537673
14
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/212
Next page
/
Gebruikershandleiding
Lees, voordat u dit apparaat in gebruik, neemt de hoofdstukken ‘BELANGRIJKE
VEILIGHEIDSINSTRUCTIES’ (pag. 2), ‘HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER
GEBRUIKEN’ (pag. 3, 4 en 5) en ‘BELANGRIJKE OPMERKINGEN’ (pag. 6, 7 en 8)
zorgvuldig door. Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie betreffende het juiste
gebruik van het apparaat. In aanvulling daarop verdient het aanbeveling om deze
gebruikershandleiding in zijn geheel door te lezen, zodat u een goed beeld krijgt van alle
mogelijkheden, die dit apparaat biedt. Bewaar de gebruikershandleiding om deze later te
kunnen raadplegen.
Copyright © 2004 ROLAND CORPORATION
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze publicatie mag, op welke wijze dan
ook, vermenigvuldigd worden zonder de schriftelijke toestemming van
ROLAND CORPORATION.
2
1
54
CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT OPEN
ATTENTION
: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR
Het symbool van de bliksemflits met pijl, binnen een
gelijkzijdige driehoek, is bedoeld om de gebruiker te
waarschuwen voor de aanwezigheid van niet geïsoleerd,
'gevaarlijk voltage' binnenin het apparaat, dat krachtig
genoeg kan zijn om een elektrische schok bij personen te
veroorzaken.
Het uitroepteken binnen een gelijkzijdige driehoek is
bedoeld om de gebruiker te waarschuwen voor de
aanwezigheid van belangrijke bedienings- en
onderhoudsinstructies.
INSTRUCTIES MET BETREKKING TOT HET RISICO VAN BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK
OF VERWONDINGEN AAN PERSONEN.
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
BEWAAR DEZE INSTRUCTIES
WAARSCHUWING: VERWIJDER HET DEKSEL (OF DE
ACHTERKANT) NIET, OM HET RISICO OP EEN ELEKTRISCHE
SCHOK TE REDUCEREN. BINNENIN BEVINDEN ZICH GEEN
ONDERDELEN DIE DOOR DE GEBRUIKER ONDERHOUDEN
KUNNEN WORDEN. LAAT HET ONDERHOUD AAN ERKEND
PERSONEEL OVER
WAARSCHUWING Tijdens het gebruik van elektrische producten moeten de voorzorgsmaatregelen altijd opgevolgd worden,
inclusief de volgende:
1. Lees deze instructies.
2. Bewaar deze instructies.
3. Neem alle waarschuwingen serieus.
4. Volg alle instructies.
5. Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
6. Maak dit apparaat alleen met een droge doek schoon.
7. De ventilatie openingen mogen niet geblokkeerd worden.
Installeer in overeenstemming met de instructies van de
fabrikant.
8. Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen,
zoals radiatoren, kachelschuiven, kachels of andere
apparaten (inclusief versterkers), die warmte produceren.
9.
Bescherm het netsnoer, zodat er niet overheen gelopen kan
worden. Zorg dat het snoer, in het bijzonder bij de stekkers,
stopcontactdozen en op het punt, waar zij uit het apparaat
komen, niet gedraaid of in elkaar gedrukt wordt.
10. Gebruik alleen door de fabrikant gespecificeerde
aanhangsels of accessoires.
11. Gebruik het apparaat met een door de fabrikant
gespecificeerde of bij het apparaat
geleverde kar, standaard, statief, console
of tafel. Voorzichtigheid is geboden
tijdens het verplaatsen van de kar/
apparaat combinatie, zodat deze niet kan
omvallen en daardoor stuk gaat.
12. Tijdens onweer of wanneer het apparaat
gedurende een langere periode niet gebruikt zal worden,
haalt u de stekker uit het stopcontact.
13. Laat al het onderhoud aan erkend onderhoudspersoneel
over. Onderhoud is vereist, wanneer het apparaat op
enigerlei wijze beschadigd is, bijvoorbeeld als het netsnoer
of de stekker beschadigd is, er vloeistof of objecten in het
apparaat terecht zijn gekomen, als het apparaat aan regen
of vochtigheid heeft blootgestaan, niet normaal functioneert
of is gevallen.
3
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN
001
Lees, voordat u dit apparaat in gebruik neemt,
zowel onderstaande instructies als de gebruikers-
handleiding.
..........................................................................................................
002a
Open het apparaat niet, en breng er geen interne
modificaties in aan.
..........................................................................................................
003
Probeer niet zelf, het apparaat te repareren of
onderdelen ervan te vervangen (behalve wanneer
deze gebruikershandleiding u duidelijk instructie
geeft om dat te doen). Laat reparatie en onder-
houd over aan uw leverancier, het dichtstbijzijnde
Roland Service Center of een erkende Roland-distribu-
teur (zie de adressenlijst op de ‘Informatie’-pagina).
..........................................................................................................
004
Het apparaat nooit gebruiken of opbergen op
plaatsen die:
Aan extreme temperaturen onderhevig zijn
(bijv. in de felle zon in een afgesloten voertuig,
bij een warmtebron of bovenop apparatuur die
warmte genereert), of die
Vochtig zijn (bijv. in badkamers en wasruimten
of op natte vloeren), of die
Aan regen of andere neerslag blootgesteld zijn,
of die
Stoffig zijn, of die
Aan hoge trillingsfrequenties onderhevig zijn.
..........................................................................................................
Add
Wanneer u de piano installeert, zorg er dan voor,
dat u het zwenkwiel vast zet door er het meegele-
verde kapje omheen te doen.
..........................................................................................................
007
Zorg, dat u het apparaat zodanig plaatst, dat het
waterpas staat en stabiel blijft. Plaats het nooit op
standaards die kunnen wiebelen of op hellende
vlakken.
..........................................................................................................
008a
Sluit het apparaat alleen aan op een spannings-
bron van het in de gebruikershandleiding of op de
achterzijde van het apparaat vermelde type.
..........................................................................................................
008e
Gebruik alleen het netsnoer, dat aan het apparaat
bevestigd is.
..........................................................................................................
009
Buig of draai het netsnoer niet overmatig en zet er
geen zware voorwerpen op. Dit kan leiden tot
beschadiging van het snoer, waardoor delen
kunnen afbreken of kortsluiting kan ontstaan.
Beschadiging van snoeren kan brand en elek-
trische schokken veroorzaken!
..........................................................................................................
010
Dit apparaat kan – alleen of in combinatie met een
versterker en een koptelefoon of luidsprekers –
geluidsniveaus produceren die permanente
gehoorbeschadiging zouden kunnen ver-
oorzaken. Zet het apparaat niet lange tijd achter
elkaar op een hoog of onprettig volume. Indien u
merkt dat u slechter gaat horen of een piepend
geluid in uw oren hoort, dient u het apparaat
direct uit te zetten en een dokter te raadplegen.
..........................................................................................................
011
Zorg ervoor, dat er geen voorwerpen (zoals
brandbaar materiaal, munten of spelden) of vloe-
istoffen (water, frisdrank, enz.) in het apparaat
terechtkomen.
..........................................................................................................
HET
APPARAAT
OP
EEN
VEILIGE
MANIER
GEBRUIKEN
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van letsel of materiële schade,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
* Materiële schade verwijst naar schade
of andere ongunstige effecten, die ten
aanzien van het huis en al het
aanwezige meubilair, en tevens aan
huisdieren kunnen optreden.
Wordt gebruikt bij instructies, waarbij
de gebruiker attent gemaakt wordt op
het risico van overlijden of zwaar letsel,
wanneer het apparaat niet op juiste
wijze gebruikt wordt.
Het wijst de gebruiker op onderdelen, die verwijderd
moeten worden. De specifieke handeling, die uitgevoerd
moet worden, wordt door het symbool binnen de cirkel
aangegeven. Het symbool, dat zich in dit geval aan de
linkerkant bevindt, geeft aan dat het netsnoer uit de
daarvoor bestemde aansluiting getrokken moet worden.
Het symbool wijst de gebruiker op belangrijke
instructies of waarschuwingen. De specifieke betekenis
van het symbool wordt bepaald door het teken, dat zich
binnen de driehoek bevindt. Het symbool, dat zich in dit
geval aan de linkerkant bevindt, betekent dat dit teken
voor algemene voorzorgsmaatregelen, waarschuwingen,
of aanduidingen van gevaar wordt gebruikt.
Het symbool wijst de gebruiker op onderdelen, die
nooit verplaatst mogen worden (verboden). De
specifieke handeling, die niet uitgevoerd mag worden,
wordt aangegeven door het symbool, dat zich binnen
de cirkel bevindt. Het symbool, dat zich in dit geval aan
de linkerkant bevindt, betekent dat het apparaat nooit
uit elkaar gehaald mag worden.
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN
INSTRUCTIES OM BRAND, ELEKTRISCHE SCHOK OF LICHAMELIJK LETSEL TE VOORKOMEN
Over
WAARSCHUWING en
VOORZICHTIG opmerkingen
Over de symbolen
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
NEEM ALTIJD HET VOLGENDE IN ACHT
WAARSCHUWING
WAARSCHUWING
4
012a:***
Schakel onmiddellijk de stroom uit, haal de
stekker uit het stopcontact en breng het apparaat
naar uw leverancier, het dichtstbijzijnde Roland
Service Center of een erkende Roland-distri-
buteur (zie de adressenlijst op de ‘Informatie’-
pagina) indien:
De stekker of het netsnoer beschadigd is
geraakt, of
Er rook of een ongewone geur is ontstaan;
Er voorwerpen of vloeistoffen in het apparaat
zijn terechtgekomen, of
Het apparaat is blootgesteld aan regen of op
andere wijze nat is geworden, of
Het apparaat niet normaal lijkt te functioneren
of er een verandering in de werking ervan is
opgetreden, of
Er foutmeldingen (Error. 61, Error.62) zijn
verschenen.
..........................................................................................................
013
In huishoudens met kleine kinderen moet een
volwassene toezicht houden, totdat het kind in
staat is om alle regels die essentieel zijn voor een
veilige bediening van het apparaat op te volgen.
..........................................................................................................
014
Bescherm het apparaat tegen zware schokken.
(Laat het niet vallen!)
..........................................................................................................
015
Steek de stekker van het apparaat niet in een stop-
contact, waarop al een buitensporig aantal andere
apparaten is aangesloten. Wees vooral voor-
zichtig met het gebruik van verlengsnoeren: het
totale stroomgebruik van alle erop aangesloten
apparaten mag nooit groter zijn dan het aantal
Watts/Ampères waarvoor het verlengsnoer
geschikt is. Door overbelasting van het snoer kan
de isolatie ervan verhit raken en uiteindelijk zelfs
smelten.
..........................................................................................................
016
Neem, voordat u dit apparaat in het buitenland
gaat gebruiken, contact op met uw leverancier, het
dichtstbijzijnde Roland Service Center of een
erkende Roland-distributeur (zie de adressenlijst
op de ‘Informatie’-pagina).
..........................................................................................................
019
Batterijen moeten nooit opgeladen, verwarmd, uit
elkaar gehaald of in vuur of water gegooid
worden.
..........................................................................................................
023
Speel een CD-ROM niet af op een conventionele
audio-CD speler. Het daardoor geproduceerde
geluidsniveau kan van dien aard zijn, dat
blijvende gehoorbeschadiging optreedt. Tevens
kan het schade toebrengen aan luidsprekers of
andere systeemcomponenten.
..........................................................................................................
Add
Zorg ervoor, dat u de toetsen niet aanraakt, terwijl
het automatische klavier in werking is, daar u zo
uw vingers kunt bezeren of schade aan het klavier
kunt toebrengen.
..........................................................................................................
101a
Het apparaat dient zodanig geplaatst te zijn, dat
het voldoende ventilatieruimte heeft.
..........................................................................................................
102b
Pak altijd de stekker zélf vast, wanneer u die op
dit apparaat of op het stopcontact wilt aansluiten,
of wanneer u de stekker eruit wilt halen. Trek
nooit aan het netsnoer!
..........................................................................................................
103a:
Ophopingen van stof tussen de stekker en het
stopcontact kunnen tot verminderde isolatie
leiden en brand veroorzaken. Verwijder zulk stof
op gezette tijden met een droge doek. Haal de
stekker ook uit het stopcontact, wanneer u het
apparaat langere tijd niet gebruikt.
..........................................................................................................
104
Probeer te voorkomen, dat snoeren en kabels
verwikkeld raken. Bovendien moeten alle snoeren
en kabels buiten het bereik van kinderen
gehouden worden.
..........................................................................................................
106
Ga nooit op het apparaat staan, en zet er ook geen
zware voorwerpen op.
..........................................................................................................
107b
Raak de stekker of het snoer nooit met natte
handen aan, wanneer u deze in het stopcontact of
in dit apparaat wilt steken of eruit wilt halen.
..........................................................................................................
108a
Wanneer u het apparaat wilt verplaatsen, haal dan
eerst de stekker uit het stopcontact.
..........................................................................................................
108c
Koppel alle kabels los, waarmee het apparaat met
andere apparatuur is verbonden.
..........................................................................................................
109a
Voordat het apparaat gereinigd wordt, dient eerst
de spanning uitgeschakeld en de stekker uit het
stopcontact gehaald te worden. (p. 20).
..........................................................................................................
110a
Wanneer in uw omgeving onweer verwacht
wordt, haal dan de stekker uit het stopcontact.
..........................................................................................................
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
5
111: Selection
Wanneer batterijen op de verkeerde manier
gebruikt worden, kunnen ze exploderen of lekken
en schade of verwondingen veroorzaken. Lees in
het belang van de veiligheid de onderstaande
voorzorgsmaatregelen en pas ze ook toe:
Volg de installatie-instructies voor batterijen
nauwgezet op en zorg er voor dat u de juiste
polariteit gebruikt.
Vermijd het gebruik van nieuwe batterijen
samen met gebruikte batterijen. Vermijd ook
het door elkaar gebruiken van verschillende
typen batterijen.
Verwijder de batterijen, wanneer het apparaat
gedurende langere tijd niet gebruikt wordt.
Indien een batterij heeft gelekt, gebruik dan een
zachte doek of een stuk keukenpapier om alle
resten van de batterijvloeistof uit het batterijen-
compartiment te verwijderen. Installeer daarna
nieuwe batterijen. Zorg er om huidinfecties te
voorkomen voor dat de batterijvloeistof niet in
contact komt met de handen of met de huid. Ga
met de grootste voorzichtigheid te werk, zodat
er geen batterijvloeistof in uw ogen komt.
Mocht dit toch gebeuren, spoel het oog dan met
veel stromend water.
Bewaar batterijen nooit samen met metalen
voorwerpen als balpennen, halskettingen, haar-
spelden, etc.
..........................................................................................................
112
Gebruikte batterijen moeten bij het chemisch afval
gedaan worden. Let daarbij op de regels, die daar-
voor in uw woonplaats gelden.
..........................................................................................................
116
Wees voorzichtig, wanneer u het deksel open of
dicht doet, om te voorkomen dat uw vingers
bekneld raken (zie pag. 20). Het is raadzaam, dat
een volwassene toezicht houdt, wanneer kleine kinderen
het apparaat gebruiken.
..........................................................................................................
118
Indien u schroeven en kabelklemmen verwijdert,
dient u die buiten bereik van kinderen te bewaren
om te voorkomen, dat zij die per ongeluk
inslikken.
..........................................................................................................
VOORZICHTIG
6
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
291b
Naast de zaken die onder ‘BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES’ en ‘HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER
GEBRUIKEN’ (pag. 2, 3, 4 en 5) worden genoemd, verdient het aanbeveling om het volgende te lezen en in acht te nemen:
Stroomvoorziening
Gebruik dit apparaat niet op hetzelfde stroomcircuit als
apparaten, die lijnruis veroorzaken (zoals een elektro-
motor of een variabel verlichtingssysteem).
Bij het apparaat wordt een batterij meegeleverd. De
levensduur van deze batterij kan beperkt zijn, maar het
belangrijkste doel van deze batterij is om het testen
mogelijk te maken.
Wanneer u dit apparaat op andere apparatuur wilt
aansluiten, schakel dan eerst de spanning van alle
apparatuur uit. Dit helpt storingen en/of schade aan
luidsprekers of andere apparatuur voorkomen.
Plaatsing
Wanneer het apparaat vlakbij versterkers wordt gebruikt
(of in de buurt van andere apparatuur, waarin grote
spanningsomvormers zijn ingebouwd), kan dit een
brommend geluid veroorzaken. Om dit probleem te
verminderen, kunt u dit apparaat een andere richting uit
zetten of het verder bij de bron van storing vandaan
plaatsen.
Dit apparaat kan de ontvangst van radio of televisie
verstoren. Gebruik het apparaat niet in de nabijheid van
dit soort ontvangers.
Het gebruik van draadloze communicatiemiddelen, zoals
mobiele telefoons, in de buurt van dit apparaat kan ruis
veroorzaken. Dit geluid kan optreden bij het aannemen of
beginnen van een gesprek, maar ook tijdens het gesprek.
Wanneer er zulke problemen optreden, plaats de
draadloze apparatuur dan verder bij dit apparaat vandaan
of schakel deze uit.
Wanneer u de diskdrive van dit apparaat gebruikt, dient u
het volgende in acht te nemen. Zie voor verdere details
‘Voordat u floppydisks gaat gebruiken’ (pag. 7).
Plaats het apparaat niet vlakbij apparatuur, die een
sterk magnetisch veld veroorzaakt (bijv. luidsprekers).
Installeer het apparaat op een stevige, vlakke onder-
grond.
Verplaats het apparaat niet en stel het ook niet bloot
aan trillingen, terwijl de diskdrive in werking is.
Stel het apparaat niet bloot aan fel zonlicht, plaats het niet
in de buurt van apparaten die warmte verspreiden, laat
het niet in een afgesloten voertuig achter en stel het ook
niet op andere wijze bloot aan extreme temperaturen. Laat
lichtbronnen, die normaal dicht in de buurt van het
apparaat gebruikt worden (bijv. pianoverlichting) en
spotjes, niet langdurig op hetzelfde deel van het apparaat
schijnen. Door overmatige hitte kan het apparaat
vervormd raken of verkleuren.
Wanneer het apparaat wordt verplaatst naar een locatie,
waar de temperatuur en/of de luchtvochtigheid anders is,
kunnen zich binnenin het apparaat waterdruppels
(condens) vormen. Indien u probeert, het apparaat in deze
toestand te gebruiken, kan er schade of storing ontstaan.
Daarom moet u het apparaat voordat u het gaat gebruiken
enkele uren in de nieuwe omgeving laten staan, totdat de
condens volledig is verdampt.
Laat niet lange tijd rubber, vinyl of soortgelijke materialen
op het apparaat liggen. Zulke voorwerpen kunnen de
afwerkingslaag van het apparaat doen verkleuren of op
andere wijze beschadigen.
Plaats niets dat water bevat (bijv. bloemenvazen) op dit
apparaat. Vermijd ook het gebruik van insecticiden,
parfums, alcohol, nagellak, spuitbussen etc. in de buurt
van het apparaat. Neem vloeistoffen die op het apparaat
gemorst worden snel af met een droge, zachte doek.
Laat geen voorwerpen op de toetsen liggen of staan. Dit
kan storingen tot gevolg hebben, bijv. in de vorm van
toetsen, die geen geluid meer geven.
Plak geen stickers, plakplaatjes of soortgelijke materialen
op dit instrument. Het weer verwijderen ervan kan de
afwerkingslaag beschadigen.
Onderhoud
Gezien het feit dat uw piano een gepolitoerde afwer-
kingslaag heeft die net zo delicaat is als de afwerking van
verfijnde handgemaakte meubelen, heeft deze regelmatig
en zorgvuldig onderhoud nodig. Hier volgen enkele
belangrijke suggesties betreffende de juiste zorg voor het
apparaat:
Gebruik voor het afstoffen een zachte, schone doek
en/of een plumeau, die gebruikt kan worden voor de
piano. Veeg hier heel voorzichtig mee. Wanneer er bij
het vegen teveel kracht wordt gebruikt, kan het
kleinste korreltje zand of gruis krassen op het
oppervlak veroorzaken.
Indien het oppervlak van de kast zijn glans verliest,
wrijf het dan grondig maar voorzichtig met een zachte
doek die is bevochtigd met een beetje van de juiste
poetsvloeistof.
Gebruik geen reinigings- of (af)wasmiddelen, daar
deze het oppervlak van de kast kunnen beschadigen
en scheurtjes kunnen veroorzaken. Gebruik ook geen
stofdoeken, die chemische middelen bevatten.
402
Gebruik als reinigingsmiddel nooit benzine, verdunners,
alcohol of oplosmiddelen. Gebruik van deze middelen
kan verkleuring en/of vervorming van het materiaal tot
gevolg hebben.
Reparaties en bestanden
Wees ervan bewust, dat alle bestanden, die in het
geheugen van het apparaat zijn opgeslagen, verloren
kunnen gaan, wanneer u het apparaat opstuurt voor
reparatie. Van bestanden dient u altijd een back-up te
maken op een floppy disk of op papier (indien mogelijk).
Bij reparaties wordt altijd geprobeerd om het verlies van
bestanden te voorkomen. Helaas moeten wij echter
vermelden, dat het in sommige gevallen (bijv. wanneer
printplaten, die met het geheugen zelf te maken hebben,
defect zijn) wellicht niet mogelijk is om de bestanden te
herstellen, en dat Roland zich niet aansprakelijk stelt voor
een dergelijk verlies van bestanden.
7
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
Automatisch klavier
Terwijl het automatische klavier in werking is, moet u
vermijden dat u iets doet dat de beweging van de toetsen
zou kunnen belemmeren, zoals overmatige kracht uitoe-
fenen om een toets in te drukken of proberen, een
ingedrukte toets omhoog te duwen. Dit kan namelijk
storingen veroorzaken.
Aanvullende
voorzorgsmaatregelen
Wees erop bedacht, dat de inhoud van het geheugen door
storingen of door onjuist gebruik van het apparaat onher-
stelbaar verloren kan gaan. Om het risico van verlies van
belangrijke bestanden uit te sluiten, raden wij u aan om
regelmatig een back-up te maken van belangrijke
bestanden, die u in het geheugen van het apparaat heeft
staan, en deze op een floppydisk op te slaan.
Helaas bestaat de kans dat de inhoud van bestanden, die
op een floppydisk zijn opgeslagen, niet meer teruggehaald
kan worden wanneer u die eenmaal kwijt bent. Roland
Corporation stelt zich niet aansprakelijk voor dit soort
dataverlies.
Behandel de knoppen, schuiven en andere regelaars van
dit apparaat met gepaste voorzichtigheid. Dit geldt ook
voor het gebruik van de stekkers en aansluitingen. Een
ruwe behandeling kan tot storingen leiden.
Sla nooit op het scherm en oefen er nooit sterke druk op
uit.
Bij het aansluiten en loskoppelen van de kabels altijd de
stekker vasthouden en niet de kabel zelf. Op deze manier
voorkomt u het ontstaan van kortsluiting of van schade
aan de interne kabelelementen.
Bij normaal gebruik van het apparaat straalt het in
beperkte mate warmte uit.
Probeer, om te vermijden dat u uw buren stoort, het
volume van het apparaat op een redelijk niveau te
houden. Wellicht geeft u er de voorkeur aan om een
koptelefoon te gebruiken, zodat u de mensen om u heen
niet kunt storen (vooral ’s avonds laat en ’s nachts).
Dit instrument is erop ontworpen om de bijgeluiden bij
het spelen zoveel mogelijk te beperken. Omdat geluids-
golven sterker door vloeren en muren heen dringen dan u
wellicht verwacht, dient u ervoor te zorgen dat dit geluid
uw buren niet tot last wordt, vooral wanneer u ’s avonds
of ’s nachts speelt; gebruik dan een koptelefoon.
Verpak het apparaat, wanneer u het moet vervoeren, in
schokwerend materiaal. Wanneer u het apparaat zonder
dit materiaal vervoert, kan het gekrast of beschadigd
raken, wat tot storingen kan leiden.
Trek de muzieksteun niet te ver naar voren, wanneer u de
steuntjes ervan vastzet/losmaakt.
Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal (EV-5; dit
wordt apart verkocht). Door andere expressiepedalen aan
te sluiten, riskeert u het ontstaan van storingen/schade
aan het apparaat.
Gebruik een kabel van Roland om het apparaat aan te
sluiten. Indien u een ander merk verbindingskabel
gebruikt, lees dan het volgende punt.
Sommige verbindingskabels bevatten weerstanden.
Gebruik zulke kabels niet om dit apparaat aan te sluiten.
Het gebruik van dat soort kabels kan ervoor zorgen dat
het geluidsniveau erg laag wordt, of zelfs onhoorbaar.
Neem voor informatie over de specificaties van uw eigen
kabels contact op met de fabrikant ervan.
Voordat u floppydisks gaat
gebruiken
Omgaan met de diskdrive
Installeer het apparaat op een stevige, vlakke ondergrond
in een omgeving die vrij is van trillingen. Indien het
apparaat schuin geïnstalleerd moet worden, zorg er dan
voor dan de installatie het toelaatbare bereik van naar
boven, 0˚ en naar onderen, 0˚ niet te buiten gaat.
Vermijd gebruik van het apparaat direct nadat het is
verplaatst naar een plek met een vochtigheidsgraad, die
aanzienlijk verschilt van die op de vorige locatie. Snelle
veranderingen van omgeving kunnen condensvorming in
het apparaat tot gevolg hebben, wat de werking van de
drive negatief beïnvloedt en beschadiging van floppy-
disks tot gevolg kan hebben. Wanneer het apparaat is
verplaatst, laat het dan enkele uren acclimatiseren in de
nieuwe omgeving, voordat u het weer in gebruik neemt.
Om een disk in het apparaat te plaatsen, drukt u deze
voorzichtig maar stevig in de drive. Hij klikt dan vanzelf
op zijn plaats. Om een disk uit de drive te halen, drukt u
stevig op de EJECT-knop. Gebruik geen overmatige
kracht om een disk die in de drive zit eruit te halen.
Probeer niet om de disk uit de drive te halen, terwijl deze
gelezen wordt of, terwijl er gegevens op weggeschreven
worden. Hierdoor kan nl. het magnetische oppervlak van
de disk beschadigd worden, waardoor de disk
onbruikbaar wordt. (Het indicatielampje van de diskdrive
brandt helder, terwijl de drive gegevens leest of
wegschrijft. In andere gevallen brandt het lampje minder
helder of is het uit.)
Haal floppydisks altijd uit de diskdrive, voordat u dit
apparaat in- of uitschakelt.
Om schade aan de koppen van de diskdrive te
voorkomen, dient u de floppydisk er altijd horizontaal in
te steken (dus niet scheef, in welke richting dan ook).
Druk de floppydisk er stevig, maar voorzichtig in.
Gebruik nooit overmatig veel kracht.
Om het risico van storingen en/of beschadiging van het
apparaat te vermijden, dient u alleen maar floppydisks in
de diskdrive te gebruiken. Doe nooit een ander soort disk
in het apparaat. Voorkom dat paperclips, munten of
andere vreemde voorwerpen in de diskdrive terecht-
komen.
Omgaan met floppydisks
Floppydisks bevatten een kunststof schijf met een dun
laagje magnetisch opslagmateriaal. Er is microscopische
precisie voor nodig om de opslag van grote hoeveelheden
gegevens op zo’n klein oppervlak mogelijk te maken. Volg
de hier vermelde instructies op om de floppydisks in
onbeschadigde toestand te houden.
Raak het magnetische materiaal binnenin de disk nooit
8
BELANGRIJKE OPMERKINGEN
aan.
Gebruik of bewaar floppydisks niet in een vuile of
stoffige omgeving.
Stel floppydisks niet bloot aan extreme temperaturen
(bijv. in fel zonlicht in een gesloten voertuig). De
aanbevolen temperatuur is tussen 0 en 50•C.
Stel floppydisks niet bloot aan sterke magnetische
velden, zoals die bijvoorbeeld door luidsprekers
worden veroorzaakt.
652
Floppydisks hebben een beschermingslabel tegen
overschrijven, dat de disk kan beschermen tegen het per
ongeluk wissen van gegevens. Het is aan te bevelen om
het label in de ‘Bescherming’-stand te houden en deze
alleen in de ‘Beschrijven’-stand te zetten, wanneer u
nieuwe gegevens op de disk wilt wegschrijven.
653
De identificatiesticker moet goed op de disk vastgeplakt
zijn. Wanneer de sticker los raakt, terwijl de disk in de
drive zit, kan het moeilijk worden om de disk er weer uit
te krijgen.
Bewaar alle disks op een veilige plaats om beschadiging
ervan te voorkomen en om ze te beschermen tegen stof,
vuil en andere risico’s. Indien u een vuile of stoffige disk
gebruikt, riskeert u beschadiging van de disk en storing
van de diskdrive.
Disks, die uitvoeringsgegevens voor dit apparaat
bevatten, moeten altijd worden afgesloten (het bescher-
mingslabel moet dan in de ‘Bescherming’-stand
geschoven zijn) voordat u ze in de drive van een ander
apparaat (behalve de PR-300 of een apparaat uit de HP-G-,
MT-, KR- of Atelierserie) of in de drive van een computer
steekt. Treft u deze voorzorgsmaatregel niet (dus laat u
het beschermingslabel in de ‘Beschrijven’-stand), dan
loopt u bij het uitvoeren van alle mogelijke werkzaam-
heden op het andere apparaat waarbij de diskdrive is
betrokken (bijv. het bekijken van de inhoud van de disk of
het laden van gegevens) het risico dat de disk onleesbaar
wordt gemaakt door de diskdrive van dat apparaat.
Voordat u CD’s gaat gebruiken
Omgaan met de CD Drive
Add
Vermijd gebruik van de CD-speler direct, nadat deze is
verplaatst naar een plek met een vochtigheidsgraad die
aanzienlijk verschilt van die op de vorige locatie. Snelle
veranderingen van omgeving kunnen condensvorming in
het apparaat tot gevolg hebben, wat de werking van de
drive negatief beïnvloedt en beschadiging van CD’s tot
gevolg kan hebben. Wanneer het apparaat is verplaatst,
laat het dan enkele uren acclimatiseren in de nieuwe
omgeving, voordat u het weer in gebruik neemt.
Haal CD’s altijd uit de CD-speler, voordat u dit apparaat
in- of uitschakelt.
Om het risico van storingen en/of beschadiging van het
apparaat te vermijden, dient u alleen maar CD’s in de CD-
speler te gebruiken. Plaats nooit een ander soort disk in
het apparaat. Voorkom dat paperclips, munten of andere
vreemde voorwerpen in de CD-speler terechtkomen.
Stel de CD-speler, terwijl deze in gebruik is niet bloot aan
trillingen of schokken en verplaats het apparaat niet,
terwijl de spanning is ingeschakeld.
De CD-lade heeft een stofafstotende constructie. Gebruik
geen CD-ladereinigers of dergelijke schoonmaakmid-
delen. Deze kunnen de CD-lade beschadigen.
Omgaan met CD’s
Volg bij het omgaan met CD’s de volgende aanwijzingen
op:
Raak de opnamezijde van CD’s niet aan.
Gebruik CD’s niet in stoffige omgevingen.
Stel CD’s niet bloot aan fel zonlicht en laat ze niet in
een gesloten voertuig achter.
Zorg ervoor dat u de glanzende onderkant van de CD (het
gecodeerde oppervlak) niet aanraakt of krast. Beschadigde
of vuile CD-ROMs worden wellicht niet goed gelezen.
Houd uw CD’s schoon met een in de winkel verkrijgbare
CD-reiniger.
Bewaar uw CD’s altijd in de bijbehorende doosjes.
Laat een CD niet gedurende lange tijd in de CD-speler
zitten.
Plak geen sticker op het label van de CD.
Veeg CD’s bij het reinigen met een zachte, droge doek
haaks op de richting van de groeven van binnen naar
buiten. Veeg niet met de groeven mee.
Gebruik geen benzine, grammofoonplaten reinigings-
spray of oplosmiddelen.
Buig CD’s niet. Dit kan tot gevolg hebben dat ze niet meer
goed gelezen of beschreven kunnen worden; tevens kan
het andere storingen tot gevolg hebben.
203
* GS ( ) is een gedeponeerd handelsmerk van Roland
Corporation.
* XG lite ( ) is een gedeponeerd handelsmerk van
Yamaha Corporation.
207
* Apple en Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken
van Apple Computer, Inc.
207
* IBM en IBM PC zijn gedeponeerde handelsmerken van
International Business Machines Corporation.
207
* Alle in dit document genoemde productnamen zijn
handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van hun
respectieve eigenaars.
Achterkant van de disk
Beschrijven
(het is mogelijk om
op de disk te schrijven)
Bescherming
(voorkomt dat er op de
disk wordt geschreven)
Beschermingslabel
9
Inleiding
Gefeliciteerd met uw keuze voor de Roland KR Intelligente Piano.
De KR Intelligente Piano maakt het niet alleen mogelijk om authentieke piano-
uitvoeringen na te bootsen, maar biedt daarnaast ook eenvoudig te gebruiken
automatische begeleiding en talloze andere handige functies. Neemt u alstublieft even
de tijd om deze handleiding in zijn geheel door te lezen, zodat u nog jarenlang van de
betrouwbare prestaties van uw Intelligent Piano kunt genieten.
Belangrijkste kenmerken
Pianoklanken met volle resonantie en een zeer breed
expressiebereik
De in stereo samplende geluidsgenerator van de piano reproduceert zelfs heel realistisch
het geluid van de hamers die de snaren raken, waardoor deze piano het geluid geeft van
een concertvleugel van topkwaliteit.
De maximale polyfonie van 128 noten zorgt ervoor, dat u het pedaal vrijelijk kunt
gebruiken zonder noten tekort te komen.
De KR heeft een nieuw luidsprekersysteem, het ‘grand piano presence system’ (een
systeem dat een klank geeft alsof er daadwerkelijk een vleugel aanwezig is), om klanken
met diepte en een natuurlijk klinkend ruimtelijk geluid te geven.
Het toetsengevoel van de vleugel wordt nagestreefd
Deze instrumenten hebben een klavier met een progressieve hamerbeweging, die
reageert als de aanslag van een vleugel, met een zwaardere aanslag in het lagere register
en een lichtere aanslag in het hogere register. Daarbij wordt zelfs de kenmerkende ‘klik’
die u voelt, wanneer u een toets op een vleugel aanslaat, getrouw gesimuleerd (het
échappement).
Gemakkelijk resultaat verkrijgen met de belangrijkste
knoppen
U kunt songs spelen, partituren op het scherm brengen, automatische begeleiding
instellen, geluidssoorten selecteren en andere hoofdfuncties van de KR eenvoudig
uitvoeren door de belangrijkste knoppen in te drukken, die zich aan beide zijden van het
scherm bevinden.
Met de knop [Music Assistant] kunt u een song die u wilt spelen selecteren,
instellingen voor de automatische begeleiding die bij die song passen oproepen en,
terwijl u naar de akkoorden op de partituur kijkt, het stuk uitvoeren met toegevoegde
begeleiding.
Dankzij de knop [Select Various Tones] die wordt gebruikt om geadviseerde geluiden
te kiezen uit de meer dan 600 voorgeprogrammeerde geluidssoorten, de [Song Stylist]-
knop die het u mogelijk maakt om een veelheid aan arrangementen van de
voorgeprogrammeerde populaire songs te beluisteren en ze om te vormen naar rock,
jazz of andere muziekstijlen, en de [Session Partner]-knop, waarmee u de akkoorden
en het ritme aan de achtergrondgroep overlaat en waardoor uw uitvoeringen klinken als
een groepsgebeuren, kunt u de KR met plezier op vele creatieve manieren bespelen.
10
Inleiding
Een gamma aan ondersteunende functies om uw muzikale
talenten verder te ontwikkelen
U kunt ‘DigiScore’ gebruiken om aan te geven, welke informatie u op het notatiescherm
wilt zien, zoals noten, vingerzetting en zelfs een stuiterbal die het ritme aangeeft voor de
huidige uitvoering. U kunt specifieke delen laten herhalen, waardoor u deze delen zo
vaak als u wilt kunt oefenen. U kunt beide handen apart afspelen en opnemen of
profiteren van een groot aantal andere handige oefenhulpen, die alleen digitale piano’s
hebben.
Andere bruikbare oefenhulpen zijn bijvoorbeeld het ‘Herhaal’-pedaal dat u kunt
indrukken om de uitvoering te stoppen en terug te gaan, wanneer u en probleem heeft
bij het spelen van een bepaald onderdeel, en ‘Raak de noot aan’, een functie die u laat
horen hoe een noot klinkt, wanneer u deze noot op het scherm aanraakt.
Functies, die speciaal voor jonge kinderen zijn ontwikkeld, zijn o.a. ‘Wonderland’, waar
kinderen zich kunnen vermaken met het aanraken van een hele verzameling
muziekinstrumenten, en de ‘Game’, een functie die op een speelse manier hun gehoor
traint en hun luistervaardigheid helpt ontwikkelen.
Aansluiting voor vertoning van vergrote partituren en
teksten
De KR heeft een ingebouwde aansluiting voor externe schermen.
Door de partituren en teksten op een groter scherm te vertonen, kan iedereen die in uw
groep speelt alles duidelijk zien.
‘Superior Player’ pianofunctie (alleen bij instrumenten, die
met ‘Moving Key’-functie zijn uitgerust)
De KR heeft een automatische ‘Moving Key’-functie, die de toetsen beweegt, terwijl er
songs worden afgespeeld. Gebruik de CD-speler om de meegeleverde CD en CD’s voor
automatisch spelende piano’s af te spelen (de CD-speler speelt ook audio-CD’s). U kunt
ook een extern scherm aansluiten voor een uitgebreidere blik op uw werk, en u kunt de
afstandsbediening gebruiken om songs te selecteren, te starten en te stoppen.
Het instrument aansluiten op externe luidsprekers voor een
concertzaaleffect
Sluit externe luidsprekers, versterkers of andere apparatuur op de KR aan. Laat dan de
galm of de begeleiding dor de externe luidspreker klinken. U krijgt het gevoel alsof u
door een orkest omringd wordt.
Kleurenscherm vereenvoudigt de bediening
Het kleurenscherm van de KR maakt het kijken makkelijker. Het functioneert ook als een
touch-screen, waardoor u taken kunt uitvoeren door simpelweg het scherm aan te raken.
11
Inleiding
Het gebruik van deze handleiding
De gebruikershandleiding van de KR bestaat uit twee delen: Snelle start en de
Gebruikershandleiding.
Begint met het lezen van ‘Voordat u begint te spelen’ (pag. 18) in de
Gebruikershandleiding (dit deel). Hier wordt uitgelegd, hoe u het snoer van de KR
moet aansluiten en hoe u het instrument inschakelt.
Gaat u nadat u de KR heeft ingeschakeld door met het lezen van Snelle start.
Door de verschillende procedures uit te proberen, terwijl u Snelle start leest, leert u op
een eenvoudige manier hoe u de KR kunt bespelen en hoe u de belangrijkste functies
kunt gebruiken (vooral de procedures, waarbij de belangrijkste knoppen zijn
betrokken).
De Gebruikershandleiding beschrijft procedures die u zullen helpen om de vele
uitvoeringsfuncties van de KR onder de knie te krijgen, van de basis van de bediening
tot aan procedures voor speciale toepassingen (bijv. de KR als begeleiding gebruiken en
songs componeren).
Manieren, waarop de informatie in deze handleiding gepresenteerd
wordt
Deze handleiding gebruikt de volgende manieren van presentatie om de instructies
simpeler en beknopter te maken:
De namen van knoppen staan tussen vierkante haakjes ‘[ ]’, zoals bij One Touch
Program [Piano]-knop.
De tekst bevat schermafbeeldingen en paneeldiagrammen van de KR-17. Er zullen
daardoor onderdelen zijn, waarbij de informatie afwijkt van die voor de KR-15.
Om de leesbaarheid te bevorderen, kan het gebeuren dat sommige schermen en
kleuren die hier gebruikt worden deels afwijken van de werkelijke schermen en
kleuren.
Teksten van het scherm die worden weergegeven, worden tussen gehoekte haakjes
gezet, zoals in <Exit>.
Het met de vinger lichtjes aanraken van het touch-screen wordt ‘aanraken’ genoemd.
Een asterisk (*) of een aan het begin van een paragraaf wijst op een opmerking
of voorzorgsmaatregel. Deze dienen niet genegeerd te worden.
(pag. **) verwijst naar pagina’s in deze handleiding.
NOTE
12
Paneelbeschrijvingen
* De afbeeldingen van het paneel, die in deze handleiding staan, zijn van de KR-17
1. [Power] schakelaar
Wordt ingedrukt om de spanning in- en uit te schakelen (pag.
21).
* De [Power]-schakelaar van de KR-15 bevindt zich links van het
klavier.
2. [Volume]-knop
Regelt het totale volume (pag. 22).
3. [Brilliance]-knop
Regelt de helderheid van het geluid (pag. 22).
4. [Wonderland/Game]-knop
Hier kunt u spelenderwijs iets over instrumenten leren.
Zie Snelle start
Balans
5. [Part Balance]-knop
Regelt het relatieve volumeniveau van elke partij van de
uitvoering (pag. 75).
6. [Balance]-knop
Verandert de volumebalans tussen pianospel en begeleiding
(pag. 75).
7. [User Program]-knop
Slaat de geselecteerde functies en standen van de knoppen op
(pag. 122).
DSP
8. [Reverb]-knop
Voegt galm aan het geluid toe (pag. 33).
9. [Surround]-knop
Geeft driedimensionaal ruimtelijk effect aan de begeleiding
(pag. 38).
10. [Equalizer]-knop
Maakt het mogelijk om de kwaliteit van de geluidssoorten met
de equalizer te wijzigen (pag. 40).
11. [Style Orchestrator]-knop
Wordt gebruikt om het arrangementstype van de automatische
begeleiding te regelen m.b.v. de uitvoeringsknoppen (pag. 70).
12. [Phrase]-knop
Wordt gebruikt om een korte frase te spelen m.b.v. de
uitvoeringsknoppen (pag. 71).
13. [User Function]-knop
Wordt gebruikt om een veelheid aan functies aan de
uitvoeringsknoppen toe te kennen (pag. 157).
Uitvoeringsknoppen
14. [1]-[4]-knoppen
De werking van deze knoppen verandert afhankelijk van de
knoppen met de nummers 11-13.
15. Muziekstijlknoppen
Hier wordt een muziekstijl geselecteerd voor de automatische
begeleiding (pag. 62).
Wanneer u op de [User]-knop drukt, kunt u een Gebruikersstijl
kiezen die u zelf heeft gemaakt, of een Muziekstijl van
floppydisk kiezen (pag. 63.
16. Fill In-knoppen
Voegen een invoegdeel tussen in een automatische begeleiding
en veranderen het begeleidingspatroon (pag. 69).
[To Variation]-knop
[To Original]-knop
17. [Intro/Ending]-knop
Speel een intro of einde tijdens de automatische begeleiding
(pag. 66).
18. [Start/Stop]-knop
Start en stopt de automatische begeleiding (pag. 66).
Ritmehulp
19. [Metronoom]-knop
Activeert de ingebouwde metronoom (pag. 52).
U kunt de instelling van het maatgeluid veranderen (pag. 160).
20. Maatlampje
Dit lampje knippert op de maat van de geselecteerde song of
begeleiding.
21. [Rhythm]-knop
Speelt het ritmepatroon (pag. 56).
22. Tempoknoppen [-] en [+]
Power
2 3 6 72317 1814
4
1 5 11 1213 159 108 19 2120
16 22
13
Paneelbeschrijvingen
Regelen het tempo.
Druk tegelijkertijd op de knoppen [-] en [+] om naar het
oorspronkelijke tempo terug te gaan.
Belangrijkste knoppen
Zie Snelle Start
[Select/Listen to a Song], [Disk]-knop
Gebruik deze knop om songs die voorgeprogrammeerd zijn of
op floppydisk staan te selecteren (pag. 77).
[Song Stylist]-knop
[Music Assistent]-knop
[Score Display]-knop
Brengt notatie op het scherm (pag. 88).
U kunt de oefenfunctie gebruiken (pag. 92).
[Session Partner]-knop
[Select Various Tones]-knop
24. Touch-screen
Door alleen maar het scherm aan te raken, kunt u een veelheid
aan handelingen uitvoeren (pag. 24).
25. Contrastknop
Regelt het schermcontrast (pag. 24).
26. Afstemknop
Gebruik deze knop om waarden op het scherm te wijzigen.
27. Knoppen [-] en [+]
Maken het mogelijk om waarden op het scherm te wijzigen.
28. One Touch Program-knop
[Piano]-knop
Realiseert de optimale instellingen voor een piano uitvoering
(pag. 26).
[Arranger]-knop
Realiseert de optimale instellingen voor het spelen met
automatische begeleiding (pag. 59).
29. [Melody Intelligence]-knop
Voegt harmonie toe aan de klanken het klavier gaat spelen (pag.
72).
30. [Tone]-knoppen
Selecteer de geluidssoorten die u door het klavier wilt laten
spelen (pag. 27).
Opnemen/Afspelen
31. [Menu]-knop
Hiermee kunt u functies selecteren voor het afspelen, opnemen
of bewerken van een song (pag. 127, pag. 144)
32. Spoorknoppen
Met deze knoppen kan elk spoor van een song apart worden
afgespeeld of opgenomen (pag. 99, pag. 111).
33. [ (Reset)] -knop
Met deze knop wordt het apparaat aan het begin van de song
gezet.
34. [ (Play/Stop)]-knop
Hiermee start en stopt u het afspelen of opnemen van songs.
35. [ (Rec)]-knop
Met het indrukken van deze knop wordt het instrument stand-
by gezet om te kunnen opnemen (pag. 106, pag. 127).
36. [ (Bwd)] -knop
Spoelt de song terug.
37. [ (Fwd)]-knop
Spoelt de song versneld door.
38. [Transpose]-knop
Transponeer de toonhoogte van het klavier of van de song.
39. [Vocal Effect]-knop
Hiermee kan het geluid van stemmen door de microfoon een
veelheid aan effecten worden meegegeven (pag. 43).
40. Diskdrive
U kunt een floppydisk in de diskdrive doen om songs af te
spelen of op te slaan (pag. 77, pag. 116).
41. Eject-knop
Werpt een floppydisk uit de diskdrive (pag. 114).
29 33 34 35 3637 39
30 32 40 4131 3824 25
26 27 28
14
Paneelbeschrijvingen
Onderpaneel
1. Netsnoeraansluiting
Sluit het meegeleverde netsnoer op deze aansluiting aan (pag. 20)
2. Ingaande aansluitingen
Deze aansluitingen kunnen worden aangesloten op een ander
geluidsgenererend apparaat of een stereo-installatie, zodat het
geluid van dat apparaat uit de luidsprekers van de KR komt
(pag. 176).
3. Uitgaande aansluitingen (Main)
4. Uitgaande aansluitingen (Aux)
U kunt een versterker of externe luidspreker aansluiten op de
Aux-aansluiting en de begeleiding en de galm daardoor
afspelen (pag. 35).
5. Aansluiting voor expressiepedaal
U kunt een expressiepedaal op de KR aansluiten.
6. Pedaalaansluiting
Sluit de pedaalkabel van de standaard op deze aansluiting aan
(pag. 20).
7. MIDI Out/In-aansluitingen
Deze kunt u op een extern MIDI-apparaat aansluiten om
gegevens van uitvoeringen uit te wisselen (pag. 172).
8. Computeraansluiting
U kunt op deze aansluiting een computer aansluiten om
gegevens van uitvoeringen uit te wisselen.
9. Computerschakelaar
De instelling van deze schakelaar is afhankelijk van de
computer die is aangesloten – Mac/PC-1/PC-2.
Schakelt de aansluitingen voor de MIDI-aansluitingen en de
computerpoort (pag. 178).
*U kunt de MIDI Out/In-aansluiting en de computer aansluiting niet
tegelijk gebruiken.
10. Aansluiting voor extern scherm
Sluit hier een extern scherm op aan; u kunt er dan notatie en
teksten op vertonen (pag. 23).
Onderpaneel Onderpaneel
(Linkervoorkant) (Rechtervoorkant)
11. Koptelefoonaansluitingen
Hier kunt u een koptelefoon op aansluiten (pag. 22).
12. Microfoonaansluiting (In)
Hier kunt u een microfoon op aansluiten (pag. 22).
13. Microfoonvolumeknop
Regelt het volume van de microfoon (pag. 22).
Rechterkant van het onderpaneel (bij instrument met
‘Moving Key’)
14. CD-spelerlampje
Dit lampje gaat branden, wanneer een CD in de speler gelezen
wordt.
15. CD-lade
Plaats de CD die u in de speler wilt doen in deze lade.
16. Noodopening
Dit gaatje maakt het in noodgevallen mogelijk om de CD-lade te
openen.
17. Eject-knop
Druk op deze knop om de CD weer uit de lade te halen.
*U kunt de CD er alleen uithalen, indien de spanning is ingeschakeld.
5 6 8 1097
1 2 43
13
12
11
15
1714 16
15
Inhoud
HET APPARAAT OP EEN VEILIGE MANIER GEBRUIKEN ........ 3
BELANGRIJKE OPMERKINGEN........................................................ 6
Inleiding .....................................................................9
Belangrijkste kenmerken ....................................................................... 9
Het gebruik van deze handleiding..................................................... 11
Manieren, waarop de informatie in deze handleiding
gepresenteerd wordt ...................................................................... 11
Paneelbeschrijvingen .............................................12
Voordat u begint te spelen .....................................18
Het deksel openen en sluiten (KR-17) ............................................... 18
Het deksel openen en sluiten (KR-15) ............................................... 19
De muzieksteun omhoogzetten.......................................................... 19
Gebruik van de muziekklemmen (KR-15) .................................. 19
De klavierklep openen en sluiten....................................................... 20
Het netsnoer aansluiten ....................................................................... 20
De pedaalkabel aansluiten .................................................................. 21
De spanning in- en uitschakelen ........................................................ 21
De pedalen............................................................................................. 21
Het volume en de helderheid van het geluid regelen..................... 22
Een koptelefoon aansluiten ................................................................. 22
Een microfoon aansluiten.................................................................... 22
Een extern scherm aansluiten ............................................................. 23
De kabels aansluiten....................................................................... 23
Het touch-screen ................................................................................... 24
Het schermcontrast regelen........................................................... 24
De belangrijkste schermen .................................................................. 24
Pianoscherm .................................................................................... 24
Basisscherm ..................................................................................... 24
De belangrijkste iconen gebruiken............................................... 25
Hoofdstuk 1 Uitvoering...........................................26
Het klavier als een piano bespelen (‘One-Touch Piano’).............................26
Uitvoering met een veelheid aan geluidssoorten (‘Tone’-knoppen)..........27
Percussie-instrumenten bespelen of geluids–effecten
gebruiken ......................................................................................... 28
Trefwoorden gebruiken om geluidssoorten te zoeken
(‘Tone Search’)................................................................................. 29
Uitvoering met twee gelijktijdige geluiden (‘Layer’) ...................................30
Verschillende geluidssoorten spelen met de linker- en rechterhand
(‘Split’) .................................................................................................................31
De toonhoogte van het klavier in stappen van een octaaf
veranderen (‘Octave Shift’)............................................................ 32
Een galmeffect aan het geluid toevoegen (‘Reverb’) ....................................33
Een surround effect aan de begeleiding en aan galm toevoegen
(‘Surround’) ........................................................................................................35
De begeleiding een ruimtelijker effect geven ............................. 35
De sterkte van het surround effect bij begeleiding regelen...... 36
Het geluid van de galm ruimtelijker maken............................... 37
De sterkte van het surround effect bij galm regelen.................. 37
Een driedimensionaal ruimtelijk effect geven aan de gespeelde
klanken (‘Advanced .................................................................................. 3D’)38
Het geluid regelen om de ideale geluidskwaliteit te bereiken
(‘Equalizer’).........................................................................................................40
Effecten aan het geluid toevoegen (‘Effects’).................................................42
Effect toevoegen aan de microfoonstem (‘Vocal Effect’)..............................43
Plezier met Karaoke met muziekbestanden (‘Music Files’)...... 51
Metronoom en ritme gebruiken (‘Rhythm Partner’) ....................................52
De metronoom gebruiken.............................................................. 52
De instellingen van de metronoom veranderen .........................53
Ritme spelen.....................................................................................56
De ritme-instellingen veranderen .................................................56
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding............... 58
Muziekstijlen en automatische begeleiding .................................................. 58
Uitvoering met automatische begeleiding (‘One-Touch Arranger’) ......... 59
Akkoorden........................................................................................60
Akkoorden spelen met eenvoudige vingerzetting (‘Chord
Intelligence’).....................................................................................60
Vingerzettingen van akkoorden inzien (‘Chord Finder’)..........61
Muziekstijlen selecteren (‘Music Style’-knoppen)........................................ 62
Muziekstijlen van floppydisks selecteren....................................63
Trefwoorden gebruiken om muziekstijlen te zoeken (‘Style
Search’)..............................................................................................64
Alleen de ritmepatronen van muziekstijlen spelen...................................... 65
Het begeleidingstempo regelen....................................................................... 65
De begeleiding starten en stopzetten ............................................................. 66
De begeleiding gelijktijdig laten beginnen, wanneer u
begint te spelen (‘Sync’)..................................................................66
De automatische begeleiding stoppen .........................................67
Aan het einde van de intro een aftelgeluid laten spelen
(‘Countdown’)..................................................................................68
Een begeleiding wijzigen ................................................................................. 69
Het begeleidingspatroon veranderen (‘Fill In’-knoppen) .........69
De instrumentale samenstelling van muziekstijlen
veranderen (‘Style Orchestrator’)..................................................70
Frasen spelen (‘Phrase’)..................................................................71
Tegenstem toevoegen aan de rechterhand (‘Melody Intelligence’)........... 72
Tijdens een uitvoering geluiden afspelen in het gebied van de
linkerhand (‘Lower Tone’) ............................................................................... 73
Pianospelen met toegevoegde begeleiding (‘Piano Style Arranger’) ........ 74
De volumebalans voor iedere partij regelen (‘Balance’).............................. 75
De volumebalans tussen de begeleiding en het klavier
regelen (Balansknop) ......................................................................75
De volumebalans voor iedere partij van een uitvoering
regelen (‘Part Balance’)...................................................................75
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs ................... 77
Een song afspelen.............................................................................................. 77
Trefwoorden gebruiken om songs te zoeken (‘Song Search’)...79
De songs die u leuk vindt aan uw ‘Favorieten’ toevoegen (‘Favorites’)... 80
Songs uit uw ‘Favorieten’ verwijderen ........................................81
Songs van CD afspelen (alleen voor instrumenten met CD-speler) .......... 82
Voorzorgsmaatregelen ...................................................................82
Songs van CD’s afspelen ................................................................83
De afstandsbediening gebruiken (alleen voor instrumenten
met CD-speler)................................................................................................... 85
De afstandsbediening van batterijen voorzien ...........................85
De afstandsbediening gebruiken ..................................................85
De afstandsbediening .....................................................................86
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties ................................... 88
De notatie op het scherm tonen....................................................................... 88
Noten aanraken om de klanken te bevestigen (‘Touch the
Notes’)...............................................................................................89
Gedetailleerde instellingen voor het Notatiescherm creëren ...90
Notatie opslaan als beeldgegevens...............................................91
Songs oefenen met de oefenfunctie ............................................................... 92
Het tempo regelen............................................................................................. 95
16
Inhoud
Het tempo instellen door de knop op de maat in te drukken
(‘Tap Tempo’) .................................................................................. 96
Uw stem gebruiken om het tempo te selecteren
(‘Vocal Tap Tempo’) ....................................................................... 97
In een vast tempo afspelen (‘Tempo Mute’) ............................... 97
Het tempo gelijkstellen voordat u begint te spelen (‘Count In’).................98
Het geluid van enkele partijen voor het spelen uitschakelen
(Spoorknoppen) .................................................................................................99
Merktekens aanbrengen voor herhaaldelijk oefenen (‘Marker’) ..............100
Een merkteken in een song aanbrengen.................................... 100
Afspelen vanaf de plaats waarop een merkteken is
aangebracht................................................................................... 101
Een merkteken wissen.................................................................. 101
Een merkteken verplaatsen ......................................................... 101
Dezelfde passage telkens opnieuw afspelen............................. 102
Klanken van het klavier en af te spelen songs transponeren
(‘Transpose’) ....................................................................................................103
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan105
Een nieuwe song opnemen (‘New Song’) ....................................................106
Opnemen met begeleiding .............................................................................108
Met een song mee opnemen...........................................................................110
Opnemen, terwijl u de spoorknoppen selecteert
(Redoing Recordings)......................................................................................111
Opgenomen uitvoeringen wissen .................................................................112
De opname op bepaalde sporen wissen .................................... 112
Veranderen hoe de opname stopt .................................................................112
Songs opnemen die met een opmaat beginnen...........................................113
Floppydisks gebruiken....................................................................................114
Een floppydisk in de diskdrive doen en hem er weer
uit halen.......................................................................................... 114
Floppydisks formatteren (‘Format’)........................................... 114
Songs opslaan ...................................................................................................116
Opgeslagen songs verwijderen......................................................................119
Songs van floppydisk naar Favorieten kopiëren ........................................120
In Favorieten opgeslagen songs naar floppydisk kopiëren.... 121
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan ..122
Instellingen van uitvoeringen opslaan (‘User Program’) ............. 122
Opgeslagen gebruikers–programma’s oproepen .......................... 123
De manier veranderen, waarop gebruikersprogramma’s
worden opgeroepen ..................................................................... 123
Groepen gebruikers–programma’s opslaan ................................... 123
Opgeslagen sets gebruikersprogramma’s laden ...................... 124
Opgeslagen sets gebruikers–programma’s verwijderen .............. 125
Sets gebruikersprogramma’s van floppydisk naar het
gebruikersgeheugen kopiëren .......................................................... 125
Sets gebruikersprogramma’s van het gebruikersgeheugen
naar floppydisk kopiëren ............................................................ 126
Het pedaal gebruiken om van gebruikersprogramma
te wisselen............................................................................................ 126
Tegelijkertijd van gebruikers–programma wisselen en
PC-nummers doorgeven.................................................................... 126
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken...........127
‘Multitrack recording’ met 16 partijen (16-spoors-sequencer)..... 127
Het scherm ‘16-spoors-sequencer’.............................................. 127
De instellingen per partij wijzigen ............................................. 128
Voor partijen de best bij het muzikale genre passende
geluidssoorten instellen (‘Tone Set’) .......................................... 129
Een uitvoering opnemen ............................................................. 129
De opnamemodus veranderen (‘Rec Mode’) ..................................130
Opnemen, terwijl de vorige opname wordt gewist
(‘Replace Recording’)....................................................................131
Een opname over eerder opgenomen klanken opnemen
(‘Mix Recording’)...........................................................................131
Herhaalde opname op dezelfde locatie (‘Loop Recording’) ...132
Een deel van uw uitvoering opnieuw opnemen
(‘Punch-in Recording’)..................................................................133
Een begeleiding componeren door akkoorden in te geven
(‘Chord Sequencer’) ............................................................................134
Akkoorden ingeven zonder het klavier te bespelen ................135
Songs bewerken...................................................................................135
Basisbediening van de bewerkingsfuncties...............................135
Bewerkingen ongedaan maken (‘Undo’) ...................................136
Maten kopiëren (‘Copy’) ..............................................................136
Ritmepatronen kopiëren om ritmepartijen te creëren .............137
Maatverschillen compenseren (’Quantize’)...............................137
Maten verwijderen (‘Delete’).......................................................138
Blanco maten tussenvoegen (‘Insert’).........................................138
Partijen los van elkaar transponeren (‘Transpose’)..................139
Maten blanco maken (‘Erase’) .....................................................139
Partijen uitwisselen (‘Part Exchange’)........................................140
Noten één voor één corrigeren (‘Note Edit’) .............................140
De veranderingen van geluidssoort in een song wijzigen
(‘PC Edit’) .......................................................................................141
Middenin de song van maat veranderen (‘Beat Map’)..................141
Het tempo van opgenomen songs veranderen...............................142
Het tempo binnen de song veranderen ...........................................142
Het tempo aanpassen, terwijl u naar een song luistert............142
Het tempo bij een bepaalde maat aanpassen ............................143
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren ..................... 144
Originele stijlen creëren (‘User Styles’)............................................144
Nieuwe stijlen creëren door voorgeprogrammeerde
muziekstijlen te combineren (‘Style Composer’)......................144
Een stijl creëren van een song die u zelf gecomponeerd
heeft (‘Style Converter’)................................................................146
Een gebruikersstijl opslaan ................................................................149
Opgeslagen gebruikersstijlen verwijderen ................................150
Stijlen van floppydisk naar het gebruikersgeheugen kopiëren....151
Stijlen van het gebruikersgeheugen naar floppydisk
kopiëren ..........................................................................................151
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen ....................... 152
De instellingen voor One-touch Piano veranderen........................152
Procedure........................................................................................152
Resonantie regelen (‘Resonance’)................................................152
De stemming veranderen (‘Tuning’) ..........................................153
Veranderen hoe snel klanken worden geproduceerd in
verhouding tot de kracht waarmee de toetsen worden
aangeslagen (‘Hammer Response’) ............................................154
De resonantieklanken regelen (‘String Resonance’).................154
De toetsaanslag regelen (‘Key Touch’).......................................155
De instellingen voor One-Touch Arranger veranderen ................155
Procedure........................................................................................155
Het scheidingspunt van het klavier veranderen
(‘Split Point’) ..................................................................................156
Van muziekstijl veranderen zonder de geluidssoort of
het tempo te veranderen (‘One Touch Setting’)........................156
Functies aan pedalen en uitvoeringsknoppen toekennen
(‘Pedal Setting/User Functions’).................................................157
17
Inhoud
Het ombuigingsbereik veranderen (‘Pedal Setting’) ............... 159
De manier veranderen, waarop akkoorden worden
gespeeld en worden aangegeven (‘Arranger Config’) ............ 159
Een merkteken middenin een maat aanbrengen...................... 160
De instellingen voor ‘Count-In’ en ‘Countdown’ veranderen..... 160
Instellingen voor het aftellen....................................................... 160
Instellingen voor het aftellen aan het einde van de intro
(‘Countdown’) ............................................................................... 161
Andere instellingen ............................................................................ 161
Procedure ....................................................................................... 161
De standaard toonhoogte veranderen (‘Master Tune’)........... 162
De taal veranderen (‘Language’) ................................................ 162
Het veranderen van de boodschap die bij het inschakelen
van de KR op het scherm verschijnt (‘Opening Message’)..... 162
Het veranderen van de instellingen voor het vertonen van
afbeeldingen op het externe scherm (‘External Display’)....... 163
Het selecteren van afbeeldingen om op de KR en externe
schermen te vertonen (‘User Image Display’) .......................... 163
Het maatlampje uitschakelen (‘Beat Indicator’) ....................... 164
De instellingen laten onthouden, zelfs wanneer de KR
wordt uitgeschakeld (‘Memory Backup’).................................. 164
De fabrieksinstellingen herstellen (‘Factory Reset’) ................ 165
Het touch-screen calibreren (‘Touch Screen’)........................... 165
Het gebruikersgeheugen formatteren ............................................. 165
De ‘Quick Tour’ (Snelle rondleiding) automatisch starten........... 166
Alle functies behalve Piano-uitvoering uitschakelen
(‘Panel Lock’)....................................................................................... 166
De functies van de knoppen van de afstandsbediening
veranderen........................................................................................... 167
De ‘Moving Key’ mogelijk maken.................................................... 168
De ‘Moving Key’-instellingen veranderen................................ 168
Veranderen van partij die de toetsen laat bewegen................. 168
Gedetailleerde instellingen voor het afspelen van songs ............. 169
De instellingen van geluidssoorten veranderen wanneer
u songs afspeelt (‘Play Mode’) .................................................... 169
Songteksten verbergen (‘Lyrics’) ................................................ 170
Het veranderen van de partijen die aan de spoorknoppen
zijn toegekend bij het afspelen van SMF (‘Track Assign’)..... 170
De CD-instellingen veranderen........................................................ 171
De timing van piano en begeleiding synchroniseren.............. 171
Het instellen van het type CD dat u wilt afspelen................... 171
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten.....172
MIDI-apparatuur aansluiten............................................................. 172
Aansluitingen ................................................................................ 172
De apparatuur aansluiten............................................................ 173
Uitvoering samen met MIDI-instrumenten (‘MIDI Ensemble’) .. 173
MIDI-instellingen................................................................................ 174
Het zendkanaal selecteren (‘Tx Channel’)................................. 174
De interne geluidsgenerator en het klavier ontkoppelen
(‘Local Control’) ............................................................................ 174
Het verzenden van boodschappen over veranderingen van
geluidssoorten (‘Program Change’/ ‘Bank Select MSB’/
‘Bank Select LSB’).......................................................................... 175
Gegevens van opgenomen uitvoeringen naar een
MIDI-apparaat verzenden ‘Composer MIDI Out’).................. 175
Aansluiten op audioapparatuur....................................................... 176
Aansluitingen ................................................................................ 176
De apparatuur aansluiten............................................................ 176
De instellingen van de Aux-aansluiting veranderen
(‘Aux Out’)..................................................................................... 177
Voorbeelden van opstellingen waarbij Aux op ‘Surround’
staat.................................................................................................177
Een computer aansluiten....................................................................178
Aansluiten op de MIDI-aansluitingen........................................178
Aansluiten op de computeraansluiting......................................178
Aansluitingen.................................................................................178
De apparatuur aansluiten ............................................................178
Storingen oplossen..............................................................................180
Appendix............................................................... 180
Foutmeldingen.....................................................................................183
Lijst van geluidssoorten .....................................................................184
Lijst van drumritmes ..........................................................................186
Lijst van geluidseffecten (SFX) ..........................................................190
Lijst van effecten..................................................................................191
Lijst van muziekstijlen (KR-17) .........................................................192
Lijst van muziekstijlen (KR-15) .........................................................193
Lijst van akkoorden ............................................................................194
Lijst van voorgeprogrammeerde songs ...........................................196
Lijst van ritmepatronen ......................................................................199
Parameters, die in het interne geheugen opgeslagen
kunnen worden ...................................................................................200
Muziekbestanden die de KR kan gebruiken ...................................201
De KR maakt het u mogelijk om de volgende
muziekbestanden te gebruiken: ..................................................201
De KR-geluidsgenerator...............................................................201
MIDI Implementation Chart..............................................................202
Belangrijkste specificaties...................................................................203
Index...................................................................... 205
18
Voordat u
begint te
spelen
Voordat u begint te spelen
Het deksel openen en sluiten
(KR-17)
Alleen de het voorblad openen
WAARSCHUWING
Laat kinderen het deksel niet alleen opendoen of sluiten – toezicht
van een volwassene is hierbij noodzakelijk. Omdat het deksel erg
zwaar is, moet dit altijd met twee of meer mensen open en dicht
gedaan worden. Doe dit heel voorzichtig.
1. Licht de rechterkant van het voorblad (de kant van de
toetsen met de hoge tonen, in de tekening aangegeven
als A) voorzichtig met beide handen op, vouw de plaat
terug en leg hem dan langzaam boven op de rest van
het deksel.
fig.
De voorkant en het deksel beide openen
2. Volg stap 1 om het voorblad te openen. Licht daarna
het voorblad met de voorkant van het deksel (aan de
kant van de toetsen met de hoge tonen, in de tekening
aangegeven als B) voorzichtig met beide handen op.
fig.
3. Houd het deksel met één hand vast, zet de klepstok
omhoog en duw het uiteinde daarvan in het klepgat.
fig.
VOORZICHTIG
Verplaats de piano niet, wanneer het deksel open staat. De klepstok
kan dan uit het klepgat schieten, zodat het deksel dichtvalt.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor, dat u het deksel niet te ver opent. Wanneer het deksel
wordt geopend in een hoek die groter is dan 30 graden, kan het
instrument beschadigd raken of kan het deksel dichtvallen. Zorg er,
voordat u het deksel opent ook voor, dat er geen mensen in de weg
staan die geraakt zouden kunnen worden.
De klepstokken en de klepgaten
De KR-17 heeft twee klepstokken, die verschillend van lengte
zijn.
U kunt de verschillende klepstokken gebruiken om de mate
waarin het deksel opengezet wordt te veranderen.
fig.
De klepstokken en klepgaten werken samen zoals in de teke-
ning is afgebeeld.
De lange klepstok: voor het binnenste klepgat ( C)
De korte klepstok: voor het buitenste klepgat (D)
VOORZICHTIG
Indien u het verkeerde klepgat gebruikt, kan de klepstok uit het
klepgat schieten, waardoor het deksel dichtvalt. Zorg ervoor dat het
uiteinde van de klepstok stevig vastgezet is in het klepgat.
Volg om het deksel te sluiten de procedure van het openen in
omgekeerde volgorde.
A
B
C
D
Lange klepstok
Korte klepstok
19
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
Het deksel openen en sluiten
(KR-15)
De muzieksteun omhoogzetten
1. Zet de muzieksteun voorzichtig omhoog en bevestig
hem op zijn plaats.
2. Om de steun weer neer te klappen, duwt u de metalen
montagestukken naar beneden, terwijl u de steun met
beide handen ondersteunt, en klapt u de steun
voorzichtig neer.
VOORZICHTIG
Zorg er altijd voor, dat u de muzieksteun rechtop heeft gezet,
voordat u het pianodeksel opent en optilt. Zorg er ook voor, dat de
muzieksteun rechtop staat, voordat u het deksel dicht doet.
Het deksel openen
WAARSCHUWING
Laat kinderen het deksel niet alleen opendoen of sluiten – toezicht
van een volwassene is hierbij noodzakelijk.
3. Licht de rechterkant van het voorblad (de kant van de
toetsen met de hoge tonen, in de tekening aangegeven
als A) voorzichtig met beide handen op.
fig.
4. Houd het deksel met één hand vast, zet de klepstok
omhoog en duw het uiteinde daarvan in het klepgat.
fig.
WAARSCHUWING
Zorg ervoor, dat u het deksel niet te ver opent. Wanneer het deksel
wordt geopend in een hoek die groter is dan 20 graden, kan het
instrument beschadigd raken of kan het deksel dichtvallen. Zorg er,
voordat u het deksel opent ook voor, dat er geen mensen in de weg
staan die geraakt zouden kunnen worden.
VOORZICHTIG
Verplaats de piano niet, wanneer het deksel open staat. De klepstok
kan dan uit het klepgat schieten, zodat het deksel dichtvalt.
Volg om het deksel te sluiten de procedure van het openen in
omgekeerde volgorde.
De muzieksteun omhoogzetten
KR-17
fig.
1. Open het voorblad.
2. Houd de muzieksteun met beide handen vast en til
hem omhoog (naar u toe).
3. Plaats de stut aan de achterkant van de muzieksteun in
een sleuf.
KR-15
fig.
1. Til de muzieksteun voorzichtig op en maak hem vast,
zoals afgebeeld.
2. Om de steun weer neer te klappen, duwt u de metalen
montagestukken naar beneden, terwijl u de steun met
beide handen ondersteunt, en klapt u de steun
voorzichtig neer.
Gebruik van de
muziekklemmen (KR-15)
U kunt de muziekklemmen gebruiken om bladzijden op hun
plaats te houden. Laat de klemmen neergeklapt, wanneer u
ze niet gebruikt.
A
(2)
(2)
(1)
20
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
fig.mu_stand4
De klavierklep openen en sluiten
1. Open de klavierklep door deze met beide handen
voorzichtig op te tillen en naar binnen te schuiven.
2. Sluit de klavierklep door deze met beide handen
voorzichtig vast te pakken en langzaam naar u toe te
trekken. Laat de klep voorzichtig zakken, totdat hij
stopt (helemaal dicht is).
VOORZICHTIG
Let er bij het openen en sluiten van de klavierklep op dat uw vingers
niet bekneld raken. Kleine kinderen mogen de klep alleen onder
toezicht van een volwassene openen of sluiten.
