449596
266
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/279
Next page
Handleiding
De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen
in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen.
AP027705/NL Copyright © HOYA CORPORATION 2008
FOM 01.10.2008 Printed in Europe
HOYA CORPORATION
PENTAX Imaging System Division
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX Europe GmbH
(European Headquarters)
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(Germany - http://www.pentax.de)
Hotline: 0180 5 736829 / 0180 5 PENTAX
Austria Hotline: 0820 820 255 (http://www.pentax.at)
PENTAX U.K. Limited PENTAX House,
Heron Drive, Langley, Slough, Berks SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.uk) Hotline: 0870 736 8299
PENTAX France S.A.S.
112 Quai de Bezons - BP 204, 95106 Argenteuil Cedex, FRANCE
(http://www.pentax.fr)
Hotline: 0826 103 163 (0,15€ la minute) Fax: 01 30 25 75 76
Email: http://www.pentax.fr/_fr/photo/contact.php?photo&contact
PENTAX Italia S.r.l. Via Dione Cassio, 15 20138 Milano, ITALY
(http://www.pentaxitalia.it) Email : info@pentaxitalia.it
PENTAX (Schweiz) AG Widenholzstrasse 1, 8304 Wallisellen,
Postfach 367, 8305 Dietlikon, SWITZERLAND
(http://www.pentax.ch)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
12000 Zuni Street, Suite 100B
Westminster, Colorado 80234, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX Canada Inc. 1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7, CANADA
(http://www.pentax.ca)
PENTAX Trading
(SHANGHAI) Limited
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road,
Xu Hui District, Shanghai, 200032 CHINA
(http://www.pentax.com.cn)
Handleiding
Lees voor optimale cameraprestaties eerst de handleiding
door voordat u deze camera in gebruik neemt.
Digitale spiegelreflexcamera
e_kb464_84percent_cover_11mm_7.fm Page 1 Friday, September 26, 2008 2:30 PM
Fijn dat u hebt gekozen voor deze PENTAX e digitale camera. Lees deze handleiding voor
gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. De handleiding is een
waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera. Bewaar hem
daarom op een veilige plaats.
Geschikte objectieven
Voor deze camera zijn alle DA, DA L, D FA en FA J-objectieven en objectieven met een s-stand
(automatisch) op de diafragmaring geschikt.
Zie p.46 en p.240 als u een ander objectief of accessoire wilt gebruiken.
Auteursrechten
Met de e gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik zijn bestemd,
mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten zoals neergelegd in de
auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende: in sommige gevallen is zelfs
het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen gebonden, zoals bij demonstraties,
voorstellingen of presentaties. Opnamen die zijn gemaakt met het doel om auteursrechten
te verkrijgen, kunnen ook niet worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht
zoals beschreven in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
PENTAX, K-m en smc PENTAX zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION.
PENTAX PHOTO Browser, PENTAX PHOTO Laboratory en SDM zijn handelsmerken van HOYA
CORPORATION.
Het SDHC-logo is een handelsmerk.
Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie van Adobe Systems Incorporated.
Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van Adobe Systems
Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Alle overige merk- of productnamen zijn handelsmerken of wettig gedeponeerde handelsmerken
van de betreffende bedrijven.
Aan de gebruikers van deze camera
De kans bestaat dat opgenomen gegevens worden gewist of dat de camera niet naar behoren
functioneert bij gebruik in omgevingen met installaties die sterke elektromagnetische straling
of magnetische velden opwekken.
Het paneel met vloeibare kristallen in de monitor is gemaakt met behulp van extreem hoge-
precisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger is, dient u
er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht of juist wel oplicht
wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het opgenomen beeld.
Dit product ondersteunt PRINT Image Matching III. Met digitale fotocamera’s, printers en software
die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen fotografen opnamen produceren die hun
bedoelingen beter benaderen. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die PRINT
Image Matching III niet ondersteunen.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Meer over PictBridge
Met PictBridge kan de gebruiker de digitale camera rechtstreeks aansluiten op een printer, waarbij
gebruik wordt gemaakt van de universele standaard voor de rechtstreekse uitvoer van opnamen.
Met een paar eenvoudige handelingen kunt u opnamen rechtstreeks vanuit de camera afdrukken.
De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen afwijken van
het feitelijke product.
e_kb464_84percent.book Page 0 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
1
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product.
Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn
aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera bevat onderdelen
die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor elektrische schokken bestaat.
Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld doordat de camera
valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan nooit het vrijgekomen gedeelte aan,
aangezien er gevaar is voor een elektrische schok.
Houd de SD-geheugenkaart buiten bereik van kleine kinderen om het risico te vermijden
dat de kaart per ongeluk wordt ingeslikt. Mocht de kaart toch worden ingeslikt, ga dan
onmiddellijk naar een arts.
De camerariem om uw nek wikkelen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat kinderen
de riem niet om hun nek wikkelen.
Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera als daar een teleobjectief op is
gemonteerd, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht beschadiging kunnen
oplopen. Kijk niet recht in de zon door een teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot
blindheid.
Berg de batterijen op buiten bereik van kinderen. Als de batterijen in de mond worden
gestoken, kan dit leiden tot een elektrische schok.
Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde netvoedingsadapter met
het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik van een netvoedingsadapter met
andere specificaties dan voorgeschreven voor dit product, kan brand, elektrische
schokken of schade aan de camera veroorzaken.
Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een vreemde
geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder de batterijen of
de netvoedingsadapter en neem contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service
Center. Verder gebruik van de camera kan brand of elektrische schokken
veroorzaken.
Schakel tijdens onweer de netvoedingsadapter uit en haal de stekker uit het stopcontact.
Onweer kan storing in de apparatuur, brand of elektrische schokken veroorzaken.
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA
Waarschuwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze
waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze
waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld persoonlijk
letsel of materiële schade kan veroorzaken.
OVER DE CAMERA
e_kb464_84percent.book Page 1 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
2
Pas op
Probeer nooit de batterijen kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen. Demonteer
de batterijen nooit. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten.
Van de batterijen die u in deze camera kunt gebruiken (type AA, Ni-MH, lithium
en alkaline), zijn alleen de Ni-MH-batterijen oplaadbaar. Het opladen van andere
batterijen kan brand of een explosie veroorzaken.
Als de batterijen heet worden of beginnen te roken, moet u deze onmiddellijk uit de
camera halen. Pas op dat u zichzelf niet brandt bij het verwijderen van de batterij.
Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet. Als dergelijke
onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar voor lichte verbrandingen.
Leg uw vingers of een kledingstuk niet over de flitser wanneer u deze gebruikt.
Uw huid of kleding kan verbranden.
Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met CSA/UL-
certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal AWG-koper NO.18, met aan
het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een gespecificeerde NEMA-
configuratie), en aan het andere uiteinde een gegoten vrouwelijke connector (met een
gespecificeerde IEC-configuratie van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig
stroomsnoer.
Gebruik alleen de aangegeven batterijen in deze camera. Het gebruik van andere
batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van een verschillend merk
of type, of oude met nieuwe. Exploderen of brand kan het gevolg zijn.
De batterijen dienen correct te worden geplaatst volgens de poolaanduidingen (+ en –)
op de batterijen en in de camera. Onjuist plaatsen van batterijen kan een explosie of
brand veroorzaken.
Demonteer de batterijen nooit. Van de batterijen die u in deze camera kunt gebruiken,
zijn alleen de AA-Ni-MH-batterijen oplaadbaar. Het demonteren van batterijen of
het proberen niet-oplaadbare batterijen op te laden, kan leiden tot een explosie
of lekkage.
Neem, als u op reis gaat, het document Worldwide Service Network mee dat deel
uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland.
BATTERIJGEBRUIK
Aandachtspunten tijdens het gebruik
e_kb464_84percent.book Page 2 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
3
Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt,
vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s
of opnamen op reis). Opnamen kunnen niet worden gegarandeerd als opnemen,
weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz. niet mogelijk
is als gevolg van een defect aan de camera of aan de opnamemedia
(SD-geheugenkaart) enz.
Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals verfverdunner,
alcohol of wasbenzine.
Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid. Laat de
camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto’s de temperatuur zeer
hoog kan oplopen.
Berg de camera niet op een plaats op met conserveermiddelen of chemicaliën.
Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge luchtvochtigheid kan
schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit de tas en berg hem op een droge
en goed geventileerde plaats op.
Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik een kussen
om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor, auto of schip.
Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is 0° tot 40° C (32°F tot 104°F).
De monitor kan zwart worden bij hoge temperaturen, maar wordt weer normaal bij
een normale omgevingstemperatuur.
De reactiesnelheid van de monitor kan traag worden bij lage temperaturen.
Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties
van het product op peil te houden.
Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan de
binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas of een plastic
zak en haal hem er pas uit als het temperatuurverschil tussen de camera en de
omgeving minimaal is geworden.
Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen of zouten, aangezien
de camera hierdoor defect kan raken. Als er regen- of waterdruppels op de camera
komt, veeg deze dan droog.
Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart” (p.43) voor
meer informatie over de SD-geheugenkaart.
Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een
lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het objectief
hierdoor beschadigd kan raken.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor professionele reiniging van
de CCD. (Hieraan zijn kosten verbonden.)
Druk niet met kracht op de monitor. De kans bestaat dat de monitor hierdoor breekt
of niet meer naar behoren functioneert.
Sommige gebruikers kunnen last krijgen van huiduitslag of eczeem, afhankelijk van
hun fysieke conditie. Als zich iets onverwachts voordoet, de camera niet langer
gebruiken en een arts raadplegen.
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk om uw product te
registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde CD-ROM of op de website
van PENTAX. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Raadpleeg de Handleiding PENTAX PHOTO Browser 3/PENTAX PHOTO Laboratory 3 voor
meer informatie.
e_kb464_84percent.book Page 3 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
4
e_kb464_84percent.book Page 4 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
5
VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA .............................................................. 1
OVER DE CAMERA .......................................................................................... 1
BATTERIJGEBRUIK.......................................................................................... 2
Aandachtspunten tijdens het gebruik................................................................. 2
INHOUDSTAFEL ............................................................................................... 5
Samenstelling van de handleiding ................................................................... 11
Voor u de camera gaat gebruiken 13
Kenmerken van de camera e .......................................................... 14
De inhoud van het pakket controleren................................................... 16
Namen en functies van de onderdelen .................................................. 17
Opnamestand .................................................................................................. 18
Weergavestand................................................................................................ 20
Weergave van indicaties ......................................................................... 22
Monitor............................................................................................................. 22
Zoeker.............................................................................................................. 28
Functie-instellingen wijzigen .................................................................. 30
Richtingsknoppen gebruiken ........................................................................... 30
Het bedieningspaneel gebruiken ..................................................................... 31
De Menu’s gebruiken....................................................................................... 32
De Help-functie gebruiken ...................................................................... 34
Voorbereidingen 35
Draagriem bevestigen ............................................................................. 36
Batterijen plaatsen................................................................................... 37
Indicatie batterijniveau ..................................................................................... 39
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen en Weergavetijd
(nieuwe batterijen) ........................................................................................... 39
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) .............................................. 40
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen ............................................. 42
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau .................................................................. 44
Het objectief bevestigen.......................................................................... 46
De zoekerdioptrie aanpassen ................................................................. 48
De camera aan- en uitzetten ................................................................... 49
Standaardinstellingen ............................................................................. 50
De weergavetaal instellen................................................................................ 50
Datum en tijd instellen ..................................................................................... 54
Inhoudstafel
e_kb464_84percent.book Page 5 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
6
Basisbediening 57
Basishandelingen bij opnamen .............................................................. 58
De camera vasthouden.................................................................................... 58
De camera de optimale instellingen laten bepalen .......................................... 59
Werken met een zoomobjectief .............................................................. 64
De ingebouwde flitser gebruiken ........................................................... 65
De flitsinstelling selecteren .............................................................................. 65
Corrigeren van de flitsintensiteit....................................................................... 70
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen............................ 71
Foto’s weergeven..................................................................................... 72
Opnamen weergeven ...................................................................................... 72
Opnamen wissen ............................................................................................. 73
Opnamefuncties 75
Werken met de opnamefuncties............................................................. 76
Items instellen met richtingsknoppen............................................................... 76
Onderdelen van het menu Opname ................................................................ 77
Onderdelen van het menu Pers.instelling........................................................ 78
De juiste opnamestand kiezen................................................................ 80
Opnamefunctie ................................................................................................ 81
H-stand ........................................................................................................ 82
Belichtingsfunctie............................................................................................. 84
Belichting instellen .................................................................................. 85
Effect van diafragma en sluitertijd.................................................................... 85
Gevoeligheid instellen...................................................................................... 87
De belichtingsfunctie wijzigen.......................................................................... 89
De lichtmeetmethode selecteren ................................................................... 101
Belichting corrigeren ...................................................................................... 104
Scherpstellen ......................................................................................... 109
Autofocus gebruiken ...................................................................................... 109
De AF-modus instellen .................................................................................. 111
Het scherpstelkader instellen (AF-punt)......................................................... 113
Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling)..................................... 114
Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen)...................... 116
Compositie, belichting en scherpstellen beoordelen
vóór opname (Digitaal voorbeeld)........................................................ 119
e_kb464_84percent.book Page 6 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
7
De functie Shake Reduction gebruiken om het effect
van camerabeweging te voorkomen .................................................... 121
Opnamen maken met de functie Shake Reduction ....................................... 121
Opnamen maken met de zelfontspanner....................................................... 125
De afstandbediening gebruiken (optioneel) ................................................... 128
Continuopnamen ................................................................................... 130
Opnamen maken met digitale filters .................................................... 132
De flitser gebruiken 135
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie .................................. 136
Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken...................................................... 136
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser..................................................................... 138
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser........................... 139
Gebruik van een externe flitser (optioneel) ......................................... 140
Opname-instellingen 149
De bestandsindeling instellen .............................................................. 150
JPEG-opnamepixels instellen........................................................................ 150
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen .............................................................. 151
De bestandsindeling instellen ........................................................................ 152
De functie van de knop g instellen ..................................................... 154
De methode voor afwerking van de opname instellen
(Aangepaste opname) ........................................................................... 157
Extra opname-instellingen .................................................................... 159
Witbalans instellen......................................................................................... 159
Kleurruimte instellen ...................................................................................... 164
Weergave-functies 165
Bediening van weergave-functies ........................................................ 166
Onderdelen van het menu Weergeven.......................................................... 166
Opnamen uitvergroten .......................................................................... 167
Weergave van meerdere opnamen tegelijk ......................................... 169
Scherm voor weergave van meerdere opnamen........................................... 169
Kalenderweergave/Mapweergave ................................................................. 171
Opnamen samenvoegen (Index) ................................................................... 172
Opnamen roteren ................................................................................... 175
Opnamen vergelijken............................................................................. 176
e_kb464_84percent.book Page 7 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
8
Diavoorstelling ....................................................................................... 177
Instellingen voor de diavoorstelling opgeven................................................. 177
De diavoorstelling starten .............................................................................. 178
Meerdere opnamen wissen ................................................................... 180
Geselecteerde opnamen wissen ................................................................... 180
Een map wissen ............................................................................................ 182
Alle opnamen wissen..................................................................................... 183
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen)................................. 184
Afzonderlijke opnamen beschermen.............................................................. 184
Alle opnamen beveiligen................................................................................ 185
De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur ............................ 186
Opnamen verwerken 187
De opnamegrootte wijzigen .................................................................. 188
Het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau wijzigen
(Formaat wijzigen) ......................................................................................... 188
Uitsneden maken (Bijsnijden) ........................................................................ 190
Opnamen verwerken met digitale filters.............................................. 192
RAW-opnamen bewerken...................................................................... 195
RAW-opnamen bewerken.............................................................................. 195
Afdrukken vanaf de Camera 199
Afdrukservice instellen (DPOF) ............................................................ 200
Afzonderlijke opnamen afdrukken ................................................................. 200
Instellingen voor alle opnamen ...................................................................... 202
Afdrukken met PictBridge..................................................................... 203
USB-aansluiting instellen............................................................................... 204
Camera op de printer aansluiten ................................................................... 205
Afzonderlijke opnamen afdrukken ................................................................. 206
Alle opnamen afdrukken ................................................................................ 208
Opnamen afdrukken op basis van DPOF-instellingen................................... 209
De USB-kabel loskoppelen............................................................................ 209
e_kb464_84percent.book Page 8 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
9
Camera-instellingen 211
Werken met het menu Set-up ............................................................... 212
Onderdelen van menu Set-up........................................................................ 212
SD-geheugenkaart formatteren ............................................................ 214
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal, de datum
en tijd en de weergavetaal .................................................................... 215
Het geluidssignaal in- en uitschakelen........................................................... 215
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen .............................................................. 216
Wereldtijd instellen......................................................................................... 216
Weergavetaal instellen .................................................................................. 219
Weergave van monitor en menu’s aanpassen .................................... 220
Tekstformaat instellen.................................................................................... 220
De tijd voor weergave van Hulpdisplay instellen............................................ 220
De Statusweergave instellen ......................................................................... 221
De helderheid van de monitor aanpassen ..................................................... 221
De kleur van de monitor aanpassen .............................................................. 222
De weergave voor Momentcontrole instellen................................................. 222
Conventies instellen voor bestands-/mapnamen ............................... 224
De mapnaam selecteren................................................................................ 224
Bestandsnummer instellen ............................................................................ 224
Het video-uitgangssignaal en voedingsinstellingen selecteren ....... 225
Het video-uitgangssignaal selecteren ............................................................ 225
Automatisch uitschakelen instellen ................................................................ 225
Het batterijtype instellen ................................................................................ 226
De felheid van het aan/uit-lampje instellen .................................................... 227
Pixeluitlijning.......................................................................................... 228
Instellingen voor de opnamestand selecteren om op te slaan
in de camera ........................................................................................... 229
Standaardinstellingen herstellen (Reset) 231
De menu’s Opname/Weergeven/Set-up resetten ................................ 232
Menu Pers. inst. herstellen ................................................................... 233
e_kb464_84percent.book Page 9 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
10
Bijlage 235
Standaardinstellingen ........................................................................... 236
Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties........... 240
Opmerkingen over [19. Diafragmaring gebruiken] ......................................... 241
De CCD schoonmaken .......................................................................... 243
Stof verwijderen door de CCD te schudden (Sensor stofvrij) ........................ 243
Stof detecteren op de CCD (Stofalarm)......................................................... 244
Stof verwijderen met een blaaskwastje.......................................................... 246
Optionele accessoires........................................................................... 248
Foutberichten ......................................................................................... 252
Problemen oplossen.............................................................................. 255
Belangrijkste technische gegevens ..................................................... 258
Verklarende woordenlijst ...................................................................... 262
Index........................................................................................................ 267
GARANTIEBEPALINGEN....................................................................... 272
e_kb464_84percent.book Page 10 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
11
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
Samenstelling van de handleiding
1 Voor u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen en functies
van de verschillende onderdelen.
2 Voorbereidingen
Beschrijft uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
3 Basisbediening
Legt de procedures uit voor het maken en weergeven van opnamen.
4 Opnamefuncties
Legt de functies voor het maken van opnamen uit.
5 De flitser gebruiken
Legt het gebruik van de ingebouwde en de externe flitser uit.
6 Opname-instellingen
Legt de procedures uit voor het configureren van beeldbewerking en het instellen van
de indeling voor opslaan.
7 Weergave-functies
Legt de procedures uit voor het weergeven, verwijderen en beveiligen van opnamen.
8 Opnamen verwerken
Legt de procedures uit voor het wijzigen van de afbeeldingsgrootte, het gebruik van filters
en het verwerken van opnamen die zijn gemaakt in RAW-indeling.
9 Afdrukken vanaf de Camera
Legt de procedures uit voor het opgeven van afdrukinstellingen en het afdrukken van
opnamen bij een rechtstreekse verbinding met de printer.
10 Camera-instellingen
Legt de procedures uit voor het wijzigen van de camera-instellingen, bijvoorbeeld die voor
de monitor en de conventies voor het benoemen van afbeeldingsbestanden.
11 Standaardinstellingen herstellen (Reset)
Legt de procedures uit voor het resetten van alle instellingen naar de standaardinstellingen.
12 Bijlage
Behandelt het oplossen van problemen en geeft een overzicht van afzonderlijk verkrijgbare
accessoires en verschillende informatiebronnen.
1
5
4
3
2
6
10
9
8
7
12
11
e_kb464_84percent.book Page 11 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
12
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt hierna
uitgelegd.
1
Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen
voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie weer.
Geeft aandachtspunten aan voor de bediening van de camera.
e_kb464_84percent.book Page 12 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
1 Voor u de camera
gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen en functies
van de diverse onderdelen voor het gebruik.
Kenmerken van de camera e ..............................14
De inhoud van het pakket controleren .......................16
Namen en functies van de onderdelen ......................17
Weergave van indicaties .............................................22
Functie-instellingen wijzigen ......................................30
De Help-functie gebruiken ..........................................34
e_kb464_84percent.book Page 13 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
14
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Kenmerken van de camera e
Voorzien van een CCD van 23,5×15,7 mm met effectief ca. 10,2 miljoen pixels,
voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik.
Voorzien van Shake Reduction (SR), een systeem voor het reduceren van
onscherpte door het bewegen van de sensor. Daarmee kunt u scherpe
opnamen maken die minimaal worden beïnvloed door het bewegen van
de camera, ongeacht het gebruikte objectief.
Voorzien van een zoeker die vergelijkbaar is met die van een conventionele
kleinbeeldcamera, met een vergroting van ong. 0,85× en een beeldveld van
ong. 96% voor comfortabeler handmatig scherpstellen.
Voorzien van een grote monitor van 2,7 inch met ca. 230.000 pixels, een grote
beeldhoek, en een helderheids- en kleurenregeling voor een zo nauwkeurig
mogelijke weergave.
Werkt op AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH batterijen
of AA-alkalinebatterijen.
Voorzien van een Help-functie die u kunt raadplegen terwijl u de camera gebruikt.
Als u niet weet hoe u een bepaalde functie moet gebruiken, drukt u op de knop
g (Help) om een uitleg van de functie weer te geven op de monitor. Als u al
vertrouwd bent met het functioneren van de camera, kunt u vier andere functies
toewijzen aan de knop g, zodat de camera gemakkelijker te bedienen is.
Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende delen van
de camera. Grote tekst, de monitor met een hoog contrast en de
gebruiksvriendelijke menu’s maken de bediening van de camera eenvoudiger.
Op de CCD is een speciale SP-coating aangebracht die stofwerend is. Bij
toepassing van de functie Sensor stofvrij wordt de CCD geschud om stof
te verwijderen.
Voorzien van digitale filters voor het bewerken van de opname in de camera.
Tijdens het maken van opnamen kunt u digitale filters toepassen zoals het
zwart-witfilter en het soft-filter, maar u kunt er opnamen ook achteraf mee
bewerken.
Met de functie Aangepaste opname kunt instellingen aanpassen terwijl een
voorbeeld van de te maken opname wordt weergegeven, zodat u meer greep
krijgt op wat u met de opname wilt bereiken.
Opnamen worden opgeslagen in de flexibele indeling JPEG of de kwalitatief
hoogwaardige maar 100 procent bewerkbare RAW-indeling. RAW-opnamen
kunnen gemakkelijk intern door de camera worden verwerkt.
Voorzien van de Gevoeligheidsvoorkeuze K die automatisch het diafragma
en de sluitertijd aanpast aan een ingestelde gevoeligheid.
e_kb464_84percent.book Page 14 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
15
Shake Reduction (SR)
Shake Reduction (SR) op de e is een oorspronkelijk PENTAX-systeem
waarbij met behulp van een magneet de beeldsensor met hoge snelheid wordt
bewogen om camerabeweging te compenseren.
