490360
143
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/172
Next page
Gebruikershandleiding voor de camera
Het serienummer van deze camera
vindt u aan de onderzijde van het
toestel.
Eenvoudige bedieningshandelingen
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Dit gedeelte geeft een eenvoudig overzicht van hoe u de camera aanzet, hoe
u foto's maakt en foto's weergeeft.
Bedieningshandelingen voor gevorderden
Lees dit gedeelte door wanneer u meer over de verschillende functies van de
camera te weten wilt komen.
Dit gedeelte geeft meer gedetailleerde informatie over de functies die worden
gebruikt bij het maken van foto's en weergeven van foto's, maar ook informatie
over hoe u de camerainstellingen kunt aanpassen, foto's kunt afdrukken en de
camera kunt gebruiken met een PC.
De oplaadbare batterij moet u vóór gebruik opladen. De batterij is niet opgeladen
wanneer u de camera aanschaft.
1
Voorwoord
In deze handleiding kunt u alles lezen over de opname- en
weergavefuncties van deze camera en daarnaast vindt u aanwijzingen voor
een veilig gebruik.
Lees deze handleiding voordat u het toestel in gebruik neemt om alle
functies optimaal te kunnen gebruiken. Houd deze handleiding bij de hand
ter referentie.
Ricoh Co., Ltd.
Veiligheidsvoorschriften Lees de veiligheidsvoorschriften grondig door zodat u de camera op een veilige manier kunt gebruiken.
Proefopnamen Maak eerst een paar proefopnamen om te controleren of de camera goed werkt.
Auteursrechten Het is zonder toestemming van de rechthebbende niet toegestaan auteursrechtelijk beschermde
documenten, publicaties, muziek of andere materialen te verveelvoudigen of te wijzigen, anders dan voor
persoonlijk gebruik of vergelijkbare, beperkte doeleinden.
Vrijstelling van Aansprakelijkheid Ricoh Co., Ltd. aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor eventuele fouten bij het opnemen of
weergeven van beelden die het gevolg zouden kunnen zijn van defecten aan deze camera.
Garantie Dit product is vervaardigd volgens plaatselijke specificaties en de garantie is alleen geldig in het land van
aankoop. Als er storingen of defecten aan het product optreden tijdens een verblijf in het buitenland,
aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid voor de reparatie van het product ter plaatse of voor het
vergoeden van de hiervoor gemaakte kosten.
Radiostoring Wanneer dit product wordt gebruikt in de nabijheid van andere elektrische apparaten, kan dit de werking
van beide apparaten nadelig beinvloeden. Vooral het gebruik van de camera in de buurt van een radio of
televisie kan storingen tot gevolg hebben. Volg in het geval van storingen de onderstaande procedures.
Leg de camera zo ver mogelijk bij de tv, radio of andere apparatuur vandaan.
Wijzig de stand van de tv- of radio-antenne.
Gebruik voor elk apparaat een apart elektrisch stopcontact.
© 2011 RICOH CO.,LTD. Alle rechten voorbehouden. Deze uitgave mag geheel noch gedeeltelijk worden
verveelvoudigd zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Ricoh. Ricoh behoudt zich het recht
voor de inhoud van dit document op elk ogenblik te wijzigen zonder voorafgaande kennisgeving.
Alle inspanningen werden geleverd om de nauwkeurigheid van de informatie in dit document te
garanderen. Als u toch nog fouten of weglatingen zou opmerken, zouden wij u dankbaar zijn als u ons dit
zou willen melden op het adres dat op de achterkant van dit boekje is vermeld.
Microsoft, Windows, Windows Vista®, Windows 7™, en Internet Explorer zijn gedeponeerde handelsmerken
van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten van Amerika en andere landen. Macintosh en Mac OS
zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. in de Verenigde Staten van Amerika en andere landen.
Adobe, het Adobe-logo en Adobe Reader zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de
Verenigde Staten en andere landen. MediaBrowser™ is een handelsmerk van de Pixela Corporation.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of geregistreerde
handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
Eye-Fi, het Eye-Fi-logo en Eye-Fi connected zijn handelsmerken van Eye-Fi, Inc.
PhotoSolid® is een geregistreerde handelsmerk van Morpho, Inc.
Alle andere handelsnamen die in dit document zijn vermeld, zijn eigendom van hun respectievelijke eigenaren.
2
Veiligheidsvoorschriften
Waarschuwingssymbolen
In deze handleiding en op het toestel worden diverse symbolen gebruikt
om te voorkomen dat u of anderen gewond raken en voorwerpen
beschadigd worden. Deze symbolen en hun betekenis staan hieronder
opgesomd
Gevaar
Dit symbool geeft situaties aan die meteen kunnen resulteren in ernstige of zelfs
dodelijke verwondingen indien dit gevaar wordt genegeerd of onoordeelkundig wordt
gehandeld.
Waarschuwing
Dit symbool geeft situaties aan die kunnen resulteren in ernstige of zelfs dodelijke
verwondingen indien dit gevaar wordt genegeerd of onoordeelkundig wordt gehandeld.
Let op
Dit symbool geeft situaties aan die kunnen resulteren in verwondingen of beschadiging
indien dit gevaar wordt genegeerd of onoordeelkundig wordt gehandeld.
Voorbeeld van waarschuwingen
Het symbool geeft handelingen aan die moeten worden verricht.
Het symbool geeft verboden handelingen aan.
Het symbool kan worden gecombineerd met andere symbolen om aan te geven dat een bepaalde
handeling is verboden.
l
Voorbeelden
Niet aanraken Niet demonteren
Neem de volgende voorzorgen om dit toestel veilig te gebruiken.
Gevaar
l
Probeer het toestel niet zelf te demonteren, te repareren noch aan te passen. De hoogsspanningscircuits
in het toestel zijn gevaarlijk.
l
Probeer de batterij niet zelf te demonteren, aan te passen noch direct te solderen.
l
Gooi de batterij niet in het vuur, warm ze niet op, gebruik ze niet bij hoge temperaturen zoals bij een vuur
of in een auto en laat ze niet achter. Gooi ze niet in het water of de zee en laat ze evenmin nat worden.
l
De batterij niet doorboren, slaan, samenpersen, laten vallen of blootstellen aan andere zware schokken.
l
Gebruik geen batterij die zwaar is beschadigd of vervormd.
3
Waarschuwing
l
Schakel het toestel meteen uit bij een abnormale toestand zoals rookvorming of vreemde geur. Verwijder
de batterij zo snel mogelijk en vermijd daarbij elektrische schokken of brandwonden. Wanneer het toestel
is aangesloten op een stopcontact, trek dan de stekker uit om brand of elektrocutie te voorkomen. Gebruik
geen toestel dat defect is. Contacteer zo snel mogelijk het dichtstbijzijnde service center.
l
Schakel het toestel meteen uit wanneer er een metalen voorwerp, water, vloeistof of andere vreemde
voorwerpen in de camera terechtkomen. Verwijder de batterij en de geheugenkaart zo snel mogelijk
en vermijd daarbij elektrische schokken of brandwonden. Wanneer het toestel is aangesloten op een
stopcontact, trek dan de stekker uit om brand of elektrocutie te voorkomen. Gebruik geen toestel dat
defect is. Contacteer zo snel mogelijk het dichtstbijzijnde service center.
l
Vermijd alle contact met de vloeibare kristallen in het scherm wanneer dit beschadigd mocht raken. Volg
de onderstaande instructies.
HUID: indien vloeibare kristallen op de huid terechtkomen, wrijf die dan af, spoel de huid overvloedig met
water en was deze grondig met zeep.
OGEN: indien vloeibare kristallen in de ogen terechtkomen, spoel die dan gedurende minstens 15
minuten met zuiver water en raadpleeg meteen een arts.
INNAME: indien vloeibare kristallen worden ingeslikt, de mond goed spoelen met water. Laat de
betrokkene veel water drinken en braken. Raadpleeg meteen een arts.
l
Volg deze instructies om te voorkomen dat de batterij gaat lekken, oververhit raakt, ontbrandt of
explodeert.
Gebruik geen andere batterijen dan specifiek aanbevolen voor het toestel.
Bewaar batterijen niet samen met metalen voorwerpen zoals balpennen, halssnoeren, munten,
haarspelden, enz.
Plaats de batterij niet in een microgolfoven of hogedrukrecipiënt.
Indien de batterij tijdens het gebruik of laden lekt of een vreemde geur, kleur, etc. verspreidt, moet ze
meteen uit de camera of batterijlader worden gehaald en uit de buurt van vuur worden gehouden.
l
Hou rekening met het volgende om tijdens het laden brand, elektrocutie of barsten van de batterij te
voorkomen.
Laat het toestel uitsluitend werken op de voorgeschreven spanning. Vermijd ook het gebruik van
meervoudige stopcontacten en verlengsnoeren.
Netsnoeren niet beschadigen, bundelen noch aanpassen. Netsnoeren ook niet overbelasten door zware
voorwerpen, trekken of buigen.
De stekker niet met natte handen insteken of uittrekken. Trek nooit aan het snoer om de stekker uit het
stopcontact te halen.
Dek het toestel niet af terwijl het wordt opgeladen.
l
Houd de batterij en SD-geheugenkaart in dit toestel buiten het bereik van kinderen om te voorkomen dat
ze worden ingeslikt. Inname is schadelijk voor mensen. Raadpleeg meteen een arts bij inname.
4
l
Houd het toestel buiten het bereik van kinderen.
l
Raak inwendige onderdelen van het toestel die na een val of schade bloot komen te liggen niet aan. De
hoogspanningscircuits in het toestel kunnen een elektrische schok veroorzaken. Verwijder de batterij
zo snel mogelijk en vermijd daarbij elektrische schokken of brandwonden. Breng het toestel naar uw
dichtstbijzijnde dealer of service center indien het is beschadigd.
l
Gebruik het toestel niet in natte omgevingen om brand of elektrische schokken te voorkomen.
l
Gebruik het toestel niet in de buurt van ontvlambare gassen, benzine, benzeen, thinner of dergelijke om
explosie, brand of brandwonden te voorkomen.
l
Gebruik het toestel niet op plaatsen waar het gebruik ervan is beperkt of verboden omdat dit tot rampen
of ongevallen kan leiden.
l
Houd de stekker stofvrij om brand te voorkomen.
l
Gebruik uitsluitend de voorgeschreven netadapter voor aansluiting op een stopcontact. Andere adapters
houden een risico op brand, elektrische schok of letsel in.
l
Gebruik de batterijlader of netadapter niet samen met in de handel verkrijgbare omvormers in het
buitenland om brand, elektrische schok of letsel te voorkomen.
Neem de volgende voorzorgen om dit toestel veilig te gebruiken.
Let op
l
Contact met vloeistof die uit een batterij lekt kan brandwonden veroorzaken. Spoel een lichaamsdeel dat
in contact komt met een beschadigde batterij meteen overvloedig met water. (Gebruik geen zeep.)
Indien een batterij begint te lekken, moet u die meteen uit het toestel halen en het batterijvak grondig
schoonmaken alvorens een nieuwe batterij te plaatsen.
l
Steek de stekker stevig in een stopcontact. Een loszittende stekker kan brand veroorzaken.
l
Laat de camera niet nat worden. Bedien hem ook niet met natte handen. Beide houden een risico op
elektrische schok in.
l
Richt de flitser niet op bestuurders van voertuigen om te voorkomen dat die de controle verliezen en een
ongeval veroorzaken.
Veiligheidsvoorschriften
voor accessoires
Lees de gebruiksaanwijzing van accessoires aandachtig vooraleer die in gebruik te nemen.
5
De handleidingen gebruiken
De volgende twee handleidingen worden bij uw CX6 geleverd.
"Gebruikershandleiding voor de camera" (dit boekje)
Deze handleiding geeft uitleg over het gebruik en de
functies van de camera. Hierin wordt ook uitgelegd hoe u de
ingebouwde software van de camera op uw computer kunt
installeren.
"Software User Guide" (Gebruikershandleiding voor de
software) (PDF-bestand)
Deze handleiding geeft uitleg over het downloaden van
beelden van de camera naar uw computer.
De "Gebruikershandleiding voor de software" is beschikbaar
in de map [MANUAL] in het interne geheugen van de
camera.
Er is een aparte
"Gebruikershandleiding
voor de software" voor
elke taal.
Om de Gebruikershandleiding op uw computer te kopiëren,
sluit u de camera met de bijgeleverde USB-kabel aan op uw
computer. Zie p. 123 voor meer informatie.
Het softwareprogramma voor beeldweergave en –bewerking
“MediaBrowser” (alleen voor Windows) zit ook in het interne geheugen van
de camera. Zie de “Help die wordt weergegeven voor meer informatie over
het gebruik van MediaBrowser. Neem contact op met het onderstaande
klantenondersteuningscentrum voor meer informatie over MediaBrowser.
Noord-Amerika (V.S.) TEL: (Kosteloos) +1-800-458-4029
Europa
VK, Duitsland, Frankrijk en Spanje: TEL: (Kosteloos) +800-1532-4865
Andere landen: TEL: +44-1489-564-764
Azië TEL: +63-2-438-0090
China TEL: +86-21-5385-3786
Openingstijden: 09:00 uur tot 17:00 uur
6
Inhoud
Voorwoord...............................................................................................................1
Veiligheidsvoorschriften ....................................................................................2
De handleidingen gebruiken ........................................................................... 5
Inhoud....................................................................................................................... 6
Eenvoudige bedieningshandelingen 11
Inhoud van de verpakking ..............................................................................12
Accessoires (als optie verkrijgbaar) ..................................................................................12
Werking Kiezen en Knoppen ..........................................................................13
De Modus Kiezen gebruiken ................................................................................................ 13
De knop ADJ./OK gebruiken ................................................................................................14
Namen van de onderdelen..............................................................................15
Beeldscherm .........................................................................................................17
Gereedmaken voor gebruik ............................................................................21
De oplaadbare batterij opladen .........................................................................................21
De oplaadbare batterij en de SD-geheugenkaart in de camera
plaatsen .......................................................................................................................................22
De camera in- en uitschakelen ...........................................................................................25
De taal, datum en tijd instellen ...........................................................................................25
Eenvoudig fotograferen ...................................................................................27
Opnamen maken in de automatische opname modus ....................................27
(scherpstellen en opnemen) ................................................................................................27
De zoomfunctie gebruiken ................................................................................................... 30
Opnamen van dichtbij (Macro-opnamen) .................................................................. 31
De flitser gebruiken ....................................................................................................................32
De zelfontspanner gebruiken ..............................................................................................34
Opnemen in de auto scene modus ................................................................................. 35
Weergeven beelden ...........................................................................................36
Uw beelden bekijken ................................................................................................................ 36
Miniatuurweergave .................................................................................................................... 36
Foto's vergroten ...........................................................................................................................38
Wissen van bestanden ......................................................................................39
Een of alle bestanden verwijderen ...................................................................................39
Meerdere bestanden wissen ................................................................................................ 40
De weergave op het scherm wijzigen met de DISP.- knop ..................42
Elektronische waterpas ............................................................................................................45
Over de histogramweergave ............................................................................................... 47
Over zoomhulpweergave ...................................................................................................... 48
7
Bedieningshandelingen voor gevorderden 49
1
Soorten opnamestanden 50
Instelmodi volgens scène (W) ................................................................50
Een scene modus selecteren ............................................................................................... 53
De stand Hoekcorrectie gebruiken ..................................................................................54
Opnemen met creatief effect (X) ................................................................55
Foto’s nemen in de creatieve opname modus .........................................................56
Dynamisch bereik stand Dubbele Opname ...............................................................57
Opnemen in de stand Miniaturisatie ..............................................................................58
Plus normale opname .............................................................................................................. 59
Een reeks foto’s maken (R) ...........................................................................60
Foto’s maken in de continue modus ............................................................................... 61
Opnemen met M-Cont Plus .................................................................................................62
Opnemen met Speed Cont (Low)/ Speed Cont (High) ....................................... 63
De lensopening en sluitertijd instellen (A/S) ............................................64
Lensopening instellen ..............................................................................................................64
De sluitertijd instellen ...............................................................................................................65
2
Menu Opname 66
Het menu Opname .............................................................................................66
Opties menu Opname .......................................................................................67
Uitbreiding dynamisch bereik ....................................................................................... 67
Opties zachte focus ..............................................................................................................67
Kleurtoon ....................................................................................................................................67
Contrast .......................................................................................................................................67
Vignettering .............................................................................................................................. 67
Speelgoedkleuren .................................................................................................................67
Plus normale opname ........................................................................................................67
Kwaliteit/afmeting foto ...................................................................................................... 68
Dichtheid ....................................................................................................................................68
Grootte ......................................................................................................................................... 68
Focus.............................................................................................................................................. 68
Pre-AF ............................................................................................................................................ 69
Belichtingsmeting .................................................................................................................69
Afbeeldingsinstellingen .....................................................................................................69
Optische zoom met superresolutie............................................................................70
Ruisonderdrukking ............................................................................................................... 70
Compensatie flitsbelichting ............................................................................................70
Auto groepering .....................................................................................................................70
Aangepaste zelfontspanner ............................................................................................ 70
Intervalopname ...................................................................................................................... 71
Bewegingscorrectie .............................................................................................................71
Langzame sluitertijd ............................................................................................................ 72
Datum afdruk ...........................................................................................................................72
8
Belichtingscompensatie .................................................................................................... 72
Witbalans ....................................................................................................................................72
ISO-instelling ............................................................................................................................ 72
Maximale ISO voor ISO auto ...........................................................................................72
Fabrieksinstellingen herstellen ......................................................................................72
Automatische verschuiving lensopening ..............................................................73
Automatische verschuiving sluitertijd ...................................................................... 73
Focus ...................................................................................................................................................74
Auto Bracket ...................................................................................................................................76
Belichtingscompensatie.......................................................................................................... 78
Witbalans ..........................................................................................................................................79
ISO-instelling ..................................................................................................................................80
3
Films opnemen en weergeven 81
Films opnemen ....................................................................................................81
Film opnemen met ingevoegde punten voor het splitsen .............................. 82
Menu Film ........................................................................................................................................ 83
Filmgrootte ................................................................................................................................ 84
Kortfilm.........................................................................................................................................84
Beperk fluorescentieknipper .......................................................................................... 84
Films afspelen .......................................................................................................84
Een film splitsen ...........................................................................................................................85
4
Menu Weergave 86
De menu Weergave gebruiken ......................................................................86
Opties menu Weergave ....................................................................................87
Instelling vlagfunctie ........................................................................................................... 87
Volgorde Flagfunctie ...........................................................................................................87
Weergave vlagfunctie .........................................................................................................87
Slideshow Flagfunctie.........................................................................................................87
Grootte aanpassen ................................................................................................................87
Bijsnijden ..................................................................................................................................... 87
Niveaucompensatie .............................................................................................................87
Witbalanscompensatie ......................................................................................................87
Scheefheidscorrectie ...........................................................................................................87
Beschermen ..............................................................................................................................87
Deelfilm ........................................................................................................................................ 88
Beelden uit MP-bestand exp. .........................................................................................88
Rasterpunt wijzigen .............................................................................................................88
Diavoorstelling ........................................................................................................................88
Van kaart naar intern geheugen kopiëren .............................................................88
DPOF .............................................................................................................................................. 88
Bestand terughalen ..............................................................................................................88
Instelling vlagfunctie .................................................................................................................89
Weergavevolgorde vlagfunctie ..........................................................................................90
9
Bijsnijden...........................................................................................................................................91
Niveaucompensatie ................................................................................................................... 94
Witbalanscompensatie ............................................................................................................ 95
Scheefheidscorrectie ................................................................................................................. 96
Beschermen ....................................................................................................................................97
DPOF ...................................................................................................................................................98
MP-bestanden (Multi-Picture) afspelen ......................................................99
MP-bestanden exporteren ................................................................................................. 101
Foto’s weergeven op de tv ............................................................................ 103
5
Functies toewijzen 105
Het menu Key Custom gebruiken ..............................................................105
Opties van het menu Key Custom ............................................................. 106
Registreer mijn instellingen .......................................................................................... 106
Stel Fn-knop in ..................................................................................................................... 106
ADJ-knopinstelling 1–4 ................................................................................................... 106
T/U gebruiken (Registreer mijn instellingen) ........................................ 106
De knop ADJ./OK gebruiken ............................................................................................ 108
Gebruik van de knop Fn (Functie) .................................................................................. 110
6
Menu Setup 114
Het instelmenu gebruiken ............................................................................ 114
Opties menu Setup ......................................................................................... 115
Formatteren [Kaart] ........................................................................................................... 115
Formatteren [Intern geheugen] ................................................................................ 115
LCD-helderheid .................................................................................................................... 115
Automatisch uitschakelen............................................................................................. 115
Slaapstand .............................................................................................................................. 115
LCD auto dim ........................................................................................................................ 116
AF Modus ................................................................................................................................. 116
Stap zoom ............................................................................................................................... 116
AF hulplicht ............................................................................................................................ 116
Bedieningsgeluiden .......................................................................................................... 116
Volume-instellingen .......................................................................................................... 116
LCD-bevestigingstijd ........................................................................................................ 117
Digitale zoom afbeelding .............................................................................................. 117
Niveau-instelling ................................................................................................................. 117
Zoom Assist Tonen ............................................................................................................. 117
Weergave-opties raster ................................................................................................... 117
Functiegids ............................................................................................................................. 117
Opname info kaderweergave ..................................................................................... 117
Minimale afstand ................................................................................................................ 118
Weergavevolgorde ............................................................................................................ 118
Automatisch draaien ........................................................................................................ 118
Weergave witverzadiging .............................................................................................. 118
10
Kaartvolgordenummer ................................................................................................... 119
USB-verbindingstype ....................................................................................................... 119
Datuminstellingen ............................................................................................................. 119
Language/
N ................................................................................................................... 119
Video-uit modus .................................................................................................................. 119
HDMI-output ......................................................................................................................... 120
Firmwareversie bevestigen ........................................................................................... 120
Eye-Fi-verbindingsinstellingen ................................................................................... 120
Eye-Fi-verbindingsweergave ....................................................................................... 120
Digitale zoom afbeelding .................................................................................................... 121
7
Direct afdrukken 122
Over de functie Direct afdrukken ............................................................... 122
De camera op een printer aansluiten ....................................................... 122
Foto’s afdrukken ............................................................................................... 123
Eén of alle fotos afdrukken ................................................................................................. 123
Meerdere foto’s afdrukken ..................................................................................................126
8
Beelden uploaden naar uw PC 127
Voor Windows ................................................................................................... 127
Systeemvereisten voor het gebruik van de ingebouwde .............................. 127
software .......................................................................................................................................... 127
Software installeren ................................................................................................................ 128
Foto's kopiëren naar uw computer ............................................................................... 132
Voor Macintosh ................................................................................................. 134
Systeemvereisten voor het gebruik van de ingebouwde software .......... 134
Foto's kopiëren naar uw computer ............................................................................... 135
De MP-bestandsviewer gebruiken ................................................................................ 136
Software installeren ................................................................................................................ 136
9
Bijlagen 138
Problemen verhelpen ..................................................................................... 138
Foutmeldingen .......................................................................................................................... 138
Problemen met de camera oplossen ..........................................................................139
Available Settings ............................................................................................144
Specificaties .......................................................................................................150
Aantal beelden dat kan worden opgeslagen ........................................153
Standaardinstellingen/ functies waarvan de standaardwaarden
worden hersteld wanneer de camera wordt uitgeschakeld ......... 155
Uw camera in het buitenland gebruiken ................................................158
Aanwijzingen voor een veilig gebruik ......................................................158
Onderhoud en opslag .................................................................................... 160
Garantie en onderhoud ................................................................................. 161
Index ..................................................................................................................... 163
Eenvoudige
bedieningshandelingen
Lees dit gedeelte als u
de camera voor het eerst
gebruikt.
Inhoud van de verpakking ............................ 12
Werking Kiezen en Knoppen ......................... 13
Namen van de onderdelen ........................... 15
Beeldscherm ............................................... 17
Gereedmaken voor gebruik .......................... 21
Eenvoudig fotograferen ............................... 27
Weergeven beelden ..................................... 36
Wissen van bestanden ................................. 39
De weergave op het scherm wijzigen met de
DISP.- knop ............................................ 42
12
Inhoud van de verpakking
Open de verpakking en controleer of er niets ontbreekt.
* De vorm van de items kan verschillen van de afbeelding.
CX6
Het serienummer van de camera
is vermeld aan de onderzijde van
de camera.
Oplaadbare batterij
Batterijlader
USB-kabel
AV-kabel
Polsriem
Garantie
Gebruikershandleiding voor de
camera
*
De software is vooraf geladen in het interne
geheugen van de camera.
Accessoires (als optie verkrijgbaar)
Tasje (SC-100)
Wordt gebruikt om uw camera op
te bergen.
Oplaadbare batterij (DB-100)
Batterijlader (BJ-10)
Kabelschakelaar (CA-2)
HDMI-kabel (HC-1)
Wordt gebruikt om uw camera aan
te sluiten op een televisietoestel
dat HDMI ondersteunt.
Halsriem (ST-4)
Een halsriem in twee richtingen
met een enkelvoudig
hechtingspunt die ook geleverd
wordt met een korte riem.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De polsriem/halsriem aan de camera bevestigen
Steek het dunne uiteinde van de riem door het oogje
op de camera. Maak het uiteinde van de halsriem los
van de gesp en bevestig het zoals weergegeven in de
afbeelding.
Raadpleeg de Ricoh website voor de meest recente
informatie over accessoires (http://www.ricoh.
com/r_dc/).
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
13
Werking Kiezen en Knoppen
De Modus Kiezen gebruiken
Stel de keuzeknop in op de gewenste
modus voordat u stilstaande beelden
opneemt.
Symbolen keuzeknop en beschrijvingen
Symbool Functie Beschrijving Zie
5
Automatische opname
modus
Lensopening en sluitersnelheid worden
automatisch ingesteld afhankelijk van het
onderwerp.
P. 27
T, U
Mijn instellingen modus U kunt opnamen maken met de instellingen
die zijn vastgelegd in [Registreer mijn
instellingen].
P. 106
A/S
Prioriteit Lensopen/
Sluitertijd
Hiermee kunt u de lensopening of de
sluitertijd instellen.
P
. 64
R
Continue modus U kunt met verschillende doorlopende
opnamefuncties opnemen.
P. 60
X
Creatieve opname modus Opnamen maken aan de hand van
verscheidene effecten.
P. 55
W
Scene modus Biedt u de mogelijkheid opnamen te maken
met instellingen die optimaal geschikt zijn
voor de scène die u wilt vastleggen.
P. 50
S
Auto scene modus De camera selecteert automatisch de optimale
scene modus voor eenvoudige richten-en-
opnemen fotografie.
P. 35
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
14
De knop ADJ./OK gebruiken
Gebruik de knop ADJ./OK !"NF om te selecteren of een selectie
uit te voeren.
De instructie "Druk op de ADJ./OK-knop
!"NF" in deze handleiding betekent dat u de
ADJ./OK-knop naar omhoog, omlaag, links of
rechts moet drukken.
"Druk op de ADJ./OK-knop" betekent dat u de
knop moet indrukken.
Voorbeeld: Druk op
de knop ADJ./OK
omhoog
Voorbeeld: Druk op
de knop ADJ./OK
omhoog
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
15
Namen van de onderdelen
Camera
Vooraanzicht
6
8
1
5
2 43
10
7
9
Naam van het item Zie
1 Keuzeknop P
. 13, 27, 35, 53, 56, 61, 64
2 Ontspanknop P. 27
3 Aan/Uit-knop P. 25
4 Lensdop
5
Zoomhendel z (Tele)/Z (Groothoek)
8 (Vergrote weergave)/9 (Miniatuurweergave)
P
. 30, 36, 38
6 Flitser P
. 32
7 AF-venster
8 Hulplampje AF/Zelfontspannerlamp P
. 34, 116
9 Microfoon P. 81
10 Lens
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
16
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Achteraanzicht
1
1716 18
87
9
11
12
10
13
14
15
2
3 4 5
6
Naam van het item Zie
1 Beeldscherm P. 17
2 Oogje P. 12
3 Aansluitingsklepje
P. 103, 122, 132, 135
4 Luidspreker P. 84
5 Gemeenschappelijke aansluiting voor USB-poort/AV-output
P. 103, 122, 132, 135
6 HDPI-micro-outputaansluiting (Type D) P. 103
7
N (Macro)
P
. 31
8 ADJ./OK-knop P. 108
9
F (Flitser)
P. 32
10
3-Knop (film)
P
. 81
11
6-knop (Weergeven)
P. 36
12 MENU-knop P. 53, 56, 61, 66, 86, 105, 114
13 Fn (Function) knop P
. 110
14
t (zelfontspanner)/D (wissen) knop
P. 34, 39
15 DISP. knop P
. 38, 42, 44
16 Deksel van de voedingskabel (DC-ingang)
17 Klepje voor batterij/kaart P
. 22
18 Schroefgat voor statief P. 152
17
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Beeldscherm
Voorbeeld van een beeldscherm als u opnamen maakt
44
HD
DZ
SR
IntervalInterval
+0.3
+0.3 4:34:3 FF
1cm-
1cm-
X103X103
EV +0.7EV +0.7F3.5F3.5 1/10001/1000 ISO 100ISO 100
1 2 53 6 7 10 11
12
20
4 8 9
13
14
15
16
17
19
18
21
24
25
26
23
22
29 30 31 32 33
27
28
28
34
35
38
37
36
Foto maken
Naam van het item
Zie
Naam van het item
Zie
1
Stand flitser P. 32
15
Afbeeldingsinstellingen P. 69
2
Compensatie flitsbelichting
P. 70
16
Auto groepering P. 76
3
Plus Normal opnemen
Multi-trgt AF scherpstelteken
P. 59, 74
17
Histogram P. 47
18
Ruisonderdrukking P. 70
4
Scene modus/Creatieve opname
modus/Continue modus
P. 50,
55, 60
19
Datum afdruk P. 72
20
Bewegingscorrectie
P. 71
5
Soorten opnamestanden P. 12
21
Batterijsymbool P. 20
6
Resterend aantal foto’s P. 153
22
Zelfontspanner P. 34
7
Waar opslaan P. 24
23
Macro-opnamen P. 31
8
Filmgrootte P. 83
24
Minimum opnameafstand P. 118
9
AE-blokkering P. 112
25
Zoom met superresolutie/Digitale
zoom
P. 30, 31
10
Beeldgrootte P. 68
11
Beeldkwaliteit P. 68
26
Digitale Zoom-vergroting/Auto
Resize Zoom
P. 30, 121
12
Stand Scherpstellen P. 68
27
Zoombalk P. 30
13
Witbalans P. 79
28
Intervalopname P. 71
14
Belichtingsmeting P. 69
29
Diafragma P. 64
18
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Naam van het item
Zie
Naam van het item
Zie
30
Sluitertijd P. 65
35
AF-kader P. 27
31
Belichtingscompensatie P. 78
36
S-AUTO P. 35
32
ISO-instelling P. 80
37
Waarschuwingsindicator belichting P. 78
33
Eye-Fi Verbinding P. 120
38
Waarschuwingssymbool
camerabeweging
P. 29, 71
34
Waterpasindicator P. 46
:Stop:Stop :Filmen herstarten:Filmen herstarten
00:0000:00 /00:02/00:02
REC
REC
39 40 41
42
VGA
Film opnemen
Naam van het item
Zie
Naam van het item
Zie
39
Opnametijd P. 153
41
Flikkering door TL-verlichting
beperken
P. 83
40
Resterende opnametijd P. 153
42
Indicator filmopname P. 81
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer het aantal resterende opnamen 10.000 of meer is, wordt "9999" weergegeven.
19
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Voorbeeld van beeldscherm tijdens weergave
ijıIJIJİıIJİıIJġııĻııijıIJIJİıIJİıIJġııĻıı
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
12 13 14 1615
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
11
Foto
Film
Naam van het item
Zie
Naam van het item
Zie
1
Bestandsnummer
10
Beeldgrootte P.68
2
Aantal weer te geven bestanden
11
Beeldkwaliteit P.68
3
Totaal aantal bestanden
12
Opnamedatum P.26
4
Eye-Fi overgedragen beelden P.120
13
Diafragma P.64
5
Type standen
14
Sluitertijd P.65
6
Instelling vlagfunctie P.89
15
Eye-Fi Verbinding P.120
7
Beschermen P.97
16
Batterijsymbool P.20
8
DPOF P.98
17
Opnametijd of verstreken tijd
9
Gegevensbron voor weergave P.24
18
Indicator
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Het beeldscherm kan meldingen weergeven met bedieningsinstructies of de status van de camera
tijdens het gebruik.
U kunt extra informatie weergeven door op de knop DISP. (GP. 45) te drukken.
100-0273100-0273
2011/01/01 00:00
2011/01/01 00:00
10/20
10/20
MAXMAX
( (
C:+0,S:+0,D:+0C:+0,S:+0,D:+0
28 mm
28 mm
F 3.5 1/60 ISO 100
F 3.5 1/60 ISO 100
AUTOAUTO
EV +0.7EV +0.7
Blauw
C:+0,S:+0,D:+0C:+0,S:+0,D:+0
28 mm
28 mm
F 3.5 1/60 ISO 100F 3.5 1/60 ISO 100
AUTOAUTO
EV +0.7EV +0.7
Blauw
88 1010
Wanneer u de kleuren voor de optie [Gerecht] in scenemodus wijzigt, wordt de kleurinformatie (“R:X”
of “B:X”) rechts van het pictogram [Witbalans] weergegeven (zie “9” op bovenstaande afbeelding).
20
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Naam van het item
Zie
Naam van het item
Zie
1
Stand Opname
8
Belichtingsmeting P.69
2
Plus normale opname P.59
9
Witbalans P.91
3
Uitbreiding dynamisch
bereik/Opties zachte focus/
Kleurtoon/Contrast vignettering/
Speelgoedkleuren
P.57, 67
10
Stand flitser P.32
11
Brandpuntsafstand van de zoom P.30
12
Macro-opnamen P.31
4
Diafragma P.64
13
Stand Scherpstellen P.68
5
Sluitertijd P.65
14
Auto groepering P.76
6
ISO-instelling P.80
15
Afbeeldingsinstellingen P.69
7
Belichtingscompensatie P.78
16
Ruisonderdrukking P.70
Als u Eye-Fi-kaarten gebruikt (GP.24), wordt tijdens het maken van foto's of het afspelen van
bestanden de verbindingstatus in beeld weergegeven.
Symbool Status
Niet aangesloten
Aangesloten
Er wordt gewacht op gegevensoverdracht
Er worden gegevens overgedragen
Verbinding verbroken
Overgedragen afbeeldingen
Fout bij het ophalen van afbeeldingen van de Eye-Fi-kaart
• Schakel de camera opnieuw in.
Als de fout hiermee niet is opgelost, is er wellicht sprake van een probleem met de kaart zelf.
Niveau-indicator voor de batterij
Rechts onderin het beeldscherm verschijnt een batterijsymbool dat
laat zien hoeveel vermogen de batterij nog heeft. Laad de batterij op
voordat deze geheel leeg is.
Batterijsymbool Beschrijving
Groen
De batterij is voldoende opgeladen.
Groen
De batterij is gedeeltelijk ontladen. De batterij opladen wordt aanbevolen.
Oranje
De batterij heeft weinig vermogen. Laad de batterij op.
Wanneer [AF Modus] (GP.116) is ingesteld op [Spaarfunctie], verandert de niveau-indicator voor
de batterij naar
SAV E
,
SAV E
, of
SAV E
.
21
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Gereedmaken voor gebruik
Zet uw camera aan en zorg dat u klaar bent voor het schieten van een opname.
De oplaadbare batterij opladen
De oplaadbare batterij moet u vóór gebruik opladen.
1
Zet de batterij in de batterijlader en let erop dat de
markeringen r en s op de batterij overeenkomen met de
markeringen op de batterijlader.
Het batterijlabel moet omhoog wijzen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Let erop dat u r en s niet verwisselt.
2
Sluit de batterijlader aan op een stopcontact.
Laad de batterij op in de batterijlader (BJ-10). De batterijen
kunnen niet worden opgeladen met een andere batterijlader dan
model BJ-10.
Het laden wordt gestart. De laadstatus wordt aangeduid door de
laderlamp, zoals in de onderstaande tabel. Zodra het opladen klaar
is, kunt u de stekker van de batterijlader uit het stopcontact trekken.
Lampje op de lader Beschrijving
Brandt Opladen
Off Het laden is klaar
Knippert De aansluiting van de batterijlader kan vuil zijn of de batterijlader/batterij
kan defect zijn. Trek de batterijlader uit het stopcontact en verwijder de
batterij.
De geschatte batterijlaadtijd is hieronder aangegeven. De tijd voor
het opladen kan variëren afhankelijk van het batterijniveau.
