532679
32
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/36
Next page
Pag.1
NEDERLAND-NL
BELGIE-BE
BEDIENINGS EN INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN
1033 / 1034
Trimline 73 (1033)
Trimline 73H (1034)
Pag.2
INHOUDSOPGAVE
1. Algemeen Pag. 3
1.1 Inhoud verpakking
2. Beveiliging van het toestel Pag. 4
2.1 Veiligheid
3. Afstandbediening Pag. 5
3.1 Algemeen
3.2 Handzender
3.3 Scherm instellen
3.4 Tijd instellen
3.5 De gewenste temperatuur instellen
3.6 Programmeren van Timer
3.7 Wijzigen signaalcodes
3.8 Bediening (AB)
3.9 Mogelijke foutmeldingen
3.10 Instellen van vlamhoogte / Doven van vuur
3.11 Uitschakelen van het toestel
3.12 Batterijen plaatsen en vervangen
4. Handbediening Pag. 8
4.1
Aansteken van het vuur
4.2 Doven van het vuur
4.3
Uitschakelen van het toestel
5. De eerste keer stoken Pag. 9
5.1 Dagelijks onderhoud
5.2 Belangrijke tips
6. Installatievoorschriften Pag. 10
6.1 Algemeen voorschrift
7. Concentrisch kanaalsysteem Pag. 11
7.1 Componenten van het concentrisch kanaal systeem
7.2 Opbouw Concentrisch kanaalsysteem
7.3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen.
7.4 Onderdelen.
7.5 Montage
7.6 Reiniging en onderhoud
8. Instructies voor Mertik Maxitrol GV60 en Afstandsbediening Pag. 15
9. Onderhouds controle lijst Pag. 18
10. Onderhouds werkzaamheden Pag. 19
11. Plaatsen van het toestel Pag. 20
11.1 Componenten van het toestel
11.2 Aansluiting op de gasleiding
11.3 Voorbereiding en plaatsing van het toestel
11.4 Plaatsing van de keramische houtset
11.5 Plaatsing van de optionele Pebbleset
11.6 Montagevoorschrift optionele wandsets
11.7 Montagevoorschrift optionele Lamellen
12. Technische gegevens GV60 Pag. 22
12.1 Gas technische gegevens
13. Problemen en hun mogelijke oplossingen Pag. 24
Illustraties Pag. 25–34
Voor België is deze instructie ook in Duitstalige uitvoering beschikbaar
Informeer bij uw producent.
Fur Belgien ist diese Bedienungsanleiting auch in deutcher sprache erhaltlich.
Informieren sie bei Ihren producent.
WIJZIGINGEN EN DRUKFOUTEN VOORBEHOUDEN.
(1/10062008)
Pag.3
Met de aanschaf van deze gashaard wensen wij u veel stookplezier. Lees deze instructies zorgvuldig voor-
dat u de haard installeert en in gebruik neemt. Bewaar deze instructies goed. In geval van storing steeds
opgeven: type en serienummer dat u aantreft op het toestel. Uw aankoopnota is uw garantiebewijs.
1. ALGEMEEN
Het complete toestel wordt geleverd met de door u uitgekozen mantel en of toebehoren. Zie hiervoor de instal-
latie voorschriften van de desbetreffende mantel en of toebehoren welke separaat van toestel verpakt zijn. Bij af-
levering dient u direct het toestel op eventuele transportschade te controleren. Is dit het geval dan dient u dit on-
middellijk en zo nauwkeurig mogelijk aan uw leverancier door te geven.
Attentie
Het toestel dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden door een erkend installateur, volgens de nati-
onale, regionale, lokale normen en voorschriften. Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden
op gasdichtheid van gas en verbrandingsproducten en de juiste werking van de diverse onderdelen en functies.
Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende voorschriften.
Het toestel valt in de categorie gesloten toestellen, in een opstellingsruimte zonder ventilator en met een schoor-
steenverlies groter dan 17 % (niet condenserend).
Waarschuwing.
Gaskachels worden heet als ze in bedrijf zijn. Dienovereenkomstig moet voorzichtigheid worden betracht en b.v.
kinderen en hulpbehoevenden uit de buurt van brandende kachels worden geweerd. Ook mogen kachels niet op
of tegen brandbare materialen worden geplaatst (gordijnen enz .).
Inhoud verpakking
1 x Kompleet gemonteerd toestel Trimline 73( 1033 ) “NG”of “LPG” of 1 x Kompleet gemonteerd toestel
Trimline 73H ( 1034 Incl. Lamellen achter en zijkanten )
1 x Convectieset
1 x Afstandsbediening
2 x Restrictie plaat
2 x Parker
1 x Batterij 9 Volt
4 x Batterij AA 1.5 Volt
1 x Bediening en installatievoorschriften
1 x Hout imitatie set “NG” of “LPG”
1 x Zuignap
Additioneel
Luxe wandset Tegelsteen of Waalsteen motief (alleen 1033)
Lamellen achter en zijkanten ( alleen 1033 )
Pebbleset
Schouw Castello ( alleen 1033)
Boezemijzer
Pag.4
2. BEVEILIGING VAN HET TOESTEL
Het toestel is volledig beveiligd door middel van een thermo-elektrische waakvlambeveiliging ter voorkoming
van het onvoorzien uitstromen van gas uit de hoofdbrander.
2.1 Veiligheid
Plaats geen keramisch brander decoratiemateriaal of houtstammen tegen de waakvlambrander. Zorg ervoor dat
de waakvlam te allen tijde vrij over de hoofdbrander kan branden. Alleen dan is een goede ontsteking van de
hoofdbrander gewaarborgd. Het zich niet houden aan deze voorschriften kan tot een gevaarlijke situatie leiden.
Het is noodzakelijk dat het toestel, het complete concentrische kanalensysteem en de uitmonding jaarlijks
door een erkend gasvakman/installateur worden gereinigd en gecontroleerd. De veilige werking van het
toestel blijft hierdoor gewaarborgd. Zie voor aanvullende instructie Hoofdstuk 10: Onderhoud.
Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 minuten wachten alvorens de waakvlam
opnieuw aan te steken.
Het toestel mag niet in gebruikt gesteld worden zonder dat de ruit geplaatst is.
Het is niet toegestaan om brandbare stoffen op de keramische hout stammenset te leggen.
De inrichting van de hoofdbrander met keramisch brander decoratiemateriaal en houtstammen mag onder
geen beding worden veranderd of aangevuld.
Er mogen geen licht ontvlambare materialen, zoals nylon kleding of brandbare vloeistoffen in de nabijheid
van het toestel worden gebracht.
Zorg er te allen tijde voor dat kinderen en andere personen die niet op de hoogte zijn van de werking van
een gastoestel, zich uitsluitend onder toezicht, in de nabijheid van het toestel begeven.
Gebruik een haardscherm tegen verbranding en ter bescherming van de hierboven vermelde kinderen en
personen.
Pag.5
3. AFSTANDSBEDIENING
3.1 Algemeen
* Het toestel wordt bediend met een radiografische afstandsbediening. Deze bestaat uit een handzender en
een ontvanger. De ontvanger is gekoppeld met het gas regelblok.
* De ontvanger en het gas regelblok bevinden zich in de bedieningskast.
3.2 Handzender
* De bediening is door middel van een radiografisch signaal. De signaalcode is af fabriek ingesteld, maar kan
indien gewenst worden gewijzigd. ( Zie 3.7 )
3.3 Scherm instellen
* Na het plaatsen van de batterijen kan door gelijktijdig indrukken van OFF en
gewisseld worden van °F (en 12 uur aanwijzing) naar °C (en 24 uur instelling), of
omgekeerd.
* Wacht een ogenblik of druk op OFF om terug te schakelen naar MAN modus.
3.4 Tijd instellen
* Door gelijktijdig indrukken van en
komt men in de SET modus of
programmeermodus.
* Zolang het scherm knippert kan de tijd ingesteld worden.
* Druk op om de uren in te stellen en op voor de minuten.
* Wacht een ogenblik of druk op OFF om terug te schakelen naar MAN modus.
3.5 De gewenste temperatuur instellen
* Druk kort op SET -toets om de gewenste modus
of te selecteren.