De camera kan enig geluid veroorzaken als hij heen en weer wordt geschud,
bijvoorbeeld bij het wijzigen van een compositie. Dat is geen defect.
Help-functie
De aanwijzingen die voor de Help-functie van de e worden weergegeven,
zijn ontwikkeld voor gebruik met een DA- of een DA L-objectief.
Als u een ander objectief gebruikt, waarvan de diafragmaring niet in de stand
s (Auto) is gezet, zullen sommige aanwijzingen niet overeenkomen met
de werkelijke situatie.
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de e en 35 mm-
kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde objectief wordt gebruikt.
Dit komt doordat het formaat van kleinbeeldfilm en de CCD verschillend is.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CCD
35 mm-kleinbeeldfilm : 36×24 mm
e CCD : 23,5×15,7 mm
Bij gelijke beeldhoeken moet de brandpuntsafstand van een objectief dat voor een 35 mm-
kleinbeeldcamera wordt gebruikt, ongeveer 1,5 keer langer zijn dan die voor de e.
Om een beeldhoek te bereiken die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de brandpuntsafstand
van het kleinbeeldobjectief door 1,5.
(Voorbeeld) Om een zelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief
op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruikt u een 100 mm-objectief bij de e.
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief op de e worden
vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
(Voorbeeld) Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op de e
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief
op een kleinbeeldcamera.
e_kb464_84percent.book Page 15 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
16
Voor u de camera gaat gebruiken
1
De inhoud van het pakket controleren
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd.
Flitsschoenbeschermer FK
(op de camera bevestigd)
Oogschelp F
Q
(op de camera bevestigd)
Bodydop
(op de camera bevestigd)
USB-kabel
I-USB7
Draagriem
O-ST84
Software (CD-ROM)
S-SW84
Vier AA lithiumbatterijen Handleiding
(deze handleiding)
e_kb464_84percent.book Page 16 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
17
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Namen en functies van de onderdelen
* In de tweede afbeelding wordt de camera weergegeven zonder oogschelp FQ.
MF
AF
UP
Statiefaansluiting
Batterijklep
Zelfontspanner-LED/
Afstandsbedieningssensor
AF-koppeling
Spiegel
Objectiefontgrendelknop
Objectiefinformatie-
contacten
Kaartklep
Ontgrendelknop van
de batterijklep
Riembevestiging
Flitsschoen
Richtteken
objectiefvatting
(rode punt)
LED voor lezen van/
schrijven naar kaart
Ingebouwde flitser
USB/video-aansluiting
Dioptriecorrectieknop
Klepje voor
aansluitingen
Zoeker
Monitor
Aan/uit-lampje
e_kb464_84percent.book Page 17 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
18
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Hieronder vindt u uitleg van de functie van knoppen, instelwielen en hendels die bij
het maken van opnamen worden gebruikt.
Opnamestand
Hier worden de fabrieksinstellingen besproken. Afhankelijk van de knop kunnen
instellingen worden gewijzigd.
MF
AF
UP
3
4
1
7
0
d
6
9
8
e
5
2
a
b
c
e_kb464_84percent.book Page 18 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
19
1 g Knop (Help)
Geeft een uitleg van een functie
of bewerking weer op de monitor.
(p.34)
U kunt ook andere functies
toewijzen aan deze knop. (p.154)
2 Ontspanknop
Indrukken om opnamen
te maken. (p.62)
3 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit en
aan te zetten. (p.49)
4 Ontgrendelknop voor
het objectief
Indrukken om het objectief los
te maken. (p.47)
5 mc-knop
Waarden voor
belichtingscorrectie en diafragma
instellen. (p.91, p.98, p.104)
6 Functiekiezer
Opnamestand wijzigen. (p.80)
7 Knop scherpstelfunctie
Schakelen tussen automatisch
(p.109) en handmatig
scherpstellen (p.116).
8 K-knop
Indrukken om de ingebouwde
flitser uit te klappen. (p.65)
9 e-knop
De sluitertijd, het diafragma,
de gevoeligheid en de
belichtingscorrectie instellen.
0 =-knop
U kunt voor deze knop kiezen uit
de functies voor het scherpstellen
op het onderwerp en het
vasthouden van de
belichtingswaarde. (p.100, p.105,
p.110)
a Q-knop
De weergavefunctie activeren.
(p.72, p.166)
b M knop
De weergave van het
statusscherm op de monitor
in- en uitschakelen. (p.23)
c 3-knop
Het menu [A Opnamemodus 1]
weergeven (p.77). Druk vervolgens
op de vierwegbesturing (5) om
submenu’s weer te geven.
d 4 knop
Het bedieningspaneel weergeven
(p.23). Als het bedieningspaneel
of een schermmenu wordt
weergegeven, drukt u op de knop
om het geselecteerde item
te bevestigen.
e Vierwegbesturing
(2345)
Het menu voor het instellen van
Transportstand/Flitsinstelling/
Witbalans/Gevoeligheid openen
(p.76).
Als het bedieningspaneel
of een schermmenu wordt
weergegeven, verplaatst u de
cursor of wijzigt u een item
met de vierwegbesturing.
e_kb464_84percent.book Page 19 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
20
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Hieronder vindt u uitleg van de functie van knoppen, instelwielen en hendels die bij
het weergeven van opnamen worden gebruikt.
Weergavestand
MF
AF
2
3
1
UP
8
4
9
5
6
7
0
e_kb464_84percent.book Page 20 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
21
In deze bedieningshandleiding wordt op de volgende
manier verwezen naar de knoppen van de
vierwegbesturing.
1 Ontspanknop
Halverwege indrukken om over
te gaan naar de opnamefunctie.
2 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit en
aan te zetten. (p.49)
3 g Knop (Help)
Geeft een uitleg van een functie
of bewerking weer op de monitor.
(p.34)
4 e-knop
Een opname uitvergroten (p.167)
of meerdere opnamen
tegelijkertijd weergeven (p.169).
5 Q-knop
Indrukken om over te gaan naar
de opnamefunctie.
6 M knop
Indrukken om opnamegegevens
weer te geven op de monitor.
(p.24)
7 3-knop
Indrukken om het menu
[Q Weergeven 1] weer te geven
(p.166). Druk vervolgens op
de vierwegbesturing (5) om
submenu’s weer te geven.
8 4 knop
De in het menu of het
weergavescherm geselecteerde
instelling bevestigen.
9 Vierwegbesturing
(2345)
De cursor verplaatsen of items
wijzigen in menu’s of het
weergavescherm.
0 i-knop
Indrukken om opnamen
te verwijderen. (p.73)
Verwijzingen naar knoppen
e_kb464_84percent.book Page 21 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
22
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Weergave van indicaties
Afhankelijk van de camerastatus
kunnen de volgende indicaties
op de monitor worden
weergegeven.
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden (standaardinstelling)
weergegeven op de monitor als de camera wordt ingeschakeld of de functiekiezer
wordt gebruikt.
Monitor
De helderheid en de kleurinstelling van de monitor kunnen worden aangepast. (p.221, p.222)
Bij het inschakelen of gebruik van de functiekiezer
Selecteer Uit bij [Hulpdisplay] in het menu [R Instellen 1] om geen indicaties weer
te geven. (p.220)
1 Opnamestand (p.80) 3 Actuele datum en tijd (p.54)
2 Wereldtijd (p.216)
(alleen wanneer ingesteld
op Bestemmingstijd)
Monitor
P
P
Automatisch bel.
Automatisch bel.
programma
programma
07/07/2008
07/07/2008
10:30AM
10:30AM
1
23
e_kb464_84percent.book Page 22 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
23
Tijdens het maken van opnamen wordt het statusscherm weergegeven
met de opname-instellingen van dat moment. Druk op de knop 4 om
het bedieningspaneel weer te geven en instellingen te wijzigen.
Statusscherm/Bedieningspaneel
(De items worden hier voor uitlegdoeleinden weergegeven. In werkelijkheid kan er iets
anders worden weergegeven.)
Opnamestand
1 Opnamestand (p.80) 13 Transportstand (p.76)
2 Pictogram belichtingsgeheugen
(p.105)
14 Witbalans (p.159)
3 Wereldtijd (p.216) 15 Aangepaste opname (p.157)
4 Batterijniveau (p.39) 16 Scherpstelstand (p.109)
5 Sluitertijd (p.85) 17 Autobelichting (p.101)
6 Aantal te maken opnamen 18 Shake Reduction (p.121)
7 H Scène (p.82) 19 Digitaal filter (p.132)
8 Diafragma (p.85) 20 Bestandsindeling (p.152)
9 Belichtingscorrectie (p.104) 21 JPEG-opnamepixels (p.150)
10 ISO-gevoeligheid (p.87) 22 JPEG-kwaliteit (p.151)
11 Flitsinstelling (p.65) 23 Sleutel hulpdisplay
12 Flitsbelichtingscorrectie (p.70) 24 Uitleg van de geselecteerde functie
1
24
24
7
7
11
11
12
12
13
13
15
15
19
19
14
14
16
16
20
20
10
10
17
17
21
21
18
18
22
22
11
11
12
12
13
13
15
15
19
19
14
14
16
16
20
20
10
10
17
17
21
21
18
18
22
22
2
34
56
7
23
8
9
10001/
11
F
12345
+1.3
OK
3200
1.0 AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
3200
1.0 AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Scène
Scène
Nachtopname
Nachtopname
4 M
e_kb464_84percent.book Page 23 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
24
Voor u de camera gaat gebruiken
1
De camera schakelt over naar weergave van andere informatie als u tijdens
weergave op de knop M drukt.
Instellingen die niet gewijzigd kunnen worden bij de huidige configuratie van de
camera, kunnen niet worden geselecteerd.
Het statusscherm verdwijnt weer na de tijd die is ingesteld voor [3. Bedrijftijd lichtmtr]
in het menu [A Pers.instelling 1] (standaard 10 seconden). Druk op de knop M
om het statusscherm opnieuw weer te geven.
Als [21. Weergave statusscherm] in het menu [A Pers.instelling 3] is uitgeschakeld,
wordt het statusscherm alleen weergegeven als op de knop M wordt gedrukt.
(p.221)
Weergavestand
Standaard Opnamen en indicaties worden weergegeven.
Histogramweergave
Opnamen en histogram (Helderheid/RGB) worden
weergegeven.
Weergave van detail-info
Details van de opname-instellingen en het tijdstip
van de opname worden weergegeven.
Geen infoweergave Alleen opnamen worden weergegeven.
De informatie die aanvankelijk tijdens weergave wordt weergegeven is dezelfde die als
laatste werd weergegeven bij een vorige sessie. Het scherm [Standaard] kan altijd als
eerste worden weergegeven door [Weergavefunctie] in te stellen op P (Uit) bij [Geheugen]
(p.229) in het menu [A Opnamemodus 3].
100-0001
100- 0 0 0 1
100-0001
RGB
RGB
RGB
JPEG
JPEG
JPEG
ISO
ISO
G2
G2
A1
A1
AF.S
AF.S
AF.S
100-0001
1 0 0- 0 00 1
100-0001
1/2000
1 / 20 0 0
1/2000
+1.5
+ 1 .5
+1.5
F2.8
F 2 .8
-
0.5
0 . 5
-
0.5
10
10
10
: 39
39
10 : 39
AM
AM
AM
ISO
G2
A1
± 0±0
± 0±0
± 0±0
± 0±0
F2.8
24mm
24mm
200
200
200
AdobeRGB
AdobeRGB
AdobeRGB
/ /07
07
07
07
07 07 2008
2008
/2008/
100-0001
100- 0 0 0 1
100-0001
1/2000
1/2 000
F2.8
F2. 8
1/2000
F2.8
PP
Standaard
M
M
M
M
Geen infoweergave Weergave van detail-info
Histogramweergave
e_kb464_84percent.book Page 24 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
25
Weergave van detail-info
* De indicaties 6 en 13 worden alleen weergegeven bij flitsopnamen.
1 Rotatie-informatie 18 Beeldtint
2 Gemaakte opname 19 Kleurverzadiging/Filtereffect
3 Beveiligingsinstelling 20 Tint/Kleur aanpassen
4 Capture mode (Opnamefunctie) 21 Contrast
5 Lichtmeting bij automatische belichting 22 Scherpte/Fijne scherpte
6 Flitsinstelling 23 Gevoeligheid
7 Sluitertijd 24 Witbalans
8 Shake Reduction 25 GM-correctie (Witbalans instellen)
9 Transportstand
10 Belichtingsbracket 26 BA-correctie (Witbalans instellen)
11 Diafragma
12 Belichtingscorrectie 27 Bestandsindeling
13 Flitsbelichtingscorrectie 28 JPEG opnamepixels
14 Mapnummer-bestandsnummer 29 JPEG kwal niveau
15 Scherpstelling 30 Kleurgebied
16 AF-veld 31 Datum en tijd opname
17 Brandpuntsafstand objectief
31
13
2
78
4
5
910
11
617
15 16
14
18
1912 13
23 24 25 26 20
27 28 29 30 21
22
JPEG
JPEG
JPEG
ISO
ISO
G2
G2
A1
A1
AF.S
AF.S
AF.S
100-0001
1 0 0 -0 0 01
100-0001
1/2000
1 / 2 00 0
1/2000
+1.5
+ 1 . 5
+1.5
F2.8
F 2 . 8
-
0.5
0 . 5
-
0.5
10
/ / 10
10
: 39
39
07
07
07
07
07 07 2008
2008
/2008/10:39
AM
AM
AM
ISO
G2
A1
± 0±0
± 0±0
± 0±0
± 0±0
F2.8
PP
24mm
24mm
200
200
200
AdobeRGB
AdobeRGB
AdobeRGB
e_kb464_84percent.book Page 25 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
26
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Histogramweergave
De e is uitgerust met twee histogramfuncties. Het “Helderheidshistogram”
toont de verdeling van helderheid en het “RGB-histogram” toont de verdeling van
de kleurintensiteit. Druk op de vierwegbesturing (23) om te schakelen tussen
“Helderheidshistogram” en “RGB-histogram”.
* Indicatie 3 wordt alleen weergegeven bij de beveiligingsinstelling en indicatie 4 wordt
alleen weergegeven bij opnamen met DPOF-instellingen.
Een histogram toont de helderheidsverdeling
van een opname. De horizontale as
vertegenwoordigt helderheid (donker aan
de linkerzijde en licht aan de rechterzijde)
en de verticale as vertegenwoordigt het
aantal pixels.
1 Bestandsindeling 6 Schakelen tussen
Helderheidshistogram/RGB-histogram
2 Mapnummer-bestandsnummer (p.224)
3 Beveiligingsinstelling (p.184) 7 Histogram (R)
4 DPOF-instellingen (p.200) 8 Histogram (G)
5 Histogram (Helderheid) (p.26) 9 Histogram (B)
Over- of onderbelichte gebieden knipperen als de waarschuwing [Licht/donker geb]
is ingesteld op O (Aan) bij [Weergavefunctie] in het menu [Q Weergeven 2]. (p.168)
Het histogram gebruiken
100-0001
100 -00 01
100-0001
RGB
RGB
RGB
100-0001
100 -00 01
100-0001
12
5
3
4
6
5
7
8
9
6
124 3
Helderheidshistogram RGB-histogram
23
23
Aantal pixels
Helderheid (Donker) (Licht)
Donkere
gedeelten
Lichte gedeelten
e_kb464_84percent.book Page 26 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
27
De vorm en de verdeling van het histogram vóór en na de opname maakt duidelijk
of de belichting en het contrast al dan niet goed zijn. Op basis hiervan bepaalt u of
belichtingscorrectie nodig is en of u de foto opnieuw moet maken.
1 Belichting corrigeren (p.104)
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is en er geen duidelijke over- en onderbelichte gebieden
zijn, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname te donker is,
bevindt de piek zich links; als de opname te licht is, bevindt de piek zich rechts.
Als de opname te donker is, wordt het gedeelte links afgesneden (donkere delen
zonder details) en als de opname te licht is, wordt het gedeelte rechts afgesneden
(lichte delen zonder details).
Lichte delen knipperen rood op de monitor en donkere delen knipperen geel als
[Licht/donker geb] is ingeschakeld.
1 Opnamen weergeven (p.72)
1 De weergave voor Momentcontrole instellen (p.222)
Inzicht in kleurbalans
De verdeling van de kleurenintensiteit wordt voor elke kleur weergegeven in
het RGB-histogram. De rechterkant van de grafieken ziet er hetzelfde uit voor
opnamen waarvoor ook de witbalans wordt aangepast. Als één kleur links
disproportioneel aanwezig is, is die kleur te intens.
1 Witbalans instellen (p.159)
Donkere opname Opname met weinig
donkere en heldere
gebieden
Lichte opname
e_kb464_84percent.book Page 27 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
28
Voor u de camera gaat gebruiken
1
De volgende informatie wordt weergegeven in de zoeker.
Zoeker
1 AF-kader (p.48)
2 Spotmeetkader (p.101)
3 Flitserstatus (p.65)
Brandt: flitser is gereed.
Knippert: gebruik van de flitser wordt aangeraden, maar deze is nog niet
ingeschakeld of wordt opgeladen.
4 Pictogram voor opnamefunctie (p.80)
Het pictogram voor de geselecteerde opnamefunctie verschijnt.
U (Normaal in I), = (Portret), s (Landschap), q (Macro),
\ (Bewegend onderw.), . (Portret bij nacht)
5 Shake Reduction (p.121)
Wordt weergegeven als de functie Shake Reduction wordt geactiveerd.
6 Sluitertijd (p.85)
Sluitertijd bij opname of instelling.
Onderstreept wanneer de sluitertijd kan worden gewijzigd met de e-knop.
7 Diafragmawaarde (p.85)
Diafragmawaarde bij opname of instelling.
Onderstreept wanneer de diafragmawaarde kan worden gewijzigd met de e-knop.
8 Scherpstelindicatie (p.60)
Brandt: als het onderwerp is scherpgesteld.
Knippert: er is niet scherpgesteld op het onderwerp.
1
3
4
11
68910
2
1
5 7
e_kb464_84percent.book Page 28 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
29
9 Beschikbaar aantal opnamen/Belichtingscorrectie/Gevoeligheid
Geeft het beschikbare aantal opnamen weer bij de huidige instellingen voor kwaliteit
en opnamepixels.
Het verschil met de juiste belichtingswaarde wordt weergegeven wanneer de
belichtingsfunctie is ingesteld op a. (p.99)
De ISO-gevoeligheid wordt weergegeven als op de knop 4 wordt gedrukt. (p.88)
m: Belichtingscorrectie (p.104)
Onderstreept wanneer de belichting kan worden gecorrigeerd met de e-knop
terwijl op de knop mc wordt gedrukt.
o: Gevoeligheid
Onderstreept wanneer de gevoeligheid kan worden gewijzigd met de e-knop.
10 Scherpstelstand (p.109)
Wordt weergegeven bij instelling op \.
11 Belichtingsgeheugen (p.105)
Wordt weergegeven bij inschakeling van het belichtingsgeheugen.
[9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven in de zoeker. Zelfs
als meer dan 10.000 opnamen kunnen worden gemaakt, wordt [9999] weergegeven.
e_kb464_84percent.book Page 29 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
30
Voor u de camera gaat gebruiken
1
Functie-instellingen wijzigen
U kunt functie-instellingen wijzigen met de richtingsknoppen van de vierwegbesturing,
het bedieningspaneel en de menu’s. De meest gebruikte functies kunnen worden
ingesteld met de richtingsknoppen of het bedieningspaneel; minder gebruikelijke
functies stelt u in via een menu. Sommige functies kunnen op meerdere manieren
worden ingesteld (richtingsknoppen en bedieningspaneel of bedieningspaneel
en menu).
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven voor het wijzigen van
functie-instellingen.
Door in de opnamestand op de vierwegbesturing (2345) te drukken, kunt u
de Transportstand, Flitsinstelling, Witbalans en Gevoeligheid instellen. (p.76)
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld de Flitsinstelling uitgelegd.
1
Druk op de vierwegbesturing (3)
in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer een flitsinstelling met
de vierwegbesturing (45).
3
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm;
de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Richtingsknoppen gebruiken
0.0
0 . 0
0.0
Flitsinstelling
Flitsinstelling
Auto ontladen
Auto ontladen
Flitsinstelling
Auto ontladen
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 30 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
31
Tijdens het maken van opnamen kunt u de dan geldende instellingen controleren
in het statusscherm. U kunt ook overschakelen naar het bedieningspaneel
en instellingen wijzigen.
Hieronder wordt het instellen van JPEG-kwaliteit uitgelegd als voorbeeld.
1
Controleer het statusscherm
en druk dan op de knop 4.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm
niet wordt weergegeven.
2
Selecteer met de vierwegbesturing
(2345) een item waarvoor u de
instelling wilt wijzigen.
U kunt geen items selecteren waarvan u de
instelling niet kunt wijzigen.
3
Druk op de knop 4.
Het instellingenvenster van het geselecteerde
item wordt weergegeven.
Het bedieningspaneel gebruiken
201/
5.6
F
123
OK
=sq\
AF.S
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
400
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Flitsinstelling
Flitsinstelling
Auto ontladen
Auto ontladen
10M
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
OFF
OFF
400
JPEG kwal niveau
JPEG kwal niveau
e_kb464_84percent.book Page 31 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
32
Voor u de camera gaat gebruiken
1
4
Selecteer een instelling met de
vierwegbesturing (45).
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van
een opname.
In dit gedeelte worden bedieningsmethoden besproken voor de menu’s
[A Opnamemodus], [Q Weergeven], [R Instellen] en [A Pers.instelling].
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld het opgeven van instellingen voor
[Ander schrpstpnt] in het menu [A Opnamemodus 2] uitgelegd.
1
Druk op de knop 3 in de
opnamefunctie.
Het menu [A Opnamemodus 1] wordt
weergegeven op de monitor.
Als u in de weergavestand op de knop 3
drukt, wordt het menu [Q Weergeven 1]
weergegeven. Als u de functiekiezer instelt
op H (Scène), wordt het menu [H Scène]
weergegeven.
Nadat u zoals in stap 2 op p.31 de instelling hebt geselecteerd die u wilt wijzigen, kunt
u die wijziging ook doorvoeren door aan de e-knop te draaien. Druk bij gedetailleerde
instellingen, bijvoorbeeld parameters, op de knop 4 en breng dan wijzigingen aan.
De Menu’s gebruiken
JPEG kwal niveau
JPEG kwal niveau
128
128
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 32 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Voor u de camera gaat gebruiken
1
33
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Steeds als u op de vierwegbesturing drukt,
wordt in deze volgorde een ander menu
geopend: [A Opnamemodus 2],
[A Opnamemodus 3], [Q Weergeven 1],
[Q Weergeven 2], [R Instellen 1] ···
[A Pers.instelling 4].
Met de e-knop kunt u schakelen tussen
de menu’s.
3
Kies een onderdeel met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Beschikbare instellingen worden weergegeven.
Druk op de vierwegbesturing (5) om naar het keuzemenu te gaan als er sprake
is van een keuzemenu.
5
Selecteer een instelling met
de vierwegbesturing (23).
6
Druk op de knop 4.
De camera keert terug naar het menuscherm. Stel vervolgens andere items in.
Druk op de knop 3 om het menu te sluiten en terug te keren naar het eerder
weergegeven scherm.