Oplaadtijd oplaadbare batterij
DB-100 C
a. 180 min. (25 ºC)
22
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De oplaadbare batterij en de SD-geheugenkaart
in de camera plaatsen
Plaats de batterij en de SD-geheugenkaart nadat de oplaadbare
batterij is opgeladen. Zorg dat de camera uit is.
1
Open het klepje voor de batterij/
kaart.
2
Plaats de oplaadbare batterij en de SD-geheugenkaart.
Let erop dat de SD- geheugenkaart in de juiste richting wordt geplaatst
en duw de kaart dan geheel naar binnen tot hij op zijn plaats klikt.
Wanneer de oplaadbare batterij is geplaatst, wordt deze vergrendeld
door middel van de haak, zoals de afbeelding laat zien.
Wanneer de batterij niet op de juiste manier wordt geplaatst, schakelt
de camera niet aan. Plaats de batterij opnieuw op de juiste manier.
3
Sluit het klepje voor de batterij/
kaart en schuif het terug op zijn
plaats.
De oplaadbare batterij uit de camera halen
Open het klepje voor de batterij/kaart. Ontgrendel de haak die de
oplaadbare batterij vastzet. De batterij wordt uitgeworpen. Trek de
batterij uit de camera. Ga voorzichtig te werk en laat de batterij niet
vallen wanneer u hem uit de camera haalt.
De SD-geheugenkaart uit de camera halen
Open het klepje voor de batterij/kaart. Duw tegen de SD-
geheugenkaart en laat hem daarna voorzichtig uit de camera komen.
Trek de kaart uit de camera.
Kant logo
23
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Over de Batterij
Deze camera maakt gebruik van de oplaadbare batterij DB-100, een
speciaal hiertoe bestemde lithium-ion batterij die bij de camera
geleverd wordt.
Aantal opnamen dat u kunt nemen -------------------------------------------------------------
Schatting van het aantal beelden dat u kunt vastleggen op één enkele volle batterij:
Ongeveer 260
Gebaseerd op CIPA-standaard. (Temperatuur: 23 graden Celsius, beeldscherm aan, 30 seconden tussen
opnamen, de zoominstelling wijzigen van tele- naar groothoek-opname of van groothoek- naar tele-
opname voor elke opname, 50% flitsergebruik, het toestel uitzetten na elke 10 opnamen)
Om zoveel mogelijk foto's te kunnen nemen, zet u de camera in de modus Synchro-monitor
(GP.42) of in de slaapstand (GP.115).
Het aantal opnamen is alleen ter indicatie. Wanneer u de camera langer gebruikt voor het instellen
en weergeven, neemt de opnametijd (het aantal opnamen) af. Als u de camera lang achtereen wilt
gebruiken, raden we u aan een reservebatterij mee te nemen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De batterij kan meteen na gebruik zeer warm zijn. Schakel de camera uit en laat het toestel afkoelen
voordat u de batterij eruithaalt.
Verwijder de batterij wanneer u de camera langere tijd niet gaat gebruiken.
Gebruik, wanneer u een lithium-ion-batterij gebruikt, alleen de opgegeven oplaadbare lithium-ion
batterij (DB-100). Gebruik nooit een andere batterij.
De batterijen moeten worden verwijderd volgens de regels opgelegd door de overheid of lokale
instanties.
Over deSD-geheugenkaart (in de handel verkrijgbaar)
Beelden kunnen worden opgeslagen in het interne 40 MB-geheugen
van de camera of op SD- of SDHC-kaarten (hierna "geheugenkaarten"
genoemd) die afzonderlijk verkrijgbaar zijn bij andere leveranciers.
Over formatteren ------------------------------------------------------------------------------------
Voordat u een geheugenkaart voor de eerste keer gebruikt of nadat u een geheugenkaart in andere
apparaten hebt gebruikt, moet u de kaart formatteren met deze camera. Geheugenkaarten kunnen worden
geformatteerd aan de hand van [Formatteren [Kaart]] (GP. 115) in het menu Setup (GP. 114).
24
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Over de opnamebestemming en de gegevensbron voor de weergave --------------------
Wanneer een SD-geheugenkaart in de camera wordt geplaatst, wordt u weergegeven en wordt de
SD-geheugenkaart gebruikt als de opnamebestemming en gegevensbron voor de weergave. Als er geen
kaart is geplaatst, wordt t weergegeven en wordt het interne geheugen gebruikt.
Eye-Fi-kaarten ---------------------------------------------------------------------------------------
Eye-Fi X2-kaarten (SD-geheugenkaarten met ingebouwde draadloze LAN-functie) kunnen worden
gebruikt. Voor meer informatie over Eye-Fi-kaarten kunt u terecht op de webpagina van Eye-Fi
(http://www.eye.fi/).
Ervoor zorgen dat uw beelden niet worden overschreven (schrijfbeveiliging) ----------
Schuif de schrijfbeveiling op de SD-geheugenkaart in de LOCK stand om te
voorkomen dat uw foto-opnamen per ongeluk worden gewist of dat de kaart
wordt geformatteerd.
N.B. U kunt geen foto’s maken wanneer de schakelaar in de stand LOCK staat,
omdat u geen gegevens op de kaart kunt vastleggen. Hef de beveiliging van de
kaart op wanneer u opnamen wilt gaan maken.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Als u een SD-geheugenkaart in de camera hebt gezet, gebruikt de camera het interne geheugen niet,
zelfs niet als de kaart vol is.
U kunt geen SDXC-kaarten gebruiken.
Zorg ervoor dat de metalen onderdelen van de kaart niet vuil worden.
Dit product biedt geen garanties voor de ondersteuning van de functies van Eye-Fi-kaarten (inclusief
draadloze overdracht). Als u een probleem ondervindt met een Eye-Fi-kaart, kunt u zich wenden tot
de fabrikant van de kaart. Eye-Fi-kaarten kunnen alleen worden gebruikt in het land waarin de kaarten
werden gekocht. Het is onduidelijk of de kaart is goedgekeurd voor gebruik in dit gebied. Gelieve
contact op te nemen met de fabrikant van de kaart.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Van kaart naar intern geheugen kopiëren] (GP. 88) in het weergavemenu (GP. 86) kan
worden gebruikt om beelden in het interne geheugen te kopiëren naar een geheugenkaart.
We bevelen een Speed Class 6-geheugenkaart aan voor de opname van films wanneer [x1280]
geselecteerd is onder [Filmgrootte].
25
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De camera in- en uitschakelen
Druk op de POWER-knop.
Wanneer de camera is ingeschakeld, wordt
een opstartgeluid weergegeven en wordt de
beeldweergave ingeschakeld.
Als u op de POWER-knop hebt gedrukt
wanneer de camera is ingeschakeld, wordt
het aantal bestanden dat op die dag is
opgenomen getoond.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Er wordt een nul weergegeven als de klok niet werd ingesteld.
De camera in de stand Weergeven gebruiken
Als u knop 6 (Weergeven) ingedrukt
houdt, zet u de camera aan in de stand
Weergeven en kunt meteen starten met de
weergave van vastgelegde beelden.
Wanneer de camera is ingeschakeld met de
knop 6, kunt u opnieuw op de knop 6
drukken om het toestel uit te schakelen.
Over slaapstand en automatisch uitschakelen ------------------------------------------------
Als de camera een bepaalde tijd niet wordt gebruikt, wordt het scherm automatisch gedimd
(slaapmodus) of uitgeschakeld om te voorkomen dat de batterij leegloopt.
U kunt de instellingen voor de slaapmodus (GP.115) en voor automatisch uitschakelen
(GP.115) aanpassen.
De taal, datum en tijd instellen
Wanneer u de camera voor het eerst aanzet, verschijnt het scherm
voor de taalinstelling (de taal van het beeldscherm). Wanneer u de taal
hebt ingesteld, gaat u naar de instelling voor de datum/tijd (voor het
afdrukken van de datum en tijd op uw fotos).
26
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De taal instellen
1
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF
om een taal te kiezen.
Wanneer u op knop DISP. drukt, wordt
de instelling van de taal overgeslagen
en verschijnt het scherm voor het
instellen van de datum/tijd.
2
Druk op de ADJ./OK-knop.
De schermtaal wordt ingesteld en het scherm voor het instellen van
de datum/tijd verschijnt.
De datum en de tijd instellen
1
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF om jaar, maand, datum,
tijd en formaat in te stellen.
Wijzig de waarde met !" en
verplaats het item met NF.
U kunt de instelling annuleren door
op de DISP.-knop te drukken.
Zie P.16 voor meer informatie over het
gebruik van de ADJ./OK-knop.
2
Controleer de informatie op het scherm en druk daarna op
de ADJ./OK-knop.
Het bevestigingsscherm verschijnt.
3
Druk op de ADJ./OK-knop.
De datum en tijd worden ingesteld.
De taal, datum en het uur kunnen worden gewijzigd op elk
ogenblik aan de hand van [Language/N] en [Datuminstellingen]
(GP. 119) in het menu Setup (GP. 114).
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Datum afdruk] (GP. 72) in het opnamemenu (GP. 66) kan worden gebruikt om de datum en
het uur van opname op de fotos te plaatsen.
U kunt de instellingen van datum en tijd behouden door gedurende meer dan twee uur een voldoende
geladen batterij in de camera te zetten.
Als u de batterijen langer dan een week uit de camera laat, vervallen de instellingen voor de datum en
tijd. U moet deze dan opnieuw opgeven.
27
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Eenvoudig fotograferen
U bent er nu helemaal klaar voor.
Opnamen maken in de automatische opname modus
(scherpstellen en opnemen)
Draai de keuzeknop naar 5 om automatisch opnamen te maken.
De ontspanknop werkt in twee stappen. Wanneer u
de ontspanknop half indrukt (half indrukken), wordt
de autofocus-functie ingeschakeld en wordt het
beeld automatisch scherp gesteld. Daarna drukt u
de knop volledig in (Volledig indrukken) en legt u
de opname vast.
1
Houd de camera met beide handen
vast en druk uw ellebogen licht tegen
uw lichaam.
2
Plaats de opname met uw onderwerp in het AF-kader in het
midden van het scherm en druk de ontspanknop half in.
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
HD
De camera stelt scherp op het onderwerp en de belichting en de
witbalans worden vergrendeld.
De brandpuntsafstand wordt op negen punten gemeten. Groene
kaders verschijnen in beeld en geven de posities aan die zijn
scherpgesteld.
28
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
3
Als u een opname wilt maken met een scherpgesteld
onderwerp op de voorgrond tegen een achtergrond, druk dan
de ontspanknop half in en stel scherp op het onderwerp en
componeer daarna de opname.
Opnamebereik
Onderwerp voor scherpstelling
4
Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in.
Het stilstaande beeld dat u hebt vastgelegd, verschijnt een ogenblik
op het beeldscherm en wordt in het interne geheugen of op de SD-
geheugenkaart vastgelegd.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Wees voorzichtig en zorg ervoor dat u de lens, de flits of het AF-venster
niet hindert met uw vingers, haar of het riempje wanneer u het toestel
gebruikt.
Zorg dat u de lenseenheid niet vasthoudt. Anders kunt u niet goed
zoomen en scherpstellen.
29
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Over scherpstellen -----------------------------------------------------------------------------------
De kleur van het kader in het midden van het beeldscherm geeft aan of het onderwerp scherpgesteld is of
niet.
Status scherpstelling Kaderkleur
Vóór de scherpstelling Wit
Onderwerp dat wordt
scherpgesteld
Groen
Onderwerp dat niet wordt
scherpgesteld
Rood (flitsen)
Er kan mogelijk niet scherp worden gesteld op de volgende onderwerpen of ze kunnen onscherp zijn
ook al is het kader groen.
Objecten met te weinig contrast, zoals de hemel, een muur in één kleur of de motorkap van een auto.
Vlakke tweedimensionale objecten met alleen horizontale lijnen en geen uitstekende delen van
betekenis.
Snel bewegende objecten.
Dingen op slecht verlichte plaatsen.
Plaatsen met een krachtig licht in de achtergrond of reflecties.
Dingen die knipperen, zoals TL-lampen.
Puntlichtbronnen, zoals lichtperen, spotlights of LED's.
Wanneer u opnamen wilt maken van dergelijke onderwerpen, stel dan eerst scherp op een object op
dezelfde afstand als uw onderwerp en maak dan de opname.
De camera stilhouden ------------------------------------------------------------------------------
Druk de ontspanknop lichtjes in om bewegen met de camera te voorkomen.
A
ls u de camera beweegt terwijl u de ontspanknop indrukt, kan de foto onscherp zijn door het trillen
van de camera.
Houd er rekening mee dat het in de volgende gevallen moeilijk is de camera stil te houden:
- W
anneer u zonder flitser een opname maakt in een donkere omgeving
- W
anneer u de zoomfunctie gebruikt
- B
ij opnamen met lage sluitertijd in de modus Prioriteit sluitertijd (GP. 65)
W
anneer het J-symbool op het beeldscherm verschijnt, geeft dat aan dat u de camera misschien
niet stil zult kunnen houden. Doe één van de volgende dingen om de camera stil te houden.
- S
electeer [Aan] voor [Bewegingscorrectie] (GP. 71) in het opnamemenu (GP. 66)
- D
e flitser op de stand [Auto] of [Flits aan] zetten (GP. 32)
- D
e ISO-instelling verhogen (GP. 80)
- D
e zelfontspanner gebruiken (GP. 34)
30
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De zoomfunctie gebruiken
Draai de zoomhendel naar z (Tele) en
u kunt een close-up-opname van een
onderwerp maken. Draai de zoomhendel
naar Z (Groothoek) en u kunt een
groothoekfoto maken. De hoeveelheid
zoom wordt aangeduid door de
zoombalk en het zoompercentage in de
beeldweergave.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
řIJıįĸřIJıįĸ
HD
Groothoek Tele
Zoombalk
De optische zoom vergroot beelden tot
10,7× en de zoom met superresolutie
vergroot beelden tot 2,0×.
Wanneer u de zoom met superresolutie
gebruikt, verschijnt het symbool
op de
beeldweergave.
Met de zoom met superresolutie kunt u
het onderwerp vergroten zonder verlies van beeldkwaliteit.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Met de optie [Aan] geselecteerd voor [Stap zoom] (Gp. 116) in het instelmenu (Gp. 114)
kan de optische zoom worden aangepast in acht discrete stappen en kan de zoom met superresolutie
worden aangepast in twee discrete stappen.
De zoom met superresolutie wordt ingeschakeld wanneer de optie [Normaal] wordt geselecteerd voor
[Digitale zoom afbeelding] (Gp. 117) in het instelmenu (Gp. 114).
De zoom met superresolutie kan niet worden gebruikt in de continue modus, [Continue
golfswingmodus] in de scènemodus, in de creatieve opnamemodus of tijdens het opnemen van een
film.
˴ijIJįĵ˴ijIJįĵ
SR
Zoom met
superresolutie
Optische
zoom
˴ijIJįĵ˴ijIJįĵ
SR
Zoom met
superresolutie
Optische
zoom
31
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Digitale zoom gebruiken ---------------------------------------------------------------------------
Met de zoomfunctie met superresolutie kunt u het onderwerp vergroten, maar met de digitale zoom kunt
u het onderwerp nog verder vergroten (tot nog eens 4.8 × voor stilstaande beelden, 2.8 × voor film met
frameformaat 1280 of 4.0 × voor film met frameformaat 640).
Als u digitale zoom wilt gebruiken, houd dan de zoomhendel in de richting van z gedrukt totdat de
maximale vergroting is bereikt op de zoombalk, laat dan de zoomhendel een ogenblik los en een draai
vervolgens de zoomhendel weer in de richting van z.
Wanneer u de digitale zoomfunctie gebruikt, verschijnt het symbool
op de beeldweergave en wordt het zoompercentage in het geel
weergegeven. Wanneer [Kwaliteit/afmeting foto] is ingesteld op j
4
: 3 F of j 4
: 3 N, kunt u [Digitale zoom afbeelding] ook instellen op
[Aut afm wijz] (GP. 121).
Afhankelijk van de opnamestand of de instellingen in het opnamemenu,
is het mogelijk dat de digitale zoom niet kan worden gebruikt
(GP. 144).
Opnamen van dichtbij (Macro-opnamen)
Met de macro-opnamefunctie kunt u foto's
maken van onderwerpen die zich heel
dicht bij de camera bevinden. Druk de
ADJ./OK-knop naar N (Macro) om close-
ups te maken. Wanneer u de ADJ./OK-knop
opnieuw naar N (Macro) duwt, wordt de
macrostand geannuleerd.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
In de macro-stand hangt de minimum opnameafstand af van de zoompositie. Zet [Minimale afstand]
op [Weergeven] om de minimum opnameafstand weer te geven op het scherm (GP. 118).
[Focus] (GP. 68) is ingesteld op [Punt AF].
De stand Macro is niet beschikbaar in sommige opnamestanden (GP. 144).
Met de functie [Zoom macro] (GP. 51) in de scene modus kunt u opnamen van nog dichterbij
maken in de Macro-opnamestand.
˴IJıĴ˴IJıĴ
DZ
SR
˴IJıĴ˴IJıĴ
DZ
SR
32
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De minimum opnameafstand en het zoom-opnamebereik bij het gebruik van de zom staan hieronder vermeld.
Zoom
position
Brandpuntsafstand *
Minimale
opnameafstand (vanaf
de voorkant van de lens)
Opnamebereik
Groothoek 31
mm Ongeveer 1 cm Ca. 28 mm × 21 mm
Tele
300
mm Ongeveer 28 cm Ca. 45 mm × 34 mm
(wanneer de zoom met
superresolutie/digitale zoom niet
wordt gebruikt)
600
mm Ongeveer 28 cm Ca. 22 mm × 17 mm
(wanneer 2,0
× zoom met
superresolutie/digitale zoom niet
wordt gebruikt)
2880 mm Ongeveer 28 cm Ca. 5 mm × 4 mm
(wanneer 2,0
×
zoom met
superresolutie/4,8
×
digitale zoom
wordt gebruikt)
* Vergelijkbaar met de lens van een 35 mm kleinbeeldcamera
De flitser gebruiken
U kunt de meest geschikte flitsstand kiezen. Bij aankoop is de camera
ingesteld op flitser uit [Auto].
1
Druk de ADJ./OK-knop naar F
(flitser).
De lijst van symbolen voor de
flitsstanden wordt op het beeldscherm
getoond.
Flits uit De flitser werkt niet.
Auto Wanneer de verlichting van uw onderwerp zwak is of bij
tegenlicht, wordt de flitser automatisch in werking gesteld.
Anti rode ogen Onderdrukt rode ogen bij gebruik van de flitser.
Flits aan De flitser werkt onafhankelijk van de omstandigheden.
Flits synchroon
De flitser werkt terwijl de sluitertijd wordt vertraagd. Deze
stand is geschikt voor het maken van portretfotos in een
nachtelijk landschap. Mogelijk zult u de camera niet stil kunnen
houden dus wordt het gebruik van een statief aangeraden.
33
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
2
Druk op de ADJ./OK-knop !" om de flitsstand te kiezen.
Het symbool voor de flitsstand wordt linksboven in het beeldscherm
weergegeven.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Het symbool voor de flitsmodus knippert bovenaan links van de beeldweergave wanneer de flits wordt
opgeladen en u kunt geen fotos maken tijdens het opladen (ca. 5 seconden).
Zodra de flits is opgeladen, stopt het symbool met knipperen en blijft het stabiel branden. Daarna is de
camera gereed om op te nemen.
Nadat de camera is ingeschakeld, kan het langer duren totdat de camera gereed is voor gebruik als u de
flitser gebruikt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De instellingen voor de flitsstand blijven bewaard tot u de ADJ./OK-knop weer naar F (flitser) drukt.
Het flitserniveau kan worden ingesteld aan de hand van [Compensatie flitsbelichting] (GP. 70) in
het opnamemenu (GP. 66).
De hulpflitser flitst om de nauwkeurigheid van AE te verhogen.
In sommige opnamestanden of met sommige opties van het opnamemenu (
GP. 144) kan de flitser
niet worden gebruikt of kunnen bepaalde flitserstanden niet worden geselecteerd.
34
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De zelfontspanner gebruiken
De camera neemt automatisch op nadat u op de ontspanknop hebt
gedrukt en de ingestelde tijd verstreken is.
1
Druk op de knop t (zelfontspanner) wanneer de camera
klaar is voor opname.
Er wordt een lijst weergegeven op het beeldscherm van de
instellingen van ontspannerstanden.
U kunt de zelfontspanner instellen voor opname na twee of tien
seconden, of u kunt [Aangepaste zelfontspanner] (GP. 70) kiezen
om de zelfontspannerinstellingen te personaliseren.
2
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de stand te kiezen.
Het zelfontspannersymbool en het
aantal seconden worden linksboven
in het beeldscherm weergegeven.
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
HD
3
Druk op de ontspanknop.
Met [10] als instelling brandt het zelfontspanner-lampje 8 seconden
wanneer de zelfontspanner start en knippert het de laatste 2
seconden voor de opname genomen wordt.
Met [Aangepaste zelfontspanner] als instelling knippert het
zelfontspanner-lampje 2 seconden voor elke opname en worden
foto's gemaakt met het ingestelde interval. De scherpstelling gebeurt
voor de eerste foto.
Met [Aangepaste zelfontspanner] als instelling drukt u op de MENU-
knop om de zelfontspanner te annuleren tijdens de opname.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De camera blijft ook nadat de opname is gemaakt in de zelfontspannerstand staan. Druk op de knop t
en zet zo de zelfontspanner uit door de instelling voor de zelfontspanner te wijzigen in [Zelfontsp. uit].
Wanneer het de zelfontspanner is ingesteld op 2 seconden, brandt of knippert het zelfontspanner-lampje niet.
Wanneer de zelfontspanner is ingesteld, wordt de instelling [Intervalopname] gedeactiveerd.
35
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Opnemen in de auto scene modus
In de auto scene modus, selecteert de camera
automatisch de optimale scene modus (GP. 50).
De volgende scene modi kunnen worden
geselecteerd.
Scene modus Zie Scene modus Zie
Staand P.50 Landschap P.50
Nacht. port. P.50 Nacht
Sport P.51
Het pictogram van de geselecteerde
scene modus wordt weergegeven op het
scherm. De camera stelt automatisch de
macromodus in wanneer er een object in
de buurt is en er verschijnt een pictogram
op de beeldweergave.
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
HD
Stand nacht -------------------------------------------------------------------------------------------
Deze scène is alleen beschikbaar in de auto scene modus. De flitser gaat alleen wanneer er voldaan wordt
aan alle volgende voorwaarden:
De flitser staat in de stand [Auto].
Er wordt vastgesteld dat de flitser noodzakelijk is omdat het om u heen donker is.
Er is een persoon of een ander object in de buurt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Zie p. 144 voor informatie over de opties die beschikbaar zijn in het opnamemenu wanneer de auto
scene modus is geselecteerd.
Als de camera geen scène kan selecteren, worden de scherpstelling, belichting en witbalans
respectievelijk ingesteld als Meervoudige AF multi AE en Multi-pattern auto.
36
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Weergeven beelden
Uw beelden bekijken
Druk op de knop 6 (Weergeven) om de
weergavestand te selecteren. Wanneer
de camera is uitgeschakeld, wordt deze
ingeschakeld in de weergavestand door
de knop 6 (Weergeven) langer dan 1
seconde ingedrukt te houden.
Druk op de ADJ./OK-knop NF om het
vorige of volgende bestand weer te
geven. Druk op de knop !" om het bestand 10 beeldjes verder of
terug weer te geven.
Druk nogmaals op knop 6 als u de camera weer wilt overschakelen
van de stand Weergeven naar de opnamestand.
De beelden die worden weergegeven in de weergavestand --------------------------------
Zie P. 99 voor informatie over het weergeven van bestanden
met het S-symbool (MP-bestand). MP is een
bestandsindeling voor het opnemen van een reeks foto’s.
2011/01/01 00:002011/01/01 00:00
000-0001000-0001 1
/
151
/
15
ĵĻĴ ŏĵĻĴ ŏ
Miniatuurweergave
Gebruik de zoomhendel om te kiezen
tussen de weergave van 1 frame, 20 frames,
81 frames en kalenderweergave.
37
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
100-0010100-0010 10/2010/20
4:3 F4:3 F
2011
/
01
/
01 00 :00 F3.5 1/322011
/
01
/
01 00 :00 F3.5 1/32
Lst b est.Ls t best.
2011/0 1/01 00 :002011/0 1/01 00 :00
4:3 F4:3 F
2011
.
012011
.
01
S
S MM TT
WW
TT FF SS
1
1
2
2 33 44 55 66 77 88
9
9 1010 1111 1212 1313 1414 1515
16
16 1717 1818 1919 2020 2121 2222
23
23 2424 2525 2626 2727 2828 2929
30
30 3131
2011
.
01
.
312011
.
01
.
31
MaandagMaandag
1/251/25Afb.Afb.
2011/0 1/ 012011/0 1/ 01 Afb.A fb.1/191/19
ZaterdagZaterdag
Kalenderweergave81 frames
20 framesWeergave 1 frame
Datumweergave
20 frames/81 frames
Druk op de knop ADJ./OK
!"
NF
om beelden te markeren en druk
op de knop ADJ./OK om het gemarkeerde beeld op volledige grootte
weer te geven.
Druk op de DISP.-knop om te schakelen tussen de miniatuurlijst en
de paginalijst. Druk in de paginalijst op de ADJ./OK-knop
!"
NF
om de pagina te kiezen.
Kalenderweergave/Datumweergave
Druk op de knop ADJ./OK
!"
NF
om de gewenste datum te markeren
(u kunt alleen datums selecteren waarvoor beelden bestaan).
Draai de zoomhendel naar 8 om de gemaakte foto op de
geselecteerde datum te bekijken in de 20 frames-weergave. Wanneer u
op de knop ADJ./OK drukt in de 20 frames-weergave, gaat u terug naar
de weergave van 1 frame.
Om de fotos te bekijken die in andere maanden zijn gemaakt,
markeert u de huidige maand en drukt u op de knop ADJ./OK NF.
38
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Foto's vergroten
Draai de zoomhendel naar 8 (Vergrote weergave) om in te zoomen
op de geselecteerde foto. De vergroting verschilt afhankelijk van de
beeldgrootte.
Beeldgrootte Vergrote weergave (maximale vergroting)
z 4
: 3 F
3,4 ×
a 4 : 3 F
6,7 ×
Andere beeldgroottes dan bovengenoemde
16 ×
Door op dit moment te drukken op de DISP.-knop, wordt de weergave
als volgt gewijzigd.
Lst best.Lst best.
101-0084101-0084
Door nu op de ADJ./OK-knop
!"NF
te drukken wordt het
gebied weergegeven.
Door nu op de ADJ./OK-knop
!"NF
te drukken wordt het
gebied weergegeven.
Lst best.Lst best.
101-0084101-0084
Door nu op de ADJ./OK-knop
NF
te drukken wordt
het voorgaande of vorige beeld vergroot. Als een
MP-bestand of een film wordt weergegeven, keert het
scherm terug naar de normale grootte.
DISP. -knop
Ingedrukt
houden van
de DISP.- knop
Ingedrukt
houden van
de DISP.- knop
Draai de zoomhendel naar 9 (Miniatuurweergave) in terug te keren
naar het oorspronkelijke formaat.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt films niet groter weergeven.
Zie P. 99-100 voor meer informatie over het vergroten van bestanden met het symbool S. MP is een
bestandsindeling voor het opnemen van een reeks foto’s.
Bijgesneden kopieën (GP. 91) kunnen niet worden ingezoomd met de vergrotingsfactoren die
hierboven zijn vermeld.
39
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Wissen van bestanden
U kunt bestanden verwijderen van de SD-geheugenkaart of het
interne geheugen.
Een of alle bestanden verwijderen
1
Druk op knop 6 (Weergeven).
Het laatst opgenomen bestand wordt weergegeven.
2
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF om het bestand weer te
geven dat u wilt wissen.
3
Druk op de knop D (Wissen).
4
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om [Een verw.] of [Alles verw.] te
selecteren.
U kunt met de ADJ./OK-knop NF een
ander beeld kiezen dat u wilt wissen.
5
Druk op de ADJ./OK-knop.
Als [Alles verw.] is geselecteerd, drukt u op de ADJ./OK-knop NF om
[Ja] te selecteren en druk dan op ADJ./OK-knop.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Bestand terughalen] (GP. 88) in het weergavemenu (GP. 86) kan worden gebruikt om
bestanden die per ongeluk werden gewist, te herstellen. Denk er echter aan dat bestanden niet kunnen
worden hersteld als de camera bijvoorbeeld uitgeschakeld geweest werd of wanneer de opnamemodus
geselecteerd werd nadat de bestanden werden gewist.
Stel [Beschermen] (P. 97) in om te voorkomen dat u bestanden verwijdert die u niet wilt kwijtraken.
40
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Meerdere bestanden wissen
U kunt meerdere bestanden verwijderen wanneer u in de
weergavemodus van de multi-frameweergave op de knop
D (Verwijderen) drukt of wanneer u op die knop drukt in de
weergave van 1 frame en [Meer. verw.] selecteert. U kunt meerdere
geselecteerde bestanden of alle bestanden binnen een geselecteerd
bereik verwijderen.
Druk op elk ogenblik op de knop DISP. om af te sluiten zonder beelden
te verwijderen.
Sel. indiv.: Verwijderen van meerdere geselecteerde bestanden
1
Selecteer met de ADJ./OK-knop
!"NF het bestand dat u wilt
wissen en druk daarna op de
ADJ./OK-knop.
Het prullenbaksymbool wordt in de
linkerbovenhoek van het bestand
weergegeven. Om de selectie van
een bestand op te heffen, selecteert u het bestand en drukt u op de
knop ADJ/OK.
Druk op de DISP.-knop om de selectie te annuleren.
Druk op de MENU-knop om te schakelen naar het scherm voor het
opgeven van een bereik van bestanden
2
Druk op de knop D (Wissen).
Er wordt een bevestigingsdialoogvenster weergegeven.
3
Druk op de ADJ./OK-knop NF om [Ja] te selecteren als u dat
wilt en druk dan op ADJ./OK-knop.
4: 3 F4:3 F
Verw.Verw.
Sel/Annuleren
Sel/Annuleren Verw.Verw.
Lst best.
Lst best.
41
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Sel. Ber.: alle bestanden in de geselecteerde bereiken
1
Druk op de knop ADJ./OK !"NF
om het beginpunt van het bereik
van bestanden te selecteren en
druk op de knop ADJ./OK button.
Druk op de DISP.-knop om het
startpunt te annuleren.
Druk op de MENU-knop om te
schakelen naar het scherm voor het afzonderlijk opgeven van
bestanden.
2
Druk op de knop ADJ./OK !"NF
om het eindpunt van het bereik
van bestanden te selecteren en
druk op de knop ADJ./OK button.
Het prullenbaksymbool wordt in de
linkerbovenhoek van de opgegeven
bestanden weergegeven.
Druk op DISP. om de selectie van alle bestanden op te heffen.
Herhaal stappen 1 en 2 om meerdere bereiken op te geven.
3
Druk op de knop D (Wissen).
Er wordt een bevestigingsdialoogvenster weergegeven.
4
Druk op de ADJ./OK-knop NF om [Ja] te selecteren als u dat
wilt en druk dan op ADJ./OK-knop.
4: 3 F4:3 F
Verw.Verw.
Einde
Einde AnnulerenAnnuleren
67
/
8967
/
89
4: 3 F4:3 F
Verw.Verw.
Start
Start Verw.Verw.
70
/
8970
/
89
42
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
De weergave op het scherm
wijzigen
met de DISP.- knop
Door te drukken op de DISP.-knop kunt u de stand voor de
schermweergave veranderen en overschakelen tussen de
verschillende informatie op het beeldscherm.
In opnamestand
HD
HD
HD
Normale symboolweergave
Zoom Assist Tonen
Histogramweergave
Beeldscherm uit
(Stand Synchro-Monitor)
Grid Guide weergave (Raster)
Grid Guide weergave (Raster) --------------------------------------------------------------------
Dit geeft hulplijnen weer op het beeldscherm om u te helpen bij het maken van uw foto. Deze lijnen
worden niet vastgelegd in uw beelden.
Gebruik [Weergave-opties raster] in het menu Setup om het raster te selecteren (GP. 117).
Stand Synchro-Monitor -----------------------------------------------------------------------------
Het beeldscherm werkt alleen als u de camera bedient. In deze stand wordt de batterij gespaard. Als de
camera in deze stand staat, schakelt u het beeldscherm in door de ontspanknop half in te drukken. Als
u daarna de ontspanknop geheel indrukt, ziet u de vastgelegde opname op het beeldscherm en daarna
wordt het beeldscherm uitgeschakeld (Deze instelling is verschillend van [LCD auto dim] in het menu
setup).
Geen weergave
43
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als [Opname info kaderweergave] is ingesteld op [Aan] in het menu Setup, dan kan het weergavebeeld
met opname-informatie worden weergegeven voor normale symboolweergave, zoomhulpweergave en
histogramweergave (GP. 117).
De zoomhulp en histogrammen worden niet weergegeven tijdens het opnemen van films. Een
knipperend [
O
] pictogram, de opnametijd en de beschikbare tijd worden weergegeven tijdens
de opname, zelfs als de indicators verborgen zijn of als het raster wordt weergegeven.
Wanneer [Niveau-instelling] is ingesteld op [Weergave] of [Weergave+gel.] (GP.45), wordt de
niveau-indicator weergegeven tijdens de normale symbolenweergave, de zoomhulpweergave en de
histogramweergave (GP.46).
Wanneer één van de volgende handelingen wordt verricht, schakelt de beeldweergave in ook al is die
uitgeschakeld.
-
Wanneer de ADJ./OK-knop, MENU-knop, DISP.-knop of 6 (Weergeven) wordt ingedrukt
-
Als de zoomhendel wordt gedraaid
Wanneer [Koken] of [Zoom Macro] is geselecteerd in de scènemodus, is de zoomhulpweergave niet
beschikbaar.
De zoomhulpweergave wordt niet weergegeven wanneer [Zoom Assist Tonen] (GP.117) is
ingesteld op [Uit] in het instelmenu.
44
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
In stand Weergave
2011/ 01/01 00:002011/ 01/01 00:00 2011/ 01/01 00:002011/ 01/01 00:00
2011/ 01/01 00:00
2011/ 01/01 00:00
Visning Weergave witverzadig in gv it ttnadVisning Weergave witverzadig in gv it ttnad
Normale
symbool-
weergave
Weergave Histogram
en Gedetailleerde
Informatie
Geen
weergave
Weergave accenten
witverzadiging (al-
leen als [Weergave
witverzadiging] is
ingesteld op [Aan])
Weergave accenten witverzadiging -------------------------------------------------------------
Als [Weergave witverzadiging] is ingesteld op [Aan] in het menu Setup (GP. 118) en u op de DISP.-
knop drukt terwijl het historgram en gedetailleerde informatie worden weergegeven, wordt geschakeld
naar de weergave van accenten.
De plaatsen waar er sprake is van witverzadiging knipperen (in zwart). Witverzadiging is het tintverlies
wat de kleurschakering in een beeld aanduidt en waar zeer heldere delen van het onderwerp worden
weergegeven in wit. Een beeld met tintverlies kan later niet worden bewerkt. U kunt het beste nog een
opname maken en daarbij de compositie veranderen of het belichtingsniveau lager instellen
(–)
(GP. 78).
De weergave accenten witverzadiging is alleen ter indicatie.
45
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Elektronische waterpas
Wanneer [Niveau-instelling] is ingeschakeld, gebruikt de camera een
niveau-indicator en een niveaugeluid waarmee wordt aangegeven of
het beeld horizontal is tijdens de opname.
Dit is handig om het beeld waterpas te houden bij het fotograferen
van landschappen of gebouwen. Dit is ook heel handig voor het
maken van foto's waarop de horizon zichtbaar is.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De niveau-indicator wordt weergegeven tijdens de normale symbolenweergave, de zoomhulpweergave
en de histogramweergave.
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving
Uit De waterpasindicator verschijnt niet. Het geluidssignaal weerklinkt niet.
Weergave De waterpasindicator verschijnt. Het geluidssignaal weerklinkt niet.
Weergave+gel. De waterpasindicator verschijnt op het scherm en er weerklinkt een geluidssignaal
wanneer het beeld waterpas is.
Geluid De waterpasindicator verschijnt niet. Er weerklinkt een geluidssignaal wanneer het
beeld waterpas is.
1
Selecteer [Niveau-instelling] in
het menu Setup (GP. 114) en
druk op de ADJ./OK-knop F.
U kunt ook de DISP.-knop ingedrukt
houden in de stand Opname om het
instelmenu te laten verschijnen.
2
Druk op de ADJ./OK-knop !" om de instelling te
selecteren en druk dan op ADJ./OK-knop.