* Houdt de SET -toets ingedrukt tot het beeldscherm begint te knipperen.
* Druk daarna op of om de gewenste temperatuur in te stellen.
* Wacht een ogenblik of druk kort de OFF -toets in om de MAN modus in te schakelen.
* Als de temperatuur-instelling bij uit moet (laag verbruik batterij), dan verlagen tot er op het
beeldscherm verschijnt.
3.6 Programmeren van de timer: P1 en P2
* Druk kort op SET -toets om de gewenste modus
te selecteren.
* Houdt de SET -toets ingedrukt tot P1
(verwarmingsperiode 1) in het beeldscherm knippert.
* Stel het tijdstip in voor het begin van de eerste (1
e
) verwarmingsperiode door op te drukken om de uren
in te stellen. En op voor de minuten.
* Druk kort op de SET -toets; P1 verschijnt nu op het scherm. Stel het tijdstip in voor beëindiging van de
eerste (1
e
) verwarmingsperiode.
* Druk de SET -toets nogmaals in voor het instellen van begin en einde van de tweede (2
e
) verwarmings-
periode P2
(AAN) en P2 (UIT).
* Wacht een ogenblik of druk op OFF om terug te schakelen naar MAN
modus.
Handzender
Pag.6
3.7 Wijzigen signaalcode
Het kan voorkomen dat er zich meerdere toestellen binnen het bereik van één handzender
bevinden, indien gewenst kunt u de handzender uniek maken voor ieder toestel. Dit dient
u te doen d.m.v. het wijzigen van de signaalcode in de handzender.
* Er zijn 15 andere codes instelbaar door middel van de positie van een of meerdere
“DIP-switches” in de handzender te verstellen.
* De “DIP -switches” zijn bereikbaar na het openen van de batterijhouder van de
handzender.
* Druk de reset toets op de ontvanger en de toets op de handzender gelijktijdig
in (± 20 sec.).
* Als de ontvanger de nieuwe code heeft gelezen reageert het gas blok en is deze klaar voor gebruik.
3.8 Bediening (Afstandsbediening)
Aansteken van het vuur
* Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is gemonteerd.
* Druk de “
O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “I” positie.
* Draai de bedieningsknop, op het gas regelblok, in de
ON positie.
* Druk op de handzender de toetsen
OFF en gelijktijdig
in. Een kort geluidssignaal zal de start
bevestigen. Daarna zullen korte geluidssignaaltjes volgen totdat de waakvlam en hoofdbrander worden
ontstoken. Nadat de hoofdbrander is ontstoken gaat de vlamhoogte automatisch de maximale stand.
3.9 Mogelijke foutmeldingen
* Lange geluidssignalen tijdens de ontsteking: Batterijen van de ontvanger zijn bijna leeg. (Nadat dit signaal
optreedt kan men nog ongeveer 10x het toestel inschakelen.)
* 5 seconden continu geluidssignaal: Foutmelding. Bijvoorbeeld; een van de kabels is niet verbonden, de
O I” schakelaar staat niet in de “I” positie.
* 5x kort geluidssignaal : Ontsteking van waakvlam en hoofdbrander is niet gelukt.
Mogelijke oorzaak: lucht in de waakvlamleiding.
Belangrijk:
Gaat de waakvlam uit, dan dient men minimaal 5 minuten te wachten voordat men de bovenstaande
handelingen herhaalt.
“DIP-switches” in batterij-
houder handzender
Piëzo connector
(Bij handbediening)
Bedieningsknop
Motorknop
(in maximale stand)
Microswitch
O I” schakelaar
Aansluiting 8-polige
Gasregelblok (Bedieningsknop in ON-positie
Pag.7
3.10 Instellen van de vlamhoogte / Doven van het vuur
* Na ontsteking van de brander gaat de vlamhoogte automatisch naar de maximale stand.
* Druk op toets om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen.
(Doven van het vuur: “STAND BY”). (Kort op toets drukken verlaagt het vlambeeld geleidelijk.)
* Druk op toets om het vlambeeld te verhogen. (Kort op toets drukken verhoogt het vlambeeld
geleidelijk.)
3.11 Uitschakelen van het toestel.
* Druk op toets
om het vlambeeld te verlagen en om de brander uit te schakelen ( “STAND BY” ).
* Druk daarna op toets OFF om het gehele toestel, inclusief de waakvlam, uit te schakelen.
* Wordt het toestel langere tijd niet gebruikt, dan kunt u de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in
de “O” positie zetten, hiermee bespaart u op de batterijen.
* Ook is dan tevens aan te bevelen om de gas afsluitkraan in de toevoerleiding dicht te draaien.
Belangrijk: Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 minuten wachten alvorens de
waakvlam opnieuw aan te steken.
Storing
* Als blijkt dat de signalen van de handzender niet goed bij de ontvanger aankomen, kan dit veroorzaakt
worden door:
* Lege batterijen: batterijen vervangen.
* Een elektronisch probleem: oplossen door de “RESET” knop op de ontvanger in te drukken.
* Indien het toestel zich regelmatig uitschakelt dient u contact met uw installateur op te nemen.
3.12 Batterijen plaatsen en vervangen
* De batterijen van de handzender en ontvanger hebben een levensduur van ongeveer één jaar. Gebruik van
alkaline batterijen wordt aanbevolen.
* Vervangen is noodzakelijk wanneer bij de:
1. Handzender: BATT verschijnt in het display.
2. Ontvanger: lange geluidssignalen tijdens de ontsteking hoorbaar zijn.
1. Handzender:
* Open het klepje aan de achterzijde.
* Haal voorzichtig de 9V-blokbatterij eruit en maak deze los van de contacthouder. Trek niet aan de draden!
* Verbind de nieuwe batterij en plaats het geheel terug. Sluit het klepje.
2. Ontvanger:
* Haal voorzichtig de gehele ontvanger uit de houder.
* Schuif het klepje open.
* Verwijder de batterijen uit de batterijhouder.
* Plaats 4 nieuwe 1,5V-batterijen (type LR6 of AA) op de aangegeven wijze in de batterijhouder. De aan
drukveer altijd tegen de minpool (-) van de batterij.
* Sluit de deksel en plaats de ontvanger weer terug in de houder.
Onjuiste plaatsing van de batterijen kan de elektronica of de aandrijving onherstelbaar beschadigen.
Vervang de batterijen alleen wanneer het toestel volledig is uitgeschakeld.
Belangrijk
Verwijder batterijen enkel met niet-metalen gereedschap
Het verwijderen van batterijen met een metalen voorwerp kan de elektronische besturing blijvend beschadigen.
Pag.8
4.0 HANDBEDIENING
In geval van een defecte afstand bediening is het mogelijk om het toestel met de hand te bedienen. Hiervoor
moet eerst de ontsteek (piëzo)kabel van de ontvanger worden afgenomen en die voorzichtig op de piëzo-
connector op het gas regelblok worden geschoven.
4.1 Aansteken van het vuur
* Open de gas afsluitkraan die in de gasleiding naar het toestel is gemonteerd.
* Druk de “
O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “I” positie.
* Draai de motorknop, op het gas regelblok, geheel rechtsom. De knop maakt hierbij een “klik”-geluid.
* Draai de bedieningsknop, op het gas regelblok, in de “
MAN” positie. Een metalen rondje, in de bedie-
ningsknop, wordt zichtbaar.
* Druk het metalen rondje in. Bijvoorbeeld met een pen. Er stroomt nu gas naar de waakvlam.
* Terwijl men het metalen rondje ingedrukt houdt, dient men enkele malen de (vierkante) piëzoknop
(langs de “
O I” schakelaar) in te drukken om de waakvlam te ontsteken. Door het glasraam kan men zien
of de waakvlam brandt.
* Als de waakvlam brandt, het metalen rondje nog 10 seconden ingedrukt houden en daarna loslaten.
Belangrijk: Gaat de waakvlam uit, dan dient men minimaal 5 minuten te wachten voordat men de
bovenstaande handelingen herhaalt.
* Draai de bedieningsknop naar de ON positie. Afhankelijk van de positie van de motorknop zal de brander
wel of niet ontsteken.