VOORZICHTIG
Sluit in het belang van de veiligheid de klavierklep, voordat u de
piano verplaatst.
NOTE
Zorg ervoor, dat u niets op het klavier heeft liggen (zoals
bladmuziek), wanneer u de klavierklep sluit.
KR-17
fig.
Hoewel de klavierklep van de KR-17 erop is ontworpen om lang-
zaam te sluiten wanneer u hem loslaat, sluit hij wel onmiddellijk als
hij maar een klein stukje geopend is. Let er op, dat uw vingers niet
tussen het deksel bekneld raken.
KR-15
fig.
Het netsnoer aansluiten
KR-17
1. Sluit het meegeleverde netsnoer aan op de
netsnoeraansluiting.
2. Sluit de pedaalkabel aan op de pedaalaansluiting.
3. Bevestig het netsnoer en de pedaalkabel met
kabelklem en schroef bij A en B (zie
bovenstaande afbeelding).
4. Bevestig het netsnoer en de pedaalkabel met
kabelklem en schroef bij C, D en E (zie
bovenstaande afbeelding).
5. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
b
c
e
Schroef
Schroef
Kabelklem
A
C
D
E
B
e
b
e c
21
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
KR-15
1. Sluit het meegeleverde netsnoer aan op de
netsnoeraansluiting.
2. Sluit de pedaalkabel aan op de pedaalaansluiting.
3. Bevestig het netsnoer en de pedaalkabel met
kabelklem en schroef bij A (zie bovenstaande
afbeelding).
4. Bevestig het netsnoer en de pedaalkabel met
kabelklem en schroef bij B, C en D (zie
bovenstaande afbeelding).
5. Steek de stekker van het netsnoer in het stopcontact.
De pedaalkabel aansluiten
Steek de stekker van de pedaalkabel in de
pedaalaansluiting op het achterpaneel van de KR
fig.00-01
De spanning in- en uitschakelen
NOTE
Schakel de spanning van de diverse door u gebruikte apparaten in
volgens de aangegeven volgorde. Wanneer u spanning van de
apparaten in de verkeerde volgorde inschakelt, kan dit storing en/of
schade aan luidsprekers en andere apparatuur tot gevolg hebben.
Om de spanning in te schakelen, draait u de [Volume]-
knop helemaal omlaag en drukt u daarna op de
[Power]-schakelaar.
De spanning wordt ingeschakeld en het lampje links aan
de voorkant van de KR gaat branden.
Na enkele seconden kunt u de toetsen bespelen om
geluid te produceren.
Gebruik de [Volume]-knop om de geluidssterkte te
regelen.
NOTE
Dit apparaat is uitgerust met een elektronische bescherming. Na het
inschakelen van de spanning duurt het daardoor enkele seconden,
voordat het apparaat normaal functioneert.
fig.00-06.e
Om de spanning uit te schakelen, draait u de [Volume]-
knop eerst helemaal naar links en drukt u daarna op de
[Power]-schakelaar.
De het lampje links aan de voorkant van de KR gaat uit
en de spanning wordt uitgeschakeld.
De pedalen
De pedalen worden voornamelijk gebruikt bij het pianospe-
len. Ze hebben de volgende functies:
fig.00-08.e
Demperpedaal (rechter pedaal)
Wanneer dit pedaal wordt ingedrukt, worden tonen aange-
houden, zelfs wanneer u de vingers al van de toetsen heeft
gehaald.
Op een akoestische piano stelt het induwen van het demper-
pedaal de andere snaren in staat om mee te zingen met de
klanken, die u op de toetsen speelt, waardoor er een diepe
resonantie ontstaat.
De KR simuleert deze resonantie.
A
B
C
D
e
b
e c
Pedaal
“Power”-lampje
Power
Zacht-pedaal
Sostenuto-pedaal
Demperpedaal
22
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
De mate van resonantie bij indrukken van het demperpedaal is regel-
baar. Raadpleeg hiertoe ‘Regelen van de resonantie (‘Resonance’)’ op
pag. 152.
Sostenuto-pedaal (middelste pedaal)
Dit pedaal houdt alleen de tonen aan van de toetsen die al
gespeeld waren, toen u het pedaal indrukte.
Zacht-pedaal (linker pedaal)
Wanneer u dit pedaal ingeduwd houdt bij het spelen, heeft
de toon een zachtere klank.
De zachtheid van de toon kan enigszins gevarieerd worden
door het pedaal dieper of minder diep in te drukken.
U kunt functies aan het pedaal toekennen. Raadpleeg hiervoor
‘Functies aan het pedaal en de uitvoeringsknoppen toekennen
(‘Pedaal functies’)’ op pag. 157.
Het volume en de helderheid
van het geluid regelen
Draai aan de [Volume]-knop om het totale volume te
regelen.
Draai aan de [Brilliance]-knop om de helderheid van
het geluid te regelen.
fig.00-07.e
Het merkteken boven de volumeknop geeft het volume aan, dat
typerend is voor een akoestische piano. Dit is normaalgesproken het
meest geschikte volume voor uw piano uitvoeringen.
Apparaten, die met een CD-speler zijn uitgerust
Indien uw KR met een CD-speler is uitgerust, kunt u de
afstandsbediening gebruiken om het volume te regelen.
* Wanneer u de volumeknop hoger zet, zal dit geen effect hebben
indien de afstandsbediening voor het apparaat met CD-speler
op 0 staat. Indien het volume óf op het apparaat zelf, óf op de
afstandsbediening op 0 (minimum) staat, zal het geluid niet
hoorbaar zijn, zelfs wanneer de volume-instelling op de andere
unit verhoogd wordt.
Een koptelefoon aansluiten
De KR heeft twee aansluitingen om een koptelefoon in te
pluggen. Hierdoor kunnen er twee mensen tegelijk elk door
een koptelefoon luisteren, wat erg handig is voor lessen en
voor quatre-mains (vierhandig) spelen. Tevens kunt u zo
spelen zonder anderen overlast te bezorgen, zelfs ’s avonds
of ’s nachts.
Sluit de koptelefoon(s) aan op de
koptelefoonaansluiting die zich links aan de onderkant
van de piano bevindt.
Wanneer er een koptelefoon wordt aangesloten, wordt er
geen geluid meer door de ingebouwde luidsprekers
doorgegeven.
Het volume van de koptelefoon wordt geregeld met de
[Volume]-knop van de KR.
fig.00-04.e
NOTE
Gebruik een stereokoptelefoon.
Enkele opmerkingen bij het gebruik van een
koptelefoon
Houd om het ontstaan van beschadigingen aan het snoer
van de koptelefoon te voorkomen alleen de koptelefoon
of de stekker vast, en niet het snoer.
Het aansluiten van de koptelefoon, wanneer het volume
van aangesloten apparatuur hoog staat, kan schade aan
de koptelefoon veroorzaken. Stel het volume van de KR
zo laag mogelijk in, voordat u de koptelefoon aansluit.
Bij overmatig hoog volume door de koptelefoon
luisteren, kan niet alleen schade aan de koptelefoon
toebrengen, maar ook gehoorbeschadiging veroorzaken.
Luister met het volume op een gematigd niveau.
Een microfoon aansluiten
U kunt een microfoon aansluiten op de Mic In-aansluiting
om u te vermaken met karaoke op de KR.
Min Max
Mellow
Bright
23
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
fig.00-10
1. Sluit een microfoon (apart aan te schaffen) aan op de
Mic In-aansluiting die zich rechts aan de onderkant
van de piano bevindt.
2. Draai aan de [Mic Volume]-knop (die zich voor de Mic
In-aansluiting bevindt) om het volume van de
microfoon te regelen.
3. Regel de microfoonecho (pag. 44).
Enkele opmerkingen bij het gebruik van een
microfoon
Wees voorzichtig met hoge geluidsniveaus wanneer u
’s avonds laat of ’s morgens vroeg microfoons gebruikt.
Zorg ervoor dat u het volume omlaagdraait, wanneer u
een microfoon op de KR aansluit. Indien het volume te
hoog is als de microfoon aangesloten wordt, kunnen de
luidsprekers lawaai maken.
Afhankelijk van de plaats van de microfoon ten opzichte
van de luidsprekers, kan het gebeuren dat er een
fluittoon te horen is. Dit kan als volgt worden verholpen:
- De richting van de microfoon veranderen.
- De microfoon verder bij de luidsprekers vandaan
plaatsen.
- Het volume lager zetten.
Een extern scherm aansluiten
U kunt een computermonitor of een ander dergelijk extern
scherm op het instrument aansluiten en zo de notatie en tek-
sten op dat grotere scherm vertonen en afbeeldingen naar
eigen smaak op het scherm brengen.
Zie ‘Het veranderen van de instellingen voor het vertonen
van afbeeldingen op het externe scherm (‘External Display’)’
op pag. 163 voor meer informatie over de instellingen van
het externe scherm.
Zie ‘Het selecteren van afbeeldingen om op de KR en op
externe schermen te vertonen (‘User Image Display’)’ op pag.
163 voor meer informatie over het vertonen van afbeeldin-
gen.
Indien uw KR een CD-speler heeft, kunt u de afstandsbediening
gebruiken om van scherm te veranderen.
Schermen, die op dit instrument kunnen worden
aangesloten
Over het algemeen is een groot aantal VGA-monitors en
multiscanmonitors dat in de handel verkrijgbaar is
compatible met dit instrument. Controleer echter, voordat u
een monitor aansluit, of deze aan de volgende specificaties
voldoet:
Resolutie 640 x 480 pixels
Horizontale scanfrequentie 31,5 kHz
Verticale scanfrequentie 60 Hz
Aansluitstekker 3-rijig, 15-pins D-sub-type
Signaal analoog
NOTE
Zorg ervoor, dat het scherm dat u wilt gebruiken compatible is met
de hierboven genoemde frequenties. Een scherm, dat daarmee niet
compatible is, kan een verkeerde beeldweergave hebben bij
bewegende beelden, en kan in sommige gevallen zelfs beschadiging
van het scherm veroorzaken.
De kabels aansluiten
NOTE
Altijd het volume altijd zo laag mogelijk zetten en de spanning van
alle andere apparatuur uitschakelen, voordat u verbinding maakt
tussen de diverse apparaten. Hierdoor voorkomt u storingen en/of
schade aan luidsprekers of andere apparatuur.
1. Schakel de stroom van de KR en van het aan te sluiten
scherm uit.
2. Gebruik een monitorkabel (apart aan te schaffen) om
het scherm op de Ext Display-aansluiting van de KR
aan te sluiten.
3. Schakel de KR in.
4. Schakel het erop aangesloten scherm in.
Zie de gebruikershandleiding van uw scherm voor meer informatie
over het omgaan met het scherm.
De spanning uitschakelen
Schakel na gebruik de spanning uit in deze volgorde:
Extern scherm
Onderkant van de KR
Ext Display-aansluiting
D-sub 15 pin
(Mini)
D-sub 15 pin
(Mini)
Monitorkabel
(apart aan te schaffen)
24
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
1. Draai het volume van de KR helemaal omlaag.
2. Schakel de KR uit.
3. Schakel het erop aangesloten scherm uit.
Het touch-screen
De KR heeft een touch-screen.
Dit maakt het u mogelijk, een veelheid aan handelingen uit te
voeren door alleen maar het scherm lichtjes aan te raken.
NOTE
Het touch-screen wordt bediend door het lichtjes met uw vinger aan
te raken. Door hard te drukken of een hard voorwerp te gebruiken,
kunt u het touch-screen beschadigen.
Zorg ervoor, dat u niet te hard drukt en alleen uw vingers gebruikt
om het touch-screen te bedienen.
NOTE
Het kan gebeuren dat de positionering van het touch-screen
misplaatst raakt door veranderingen in de omgeving of met het
verstrijken van de tijd. Indien dit gebeurt, volg dan de stappen in
‘Het touch-screen calibreren (‘Touch Screen’)’ op pag. 165 om de
positionering te corrigeren.
NOTE
Plaats geen voorwerpen op het touch-screen.
Het schermcontrast regelen
Draai aan de Contrastknop aan de rechterkant van het
scherm om het schermcontrast te regelen.
De belangrijkste schermen
Pianoscherm
Direct nadat de spanning is ingeschakeld, komt het Pia-
noscherm (zoals hieronder te zien is) in beeld. Zie pag. 26
voor uitgebreidere informatie hierover.
Basisscherm
Het volgende scherm heet het Basisscherm.
U kunt dit scherm normaalgesproken in beeld krijgen door
enkele malen <Exit> aan te raken.
Volg een van de volgende procedures om het in beeld te krij-
gen:
Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
Het Basisscherm verschijnt en de instellingen voor
automatische begeleiding worden gerealiseerd.
Druk op de One Touch Program-knop [Piano], druk
daarna op één van de [Tone]-knoppen en raak ten slotte
<Exit> aan.
25
Voordat u begint te spelen
Voordat u
begint te
spelen
De belangrijkste iconen
gebruiken
U kunt naast het Basisscherm vele andere schermen gebrui-
ken om dingen te doen. De grafische afbeeldingen die driedi-
mensionaal op het scherm verschijnen, werken als knoppen.
Ze heten ‘iconen’.
De belangrijkste iconen die u op deze schermen kunt gebrui-
ken zijn hieronder afgebeeld:
NOTE
De uitleg in deze handleiding bevat illustraties die laten zien wat er
precies op het scherm in beeld moet komen. Weest u zich er echter
van bewust, dat uw KR een nieuwere, bijgewerkte versie van het
systeem kan hebben (dus bijv. nieuwere geluiden kan bevatten), en
dat wat u daadwerkelijk op het scherm ziet daarom kan afwijken
van hetgeen in de handleiding afgebeeld is.
Sommige schermen bestaan uit twee of
meer pagina’s. Door deze iconen aan te
raken, kunt u de volgende of de vorige
pagina in beeld brengen.
Door deze icoon aan te raken, kunt u de
huidige bewerkingsinstelling annuleren of
het huidige scherm verlaten. U kunt
gewoonlijk het Basisscherm in beeld
brengen door <Exit> enkele malen aan te
raken.
Wanneer u een voorgeprogrammeerde
song of muziekbestanden met
tekstgegevens selecteert, verschijnt deze
icoon op het Pianoscherm of het
Basisscherm. Raak deze icoon aan om de
teksten in beeld te brengen.
26
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Het klavier als een piano bespelen
(‘One-Touch Piano’)
U kunt de optimale instellingen voor een piano-uitvoering creëren door één enkele knop
in te drukken.
fig.panel1-1
1. Druk op de One Touch Program [Piano]-knop.
Er verschijnt een ‘Pianoscherm’ zoals hier afgebeeld.
fig.d-piano.eps_60
Wanneer u op de One Touch Program [Piano]-knop drukt, schakelt de KR – ongeacht de
huidige paneelinstellingen – op de volgende instellingen over:
Indien het klavier in boven- en ondermanuaal gesplitst is (pag. 31), komt het weer als
compleet klavier ingesteld te staan.
De pedalen krijgen weer hun gewone functies (pag. 21).
De Vleugelklank wordt automatisch geselecteerd.
Het effect wordt automatisch ingesteld op ‘Sympathic Resonance’ (sympathieke reso-
nantie, oftewel ‘meezingen’; pag. 42).
De klank van de piano veranderen
Raak deksel van de vleugel op het scherm aan en luister naar de verandering in klank,
terwijl u met uw vinger langs het deksel glijdt of or aanraakt om het deksel
verder open of dicht te doen.
Dit simuleert de werkelijke verandering in geluid die optreedt, wanneer het deksel van
een vleugel op verschillende hoogten wordt opengezet.
U kunt de instellingen van de
piano-uitvoering veranderen
door <Functions> op het
scherm aan te raken. Kijk voor
meer informatie naar ‘De
instellingen voor One-Touch
Piano veranderen’ (pag. 152).
Wanneer u een voorgepro-
grammeerde song of een
muziekbestand selecteert dat
tekstgegevens bevat, ver-
schijnt < >in het Basis-
scherm. Raak dit aan om de
teksten in beeld te krijgen.
Omdat dit instrument de wer-
king en reactie van een echte
akoestische piano getrouw
weergeeft, blijven de toetsen
die u in het hoogste ander-
halve octaaf speelt ongeacht de
werking van het demperpe-
daal doorklinken, en is de
klank in dit bereik hoorbaar
anders.
De instelling ‘Key Transpose’
(Toonsoort transponeren; pag.
103) kan ook worden gebruikt
om het bereik, waarop het
demperpedaal geen effect
heeft, te veranderen.
27
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Uitvoering met een veelheid aan
geluidssoorten (‘Tone’-knoppen)
De KR heeft veel voorgeprogrammeerde klanken van instrumenten en effecten. Hierdoor
kunt u naar hartelust muziek uitvoeren in een groot aantal muzikale stijlen.
De voorgeprogrammeerde geluiden heten ‘Tones’ (geluidssoorten). De geluiden zijn in
zes geluidsgroepen ingedeeld, die zijn toegekend aan de [Tone]-knoppen.
fig.panel1-2
1. Druk een Tone-knop om een geluidsgroep te selecteren.
U ziet dat het lampje bij de knop oplicht.
Op het scherm verschijnen de namen van de geluidssoorten, die in de door u geselec-
teerde geluidsgroep thuishoren.
fig.d-tonesel.eps_60
Dit scherm heet het ‘Tone selection screen’ (Selectiescherm Geluidssoorten).
U kunt <Audition> aanraken om van een bepaalde geluidssoort een geluidsdemonstratie
te krijgen.
Raak aan om van scherm te wisselen en de volgende selectie te zien te krijgen.
U kunt <Effects> aanraken om geluidseffecten aan een veelheid van geluidssoorten toe te
voegen (pag. 42). U kunt <Search> aanraken om geluidssoorten te vinden, die aan door u
gespecificeerde criteria voldoen.
2.
Raak de naam van een geluidssoort aan om deze geluidssoort te selecteren.
U hoort de geluidssoort die u heeft geselecteerd, wanneer u de toetsen bespeelt.
U kunt de knoppen [-] en [+] of de afstemknop gebruiken om automatisch van pagina te
wisselen en geluidssoorten te selecteren.
3. Raak <Exit> aan.
Hierdoor gaat u terug naar het Basisscherm of het vorige scherm.
Bekijk de ‘Lijst van geluids-
soorten’op pag. 184 voor meer
informatie over de namen van
geluidssoorten.
28
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Percussie-instrumenten bespelen of geluids–
effecten gebruiken
U kunt de toetsen gebruiken om percussiegeluiden te spelen of om effecten, zoals sirenes
en dierengeluiden te gebruiken.
fig.panel1-2
1. Druk op de knop [Select Various Tones]. Het lampje bij deze knop gaat
branden.
2. Raak <Drums> of <SFX> (geluidseffecten) aan.
fig.d-drum.eps_60
Iedere toets van het klavier maakt een ander geluid.
U kunt ook geluiden laten horen door het scherm aan te raken.
3. Raak <Exit> enkele malen aan.
Hierdoor gaat u terug naar het Basisscherm of het vorige scherm.
De combinatie van geluiden,
die aan het klavier zijn toege-
kend, variëren al naar gelang
het drumritme. Bekijk de ‘Lijst
van drumritmen’ (pag. 186) en
de ‘Lijst van geluidseffecten’
(pag. 190).
29
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Trefwoorden gebruiken om geluidssoorten te
zoeken (‘Tone Search’)
U kunt geluidssoorten zoeken die voldoen aan de voorwaarden, die u stelt aan muziek-
instrument of muziekstijl. U kunt ook geluidssoorten zoeken op het eerste teken van de
naam van de geluidssoort.
1. Druk op een willekeurige Tone-knop.
Het ‘Selectiescherm Geluidssoorten’ verschijnt.
2. Druk op <Search>.
Het volgende ‘Zoekscherm Geluidssoorten’ verschijnt.
fig.d-tonesrch1.eps_60
Zoeken op voorwaarden
3. Raak <Category> of <Genre> aan en gebruik daarna de knoppen [-] en [+] en
de afstemknop om de voorwaarden voor het zoeken te selecteren.
4. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen op het scherm.
Raak de naam van de geluidssoort aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het Zoekscherm Geluidssoorten terug te keren.
Zoeken op naam van de geluidssoort
3 Raak <By Name> aan.
(U kunt <By Key> aanraken om naar het scherm Zoeken op Voorwaarden terug te gaan;
zie afbeelding.)
4. Bepaal op welk teken er gezocht moet worden.
Het geselecteerde teken verschijnt midden in het scherm.
Voer het teken in, waarnaar u zoekt. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, krijgt u
vervolgens alle keuzemogelijkheden te zien die met een A, B of C beginnen.
Door <A-0> aan te raken, kunt u het type teken selecteren. Telkens wanneer u <A-0> aan-
raakt, verandert het teken van letter naar cijfer of omgekeerd.
5. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen op het scherm.
Raak de naam van de geluidssoort aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> enkele malen aan om naar het Basisscherm of naar het vorige scherm terug
te gaan.
Condition Search screen Name Search screen
Druk hier om van scherm te veranderen
Bij het zoeken op voorwaarde
worden geluidssoorten
gezocht, die aan alle geselec-
teerde zoekcriteria voldoen.
30
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Uitvoering met twee gelijktijdige
geluiden (‘Layer’)
Wanneer er bij het aanslaan van één enkele toets twee geluiden tegelijkertijd klinken,
wordt dat ‘Layer Performance’ (Gelijktijdige uitvoering) genoemd.
Het is bijvoorbeeld mogelijk om de geluidssoorten ‘Piano’ en ‘Strings’ (Snaarinstrumen-
ten) tegelijk te spelen.
fig.layer.e
1. Raak onderaan het Basisscherm <Layer> aan.
fig.d-layer.eps_60
De geluidssoort die te horen was voordat u overging op gelijktijdige uitvoering en de
geluidssoort die onderaan het scherm staat aangegeven, worden nu samen gespeeld. De
geluidssoort die bovenaan het scherm verschijnt wordt de ‘right-hand tone’ (geluidssoort
van de rechterhand) genoemd en de geluidssoort die onderaan het scherm verschijnt,
wordt de ‘layer tone’ (gelijktijdige geluidssoort) genoemd.
Van geluidssoort veranderen
2. Raak de naam van de te veranderen geluidssoort aan.
De naam van de geluidssoort licht op in het oranje.
3.
Druk op een Tone-knop om de nieuwe geluidssoort te selecteren (pag. 27).
4. Raak <Exit> aan, wanneer u de geluidssoort heeft geselecteerd.
Het Basisscherm komt weer in beeld.
De gelijktijdige uitvoering uitschakelen
5. Raak <Layer> aan.
De <Layer>-icoon krijgt weer de oorspronkelijke kleur en de gelijktijdige uitvoering is
uitgeschakeld.
Wanneer u nu de toetsen aanslaat, is alleen de geluidssoort die op het scherm wordt aan-
gegeven te horen.
Grand Piano 1
Strings
Wanneer u een voorgepro-
grammeerde song of een
muziekbestand selecteert dat
tekstgegevens bevat, ver-
schijnt < > in het Basis-
scherm. Raak dit aan om de
teksten in beeld te krijgen.
Wanneer u in het Selectie-
scherm Geluidssoorten
‘Octave <-> <+>’ aanraakt,
wordt de toonhoogte van het
geluid van het klavier veran-
derd in octaven. Zie ‘De toon-
hoogte van het klavier in
stappen van een octaaf veran-
deren (‘Octave Shift’)’ op pag.
32.
U kunt de balans tussen het
volume van de ene toon en dat
van de andere toon variëren.
Zie ‘De volumebalans voor
iedere partij van de uitvoering
regelen (‘Part Balance’)’ op
pag. 75.
31
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Verschillende geluidssoorten spelen
met de linker- en rechterhand (‘Split’)
Het klavier verdelen in een gebied voor de linkerhand en een gebied voor de rechterhand,
en dan in deze twee gebieden verschillende geluidssoorten spelen, heet ‘split perfor-
mance’ (gescheiden uitvoering). De grenstoets heet het ‘split point’ (scheidingspunt).
Het scheidingspunt wordt tot het gebied voor de linkerhand gerekend. Telkens wanneer
de spanning van het instrument wordt ingeschakeld, wordt het scheidingspunt terugge-
zet naar ‘F#3’.
fig.split.e
1. Raak op het Basisscherm <Split> aan.
fig.d-split.eps_60
De geluidssoort, waarin voor het scheiden van de uitvoering werd gespeeld, wordt nu in
het gebied van de rechterhand gespeeld, en de geluidssoort die aan de linkerkant van het
scherm is aangegeven, wordt in het gebied van de linkerhand gespeeld.
De geluidssoort die aan de rechterkant van het scherm verschijnt, wordt nu de ‘right-
hand tone’ (geluidssoort van de rechterhand) genoemd en de geluidssoort die aan de lin-
kerkant van het scherm verschijnt, wordt nu de ‘left-hand tone’ (geluidssoort van de lin-
kerhand) genoemd.
Van geluidssoort veranderen
2. Raak de naam van de te veranderen geluidssoort aan.
De naam van de geluidssoort licht op in het oranje.
3. Druk op een Tone-knop op de gewenste geluidssoort te selecteren (pag. 27)..
4. Raak wanneer u de geluidssoort heeft geselecteerd <Exit> aan.
Het Basisscherm verschijnt weer.
De gescheiden uitvoering uitschakelen
5. Raak <Split> aan.
De <Split>-icoon krijgt weer de oorspronkelijke kleur en de gescheiden uitvoering wordt
uitgeschakeld.
Wanneer u vervolgens de toetsen bespeelt, klinkt alleen de geluidssoort die op het scherm
wordt aangegeven.
Scheidingspunt
Grand Piano 1Acoustic Bass
U kunt het scheidingspunt ook
veranderen; zie ‘Het schei-
dingspunt van het klavier ver-
anderen (‘Split Point’)’ op pag.
156.
Wanneer u een voorgepro-
grammeerde song of een
muziekbestand selecteert dat
tekstgegevens bevat, ver-
schijnt < > in het Basis-
scherm. Raak dit aan om de
teksten in beeld te krijgen.
Wanneer u in het Selectie-
scherm Geluidssoorten
‘Octave <-> <+>’ aanraakt,
wordt de toonhoogte van het
geluid van het klavier veran-
derd in octaven. Zie ‘De toon-
hoogte van het klavier in
stappen van een octaaf veran-
deren (‘Octave Shift’)’ op pag.
32.
U kunt de balans tussen het
volume van de linkerhand en
dat van de rechterhand varië-
ren. Zie ‘De volumebalans
voor iedere partij van de uit-
voering regelen (‘Part
Balance’)’ op pag. 75.
32
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Gelijktijdige uitvoering en gescheiden uitvoering tegelijkertijd
inschakelen
Wanneer u gelijktijdige uitvoering en gescheiden uitvoering tegelijkertijd inschakelt,
kunt u het klavier in twee delen verdelen en in het gebied van de rechterhand ook nog
eens met twee geluidssoorten tegelijk spelen.
fig.d-layersplit.eps_60
De toonhoogte van het klavier in stappen van een
octaaf veranderen (‘Octave Shift’)
Wanneer u gelijktijdige uitvoering (pag. 30) of gescheiden uitvoering (pag. 31) toepast,
kunt u de toonhoogte van het geluid van het klavier in stappen van een octaaf verande-
ren. Deze functie heet ‘Octave Shift’ (Verschuiving van octaven). Wanneer u bijvoorbeeld
een gelijktijdige uitvoering toepast, kunt u de toonhoogte van beide geluidssoorten ver-
anderen en deze geluidssoorten tegelijk spelen. Tijdens de gescheiden uitvoering kunt u
de toonhoogte van de linkerhand aanpassen aan die van de rechterhand.
1. Raak in het Basisscherm <Layer> of <Split> aan.
De KR schakelt over naar gelijktijdige uitvoering of gescheiden uitvoering.
2. Om verschuiving van octaven toe te passen, raakt u de naam van de door u
geselecteerde geluidssoort aan.
3. Druk op de Tone-knop om het Selectiescherm Geluidssoorten in beeld te
krijgen.
fig.d-octshift.eps_60
4. Raak Octave <-> of <+> onderaan het scherm aan om de toonhoogte van het
geluid aan te passen.
Telkens wanneer u <+> aanraakt, wordt de toonhoogte één octaaf verhoogd.
Telkens wanneer u <-> aanraakt, wordt de toonhoogte één octaaf verlaagd.
Het geluid kan worden veranderd van twee octaven lager dan het oorspronkelijke geluid
(-2) tot twee octaven hoger dan het oorspronkelijke geluid (+2).
Raak <Exit> aan om naar het Basisscherm of het vorige scherm terug te keren.
Wanneer het klavier is ver-
deeld in boven- en onderma-
nuaal, heeft het demperpedaal
alleen effect op het bovenma-
nuaal. Indien u aanhoudende
galm wilt toepassen op de
tonen van het ondermanuaal,
lees dan ‘Functies aan pedalen
en uitvoeringsknoppen toe-
kennen (‘Pedal Setting/User
Functions’)’ op pag. 157.
U kunt Verschuiving van octa-
ven niet gebruiken, wanneer u
één enkele geluidssoort voor
het hele klavier gebruikt, en u
kunt deze functie ook niet
gebruiken in de geluidssoort
van de rechterhand tijdens
gelijktijdige uitvoering.
33
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Een galmeffect aan het geluid toevoegen
(‘Reverb’)
Voeg eens een galmeffect toe aan de muziek die u met de KR speelt. Galm doet de muziek
klinken alsof u in een concertzaal speelt.
fig.panel1-3
1. Druk op de [Reverb]-knop; het lampje bij de knop gaat branden.
Een ‘Galm’-scherm, zoals hier afgebeeld, verschijnt.
fig.d-reverb.eps_60
2. Raak een icoon aan om de ruimte voor uw uitvoering te selecteren.
;
Scherm Uitleg
Ground Open ruimte zonder galm.
Room Kleine kamer
Lounge Grotere kamer
Studio Een opnamestudio
Gymnasium In een sportzaal
Hall Galm van een grote concertzaal
Dome Een overkoepeld sportstadion
Cave
Voegt de echo van alle kanten toe, zoals dat ook in een grot
gebeurt
GS Room 1
Geeft een galm zoals die binnenshuis klinkt: een duidelijke,
brede galm.
GS Room 2
Geeft de galm zoals die in een hal klinkt: een galm met meer
diepte dan GS Room.
GS Room 3
Geeft een metaalachtige echo (galm die gecreëerd wordt door
de trillingen van een metalen plaat).
GS Hall 1
Een vertraging die aan het oorspronkelijke geluid wordt
toegevoegd en die lijkt op de weerkaatsende geluiden van
echo’s in de bergen.
Wanneer u een externe luid-
spreker op de Aux-aansluiting
inplugt, geeft dat een effect
waarbij de luisteraar door het
geluid omgeven lijkt te wor-
den (pag. 35).
34
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
3. Raak de schuif onder de iconen aan om het geselecteerde effect te regelen.
Raak de schuif op het scherm aan en sleep deze naar rechts voor een diepere galm, en naar
links voor minder galm.
U kunt de schuif ook bewegen met de knoppen [-] [+] en met de afstemknop.
Wanneer u de knoppen [-] [+] tegelijkertijd indrukt, gaat de schuif terug naar de begin-
stand.
Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt het galmeffect geactiveerd en gaat u terug naar het
vorige scherm.
Het effect uitschakelen
4. Druk op de [Reverb]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
Het galmeffect is nu weg.
GS Hall 2
De weerkaatsende geluiden worden naar de zijkanten
verplaatst.
GS Plate Open terrein zonder galm.
GS Delay Kleine kamer
GS Pan Delay Grotere kamer
Scherm Uitleg
Wanneer de schuif helemaal
naar links wordt gesleept,
wordt er geen effect toegepast.
In dat geval gaat het lampje bij
de knop niet branden, wanneer
u de [Reverb]-knop indrukt.
35
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Een surround effect aan de begeleiding
en aan galm toevoegen (‘Surround’)
U kunt een versterker of een externe luidspreker aansluiten op de Aux-aansluiting, en
daar begeleiding en galm door laten spelen. Wanneer u een externe luidspreker op deze
manier gebruikt, lijkt het alsof u door de begeleiding of de galm omringd wordt. Dit
wordt het ‘surround effect’genoemd.
fig.panel1-4
De begeleiding een ruimtelijker effect geven
1. Sluit een versterker of externe luidspreker op de Aux-aansluiting aan.
2. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
3. Raak <Surround Accomp> aan.
Het scherm ‘Surround Reverb’ verschijnt.
Druk op om tussen de twee schermen te wisselen.
4. Raak de icoon van een partij aan om het surround effect aan en uit te zetten.
De klanken van de partijen die op ON zijn gezet, worden zowel door de externe luidspre-
ker als door de luidspreker van de KR gespeeld. De partijen die op OFF zijn gezet, worden
alleen door de luidspreker van de KR gespeeld.
Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt het surround effect geactiveerd en gaat u terug naar
het vorige scherm.
Het effect uitschakelen
5. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
Het surround effect wordt uitgeschakeld en klinkt bij geen van de partijen meer.
NOTE
In combinatie met surround-
b
egeleiding kunt u óf sur-
round galm, óf Advanced 3D-
effect gebruiken, maar niet
b
eide functies tegelijk.
Wanneer u de surround
functie gebruikt, klinkt het
geluid door de externe luid-
spreker, zelfs wanneer de kop-
telefoon is aangesloten.
Wanneer u de koptelefoon
gebruikt, raak dan <Int> in de
rechterbovenhoek van het
scherm aan om het Advanced
3D-effect toe te passen.
NOTE
U kunt de surround functie
niet gebruiken wanneer Aux
Out in de ‘Concertmodus’staat
(pag. 177).
AAN UIT
Zie “Voorbeelden van opstel-
lingen waarbij ‘Aux’ op ‘Sur-
round’ staat ingesteld” op pag.
177 voor uitgebreidere infor-
matie over luidsprekerinstel-
lingen bij gebruik van de
surroundfunctie.
U kunt het volume van het sur-
round effect bij begeleiding en
b
ij galm regelen (pag. 37).
36
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
De sterkte van het surround effect bij begeleiding
regelen
1. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
2. Roep het ‘Surround Accomp’-scherm op (pag. 35).
3. Raak <Options> aan.
4. Raak de schuiven ‘External ’ en ‘Internal’ aan om de volumeniveaus van de
externe luidspreker en de luidspreker van de KR te regelen.
Het surround volume van de begeleiding (‘Surround Accomp’) wordt geregeld.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het Surround scherm.
Selectie van de geluidssoort, waarop het effect moet worden
toegepast
Wanneer u ‘Keyboard’ in het Surroundscherm op ON heeft staan, kunt u de partijen
selecteren, waarop u het surround effect wilt toepassen.
1. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
2. Raak in het ‘Surround Accomp’-scherm <Option> aan.
3. (Wanneer het scherm ‘Surround Reverb’ in beeld is, kunt u <Accomp> aanra-
ken om in het scherm ‘Surround Accomp’ te komen.)
Druk op om tussen de twee schermen te wisselen.
fig.d-adv3dopt.eps_60
4. Raak <All Parts> of <Layer Part> aan.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het ‘Surround Accomp’-scherm.
Scherm Uitleg
All Parts
Het effect wordt toegepast op alle geluidssoorten, die op de toetsen
worden gespeeld (de geluidssoort van de linkerhand, die van de re-
chterhand en de tweede geluidssoort bij gelijktijdige uitvoering).
Layer Part
Het effect wordt alleen op de tweede geluidssoort van de gelijktijdige
uitvoering toegepast.
Wanneer er geen gelijktijdige uitvoering (pag. 30) gebruikt wordt,
wordt het surround effect niet toegepast, wanneer u de toetsen be-
speelt, zelfs niet indien <Keyboard> in het ‘Surround Accomp’-
scherm op ON is gezet.
U kunt de functie ‘Memory
Backup’ gebruiken om deze
instellingen in het geheugen
van de KR te zetten (pag. 164).
37
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het geluid van de galm ruimtelijker maken
1. Sluit een versterker of externe luidspreker op de Aux-aansluiting aan.
2. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden (pag.
35).
3. Raak <Surround Reverb> aan.
Het volgende ‘Surround Reverb’-scherm verschijnt.
De galm klinkt door de externe luidspreker en door de interne luidspreker van de KR.
Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt het surround effect geactiveerd en gaat u terug naar
het vorige scherm.
Het effect uitschakelen
4. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
Het surround effect wordt uitgeschakeld en klinkt bij geen van de partijen meer.
De sterkte van het surround effect bij galm regelen
1. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden..
2. Roep het ‘Surround Accomp’-scherm op (pag. 37).
3. Raak <Options> aan.
4. Raak de schuiven ‘External ’ en ‘Internal’ aan om de volumeniveaus van de
externe luidspreker en de luidspreker van de KR te regelen.
Het surround volume van de galm (‘Surround Reverb’) wordt geregeld.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het ‘Surround’-scherm.
NOTE
In combinatie met surround
galm kunt u óf surround bege-
leiding, óf Advanced 3D-effect
gebruiken, maar niet beide
functies tegelijk. Wanneer sur-
round begeleiding ingescha-
keld is, wordt de galm ook
ruimtelijker.
U kunt de functie ‘Memory
Backup’ gebruiken om deze
instellingen in het geheugen
van de KR te bewaren (pag.
164).
38
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Een driedimensionaal ruimtelijk effect
geven aan de gespeelde klanken
(‘Advanced 3D’)
U kunt een driedimensionaal ruimtelijk effect geven aan de klanken die u speelt met auto-
matische begeleiding (pag. 58), aan voorgeprogrammeerde songs of aan muziekbestan-
den. Dit effect, dat ‘Advanced 3D’ genoemd wordt, geeft u het gevoel dat u door het
geluid van de uitvoering omringd wordt.
fig.panel1-4
1. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
2. Raak <Advanced 3D>. aan.
Het volgende ‘Advanced 3D’-scherm verschijnt.
fig.d-adv3d.eps_60
3. Raak de icoon aan om het effect aan of uit te schakelen voor iedere indivi-
duele partij.
Er wordt een driedimensionaal ruimtelijk effect toegevoegd aan de geselecteerde partij.
Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt het Advanced 3D-effect geactiveerd en gaat u terug
naar het vorige scherm.
Het effect uitschakelen
4. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
Het Advanced 3D-effect wordt uitgeschakeld en klinkt bij geen van de partijen meer.
NOTE
In combinatie met surround-
b
egeleiding kunt u óf sur-
round galm, óf Advanced 3D-
effect gebruiken, maar niet
b
eide functies tegelijk.
UIT
AAN
Indien alle partijen uitgescha-
keld zijn, gaat het lampje bij de
[Surround]-knop niet bran-
den als u de knop indrukt.
39
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Selectie van de geluidssoort, waarop het effect wordt toegepast
Wanneer u ‘Keyboard’ in het ‘Advanced 3D’-scherm op ON heeft staan, kunt u de par-
tijen selecteren waarop u het 3D-effect wilt toepassen wanneer u de toetsen bespeelt.
1. Druk op de [Surround]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
2. Raak <Advanced 3D> aan.
3. Raak in het ‘Advanced 3D-scherm <Option> aan.
fig.d-adv3dopt.eps_60
4. Raak <All Parts> of <Layer Part> aan.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het ‘Advanced 3D’-scherm.
Scherm Uitleg
All Parts
Het effect wordt toegepast op alle geluidssoorten, die op de toetsen
worden gespeeld (de geluidssoort van de linkerhand, die van de
rechterhand en de tweede geluidssoort bij gelijktijdige uitvoering).
Layer Part
Het effect wordt alleen op de tweede geluidssoort van de gelijktijdige
uitvoering toegepast.
Wanneer er geen gelijktijdige uitvoering gebruikt wordt (pag. 30),
wordt het Advanced 3D-effect niet toegepast wanneer u de toetsen
bespeelt, zelfs niet indien <Keyboard> in het ‘Advanced 3D’-scherm
op ON is gezet.
40
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het geluid regelen om de ideale
geluidskwaliteit te bereiken (‘Equalizer’)
De KR is uitgerust met een ingebouwde vijfbands digitale equalizer.
Een equalizer versterkt of beperkt bepaalde toonhoogten (frequenties) van het geluid om
de balans van het totale geluid te regelen. De hoge tonen kunnen bijvoorbeeld versterkt
worden om een helderder geluid te krijgen, of de tonen in het lagere bereik om een krach-
tiger geluid te krijgen.
U kunt ook het geluid regelen om de akoestische eigenschappen van de ruimte waar
gespeeld wordt te compenseren.
Indien het schuiven met de afzonderlijke knoppen voor elke frequentie uiteindelijk het
resultaat vervormd doet klinken, kunt u de vervorming corrigeren met behulp van de
‘Master Level’-schuif.
1. Druk op de [Equalizer]-schuif.
Het ‘Equalizerscherm’ verschijnt.
fig.d-eq.eps_60
2. Raak de type-icoon aan om uw keuze te maken.
3. Raak de schuif aan om de gewenste aanpassing te doen.
Scherm Uitleg
Piano De optimale instellingen voor pianospel worden geselecteerd.
Power Versterkt zowel de lage als de hoge frequenties.
Mild
Lage en hoge frequenties worden beperkt voor een prettig in het
gehoor liggend geluid.
Clear
Deze instelling versterkt de middenfrequenties enigszins voor een
simpel popgeluid.
Bright
Deze instelling versterkt de hoge frequenties voor een helder,
sprankelend geluid.
Flat De waarden van alle schuiven worden op ‘0’ gezet.
User Sla uw favoriete instellingen op (pag. 41).
Op het
scherm
Instellings-
waarde
Uitleg
Low -60–0–+60
Bereik van de lage frequentie. Dit is het bereik van
frequenties voor instrumenten als drums,
basgitaar, orgel, gitaar en snaarinstrumenten.
Wanneer <Flat> wordt geselec-
teerd (dus wanneer alle schui-
ven op ‘0’ staan), gaat het
lampje zelfs niet branden wan-
neer [Equalizer] wordt inge-
drukt.
41
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
U kunt de schuif ook bewegen met behulp van de knoppen [-] en [+] en de afstemknop.
Wanneer u de knoppen [-] en [+] tegelijk indrukt, gaat de schuif terug naar ‘0’.
Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt de balancering in werking gezet en gaat u terug naar
het vorige scherm.
Het effect uitschakelen
4. Druk op de [Equalizer]-knop en het lampje gaat uit.
Het equalizer effect wordt uitgeschakeld.
De instellingen opslaan
U kunt de equalizer instellingen opslaan onder <User>.
Zelfs na het bewerken van de instellingen, kunt u <User> aanraken om uw voorkeur-
instellingen op te roepen.
1. Druk op de [Equalizer]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
Het Equalizerscherm verschijnt.
2. Regel de equalizer.
3. Raak <Write> aan.
De instellingen worden opgeslagen.
Zelfs nadat u de instellingen heeft bewerkt, kunt u <User> aanraken om de opgeslagen
instellingen te seleceren.
-60–0–+60
Middenbereik. Dit is het bereik van frequenties
waar de geluiden van de meeste instrumenten zijn
geconcentreerd.
Mid -60–0–+60
Midden- tot hoogfrequentiebereik, Het oor is het
meest gevoelig voor dit frequentiebereik.
-60–0–+60
Hoogfrequentiebereik. Deze frequenties voegen
helderheid aan het geluid toe.
High -60–0–+60
U kunt de vervorming van het geluid beperken
door het niveau te verlagen. Wanneer het niveau te
veel verhoogd wordt, kan het geluid vervormd
raken.
Master Level -60–0–+60
Middenbereik. Dit is het bereik van frequenties
waar de geluiden van de meeste instrumenten zijn
geconcentreerd.
Op het
scherm
Instellings-
waarde
Uitleg
42
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Effecten aan het geluid toevoegen (‘Effects’)
U kunt een groot aantal verschillende effecten toevoegen aan de tonen, die u op het kla-
vier speelt.
1. Druk eerst op een Tone-knop om een geluidssoort te selecteren (pag. 27).
Het Selectiescherm Geluidssoorten verschijnt.
2. Raak daarna <Effects> aan.
Het ‘Effect’-scherm verschijnt.
fig.d-effects.eps_60
Effecten aan het geluid toevoegen
3. Raak ‘ON’ aan.
Het effect dat met ‘Type’ wordt geselecteerd, wordt toegepast.
Het effect instellen
4. Druk op <Type> om het type effect te selecteren.
5. Druk op <Depth> om de hoeveelheid effect te selecteren.
De hoeveelheid gaat gelijk op met de waarde.
U kunt de schuif ook bewegen met behulp van de knoppen [-] en [+] en de afstemknop.
Wanneer u de knoppen [-] en [+] tegelijk indrukt, gaat de schuif terug naar de begin-
waarde.
Raak <Exit> aan om naar het scherm Selectie Geluidssoorten terug te gaan.
Het effect uitschakelen
6. Raak in het ‘Effecten’-scherm <Off> (uit) aan.
Zie de ‘Lijst van effecten’ op
pag. 191 voor meer informatie
over de effecten.
NOTE
Wanneer u voor de geluids-
soort van de linkerhand een
ander effect selecteert dan het
effect dat u voor de geluids-
soort van de rechterhand en
voor de gelijktijdige uitvoe-
ring heeft geselecteerd, kan het
zijn dat dit niet het gewenste
resultaat (effect) heeft. Selec-
teer dan hetzelfde effect als u
voor de geluidssoort van de
rechterhand heeft geselecteerd.
NOTE
Wanneer u een type effect
selecteert dat met ‘GS’ begint,
wordt dat type effect ook toe-
gevoegd aan het ‘chorus’ effect
van de song of de muziekstijl
(pag. 58) die op dat moment
geselecteerd is.
De instelling van effecten
Wanneer het effect op ON (aan) wordt gezet, wordt het passende effect toegevoegd voor
de op dat moment geselecteerde geluidssoort. U kunt ook andere effecttypen aan iedere
geluidssoort toevoegen (behalve aan GS-geluidssoorten en aan geluidssoorten met het
‘’ logo). Hoewel het uitschakelen van het instrument de effecten weer naar hun startin-
stellingen terugbrengt, maakt het uitvoeren van ‘Memory Backup’ (pag. 165) het u moge-
lijk om de instellingen op te slaan en zelfs te bewaren als de stroom uitgeschakeld wordt.
Op alle [Voice]-knop-geluids-
soorten waarbij ‘GS’ of ‘
achter de naam staat, wordt
hetzelfde effect toegepast.
Indien het effect van één van
de geluidssoorten met het logo
‘GS’ of ‘ ’ wordt veranderd,
worden de effecten van de
andere geluidssoorten met het
logo ‘GS’ of ‘ ’ ook automa-
tisch veranderd.
43
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Effect toevoegen aan de microfoonstem
(‘Vocal Effect’)
Wanneer u een microfoon heeft aangesloten, kunt u effect toevoegen aan de stem die door
de microfoon klinkt.
Effecten toevoegen aan de vocale partij(en) wordt ‘Vocal Effect’ (Stemeffect) genoemd.
Stemeffect selecteren
fig.panel1-5
1. Druk op de [Vocal Effect]-knop.
Het Stemeffectscherm verschijnt.
Modellen met ‘Moving Key’ Modellen zonder ‘Moving Key’
fig.d-vocalsfx.eps_60
2. Raak één van de iconen aan.
3. Wanneer u <Exit> aanraakt, wordt het effect toegepast en gaat u terug naar
het vorige scherm.
Icoon Uitleg pag.
Echo Regelt de echo van de microfoon. Pag. 44
Transformer Verandert de stem die door de microfoon klinkt. Pag. 45
Harmonist Voegt tegenstem toe aan de oorspronkelijke stem. Pag. 47
Vocal Count In
Maakt het u mogelijk om songs en automatische
begeleiding in uw eigen tempo te starten.
Pag. 48
Vocal Keyboard
Maakt het u mogelijk om geluiden te produceren
naar het bereik van de menselijke stem.
Pag. 48
Music Files
U kunt een bepaalde partij als tegenstem
gebruiken, terwijl u een song afspeelt.
Pag. 49
Zie ‘Een microfoon aansluiten’
op pag. 22 voor meer informa-
tie over het aansluiten van een
microfoon.
44
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het Stemeffect uitschakelen
4. Druk op de knop [Vocal Effect] en het lampje bij de knop gaat uit.
De functie ‘Stemeffect’ wordt uitgeschakeld.
De echo regelen (‘Echo’)
1. Raak <Echo> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-echo.eps_60
2. Raak de schuif op de balk aan om de hoeveelheid echo die op de microfoon-
stem wordt toegepast te regelen.
3. Raak Echotype <1> of <2> aan om het echotype te veranderen.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Op het
scherm
Uitleg
1 Geeft gewone galm.
2 Geeft galm voor een karaoke-achtige echo.
45
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Stemmen veranderen (‘Transformer’)
U kunt de manier, waarop uw stem door de microfoon klinkt veranderen. Dit heet de
‘Voice Transformer’ (Stemomvormer)-functie.
1. Raak <Transformer> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-trans.eps_60
2. Raak één van de iconen aan.
Hieronder ziet u wat de verschillende iconen doen.
3. Zing in de microfoon.
Uw stem wordt omgevormd naar de selectie die u heeft gemaakt.
Het effect uitschakelen
4. Raak de icoon die u bij Stap 2 heeft aangeraakt nogmaals aan.
Het ‘Stemomvormer’-effect wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om terug te gaan naar het Stemeffectscherm.
Scherm Uitleg
Kids Vormt de stem om in een kinderstem.
Bear Vormt de stem om in de stem van een groot dier.
Robot Vormt de stem om in een robotachtige stem.
Duck Vormt de stem om in het kwakende geluid van een eend.
Alien Vormt de stem om in de stem van een buitenaards wezen.
Computer Vormt de stem om in een stem als die van een computer.
Female Vormt mannenstemmen om in vrouwenstemmen.
Male Vormt vrouwenstemmen om in mannenstemmen.
Wanneer u de functie ‘Stem-
omvormer’ gebruikt, kan het
soms gebeuren dat de instel-
ling van de resonantie van de
piano (zie pag. 152) wordt
teruggezet.
46
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Meer stemmen toevoegen (‘Harmonist’) – Modellen, die met
‘Moving Key’ zijn uitgevoerd
U kunt met begeleiding van een tweede stem zingen, zelfs wanneer u alleen bent. Dit
wordt de ‘Harmonist’ (Harmoniseur)-functie genoemd.
1. Raak <Harmonist> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
Druk op om tussen de twee schermen te wisselen.
fig.d-vo-harmo.eps_60
2. Raak één van de iconen aan.
Hieronder ziet u wat de verschillende iconen doe.
Scherm Uitleg
My Voice
De melodie, die op de toetsen wordt gespeeld, wordt als
tegenstem gebruikt. Deze tegenstem wordt aan uw stem
toegevoegd, ongeacht de toonhoogte van uw stem.
Duo1 De toegevoegde tegenstem past bij de akkoorden, die op de
toetsen worden aangegeven. Tegenstem toevoegen aan een
enkele stem geeft een effect alsof er twee mensen samen zingen.
Duo2
Variety
De melodie, die op de toetsen wordt gespeeld, wordt als
tegenstem gebruikt. De toegevoegde tegenstem past bij de
toonhoogte van uw stem. Er worden voor vrouwenstemmen
bijvoorbeeld hogere toonhoogten gebruikt en voor
mannenstemmen lagere toonhoogten.
Trio
De toegevoegde tegenstem past bij de akkoorden, die op de
toetsen worden aangegeven. Dit voegt een tweestemmige
tegenstem toe, waardoor het lijkt alsof er een trio zingt.
Chord
De toegevoegde tegenstem past bij de akkoorden, die op de
toetsen worden aangegeven.
U kunt de manier waarop tegenstemmen worden toegevoegd
wijzigen met het ‘Melody Intelligence’-type (pag. 72).
Unison Klinkt alsof er twee mensen dezelfde melodie zingen.
Oct-Up
Voegt een extra stem toe, één octaaf hoger dan de oorspronkelijke
stem.
Oct-Down
Voegt een extra stem toe, één octaaf lager dan de oorspronkelijke
stem.
5th Up
Voegt een tegenstem toe, die een vijfde interval boven de
oorspronkelijke stem ligt.
3rd Up
Voegt een tegenstem toe, die een derde interval boven de
oorspronkelijke stem ligt.
4th Down
Voegt een tegenstem toe, die een vierde grote terts boven de
oorspronkelijke stem ligt.
Wanneer u de ‘Harmonist’
functie gebruikt, kan het soms
gebeuren dat de instelling van
de resonantie van de piano (zie
pag. 152) wordt teruggezet en
dat de effecten die aan het kla-
vier zijn toegevoegd (pag. 42)
worden uitgeschakeld.
NOTE
Bij enkele ‘Harmonist’ effecten
kan het gebeuren dat het
samenspelen met sommige
vocalen op de bijgesloten CD
niet mogelijk is.
47
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het effect uitschakelen
3. Raak het ‘Harmonist’-effect dat u bij Stap 2 heeft geselecteerd nogmaals aan
op het scherm.
De ‘Harmonist’ functie wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Tegenstemmen toevoegen (‘Harmonist’) – Modellen zonder ‘Moving Key’
U kunt met begeleiding van een tegenstem zingen, zelfs wanneer u alleen bent. Dit wordt
de ‘Harmonist’ functie genoemd.
1. Raak <Harmonist> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-harmo.eps_60
2. Raak één van de iconen aan.
Hieronder ziet u wat de verschillende iconen doen.
Het effect uitschakelen
3. Raak het ‘Harmonist’-effect dat u bij Stap 2 geselecteerd heeft nogmaals aan
op het scherm.
De ‘Harmonist’ functie wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Scherm Uitleg
Duet Klinkt alsof er twee mensen dezelfde melodie zingen.
Oct-Up
Voegt een extra stem toe, één octaaf hoger dan de oorspronkelijke
stem.
Oct-Down
Voegt een extra stem toe, één octaaf lager dan de oorspronkelijke
stem.
Keyboard De melodie die op de toetsen wordt gespeeld, wordt de tegenstem.
5th Up
Voegt een tegenstem toe, die een vijfde interval boven de
oorspronkelijke stem ligt.
3rd Up
Voegt een tegenstem toe, die een derde interval boven de
oorspronkelijke stem ligt.
4th Down
Voegt een tegenstem toe, die een vierde grote terts boven de
oorspronkelijke stem ligt.
Chords
Voegt tegenstemmen toe die passen bij de akkoorden, die op de
toetsen worden aangegeven.
U kunt de manier waarop tegenstemmen worden toegevoegd
wijzigen met het ‘Melody Intelligence’-type (pag. 72).
Wanneer u de ‘Harmonist’
functie gebruikt, kan het soms
gebeuren dat de instelling van
de resonantie van de piano (zie
pag. 152) wordt teruggezet en
dat de effecten die aan het kla-
vier zijn toegevoegd (pag. 42)
worden uitgeschakeld.
48
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Songs en automatische begeleiding met het geluid van uw stem
laten starten (‘Vocal Count In’)
U kunt songs en automatische begeleiding laten starten door in de microfoon te tellen.
1. Raak <Vocal Count In> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-coin.eps_60
2. Raak <Arranger> of <Song> aan.
3. Tel in de microfoon tot vier (‘Een, twee, drie, vier’).
Tel af naar het aantal slagen per maat, dat is aangegeven in de maataanduiding van de
geselecteerde song of muziekstijl.
Tel bijvoorbeeld tot vier, wanneer u een maataanduiding van 4/4 selecteert en tel tot drie,
wanneer u een 3/4-maat heeft geselecteerd.
Het tempo wordt automatisch ingesteld naar de pauzen tussen de tellen, wanneer u in de
microfoon spreekt, en de song of ‘Arranger’ (de automatische begeleiding) begint.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Geluiden van instrumenten op de toonhoogte van de stem spelen
(‘Vocal Keyboard’)
U kunt melodieën die in de microfoon gezongen worden, laten spelen door de voorge-
programmeerde geluidssoorten van de KR.
1. Raak <Vocal Keyboard> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-key.eps_60
Scherm Uitleg
Arranger
De automatische begeleiding start in het tempo, waarin u heeft
afgeteld.
Song De song start in het tempo, waarin u heeft afgeteld.
49
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
2. Indien de icoon <OFF> geselecteerd is, raak dan de icoon <ON> aan.
3. Raak een icoon aan om een geluidssoort te selecteren.
U kunt de geluidssoort ook selecteren door de Tone-knop in te drukken.
Wanneer u in de microfoon zingt, worden de gezongen toonhoogten gespeeld door de
geselecteerde geluidssoort.
Het effect uitschakelen
4. Raak <OFF> aan.
De ‘Vocal Keyboard’-functie wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Tegenstemmen toevoegen aan een bepaalde partij (‘Music Files’) –
Modellen die met ‘Moving Key’ zijn uitgevoerd
Wanneer u zingt, terwijl u een bepaalde partij van de songgegevens speelt, wordt de
tegenstem toegevoegd op basis van de toonhoogten in die bepaalde partij.
1. Selecteer de song waaraan u de tegenstem wilt toevoegen.
Indien u een song van floppydisk selecteert, doe de floppydisk dan in de diskdrive. Zie
‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor meer informatie over het selecteren van songs.
2. Raak <Music Files> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-music.eps_60
3. Raak de icoon aan van de partij, waaraan u een tegenstem wilt toevoegen.
Wanneer u in de microfoon zingt, wordt tegenstem toegevoegd met de toonhoogten van
de aangegeven partij.
4. Raak <Variety> aan.
Wanneer <Variety> op ON staat, wordt de melodie die op de toetsen gespeeld wordt als
tegenstem gebruikt. De toegevoege stem wordt aangepast aan de toonhoogte.
Het effect uitschakelen
5. Raak de icoon die u in Stap 3 heeft aangeraakt nogmaals aan.
De ‘Music Files’-functie wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
Wanneer u de toetsen bespeelt,
terwijl ‘Vocal Keyboard’ inge-
schakeld is, wordt de geluids-
soort gespeeld die is
geselecteerd voor ‘Vocal Key-
b
oard’.
De gegevens van de tegen-
stem in Partij 5 staan op de
meegeleverde CD.
50
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Tegenstemmen toevoegen aan een bepaalde partij (‘Music Files’) –
Modellen zonder ‘Moving Key’
Wanneer u zingt, terwijl u een bepaalde partij van de songgegevens speelt, wordt de
tegenstem toegevoegd op basis van de toonhoogten in die bepaalde partij.
1. Selecteer de song, waaraan u de tegenstem wilt toevoegen.
Indien u een song van floppydisk selecteert, doe de floppydisk dan in de diskdrive. Zie
‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor meer informatie over het selecteren van songs.
2. Raak <Music Files> aan bij Stap 2 van ‘Stemeffect selecteren’ (pag. 43).
fig.d-vo-music.eps_60
3. Raak de icoon aan van de partij, waaraan u een tegenstem wilt toevoegen.
Wanneer u in de microfoon zingt, wordt tegenstem toegevoegd met de toonhoogten van
de aangegeven partij.
Het effect uitschakelen
4. Raak de icoon die u in Stap 3 heeft aangeraakt nogmaals aan.
De ‘Music Styles’-functie wordt uitgeschakeld.
Raak <Exit> aan om naar het Stemeffectscherm terug te gaan.
51
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Plezier met Karaoke met muziekbestanden (‘Music
Files’)
1. Sluit een microfoon aan.
2. Regel het volume en de hoeveelheid echo die er wordt toegepast.
Gebruik de functie ‘Stemeffect’ van de KR om de echo aan te passen (pag. 44).
U kunt dit effect ook verkrijgen met de ‘Stemomvormer’-functie (pag. 45) en de ‘Harmo-
nist’ functie (pag. 46 en 47).
3. Selecteer een song.
Indien u een song van floppydisk selecteert, doe de floppydisk dan in de diskdrive. Zie
‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor meer informatie over het selecteren van songs.
4. Regel het tempo naar wens met de Tempoknoppen [-] en [+].
5. Verander de toonsoort van het liedje indien nodig (pag. 103).
Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, begint de begeleiding te spelen.
Zing met de begeleiding mee.
Wanneer u een muziekbestand met teksten afspeelt, verschijnen de teksten op het
scherm.
6. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop om de begeleiding te stoppen.
Er zijn ook commerciële
muziekbestanden verkrijg-
b
aar, die speciaal voor karaoke
ontworpen zijn. Raadpleeg uw
KR-leverancier, wanneer u
muziekbestanden wilt aan-
schaffen. Zie ook ‘Muziekbe-
standen die door de KR
gebruikt kunnen worden’ op
pag. 201.
Bij de KR kunnen teksten ook
op een extern scherm getoond
worden. Zie ‘Een extern
scherm aansluiten’ op pag. 23
en ‘Het selecteren van afbeel-
dingen om op de KR en
externe schermen te vertonen
(‘User Image Display’)’ op pag.
163.
U kunt het vertonen van tek-
sten uitschakelen. Zie ‘Song-
teksten verbergen (‘Lyrics’)’ op
pag. 170.
52
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Metronoom en ritme gebruiken
(‘Rhythm Partner’)
De KR is uitgerust met een ingebouwde metronoom. In aanvulling daarop kunt u, op
dezelfde manier als de bij de metronoom, ritmepatronen laten spelen door simpelweg op
de [Rhythm]-knop te drukken.
De combinatie van de ingebouwde metronoom en ritmefuncties heet ‘Rhythm Partner’.
fig.panel1-6
De metronoom gebruiken
1. Druk op de [Metronome]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
U hoort nu de metronoom.
Het ‘Metronoomscherm’ verschijnt:
fig.d-metro.eps_60
U kunt <Exit> aanraken om de metronoom te laten doorgaan met spelen, terwijl u naar
het vorige scherm teruggaat.
De metronoom uitschakelen
2. Druk nogmaals op de [Metronome]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
Bij het afspelen van een song of
wanneer u met automatische
b
egeleiding speelt, houdt het
geluid van de metronoom
dezelfde maat aan als die van
de song of de begeleiding.
Het is niet mogelijk om metro-
noom en ritme (pag. 56) tegelij-
kertijd te gebruiken.
53
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
De instellingen van de metronoom veranderen
Het tempo regelen
U kunt het tempo van de metronoom regelen. Het tempo van de metronoom verandert
automatisch, indien u van automatische begeleiding gebruik maakt of een song afspeelt.
1. Druk op de Tempo-knoppen [-] en [+] om een tempo aan te passen.
U kunt het tempo van de metronoom regelen binnen een bereik van = 20-250.
De metronoom wordt automatisch ingesteld op = 180 wanneer de spanning van de KR
wordt ingeschakeld.
Wanneer u de knoppen [-] en [+] tegelijkertijd indrukt, gaat de geselecteerde begeleiding
van de song terug naar het basistempo.
Het tempo bepalen door middel van tempo typeringen
U kunt het tempo instellen door een tempo-indicator te kiezen, die op uw partituur staat,
bijvoorbeeld ‘Allegro’.
1. Raak op het Metronoomscherm de tempo-indicatorbalk aan.
Het tempo wordt zo ingesteld, dat dit bij de tempotypering past.
fig.d-metro.eps_60
De maat van de metronoom veranderen
1. Raak op het Metronoomscherm <Beat> aan.
De keuzemogelijkheden voor de maat verschijnen onderaan het scherm.
2. Selecteer de maat van uw keuze door deze op het scherm aan te raken.
Wanneer u gebruikt, kunt u in het scherm verder naar links of rechts gaan
en nog meer keuzemogelijkheden bekijken.
U kunt ook de afstemknop
gebruiken om het tempo te
regelen. Draai de knop met de
klok mee voor een sneller
tempo, of tegen de klok in voor
een langzamer tempo.
Wanneer geselec-
teerd wordt, klinkt alleen de
opslag.
54
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het volume veranderen
De metronoom heeft tien verschillende volumestanden.
1. Raak in het Metronoomscherm <Volume> aan.
De keuzemogelijkheden voor het volumeniveau verschijnen onderaan het scherm.
2. Raak de volume-icoon van uw keuze aan.
Wanneer u gebruikt, verschuift de selectie naar de zijkant, waardoor u bij
andere mogelijke volumeniveaus kunt komen.
Wanneer u kiest, wordt het volume op het laagste niveau ingesteld. Als u
kiest, wordt het op het hoogste niveau ingesteld.
Kies om het metronoomgeluid uit te schakelen.
Het geluidstype veranderen
U kunt het soort geluid dat de metronoom maakt veranderen.
Bij het inschakelen van de KR staat de metronoom op ‘normaal metronoomgeluid’.
1. Raak in het Metronoomscherm <Sound> aan.
De keuzemogelijkheden voor het geluidstype verschijnen onderaan het scherm.
2. Raak één van de keuzemogelijkheden aan om een metronoomgeluid te selec-
teren.
Op het
scherm
Uitleg
Op het
scherm
Uitleg
Normaal
metronoomgeluid
Elektronisch
metronoomgeluid
‘1, 2, 3’ in het Japans ‘1, 2, 3’ in het Engels
Honden- en
kattengeluiden
Woodblock
Triangel en castagnet Handgeklap
55
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
De animatie veranderen
Gewoonlijk is er midden op het Metronoomscherm een metronoom te zien, die met het
tempo meebeweegt. U kunt dat beeld veranderen in een geanimeerde stuiterbal of een
andere animatie.
1. Raak in het Metronoomscherm <Type> aan.
Het animatietype verschijnt nu.
Iedere keer als u de icoon aanraakt, wisselt de animatie tussen ‘Metronome’, ‘Dr. KR’ en
‘Bouncing Ball’ (stuiterbal).
De metronoom slag (patroon) veranderen
U kunt de metronoom zodanig instellen, dat deze zelfs met kleinere intervals werkt.
1. Raak in het Metronoomscherm <Pattern> aan.
De keuzemogelijkheden voor het metronoompatroon verschijnen onderaan het scherm.
2. Kies een patroon door uw keuze aan te raken.
Wanneer u gebruikt, kunt u in het scherm verder naar links of rechts gaan
en nog meer keuzemogelijkheden bekijken.
Op het
scherm
Uitleg
Op het
scherm
Uitleg
Het normale geluid
Interval van een
driekwartnoot
Interval van een halve
noot
Interval van een
drieachtste noot
Interval van een
kwartnoot
Interval van een
driezestiende noot
Interval van een achtste
noot
Interval van een
zestiende noot
Enkele naslag
toegevoegd
Trioolritme toegevoegd
Shuffle-ritme toegevoegd
56
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Ritme spelen
De KR beschikt over talloze voorgeprogrammeerde ritmepatronen, die net als de metro-
noom met één simpele druk op een knop gestart en gestopt kunnen worden.
Het laten spelen van ritmepatronen in plaats van de metronoom, maakt dat uw uitvoe-
ringen aandoen alsof het live-sessies zijn.
1. Druk op de [Rhythm]-knop en het lampje naast de knop gaat branden.
Het ritme is nu te horen.
Het volgende Ritmescherm verschijnt:
fig.d-rhythm.eps_60
U kunt <Exit> aanraken om het ritmegeluid te laten doorgaan, terwijl u naar het vorige
scherm teruggaat.
Het ritme stoppen
2. Druk nogmaals op de [Rhythm]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
De ritme-instellingen veranderen
Het ritme veranderen
1. Raak in het Ritmescherm een naam van een ritme aan.
Het geselecteerde ritme wordt gespeeld.
Welke keuzemogelijkheden er voor het ritme beschikbaar zijn, hangt af van de maat.
Raak aan om van scherm te wisselen en andere keuzemogelijkheden in
beeld te krijgen.
De maat van het ritme veranderen
1. Raak in het Ritmescherm <Beat> aan.
De keuzemogelijkheden voor de maat verschijnen onderaan het scherm.
2. Kies de gewenste maat door uw keuze aan te raken.
Wanneer u gebruikt, kunt u in het scherm verder naar links of rechts gaan
en nog meer keuzemogelijkheden bekijken.
U kunt de metronoom of auto-
matische begeleiding niet tege-
lijkertijd met het ritme laten
spelen. Wanneer u de metro-
noom of de automatische bege-
leiding start, terwijl er een
ritme speelt, stopt het ritme.
Afhankelijk van de maat, is het
mogelijk dat er maar één ritme
is om te kiezen.
Zie de ‘Lijst van ritmepatro-
nen’ op pag. 199 voor meer
informatie over de ritmetypen.
57
Hoofdstuk 1 Uitvoering
Hoofdstuk 1
Het volume veranderen
Het ritme heeft tien verschillende volumestanden.
1. Raak in het Ritmescherm <Volume> aan.
De keuzemogelijkheden voor het volumeniveau verschijnen onderaan het scherm.
2. Raak de volume-icoon van uw keuze aan.
Wanneer u gebruikt, verschuift de selectie naar de zijkant, waardoor u bij
andere mogelijke volumeniveaus kunt komen.
Wanneer u kiest, wordt het volume op het laagste niveau ingesteld. Als u
kiest, wordt het op het hoogste niveau ingesteld.
Kies om het ritmegeluid uit te schakelen.
58
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Muziekstijlen en automatische begeleiding
Wat is automatische begeleiding?
Druk op de One Touch Program-knop [Arranger] voor de optimale instellingen van de
automatische begeleiding. Automatische begeleiding is een functie, die u begeleiding
biedt in een groot aantal muzikale genres door simpelweg akkoorden voor de linkerhand
aan te geven.
Automatische begeleiding laat u met een orkest spelen, zelfs wanneer u alleen bent!
Wat zijn muziekstijlen?
Begeleidingspatronen in diverse muzikale genres heten muziekstijlen ‘Music Styles’
(Muziekstijlen).
Er zijn wereldwijd veel verschillende soorten muziek, en iedere muzieksoort heeft zijn
eigen unieke eigenschappen. Het is een unieke combinatie van elementen als instrumen-
tatie, melodie en frasen, die onderling samenwerken om een muziek zijn karakter te
geven, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij jazz of bij klassieke muziek.
Elementen van muziekstijlen
Een muziekstijl bestaat uit een verzameling van zes onderdelen die ‘divisies’ genoemd
worden.
In aanvulling hierop worden muziekstijlen opgebouwd uit ‘Rhythm’, ‘Bass’, ‘Accompa-
niment 1 (Begeleiding 1)’, ‘Accompaniment 2 (Begeleiding 2)’ en ‘Accompaniment 3
(Begeleiding 3)’.
Divisie Uitleg
Intro Wordt aan het begin van een song gespeeld.
Origineel Het basispatroon van de begeleiding.
Variatie Dit is een variatie op het originele begeleidingspatroon.
Invoeging naar
het origineel toe
Dit is een frase van één maat (een overbrugging) die wordt
ingevoegd op een punt waar de stemming verandert en de
begeleiding teruggaat naar het origineel.
Invoeging naar
de variatie toe
Dit is een frase van één maat (een overbrugging) die wordt
ingevoegd op een punt waar de stemming verandert en de
begeleiding vooruitloopt op de variatie.
Einde De afsluiting van een song.
Zie ‘Muziekstijlen selecteren
(‘Music Style’-knoppen)’ op
pag. 62 voor instructies voor
het laten spelen van automati-
sche begeleiding.
59
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Uitvoering met automatische begeleiding
(‘One-Touch Arranger’)
Hier leggen we u uit, hoe u de instellingen voor automatische begeleiding kunt realiseren.
fig.panel2-1
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
Het Basisscherm als hieronder afgebeeld verschijnt.
fig.d-arrbasic.eps_60
Let op de instellingen:
Het klavier is in partijen voor de linker- en rechterhand verdeeld, waarbij
begeleidingsakkoorden voor de linkerhand zijn aangegeven.
Er is een geluidssoort gekozen, die bij de geselecteerde muziekstijl past.
Het tempo en de maat van de geselecteerde muziekstijl zijn ingesteld.
2. Speel een akkoord in het gebied van de linkerhand.
De begeleiding begint. Dit start met de intro.
Speel akkoorden met de linkerhand en de melodie met de rechterhand.
