 km/h
(5 mph)
Meldingswijze inhaalverbod
Alleen weer-
gave
Geen melding
O
Weergave en
zoemer
Andere meldingsmethode (mel-
ding verboden in te rijden)
*
4
Alleen weer-
gave
Geen melding
O
Weergave en
zoemer
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Helderheid indicator in buiten-
spiegel
Helder Gedimd O
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 755 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
756
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Toyota Parking Assist-sensor* (Blz. 452)
*: Indien aanwezig
S-IPA (Simple Intelligent Parking Assist-systeem)* (Blz. 477)
*: Indien aanwezig
Automatische airconditioning (Blz. 530)
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Detectieafstand van de binnen-
ste sensoren voor
Ver weg Dichtbij O
Detectieafstand van de binnen-
ste sensoren achter
Ver weg Dichtbij O
Zoemervolume 3 1 - 5 O
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Detectiegebied voor obstakels Standaard
Dichtbij
O
Enigszins ver
weg
Ver weg
Achteruit inparkeren Standaard
Smal
OEnigszins breed
Breed
Fileparkeren Standaard
Smal
OEnigszins breed
Breed
1 2 3
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Schakelen tussen buitenluchtmo-
dus en de aan de bediening van
de toets AUTO van de airconditio-
ning gekoppelde recirculatiemo-
dus
Aan Uit O O
1 2 3
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 756 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
757
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Verlichting (Blz. 542)
Onderhoudssysteem
*: Indien aanwezig
Functie
Standaard-
instelling
Persoonlijke
voorkeurs-
instelling
Tijd die verstrijkt voordat de inte-
rieurverlichting uitgaat
15 seconden
Uit
–OO7,5 seconden
30 seconden
Werking nadat het contact UIT is
gezet
Aan Uit O
Werking als de portieren worden
ontgrendeld
Aan Uit O
Werking wanneer u de auto
nadert terwijl u de elektronische
sleutel bij u draagt
Aan Uit O
Voetenruimteverlichting Aan Uit O
Regeling interieurverlichting Aan Uit O
1 2 3
Bandenspanningswaarschu-
wingssysteem
*
Initialiseren van het bandenspanningswaarschu-
wingssysteem: Blz. 602
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 757 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
758
8-2. Persoonlijke voorkeursinstellingen
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
In de volgende situaties wordt het instelscherm waarop de instellingen via het
multi-informatiedisplay kunnen worden gewijzigd, automatisch uitgeschakeld.
Er verschijnt een waarschuwingsmelding nadat het instelscherm wordt weergege-
ven.
Het contact wordt UIT gezet.
De auto begint te rijden terwijl het instelscherm wordt weergegeven.
WAARSCHUWING
Waarschuwingen tijdens aanpassen persoonlijke voorkeursinstellingen
Zorg dat de auto geparkeerd staat op een plaats met voldoende ventilatie, aange-
zien het hybridesysteem tijdens het instellen moet draaien. In een afgesloten ruimte,
zoals een garage, kunnen uitlaatgassen die het schadelijke koolmonoxide (CO)
bevatten, zich ophopen en in de auto terechtkomen. Dit kan zeer schadelijk zijn voor
de gezondheid.
OPMERKING
Tijdens het aanpassen van de persoonlijke voorkeursinstellingen
Zorg ervoor dat het hybridesysteem tijdens het instellen draait, om te voorkomen dat
de 12V-accu ontladen raakt.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 758 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
759
8-3. Initialisatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
8
Voertuigspecificaties
Te initialiseren onderdelen
Na bijvoorbeeld het loskoppelen en weer aansluiten van de 12V-accu of
onderhoud aan de auto, moeten de volgende items worden geïnitiali-
seerd, zodat het systeem weer op de juiste manier werkt:
Onderwerp Wanneer initialiseren Zie
Elektrisch bedienbare ruiten Wanneer de werking abnormaal is Blz. 282
Schuifdak (indien aanwezig) Wanneer de werking abnormaal is Blz. 288
Parking Support Brake-functie
(indien aanwezig)
Na het aansluiten of vervangen
van de 12V-accu
Blz. 474
S-IPA (Simple Intelligent Par-
king Assist-systeem) (indien
aanwezig)
Na het aansluiten of vervangen
van de 12V-accu
Blz. 502
Panoramic View Monitor
(indien aanwezig)
Na het aansluiten of vervangen
van de 12V-accu
Raadpleeg
de handlei-
ding voor het
navigatie- en
multimedia-
systeem.
Bandenspanningswaarschu-
wingssysteem (indien aanwe-
zig)
Bij het wisselen van de banden
bij auto's waarbij de banden-
spanning van de voor- en de
achterbanden anders is.
Als de bandenspanning wordt
gewijzigd omdat de rijsnelheid of
de belading verandert.
Als de bandenmaat wordt aan-
gepast
Blz. 602
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 759 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
760
8-3. Initialisatie
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 760 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
761
Index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wat moet u doen als...
(Problemen oplossen) .................... 762
Alfabetische index............................. 766
Raadpleeg bij auto's met een navigatiesysteem of een multimedia-
systeem de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem
voor meer informatie over de onderstaande uitrusting.
Navigatiesysteem
Handsfree-systeem (voor mobiele telefoon)
Audio-/videosysteem
Toyota Parking Assist Monitor
Panoramic View Monitor
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 761 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
762
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
Als u uw mechanische sleutels verloren bent, kan een erkende Toyota-dealer of
hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste
deskundige nieuwe originele mechanische sleutels leveren. (Blz. 183)
Als u uw elektronische sleutels bent verloren, neemt de kans dat uw auto wordt
gestolen aanmerkelijk toe. Neem onmiddellijk contact op met een erkende Toyota-
dealer of hersteller/reparateur of een andere naar behoren gekwalificeerde en uit-
geruste deskundige. (Blz. 186)
Is de batterij van de elektronische sleutel zwak of leeg? (Blz. 634)
Staat het contact AAN?