* Door de motorknop linksom in de gewenste stand te draaien zal de brander ontsteken en kan men de vlam
hoogte regelen.
4.2 Doven van het vuur
Draai de motorknop, op het gas regelblok, geheel rechtsom. De knop maakt hierbij een “klik”-geluid. De brander
gaat uit. De waakvlam blijft branden.
4.3 Uitschakelen van het toestel
Druk de “O I” schakelaar, op het gas regelblok, in de “O” positie. De waakvlam gaat uit.
Wordt het toestel langere tijd niet gebruikt, dan is het aan te bevelen om de gas afsluitkraan in de toevoerleiding
dicht te draaien.
Belangrijk: Wanneer door welke oorzaak dan ook de waakvlam dooft, 5 minuten wachten alvorens
de waakvlam opnieuw aan te steken.
Piëzo Knop
Piëzo connector
(Bij handbediening)
Bedieningsknop
Motorknop
(in maximale stand)
Microswitch
O I” schakelaar
Aansluiting 8-polige
Metalen rondje voor de
handbediende ontsteking
(Bedieningsknop in Manuele-positie)
Pag.9
5. DE EERSTE KEER STOKEN
Het toestel is voorzien van een hittebestendige laklaag die bestand is tegen zeer hoge temperaturen. Tijdens de
eerste stookuren kan er een min of meer hinderlijke geur ontstaan door het inbranden van de lak; dit is echter
ongevaarlijk. Om dit zo snel mogelijk te verhelpen, dient men het toestel enkele uren volop te laten branden en
het vertrek goed te ventileren. Na de eerste keren branden, kan er een lichte aanslag op de binnenzijde van de ruit
komen. Dit komt door de lak die uithardt. Nadat de haard is afgekoeld kan deze aanslag verwijderd worden met
een kachelglasreiniger of keramische kookplaatreiniger.
5.1 Dagelijks onderhoud
* Voorkom dat er zich te veel stof en deeltjes van sigarettenrook, kaarsen en olielampen in de lucht van uw
woning bevindt. Verhitting van deze deeltjes, via het convectie systeem van het toestel, kan namelijk
leiden tot verkleuring van wanden en plafond. Daarom dient men het vertrek, waar het toestel staat, altijd
voldoende te ventileren. Verwijder regelmatig de eventuele stofaanslag achter de bedieningsklep met een
stofzuiger.
Indien het glas gebroken of gescheurd is, moet men het onmiddellijk laten vervangen door een er-
kend installateur voordat het toestel weer in werking wordt gesteld.
* Indien op het toestel is gemorst, dient het onmiddellijk uitgezet te worden. Pas als het toestel is afgekoeld,
kan men het reinigen. Nooit een schuurmiddel, agressieve schoonmaak middelen of kachelpoets gebruiken;
uitsluitend een droge, niet pluizende doek gebruiken.
* Bij de vakhandel zijn ook spuitbussen hittebestendige lak verkrijgbaar, zodat men voor het jaarlijkse
onderhoud eventueel kleine vlekken of beschadigingen kan bijspuiten.
5.2 Belangrijke tips voor het stoken met gas of houtgestookte kachels en haarden.
Voorkom verkleuring van wanden en plafonds!
In elke woonruimte bevinden zich altijd stofdeeltjes in de lucht ook als er regelmatig gestofzuigd wordt!
Deze deeltjes zijn goed zichtbaar in binnenvallende zonnestralen. Zolang de hoeveelheden stofdeeltjes in
de lucht beperkt blijven, zult u hiervan geen last ondervinden. Alleen als deze deeltjes door welke oorzaak
dan ook in grotere hoeveelheden door de kamer zweven en vooral als de lucht extra verontreinigd is door
roet en teerdeeltjes, veroorzaakt door b.v. het branden van kaarsen of olielampjes en het roken van siga-
retten of sigaren, kan men spreken van een slecht binnenklimaat! In een verwarmde woonruimte stroomt
afgekoelde lucht langzaam over de vloer naar het verbrandingtoestel. In het convectiesysteem van de haard
of kachel wordt deze lucht verwarmd, waardoor een snel opstijgende warme luchtkolom ontstaat, die zich
dan weer door de ruimte verspreidt. In deze lucht bevinden zich dus altijd stof en andere vervuilende deel-
tjes die zich zullen afzetten of koude en vaak vochtige vlakken. Vooral in een nog niet droge nieuwbouw
( bouwvocht ) zal zich dit probleem kunnen voordoen. Een ongewenst resultaat van dit fenomeen zou een
verkleuring van muren en of plafond kunnen zijn!
Hoe kunt u deze problemen voorkomen?
* Bij een nieuw gemetselde schouw of na een verbouwing minimaal 6 weken wachten voordat met gaat
stoken.
* Het bouwvocht moet namelijk geheel verdwenen zijn uit wanden, vloer en plafond.
* Het vertrek waar het toestel staat dient goed te worden geventileerd.
* De benodigde luchtverversing moet in acht worden genomen volgens het lokaal Bouwbesluit.
* Maak zo weinig mogelijk gebruik van kaarsen en olielampjes en houd het verbrandingslont zo kort moge-
lijk.
* Deze beide “sfeerbrengers” zorgen voor aanzienlijke hoeveelheden vervuilende en ongezonde roetdeeltjes
in uw woning.
* Rook van sigaretten en sigaren bevat o.a. teer stoffen, die bij verhitting eveneens op koudere en vochtige
muren zullen neerslaan.
* Bij een slecht binnen klimaat zal het verschijnsel zich, weliswaar in mindere mate, eveneens boven radia-
toren en verlichtingsarmaturen en bij ventilatieroosters kunnen voordoen.
Pag.10
6. INSTALLATIEVOORSCHRIFTEN
Belangrijk
De installatie mag uitsluitend door
een bevoegd persoon uitgevoerd worden
6.1 Algemeen voorschrift
* De gashaard dient geplaatst, aangesloten en gecontroleerd te worden als een gesloten toestel door een
erkend installateur, volgens de nationale, regionale en lokale normen en voorschriften.
* Ook het afvoersysteem en de uitmondingen in gevel of dakvlak dienen te voldoen aan de geldende normen
en voorschriften.
* De temperatuur van de wanden en schappen in de omgeving van de zij en achterkant van het toestel mag de
omgevingstemperatuur met niet meer dan 80°C overstijgen.
* Het toestel is in combinatie met het Metaloterm US systeem nr: 0063-CPD-6308 concentrisch kanalensys-
teem Ø100 mm - Ø150 mm goedgekeurd volgens de Europese CE-norm voor gastoestellen, en mag daar
om uitsluitend met dit systeem worden toegepast.
* Het toestel dient door de installateur gecontroleerd te worden op lokale gasdistributie (gas- type en gas-
druk) zoals aangegeven op het typeplaatje.
* De instructie is alleen geldig als de desbetreffende landcode op het toestel is vermeld. Is dit niet het geval
dan is het noodzakelijk de gas technische gegevens van het desbetreffende land te raadplegen en
modificaties te overleggen met de fabrikant.
* Bij de eerste keer stoken zal er lucht in de gasleiding zitten. De gasleiding dient daarom eerst ontlucht te
worden..
* Steek de kachel volgens het bedieningsvoorschrift aan en controleer of het vlambeeld gelijkmatig is. Na de
eerste keer stoken dient u eventueel de aanslag op de glasruit, als gevolg van het uitmoffelen van het toe-
stel, te verwijderen met behulp van een glasreiniger voor kachels.
Waarschuwing:
Plaats het toestel nooit tegen of in een brandbare wand !.
Afstand tot brandbare materialen:
* T.o.v. het front, zij- en bovenkant van het toestel zal een afstand van 1000 mm toegepast moeten worden
vanaf het toestel tot aan: gordijnen, bekledingen en weefsels, en of ander brandbaar materiaal tenzij anders
vermeld in deze instructie.
Afstand tot niet brandbare materialen:
* Bij installatie van het toestel , zal een minimale afstand van 50 mm van de muur gehandhaafd moeten
worden tenzij ander vermeld in deze instructie.