46
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Waterpasindicator weergegeven
Indien waterpas:
de waterpasindicator wordt groen, wat
betekent dat de schaal in balans is.
Groen
Indien naar rechts of links gekanteld:
het merkteken op de waterpasindicator
wordt oranje en geeft de
tegenovergestelde richting aan van deze
waarin de camera is gekanteld.
Oranje
Wanneer de camera te ver naar rechts of
naar links is gekanteld:
de helft van de waterpasindicator aan de
tegenovergestelde kant van deze waarin
de camera is gekanteld wordt rood. Het
merkteken op de waterpasindicator wordt
niet weergegeven.
Rood
Wanneer de camera te ver voorwaarts
of achterwaarts is gekanteld, of niet kan
worden bepaald of de camera waterpas is:
De waterpasindicator wordt bovenaan
en onderaan rood. Het merkteken
op de waterpasindicator wordt niet
weergegeven.
Rood
Wanneer de camera verticaal wordt gehouden:
Bij het fotograferen met de camera verticaal geeft de waterpasfunctie
aan of het beeld perfect verticaal is (de waterpasindicator verschijnt op
een andere plaats).
Let op ----------------------------------------------------------------------------------------------------
Bij grid guide weergave, geen weergave of wanneer beeldweergave is uitgeschakeld (GP. 42),
weerklinkt het waterpassignaal maar verschijnt de waterpasindicator niet. Wanneer [Niveau-instelling]
is ingesteld op [Weergave+gel.], weerklinkt alleen het geluidssignaal.
De waterpasfunctie werkt niet wanneer de camera ondersteboven wordt gehouden, bij het filmen en
tijdens intervalopname.
De waterpasfunctie werkt minder nauwkeurig wanneer de camera beweegt of bij het fotograferen van
een bewegend onderwerp, bijvoorbeeld op een pretparkattractie.
Het waterpasgeluid weerklinkt niet, ook al is [Niveau-instelling] ingesteld op [Weergave+gel.] of
[Geluid], wanneer [Volume-instellingen] is ingesteld op [] (Mute) (GP. 116).
Gebruik deze functie om te controleren of opnamen waterpas zijn. De precisie van de camera als
waterpas is niet gegarandeerd.
47
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Over de histogramweergave
Wanneer de histogramweergave is
ingeschakeld, verschijnt er een histogram
in de rechterbenedenhoek van het
beeldscherm. Een histogram is een grafiek
die het aantal pixels op de verticale as en de
helderheid op de horizontale as weergeeft
(van links naar rechts, schaduwen (donkere
gebieden), middentint en lichte kleuren (heldere gebieden)).
U kunt door middel van het histogram de helderheid van een beeld
beoordelen zonder dat deze wordt beïnvloed door de helderheid rond het
beeldscherm. Hiermee kunt u ook delen van de opnamen die te helder of
te donker zijn, corrigeren.
Als het histogram alleen pieken
vertoont aan de rechterzijde, wijst dit op
overbelichting van de opname met teveel
pixels voor alleen de helder belichte
delen.
Als het histogram alleen pieken vertoont
aan de linkerzijde en verder niets, wijst
dit op onderbelichting van de opname
met teveel pixels voor alleen de donkere
gedeelten. Raadpleeg dit histogram bij
het corrigeren van de belichting.
(GP.78)
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Het histogram dat op het beeldscherm wordt weergegeven, is alleen ter indicatie.
Na het maken van een opname kunt u helderheid en contrast corrigeren aan de hand van dit histogram
(GP. 94).
Afhankelijk van de opnameomstandigheden (gebruik van de flitser, donkere omgeving, enz.), zal het
belichtingsniveau in het histogram mogelijk niet overeenkomen met de helderheid van de opname.
De belichtingscompensatie heeft beperkingen. U behaalt hiermee niet noodzakelijk het best haalbare
resultaat.
Een histogram met pieken in het middelste gedeelte zal niet noodzakelijk het beste resultaat geven
zoals u zich dat had voorgesteld. Een aanpassing kan bijvoorbeeld nodig zijn als u opzettelijk een effect
van onder- of overbelichting wilt verkrijgen.
HDHD
48
Lees dit gedeelte als u de camera voor het eerst gebruikt.
Over zoomhulpweergave
Wanneer de zoomhulpweergave is
ingeschakeld, kunt u het zoomgebied
controleren met de zoomhulpafbeelding
en het kader van het zoomgebied in de
rechterbenedenhoek op de beeldweergave.
Dit is nuttig wanneer u het onderwerp
snel in het kader wilt plaatsen terwijl u
inzoomt naar telefoto.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Het kader voor het zoomgebied wordt weergegeven wanneer u het beeld meer dan 3,3 keer vergroot
(brandpuntafstand: 93 mm (equivalent met 35 mm camera)).
De zoomhulpafbeelding wordt in zwart-wit weergegeven.
E kan meer tijd vereist zijn voor het scherpstellen wanneer de zoomhulpweergave is ingeschakeld.
De zoomhulpafbeelding wordt niet weergegeven wanneer u de macromodus of de MF-vergroting
gebruikt, een film opneemt, en wanneer de beeldweergave wordt gedimd met de functie [LCD auto
dim] in het instelmenu.
Wanneer [Koken] of [Zoom Macro] is geselecteerd in de scènemodus, is de zoomhulpweergave niet
beschikbaar.
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Bedieningshandelingen
voor gevorderden
Lees dit gedeelte door wanneer u
meer over de verschillende functies
van de camera te weten wilt komen
.
1 Soorten opnamestanden ...............50
2 Menu Opname ................................66
3
Films opnemen en weergeven .......81
4
Menu Weergave ..............................86
5
Functies toewijzen .......................105
6
Menu Setup ..................................114
7
Direct afdrukken ..........................122
8
Beelden uploaden naar uw PC .....127
9
Bijlagen ........................................138
50
1
Soorten opnamestanden
1 Soorten opnamestanden
Instelmodi volgens scène (
W
)
In de scènemodus worden de camera-instellingen automatisch
geoptimaliseerd voor het geselecteerde soort onderwerp. U kunt
kiezen uit een van de volgende 13 soorten onderwerpen.
Scene modi
Staand
Gebruiken voor portretten. De camera
detecteert automatisch maximaal acht
gezichten en past de scherpstelling, belichting
en witbalans aan. De gezichten die door
de camera zijn gedetecteerd, worden
weergegeven met vierkante randen.
ŇĴįĶŇĴįĶ IJİIJıııIJİIJııı ŊŔŐġIJııŊŔŐġIJıı
In de volgende gevallen is het mogelijk dat de camera het geen gezichten herkent:
Wanneer het gezicht in zijaanzicht of gekanteld is of beweegt
Wanneer de camera is gekanteld of omgekeerd wordt gehouden (de ontspanknop
is naar beneden gericht)
Wanneer het gezicht gedeeltelijk verborgen is of zich aan de rand van het kader
bevindt
Wanneer het gezicht niet duidelijk zichtbaar is vanwege een donkere omgeving
Wanneer het onderwerp te ver weg is (Zorg dat het gezicht dat op het
beeldscherm verschijnt in verticale zin langer is dan 1 blok, gemarkeerd door de
Grid Guide. GP. 42)
Landschap
Voor landschappen met een overvloed aan groen of blauwe lucht.
Discrete modus
Gebruiken in een omgeving waar lichten of geluiden van de camera ongewenst zijn. De
flitser (GP. 32), het AF-hulplampje (GP. 116) en de luidspreker (GP. 116)
worden uitgeschakeld en de flitser, het AF hulplicht en de geluidsinstellingen kunnen
niet worden aangepast.
Nacht. port..
Gebruik deze stand om nachtelijke portretopnamen te maken. De flitser werkt
automatisch. De sluitertijd is langer en bijgevolg moet de camera goed stil worden
gehouden.
51
1
Soorten opnamestanden
Meerv. opname 's
nachts
Voor het maken van nachtopnamen. Wazig beeld als gevolg van bewegen van de
camera wordt verminderd, zelfs wanneer u de camera met hand vasthoudt. Er worden
achtereenvolgens vier opnamen gemaakt. Deze worden gecombineerd om één beeld
te maken waardoor de tijd die nodig is om fotos op te slaan verhoogt, in vergelijking
met andere standen. Het J-pictogram wordt steeds weergegeven wanneer de
ontspanknop half wordt ingedrukt.
Vuurwerk
Te gebruiken voor scènes bij vuurwerk. Focus, ISO-gevoeligheid en witbalans
worden respectievelijk vergrendeld tot ∞ (oneindig), ISO 100 en AUTO. Als u op de
knop Fn drukt, kunt u de belichtingstijd wijzigen in [2 seconden], [4 seconden] (de
standaardoptie) en [8 seconden]. Houd de camera stil door een statief te gebruiken
wanneer u opnames maakt.
Koken
Te gebruiken wanneer u foto's neemt van voedsel. Macro modus wordt automatisch
geselecteerd. Als u op de knop Fn drukt, wordt het scherm met de instellingen voor
foto's van voedsel weergegeven. Druk op de knop ADJ./OK !" om de helderheid
aan te passen; druk op de knop NF om de kleuren aan te passen.
Sport
Voor foto’s van bewegende onderwerpen.
Huisdieren
Gebruik deze optie om foto's te maken van katten en andere huisdieren. De flitser
(GP. 32), het AF hulplicht (GP. 116) en de luidspreker (GP. 116) worden
uitgeschakeld en de flitser, het AF hulplicht en de geluidsinstellingen kunnen niet
worden aangepast.
Modus continue
golfswing
Te gebruiken wanneer u golfswings, enz. fotografeert. De camera neemt op terwijl
de ontspanknop volledig wordt ingedrukt, maar alleen de laatste 26 beeldjes
(ongeveer 2 seconden opname) worden opgenomen (beeldgrootte: b 4 : 3N),
waarbij een afzonderlijk MP-bestand (multi-picture) wordt gemaakt. De rasterlijn
wordt weergegeven wanneer u foto’s neemt en bij het afspelen. Als u op de knop Fn
drukt, wordt het scherm met de instellingen voor de rasterlijn weergegeven. Druk op
de knop ADJ./OK !"NF om het rasterpunt te wijzigen; druk op de knop D
(Verwijderen) om het soort raster te wijzigen (Als het raster is gewijzigd met de optie
[Rasterpunt wijzigen] in het afspeelmenu (GP.93), kunt u het rastertype niet
wijzigen met de knop D (Verwijderen)).
Zie P.99 voor informatie over het afspelen van een MP-bestand. MP is een
bestandsindeling voor het opnemen van een reeks foto’s.
Het tijdstip waarop u uw vinger van de ontspanknop haalt, wordt geregistreerd
als het tijdstip van de opname voor alle fotos in de reeks.
Zoom macro
De camera zoomt automatisch in tot de optimale zoompositie om op te nemen aan
een hogere vergroting dan in de normale macro-opname. De optische zoom kan niet
worden gebruikt. De stand Macro wordt automatisch geselecteerd.
52
1
Soorten opnamestanden
Scheefheidscorrectie
Verminder de effecten van perspectief wanneer u foto's maakt van rechthoekige
voorwerpen, zoals een memobord of visitekaartje. Zie P. 54 voor uitgebreide uitleg van
de bedieningshandelingen.
De beeldgrootte kan worden ingesteld op [a 4 : 3 F] of [z 4 : 3 F] aan de hand
van de [Kwaliteit/afmeting foto]-optie (GP. 68) in het opnamemenu (GP. 66).
Text Mode
Voor opnamen van tekst, bijvoorbeeld aantekeningen die tijdens een vergadering op
een whiteboard worden geschreven. Beelden worden vastgelegd in zwart-wit.
De beeldgrootte kan worden ingesteld op [j 4:3] of [c 4:3] aan de hand van de
[Grootte]-optie (GP. 68) in het opnamemenu (GP. 66)
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
In [Discrete modus] of [Huisdieren]:
- Er wordt geen akoestisch signaal weergegeven.
- Wanneer u de ADJ./OK-knop naar
F (flitser) duwt, wordt de flitserstand niet gewijzigd (GP. 32).
-
Het lampje van de zelfontspanner zal niet knipperen en er wordt geen akoestisch signaal
weergegeven in de zelfontspannerstand (GP. 34).
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u [Zoom macro] gebruikt, kunt u close-ups maken op de volgende afstanden:
Brandpuntsafstand *
Minimale
opnameafstand (vanaf
de voorkant van de lens)
Opnamebereik
70 mm Ongeveer 1 cm Ca. 19 mm × 14 mm
(wanneer de zoom met superresolutie/digitale zoom
niet wordt gebruikt)
140 mm Ongeveer 1 cm Ca. 9 mm × 7 mm
(w
anneer 2,0 × zoom met superresolutie/digitale
zoom niet wordt gebruikt)
672 mm Ongeveer 1 cm Ca. 2 mm × 1 mm
(wanneer 2,0 × zoom met superresolutie/4,8 ×
digitale zoom wordt gebruikt)
* Vergelijkbaar met de lens van een 35 mm kleinbeeldcamera
De technologie voor beeldstabilisatie gebruikt bij Meerv. opname ‘s nachts is PhotoSolid®, een product
van Morpho, Inc.
53
1
Soorten opnamestanden
Een scene modus selecteren
1
Draai de keuzeknop naar
W
.
De camera is klaar voor de opname
en de geselecteerde scene modus
wordt bovenin het beeldscherm
weergegeven.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
2
Druk op de MENU-knop om een
andere scene modus te kiezen.
Het selectiescherm voor scene modus
verschijnt.
3
Selecteer een scene modus.
4
Druk op de knop ADJ./OK.
De camera is nu gereed om op te nemen terwijl de geselecteerde
optie bovenaan in de beeldweergave wordt getoond.
Door op de Fn-knop te drukken wordt de gemarkeerde optie
geselecteerd en het opnamemenu weergegeven (
G
P. 66)
.
5
Druk de ontspanknop in om de foto te nemen.
Wijzigen van het opname- of setup menu in de scene modus ------------------------------
Nadat u in de opnamestand op de MENU-knop heeft gedrukt om de menus weer te geven, drukt u op
de ADJ./OK-knop (N) om het [MODE]-tabblad te selecteren. Druk op de knop ADJ./OK !" om het
tabblad 5 of het tabblad te selecteren
.
54
1
Soorten opnamestanden
De stand Hoekcorrectie gebruiken
1
Selecteer [Scheefheidscorrectie] in de scene modus en druk
op de ADJ./OK-knop.
2
Druk de ontspanknop in om de foto te nemen.
In het scherm wordt aangeduid dat het beeld wordt verwerkt
en daarna wordt het gebied dat als een correctiebereik wordt
herkend, omgegeven met een oranje kader. Er kunnen maximaal vijf
gebieden worden herkend.
Als het niet mogelijk is het doelgebied de detecteren, verschijnt een
foutmelding. Het originele beeld blijft ongewijzigd.
U selecteert een ander correctiegebied door met behulp van de
ADJ./OK-knop F het oranje kader te verplaatsen naar het gebied van
uw keuze.
Druk op de ADJ./OK-knop ! om hoekcorrectie te annuleren. Het
originele beeld blijft ongewijzigd, zelfs wanneer u hoekcorrectie
annuleert.
3
Druk op de ADJ./OK-knop.
In het scherm wordt aangeduid dat het beeld wordt gecorrigeerd en
vervolgens wordt het gecorrigeerde beeld vastgelegd. Het originele
beeld blijft ongewijzigd.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt ook hoekcorrectie toepassen op een eerder gemaakte opname (GP. 96).
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Let op het volgende als [Scheefheidscorrectie] is geselecteerd:
Als u het onderwerp zo groot mogelijk in beeld wilt brengen, plaatst u het zo dat het onderwerp het
beeldscherm geheel vult.
In de volgende gevallen is het mogelijk dat de camera het onderwerp niet herkent:
- Wanneer het beeld buiten het scherpstelbereik ligt
- Wanneer de vier randen van het onderwerp vaag zijn
- Wanneer het moeilijk is een onderscheid te maken tussen het onderwerp en de achtergrond
- Wanneer de achtergrond druk is en uit drukke patronen bestaat
Er worden twee beelden, één voor de correctie en één na de correctie, vastgelegd. Als het resterende
aantal opnamen minder is dan twee, kunt u het onderwerp niet vastleggen.
Het correctiegebied kan mogelijk niet goed worden gedetecteerd als de [Datum afdruk] functie is
geactiveerd.
55
1
Soorten opnamestanden
Opnemen met creatief effect (X)
In de modus X (creatieve opname) voegt de camera verschillende
effecten toe aan de foto. U kunt kiezen uit de volgende zeven soorten
effecten.
Opties creatieve opname modus
ynamisch bereik
stand Dubbele
Opname
Creëer beelden met een natuurlijk contrast doorhet verlies aan detail in schaduwen
en beelden met veel licht te verminderen. Zie P. 57 voor uitgebreide uitleg van de
bedieningshandelingen.
Zachte focus
Kies voor een zacht scherpstellingseffect, vergelijkbaar met dat van een zachte
scherpstellingslens. De hoeveelheid verzachting kan worden geselecteerd met behulp
van [Opties zachte focus] in het opnamemenu (GP. 67).
Miniaturisatie
Gebruiken om beelden te maken die op foto's van diorama's lijken. Zie P. 58 voor
uitgebreide uitleg van de bedieningshandelingen.
Speelgoedcamera
Neem fotos met het hoog contrast, de verzadigde kleuren, de vervorming en de
vignettering die typisch is voor toy camera’s. Maak gebruik van de [Vignettering]-optie
in het opnamemenu (GP. 67) om de hoeveelheid vignettering te kiezen en de
[Speelgoedkleuren]-optie (GP. 67) om de hoeveelheid verzadiging te kiezen.
Bleach Bypass
Gebruik deze optie om beelden te maken met een hoger contrast en een lagere
verzadiging. De kleuren kunnen worden ingesteld op warme of koude kleuren met de
optie [Kleurtoon] in het opnamemenu (P. 67).
Kruisproces
Neem fotos met kleuren die duidelijk verschillend zijn van de kleuren van het eigenlijke
onderwerp. De kleuren kunnen worden geselecteerd aan de hand van de [Kleurtoon]-
optie in het opnamemenu (GP. 67).
Hoog contrast ZW
Gebruiken om zwart-witbeelden te maken met een hoger contrast dan de beelden
die normaal worden geproduceerd met zwart-wit (GP. 69). Produceert korrelige
beelden zoals beelden die zijn opgenomen met een zeer gevoelige film of met een
filmverwerking met een hoge versterking.
56
1
Soorten opnamestanden
Foto’s nemen in de creatieve opname modus
1
Draai de keuzeknop naar X.
De camera staat in de opnamestand
en de huidige creatieve opname
modus wordt weergegeven bovenaan
het beeldscherm.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
2
Druk op de MENU-knop.
Om een andere creatieve opname modus te kiezen, drukt u op de
MENU-knop om de opties in de creatieve opname modus weer te
geven.
3
Selecteer de gewenste stand.
4
Druk op de knop ADJ./OK.
De camera is nu gereed om op te nemen terwijl de geselecteerde
optie bovenaan in de beeldweergave wordt getoond.
Door op de Fn-knop te drukken wordt de gemarkeerde optie
geselecteerd en het opnamemenu weergegeven (GP. 66).
5
Druk de ontspanknop in om de foto te nemen.
Toegang tot de Opname- en Setupmenu's ------------------------------------------------------
Nadat u in de opnamestand op de MENU-knop heeft gedrukt om de menus weer te geven, drukt u op
de ADJ./OK-knop (N) om het [MODE]-tabblad te selecteren. Druk op de knop ADJ./OK !" om het
tabblad 5 of het tabblad te selecteren
.
57
1
Soorten opnamestanden
Dynamisch bereik stand Dubbele Opname
"Dynamisch bereik" verwijst naar het bereik van de helderheid
(toonniveaus) die kan worden uitgedrukt door de camera. Dynamisch
bereik stand dubbele opname creëert een vloeiende overgang van een
felle verlichting naar schaduwen om een natuurlijk contrast te bekomen
.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Met Dynamisch bereik dubbele opname worden achtereenvolgens twee opnamen gemaakt met
verschillende belichtingen en dan worden de gebieden met de geschatte belichting samen gecombineerd.
Deze stand gebruikt een langere opnametijd dan andere standen, dus dient u voorzichtig te zien dat u de
camera niet beweegt bij het nemen van foto's. Het symbool J wordt altijd weergegeven.
Twee achtereenvolgende opnamen Gecombineerd en opgeslagen
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Dynamisch bereik dubbele opname kan mogelijk niet effectief zijn als de opnamelocatie overmatig
donker of licht is.
We raden u aan dat u [Meervoudig] selecteert onder [Belichtingsmeting] (GP. 69) in het
opnamemenu (GP. 66) wanneer u gebruik maakt van dynamisch bereik stand dubbele opname.
Bij het fotograferen van een snelbewegende onderwerp, kan het onderwerp vervormd zijn in het
opgenomen beeld.
Flikkering door tl-verlichting kan horizontale strepen veroorzaken. Tl-verlichting kan ook de kleuren en
helderheid beïnvloeden.
Dynamisch bereik Uitbreidingseffect
De optie [Uitbreiding dynamisch bereik]
in het opnamemenu biedt vijf niveaus
voor de uitbreiding van het dynamische
bereik: [Auto], [Zeer zwak], [Zwak],
[Medium] en [Sterk]. Hoe sterker het
uitbreidingseffect, hoe groter het bereik
van de helderheidswaarden die door de
camera kunnen worden verwerkt.
58
1
Soorten opnamestanden
Het effect kan worden gekozen door middel van de optie [Uitbreiding
dynamisch bereik] wanneer [Dynamisch bereik] is geselecteerd in de
creatieve opname modus.
Als een andere optie dan [Auto] is
gemarkeerd wanneer u op de ADJ./OK-
knop F drukt, wordt het menu dat u
rechts ziet, weergegeven. Het toonbereik
dat prioriteit krijgt voor uitgebreid
dynamisch bereik kan worden ingesteld
op [Hoogtep.], [Schaduwen] en [Uit].
Opnemen in de stand Miniaturisatie
Deze stand maakt beelden die lijken foto's of diorama's te zijn. Dit is
bijzonder nuttig wanneer de opnamen worden gemaakt vanaf een
hooggelegen positie.
1
Selecteer [Miniaturisatie] in de creatieve opname modus en
druk op de ADJ./OK-knop.
2
Druk op de Fn-knop.
Het scherm met de instelling voor de
miniaturisatie verschijnt.
De gebieden die niet in de
uiteindelijke foto zullen staan, worden
grijs weergegeven.
Druk op de DISP.-knop om de instelling
te annuleren.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u de camera verticaal houdt, wordt het gebied
waarop wordt gefocust, in horizontale richting weergegeven.
Druk op de knop D om het gebied waarop wordt gefocust
in de andere richting weer te geven.
59
1
Soorten opnamestanden
3
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de zone waarop zal worden
scherpgesteld, te verplaatsen.
Druk op de Fn-knop voor hulp. Druk
opnieuw op de Fn-knop om het
Help-bestand van het scherm te
verwijderen.
4
Druk op de ADJ./OK-knop NF om
de breedte te kiezen van de zone
waarop zal worden scherpgesteld.
5
Druk op de ADJ./OK-knop.
6
Plaats een foto in het kader en druk de ontspanknop
halfweg in om scherp te stellen. Druk vervolgens de
ontspanknop helemaal in om de foto te maken.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De scherpstelling van het uiteindelijke beeld verschilt een weinig van het beeld dat meteen na de opname
wordt weergegeven.
Plus normale opname
Wanneer [Aan] is geselecteerd voor [Plus normale opname] in het
opnamemenu, neemt de camera twee kopieën op van elke foto die
werd genomen in de creatieve opname modus: één die verwerkt
wordt volgens de opties die werden geselecteerd voor de creatieve
opname modus en een tweede niet-verwerkte kopie. De twee kopieën
worden weergegeven in het beeldscherm na de opname: het niet-
verwerkte beeld rechts en de gewijzigde kopie links.
Om deze optie in of uit te schakelen, draait u de keuzeknop naar X en
selecteert u vervolgens een optie voor [Plus normale opname] in het
opnamemenu.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
In het geval van fotos die werden genomen met dynamisch bereik stand dubbele opname, worden
histogrammen toegevoegd voor beide beelden wanneer de fotos worden weergegeven na het maken van de
opname. Wanneer [LCD-bevestigingstijd] is ingesteld op [Houden] (GP. 117), blijft het bevestigingsscherm
weergegeven zodat u de histogrammen kunt controleren en de beelden gemakkelijk kunt vergelijken.
60
1
Soorten opnamestanden
Een reeks foto’s maken (R)
Draai de keuzeknop naar R (continue modus) om de verschillende
continue opnamefuncties te gebruiken.
Continue modi
AF continu
Zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt, blijft de camera fotos maken en wordt per
individuele opname scherpgesteld. De beelden worden één voor één opgenomen, net
zoals bij de normale opname. Het aantal beelden dat kan worden opgenomen in de
continue modus is afhankelijk van de instelling voor de beeldgrootte (GP. 68).
Continue modus
Dit is de normale continue modus. Er worden fotos genomen zolang als u de ontspanknop
ingedrukt houdt. Foto’s worden één voor één opgenomen, net als bij normaal fotograferen.
Het aantal beelden dat in de continue modus kan worden vastgelegd, is afhankelijk van de
instelling voor de beeldgrootte (GP. 68).
M-CONT Plus
(10M)
De camera maakt een opname terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, maar alleen
de laatste 15 beeldjes (ongeveer de laatste drie seconden van de opname) worden
opgenomen om een afzonderlijk MP-bestand (multi-picture) te maken (GP. 62).
M-Cont Plus
(2M)
De camera maakt een opname terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, maar alleen
de laatste 26 beeldjes (ongeveer de laatste 0,9 seconden van de opname) worden
opgenomen om een afzonderlijk MP-bestand (multi-picture) te maken (GP. 63).
Speed Cont
(Low)
Terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera een opname van maximaal 120
beeldjes aan 60 beeldjes per seconde en groepeert ze samen in één MP-bestand. Er zijn
cir
ca 2 seconden nodig om de volledige reeks op te nemen (GP. 63).
Speed Cont
(High)
Terwijl de ontspanknop wordt ingedrukt, maakt de camera een opname van maximaal 120
beeldjes aan 120 beeldjes per seconde en groepeert ze samen in één MP-bestand. Er is
cir
ca 1 seconde nodig om de volledige reeks op te nemen (GP. 63).
MP-bestand -------------------------------------------------------------------------------------------
MP is een bestandsformaat opgenomen als een set foto's.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De opnametijden kunnen langer worden wanneer het interne geheugen wordt gebruikt.
61
1
Soorten opnamestanden
Foto’s maken in de continue modus
1
Draai de keuzeknop naar R.
De camera staat in de opnamestand
en de huidige continue modus
wordt weergegeven bovenaan het
beeldscherm.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
2
Druk op de MENU-knop.
Om een andere continue modus te kiezen, drukt u op de MENU-
knop om de opties in de continue modus weer te geven.
3
Selecteer de gewenste optie.
4
Druk op de ADJ./OK- of Fn-knop.
De camera is nu gereed om op te nemen terwijl de geselecteerde
optie bovenaan in de beeldweergave wordt getoond.
Door op de Fn-knop te drukken wordt de gemarkeerde optie
geselecteerd en het opnamemenu weergegeven (GP. 66).
5
Druk de ontspanknop in om de foto te nemen.
Toegang tot de Opname- en Setupmenu's ------------------------------------------------------
Nadat u in de opnamestand op de MENU-knop heeft gedrukt om de menus weer te geven, drukt u op
de ADJ./OK-knop (N) om het [MODE]-tabblad te selecteren. Druk op de knop ADJ./OK !" om het
tabblad 5 of het tabblad te selecteren
.
62
1
Soorten opnamestanden
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Focus (behalve met AF continue modus), belichtingswaarde en witbalans zijn vergrendeld.
De ISO-gevoeligheid verhoogt.
Er kan flikkering worden opgenomen als horizontale banden wanneer foto's worden gemaakt bij
tl-verlichting.
Als [Kaartvolgordenummer] op [Aan] (G P. 119) wordt gezet en de laatste vier cijfers van het
bestandsnummer hoger zijn dan "9999" tijdens Continuous, wordt een afzonderlijke map op de
SD-geheugenkaart aangemaakt, waarin de volgende foto's die in Continuous worden gemaakt worden
opgeslagen.
Opnemen met M-Cont Plus
De camera neemt op terwijl de ontspanknop volledig wordt ingedrukt,
maar alleen de laatste 15 of 26 beeldjes worden opgenomen.
M-CONT Plus (10M)
De laatste 15 beeldjes (ongeveer de laatste drie seconden van de
opname) worden opgenomen, waarbij een afzonderlijk MP-bestand
(multi-picture) wordt gemaakt
Wanneer u uw vinger van de
ontspanknop neemt...
…neemt de camera 15 beeldjes op die tijdens de
laatste 3 sec van de opname zijn gemaakt.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De tijd die nodig is om 15 beeldjes op te nemen kan toenemen als de belichting slecht is.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De beeldgrootte wordt vastgesteld op j 4 : 3 N.
Het tijdstip voor elke opname in de reeks wordt afzonderlijk opgenomen.
63
1
Soorten opnamestanden
M-Cont Plus (2M)
De laatste 26 beeldjes (ongeveer de laatste 0,9 seconden van de
opname) worden opgenomen, waarbij een afzonderlijk MP-bestand
(multi-picture) wordt gemaakt.
Wanneer u uw vinger van de
ontspanknop neemt...
…neemt de camera 26 beeldjes op die tijdens de
laatste 0,9 sec van de opname zijn gemaakt.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Bij het fotograferen van een snelbewegende onderwerp, kan het onderwerp vervormd zijn in het
opgenomen beeld.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De beeldgrootte wordt vastgesteld op b 4 : 3 N.
Het tijdstip waarop u uw vinger van de ontspanknop wegneemt wordt opgeslagen als het
opnametijdstip voor alle fotos in de reeks.
Opnemen met Speed Cont (Low)/ Speed Cont (High)
120 achtereenvolgende beelden worden opgenomen in één seconde
(Speed Cont (High)) of in twee seconden (Speed Cont (Low))
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Bij het fotograferen van een snelbewegende onderwerp, kan het onderwerp vervormd zijn in het
opgenomen beeld.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De beeldgrootte wordt vastgesteld op z 4 : 3 N.
Het tijdstip waarop u uw vinger van de ontspanknop wegneemt wordt opgeslagen als het
opnametijdstip voor alle fotos in de reeks.
64
1
Soorten opnamestanden
De lensopening en sluitertijd instellen (A/S)
De lensopening en sluitertijd instellen (A/S)
Draai de keuzeknop naar A/S (modus lensopening/
prioriteit sluitertijd) om de lensopening of sluitertijd
te wijzigen.
Lensopening instellen
In de modus Prioriteit lensopening hebt u voor de lensopening de
keuze tussen de opties [Max] en [Min].
Wanneer [Min] is ingesteld, is het bereik waarin de objecten worden
scherpgesteld groter.
1
Draai de keuzeknop naar A/S.
De camera gaat naar de modus
Prioriteit lensopening of Prioriteit
sluitertijd, afhankelijk van de laatst
gebruikte modus.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
ŇġĴįĶ
ŇġĴįĶ
A
2
Druk op de Fn-knop.
De instellingsweergave verschijnt.
Als de camera naar de modus Prioriteit Sluitertijd gaat, drukt u op
de Fn-knop om de modus te schakelen naar de modus Prioriteit
lensopening.
3
Druk op de knop ADJ./OK NF om de lensopening in te
stellen.
De waarde voor de lensopening (f-cijfer) wordt weergegeven op de
beeldweergave. Het f-cijfer voor [Max] verschilt afhankelijk van de
zoompositie.
4
Druk op de knop ADJ./OK.
Opgelet ------------------------------------------------------------------------------------------------
Als u de lensopening instelt op [Min] wanneer u zoomt naar telefoto, kan de beeldkwaliteit iets
afnemen.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer de modus Prioriteit lensopening is ingesteld, is de functie die aan de Fn-knop (GP.110) is
toegewezen, niet beschikbaar.
65
1
Soorten opnamestanden
Wanneer [Auto Aanpassing Lensopening] (GP.73) is ingesteld op [Aan], past de camera
automatisch de lensopening aan om overbelichting te voorkomen.
De sluitertijd instellen
Met de modus Prioriteit sluitertijd kunt u een sluitertijd kiezen van
1/2000 seconden tot 8 seconden.
Kies een hoge sluitertijd om beweging te “bevriezen of een lage
sluitertijd om beweging te suggereren door het vervagen van
bewegende objecten
1
Draai de keuzeknop naar A/S.
De camera gaat naar de modus
Prioriteit lensopening of Prioriteit
sluitertijd, afhankelijk van de laatst
gebruikte modus.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
IJİĴı
IJİĴı
S
2
Druk op de Fn-knop.
De instellingsweergave verschijnt.
Als de camera naar de modus Prioriteit lensopening gaat, drukt u
op de Fn-knop om de modus te schakelen naar de modus Prioriteit
sluitertijd.
3
Druk op de knop ADJ./OK !" om de sluitertijd in te stellen.
De sluitertijd wordt weergegeven op de beeldweergave.
4
Druk op de knop ADJ./OK.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer [Focus] (GP.68) is ingesteld op [Multi-trgt AF], is er geen sluitertijd van minder dan
1 seconde beschikbaar.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer de modus Prioriteit sluitertijd is ingesteld, is de functie die aan de Fn-knop (GP.110) is
toegewezen, niet beschikbaar.
De correctie voor de camerabeweging is niet beschikbaar wanneer u de sluitertijd langzamer dan
1 seconde instelt.
Wanneer [Auto Aanpassing Sluitertijd] (
GP.73) is ingesteld op [Aan], zal de camera de sluitertijd
automatisch aanpassen om de beste belichting te verkrijgen als deze niet kan worden verkregen door
de handmatig ingestelde sluitertijd.
[ISO-instelling] (GP.80) is vergrendeld op [ISO Auto].
66
2
Menu Opname
2 Menu Opname
Het menu Opname wordt gebruikt om de camera-instellingen aan te
passen wanneer u foto's maakt. Om het opnamemenu weer te geven,
drukt u op de MENU-knop wanneer de camera in de opnamestand is.
Het menu Opname
1
Druk in de opnamestand op de
MENU-knop.
Het menu Opname verschijnt.
Om het opnamemenu weer te
geven in scène, continuous of
creatieve opname modus, drukt
u op de ADJ./OK-knop N om het
[MODE]-tabblad te selecteren en
vervolgens één keer op de knop ".
Geeft het bereik van weergegeven
schermen aan.
2
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het gewenste menu-item te
kiezen.
Als de DISP.-knop nu wordt ingedrukt,
verschuift de cursor naar het tabblad
opnamemenu.
Druk op de ADJ./OK-knop " op
het onderste item om het volgende
scherm te zien.
3
Druk op de ADJ./OK-knop F.
De menu-item instellingen worden
getoond.
4
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de instelling te kiezen.
5
Druk op de ADJ./OK-knop.
De instelling wordt bevestigd, het menu Opname verdwijnt en de
camera is klaar voor gebruik.
Om de gemarkeerde optie te selecteren en terug te keren naar het
menu dat in Stap 2 is weergegeven, drukt u op de ADJ./OK-knop N.
67
2
Menu Opname
Opties menu Opname
Opties menu Opname -------------------------------------------------------------------------------
De opties in het opnamemenu zijn verschillend afhankelijk van de geselecteerde opnamestand. In de
scène- en de creatieve opname modi, verschillen de beschikbare opties afhankelijk van de geselecteerde
scène- of opnamestandoptie. Raadpleeg pagina 140 voor meer informatie.
Uitbreiding dynamisch bereik
GP.57
Selecteer de effecten voor de uitbreiding van het dynamisch bereik.
Opties zachte focus
GP.55
Kies de hoeveelheid verzachting die geproduceerd wordt door de [Zachte focus]-optie in de creatieve
opname modus. Selecteer [Zwak] of [Sterk].
Kleurtoon
GP.55
Kies de kleurtoon van foto’s die gemaakt zijn met de optie [Kruisproces] of [Bleach Bypass] in de modus
Creatieve opname. Wanneer [Kruisproces] is ingesteld, kiest u uit de opties [Basis], [Magenta] en [Geel].
Wanneer [Bleach Bypass] is ingesteld, kiest u tussen [Normaal], [Tint: Warm] en [Tint: Koud].
Opgelet ---------------------------------------------------------------------------------------------
Afhankelijk van de belichting en de optie die is geselecteerd voor de witbalans, zullen [Magenta] en [Geel]
mogelijk niet de gewenste resultaten bieden wanneer [Kruisproces] is ingesteld.
