465922
7
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/102
Next page
Gebruiksaanwijzing
Lees deze handleiding aandachtig door voor u dit product in gebruik neemt en bewaar deze op een handige plaats voor latere naslag Neem
vóór gebruik de veiligheidsinformatie in deze handleiding goed door. Hierin wordt beschreven hoe u het apparaat op een veilige en correcte
manier gebruikt.
Aan de slag
Originelen plaatsen
Kopiëren
Gebruikersinstellingen
Problemen oplossen
Andere functies
Opmerkingen
Beveiliging
Specificaties
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Inleiding
Deze handleiding bevat gedetailleerde aanwijzingen en opmerkingen over de bediening en het gebruik
van het apparaat. Lees deze handleiding voor uw eigen veiligheid en gemak zorgvuldig door vóór u het
apparaat in gebruik neemt. Houd de handleiding bij de hand als naslagwerk.
Belangrijk
De inhoud van deze handleiding kan zonder kennisgeving worden veranderd. De fabrikant aanvaardt
geen aansprakelijkheid voor directe, indirecte, bijzondere, toevallige of gevolgschade tengevolge van
de behandeling of het gebruik van het apparaat.
Opmerkingen:
Sommige illustraties wijken mogelijk iets af van hetgeen u op uw apparaat ziet.
Sommige opties zijn niet in alle landen leverbaar. Neem voor details hierover contact op met uw plaat-
selijke leverancier.
Laser en veiligheid:
Dit apparaat wordt beschouwd als een klasse 1 laserapparaat, veilig voor gebruik op kantoor/EDP. Het
apparaat bevat een GaAIAs-laserdiode met een vermogen van 5 milliwatt en een golflengte van 760-
800 nanometer. Direct oogcontact (of indirect door weerkaatsing) met de laserstraal kan ernstig oog-
letsel veroorzaken. Veiligheidsmaatregelen en vergrendelingsmechanismen zijn ontworpen om te
voorkomen dat de gebruiker wordt blootgesteld aan de laserstraal.
Het volgende etiket is bevestigd aan de achterzijde van het apparaat.
Let op:
Het gebruik van regelaars of afstellingen of procedures die niet in deze handleiding worden vermeld,
kan resulteren in blootstelling aan gevaarlijke straling.
Deze gebruiksaanwijzing voorziet in twee maatsystemen. Gebruik de metrische maten voor dit appa-
raat.
Voor een goede kwaliteit bij het kopiëren wordt u door de leverancier aangeraden de originele toner
van de leverancier te gebruiken.
De leverancier is niet aansprakelijk voor schade of onkosten die ontstaan doordat u onderdelen van
andere leveranciers hebt gebruikt in uw apparaat.
Stroombron
220 - 240V, 50/60Hz, 7A of meer
Zorg ervoor dat de stekker van het netsnoer met een als hierboven omschreven stroombron is verbon-
den. Voor details over de stroombron, zie Pag.75 “Stroomvoorziening”.
i
INHOUDSOPGAVE
Auteursrechten en handelsmerken......................................................................1
Handelsmerken .......................................................................................................... 1
Mededeling .............................................................................................................2
Gebruik van deze handleiding..............................................................................3
Veiligheidsinformatie............................................................................................. 4
Veiligheid tijdens het gebruik .....................................................................................4
Plaats van de etiketten RWAARSCHUWING en RVOORZICHTIG ...................7
Het programma ENERGY STAR ........................................................................... 8
1. Aan de slag
Handleiding met beschrijving van de onderdelen............................................11
Opties....................................................................................................................13
Externe opties .......................................................................................................... 13
Bedieningspaneel ................................................................................................14
Display .....................................................................................................................16
Het display aflezen en de toetsen gebruiken ...........................................................17
De spanning inschakelen....................................................................................18
De hoofdschakelaar inschakelen .............................................................................18
De spanning inschakelen .........................................................................................18
De spanning uitschakelen ........................................................................................19
De hoofdschakelaar uitschakelen ............................................................................19
Energiebesparing .....................................................................................................19
2. Originelen plaatsen
Originelen .............................................................................................................21
Formaten en gewichten van aanbevolen originelen.................................................21
Ontbrekende delen...................................................................................................22
Originelen plaatsen.............................................................................................. 23
Richting origineel......................................................................................................23
Plaatsen van originelen op de glasplaat ..................................................................24
Originelen plaatsen in de ADF .................................................................................24
3. Kopiëren
Basisprocedure....................................................................................................29
Kopiëren via de handinvoer................................................................................30
Kopieerapparaatfuncties.....................................................................................34
De belichting aanpassen..........................................................................................34
Kiezen van de instelling van het origineeltype .........................................................34
Kiezen van het kopieerpapier...................................................................................34
Voorinstelling verkleinen/vergroten ..........................................................................35
In-/uitzoomen ..........................................................................................................35
Sorteren .................................................................................................................36
Het aantal sets wijzigen ...........................................................................................37
ii
4. Gebruikersinstellingen
Menu Gebruikersinstellingen (Systeeminstellingen) .......................................39
Menu Gebruikersinstellingen (Kopieerinstellingen).........................................41
Gebruikersinstellingen openen ..........................................................................42
Instellingen wijzigen .................................................................................................42
Gebruikersinstellingen verlaten................................................................................43
Instellingen die u met Gebruikersinstellingen kunt wijzigen...........................44
Systeeminstellingen ................................................................................................44
Kopieerfuncties .......................................................................................................48
Gebruikerscode...................................................................................................51
Een nieuwe gebruikerscode registreren...................................................................51
Een gebruikerscode veranderen ..............................................................................52
Een gebruikerscode verwijderen.............................................................................. 52
De teller weergeven voor elke gebruikerscode ........................................................53
De teller afdrukken voor elke gebruikerscode..........................................................54
De teller op nul zetten ..............................................................................................54
5. Problemen oplossen
Het apparaat doet niet wat u wilt........................................................................55
Als u geen duidelijke afdrukken kunt maken ....................................................57
Als u de kopieën niet kunt maken zoals u wilt..................................................59
Wanneer het geheugen vol is ..................................................................................59
B Papier plaatsen ...............................................................................................60
Papier plaatsen ........................................................................................................60
Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier .......................................................61
D Toner toevoegen .............................................................................................62
Hanteren van toner ..................................................................................................62
Toner opslaan ..........................................................................................................62
Gebruikte toner ........................................................................................................62
Toner verwijderen ................................................................................................63
Tonerfles plaatsen ...............................................................................................64
x Papierstoringen oplossen..............................................................................65
Het papierformaat veranderen............................................................................67
Het papierformaat in de papierlade wijzigen ............................................................67
6. Andere functies
Andere functies....................................................................................................71
De teller voor Totaal weergegeven ..........................................................................71
De taal wijzigen ........................................................................................................71
iii
7. Opmerkingen
Waar u moet aan denken.....................................................................................73
Waar het apparaat plaatsen? ..............................................................................74
Omgeving van het apparaat..................................................................................... 74
Verplaatsen ..............................................................................................................74
Stroomvoorziening ...................................................................................................75
Toegang tot het apparaat.........................................................................................76
Onderhoud van uw apparaat ..............................................................................77
De glasplaat reinigen ...............................................................................................77
De afdekklep van de glasplaat reinigen ...................................................................77
De ADF reinigen.......................................................................................................77
8. Beveiliging
Beveiliging............................................................................................................79
Primaire beveiligingsfuncties....................................................................................79
Bedrijfsomgeving en aantekeningen .................................................................80
Bedrijfsomgeving......................................................................................................80
Voor de beheerder ...................................................................................................80
9. Specificaties
Hoofdeenheid.......................................................................................................81
Opties....................................................................................................................84
Deksel van de glasplaat ........................................................................................... 84
Automatische documentinvoer (ADF) ......................................................................84
Combinatieschema..............................................................................................85
Aanvullende informatie .......................................................................................86
Kopieerpapier.......................................................................................................88
Aanbevolen papierformaten en -soorten.................................................................. 88
Onbruikbaar papier ..................................................................................................90
Papier bewaren ........................................................................................................91
INDEX......................................................................................................... 92
iv
1
Auteursrechten en handelsmerken
Handelsmerken
Microsoft
®
, Windows
®
en Windows NT
®
zijn geregistreerde handelsmerken
van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Acrobat
®
is een gedeponeerd handelsmerk van Adobe Systems Incorporated.
Bluetooth™ is een handelsmerk van Bluetooth SIG, Inc. (Special Interest Group)
en wordt door RICOH Company Limited gebruikt onder licentie.
Copyright ©2001 Bluetooth SIG, Inc.
De Bluetooth-handelsmerken zijn eigendom van Bluetooth SIG, Inc. USA.
Andere in deze handleiding gebruikte productnamen zijn allleen voor identifi-
catiedoeleinden bedoeld en kunnen eventueel handelsmerken zijn van de res-
pectieve fabrikanten. Wij doen afstand van alle rechten op deze merken.
De volledige namen voor de Windows besturingssystemen zijn als volgt:
De productnaam van Windows
®
95 is Microsoft
®
Windows
®
95
De productnaam van Windows
®
98 is Microsoft
®
Windows
®
98
De productnaam van Windows
®
Me is Microsoft
®
Windows
®
Millennium
Edition (Windows Me)
De productnamen van Windows
®
2000 zijn als volgt:
Microsoft
®
Windows
®
2000 Professional
Microsoft
®
Windows
®
2000 Server
Microsoft
®
Windows
®
2000 Advanced Server
De productnamen van Windows
®
XP zijn als volgt:
Microsoft
®
Windows
®
XP Home Edition
Microsoft
®
Windows
®
XP Professional
De productnamen van Windows Server™ 2003 zijn als volgt:
Microsoft
®
Windows Server™ 2003 Standard Edition
Microsoft
®
Windows Server™ 2003 Enterprise Edition
Microsoft
®
Windows Server™ 2003 Web Edition
De productnamen van Windows NT
®
4.0 zijn als volgt:
Microsoft
®
Windows NT
®
Workstation 4.0
Microsoft
®
Windows NT
®
Server 4.0
2
Mededeling
Belangrijk
Maak geen kopieën of afdrukken van documenten waarvoor een wettelijk re-
productieverbod geldt.
Over het algemeen is het bij wet verboden de volgende documenten te kopiëren
of af te drukken:
bankbiljetten, belastingzegels, obligaties, aandelencertificaten, wissels, cheques,
paspoorten en rijbewijzen.
Het bovenstaande overzicht dient alleen als voorbeeld en is zeker niet allesom-
vattend. Wij zijn niet verantwoordelijk voor de volledigheid of nauwkeurigheid
van dit overzicht. Als u vragen heeft over de legitimiteit van het kopiëren of af-
drukken van bepaalde documenten, moet u deze voorleggen aan uw juridisch
adviseur.
3
Gebruik van deze handleiding
Symbolen
De volgende symbolen worden gebruikt in deze handleiding.
R
WAARSCHUWING:
Dit symbool geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die zou kunnen leiden
tot een dodelijk ongeluk of zware verwondingen als het apparaat verkeerd
wordt gebruikt en wanneer de bij dit symbool beschreven instructies niet wor-
den opgevolgd. Lees alle instructies die staan vermeld in de sectie Veiligheids-
informatie.
R
VOORZICHTIG:
Dit symbool geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die zou kunnen leiden
tot lichte verwondingen of materiële schade zonder lichamelijk letsel als het ap-
paraat verkeerd wordt gebruikt en wanneer de bij dit symbool beschreven in-
structies niet worden opgevolgd. Lees alle instructies die staan vermeld in de
sectie Veiligheidsinformatie.
* De bovenstaande opmerkingen zijn voor uw eigen veiligheid.
Belangrijk
Als deze instructie niet wordt opgevolgd, kan papier foutief worden ingevoerd,
kunnen originelen worden beschadigd of gegevens verloren gaan. Zorg ervoor
dit te lezen.
Voorbereiding
Dit symbool geeft de informatie of voorbereidingen aan die nodig zijn vooraf-
gaand aan de bediening.
Opmerking
Dit symbool geeft aan welke voorzorgsmaatregelen u moet nemen, of wat u
moet doen na een abnormale werking.
Beperking
Dit symbool geeft numerieke beperkingen aan of combinaties van functies die
niet kunnen worden gebruikt, of situaties waarin een bepaalde functie niet kan
worden gebruikt.
Verwijzing
Dit symbool geeft een verwijzing aan.
[]
Toetsen die op het display van het apparaat verschijnen.
{}
Toetsen op het bedieningspaneel van het apparaat.
4
Veiligheidsinformatie
Neem steeds de onderstaande veiligheidsmaatregelen in acht wanneer u dit ap-
paraat gebruikt.
Veiligheid tijdens het gebruik
In deze handleiding worden de volgende belangrijke symbolen gebruikt:
R
WAARSCHUWING:
Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die, indien de instruc-
ties niet worden gevolgd, zou kunnen leiden tot een dodelijk on-
geluk of zware verwondingen.
R
VOORZICHTIG:
Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die, indien de instructies
niet worden gevolgd, zou kunnen leiden tot lichte verwondingen of ma-
teriële schade.
5
R WAARSCHUWING:
Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact (trek aan de stek-
ker, niet aan het snoer) indien het netsnoer of de stekker gerafeld of
anderszins beschadigd is.
Verwijder geen andere afdekkingen of schroeven dan aangegeven in
deze handleiding om een gevaarlijke elektrische schok of blootstelling
aan laserstraling te vermijden.
Schakel de spanning uit en trek de stekker van het netsnoer uit het
stopcontact (trek aan de stekker, niet aan het snoer) indien een van de
volgende situaties zich voordoet:
U hebt iets in het apparaat gemorst.
U vermoedt dat onderhoud of reparatie van uw apparaat nodig is.
De behuizing van uw apparaat is beschadigd.
Gemorste of gebruikte toner mag niet worden verbrand. Het tonerstof
kan vlam vatten wanneer het wordt blootgesteld aan een open vlam.
Voor de afvoer van toner kunt u terecht bij één van onze officiële leve-
ranciers.
Doe gebruikte tonerflessen weg in overeenstemming met de lokale mi-
lieuwetgeving.
De stroombron waarop dit apparaat wordt aangesloten, moet voldoen
aan de vereisten die staan vermeld op de binnenzijde van de omslag
van deze handleiding. Sluit het netsnoer rechtstreeks aan op het stop-
contact. Gebruik geen verlengsnoer.
Beschadig, breek of wijzig het netsnoer niet. Plaats er geen zware
voorwerpen op. Trek niet te hard aan het snoer en buig het niet meer
dan nodig. Dit kan een elektrische schok of brand veroorzaken.
6
R VOORZICHTIG:
Bescherm het apparaat tegen vocht en natte weersomstandigheden, zoals
regen en sneeuw.