Wanneer u akkoorden in de linkerhand verandert, verandert de begeleiding ook.
fig.arr-split.e
3. Druk op de knop [Intro/Ending].
Nadat het einde is gespeeld, houdt de begeleiding op.
Wanneer u een voorgepro-
grammeerde song of een
muziekbestand met tekstgege-
vens selecteert, verschijnt
<> in het Piano-
scherm of het Basisscherm.
Raak dit aan om de teksten in
b
eeld te krijgen.
Wanneer u van muziekstijl
verandert, veranderen het
tempo en de geluidssoort nor-
maalgesproken mee naar selec-
ties, die goed samengaan met
de geselecteerde nieuwe
muziekstijl. Indien u niet wilt
dat het tempo en de geluids-
soort veranderen, raadpleeg
dan ‘Van muziekstijl verande-
ren zonder de geluidssoort of
het tempo te veranderen (‘One
Touch Setting’)’ op pag. 156.
Raadpleeg ‘Muziekstijlen
selecteren (‘Music Style’-knop-
pen)’ op pag. 62 voor instruc-
ties over het selecteren van
muziekstijlen.
Raadpleeg ‘De begeleiding
starten en stopzetten’ op pag.
66 voor instructies over het
starten en stopzetten van de
b
egeleiding.
Het bereik, waarin akkoorden gespeeld worden
Scheidingspunt (F#3)
60
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Akkoorden
Een akkoord wordt geproduceerd, wanneer enkele tonen tegelijkertijd worden gespeeld.
Akkoorden worden aangegeven met de hoogte van de belangrijkste toon van het akkoord
(de grondtoon) en het akkoordtype, dat wordt bepaald door de andere tonen van het
akkoord.
Het C m-akkoord wordt bijvoorbeeld uitgedrukt in termen van de grondtoon ‘C’ en het
akkoordtype ‘m’ (mineur). C m is opgebouwd uit de drie noten ‘C’, ‘E ’ en ‘G’.
‘C m’ wordt in het Basisscherm als akkoordnaam aangegeven.
fig.chord.e
Alle grondtonen van de akkoorden worden als een letter aangegeven, soms met en of
erbij, en corresponderen met de tonen, die hieronder zijn aangegeven.
fig.chord-root.e
Akkoorden spelen met eenvoudige vingerzetting
(‘Chord Intelligence’)
‘Chord Intelligence’ is een eigenschap van de KR, die de begeleidingsakkoorden kiest op
het moment dat u een toets aanslaat.
Om bijvoorbeeld een C-akkoord te spelen, moet u normaal de drie toetsen C, E en G aan-
slaan. Maar met Chord Intelligence hoeft u alleen maar de C aan te slaan om een begelei-
dingsakkoord C te starten.
fig.chord-intel.e
CG
E
C
m
Root Note
Chord Type
Root Note
C
C maj 7
C 7
C m
C m7
C dim
Bijv.
Bijv.
Bijv. Bijv.
Bijv.
Bijv.
Majeur
Zevende
Zevende majeur
Mineur
Zevende mineur
Verminderd
Sla de grondtoon van
het akkoord aan.
Sla de grondtoon en de
tweede toets daarboven aan.
Sla de grondtoon en de
derde toets daarboven aan.
Sla de grondtoon en de
zesde toets daarboven aan.
Sla de grondtoon, de derde
toets erboven en de
tweede toets eronder aan.
Sla de grondtoon en de
eerste toets daaronder aan.
• Zo moet u in de Chord Intelligence-modus akkoorden spelen:
U kunt de Chord Intelligence-
functie uitschakelen. Zie ‘De
manier veranderen, waarop
akkoorden worden gespeeld
en worden aangegeven
(‘Arranger Config’)’ op pag.
159.
Zie de ‘Lijst van akkoorden’ op
pag. 194 voor meer informatie
over de vingerzetting van
akkoorden.
61
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Vingerzettingen van akkoorden inzien (‘Chord
Finder’)
Wanneer u eens niet zeker bent van de vingerzetting van een bepaald akkoord, kunt u de
tonen van het akkoord op het scherm brengen.
1. Raak aan in het Basisscherm < > aan.
fig.d-arrbasic.eps_60
2. Raak de grondtoon aan van het akkoord waarover u meer wilt weten.
De vingerzetting van het akkoord verschijnt op het scherm.
fig.d-crdfind.eps_60
Wanneer u bijvoorbeeld de vingerzetting wilt zien van een akkoord C#, raakt u eerst <C>
aan en daarna <#>.
Raak <Exit> aan om terug te gaan naar het Basisscherm.
62
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Muziekstijlen selecteren (‘Music Style’-knoppen)
U kunt een groot aantal verschillende muziekstijlen selecteren door de ‘Music Style’-
knoppen in te drukken.
De muziekstijlen zijn in zes groepen verdeeld, die elk zijn toegekend aan één van de
‘Music Style’-knoppen.
fig.panel2-2
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
2. Druk op één van de ‘Music Style’-knoppen om de gewenste groep
muziekstijlen te selecteren.
Het lampje bij de betreffende knop gaat branden.
Zes van de muziekstijlen uit de groep worden op het scherm getoond.
fig.d-stylesel.eps_60
Dit scherm heeft het ‘Style Selection screen’ (Stijlselectiescherm).
Raak aan om van scherm te wisselen en andere keuzemogelijkheden in
beeld te krijgen.
U kunt <Search> aanraken om muziekstijlen te vinden, die aan de geselecteerde criteria
voldoen (pag. 64).
3. Raak een de naam van een muziekstijl aan om deze te selecteren.
U kunt de knoppen [-] en [+] en de afstemknop gebruiken om automatisch van pagina te
wisselen en stijlen te selecteren.
4. Raak onderaan het scherm Preset (voorinstellingen) <A>, <B>, <C> of
<D> aan.
Wanneer de muziekstijl is geselecteerd, wordt Preset A geselecteerd.
Wanneer er één van de voorinstellingen <A> tot <D> is geselecteerd, veranderen het
tempo van de muziekstijl, de geluidssoort van de rechterhand, de Style Orchestrator
instellingen (pag. 70) en andere instellingen.
Zie de ‘Lijst van muziekstijlen’
op pag. 192 en 193 voor meer
informatie over de namen van
muziekstijlen.
Door het tempo en de geluids-
soort te veranderen, kunt u uw
uitvoering in een andere stem-
ming spelen, zelfs wanneer u
dezelfde muziekstijl gebruikt.
63
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
5. Raak <Exit> aan.
Het Basisscherm komt weer in beeld.
Wanneer u op het klavier een akkoord in het gebied van de linkerhand aanslaat, wordt
de geselecteerde muziekstijl automatisch ingesteld.
Muziekstijlen van floppydisks selecteren
U kunt andere gebruikersstijlen spelen, die u op floppydisk of in het gebruikersgeheugen
heeft opgeslagen (pag. 149).
fig.panel2-3
1. Doe de floppydisk in de diskdrive (pag. 114).
2. Druk op de Music Style-knop [User].
fig.d-styldisk.eps_60
Wanneer u onderaan het scherm <User/Disk> aanraakt, verschijnt het scherm voor de
selectie van stijlen uit het gebruikersgeheugen of van floppydisk.
Wanneer u <Preset> aanraakt, verschijnt het scherm voor het selecteren van ‘Trad/Kids’-
muziekstijlen.
3. Raak aan.
De muziekstijlen die op de floppydisk staan, komen op het scherm.
Wanneer u < > aanraakt, komen de muziekstijlen die in het gebruikersgeheugen
staan op het scherm.
4. Selecteer een muziekstijl en raak de naam ervan aan.
5. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
U kunt nu spelen in de geselecteerde muziekstijl.
Muziekstijlen die u van floppydisk heeft geselecteerd, worden bewaard totdat de span-
ning van de KR wordt uitgeschakeld. Zelfs wanneer u de floppydisk al uit het apparaat
heeft gehaald, kunt u door de Music Style-knop [User] in te drukken toch nog in de laatst-
geselecteerde muziekstijl spelen.
Indien u de diskdrive voor het
eerst gebruikt, zorgt u er dan
voor dat u de belangrijke
opmerkingen op pag. 6 leest,
voordat u begint.
U kunt meerdere gebruikers-
stijlen in het gebruikersgeheu-
gen opslaan. Zie ‘Een
gebruikersstijl opslaan’ op pag.
149.
64
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Trefwoorden gebruiken om muziekstijlen te
zoeken (‘Style Search’)
U kunt muziekstijlen zoeken die passen bij het tempo van de song, bij het muzikale genre
of bij andere criteria die u stelt.
U kunt muziekstijlen ook zoeken door de eerste letter van de naam van de stijl te gebruiken..
1. Druk op één van de Music Style-knoppen.
2. Raak <Search> aan.
Het volgende ‘Style Search’-scherm (Stijlzoekscherm) verschijnt:
fig.d-stylsrch1.eps_60
Zoeken op voorwaarden
3. Raak de parameter, die u wilt instellen aan en gebruik daarna de
knoppen [-] en [+] en de afstemknop om de voorwaarden voor het
zoeken te selecteren.
4. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen op het scherm.
Raak de naam van een muziekstijl aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het Stijl zoekscherm terug te gaan.
Zoeken op naam van de muziekstijl
3. Raak <By Name> aan.
(U kunt <By Key> aanraken om naar het scherm Zoeken op Voorwaarden terug te gaan;
zie afbeelding.)
4. Bepaal op welk teken er gezocht moet worden.
Het geselecteerde teken verschijnt midden in het scherm.
Voer het teken in, waarnaar u zoekt. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, krijgt u
vervolgens alle keuzemogelijkheden te zien die met een A, B of C beginnen.
Raak <A-0> aan om van letters naar cijfers te wisselen, of omgekeerd.
5. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen op het scherm.
Raak de naam van een muziekstijl aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> enkele malen aan om naar het Basisscherm of naar het vorige scherm terug
te gaan.
Alleen de voorgeprogram-
meerde muziekstijlen van de
KR zijn beschikbaar.
scherm Zoeken op Voorwaarde scherm Zoeken op Naam
Raak deze knoppen aan om tussen
beide schermen te wisselen.
Bij het zoeken op voorwaarde
worden muziekstijlen gezocht,
die aan alle geselecteerde zoek-
criteria voldoen.
65
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Alleen de ritmepatronen van muziekstijlen spelen
U kunt ook alleen de ritmepatronen van muziekstijlen spelen.
Selecteer een muziekstijl (pag. 62)..
fig.panel2-4
1. Selecteer een muziekstijl (pag. 62).
2. Druk op de One Touch Program-knop [Piano].
De uitvoering wordt zodanig ingesteld, dat alleen de ritmepatronen worden gespeeld.
3. Druk op de knop [Intro/Ending].
Het ritmedeel van de begeleiding begint. Dit start met de intro.
U kunt, net als bij de gewone automatische begeleiding, intro’s en afsluitingen toevoegen
door de knop [Intro/Ending] in te drukken, en veranderingen in de ritmepatronen aan-
brengen met de Fill Inn-knop (pag. 69).
Het begeleidingstempo regelen
fig.panel2-5
Wanneer het Basisscherm in beeld is, kunt u de Tempoknoppen [-] en [+] of de knoppen
[-] en [+] en de afstemknop gebruiken om het tempo te wijzigen.
Het tempo wordt in de linkerbovenhoek van het scherm aangegeven.
fig.d-arrbasic.eps_60
Wanneer u tegelijkertijd op de knoppen [-] en [+] drukt, gaat de geselecteerde muziekstijl
of song terug naar het basistempo.
U kunt het tempo van de automatische begeleiding zelfs veranderen, terwijl de begelei-
ding aan het spelen is.
NOTE
Sommige muziekstijlen hebben
geen ritmepatronen. Wanneer
u deze stijlpatronen selecteert,
worden er geen ritmepatronen
gespeeld, zelfs niet wanneer u
de linkerkant van het klavier
b
espeelt.
66
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
De begeleiding starten en stopzetten
Wanneer u op de One Touch Program-knop [Arranger] drukt, wordt de Synchronische
start voor de begeleiding geactiveerd (dit laat de begeleiding beginnen op het moment,
waarop u in het gebied van de linkerhand begint te spelen) en wordt er automatisch een
passende intro voor de begeleiding ingesteld.
U kunt de manier waarop de begeleiding start en stopt ook veranderen.
fig.panel2-6
De begeleiding gelijktijdig laten beginnen,
wanneer u begint te spelen (‘Sync’)
1. Druk de knop [Intro/Ending] en de knop [Start/Stop] tegelijk in. De
lampjes bij beide knoppen beginnen nu te knipperen.
De Synchronische startinstellingen treden nu in werking.
2. Speel een akkoord in het gebied van de linkerhand.
Wanneer u de toetsen aanslaat, beginnen intro en begeleiding gelijk met uw spel.
De intro veranderen
Wanneer het instrument staat ingesteld op Synchronische start (dus wanneer het lampje
van zowel de knop [Intro/Ending] als de knop [Start/Stop] knippert) kunt u met de vol-
gende procedure de intro veranderen of voorkomen dat de intro gespeeld wordt.
Zonder intro beginnen
Druk op de knop [Intro/Ending] en het lampje bij de knop gaat uit.
Wanneer u nu een akkoord op het klavier speelt, begint de begeleiding zonder de intro.
Met een korte toegevoegde intro beginnen
Raak op het Basisscherm Intro/Einde Type <2> aan.
fig.d-intro2.eps_60
Wanneer u nu een akkoord op het klavier aangeeft, wordt er een korte intro gespeeld,
waarna de begeleiding begint.
Met een druk op een knop beginnen
1. Druk de knop [Intro/Ending] en de knop [Start/Stop] tegelijk in. De
lampjes bij beide knoppen gaan uit.
Synchronische start wordt
direct ingesteld, nadat de One
Touch Program-knop [Arran-
ger] is ingedrukt.
67
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
De Synchronische startfunctie wordt uitgeschakeld.
2. Speel een akkoord in het gebied van de linkerhand.
Kies het akkoord dat gespeeld moet worden wanneer de begeleiding begint te spelen.
3. Druk op de knop [Intro/Ending] of de knop [Start/Stop].
Wanneer u op de knop [Intro/Ending] drukt, wordt de intro gespeeld en begint de auto-
matische begeleiding. Wanneer u op de knop [Start/Stop] drukt, begint de begeleiding
zonder intro.
Wanneer u op de [Intro/Ending] drukt nadat u op het Basisscherm Intro/Einde Type <2>
heeft aangeraakt, wordt er een korte intro gespeeld.
De automatische begeleiding stoppen
Stoppen met een toegevoegd einde
1. Druk op de knop [Intro/Ending].
Er wordt een einde gespeeld en de automatische begeleiding stopt.
Wanneer u op de [Intro/Ending] drukt nadat u op het Basisscherm Intro/Einde Type <2>
heeft aangeraakt, wordt er een kort einde gespeeld.
Stoppen op het moment dat u de knop indrukt
1. Druk op de knop [Start/Stop].
De automatische begeleiding stopt op het moment dat u de knop indrukt.
Grondtonen en bastonen
Wanneer u de toetsen in het gebied van de linkerhand speelt, terwijl het lampje bij de
knop [Start/Stop] niet brandt, worden er akkoorden gespeeld. Deze toon wordt de
akkoordtoon genoemd en de grondtoon van het akkoord dat tegelijk gespeeld wordt,
heet de bastoon.
U kunt de klank van de
akkoordtoon en de bastoon
veranderen. Zie daarvoor ‘De
manier veranderen, waarop
akkoorden worden gespeeld
en worden aangegeven
(‘Arranger Config’)’ op pag.
159.
68
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Aan het einde van de intro een aftelgeluid laten
spelen (‘Countdown’)
Indien er voorafgaand aan uw uitvoering een intro wordt gespeeld, kunt u een aftelgeluid
laten horen aan het einde van de intro om u te helpen horen wanneer u zelf met spelen
moet beginnen.
fig.countdown.e
1. Druk op de knop [Metronome] en het lampje bij de knop gaat branden.
Het Metronoomscherm (pag. 52) verschijnt.
Indien u niet wilt dat de metronoom in werking is, druk dan op de [Metronome]-knop en
het lampje bij de knop gaat uit.
2. Raak <Countdown> aan.
Het volgende scherm ‘Countdown settings’ (Instellingen voor het aftellen aan het einde
van de intro) verschijnt:
fig.d-cntdwn.eps_60
3. Raak <Switch> an om dit op ‘ON’ te zetten.
Wanneer u de One Touch Program-knop [Arranger] indrukt, begint de uitvoering en is
het aftelgeluid aan het einde van de intro te horen.
Het aftelgeluid uitschakelen
1. Raak in het Metronoomscherm <Countdown> aan.
2. Raak <Switch> aan om dit op ‘OFF’ te zetten.
Dit stelt de KR zodanig in, dat er geen aftelgeluid te horen is.
Aftelgeluid
1234
Wanneer de intro afgelopen is,
begint de begeleiding
Bijv.: 4/4
Intro
Zie voor meer informatie over
instellingen op het Count-
downscherm ‘Instellingen voor
het aftellen aan het einde van
de intro (‘Countdown’)’ op
pag. 161.
69
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Een begeleiding wijzigen
Wanneer u automatische begeleiding gebruikt, kunt u eenvoudig Fill Ins aan de begelei-
dingspatronen toevoegen, arrangementen veranderen en andere wijzigingen doorvoe-
ren.
Het begeleidingspatroon veranderen
(‘Fill In’-knoppen)
Er zijn twee begeleidingspatronen: het origineel en een variatie. In aanvulling daarop
wordt er een fill-in (of korte frase) toegevoegd op de punten waar van begeleidingspatro-
nen veranderd wordt, wat de song aantrekkelijker maakt. Het kan effectief zijn om het
simpelere originele patroon voor de eerste helft van de song te gebruiken en het variatie-
patroon voor de tweede helft.
fig.panel2-7
Druk op de Fill In-knop [Variation] en het lampje bij de knop gaat
branden.
Het instrument wordt zodanig ingesteld dat de variatie-uitvoering gespeeld wordt.
Druk op de Fill In-knop [Original] en het lampje bij de knop gaat
branden.
Het instrument wordt zodanig ingesteld dat de originele uitvoering gespeeld wordt.
Wanneer u deze knoppen tijdens een uitvoering indrukt, wordt er een fill-in van één maat
op de passende plaats en tijd tussengevoegd.
Een fill-in toevoegen zonder van begeleidingspatroon te veranderen
U de fill-in ook spelen zonder van begeleidingspatroon te veranderen.
Druk daartoe op de verlichte knop [Original] of [Variation] tijdens de uitvoering.
U kunt variatie aan de automa-
tische begeleiding toevoegen
door verschillende functies aan
de uitvoeringsknoppen en
pedalen toe te kennen. Zie
‘Functies aan pedalen en uit-
voeringsknoppen toekennen
(‘Pedal Setting/User Func-
tions’)’ op pag. 157 voor meer
informatie hierover.
Wat is een ‘fill in’?
Een korte geïmproviseerde frase die tussengevoegd wordt in de notatie wordt een ‘fill in’
genoemd. De KR speelt automatisch de bij de geselecteerde muziekstijl passende frase.
70
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
De instrumentale samenstelling van muziekstijlen
veranderen (‘Style Orchestrator’)
U kunt het arrangement van een begeleiding veranderen. Deze functie heet ‘Style
Orchestrator’. Iedere muziekstijl heeft vier verschillende begeleidingsarrangementen.
fig.panel2-8
1. Druk op de knop [Style Orchestrator] en het lampje bij de knop gaat
branden.
Het instrument wordt zodanig ingesteld, dat u het arrangement d.m.v. de uitvoerings-
knoppen kunt veranderen.
2. Druk op uitvoeringsknop [1] – [4] om het arrangement van de
begeleiding te veranderen.
Het lampje bij de knop die u ingedrukt heeft, gaat branden.
.
Scherm Uitleg
Basic Dit is het eenvoudigste arrangement.
Advanced 1
Dit is een iets ingewikkelder arrangement.
Advanced 2
Full Dit is het meest ingewikkelde arrangement.
Wanneer u op de [Phrase]-
knop of de [User Function]-
knoppen drukt, gaat het
lampje bij de [Style Orchestra-
tor]-knop uit en verandert de
functie van de uitvoerings-
knoppen. Zie pag. 71 en 157
voor meer informatie hierover.
NOTE
Wanneer er eenvoudige
muziekstijlen worden
geselecteerd, kan het zijn dat
er geen verandering in het
arrangement optreedt, zelfs
niet wanneer u de functie Style
Orchestrator gebruikt.
71
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Frasen spelen (‘Phrase’)
U kunt geluidseffecten en andere korte frasen spelen.
fig.panel2-9
1. Druk op de [Phrase]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
Het instrument wordt zodanig ingesteld, dat u frasen kunt spelen met de uitvoerings-
knoppen.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-phrase.eps_60
2. Raak aan om het type frase te kiezen.
3. Druk op één van de uitvoeringsknoppen.
De geselecteerde frase wordt gespeeld.
Wanneer de frase blijft doorspelen, druk dan nogmaals op de [Phrase]-knop om deze te
stoppen.
Bij sommige frasen stopt de begeleiding, terwijl de frase gespeeld wordt.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het vorige scherm, terwijl de uitvoerings-
knoppen dezelfde functie houden.
Wanneer u van muziekstijl
verandert, worden ook de fra-
sen die aan de uitvoerings-
knoppen zijn toegekend
veranderd. Indien u niet wilt
dat dit gebeurt, lees dan ‘Van
muziekstijl veranderen zonder
de geluidssoort of het tempo te
veranderen (‘One Touch Set-
ting’)’ op pag. 156.
72
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Tegenstem toevoegen aan de
rechterhand (‘Melody Intelligence’)
U kunt tegenstem toevoegen aan de tonen die u op het klavier speelt.
Terwijl er een automatische begeleiding speelt, wordt de passende tegenstem automa-
tisch toegevoegd aan de tonen die u met de rechterhand speelt. Deze functie heet ‘Melody
Intelligence’.
fig.panel2-10
1. Druk op de knop [Melody Intelligence] en het lampje bij de knop gaat
branden.
Wanneer u iets speelt in het gebied van de rechterhand, wordt er tegenstem toegevoegd.
Het volgende ‘Melody Intelligence’-scherm verschijnt:
fig.d-melointel.eps_60
2. Selecteer een tegenstemtype en raak dit aan.
Wanneer u nu een melodie op het klavier speelt, wordt er automatisch een tegenstemstijl
toegevoegd.
Wanneer u <Exit> aanraakt, gaat u terug naar het vorige scherm, terwijl de Melody Intel-
ligence-functie geselecteerd blijft.
3. Druk nogmaals op de [Melody Intelligence]-knop en het lampje bij de
knop gaat uit.
De Melody Intelligence-functie wordt uitgeschakeld.
Bij sommige tegenstemmen
kan het gebeuren dat geluids-
soorten automatisch verande-
ren. Ook kan het, wanneer u
meerdere toetsen tegelijk aan-
slaat, gebeuren dat er in som-
mige gevallen tegenstem
wordt toegevoegd aan één
toon.
73
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Tijdens een uitvoering geluiden afspelen in
het gebied van de linkerhand (‘Lower Tone’)
Normaalgesproken worden geluiden tijdens het gebruik van de automatische begelei-
ding in een uitvoering niet geproduceerd door het gebied van de linkerhand van het kla-
vier te bespelen. Wanneer u de <Lower>-icoon aanraakt, kunt u geluidssoorten van de
linkerhand van het klavier gelijktijdig laten spelen met de automatische begeleiding.
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
Hierdoor wordt de automatische begeleiding in werking gesteld.
2. Raak in het Basisscherm <Lower> aan.
Wanneer u nu een akkoord speelt in het gebied van de linkerhand, klinken de tonen die
u speelt, en verandert het begeleidingsakkoord.
fig.d-lower.eps_60
Het geluid van de linkerhand stoppen
3. Raak <Lower> aan.
De <Lower>-icoon krijgt zijn oorspronkelijke kleur weer en de geluidssoorten van de lin-
kerhand stoppen.
74
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
Pianospelen met toegevoegde begeleiding
(‘Piano Style Arranger’)
Normaalgesproken speelt u, wanneer u automatische begeleiding gebruikt, akkoorden in
het gebied van de linkerhand van het klavier en de melodie in het gebied van de rechter-
hand. Akkoorden kunnen echter ook over het gehele klavier herkend worden, waardoor
u met automatische begeleiding kunt spelen zonder het klavier te verdelen in linkerhand
en rechterhand. Deze functie heet ‘Piano Style Arranger’.
Dit maakt het mogelijk om bij het spelen van een song automatisch een begeleiding toe te
voegen door op de normale manier akkoorden te spelen, zonder te hoeven denken om de
locatie van een scheidingspunt.
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
2. Raak <Split> aan om de gescheiden uitvoering uit te schakelen.
fig.d-pianist.eps_60
3. Selecteer een muziekstijl (pag. 62).
4. Bespeel de toetsen.
De begeleiding start wanneer u ergens op het klavier een akkoord aanslaat.
75
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
De volumebalans voor iedere partij
regelen (‘Balance’)
U kunt de volumebalans tussen de begeleiding en het klavier regelen, maar ook de volu-
mebalans voor elk van de partijen in een muziekstijl.
De volumebalans tussen de begeleiding en het
klavier regelen (Balansknop)
U kunt de volumebalans tussen een song en begeleiding (‘Accomp’) en de tonen die u op
het klavier speelt (‘Keyboard’) veranderen.
1. Regel de volumebalans met de Balansknop.
fig.volbal.e
De volumebalans voor iedere partij van een
uitvoering regelen (‘Part Balance’)
U kunt de volumebalans voor elk van de partijen in een muziekstijl regelen, maar ook de
balans tussen partijen wanneer u meerdere geluidssoorten tegelijk op het klavier speelt.
fig.panel2-11
1. Druk op de knop [Part Balance] en het lampje bij de knop gaat branden.
Het volgende ‘Part Balance’-scherm verschijnt:
Raak aan om van scherm te wisselen.
fig.d-partbal1.eps_60
De volumebalans tussen de partijen van de uitvoering in de muziekstijl wordt aangege-
ven.
Scherm Performance part
Rhythm Ritmepartij van de muziekstijl
NOTE
Wanneer deze knop helemaal
naar de kant van de
b
egeleiding (‘Accomp’) wordt
gedraaid, zijn de klanken van
het klavier niet hoorbaar, zelfs
niet wanneer de toetsen
worden aangeslagen. U kunt
de knop gewoonlijk in het
midden laten staan.
Van scherm wisselen
Scherm voor modellen
met ‘Moving Key’
76
Hoofdstuk 2 Automatische begeleiding
Hoofdstuk 2
fig.d-partbal2.eps_60
Dit toont de volumebalans tussen de geluidssoorten van het klavier wanneer gelijktijdige
uitvoering (pag. 30) of gescheiden uitvoering (pag. 31) wordt gebruikt, of de volumeba-
lans wanneer het klavier wordt gebruikt om percussie-instrumenten te bespelen of
geluidseffecten te laten horen (pag. 28).
Alleen voor modellen met ‘Moving Key’
fig.d-partbal2.eps_60
2. Raak iedere schuif aan om de volumebalans te regelen.
U kunt de volumebalans ook regelen door de schuiven aan te raken en dan de knoppen
[-] [+] of de afstemknop te gebruiken.
Raak <Exit> aan om naar het vorige scherm terug te gaan.
Bass Bas, bastoon (pag. 67)
Accomp
Accompaniment 1, Accompaniment 2,
Accompaniment 3, Grondtoon (pag. 67)
Phrase
Korte frasen, die klinken wanneer de
uitvoeringsknoppen worden ingedrukt (pag. 71)
Scherm Tone Part
Drums
Percussie-instrumenten of geluidseffecten die op de toetsen
worden gespeeld
Lower Geluidssoort van de linkerhand
Layer Geluidssoort van de gelijktijdige uitvoering
Upper Geluidssoort van de rechterhand
Scherm Tone Part
CD
Geluiden – anders dan de partijen die op het klavier worden
gespeeld – wanneer een CD afgespeeld wordt.
Master
Het totale geluid (dit is hetzelfde als het volume dat met de
knoppen VOL [-] [+] van de afstandsbediening wordt ingesteld).
Scherm Performance part
Van scherm wisselen
Scherm voor modellen
met ‘Moving Key’
Van scherm wisselen
Alleen voor modellen met ‘Moving Key’
77
Hoofstuk 3
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Een song afspelen
Laten we nu eens proberen om te oefenen, terwijl we voorgeprogrammeerde songs, in de
handel verkrijgbare muziekbestanden en songs die op floppydisk zijn opgeslagen
afspelen.
Door terug te spoelen of vooruit te spoelen kunt u naar iedere gewenste maat gaan om de
song vanaf dat punt af te spelen.
fig.panel3-1
De song selecteren
Wanneer u songs van floppydisk afspeelt, doet u dan eerst de floppydisk in de diskdrive.
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song].
Het volgende ‘Genre Selection’-scherm (Genre-selectiescherm) verschijnt.
fig.d-genre.eps_60
Wanneer u het genre van de song die u wilt spelen aanraakt, verandert het scherm.
Raak <Disk> aan wanneer u een song van een floppydisk wilt selecteren.
Het volgende ‘Song Selection (Songselectie)-scherm verschijnt:
fig.d-songsel.eps_60
Opname-/afspeelknoppen
Zie pag. 6 indien de floppydisk
voor de eerste keer gebruikt
wordt.
78
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Wanneer u < > aanraakt, worden songs die zijn geselecteerd uit alle
voorgeprogrammeerde songs in willekeurige volgorde afgespeeld.
Wanneer u < > aanraakt, worden alle songs in het genre dat u heeft geselecteerd op
volgorde afgespeeld, te beginnen bij de geselecteerde song. Wanneer de laatste song
afgelopen is, wordt weer bij de eerste song begonnen.
< >: Informatie van de geselecteerde song komt op het scherm.
< >: De geselecteerde song wordt afgespeeld. Dit verandert in < >, terwijl de
song wordt afgespeeld; het afspelen stopt wanneer u < > aanraakt.
<><>: Het songgenre verandert.
2. Raak de naam van de song die u wilt afspelen aan.
De naam van de geselecteerde song verschijnt bij ‘0:’.
U kunt de knoppen [-] en [+] en de afstemknop gebruiken om songs te selecteren.
Afspelen
3. Druk op de knop [ (Play/Stop)].
Het lampje bij de knop gaat branden en de song begint te spelen.
De song stoppen
4. Druk nogmaals op de knop [ (Play/Stop)].
Het lampje bij de knop gaat uit en de song stopt.
Wanneer de song afgelopen is, stopt het afspelen automatisch.
Druk op de [ (Reset)]-knop om terug te gaan naar het begin van de song..
Indien er opgenomen songge-
gevens zijn, verschijnt het
scherm ‘Delete song’ (Song
verwijderen).
Indien u de song wilt verwij-
deren, raak dan <OK> aan.
Indien u de song niet wilt ver-
wijderen, raak dan <Cancel>
aan en sla de song op een flop-
pydisk (pag. 116) op, of voeg
de song toe aan uw Favorieten
(pag. 80).
NOTE
Wanneer u songs begint af te
spelen, verschijnt het maat-
nummer in omgekeerde kleu-
ren op het Basisscherm. De
gegevens van de uitvoering
worden geladen, terwijl de
indicator oplicht; wacht alstu-
b
lieft een ogenblik totdat het
laden voltooid is.
Songnummer <0>
In het Songselectiescherm ver-
schijnt de titel van de op dat
moment geselecteerde song bij
‘0’.
Songnummer ‘0’ wordt bij alle
genres gebruikt. Opgenomen
uitvoeringen worden ook
onder ‘0’ bewaard. De song
onder songnummer ‘0’ wordt
gewist wanneer de spanning
van het instrument wordt uit-
geschakeld.
NOTE
Wanneer u merktekens
gebruikt om een te herhalen
deel aan te geven (pag. 102),
kunt u alleen in het gebied tus-
sen Merkteken A en Merkte-
ken B heen en weer spoelen.
Opname- en afspeelknoppen
fig.composer.e
Spoorknoppen:
Iedere partij van de song die wordt afgespeeld, wordt aan een spoorknop toegekend. Gebruik
deze knoppen om de partijen van de uitvoering te selecteren, die worden gedempt of worden
afgespeeld. Zie pag. 99 voor uitgebreidere informatie hierover.
[ (Reset)]-knop: Gaat terug naar het begin van de song.
[ (Play/Stop)]: Speelt de song af, of als die al wordt afgespeeld, wordt de song gestopt.
[ (Rec)]-knop: Neemt de uitvoering op. Zie pag. 105 voor uitgebreidere informatie
hierover.
[ (Bwd)]-knop: Zet de afspeelpositie van de song telkens wanneer de knop wordt
ingedrukt één maat terug. Wanneer de knop ingeduwd gehouden wordt, spoelt de song aan
één stuk door terug.
[ (Fwd)]-knop: Zet de afspeelpositie van de song telkens wanneer de knop wordt
ingedrukt één maat vooruit. Wanneer de knop ingeduwd gehouden wordt, spoelt de song aan
één stuk door vooruit.
Wanneer u de [ (Play/Stop)]-knop ingeduwd houdt en de [ (Fwd)]-knop indrukt,
gaat het apparaat naar het einde van de song.
79
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Trefwoorden gebruiken om songs te zoeken (‘Song
Search’)
U kunt songs zoeken die voldoen aan de voorwaarden die u stelt aan het tempo of het genre
van de song.
U kunt ook songs zoeken op het eerste teken van de naam van de song.
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song].
2. Raak <Search> aan.
Het volgende ‘Song Search’-scherm (Songzoekscherm) verschijnt:
fig.d-songsrch1.eps_60
Zoeken op voorwaarden
3. Raak de parameter die u wilt instellen aan, en gebruik daarna de
knoppen [-] en [+] en de afstemknop om de voorwaarden voor het
zoeken te selecteren.
Met <Data> worden songs gezocht op de gegevens die in de voorgeprogrammeerde songs
voorkomen. U kunt bij het zoeken vier verschillende criteria gebruiken: ‘Chords’ (Akkoorden),
‘Lyrics’ (Teksten), ‘Fingering’ (Nummers van de vingerzetting) en ‘Any’ (Eén van de gestelde
criteria). Door een song te selecteren, die één van de gestelde criteria bevat, en deze daarna in
de notatie van de KR te tonen, kunt u informatie over de geselecteerde gegevens op het scherm
brengen.
3. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen in de display.
Raak de naam van de song aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het Songzoekscherm terug te gaan.
Zoeken op naam van de song
3. Raak <By Name> aan.
(U kunt <By Key> aanraken om naar het scherm Zoeken op Voorwaarden terug te gaan; zie
afbeelding.)
3. Bepaal op welk teken er gezocht moet worden.
Het geselecteerde teken verschijnt midden in het scherm.
Voer het teken waarnaar u zoekt in. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u
vervolgens door alle keuzemogelijkheden heen, die met een A, B of C beginnen.
Raak <A-0> aan om van letters naar cijfers te wisselen of omgekeerd.
3. Raak <Search> aan.
De zoekresultaten verschijnen op het scherm.
Raak de naam van een song aan om deze te selecteren.
Raak <Exit> enkele malen aan om naar het vorige scherm terug te gaan.
Alleen de voorgeprogram-
meerde songs van de KR kun-
nen op deze manier worden
gezocht.
scherm Zoeken op Voorwaarde scherm Zoeken op Naam
Raak deze knoppen aan om tussen
beide schermen te wisselen.
80
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
De songs die u leuk vindt aan uw
‘Favorieten’ toevoegen (‘Favorites’)
U kunt songs die u momenteel instudeert of die u graag speelt aan uw ‘Favorieten’ toevoegen,
waardoor u deze songs eenvoudig kunt selecteren.
De song selecteren
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song].
Het Genre-selectiescherm of het Songselectiescherm verschijnt (pag. 77).
2. Raak de naam van de song die u aan uw Favorieten wilt toevoegen aan.
Aan Favorieten toevoegen
3. Raak <Add> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.m-fvrtadd.eps_60
4. Raak <OK> aan.
De geselecteerde song wordt aan uw Favorieten toegevoegd.
Nu kunt u de toegevoegde song selecteren door in het Songselectiescherm ‘Favorites’ als genre
te selecteren.
U kunt ook songs van floppy-
disk aan uw Favorieten
toevoegen. Zie ‘Songs van
floppydisk naar ‘Favorieten’
kopiëren’ op pag. 120.
NOTE
U kunt geen songs van CD aan
uw ‘Favorieten’ toevoegen.
81
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Songs uit uw ‘Favorieten’ verwijderen
Deze functie verwijdert songs uit uw ‘Favorieten’.
1. Selecteer in het Songselectiescherm ‘Favorites’ als genre.
fig.d-song-fvrt.eps_60
2. Raak de naam van de te verwijderen song aan.
3. Raak <Del> (Verwijderen) aan.
Een scherm zoals hieronder afgebeeld verschijnt.
fig.m-fvrtdel.eps_60
4. Raak <OK> aan.
De song wordt verwijderd.
82
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Songs van CD afspelen (alleen voor instrumenten met CD-speler)
Voorzorgsmaatregelen
Omgaan met CD’s
Stel CD’s niet gedurende langere perioden bloot aan fel
zonlicht.
Pak de CD’s met uw vinger en duim vast; houd de CD
daarbij alleen bij het gat in het midden en bij de buiten-
rand vast. De opnamezijde van de disk (het glanzende
oppervlak waarin groeven te zien zijn) niet met de handen
aanraken en niet krassen.
Laat CD’s niet vallen en leg ze niet bovenop elkaar.
Plaats geen zware voorwerpen op CD’s en oefen er ook
geen sterke krachten op uit.
Plak geen stickers of andere materialen op de labelzijde
van de CD. Deze kunnen ervoor zorgen dat er fouten ont-
staan bij het wegschrijven van data en ze kunnen de CD
beschadigen.
Gebruik een viltstift of een ander schrijfgerei met een
zachte punt om titels en andere informatie op de label-
zijde van CD’s te schrijven.
Bewaar CD’s in hun originele doosjes of in andere doos-
jes/etuis die voldoende bescherming bieden.
Lees voor het gebruik van de CD de waarschuwing op het
CD-doosje.
CD’s reinigen
Indien een CD stoffig of vuil wordt, veeg deze dan voor-
zichtig schoon met een zachte doek. Veeg altijd met lichte,
voorzichtige vegen van het midden van de CD naar bui-
ten toe. Veeg de CD niet in een cirkelvormige beweging
af.
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de
CD
CD-R/RW’s waaraan geluidsopnamen zijn toegevoegd en
CD’s met een mix van geluidsopnamen en gegevens wor-
den niet goed afgespeeld.
De KR kan alleen in de handel verkrijgbare CD’s afspelen
die voldoen aan de officiële standaarden, nl. die met het
‘COMPACT DISC DIGITAL AUDIO’-logo. Van audio-
CD’s met een copyrightbeveiliging en andere niet-stan-
daard CD’s kunnen de bruikbaarheid en de geluidskwali-
teit niet worden gegarandeerd.
Raadpleeg uw CD-handelaar voor meer informatie over
audio-CD’s met een copyrightbeveiliging en andere niet-
standaard CD’s.
•U kunt songs en muziekstijlen niet opslaan op CD’s en u
kunt songs of muziekstijlen die op CD’s zijn opgenomen
ook niet verwijderen. Bovendien kunt u CD’s niet format-
teren.
Het voorgeschreven formaat voor CD-R/RW’s is ‘ISO9660
Level 1 Mode 1’. Andere formaten kunnen mogelijk niet
gelezen worden.
Doe de CD in de CD-speler
1. Druk op de ‘eject’-knop en open de lade van de CD-
speler.
2. Leg een CD in de lade.
3. Druk weer op de ‘eject’-knop om de lade te sluiten.
Een CD uit de CD-speler halen
1. Druk op de ‘eject’-knop en open de lade van de CD-
speler.
2. Haal de CD uit de lade.
Indien de CD-lade niet opengaat
Indien de spanning van de KR wordt uitgeschakeld,
terwijl de CD nog in de lade zit (zoals bijv. bij een
stroomstoring), kunt u de CD-lade niet openen door de
‘eject’-knop in te drukken. In dat geval kunt u een stukje
ijzerdraad gebruiken om de CD-lade open te maken.
NOTE
Zorg ervoor dat de spanning van de KR uitgeschakeld is voor-
dat u probeert om de CD-lade via de noodopening te forceren.
Indien u iets in de noodopening steekt, terwijl de spanning is
ingeschakeld, kan de CD beschadigd raken of kunnen er andere
onverwachte problemen optreden.
Noodopening
83
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Songs van CD’s afspelen
U kunt de bijgeleverde CD en CD’s voor mechanische piano’s afspelen, maar ook audio-
CD’s.
fig.panel3-1
De song selecteren
1. Plaats de CD die u wilt afspelen in de CD-speler.
2. Druk op de knop [Select/Listen to a Song].
Het volgende Songselectiescherm (CD) verschijnt:
Icoon Uitleg
Songs worden in willekeurige volgorde afgespeeld.
Alle songs worden in de normale volgorde afgespeeld, te
beginnen bij de geselecteerde song.
De geselecteerde song wordt afgespeeld. Dit verandert naar
< >, terwijl de song wordt afgespeeld; het afspelen stopt
wanneer u < >aanraakt.
Wanneer u een onderwerp met de< > aanraakt, komen
de songs uit die map op het scherm. Door een onderwerp met
de < > aan te raken, kunt u de map sluiten.
Opname-/afspeelknoppen
Wacht nadat u de CD in de
CD-speler heeft geplaatst een
ogenblik tot het Songselectie-
scherm (CD) in beeld ver-
schijnt.
Indien u de CD-speler voor de
eerste keer gebruikt, lees dan
eerst pag. 82.
84
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
3. Druk op de knop [ ] of [ ] van de afstandsbediening om een song
te selecteren die u wilt afspelen.
Gebruik de knoppen [-] [+] en de afstemknop om songs te selecteren.
Afspelen
3. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Het lampje bij de knop gaat branden en het afspelen begint.
De song stoppen
4. Druk nogmaals op de [ (Play/Stop)]-knop.
Het lampje bij de knop gaat uit en de song stopt.
Wanneer de song afgelopen is, stopt het afspelen automatisch.
Druk op de [ (Reset)]-knop om terug te gaan naar het begin van de song..
Indien er opgenomen songge-
gevens zijn, verschijnt het
scherm ‘Delete song’ (Verwij-
der song).
Raak <OK> aan indien u de
song inderdaad wilt verwijde-
ren. Indien u de song niet wilt
verwijderen, kies dan <Can-
cel> en sla de song op een flop-
pydisk op (pag. 116) of voeg de
song toe aan uw Favorieten
(pag. 80).
Wanneer u songs wilt selecteren, die in mappen staan
1. Raak de naam van de map aan en raak dan < > aan.
U kunt ook de knoppen [ ] en [ ] van de afstandsbediening, de knoppen [-]
[+] en de afstemknop gebruiken om een song te selecteren.
Na een ogenblik komt er een lijst van songs die in de map staan op het scherm.
2. Kies uit deze lijst een song die u wilt afspelen; selecteer deze song
door de naam ervan aan te raken.
De naam van de geselecteerde song verschijnt bij ‘0:’.
Afhankelijk van het aantal songs dat de map bevat, kan dit even duren.
Songnummer <0>
In het Songselectiescherm ver-
schijnt de titel van de op dat
moment geselecteerde song bij
‘0’.
Songnummer ‘0’ wordt bij alle
genres gebruikt. Opgenomen
uitvoeringen worden ook
onder ‘0’ bewaard. De song
onder songnummer ‘0’ wordt
gewist wanneer de spanning
van het instrument wordt uit-
geschakeld.
85
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
De afstandsbediening gebruiken (alleen
voor instrumenten met CD-speler)
U kunt de bijgeleverde afstandsbediening gebruiken om uitvoeringen op eenvoudige
wijze te starten en stoppen en om van song te wisselen..
De afstandsbediening van batterijen voorzien
Doe de meegeleverde batterijen in de afstandsbediening.
1. Open het batterijdekseltje van de afstandsbediening.
2. Doe de meegeleverde AA-batterijen in de afstandsbediening, zoals op de
tekening is aangegeven.
3. Sluit het batterijdekseltje.
De afstandsbediening gebruiken
Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, richt deze dan op de infrarood-ontvanger.
Houd daarbij rekening met het bereik ervan (zie onder).
Opmerkingen bij het gebruik van de afstandsbediening
De afstandsbediening kan maar één opdracht tegelijkertijd doorgeven.
Wanneer zich een obstakel tussen de afstandsbediening en de KR bevindt, kan het
gebeuren dat de afstandsbediening niet werkt binnen het normale bereik.
Wanneer u de afstandsbediening gebruikt in de buurt van andere apparatuur die ook
op afstand bediend wordt, kunnen er bedieningsfouten optreden.
De levensduur van de batterijen hangt af van de intensiteit waarmee de
afstandsbediening gebruikt wordt en van de omstandigheden waaronder dat
gebeurt. Indien het bedieningsbereik van de afstandsbediening afneemt, dient u de
batterijen te vervangen.
Verwijder de batterijen uit de afstandsbediening, indien u deze gedurende langere
tijd niet gebruikt.
NOTE
Bij de modellen die geen CD-
speler hebben, wordt geen
afstandsbediening meegele-
verd.
NOTE
Zorg er bij het plaatsen van de
b
atterijen voor dat u de + en de
– ervan de juiste richting op
laat wijzen.
CD-speler
Afstandsbediening
Infrarood-ontvanger
Bedieningsbereik
Afstand:
4 m
Hoek:
30˚ aan de linker- en
rechterzijde van de ontvanger.
86
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
De afstandsbediening
U kunt de functies van de [ (Play/Stop)]-knop, de [FUNC]-knop en de TEMPO-knoppen [-] [+] ook veranderen.
Zie ‘De functies van de knoppen van de afstandsbediening veranderen’ op pag. 167.
Het genre van de song
selecteren
Het tempo van de song
en de automatische
begeleiding veranderen
De functie gebruiken,
die aan de [FUNC]-
knop is toegekend
De Advanced 3D- of de
Surroundfunctie aan- en
uitzetten
Effect toevoegen aan
de microfoonstemmen
Het volume veranderen
Het geluid uitzetten
Songs starten en
stoppen, voorafgaande
en volgende songs
selecteren
De geluidssoort
selecteren van de
partij die door de
toetsen is geactiveerd
De oorspronkelijke
instellingen van ‘TONE’,
‘HARMONY’ en
‘TRANSFORM’ herstellen
Van scherm wisselen op
de externe monitor/het
externe scherm
5
2
1
6
7
8
9
10
11
3
4
Infraroodzender
87
Hoofdstuk 3 Het afspelen van songs
Hoofstuk 3
Knop Uitleg
1
TRANSFORM
Deze functie verandert de stemmen van de microfoon. U kunt dit ook gebruiken om
stemmen te veranderen op de bijgeleverde CD. De instelling wisselt telkens
wanneer u de knop indrukt naar de volgende optie: van mannelijke naar
vrouwelijke stem, dan naar kinderstem en ten slotte weer naar normale stem.
HARMONY
Deze functie voegt tegenstemmen aan de microfoonstemmen toe. U kunt ook
tegenstemmen toevoegen aan stemmen op de bijgeleverde CD.
De instelling van de tegenstem wisselt telkens wanneer u de knop indrukt naar de
volgende optie: van Muziekbestanden (pag. 49) naar Oct-Up (pag. 46), naar Oct-
Down (pag. 46) en ten slotte weer naar de normale steminstellingen.
2 3D
Deze functie voegt een ruimtelijker effect aan het geluid toe. Wanneer de
[Surround]-knop op ‘Advanced 3D’ wordt gezet, wordt het Advanced 3D-effect
met het indrukken van deze knop aan en uit gezet.
Wanneer de [Surround]-knop op ‘Surround’ wordt gezet, wordt er telkens wanneer
u de knop indrukt naar de volgende optie gewisseld: van Surround Effect Uit naar
Surround-begeleiding, naar Surround-galm.
3
INTERNAL Deze functie wisselt tussen de genres van de voorgeprogrammeerde songs.
CD
Indien er zich een CD in de CD-speler bevindt, terwijl u op deze knop drukt, wordt
de CD geselecteerd.
FD
Indien er zich een floppydisk in de diskdrive bevindt, terwijl u op deze knop drukt,
wordt de floppydisk geselecteerd.
4 MUTE
Deze functie dempt alle geluiden (zet alle geluiden uit). De ‘Moving Key’-functie
wordt door deze functie gestopt.
5 FUNC
U kunt de functie die aan deze knop is toegewezen gebruiken. U kunt de functie die
aan de knop is toegewezen ook veranderen (pag. 167).
6 CANCEL
Deze functie herstelt de instellingen van de [HARMONY]- en de [TRANSFORM]-
knop naar hun oorspronkelijke instellingen. De [TONE]-knop wordt op de
geluidssoort ‘Piano’ gezet.
7 TONE
Deze functie verandert de partij die op dat moment op de toetsen wordt gespeeld.
Iedere keer wanneer u de knop indrukt, verandert de geluidssoort.
8 DISPLAY
Iedere druk op de knop voert u naar de volgende selectie in de rij
keuzemogelijkheden. De volgorde van die rij is: songlijst, teksten, notatie, notatie +
klavier en gebruikersafbeelding.
U kunt op de [DISPLAY]-knop drukken, terwijl het Temposcherm of het
Volumescherm in beeld is om het Tempo- of Volumescherm leeg te maken.
Sommige songs hebben geen schermen met teksten of notatie.
9
Wanneer u op de [ ]-knop drukt, terwijl de song wordt gestopt, wordt de vorige
song geselecteerd. Wanneer u op de [ ]-knop drukt, terwijl de song nog speelt,
gaat u terug naar het begin van die song.
Deze functie start en stopt het afspelen van de song.
Het afspelen start en stopt afwisselend, telkens wanneer u de [ ]-knop indrukt.
U kunt ook functies aan deze knop toekennen (pag. 167).
Wanneer u de [ ]-knop indrukt, wordt de volgende song geselecteerd.
10
VOL - +
(Volume)
U kunt het volume regelen.
Indien het volume met de VOL [-] [+]-knoppen op 0 is gezet, is er geen geluid te
horen, zelfs niet indien u het volume hoger probeert te zetten met de [Volume]-
knop van de KR. Gebruik de VOL [-] [+]-knoppen ook om het volume hoger te
zetten.
U kunt de ‘Memory Backup’-functie gebruiken om deze instellingen in de KR te
bewaren (pag. 164).
11 TEMPO - +
Deze functie regelt het tempo.
U kunt ook functies aan deze knop toekennen (pag. 167).
U kunt het tempo van CD’s niet veranderen.
88
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
De notatie op het scherm tonen
De KR kan notatie op het scherm tonen, en dat niet alleen voor de voorgeprogrammeerde
songs, maar ook voor muziekbestanden en voor uitvoeringen die met de KR zijn
opgenomen. Dat is erg handig bij het spelen, terwijl u de muziek leest en bij het control-
eren van songs die opgenomen zijn. Wanneer u een muziekbestand met teksten afspeelt,
verschijnen de teksten op het scherm.
De song selecteren
Wanneer u songs van floppydisk afspeelt, doe dan eerst de floppydisk in de diskdrive.
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song] om een song te selecteren.
Zie ‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor meer informatie hierover.
2. Druk op de knop [Score Display].
Het ‘Score Screen’ (Notatiescherm) verschijnt.
fig.d-score.eps_60
Icoon Uitleg
Toont een vergroot scherm.
U kunt ook de namen van de noten op het scherm laten
komen.
De notatie en het klavier komen op het scherm. Hierdoor kunt
u kijken welke toetsen worden aangeslagen voor de
afgespeelde klanken.
Selecteert de partij waarvoor de notatie op het scherm komt.
U kunt het spoor of de partij die u op het scherm wilt zien
aangeven met <Option> (pag. 90).
<Option>
Creëert gedetailleerde instellingen voor de notatie die op het
scherm komt (pag. 90).
<Tutor>
Hierdoor kunt u de song herhaaldelijk oefenen, terwijl u de
muziek leest (pag. 92).
<Replay>
Het linker pedaal functioneert als ‘Replay’
(Herhalingspedaal). Wanneer u tijdens het afspelen van de
song dit pedaal indrukt, stopt het afspelen, en wanneer u het
pedaal dan weer loslaat, gaat het afspelen weer verder aan het
begin van de maat waarin gestopt werd. Wanneer het pedaal
enkele keren snel achter elkaar ingedrukt wordt, gaat het
afspelen zoveel maten terug als het aantal keren dat het
pedaal is ingedrukt. Wanneer u dus bijv. een moeilijke frase
een aantal keren wilt horen herhalen, kunt u dit pedaal
indrukken om naar een eerder punt in de song terug te gaan.
NOTE
De functies die in dit hoofd-
stuk worden beschreven, kun-
nen niet worden gebruikt
tijdens het afspelen van songs
van CD.
Bij sommige voorgeprogram-
meerde songs wordt de vinger-
zetting getoond. De nummers
van de vingerzetting die op het
scherm verschijnen, tonen één
mogelijke vingerzetting.
De namen van akkoorden kun-
nen bij sommige voorgepro-
grammeerde songs en
opgenomen uitvoeringen wor-
den getoond, door gebruik te
maken van de ‘Chord Sequen-
cer’ van de KR (pag. 134).
89
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
3. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Het afspelen van de song begint en de notatie komt op het scherm met de snelheid van
de gespeelde uitvoering.
Opmerkingen over het tonen van de notatie
Wanneer het afspelen van een song begint, verschijnt er een in het Notatie-
scherm., terwijl deze zandloper op het scherm te zien is, worden de gegevens van de
uitvoering geladen van de floppydisk of het interne geheugen. Het kan dertig secon-
den tot een minuut of langer duren om de gegevens te lezen. Wacht u dus een ogen-
blik.
De notatie die in beeld komt, is gebaseerd op muziekbestanden. Het leesbaar maken
van de getoonde muziek heeft daarbij prioriteit boven de accurate weergave van
moeilijke uitvoeringen van hoog niveau. Het kan daardoor voorkomen dat er ver-
schillen te zien zijn met in de handel verkrijgbare bladmuziek. Het scherm is niet
bedoeld om songs voor gevorderden te laten zien, die exact gedetailleerde notatie
vereisen, of ingewikkelde songs.
Het kan gebeuren dat er in het notatiescherm teksten en noten buiten het kader van
het scherm vallen, waardoor ze niet te zien zijn.
Wanneer u tijdens het afspelen van de song de notatie inschakelt of van getoonde
partij verandert, kan het gebeuren dat het afspelen van de song weer start vanaf het
begin.
Noten aanraken om de klanken te bevestigen
(‘Touch the Notes’)
In het Notatiescherm kunt u noten laten spelen door ze op het scherm aan te raken.
Wanneer u < > aanraakt om het klavier op het scherm te tonen, wordt de aange-
raakte noot ook aangegeven op het klavier. Hierdoor kunt u noten checken door ze te
zien, te horen en aan te raken.
Bovendien wordt de notatie, wanneer u een deel daarvan met uw vinger op het scherm
volgt, ook gespeeld. Dit maakt het eenvoudig voor u om frasen die u wilt horen af te spe-
len.
fig.d-score-key.eps_60
NOTE
Indien de geselecteerde partij
geen gegevens daarover bevat,
worden er in de notatie geen
noten getoond. Lees ‘Gedetail-
leerde instellingen voor het
Notatiescherm creëren’ op pag.
90 om van getoonde partij te
veranderen.
Bij instrumenten met ‘Moving
Key’ kunt u de toetsen mee
laten bewegen (pag. 168).
90
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Gedetailleerde instellingen voor het Notatiescherm
creëren
U kunt van partij die op het notatiescherm komt wisselen en u kunt ook de manier
waarop de notatie in beeld komt wijzigen.
1. Druk op de knop [Score Display] om de notatie op het scherm te tonen.
2. Raak <Option> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-scoreopt.eps_60
3.
Raak aan om de waarde voor de in te stellen parameter te selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het Notatiescherm terug te gaan.
Onderwerp Intelling
Lyrics
Stelt in of de teksten wel of niet
in de notatie verschijnen.
ON De teksten worden getoond.
OFF De teksten worden niet getoond.
Finger Numbers
Stelt in of de vingerzetting wel
of niet in de notatie verschijnt.
ON De vingerzetting wordt getoond.
OFF De vingerzetting wordt niet getoond.
Chords
Stelt in of de namen van
akkoorden wel of niet in de
notatie verschijnen.
ON
De namen van de akkoorden worden
getoond.
OFF Niet getoond.
Pitches
Stelt in of de notennamen wel
of niet in de notatie verschijnen
wanneer het scherm wordt
vergroot.
OFF Niet getoond.
C, D, E
De namen van de tonen (C, D, E) worden
getoond.
Do, Re, Mi
(Fixed)
De namen van de tonen worden getoond
(Do staat vast).
Do, Re, Mi
(Movable)
De namen ‘Do’, ‘Re’, ‘Mi’ enz. worden
getoond, waarbij ‘Do’ niet vaststaat.
Clef L
Bepaalt of er een G- of een F-
sleutel in de notatie voor de
linkerhand verschijnt.
Auto Het scherm wordt automatisch gewisseld.
G Clef De G-sleutel wordt in de notatie getoond.
F Clef De F-sleutel wordt in de notatie getoond.
Clef R
Bepaalt of er een G- of een F-
sleutel in de notatie voor de
rechterhand verschijnt.
Auto Het scherm wordt automatisch gewisseld.
G Clef De G-sleutel wordt in de notatie getoond.
F Clef De F-sleutel wordt in de notatie getoond.
Key
De notatie wordt getoond in de
aangegeven toonsoort.
Auto
De toonsoort wordt automatisch
gewisseld.
b x 5–0–
# x 6
De notatie wordt in de aangegeven
toonsoort getoond.
Wisselen tussen schermen
Bij sommige voorgeprogram-
meerde songs wordt de vinger-
zetting getoond. De nummers
van de vingerzetting die op het
scherm verschijnen, tonen één
mogelijke vingerzetting.
De namen van akkoorden kun-
nen bij sommige voorgepro-
grammeerde songs en
opgenomen uitvoeringen wor-
den getoond door gebruik te
maken van de ‘Chord Sequen-
cer’ van de KR (pag. 134).
91
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Notatie opslaan als beeldgegevens
U kunt notatie die op de KR getoond wordt opslaan op floppydisks. U kunt opgeslagen
beeldgegevens ook gebruiken voor uw computer.
1. Doe de floppydisk waarop u de beeldgegevens wilt opslaan in de diskdrive
van de KR.
Gebruik een floppydisk die op de KR is geformatteerd.
Zie pag. 114 voor meer informatie over het formatteren van floppydisks.
2. Druk op de knop [Select/Listen to a Song] om een song te selecteren.
3. Druk op de knop [Score Display].
Het Notatiescherm verschijnt nu.
4. Raak <Option> aan.
5. Raak <Export> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld.
fig.d-scorebmp.eps_60
6. Raak aan om voor iedere parameter het bereik van de beeldgege-
vens in te stellen.
7. Raak <Execute> aan.
De notatie wordt op de floppydisk opgeslagen als beeldgegevens in BMP (bitmap)-for-
maat.
.
Onderwerp Instelling
User Part
Selecteert de partij die op het scherm komt wanneer ‘User’ wordt
geselecteerd als partij die op het scherm getoond moet worden.
User Track,
Partijen 1–16
Lower Part
Selecteert de partij die op het scherm komt wanneer ‘Lower’ wordt
geselecteerd als partij die op het scherm getoond moet worden.
Lower Track,
Partijen 1–16
Upper Part
Selecteert de partij die op het scherm komt wanneer ‘Upper’ wordt
geselecteerd als partij die op het scherm getoond moet worden.
Upper Track,
Partijen 1–16
NOTE
Haal de floppydisk niet uit de
diskdrive, terwijl er gegevens
op de disk worden wegge-
schreven.
NOTE
Het – anders dan voor uw
eigen persoonlijke vermaak –
zonder toestemming van de
copyrighthouder gebruikma-
ken van de notatie die als out-
put uit de KR komt, is bij de
wet verboden.
92
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Songs oefenen met de oefenfunctie
Probeer de oefenfunctie van de KR eens te gebruiken om een song die u leuk vindt te oefe-
nen.
Deze functie maakt het eenvoudig om het deel van de song die u herhaaldelijk wilt oefe-
nen aan te geven, uw eigen uitvoering met de notatie te vergelijken en in een langzamer
tempo te oefenen.
1 Het Notatiescherm in beeld brengen
De song selecteren
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song] om de song te selecteren die u wilt
oefenen.
Zie pag. 77 voor meer informatie over het selecteren van songs.
Het Notatiescherm in beeld brengen
2. Druk op de knop [Score Display].
Het Notatiescherm verschijnt nu.
3. Raak <Tutor> aan.
Het volgende ‘Tutor’ (Leraar)-scherm verschijnt:
fig.d-tutor1.eps_60
Raak <Close> aan wanneer het ‘Message’ (Melding)-scherm verschijnt.
2 Oefenen
Luister naar een voorbeeld van de uitvoering
Luister eerst naar de song die u wilt gaan oefenen.
Oefen de song, wanneer u die eenmaal wat beter kent, een aantal keren door met het
voorbeeld mee te spelen.
1. Raak <Reference> aan.
Raak <Close> aan wanneer het Meldingsscherm verschijnt.
2. Raak < > op het scherm aan.
Het voorbeeld van de uitvoering wordt afgespeeld.
Raak < > of < > aan om binnen het oefenstuk terug te spoelen of versneld voor-
uit te spoelen.
Raak < > aan om naar het begin van het oefenstuk terug te spoelen.
NOTE
Wanneer u deze functie selec-
teert nadat u de spanning heeft
ingeschakeld, verschijnt er
slechts eenmaal een melding-
scherm zoals hier links is afge-
b
eeld.
93
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Uw uitvoering opnemen
Wanneer u de song kunt spelen, probeert u dan eens om uw eigen uitvoering op te
nemen.
3. Raak <Rec> aan.
Raak <Close> aan wanneer het Meldingsscherm verschijnt.
4. Raak < > op het scherm aan.
U hoort aftellen en de opname begint.
Speel met de begeleiding mee.
Uw uitvoering nakijken
Vergelijk uw uitvoering met het voorbeeld.
5. Raak <Check> aan.
Raak <Close> aan wanneer het Meldingsscherm verschijnt.
6. Raak < > op het scherm aan.
Het ‘Check’ (Controle)-scherm vergelijkt de voorbeelduitvoering met die van uzelf.
Kijk na waar er eventuele problemen zijn en oefen die delen nogmaals.
3 De oefeninstellingen veranderen
Direct nadat de spanning van de KR wordt ingeschakeld, worden alle melodieën inge-
steld op oefenen in het oorspronkelijke tempo.
In het begin kunt u het best bepaalde frasen selecteren, die u dan herhaaldelijk in een
langzamer tempo oefent.
1. Raak <Options> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hier afgebeeld:
Raak de noten aan
Wanneer u op het Oefenscherm een noot aanraakt, speelt de KR die noot.
Wanneer u met uw vinger langs de notenbalk op het scherm gaat, speelt de KR het deel
waar u langsgaat.
Eén noot
Wanneer u < > aanraakt, speelt de KR de noot die op dat moment door de stuiterbal
wordt aangegeven. Wanneer u < > of < > aanraakt, kunt u per noot vooruitgaan
of teruggaan om de noten te horen.
Op instrumenten met een Automatische Klavierfunctie bewegen de automatische toetsen
mee.
Wanner de ‘Transpose (Trans-
poneer)’-functie (pag. 103) aan-
staat, klinkt de oorspronkelijke
toon wanneer u noten of <One
Note> op het scherm aanraakt.
Veranderen van uitvoering
die op het Controlescherm
wordt afgespeeld
U kunt van de uitvoering die
wordt afgespeeld wisselen
naar het voorbeeld door de
notatie voor ‘User’ of ‘Refe-
rence’ in het Controlescherm
aan te raken.
Wanneer het klavier in het
Controlescherm wordt
getoond, kunt u <User> of
<Reference> aanraken om
weer terug te gaan naar het
afspelen van de uitvoering.
94
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
fig.d-tutoropt.eps_60
2. Raak de icoon aan van de parameter die u wilt instellen.
De keuzemogelijkheden verschijnen.
3. Raak de instellingsicoon aan.
Herhaal de stappen 2 en 3 om alle parameters in te stellen.
Stel het tempo, het te oefenen deel en andere variabelen naar uw wensen in.
4. Raak <Audition> aan.
Het oefengedeelte wordt afgespeeld met gebruikmaking van de geselecteerde instellingen.
5. Raak <Exit> aan.
U gaat nu terug naar het Oefenscherm.
In te stellen
Parameter
Waarde Uitleg
Part
Left Hand,
Right Hand,
Both Hands
Selecteert de partij of partijen die geoefend worden:
Linkerhand, Rechterhand of Beide handen.
Range 1–
Geeft de maten aan die geoefend worden.
Het merendeel van de voorgeprogrammeerde songs van
de KR heeft merktekens die zijn ingesteld om het
herhaaldelijk oefenen eenvoudiger te maken. U kunt het
bereik van de merktekens aangeven door <Prev> (Vorige)
of <Next> (Volgende) aan te raken.
Tempo
Original Tempo,
A Little Slower,
Slower,
Much Slower
Selecteert het oefentempo: oorspronkelijke tempo, iets
langzamer, langzamer of veel langzamer.
Accomp On, Quiet, Off
Wanneer ‘On’ is geselecteerd, worden de partijen van de
songbegeleiding ook afgespeeld.
Wanneer ‘Quiet’ wordt geselecteerd, worden de partijen
van de songbegeleiding op een lager volume afgespeeld.
Wanneer ‘Off’ is geselecteerd, wordt het geluid van de
partijen van de songbegeleiding uitgezet.
Tone
Do Re Mi,
Original
Selecteert de geluidssoort die gespeeld wordt wanneer de
noten worden aangeraakt.
Wanneer ‘Original’ wordt geselecteerd, wordt de
oorspronkelijke geluidssoort van de song geselecteerd.
Wanneer ‘Do Re Mi Voice’ wordt geselecteerd, worden de
noten ‘gezongen’ als ‘Do-Re-Mi’.
Check Score, Keyboard
Selecteert of bij de voorbeelduitvoering en bij uw eigen
opgenomen uitvoering de notatie (‘Score’) danwel het
klavier (‘Keyboard’) in het Controlescherm getoond
wordt.
Switch the screens
Wanneer de ‘Transpose’-func-
tie (pag. 103) aanstaat, wordt
de oorspronkelijke geluids-
soort gebruikt, zelfs wanneer u
de geluidssoort op ‘Do Re Mi’
heeft ingesteld.
95
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Het tempo regelen
Met deze functie kunt u het tempo van songs en muziekstijlen regelen.
Indien songs in hun oorspronkelijke tempo moeilijk te spelen lijken, kan het makkelijk
zijn om ze eerst op een lager tempo te oefenen. Wanneer u de song dan iets beter kent,
kunt u op een steeds iets hoger tempo oefenen.
Een verandering van het tempo heeft geen invloed op de toonhoogte van de tonen. En u
kunt het tempo zelfs wijzigen, terwijl de song al speelt.
fig.panel3-2
Het tempo regelen met behulp van de Tempoknoppen [-] [+].
Door op de knop [+] te drukken, verhoogt u het tempo één stapje. Wanneer u de knop
ingeduwd houdt, wordt het tempo zonder onderbreking verhoogd.
Door op de knop [-] te drukken, verlaagt u het tempo één stapje. Wanneer u de knop inge-
duwd houdt, wordt het tempo zonder onderbreking verlaagd.
Wanneer u de knoppen [-] en [+] tegelijk indrukt, gaat de geselecteerde muziekstijl of
song terug naar het oorspronkelijke tempo.
Het tempo regelen met behulp van de afstemknop
Wanneer het tempo in de linkerbovenhoek van het scherm getoond wordt (behalve in het
Ritmescherm; pag. 56), kunt u de afstemknop gebruiken om het tempo te regelen.
Draai de afstemknop met de klok mee om het tempo te verhogen.
Draai de afstemknop tegen de klok in om het tempo te verlagen.
96
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Het tempo instellen door de knop op de maat in te
drukken (‘Tap Tempo’)
U kunt het tempo ook instellen door de uitvoeringsknop in te drukken. Deze functie heet
‘Tap Tempo’. Door de ‘Tap Tempo’-functie te gebruiken, kunt u het tempo dat u in uw
hoofd heeft snel instellen, zonder het tempo in cijfers te hoeven aangeven.
fig.panel3-3
Functies toekennen aan de uitvoeringsknoppen
1. Druk op de [User Function]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
fig.d-usrfunc.eps_60
2. Raak aan om bij de uitvoeringsknop te komen, waaraan de func-
tie wordt toegekend, en selecteer dan ‘Tap Tempo’.
3. Raak <Exit> aan; het tempo wordt aangegeven in de linkerbovenhoek van
het scherm.
Het tempo aangeven
4. Druk minimaal twee keer op de uitvoeringsknop waaraan de functie ‘Tap
Tempo’ wordt toegekend.
Het tempo wordt ingesteld naar het ritme waarin u op de knop heeft gedrukt.
U kunt de ‘Tap Tempo’-func-
tie ook aan het pedaal toeken-
nen en dan het pedaal
gebruiken om het tempo aan te
geven. Zie ‘Functies aan peda-
len en uitvoeringsknoppen toe-
kennen (‘Pedal Setting/User
Functions’)’ op pag. 157 voor
meer informatie hierover.
97
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Uw stem gebruiken om het tempo te selecteren
(‘Vocal Tap Tempo’)
Behalve uw hand, zoals bij de ‘Tap Tempo’-functie (pag. 96), kunt u ook uw stem gebrui-
ken om het tempo in te stellen. Deze functie heet ‘Vocal Tap Tempo’.
1. Sluit een microfoon aan (pag. 22).
2. Druk op de [Metronome]-knop
3. Raak <Vocal Tap> aan.
fig.d-vocaltap.eps_60
4. Tel in de microfoon tot vier (‘Eén, twee, drie, vier’).
Het tempo wordt ingesteld naar de maat die u gebruikt heeft om in de microfoon te tellen.
De nieuwe tempo-instelling wordt in het scherm aangegeven.
Nadat u het tempo heeft ingesteld, kunt u <Exit> aanraken om naar het Metronoom-
scherm terug te gaan.
In een vast tempo afspelen (‘Tempo Mute’)
Indien een song tempowisselingen heeft, helpt het om de song eerst in hetzelfde tempo te
oefenen. Tempowisselingen negeren heet ‘Tempo Muting’ (tempo fixatie).
1. Houd de [ (Play/Stop)]-knop ingeduwd en druk één van de Tempo-
knoppen [-] [+] in. Wanneer tempo fixatie is ingesteld, verschijnt de weer-
gave van het tempo in omgekeerde kleuren.
fig.d-tempmute.eps_60
Wanneer u de song afspeelt, wordt hij in een constant tempo afgespeeld.
De tempo fixatie uitschakelen
1. Houd de [ (Play/Stop)]-knop ingeduwd en druk één van de Tempo-
knoppen [-] [+] in.
De tempo fixatie wordt uitgeschakeld.
tempo fixatie wordt ook uitgeschakeld wanneer u een andere song selecteert.
‘Vocal Tap Tempo’ functio-
neert niet goed wanneer het
volume van de microfoon te
laag is. Regel het volume met
de Mic [Volume]-knop.
U kunt de song starten, wan-
neer u door de microfoon
aftelt. Zie ‘Songs en automati-
sche begeleiding met het
geluid van uw stem laten star-
ten (‘Vocal Count In’)’ op pag.
48 voor meer informatie hier-
over.
98
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Het tempo gelijkstellen voordat u
begint te spelen (‘Count In’)
Wanneer u met een song meespeelt, kunt u naar het tempo luisteren voordat u begint te
spelen, door een aftelling in te voegen.