Als u op de 3-knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt verkeerd
uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterij wordt uitgenomen terwijl de camera aan
staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
1 2 3
MENU
Einde
Aangepaste opname
Digitaal filter
Bestandsindeling
JPEG opnamepixels
JPEG kwal niveau
RAW-formaat
Kleurruimte
JPEG
PEF
sRGB
10M
OFF
OFF
1 2 3
MENU
Einde
AF.A
AF-modus
Autom. lichtmeting
Ander schrpstpnt
Momentcontrole 1sec
MENU
Annul.
1 2 3
AF.S
AF-modus
Autom. lichtmeting
Ander schrpstpnt
Momentcontrole
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 33 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
34
Voor u de camera gaat gebruiken
1
De Help-functie gebruiken
Als u niet zeker weet hoe een bepaalde functie werkt, kunt u een uitleg weergeven
van de huidige procedure en de status van de camera door op de knop g (Help)
te drukken.
Er zijn Help-schermen in de volgende gevallen.
Capture mode (Opnamefunctie)
Weergavestand (weergave van één opname, weergave van meerdere
opnamen tegelijkertijd, kalenderweergave, mapweergave en uitvergrote
weergave)
1
Druk op de knop g.
Er wordt een scherm ter bevestiging van de huidige status van de camera
weergegeven.
Als u in de weergavestand op de knop g hebt gedrukt, gaat u verder bij stap 3.
2
Druk nogmaals op de knop g.
Het scherm met knoppen wordt weergegeven.
3
Druk op de knop waarbij u uitleg wilt.
Er wordt een uitleg van de knop weergegeven.
Als u op de knop = of op de ontspanknop
drukt, wordt geen uitleg weergegeven, maar
keert u terug naar de opnamestand.
4
Druk op de knop g of de knop 4.
Druk op de knop g om het Help-scherm
te sluiten. Druk op de knop 4 om terug
te keren naar het scherm met knoppen.
Behalve de Help-functie kunt u in de opnamestand ook andere functies toewijzen aan de
knop Help g. Het is handig om andere functie onder handbereik te hebben als u eenmaal
vertrouwd bent met het bedienen van de camera. (p.154)
Druk op de nkop
Druk op de nkop
Uitleg knoppen
Uitleg knoppen
waarover u
waarover u
meer info
meer info
wilt
wilt
Einde
Evalueert onderwerp
Evalueert onderwerp
automatisch om optimale
automatisch om optimale
opnamemodus te bepalen
opnamemodus te bepalen
Auto Picture
Auto Picture
Einde
Uitleg knoppen
OK
e_kb464_84percent.book Page 34 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
2 Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop
van de camera tot het maken van opnamen beschreven.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle
aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen .................................................36
Batterijen plaatsen .......................................................37
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen .................42
Het objectief bevestigen ..............................................46
De zoekerdioptrie aanpassen .....................................48
De camera aan- en uitzetten .......................................49
Standaardinstellingen .................................................50
e_kb464_84percent.book Page 35 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
36
Voorbereidingen
2
Draagriem bevestigen
1
Trek het uiteinde van de riem door
de riembevestiging en maak de
riem vast aan de binnenkant van
de gesp.
2
Haal het andere uiteinde
van de riem door de andere
riembevestiging van de camera
en maak de riem vast aan
de binnenkant van de gesp.
e_kb464_84percent.book Page 36 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
37
Voorbereidingen
2
Batterijen plaatsen
Plaats batterijen in de camera. Gebruik vier AA-lithiumbatterijen, AA Ni-MH
oplaadbare batterijen of AA-alkalinebatterijen.
Bij deze camera worden AA-lithiumbatterijen geleverd om te controleren of de camera
naar behoren werkt, maar ook sommige andere typen batterijen zijn geschikt. Gebruik
de compatibele batterijen overeenkomstig het doel waarvoor ze bestemd zijn.
Geschikte batterijen Kenmerken
AA-lithiumbatterijen Meegeleverd bij de camera. Aanbevolen in koude klimaten.
AA Ni-MH oplaadbare
batterijen
Deze batterijen zijn oplaadbaar en voordelig.
Voor het opladen is een in de handel verkrijgbare batterijoplader
vereist die compatibel is met deze batterijen.
AA-alkalinebatterijen
U kunt dit type batterijen overal verkrijgen wanneer de batterijen
die u normaal gebruikt leeg zijn. Ze ondersteunen echter mogelijk
niet alle camerafuncties onder bepaalde omstandigheden. We
raden het gebruik ervan dan ook af, uitgezonderd in noodgevallen
en om te controleren of de camera naar behoren werkt.
De spanningskenmerken van nikkelmangaan-batterijen kunnen storingen veroorzaken.
Om die reden wordt het gebruik ervan afgeraden.
AA-lithiumbatterijen en AA-alkalinebatterijen, die in deze camera kunnen worden
gebruikt, zijn niet oplaadbaar.
Open de klep van het batterijcompartiment niet en verwijder de batterijen niet terwijl
de camera aan staat.
Verwijder de batterijen wanneer u de camera langere tijd niet gebruikt. De batterijen
kunnen anders gaan lekken.
Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u na langere tijd nieuwe batterijen in de camera
plaatst, volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen” (p.54).
Plaats de batterijen op de juiste wijze. Als de batterijen verkeerd zijn geplaatst, kan de
camera beschadigd raken. Veeg de contactpunten van de batterijen schoon alvorens
ze te plaatsen.
Vervang alle batterijen tegelijk. Combineer geen batterijen van verschillend type of
merk, of oude met nieuwe. Anders kunnen er storingen ontstaan, bijvoorbeeld een
onjuiste weergave van het batterijvermogen.
e_kb464_84percent.book Page 37 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
38
Voorbereidingen
2
1
Houd de ontgrendelknop van het
batterijcompartiment ingedrukt
zoals afgebeeld (1) en schuif
de klep in de richting van het
objectief (2). Maak dan de klep
open.
2
Plaats de batterijen volgens
de poolaanduidingen +/– in het
batterijcompartiment.
3
Druk de klep (1) omlaag tegen
de batterijen en schuif hem in de
afgebeelde richting (2) dicht.
Zorg ervoor dat de batterijklep goed gesloten is. De camera werkt niet als de batterijklep
open is.
Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapterset K-AC84 (optioneel).
(p.40)
Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan
of de batterijen correct zijn geplaatst.
2
1
2
1
e_kb464_84percent.book Page 38 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
39
Voorbereidingen
2
U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool {
op het statusscherm.
De opslagcapaciteit (normale opnamen en flitsergebruik 50%) is gebaseerd op
meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen en de andere waarden
zijn gebaseerd op onze meetomstandigheden. In de praktijk kunnen afwijkingen van deze
waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie en opnameomstandigheden.
Indicatie batterijniveau
{ brandt : Batterij is vol.
} brandt : Batterij raakt leeg.
? brandt : Batterij is bijna leeg.
De camera schakelt zichzelf na deze melding [Batterij leeg] uit.
} of ? kan ook worden weergegeven als de batterij nog voldoende voeding levert,
terwijl de camera wordt gebruikt bij een lage temperatuur of als u meerdere continuopnamen
maakt. Schakel dan de camera uit en weer in. Als { wordt weergegeven, kunt u de
camera weer gebruiken.
Geschatte opslagcapaciteit voor opnamen
en Weergavetijd (nieuwe batterijen)
Batterijen
(temperatuur)
Normale
opnamen
Flitsfotografie
Weergavetijd
50% gebruik 100% gebruik
AA lithiumbatterijen
(23°C) 1650 1000 800 750 minuten
( 0°C) 1400 850 690 640 minuten
Oplaadbare AA-
batterijen (NiMH
2700 mAh)
(23°C) 1100 640 500
510 minuten
( 0°C) 750 500 350
430 minuten
AA alkaline-
batterijen
(23°C) 360 260 160 350 minuten
(0°C)
Niet van
toepassing
Niet van
toepassing
Niet van
toepassing
240 minuten
e_kb464_84percent.book Page 39 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
40
Voorbereidingen
2
We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapterset K-AC84
(optioneel) als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op de pc.
1
Controleer of de camera is uitgezet.
Als er batterijen in de camera aanwezig zijn, opent u de klep van het
batterijcompartiment en neemt u de batterijen uit de camera. Zie stap 1 op p.38.
2
Open de klep van het batterij-
compartiment en vervolgens
de klep (1) op de doorvoer
van de voedingskabel aan
de rechterkant van
het batterijcompartiment.
3
Schuif het gelijkstroomkoppelstuk
in het batterijcompartiment.
De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk afnemen. Houd
bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra batterijen bij de hand, die u warm
houdt in uw zak. Bij het bereiken van kamertemperatuur worden de batterijprestaties
weer normaal.
Zorg dat u extra batterijen bij u hebt als u een verre reis maakt, opnamen maakt in een
koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel)
e_kb464_84percent.book Page 40 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
41
Voorbereidingen
2
4
Geleid de voedingskabel van het
gelijkstroomkoppelstuk als
weergegeven in de afbeelding.
5
Sluit de batterijklep.
Zie stap 3 op p.38.
6
Sluit de gelijkstroomconnector van de netvoedingsadapter
aan op het gelijkstroomkoppelstuk.
7
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
8
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan te sluiten
of los te maken.
Controleer de aansluiting bij beide connectoren. De SD-geheugenkaart en gegevens
raken beschadigd als de verbinding wordt verbroken terwijl de camera opneemt of
gegevens leest.
Sluit de klep van de doorvoer van de voedingskabel als u de netvoedingsadapter
niet gebruikt.
Lees vóór gebruik de handleiding van de netvoedingsadapterset K-AC84.
6
7
8
e_kb464_84percent.book Page 41 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
42
Voorbereidingen
2
De SD-geheugenkaart plaatsen/uitnemen
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart of een SDHC-
geheugenkaart. (Beide kaarten worden vanaf nu aangeduid als SD-geheugenkaart.)
Zorg dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart (in de handel
verkrijgbaar) te plaatsen of uit te nemen.
1
Schuif de kaartklep in de richting
van de pijl (1) en open
vervolgens de klep (2).
2
Breng de kaart volledig in met het
etiket van de SD-geheugenkaart
naar de monitor gericht.
Duw de SD-geheugenkaart iets naar
binnen om deze uit te nemen.
Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/lezen van
de kaart brandt.
Gebruik deze camera om SD-kaarten te formatteren (initialiseren) die nog niet eerder
zijn gebruikt, of die in andere camera’s of digitale apparaten zijn gebruikt. Raadpleeg
“SD-geheugenkaart formatteren” (p.214) voor informatie over formatteren.
2
1
e_kb464_84percent.book Page 42 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
43
Voorbereidingen
2
3
Sluit de kaartklep (1) en schuif
hem dan in de richting van de pijl
(2).
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
De SD-geheugenkaart is voorzien van een
schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer u het
schuifje van de schrijfbeveiliging op LOCK zet,
kunnen geen nieuwe gegevens worden
weggeschreven naar de kaart, bestaande
gegevens op de kaart kunnen niet worden gewist
en de kaart kan niet worden geformatteerd door
de camera of een computer.
Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt:
de kaart kan dan heet zijn.
Neem de SD-geheugenkaart niet uit en zet de camera niet uit terwijl er gegevens op de
kaart worden opgeslagen of opnamen of geluidsbestanden worden weergegeven, of
wanneer de camera met een USB-kabel is aangesloten op een computer. Hierdoor
kunnen de gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken. Houd de
kaart uit de buurt van water en bewaar hem niet op een plaats met een hoge temperatuur.
Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor
beschadigd kan raken en onbruikbaar worden.
Onder de volgende omstandigheden kunnen gegevens op de SD-geheugenkaart worden
verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit of elektrische
storingen.
(3) als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) wanneer de SD-geheugenkaart wordt uitgenomen of de batterij wordt uitgenomen
terwijl er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens op de kaart
onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van belangrijke gegevens op een
computer op.
Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit of
elektrische storingen kan worden blootgesteld.
Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij wordt blootgesteld aan rechtstreeks
zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen of condensatie.
Wilt u informatie over compatibele SD-geheugenkaarten, bezoek dan de website van
PENTAX.
2
1
Schrijfbeveiliging
e_kb464_84percent.book Page 43 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
44
Voorbereidingen
2
Kies het aantal pixels (grootte) en het kwaliteitsniveau (JPEG-compressiefactor)
van de opnamen die passen bij wat u met de opnamen wilt gaan doen.
Opnamen met een groter aantal opnamepixels of meer sterren (E) worden
scherper afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het aantal
opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt kleiner bij grotere bestanden.
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting,
de resolutie van de printer en een aantal andere factoren. Dat betekent dat u nooit
meer dan de daarvoor benodigde hoeveelheid pixels hoeft te kiezen. Wanneer u
bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt afdrukken, is i (1824×1216) voldoende.
Geef instellingen op voor opnamepixels en kwaliteitsniveau die tegemoetkomen
aan het doel van de opname.
Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor JPEG-opnamen
in het bedieningspaneel.
1 JPEG-opnamepixels instellen (p.150)
1 Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen (p.151)
Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt ook voor
SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt.
1 SD-geheugenkaart formatteren (p.214)
Als u een SD-geheugenkaart weggooit, weggeeft of verkoopt, zorg dan dat de gegevens
op de kaart volledig zijn gewist of dat de kaart zelf wordt vernietigd als deze persoonlijke
of gevoelige informatie bevat. Bij formattering van een SD-geheugenkaart worden de
gegevens niet noodzakelijkerwijs gewist, zodat ze kunnen worden hersteld met speciale
software voor gegevensherstel. Er zijn speciale programma’s voor het wissen van
gegevens verkrijgbaar die de gegevens wel volledig wissen.
In alle gevallen geldt dat het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart volledig
voor eigen risico is.
Opnamepixels en Kwaliteitsniveau
Als JPEG de bestandsindeling is
e_kb464_84percent.book Page 44 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
45
Voorbereidingen
2
JPEG-opnamepixels, JPEG-kwaliteitsniveau en geschatte
opslagcapaciteit voor opnamen
Bovenstaande tabel geeft de geschatte opslagcapaciteit en opnametijd aan bij gebruik
van een SD-geheugenkaart van 1 GB.
Bovenstaande waarden kunnen variëren, al naar gelang het onderwerp,
opnameomstandigheden, opnamefunctie en SD-geheugenkaart, e.d.
Met de e kunt u opnamen opslaan in de flexibele indeling JPEG of de
kwalitatief hoogwaardige maar bewerkbare RAW-indeling. Als RAW-indeling kunt
u kiezen voor de oorspronkelijke PEF-indeling van PENTAX of de voor algemene
doeleinden bestemde DNG-indeling (Digital Negative), ontwikkeld door Adobe
Systems. Op een SD-kaart met een capaciteit van 1 GB kunt u maximaal 59
opnamen opslaan in PEF-indeling of 58 in DNG-indeling.
1 De bestandsindeling instellen (p.152)
JPEG kwal niveau
JPEG opnamepixels
C
Best
D
Beter
E
Goed
J
(3872×2592)
231 343 586
P
(3008×2000)
387 570 974
i
(1824×1216) 902 1549 2627
Als RAW de bestandsindeling is
e_kb464_84percent.book Page 45 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
46
Voorbereidingen
2
Het objectief bevestigen
Bevestig een passend objectief op de body van de camera.
Als u een van de volgende objectieven met de e gebruikt, zijn alle
belichtingsstanden beschikbaar.
(a) DA-, DA L-, D FA-, FA J-objectieven
(b) Objectieven met een diafragma s-stand (Auto), als de stand s wordt
gebruikt
1
Controleer of de camera is uitgezet.
2
Verwijder de bodydop (1) en de
achterlensdop van het objectief
(2).
Zet een los objectief altijd met de vatting
omhoog neer om beschadiging van de
objectiefvatting te voorkomen.
3
Zorg dat de richttekens
objectiefvatting (de rode puntjes)
op de camera en het objectief
tegenover elkaar liggen. Draai
vervolgens het objectief met de
klok mee tot het vastklikt.
Draai het objectief, nadat u het op de body
hebt bevestigd, tegen de klok in om te
controleren of u het goed hebt gemonteerd.
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen om onverwachte
bewegingen van het objectief te voorkomen.
Als objectieven die bij (b) zijn beschreven, worden gebruikt in een stand anders dan s,
zijn sommige functies beperkt bruikbaar. Zie “Opmerkingen over [19. Diafragmaring
gebruiken]” (p.241).
Bij de fabrieksinstellingen werkt de camera niet met andere objectieven en accessoires.
Stel [19. Diafragmaring gebruiken] in het menu [A Pers.instelling 3] in op [Toegestaan]
om ze wel te kunnen gebruiken. (p.241)
e_kb464_84percent.book Page 46 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
47
Voorbereidingen
2
4
Haal de frontdop van het objectief
door de aangegeven delen naar
binnen te duwen.
Als u het objectief wilt loskoppelen, houdt u
de ontgrendelknop voor het objectief (3)
ingedrukt en draait u het objectief tegen
de wijzers van de klok in.
Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en defecten
die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten en een
AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het elektrische systeem
of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt de contacten indien nodig reinigen
met een zachte, droge doek.
De bodydop (1) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport. “Bodydop K”
wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
e_kb464_84percent.book Page 47 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
48
Voorbereidingen
2
De zoekerdioptrie aanpassen
Pas de zoekerdioptrie aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor
de dioptrieaanpassing opzij.
U kunt de dioptrie aanpassen van ca. –2,5 tot +1,5m
-1
.
1
Kijk door de zoeker en schuif de
dioptriecorrectieknop naar links
of naar rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot het
AF-kader in de zoeker zo scherp mogelijk
zichtbaar is.
Richt de camera op een witte muur of een
ander effen en helder verlicht oppervlak.
De oogschelp FQ is op de zoeker bevestigd wanneer de camera vanuit de fabriek wordt
verzonden. De dioptrie-instelling is beschikbaar met de oogschelp FQ bevestigd, maar
is eenvoudiger wanneer u de oogschelp verwijdert.
Trek de oogschelp FQ in de richting van de pijl om hem te verwijderen.
Om de oogschelp FQ op de camera te bevestigen
schuift u hem langs de groef op de zoeker.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt
zien, zelfs als u de knop voor de
dioptrieaanpassing hebt ingesteld, gebruikt u de
optionele dioptriecorrectielensadapter M. U kunt
die adapter echter alleen gebruiken als u de
oogschelp FQ verwijdert. (p.250)
UP
AF-kader
UP
e_kb464_84percent.book Page 48 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
49
Voorbereidingen
2
De camera aan- en uitzetten
1
Zet de hoofdschakelaar op [ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar op de stand [OFF]
om de camera uit te zetten.
Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als u er gedurende bepaalde tijd geen
handelingen mee verricht. Als de camera automatisch wordt uitgeschakeld,
schakelt u die weer in of verricht u één van de volgende handelingen.
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Druk op de knop Q.
Druk op de knop M.
Standaard wordt de camera automatisch uitgeschakeld na 1 minuut inactiviteit. U kunt
die instelling wijzigen met de optie [Auto Uitsch.] in het menu [R Instellen 2]. (p.225)
e_kb464_84percent.book Page 49 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
50
Voorbereidingen
2
Standaardinstellingen
De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt
aangezet, verschijnt het scherm [Language/ ]
op de monitor. Volg de onderstaande procedure
om de taal die wordt weergegeven op de monitor,
en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze
instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet
opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten
van de camera.
Als bij inschakeling van de camera het scherm
[Datum instellen] verschijnt, volgt u de procedure
in “Datum en tijd instellen” (p.54) om de datum en
tijd in te stellen.
U kunt de taal kiezen waarin menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. U
hebt de keuze uit: Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands,
Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch,
Koreaans, Chinees (traditioneel/vereenvoudigd) en Japans.
1
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om de gewenste taal
te selecteren.
De weergavetaal instellen
MENU
Cancel OK
OK
MENU
Annul.
Datum instellen
Datumnotatie
01/01 2008/
00 : 00
Datum
instellingen voltooid
Tijd
OK
OK
OK
dd/mm/jj
24h
MENU
Annul. OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 50 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
51
Voorbereidingen
2
2
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] voor
de geselecteerde taal verschijnt.
Druk twee keer op de vierwegbesturing (3) en
ga verder bij stap 10 van p.52 als u [Thuistijd]
niet hoeft aan te passen.
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar W.
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [W Thuistijd] wordt weergegeven.
5
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een plaats.
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar [Zomertijd] (DST).
7
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
8
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar [Tekstformaat].
MENU
Annul.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
instellingen voltooid
MENU
Annul. 10:39AMOK
OK
Thuistijd
Amsterdam
Amsterdam
Zomertijd
e_kb464_84percent.book Page 51 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
52
Voorbereidingen
2
10
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer [Stand.] of [Groot]
met de vierwegbesturing (23).
Als u [Groot] selecteert, wordt het
geselecteerde menu-item uitvergroot.
11
Druk op de knop 4.
12
Selecteer [instellingen voltooid]
met de vierwegbesturing (3).
13
Druk op de knop 4.
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
In deze handleiding worden de menuschermen vanaf nu beschreven met [Tekstformaat]
ingesteld op [Stand.].
MENU
Annul.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat
instellingen voltooid
OK
OK
OK
Groot
Stand.
MENU
Annul.
Basisinstellingen
Nederlands
Amsterdam
Tekstformaat Stand.
instellingen voltooid
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 52 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
53
Voorbereidingen
2
Als er een verkeerde taal is ingesteld
Als u per ongeluk in het scherm [Language/ ] een verkeerde taal selecteert
en verder gaat naar het scherm [Datum instellen], kunt u met de volgende
procedure de juiste taal instellen.
Als u de opnamestand van de camera al hebt geactiveerd (en de camera gereed
is voor het maken van een opname), voert u de volgende handelingen van stap 2
uit om de juiste taal in te stellen.
1
Druk één keer op de knop 3
om de Hulpdisplay weer te geven
op de monitor.
Het scherm rechts is een voorbeeld van de
weergave van de Hulpdisplay. Wat precies
wordt weergegeven is afhankelijk van de
geselecteerde taal.
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende
3 seconden weergegeven op de monitor.
2
Druk één keer op de knop 3.
[A 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
H wordt weergegeven als de functiekiezer is ingesteld op H.
3
Druk vijf keer op de vierwegbesturing (5).
[R 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
Druk zes keer op de vierwegbesturing (5) als de functiekiezer is ingesteld
op H.
4
Selecteer [Language/ ] met de vierwegbesturing (3).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/ ] verschijnt.
6
Kies de gewenste taal met de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het menu [R Instellen 1] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Raadpleeg de volgende pagina’s om zo nodig de gewenste plaats voor
[Thuistijd] en datum en tijd in te stellen.
Thuistijd wijzigen: “Wereldtijd instellen” (p.216)
Datum en tijd wijzigen: “Datum/tijd en weergavestijl wijzigen” (p.216)
P
P
ίυΈ ρθ
ίυΈρθ
ু൲Ⴚ੄
2008/01/01
2008/01/01
00:00
00:00
e_kb464_84percent.book Page 53 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
54
Voorbereidingen
2
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader wordt verplaatst naar [dd/mm/jj].
2
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om de datumstijl te kiezen.
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader wordt verplaatst naar [24h].
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave)
of 12h (12-uurs weergave) met
de vierwegbesturing (23).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
Als er geen instellingen zijn voor [Thuistijd] en de datum en tijd, zal het scherm
[Basisinstellingen] of het scherm [Datum instellen] worden weergegeven wanneer
de camera weer wordt ingeschakeld.
Als u nog niet bent verdergegaan naar het scherm [Datum instellen], kunt u in het
scherm [Language/ ] opnieuw een taal kiezen met de vierwegbesturing (5).
Datum en tijd instellen
MENU
Annul.
Datum instellen
Datumnotatie
01/01 2008/
00 : 00
Datum
instellingen voltooid
Tijd
OK
OK
OK
dd/mm/jj
24h
MENU
Annul.