Belangrijk
* Constructie materiaal voor schouwen en mantels etc. of bij een inbouw situatie moeten van onbrandbaar
materiaal gemaakt zijn. Dit geld tevens voor vloeren en plafonds. Gebruik nooit brandbare materialen nabij
het toestel met inachtneming van de bovengenoemde voorschriften.
Let op: Als u twijfelt, raadpleeg dan uw leverancier.
Pag.11
7. CONCENTRISCH KANAALSYSTEEM CC
Het concentrisch kanaal systeem is samengesteld uit een binnenkanaal van Ø 100 mm en een buitenkanaal van
Ø 150 mm. Deze kanalen zijn concentrisch opgesteld; door het binnenkanaal worden de verbrandingsgassen af-
gevoerd, tussen binnen- en buitenkanaal wordt de verse verbrandingslucht toegevoerd.
7.1 Componenten van het concentrisch kanaalsysteem. ( Zie Pag.28 )
Met behulp van het concentrisch kanaalsysteem zijn verschillende aansluitingen mogelijk:
Door het dakvlak en door de gevel.
Het traject van dit systeem is op verschillende wijzen aan te leggen,
maar er zijn enkele belangrijke voorwaarden:
* Totale toegestane verticale kanaallengte niet langer dan 12 meter (som van kanaallengte en de reken-
lengtes voor de bochten).
* Bochten 90° hebben een rekenlengte van 2 meter horizontaal.
* Bochten 45° hebben een rekenlengte van 1 meter horizontaal.
* De uitmonding kan op elke willekeurige plaats in het dakvlak of gevel geschieden (aan en afvoer in iden-
tiek drukgebied), maar moet voldoen aan de geldende voorschriften.
* Kanaal trajecten mogen niet geïsoleerd worden
Belangrijk
* Zorg ervoor dat de restrictieplaat juiste manier gemonteerd wordt zoals aangegeven in deze instructie.
* De juiste restrictieplaat zal het toestel, het meest optimale rendement, vlambeeld en verbranding geven.
* Montage van een foutief geplaatste restrictieplaat kan storingen aan het toestel veroorzaken.
CC KANAAL SYSTEEM ARTIKEL NR’S
OMSCHRIJVING MAAT ( mm ) CODE NR. RVS
A) CONCENTRISCHE PIJP 1000
500
250
401410100000
401410050000
401410025000
B) BOCHT 45° SET 2 STUKS 401420045002
C) MUURBEUGEL 401430110000
D) BOCHT 90° 401420090000
E) MUURBEUGEL STELBAAR 401430120000
F) CONCENTRISCHE. PASPIJP 250 401412025000
G) UNIVERSELE MONTAGEPLAAT 401450150000
H) KLEMBAND 401430100000
I) CENTREERPLATEN (SET) 401450130000
J) DAKPLAAT PLAT ALUMINIUM 401472000000
K) STORMKRAAG 401470100000
L) GEVELDOORVOER 401450160000
M) DAKPLAAT HELLEND 20-45° LOOD 401476020000
N) DAKDOORVOER 401450180000
O) DAKPLAAT HELLEND 5-30° 401474005000
Pag.12
7.2 Opbouw concentrisch kanaalsysteem CC
Indirecte gevel aansluiting .
* De uitmonding kan ook in een boven afvoer situatie in de gevel geschieden,houdt rekening met hinder naar
omgeving, volgens de nationale, regionale, lokale normen en voorschriften.Let ook op dat de winddruk ook
hier op de uitmonding niet te extreem is zoals een balkon, plat dak, hoeken en in zeer smalle stegen etc.,
daar dit de prestaties van het toestel negatief kan beïnvloeden.
* Verzorg een sparing in de gevel van rond 155 mm. (in een brandbare gevel extra ruimte van 50 mm.
rondom de buitenbuis houden) en monteer de geveldoorvoer met de muurplaat aan de binnenzijde van de
wand. Aan de buitenzijde dient de muurplaat van de geveldoorvoer voldoende tegen de muur te worden af
gedicht; dit i.v.m. lekkagemogelijkheid van vocht c.q. rookgassen de woonruimte in.
* Indien noodzakelijk, dient het kanaal te worden omkokerd. Ook als het kanaal langs brandbare materialen
gemonteerd gaat worden, dienen er voldoende brandwerende maatregelen te worden genomen.
* Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aansluiting op
het toestel , let op de montagerichting en verbindt de elementen d.m.v. de klembanden aan elkaar.
* Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel , kan gebruik worden gemaakt van de paspijp
L= 50 - 250 mm. Gebruik, indien noodzakelijk, muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal.
Montage dakdoorvoering
* De uitmonding kan op willekeurige plaats in het dakvlak geschieden (aan- en afvoer in identiek druk ge-
bied), en moet voldoen aan de geldende voorschriften.
* Voor een waterdichte doorvoering kan gebruik worden gemaakt van een dakplaat plat voor platdak, of een
dakplaat lood voor hellende pannendaken. Indien nodig kan er worden versleept m.b.v .diverse bochten. De
sparing in het dakbeschot dient 5 cm. rondom groter te zijn, dit i.v.m . voldoende brandwerendheid.
* Er moet rekenschap gehouden worden met de bepaling ( Zie hiervoor de nationale, regionale, lokale nor-
men en voorschriften) van de weerstand tegen branddoorslag tussen ruimten.Er dient een omkokering van
brandvrij materiaal (b.v . 12 mm. Promatect brandwerende plaat) te worden toegepast op 25 mm. vanaf het
buiten kanaal.
* Bepaal de positie van het toestel en de uitmonding en begin de opbouw van het kanaal met de aan sluiting
op het toestel (altijd eerst 1 meter verticaal), let op de montagerichting !. Binnenkanaal moet afwaterend ge-
monteerd worden. Verbindt de elementen d.m.v .de klembanden aan elkaar. Zorg ervoor dat alle
verbindingen goed gasdicht zijn.
* Tussen bochten, of bij de aansluiting op het toestel c.q . dakdoorvoer, kan gebruik worden gemaakt van een
paspijp. Gebruik op elke verdieping 2 muurbeugels ter ondersteuning van het kanaal
G
L
D
A
A
F
K
M
I
C
B
N
K
H
A
N
K
J
G
E
A
H
F
Pag.13
7.3 Montagevoorschriften bestaande rookkanalen.
Voorschriften
Dit rookgasafvoersysteem valt onder de cat.: C91 en moet opgebouwd worden volgens de nationale regelgeving
en de voorschriften van de fabrikant, zoals aangegeven in de documentatie en de installatievoorschriften.
Dit houd o.a. in dat de schoorsteen doorvoer niet kleiner mag zijn dan rond / vierkant 150 mm doch niet groter
dan 200 mm en niet geventileerd door roosters etc. Bij grotere schoorsteen doorvoeren kan eventueel een flexi-
bele slang van rond 150 mm toegepast worden in combinatie met een flexibele slang rond 100 zoals hieronder
omschreven. Andere situaties dient u te overleggen met uw leverancier / fabrikant.
7.4 Onderdelen
Controleer alle onderdelen op eventuele beschadigingen voordat u met de montage begint. Voor de ombouw van
een gemetseld kanaal tot concentrisch kanaal, aansluitend op CC kanaal systeem, heeft u de volgende onderdelen
nodig ( Zie Pag. 14 afb.A ):
1. Haard
2. Concentrisch kanaal
3. Montageplaat binnen, vierkant 300
4. Schuifstuk enkelwandig rond 97
5. Parkers ( 4 stuks )
6. Flexibele slang r.v.s. 316 L enkelwandig rond 100 /107
7. Slangklem r.v.s. bereik rond 90 tot 165
8. Bestaand gemetseld kanaal
9. Montageplaat boven daks, vierkant 300
10. Klemband (meegeleverd met 11)
11. Dakdoorvoer
N.B. De renovatie / saneringsset bestaat uit de onderdelen 3, 4, 5, 7, en 9.
7.5 Montage ( Zie Pag.14 afb. B)
· Voer de flexibele slang (6) door het bestaande kanaal (8).
· Bevestig het schuifstuk (4) aan de onderzijde van de flexibele slang, en borg deze met twee parkers (5)
· Houdt de onderzijde van het schuifstuk gelijk met de onderzijde van het kanaal of het plafond. Kort de flexi-
bele slang af op ca.100 mm boven de kop van de schoorsteen.