Trek de stekker van het netsnoer uit het stopcontact voordat u het apparaat
verplaatst. Let tijdens het verplaatsen van het apparaat op dat het netsnoer
niet onder het apparaat terechtkomt en beschadigd wordt.
Trek steeds aan de stekker wanneer u het netsnoer uit het stopcontact haalt
(trek niet aan het snoer).
Wees voorzichtig dat er geen paperclips, nietjes of andere kleine metalen
voorwerpen in het apparaat vallen.
Houd (gebruikte of ongebruikte) toner en tonerflessen buiten het bereik van
kinderen.
Uit respect voor het milieu mag u het apparaat of gebruikte verbruiksproduc-
ten niet wegdoen als huishoudelijk afval. Voor de afvoer hiervan kunt u te-
recht bij een officiële leverancier.
De binnenkant van het apparaat kan erg heet worden. Raak geen onderde-
len aan die voorzien zijn van een etiket met het opschrift “heet oppervlak”.
Dit kan leiden tot verwondingen.
Bescherm het apparaat tegen vocht en stof. Anders bestaat er gevaar voor
brand of een elektrische schok.
Plaats het apparaat niet op een onstabiel of schuin oppervlak. Als het appa-
raat omvalt, kan dit leiden tot verwondingen.
Trek alle vier de handgrepen volledig uit voordat u het apparaat verplaatst.
Anders bestaat er gevaar voor verwondingen. Zet de vier handgrepen terug
in hun oorspronkelijke stand nadat het apparaat is verplaatst.
Wanneer de optionele papierlade-eenheid is geïnstalleerd, mag u het bo-
venste deel van de hoofdeenheid niet in horizontale richting duwen. Als de
papierlade-eenheid loskomt van de hoofdeenheid, kan dit leiden tot verwon-
dingen.
Als u het apparaat in een besloten ruimte gebruikt, moet u ervoor zorgen dat
er een voortdurende circulatie van lucht is.
Houd het apparaat uit de buurt van ontvlambare vloeistoffen, gassen en
aërosolen. Anders bestaat er gevaar voor brand of een elektrische schok.
7
Plaats van de etiketten
RWAARSCHUWING en RVOORZICHTIG
Dit apparaat is voorzien van etiketten met de opschriften RWAARSCHUWING
en RVOORZICHTIG op de hieronder getoonde plaatsen. Met het oog op uw
veiligheid dient u de instructies te volgen en het apparaat te hanteren zoals
wordt aangegeven.
APH002S
8
Het programma ENERGY STAR
Energiespaarstand
Één minuut na het voltooien van de laatste kopie verlaagt dit product auto-
matisch zijn stroomverbruik. Als u kopieën wilt maken, moet u eerst op de
bedrijfsschakelaar drukken.
Zie Pag.45 “Timer Energiespaarstand” voor details over hoe u het interval
tussen de laatste opdracht en de Energiespaarstand kunt veranderen.
•Uit-stand
Één minuut na het voltooien van de laatste kopieertaak schakelt dit product
automatisch uit, om energie te besparen. In deze handleiding wordt de Uit-
stand de Automatisch uit-stand genoemd.
Zie Pag.45 “Automatische timer” voor details over hoe u het interval tussen
de laatste opdracht en de Automatische uit-stand kunt veranderen.
Opmerking
Als u dit product wilt bedienen terwijl één van deze standen actief is, volg
dan één van de onderstaande stappen:
Schakel de bedrijfsschakelaar in.
Plaats de originelen in de ADF (automatische documentinvoer).
Open het deksel van de glasplaat of ADF.
Specificaties
Als partner in ENERGY STAR hebben wij vastgesteld
dat dit model voldoet aan de richtlijnen van ENERGY
STAR voor energiezuinigheid.
De richtlijnen van ENERGY STAR zijn opgesteld om een internationaal systeem voor energie-
besparing op te zetten voor het ontwikkelen en introduceren van energiezuinige kantoorappa-
ratuur met het oog op milieuaspecten zoals het broeikaseffect.
Wanneer een product voldoet aan de richtlijnen van ENERGY STAR voor energiezuinigheid,
plaatst de partner het beeldmerk van ENERGY STAR op het model.
Dit product is ontworpen om het effect van kantoorapparatuur op het milieu te verminderen
met energiezuinige eigenschappen zoals de energiespaarstand.
Uit-stand Stroomverbruik minder dan 1 W
Standaardinterval 1 minuut
Hersteltijd Minder dan 10 seconden
9
Kringlooppapier
In overeenstemming met het ENERGY STAR-programma is het aan te raden om
kringlooppapier te gebruiken. Dat is beter voor het milieu. Vraag bij de verkoper
na welk papier u het beste kunt gebruiken.
10
11
1. Aan de slag
Handleiding met beschrijving van de
onderdelen
1. Deksel van glasplaat (optioneel)
of ADF (optioneel).
Zie Pag.13 “Externe opties
(In de afbeelding wordt de ADF ge-
toond).
2. Glasplaat
Plaats originelen hier met de bedrukte
zijde naar beneden.
3. Interne lade
Hier worden de kopieën afgeleverd.
4. Ventilatieopeningen
Voorkomen oververhitting. Blokkeer de
ventilatieopeningen niet door er objecten
vlakbij of tegenaan te plaatsen. Als het
apparaat oververhit raakt, kan er een fout
optreden.
5. Hoofdschakelaar
Controleer of de hoofdschakelaar is inge-
schakeld als het apparaat niet functio-
neert nadat u de bedrijfsschakelaar heeft
ingeschakeld. Schakel hem in indien hij
uitgeschakeld is.
APH003S
Aan de slag
12
1
6. Hoofdstroomindicator
Deze indicator gaat branden wanneer u
de hoofdschakelaar aanzet en dooft wan-
neer u de hoofdschakelaar uitzet.
7. Bedrijfsschakelaar (indicator
Aan)
Druk op deze schakelaar om het apparaat
in te schakelen (de Aan-indicator gaat
branden). Druk nogmaals op deze scha-
kelaar om het apparaat uit te schakelen
(de Aan-indicator gaat uit).
8. Bedieningspaneel
Zie Pag.14 “Bedieningspaneel”.
9. Voorklep
Open deze klep voor toegang tot de bin-
nenkant van het apparaat.
10. Papierlade
Plaats het papier hier.
1. Handinvoer
Gebruik deze lade bij het kopiëren op
OHP-transparanten, stickervellen, door-
schijnend papier, briefomslagen en pa-
pier met een niet-standaard formaat.
2. Klep aan de rechterzijde
Open deze klep om vastgelopen papier
dat uit de papierlade wordt ingevoerd te
verwijderen.
Opties
13
1
Opties
Externe opties
1. Deksel van de glasplaat
Laat dit deksel neer zodat het de origine-
len bedekt.
2. ADF
Plaats hier de stapels met originelen.
Ze worden automatisch ingevoerd.
Aan de slag
14
1
Bedieningspaneel
Deze illustratie toont het bedieningspaneel van de machine met de opties volle-
dig geïnstalleerd.
1. Lampjes
Deze geven fouten en de status van het
apparaat weer.
h: Foutindicator. Zie Pag.65x Papier-
storingen oplossen”.
B: Laad papier-indicator. Zie Pag.60 “B
Papier plaatsen”.
D: Toner bijvullen-indicator. Zie Pag.62
D Toner toevoegen”.
2. Display
Deze toont de bedrijfsstatus en berichten.
3. Selectietoetsen
Deze komen overeen met items op het
display. Druk op de toets om de overeen-
komstige items te kiezen.
4. Schuiftoetsen
Druk op de toets om een item te kiezen.
{U}: naar boven schuiven
{T}: naar onder schuiven
{V}: naar rechts schuiven
{W}: naar links schuiven
Verwijzing
Zie Pag.17 “Het display aflezen en
de toetsen gebruiken”.
5. {Gebruikersinstellingen/Teller}-toets
Gebruikersinstellingen
Druk op deze toets als u de standaar-
dinstellingen of bedieningsparame-
ters wilt aanpassen. Zie Pag.42
“Gebruikersinstellingen openen”.
•Teller
Druk hierop om de waarde van de tel-
ler te controleren of af te drukken. Zie
Pag.71 “Andere functies”.
6. {Instellingen verwijderen}-toets
Druk op deze toets om de huidige instel-
lingen te verwijderen.
7. {Wis/Stop}-toets
Wissen:
Wist een opgegeven numerieke waar-
de.
•Stoppen:
Stopt een opdracht, zoals scannen of
printen, terwijl deze in uitvoering is.
8. Hoofdstroomindicator
De hoofdstroom-indicator gaat branden
wanneer u de hoofdschakelaar inscha-
kelt.
Belangrijk
Schakel de hoofdschakelaar niet
uit terwijl de Aan-indicator brandt
of knippert. Als u dit doet, kan het
geheugen beschadigd raken.
APH006S
Bedieningspaneel
15
1
Verwijzing
Pag.18 “De spanning inschakelen”
9. Bedrijfsschakelaar (indicator
Aan)
Druk op de schakelaar om het apparaat
in te schakelen. De Aan-indicator gaat
branden. Druk de toets opnieuw in om
het apparaat uit te schakelen.
Opmerking
Deze toets is niet actief tijdens het
scannen of tijdens het instellen van de
standaardwaarden.
Verwijzing
Pag.18 “De spanning inschakelen”
10. Toets {Sorteren}
Sorteert kopieën automatisch.
11. {Lichter}- en {Donkerder}-toetsen
Druk op deze toetsen om de belichting in
te stellen. Selecteer de belichting in drie
stappen, van lichter tot donkerder.
12. Toets {Escape}
Druk op deze toets om een bewerking te
annuleren of terug te keren naar het vori-
ge display.
13. {Origineel type}-toets
Druk op deze toets op het origineeltype
te selecteren dat opgeslagen is in [Origi-
neel type 1 (Tekst)] of [Origineel type 2 (Foto)].
Wanneer het origineeltype geselecteerd
is, gaat het overeenkomstige indicator-
lichtje branden.
14. {OK}-toets
Druk op deze toets om een geselecteerd
item of een ingegeven numerieke waarde
in te stellen.
15. Cijfertoetsen
Druk op deze toetsen om numerieke
waarden in te geven.
16. {#}-toets
Druk op deze toets om een geselecteerd
item of een ingegeven numerieke waarde
in te stellen.
17. {Start}-toets
Druk op deze toets om te beginnen met
het kopiëren, afdrukken, scannen of ver-
zenden van documenten.
Aan de slag
16
1
Display
Op het display worden de status van het apparaat, foutberichten en functieme-
nu’s weergegeven.
Belangrijk
Een schok of stoot van meer dan 30 N (ca. 3 kgf) zal het display beschadigen.
Basisdisplay kopiëren
1. Gebruiksstatus of berichten
2. Hier worden berichten en de ge-
kozen lade getoond. De momenteel
gekozen items worden tussen haak-
jes weergegeven.
3. Ingesteld aantal kopieën.
4. Functie verkleinings-/vergro-
tingsfactor voor niet-vaste factoren.
Als u een item op het display kiest of selecteert, wordt het als volgt gemarkeerd
.
AAX024S
1 32
4
NL AAI024S
Bedieningspaneel
17
1
Het display aflezen en de toetsen gebruiken
Deze sectie beschrijft hoe u het display moet aflezen en de selectietoetsen moet
gebruiken.
1. Selectietoetsen
Deze komen overeen met items op de on-
derste regel van het display.
Voorbeeld: Het kopieerdisplay
Wanneer in deze handleiding de aan-
wijzing “druk op [100%]” vermeld
staat, dient u op de linkerselectietoets
te drukken.
Wanneer in deze handleiding de aan-
wijzing“druk op [R/E]”vermeld staat,
dient u op de middelste selectietoets
te drukken.
2. Toets {Escape}
Druk op deze toets om een bewerking te
annuleren of terug te keren naar het vori-
ge display.
3. {OK}-toets
Druk op deze toets om een geselecteerd
item of een ingegeven numerieke waarde
in te stellen.
4. Schuiftoetsen
Druk op deze toetsen om de cursor stap
voor stap in een bepaalde richting te be-
wegen.
Wanneer de toets {U}, {T}, {W}, of {V}
in deze handleiding vermeld staat, moet
u op de schuiftoets met dezelfde richting
drukken.
Gezamenlijke toetsen
De volgende toetsen zijn in alle schermen beschikbaar:
Lijst met toetsen
NL APE010S
[Annul.] Hiermee verwijdert u de geselecteerde functie of de ingevoerde waar-
den en keert u vervolgens terug naar het vorige display.
[Afsluit.] Het vorige scherm verschijnt terug op het display.
[Stoppen] Stopt een opdracht die in uitvoering is.
[Ja] Hiermee bevestigt u de selectie van een functie of de invoer van waar-
den.
[Stoppen] Hiermee annuleert u de geselecteerde functie of de ingevoerde waar-
den en keert u terug naar het vorige display.
Aan de slag
18
1
De spanning inschakelen
Dit apparaat heeft twee spannings-
schakelaars.
Bedrijfsschakelaar (rechterkant van
bedieningspaneel)
Druk hierop om het apparaat in te
schakelen. Zodra het apparaat is
opgewarmd, kunt u het bedienen.
Hoofdschakelaar (linkerkant van ap-
paraat)
Wanneer u deze schakelaar uit-
schakelt, gaat de hoofdstroomindi-
cator op de rechterkant van het
bedieningspaneel uit. De spanning
van het apparaat is dan volledig
uitgeschakeld.
Opmerking
Dit apparaat gaat automatisch in
de Energiespaarstand of schakelt
zichzelf uit als u het een tijdlang
niet gebruikt.
De hoofdschakelaar
inschakelen
A Zorg ervoor dat de stekker van het
netsnoer stevig in het stopcontact
steekt.
B Schakel de hoofdschakelaar in.
De hoofdstroomindicator gaat
branden.
Belangrijk
Schakel de hoofdstroomschake-
laar niet onmiddellijk na het in-
schakelen weer uit. Dit kan leiden
tot beschadiging van het geheu-
gen, met storingen tot gevolg.
De spanning inschakelen
A Druk op de bedrijfsschakelaar.
De indicator Aan licht op.
Opmerking
Als de spanning niet wordt in-
geschakeld wanneer u op de be-
drijfsschakelaar drukt, ga dan
na of de hoofdschakelaar aan
staat. Schakel hem in indien hij
uitgeschakeld is.
AAI027S
APE013S
De spanning inschakelen
19
1
De spanning uitschakelen
A Druk op de bedrijfsschakelaar.
De indicator Aan gaat uit.
De hoofdschakelaar
uitschakelen
Belangrijk
Schakel de hoofdschakelaar niet
uit terwijl de indicator Aan brandt
of knippert. Dit kan leiden tot be-
schadiging van het geheugen.