Datum instellen
01/01 2008/
00 : 00
Datumnotatie
Datum
instellingen voltooid
Tijd
OK
OK
OK
24h
dd/mm/jj
e_kb464_84percent.book Page 54 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
55
Voorbereidingen
2
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader wordt verplaatst naar [Datum].
7
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar de maand.
8
Stel de maand in met de
vierwegbesturing (23).
Stel de dag en het jaar op dezelfde wijze in.
Stel vervolgens de tijd in.
Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert
de aanduiding in am (vóór de middag) of pm
(na de middag), al naar gelang het tijdstip.
9
Selecteer [instellingen voltooid]
met de vierwegbesturing (3).
10
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van
een opname.
Als u de datum en tijd hebt ingesteld met de menubesturing, gaat u terug naar
het menu [R Instellen 1]. Klik in dat geval op de knop 3.
Als u op de knop 3 drukt tijdens het aanpassen van de instelling voor tijd, worden
de tot dan toe opgegeven instellingen geannuleerd en wordt de opnamefunctie geactiveerd.
Als de camera wordt aangezet zonder dat instellingen zijn opgegeven voor datum en tijd,
verschijnt het scherm [Datum instellen], mits de basisinstellingen zijn voltooid. U kunt de
datum ook achteraf instellen met behulp van menubesturing. (p.216)
Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, wordt de klok van de camera teruggezet
op 00 seconden. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer
het tijdsignaal (op TV, radio, e.d.) precies 00 seconden aangeeft.
U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen met de menubesturing. (p.216, p.219)
MENU
dd/mm/jj
24h
00 : 00
OK
OK
OK
Annul.
Datum instellen
Datumnotatie
Datum
instellingen voltooid
Tijd
01/01 2008/
MENU
Annul.
Datum instellen
dd/mm/jj
24h
01/01 2008/
00 : 00
Datumnotatie
Datum
instellingen voltooid
Tijd
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 55 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
56
e_kb464_84percent.book Page 56 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
3 Basisbediening
In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het maken
van opnamen als de functiekiezer op I (Autom. opname)
is gezet om succesvol opnamen te maken.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie
over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen ..................................58
Werken met een zoomobjectief ..................................64
De ingebouwde flitser gebruiken ...............................65
Foto’s weergeven .........................................................72
e_kb464_84percent.book Page 57 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
58
Basisbediening
3
Basishandelingen bij opnamen
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
Houd de camera stevig met beide handen vast.
Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt.
De camera vasthouden
Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u
met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur
of boom).
Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de sluitertijd voor
een camera die in de hand wordt gehouden in de regel 1/(brandpuntsafstand ×1,5).
De sluitertijd is bijvoorbeeld 1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en
1/150 seconde bij een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik bij langere sluitertijden
een statief of de functie Shake Reduction (p.121).
Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief te gebruiken dat
zwaarder is dan het totale gewicht van de camera en het objectief, voorkomt u dat de
camera beweegt.
Gebruik de functie Shake Reduction niet als u een statief gebruikt. (p.122)
Horizontale positie Verticale positie
e_kb464_84percent.book Page 58 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
59
Basisbediening
3
De e is uitgerust met verschillende opnamefuncties, scherpstelfuncties
en transportfuncties om tegemoet te komen aan al uw wensen op het gebied
van fotografie. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u opnamen maakt door
eenvoudigweg op de ontspanknop te drukken.
1
Zet de functiekiezer op I.
De camera bepaalt de meest geschikte
opnamefunctie voor het onderwerp.
1 De juiste opnamestand kiezen (p.80)
2
Zet de scherpstelfunctieknop
op =.
De scherpstelfunctie verandert in =
(Autofocus).
Wanneer de ontspanknop tot halverwege
wordt ingedrukt in de stand =, wordt
automatisch scherpgesteld. (p.109)
De camera de optimale instellingen laten bepalen
MF
AF
e_kb464_84percent.book Page 59 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
60
Basisbediening
3
3
Kijk door de zoeker voor een beeld
van het onderwerp.
U kunt een zoomlens gebruiken voor
een andere grootte van het onderwerp
in de zoeker.
1Werken met een zoomobjectief (p.64)
4
Breng het onderwerp binnen
het AF-kader en druk de ontspanknop
tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de
zoeker zodra het onderwerp binnen het
scherpstelbereik komt.
In de stand I (Autom. opname) wordt
automatisch de optimale opnamestand
geselecteerd uit de standen U (Standaard)/
= (Portret)/s (Landschap)/q (Macro)/\
(Bewegend onderw.)/. (Portret bij nacht).
De flitser klapt automatisch uit wanneer dit
nodig is.
1 De ontspanknop bedienen (p.62)
1 Onderwerpen waarop moeilijk
automatisch kan worden scherpgesteld
(p.63)
1 De ingebouwde flitser gebruiken (p.65)
5
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
MF
AF
Scherpstelindicatie
Flitserstatus
e_kb464_84percent.book Page 60 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
61
Basisbediening
3
6
Bekijk de opname op de monitor.
Na de opname wordt deze gedurende
één seconde op de monitor weergegeven
(Momentcontrole).
1 De weergave voor Momentcontrole
instellen (p.222)
Tijdens de momentcontrole kunt u de opname
uitvergroten door te drukken op de e-knop.
(p.167)
Tijdens de momentcontrole kunt u de opname
wissen door te drukken op de knop i. (p.73)
U kunt de camera ook zo instellen dat er automatisch wordt scherpgesteld als u op
de knop = drukt, op dezelfde manier als bij het tot halverwege indrukken van de
ontspanknop. (p.110)
U kunt een voorbeeld bekijken op de monitor, en de compositie, belichting en
scherpstelling beoordelen voordat u opnamen maakt. (p.119)
De zoekerindicaties blijven aan terwijl u de ontspanknop tot halverwege indrukt en ze
blijven nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar terwijl de timer voor de
belichtingsmeting is ingeschakeld, zelfs nadat u de knop hebt losgelaten. (p.28, p.103)
Wissen
Wissen
Wissen
e_kb464_84percent.book Page 61 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
62
Basisbediening
3
De ontspanknop bedienen
De ontspanknop heeft twee standen.
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste stand), worden de
indicaties in de zoeker ingeschakeld en werkt het autofocussysteem. Als u
de ontspanknop volledig indrukt (tweede stand), wordt de opname gemaakt.
Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop voorzichtig indrukken
om camerabeweging te voorkomen.
Oefen het tot halverwege/helemaal indrukken van de ontspanknop goed in om
te leren waar de eerste positie is.
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste stand)
Helemaal ingedrukt
(tweede stand)
e_kb464_84percent.book Page 62 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
63
Basisbediening
3
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan worden
scherpgesteld
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn bij
het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden. Deze zijn ook
van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ]
in de zoeker.
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast, zoals een witte
muur, binnen het scherpstelkader.
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het scherpstelkader.
(c) Onderwerpen die snel bewegen.
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond).
(e) Patronen met verticale of horizontale lijnen die binnen
het scherpstelkader vallen.
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen
het scherpstelkader.
Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld op het onderwerp,
stelt u de scherpstelfunctieknop in op \ en gebruikt u de handmatige
scherpstelfunctie om via het matglas in de zoeker scherp te stellen op
het onderwerp. (p.117)
Wanneer (e) en (f) van toepassing zijn, is mogelijk niet scherpgesteld op het
onderwerp, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie) wordt weergegeven.
e_kb464_84percent.book Page 63 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
64
Basisbediening
3
Werken met een zoomobjectief
Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast (groothoek)
met een zoomobjectief. Stel het onderwerp in op de gewenste grootte en maak
de opname.
1
Draai de zoomring rechtsom
of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar
de telestand of tegen de klok in naar de
groothoekstand.
De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt. Hoe groter
het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
Power Zoom-functies (Image Size Tracking, Zoom Clip en Auto Zoom Effect) zijn niet
compatibel met deze camera.
MF
AF
Groothoek Tele
e_kb464_84percent.book Page 64 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
65
Basisbediening
3
De ingebouwde flitser gebruiken
Maak als volgt opnamen bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde
flitser handmatig wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 5 m tot het
onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist
ingesteld en kan er vignettering (de hoeken van de opname worden zwart
vanwege een gebrek aan licht) optreden (deze afstand varieert enigszins,
afhankelijk van het gebruikte objectief en de ingestelde gevoeligheid (p.138)).
De flitsinstelling selecteren
Flitsinstelling Functie
g
Auto ontladen
De camera meet automatisch het omgevingslicht en de ingebouwde
flitser klapt uit. Indien nodig klapt de flitser automatisch uit en flitst
hij automatisch, bijvoorbeeld als u een sluitertijd gebruikt waarbij
de kans groot is dat de camera wordt bewogen of bij opnamen met
tegenlicht (maar niet als s (Landschap), \ (Bewegend onderw.)
of l (Nachtsnapshot) actief zijn in de stand H (Scène)).
De flitser kan worden uitgeklapt zonder af te gaan als de camera
constateert dat flitsen niet nodig is.
b
Flitser aan
Hiermee flitst u handmatig. De flitser werkt alleen wanneer deze
is uitgeklapt.
i
Auto + Anti Rode
Ogen
Er wordt een voorflits gegeven (anti rode ogen) voordat de flitser
automatisch afgaat.
D
Flits aan + rode
ogen
Hiermee flitst u handmatig. Er wordt een voorflits gegeven
(anti rode ogen) voordat de flitser afgaat.
r
Draadloze
bediening
U kunt u speciale externe flitser synchroniseren (AF540FGZ
of AF360FGZ) zonder synchronisatiesnoer.
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan vignettering
optreden. Wij raden u aan een testopname te maken om dit te controleren.
1 Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser (p.139)
Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
Bij objectieven die geen functie hebben voor het instellen van de diaframaring
op het objectief op s (automatisch), flitst de ingebouwde flitser volledig.
e_kb464_84percent.book Page 65 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
66
Basisbediening
3
1
Druk op de vierwegbesturing (3)
in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer een flitsinstelling met
de vierwegbesturing (45).
Draai aan de e-knop voor flitsbelichtings-
correctie. (p.70)
Wanneer de functiekiezer is ingesteld op e,
K, b, c of a, worden g en i grijs
weergegeven en kunt u ze niet selecteren.
3
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm;
de camera is gereed voor het maken
van een opname.
0.0
0 . 0
0.0
Flitsinstelling
Flitsinstelling
Auto ontladen
Auto ontladen
Flitsinstelling
Auto ontladen
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 66 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
67
Basisbediening
3
1
Zet de functiekiezer op H, I, =, q of ..
De flitser wordt uitgeschakeld als u A (Nachtopname), K (Zonsondergang),
n (Podiumbelichting), m (Kaarslicht) of E (Museum) selecteert in de stand
H (Scène). De flitser klapt niet automatisch uit bij selectie van l
(Nachtsnapshot) in de stand H (Scène).
2
Druk de ontspanknop tot
halverwege in.
De ingebouwde flitser klapt indien nodig uit en
wordt opgeladen. Wanneer de flitser volledig
is opgeladen, verschijnt b in de zoeker. (p.28)
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
4
Druk op het afgebeelde deel van
de flitser om deze in te klappen.
Automatisch flitsen gebruiken
g
,
i
(automatisch uitklappen
van de flitser)
U schakelt tussen automatisch flitsen en Flits Aan door te drukken op de knop K terwijl
de ingebouwde flitser is uitgeklapt.
e_kb464_84percent.book Page 67 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
68
Basisbediening
3
1
Druk op de K knop.
De ingebouwde flitser klapt uit en wordt
opgeladen. Flits Aan wordt gebruikt ongeacht
de flitsinstelling. Wanneer de flitser volledig
is opgeladen, wordt b weergegeven in de
zoeker. (p.28)
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De flitser gaat af en de opname wordt gemaakt.
3
Duw de flitser omlaag om deze in te klappen.
De stand Flits Aan gebruiken
b
,
D
Als de functiekiezer is ingesteld op a (Filtser UIT), klapt de ingebouwde flitser niet open,
zelfs niet als u op de knop K drukt.
e_kb464_84percent.book Page 68 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
69
Basisbediening
3
Anti rode ogen gebruiken Flitser
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt,
kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt
door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies.
Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt
u er wel iets tegen doen.
Maak de omgeving lichter voor de opname.
Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij wanneer u
een zoomobjectief gebruikt.
Gebruik een flitser die anti rode ogen ondersteunt.
Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver mogelijk weg
van de camera.
De functie tegen rode ogen van deze camera vermindert het rode-ogeneffect
door tweemaal te flitsen. Met anti rode ogen wordt er een voorflits gegeven
net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert de verwijding van pupillen. De
hoofdflits wordt vervolgens gegeven op het moment dat de pupillen kleiner
zijn, waardoor het rode-ogeneffect afneemt.
Als u de functie Anti rode ogen wilt gebruiken in de opnamefunctie of de stand
H (Scène), selecteert u D of F. Stel de functie in andere standen in
op F.
e_kb464_84percent.book Page 69 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
70
Basisbediening
3
U kunt de flits instellen in een bereik van –2.0 tot +1.0. De flitscorrectiewaarden
zijn als volgt bij 1/2 LW en 1/3 LW.
Stel de trapinterval in bij [1. LW-stappen] (p.105) in het menu [A Pers.instelling 1].
Corrigeren van de flitsintensiteit
Trapinterval Flitscorrectie
1/2LW
–2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
1/3LW
–2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto
maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van
de flitser op deze manier wordt daglichtsynchronisatie genoemd.
Bij daglichtsynchronisatie wordt de functie Flitser aan gebruikt.
Opnamen maken
1 Klap de flitser handmatig uit en controleer of de flitsfunctie is ingesteld
op E. (p.68)
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
e_kb464_84percent.book Page 70 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
71
Basisbediening
3
Stel de flitscorrectiewaarde in het scherm [Flitsinstelling] in met behulp van de e-knop.
U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [Aan] in voor [14. Ontspant bij opladen] in het menu [A Pers.instelling 2]
(p.78). Bij de standaardinstelling kunt u geen opnamen maken terwijl de flitser
wordt opgeladen.
Wanneer de maximale flitsopbrengst wordt overschreden indien deze is gecorrigeerd
in de plusrichting (+), wordt er geen correctie toegepast.
Corrigeren in de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het onderwerp
te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
Flitscorrectie werkt ook bij gebruik van een externe flitsers die Automatisch
P-DDL-flitsen ondersteunen.
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig
is met opladen
0.0
0 . 0
0.0
Flitsinstelling
Flitsinstelling
Auto ontladen
Auto ontladen
Flitsinstelling
Auto ontladen
OK
O K
OK
OK
14.
Ontspant bij opladen
Ontspannen mogelijk
tijdens opladen
van ingebouwde flitser
Uit
Aan
e_kb464_84percent.book Page 71 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
72
Basisbediening
3
Foto’s weergeven
U kunt opnamen weergeven op de camera.
1
Druk na het maken van een opname
op de Q knop.
De laatst gemaakte opname (die met
het hoogste bestandsnummer) wordt
weergegeven op de monitor.
Druk tijdens weergave op de knop M
om informatie weer te geven, bijvoorbeeld
opnamegegevens van de weergegeven
opname.
Zie p.24 en p.26 voor diverse informatie
over weergave.
2
Druk op de vierwegbesturing (45).
4: De vorige opname wordt weergegeven.
5: De volgende opname wordt
weergegeven.
Opnamen weergeven
Met de meegeleverde software PENTAX PHOTO Browser 3 kunt u opnamen weergeven
op een computer. Raadpleeg de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 3/PENTAX
PHOTO Laboratory 3” voor meer informatie.
Zie “Bediening van weergave-functies” (p.166) voor verdere bijzonderheden van
de weergavefunctie.
e_kb464_84percent.book Page 72 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
73
Basisbediening
3
U kunt één opname per keer wissen.
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt wissen
met de vierwegbesturing (45).
2
Druk op de knop i.
Het scherm Wissen verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de
vierwegbesturing (23).
Selecteer een bestandstype dat u wilt wissen
bij opnamen gemaakt in de indeling RAW+.
4
Druk op de knop 4.
De opname wordt gewist.
Opnamen wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
JPEG wissen Alleen de JPEG-opname
wordt gewist.
RAW wissen Alleen de RAW-opname
wordt gewist.
RAW+JPEG
wissen
Beide bestandstypen
worden gewist.
Zie “Meerdere opnamen wissen” (p.180) voor het wissen van meerdere opnamen
in één keer.
Annuleren
Annuleren
Wissen
Wissen
100-0046
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 73 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
74
e_kb464_84percent.book Page 74 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
4 Opnamefuncties
In dit hoofdstuk worden de elementaire en de geavanceerde
opnamefuncties van de e besproken.
Werken met de opnamefuncties .................................76
De juiste opnamestand kiezen ....................................80
Belichting instellen ......................................................85
Scherpstellen .............................................................109
Compositie, belichting en scherpstellen
beoordelen vóór opname (Digitaal voorbeeld) .......119
De functie Shake Reduction gebruiken om
het effect van camerabeweging te voorkomen .......121
Continuopnamen .......................................................130
Opnamen maken met digitale filters ........................132
e_kb464_84percent.book Page 75 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
76
Opnamefuncties
4
Werken met de opnamefuncties
U kunt instellingen voor het maken van opnamen wijzigen met de richtingsknoppen,
het bedieningspaneel en de menu’s [A Opnamemodus] en [A Pers.instelling].
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing
(2345) om de volgende instellingen
op te geven.
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.32) voor meer informatie over het werken met de menu’s.
Items instellen met richtingsknoppen
Toets of knop Onderdeel Functie Pagina
2
Transportstand
Selecteert Continuopname, Zelfontspanner,
Afstandsbediening of Auto Bracket.
p.106
p.125
p.128
p.130
3
Flitsinstelling Wijzigt de flitsfunctie. p.65
4
Witbalans
Wijzigt de kleurbalans in overeenstemming
met de kleur van de lichtbron die het
onderwerp verlicht.
p.159
5
Gevoeligheid Hiermee stelt u de ISO-waarde in. p.87
Alle functies die u kunt instellen met de richtingsknoppen kunt u ook wijzigen
op het bedieningspaneel (p.31).
e_kb464_84percent.book Page 76 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
77
Opnamefuncties
4
In het menu [A Opnamemodus 1-3] geeft u de volgende instellingen op.
Druk op de knop 3 in de opnamestand. Het [A Opnamemodus 1]
wordt weergegeven.
* Kan worden ingesteld op het bedieningspaneel.
Onderdelen van het menu Opname
Menu Onderdeel Functie Pagina
A1
Aangepaste opname*
Stelt de afwerking van de opname in met
betrekking tot bijvoorbeeld kleur en contrast
voordat de opname wordt gemaakt.
p.157
Digitaal filter* Past filtereffecten toe bij het maken van opnamen. p.132
Bestandsindeling* Stelt de bestandsindeling in. p.152
JPEG-opnamepixels* Stelt de opnamegrootte in van JPEG-opnamen. p.150
JPEG kwal niveau* Stelt de opnamekwaliteit in van JPEG-opnamen. p.151
RAW-formaat
Stelt de bestandsindeling in op RAW-formaat
bij het maken van opnamen.
p.153
Kleurruimte Stelt het te gebruiken kleurgebied in. p.164
A2
AF-modus* Selecteert de autofocusstand. p.111
Autom. lichtmeting*
Selecteert het gedeelte van het scherm dat
moet worden gebruikt voor lichtmeting en
het bepalen van de belichting.
p.101
Ander schrpstpnt
Selecteert het gedeelte van het scherm waarop
moet worden scherpgesteld.
p.113
Momentcontrole
Stelt in of Momentcontrole, histogram en de
waarschuwing Licht/donker gebieden moet
worden weergegeven.
p.222
A3
Geheugen
Stelt in dat de instellingen worden opgeslagen
wanneer de camera wordt uitgeschakeld.
p.229
knop Help
Stelt in welke functie wordt geactiveerd als
op de knop g (Help) wordt gedrukt.
p.154
Shake Reduction* Schakelt de functie Shake Reduction in. p.121
Inv brandp afstand
Stelt de Brandpuntafstand in bij het gebruik
van een objectief dat niet automatisch
objectiefinformatie kan doorgeven.
p.124
e_kb464_84percent.book Page 77 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
78
Opnamefuncties
4
Bepalen van de instellingen in het menu [A Pers.instelling 1-4] om optimaal
te profiteren van de functies van de spiegelreflexcamera.
Onderdelen van het menu Pers.instelling
Menu Onderdeel Functie Pagina
A1
1. LW-stappen Stelt de aanpassingsstappen voor de belichting in. p.105
2. Gevoeligheids-
stappen
Stelt de aanpassingsstappen voor de ISO-
gevoeligheid in.
p.87
3. Bedrijftijd lichtmtr Stelt de bedrijftijd voor de belichtingsmeter in. p.103
4. AE-L met AF lock
Instelling voor het vastzetten van de
belichtingswaarde wanneer er is scherpgesteld.
p.115
5. Koppelt belicht.+ AF
Instelling voor het koppelen van de
belichtingswaarde en het AF-punt in
het scherpstelkader bij meervlaksmeting.
p.103
6. Volgorde A
Bracketng
Stelt de volgorde in voor opnamen met
bracketing.
p.106
7. Schaduwcorrectie
Corrigeert automatisch de gradaties van
schaduwen in schaduwpartijen.
A2
8. Witbalans instellen Schakelt de fijnafstemming van de witbalans in. p.162
9. Functie =-knop
Stelt de functie in die is toegewezen
aan de knop =.
p.105
p.110
10. AF met
afstandbed.
Stelt in of Autofocus moet worden gebruikt bij het
maken van opnamen met de afstandsbediening.
De sluiter kan worden ontspannen nadat
de autofocus is geactiveerd, wanneer
de ontspanknop wordt bediend vanaf de
afstandsbediening als de functie in de stand [Aan]
staat. De sluiter kan pas worden ontspannen
wanneer is scherpgesteld. Autofocus wordt niet
geactiveerd bij het ontspannen van de sluiter
vanaf de afstandsbediening als de functie op
[Uit] staat.
p.129
11. Ruisonderdr lange
sltrtijd
Stelt in of ruisonderdrukking moet worden
gebruikt bij opnamen met een lange sluitertijd.
p.89
12. Ruisonderdr hoge
ISO-wrd
Stelt in of ruis moet worden onderdrukt bij hoge
ISO-waarden. U kunt kiezen uit drie niveaus.
p.89
13. e-knop in
Programma
Stelt in of [Prog. instellen] moet worden gebruikt
voor de e-knop in de stand e (Programma).
p.92
14. Ontspant
bij opladen
Stelt de mogelijkheid in om de sluiter te
ontspannen terwijl de ingebouwde flitser
nog bezig is met opladen.
p.71
e_kb464_84percent.book Page 78 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
79
Opnamefuncties
4
A3
15. Draadloos flitsen
Stelt de functie in van de ingebouwde flitser
bij draadloos flitsen.
p.144
16. Wtbalans
ongewijzigd
Stelt in of witbalans moet worden ingesteld
op [Flitser] als de flitser wordt gebruikt.
p.160
17. Gevoeligheid
weergeven
Stelt in of in de zoeker het aantal beschikbare
opnamen dan wel de gevoeligheid moet worden
weergegeven.