Zorg dat het contact UIT staat wanneer u de portieren vergrendelt. (Blz. 318)
Bevindt de elektronische sleutel zich in de auto?
Vergrendel de portieren nadat u hebt gecontroleerd of u de elektronische sleutel bij
u hebt.
De functie werkt mogelijk niet goed als gevolg van de radiogolven. (Blz. 200)
Is het kinderslot geactiveerd?
Het achterportier kan niet vanaf de binnenzijde van de auto worden geopend wan-
neer het kinderslot is geactiveerd. Open het achterportier vanaf de buitenzijde en
deactiveer het kinderslot. (Blz. 190)
Als u een probleem hebt, controleer dan het volgende voordat u con-
tact opneemt met een erkende Toyota-dealer of hersteller/reparateur of
een andere naar behoren gekwalificeerde en uitgeruste deskundige.
De portieren kunnen niet worden vergrendeld, ontgrendeld, geopend of
gesloten
U bent uw sleutels verloren
De portieren kunnen niet worden vergrendeld of ontgrendeld
Het achterportier kan niet worden geopend
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 762 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
763
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hebt u op de startknop gedrukt terwijl u het rempedaal ingetrapt hield?
(Blz. 316)
Staat de selectiehendel in stand P? (Blz. 326)
Kan de elektronische sleutel in de auto worden gesignaleerd? (Blz. 198)
Is de batterij van de elektronische sleutel zwak of leeg?
Het hybridesysteem kan in dit geval worden gestart op een tijdelijke manier.
(Blz. 717)
Is de 12V-accu ontladen? (Blz. 719)
Is de blokkeerschakelaar van de ruitbediening ingedrukt?
De elektrisch bedienbare ruiten, behalve die van het bestuurdersportier, kunnen
niet worden bediend als de blokkeerschakelaar van de ruitbediening wordt inge-
drukt. (Blz. 281)
De auto power off-functie wordt bediend als het contact gedurende een bepaalde
tijd in stand ACC of AAN staat (het hybridesysteem werkt niet). (Blz. 318)
Als u denkt dat er iets mis is
Het hybridesysteem start niet
De ruiten kunnen niet worden geopend of gesloten met de schake-
laars van de ruitbediening
Het contact wordt automatisch UIT gezet
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 763 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
764
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Het controlelampje van de veiligheidsgordel knippert
Dragen de bestuurder en de voorpassagier hun veiligheidsgordel? (Blz. 666)
Het waarschuwingslampje van de parkeerrem brandt
Is de parkeerrem gedeactiveerd? (Blz. 332)
Afhankelijk van de situatie klinken er mogelijk ook andere soorten waarschuwingszoe-
mers. (Blz. 660, 670)
Heeft iemand een portier geopend tijdens het instellen van het alarm?
De sensor signaleert dit en laat het alarm klinken. (Blz. 101)
Zet om het alarm te stoppen het contact AAN of start het hybridesysteem.
Bevindt de elektronische sleutel zich in de auto?
Controleer de melding op het multi-informatiedisplay. (Blz. 670)
Wanneer een waarschuwingslampje gaat branden of een waarschuwingsmelding
wordt weergegeven, raadpleeg dan Blz. 660, 670.
Tijdens het rijden klinkt een waarschuwingszoemer
Er wordt een alarm geactiveerd en de claxon klinkt
(auto's met alarmsysteem)
Bij het verlaten van de auto klinkt een waarschuwingszoemer
Er gaat een waarschuwingslampje branden of er wordt een waar-
schuwingsmelding weergegeven
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 764 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
765
Wat moet u doen als... (Problemen oplossen)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Auto's zonder reservewiel
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand en repareer de lekke band met de
bandenreparatieset. (Blz. 679)
Auto's met reservewiel
Breng de auto op een veilige plaats tot stilstand en vervang de lekke band door het
reservewiel. (Blz. 699)
Voer de procedure uit voor als de auto vastzit in modder, vuil of sneeuw.