Contrast
GP.55
Stel het contrast in op hoger of lager wanneer de optie [Hoog contrast ZW], [Bleach Bypass] of [Kruisproces]
is geselecteerd in de creatieve opnamemodus.
Vignettering
GP.55
Kies de hoeveelheid vignettering die wordt geproduceerd door de optie [Bleach Bypass], [Hoog contrast
ZW], [Speelgoedcamera] of [Kruisproces] in de modus Creatieve opname. Maak uw keuze tussen [Zwak],
[Sterk] en[Uit].
Speelgoedkleuren
GP.55
Selecteer [Aan] om de verzadiging te verhogen in de foto’s die genomen werden met behulp van de
[Speelgoedcamera]-optie in de creatieve opname modus..
Plus normale opname
GP.59
Opname van niet-verwerkte kopieën van foto’s die werden genomen in de creatieve opname modus.
68
2
Menu Opname
Kwaliteit/afmeting foto
Adjust picture quality and size when taking pictures.
j 4
: 3 F/ j 4 : 3 N 3648 × 2736 i 3 : 2 F 3648 × 2432
g 1 : 1 F 2736 × 2736 g 16 : 9 F 3648 × 2048
e 4 : 3 F 2592 × 1944 c 4 : 3 F 2048 × 1536
a 4 : 3 F 1280 × 960 z 4 : 3 F 640 × 480
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Minder compressie en minder verlies van beeldkwaliteit zijn beschikbaar met F (fijn), maar het bestand is
groter dan bij N (normaal).
Dichtheid
Regel het contrast wanneer u de optie [Tekstmodus] in de scene modus gebruikt.
Grootte
GP.151
Kies de grootte van de foto's die zijn gemaakt met de optie [Tekstmodus] in de scene modus.
Focus
GP.74
Kies een scherpstelstand.
Meervoudige AF
Meet de afstanden van 9 AF-gebieden en stelt het beeld scherp op het dichtstbijzijnde AF-gebied.
Kies deze optie om onscherpe foto's te verhinderen.
Meerv gezichth
De camera detecteert automatisch gezichten en stelt er ook automatisch op scherp. Als er geen
gezichten worden gedetecteerd stelt de camera scherp met behulp van meervoudige AF.
Onderw. Volgen
De camera stelt scherp wanneer de ontspanknop half wordt ingedrukt en volgt het geselecteerde
onderwerp tot er een foto wordt genomen of tot u uw vinger wegneemt van de ontspanknop
(GP. 74).
Punt AF
Selecteert slechts één AF-gebied in het midden van het beeldscherm zodat de camera zelf op dit
gebied scherpstelt.
Multi-trgt AF
Neemt 5 achtereenvolgende beelden terwijl het scherpstelling verschuift voor meerdere posities
(GP. 74).
MF
Hiermee kunt u zelf het beeld scherpstellen (GP. 75).
Snap
Zet de opnameafstand vast op een korte afstand (ongeveer 2,5 m).
∞ (Infinity)
Legt de opnameafstand vast op oneindig. Dit is handig voor het fotograferen van verre scènes..
69
2
Menu Opname
Pre-AF
Als [Aan] is geselecteerd wanneer [Meervoudige AF], [Meerv gezichth], [Onderw. Volgen] [Punt AF] of
[Multi-trgt AF] is geselecteerd voor [Focus], zal de camera blijven scherpstellen, zelfs als de ontspanknop
niet halfweg is ingedrukt. Hierdoor kan meer tijd nodig zijn voor het scherpstellen wanneer een opname
wordt gemaakt, waarbij de reactie van de ontspankop potentieel wordt verbeterd.
Belichtingsmeting
U kunt de meetmethode (het bereik dat voor de meting wordt gebruikt) voor het bepalen van de
belichtingswaarde, wijzigen.
Meervoudig
Het gehele opnamebereik is verdeeld in 256 partities, en elk daarvan wordt gemeten voor het
bepalen van de totale belichtingswaarde.
Midden
Het hele beeld wordt gemeten, met de nadruk op het midden, voor het bepalen van de
belichtingswaarde. Gebruik deze methode wanneer de helderheid van het midden en die van de
omliggende gebieden niet gelijk zijn.
Punt
Alleen het midden van het beeld wordt gemeten voor het bepalen van de belichtingswaarde.
Gebruik deze methode wanneer u de helderheid van het midden wilt gebruiken. Deze is goed
bruikbaar bij een duidelijk verschil in contrast of bij tegenlicht.
Afbeeldingsinstellingen
U kunt de beeldkwaliteit wijzigen, met inbegrip van contrast, scherpte, kleur en levendigheid.
Levendig
Maak krachtige, levendige foto's met meer contrast, meer scherpte en een maximale levendigheid.
Standaard
Creëert een beeld met een normale beeldkwaliteit.
Aangep. Inst.
U kunt kiezen uit vijf niveaus voor [Contrast], [Scherpte]
en [Levendigh.].
Zwartwit
Geeft een zwart/wit-beeld
Sepia
Geeft een sepiakleurig beeld.
70
2
Menu Opname
Optische zoom met superresolutie
Het proces van superresolutie kan worden gebruikt om de beeldresolutie van
fotos te verbeteren. Maak uw keuze uit de niveaus [Uit], [Zwak] of [Sterk] voor
dit proces. De verwerkingstijd varieert naargelang het gekozen niveau.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Met superresolutie gebruikt de camera de optie [Auto] voor ruisonderdrukking en de standaard
instellingswaarde voor scherpte.
Ruisonderdrukking
Zorgt voor de ruisonderdrukking bij het maken van foto's. Maak uw keuze tussen [Uit], [Auto], [Zwak],
[Sterk] of [MAX]. De tijd die vereist is om beeldjes op te nemen, verschilt afhankelijk van de geselecteerde
optie.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u superresolutie gebruikt, wordt de optie ruisonderdrukking vastgelegd als [Auto].
Compensatie flitsbelichting
U k
unt de lichtsterkte van de flitser regelen. De lichtsterkte kan worden ingesteld van –2,0 EV tot +2,0 EV
in stappen van 1/3 EV.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
Compensatie flitsbelichting werkt mogelijk niet buiten het flitsbereik (GP. 144)
Auto groepering
GP.76
U kunt verschillende instellingen voor de belichting, witblans, kleur of scherpstelling opgeven voor een reeks
foto's.
Aangepaste zelfontspanner
Stel het opname-interval en het aantal beelden in wanneer u meerdere opnamen wilt maken met de
zelfontspanner (GP. 34).
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving
Afbeeld. Stel dit in tussen 1 en 10 foto's. De standaardinstelling is [2 Afb.].
Interval Stel dit in tussen 5 en 10 foto's. De standaardinstelling is [5 Sec.].
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
De camera maakt foto's aan het opgegeven interval, de zelfontspannerlamp knippert twee seconden
voor elke opname. De scherpstelling wordt vergrendeld op de instelling voor de eerste opname in de
reeks.
Druk op de MENU-knop om het opnamen met de zelfontspanner te annuleren.
71
2
Menu Opname
Intervalopname
U kunt de camera zo instellen dat fotos worden gemaakt met vaste
intervallen. U kunt de tijd die verstrijkt tussen de opnamen laten
variëren van 5 seconden tot 1 uur, in stappen van 5 seconden.
Uren
Minuten Seconden
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
De interval-instelling vervalt wanneer u de camera uitzet.
De tijd totdat de volgende foto kan worden gemaakt, kan volgens het menu Opname langer duren dan
de tijd die is ingesteld voor de interval. In dit geval duurt het opname interval langer dan de ingestelde
tijd.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Afhankelijk van het resterende vermogen van de batterij, kan de batterij tijdens het maken van
intervalopnamen leegraken. Gebruik bij voorkeur een volledig opgeladen batterij.
Als de functie Interval is ingeschakeld, zal de camera normaal een opname maken wanneer u de
ontspanknop indrukt.
W
e raden aan een hogesnelheids geheugenkaart of een SD-geheugenkaart met voldoende geheugen
te gebruiken.
Bewegingscorrectie
Selecteer [Aan] om de effecten van een bewegende camera te beperken.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
De correctiefunctie voor schokken van de camera kan niet vermijden dat het opgenomen onderwerp
beweegt (door de wind, enz.).
De resultaten verschillen afhankelijk van de opnameomstandigheden.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Het symbool J verschijnt wanneer het waarschijnlijk zal zijn dat u de camera niet kunt stilhouden
(GP. 17).
72
2
Menu Opname
Langzame sluitertijd
De maximale sluitersnelheid kan als volgt worden beperkt: 1/8 seconde, 1/4 seconde en een 1/2 seconde.
Staat deze functie op [Uit], dan varieert de maximale sluitertijd afhankelijk van de ISO-instelling.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer de scene modus is ingesteld op [Nacht. port.] of [Meerv. opname 's nachts], krijgt de
maximale sluitertijd voor [Nacht. port.] of [Meerv. opname 's nachts] prioriteit.
Wanneer de flitser in de stand [Flits synchroon] staat, is de langste sluitertijd een seconde.
Wanneer de limiet voor de sluitersnelheid wordt gebruikt, kan de hoeveelheid licht mogelijk niet
voldoen afhankelijk van de helderheid van het onderwerpt. Dit kan resulteren in een donkere opname.
Probeer in dat geval het volgende:
- E
en hogere limiet voor de sluitersnelheid selecteren
- De ISO-instelling verhogen (
GP. 80)
- D
e flitser gebruiken (GP. 32)
Datum afdruk
U kunt de datum (JJ/MM/DD) of de datum en de tijd (JJ/MM/DD uu:mm) rechtsonder op een foto invoegen.
Selecteer [Uit] om de datumafdruk uit te schakelen.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Stel eerst de datum en tijd in (GP. 26).
U kunt [Datum afdruk] niet bij films gebruiken.
De op het beeld afgedrukte datum kan niet gewist worden.
Belichtingscompensatie
GP.78
Kies de belichtingscompensatie.
Witbalans
GP.79
Pas de witbalans aan.
ISO-instelling
GP.80
Pas de ISO-gevoeligheid aan.
Maximale ISO voor ISO auto
Selecteer de maximumwaarde die is gekozen door de camera wanneer [Auto] is geselecteerd voor
[ISO
-instelling]. Gebruik deze optie om te verhinderen dat de ISO-gevoeligheid te hoog wordt.
Fabrieksinstellingen herstellen
Selecteer [Ja] en druk vervolgens op de ADJ./OK-knop om de standaardwaarden voor de instellingen van het
opnamemenu te herstellen.
73
2
Menu Opname
Automatische verschuiving lensopening
Instellen op [Aan] zodat de camera de lensopening automatisch aanpast om overbelichting te voorkomen.
Automatische verschuiving sluitertijd
Instellen op [Aan] zodat de camera de sluitertijd automatisch aanpassen om de beste belichting te verkrijgen
als deze niet kan worden verkregen door de handmatig ingestelde sluitertijd.
74
2
Menu Opname
Focus
Onderwerp volgen AF
Wanneer u de ontspanknop half indrukt, stelt de camera scherp op het
onderwerp in het scherpstelkader in het midden van het scherm en
wordt er een groen doelpictogram weergegeven (het doelpictogram
wordt rood weergegeven wanneer de camera geen onderwerp dat
moet worden gevolgd kan lokaliseren). De camera volgt het onderwerp
terwijl de ontspanknop half wordt ingedrukt (wanneer het onderwerp
het kader verlaat, flikkert het doelpictogram rood en wordt het volgen
beëindigd). Het volgen eindigt automatisch wanneer u uw vinger van
de ontspanknop wegneemt of wanneer er een foto wordt genomen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Het is mogelijk dat de camera snel bewegende of slecht verlichte onderwerpen niet kan volgen.
Multi-Target AF
Als u de ontspanknop half indrukt, bepaalt de camera automatisch meerdere
scherpstelposities. Als u de ontspanknop helemaal indrukt, verschuift de
camera langs verschillende scherpstelposities, en neemt 5 achtereenvolgende
foto's. De 5 foto's worden gegroepeerd en als één MP-bestand opgeslagen.
Deze functie is vooral effectief voor tele en macrostand opnamen.
Als de camera in staat is scherp te
stellen, verschijnt een V-pictogram.
Als de camera niet kan scherpstellen,
zal het V-pictogram knipperen. De
scherpstelposities die door de camera zijn
geselecteerd, worden alleen weergegeven
tijdens het afspelen (GP. 99).
((  +51+51
75
2
Menu Opname
MP-bestand -------------------------------------------------------------------------------------------
MP is een bestandsformaat opgenomen als een set foto's.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt niet de flitser gebruiken.
De trillingcorrigerende functie van de camera kan niet worden gebruikt. Als [Multi-trgt AF] is ingesteld
terwijl de trillingscorrigerende functie van de camera aan staat, dan wijzigt E in F.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als deze functie is ingeschakeld bij gebruik van de digitale zoom, wordt de digitale zoom uitgeschakeld
en wordt opnemen uitgevoerd met een maximale vergroting voor de optische zoom (10,7 ×).
[Witbalans] werkt volgens de [Auto] instelling zelfs als deze is ingesteld op [Multi-P AUTO].
Handmatig scherpstellen (MF)
Handmatig scherpstellen (MF) kan
worden gebruikt om scherp te stellen
op de geselecteerde afstand wanneer
de camera niet kan scherpstellen met de
functie voor automatisch scherpstellen.
Er wordt een scherpstelbalk weergegeven
op het beeldscherm.
HD
H ouden:Houden:
99999999
4:3 F4:3 F
1
Druk op de ADJ./OK-knop !" om de scherpstelling aan te
passen.
Wanneer u op de ADJ./OK-knop ! drukt, wordt de scherpstelling
afgesteld op verderaf gelegen objecten. Wanneer u op de ADJ./
OK-knop " drukt, wordt de scherpstelling afgesteld op dichterbij
gelegen objecten.
Het ingedrukt houden van de ADJ./OK-knop verhoogt de vergroting
alleen in het midden van het scherm.
Het opnieuw ingedrukt houden van de ADJ./OK-knop brengt de
vergrote weergave terug naar de normale weergave.
2
Druk de ontspanknop in om de foto te nemen.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt ook zelf scherpstellen op objecten binnen het macro-opnamebereik.
76
2
Menu Opname
Auto Bracket
Kies het type bracketing dat wordt uitgevoerd.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer [AE-BKT], [WB-BKT], [CL-BKT] of [FOCUS-BKT] wordt toegekend aan de Fn-knop (Function)
met [Stel Fn-knop in] kunt u in- en uitschakelen door op de Fn-knop te drukken (GP. 110).
Auto groepering
Telkens wanneer op de ontspanknop
wordt gedrukt, maakt de camera drie
fotos: Een met 0,5 EV onderbelichte
foto, een tweede met de huidige
belichtingsinstellingen en een derde met
0,5 EV overbelichte foto.
Er wordt een pictogram weergegeven
wanneer [AE-BKT] is geselecteerd.
OpnemenOpnemen
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt de belichtingscompensatie wijzigen in het menu Opname (GP. 78).
[Witbalans] werkt volgens de [Auto] instelling zelfs als deze is ingesteld op [Multi-P AUTO].
Witbalans-bracketing (WB-BKT)
Er worden automatisch drie
fotos gemaakt met de witbalans-
bracketingfunctie - een roodachtige foto,
een blauwachtige foto en een foto met de
ingestelde witbalans.
Er wordt een pictogram weergegeven
wanneer [WB-BKT] is geselecteerd.
RoodRood
Opnemen
Opnemen
Blauw
Blauw
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt de witbalans wijzigen in het menu Opname (GP. 79).
Als [Afbeeldingsinstellingen] is ingesteld op [Zwartwit] of [Sepia], kan de witbalans Bracket-functie
worden ingesteld maar werkt deze niet.
77
2
Menu Opname
Color Bracketing (CL-BKT)
Er worden drie beelden, een zwart-
wit-, een kleuren- en een sepiebeeld
geregistreerd met color bracketing.
Er wordt een pictogram weergegeven
wanneer [CL-BKT] is geselecteerd.
Z&WZ&W
Opnemen
Opnemen
Sepia
Sepia
Contrast, scherpte en levendigheid tijdens Color Bracket-opname -----------------------
Tijdens Color Bracket-opnames worden de waarden voor contrast, scherpte en levendigheid
die zijn ingesteld via [Afbeeldingsinstellingen] toegepast. De waarden voor [Standaard] in
[Afbeeldingsinstellingen] gelden echter wanneer [Afbeeldingsinstellingen] is ingesteld op [Zwartwit]
of [Sepia].
Scherpstelling Bracket (FOCUS-BKT)
Kies deze optie om de scherpstelling automatisch te veranderen met
een geselecteerde hoeveelheid over een reeks van vijf foto's.
1
Selecteer [FOCUS-BKT] en druk op de ADJ./OK-knop F.
2
Druk op de ADJ./OK-knop NF om het scherpstelinterval te
selecteren en druk dan twee keer op ADJ./OK-knop.
Het symbool verschijnt op het scherm.
3
Druk de ontspanknop half in.
De camera stelt scherp volgens de [Focus] instelling.
4
Druk de ontspanknop voorzichtig
helemaal in.
De camera neemt 5
achtereenvolgende beelden op basis
van de scherpstelpositie in Stap 3.
VERVER
Opnemen
Opnemen
DICHT
DICHT
78
2
Menu Opname
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als [Focus] is ingesteld op [MF], dan wordt de eerste foto genomen op de ingestelde scherpstelpositie
zonder te worden gemeten.
[Witbalans] werkt volgens de [Auto] instelling zelfs als deze is ingesteld op [Multi-P AUTO].
Foto's worden gemaakt en opgeslagen in de onderstaande volgorde
:
Scherpstelpositie Voor
¥
Center *
¦
Achter
Opnamevolgorde 5 4 1 3 2
Opslagvolgorde 5 4 3 2 1
*
S
cherpstelling ingesteld met de optie die momenteel is geselecteerd voor [Focus] (GP. 68).
Belichtingscompensatie
Gebruik de belichtingscompensatie om de belichtingswaarde die door
de camera is geselecteerd, te wijzigen. Kies uit de waarden tussen
–2 en +2; negatieve waarden leveren donkerdere beelden op, positieve
waarden zorgen voor helderdere beelden. De belichtingscompensatie
kan vereist zijn in de volgende situaties
:
Voor tegenlicht
Wanneer de achtergrond bijzonder helder is, wordt het onderwerp donker
(onderbelicht). Stel het niveau van de belichting in dat geval hoger (+) in.
Wanneer het onderwerp wit van tint is
De hele foto zal zwart worden (onderbelicht). Stel het niveau van de
belichting hoger (+) in.
Wanneer het onderwerp donker van tint is
De hele foto zal licht worden (overbelicht). Stel het niveau van de
belichting lager (–) in. Hetzelfde gebeurt als u fotos maakt van mensen
die onder een felle lamp staan.
Druk op de ADJ./OK-knop !" om een
belichtingswaarde te kiezen en druk
dan op ADJ./OK-knop. De geselecteerde
waarde wordt weergegeven op het
beeldscherm.
HD
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Q] wordt weergegeven wanneer het onderwerp te fel belicht is of te donker is om
belichtingscompensatie mogelijk te maken.
79
2
Menu Opname
Witbalans
Pas de witbalans aan zodat een wit onderwerp wit op de foto wordt
weergegeven. Bij aankoop is de witbalans ingesteld op [Multi-P AUTO].
Wijzig de instelling in situaties waar de witbalans moeilijk goed is af te
stellen zoals bij het fotograferen van een onderwerp met een enkele
kleur of bij het fotograferen onder verschillende lichtbronnen.
AUTO Auto
Past de witbalans automatisch aan..
Multi-P AUTO
De camera selecteert automatisch de optimale witbalans volgens de omstandigheden van de zon of
schaduw of het bereik van de flitserverlichting.
Buiten
Selecteer deze stand wanneer u buiten (in het zonlicht) fotografeert en het niet lukt de witbalans goed
aan te passen.
Bewolkt
Kies deze stand als het bij bewolkt weer of in de schaduw niet lukt de witbalans goed aan te passen.
Gloeilamp 1
Selecteer deze stand wanneer u bij gloeilamplicht fotografeert en het niet lukt de witbalans goed aan
te passen.
Gloeilamp 2
Selecteer deze functie als u fotografeert bij gloeilamplicht (roder vergeleken met [Gloeilamp 1]).
Fluorescerend
Selecteer deze stand wanneer u bij fluoriscerend licht fotografeert en het niet lukt de witbalans goed
aan te passen.
Handmatig
Past de witbalans automatisch aan.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De witbalans wordt mogelijk niet goed afgesteld bij een onderwerp met veel donkere partijen. Voeg in
dat geval een wit object toe aan het onderwerp.
Als u fotografeert met flitser, kande witbalans niet helemaal goed worden aangepast als [Auto] niet is
geselecteerd. Schakel in dat geval voor opnamen met de flitser over op de stand [Auto].
Handmatig
1
Selecteer [Handmatig].
80
2
Menu Opname
2
Plaats een stuk papier of een ander wit object in een
kader onder de belichting die zal worden gebruikt op de
uiteindelijke foto en druk op DISP
.
De witbalans is ingesteld.
3
Druk op de ADJ./OK-knop.
Het symbool verschijnt op het scherm.
U kunt een voorbeeld van het effect van de geselecteerde
witbalansinstellingen weergeven op het beeldscherm. Herhaal de
bovenstaande stappen tot het gewenste effect is bereikt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U schakelt [Handmatig] uit wanneer u een andere instelling dan [Handmatig] kiest.
Wanneer u de flits in stap 2 gebruikt, stelt de camera de witbalans in op basis van het resultaat van de
belichtingsmeting met de flits.
ISO-instelling
De ISO-gevoeligheid is een indicatie voor de lichtgevoeligheid van film. Een
hogere waarde betekent een hogere gevoeligheid. Een hoge gevoeligheid is
geschikt voor het fotograferen van een onderwerp in een donkere ruimte of
van een snel bewegend onderwerp en maakt dat het onderwerp niet onscherp
wordt. Wanneer ISO is ingesteld op [Auto], wijzigt de camera de gevoeligheid
automatisch op grond van de instellingen voor afstand, helderheid, zoom- en
macro-instellingen en beeldkwaliteit/-grootte. Kies een andere instelling dan
[Auto] om de ISO-gevoeligheid vast te leggen op de geselecteerde waarde
.
Indien ISO-gevoeligheid toegekend is aan de
ADJ./OK-knop (GP. 108), kan de hoogste limiet
voor automatische ISO-gevoeligheid worden
gekozen door op de DISP.-knop te drukken
wanneer [Auto] is geselecteerd.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer [Auto] is geselecteerd voor de ISO-gevoeligheid, kiest de camera een ISO-gevoeligheid tussen
100 en de waarde die is geselecteerd voor [Maximale ISO voor ISO auto]. (GP. 72)
Als de flitser is ingesteld op [Auto], gaat de flitser af wanneer de optimale belichting niet kan worden
bereikt met de gevoeligheid die is geselecteerd voor [Maximale ISO voor ISO auto].
B
eelden die u maakt met een hogere gevoeligheid kunnen korrelig lijken.
Wanneer [Auto] is geselecteerd voor de ISO-gevoeligheid, kan de ISO-waarde die wordt weergegeven
wanneer de ontspanknop halfweg wordt ingedrukt, in sommige gevallen (bijv. wanneer de flitser wordt
gebruikt) verschillen van de waarde die is geselecteerd wanneer de ontspanknop wordt losgelaten.
81
3
Films opnemen en weergeven
3 Films opnemen en weergeven
Films opnemen
U kunt films in AVI-indeling opnemen met
geluid door tijdens het maken van de fotos
op de knop 3 (Film) te drukken.
De camera zal de focus en belichting
instellen en de opname starten; een
pictogram [O] knippert op het scherm
terwijl de opname bezig is.
Druk opnieuw op 3 om de opname te
beëindigen.
00:0000:00
REC
REC
/00:02
/00:02
:Stop:Stop :Filmen herstarten:Filmen herstarten
VGA
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u films opneemt terwijl [x 1280] is geselecteerd voor [Filmgrootte], raden wij u aan een
Speed Class 6-geheugenkaart te gebruiken.
Tijdens het maken van een film kan het zijn dat ook de bedieningsgeluiden of de werkgeluiden van de
camera worden vastgelegd.
Films kunnen maximaal 4 GB groot zijn. De maximale lengte is 12 minuten voor films die zijn
opgenomen met een [Filmgrootte] van [x 1280] en 29 minuten voor films die zijn opgenomen op
[z 640]. De maximale totale lengte van alle filmbestanden die kan worden opgeslagen, is afhankelijk
van de capaciteit van de geheugenkaart (GP. 151).
Afhankelijk van het type geheugenkaart dat u gebruikt, kan de opname worden beëindigd voordat de
maximale duur voor de opname van films is bereikt.
Bij het fotograferen van een snelbewegende onderwerp, kan het onderwerp vervormd zijn in het
opgenomen beeld.
Knipperen kan optreden als een horizontale band bij het opnemen onder tl-verlichting. Stel [Beperk
fluorescentieknipper] (GP.84) in het menu Film in.
82
3
Films opnemen en weergeven
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Tijdens de opname kan de zoomhendel worden gebruikt voor het optisch en digitaal zoomen
(GP. 30). Zoom met superresolutie en Stap zoom zijn niet beschikbaar.
De camera maakt films aan 30 beeldjes per seconde.
Wanneer [Bewegingscorrectie] in het opnamemenu is ingesteld op [Aan], is de functie voor het
corrigeren van de camerabeweging actief tijdens het opnemen van films.
Het kan voorkomen dat de resterende opnametijd niet gelijkmatig wordt aangepast, omdat de tijd
tijdens het opnemen van de film opnieuw wordt berekend op basis van de resterende opslagruimte.
U kunt kortfilms maken door [Kortfilm] (GP.84) in te stellen in het menu Film.
Afhankelijk van het resterende vermogen van de batterij, kan de batterij tijdens het maken van
filmopnamen leegraken. Gebruik bij voorkeur een volledig opgeladen batterij.
De details die zijn ingesteld in de opties [Focus], [Afbeeldingsinstellingen] en [Witbalans] in het menu
Opname, worden behouden wanneer u films opneemt. Deze instellingen worden echter automatisch
als volgt gewijzigd afhankelijk van de geselecteerde optie.
- W
anneer [Focus] is ingesteld op [Meervoudige AF], [Meerv. gezichth Pr.], [Onderw. volgen] of [Multi-trgt
AF], verandert de instelling naar [Punt AF].
- W
anneer [Afbeeldingsinstellingen] is ingesteld op [Kleur], verandert de instelling naar [Standaard].
- Wanneer [Witbalans] is ingesteld op [Multi-P AUTO], verandert de instelling naar [Auto].
U kunt niet handmatig scherpstellen tijdens het opnemen van films, zelfs als [Focus] is ingesteld op
[MF].
Film opnemen met ingevoegde punten voor het splitsen
U kunt een film splitsen en de gesplitste films opslaan door tijdens het
opnemen van een film op de Fn-knop te drukken. U kunt maximaal
tien splitsingspunten toevoegen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Als u films herhaaldelijk splitst, kan de opname, afhankelijk van het typte geheugenkaart dat u
gebruikt, worden beëindigd voordat de maximale duur voor het opnemen van films is bereikt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De punten waar de Fn-knop wordt ingedrukt, kunnen verschillen van de eigenlijke splitsingspunten
omdat de camera de splitsingspunten instelt in stappen van één seconde.
83
3
Films opnemen en weergeven
Menu Film
U kunt de filminstellingen wijzigen door het menu Film weer te geven.
Het menu Film gebruiken
1
Druk op MENU-knop.
Het menuscherm verschijnt.
2
Druk op de ADJ./OK-knop N.
3
Druk op de knop ADJ./OK "
om het tabblad 3 (Film) te
selecteren.
Het menu Film verschijnt.
4
Druk op de ADJ./OK-knop F.
5
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het gewenste item te kiezen.
Als de DISP.-knop nu wordt ingedrukt,
verschijnt hetzelfde scherm als in Stap
3 opnieuw.
6
Druk op de ADJ./OK-knop F.
De menu-item instellingen worden getoond.
7
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de instelling te kiezen.
8
Druk op de ADJ./OK-knop.
Door in Stap 8 op de ADJ./OK-knop N te drukken, wordt de
instelling bevestigd en verschijnt het scherm weer dat in Stap 5 te
zien was.
84
3
Films opnemen en weergeven
Opties van het menu Film
Filmgrootte
GP. 151
Kies de grootte van het filmkader.
Kortfilm
Stel de opnametijd in voor korte films. Wanneer [Custom] is geselecteerd, kunt u de tijd instellen van 1 tot 60
seconden. Wanneer u de tijd instelt voor korte films, schakelt u van de filmmodus naar de korte filmmodus.
Beperk fluorescentieknipper
Selecteer de frequentie van het stroomnet in uw regio wanneer er flikkering optreedt tijdens het opnemen
onder een TL-lamp of een kwiklamp.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
Als een film wordt opgenomen met de functie [Beperk fluorescentieknipper] bij daglicht, kan de
opgenomen film overbelicht zijn.
Films afspelen
Ga als volgt te werk als u films wilt afspelen.
1
Selecteer de film die u wilt
weergeven in de weergavestand.
2
Druk op de ADJ./OK-knop.
Het afspelen begint. De indicator voor
de afgespeelde tijd of de verstreken
tijd verschijnt op het scherm.
StartStart
05:1205:12
RMOV0001RMOV0001 10/2010/20
640640
2011/01/01 00:002011/01/01 00:00
VGA
Snel vooruit
Draai tijdens het weergeven de zoomhendel naar z.
Terug
Draai tijdens het weergeven de zoomhendel naar Z.
Pauze/Afspelen Druk op de ADJ./OK-knop.
Langzaam afspelen
Houd de zoomhendel tijdens pauze op z .
Langzaam terug
Houd de zoomhendel tijdens pauze op Z.
Volgend beeld
Draai tijdens pauze de zoomhendel naar z.
Vorig beeld
Draai tijdens pauze de zoomhendel naar Z.
Volumeregeling
Druk op de ADJ./OK-knop !" tijdens het weergeven.
85
3
Films opnemen en weergeven
Een film splitsen
U kunt een film in twee bestanden splitsen.
1
Selecteer een film die moet worden gesplitst in de
weergavemodus.
2
Selecteer [Deelfilm] (P. 88) in het weergavemenu.
Instructies over het gebruik van het menu Weergave vindt u op P. 86.
3
Druk op de knop ADJ./OK om de weergave te starten.
Zie stap 2 op P. 84 voor instructies over het weergeven van films.
4
Druk op de knop ADJ./OK op het punt waar u de film wilt
splitsen.
De film wordt gepauzeerd.
5
Druk op de Fn-knop.
6
Selecteer [Ja] en druk op de knop ADJ./OK.
Opgelet ------------------------------------------------------------------------------------------------
De originele film kan niet worden behouden nadat de film is gesplitst.
De volgende films kunnen niet worden gesplitst.
- Beveiligde films
- Films gemarkeerd met de [Instelling vlagfunctie]
- Opgenomen films van minder dan twee seconden
- Films die door andere cameras zijn opgenomen
Er is voldoende vrije ruimte nodig op het interne geheugen of de SD-geheugenkaart voor het splitsen
van films.
U kunt geen films splitsen op de eerste of laatste seconde.
Voor sommige bestanden kan het splitsen langer duren.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De functie voor het splitsen van de film is ook beschikbaar wanneer een film wordt gepauzeerd tijdens
de normale weergave.
86
4
Menu Weergave
4 Menu Weergave
De opties in het weergavemenu kunnen worden gebruikt
voor verschillende bewerkingen op bestaande foto's. Om het
weergavemenu te tonen, selecteert u de weergavestand en drukt u op
de MENU-knop.
De menu Weergave gebruiken
1
Selecteer de weergavestand met knop 6 (Weergeven).
2
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF om het gewenste
Sla deze stap over voor [Weergave vlagfunctie] (GP.87), [Slideshow
Flagfunctie] (GP.87), [Diavoorstelling] (GP.88), [Van kaart naar
intern geheugen kopiëren] (GP.88) of [Bestand terughalen]
(GP.88).
3
Druk op de MENU-knop.
Het menu Weergave verschijnt.
Geeft het bereik van weergegeven
schermen aan.
4
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het gewenste item te kiezen.
Als de DISP.-knop nu wordt ingedrukt,
verschuift de cursor naar het tabblad
weergavemenu.
Druk op de ADJ./OK-knop " op
het onderste item om het volgende
scherm te zien.
5
Druk op de ADJ./OK-knop F.
Het scherm van het geselecteerde menu verschijnt.
87
4
Menu Weergave
Opties menu Weergave
Instelling vlagfunctie
GP. 89
U kunt maximaal 20 bestanden markeren voor snelle toegang.
Volgorde Flagfunctie
GP.90
Wijzig de weergavevolgorde van de afbeeldingen die zijn gemarkeerd met [Instelling vlagfunctie].
Weergave vlagfunctie
Geeft beelden weer die zijn gemarkeerd met [Instelling vlagfunctie]. De Fn-knop kan voor hetzelfde doel
worden gebruikt.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
De bestanden worden weergegeven in de gemarkeerde volgorde. Wanneer u de weergavevolgorde wijzigt
met [Volgorde Flagfunctie], worden de bestanden weergegeven in de gewijzigde volgorde.
Slideshow Flagfunctie
De stilstaande beelden en filmbestanden die gemarkeerd zijn met [Instelling vlagfunctie] weergeven als
diavoorstelling.
Grootte aanpassen
Creëer kopieën van fotos waarvan de grootte werd gewijzigd of andere stilstaande beelden die met de
camera werden gemaakt.
Origineel Aangepast
j
4 : 3 F/ j 4 : 3 N/ i 3 : 2 F/ g 1 : 1 F/ g 16 : 9 F/
e 4 : 3 F/ c 4 : 3 F/ b 4 : 3 F/ b 4 : 3 N
a 4 : 3 F/z 4 : 3 F
a
4 : 3 F z 4 : 3 F
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt de grootte van films of MP-bestanden niet wijzigen.
Bijsnijden
GP. 91
Met deze functie kunt u een stilstaand beeld bijsnijden en vervolgens opslaan als apart bestand.
Niveaucompensatie
GP. 94
Maark kopieën van foto's met gewijzigde helderheid en contrast.
Witbalanscompensatie
GP. 95
Maak kopieën van foto's met gewijzigde witbalans.
Scheefheidscorrectie
GP. 96
Maak kopieën die werden verwerkt om de effecten van perspectief op rechthoekige objecten te beperken.
Beschermen
GP. 97
Beveilig beelden tegen per ongeluk verwijderen.
88
4
Menu Weergave
Deelfilm
GP.85
Splits een film in twee bestanden.
Beelden uit MP-bestand exp.
GP. 101
Geselecteerde foto's exporteren vanaf een MP-bestand.
Rasterpunt wijzigen
GP. 51
Instellingen rasterpunt wijzigen voor [Continue golfswingmodus] in scenemodus.
Diavoorstelling
U kunt de vastgelegde foto’s en filmbestanden na elkaar weergeven op het scherm.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Elke foto wordt drie seconden getoond.
Alle beelden die u opneemt worden weergegeven bij films en MP-bestanden.
Van kaart naar intern geheugen kopiëren
Kopieer in één bewerking alle gegevens van het interne geheugen naar een geheugenkaart.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Als er onvoldoende ruimte beschikbaar is op de doelgeheugenkaart, wordt een waarschuwing
weergegeven. Selecteer [Ja] om alleen de bestanden te kopiëren waarvoor er voldoende ruimte is.
Het is niet mogelijk om de inhoud van een SD-geheugenkaart te kopiëren naar het interne geheugen.
Wanneer de inhoud van het interne geheugen wordt gekopieerd naar een SD-geheugenkaard, worden
de opgeslagen bestanden met [Instelling vlagfunctie] in het interne geheugen geannuleerd.
DPOF
GP. 98
Selecteer beelden voor het afdrukken.
Bestand terughalen
Herstel verwijderde bestanden.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt gewiste bestanden niet herstellen nadat u één van de volgende bedieningshandelingen hebt
verricht.
U hebt de camera uitgezet
U hebt overgeschakeld van stand weergeven naar stand opname
U gebruikt DPOF, Grootte aanpassen, Van kaart naar intern geheugen kopiëren, Scheefheidscorrectie,
Niveaucompensatie, Witbalanscompensatie, Bijsnijden of Deel film
Bestanden met DPOF instellingen worden gewist
Het interne geheugen of de SD-geheugenkaart wordt geïnitialiseerd
Bestanden instellen of annuleren voor [Instelling vlagfunctie]
Vergrotingspercentage of -zone wijzigen van bestanden voor [Instelling vlagfunctie]
MP-bestanden exporteren met [Beelden uit MP-bestand exp.]
89
4
Menu Weergave
Instelling vlagfunctie
Markeer beelden voor snelle toegang tijdens de weergave.
