507253
130
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/139
Next page
In deze gebruiksaanwijzing vindt u uitgebreide
aanwijzingen voor het gebruik van uw camera. Lees deze
gebruiksaanwijzing aandachtig door.
Klik op een
onderwerp
WB2100
G ebruiksaanwijzing
Beknopt overzicht Inhoud
Basisfuncties Uitgebreide functies Opname-instellingen
Weergeven en
bewerken
Instellingen Aanvullende informatie
Index
Algemene problemen
oplossen
1
Informatie over gezondheid en veiligheid
Houd u altijd aan de volgende voorzorgsmaatregelen en gebruikstips om gevaarlijke situaties te vermijden en ervoor te zorgen dat de camera optimaal werkt.
Houd de camera buiten het bereik van kleine kinderen en huisdieren.
Houd de camera en alle bijbehorende onderdelen en accessoires buiten het bereik
van kleine kinderen en huisdieren. Kleine onderdelen vormen verstikkingsgevaar of
kunnen schadelijk zijn wanneer deze worden ingeslikt. Bewegende onderdelen en
accessoires kunnen ook fysiek gevaar opleveren.
Stel de camera niet gedurende lange tijd aan direct zonlicht of hoge
temperaturen bloot.
Langdurige blootstelling aan zonlicht of extreme temperaturen kan permanente
schade aan interne onderdelen van het toestel veroorzaken.
Voorkom dat de camera of oplader wordt bedekt door kleden of kleding.
Dit kan oververhitting van de camera of brand veroorzaken.
Gebruik het netsnoer en de oplader niet tijdens een onweersbui.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken.
Als er vloeistoen of vreemde voorwerpen in de camera komen, moet u
meteen alle voedingsbronnen, zoals de batterij of oplader, loskoppelen en
vervolgens contact opnemen met een servicecenter van Samsung.
Waarschuwing—situaties die bij u of anderen letsel kunnen veroorzaken
Haal de camera niet uit elkaar en probeer de camera niet te repareren.
Dit kan een schok veroorzaken of de camera beschadigen.
Gebruik de camera niet dichtbij ontvlambare of explosieve gassen en
vloeistoen.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Plaats geen ontvlambare materialen in de camera en bewaar dergelijke
materialen niet in de buurt van de camera.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de camera niet met natte handen aan.
Dit kan een schok veroorzaken.
Voorkom oogletsel bij het nemen van foto's.
Gebruik de itser van de camera niet vlakbij (op minder dan 1 m afstand van) de
ogen van mensen of dieren. Als u de itser dicht bij de ogen van het onderwerp
gebruikt, kunt u tijdelijke of permanente schade aan het gezichtsvermogen
veroorzaken.
2
Informatie over gezondheid en veiligheid
Voorzichtig—situaties die kunnen resulteren in beschadiging van de
camera of andere apparatuur
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en
ernstige schade aan uw camera veroorzaken.
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-
ionbatterijen ter vervanging. Zorg dat u de batterij niet beschadigt of verhit.
Hierdoor kan brand ontstaan of persoonlijk letsel worden veroorzaakt.
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen, opladers, kabels en
accessoires.
•
Niet-goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires kunnen de camera
beschadigen, letsel veroorzaken of ertoe leiden dat batterijen exploderen.
•
Samsung is niet aansprakelijk voor schade of letsel veroorzaakt door niet-
goedgekeurde batterijen, opladers, kabels of accessoires.
Gebruik batterijen niet voor doeleinden waarvoor de batterijen niet zijn
bedoeld.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Raak de itser niet aan wanneer deze wordt gebruikt.
De itser wordt zeer heet en kan brandwonden veroorzaken.
Als u de AC-oplader gebruikt, moet u de camera uitschakelen voor u de
voedingsbron van de AC-oplader loskoppelt.
Anders kunt u brand of een schok veroorzaken.
Laat de stekker van de oplader niet in het stopcontact zitten als u de oplader
niet gebruikt.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Gebruik voor het opladen van de batterijen geen elektriciteitssnoeren of
stekkers die beschadigd zijn, of een loshangend stopcontact.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Zorg dat de AC-oplader niet in contact komt met de plus- en minpolen van de
batterij.
Dit kan brand of een schok veroorzaken.
Laat de camera niet vallen en stel deze niet bloot aan grote schokken.
Hierdoor kunnen het scherm en externe of interne onderdelen beschadigd raken.
3
Informatie over gezondheid en veiligheid
Wees voorzichtig bij het aansluiten van snoeren en adapters en het plaatsen
van batterijen en geheugenkaarten.
Door het forceren van aansluitingen, het niet op de juiste manier aansluiten van
snoeren of het niet op de juiste manier plaatsen van batterijen en geheugenkaarten
kunt u poorten, aansluitingen en accessoires beschadigen.
Houd kaarten met magnetische stroken uit de buurt van het camera-etui.
Informatie die is opgeslagen op de kaart kan worden beschadigd of gewist.
Gebruik nooit een beschadigde oplader, batterij of geheugenkaart.
Dit kan een schok, camerastoring of brand veroorzaken.
Plaats de camera niet in of in de buurt van magnetische velden.
Dit kan ervoor zorgen dat de camera niet goed meer werkt.
Gebruik de camera niet als het scherm beschadigd is.
Als het glas of acrylaatonderdelen gebroken zijn, gaat u naar een servicecenter van
Samsung Electronics om te camera te laten repareren.
Controleer voor gebruik of de camera naar behoren functioneert.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verlies van bestanden of schade die kan
voortkomen uit defecten aan de camera of onjuist gebruik.
Steek het smalle uiteinde van de USB-kabel in de camera.
Als u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
4
Copyrightinformatie
•
Microsoft Windows en het Windows-logo zijn geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation.
•
Mac en Apple App Store zijn gedeponeerde handelsmerken van de Apple
Corporation.
•
HDMI, het HDMI-logo en de term
'High Denition Multimedia Interface'
zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
•
Handelsmerken en handelsnamen in deze gebruiksaanwijzing zijn het
eigendom van de betreende eigenaars.
•
Cameraspecicaties of de inhoud van deze gebruiksaanwijzing kunnen
bij een upgrade van camerafuncties zonder kennisgeving worden
gewijzigd.
•
U kunt de camera het beste gebruiken in het land waar u deze hebt
aangeschaft.
•
Gebruik deze camera op een verantwoorde manier en leef alle wet- en
regelgeving met betrekking tot het gebruik van de camera na.
•
Het is niet toegestaan om enig deel van deze gebruiksaanwijzing
zonder vooraf gegeven toestemming te hergebruiken of verspreiden.
Overzicht van de gebruiksaanwijzing
Basisfuncties 13
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en
basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitgebreide functies 39
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen
van video's door een modus te selecteren.
Opname-instellingen 55
Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de
opnamemodus.
Weergeven en bewerken 80
Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt weergeven
of afspelen en hoe u foto's en video's kunt bewerken. Ook leest u hier
hoe u de camera op een computer of televisie aansluit.
Instellingen 104
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te congureren.
Aanvullende informatie 110
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specicaties en
onderhoud.
5
Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
Opnamemodus Symbool
Smart Auto
Programma
Handmatig
Scène
Panorama
Magisch Plus
Instellingen
Film
Symbolen in de opnamemodus
Deze pictogrammen worden weergegeven in de tekst wanneer een functie
beschikbaar is in een bepaalde modus. Bekijk het onderstaande voorbeeld.
Opmerking: de modus of ondersteunt wellicht niet de functies voor alle
scènes of modi.
Voorbeeld:
Opname-instellingen
70
3
Druk op [F/t] om de belichting aan te passen.
•
De foto wordt lichter naarmate de belichtingswaarde wordt verhoogd.
Annuleer Instellen
EV : +1
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
•
Nadat u de belichting hebt aangepast, wordt deze instelling automatisch
opgeslagen. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of
overbelichting te voorkomen.
•
Als u niet kunt bepalen wat de juiste belichting is, selecteert u AE BKT (p. 76) en
maakt u foto's met de bracketfunctie. De camera neemt 3 foto's achter elkaar,
elk met een andere belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. (p. 76)
De belichting handmatig aanpassen (EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te
donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te
krijgen.
Donkerder (-)
Neutraal (0)
Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer EV.
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
Beschikbaar in de modi
Programma en Film
Symbolen in deze gebruiksaanwijzing
Pictogram Functie
Aanvullende informatie
Veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen
[ ]
Cameraknoppen. [Ontspanknop] staat bijvoorbeeld voor de
sluiterknop.
( ) Paginanummer van verwante informatie
De volgorde van de opties of menu's die u moet selecteren om
een stap uit te voeren; bijvoorbeeld: selecteer Gezichtsdetectie
Normaal (betekent selecteer Gezichtsdetectie en selecteer
vervolgens Normaal).
* Voetnoot
6
Uitdrukkingen in deze gebruiksaanwijzing
Op de ontspanknop drukken
•
Druk de [Ontspanknop] half in: de sluiterknop half indrukken
•
Druk de [Ontspanknop] in: de sluiterknop volledig indrukken
Druk de [Ontspanknop] half in Druk op de [Ontspanknop]
Onderwerp, achtergrond en compositie
•
Onderwerp: het hoofdobject van een scène, zoals een persoon, dier of stilleven
•
Achtergrond: de objecten rond het onderwerp
•
Compositie: de combinatie van onderwerp en achtergrond
Compositie
Achtergrond
Onderwerp
Belichting (Helderheid)
De hoeveelheid licht die de camera binnenkomt bepaalt de belichting. U kunt
de belichting aanpassen door de sluitertijd, diafragmawaarde of ISO-waarde te
wijzigen. Wanneer u de belichting verandert, worden de foto's donkerder of lichter.
Normale belichting
Overbelicht (te helder)
7
Algemene problemen oplossen
Hier vindt u informatie waarmee u algemene problemen kunt oplossen door opnameopties in te stellen.
De ogen van het
onderwerp zijn rood.
Rode ogen treden op wanneer de ogen van het onderwerp licht reecteren van de itser van de camera.
•
Stel de itseroptie in op Rode ogen of Anti-rode ogen. (p. 59)
•
Als de foto al is gemaakt, selecteert u Anti-rode ogen in het bewerkingsmenu. (p. 94)
Foto's bevatten
stofvlekken.
Als u de itser gebruikt, worden stofdeeltjes in de lucht mogelijk vastgelegd op foto's.
•
Schakel de itser uit of neem geen foto's op stoge plaatsen.
•
Pas de ISO-waarde aan. (p. 62)
Foto's zijn onscherp. Vervaging kan optreden als u foto's maakt bij weinig licht of de camera niet goed vasthoudt.
Gebruik de OIS-functie of druk de [Ontspanknop] half in om ervoor te zorgen dat de camera op het onderwerp scherpstelt.
(p. 37)
Bij nachtopnamen zijn
foto's onscherp.
Om meer licht binnen te laten, gebruikt de camera een langere sluitertijd. Hierdoor kan het moeilijk worden om de camera lang
genoeg stabiel te houden om een duidelijke foto vast te leggen en kan de camera gaan trillen.
•
Selecteer Nacht in de modus . (p. 44)
•
Schakel de itser in. (p. 60)
•
Pas de ISO-waarde aan. (p. 62)
•
Gebruik een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Het onderwerp is te
donker door tegenlicht.
Als de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt of als er een groot contrast is tussen de lichte en donkere gebieden, kan het
onderwerp te donker worden.
•
Maak geen foto's tegen de zon in.
•
Selecteer Tegenl. in de modus . (p. 44)
•
Stel de itsoptie in op Invulits. (p. 60)
•
Pas de belichting aan. (p. 70)
•
Stel de optie Automatische contrastverbetering (ACB) in. (p. 71)
•
Stel de optie voor lichtmeting in op Spot als het onderwerp in het midden van het kader staat. (p. 72)
8
Beknopt overzicht
De belichting aanpassen (helderheid)
•
modus > HDR
47
•
ISO-waarde (om de gevoeligheid aan te passen aan
licht)
62
•
EV (de belichting aanpassen)
70
•
ACB (compenseren voor onderwerpen tegen heldere
achtergronden)
71
•
L.meting
72
•
AE BKT (3 foto's maken met verschillende
belichtingen)
76
•
WB BKT (3 foto's maken met verschillende witbalans)
76
Foto's van de omgeving maken
•
modus > Landschap
44
•
modus
45
Eecten toepassen op foto's
•
modus > Gesplitste opname
48
•
modus > Fotolter
49
•
Beeld aanpassen (Scherpte, Contrast of Kleurverz.
aanpassen)
78
Foto's van mensen maken
•
Rode ogen/Anti-rode ogen (om rode ogen te
voorkomen of corrigeren)
59
•
Gezichtsdetectie
67
's Nachts of in het donker foto's maken
•
modi > Nacht, Zon onder, Dageraad
44
•
Flitseropties
60
•
ISO-waarde (om de gevoeligheid aan te passen aan
licht)
62
Actiefoto's maken
•
Continu
75
•
Vooraf vastleggen
76
Foto's maken van tekst, insecten en
bloemen
•
modi > Close-up, Tekst
44
•
Macro
63
Eecten toepassen op video's
•
modus > Filmlter
50
Bewegingsonscherpte voorkomen
•
Optische beeldstabilisatie (OIS)
36
•
Bestanden weergeven als miniaturen
82
•
Bestanden weergeven op categorie
83
•
Alle bestanden in het geheugen verwijderen
86
•
Foto's als diashow weergeven
88
•
Bestanden weergeven op een tv of HDTV
95
•
De camera op een computer aansluiten
97
•
Geluid en volume aanpassen
106
•
De helderheid van het scherm aanpassen
107
•
De schermtaal wijzigen
108
•
De datum en tijd instellen
108
•
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
122
9
Basisfuncties
..................................................................................................................... 13
Uitpakken .................................................................................................................... 14
Onderdelen en knoppen van de camera ......................................................... 15
Het scherm gebruiken ........................................................................................... 18
Een polslus bevestigen .......................................................................................... 19
Een lensdop bevestigen ........................................................................................ 19
De batterij en geheugenkaart plaatsen ........................................................... 20
De batterij opladen en de camera inschakelen ............................................. 21
De batterij opladen ................................................................................................ 21
De camera inschakelen ......................................................................................... 21
De eerste instellingen uitvoeren ........................................................................ 22
Uitleg over de pictogrammen ............................................................................. 24
Het modusscherm gebruiken .............................................................................. 26
Een modusscherm selecteren .............................................................................. 26
Pictogrammen op het modusscherm ................................................................. 27
Opties of menu's selecteren ................................................................................. 28
[m] gebruiken ................................................................................................... 28
[s] gebruiken ......................................................................................................... 30
Display en geluid instellen .................................................................................... 31
De weergave instellen ........................................................................................... 31
Het geluid instellen ................................................................................................ 32
Foto's maken .............................................................................................................. 33
Zoomen .................................................................................................................... 34
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS) ........................................................... 36
Tips om betere foto's te maken ........................................................................... 37
Inhoud
10
Inhoud
Uitgebreide functies
..................................................................................................... 39
De Smart Auto-modus gebruiken ...................................................................... 40
De Programmamodus gebruiken ...................................................................... 42
De Handmatige modus gebruiken .................................................................... 43
De Scènemodus gebruiken .................................................................................. 44
De Panoramamodus gebruiken .......................................................................... 45
De modus Magisch Plus gebruiken .................................................................. 47
De modus Opname bij weinig licht gebruiken ................................................ 47
De HDR-modus gebruiken ................................................................................... 47
De modus Gesplitste opname gebruiken .......................................................... 48
De Fotoltermodus ................................................................................................ 49
De Filmltermodus gebruiken ............................................................................. 50
De Filmmodus gebruiken ...................................................................................... 51
Video's met hoge snelheid opnemen ................................................................. 53
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken .............................................. 54
Opname-instellingen
................................................................................................... 55
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren ............................................................ 56
De resolutie selecteren .......................................................................................... 56
Een beeldkwaliteit selecteren .............................................................................. 57
Timer gebruiken ....................................................................................................... 58
Opnamen in het donker maken .......................................................................... 59
Rode ogen voorkomen ......................................................................................... 59
De itser gebruiken ................................................................................................ 59
De itser gebruiken ................................................................................................ 60
De ISO-waarde aanpassen .................................................................................... 62
De scherpstelling aanpassen .............................................................................. 63
Macro gebruiken .................................................................................................... 63
De scherpsteloptie wijzigen ................................................................................. 63
Het scherpstelgebied aanpassen ........................................................................ 64
11
Inhoud
Gezichtsdetectie gebruiken ................................................................................. 67
Gezichten detecteren ............................................................................................ 67
Een zelfportret maken ........................................................................................... 67
Een foto van een lachend gezicht maken .......................................................... 68
Knipperende ogen detecteren ............................................................................. 68
Tips voor gezichtsdetectie .................................................................................... 69
Helderheid en kleur aanpassen .......................................................................... 70
De belichting handmatig aanpassen (EV) .......................................................... 70
De belichtingswaarde vergrendelen (AEL) ........................................................ 71
Compenseren voor tegenlicht (ACB) .................................................................. 71
De lichtmeetoptie wijzigen .................................................................................. 72
Een instelling voor Witbalans selecteren ............................................................ 72
Serieopnamen gebruiken (Continu/Vooraf opnemen/Bracket) ............. 75
Continu foto's maken ............................................................................................ 75
Foto's maken in de modus voor vooraf vastleggen ......................................... 76
Foto's met de bracketfunctie maken .................................................................. 76
Afbeeldingen aanpassen ....................................................................................... 78
Het geluid van de zoom verminderen .............................................................. 79
Weergeven en bewerken
............................................................................................ 80
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus ......................................... 81
De afspeelmodus starten ...................................................................................... 81
Foto's weergeven ................................................................................................... 86
Een video afspelen ................................................................................................. 89
Foto's bewerken ........................................................................................................ 91
Het formaat van foto's aanpassen ....................................................................... 91
Een foto draaien ..................................................................................................... 91
Smart lter-eecten toepassen ........................................................................... 92
Foto's aanpassen .................................................................................................... 93
Bestanden weergeven op een televisie of HDTV ......................................... 95
Bestanden naar een computer overbrengen ................................................. 97
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen .................................. 97
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen ........................................... 98
Programma's op de computer gebruiken ....................................................... 99
i-Launcher installeren ............................................................................................ 99
i-Launcher gebruiken .......................................................................................... 100
12
Inhoud
Instellingen
.....................................................................................................................104
Instellingenmenu ................................................................................................... 105
Het instellingenmenu openen ........................................................................... 105
Geluid ..................................................................................................................... 106
Display .................................................................................................................... 106
Connectiviteit ........................................................................................................ 107
Algemeen .............................................................................................................. 108
Aanvullende informatie
............................................................................................110
Foutmeldingen ........................................................................................................ 111
Cameraonderhoud ................................................................................................ 112
De camera reinigen .............................................................................................. 112
De camera gebruiken of opbergen ................................................................... 113
Geheugenkaarten ................................................................................................ 115
De batterij .............................................................................................................. 118
Voordat u contact opneemt met een servicecenter .................................. 122
Cameraspecicaties ............................................................................................... 125
Woordenlijst ............................................................................................................. 129
Index ........................................................................................................................... 134
Basisfuncties
Hier vindt u informatie over de indeling van de camera en basisfuncties voor het maken van opnamen.
Uitpakken
………………………………………… 14
Onderdelen en knoppen van de camera
……… 15
Het scherm gebruiken
………………………… 18
Een polslus bevestigen
………………………… 19
Een lensdop bevestigen
……………………… 19
De batterij en geheugenkaart plaatsen
……… 20
De batterij opladen en de camera inschakelen
21
De batterij opladen
…………………………… 21
De camera inschakelen
………………………… 21
De eerste instellingen uitvoeren
……………… 22
Uitleg over de pictogrammen
………………… 24
Het modusscherm gebruiken
………………… 26
Een modusscherm selecteren
………………… 26
Pictogrammen op het modusscherm
………… 27
Opties of menu's selecteren
…………………… 28
[
m
] gebruiken
……………………………… 28
[
s
] gebruiken
………………………………… 30
Display en geluid instellen
……………………… 31
De weergave instellen
………………………… 31
Het geluid instellen
…………………………… 32
Foto's maken
…………………………………… 33
Zoomen
………………………………………… 34
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS)
……… 36
Tips om betere foto's te maken
………………… 37
Basisfuncties
14
Uitpakken
De productverpakking bevat de volgende onderdelen.
Camera AC-adapter/USB-kabel
Oplaadbare batterij Polslus
Lensdop/lensdoplusje Snelstartgids
Optionele accessoires
Camera-etui A/V-kabel HDMI-kabel
Batterijoplader Geheugenkaart Geheugenkaart/
Geheugenkaartadapter
•
De afbeeldingen kunnen enigszins afwijken van de onderdelen die bij uw
product zijn geleverd.
•
Afhankelijk van het model kunnen er verschillende items in de doos zitten.
•
U kunt optionele accessoires aanschaen bij een wederverkoper of een
servicecenter van Samsung. Samsung is niet verantwoordelijk voor problemen
die door het gebruik van niet goedgekeurde accessoires ontstaan.
Basisfuncties
15
Onderdelen en knoppen van de camera
Zorg dat u vertrouwd bent met de diverse onderdelen en functies van de camera voordat u begint.
Ontspanknop
Opnameknop
Lens
POWER-knop
AF-hulplamp/Timerlampje
Modusdraaiknop (p. 17)
USB- en A/V-poort
Voor aansluiting van USB- of
A/V-kabel
HDMI-aansluiting
Voor aansluiting van HDMI-kabel
Luidspreker
Pop-upknop voor flitser
Zoomknop
Deze knop werkt op dezelfde manier als de zoomknop
op de volgende pagina.