· Bevestig de montageplaat bovendaks (9) aan de flexibele slang, klem deze met een slangklem (7), borg het
geheel met een parker (5)
· Bevestig de montageplaat bovendaks (9) waterdicht op de kop van de schoorsteen m.b.v. siliconenkit en r.v.
s. schroeven.
· Monteer de dakdoorvoer (11) en borg deze met de meegeleverde klemband (10)
· Na montage zal het schuifstuk (4) ca. 100 mm onder het kanaal of plafond uitsteken.
· Bevestig de montageplaat binnen (3) gasdicht tegen de onderzijde van het bouwkundige kanaal of tegen de
onderzijde van de betonnen vloer m.b.v. siliconenkit en schroeven.
· Plaats het toestel (1) volgens de voorschriften van de toestelfabrikant.
· Monteer minimaal 1 meter concentrisch kanaal type US (2).
· Verleng het concentrische kanaal met behulp van secties (2) tot minimaal 100 mm in het bouwkundige ka-
naal. Draai tenslotte de klemband in de montageplaat binnen (3) handvast.
7.6. Reiniging en onderhoud.
Het toestel dient jaarlijks gereinigd en gecontroleerd te worden door uw dealer. Het Concentrisch Kanaalsysteem
CC systeem dient elke 2 jaar gereinigd te worden.
Controle op:
1 Dichtheid van het gas verbranding producten en verbrandingslucht toevoercircuit.
2 De juiste werking van het gas- regelblok en het ontsteken van de brander.
Pag.14
A
B
Pag.15
8. Instructies voor Mertik Maxitrol GV60 en Afstandsbediening:
Zie er op toe dat de aan het toestel toegevoerde brandstoffen schoon zijn en vrij zijn van stofdeeltjes
en vocht
Voordat een gastoevoerleiding (nieuw of bestaand) wordt aangesloten aan de hoofdgasleiding bij de gas
meter en aan het gas regelblok van het toestel dient deze te zijn doorgeblazen met schone en droge pers-
lucht. Afgesneden koperleidingen maar ook de aluminium waakvlamleiding dienen te worden ontbraamt
en schoongeblazen alvorens deze aan te sluiten. Het stoffilter bij de aansluiting van het gas regelblok
houdt enkel het grofste vuil tegen. Fijne stofdeeltjes kunnen nog altijd het interieur bereiken en het gas re-
gelblok beschadigen c.q. ontregelen.
Warmte, vocht en stof vormen een bedreiging voor alle elektronica
Bescherm de elektronische (gas) besturing totdat alle bouw-, stuc- en schilderswerkzaamheden zijn vol
tooid. Moeten onverhoopt nog dergelijke werkzaamheden worden verricht, bescherm deze dan tegen
indringend vuil en vocht met bijvoorbeeld plastic folie.
Waarschuwing
Elektronica raakt blijvend defect wanneer deze wordt blootgesteld aan temperaturen hoger dan 60°C.
Reguliere AA batterijen barsten open bij >54°C waarna de inhoud hiervan de onderliggende elektronische
schakelingen beschadigt. Batterijen hebben de langste levensduur bij <25°C. Bij >50°C bedraagt deze le-
vensduur nog ca. 23 weken, dit maakt het gebruik van de gashaard onnodig kostbaar.
Plaats gas regelblok en ontvanger enkel zoals voor gemonteerd in de fabriek
Bedenk dat op een later tijdstip onderdelen eventueel vervangen moeten worden of reparaties worden ver-
richt. Het plaatsen van de besturing op een wijze afwijkend van de door ons voorgeschreven methode kan
dit bemoeilijken.
Let op!
Plaats de batterijen, enkel nadat alle bedrading van ontvanger, gasregelblok en waakvlamset is
verbonden
Voortijdige verbinding met de stroombron kan de CPU (centrale processor) van de besturing beschadigen.
Voorkom dat de ontstekingskabel zich in de nabijheid van de antennedraad bevindt of dat beiden
elkaar kruisen
De hoge spanning die vrijkomt bij de ontsteking kan het gevoelige ontvangercircuit van de antenne bescha-
digen. Het is mogelijk dat het toestel hierna verminderd of geheel niet meer op commando’s van de hand-
set reageert. (Zie foto 1 pag.16)
Maak de antennedraad los van de klemmetjes op het ontvangstkastje
Richt de antennedraad weg van de ontsteekkabel en in de richting van het deurtje van het bedieningskastje.
Vermijd contact met metalen onderdelen. Voorkom beschadiging van de verbinding met de elektronica of
van het draadje zelf. (Zie foto 1 zie pag.16)
Sluit de draden op de juiste wijze aan op de contactonderbreker achter op het gas regelblok
De kortste draad loopt direct terug naar het 1/0 schakelaartje en bevindt zich het dichtst tegen de achterkant
van het gas regelblok. De langste draad loopt naar een van de beide verbindingen op het ontvangstkastje en
past slechts op een van de schroeven.
Draai de contactonderbreker en de thermokoppelverbinding niet te vast op het gas regelblok of aan
elkaar
Handvast plus een halve slag met een steeksleutel is ruimschoots voldoende. Te vast aandraaien vernielt de
aansluiting van de onderliggende magneet spoel dan wel de isolatie rond de aluminium contactpen in de
onderbreker. Hierdoor is het mogelijk dat de magneetspoel de gastoevoer naar de waakvlam niet opent en
het toestel niet functioneert.
Pag.16
Verleng het bijgeleverde thermokoppel aan de waakvlamset niet
Ongeoorloofde verlenging van het thermokoppel heeft spanningsvermindering tot gevolg, hierdoor kan de
magneetspoel niet worden geactiveerd.
Voorkom lekkage van de ontsteekvonk naar andere delen van de installatie dan de ontsteekpen bij de
waakvlam
Houd de ontsteekkabel vrij van romp of andere metalen onderdelen. Indien kabelverlenging wordt toege-
past, zie er op toe dat verbindingen extra worden geïsoleerd met siliconentule.
Voor automatische start via de handzender dienen de ontvanger en de bedieningsorganen op het gas
regelblok te zijn ingeschakeld
De ovale schijf op het gas regelblok dient op stand ON’ te zijn gedraaid. De 1/0 schakelaar dient op 1’ te
zijn afgesteld. Zie foto 2. De ontsteekkabel moet op het ontvangstkastje zijn aangesloten bij het aansluit-
punt ‘SPARK’. Zie foto 1.
De handzender moet communiceren met de ontvanger, hij moet worden ‘ingeleerd’
Druk met een stomp puntig voorwerp de RESET-knop in. (Zie foto 3) Houd deze knop ingedrukt tot een
kort, en direct daarna een lang piepsignaal klinkt. Laat de knop nu los. Richt de handzender op de
ontvanger en druk de pijl omlaag in tot een lange pieptoon klinkt. De gas regelknop zal nu kort bewegen.
De handzender is nu in geleerd met de ontvanger en het toestel kan met de afstandbediening worden
ontstoken.
De handzender bevat de thermostaatvoeler van het systeem
De handzender functioneert het best op 2 á 3 m afstand van het toestel. Hoewel de communicatie via korte
golf radiosignalen plaatsheeft, is het aan te bevelen de handzender in het ‘zicht’ van het gastoestel te
leggen, op een plaats waar de gebruiker een behaaglijke temperatuur wil beleven. Leg de handzender niet in
zonnestraling of op andere warme plaatsen. De thermostaat meet die temperatuur en regelt de vlamhoogte
van het gastoestel overeenkomstig
Verwijder batterijen enkel met niet-metalen gereedschap
Het verwijderen van batterijen met een metalen voorwerp kan de elektronische besturing blijvend beschadi-
gen.