Gemarkeerde beelden kunnen worden weergegeven door op de Fn-
knop te drukken.
Een bestand instellen/annuleren
Om een markering toe te voegen aan of te verwijderen van het
huidige beeld, selecteert u [Instelling vlagfunctie] in enkele
beeldweergave. Gemarkeerde bestanden zijn aangeduid door een
pictogram.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Indien er een vergrote foto is ingesteld, worden vergrotingspercentage en vergrotingszone opgeslagen en
kan het vergrote beeld als dusdanig worden weergegeven.
Meerdere bestanden instellen/annuleren
Om een markering toe te voegen aan of te
verwijderen van meerdere geselecteerde
opnamen, selecteert u [Instelling
vlagfunctie] in de miniatuurweergave,
markeert u de opnamen en drukt u op de
ADJ./OK-knop om de vlagmarkering toe
te voegen of te verwijderen. Druk op DISP.
wanneer de bewerking voltooid is.
Inst. Vlagfunc.Inst. Vlagfunc.
4: 3 F4 :3 F
VoltooienVoltooien Sel/AnnulerenSel/Annuleren
9
/
129
/
12
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer de naam van het ingestelde bestand met [Instelling vlagfunctie] wordt gewijzigd met behulp
van een PC, wordt het bestand geannuleerd met [Instelling vlagfunctie].
Wanneer u opnamen kopieert van het interne geheugen naar een geheugenkaart, wordt de
vlagmarkering verwijderd van de opnamen in het interne geheugen.
Wanneer een bestand op een SD-geheugenkaar is ingesteld met [Instelling vlagfunctie], worden een
map [CLIPINFO] en een bestand CLIP.CLI aangemaakt op de SD-geheugenkaart. Wanneer die worden
gewist, wordt het betreffende bestand geannuleerd met [Instelling vlagfunctie].
Als de naam van een beeldbestand wordt gewijzigd met behulp van een PC, kan het bestand mogelijk
niet worden ingesteld met [Instelling vlagfunctie].
Alleen beelden die met deze camera werden gemaakt, kunnen worden ingesteld met [Instelling
vlagfunctie].
90
4
Menu Weergave
Weergavevolgorde vlagfunctie
Wijzig de weergavevolgorde van de afbeeldingen die zijn gemarkeerd
met [Instelling vlagfunctie].
Per individueel bestand opgeven
1
Selecteer [Sel. indiv.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer een bestand en druk op de knop ADJ./OK.
Als u een bestand per vergissing hebt geselecteerd, kunt u de
selectie ongedaan maken door het bestand te selecteren en op de
ADJ./OK-knop te drukken.
3
Selecteer een locatie voor het verplaatsen van de
afbeelding en druk op de knop ADJ./OK.
Herhaal stap 2 om door te gaan met de instelling. Druk op de DISP.-
knop om de instelling te beëindigen.
Opgeven op bereik van bestanden
1
Selecteer [Sel. Ber.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer het eerste bestand en druk op de knop ADJ./OK.
Druk op de DISP.-knop om terug te keren naar het scherm voor het
kiezen van het beginpunt wanneer u zich vergist bij het kiezen van
het beginpunt voor een reeks bestanden.
3
Selecteer het laatste bestand en
druk op de knop ADJ./OK.
4
Selecteer een locatie voor het
verplaatsen van de afbeelding en
druk op de knop ADJ./OK.
Herhaal stappen 2 tot 4 om door te
gaan met de instelling.
Druk op de DISP.-knop om de
instelling te beëindigen.
AnnulerenAnnuleren VastleggenVastleggen
Gebr. pijlen om bestemming te kiezen.Gebr. pijlen om bestemming te kiezen.
91
4
Menu Weergave
Bijsnijden
Maak een bijgesneden kopie van de huidige foto.
Draai de zoomhendel naar 8 of 9 om de
grootte voor het bijsnijden aan te passen
en druk op de ADJ./OK-knop !"NF om
de plaats voor het bijsnijden in te stellen.
Druk op de ADJ./OK-knop om het bijgesneden beeld op te slaan als
een afzonderlijk bestand.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt alleen stilstaande beelden bijsnijden die zijn opgenomen met deze camera.
U kunt films of MP-bestanden niet bijsnijden.
Een beeld kan meerdere keren worden bijgesneden maar het wordt wel telkens opnieuw
gecomprimeerd, waardoor de beeldkwaliteit enigszins afneemt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Druk op de DISP.-knop om te annuleren.
Om het Help-bestand weer te geven, drukt u op de Fn-knop terwijl het bijgesneden beeld wordt
weergegeven op het beeldscherm. Druk opnieuw op de Fn-knop om het Help-bestand af te sluiten.
Om de beeldverhouding te kiezen, drukt u op de D-knop in het bijgesneden beeldscherm. Stel de
beeld
verhouding in op 4 : 3 of 1 : 1. De beeldverhoudingen 3 : 2 en 16 : 9 worden niet ondersteund.
Als een beeld wordt bijgesneden, verandert de compressieverhouding in Fijn.
De beschikbare instellingen voor de trimkadergrootte verschillen volgens de grootte van het originele
beeld.
92
4
Menu Weergave
De grootte van het beeld na het bijsnijden is afhankelijk van de grootte van het origineel en de grootte
van het bijgesneden beeld (het eerste bijgesneden beeld dat wordt weergegeven in het trimkader
is het tweede grootste; om het grootste bijgesneden beeld weer te geven, selecteert u 9 met de
zoomhendel).
Beeldverhouding 4:3
Originele beeldgrootte Trimniveau Bijgesneden beeldgrootte
j 4
: 3 F/ j 4 : 3 N
(3648 × 2736)
1 3072
× 2304
2, 3 2592 × 1944
4 tot 6 2048
× 1536
7 tot 9 1280 × 960
10 tot 13 640
× 480
i 3
: 2 F
(3648 × 2432)
1 3072
× 2304
2, 3 2592 × 1944
4 tot 6 2048
× 1536
7 tot 9 1280
× 960
10 tot 13 640 × 480
g 1
: 1 F
(2736 × 2736)
1, 2 2592 × 1944
3 tot 5 2048 × 1536
6 tot 8 1280
× 960
9 tot 12 640 × 480
g 16
: 9 F
(3648 × 2048)
1, 2 2592
× 1944
3 tot 5 2048
× 1536
6 tot 8 1280 × 960
9 tot 12 640
× 480
e 4 : 3 F
(2592 × 1944)
1 2592 × 1944
2, 3 2048
× 1536
4 tot 7 1280 × 960
8 tot 12 640 × 480
c 4
: 3 F
(2048 × 1536)
1, 2 2048
× 1536
3 tot 6 1280 × 960
7 tot 10 640
× 480
b 4
: 3 F/ b 4 : 3 N
(1728 × 1296)
1 1728
× 1296
2 tot 5 1280
× 960
6 tot 9 640 × 480
a 4 : 3 F
(1280 × 960)
1 tot 3 1280 × 960
4 tot 8 640
× 480
z 4
: 3 F/ z 4 : 3 N
(640 × 480)
1 tot 4 640
× 480
93
4
Menu Weergave
Beeldverhouding 1:1
Originele beeldgrootte Trimniveau Bijgesneden beeldgrootte
j 4
: 3 F/ j 4 : 3 N
(3648 × 2736)
1 tot 3 2304 × 2304
4 tot 6 1536 × 1536
7 tot 9 960
× 960
10 tot 13 480
× 480
i 3 : 2 F
(3648 × 2432)
1, 2 2304 × 2304
3 tot 5 1536
× 1536
6 tot 9 960
× 960
10 tot 13 480 × 480
g 1
: 1 F
(2736 × 2736)
1 tot 3 2304 × 2304
4 tot 6 1536 × 1536
7 tot 9 960
× 960
10 tot 13 480
× 480
g 16
: 9 F
(3648 × 2048)
1 tot 3 1536
× 1536
4 tot 7 960 × 960
8 tot 11 480 × 480
e 4
: 3 F
(2592 × 1944)
1 tot 3 1536
× 1536
4 tot 7 960 × 960
8 tot 11 480 × 480
c 4
: 3 F
(2048 × 1536)
1, 2 1536
× 1536
3 tot 6 960 × 960
7 tot 10 480
× 480
b 4 : 3 F/ b 4 : 3 N
(1728 × 1296)
1 tot 4 960 × 960
5 tot 8 480
× 480
a 4 : 3 F
(1280 × 960)
1 tot 3 960 × 960
4 tot 8 480
× 480
z 4
: 3 F/ z 4 : 3 N
(640 × 480)
1 tot 4 480
× 480
94
4
Menu Weergave
Niveaucompensatie
Maak kopieën die werden verwerkt om de helderheid en het contrast
aan te passen.
Beelden automatisch corrigeren
Selecteer [Auto] en druk op de ADJ./
OK-knop F. Een voorbeeld wordt
weergegeven met de originele opname
bovenaan links en de gecorrigeerde kopie
rechts.
Druk op de ADJ./OK-knop om de opname
te kopiëren.
Niveaucompensatie [Auto]Niveaucompensatie [Auto]
AnnulerenAnnuleren Ok
Ok
Beelden handmatig corrigeren
Selecteer [Handmatig] en druk op de
ADJ./OK-knop F. Er wordt een voorbeeld
weergegeven met de originele opname
bovenaan links, een histogram en zwart-,
midden- en witpuntregelingen onderaan
links, en de gecorrigeerde kopie rechts.
Niveaucompensatie [Handmatig]Niveaucompensatie [Handmatig]
AnnulerenAnnuleren
MENU:
Wijz. Ptn.
MENU:
Wijz. Ptn.
HelpHelp
Ok
Ok
Controlepunten
Druk op MENU om doorheen de controlepunten
te lopen en druk op de ADJ./OK-knop NF
om het geselecteerde punt te plaatsen voor
verbeterde helderheid en contrast, zoals
hieronder beschreven.
Punt Effect
Zwart punt Als de opname overbelicht is, verplaatst u het zwarte punt
naar rechts tot het is uitgelijnd op de donkerste pixel in
het histogram.
Middenpunt
Om de opname helderder te maken, verplaatst u het
middenpunt naar rechts. Als u het middenpunt naar links
verplaatst, wordt de opname donkerder.
Wit punt Als de opname onderbelicht is, verplaatst u het witte punt
naar links tot het is uitgelijnd op de helderste pixel.
Zwart
punt
Middenpunt
Wit punt
95
4
Menu Weergave
Om het contrast te verhogen, lijnt u het zwarte en witte punt uit op de
donkerste en helderste pixels.
Druk op de Fn-knop om het Help-bestand te openen. Druk opnieuw op
deze knop om terug te keren naar het voorbeeldscherm.
Druk op de ADJ./OK-knop om de correcte kopie te maken.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Als de camera geen gecorrigeerde kopie kan maken, verschijnt een foutbericht en gaat de camera naar
het weergavemenu.
Druk op de DISP.-knop om Level Compensation te annuleren.
U kunt alleen stilstaande beelden corrigeren die zijn opgenomen met deze camera.
U kunt niveaucompensatie niet gebruiken voor films of MP-bestanden.
Deze functie heeft mogelijk geen effect op beelden die zijn gemaakt met [Tekstmodus] in de scene
modus of beelden gemaakt met [Afbeeldingsinstellingen] ingesteld op [Zwartwit] of [Sepia].
Een beeld kan meerdere keren worden gecorrigeerd maar het wordt wel telkens opnieuw
gecomprimeerd, waardoor de beeldkwaliteit enigszins afneemt.
Witbalanscompensatie
Maak kopieën met een gewijzigde
witbalans.
Een voorbeeld wordt weergegeven met
de originele opname bovenaan links,
witbalansregelingen onderaan links en de
gecorrigeerde kopie rechts. Druk op de
ADJ./OK-knop !"NF om de witbalans
aan te passen op de assen groen (G)-
magenta (M) en blauw (B)-geelbruin
(A). Druk op de ADJ./OK-knop om de
gewijzigde kopie op te nemen.
Groen
Blauw
Geelbruin
Magenta
WitbalanscompensatieWitbalanscompensatie
AnnulerenAnnuleren
Help
Help
Ok
Ok
96
4
Menu Weergave
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt alleen stilstaande beelden corrigeren die zijn opgenomen met deze camera.
U kunt de witbalans niet voor films of MP-bestanden corrigeren.
Deze functie heeft mogelijk geen effect op beelden die zijn gemaakt met [Tekstmodus] in de scene
modus of beelden gemaakt met [Afbeeldingsinstellingen] ingesteld op [Zwartwit] of [Sepia].
Een beeld kan meerdere keren worden gecorrigeerd maar het wordt wel telkens opnieuw
gecomprimeerd, waardoor de beeldkwaliteit enigszins afneemt.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Druk op de DISP.-knop om te annuleren.
Druk op de D-knop om de witbalans opnieuw in te stellen.
Druk op de Fn-knop om het Help-bestand te openen. Druk opnieuw op deze knop om terug te keren
naar het voorbeeldscherm.
Scheefheidscorrectie
Maak kopieën die werden verwerkt om de effecten van perspectief
op rechthoekige objecten, zoals een memobord of visitekaartje, te
beperken.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt alleen hoekcorrectie gebruiken voor foto's die met deze camera gemaakt zijn.
U kunt hoekcorrectie niet gebruiken voor films of MP-bestanden.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als de camera een object detecteert dat kan worden gebruikt om het perspectief te corrigeren,
verschijnt een bericht met het object, aangeduid met een oranje kader. De camera kan maximaal vijf
objecten detecteren.
Als het niet mogelijk is het doelgebied de detecteren, verschijnt een foutmelding. Het originele beeld
blijft ongewijzigd.
U selecteert een ander correctiegebied door met behulp van de ADJ./OK-knop F het oranje kader te
verplaatsen naar het gebied van uw keuze.
Druk op de ADJ./OK-knop ! om hoekcorrectie te annuleren. Het originele beeld blijft ongewijzigd,
zelfs wanneer u hoekcorrectie annuleert.
De beeldgrootte verandert niet voor beelden waarop hoekcorrectie is toegepast.
De tijd die nodig is voor hoekcorrectie verhoogt met de beeldgrootte. Om de vereiste tijd te verminderen,
dient u een hoekcorrectie uit te voeren op kleine kopieën die werden aangemaakt aan de hand van de
[Grootte aanpassen]-optie (GP.
87
).
97
4
Menu Weergave
In de onderstaande tabel ziet u hoeveel tijd hoekcorrectie ongeveer vraagt.
Beeldgrootte Correctietijd Beeldgrootte Correctietijd
j 4 : 3 F
Ongeveer 7 seconden
e 4 : 3 F
Ongeveer 5 seconden
j 4
: 3 N
Ongeveer 7 seconden
c 4 : 3 F
Ongeveer 4 seconden
i 3
: 2 F
Ongeveer 7 seconden
a 4
: 3 F
Ongeveer 2 seconden
g 1
: 1 F
Ongeveer 6 seconden
z 4 : 3 F
Ongeveer 1 seconden
g 16
: 9 F
Ongeveer 6 seconden
Wanneer scene modus is ingesteld op [Scheefheidscorrectie] (stand Hoekcorrectie) kunt u een opname
maken en onmiddellijk daarna een eventueel onder een hoek vastgelegd object rechtzetten (GP. 54).
Beschermen
Met [Beschermen] kunt u bestanden
beveiligen zodat u ze niet per ongeluk
kunt wissen.
Als [1 bestand] is geselecteerd, kunt u het
geselecteerde bestand beveiligen of de
beveiliging opheffen door op de ADJ./OK-
knop NF te drukken.
Als [Alles select.] of [Alles annul.] is geselecteerd, kunt u alle bestanden
beveiligen of hun beveiliging opheffen.
Meerdere bestanden selecteren
Selecteer [Select. meer.] om de beveiligingsstatus te wijzigen van
meerdere individuele bestanden of van alle bestanden binnen een
geselecteerd bereik.
Meerdere individuele bestanden selecteren:
1
Selecteer [Sel. indiv.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer een bestand en druk op de knop ADJ./OK.
Druk op de knop MENU om de weergave te wisselen voor het
specificeren van een reeks bestanden.
Als u een bestand per vergissing hebt geselecteerd, kunt u de
selectie ongedaan maken door het bestand te selecteren en op de
ADJ./OK-knop te drukken.
Selecteer alle bestanden die u wilt beveiligen.
3
Druk op de Fn-knop.
98
4
Menu Weergave
Twee bestanden en alle bestanden ertussen selecteren:
1
Selecteer [Sel. Ber.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer het eerste bestand en druk op de knop ADJ./OK.
Druk op de knop MENU om de weergave te wisselen voor het
specificeren van afzonderlijke bestanden.
Druk op de DISP.-knop om terug te keren naar het scherm voor het
kiezen van het beginpunt wanneer u zich vergist bij het kiezen van
het beginpunt voor een reeks bestanden.
3
Selecteer het laatste bestand en
druk op de knop ADJ./OK.
Herhaal Stappen 2 en 3 om meerdere
reeksen te selecteren.
4
Druk op de Fn-knop.
4: 3 F4:3 F
BeschermenBeschermen
Start
Start UitvoerenUitvoeren
Lst best.
Lst best.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Sel. indiv.] en [Sel. Ber.] kunnen direct worden geselecteerd als [Beschermen] wordt gekozen in de
miniatuurweergave.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Bij het formatteren worden alle bestanden, inclusief beveiligde bestanden, verwijderd.
DPOF
Als u professionele afdrukken wilt
aanvragen van de foto's op een
geheugenkaart, gebruikt u eerst deze
optie om een digitale "afdrukorder"
te maken die de foto's bevat die
u wilt afdrukken, samen met het
aantal afdrukken. Breng vervolgens
de geheugenkaart naar een digitaal
printservicecentrum dat de DPOF-standaard ondersteunt.
Om een foto toe te voegen of te verwijderen uit de afdrukorder, selecteert
u [1 bestand] en drukt u op ADJ./OK-knop
NF
om het gewenste bestand
weer te geven.
Selecteer [Alles select.] om alle foto's toe te voegen aan het afdrukorder of
selecteer [Alles annul.] om alle bestanden te verwijderen uit de afdrukorder.
99
4
Menu Weergave
Meerdere bestanden selecteren
Om de afdrukstatus van verscheidene individuele bestanden te
wijzigen, selecteer [DPOF] in de miniatuurweergave.
Selecteer foto's en druk op de ADJ./OK-knop
!"
om het aantal
afdrukken te kiezen; druk op de ADJ./OK-knop
!
om het aantal kopieën
te verhogen of druk op de ADJ./OK-knop
"
om het aantal te verlagen.
Druk op de ADJ./OK-knop om af te sluiten wanneer de instellingen zijn
voltooid.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als u de DPOF-instelling voor meerdere opnamen wilt annuleren volgt u dezelfde stappen als hierboven
beschreven, u stelt het aantal afdrukken dat u van elke foto wilt maken op [0] en vervolgens drukt u op
de ADJ./OK-knop.
MP-bestanden (Multi-Picture) afspelen
Als u één foto opneemt met Continue golfswingmodus, M-Cont Plus,
Speed Cont, of Multi-trgt AF, dan wordt het beeld opgeslagen als één
MP-bestand. Gebruik de volgende methode om MP-bestanden weer
te geven.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Beelden die worden opgenomen in de normal continue modus kunnen op dezelfde wijze worden
weergegeven als normale foto's.
De scherpstelpositie wordt weergegeven voor opnamen met multi-target AF.
De rasterlijn wordt weergegeven als, tijdens het maken van een opname, de optie [Continue
golfswingmodus] in de scenemodus is geselecteerd.
1
Geef het MP-bestand weer
dat u wilt afspelen in de
weergavestand.
Het MP-bestand wordt weergegeven
met het S symbool.
2011/01/01 00:002011/01/01 00:00
000-0001000-0001 1
/
151
/
15
ĵĻĴ ŏĵĻĴ ŏ
100
4
Menu Weergave
2
Het weergavescherm wijzigt als volgt.
8
ADJ./OK
9
2011/0 1/01 00:0 02 011 /01/01 00:00
000-0 00100 0-0001 1
/
151
/
15
ĵĻĴ ŏĵĻĴ ŏ
Weergave voor Stap 1
• Druk op de DISP.-knop om de weergave te wijzigen tussen "Normal" en
"No Display".
• De beelden kunnen niet worden vergroot zelfs als de zoomhendel
is gezet op 8 (Vergrote weergave). De beelden worden in
miniatuurweergave weergegeven.
• De andere handelingen zijn hetzelfde als die voor normale foto's.
8
ADJ./OK
9
2011/0 1/01 00:0 02 011 /01/01 00:00
ĵĻĴ ŏĵ ĻĴ ŏ
Miniatuurweergave
• De MP-bestand beelden worden in miniatuurweergave weergegeven.
• Druk op de ADJ./OK-knop !"NF om een kader te kiezen.
• De DISP.-knop wordt uitgeschakeld.
ADJ./OK
ĵĻĴ ŏĵĻ Ĵ ŏ
2011/01/01 00:002011/01/01 00:00
Weergave van een enkel beeldje
• Dit geeft het beeldje weer dat is geselecteerd op de miniatuurweergave.
• Draai de zoomhendel naar 8 (Vergrote weergave) om een vergroot
beeld weer te geven.
StopStop
2011/01/01 00: 002011/01/01 00: 00
4: 3 N4 :3 N
Diashows weergeven
• Beelden worden automatisch weergegeven in de volgende waarin ze
achtereenvolgens zijn geschoten, te beginnen met het weergegeven
beeldje.
De handelingen tijdens de diashow worden hieronder weergegeven.
Pauze/Afspelen Druk op de ADJ./OK-knop.
Snel vooruit
Houd de zoomhendel tijdens weergave op z.
Terug
Houd de zoomhendel tijdens weergave op Z.
Langzaam afspelen
Houd de zoomhendel tijdens pauze op z .
Langzaam terug
Houd de zoomhendel tijdens pauze op Z.
Volgend beeld
Draai tijdens pauze de zoomhendel naar z.
Vorig beeld
Draai tijdens pauze de zoomhendel naar Z.
Eerste beeldje
Druk op de ADJ./OK-knop N.
Laatste beeldje
Druk op de ADJ./OK-knop F.
101
4
Menu Weergave
3
Om andere dan MP-bestanden weer te geven, gaat u terug
naar Stap 1 en drukt u op de ADJ./OK-knop !"NF.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De [DPOF], [Bijsnijden], [Grootte aanpassen], [Scheefheidscorrectie] (weergavestand), [Niveaucompensatie], en
[Witbalanscompensatie] functies zijn niet beschikbaar voor MP-bestanden.
[Instelling vlagfunctie] en [Beschermen] kunnen niet worden ingesteld voor individuele beeldjes in een
MP-bestand. Als [Instelling vlagfunctie] of [Beschermen] is ingesteld als de miniatuurweergave of enkele
beeldweergave wordt weergegeven dan zal de instelling worden toegepast op het MP-bestand in plaats van op
een individueel beeldje.
De individuele beelden in een MP-bestand kunnen niet afzonderlijk worden gewist.
MP file -------------------------------------------------------------------------------------------------
MP is a file format for recording a set of still images.
MP-bestanden exporteren
U kunt specifieke beeldjes extraheren uit een MP-bestand en elk
beeldje opslaan als een individuele foto.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Het MP-bestand wordt weergegeven met het S symbool.
De beelden worden opgeslagen op hetzelfde formaat als wordt gebruikt voor fotograferen.
De originele bestanden blijven behouden na het extraheren.
De focuspositie van foto’s die met Multi-trgt AF of de rasterlijn en de optie [Continue golfswingmodus]
in de scenemodus zijn gemaakt, wordt niet weergegeven bij uitgepakte afbeeldingen.
Om MP-bestanden te exporteren, geeft u het MP-bestand weer dat u in de
weergavestand wilt exporteren. Druk vervolgens op de MENU-knop om het
weergavemenu te openen en selecteer [Beelden uit MP-bestand exp.].
Als [1 kader] is geselecteerd, kunt u een
beeldje selecteren voor het exporteren
door op de ADJ./OK-knop NF te drukken.
Selecteer [Alle kaders] om alle beeldjes
in het geselecteerde MP-bestand te
exporteren.
102
4
Menu Weergave
Meerdere beeldjes selecteren
Selecteer meerdere individuele beeldjes
of een reeks beeldjes als [Select. meer.] is
geselecteerd.
Meerdere individuele beeldjes selecteren:
1
Selecteer [Sel. indiv.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer een beeldje en druk op de ADJ./OK-knop.
Druk op de knop MENU om de weergave te wisselen voor het
specificeren van een reeks beeldjes.
Als u een beeldje per vergissing hebt geselecteerd, kunt u de
selectie ongedaan maken door het beeldje te selecteren en op de
ADJ./OK-knop te drukken.
Selecteer alle beeldjes die u wilt exporteren.
3
Druk op de Fn-knop, selecteer [Ja] en druk op de ADJ./OK-
knop.
Twee beeldjes en alle beeldjes ertussen selecteren:
1
Selecteer [Sel. Ber.] en druk op de ADJ./OK-knop.
2
Selecteer het eerste beeldje en druk op de ADJ./OK-knop.
Druk op de knop MENU om de weergave te wisselen voor het
specificeren van afzonderlijke beeldjes.
3
Selecteer het laatste beeldje en
druk op de ADJ./OK-knop.
Herhaal Stappen 2 en 3 om meerdere
reeksen te selecteren.
4:3 N4:3 N
StartStart UitvoerenUitvoeren
Stilst. beeld. export.
Stilst. beeld. export. 6/156/15
4
Druk op de Fn-knop, selecteer [Ja] en druk op de ADJ./OK-
knop.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
[Sel. indiv.] en [Sel. Ber.] kunnen direct worden geselecteerd als [Beelden uit MP-bestand exp.] wordt
gekozen in de miniatuurweergave.
103
4
Menu Weergave
Foto’s weergeven op de tv
Om fotos weer te geven op een tv, sluit u de camera aan met de
meegeleverde AV-kabel.
Aansluiten met de AV-kabel (bijgeleverd)
1
Sluit de AV-kabel goed aan op de
Video In-aansluiting van het TV-
toestel.
Steek de witte stekker van de AV-kabel in
de audio-ingang (wit) en de gele stekker
in de video-ingang (geel) van het TV-
toestel.
2
Schakel de camera uit
en bevestig de kabel op
de gemeenschappelijke
aansluiting voor USB-poort/
AV-output van de camera.
3
Stel de televisie in op de videostand (stel de ingang in op Video).
Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de documentatie bij uw
TV-toestel.
4
Druk op de POWER-knop of houd de 6-knop (weergeven)
ingedrukt om de camera in te schakelen.
Aansluiten met een HDMI-kabel (optioneel)
1
Sluit een HDMI-kabel stevig aan op de HDMI-ingang op de
televisie.
2
Schakel de camera uit en sluit
de kabel stevig aan op de
HDMI-micro-uitgang van de
camera.
Video-ingang (geel)
Audio-ingang (wit)
104
4
Menu Weergave
3
Stel de televisie in op de videostand (stel de ingang in op Video).
Raadpleeg voor nadere bijzonderheden de documentatie bij uw
TV-toestel.
4
Druk op de POWER-knop of houd de 6-knop (weergeven)
ingedrukt om de camera in te schakelen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Sluit de hiervoor bestemde kabel steeds respectievelijk aan op de gemeenschappelijke aansluiting voor
USB-poort/AV-output en de HDMI-micro-outputaansluiting. Als u andere kabels gebruikt om aan te
sluiten op de aansluiting dan de gespecificeerde kabels, is het mogelijk dat uw toestel niet meer correct
werkt.
Forceer de AV-kabel of HDMI-kabel niet in de aansluiting.
Oefen geen te grote kracht uit terwijl de AV-kabel of een HDMI-kabel is aangesloten.
Wanneer u de AV-kabel of een HDMI-kabel gebruikt, mag u de camera niet verplaatsen met de kabel.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De camera kan worden aangesloten op tv's die HDMI ondersteunen via een HDMI-kabel (afzonderlijk
verkrijgbaar). Raadpleeg de documentatie die bij de tv is geleverd voor bijzonderheden.
De camera ondersteunt de volgende videostandaarden: NTSC en PAL. Waar mogelijk wordt de camera
vóór de verzending ingesteld op de standaard die wordt gebruikt in uw land of regio. Kies de geschikte
videostand voordat u de camera aansluit op een apparaat dat een andere videostandaard gebruikt
(GP
. 119).
Als de HDMI-kabel wordt aangesloten of losgekoppeld bij multiframeweergaven van de
weergavemodus, schakelt het display naar de weergave van een frame.
De resolutie voor HDMI-output staat ingesteld op [AUTO]. Als de effectief weergegeven videoresolutie
op het display laag is, kunt u de instellingen voor [HDMI-output] in het instelmenu wijzigen
(Gp
. 120).
105
5
Functies toewijzen
5 Functies toewijzen
U kunt functies of instellingen toewijzen aan de keuzeknop (MY1,
MY2), de knop ADJ. en de knop Fn. Door het toewijzen van vaak
gebruikte functies, zijn er minder bewerkingen nodig voor het gebruik
van deze functies.
Het menu Key Custom gebruiken
1
Druk op MENU-knop.
Het menuscherm verschijnt.
2
Druk op de ADJ./OK-knop N.
3
Druk op de knop ADJ./OK " om
het tabblad te selecteren .
Het menu key custom verschijnt.
4
Druk op de ADJ./OK-knop F.
5
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het gewenste item te kiezen.
Als de DISP.-knop nu wordt ingedrukt,
verschijnt hetzelfde scherm als in Stap
3 opnieuw.
6
Druk op de ADJ./OK-knop F.
De menu-item instellingen worden getoond.
7
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de instelling te kiezen.
106
5
Functies toewijzen
8
Druk op de ADJ./OK-knop.
Door in Stap 8 op de ADJ./OK-knop N te drukken, wordt de
instelling bevestigd en verschijnt het scherm weer dat in Stap 5 te
zien was.
Opties van het menu Key Custom
Registreer mijn instellingen
GP. 106
Sla de huidige camera-instellingen op.
Stel Fn-knop in
GP. 110
Kies de rol die wordt uitgevoerd door de Fn-knop.
ADJ-knopinstelling 1–4
GP. 108
Kies de rol die wordt uitgevoerd door de ADJ./OK-knop.
T/U gebruiken (Registreer mijn instellingen)
Met de optie [Registreer mijn instellingen] kunt u sommige van de
huidige camera-instellingen opslaan in [MY1] of [MY2]. De instellingen
die in [MY1] zijn opgeslagen, worden opgeroepen wanneer de
keuzeknop naar T wordt gedraaid en de instellingen die in [MY2]
zijn opgeslagen, worden opgeroepen wanneer de keuzeknop naar
U wordt gedraaid.
1
Stel de camera in op de gewenste instellingen.
2
Selecteer [Registreer mijn instellingen] in het menu Key
custom (GP.109) en druk op de knop ADJ./OK F.
Een bevestigingsbericht verschijnt.
3
Selecteer [MY1] of [MY2] en druk op de ADJ./OK-knop.
De actuele camera-instellingen worden geregistreerd en het scherm
keert terug naar het menu Setup.
Als u deze niet wilt vastleggen, drukt u op de DISP.knop.
4
Draai de keuzeknop naar T/U.
107
5
Functies toewijzen
Settings Saved in [Reg. My Settings]
Shooting mode (behalve auto scene modus) Belichtingscompensatie
Scherpstelpositie voor handmatige scherpstelling Witbalans
Uitbreiding dynamisch bereik ISO-instelling
Opties zachte focus Maximale ISO voor ISO auto
Kleurtoon Automatische verschuiving lensopening
Contrast Automatische verschuiving sluitertijd
Vignettering Kortfilm
Speelgoedkleuren Stap zoom
Plus normale opname Digitale zoom afbeelding
Kwaliteit/afmeting foto Niveau-instelling
Dichtheid Zoomhulpweergave
Pre-AF Weergave-opties raster
Focus Functiegids
Belichtingsmeting Opname info kaderweergave
Afbeeldingsinstellingen Minimale afstand
Opt. Zoom Superresolutie USB-verbindingstype
Superresolutie Zoom position
Ruisonderdrukking Macro
Compensatie flitsbelichting Stand flitser
Auto groepering Zelfontspanner
WB-BKT DISP. mode
CL-BKT Belichtingstijd ([Vuurwerk] in scenemodus)
FOCUS-BKT Helderheid/Kleur ([Gerecht] in scenemodus)
Bewegingscorrectie Waarde instellingen rasterpunt ([Continue
golfswingmodus] in scenemodus)
Langzame sluitertijd Lensopening ([Aperture Priority] in A/S-modus)
Datum afdruk Sluitertijd ([Shutter Priority] in A/S-modus)
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De volgende instellingen worden geregistreerd op MY1 in de standaard instelling.
- Multi-Target AF in [Focus]
- Macro
- Stap zoom
-
g
1 : 1 F in [Kwaliteit/afmeting foto]
108
5
Functies toewijzen
De knop ADJ./OK gebruiken
Vanuit het opnamemenu kunt u vier functies toewijzen aan de ADJ./
OK-knop. De vijfde functie is vast aan de AE/AF-doelverschuiving en
kan niet worden gewijzigd.
1
Stel de functies die u wilt toewijzen aan de knop ADJ./OK in
met [ADJ-knopinstelling 1/2/3/4] in het menu key custom.
Bij aankoop zijn vier van de functies toegewezen. U kunt de
toegewezen functies wijzigen.
2
Druk in de opnamestand op de
ADJ./OK-knop.
Het scherm voor de ADJ.-stand
verschijnt.
AE/AF
AE
Uit
AE/AF
AE
Uit
AF
AF
Sel. Verpl
Sel. Verpl VoltooienVoltooien
3
Druk op de ADJ./OK-knop NF om het gewenste item te kiezen.
4
Druk op de ADJ./OK-knop !" om de instelling te
selecteren en druk dan op ADJ./OK-knop om de instelling te
bevestigen.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Zie p. 148 voor functies die kunnen worden toegewezen aan de ADJ./OK-knop.
Druk op de MENU-knop in de stand ADJ. om het opnamemenu weer te geven.
AE- en AF-doelen verschuiven
U kunt het doel verschuiven voor de automatische belichting (AE)
en/of het automatisch scherpstellen (AF).
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving
AE/AF
AE en AF worden respectievelijk op Spot AE en Spot AF gezet en het doel kan voor beide
tegelijk worden verplaatst (De doelen voor Spot AE en Spot AF vallen samen).
AF
AF wordt op Spot AF gezet en het doel kan worden verplaatst. Belichtingsmeting wordt in
de stand gezet die is gekozen bij [Belichtingsmeting] in het opnamemenu (
G
P. 69).
AE
AE wordt op Spot AE gezet en het doel kan worden verplaatst. Scherpstelling wordt in de
stand gezet die is gekozen bij [Focus] in het opnamemenu (
G
P. 68).
109
5
Functies toewijzen
1
Draai de keuzeknop naar 5/X/R en druk vervolgens op
de ADJ./OK-knop.
2
Druk op de ADJ./OK-knop NF om
P te kiezen.
3
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de instelling te selecteren en
druk dan op ADJ./OK-knop.
Het doelverschuivingsscherm verschijnt.
4
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF
om het doel over het onderwerp
te plaatsen dat zal worden
gebruikt om de scherpstelling of
belichting in te stellen.
Door op de DISP.-knop te drukken,
verschijnt het scherm van in Stap 2
opnieuw.
5
Druk op de ADJ./OK-knop.
6
Druk de ontspanknop half in en druk deze vervolgens
langzaam volledig in.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Met de optie [Koken]/[Zoom Macro] in de scènemodus of in de optie [Scheefheidscorrectie] of
[Tekstmodus] in de scènemodus, kunt u door het kiezen van de macromodus, door te drukken
op de knop ADJ./OK N (macro), het doelpictogram (P) veranderen naar U en blijft de
macrodoelverschuiving nog steeds beschikbaar.
Als de macrodoelverschuivingsfunctie is geactiveerd met de Fn-knop (GP. 55) en niet is
geannuleerd, wordt
P
niet weergegeven.
Deze functie is beschikbaar wanneer [Focus] (GP. 68) is ingesteld op [Meervoudige AF] , [Punt AF], [Snap],
of [∞ (Infinity)].
AE/AF
AE
Uit
AE/AF
AE
Uit
AF
AF
Sel. Verpl
Sel. Verpl VoltooienVoltooien
AE/AF
AE
Uit
AE/AF
AE
Uit
AF
AF
Sel. Verpl
Sel. Verpl VoltooienVoltooien
Select.Select. OkOkSelect.Select. OkOk
110
5
Functies toewijzen
Gebruik van de knop Fn (Functie)
Druk gewoon op de Fn-knop om snel toegang te krijgen tot de functie
die eraan is toegewezen:
1
Selecteer [Stel Fn-knop in] in het menu Key custom
(GP.105) en druk op de knop ADJ./OK F.