Schakel de hoofdschakelaar uit
voordat u de stekker uit het stop-
contact trekt. Als u dit niet doet,
kan dit leiden tot beschadiging van
het geheugen.
A Controleer of de indicator Aan
niet brandt.
B Schakel de hoofdschakelaar uit.
De hoofdstroomindicator gaat uit.
Energiebesparing
-Automatische uitschakeling /
Laag verbruik
Wanneer een taak is voltooid, scha-
kelt het apparaat zich na een bepaal-
de tijd automatisch uit. Deze functie
heet “Automatisch uit”.
Opmerking
U kunt de tijdsinstelling van de au-
tomatische uitschakeling wijzigen.
De functie Automatische uitscha-
keling werkt niet in de volgende
gevallen:
Wanneer een waarschuwings-
bericht wordt weergegeven
Wanneer de onderhoud-indica-
tor wordt weergegeven
Wanneer zich een papierstoring
heeft voorgedaan
Wanneer de afdekklep open-
staat
Als het bericht “
Toner bij-
vullen
” verschijnt
Wanneer toner wordt bijgevuld
Wanneer het scherm Gebruiker-
sinstellingen wordt weergege-
ven
Tijdens de vaste opwarmperio-
de
APE013S
Aan de slag
20
1
21
2. Originelen plaatsen
Originelen
Formaten en gewichten van aanbevolen originelen
Metrische versie
Inch-versie
Opmerking
In de ADF kunnen ongeveer 30 originelen worden geplaatst.
Locatie origineel Formaat origineel Gewicht origineel
Glasplaat Maximaal A3 --
ADF 1-zijdige originelen:
A3L – A5KL
40–128 g/m
2
Locatie origineel Formaat origineel Gewicht origineel
Glasplaat Maximaal 11" × 17" --
ADF 1-zijdige originelen:
11" × 17"L – 5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"KL
11–34 lb.
Originelen plaatsen
22
2
Originelen die ongeschikt zijn voor de ADF
Als u de volgende originelen in de ADF plaatst, kunnen er papierstoringen op-
treden of kunnen de originelen beschadigd raken. Plaats deze originelen in
plaats hiervan op de glasplaat.
Andere originelen dan de originelen die zijn gespecificeerd in Pag.21 “Forma-
ten en gewichten van aanbevolen originelen”
Originelen met nietjes of paperclips
Geperforeerde of gescheurde originelen
Opgekrulde, gevouwen of gekreukelde originelen
Beplakte originelen
Originelen met een coating, zoals kunstdrukpapier, aluminiumfolie, carbon-
papier of geleidend papier
Originelen met perforatielijnen
Originelen met duimgrepen, labels en uitstekende delen
Stugge originelen zoals doorschijnend papier
Dunne, zeer buigzame originelen
Dikke originelen zoals briefkaarten
Gebonden originelen zoals boeken
Transparante originelen zoals transparanten of doorschijnend papier
Opmerking
Het origineel kan vuil worden indien het beschreven is met een potlood of
een soortgelijk materiaal.
Ontbrekende delen
Zelfs als u de originelen correct in de ADF of op de glasplaat plaatst, is het mo-
gelijk dat een marge van 4 mm (0,2”) aan alle vier de zijden niet wordt gekopi-
eerd.
Originelen plaatsen
23
2
Originelen plaatsen
Opmerking
Plaats originelen nadat correctie-
vloeistof en inkt volledig zijn op-
gedroogd. Indien u deze
voorzorgsmaatregel niet opvolgt,
kunnen er vlekken op de glasplaat
komen die vervolgens worden af-
gedrukt.
Verwijzing
Zie Pag.21 “Originelen” voor de
origineelformaten die u kunt in-
stellen.
Richting origineel
U kunt de richting van het origineel
op de volgende manieren instellen.
Deze functie is handig voor het kopië-
ren van gescheurde of grote origine-
len.
Opmerking
Het origineel moet normaal gezien
in de linkerbovenhoek tegen de
aanleg van de glasplaat worden
gelegd. Het is evenwel mogelijk
dat sommige kopieerfuncties ver-
schillende resultaten opleveren af-
hankelijk van de richting van de
originelen. Zie de beschrijving van
elke functie voor details.
Originelen ADF Glasplaat
set11EE
set23EE
Originelen plaatsen
24
2
Plaatsen van originelen op de
glasplaat
A Open het deksel van de glasplaat
of ADF.
Belangrijk
Wees altijd voorzichtig bij het
optillen van het deksel van de
glasplaat of de ADF. Als u te-
veel kracht uitoefent, kan het
deksel van de ADF opengaan of
beschadigd raken.
Opmerking
Het deksel van de glasplaat of
de ADF moet meer dan 30° wor-
den geopend. Anders kan het
gebeuren dat het formaat van
het origineel niet correct wordt
gedetecteerd.
B Plaats het origineel met de be-
drukte zijde naar beneden op de
glasplaat. Leg het in de linkerbo-
venhoek tegen de aanleg van de
glasplaat.
1. Positiemerkteken
2. Linkerschaal
Opmerking
Begin met de pagina die als eer-
ste moet worden gekopieerd.
C Sluit het deksel van de glasplaat
of ADF.
Originelen plaatsen in de ADF
In de volgende gevallen moeten de
instellingen worden opgegeven:
Als er originelen met een afwijkend
formaat worden geplaatst:
Pag.25 “Originelen met een aange-
past formaat plaatsen”
Opmerking
Stapel geen originelen boven het
merkteken op de zijscheiding van
de ADF.
De laatste pagina dient onderop te
worden geplaatst.
Bedek de sensoren niet met uw
handen en plaats er geen voorwer-
pen op. Dit kan ertoe leiden dat het
formaat verkeerd wordt herkend
of dat een papierstoring wordt ge-
meld. Plaats ook niets op de afdek-
plaat. Dit kan een storing
veroorzaken.
ADF
1. Sensor
AAI025S
AAI036S
Originelen plaatsen
25
2
A Stel de papiergeleider in op het
formaat van het origineel.
B Lijn de randen van de originelen
uit en plaats ze op de ADF met de
te kopiëren zijde naar boven.
1. Merkteken
2. Papiergeleider
Opmerking
Strijk krullen glad voordat u de
originelen in de ADF plaatst.
Om papierstoringen te voorko-
men, moet u de originelen los-
schudden voordat u ze op de
ADF plaatst.
Plaats de originelen recht.
Originelen met een aangepast formaat
plaatsen
Als u originelen met een aangepast
formaat in de ADF plaatst, moet u de
afmetingen van de originelen opge-
ven.
Opmerking
Papier met een verticale lengte van
105–297 mm (4,2"–11,6") en een ho-
rizontale lengte van 128–1.260 mm
(5,1"–49,6") kan met deze functie
worden geplaatst.
A Selecteer de papierlade met {U}
of {T} en druk op de toets {#}.
B Selecteer [Aangepast formaat] met
{U} of {T} en druk op de toets
{OK}.
Opmerking
Als [Automatische detectie] is ge-
selecteerd, wordt het formaat
van het geplaatste origineel au-
tomatisch gedetecteerd.
AAI026S
Originelen plaatsen
26
2
C Voer de horizontale afmeting van
het origineel met de cijfertoetsen
in en druk op de toets {OK}.
Opmerking
Als u zich vergist, drukt u op de
toets {Wis/Stop} en voert u de
waarde opnieuw in.
D Voer de verticale afmeting van
het origineel met de cijfertoetsen
in en druk op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
wordt weergegeven samen met het
ingestelde origineelformaat.
Wanneer de instellingen voor aan-
gepaste origineelformaten zijn
vastgelegd, wordt
weergegeven bovenaan het kopi-
eerdisplay.
Opmerking
Als u het ingestelde formaat
wilt annuleren, drukt u op de
toets {Instellingen verwijderen}.
Originelen met standaardafmetingen
plaatsen
A Selecteer de papierlade met {U}
of {T} en druk op de toets {#}.
B Selecteer [Normaal formaat] met {U}
of {T} en druk op de toets {OK}.
Opmerking
Als [Automatische detectie] is ge-
selecteerd, wordt het formaat
van het geplaatste origineel au-
tomatisch gedetecteerd.
C Selecteer het papierformaat met
de scroll-toetsen en druk op de
toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
wordt weergegeven.
Originelen plaatsen
27
2
Wanneer de instellingen voor stan-
daardformaten van originelen zijn
vastgelegd, wordt
weergegeven bovenaan het kopi-
eerdisplay.
Opmerking
Als u het ingestelde formaat
wilt annuleren, drukt u op de
toets {Instellingen verwijderen}.
Originelen plaatsen
28
2
29
3. Kopiëren
Basisprocedure
A Als het apparaat is ingesteld voor
gebruikerscodes, voert u een ge-
bruikerscode in (maximaal 8 cij-
fers) met de cijfertoetsen en drukt
u op de toets {OK} of {#}.
Het apparaat is gereed om te ko-
piëren.
Verwijzing
Zie Pag.46 “Key Operator Toe-
pas.” voor informatie over ge-
bruikerscodes.
B Controleer of "d Gereed" wordt
weergegeven in het display.
Basisdisplay kopiëren
C Controleer of er geen eerdere in-
stellingen blijven staan.
Opmerking
Als er eerdere instellingen blij-
ven staan, drukt u op de toets
{Instellingen verwijderen} en voert
u de instellingen opnieuw in.
D Plaats de originelen.
Verwijzing
Pag.23 “Originelen plaatsen”
E Geef de gewenste instellingen op.
Verwijzing
Zie de beschrijving van elke
functie.
F Voer het aantal kopieën in met de
cijfertoetsen.
Opmerking
Het maximale aantal kopieën
dat kan worden ingesteld is 99.
G Druk op de toets {Start}.
Het kopiëren begint.
Opmerking
De kopieën komen met de be-
drukte zijde naar beneden uit
het apparaat.
-Bediening
Naar andere pagina gaan of functies
selecteren:
Druk op de scroll-toets.
Het apparaat stoppen tijdens een af-
drukopdracht waarbij meerdere ko-
pieën worden gemaakt:
Druk op de toets {Wis/Stop}.
Het kopieerapparaat na het kopiëren
terug laten keren naar de beginstand:
Druk op de toets {Instellingen verwij-
deren}.
Een ingevoerde waarde wissen.
Druk op de toets {Wis/Stop}.
Kopiëren
30
3
Kopiëren via de handinvoer
Gebruik de handinvoer voor het ko-
piëren op OHP-transparanten, dik
papier, enveloppen en kopieerpapier
dat niet in de papierladen kan wor-
den geplaatst.
Belangrijk
Als papier wordt gebruikt dat lan-
ger is dan 433 mm, dan wordt het
papier mogelijk verkreukeld of
niet in het apparaat ingevoerd, of
het papier kan vastlopen.
Opmerking
Indien u geen gebruik maakt van
standaardformaat kopieerpapier
of u maakt gebruik van speciaal
papier, dient u de verticale en hori-
zontale afmetingen in te voeren.
Zie Pag.25 “Originelen met een
aangepast formaat plaatsen”. De
formaten die u kunt invoeren zijn
de volgende:
Het apparaat kan automatisch de
volgende formaten detecteren als
standaardformaat kopieerpapier:
Als u kopieert op OHP-transpa-
ranten of op papier dat zwaarder is
dan 105 g/m
2
, moet u het papier-
soort opgeven. Zie Pag.32 “Kopië-
ren op speciaal papier”.
Het maximale aantal vellen dat u
tegelijk kunt plaatsen, is afhanke-
lijk van het papiersoort. Het maxi-
male aantal vellen papier mag niet
boven het merkteken uitkomen.
A Open de handinvoer.
B Zet de ontgrendelingshendel van
de papiergeleider omhoog.
1. Ontgrendelingshendel van pa-
piergeleider
Metri-
sche
versie
Verticaal: 90–297 mm
Horizontaal: 148–600 mm
Inch-
versie
Verticaal: 3,55"–11,69"
Horizontaal: 5,83"–23,62”
Metri-
sche
versie
A3L, A4KL, A5KL,
8" × 13"L
Inch-
versie
11" × 17"L, 8
1
/
2
" × 11"KL,
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"L, 8
1
/
2
" × 14"L
ZENY110E
1
Kopiëren via de handinvoer
31
3
C Plaats het papier met de zijde die
moet worden gekopieerd omlaag.
Plaats vervolgens de papiergelei-
der op één lijn met het papier.
1. Horizontaal formaat
2. Verticaal formaat
3. Verlenging
4. Papiergeleiders
Opmerking
Als de geleiders niet goed aan-
sluiten op het kopieerpapier,
kan dat leiden tot scheve afbeel-
dingen of papierstoringen.
Stapel het papier niet boven het
merkteken. Doet u dit wel, dan
kan dit een papierstoring of een
scheve afbeelding tot gevolg
hebben.
Draai de verlenging naar buiten
ter ondersteuning van papier-
formaten groter dan A4L,
8
1
/
2
" × 11"L.
Schud het papier los zodat er
lucht tussen de vellen komt en
om te voorkomen dat meerdere
vellen tegelijk worden inge-
voerd.
D Zet de ontgrendelingshendel van
de papiergeleider omlaag (stap
B
).
De handinvoer is geselecteerd op
het display.
Opmerking
Als [H.inv.] niet is geselecteerd
op het display, selecteert u
[H.inv.] met behulp van {U} of
{T}. Vervolgens drukt u op de
toets {#}.
E Kies het papierformaat en de pa-
piersoort.
Kopiëren op papier met
standaardafmetingen
A Selecteer [Papierformaat] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
B Selecteer [Normaal formaat] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
ZENY120E
1
4
2
3
Kopiëren
32
3
C Selecteer het papierformaat
met de scroll-toetsen en druk
op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
Kopiëren op papier met
aangepaste afmetingen
Belangrijk
Geef het formaat van het kopi-
eerpapier op om papierstorin-
gen te vermijden.
A Selecteer [Papierformaat] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
B Selecteer [Aangepast formaat]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets
{OK}.
C
Voer de horizontale afmeting van
het origineel met de cijfertoetsen
in en druk op de toets
{
OK
}
.
Opmerking
Als u zich vergist, drukt u op
de toets {Wis/Stop} en voert u
de waarde opnieuw in.
D Voer de verticale afmeting van
het origineel met de cijfertoet-
sen in en druk op de toets
{OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
Kopiëren op speciaal papier
A Selecteer [Papiersoort] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
Kopiëren via de handinvoer
33
3
B Selecteer de papiersoort en
druk op de toets {OK}.
Het bericht “ Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
Kopiëren op enveloppen
A Selecteer [Papierformaat] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
B Selecteer [Normaal formaat] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer het formaat van de
envelop ([C6 envL] [C5 envL]
of[DL envL]) en druk vervol-
gens op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
D Druk op de toets {#}.