Dit hoorbare aftellen voordat het afspelen van de song begint heet een ‘Count-In’.
fig.panel3-3
1. Druk op de [Metronome]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
Het Metronoomscherm verschijnt (pag. 52).
Indien u de metronoom niet gebruikt, druk dan op de [Metronome]-knop, zodat het
lampje uit gaat.
2. Raak <Count In> aan.
Het volgende scherm ‘Count In settings’ (Instellingen voor het aftellen) verschijnt:
fig.d-cntin.eps_60
3. Raak <Switch> aan om dit op ‘ON’ te zetten.
Met deze instelling worden er twee maten afgeteld voordat het afspelen van de song
begint.
Het aftellen uitschakelen
1. Raak in het Metronoomscherm <Count In> aan.
2. Raak <Switch> aan om dit op ‘OFF’ te zetten.
Dit stelt de KR zodanig in, dat het aftelgeluid niet wordt gespeeld.
U kunt een aftelgeluid laten
spelen voordat de song begint
af te spelen door de [Reset]-
knop ingeduwd te houden, ter-
wijl u de [Play/Stop]-knop
indrukt. Het gebruik van deze
procedure heeft geen invloed
op de toestand van de <Count
In>-instellingen.
Zie ‘Instellingen voor het aftel-
len’ op pag. 160 voor meer
informatie over andere instel-
lingen op het scherm ‘Instellin-
gen voor het aftellen’.
99
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Het geluid van enkele partijen voor het
spelen uitschakelen (Spoorknoppen)
Bij in de handel verkrijgbare muziekbestanden voor pianolessen kunnen de partijen van
beide handen onafhankelijk van elkaar worden afgespeeld. Dit maakt het eenvoudig om
beide handen apart van elkaar te oefenen. U kunt bijvoorbeeld met de rechterhand vol-
gen, terwijl u de partij van de rechterhand afspeelt, maar u kunt ook de linkerhand oefe-
nen, terwijl de partij van de rechterhand afgespeeld wordt.
Een muziekbestand voor pianolessen kan aan de vijf spoorknoppen zijn toegekend zoals
hieronder is afgebeeld.
fig.trackbuttons.e
Door het gebruik van deze spoorknoppen, kunt u het geluid van bepaalde onderdelen
weglaten. Dit wordt ‘muting’ (uitschakelen) genoemd.
Door uw eigen uitvoeringen net zo onder de spoorknoppen op te nemen, kunt u het
geluid van partijen op dezelfde manier uitschakelen. Zie ‘Opnemen, terwijl u de spoor-
knoppen selecteert (opnamen opnieuw opnemen)’ op pag. 111 voor meer informatie hier-
over.
1. Selecteer de song die u wilt afspelen (pag. 77).
De partij selecteren, die u wilt afspelen
2. Druk op één van de spoorknoppen om ervoor te zorgen dat het lampje bij die
knop uit gaat.
Het geluid van de geselecteerde partij wordt niet langer afgespeeld.
Druk bijvoorbeeld wanneer u de rechterhand oefent op de knop [4/Upper].
Wanneer u de song afspeelt, zal de rechterhand nu niet te horen zijn. Oefen uw uitvoering
van de rechterhand met begeleiding van de linkerhand die afgespeeld wordt.
Een song afspelen
3. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Het afspelen van de song begint.
De partij die u onder stap 2 heeft geselecteerd, is niet te horen.
Druk nogmaals op de knop die u onder stap 2 heeft geselecteerd. Het lampje bij die knop
gaat branden en de partij is weer te horen.
Zelfs, terwijl de song speelt, kunt u de spoorknoppen indrukken om het geluid uit te scha-
kelen of weer in te schakelen.
De song stoppen
4. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
De song stopt.
Drums/SFX
(Geluidseffecten)
Begelei-
ding
Linker-
hand
Rechter-
hand
Zie ‘Muziekbestanden die door
de KR gebruikt kunnen wor-
den’ op pag. 201 voor meer
informatie over muziekbestan-
den.
Indien er onder één spoor-
knop meer dan één muziekin-
strument is ondergebracht, en
u slechts één van deze instru-
menten wilt uitschakelen, lees
dan ‘De instellingen per partij
wijzigen’ op pag. 128.
Wanneer één partij niet wordt
gespeeld, wordt dat ‘Minus
One’ (Min één) genoemd. Bij
het gebruik van Min één kunt
u een bepaald muziekinstru-
ment uitschakelen en die partij
zelf spelen.
Wanneer u SMF-bestanden
voor de Roland Piano Digital-
serie afspeelt, en de knoppen
[3/Lower] en [4/Upper] de
linker- en rechterhand niet cor-
rect aansturen, verander dan
de ‘Track Assign’-instellingen.
Raadpleeg daartoe ‘De par-
tijen die aan de spoorknoppen
zijn toegekend bij het afspelen
van SMF (‘Track Assign’)’ op
pag. 170.
U kunt de balans tussen het
klaviervolume en het songvo-
lume regelen. Zie ‘De volume-
balans voor iedere partij
regelen (‘Balance’)’ op pag. 75.
100
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Merktekens aanbrengen voor
herhaaldelijk oefenen (‘Marker’)
Door het aanbrengen van merktekens op punten in een song die u herhaaldelijk wilt oefe-
nen, kunt u eenvoudig naar de geselecteerde maten toegaan en het afspelen ervan herha-
len.
Een merkteken in een song aanbrengen
U kunt twee aparte merktekens (Merkteken A en Merkteken B) aanbrengen in één song.
Deze merktekens worden geplaatst aan het begin van een maat om het begin en einde van
een bepaald deel van de muziek aan te geven. Het aanbrengen van merktekens is een han-
dige manier om het afspelen van de muziek zovaak u maar wilt vanaf een bepaald punt
te starten. U kunt merktekens toevoegen of naar een merkteken toe gaan, zelfs, terwijl het
afspelen al bezig is.
Het ‘Marker screen’ (Merktekenscherm) ingaan
Selecteer eerst de song waarin u de merktekens wilt aanbrengen (pag. 77).
1. Druk op de [Menu]-knop
Raak aan om tussen de schermen te wisselen.
2. Raak <Marker> aan.
Het Merktekenscherm verschijnt.
fig.d-marker.eps_60
Merktekens aanbrengen
3. Ga met behulp van de knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] naar de maat
waar u een merkteken wilt zetten.
4. Raak <- - -> aan voor Merkteken A.
Merkteken A wordt aangebracht aan het begin van de maat die u heeft geselecteerd.
‘- - -’ op het scherm verandert in het nummer van de maat waar u het merkteken heeft
aangebracht.
5. Raak op dezelfde manier Merkteken B <- - -> aan om Merkteken B aan te
brengen.
Het is niet mogelijk om Merkteken B op dezelfde plaats als of eerder dan Merkteken A aan te
brengen.
Merktekens kunnen ook bin-
nen groepjes slagen worden
aangebracht in plaats van tus-
sen maten. Zie daarvoor ‘Een
merkteken midden in een maat
aanbrengen’ op pag. 160.
101
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Afspelen vanaf de plaats waarop een merkteken
is aangebracht
1. Raak in het Merktekenscherm het maatnummer aan van het merkteken waar u naartoe
wilt gaan.
fig.d-mark1-5.eps_60
Het afspelen begint op de plaats waar Merkteken A of Merkteken B is aangebracht.
Wanneer u tijdens het afspelen van de song Merkteken A of Merkteken B op het Merkte-
kenscherm aanraakt, gaat het afspelen door.
Een merkteken wissen
1. Raak <Clear> aan voor het merkteken dat u wilt wissen.
fig.d-markclear.eps_60
Het merkteken verdwijnt en de vermelding op het scherm verandert in <- - ->.
Een merkteken verplaatsen
U kunt een merkteken dat in een song is aangebracht verplaatsen. U kunt ook het deel
van de muziek dat door de Merktekens A en B wordt aangegeven verplaatsen, zonder het
aantal gemarkeerde maten te veranderen.
1. Raak op het Merktekenscherm of aan voor het merkteken dat
verplaatst moet worden.
fig.d-mark1-5.eps_60
Wanneer u aanraakt, wordt het merkteken verplaatst naar een eerder deel van de
song.
Wanneer u aanraakt, wordt het merkteken verplaatst naar een later deel van de
song.
102
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
De Merktekens A en B verplaatsen, zonder de afstand tussen de twee
merktekens te veranderen
1. Raak op het merktekenscherm or midden in het scherm aan.
Wanneer u Merkteken A bijvoorbeeld aan het begin van de vijfde maat heeft aangebracht,
en merkteken B aan het begin van de negende maat, wordt wanneer u aanraakt
Merkteken A naar het begin van de eerste maat verplaatst, en Merkteken B naar het begin
van de vijfde maat.
Raak aan om Merkteken A naar het begin van de negende maat te verschuiven en
Merkteken B naar het begin van de dertiende maat.
fig.markerA-B.e
Dezelfde passage telkens opnieuw afspelen
U kunt een bepaalde passage telkens opnieuw afspelen. Dat is handig wanneer u zich op
één bepaalde passage wilt concentreren.
1. Stel eerst Merkteken A en Merkteken B in om de maten die u wilt herhalen
aan te geven.
Stel dat u bijvoorbeeld de passage van de vijfde tot de achtste maat telkens opnieuw wilt
afspelen. U moet dan Merkteken A aan het begin van de vijfde en Merkteken B aan het
begin van de negende maat aanbrengen.
fig.d-markrpt.eps_60
2. Raak in het Merktekenscherm <Repeat> aan.
Het herhalen van de passage tussen Merkteken A en Merkteken B wordt ingesteld. Wan-
neer u de song afspeelt, wordt het gemarkeerde deel van de muziek herhaaldelijk afge-
speeld.
Het herhaald afspelen uitschakelen
3. Raak in het Merktekenscherm <Repeat> aan en de icoon krijgt weer zijn oor-
spronkelijke kleur.
Het herhaald afspelen wordt uitgeschakeld..
1 5913
23
4
678 101112 141516
Merkteken A
Merkteken B
1 5913
23
4
678 101112 141516
Maat
Maat
Merkteken A
Merkteken B
UIT
AAN
Wanneer <Repeat> aan staat
• Indien noch Merkteken A,
noch Merkteken B is aange-
b
racht, wordt de song van het
b
egin tot het einde afgespeeld.
• Indien u alleen Merkteken A
heeft aangebracht, wordt het
afspelen herhaald vanaf Merk-
teken A tot aan het einde van
de song.
• Indien u alleen Merkteken B
heeft aangebracht, wordt het
afspelen herhaald vanaf het
b
egin van de song tot aan
Merkteken B.
103
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
Klanken van het klavier en af te spelen
songs transponeren (‘Transpose’)
Bij het gebruik van de ‘Transpose’ (Transpositie)-functie kunt u uw uitvoering transpo-
neren (omzetten) zonder de noten die u speelt te veranderen. Zelfs wanneer de song in
een moeilijke toonsoort met veel kruisen ( ) of mollen ( ) gesteld is, kunt u deze bij-
voorbeeld omzetten in een toonsoort die voor u makkelijker te lezen en te spelen is.
U kunt deze functie ook gebruiken om een song in een andere toonsoort af te spelen.
Wanneer u een vocalist begeleidt, kunt u de toonhoogte eenvoudig omzetten naar een
bereik dat voor de zanger(es) comfortabeler is, terwijl u de noten nog steeds leest zoals ze
er staan (d.w.z.: in dezelfde vingerzetting).
fig.panel3-4
Zorg er eerst voor dat u de song geselecteerd heeft, die u wilt transponeren (pag. 77).
1. Druk op de [Transpose]-knop.
Een Transpositiescherm zoals hieronder afgebeeld verschijnt.
fig.d-transpose.eps_60
2. Raak de Transpositie-icoon aan.
Icoon Doel
Instellings-
waarden
Klank van het klavier -6–0–5
Af te spelen song -24–0–24
Klanken van het klavier, af te spelen songs -6–0–5
104
Hoofdstuk 4 Oefenfuncties
Hoofdstuk 4
3. Raak het op het scherm afgebeelde klavier of , aan om de trans-
positiewaarde te selecteren.
Telkens wanneer u of aanraakt, wordt de toonsoort met een halve toon
verhoogd.
Wanneer u aanraakt, wordt er een waarde van ‘0’ ingesteld.
U kunt ook de knoppen [-] [+] of de afstemknop gebruiken om de transpositiewaarde te
wijzigen.
Wanneer u een song of het klavier transponeert, gaat het lampje bij de [Transpose]-knop
branden. Wanneer u op het klavier speelt of de song afspeelt, worden de tonen getrans-
poneerd.
Wanneer u <Exit> aanraakt, blijft de transpositie in werking en gaat u terug naar het
vorige scherm.
Transpositie uitschakelen
4. Druk op de [Transpose]-knop en het lampje bij de knop gaat uit.
De transpositie wordt uitgeschakeld.
De volgende keer dat u de [Transpose]-knop indrukt, waarbij het lampje gaat branden,
wordt de muziek getransponeerd met de hier ingestelde waarde.
Voorbeeld: Een song in E-majeur spelen, terwijl u de
toetsen in C-majeur bespeelt
In dit voorbeeld is C de grondtoon in de toonsoort van C-majeur. E, de grondtoon van E-
majeur, is de terts in C-majeur. Het gaat vier toetsen omhoog (de zwarte toetsen meege-
rekend), dus raak eerst aan en voer dan ‘4’ in voor de instelling.
fig.trans.e
Indien u C E G speelt klinkt het als E G
#
B
De transpositiewaarde gaat
terug naar ‘0’ wanneer u de
spanning van de KR uitscha-
kelt of een andere song selec-
teert.
105
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
U kunt uitvoeringen eenvoudig opnemen door gebruik te maken van de vijf spoorknop-
pen.
Een opgenomen uitvoering kan worden afgespeeld om naar uw eigen pianospel te luis-
teren of om partijen toe te voegen.
U kunt de KR gebruiken om de volgende soorten opnamen te maken:
Alleen uw eigen uitvoering op het klavier opnemen ( ‘Een nieuwe song opnemen
(‘New Song’)’ op pag. 106).
Uitvoeringen opnemen met automatische begeleiding ( ‘Opnemen met begeleiding’
op pag. 108).
Met voorgeprogrammeerde songs of songs van floppydisks mee opnemen ( ‘Met een
song mee opnemen’ op pag. 110).
Opnieuw opnemen ( ‘Opnemen, terwijl u de spoorknoppen selecteert (‘Opnamen
opnieuw opnemen’)’ op pag. 111).
Indien het volgende scherm verschijnt
Indien u een song heeft opgenomen of de instellingen van een song heeft gewijzigd (zie
pag. 128), verschijnt de volgende melding op het scherm wanneer u een andere song pro-
beert te kiezen:
Indien u de song wilt verwijderen, raakt dan <OK> aan.
Indien u de song niet wilt verwijderen, raak dan <Cancel> aan en sla de song op een flop-
pydisk op (pag. 116) of voeg de song aan uw Favorieten toe (pag. 80).
NOTE
Opgenomen uitvoeringen wor-
den verwijderd wanneer een
andere song wordt geselec-
teerd of wanneer de spanning
van de KR wordt uitgescha-
keld. Zorg ervoor dat u belang-
rijke uitvoeringen op een
floppydisk opslaat. Zie ‘Songs
opslaan’ op pag. 116.
NOTE
U kunt niet opnemen met
songs van CD.
NOTE
U kunt geen songs op CD
opslaan en u kunt songs die op
CD’s zijn opgenomen niet ver-
wijderen. Bovendien kunt u
CD’s niet formatteren.
106
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Een nieuwe song opnemen (‘New Song’)
Met deze functie kunt u opnamen maken van uitvoeringen op de piano zonder gebruik
te maken van de voorgeprogrammeerde songs of van automatische begeleiding.
fig.panel4-1
Instelling voor het opnemen van uitvoeringen
1. Druk op de One Touch Program-knop [Piano].
Hierdoor wordt de KR ingesteld voor een uitvoering zonder gebruikmaking van automa-
tische begeleiding.
2. Bepaal de geluidssoort voor de uitvoering (pag. 27).
Gebruik de Tone-knoppen en het touch-screen om de geluidssoort te selecteren.
Raak na het kiezen van de instellingen <Exit> aan om het Basisscherm in beeld te krijgen.
Opname-instellingen
3. Druk op de knop [ (Rec)].
Wanneer u op de [ (Rec)]-knop drukt, verschijnt de volgende melding op het scherm,
wanneer er al een song is opgenomen.
fig.m-rec.eps_60
4. Raak <New Song> aan.
Hierdoor wordt de KR zodanig ingesteld, dat er een nieuwe song kan worden opgeno-
men.
De KR wordt stand-by gezet om te kunnen opnemen.
Om de opname te annuleren, drukt u nogmaals op de [ (Rec)]-knop.
5. Bepaal het tempo en de slag
Druk indien nodig op de [Metronome]-knop om de metronoom in werking te stellen.
Raak wanneer u klaar bent met het selecteren van de instellingen <Exit> aan om het Basis-
scherm in beeld te krijgen.
De opname starten
6. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Er worden twee maten afgeteld en vervolgens begint de opname.
De opname begint zelfs zonder dat u op de [ (Play/Stop)]-knop heeft gedrukt
wanneer u de toetsen aanslaat. Er wordt niet afgeteld wanneer u begint door te spelen in
plaats van op de [ (Play/Stop)]-knop te drukken.
Indien u <New Song> selec-
teert wanneer er al een song is
opgenomen, verschijnt de
vraag ‘OK to delete song?’
(Song verwijderen?) op het
scherm. Zie ‘Indien het vol-
gende scherm verschijnt’ op
pag. 105 voor meer informatie
hierover.
107
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Wanneer de opname start, gaan de lampjes bij de knoppen [ (Play/Stop)] en
[ (Rec)] branden.
De opname stopzetten
7. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
De opname stopt.
De uitvoering wordt onder de knop [1/Whole] opgenomen.
De opgenomen uitvoering beluisteren
8. Druk op de knop [ (Reset)] en druk vervolgens op de [ (Play/Stop)]-
knop.
De opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt het afspelen.
Toekenningen aan spoorknoppen voor opgenomen
uitvoeringen
Wanneer u alleen een piano-uitvoering opneemt, wordt de uitvoering als volgt aan de
spoorknoppen toegekend:
Normale uitvoering (één enkele geluidssoort voor het hele klavier)
De uitvoering wordt opgenomen onder de knop [1/Whole].
Gelijktijdige uitvoering
De uitvoering wordt opgenomen onder de knop [1/Whole].
Gescheiden uitvoering
De partij van de linkerhand wordt opgenomen onder de knop [3/Lower] en de partij
van de rechterhand wordt opgenomen onder de knop [4/Upper].
Gelijktijdige uitvoering en gescheiden uitvoering
De partij van de linkerhand wordt opgenomen onder de knop [3/Lower] en de gelijk-
tijdige uitvoering van de partij van de rechterhand wordt opgenomen onder de knop
[4/Upper].
Drumritme of geluidseffect
Wordt opgenomen onder de knop [R/Rhythm].
NOTE
Iedere uitvoering die is opge-
nomen wordt verwijderd wan-
neer de spanning van de KR
wordt uitgeschakeld. Indien u
niet wilt dat een uitvoering
verwijderd wordt, sla de uit-
voering dan op een floppydisk
op of voeg deze toe aan uw
Favorieten. Zie ‘Songs opslaan’
op pag. 116.
108
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Opnemen met begeleiding
Probeert u eens een uitvoering op te nemen, waarbij u meespeelt met de automatische
begeleiding.
Instellingen voor het opnemen van uitvoeringen
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger].
Hierdoor wordt de instelling voor de automatische begeleiding gekozen.
2. Bepaal de muziekstijl
Raak wanneer u klaar bent met de keuze van de instellingen <Exit> aan om het Basis-
scherm in beeld te krijgen.
Opname-instellingen
3. Druk op de [ (Rec)]-knop.
Wanneer u op de [ (Rec)]-knop drukt, verschijnt de volgende melding op het scherm,
wanneer er al een song is opgenomen.
fig.m-rec.eps_60
4. Raak <New Song> aan.
Hierdoor wordt de KR zodanig ingesteld, dat er een nieuwe song kan worden opgeno-
men.
De KR wordt stand-by gezet om te kunnen opnemen.
Om de opname te annuleren, drukt u nogmaals op de [ (Rec)]-knop.
5. Bepaal het tempo
De opname starten
6. Sla een akkoord aan in het gebied van de linkerhand van het klavier.
Er begint een intro van de automatische begeleiding en de opname start tegelijkertijd.
De opname stopzetten
7. Druk op de knop [Intro/Ending].
Er wordt een afsluiting gespeeld, waarna de automatische begeleiding en de opname
tegelijk stoppen.
De opgenomen uitvoering beluisteren
8. Druk op de knop [ (Reset)] en druk vervolgens op de [ (Play/Stop)]-
knop.
De opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt het afspelen.
Indien u <New Song> selec-
teert wanneer er al een song is
opgenomen, verschijnt de
vraag ‘OK to delete song?’
(Song verwijderen?) op het
scherm. Zie ‘Indien het vol-
gende scherm verschijnt’ op
pag. 105 voor meer informatie
hierover.
Wanneer u een uitvoering met
automatische begeleiding
opneemt, kunt u kiezen hoe de
opname gestopt moet worden.
Zie ‘Veranderen hoe de
opname stopt’ op pag. 112
voor meer informatie hierover.
109
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Toekenningen aan spoorknoppen voor opgenomen
uitvoeringen
Uitvoeringen die met automatische begeleiding zijn opgenomen, worden als volgt aan de
spoorknoppen toegekend:
Spoorknop Opgenomen uitvoering
[R/Rhythm]
De ritmepartij van de automatische begeleiding wordt
hier opgenomen. In aanvulling daarop worden de
drumritmen en geluidseffecten die met de toetsen in een
uitvoering worden geselecteerd op dit spoor opgenomen.
[1/Whole]
Wanneer u gebruikmaakt van begeleiding in Pianostijl
(pag. 74), wordt de uitvoering die op het klavier gespeeld
wordt hier opgenomen.
[2/ Bass
Accomp]
De baspartij en de begeleidingspartij van de automatische
begeleiding worden hier opgenomen.
[3/Lower]
Wanneer de KR zodanig is ingesteld, dat er klanken van
uitvoeringen in het gebied van de linkerkant van het
klavier worden gespeeld, terwijl de automatische
begeleiding klinkt (pag. 73), wordt uw eigen uitvoering
van de linkerhand hier opgenomen.
[4/Upper]
Uw eigen uitvoering van de rechterhand wordt hier
opgenomen.
Muziekstijlen bestaan uit vijf
onderdelen. Zie ‘Muziekstijlen
en automatische begeleiding’
op pag. 58 voor meer informa-
tie hierover.
110
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Met een song mee opnemen
Probeert u eens een opname te maken, wanneer u met voorgeprogrammeerde songs of
songs van floppydisk meespeelt. Hier leggen we uit hoe u de uitvoering van de rechter-
hand samen met de automatische begeleiding kunt opnemen.
Instellingen voor opname van uitvoeringen
Selecteer een song voordat u begint met opnemen.
Druk nadat u de song heeft geselecteerd op de [Score Display]-knop om de notatie op het
scherm te brengen.
Zie pag. 77 voor meer informatie over het selecteren van songs en zie pag. 88 voor instruc-
ties om de notatie op het scherm te brengen.
1. Bepaal de geluidssoort en het tempo van de uitvoering.
Raak wanneer u klaar bent met de keuze van de instellingen <Exit> aan om het Basis-
scherm in beeld te krijgen.
Opname-instellingen
2. Druk op de knop [ (Rec)].
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.m-rec.eps_60
3. Raak <Add on> aan.
Met deze instelling kunt u opnemen, terwijl u naar de geselecteerde song luistert.
Het spoor dat u wilt opnemen selecteren
4. Druk op de spoorknop van het spoor dat u wilt opnemen (oftewel: het spoor
van de partij die u zelf wilt spelen).
Het lampje bij de door u ingedrukte knop begint te knipperen en de KR wordt stand-by
gezet voor opname.
In dit voorbeeld gaan we de uitvoering van de rechterhand opnemen. Druk daarom op
de knop [4/Upper]; het lampje bij de knop gaat branden.
Om de opname te annuleren drukt u nogmaals op de knop [ (Rec)].
De opname starten
5. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Er wordt twee maten afgeteld en vervolgens begint de opname.
De opname begint zelfs zonder dat u op de [ (Play/Stop)]-knop heeft gedrukt
wanneer u de toetsen aanslaat. Er wordt niet afgeteld wanneer u begint door te spelen in
plaats van op de [ (Play/Stop)]-knop te drukken.
Wanneer de opname start, gaan de lampjes bij de knoppen [ (Play/Stop)] en
[ (Rec)] branden.
De opname stopzetten
6. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Het songtempo ligt vast in de
song die u heeft geselecteerd.
Onder de knop [R/Rhythm]
worden alleen drumritmen of
geluidseffecten (SFX) opgeno-
men.
111
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
De opname stopt.
De opgenomen uitvoering beluisteren
7. Druk op de knop [ (Reset)] en druk vervolgens op de [ (Play/Stop)]-
knop.
De opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt het afspelen.
Opnemen, terwijl u de spoorknoppen
selecteert (Redoing Recordings)
Wanneer u opnieuw wilt opnemen, geef dan de spoorknop aan voor de uitvoering die u
opnieuw wilt opnemen en neem vervolgens opnieuw op.
Wanneer u een spoorknop selecteert waaronder u eerder heeft opgenomen, en vervol-
gens opnieuw een opname maakt, wordt alles vanaf het punt waarop u begint op te
nemen tot aan het punt waarop u de opname stopt, vervangen door de nieuwe opname
van de uitvoering.
1. Gebruik de knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] om naar de maat toe te
gaan, waar u de opname wilt beginnen.
2. Druk op de [ (Rec)]-knop
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld.
fig.m-rec.eps_60
3. Raak <Add On> aan.
4. Druk op de spoorknop van het spoor dat u opnieuw wilt opnemen.
Het lampje bij de geselecteerde spoorknop begint te knipperen.
Het lampje bij de [ (Play/Stop)]-knop begint te knipperen en de KR wordt stand-
by gezet voor opname.
Om de opname te annuleren drukt u nogmaals op de knop [ (Rec)].
5. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop om de opname te starten.
Het begeleidingsdeel van de automatische begeleiding opnieuw
opnemen
Wanneer u een uitvoering met automatische begeleiding opnieuw opneemt, dient u de
Synchronische start (pag. 66) in te stellen en vervolgens een akkoord aan te geven of op
de [Start/Stop]-knop te drukken.
6. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop om de opname stop te zetten.
Indien u ook de afsluiting van de automatische begeleiding opnieuw wilt opnemen, druk
dan op de knop [Intro/Ending].
Opgenomen uitvoeringen wor-
den onder <0: (Song Name)>
gezet.
Wanneer u de gehele voor-
gaande opname wilt verwijde-
ren en daarna opnieuw wilt
opnemen, lees dan ‘Opgeno-
men uitvoeringen wissen’ op
pag. 112.
Het songtempo ligt vast in de
song die u heeft geselecteerd.
Indien u het tempo van de
opgenomen song wilt verande-
ren, lees dan ‘Het tempo van
opgenomen songs verande-
ren’ en ‘Het tempo binnen de
song veranderen’ (beide op
pag. 142).
112
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Opgenomen uitvoeringen wissen
U kunt de volgende methode gebruiken om een opgenomen uitvoering te verwijderen:
1. Houd de knop [Select/Listen to a Song] ingeduwd en druk op de [ (Rec)]-
knop.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.m-songdel.eps_60
2. Raak <OK> aan.
Hierdoor wordt de opgenomen song verwijderd.
Wanneer u <Cancel> aanraakt, verschijnt het vorige scherm en wordt de opgenomen
song niet gewist.
De opname op bepaalde sporen wissen
U kunt uitvoeringen op bepaalde sporen selecteren en wissen.
1. Houd de spoorknop van het spoor met de uitvoering die u wilt wissen inge-
duwd en druk op de [ (Rec)]-knop.
Het lampje bij de betreffende spoorknop gaat uit en de opgenomen muziek wordt gewist.
Veranderen hoe de opname stopt
Wanneer u een uitvoering met automatische begeleiding opneemt, kunt u de begeleiding
en de manier waarop de opnamemodus stopt veranderen.
1. Druk op de [Menu]-knop en het lampje bij de knop gaat branden.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Rec Mode> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-recmode.eps_60
113
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
3. Raak <Rec Stop> aan om te wisselen tussen ‘Arranger Stop’ en
‘Composer Stop’.
Songs opnemen die met een opmaat
beginnen
U kunt songs opnemen die met een opmaat beginnen (songs die op een andere slag begin-
nen dan de eerste slag van de maat)
fig.PU.e
Voer de stappen 1 t/m 4 op pag. 106 uit om de opname voor te bereiden.
Indien het lampje bij de [ (Rec)]-knop niet brandt, druk dan op de [ (Rec)]-knop,
zodat het lampje gaat branden.
De KR wordt stand-by gezet voor opname.
1. Druk eenmaal op de knop [ (Bwd)].
Het nummer van de maat in de rechterbovenhoek van het Basisscherm verandert u ‘PU’
en de KR wordt ingesteld voor de opname van een song die met een opmaat begint.
fig.d-pu.eps_60
Start de opname. Na één maat aftellen begint de opname.
Scherm Uitleg
Arranger Stop
De opname stopt op het moment dat de automatische
begeleiding stopt.
Composer Stop
De opname stopt niet, zelfs niet wanneer de automatische
begeleiding stopt. De opname stopt pas wanneer u op de
[ (Play/Stop)]-knop drukt.
Maat
-2
Opmaat (PU) 1
~
De opname begint hier
Aftelgeluid
114
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Floppydisks gebruiken
U kunt de diskdrive van de KR gebruiken om songs op floppydisk op te slaan en om in
de handel verkrijgbare muziekbestanden te beluisteren.
Een floppydisk in de diskdrive doen en hem er
weer uit halen
Een floppydisk in de diskdrive doen
1. Duw de floppydisk met de voorkant naar boven in de opening van de disk-
drive, totdat er een klik te horen is.
fig.diskdrive.e
Een floppydisk verwijderen
2. Druk op de ‘Eject’-knop.
De floppydisk wordt naar voren geduwd, zodat u de rand ervan kunt vastpakken en de
floppydisk voorzichtig uit de diskdrive kunt halen.
Floppydisks formatteren (‘Format’)
Een nieuwe floppydisk, of een floppydisk die door een ander apparaat is gebruikt, kan
niet zomaar gebruikt worden. Zulke floppydisks dienen ‘geformatteerd’ (voorbereid) te
worden voor gebruik met de KR.
Indien een floppydisk een formaat heeft dat niet past bij dit apparaat, kunt u die floppy-
disk niet gebruiken.
fig.panel4-3
Zorg er eerst voor dat het beschermingslabel van de floppydisk in de ‘Beschrijven’-stand
staat.
fig.DiskProtect.e
Indien u de diskdrive voor de
eerste keer gebruikt, lees dan
eerst de belangrijke opmerkin-
gen op pag. 6.
NOTE
Verwijder de floppydisk
nooit, terwijl die wordt gele-
zen of beschreven. Wanneer
u dat wel doet, raakt het
magnetische oppervlak van
de floppydisk beschadigd,
waardoor de floppydisk
onbruikbaar wordt. (Het
lampje van de diskdrive
brandt helder, terwijl er
gegevens worden gelezen of
weggeschreven. In andere
gevallen brandt het lichtje
minder helder of is het uit.)
Lampje
‘Eject’-knop
Floppydisk
Achterkant van de disk
Protect
(het is onmogelijk om
op de disk te schrijven)
Write
(het is mogelijk om
op de disk te schrijven)
Beschermings-
schuifje
Wanneer een floppydisk
wordt geformatteerd, worden
alle gegevens die op die
floppydisk staan gewist.
Indien u een gebruikte flop-
pydisk gaat formatteren om
deze opnieuw te kunnen
gebruiken, dient u er dus
voor te zorgen dat de floppy-
disk geen gegevens bevat
die u niet wilt kwijtraken.
115
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
1. Doe de floppydisk in de diskdrive.
2. Druk op de knop [Disk].
3. Raak <File> aan.
Er verschijnt een ‘Song File’ (Songbestand)-scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-songfile.eps_60
4. Raak <Format Disk> aan.
Het volgende scherm verschijnt:
fig.d-format.eps_60
Raak <Cancel> aan om naar het vorige scherm terug te gaan.
5. Raak <OK> aan.
Het formatteren van de floppydisk begint.
Wanneer het de formattering voltooid is, gaat u terug naar het vorige scherm.
NOTE
Probeer niet om de floppydisk
uit de diskdrive te halen voor-
dat het formatteringsproces is
b
eëindigd.
NOTE
Indien er op het scherm een
melding ‘Error’ verschijnt, kijk
dan onder ‘Foutmeldingen’ op
pag. 183.
116
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Songs opslaan
Een opgenomen uitvoering wordt weggegooid wanneer u de spanning van de KR uit-
schakelt of een andere song selecteert. Het op floppydisk of onder ‘Favorieten’ bewaren
van opgenomen uitvoeringen en andere gegevens wordt ‘opslaan’ genoemd. Zorg ervoor
dat belangrijke songs op floppydisk of onder ‘Favorieten’ opgeslagen worden.
Wat zijn ‘Favorieten’?
U kunt songs die u momenteel aan het instuderen bent of die u leuk vindt toevoegen aan
uw Favorieten, waardoor u deze songs eenvoudig kunt selecteren (pag. 80).
Wanneer u een song van floppydisk aan uw Favorieten toevoegt, kunt u de song voortaan
afspelen zonder de floppydisk in de diskdrive te doen.
Indien een opgenomen uitvoering onder Favorieten opslaat, wordt die uitvoering niet
gewist wanneer de spanning van de KR wordt uitgeschakeld.
Voorbereidingen voor het opslaan van gegevens
Wanneer u op floppydisk wilt opslaan, controleer dan eerst of het beschermingslabel van
de floppydisk in de ‘Beschrijven’-bestand staat (pag. 114). Doe de floppydisk daarna in
de diskdrive..
1. Druk op de [Disk]-knop
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Save> aan.
Het volgende scherm ‘Save Song’ (Song opslaan) verschijnt:
fig.d-songsave.eps_60
Wanneer u een nieuwe floppy-
disk gebruikt, formatteer deze
dan eerst op de KR. Zie ‘Flop-
pydisks formatteren (‘For-
mat’)’ op pag. 114 voor
instructies.
NOTE
Sommige in de handel ver-
krijgbare muziekbestanden
kunnen niet worden opgesla-
gen,omdat ze een kopieerbe-
veiliging hebben.
Indien een floppydisk niet met
zorg behandeld wordt, kan
deze beschadigd raken, of de
gegevens die op de disk staan
kunnen aangetast raken, waar-
door afspelen onmogelijk
wordt. Wij raden u aan om uw
songs op twee verschillende
floppydisks te bewaren, zodat
u altijd een reservekopie heeft.
Wanneer u de complete
inhoud van uw Favorieten wilt
wissen en de instellingen op de
KR in de oorspronkelijke
fabrieksstaat wilt herstellen,
lees dan ‘Het gebruikersgeheu-
gen formatteren’op pag. 165.
117
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
De naam bepalen van de song die wordt opgeslagen
4. Raak <Rename> aan.
Het volgende scherm ‘Rename’ (Opnieuw een naam geven) verschijnt:
fig.d-songname.eps_60
Wanneer u aanraakt, wordt de cursor verplaatst.
Wanneer u de icoon van de letter of het teken dat u wilt invoeren aanraakt, verschijnt het
teken op de plaats van de cursor. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u ver-
volgens door alle keuzemogelijkheden heen, die met een A, B of C beginnen.
Iedere keer dat u <A-a-0-!> aanraakt, verandert het type teken van hoofdletters naar
kleine letters naar cijfers, naar symbolen en vervolgens weer terug naar hoofdletters.
Wanneer u <Del> aanraakt, wordt het teken op de plaats van de cursor verwijderd.
Wanneer u <Ins> aanraakt, wordt er op de plaats van de cursor een spatie aangebracht.
5. Raak <Exit> aan wanneer u de invoering van de naam voltooid heeft.
De bestemming van het opslaan bepalen
6. Raak <Disk> of <Favorites> aan.
Raak <Disk> aan indien u de song op een floppydisk wilt opslaan; raak <Favorites> aan
indien u de song aan uw Favorieten wilt toevoegen.
7. Raak aan om het songnummer te selecteren, waaronder u de song
wilt opslaan.
Indien een songnaam op het scherm komt met een nummer erbij, is er al een song onder
dat nummer opgeslagen. Indien u een nummer selecteert met een eerder opgeslagen
song, en vervolgens een nieuwe song opslaat, wordt de eerder opgeslagen song gewist.
Indien u geen opgeslagen song wilt wissen, selecteer dan een nummer waarbij in de
kolom ‘save-destination’ (bestemming van het opslaan) geen naam van een song vermeld
staat.
118
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Een compatibiliteitsformaat voor de geluidssoorten kiezen
(wanneer u op floppydisk opslaat)
8. Raak <KR> of<MT> aan.
Sommige geluidssoorten zijn uniek voor de KR. Gegevens die worden opgenomen met
gebruikmaking van deze geluidssoorten worden wellicht niet correct afgespeeld op
andere Roland Digitale piano’s of muziekspelers. Wanneer u gegevens zodanig wilt
opslaan, dat ze ook op andere apparatuur af te spelen zijn, sla ze dan op met ‘MT’ com-
patibiliteitsformaat voor de geluidssoorten.
<Note>
Wanneer gegevens die zijn opgeslagen met ‘MT’ als compatibiliteitsformaat voor de
geluidssoorten op dit instrument worden afgespeeld, kan het gebeuren dat sommige nuan-
ces die bij opname deel uitmaakten van de uitvoering, veranderd weergegeven worden.
Soms kan zelfs bij gegevens die zijn opgeslagen met ‘MT’ als compatibiliteitsformaat voor
de geluidssoorten geen exacte weergave van de oorspronkelijke uitvoering verkregen
worden, wanneer er andere GS-apparatuur wordt gebruikt dan Roland piano’s en
muziekspelers.
Opslaan
9. Raak <Save> of <As SMF> aan op te beginnen met opslaan.
Het bestandsformaat waarin wordt opgeslagen hangt af van de keuze voor <Save> of
<As SMF>, zoals hieronder wordt uitgelegd.
De tijd die nodig is voor het opslaan varieert van enkele seconden tot een halve minuut
of langer.
Neem de floppydisk niet uit de diskdrive totdat het proces van het opslaan is
voltooid.
Raak <Exit> aan om naar het Songbestandscherm terug te gaan.
Scherm Uitleg
KR
De song wordt opgeslagen als gegevens die uitvoeringen kunnen
weergeven met de rijke expressie van de speciale geluidssoorten van
dit apparaat.
MT
Gegevens worden opgeslagen in een vorm die ook op de andere
Roland Digitale piano’s of op andere muziekspelers dan dit apparaat
gespeeld kan worden.
U kunt de in dit formaat opgeslagen songs beluisteren op de
keyboards/digitale piano’s van de Roland HP-G/R-serie en KR-serie,
maar ook op de apparatuur van de Roland MT-serie.
Scherm Uitleg
Save
De song wordt opgeslagen in het formaat van dit apparaat. U
kunt de in dit formaat opgeslagen songs beluisteren op de
keyboards/digitale piano’s van de Roland HP-G/R-serie en KR-
serie, maar ook op de apparatuur van de Roland MT-serie. Dit
formaat wordt ‘i-formaat’ genoemd.
Save As SMF
De song wordt opgeslagen als een SMF (Standard MIDI File,
oftewel standaard MIDI-bestand). U kunt songs die in dit SMF-
formaat zijn opgeslagen beluisteren op vele instrumenten die
SMF-muziek kunnen afspelen (pag. 201).
Een song die is opgenomen met gebruikmaking van commerciële
muziekbestanden, kan om redenen van copyright niet in ‘Save as
SMF’-formaat opgeslagen worden.
NOTE
U kunt op één en dezelfde disk
alleen maar songs in hetzelfde
formaat opslaan.
NOTE
Schakel gedurende het pro-
ces van het opslaan nooit de
spanning van de KR uit!
Wanneer u dat wel doet,
raakt het interne geheugen
van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar
wordt.
Het is goed om uzelf aan te
wennen, het beschermingsla-
b
el van de floppydisk na het
opslaan van gegevens weer in
de ‘Bescherming’-stand te
schuiven. U voorkomt hier-
mee dat er per ongeluk songs
van de floppydisk gewist wor-
den.
NOTE
Afhankelijk van het afspeelap-
paraat, kunnen sommige tonen
wegvallen of anders klinken.
119
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Opgeslagen songs verwijderen
Hier leggen we uit hoe u songs die op floppydisk of onder Favorieten zijn opgeslagen,
kunt verwijderen.
Om een song van floppydisk te verwijderen, dient u eerst de floppydisk in de diskdrive
te doen.
1. Druk op de knop [Disk].
2. Raak <File> aan.
Het Songbestandscherm verschijnt.
3. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Delete Song’ (Verwijder song).
fig.d-songdel.eps_60
4. Raak <Disk> of <Favorite> aan.
Raak <Disk> aan indien u een song van floppydisk wilt verwijderen of raak <Favorites>
aan indien u een song uit de Favorieten wilt verwijderen.
5. Raak aan om de song te selecteren, die u wilt verwijderen.
6. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.m-filedel.eps_60
Wanneer u <Cancel> aanraakt, wordt het proces gestopt en wordt de song niet verwij-
derd.
7. Raak <OK> aan.
De geselecteerde song wordt verwijderd.
Neem de floppydisk niet uit de diskdrive voordat het proces is voltooid.
Raak <Exit> aan om naar het Songbestandscherm terug te gaan.
NOTE
Schakel gedurende het pro-
ces van verwijdering nooit
de spanning van de KR uit!
Wanneer u dat wel doet,
raakt het interne geheugen
van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar
wordt.
120
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
Songs van floppydisk naar Favorieten
kopiëren
U kunt op floppydisk opgeslagen songs naar Favorieten kopiëren.
U kunt ook songs van Favorieten naar floppydisk kopiëren.
1. Doe de floppydisk met de te kopiëren song in de diskdrive.
2. Druk op de knop [Disk].
3. Raak <File> aan.
4. Raak <Copy> aan.
Het volgende scherm ‘Copy Song’ (Song kopiëren) verschijnt.
fig.d-songcopy.eps_60
De bron aangeven, van waaruit gekopieerd wordt
5. Raak <Disk> aan en selecteer met de song die u wilt kopiëren.
Wanneer ‘Copy All’ wordt geselecteerd, worden alle songs van de floppydisk naar Favo-
rieten gekopieerd.
De bestemming aangeven, waarheen gekopieerd wordt
6. Raak <Favorites> aan en selecteer met de bestemming waarheen
u de song u wilt kopiëren.
Indien een songnaam op het scherm komt met een nummer erbij, is er al een song onder
dat nummer opgeslagen. Indien u een nummer selecteert met eerder opgeslagen songge-
gevens, en u vervolgens naar die locatie kopieert, wordt de eerder opgeslagen song
gewist. Indien u geen eerder opgeslagen song wilt wissen, kies dan een nummer waarbij
er geen naam van een song in de bestemmingskolom verschijnt.
7. Raak <Execute> aan.
Neem de floppydisk niet uit de diskdrive voordat het kopiëren is voltooid.
De song van de floppydisk wordt naar Favorieten gekopieerd..
NOTE
U kunt geen songs van CD
naar Favorieten kopiëren.
NOTE
Schakel gedurende het pro-
ces van kopiëren nooit de
spanning van de KR uit!
Wanneer u dat wel doet,
raakt het interne geheugen
van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar
wordt.
121
Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en opslaan
Hoofdstuk 5
In Favorieten opgeslagen songs naar floppydisk
kopiëren
Songs die in Favorieten zijn opgeslagen, kunnen naar floppydisk gekopieerd worden.
Raak om dat te doen in het scherm ‘Song kopiëren’ (pag. 120) onder stap 4 de icoon met
de grote pijl aan (de icoon in het midden aanraken) om de pijl naar boven te laten wijzen.
Hierdoor wordt de KR zodanig ingesteld, dat hij de song van Favorieten naar de floppy-
disk kopieert.
fig.d-songcopy2.eps_60
De rest van de procedure is gelijk aan de procedure die wordt gebruikt om songs van
floppydisks naar Favorieten te kopiëren.
Sommige songgegevens zijn
niet te kopiëren,omdat ze een
kopieerbeveiliging hebben.
122
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan
Instellingen van uitvoeringen
opslaan (‘User Program’)
Iedere verzameling instellingen, dus ook degene die de huidige
toestand van uw gegevensselecties of die van de automatische
begeleiding beschrijft, kan worden opgeslagen onder de [User
Program]-knop.
U kunt de bewaarde instelling dan oproepen door de [User Pro-
gram]-knop in te drukken. Het opslaan van uw favoriete combi-
naties van muziekstijlen en geluidssoorten, maar ook van andere
veel gebruikte instellingen, maakt de bediening nog eenvoudi-
ger. U kunt tot 36 ‘User Programs’ (Gebruikersprogramma’s) in
de KR opslaan.
fig.panel_UPG
Zie ‘Parameters die in het Gebruikersprogramma kunnen
worden opgeslagen’ op pag. 200 voor meer informatie over wat
er in een Gebruikersprogramma kan worden opgeslagen.
1. Stel de muziekstijl, geluidssoort en andere gegevens in,
totdat de instellingen zo zijn als u ze hebben wilt.
2. Druk op de [User Program]-knop.
Er verschijnt een scherm ‘User Program’ (Gebruikerspro-
gramma) zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-upg.eps_50
3. Raak <Write> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hier afgebeeld:
fig.d-upgwrite.eps_50
Het gebruikersprogramma een naam geven
4. Raak <Rename> aan.
Het volgende scherm ‘Rename’ (Opnieuw een naam geven)
verschijnt:
fig.d-upgname.eps_50
Wanneer u aanraakt, wordt de cursor ver-
plaatst.
Wanneer u de icoon van de letter of het teken dat u wilt
invoeren aanraakt, verschijnt het teken op de plaats van de
cursor. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u
vervolgens door alle keuzemogelijkheden heen, die begin-
nen met een ABCA...
Iedere keer dat u <A-a-0-!> aanraakt, verandert het type teken
van hoofdletters naar kleine letters naar cijfers, naar symbolen en
vervolgens weer terug naar hoofdletters.
Wanneer u <Del> aanraakt, wordt het teken op de plaats
van de cursor verwijderd.
Wanneer u <Ins> aanraakt, wordt er op de plaats van de
cursor een spatie aangebracht.
5. Raak <Exit> aan wanneer u de invoering van de naam vol-
tooid heeft.
U gaat dan weer terug naar het scherm ‘Gebruikerspro-
gramma wegschrijven’.
De wegschrijfbestemming bepalen
6. Raak aan om het nummer te selecteren, waar-
onder u het gebruikersprogramma wilt wegschrijven
(opslaan).
7. Raak <Write> aan.
De bevestigingsboodschap verschijnt in beeld.
8. Raak <OK> aan.
De huidige instellingen voor de uitvoering worden onder de
[User Program]-knop opgeslagen.
* Schakel de spanning van het apparaat nooit uit, terwijl
er op het scherm <Writing…> staat aangegeven.
Wanneer u dat wel doet, raakt het interne geheugen van
de KR beschadigd, waardoor het onbruikbaar wordt.
U kunt de inhoud die onder de [User Program]-knop
opgeslagen is naar in de originele fabrieksinstelling
terugzetten. Zie ‘De fabrieksinstellingen herstellen (‘Factory
Reset’)’ op pag. 165.
123
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan
Hoofdstuk 6
Opgeslagen gebruikers–
programma’s oproepen
U kunt instellingen die u onder de [User Program]-knop heeft
opgeslagen eenvoudig oproepen.
1. Druk op de [User Program]-knop.
Het Gebruikersprogramma-scherm verschijnt.
2. Raak de naam van het gebruikersprogramma dat u wilt
oproepen aan.
Wanneer u de naam van het gebruikersprogramma aan-
raakt, schakelen de knoppen of andere instellingen voor de
uitvoering direct om naar de eerder opgeslagen instellingen.
De manier veranderen, waarop
gebruikersprogramma’s
worden opgeroepen
Wanneer u gebruikersprogramma’s oproept, kunt u voorko-
men dat de instellingen voor automatische begeleiding
omgeschakeld worden door het touch-screen een paar tellen
niet aan te raken.
1. Druk op de [User Program]-knop.
2. Raak onderaan het scherm <Option> aan
Er verschijnt een instellingenscherm zoals hier afgebeeld:
fig.d-upgopt.eps_50
3. Raak <Instant> of <Delayed> aan om de instelling te
selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het Gebruikersprogramma-
scherm terug te gaan.
Groepen gebruikers–
programma’s opslaan
U kunt de 36 gebruikersprogramma’s die onder de [User Pro-
gram]-knop zijn opgeslagen als een set op een floppydisk of in
het gebruikersgeheugen opslaan.
Wanneer u ze op een floppydisk wilt opslaan, dient u eerst een
floppydisk in de diskdrive te doen.
Zie ‘Floppydisks gebruiken’ op pag. 114 voor meer informatie
over het werken met de diskdrive.
1. Druk op de [User Program]-knop.
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Save> aan.
Een scherm ‘Save User Program’ (Gebruikersprogramma
opslaan) zoals hier afgebeeld verschijnt:
fig.d-upgsave.eps_50
Een groep gebruikersprogramma’s een naam
geven
4. Raak <Rename> aan.
Het volgende scherm ‘Rename’ (Opnieuw een naam geven) ver-
schijnt:
Wanneer u aanraakt, wordt de cursor verplaatst.
Wanneer u de icoon van de letter of het teken dat u wilt invoeren
aanraakt, verschijnt het teken op de plaats van de cursor. Wan-
neer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u vervolgens door alle
keuzemogelijkheden heen, die beginnen met een A_B_C_A…
Iedere keer dat u <A-a-0-!> aanraakt, verandert het type teken
van hoofdletters naar kleine letters naar cijfers, naar symbolen en
vervolgens weer terug naar hoofdletters.
Wanneer u <Del> aanraakt, wordt het teken op de plaats van de
cursor verwijderd.
Wanneer u <Ins> aanraakt, wordt er op de plaats van de cursor
een spatie aangebracht.
5. Raak <Exit> aan wanneer u de invoering van de naam vol-
tooid heeft.
Scherm Uitleg
Instant
Direct nadat de naam van een gebruiker-
sprogramma wordt aangeraakt, worden de
instelling voor de automatische begeleiding
ook omgeschakeld.
Delayed
De instellingen voor de automatische bege-
leiding worden omgeschakeld nadat u op
het scherm enkele tellen over de naam van
het gebruikersprogramma heen heeft gestre-
ken.
124
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan
Hoofdstuk 6
De bestemming voor het opslaan
6. Raak <Disk> of <User> aan.
Raak <Disk> aan indien u de set gebruikersprogramma’s op
een floppydisk wilt opslaan, of raak <User> aan indien u de
set in het gebruikersgeheugen wilt opslaan.
7. Raak aan om een gebruikersprogramma-num-
mer als bestemming voor het opslaan te selecteren.
Indien er een set gebruikersprogramma’s in beeld komt, is
er onder dat nummer al een set gebruikersprogramma’s
opgeslagen.
Indien u een nummer selecteert waaronder al eerder een set
gebruikersprogramma’s is opgeslagen, en nu onder dat
nummer een nieuwe set opslaat, wordt de oude set gebrui-
kersprogramma’s verwijderd. Indien u geen eerder opgeno-
men gebruikersprogramma’s kwijt wilt raken, selecteer dan
een nummer in de kolom van de bestemming waarbij nog
geen naam vermeld is.
Opslaan
8. Raak <Save> aan om met opslaan te beginnen.
Raak <Exit> aan om naar het ‘User Program File’ (Gebrui-
kersprogrammabestand)-scherm terug te gaan.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of
de floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het
proces van het opslaan nog in werking is. Wanneer u
dat wel doet, raakt het interne geheugen van de KR
beschadigd, waardoor het onbruikbaar wordt.
Wanneer u de opgeslagen set gebruikersprogramma’s wilt
verwijderen, lees dan ‘Opgeslagen sets gebruikersprogramma’s
verwijderen’ op pag. 125.
Opgeslagen sets
gebruikersprogramma’s laden
Gebruikersprogramma’s die op floppydisk of in het gebruikers-
geheugen zijn opgeslagen kunnen met de [User Program]-knop
als individuele set worden opgeroepen.
* Let op: het oproepen van deze gebruikersprogramma’s heeft tot
gevolg dat alle onlangs onder de [User Program]-knop
opgenomen gebruikersprogramma’s worden verwijderd.
Wanneer u een set gebruikersprogramma’s van een floppydisk
wilt laden, dient u eerst de floppydisk in de diskdrive te doen.
Zie ‘Floppydisks gebruiken’ op pag. 114 voor meer informatie
over het werken met de diskdrive.
1. Druk op de [User Program]-knop.
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Load> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Load User Program’ (Gebruiker-
sprogramma laden) zoals hier afgebeeld:
fig.d-upgload.eps_50
Aangeven welke set gebruikersprogramma’s
u wilt laden
4. Raak < > (Disk) of < > (User) aan.
Raak < > aan indien u gebruikersprogramma’s van een
floppydisk wilt laden, of raak < > aan indien u gebrui-
kersprogramma’s uit het gebruikersgeheugen wilt laden.
5. Raak de naam van het te laden gebruikersprogramma aan.
6. Raak <Load> aan.
De bevestigingsboodschap komt op het scherm.
7. Raak <OK> aan.
De geselecteerde gebruikersprogramma’s worden onder de
[User Program]-knop geladen.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of
de floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het
proces van het laden nog in werking is. Wanneer u
dat wel doet, raakt het interne geheugen van de KR
beschadigd, waardoor het onbruikbaar wordt.
125
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan
Hoofdstuk 6
Opgeslagen sets gebruikers–
programma’s verwijderen
U kunt individuele sets gebruikersprogramma’s die op floppy-
disk of in het gebruikersgeheugen zijn opgeslagen wissen.
Wanneer u een set gebruikersprogramma’s van een floppydisk
wist, dient u eerst de floppydisk in de diskdrive te doen.
Zie ‘Floppydisks gebruiken’ op pag. 114 voor meer informatie
over het werken met de diskdrive.
1. Druk op de knop [User Program].
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Delete User Program’ (Verwijder
gebruikersprogramma) zoals hier afgebeeld:
fig.d-upgdel.eps_50
4. Raak <Disk> of <User> aan.
Raak <Disk> aan indien u gebruikersprogramma’s van een
floppydisk wilt verwijderen; raak <User> aan indien u
gebruikersprogramma’s uit het gebruikersgeheugen wilt
verwijderen.
5. Raak aan om de set gebruikersprogramma’s
die u wilt verwijderen te selecteren.
6. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.msg_filedel
7. Raak <OK> aan om de geselecteerde gebruikerspro-
gramma’s te verwijderen of raak <Cancel> aan om het ver-
wijderen van het bestand te voorkomen.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of
de floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het
proces van het verwijderen nog in werking is.
Wanneer u dat wel doet, raakt het interne geheugen
van de KR beschadigd, waardoor het onbruikbaar
wordt.
Sets gebruikersprogramma’s van
floppydisk naar het gebruikersge-
heugen kopiëren
U kunt sets gebruikersprogramma’s die op floppydisk zijn opge-
slagen naar het gebruikersgeheugen kopiëren.
U kunt ook sets gebruikersprogramma’s die in het gebruikersge-
heugen zijn opgeslagen naar floppydisk kopiëren.
1. Doe de floppydisk met de te kopiëren instellingen in de
diskdrive.
2. Druk op de knop [User Program].
3. Raak <File> aan.
4. Raak <Copy> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Copy User Programs’ (Kopieer
gebruikersprogramma’s) zoals hier afgebeeld:
fig.d-upgcopy.eps_50
De bron van de kopie aangeven
5. Raak <Disk> aan om de set gebruikerspro-
gramma’s die u wilt kopiëren te selecteren.
Wanneer u ‘All’ selecteert, worden alle sets gebruikerspro-
gramma’s die op de floppydisk staan naar het gebruikersge-
heugen gekopieerd.
De bestemming van de kopie aangeven
6. Raak aan om de bestemming voor het kopië-
ren te selecteren.
Indien er een naam van een gebruikersprogramma op het
scherm komt, is er onder dat nummer al een gebruikerspro-
gramma opgeslagen.
Indien u een nummer selecteert met gegevens van een
gebruikersprogramma, en vervolgens gegevens naar dat
nummer kopieert, worden de eerder opgeslagen gebruiker-
sprogramma’s verwijderd. Indien u de opgeslagen gebrui-
kersprogramma’s niet wilt kwijtraken, selecteer dan een
nummer in de kolom van de bestemming waarbij nog geen
naam vermeld is.
7. Raak <Execute> aan.
De set gebruikersprogramma’s van de floppydisk wordt
naar het gebruikersgeheugen gekopieerd.
126
Hoofdstuk 6 Gebruikersprogramma’s opslaan
Hoofdstuk 6
Sets gebruikersprogramma’s
van het gebruikersgeheugen
naar floppydisk kopiëren
U kunt sets gebruikersprogramma’s die in het gebruikersgeheu-
gen zijn opgeslagen naar floppydisk kopiëren.
Raak om dat te doen in het scherm ‘Kopieer gebruikerspro-
gramma’s’ (pag. 125) onder stap 4 de icoon met de grote pijl aan
(de icoon in het midden aanraken) om de pijl naar boven te laten
wijzen. Hierdoor wordt de KR zodanig ingesteld, dat hij het
gebruikersprogramma van het gebruikersgeheugen naar de flop-
pydisk kopieert.
De rest van de procedure is gelijk aan de procedure die wordt
gebruikt om sets gebruikersprogramma’s van floppydisk naar
het gebruikersgeheugen te kopiëren.
Het pedaal gebruiken om
van gebruikersprogramma
te wisselen
U kunt het pedaal gebruiken als een specifieke schakelaar om
gebruikersprogramma’s op volgorde te selecteren.
1. Druk op de knop [User Program].
2. Raak onderaan het scherm <Option> aan.
3. Raak aan om een scherm zoals hier afge-
beeld in beeld te krijgen.
fig.d-upgopt.eps_50
4. Raak aan om de instelling te selecteren.
Raak <Exit> aan om naar het scherm “Gebruikerspro-
gramma” terug te gaan.
Tegelijkertijd van gebruikers–
programma wisselen en PC-
nummers doorgeven
U kunt PC (Program Change)-nummers laten doorgeven aan een
extern MIDI-apparaat, terwijl u op de KR van gebruikerspro-
gramma wisselt.
U kunt PC-nummerinstellingen aan elk van de gebruikerspro-
gramma’s toevoegen, net zoals dat kan met instellingen van
knoppen en andere voorkeursinstellingen.
De te in te stellen parameters van
uitvoeringen oproepen
1. Druk op de knop [User Program] en raak daarna de naam
aan van de parameter van de uitvoering die u wilt
instellen.
Het doorgeven van de PC instellen
2. Raak in het scherm ‘Gebruikersprogramma’ <PC Set> aan.
Het volgende schermtype verschijnt:
fig-upgPCset.eps_50
Raak aan om de parameter te selecteren; stel deze
vervolgens naar wens in.
3. Raak <Exit> aan.
Het scherm ‘Gebruikersprogramma’ komt weer in beeld.
Raak <Write> aan om de instelling in het gebruikerspro-
gramma op te slaan.
Zie ‘De instellingen van uitvoeringen opslaan (‘User Pro-
gram’)’ op pag. 122 voor meer informatie hierover.
Scherm Uitleg
Off
U kunt een functie gebruiken die aan het
pedaal is toegekend.
Left
Pedal
Het linker pedaal wordt toegepast om van
gebruikersprogramma te wisselen. De functie
die aan het linkerpedaal is toegekend kan niet
gebruikt worden.
Center
Pedal
Het middelste pedaal wordt toegepast om
van gebruikersprogramma te wisselen. De
functie die aan het middelste pedaal is toege-
kend kan niet gebruikt worden.
Scherm Uitleg
Tx PC
Channel
Hierdoor wordt voorkomen dat het PC-
nummer wordt doorgegeven (‘Off’), of
wordt het transmissiekanaal ingesteld
(Kanaal 1-16).
Bank
Select MSB
Hiermee wordt de Bank Select MSB
ingesteld.
Bank
Select LSB
Hiermee wordt de Bank Select LSB
ingesteld.
Program
Change
Hiermee worden de Program Change-
boodschappen (programmanummers)
ingesteld.
127
Hoofdstuk 7
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
‘Multitrack recording’ met
16 partijen (16-spoors-
sequencer)
‘Multitrack recording’ (op meerdere sporen opnemen) biedt u de
mogelijkheid om te luisteren naar materiaal dat eerder is opge-
nomen, terwijl u daar uitvoeringen van andere partijen aan toe-
voegt.
De KR kan tot 16 aparte partijen op verschillende sporen opne-
men. Omdat iedere partij in één geluidssoort wordt opgenomen,
kunt u uitvoeringen laag over laag opnemen en dus tot zestien
verschillende geluidssoorten gebruiken voor de gegevens van
één song.
De functie die gebruikt wordt voor het één voor één opnemen
van deze zestien partijen heet de ‘16-spoors-sequencer’.
fig.16track.e
De 16-spoors-sequencer en de spoorknoppen
Naast de 16-spoors-sequencer vormen de spoorknoppen (pag.
99) nog één van de speel-/opnamefuncties van de KR.
Deze spoorknoppen groeperen de zestien partijen van de 16-
spoors-sequencer onder vijf knoppen. Door de 16-spoors-
sequencer te gebruiken, kunt u meer klanken toevoegen aan uit-
voeringen die met de spoorknoppen zijn opgenomen, en kunt u
songs nog nauwkeuriger bewerken.
U kunt de originele songgegevens eenvoudig afspelen met de
16-spoors-sequencer, waarbij u partijen kunt uitschakelen door
op de betreffende spoorknoppen te drukken, etc.
De spoorknoppen corresponderen met de partijen van de 16-
spoors-sequencer zoals in het schema hieronder vermeld staat.
Omdat de 16-spoors-sequencer één geluidssoort per partij
opneemt, kunt u geen gelijktijdige uitvoering (pag. 30), geschei-
den uitvoering (pag. 31) of andere dergelijke functies gebruiken
om twee of meer geluidssoorten tegelijkertijd op te nemen. Ook
kunt u de uitvoering niet met automatische begeleiding opnemen.
Wanneer u een opname wilt maken met automatische begelei-
ding, dient u de spoorknoppen te gebruiken voor uw opname.
(Zie ‘Opnemen met begeleiding’ op pag. 108.)
In de handel verkrijgbare muziekbestanden
In de handel verkrijgbare songbestanden die zijn opgenomen in
Rolands SMF-formaat bestaan ook uit zestien partijen.
Door het songbestand van de floppydisk te laden en de 16-
spoors-sequencer te gebruiken, kunt u deze songbestanden ook
bewerken.
Hoewel partij 11 van de Roland SMF-muziekgegevens die in de
handel verkrijgbaar zijn onder spoorknop [2/Bass and Accompani-
ment] valt, blijft de toewijzing aan spoorknoppen voor de andere
partijen gelijk.
* Van sommige in de handel verkrijgbare muziekbestanden kunnen
de gegevens niet bewerkt worden.
Het scherm ‘16-spoors-sequencer’
Zorg dat het scherm ‘16-spoors-sequencer’ in beeld is wanneer u
met de 16-spoors-sequencer opneemt.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <16trk Sequencer> aan.
Er verschijnt een scherm ‘16-track-Sequencer’ (16-spoors-
sequencer) zoals hieronder afgebeeld.
fig.d-16tr.eps_50
Spoorknop Partij
[R/Rhythm] D (10), S (11)
[1/Whole] 1
[2/Bass Accomp] 2, 5–9, 12–16
[3/Lower] 3
[4/Upper] 4
Part 16
U kunt uitvoeringen voor tot wel 16 partijen opnemen, waarbij
u telkens partij op partij legt om een complete song te cre ren.
16-Spoors-Sequencer
Part 4
Piano Part (right hand)
Part 3
Piano Part (left hand)
Part 2
Bass Part
Part 1
Flute Part
Icoon Uitleg
<1>–
<16>
Raak het scherm aan om de partij die u wilt opne-
men of de partij waarvan u de instellingen wilt
veranderen te selecteren. De knop van de geselec-
teerde partij verandert van kleur.
Deze partij moet worden afgespeeld.
Deze partij moet worden uitgeschakeld (‘Muted
Part’).
Partijen waarvoor geen uitvoeringsgegevens
opgenomen worden.
Solo Alleen de geselecteerde partij wordt afgespeeld.
Mute
Hiermee voorkomt u dat het geluid van de gese-
lecteerde partij afgespeeld wordt.
Clear
De gegevens van de uitvoering van de geselec-
teerde partij worden verwijderd.
128
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
De instellingen per partij wijzigen
Voor iedere partij van een song die is opgenomen met de 16-
spoors-sequencer, en voor iedere partij van een voorgeprogram-
meerde song, kunt u afzonderlijk de geluidssoorten en volumen
veranderen, maar ook het geluid uitschakelen.
Omdat in de handel verkrijgbare Rolands SMF-muziekbestanden
ook uit zestien partijen bestaan, kunt u de instellingen voor de
partijen ook afzonderlijk veranderen, en de bestanden op dezelfde
manier afspelen.
Selecteer eerst de song waarvoor u de instellingen wilt realiseren
(pag. 77).
1.
Breng het scherm ‘16-spoors-sequencer’ in beeld (pag. 127).
2. Raak het scherm aan om de partij te kiezen, waarvoor u
instellingen wilt realiseren.
Verander de instellingen voor de geselecteerde partij.
* Wanneer u <Clear> aanraakt, verschijnt er op het scherm een mel-
ding die u vraagt om de verwijdering te bevestigen. Indien u het
opgenomen geluid wilt verwijderen, raak dan <OK> aan. Indien u
het opgenomen geluid niet wilt verwijderen, raak dan <Cancel>
aan. Wanneer een uitvoering eenmaal verwijderd is, kan deze niet
meer hersteld worden.
*U kunt <Clear> niet aanraken tijdens het afspelen van de song.
3. Raak <Options> aan om gedetailleerdere instellingen te
maken voor de geselecteerde partij.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-16trpart.eps_50
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
U kunt de geluidssoort voor de geselecteerde partij veran-
deren door een Tone-knop in te drukken, terwijl dit scherm
in beeld is.
Wanneer u partij 10 of 11 selecteert, kunt u <Drum Set> aan-
raken om het drumritme of het geluidseffect te selecteren.
De naam van de partij en die van de geluidssoort worden
bovenaan het scherm getoond.
4. Raak aan om de instelling van het betreffende
onderwerp te veranderen.
U kunt de waarden ook veranderen door parameterschuif
aan te raken en dan de knoppen [-] [+] en de afstemknop te
gebruiken.
Wanneer u de [ (Play/Stop)]-knop indrukt, hoort u
hoe de song klinkt, terwijl u de instellingen verandert. Wan-
neer u de [ (Play/Stop)]-knop nogmaals indrukt,
stopt het afspelen van de song.
5. Raak aan om instellingen te realiseren voor
de andere partijen.
De naam van de partij verschijnt bovenaan het scherm.
Verander de instellingen voor andere partijen voorzover
noodzakelijk.
6. Houd de [ (Rec)]-knop ingeduwd en druk de [
(Reset)]-knop in.
Door deze handeling worden de veranderingen in de instel-
lingen bevestigd.
De song kan nu op een floppydisk of in het gebruikersge-
heugen worden opgeslagen.
Options
Hiermee brengt u het scherm ‘Instellingen voor de
partijen’ in beeld, het scherm waarin u voor iedere
partij gedetailleerde instellingen kunt maken. Zie
pag. 128 voor meer informatie.
Tone
Set
Het scherm ‘Tone Set’ (Geluidssoort instellen)
verschijnt. Zie pag. 129 voor meer informatie.
Scherm Functie
Solo
Alleen de geselecteerde partij wordt afge-
speeld.
Mute
Schakelt de geselecteerde partij aan of uit
(afhankelijk van de huidige stand).
Clear
De gegevens van de uitvoering voor de gese-
lecteerde partij worden verwijderd.
Icoon Uitleg
Scherm Uitleg
Volume Verandert het volumeniveau.
Reverb
Verandert de sterkte van het galmeffect dat
het geluid meekrijgt.
Chorus
Verandert de sterkte van het ‘Chorus’-effect
(de volheid van het geluid) dat het geluid
meekrijgt.
Panpot
Verschuift de richting waarvandaan het
geluid wordt gehoord tussen links en rechts.
Raak aan om het geluid naar rechts te
verschuiven en raak aan om het naar
links te verschuiven.
Wat is ‘Panpot’?
Panpot regelt de plaatsing van het geluid in het stereo-
geluidsveld tussen de linker en de rechter luidspreker. Door
de instelling van deze balans te veranderen, kunt u de plaats
waarop het geluid zowel van de linker als de rechter luid-
spreker optimaal ontvangen wordt, verschuiven.
129
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Indien u een song niet wilt verwijderen nadat u de instellin-
gen voor de afzonderlijke partijen heeft veranderd, slaat u
de song dan op een floppydisk of in het gebruikersgeheu-
gen op (pag. 116).
*U kunt de instellingen die bepalen of geluiden van iedere afzonder-
lijke partij al dan niet worden gespeeld (‘solo’ en ‘mute’) niet
opslaan.
Indien de volgende melding op het scherm
verschijnt
Indien u probeert om een ander scherm in beeld te brengen,
nadat u de instellingen van de song voor elk van de partijen ver-
anderd heeft, kan er een boodschap zoals hieronder afgebeeld op
uw scherm verschijnen.
fig.m-songmod.eps
Raak <OK> aan om de instellingen van de song te veranderen.
Raak <Cancel> aan om de veranderingen die u heeft aange-
bracht weg te gooien.
Voor partijen de best bij het
muzikale genre passende
geluidssoorten instellen (‘Tone
Set’)
‘Tone Set’ (Geluidssoorten instellen) is een functie die automa-
tisch de best bij de geselecteerde muziekstijl passende geluids-
soorten aangeeft.
Wanneer u een song maakt, kunt u sets van geluidssoorten aan-
geven en daarna de geluidssoorten zodanig aanpassen dat ze
passen bij de ideeën die u voor uw song heeft.
1. Breng het scherm ‘16-spoors-sequencer’ in beeld (pag.
127).
2. Raak onderaan het scherm <Tone Set> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld.
fig.d-16trtone.eps_50
3. Raak het scherm aan om een muzikaal genre te selecteren.
4. Raak <Exit> aan.
Het scherm ‘16-spoors-sequencer’ verschijnt.
Voor elke partij worden er automatisch geluidssoorten aan-
gegeven.
* Bij sommige genres kan het gebeuren dat er bij sommige partijen
geen geluidssoort wordt aangegeven.
Een uitvoering opnemen
Stap 1 De opname voorbereiden
Selecteer de song die u wilt opnemen
1. Druk op de knop [Select/Listen to a Song].
2. Raak het genre aan van de song die u wilt opnemen.
Wanneer u het om een nieuwe song gaat, probeer deze dan
op te nemen onder ‘Favorieten’.
3. Selecteer het songnummer waaronder u wilt opnemen.
Indien u een nieuwe song wilt opnemen, raak dan <0: (Song
Name)> aan om <0: New Song> te selecteren.
fig.d-songnew.eps_50
Indien een song al is opgenomen, of indien de instellingen van de
song veranderd zijn, verschijnt de vraag ‘OK to delete Song?’
(Wilt u de song verwijderen?) wanneer u <0: (Song Name)> aan-
raakt. Zie ‘Indien het volgende scherm verschijnt’ op pag. 105.