Foto 2
Foto 3
Foto 1
40 mm
Pag.17
bedieningsknop
motorknop
Mertik GV60
schakelaar
AAN
UIT
KABELBOOM
Thermokoppel onderbreker
kabel met of zonder aan/uit
Thermokoppel kabel
THERMOKOPPEL ONDERBREKER
THERMOKOPPEL
ONTSTEEK KABEL
ANTENNE
Ontvanger (4 x AA batterijen)
Ontvanger / Batterij houder
RESET KNOP
Pag.18
Naam
Adres
Serienummer toestel
Aankoopdatum
Installatiedatum
Opmerkingen
9.0 ONDERHOUDS CONTROLE
Installateurs gegevens:
Service datum Uitgevoerd door Uitgevoerde werkzaamheden
Service en onderhouds logboek:
Pag.19
10. Onderhouds werkzaamheden.
Let op; tijdens onderhoudswerkzaamheden toestel gastoevoer c.q. stroomvoorziening zoveel mogelijk afsluiten.
Onderhoudswerkzaamheden dienen door een vakbekwaam installateur te worden uitgevoerd.
Sluit de gaskraan tijdens onderhoudswerkzaamheden
Inspecteren Werkzaamheden OK
1 Algemene inspectie a De hoofdbrander moet vloeiend ontsteken(binnen enkele seconden) en mag niet ploffen door vertraagd
ontsteken. Indien er sprake is van vertraagd ontsteken, ga naar punt 7.
b Controleer het vlambeeld. Geen vlammen tegen glas. Vlambeeld dient stabiel te zijn
Na ca 15 minuten moet vlambeeld geel zijn, bij te blauw vlambeeld ga naar punt 7.
c Controleer op overmatige roetvorming aan binnenzijde glas/verbrandingskamer en op decoratieve de-
len. Bij overmatige roetvorming ga naar punt 7.
2 Deur/front a controleer op obstructies in de convectielucht openingen
3 Glasruit, dichting. a controleer glasruit op barsten etc. vervang indien beschadigd,gescheurd,gebroken.
b controleer glasruitdichting, deze moet aansluiten op toestel en glasruit vervang indien nodig.
c controleer eventuele scharnieren, sluitingen, glaslatten etc
d reinig het glas. Bij montage letten op gelijkmatige(niet te grote) belastingen op glasruit. Voorkom punt
belasting.
4 Gasregelcompartiment
en convectieruimte
a reinig deze ruimtes met een stofzuiger. Doe dit voorzichtig. Verwijder delen die hier niet thuis horen.
b controleer of convectieluchtstroom vrij is.
5
Decortieve delen
(stammen/kiezels etc.)
a verwijder de deco delen en reinig brander(voorzichtig bij keramische branders!) met stofzuiger.
en (waakvlam)brander
b inspecteer de decoratieve delen op beschadigingen/scheuren/verkleuring en reinig zonodig met zachte
borstel.
c controleer of branderdek intact en vrij van corrosie is. Vervang indien nodig de brander.
d na afronding inspectie:herplaats deco delen, exact volgens opgave fabrikant. Waakvlambrander goed
vrijhouden!
e controleer of de waakvlambescherming intact is(indien van toepassing).
f controleer piezo op voldoende vonksterkte, en ontsteekkabel op vrijliggen van metaaldelen/electrische
delen.
6 Verbrandingskamer a controleer de conditie van de afwerking zoals lak, emaille. Controleer op corrosie. Repareer indien no
dig.
b vervang toestel indien deze gaten vertoond.Toestel afsluiten voor verder gebruik
c controleer overdrukluiken of overdrukconstructie op afdichting en voldoende beweging/uitslag.
7 Hoofdbrander ontste-
king en bediening
a neem brander uit toestel en controleer of hoofdinspuiter vrij van vuil is.
b controleer of primaire beluchtingsopening in hoofdbrander vrij van vuil is.
c monteer brander controleer of deze goed in positie staat tov waakvlambrander.
d controleer of brander goed gefixeerd is en niet kan bewegen.
e controleer of waakvlambrander goed brandt, met strakke blauwe vlam
f controleer of brander over gehele oppervlakte gelijkmatig en zonder grote vertraging ontsteekt.
g controleer of er sprake is van een gelijkmatig en stabiel branderbeeld.
h controleer voor- en branderdruk. Vergeet na meting drukmeetnippels niet te sluiten.
i controleer of gasregelingdelen intact zijn, en bv plastic delen niet gesmolten zijn.
j controleer elektrische bedrading op beschadigingen en op goed vrijliggen van hete delen toestel.
8 Installatie a controleer of convectieroosters vrij van stof/vuil zijn
b controleer of afstanden tot brandbare meubelen etc voldoende is
9 Rookgasafvoer/ lucht
toevoer
a voor zover mogelijk, inspecteer algehele staat van het af/toevoersysteem en controleer op blokkering-
en/ lekkages/ corrosie.
b controleer de uitmonding, moet vrij van vuil en blokkades zijn.
c controleer specifiek op lekkages van kitranden etc.
10 Afstand bediening a controleer juiste werking van de afstandbediening.
11 Ventilatoren(indien
aanwezig)
a reinig de convectieventilatoren en controleer op juiste werking.
Pag.20
11. PLAATSEN VAN HET TOESTEL (zie eerst “Algemeen voorschrift”)
Attentie: Voordat u het toestel plaatst is het aan te bevelen eerst Hoofdstuk 7
“Concentrisch kanaalsysteem” op Pag.11 door te nemen.
11.1 Componenten van het toestel (Zie Pag. 26 afb.1A, 2A, 1B en 2B )
1 Toestel 5 Stelpoot 9 Keerplaat
2 Bevestigingsbouten glasstrip 6 Borgbout stelpoot 10 Restrictieplaat
3 Glasstrip 7 Muurbeugel
4 Ruit 8 Stalen Front (optioneel voor 1033)
11.2 Aansluiting op de gasleiding ( Zie ook Pag. 22 voor details )
Afhankelijk van de opstelling kunt u bepalen waar de gasleiding komt te liggen. Let erop dat tijdens het aanslui-
ten de regelapparatuur niet wordt verdraaid en dat er geen overmatige spanningen optreden. De bereikbaarheid
van diverse koppelpunten dient bij de betreffende componenten gewaarborgd te zijn. Controleer na het aansluiten
de verbindingen op gasdichtheid. Gebruik in de toevoerleiding een 1/2“ gaskraan met koppeling. Zorg er voor dat
de gasleiding vrij van vuil of zand is, en dat gas en verbrandingsproducten van de diverse onderdelen en functies
juist werken. De gas aansluiting dient spanningsvrij te geschieden. Dit ter voorkoming van beschadiging aan
de gas regelapparatuur
11.3 Voorbereiding en plaatsing van het toestel
x Verwijder de verpakking en controleer het toestel op mogelijke beschadigingen.
x Let op ! Plaats het toestel op een stabiele ondergrond.
x Leg het toestel niet op de rug of op de zij.
x Neem de til ijzers (A) uit de verpakking en zet het toestel hiermee (B) op de plaats
van bestemming
x De ruit moet nu verwijderd worden om de toegevoegde onderdelen uit het toestel te
halen.
x Demonteer de glasstrip (3) door 3 verzonken inbus schroeven (2) los te draaien.
Haal de glasstrip voorzichtig uit zijn zitting eventueel met behulp van een schroeven-
draaier.
x Door de meegeleverde zuignap op het midden van de glasruit te plaatsen is de ruit
eenvoudig uit het toestel te nemen door deze eerst naar boven te bewegen en daarna
de onderkant van de ruit heel voorzichtig en langzaam naar u toe te trekken, om hier-
na de ruit te laten zakken en vervolgens te plaatsen op een veilige plek waar de ruit
niet kan breken of beschadigen.
Attentie: de ruit is zeer breekbaar.
Dus voorzichtigheid betrachten bij het (ver)plaatsen van de ruit!.
x Neem hierna de verpakte onderdelen uit het toestel.(Zie Pag.32afb.1-3) Controleer deze op schade of breuk.
x Situeer het toestel (zie Pag.27 afb. 3,4 en 5 als voorbeeld inbouw situatie) in de door u bepaalde inbouw si-
tuatie met behulp van de til ijzers (A en B). Het toestel moet aan de achter en zijkanten minimaal 50mm
vrijstaan van brandvrije inbouwmaterialen. Plaats de convectieset en positioneer de meegeleverde convec-
tieroosters op minimaal 50 cm onder het plafond (zie Pag.27 afb.4C en 5C) op de betreffende wand. Even-
tueel kan een verlaagd plafond binnenin het geheel uitkomst brengen bij een visueel belemmerend situatie.
x Let op ! Bij een inbouw situatie gelijk aan Afb 3 en 4 zal een boezemijzer geplaatst moeten worden.