E Selecteer [Papiersoort] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
F Selecteer [Dik papier] met be-
hulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
F Plaats de originelen en druk op de
toets {Start}.
Opmerking
Indien u op OHP-transparanten
kopieert, dient u de kopieën één
voor één te verwijderen.
Kopiëren
34
3
Kopieerapparaatfuncties
De belichting aanpassen
U kunt de belichting van de kopie
aanpassen aan uw originelen.
Als u donkerdere of lichtere kopieën
wenst, past u de belichting overeen-
komstig aan.
A Druk op de toets {Lichter} of {Don-
kerder} om de belichting aan te
passen.
Kiezen van de instelling van
het origineeltype
Kies één van de volgende twee typen
originelen:
Tekst
Kies dit type als het origineel volle-
dig uit tekst bestaat (geen afbeel-
dingen).
Foto
Hiermee kunnen de fijne nuances
van foto’s en afbeeldingen worden
gereproduceerd.
Verwijzing
Pag.48 “Instelling Origineel type”
A Druk op de toets {Origineel type}
en selecteer het origineeltype.
Opmerking
Druk op de toets {Origineel type}
om te kiezen tussen de volgen-
de types:
Kiezen van het kopieerpapier
Kies de lade die het papier bevat
waarop u wilt kopiëren: een papierla-
de of de handinvoer.
A Selecteer de papierlade of de han-
dinvoer met {U} of {T}.
De geselecteerde lade en het pa-
pierformaat worden weergegeven.
Verwijzing
Pag.30 “Kopiëren via de han-
dinvoer”
APH017S
Bovenste indicator
brandt
Tekst
Onderste indicator
brandt
Foto
APE015S
Kopieerapparaatfuncties
35
3
Voorinstelling
verkleinen/vergroten
U kunt een vaste reproductiefactor
kiezen om te kopiëren.
Basispunt
Het basispunt van Verklei-
nen/Vergroten verschilt afhanke-
lijk van hoe het origineel is
gescand. Als het origineel op de
glasplaat wordt geplaatst, is de lin-
kerbovenhoek het basispunt. Als
het origineel op de ADF wordt ge-
plaatst, is de linkeronderhoek het
basispunt.
1. Basispunt bij het plaatsen van het
origineel op de glasplaat.
2. Basispunt bij het plaatsen op de
ADF.
Verwijzing
Verwante standaardinstellingen
Pag.49 “Reproductiefactor”
Pag.49 “R/E prioriteit instellen”
A Druk op [R/E].
B Druk op [Verklein] of [Vergroot].
C Selecteer een factor met {U} of
{T} en druk vervolgens op de
toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
wordt weergegeven.
D Plaats de originelen en druk op de
toets {Start}.
In-/uitzoomen
U kunt de reproductiefactor in stap-
pen van 1% aanpassen.
GCKA031e
Kopiëren
36
3
Opmerking
U kunt ook een vooraf ingestelde
factor kiezen die dicht bij de ge-
wenste reproductiefactor ligt, door
gebruik te maken van [Verklein] of
[Vergroot] en vervolgens de factor
aan te passen met de toets {U} of
{T}.
A Druk op [R/E].
B Druk op [Zoom].
C Voer de reproductiefactor in.
De reproductiefactor selecteren
met {U} en {T}
A Pas de factor aan met {U} of
{T}.
Opmerking
Indien u de factor verkeerd
heeft ingevoerd, past u deze
aan met de toets {U} of {T}.
Om de factor in stappen van
10% te wijzigen, houdt u {U}
of {T} ingedrukt.
B Druk op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
De factor invoeren met de
cijfertoetsen
A Voer de gewenste factor in met
de cijfertoetsen.
B Druk op de toets {OK}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
” wordt weergegeven.
D Plaats de originelen en druk op de
toets {Start}.
Sorteren
Het apparaat kan de originelen in het
geheugen inlezen en automatisch de
kopieën sorteren.
Sorteren
De kopieën worden in opeenvol-
gende volgorde samengevoegd tot
sets.
A Druk op de toets {Sorteren}.
APH018S
Kopieerapparaatfuncties
37
3
Opmerking
Wanneer u de sorteerfunctie
wilt annuleren, drukt u op de
toets {Sorteren} en controleert u
of de indicator van de toets
{Sorteren} uitgaat.
B Voer het aantal te kopiëren sets in
met de cijfertoetsen.
C Plaats de originelen.
Opmerking
Als u originelen op de glasplaat
plaatst, moet u beginnen met de
eerste pagina die moet worden
gekopieerd. Als u originelen op
de ADF plaatst, legt u de eerste
pagina bovenop.
D Druk op de toets {Start}.
Opmerking
Als er originelen op de glasplaat
worden geplaatst, moet op de
toets {#} worden gedrukt nadat
alle originelen zijn gescand.
Het aantal sets wijzigen
Tijdens het kopiëren kunt u het aantal
te kopiëren sets wijzigen.
Opmerking
U kunt deze functie alleen gebrui-
ken als de sorteerfunctie is geselec-
teerd.
A Druk terwijl het bericht “ Kopië-
ren
” op het display wordt weer-
gegeven op de toets {Wis/Stop}.
B Druk op [Sets].
C Voer het aantal te kopiëren sets in
met de cijfertoetsen en druk ver-
volgens op de toets [Hervat].
Het kopiëren begint opnieuw.
Opmerking
Het aantal sets dat u kunt opge-
ven, is afhankelijk van het mo-
ment waarop de toets
{Wissen/stoppen} wordt inge-
drukt.
Kopiëren
38
3
39
4. Gebruikersinstellingen
Menu Gebruikersinstellingen
(Systeeminstellingen)
Algemene functies (zie Pag.44 “Algemene functies”.)
Lade papierinstellingen (zie Pag.44 “Lade papierinstellingen”.)
Timerinstelling (zie Pag.45 “Timer instellingen”.)
Standaardinstelling
Weergave kopie-aantal Optellen
Display contrast In het midden
Toetsherhaling Aan
Meeteenheid Metrische versie: mm
Inch-versie: inch
Standaardinstelling
Lade papierformaat: Lade 1
Metrische versie: 8
1
/
2
"
×
11" L
Inch-versie: A4L
Papiertype:
Handinvoer
Dik papier
Standaardinstelling
Automatische timer 1 min.
Timer Energiespaarstand 1 min.
Automatische reset systeem 60 seconden
Automatische resettijd kopiëren 60 seconden
Gebruikersinstellingen
40
4
Key Operator Toepas. (zie Pag.46 “Key Operator Toepas.”.)
Standaardinstelling
Gebruikerscode beheer: Kopieerapparaat Uit
Sleutelteller beheer Uit
Key Operator Code Uit
Teller weergeven/afdrukken
Teller per gebruikerscode Display
Afdrukken
Wissen
Progr./wijzig gebr.code Registreren
Wijzigen
Verwijderen
Automatisch Uit Aan
Menu Gebruikersinstellingen (Kopieerinstellingen)
41
4
Menu Gebruikersinstellingen
(Kopieerinstellingen)
Kopieerfuncties (zie Pag.48 “Kopieerfuncties”.)
Standaardinstelling
Instelling Origineel
type
Origineel type 1 (Tekst): Tekstmodus 1
Origineel type 2 (Foto): Fotomodus 1
Max. aantal sets 99 vellen
Originelenteller dis-
play
Uit
Reproductieratio Metrische versie:
• Factor 1: 50%
• Factor 2: 71%
• Factor 3: 82%
• Factor 4: 93%
• Factor 5: 122%
• Factor 6: 141%
• Factor 7: 200%
Inch-versie:
• Factor 1: 50%
• Factor 2: 65%
• Factor 3: 78%
• Factor 4: 93%
• Factor 5: 121%
• Factor 6: 129%
• Factor 7: 155%
R/E prioriteit vooraf
instellen
Metrische versie: 71%
Inch-versie: 65%
Instelling Briefhoofd Uit
Gebruikersinstellingen
42
4
Gebruikersinstellingen openen
Dit gedeelte is bedoeld voor de ge-
bruikers die verantwoordelijk zijn
voor dit apparaat.
Via de Gebruikersinstellingen kunt u
standaardinstellingen wijzigen of in-
stellen.
Opmerking
Bewerkingen voor de systeemin-
stellingen wijken af van de gewone
bewerkingen. Verlaat Gebruiker-
sinstellingen altijd wanneer u ge-
daan heeft. Zie Pag.43
“Gebruikersinstellingen verlaten”.
De geselecteerde instellingen zijn
gemarkeerd.
Elke wijziging die u aanbrengt met
Gebruikersinstellingen blijft effec-
tief, zelfs als de hoofdschakelaar of
de bedrijfsschakelaar wordt uitge-
schakeld of als u op de toets {Instel-
lingen verwijderen} drukt.
Instellingen wijzigen
Opmerking
Als een Key Operator Code is inge-
steld, wordt het display voor de
Key Operator Code weergegeven.
Typ de Key Operator Code en
druk vervolgens op de {OK}-toets.
Zie Pag.46 “Key Operator Code”.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] of
[Kopieereig.] met behulp van {U}
of {T} en druk vervolgens op de
toets {OK}.
C Selecteer het menu met behulp
van {U} of {T}, en druk vervol-
gens op de {OK}-toets.
Verwijzing
Pag.39 “Menu Gebruikersin-
stellingen (Systeeminstellin-
gen)”Pag.41 “Menu
Gebruikersinstellingen (Kopi-
eerinstellingen)”.
APE011S
Gebruikersinstellingen openen
43
4
D Selecteer het item met behulp van
{U} of {T }, en druk vervolgens
op de {OK}-toets.
E ijzig de instellingen door de in-
structies op het display te volgen
en druk vervolgens op de {OK}-
toets.
Opmerking
Als u de wijzigingen in de in-
stellingen ongedaan wilt maken
en wilt terugkeren naar het be-
gindisplay, drukt u op de toets
{Gebruikersinstellingen/teller}.
Gebruikersinstellingen
verlaten
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
APE011S
Gebruikersinstellingen
44
4
Instellingen die u met
Gebruikersinstellingen kunt wijzigen
Verwijzing
Zie Pag.42 “Gebruikersinstellin-
gen openen” voor informatie over
toegang tot Gebruikersinstellin-
gen.
Systeeminstellingen
Algemene functies
Weergave kopie-aantal
U kunt de teller instellen om of het
aantal gemaakte kopieën weer te
geven (optellen) of het aantal ko-
pieën dat nog moet worden ge-
maakt (aftellen).
Opmerking
Standaard: Optellen (optellen)
Display contrast
Hiermee past u de helderheid van
het display aan.
Toetsherhaling
U kunt selecteren of u al dan niet
de toetsherhalingsfunctie wilt ge-
bruiken.
Opmerking
Standaardinstelling: Aan
Meeteenheid
U kunt de maten ofwel in “mm” of
in “inch”weergeven.
Opmerking
Standaardinstelling:
Metrische versie: mm
Inch-versie: inch
Lade papierinstellingen
Lade papierformaat: Lade 1
Selecteer het formaat van het kopi-
eerpapier dat in de papierlade is
geplaatst.
De papierformaten die u kunt
instellen voor Lade 1 zijn als
volgt:
A3L, B4JIS (Japanese Indus-
trial Standard)L, A4KL,
B5JISKL, A5K, 11" × 17"L,
8
1
/
2
" × 14"L, 8
1
/
2
" × 13"L,
8
1
/
4
" × 14"L, 8
1
/
4
" × 13"L,
8" × 13"L, 8
1
/
2
" × 11"KL,
7
1
/
4
" × 10
1
/
2
"KL,
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"K, 8KL, 16KKL
Belangrijk
Als u een ander papierformaat
in de lade plaatst dan u hebt op-
gegeven, kan er een papiersto-
ring optreden omdat het
correcte papierformaat niet
werd gedetecteerd.
Opmerking
Standaardinstelling:
Metrische versie:
8
1
/
2
" × 11"L
•Inch-versie: A4L
Als het papierformaat dat in de
lade met de papiergeleiderknop
ingesteld is, afwijkt van het pa-
pierformaat voor deze instel-
ling, heeft het papierformaat
van de knop prioriteit.
Als u papier met een formaat
dat niet is aangeduid op de pa-
pierformaatknop in de papierla-
de, stel de knop dan in op “p”.
Instellingen die u met Gebruikersinstellingen kunt wijzigen
45
4
Verwijzing
Pag.67 “Het papierformaat ver-
anderen
Papiersoort: Handinvoer
Hiermee stelt u het display in zo-
dat u kunt zien welk papiertype in
de handinvoer is geplaatst.
De papiertypen die u in de han-
dinvoer kunt plaatsen, zijn:
gerecycled papier, speciaal
papier, gekleurd papier,
briefpapier, geperforeerd pa-
pier, etikettenpapier, bond-
papier, dik papier, OHP,
karton
Opmerking
Standaardinstelling: Dik papier
De papiertypen die u kunt in-
stellen in de handinvoer voor
machines met alleen de kopieer-
functie zijn gewoon papier, dik
papier en OHP.
Timer instellingen
Automatische timer
Nadat er een bepaalde tijd is ver-
streken na de laatst voltooide op-
dracht, wordt het apparaat
automatisch uitgeschakeld om
energie te besparen. Deze functie
heet “Automatisch uit”.
De status van het apparaat na de
bewerking Automatisch uit wordt
“Uit-stand” genoemd. Geef voor
de Automatische timer de tijd op
voordat de modus Automatisch
uit wordt geactiveerd.
Opmerking
Standaardinstelling: 1 min.
Met behulp van de cijfertoetsen
kunt u een tijd tussen 1 seconde
en 240 minuten opgeven.
Vanuit de “Uit-stand” is het ap-
paraat binnen 10 seconden ge-
bruiksklaar.
Automatisch uit werkt wellicht
niet wanneer foutberichten
worden weergegeven.
Timer Energiespaarstand
Het apparaat schakelt automatisch
in de Energiespaarstand nadat een
opdracht voltooid is en de ingestel-
de tijd verstreken is.
Opmerking
Standaardinstelling: 1 min.
Met behulp van de cijfertoetsen
kunt u een tijd tussen 1 secon-
den en 240 minuten opgeven.
De Energiespaarstand werkt
wellicht niet wanneer foutbe-
richten worden weergegeven.
Autom. reset systeem
Hiermee geeft u op hoeveel tijd er
moet verstrijken voordat de kopi-
eermodus wordt gereset.
Opmerking
Als [Uit] geselecteerd is, schakelt
het apparaat niet automatisch
over naar het invoerscherm van
de gebruikerscode.
Standaard: Aan 60seconden
Met behulp van de cijfertoetsen
kunt u een tijd tussen 10 en 999
seconden opgeven.
Autom. resettijd Kopieerapparaat
Hiermee geeft u op hoeveel tijd er
moet verstrijken voordat de kopi-
eermodus wordt gereset.