De maat en het tempo van de song bepalen
4. Druk op de [Metronome]-knop om de maat te selecteren
(pag. 52).
Wanneer de song eenmaal is opgenomen, kunt u de maat ervan
niet meer veranderen. Indien u een song wilt componeren, waar-
van de maat ergens in de song verandert, lees dan ‘Middenin de
song van maat veranderen (‘Beat Map’)’ op pag. 141.
Druk op de Tempoknoppen [-] en [+] om het basistempo
van de song in te stellen. Indien u het geluid van de metro-
noom niet nodig heeft, druk dan nogmaals op de [Metro-
nome]-knop.
Wanneer u songgegevens gebruikt die al zijn opgenomen, wordt
bij de opname gebruik gemaakt van het basistempo van de song die
de bron vormt. Raadpleeg ‘Het tempo van opgenomen songs ver-
anderen’ op pag. 142 om het basistempo van een song te verande-
ren.
130
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Stap 2 De opname starten
Kies indien noodzakelijk een opnamemodus.
Verderop op deze pagina vindt u meer informatie over hoe u
moet opnemen.
Indien u voor de eerste keer iets opneemt, hoeft u geen opname-
modus te selecteren.
De op te nemen partij selecteren
1. Breng het scherm ‘16-spoors-sequencer’ in beeld (pag.
127).
2. Raak het nummer aan van de partij die u wilt opnemen.
De knop van de betreffende partij wordt oranje.
U kunt drumritmen of geluidseffecten alleen opnemen
onder Partij D (10) of Partij S (11). U kunt drumritmen of
geluidseffecten selecteren door Partij D (10) of Partij S (11) te
selecteren en <Drum Set> aan te raken.
De te spelen geluidssoort selecteren
3. Gebruik de Tone-knoppen om een geluidssoort te selecte-
ren die u wilt spelen
Raak na de selectie van de geluidssoort <Exit> aan om het
scherm ‘16-spoors-sequencer’ op te roepen.
De uitvoering opnemen
4. Druk op de knop [ (Reset)].
De opname start bij het begin van de song.
Indien u wilt opnemen vanaf een ander punt dan het begin,
gebruik dan de knoppen (Bwd)] en [ (Fwd)] om
een andere maat als beginpunt te selecteren.
5. Druk op de [ (Rec)]-knop en het lampje bij de knop
gaat branden.
De KR wordt stand-by gezet om op te nemen.
6. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
Er wordt twee maten afgeteld, waarna de opname begint.
*U kunt de uitvoeringsknopen niet gebruiken wanneer u met de 16-
spoors-sequencer opneemt.
7. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
De opname stopt.
Ga na het opnemen van één partij door met het selecteren en
opnemen van een andere partij. Blijf zo lagen opstapelen
totdat de opname van uw song klaar is.
U hoeft alleen bij de opname van de eerste partij de procedure van
Stap 1 (‘De opname voorbereiden’) te volgen. Bij de tweede en vol-
gende opnamen kunt u Stap 1 overslaan en doorgaan met Stap 2
(‘De opname starten’).
* Opgenomen uitvoeringen worden verwijderd wanneer de span-
ning van de KR wordt uitgeschakeld. Het is daarom goed om song-
gegevens op een floppydisk of in het gebruikersgeheugen op te
slaan. Zie ‘Songs opslaan’ op pag. 116 voor meer informatie hier-
over.
De opnamemodus
veranderen (‘Rec Mode’)
U kunt één van de onderstaande vier methoden gebruiken om
op te nemen met de KR.
Hoewel u normaalgesproken ‘Vervangend opnemen’ zult
gebruiken, waarbij eerder opgenomen materiaal gewist wordt
wanneer er nieuwe klanken worden opgenomen, zult u merken
dat u songs eenvoudig kunt opnemen door deze modus in com-
binatie met andere opnamemodi te gebruiken.
Replace Recording (Vervangende opname;
pag. 131)
Dit is de normale methode om op te nemen. Nieuw materiaal
wordt opgenomen, terwijl eerder opgenomen materiaal wordt
gewist.
Mixed Recording (Gemengde opname; pag. 131)
Nieuwe tonen worden bovenop eerder opgenomen tonen opge-
nomen. Deze handige eigenschap maakt het voor u eenvoudig
om melodieën over van te voren opgenomen begeleiding heen
op te nemen.
Loop Recording (Herhaalde opname; pag. 132)
Bepaalde maten worden herhaaldelijk opgenomen, terwijl
nieuwe tonen worden gecombineerd met bestaande muziek. Een
handige eigenschap voor het creëren van ritmepartijen. Her-
haalde opname maakt het u mogelijk om binnen een geselec-
teerd deel telkens opnieuw op te nemen, waarbij u elke keer dat
u opneemt een ander percussiegeluid toevoegt.
Punch-in Recording (Opnieuw opnemen van
onderdelen; pag. 133)
U kunt alleen een bepaalde passage opnieuw opnemen, terwijl u
naar een opgenomen uitvoering luistert.
Direct nadat de spanning van de KR wordt ingeschakeld, wordt
Vervangend opnemen geselecteerd.
131
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Van opnamemodus veranderen
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
fig.d-menu1.eps_50
2. Raak <Rec Mode> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Rec Mode’ (Opnamemodus) zoals
hieronder afgebeeld.
fig.d-recmode.eps_50
3. Raak <Rec Mode> aan om de opnamemodus
te selecteren.
4. Raak <Exit> aan.
U gaat hierdoor terug naar het Menuscherm.
Opnemen, terwijl de vorige
opname wordt gewist
(‘Replace Recording’)
Het opnameproces waarbij eerder opgenomen materiaal wordt
gewist wanneer er nieuw materiaal wordt opgenomen, heet
‘Replace Recording’ (Vervangende opname). Deze instelling is in
werking wanneer u de spanning van de KR inschakelt.
1. Selecteer <Replace> in het scherm ‘Opnamemodus’ (zie
voorgaande tekst op deze pagina).
Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
De KR wordt in de modus ‘Vervangende opname’ gezet.
Neem de uitvoering op volgens de procedures zoals die
beschreven staan in hoofdstuk 4 (pag. 105) en in ‘‘Multitrack
recording’ met 16 partijen (16-spoors-sequencer)’ op pag.
127.
Een opname over eerder
opgenomen klanken opnemen
(‘Mix Recording’)
U kunt een uitvoering als een laag over een eerder opgenomen
uitvoering opnemen. Deze methode heet ‘Mix Recording’
(Gemengde opname).
1. Selecteer <Mix> in het scherm ‘Opnamemodus’ (zie voor-
gaande tekst op deze pagina).
Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Neem de uitvoering op volgens de procedures zoals die
beschreven staan in ‘Opnemen, terwijl u de spoorknoppen
selecteert (opnamen opnieuw opnemen)’ op pag. 111, ‘’Mul-
titrack recording’ met 16 partijen (16-spoors-sequencer)’ op
pag. 127 of andere methoden.
* Ga nadat u de gemengde opname heeft voltooid terug naar de
gewone ‘Vervangende opname’-modus.
Scherm Opnamemodus
Replace Vervangende opname
Mix Gemengde opname
Loop Herhaalde opname
Auto Punch-
In/Out
Opnieuw opnemen van het interval tussen
aangebrachte merktekens.
Manual
Punch-In/Out
Opnieuw opnemen, te beginnen bij het
punt waarop het pedaal, de uitvoerings-
knop of de [ (Rec)]-knop wordt inge-
drukt.
Zie pag. 133 voor meer informatie over
‘Punch In Recording’ (Opnieuw opnemen
van onderdelen).
Tempo
U kunt tempoveranderingen aan een
opgenomen compositie toevoegen. Zie
pag. 142.
132
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Herhaalde opname op dezelfde
locatie (‘Loop Recording’)
U kunt een bepaalde passage telkens weer opnemen, waarbij u
met elke opname een laag met andere klanken toevoegt. Deze
methode heet ‘Loop Recording’ (Herhaalde opname). Dit is han-
dig wanneer u een ritmepartij opneemt.
U kunt deze methode bijvoorbeeld gebruiken om een herhaalde
opname van een uit vier maten bestaand onderdeel te maken.
Neem eerst de grote trom op, dan de kleine trom, vervolgens het
voetbekken, enzovoorts. U neemt dus telkens een ander instru-
ment op gedurende diezelfde vier maten. Nadat u de opname
van het ritmepatroon van vier maten heeft voltooid, kunt u de
procedure die in ‘Maten kopiëren (‘Copy’)’ op pag. 136 wordt
beschreven gebruiken om zoveel kopieën van de vier maten te
maken als u nodig heeft om uw ritmepartij compleet te maken.
1. Plaats merktekens A en B aan begin en einde van de pas-
sage die u wilt opnemen.
Kijk daarvoor naar ‘Merktekens aanbrengen voor herhaal-
delijk oefenen (‘Marker’)’
op pag. 100.
Indien u nog niets heeft opgenomen, gebruik dan ‘blanco
opname’ om het benodigde aantal maten te creëren, voordat
u de merktekens plaatst.
2. Selecteer <Loop> in het scherm ‘Opnamemodus’ (pag.
131).
Raak <Exit> aan om terug te gaan naar het Menuscherm.
De opnamemodus verandert in ‘Loop recording’ (Her-
haalde opname).
3. Druk op de [ (Rec)]-knop.
4. Druk op de spoorknop van het spoor dat u wilt opnemen.
De KR wordt stand-by gezet om op te nemen.
5. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop om de opname te
starten.
De opname start bij Merkteken A.
Wanneer de song bij Merkteken B aankomt, wordt er terug-
gegaan naar Merkteken A, waar de opname verdergaat.
Elke keer wanneer de opname herhaald wordt, worden de
nieuwste klanken gelaagd over eerder opgenomen klanken
heen opgenomen.
6. Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt de
opname.
* Ga nadat u de herhaalde opname heeft voltooid terug naar de
gewone ‘Vervangende opname’-modus (pag. 131).
Wat is ‘blanco opname’?
Een blanco opname maken betekent: een aantal stille maten
zonder inhoud opnemen.
Stel het basistempo en de maat van de song in.
2. Houd de [ (Rec)]-knop ingeduwd en druk op de
[ (Play/Stop)]-knop.
De lampjes bij de [ (Rec)]-knop en de [ (Play/
Stop)]-knop gaan beide branden en vervolgens begint
na twee maten aftellen de opname.
3. Neem zonder iets te spelen alleen het gewenste aantal
maten op en druk dan op de [ (Play/Stop)]-
knop.
De lampjes bij de [ (Rec)]-knop en de [ (Play/
Stop)]-knop gaan beide uit en de opname stopt.
Snelle methode voor herhaalde opname
U kunt ook de hieronder beschreven methode gebruiken om
de herhaalde opname in te stellen.
1. Plaats merktekens A en B aan begin en einde van de
passage die u wilt opnemen.
Kijk daarvoor naar ‘Merktekens aanbrengen voor her-
haaldelijk oefenen (‘Marker’)’
op pag. 100.
Indien u nog niets heeft opgenomen, gebruik dan
‘blanco opname’ om het benodigde aantal maten te
creëren, voordat u de merktekens plaatst.
2. Raak in het Merktekenscherm (pag. 100) de icoon
<Repeat> aan.
Hierdoor wordt de herhaalde opname-modus inge-
steld.
Start een opname.
* Raak nadat u de herhaalde opname heeft voltooid in het Merk-
tekenscherm nogmaals <Repeat> aan om terug te gaan naar
de gewone ‘Vervangende opname’-modus.
133
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Een deel van uw uitvoering
opnieuw opnemen (‘Punch-in
Recording’)
U kunt een deel van een passage opnieuw opnemen, terwijl u
naar een opgenomen uitvoering luistert. Deze opnamemodus
heet ‘Punch-in Recording’. Met deze handige functie kunt u een
aangegeven punt in een partij opnieuw opnemen, terwijl u luis-
tert naar een eerder opgenomen uitvoering in een ander onder-
deel.
Bij ‘Punch-in Recording’ zijn er de volgende twee methoden:
Het door merktekens A en B aangegeven deel opnemen
(Auto Punch In/Out)
Plaats voordat u gaat opnemen de merktekens A en B om de
passage aan te geven die u opnieuw wilt opnemen. Stel in op
punch-in recording en neem alleen de passage tussen merkte-
kens A en B op.
Opnemen vanaf het punt waarop het pedaal of de knoppen
ingedrukt worden (Handmatige Punch In/Out)
U kunt een uitvoering afspelen en het pedaal op de gewenste
plaats indrukken om het opnieuw opnemen te starten. Wanneer
u het pedaal een tweede keer indrukt, stopt de opname en wordt
de uitvoering verder gewoon afgespeeld.
Wanneer u de uitvoeringsknoppen of de knop [ (Rec)]
gebruikt, begint de opname wanneer u de uitvoeringsknop of de
knop [ (Rec)] op een bepaald punt van de song indrukt.
Wanneer u de uitvoeringsknop of de knop [ (Rec)] nogmaals
indrukt, verlaat de KR de opnamemodus en wordt de uitvoering
verder gewoon afgespeeld.
Een door merktekens aangegeven passage
opnemen
1. Plaats voordat u opnieuw gaat opnemen de merktekens A
en B om de passage aan te geven.
Gebruik de merktekens A en B om de passage aan te geven;
volg daarbij de procedures zoals beschreven in ‘Merktekens
aanbrengen voor herhaaldelijk oefenen (‘Marker’)’ op pag.
100.
2. Selecteer <Auto Punch-In/Out> in het scherm ‘Opname-
modus’ (pag. 131).
fig.d-rec-punch.eps_50
Dit verandert de opnamemodus in ‘Punch-In Recording’.
Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
3. Start de opname
Start de opname volgens de procedures zoals beschreven in
‘Opnemen, terwijl u de spoorknoppen selecteert (opnamen
opnieuw opnemen)’ op pag. 111 of ‘‘Multitrack recording’
met 16 partijen (16-spoors-sequencer)’ op pag. 127.
Tot aan de aangegeven passage wordt de eerder opgeno-
men uitvoering afgespeeld.
Wanneer u aankomt bij de aangegeven passage, worden
klanken gewist na het starten van de opname; begin nu te
spelen.
Wanneer u aankomt bij het einde van de aangegeven pas-
sage, stopt de opname en gaat de KR terug naar het gewone
afspelen van de eerder opgenomen uitvoering.
4. Wanneer u de knop [ (Play/Stop)] indrukt, stopt de
song.
De opname starten bij de maat die met
knoppen en pedalen wordt aangegeven
Indien u de uitvoeringsknoppen of pedalen gebruikt, dient u
eerst de functie van de pedalen en uitvoeringsknoppen te veran-
deren. Volg de procedures zoals beschreven in ‘Functies aan
pedalen en uitvoeringsknoppen toekennen (‘Pedal Setting/User
Functions’)’ op pag. 157, en ken de functie <Auto Punch-In/
Out> aan de knoppen of het pedaal toe.
1. Selecteer <Manual Punch-In/Out> in het scherm ‘Opna-
memodus’ (pag. 131).
Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
2. Start de opname.
Start de opname volgens de procedures zoals beschreven in
‘Opnemen, terwijl u de spoorknoppen selecteert (opnamen
opnieuw opnemen)’ op pag. 111 of ‘‘Multitrack recording’
met 16 partijen (16-spoors-sequencer)’ op pag. 127.
De eerder opgenomen uitvoering wordt afgespeeld.
De opname begint wanneer u het pedaal, de uitvoerings-
knop of de knop [ (Rec)] indrukt; begin op dat moment
te spelen.
De opname stopt wanneer u het pedaal, de uitvoerings-
knop of de knop [ (Rec)] nogmaals indrukt, en de eerder
opgenomen uitvoering wordt verder gewoon afgespeeld.
3. Wanneer u de knop [ (Play/Stop)] indrukt, stopt de
uitvoering.
* Ga nadat u de ‘Punch-In’- opname heeft voltooid terug naar de
gewone ‘Vervangende opname’-modus. Lees ‘De opnamemodus
veranderen’ op pag. 130.
134
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Een begeleiding componeren
door akkoorden in te geven
(‘Chord Sequencer’)
U kunt een akkoordsequens invoeren en de plaatsen kiezen waar
het begeleidingspatroon verandert om een begeleiding voor een
song te creëren. Deze functie heet ‘Chord Sequencer’ (Akkoord-
sequencer).
Dankzij de Akkoordsequencer kunt u een begeleiding voor de
maat uit maken en met uw rechterhand meespelen.
1. Druk op de [Menu]-knop en het lampje bij de knop gaat
branden.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Chord Sequencer> aan.
Het scherm zoals hieronder afgebeeld wordt het ‘Chord
Sequencer’-scherm genoemd.
fig.d-chordseq.eps_50
3. Druk op een Music Style-knop of raak het scherm aan om
een muziekstijl te selecteren (pag. 62).
4. Raak <Exit> aan.
U gaat terug naar het scherm ‘Akkoordsequencer’.
5. Voer de akkoordsequens en het begeleidingspatroon in.
Zie ‘Akkoorden ingeven met de akkoordsequencer’.
6. Raak <Execute> aan wanneer u klaar bent met het invoe-
ren van alle gegevens.
De begeleiding die u heeft gecomponeerd wordt opgeslagen
onder ‘0: New Song’.
Ga wanneer het opslaan van de gegevens voltooid is terug
naar het Menuscherm.
Druk nu op de [ (Play/Stop)]-knop en probeer de
melodie mee te spelen met de begeleiding die u heeft
gecreëerd.
* Songs die u heeft gecreëerd, worden weggegooid zodra u de span-
ning van de KR uitschakelt. Indien u de song niet wilt verwijde-
ren, sla deze dan op een floppydisk of in het gebruikersgeheugen
op. Zie ‘Songs opslaan’ op pag. 116.
Akkoorden ingeven met de akkoordsequencer
1. Gebruik de knoppen [-] [+] of de afstemknop om de cursor
naar de ingavepositie te verplaatsen.
Gebruik de knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] om de
cursor met een hele maat tegelijk te verplaatsen.
2. Voer de akkoordsequens en de veranderingen in het bege-
leidingspatroon en het arrangement in.
Dit werkt net als bij de automatische begeleiding: sla de
toetsen aan om een akkoord aan te geven en druk op een
knop om het begeleidingspatroon te selecteren (pag. 69). U
kunt de Style Orchestrator veranderen met de uitvoerings-
knoppen (pag. 70).
3. Raak <Ins> eenmaal aan om één maat tussen te voegen
voor de maat waarin de cursor momenteel staat.
Indien u <Del> aanraakt, wordt de maat waarin de cursor
momenteel staat verwijderd, terwijl de maten die volgen
naar voren verplaatst worden.
Om dat wat u heeft ingegeven te verwijderen, verplaatst u
de cursor naar de plaats van de betreffende gegevens en
raakt u <Clear> aan. Hierdoor wordt de ingevoerde instel-
ling verwijderd.
U kunt een intro alleen aan het begin van een song invoegen.
Wanneer u een intro toevoegt, wordt het aantal maten dat corres-
pondeert met de lengte van de intro automatisch ingevoegd.
Display Scherm
Ins
Er wordt één maat tussengevoegd voor de
maat waarin de cursor staat.
Del
De maat waarin de cursor staat wordt verwij-
derd.
Chords
Hiermee kunt u akkoorden ingeven zonder op
het klavier te spelen. Zie ‘Akkoorden ingeven
zonder op het klavier te spelen’ op pag. 135.
All Clear Verwijdert alle gegevens die zijn ingegeven.
Clear
Verwijdert de gegevens op de plaats van de
cursor.
Execute
Neemt de akkoordsequens die is ingegeven
op. Raak deze icoon aan wanneer u klaar bent
met het ingeven van alle akkoorden.
Dit is het einde van de song.
Wanneer u doorgaat met het
toevoegen van gegevens, voeg dan
maten toe door <Ins> aan te raken.
Dit is de ‘cursor’. De cursor geeft
aan waar de verandering van
akkoord of andere informatie
wordt ingegeven.
Dit geeft de positie aan, waar het
begeleidingspatroon (Divisie) of de
Style Orchestrator verandert.
Verander de begeleidingsarrangementen
Ver plaats de cursor
Selecteer het begeleidingspatroon (Divisie)
135
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Functies die aan de pedalen en de
uitvoeringsknoppen kunnen worden
toegekend
Zie ‘Functies aan pedalen en uitvoeringsknoppen toekennen
(‘Pedal Setting/User Functions’)’op pag. 157 voor instructies
betreffende het toekennen van functies.
Een korte intro en einde ingeven
Ken ‘Intro 2/Ending 2’ toe aan een pedaal of uitvoerings-
knop.
Een ‘Variatie’ of ‘Origineel’ zonder een Fill-in ingeven
Ken ‘Original/Variation’ toe aan een pedaal of uitvoerings-
knop.
Het klavier gebruiken om slash-akkoorden (zoals Fm/C) in
te geven
Ken ‘Leidende bas’ toe aan een pedaal of uitvoeringsknop.
Een pauze ergens in de song ingeven
Ken ‘Break’ toe aan een pedaal of uitvoeringsknop.
Controleer de begeleiding die u heeft
ingegeven
We leggen nu uit, hoe u alle begeleiding die u heeft ingege-
ven kunt afspelen.
1. Druk op de [ (Reset)]-knop om naar het begin van de
song terug te gaan.
2. Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, wordt
de uitvoering afgespeeld.
3. Het afspelen stopt wanneer u de [ (Play/Stop)]-knop
nogmaals indrukt.
Akkoorden ingeven zonder
het klavier te bespelen
U kunt <Chords> rechts onderaan het scherm ‘Akkoordsequen-
cer’ gebruiken om op het scherm akkoorden aan te geven.
1. Raak in het ‘Akkoordsequencer’-scherm <Chords> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-chordinput.eps_50
2. Raak in elk blok aan om de akkoorden aan te
geven.
3. Raak <Execute> aan om het akkoord in te voeren.
U gaat terug naar het ‘Akkoordsequencer’-scherm.
Songs bewerken
Er zijn vele manieren waarop u uitvoeringen die u met behulp
van de spoorknoppen van de KR of de 16-spoors-sequencer heeft
opgenomen kunt bewerken.
Basisbediening van de
bewerkingsfuncties
* Terwijl songs geladen worden, licht het maatnummer in de rech-
terbovenhoek van het scherm op (tekst en achtergrond worden
omgekeerd). Begin pas met de bewerking van de song als het maat-
nummer niet langer oplicht.
De bewerkingsfunctie selecteren
1.
Druk op de [Menu]-knop en het lampje bij de knop gaat
branden.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Song Edit> aan.
Er verschijnt een ‘Song Edit’ (Songbewerkings)-scherm
zoals hier afgebeeld:
fig.d-edit1.eps_50
3. Raak een bewerkingsfunctie aan om die functie te selecte-
ren.
Kijk voor uitgebreidere informatie over de functies op de
betreffende pagina.
Functie Uitleg Pag.
Undo
Uitgevoerde montagehandelingen
ongedaan maken.
p. 136
Copy
Maten en voorgeprogrammeerde
ritmepatronen kopiëren.
p. 136,
p. 137
Quantize
Geluiden in opgenomen uitvoerin-
gen gelijkmatig verdelen.
p. 137
Delete Maten verwijderen. p. 137
Insert Een blanco maat tussenvoegen. p. 138
Transpose
Partijen los van elkaar transponeren.
p. 139
Erase
Gegevens in maten wissen, blanco
maten creëren.
p. 139
Part
Exchange
De geluiden in partijen uitwisselen. p. 140
Note Edit
Noot voor noot correcties uitvoeren.
p. 140
PC Edit
De tijdens een song optredende
veranderingen van geluidssoort
bewerken.
p. 141
136
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
‘PC’ staat voor ‘Program Change’, een commando dat een muziek-
instrument het geluid dat het maakt laat veranderen. Bij songs die
afhankelijk zijn van het gebruik van een grote verzameling van
geluiden, moet een ‘PC’ worden geplaatst bij elk punt in de song
waar de geluidssoort moet worden veranderd.
* Sommige bewerkingen kunnen niet ongedaan worden gemaakt,
zelfs niet door ‘Undo’ (Ongedaan maken) te kiezen. We raden u
aan om songs op floppydisk of in het gebruikersgeheugen van het
apparaat op te slaan voordat u begint met bewerken. Zie ‘Songs
opslaan’ op pag. 116 voor meer informatie over het opslaan van
songs.
Bewerken
4.
Raak het onderwerp dat u wilt bewerken aan. De achter-
grond van het onderwerp dat wordt ingesteld wordt oranje.
5. Stel de waarde in met de knoppen [-] [+] of de afstemknop.
Om de operatie te herroepen als die eenmaal is begonnen,
raakt u <Exit> aan.
6. Raak wanneer u klaar bent met het realiseren van alle
instellingen <Execute> aan.
Ga wanneer u klaar bent met het bewerken van de instelling
naar het Songbewerkingsscherm terug.
Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
U kunt bewerkte songs afspelen door in het Songbewerkings-
scherm op de [ (Play/Stop)]-knop te drukken. U kunt ech-
ter niet in ieder bewerkingsscherm songs afspelen, terwijl u aan
het bewerken bent.
Bewerkingen ongedaan
maken (‘Undo’)
U kunt een bewerking die u zojuist heeft uitgevoerd, ongedaan
maken. Dat is handig wanneer u een bewerking ongedaan wilt
maken en de gegevens van de song wilt terugbrengen in de toe-
stand zoals die daarvoor was.
* Er zijn bewerkingen die niet kunnen worden hersteld.
Selecteer <Undo> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Bewerkingsfuncties die ongedaan kunnen worden gemaakt, ver-
schijnen op het scherm.
fig.d-e-undo.eps_50
Indien u <Cancel> aanraakt, wordt het ongedaan maken gecan-
celled en gaat u terug naar het Songbewerkingsscherm.
Indien u <OK> aanraakt, verschijnt de bevestigingsboodschap
op het scherm. Raak <OK> aan om de meest recente bewerking
ongedaan te maken.
Maten kopiëren (‘Copy’)
U kunt een deel van een uitvoering naar een andere maatstreep
in de zelfde partij kopiëren, of naar een maat in een andere par-
tij. Dit komt van pas wanneer u een song componeert, waarin
een bepaalde frase herhaald wordt.
fig.e-copy.e
Raak <Copy> aan bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-copy.eps_50
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat
gekopieerd moet worden.
For Aantal maten dat gekopieerd moet worden.
Src
Bron van de kopie: geef een spoorknop of par-
tijnummer aan.
Wanneer u ‘All’ kiest, worden alle partijen geko-
pieerd. In de ‘Dst’-kolom verschijnt ‘---‘.
Wanneer u ‘R.Pattern’ kiest, worden de in de KR
voorgeprogrammeerde ritmepatronen gekopi-
eerd. Zie ‘Ritmepatronen kopiëren om ritmepar-
tijen te creëren’op pag. 137.
Indien u een spoorknop kiest, kunt u alleen naar
de geselecteerde spoorknop kopiëren, en niet naar
de andere spoorknoppen.
To
Nummer van de maat die bestemming is (waar-
heen gekopieerd wordt).
Wanneer ‘End’ wordt geselecteerd, worden de
gegevens naar het einde van de song gekopieerd.
Times
Aantal keren dat de gegevens gekopieerd moeten
worden.
Dst
Bestemming: nummer van de partij waarheen
gekopieerd moet worden.
1 2 3 4 5 6 7
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Bijv.: de maten 5-7 kopiëren naar maat 8.
137
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Ritmepatronen kopiëren om
ritmepartijen te creëren
De KR beschikt over een grote hoeveelheid voorgeprogram-
meerde ritmepatronen. U kunt deze ritmepatronen kopiëren om
een ritmepartij te creëren.
Zie de ‘Lijst van Ritmepatronen’ op pag. 199 voor meer informa-
tie over de namen van ritmepatronen.
Selecteer <Copy> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Lees ‘Maten kopiëren (‘Copy’)’ op pag. 136 voor meer informatie
over normaal kopiëren.
Selecteer ‘Rhytm Pattern’ als de <Src> (bron).
Hierdoor wordt de KR ingesteld om een voorgeprogrammeerd
ritmepatroon te kopiëren.
fig.d-e-copy2.eps_50
De naam en het maattype van het ritmepatroon worden
vermeld in de kolom <From>.
De <Dst> staat vast op Partij 10.
Wanneer de <Src> wordt veranderd in iets anders dan
‘Rhythm Pattern’, wordt de KR ingesteld om normaal te
kopiëren.
Druk op de [ (Play/Stop)]-knop om het ritmepatroon af te
spelen en te bevestigen. Het ritmepatroon stopt wanneer u de
[ (Play/Stop)]-knop nogmaals indrukt.
Maatverschillen compenseren
(’Quantize’)
U kunt maatverschillen in een opgenomen uitvoering corrigeren
door de muziek automatisch in de pas te laten lopen met de
maat die u aangeeft. Dit heet ‘Quantizing’ (Kwantiseren).
Als bijvoorbeeld een paar kwartnoten in een uitvoering iets uit
de maat zijn, kunt u de uitvoering kwantiseren met kwartnoot-
maatgeving, waardoor de maat weer klopt.
fig.e-quantize.e
Selecteer <Quantize> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selec-
teren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-quant.eps_50
Ga na het voltooien van de instellingen voor het kwantiseren
terug naar het Songbewerkingsscherm.
Mode
Gegevens kunnen op de volgende drie manieren
gekopieerd worden:
Replace (Vervangen)
Indien er al een opgenomen uitvoering op de
bestemming staat, wordt deze eerdere opname
gewist en worden de gekopieerde gegevens daar-
voor in de plaats gezet.
Mix
Indien er al een opgenomen uitvoering op de
bestemming staat, worden de gekopieerde gege-
vens als een laag over de eerdere opname heen
gelegd. Indien de geluidssoorten van de bron en de
bestemming van de kopie verschillend zijn, wordt
de geluidssoort van de bestemming gebruikt.
Insert (Tussenvoegen)
Indien er al een opgenomen uitvoering op de
bestemming staat, wordt het gekopieerde deel
tussengevoegd zonder dat de eerdere opname
wordt gewist. De song wordt met het aantal inge-
voegde maten verlengd.
Item Inhoud
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat
gekwantiseerd moet worden
For
Aantal maten dat gekwantiseerd moet wor-
den
Tr/Pt
Spoorknop of nummer van de partij die
gekwantiseerd moet worden Indien u ‘All’
kiest, worden dezelfde passages in alle par-
tijen gekwantiseerd.
Resolution
Maat waarin gekwantiseerd moet worden
Kies één van de volgende waarden
1/2 (halve noot), 1/4(kwartnoot), 1/6 (triool
van kwartnoten), 1/8 (achtste noot), 1/12
(triool van achtste noten), 1/16 (zestiende
noot), 1/24 (triool van zestiende noten), 1/32
(tweeëndertigste noot)
1 2 3 4
1 2 3 4
Voorbeeld: kwartnootresolutie
Voorbeeld: zestiende noot-resolutie
Oorspronkelijke gegevens
van de noten
Gegevens van de noten
na kwantiseren
Oorspronkelijke gegevens
van de noten
Gegevens van de noten
na kwantiseren
138
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Maten verwijderen (‘Delete’)
U kunt een partij van een uitvoering maat voor maat verwijde-
ren.
Wanneer een deel van een uitvoering is verwijderd, wordt de
rest van de uitvoering opgeschoven om de leemte op te vullen.
Maten in een aangegeven passage wissen noemen we ‘verwijde-
ren’.
fig.e_delete.e
Selecteer <Delete> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-del.eps_50
Blanco maten tussenvoegen
(‘Insert’)
U kunt een blanco maat toevoegen op een door u aangegeven
plaats. Dit toevoegen van een blanco maat noemen we ‘tussen-
voegen’.
fig.e_insert.e
Selecteer <Insert> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-ins.eps_50
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat u
wilt verwijderen
For Aantal maten dat u wilt verwijderen
Tr/Pt
Spoorknop of nummer van de partij die verwij-
derd moet worden
Wanneer ‘All’ wordt geselecteerd, wordt het-
zelfde deel van alle partijen verwijderd.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1 2 3 4 5 6
Bijv.: de maten (maatstrepen) 5-8 verwijderen
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat moet
worden tussengevoegd
For Aantal maten dat moet worden tussengevoegd
Tr/Pt
Spoorknop of nummer van de partij waar gege-
vens moeten worden tussengevoegd
Wanneer ‘All’ geselecteerd wordt, worden er
blanco maten tussengevoegd op dezelfde plaats in
alle partijen.
1 2 3 4 5 6 7
Bijv.: de maten (maatstrepen) 5-7 tussenvoegen
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
139
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Partijen los van elkaar
transponeren (‘Transpose’)
U kunt aangegeven partijen en sporen los van elkaar transpone-
ren (d.w.z.: de toonhoogte ervan omzetten).
Selecteer <Transpose> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie
selecteren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-trans.eps_50
* De uitvoeringen van drums en geluidseffecten (zoals het ritme-
spoor) kunnen niet worden getransponeerd.
Maten blanco maken (‘Erase’)
U kunt de gegevens van een uitvoering in een aangegeven stel
opvolgende maten verwijderen, waardoor ze in blanco maten
worden omgezet, zonder de lengte van de song te verkleinen.
Dit proces wordt ‘wissen’ genoemd.
fig.e_erase.e
Volg de stappen van ‘De bewerkingsfunctie selecteren’ (pag.
135) om <Erase> te kiezen.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-erase.eps_50
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat moet
worden getransponeerd
For Aantal maten dat moet worden getransponeerd
Tr/Pt
Spoorknop of nummer van de partij die moet wor-
den getransponeerd
Wanneer ‘All’ geselecteerd wordt, wordt het-
zelfde deel van alle partijen getransponeerd.
Bias
Het bereik van de transpositie
U kunt het bereik van transpositie van de gege-
vens selecteren, van -24 (twee octaven naar bene-
den) naar +24 (twee octaven naar boven), aan te
passen in halve tonen.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Blanco maten
Bijv.: de maten (maatstrepen) 5-8 wissen
Item Inhoud
From
Nummer van de eerste maat van het deel dat moet
worden gewist
For Aantal maten dat moet worden gewist
Tr/Pt
Spoorknop of nummer van de partij waarvan gege-
vens moeten worden gewist
Wanneer ‘All’ geselecteerd wordt, wordt hetzelfde
deel van alle partijen gewist.
Event
Selecteer uit de volgende soorten gegevens van de
uitvoering, wat er moet worden gewist:
All
Alle gegevens van de uitvoering worden gewist,
inclusief de noten, tempo’s, veranderingen van
geluidssoort, veranderingen in volume, enz.
Tempo
De gegevens over het tempo worden gewist. Wan-
neer tempogegevens van alle maten worden
gewist, houdt u één enkel constant tempo over.
Prog.Change
De gegevens voor het veranderen van geluidssoort
worden gewist (pag. 136).
Note
Alleen noten worden gewist.
Except Notes
Alle gegevens over de uitvoering, behalve de noten,
worden gewist.
Expression
Gegevens over de Expressie (volumeveranderin-
gen) worden gewist.
140
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Partijen uitwisselen
(‘Part Exchange’)
U kunt de noten die u voor een bepaalde partij heeft opgenomen
uitwisselen met de noten die u voor een andere partij heeft opge-
nomen. Dit uitwisselingsproces heet ‘partijen uitwisselen’.
Selecteer <Part Exchange> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie
selecteren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-partex.eps_50
Raak elke aan om partijen te kiezen die u wilt uit-
wisselen.
Noten één voor één corrigeren
(‘Note Edit’)
U kunt in een opgenomen uitvoering per noot correcties aan-
brengen. Dit proces van het per stuk veranderen van noten heet
‘Note Edit’ (Notencorrectie).
U kunt notencorrectie gebruiken om de volgende correcties te
doen:
Verkeerd gespeelde noten verwijderen
De toonschaal van één enkele noot veranderen
De kracht waarmee één enkele toets is aangeslagen
veranderen (‘velocity’)
Selecteer <Note Edit> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selec-
teren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.e-note.e
Het noot-locatiescherm gebruikt de formule ‘Maat: Slag: Tik’.
Een tik is een tijdseenheid die korter is dan een slag.
Raak aan om de partij te selecteren, waarvan de
noot moet worden gecorrigeerd. Het nummer van de partij
(Part) verschijnt bovenaan het scherm.
Gebruik de [ (Bwd)]-knop en de [ (Fwd)]-knop of
gebruik < > < > bovenin het scherm om de noot te vinden,
die gecorrigeerd moet worden.
Wanneer u de noot die u wilt corrigeren heeft gevonden, raak
dan <Pitch> (toonhoogte) of <Velocity> (aanslagkracht) voor
deze noot aan.
Gebruik de knoppen [-] [+] en de afstemknop om de waarde van
de toonhoogte of de aanslagkracht te corrigeren. Indien u de
noot wilt verwijderen, raak dan <Delete> aan.
Raak <Exit> aan wanneer u het realiseren van alle instellingen
voltooid heeft.
Ga terug naar het Songbewerkingsscherm.
Locatie Toonhoogte Aanslagkracht
141
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
De veranderingen van
geluidssoort in een song
wijzigen (‘PC Edit’)
In sommige songs verandert de klank van een instrument in de
loop van de song (oftewel: de geluidssoort verandert midden in
een partij). In zulke songs wordt een instructie om van geluids-
soort te veranderen tussengevoegd op de plaats waar u wilt dat
de klank verandert. Zo’n instructie wordt een ‘Program Change’
(PC) genoemd, en handelingen zoals het verwijderen van PC’s of
het veranderen van de geselecteerde geluidssoort door PC’s,
worden ‘PC-bewerking’ genoemd.
* Het is niet mogelijk om een dergelijke verandering uit te voeren
aan een maat of slag die geen PC heeft.
Selecteer <PC Edit> bij Stap 3 van ‘De bewerkingsfunctie selecte-
ren’ (pag. 135).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-e-pc.eps_50
Het scherm ‘PC-locatie’ gebruikt de formule ‘Maat: Slag: Tik’.
Een tik is een tijdseenheid die korter is dan een slag.
Raak aan om de partij te selecteren, waarin u een
PC wilt bewerken. Het nummer van de partij (Part) verschijnt
bovenaan het scherm.
Gebruik de [ (Bwd)]-knop en de [ (Fwd)]-knop of
gebruik < > < > bovenaan het scherm om de PC te vinden,
die bewerkt moet worden.
Wanneer u de PC die u wilt wijzigen heeft gevonden, raak dan
‘Tone Name’ (Naam van de geluidssoort) op het scherm aan.
Druk op een [Tone]-knop om een categorie geluidssoorten te
selecteren en selecteer daarna een geluidssoort met behulp van
de knoppen [-] [+] en de afstemknop. Wanneer u Partij 10 of 11
selecteert, selecteer dan drums of een geluidseffect.
Indien u de PC wilt verwijderen, raak dan <Delete> aan.
Raak <Exit> aan wanneer u het realiseren van alle instellingen
voltooid heeft.
Middenin de song van maat
veranderen (‘Beat Map’)
U kunt songs creëren die in de loop van de song maatverande-
ringen hebben.
*U kunt de maat van een song niet veranderen wanneer de song
eenmaal is opgenomen. Bepaal voordat u de uitvoering opneemt,
welke maat u wilt gebruiken.
1. Druk op de [Menu]-knop
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Beat Map> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-beatmap.eps_50
3. Gebruik < >< > in het scherm, of gebruik de
knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] om de naar de
maat (muziekdeel) toe te gaan, waarvan u de maat (tempo)
wilt veranderen.
Raak < > aan om naar het begin van de song te gaan.
Raak < > aan om naar het einde van de song te gaan.
4. Raak in elk blok aan om de maat in te stellen.
5. Raak <Execute> aan.
De maatverandering begint bij de maat die u geselecteerd
heeft.
Herhaal de stappen 3-5 om voor zover noodzakelijk maatin-
stellingen te maken in andere maten.
De uitvoering opnemen
6. Raak <Exit> tweemaal aan.
Het scherm dat in beeld was voordat u de [Menu]-knop
aanraakte verschijnt weer.
7. Druk op de [ (Reset)]-knop om het maatnummer weer
op ‘1’ te zetten.
8. Start een opname.
Neem de uitvoering op volgens de procedures zoals
beschreven in ‘Hoofdstuk 5 De uitvoering opnemen en
opslaan’ op pag. 105. Geef de maat (muziekdeel) aan en ver-
ander vervolgens de maat (tempo).
Locatie Naam van
de geluidssoort
142
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Het tempo van opgenomen
songs veranderen
U kunt het basistempo van een compositie veranderen. Het basi-
stempo is oorspronkelijk ingesteld bij opname van de song.
1. Druk op de Tempo-knoppen [-] [+] om een tempo te kie-
zen.
2. Houd de [ (Rec)]-knop ingeduwd en druk op de [
(Reset)]-knop.
Het basistempo van de song verandert.
De verandering in het basistempo wordt weggegooid wan-
neer u de spanning van de KR uitschakelt of een andere
song kiest. Sla belangrijke songgegevens op een floppydisk
of in het gebruikersgeheugen op (pag. 116).
* Indien de song waaraan u werkt tempowisselingen heeft, druk dan
op de [ (Reset)]-knop om terug te gaan naar het begin van de
song voordat u deze handeling uitvoert.
Het tempo binnen de song
veranderen
U kunt tempowisselingen toevoegen aan een opgenomen com-
positie.
De KR bewaart informatie over het songtempo en gegevens over
de uitvoering apart. Daarom moet u, wanneer u veranderingen
in het tempo binnen de song aanbrengt, de veranderingen in de
tempo-informatie apart van de gegevens over de uitvoering
opnemen. Dit opnemen van het tempo heet ‘Tempo Recording’
(Tempo-opname).
Het tempo aanpassen, terwijl
u naar een song luistert
U kunt ritardando en andere dergelijke geleidelijke tempowisse-
lingen toevoegen.
De Opnamemodus op ‘Tempo’ instellen
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Rec Mode> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-rec-tempo.eps_50
3. Raak de <Rec Mode> aan om <Tempo> te
selecteren.
Hierdoor wordt de KR ingesteld op ‘Tempo-opname’.
Raak <Exit> enkele malen aan om over te gaan op het
scherm waar het maatnummer in de rechterbovenhoek staat
aangegeven.
Wanneer de KR in de modus ‘Tempo-opname’ komt, wordt
de tempo-indicatie verlicht.
Het tempo opnemen
4. Gebruik de knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] om
een stukje voor de maat te gaan staan, waarin u het tempo
wilt wisselen.
5. Druk op de [ (Rec)]-knop; het lampje bij de knop gaat
knipperen.
De KR komt stand-by te staan voor opname.
6. Wanneer u de [ (Play/Stop)]-knop indrukt, begint
de opname.
7. Gebruik wanneer u bij de plaats komt waar u het tempo
wilt veranderen de Tempo-knoppen [-] [+] of de afstem-
knop om het tempo naar wens te variëren.
8. Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt de
opname.
Het tempo van de song verandert.
*U kunt geen uitvoeringen opnemen, terwijl de KR in de modus
‘Tempo-opname’ staat. Ga nadat u de Tempo-opname heeft vol-
tooid terug naar de gewone ‘Vervangende opname’-modus. Lees
‘De opnamemodus veranderen (‘Rec Mode’)’ op pag. 130.
143
Hoofdstuk 7 Songs creëren en bewerken
Hoofdstuk 7
Het tempo bij een bepaalde
maat aanpassen
U kunt een tempowisseling creëren aan het begin van een gese-
lecteerde maat. Dat is handig wanneer u een plotselinge tempo-
wisseling wilt creëren.
Voer eerst Stap 1-3 van ‘Het tempo binnen de song veranderen’
(pag. 142) uit om de instellingen voor ‘Tempo-opname’ te
maken.
1. Gebruik de knoppen [ (Bwd)] en [ (Fwd)] om
naar de maat te gaan, waar u het tempo wilt wisselen.
Het maatnummer verschijnt in de rechterbovenhoek van het
Basisscherm.
2. Druk op de [ (Rec)]-knop; het lampje bij de knop gaat
knipperen.
De KR komt stand-by te staan voor opname.
3. Gebruik de knoppen [-] [+] of de afstemknop om het
tempo te veranderen.
4. Druk op de [ (Play/Stop)]-knop.
De tempowisseling van de song begint bij de maat die u
heeft geselecteerd.
Terwijl de tempo-opname wordt gebruikt om het tempo op te
slaan, licht de indicatie van het tempo in het scherm op.
5. Wanneer u op de [ (Play/Stop)]-knop drukt, stopt de
tempowisseling.
*U kunt geen uitvoeringen opnemen, terwijl de KR in de modus
‘Tempo-opname’ staat. Ga nadat u de Tempo-opname heeft vol-
tooid terug naar de gewone ‘Vervangende opname’-modus. Lees
‘De opnamemodus veranderen (‘Rec Mode’)’ op pag. 130.
Indien u het vroegere tempo wilt herstellen, verwijder dan de tem-
pogegevens op de plaats waar u het tempo heeft opgenomen. Zie
‘Maten blanco maken (‘Erase’)’ op pag. 139 voor uitleg over hoe u
de informatie van tempo-instellingen kunt verwijderen.
Snelle manier om een Tempo-opname te maken
Houd de [ (Rec)]-knop ingeduwd en druk op één van de
Tempo-knoppen [-] [+] om naar de instellingen voor
Tempo-opname te gaan. Neem de tempo-informatie op. In
dit geval wordt de tempo-opname uitgeschakeld wanneer
de opname stopt.
144
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Originele stijlen creëren
(‘User Styles’)
Hoewel de KR een groot aantal voorgeprogrammeerde
muziekstijlen heeft, kunt u ook uw eigen muziekstijlen creëren.
Deze originele stijlen worden ‘User Styles’ (Gebruikersstijlen)
genoemd.
U kunt één van de twee hieronder beschreven methoden gebrui-
ken om een Gebruikersstijl te creëren.
‘Style Composer’ (Stijlcomponist)
Met deze methode combineert u voorgeprogrammeerde
muziekstijlen om nieuwe stijlen te creëren. U kunt een nieuwe
stijl creëren door uit de partijen Rhythm, Bass, Accompaniment
1, Accompaniment 2 en Accompaniment 3 in verschillende stij-
len te kiezen.
Style Converter (Stijlmodificator); pag. 146
Creëer een nieuwe stijl door de songdelen die u nodig heeft over
te nemen uit de songs die u met de 16-spoors-sequencer gecom-
poneerd heeft.
Wanneer u een song componeert, hoeft u niet alle akkoorden aan
te geven. U kunt gewoon enkele akkoorden aangeven, waarna
de KR dan automatisch de andere akkoorden kiest en de stijl
arrangeert.
De Stijlmodificator heeft een ‘Auto mode’ (Automodus), waarin
u eenvoudig stijlen kunt creëren van songs met één enkel
akkoord, en een ‘Manual mode’ (Handmatige modus), waarin u
stijlen kunt creëren van songs met drie soorten akkoorden:
majeur, mineur en zevende interval-akkoorden.
Nieuwe stijlen creëren door
voorgeprogrammeerde
muziekstijlen te combineren
(‘Style Composer’)
U kunt een nieuwe stijl creëren door uit de partijen Ritme, Bas,
Accompaniment 1, Accompaniment 2 en Accompaniment 3 in
verschillende stijlen te kiezen. Deze functie wordt de ‘Style Com-
poser’ (Stijlcomponist) genoemd.
* Alleen de voorgeprogrammeerde stijlen van de KR kunnen gecom-
bineerd worden.
Het Stijlcomponist-scherm in beeld brengen
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
fig.d-menu1.eps_50
2. Raak <Style Composer> aan.
* Indien er al een gebruikersstijl opgenomen is, verschijnt er een
boodschap zoals hieronder afgebeeld op het scherm.
fig.m-styledel.eps
Raak <Cancel> aan om terug te gaan naar het Menuscherm. Sla
gebruikersstijlen op floppydisk of in het gebruikersgeheugen op
(pag. 149).
Wanneer u <OK> aanraakt, wordt de eerder opgenomen gebrui-
kersstijl verwijderd en wordt er een nieuwe gebruikersstijl
gecreëerd.
145
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
Er verschijnt een ‘Style Composer’ (Stijlcomponist)-scherm zoals
hieronder afgebeeld:
fig.d-stylecomp.eps_50
De stijlen die aan elke partij zijn toegekend
selecteren
3. Raak de partij aan, die u wilt instellen.
De knop van de aangeraakte partij wordt oranje.
4. Druk op een Music Style-knop en selecteer dan een stijl
m.b.v. het touch-screen of de knoppen [-] [+] en de afstem-
knop.
Wanneer u een stijl heeft bepaald, raak dan <Exit> aan om
het scherm ‘Stijlcomponist’ in beeld te krijgen.
5. Herhaal de stappen 3 en 4 om de stijlen voor elke partij te
bepalen.
Een stijl bepalen
6. Raak <Execute> aan.
U heeft nu een nieuwe stijl gecreëerd.
De gebruikersstijl wordt onder de Music Style-[User]-knop
opgenomen. Probeer eens met de nieuwe stijl te spelen.
* Indien u de spanning van de KR uitschakelt of een nieuwe gebrui-
kersstijl opneemt, gaat de gebruikersstijl die u eerder heeft opgeno-
men verloren. Indien u de stijl niet wilt verwijderen, dient u deze
op floppydisk of in het gebruikersgeheugen op te slaan. Zie ‘Een
gebruikersstijl opslaan’ op pag. 149.
Partijen voor een bepaalde divisie
uitschakelen
U kunt het geluid van bepaalde partijen in specifieke divi-
sies uitschakelen.
U kunt bijvoorbeeld alle partijen van het begeleidingspa-
troon ‘Variatie’ laten spelen, terwijl u ‘Accompaniment 2’ en
‘Accompaniment 3’ van het begeleidingspatroon ‘Origineel’
uitschakelt. Met dit arrangement wordt bij de wisseling van
het begeleidingspatroon van het origineel naar de variatie
een nog sterker effect in de begeleiding bereikt.
Zie ‘Stijlarrangementen’ op pag. 146 voor meer informatie over
divisies.
1. Raak het Stijlcomponist-scherm aan om de partij de kie-
zen die u wilt uitschakelen.
2. Druk op de Fill In-knop [To Variation] of [To Original] om
naar de divisie te gaan, die u wilt uitschakelen.
3. Raak op het scherm <Mute> aan.
De partij die u kiest wordt alleen uitgeschakeld in de divisie
die u heeft geselecteerd.
Indien u de uitgeschakelde partij wilt horen, raakt u
<Mute> nogmaals aan.
* Indien u een divisie wilt uitschakelen, die na enkele seconden ver-
andert (zoals intro, einde of fill-in), raak <Mute> dan direct aan,
nadat u naar die divisie bent gegaan.
Scherm Partij
R
Ritme
B
Bas
A1
Begeleiding 1
A2
Begeleiding 2
A3
Begeleiding 3
Icoon Functie
All Clear Verwijdert alle instellingen
Mute
U kunt het geluid van bepaalde partijen in
specifieke divisies uitschakelen. Zie ‘Par-
tijen voor een bepaalde divisie uitschake-
len’ op pag. 145 voor meer informatie
hierover.
Clear
Verwijdert de stijlen in geselecteerde par-
tijen.
Options
Het scherm ‘Part Settings’ (Partijen instel-
len) komt in beeld, waarin u voor elke par-
tij nauwkeurige instellingen kunt maken.
Zie ‘De volume- en effectinstellingen voor
elke partij bewerken’ op pag. 146 voor
meer informatie hierover.
Execute
Neemt de gecreëerde stijl onder de Music
Style-[User]-knop op. Raak dit aan wan-
neer u klaar bent met het creëren van de
stijl.
146
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
De volume- en effectinstellingen voor elke
partij bewerken
Het scherm ‘Part Settings’ (Partijen instellen)
in beeld brengen
1. Raak in het Stijlcomponist-scherm <Options> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-scomp-part.eps_50
De instellingen van elke partij wijzigen
2. Raak de aan om de partij te selecteren, waar-
van u de instellingen wilt wijzigen.
De naam van de partij en de naam van de geluidssoort wor-
den bovenaan het scherm aangegeven.
3. Raak bij elke parameter aan om de waarde
ervan te veranderen.
U kunt de waarden ook veranderen door de naam van elke
parameter aan te raken en dan de knoppen [-] [+] en de
afstemknop te gebruiken. Wanneer u de knoppen [-] [+]
tegelijkertijd indrukt, gaat de parameter terug naar zijn oor-
spronkelijke waarde.
U kunt de geluidssoort voor de geselecteerde partij veran-
deren, door een Tone-knop in te drukken om de geluids-
soort te veranderen, terwijl dit scherm in beeld is. Wanneer
u de ritmepartij selecteert, kunt u <Drum Set> aanraken om
het drumritme of geluidseffect te selecteren.
De instellingen voltooien
4. Raak <Exit> aan.
Het Stijlcomponist-scherm verschijnt.
Een stijl creëren van een song
die u zelf gecomponeerd heeft
(‘Style Converter’)
U kunt uit een song die u zelf gecomponeerd heeft de songdelen
overnemen die u nodig heeft om uw eigen originele stijl te creëren.
Wanneer u een song componeert, hoeft u niet alle akkoorden aan
te geven. U kunt enkele akkoorden aangeven, waarna de KR dan
automatisch de andere akkoorden kiest en de stijl arrangeert.
Deze functie wordt de ‘Style Converter’ (Stijlmodificator)
genoemd.
De Stijlmodificator heeft een Automodus, waarin u eenvoudig
stijlen kunt creëren van songs met één enkel akkoord, en een
Handmatige modus, waarin u stijlen kunt creëren van songs met
drie soorten akkoorden: majeur, mineur en zevende interval-
akkoorden.
Wanneer u een song creëert om een muziekstijl te creëren, is het
handig om de samenstelling van de muziekstijl eens onder de
loep te nemen.
Stijlarrangementen
Een muziekstijl bestaat uit vijf partijen: Ritme, Bas, Accompani-
ment (Begeleiding) 1, Accompaniment 2 en Accompaniment 3.
Een song heeft gewoonlijk een vrij voorspelbare volgorde, zoals
intro, melodie A, melodie B, brug en afsluiting (einde).
Bij de KR zijn zulke veranderingen in songs toegekend aan de
volgende zes uitvoeringsdelen. We noemen deze zes delen van
een song ‘Divisions’ (Divisies).
U kunt een song levendiger of ingetogener maken door het aan-
tal partijen dat door divisies gespeeld wordt te vergroten of ver-
kleinen. U kunt een song ook wijzigen door de geluidssoorten
van de partijen in de divisies te veranderen.
Scherm Uitleg
Volume Regelt het volume.
Reverb
Regelt de hoeveelheid galm die het geluid mee-
krijgt.
Chorus
Regelt de hoeveelheid ‘Chorus’-effect die het
geluid meekrijgt.
Panpot
Verandert de richting (links/rechts) waar het
geluid vandaan lijkt te komen.
Wanneer u aanraakt, wordt het geluid
naar rechts verplaatst; raak aan om het
geluid naar links te verplaatsen.
Divisie Divisie van de uitvoering
Intro
De intro wordt aan het begin van de song
gespeeld.
Ending
De afsluiting wordt aan het einde van de song
gespeeld.
Original
Dit is een basaal begeleidingspatroon (Origineel).
Variation
Dit is een verder ontwikkeld begeleidingspa-
troon (Variatie). Het is een variatie op een Origi-
neel.
Fill-In To
Variation
Dit is een frase van één maat die wordt tussenge-
voegd op een punt waar de stemming van de
muziek verandert. Dit wordt gebruikt om een
song levendiger te maken.
Fill-In To
Original
Dit is een frase van één maat die wordt tussenge-
voegd op een punt waar de stemming van de
muziek verandert. Dit wordt gebruikt om een
song rustiger te maken.
147
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
Stijlen creëren in de Automodus
Aandachtspunten bij het creëren van songs
Gebruik één van de majeur-, mineur- of verminderde
septiemakkoorden om de song te creëren. We raden u aan
om verminderde septiemakkoorden te gebruiken om de
song te componeren.
Het is handig om bij het opnemen de onderstaande geluiden
en partijen van de 16-spoors-sequencer aan te houden.
Zie ‘De overgenomen partij veranderen’ op pag. 148 wanneer u
andere partijen dan de nrs. 2, 7, 8, 9 en D gebruikt.
Songs creëren
1. Gebruik de 16-spoors-sequencer om de song op te nemen.
Neem de song op nadat u ‘‘Multitrack Recording’ met 16
partijen (16-spoors-sequencer)’ op pag. 127 en andere hoofd-
stukken die hiermee te maken hebben gelezen heeft.
Wanneer u muziekgegevens gebruikt, dient u eerst een song
te selecteren (pag. 77).
Het Stijlmodificator-scherm in beeld brengen
2. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
3. Raak <Style Converter> aan.
* Indien er geen song is geselecteerd, die gebruikt kan worden bij het
creëren van een nieuwe stijl, verschijnt de boodschap ‘Please select
a song’ (Selecteer een song). Gebruik de knop [Select/Listen to a
Song] om een song te selecteren (pag. 77) en start de procedure
opnieuw.
* Indien er al een gebruikersstijl opgenomen is, verschijnt er een
boodschap zoals hieronder afgebeeld op het scherm.
fig.m-styledel.eps
Raak <Cancel> aan om terug te gaan naar het Menuscherm. Sla
de gebruikersstijl op floppydisk of in het gebruikersgeheugen op
(pag. 149).
Wanneer u <OK> aanraakt, wordt de eerder opgenomen gebrui-
kersstijl verwijderd en wordt er een nieuwe gebruikersstijl
gecreëerd.
Er verschijnt een Stijlmodificator-scherm zoals hier afge-
beeld:
fig.d-styleconv.eps_50
De instellingen realiseren
4. Raak <Conv.Mode> aan en gebruik de knoppen [-] [+] of
de afstemknop om de modus in ‘Auto’ te veranderen.
Op deze manier wordt de Automodus ingesteld.
5. Raak <Chord Root> en <Chord Type> aan en gebruik de
knoppen [-] [+] of de afstemknop om de grondtoon van het
akkoord en het akkoordtype voor het over te nemen deel
in te geven.
6. Raak <Division> aan en gebruik de knoppen [-] [+] of de
afstemknop om de divisie te selecteren.
* Wanneer ‘Fill To Vari’ of ‘Fill To Ori’ voor de divisie wordt gese-
lecteerd, kan er maar één maat worden overgenomen. Het aantal
maten kan in andere divisies ook beperkt zijn.
Rhythm Bass
Accomp
1
Accomp
2
Accomp
3
D (10) 2 7 8 9
Parameter
naam
Inhoud van de instellingen
Conv.Mode Verandert de modus (Auto/Handmatig)
Chord Root
Grondtoon van het akkoord voor het over
te nemen deel
Chord Type
Akkoordtype voor het over te nemen deel
(majeur, mineur, zevende interval)
Division Divisie
From
Maatnummer van de eerste maat van het
over te nemen deel
For Aantal over te nemen maten
Scherm Divisie van de uitvoering
Intro Intro
Original Origineel begeleidingspatroon
Fill To Vari Van de fill-in naar de variatie
Variation Variatie-begeleidingspatroon
Fill To Ori Van de fill-in naar het origineel
Ending Afsluiting (Einde)
148
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
7. Raak <From> en <For> aan en gebruik vervolgens de
knoppen [-] [+] of de afstemknop om de maten die u wilt
overnemen te selecteren.
Wanneer u onderaan het scherm <Play> aanraakt, kunt u
luisteren naar de uitvoering van het deel dat u heeft geko-
zen.
8. Herhaal de stappen 5-7 om voor alle divisies stijlen te creë-
ren.
* Indien u voor een divisie geen instelling realiseert, wordt er een
eenvoudig drumpatroon gebruikt.
Een stijl bepalen
9. Raak <Exit> aan wanneer u het realiseren van alle divisie-
instellingen voltooid heeft.
De gebruikersstijl wordt onder de [User]-knop opgenomen.
* Indien u de spanning van de KR uitschakelt of een nieuwe gebrui-
kersstijl opneemt, gaat de gebruikersstijl die u eerder heeft opgeno-
men verloren. Indien u de stijl niet wilt verwijderen, dient u deze
op floppydisk of in het gebruikersgeheugen op te slaan. Zie ‘Een
gebruikersstijl opslaan’ op pag. 149.
* De volgende gegevens worden in de gebruikersstijl opgeslagen.
Indien een song nog andere gegevens bevat dan hier genoemd, kan
het zijn dat het resultaat anders wordt dan bedoeld werd.
•Gegevens over de uitvoering op het klavier
•Hoeveelheid galm die het geluid meekrijgt
•Hoeveelheid ‘Chorus’-effect die het geluid meekrijgt
Een stijl creëren in de Handmatige modus
Wanneer u een muziekstijl in de Handmatige modus creëert,
kunt u de verschillen in begeleiding voor elk afzonderlijk
akkoord duidelijk benadrukken.
Aandachtspunten bij het creëren van songs
Gebruik één van de drie akkoordtypen zevende interval
majeur of mineur om de song op te nemen.
Het is handig om bij het opnemen de onderstaande geluiden
en partijen van de 16-spoors-sequencer aan te houden.
Alle akkoorden delen dezelfde ritmepartij.
Zie ‘De overgenomen partij veranderen’ op pag. 148 wanneer u de
uitvoering van een andere partij wilt gebruiken.
Songs creëren
1. Gebruik de 16-spoors-sequencer om de song op te nemen.
Neem de song op nadat u ‘‘Multitrack Recording’ met 16
partijen (16-spoors-sequencer)’ op pag. 127 en andere hoofd-
stukken die hiermee te maken hebben gelezen heeft.
Wanneer u muziekgegevens gebruikt, dient u eerst een song
te selecteren (pag. 77).
Het Stijlmodificator-scherm in beeld brengen
2. Druk op de [Menu]-knop.
3. Raak <Style Converter> aan.
Het Stijlmodificator-scherm verschijnt.
4. Raak <Conv.Mode> aan en gebruik de knoppen [-] [+] of
de afstemknop om de modus in ‘Handmatig’ te verande-
ren.
Op deze manier wordt de Handmatige modus ingesteld.
Daarna zijn de stappen hetzelfde als bij ‘Stijlen creëren in de
Automodus’ op pag. 147. Wanneer u onderaan het scherm
<Play> aanraakt, kunt u de uitvoering van de partij die u
met <Options> heeft geselecteerd beluisteren.
Een overgenomen partij veranderen
U kunt een partij van een song die u met de 16-spoors-sequencer
heeft gecreëerd overnemen en veranderen.
1. Raak <Options> aan in het Stijlmodificator-scherm (pag.
147).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-styleconv.eps_50
2. Raak de partij van de uitvoering aan, waarvan u de instel-
lingen wilt veranderen.
3. Gebruik de knoppen [-] [+] en de afstemknop om aan te
geven welke partij van de 16-spoors-sequencer u wilt over-
nemen.
In de Handmatige modus verschijnen de akkoordtypen onderaan
het scherm. Stel de partijen in voor alle akkoorden.
4. Raak <Exit> aan om naar het Stijlmodificator-scherm terug
te keren.
Het Stijlmodificator-scherm verschijnt.
Ak-
koorden
Rhythm Bass
Accomp
1
Accomp
2
Accomp
3
Major D (10) 3 4 5 6
Seventh - 2 7 8 9
Minor - 12 13 14 15
149
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
Een gebruikersstijl opslaan
U kunt de gebruikersstijlen die u creëert opslaan op floppydisk
en in het gebruikersgeheugen. Wanneer u ze in het gebruikers-
geheugen opslaat, worden gebruikersstijlen niet verwijderd bij
het uitschakelen van de spanning van de KR. U kunt ook stijlen
die in het gebruikersgeheugen zijn opgeslagen selecteren door
op de Music Style [User]-knop te drukken.
U kunt tot 99 gebruikersstijlen in het gebruikersgeheugen
opslaan.
Wat is het gebruikersgeheugen?
Het gebruikersgeheugen is de plaats in het instrument waar
gebruikersstijlen die u met de KR heeft gecreëerd, sets
gebruikersprogramma’s en andere dergelijke gegevens wor-
den bewaard.
U kunt ook gebruikersstijlen en sets gebruikerspro-
gramma’s van floppydisk naar het gebruikersgeheugen
kopiëren.
Gegevens die in het gebruikersgeheugen zijn opgeslagen
worden niet verwijderd, zelfs niet wanneer de spanning van
de KR wordt uitgeschakeld.
Zie ‘Het gebruikersgeheugen formatteren’ op pag. 165 wanneer u
de complete inhoud van het gebruikersgeheugen wilt verwijderen
en de fabrieksinstellingen wilt herstellen.
Voorbereidingen voor het opslaan van
gegevens
Wanneer u op een floppydisk wilt opslaan, dient u eerst een
floppydisk in de diskdrive te doen.
1. Druk op de Music-Style [User] knop.
Er verschijnt een scherm ‘User Style’ (Gebruikersstijl) zoals
hier afgebeeld.
fig.d-usrdisk.eps_50
Indien het Gebruikersstijl-scherm niet in beeld komt, raak
dan onderaan het scherm <User/Disk> aan.
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Save> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Save Style’ (Stijl opslaan) zoals
hier afgebeeld.
NOTE
Deze functie is niet beschikbaar voor songs van CD.
fig.d-stylesave.eps_50
De stijl die u wilt opslaan een naam geven
4. Raak <Rename> aan.
Het volgende scherm ‘Rename’ (Opnieuw een naam geven)
verschijnt:
fig.d-stylename.eps_50
Wanneer u aanraakt, wordt de cursor ver-
plaatst.
Wanneer u de icoon van de letter of het teken dat u wilt
invoeren aanraakt, verschijnt het teken op de plaats van de
cursor. Wanneer u bijvoorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u
vervolgens door alle keuzemogelijkheden heen, die begin-
nen met een ABCA...
Iedere keer dat u <A-a-0-!> aanraakt, verandert het type
teken van hoofdletters naar kleine letters, naar cijfers, naar
symbolen en vervolgens weer terug naar hoofdletters.
Wanneer u <Del> aanraakt, wordt het teken op de plaats
van de cursor verwijderd.
Wanneer u <Ins> aanraakt, wordt er op de plaats van de
cursor een spatie aangebracht.
5. Raak <Exit> aan wanneer u de invoering van de naam vol-
tooid heeft.
De bestemming van het opslaan bepalen
6. Raak <Disk> of <User> aan.
Raak <Disk> aan indien u op een floppydisk wilt opslaan;
raak <User> aan indien u in het gebruikersgeheugen wilt
opslaan.
150
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
7. tekenRaak aan om een nummer als bestem-
ming voor het opslaan te selecteren.
Indien er een naam van een stijl op het scherm verschijnt, is
er onder dat nummer al een set stijl opgeslagen.
Indien u een nummer selecteert waaronder al eerder een
gebruikersstijl is opgeslagen, en nu onder dat nummer
opslaat, wordt de eerder opgeslagen gebruikersstijl verwij-
derd. Indien u geen gebruikersstijlen kwijt wilt raken, selec-
teer dan een nummer in de kolom van de bestemming
waarbij nog geen naam vermeld is.
8. Raak <Save> aan.
Het proces van het opslaan begint.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of de
floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het proces
van het opslaan nog in werking is. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Opgeslagen gebruikersstijlen
verwijderen
Hierdoor worden gebruikersstijlen die op floppydisk of in het
gebruikersgeheugen zijn opgeslagen gewist.
Wanneer u muziekstijl van een floppydisk wist, dient u eerst de
floppydisk in de diskdrive te doen.
1. Druk op de Music-style [User]-knop.
Er verschijnt een scherm ‘User Style’ (Gebruikersstijl).
Indien het Gebruikersstijl-scherm niet in beeld komt, raak
dan onderaan het scherm <User/Disk> aan.
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Delete Style’ (Verwijder stijl) zoals
hier afgebeeld:
fig.d-styledel.eps_50
4. Raak <Disk> of <User> aan.
Raak <User> aan indien u een bestand uit het gebruikersge-
heugen wilt verwijderen; raak <Disk> aan indien u een
bestand van een floppydisk wilt verwijderen.
5. Raak aan om de stijl die u wilt verwijderen te
selecteren.
6. Raak <Delete> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.m-filedel.eps
7. Raak <OK> aan om de geselecteerde stijl te verwijderen of
raak <Cancel> aan om het verwijderen van de stijl te voor-
komen.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of de
floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het proces
van het verwijderen nog in werking is. Wanneer u dat
wel doet, raakt het interne geheugen van de KR bescha-
digd, waardoor het onbruikbaar wordt.
151
Hoofdstuk 8 Muziekstijlen creëren
Hoofdstuk 8
Stijlen van floppydisk naar
het gebruikersgeheugen
kopiëren
U kunt gebruikersstijlen die op floppydisk zijn opgeslagen naar
het gebruikersgeheugen kopiëren.
U kunt ook stijlen die in het gebruikersgeheugen zijn opgeslagen
naar floppydisk kopiëren.
1. Doe de floppydisk met de te kopiëren stijl in de diskdrive.
2. Druk op de [User]-knop.
Er verschijnt een scherm ‘User Style’ (Gebruikersstijl) zoals
hier afgebeeld.
fig.d-usrdisk.eps_50
Indien het Gebruikersstijl-scherm niet in beeld komt, raak
dan onderaan het scherm <User/Disk> aan.
3. Raak <File> aan.
4. Raak <Copy> aan.
Er verschijnt een scherm ‘Copy Style’ (Kopieer stijl) zoals
hier afgebeeld:
fig.d-copystyle.eps_50
De bron van de kopie aangeven
5. Raak <Disk> aan om de stijl die u wilt kopië-
ren te selecteren.
Wanneer u ‘All’ selecteert, worden alle stijlen die op de flop-
pydisk staan naar het gebruikersgeheugen gekopieerd.
De bestemming van de kopie aangeven
6. Raak <User> aan om de bestemming voor het
kopiëren te selecteren.
Indien er een naam van een stijl op het scherm komt, is er
onder dat nummer al een stijl opgeslagen.
Indien u een nummer selecteert met een eerder opgenomen
stijl, en vervolgens naar dat nummer kopieert, wordt de eer-
der opgeslagen stijl verwijderd. Indien u geen stijlen wilt
kwijtraken, selecteer dan een nummer in de kolom van de
bestemming waarbij nog geen naam vermeld is.
7. Raak <Execute> aan.
De stijl van de floppydisk wordt naar het gebruikersgeheu-
gen gekopieerd.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen of de
floppydisk uit de diskdrive nemen, terwijl het proces
van het kopiëren nog in werking is. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Stijlen van het
gebruikersgeheugen naar
floppydisk kopiëren
U kunt stijlen die in het gebruikersgeheugen zijn opgeslagen
naar floppydisk kopiëren.
Raak om dat te doen in het scherm ‘Kopieer stijl’ onder stap 4
(hierboven) de icoon met de grote pijl aan (de icoon in het mid-
den aanraken) om de pijl naar boven te laten wijzen. Hierdoor
wordt de KR zodanig ingesteld, dat hij stijlen van het gebrui-
kersgeheugen naar de floppydisk kopieert.
De rest van de procedure is gelijk aan de procedure die wordt
gebruikt om stijlen van floppydisk naar het gebruikersgeheugen
te kopiëren.
152
Hoofdstuk 9
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
De instellingen voor One-
touch Piano veranderen
U kunt nauwkeurige instellingen realiseren, bijvoorbeeld voor
de toetsaanslag en voor stemmingen, zodat u de KR voor uw
piano-uitvoeringen precies zo kunt instellen als u wilt.
Zie ‘Het klavier als een piano bespelen (‘One Touch Piano’)’ op
pag. 26 voor meer informatie over het Pianoscherm.
Procedure
1. Druk op de One Touch Program [Piano]-knop.
Het Pianoscherm verschijnt.
fig.d-piano.eps_50
2. Raak <Functies> aan.
Raak <Exit> aan om naar het Pianoscherm terug te gaan.
fig.d-pianoopt1.eps_50
U kunt de grondtoon instellen en een groot aantal andere instel-
lingen van het instrument realiseren vanaf de derde pagina van
het ‘Function’ (Functie)-scherm. Zie ‘Andere instellingen’ op pag.