(Blz. 730)
Wanneer zich een probleem heeft voorgedaan
Als uw auto een lekke band heeft
De auto zit vast
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 765 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
766
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Alfabetische index
Aan/uit-schakelaar airbag .........49
ABS (antiblokkeersysteem) ....513
Functie .................................. 513
Waarschuwingslampje..........661
ACA (Active Cornering
Assist) .................................... 513
Accessoireaansluitingen ........558
Accu (12V-accu).......................593
Accu controleren ................... 593
Als de 12V-accu is
ontladen..............................719
Vervangen.............................722
Voorbereidingen en
controles bij
rijden in de winter ...............524
Waarschuwingslampje..........660
Achterklep ................................192
Achterlichten............................ 333
Lampen vervangen ...............645
Lichtschakelaar.....................333
Achterruitenwisser ..................347
Achterruitverwarming
Achterruit...............................535
Buitenspiegels.......................535
Voorruit .................................534
Achterruitverwarming .............535
Achterstoel...............................267
Achteruitrijlicht ........................641
Lampen vervangen ...............642
Vermogen .............................747
Active Cornering Assist
(ACA) ...................................... 513
Afdekplaat ................................ 551
Afdekscherm bagageruimte
(bagageafdekking)................. 555
Afmetingen ...............................734
Afstandsbediening ..................182
Batterij vervangen.................634
Energiebesparende functie...199
Vergrendelen/ontgrendelen ..187
AHB (Automatic High Beam) .. 338
Airbags ....................................... 37
Aan/uit-schakelaar airbag ....... 49
Airbags.................................... 37
Algemene
voorzorgsmaatregelen
airbags.................................. 39
De juiste houding achter
het stuur ............................... 30
Plaats van airbags .................. 37
Voorwaarden voor activering
curtain airbags...................... 44
Voorwaarden voor
activering side airbags.......... 44
Voorwaarden voor activering
side airbags en
curtain airbags...................... 44
Voorwaarden voor
activering van airbags .......... 43
Voorzorgsmaatregelen
airbag voor kinderen............. 39
Voorzorgsmaatregelen
curtain airbags...................... 41
Voorzorgsmaatregelen
side airbags.......................... 40
Voorzorgsmaatregelen
side airbags en curtain
airbags.................................. 41
Waarschuwingslampje
airbags................................ 661
Wijzigingen aan en
afvoeren van airbags............ 42
A
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 766 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
767
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Airconditioning ........................530
Automatische
airconditioning ....................530
Eco Score (score airco) ........158
Geconcentreerde
luchtcirculatiemodus
voorstoel
(S-FLOW-modus) ...............533
Interieurfilter..........................622
Persoonlijke
voorkeursinstellingen
aanjager.............................. 534
Alarm......................................... 101
Alarm..................................... 101
Inbraaksensor .......................104
Alarmknipperlichten ................648
Noodstopsignaal ...................514
Antenne
Smart entry-systeem
met startknop......................197
Antiblokkeersysteem (ABS)....513
Functie .................................. 513
Waarschuwingslampje..........661
Antidiefstalsysteem
Alarm..................................... 101
Inbraaksensor .......................104
Startblokkering........................89
Supervergrendeling...............100
Armsteun ..................................565
Audio-ingang
*
Audiosysteem*
Automatic High Beam (AHB) ..338
Automatische
airconditioning ...................... 530
Automatische
airconditioning .................... 530
Eco Score (score airco) ........ 158
Geconcentreerde
luchtcirculatiemodus
voorstoel
(S-FLOW-modus)............... 533
Interieurfilter.......................... 622
Persoonlijke
voorkeursinstellingen
aanjager ............................. 534
Automatische verlichting........ 335
Automatische verticale
koplampverstelling ............... 336
AUX-aansluiting
*
Baby- en kinderzitjes................. 52
Met een bevestigingspunt
voor de bovenste gordel....... 70
Plaatsingsmethode
baby- of kinderzitje ............... 65
Punten om rekening
mee te houden ..................... 52
Rijden met kinderen in
de auto ................................. 51
Vastgezet met een
onderste ISOfix-
bevestigingspunt .................. 68
Vastgezet met een
veiligheidsgordel................... 66
Bagageafdekking..................... 555
Bagagehaken ........................... 552
B
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 767 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
768
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Banden...................................... 600
Als uw auto een lekke
band heeft...................679, 699
Bandenmaat..........................745
Bandenreparatieset...............679
Bandenspanning................... 617
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem......602
Controle ................................600
Reservewiel .................. 699, 745
Sneeuwkettingen ..................525
Vervangen.............................699
Waarschuwingslampje..........664
Winterbanden........................524
Wisselen van banden............601
Bandenreparatieset .................683
Bandenspanning...................... 617
Onderhoudsgegevens...........745
Waarschuwingslampje..........664
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem .......602
Functie .................................. 602
Initialisatie ............................. 602
Plaatsen van
bandenspanningssensoren
en -zenders.........................602
Registreren van
identificatiecodes ................603
Waarschuwingslampje..........664
Batterijpakket (tractiebatterij)
Plaats ...................................... 82
Specificatie............................ 737
Ventilatieopening ....................83
Batterijpakket (tractiebatterij)...82
Plaats ...................................... 82
Specificatie............................ 737
Ventilatieopening ....................83
Bekerhouders...........................547
Belangrijke
voorzorgsmaatregelen in
verband met uitlaatgassen.....48
Bevestigingspunten
bovenste gordel ...................... 70
Binnenspiegel.......................... 276
Blind Spot Monitor (BSM) ....... 427
Blind Spot Monitor-functie..... 443
Rear Crossing Traffic
Alert-functie ........................ 447
Blokkeerschakelaar
ruitbediening ......................... 281
Bluetooth
®
*
Bougie ...................................... 742
Bovenste gordel ........................ 70
Brake Assist............................. 513
Brake Override-systeem ......... 293
Brandstof.................................. 748