Gebruikersinstellingen
46
4
Opmerking
Als [Uit] geselecteerd is, schakelt
het apparaat niet automatisch
over naar het invoerscherm van
de gebruikerscode.
Standaard: Aan 60seconden
Met behulp van de cijfertoetsen
kunt u een tijd tussen 10 en 999
seconden opgeven.
Key Operator Toepas.
De hoofdgebruiker moet de volgende
items instellen. Neem contact op met
de hoofdgebruiker voor instellingen
of meer informatie.
Het wordt aangeraden dat de hoofd-
gebruiker een Key Operator Code
programmeert tijdens het uitvoeren
van de instellingen. Zie Pag.46 “Key
Operator Code”.
Gebr. Manag.: Kop.app.
Hiermee kunt u beheren wie het
apparaat kan gebruiken door co-
des in te stellen voor gebruikers.
Gebruikerscodes moeten worden
geregistreerd voordat u ze kunt
toepassen.
Opmerking
Standaardinstelling: Uit
Sleutelteller beheer
U kunt de sleutelteller gebruiken
om op te geven voor welke gebrui-
kers beperkingen gelden.
Opmerking
Standaardinstelling: Uit
[Sleutelteller beheer] wordt al-
leen weergegeven wanneer de
sleutelteller ingesteld is.
Key Operator Code
Dit specificeert of wachtwoorden
(max. 8 tekens) gebruikt moeten
worden om de instellingen voor
Key Operator Toepas. voor de Key
Operator Code te beheren.
Opmerking
Standaardinstelling: Uit
Als u [Aan] selecteert, voer dan
de Key Operator Code (max. 8
tekens) in met de cijfertoetsen
en selecteer dan [Aan:Gedeelte-
lijk] of [Aan:Alles] om de toe-
gangslimiet in te stellen.
•Als u [Aan:Gedeeltelijk] hebt
geselecteerd:
De Key Operator Code is al-
leen nodig voor timerinstel-
lingen, en Key Operator
Toepas. voor systeeminstel-
lingen
•Als u [Aan:Alles] hebt geselec-
teerd:
U heeft een Key Operator
code nodig voor toegang tot
alle items in Systeeminstel-
lingen en Kopieerfuncties.
Als u [Aan:Alles] selecteert, moet
u een Key Operator Code invoe-
ren om toegang te krijgen tot het
display Key Operator Code.
Teller weergeven/afdrukken
Hiermee kunt u het aantal afdruk-
ken bekijken en afdrukken.
Teller weergeven/afdrukken
Hiermee wordt het aantal af-
drukken voor elke functie weer-
gegeven (Totaal, Kopieerapp.
en A3/DLT).
De tellerlijst afdrukken
Hiermee kunt u een lijst afdruk-
ken met het aantal afdrukken
voor elk functie.
Om de tellerlijst af te drukken
Instellingen die u met Gebruikersinstellingen kunt wijzigen
47
4
A Druk op de toets {Gebruiker-
sinstellingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellin-
gen] met behulp van {U} of
{T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toe-
pas.] met behulp van {U} of
{T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
D Selecteer [Teller weergeven/af-
drukken] met behulp van {U}
of {T} en druk vervolgens
op de toets {OK}.
E Druk op [Afdr.].
F Druk op de toets {Start}.
G Druk op de toets {Gebruiker-
sinstellingen/Teller}.
Teller per gebruikerscode
Hiermee kunt u de aantallen af-
drukken die met een gebruikersco-
de zijn geopend bekijken,
afdrukken en terugzetten op 0.
Opmerking
Druk op {U} en {T} om alle
aantallen afdrukken te tonen.
Het aantal afdrukken kan afwij-
ken van de tellerwaarde in Tel-
ler weergeven/afdrukken.
Afdrukteller per gebruikers-
code
Hiermee drukt u het aantal
afdrukken voor alle gebrui-
kerscodes af.
Afdrukteller per gebruikers-
code verwijderen
Stelt het aantal afdrukken
voor alle gebruikerscodes in
op 0.
APE011S
Gebruikersinstellingen
48
4
Lijst afdrukken voor elke ge-
bruikerscode, zie Pag.54 “De
teller afdrukken voor elke ge-
bruikerscode”.
Afdrukteller voor alle ge-
bruikerscodes
Hiermee drukt u het aantal
afdrukken voor alle gebrui-
kerscodes af.
Afdrukteller voor alle ge-
bruikerscodes wissen
Stelt het aantal afdrukken
voor alle gebruikerscodes in
op 0.
Progr./wijzig gebr.code
U kunt gebruikerscodes registre-
ren, wijzigen en verwijderen. Zie
Pag.51 “Gebruikerscode” voor uit-
gebreide informatie over deze be-
werkingen.
Opmerking
U kunt maximaal 50 gebruikers-
codes invoeren.
Automatisch Uit
Hiermee wordt opgegeven of u
Automatisch uit wilt gebruiken of
niet.
Opmerking
Standaardinstelling: Aan
Kopieerfuncties
Instelling Origineel type
U kunt het kwaliteitsniveau van de
afwerking van de kopie instellen
overeenkomstig het origineeltype. U
kunt deze functies kiezen nadat u
[Origineel type 1 (Tekst)]of [Origineel type
2 (Foto)] hebt geselecteerd.
• Tekstmodus 1
normale tekstoriginelen
• Tekstmodus 2
kranten, half-doorschijnende ori-
ginelen (afdruk op achterkant
vaag zichtbaar)
• Fotomodus 1
tekst/foto-originelen met overwe-
gend foto’s
• Fotomodus 2
tekst/foto-originelen met overwe-
gend tekst
• Fotomodus 3
fotopapier
Speciale modus 1
Zeer doorschijnende originelen
(afdruk op achterkant duidelijk
zichtbaar), of lichte tekst op een ge-
kleurde achtergrond. Ook voor
originelen met een zeer korrelige
achtergrond (sommige kranten) en
lichte tekst.
Speciale modus 2
originelen met gekleurde tekst en
lijnen
Speciale modus 3
foto’s die gemaakt zijn door dithe-
ring (zichtbare punten), bijvoor-
beeld krantenfoto’s - normale
resolutie
Instellingen die u met Gebruikersinstellingen kunt wijzigen
49
4
Speciale modus 4
foto’s die gemaakt zijn door dithe-
ring (zichtbare punten), bijvoor-
beeld krantenfoto’s - grove
resolutie
Speciale modus 5
normale tekstoriginelen (repro-
ductie van de achtergrond)
Opmerking
Standaardinstelling:
Origineel type 1 (Tekst): Tekstmo-
dus 1
Origineel type 2 (Foto): Fotomo-
dus 1
Max. aantal sets
Het maximale aantal kopieën kan
worden ingesteld tussen 1 en 99 met
de cijfertoetsen.
Opmerking
Standaardinstelling: 99Vellen
Originelenteller display
U kunt de telling van het aantal origi-
nelen en kopieën weergeven op het
display wanneer [Aan] is geselecteerd.
Opmerking
Standaardinstelling: Uit
Reproductiefactor
U kunt kiezen welke verkleinings-,
vergrotings- of invoerfactor met prio-
riteit wordt weergegeven op het dis-
play wanneer [Verklein] of [Vergroot] is
geselecteerd.
Opmerking
Standaardinstelling:
Metrische versie:
• Factor 1: 50%
• Factor 2: 71%
• Factor 3: 82%
• Factor 4: 93%
• Factor 5: 122%
• Factor 6: 141%
• Factor 7: 200%
•Inch-versie:
• Factor 1: 50%
• Factor 2: 65%
• Factor 3: 78%
• Factor 4: 93%
• Factor 5: 121%
• Factor 6: 129%
• Factor 7: 155%
R/E prioriteit instellen
U kunt de factor met prioriteit instel-
len wanneer [R/E] is geselecteerd.
Opmerking
Standaardinstelling:
Metrische versie: 71%
•Inch-versie: 65%
Gebruikersinstellingen
50
4
Instelling Briefhoofd
Als u voor deze functie [Aan] selec-
teert, draait het apparaat de afbeel-
ding correct.
Opmerking
Standaardinstelling: Uit
Papier met een vaste richting (van
boven naar onder) wordt mogelijk
onjuist afgedrukt, afhankelijk van
hoe de originelen en het papier
worden geplaatst.
Verwijzing
Controleer bij gebruik van briefpa-
pier of het papier in de juiste rich-
ting ligt. Zie Pag.61 “Papier met
een vaste richting of 2-zijdig pa-
pier”.
Gebruikerscode
51
4
Gebruikerscode
Registreer gebruikerscodes om kopi-
eerfuncties te beperken tot bepaalde
gebruikers en hun gebruik van de ko-
pieerfuncties te controleren:
Een nieuwe gebruikerscode
registreren
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Progr./wijzig gebr.code]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Programmeren] met be-
hulp van {U} of {T} en druk ver-
volgens op de toets {OK}.
F Typ de gebruikerscode met de cij-
fertoetsen en druk vervolgens op
de toets {OK} of {#}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
verschijnt, en daarna keert de “Ge-
bruikerscode” terug op het dis-
play.
G Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
APE011S
Gebruikersinstellingen
52
4
Een gebruikerscode
veranderen
Opmerking
Zelfs als u een gebruikerscode wij-
zigt, zal de waarde van de teller
niet worden gewist.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Progr./wijzig gebr.code]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Wijzigen] met behulp
van {U} of {T} en druk vervol-
gens op de toets {OK}.
F Typ met de cijfertoetsen de gere-
gistreerde gebruikerscode die u
wilt veranderen en druk vervol-
gens op de toets {OK} of {#}.
Opmerking
Wanneer u de gebruikerscode
in de gebruikerscodelijst selec-
teert, druk dan op [Lijst]. Selec-
teer de gebruikerscode die u
wilt veranderen met behulp van
{U} of {T}, en druk vervolgens
tweemaal op de {OK}-toets.
G Typ de nieuwe gebruikerscode
met de cijfertoetsen en druk ver-
volgens op de toets {OK} of {#}.
Het bericht “
Geprogrammeerd
verschijnt, en daarna keert de “Ge-
bruikerscode” terug op het dis-
play.
H Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
Een gebruikerscode
verwijderen
Belangrijk
Met deze bewerking kunt u ook
gebruikerscodes verwijderen die
voor meerdere functies zijn gere-
gistreerd. De gebruikerscontrole
via de verwijderde gebruikerscode
is niet meer mogelijk.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Progr./wijzig gebr.code]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Verw.] met behulp van
{U} of {T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
Gebruikerscode
53
4
F Selecteer [Per gebruikerscode] of
[Alle gebruikerscodes] met behulp
van {U} of {T} en druk vervol-
gens op de toets {OK}.
Wanneer u [Alle gebruikerscodes]
selecteert, verschijnt er een beves-
tigingsbericht. Druk op [Ja] en ga
voort met stap
I
.
G Typ met de cijfertoetsen de gere-
gistreerde gebruikerscode die u
wilt verwijderen en druk vervol-
gens op de toets {OK} of {#}.
Opmerking
Wanneer u de gebruikerscode
in de gebruikerscodelijst selec-
teert, druk dan op [Lijst]. Selec-
teer met behulp van {V} de
gebruikerscode die u wilt ver-
wijderen en druk vervolgens op
de toets {OK}.
Er verschijnt een bevestigingsbe-
richt.
H Druk op [Ja].
Het bericht dat “Verwijderd.” is,
verschijnt en daarna keert de “Ge-
bruikerscode” terug op het dis-
play.
I Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
De teller weergeven voor elke
gebruikerscode
U kunt de teller controleren voor elke
gebruikerscode.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Teller per gebruikerscode]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Weergeven] met behulp
van {U} of {T} en druk vervol-
gens op de toets {OK}.
Voor elke gebruikerscode wordt
de teller weergegeven.
F Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
Gebruikersinstellingen
54
4
De teller afdrukken voor elke
gebruikerscode
U kunt de teller afdrukken voor elke
gebruikerscode.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Teller per gebruikerscode]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Afdr.] met behulp van
{U} of {T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
F Druk op de toets {Start}.
De tellerlijst wordt afgedrukt.
G Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
De teller op nul zetten
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Systeeminstellingen] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
C Selecteer [Key Operator Toepas.] met
behulp van {U} of {T} en druk
vervolgens op de toets {OK}.
D Selecteer [Teller per gebruikerscode]
met behulp van {U} of {T} en
druk vervolgens op de toets {OK}.
E Selecteer [Wissen] met behulp van
{U} of {T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
Er verschijnt een bevestigingsbe-
richt.
F Druk op [Ja].
Het bericht “Teller is gewist.” ver-
schijnt en dan keert het display
“Codes:Tellers” terug.
G Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
55
5. Problemen oplossen
Het apparaat doet niet wat u wilt
Onderstaand schema bevat een uitleg over algemene problemen en berichten.
Als er andere berichten worden weergegeven, volgt u de instructies die daarbij
worden weergegeven.
Probleem Oorzaken Oplossingen
Even geduld. ” ver-
schijnt.
Wanneer u de bedrijfsscha-
kelaar inschakelt of de ton-
erfles vervangt, wordt deze
melding weergegeven.
Wacht tot het apparaat gereed is.
Het display is uit. Het apparaat staat in de
Energiespaarstand.
Schakel de bedrijfsschakelaar in.
De bedrijfsschakelaar is
uitgeschakeld.
Er gebeurt niets als de be-
drijfsschakelaar wordt in-
geschakeld.
De hoofdschakelaar is uit-
geschakeld.
Schakel de hoofdschakelaar in.
Het invoerdisplay voor de
gebruikerscode wordt
weergegeven.
Met gebruikersbeheer wor-
den er beperkingen voor de
gebruikers ingesteld.
Typ de gebruikerscode (maximaal
acht cijfers) en druk vervolgens op
de toets {OK} of {#}.
Problemen oplossen
56
5
Probleem Oorzaken Oplossingen
Er treden geregeld papier-
storingen op.
Wellicht zijn de zijafschei-
dingen van de lade niet
vergrendeld.
Controleer of de zijafscheidingen
vergrendeld zijn. Pag.67 “Het pa-
pierformaat veranderen”.
Wellicht is de eindafschei-
der van de lade niet juist in-
gesteld.
Controleer of de afscheiding juist in-
gesteld is. Zie Pag.67 “Het papier-
formaat veranderen”.
U hebt wellicht papier ge-
plaatst waarvan het for-
maat niet op de
papierkeuzeselector voor-
komt.
Wanneer u papier gebruikt met een
formaat dat niet automatisch kan
worden vastgesteld, moet u Lade
papierinstellingen gebruiken om
het papierformaat in te stellen. Zie
Pag.44 “Lade papierformaat: Lade
1” en Pag.88 “Kopieerpapier”.