2
Selecteer de instelling en druk vervolgens op de knop ADJ./
OK.
De functie die werd toegekend aan de Fn-knop kan worden
geselecteerd uit de opties hieronder.
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving Zie
Macro doel Verplaatst het AF-doel zonder de camera te bewegen om close-ups
te maken.
P.111
AE-blokkering Vergrendelt de belichting. P.112
AF/Gezichtsh. Wisselt tussen automatisch scherpstellen *
1
en meerv gezichth AF. P.113
AF/Ond. volgen Wisselen tussen automatisch scherpstellen *
2
en onderwerp volgen AF. P.113
AF/Meer doelen Wisselt tussen automatisch scherpstellen *
3
en multi-target AF. P.113
AF/MF
Wisselt tussen automatisch scherpstellen *
3
en handmatig scherpstellen.
P.113
AF/Snap Wisselt tussen automatisch scherpstellen *
3
en de stand snap. P.113
Stap zoom, AT-BKT, WB-
BKT, CL-BKT, FOCUS-BKT
Schakelt elke functie in of uit. P.116
P.76
*1
[Meervoudige AF], [Punt AF] of [Onderw. Volgen]
*2 [Meervoudige AF], [Punt AF] of [Meerv gezichth]
*3 [Meervoudige AF], [Punt AF], [Meerv gezichth] of [Onderw. Volgen]
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Zie p. 148 voor informatie over items die aan elke opnamestand kunnen worden toegewezen.
111
5
Functies toewijzen
Het AF-doel verschuiven voor Macro-opnamen
U kunt het scherpsteldoel selecteren voor close-ups.
1
Stel [Stel Fn-knop in] in op [Macro doel] in het menu key
custom.
2
Wanneer de camera goed is
ingesteld, drukt u op de Fn-knop.
Het macro-doelverschuivingsscherm
verschijnt.
AnnulerenAnnuleren OkOk
3
Druk op de ADJ./OK-knop !"NF om het kruisje naar de
gewenste doelpositie te brengen.
4
Druk op de ADJ./OK-knop.
Druk op de knop DISP. om de macrodoelverschuivingsfunctie te
annuleren.
5
Druk de ontspanknop half in en druk deze vervolgens
langzaam volledig in.
De camera stelt scherp op het gebied waar het kruis staat.
De macro-doelverschuivingsfunctie wordt geannuleerd door de
ADJ./OK-knop te duwen naar N (Macro).
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als de AE/AF doelverschuivingsfunctie is geactiveerd met de ADJ./OK-knop (GP. 108) en niet
geannuleerd, dan kan de macrodoelverschuivingsfunctie niet worden gebruikt door te drukken op de
Fn-knop.
112
5
Functies toewijzen
Belichting vergrendelen
Door [AE-blokkering] toe te wijzen aan de Fn-knop (GP. 110) en
vervolgens de Fn-knop in te drukken tijdens het fotograferen, kan de
belichting worden vergrendeld of geannuleerd.
1
Stel [Stel Fn-knop in] in op [AE-blokkering] in het menu key
custom.
Zie P. 110 voor de gebruiksprocedure.
2
Zorg dat de camera gereed is voor de opname, plaats het
onderwerp van uw foto precies in het midden van het beeld
en druk de Fn-knop in.
De belichting is vergrendeld en de
AEL-markering, diafragmawaarde en
sluitertijd verschijnen op het scherm.
Door de Fn-knop nogmaals in te
drukken, wordt AE Lock geannuleerd.
HD
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De AE Lock-functie kan niet worden gebruikt tijdens het opnemen van films.
113
5
Functies toewijzen
Een scherpstelinstelling kiezen
Als een van de volgende functies is toegewezen aan de Fn-knop
(GP. 110), kunt u de instellingen voor het scherpstellen tijdens het
opnemen wijzigen door op de Fn-knop te drukken.
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving
AF/Gezichtsh.
Wisselen tussen multi, spot of onderwerp volgen AF and meerv gezichth AF (GP. 68).
AF/Ond. volgen Wisselen tussen multi, spot of meerv gezichth AF en onderwerp volgen AF.
AF/Meer doelen Wisselen tussen multi, spot, meerv gezichth of continuous AF en onderwerp volgen AF.
AF/MF Wisselen tussen multi, spot, meerv gezichth of onderwerp volgen AF en handmatig
scherpstellen.
AF/Snap
Wisselen tussen
multi, spot, meerv gezichth of onderwerp volgen AF
en snap focus.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
De Fn-knop kan enkel worden gebruikt om te wisselen tussen de weergegeven standen. Als er een andere
scherpstelstand is geselecteerd, heeft het indrukken van de Fn-knop geen effect.
114
6
Menu Setup
6 Menu Setup
U kunt de camera-instellingen wijzigen door het instelmenu weer te
geven.
Het instelmenu gebruiken
1
Druk op MENU-knop.
Het menuscherm verschijnt.
2
Druk op de ADJ./OK-knop N.
3
Druk op de knop ADJ./OK " om
het tabblad
te selecteren.
Het menu Setup verschijnt.
4
Druk op de ADJ./OK-knop F.
Geeft het bereik van weergegeven
schermen aan.
5
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het gewenste item te kiezen.
Als de DISP.-knop nu wordt ingedrukt,
verschijnt hetzelfde scherm als in Stap
3 opnieuw.
Druk op de ADJ./OK-knop " op
het onderste item om het volgende
scherm te zien.
6
Druk op de ADJ./OK-knop F.
De menu-item instellingen worden getoond.
7
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om de instelling te kiezen.
115
6
Menu Setup
8
Druk op de ADJ./OK-knop.
Het menu Setup verdwijnt en de camera is klaar voor opnemen of
weergeven.
Afhankelijk van de instelling kan het menu Setup verschijnen. Druk
in dit geval op MENU-knop of de ADJ./OK-knop als u wilt terugkeren
naar het opname- of weergave-scherm.
Door in Stap 8 op de ADJ./OK-knop N te drukken, wordt de
instelling bevestigd en verschijnt het scherm weer dat in Stap 5 te
zien was.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Voor sommige functies kan de instellingsselectiemethode afwijken van wat hier wordt uitgelegd. Zie voor
meer details over een handeling de uitleg van elke functie.
Opties menu Setup
Formatteren [Kaart]
Selecteer [Ja] en druk op de Fn-knop om de geheugenkaart te formatteren.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u Eye-Fi-kaarten gebruikt, moet u de software op de Eye-Fi-kaart op uw computer installeren
en de kaart formatteren.
Formatteren [Intern geheugen]
Selecteer [Ja] en druk op de Fn-knop om het interne geheugen te formatteren. Als er opnamen zijn
vastgelegd in het interne geheugen die u niet kwijt wilt, kunt u deze kopiëren naar de SD-geheugenkaart
voordat u het interne geheugen formatteert (GP. 88).
LCD-helderheid
Wanneer [Auto] is geselecteerd, optimaliseert de camera de helderheid van de beeldweergave automatisch
op basis van de omgevingsbelichting. Wanneer u [Manual] selecteert, kunt u de helderheid van de
beeldweergave aanpassen door op de knop ADJ./OK !" te drukken.
Automatisch uitschakelen
Kies hoe lang de camera ingeschakeld blijft wanneer er geen bewerkingen worden uitgevoerd. De camera
wordt niet automatisch uitgeschakeld als [Off] is geselecteerd, tijdens fotograferen met de intervaltimer
(GP.71), als de camera op een computer of printer is aangesloten of tijdens het overzetten van
afbeeldingen met een Eye-Fi-kaart.
Slaapstand
Geef aan hoe lang de beeldweergave moet worden verlicht voordat deze wordt gedimd. Deze functie is niet
beschikbaar als de camera met een AV-kabel of HDMI-kabel is aangesloten.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Als de slaapstand is geactiveerd, is de optie [LCD Auto Dim] niet beschikbaar.
116
6
Menu Setup
LCD auto dim
Als [Aan] is geselecteerd, wordt het beeldscherm automatisch verduisterd om energie te sparen als er
gedurende ongeveer vijf seconden geen bewerkingen worden uitgevoerd. Deze functie is niet beschikbaar in
de modus Synchro-monitor (GP.42) of in de slaapstand (GP.115).
AF Modus
Wanneer [Spaarfunctie] is geselecteerd, vermindert de camera automatisch het energieverbruik voor het
automatisch scherpstellen. Selecteer [Normaal] om de benodigde tijd voor automatisch scherpstellen te
verkorten.
Stap zoom
Selecteer [Aan] om toe te staan dat de optische zoom wordt aangepast in acht discrete stappen die op een
35 mm camera gelijkwaardig zouden zijn met brandpuntafstanden van 28 mm, 35 mm, 50 mm, 85 mm,
105 mm, 135 mm, 200 mm en 300 mm; selecteer [Aan] om toe te staan dat de zoom met superresolutie
wordt aangepast in twee discrete stappen die op een 35 mm camera gelijkwaardig zouden zijn met
brandpuntafstanden van 450 mm en 600 mm. In de stand Macro zijn de brandpuntsafstanden van de
stapsgewijze zoom ruwweg gelijkwaardig met 31, 35, 50, 85, 105, 135, 200 en 300 mm op een 35 mm camera.
AF hulplicht
Als [Aan] is geselecteerd, licht het AF-hulplampje op om te helpen bij het automatisch scherpstellen.
Bedieningsgeluiden
Kies de geluiden die door de camera worden gemaakt.
Beschikbare Instellingen Beschrijving
Alles Alle geluiden aan.
Geluidsniveau Alleen het waterpasgeluid weerklinkt.
Sluitergeluid. Alleen het sluiter- en waterpasgeluid weerklinkt.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer u een functie probeert te bedienen die niet beschikbaar is, weerklinkt het akoestisch
signaal ongeacht de instelling van [Bedieningsgeluiden].
Ongeacht de geselecteerde optie, wordt er geen geluid weergegeven wanneer [Discrete modus] of
[Huisdieren] is geselecteerd in de scene modus.
Volume-instellingen
U kunt het volume van het akoestisch signaal regelen.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Als [Volume-instellingen] is ingesteld op [] (Mute), wordt het geluidsniveau niet
uitgezonden zelfs als [Niveau-instelling] is ingesteld op [Weergave+gel.] of [Geluid].
Ongeacht de geselecteerde optie, wordt er geen geluid weergegeven wanneer [Discrete modus] of
[Huisdieren] is geselecteerd in de scene modus.
117
6
Menu Setup
LCD-bevestigingstijd
Kies hoe lang foto's worden weergegeven na de opname. Kies [Houden] om foto's weer te geven tot
de sluiterknop halfweg wordt ingedrukt. Foto’s die worden afgespeeld na opname kunnen worden
weergegeven met behulp van zoom (GP. 38) of kunnen worden gewist (GP. 39). Afhankelijk
van de optie die geselecteerd wordt voor [Ruisonderdrukking] (GP. 70), kunnen fotos langer worden
weergegeven dan de geselecteerde tijd.
Digitale zoom afbeelding
GP. 121
Kies [Aut afm wijz] om foto's op te nemen met digitale zoom aan ware grootte, [Normaal] om
beeldgegevens te vergroten uit het midden van het frame, zowel met de digitale zoom als met de zoom met
superresolutie.
Niveau-instelling
GP. 45
Regel de waterpasindicator en de instellingen voor het geluidssignaal.
Zoom Assist Tonen
GP.48
Wanneer [Aan] is geselecteerd, wordt de zoomhulp weergegeven op de beeldweergave door de weergave te
wijzigen met de knop DISP.
Weergave-opties raster
GP. 42
Kies het type beeldraster dat beschikbaar is in de opnamestand.
Beschikbare
Instellingen
Beschrijving
Een raster van drie op drie voor een samenstelling "regels van derden
"
Een raster van vier op vier met diagonale lijnen die van hoek naar hoek lopen,
maakt het gemakkelijk het midden van het onderwerp te vinden. Gebruiken voor
architecturale fotografie of voor het fotograferen van producten voor uitstalling.
Een raster van twee op twee waarbij het midden van het beeldje vrijgelaten is,
maakt het gemakkelijk het onderwerp te bekijken. Gebruiken als uw onderwerp
in beweging is.
Functiegids
Als [Aan] is geselecteerd wordt de hulp weergegeven wanneer u aan de keuzeknop draait of regelingen
gebruikt zoals de F (flitser)-, N (macro)- en t (zelfontspanner)-knoppen.
Opname info kaderweergave
Selecteer [Aan] om opnamepictogrammen weer te geven in
een kader rond het beeld dat u door de lens ziet (GP. 42).
Opname-informatie weergavebeeld kan niet worden gebruikt in
de film modus.
ĵĻĴ ŇĵĻĴ Ň
118
6
Menu Setup
Minimale afstand
Selecteer [Weergeven] om de minimale brandpuntsafstand weer te geven voor de huidige zoompositie. De
minimale brandpuntsafstand wordt niet weergegeven in de auto scene modus.
Weergavevolgorde
Stel de volgorde in voor het weergeven van bestanden.
Beschikbare
instellingen
Beschrijving
Bestandsnummer Sorteert op bestandsnummer.
Opnamedatum Sorteert op opnamedatum. Bestanden die zijn gemaakt met de bewerkingsfunctie
op de camera, worden weergegeven na de originele bestanden omdat de
informatie over hun opnamedatum dezelfde is als de datum van het origineel.
Voorbeeld: weergavevolgorde van RIMG0001.jpg (opnamedatum: 1/1/2011), RIMG0002.jpg
(opnamedatum: 1/2/2011), RIMG0003.jpg (bewerkt vanaf RIMG0001.jpg)
• [Bestandsnummer]: RIMG0001.jpg, RIMG0002.jpg, RIMG0003.jpg
• [Opn.datum/tijd]: RIMG0001.jpg, RIMG0003.jpg, RIMG0002.jpg
Automatisch draaien
Selecteer [Aan] om de opnamen automatisch weer te geven in de juiste stand tijdens het afspelen.
Weergave witverzadiging
GP. 44
Als [Aan] is geselecteerd, kunnen markeringen worden weergegeven in de weergavestand door op de
DISP.-knop te drukken.
119
6
Menu Setup
Kaartvolgordenummer
Wanneer u SD-geheugenkaarten wisselt, kunt u de camera zo instellen dat de nummering doorgaat waar de
nummering van de eerder geplaatste kaart was gebleven.
Beschikbare Instellingen
Beschrijving
Aan (doorlopende
nummering)
Bestandsnamen zijn samengesteld uit een "R", gevolgd door een getal van zeven
cijfers (bijv. "R0010001.jpg"), toegewezen in oplopende volgorde van 0010001
tot 9999999. Wanneer een nieuwe geheugenkaart wordt geplaatst, gaat de
bestandsnummering verder vanaf het laatste nummer dat werd gebruikt.
Uit (Geen doorlopende
nummering)
Bestandsnummering is toegewezen van RIMG0001.jpg tot RIMG9999.jpg,
voor elke SD-geheugenkaart. Wanneer de bestandsnaam RIMG9999 is bereikt,
kunnen er op die kaart geen gegevens meer worden weggeschreven.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Deze optie is alleen van toepassing op geheugenkaarten. De namen van foto's in het interne
geheugen, zijn samengesteld uit "RIMG" en een getal van vier cijfers.
Wanneer u beelden overdraagt naar een computer met de DL-10 (GP. 132), krijgt het
overgedragen bestand een andere naam en wordt het opgeslagen.
Let op------------------------------------------------------------------------------------------------
Wanneer de bestandsnaam RIMG9999 of R9999999 bereikt, kunnen geen bestanden meer worden
opgeslagen. Verplaats in dat geval de gegevens van de SD-geheugenkaart naar het interne geheugen
van de PC of een opslagmedium en formatteer daarna de SD-geheugenkaart.
USB-verbindingstype
Kies een soort verbinding ([Massa-opslag] of [PTP]) vooraleer u de camera aansluit op andere apparaten via USB.
Datuminstellingen
GP. 26
Stel de cameraklok in.
Opmerking -----------------------------------------------------------------------------------------
Als u de batterijen langer dan een week uit de camera laat, vervallen de instellingen voor de datum
en tijd. U moet deze dan opnieuw opgeven.
U kunt de instellingen van datum en tijd behouden door gedurende meer dan twee uur een
voldoende geladen batterij in de camera te zetten.
Language/
N *
1
GP. 26
U kunt de taal van het scherm wijzigen.
Video-uit modus *
1
U kunt fotos en films bekijken op het scherm van een TV-toestel als u de camera met de AV-kabel die bij
de camera wordt geleverd, op het TV-toestel aansluit. Kies tussen NTSC (gebruikt in Noord-Amerika, het
Caraïbische gebied, delen van Latijns-Amerika en enkele Oost-Aziatische landen) en PAL (gebruikt in het
Verenigd Koninkrijk en een groot deel van Europa, Australië, Nieuw-Zeeland en delen van Azië en Afrika).
SECAM wordt niet ondersteund.
120
6
Menu Setup
HDMI-output
U kunt als resolutie kiezen uit [AUTO], [1080i], [720p] en [480p] voor video-output met gebruik van
de optionele HDMI-kabel. Voor normaal gebruik kiest u de optie [AUTO]. Als de effectief weergegeven
videoresolutie op het display laag is wanneer de optie [AUTO] wordt gebruikt, kiest u [1080i] of [720p] om
eventueel een betere beeldkwaliteit te bereiken.
Firmwareversie bevestigen
De firmwareversie van de camera weergeven. Wanneer de SD-geheugenkaart het bestand bevat om de
firmware te updaten, herschrijft de camera het programma.
Eye-Fi-verbindingsinstellingen
*2
Wanneer u de SD-geheugenkaart gebruikt met de ingebouwde draadloze LAN-functie (d.i. Eye-Fi-kaart),
schakelt de optie [Aan] de draadloze LAN-functie in; met de optie [Uit] wordt de draadloze LAN-functie
uitgeschakeld en kan de SD-geheugenkaart zonder draadloze LAN-functie worden gebruikt. Voor meer
informatie over draadloze LAN-instellingen of Eye-Fi-kaarten, kunt u terecht in de gebruikershandleiding
enz. voor de toestellen waarin Eye-Fi-kaarten worden gebruikt.
Eye-Fi-verbindingsweergave
*2
Wanneer de Eye-Fi-kaart wordt gebruikt, wordt de bestemming SSID weergegeven.
*1 De standaard-instelling varieert afhankelijk van waar u de camera hebt gekocht.
*2 Deze instellingen worden alleen weergegeven wanneer een Eye-Fi-kaart wordt gebruikt.
121
6
Menu Setup
Digitale zoom afbeelding
Als [Normaal] (de standaardoptie) is geselecteerd voor [Digitale zoom
afbeelding], zal de digitale zoom de beeldgegevens vergroten vanaf
het midden van het kader om een beeld te maken op de huidige
beeldgrootte, waarbij een ietwat korrelig beeld wordt gevormd. Om
opnamen te maken met de digitale zoom op werkelijke grootte,
selecteert u [Aut afm wijz]. De grootte waarin de opname zal worden
opgenomen, verschilt afhankelijk van de zoomverhouding.
Om Auto resize zoom te gebruiken, houdt
u de zoomhendel op z (Tele) tot de
camera volledig is ingezoomd. Daarna
laat u de zoomhendel even los en draait u
deze terug naar z.
De beeldgrootte verandert telkens
wanneer de zoomhendel naar z wordt
gedraaid. De huidige grootte wordt weergegeven boven de zoombalk.
Auto resize zoom wordt ingeschakeld wanneer j 4 : 3 F of j 4 : 3 N
is geselecteerd voor [Kwaliteit/afmeting foto] (GP. 68) en in andere
gevallen wordt de digitale zoom ingeschakeld.
Zoom-vergroting en vastgelegde beeldgrootte
Kwaliteit/afmeting foto Zoom-vergroting Brandpuntsafstand *
j 4
: 3 F/ j 4 : 3 N
1,0 × 300 mm
e 4
: 3 F
1,4 ×
420 mm
c 4
: 3 F
1,8 ×
530 mm
a 4
: 3 F
2,9 × 850 mm
z 4
: 3 F
5,7 × 1710 mm
* Vergelijkbaar met de lens van een 35 mm kleinbeeldcamera
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
[Aut afm wijz] heeft geen effect wanneer [Continue golfswingmodus], [Scheefheidscorrectie] of
[Tekstmodus] is geselecteerd in de scènemodus, wanneer [Speelgoedcamera] is geselecteerd in de
creatieve opnamemodus of wanneer [M-CONT Plus (10M))], [M-Cont Plus (2M))], [Speed Cont (Low)]
of [Speed Cont (High)] is geselecteerd in de continue modus.
De fijne beeldkwaliteit wordt gebruikt voor alle foto's die zijn opgenomen met [Aut afm wijz], ongeacht
de optie die momenteel is geselecteerd voor [Kwaliteit/afmeting foto].
HD
 ( (
HD
 ( (
122
7
Direct afdrukken
7 Direct afdrukken
Over de functie Direct afdrukken
Met de functie Direct afdrukken kunt u direct uit een camera op
een printer afdrukken, door beide toestellen door middel van een
USB-kabel te verbinden. De fotos kunnen snel en gemakkelijk uit uw
digitale camera worden afgedrukt zonder dat er een PC aan te pas
komt.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Met deze functie kunt u geen AVI-bestanden (films) of MP-bestanden afdrukken.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Deze camera maakt gebruik van PictBridge, een industriestandaard voor Direct afdrukken.
U kunt de functie Direct afdrukken alleen gebruiken, als uw printer geschikt is voor PictBridge. Als uw
wilt weten of uw printer geschikt is voor PictBridge, raadpleeg dan de documentatie die bij de printer is
geleverd.
De camera op een printer aansluiten
Sluit uw camera met de meegeleverde USB-kabel aan op een printer.
1
Controleer of de camera is uitgeschakeld.
2
Sluit de gemeenschappelijke
aansluiting voor USB-poort/AV-
output van uw camera met de
bijgeleverde USB-kabel aan op
een printer.
Zet de printer aan als deze nog niet
aanstaat.
Uw camera schakelt zichzelf
automatisch in.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Duw de USB-kabel niet in de aansluiting of oefen er geen te grote kracht op uit wanneer de USB-kabel
is aangesloten. Wanneer u de USB-kabel gebruikt, mag u de camera met de USB-kabel niet verplaatsen.
Koppel de USB-kabel nooit los wanneer de camera is ingeschakeld.
Sluit geen andere kabel dan de bijgeleverde USB-kabel aan.
123
7
Direct afdrukken
Foto’s afdrukken
U kunt fotos uit de camera afdrukken op een printer die geschikt is
voor PictBridge. Als een geheugenkaart is geplaatst, worden de foto's
afgedrukt vanaf de geheugenkaart. Anders worden de foto's afgedrukt
vanaf het interne geheugen.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Zorg er eerst voor dat de printopdracht wordt voltooid en de camera wordt uitgeschakeld en koppel dan
de USB-kabel los om de verbinding tussen de camera en de printer uit te schakelen.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Als een bericht [Printerfout.] verschijnt tijdens het uitwisselen van de afbeeldingen, moet u de
printerstatus controleren en de juiste handeling verrichten.
Indien er een foutmelding (computerverbinding) verschijnt terwijl de camera is aangesloten op de
printer, moet u de camera opnieuw aansluiten en de ADJ./OK-knop binnen de 2 seconden indrukken.
Vooraleer u de camera aansluit op bepaalde printers, is het mogelijk dat het noodzakelijk is [PTP] te
selecteren onder [USB-verbindingstype] (GP. 119) in het menu Setup (GP. 114).
Sluit de camera aan op de printer
voordat u het afdrukken start. Het bericht
[Bezig met verbinden…] wordt rechts
weergegeven als de printer gereed is.
Druk op ADJ./OK om het weergavescherm
van Direct print te openen.
Eén of alle fotos afdrukken
1
Selecteer een beeld voor de afdruk en druk op de ADJ./OK-
knop.
2
Selecteer [1 bestand] of [Alle best.] en druk op de ADJ./OK-
knop.
Het menu Direct Print verschijnt.
124
7
Direct afdrukken
3
Selecteer een item en druk op de ADJ./OK-knop F om de
beschikbare opties weer te geven.
Wanneer [Bezig met verbinden…] wordt getoond, is de verbinding
met de printer nog niet voltooid. Wanneer de verbinding met de
printer is voltooid, verdwijnt de melding [Bezig met verbinden…]
en verschijnt [Onmidd. afdrukk.]. Ga door met deze stap als de
verbinding is voltooid.
U kunt de volgende items selecteren. Elk item is alleen beschikbaar,
wanneer het ondersteund wordt door de printer die op de camera is
aangesloten.
Naam van het item Beschrijving
Paper Size Voor het instellen van het papierformaat.
Paper Type Voor het instellen van de papiersoort.
Layout Voor het instellen van het aantal fotos dat op een vel papier wordt
afgedrukt. Het aantal foto’s dat u op één vel papier kunt afdrukken,
varieert afhankelijk van het type printer dat u hebt aangesloten.
Date Print Hiermee kiest u of u de datum wilt afdrukken (opnamedatum). U kunt
de opmaak van de datum instellen met de optie datum/tijd in het menu
Setup. Als de foto is gemaakt met [Date Imprint] (GP. 72), wordt
alleen de gedrukte datum afgedrukt.
File Name Print Hiermee kiest u of u de bestandsnaam wilt afdrukken.
Optimize Image Hiermee kiest u of u de beeldgegevens (foto) wilt optimaliseren voordat u
ze op de printer afdrukt.
Print Size Voor het instellen van het formaat van de afgedrukte foto.
Print Quality Voor het instellen van de afdrukkwaliteit.
Report Print * Voor het afdrukken op formulieren.
Printing Quantity Voor het instellen van de hoeveelheid afdrukken.
Toner Saving * Hiermee kunt u kiezen of u toner wilt besparen, door minder inkt te
gebruiken voor het afdrukken.
1-Side/2-Sides * Hiermee kiest u of het papier dubbelzijdig moet worden bedrukt. Bij
duplexafdruk wordt voor elke foto één exemplaar afgedrukt. Er wordt
slechts één exemplaar afgedrukt, ook al selecteerde u meer dan één
exemplaar in Stap 3 op P. 126.
*
E
lk item is alleen beschikbaar, wanneer het ondersteund wordt door de Ricoh-printer die op de
camera is aangesloten
125
7
Direct afdrukken
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt de instellingen opgeven als standaardwaarde door
de volgende keer dat u de camera aansluit op de printer
op de MENU-knop te drukken als het scherm in Stap 3
verschijnt. Selecteer [Ja] rechts op het scherm en druk op
de ADJ./OK-knop.
Selecteer [Nee] als u de instellingen die u het laatst hebt
uitgevoerd, de volgende keer dat u de camera aansluit op
de printer, wilt gebruiken.
4
Selecteer een optie en druk op de ADJ./OK-knop.
Op het scherm verschijnt opnieuw het menu Direct Print.
Herhaal stappen 3 en 4 en wijzig de instellingen naar keuze.
5
Druk op de ADJ./OK-knop.
De geselecteerde fotos worden naar de printer gestuurd en het
scherm [Bezig verzend.] verschijnt.
Druk op de knop DISP. om de bewerking te annuleren.
Wanneer de beelden naar de printer zijn gestuurd, verschijnt weer
het weergavescherm van Direct Print en begint het afdrukken.
126
7
Direct afdrukken
Meerdere foto’s afdrukken
1
Draai de zoomhendel naar 9 (miniatuurweergave) om
miniaturen weer te geven.
2
Selecteer een beeld voor de afdruk en druk op de ADJ./OK-
knop.
3
Druk op de ADJ./OK-knop !"
om het aantal af te drukken
exemplaren in te stellen.
Druk op de ADJ./OK-knop ! voor
meer afdrukken of op de ADJ./OK-
knop " voor minder afdrukken.
Herhaal Stappen 2 en 3 om extra
beelden te selecteren.
4
Druk op de ADJ./OK-knop.
Het menu Direct Print verschijnt.
5
Selecteer een item en druk op de ADJ./OK-knop F om de
beschikbare opties weer te geven.
Zie Stap 3 en volgende op P. 124.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Alleen foto’s met een printersymbool (p) worden afgedrukt. Wanneer u het afdrukken annuleert en
vervolgens opnieuw probeert af te drukken, controleer dan of de foto's die u wilt afdrukken, nog zijn
voorzien van de printersymbool.
U kunt ook een aantal afdrukken van een foto op één vel papier afdrukken.
Het hangt af van de functies van de printer welke items u kunt kiezen.
Wanneer u beelden afdrukt met de standaardinstellingen van de printer, selecteer dan [Printer sel.] op
het scherm met gedetailleerde opties.
4: 3 F4:3 F
Prnt FilPrnt Fil
Vooruit
Vooruit
Lst best.
Lst best.
11
4: 3 F4:3 F
Prnt FilPrnt Fil
Vooruit
Vooruit
Lst best.
Lst best.
11
127
8
Beelden uploaden naar uw PC
8 Beelden uploaden naar uw PC
De schermafbeeldingen die hier worden getoond kunnen verschillen
van de afbeeldingen die op uw computer worden afgebeeld,
afhankelijk van het OS van uw computer.
Voor Windows
U kunt foto's naar uw computer kopiëren met of zonder de DL-10-
software, beschikbaar in het interne geheugen van de camera. De
volgende software werd geïnstalleerd bij de installatie van DL-10.
Software Beschrijving
DL-10 Zorgt ervoor dat foto's collectief naar uw computer worden gedownload.
MediaBrowser Bestaande beelden weergeven, beheren en bewerken.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
U kunt de installatie alleen uitvoeren als u administratorrechten hebt.
DL-10 is niet netwerk-compatibel. Gebruik het als een stand-alone-applicatie.
Systeemvereisten voor het gebruik van de ingebouwde
software
De volgende omgevingen zijn nodig voor het gebruik van
de ingebouwde software. Controleer uw pc of kijk in de
gebruikershandleiding van uw PC.
Ondersteunde
besturingssystemen
Windows XP Home Edition Service Pack 3/Professional Service Pack 3
Windows Vista Service Pack 2
Windows 7 (32- en 64-bit)
CPU Pentium® IV: 1.6 GHz of sneller
Pentium® M: 1.4 GHz of sneller
Core™ 2 Duo: 1.5 GHz of sneller
Geheugen W
indows XP: 512 MB of meer
Windows Vista/Windows 7: 1 GB of meer
Benodigde ruimte op de
harde schijf voor installatie
300 MB of meer
Beeldschermresolutie 1024
× 768 pixels of meer
Beeldschermkleuren 65.000 kleuren of meer
USB-poort Een USB-poort die geschikt is voor bovengenoemde computer
128
8
Beelden uploaden naar uw PC
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Windows XP 64-bit en Windows Vista 64-bit worden niet ondersteund.
Als het besturingssysteem van uw computer een upgrade heeft gekregen, werkt de USB-functie
mogelijk niet correct en wordt deze dus niet ondersteund.
Mogelijk werkt de geleverde software niet goed als er wijzigingen zijn aangebracht in het
besturingssysteem, zoals met patches en nieuwe versies van servicepakketten.
Een verbinding met een USB-poort die via een uitbreidingsfunctie (PCI-bus of anders) is toegevoegd, is
niet geschikt voor uw camera.
Wanneer de software wordt gebruikt op een hub of ander USB-apparaat, kan de software niet goed
werken.
Wanneer u met films en andere grote bestanden werkt, is een groter geheugen aanbevolen.
Software installeren
De geleverde software op uw computer installeren.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Voordat u verdergaat, verzeker u ervan dat [Massa-opslag] is geselecteerd voor [USB-verbindingstype]
(GP. 119) in het menu Setup (GP. 114).
Als u de DC Software 2 installeert terwijl de DC Software reeds geïnstalleerd is, wordt DL-10 voor de DC
Software 2 toegevoegd aan uw map Starten.
1
Schakel de camera uit en verwijder de SD-geheugenkaart
uit de camera.
Met de SD-geheugenkaart in de camera kan de software niet
worden geïnstalleerd.
2
Sluit de bijgeleverde USB-kabel aan op de computer.
3
Sluit de USB-kabel aan op
de gemeenschappelijke
aansluiting voor de USB-
poort/AV-output van de camera
(grijs).
De camera wordt automatisch
ingeschakeld wanneer een
verbinding is gemaakt.
Het scherm [RICOHDCI(E:)] wordt weergegeven (E duidt op de naam
van de schijf).
129
8
Beelden uploaden naar uw PC
4
Klik op [De software-installatie van
de digitale camera starten] en klik
vervolgens op de knop [OK].
Het scherm [Software-installatie digitale
camera] verschijnt.
Windows 7
Klik op [Open folder to view files] en
dubbelklik op [AUTORUN.EXE] vanuit de
weergegeven bestanden.
Gebruik deze knop om de
software te installeren voor
het collectief downloaden en
bewerken van foto's.
Klik hierop om de website voor
gebruikersregistratie weer te
geven.
5
Klik op [Installing the Software].
Windows XP
Na enige tijd wordt het venster [Choose Setup Language]
weergegeven.
Windows Vista/Windows 7
Als een dialoogvenster [User Account Control] wordt weergegeven,
selecteert u [Yes] (Windows 7) of [Allow] (Windows Vista). Als er in de
taakbalk een pictogram verschijnt, kunt u op dit pictogram klikken
om het dialoogvenster weer te geven. Na enige tijd verschijnt het
dialoogvenster [Choose Setup Language].
6
Selecteer een taal en volg de instructies op het scherm om
de installatie te voltooien.
Het installatieprogramma van de MediaBrowser start op. Accepteer
de licentieovereenkomst en volg de instructies op het scherm op om
de MediaBrowser te installeren.
7
Klik op [Unblock] voor DL-10.
Voor Windows 7 klikt u op [Toegang toestaan].
130
8
Beelden uploaden naar uw PC
8
Wanneer u wordt gevraagd de PC opnieuw te starten,
selecteer dan [Yes, I want to restart my computer now.] en
klik op [Finish].
Uw PC wordt automatisch opnieuw gestart.
Nadat u de computer opnieuw hebt gestart, verschijnt een
veiligheidswaarschuwing van Windows.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Duw de USB-kabel niet in de aansluiting of oefen er geen te grote kracht op uit wanneer de USB-kabel
is aangesloten. Wanneer u de USB-kabel gebruikt, mag u de camera met de USB-kabel niet verplaatsen.
Koppel de USB-kabel nooit los wanneer de camera is ingeschakeld.
Sluit geen andere kabel dan de bijgeleverde USB-kabel aan.
De software deïnstalleren -------------------------------------------------------------------------
U kunt de DC Software 2 en Media Browser verwijderen vanaf [Configuratiescherm] > [Programma's
en onderdelen] (Windows 7 en Windows Vista; kies in categorie of startweergave [Configuratiescherm]
> [Programma's] > [Een programma verwijderen]) of [Programma's toevoegen of verwijderen]
(Windows XP).
Er zijn administratorrechten vereist.
Sluit alle andere programma's af die mogelijk actief zijn voordat u de software verwijdert.
Als u de DC Software 2 verwijdert terwijl de DC Software en de DC Software 2 reeds geïnstalleerd zijn,
kan DL-10 toegevoegd aan uw Startmap worden verwijderd.
131
8
Beelden uploaden naar uw PC
Softwarehandleiding weergeven
De "Gebruikershandleiding voor de software" is beschikbaar in het
interne geheugen van de camera. Deze handleiding verklaart hoe
u beelden van de camera kunt downloaden op uw computer. Om
de handleiding weer te geven kopieert u de handleiding naar uw
computer.
1
Open [Computer] met de camera aangesloten op de
computer.
Het interne geheugen van de camera verschijnt als de schijf.
2
Open de map [MANUAL].
Voor elke taal is er een aparte Gebruikershandleiding voor de
software” (PDF-bestand).
3
Kopieer het PDF-bestand in uw taal rechtstreeks op uw
harde schijf.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Om de gebruikershandleiding te bekijken is Adobe Reader nodig (PDF-bestand). Als deze niet
geïnstalleerd zijn op uw computer, kunt u Acrobat Reader of Adobe Reader downloaden vanaf de
website van Adobe.
Wanneer de DL-10 Software reeds geïnstalleerd is vanaf de camera, selecteert u [Start] > [DC Software
2] > [Adobe Reader Download] om de website voor downloaden weer te geven.
Raadpleeg het Help-bestand van Adobe Reader voor meer details over het gebruik van dit programma.
132
8
Beelden uploaden naar uw PC
Foto's kopiëren naar uw computer
Volg de onderstaande stappen om foto's te kopiëren naar uw
computer.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Om foto's opgeslagen op de SD-geheugenkaart te kopiëren, moet u de kaart eerst in de camera stoppen
en daarna de camera aansluiten op de computer.
1
Sluit de gemeenschappelijke
aansluiting voor USB-poort/AV-
output van de camera (grijs)
met de bijgeleverde USB-kabel
aan op de computer.