Brandstofmeter ............. 126, 128
Capaciteit.............................. 737
Informatie.............................. 748
Soort ..................................... 737
Tanken.................................. 349
Waarschuwingslampje.......... 663
Brandstofverbruik ........... 144, 179
BSM (Blind Spot Monitor)....... 427
Blind Spot Monitor-functie..... 443
Rear Crossing Traffic
Alert-functie ........................ 447
Buitenspiegels ......................... 278
Afstellen ................................ 278
BSM (Blind Spot Monitor) ..... 427
Buitenspiegelverwarming...... 535
Inklappen .............................. 278
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 768 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
769
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Camera voor............................. 355
Centraal
waarschuwingslampje ..........670
Claxon.......................................274
Condensor................................592
Consolevak...............................546
Contact (startknop)..................316
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht.................649
Auto power off-functie ...........318
Starten van het
hybridesysteem ..................316
Wijzigen van de standen
van de startknop ................. 318
Contact ..................................... 316
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht.................649
Auto power off-functie ...........318
Starten van het
hybridesysteem ..................316
Wijzigen van de standen
van de startknop ................. 318
Controlelampje
achterpassagiersgordel........664
Controlelampje
veiligheidsgordel
bestuurder.............................. 664
Controlelampje
voorpassagiersgordel...........664
Controlelampjes....................... 118
Cruise control
Cruise control........................417
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik...................400
Curtain airbags .......................... 37
Dagrijverlichting ...................... 335
Dagtellers ................................. 129
Dakconsole .............................. 549
Dashboardkastje...................... 546
Derde remlicht
Vervangen ............................ 645
Display
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik .................. 400
Energiemonitor ............. 138, 174
Head-up display.................... 168
Hoofdscherm ........................ 125
LTA (Lane Tracing Assist) .... 387
Multi-informatiedisplay .......... 135
Parking Support
Brake-functie ...................... 470
Pre-Crash-waarschuwing ..... 368
RCTA-signaleringsscherm.... 427
Rij-informatie......................... 137
RSA (Road Sign Assist)........ 395
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)..... 481
Toyota Parking
Assist-sensor...................... 453
Waarschuwingsmeldingen.... 670
Draadloze lader........................ 559
Dynamic Radar Cruise Control
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik .................. 400
Dynamic Radar Cruise
Control met volledig
snelheidsbereik ..................... 400
C
D
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 769 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
770
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
ECB (elektronisch
geregeld remsysteem) ..........513
ECO-rijmodus........................... 422
Elektrisch bedienbare
ruiten ...................................... 281
Aan portierslot
gekoppelde werking
ruiten................................... 283
Blokkeerschakelaar
ruitbediening.......................281
Klembeveiliging..................... 282
Knelbeveiliging...................... 282
Werking................................. 281
Elektrische
stuurbekrachtiging (EPS) ..... 514
Functie .................................. 514
Waarschuwingslampje..........661
Elektromotor (tractiemotor)
Plaats ...................................... 77
Specificatie............................ 737
Elektronisch geregeld
remsysteem (ECB) ................513
Elektronische sleutel...............182
Als de elektronische sleutel
niet goed werkt ...................716
Batterij vervangen.................634
Energiebesparende functie...199
Energiemonitor ................138, 174
EPS (Electronic Power
Steering) (elektrische
stuurbekrachtiging)...............514
Functie .................................. 514
Waarschuwingslampje..........661
ERA-GLONASS ..........................72
EV-controlelampje ...................140
EV-modus ................................. 322
EVAK...........................................72
Extra opbergvak.......................549
Fleshouders ............................. 548
Follow Me Home-systeem....... 335
Geconcentreerde
luchtcirculatiemodus
voorstoel
(S-FLOW-modus)................... 533
Gereedschap.................... 681, 700
Haken
Bagagehaken........................ 552
Bevestigingshaken
(vloermat) ............................. 28
Kledinghaakjes ..................... 565
Tashaak ................................ 553
Handgrepen.............................. 566
Handsfree-systeem (voor
mobiele telefoon)
*
Head-up display....................... 168
Hendel
Ontgrendelingshendel
motorkap ............................ 583
Ontgrendelingshendel
stuurverstelling ................... 274
Richtingaanwijzer-
schakelaar .......................... 331
Ruitenwisserhendel .............. 343
Selectiehendel ...................... 325
Veiligheidshaak..................... 583
Hill Start Assist Control .......... 514
Hoofdscherm ........................... 125
Hoofdsteunen .......................... 270
Hoogspanningsonderdelen...... 82
E
F
G
H
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 770 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
771
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Hybridesysteem.........................77
Als het hybridesysteem
niet kan worden gestart ......714
Brake Override-systeem .......293
Energiemonitor/
verbruiksscherm .........138, 174
EV-modus .............................322
Hoogspanningsonderdelen..... 82
Hybridesysteemindicator.......140
Oververhitting........................725
Regeneratief remmen .............79
Rijden met een hybrideauto ..521
Starten van het
hybridesysteem ..................316
Startknop............................... 316
Uitschakelsysteem voor
noodgevallen ........................83
Voorzorgsmaatregelen
hybridesysteem ....................82
Waarschuwingssysteem
naderende auto ....................78
Wegrijregeling.......................294
Hybridesysteemindicator........140
Hybridetransmissie .................325
Identificatie............................... 735
Auto ...................................... 735
Motor..................................... 736
Inbraaksensor.......................... 104
Initialisatie................................ 759
Bandenspannings-
waarschuwingssysteem ..... 603
Elektrisch bedienbare
ruiten .................................. 282
Parking Support
Brake-functie ...................... 474
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)..... 502
Schuifdak .............................. 288
Te initialiseren onderdelen.... 759
Instapverlichting.............. 542, 544