Ook als het vastgelopen
papier is verwijderd, blijft
het foutbericht staan.
Wanneer u de melding van
een papierstoring krijgt,
blijft het bericht staan tot-
dat u de vereiste handeling
hebt uitgevoerd, namelijk
de klep openen en weer
sluiten.
Verhelp de papierstoring en open
en sluit de klep. Zie Pag.65 “x Pa-
pierstoringen oplossen”.
U bent de Key Operator
Code vergeten.
Neem contact op met uw leveran-
cier.
Max. aantal sets
is
* ” verschijnt.
Het aantal kopieën over-
schrijdt de maximale kopi-
eercapaciteit.
U kunt het maximale aantal kopieën
wijzigen. Zie Pag.49 “Max. aantal
sets”.
Als u geen duidelijke afdrukken kunt maken
57
5
Als u geen duidelijke afdrukken kunt
maken
Probleem Oorzaken Oplossingen
De kopieën zijn vuil. De belichting is te donker
ingesteld.
Pas de belichting aan. Zie Pag.34
“De belichting aanpassen”.
Automatische belichting is
niet geselecteerd.
Pas de automatische belichting aan.
Zie Pag.34 “De belichting aanpas-
sen”.
De achterzijde van een ori-
ginele afbeelding is gekopi-
eerd.
De belichting is te donker
ingesteld.
Pas de belichting aan. Zie Pag.34
“De belichting aanpassen”.
Automatische belichting is
niet geselecteerd.
Pas de automatische belichting aan.
Zie Pag.34 “De belichting aanpas-
sen”.
Bij het kopiëren van be-
plakte originelen verschijnt
er een schaduw op de ko-
pie.
De belichting is te donker
ingesteld.
Pas de belichting aan. Zie Pag.34
“De belichting aanpassen”.
Verander de richting van het origi-
neel.
Gebruik doorzichtige tape op de be-
plakte delen.
Bij elke kopie is hetzelfde
gebied vuil.
De glasplaat of ADF is vuil. Reinig deze. Zie Pag.77 “Onder-
houd van uw apparaat”.
De kopieën zijn te licht. De belichting is te licht in-
gesteld.
Pas de belichting aan. Zie Pag.34
“De belichting aanpassen”.
Het papierformaat is on-
juist.
Gebruik het aanbevolen papier.
Opmerking
Wanneer u vochtig papier of pa-
pier met een grove structuur ge-
bruikt, kunnen de kopieën
lichter dan gebruikelijk zijn.
De tonerfles is bijna leeg. Voeg toner toe. Zie Pag.62 “D To-
ner toevoegen”.
Delen van het papier wor-
den niet gekopieerd.
Het origineel is niet correct
geplaatst.
Plaats de originelen op de juiste ma-
nier. Zie Pag.23 “Originelen plaat-
sen”.
Er is een foutief papierfor-
maat geselecteerd.
Kies het juiste papierformaat.
De kopieën zijn blanco. Het origineel is niet correct
geplaatst.
Plaats de originelen met de te kopië-
ren zijde naar beneden als u de glas-
plaat gebruikt. Plaats ze met de te
kopiëren zijde naar boven als u de
ADF gebruikt. Zie Pag.23 “Origine-
len plaatsen”.
Problemen oplossen
58
5
Er verschijnt een moiré-pa-
troon op de kopieën.
Het origineel bevat een af-
beelding bestaande uit
stippen of veel lijnen.
Plaats het origineel op de glasplaat
onder een kleine hoek.
Probleem Oorzaken Oplossingen
R
Als u de kopieën niet kunt maken zoals u wilt
59
5
Als u de kopieën niet kunt maken zoals u
wilt
In dit gedeelte worden oorzaken en oplossingen beschreven van onbevredigen-
de kopieerresultaten.
Basis
Wanneer het geheugen vol is
Probleem Oorzaken Oplossingen
U kunt verscheidene func-
ties niet combineren.
De geselecteerde functies
kunnen niet gezamenlijk
worden gebruikt.
Controleer de combinatie van func-
ties en corrigeer de instellingen.
Verwijzing
Pag.85 “Combinatieschema”
Berichten Oorzaken Oplossingen
Plaats * orig. opnieuw, druk
[Hervatten] om rest. orginelen
te sc. en kop..
[Stoppen] [Hervat]
Het apparaat contro-
leert of de resterende
originelen moeten
worden gekopieerd
nadat het gescande
origineel is afge-
drukt.
Om door te gaan met
kopiëren, verwijdert
u alle kopieën en
drukt u vervolgens
op de toets [Hervat].
Om het kopiëren te
stoppen, drukt u op
de toets [Stoppen].
Problemen oplossen
60
5
B Papier plaatsen
Papier plaatsen
Opmerking
U kunt het papierformaat wijzi-
gen.
Deze illustratie toont de papierla-
de.
A Trek de papierlade langzaam uit
tot aan de aanslag.
B Leg het papier gelijk en plaats het
in de lade.
Belangrijk
De stapel papier mag niet boven
het merkteken in de lade uitko-
men.
Opmerking
Schud het papier los voordat u
het plaatst.
Strijk gekruld papier glad voor-
dat u het plaatst.
Als u papierlade 1 gebruikt,
moet u de metalen plaat omlaag
drukken voordat u het papier
plaatst.
C Duw de papierlade zover moge-
lijk in.
APH009S
B Papier plaatsen
61
5
Papier met een vaste richting of 2-zijdig papier
Papier met een vaste richting (van boven naar onder) of 2-zijdig papier (bijvoor-
beeld, briefhoofdpapier, voorgeperforeerd papier of gekopieerd papier) wordt
mogelijk onjuist afgedrukt, afhankelijk van hoe de originelen en het papier wor-
den geplaatst.
Verwijzing
Pag.50 “Instelling Briefhoofd”
Opmerking
Selecteer [Aan] in [Instelling Briefhoofd] onder [Kopieereig.] (Gebruikersinstellin-
gen) en plaats vervolgens het origineel en het papier zoals hieronder getoond.
Richting van origineel
Richting van geplaatst papier
Glasplaat ADF
Problemen oplossen
62
5
D Toner toevoegen
Wanneer D wordt weergegeven, moet u toner toevoegen.
Hanteren van toner
R
WAARSCHUWING:
R
VOORZICHTIG:
Belangrijk
Als u een andere toner dan het aanbevolen type gebruikt, kunnen fouten op-
treden.
Schakel de bedrijfsschakelaar niet uit wanneer u toner toevoegt. Anders zul-
len de instellingen verloren gaan.
Voeg steeds toner toe wanneer het apparaat dit vraagt.
Het veelvuldig plaatsen en verwijderen van tonerflessen wordt afgeraden.
Dit leidt immers tot lekkage van toner.
Schud niet met de verwijderde tonerfles. Dit om te voorkomen dat u morst
met de resterende toner.
Opmerking
Wanneer het symbool D begint te knipperen, kunt u nog ongeveer 50
kopëeen maken. Vervang de toner echter zo snel mogelijk om te voorkomen
dat de kopieerkwaliteit verslechtert.
Toner opslaan
Neem bij het opslaan van toner de volgende voorzorgsmaatregelen in acht:
Bewaar tonerhouders op een koele, droge plaats die niet blootstaat aan recht-
streeks zonlicht.
Bewaar het papier op een vlak oppervlak.
Gebruikte toner
Opmerking
Toner kan niet opnieuw worden gebruikt.
Gebruikte toner of tonerhouders mogen niet worden verbrand. Het to-
nerstof kan vlam vatten wanneer het wordt blootgesteld aan een open
vlam. Doe gebruikte tonerhouders weg in overeenstemming met de lo-
kale milieuwetgeving.
Houd (gebruikte of ongebruikte) toner en tonerhouders buiten het bereik
van kinderen.
Toner verwijderen
63
5
Toner verwijderen
1: Open het voorpaneel van het apparaat.
2: Til de groene hendel op.
3: Druk de groene hendel in en trek de hou-
der voorzichtig naar buiten.
4: Druk de tonerfles naar achteren zodat de
bovenkant van de fles omhoogkomt. Trek
de fles voorzichtig naar buiten.
Problemen oplossen
64
5
Tonerfles plaatsen
1: Houd de nieuwe fles horizontaal en
schud deze vijf à zes keer van links naar
rechts.
2: Verwijder de zwarte dop.
Opmerking
Verwijder de zwarte dop niet vóór het
schudden.
Verwijder de binnendop niet.
3: Plaats de tonerfles op de houder en trek
vervolgens de bovenkant van de fles naar
voren.
4: Druk de groene hendel in tot u een klik
hoort.
5: Druk de groene hendel in.
6: Sluit het voorpaneel van het apparaat.
x Papierstoringen oplossen
65
5
x Papierstoringen oplossen
R
VOORZICHTIG:
Belangrijk
Schakel het apparaat niet uit bij het verwijderen van foutieve invoer. Als u dit
doet worden uw kopieerinstellingen gewist.
Laat geen stukjes papier in het apparaat achter ter voorkoming van papiersto-
ringen.
Indien er herhaaldelijk papierstoringen optreden, dient u contact op te nemen
met uw leverancier.
Opmerking
Er kunnen verschillende gebieden worden aangewezen waar papierstorin-
gen kunnen optreden. Controleer in dat geval elk mogelijk gebied. Zie de vol-
gende grafieken: A, B, P, R, Y, Z.
Aan de binnenkant van de rechterklep vindt u een sticker die aangeeft hoe u
vastgelopen papier kunt verwijderen.
Wanneer het apparaat u vraagt om de originelen terug te plaatsen, plaats ze
dan terug in de invoerpositie. Het display zal het aantal originelen weergeven
dat u moet terugplaatsen.
Het fuseergedeelte van het apparaat kan zeer heet worden. Pas op dat u dit
gedeelte niet aanraakt wanneer u vastgelopen papier verwijdert.
Problemen oplossen
66
5
Het papierformaat veranderen
67
5
Het papierformaat veranderen
Voorbereiding
Zorg ervoor dat u het papierformaat
selecteert met Gebruikersinstellingen
en de papierkeuzeselector. Er kan an-
ders een papierstoring optreden. Zie
Pag.44 “Lade papierformaat: Lade
1”
.
Verwijzing
Voor meer informatie over papier-
formaten en -soorten, zie Pag.88
“Kopieerpapier”.
Het papierformaat in de
papierlade wijzigen
A Zorg ervoor dat de papierlade niet
in gebruik is.
B Trek de papierlade langzaam uit
tot aan de aanslag.
Opmerking
Verwijder alle overgebleven ko-
pieerpapier.
C Pas de achterafscheidingen aan
terwijl u de hendel ingedrukt
houdt.
Bij gebruik van het papierformaat
11”× 17
A Trek de achterafscheiding los
van de lade.
B Plaats ze in het vakje aan de
linkerzijde.
D Druk op de ontgrendelingsknop.
APH010S
APH011S
Problemen oplossen
68
5
E Pas de zijafscheidingen aan ter-
wijl u de hendel ingedrukt houdt.
F Druk de metalen plaat naar bene-
den.
G Maak een correcte stapel papier
en plaats die in de lade.
Belangrijk
Zorg ervoor dat het papier on-
der de rol past.
Controleer of de bovenkant van
de stapel niet uitkomt boven het
merkteken op de binnenkant
van de lade dat de maximale
vulling aangeeft
H Pas de zij- en achterafscheidingen
aan het nieuwe papierformaat
aan terwijl u de hendel ingedrukt
houdt.
Belangrijk
Als u kleine stapeltjes kopieer-
papier plaatst, let er dan op de
zijafscheiders niet te dicht tegen
het papier te drukken, want an-
ders zal het papier niet naar be-
horen worden ingevoerd.
I Druk de vergrendelknop naar be-
neden.
APH012S
APH013S
APH009S
APH014S
Het papierformaat veranderen
69
5
J Stel de grootte van de lade met de
papierkeuzeselector in op het
nieuwe papierformaat.
Opmerking
Let erop de juiste grootte in te
stellen, want anders kan het pa-
pier vastlopen.
K Schuif de papierlade weer terug
totdat deze stopt.
APH015S
Problemen oplossen
70
5
71
6. Andere functies
Andere functies
De teller voor Totaal
weergegeven
U kunt de totale tellerwaarde weerge-
ven die voor alle functies wordt ge-
bruikt.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Teller] met behulp van
{U} of {T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
C Als u de tellerlijst wilt afdrukken,
drukt u op [Afdr.].
Opmerking
Om de tellerlijst af te drukken,
moet u het papierformaat instel-
len op een formaat dat groter is
dan A4 of 8
1
/
2
" × 11".
D Druk op de toets {Start}.
Er wordt een tellerlijst afgedrukt.
E Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
De taal wijzigen
U kunt de taal die op het display
wordt gebruikt, wijzigen. De stan-
daardinstelling is Engels.
A Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
B Selecteer [Taal] met behulp van
{U} of {T} en druk vervolgens op
de toets {OK}.
APE011S
APE011S
Andere functies
72
6
C Selecteer de taal met behulp van
{U} of {T}, en druk vervolgens
op de {OK}-toets.
Het bericht “
Geprogrammeerd
verschijnt, en daarna keert het
scherm “Gebruikersinstellingen”
terug.
D Druk op de toets {Gebruikersinstel-
lingen/Teller}.
73
7. Opmerkingen
Waar u moet aan denken
R
VOORZICHTIG:
Belangrijk
Schakel de spanning niet uit terwijl
de indicator Aan brandt of knip-
pert. Als u dit doet, kan het geheu-
gen beschadigd raken.
Controleer of een geheugenruimte
van 100% wordt aangegeven op
het display voordat u het netsnoer
uittrekt of de hoofdschakelaar uit-
schakelt. Zie Pag.19 “De spanning
uitschakelen” en Pag.19 “De
hoofdschakelaar uitschakelen”.
Als u dit apparaat lange tijd ge-
bruikt in een besloten ruimte zon-
der een goede ventilatie, kunt u
een vreemde geur ruiken. Voor
een aangename werkomgeving is
een goede ventilatie gewenst.
Raak de fixeereenheid of de delen
errond niet aan. Deze worden erg
heet.
Na het maken van kopieën kan de
glasplaat warm worden—dit is
normaal.
Het deel rond de ventilatieopening
kan warm aanvoelen. Deze warm-
te wordt veroorzaakt door de afge-
voerde lucht en is normaal.
Wanneer het apparaat niet wordt
gebruikt en in stand-by staat, is
mogelijk een licht geluid hoorbaar
in het apparaat. Dit geluid wordt
veroorzaakt door het beeldstabili-
satieproces en is normaal.
Schakel de bedrijfsschakelaar niet
uit tijdens het kopiëren. Controleer
eerst of alle kopieertaken zijn vol-
tooid.