161 voor uitgebreidere informatie hierover.
3. Raak de icoon aan om het betreffende onderwerp in te
stellen.
Kijk voor elke functie op de corresponderende pagina.
4. Raak <Exit> aan om naar het Pianoscherm terug te gaan.
Resonantie regelen
(‘Resonance’)
U kunt de resonantie (sympathieke resonantie of ‘meezingen’
van de snaren) regelen wanneer het demperpedaal wordt inge-
drukt.
Raak <Resonantie> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 152).
fig.d-p-reso.eps_50
Raak op de KR de icoon <Standard>, <Advanced> of
<Demo> aan om het type resonantie te kiezen.
Raak <Level> aan om de hoeveelheid effect die
het geluid meekrijgt te regelen.
Raak aan om het effect te verdiepen. Wanneer u
aanraakt, wordt het effect verkleind.
De instellingen van de Resonantie kunnen veranderen
wanneer u de stemeffecten Stemomvormer (pag. 45) en
Harmonist (pag. 47) gebruikt.
Wanneer u <Demo> heeft gekozen, verandert <Exit> de instelling
voor resonante tonen naar <Advanced>.
Scherm Pag. Scherm Pag.
Resonance p. 152 Hammer Response p. 154
Tuning p. 153 String Resonance p. 154
Key Touch p. 155
Scherm Uitleg
Standard
Dit simuleert de resonantie binnenin een
piano.
Advanced
De KR geeft een getrouwe weergave van de
trilling van andere vrijliggende snaren wan-
neer toetsen worden aangeslagen. Hierdoor
ervaart u de galm en resonantie als bij een
akoestische piano (Physical Damper Simula-
tion, oftewel: getrouwe dempersimulatie).
Demo
In aanvulling op de effecten van ‘Advanced’,
geeft ‘Demo’ ook het geluid weer dat bij het
indrukken van een pianopedaal te horen is.
153
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
De stemming veranderen
(‘Tuning’)
De stemming kiezen
Het is mogelijk om klassieke stijlen, zoals Barok, te spelen door
historische ‘temperamenten’ of stemmingen (methoden om
muziekinstrumenten te stemmen) te gebruiken.
De meeste moderne songs worden gecomponeerd voor en
gespeeld in een gelijkmatig temperament, wat vandaag de dag
de meest gangbare stemming is.
In vroeger tijden bestond er echter een heel gamma aan andere
stemmingsmethoden. Door te spelen in het temperament dat ten
tijde van de compositie gebruikelijk was, kunt u de volle klanken
van de akkoorden ervaren, die oorspronkelijk voor dat muziek-
stuk bedoeld waren.
Raak <Tuning> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 152).
fig.d-p-temp.eps_50
U kunt kiezen uit de acht stemmingen die hieronder beschreven
zijn.
Raak één van de iconen aan om de betreffende stemmings-
methode te kiezen.
Wanneer u in een ander temperament dan het ‘Equal’-tem-
perament speelt, dient u de grondtoon aan te geven (dat is
de noot die in majeur een C is, of bij mineur een A), of de
toonsoort waarin u wilt spelen.
Raak <Key> aan om de grondtoon te selecte-
ren.
Indien u de gelijkmatige stemming heeft geselecteerd, is het
niet nodig om de grondtoon te selecteren.
De stemmingscurve instellen (‘Stretch
Tuning’)
Piano’s worden gewoonlijk zodanig gestemd, dat de lagere
tonen net iets lager en de hogere tonen net iets hoger liggen
dan gelijkgestemde toonhoogten. Deze manier van stem-
men is uniek voor de piano en staat bekend als ‘stretched
tuning’.
Een grafiek die de verandering in toonhoogte van de hui-
dige stemming vergelijkt met de verandering in toonhoogte
bij het gelijkmatige temperament (‘Equal’) wordt een stem-
mingscurve genoemd. Verandering van de stemmings-
curve zorgt voor subtiele variaties in de weerklank van de
akkoorden die u speelt.
Raak de <ON> of <OFF> voor Stretch Tuning aan om de
stemmingscurve te selecteren.
Wanneer deze op ‘ON’ is ingesteld, laat de stemmingscurve
een uitgebreid bereik van de hogere en lagere tonen zien
(Stretch Tuning), wat geschikt is voor pianosolo’s. Deze
instelling wordt bij het inschakelen van de KR geselecteerd.
Wanneer de stemmingscurve op ‘OFF’ is ingesteld, wordt
de standaard stemmingscurve gebruikt. Deze is geschikt
voor samenspel met andere instrumenten.
Stemming Karakteristieken
Equal
Dit temperament verdeelt het octaaf in 12
gelijke delen. Alle intervals zullen in
dezelfde mate iets ontstemd klinken.
Deze instelling is in werking wanneer u de
spanning van de KR inschakelt.
Just (Maj)
Dit temperament maakt het 5
e
en 3
e
inter-
val zuiver. Het is niet geschikt om er melo-
dieën mee te spelen en het kan niet worden
getransponeerd, maar u kunt er wel prach-
tige volle klanken mee spelen.
Just (min)
Precieze intonatie loopt uiteen van majeur-
tot mineurtoetsen. In mineur kunnen
dezelfde resultaten worden verkregen als
in majeur.
Arabic
Deze stemming is geschikt voor Arabische
muziek.
Kirnberger
Dit temperament is een modificatie van
‘Meantone’-temperament en ‘Just’-intona-
tie, waardoor het meer vrijheid geeft tot
modulatie. U kunt met dit temperament in
alle toonsoorten spelen (III).
Pythagorean
Dit temperament is gebaseerd op de theo-
rieën van de Griekse filosoof Pythagoras
en heeft zuivere vierde en vijfde interval-
len. Akkoorden die een derde interval
bevatten zullen onzuiver klinken, maar
melodieën zullen goed klinken.
Meantone
Dit temperament is een gedeeltelijk com-
promis van precieze intonatie om modula-
tie mogelijk te maken.
Werkmeister
Dit temperament is een combinatie van
Meantone- en ‘Pythagorean’-tempera-
ment. Hierdoor kunt u in alle toonsoorten
spelen. (Eerste methode, nummer drie.)
Stemming Karakteristieken
154
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Veranderen hoe snel klanken worden
geproduceerd in verhouding tot de
kracht waarmee de toetsen worden
aangeslagen (‘Hammer Response’)
U kunt de timing waarmee klanken worden geproduceerd in
verhouding tot de kracht die gebruikt wordt om toetsen aan te
slaan regelen. Deze functie heet ‘Hammer Response’ (Hamer-
reactie).
Wanneer op een akoestische piano een toets wordt aangeslagen,
laat die een hamertje bewegen dat een snaar raakt, waardoor een
klank wordt geproduceerd.
De hamertjes bewegen langzamer wanneer de toetsen licht wor-
den aangeslagen, wat inhoudt dat klanken net iets later worden
geproduceerd dan wanneer u het klavier krachtiger bespeelt.
Wanneer de Hamerreactie-functie ingeschakeld is, varieert het
interval tussen het moment waarop een toets wordt aangeslagen
en het moment waarop een klank wordt geproduceerd al naar
gelang de kracht waarmee de toets wordt aangeslagen.
Hoe lichter de toets wordt aangeslagen, hoe meer vertraging
optreedt tot het moment van de klank.
Raak <Hammer Response> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ op
pag. 152.
fig.d-p-hmreso.eps_50
Raak <ON> aan om de Hamerreactie-functie in te schakelen.
Raak de schuif op het scherm aan om de tijd tussen het aanslaan
van de toets en het klinken van de toon te regelen.
Hoe verder de schuif naar ‘Slow’ wordt verplaatst, hoe langer
het duurt voordat de toon klinkt wanneer de toetsen licht wor-
den aangeslagen. En omgekeerd klinken tonen sneller wanneer
de toetsen krachtiger worden aangeslagen.
Raak <OFF> aan om het effect uit te schakelen.
De resonantieklanken regelen
(‘String Resonance’)
Wanneer op een akoestische piano de toetsen worden aangesla-
gen, trillen (‘zingen’) de snaren van toetsen die al zijn aangesla-
gen ook mee. De functie die deze resonantie weergeeft, heet
‘String Resonance’(Snaarresonantie).
Raak bij Stap 3 in ‘Procedure’ op pag. 152 <String Resonance>
aan.
fig.d-p-streso.eps_50
Raak <ON> aan om de Snaarresonantie-functie in te schakelen.
Raak de schuif op het scherm aan om de hoeveelheid effect die
wordt toegepast te regelen.
Wanneer u de schuif naar ‘Max’ verschuift, wordt de toegepaste
mate van resonantie vergroot. Wanneer u de schuif naar ‘Min’
verschuift, wordt de toegepaste mate van het effect verkleind.
Raak <OFF> aan om het effect uit te schakelen.
155
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
De toetsaanslag regelen (‘Key
Touch’)
U kunt de manier regelen, waarop het klavier bij het aanslaan
van de toetsen aanvoelt.
Raak <Key Touch> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ op pag. 152.
fig.d-p-key.eps_50
Raak één van de iconen <Fixed>, <Light>, <Medium> of
<Heavy> aan om de toetsaanslag voor het klavier te regelen.
Gebruik de schuif op het scherm voor preciezere aanpassingen.
Verplaats de schuif naar rechts voor een grotere toetsweerstand,
en naar links om de toetsaanslag lichter te maken.
De instellingen voor One-
Touch Arranger veranderen
Procedure
1. Druk op de One Touch Program-knop [Arranger] om het
Basisscherm in beeld te krijgen.
fig.d-arrbasic.eps_50
2. Raak <Function> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-funcmenu1.eps_50
3. Raak de naam van de in te stellen parameter aan.
Zie voor iedere functie de betreffende pagina.
4. Raak <Exit> aan om naar het Basisscherm terug te gaan.
Scherm Uitleg
Fixed
Tonen klinken met een gelijkblijvend volume-
niveau. Hoe u de toetsen aanslaat (licht of
krachtig), heeft geen invloed op het volume.
Light
Het klavier wordt ingesteld op een lichte aan-
slag. Er kan fortissimo (ff) gespeeld worden
met een minder krachtige aanslag dan nor-
maal, waardoor de toetsen lichter aanvoelen.
Deze instelling maakt het eenvoudiger voor
kinderen, die minder kracht in hun handen
hebben.
Medium
Het klavier wordt ingesteld op de standaard
aanslag. U kunt spelen met de meest natuur-
lijke aanslag. Deze instelling komt het dichtst
bij de klank van een akoestische piano.
Heavy
Het klavier wordt ingesteld op een krachtige
aanslag. U moet de toetsen krachtiger aanslaan
dan normaal om fortissimo (ff) te spelen, dus
de toetsen zwaarder voelen zwaarder aan.
Deze instelling maakt het u mogelijk om meer
expressie toe te voegen wanneer u dynamisch
speelt.
Parame-
ter naam
Uitleg
Key Touch
Zie ‘De toetsaanslag regelen (‘Key Touch)’;pag.
155.
Split Point
Stelt in, bij welke toets het klavier in tweeën
wordt verdeeld (het scheidingspunt); pag. 156.
One Touch
Setting
Selecteert de instelling die wordt aangegeven
wanneer de One Touch Program-knop [Arran-
ger] wordt ingedrukt; pag. 156.
Pedal
Setting
Kent functies toe aan pedaal en uitvoerings-
knop; pag. 157.
Arranger
Config.
Stelt de manier in, waarop de automatische
begeleiding klinkt; pag. 159
Tuning
Zie ‘De stemming veranderen (‘Tuning’)’; pag.
153.
156
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Het scheidingspunt van het
klavier veranderen (‘Split
Point’)
Met deze functie wordt het ‘Split Point’ (Scheidingspunt) inge-
steld. Dat is het punt waarop het klavier in tweeën wordt ver-
deeld, wanneer u akkoorden aangeeft in de linkerhand bij
gebruik van de automatische begeleiding en bij het spelen in
gescheiden uitvoering (pag. 31).
Bij het inschakelen van de spanning van de KR wordt het schei-
dingspunt op F#3 ingesteld.
fig.splitpoint.e
De toets die u als scheidingspunt heeft gekozen, hoort op het kla-
vier bij het gebied van de linkerhand.
Raak <Split Point> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ op pag. 155.
fig.d-splitpoint.eps_50
Raak onderaan het scherm <C3>, <F#3>, <C4> of <F#4> aan.
De toets die u kiest, wordt het scheidingspunt.
Om een andere toets als scheidingspunt in te stellen, dient u
in het scherm aan te raken en vervolgens de toets
aan te geven.
U kunt het scheidingspunt aangeven binnen een bereik van B1
tot B6.
Van muziekstijl veranderen
zonder de geluidssoort of het
tempo te veranderen (‘One
Touch Setting’)
Normaalgesproken worden, wanneer u een muziekstijl selec-
teert, de instellingen van geluidssoort en tempo die bij die
muziekstijl passen automatisch geselecteerd. U kunt dit echter
ook zodanig instellen, dat de instellingen van tempo en geluids-
soort niet mee veranderen wanneer u de muziekstijl verandert.
Raak <One Touch Settings> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ op
pag. 155.
fig.d-1touchset.eps_50
Raak elke icoon aan om de instellingen ervan afzonderlijk
aan of uit te zetten.
Alle onderwerpen staan op ON (aan) wanneer u de span-
ning van de KR inschakelt.
Parameters die op OFF (uit) ingesteld staan (die lichten
oranje op), veranderen niet, zelfs niet wanneer de
muziekstijl wordt veranderd.
F#3 (Scheidingspunt)
Bereik waarbinnen het scheidingspunt ingesteld kan worden
B1 B6
Scherm Uitleg
Suitable
Tone
De bij een muziekstijl passende geluidssoort
wordt automatisch geselecteerd.
Suitable
Tempo
Het bij een muziekstijl passende tempo wordt
automatisch geselecteerd.
Other
Setting
Andere instellingen (Style Orchestrator, frasen,
etc.) worden automatisch veranderd.
157
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Functies aan pedalen en
uitvoeringsknoppen
toekennen (‘Pedal Setting/
User Functions’)
U kunt een groot aantal functies aan het linker- en middenpe-
daal en aan de uitvoeringsknoppen toekennen.
U kunt de toegekende functies oproepen door simpelweg het
betreffende pedaal of de betreffende uitvoeringsknop in te druk-
ken.
Functies aan pedalen toekennen
Raak <Pedal Setting> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ op pag. 155.
fig.d-pedalset.eps_50
Raak aan om functies aan elk van de pedalen toe te
kennen.
*U kunt de pedalen hun functies voor piano-uitvoering (pag. 21)
teruggeven door de One Touch Program-knop [Piano] in te druk-
ken.
Functies aan uitvoeringsknoppen
toekennen
1. Druk op de knop [User Function] en het lampje bij de
knop gaat branden.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-usrfunc.eps_50
2. Raak aan om functies aan elk van de uitvoe-
ringsknoppen toe te kennen.
Indien u het pedaal instelt als specifieke schakelaar om gebruiker-
sprogramma’s mee te selecteren, kan de functie die u aan het
pedaal heeft toegekend niet worden gebruikt. Zie ‘Het pedaal
gebruiken om van gebruikersprogramma te wisselen’ op pag. 126.
Functies die kunnen worden toegekend
(pedalen, uitvoeringsknoppen)
Function Uitleg
Leading
Bass
Schakelt de ‘Leading Bass’-functie* aan of uit
(afhankelijk van de huidige stand). De functie
blijft aan, zolang het pedaal waaraan deze
functie is toegekend ingedrukt wordt.
Wanneer de functie is toegekend aan een uit-
voeringsknop, wordt de functie afwisselend
in- en uitgeschakeld, telkens wanneer de
knop wordt ingedrukt.
No Chord
Alleen de ritmepartij van de begeleiding
wordt gespeeld. De volgende keer dat u een
akkoord op het klavier aangeeft, wordt de
functie ‘No Chord’ (Geen akkoord) uitge-
schakeld en worden alle partijen van de bege-
leiding gespeeld.
Break
Tijdens de uitvoering van de automatische
begeleiding stopt de begeleiding – slechts
gedurende één maat.
Fill In to
Variation
Voert dezelfde functie uit als de Fill In-knop
[To Variation]; pag. 69.
Fill In to
Original
Voert dezelfde functie uit als de Fill In-knop
[To Original]; pag. 69.
Fill In
Er wordt een fill-in tussengevoegd, maar het
begeleidingspatroon dat volgt, verandert
niet.
Half Fill In
Variation
Er wordt een fill-in van een halve maat
gespeeld, waarna wordt overgegaan op het
begeleidingspatroon ‘Variatie’.
Half Fill In
Original
Er wordt een fill-in van een halve maat
gespeeld, waarna wordt overgegaan op het
begeleidingspatroon ‘Origineel’.
Original/
Variation
Het begeleidingspatroon wordt veranderd
zonder tussenvoeging van een fill-in.
Arranger
Reset
Wanneer deze functie tijdens automatische
begeleiding wordt gebruikt, gaat de begelei-
ding terug naar het begin van de divisie (pag.
58).
Intro 1/End-
ing 1
Voert dezelfde functie uit als de knop [Intro/
Ending] van pag. 66. Intro 1 en Afsluiting 1
worden gespeeld.
Intro 2/End-
ing 2
Voert dezelfde functie uit als de knop [Intro/
Ending] van pag. 66. Intro 2 en Afsluiting 2
worden gespeeld.
Arranger
Start/Stop
Voert dezelfde functie uit als de [Start/Stop]-
knop (pag. 66).
Orchestra-
tor Up
Deze functie maakt van de begeleiding een
complexer arrangement (pag. 70).
Orchestra-
tor Down
Deze functie maakt van de begeleiding een
simpeler arrangement (pag. 70).
Melody
Intelligence
Hiermee wordt de ‘Melody Intelligence’-
functie in- en uitgeschakeld (pag. 72).
158
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Wat is de ‘leading bass’-functie?
De functie die de laagste toon van een gezet akkoord als de
bastoon doet klinken, wordt ‘Leading bass’ (Leidende bas)
genoemd. Wanneer deze functie wordt ingeschakeld, verandert
de bastoon bij gebruik van akkoordinversie. Normaalgesproken
klinkt de grondtoon van het akkoord dat u aanslaat als de
bastoon.
Wat is het ‘roterende’ effect?
Dit is een soort van draaiend effect dat aan de orgelklank wordt
toegevoegd en dat lijkt op het geluid dat te horen is wanneer er
een roterende luidspreker wordt gebruikt.
Verandering van snelheid vergroot of verkleint de snelheid van
dit draaiende effect.
Functies die kunnen worden toegekend
(alleen aan de pedalen)
* Indien ‘Pedal EX1-4 aan meer dan één pedaal is toegekend, kan het
gebeuren dat het effect niet goed wordt toegepast, wanneer u een
pedaal induwt.
Fade In/Out
Hiermee wordt de automatische begeleiding
met een ‘fade-in’ gestart (dus het geluid
klinkt geleidelijk aan luider) en met een ‘fade-
out’ beëindigd (dus het geluid klinkt geleide-
lijk aan zachter), waarna gestopt wordt.
Rotary
Slow/Fast
Hiermee wordt de snelheid van het roterende
effect veranderd, dat klinkt wanneer u met
een orgel-geluidssoort speelt.
Glide
Terwijl het pedaal of de uitvoeringsknop
ingeduwd wordt gehouden, gaat de toon-
hoogte van het geluid tijdelijk omlaag; het
geluid gaat weer terug naar de oorspronke-
lijke toonhoogte wanneer het pedaal of de
uitvoeringsknop wordt losgelaten. Dit kan
effectief zijn bij het nadoen van instrumenten
als de Hawaïaanse gitaar.
Composer
Play/Stop
Voert dezelfde functie uit als de [
(Play/Stop)]-knop (pag. 77).
Page
Fwd 1
Wanneer het pedaal of de uitvoeringsknop
wordt ingedrukt, wordt er ‘omgeslagen’ naar
de volgende bladzijde van de notatie die op
het scherm van de KR verschijnt, terwijl de
uitvoering van een song wordt gestopt.
Page
Bwd 1
Wanneer het pedaal of de uitvoeringsknop
wordt ingedrukt, wordt er ‘omgeslagen’ naar
de vorige bladzijde van de notatie die op het
scherm van de KR verschijnt, terwijl de uit-
voering van een song wordt gestopt.
Page
Fwd 2
Wanneer het pedaal of de uitvoeringsknop
wordt ingedrukt, wordt er ‘omgeslagen’ naar
de volgende bladzijde van de notatie die op
het externe scherm verschijnt, terwijl de uit-
voering van een song wordt gestopt.
Page
Bwd 2
Wanneer het pedaal of de uitvoeringsknop
wordt ingedrukt, wordt er ‘omgeslagen’ naar
de vorige bladzijde van de notatie die op het
externe scherm verschijnt, terwijl de uitvoe-
ring van een song wordt gestopt.
Punch In/
Out
Bij ‘Punch-In Recording’ start en stopt deze
functie de opname (pag. 133).
Tap
Tempo
U kunt het tempo instellen naar aanleiding
van het interval waarmee het pedaal of de uit-
voeringsknop wordt ingedrukt (pag. 97).
Function Uitleg
Functie Uitleg
Replay
Wanneer het pedaal tijdens het afspelen van een
song wordt ingeduwd, stopt het afspelen. Wan-
neer het pedaal weer wordt losgelaten, gaat het
afspelen verder vanaf het begin van de maat die
werd afgespeeld toen het pedaal werd inge-
duwd. Wanneer het pedaal snel achter elkaar
wordt ingeduwd, gaat het afspelen verder,
waarbij het zoveel maten terug begint als het
aantal keren dat het pedaal is ingedrukt.
Upper Soft
Het pedaal functioneert als zacht-pedaal (pag.
21).
Upper
Sostenuto
Het pedaal functioneert als sostenuto-pedaal
(pag. 21).
Lower
Damper
Geeft het geluid van de linkerhand het effect
van een demperpedaal.
Bend Up
Dit verhoogt de toonhoogte van tonen die u op
het klavier speelt.
Bend
Down
Dit verlaagt de toonhoogte van tonen die u op
het klavier speelt.
Pedal EX1
Wanneer het pedaal tijdens een gelijktijdige uit-
voering wordt ingeduwd, verandert het
volume van de geluidssoort tussen twee
niveaus in, afhankelijk van hoe krachtig het
pedaal wordt ingeduwd.
Wanneer het pedaal wordt ingeduwd, terwijl
‘Pedal EX1’ is geselecteerd, wordt het volume
van de gelijktijdige geluidssoort hoger gezet.
De gelijktijdige geluidssoort wordt op een vast
volume gespeeld, onafhankelijk van de kracht
waarmee de toetsen worden aangeslagen.
Pedal EX2
Wanneer het pedaal wordt ingeduwd, terwijl
‘Pedal EX2’ is geselecteerd, wordt het volume
van de gelijktijdige geluidssoort hoger gezet.
Pedal EX3
Wanneer het pedaal wordt ingeduwd, terwijl
‘Pedal EX3’ is geselecteerd, wordt het volume
van de gelijktijdige geluidssoort hoger gezet,
terwijl dat van de geluidssoort van de linker-
hand lager wordt gezet.
De gelijktijdige geluidssoort wordt op een vast
volume gespeeld, onafhankelijk van de kracht
waarmee de toetsen worden aangeslagen.
Pedal EX4
Wanneer het pedaal wordt ingeduwd, terwijl
‘Pedal EX4’ is geselecteerd, wordt het volume
van de gelijktijdige geluidssoort hoger gezet,
terwijl dat van de geluidssoort van de rechter-
hand lager wordt gezet.
159
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Wanneer u ‘Bend Up’- of ‘Bend Down’-functie gedurende een
gescheiden uitvoering (pag. 30) gebruikt, wordt de toonhoogte van
klanken van de rechterhand veranderd. Het bereik waarin de toon-
hoogte kan veranderen bij toepassing van het ‘bender’(ombui-
ging)-effect, wordt de ‘bend range’ (het ombuigingsbereik)
genoemd; zie ook ‘Het ombuigingsbereik (‘Pedal Setting’)’ op pag.
159.
Het ombuigingsbereik
veranderen (‘Pedal Setting’)
Het effect van het vloeiend verhogen of verlagen van de toon-
hoogte van een gespeelde toon wordt het ‘bender effect’ (ombui-
gingseffect) genoemd.
U kunt deze ombuigingsfunctie aan een pedaal toekennen en het
ombuigingseffect dan toepassen door het pedaal in te duwen en
los te laten.
U kunt ook een instelling realiseren, die bepaalt hoeveel de
hoogte van de toon verandert wanneer u het ombuigingseffect
toepast. Het maximumbereik van de verandering in toonhoogte
wordt de ‘bend range’ (het ombuigingsbereik) genoemd.
Raak <Pedal Setting> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 155).
fig.d-pedalset.eps_50
Raak <Bend Range> aan om de instelling van het
ombuigingsbereik te regelen.
U kunt dit instellen op elke waarde tussen 1 en 12 (in stappen
van een halve toon, tot max. één octaaf).
De manier veranderen, waarop
akkoorden worden gespeeld en
worden aangegeven (‘Arranger
Config’)
Hiermee worden de instellingen veranderd, die bepalen hoe
muziekstijlen worden gespeeld, en hoe de toetsen worden inge-
drukt om akkoorden aan te geven.
Wat zijn de ‘Chord Tone’ (Akkoordtoon) en
‘Bass Tone’ (Bastoon)?
Wanneer de automatische begeleiding wordt gestopt en Sync
Start (pag. 66) wordt uitgeschakeld, worden er akkoorden gepro-
duceerd bij het spelen in het gebied van de linkerhand. Dit
wordt de ‘akkoordtoon’ genoemd, en de grondtoon van het
akkoord dat tegelijkertijd wordt gespeeld wordt de ‘bastoon’
genoemd.
Raak <Arranger Config> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag.
155).
fig.d-arrset.eps_50
Raak bij elk onderwerp aan om de instellingen
ervan te realiseren.
Parame-
ter naam
Waarde Uitleg
Accomp
Accomp
Alle partijen van een
muziekstijl worden
gespeeld.
Chord&Bs
Alleen ritmepartijen,
grondtonen, en bastonen
van een muziekstijl wor-
den gespeeld.
Bass
Tone
OFF,
Acoustic Bs.,
A. Bass+Cymbl,
Fingered Bs.,
Picked Bs.,
Fretless Bs.,
Slap Bass,
Organ Bass,
Synth Bass 101,
Thum Voice
Selecteert de bastoon of
grondtoon. Wanneer ‘Uit’
is ingesteld, wordt er geen
toon gespeeld.
Chord
Tone
OFF, E.Piano 1, E.
Piano 2,
Soft E. Piano,
Hard E. Piano,
Slow Strings,
Strings,
Choir,
Doos Voice
Chord
Intelli
ON, OFF
De functie die de KR bege-
leidingsakkoorden laat
herkennen, wanneer u
maar één of twee toetsen
aanslaat tijdens automati-
sche begeleiding, heet de
‘Chord Intelligence’ (Intel-
ligente akkoord)-functie
(pag. 60). Wanneer deze
functie op ‘Uit’ staat, dient
u alle noten zelf te spelen
om een akkoord te vor-
men.
160
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Een merkteken middenin een
maat aanbrengen
Normaalgesproken wordt een merkteken aan het begin van de
geselecteerde maat aangebracht, maar u kunt het ook zodanig
instellen, dat een merkteken op een plaats ergens halverwege
een maat wordt aangebracht.
Zie ‘Merktekens aanbrengen voor herhaaldelijk oefenen (‘Mar-
ker’)’ op pag. 100 voor uitgebreidere informatie over merktekens.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <Marker> aan.
Het Merktekenscherm verschijnt.
3. Raak <Option> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hier afgebeeld:
fig.d-funcmenu2.eps_50
4. Raak <Resolution> aan om de merktekenin-
stelling te kiezen.
5. Raak <Exit> aan om naar het Merktekenscherm terug te
gaan.
De instellingen voor ‘Count-
In’ en ‘Countdown’
veranderen
1. Druk op de knop [Metronome].
Het Metronoomscherm (pag. 52) verschijnt.
2. Raak <Count In> of <Countdown> aan.
Het scherm ‘Count In settings’ (Instellingen voor het aftel-
len) of het scherm ‘Countdown Settings’ (Instellingen voor
het aftellen aan het einde van de intro) verschijnt.
3. Raak bij elk onderwerp aan om de instellin-
gen te realiseren.
4. Raak <Exit> aan om naar het Metronoomscherm terug te
gaan.
Instellingen voor het aftellen
Zie ‘Het tempo gelijkstellen voordat u begint te spelen (‘Count
In’)’ op pag. 98 voor uitgebreidere informatie over het aftellen..
fig.d-funcmenu2.eps_50
Indicatie Uitleg
Measure
Hiermee kunt u een merkteken aan het
begin van de maat plaatsen.
Beat
Hiermee kunt u een merkteken aan het
begin van de slag plaatsen.
Parame-
ter naam
Waarde Uitleg
Switch ON, OFF
Er wordt afgeteld (ON) of
niet (OFF)
Sound
Stick, Click,
Electronic,
Voice (JP),
Voice (ENG),
Wood Block,
Triangle Casta-
nets,
Handclap
Animal
Geef het aftelgeluid aan.
Measures 1, 2
Geeft aantal maten aan, dat
afgeteld moet worden.
Repeat First, Every
Wanneer ‘Repeat’ op in het
Merktekenscherm (pag. 102)
op ON staat, wordt hier aan-
gegeven of er elke keer afge-
teld wordt wanneer het
bereik tussen de beide merk-
tekens herhaald wordt
(‘Every’), of alleen de eerste
keer (‘First’).
161
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Instellingen voor het aftellen
aan het einde van de intro
(‘Countdown’)
Zie ‘Aan het einde van de intro een aftelgeluid laten spelen
(‘Countdown’)’ op pag. 68 voor uitgebreidere informatie over het
aftellen.
fig.d-funcmenu2.eps_50
Andere instellingen
U kunt de stemming, de taal die op het scherm verschijnt en
andere instellingen realiseren om de KR nog eenvoudiger in het
gebruik te maken.
Procedure
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Function> aan.
Wanneer u <Function> in het Basisscherm aanraakt, wor-
den op de eerste pagina de parameters voor de automati-
sche begeleiding getoond (pag. 155).
Wanneer u <Function> in het Pianoscherm aanraakt, begin-
nen de parameters voor de instellingen van de piano-uitvoe-
ring op de eerste pagina en gaan ze verder op de tweede
pagina (pag. 152).
Er verschijnt een scherm ‘Functions’ (Functies) zoals hier
afgebeeld:
fig.d-funcmenu2.eps_50
3. Raak de naam van de parameter die u wilt instellen aan.
Zie voor iedere functie de betreffende pagina.
4. Raak <Exit> aan om naar het Functiescherm terug te gaan.
Parame-
ter Name
Value Uitleg
Switch ON, OFF
Er wordt aan het einde van
de intro afgeteld (ON) of niet
(OFF).
Sound
Voice (JP), Voice
(ENG)
Geef het aftelgeluid aan.
Part
Both Tracks
Lower Track
Upper Track
Part 1–16
Geef het spoor of de partij
aan, die het begin van de uit-
voering bepaalt wanneer er
aan het einde van de intro
wordt afgeteld.
Parameter Uitleg
Master Tune
Stelt de standaard toonhoogte van de KR
in (pag. 162).
Language
Selecteert de taal die op het scherm
gebruikt wordt (pag. 162).
Opening Mes-
sage
Stelt de boodschap in, die verschijnt
wanneer de spanning van de KR wordt
ingeschakeld (pag. 162)
MIDI Ensemble Zie pag. 173.
External Scherm
Stelt in, wat er op het externe scherm
wordt getoond (pag. 163).
User Image
Scherm
Stelt in, welke beeldgegevens er op welk
scherm worden getoond (pag. 163).
MIDI Setting Zie pag. 174.
Program Change Zie pag. 174.
Beat Indicator
Zorgt ervoor dat het maatlampje uit blijft
(pag. 164).
Memory Backup
Herstelt de geheugeninhoud van de
‘Memory Backup’ (back-up van het
geheugen) naar de originele fabrieksin-
stellingen (pag. 165).
Factory Reset
Maakt het mogelijk om het touch-screen
te calibreren (pag. 165).
Touch Screen Zie pag. 177.
Aux Out Zie pag. 168.
Moving Key
De functies van de knoppen van de
afstandsbediening veranderen (pag.
167).
Remote Control
Stelt de standaard toonhoogte van de KR
in (pag. 162).
162
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
De standaard toonhoogte
veranderen (‘Master Tune’)
‘Standaard toonhoogte’ verwijst meestal naar de toonhoogte die
te horen is wanneer u de centrale A speelt. Regel de standaard
toonhoogte wanneer u met andere instrumenten samenspeelt
zodanig, dat de instrumenten die samenspelen bij elkaar passen.
Het aan een standaard toonhoogte aanpassen van alle instru-
menten heet ‘master tuning’ (stemmen).
Raak <Master Tune> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-tuning.eps_50
Raak aan om de toonhoogte te veranderen.
De standaard toonhoogte kan worden ingesteld op elke waarde
tussen 415,3 en 466,2 Hz.
De instelling staat bij het inschakelen van de spanning van de KR
op ‘440,0 Hz’.
De taal veranderen (‘Language’)
Voor de taal die wordt gebruikt om informatie op het scherm te
brengen, zijn er vijf keuzemogelijkheden.
Raak <Language> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-lang.eps_50
Raak aan om de taal te selecteren.
Beschikbare instellingen:
Engels, Japans, Duits, Frans, Spaans
* Bij enkele functies komt er Duits, Spaans of Frans op het scherm.
De andere schermen worden in het Engels weergegeven.
Het veranderen van de
boodschap die bij het
inschakelen van de KR op het
scherm verschijnt (‘Opening
Message’)
U kunt dit scherm veranderen, zodat er bij het inschakelen van
de spanning van de KR een door u ingestelde boodschap op het
scherm komt.
Raak <Opening Message> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag.
161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-openmsg.eps_50
Gebruik om de cursor te verplaat-
sen.
Wanneer u de icoon van het teken dat u wilt invoeren aanraakt,
verschijnt het teken op de plaats van de cursor. Wanneer u bij-
voorbeeld <ABC> aanraakt, gaat u vervolgens door alle keuze-
mogelijkheden in die tekengroep heen (ABCA...).
Iedere keer dat u <A-a-0-!> aanraakt, verandert het type teken
van hoofdletters naar kleine letters, naar cijfers, naar symbolen
en vervolgens weer terug naar hoofdletters.
Wanneer u <Del> aanraakt, wordt het teken op de plaats van de
cursor verwijderd.
Wanneer u <Ins> aanraakt, wordt er op de plaats van de cursor
een spatie aangebracht.
Raak <Exit> aan wanneer u de invoering van alle gewenste
tekens voltooid heeft.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen, terwijl
de display <Executing…> aangeeft. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Indien u onderaan het scherm <All Clear> aanraakt en vervolgens
<Execute> aanraakt, gaat u terug naar het scherm dat normaalge-
sproken verschijnt wanneer u de spanning van de KR inschakelt.
163
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Het veranderen van de instellingen
voor het vertonen van afbeeldingen
op het externe scherm (‘External
Display’)
Met deze functie wordt geselecteerd, wat er wordt vertoond op
het externe scherm dat op de KR is aangesloten.
Raak <External Display> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag.
161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-extdisp.eps_50
Raak de bij de parameters aan om de instellingen te
realiseren.
Het selecteren van afbeeldingen om
op de KR en externe schermen te
vertonen (‘User Image Display’)
U kunt beeldgegevens van computers en andere apparatuur
laten zien op het ingebouwde scherm van de KR, maar ook op
een extern scherm dat u op de KR heeft aangesloten. U kunt
gegevens bewaren voor twee typen afbeeldingen: die voor
gebruik op het beeldscherm van de KR en die voor gebruik op
externe beeldschermen.
De ‘KR’-afbeeldingen verschijnen op het KR-beeldscherm wanneer
de spanning van het instrument wordt ingeschakeld. Zie de proce-
dure onder ‘Het veranderen van de instellingen voor het vertonen
van afbeeldingen op het externe scherm (‘External Display’)’ op
pag. 163 om het instrument zodanig in te stellen, dat de afbeeldin-
gen voor gebruik op het externe scherm ook daadwerkelijk op het
externe scherm worden getoond.
Raak <User Image Display> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag.
161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-usrimage.eps_50
Selectie van het scherm dat u wilt instellen
1. Raak <KR Display> of <Ext. Display> aan.
Selecteer de instelling voor afbeeldingen voor gebruik op
het KR-scherm (‘KR Display’) of voor afbeeldingen voor
gebruik op een extern scherm (‘Ext. Display’).
Selectie van de te tonen afbeeldingen
Doe eerst een floppydisk met de in de KR bewaarde beeld-
gegevens in de diskdrive.
1. Raak <File> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
Instel-
ling
Waarde van
de instelling
Uitleg
Mode
Auto
Het tonen van notatie, tek-
sten, notatie + klavier en
beeldgegevens wordt auto-
matisch afgewisseld.
Score
Het Notatiescherm wordt
normaal getoond.
Lyrics
Het Tekstscherm wordt nor-
maal getoond. Teksten wor-
den echter alleen getoond,
wanneer er muziekbestanden
worden afgespeeld die tek-
sten bevatten.
Score and
Keyboard
De notatie en het klavier wor-
den getoond.
Backgro
und
Bitmap,
White, Black,
Red, Yellow,
Green, Blue,
Cyan,
Magenta
Hiermee selecteert u de ach-
tergrondkleur (kleuren: zie
vak hieronder). ‘Bitmap’ toont
beeldgegevens die zijn inge-
steld bij ‘Gebruikersbeeldge-
gevens’ (pag. 163).
Line
Color
White, Black,
Red, Yellow,
Green, Blue,
Cyan,
Magenta
Hiermee selecteert u de kleur
voor lijnen en teksten op het
scherm.
Bouncin
g Ball
White, Black,
Red, Yellow,
Green, Blue,
Cyan,
Magenta
Hiermee selecteert u de kleur
voor de stuiterbal op het
notatie- en tekstscherm.
Instel-
ling
Waarde van
de instelling
Uitleg
164
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
fig.d-usrimage2.eps_50
2. Raak de naam van de bewaarde beeldgegevens aan.
Wanneer u <Preview> aanraakt, kunt u de geselecteerde
beeldgegevens vertonen op het door u bij Stap 1 geselec-
teerde scherm.
3. Raak <Save> aan.
De geselecteerde beeldgegevens worden bewaard.
4. Raak <Exit> aan om terug te gaan naar het vorige scherm.
Om de bewaarde gegevens te wissen, kunt u <Erase> aanra-
ken.
Beeldgegevens die de KR kan weergeven
Het maatlampje uitschakelen
(‘Beat Indicator’)
Het maatlampje knippert normaalgesproken op de maat van de
metronoom. Indien u dat wilt, kan het lampje zodanig ingesteld
worden, dat het uit blijft.
Raak <Beat indicator> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-memory.eps_50
Raak aan om de instelling op ‘ON’ (aan) of
‘OFF’(lampje blijft uit) te zetten.
De instellingen laten
onthouden, zelfs wanneer de
KR wordt uitgeschakeld
(‘Memory Backup’)
Normaalgesproken gaan de diverse instellingen terug naar hun
beginwaarde, wanneer de spanning van de KR wordt uitgescha-
keld. U kunt echter aangeven dat de instellingen moeten worden
onthouden, zelfs wanneer de spanning van de KR wordt uitge-
schakeld. Deze functie heet ‘Memory Backup’ (Back-up van het
geheugen).
Zie ‘Parameters die in de back-up van het geheugen worden
bewaard’ op pag. 200 voor meer informatie over de instellingen die
met de back-up van het geheugen worden bewaard.
Raak <Memory Backup> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag.
161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-memory.eps_50
Raak <Execute> aan.
De bevestigingsboodschap verschijnt op het scherm.
Raak <OK> aan om de instelling te bewaren.
Wanneer de instelling in het geheugen is opgeslagen, verschijnt
het vorige scherm weer.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen, terwijl
de display <Executing…> aangeeft. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Reso-
lutie
320 x 240 pixels (voor het scherm van de KR)
640 x 480 pixels (voor een extern scherm)
Kleur 1/4/8 bit (2/16/256 kleuren)
For-
maat
BMP-formaat
* De KR kan niet met gecomprimeerde beeldge-
gevens werken.
Naam
Een maximum aantal van 1-8 tekens; kleine
letters (onderkast) zijn prima. Achter de naam
moet de extensie ‘.BMP’ (in hoofdletters) wor-
den toegevoegd.
De volgende tekens kunnen worden gebruikt
voor de naam van een afbeelding:
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V
W X Y Z a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v
w x y z 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 # $ % & ‘ ( ) - @ ~ { } ^ _ !
* Indien u een teken gebruikt, dat niet in een
naam gebruikt kan worden, wordt dit op het
scherm door een ander teken vervangen.
165
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
De fabrieksinstellingen
herstellen (‘Factory Reset’)
U kunt zowel dat wat in de ‘Memory Backup’ (Back-up van het
geheugen; pag. 164) is opgeslagen als de Gebruikerspro-
gramma’s (pag. 122) in de oorspronkelijke fabrieksinstelling
terugzetten. Deze handeling wordt ‘Factory Reset’ (Herstelling
van de fabrieksinstellingen) genoemd.
* Wanneer u een herstelling van de fabrieksinstellingen uitvoert,
worden alle tot dan toe in het geheugen bewaarde instellingen
gewist en naar hun fabrieksinstelling teruggezet.
Deze handeling zet de calibratie-instellingen van het touch-screen
niet terug naar hun oorspronkelijke fabrieksinstellingen. Indien u
dat wel wilt doen, raadpleeg dan ‘De calibratie-instellingen van
het touch-screen naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen
terugzetten’ op pag. 165.
Wanneer u de inhoud van het gebruikersgeheugen van de KR in
de fabriekstoestand wilt terugzetten, raadpleeg dan ’Het gebrui-
kersgeheugen formatteren’ op pag. 165.
Raak <Factory Reset> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-factory.eps_50
Raak <Execute> aan.
De bevestigingsboodschap verschijnt op het scherm.
Raak <OK> aan om de originele fabrieksinstellingen te herstel-
len.
Wanneer de instelling veranderd is, verschijnt het vorige scherm
weer.
Wanneer u <Cancel> aanraakt, wordt er niets met de instellin-
gen gedaan en gaat u terug naar het vorige scherm.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen, terwijl
de display <Executing…> aangeeft. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Het touch-screen calibreren
(‘Touch Screen’)
De aanwijzer van het touch-screen kan, nadat u het touch-screen
gedurende enige tijd heeft gebruikt, iets uit balans raken, waar-
door de KR meer niet helemaal correct reageert. Corrigeer deze
onbalans indien noodzakelijk door te calibreren (herpositione-
ren).
Raak <Touch Screen> aan bij Stap 3 van ‘Procedure’ (pag. 161).
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-touchpanel.eps_50
Raak <Execute> aan.
Raak de punten aan, die aangegeven worden.
* Doe dit voorzichtig, want wanneer u een plaats aanraakt die
anders is dan de plaats die voor de aanwijzer wordt aangegeven,
kan de onbalans zelfs erger worden. Zorg ervoor dat u de aanwij-
zer nauwkeurig aanraakt.
Raak wanneer de calibratie is voltooid <Write> aan om de instel-
lingen te bewaren.
* Wanneer u de calibratie-instellingen niet op deze manier weg-
schrijft naar het geheugen, worden ze weggegooid zodra de span-
ning van de KR wordt uitgeschakeld.
De calibratie-instellingen van het touch-screen
naar de oorspronkelijke fabrieksinstellingen
terugzetten
Indien u in het hierboven genoemde scherm <Factory Reset>
aanraakt, gaan de calibratie-instellingen van het touch-screen
terug naar de originele fabrieksinstellingen.
Het gebruikersgeheugen
formatteren
De KR beschikt over een interne opslagruimte waar u opgeno-
men uitvoeringen en gebruikersstijlen kunt opslaan. Deze
ruimte heet de ‘User Memory’ (Gebruikersgeheugen).
De volgende zaken worden in het gebruikersgeheugen bewaard:
Gegevens die in de Favorieten zijn opgeslagen (pag. 80).
Sets opgeslagen gebruikersprogramma’s (pag. 123).
Gebruikersstijlen die in het gebruikersgeheugen zijn
opgeslagen (pag. 149).
Beeldbestanden die met de ‘Instellingen voor
gebruikersafbeeldingen’ zijn ingesteld (pag. 163).
Voer om de complete inhoud van het gebruikersgeheugen te
verwijderen en de oorspronkelijke fabrieksinstellingen te herstel-
len de volgende procedure uit:
1. Raak de [Disk]-knop aan.
Zelfs wanneer u de Music Style-knop [User] (User/Disk-
scherm) of de [User Program]-knop indrukt, is de rest van
166
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
de procedure hetzelfde.
2. Raak <File> aan.
3. Raak <Format User Memory> (Gebruikersgeheugen for-
matteren) aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-touchpanel.eps_50
4. Raak <OK> aan.
De gehele inhoud van het gebruikersgeheugen wordt verwijderd.
Indien u <Cancel aanraakt, wordt de verwijdering niet uitge-
voerd en gaat u terug naar het vorige scherm.
* Nooit de spanning van het apparaat uitschakelen, terwijl
de display <Executing…> aangeeft. Wanneer u dat wel
doet, raakt het interne geheugen van de KR beschadigd,
waardoor het onbruikbaar wordt.
Wanneer u deze handeling uitvoert, worden er geen andere instel-
lingen geformatteerd dan die van het gebruikersgeheugen. Om
andere instellingen dan die van het gebruikersgeheugen naar de
oorspronkelijke fabrieksinstellingen te herstellen, dient u de ‘Fac-
tory Reset’ (het herstellen van de fabrieksinstellingen) uit te voe-
ren (pag. 165).
De ‘Quick Tour’ (Snelle
rondleiding) automatisch
starten
U kunt het instrument zodanig instellen, dat de snelle rondlei-
ding automatisch start, zonder dat er een handeling aan vooraf
hoeft te gaan.
1. Houd de knop [Wonderland/Game] ingeduwd en druk op
de knop [Part Balance].
Het scherm ‘Quick Tour’ (Snelle rondleiding) verschijnt.
2. Raak <Option> aan.
fig.d-touchpanel.eps_50
3. Raak <ON> of <OFF> aan.
Wanneer u <ON> (Aan) instelt, begint de snelle rondleiding
wanneer u de spanning van de KR inschakelt. De demon-
stratie stopt zodra u een willekeurige handeling uitvoert.
Indien er daarna gedurende 5-10 minuten geen handeling
wordt uitgevoerd, begint de automatische demo opnieuw.
Wanneer u <OFF> (Uit) instelt, begint de snelle rondleiding
niet, tenzij u de icoon ‘Quick Tour’ op het scherm aanraakt.
4. Raak <Exit> aan om naar het scherm ‘Snelle rondleiding’
terug te gaan.
Deze instelling wordt zelfs bewaard wanneer de spanning van de
KR wordt uitgeschakeld.
* Zie de ‘Quick Start’ (Snelle start) voor meer informatie over de
snelle rondleiding.
Alle functies behalve Piano-
uitvoering uitschakelen
(‘Panel Lock’)
De functie ‘Panel Lock’ (Paneelvergrendeling) vergrendelt de KR
in een toestand waarin alleen de piano-uitvoering gebruikt kan
worden, waarbij alle knoppen geblokkeerd worden. Dit voor-
komt dat de instellingen onopzettelijk worden gewijzigd, zelfs
wanneer kinderen de knoppen per ongeluk indrukken.
* Wanneer de KR op ‘Paneelvergrendeling’ staat, kan er alleen met
het geluid van de vleugel worden gespeeld.
1. Zet het volume zo laag mogelijk.
2. Druk op de [Power]-knop om de spanning van de KR uit
te schakelen.
3. Houd de knop [Wonderland/Game] ingeduwd en druk
daarbij op de [Power]-knop om de spanning van de KR in
te schakelen.
Blijf de knop nog enkele seconden induwen.
Alle knoppen, behalve die voor piano, zijn nu geblokkeerd.
Regel het volume. Wanneer u het klavier nu bespeelt, hoort
u het geluid van de vleugel.
Om de Paneelvergrendelingsfunctie weer uit te schakelen,
zet u het volume weer zo laag mogelijk en schakelt u de
spanning van de KR nogmaals in.
167
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
De functies van de knoppen
van de afstandsbediening
veranderen
U kunt de functies die aan de knoppen van de afstandsbediening
zijn toegekend veranderen.
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Functions> aan.
Wanneer u <Functions> in het Basisscherm aanraakt, toont
de eerste pagina die op het scherm komt de parameters voor
de instellingen van de automatische begeleiding (pag. 155).
Wanneer u <Functions> in het Pianoscherm aanraakt,
beginnen de parameters voor de piano-uitvoering op de eer-
ste pagina en gaan ze verder op de tweede pagina (pag.
152).
3. Raak <Remote Controller> (Afstandsbediening) aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
De functies van de [ ] (PLAY)-knop
veranderen.
4. Raak <PLAY> aan om functies aan de [ ]
(Play)-knop toe te kennen.
De functies van de TEMPO-knoppen [-] [+]
4. Raak <TEMPO> aan om functies aan de
TEMPO-knoppen [-] [+] toe te kennen.
De functies van de [FUNC]-knop veranderen.
4. Raak <FUNC> om functies aan de [FUNC]-
knop toe te kennen.
Scherm Uitleg
All Song
Songs worden doorlopend achter elkaar afge-
speeld, te beginnen bij de op dat moment gese-
lecteerde song.
Internal Song
Songs in het geselecteerde genre worden door-
lopend afgespeeld.
Songs on Floppy Disks and CDs
Songs uit de geselecteerde map worden door-
lopend afgespeeld.
One Song
Alleen de geselecteerde song wordt
afgespeeld. Het afspelen stopt wanneer de
song afgelopen is.
Scherm Uitleg
Tempo
Verandert het tempo. Wanneer u [-] indrukt,
wordt het tempo vertraagd; wanneer u [+]
indrukt, wordt het tempo versneld.
U kunt het tempo van CD’s niet veranderen.
CD Sync
Regelt de timing van de pianobegeleiding bij
het afspelen van CD’s voor automatische
piano. Wanneer u [-] indrukt, wordt het pia-
nogeluid eerder gespeeld; wanneer u [+]
indrukt, wordt het pianogeluid later gespeeld.
Transpose
Transponeert de song (dus zet de toonhoogte
ervan om). Wanneer u [-] indrukt, wordt de
toonhoogte in stappen van een halve toon ver-
laagd; wanneer u [+] indrukt, wordt de toon-
hoogte in stappen van een halve toon
verhoogd.
U kunt songs van CD niet transponeren.
Bwd/Fwd
Spoelt de song versneld vooruit en achteruit.
Wanneer u [-] indrukt, wordt de song terugge-
spoeld; wanneer u [+] indrukt, wordt de song
versneld vooruitgespoeld.
CD Volume
Verandert het volume van de song van CD.
Scherm Uitleg
Moving Key
Telkens wanneer de [FUNC]-knop wordt
ingedrukt, wordt de automatische piano-
functie in- of uitgeschakeld.
Random
De songs worden in willekeurige volgorde
afgespeeld.
Track 3
Telkens wanneer de [FUNC]-knop wordt
ingedrukt, wordt het spoor van de linker-
hand in- of uitgeschakeld. Wanneer dit is uit-
geschakeld, is het geluid van het spoor van
de linkerhand niet te horen.
Track 4
Telkens wanneer de [FUNC]-knop wordt
ingedrukt, wordt het spoor van de rechter-
hand in- of uitgeschakeld. Wanneer dit is uit-
geschakeld, is het geluid van het spoor van
de rechterhand niet te horen.
EQ
Telkens wanneer de [FUNC]-knop wordt
ingedrukt, wordt de EQ in- of uitgeschakeld.
Zoom
De songlijst wordt vergroot op het scherm
afgebeeld.
168
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
5. Raak <Exit> aan om naar het Functiescherm terug te gaan.
NOTE
De oorspronkelijke instellingen van de knoppen van de afstandsbe-
diening worden hersteld wanner de spanning van de KR wordt uit-
geschakeld. Indien u de veranderde instellingen wilt opslaan, voer
dan de ‘Memory Backup’ (Back-up van het geheugen) uit; zie pag.
164.
De ‘Moving Key’ mogelijk
maken
De ‘Moving Key’-instellingen
veranderen
U kunt het klavier automatisch met de uitvoering mee laten spe-
len.
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Functions> aan.
Wanneer u <Functions> in het Basisscherm aanraakt, toont
de eerste pagina die op het scherm komt de parameters voor
de instellingen van de automatische begeleiding (pag. 155).
Wanneer u <Functions> in het Pianoscherm aanraakt,
beginnen de parameters voor de piano-uitvoering op de eer-
ste pagina en gaan ze verder op de tweede pagina (pag.
152).
3. Raak <Moving Key> aan.
4. Raak om de instelling op ON (Aan) of OFF
(Uit) te zetten.
5. Raak <Exit> aan om naar het Functiescherm terug te gaan.
U kunt <Moving Key> ook in het Menuscherm selecteren.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het menuscherm verschijnt.
2. Raak <Moving Key> aan.
Het ‘Moving Key’-scherm verschijnt.
Veranderen van partij die de
toetsen laat bewegen
Gebruik de spoorknoppen om de partij te
kiezen die de toetsen laat bewegen.
Bij het inschakelen van de KR is het instrument zodanig inge-
steld, dat de toetsen meebewegen met de uitvoeringen van de
sporen ‘Whole’ (Geheel), ‘Upper’ (Rechterhand) en ‘Lower’ (Lin-
kerhand). U kunt een andere partij kiezen om die de toetsen te
laten bewegen, door de spoorknoppen in te drukken en de knop-
pen waarvan de lampjes branden te veranderen.
1. Kies de te spelen song (pag. 77).
2. Druk een aantal keren op de knop, waarmee u de bewe-
ging van de toetsen wilt laten corresponderen, totdat het
lampje bij de knop begint te knipperen.
Telkens wanneer u de spoorknop indrukt, springt het
lampje in de volgende stand: aan uit knipperen aan
….
De volgende tabel laat de verhouding zien tussen de spoor-
knoppen, de gespeelde partijen en de beweging van de toet-
sen.
3. Druk op de [ (Play/Stop)]]-knop.
Het afspelen van de song begint en de toetsen bewegen mee
met wat er gespeeld wordt aan de hand van de knipperende
spoorknop(pen).
Scherm Klavierfunctie
ON De toetsen spelen met de uitvoering mee.
OFF De toetsen bewegen niet vanzelf.
Indicator Keyboard Geluid
Indicator knippert Beweging Geluid
Indicator aan Geen beweging Geluid
Indicator uit Geen beweging Geen geluid
169
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Het scherm van de 16-spoors-sequencer
gebruiken om de partij te kiezen die de
toetsen laat bewegen
U kunt de toetsen laten meebewegen met de uitvoering van par-
tijen die met het scherm van de 16-spoors-sequencer zijn geselec-
teerd.
1. Kies de te spelen song (pag. 77).
2. Druk op de [Menu]-knop.
Het menuscherm verschijnt.
3. Raak <16tr Sequencer> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-16tr.eps_50
4. Raak de partij aan, waarmee u de beweging van de toetsen
wilt laten corresponderen.
De volgende tabel toont de relatie tussen de iconen op het
scherm, de gespeelde partijen en de beweging van de toet-
sen.
Gedetailleerde instellingen
voor het afspelen van songs
De instellingen van geluids-
soorten veranderen wanneer
u songs afspeelt (‘Play Mode’)
In de normale instelling zullen er GS-geluidssoorten (klanken die
compatible zijn met andere GS-instrumenten) gebruikt worden
om songgegevens af te spelen. Door deze instelling te veranderen,
kunt u bij het afspelen van songs voor sommige delen van de
gegevens geluidssoorten gebruiken die specifiek zijn voor de KR.
Zie ‘De KR-geluidsgenerator’ op pag. 201 voor uitgebreidere infor-
matie over GS.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
Druk op om tussen de schermen te wisselen.
2. Raak <Play Mode> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-plymode.eps_60
3. Selecteer de gewenste instelling door een icoon aan te
raken.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
5. Probeert u na het veranderen van deze instelling, de song
nog eens te selecteren.
Zie ‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor uitgebreidere infor-
matie over het selecteren van een song.
Icoon Keyboard Geluid
Beweging Geluid
Geen beweging Geluid
Geen beweging
Geen geluid
(geen uitvoeringsgege-
vens van deze partij)
Geen beweging
Geen geluid
(geen bewegende toetsen
voor uitgeschakelde par-
tijen)
Icoon Uitleg
GS
Bij het afspelen worden GS-compatible
geluidssoorten gebruikt voor
uitvoeringen die klinken als die van
andere GS-instrumenten.
KR
Bij het afspelen worden KR-
geluidssoorten gebruikt voor meer
expressie. Er kunnen echter verschillen
optreden wanneer deze muziek wordt
afgespeeld met andere apparatuur dan
de KR.
170
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Songteksten verbergen
(‘Lyrics’)
Sommige in de handel verkrijgbare muziekbestanden voor
gebruik bij karaoke en sommige voorgeprogrammeerde songs
van de KR bevatten tekstgegevens.
Wanneer u deze muziekbestanden afspeelt, verschijnen de tek-
sten automatisch op het scherm.
Indien u niet wilt dat de teksten automatisch op het scherm ver-
schijnen, schakel deze functie dan uit.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
Raak aan om tussen de schermen te wisselen.
2. Raak <Lyrics> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-lyric.eps_60
3. Raak aan om de gewenste instelling te selecte-
ren.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Zelfs wanneer deze functie op ‘OFF’ is gezet, kunt u de teksten nog
steeds op het scherm brengen door <lyrics> aan te raken wanneer dit
in het Piano- of Basisscherm verschijnt (pag. 25).
Het kan gebeuren dat het scherm gewisseld wordt, wanneer u de
knop indrukt, terwijl het ‘Lyrics’ (Tekst)-scherm in beeld is. Om de
teksten weer op het scherm te laten komen, raakt u op het Piano- of
Basisscherm <lyrics> aan, of stopt u het afspelen van de song,
waarna u de [ (Play/Stop)]-knop indrukt.
Het veranderen van de partijen
die aan de spoorknoppen zijn
toegekend bij het afspelen van
SMF (‘Track Assign’)
Normaalgesproken is bij het afspelen van Roland Piano Digital-
compatible SMF-bestanden (pag. 201) de partij van de linker-
hand toegekend aan de [3/Lower]-knop en de rechterhand aan
de [4/Upper]-knop. Het kan echter zo zijn, dat de toekenning
van de partijen van de linker- en rechterhand bij sommige SMF-
gegevens daarvan afwijkt.
Indien het u niet lukt om de partijen van de linker- en rechter-
hand goed werkend te krijgen, stel dan ‘Auto’ in en verander
vervolgens de instelling naar ‘2/1 Part’ of ‘3/4 Part’.
Wanneer u deze parameter selecteert, kan de vraag ‘OK to delete
song?’ (Song verwijderen?) op het scherm verschijnen. Zie ‘Indien
het volgende scherm verschijnt’ op pag. 105.
Deze instelling werkt bij songgegevens in SMF-formaat. Bij de voor-
geprogrammeerde songs van de KR werkt deze instelling echter niet.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het menuscherm verschijnt.
Raak om van scherm te wisselen.
2. Raak <Track Assign> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
fig.d-trkasgn.eps_60
3. Raak aan om de gewenste instelling te selecte-
ren.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Scherm Uitleg
ON
Teksten komen automatisch op het scherm
(wanneer de gegevens van de uitvoering
die wordt afgespeeld teksten bevatten).
OFF
Teksten komen niet op het scherm, zelfs
niet wanneer de gegevens van de song die
wordt afgespeeld teksten bevatten.
Scherm Uitleg
Auto
Er wordt automatisch (op basis van de
songgegevens) bepaald, welke partij aan
elk van de spoorknoppen wordt toegekend.
2/1 Part
Partij 1 wordt aan het spoor van de
rechterhand toegekend, partij 2 aan het
spoor van de linkerhand en partij 3 aan de
‘user track’ (het gebruikersspoor).
3/4 Part
Partij 4 wordt aan het spoor van de
rechterhand toegekend, partij 3 aan het
spoor van de linkerhand en partij 1 aan de
‘user track’ (het gebruikersspoor).
171
Hoofdstuk 9 Diverse instellingen
Hoofdstuk 9
Probeer na het veranderen van deze instelling nogmaals om
de song te selecteren.
Zie ‘Een song afspelen’ op pag. 77 voor uitgebreidere infor-
matie over het selecteren van een song.
De CD-instellingen
veranderen
De timing van piano en
begeleiding synchroniseren
Bij sommige CD’s die gemaakt zijn voor gebruik met de automa-
tische piano-functie, kan het gebeuren dat de timing van piano
en die van de begeleiding niet gesynchroniseerd zijn. U kunt
piano en begeleiding echter synchroniseren.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <CD> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
3. Raak de schuif <Sync> aan om de timing van het geluid
van de piano te regelen.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Het instellen van het type CD
dat u wilt afspelen
Het kan gebeuren dat de KR niet in staat is om het type CD dat
gebruikt wordt goed te herkennen. In een dergelijk geval kunt u
het type CD handmatig aangeven.
1. Druk op de [Menu]-knop.
Het Menuscherm verschijnt.
2. Raak <CD> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hieronder afgebeeld:
3. Raak de <CD Data> aan om het type CD te
selecteren..
NOTE
Houdt u er rekening mee, dat sommige in de handel verkrijgbare
CD’s niet op de KR afgespeeld kunnen worden.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Scherm Uitleg
Auto
Het CD-type wordt automatisch herkend.
Type A
Algemene CD’s voor automatische piano’s
bevatten audio- en MIDI-gegevens, en het
formaat van de gegevens kan per CD
verschillen. Indien het formaat van de
gegevens van de CD niet bij de instellingen
van de KR past, klinkt er een piep. Sommige
algemene CD’s voor automatische piano’s
kunnen wellicht niet op de KR afgespeeld
worden.
Type B
Off
Commerciële audio-CD’s (CD’s die niet zijn
ontworpen voor gebruik op de
automatische piano).
172
Hoofdstuk10
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
U kunt de KR aansluiten op externe apparatuur, zoals audioap-
paratuur, MIDI-instrumenten en computers.
MIDI-apparatuur aansluiten (pag. 172)
U kunt een MIDI-sequencer aansluiten en gegevens van uitvoe-
ringen van de KR opnemen, of gegevens van uitvoeringen van
de KR op de sequencer afspelen. Ook kunt u, wanneer u een
MIDI-geluidsmodule aansluit, op de KR spelen en het geluid
door de MIDI-geluidsmodule horen.
Audioapparatuur aansluiten (pag. 176)
De KR heeft ingebouwde stereoluidsprekers van hoge kwaliteit,
maar u kunt de KR ook op een stereo-installatie aansluiten voor
een nog imposanter geluid.
U kunt de KR ook op een cassetterecorder of andere opnameap-
paratuur aansluiten om uw uitvoeringen op te nemen.
Externe luidsprekers aansluiten (pag. 177)
U kunt een versterker of externe luidspreker aansluiten op de
Aux-aansluiting en daar de begeleiding en de galm door afspe-
len.
Een computer aansluiten (pag. 178)
U kunt een sequencerprogramma (bijvoorbeeld Roland Visual-
MT) gebruiken om gegevens van uitvoeringen van de KR op te
nemen en gegevens van uitvoeringen uit het programma van de
KR af te spelen.
Een expressiepedaal aansluiten
U kunt een expressiepedaal op de KR aansluiten.
NOTE
Gebruik alleen het aangegeven expressiepedaal (EV-7, apart aan te
schaffen). Door een ander expressiepedaal aan te sluiten, loopt u het
risico van storingen en/of beschadiging van het instrument.
MIDI-apparatuur aansluiten
Door een extern MIDI-apparaat aan te sluiten en gegevens van
uitvoeringen uit te wisselen, kunt u het ene apparaat door mid-
del van het andere apparaat aansturen.
U kunt dan bijvoorbeeld geluid uit het andere instrument laten
komen of het andere apparaat van geluidssoort laten wisselen.
Wat is MIDI?
‘MIDI’, afkorting van ‘Musical Instrument Digital Interface’, is
ontwikkeld als een universele standaard om de uitwisseling van
gegevens van uitvoeringen tussen elektronische muziekinstru-
menten en computers mogelijk te maken.
De KR heeft MIDI-aansluitingen en een computeraansluiting,
waardoor het instrument gegevens van uitvoeringen met externe
apparatuur kan uitwisselen. Deze aansluitingen kunnen
gebruikt worden om de KR op een extern apparaat aan te slui-
ten, waardoor het aantal mogelijkheden nog veel groter wordt.
* Er is ook een aparte publicatie beschikbaar met als titel ‘MIDI
Implementation’. Deze publicatie geeft uitgebreide informatie over
de manier waarop MIDI in dit apparaat is geïmplementeerd.
Indien u deze publicatie wilt ontvangen (bijvoorbeeld wanneer u
op byteniveau wilt gaan programmeren), neemt u dan contact op
met het dichtstbijzijnde Roland Service Center of een erkende
Roland-distributeur.
Aansluitingen
fig.09-
MIDI Out-aansluiting
Sluit deze aan op de MIDI In-aansluiting van een extern MIDI-
apparaat met behulp van een MIDI-kabel (apart aan te schaffen).
Wanneer u de toetsen bespeelt of een pedaal indrukt, worden de
uitvoeringsgegevens daarvan vanaf deze aansluiting naar de
externe MIDI-aansluiting gestuurd.
MIDI In-aansluiting
Sluit deze aan op de MIDI Out-aansluiting van een extern MIDI-
apparaat met behulp van een MIDI-kabel (apart aan te schaffen).
Hierdoor worden MIDI-boodschappen ontvangen die door
externe MIDI-apparaten verzonden worden. De KR kan, wan-
neer deze MIDI-boodschappen ontvangt, geluid voortbrengen,
geluidssoorten uitwisselen en andere handelingen uitvoeren.
* Externe MIDI-apparaten kunnen niet worden gebruikt om de
geluidssoorten die op de toetsen van de KR gespeeld worden op
afstand te veranderen.
173
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
De apparatuur aansluiten
* Om storing en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten te
voorkomen, dient u het volume altijd zo laag mogelijk te zetten en
de spanning van alle apparatuur uit te schakelen voordat u appa-
raten aansluit.
1. Zet het volume van de KR en van het apparaat dat u gaat
aansluiten helemaal laag.
2. Schakel de spanning van de KR en van het apparaat dat u
gaat aansluiten uit.
3. Stel de schakelaar aan onderkant het apparaat in op
‘MIDI’.
4. Gebruik een MIDI-kabel (apart aan te schaffen) om de
MIDI-aansluitingen met elkaar te verbinden.
Zie de aansluitvoorbeelden hieronder.
5. Schakel de spanning van de KR en het daarop aangesloten
apparaat weer in.
6. Regel het volume van de KR en het daarop aangesloten
apparaat.
7. Stel voorzover noodzakelijk ook de MIDI-instellingen in.
Voorbeelden van aansluitingen:
Opstelling met een MIDI-sequencer
fig.09-10
* Wanneer de KR op een MIDI-sequencer wordt aangesloten, stel
hem dan op ‘Local OFF’ in. Zie ‘Het klavier van de ingebouwde
geluidsgenerator loskoppelen (‘Local On/Off’)’ op pag. 174.
Een MIDI-geluidsmodule aansluiten
fig.09-
Uitvoering samen met MIDI-
instrumenten (‘MIDI
Ensemble’)
U kunt een elektronisch percussie-instrument of een ander
MIDI-instrument op de MIDI In-aansluiting van de KR aanslui-
ten om samen te spelen. Het is eenvoudig om de MIDI-instellin-
gen te maken voor het instrument dat op de MIDI In-aansluiting
is aangesloten. Het geluid van het aangesloten MIDI-instrument
wordt door de luidspreker van de KR afgespeeld.
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Functions> aan.
3. Raak <MIDI Ensemble> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hier afgebeeld:
fig.09-04.eps
4. Selecteer de methode voor het gebruik van de MIDI In-
aansluiting.
5. Wanneer bij Stap 4 hierboven ‘Keyboard’ wordt geselec-
teerd, gebruik dan om de geluidssoort te selec-
teren.
Het aangesloten keyboard speelt nu met de geselecteerde
geluidssoort.
InOut
MIDI
Roland MT-serie
Onderkant van de KR
OUTTHRU IN
MIDI
Geluidsmodule
Onderkant van de KR
Scherm Uitleg
Normal
Normale instelling. Verander geluidssoorten
en andere instellingen vanaf het aangesloten
apparaat.
Pad
Selecteer dit wanneer u percussiepads (zoals
de Roland SPD-20 Total Percussion Pad) op de
MIDI In-aansluiting van de KR heeft aangeslo-
ten. U hoeft op de KR geen MIDI-instellingen
te realiseren. Selecteer pad-geluidssoorten en
realiseer andere instellingen vanaf de aange-
sloten pads (zie de gebruikershandleiding van
de pads voor verdere informatie hierover).
Keyboard
Selecteer dit wanneer u een keyboard (zoals
een Roland A-37 of AX-7 MIDI-Keyboard) op
de MIDI In-aansluiting van de KR heeft aange-
sloten. U kunt vanaf de KR geluidssoorten
voor het aangesloten keyboard selecteren. U
hoeft op de KR geen MIDI-instellingen te reali-
seren.
174
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
MIDI-instellingen
U kunt MIDI-instellingen realiseren, bijvoorbeeld de instellingen
die hieronder beschreven worden.
‘MIDI Setting’ (MIDI-instellings)scherm
fig.09-04.eps
‘Program Change’ (Programmaveranderings-/PC)-scherm
fig.09-04.eps
De instellingen realiseren
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Functions> aan.
3. Raak <MIDI Setting> of <Program Change> aan.
4. Raak aan om de instelling voor elk onderwerp
te realiseren.
Raak <Exit> aan om naar het Functiescherm terug te gaan.
Het zendkanaal selecteren (‘Tx
Channel’)
MIDI groepeert dingen in ‘kanalen’, die van 1 t/m 16 genum-
merd zijn. Simpelweg een kabel aansluiten is niet voldoende om
communicatie te laten plaatsvinden. De aangesloten apparaten
moeten ingesteld worden om dezelfde MIDI-kanalen te gebrui-
ken. Anders wordt er geen geluid geproduceerd en kunnen er
geen klanken worden geselecteerd.
Selecteer het zendkanaal (1-16) van de KR.
Bij het inschakelen van de spanning van de KR, staat het kanaal
op ‘1’ ingesteld.
Indien het klavier in gebieden voor de linkerhand en rechter-
hand is ingedeeld, staan boodschappen van het deel van de lin-
kerhand vast op ‘3’.
De KR ontvangt boodschappen op alle kanalen (van 1 t/m 16).
De interne geluidsgenerator en
het klavier ontkoppelen (‘Local
Control’)
Zet ‘Local Control’ (Locale aansturing) op ‘OFF’ (Uit) wanneer u
een MIDI-sequencer aansluit. Bij het inschakelen van de span-
ning van de KR, staat dit op ‘ON’ (Aan) ingesteld.
Zoals op de illustratie te zien is, wordt informatie die beschrijft
wat er op het klavier is gespeeld via twee verschillende routes,
(1) en (2) naar de geluidsmodule doorgegeven.
Als gevolg daarvan hoort u overlapping of onderbroken geluid.
Om dit te voorkomen, moet route (1) geblokkeerd worden door
het apparaat in te stellen op wat ‘Local Off’ (Locaal uitgescha-
keld) genoemd wordt.
fig.09-
Scherm Uitleg
Tx Channel
Kiest het MIDI-zendkanaal (pag.