Oogje voor polslus van camera
Flitser
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
16
Statuslampje
•
Knippert: als de camera een
foto of video opslaat, wordt
uitgelezen door een computer
of het onderwerp onscherp is
•
Brandt: wanneer de camera is
aangesloten op een computer,
wanneer de batterij wordt
opgeladen of wanneer het
beeld is scherpgesteld
Zoomknop
•
In opnamemodus: in- of uitzoomen
•
In de afspeelmodus: inzoomen op
een deel van een foto, bestanden als
miniatuur weergeven of het volume
aanpassen
Scherm
Knoppen (p. 17)
Microfoon
Batterijklep
Een geheugenkaart en batterij
plaatsen
Statiefbevestigingspunt
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
17
Knoppen
Knop Beschrijving
De belichtingswaarde vergrendelen in de opnamemodus.
Naar opties of menu's gaan.
Terug gaan.
Basisfuncties Overige functies
D
De weergaveoptie wijzigen. Omhoog
c
De macro-optie wijzigen. Omlaag
F
De itseroptie wijzigen. Naar links
t
De timer- en serieoptie wijzigen. Naar rechts
Gemarkeerde optie of menu bevestigen.
Naar de afspeelmodus gaan.
•
Opties openen in de opnamemodus.
•
Bestanden verwijderen in de afspeelmodus.
Modusdraaiknop
Pictogram
Beschrijving
Smart Auto: een foto maken met een scènemodus automatisch
geselecteerd door de camera.
Programma: een foto maken door opties in te stellen, behalve de
sluitertijd en diafragmawaarde die automatisch worden ingesteld
door de camera.
Handmatig: verschillende camera-instellingen aanpassen, inclusief
sluitertijd en diafragmawaarde.
Scène: een foto maken met vooraf ingestelde opties voor een
specieke scène.
Panorama: een serie foto's maken en deze combineren om een
panoramisch beeld te maken.
Magisch Plus: een foto maken met verschillende eecten.
Instellingen: instellingen aanpassen aan uw voorkeuren.
Film: instellingen aanpassen om een video op te nemen.
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
18
Het scherm gebruiken
Klap het scherm naar buiten en draai het omhoog of omlaag voor foto's vanuit een
hoge of lage hoek.
40°
90°
•
Klap het scherm in als u het niet gebruikt.
•
Draai het scherm alleen binnen de toegestane hoek. Anders kan de camera
beschadigd raken.
Opname vanuit lage hoek
Een opname vanuit een lage hoek is een opname met een camera die onder de
zichtlijn is geplaatst, waarbij omhoog wordt gekeken naar het onderwerp.
Opname vanuit hoge hoek
Een opname vanuit een hoge hoek is een opname met een camera die boven de
zichtlijn is geplaatst, waarbij omlaag wordt gekeken naar het onderwerp.
Onderdelen en knoppen van de camera
Basisfuncties
19
Een polslus bevestigen
Bevestig een polslus om de camera makkelijk te dragen.
Een lensdop bevestigen
Bevestig een lensdop met een lensdoplusje om de lens van de camera te
beschermen.
Basisfuncties
20
De batterij en geheugenkaart plaatsen
Hier vindt u informatie over het in de camera plaatsen van de batterij en een optionele geheugenkaart.
De batterij en geheugenkaart verwijderen
Oplaadbare batterij
Batterijvergrendeling
Schuif de vergrendeling naar
beneden om de batterij los te
maken.
Geheugenkaart
Duw voorzichtig tegen de kaart totdat
deze uit de camera loskomt en trek de
kaart vervolgens uit de sleuf.
De geheugenkaartadapter gebruiken
Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken met dit product,
een computer of een geheugenkaartlezer, moet u de kaart in
een adapter plaatsen.
U kunt het interne geheugen gebruiken voor tijdelijke opslag als er geen
geheugenkaart is geplaatst.
Geheugenkaart
Plaats een geheugenkaart met de
goudkleurige contactpunten naar boven
gericht.
Oplaadbare batterij
Plaats de batterij met het Samsung-logo
omhoog gericht.
Basisfuncties
21
De batterij opladen en de camera inschakelen
De camera inschakelen
Druk op [
X
] om de camera in- of uit te schakelen.
•
Het scherm voor de eerste instellingen verschijnt wanneer u de camera voor het
eerst inschakelt. (p. 22)
De camera inschakelen in de afspeelmodus
Druk op [
P
]. De camera wordt ingeschakeld en gaat direct naar de afspeelmodus.
Als u de camera inschakelt door [
P
] ingedrukt te houden totdat het statuslampje
knippert, geeft de camera geen enkel geluid.
De batterij opladen
Voordat u de camera voor het eerst gaat gebruiken, moet de batterij worden
opgeladen. Sluit het kleine uiteinde van de USB-kabel aan op de camera en sluit het
andere uiteinde van de USB-kabel aan op de netspanningsadapter.
Statuslampje
•
Rode lampje brandt: opladen
•
Rode lampje uit: volledig opgeladen
•
Rode lampje knippert: fout
Gebruik alleen de netspanningsadapter en de USB-kabel die bij de camera zijn
geleverd. Als u een andere netspanningsadapter (zoals SAC-48) gebruikt, is het
mogelijk dat de batterij niet kan worden opgeladen of niet correct werkt.
Basisfuncties
22
1
Druk op [
c
] om Tijdzone te selecteren en druk op [
t
] of [
o
].
2
Druk op [
F
/
t
] om een tijdzone te selecteren en druk vervolgens op
[
o
].
Annuleer
Instellen
Tijdzone Thuis
Londen
3
Druk op [
c
] om Datum/tijd aanpassen te selecteren en druk op
[
t
] of [
o
].
Annuleer
Instellen
Datum/tijd aanpassen
Jaar
Maand
Dag
Uur
Min. Zomertijd
4
Druk op [
F
/
t
] om een item te selecteren.
5
Druk op [
D
/
c
] om de datum, tijd en zomertijd in te stellen en
druk op [
o
].
De eerste instellingen uitvoeren
Wanneer het scherm voor de eerste instellingen verschijnt, volgt u de onderstaande stappen om de basisinstellingen van de camera te congureren. De standaardtaal is vooraf
ingesteld voor het land of de regio waarin de camera wordt verkocht. U kunt de taal naar wens aanpassen door Language te selecteren.
De eerste instellingen uitvoeren
Basisfuncties
23
6
Druk op [
c
] om Datumtype te selecteren en druk op [
t
] of [
o
].
7
Druk op [
D
/
c
] om een datumtype te selecteren en druk
vervolgens op [
o
].
Datumtype
Terug Instellen
JJJJ/MM/DD
MM/DD/JJJJ
DD/MM/JJJJ
8
Druk op [
c
] om Type tijd te selecteren en druk op [
t
] of [
o
].
9
Druk op [
D
/
c
] om een type tijd te selecteren en druk
vervolgens op [
o
].
10
Druk op [
r
] om de eerste conguratie te voltooien.
Het scherm kan afwijken, afhankelijk van de geselecteerde taal.
Basisfuncties
24
Uitleg over de pictogrammen
De camera geeft pictogrammen weer voor de modus en opties die u instelt. De pictogrammen knipperen tijdelijk geel wanneer u opties wijzigt.
1
2
3
Pictogram Beschrijving
Flitser
Framesnelheid (per seconde)
Fotoresolutie
Zoom gedempt
Intelli-zoom aan
Smart lter
Optische beeldstabilisatie (OIS)
L.meting
Timer
Continu modus
Vooraf vastleggen modus
Bracket-modus
1
Opnameopties (links)
Pictogram Beschrijving
Opnamemodus
Witbalans
Beeldaanpassing
(Scherpte, Contrast en Kleurverz.)
Scherpstelgebied
Focus
Gezichtsdetectie
2
Opnameopties (rechts)
Pictogram Beschrijving
ISO-waarde
Videoresolutie
Uitleg over de pictogrammen
Basisfuncties
25
3
Opnamegegevens
Pictogram Beschrijving
Diafragmawaarde
Sluitertijd
Beschikbare opnametijd
Belichtingswaarde
Automatische
belichtingsvergrendeling aan
Resterend aantal foto's
Geheugenkaart geplaatst
•
: volledig opgeladen
•
: gedeeltelijk opgeladen
•
: leeg (opladen)
Pictogram Beschrijving
Huidige datum
Huidige tijd
Autofocuskader
Bewegingsonscherpte
Zoomindicator
Fotoresolutie als de intelligente
zoomfunctie is ingeschakeld
Zoomverhouding
Histogram
Basisfuncties
26
Een modusscherm selecteren
Draai in de opname- of afspeelmodus de modusdraaiknop om een modusscherm
weer te geven. In sommige modi kunt u een pictogram selecteren in het scherm
Modus in de modus Magisch Plus.
1
2
Opname bij
weinig licht
Filmlter
HDR
Foto-
editor
Gesplitste
opname
Fotolter
Bijvoorbeeld: wanneer u Opname bij weinig licht selecteert in de modus
Magisch Plus.
Nr. Beschrijving
1
Huidig modusvenster
•
Draai de modusdraaiknop om naar een ander modusscherm te gaan.
2
Moduspictogrammen
•
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
] om naar een gewenste modus te scrollen en
druk op [
o
] om de modus te openen.
Het modusscherm gebruiken
Selecteer een opnamemodus of -functie met de modusdraaiknop. Draai de modusdraaiknop naar de gewenste modus.
Het modusscherm gebruiken
Basisfuncties
27
Modus Pictogram Beschrijving
Opname bij weinig licht: in omstandigheden met weinig
licht zonder itser meerdere foto's maken. De camera
combineert deze foto's tot een heldere afbeelding die
scherper is en minder beeldruis bevat. (p. 47)
HDR: scènes vastleggen met de nadruk op middentonen
door de donkere en heldere gebieden te beperken. (p. 47)
Gesplitste opname: meerdere foto's maken en deze
indelen met voorgedenieerde indelingen. (p. 48)
Fotolter: een foto maken met verschillende ltereecten.
(p. 49)
Filmlter: een video opnemen met verschillende
ltereecten. (p. 50)
Foto-editor: foto's bewerken met verschillende eecten.
(p. 91)
Instellingen: instellingen aanpassen aan uw voorkeuren.
(p. 105)
Film: instellingen aanpassen om een video op te nemen.
(p. 51)
Pictogrammen op het modusscherm
Modus Pictogram Beschrijving
Smart Auto: een foto maken met een scènemodus
automatisch geselecteerd door de camera. (p. 40)
Programma: een foto maken met instellingen die u
handmatig hebt aangepast. (p. 42)
Handmatig: de diafragmawaarde en de sluitertijd
handmatig instellen. (p. 43)
Scène: een foto maken met vooraf ingestelde opties voor
een specieke scène. (p. 44)
Panorama: een serie foto's maken en deze combineren om
een panoramisch beeld te maken. (p. 45)
Basisfuncties
28
Opties of menu's selecteren
Als u een optie of een menu wilt selecteren, drukt u op [
m
] of [
s
].
Teruggaan naar het vorige menu
Druk op [
r
] om terug te gaan naar het vorige menu.
Druk de [Ontspanknop] half in om terug te gaan naar de opnamemodus.
[
m
] gebruiken
Als u een optie of een menu wilt selecteren, drukt u op [
m
] en op
[
D
/
c
/
F
/
t
] of [
o
].
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer een optie of menu.
•
Druk op [
D
] of [
c
] om omhoog of omlaag te gaan.
•
Druk op [
F
] of [
t
] om naar links of rechts te gaan.
3
Druk op [
o
] om de gemarkeerde optie of het gemarkeerde menu
te bevestigen.
Opties of menu's selecteren
Basisfuncties
29
Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus:
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Druk op [
m
].
Afsl. Select.
EV
Witbalans
ISO
Flitser
Focus
Scherpstelgebied
3
Druk op [
D
/
c
] om Witbalans te selecteren en druk op [
t
] of
[
o
].
4
Druk op [
F
/
t
] om een witbalansoptie te selecteren.
Terug Aanpassen
Witbalans : Daglicht
5
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Opties of menu's selecteren
Basisfuncties
30
[
s
] gebruiken
U kunt opnameopties openen door op [
s
] te drukken, maar sommige opties zijn
dan niet beschikbaar.
Voorbeeld: een witbalansoptie selecteren in de Programmamodus:
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Druk op [
s
].
3
Druk [
D
/
c
/
F
/
t
] om Witbalans te selecteren.
Afsl. Aanpassen
Witbalans : Auto witbalans
4
Draai [Zoomknop] om een optie voor witbalans te selecteren.
Afsl. Aanpassen
Witbalans : Daglicht
•
U kunt ook op [
o
] en vervolgens [
F
/
t
] drukken om een optie te selecteren.
5
Druk op [
m
] of [
s
] om uw instellingen op te slaan.
Basisfuncties
31
Display en geluid instellen
Hier vindt u informatie over hoe u de basisinstellingen van het scherm en het geluid kunt aanpassen.
Over histogrammen
Een histogram is een graek die illustreert hoe het licht is verdeeld in uw foto.
Als het histogram een hoge piek aan de linkerkant heeft, is de foto onderbelicht
en wordt deze donker weergegeven. Een piek aan de rechterkant van de graek
betekent dat de foto overbelicht is en te helder wordt weergegeven. De hoogte van
de pieken houdt verband met de kleurgegevens. Hoe meer van een bepaalde kleur,
hoe hoger de piek.
Onderbelicht
Goed belicht
Overbelicht
De weergave instellen
U kunt een type weergave selecteren voor de opname- of afspeelmodus. Elk type
geeft andere opname- of afspeelgegevens weer. Bekijk de onderstaande tabel.
Druk herhaaldelijk op [
D
] om het type weergave te wijzigen.
Modus Type weergave
Opnemen
•
Alle informatie over opnameopties verbergen.
•
Alle informatie over opnameopties weergeven.
•
Alle informatie over opnameopties en een histogram weergeven.
Afspelen
•
Alle informatie over de huidige foto verbergen.
•
Alle informatie over het huidige bestand verbergen, behalve
algemene informatie.
•
Alle informatie over het huidige bestand weergeven.
Display en geluid instellen
Basisfuncties
32
De weergave van opties instellen
In sommige modi kunt u de weergave van opties uitschakelen of inschakelen.
Druk meerdere malen op [
o
].
•
De optieweergave uitschakelen.
•
De optieweergave inschakelen.
Optieweergave
Kaderlijnen
Paneel uit Kaderlijnen
Bijvoorbeeld in de modus
Het geluid instellen
Schakel het geluid in of uit dat de camera maakt wanneer u functies uitvoert.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer Geluid Piepjes.
3
Selecteer een optie.
Optie Beschrijving
Uit
De camera laat geen geluid klinken.
Aan
De camera laat een geluid klinken.
Basisfuncties
33
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Plaats het onderwerp in het kader.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
•
Een groen kader betekent dat het onderwerp scherp in beeld is.
•
Een rood kader betekent dat het onderwerp niet scherp in beeld is.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
5
Druk op [
P
] om de gemaakte foto weer te geven.
•
Als u de foto wilt verwijderen, drukt u op [
s
] en selecteert u Ja.
6
Druk op [
P
] om naar de opnamemodus te gaan.
Die pagina 37 voor tips om betere foto's te maken.
Foto's maken
Hier vindt u informatie over hoe u snel en eenvoudig foto's kunt maken in de modus Smart Auto.
Foto's maken
Basisfuncties
34
Zoomen
U kunt close-upfoto's maken door in te zoomen.
of
InzoomenUitzoomen
Inzoomen
Uitzoomen
Zoomverhouding
Digitale zoom
De digitale zoomfunctie wordt standaard ondersteund in de opnamemodus. Als u
inzoomt op een onderwerp in de opnamemodus en de zoomaanduiding bevindt
zich in het digitale bereik, gebruikt de camera de digitale zoomfunctie. U kunt
tot 70 keer inzoomen als u zowel de optische zoomfunctie (35X) als de digitale
zoomfunctie (2X) gebruikt.
Zoomindicator
Optisch bereik
Digitaal bereik
•
Digitale zoom is niet beschikbaar met de optie Tracking AF.
•
Als u een foto maakt met de digitale zoomfunctie, kan de fotokwaliteit lager zijn
dan normaal.
Foto's maken
Basisfuncties
35
Intelligent zoomen
Als de zoomindicator zich in het bereik voor intelligent zoomen bevindt, gebruikt
de camera de intelligente zoomfunctie. De resolutie van de foto verschilt afhankelijk
van de zoomverhouding als u de intelligente zoomfunctie gebruikt. U kunt tot 70
keer inzoomen als u zowel de optische als de intelligente zoomfunctie gebruikt.
Zoomindicator
Optisch bereik
Bereik intelligent zoomen
Fotoresolutie als
de intelligente
zoomfunctie is
ingeschakeld
•
Intelli-zoom is niet beschikbaar me de opties Tracking AF en Selectie AF.
•
Met de intelligente zoomfunctie kunt u foto's maken met minder
kwaliteitsverlies dan met de digitale zoomfunctie. De fotokwaliteit kan echter
wel minder zijn dan bij gebruik van de optische zoomfunctie.
•
De intelligente zoomfunctie is alleen beschikbaar als u de 4:3-beeldverhouding
instelt.
Als u een andere beeldverhouding instelt terwijl de intelligente zoomfunctie is
ingeschakeld, wordt de intelligente zoomfunctie automatisch uitgeschakeld.
•
Intelli-zoom is altijd ingeschakeld in de modus .
Intelligent zoomen instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Intelli-zoom.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Uit: de intelligente zoomfunctie is uitgeschakeld.
Aan: de intelligente zoomfunctie is ingeschakeld.
Foto's maken
Basisfuncties
36
Bewegingsonscherpte voorkomen (OIS)
In de opnamemodus kunt u OIS (Optical Image Stabilizer) instellen om vervaging
van foto's door het bewegen van de camera te verminderen of elimineren.
Vóór correctie
Na correctie
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer OIS.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Uit: OIS is uitgeschakeld.
Aan: OIS is ingeschakeld.
•
OIS werkt mogelijk in de volgende omstandigheden niet goed:
-
wanneer u de camera beweegt om een bewegend onderwerp te volgen
-
wanneer u de digitale zoomfunctie gebruikt
-
wanneer de camera te veel trilt
-
wanneer u een lagere sluitersnelheid gebruikt (bijvoorbeeld voor
nachtopnamen)
-
wanneer de batterij bijna leeg is
-
wanneer u een close-up neemt
•
Als u de OIS-functie met een statief gebruikt, kunnen de foto's onscherp
worden door de trilling van de OIS-sensor. Schakel de OIS-functie bij gebruik
van een statief uit.
•
Als de camera valt of een schok krijgt, wordt het scherm wazig. Als dit gebeurt,
moet u de camera uitschakelen en weer inschakelen.
Basisfuncties
37
De camera op de juiste manier vasthouden
Controleer of er niets voor de lens, itser of
microfoon zit.
De ontspanknop half indrukken
Druk op [Ontspanknop] half in en pas
de scherpstelling aan. De camera past de
scherpstellingen en belichting automatisch aan.
De camera stelt de diafragmawaarde en
sluitersnelheid automatisch in.
Scherpstelkader
•
Druk op de [Ontspanknop] om de foto te
maken als het scherpstelkader groen is.
•
Pas de compositie aan en druk de
[Ontspanknop] nogmaals half in als het
scherpstelkader rood is.
Bewegingsonscherpte voorkomen
Stel de OIS-optie (Optical Image Stabilization) in om de
bewegingsonscherpte digitaal te reduceren. (p. 36)
Als wordt weergegeven
Bewegingsonscherpte
Zorg dat bij opnamen in het donker de itser niet is ingesteld op Langz sync of
Uit. Het diafragma blijft langer open en het kan moeilijk zijn om de camera lang
genoeg stabiel te houden om een scherpe foto te maken.
•
Gebruik een statief of stel de itser in op Invulits. (p. 60)
•
Pas de ISO-waarde aan. (p. 62)
Tips om betere foto's te maken
Basisfuncties
38
Voorkomen dat het onderwerp niet scherp is
In de volgende gevallen kan het moeilijk zijn om op het onderwerp scherp te
stellen:
-
er is weinig contrast tussen het onderwerp en de achtergrond (als het onderwerp
bijvoorbeeld kleren draagt met kleuren die lijken op de achtergrondkleur)
-
de lichtbron achter het onderwerp is te fel
-
het onderwerp glanst of weerspiegelt
-
het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
-
het onderwerp bevindt zich niet in het midden van het kader
•
Als u foto's maakt bij weinig licht
Schakel de itser in.
(p. 60)
•
Als onderwerpen snel bewegen
Gebruik de functie
Continu of Vooraf
opnemen. (p. 75)
De scherpstelvergrendeling gebruiken
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen. Wanneer het
onderwerp scherp in beeld is, kunt u het kader verschuiven om
de compositie aan te passen. Druk wanneer u klaar bent op de
[Ontspanknop] om de foto te maken.
Uitgebreide functies
Hier vindt u informatie over het maken van foto's en het opnemen van video's door een modus te selecteren.