Het is mogelijk dat het kopieerre-
sultaat onbevredigend is indien er
als gevolg van een plotse tempera-
tuursverandering condensatie op-
treedt in het apparaat.
Open geen kleppen terwijl het ap-
paraat kopieert. Dit kan papiersto-
ringen veroorzaken.
Verplaats het apparaat niet tijdens
het kopiëren.
In geval van een verkeerde bedie-
ning of een fout van het apparaat
kunnen instellingen verloren gaan.
Daarom is het belangrijk dat u de
instellingen van het apparaat no-
teert.
De fabrikant is niet aansprakelijk
voor verlies of beschadiging die
voortvloeit uit een mechanische
fout, het verloren gaan van instel-
lingen of onjuist gebruik van het
apparaat.
Trek de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact voordat u het
apparaat verplaatst. Let tijdens
het verplaatsen van het apparaat
op dat het netsnoer niet onder
het apparaat terechtkomt en be-
schadigd wordt.
Opmerkingen
74
7
Waar het apparaat plaatsen?
Omgeving van het apparaat
Kies de installatieplaats van het appa-
raat zorgvuldig. De omgevingsom-
standigheden hebben immers een
grote invloed op de prestaties van het
apparaat.
Optimale omgevingsomstandigheden
R
VOORZICHTIG:
R
VOORZICHTIG:
Temperatuur: 10-32 °C (50-89,6 °F)
(vochtigheid moet 54% zijn bij
temperatuur van 32 °C, 89,6 °F)
Vochtigheid: 15-80% (temperatuur
moet 27 °C, 80,6 °F zijn bij 80%
vochtigheid)
Een stevige en vlakke ondergrond.
Het apparaat moet waterpas staan
met een tolerantie van 5 mm, zo-
wel voor-achter als links-rechts.
Om mogelijke ozonvorming te
vermijden, plaatst u dit apparaat
in een goed geventileerde ruimte
met een luchtverversing van meer
dan 30 m
3
/uur/persoon.
Te mijden plaatsen
Plaatsen die blootstaan aan recht-
streeks zonlicht of andere sterke
lichtbronnen (meer dan 1.500 lux).
Plaatsen die rechtstreeks bloot-
staan aan de koude lucht van een
airconditioning of de warme lucht
van een verwarmingstoestel. (Plot-
se temperatuursveranderingen
kunnen condensatie in het appa-
raat veroorzaken.)
Plaatsen in de buurt van machines
die ammoniak produceren, bij-
voorbeeld een diazo-kopieerma-
chine.
Plaatsen waar het apparaat onder-
hevig is aan sterke trillingen.
Stoffige plaatsen.
Een omgeving waar bijtende gas-
sen aanwezig zijn.
Verplaatsen
R
VOORZICHTIG:
R
VOORZICHTIG:
Bescherm het apparaat tegen
vocht en stof. Anders bestaat er
gevaar voor brand of een elektri-
sche schok.
Plaats het apparaat niet op een
onstabiel of schuin oppervlak.
Als het apparaat omvalt, kan dit
leiden tot verwondingen.
Gebruik het apparaat alleen in
een goed geventileerde, ruime
kamer. Goede ventilatie is vooral
van belang als het apparaat in-
tensief wordt gebruikt.
Trek de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact voordat u het
apparaat verplaatst. Let tijdens
het verplaatsen van het apparaat
op dat het netsnoer niet onder
het apparaat terechtkomt en be-
schadigd wordt.
Trek alle vier de handgrepen vol-
ledig uit voordat u het apparaat
verplaatst. Anders bestaat er ge-
vaar voor verwondingen. Zet de
vier handgrepen terug in hun oor-
spronkelijke stand nadat het ap-
paraat is verplaatst.
Waar het apparaat plaatsen?
75
7
Belangrijk
Wees voorzichtig wanneer u het
apparaat verplaatst. Neem de vol-
gende voorzorgsmaatregelen:
Schakel de hoofdschakelaar uit.
Zie Pag.19 “De hoofdschakelaar
uitschakelen”.
Trek de stekker van het nets-
noer uit het stopcontact. Neem
het snoer bij de stekker vast
wanneer u het uit het stopcon-
tact verwijdert. Trek niet aan
het snoer zelf, om gevaar voor
brand of een elektrische schok
te vermijden.
Sluit alle kleppen en laden, in-
clusief het voorpaneel en de
handinvoer.
Verwijder de steun niet.
Bescherm het apparaat tegen ster-
ke schokken. Schokken kunnen het
geheugen beschadigen.
Stroomvoorziening
R
WAARSCHUWING:
R
VOORZICHTIG:
R
VOORZICHTIG:
Wanneer de hoofdschakelaar in de
stand-bystand staat, is de optione-
le anti-condensatieverwarming in-
geschakeld. Trek in geval van
nood de stekker van het apparaat
uit het stopcontact.
Wanneer u de stekker uit het stop-
contact trekt, wordt de anti-con-
densatieverwarming
uitgeschakeld.
Zorg ervoor dat de stekker van het
netsnoer stevig in het stopcontact
steekt.
De spanning mag niet meer dan
10% schommelen.
Het stopcontact moet zich dicht bij
het apparaat bevinden en gemak-
kelijk bereikbaar zijn.
De stroombron waarop dit ap-
paraat wordt aangesloten,
moet voldoen aan de vereisten
die staan vermeld op de bin-
nenzijde van de omslag van
deze handleiding. Sluit het net-
snoer rechtstreeks aan op het
stopcontact. Gebruik geen ver-
lengsnoer.
Beschadig, breek of wijzig het
netsnoer niet. Plaats er geen
zware voorwerpen op. Trek
niet te hard aan het snoer en
buig het niet meer dan nodig.
Dit kan een elektrische schok
of brand veroorzaken.
Trek de stekker van het netsnoer
uit het stopcontact voordat u het
apparaat verplaatst. Let tijdens
het verplaatsen van het apparaat
op dat het netsnoer niet onder
het apparaat terechtkomt en be-
schadigd wordt.
Trek steeds aan de stekker wan-
neer u het netsnoer uit het stop-
contact haalt (trek niet aan het
snoer).
Opmerkingen
76
7
Toegang tot het apparaat
Plaats het apparaat dicht bij de
stroombron en neem de voorgeschre-
ven vrije ruimte in acht.
1. Achteraan: minstens 5 cm
2. Rechts: minstens 25 cm
3. Vooraan: minstens 75 cm
4. Links: minstens 15 cm
Opmerking
Neem contact op met uw service-
vertegenwoordiger voor de vereis-
te vrije ruimte wanneer u opties
installeert.
Onderhoud van uw apparaat
77
7
Onderhoud van uw apparaat
Als de glasplaat, het deksel van de
glasplaat of de riem van de ADF vuil
is, kan dit leiden tot minder zuivere
kopieën. Reinig deze onderdelen als
ze vuil zijn.
Het apparaat reinigen
Veeg het apparaat schoon met een
zachte, vochtige doek. Neem ver-
volgens het water op met een dro-
ge doek.
Belangrijk
Gebruik geen chemische reini-
gingsmiddelen of organische op-
losmiddelen zoals witte spiritus of
benzeen. Als dergelijke middelen
in het apparaat terechtkomen of
kunststof onderdelen doen oplos-
sen, kunnen zich defecten voor-
doen.
Reinig alleen de onderdelen die ex-
pliciet in deze handleiding worden
vermeld. Andere onderdelen mo-
gen uitsluitend worden gereinigd
door uw servicevertegenwoordi-
ger.
De glasplaat reinigen
De afdekklep van de glasplaat
reinigen
De ADF reinigen
ND1C0200
TRSR140E
Opmerkingen
78
7
79
8. Beveiliging
Beveiliging
Bij vertrouwelijke informatie bestaat altijd het risico dat het zonder toestemming
wordt gekopieerd of dat zonder toestemming via het netwerk wordt geopend.
Om documenten tegen dergelijk ongeoorloofd gebruik te beschermen, kunnen
er niet alleen wachtwoorden worden ingesteld, maar kan ook de functie Uitge-
breide beveiliging worden gebruikt om de beveiliging te verbeteren.
Aan wie een verhoogde documentbeveiliging nodig heeft, raden wij aan de
functie Uitgebreide beveiliging te gebruiken.
Primaire beveiligingsfuncties
Beveiliging van afbeeldingsgegevens in het geheugen
Hiermee worden afbeeldingsgegevens die in het geheugen verblijven be-
schermd. Wanneer een kopieertaak voltooid is of een taak geannuleerd is, zijn
de gegevens veilig.
Verificatie van de beheerder
Hiermee worden essentiële functie voor het beheren van de documentbevei-
liging met een toegangscode beveiligd. Zie Pag.46 “Key Operator Code”.
Beveiliging
80
8
Bedrijfsomgeving en aantekeningen
Beveiliging voor dit apparaat is gegarandeerd, op voorwaarde dat het apparaat
onder de volgende condities wordt gebruikt:
Bedrijfsomgeving
De toestand van het apparaat is normaal. (Het is bijvoorbeeld niet bescha-
digd, aangepast en er ontbreken geen onderdelen.)
Het apparaat wordt beheerd door een beheerder met grondige kennis van het
apparaat en die in staat is de juiste omstandigheden te creëren waaronder ge-
bruikers het apparaat veilig kunnen gebruiken.
Voor de beheerder
Beveiliging van het apparaat kan niet worden gegarandeerd als een willekeu-
rig hardwareonderdeel wordt losgemaakt of vervangen door een ongeschikt
onderdeel. Als deze zaken kunnen optreden, zijn andere beveiligingsmaatre-
gelen noodzakelijk.
Voorkom het gebruik van één enkel cijfer of een opeenvolgende reeks cijfers
voor een Key Operator Code, zoals bijv. “00000000” of “12345678”. Omdat
deze nummers gemakkelijk te raden zijn, biedt het gebruik ervan niet de juis-
te mate van beveiliging.
Gebruikerscode is een functie die bedoeld is om het gebruik van het apparaat
te ondersteunen. Het is niet bedoeld om vertrouwelijke documenten tegen
anderen te beveiligen.
81
9. Specificaties
Hoofdeenheid
Configuratie:
Desktop
Type beeldvormer:
OPC-drum
Scannen van het origineel:
Solidstate scanner met CCD
Kopieerproces:
Droog elektrostatisch overdrachtsysteem
Ontwikkeling:
Droog twee-componenten ontwikkelingssysteem met magnetische borstel
Fixeren:
Druksysteem met verhittingsrol
Resolutie:
600 dpi
Glasplaat:
Type stationaire belichting van originelen
Referentiepositie origineel:
Hoek linksboven
Opwarmtijd:
Na inschakelen van de hoofdschakelaar
15 seconden of minder (20 °C)
Na inschakelen van de bedrijfsschakelaar
10 seconden of minder (20 °C)
Originelen:
Vel/boek/objecten
Maximaal formaat origineel:
A3L, 11" × 17"L
Specificaties
82
9
Formaat kopieerpapier:
•Lade: A3L – A5K, 11" × 17"L – 5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"K
•Handinvoer: A3L – A6L, 11" × 17"L – 5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"L
Handinvoer (aangepast formaat):
Verticaal: 90 – 305 mm, 3,5" – 12,0"
Horizontaal: 148 – 1.260 mm, 5,8" – 49,6"
Gewicht kopieerpapier:
Papierlade (standaardformaat): 60 – 90 g/m
2
, 16 – 24 lb
Handinvoer: 52 – 162 g/m
2
, 14 – 43 lb
Niet-reproduceerbare gebieden:
Bovengrens: 2 ± 1,5 mm (0,08 ± 0,06 inch)
Ondergrens: meer dan 0,5 mm (0,02 inch)
•Linkergrens: 2 ± 1,5 mm (0,08 ± 0,06 inch)
Rechtergrens: meer dan 0,5 mm (0,02 inch)
Tijd voor eerste kopie:
6,5 seconden of minder
(A4K, 8
1
/
2
" × 11"K 100%, invoer vanuit Lade 1)
Kopieersnelheid:
15 kopieën/minuut (A4K, 8
1
/
2
" × 11"K)
Reproductieratio
Vaste reproductieratio’s:
In-/uitzoomen: van 50 tot 200% in stappen van 1%.
Continue kopietelling:
1 – 99 kopieën
Metrische versie Inch-versie
Vergroting 200% 155%
141% 129%
122% 121%
Volledig formaat 100% 100%
Verkleining 93% 93%
82% 78%
71% 65%
50% 50%
Hoofdeenheid
83
9
Capaciteit kopieerpapier:
Lade 1: 250 vellen (80 g/m
2
, 20 lb)
Handinvoer: 100 vellen (80 g/m
2
, 20 lb)
Stroomverbruik:
Afmetingen (B × D × H tot glasplaat):
550 × 568 × 420mm, 21,65" × 22,36" × 16,54"
Geluidsniveau
*1
:
Niveau geluidssterkte
Niveau geluidssterkte
*2
*1
De bovengenoemde metingen, die zijn uitgevoerd volgens de ISO-norm 7779, zijn
actuele waarden.
*2
De metingen worden uitgevoerd op de plaats waar de bediener staat.
Gewicht:
35 kg (78 lb) of minder
Opmerking
Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden veranderd.
Opwarmen Minder dan 1.280 W
Stand-by Ca. 110 W
Tijdens afdrukken Ca. 440 W
Maximaal Minder dan 1.280 W
Stand-by 40 dB (A)
Tijdens afdrukken 59 dB (A)
Stand-by 26 dB (A)
Tijdens afdrukken 46 dB (A)
Specificaties
84
9
Opties
Deksel van de glasplaat
Breng deze omlaag over de originelen voor het kopiëren.
Automatische documentinvoer (ADF)
Modus:
•ADF-stand
Formaat origineel:
•A3L – A5KL
11" × 17"L – 5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"KL
Gewicht originelen:
Enkelzijdige originelen: 52–105 g/m
2
(14 – 28 lb)
Aantal originelen dat moet worden geplaatst:
30 vellen (80 g/m
2
, 20 lb.)
Maximaal stroomverbruik:
Minder dan 25 W (stroom wordt geleverd door de hoofdeenheid)
Afmetingen (B × D × H):
550 × 470 × 90 mm; 21,7" × 18,6" × 3,6"
Gewicht:
7 kg (15 lb) of minder
Opmerking
Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden veranderd.
Combinatieschema
85
9
Combinatieschema
Het onderstaande combinatieschema geeft aan welke functies met elkaar kun-
nen worden gebruikt. Zie onderstaande tabel voor de gebruikte symbolen:
Hieronder worden de combinaties van functies weergegeven.
Deze functies kunnen gezamenlijk worden gebruikt.
$
Deze functies kunnen niet gezamenlijk worden gebruikt. De tweede functie die u
selecteert, is de functie waarin u werkt.