Schakel de camera uit voor u de
USB-kabel aansluit.
De camera wordt automatisch aangeschakeld wanneer verbinding
wordt gemaakt.
2
Kopieer foto's naar de computer.
Als DL-10 is geïnstalleerd:
DL-10 start en beelden worden automatisch overgezet.
De foto's worden gekopieerd naar de map [Digital Camera] in [My
Documents], waar ze in afzonderlijke mappen worden gesorteerd
op opnamedatum. Zie de "Gebruikershandleiding voor de software"
(PDF-bestand) voor meer informatie.
Als DL-10 niet is geïnstalleerd:
Kopieer de bestanden van de
camera op de gewenste locatie.
Als u een SD-geheugenkaart
hebt geplaatst, worden zijn
bestanden weergegeven. Is
dat niet het geval, dan worden
de bestanden van het interne
geheugen weergegeven.
•Wanneer het scherm [Software-
installatie digitale camera]
verschijnt, klikt u op [×].
Voorbeeld van het scherm
in Windows XP
133
8
Beelden uploaden naar uw PC
3
Schakel de camera uit en koppel de USB-kabel los wanneer
de overdracht is voltooid.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Zet de camera niet uit of koppel de USB-kabel niet los zolang beelden worden overgezet.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Het softwareprogramma voor beeldweergave en –bewerking “MediaBrowser” (alleen voor Windows)
zit ook in het interne geheugen van de camera. Zie de “Help die wordt weergegeven voor meer
informatie over het gebruik van MediaBrowser.
Voor de meest recente informatie over de MediaBrowser, kunt u terecht op de webpagina van Pixcela
Co., Ltd. (http://www.pixela.co.jp/oem/mediabrowser/e/).
134
8
Beelden uploaden naar uw PC
Voor Macintosh
Deze camera ondersteunt de volgende Macintosh-
besturingssystemen.
Mac OS X 10.1.2 tot 10.6.7
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
VM-1 software en de “Gebruikershandleiding voor de software (PDF-bestand) kunnen op Macintosh-
computers worden gebruikt.
De "Gebruikershandleiding voor de software" is beschikbaar in het interne geheugen van de camera.
Om de handleiding weer te geven kopieert u de handleiding naar uw computer. Zie p. 131 voor meer
informatie.
Systeemvereisten voor het gebruik van de ingebouwde software
De volgende omgevingen zijn nodig voor het gebruik van
de ingebouwde software. Controleer uw PC of kijk in de
gebruikershandleiding van uw PC.
Ondersteunde besturingssystemen Mac OS X 10.4 tot 10.6.7
Macintosh-computer Apple Inc. Macintosh-serie
Intern geheugen Mac OS X 10.4 256 MB of meer
Mac OS X 10.5 512 MB of meer
Mac OS X 10.6 1GB of meer
Beschikbaar geheugen harde schijf 5 MB of meer
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
VM-1 ondersteunt Japans, Engels, Frans en Chinees (Vereenvoudigd).
135
8
Beelden uploaden naar uw PC
Foto's kopiëren naar uw computer
Volg de onderstaande stappen om foto's te kopiëren naar uw
computer.
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Om foto's opgeslagen op de SD-geheugenkaart te kopiëren, moet u de kaart eerst in de camera stoppen
en daarna de camera aansluiten op de computer. 1 Sluit de gemeenschappelijke aansluiting voor USB-
poort/AV-output van de camera met de bijgeleverde USB-kabel aan op de computer.
1
Sluit de gemeenschappelijke
aansluiting voor USB-poort/AV-
output van de camera (grijs)
met de bijgeleverde USB-kabel
aan op de computer.
Schakel de camera uit voordat u de
USB-kabel plaatst.
De camera wordt automatisch ingeschakeld wanneer een
verbinding is gemaakt.
2
Kopieer foto's naar de computer.
Kopieer de bestanden van de
camera op de gewenste locatie.
Als u een SD-geheugenkaart hebt
geplaatst, worden zijn bestanden
weergegeven. Is dat niet het geval,
dan worden de bestanden van het
interne geheugen weergegeven.
3
Koppel de USB-kabel los wanneer de overdracht is voltooid.
Sleep het pictogram voor het cameravolume naar de Prullenbak en
koppel vervolgens de USB-kabel los.
136
8
Beelden uploaden naar uw PC
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Zet de camera niet uit of koppel de USB-kabel niet los zolang beelden worden overgezet.
U kunt ook klikken op [Eject] in het [File]-menu om de verbinding te annuleren.
Als u de USB-kabel losneemt zonder de verbinding te verbreken, zal mogelijk het scherm Unsafe
Removal of Device worden weergegeven. Zorg dat u de verbinding verbreekt, voordat u de USB-kabel
verwijdert.
Wanneer u uw camera aansluit op een Macintosh computer, kan het zijn dat er een bestand met de
naam "FINDER.DAT" of ".DS_Store" wordt gemaakt op uw SD-geheugenkaart, dat als een [Unmatched
File] op uw camera verschijnt. U kunt dit bestand desgewenst van uw SD-geheugenkaart wissen.
De MP-bestandsviewer gebruiken
Als u één foto opneemt met M-Cont Plus, Speed Cont, of Multi-trgt AF,
dan wordt het beeld opgeslagen als één MP-bestand.
Met de VM-1 MP-bestandviewer kunt u MP-bestanden afspelen op uw
Macintosh-computer en foto's exporteren.
In dit onderdeel wordt uitgelegd hoe u de VM-1 software kunt
installeren en verwijderen. Voor meer informatie over hoe u MP-
bestanden kunt afspelen op uw computer of stilstaande beelden van
MP-bestanden kunt exporteren met de MP file viewer, kunt u terecht in
de "Gebruikershandleiding voor de software" (PDF-bestand).
Software installeren
Let op---------------------------------------------------------------------------------------------------
Voor u begint, moet u bevestigen dat [Massa-opslag] geselecteerd is voor [USB-verbindingstype]
(Gp. 119) in het instelmenu (Gp. 114).
1
Schakel de camera uit en trek de SD-geheugenkaart uit de
camera.
Met de SD-geheugenkaart in de camera, kan de software niet
worden geïnstalleerd.
137
8
Beelden uploaden naar uw PC
2
Sluit de gemeenschappelijke
aansluiting voor USB-poort/AV-
output van de camera (grijs)
met de bijgeleverde USB-kabel
aan op de computer.
Wanneer verbinding wordt
gemaakt, wordt de camera automatisch ingeschakeld en verschijnt
het interne geheugen van de camera als de schijf [RICOHDCI].
3
Dubbelklik op [RICOHDCI], [MAC], [MAC_DATA.DMG] en
[VM1 installer.pkg].
Het venster [Install VM-1] wordt weergegeven.
4
Volg de instructies op het scherm om de installatie te
voltooien.
VM-1 verwijderen (deïnstalleren) ----------------------------------------------------------------
Dubbelklik op [Applications], [Utilities], [VM-1 Utility] en [VM-1 Uninstaller] en volg de instructies op
het scherm.
Als er andere softwaretoepassingen actief zijn of als er bepaalde gegevens nog niet zijn opgeslagen,
sluit u de andere softwaretoepassingen en slaat u de gegevens op voordat u de softwater verwijdert.
Als er een fout optreedt tijdens het verwijderen, moet u een update uitvoeren van uw Mac OS naar de
laatste versie.
138
9
Bijlagen
9 Bijlagen
Problemen verhelpen
Foutmeldingen
Als een foutmelding op het scherm verschijnt, controleer dan de informatie
op de verwijzigingspagina en neem dan de juiste maatregelen.
Foutmelding Oorzaak en oplossing Zie
Kaart inbrengen
Geen kaart geladen. Breng een kaart in.
P.22
Datum instellen.
De datum is niet ingesteld. Stel de datum in.
P.119
De bestandsnummerlimiet is
overschreden.
De bestandsnummerlimiet is overschreden. Gebruik een andere
kaart.
P.119
Niet gekoppeld bestand
Dit bestand kan niet worden weergegeven op de camera. Controleer
de bestandsinhoud op uw computer en verwijder het bestand.
Onvoldoende geheugen.
Doorgaan?
Niet alle bestanden kunnen worden gekopieerd omdat er niet
voldoende geheugen is op de kaart. Gebruik een andere kaart.
Beschermd
Het geselecteerde bestand is beschermd tegen verwijderen.
P.97
Kaart is tegen schrijven
beschermd.
De kaart is geblokkeerd (tegen schrijven beschermd). Deblokkeer
de kaart.
P.24
Afdrukinstellingen kunnen niet
worden toegepast op dit bestand.
Dit bestand (film of ander bestand) kan niet worden geselecteerd
om af te drukken.
Onvoldoende geheugen
Bestanden kunnen niet worden opgeslagen. Zorg dat er voldoende
geheugen is of verwijder ongewenste bestanden.
P.39,
P.115
De afdruknummerlimiet voor afbeeldingen is overschreden.
Selecteer een afbeelding en stel het nummer in op 0.
P.126
Intern geheugen formatteren.
Het interne geheugen moet worden geformatteerd.
P.115
Kaart formatteren.
De kaart is niet geformatteerd. Formatteer de kaart met deze
camera.
P.115
Kaartfout
SDXC-geheugenkaarten kunnen niet worden gebruikt. Als de kaart
geen SDXC-kaart is, formatteer de kaart dan; als de foutmelding
blijft verschijnen is het mogelijk dat de kaart defect is en dient ze
niet verder te worden gebruikt.
P.115
Gegevens wegschrijven
Bestand wordt naar het geheugen geschreven. Wacht tot dit
klaar is.
Geen bestand
Er zijn geen bestanden die kunnen worden afgespeeld.
Geen geheugen. Kan niet
opnemen.
Het aantal resterende opnames is 0. Wissel naar een andere kaart
of naar het interne geheugen.
P.24
Geen bestanden om te herstellen.
Er zijn geen bestanden om te herstellen.
P.88
Kan niet —. *
De geselecteerde optie kan slechts één keer op de opname worden
toegepast, of de opname is gemaakt met een ander cameramodel.
Als een opname met een ander cameramodel is gemaakt, moet u
de opname verwerken met het originele cameramodel.
* “—” geeft de naam aan van het proces dat niet kan worden toegepast.
139
9
Bijlagen
Problemen met de camera oplossen
Voeding
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
De camera gaat niet
aan.
De batterij is leeg of niet geplaatst. Plaats de oplaadbare batterij
goed in de camera of laad de
batterij goed op.
P.22,
P.21
Er wordt een niet-geaccepteerde
batterij gebruikt.
Gebruik de aangewezen
oplaadbare batterij. Gebruik
nooit een andere batterij.
P.23
De camera wordt automatisch
uitgeschakeld door Auto Power Off.
Schakel de camera in. P.25
De batterij is niet in de juiste
richting geplaatst.
Plaats op de juiste manier. P.22
Omdat de camera oververhit
is, is de camera automatisch
uitgeschakeld.
Wacht tot de temperatuur van de
camera weer normaal is. Probeer
de camera niet plotseling af
te koelen.
De camera schakelt uit
tijdens gebruik.
De camera werd niet gebruikt, dus
Auto Power Off heeft het toestel
uitgeschakeld.
Schakel de camera in. P.25
De batterij is leeg. Laad de oplaadbare batterij op. P.21
Er wordt een niet-geaccepteerde
batterij gebruikt.
Gebruik de aangewezen
oplaadbare batterij. Gebruik
nooit een andere batterij.
P.23
De camera gaat niet uit. Storing van de camera Haal de batterij uit de camera
en zet de batterij opnieuw in
de camera.
P.22
De batterij is volledig
opgeladen, maar:
Het batterijsymbool
wordt weergegeven,
wat erop duidt dat
de batterij weinig
vermogen heeft.
De camera schakelt
zichzelf uit.
Een niet ondersteunde batterij
(droge mangaanbatterij of andere)
is gebruikt.
Gebruik de aangewezen
oplaadbare batterij. Gebruik
nooit een andere batterij.
P.23
Het lukt niet de batterij
op te laden.
De batterij is aan het eind van zijn
levensduur gekomen.
Vervang deze batterij door een
nieuwe oplaadbare batterij.
P.22
De batterij raakt snel
leeg.
De batterij wordt bij zeer hoge of
lage temperaturen gebruikt.
Er worden veel opnamen gemaakt
op donkere plaatsen of op andere
plaatsen waarbij er zeer veel gebruik
wordt gemaakt van de flitser.
140
9
Bijlagen
Opnamen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
De camera maakt geen
opnamen, zelfs wanneer u
de ontspanknop indrukt.
De batterij is leeg. Laad de oplaadbare batterij op.
P.21
De camera is niet ingeschakeld. Druk op de POWER-knop om de
camera in te schakelen.
P.25
De camera staat in de Weergavestand. Selecteer de Weergavestand met
knop 6 (Weergeven).
P.25
De ontspanknop wordt niet volledig
ingedrukt.
Druk de ontspanknop voorzichtig
helemaal in.
P.27
De geheugenkaart is niet geformatteerd.
Formatteer de kaart.
P.115
De SD-geheugenkaart is ‘vergrendeld’. Plaats een nieuwe kaart of verwijder
ongewenste bestanden.
P.22,
P.39
De batterij is aan het eind van zijn
levensduur gekomen.
Plaats een nieuwe SD-
geheugenkaart.
P.22
De flitser is bezig met opladen. Wacht tot het symbool voor de
flitsstand stopt met knipperen.
P.32
De SD-geheugenkaart is ‘vergrendeld’.
Hef de schrijfbeveiliging van de kaart op.
P.24
Het contactoppervlak van de SD-
geheugenkaart is vuil.
Veeg af met een zachte, droge doek.
Het is niet mogelijk de
opname te zien.
De bevestigingstijd voor beelden
is te kort.
Stel de bevestigingstijd voor beelden
langer in.
P.117
De beelden worden niet
op het beeldscherm
weergegeven.
De camera is niet aan of het
beeldscherm is zwart.
Zet de camera aan of pas de
helderheid van het beeldscherm aan.
P.25,
P.115
De VIDEO/AV-kabel is aangesloten. Ontkoppel de VIDEO/AV-kabel.
De schermweergave staat in de stand
Synchro-monitor.
Druk op de DISP.-knop om de
weergave te veranderen.
P.42
De camera staat in de
autofocus-stand, maar
scherpstellen lukt niet.
De lens is vuil. Veeg af met een zachte, droge doek.
Het onderwerp staat niet in het
midden van het opnamebereik.
Maak de foto met
scherpstelvergrendeling.
P.27
Het is een onderwerp dat lastig is om
scherp te stellen.
Maak de foto met
scherpstelvergrendeling of stel met
de hand scherp.
P.27,
P.75
Hoewel de camera
niet scherp is gesteld,
verschijnt het groene
kader in het midden van
het beeldscherm.
De camera is onjuist scherp gesteld,
omdat de afstand tot het onderwerp
te klein is.
Opnemen met stand Macro of verder
weg gaan staan van het onderwerp.
P.31
De foto is onscherp.
(Het symbool J
verschijnt.)
U heeft de camera bewogen toen u de
ontspanknop indrukte.
Houd de camera met beide handen
vast terwijl u uw ellebogen licht
drukt tegen uw lichaam.
Gebruik een statief.
Gebruik de correctiefunctie voor
schokken van de camera.
P.27
P.71
Wanneer u onder donkere
omstandigheden (bijvoorbeeld binnen)
foto’s maakt, wordt de sluitertijd trager
en kunnen fotos onscherp worden.
Gebruik de flitser.
Verhoog de ISO-gevoeligheid.
Gebruik de correctiefunctie voor
schokken van de camera.
P.32
P.80
P.71
141
9
Bijlagen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
De flitser werkt niet.
Or, de flitser wordt niet
opgeladen.
De flitser kan niet worden gebruikt
onder de volgende omstandigheden:
In bracket-opname
In de continue modus
Bij het opnemen van films
In Discrete modus
In de stand Huisdieren
In sommige scene modi wordt de
flitser standaard uitgeschakeld.
Wijzig de instellingen of de stand als
u toch wilt opnemen met de flitser.
P.50,
P.144
De flitser wordt ingesteld op Flits uit. Annuleer Flits uit.
P.32
De batterij is leeg. Laad de oplaadbare batterij op.
P.21
De foto is donker, zelfs
wanneer de flitser wordt
gebruikt.
Het onderwerp bevindt zich buiten
het flitsbereik.
Ga dichter bij uw onderwerp staan
en maak de foto. Wijzig de flitsstand
of de ISO-instelling.
P.80
Het onderwerp is donker. Corrigeer de belichting. (De
belichtingscompensatie wijzigt ook
de lichtgevoeligheid van de flitser.)
P.78
De hoeveelheid licht van de flitser is
niet voldoende.
Regel de lichtsterkte van de flitser.
P.70
Het beeld is te licht. De hoeveelheid licht van de flitser is
niet voldoende.
Regel de lichtsterkte van de flitser. Of
ga een stukje van het onderwerp af
staan of verlicht het onderwerp met
een andere lichtbron dan de flitser.
P.32,
P.70
Het onderwerp is overbelicht. (Het
symbool [!AE] verschijnt.)
Corrigeer de belichting.
P.78
Het beeldscherm is te licht of te
donker.
Pas de helderheid van het
beeldscherm aan.
P.115
Het beeld is te donker. De foto is onder donkere
omstandigheden genomen terwijl
de Flits uit.
Annuleer Flits uit. P.32
Het onderwerp is donker. (Het
symbool [!AE] verschijnt.)
Corrigeer de belichting. P.78
Het beeldscherm is te licht of
te donker.
Pas de helderheid van het
beeldscherm aan.
P.115
Het beeld heeft geen
natuurlijke kleur.
De foto is gemaakt onder
omstandigheden waarin het
moeilijk was de witbalans
automatisch in te stellen.
Voeg een wit object toe aan uw
onderwerp of gebruik een andere
witbalans-instelling dan Auto.
P.79
De datum of opname-
informatie wordt niet
weergegeven op het
scherm.
De weergavefunctie van het
scherm is ingesteld op Geen
weergave.
Druk op de DISP.-knop om de
weergave te veranderen.
P.42
De helderheid van het
beeldscherm wijzigt
tijdens AF.
Zwakke omgevingsbelichting
of een andere belichting dan
deze die werd gebruikt voor het
automatisch scherpstellen.
Dit is normaal.
142
9
Bijlagen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
De waterpasindicator
verschijnt niet.
[Niveau-instelling] staat op [Uit]
of [Geluid].
Zet [Niveau-instelling] in op
[Weergave] of [Weergave+gel.].
P.45
Display staat op een andere
instelling dan symboolweergave
of histogram.
Druk op de DISP.-knop om over
te schakelen naar normale
symboolweergave of histogram.
P.42
De camera is omgekeerd
(ontspanknop onderaan).
Houd de camera juist.
Het beeld is scheef,
ook al werd het
gemaakt met de
waterpasindicator in
het midden of terwijl
het geluidssignaal
weerklonk.
U bewoog tijdens de
opname, bijvoorbeeld op een
pretparkattractie.
Maak de opname in een
stilstaande omgeving.
Het onderwerp is niet waterpas. Controleer het onderwerp.
Lamp zelfontspanner
licht niet op.
[Discrete modus] of [Huisdieren] is
geselecteerd in de scene modus.
Kies een andere stand. P.50
Weergeven/Verwijderen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
Weergeven lukt niet of
het weergavescherm
verschijnt niet.
De camera staat niet in de stand
Weergeven.
Druk op de knop 6
(Weergeven).
P.36
De HDMI/AV-kabel is niet correct
aangesloten.
Sluit de kabel correct aan. P.103
De [Video-uit modus] instelling
is niet goed.
Stel het op de juiste wijze in. P.119
De inhoud van de SD-
geheugenkaart kan niet
worden weergegeven,
of het weergavescherm
verschijnt niet.
Er is geen SD-geheugenkaart
geplaats of er is een SD-
geheugenkaart geplaatst zonder
opgeslagen opnamen.
Plaats een kaart met opgeslagen
beelden.
U wilt opnamen weergeven van
een geheugenkaart die niet door
dit apparaat is geformatteerd.
Plaats een kaart die is
geformatteerd en is voorzien van
opnamen die door dit apparaat
zijn opgeslagen.
P.22,
P.115
U hebt opnamen op een SD-
geheugenkaart zonder normale
opnamen weergegeven.
Plaats een kaart met normale
opnamen.
P.22
Het contactoppervlak van de
SD-geheugenkaart is vuil.
Veeg af met een zachte, droge
doek.
Er is iets mis met de SD-
geheugenkaart.
Geef beelden weer van een
andere kaart. Als dit goed werkt,
is er niets aan de hand met de
camera. Er kan een probleem
met de kaart zijn, dus gebruik
deze niet meer.
143
9
Bijlagen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
Het beeldscherm
schakelt uit.
De batterij is leeg. Laad de oplaadbare batterij op. P.21
De camera werd niet gebruikt, dus
Auto Power Off heeft het toestel
uitgeschakeld.
Schakel de camera in. P.25
Deel van het scherm
knippert zwart.
Het scherm licht op door een zeer
heldere zone.
Maak een andere opname
zonder direct zonlicht en zet de
belichting lager (–).
P.44,
P.78
Bestanden kunnen niet
worden verwijderd.
Het bestand is beveiligd. Hef de beveiliging van het
bestand op.
P.97
De SD-geheugenkaart is
‘vergrendeld’.
Hef de schrijfbeveiliging van de
kaart op.
P.24
Kan de SD-geheugenkaart
niet formatteren.
De SD-geheugenkaart is
‘vergrendeld’.
Hef de schrijfbeveiliging van de
kaart op.
P.24
Overige problemen
Probleem Oorzaak Oplossing
Zie
Kan de SD-
geheugenkaart niet
plaatsen.
De kaart is andersom geplaatst. Plaats op de juiste manier. P.22
De camera werkt niet
zelfs niet als er op
knopjes wordt gedrukt.
De batterij is leeg. Laad de oplaadbare batterij op. P.21
Storing van de camera Zet de camera uit met de Aan/
Uit-schakelaar en zet de camera
vervolgens weer aan met een
druk op de Aan/Uit-schakelaar.
P.25
Haal de batterij uit de camera en
zet de batterij opnieuw in de camera.
P.22
De datum staat niet
juist ingesteld.
De juiste datum/tijd is niet
ingesteld.
Stel de juiste datum/tijd in. P.119
De ingestelde datum is
verdwenen.
De batterij is uit de camera
gehaald.
Als de batterij meer dan een
week niet in de camera zit,
gaat de instelling van de datum
verloren. Geef de instellingen
opnieuw op.
P.119
Auto Power Off werkt niet.
Auto Power Off staat op [Uit].
Stel de tijd voor Auto Power Off in.
P.115
Het akoestisch geluid
kan niet worden
gehoord.
[Discrete modus] of [Huisdieren] is
geselecteerd in de scene modus.
Kies een andere stand. P.50
Het volume van het akoestisch
geluid is uitgezet.
Gebruik [Volume-instellingen]
om het volume op een andere
stand dan uit te zetten.
P.116
De beelden worden niet
op de tv weergegeven.
De [Video-uit modus] instelling
is niet goed.
Stel het op de juiste wijze in. P.119
De AV-kabel is niet aangesloten. Sluit de AV-kabel goed aan. P.103
De televisie is niet op de juiste
wijze ingesteld op VIDEO IN.
Controleer of de televisie op
de juiste wijze is ingesteld op
VIDEO IN.
144
9
Bijlagen
Available Settings
De volgende tabel toont de instellingen die beschikbaar zijn in elke opnamestand.
5
A/S
R
X
N (Macro) *
1
✓ ✓
F (Flits)
t (Zelfontsp.) *
5
Digital Zoom
Zoom met superresolutie*
8
AE/AF-doelverschuiving*
9
Macrodoelverschuiving
Shooting Menu
Uitbreiding dynamisch bereik
Opties zachte focus
Kleurtoon
Contrast
Vignettering
Speelgoedkleuren
Plus normale opname
Kwaliteit/afmeting foto
Dichtheid
Grootte
Focus
Meervoudige AF *
12
*
13
✓ ✓
Meerv gezichth*
14
Onderw. Volgen
Punt AF
✓ ✓
Multi-trgt AF *
15
AF
MF
Snap
✓ ✓
✓ ✓
*1 [Focus] is ingesteld op [Punt AF]. Uitgeschakeld wanneer [MF] is geselecteerd voor [Focus].
*2 Alleen [Anti rode ogen] of [Flits synchroon] kan worden geselecteerd.
*3 [Anti rode ogen] is niet beschikbaar.
*4 Alleen [Flits uit] of [Auto] kan worden geselecteerd.
*5 Zelfontspanner uitgeschakedl wanneer [Intervalopname] van kracht is. [Aangepaste zelfontspanner] is niet beschikbaar als
[Focus] is ingesteld op [Multi-trgt AF]of [Onderw. Volgen].
*6
[Aangepaste zelfontspanner] is niet beschikbaar.
*7 Alleen [Zelfontsp. uit] en [ Zelfontsp. 10sec] kunnen worden geselecteerd.
*8 Beschikbaar wanneer [Digitale zoomafbeelding] is ingesteld op [Normaal]. Niet beschikbaar tijdens het opnemen van films.
*9 Beschikbaar wanneer [Focus] is ingesteld op [Meervoudige AF], [Punt AF], [Snap] of [∞ (Oneindig)]. Niet beschikbaar
wanneer de functie voor de macrodoelverschuiving wordt geactiveerd met de Fn-knop en niet wordt geannuleerd.
145
9
Bijlagen
X
4
S-
AUTO
*
13
*
13
*
2
*
3
*
4
*
6
*
7
*
10
*
10
*
11
*
13
*10 Macrodoel is beschikbaar wanneer de macromodus is ingesteld.
*11 Alleen [a 4
: 3 F] of [z 4 : 3 F] is beschikbaar.
*12 [Punt AF] wordt gebruikt wanneer digitale zoom van kracht is.
*13 Beschikbaar, maar het menu wordt niet weergegeven en de instelling kan niet worden gewijzigd.
*14
De camera selecteert de optimale witbalans. Er wordt geen pictogram weergegeven. Equivalent met Multi-pattern auto als
er geen gezicht is gedetecteerd.
*15
U kunt niet de flitser gebruiken. De aangepaste zelfontspanner is niet beschikbaar. Digtale zoom, [Intervalopname] en
[Bewegingscorrectie] zijn uitgeschakeld. [Auto] wordt gebruikt voor [Witbalans].
146
9
Bijlagen
5
A/S
R
X
BB
Shooting Menu
Pre-AF *
16
✓ ✓
Belichtingsmeting
✓ ✓
Afbeeldingsinstellingen
*
17
*
17
Opt. Zoom Superresolutie
Ruisonderdrukking
Compensatie flitsbelichting
Auto groepering*
18
Aangepaste zelfontspanner
Intervalopname *
19
Bewegingscorrectie *
20
*
21
Langzame sluitertijd
Datum afdruk
✓ ✓
Belichtingscompensatie
✓ ✓
Witbalans *
22
Multi-P AUTO
Andere dan hierboven
✓ ✓
ISO-instelling
*
23
✓ ✓
Maximale ISO voor ISO auto
✓ ✓
Fabrieksinstellingen herstellen
Automatische verschuiving lensopening
Automatische verschuiving sluitertijd
*16 Niet beschikbaar wanneer [MF], [Snap]of [∞] is geselecteerd voor [Focus].
*17 Alleen [Kleur], [Zwartwit] of [Sepia] kan worden geselecteerd.
*18
De flits wordt automatisch uitgeschakeld. Niet beschikbaar wanneer [Focus] is ingesteld op [Multi-trgt AF] of [Onderw. volgen].
*19 Wanneer de zelfontspanner is ingesteld, worden [Intervalopname] en [Onderw. Volgen] uitgeschakeld. Niet beschikbaar als
[Focus] is ingesteld op [Multi-trgt AF].
*20
Niet beschikbaar als [Focus] is ingesteld op [Multi-trgt AF]. [AAN] wordt gebruikt wanneer [Meerv. opname ‘s nachts],
[Vuurwerk] of [Continue golfswingmodus] is geselecteerd in de scènemodus, als de Auto scène modus of continue
opnamemodus is ingesteld, of tijdens het opnemen van films.
147
9
Bijlagen
X
4
S-
AUTO
*
17
*
17
*
13
*
13
*
13
*
13
*
13
*
13
*
13
*
13
*21 Niet beschikbaar wanneer u de sluitertijd langzamer dan 1 seconde instelt in de modus Prioriteit sluitertijd of wanneer de
camera de sluitertijd langzamer dan 1 seconde instelt in de modus Prioriteit lensopening.
*22
Niet beschikbaar wanneer [Afbeeldingsinstellingen] is ingesteld op [Zwartwit] of [Sepia].
*23 Niet beschikbaar wanneer de modus Prioriteit sluitertijd is ingesteld. De ISO-instelling wordt ingesteld tot ISO 400 wanneer
de sluitertijd trager dan 1 seconde is ingesteld.
148
9
Bijlagen
5
A/S
R
X
BB
Key Custom Menu
Reg. My Settings
✓ ✓
Stel Fn-knop in
*
24
Macro doel*
25
*
26
*
26
✓ ✓
*
26
Stap zoom
*
26
✓ ✓
*
26
AE-blokkering
*
26
✓ ✓
*
26
AF/Gezichtsh.
*
26
*
26
✓ ✓
*
26
*
26
*
26
AF/Ond. volgen
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
AF/Meer doelen
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
AF/MF
*
26
*
26
✓ ✓
*
26
*
26
AF/Snap
*
26
*
26
✓ ✓
*
26
AT-BKT
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
WB-BKT
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
CL-BKT
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
FOCUS-BKT
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
ADJ-
knopinstelling
1–4
Uit
✓ ✓
Belichtingsc.
✓ ✓
Witbalans
✓ ✓
ISO
✓ ✓
Kwaliteit
*
26
*
26
*
26
*
26
Focus
*
26
✓ ✓
Afbeelding
✓ ✓
*
26
Belichtingsm.
✓ ✓
Auto groep.
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
Flitscompens.
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
Dichtheid
Setup Menu
AF Modus
✓ ✓
Stap zoom
✓ ✓
Digitale zoom afbeelding
*
27
*
27
*
27
*
27
Zoom Assist
✓ ✓
Weergave-opties raster
✓ ✓
Minimale afstand
✓ ✓
Andere dan hierboven
✓ ✓
*24 De Fn-knop kan niet worden gebruikt om de geselecteerde functie uit te voeren wanneer [Miniaturisatie] is geselecteerd
in de creatieve opnamemodus of wanneer [Vuurwerk], [Gerecht] of [Continue golfswingmodus] is geselecteerd in
scenemodus, wanneer de A/S-modus is ingesteld, of wanneer films worden opgenomen.
149
9
Bijlagen
X
4
S-
AUTO
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
13
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
26
*
13
*
27
*
27
*
27
*
27
*
28
*
28
*
13
*25 Niet beschikbaar wanneer [Onderw. Volgen] of [Meerv gezichth] geselecteerd is voor [Focus].
*26 Kan worden toegekend maar kan niet worden gebruikt.
*27 [Aut afm wijz] heeft geen effect.
*28
Kan worden ingesteld, maar niet gebruikt.
150
9
Bijlagen
Specificaties
Aantal effectieve pixels (camera)
Ca. 10,00 miljoen effectieve pixels
Beeldsensor 1/2,3˝ CMOS (ca. 10,60 miljoen pixels)
Lens
Brandpuntsafstand
4,9 mm tot 52,5 mm (equivalent met 28 mm tot 300 mm op een 35-mm
camera)
Diafragma F3,5 tot F5,6
Opnameafstand Normale opnamen: Ca. 30 cm tot (
Groothoek) of 1,5 m tot (Tele)
(vanaf voorkant lens)
Macro-opnamen: Ca. 1 cm tot (Groothoek), 28 cm tot (Tele) of 1 cm
tot (stand Zoom macro) (vanaf de voorkant van de lens)
Lensconstructie
10 elementen in 7 groepen (4 asferische lenselementen met 5 oppervlakken)
Zoom-vergroting Optical zoom bij 10,7 ×, Superresolutie Digitale Zoom bij 2,0 ×, Digital
zoom bij 4,8 ×, Auto resize zoom bij ong. 5,7 × (VGA-beeld)
Scherpstelstanden
Meervoudige AF/Punt AF/Meerv gezichth (Contrast AF methode, met
AFhulplampje), Onderw. Volgen/Multi-trgt AF (Contrast AF methode),
/MF/Snap/∞ (Vaste focus methode)
Vermindering wazig beeld Beeldsensor verschuift beeldstabilisator
Sluitertijd Foto 8, 4, 2, 1 tot 1/2000 sec. (hoogste en laagste waarde verschillen volgens
opnamestand en flitserstand.)
Film 1/30 tot 1/2000 sec.
Belichtings-
regeling
Stand
Belichtingsmeting
Meervoudige lichtmeting (256 segmenten)/ centraal gewogen
lichtmeting/ spotmeting
Stand Belichting Programma AE / Prioriteit lensopening AE / Prioriteit sluitertijd AE
Belichtings-
compensatie
Handma
tige belichtingscompensatie (+2,0 tot –2,0 EV in stappen van
1/3 EV), Auto bracket-functie (–0,5 EV, ±0, +0,5 EV)
Belichtingsbereik
(automatische
modus,
centrumgerichte
lichtmeting)
Groothoek: 3,2 – 16,2 EV
Telelens: 4,6 – 18,4 EV
(Belichtingsbereik bij automatische ISO, berekend op basis van de
ISO-waarde 100.)
Opmerking: bij 6,0 EV of lager correspondeert iedere verlaging van 1,0 EV
met een verlaging van 0,5 EV in helderheid. De helderheid kan niet
verder worden verlaagd dan –1,0 EV.
ISO-gevoeligheid (standaard
uitgangsgevoeligheid)
Auto/ISO 100/ISO 200/ISO 400/ISO 800/ISO 1600/ISO 3200
Stand Witbalans A
uto/Multi-P AUTO/Buiten/Bewolkt/Gloeilamp 1/Gloeilamp 2/
Fluorescerend/Handmatig, White balance bracket-functie
Flitser Stand flitser Auto flash/Anti rode ogen/Flits aan/Flits synchroon/Flits uit
Bereik ingebouwde
flitser
Ca. 20 cm 4,0 m (Groothoek) or 28 cm 3,0 m (Tele)
(automatische ISO met een maximum van ISO 1600, gemeten van aan de
voorkant van de lens)
Flashcompensatie ±2,0 EV (stappen van 1/3 EV)
Laadtijd Ongeveer 5 seconden
Beeldscherm 3,0˝ Transmissieve LCD, ca. 1.230.000 puntjes (640 × 4 × 480 = 1.228.800)
151
9
Bijlagen
Stand
Opname
Foto maken
Automatische opname modus / Mijn instellingen modus / Continue modus /
Creatieve opname modus (Dynamisch bereik/Miniaturisatie/Bleach Bypass/
Hoog contrast ZW/Zachte focus/Kruisproces/Speelgoedcamera )/ Scene
modus (Staand/Landschap/Discrete modus/Nacht. port./Meerv. opname
s nachts/Vuurwerk/Gerecht/Sport/Huisdieren/Continue golfswingmodus/
Zoom macro/Scheefheidscorrectie/Tekstmodus)/ Auto scene modus /
Prioriteit Lensopen./Sluitertijd
Film opnemen Film/Kortfilm
Stand Beeldkwaliteit *
1
F (Fine), N (Normal)
Aantal
opneembare
pixels
Foto
Multi-Picture
3648 × 2736, 3648 × 2432, 2736 × 2736, 3648 × 2048, 2592 × 1944,
2048 × 1536, 1728 × 1296 (alleen Multi-Picture), 1280 × 960, 640 × 480
Tekst 3648 × 2736, 2048 × 1536
Film 1280
× 720, 640 × 480
Opnamemedia
SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart (max. 32 GB), intern geheugen (ca. 40 MB)
Opname-
capaciteit
3648 × 2736 N: ongeveer 2193 KB/scherm, F: ca. 3728 KB/scherm
3648 × 2432 F: ca. 3319 KB/scherm
2736 × 2736 F: ca. 2808 KB/scherm
3648 × 2048 F: ca. 2803 KB/scherm
2592 × 1944 F: ca. 2311 KB/scherm
2048 × 1536 F: ca. 1498 KB/scherm
1728 × 1296 N: ca. 627 KB/scherm
1280 × 960 F: ca. 836 KB/scherm
640 × 480 F: ca. 221 KB/scherm
Opname-
bestandsindeling
Foto JPEG (Exif Ver. 2.3)*
2
Multi-Picture Geschikt voor CIPA DC-007-2009 Multi Picture formaat
Film AVI (werkt met Open DML Motion JPEG-indeling)
Compressie-indeling
Overeenkomstig JPEG Baseline-standaard (Foto, Film)
Andere
belangrijke
opname-
functies
Foto
Multi-Picture
Tekst
Continue modus, Zelfontspanner (bedieningstijd: ong. 10 seconden, ong.