De Smart Auto-modus gebruiken
…………… 40
De Programmamodus gebruiken
……………… 42
De Handmatige modus gebruiken
…………… 43
De Scènemodus gebruiken
…………………… 44
De Panoramamodus gebruiken
……………… 45
De modus Magisch Plus gebruiken
…………… 47
De modus Opname bij weinig licht gebruiken
47
De HDR-modus gebruiken
…………………… 47
De modus Gesplitste opname gebruiken
……… 48
De Fotoltermodus
…………………………… 49
De Filmltermodus gebruiken
………………… 50
De Filmmodus gebruiken
……………………… 51
Video's met hoge snelheid opnemen
………… 53
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken
54
Uitgebreide functies
40
De Smart Auto-modus gebruiken
In de modus Smart Auto kiest de camera automatisch camera-instellingen die bij het gedetecteerde type scène passen. De modus Smart Auto is handig als u niet bekend bent
met de camera-instellingen voor de diverse scènes.
Pictogram Beschrijving
Landschappen
Scènes met een helderwitte achtergrond
Landschappen 's nachts
Portretten 's nachts
Landschappen met tegenlicht
Portretten met tegenlicht
Portretten
Close-upfoto's van objecten
Close-upfoto's van tekst
Zonsondergang
Blauwe luchten
Bossen
Close-upfoto's van gekleurde onderwerpen
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Plaats het onderwerp in het kader.
•
De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de
desbetreende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven. De
pictogrammen worden hieronder weergegeven.
3
Druk de [Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
De Smart Auto-modus gebruiken
Uitgebreide functies
41
Pictogram Beschrijving
De camera is gestabiliseerd op een statief en het onderwerp
beweegt niet gedurende een bepaalde tijd. (wanneer u
opnamen in het donker maakt)
Onderwerpen die veel bewegen
•
Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de
standaardinstellingen voor de modus
gebruikt.
•
Ook als er een gezicht wordt gedetecteerd, is het mogelijk dat de camera geen
portretmodus selecteert. Dit hangt af van de positie van het onderwerp en de
lichtval.
•
Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera
de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera,
de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
•
Zelfs als u een statief gebruikt, kan het voorkomen dat de camera de modus
niet detecteert als het onderwerp beweegt.
•
De batterij raakt sneller leeg omdat de instellingen vaker worden gewijzigd om
de juiste scène te selecteren.
Uitgebreide functies
42
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Stel de gewenste opties in.
•
Zie 'Opname-instellingen' voor een lijst met opties. (p. 55)
De Programmamodus gebruiken
In de modus Programma kunt u de meeste opties instellen, met uitzondering van de sluitertijd en de diafragmawaarde, die automatisch worden ingesteld door de camera.
Uitgebreide functies
43
5
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
6
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Druk op [
o
] en vervolgens op [
F
/
t
] om de diafragmawaarde en
de sluitertijd te selecteren.
3
Druk op [
D
/
c
] om de diafragmawaarde of sluitersnelheid aan te
passen.
4
Stel de gewenste opties in.
•
Zie 'Opname-instellingen' voor een lijst met opties. (p. 55)
Wijzig diafragma/sluitersnelheid
De Handmatige modus gebruiken
Met de modus Handmatig kunt u de diafragmawaarde en de sluitertijd handmatig instellen.
Uitgebreide functies
44
Optie Beschrijving
Kaderlijnen
Help de andere persoon een foto van u te maken door een
deel van de vooraf samengestelde scène te laten zien.
Nacht
Scènes 's nachts of bij weinig licht vastleggen (het gebruik
van een statief wordt aanbevolen).
Portret
Automatisch gezichten van mensen detecteren en daarop
scherpstellen zodat u heldere, zachte portretten kunt maken.
Kinderen
Laat kinderen meer opvallen door ze vast te leggen.
Landschap
Stillevens en landschapsfoto's maken.
Close-up
U kunt details van een onderwerp of kleine onderwerpen
zoals bloemen of insecten vastleggen.
Tekst
Tekst in drukwerk of elektronische documenten duidelijk
leesbaar vastleggen.
Zon onder
Zonsondergangen met natuurlijke rood- en geeltinten
vastleggen.
Dageraad
Zonsopgangen vastleggen.
Tegenl.
Onderwerpen met tegenlicht vastleggen.
Vuurwerk
's Nachts kleurrijk vuurwerk vastleggen.
Strand/
sneeuw
Onderbelichting van onderwerpen beperken die wordt
veroorzaakt door zonlicht dat wordt gereecteerd door zand
of sneeuw.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer een scène.
Kaderlijnen
Paneel uit Kaderlijnen
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
De Scènemodus gebruiken
In de modus Scène kunt u een foto maken met opties die al vooraf zijn ingesteld voor een bepaalde scène.
Uitgebreide functies
45
4
Houd de [Ontspanknop] ingedrukt en beweeg de camera langzaam
in de richting waarin de rest van de panoramaopname moet worden
vastgelegd.
•
Er worden pijltjes in de richting van de beweging weergegeven en de gehele
opnameafbeelding wordt weergegeven in het voorbeeldvak.
•
Wanneer de beeldzoeker is uitgelijnd met de volgende scène, legt de camera
de volgende foto automatisch vast.
Trillen
5
Wanneer u klaar bent, laat u de [Ontspanknop] los.
•
Wanneer u alle benodigde opnamen heeft vastgelegd, combineert de
camera deze tot één panoramafoto.
Opnamevoorbeeld
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
•
Breng de camera op één lijn met de uiterste linker-, rechter-, onder- of
bovenkant van de scène die u wilt vastleggen.
3
Houd de [Ontspanknop] ingedrukt om de opname te starten.
De Panoramamodus gebruiken
In de Panoramamodus kunt u een brede panoramascène vastleggen in één foto. Een serie foto's maken en deze combineren om een panoramisch beeld te maken.
De Panoramamodus gebruiken
Uitgebreide functies
46
•
Voor de beste resultaten bij het vastleggen van panoramafoto's moet u het
volgende vermijden:
-
de camera te snel of te langzaam bewegen.
-
de camera te weinig bewegen om het volgende beeld vast te leggen.
-
de camera met ongelijkmatige snelheden bewegen.
-
de camera schudden.
-
opnemen op donkere locaties.
-
bewegende onderwerpen in de buurt vastleggen.
-
opnameomstandigheden waar de helderheid of kleur van het licht verandert.
•
Gemaakte foto's worden automatisch opgeslagen en het opnemen wordt
gestopt onder de volgende omstandigheden:
-
als u de opnamerichting wijzigt wanneer u opneemt
-
als u de camera te snel beweegt
-
als u de camera niet beweegt
•
Als u de Panoramamodus selecteert, worden de digitale en optische
zoomfuncties uitgeschakeld. Als u de Panoramamodus selecteert terwijl de lens
is ingezoomd, zoomt de camera automatisch uit naar de standaardpositie.
•
Bepaalde opnameopties zijn niet beschikbaar.
•
De camera kan de opname stoppen vanwege de compositie van de opname of
beweging van het onderwerp.
•
Mogelijk legt de camera de laatste scène niet volledig vast als u de
camerabeweging exact stopt op het punt waar u de scène wilt beëindigen. Als
u de volledige scène wilt vastleggen, beweegt u de camera iets verder dan het
punt waar u de scène wilt eindigen.
Uitgebreide functies
47
De modus Opname bij weinig licht gebruiken
In omstandigheden met weinig licht kunt u zonder de itser te gebruiken meerdere
foto's maken en deze combineren tot een heldere afbeelding die scherper is en
minder beeldruis bevat.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
De HDR-modus gebruiken
In de HDR-modus (High Dynamic Range) legt uw camera drie foto's met
verschillende belichtingen vast en worden het heldere gebied van de onderbelichte
foto en het donkere gebied van de overbelichte foto over elkaar heen gelegd. U
kunt foto's met zachte, rijke kleuren vastleggen.
Zonder HDR-eect Met HDR-eect
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
De camera legt 3 foto's vast en voegt deze automatisch samen tot één foto.
•
Het HDR-eect kan worden beïnvloed door bewegingsonscherpte, belichting,
beweging van het onderwerp en de opnameomgeving.
•
U kunt de itser niet gebruiken wanneer u de HDR-modus gebruikt.
•
Het kan langer duren om een foto op te slaan met de HDR-modus.
•
Wanneer u de HDR-modus gebruikt, kunnen het voorbeeld op het scherm en de
vastgelegde foto iets groter worden weergegeven dan een foto die zonder dit
eect wordt vastgelegd.
•
Wanneer u een bewegend onderwerp vastlegt met de HDR-modus, kan een
nabeeld worden weergegeven.
De modus Magisch Plus gebruiken
Maak een foto of neem een video op door geschikte modi voor verschillende scènes of eecten te selecteren.
De modus Magisch Plus gebruiken
Uitgebreide functies
48
De modus Gesplitste opname gebruiken
In de modus Gesplitste opname kunt u meerdere foto's maken en deze indelen met
voorgedenieerde indelingen.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Selecteer een stijl voor splitsen.
•
Als u de scherpte van de scheidingslijn wilt aanpassen, drukt u op [
m
] en
selecteert u Lijnvervaging een gewenste waarde.
•
Als u op een gedeelte van de opname een Smart lter-eect wilt toepassen,
drukt u op [
m
] en selecteert u Smart lter een gewenste optie. U kunt
verschillende Smart lter-eecten toepassen of de afzonderlijke gedeelten
van de opname.
Paneel uit
4
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Herhaal stap 4 en 5 om de rest van de foto' te maken.
•
Als u een foto opnieuw wilt maken, drukt u op [
r
].
6
Druk op [
o
] om de foto op te slaan.
De resolutie wordt automatisch ingesteld op of lager.
De modus Magisch Plus gebruiken
Uitgebreide functies
49
Optie Beschrijving
Miniatuur
Een eect toepassen om het onderwerp in miniatuur weer
te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden
wazig gemaakt.)
Vignetten
Retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering van
Lomo-camera's toepassen.
Kruislter
Lijnen toevoegen die naar buiten lopen van heldere
objecten om het visuele eect van een kruislter te
imiteren.
Visoog
Objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele
eecten van een vissenooglens te imiteren.
Klassiek
Een zwart-witeect toepassen.
Retro
Een sepiatinteect toepassen.
4
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan de resolutie automatisch worden
gewijzigd in
of lager.
•
Als u ltereecten wilt toepassen op uw opgeslagen foto's, drukt u op [
m
]
en selecteert u Afbeelding selecteren een gewenste afbeelding.
De Fotoltermodus
Pas allerlei ltereecten op uw foto's toe om unieke afbeeldingen te maken.
Miniatuur Vignetten
Visoog Klassiek
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Selecteer een eect.
De modus Magisch Plus gebruiken
Uitgebreide functies
50
4
Druk op (Video-opname) om de opname te starten.
5
Druk opnieuw op (Video-opname) om de opname te stoppen.
•
Als u Miniatuur selecteert, wordt de afspeelsnelheid verhoogd.
•
Als u Miniatuur selecteert, kunt u geen geluid voor de video opnemen.
•
Afhankelijk van de optie die u selecteert, kan de opnameresolutie automatisch
worden gewijzigd in
of lager.
De Filmltermodus gebruiken
Pas allerlei ltereecten op uw video's toe om unieke afbeeldingen te maken.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Selecteer een eect.
Optie Beschrijving
Miniatuur
Een eect toepassen om het onderwerp in miniatuur
weer te geven. (De boven- en onderkant van de foto
worden wazig gemaakt.)
Vignetten
Retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering
van Lomo-camera's toepassen.
Visoog
Objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele
eecten van een vissenooglens te imiteren.
Klassiek
Een zwart-witeect toepassen.
Retro
Een sepiatinteect toepassen.
Paleteect 1
Een heldere look maken met een scherp contrast en
sterke kleur.
Paleteect 2
Scènes helder en duidelijk maken.
Paleteect 3
Een zachte bruine tint toepassen.
Paleteect 4
Een koud en eenkleurig eect toepassen.
Uitgebreide functies
51
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Stel de gewenste opties in.
•
Zie 'Opname-instellingen' voor een lijst met opties. (p. 55)
3
Druk op (Video-opname) om de opname te starten.
•
Druk op [
c
] om de functie Refocus in te stellen.
4
Druk opnieuw op (Video-opname) om de opname te stoppen.
•
U kunt de opname van een video in bepaalde modi starten door op (Video-
opname) te drukken zonder de modusdraaiknop naar
te draaien.
•
Het formaat van het videokader kan kleiner lijken wanneer u een video
opneemt, afhankelijk van de videoresolutie en framesnelheid.
De Filmmodus gebruiken
In de Filmmodus kunt u instellingen aanpassen om full-HD-video's (1920 X 1080) van maximaal 20 minuten op te nemen. De camera slaat opgenomen video's op als MP4-
bestanden (H.264).
•
MP4 (H.264) is een video-indeling met hoge compressie die is ontwikkeld door de internationale standaardisatieorganisaties ISO-IEC en ITU-T.
•
Als u geheugenkaarten gebruikt met lage schrijfsnelheden, slaat de camera video's mogelijk niet correct op. Video-opnamen zijn mogelijk beschadigd of worden niet correct
afgespeeld.
•
Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning voor video's met een hoge resolutie. Gebruik voor het opnemen van video's met een hoge resolutie
geheugenkaarten met een hogere schrijfsnelheid.
•
Als u de zoomfunctie gebruikt wanneer u een video opneemt, neemt de camera mogelijk het geluid van de zoomfunctie op. Gebruik de functie Zoomen dempen om geen
zoomgeluid op te nemen. (p. 79)
De Filmmodus gebruiken
Uitgebreide functies
52
Opnemen onderbreken
U kunt tijdens het opnemen van een video de opname tijdelijk onderbreken. Met
deze functie kunt u verschillende scènes opnemen in één video.
•
Druk op [
o
] om tijdens het opnemen te pauzeren.
•
Druk op [
o
] om verder te gaan.
Foto's vastleggen terwijl u een video opneemt
U kunt foto's vastleggen terwijl u een video opneemt zonder over te schakelen naar
de fotostand (maximaal 6 foto's).
Foto's vastgelegd tijdens het
opnemen van een video
•
Druk de [Ontspanknop] in om foto's vast te leggen tijdens het opnemen van een
video.
•
Vastgelegde foto's worden automatisch opgeslagen.
•
Het formaat van vastgelegde afbeeldingen wordt automatisch gewijzigd,
afhankelijk van het formaat van de opgenomen video.
•
U kunt geen foto's vastleggen terwijl u video's met hoge snelheid opneemt.
•
U kunt geen foto's vastleggen wanneer u de video-opname onderbreekt.
•
Foto's die u hebt vastgelegd tijdens het opnemen van een video, hebben
mogelijk een lagere kwaliteit dan de foto's die u op de normale wijze hebt
gemaakt.
De Filmmodus gebruiken
Uitgebreide functies
53
1
Draai de modusdraaiknop naar .
•
U kunt een video met hoge snelheid alleen opnemen in de modus .
2
Druk op [
m
] en selecteer Framesnelheid.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
360 fps: 360 frames per seconde opnemen (gedurende
maximaal 10 seconden).
240 fps: 240 frames per seconde opnemen (gedurende
maximaal 10 seconden).
4
Druk op (Video-opname) om de opname te starten.
5
Druk opnieuw op (Video-opname) om de opname te stoppen.
Video's met hoge snelheid opnemen
U kunt video's met hoge snelheid opnemen door framesnelheden in te stellen.
Video's met hoge snelheid worden in slow motion afgespeeld bij 60 FPS of 30 FPS,
ongeacht de framesnelheid van de video.
•
Geheugenkaarten met langzame schrijfsnelheden bieden geen ondersteuning
voor video's met hoge snelheid.
•
Wanneer u video's met hoge snelheid opneemt, wordt het geluid niet
opgenomen.
•
De beeldkwaliteit van een video met hoge snelheid is mogelijk lager dan die
van een video op normale snelheid.
De Filmmodus gebruiken
Uitgebreide functies
54
Pictogram Beschrijving
Landschappen
Zonsondergang
Blauwe luchten
Bossen
5
Druk op (Video-opname) om de opname te starten.
6
Druk opnieuw op (Video-opname) om de opname te stoppen.
•
Als de camera geen geschikte scènemodus detecteert, worden de
standaardinstellingen voor de Intelligente scènedetectiemodus gebruikt.
•
Door verscheidene opnameomstandigheden kan het gebeuren dat de camera
de juiste scène niet kan selecteren, bijvoorbeeld door het trillen van de camera,
de lichtval en de afstand tot het onderwerp.
De Intelligente scènedetectiemodus gebruiken
In de Intelligente scènedetectiemodus selecteert uw camera automatisch de juiste
camera-instellingen op basis van de scène die is gedetecteerd.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Druk op [
m
].
3
Selecteer Intelligente scènedetectie Aan.
4
Plaats het onderwerp in het kader.
•
De camera selecteert automatisch een scène. Het pictogram voor de
desbetreende scène wordt linksboven in het scherm weergegeven.
Opname-instellingen
Hier vindt u informatie over het instellen van de opties in de opnamemodus.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
……… 56
De resolutie selecteren
………………………… 56
Een beeldkwaliteit selecteren
………………… 57
Timer gebruiken
………………………………… 58
Opnamen in het donker maken
……………… 59
Rode ogen voorkomen
………………………… 59
De itser gebruiken
…………………………… 59
De itser gebruiken
…………………………… 60
De ISO-waarde aanpassen
……………………… 62
De scherpstelling aanpassen
………………… 63
Macro gebruiken
……………………………… 63
De scherpsteloptie wijzigen
…………………… 63
Het scherpstelgebied aanpassen
……………… 64
Gezichtsdetectie gebruiken
…………………… 67
Gezichten detecteren
………………………… 67
Een zelfportret maken
………………………… 67
Een foto van een lachend gezicht maken
……… 68
Knipperende ogen detecteren
………………… 68
Tips voor gezichtsdetectie
……………………… 69
Helderheid en kleur aanpassen
……………… 70
De belichting handmatig aanpassen (EV)
…… 70
De belichtingswaarde vergrendelen (AEL)
…… 71
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
…………… 71
De lichtmeetoptie wijzigen
…………………… 72
Een instelling voor Witbalans selecteren
……… 72
Serieopnamen gebruiken
(Continu/Vooraf opnemen/Bracket)
…………… 75
Continu foto's maken
………………………… 75
Foto's maken in de modus voor vooraf vastleggen
76
Foto's met de bracketfunctie maken
………… 76
Afbeeldingen aanpassen
……………………… 78
Het geluid van de zoom verminderen
………… 79
Opname-instellingen
56
De resolutie selecteren
Als u de resolutie verhoogt, zullen de foto's en video's meer pixels bevatten en
daardoor groter kunnen worden afgedrukt en weergegeven. Bij een hoge resolutie
neemt ook de bestandsgrootte toe.
De fotoresolutie instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Fotoformaat.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
4608 X 3456: afdrukken op A1-papier.
4608 X 3072: afdrukken op A1-papier in de verhouding 3:2
(breed).
4608 X 2592: afdrukken op A1-papier in panoramaverhouding
(16:9) of weergeven op een HDTV.
3648 X 2736: afdrukken op A2-papier.
2832 X 2832: afdrukken op A3-papier in de verhouding 1:1.
2592 X 1944: afdrukken op A4-papier.
1984 X 1488: afdrukken op A5-papier.
1920 X 1080: afdrukken op A5-papier in panoramaverhouding
(16:9) of weergeven op een HDTV.
1024 X 768: toevoegen aan een e-mailbericht.
De videoresolutie instellen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Filmformaat.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
1920 X 1080: HD-bestanden van hoge kwaliteit om af te spelen
op een HDTV.
1280 X 720: HD-bestanden om af te spelen op een HDTV.
640 X 480: SD-bestanden om af te spelen op een analoge
televisie.
320 X 240: op een webpagina plaatsen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de resolutie en beeldkwaliteit kunt aanpassen.
Resolutie en beeldkwaliteit selecteren
Opname-instellingen
57
Een beeldkwaliteit selecteren
De kwaliteitsinstellingen voor de foto en video instellen. Een hogere beeldkwaliteit
resulteert in grotere bestanden.
De fotokwaliteit instellen
De camera comprimeert de foto's die u maakt en slaat deze op in JPEG-indeling.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Kwalit..
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Superhoog: foto's maken met superhoge kwaliteit.
Hoog: foto's maken met hoge kwaliteit.
Normaal: foto's maken met normale kwaliteit.
De framesnelheid voor een video instellen
De camera comprimeert de video's die u opneemt en slaat ze op in de indeling MP4
(H.264).
1
Druk in de video-opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Framesnelheid.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
360 fps: 360 frames per seconde opnemen.
240 fps: 240 frames per seconde opnemen.
60 fps: 60 frames per seconde opnemen.
30 fps: 30 frames per seconde opnemen.
Afhankelijk van de videoresolutie kunnen de beschikbare opties verschillen.
Opname-instellingen
58
1
Druk in de opnamemodus op [
t
].
Afsl. Instellen
Timer : Uit
2
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Uit: de timer is niet ingeschakeld.
2 sec: een foto maken na een vertraging van 2 seconden.
10 sec: een foto maken na een vertraging van 10 seconden.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
3
Druk op de [Ontspanknop] om de timer te starten.
•
Het AF-hulplampje/timerlampje gaat knipperen en. De camera maakt na de
ingestelde tijdsduur automatisch een foto.
•
Druk op de [Ontspanknop] of [
t
] om de timer te annuleren.
•
Afhankelijk van de geselecteerde opties voor gezichtsdetectie, is de
timerfunctie mogelijk niet beschikbaar.
•
Als u opties voor serieopnamen instelt, zijn er geen timeropties beschikbaar.
•
In sommige modi kunt u ook de timeroptie instellen door op [
m
] te drukken
en vervolgens Timer of Station/timer te selecteren.
Timer gebruiken
Hier vindt u informatie over hoe u de timer instelt om de opname met een vertraging te maken.