Zie ook detail op Pag.27 afb.3 en 4A voor plaatsing boezemijzer.
x De poten (6) van het toestel kunnen extra hoogte geven van max. 250 mm voor de grove afstelling. De stel-
poten (5) geven de mogelijkheid het toestel verfijnd af te stellen
x Bepaal nu plaatsing en montage van de CC kanalen met toebehoren. Zie hiervoor Hoofdstuk 7
“Concentrisch kanaalsysteem” op Pag. 11 en de ”Tabel Concentrische trajecten” op Pag.25.
x Bouw de besturingskast (B) in op de door u bepaalde inbouwsituatie.
x Het is tevens mogelijk de haard in te bouwen met gebruik van brandvrije plaat (Zie voorbeeld Pag.27 afb.5)
Let op !
De afstand van de besturingskast en het toestel wordt bepaald door de kabel lengten welke van de be-
sturingskast naar de waakvlambrander en het gas blok etc. Hoe het e.e.a. word gemonteerd.
Dat is Max. 800 mm. (Zie ook Pag.26 afb.1 en 2) Het aansluiten van leidingen, kabel en of koppelin-
gen etc. dient spanningsloos te geschieden.
A
B
Pag.21
* Als u voor een “Wandenset” of “Lamellenset” (additioneel te leveren alleen voor de 1033) heeft gekozen,
moet u deze eerst monteren alvorens de houtset te plaatsen. Zie hiervoor Pag. 31 t/m 33.
* Nu kan de houtset of pebbles (alleen 1034) set geplaatst worden. Zie hiervoor de foto’s op Pag.29 en 30
waarop de volgorde van plaatsing is weergegeven. Vermeng allereerst de Lavasteentjes en de zogeheten
wokkels en verdeel de hoeveelheid over de brander en de branderplaat rekenschap houdend met de beluch-
ting gleuf rondom de brander en de waakvlambrander.
ZORG ERVOOR DAT DE WAAKVLAM VRIJ BLIJFT!
* Plaatst hierna de houtset zorgvuldig. Andere ligging kan ernstige invloed hebben het vuurbeeld of slecht
functioneren van het brandproces (ontploffen)
* Controleer voordat u de ruit terug plaatst of er een restrictie plaat geplaatst moet worden of niet.
Zie pag.20 en de ”Tabel Concentrische trajecten” op Pag.25.
* Als er een restrictie voorgeschreven staat voor uw situatie verwijder dan de keerplaat (9) door deze los te
schroeven aan de voorzijde van de plaat ( Zie Pag. 25 afb. 1B-2B) daarna de plaat naar achteren te schuiven
en vervolgens uit te nemen. Monteer nu de restrictieplaat (10) met de twee meegeleverde schroeven en
plaats de keerplaat terug.
11.4 Plaatsing van de keramische houtset “NG” (Zie Pag. 29) en “LPG” (Zie Pag. 30)
Attentie Bij het plaatsen van de houtset en de diverse gloeimaterialen als wel accessoires dient men
rekenschap te houden met:
A: Openingen vrij houden van gloeimateriaal !!
B: Geen gloeimateriaal in of op waakvlambrander. !!
C: Voorkom dat er keramisch materiaal op het koord van de ruitzitting terecht komt. Verwijder dit eventueel.
De ruit kan hierdoor beschadigd raken.
* Meng het gloeimateriaal (lava korrels) en de zogeheten wokkels en verspreidt het gelijkmatig over de
brander en de branderplaat zodat deze net bedekt zijn. Gloeivlokken kunnen hier en daar neergelegd wor-
den als decoratie.
LET OP ! overige materiaal kan weggegooid worden. Teveel geplaatst gloeimateriaal kan het verbran-
dingsproces beïnvloeden ( zie ook Attentie A,B en C).
* Bij de “LPG” uitvoering moet de brander alleen gevuld zijn met wokkels en de branderplaat gemengd
LET OP ! overige materiaal kan weggegooid worden. Teveel geplaatst gloeimateriaal kan het verbran-
dingsproces beïnvloeden ( zie ook Attentie A,B en C).
* Plaats vervolgens de houtblokken in de juiste volgorde zoals aangegeven op Pag. 29 voor houtset “NG” en
Pag.30 voor “LPG”
* Plaats eerst de twee meegeleverde pennen in de twee kokertjes naast de waakvlambrander om vervolgens
de twee achterste houtblokken op de pennen te drukken tot ze zijn gepositioneerd als aangegeven op Pag.29
Verkeerd geplaatste keramische houtblokken en gloeimateriaal kunnen het vuurbeeld en verbran-
ding ernstig beïnvloeden.
11.5 Plaatsing van de optionele Pebbleset G20-G25 (Zie Pag. 31)
D: Neem de brander uit het toestel(zie algemeen installatie voorschrift) en plaats meegeleverde luchtbeugel
onderop de brander en herplaats de brander hierna.
E: Strooi vermiculite gelijkmatig over branderbed. Zorg ervoor dat de waakvlam vrij blijft.
F: Leg een rij pebbles van middelgrote en grote afmeting aan de voorzijde op de branderplaat
G: Plaats waakvlam beschermkooi in de 2 bussen links -rechts van waakvlam.
H: Vul van voor naar achteren het branderbed op met kleine en middelgrote pebbles. Leg de pebbles op het
branderbed zo dicht mogelijk tegen elkaar aan.
I: Vul de achterzijde van de branderplaat met middelgrote en grote pebbles.
ZORG ERVOOR DAT DE WAAKVLAM VRIJ BLIJFT!
* Na plaatsing van alle Pebbles de ruit plaatsen en controleren op het juist ontsteken en goede verdeling van
vlambeeld.
* Indien er een optionele wandset geplaatst wordt, kan de toegepaste hoeveelheid stenen afwijken.
Pag.22
11.6 Montagevoorschrift optionele wandsets (Zie Pag, 32 en 33)
* Plaats de wandset zoals aangegeven met inachtneming dat de wanden zeer voorzichtig geplaatst moeten
worden dit om materiaalbreuk of andere schade te voorkomen.
* Hierna kan de houtset geplaatst worden zoals boven beschreven.
11.7 Montagevoorschrift Optionele Lamellen (Zie voorbeeld op Pag, 34)
* Plaats de Lamellen zoals aangegeven op Pag. 33 met inachtneming dat de Lamellen zeer voorzichtig
geplaatst moeten worden dit om schade aan de lak te voorkomen.
* Hierna kan de houtset geplaatst worden.