Plaats.................................... 542
Wattage ................................ 747
Instrumentenpaneel ................ 108
Controlelampjes.................... 118
Head-up display.................... 168
Hoofdscherm ........................ 125
Instrumentenpaneel.............. 108
Klok afstellen ........................ 114
Multi-informatiedisplay .......... 135
Regeling verlichting
instrumentenpaneel............ 110
Waarschuwingslampjes........ 118
Waarschuwingsmeldingen.... 670
Interieurfilter ............................ 622
Interieurverlichting .................. 542
Schakelaar.................... 543, 544
Vermogen ............................. 747
I
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 771 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
772
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Kentekenplaatverlichting........333
Lampen vervangen ...............645
Lichtschakelaar.....................333
Kilometerteller..........................129
Kindersloten............................. 190
Kledinghaakjes ........................ 565
Klembeveiliging
Elektrisch bedienbare
ruiten................................... 282
Schuifdak ..............................287
Klok ........................................... 108
Instellen.................................114
Knelbeveiliging ........................ 282
Knie-airbag ................................. 37
Koelsysteem............................. 590
Oververhitting
hybridesysteem ..................727
Oververhitting van
de motor .............................725
Koelvloeistof ............................ 590
Capaciteit ..............................742
Controle ................................590
Voorbereidingen en
controles bij
rijden in de winter ...............524
Koelvloeistof
vermogensregeleenheid .......590
Capaciteit ..............................742
Controle ................................590
Radiateur ..............................592
Voorbereidingen en
controles bij
rijden in de winter ...............524
Koplampen ............................... 333
AHB (Automatic High
Beam) .................................338
Automatische verticale
koplampverstelling..............336
Follow Me Home-systeem ....335
Lampen vervangen ...............645
Lichtschakelaar.....................333
Krik
Bij de auto
geleverde krik ............. 681, 700
Plaatsen van
een garagekrik.................... 585
Krikslinger........................ 681, 700
Lampen
Vermogen ............................. 747
Vervangen ............................ 641
Leeslampjes............................. 542
Schakelaar............................ 543
Wattage ................................ 747
Lekke band....................... 679, 699
LTA (Lane Tracing Assist)...... 378
Make-upspiegels...................... 557
Make-upverlichting................ 557
Make-upverlichting.................. 557
Vermogen ............................. 747
Microfoon
*
Mistachterlicht ......................... 342
Lampen vervangen............... 645
Schakelaar............................ 342
Mistlampen............................... 342
Lampen vervangen............... 645
Schakelaar............................ 342
Mistlampen voor ...................... 342
Lampen vervangen............... 645
Schakelaar............................ 342
K
L
M
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 772 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
773
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Motor.........................................736
Als het hybridesysteem
niet kan worden gestart ......714
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht.................649
Belangrijke
voorzorgsmaatregelen in
verband met uitlaatgassen ...48
Contact (startknop) ...............316
Contact.................................. 316
Identificatienummer...............736
Motorkap ...............................583
Motorruimte...........................586
Oververhitting........................725
Stand ACC ............................318
Starten van het
hybridesysteem ..................316
Startknop............................... 316
Motorcontrolelampje ...............661
Motorkap................................... 583
Motorolie................................... 587
Capaciteit ..............................738
Controle ................................587
Voorbereidingen en
controles bij
rijden in de winter ...............524
Waarschuwingslampje
lage oliedruk ....................... 661
Multi-informatiedisplay ........... 135
Aan audiosysteem
gekoppelde weergave ........ 155
Dynamic Radar
Cruise Control met
volledig snelheidsbereik ..... 400
Energiemonitor ..................... 138
Informatie
ondersteunende
systemen............................ 160
Informatie op display............. 135
Instelscherm
airconditioning .................... 156
LTA (Lane Tracing Assist) .... 387
Parking Support
Brake-functie ...................... 470
Pre-Crash-waarschuwing ..... 368
RCTA-signaleringsscherm.... 427
Rij-informatie......................... 137
RSA (Road Sign Assist)........ 395
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)..... 481
Taal....................................... 164
Toyota Parking
Assist-sensor...................... 453
Weergave instellingen .......... 161
Weergave
waarschuwingsmelding ...... 160
Multimediasysteem
*
Naderingswaarschuwing ........ 410
Navigatiesysteem
*
Noodstopsignaal ..................... 514
N
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 773 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
774
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Olie
Motorolie ............................... 738
Onderhoud .......................568, 574
Camera voor .........................357
Exterieur................................568
Interieur.................................574
Lichtmetalen velgen ..............569
Onderhoud en reparatie........577
Onderhoudsgegevens...........734
Zelf uit te voeren
onderhoud 580Radarsensor356
Veiligheidsgordels.................575
Waterafstotende laag............ 569
Onderste ISOfix-
bevestigingspunten ................68
Opbergmogelijkheden.............545
Opbergvak
gevarendriehoek.................... 554
Opbergvak verbandtrommel...553
Opbergzakken rugleuning ......550
Openingssysteem
Achterklep .............................192
Motorkap ...............................583
Tankdopklep ......................... 351
Opslaan voertuiginformatie ........8
Oververhitting ..........................725
Panoramic View Monitor
*
Parkeerblokkeersysteem ........ 326
Parkeerlichten voor ................. 333
Lampen vervangen............... 645
Lichtschakelaar..................... 333
Parkeerrem............................... 332
Waarschuwingszoemer
geactiveerde parkeerrem ... 332
Werking................................. 332
Parking Assist-sensoren
Parking Support
Brake-functie ...................... 464
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)..... 477
Toyota Parking
Assist-sensor...................... 452
Parking Support
Brake-functie ......................... 464
PCS (Pre-Crash
Safety-systeem)..................... 367
Functie .................................. 367