Opname-instellingen
59
Rode ogen voorkomen
Als de itser afgaat wanneer u in het donker een foto van een persoon maakt, kan er
een rode gloed in de ogen verschijnen. Als u dit wilt voorkomen, selecteert u Rode
ogen of Anti-rode ogen. Bekijk de itseropties in 'De itser gebruiken'.
Vóór correctie
Na correctie
De itser gebruiken
Druk op [
F
] om de itser uit te klappen als u deze nodig hebt.
Als de itser is gesloten, gaat deze niet af, ongeacht de geselecteerde optie. Als de
itser is uitgeklapt, gaat de itser af op basis van de geselecteerde optie.
•
Als u de itser niet gebruikt, moet u deze sluiten om schade aan de itser te
voorkomen.
•
Als u de itser met kracht opent, kunt u de camera beschadigen.
Druk de itser voorzichtig naar beneden om deze te sluiten.
Opnamen in het donker maken
Hier vindt u informatie over hoe u 's nachts of bij weinig licht foto's kunt maken.
Opnamen in het donker maken
Opname-instellingen
60
De itser gebruiken
Gebruik de itser wanneer u foto's in het donker maakt of wanneer u meer licht in
de foto's wilt hebben.
1
Druk op [
F
] om de itser uit te klappen als u deze nodig hebt.
2
Druk in de opnamemodus op [
F
].
Afsl. Aanpassen
Flitser : Auto
Opnamen in het donker maken
Opname-instellingen
61
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Uit:
•
Er wordt geen itser gebruikt.
•
De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera
beweegt
wanneer u foto's maakt bij weinig licht.
Auto: de itser wordt automatisch gebruikt wanneer het
onderwerp of de achtergrond donker is.
Rode ogen:
•
De itser gaat twee keer af als het onderwerp of de
achtergrond te donker zijn om het rode-ogeneect te
verminderen.
•
Er zit een korte tijd tussen twee keer itsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede its is uitgevoerd.
Invulits:
•
Er wordt altijd een its geactiveerd.
•
De camera past automatisch de intensiteit van het licht aan.
Langz sync:
•
Er wordt geitst en de sluiter blijft langer open.
•
Deze optie wordt aanbevolen wanneer u het omgevingslicht
wilt gebruiken om meer details in de achtergrond zichtbaar te
maken.
•
Gebruik een statief om te voorkomen dat de foto's onscherp
worden.
•
De camera geeft een waarschuwing weer dat de camera
beweegt
wanneer u foto's maakt bij weinig licht.
Pictogram Beschrijving
Anti-rode ogen:
•
De itser gaat twee keer af wanneer het onderwerp of de
achtergrond donker is. De camera corrigeert rode ogen via
geavanceerde softwareanalyse.
•
Er zit een korte tijd tussen twee keer itsen. Beweeg de camera
niet totdat de tweede its is uitgevoerd.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
•
Als u opties voor reeksopnamen instelt of Knipperen selecteert, zijn er geen
itseropties beschikbaar.
•
Zorg ervoor dat uw onderwerp zich binnen de aanbevolen afstand van de itser
bevindt. (p. 126)
•
Als licht van de itser wordt gereecteerd of als er veel stof in de lucht is,
kunnen er kleine vlekjes op de foto komen.
•
In sommige modi kunt u ook de itseroptie instellen door op [
m
] te drukken
en vervolgens Flitser te selecteren.
Opnamen in het donker maken
Opname-instellingen
62
De ISO-waarde aanpassen
De ISO-waarde is een eenheid voor de mate waarin lm gevoelig is voor licht,
zoals gedenieerd door de International Organization for Standardization (ISO).
Hoe hoger de ISO-waarde, des te gevoeliger wordt de camera voor licht. Gebruik
een hogere ISO-waarde om betere foto's te maken en bewegingsonscherpte te
voorkomen wanneer u de itser niet gebruikt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer ISO.
3
Selecteer een optie.
•
Selecteer om een geschikte ISO-waarde te gebruiken op basis van de
helderheid van het onderwerp en de lichtval.
Hogere ISO-waarden kunnen zorgen voor meer ruis in beelden.
Opname-instellingen
63
De scherpstelling aanpassen
Hier vindt u informatie over het aanpassen van de scherpstelling van de camera om deze aan te passen aan het onderwerp en de opnameomstandigheden.
De scherpsteloptie wijzigen
U kunt betere foto's maken door de juiste scherpsteloptie te selecteren op basis van
de afstand tussen de camera en de onderwerpen.
1
Druk in de opnamemodus op [
c
].
Afsl. Instellen
Focus : Normaal (AF)
Macro gebruiken
Gebruik macro om foto's van dichtbij te maken, bijvoorbeeld van bloemen of
insecten. (Zie 'De scherpsteloptie wijzigen'.)
•
Probeer de camera stevig vast te houden, om te voorkomen dat de foto's
onscherp worden.
•
Schakel de itser uit als de afstand tot het onderwerp minder dan 40 cm
bedraagt.
De scherpstelling aanpassen
Opname-instellingen
64
Het scherpstelgebied aanpassen
U kunt betere foto's krijgen door een scherpstelgebied te kiezen op basis van de
locatie van het onderwerp in de scène.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Scherpstelgebied.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Centrum AF: Scherpstellen op het midden van het kader (voor
onderwerpen die zich in het midden of in de buurt van het
midden bevinden).
Multi AF: scherpstellen op een of meer gebieden (max. 9).
Keuze AF: stel scherp op het gebied dat u selecteert. (p. 65)
Tracking AF: stel scherp op en beweeg mee met het onderwerp.
(p. 65)
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
2
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Normaal (AF): scherpstellen op een onderwerp dat zich op een
afstand van 80 cm of meer bevindt. Of op een afstand van 150
cm of meer, wanneer u gebruikmaakt van de zoom.
Macro: scherpstellen op een onderwerp dat zich 10–80 cm van
de camera bevindt. 150-350 cm wanneer u de zoom gebruikt.
Auto macro:
•
Scherpstellen op een onderwerp dat zich op een afstand van 1
cm of meer bevindt.
Of op een afstand van 150 cm of meer, wanneer u
gebruikmaakt van de zoom.
•
De optie wordt automatisch ingesteld in bepaalde
opnamemodi.
Supermacro: scherpstellen op een onderwerp dat zich 1 cm van
de camera bevindt.
Afhankelijk van de opnameomstandigheden kunnen de beschikbare opties verschillen.
In sommige modi kunt u ook de scherpsteloptie instellen door op [
m
] te
drukken en vervolgens Focus te selecteren.
De scherpstelling aanpassen
Opname-instellingen
65
Meebewegende autofocus gebruiken
Met Tracking AF kunt u het onderwerp volgen en automatisch scherp in beeld
houden, ook wanneer u beweegt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Scherpstelgebied Tracking AF.
3
Stel scherp op het onderwerp dat u wilt volgen en druk op [
o
].
•
Er wordt een scherpstelkader op het onderwerp weergegeven en het
onderwerp wordt gevolgd terwijl u de camera beweegt.
•
Een wit kader betekent dat de camera het onderwerp volgt.
•
Een groen kader wanneer u de [Ontspanknop] half indrukt, betekent dat het
onderwerp scherp in beeld is.
•
Het rode kader betekent dat de camera niet heeft kunnen scherpstellen.
4
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
Scherpstellen op een geselecteerd gebied
U kunt scherpstellen op een gebied dat u hebt geselecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Scherpstelgebied Keuze AF.
3
Druk op [
o
] en druk op [
D
/
c
/
F
/
t
] om het kader naar het
gewenste gebied te verplaatsen.
Verpl. Instellen
4
Druk op [
o
].
5
Druk op de [Ontspanknop] om een foto te maken.
•
Druk op [
o
] om het scherpstelgebied te wijzigen.
Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
gezichtsdetectie, timer, serieopnamen en Intelli-zoom in te stellen.
De scherpstelling aanpassen
Opname-instellingen
66
•
Als u geen scherpstelgebied selecteert, verschijnt het scherpstelkader midden
in het beeld.
•
Het volgen van een onderwerp kan in de volgende gevallen mislukken:
-
het onderwerp is te klein
-
het onderwerp beweegt te veel
-
er is sprake van tegenlicht of u maakt foto's op een donkere plaats
-
kleuren of patronen van het onderwerp komen met de achtergrond
-
het onderwerp heeft horizontale patronen, zoals bij jaloezieën het geval is
-
de camera trilt erg
•
Wanneer tracking mislukt, wordt de functie gereset.
•
Als de camera het onderwerp niet volgt, moet u het te volgen onderwerp
opnieuw selecteren.
•
Als de camera niet kan scherpstellen, wordt het scherpstelkader rood
weergegeven en wordt de scherpstelling gereset.
•
Als u deze functie gebruikt, is het niet mogelijk om de opties voor
gezichtsdetectie, timer, serieopnamen en Intelli-zoom in te stellen.
Opname-instellingen
67
Gezichten detecteren
De camera kan automatisch maximaal 10 gezichten in een scène detecteren.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Gezichtsdetectie Normaal.
Het gezicht dat zich het dichtst bij de
camera of het dichtst bij het midden van
de scène bevindt, wordt weergegeven
in een wit scherpstelkader en de overige
gezichten worden weergegeven in
grijze scherpstelkaders.
Hoe dichter u bij de onderwerpen bent, hoe sneller de camera gezichten
detecteert.
Een zelfportret maken
Maak foto's van uzelf. De camera stelt de scherpstelafstand in op close-up en geeft
een pieptoon weer wanneer dit gereed is.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Gezichtsdetectie Zelfportret.
3
Stel de opname samen met de lens naar u toe gericht.
4
Wanneer u een korte piep hoort, drukt u op de [Ontspanknop].
Wanneer gezichten zich in het
midden bevinden, piept de camera
snel.
Als u Volume uitschakelt in de geluidsinstellingen, geeft de camera geen pieptoon
weer. (p. 106)
Gezichtsdetectie gebruiken
Bij gebruik van de opties voor Gezichtsdetectie worden de gezichten van mensen automatisch door de camera gedetecteerd. Wanneer u op een menselijk gezicht scherpstelt,
past de camera de belichting automatisch aan. Gebruik Knipperen om gesloten ogen te detecteren of Smile shot om een lachend gezicht op te nemen.
Gezichtsdetectie gebruiken
Opname-instellingen
68
Een foto van een lachend gezicht maken
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht wordt
gedetecteerd.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Gezichtsdetectie Smile shot.
3
Stel de opname samen.
•
De camera neemt automatisch een foto wanneer er een lachend gezicht
wordt gedetecteerd.
De camera herkent de lach eerder
wanneer het onderwerp breeduit
lacht.
Knipperende ogen detecteren
Als de camera gesloten ogen detecteert, worden er automatisch 2 foto's na elkaar
gemaakt.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Gezichtsdetectie Knipperen.
Gezichtsdetectie gebruiken
Opname-instellingen
69
Tips voor gezichtsdetectie
•
Wanneer de camera een gezicht detecteert, wordt het gedetecteerde gezicht
automatisch gevolgd.
•
Gezichtsdetectie is mogelijk in de volgende gevallen niet eectief:
-
het onderwerp is te ver verwijderd van de camera
-
het is te licht of te donker
-
het onderwerp kijkt niet in de richting van de camera
-
het onderwerp draagt een zonnebril of een masker
-
de gezichtsuitdrukking van het onderwerp verandert drastisch
-
het onderwerp heeft tegenlicht of de lichtomstandigheden zijn veranderlijk
•
Als u opties voor gezichtsdetectie instelt, wordt het AF-gebied automatisch
ingesteld op Multi AF.
•
Afhankelijk van de geselecteerde optie voor gezichtsdetectie zijn bepaalde
opnameopties niet beschikbaar.
•
Afhankelijk van de opnameopties die u hebt geselecteerd, zijn de opties voor
Gezichtsdetectie mogelijk niet beschikbaar.
Opname-instellingen
70
3
Druk op [F/t] om de belichting aan te passen.
•
De foto wordt lichter naarmate de belichtingswaarde wordt verhoogd.
Annuleer Instellen
EV : +1
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
•
Nadat u de belichting hebt aangepast, wordt deze instelling automatisch
opgeslagen. Mogelijk moet dit later weer worden bijgesteld om onder- of
overbelichting te voorkomen.
•
Als u niet kunt bepalen wat de juiste belichting is, selecteert u AE BKT en maakt
u foto's met de bracketfunctie. De camera neemt 3 foto's achter elkaar, elk met
een andere belichting: normaal, onderbelicht en overbelicht. (p. 76)
De belichting handmatig aanpassen (EV)
Afhankelijk van de intensiteit van het omgevingslicht kunnen foto's te licht of te
donker uitvallen. U kunt dan de belichting aanpassen om een beter resultaat te
krijgen.
Donkerder (-)
Neutraal (0)
Helderder (+)
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer EV.
Helderheid en kleur aanpassen
Hier vindt u informatie over hoe u instellingen voor de helderheid en kleur kunt aanpassen om een betere beeldkwaliteit te bereiken.
Helderheid en kleur aanpassen
Opname-instellingen
71
Compenseren voor tegenlicht (ACB)
Wanneer de lichtbron zich achter het onderwerp bevindt, of als er een groot
contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond, komt het onderwerp
waarschijnlijk donker op de foto. Stel in dit geval de optie Automatische
contrastverbetering (ACB) in.
Zonder ACB Met ACB
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer ACB.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Uit: ACB (Automatische contrastverbetering) is uitgeschakeld.
Aan: ACB (Automatische contrastverbetering) is ingeschakeld.
•
De ACB-functie is altijd ingeschakeld in de modus .
•
De functie ACB is niet beschikbaar wanneer u opties voor serieopnamen instelt.
De belichtingswaarde vergrendelen (AEL)
De aangepaste belichtingswaarde wordt vergrendeld wanneer [
A
] wordt
ingedrukt en blijft vergrendeld tot er opnieuw op [
A
] wordt gedrukt.
1
Pas de belichting handmatig aan. (p. 70)
2
Druk op [A].
•
Het pictogram ( ) gaat branden.
Helderheid en kleur aanpassen
Opname-instellingen
72
Een instelling voor Witbalans selecteren
De kleuren in een foto zijn afhankelijk van het soort lichtbron en de kwaliteit
daarvan. Als u wilt dat uw foto's realistische kleuren hebben, selecteert u een
witbalansinstelling die geschikt is voor de lichtomstandigheden, zoals Auto
witbalans, Daglicht, Bewolkt of Kunstlicht.
Auto witbalans
Daglicht
Bewolkt
Kunstlicht
De lichtmeetoptie wijzigen
De lichtmetingsmodus heeft betrekking op de manier waarop een camera de
hoeveelheid licht meet. De helderheid en belichting van de foto's varieert met de
gekozen lichtmeetmethode.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer L.meting.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Multi:
•
De camera verdeelt het frame onder in diverse gebieden en
meet de lichtintensiteit in elk gebied.
•
Geschikt voor algemene foto's.
Spot:
•
De camera meet alleen de lichtintensiteit in het precieze
midden van het kader.
•
Als een onderwerp zich niet midden in het beeld bevindt, kan
de foto verkeerd belicht worden.
•
Geschikt voor een onderwerp met tegenlicht.
Centr. gewogen:
•
De camera bepaalt een gemiddelde voor de lichtmeting van
het gehele beeld, maar met nadruk op het midden.
•
Geschikt voor foto's waarbij het onderwerp zich in het midden
van het beeld bevindt.
Helderheid en kleur aanpassen
Opname-instellingen
73
Voorgedenieerde witbalansopties aanpassen
U kunt de voorgedenieerde witbalansopties aanpassen, behalve Auto witbalans
en Aangep. instelling.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Witbalans.
3
Scrol naar een gewenste optie.
4
Druk op [
D
].
5
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
] om de waarde op de coördinaten aan te
passen.
•
U kunt ook een gedeelte van het scherm aanraken.
Terug Instellen
Witbalans : Daglicht
•
G: groen
•
A: oranje
•
M: magenta
•
B: blauw
6
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Witbalans.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Auto witbalans: automatisch de witbalans instellen op basis van
de lichtomstandigheden.
Daglicht: voor foto's buitenshuis op een zonnige dag.
Bewolkt: voor foto's buitenshuis op een bewolkte dag of in de
schaduw.
TL-licht H: voor foto's bij daglichtlampen of drie-
weguorescentielampen.
TL-licht L: voor foto's bij wit TL-licht.
Kunstlicht: voor foto's binnenshuis bij gloeilamp- of
halogeenlampverlichting.
Aangep. instelling: instellingen voor de witbalans gebruiken die
u hebt ingesteld. (p. 74)
Kleurtemp.: de kleurtemperatuur van de lichtbron instellen.
(p. 74)
Helderheid en kleur aanpassen
Opname-instellingen
74
Kleurtemperatuur aanpassen
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Witbalans Kleurtemp..
3
Druk op [
F
/
t
] om de kleurtemperatuur aan te passen zodat deze
aansluit bij uw lichtbron.
•
U kunt een warmere foto maken met een hogere instelling voor
kleurtemperatuur (meer geel/rood) en een koelere foto met een lagere
instelling voor kleurtemperatuur (meer blauw).
Terug
6500K
Instellen
Witbalans : Kleurtemp.
4
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Uw eigen witbalansinstelling congureren
U kunt de witbalans aanpassen door een foto te maken van een wit oppervlak, zoals
een stuk papier, onder de lichtomstandigheden waarin u een foto wilt maken. De
functie voor witbalans helpt u om de kleuren in uw foto te laten overeenkomen met
de werkelijke scène.
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Witbalans Aangep. instelling.
3
Richt de lens op een wit stuk papier en druk op de [Ontspanknop].
Opname-instellingen
75
Continu foto's maken
1
Druk in de opnamemodus op [
t
].
2
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Continu (8 fps): achter elkaar 8 foto's per seconde maken.
(U kunt maximaal 7 foto's in een serie maken.)
Continu (5 fps): achter elkaar 5 foto's per seconde maken.
(U kunt maximaal 7 foto's in een serie maken.)
Continu (3 fps): achter elkaar 3 foto's per seconde maken.
(U kunt maximaal 7 foto's in een serie maken.)
1 opname: één foto maken.
(1 opname is niet een optie voor serieopnamen.)
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Houd de [Ontspanknop] ingedrukt.
•
Terwijl u de [Ontspanknop] ingedrukt houdt, blijft de camera achter elkaar
foto's maken.
•
U kunt Gezichtsdetectie, Flitser, Timer en ACB alleen gebruiken als u 1 opname
selecteert.
•
Afhankelijk van de geselecteerde optie voor gezichtsdetectie zijn bepaalde
opties voor serieopnamen niet beschikbaar.
•
Het kan langer duren om de foto's op te slaan afhankelijk van de capaciteit en
prestaties van de geheugenkaart.
•
In sommige modi kunt u ook een optie voor serieopnamen instellen door op
[
m
] te drukken en Station/timer te selecteren.
Serieopnamen gebruiken
(Continu/Vooraf opnemen/Bracket)
Het kan lastig zijn foto's te maken van snel bewegende onderwerpen, of natuurlijke gezichtsuitdrukkingen en gebaren van uw onderwerpen in foto's vast te leggen. Het kan
ook moeilijk zijn om de belichting correct aan te passen en een juiste belichtingsbron te selecteren. Selecteer in deze gevallen een van de modi voor serieopnamen.
Serieopnamen gebruiken (Continu/Vooraf opnemen/Bracket)
Opname-instellingen
76
Foto's maken in de modus voor vooraf vastleggen
In de modus voor vooraf vastleggen begint de camera al met het maken van
opnamen voordat u de ontspanknop helemaal hebt ingedrukt. Als u de eerste
belangrijke opnamen niet wilt missen, moet u deze modus gebruiken en de beste
foto selecteren na het maken van de foto's.
1
Druk in de opnamemodus op [
t
].
2
Selecteer Vooraf vastleggen.
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
•
De camera maakt 6 foto's achter elkaar. Als u de [Ontspanknop] te snel
loslaat, maakt de camera minder dan 6 foto's.
4
Druk op de [Ontspanknop].
•
De camera maakt de laatste foto en slaat alle gemaakte foto's op terwijl u de
[Ontspanknop] half indrukt. (totaal 7 foto's)
•
Als u de [Ontspanknop] niet volledig indrukt, worden de foto's die zijn
gemaakt terwijl u de [Ontspanknop] half indrukt, niet opgeslagen.
Foto's met de bracketfunctie maken
U kunt de automatische bracketfunctie gebruiken om meerdere foto's te maken van
hetzelfde onderwerp met verschillende instelwaarden voor bijvoorbeeld belichting
of witbalans.
1
Druk in de opnamemodus op [
t
].
2
Selecteer een bracketoptie.
Pictogram Beschrijving
AE BKT: 3 foto's maken met verschillende belichtingen: normaal,
onderbelicht en overbelicht.
WB BKT: 3 foto's maken met een verschillende witbalans.
3
Lijn uw onderwerp uit in het kader en druk vervolgens de
[Ontspanknop] half in om scherp te stellen.
4
Druk op de [Ontspanknop].
•
De camera maakt 3 foto's achter elkaar.
•
In sommige modi kunt u ook een optie voor details instellen door op [
m
] te
drukken en BKT instellen te selecteren.
•
Het maken van de foto kan langer duren. Gebruik een statief voor optimale
resultaten.
Serieopnamen gebruiken (Continu/Vooraf opnemen/Bracket)
Opname-instellingen
77
Een optie voor belichtingstrap selecteren
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer BKT instellen.
3
Selecteer een bracketoptie.
4
Druk op [
D
/
c
] om een optie voor details te selecteren.
•
Pas de kleur aan voor de geselecteerde lichtbron (witbalans) of selecteer een
belichtingswaarde.