18. Catch-in focus
Indien ingesteld op [Aan], terwijl de AF-modus is
ingesteld op f of l en een handmatig
objectief is gemonteerd, kunnen catch-in focus
opnamen worden gemaakt en wordt de sluiter
automatisch ontspannen op het moment dat is
scherpgesteld op het onderwerp.
p.118
19. Diafragmaring
gebruiken
Instelling voor het inschakelen van de
ontspanknop wanneer de diafragmaring
in een andere positie staat dan s.
p.241
20. Aan-/uitlampje Wijzigt de helderheid van het aan-/uitlampje. p.227
21. Weergave
statusscherm
Stelt in of het statusscherm voortdurend moet
worden weergegeven op de monitor.
p.221
A4
Reset pers.
instellingen
Herstelt alle standaardinstellingen van het menu
[A Pers.instelling 1-3].
p.233
Menu Onderdeel Functie Pagina
e_kb464_84percent.book Page 79 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
80
Opnamefuncties
4
De juiste opnamestand kiezen
U kunt een opnamestand kiezen door een pictogram op de functiekiezer tegenover
het indexstreepje te zetten.
De e is uitgerust met verschillende opnamefuncties, zodat u opnamen
kunt maken die helemaal passen binnen uw visie op fotografie.
In deze handleiding wordt als volgt naar opnamestanden verwezen.
Picture-functie
I (Autom. opname)/ = (Portret)/ s (Landschap)/
q (Macro)/ \ (Bewegend onderw.)/ . (Portret bij nacht)/
a (Filtser UIT)
H (Scène)
A (Nachtopname)/ Q (Strand & sneeuw)/ K (Eten & drinken)/
K (Zonsondergang)/ n (Podiumbelichting)/ R (Kinderen)/
Y (Huisdier)/ m (Kaarslicht)/ E (Museum)/ l (Nachtsnapshot)
Belichtingsfunctie
e (Programma)/ K (Gevoeligheidsvoorkeuze)/
b (Sluitertijdvoorkeuze)/ c (Diafragmavoorkeuze)/
a (Handmatig)
Functie-indicatie
e_kb464_84percent.book Page 80 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
81
Opnamefuncties
4
Selecteer = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderw.),
. (Portret bij nacht) of a (Filtser UIT) met de functiekiezer als een opname
niet naar wens wordt gemaakt in de stand I (Autom. opname).
De standen hebben de volgende kenmerken.
Opnamefunctie
Stand Kenmerken
I (Autom. opname)
De optimale opnamestand wordt automatisch geselecteerd uit
de standen Portret, Landschap, Macro, Bewegend onderwerp
en Portret bij nacht, of Normaal (standaardinstellingen).
=
(Portret) Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
s
(Landschap)
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en
verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor scherpe
opnamen.
q
(Macro)
Hiermee kunt u levendige opnamen maken van bloemen
en andere kleine onderwerpen op korte afstand.
\
(Bewegend onderw.)
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel
bewegend onderwerp, bijvoorbeeld bij een sportevenement.
.
(Portret bij nacht)
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke
achtergrond of tijdens de schemering.
a
(Filtser UIT)
De flitser is uitgeschakeld. Andere instellingen zijn gelijk aan
Normaal in I.
In de stand . zal de camera, ook al wordt de flitser wel gebruikt, lange sluitertijden
gebruiken zodat de achtergrond buiten het bereik van de flitser ook correct belicht op de
opname komt (1 Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken (p.136)). Gebruik de functie
Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
e_kb464_84percent.book Page 81 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
82
Opnamefuncties
4
Als u de functiekiezer op de stand H (Scène) zet, kunt u kiezen uit de volgende
tien opnamescènes.
1
Zet de functiekiezer op H.
Het statusscherm van de stand Scène wordt weergegeven.
H-stand
Stand Kenmerken
A (Nachtopname)
Voor nachtopnamen. Gebruik een statief o.i.d om beweging
te voorkomen.
Q (Strand & sneeuw)
Voor opnamen van verblindende achtergronden, zoals
besneeuwde bergen.
K (Eten & drinken)
Opnamen van voedsel. Hoge kleurverzadiging voor
aantrekkelijke weergave.
K (Zonsondergang)
Voor opnamen van zonsopgang of zonsondergang in mooie
kleuren.
n (Podiumbelichting)
Voor opnamen van bewegende onderwerpen onder slechte
belichtingsomstandigheden.
R (Kinderen)
Voor spelende kinderen. Geeft de huidtint gezond en helder
weer.
Y (Huisdier) Voor opnamen van bewegende huisdieren.
m (Kaarslicht) Voor opnamen bij kaarslicht.
E (Museum) Voor opnamen op plaatsen waar flitsen verboden is.
l (Nachtsnapshot) Voor opnamen onder slechte belichtingsomstandigheden.
De flitser wordt uitgeschakeld in de opnamestanden A, K, n, m en E. Gebruik de
functie Shake Reduction of een statief om te voorkomen dat de camera beweegt.
Een opnamescène selecteren
e_kb464_84percent.book Page 82 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
83
Opnamefuncties
4
2
Druk op de knop 4.
Op het bedieningspaneel wordt het pictogram
van de op dat moment geselecteerde
opnamestand weergegeven.
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van een scène
wordt weergegeven.
4
Selecteer met de vierwegbesturing
(2345) de gewenste scène.
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Als u op de knop 3 drukt terwijl de
functiekiezer in de stand H (Scène) staat,
wordt het menu [H Scène] weergegeven.
U kunt de scène selecteren in het menu
[H Scène].
In de standen n en l is het aantal
opnamepixels vast ingesteld op i en kan
het langer duren om opnamen op te slaan.
151/
4.0
F
123
OK
1600
AF.S
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Scène
Scène
Nachtopname
Nachtopname
1600
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Nachtopname
Voor nachtopnamen
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om
Gebruik statief o.i.d om
beweging te voorkomen
beweging te voorkomen
SCN
Q
Q
R
R
Z
Z
l
l
MENU
Annul.
Annul.
OK
OK
OK
MENU
Einde
Nachtopname
Voor nachtopnamen
Gebruik statief o.i.d om
beweging te voorkomen
e_kb464_84percent.book Page 83 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
84
Opnamefuncties
4
Gebruik de belichtingsfuncties om de gevoeligheid, de sluitertijd en het diafragma
aan te passen, zodat u opnamen kunt maken die helemaal passen binnen uw visie
op fotografie.
Belichtingsfunctie
Stand Kenmerken
Pagina
e (Programma)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden
automatisch ingesteld in overeenstemming met
Programmalijn voor het maken van opnamen
met de juiste belichting.
p.89
K (Gevoeligheidsvoorkeuze)
Stelt de sluitertijd en de diafragmawaarde
automatisch in voor de juiste belichting in
overeenstemming met de ingestelde
gevoeligheid.
b (Sluitertijdvoorkeuze)
Een sluitertijd kiezen voor het bevriezen of juist
benadrukken van bewegingen van het onderwerp.
Maak opnamen van snelbewegende onderwerpen
die lijken stil te staan of onderwerpen die lijken
te bewegen.
c (Diafragmavoorkeuze)
Instelling van het gewenste diafragma voor controle
over de scherptediepte. Gebruik deze instelling
voor een onscherpe of scherpe achtergrond.
a (Handmatig)
Instelling van sluitertijd en diafragma voor het
maken van creatieve opnamen.
e_kb464_84percent.book Page 84 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
85
Opnamefuncties
4
Belichting instellen
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie van sluitertijd en diafragma.
Er zijn in elke situatie tal van correcte sluitertijd-diafragmacombinaties mogelijk,
die telkens weer een ander resultaat opleveren.
Met het wijzigen van de sluitertijd kunt u bepalen hoe tijd wordt uitgedrukt in
de opnamen die u maakt. In tegenstelling tot het beeld dat het blote oog vangt,
kan in een opname een fractie van een seconde, maar ook een heel tijdsverloop
worden vastgelegd, zodat de opname een heel andere uitstraling krijgt.
Gebruik van de functie b (Sluitertijdvoorkeuze).
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt de opname
onscherp omdat de sluiter langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging
(bijvoorbeeld een rivier, een waterval of
golven) te verbeteren door met opzet een
langere sluitertijd te kiezen.
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan de
actie van een bewegend onderwerp worden
bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt camerabeweging
te voorkomen.
Met het wijzigen van het diafragma bepaalt u de diepte van het gebied dat op een
opname scherp wordt weergegeven (de scherptediepte). Door scherp te stellen op
een punt dat u wilt benadrukken, of juist scherp te stellen op een groot gebied,
kunt u grote invloed uitoefenen op de uitstraling van de opname.
Gebruik van de functie c (Diafragmavoorkeuze).
Effect van diafragma en sluitertijd
Effect van sluitertijd
Effect van diafragma
e_kb464_84percent.book Page 85 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
86
Opnamefuncties
4
Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder weg zijn dan
het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden
minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname
maakt van een bloem tegen een landschaps-
achtergrond met een grote diafragmaopening,
wordt het landschap voor en achter de bloem
onscherp, waardoor alleen de bloem wordt
geaccentueerd.
Het diafragma sluiten (diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij als veraf
toe. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van
een bloem tegen een landschapsachtergrond
met een kleine diafragmaopening, is ook het
landschap voor en achter de bloem scherp.
Diafragma en Scherptediepte
De volgende tabel laat zien hoe de instelling voor diafragma van invloed is op
de scherptediepte.
De scherptediepte is ook afhankelijk van het gebruikte objectief en de afstand
tot het onderwerp.
De scherptediepte van de e is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera kunt u ongeveer één
diafragmawaarde lager gebruiken (het scherpstelbereik wordt kleiner).
Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het onderwerp is,
hoe groter de scherptediepte (sommige zoomobjectieven hebben geen
schaal voor de scherptediepte vanwege hun bouwwijze).
Diafragma
Open
(kleinere waarde)
Dicht
(grotere waarde)
Scherptediepte Klein Groot
Scherptegebied Smal Groothoek
Brandpuntsafstand
objectief
Langer
(Tele-opname)
Korter
(Groothoek)
Afstand tot
onderwerp
Dichtbij Veraf
e_kb464_84percent.book Page 86 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
87
Opnamefuncties
4
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of tussen ISO 100 en 3200.
De standaardinstelling is [AUTO].
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Gevoeligheid] wordt weergegeven.
2
Selecteer de ISO-waarde
voor gevoeligheid met de
vierwegbesturing (23).
3
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Gevoeligheid instellen
[Gevoeligheid] kan niet worden gebruikt om de gevoeligheid in te stellen als de
belichtingsfunctie is ingesteld op K (Gevoeligheidsvoorkeuze). Draai bij weergave
van het statusscherm aan de e-knop om de instelling op te geven. (p.92)
Bij selectie van de standen n (Podiumbelichting) of l (Nachtsnapshot) in de stand
H (Scène), wordt de gevoeligheid ingesteld op AUTO (200-3200) en is Dynamisch
bereik uitbreiden (p.88) altijd ingeschakeld.
Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen. U kunt
ruis terugdringen met het instellen van [12. Ruisonderdr hoge ISO-wrd] in het menu
[A Pers.instelling 2]. (p.89)
U kunt instellen of de ISO-gevoeligheid moet worden vergrendeld met stappen
van 1 LW of moet worden gecoördineerd met de LW-stappen (p.105)
in [2 Gevoeligheidsstappen] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.78).
D-Range
D-Range
Gevoeligheid
Gevoeligheid
OK
OK
OK
AUTO
AUTO
AUTO
AUTO
100
100
100-800
100-800
200
200
400
400
800
800
1600
1600
3200
3200
e_kb464_84percent.book Page 87 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
88
Opnamefuncties
4
Stel het bereik in voor automatische correctie van de gevoeligheid wanneer
Gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt standaard
automatisch gecorrigeerd binnen het bereik [ISO 100-800].
Draai aan de e-knop om de bovengrens in te stellen in het scherm [Gevoeligheid].
Druk op de knop 4 in de opnamestand. De ingestelde gevoeligheid wordt
weergegeven in de zoeker.
Het dynamisch bereik is het getal waarmee het lichtniveau wordt aangeduid dat
door de CCD-pixels wordt uitgedrukt van lichte tot donkere gebieden. Hoe groter
het getal, des te beter wordt het hele bereik tussen licht en donker weergegeven
op de opname.
Met behulp van de functie Dynamisch bereik uitbreiden kunt u het lichtniveau dat
door de CCD-pixels wordt uitgedrukt uitbreiden, zodat heldere gebieden minder
gemakkelijk voorkomen op de opname.
Druk op de knop mc in het scherm [Gevoeligheid] om de functie in en uit te
schakelen. Bij inschakeling wordt het dynamisch bereik uitgebreid tot 200%. Het
gevoeligheidsbereik wordt gereduceerd tot het bereik tussen ISO 200 en 3200.
Het bereik voor automatische correctie instellen bij AUTO
Wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op a (Handmatig), kan de gevoeligheid
niet worden ingesteld op [AUTO].
De gevoeligheid controleren in de opnamestand
U kunt het aantal beschikbare opnamen weergeven door op de knop 4 te drukken
als de belichtingsfunctie is ingesteld op K (Gevoeligheidsvoorkeuze).
Het dynamisch bereik uitbreiden
D-Range
D-Range
D-Range
D-Range
200%
200%
Gevoeligheid
Gevoeligheid
OK
OK
OK
AUTO
AUTO
AUTO
AUTO
200-800
200-800
200
200
400
400
800
800
1600
1600
3200
3200
e_kb464_84percent.book Page 88 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
89
Opnamefuncties
4
Deze camera heeft de volgende vijf belichtingsfuncties.
Bij elke belichtingsfunctie zijn de volgende instellingen mogelijk.
De belichtingsfunctie wijzigen
Belichtings-
functie
Beschrijving
Belichtings-
correctie
Sluitertijd
wijzigen
Diafragma
wijzigen
Gevoelig-
heid
wijzigen
P.
e
(Programma)
De sluitertijd en de
diafragmawaarde
worden automatisch
ingesteld in
overeenstemming
met Programmalijn
voor het maken van
opnamen met de
juiste belichting.
Ja #* #* Ja p.90
K
(Gevoelig-
heidsvoorkeuze)
Stelt de sluitertijd en
de diafragmawaarde
automatisch in voor
de juiste belichting in
overeenstemming
met de ingestelde
gevoeligheid.
Ja Nee Nee
Anders
dan Auto
p.92
b
(Sluitertijd-
voorkeuze)
Instelling van de
gewenste sluitertijd
voor het vastleggen
van bewegende
onderwerpen.
Ja Ja Nee Ja p.94
Ruisonderdrukking
Als u met een digitale camera een opname maakt met een lange sluitertijd
of bij een hoge gevoeligheid, ontstaat ruis (korrel of oneffenheid) op de
afbeelding.
U kunt ruis terugdringen met behulp van Ruisonderdrukking. Het duurt langer
om opnamen op te slaan die worden gemaakt met ruisonderdrukking.
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd
Onderdrukt ruis bij lange belichtingstijden.
Maak een keuze uit [Aan] of [Uit] voor [11. Ruisonderdr lange sltrtijd] in het
menu [A Pers.instelling 2] (p.78).
Ruisonderdrukking bij hoge ISO-waarde
Onderdrukt ruis bij hoge (ISO-)waarden voor Gevoeligheid.
Maak een keuze uit [Uit], [Minimaal], [Zwak] of [Sterk] voor [12. Ruisonderdr
hoge ISO-wrd] in het menu [A Pers.instelling 2] (p.78).
e_kb464_84percent.book Page 89 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
90
Opnamefuncties
4
* Bij [13. e-knop in Programma] in het menu [A Pers.instelling 2] kunt u instellen dat sluitertijd
en diafragma kunnen worden gewijzigd met de e-knop. (p.92)
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld
in overeenstemming met Programmalijn voor het maken van opnamen
met de juiste belichting.
Wijzig met de e-knop de sluitertijd en het diafragma onder handhaving
van de juiste belichting (p.92).
1
Zet de functiekiezer op e.
c
(Diafragma-
voorkeuze)
Instelling van het
diafragma voor
controle over de
scherptediepte.
Ja Nee Ja Ja p.96
a
(Handmatig)
Instelling van
sluitertijd en
diafragma voor het
maken van creatieve
opnamen.
Nee Ja Ja
Anders
dan Auto
p.98
Gebruik van de functie e (Programma)
Belichtings-
functie
Beschrijving
Belichtings-
correctie
Sluitertijd
wijzigen
Diafragma
wijzigen
Gevoelig-
heid
wijzigen
P.
e_kb464_84percent.book Page 90 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
91
Opnamefuncties
4
2
Draai, terwijl u de knop mc
indrukt, aan de e-knop om
de belichting te wijzigen.
De belichtingscorrectie wordt weergegeven
in de zoeker en op het statusscherm.
De sluitertijd en diafragmawaarde worden
ook weergegeven terwijl u de belichting
wijzigt.
Stel de belichtingscorrectie in in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Instellen bij [1. LW-
stappen] in het menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde
criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op
[AUTO]. (p.87)
Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling op het
objectief ingedrukt houdt bij gebruik van een
objectief met een diafragmaring.
P
E
901/
4.0
F
123
+1.5
OK
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Belichtingscorrectie
e_kb464_84percent.book Page 91 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
92
Opnamefuncties
4
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de belichting van het onderwerp.
Sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld overeenkomstig
de ingestelde gevoeligheid voor een juiste belichting.
1
Zet de functiekiezer op K.
2
Draai aan de e-knop en pas
de gevoeligheid aan.
De K (Gevoeligheidsvoorkeuze) gebruiken
e-stand en e-knop
U kunt instellen wat er gebeurt als u aan de e-knop draait in de stand
e (Programma). Instellen bij [13. e-knop in Programma] in het menu
[A Pers.instelling 2] (p.78).
1
Uit
Uitschakelen van bediening via e-knop als Programma
Automatische belichting is ingesteld.
2
Prog. instellen
Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast
voor een juiste belichting.
e_kb464_84percent.book Page 92 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
93
Opnamefuncties
4
Sluitertijd, diafragmawaarde en gevoeligheid
worden weergegeven in de zoeker en
op het statusscherm.
U kunt de gevoeligheid instellen op waarden die overeenkomen met ISO 100 tot ISO 3200.
[AUTO] is niet beschikbaar.
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt om de belichtingscorrectiewaarde
te wijzigen. (p.104)
Stel de gevoeligheid in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [1. LW-stappen] in
het menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
U kunt de gevoeligheid niet instellen in het scherm [Gevoeligheid].
Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling op het
objectief ingedrukt houdt bij gebruik van een
objectief met een diafragmaring.
30
4.5
0.0
ISO
Sv
123
1/
F
E
OK
AF.A
JPEG
AWB
10M
OFF
OFF
100
e_kb464_84percent.book Page 93 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
94
Opnamefuncties
4
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging
van bewegende onderwerpen. Bij het maken van opnamen van snel bewegende
onderwerpen kunt u met een kortere sluitertijd het onderwerp bevriezen en met
een langere sluitertijd de beweging van het onderwerp laten zien.
Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld
voor de juiste belichting.
1Effect van diafragma en sluitertijd (p.85)
1
Zet de functiekiezer op b.
2
Draai aan de e-knop om
de sluitertijd te wijzigen.
U kunt een sluitertijd instellen in het bereik
1/4000 - 30 seconden.
Sluitertijd en diafragmawaarde worden
weergegeven in de zoeker en op het
statusscherm.
De b (Sluitertijdvoorkeuze) gebruiken
E
601/
5.6
F
123
0.0
OK
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
10M
OFF
OFF
Tv
e_kb464_84percent.book Page 94 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
95
Opnamefuncties
4
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt om de belichtingscorrectiewaarde
te wijzigen. (p.104)
Stel de sluitertijd in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [1. LW-stappen] in het
menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde
criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op
[AUTO]. (p.87)
Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling op het
objectief ingedrukt houdt bij gebruik van een
objectief met een diafragmaring.
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is,
begint de diafragmawaarde te knipperen
in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies
dan een kortere sluitertijd. Bij een te donker
onderwerp kiest u een langere sluitertijd.
Wanneer de diafragmawaarde ophoudt met knipperen, kunt u een opname
maken met de juiste belichting.
Gebruik een optioneel ND-fliter (Neutral Density) als het onderwerp te licht is.
Gebruik een flitser als het onderwerp te donker is.
e_kb464_84percent.book Page 95 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
96
Opnamefuncties
4
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte
is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op
een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en
achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt
ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste
belichting ingesteld.
1Effect van diafragma en sluitertijd (p.85)
1
Zet de functiekiezer op c.
2
Draai aan de e-knop en pas
de diafragmawaarde aan.
Sluitertijd en diafragmawaarde worden
weergegeven in de zoeker en op het
statusscherm.
De c (Diafragmavoorkeuze) gebruiken
Av
E
301/
4.5
F
123
0.0
OK
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
10M
OFF
OFF
e_kb464_84percent.book Page 96 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
97
Opnamefuncties
4
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt om de belichtingscorrectiewaarde
te wijzigen. (p.104)
Stel het diafragma in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [1. LW-stappen] in
het menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde
criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op
[AUTO]. (p.87)
Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling op het
objectief ingedrukt houdt bij gebruik van een
objectief met een diafragmaring.
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker is,
knippert de sluitertijd in de zoeker. Is het
onderwerp te licht, kies dan een kleiner
diafragma (hogere waarde). Is het
onderwerp te donker, kies dan een groter diafragma (lagere waarde). Zodra
het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken bij de juiste belichting.
Gebruik een optioneel ND-fliter (Neutral Density) als het onderwerp te licht is.
Gebruik een flitser als het onderwerp te donker is.
e_kb464_84percent.book Page 97 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
98
Opnamefuncties
4
U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte
belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde instellingen voor
sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerdere)
of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.85)
1
Zet de functiekiezer op a.
2
Draai aan de e-knop om de
sluitertijd te wijzigen.
3
Draai aan de e-knop terwijl u
de knop mc indrukt en wijzig
het diafragma.
a (Handmatige belichting) gebruiken
e_kb464_84percent.book Page 98 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
99
Opnamefuncties
4
Sluitertijd en diafragmawaarde worden
weergegeven in de zoeker en op het
statusscherm.
Op het statusscherm wordt de e-knopindicator
weergegeven naast de sluitertijd of het
diafragma, afhankelijk van welke waarde
wordt aangepast.
De waarde van sluitertijd en diafragma die
wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde
wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting
(LW-waarde) in de zoeker weergegeven.
De juiste belichting is ingesteld wanneer [0.0]
verschijnt.
Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] en de belichtingsfunctie op a
(Handmatig), wordt de gevoeligheid ingesteld op een waarde die overeenkomt met ISO
100 als het dynamisch bereik is ingesteld op [Uit], en met ISO 200 als het dynamisch
bereik is ingesteld op [Aan].
Stel de sluitertijd en diafragma in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [1. LW-
stappen] in het menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
Zet het diafragma op de stand s terwijl u de
knop voor automatische vergrendeling op het
objectief ingedrukt houdt bij gebruik van een
objectief met een diafragmaring.
M
E
901/
4.0
F
123
+1.5
OK
200
AF.A
JPEG
AWB
ISO
10M
OFF
OFF
Afwijking van de juiste belichting
Belichtingswaarschuwing
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde
wijzigt, wordt het verschil met de juiste
belichting knipperend weergegeven
als het verschil groter is dan ±3.0.
e_kb464_84percent.book Page 99 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
100
Opnamefuncties
4
De tijdopnamefunctie gebruikt u voor lange belichtingstijden, bijvoorbeeld om ’s
nachts te fotograferen of om opnamen van vuurwerk te maken.
De sluiter blijft open zo lang de ontspanknop wordt ingedrukt.
1
Zet de functiekiezer op a.
2
Draai aan de e-knop om de sluitertijd
in te stellen op h.
h wordt weergegeven na de langste
sluitertijd (30 sec).
Tijdopname gebruiken
Belichtingscorrectie, Continuopname en Belichtingsbracket zijn niet beschikbaar
bij tijdopnamen.