Specificaties
86
9
Aanvullende informatie
Kopiëren via de handinvoer
De onderstaande papierformaten kunnen als standaardformaat worden
geselecteerd:
A3L, A4KL, A5KL, B4 JISL, B5 JISKL, B6 JISL, 11"×17"L,
8
1
/
2
"×14"L, 8
1
/
2
"×11"KL, 5
1
/
2
"×8
1
/
2
"L, 7
1
/
4
"×10
1
/
2
"KL, 8"×13"L,
8
1
/
2
"×13"L, 8
1
/
4
"×13"K, 8KL, 16KKL, 4
1
/
8
"×9
1
/
2
"L, 3
7
/
8
"×7
1
/
2
L",
C5 EnvL, C6 EnvL, DL EnvL
Wanneer het geluidssignaal uitgeschakeld is, klinkt dit niet wanneer u pa-
pier in de handinvoer plaatst.
Voorinstelling verkleinen/vergroten
U kunt kiezen uit 7 vaste factoren (3 vergrotingsfactoren, 4 verkleinings-
factoren).
U kunt de reproductiefactor onafhankelijk van het formaat van het origi-
neel of de kopie kiezen. Bij sommige reproductiefactors is het mogelijk dat
een deel van de afbeelding niet wordt gekopieerd of dat er marges op de
kopieën verschijnen.
U kunt kopieën als volgt vergroten of verkleinen:
Metrische versie
Reproductiefactor (%) Origineel formaat kopieerpapier
200 (gebied vergroten met de factor 4) A5A3
141 (gebied vergroten met de factor 2) A4A3, A5A4
122 FA3, A4B4 JIS
115 B4 JISA3
93 --
82 FA4, B4 JISA4
71 (gebied verkleinen met de factor
1
/
2
)
A3A4, A4A5
65 A3F
50 (gebied verkleinen met de factor
1
/
4
)
A3A5, FA5
Aanvullende informatie
87
9
Inch-versie
In-/uitzoomen
De reproductiefactoren die u kunt opgeven zijn 50–200%.
U kunt de reproductiefactor onafhankelijk van het formaat van het origi-
neel of de kopie kiezen. Bij sommige reproductiefactors is het mogelijk dat
een deel van de afbeelding niet wordt gekopieerd of dat er marges op de
kopieën verschijnen.
Reproductiefactor (%) Origineel formaat kopieerpapier
200 (gebied vergroten met de factor 4)
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"11" × 17"
155 (gebied vergroten met de factor 2)
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"8
1
/
2
" × 14"
129
8
1
/
2
" × 11"11" × 17"
121
8
1
/
2
" × 14"11" × 17"
93 --
85
F8
1
/
2
" × 11"
78
8
1
/
2
" × 14"8
1
/
2
" × 11"
73
11" × 15"8
1
/
2
" × 11"
65
11" × 17"8
1
/
2
" × 11"
50 (gebied verkleinen met de factor
1
/
4
)11" × 17"5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"
Specificaties
88
9
Kopieerpapier
Aanbevolen papierformaten en -soorten
De volgende beperkingen gelden voor de laden:
Metrische versie Inch-versie Papiergewicht Papiercapaci-
teit
Papierlade 1 A3L, B4JISL, A4KL, B5JISKL,
A5K, 11" × 17"L, 8
1
/
2
" × 14"L,
8
1
/
2
" × 13"L, 8
1
/
4
" × 14"L,
8
1
/
4
" × 13"L, 8" × 13"L,
8
1
/
2
" × 11"KL, 7
1
/
4
" × 10
1
/
2
"KL,
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"K, 8KL
*3
, 16KKL
*4
Opmerking
U kunt het papierformaat selec-
teren met de gebruikersinstellin-
gen of de papierkeuzeselector.
Zie Pag.67 “Het papierformaat
veranderen”.
60 – 90 g/m
2
,
16 – 24 lb
250 vellen
*1
Handin-
voer
Standaard-
formaten
A3L, B4JISL
52 – 162 g/m
2
,
14 – 43 lb
10 vellen
*1
A4KL, B5JISKL, A5KL,
B6JISL
100 vellen
*1
11" × 17"L
*2
, 8
1
/
2
" × 14"L,
8
1
/
2
" × 13"(F4)L,8
1
/
4
" × 14"L,
8
1
/
4
" × 13"L, 8" × 13"(F)L,
8
1
/
2
" × 11"KL, 7
1
/
4
" × 10
1
/
2
"KL,
5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"L, 8KL
*3
, 16KKL
*4
A3L, B4JISL
60 – 157 g/m
2
,
16 – 42 lb
10 vellen
*1
A4KL, B5JISKL, A5KL,
B6JISL
40 vellen
*1
11" × 17"L, 8
1
/
2
" × 14"L,
8
1
/
2
" × 13"L, 8
1
/
4
" × 13"L,
8" × 13"L, 8
1
/
2
" × 11"KL,
7
1
/
4
" × 10
1
/
2
"KL, 5
1
/
2
" × 8
1
/
2
"L,
8KL
*3
, 16KKL
*4
Opmerking
U kunt het papierformaat speci-
ficeren.
Kopieerpapier
89
9
*1
Papiergewicht: 80 g/m
2
, 20 lb
*2
Wanneer u papier met een aangepast formaat in de handinvoer legt, kunt u het for-
maat specificeren.
*3
8K(Ba-Kai) = 267 × 390 mm, 10,6" × 15,4"
*4
16K(Shi-Lui-Kai) = 195 × 267 mm, 7,7" × 10,6"
*5
Plaats slechts één vel tegelijkertijd.
Belangrijk
Als vochtig of opgekruld papier wordt geplaatst, kan er een papierstoring op-
treden. Probeer in dergelijke gevallen de papierstapel andersom neer te leg-
gen in de lade. Indien er geen verbetering optreedt, neem papier dat minder
is opgekruld.
Opmerking
Als de handinvoer wordt gebruikt, raden wij u aan de richting van het papier
in te stellen op L.
Verwijzing
Om het papierformaat te wijzigen, zie Pag.67 “Het papierformaat verande-
ren”.
Handin-
voer
Aangepaste
formaten
*5
Doorschijnend papier (A3L ,
B4JISL), OHP-transparanten
10 vellen
Doorschijnend papier (A4KL,
B5JISKL)
40 vellen
Stickervellen (B4JISL, A4L)1 vel
Omslag (C5, C6, DL, Monarch,
Commercial #10)
10 vellen
Metrische versie Inch-versie Papiergewicht Papiercapaci-
teit
Specificaties
90
9
Onbruikbaar papier
R
VOORZICHTIG:
Belangrijk
Gebruik geen van de volgende papiersoorten, want deze kunnen storingen
veroorzaken:
•Kunstpapier
Aluminiumfolie
•Carbonpapier
Geleidend papier
Gebruik geen kopieerpapier waarop reeds gekopieerd is. Het papier zou hier-
door kunnen vastlopen.
Opmerking
Gebruik geen van de volgende papiersoorten, want het papier zou kunnen
vastlopen:
Gebogen, gevouwen of gekreukeld papier
Gescheurd papier
Te glad papier
Geperforeerd papier
•Grof papier
Dun papier met weinig stijfheid
Papier met een stoffig oppervlak
Als u een afdruk maakt op papier met een grove structuur, kan de afdruk wa-
zig worden.
Gebruik geen papier waarop reeds gekopieerd of gedrukt is.
Gebruik geen aluminiumfolie, carbonpapier of ander geleidend papier. Dit
om brandgevaar of storingen in de apparatuur te vermijden.
Kopieerpapier
91
9
Papier bewaren
Opmerking
Wanneer u papier bewaart, moeten de volgende voorzorgsmaatregelen altijd
worden getroffen:
Bewaar het papier niet op een plek waar het wordt blootgesteld aan direct
zonlicht.
Sla papier niet op in vochtige ruimten (luchtvochtigheid van 70% of ho-
ger).
Bewaar het papier op een vlak oppervlak.
Laat het ongebruikt papier van een riem in de verpakking zitten en bewaar
het zoals u doet met ongeopende riemen.
Bewaar het papier bij hoge temperatuur en hoge luchtvochtigheid of lage
temperatuur en lage luchtvochtigheid in een plastic zak.
92
INDEX
A
Aanbevolen papierformaten
en -soorten
, 88
Aanpassen
belichting
, 34
Aanvullende informatie
, 86
in-/uitzoomen
, 87
kopiëren via de handinvoer
, 86
voorinstelling verkleinen/vergroten
, 86
ADF
, 13
Algemene functies
, 44
Andere functies
, 71
Automatische documentinvoer
(ADF)
, 84
Automatische reset
kopieerapparaat
, 45
Automatische resettijd
kopieerapparaat
, 45
Automatische timer
, 45
Automatische uitschakeling / Laag
verbruik
, 19
Automatisch Uit
, 48
B
Basisprocedure, 29
Bedieningspaneel
, 12, 14
Bedrijfsomgeving
, 80
Bedrijfsomgeving en aantekeningen
, 80
Bedrijfsschakelaar
, 18
Bedrijfsschakelaar (indicator Aan)
, 12
Beveiliging
, 79
C
Combinatieschema, 85
D
Deksel van de glasplaat, 13, 84
De taal wijzigen
, 71
De teller afdrukken voor elke
gebruikerscode
, 54
De teller op nul zetten
, 54
De teller voor Totaal weergegeven
, 71
De teller weergeven voor elke
gebruikerscode
, 53
Display
, 16
Display contrast
, 44
E
Een gebruikerscode verwijderen, 52
Een gebruikerscode wijzigen
, 52
Een nieuwe gebruikerscode
registreren
, 51
Energiebesparing
, 19
Externe opties
, 13
F
Formaten
van aanbevolen originelen
, 21
Foto
, 34
G
Gebr. Manag..: Kop.app., 46
Gebruikerscode
, 51
Gebruikersinstellingen openen
(Systeeminstellingen)
, 42
Gebruikersinstellingen verlaten
, 43
Gebruikte toner
, 62
Gewichten
van aanbevolen originelen
, 21
Gezamenlijke toetsen
, 17
glasplaat
, 11
H
Handinvoer, 12
Handleiding met beschrijving van de
onderdelen
, 11
Hanteren van toner
, 62
Het display aflezen en de toetsen
gebruiken
, 17
Het papierformaat in de papierlade
wijzigen
, 67
Het papierformaat veranderen
, 67
Hoofdeenheid
, 81
Hoofdschakelaar
, 11, 18
Hoofdstroomindicator
, 12
93
I
Indien het apparaat niet doet wat u
wilt
, 55
Inschakelen
, 18
hoofdschakelaar
, 18
spanning
, 18
Instellingen die u met
Gebruikersinstellingen kunt
wijzigen
, 44
Instellingen wijzigen
, 42
Interne lade
, 11
K
Key Operator Code, 46
Key Operator Toepas.
, 46
Kiezen
instelling van het origineel type
, 34
kopieerpapier
, 34
Klep aan de rechterzijde
, 12
Kopieerfuncties
, 34
de belichting aanpassen
, 34
instelling briefhoofd
, 50
instelling origineel type
, 48
in-/uitzoomen
, 35
kiezen van de instelling van het origineel
type
, 34
kiezen van het kopieerpapier
, 34
max.. aantal sets
, 49
originelenteller display
, 49
R/E prioriteit instellen
, 49
reproductiefactor
, 49
sorteren
, 36
voorinstelling verkleinen/vergroten
, 35
Kopieerpapier
, 88
Kopiëren
, 29
Kopiëren via de handinvoer
, 30
Kopiëren via handinvoer
op enveloppen
, 33
op papier met aangepaste
afmetingen
, 32
op papier met standaardafmetingen
, 31
op speciaal papier
, 32
L
Lade papierformaat, 44
M
Meeteenheid, 44
Menu Gebruikersinstellingen
(Kopieerinstellingen)
, 41
Menu Gebruikersinstellingen
(Systeeminstellingen)
, 39
O
Omgeving, 74
Omgeving van het apparaat
, 74
Onbruikbaar papier
, 90
Onderhoud
, 77
Ontbrekende delen
, 22
Opmerkingen
, 73
Opties
, 13, 84
Origineel
richting
, 23
Originelen
, 21
Originelen die ongeschikt zijn voor de
ADF of ARDF
, 22
Originelen plaatsen
, 21
P
Papier
plaatsen
, 60
Papier bewaren
, 91
Papierinstellingen voor de lades
, 44
Papierlade
, 12
Papier met een vaste richting of 2-zijdig
papier
, 61
Papier plaatsen
, 60
Papiersoort
Handinvoer
, 45
Papierstoringen oplossen
, 65
Plaatsen
originelen
, 23, 24, 25, 26
originelen in de ADF/ARDF
, 24
Originelen met een aangepast
formaat
, 25
originelen met
standaardafmetingen
, 26
originelen op de glasplaat
, 24
Primaire beveiligingsfuncties
, 79
Problemen oplossen
, 55
geheugen is vol
, 59
u kunt geen duidelijke afdrukken
maken
, 57
u kunt geen kopieën maken zoals u het
wilt
, 59
Progr./wijzig gebr.code
, 48
94 DU NL B245-7611
R
Reinigen
ADF of ARDF
, 77
afdekklep van glasplaat
, 77
glasplaat
, 77
S
Sleutelteller beheer, 46
Sorteren
, 36
Specificaties
, 81
Stroomvoorziening
, 75
T
Tekst, 34
Teller per gebruikerscode
, 47
Teller weergeven/afdrukken
, 46
Timer Energiespaarstand
, 45
Timerinstellingen
, 45
Toetsherhaling
, 44
Toets Sorteren
, 15
Toner
fles plaatsen
, 64
gebruikt
, 62
hanteren
, 62
opslaan
, 62
toevoegen
, 62
verwijderen
, 63
Tonerfles plaatsen
, 64
Toner opslaan
, 62
Toner toevoegen
, 62
Toner verwijderen
, 63
U
Uitschakelen
hoofdschakelaar
, 19
spanning
, 19
V
Veiligheidsinformatie, 4
Ventilatieopeningen
, 11
Verplaatsen
, 74
Voor de beheerder
, 80
Voorklep
, 12
W
Waar u moet aan denken, 73
Weergave kopie-aantal
, 44
Verklaring van conformiteit
“Dit product voldoet aan de vereisten van de EMC-richtlijn 89/336/EEG en aanvullende richtlijnen en
de Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG en aanvullende richtlijnen.”
Conform IEC 60417 gebruikt dit toestel de volgende symbolen voor de hoofdschakelaar:
a betekent STROOM AAN.
c betekent STAND-BY.
Copyright © 2006
Gebruiksaanwijzing
DU NL B245-7611
7


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Ricoh Aficio MP 1500 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Ricoh Aficio MP 1500 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 2,55 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Ricoh Aficio MP 1500

Ricoh Aficio MP 1500 User Manual - English - 92 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info