5
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Opname-instellingen
78
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Beeld aanpassen.
3
Selecteer een optie.
•
Scherpte
•
Contrast
•
Kleurverz.
Beeld aanpassen : Scherpte
Scherpte
Contrast
Kleurverz.
Annuleer Instellen
4
Druk op [
F
/
t
] om de waarden aan te passen.
Scherpte Beschrijving
-
Randen in de foto verzachten (geschikt voor fotobewerking
op de computer).
+
Randen verscherpen om de foto duidelijker te maken.
Hierdoor kan ook de beeldruis in de foto's toenemen.
Contrast Beschrijving
-
Kleuren en helderheid verminderen.
+
Kleuren en helderheid verhogen.
Kleurverz. Beschrijving
-
De kleurverzadiging verminderen.
+
De kleurverzadiging verhogen.
5
Druk op [
o
] om de instellingen op te slaan.
Selecteer 0 als u geen eect wilt toepassen (geschikt voor afdrukken).
Afbeeldingen aanpassen
U kunt de scherpte, kleurverzadiging en het contrast van uw foto's aanpassen.
Opname-instellingen
79
1
Druk in de opnamemodus op [
m
].
2
Selecteer Spraak.
3
Selecteer een optie.
Pictogram Beschrijving
Zoom gedempt: de camera stopt tijdelijk met het opnemen van
het geluid wanneer u de zoomfunctie gebruikt.
Uit: Een video opnemen zonder geluid.
Aan: een video opnemen met geluid.
•
Blokkeer de microfoon niet wanneer u de functie Spraak gebruikt.
•
Opnamen die worden gemaakt met Spraak, kunnen anders klinken dan de
daadwerkelijke geluiden.
Het geluid van de zoom verminderen
Wanneer u tijdens het opnemen van video's gebruikmaakt van de zoom, kan de camera het geluid van de zoom opnemen. Gebruik de functie Zoomen dempen om geen
zoomgeluid op te nemen.
Weergeven en bewerken
Hier vindt u informatie over hoe u foto's en video's kunt weergeven of afspelen en hoe u foto's en video's kunt
bewerken. Ook leest u hier hoe u de camera op een computer of televisie aansluit.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
81
De afspeelmodus starten
……………………… 81
Foto's weergeven
……………………………… 86
Een video afspelen
……………………………… 89
Foto's bewerken
………………………………… 91
Het formaat van foto's aanpassen
……………… 91
Een foto draaien
………………………………… 91
Smart lter-eecten toepassen
………………… 92
Foto's aanpassen
……………………………… 93
Bestanden weergeven op een televisie of HDTV
95
Bestanden naar een computer overbrengen
97
Bestanden naar een Windows-computer
overbrengen
…………………………………… 97
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen
98
Programma's op de computer gebruiken
…… 99
i-Launcher installeren
………………………… 99
i-Launcher gebruiken
………………………… 100
Weergeven en bewerken
81
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Hier vindt u informatie over hoe u foto's, video's en spraakmemo's kunt afspelen en hoe u bestanden beheert.
Fotobestandsinformatie
Bestandsinformatie
Histogram
Geheugen in gebruik
Album/Inzoomen
Pictogram Beschrijving
Huidig bestand/totaal aantal bestanden
Mapnaam – Bestandsnaam
Foto gemaakt in een modus voor snelle serieopnamen of in de
modus voor vooraf vastleggen (zie 'Bestanden weergeven als map',
p. 84)
Beveiligd bestand
Als u bestandsinformatie wilt weergeven op het scherm, drukt u op [
D
].
De afspeelmodus starten
Bekijk foto's en video's die op de camera zijn opgeslagen.
1
Druk op [
P
].
•
Het recentste bestand wordt weergegeven.
•
Als de camera is uitgeschakeld, wordt deze ingeschakeld en wordt het
recentste bestand weergegeven.
2
Druk op [
F
/
t
] om door de bestanden te scrollen.
•
Houd [
F
/
t
] ingedrukt om snel door de bestanden te scrollen.
•
Als u bestanden in het interne geheugen wilt weergeven, verwijdert u de
geheugenkaart.
•
U kunt bestanden die zijn opgenomen met andere camera's, mogelijk
niet bewerken of afspelen, wegens niet-ondersteunde formaten
(afbeeldingsformaat, enzovoort) of codecs. Gebruik een computer of ander
apparaat om deze bestanden te bewerken of af te spelen.
•
Foto's of video's die zijn vastgesteld in de staande stand, worden niet
automatisch gedraaid en worden weergegeven in de liggende stand op de
camera en andere apparaten.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
82
Videobestandsinformatie
Afspelen Vastleggen
Bestandsinformatie
Album
Pictogram Beschrijving
Huidig bestand/totaal aantal bestanden
Mapnaam – Bestandsnaam
Huidige afspeeltijd
Lengte van de video
Beveiligd bestand
Foto gemaakt tijdens het opnemen van een video
(maximaal 6 foto's)
Als u bestandsinformatie wilt weergeven op het scherm, drukt u op [
D
].
Bestanden als miniatuur weergeven
U kunt snel miniaturen van bestanden bekijken.
of
Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar
links om miniaturen weer te geven (12 per keer).
Draai de [Zoomknop] nog een keer naar links
om meer miniaturen weer te geven (24 per keer).
Draai de [Zoomknop] naar rechts om naar de
vorige weergave terug te keren.
Menu
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
] om door de bestanden te scrollen.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
83
Bestanden weergeven op categorie
Bestanden op categorie weergeven, zoals datum of bestandstype.
1
Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar links.
2
Druk op [
m
].
3
Selecteer Filter een categorie.
Alles
Datum
Best.type
Terug
Instellen
Filter
Pictogram Beschrijving
Alles: bestanden normaal weergeven.
Datum: bestanden weergeven op volgorde van opslagdatum.
Best.type: bestanden weergeven op bestandstype.
4
Scrol naar een gewenste lijst en druk vervolgens op [
o
] om de lijst
te openen.
5
Scrol naar een gewenst bestand en druk vervolgens op [
o
] om het
bestand weer te geven.
6
Draai de [Zoomknop] naar links om naar de vorige weergave terug
te keren en druk op [r].
•
Als u de categorie wijzigt, kan het enige tijd duren voordat de camera de
bestanden opnieuw indeelt, afhankelijk van het aantal bestanden.
•
Als u een categorie verwijdert die is geclassiceerd op Datum of Best.type,
worden alle bestanden in de categorie verwijderd.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
84
Bestanden weergeven als een map
Foto's gemaakt in de modus Continu of Vooraf vastleggen worden weergegeven als
map.
1
Druk in de afspeelmodus op [F/t] om naar de gewenste map te
bladeren.
•
De camera geeft automatisch de foto's in de map weer.
Eén foto-weergave
2
Druk op [
o
] om de map te openen.
3
Druk op [F/t] om door de bestanden te bladeren.
4
Druk op [
o
] of draai de [Zoomknop] naar links om terug te keren
naar de afspeelmodus.
Bestanden beveiligen
U kunt bestanden beveiligen om te voorkomen dat ze per ongeluk worden gewist.
1
Selecteer in de afspeelmodus een bestand dat u wilt beveiligen.
2
Druk op [m] en selecteer Beveiligen Aan.
3
Herhaal stap 1 en 2 om meer bestanden te beveiligen.
U kunt een beveiligd bestand niet verwijderen of draaien of het formaat ervan
wijzigen.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
85
Bestanden wissen
Bestanden selecteren die u wilt wissen in de afspeelmodus.
Afzonderlijke bestanden wissen
U kunt een afzonderlijk bestand selecteren en dit wissen.
1
Selecteer in de afspeelmodus een bestand en druk op [
s
].
2
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
U kunt ook meerdere bestanden wissen in de afspeelmodus door op [
m
] te
drukken en Wissen Wissen Ja te selecteren.
Meerdere bestanden wissen
U kunt meerdere bestanden selecteren en deze tegelijk wissen.
1
Druk in de afspeelmodus op [
s
].
•
Druk in de miniatuurweergave op [
m
], selecteer Wissen Select. en ga
verder met stap 3 of druk op [
s
], selecteer Select. en ga verder met stap 3.
2
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Meer wissen.
3
Scroll naar de bestanden die u wilt verwijderen en druk op [
o
].
•
Druk nogmaals op [
o
] om uw selectie op te heen.
4
Druk op [
s
].
5
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
86
Alle bestanden verwijderen
U kunt alle bestanden selecteren en deze tegelijk verwijderen.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
•
Druk in de miniatuurweergave op [
m
], selecteer Wissen Alles wissen
en ga verder met stap 3 of druk op [
s
], selecteer Alles wissen en ga verder
met stap 3.
2
Selecteer Wissen Alles wissen.
3
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
•
Alle niet-beveiligde bestanden worden verwijderd.
Bestanden naar een geheugenkaart kopiëren
Bestanden van het interne geheugen naar een geheugenkaart kopiëren.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer Kopie.
Foto's weergeven
Deel van een foto vergroten of foto's als diashow bekijken.
Een foto vergroten
of
Draai in de afspeelmodus de [Zoomknop] naar
rechts om een deel van een foto te vergroten.
Draai de [Zoomknop] naar links om uit te
zoomen.
Vergroot gebied
Terug Bijsnijden
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
87
Functie Beschrijving
Het vergrote gebied
verplaatsen
Druk op [
D
/
c
/
F
/
t
].
De vergrote foto
bijsnijden
Druk op [
o
] en selecteer Ja.
(De bijgesneden foto wordt opgeslagen als een
nieuw bestand. De oorspronkelijke foto blijft in zijn
oorspronkelijke vorm bewaard.)
Als u foto's weergeeft die zijn gemaakt met een andere camera, kan de
zoomverhouding verschillen.
Panoramafoto's weergeven
Foto's weergeven die zijn gemaakt in de panoramamodus.
1
Druk in de afspeelmodus op [
F
/
t
] om naar de gewenste
panoramafoto te scrollen.
•
De volledige panoramafoto verschijnt op het scherm.
2
Druk op [
o
].
•
De camera scrolt automatisch van links naar rechts door de foto voor een
horizontale panoramafoto en van boven naar beneden voor een verticale
panoramafoto. De camera schakelt vervolgens over naar de afspeelmodus.
•
Druk tijdens het weergeven van een panoramafoto op [
o
] om te pauzeren
of het pauzeren op te heen.
•
Druk nadat u het weergeven van een panoramafoto hebt gepauzeerd, op
[
D
/
c
/
F
/
t
] om de foto horizontaal of verticaal te bewegen, afhankelijk
van de richting waarin u bewoog tijdens het maken van de foto.
3
Druk op [
r
] om terug te gaan naar de afspeelmodus.
De camera schuift alleen automatisch door de panoramafoto als de langste rand
van de foto twee of meer keer langer is dan de kortste rand.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
88
Een diashow afspelen
Eecten en audio toevoegen aan een diashow met uw foto's. De diashowfunctie
werkt niet voor video's.
1
Druk in de afspeelmodus op [
m
].
2
Selecteer Opties voor diashow.
•
Ga naar stap 5 als u een diashow zonder eecten wilt.
3
Selecteer een eect voor de diashow.
* Standaard
Optie Beschrijving
Afsp.mod.
Instellen of de diashow wordt herhaald.
(Eenmaal afspelen*, Herhalen)
Interval
•
Het interval tussen foto's instellen.
(1 sec *, 3 sec , 5 sec , 10 sec )
•
U moet de optie Eect instellen op Uit om het interval in te
stellen.
Muziek
Achtergrondmuziek instellen.
Eect
•
Een scèneovergangseect instellen tussen foto's.
(Uit, Kalm*, Ontspannen, Levendig, Zacht, Zonnig)
•
Selecteer Uit om eecten te annuleren.
•
Als u de optie Eect gebruikt, wordt het interval tussen foto's
ingesteld op 1 seconde.
4
Druk op [
m
].
5
Selecteer Diashow starten.
6
Geef de diavoorstelling weer.
•
Druk op [
o
] om de diashow te pauzeren.
•
Druk nogmaals op [
o
] om de diavoorstelling te hervatten.
•
Druk op [
o
] en druk op [
F
/
t
] om de diavoorstelling te stoppen en over te
schakelen naar de afspeelmodus.
•
Draai de [Zoomknop] naar links of rechts om het volumeniveau aan te passen.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
89
Een video afspelen
In de afspeelmodus kunt u een video weergeven en vervolgens delen van de
afgespeelde video opnemen of bijsnijden. U kunt de opgenomen of bijgesneden
segmenten opslaan als nieuwe bestanden.
1
Selecteer in de afspeelmodus een video en druk op [
o
].
2
Geef de video weer.
Stop Pauze
Huidige afspeeltijd/
videolengte
Functie Beschrijving
Terugspoelen
Druk op [
F
]. Elke keer dat u op [
F
] drukt,
wordt de scansnelheid als volgt gewijzigd:
2X, 4X, 8X.
Het afspelen onderbreken of
hervatten
Druk op [
o
].
Vooruitspoelen
Druk op [
t
]. Elke keer dat u op [
t
] drukt,
wordt de scansnelheid als volgt gewijzigd:
2X, 4X, 8X.
Het volume regelen
Draai de [Zoomknop] naar links of rechts.
U kunt achteruit of vooruit scannen of de video pauzeren nadat minstens 2
seconden zijn verstreken vanaf het beginpunt.
Foto's of video's weergeven in de afspeelmodus
Weergeven en bewerken
90
Afzonderlijke beelden uit een video opslaan
1
Druk tijdens het afspelen van een video op [
o
] op het punt waarop
u een beeld wilt opnemen.
2
Druk op [
c
].
•
De resolutie van de opgenomen afbeelding is gelijk aan die van de originele
video.
•
Het opgenomen beeld wordt als nieuw bestand opgeslagen.
Een video bijsnijden
1
Selecteer in de afspeelmodus een video en druk op [
m
].
2
Selecteer Film bijsnijden.
3
Druk op [
o
] om de video af te spelen.
4
Druk op [
o
] [
c
] op het punt waarop u het bijsnijden wilt
beginnen.
5
Druk op [
o
] om het afspelen van de video te hervatten.
6
Druk op [
o
] [
c
] op het punt waarop u het bijsnijden wilt
beëindigen.
7
Druk op [
c
] om bij te snijden.
8
Wanneer het pop-upvenster verschijnt, selecteert u Ja.
•
De oorspronkelijke video moet ten minste 10 seconden lang zijn.
•
De camera slaat de bewerkte video op als nieuw bestand en brengt geen
wijzigingen aan in de oorspronkelijke video.
Weergeven en bewerken
91
Foto's bewerken
Hier vindt u informatie over het bewerken van foto's.
•
De camera slaat bewerkte foto's op als nieuwe bestanden.
•
Wanneer u foto's bewerkt, converteert de camera deze automatisch naar een lagere resolutie. Foto's die handmatig worden gedraaid of waarvan het formaat handmatig wordt
aangepast, worden niet automatisch geconverteerd naar een lagere resolutie.
•
U kunt een foto niet bewerken terwijl u een map bekijkt. Als u een foto in een map wilt bewerken, drukt u op [
o
] om de map te openen en bladert u naar de foto.
Een foto draaien
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer Draaien een optie.
Annuleer Opslaan
Draaien : Rechts 90 gr.
5
Druk op [
c
] om op te slaan.
•
De camera overschrijft het originele bestand.
•
Druk in de afspeelmodus op [
m
] en selecteer Draaien om een foto te draaien.
Het formaat van foto's aanpassen
U kunt het formaat van een foto wijzigen en de foto als een nieuw bestand opslaan.
1
Selecteer in de afspeelmodus een foto en druk op [
m
].
2
Selecteer Res.wijz.
3
Selecteer een optie.
Terug Instellen
2592 X 1944
1984 X 1488
1024 X 768
Res.wijz
De beschikbare opties voor formaat wijzigen verschillen, afhankelijk van de
originele grootte van de foto.
Foto's bewerken
Weergeven en bewerken
92
Smart lter-eecten toepassen
Speciale eecten toepassen op uw foto's.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer Smart lter een optie.
Terug Instellen
Smart lter : Miniatuur
Optie Beschrijving
Normaal
Geen eect
Miniatuur
Een eect toepassen om het onderwerp in miniatuur weer
te geven. (De boven- en onderkant van de foto worden
wazig gemaakt.)
Vignetten
Retro-kleuren, een hoog contrast en sterke vignettering van
Lomo-camera's toepassen.
Kruislter
Lijnen toevoegen die naar buiten lopen van heldere
objecten om het visuele eect van een kruislter te
imiteren.
Visoog
Objecten die in de buurt zijn, vervormen om de visuele
eecten van een vissenooglens te imiteren.
Klassiek
Een zwart-witeect toepassen.
Retro
Een sepiatinteect toepassen.
5
Druk op [
c
] om op te slaan.
Foto's bewerken
Weergeven en bewerken
93
Foto's aanpassen
Hier vindt u informatie over het aanpassen van helderheid, contrast of verzadiging
of het corrigeren van het
rode-ogeneect. Als het midden van een foto donker is, kunt u deze lichter maken.
De camera slaat een bewerkte foto op als een nieuw bestand, maar converteert de
foto mogelijk naar een lagere resolutie.
•
U kunt tegelijk de helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aanpassen en
Smart lter-eecten toepassen.
•
U kunt niet tegelijk de eecten ACB, Gezichtretouch. en Anti-rode ogen
toepassen.
De helderheid, het contrast en de kleurverzadiging aanpassen
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer een optie voor aanpassen.
Pictogram Beschrijving
Helderheid
Contrast
Kleurverz.
5
Druk op [
F
/
t
] om de optie aan te passen.
6
Druk op [
o
].
7
Druk op [
c
] om op te slaan.
Donkere onderwerpen aanpassen (ACB)
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer ACB.
5
Druk op [
c
] om op te slaan.
Foto's bewerken
Weergeven en bewerken
94
Gezichten retoucheren
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer Gezichtretouch..
5
Druk op [
F
/
t
] om de optie aan te passen.
•
Hoe hoger het nummer, des te helderder de huidskleur.
6
Druk op [
c
] om op te slaan.
Rode ogen verwijderen
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer .
3
Draai de [Zoomknop] naar links en selecteer een foto.
4
Selecteer Anti-rode ogen.
5
Druk op [
c
] om op te slaan.
Weergeven en bewerken
95
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer Connectiviteit Video.
3
Selecteer een video-uitvoersignaal voor uw land of regio. (p. 107)
4
Schakel de camera en de televisie uit.
5
Sluit de camera met de A/V-kabel op de tv aan.
Video
Audio
6
Schakel de televisie in en selecteer de A/V-videobron.
7
Schakel de camera in.
•
De camera schakelt automatisch over naar de afspeelmodus als u deze
aansluit op een televisie.
8
Bekijk foto's of speel video's af met de knoppen op de camera.
•
Afhankelijk van het model van tv, wordt er mogelijk digitale ruis weergegeven
of wordt een deel van het beeld niet weergegeven.
•
Afhankelijk van de tv-instellingen kan het voorkomen dat de beelden niet
gecentreerd op het scherm worden weergegeven.
Bestanden weergeven op een televisie of HDTV
U kunt foto's of video's bekijken door de camera met de A/V-kabel op een tv aan te sluiten.
Bestanden weergeven op een televisie of HDTV
Weergeven en bewerken
96
6
Schakel de camera in.
•
Als u een HDTV van Samsung hebt die Anynet+ ondersteunt en u de
Anynet+-functie van de camera hebt ingeschakeld, wordt de HDTV
automatisch ingeschakeld en wordt het camerascherm weergegeven, terwijl
de camera automatisch naar de modus Afspelen schakelt.
•
Als Anynet+ is uitgeschakeld op uw camera of uw televisie niet beschikt
over Anynet+, schakelt de televisie niet automatisch in. Schakel de televisie
handmatig in.
7
Bekijk bestanden met de knoppen op de camera of de
afstandsbediening van de HDTV als de televisie Anynet+
ondersteunt.
•
Als uw HDTV het proel Anynet+(CEC) ondersteunt, schakelt u Anynet+ in het
instellingenmenu van de camera in (p. 107) om de camera en de televisie te
bedienen met de afstandsbediening van de televisie.
•
Met Anynet+ kunt u alle aangesloten Samsung A/V-apparaten bedienen met de
afstandsbediening van de televisie.
•
Hoe lang het duurt voordat de camera verbinding maakt met de HDTV, kan
verschillen afhankelijk van het type SD-, SDHC- of SDXC-kaart dat u gebruikt.
Een snellere SD-, SDHC- of SDXC-kaart resulteert niet noodzakelijk in een
snellere HDMI-overdracht, omdat de belangrijkste functie van de kaart het
verbeteren van de overdrachtssnelheid tijdens het opnemen is.
Bestanden op een HDTV weergeven
U kunt ongecomprimeerde foto's of video's van hoge kwaliteit op een HDTV
bekijken met behulp van de optionele HDMI-kabel. HDMI (High Denition
Multimedia Interface) wordt door de meeste HDTV's ondersteund.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer Connectiviteit HDMI-formaat.
3
Selecteer een HDMI-resolutie. (p. 107)
4
Schakel de camera en HDTV uit.
5
Sluit de camera op de HDTV aan met de optionele HDMI-kabel.
Weergeven en bewerken
97
Bestanden naar een Windows-computer overbrengen
U kunt de camera op de computer aansluiten als een verwisselbare schijf.
Windows XP, Windows Vista, Windows 7 of Windows 8 moet worden uitgevoerd
op uw computer als u de camera wilt aansluiten als verwisselbare schijf.