In-/uitschakelen van
het systeem ........................ 371
Waarschuwingslampje.......... 662
O
P
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 774 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
775
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Pech, wat te doen bij
Als de 12V-accu is
ontladen..............................719
Als de auto vast komt
te zitten ...............................730
Als de auto vastzit in
stijgend water .....................650
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt........716
Als de motor oververhit
raakt.................................... 725
Als een waarschuwings-
lampje gaat branden...........660
Als een waarschuwings-
zoemer klinkt ......................660
Als er een
waarschuwingsmelding
wordt weergegeven ............670
Als het hybridesysteem
niet kan worden gestart ......714
Als u denkt dat er
iets mis is............................ 659
Als u uw sleutels
verliest ........................183, 186
Als uw auto een lekke
band heeft...................679, 699
Als uw auto in geval van
nood tot stilstand moet
worden gebracht.................649
Als uw auto moet worden
gesleept ..............................652
Portieren
Achterklep............................. 192
Buitenspiegels ...................... 278
Kindersloten
achterportieren ................... 190
Portieren ............................... 187
Portierruiten .......................... 281
Portierslot.............................. 187
Waarschuwingslampje
open portier/achterklep....... 663
Waarschuwingszoemer open
portier/achterklep................ 190
Zijruiten ................................. 281
Portieren................................... 187
Pre-Crash
Safety-systeem (PCS)........... 367
Functie .................................. 367
In-/uitschakelen van
het systeem ........................ 371
Waarschuwingslampje.......... 662
Radiateur .................................. 592
Radio
*
RCTA (Rear Crossing
Traffic Alert)........................... 447
Blind Spot Monitor-functie..... 443
Rear Crossing Traffic
Alert-functie ........................ 447
Rear Crossing Traffic Alert
(RCTA).................................... 447
Blind Spot
Monitor-functie.................... 443
Rear Crossing Traffic
Alert-functie ........................ 447
Regeling helderheid
Regeling verlichting
instrumentenpaneel............ 110
Regeling verlichting
instrumentenpaneel .............. 110
R
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 775 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
776
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Regeneratief remmen ................79
Remlichten
Lampen vervangen ...............645
Remsysteem
Parkeerrem ...........................332
Regeneratief remmen .............79
Vloeistof ................................ 744
Waarschuwingslampje..........660
Reservewiel ..............................699
Bandenspanning................... 745
Opbergmogelijkheden...........700
Rij-informatie............................ 137
Richtingaanwijzers ..................331
Lampen vervangen .......642, 645
Richtingaanwijzer-
schakelaar ..........................331
Vermogen .............................747
Richtingaanwijzers achter ......331
Lampen vervangen ...............642
Richtingaanwijzer-
schakelaar ..........................331
Vermogen .............................747
Richtingaanwijzers opzij.........331
Lampen vervangen ...............645
Richtingaanwijzer-
schakelaar ..........................331
Richtingaanwijzers voor .........331
Lampen vervangen ...............645
Richtingaanwijzer-
schakelaar ..........................331
Rijden........................................292
De juiste houding
achter het stuur..................... 30
Procedures............................292
Rijden in de regen.................293
Rijden in de winter ................524
Rijden met een
hybrideauto......................... 521
Rijmodusselectie-
schakelaar ..........................422
Tips voor inrijden...................294
Rijden in de winter................... 524
Rijden met een
aanhangwagen .............. 305, 315
Road Sign Assist (RSA) .......... 394
RSA (Road Sign Assist) .......... 394
Ruiten
Achterruitverwarming............ 535
Elektrisch bedienbare
ruiten .................................. 281
Ruitensproeiers............. 343, 347
Ruiten ....................................... 281
Ruitensproeiers ............... 343, 347
Controle ................................ 598
Schakelaar.................... 343, 347
Voorbereidingen en
controles bij rijden in
de winter............................. 524
Ruitenwisserrubber
vervangen .............................. 630
Ruitenwissers voor ................. 343
Omgaan met de
ruitenwisserarmen .............. 573
Ruitenwissers met
regensensor ....................... 344
Vervangen van het
ruitenwisserrubber.............. 630
S-FLOW-modus
(geconcentreerde
luchtcirculatiemodus
voorstoel)............................... 533
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem) ...... 477
S
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 776 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
777
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Schakelaar
Afstandsbediening
audiosysteem
*
Afstandsschakelaar...............408
Automatic High
Beam-schakelaar................338
Bedieningsschakelaar
verlichting
instrumentenpaneel............110
Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel............109
Blokkeerschakelaar
ruitbediening.......................281
Contact (startknop) ...............316
Cruise
control-schakelaar ......400, 417
EV-modusschakelaar............322
Lichtschakelaar.....................333
Ontgrendelschakelaar
tankdopklep ........................351
Rijmodusselectie-
schakelaar ..........................422
S-IPA-schakelaar.................. 480
Schakelaar achterruit- en
buitenspiegelverwarming....535
Schakelaar
achterruitenwisser en
-sproeier .............................347
Schakelaar
alarmknipperlichten ............648
Schakelaar camera
*
Schakelaar centrale
vergrendeling......................189
Schakelaar LTA
(Lane Tracing Assist)..........386
Schakelaar mistlampen.........342
Schakelaar ruitbediening ......281
Schakelaar ruitenwissers
en -sproeiers.......................343
Schakelaar stand P............... 326
Schakelaar VSC OFF ...........515
Schakelaars
buitenspiegels .................... 278
Schakelaars centrale
vergrendeling...................... 189
Schuifdakschakelaars........... 286
Snelheidsbegrenzer.............. 424
Spraaktoets
*
Startknop .............................. 316
Stoelverwarmings-
schakelaars ........................ 541
Telefoontoetsen
*
Toets HUD
(head-up display)................ 169
Toets SOS .............................. 72
Toets TRIP............................ 129
Voedingsschakelaar
draadloze lader................... 559
Schakelaar stand P.................. 326
Schoonmaken.................. 568, 574
Camera voor ......................... 357
Exterieur ............................... 568
Interieur................................. 574
Lichtmetalen velgen.............. 569