Belichtingsgeheugen gebruiken
Als [9. Functie =-knop] in het menu [A Pers.instelling 2] is ingesteld op
[Belichtingsgeheugen], kunt u op de knop = drukken voor het vasthouden
van de belichtingswaarde. (p.105)
Voorbeeld: als een sluitertijd van 1/125 sec en een diafragmawaarde van
F5.6 zijn vastgelegd met de = knop, en de sluitertijd wordt vervolgens
gewijzigd naar 1/30 sec met behulp van de e-knop, zal de diafragmawaarde
automatisch worden gewijzigd in F11.
h
M
E
11
F
123
0.0
OK
1600
AF.A
JPEG
AWB
ISO
10M
OFF
OFF
e_kb464_84percent.book Page 100 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
101
Opnamefuncties
4
Selecteer het gedeelte van het scherm dat moet worden gebruikt voor lichtmeting
en het bepalen van de belichting. U kunt kiezen uit de volgende drie methoden.
De standaardinstelling is L (meervlaks meting).
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt om het diafragma te wijzigen. (p.104)
Stel het diafragma in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Instellen bij [1. LW-stappen] in
het menu [A Pers.instelling 1]. (p.105)
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld bij het maken van
tijdopnamen.
Gebruik een stevig statief om camerabeweging te voorkomen bij het maken van
tijdopnamen.
Tijdopname is beschikbaar bij de afstandsbedieningsfunctie (p.128). De sluiter blijft
geopend zolang de ontspanknop van de optionele afstandsbediening ingedrukt wordt
gehouden.
Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid of
onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd. Instellen
bij [11. Ruisonderdr lange sltrtijd] in het menu [A Pers.instelling 2]. (p.89)
Wanneer de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] en de sluitertijd op h, wordt de
gevoeligheid ingesteld op een waarde die overeenkomt met ISO 100 als het dynamisch
bereik is ingesteld op [Uit], en met ISO 200 als het dynamisch bereik is ingesteld op [Aan].
De bovengrens voor gevoeligheid ligt bij tijdopnamen bij ISO 1600.
De lichtmeetmethode selecteren
L
Meervlaks
De zoeker wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten
en de juiste belichting wordt bepaald.
M
Meten met nadruk
op midden
De hele zoeker wordt gemeten met nadruk op het midden,
en de belichting wordt bepaald.
N
Spotmeting
Alleen het middelste deel van de zoeker wordt gemeten,
en de belichting wordt bepaald.
e_kb464_84percent.book Page 101 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
102
Opnamefuncties
4
2
Kies [Autom. lichtmeting] met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [Autom. lichtmeting] verschijnt.
3
Selecteer een lichtmeetmethode
met de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in
de zoeker gemeten in 16 verschillende zones,
zoals de afbeelding laat zien. Zelfs bij opnamen
met tegenlicht wordt bij deze functie automatisch
bepaald welk helderheidsniveau elk gedeelte
van het beeld heeft en wordt de belichting
dienovereenkomstig aangepast.
Meervlaks lichtmeting gebruiken
De methode voor meervlaks meting is niet beschikbaar bij het gebruik van andere objectieven
dan DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F of A-objectieven, of als de diafragmaring in een
andere positie staat dan s.
Autom. lichtmeting
Autom. lichtmeting
Meervlaks
Meervlaks
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
400
Autom. lichtmeting
Autom. lichtmeting
Meervlaks
Meervlaks
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 102 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
103
Opnamefuncties
4
De meting legt de nadruk op het midden van
het matglas. Gebruik deze meting wanneer u de
belichting wilt corrigeren op basis van ervaring,
in plaats van dit over te laten aan de camera.
In de afbeelding ziet u dat de gevoeligheid groter
wordt wanneer het patroon hoger wordt (midden).
Deze functie corrigeert niet automatisch opnamen
met tegenlicht.
Bij spotmeting wordt het licht slechts in een klein
vak in het midden van het matglas gemeten,
zoals de afbeelding laat zien. U kunt deze functie
combineren met het belichtingsgeheugen (p.105)
wanneer het onderwerp uitzonderlijk klein is en
een correcte belichting moeilijk te realiseren is.
Lichtmeting met nadruk op het midden gebruiken
Spotmeting gebruiken
AF-punt koppelen aan de automatische belichting tijdens
meervlaksmeting
Bij [5. Koppelt belicht.+ AF] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.78) kunt u
de belichting koppelen aan het scherpstelpunt tijdens meervlaks lichtmeting.
De standaardinstelling is [Uit].
1
Uit De belichting wordt onafhankelijk van het AF-punt ingesteld.
2
Aan De belichting wordt op basis van het AF-punt ingesteld.
Meettijd instellen
U kunt de tijd voor lichtmeting instellen op 3 sec, 10 sec of 30 sec
bij [3. Bedrijftijd lichtmtr] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.78).
De standaardinstelling is [10 sec].
e_kb464_84percent.book Page 103 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
104
Opnamefuncties
4
Hiermee kunt u met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere)
opnamen maken.
Selecteer 1/2 LW of 1/3 LW bij [1. LW-stappen] in het menu [A Pers.instelling 1].
U kunt de belichtingscorrectie instellen tussen –2 en +2 (LW).
1
Stel de correctie in met de e-knop
terwijl u de knop mc indrukt.
m wordt tijdens de correctie weergegeven
in het statusscherm en in de zoeker.
Belichting corrigeren
Belichtingscompensatie is niet beschikbaar wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld
op a (Handmatig).
De belichtingscorrectie kan niet worden geannuleerd door de camera uit te zetten of
door een andere belichtingsfunctie in te stellen.
mc knop
E
901/
4.0
F
123
+1.5
OK
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
10M
OFF
OFF
Av
Correctiewaarde
e_kb464_84percent.book Page 104 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
105
Opnamefuncties
4
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu [A Pers.instelling 1]
(p.78) met stappen van 1/2 LW of 1/3 LW.
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór
het maken van een opname. Gebruik deze functie wanneer het onderwerp te klein
is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een correcte belichting niet
mogelijk is.
1
Selecteer [Belichtingsgeheugen]
bij [9. Functie =-knop] in het
menu [A Pers.instelling 2].
2
Druk op de knop =.
De camera houdt de belichting (helderheid)
van dat moment vast in het geheugen.
@ staat aangegeven in het statusscherm
en de zoeker wanneer het
belichtingsgeheugen is geactiveerd.
Druk de knop nogmaals in om
te ontgrendelen.
De belichtingsstappen wijzigen
Belichting vastleggen alvorens een opname te maken
(Belichtingsgeheugen)
1. LW-stappen
Stappen belichting
ingesteld op 1/2 LW
1/2 LW Stap
1/3 LW Stap
9. Functie AF-knop
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
Belichtingsgeheugen wordt
toegewezen aan AF-knop
e_kb464_84percent.book Page 105 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
106
Opnamefuncties
4
U kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de
ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie,
de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht
(positieve correctie).
U kunt [6. Volgorde A Bracketng] instellen in het menu [A Pers.instelling 1] (p.78).
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
De belichting wordt zo lang in het geheugen vastgehouden als op de knop = wordt
gedrukt of de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. De belichting
wordt in het geheugen vastgehouden gedurende een periode van 0,5× tot 2× de
lichtmeettijd, zelfs nadat u uw vinger van de knop = haalt.
Er klinkt een geluidssignaal wanneer de =-knop wordt ingedrukt. Het geluidssignaal
kan worden uitgeschakeld. (p.215)
Belichtingsgeheugen is niet beschikbaar als de sluitertijd is ingesteld op h.
Als de maximale diafragmawaarde van een zoomobjectief afhankelijk is van de
brandpuntsafstand, is de combinatie van sluitertijd en diafragmawaarde zelfs bij een
werkend belichtingsgeheugen afhankelijk van de zoompositie. De belichtingswaarde
is echter stabiel, zodat opnamen worden gemaakt met het belichtingsniveau dat is
ingesteld in het belichtingsgeheugen.
De belichtingswaarde kan worden vergrendeld wanneer er is scherpgesteld. Instellen
bij [4. AE-L met AF lock] in het menu [A Pers.instelling 1]. (p.115)
Automatisch belichting wijzigen tijdens het maken van opnamen
(Auto Bracket)
Normale belichting Onderbelichting Overbelichting
Volgorde A Bracketng 0 ´´ +, – ´ 0 ´ +, + ´ 0 ´ –, 0 ´ + ´
e_kb464_84percent.book Page 106 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
107
Opnamefuncties
4
2
Gebruik de vierwegbesturing (5)
om l (Auto Bracket) te kiezen.
3
Draai aan de e-knop om de waarde voor belichtingscorrectie
in te stellen.
U kunt de volgende LW-compensatiewaarden instellen overeenkomstig de
stappen die u hebt ingesteld bij [1. LW-stappen] (p.105) in het menu
[A Pers.instelling 1].
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie ] en de LW-compensatiewaarde worden weergegeven
in het statusscherm en de zoeker op het moment dat is scherpgesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt met de instellingen
van [6. Volgorde A Bracketng] in het menu [A Pers.instelling 1].
Trapinterval LW-compensatiewaarde
1/2LW ±0.5, ±1.0, ±1.5, ±2.0
1/3LW ±0.3, ±0.7, ±1.0, ±1.3, ±1.7, ±2.0
Transportstand
Tr a n s p o r t s t and
Auto Bracket
A u t o B r a c k e t
Transportstand
Auto Bracket
±0.5
0.5
EV
EV
±0.5EV
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 107 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
108
Opnamefuncties
4
Wanneer Autofocus op l (Eén opname) staat, wordt de scherpstelling vergrendeld
bij de eerste opname en wordt deze gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
Als u uw vinger van de ontspanknop haalt tijdens Auto Bracket, blijft de instelling voor
Auto Bracket twee keer zo lang actief als de timer-instelling voor de lichtmeting (de
standaardinstelling is 20 seconden) (p.103) en kunt u de volgende opname maken met
de volgende correctiestap. In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na een
tijdsduur van circa twee keer die van de timer-instelling gaat de camera terug naar de
instellingen voor de eerste opname.
U kunt Auto Bracket combineren met de ingebouwde flitser of een externe flitser (alleen
automatische P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid flitslicht doorlopend te wijzigen.
Bij gebruik van een externe flitser bestaat echter de kans dat bij het ingedrukt houden
van de ontspanknop voor het maken van drie opeenvolgende opnamen, de tweede en
derde opname worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd
één opname tegelijk nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
Belichtingsbracket is niet beschikbaar als de sluitertijd is ingesteld op h.
Alleen overbelichte of onderbelichte opnamen maken
U kunt de functie Auto Bracket combineren met de belichtingscorrectie
(p.104) om alleen onderbelichte of overbelichte opnamen te maken. In beide
gevallen wordt de opgegeven belichtingscorrectiewaarde gebruikt voor Auto
Bracket.
e_kb464_84percent.book Page 108 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
109
Opnamefuncties
4
Scherpstellen
U kunt op de volgende manieren scherpstellen.
U kunt ook kiezen uit twee autofocusfuncties: l (Eén opname), waarbij
de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om scherp te stellen op het
onderwerp en de scherpstelling op die stand wordt vastgehouden, en k
(Continu), waarbij continu wordt scherpgesteld op het onderwerp zolang de
ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. De optie f (Auto)
schakelt automatisch tussen l en k. De standaardinstelling is f.
1 De AF-modus instellen (p.111)
1
Zet de scherpstelfunctieknop
op =.
=
Autofocus
De camera stelt automatisch scherp op het onderwerp
wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
\
Handmatig scherpstellen Stel handmatig scherp.
Autofocus gebruiken
MF
AF
e_kb464_84percent.book Page 109 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
110
Opnamefuncties
4
2
Kijk door de zoeker en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld,
verschijnt de scherpstelindicatie ] en klinkt
er een geluidssignaal. (Als de indicatie knippert,
is er niet scherpgesteld op het onderwerp.)
1 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch
kan worden scherpgesteld (p.63)
U kunt de camera zo instellen dat er wordt scherpgesteld wanneer u op de knop
= drukt. Gebruik deze instelling als u geen behoefte hebt aan automatisch
scherpstellen bij het tot halverwege indrukken van de ontspanknop.
1
Selecteer [AF1 inschakelen] of [AF2
inschakelen] bij [9. Functie =-knop]
in het menu [A Pers.instelling 2].
AF1 inschakelen :
Er wordt automatisch scherpgesteld
met behulp van de knop = of
de ontspanknop.
AF2 inschakelen :
Er wordt alleen automatisch scherpgesteld
wanneer u op de knop = drukt, en niet
wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
De knop = gebruiken om op het onderwerp scherp te stellen
Scherpstelindicatie
9. Functie AF-knop
AF wordt uitgevoerd
als op de knop wordt
gedrukt
AF1 inschakelen
AF2 inschakelen
AF uitschakelen
Belichtingsgeheugen
e_kb464_84percent.book Page 110 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
111
Opnamefuncties
4
2
Druk op de knop =.
Er wordt automatisch scherpgesteld.
U kunt kiezen uit de volgende drie autofocusfuncties. De standaardinstelling
is f (Auto).
1
Zet de scherpstelfunctieknop op =.
2
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
Als [AF uitschakelen] is ingesteld, wordt \ weergegeven in de zoeker terwijl u op de
knop = drukt. Automatisch scherpstellen wordt niet geactiveerd als u de ontspanknop
tot halverwege indrukt (laat de knop = los om meteen terug te keren naar de normale
AF-modus).
De AF-modus instellen
f
Auto
Schakelt automatisch tussen de standen l en k,
afhankelijk van het onderwerp.
l
Eén opname
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt,
wordt de scherpstelling in die stand vastgehouden.
k
Continu
Er wordt continu scherpgesteld op het onderwerp zolang de
ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. Zelfs
als niet is scherpgesteld op het onderwerp, kan de sluiter
ontspannen wanneer de ontspanknop helemaal wordt
ingedrukt.
e_kb464_84percent.book Page 111 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
112
Opnamefuncties
4
3
Kies [AF-modus] met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [AF-modus] verschijnt.
4
Selecteer een autofocusfunctie
met de vierwegbesturing (45).
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van
een opname.
AF-modus kan niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de standen H (Scène).
k kan worden ingesteld wanneer de functiekiezer op e, K, b, c of a staat. De
autofocus wordt ingesteld op k in \ (Bewegend onderw.) van de Picture-functie of
n (Podiumbelichting), R (Kinderen), Y (Huisdier) of l (Nachtsnapshot) van de stand
H (Scène).
•In k wordt continu scherpgesteld bij het volgen van het onderwerp zolang de
ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
Bij l is de scherpstelling vergrendeld terwijl de scherpstelindicatie ] wordt
weergegeven in de zoeker (scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een
ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop.
De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp in l.
Als het onderwerp zich te dicht bij de camera bevindt, gaat u achteruit en maakt u
een opname. Stel de scherpstelling handmatig in als er moeilijk op het onderwerp
kan worden scherpgesteld (p.63). (p.116)
Druk in de stand l de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer de ingebouwde
flitser beschikbaar is, gaat deze automatisch verschillende keren af, zodat de autofocus
makkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een donkere omgeving.
Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, of als de knop = wordt gebruikt
om de scherpstelling aan te passen in de standen f en k, volgt de camera
het onderwerp automatisch als is vastgesteld dat het een bewegend onderwerp is.
Stel de camera altijd in l als u gebruik maakt van het Quick-Shift Focussysteem
van een DA-objectief.
AF-modus
AF-modus
AF.A
AF.A
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
400
AF-modus
AF-modus
AF.A
AF.A
AF.A
AF.A
AF.S
AF.S
AF.C
AF.C
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 112 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
113
Opnamefuncties
4
Het gedeelte van de zoeker selecteren waarop moet worden scherpgesteld.
De standaardinstelling is i (Groothoek).
Instellen bij [Ander schrpstpnt] in het menu [A Opnamemodus 2] (p.77).
Het scherpstelkader instellen (AF-punt)
i
Groothoek De camera selecteert automatisch het optimale scherpstelpunt.
O
Spotmeting Het scherpstelkader wordt ingesteld op het midden van de zoeker.
Het AF-punt wordt ongeacht de instelling vergrendeld op de O (Spotmeting) bij het
gebruik van objectieven anders dan de typen DA, DA L, D FA, FA J, FA of F.
MENU
Annul.
1 2 3
AF.S
AF-modus
Autom. lichtmeting
Ander schrpstpnt
Momentcontrole
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 113 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
114
Opnamefuncties
4
Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelveld valt, kan de camera niet
automatisch scherpstellen op het onderwerp. In deze situatie zet u de [AF-modus]
op l (Eén opname). U kunt het scherpstelveld op het onderwerp richten,
de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen.
1
Kader het onderwerp in de zoeker uit.
2
Centreer het onderwerp in de zoeker
en druk de ontspanknop tot
halverwege in.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld,
verschijnt de scherpstelindicatie ] en klinkt
er een geluidssignaal. (Als de indicatie
knippert, is er niet scherpgesteld op het
onderwerp).
3
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling wordt
vastgehouden.
Scherpstelling vastzetten
(Scherpstelvergrendeling)
(Voorbeeld) Er wordt scherpgesteld
op de achtergrond in plaats van
op de persoon.
e_kb464_84percent.book Page 114 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
115
Opnamefuncties
4
4
Houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt en kader
het onderwerp opnieuw in.
Stel [4. AE-L met AF lock] in het menu [A Pers.instelling 1] in (p.78) om de waarde
voor belichting te vergrendelen wanneer de scherpstelling is vergrendeld.
De belichting wordt standaard niet vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld.
De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ] wordt weergegeven.
Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is,
bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherpgesteld, uitschakelen. (p.215)
U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer [AF-modus] is ingesteld op k
(Continu), de opnamefunctie is ingesteld op \ (Bewegend onderw.) of H (Scène) is
ingesteld op n (Podiumbelichting), R (Kinderen), Y (Huisdier) of l (Nachtsnapshot).
In die gevallen zal de autofocus blijven scherpstellen op het onderwerp totdat op de
ontspanknop wordt gedrukt (Continu autofocus).
Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling is vergrendeld
1
Uit
De belichting is niet vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld.
2
Aan
De belichting is vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld.
4. AE-L met AF lock
Auto belichting niet
vergrendeld als de AF
is vergrendeld
Uit
Aan
e_kb464_84percent.book Page 115 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
116
Opnamefuncties
4
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de
scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp
is scherpgesteld.
De scherpstelindicatie []] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp
is scherpgesteld, zelfs bij handmatig scherpstellen.
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ].
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \.
2
Kijk door de zoeker, druk de
ontspanknop tot halverwege in
en draai aan de scherpstelring.
Wanneer op het onderwerp is scherpgesteld,
gaat de scherpstelindicatie ] branden en
klinkt er een geluidssignaal.
Handmatig scherpstelling wijzigen
(Handmatig scherpstellen)
De scherpstelindicatie gebruiken
MF
AF
Scherpstelindicatie
e_kb464_84percent.book Page 116 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
117
Opnamefuncties
4
U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker.
1
Zet de scherpstelfunctieknop op \.
2
Kijk door de zoeker en draai de
scherpstelring tot het onderwerp
scherp is op het matglas.
Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (p.63) en de scherpstelindicatie
niet wordt weergegeven, stelt u handmatig scherp met behulp van het matglas in de zoeker.
U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherpgesteld, uitschakelen. (p.215)
Het matglas in de zoeker gebruiken
MF
AF
e_kb464_84percent.book Page 117 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
118
Opnamefuncties
4
Opnamen maken in de stand Catch-in Focus
Als [18. Catch-in focus] is ingeschakeld in het menu [A Pers.instelling 3] (p.79)
en de scherpstelstand is ingesteld op f of l en één van de volgende
objectieven wordt gebruikt, is het maken van catch-in focus opnamen mogelijk
en wordt de sluiter automatisch ontspannen op het moment dat is scherpgesteld
op het onderwerp.
Objectief met handmatige scherpstelling
DA- of FA-objectief met een = en een \ instelling op het objectief
(het objectief moet zijn ingesteld op \ voor het maken van de opname)
Ga als volgt te werk om opnamen te maken
1 Bevestig een geschikt objectief op de camera.
2 Zet de scherpstelfunctieknop op =.
3 Zet Autofocus op f of l.
4 Stel scherp op een punt waar het onderwerp langs zal komen.
5 Druk de ontspanknop helemaal in.
De sluiter wordt automatisch ontspannen als het onderwerp het punt
bereikt waarop is scherpgesteld.
e_kb464_84percent.book Page 118 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
119
Opnamefuncties
4
Compositie, belichting en scherpstellen
beoordelen vóór opname
(Digitaal voorbeeld)
U kunt met de voorbeeldfunctie de scherptediepte, de compositie, de belichting
en de scherpstelling controleren voordat u een opname maakt.
Wijs om te beginnen de functie Digitaal voorbeeld toe aan de knop g (Help).
1
Kies [knop Help] in het menu
[A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Kies [Digitaal voorbeeld] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
123
MENU
Einde
Geheugen
knop Help
Shake Reduction
Inv brandp afstand
Aan
MENU
knop Help
Help-functie
MENU
knop Help
Help-functie
Digitaal voorbeeld
Aangepaste opname
Digitaal filter
functie RAW-knop
Annul.
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 119 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
120
Opnamefuncties
4
4
Selecteer [Histogram] met de
vierwegbesturing (23).
5
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
6
Selecteer [Licht/donker geb] met de vierwegbesturing (23).
7
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
8
Druk twee keer op de knop 3.
De functie Digitaal voorbeeld wordt toegewezen aan de knop g.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van
een opname.
9
Stel scherp op het onderwerp, kader
het beeld uit in de zoeker en zet
de hoofdschakelaar op de stand
g button.
Het pictogram (|) wordt op de monitor
weergegeven gedurende de weergave van
het voorbeeld en u kunt compositie, belichting
en scherpstelling beoordelen.
Druk de ontspanknop tot halverwege in om
de weergave van het digitale voorbeeld af
te sluiten en te beginnen met scherpstellen.
De maximale duur van de weergave van het digitale voorbeeld is 60 seconden.
Tijdens het digitale voorbeeld kunt u de opname uitvergroten met de e-knop. (p.167)
knop Help
Histogram
Licht/donker geb
Digitaal voorbeeld
MENU
e_kb464_84percent.book Page 120 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
121
Opnamefuncties
4
De functie Shake Reduction gebruiken
om het effect van camerabeweging
te voorkomen
U kunt eenvoudig scherpe opnamen maken met behulp van de functie Shake
Reduction.
Opnamen maken met de functie Shake Reduction
Shake Reduction
De functie Shake Reduction reduceert het bewegen van de camera, wat
gemakkelijk kan voorkomen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Dat is
handig bij situaties waarin grote kans bestaat dat de camera wordt bewogen.
Als de functie Shake Reduction is geactiveerd, kunt u opnamen maken
met een sluitertijd die met ongeveer 4 stappen is vertraagd zonder risico
op onscherpte door camerabeweging.
De functie Shake Reduction is ideaal voor het maken van opnamen onder
de volgende omstandigheden.
Bij het maken van opnamen op slecht verlichte locaties, bijvoorbeeld
binnenshuis, bij nacht, op bewolkte dagen en in de schaduw
Bij het maken van tele-opnamen
De functie Shake Reduction compenseert geen onscherpte die het gevolg is
van een bewegend onderwerp. Als u opnamen wilt maken van bewegende
onderwerpen, verhoogt u de sluitertijd.