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer Connectiviteit i-Launcher Uit.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
5
Schakel de camera in.
•
De camera wordt automatisch herkend.
6
Selecteer op de computer Deze computer Verwisselbare schijf
DCIM 100PHOTO.
7
Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op.
De camera loskoppelen (voor Windows XP)
Met Windows Vista, Windows 7 en Windows 8 lijken de manieren waarop de camera
moet worden losgemaakt sterk op elkaar.
1
Als het statuslampje op de camera knippert, wacht u tot het
knipperen ophoudt.
2
Klik op op de werkbalk rechtsonder in het scherm van de
computer.
3
Klik op het pop-upbericht.
4
Klik op het berichtvenster dat aangeeft dat de camera veilig kan
worden verwijderd.
5
Verwijder de USB-kabel.
Bestanden naar een computer overbrengen
Sluit de camera aan op de computer om bestanden over te brengen van de geheugenkaart van de camera naar de computer.
Bestanden naar een computer overbrengen
Weergeven en bewerken
98
Bestanden naar een Mac-computer overbrengen
Wanneer u de camera op een Mac-computer aansluit, wordt het apparaat
automatisch door de computer herkend. U kunt de bestanden rechtstreeks van de
camera naar de computer overbrengen, zonder dat het nodig is om programma's te
installeren.
Mac OS 10.5 of hoger (behalve PowerPC) wordt ondersteund.
1
Schakel de camera uit.
2
Sluit de camera met de USB-kabel op een Mac-computer aan.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
3
Schakel de camera in.
•
De computer herkent de camera automatisch en geeft een pictogram van
een verwisselbare schijf weer.
4
Dubbelklik op het pictogram van de verwisselbare schijf.
5
Sleep de bestanden naar de computer of sla ze op de computer op.
Weergeven en bewerken
99
Programma's op de computer gebruiken
Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer en kunt u via koppelingen nuttige programma's downloaden.
5
Schakel de camera in.
6
Selecteer een doelmap op de computer en selecteer Ja.
•
Als een pop-upvenster wordt weergegeven dat u iLinker.exe moet uitvoeren,
moet u dit eerst uitvoeren.
•
Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop i-Launcher is
geïnstalleerd, wordt het programma automatisch gestart.
7
Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
•
Er wordt een snelkoppeling voor i-Launcher weergegeven op de computer.
•
Voordat u het programma installeert, moet u ervoor zorgen dat de pc is
verbonden met een netwerk.
•
Als u een Mac OS-computer gebruikt, is de functie i-Launcher niet beschikbaar.
i-Launcher installeren
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer Connectiviteit i-Launcher Aan.
3
Schakel de camera uit.
4
Sluit de camera op de computer aan met de USB-kabel.
U moet het kleine uiteinde van de USB-kabel aansluiten op uw camera. Als
u de kabel omgekeerd aansluit, kunnen de bestanden beschadigen. De
fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Programma's op de computer gebruiken
Weergeven en bewerken
100
Beschikbare programma's tijdens het gebruik van i-Launcher
Optie Beschrijving
Multimedia Viewer
Met Multimedia Viewer kunt u bestanden weergeven.
Wanneer u de camera aansluit op een computer waarop
i-Launcher is geïnstalleerd, wordt Multimedia Viewer
automatisch gestart.
i-Launcher gebruiken
Met i-Launcher kunt u bestanden afspelen met Multimedia Viewer.
•
De vereisten zijn alleen aanbevelingen. i-Launcher werkt mogelijk niet correct,
zelfs wanneer de computer voldoet aan de vereisten, afhankelijk van de
toestand van de computer.
•
Als uw computer niet voldoet aan de vereiste, worden video's mogelijk niet
correct afgedrukt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die wordt veroorzaakt door het
gebruik van niet-geschikte computers zoals samengestelde computers.
Programma's op de computer gebruiken
Weergeven en bewerken
101
Vereisten voor Windows OS
Onderdeel Vereisten
Processor
Intel Core 2 Duo® 2.0 GHz of hoger/
AMD Phenom 2.4 GHz of hoger
RAM
Minimaal 512 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen)
Besturingssysteem*
Windows XP SP2, Windows Vista, Windows 7 of
Windows 8
Schijfruimte
Minimaal 250 MB RAM (1 GB of meer aanbevolen)
Overig
•
1024 X 768 pixels, monitor met ondersteuning voor
16-bits (1280 X 1024 pixels, ondersteuning voor 32-bits
kleuren aanbevolen)
•
USB 2.0-poort
•
nVIDIA Geforce 7600GT of hoger/
ATI X1600 series of hoger
•
Microsoft DirectX 9.0c of hoger
* Een 32-bits versie van i-Launcher wordt geïnstalleerd; zelfs op 64-bits edities van Windows
XP, Windows Vista, Windows 7 en Windows 8.
i-Launcher openen
Selecteer op de computer Start Alle programma's Samsung i-Launcher
Samsung i-Launcher.
Programma's op de computer gebruiken
Weergeven en bewerken
102
Multimedia Viewer gebruiken
Met Multimedia Viewer kunt u bestanden afspelen. Klik in het scherm van Samsung i-Launcher op Multimedia Viewer.
•
Multimedia Viewer ondersteunt de volgende bestandstypen:
-
Video's: MP4 (Video: H.264, Audio: AAC), WMV (WMV 7/8/9), AVI (MJPEG)
-
Foto's: JPG, GIF, BMP, PNG, TIFF, MPO
•
Bestanden die zijn opgenomen met apparaten van andere fabrikanten worden mogelijk niet vloeiend afgespeeld.
Foto's weergeven
6790! 8 5 4
3
1
2
66%
Nr. Beschrijving
1
Best.naam
2
Vergroot gebied
3
Histogram
4
Het geselecteerde bestand openen.
5
Histogram-knop
6
Naar links draaien/naar rechts draaien.
7
Naar het vorige bestand gaan/naar het volgende bestand gaan.
8
Het formaat van de foto aanpassen aan het scherm.
9
De foto op origineel formaat weergeven.
0
Inzoomen/uitzoomen
!
Schakelen tussen 2D- en 3D-modus.
Programma's op de computer gebruiken
Weergeven en bewerken
103
Video's bekijken
68 5 4 3
1
2
7
Nr. Beschrijving
1
Best.naam
2
Het volume aanpassen.
3
Het geselecteerde bestand openen.
4
Naar het volgende bestand gaan.
5
Stop
6
Pauze
7
Naar het vorige bestand gaan.
8
Voortgangsbalk
Instellingen
Hier vind u opties om de instellingen van uw camera te congureren.
Instellingenmenu
……………………………… 105
Het instellingenmenu openen
………………… 105
Geluid
…………………………………………… 106
Display
………………………………………… 106
Connectiviteit
………………………………… 107
Algemeen
……………………………………… 108
Instellingen
105
3
Selecteer een item.
Terug Select.
Middel
Aan
Geluid 1
Uit
Aan
Volume
Piepjes
Sl.toon
Begingeluid
AF-geluid
Geluid
4
Selecteer een optie.
Terug Instellen
Uit
Laag
Middel
Hoog
Volume
5
Druk op [
r
] om naar het vorige scherm terug te keren.
Het instellingenmenu openen
1
Draai de modusdraaiknop naar .
2
Selecteer een menu.
Instellingen
Geluid
Display
Connectiviteit
Algemeen
Pictogram Beschrijving
Geluid: verschillende camerageluiden en het volume instellen.
(p. 106)
Display: de scherminstellingen aanpassen. (p. 106)
Connectiviteit: de verbindingsopties instellen. (p. 107)
Algemeen: de instellingen voor het camerasysteem aanpassen,
zoals geheugenindeling en standaardbestandsnaam. (p. 108)
Instellingenmenu
Hier vindt u informatie waarmee u de instellingen van de camera kunt congureren.
Instellingenmenu
Instellingen
106
Display
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Beginafbeelding
Hier stelt u in of er een afbeelding wordt weergegeven wanneer
de camera wordt ingeschakeld en zo ja, welke.
•
Uit*: geen afbeelding weergeven bij het opstarten.
•
Logo: een standaardafbeelding uit het interne geheugen
weergeven.
•
Gebr.afb: selecteer Gebr.afb. uit de foto's die u hebt
vastgelegd in het geheugen.
•
De camera slaat per keer slechts één gebruikersafbeelding in
het interne geheugen op.
•
Als u een nieuwe foto selecteert als User Image of als u de
camera opnieuw instelt, wordt de huidige afbeelding gewist.
Guide Line
Hiermee selecteert u een raster om u te helpen bij de compositie
van een scène. (Uit*, 2 X 2, 3 X 3, Kruis, Diagonaal)
Datum/tijd
weergeven
Instellen of de datum en tijd op het scherm van de camera
worden weergegeven. (Uit*, Aan)
Helpweergave
Hiermee wordt een korte beschrijving van een optie of menu
weergegeven. (Uit, Aan*)
Geluid
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Volume
Hiermee stelt u het volume van alle geluiden in.
(Uit, Laag, Middel*, Hoog)
Piepjes
Hiermee stelt u het geluid in dat de camera afspeelt als u op de
knoppen drukt of de modus wijzigt. (Uit, Aan*)
Sl.toon
Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u op de
ontspanknop drukt. (Uit, Geluid 1*, Geluid 2, Geluid 3)
Begingeluid
Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u de
camera inschakelt. (Uit*, Vliegen, Lasershow, Wolken)
AF-geluid
Hiermee stelt u in dat de camera een geluid afspeelt als u de
ontspanknop half indrukt. (Uit, Aan*)
Instellingenmenu
Instellingen
107
Connectiviteit
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Video
Hiermee stelt u het video-uitgangssignaal voor uw land of regio
in.
•
NTSC: Canada, Japan, Korea, Taiwan, Mexico, VS, enzovoort
•
PAL (ondersteunt alleen BDGHI): Australië, België, China,
Denemarken, Duitsland, Engeland, Finland, Frankrijk, Italië,
Koeweit, Maleisië, Nederland, Nieuw-Zeeland, Noorwegen,
Oostenrijk, Singapore, Spanje, Thailand, Zweden, Zwitserland,
enzovoort
Anynet+
(HDMI-CEC)
Inschakelen om de camera te bedienen met de
afstandsbediening van de televisie wanneer u de camera aansluit
op een HDTV die het proel Anynet+ (HDMI-CEC) ondersteunt.
•
Uit: bestanden weergeven zonder een HDTV-
afstandsbediening te gebruiken.
•
Aan*: de camera bedienen met een HDTV-afstandsbediening.
HDMI-formaat
Hiermee kunt u de resolutie van foto's instellen wanneer de
camera bestanden afspeelt op een HDTV via de HDMI-kabel.
(NTSC: 1080i*, 720p, 480p/ PAL: 1080i*, 720p, 576p)
•
Als de geselecteerde resolutie niet door de HDTV wordt
ondersteund, wordt automatisch de onderliggende
resolutiewaarde geselecteerd.
i-Launcher
Instellen dat i-Launcher automatisch wordt gestart wanneer u de
camera op uw computer aansluit. (Uit, Aan*)
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Helderh.
scherm
Hiermee past u de helderheid van het scherm aan.
(Auto*, Donker, Normaal, Licht)
Normaal is de vaste waarde voor de afspeelmodus, zelfs als
Auto is geselecteerd.
Snel tonen
Hiermee stelt u in hoe lang een gemaakte foto wordt
weergegeven voordat u teruggaat naar de Opnamemodus.
(Uit, Aan*)
Deze functie werkt niet in alle modi.
Scherm auto.
uit
Als u 30 seconden lang geen bewerkingen uitvoert, schakelt de
camera automatisch over op de stand Scherm auto. uit.
(Uit*, Aan)
•
Druk in de spaarstand op een andere knop dan de knop
[X] om de camera weer te gebruiken.
•
Zelfs als u de stand Scherm auto. uit niet inschakelt, wordt
het scherm 30 seconden na de laatste bewerking gedimd
om stroom de besparen.
Instellingenmenu
Instellingen
108
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Bestandsnr.
De naamgeving van bestanden instellen.
•
Op nul: instellen dat de bestandsnummering weer bij
0001 begint wanneer er een nieuwe geheugenkaart
wordt geplaatst, een geheugenkaart wordt
geformatteerd of alle bestanden worden gewist.
•
Serie*: instellen dat de bestandsnummering doorloopt
wanneer er een nieuwe geheugenkaart wordt
geplaatst, een geheugenkaart wordt geformatteerd of
alle bestanden worden gewist.
•
De standaardnaam van de eerste map is 100PHOTO
en de standaardnaam van het eerste bestand is
SAM_0001.
•
Het bestandsnummer wordt elke keer dat u een
foto maakt, met 1 verhoogd, van SAM_0001 tot
SAM_9999.
•
Het mapnummer wordt elke keer dat een map vol is,
met 1 verhoogd, van 100PHOTO tot 999PHOTO.
•
Het maximum aantal bestanden dat in een map kan
worden opgeslagen, is 9999.
•
De camera denieert bestandsnamen volgens de
DCF-norm (Design rule for Camera File system).
Als u bestandsnamen wijzigt, kan de camera deze
bestanden mogelijk niet meer weergeven.
Algemeen
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Language
Hier stelt u een taal in voor de tekst op het scherm.
Tijdzone
Hiermee stelt u de tijdzone voor uw locatie in. Als u naar
een ander land reist, selecteert u Bezoek en selecteert u
de juiste tijdzone. (Thuis*, Bezoek)
Datum/tijd aanpassen
Hiermee stelt u de datum en tijd in.
Datumtype
Hiermee stelt u een datumnotatie in.
(JJJJ/MM/DD, MM/DD/JJJJ, DD/MM/JJJJ)
De standaarddatumnotatie kan afwijken, afhankelijk
van de geselecteerde taal.
Type tijd
De tijdnotatie instellen. (12 uur, 24 uur)
De standaardtijdnotatie kan afwijken, afhankelijk van
de geselecteerde taal.
Instellingenmenu
Instellingen
109
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
AF-hulplamp
Hiermee stelt u in dat op donkere locaties automatisch
een lampje wordt ingeschakeld zodat u beter kunt
scherpstellen. (Uit, Aan*)
Formatt.
Formatteer het interne geheugen en de geheugenkaart.
Wanneer u formatteert, worden alle bestanden
verwijderd, ook beveiligde bestanden. (Ja, Nee)
Er kunnen fouten optreden als u een geheugenkaart
door een ander merk camera, door een computer of in
een geheugenkaartlezer laat formatteren. Formatteer
geheugenkaarten in de camera voordat u er beelden
op vastlegt.
Reset
Reset menu's en opnameopties. De instellingen voor
datum en tijd, taal en video-uitvoer worden niet gereset.
(Ja, Nee)
Open bron-licenties
De informatie over de Open Source-licentie weergeven.
* Standaard
Onderdeel Beschrijving
Afdruk
Hiermee bepaalt u of de datum en tijd moeten worden
weergegeven op gemaakte foto's.
(Uit*, Datum, Datum/tijd)
•
De datum en tijd worden in de rechterbenedenhoek
weergegeven.
•
Mogelijk drukken sommige printermodellen de
datum en tijd niet correct af.
•
De datum en tijd worden niet op de foto
weergegeven als:
-
u Tekst selecteert in de modus
-
u de modus selecteert
Automatisch uit
Hiermee stelt u in dat de camera automatisch wordt
uitgeschakeld als u gedurende een bepaalde periode
geen bewerkingen uitvoert.
(Uit, 1 min, 3 min*, 5 min, 10 min)
•
Als u de batterij vervangt, blijven deze instellingen
behouden.
•
De camera wordt niet automatisch uitgeschakeld
als de camera is aangesloten op een computer, of
wanneer u een diashow of video's afspeelt.
Foutmeldingen
………………………………… 111
Cameraonderhoud
……………………………… 112
De camera reinigen
…………………………… 112
De camera gebruiken of opbergen
…………… 113
Geheugenkaarten
……………………………… 115
De batterij
……………………………………… 118
Voordat u contact opneemt met een
servicecenter
…………………………………… 122
Cameraspecicaties
…………………………… 125
Woordenlijst
……………………………………… 129
Index
……………………………………………… 134
Aanvullende informatie
Hier vindt u informatie over foutmeldingen, specicaties en onderhoud.
Aanvullende informatie
111
Foutmelding Mogelijke oplossing
Kaartfout
•
Schakel de camera uit en weer in.
•
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer
terug.
•
Formatteer de geheugenkaart.
Kaart vergrendeld
U kunt een SD-, SDHC- of SDXC-kaart vergrendelen
om te voorkomen dat bestanden worden verwijderd.
Ontgrendel de kaart wanneer u opnamen maakt.
Kaart wordt niet
ondersteund.
De geplaatste geheugenkaart wordt niet ondersteund
door de camera. Plaats een SD-, SDHC- of SDXC-
geheugenkaart.
DCF-fout
Bestandsnamen komen niet met de DCF-norm overeen.
Breng de bestanden op de geheugenkaart over naar
een computer en formatteer de kaart. Open vervolgens
het menu Instellingen en selecteer Algemeen
Bestandsnr. Op nul. (p. 108)
Foutmelding Mogelijke oplossing
Bestandsfout
Wis het beschadigde bestand of neem contact op met
een servicecenter.
Bestandssysteem wordt
niet ondersteund.
De FAT-bestandsstructuur van de geplaatste
geheugenkaart wordt niet door de camera
ondersteund. Formatteer de geheugenkaart in de
camera.
Batterij bijna leeg
Plaats een opgeladen batterij of laad de batterij op.
Geheugen vol
Wis onnodige bestanden of plaats een nieuwe
geheugenkaart.
Geen foto
Maak foto's of plaats een geheugenkaart met een aantal
foto's in de camera.
Foutmeldingen
Als een van de volgende foutmeldingen verschijnt, kunt u de onderstaande oplossingen proberen.
Aanvullende informatie
112
De camera reinigen
Cameralens en -scherm
Verwijder stof met behulp van een blaaskwastje en veeg de lens met een
zachte doek voorzichtig af. Voor eventueel achtergebleven stof brengt u
lensreinigingsvloeistof op een stuk lensreinigingspapier aan en veegt u de lens
voorzichtig schoon.
Camerabody
Veeg deze voorzichtig met een zachte droge doek af.
•
Gebruik nooit benzeen, thinner of alcohol om het toestel te reinigen. Deze
oplosmiddelen kunnen de camera beschadigen of defecten veroorzaken.
•
Druk niet op de lenskap en gebruik geen blaasborsteltje op de lenskap.
Cameraonderhoud
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
113
De camera gebruiken of opbergen
Ongeschikte plaatsen voor het gebruiken of opbergen van de camera
•
Stel de camera niet bloot aan zeer hoge of lage temperaturen.
•
Gebruik de camera niet in zeer vochtige omgevingen of omgevingen waar de
luchtvochtigheid snel verandert.
•
Stel de camera niet bloot aan direct zonlicht en bewaar de camera niet op warme
locaties met slechte ventilatie, bijvoorbeeld een auto die in de zon staat.
•
Bescherm de camera en het scherm tegen stoten, ruw gebruik en sterke trillingen
om ernstige schade te voorkomen.
•
Gebruik of bewaar de camera niet op stoge, vuile, vochtige of slecht-
geventileerde plaatsen, om schade aan bewegende en interne onderdelen te
voorkomen.
•
Gebruik de camera niet in de buurt van brandstoen, brandbare stoen of
ontvlambare chemicaliën. Bewaar geen ontvlambare vloeistoen, gassen en
explosief materiaal in dezelfde ruimte als de camera of de accessoires van de
camera.
•
Berg de camera niet op met mottenballen.
Gebruik op het strand of aan de waterkant
•
Bescherm de camera tegen zand en vuil wanneer u deze op het strand of in een
soortgelijke omgeving gebruikt.
•
Uw camera is niet waterbestendig. Gebruik de batterij, adapter of geheugenkaart
niet met natte handen. Als u de camera gebruikt met natte handen kan de camera
beschadigd raken.
Camera voor langere tijd opbergen
•
Als u de camera voor langere tijd opbergt, moet u de camera samen met
absorberend materiaal, bijvoorbeeld silicagel, in een afgesloten houder plaatsen.
•
Batterijen die niet worden gebruikt, ontladen zich na verloop van tijd en moeten
voor gebruik opnieuw worden opgeladen.
•
De huidige datum en tijd kunnen worden geïnitialiseerd wanneer de camera
wordt ingeschakeld nadat de camera en batterij lange tijd gescheiden zijn.
Wees voorzichtig bij gebruik in vochtige omgevingen
Als u de camera overbrengt van een koude omgeving naar een warme, kan er
condensvorming optreden op de lens of de interne onderdelen van de camera.
In dit geval moet u de camera uitschakelen en minstens 1 uur wachten. Als er
condensvorming optreedt op de geheugenkaart, moet u de kaart verwijderen uit
de camera en wachten tot al het vocht is verdampt voordat u de kaart terugplaatst.
Overige aandachtspunten
•
Zwaai de camera niet aan de polslus heen en weer. Hierdoor kunt u uzelf of
anderen verwonden of schade aan uw camera veroorzaken.
•
Verf de camera niet, omdat verf tussen de bewegende onderdelen kan gaan
zitten en de werking van het apparaat kan beïnvloeden.
•
Schakel de camera uit wanneer u deze niet gebruikt.
•
Uw camera bevat kwetsbare onderdelen. Zorg daarom dat u de camera niet
blootstelt aan schokken.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
114
•
Bewaar de camera in het etui om het scherm te bescherm tegen externe krachten.
Houd de camera uit de buurt van zand, scherp gereedschap of kleingeld om te
voorkomen dat er krassen op de camera komen.