Radarsensor ......................... 356
Veiligheidsgordels................. 575
Ventilatieopening
batterijpakket
(tractiebatterij) .................... 625
Waterafstotende laag............ 569
Schuifdak ................................. 286
Aan portierslot gekoppelde
werking schuifdak............... 287
Klembeveiliging..................... 287
Werking ................................ 286
Selectiehendel ......................... 325
Selectiehendelverlichting ....... 542
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 777 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
778
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Sensor
AHB (Automatic High
Beam) .................................338
Automatisch
koplampsysteem.................335
Binnenspiegel .......................277
BSM (Blind Spot Monitor) .....442
Camera voor .........................355
Inbraaksensor .......................104
LTA (Lane Tracing Assist) ....378
Parking Support
Brake-functie ......................466
Portiergreep ..........................187
Radarsensor .........................355
RCTA (Rear Crossing
Traffic Alert-functie) ............442
Ruitenwissers met
regensensor........................345
S-IPA (Simple Intelligent
Parking Assist-systeem)..... 507
Toyota Parking
Assist-sensor ...................... 452
Side airbags ............................... 37
Simple Intelligent Parking
Assist-systeem (S-IPA).........477
Slepen/trekken
Rijden met een
aanhangwagen...........305, 315
Sleepoog...............................655
Slepen in een noodgeval ......652
Sleutels..................................... 182
Afstandsbediening ................ 187
Als de elektronische
sleutel niet goed werkt........ 716
Als u uw sleutels verliest..... 183,
186
Batterij vervangen................. 634
Contact ................................. 316
Elektronische sleutel............. 182
Energiebesparende functie... 199
Mechanische sleutel ............. 183
Plaatje met sleutelnummer ... 182
Smart entry-systeem............. 187
Smart entry-systeem
met startknop...................... 197
Startknop .............................. 316
Waarschuwingszoemer ........ 198
Smart entry-systeem............... 187
Afstandsbediening ................ 187
Smart entry-systeem
met startknop...................... 197
Smart entry-systeem
met startknop ........................ 197
Instapfuncties................ 187, 192
Plaats van antenne............... 197
Starten van het
hybridesysteem .................. 316
Sneeuwkettingen ..................... 525
Snelheidsbegrenzer ................ 424
Snelheidsmeter................ 126, 128
Specificaties............................. 734
Spiegels
Binnenspiegel ....................... 276
Buitenspiegels ...................... 278
Buitenspiegelverwarming...... 535
Make-upspiegels................... 557
Spiegels
Binnenspiegel ....................... 276
Buitenspiegels ...................... 278
Spraakcommandosysteem
*
Spraaktoets*
Startblokkering .......................... 89
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 778 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
779
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Startknop .................................. 316
Als uw auto in geval
van nood tot
stilstand moet worden
gebracht..............................649
Auto power off-functie ...........318
Starten van het
hybridesysteem ..................316
Wijzigen van de
standen van de startknop ... 318
Stoelen.............................. 265, 267
Achterstoelen ........................267
Afstellen ................................ 265
Armsteun...............................565
Baby- en
kinderzitjes plaatsen.............65
Hoofdsteunen........................270
Juiste zithouding .....................30
Opbergzak rugleuning...........550
Schoonmaken .......................574
Stoelverwarming ...................540
Voorstoelen........................... 265
Voorzorgsmaatregelen
met betrekking tot
verstellen ............................266
Stoelverwarming......................540
Stuurbekrachtiging
(elektrische
stuurbekrachtiging)...............514
Functie .................................. 514
Waarschuwingslampje..........661
Stuurwiel................................... 274
Audioschakelaars
*
Bedieningstoetsen
instrumentenpaneel............109
Instellen.................................274
Spraaktoets
*
Telefoontoetsen*
Toets TRIP............................ 129
Supervergrendeling.................100
Systemen met
mogelijkheden voor
persoonlijke
voorkeursinstellingen........... 750
Taal
(multi-informatiedisplay) ...... 164
Tankdopklep ............................ 351
Als de tankdopklep niet
kan worden geopend.......... 352
Openingssysteem................. 351
Tanken.................................. 349
Tanken ...................................... 349
Als de tankdopklep niet
kan worden geopend.......... 352
Brandstofsoorten .................. 737
Capaciteit.............................. 737
Openen van de tankdop ....... 351
Telefoontoets
*
Tips voor inrijden .................... 294
Toyota Parking
Assist-sensor ........................ 452
Toyota Safety Sense ............... 354
Tractiebatterij
(batterijpakket) ........................ 82
Plaats...................................... 82
Specificatie ........................... 737
Ventilatieopening .................... 83
Tractiemotor (elektromotor) ..... 77
Traction Control (TRC)............ 513
Functie .................................. 513
Schakelaar VSC OFF ........... 515
Transmissie.............................. 325
Hybridetransmissie ............... 325
Rijmodus-
selectieschakelaar.............. 422
Schakelaar stand P............... 326
T
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 779 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
780
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
TRC (Traction Control) ............513
Functie .................................. 513
Schakelaar VSC OFF ...........515
USB-aansluiting
*
Vastzitten
Als de auto vast komt
te zitten ...............................730
Vehicle Stability Control
(VSC)....................................... 513
Functie .................................. 513
Schakelaar VSC OFF ...........515
Veiligheidsgordels..................... 32
Baby- en kinderzitjes
plaatsen ................................66
Blokkeerautomaat
(ELR) .................................... 34
Controlelampje en
waarschuwingszoemer
veiligheidsgordel.................664
Gordelspanners ......................33
Hoe de veiligheidsgordel
te dragen ..............................30
Juist gebruik van de
veiligheidsgordels
door kinderen........................34
Veiligheidsgordel afstellen ......33
Veiligheidsgordels
schoonmaken en
onderhouden ......................575
Waarschuwingslampje
SRS .................................... 661
Zwangere vrouwen,
correct gebruik van
veiligheidsgordel................... 35
Veiligheidsvoorzieningen
voor kinderen .......................... 51
Baby- en kinderzitjes .............. 52
Blokkeerschakelaar
ruitbediening....................... 281
Juist gebruik van de
veiligheidsgordels
door kinderen ....................... 34