De functie Shake Reduction kan het bewegen van de camera niet altijd volledig
compenseren bij het maken van close-ups. In dat geval raden we u aan de
functie Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
De functie Shake Reduction zal niet goed werken bij het maken van opnamen
met een erg lange sluitertijd, bijvoorbeeld opnamen van een bewegend
onderwerp of nachtopnamen. In dat geval raden we u aan de functie Shake
Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
Opname gemaakt met de functie
Shake Reduction
Onscherpe opname
e_kb464_84percent.book Page 121 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
122
Opnamefuncties
4
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [Shake Reduction] met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [Shake Reduction] wordt
weergegeven.
3
Selecteer [Aan] met de
vierwegbesturing (45).
De functie Shake Reduction inschakelen
De functie Shake Reduction en brandpuntsafstand
De functie Shake Reduction is voor zijn functioneren afhankelijk van informatie
over bijvoorbeeld de brandpuntsafstand die door het objectief wordt
doorgegeven.
Als op de camera een objectief DA, DA L, D FA, FA J, FA of F is bevestigd,
wordt die informatie automatisch doorgegeven als de functie Shake Reduction
wordt geactiveerd.
Als u een ander type objectief gebruikt, wordt de objectiefinformatie niet
automatisch doorgegeven, ook niet als de functie Shake Reduction wordt
geactiveerd. In dat geval verschijnt het menu [Inv brandp afstand]. Stel
de [Brandpuntafstand] handmatig in in het menu.
1 De brandpuntsafstand instellen (p.124)
Shake Reduction
Shake Reduction
Aan
Aan
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Aan
Aan
Shake Reduction
Shake Reduction
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 122 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
123
Opnamefuncties
4
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
5
Richt de camera op het onderwerp en druk de ontspanknop
tot halverwege in.
k wordt weergegeven in de zoeker en de
functie Shake Reduction wordt ingeschakeld.
Schakel de functie Shake Reduction uit als u een statief gebruikt.
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld onder de volgende
omstandigheden:
Zelfontspanner
Opnamen via afstandsbediening
Tijdopnamen
Draadloze bediening met een externe flitser
Als u een type objectief gebruikt dat niet automatisch objectiefinformatie als bijvoorbeeld
de brandpuntsafstand kan doorgeven (p.122), wordt het menu [Inv brandp afstand]
weergegeven. Stel de brandpuntsafstand handmatig in in het menu [Inv brandp afstand].
Schakel de functie Shake Reduction uit als u de functie Shake Reduction niet wilt
gebruiken.
De functie Shake Reduction zal de eerste twee seconden na het inschakelen van
de camera of na activering uit de stand Automatisch uitschakelen, niet goed werken.
Wacht tot de functie Shake Reduction is gestabiliseerd voordat u de ontspanknop
voorzichtig indrukt om een opname te maken. Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De camera is gereed voor het maken van een opname als k wordt weergegeven
in de zoeker.
Shake Reduction is beschikbaar bij elk PENTAX-objectief dat compatibel is met
de e. Als de diafragmaring echter anders is ingesteld dan s (Auto) of als
een objectief zonder s stand wordt gebruikt, zal de camera niet werken, tenzij
[19. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu
[A Pers.instelling 3]. Stel dat van tevoren in. Sommige functies zijn dan echter beperkt
beschikbaar. Zie “Opmerkingen over [19. Diafragmaring gebruiken]” (p.241) voor meer
informatie.
e_kb464_84percent.book Page 123 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
124
Opnamefuncties
4
Het menu voor het instellen van [Inv brandp afstand] wordt weergegeven als de
camera wordt ingeschakeld terwijl de functie Shake Reduction is ingeschakeld
en er een objectief is bevestigd dat niet automatisch objectiefinformatie zoals
de brandpuntsafstand doorgeeft (p.122).
Stel de brandpuntsafstand handmatig in in het menu [Inv brandp afstand].
1
Stel [Brandpuntafstand] in met
de vierwegbesturing (45) of
de e-knop.
U kunt kiezen uit de volgende 34 waarden
voor brandpuntsafstand.
(De standaardinstelling is [35].)
2
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
De brandpuntsafstand instellen
Het menu [Inv brandp afstand] verschijnt niet als u een objectief gebruikt dat het
automatisch doorgeven van objectiefinformatie zoals de brandpuntsafstand
ondersteunt.
Als u een objectief gebruikt zonder een positie s op de diafragmaring, of als de
diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s, stelt u [19. Diafragmaring
gebruiken] in het menu [A Pers.instelling 3] in op [Toegestaan]. (p.241)
8 101215182024283035
40 45 50 55 65 70 75 85 100 120
135 150 180 200 250 300 350 400 450 500
550 600 700 800
Als de brandpuntsafstand van uw objectief hierboven niet wordt genoemd, kiest u de
waarde die het dichtst ligt bij de werkelijke brandpuntsafstand (bijvoorbeeld: [18] voor
17 mm en [100] voor 105 mm).
Als u een zoomlens gebruikt, kiest u de eigenlijke brandpuntsafstand bij de zoominstelling
op dezelfde manier.
Het effect van Shake Reduction is afhankelijk van de opnameafstand en de informatie
over de brandpuntsafstand. De functie Shake Reduction werkt wellicht minder effectief
dan verwacht bij het maken van opnamen op korte afstand.
Kies [Inv brandp afstand] in het menu [A Opnamemodus 3] om de instelling voor
brandpuntsafstand te wijzigen (p.77).
MENU
Annul.
Annul.
Inv brandp afstand
Inv brandp afstand
135
120
100
Brandpuntafstand
Brandpuntafstand
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 124 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
125
Opnamefuncties
4
Deze camera heeft twee zelfontspannerfuncties: g en Z.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer g met
de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer g of Z met de
vierwegbesturing (45).
Opnamen maken met de zelfontspanner
g
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze functie om als fotograaf
ook op de foto te komen.
Z
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt de spiegel opgeklapt.
De sluiter ontspant na circa 2 seconden. Gebruik deze functie om te voorkomen
dat de camera beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
OK
O K
OK
OK
Transportstand
Tr a n s p o r t s t and
Enkelbeeld opname
E n k e l b e e l d o pname
Transportstand
Enkelbeeld opname
OK
O K
OK
OK
Transportstand
Tr a n s p o r t s t and
Zelfontspanner (12sec)
Z e l f o n t s p a n n er (1 2 s e c )
Transportstand
Zelfontspanner (12sec)
e_kb464_84percent.book Page 125 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
126
Opnamefuncties
4
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
6
Kijk in de zoeker of het onderwerp
goed is ingekaderd en druk de
ontspanknop tot halverwege in.
De scherpstelindicatie ] verschijnt in de
zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Bij g begint de de zelfontspanner-LED op de
voorzijde langzaam te knipperen; de laatste
twee seconden voordat de sluiter ontspant,
knippert de LED snel. Het geluidssignaal is
hard en de frequentie neemt toe. Ongeveer
12 seconden nadat de ontspanknop helemaal
is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
Bij Z wordt de opname ongeveer 2 seconden
nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, gemaakt.
U kunt de camera zo instellen dat het geluidssignaal niet wordt gegeven. (p.215)
Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Gebruik de
belichtingsgeheugenfunctie (p.105). Het licht dat door de zoeker binnendringt heeft
geen effect als de belichtingsfunctie is ingesteld op a (Handmatig) (p.98).
Kies een andere instelling dan g of Z in het scherm [Transportstand] om het maken
van opnamen met de zelfontspanner te annuleren. De instelling wordt geannuleerd als
de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] bij [Geheugen] (p.229) in het menu
[A Opnamemodus 3] is ingesteld op P (Uit).
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als g of Z is ingesteld.
e_kb464_84percent.book Page 126 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
127
Opnamefuncties
4
Gebruik de functie Spiegel omhoog wanneer de camera duidelijk beweegt,
ook wanneer de afstandsbediening (optioneel) wordt gebruikt in combinatie
met een statief.
Bij gebruik van de zelfontspanner (2 sec) klapt de spiegel op en wordt de sluiter
ontspannen twee seconden nadat u op de ontspanknop drukt, zodat trillen van
de spiegel wordt voorkomen.
Volg de onderstaande procedure om een opname te maken met de functie Spiegel
omhoog.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Selecteer Z in de transportstand.
Zie de stappen 1 tot en met 5 op p.125 voor meer informatie.
3
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt
in de zoeker zodra is scherpgesteld.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De spiegel klapt op en twee seconden later wordt een opname gemaakt. Het
belichtingsgeheugen is ingeschakeld met de belichtingswaarde die onmiddellijk
voorafgaand aan het opklappen van de spiegel is ingesteld.
De functie Spiegel omhoog gebruiken
e_kb464_84percent.book Page 127 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
128
Opnamefuncties
4
De ontspanknop kan ook worden bediend via de optionele afstandsbediening.
U kunt kiezen uit h (direct ontspannen van de sluiter) en i (drie seconden
vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening.
1
Bevestig de camera op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer h met de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer hof i met de
vierwegbesturing (45).
De zelfontspanner-LED knippert, ten teken
dat de camera zich in de wachtstand voor
de afstandsbediening bevindt.
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
De afstandbediening gebruiken (optioneel)
h
De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop
op de afstandsbediening is ingedrukt.
i
De sluiter wordt circa drie seconden nadat de ontspanknop
op de afstandsbediening is ingedrukt, ontspannen.
O K
OK
OK
Tr a n s p o r t s t and
A f s t a n d s b e d iening
Transportstand
Afstandsbediening
e_kb464_84percent.book Page 128 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
129
Opnamefuncties
4
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt
in de zoeker zodra is scherpgesteld.
7
Richt de afstandsbediening op
de afstandsbedieningssensor
op de voorzijde van de camera
en druk de ontspanknop van
de afstandsbediening in.
De afstandsbediening kan gebruikt worden tot
een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde
van de camera.
Bij h wordt de opname onmiddellijk nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt,
gemaakt.
Bij i wordt de opname ongeveer 3 seconden nadat de ontspanknop helemaal
is ingedrukt, gemaakt.
Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner
twee seconden en gaat dan weer knipperen.
U kunt bij standaardinstellingen niet scherpstellen via de afstandsbediening. Stel eerst
met de camera scherp op het onderwerp voordat u de afstandsbediening gebruikt.
U kunt ook [10. AF met afstandbed.] op [Aan] zetten in het menu [A Pers.instelling 2]
(p.78).
Wanneer u de afstandsbediening gebruikt, klapt de flitser niet automatisch uit, zelfs
wanneer de camera is ingesteld op g (Auto ontladen). Klap eerst handmatig de flitser
uit. (p.68)
Als er licht binnendringt in de zoeker, kan dit de belichting beïnvloeden. Gebruik de
belichtingsgeheugenfunctie (p.105). Het licht dat door de zoeker binnendringt heeft
geen effect als de belichtingsfunctie is ingesteld op a (Handmatig) (p.98).
Kies een andere instelling dan hof i in het scherm [Transportstand] om de bediening
met de afstandsbediening te annuleren nadat die is geactiveerd. De instelling wordt
geannuleerd als de camera wordt uitgezet terwijl [Transportstand] bij [Geheugen]
(p.229) in het menu [A Opnamemodus 3] is ingesteld op P (Uit).
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld wanneer hof i is ingesteld.
De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
De batterij van de afstandsbediening heeft capaciteit voor het verzenden van ongeveer
30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een PENTAX Service
Center om de batterij te vervangen (hieraan zijn kosten verbonden).
5 m
e_kb464_84percent.book Page 129 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
130
Opnamefuncties
4
Continuopnamen
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt
te houden.
Er zijn twee typen continuopnamen. Bij g (Continuopname (snel)) worden continu
met de hoogste beeldsnelheid opnamen gemaakt totdat het buffergeheugen van
de camera vol is. Bij h (Continuopname (langzaam)) worden continu opnamen
gemaakt met een opgegeven interval.
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer g met de
vierwegbesturing (45).
3
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer g of h met de
vierwegbesturing (45).
g Continuopname
(snel)
Als JPEG-kwaliteit is ingesteld op J (kwaliteitsniveau C),
worden continu 5 opnamen gemaakt met een snelheid
van ca. 3,5 fps. Het opname-interval wordt langer als het
buffergeheugen vol raakt.
h Continuopname
(langzaam)
Als JPEG-kwaliteit is ingesteld op J (kwaliteitsniveau C),
worden continu opnamen gemaakt met een snelheid van
ca. 1,1 fps, net zo lang tot de SD-geheugenkaart vol is.
Als voor bestandsindeling RAW is geselecteerd, kunnen maximaal 4 opnamen bij g
(Continuopname (snel)), of 7 opnamen bij h (Continuopname (langzaam)) continu
worden gemaakt.
OK
O K
OK
OK
Transportstand
Tr a n s p o r t s t and
Enkelbeeld opname
E n k e l b e e l d o pname
Transportstand
Enkelbeeld opname
Transportstand
Tr a n s p o r t s t and
Continuopname (snel)
C o n t i n u o p n a m e (sne l )
Transportstand
Continuopname (snel)
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 130 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
131
Opnamefuncties
4
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het continu
maken van opnamen.
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt
in de zoeker zodra is scherpgesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar
opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om de continuopname
te stoppen.
Als de scherpstelstand is ingesteld op l (Eén opname), wordt de scherpstelling
vergrendeld bij de eerste opname en worden opnamen met een ingesteld interval
gemaakt.
Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt wanneer
de flitser volledig is opgeladen. U kunt opgeven dat de sluiter ook moet ontspannen
voordat de ingebouwde flitser gereed is bij [14. Ontspant bij opladen] in het menu
[A Pers.instelling 2]. (p.71)
Kies een andere instelling dan g of h in het scherm [Transportstand] om het maken
van continuopnamen te annuleren. De instelling wordt geannuleerd als de camera
wordt uitgezet terwijl [Transportstand] bij [Geheugen] (p.229) in het menu
[A Opnamemodus 3] is ingesteld op P (Uit).
e_kb464_84percent.book Page 131 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
132
Opnamefuncties
4
Opnamen maken met digitale filters
In de opnamestand kunt u bij het maken van opnamen digitale filters toepassen.
De volgende filters zijn beschikbaar.
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
Filternaam Effect Parameter
Speels
Voor het maken van opnamen die
met een speelgoedcamera lijken
te zijn gemaakt.
Niveau schaduwwerking: +1/+2/+3
Onscherpte: +1/+2/+3
Kleurbreuk: Rood/Groen/Blauw
Sterk contrast
Voor het maken van opnamen met
sterke contrasten.
+1/+2/+3
Soft
Voor het maken van opnamen met
een soft focus over het hele beeld.
+1/+2/+3
Sterren
Voor het maken van nachtopnamen
of door water gereflecteerd licht met
een extra schittering die wordt bereikt
door aan de hoge lichten kruisachtige
effecten toe te voegen.
Aantal lichtbronnen: Klein/
Gemiddeld/Groot
Grootte: Kort/Gemiddeld/Lang
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Retro
Voor het maken van ouderwets
uitziende opnamen.
Blauw/Oranje: -2/-1/Off/+1/+2
Witte rand: Dun/Gemiddeld/Dik
Kleurextractie
Voor het extraheren van een
bepaalde kleur en het maken van
de rest van de opname in zwart-wit.
Rood/Magenta/Cyaan/Blauw/
Groen/Geel
Bij het gebruik van digitale filters wordt altijd de bestandsindeling JPEG gebruikt.
Afhankelijk van het toegepaste filter kan het opslaan van opnamen langer duren.
Continuopnamen en opnamen met bracketing in de transportstand zijn niet mogelijk
bij toepassing van digitale filters.
e_kb464_84percent.book Page 132 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
133
Opnamefuncties
4
2
Kies [Digitaal filter] met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van het filter
verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing (45)
om een filter te kiezen.
4
Selecteer met de vierwegbesturing
(23) de parameter, en pas met de
vierwegbesturing (45) de waarde
van de parameter aan.
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Selecteer [Geen toepassing van filters] in stap 3 als u het maken van opnamen
met digitale filters wilt beëindigen.
U kunt ook in de weergavestand digitale filters toepassen op opnamen, nadat u
de opnamen hebt gemaakt (p.192).
Digitaal filter
Digitaal filter
Geen toepassing van filters
Geen toepassing van filters
400
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
Voorbeeld
Voorbeeld
Sterren
Sterren
OFF
OFF
SOFT
SOFT
OK
OK
OK
Voorbeeld
Voorbeeld
Aantal lichtbronnen
Aantal lichtbronnen
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 133 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
134
e_kb464_84percent.book Page 134 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
5 De flitser gebruiken
In dit hoofdstuk worden het gebruik van de ingebouwde flitser
van de e en het maken van opnamen met een externe flitser
besproken.
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie ......136
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser .........................................138
Compatibiliteit objectief met
de ingebouwde flitser ................................................139
Gebruik van een externe flitser (optioneel) .............140
e_kb464_84percent.book Page 135 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
136
De flitser gebruiken
5
Flitseigenschappen bij
elke belichtingsfunctie
Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser gebruiken
om het onscherpte-effect te veranderen.
Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde of langer
instellen.
Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, DA L,
D FA, FA J, FA, F of A wordt gebruikt.
Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote afstand wilt
maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een flitsfoto te maken.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer (p.58) waarbij
minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst mogelijke sluitertijd
hangt af van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief.
De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA, DA L,
D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken in de standen . (Portret bij nacht)
en b (Sluitertijdvoorkeuze) wanneer u portretopnamen maakt met een
zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als de achtergrond worden
prachtig vastgelegd.
Gebruik van de flitser in b bij sluitertijdvoorkeuze
De flitser gebruiken in de stand c (Diafragmavoorkeuze)
Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie Shake
Reduction of schakel de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief om
camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp wanneer het
onderwerp beweegt.
Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
e_kb464_84percent.book Page 136 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
137
De flitser gebruiken
5
1
Zet de functiekiezer op b.
De functie b (Sluitertijdvoorkeuze) wordt ingesteld.
2
Gebruik de e-knop om de sluitertijd in te stellen.
De achtergrond wordt niet juist belicht wanneer de diafragmawaarde knippert
tijdens het instellen van de sluitertijd. Wijzig de sluitertijd zo, dat de diafragmawaarde
niet meer knippert.
3
Druk op de K knop.
De flitser wordt uitgeklapt.
4
Maak een opname.
1
Zet de functiekiezer op a.
a (Handmatig) wordt ingesteld.
2
Stel de sluitertijd en de diafragmawaarde in voor een correcte
belichting.
Stel de sluitertijd in op 1/180 seconde of langer.
3
Druk op de K knop.
De flitser wordt uitgeklapt.
In de functie a (Handmatig) kunt u de flitser op elk gewenst moment vóór
het maken van de opname uitklappen.
4
Maak een opname.
Gebruik van de functie b (Sluitertijdvoorkeuze)
Gebruik van de functie a (Handmatig)
e_kb464_84percent.book Page 137 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
138
De flitser gebruiken
5
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand
op elkaar zijn afgestemd voor een juiste belichting.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit
onvoldoende is.
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ gekozen diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = maximale flitsafstand ÷ 5*
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een vaste waarde
die alleen geldt bij gebruik van de ingebouwde flitser.
Voorbeeld
Bij een gevoeligheid van [ISO 100] en een diafragmawaarde van F2.8
L1 = 11 ÷ 2.8 = ca. 3,9 (m)
L2 = 3,9 ÷ 5 = ca. 0,8 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van ca. 0,8 tot 3,9 m.
Wanneer de afstand tot het onderwerp 0,7 meter of minder bedraagt, kan
de flitser niet worden gebruikt. Gebruik van de flitser binnen deze afstand
veroorzaakt vignettering in de hoeken van de opname, onevenwichtige
lichtverdeling en mogelijk overbelichting.
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand.
Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Voorbeeld
Bij een gevoeligheid van [ISO 100] en een opnameafstand van 3,5 m is de
diafragmawaarde:
F = 11 ÷ 3,5 = 3.1
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3.1) niet beschikbaar is als
diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand
voorbeeld 2.8) gebruikt.
ISO-gevoeligheid Richtgetal ingebouwde flitser
ISO 100 Ca. 11
ISO 200 Ca. 15,6
ISO 400 Ca. 22
ISO 800 Ca. 31,1
ISO 1600 Ca. 44
ISO 3200 Ca. 62,2
Berekenen van de opnameafstand op basis
van de diafragmawaarde
Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand
e_kb464_84percent.book Page 138 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
139
De flitser gebruiken
5
Compatibiliteit objectief met
de ingebouwde flitser
Afhankelijk van het objectief dat met de e wordt gebruikt, kan de flitser
mogelijk niet worden gebruikt of slechts beperkt worden gebruikt wegens
vignettering, zelfs niet als een objectief met een zonnekap wordt gebruikt.
DA, DA L, D FA, FA J, en FA objectieven die hieronder niet worden genoemd
kunnen zonder problemen worden gebruikt.
* De volgende waarden zijn geldig zonder gebruik van een zonnekap.
Niet beschikbaar vanwege vignettering
Beschikbaar afhankelijk van andere factoren
Type objectief
DA Fish-eye 10-17 mm F3.5-4.5ED (IF)
DA12-24 mm F4ED AL
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA
300 mm F2.8ED (IF)
FA
600 mm F4ED (IF)
FA
250-600 mm F5.6ED (IF)
Type objectief Beperkingen
F Fish-eye 17-28 mm F3.5-4.5
Als de brandpuntsafstand minder is dan
20 mm, kan vignettering optreden.
DA16-45 mm F4ED AL
Als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm
of als de brandpuntsafstand 28 mm is en de
opnameafstand kleiner dan 1 m, kan vignettering
optreden.
DA
16-50 mm F2.8ED AL (IF)
SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm
of als de brandpuntsafstand 35 mm is en
de opnameafstand kleiner dan 1,5 m, kan
vignettering optreden.
DA17-70 mm F4AL (IF) SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm
of als de brandpuntsafstand 24 mm is en
de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan
vignettering optreden.
DA18-250 mm F3.5-6.3ED AL (IF)
Als de brandpuntsafstand minder is dan 35 mm,
kan vignettering optreden.
FA
28-70 mm F2.8AL
Als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm
en de opnameafstand kleiner dan 1 m, kan
vignettering optreden.
FA Soft 28 mm F2.8 De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
FA Soft 85 mm F2.8 De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
e_kb464_84percent.book Page 139 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
140
De flitser gebruiken
5
Gebruik van een externe flitser
(optioneel)
De optionele externe flitsers AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG of AF160FC
ondersteunen een aantal flitsfuncties, zoals automatisch P-DDL-flitsen, afhankelijk
van welke externe flitser wordt gebruikt. Zie de onderstaande tabel voor meer
informatie.
(Ja: beschikbaar #: Beperkt Nee: niet beschikbaar)
*1 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA, DA L, D FA, FA J, FA, F of A objectief.
*2 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*3 Bij combinatie met de AF540FGZ of de AF360FGZ kan 1/3 van het flitslicht worden geproduceerd
door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*4 Alleen beschikbaar in combinatie met de flitsers AF540FGZ en AF360FGZ.
*5 Meerdere AF540FGZ- of AF360FGZ-flitsers of een combinatie van AF540FGZ/AF360FGZ-flitsers
en de ingebouwde flitser is vereist.
Flitser
Camerafunctie
Ingebouwde
flitser
AF540FGZ
AF360FGZ
AF200FG
AF160FC
Flitsen met anti rode ogen Ja Ja Ja
Automatisch flitsen Ja Ja Ja
Na het opladen wordt automatisch de
flitssynchronisatietijd ingesteld.
Ja Ja Ja
Het diafragma wordt automatisch ingesteld
in de functie e (programma) en de functie b
(Sluitertijdvoorkeuze).