12. TECHNISCHE GEGEVENS GV60
Model : 1033-1034
Gas blok type : Mertik GV60
Ontsteking : Afstand bediening en Piëzo ontsteking
Gas aansluiting : 3/8 “ (Inwendig) A=Gas inlaat B=Gas uitlaat
C=Thermokoppel aansluiting D=Waakvlambrander aansluiting
Toestel categorie : C11-C31-C91
Waakvlam : SIT 3 vlams
Verbrandingsgas afvoer en
Verbrandingsluchttoevoer : Concentrisch: Ø100/ 150 mm (Metaloterm US systeem nr: 0063-CPD-6308)
Bedieningsknop
Stelschroef Branderdruk
Stelschroef
waakvlambrander
Motorknop
Piëzo connector
(bij handbediening)
C= Thermokoppel
aansluiting
Laagstand schroef
Gas uitlaat
Gas inlaat
A= Gas uitlaat
Gas inlaat druk
meetnippel
Gas uitlaat druk
meetnippel
B=Gas inlaat
B
A
D= Waakvlambrander
aansluiting
C
D
Pag.23
12.1 Gas technische gegevens
AT I2H, I3B/P BE I2E+ , I3+ DK I2H, I3B/P DE I2ELL, I3B/P
FI I2H, I3B/P FR I2E+, I3+ GR I2H, I3B/P GB I2H, I3+
IS I3B/P IE I2H, I3+ IT I2H, I3+ LU I2E, I3B/P
NL I2L, I3B/P NO I3B/P PT I2H, I3+ ES I2H, I3+
SE I2H, I3B/P CY I3B/P,I3+ EE I3B/P,I2H LT I3B/P,I2H
LV I3B/P,I2H MT I3B/P, HU I3B/P,I2H PL I3B/P
SI I3B/P,I2H SK I2H
1033 1033 1033 1033 1033 1033 1033 1034 1034
GASTYPE G20 G30/31 G30/31 G30/31 G31 G31 G31 G20 G25
LAND NO/ES/PT/DE/
IE/GB/BE/FR/
IT/LV/SI/SK/
EE/HU/LT
ES/PT/
IE/GB/
BE/FR/
LV/SI/
EE/HU/
LT/PL/
CY/MT
NL/NO DE ES/PT/IE/
GB/BE/FR/
CY
NL/DE NO NO/ES/PT/
DE/IE/GB/
BE/FR/IT/
LV/SI/SK/EE/
HU/LT
NL
CATEGORIE I2H/I2E/I2E+ I3B/P I3B/P I3B/P I3P I3P I3P I2H/I2E/I2E+ I2L
PRIMAIRE LUCHT 2xØ10 1xØ12 3XØ16 3XØ16 3XØ16 3XØ16 3XØ16 3XØ16 2xØ10 1xØ12 2xØ10
VOORDRUK MBAR 20 Mbar 30 Mbar 50 Mbar 29/37 Mbar 37 Mbar 50 Mbar 30 Mbar 20 Mbar 25 Mbar
BRANDERDRUK HIGH MBAR 19 29 29 29 35 35 35 19 18,8
BRANDERDRUK LOW MBAR 2,5 0 0 0 0 0 0 0 2,4
INSP BORING Ø MM 2,20 1,40 1,40 1,40 1,40 1,40 1,40 2,20 2,50
WAAKVLAM INSP CODE 41 30 30 30 30 30 30 41 51
KLEINST BORING MM 1,70 1,40 1,40 1,40 1,40 1,40 1,40 1,70 1,70
BELASTING Hi KW 9,10 8,40 8,40 8,40 7,50 7,50 7,50 9,10 9,55
BELASTING Hs KW 8,20 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 0,00 8,20 8,60
VERBRUIK M³/h 0,87 0,236 0,236 0,236 0,272 0,272 0,272 0,87 1,05
NOM.VERMOGEN kW 7,30 6,70 6,70 6,70 6,00 6,00 6,00 7,30 7,60
Pag.24
13. PROBLEMEN EN HUN MOGELIJKE OPLOSSINGEN
Kijk a.u.b. eerst na of alle richtlijnen werden gevolgd alvorens u de eventuele problemen met het toestel gaat
trachten op te lossen.
Waarschuwing:
Het oplossen van problemen met uw kachel, zowel gas technisch als elektrisch, moet steeds gebeuren door een
bevoegd technicus.
SYMPTOOM TE ONDERNEMEN AKTIE
De waakvlam wil niet bran-
den.Na herhaaldelijk ont-
steken.
1. Als u de kachel voor de eerste maal gaat aanmaken of na een servicebeurt, zit er
lucht in de leidingen. Het duurt een poosje vooraleer alle lucht uit de leidingen
is gestroomd en er gas komt dat kan ontstoken worden. Neem de weg en tracht
de waakvlam verschillende malen aan te maken om de lucht te laten ontsnappen.
2. Kijk na of de gastoevoer naar het toestel toe wel degelijk open staat en dat er
voldoende gasdruk naar het toestel toe is.
3. Zie na of er vonken zijn tussen de vonkelektrode en de waakvlam. Als er geen
vonken zijn:
a) Kijk na of de verbinding tussen de elektrode en de ontsteker niet gebroken is
of slecht gemaakt werd.
b) Kijk na of de vonk niet op een andere plaats kortsluit of overslaat.
c) Zie na of de elektrode niet stuk is.
De waakvlam blijft niet
branden na ontsteking.
1. Zie na of de waakvlam groot genoeg is om rond de thermokoppel te branden.
Als de vlam te klein is moet u de gastoevoerdruk nakijken. Als de hoogte van
de waakvlam niet bijgesteld kan worden, zou er een obstructie in de waakvlam
kunnen zitten.
2. Zie na of de thermokoppelonderbreker goed aan de gas klep zit aangesloten.
3. Kijk na of de gas klep niet stuk is.
4. Zie na of de restrictie plaat naar behoren wel of niet is geplaatst ( Zie pag.25 )
De hoofdbrander dooft
wanneer het toestel warm
is.
1. Dit kan een normale werking van de thermostaat zijn.
Kijk na of de waakvlam de thermokoppel voldoende kan verwarmen. Als
de waakvlam te klein is dan moet u de gastoevoer of de waakvlamafstelling
nakijken.
2. Zie na of de restrictie plaat naar behoren wel of niet is geplaatst ( Zie pag.25 )
Roetafzetting op het glas. 1. Controleer of het lavasplit goed op de brander ligt.
2. Kijk of de waakvlam brander vrij gehouden is van brander vulling.
3. Kijk na of er geen verstopping is van de branderopeningen
4. Controleer de goede werking van de rookgasafvoer en of er niets de rookgasaf-
voer verhindert of verstopt.
5. Kijk de leidingdruk na.
Scherpe blauwe vlammen
die loskomen van de bran-
der of een te wild branden-
de waakvlam.
1. Controleer of de restrictieplaat is toegepast.
Flauwe (verstikkende)
waakvlam.
1. Waakvlam branderdruk of kanaal traject nakijken
Hoofdbrander wil niet
branden nadat waakvlam-
brander brand.
1 Zie na of de motorknop draait en of de batterijen niet leeg zijn.
2 Mogelijk defect van gas blok
3 Controleer of de waakvlam de brander goed ontsteekt
4. Kijk na dat de branderopening niet verstopt is.
Pag.25
6.1
Tabel concentrisch trajecten
Traject Afbeelding X totaal in meter Y totaal in meter Restrictieplaat Bijzonderheden
min* max* min* max*
Indirecte geveluitmonding A-B 1 3 0 3
Dakdoorvoer zonder verslepingen C 2 12 vanaf 3 meter
Dakdoorvoer met versleping 45 graden** D 3 12 0 4 vanaf 3 meter
Dakdoorvoer met versleping 90 graden*** E 1 12 0 2 vanaf 3 meter
Bocht 45 graden: rekenlengte 1 meter
Bocht 90 graden: rekenlengte 2 meter
* lengte exclusief dak -of geveluitmondingen. Altijd startlengte 1 meter aanhouden!
** Verhouding verticaal : horizontaal X + X1 + X2 : Y = 2 : 1
*** Verhouding verticaal : horizontaal X + X1 : Y = 2 : 1
D
Y
X
X1
E
X
Y
B
Y
X
C
X
A
Y
X
Restrictie bepaling:
Geveldoorvoer - 1 meter verticaal, 90 ° bocht, Max.3 meter horizontaal, geveldoorvoer geen restrictie.
Dakdoorvoer - 2 tot 5 meter verticaal excl. Dakdoorvoer restrictieplaat van 35mm plaatsen.
Dakdoorvoer - 5 t/m 12 meter verticaal + dakdoorvoer restrictieplaat 52 mm plaatsen.
Pag.26
1
1A
2A
1B + 2B
2
Pag.27
5
A
3
B
A
C
B
4
C
B
C
Pag.28
A
E
B C
D F
IH
G
K L
J
M
N
O
Pag.29
!
!
A B
!
!
C
Pag.30
!
!
A B
!
!
C
Pag.31
G
F
D
E
H
I
!
Pag.32
5
4x
5
1
1
2
2
3
3
4
4
8
8
9
9
L R
10
11
12
L+R
6
6
7
7
13
14
Pag.33
16 17
18
19 20
21
22
23
4x
27
26
25
24
15
Pag.34
4x
28
29
30
31
32
33
Pag.35
Pag.36
TTI d.o.o.
Thermo Technology International
32


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Thermocet Trimline 73 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Thermocet Trimline 73 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 2,87 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Thermocet Trimline 73

Thermocet Trimline 73 Usermanual and installation guide - English - 40 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info