Kindersloten
achterportieren ................... 190
Plaatsen van baby-
en kinderzitjes ...................... 65
Rijden met kinderen
in de auto.............................. 51
Voorzorgsmaatregelen
12V-accu ............................ 596
Voorzorgsmaatregelen
achterklep........................... 194
Voorzorgsmaatregelen
airbags.................................. 39
Voorzorgsmaatregelen
elektrisch bedienbare
ruiten .................................. 284
Voorzorgsmaatregelen
schuifdak ............................ 289
Voorzorgsmaatregelen
stoelverwarming ................. 540
Voorzorgsmaatregelen
veiligheidsgordels................. 67
Voorzorgsmaatregelen
verwijderde
sleutelbatterij ...................... 636
Velgen....................................... 619
Bandenmaat ......................... 745
Velgen vervangen................. 699
Ventilatieopening....................... 83
Schoonmaken....................... 625
Ventilatieopening
batterijpakket
(tractiebatterij)......................... 83
Schoonmaken....................... 625
Verbruiksscherm ..................... 174
V
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 780 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
781
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Verlichting
AHB (Automatic High
Beam) .................................338
Alarmknipperlichten ..............648
Bagageruimteverlichting .......193
Follow Me Home-systeem ....335
Instapverlichting.................... 542
Instapverlichting.................... 544
Interieurverlichting......... 543, 544
Lampen vervangen ...............641
Leeslampjes.......................... 543
Lichtschakelaar.....................333
Make-upverlichting................557
Overzicht
interieurverlichting ..............542
Richtingaanwijzer-
schakelaar ..........................331
Schakelaar mistlampen.........342
Selectiehendelverlichting ......542
Vermogen .............................747
Voetenruimteverlichting ........542
Vervangen
Banden.................................. 699
Batterij elektronische
sleutel .................................634
Lampen .................................641
Ruitenwisserrubber...............630
Zekeringen ............................637
Verwarming
Automatische
airconditioning ....................530
Buitenspiegels.......................535
Stoelverwarming ...................540
Vloeistof
Remsysteem......................... 744
Sproeiers .............................. 598
Transmissie .......................... 743
Vloermat ..................................... 28
Voertuigidentificatie-
nummer .................................. 735
Voetenruimteverlichting ......... 542
Voorportieren........................... 187
Voorstoelen.............................. 265
Afstellen ................................ 265
De juiste houding
achter het stuur .................... 30
Hoofdsteunen ....................... 270
Schoonmaken....................... 574
Stoelverwarming ................... 540
Voorzorgsmaatregelen
bij opbergen........................... 545
VSC (Vehicle Stability
Control) .................................. 513
Functie .................................. 513
Schakelaar VSC OFF ........... 515
*: Raadpleeg de handleiding voor het navigatie- en multimediasysteem.
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 781 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
782
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
Waarschuwingen voor
het geval de auto bij een
ongeval betrokken raakt.........86
Waarschuwingslampje hoge
koelvloeistoftemperatuur .....663
Waarschuwingslampjes ..........118
Waarschuwingslampjes ..........118
ABS....................................... 661
Bandenspanning................... 664
Brake Override-systeem .......665
Centraal
waarschuwingslampje ........664
Controlelampje
achterpassagiersgordel ......664
Controlelampje PKSB OFF ... 663
Controlelampje Traction
Control ................................662
Controlelampje
veiligheidsgordel.................664
Controlelampje
veiligheidsgordel
bestuurder .......................... 664
Controlelampje
voorpassagiersgordel .........664
Elektrische
stuurbekrachtiging .............. 661
Elektronisch
motorregelsysteem............. 661
Hoge
koelvloeistoftemperatuur ....663
Laadsysteem.........................660
Laag brandstofniveau ...........663
Lage motoroliedruk ...............661
Motorcontrolelampje .............661
Parking Support
Brake-functie ......................665
PCS....................................... 662
Portier openen ......................663
Remsysteem .........................660
SRS....................................... 661
Wegrijregeling.......................665
Waarschuwingsmeldingen ..... 670
Waarschuwingssysteem
naderende auto ....................... 78
Waarschuwingszoemers
Dynamic Radar
Cruise Control .................... 410
LTA (Lane Tracing Assist) .... 383
Naderingswaarschuwing....... 410
Open portier.................. 190, 663
Parking Support
Brake-functie ...................... 470
Pre-Crash-waarschuwing ..... 368
RCTA (Rear Crossing
Traffic Alert)........................ 427
Remsysteem......................... 660
Schakelstand ........................ 327
Toyota Parking
Assist-sensor...................... 456
Waarschuwing
veiligheidsgordels............... 664
Wassen en in de was zetten ... 568
Waterafstotende laag .............. 569
Weergave
buitentemperatuur ........ 126, 128
Wegrijregeling.......................... 294
Winterbanden........................... 524
Zekeringen ............................... 637
Zelf uit te voeren
onderhoud ............................. 580
Zijruiten .................................... 281
Waterafstotende laag............ 569
Zonnekleppen .......................... 557
Zonnescherm
Schuifdak .............................. 287
W
Z
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 782 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
783
Alfabetische index
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 783 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
784
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE)
INFORMATIE VOOR BIJ HET TANKSTATION
Veiligheidshaak Tankdopklep
Blz. 583 Blz. 351
Tankdopklep-
ontgrendeling
Ontgrendelingshendel
motorkap
Bandenspanning
Blz. 351 Blz. 583 Blz. 745
Inhoud brandstoftank
(Referentie)
43 l (11,4 gal., 9,5 lmp.gal.)
Brandstofsoort Blz. 737
Bandenspanning
koud
Blz. 745
Hoeveelheid motorolie
(Verversen
(bij benadering))
Met filter 4,2 l (4,4 qt., 3,7 Imp.qt.)
Zonder filter 3,9 l (4,1 qt., 3,4 Imp.qt.)
Soort motorolie Blz. 738
PRIUS_OM_OM47E11E_(EE).book Page 784 Monday, July 6, 2020 1:18 PM
07-2020
PZ49X-47E11-NL
Prius Handleiding
776


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Toyota Prius 2020 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Toyota Prius 2020 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 77,87 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Toyota Prius 2020

Toyota Prius 2020 User Manual - English - 760 pages

Toyota Prius 2020 User Manual - German - 776 pages

Toyota Prius 2020 User Manual - French - 768 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info