174).
Local Control
Schakelt ‘Local Control’ (Locale
aansturing) in of uit (pag. 174).
Scherm Uitleg
Bank Select MSB
Verzendt Bank Select MSB-
boodschappen (pag. 175).
Bank Select LSB
Verzendt Bank Select LSB-
boodschappen (pag. 175).
Program Change
Verzendt PC-boodschappen
(Programmanummers); pag. 175.
(1)
MIDI
MIDI
MIDI
MIDI
(2)
IN
IN
OUT
OUT
Sequencer
Geheugen
Geluids-
generator
Elke toon wordt tweemaal gespeeld
Soft Tru On (Aan)
Local On (Aan)
175
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
Local On: Het klavier en de interne geluidsgenerator zijn met
elkaar verbonden.
fig.09-
Local Off: Het klavier en de interne geluidsgenerator zijn gescheiden.
Er wordt door de toetsen geen geluid geproduceerd wanneer erop
gespeeld wordt.
fig.09-
Wanneer u een apparaat uit de Roland MT-serie aansluit, hoeft u
de locale aansturing niet uit te schakelen. MT-apparaten verstu-
ren ‘Local Off’-boodschappen wanneer ze ingeschakeld worden.
Indien u eerst de KR en daarna het apparaat uit de MT-serie aan-
zet, wordt de locale aansturing op de KR automatisch uitgescha-
keld.
Het verzenden van boodschap-
pen over veranderingen van
geluidssoorten (‘Program
Change’/ ‘Bank Select MSB’/
‘Bank Select LSB’)
Een ‘Program Change’ (Programmaverandering, ook wel afge-
kort als ‘PC’), is een boodschap die zegt: ‘Ga over op de geluids-
soort met het aangegeven nummer.’ Het apparaat dat deze
boodschap ontvangt, gaat over op de geluidssoort met het cor-
responderende nummer.
Wanneer u een PC-boodschap (Programmanummer) kiest,
wordt het programmanummer doorgestuurd naar het MIDI-
apparaat dat op de KR is aangesloten. Het MIDI-apparaat dat
het programmanummer ontvangt, verandert de geluidssoort in
die met het corresponderende programmanummer.
Normaalgesproken wordt de geluidssoort uit de 128 beschikbare
geluidssoorten geselecteerd.
Sommige MIDI-apparaten hebben echter meer dan 128 geluids-
soorten. Bij zulke apparaten wordt de geluidssoort geselecteerd
door een combinatie van PC-boodschappen en Bank Select-
boodschappen. Een Bank Select-boodschap heeft twee onderde-
len: de MSB (Regelaar 0, met een waarde van 0-127) en de LSB
(Regelaar 32, met een waarde van 0-127).
* Sommige MIDI-instrumenten kunnen Bank Select-boodschappen
niet verwerken. Er zijn er ook, die Bank Select-boodschappen wel
kunnen verwerken, maar het LSB-deel ervan niet herkennen.
Gegevens van opgenomen
uitvoeringen naar een MIDI-
apparaat verzenden
‘Composer MIDI Out’)
Wanneer ‘Composer Out’ in werking is, kunt u gegevens van
uitvoeringen die met de KR zijn opgenomen naar een daarop
aangesloten MIDI-apparaat of computer verzenden.
Wanneer u de spanning van de KR inschakelt, staat dit op ‘OFF’
ingesteld (er worden geen gegevens verzonden).
1. Druk op de [Menu]-knop.
2. Raak <Composer MIDI Out> aanraken.
fig.09-04.eps
3. Raak aan om ‘ON’ of ‘OFF’ in te stellen.
4. Raak <Exit> aan om naar het Menuscherm terug te gaan.
Local On
Er wordt geluid geproduceerd
Geluidsgenerator
Local Off
Er wordt geen geluid geproduceerd
Geluidsgenerator
176
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
Aansluiten op
audioapparatuur
Wanneer u de KR op audioapparatuur aansluit, kunt u het
geluid van de KR door de luidsprekers van de audioapparatuur
laten horen, of uw uitvoeringen met een cassetterecorder of
ander opnameapparaat opnemen.
Gebruik bij het aansluiten van de apparatuur audiokabels (apart
aan te schaffen) met de juiste aansluiting.
Aansluitingen
fig.09-
Ingaande aansluitingen (‘Input’)
U kunt een andere geluidsbron, bijvoorbeeld audioapparatuur of
een elektronisch instrument, met behulp van audiokabels (apart
aan te schaffen) op de KR aansluiten. Speel het geluid van het
aangesloten apparaat af door de luidsprekers van de KR.
Indien het geluid van het aangesloten apparaat mono is, dient u
daarvoor de L (Mono)-aansluiting te gebruiken.
*U kunt de KR niet gebruiken om het volume van het aangesloten
geluidsapparaat te regelen.
Uitgaande aansluitingen (‘Main Output’)
U kunt audioapparatuur met behulp van audiokabels (apart aan
te schaffen) op de KR aansluiten en het geluid van de KR door
de luidsprekers van de aangesloten apparatuur laten horen, of
uw uitvoeringen met een cassetterecorder of ander opnameap-
paraat opnemen.
Indien het geluid van het aangesloten apparaat mono is, dient u
daarvoor de L (Mono)-aansluiting te gebruiken.
Uitgaande aansluitingen (‘Aux Output’)
Gebruik deze wanneer u de uitvoering op het klavier door de
ingebouwde luidspreker van de KR wilt afspelen, en de begelei-
ding door een versterker of luidspreker die op de uitgaande
(Aux) aansluiting is aangesloten.
De apparatuur aansluiten
* Om storing en/of schade aan luidsprekers of andere apparaten te
voorkomen, dient u het volume altijd zo laag mogelijk te zetten en
de spanning van alle apparatuur uit te schakelen voordat u appa-
raten aansluit.
Geluid van de KR door de luidsprekers van
audioapparatuur spelen of uw uitvoering
opnemen op opnameapparatuur
fig.09-
1. Zet het volume van de KR en van het apparaat dat u gaat
aansluiten helemaal laag.
2. Schakel de spanning van de KR en van andere aangesloten
apparatuur uit.
3. Gebruik audiokabels (apart aan te schaffen) om de verbin-
ding tot stand te brengen.
4. Schakel de spanning van de KR in.
5. Schakel de spanning van het op de KR aangesloten appa-
raat in.
6. Regel het volume van de KR en het daarop aangesloten
apparaat.
Uitvoeringen van de KR opnemen met behulp van een opname-
apparaat.
7. Begin op te nemen met het aangesloten apparaat.
8. Speel iets op de toetsen.
9. Stop de opname wanneer de uitvoering eindigt.
Geluid van audioapparatuur door de
luidsprekers van de KR afspelen
fig.09-
1. Zet het volume van de KR en van het apparaat dat u gaat
aansluiten helemaal laag.
2. Schakel de spanning van de KR en van andere aangesloten
apparatuur uit.
3. Gebruik audiokabels (apart aan te schaffen) om de verbin-
ding tot stand te brengen.
4. Schakel de spanning van het op de KR aangesloten appa-
raat in.
Input R/L
(Line In, Aux In)
Onderkant van de KR
Output R/L
(Line Out)
Onderkant van de KR
177
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
5. Schakel de spanning van de KR in.
6. Regel het volume van de KR en het daarop aangesloten
apparaat.
Schakel na gebruik de spanning volgens deze procedure uit:
1. Zet het volume van de KR en van het apparaat dat u heeft
aangesloten helemaal laag.
2. Schakel de spanning van de KR uit.
3. Schakel de spanning van de op de KR aangesloten appara-
tuur uit.
De instellingen van de Aux-
aansluiting veranderen (‘Aux
Out’)
1. Ga naar het Basisscherm of druk op de One Touch Pro-
gram-knop [Piano].
2. Raak <Functions> aan.
Wanneer u <Functions> in het Basisscherm aanraakt, toont
de eerste pagina die op het scherm komt de parameters voor
de instellingen van de automatische begeleiding (pag. 155).
Wanneer u <Functions> in het Pianoscherm aanraakt,
beginnen de parameters voor de piano-uitvoering op de eer-
ste pagina en gaan ze verder op de tweede pagina (pag.
152).
3. Raak <Aux Out> aan.
Er verschijnt een scherm zoals hier afgebeeld:
fig.d-funcmenu2.eps_50
4. Raak aan om de gewenste instelling te selecte-
ren.
5. Raak <Exit> aan om naar het Functiescherm terug te gaan.
Voorbeelden van opstellingen
waarbij Aux op ‘Surround’ staat
Een grote ruimte
Het geluid van de piano is te horen door de luidspreker van de
KR, en het surroundgeluid door de externe luidspreker.
Volume-instellingen van de externe luidspreker en de luidspre-
ker van de KR (pag. 37)
Volume van de externe luidspreker wordt verhoogd
Volume van de luidspreker van de KR wordt verlaagd
Een kleinere ruimte
Het geluid van de piano is te horen door de luidspreker van de
KR, en het surroundgeluid door zowel de luidspreker van de KR
als de externe luidspreker.
Volume-instellingen van de externe luidspreker en de luidspre-
ker van de KR (pag. 37)
Volume van de externe luidspreker wordt verhoogd
Volume van de luidspreker van de KR wordt verhoogd
Scherm Uitleg
Surround
Selecteer dit wanneer u een externe
luidspreker gebruikt voor het surround
effect (pag. 35).
Concert
Selecteer dit wanneer u de uitvoering op het
klavier door de ingebouwde luidspreker
van de KR laat horen, en de begeleiding
door een versterker of luidspreker die is
aangesloten op de Aux-aansluiting.
Geluid van de piano
Surround-
geluid
Surround-
geluid
Surround-
geluid
Surround-
geluid
L
L
R
R
Mengpaneel
Speaker Speaker
Speaker Speaker
Geluid van de piano
Surround-
geluid
Surround-
geluid
Surround-
geluid
Surround-
geluid
L
R
Speaker Speaker
178
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
Een computer aansluiten
Aansluiten op de MIDI-
aansluitingen
U kunt een USB MIDI-interfacekabel (apart aan te schaffen)
gebruiken om de KR op uw computer aan te sluiten.
Indien de KR op een computer is aangesloten, waarop sequen-
cersoftware zoals ‘Visual MT’ van Roland is geïnstalleerd, kan
een song die u op de KR heeft opgenomen op uw computer wor-
den bewaard.
Voorbeelden van aansluiting
* Altijd het volume altijd zo laag mogelijk zetten en de spanning
van alle andere apparatuur uitschakelen, voordat u verbinding
maakt tussen de diverse apparaten. Hierdoor voorkomt u storingen
en/of schade aan luidsprekers of andere apparatuur.
* Om verbinding te kunnen maken met uw computer, dient u
‘MIDI Driver’ (MIDI-aansturings)software op uw computer te
installeren. Zie de gebruikershandleiding van uw MIDI-interface
voor meer informatie hierover.
Gebruik een USB MIDI-interfacekabel om de USB-aanslui-
ting van uw computer op de MIDI-aansluitingen van de KR
aan te sluiten.
Stel de Computerschakelaar op het onderpaneel van de KR
op ‘MIDI’ en schakel vervolgens de spanning van de KR in.
fig.comp.e
Aansluiten op de
computeraansluiting
U kunt een computer waarop een sequencing-programma zoals
‘Visual MT’ van Roland is geïnstalleerd op de KR aansluiten en
dan songs die op de KR opgenomen zijn op de computer bewa-
ren.
Aansluitingen
fig.09-
Computeraansluiting
U kunt een computer op deze aansluiting aansluiten om gege-
vens over uitvoeringen uit te wisselen.
Gebruik een computerkabel (apart aan te schaffen) om de com-
puter op de KR aan te sluiten.
Het benodigde type kabel hangt van uw computer af.
Computerschakelaar
De instelling van deze schakelaar hangt af van de aangesloten
computer: Mac/PC-1/PC-1.
Wanneer deze schakelaar op ‘MIDI’ ingesteld staat, kunt u deze
aansluiting niet gebruiken.
De apparatuur aansluiten
* Altijd het volume altijd zo laag mogelijk zetten en de spanning
van alle andere apparatuur uitschakelen, voordat u verbinding
maakt tussen de diverse apparaten. Hierdoor voorkomt u storingen
en/of schade aan luidsprekers of andere apparatuur.
1. Schakel de spanning van zowel de KR als de computer uit.
2. Sluit de computeraansluiting aan de onderkant van de KR
met behulp van een compatible computerkabel op de
seriële poort van de computer aan.
3. Stel de computerschakelaar aan de onderkant van de KR
zodanig in, dat de instelling ervan past bij het type compu-
ter dat u aangesloten heeft.
Zie de voorbeeldaansluitingen hieronder.
* De instelling van de computerschakelaar alleen veranderen nadat
u de spanning van de KR heeft uitgeschakeld.
4. Schakel de spanning van de KR in.
5. Schakel de spanning van de computer in.
6. Realiseer de instellingen voor baudsnelheid (zendsnel-
heid) voor de computer en de software.
Zie de gebruikershandleiding van uw computer voor meer infor-
matie over deze procedure.
7. U dient ook de benodigde instellingen voor het MIDI-ver-
zendkanaal en locale aansturing (ON of OFF) te realiseren
(pag. 174).
UM-1 etc.
Computer
MIDI IN
MIDI OUT
USB-aansluiting
van uw computer
Onderkant van de KR
179
Hoofdstuk 10 Externe apparatuur aansluiten
Hoofdstuk10
Voorbeelden van aansluiting:
Aansluiting op een Apple Macintosh-computer
Gebruik een computerkabel (apart aan te schaffen) om de com-
puteraansluiting van de KR op de modempoort (of printer-
poort) van de Apple Macintosh aan te sluiten. Zet de
computerschakelaar op ‘Mac’.
Wanneer u de Macintosh ‘Patch Bay’-voorziening gebruikt, geeft
dan 1 MHz aan als het interfacetype (MIDI-Interfaceklok).
fig.09-
Aansluiting op een IBM-PC
Gebruik een computerkabel (apart aan te schaffen) om de com-
puteraansluiting van de KR op seriële poort COM1 of COM2 van
de IBM aan te sluiten. Zet de computerschakelaar op ‘PC-2’.
fig.09-
Apple Macintosh
Macintosh IIci
Modempoort
Computerkabel (apart aan te schaffen)
RS-232C
IBM PC/AT
Computerkabel (apart aan te schaffen)
180
Appendix
Storingen oplossen
Probleem Oorzaak/Oplossing
Het apparaat gaat
niet aan
Is het netsnoer aangesloten en is de stekker goed
in het stopcontact gedaan? (pag. 20)
De knop werkt niet
Is het paneel vergrendeld? (pag. 166)
Schakel de spanning uit en dan weer in.
Er verschijnt niets
op het scherm
De KR heeft een scherm dat uit vloeistofkristal-
len bestaat, dus het is mogelijk dat er geen tekst
op het scherm komt als de omgevingstempera-
tuur beneden het vriespunt is.
Er verschijnen ver-
ticale lijnen op het
scherm/De kleur
wordt ‘uitgevaagd’
aan de randen van
het scherm
Deze lijnen komen door de aard van het LCD-
scherm en duiden niet op slecht functioneren. Ze
kunnen beperkt worden door de het contrast van
het scherm te regelen (pag. 24).
Het touch-screen
reageert niet goed
Het is mogelijk dat de positionering van het
touch-screen uit balans is geraakt indien het
enige tijd niet is gebruikt. Zie ‘Het touch-screen
calibreren (‘Touch Screen’)‘ op pag. 165 om de
positionering te corrigeren.
Het indrukken van
een pedaal heeft
geen effect, of het
effect van het
pedaal stopt niet
Is het pedaal correct aangesloten?
Zorg ervoor dat de pedaalkabel die uit de stan-
daard komt, stevig is aangesloten op de pedaal-
aansluiting aan de achterkant van het apparaat
(pag. 20).
Is er een andere functie aan het pedaal toegewe-
zen?
Zie ‘Functies aan pedalen en uitvoeringsknop-
pen toekennen (‘Pedal Setting/User Functions’)‘
op pag. 157.
De normale werking van de pedalen wordt auto-
matisch mogelijk wanneer u de One Touch Pro-
gram-knop [Piano] induwt (pag. 21).
Het volumeniveau
van het instrument
dat op de ingaande
aansluiting is aan-
gesloten, is te laag
Gebruikt u misschien een aansluitkabel met een
weerstand?
Gebruik een aansluitkabel zonder weerstand.
Er komen geen
afbeeldingen op
het externe scherm
wanneer er een
extern scherm
wordt aangesloten
Is het externe scherm goed aangesloten? (pag. 23)
Is de spanning van het externe scherm wel inge-
schakeld?
Gebruikt u een scherm dat compatible is met de
KR?
Zie ‘Schermen die op dit instrument kunnen
worden aangesloten’ op pag. 23.
Kloppen de instellingen van de KR?
Volg de instructies in ‘Het veranderen van de
instellingen voor het vertonen van afbeeldingen
op het externe scherm (‘External Display’)’ op
pag. 163. .
Er komt een laag
gebrom uit het
externe apparaat
Heeft u verschillende externe apparaten op ver-
schillende stopcontacten aangesloten?
Wanneer u externe apparaten aansluit, gebruik
daarvoor dan altijd hetzelfde stopcontact.
Er is geen geluid te horen
Er is geen geluid te
horen
Is het volume van de KR (pag. 22) of een daarop
aangesloten apparaat helemaal laag gezet?
Is er een koptelefoon aangesloten? (pag. 22)
Is de Balance-knop helemaal naar links of naar
rechts gezet?
Is het volume op ‘0’ gezet met de ‘Part Balance’?
(pag. 75)
Staan alle schuiven in het Equalizerscherm op
het minimum? (pag. 40)
Is de schermsnelheid aangepast, zodat geen van
de ritmecomponenten te horen is? (pag. 15 van
de Snelle start.)
Er is geen geluid te
horen (wanneer er
een MIDI-instru-
ment is aangeslo-
ten)
Zijn alle apparaten ingeschakeld?
Zijn de MIDI-kabels correct aangesloten? (pag.
173)
Komt het MIDI-kanaal overeen met dat van het
aangesloten instrument? (pag. 174)
Is de computerschakelaar aan de onderkant van
de KR op ‘MIDI’ gezet? (pag. 178)
U kunt een aange-
sloten MIDI-appa-
raat en computer
niet tegelijkertijd
gebruiken
De MIDI-aansluitingen en de computeraanslui-
ting kunnen niet tegelijkertijd gebruikt worden.
Controleer of de computerschakelaar op ‘MIDI’
gezet is wanneer er een MIDI-apparaat op de
MIDI-aansluiting wordt aangesloten, en op
‘Mac’, ‘PC-1’ of ‘PC-2’ wanneer er een computer
op de computeraansluiting wordt aangesloten
(pag. 178).
Er is geen geluid te
horen wanneer er
op het klavier
wordt gespeeld
Is de locale aansturing op ‘Off’ gezet? Wanneer
dat het geval is, komt er geen geluid als de toet-
sen worden bespeeld.
Zet Local Control op ‘On’ (pag. 174).
Niet alle gespeelde
tonen zijn te horen
Het maximum aantal noten dat de KR tegelijk
kan spelen is 128. Wanneer het demperpedaal bij
automatische begeleiding of bij het meespelen
met een song van floppydisk veelvuldig gebruikt
wordt, kan dat resulteren in uitvoeringsgege-
vens met teveel noten, waardoor sommige noten
uitvallen.
Probleem Oorzaak/Oplossing
Appendices
Indien u denkt dat er een probleem is opgetreden, leest u dit dan eerst.
181
Storingen oplossen
Appendix
Het geluid klinkt vreemd
De geluiden zijn
twee keer (dubbel)
te horen wanneer
de toetsen
bespeeld worden
Staat de KR in gelijktijdige uitvoering? (pag. 30)
Zet de KR, wanneer deze op een externe sequen-
cer is aangesloten, in de ‘Local OFF’-modus (pag.
174).
Als alternatief kan de sequencer zodanig worden
ingesteld dat de ‘Soft Thru’-functie ervan op
‘OFF’ staat.
De stemming of
toonhoogte van
het klavier of van
de song klinkt vals
Heeft u transpositie ingesteld? (pag. 103)
Zijn de instellingen van ‘Temperament’ en
‘Stretch Tuning’ correct? (pag. 153)
Is de instelling van de stemtoon correct? (pag.
162)
Er kunnen geen
effecten op
geluidssoorten
worden toegepast
Het is niet mogelijk om meer dan één effect tege-
lijk toe te passen, dus wanneer een uitvoering op
meerdere sporen is opgenomen, of wanneer u
meespeelt met een song die u laat afspelen, kan
het gebeuren dat het gewenste effect niet wordt
toegepast.
Er is een toon die
steeds blijft klinken
Zijn de akkoordtoon en de bastoon veranderd?
(pag. 159)
Sommige akkoordtonen en bastonen kunnen
onafgebroken blijven klinken.
De geluidssoort is
veranderd
Tijdens automatische begeleiding zorgt een ver-
andering van muziekstijl automatisch voor een
verandering van het tempo en de geluidssoort
van de rechterhand, zodat die bij de nieuwe
muziekstijl passen. Indien u alleen de muziekstijl
wilt veranderen, dus zonder ook het tempo en de
geluidssoort te veranderen, lees dan ‘Van
muziekstijl veranderen zonder de geluidssoort
of het tempo te veranderen (‘One Touch Set-
ting’)’ op pag. 156.
Wanneer een uitvoering met een melodie uit een
muziekbestand mee is opgenomen, kan het
opnemen van de uitvoering onder knop [1/
Whole] ervoor zorgen dat de geluidssoorten
onder de knoppen [3/Lower] en [4/Upper] ook
veranderen.
Galm blijft hoor-
baar, ondanks het
feit dat
‘Reverb’(galm) is
uitgezet
Omdat de pianoklanken van de KR de volheid en
galm van een echte akoestische piano getrouw
weergeven, is er nog steeds een zekere mate van
galm waar te nemen, zelfs wanneer het galmef-
fect is uitgeschakeld.
In het bovenste
bereik verandert
de klank plotseling
voorbij een
bepaalde toets
Op een akoestische piano blijven noten in het
bovenste anderhalve octaaf van het klavier onaf-
hankelijk van het demperpedaal klinken totdat
ze vanzelf wegsterven. Er is ook een verschil in
timbre. Roland piano’s simuleren zulke karakte-
ristieken van de akoestische piano heel getrouw.
Het bereik dat niet door het demperpedaal wordt
beïnvloed verandert al naar gelang de instelling
van ‘Key Transpose’ (Transpositie van de toon-
soort).
Probleem Oorzaak/Oplossing
Er klinkt een hoog
gejengel
Wanneer u door de koptelefoon luistert:
Sommige van de flamboyantere en levendigere
pianotonen hebben een rijk accent op het hoge
deel van de toon, waardoor het kan lijken of de
klank een iets metaalachtige galm heeft. Omdat
deze galm vooral hoorbaar wordt wanneer er nog
eens een zware galm aan toegevoegd wordt, kunt
u het probleem wellicht verminderen door de
hoeveelheid galm die op de klank wordt toege-
past te verkleinen.
Wanneer u door luidsprekers luistert:
Hier is waarschijnlijk iets anders de oorzaak (zoals
resonantie, veroorzaakt door de KR). Raadpleeg
uw Roland-leverancier of het dichtstbijzijnde
Roland Service Center.
Het basbereik
klinkt vreemd, of er
is een vibrerende
resonantie
Wanneer u door luidsprekers luistert:
Op hoog volume spelen kan ervoor zorgen dat
instrumenten in de buurt van de KR gaan resone-
ren.
Resonantie kan ook optreden bij fluorescerende
TL-verlichting, glazen deuren en andere voorwer-
pen. Dit probleem treedt nog eerder op wanneer
de bas wordt versterkt en wanneer het geluid op
een hoger volume wordt afgespeeld. Tref de vol-
gende maatregelen om dit soort resonantie te
onderdrukken:
•Plaats de luidsprekers 10-15 cm bij muren en
andere oppervlakken vandaan.
•Beperk het volume.
•Zet de luidsprekers uit de buurt van resone-
rende voorwerpen.
Wanneer u door de koptelefoon luistert:
Hier is waarschijnlijk iets anders de oorzaak (zoals
resonantie, veroorzaakt door de KR). Raadpleeg
uw Roland-leverancier of het dichtstbijzijnde
Roland Service Center.
De automatische begeleiding doet het niet
goed
Ik kan geen
geluidssoort of
muziekstijl selecte-
ren
Raak <Exit> enkele keren aan om naar het Basis-
scherm (pag. 24) terug te gaan, en selecteer vervol-
gens een geluidssoort of muziekstijl.
De automatische
begeleiding is niet
te horen
Is de Balance-knop helemaal naar rechts
gedraaid? (pag. 75)
Heeft u op de One Touch Program-knop [Arran-
ger] gedrukt?
Indien de One Touch Program-knop [Arranger]
niet ingedrukt is, wordt alleen het ritmepatroon
gespeeld (pag. 65).
Is het scherm ‘16-spoors-sequencer’ in beeld?
(pag. 127)
‘Chord Intelli-
gence’ kan niet
gebruikt worden
Is ‘Chord Intelligence’ uitgeschakeld? (pag. 159)
Is de instelling voor ‘Piano Style Arranger’ in wer-
king? (pag. 74)
Probleem Oorzaak/Oplossing
182
Storingen oplossen
Appendix
Begeleiding-
stempo wordt
instabiel
In sommige gevallen, zoals wanneer muziekstij-
len van floppydisk worden gespeeld, kan het
gebeuren dat de begeleiding enigszins achter-
blijft, wanneer er een overmaat aan uitvoerings-
gegevens gebruikt wordt.
Song wordt niet goed afgespeeld
Song kan niet
afgespeeld worden
Geeft het scherm een melding, zoals ‘OK to
delete song?’ (Song verwijderen?); pag. 105.
De voorgeprogrammeerde songs kunnen niet
worden afgespeeld, terwijl er opgenomen gege-
vens van uitvoeringen in het geheugen van de
KR achterblijven. Probeer de song af te spelen
nadat u de gegevens van de uitvoering heeft ver-
wijderd.
Alleen het geluid
van een bepaald
instrument in een
song doet het niet
Is het lampje bij de spoorknop uit? (pag. 99)
Indien het lampje uit is, is de muziek op dat
spoor niet te horen. Druk op de spoorknop, zodat
het lampje gaat branden.
Zijn er instellingen van songs veranderd voor
elke partij in het scherm ‘16-spoors-sequencer’?
(pag. 128)
Wanneer de [
(Reset)]-knop
wordt ingedrukt,
wordt er niet terug-
gegaan naar begin
van de song.
Sommige muziekbestanden kunnen instellingen
bevatten, die het afspelen op een bepaald punt in
de loop van de song stoppen. Druk nog enkele
malen op de [ (Reset)]-knop om terug te
keren naar het begin van de melodie.
Is er een merkteken in de song aangebracht?
(pag. 100)
De [ (Bwd)]-
en [ (Fwd)]-
knop werken niet.
De [ (Fwd)]- en [ (Bwd)]- knop wor-
den genegeerd, terwijl er muziekbestanden wor-
den ingelezen. Wacht tot de verwerking klaar is.
Indien u probeert om gegevens van een uitvoe-
ring af te spelen, die een grotere omvang hebben
dan de totale geheugencapaciteit van de KR, kan
het zo zijn dat andere handelingen dan afspelen
(zoals terugspoelen of versneld vooruitspoelen)
onmogelijk worden.
Het duurt even
voordat het afspe-
len van een song
van floppydisk
begint.
Er zijn twee typen SMF-muziekbestanden: for-
maat 0 en formaat 1. Indien de song SMF-gege-
vens in formaat 1 bevat, zal het even duren
voordat het afspelen begint. Raadpleeg de infor-
matie die u bij de te gebruiken muziekbestanden
heeft gekregen, om te bepalen welk formaat ze
hebben.
Teksten worden
niet goed op het
scherm getoond.
Bij sommige muziekbestanden kunnen de tek-
sten niet goed weergegeven worden.
Indien u een knop indrukt, terwijl de teksten op
het scherm getoond worden, verdwijnen de tek-
sten. Om ze weer terug te brengen, dient u
<lyrics> aan te raken in het Pianoscherm of
Basisscherm, of op de [ (Play/Stop)]-
knop te drukken.
In het Notatiescherm kunnen teksten of noten
buiten de randen van het scherm vallen, waar-
door ze niet in beeld komen.
Probleem Oorzaak/Oplossing
Notatie wordt niet
goed op het
scherm getoond.
Indien u een partij selecteert die geen gegevens
betreffende een uitvoering bevat, zullen er geen
noten in de notatie getoond worden. Verander de
partij die op het scherm komt (pag. 90).
Het notatiescherm is niet geschikt voor het tonen
van moeilijke, ingewikkelde muzikale werken
die om nauwkeurige notatie vragen. Zie ‘Opmer-
kingen over het tonen van de notatie’ (pag. 89).
In het notatiescherm kunnen sommige teksten of
noten buiten de randen van het scherm vallen,
waardoor ze niet in beeld komen.
Song sleept een
beetje
In sommige gevallen, bijvoorbeeld wanneer
songs van floppydisks gespeeld worden, kan de
song iets vertraagd worden wanneer er een over-
maat aan gegevens van een uitvoering wordt
gebruikt.
Opnemen lukt niet
Opnemen lukt niet
Is één van de sporen voor opname geselecteerd?
(pag. 111)
Is ‘Punch-in Recording’ (pag. 133) of ‘Tempo
Recording’ (pag. 142) geselecteerd als opname-
modus?
Selecteer de vervangende opnamemodus (pag.
131).
Het is niet mogelijk om op te nemen, terwijl de
notatie wordt gegenereerd. Als het apparaat de
generatie van de notatie eenmaal heeft voltooid
(dat is wanneer het nummer van de maat in het
scherm niet langer oplicht), kunt u het nogmaals
proberen.
Tempo van opge-
nomen song of
metronoom is niet
zoals het hoort
Indien u een voorgeprogrammeerde song selec-
teert waarin het tempo gedurende de song ver-
andert, en u die song opneemt, zal het tempo op
dezelfde manier veranderen voor de uitvoerin-
gen die op andere sporen worden opgenomen.
Het tempo van de metronoom verandert ook op
dezelfde manier.
Indien u aanvullend materiaal opneemt zonder
de eerder opgenomen song te wissen, wordt de
song opgenomen in het tempo van de eerder
opgenomen song. Wis eerst de eerder opgeno-
men song voordat u opnieuw opneemt (pag.
112).
De opgenomen uit-
voering is verdwe-
nen.
Elke uitvoering die is opgenomen, wordt verwij-
derd wanneer de spanning van de KR wordt uit-
geschakeld of er een song wordt geselecteerd.
Een eenmaal verwijderde uitvoering kan niet
meer worden teruggehaald. Zorg ervoor dat u de
uitvoering op een floppydisk of in het gebrui-
kersgeheugen opslaat, voordat u de spanning
van de KR uitschakelt (pag. 116).
Probleem Oorzaak/Oplossing
183
Appendix
Foutmeldingen
Fout-
melding
Betekenis
Error 00:
Om het copyright te beschermen, kan dit muziekbe-
stand niet als een SMF opgeslagen worden.
Het muziekbestand mag ook niet opgeslagen worden.
Mocht u het toch willen opslaan, doet u dat dan a.u.b.
op dezelfde floppydisk.
Error 01:
U kunt het muziekbestand alleen lezen. Het kan niet op
floppydisk of in het gebruikersgeheugen bewaard
worden.
Error 02:
Het beschermingslabel op de floppydisk staat in de
‘Bescherming’-stand (pag. 6).
Schuif het in de ‘Beschrijven’-stand. Herhaal de proce-
dure.
Error 03:
Deze floppydisk kan het formaat niet bevatten of er
kunnen helemaal geen gegevens op opgeslagen wor-
den.
Doe een nieuwe floppydisk in de diskdrive en herhaal
de procedure.
Error 04:
De gegevens kunnen niet op deze floppydisk worden
opgeslagen,omdat het formaat ervan afwijkt. Gebruik
de floppydisk in hetzelfde formaat.
Error 05:
Er kan geen nieuwe song over deze song heen geschre-
ven worden. Selecteer een ander songnummer of
gebruik een andere floppydisk; herhaal daarna de pro-
cedure.
Error 10:
Er is geen floppydisk in de floppydrive gedaan.
Doe de disk er goed in en herhaal de procedure.
Error 11:
Er is op de floppydisk of in het gebruikersgeheugen
niet genoeg ruimte over om de gegevens op te slaan.
Sla de gegevens op een andere floppydisk op of verwij-
der bestanden uit het gebruikersgeheugen; herhaal
daarna de procedure.
Error 12:
De floppydisk die in de floppydrive is gedaan, kan niet
gelezen worden. Zorg ervoor dat u SMF-muziekbe-
standen van Roland gebruikt, of andere muziekbestan-
den die compatible zijn met Roland digitale piano’s
(pag. 201). En indien u uw werk op een floppydisk wilt
opslaan, dient u deze eerst te formatteren (pag. 114).
Zie pag. 82 voor meer informatie over CD’s die kunnen
worden gelezen.
Error 13:
De floppydisk is uit de diskdrive gehaald, terwijl deze
gelezen of beschreven werd. Doe de floppydisk weer in
de diskdrive en herhaal de procedure.
Error 14:
De floppydisk of het gebruikersgeheugen is bescha-
digd en kan niet worden gebruikt. Doe een nieuwe
floppydisk in de diskdrive en herhaal de procedure, of
formatteer het gebruikersgeheugen (pag. 165).
Error 15:
Deze song of muziekstijl kan niet gelezen worden.
Gebruik SMF-muziekbestanden van Roland, of andere
muziekbestanden die compatible zijn met Roland digi-
tale piano’s (pag. 201). U kunt trouwens alleen gebruik-
maken van gebruikersprogramma’s die met de KR zijn
opgeslagen (pag. 123).
Error 16:
De KR kan de floppydisk of het gebruikersgeheugen
niet snel genoeg lezen. Druk op de [ (Play/
Stop)]-knop, druk daarna op de [ (Reset)]-knop en
druk tenslotte nogmaals op de [ (Play/Stop)]-
knop om de song te spelen.
Zie pag. 82 voor meer informatie over CD’s die kunnen
worden gelezen.
Error 17:
De geselecteerde afbeelding kan niet vertoond worden.
Indien deze niet óf op het scherm van de KR, óf op het
externe scherm zichtbaar gemaakt kan worden, zult u
moeten zorgen voor beeldgegevens die voor de KR
gebruikt kunnen worden (pag. 164).
Error 30:
Het interne geheugen van de KR is vol. Sla de songge-
gevens op een floppydisk op (pag. 116) en verwijder de
in het geheugen van de KR bewaarde gegevens van de
song of de gebruikersstijl.
Error 40:
De KR kan de overmaat aan MIDI-gegevens die het
externe MIDI-apparaat heeft verzonden niet verwer-
ken. Beperk de hoeveelheid MIDI-gegevens die naar de
KR verzonden wordt.
Error 41:
Er is een MIDI-kabel of een computerkabel losgekop-
peld. Sluit de kabel op de juiste wijze aan en zorg
ervoor dat hij goed vast zit.
Error 42:
Er is in één keer een overmaat aan gegevens betref-
fende een uitvoering naar de KR verzonden, die daar-
door niet opgenomen heeft kunnen worden. Vertraag
het tempo om de uitvoering nogmaals op te nemen.
Error 43
De computerschakelaar is in de verkeerde stand gezet
of de computer is verkeerd ingesteld. Schakel de KR
uit, zet de computerschakelaar daarna in de goede
stand en stel vervolgens de computer goed in. Schakel
daarna de KR weer in.
Error 51:
Er kan iets mis zijn met het systeem. Herhaal de proce-
dure van af het begin. Indien het na enkele keren pro-
beren nog niet opgelost is, neemt u dan contact op met
het Roland Service Center.
Error 61:
Fout in de ‘Moving Key’.
Stop het gebruik onmiddellijk en neem contact op met
het dichtstbijzijnde Roland Service Center.
Error 62:
Error 63:
Fout in het automatische klaviersysteem of in de CD-
speler.
Stop het gebruik onmiddellijk en neem contact op met
het dichtstbijzijnde Roland Service Center.
Fout-
melding
Betekenis
184
Appendix
Lijst van geluidssoorten
[Piano]
Grand Piano1
PianoStrings
Piano Choir
Tremolo Dyno
Jazzy Vib+Gt
Suitcase
Vibraphone
Harpsi.Doubl
Marimba
Steel Drums
Honky-Tonk
Stage Rhodes
Ballad Piano
Wurly
Dyno Rhodes
Rock Piano
Honky-tonk 2
Clav.
Harpsi.Singl
Harpsichord
UprightPiano
Grand Piano2
Bell Piano
Piano Oohs
Bright Piano
E. Grand
MIDI Piano1
E.Piano 1
St.FM EP
FM+SA EP
Hard FM EP
Harpsi.o
Coupled Hps.
Soft Marimba
EG+Rhodes 1
EG+Rhodes 2
Hard Rhodes
Vibra Bells
Celesta
Glockenspiel
Soft E.Piano
60's E.Piano
E.Piano 2
Xylophone
Music Box
Balafon
Detuned EP 1
Detuned EP 2
Hard E.Piano
Hard Clav.
Soft Clav.
Reso Clav.
Phase Clav.
Pop Vibe.
Pop Celesta
Tubular-bell
Santur
Kalimba
Air Grand
Piano 1
Piano 2
Piano 3
MIDI Piano2
Synth Harpsi
SynRingClav
Analog Clav
[Organ]
Jazz Organ
Full Organ 1
Lower Organ
Theater Org.
Diapason 8'
Bandneon
Perc. Organ
Full Organ 2
Lower Organ2
Church Organ
Rock Organ1
Blues Harp
Pop Organ
L-Organ
Trem.Flute
Accordion
Nason flt 8'
Organ Flute
Jazz Organ2
Jazz Organ3
Jazz Organ4
CheeseOrgan
Full Organ 3
Full Organ 4
Rotary Org.S
Rotary Org.F
Rock Organ2
Pipe Org. Bs
Organ Bass
Metalic Org.
VS Organ
Organ 1
Organ 2
Digi Church
[Guitar / Bass]
EX Ac.Guitar
Flamenco Gtr
Steel Guitar
Jazz Guitar
Requint Gtr
12str Guitar
Nylon+Steel
Nylon Guitar
Mandolin
Gut Guitar
Acoustic Bs.
A.Bass+Cymbl
JC E.Guitar
DistortionGt
Rock Rhythm
Rock Rhythm2
Overdrive Gt
Power Guitar
Power Gt.2
Muted Dis.Gt
Fingered Bs.
Picked Bs.
Fretless Bs.
Slap Bass
Steel Vox
Muted Gt.
Muted Gt.2
Mellow Gt.
5th Dist.
Feedback Gt2
Synth Bass 1
Synth Bass 2
SynthBass101
Jungle Bass
Modular Bass
WireStr Bass
ResoSH Bass
SH101 Bass
Mute PickBs.
Mr.Smooth
Open Hard
Dazed Guitar
Acid Guitar
Hawaiian Gt.
Ukulele
Banjo
Koto
Shamisen
Gt.Harmonics
[Strings]
Velo Strings
Dolce Strings
SlowStrings2
Tremolo Str
Suspense Str
EX Orchestra
Choir Str
Harp Strings
Warm Strings
Violin
Slow Strings
Cello
St. Harp
JV Strings
DecayStrings
Legato Str
Strings
Oct Strings
PizzicatoStr
Mellow Pizz.
Bell Strings
Orchestra
OrchestraHit
Warm JP Str
Slow Violin
Contrabass
Timpani
Syn.Strings1
Syn.Strings2
Syn.Slow Str
Strings 2
JP Saw Str
OB Strings
Euro Hit
6th Hit
Bass Hit
Philly Hit
[Sax / Brass]
Super Tenor
EX Tenor Sax
Sax Section
Romantic Tp
TromboneSoft
AltoSax + Tp
Flute
Soprano Sax
Clarinet
MutedTrumpet
Oboe
Flugel Horn
Power Brass
St. Brass ff
AltoSax Soft
English Horn
EX Tp&Shake
BrassSection
Bs Clarinet
Tenor Sax f
Brite Brass
Brass ff
OrchestraBrs
Grow Sax
Baritone Sax
Alto Sax
EX Trumpet
Tp Shake
Tenor Sax
GS Bari Sax
SuperF.Horns
Fr.Horn Solo
Jump Brass
Soft Brass
DeepSynBrass
Trombone
Trombone 2
Tuba
Piccolo
Pan Flute
GS Pan Flute
Blow Pipe
Bottle Blow
BottleBlow2
Bassoon
Recorder
Trumpet
French Horn
Synth Brass1
Synth Brass2
Shakuhachi
Brass 1
Brass 2
Ocarina
[Voice]
Boys Choir
Kids Choir
Jazz Scat
Rich Choir
Holy Voices
Jz Scat Vib
Opera Voice
Jz Scat Doet
Humming
Dreamy Choir
Jz Scat Vib2
Doos Voice
Doot Accent
Dat Accent
Bop Accent
Thum Voice
HollowReleas
Choir Oohs
VoiceAah Fem
Choir Aahs
Warm SqrPad
New Age Pad
Sugar Key
LM PureLead
LM Square
JP SuperSaw
Natural Lead
2600 SubOsc
SquareWave2
Org Bells
Oohs Chord
Fantasia
Crystal
Harpvox
CC Solo
Vox Sweep
Brightness
Syn.Square
JP8 Square
FM Lead
FM Lead 2
Mg Lead
Dual Sqr&Saw
P5 Saw Lead
Rhythmic Saw
Waspy Synth
JP8 Pulse
Cheese Saw
SynVox
Clear Bells
Soft Crystal
Digi Bells
Nylon Harp
Nylon+Rhodes
Fantasia 2
Soft Pad
P5 Poly
Reso Saw
RAVE Vox
Fat & Perky
Heaven II
JP8 Sqr Pad
Sweep Pad 2
Converge
Big Panner
Ai-yai-a
Echo Pan 2
Falling Down
Poly King
Octave Stack
Warm Pad
Rising Osc
RandomEnding
Piano 1
Piano 1w
Piano 1d
Piano 2
Piano 2w
Piano 3
Piano 3w
GS Honkytonk
Honky-tonk 2
GS E.Piano1
GS E.Piano2
60's E.Piano
E.Piano 1v
E.Piano 2v
Detuned EP 1
Detuned EP 2
GS Harpsi
Coupled Hps.
Harpsi.w
Harpsi.o
Soft Clav.
185
Lijst van geluidssoorten
Appendix
Celesta
Glockenspiel
Music Box
Viberaphone
Vibe.w
GS Marimba
Marimba
Xylophone
Tubular-bell
Church Bell
Carillon
Santur
Organ 1
Organ 2
Pop Organ
Detuned Or.1
Detuned Or.2
Church Org.1
Church Org.2
Church Org.3
Full Organ 4
Jazz Organ
Rock Organ 2
Reed Organ
Accordion Fr
Accordion It
GS Harmonica
Bandoneon
GS Nylon Gt.
Nylon Guitar
Nylon Gt.o
Ukulele
Steel-str.Gt
12-str.Gt
Mandolin
Jazz Guitar
Hawaiian
Clean Gt.
Chorus Gt.
Muted Gt.
Funk Gt.
Funk Gt.2
Overdrive Gt
DistortionGt
Feedback Gt.
Gt.Harmonics
Gt.Feedback
GS Ac.Bass
GS Fing.Bass
Picked Bs
Fretless Bs.
Slap Bass
Slap Bass 2
SynthBass101
Synth Bass 1
Synth Bass 2
Synth Bass 3
Synth Bass 4
Rubber Bass
Violin
Slow Violin
Viola
Cello
Contrabass
Trem. Str
PizzicatoStr
GS Harp
Timpani
GS Strings
Orchestra
GS Sl.Str
Syn.Strings1
Syn.Strings2
Syn.Strings3
Choir Aahs
Choir
Pop Voice
SynVox
OrchestraHit
GS Trumpet
Trombone
Trombone 2
Tuba
MutedTrumpet
French Horn
Fr.Horn 2
Brass 1
Brass 2
Synth Brass1
Synth Brass2
Synth Brass3
Synth Brass4
AnalogBrass1
AnalogBrass2
GS Sop.Sax
Alto Sax
Tenor Sax
GS Bari Sax
GS Oboe
English Horn
Bassoon
Clarinet
Piccolo
GS Flute
Recorder
GS Pan Flute
Bottle Blow
Shakuhachi
Whistle
Ocarina
Square Wave
Square
Sine Wave
Saw Wave
Saw
Doctor Solo
Syn.Calliope
Chiffer Lead
Charang
Solo Vox
5th Saw Wave
Bass & Lead
Fantasia
Warm Pad
Polysynth
Space Voice
Bowed Glass
Metal Pad
Halo Pad
Sweep Pad
Ice Rain
Soundtrack
Crystal
Syn Mallet
Atmosphere
Brightness
Goblin
Echo Drops
Echo Bell
Echo Pan
Star Theme
Sitar
Sitar 2
Banjo
Shamisen
Koto
Taisho Koto
Kalimba
Bagpipe
Fiddle
Shanai
Tinkle Bell
Agogo
Steel Drums
Woodblock
Castanets
Taiko
Concert BD
Melo. Tom 1
Melo. Tom 2
Synth Drum
808 Tom
Elec Perc.
Reverse Cym.
Gt.FretNoise
Gt.Cut Noise
String Slap
Breath Noise
Fl.Key Click
Seashore
Rain
Thunder
Wind
Stream
Bubble
Bird
Dog
Horse-Gallop
Bird 2
Telephone 1
Telephone 2
DoorCreaking
Door
Scratch
Windchime
Helicopter
Car-Engine
Car-Stop
Car-Pass
Car-Crash
Siren
Train
Jetplane
Starship
Burst Noise
Applause
Laughing
Screaming
Punch
Heart Beat
Footsteps
Gun Shot
Machine Gun
Lasergun
Explosion
Piano 1*
Piano 2*
Piano 3*
Honky-tonk*
E.Piano 1*
E.Piano 2*
Harpsichord*
Clav.*
Celesta*
Glocken*
Music Box*
Vibraphone*
Marimba*
Xylophone*
Tubularbell*
Santur*
Organ 1*
Organ 2*
Pop Organ 1*
Rock Organ2*
ChurchOrg.1*
Reed Organ*
AccordionFr*
Harmonica*
Bandoneon*
Nylon-strGt*
Steel-strGt*
Jazz Guitar*
Clean Gt.*
Muted Gt.*
Funk Gt.*
OverdriveGt*
Dist.Guitar*
Gt.Harmo*
Acoustic Bs*
Fingered Bs*
Picked Bs.*
Fretless Bs*
Slap Bass 1*
Slap Bass 2*
SynthBass 1*
SynthBass 2*
Rubber Bass*
Violin*
Viola*
Cello*
Contrabass*
Tremolo Str*
Pizzicato*
Harp*
Timpani*
Strings*
SlowStrings*
Syn.Str 1*
Syn.Str 2*
Choir Aahs*
Pop Voice*
SynVox*
Orche.Hit*
Trumpet*
Trombone*
Tuba*
M.Trumpet*
FrenchHorns*
Brass 1*
SynthBrass1*
SynthBrass2*
A.Brass 1*
Soprano Sax*
Alto Sax*
Tenor Sax*
BaritoneSax*
Oboe*
EnglishHorn*
Bassoon*
Clarinet*
Piccolo*
Flute*
Recorder*
Pan Flute*
Bottle Blow*
Shakuhachi*
Whistle*
Ocarina*
Square Wave*
Saw Wave*
Doctor Solo*
SynCalliope*
ChifferLead*
Charang*
Solo Vox*
5th SawWave*
Bass & Lead*
Fantasia*
Warm Pad*
Polysynth*
Space Voice*
Bowed Glass*
Metal Pad*
Halo Pad*
Sweep Pad*
Ice Rain*
Soundtrack*
Crystal*
Syn Mallet*
Atmosphere*
Brightness*
Goblin*
Echo Drops*
Star Theme*
Sitar*
Banjo*
Shamisen*
Koto*
Kalimba*
Bagpipe*
Fiddle*
Shanai*
Tinkle Bell*
Agogo*
Steel Drums*
Woodblock*
Taiko*
Melo.Tom 1*
Synth Drum*
ReverseCym.*
Fret Noise*
BreathNoise*
Seashore*
Bird*
Telephone 1*
Helicopter*
Applause*
Gun Shot*
* Geluidssoorten met
een ‘*’ bij hun naam
worden op andere
GS-apparaten die
geluid voortbrengen
wellicht niet
afgespeeld zoals
verwacht.
186
Appendix
Lijst van drumritmes
* -----: Geen geluid.
* EXC]: kan niet gelijktijdig klinken met andere percussie-instrumenten die hetzelfde nummer hebben.
R&B Snare
Rock Snare
Rock Snare
Pop Snare m
Pop Snare Ghost
Pop Snare m
Finger Snap
707 Claps
Hand Clap [EXC7]
Hand Clap2 [EXC7]
Hand Clap
Pop Pedal HH [EXC1]
Gospel Hand Clap
Snare Roll
Pop Kick
Pop Kick
Pop Side Stick
Pop Sanre s
Pop Snare Ghost
Pop Snare s
Pop Low Tom f
Pop CHH 1 [EXC1]
Pop Low Tom
Pop CHH 2 [EXC1]
Pop Mid Tom f
Pop OHH [EXC1]
Pop Mid Tom
Pop High Tom f
Pop Crash Cymbal 1
Pop High Tom
Pop Ride Cymbal 1
Pop Chinees Cymbal
Pop Ride Bell
Tambourine 2
Splash Cymbal
Cha Cha Cowbell
Pop Crash Cymbal 2
Vibra-slap 2
Pop Ride Cymbal 2
High Bongo 2
Low Bongo 2
Mute Conga
High Conga 2
Low Conga 2
High Timbale 2
Low Timbale 2
High Agogo
Low Agogo
Shaker 3
Shaker 4
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
Cana
R&B Snare
Pop Snare m
Pop Snare m
Pop Snare m
Pop Snare Ghost
Pop Snare m
Finger Snap
707 Claps
Hand Clap [EXC7]
Hand Clap2 [EXC7]
Hand Clap
Pop Pedal HH [EXC1]
Gospel Hand Clap
Snare Roll
Rock Kick
Rock Kick
Rock Side Stick
Rock Sanre s
Rock Snare Ghost
Rock Snare s
Rock Low Tom f
Rock CHH 1 [EXC1]
Rock Low Tom
Rock CHH 2 [EXC1]
Rock Mid Tom f
Rock OHH [EXC1]
Rock Mid Tom
Rock High Tom f
Rock Crash Cymbal
Rock High Tom
Rock Ride Cymbal 1
Pop Chinees Cymbal
Pop Ride Bell
Tambourine 2
Splash Cymbal
Cha Cha Cowbell
Chinees Cymbal
Vibra-slap 2
Pop Ride Cymbal 3
High Bongo 2
Low Bongo 2
Mute Conga
High Conga 2
Low Conga 2
High Timbale 2
Low Timbale 2
High Agogo
Low Agogo
Shaker 3
Shaker 4
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
Cana
R&B Snare
Rock Snare
Rock Snare
Pop Snare m
Pop Snare Ghost
Pop Snare m
Finger Snap
707 Claps
Hand Clap [EXC7]
Hand Clap2 [EXC7]
Hand Clap
Pop Pedal HH
Gospel Hand Clap
Vox Dut
Vox Dom
Vox Tuush
Vox Hehho
Vox Doyear
Vox Thu!
Vox That
Vox Aahhh
Vox Tu
Vox Dooh
Vox Ptu
Vox Down
Vox Pa
Vox Bom
Vox Toear
Vox Aahhu
Vox Toya
Vox Thu
Vox Cheey
Vox Cymm
Vox Tub
Vox Pruru
Vox Tut
Vox Tyun
Vox Tdum
Vox Afahhhh
High Bongo 2
Low Bongo 2
Mute Conga
High Conga 2
Low Conga 2
High Timbale 2
Low Timbale 2
High Agogo
Low Agogo
Shaker 3
Shaker 4
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
Cana
27
28
29
31
33
35
30
32
34
21
23
22
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
26
24
25
POP Set ROCK Set VOX DRUM Set
R&B Snare
Pop Snare m
Pop Snare m
Pop Snare m
Pop Snare Ghost
Pop Snare m
Finger Snap
707 Claps
Hand Clap [EXC7]
Hand Clap2 [EXC7]
Hand Clap
Pop Pedal HH [EXC1]
Gospel Hand Clap
Snare Roll
Pop Kick
Pop Kick
Jazz Snare Swing
Jazz Sanre
Pop Snare Swing
Jazz Sanre
Jazz Low Tom f
Pop CHH 1 [EXC1]
Jazz Low Tom
Pop CHH 2 [EXC1]
Jazz Mid Tom f
Pop OHH [EXC1]
Jazz Mid Tom
Jazz High Tom f
Jazz Crash Cymbal 1
Jazz High Tom
Jazz Ride Cymbal 1
Jazz Chinees Cymbal
Jazz Ride Cymbal 2
Tambourine 2
Splash Cymbal
Cha Cha Cowbell
Jazz Crash Cymbal 2
Vibra-slap 2
Pop Ride Cymbal 2
High Bongo 2
Low Bongo 2
Mute Conga
High Conga 2
Low Conga 2
High Timbale 2
Low Timbale 2
High Agogo
Low Agogo
Shaker 3
Shaker 4
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
Cana
JAZZ BRUSH Set
Falamenco Hi-Timbale
Falamenco Lo-Timbale
Falamenco Tmbl Flam
Shekere 1
Shekere 2
Low Bongo Mute
High Bongo Mute
-----
-----
-----
-----
Falamenco HC
Falamenco HC
Bongo Cowbell
-----
Bongo Cowbell
-----
Falamenco Hi-Timbale
Falamenco Lo-Timbale
Falamenco Tmbl Flam
Shekere 1
Shekere 2
Low Bongo Mute
High Bongo Mute
-----
-----
-----
-----
Falamenco HC
Falamenco HC
Bongo Cowbell
-----
Bongo Cowbell
-----
Falamenco Hi-Timbale
Falamenco Lo-Timbale
Falamenco Tmbl Flam
Shekere 1
Shekere 2
Low Bongo Mute
High Bongo Mute
-----
-----
-----
-----
Falamenco HC
Falamenco HC
Bongo Cowbell
-----
Bongo Cowbell
-----
Falamenco Hi-Timbale
Falamenco Lo-Timbale
Falamenco Tmbl Flam
Shekere 1
Shekere 2
Low Bongo Mute
High Bongo Mute
-----
-----
-----
-----
Falamenco HC
Falamenco HC
Bongo Cowbell
-----
Bongo Cowbell
-----
89
91
93
95
90
92
94
99
100
101
103
105
102
104
96
98
97
C7
187
Lijst van drumritmes
Appendix
* -----: Geen geluid.
* [EXC]: kan niet gelijktijdig klinken met andere percussie-instrumenten die hetzelfde nummer hebben.
27
28
29
31
33
35
30
32
34
21
23
22
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
26
24
25
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2’
Kick 1
Side Stick
Std Snr 1
Hand Clap
Std Snr 2
Low Tom 2
Closed Hi-hat 1’ [EXC1]
Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1’ [EXC1]
Mid Tom 2
Open Hi-hat 1’ [EXC1]
Mid Tom 1
High Tom 2
Crash Cymbal 1
High Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Kick1
Room Kick
Side Stick
Room Snr 1
Hand Clap
Std Snr 1
Room Low Tom 2’
Closed Hi-hat 1’ [EXC1]
Room Low Tom 1’
Pedal Hi-hat 1’ [EXC1]
Room Mid Tom 2’
Open Hi-hat 1’ [EXC1]
Room Mid Tom 1’
Room Hi Tom 2’
Crash Cymbal 1
Room Hi Tom 1’
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
MONDO Kick
Side Stick
Gated SD
Hand Clap
Snare Drum 2
Room Low Tom 2
Closed Hi-hat 1 [EXC1]
Room Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1 [EXC1]
Room Mid Tom 2
Open Hi-hat 1 [EXC1]
Room Mid Tom 1
Room Hi Tom 2
Crash Cymbal 1
Room Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
Elec BD
Side Stick
Elec SD
Hand Clap
Gated SD
Elec Low Tom 2
Closed Hi-hat 1 [EXC1]
Elec Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1 [EXC1]
Elec Mid Tom 2
Open Hi-hat 1 [EXC1]
Elec Mid Tom 1
Elec Hi Tom 2
Crash Cymbal 1
Elec Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Reverse Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
STANDARD Set ROOM Set POWER Set ELECTORONIC Set
188
Lijst van drumritmes
Appendix
* -----: Geen geluid.
* [EXC]: kan niet gelijktijdig klinken met andere percussie-instrumenten die hetzelfde nummer hebben.
27
28
29
31
33
35
30
32
34
21
23
22
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
26
24
25
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
808 Bass Drum 1
808 Rim Shot
808 Snare Drum
Hand Clap
Snare Drum 2
808 Low Tom 2
808 CHH [EXC1]
808 Low Tom 1
808 CHH [EXC1]
808 Mid Tom 2
808 OHH [EXC1]
808 Mid Tom 1
808 Hi Tom 2
808 Cymbal
808 Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
808 Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
808 High Conga
808 Mid Conga
808 Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
808 Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
808 Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Dance Snr 1
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Kick 1
808 Bass Drum 2
808 Rim Shot
TR-909 Snr
Hand Clap
Dance Snr 2
808 Low Tom 2
808 CHH [EXC1]
808 Low Tom 1
808 CHH [EXC1]
808 Mid Tom 2
808 OHH [EXC1]
808 Mid Tom 1
808 Hi Tom 2
808 Cymbal
808 Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
808 Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
808 High Conga
808 Mid Conga
808 Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
808 Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
808 Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
Std Kick 1
Side Stick
Snare Drum 1
Hand Clap
Snare Drum 2
Low Tom 2
Closed Hi-hat 1 [EXC1]
Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1 [EXC1]
Mid Tom 2
Open Hi-hat 1 [EXC1]
Mid Tom 1
High Tom 2
Crash Cymbal 1
High Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Kick 2
Kick 1
Side Stick
Brush Tap
Brush Slap
Brush Swirl
Brush Low Tom 2
Closed Hi-hat 2 [EXC1]
Brush Low Tom 1
Pedal Hi-hat 2 [EXC1]
Brush Mid Tom 2
Open Hi-hat 2 [EXC1]
Brush Mid Tom 1
Brush Hi Tom 2
Crash Cymbal 1
Brush Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
TR-808 Set DANCE Set
JAZZ
GS STANDARD Set
BRUSH Set
189
Lijst van drumritmes
Appendix
* -----: Geen geluid.
* [EXC]: kan niet gelijktijdig klinken met andere percussie-instrumenten die hetzelfde nummer hebben.
27
28
29
31
33
35
30
32
34
21
23
22
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
26
24
25
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
Close Hi-hat [EXC1]
Pedal Hi-hat [EXC1]
Open Hi-hat [EXC1]
Ride Cymbal
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Concert BD 2
Concert BD 1
Side Stick
Concert SD
Castanets
Concert SD
Timpani F
Timpani F#
Timpani G
Timpani G#
Timpani A
Timpani A#
Timpani B
Timpani c
Timpani c#
Timpani d
Timpani d#
Timpani e
Timpani f
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Concert Cymbal 2
Vibra-slap
Concert Cymbal 1
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
Applause
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
Std Kick 1
Side Stick
Snare Drum 1
Hand Clap
Snare Drum 2
Room Low Tom 2
Closed Hi-hat 1 [EXC1]
Room Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1 [EXC1]
Room Mid Tom 2
Open Hi-hat 1 [EXC1]
Room Mid Tom 1
Room Hi Tom 2
Crash Cymbal 1
Room Hi Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
-----
-----
-----
Bar Chime
Snare Roll
Finger Snap
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Std Kick 2
Std Kick 1
Side Stick
Brush Tap
Brush Slap
Brush Swirl
Low Tom 2
Closed Hi-hat 1 [EXC1]
Low Tom 1
Pedal Hi-hat 1 [EXC1]
Mid Tom 2
Open Hi-hat 1 [EXC1]
Mid Tom 1
High Tom 2
Crash Cymbal 1
High Tom 1
Ride Cymbal 1
Chinese Cymbal
Ride Bell
Tambourine
Splash Cymbal
Cowbell
Crash Cymbal 2
Vibra-slap
Ride Cymbal 2
High Bongo
Low Bongo
Mute High Conga
Open High Conga
Low Conga
High Timbale
Low Timbale
High Agogo
Low Agogo
Cabasa
Maracas
Short Hi Whistle [EXC2]
Long Low Whistle [EXC2]
Short Guiro [EXC3]
Long Guiro [EXC3]
Claves
High Wood Block
Low Wood Block
Mute Cuica [EXC4]
Open Cuica [EXC4]
Mute Triangle [EXC5]
Open Triangle [EXC5]
Shaker
Jingle Bell
Bell Tree
Castanets
Mute Surdo [EXC6]
Open Surdo [EXC6]
-----
ORCHESTRA Set GS ROOM Set GS BRUSH Set
190
Appendix
Lijst van geluidseffecten (SFX)
* -----: Geen geluid.
* [EXC]: kan niet gelijktijdig klinken met andere percussie-instrumenten die hetzelfde nummer hebben.
27
28
29
31
33
35
30
32
34
21
23
22
39
40
41
43
45
47
42
44
46
36
38
37
87
88
84
86
85
51
52
53
55
57
59
54
56
58
48
50
49
63
64
65
67
69
71
66
68
70
60
62
61
75
76
77
79
81
83
78
80
82
72
74
73
C2
C3
C4
C5
C6
26
24
25
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
-----
High Q
Slap
Scratch Push [EXC7]
Scratch Pull [EXC7]
Sticks
Square Click
Metronome Click
Metronome Bell
Guitar sliding Finger
Guitar cutting noise (up)
Guitar cutting noise (down)
String slap of double bass
Fl.Key Click
Laughing
Screaming
Punch
Heart Beat
Footsteps1
Footsteps2
Applause
Door Creaking
Door
Scratch
Wind Chimes
Car-Engine
Car-Stop
Car-Pass
Car-Crash
Siren
Train
Jetplane
Helicopter
Starship
Gun Shot
Machine Gun
Lasergun
Explosion
Dog
Horse-Gallop
Birds
Rain
Thunder
Wind
Seashore
Stream
Bubble
Cat
Bird
BabyLaughing
Boeeeen
SFX Set 1
-----
Uno
Dos
Tres
Quatro
One
Two
Three
Four
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Female Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Male Yodel
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Boys Amen
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Ole!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
Yeah!
SFX Vox Set
Glass & Glam
Ice Ring
Crack Bottle
Pour Bottle
Car Horn
R.Crossing
SL 1
SL 2
Seal
Fancy Animal
Elephant
Bike
Car Engine 2
Small Club
-----
-----
-----
Yeah!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Woo!
Ichi
Ni
San
Shi
89
91
93
95
90
92
94
99
100
101
103
105
102
104
96
98
97
C7
191
Appendix
Lijst van effecten
Scherm Uitleg
GS Chorus 1
Geeft een licht ‘chorus’-effect met lang-
zame trillingen.
GS Chorus 2
Geeft een licht ‘chorus’-effect met snelle
trillingen.
GS Chorus 3
Geeft een zwaar ‘chorus’-effect met lang-
zame trillingen.
GS Chorus 4
Geeft een zwaar ‘chorus’-effect met snelle
trillingen.
GS Feedback
Chorus
Een zacht geluid met een ‘flanger’-effect.
GS Flanger
Een effect dat klinkt als het opstijgen/
landen van een straaljager.
GS Short Delay Een kort echo-effect.
GS Short Delay
(Feedback)
Een korte echo met veel herhalingen.
Stereo Chorus Een ‘chorus’-effect in stereo.
Hexa Chorus Een ‘chorus’-effect’ met meerdere lagen.
Tremolo Chorus Een ‘chorus’-effect met trillingen.
Space D Een helder ‘chorus’-effect.
Rotary
Voegt een effect van een roterende luid-
spreker toe.
Stereo Delay Vertraagt het geluid met stereo-effect.
Modulation Delay
Voegt een trillingseffect aan het ver-
traagde geluid toe.
Triple Tap Delay Een vertraging met drie richtingen.
Quadruple
Tap Delay
Een vertraging met vier richtingen.
Phaser Voegt trillingen aan het geluid toe.
Stereo Flanger Voegt een metaalachtige galm toe.
Step Flanger
Een ‘flanger’ die de toonhoogte stapsge-
wijs varieert.
Enhancer Voegt modulatie aan het geluid toe.
Overdrive Vervormt het geluid lichtelijk.
Distortion Vervormt het geluid drastisch.
Auto Wah
Verandert het geluid op een cyclische
manier.
Compressor Onderdrukt volumefluctuaties.
Gate Reverb
Kapt de galmgeluiden af voordat ze hele-
maal wegsterven.
2V Pitch Shifter
Voegt twee getransformeerde tonen aan
het originele geluid toe (tweestemmige
transformator).
FB Pitch Shifter
De toonhoogte verandert in stappen
(‘feedback’ transformator).
Enhancer
-> Chorus
Toepassing van modulatie- en ‘chorus’-
effect.
Enhancer
-> Flanger
Toepassing van modulatie- en ‘flanger’-
effect.
Enhancer -> Delay
Toepassing van modulatie- en vertra-
gingseffect.
Chorus -> Delay
Toepassing van ‘chorus’- en vertraging-
seffect.
Flanger -> Delay
Toepassing van ‘flanger’- en vertraging-
seffect.
Overdrive
-> Chorus
Toepassing van lichte vervorming en
‘chorus’-effect.
Overdrive
-> Flanger
Toepassing van lichte vervorming en
‘flanger’-effect.
Overdrive -> Delay
Toepassing van lichte vervorming en ver-
tragingseffect.
Distortion
-> Chorus
Toepassing van drastische vervorming en
‘chorus’-effect.
Distortion
-> Flanger
Toepassing van drastische vervorming en
‘flanger’-effect.
Distortion -> Delay
Toepassing van drastische vervorming en
vertragingseffect.
Sympathetic
Resonance
Toepassing van een resonerend effect
wanneer het demperpedaal wordt inge-
duwd.
Wave Chorus
Produceert een ‘chorus’-effect met sterke
trillingen.
2 Band Chorus
Toepassing van verschillende ‘chorus’-
effecten in het sopraan- en basbereik.
Space Chorus
Een ‘chorus’-effect met bijzonder kleine
trillingen.
Chorus -> Flanger
Toepassing van ‘chorus’- en ‘flanger’-
effect.
Rhodes Multi
Het optimale effect voor een elektrische
piano.
Clean Guitar
Multi 1
Toepassing van een effect dat een combi-
natie is van volumefluctuatie-onderdruk-
king, ‘chorus’-effect en vertragingseffect.
Clean Guitar
Multi 2
Toepassing van een effect dat een combi-
natie is van een cyclische vervorming van
het geluid, equalizer, ‘chorus’-effect en
vertragingseffect.
Tremolo
Produceert cyclische volumeveranderin-
gen.
Auto Pan
Verplaatst de positie waarin men het
geluid optimaal waarneemt naar links of
naar rechts.
Chorus/Delay
Dit effect geeft een parallelle verbinding
van ‘chorus’-effect en vertragingseffect.
Chorus/Flanger
Dit effect geeft een parallelle verbinding
van ‘chorus’-effect en ‘flanger’-effect.
Rotary Multi
Toepassing van een effect dat een combi-
natie is van roterend effect, Equalizer en
lichte vervorming.
Keyboard Multi
Toepassing van een effect dat een combi-
natie is van resonantiemodulatie, toon-
hoogtetransformatie, trillingen en
vertraging.
Scherm Uitleg
192
Appendix
Lijst van muziekstijlen (KR-17)
[Pop/Rock]
Funky Disco
Strumin'Away
AmericanPop1
AmericanPop2
'60s Feelin'
EZ Listening
Funky Pop
'70s 1
'70s 2
Cool Al
Shuffle Pop
ShufleFusion
Contemporary
Asian Pop
Swing Pop
Groovin
Medium Pop
Michael'sPop
OrchestraPop
Light Pop
'70s 8-Beat
British Pop
'60s R&B
Fusion
West Coast
Rollin'
Light Fusion
Shuffle Rock
Power Pop
Power Rock
Hard Rock
Heavy Metal
Hip Hop
Techno
House Pop
Euro Dance
[Ballad/Acoustic]
Scat Ballad
Piano Pop
Guitar Trio
6/8 Ballad
Love Songs
Symph.Ballad
SunnyFeelin'
Soft Ballad
Guitar Pop
Pop Ballad
Latin Guitar
Piano Ballad
Soulful Sax
Slow Pop
Piano Night
Swing Ballad
8BeatBallad1
8BeatBallad2
12/8 Ballad
Chapel
Crystal
Piano Latin
Piano Waltz
ClasiclPolka
PianoClasic1
PianoClasic2
Guitar Bossa
Gtr.Fast Pop
Guitar Waltz
Harp
Strings
P.Pop 1
P.Classic 1
P.Slow Waltz
P.Night
P.Bossa Nova
P.Pop 2
P.Ragtime
P.Stride
P.Concerto 1
P.Classic 2
P.Ballad 1
P.Ballad 2
P.Swing Pop
P.Rock'nRoll
P.Waltz
P.Concerto 2
P.Concerto 3
P.Swing
P.Shuffle
P.Boogie
P.Slow Swing
P.'50s Rock
P.Latin
[Oldies/Country]
Rock'n'Roll1
Oldies 1
Rock'n'Roll2
Cntry Dreams
CountryBalad
HonkyTonkin'
Slow Dance
Twist
Surf'fun
Country Gtr.
Slow Oldies
OldtimeCntry
Rock'n'Roll3
JB Soul
Blues
D Country
Twostep
CountrySwing
'50s R&B
Summer Days
Oldies 2
Cajun
Train Beat
CountryWaltz
PianoRagtime
Charleston
Bluegrass
Country
Country Song
P.Country
Gt.Arpeggio
Outlaw
[Big Band/
Swing]
Smooth Jazz
LooseBigBand
Scat Swing 2
Fast Swing
Jazzy Choir
Organ Swing
Big Serenade
Big Band
Big Band Pop
Medium Swing
A Cappella
Stride Piano
Dixie
Jazz Waltz
Dixieland
Jazzy Brush
Brush Swing
Jazz Quintet
Hula
Hawaiian
Cool Swing
Scat Swing 1
Slow Swing
Piano Jazz
Swing'in
Foxtrot 1
Foxtrot 2
Boogie
Piano Boogie
PianoShuffle
[Gospel/Latin]
Rhumba 1
Salsa
Trad. Tango
GospelBallad
Gospel
Soft Gospel
Mambo 1
Latin Festa
ModernChaCha
Gospel Shout
Gospel Pop
P.Gospel
Anthem
Revival
Samba 1
Samba 2
BossaNova 1
BossaNova 2
BossaNova 3
Fast Bossa
Slow Bossa
LatinTrumpet
Mambo 2
Rhumba 2
ChaCha 1
ChaCha 2
Son
Calypso
Reggae
Tango
Plena
Bomba
Merengue
Slow Beguine
Beguine
Latin Pop
Latin
Asian Rhumba
[Trad/Kids]
Raindrops
Music Hall
Slow Waltz
Kids Shuffle
Kids
Kids Dance
Broadway
Stage Waltz
Fast Waltz
Little Steps
Parade
MarchingBand
Polka
March
Irish
Tejano
Celtic
Circus
Party Waltz
Vienna Waltz
Musette
Scotland
Japan
Ireland
Festival
Cinema
WesternMovie
Balloon Trip
Black&White
SFX Movie
Western
Screen
Fanfare
Waltzing
SimpleMarch1
SimpleMarch2
Simple Waltz
Kids 4/4
Kids 6/8
Lullaby 4/4
Music Box
193
Appendix
Lijst van muziekstijlen (KR-15)
[Pop/Rock]
Funky Disco
AmericanPop1
AmericanPop2
'60s Feelin'
EZ Listening
Contemporary
Funky Pop
'70s 1
'70s 2
Cool Al
Shuffle Pop
ShufleFusion
Asian Pop
Swing Pop
Groovin
Medium Pop
Michael'sPop
OrchestraPop
Light Pop
'70s 8-Beat
British Pop
'60s R&B
Fusion
West Coast
Rollin'
Light Fusion
Shuffle Rock
Power Pop
Power Rock
Hard Rock
Heavy Metal
Hip Hop
Techno
House Pop
Euro Dance
[Ballad/Acoustic]
Scat Ballad
Piano Pop
Guitar Trio
6/8 Ballad
Love Songs
Slow Pop
SunnyFeelin'
Piano Night
Guitar Pop
Latin Guitar
Symph.Ballad
Soulful Sax
Swing Ballad
Pop Ballad
8BeatBallad1
8BeatBallad2
Soft Ballad
12/8 Ballad
Chapel
Crystal
Piano Latin
Piano Waltz
ClasiclPolka
PianoClasic1
PianoClasic2
Guitar Bossa
Gtr.Fast Pop
Guitar Waltz
Harp
Strings
P.Pop 1
P.Classic 1
P.Slow Waltz
P.Night
P.Bossa Nova
P.Pop 2
P.Ragtime
P.Stride
P.Concerto 1
P.Classic 2
P.Ballad 1
P.Ballad 2
P.Swing Pop
P.Rock'nRoll
P.Waltz
P.Concerto 2
P.Concerto 3
P.Swing
P.Shuffle
P.Boogie
P.Slow Swing
P.'50s Rock
P.Latin
[Oldies/Country]
Rock'n'Roll1
Oldies 1
Rock'n'Roll2
Cntry Dreams
CountryBalad
HonkyTonkin'
Slow Dance
Twist
Surf'fun
Country Gtr.
