Gebruik / bediening
11
Deur openen en sluiten
• DIL-schakelaar 8 op ON en inregeling uitgevoerd.
• Handzender (knop 1 op kanaal K1, knop 2 op kanaal K2) aangeleerd.
Verloop met 1 vleugel
1. Knop (Imp) of handzenderknop (knop 1) indrukken
2. Deur gaat open tot eindpositie deur “OPEN”
- LEDs “OPEN + WL” branden, wanneer eindpositie deur “OPEN” is be-
reikt; LEDs uit.
Verloop met 2 vleugels - beide deurvleugels
1. Knop (Imp) of handzenderknop (knop 1) indrukken
- Eerst gaat deurvleugel 2 (M2/loopdeur) open en met een vertraging
van 3 seconden deurvleugel 1 (M1) - LEDs “OPEN + WL” branden.
- Eindpositie deur “OPEN” bereikt - LEDs “OPEN + WL” uit.
2. Knop (Imp) of handzenderknop (knop 1) indrukken
- Eerst gaat deurvleugel 1 (M1) dicht en met een vertraging van 5 secon-
den deurvleugel 2 (M2/loopdeur) - LEDs “OPEN + WL” branden.
- Eindpositie deur “DICHT” bereikt- LEDs “OPEN + WL” uit.
Verloop met 2 vleugels - loopdeurvleugel
1. Knop (Loop/Geh) of handzenderknop (knop 2) indrukken
- Deur gaat open tot eindpositie deur “OPEN” - LEDs “OPEN + WL” bran-
den.
- Eindpositie deur “OPEN” bereikt - LEDs “OPEN + WL” uit.
2. Knop (Loop/Geh) of handzenderknop (knop 2) indrukken
- Deur sluit tot eindpositie deur “DICHT” - LEDs “OPEN + WL” branden.
- Eindpositie deur “DICHT” bereikt - LEDs “OPEN + WL” uit.
Besturingsreset
De reset wist alle aangeleerde waarden.
1. Knop (Imp. + Geh.) tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden, totdat
LED "WL" knippert.
2. LED "WL" dooft - alle waarden gewist. Knop loslaten.
3. LED “WL” knippert.
4. Inregeling opnieuw uitvoeren, zie inregelen.
Veiligheidsinstructies
• Nooit een beschadigde aandrijving in gebruik nemen.
• Er mogen zich geen kinderen, mensen, dieren of voorwerpen binnen het
bewegingsbereik van de deur bevinden, wanneer deze open of dicht-
gaat.
• Handzenders niet bij radiotechnisch gevoelige plaatsen of installaties
gebruiken (luchthaven, ziekenhuizen, enz.).
• Activeer de deur pas met het zendapparaat wanneer u vrij zicht op de
deur hebt.
• Handzender zodanig opslaan dat ongewild gebruik, b.v. door kinderen of
dieren, uitgesloten is.
• De radiografische afstandsbediening uitsluitend gebruiken wanneer er
een ongevaarlijke krachttolerantie is ingesteld. Krachttolerantie zo laag
instellen dat de sluitkracht geen risico voor verwondingen oplevert.
Normaal gebruik
Bij veranderingen aan de deur door beschadiging, opneming van vocht,
vloerverzakkingen, buitentemperatuur, enz. kan de vereiste kracht voor het
openen en dichtgaan veranderd worden.
Wanneer de vereiste kracht voor het openen of sluiten oploopt binnen de
op de potentiometer ingestelde tolerantie, wordt deze waarde automatisch
door de besturing aangeleerd. De besturing leert op dezelfde manier een
gereduceerde krachtbehoefte aan.
Zomer- wintergebruik
Weersverschillen tussen zomer en winter hebben tot gevolg dat de aandrij-
ving verschillende krachten voor het openen of dichtmaken van de deur no-
dig heeft. Mocht de deur niet open- of dichtgaan, dan besturingsreset uit-
voeren en opnieuw inregelen.
Door temperatuurverschillen tussen winter en zomer kunnen de deurvleu-
gels andere eindposities hebben, door bijstellen van de eindschakelaars
gelijk maken.
Tussentijdse stop
Deurinstallatie met 2 vleugels
Deurvleugel met het impuls-commando openen en kort daarna een stop-
commando geven; zonder dat deurvleugel 1 geopend is, kan de geopende
loopdeurvleugel uitsluitend worden gesloten met het loopdeurcommando.
Herkenning van obstakels:
Voorwaarde voor de herkenning van obstakels is een juist uitge-
voerde inregeling en een correct ingestelde krachttolerantie.
Wanneer de deurvleugel bij het openen of sluiten op een obstakel stoot,
dan wordt dit herkend. Afhankelijk van de bewegingsrichting en de instellin-
gen van de DIL-schakelaars reageert de deurvleugel anders. De volgende
bewegingsrichting nadat een obstakel is herkend, is altijd weg daarvan.