•
Gebruik de camera niet als het scherm gebarsten of beschadigd is. Gebarsten glas
of acryl kan letsel aan uw handen en gezicht veroorzaken. Breng de camera naar
een servicecenter van Samsung om de camera te laten repareren.
•
Leg camera's, batterijen, opladers of accessoires nooit in de buurt van, op of in
verwarmingsapparaten, zoals magnetrons, kachels of radiatoren. Deze apparaten
kunnen worden vervormd en oververhit raken en brand of een ontplong
veroorzaken.
•
Stel de lens niet aan direct zonlicht bloot. Hierdoor kan de beeldsensor verkleuren
of defect raken.
•
Bescherm de lens tegen vingerafdrukken en krassen. Reinig de lens met een
zachte, schone doek.
•
De camera kan worden uitgeschakeld als deze een stoot krijgt of valt. Dit gebeurt
om de geheugenkaart te beschermen. Schakel de camera weer in om de camera
te gebruiken.
•
De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit is normaal en is niet van
invloed op de levensduur of prestaties van uw camera.
•
Bij lage temperaturen kan het langer duren voor de camera is ingeschakeld,
kunnen kleuren tijdelijk veranderen of kunnen nabeelden worden weergegeven.
Deze omstandigheden duiden niet op defecten en worden verholpen als u de
camera weer bij normale temperaturen gebruikt.
•
Verf of metaal aan de buitenzijde van de camera kan allergieën, jeuk, eczeem of
bultjes veroorzaken bij mensen met een gevoelige huid. Als u last hebt van een
van deze symptomen, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de camera en
raadpleeg een arts.
•
Steek geen vreemde voorwerpen in de compartimenten, sleuven en openingen
van de camera. Schade als gevolg van onjuist gebruik wordt mogelijk niet door de
garantie gedekt.
•
Laat geen ongekwaliceerd personeel reparatie- of onderhoudswerkzaamheden
aan de camera uitvoeren en probeer dit ook niet zelf te doen. Alle schade die
voortvloeit uit ongekwaliceerd onderhoud of reparatie wordt niet door de
garantie gedekt.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
115
Geheugenkaarten
Ondersteunde geheugenkaarten
Dit product accepteert de geheugenkaarten SD (Secure Digital), SDHC (Secure
Digital High Capacity), SDXC (Secure Digital eXtended Capacity), microSD,
microSDHC, of microSDXC.
Contactpunt
Schrijfvergrendeling
Etiket (voorzijde)
U kunt voorkomen dat bestanden worden verwijderd door gebruik te maken van
de schakelaar voor schrijfbescherming op een SD-, SDHC- of SDXC-kaart. Schuif de
schakelaar omlaag, of schuif de schakelaar omhoog om te ontgrendelen. Wanneer u
foto's en video's maakt, moet de kaart ontgrendeld zijn.
Geheugenkaartadapter
Geheugenkaart
Als u microgeheugenkaarten wilt gebruiken met dit product, een computer of een
geheugenkaartlezer, moet u de kaart in een adapter plaatsen.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
116
Capaciteit van de geheugenkaart
De geheugencapaciteit verschilt, afhankelijk van de opnamemodus en de
opnameomstandigheden. De volgende capaciteiten zijn gebaseerd op een SD-
kaart van 2 GB:
Foto
Formaat Superhoog Hoog Normaal
279 444 630
313 481 704
374 592 814
438 657 938
543 849 1147
788 938 1511
1140 1611 1930
1611 2266 2744
2266 2744 3199
Video
Formaat 60fps 30fps
1920 X 1080
Ongeveer 09 min. 44 sec. -
1280 X 720
- Ongeveer 15 min. 39 sec.
640 X 480
- Ongeveer 30 min. 44 sec.
320 X 240
- Ongeveer 90 min. 06 sec.
De bovenstaande cijfers zijn gemeten zonder gebruik van de zoomfunctie. Bij gebruik van de
zoomfunctie kan de beschikbare opnametijd afwijken van de vermelde waarden. Om de totale
opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar opgenomen.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
117
Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten
•
Stel de geheugenkaarten niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager
dan 0 °C of hoger dan 40 °C). Extreme temperaturen kunnen ervoor zorgen dat
geheugenkaarten niet goed werken.
•
Plaats een geheugenkaart in de juiste richting. Als u een geheugenkaart in de
verkeerde richting plaatst, kunnen zowel camera als geheugenkaart hierdoor
beschadigen.
•
Gebruik geen geheugenkaarten die in een andere camera of door een computer
zijn geformatteerd. Formatteer een dergelijke geheugenkaart opnieuw in uw
eigen camera.
•
Schakel de camera uit wanneer u een geheugenkaart plaatst of verwijdert.
•
Verwijder de geheugenkaart niet en schakel uw camera niet uit wanneer het
lampje knippert. Hierdoor kunnen de gegevens beschadigen.
•
Wanneer de levensduur van een geheugenkaart is verlopen, kunt u geen foto's
meer op de kaart opslaan. Gebruik een nieuwe geheugenkaart.
•
Zorg dat geheugenkaarten niet buigen, vallen of aan zware klappen of druk
worden blootgesteld.
•
Zorg dat u geheugenkaart niet gebruikt of opbergt in de buurt van krachtige
magnetische velden.
•
Zorg dat u geheugenkaarten niet gebruikt op locaties met hoge temperaturen of
luchtvochtigheid of in de buurt van bijtende stoen.
•
Voorkom dat geheugenkaarten in contact komen met vloeistoen, vuil of
vreemde stoen. Veeg zo nodig de geheugenkaart met een zachte doek schoon
voor u de geheugenkaart in de camera plaatst.
•
Voorkom dat geheugenkaarten, of de sleuf voor geheugenkaarten, in contact
komen met vloeistoen, vuil of vreemde stoen. Dergelijke stoen kunnen ervoor
zorgen dat geheugenkaarten of de camera niet goed meer werken.
•
Wanneer u een geheugenkaart bij u draagt, moet u een hoesje gebruiken om de
kaart tegen elektrostatische ontlading te beschermen.
•
Breng belangrijke gegevens over naar andere dragers, zoals een harde schijf of
cd/dvd.
•
Als u de camera langere tijd gebruikt, kan de geheugenkaart warm worden. Dit is
normaal en wijst niet op een defect.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor enig verlies van gegevens.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
118
De batterij
Gebruik alleen door Samsung goedgekeurde batterijen.
Batterijspecicaties
Specicatie Beschrijving
Model
SLB-10A
Type
Lithium-ionbatterij
Capaciteit
1050 mAh
Voltage
3,7 V
Oplaadduur*
(wanneer de camera is uitgeschakeld)
Ongeveer 240 min.
* Duurt mogelijk langer als u de batterij aansluit op een computer om de batterij op te laden.
Levensduur van de batterij
Gemiddelde opnameduur/
Aantal foto's
Testomstandigheden(bij een volledig geladen
batterij)
Foto's
Ongeveer 100
min/Ongeveer
200 foto's
De levensduur van de batterij is gemeten onder
de volgende omstandigheden: in de modus
Programma, in het donker, met de resolutie
,
met de kwaliteit Hoog en met OIS ingeschakeld.
1. Stel de itser in op Invulits, maak één foto en
zoom in of uit.
2. Stel de itser in op Uit, maak één foto en zoom
in of uit.
3. Voer stap 1 en 2 uit. Wacht 30 seconden tussen
de stappen. Herhaal het proces na 5 minuten en
schakel de camera 1 minuut uit.
4. Herhaal stap 1 tot 3.
Video's
Ongeveer
70 min.
Neem video's op met de resolutie
en 60 FPS.
•
De bovenstaande waarden zijn berekend volgens de standaarden van Samsung. Uw
resultaten kunnen afwijken, afhankelijk van het werkelijke gebruik.
•
Om de totale opnameduur te bepalen, zijn er verschillende video's achter elkaar
opgenomen.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
119
Melding Batterij bijna leeg
Als de batterij volledig is ontladen, wordt het batterijpictogram rood en verschijnt
de melding 'Batterij bijna leeg'.
De batterij gebruiken
•
Stel de batterijen niet bloot aan zeer lage of hoge temperaturen (lager dan 0 °C
of hoger dan 40 °C). Extreme temperaturen kunnen de laadcapaciteit van de
batterijen beperken.
•
Als u de camera langere tijd gebruikt, kan het gebied rond de batterijklep warm
worden. Dit heeft geen invloed op de normale werking van de camera.
•
Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te
voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
•
Bij temperaturen onder 0 °C kunnen de capaciteit en levensduur van de batterij
afnemen.
•
Bij lage temperaturen kan de batterijcapaciteit afnemen, maar de gewone
capaciteit wordt hersteld bij gebruik bij hogere temperaturen.
•
Haal de batterijen uit de camera wanneer u deze voor langere tijd opbergt.
Batterijen in het batterijvak kunnen na verloop van tijd gaan lekken of roesten en
ernstige schade aan uw camera veroorzaken. Als u de camera langere perioden
opbergt terwijl de batterij is geplaatst, raakt de batterij leeg. U kunt een volledig
lege batterij mogelijk niet weer opladen.
•
Wanneer u de camera lagere periode niet gebruikt (3 maanden of meer), moet
u de batterij regelmatig controleren en opladen. Als u de batterij regelmatig laat
leeglopen, kunnen de capaciteit en de levensduur afnemen, wat kan leiden tot
een storing, brand of explosie.
Aandachtspunten voor het gebruik van de batterij
Bescherm batterijen, opladers en geheugenkaarten tegen schade
Voorkom dat batterijen in aanraking komen met metalen voorwerpen. Dit kan een
verbinding vormen tussen de plus- en minpolen van uw batterijen en tijdelijke of
permanente schade aan de batterijen en brand of een schok veroorzaken.
De batterij opladen
•
Controleer als het indicatielampje uit is of de batterij op de juiste wijze is
geplaatst.
•
Als camera tijdens het opladen is ingeschakeld, wordt de batterij mogelijk niet
volledig opgeladen. Schakel de camera uit alvorens de batterij op te laden.
•
Gebruik de camera niet als de batterij wordt opgeladen. Dit kan brand of een
schok veroorzaken.
•
Trek niet aan het netsnoer om de stekker uit het stopcontact te halen om te
voorkomen dat u brand of een schok veroorzaakt.
•
Laat de batterij minstens 10 minuten opladen voordat u de camera inschakelt.
•
Als u de camera aansluit op een externe voedingsbron terwijl de batterij helemaal
leeg is, wordt de camera uitgeschakeld wanneer u functies gebruikt die veel
stroom verbruiken. Laad de batterij op om de camera op normale wijze te
gebruiken.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
120
•
Als u de voedingskabel opnieuw aansluit nadat de batterij volledig is opgeladen,
brandt het statuslampje ongeveer 30 minuten.
•
Met het gebruik van de itser en het opnemen van video's raakt de batterij snel
leeg. Laad de batterij op totdat het rode indicatielampje uitgaat.
•
Als het indicatielampje knippert of niet brandt, sluit u de kabel opnieuw aan of
verwijdert u de batterij en plaatst u deze opnieuw in de camera.
•
Als u de batterij oplaadt wanneer de kabel oververhit is of de temperatuur te
hoog is, kan het indicatielampje rood knipperen. Nadat de batterij is afgekoeld,
wordt het opladen gestart.
•
Te lang opladen van batterijen kan de levensduur daarvan bekorten. Wanneer het
opladen is voltooid, dient u de kabel van de camera los te koppelen.
•
Knik de voedingskabel niet en plaats er geen zware voorwerpen op. Hierdoor zou
de kabel kunnen beschadigen.
De batterij opladen terwijl er een computer is aangesloten
•
Gebruik alleen de meegeleverde USB-kabel.
•
De batterij wordt mogelijk in de volgende gevallen niet opgeladen:
-
wanneer u een USB-hub gebruikt
-
wanneer er andere USB-apparaten op de computer zijn aangesloten
-
wanneer u de kabel op de poort aan de voorzijde van de computer aansluit
-
wanneer de USB-poort van de computer de stroomuitvoernorm niet
ondersteunt (5 V, 500 mA)
Behandel batterijen en opladers voorzichtig en voer deze af volgens de
voorschriften
•
Gooi batterijen nooit in open vuur. Houd u aan alle lokale regelgevingen bij het
weggooien van gebruikte batterijen.
•
Leg batterijen of camera's nooit in of op verwarmingsapparaten, zoals een
magnetron, kachel of radiator. Batterijen kunnen exploderen als ze te heet
worden.
Cameraonderhoud
Aanvullende informatie
121
•
Haal de batterij niet uit elkaar te halen of maak er geen gat in met een
scherp voorwerp.
•
Stel de batterij niet bloot aan hoge druk of extreme krachten.
•
Stel de batterij niet bloot aan hevige klappen, bijvoorbeeld door deze
van grote hoogte te laten vallen.
•
Stel de batterij niet bloot aan temperaturen boven de 60 °C.
•
Stel de batterij niet bloot aan vocht of vloeistoen.
•
De batterij mag niet worden blootgesteld aan overmatige warmte zoals
zonneschijn, vuur of dergelijke zaken.
Richtlijnen voor afvoer
•
Wees zorgvuldig als u de batterij weggooit.
•
Werp de batterij nooit in een open vuur.
•
Regelgeving kan per land of regio verschillen. Zorg dat u zich houdt aan
alle lokale en nationale regelgeving wanneer u de batterij weggooit.
Richtlijnen voor het opladen van de batterij
Laad de batterij alleen op volgens de procedure in deze
gebruiksaanwijzing.
De batterij kan ontbranden of exploderen als deze niet op de juiste wijze
wordt opgeladen.
Onzorgvuldig of verkeerd gebruik van de batterij kan lichamelijk
letsel of de dood tot gevolg hebben. Volg voor uw eigen veiligheid de
onderstaande instructies voor het juiste gebruik van de batterij:
•
De batterij kan vlam vatten of exploderen als deze niet op de juiste wijze
wordt gebruikt.
Als u vervormingen, scheuren of andere afwijkingen in de batterij
opmerkt, stopt u onmiddellijk het gebruik hiervan en neemt u contact
op met een servicecenter.
•
Gebruik alleen authentieke, door de fabrikant aanbevolen
batterijopladers en -adapters en laad de batterij alleen op volgens de
procedures die in deze gebruiksaanwijzing zijn vermeld.
•
Plaats de batterij niet te dicht bij warmtebronnen en stel de batterij niet
bloot aan extreem warme omgevingen, zoals een gesloten auto in de
zon.
•
Plaats de batterij niet in een magnetron.
•
Bewaar of gebruik de batterij niet in een hete, vochtige omgeving, zoals
een badkamer of douche.
•
Plaats de batterij niet voor langere tijd op ontvlambare oppervlakken,
zoals matrassen, tapijten of elektrische dekens.
•
Laat het toestel, als het is ingeschakeld, niet voor langere tijd in een
afgesloten ruimte.
•
Zorg ervoor dat de polen van de batterij niet in contact komen met
metalen voorwerpen, zoals halskettingen, munten, sleutels en horloges.
•
Gebruik uitsluitend authentieke, door de fabrikant aanbevolen lithium-
ionbatterijen ter vervanging.
Aanvullende informatie
122
Situatie Mogelijke oplossing
De camera kan niet
worden ingeschakeld
•
Controleer of de batterij in de camera is geplaatst.
•
Controleer of de batterij correct in de camera is
geplaatst. (p. 20)
•
Laad de batterij op.
De camera
wordt plotseling
uitgeschakeld
•
Laad de batterij op.
•
De camera bevindt zich mogelijk in de stand voor
automatisch uitschakelen. (p. 109)
•
De camera wordt mogelijk uitgeschakeld om te
voorkomen dat de geheugenkaart door een harde
schok beschadigd raakt. Schakel de camera weer in.
De batterij raakt snel
leeg
•
Bij lage temperaturen (onder 0 °C) kan de batterij
sneller leeg raken. Houd de batterij warm door deze in
uw zak te steken.
•
Met het gebruik van de itser en het opnemen van
video's raakt de batterij snel leeg. Laad de batterij
indien nodig weer op.
•
Batterijen zijn verbruiksartikelen die na verloop van tijd
moeten worden vervangen. Koop een nieuwe batterij
als de levensduur drastisch afneemt.
Situatie Mogelijke oplossing
Er kunnen geen foto's
worden gemaakt
•
Er is geen ruimte op de geheugenkaart. Wis onnodige
bestanden of plaats een nieuwe kaart.
•
Formatteer de geheugenkaart.
•
De geheugenkaart is defect. Koop een nieuwe
geheugenkaart.
•
Controleer of de camera is ingeschakeld.
•
Laad de batterij op.
•
Controleer of de batterij op de juiste wijze is geplaatst.
De camera loopt vast
Verwijder de batterij en plaats deze weer terug.
De camera wordt
warm
De camera kan warm worden tijdens het gebruik. Dit
is normaal en is niet van invloed op de levensduur of
prestaties van uw camera.
De itser werkt niet
•
Mogelijk is de itseroptie ingesteld op Uit. (p. 60)
•
In bepaalde modi kunt u de itser niet gebruiken.
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Wanneer u problemen met de camera ondervindt, kunt u eerst de volgende procedures uitvoeren voordat u contact opneemt met een servicecenter. Als u het probleem
hiermee niet kunt oplossen, kunt u contact opnemen met uw plaatselijke dealer of servicecenter.
Wanneer u uw camera naar een servicecenter brengt, breng dan ook de onderdelen mee die de oorzaak kunnen zijn van de fout, zoals bijvoorbeeld de geheugenkaart of de batterij.
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Aanvullende informatie
123
Situatie Mogelijke oplossing
Er wordt onverwachts
een its afgevuurd
De itser wordt mogelijk geactiveerd vanwege statische
elektriciteit. Dit duidt niet op een defect van de camera.
De datum en tijd
kloppen niet
Stel de datum en tijd in bij de scherminstellingen. (p. 108)
Het scherm of de
knoppen werken niet
Verwijder de batterij en plaats deze weer terug.
Het camerascherm
reageert niet goed
Als u de camera bij zeer lage temperaturen gebruikt, kan
het camerascherm verkleuren of slecht functioneren.
Voor betere prestaties van het scherm moet de camera bij
normale temperaturen worden gebruikt.
De geheugenkaart
heeft een fout
•
Schakel de camera uit en weer in.
•
Verwijder de geheugenkaart en plaats deze weer terug.
•
Formatteer de geheugenkaart.
Zie 'Aandachtspunten bij gebruik van geheugenkaarten'
voor meer informatie. (p. 117)
Er kunnen geen
bestanden worden
afgespeeld of
weergegeven
Als u de naam van een bestand wijzigt, kan de camera
dit bestand mogelijk niet afspelen of weergeven (de
bestandsnaam moet voldoen aan de DCF-norm).
In dergelijke gevallen kunt u de bestanden op een
computer afspelen of weergeven.
Situatie Mogelijke oplossing
De foto's zijn
onscherp
•
Controleer of de ingestelde scherpsteloptie voor close-
upfoto's geschikt is. (p. 63)
•
Controleer of de lens schoon is. Reinig de lens indien
nodig. (p. 112)
•
Zorg ervoor dat het onderwerp zich binnen het bereik
van de itser bevindt. (p. 126)
De kleuren in de
foto zijn anders dan
de daadwerkelijke
kleuren
Een onjuiste witbalans kan voor onrealistische kleuren
zorgen. Selecteer de juiste witbalansoptie voor de
lichtbron. (p. 72)
De foto is te licht
De foto is overbelicht.
•
Schakel de itser uit. (p. 60)
•
Pas de ISO-waarde aan. (p. 62)
•
Pas de belichtingswaarde aan. (p. 70)
De foto is te donker
De foto is onderbelicht.
•
Schakel de itser in. (p. 60)
•
Pas de ISO-waarde aan. (p. 62)
•
Pas de belichtingswaarde aan. (p. 70)
Voordat u contact opneemt met een servicecenter
Aanvullende informatie
124
Situatie Mogelijke oplossing
De foto's worden
niet op de televisie
weergegeven
•
Controleer of de camera correct op de televisie is
aangesloten met de A/V-kabel.
•
Controleer of de geheugenkaart foto's bevat.
De computer herkent
de camera niet
•
Controleer of de USB-kabel op de juiste wijze is
geplaatst.
•
Controleer of de camera is ingeschakeld.
•
Controleer of het besturingssysteem wordt
ondersteund.
Tijdens het
overbrengen van
bestanden verbreekt
de computer de
verbinding
De bestandsoverdracht kan door statische elektriciteit
worden gestoord. Koppel de USB-kabel los en sluit deze
weer aan.
De computer kan
geen video's afspelen
Video's kunnen mogelijk niet worden afgespeeld met
bepaalde videospelers. Als u videobestanden wilt
afspelen die zijn gemaakt met uw camera, gebruikt u het
Multimedia Viewer-programma dat u met het programma
i-Launcher op uw computer kunt installeren.
Situatie Mogelijke oplossing
i-Launcher werkt niet
correct
•
Sluit i-Launcher af en start het programma opnieuw.
•
Controleer of i-Launcher is ingesteld op Aan in het
instellingenmenu. (p. 107)
•
Afhankelijk van de specicaties en omgeving van
de computer wordt het programma mogelijk niet
automatisch gestart. Klik in dit geval op Start Alle
programma's Samsung i-Launcher Samsung
i-Launcher op uw computer. (Voor Windows 8: klik op
Start Alle apps Samsung i-Launcher.)
Uw tv of computer
kan geen foto's en
video's weergeven
die zijn opgeslagen
op een SDXC-
geheugenkaart.