Slow Oldies
OldtimeCntry
Rock'n'Roll3
JB Soul
Blues
D Country
Twostep
Country
'50s R&B
Summer Days
Oldies 2
Cajun
Train Beat
CountryWaltz
PianoRagtime
Charleston
Bluegrass
CountrySwing
Country Song
P.Country
Gt.Arpeggio
Outlaw
[Big Band/
Swing]
Smooth Jazz
LooseBigBand
Scat Swing 2
Fast Swing
Jazzy Choir
Organ Swing
Big Serenade
Big Band
Big Band Pop
Medium Swing
A Cappella
Stride Piano
Dixie
Jazz Waltz
Dixieland
Brush Swing
Jazz Quintet
Hula
Hawaiian
Cool Swing
Scat Swing 1
Slow Swing
Piano Jazz
Swing'in
Foxtrot 1
Foxtrot 2
Boogie
Piano Boogie
PianoShuffle
[Gospel/Latin]
Rhumba 1
Salsa
Trad. Tango
GospelBallad
Gospel
Soft Gospel
Mambo 1
Latin Festa
ModernChaCha
Gospel Shout
Gospel Pop
P.Gospel
Anthem
Revival
Samba 1
Samba 2
BossaNova 1
BossaNova 2
BossaNova 3
Fast Bossa
Slow Bossa
LatinTrumpet
Mambo 2
Rhumba 2
ChaCha 1
ChaCha 2
Son
Calypso
Reggae
Tango
Plena
Bomba
Merengue
Slow Beguine
Beguine
Latin Pop
Latin
Asian Rhumba
[Trad/Kids]
Raindrops
Music Hall
Slow Waltz
Kids Shuffle
Kids
Kids Dance
Broadway
Stage Waltz
Fast Waltz
Little Steps
Parade
MarchingBand
Polka
March
Irish
Tejano
Celtic
Circus
Party Waltz
Vienna Waltz
Musette
Scotland
Japan
Ireland
Festival
Cinema
WesternMovie
Balloon Trip
Black&White
SFX Movie
Western
Screen
Fanfare
Waltzing
SimpleMarch1
SimpleMarch2
Simple Waltz
Kids 4/4
Kids 6/8
Lullaby 4/4
Music Box
194
Appendix
Lijst van akkoorden
* symbool: De noten waaruit het akkoord bestaat
* symbool: Akkoord met een ‘ ’ kan worden gespeeld door alleen de toets(en) met ‘ ’ aan te slaan (pag. 60).
Cm7 ( 5 )
CC#DE EF
Cmaj7 C#maj7 Dmaj7 E maj7 Emaj7 Fmaj7
C7 C#7 D7 E 7 E7 F7
Cm C#m Dm E m Em Fm
Cm7 C#m7 Dm7 E m7 Em7 Fm7
Cdim C#dim Ddim E dim Edim Fdim
Dm7 ( 5 ) Em7 ( 5 )
Caug C#aug Daug E aug Eaug Faug
Csus4 C#sus4 Dsus4 E sus4 Esus4 Fsus4
C7sus4 C#7sus4 D7sus4 E 7sus4 E7sus4 F7sus4
Fm7 ( 5 )E m7 ( 5 )C#m7 ( 5 )
C6 C#6 D6 E 6 E6
Cm6 Dm6 Em6
F6
Fm6
C#m6 E m6
195
Lijst van akkoorden
Appendix
* symbool: De noten waaruit het akkoord bestaat
* symbool: Akkoord met een ‘ ’ kan worden gespeeld door alleen de toets(en) met ‘ ’ aan te slaan (pag. 60).
F# G A A B B
F#maj7 Gmaj7 A maj7 Amaj7 B maj7 Bmaj7
F#7 G7 A 7 A7 B 7 B7
F#m Gm A m Am B m Bm
F#m7 Gm7 A m7 Am7 B m7 Bm7
F#dim Gdim A dim Adim B dim Bdim
Gm7 ( 5 ) Am7 ( 5 ) Bm7 ( 5 )
F#aug Gaug A aug Aaug B aug Baug
F#sus4 Gsus4 A sus4 Asus4 B sus4 Bsus4
F#7sus4 G7sus4 A 7sus4 A7sus4 B 7sus4 B7sus4
B m7 ( 5 )A m7 ( 5 )F#m7 ( 5 )
G6
Gm6
A6A 6 B6
Bm6
B 6
B m6Am6A m6
F#6
F#m6
196
Appendix
Lijst van voorgeprogrammeerde songs
Folks (Folk songs)
Annie Laurie
© 1993 Roland Corporation
Londonderry Air
© 1993 Roland Corporation
AmazingGrace
© 1993 Roland Corporation
Ave Maria
© 1993 Roland Corporation
Clock
© 1998 Roland Corporation
Entertainer
© 1994 Roland Corporation
Greensleeves
© 1993 Roland Corporation
Hallelujah!
© 1993 Roland Corporation
Jingle Bells
© 1998 Roland Corporation
Les patineurs, Valse
© 1998 Roland Corporation
Little Brown Jug
© 1998 Roland Corporation
Marchin' In
© 1992 Roland Corporation
Silent Night, Holy Night
© 1998 Roland Corporation
Stagecoach
© 1994 Roland Corporation
EZ Classical (Klassiek)
Air sul G
© 1993 Roland Corporation
Fantasie-impromptu op.66
© 2001 Roland Corporation
Grande valse brillante
© 1995 Roland Corporation
Gymnopedie 1
© 1997 Roland Corporation
Liebestraume 3
© 2001 Roland Corporation
Mondschein
© 1994 Roland Corporation
Nocturne 9-2
© 1996 Roland Corporation
Petit chien
© 2001 Roland Corporation
Prelude28-15
© 1996 Roland Corporation
Traumerei
© 1996 Roland Corporation
TurkishMarch
© 1996 Roland Corporation
Ungarische Tanze V
© 1996 Roland Corporation
Jazzy (Jazz-achtig)
Preludelight
© 2003 Roland Corporation
Bluesky Rag
© 2000 Roland Corporation
Secret Agent
© 1992 Roland Corporation
Late Night Chopin
© 2002 Roland Corporation
Fly Free
© 1998 Roland Corporation
Sun Daze
© 1992 Roland Corporation
Keepers Tale
© 1992 Roland Corporation
CountOnBlues
© 1992 Roland Corporation
OneDown&Easy
© 1994 Roland Corporation
A PreludeTo:
© 1996 Roland Corporation
BachsBoppin'
© 1996 Roland Corporation
HungarianRag
© 1996 Roland Corporation
KismetsSalsa
© 1996 Roland Corporation
Matthew
© 1998 Roland Corporation
RollOverLudwig
© 1996 Roland Corporation
Kids (Voor kinderen)
Frog Song
© 1999 Roland Corporation
HoneybeeMarch
© 1999 Roland Corporation
Jingle Bell
© 1999 Roland Corporation
Little Fox
© 1999 Roland Corporation
Little Row
© 2001 Roland Corporation
LondonBridge
© 1999 Roland Corporation
Mary Lamb
© 1999 Roland Corporation
OldMacDonald
© 1999 Roland Corporation
The Cuckoo
© 1999 Roland Corporation
Twinkle
© 1999 Roland Corporation
197
Lijst van voorgeprogrammeerde songs
Appendix
Oefenstukken
Beyer 15
© 1996 Roland Corporation
Beyer 21
© 1996 Roland Corporation
Beyer 25
© 1996 Roland Corporation
Beyer 29
© 1996 Roland Corporation
Beyer 34
© 1996 Roland Corporation
Beyer 38
© 1996 Roland Corporation
Beyer 42
© 1996 Roland Corporation
Beyer 46
© 1996 Roland Corporation
Beyer 51
© 1996 Roland Corporation
Beyer 55
© 1996 Roland Corporation
Beyer 60
© 1996 Roland Corporation
Beyer 64
© 1996 Roland Corporation
Beyer 67
© 1996 Roland Corporation
Beyer 73
© 1996 Roland Corporation
Beyer 78
© 1996 Roland Corporation
Beyer 81
© 1996 Roland Corporation
Beyer 90
© 1996 Roland Corporation
Beyer 93
© 1996 Roland Corporation
Beyer 98
© 1996 Roland Corporation
Beyer 103
© 1996 Roland Corporation
Czerny100- 1
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-10
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-20
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-30
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-38
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-43
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-60
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-75
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-86
© 1995 Roland Corporation
Czerny100-96
© 1995 Roland Corporation
Openness
© 1999 Roland Corporation
Arabesque
© 1999 Roland Corporation
Pastoral
© 1999 Roland Corporation
SmallGathering
© 1999 Roland Corporation
Innocence
© 1999 Roland Corporation
Progress
© 1999 Roland Corporation
Clear Stream
© 1999 Roland Corporation
Gracefulness
© 1999 Roland Corporation
The Hunt
© 1999 Roland Corporation
TenderFlower
© 1999 Roland Corporation
Shepherdess
© 1999 Roland Corporation
Farewell
© 1999 Roland Corporation
Consolation
© 1999 Roland Corporation
AustrianDance
© 1999 Roland Corporation
Ballad
© 1999 Roland Corporation
Sighing
© 1999 Roland Corporation
Chatterbox
© 1999 Roland Corporation
Restlessness
© 1999 Roland Corporation
Ave Maria
© 1999 Roland Corporation
Tarantella
© 1999 Roland Corporation
AngelHarmony
© 1999 Roland Corporation
Gondola Song
© 1999 Roland Corporation
The Return
© 1999 Roland Corporation
The Swallow
© 1999 Roland Corporation
KnightErrant
© 1999 Roland Corporation
Invention 1
© 2000 Roland Corporation
Invention 2
© 2000 Roland Corporation
Invention 3
© 2000 Roland Corporation
Invention 4
© 2000 Roland Corporation
Invention 5
© 2000 Roland Corporation
Invention 6
© 2000 Roland Corporation
Invention 7
© 2000 Roland Corporation
Invention 8
© 2000 Roland Corporation
Invention 9
© 2000 Roland Corporation
Invention 10
© 2000 Roland Corporation
Invention 11
© 2000 Roland Corporation
Invention 12
© 2000 Roland Corporation
Invention 13
© 2000 Roland Corporation
Invention 14
© 2000 Roland Corporation
Invention 15
© 2000 Roland Corporation
Oefenstukken
198
Lijst van voorgeprogrammeerde songs
Appendix
* Alle rechten voorbehouden. Onrechtmatig gebruik van dit
materiaal voor andere doelen dan privé-gebruik voor eigen
vermaak is een schending van de van toepassing zijnde wetten.
Meesterstukken
Songbestanden uit dit genre komen overeen met de
bijgesloten verzameling gedrukte bladmuziek, genaamd
‘Roland 60 Classical Piano Masterpieces’.
Sonate No.15
© 1996 Roland Corporation
Liebestraume 3
© 2001 Roland Corporation
Etude op10-3
© 2001 Roland Corporation
Je te veux
© 1997 Roland Corporation
Valse op64-1
© 2001 Roland Corporation
Golliwog'sCakewalk
© 1995 Roland Corporation
FantaisieImpromptu
© 2001 Roland Corporation
Arabesque 1
© 1995 Roland Corporation
Blauen Donau
© 1996 Roland Corporation
Auf Flugeln des Gesanges
© 1996 Roland Corporation
Mazurka No.5
© 1995 Roland Corporation
Gymnopedie 1
© 1997 Roland Corporation
Etude op25-1
© 1995 Roland Corporation
ClairDeLune
© 1998 Roland Corporation
Etude op10-5
© 2001 Roland Corporation
Dr.GradusAdParnassum
© 1995 Roland Corporation
Grande Valse Brillante
© 1995 Roland Corporation
La priere d'une Vierge
© 1996 Roland Corporation
Course en Troika
© 1996 Roland Corporation
ToTheSpring
© 1996 Roland Corporation
Valse op64-2
© 1996 Roland Corporation
RadetzkyMarsch
© 1996 Roland Corporation
Traumerei
© 1996 Roland Corporation
MomentsMusicaux 3
© 1996 Roland Corporation
Prelude op28-15
© 1996 Roland Corporation
HarmoniousBlacksmith
© 1996 Roland Corporation
Ungarische Tanze 5
© 1996 Roland Corporation
Turkischer Marsch
(Beethoven)
© 1996 Roland Corporation
NocturneNo.2
© 1996 Roland Corporation
Fruhlingslied
© 1996 Roland Corporation
Praludium
© 1996 Roland Corporation
Jagerlied
© 1996 Roland Corporation
MenuetAntique
© 1996 Roland Corporation
Fur Elise
© 1996 Roland Corporation
Turkischer Marsch (Mozart)
© 1996 Roland Corporation
Standchen
© 1996 Roland Corporation
Humoreske
© 1996 Roland Corporation
Blumenlied
© 1996 Roland Corporation
Alpenglockchen
© 1996 Roland Corporation
Menuett Gdur (Beethoven)
© 1996 Roland Corporation
Venezianisches Gondellied
© 1996 Roland Corporation
Alpenabendrote
© 1996 Roland Corporation
Farewell to the Piano
© 1996 Roland Corporation
Brautchor
© 1996 Roland Corporation
Waterloo
© 1996 Roland Corporation
WienerMarsch
© 1996 Roland Corporation
Le Coucou
© 1996 Roland Corporation
Menuett Gdur (Bach)
© 1992 Roland Corporation
Spinnerlied
© 1996 Roland Corporation
Gavotte
© 1996 Roland Corporation
Heidenroslein
© 1996 Roland Corporation
ZigeunerTanz
© 1996 Roland Corporation
Cinquantaine
© 1996 Roland Corporation
Csikos Post
© 1996 Roland Corporation
Dolly'sDreaming Awakening
© 1996 Roland Corporation
La Violette
© 1996 Roland Corporation
Frohlicher Landmann
© 1996 Roland Corporation
Sonatine36-1 (Clementi)
© 1996 Roland Corporation
Sonatine20-1 (Kuhlau)
© 1996 Roland Corporation
SonatineNo.5 (Beethoven)
© 1996 Roland Corporation
Meesterstukken
199
Appendix
Lijst van ritmepatronen
Patronen die met behulp van
de [Rhythm]-knop
geselecteerd kunnen worden
’Ritme spelen’ (pag. 56)
Patronen die met behulp van
de bewerkingsfuncties
geselecteerd kunnen worden
‘Ritmepatronen kopiëren om ritmepartijen te
creëren’ (pag. 137)
Maat Patroon naam
2/2
March
Swing
0/4 Stick
2/4
March
Country
Samba
3/4
Waltz 1
Waltz 2
Waltz 3
Country Waltz
Gospel
Jazz Waltz
3/4 Simple
4/4
8-Beat 1
8-Beat 2
8-Beat 3
16-Beat 1
16-Beat 2
16-Beat 3
Rock 1
Rock 2
Swing 1
Swing 2
Shuffle 1
Shuffle 2
Brush
Triplet
March 1
March 2
Tango 1
Tango 2
Mambo 1
Mambo 2
House 1
House 2
House 3
Bossa Nova
Samba 1
Samba 2
Rhumba
Beguine
8-Beat 4
8-Beat 5
4/4
8-Beat 6
16-Beat 4
16-Beat 5
Rock 3
Rock 4
4/4 Simple
5/4 5/4
6/4 6/4
7/4 7/4
3/8 3/8
6/8
Ballad
March
Swing
6/8 Simple
9/8 9/8
12/8 12/8
Patroon naam (Maat)
Maten
March (2/2) 2
Swing (2/2) 8
Stick (0/4) 1
March (2/4) 2
Country(2/4) 8
Samba (2/4) 4
Waltz 1(3/4) 4
Waltz 2(3/4) 4
Waltz 3(3/4) 1
CntryWltz (3/4) 2
Gospel (3/4) 4
JazzWaltz (3/4) 4
3/4 Simple (3/4) 1
8-Beat1 (4/4) 2
8-Beat2(4/4) 2
8-Beat3(4/4) 4
16-Beat1(4/4) 2
16-Beat2(4/4) 2
16-Beat3(4/4) 4
Rock 1 (4/4) 2
Rock 2 (4/4) 2
Swing 1(4/4) 4
Swing 2(4/4) 1
Shuffle1(4/4) 2
Shuffle2(4/4) 1
Maat Patroon naam
Brush (4/4) 2
Triplet(4/4) 2
March 1(4/4) 1
March 2(4/4) 2
Tango 1(4/4) 2
Tango 2(4/4) 2
Mambo 1(4/4) 2
Mambo 2(4/4) 2
House 1(4/4) 2
House 2(4/4) 2
House 3(4/4) 1
BossaNova(4/4) 2
Samba 1(4/4) 1
Samba 2(4/4) 1
Rhumba (4/4) 2
Beguine(4/4) 1
8-Beat4(4/4) 1
8-Beat5(4/4) 2
8-Beat6(4/4) 1
16-Beat4(4/4) 1
16-Beat5(4/4) 2
Rock 3 (4/4) 2
Rock 4 (4/4) 2
4/4Simple(4/4) 1
5/4 (5/4) 2
6/4 (6/4) 2
7/4 (7/4) 2
3/8 (3/8) 4
Ballad (6/8) 4
March (6/8) 4
Swing (6/8) 4
6/8Simple(6/8) 2
9/8 (9/8) 2
12/8 (12/8) 2
CountIn1(4/4) 2
CountIn2(3/4) 2
C.InSwing(4/4) 1
Fill In1(4/4) 1
Fill In2(4/4) 1
Fill In3(4/4) 1
Ending 1(4/4) 1
Ending 2(4/4) 1
Ending 3(4/4) 1
Patroon naam (Maat)
Maten
200
Appendix
Parameters, die in het interne
geheugen opgeslagen kunnen worden
In het gebruikersprogramma
opgeslagen parameters
De instellingen van uitvoeringen opslaan (‘User Program’)’ op pag. 122
Parameters, die bij de back-up van
het geheugen opgeslagen worden
’De instellingen laten onthouden, zelfs wanneer de spanning van de KR
wordt uitgeschakeld (‘Memory Backup’)’ op pag. 164.
Parameters die, indien <Options> in het scherm ‘Ge-
bruikersprogramma’s’ op ‘Delayed’ (Vertraagd) is in-
gesteld, onmiddellijk veranderen nadat de naam van
het gebruikersprogramma is aangeraakt
Orgel
Roterend effect (langzaam, snel),
Op het scherm voorbijkomen van de notatie
(rechterhand, linkerhand), percussie
Geselecteerde ge-
luidssoort voor de
rechterhand, ge-
luidssoort bij ge-
lijktijdige
uitvoering, ge-
luidssoort voor de
linkerhand
Geluidssoort, Verschuiving van octaven,
Effect, (type, sterkte, aan/uit)
Bastoon, akkoordtoon
Part Balance Klavierpartijen
Melody Intelligent Aan/uit, type
Klaviermodus
Gescheiden uitvoering aan/uit, Gelijktijdige
uitvoering aan/uit, Linkerhand aan/uit,
Klavier transponeren, Scheidingspunt
Instellingen van
de pedalen
Functies toekennen aan het linker- en
middenpedaal
Instellingen van
de uitvoerings-
knoppen
Style Orchestrator/Gebruikersfunctie, Ge-
bruikersfunctie, Frase, Style Orchestrator-
waarden, die aan de uitvoeringsknoppen
zijn toegekend
Instellingen van het klavier
(One-Touch Piano/One-Touch Arranger/andere instellingen)
Galm
Aan/uit, type, diepte
Stemeffecten
Aan/uit, echo (type, sterkte), Stemomvor-
mer, Harmonist, Stemomvormer/
Harmonist, muziekbestanden
Ombuigingsbereik
MIDI-instellingen
voor het gebruik-
ersprogramma
PC-nummer, Bank Select LSB, Bank
Select MSB, PC
Equalizer
Aan/uit, niveau van elk van de schuiven,
niveau van de hoofdschuif.
Parameters die, indien <Options> in het scherm ‘Ge-
bruikersprogramma’s’ op ‘Delayed’ (Vertraagd) is in-
gesteld, pas veranderen nadat de naam van het
gebruikersprogramma gedurende enkele tellen is
aangeraakt
Muziekstijl
Tempo
Part Balance
Begeleidingspartij
‘Arranger’-
instellingen
Begeleiding aan/uit,
Chord Intelligence aan/uit,
Leidende bas aan/uit, Origineel/Variatie,
Sync Start aan/uit,
<Accomp>-instelling voor Arranger-
configuratie, Style Orchestrator, Divisie
Parameters van
de geluids-
soorten
Verschuiving van octaven
Effecten: aan/uit, type, sterkte
Systeem-
parameters
One-Touch Piano-instellingen:
Deksel, Stemmen (stemmen, toonhoogte,
Stretch Tuning), Resonantie (type, sterkte),
Toetsaanslag, Snaarresonantie (aan/uit,
sterkte), Hamerreactie (aan/uit, sterkte)
Metronoom: geluid
Aftellen: maten, geluid
Aftellen aan einde van intro: geluid
Taal
Openingsboodschap
Touch-screen
Sporen toekennen
Galm: aan/uit, type, diepte
Surround: uit/begeleiding/galm
Surround: aan/uit voor elke partij, diverse
instellingen
Instellingen van Uitgaande Aux-aansluiting
CD-volume (alleen bij instrumenten met ‘Mo-
ving Key’-functie)
Hoofdvolume (alleen bij instrumenten met
‘Moving Key’-functie)
‘Moving Key’ aan/uit (alleen bij instrumenten
met ‘Moving Key’-functie)
Instelling van de afstandsbediening (alleen
bij instrumenten met ‘Moving Key’-functie)
Parameters die, indien <Options> in het scherm ‘Ge-
bruikersprogramma’s’ op ‘Delayed’ (Vertraagd) is in-
gesteld, onmiddellijk veranderen nadat de naam van
het gebruikersprogramma is aangeraakt
201
Appendix
Muziekbestanden die de KR kan gebruiken
Wat zijn muziekbestanden?
Muziekbestanden bevatten informatie die de details van een muzie-
kuitvoering beschrijven, zoals ‘de toets C3 op het klavier werd zo
lang met zoveel kracht ingedrukt’. Door de floppydisk in de disk-
drive van de KR te doen, wordt de informatie over de uitvoering van
de floppydisk naar de piano verzonden, en door de piano getrouw
gespeeld. Dit is anders dan een CD, omdat het muziekbestand geen
opname van het geluid zelf bevat. Dit maakt het mogelijk om
bepaalde delen te wissen, om instrumenten, tempo’s en toonhoogten
vrijelijk te veranderen, waardoor u de muziek op veel verschillende
manieren kunt gebruiken.
Copyright
Het is bij de wet verboden, de songgegevens die op de bij dit pro-
duct meegeleverde datadisk staan zonder toestemming van de hou-
der van het copyright anders te gebruiken dan voor privé-gebruik en
voor eigen vermaak. Daarnaast mogen deze gegevens niet worden
gekopieerd, noch worden gebruikt in een secondair werk waarop
copyright rust, zonder de toestemming van de houder van het copy-
right.
De KR maakt het u mogelijk om
de volgende muziekbestanden
te gebruiken:
Floppydisks met gegevens die zijn opgeslagen op een instrument
uit de Roland MT-serie of de Roland Piano Digital HP-G/R- en
KR-serie.
Roland Digitale Piano-compatible muziekbestanden
Het originele Roland-muziekbestand is specifiek gemaakt voor
het oefenen op de piano. Sommige bestanden volgen een instruc-
tieprogramma, waarbij een complete lesserie gevolgd kan wor-
den, zoals ‘beide handen apart oefenen’of ‘alleen naar de
begeleiding luisteren’.
SMF-muziekbestanden (720 KB/1,44 MB-formaat)
SMF’s (‘Standard MIDI Files’, oftewel standaard MIDI-bestan-
den) gebruiken een standaardformaat voor muziekbestanden dat
zodanig geformuleerd is, dat bestanden die muziekbestanden
bevatten, eenvoudig gebruikt kunnen worden in combinatie met
vele soorten muziekapparatuur, ongeacht de fabrikant ervan. Er
is een enorme verzameling muziek beschikbaar, of het nu is om
naar te luisteren, om met muziekinstrumenten te oefenen, om
voor Karaoke te gebruiken, enz.
* Indien u SMF-muziekbestanden wilt aanschaffen, raadpleeg dan
de leverancier waar u uw KR heeft gekocht.
SMF with Lyrics
‘SMF with Lyrics’ verwijst naar SMF (Standard MIDI File)-bestanden
die teksten bevatten. Wanneer muziekbestanden die het ‘SMF with
Lyrics’-logo dragen, worden afgespeeld op een apparaat dat compa-
tible is (dus een apparaat dat hetzelfde logo draagt), zullen de tek-
sten op het scherm verschijnen.
De KR-geluidsgenerator
De KR wordt geleverd met GM2/GS-geluidsgeneratoren.
General MIDI
General MIDI (algemene MIDI) is een serie aanbevelingen, waarmee
men probeert om de beperkingen van eigen ontwerpen te omzeilen
en de MIDI-mogelijkheiden van geluidsgenererende apparaten te
standaardiseren. Geluidsgenererende apparatuur en muziekbestan-
den die aan de General MIDI-standaard voldoen, dragen het General
MIDI-logo. Muziekbestanden die van dit logo zijn voorzien, kunnen
worden afgespeeld op elk General MIDI-geluidsgenererend appa-
raat om in wezen dezelfde muziekuitvoering af te spelen.
General MIDI 2
De in nog grotere mate compatible General MIDI 2-aanbevelingen
gaan verder waar het oorspronkelijke General MIDI ophoudt, door-
dat het nog geavanceerdere uitdrukkingsmogelijkheden en een nog
betere compatibiliteit biedt. Onderwerpen die in het oorspronkelijke
General MIDI niet aan bod kwamen, zoals hoe klanken moeten wor-
den bewerkt en hoe men met effecten moet omgaan, zijn in General
MIDI 2 precies geformuleerd. Bovendien is het aantal beschikbare
klanken uitgebreid. Geluidsgenererende apparatuur die met General
MIDI 2 kan werken, kan muziekbestanden die het logo van General
MIDI, danwel General MIDI 2 dragen, getrouw afspelen.
In sommige gevallen wordt de conventionele vorm van General
MIDI, die de nieuwe ontwikkelingen niet bevat, ook wel ‘General
MIDI 1’ genoemd om dit te onderscheiden van General MIDI 2.
GS Formaat
Het GS-formaat is Rolands serie specificaties om de uitvoering van
geluidsgenererende apparatuur te standaardiseren. Behalve dat het
alle definities van General MIDI ondersteunt, biedt het zeer compati-
ble GS-formaat een uitgebreid aantal geluiden, maakt het bewerking
van klanken mogelijk en biedt het tot in detail uitgewerkte extra
mogelijkheden, waaronder effecten als galm en ‘chorus’ (voor een
vollere klank). Omdat het ontworpen is met het oog op de toekomst,
is het GS-formaat klaar om nieuwe klanken te accepteren en nieuwe
hardwaremogelijkheden te ondersteunen wanneer die er komen.
Omdat het een nog betere compatibiliteit biedt met General MIDI,
kan Rolands GS-formaat GM-partituren even getrouw afspelen als
GS-muziekbestanden (muziekbestanden die met het GS-formaat in
het achterhoofd ontworpen zijn). Dit product ondersteunt zowel
General MIDI 2 als het GS-formaat en kan gebruikt worden om
muziekgegevens af te spelen die één van deze beide logo’s dragen.
XG lite
XG is een geluidsgenerator van YAMAHA Corporation die (in aan-
vulling op de specificatie van General MIDI 1) de manier waarop
stemmen worden uitgebreid of bewerkt, en tevens de structuur en
het type van effecten bepaalt. XGlite is een versimpelde versie van
het XG klankgeneratieformaat. U kunt met een XGlite klankgenera-
tor alle XG-muziekbestanden afspelen. Wees u er echter van bewust
dat sommige muziekbestanden vergeleken bij de oorspronkelijke
bestanden wellicht anders afgespeeld worden vanwege de beperkte
serie regelparameters en effecten.
202
Functie...
Basic
Channel
Mode
Note
Number :
Velocity
After
Touch
Pitch Bend
Control
Change
Prog
Change
System Exclusive
System
Common
System
Real Time
Aux
Message
Notes
Verzonden Herkend Opmerkingen
Default
Changed
Default
Messages
Altered
True Voice
Note ON
Note OFF
Key’s
Ch’s
0, 32
1
5
6, 38
7
10
11
64
65
66
67
84
91
93
98, 99
100, 101
: True #
: Song Pos
: Song Sel
: Tune
: Clock
: Commands
: All sound off
:
Reset all controllers
: Local Control
: All Notes OFF
: Active Sense
: Reset
1
1
16
Mode 3
x
O
x 8n v=64
15–113
x
x
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O
O (Reverb)
O (Chorus)
O
O
0–127
**************
O
x
x
x
O
x
x
x
x
x
O
x
1–16
1–16
Mode 3
Mode 3, 4 (M=1)
O
x
0–127
0–127
O
O
O
O
0–127
O
x
x
x
x
x
O (120, 126, 127)
O
O
O (123–125)
O
x
Bank select
Modulation
Portamento time
Data entry
Volume
Panpot
Expression
Hold 1
Portamento
Sostenuto
Soft
Portamento control
Effect1 depth
Effect3 depth
NRPN LSB, MSB
RPN LSB, MSB
* 1 O x is selectable by SysEx.
* 2 Recognized as M=1 even if M=1.
DIGITAL PIANO
Model KR-17/15
Versie : 1.00
MIDI Implementatiekaart
**************
**************
Mode 1 : OMNI ON, POLY
Mode 3 : OMNI OFF, POLY
Mode 2 : OMNI ON, MONO
Mode 4 : OMNI OFF, MONO
O : Ja
X : Nee
* 2
Program number 1–128
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
*1
MIDI Implementation Chart
203
Appendix
Belangrijkste specificaties
KR-17M KR-15M KR-15
<Keyboard>
Klavier 88 toetsen (klavier met progressieve hameractie en échappement)
Toetsgevoeligheid 100 niveaus
Klavierinstellingen
Geheel, Gescheiden (verplaatsbaar scheidingspunt), Gelijktijdig, Arranger, Piano Style Arranger,
Handmatige drums / Geluidseffecten (‘SFX’)
Moving Key Ja - - -
<Geluidsgenerator> in overeenstemming met GM2 / GS / XG Lite
Max. polyfonie 128 tonen
Geluidssoorten (Zoeken van gelu-
idssoorten op voorwaarden en op
letters)
6 groepen met in totaal 691 variaties (waarvan 16 drumgroepen en 2 geluidseffectgroepen)
Temperament 8 typen, selecteerbare grondtoon
Stretched Tuning 2 typen
Stemmen 415,3 Hz-466,2 Hz (regelbaar in eenheden van 0,1 Hz)
Transpositie
Toonhoogte transponeren (-6-+5 in eenheden van halve noten), Af te spelen muziek transponeren (-24-
+24 in eenheden van halve noten)
Effecten
Galm (16 typen, 127 niveaus), Chorus (8 typen, 127 niveaus), Sympathieke resonantie, Roterend effect
en 45 andere typen, Advanced 3D met Surround, Fysieke dempersimulatie (Geavanceerde resonantie)
Equalizer 5-bands, met schuif voor totale balans (‘Master’)
<Arranger>
Muziekstijlen (Zoeken van muz-
iekstijlen op voorwaarden en op
letters)
6 groepen, 231 stijlen x 4 typen
(Style Orchestrator)
6 groepen 228 stijlen x 4 typen (Style Orchestrator)
Muziekassistent (Zoeken op voor-
waarden en op letters)
Meer dan 140 groepen x 4 voorinstellingen
Programmeerbare muziekstijlen Stijlmodificator, Stijlcomponist
Melody Intelligence 24 typen
Bediening
Start/Stop, Intro/Ending (2 typen voor elke stijl), Sync Start, Fill In (Variatie, Origineel), Arranger,
Reset, Aftellen na intro, Aftellen, Melody Intelligence, Pauze, Leidende Bas, Geen akkoord, Fade-in,
Fade-out, Halve Fill In (Variatie, Origineel), Chord Intelligence, Style Orchestrator
<Gebruikersprogramma’s>
Voorgeprogrammeerd 36
Floppydisk Max. 99 sets
<Ritmepartner> Metronoom, Ritme
Tempo Kwartnoot = 20-250
Maat 2/2, 0/4, 2/4, 3/4, 4/4, 5/4, 6/4, 7/4, 3/8, 6/8, 9/8, 12/8
Volume 10 niveaus
Metronoompatroon 11 patronen
Metronoomklank 8 typen
Ritmepatroon 59 patronen
<Composer>
Sporen 5 sporen / 16 sporen
Song 1 song
Noten opslaan Ca. 30.000 noten
Resolutie 120 tikken per kwartnoot
Opnamemodus
Directe opname (Vervangende opname, Gemengde opname, Auto Punch In, Handmatige Punch In,
Herhaalde opname, Tempo), Stap (Akkoordsequencer), Beat Map
Bewerking
Kopiëren, Kwantiseren, Verwijderen, Tussenvoegen, Wissen, Transponeren, Partijen uitwisselen,
Notencorrectie, PC-bewerking
204
Belangrijkste specificaties
Appendix
In het belang van productontwikkeling kunnen de specificaties en/of het uiterlijk van dit apparaat zonder voorafgaande
melding gewijzigd worden.
Bediening
Song selecteren, Reset, Play/Stop, Rec, Bwd, Fwd, Alle songs afspelen, Willekeurig afspelen, Spoor
selecteren, Aftellen, Aftellen na intro, Balans bij het afspelen, Merktekens aanbrengen, Herhalen, tempo
fixatie
Andere functies
Raak de noten aan, Replay, Diverse geluidssoorten selecteren, Songstylist, Sessiepartner, Wonderland/
Spel, Snelle rondleiding, Beluisteren, Paneelvergrendeling
<Diskdrive / Opslaan op disk> 3,5 inch-floppydisk
Diskformaat 720 K bytes (2DD), 1.44 M bytes (2HD)
Bestanden Max. 99 songs, max. 99 gebruikersstijlen, max. 99 sets gebruikersprogramma’s
Noten opslaan Ca. 120.000 noten (2DD), ca. 240.000 noten (2HD)
Software die gespeeld kan
worden
Song: standaard MIDI-bestanden (formaat 0/1), Roland Original-formaat (i-formaat)
Muziekstijlen: MSA, MSD, MSE
Opslaan
Song: standaard MIDI-bestanden (formaat 0), Roland Original-formaat (i-formaat)
Muziekstijlen: MSE
CD-speler
Alleen lezen, afspeelbare disks: audio-CD’s (CD-DA), Data-CD’s (SMF)
- - -
<Intern geheugen>
Voorgeprogrammeerde songs
(Songs zoeken op voorwaarden
en op letters)
Meer dan 170 songs
Gebruikersgeheugen Max. 200 songs in Favorieten, max. 99 gebruikersstijlen, max. 99 sets gebruikersprogramma’s
<Diversen>
Gespecificeerd vermogen 70W x 4 70W x 2
Luidsprekers
20 cm x 2, 16 cm x 2, 8 cm x 2, 5 cm
x 2
20 cm x 2, 5 cm x 2
Scherm
Stuiterende maatindicator, Grafisch LCD-kleurenscherm 320 x 240 dots (van achteren verlicht LCD-
scherm)
Notatie
Notenbalk voor vleugel / notenbalk met G-sleutel / notenbalk met F-sleutel; met notennaam /
teksten / akkoorden / vingerzetting
Talen Engels / Japans / Duits / Frans / Spaans
Teksten Ja (ingebouwd, extern scherm, MIDI-Uitgaand
Bediening Volume, helderheid, volumebalans, contrast, microfoonvolume
One Touch Program One Touch Piano, One Touch Arranger
Pedalen
Demperpedaal (herkenning van diepte waarmee pedaal wordt ingedrukt), Zacht-pedaal, (herkenning
van diepte waarmee pedaal wordt ingedrukt, 36 functies toe te kennen), Sostenuto-pedaal (36 functies
toe te kennen)
Stemeffecten Echo, Stemomvormer, Vocal Keyboard, Harmonist
Aansluitingen
Uitgaande aansluitingen (L/Mono, R), Uitgaande Aux-aansluitingen (L/Mono, R), Ingaande aansluit-
ingen (L/Mono, R), Ingaande microfoonaansluiting, 2 stereo koptelefoonaansluitingen, Ingaande
MIDI-aansluiting, Uitgaande MIDI-aansluiting, Computeraansluiting, Pedaalaansluiting (8-pins-DIN-
aansluiting), Aansluiting t.b.v. expressiepedaal, Aansluiting t.b.v. extern scherm (15-pins-D-subtype)
Spanningsbron 117 Volt AC, 230 Volt AC, 240 Volt AC
Stroomverbruik 330 W 260 W 180 W
Afmetingen excl. pianostandaard
(Lengte x Diepte x Hoogte)
1502 x 1580 x 1000 mm 1465 x 938 x 912 mm
Afmetingen incl. pianostandaard
(Lengte x Diepte x Hoogte)
1502 x 1580 x 1773 mm 1465 x 938 x 1431 mm
Gewicht (inclusief pianostandaard)
230 kg 130 kg 110 kg
Accessoires
Snelle start, gebruikershandleiding, CD ‘Roland 60 Klassieke
Meesterstukken voor Piano’ (CD met muziekgegevens met zang),
netsnoer, onderhoudsset, toetsloper, afstandsbediening, batterijen
Snelle start, gebruikershan-
dleiding, CD ‘Roland 60 Klass-
ieke Meesterstukken voor
Piano’, netsnoer, onderhouds-
set, toetsloper
KR-17M KR-15M KR-15
205
SS **” verwijst naar een pagina in de Snelle Start.
Index
Numeriek
16-spoors-sequencer................................................................ 127
A
Aangesloten
Expressiepedaal................................................................. 172
Aansluiten van…
Audioapparatuur .............................................................. 176
Computer ........................................................................... 178
Externe luidspreker........................................................... 177
MIDI-apparaat................................................................... 172
Advanced 3D ............................................................................. 38
Afsluiting (Einde)................................................................ 58, 67
Afspelen...................................................................................... 77
Alle voorgeprogrammeerde songs................................... 78
Herhalen............................................................................. 102
In een vast tempo (‘Tempo Mute’) ................................... 97
In willekeurige volgorde.................................................... 78
Song van CD ........................................................................ 83
Song van floppydisk........................................................... 77
Afstandsbediening .......................................................85-86, 167
Aftellen (Count In) .................................................................... 98
Instellingen......................................................................... 160
Aftellen aan einde van intro (Countdown) ........................... 68
Instellingen......................................................................... 161
Akkoorden............................................................................ 60, 90
Akkoorden, lijst van................................................................ 194
Akkoordsequencer .................................................................. 134
Akkoordtoon...................................................................... 67, 159
Akkoordtype .............................................................................. 60
Arranger Config ...................................................................... 159
As SMF...................................................................................... 118
Audioapparatuur .................................................................... 176
Automatische begeleiding ....................................................... 58
Auto Punch-In/Out ................................................................ 133
Aux-aansluiting ................................................................. 14, 177
B
[Balance]-knop ........................................................................... 75
Balans .......................................................................................... 75
Bank Select LSB........................................................................ 175
Bank Select MSB ...................................................................... 175
Basisscherm ................................................................................ 24
Basistempo................................................................................ 142
Bastoon................................................................................ 67, 159
Beat Map ................................................................................... 141
Begeleiding (Accompaniment)....................................................
Starten en stoppen............................................................... 66
Sync Start (Synchronische start)........................................ 66
Beschermingslabel................................................................... 114
Bewerking................................................................................. 135
Blanco opname......................................................................... 132
[Brilliance]-knop ........................................................................ 22
[Bwd]-knop................................................................................. 78
C
Calibratie................................................................................... 165
CD........................................................................................ 83, 171
CD-instellingen........................................................................ 171
CD-lade ....................................................................................... 14
CD-speler.................................................................................... 82
CD-spelerlampje ........................................................................ 14
Chord Finder.............................................................................. 61
Chord Intelligence..................................................................... 60
Clef L ........................................................................................... 90
Clef R........................................................................................... 90
Compatibiliteit ......................................................................... 118
Composer MIDI Out ............................................................... 175
Computer.................................................................................. 178
Computeraansluiting.............................................................. 178
Computerschakelaar ............................................................... 178
Contrast....................................................................................... 24
Contrastknop.............................................................................. 24
D
Demperpedaal............................................................................ 21
Diskdrive .................................................................................. 114
Divisies........................................................................................ 58
Drumritmen, lijst van.............................................................. 186
DRUMS........................................................................... SS 5
Drums...................................................................... SS 14, 28
E
Echo ............................................................................................. 44
Effecten........................................................................................ 42
Effecten, lijst van...................................................................... 191
Einde (Afsluiting) ................................................................ 58, 67
‘Eject’-knop
CD-speler.............................................................................. 14
‘Eject’-knop
Diskdrive ............................................................................ 114
Equalizer..................................................................................... 40
[Equalizer]-knop........................................................................ 40
Export.......................................................................................... 91
Expressiepedaal ....................................................................... 172
Expressiepedaalaansluiting ..................................................... 14
Extern scherm .................................................................... 23, 163
Aansluiting voor extern scherm........................................ 23
F
Fabrieksinstelling
Gebruikersgeheugen......................................................... 165
Touch-screen ............................................................................ 165
206
SS **” verwijst naar een pagina in de Snelle Start.
Fabrieksinstellingen herstellen.............................................. 165
Favorieten........................................................................... 80, 116
Toevoegen ............................................................................ 80
Verwijderen.......................................................................... 81
Fill In ........................................................................................... 69
Fill In To Original ...................................................................... 58
Fill In To Variation .................................................................... 58
Floppydisk................................................................................ 114
Formaat
Floppydisk ......................................................................... 114
Foutmeldingen......................................................................... 183
Frase ............................................................................................ 71
Functies ............................................................................. 152, 155
[Fwd]-knop................................................................................. 78
G
Galm ............................................................................................ 33
Gebruikersafbeeldingen, weergave van .............................. 163
Gebruikersfuncties .................................................................. 157
Gebruikersgeheugen............................................................... 149
Formatteren........................................................................ 165
Gebruikersprogramma ........................................................... 122
Kopiëren ............................................................................. 125
Laden .................................................................................. 124
Oproepen.................................................................................. 123
Opslaan ..................................................................................... 123
PC-nummers verzenden......................................................... 126
Toevoegen ................................................................................ 122
Verwijderen.............................................................................. 125
Gebruikersstijl.................................................................... 63, 144
Kopiëren ................................................................................... 151
Opslaan ..................................................................................... 149
Verwijderen.............................................................................. 150
Geheugen, back-up van het ................................................... 164
Gelijktijdige uitvoering............................................................. 30
Gelijktijdige uitvoering, geluidssoort..................................... 30
Gelijktijdige uitvoering, set .......................................... SS 14
Geluidseffecten .......................................................................... 28
Geluidseffecten (SFX) .......................................... SS 5, SS 14
Geluidseffecten (SFX), lijst van.............................................. 190
Geluidsgenerator..................................................................... 201
Geluidssoort van de linkerhand.............................................. 73
Geluidssoort van de rechterhand............................................ 30
GELUIDSSOORTEN ...................................................... SS 5
Geluidssoorten instellen......................................................... 129
Geluidssoorten, lijst van......................................................... 184
Geluidssoorten zoeken ............................................................. 29
Geluid uitschakelen (‘Mute’) ........................................... 99, 128
Gemengde opname ................................................................. 131
General MIDI ........................................................................... 201
General MIDI ......................................................................... 2201
Gescheiden uitvoering.............................................................. 74
Grondtoon .................................................................................. 60
GS............................................................................................... 201
GS-formaat................................................................................ 201
H
Hamerreactie............................................................................ 154
Handmatige Punch-In/Out ................................................... 133
Harmonist..............................................................................46-47
Herhaalde opname.................................................................. 132
Herhalen ................................................................................... 102
Herhalingspedaal ...................................................................... 88
Herstellen van de fabrieksinstellingen................................. 165
I
Icoon ............................................................................................ 25
i-formaat ................................................................................... 118
Ingaande aansluitingen .......................................................... 176
Intro ....................................................................................... 58, 66
[Intro/Ending]-knop................................................................. 66
Intro/Einde, type....................................................................... 66
K
Karaoke ....................................................................................... 51
Key Template.................................................................. SS 3
Klepgat........................................................................................ 18
Klepstokken................................................................................ 18
Kopiëren (bewerking van songs) .......................................... 136
Kopiëren van…
Gebruikersprogramma’s .................................................. 125
Gebruikersstijlen ............................................................... 151
Songs ................................................................................... 120
Koptelefoon ................................................................................ 22
Koptelefoonaansluiting ............................................................ 22
Kwantiseren (bewerking van songs) .................................... 137
L
Layer Set ....................................................................... SS 14
Leidende bas ............................................................................ 158
Leraar .......................................................................................... 92
Leraarscherm.............................................................................. 92
Locale aansturing .................................................................... 174
lyrics (teksten)............................................................................ 25
M
Maat
Metronoom........................................................................... 53
Ritme ..................................................................................... 56
Maatlampje............................................................................... 164
‘Meezingen’ (Sympathieke resonantie).................................. 21
Melody Intelligence................................................................... 72
[Melody Intelligence]-knop...................................................... 72
Merkteken......................................................................... 100, 160
207
SS **” verwijst naar een pagina in de Snelle Start.
Aanbrengen........................................................................ 100
Herhalen............................................................................. 102
Verplaatsen ........................................................................ 101
Wissen................................................................................. 101
Metronoom................................................................................. 52
Animatie ............................................................................... 55
Geluid ................................................................................... 54
Maat ...................................................................................... 53
Patroon.................................................................................. 55
Volume ................................................................................. 54
[Metronoom]-knop.................................................................... 52
MIC ................................................................................ SS 5
Mic In-aansluiting ..................................................................... 22
Microfoon ................................................................................... 22
[Mic Volume]-knop................................................................... 22
MIDI .......................................................................................... 172
MIDI-aansluiting ..................................................................... 172
MIDI-apparatuur..................................................................... 172
MIDI Ensemble ........................................................................ 173
MIDI-instellingen .................................................................... 174
Min één ....................................................................................... 99
Moving Key.......................................................................168-169
Multitrack Recording.............................................................. 127
[Music Assistant]-knop ................................................ SS 10
Music Style-knoppen ................................................................ 62
Muziekbestanden .................................................................49-50
Muziekklemmen........................................................................ 19
Muziekstijl .................................................................................. 58
Op diskette ........................................................................... 63
Ritmepatroon....................................................................... 65
Muziekstijlen, lijst van.....................................................192-193
N
N.C. (‘No Chord’)......................................................... SS 13
Netsnoeraansluiting (AC In).............................................. 14, 20
Nieuwe song opnemen........................................................... 106
Noodopening van CD-speler............................................. 14, 82
Notatie......................................................................................... 88
Instellingen........................................................................... 90
Opslaan als beeldgegevens................................................ 91
Notencorrectie (bewerking van songs) ................................ 140
O
Oefenfunctie............................................................................... 92
Ombuigingsbereik................................................................... 159
One Note..................................................................................... 93
One-Touch Arranger................................................................. 59
Instellingen......................................................................... 155
One Touch-instellingen .......................................................... 156
One-Touch Piano....................................................................... 26
Instellingen......................................................................... 152
One Touch Program [Arranger]-knop ................................... 59
One Touch Program [Piano]-knop.......................................... 26
Ongedaan maken (bewerking van songs) ........................... 136
Openingsboodschap ............................................................... 162
Opmaat...................................................................................... 113
Opname-/Afspeelknoppen...................................................... 78
Opnamemodus ................................................................ 112, 130
Opnemen .................................................................................. 105
16-spoors-sequencer ......................................................... 129
Met begeleiding................................................................. 108
Met een song mee.............................................................. 110
Nieuwe song ...................................................................... 106
Opnieuw opnemen ........................................................... 111
Spoorknoppen ................................................................... 111
Opslaan ..................................................................................... 116
Compatibiliteit................................................................... 118
Gebruikersstijl.................................................................... 149
Orgel............................................................................. SS 14
Origineel ..................................................................................... 58
[Origineel]-knop ........................................................................ 69
P
Paneelvergrendeling ............................................................... 166
Part Balance................................................................................ 75
[Part Balance]-knop................................................................... 75
Partijen uitwisselen (bewerking van songs)........................ 140
PC-bewerking (bewerking van songs) ................................. 141
Pedaal.......................................................................................... 21
Pedaalaansluiting ...................................................................... 21
Pedaal EX...................................................................... SS 14
Pedaalinstellingen ................................................................... 157
Pedaalkabel ................................................................................ 21
Percussie ..................................................................................... 28
[Phrase]-knop............................................................................. 71
Piano............................................................................................ 26
Pianoscherm............................................................................... 24
Play Mode................................................................................. 169
[Play/Stop]-knop................................................................. 78, 84
[Power]-schakelaar.................................................................... 21
Preset ........................................................................................... 62
Program Change...................................................................... 175
Punch-In-opname.................................................................... 133
PU (Opmaat) ............................................................................ 113
R
‘Raak de noten aan’ ............................................................. 89, 93
[Reset]-knop ............................................................................... 78
Resonantie ................................................................................ 152
[Reverb]-knop ............................................................................ 33
[Rhythm]-knop .......................................................................... 56
Rhythm Partner ......................................................................... 52
208
SS **” verwijst naar een pagina in de Snelle Start.
Ritme ........................................................................................... 56
Maat ...................................................................................... 56
Volume ................................................................................. 57
Ritmepatronen, lijst van ......................................................... 199
Roterend effect......................................................................... 158
S
Scheidingspunt ........................................................................ 156
Schermen
Advanced 3D-scherm ......................................................... 38
Akkoordsequencer-scherm.............................................. 134
Basisscherm.................................................................... 24, 59
Effectenscherm .................................................................... 42
Equalizerscherm.................................................................. 40
Functiescherm.................................................................... 161
‘Galm’-scherm ..................................................................... 33
Genre-selectiescherm ................................................................ 77
Merktekenscherm.................................................................... 100
Metronoomscherm .................................................................... 52
MIDI-instellingsscherm.......................................................... 174
Notatiescherm............................................................................ 88
‘Part Balance’-scherm................................................................ 75
Pianoscherm......................................................................... 24, 26
Programmaveranderings-/PC-scherm ................................ 174
Ritmescherm .............................................................................. 56
Scherm ‘16-spoors-sequencer’......................................... 127
Scherm ‘Gebruikersprogramma’........................................... 122
Scherm ‘Gebruikersprogramma laden’................................ 124
Scherm ‘Gebruikersprogramma opslaan’............................ 123
Scherm ‘Gebruikersprogramma wegschrijven ................... 122
Scherm ‘Gebruikersstijl’ ......................................................... 149
Scherm ‘Instellingen voor de countdown’ ...................... 68
Scherm ‘Instellingen voor de count-in’............................ 98
Scherm ‘Kopieer gebruikersprogramma’s’ ................... 125
Scherm ‘Kopieer song’...................................................... 120
Scherm ‘Kopieer stijl’........................................................ 151
Scherm ‘Melody Intelligence’ .................................................. 72
Scherm ‘Opnamemodus’........................................................ 131
Scherm ‘Opnieuw een naam geven’ ..................... 117, 122, 149
Scherm ‘Song opslaan’............................................................ 116
Scherm ‘Stijlcomponist’ .......................................................... 145
Scherm ‘Stijl opslaan’.............................................................. 149
Scherm ‘Verwijder gebruikersprogramma’ .................. 125
Scherm ‘Verwijder song’.................................................. 119
Scherm ‘Verwijder stijl’ .................................................... 150
Selectiescherm geluidssoorten .......................................... 27
Songbestandscherm.......................................................... 115
Songbewerkingsscherm ................................................... 135
Songselectiescherm ....................................................... 77, 83
Songzoekscherm.................................................................. 79
Stemeffectscherm ................................................................ 43
Stijlmodificatorscherm ..................................................... 147
Stijlselectiescherm ............................................................... 62
Stijlzoekscherm.................................................................... 64
‘Surround Accomp’-scherm .............................................. 35
‘Surround Reverb’-scherm................................................ 37
Transpositiescherm........................................................... 103
Zoekscherm geluidssoorten............................................... 29
Schermsnelheid ............................................................ SS 15
[Score Display]-knop ................................................................ 88
[Score Display]-knop .................................................SS 8, 74
[Select/Listen to a Song]-knop ............................ SS 6, 77, 83
[Select Various Tones]-knop ......................................... SS 14
[Session Partner]-knop ................................................. SS 18
SFX (Geluidseffecten) ..........................................SS 5, SS 14
SMF............................................................................................ 201
SMF-Muziekbestanden........................................................... 201
Snaarresonantie ....................................................................... 154
Snelle rondleiding .........................................................................
Automatisch starten.......................................................... 166
Solo ............................................................................................ 128
Song, informatie over de .......................................................... 78
Songnummer........................................................................ 78, 84
SONGS ........................................................................... SS 5
[Song Stylist]-knop ....................................................... SS 16
Song zoeken................................................................................ 79
Sostenuto-pedaal ....................................................................... 21
Spanning van de KR in- en uitschakelen ............................... 21
SPEL ............................................................................... SS 5
Split Set......................................................................... SS 14
Spoorknoppen............................................................ 99, 107, 109
Sporen toekennen.................................................................... 170
[Start/Stop]-knop ...................................................................... 66
Stemeffect ................................................................................... 43
Stemmen ........................................................................... 153, 162
Stemmingscurve ...................................................................... 153
Stemomvormer .......................................................................... 45
Stijlcomponist........................................................................... 144
Stijlmodificator......................................................................... 146
Stijl zoeken.................................................................................. 64
Storingen oplossen .................................................................. 180
Stretch Tuning.......................................................................... 153
Style Orchestrator...................................................................... 70
[Style Orchestrator]-knop......................................................... 70
Surround..................................................................................... 35
Accomp (Begeleiding) ........................................................ 35
Reverb (Galm)...................................................................... 37
[Surround]-knop........................................................................ 38
Sympathieke resonantie (‘Meezingen’).................................. 21
Sync ............................................................................................. 66
209
SS **” verwijst naar een pagina in de Snelle Start.
T
Taal ............................................................................................ 162
Tap Tempo.................................................................................. 96
Tegenstem................................................................................... 72
Teksten .......................................................................... 25, 90, 170
Temperament........................................................................... 153
Tempo ............................................................................. 53, 65, 95
tempo fixatie............................................................................... 97
Tempo-knoppen [-] [+] ............................................................. 95
Tempo-opname........................................................................ 142
Tempotyperingen...................................................................... 53
Toetsaanslag............................................................................. 155
Tone-knoppen............................................................................ 27
Toonhoogten .............................................................................. 90
Toonsoort.................................................................................... 90
Toonsoortsjabloon .......................................................... SS 3
Touch EX ...................................................................... SS 14
Touch-screen ...................................................................... 24, 165
[Transpose]-knop .................................................................... 103
Transpositie.............................................................................. 103
Transpositie (bewerking van songs)..................................... 139
Tussenvoegen (bewerking van songs) ................................. 138
Tx-kanaal .................................................................................. 174
U
Uitgaande aansluitingen ........................................................ 176
Uitgaande aansluitingen (Aux) ............................................... 14
Uitgaande (Aux)-aansluitingen............................................. 176
Uitvoeringsknop...........................................................70-71, 157
V
Variatie........................................................................................ 58
[Variation]-knop ........................................................................ 69
Verschuiving van octaven........................................................ 32
Vervangende opname............................................................. 131
Verwijderen (bewerking van songs)..................................... 138
Verwijderen van…
Gebruikersstijl.................................................................... 150
Song..................................................................................... 119
Vingerzetting (nummering)..................................................... 90
Vocal Count-In........................................................................... 48
[Vocal Effect]-knop.................................................................... 43
Vocal Keyboard ......................................................................... 48
Vocal Tap Tempo....................................................................... 97
Volume............................................................................................
CD.......................................................................................... 87
Metronoom........................................................................... 54
Microfoon ............................................................................. 22
Ritme..................................................................................... 57
Totaal .................................................................................... 22
[Volume]-knop........................................................................... 22
Voorgeprogrammeerde songs, lijst van ............................... 196
W
Wissen (songbewerking) ........................................................ 139
Wissen van…
Opgenomen uitvoering .................................................... 112
Uitvoeringen op bep. sporen........................................... 112
Wonderland.................................................................... SS 5
X
XG lite........................................................................................ 201
Z
Zacht-pedaal............................................................................... 21
Zoeken
Geluidssoort......................................................................... 29
Muziekstijl............................................................................ 64
Song....................................................................................... 79
Informatie
Als u een reparatiedienst nodig heeft, belt u het dichtstbijzijnde Roland Service Centrum of erkend Roland distributeur in
uw land, zoals hieronder getoond.
ARGENTINA
Instrumentos Musicales S.A.
Av.Santa Fe 2055
(1123) Buenos Aires
ARGENTINA
TEL: (011) 4508-2700
BRAZIL
Roland Brasil Ltda
Rua San Jose, 780 Sala B
Parque Industrial San Jose
Cotia - Sao Paulo - SP, BRAZIL
TEL: (011) 4615 5666
MEXICO
Casa Veerkamp, s.a. de c.v.
Av. Toluca No. 323, Col. Olivar
de los Padres 01780 Mexico D.F.
MEXICO
TEL: (55) 5668-6699
PANAMA
SUPRO MUNDIAL, S.A.
Boulevard Andrews, Albrook,
Panama City, REP. DE PANAMA
TEL: 315-0101
U. S. A.
Roland Corporation U.S.
5100 S. Eastern Avenue
Los Angeles, CA 90040-2938,
U. S. A.
TEL: (323) 890 3700
VENEZUELA
Musicland Digital C.A.
Av. Francisco de Miranda,
Centro Parque de Cristal, Nivel
C2 Local 20 Caracas
VENEZUELA
TEL: (212) 285-8586
AUSTRALIA
Roland Corporation
Australia Pty., Ltd.
38 Campbell Avenue
Dee Why West. NSW 2099
AUSTRALIA
TEL: (02) 9982 8266
NEW ZEALAND
Roland Corporation Ltd.
32 Shaddock Street, Mount Eden,
Auckland, NEW ZEALAND
TEL: (09) 3098 715
HONG KONG
Tom Lee Music Co., Ltd.
Service Division
22-32 Pun Shan Street, Tsuen
Wan, New Territories,
HONG KONG
TEL: 2415 0911
INDIA
Rivera Digitec (India) Pvt. Ltd.
409, Nirman Kendra Mahalaxmi
Flats Compound Off. Dr. Edwin
Moses Road, Mumbai-400011,
INDIA
TEL: (022) 2493 9051
INDONESIA
PT Citra IntiRama
J1. Cideng Timur No. 15J-150
Jakarta Pusat
INDONESIA
TEL: (021) 6324170
MALAYSIA
BENTLEY MUSIC SDN BHD
140 & 142, Jalan Bukit Bintang
55100 Kuala Lumpur,MALAYSIA
TEL: (03) 2144-3333
PHILIPPINES
G.A. Yupangco & Co. Inc.
339 Gil J. Puyat Avenue
Makati, Metro Manila 1200,
PHILIPPINES
TEL: (02) 899 9801
SINGAPORE
Swee Lee Company
150 Sims Drive,
SINGAPORE 387381
TEL: 6846-3676
TAIWAN
ROLAND TAIWAN
ENTERPRISE CO., LTD.
Room 5, 9fl. No. 112 Chung Shan
N.Road Sec.2, Taipei, TAIWAN,
R.O.C.
TEL: (02) 2561 3339
THAILAND
Theera Music Co. , Ltd.
330 Verng NakornKasem, Soi 2,
Bangkok 10100, THAILAND
TEL: (02) 2248821
BAHRAIN
Moon Stores
No.16, Bab Al Bahrain Avenue,
P.O.Box 247, Manama 304,
State of BAHRAIN
TEL: 211 005
VIETNAM
Saigon Music
138 Tran Quang Khai St.,
District 1
Ho Chi Minh City
VIETNAM
TEL: (08) 844-4068
JORDAN
AMMAN Trading Agency
245 Prince Mohammad St.,
Amman 1118, JORDAN
TEL: (06) 464-1200
KUWAIT
Easa Husain Al Yousifi Est.
Abdullah Salem Street,
Safat, KUWAIT
TEL: 243-6399
LEBANON
Chahine S.A.L.
Gerge Zeidan St., Chahine Bldg.,
Achrafieh, P.O.Box: 16-5857
Beirut, LEBANON
TEL: (01) 20-1441
QATAR
Al Emadi Co. (Badie Studio
& Stores)
P.O. Box 62,
Doha, QATAR
TEL: 4423-554
SAUDI ARABIA
aDawliah Universal
Electronics APL
Corniche Road, Aldossary Bldg.,
1st Floor, Alkhobar,
SAUDI ARABIA
P.O.Box 2154, Alkhobar 31952
SAUDI ARABIA
TEL: (03) 898 2081
TURKEY
Barkat muzik aletleri ithalat
ve ihracat Ltd Sti
Siraselviler Caddesi Siraselviler
Pasaji No:74/20
Taksim - Istanbul, TURKEY
TEL: (0212) 2499324
U.A.E.
Zak Electronics & Musical
Instruments Co. L.L.C.
Zabeel Road, Al Sherooq Bldg.,
No. 14, Grand Floor, Dubai, U.A.E.
TEL: (04) 3360715
EGYPT
Al Fanny Trading Office
9, EBN Hagar A1 Askalany Street,
ARD E1 Golf, Heliopolis,
Cairo 11341, EGYPT
TEL: 20-2-417-1828
REUNION
Maison FO - YAM Marcel
25 Rue Jules Hermann,
Chaudron - BP79 97 491
Ste Clotilde Cedex,
REUNION ISLAND
TEL: (0262) 218-429
SOUTH AFRICA
That Other Music Shop
(PTY) Ltd.
11 Melle St., Braamfontein,
Johannesbourg, SOUTH AFRICA
P.O.Box 32918, Braamfontein 2017
Johannesbourg, SOUTH AFRICA
TEL: (011) 403 4105
Paul Bothner (PTY) Ltd.
17 Werdmuller Centre,
Main Road, Claremont 7708
SOUTH AFRICA
P.O.BOX 23032, Claremont 7735,
SOUTH AFRICA
TEL: (021) 674 4030
CYPRUS
Radex Sound Equipment Ltd.
17, Diagorou Street, Nicosia,
CYPRUS
TEL: (022) 66-9426
DENMARK
Roland Scandinavia A/S
Nordhavnsvej 7, Postbox 880,
DK-2100 Copenhagen
DENMARK
TEL: 3916 6200
FRANCE
Roland France SA
4, Rue Paul Henri SPAAK,
Parc de l’Esplanade, F 77 462 St.
Thibault, Lagny Cedex FRANCE
TEL: 01 600 73 500
FINLAND
Roland Scandinavia As,
Filial Finland
Lauttasaarentie 54 B
Fin-00201 Helsinki, FINLAND
TEL: (0)9 68 24 020
GERMANY
Roland Elektronische
Musikinstrumente HmbH.
Oststrasse 96, 22844 Norderstedt,
GERMANY
TEL: (040) 52 60090
GREECE
STOLLAS S.A.
Music Sound Light
155, New National Road
Patras 26442, GREECE
TEL: 2610 435400
HUNGARY
Roland East Europe Ltd.
Warehouse Area DEPO Pf.83
H-2046 Torokbalint, HUNGARY
TEL: (23) 511011
IRELAND
Roland Ireland
Audio House, Belmont Court,
Donnybrook, Dublin 4.
Republic of IRELAND
TEL: (01) 2603501
ITALY
Roland Italy S. p. A.
Viale delle Industrie 8,
20020 Arese, Milano, ITALY
TEL: (02) 937-78300
NORWAY
Roland Scandinavia Avd.
Kontor Norge
Lilleakerveien 2 Postboks 95
Lilleaker N-0216 Oslo
NORWAY
TEL: 2273 0074
POLAND
P. P. H. Brzostowicz
UL. Gibraltarska 4.
PL-03664 Warszawa POLAND
TEL: (022) 679 44 19
PORTUGAL
Tecnologias Musica e Audio,
Roland Portugal, S.A.
Cais Das Pedras, 8/9-1 Dto
4050-465 PORTO
PORTUGAL
TEL: (022) 608 00 60
RUSSIA
MuTek
3-Bogatyrskaya Str. 1.k.l
107 564 Moscow, RUSSIA
TEL: (095) 169 5043
SPAIN
Roland Electronics
de España, S. A.
Calle Bolivia 239, 08020
Barcelona, SPAIN
TEL: (93) 308 1000
SWITZERLAND
Roland (Switzerland) AG
Landstrasse 5, Postfach,
CH-4452 Itingen,
SWITZERLAND
TEL: (061) 927-8383
SWEDEN
Roland Scandinavia A/S
SWEDISH SALES OFFICE
Danvik Center 28, 2 tr.
S-131 30 Nacka SWEDEN
TEL: (0)8 702 00 20
UKRAINE
TIC-TAC
Mira Str. 19/108
P.O. Box 180
295400 Munkachevo, UKRAINE
TEL: (03131) 414-40
UNITED KINGDOM
Roland (U.K.) Ltd.
Atlantic Close, Swansea
Enterprise Park, SWANSEA
SA7 9FJ,
UNITED KINGDOM
TEL: (01792) 700139
KOREA
Cosmos Corporation
1461-9, Seocho-Dong,
Seocho Ku, Seoul, KOREA
TEL: (02) 3486-8855
AUSTRIA
Roland Austria GES.M.B.H.
Siemensstrasse 4, P.O. Box 74,
A-6063 RUM, AUSTRIA
TEL: (0512) 26 44 260
BELGIUM/HOLLAND/
LUXEMBOURG
Roland Benelux N. V.
Houtstraat 3, B-2260, Oevel
(Westerlo) BELGIUM
TEL: (014) 575811
AFRICA
CHILE
Comercial Fancy S.A.
Rut.: 96.919.420-1
Nataniel Cox #739, 4th Floor
Santiago - Centro, CHILE
TEL: (02) 688-9540
URUGUAY
Todo Musica S.A.
Francisco Acuna de Figueroa 1771
C.P.: 11.800
Montevideo, URUGUAY
TEL: (02) 924-2335
EUROPE
AUSTRALIA/
NEW ZEALAND
ASIA
CENTRAL/LATIN
AMERICA
NORTH AMERICA
MIDDLE EAST
AFRICA
EL SALVADOR
OMNI MUSIC
75 Avenida Norte y Final
Alameda Juan Pablo ,
Edificio No.4010 San Salvador,
EL SALVADOR
TEL: 262-0788
ROMANIA
FBS LINES
Piata Libertatii 1,
RO-4200 Gheorghehi
TEL: (095) 169-5043
PARAGUAY
Distribuidora De
Instrumentos Musicales
J.E. Olear y ESQ. Manduvira
Asuncion PARAGUAY
TEL: (021) 492-124
COSTA RICA
JUAN Bansbach
Instrumentos Musicales
Ave.1. Calle 11, Apartado 10237,
San Jose, COSTA RICA
TEL: 258-0211
CRISTOFORI MUSIC PTE
LTD
Blk 3014, Bedok Industrial Park E,
#02-2148, SINGAPORE 489980
TEL: 6243-9555
IRAN
MOCO, INC.
No.41 Nike St., Dr.Shariyati Ave.,
Roberoye Cerahe Mirdamad
Tehran, IRAN
TEL: (021) 285-4169
ISRAEL
Halilit P. Greenspoon &
Sons Ltd.
8 Retzif Ha’aliya Hashnya St.
Tel-Aviv-Yafo ISRAEL
TEL: (03) 6823666
SYRIA
Technical Light & Sound
Center
Khaled Ebn Al Walid St.
Bldg. No. 47, P.O.BOX 13520,
Damascus, SYRIA
TEL: (011) 223-5384
CANADA
Roland Canada Music Ltd.
(Head Office)
5480 Parkwood Way Richmond
B. C., V6V 2M4 CANADA
TEL: (604) 270 6626
Roland Canada Music Ltd.
(Toronto Office)
170 Admiral Boulevard
Mississauga On L5T 2N6
CANADA
TEL: (905) 362 9707
CHINA
Roland Shanghai Electronics
Co.,Ltd.
5F. No.1500 Pingliang Road
Shanghai, CHINA
TEL: (021) 5580-0800
Roland Shanghai Electronics
Co.,Ltd.
(BEIJING OFFICE)
10F. No.18 Anhuaxili
Chaoyang District, Beijing,
CHINA
TEL: (010) 6426-5050
Dit product voldoet aan de voorwaarden van Europese Richtlijnen EMC 89/336/EEC en LVD 73/23/EEC.
Voor EU-Landen
This Class B digital apparatus meets all requirements of the Canadian Interference-Causing Equipment Regulations.
Cet appareil num rique de la classe B respecte toutes les exigences du R glement sur le mat riel brouilleur du Canada.
NOTICE
AVIS
For the USA
FEDERAL COMMUNICATIONS COMMISSION
RADIO FREQUENCY INTERFERENCE STATEMENT
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B digital device, pursuant to Part 15 of the
FCC Rules. These limits are designed to provide reasonable protection against harmful interference in a residential
installation. This equipment generates, uses, and can radiate radio frequency energy and, if not installed and used in
accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio communications. However, there is no guarantee
that interference will not occur in a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or
television reception, which can be determined by turning the equipment off and on, the user is encouraged to try to correct the
interference by one or more of the following measures:
— Reorient or relocate the receiving antenna.
— Increase the separation between the equipment and receiver.
— Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the receiver is connected.
— Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help.
This device complies with Part 15 of the FCC Rules. Operation is subject to the following two conditions:
(1) This device may not cause harmful interference, and
(2) This device must accept any interference received, including interference that may cause undesired operation.
Unauthorized changes or modification to this system can void the users authority to operate this equipment.
This equipment requires shielded interface cables in order to meet FCC class B Limit.
For Canada
14


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Roland KR-17 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Roland KR-17 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 7,78 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info