2 seconden, Custom), intervalopname (opname-interval: 5 seconden tot
1 uur in stappen van 5 seconden)*
3
, Color bracket, Focus bracket
Film Optische zoom, Stereogeluid, Opnemen met splitsen (beschikbaar aantal
punten voor het delen: tot 10 punten)
Display AE/AF-doelverschuiving, Histogramweergave, Zoomhulpweergave,
Rasterweergave, Elektronisch niveau
Andere
belangrijke
weergave-
functies
Foto
Multi-Picture
Tekst
Miniatuurweergave, Vergrote weergave (maximum ×16),
Grootte aanpassen, Niveaucompensatie, Witbalanscompensatie,
Scheefheidscorrectie, Bijsnijden, Vlagfunctie (de optie voor de
weergavevolgorde is beschikbaar), Diavoorstelling, DPOF
Film Film delen, Vlagfunctie (de optie voor de weergavevolgorde is
beschikbaar)
Interface Gemeenschappelijke aansluitingen voor USB-poort/AV-uitgang: USB2.0
(USB hoge snelheid) Mini-B, Compatibel met massaopslag *
4
HDMI Micro Output Terminal: type D
Videosignaalformaat NTSC, PAL
Voeding O
plaadbare batterij (DB-100): 3,7 V
Batterijverbruik *
5
Gebruiksduur van DB-100: ca. 260 opnamen (Wanneer [Slaapstand] op
[Uit] staat *
6
)
152
9
Bijlagen
Afmetingen (B × H × D) 103,9 mm ×58,9 mm × 28,5 mm (zonder uitstekende delen; gemeten
volgens de CIPA-richtlijnen)
Gewicht Ca. 201 g (inclusief geheugenkaart en meegeleverde batterij)
Ca. 180 g (alleen camera)
Vorm schroefgat statief 1/4-20UNC
Datumbehoudtijd Ongeveer 1 week
Werkingstemperatuur 0
°C tot 40 °C
Werkingsvochtigheidsgraad 90% of minder
Opslagtemperatuur –20
°C tot 60 °C
*1 De instelbare beeldkwaliteit varieert volgens de beeldgrootte.
*2 Compatibel met DCF en DPOF. DCF is de afkorting van “Design rule for Camera File system, een JEITA-standaard. (Volledige
compatibiliteit met andere apparatuur is niet gegarandeerd.)
*3
Wanneer de flitser op [Flits uit] staat.
*4 Massa-opslag is ondersteund door Windows XP, Windows Vista, Windows 7 en Mac OS X 10.1.2–10.6.7.
*5 Het aantal resterende opnamen is gebaseerd op de CIPA-standaard en kan verschillen volgens de gebruiksomstandigheden.
Dit is slechts een indicatie.
*6
U kunt ongeveer 300 opnamen maken wanneer [Slaapstand] op [10 seconden] staat.
153
9
Bijlagen
Aantal beelden dat kan worden opgeslagen
In de volgende tabel ziet u het geschatte aantal beelden dat
kan worden opgenomen op het interne geheugen en een SD-
geheugenkaart bij verschillende instellingen voor beeldformaat en
fotokwaliteit.
Mode Beeldgrootte
Intern
geheugen
1GB 2GB 4GB 8GB 16GB 32GB
5
W
(anders dan
stand Continue
golfswingmodus,
Tekstmodus)
S
R (AF
Continuous
Continue modus)
X
A/S
j 4
: 3 F
10 240 487 957 1957 3922 7867
j 4
: 3 N
17 411 830 1631 3333 6678 13396
i 3 : 2 F
11 271 548 1077 2202 4412 8851
g 1
: 1 F
13 319 647 1270 2596 5202 10435
g 16 : 9 F
13 321 653 1284 2624 5257 10546
e 4
: 3 F
15 370 749 1471 3008 6026 12089
c 4
: 3 F
24 570 1159 2277 4654 9324 18704
a 4 : 3 F
43 1041 2118 4160 8505 17039 34181
z 4
: 3 F
158 3776 7681 15082 30828 61759 123888
5 (Als [Focus]
is ingesteld op
[Multi-trgt AF])
j 4
: 3 F
10 238 484 950 1942 3891 7805
j 4 : 3 N
17 405 819 1609 3289 6589 13217
i 3
: 2 F
11 268 543 1068 2183 4373 8772
g 1
: 1 F
13 316 640 1257 2569 5147 10326
g 16 : 9 F
13 318 647 1270 2596 5202 10435
e 4
: 3 F
15 366 740 1454 2972 5954 11943
c 4
: 3 F
23 559 1138 2235 4568 9151 18357
a 4 : 3 F
41 1006 2047 4022 8221 16471 33042
z 4
: 3 F
141 3357 6827 13407 27404 54898 110125
3
x 1280
7 s
3 min.
1 s
6 min.
8 s
12 min.
4 s
24 min.
40 s
49 min.
26 s
99 min.
9 s
z 640
21 s
8 min.
34 s
17 min.
26 s
34 min.
14 s
69 min.
58 s
140 min.
11 s
281 min.
12 s
R (M-Cont
Plus (10M))
j 4 : 3 N
17 411 830 1631 3333 6678 13396
R (M-Cont
Plus (2M))
W
(Continue
golfswingmodus)
b 4 : 3 N
57 1372 2792 5484 11211 22460 45056
R (Speed
Cont)
z 4
: 3 N
254 6043 12288 24129 49319 98801 198192
W
(Tekstmodus)
j 4
: 3
17 411 830 1631 3333 6678 13396
c 4
: 3
43 1041 2118 4160 8505 17039 34181
154
9
Bijlagen
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
De maximale opnametijd is de geschatte totale opnametijd. Films kunnen maximaal 4 GB bevatten.
De maximale lengte is 12 minuten voor films die werden opgenomen met een [Filmgrootte] van
[x1280] en 29 minuten voor films die werden opgenomen met [z640] of [y320].
We bevelen een Speed Class 6-geheugenkaart aan voor de opname van films wanneer [x1280]
geselecteerd is onder [Filmgrootte].
Het maximale aantal opeenvolgende opnamen dat kan worden genomen in de continue modus is 999.
Als het aantal resterende opnamen 1000 of meer is, wordt
"999" weergegeven op het beeldscherm.
Het maximale aantal opnamen voor M-Cont Plus (2M)/M-Cont Plus (10M) en Speed Cont zijn het
geschatte totale aantal opnamen dat kan worden opgenomen. Het maximale aantal opnamen dat
opeenvolgend in een keer kan worden opgenomen is 26 voor M-Cont Plus (2M) en 15 voor M-Cont
Plus (10M) en 120 voor Speed Cont.
Het maximale aantal opnamen voor de Continue golfswingmodus is het geschatte aantal opnamen
dat kan worden gemaakt. Voor de Continue golfswingmodus kunnen maximaal 26 fotos per opname
worden gemaakt.
Het maximale aantal opnamen voor Multi-trgt AF is het geschatte totale aantal opnamen dat kan
worden opgenomen. Er kunnen maximaal vijf opnamen worden gemaakt per keer. Wanneer het aantal
resterende opnamen 9.999 of meer is, wordt
"9999" weergegeven op het beeldscherm.
Het aantal resterende opnamen dat op het beeldscherm is weergegeven, kan verschillen van het
werkelijke aantal opnamen, afhankelijk van het onderwerp.
Film- en geluidsopnametijd en het maximum aantal foto-opnamen kan variëren en is afhankelijk
van de capaciteit van de opnamedoel (interne geheugenkaart of SD-geheugenkaart), de
opnameomstandigheden en het type en het fabrikaat van de SD-geheugenkaart.
Kies de beeldgrootte op basis van de manier waarop de opname zal worden gebruikt:
Beeldgrootte Beschrijving
j 4 : 3 F / j 4 : 3 N /
i 3 : 2 F / g 1 : 1 F /
g 16 : 9 F
• Voor het maken van grote afdrukken.
• Voor downloaden naar een PC voor bijsnijden en andere
bewerkingen.
e 4
: 3 F / c 4 : 3 F
• Voor het maken van afdrukken.
a 4
: 3 F
• Voor het schieten van een groot aantal opnamen.
z 4
: 3 F
• Voor het schieten van een groot aantal opnamen.
• Voor verzending per e-mail.
• Voor het posten op een website.
155
9
Bijlagen
Standaardinstellingen/ functies waarvan
de standaardwaarden worden hersteld wanneer de camera
wordt uitgeschakeld
Bij uitschakeling van de camera kunnen van sommige functies de
standaardwaarden worden hersteld. De tabel hieronder geeft aan of de
functie teruggaat naar de standaardwaarde als de camera wordt uitgezet.
: instelling wordt opgeslagen ×: instelling wordt gereset
Functie Standaardinstellingen
Opnamen
Uitbreiding dynamisch bereik
Auto
Opties zachte focus
Sterk
Kleurtoon
Bleach Bypas: Normaal
Kruisproces: Basis
Contrast
Hoog contrast ZW
Bleach Bypas: MAX
Kruisproces: Normaal
Vignetting
Bleach Bypas, Kruisproces: Max
Speelgoedcamera: Zwak
Speelgoedkleuren
Aan
Plus normale opname
Uit
Kwaliteit/afmeting foto
j 4
: 3 N
Dichtheid
Normaal
Grootte (Tekstmodus)
j 4
: 3
Focus
Meervoudige AF
Pre-AF
Uit
Belichtingsmeting
Meervoudig
Afbeeldingsinstellingen
Standaard
Opt. Zoom Superresolutie
Off
Ruisonderdrukking
Auto
Compensatie flitsbelichting
0.0
Auto groepering
Uit
Aangepaste zelfontspanner
Afbeeld.: 2 Afb.,
Interval: 5 Sec.
Intervalopname × 0 Sec.
Bewegingscorrectie
Aan
Langzame sluitertijd
Uit
Datum afdruk
Uit
Belichtingscompensatie
0.0
Witbalans
Multi-P AUTO
156
9
Bijlagen
: instelling wordt opgeslagen ×: instelling wordt gereset
Functie Standaardinstellingen
Opnamen
ISO-instelling
Auto
Maximale ISO voor ISO auto
AUTO 1600
Auto Aanpassing Lensopening
Uit
Auto Aanpassing Sluitertijd
Uit
Macro
Macro uit
Flash
Auto
Self-Timer × Zelfontsp. uit
Film
Filmgrootte
x 1280
Kortfilm
Uit
Beperk fluorescentieknipper
Uit
Weergave Volume Adjustment
Key Custom
Registreer mijn instellingen
Stel Fn-knop in
AF/Ond. volgen
ADJ-knopinstelling 1
Belichtingsc.
ADJ-knopinstelling 2
Witbalans
ADJ-knopinstelling 3
ISO
ADJ-knopinstelling 4
Kwaliteit
Setup
LCD-helderheid
Auto
Automatisch uitschakelen
5 minuten
Slaapstand
Uit
LCD auto dim
Aan
AF Modus
Normaal
Step Zoom
Off
AF hulplicht
Aan
Bedieningsgeluiden
Alles
Volume-instellingen
 (Medium)
LCD-bevestigingstijd
0,5 seconden
Digitale zoom afbeelding
Normaal
Niveau-instelling
Weergave
Zoom Assist Tonen
Aan
Weergave-opties raster
Functiegids
Aan
Opname info kaderweergave
Uit
Minimale afstand
Weergeven
Opties Weergavevolgorde
Opn.datum/tijd
Automatisch draaien
Aan
Weergave witverzadiging
Uit
Kaartvolgordenummer
Uit
USB-verbindingstype
Massa-opslag
157
9
Bijlagen
: instelling wordt opgeslagen ×: instelling wordt gereset
Functie Standaardinstellingen
Setup
Datuminstellingen
Language/N
*
1
Video-uit modus
*
1
HDMI-output
Auto
Firmwareversie bevestigen
Eye-Fi-verbindingsinstellingen
Aan
Eye-Fi-verbindingsweergave
*1 De standaard-instelling varieert afhankelijk van waar u de camera hebt gekocht.
158
9
Bijlagen
Uw camera in het buitenland gebruiken
Batterijlader (Model BJ-10)
De batterijlader kan worden gebruikt in regio's met een netstroom van 100-240 V, 50 Hz/60 Hz.
Wanneer u naar een land reist waar men een andere stopcontact/stekker gebruikt, raadpleeg dan uw
reisagent voor een adapter die geschikt is voor het stopcontact van het land waar u naar toe gaat.
Geen elektrische transformators gebruiken. Hierdoor zou de camera beschadigd kunnen worden.
Garantie
Deze camera is vervaardigd voor gebruik in het land waarin het toestel is gekocht. De garantie is alleen geldig
in het land waarin de camera is gekocht.
Als er storingen of defecten in het product optreden tijdens een verblijf in het buitenland, aanvaardt de
fabrikant geen verantwoordelijkheid voor de reparatie van het product ter plaatse of voor het vergoeden van
de hiervoor gemaakte kosten.
De beelden weergeven op een TV-toestel in een andere regio
U kunt de beelden weergeven op TV-toestellen (of monitoren) die zijn voorzien van een video-ingang.
Gebruik de AV-kabel die bij uw camera is geleverd.
Deze camera is geschikt voor zowel NTSC- als PAL-televisiesystemen. Stel de videoinstelling op de camera in
zodat deze overeenkomt met de televisie die u gebruikt.
Stel in het buitenland uw camera in op het plaatselijke videosysteem.
Aanwijzingen voor een veilig gebruik
Aanwijzingen voor een veilig gebruik
• Deze camera is vervaardigd voor gebruik in het land waarin het toestel is
gekocht. De garantie is alleen geldig in het land waarin de camera is gekocht.
Als er storingen of defecten in het product optreden tijdens een verblijf in het
buitenland, aanvaardt de fabrikant geen verantwoordelijkheid voor de reparatie
van het product ter plaatse of voor het vergoeden van de hiervoor gemaakte
kosten.
Laat de camera vooral niet laat vallen en behandel de camera voorzichtig.
• Let erop dat u de camera niet tegen andere voorwerpen aanstoot, wanneer u
het toestel draagt. Pas op dat u niet tegen de lens en het beeldscherm stoot.
• Wanneer u de flitser meerdere malen achter elkaar gebruikt, kan de flitsereenheid
warm worden. Gebruik de flitser dan niet vaker na elkaar dan nodig.
Raak de flitser niet aan en houd andere voorwerpen weg bij de flitser. U zou
anders brandwonden en brand kunnen veroorzaken.
Gebruik de flitser niet in de buurt van iemands ogen. Dit zou oogletsel kunnen
veroorzaken (vooral bij kinderen).
Voorkom ongevallen, gebruik de flitser niet dichtbij de bestuurder van een
voertuig.
159
9
Bijlagen
• De batterij kan warm worden wanneer de camera lange achtereen wordt
gebruikt. Wanneer u de batterij meteen na gebruik aanraakt, kunt u uw vingers
branden.
Wanneer het beeldscherm of -paneel wordt blootgesteld aan zonlicht, kan het
scherm vervagen en kan het moeilijk worden er beelden op te bekijken.
Het beeldscherm en –paneel kunnen pixels bevatten die gedeeltelijk niet of
helemaal niet continu oplichten. Ook kan als gevolg van de eigenschappen van
LCD’s de helderheid wisselend zijn. Dit zijn geen defecten.
• Druk niet met kracht op het oppervlak van het beeldscherm.
• Onder omstandigheden met sterke temperatuurschommelingen kan er
condens in de camera ontstaan, waardoor het glasoppervlak kan beslaan of de
camera storingen kan vertonen. Leg de camera in dat geval in een tas zodat
de temperatuurschommelingen zoveel mogelijk worden beperkt. Neem de
camera uit de tas wanneer de temperatuurverschillen in de atmosfeer tot vrij
normale waarden zijn gedaald. Verwijder bij condensvorming de batterij en
geheugenkaart, en wacht tot het vocht is opgedroogd alvorens de camera te
gebruiken.
Steek geen voorwerpen in de openingen van de microfoon of luidspreker van de
camera om beschadiging van de aansluitingen te voorkomen.
Laat de camera niet nat worden. Bedien de camera niet met natte handen. Dit
kan defecten of elektrische schokken veroorzaken.
Maak met de camera enkele proeffoto’s om de werking te controleren voordat
u belangrijke fotos met de camera maakt (bijvoorbeeld tijdens bruiloften of
vakanties). We raden u aan deze handleiding en een reservebatterij bij de hand
te houden.
Omstandigheden waarbij condensvorming zich snel kan voordoen: ---------------------
Wanneer de camera wordt verplaatst naar een omgeving met grote temperatuurwisselingen.
Op vochtige plaatsen.
In een kamer die pas is verwarmd of wanneer de camera direct wordt blootgesteld aan gekoelde lucht
uit een airconditioningssysteem of een dergelijk toestel.
160
9
Bijlagen
Onderhoud en opslag
Onderhouden
• Wanneer de lens verontreinigd wordt door vingerafdrukken, vuil, etc., kan de
kwaliteit van de foto’s achteruitgaan.
Wanneer er stof of vuil op de lens komt, raak dit dan niet direct aan met uw
vingers maar gebruik een blaaskwastje (verkrijgbaar in de winkel) om het stof
weg te blazen of een zachte doek om het weg te vegen. Let vooral goed op het
lenskapje.
Veeg de camera vooral heel voorzichtig schoon als u het toestel op het strand of
in de buurt van chemische producten hebt gebruikt.
Mocht het voorkomen dat uw camera niet goed werkt, neem dan contact op met
het reparatiecentrum van Ricoh.
Deze camera bevat hoogspanningscircuits. Dit is gevaarlijk, demonteer deze
camera onder geen enkele voorwaarde.
Zorg dat er geen vluchtige stoffen, zoals thinner, benzeen of
verdelgingsmiddelen, op uw camera komen. Deze stoffen kunnen de kwaliteit
van uw camera negatief beïnvloeden, de lak kan gaan bladderen, etc.
• Wrijf niet met ruwe voorwerpen tegen het beeldscherm, er kunnen snel krassen
ontstaan.
Maak het oppervlak van het beeldscherm schoon door het voorzichtig met een
zachte doek die een kleine hoeveelheid schermreiniger bevat (zonderr organische
oplosmiddelen), schoon te wrijven. Deze reiniger is in de winkel verkrijgbaar.
Gebruik en opslag
• Vermijd het gebruik of de opslag van uw camera op de volgende plaatsen omdat
dit de camera kan beschadigen.
-
Op plaatsen met hoge temperaturen en een hoge vochtigheidsgraad of op
plaatsen met grote schommelingen in de temperatuur of vochtigheidsgraad.
-
Plaatsen met veel stof, vuil of zand.
- Plaatsen waar de camera bloot kan komen te staan aan veel trillingen.
- Plaatsen waar het toestel gedurende lange tijd in direct contact komt met
vinyl- of rubberproducten of chemicaliën, waaronder mottenballen of andere
insectenbestrijdingsmiddelen.
-
Plaatsen met sterke magnetische velden (monitoren, transformator, magneet,
enz.).
Bewaar uw camera in een stofvrije zak, enz. om te vermijden dat stof en vuil
in contact komen met de camera. Vermijd ook de camera te dragen zonder
beschermhoes (in uw zak enz.) om de camera vrij te houden van stof of vezels.
• Verwijder de batterij als u de camera langere tijd niet gaat gebruiken.
Voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de onderhoud van uw camera
1. Zet vooral de camera uit.
2. Verwijder de batterijen voor u uw camera onderhoudt.
161
9
Bijlagen
Garantie en onderhoud
1. Voor dit product geldt een beperkte garantie. Tijdens de garantieperiode die in de Garantie wordt
genoemd die bij de camera wordt geleverd, worden defecte onderdelen gratis gerepareerd.
Neem contact op met de leverancier waar u de camera hebt gekocht of het reparatiecentrum van
Ricoh, wanneer de camera storingen vertoont. Houd er rekening mee dat u geen vergoeding zult
ontvangen voor de kosten die u hebt gemaakt voor het terugbrengen van de camera naar het
reparatiecentrum van Ricoh.
2
. Deze garantie is niet van toepassing bij schade:
1
wanneer de instructies in het instructieboekje niet worden opgevolgd;
2
wanneer reparaties, aanpassingen of revisies niet door een bevoegd servicecentrum vermeld in
het instructieboekje worden uitgevoerd;
3
brand, natuurramp, bliksem, abnormale netspanning, enz.;
4
onjuiste opslag (zie de "Gebruikershandleiding voor de camera"), schimmel of onvoldoende
zorg voor de camera.
5
onderdompeling in water (overstroming), blootstelling aan alcohol of andere dranken,
binnendringen van zand of modder, fysieke schokken of val van de camera, of druk op de
camera en andere onnatuurlijke oorzaken.
3
. Als de garantieperiode is verstreken, komen alle reparatiekosten voor uw rekening, inclusief de
kosten bij een bevoegd servicecentrum.
4
. Alle reparatiekosten zijn voor uw rekening, zelfs binnen de garantieperiode, als de garantiekaart
niet is bijgevoegd of als de naam van de verkoper of de aankoopdatum werden veranderd of niet
zijn vermeld op de kaart.
5
. Kosten voor revisie of grondige inspectie op speciaal verzoek van de klant worden aan de klant in
rekening gebracht, ongeacht of deze kosten in de garantieperiode zijn gemaakt of niet.
6
. Deze garantie is alleen van toepassing op de camera en niet op accessoires, zoals het tasje en de
riem, en ook niet op de batterij of andere geleverde gebruiksgoederen.
7
. Eventuele gevolgschaden die voorkomen uit het niet goed functioneren van de camera, zoals
onkosten bij het nemen van foto’s of verlies van verwachte winst, worden niet vergoed, ongeacht
of deze zich tijdens de garantieperiode hebben voorgedaan of niet.
8
. De garantie is alleen geldig in het land waarin de camera is gekocht.
* De bovenvermelde bepalingen zijn van toepassing op reparaties die gratis worden aangeboden
en beperken uw juridische rechten niet.
* H
et doel van de bovenvermelde bepalingen wordt ook beschreven op de garantiekaart die bij
de camera wordt geleverd.
9
. Onderdelen die van essentieel belang zijn voor onderhoud van de camera (dus onderdelen
die nodig zijn om de functies en kwaliteit van de camera te behouden) blijven vijf jaar nadat de
productie van de camera is gestopt, beschikbaar.
1
0. N.B. als de camera ernstig beschadigd is door overstroming, onderdompeling, binnendringen
van zand of modder, hevige schokken of een val, kan de camera mogelijk niet meer worden
gerepareerd en kan herstel van de camera in de oorspronkelijke staat onmogelijk blijken te zijn.
Opmerking --------------------------------------------------------------------------------------------
Controleer de batterij voordat u de camera ter reparatie instuurt en lees het instructieboekje opnieuw
zodat u de camera op de juiste manier gebruikt.
Sommige reparaties vragen een aanzienlijke hoeveelheid tijd.
Wanneer u de camera naar een servicecentrum stuurt, voeg dan een briefje bij waarop het defecte
onderdeel en het probleem zo precies mogelijk worden beschreven.
Verwijder alle accessoires die geen betrekking op het probleem voordat u de camera naar het
servicecentrum stuurt.
Deze garantie is niet van toepassing op gegevens op een SD-geheugenkaart of in het interne geheugen.
162
9
Bijlagen
INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
USA FCC Part 15 Class B
This equipment has been tested and found to comply with the limits for a Class B
digital device, pursuant to part 15 of the FCC Rules. These limits are designed to provide
reasonable protection against harmful interference in a residential installation. This
equipment generates, uses and can radiate radio frequency energy and if not installed
and used in accordance with the instructions, may cause harmful interference to radio
communications. However, there is no guarantee that interference will not occur in
a particular installation. If this equipment does cause harmful interference to radio or
television reception, which can be determined by turning the equipment off and on,
the user is encouraged to try to correct the interference by one or more of the following
measures:
• Reorient or relocate the receiving antenna.
• Increase the separation between the equipment and receiver.
• Connect the equipment into an outlet on a circuit different from that to which the
receiver is connected.
• Consult the dealer or an experienced radio/TV technician for help. (FCC 15.105B)
Changes or modifications not expressly approved by the party responsible for compliance
could void the user's authority to operate the equipment. (FCC 15.21)
Properly shielded and grounded cables and connectors must be used for connections to
host computer in order to comply with FCC emission limits. (FCC 15.27)
An AC adapter with a ferrite core must be used for RF interference suppression.
COMPLIANCE INFORMATION STATEMENT
Product Name: DIGITAL CAMERA
Model Number: CX6
This device complies with Part 15 of the FCC Rules.
Operation is subject to the following two conditions:
(1) This device may not cause harmful interference, and
(2) This device must accept any interference received, including interference that may
cause undesired operation.
RICOH AMERICAS CORPORATION
5 Dedrick Place, West Caldwell NJ, 07006 Tel.: 1-800-225-1899
Note to Users in Canada
Note: This Class B digital apparatus complies with Canadian ICES-003
Remarque Concernant les Utilisateurs au Canada
Avertissement : Cet appareil numerique de la classe B est conforme a la norme NMB-003
du Canada
IMPORTANT SAFETY INSTRUCTIONS-SAVE THESE INSTRUCTIONS
DANGER-TO REDUCE THE RISK OF FIRE OR ELECTRIC SHOCK, CAREFULLY FOLLOW THESE
INSTRUCTIONS.
163
Index
A
Aan/Uit-knop ..............................................15, 25
Aangepaste zelfontspanner .......................70
ADJ./OK-knop ..................................14, 16, 108
ADJ-knopinstelling ............................106, 108
Adobe Reader ..................................................131
AE/AF-doelverschuiving ...........................108
AE-blokkering ..................................................112
AF Continuopname ........................................60
AF Modus ...........................................................116
Afbeeldingsinstellingen ...............................69
AF-hulplampje ......................................... 15, 116
AF-venster .............................................................15
Aperture Priority Mode .................................64
Auto Aanpassing Lensopening ...............73
Auto Aanpassing Sluitertijd........................73
Auto groepering........................................70, 76
Auto scene modus (S-AUTO) .............13, 35
Automatisch draaien ...................................118
Automatisch uitschakelen ...............25, 115
Automatische opname modus........13, 27
AV-kabel...............................................................103
B
Batterij ..............................................................21, 22
Batterijlader ..................................................12, 21
Bedieningsgeluiden ..................................... 116
Beelden uit MP-bestand exp. .........88, 101
Beeldscherm ................................................16, 17
Belichtingscompensatie .......................72, 78
Belichtingsmeting ............................................69
Beperk fluorescentieknipper .....................84
Beschermen .................................................87, 97
Bestand terughalen .........................................88
Bewegingscorrectie ........................................71
Bewegingsonscherpte ..................................29
Bijsnijden ........................................................87, 91
Bleach Bypass ......................................................55
C
Color Bracket (CL-BKT) ...................................77
Compensatie flitsbelichting .......................70
Continue golfswingmodus ........................51
Continue modus .......................................13, 60
Contrast ..................................................................67
Creatieve opname modus ..................13, 55
D
Datum afdruk ......................................................72
Datuminstellingen ................................25, 119
Deelfilm ..........................................................85, 88
Diavoorstelling ...................................................88
Dichtheid ...............................................................68
Digitale zoom ...........................................31, 121
Digitale zoom afbeelding .......31, 117, 121
Discrete modus ..................................................50
DISP. Knop .....................................................16, 42
DL-10 .....................................................................127
DPOF ................................................................88, 98
Dynamisch bereik stand Dubbele
Opname ....................................................55, 57
E
Eye-Fi .....................................................................120
Eye-Fi-kaarten .....................................................24
F
Fabrieksinstellingen herstellen .................72
Film ............................................................................81
Filmgrootte ...........................................................84
Firmwareversie controleren .................... 120
Flitser ........................................................ 15, 16, 32
Fn (Function) knop ...............................16, 110
Focus ................................................................68, 74
Formatteren [Intern geheugen] ...........115
Formatteren [Kaart] ......................................115
Foutmeldingen ...............................................138
Functiegids ........................................................117
G
Gemeenschappelijke aansluiting
voor USB-poort/
AV-output.............. 16, 103, 122, 128, 135
Gerecht ...................................................................51
Grootte ....................................................................68
Grootte aanpassen ..........................................87
H
Handmatig scherpstellen (MF).................75
HDMI-output ....................................................120
HDPI-micro-outputaansluiting
(Type D) .............................................................16
Histogramweergave .......................................47
Hoog contrast ZW ............................................55
Huisdieren .............................................................51
I
In- en uitschakelen ..........................................25
164
Instelling vlagfunctie ..............................87, 89
Intern geheugen ............................................153
Intervalopname .................................................71
ISO-instelling ...............................................72, 80
K
Kaartvolgordenummer ..............................119
Kalenderweergave ...........................................37
Keuzeknop ....................................................13, 15
Key Custom Menu ........................................105
Klepje voor batterij/kaart .....................16, 22
Kleurtoon ...............................................................67
Knop film .......................................................16, 81
Knop Weergeven ...................... 16, 25, 36, 86
Kortfilm ...................................................................84
Kruisproces ...........................................................55
Kwaliteit/afmeting foto .................................68
L
Landschap .............................................................50
Langzame sluitertijd .......................................72
LCD auto dim ...................................................116
LCD-bevestigingstijd ...................................117
LCD-helderheid...............................................115
Lens ...........................................................................15
Lensdop ..................................................................15
Luidspreker ...........................................................16
M
Macro doel ......................................................... 111
Macro ...............................................................16, 31
Maximale ISO voor ISO auto ......................72
M-CONT Plus (10M) .................................60, 62
M-Cont Plus (2M) ......................................60, 63
MediaBrowser ..................................................127
Meerv. opname ’s nachts .............................51
Menu Opname ...................................................66
Menu Setup ......................................................114
Menu Weergave ................................................86
MENU-knop .............16, 66, 83, 86, 105, 114
Microfoon ..............................................................15
Mijn instellingen modus (MY) .......13, 106
Miniaturisatie ...............................................55, 58
Miniatuurweergave .........................................36
Minimale afstand ........................................... 118
MP-bestand ..........................................................99
Multi-trgt AF.........................................................74
N
Nacht. Port ............................................................50
Nacht ........................................................................35
Niveaucompensatie ................................87, 94
Niveau-instelling .................................... 45, 117
O
Onderwerp volgen AF ...................................74
Onmidd. Afdrukk ............................................122
Ontspanknop ..............................................15, 27
Oplaadbare batterij .................................21, 22
Opname info kaderweergave ................117
Opt. Zoom Superresolutie ..........................70
Opties Weergavevolgorde .......................118
Opties zachte focus .........................................67
P
PictBridge ...........................................................122
Plus normale opname ...........................59, 67
Polsriem ..................................................................12
Pre-AF.......................................................................69
R
Rasterpunt wijzigen ........................................88
Registreer mijn instellingen ........ 106, 121
Ruisonderdrukking ..........................................70
S
Scene modus (SCENE) ...........................13, 50
Scheefheidscorrectie ..............................52, 54
Scheefheidscorrectie ..............................87, 96
Scherpstelling Bracket (FOCUS-BKT) ....77
Schroefgat voor statief ..................................16
SD-geheugenkaart ......................22, 23, 153
Shutter priority mode ....................................65
Slaapstand..........................................................115
Slideshow Flagfunctie ...................................87
Speed Cont (High) ...................................60, 63
Speed Cont (Low) .....................................60, 63
Speelgoedcamera ............................................55
Speelgoedkleuren ............................................67
Sport .........................................................................51
Staand ......................................................................50
Stand Synchro-Monitor ................................42
Stap zoom ..........................................................116
Stel Fn-knop in .....................................106, 110
T
Taal (Language/N) ................................119
Tekstmodus ..........................................................52
165
U
Uitbreiding dynamisch bereik ..........57, 67
USB-kabel ......................................122, 128, 135
USB-verbindingstype ..................................119
V
Van kaart naar intern geheugen
kopiëren ............................................................88
Vergrote weergave ..........................................38
Video-uit modus ............................................119
Vignettering .........................................................67
VM-1 .......................................................................136
Volgorde Flagfunctie ..............................87, 90
Volume-instellingen ....................................116
Vuurwerk ................................................................51
W
Waterpasindicator ............................................45
Weergave accenten witverzadiging .....44
Weergave raster .................................................42
Weergave vlagfunctie ....................................87
Weergave witverzadiging ................ 44, 118
Weergave-opties raster ..............................117
Weergavestand ..........................................25, 36
Wisknop ..........................................................16, 39
Wissen......................................................................39
Witbalans .......................................................72, 79
Witbalans-bracketing (WB-BKT) ..............76
Witbalanscompensatie .........................87, 95
Z
Zachte focus ........................................................55
Zelfontspanner ...........................................16, 34
Zelfontspannerlamp .......................................15
Zoom Assist Tonen .......................................117
Zoom macro ........................................................51
Zoom met superresolutie ...........................30
Zoom ........................................................................30
Zoomhendel ........................................15, 30, 36
166
167
168
Telefoonnummers voor ondersteuning in Europa
UK (from within the UK) 0203 026 2290
(from outside the UK) +44 203 026 2290
Deutschland (innerhalb Deutschlands) 06331 268 438
(außerhalb Deutschlands) +49 6331 268 438
France (à partir de la France) 0800 88 18 70
(en dehors de la France) +33 1 60 60 19 94
Italia (dall'Italia) 02 4032 6427
(dall'estero) +39 02 4032 6427
España (desde España) 911 230396
(desde fuera de España) +34 911 230396
Belgique (en dehors de la Belgique) +32 2 8088300 (Français)
(van buiten België) +32 505 51082 (Vlaams)
Nederland (van buiten Nederland) +31 208081108
http://www.service.ricohpmmc.com/
PHOTO STYLE website voor gebruikers van digitale Ricoh-cameras
PHOTO STYLE biedt nuttige informatie voor het maken van fotos en maakt
fotografie nog leuker voor gebruikers van digitale Ricoh-camera’s.
Basiskennis
Eenvoudige toelichtingen over de mechanismen en functies van digitale camera’s
Fototechniek
Nuttige fotografietechnieken, geordend op onderwerp
Fotografengalerie
Foto’s gemaakt door professionele fotografen
Fotowedstrijd
Een collectie van schitterende foto’s, verzameld uit de hele wereld
Ga naar de volgende URL
http://www.ricoh.com/r_dc/photostyle/
*L763 0883A*
Van milieuvriendelijk produceren tot milieubehoud en milieubeheer
Ricoh stelt alles in het werk om milieuvriendelijke activiteiten
en activiteiten op het gebied van milieubehoud te promoten en
het behoud en het beheer van ons kostbare milieu zijn zaken
die Ricoh hoog in het vaandel draagt.
Ricoh streeft ernaar digitale cameras minder milieubelastend
te maken door energie te besparen dankzij een lager stroomverbruik en door minder milieubelastende stoffen in de producten te
gebruiken.
Als er zich problemen voordoen
Raadpleeg eerst "Problemen verhelpen" (GP. 138) in deze handleiding. Wanneer het probleem aanhoudt, neem dan contact op
met een Ricoh-vestiging.
Vestigingen van Ricoh
RICOH COMPANY, LTD. 3-2-3, Shin-Yokohama Kouhoku-ku, Yokohama City, Kanagawa 222-8530, JAPAN
http://www.ricoh.com/r_dc/
RICOH AMERICAS
CORPORATION
5 Dedrick Place, West Caldwell, New Jersey 07006, U.S.A.
1-800-22RICOH
http://www.ricoh-usa.com/
RICOH INTERNATIONAL B.V.
(EPMMC)
Oberrather Straße 6, D-40472 Düsseldorf, GERMANY
(innerhalb D
eutschlands) 06331 268 438
(außerhalb Deutschlands) +49 6331 268 438
http://www.ricoh.com/r_dc/
RICOH ASIA PACIFIC
OPERATIONS LIMITED
21/F, One Kowloon, 1 Wang Yuen Street, Kowloon Bay, Hong Kong
Over MediaBrowser
Noord-Amerika (V.S.) (Kosteloos) +1-800-458-4029
Europa VK, Duitsland, Frankrijk en Spanje: (Kosteloos) +800-1532-4865
Andere landen: +44-1489-564-764
Azië +63-2-438-0090
China +86-21-5385-3786
Openingstijden: 09:00 uur tot 17:00 uur
Ricoh Company, Ltd.
Ricoh Building, 8-13-1, Ginza, Chuo-ku, Tokyo
104-8222, Japan
September 2011
Gedrukt in Nederland
143


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Ricoh CX6 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Ricoh CX6 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 7,01 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Ricoh CX6

Ricoh CX6 User Manual - English - 172 pages

Ricoh CX6 User Manual - German - 172 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info