SDXC-geheugenkaarten gebruiken het exFAT-
bestandssysteem. Controleer of het externe apparaat
compatibel is met het exFAT-bestandssysteem voordat u
de camera aansluit op het apparaat.
Uw computer
herkent een SDXC-
geheugenkaart niet.
SDXC-geheugenkaarten gebruiken het exFAT-
bestandssysteem. Als u SDXC-geheugenkaarten wilt
gebruiken op een Windows XP-computer, moet u het
stuurprogramma voor het exFAT-bestandssysteem
downloaden en bijwerken op de Microsoft-website.
Aanvullende informatie
125
Beeldsensor
Type 1/2,3" (ongeveer 7,77 mm) BSI CMOS
Eectieve pixels Ongeveer 16,38 megapixel
Totaalaantal
pixels
Ongeveer 16,79 megapixel
Lens
Brandpuntsafstand
Samsung Lens f = 4,5–157,5 mm
(equivalent van 35-mm lm: 25-875 mm)
Diafragmabereik F3.0 (G)–F5.9 (T)
Zoom
•
Fotomodus: 1,0-35,0X (optische zoom X digitale zoom:
70,0X, optische zoom X Intelli-zoom: 70,0X)
•
Afspeelmodus: 1,0X–14,4X (afhankelijk van het
beeldformaat)
Scherm
Type TFT LCD
Functionaliteit 3,0" (75,0 mm) 460K
Scherpstelling
Type
TTL automatisch scherpstellen (Centrum AF, Multi AF, Keuze
AF, Tracking AF, Gezichtsdetectie AF)
Bereik
Groothoek (G)
Tele (T)
Normaal (AF)
80 cm–oneindig
150 cm–oneindig
Macro
10-80 cm
150-350 cm
Auto macro
1 cm–oneindig
150 cm–oneindig
Supermacro
1 cm
Sluitertijd
•
Auto: 1/8–1/2000 sec.
•
Programma: 1-1/2000 sec.
•
Nacht: 8-1/2000 sec.
Belichting
Regeling Programma AE
L.meting Multi, Spot, Centr. gewogen, Gezichtsdetectie
Compensatie ±2EV (1/3 EV Step)
ISO-equivalent
Auto, ISO 100, ISO 200, ISO 400, ISO 800, ISO 1600,
ISO 3200, ISO 6400
Cameraspecicaties
Cameraspecicaties
Aanvullende informatie
126
Flitser
Modus Uit, Auto, Rode ogen, Invulits, Langz sync, Anti-rode ogen
Bereik
•
Groothoek: 80 cm–6 m (ISO Auto)
•
Groothoek: 1,5 - 3 m (ISO Auto)
Oplaadtijd Ongeveer 5 sec.
Trillingsreductie
Optische beeldstabilisatie (OIS)
Eect
Opnamemodus
voor foto's
•
Fotolter (Smart lter): Miniatuur, Vignetten, Kruislter,
Visoog, Klassiek, Retro
•
Beeld aanpassen: Scherpte, Contrast, Kleurverz.
Opnamemodus
voor video's
Filmlter (Smart lter): Miniatuur, Vignetten, Visoog, Klassiek,
Retro, Paleteect 1, Paleteect 2, Paleteect 3, Paleteect 4
Witbalans
Auto witbalans, Daglicht, Bewolkt, TL-licht H, TL-licht L, Kunstlicht,
Aangep. instelling, Kleurtemp.
Datering
Datum/tijd, Datum, Uit
Opnemen
Foto's
•
Modi: Smart Auto (Portret, Nachtportret, Tegenl. portret,
Nacht, Tegenl., Landschap, Wit, Natuurlijk groen, Blauwe
lucht, Zon onder, Macro, Macrotekst, Macrokleur, Statief,
Actie), Programma, Handmatig, Scène (Kaderlijnen, Nacht,
Portret, Kinderen, Landschap, Close-up, Tekst, Zon onder,
Dageraad, Tegenl., Vuurwerk, Strand/sneeuw), Panorama,
Magisch Plus (Opname bij weinig licht, HDR, Gesplitste
opname, Fotolter, Filmlter, Foto-editor)
•
Burst: Continu (8 fps, 5 fps, 3 fps), Vooraf vastleggen,
1 opname, Bracket (AE, WB)
•
Timer: Uit, 2 sec, 10 sec
Video's
•
Modi: Intelligente scènedetectie (Landschap, Blauwe lucht,
Natuurlijk groen, Zon onder), Film, Magisch Plus (Filmlter)
•
Indeling: MP4 (H.264) (Max. opnametijd: 20 min)
•
Formaat: 1920 X 1080, 1280 X 720, 640 X 480, 320 X 240
•
Hoge snelheid: 360 fps(176x128), 240 fps(384x288)
•
Spraak: Aan, Uit , Zoom gedempt
•
Vastleggen tijdens opnemen
•
Video bewerken (intern): pauzeren tijdens opnemen,
foto's maken
Cameraspecicaties
Aanvullende informatie
127
Afspelen
Foto's
•
Type: 1 opname, Miniaturen, Diashow met muziek en
eecten, Video
•
Bewerken: Res.wijz, Draaien, Smart lter, Bijsnijden
•
Eect: Beeld aanpassen (Helderheid, Contrast, Kleurverz.,
ACB, Gezichtretouch., Anti-rode ogen), Smart lter (Normaal,
Miniatuur, Vignetten, Kruislter, Visoog, Klassiek, Retro)
Video's Bewerken: Foto's maken, Tijd bijsnijden
Opslag
Media
•
Intern geheugen: ongeveer 74 MB
•
Extern geheugen (optioneel):
SD-kaart (2 GB gegarandeerd),
SDHC-kaart (tot 32 GB gegarandeerd),
SDXC-kaart (tot 64 GB gegarandeerd)
De interne geheugencapaciteit kan van deze specicaties
afwijken.
Bestandsindeling
•
Foto: JPEG (DCF), EXIF 2.21
•
Video: MP4 (Video: MPEG-4.AVC/H.264, Audio: AAC)
Beeldformaat
Pictogram Formaat
4608 X 3456
4608 X 3072
4608 X 2592
3648 X 2736
2832 X 2832
2592 X 1944
1984 X 1488
1920 X 1080
1024 X 768
Cameraspecicaties
Aanvullende informatie
128
Interface
Digitale uitvoer USB 2.0
Audio-invoer/-
uitvoer
Interne luidspreker (mono), Microfoon (Stereo)
Video-uitvoer
•
A/V: NTSC, PAL (selecteerbaar)
•
HDMI 1.4: NTSC, PAL (selecteerbaar)
Gelijkstroomaansluiting
5,0 V
Voedingsbron
Oplaadbare
batterij
Lithium-ionbatterij (SLB-10A, 1050 mAh)
Connectortype Micro USB (5-pins)
Afhankelijk van uw regio kan de voedingsbron verschillen.
Afmetingen (B x H x D)
118,9 X 83,8 X 56,5 mm (zonder uitsteeksels)
Gewicht
503 g (zonder batterij en geheugenkaart)
Bedrijfstemperatuur
0-40 °C
Bedrijfsluchtvochtigheid
5–85 %
Software
i-Launcher
Specicaties kunnen zonder kennisgeving worden gewijzigd voor betere prestaties.
Aanvullende informatie
129
Woordenlijst
Compositie
Met compositie wordt de plaatsing van de verschillende elementen in het beeld
bedoeld. Meestal levert een compositie volgens de regel van derden een plezierig
resultaat.
DCF (Design rule for Camera File system)
Een specicatie voor het deniëren van een bestandsindeling en bestandssysteem
voor digitale camera's die is gemaakt door de Japan Electronics and Information
Technology Industries Association (JEITA).
Scherptediepte
De afstand tussen het dichtstbijzijnde en verste punt waarop kan worden
scherpgesteld in een foto. De scherptediepte verschilt per diafragma,
brandpuntsafstand en afstand tussen de camera en het onderwerp. Als u
bijvoorbeeld een kleiner diafragma selecteert, wordt de scherptediepte vergroot en
wordt de achtergrond van een compositie vaag.
Digitale zoom
Een functie die op kunstmatige wijze de beschikbare hoeveelheid zoom met de
zoomlens vergroot (optische zoom). Als u de digitale zoomfunctie gebruikt, wordt
de beeldkwaliteit minder wanneer de vergroting wordt verhoogd.
Automatische contrastverbetering (ACB)
Deze functie verbetert automatisch het contrast van uw beelden wanneer het
onderwerp tegenlicht heeft of als er veel contrast is tussen uw onderwerp en de
achtergrond.
AEB (Opnamereeks met verschillende belichtingen)
Deze functie maakt automatisch meerdere beelden met verschillenden
belichtingen om u te helpen een goedbelicht beeld te maken.
AF (Autofocus)
Een systeem dat automatisch de cameralens scherpstelt op het onderwerp. Uw
camera gebruikt het contrast om automatisch scherp te stellen.
Diafragma
Het diafragma bepaalt de hoeveelheid licht die de sensor van de camera bereikt.
Bewegingsonscherpte (vaag)
Als de camera wordt bewogen wanneer de sluiter is geopend, kan het volledige
beeld vaag lijken. Dit komt vaker voor wanneer de sluitertijd laag is. Voorkom
bewegingsonscherpte door de gevoeligheid te verhogen, de itser te gebruiken of
een hogere sluitertijd. U kunt ook een statief of de DIS- of OIS-functie gebruiken om
de camera te stabiliseren.
Woordenlijst
Aanvullende informatie
130
Belichting
De hoeveelheid licht die de sensor van de camera mag bereiken. Belichting wordt
bepaald door een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde.
Flitser
Een itslamp die ervoor zorgt dat er voldoende belichting is in omstandigheden
met weinig licht.
Brandpuntsafstand
De afstand van het brandpunt van de lens tot het beeldvlak (in millimeters).
Grotere brandpuntsafstanden resulteren in een kleinere beeldhoek en een grotere
weergave van het onderwerp. Kleinere brandpuntsafstanden resulteren in een
grotere beeldhoek.
H.264/MPEG-4
Een video-indeling met hoge compressie ontwikkeld door de internationale
standaardisatieorganisaties ISO-IEC en ITU-T en ontwikkeld door het Joint Video
Team (JVT). Deze codec kan goede videokwaliteit leveren bij lage bitsnelheden.
Beeldsensor
Het fysieke deel van een digitale camera die een fotosite bevat voor elke pixel in
het beeld. Elke fotosite neemt de helderheid van het licht op dat de fotosite bereikt
tijdens een belichting. Algemene sensortypen zijn CCD (Charge-coupled Device) en
CMOS (Complementary Metal Oxide Semiconductor).
DIS (Digital Image Stabilization)
Deze functie compenseert in real-time trillingen en schudden tijdens de opname.
Er kan enig kwaliteitsverlies in de afbeelding optreden in vergelijking met optische
beeldstabilisatie.
EV (Belichtingswaarde)
Alle combinaties van de camerasluitertijd en diafragma die resulteren in dezelfde
belichting.
EV-compensatie
Met deze functie kunt u snel de belichtingswaarde aanpassen die wordt berekend
door de camera, in beperkte stappen, om de belichting van uw foto's te verbeteren.
Stel de EV-compensatie in op -1,0 EV om de waarde een stap donkerder in te stellen
en op 1,0 EV om de waarde een stap lichter te maken.
Exif (Exchangeable Image File Format)
Een specicatie voor het deniëren van een beeldbestandindeling voor digitale
camera's die is gemaakt door de Japan Electronic Industries Development
Association (JEIDA).
Woordenlijst
Aanvullende informatie
131
MJPEG (Motion JPEG)
Een video-indeling die wordt gecomprimeerd als een JPEG-beeld.
Ruis
Verkeerd geïnterpreteerde pixels in een digitaal beeld die mogelijk worden
weergegeven als verkeerd geplaatste of willekeurige, heldere pixels. Ruis treedt
meestal op wanneer foto's worden gemaakt met een hoge gevoeligheid of wanneer
de gevoeligheid automatisch wordt ingesteld op een donkere locatie.
Optische zoom
Dit is een algemene zoomfunctie waarmee beelden kunnen worden vergroot met
een lens en waarmee de beeldkwaliteit niet vermindert.
Kwaliteit
Een uitdrukking van het compressieniveau dat is gebruikt in een digitaal beeld.
Beelden met een hogere kwaliteit hebben een lager compressieniveau, wat meestal
resulteert in grotere bestanden.
Resolutie
Het aantal pixels in een digitaal beeld. Beelden met hoge resolutie bevatten meer
pixels en bevatten meer details dan beelden met lage resolutie.
ISO-waarde
De gevoeligheid van een camera voor licht, gebaseerd op de equivalente
lmsnelheid gebruikt in een lmcamera. Met hogere ISO-waarden gebruikt de
camera een hogere sluitertijd, waardoor vervaging kan worden verminderd die
wordt veroorzaakt door het bewegen van de camera en weinig licht. Beelden met
een hoge gevoeligheid zijn echter veel gevoeliger voor ruis.
JPEG (Joint Photographic Experts Group)
Een lossy-methode van compressie voor digitale beelden. JPEG-beelden worden
gecomprimeerd om de algehele bestandsgrootte te verminderen met minimale
afname van de beeldresolutie.
LCD (Liquid Crystal Display)
Een visuele display die algemeen wordt gebruikt in consumenten elektronica.
Dit display heeft een aparte achtergrondverlichting nodig zoals CCFL of LED, om
kleuren te kunnen reproduceren.
Macro
Met deze functie kunt u close-upfoto's maken van zeer kleine voorwerpen. Als u de
macrofunctie gebruikt, kan de camera goed scherpstellen op kleine voorwerpen
met een verhouding op bijna ware grootte (1:1).
Lichtmeting
De lichtmeting heeft betrekking op de manier waarop een camera de hoeveelheid
licht meet om de belichting in te stellen.
Woordenlijst
Aanvullende informatie
132
Sluitertijd
De sluitertijd is de hoeveelheid tijd die nodig is om de sluiter te openen en te
sluiten. Dit is een belangrijke factor voor de helderheid van een foto, aangezien
hiermee de hoeveelheid licht wordt geregeld die door het diafragma op de
beeldsensor valt. Met een kortere sluitertijd valt er minder licht naar binnen en
wordt de foto donkerder, maar is het ook eenvoudiger om de beweging van het
onderwerp te bevriezen.
Vignetten
Een vermindering van de helderheid of de verzadiging van een beeld bij de randen
in vergelijking met het midden van het beeld. Vignetten kan de aandacht richten op
onderwerpen die in het midden van een beeld zijn geplaatst.
Witbalans (kleurbalans)
Een aanpassing van de intensiteit van kleuren (meestal de primaire kleuren rood,
groen en blauw) in een beeld. Het doel van het aanpassen van de witbalans, of
kleurbalans, is de kleuren van een beeld correct weergeven.
Aanvullende informatie
133
Correcte afvoer van dit product
(inzameling en recycling van elektrische en elektronische
apparatuur)
(Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op het product, de accessoires of het informatiemateriaal duidt erop
dat het product en zijn elektronische accessoires (bv. lader, headset, USB-kabel) niet
met ander huishoudelijk afval verwijderd mogen worden aan het einde van hun
gebruiksduur. Om mogelijke schade aan het milieu of de menselijke gezondheid
door ongecontroleerde afvalverwijdering te voorkomen, moet u deze artikelen van
andere soorten afval scheiden en op een verantwoorde manier recyclen, zodat het
duurzame hergebruik van materiaalbronnen wordt bevorderd.
Huishoudelijke gebruikers moeten contact opnemen met de winkel waar ze dit
product hebben gekocht of met de gemeente waar ze wonen om te vernemen waar
en hoe ze deze artikelen milieuvriendelijk kunnen laten recyclen.
Zakelijke gebruikers moeten contact opnemen met hun leverancier en de algemene
voorwaarden van de koopovereenkomst nalezen. Dit product en zijn elektronische
accessoires mogen niet met ander bedrijfsafval voor verwijdering worden gemengd.
PlanetFirst duidt op het streven van Samsung Electronics naar een
duurzame ontwikkeling en sociale verantwoordelijkheid door middel
van een milieubewuste bedrijfsvoering.
Correcte afvoer van de batterijen in dit product
(Van toepassing in landen waar afval gescheiden wordt ingezameld)
Dit merkteken op de accu, handleiding of verpakking geeft aan dat de accu in dit
product aan het einde van de levensduur niet samen met ander huishoudelijk afval
mag worden weggegooid. De chemische symbolen Hg, Cd of Pb geven aan dat
het kwik-, cadmium- of loodgehalte in de accu hoger is dan de referentieniveaus
in de Richtlijn 2006/66/EC. Indien de gebruikte accu niet op de juiste wijze wordt
behandeld, kunnen deze stoen schadelijk zijn voor de gezondheid van mensen of
het milieu.
Ter bescherming van de natuurlijke hulpbronnen en ter bevordering van het
hergebruik van materialen, verzoeken wij u afgedankte accus en batterijen te
scheiden van andere soorten afval en voor recycling aan te bieden bij het gratis
inzamelingssysteem voor accu’s en batterijen in uw omgeving.
Aanvullende informatie
134
Index
Anynet+ (HDMI-CEC) 107
A/V-poort 15
B
Batterij
Let op 119
Opladen 21
Plaatsen 20
Beeldaanpassing
ACB 93
Contrast
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 78
Helderheid
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 70
Kleurverzadiging
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 78
Rode ogen 94
Scherpte 78
Beeldkwaliteit 57
Beginafbeelding 106
Belichting 70
Bestanden beveiligen 84
Bestanden overbrengen
Mac 98
Windows 100
Bestanden weergeven
Categorie 83
Diashow 88
HDTV 96
Miniaturen 82
Panoramafoto's 87
TV 95
Bestanden wissen 85
C
Cameraonderhoud 112
Cameraspecicaties 125
Contrast
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 78
D
Datum/tijd aanpassen 108
De camera losmaken 97
Diashow 88
Digitale zoom 34
Draaien 91
A
Aansluiten op een computer
Mac 98
Windows 100
ACB (Automatische
contrastverbetering)
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 71
Afdruk 109
AF-geluid 106
AF-hulplamp
Instellingen 109
locatie 15
AF-lamp 109
Afspeelknop 17
Afspeelmodus 81
Afzonderlijke beelden uit een video
opslaan 90
Aanvullende informatie
135
Index
F
Filmmodus 51
Flitser
Anti-rode ogen 61
Auto 61
Invulits 61
Langz sync 61
Rode ogen 61
Uit 61
Formatteren 109
Foto's bewerken 91
Foutmeldingen 111
G
Geheugenkaart
Let op 117
Plaatsen 20
Geluidsinstellingen 32
Gezichten retoucheren 94
Gezichtsdetectie 67
H
Handmatige modus 43
HDMI-formaat 107
HDTV 96
Helderheid
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 70
Helderh. scherm 107
I
i-Launcher 99
Instellingen 108
Intelligent zoomen 35
ISO-waarde 62
K
Kleurverzadiging
Afspeelmodus 93
Opnamemodus 78
Knipperen 68
L
Lichtmeting
Centr. gewogen 72
Multi 72
Spot 72
M
Macro
Auto macro 64
Macro 64
Super Macro 64
Magisch Plus, modus
Filmlter 50
Fotolter 49
Gesplitste opname 48
HDR 47
Opname bij weinig licht 47
Menuknop 17
Miniaturen 82
Modusdraaiknop 17
Modus Panorama 45
Aanvullende informatie
136
Smart lter
Afspeelmodus 92
Opnamemodus voor foto's 49
Video-opnamemodus 50
Smile shot 68
Snel tonen 107
Startscherm 26
Statiefbevestigingspunt 16
Statuslampje 16
T
Taalinstellingen 108
Tijdinstellingen 22
Tijdzone-instellingen 22, 108
Timer
Opnamemodus 58
Timerlampje 15
Type weergave 31
S
Scènemodus 44
Scherm auto. uit 107
Scherpstelgebied
Centrum AF 64
Keuze AF 64
Multi AF 64
Tracking AF 64
Scherpte 78
Serieopnamen
Bracket 76
Continu 75
Vooraf vastleggen 76
Servicecenter 122
Smart Auto-modus 40
POWER button 15
Programmamodus 42
R
REC-knop 15
Reinigen
Camerabody 112
Lens 112
Scherm 112
Resetten 109
Resolutie
Afspeelmodus 91
Opnamemodus 56
Richtlijn 106
Rode ogen
Afspeelmodus 94
Opnamemodus 59
O
Ontspanknop 15
Ontspanknop half indrukken 37
Open bron-licenties 109
Opladen 21
Optionele accessoires 14
Optische beeldstabilisatie (OIS) 36
P
Pictogrammen
Afspeelmodus 81
Opnamemodus 24
Portretten maken
Anti-rode ogen 61
Gezichtsdetectie 67
Knipperen 68
Rode ogen 61
Smile shot 68
Zelfportret 67
Index
Aanvullende informatie
137
U
Uitpakken 14
USB-poort 15
V
Vergroten 86
Video 107
Afspeelmodus 89
Opnamemodus 51
Video's bewerken
Bijsnijden 90
Opnemen 90
W
Witbalans 72
Z
Zelfportret 67
Zoom
Zoomfunctie gebruiken 34
Zoomgeluidinstellingen 79
Zoomknop 16
Index
Raadpleeg voor klantenservice of bij vragen de garantie-informatie
die met het product is meegeleverd of bezoek ons website
www.samsung.com.
130


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Samsung WB2100 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Samsung WB2100 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 24,06 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Samsung WB2100

Samsung WB2100 User Manual - English - 140 pages

Samsung WB2100 User Manual - German - 139 pages

Samsung WB2100 User Manual - French - 141 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info