Ja Ja Ja
Automatisch controleren in de zoeker Nee Nee Nee
Automatische P-DDL-flitser (geschikte
gevoeligheid: ISO 100-3200)
Ja
*1
Ja
*1
Ja
*1
Lange-sluitertijdsync Ja Ja Ja
Flitsbelichtingscorrectie Ja Ja Ja
AF-hulplicht Ja Ja Nee
2e sluitergordijn-synchronisatie
*2
Ja Ja Nee
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie #
*3
Ja #
*4
Slave-flitser Nee Ja Nee
Stroboscoopflitsen Nee Nee Nee
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie Nee Ja Nee
Draadloos flitsen #
*4
Ja
*5
Nee
e_kb464_84percent.book Page 140 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
141
De flitser gebruiken
5
De AF360FGZ heeft zelf geen functie voor het instellen van het filmformaat
op [DIGITAAL]. Als het objectief echter wordt gebruikt bij een digitale
spiegelreflexcamera, wordt het verschil in brandpuntsafstand tussen de
kleinbeeldcamera en de e automatisch berekend op basis van het verschil
in beeldhoek (bij gebruik van een DA, DA L, D FA, FA J, FA of F objectief).
De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt
wanneer de timer van de belichtingsmeting van de e aan is. (Deze keert
terug naar kleinbeeldweergave wanneer de timer van de belichtingsmeting
wordt uitgeschakeld.)
* Bij gebruik van groothoekpaneel
U kunt [Automatisch P-DDL-flitsen] gebruiken met de flitsers AF540FGZ,
AF360FGZ, AF200FG en AF160FC. De flitser geeft een voorflits voor de eigenlijk
flits en bevestigt de kenmerken van het onderwerp (afstand, helderheid, contrast,
eventueel tegenlicht, enz.) met behulp van de sensor voor 16-segmentsmeting van
de camera. De flitsintensiteit van de eigenlijke flits wordt berekend op basis van
de met de voorflits verzamelde gegevens, zodat het mogelijk wordt flitsopnamen
te maken met een betere belichting dan normaal bij DDL-Auto mogelijk is.
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser.
2 Zet de camera en de externe flitser aan.
3 Stel de externe flitsinstelling in op [Automatisch P-DDL-flitsen].
4 Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
Weergave op het LCD van de AF360FGZ
Brandpuntsafstand objectief 85mm 77mm 50mm 35mm 28mm 24mm 20mm 18mm
LCD
AF360FGZ
Timer van de
belichtingsmeting
uitgeschakeld
85mm 70mm 50mm 35mm 28mm
24 mm
*
Timer van de
belichtingsmeting
ingeschakeld
58mm 48mm 34mm 24mm 19mm
16 mm
*
Gebruik van de functie Automatisch P-DDL-flitsen
e_kb464_84percent.book Page 141 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
142
De flitser gebruiken
5
Met de AF540FGZ of de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname
te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s.
De AF540FGZ of de AF360FGZ op de camera aansluiten en gebruiken
1 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de externe flitser
(AF540FGZ of AF360FGZ) op de camera.
2 Stel de belichtingsfunctie in op b (Sluitertijdvoorkeuze) of a (Handmatig).
3 Zet de camera en de externe flitser aan.
4 Stel de synchronisatiefunctie van de externe flitser in op HSb (Flitsen met
korte-sluitertijdsynchronisatie).
5 Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en maak een opname.
Door gebruik te maken van twee externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ)
of wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een externe
flitser, kunt u P-DDL-flitsen zonder de flitsers aan te sluiten met een draadverbinding.
Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitsers AF540FGZ,
AF360FGZ, AF200FG en AF160FC.
Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve flitsafstand
zijn te vinden in de handleiding bij de externe flitser.
Wanneer flitsfunctie g of i is geselecteerd, gaat de flitser niet af wanneer het
onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige gevallen ongeschikt
zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
Druk nooit op de knop K wanneer er een externe flitser is bevestigd op de camera.
De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als u beide flitsers tegelijk wilt
gebruiken, zie dan p.146 voor de aansluitingsmethode.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b in de zoeker.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een sluitertijd die
korter is dan 1/180 s.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer de sluitertijd
is ingesteld op h.
Draadloos flitsen
e_kb464_84percent.book Page 142 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
143
De flitser gebruiken
5
Het kanaal voor de externe flitser instellen op de camera
Stel eerst het kanaal voor de externe flitser in op de camera.
1 Stel het kanaal voor de externe flitser in.
2 Zet de externe flitser op de flitsschoen van de camera.
3 Schakel de camera en de externe flitser in en druk de ontspanknop
tot halverwege in.
De ingebouwde flitser wordt ingesteld op hetzelfde kanaal als de externe
flitser.
De ingebouwde flitser draadloos gebruiken
Activeer de draadloze flitsfunctie van de camera als u een externe flitser gebruikt
in combinatie met de ingebouwde flitser.
1 Druk op de vierwegbesturing (3). Het scherm
[Flitsinstelling] wordt weergegeven.
2 Selecteer r met de vierwegbesturing (45).
Druk op de knop 4 om terug te gaan naar
de opnamestand.
Zet de aan/uit-knop van de externe flitser in de stand WIRELESS (draadloos).
Er zijn twee of meer externe flitsers AF540FGZ/AF360FGZ vereist voor draadloos flitsen
met korte-sluitertijdsynchronisatie. Deze functie kan niet worden gebruikt samen met
de ingebouwde flitser.
Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser die niet rechtstreeks is
aangesloten op de camera in de stand SLAVE.
In de stand r wordt het huidige kanaal waarop de ingebouwde flitser is ingesteld,
gedurende 10 seconden weergegeven in de zoeker.
Stel alle flitsers in op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van de AF540FGZ
of de AF360FGZ voor informatie over het instellen van het kanaal op die flitsers.
Als de transportfunctie is ingesteld op i of als het diafragma van het objectief niet
is ingesteld op s, wordt r grijs weergegeven en is de functie niet beschikbaar.
0.0
0 . 0
0.0
OK
O K
OK
OK
Flitsinstelling
F l i t s i n s t e l l ing
Draadloze bediening
D r a a d l o z e b edieni n g
Flitsinstelling
Draadloze bediening
e_kb464_84percent.book Page 143 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
144
De flitser gebruiken
5
De flitsfunctie van de ingebouwde flitser wijzigen
U kunt de flitsfunctie van de ingebouwde flitser bij draadloos flitsen wijzigen.
Instellen bij [15. Draadloos flitsen] in het menu [A Pers.instelling 3] (p.79).
Draadloos flitsen
Met een combinatie van de ingebouwde flitser en een externe flitser
1 Verwijder de externe flitser nadat het kanaal is ingesteld op de camera en
plaats de flitser op de gewenste plek.
2 Stel de flitsfunctie van de camera in op r en klap de ingebouwde flitser uit.
3 Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn
opgeladen en maak een opname.
Met een combinatie van externe flitsers
1 Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser op de camera in de
stand [MASTER] of [STUUR].
2 Stel de draadloze flitser in de stand [SLAVE] en stel het kanaal in op hetzelfde
kanaal als op de flitser die op de camera is aangesloten. Plaats de flitser
dan op de gewenste plek.
3 Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn
opgeladen en maak een opname.
1 Aan De ingebouwde flitser flitst.
2 Uit De ingebouwde flitser geeft een stuurflits.
HSb (Korte-sluitertijdsynchronisatie) is niet beschikbaar voor de ingebouwde flitser.
MASTER
Zowel de flitser die direct is aangesloten op de camera als de
draadloze flitser gaan af.
STUUR
De flitser die direct is aangesloten op de camera geeft alleen
een stuurflits en gaat niet af als hoofdflits.
Shake Reduction is niet beschikbaar bij draadloos flitsen.
e_kb464_84percent.book Page 144 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
145
De flitser gebruiken
5
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser anti rode ogen
beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar en
er kunnen beperkingen gelden voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema
op p.140.
Rode-ogenreductie
De functie voor anti rode ogen werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt
gebruikt. (p.69)
Als de rode-ogenreductie van de ingebouwde flitser wordt gebruikt terwijl de externe flitser
is ingesteld als slave-flitser of draadloze flitser, zorgt de voorflits voor de rode-ogenreductie
ervoor dat de externe flitser afgaat. Stel daarom bij gebruik van een slave-flitser geen
rode-ogenreductie in.
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL flitsfunctie)
De volgende gegevens worden uitgewisseld tussen de flitsers voordat de flits
afgaat, als u externe flitsers (AF540FGZ of AF360FGZ) draadloos gebruikt.
Druk de ontspanknop helemaal in.
È
1 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits (geeft
de flitsstand van de camera door).
2 De externe draadloze flitser geeft een proefflits (geeft bevestiging
van het onderwerp door).
3 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits (geeft
flitsintensiteit door aan de externe draadloze flitser).
* De op de camera bevestigde flitser straalt hierna nog één keer een stuurflits
uit om de duur van de flits door te geven als is ingesteld op HSb (Korte-
sluitertijdsynchronisatie).
4 De externe draadloze flitser flitst op hetzelfde moment als de hoofdflits.
Als de externe flitser op de camera voor draadloos flitsen is ingesteld op [MASTER]
of als [15. Draadloos flitsen] (p.144) is ingesteld op [Aan] voor de ingebouwde flitser,
geven alle flitsers tegelijkertijd een flits.
e_kb464_84percent.book Page 145 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
146
De flitser gebruiken
5
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met een externe flitser
(AF540FGZ of AF360FGZ) die is ingesteld op 2e-sluitergordijnsynchronisatie,
dan gebruikt ook de ingebouwde flitser deze functie. Controleer of beide flitsers
volledig zijn opgeladen alvorens de opname te maken.
Bij gebruik van de ingebouwde flitser in combinatie met een externe flitser die geen
functie voor draadloos flitsen heeft, bijvoorbeeld de AF200FG, bevestigt u de
optionele flitsschoenadapter F
G op de flitsschoen van de camera en een optionele
flitsschoenadapter F onder op de externe flitser. Vervolgens verbindt u beide met
elkaar met behulp van het optionele verlengsnoer F5P, zoals weergegeven in de
onderstaande afbeelding. De flitsschoenadapter F kan met een statiefschroef
op een statief worden bevestigd.
Alleen de automatische P-DDL flitser kan worden gebruikt samen met de
ingebouwde flitser.
Combinatie met de ingebouwde flitser
2e sluitergordijn-synchronisatie
Gebruik van de ingebouwde flitser samen met de externe flitser
e_kb464_84percent.book Page 146 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
147
De flitser gebruiken
5
U kunt twee of meer externe flitsers combineren (AF540FGZ, AF360FGZ en
AF200FG) of u kunt twee of meer externe flitsers gebruiken in combinatie met
de ingebouwde flitser. U kunt de aansluiting voor het verlengsnoer op de flitser
gebruiken om de AF540FGZ aan te sluiten. U kunt AF360FGZ of de AF200FG
flitsers aansluiten zoals weergegeven in de onderstaande afbeelding. Sluit
een externe flitser en de optionele flitsschoenadapter F aan op de optionele
schoenadapter F en sluit dan nog een schoenadapter F met een externe flitser
aan met behulp van het optionele verlengsnoer F5P.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de flitser voor details.
Twee of meer externe flitsers combineren
Meerdere flitsers tegelijk gebruiken
Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een
flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de
apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers F540FGZ, AF360FGZ
en AF200FG te gebruiken.
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser gebruikt samen met de
ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
e_kb464_84percent.book Page 147 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
148
De flitser gebruiken
5
Als u twee of meer externe flitsers combineert (AF540FGZ, AF360FGZ of AF200FG)
of een externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser, kunt u opnamen
maken met meerdere flitsers (Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie).
Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie is gebaseerd op het verschil
in de hoeveelheid licht die de flitsers opbrengen.
1 Sluit de externe flitser indirect aan op de camera. (p.146)
2 Stel de synchronisatiefunctie voor de externe flitser in op
contrastregelingssynchronisatie.
3 Stel de belichtingsfunctie in op e, b, c of a.
4 Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser volledig zijn
opgeladen en maak een opname.
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
De AF200FG moet worden gecombineerd met de AF540FGZ of de AF360FGZ.
Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een
flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan dit de
apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen automatische flitsers van PENTAX
te gebruiken.
Als u twee of meer externe flitsers gebruikt en de functie Flitsen met
contrastregelingssynchronisatie instelt op de externe master-flitser, is de verhouding
van de flitsintensiteit 2 (master-flitser) : 1 (slave-flitser). Als u de externe flitser gebruikt
in combinatie met de ingebouwde flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2
(externe flitser) : 1 (ingebouwde flitser).
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser gebruikt samen met
de ingebouwde flitser, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
e_kb464_84percent.book Page 148 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
6 Opname-instellingen
In dit hoofdstuk worden allerlei instellingen besproken, onder
andere hoe u de indeling voor het opslaan kunt instellen.
De bestandsindeling instellen ..................................150
De functie van de knop g instellen .........................154
De methode voor afwerking van de opname
instellen (Aangepaste opname).................................157
Extra opname-instellingen ........................................159
e_kb464_84percent.book Page 149 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
150
Opname-instellingen
6
De bestandsindeling instellen
U kunt het aantal opnamepixels kiezen uit J, P en i. Hoe meer pixels,
hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook
afhankelijk van de instelling voor [JPEG kwal niveau]. De standaardinstelling
is J.
De papierformaten hierboven zijn de formaten voor optimale afdrukken bij het
ingestelde aantal opnamepixels. De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af
van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer en een aantal
andere factoren.
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [JPEG opnamepixels] met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [JPEG opnamepixels] wordt
weergegeven.
JPEG-opnamepixels instellen
Opnamepixels Pixels Papierafm.
J
3872×2592 297×420 mm / A3-papier
P
3008×2000 210×297 mm / A4-papier
i
1824×1216 148×210 mm / A5-papier
10M
10M
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
400
JPEG opnamepixels
JPEG opnamepixels
e_kb464_84percent.book Page 150 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
151
Opname-instellingen
6
3
Wijzig het aantal opnamepixels met
de vierwegbesturing (45).
Als u de instelling voor opnamepixels wijzigt,
wordt het beschikbare aantal opnamen bij
die instelling rechts boven in het scherm
weergegeven.
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook
afhankelijk van de instelling voor [JPEG opnamepixels]. De standaardinstelling
is C (Best).
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies [JPEG kwal niveau] met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [JPEG kwal niveau] wordt
weergegeven.
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen
C Best De opnamen zijn scherper, maar de bestandsgrootte neemt toe.
D Beter
E Goed De opnamen zijn korreliger, maar de bestanden zijn kleiner.
6M 2M10M
JPEG opnamepixels
JPEG opnamepixels
10M
10M
128
128
OK
OK
OK
10M
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
OFF
OFF
400
JPEG kwal niveau
JPEG kwal niveau
e_kb464_84percent.book Page 151 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
152
Opname-instellingen
6
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een kwaliteitsniveau.
Als u het kwaliteitsniveau wijzigt, wordt het
beschikbare aantal opnamen bij die instelling
voor kwaliteit rechts boven in het scherm
weergegeven.
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
U kunt een bestandsindeling opgeven voor opnamen. De standaardinstelling
is JPEG.
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
De bestandsindeling instellen
JPEG
Opnamen worden opgeslagen in JPEG-indeling. Kies het gewenste aantal
opnamepixels bij [JPEG opnamepixels], en het kwaliteitsniveau bij [JPEG kwal
niveau]. De bestandsgrootte is afhankelijk van de instellingen.
RAW
RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder
verdere bewerking.
Effecten zoals Witbalans, Aangepaste opname en Kleurruimte worden niet op de
opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen. Gebruik RAW-
ontwikkeling (p.195) of breng de opnamen over naar een computer, pas effecten
toe via de meegeleverde software PENTAX PHOTO Laboratory 3 en maak
hiermee JPEG- en TIFF-bestanden.
RAW+
Opnamen worden opgeslagen in zowel RAW- als JPEG-indeling. Als de functie
RAW-knop wordt toegewezen aan de knop g (Help), kunt u op de knop g
drukken om de bestandsindeling tijdelijk te wijzigen en de opname in beide
bestandsindelingen op te slaan.
JPEG kwal niveau
JPEG kwal niveau
128
128
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 152 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
153
Opname-instellingen
6
2
Kies [Bestandsindeling] met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [Bestandsindeling] wordt
weergegeven.
3
Selecteer een bestandsindeling met
de vierwegbesturing (45).
Als u de bestandsindeling wijzigt, wordt het
beschikbare aantal opnamen rechts boven
in het scherm weergegeven.
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken van
een opname.
Als u RAW-opnamen maakt, kunt u kiezen uit de bestandsindelingen PEF en DNG
bij [RAW-formaat] in het menu [A Opnamemodus 1] (p.77). De standaardinstelling
is [PEF].
De RAW-bestandsindeling instellen
PEF De oorspronkelijke RAW-indeling van PENTAX
DNG
Een voor algemene doeleinden bestemde, publiekelijk beschikbare RAW-
bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems
10M
Bestandsindeling
Bestandsindeling
JPEG
JPEG
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
OFF
OFF
400
Bestandsindeling
Bestandsindeling
JPEG
JPEG
RAW
RAW
RAW+
RAW+
12345
12345
OK
OK
OK
MENU
Annul.
1 23
Aangepaste opname
Digitaal filter
Bestandsindeling
JPEG opnamepixels
JPEG kwal niveau
RAW-formaat
Kleurruimte
JPEG
PEF
sRGB
10M
OK
OK
OFF
OFF
PEF
DNG
e_kb464_84percent.book Page 153 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
154
Opname-instellingen
6
De functie van de knop g instellen
De volgende functies kunnen worden toegewezen aan de knop g (Help): Help,
Digitaal voorbeeld, Aangepaste opname, Digitaal filter en RAW-knop. Bij het
maken van opnamen beschikt u over de toegewezen functie door op de knop
te drukken.
1
Kies [knop Help] in het menu
[A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Help-functie Weergave van een uitleg van de huidige procedure. (p.34)
Digitaal voorbeeld
Weergave van het digitale voorbeeld. U kunt instellen of in het
digitale voorbeeld de waarschuwing Licht/donker geb of een
histogram wordt weergeven. (p.119)
Aangepaste opname Instellingen opgeven voor Aangepaste opname. (p.157)
Digitaal filter Instelling van het digitale filter. (p.132)
functie RAW-knop
Gelijktijdig opslaan van opnamen in zowel RAW- als JPEG-indeling,
ongeacht de instelling bij [Bestandsindeling]. U kunt kiezen of
de instelling alleen van toepassing is op één opname en de
bestandsindeling als u op de knop drukt. (p.155)
123
MENU
Einde
Geheugen
knop Help
Shake Reduction
Inv brandp afstand
Aan
MENU
knop Help
Help-functie
e_kb464_84percent.book Page 154 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
155
Opname-instellingen
6
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(23) een functie die u wilt toewijzen
aan de knop g (Help) en druk op
de knop 4.
4
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt
opnieuw weergegeven.
Als de [functie RAW-knop] wordt toegewezen aan de knop g (Help), kunt u de
instellingen aanpassen.
De volgende instellingen zijn beschikbaar.
1
Selecteer [functie RAW-knop] in stap 3 op p.155.
2
Selecteer [Elke keer stoppen] met de vierwegbesturing (23).
De functie van de RAW-knop instellen
Elke keer stoppen O (Aan)/P (Uit)
Bestandsindeling
Bestandsindeling die wordt geselecteerd als op de knop g wordt
gedrukt.
MENU
knop Help
Help-functie
Digitaal voorbeeld
Aangepaste opname
Digitaal filter
functie RAW-knop
Annul.
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 155 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
156
Opname-instellingen
6
3
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met
de vierwegbesturing (45).
Wanneer ingesteld op O (Aan), keert de
opname-indeling na elke opname terug
naar de instelling voor [Bestandsindeling].
De standaardinstelling is O (Aan). Als u
[Elke keer stoppen] instelt op P (Uit), worden
de instellingen van de knop g onder de
volgende omstandigheden geannuleerd.
u drukt nogmaals op de knop g.
u zet de camera wordt uit
u draait aan de functiekiezer
u geeft een menu weer
de camera staat in de weergavestand
4
Kies met de vierwegbesturing (23) een bestandindeling.
Links staat de instelling voor [Bestandsindeling] en rechts de bestandsindeling
wanneer op de knop g wordt gedrukt.
5
Druk op de vierwegbesturing (5) en selecteer een
bestandsindeling met de vierwegbesturing (23) terwijl u
op de knop g drukt.
6
Druk op de knop 4.
7
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
MENU
knop Help
functie RAW-knop
Elke keer stoppen
JPEG
JPEG
RAW+
RAW+
RAW
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
e_kb464_84percent.book Page 156 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
157
Opname-instellingen
6
De methode voor afwerking van de
opname instellen (Aangepaste opname)
U kunt de afwerking van de opname instellen voor het maken van de opname als
de belichtingsfunctie is ingesteld op e (Programma), K (Gevoeligheidsvoorkeuze),
b (Sluitertijdvoorkeuze), c (Diafragmavoorkeuze) of a (Handmatig).
U kunt één van de volgende zes standen kiezen voor [Beeldtint]: Helder, Natuurlijk,
Portret, Landschap, Levendig en Monochroom. De standaardinstelling is [Helder].
U kunt de volgende eigenschappen van Beeldtint instellen.
*1 Instelling mogelijk bij elke andere selectie dan [Monochroom].
*2 U kunt de instelling ook wijzigen in [Fijne scherpte], waarmee u de contouren van de afbeelding
nog dunner en scherper maakt.
*3 Instelling mogelijk bij selectie van [Monochroom].
1
Druk op de knop 4 in het statusscherm.
Het bedieningspaneel wordt weergegeven.
Druk op de knop M als het statusscherm niet wordt weergegeven.
2
Kies een aangepaste opname met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm [Aangepaste opname] wordt
weergegeven.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt
de laatst gemaakte opname weergegeven
als achtergrond.
Kleurverzadiging
*1
Instelling van de kleurverzadiging. (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Tint
*1
Instelling van de kleur. (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Contrast Instelling van het contrast (Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Scherpte
*2
Instelling van de scherpte van de contouren van de afbeelding.
(Beschikbare instellingen: –4 tot +4)
Filtereffect
*3
Aanpassing van het contrast zodat het lijkt alsof een zwart-wit-kleurenfilter
is gebruikt. Instelling van filterkleur. (Beschikbare instellingen: [Geen],
[Groen], [Geel], [Oranje], [Rood], [Magenta], [Blauw], [Cyaan], [Infrarood])
Kleur aanpassen
*3
Instelling van het aanpassingsniveau voor koude kleurtinten (- richting)
en warme kleurtinten (+ richting). (Beschikbare instellingen: -4 tot +4)
AF.A
JPEG
AWB
ISO
AUTO
10M
OFF
OFF
400
Aangepaste opname
Aangepaste opname
Helder
Helder
e_kb464_84percent.book Page 157 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
158
Opname-instellingen
6
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) de Beeldtint.
4
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om een item te kiezen dat u wilt
wijzigen (Kleurverzadiging, Tint,
Contrast of Scherpte).
Als Beeldtint is ingesteld op Monochrome,
kunt u instellingen wijzigen voor Filtereffect,
Tint, Contrast en Scherpte.
5
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing (45).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instelling.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram.
Draai voor Scherpte de e-knop naar Fijne scherpte. De contouren van de afbeelding
worden bij Fijne scherpte nog scherper en dunner, wat de functie heel geschikt
maakt voor opnamen met bijvoorbeeld haar.
6
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Als Beeldtint is ingesteld op Monochrome, wordt het diagram niet weergegeven.
Helder
Helder
Voorbeeld
Voorbeeld
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
OK
OK
OK
OK
OK
Voorbeeld
Voorbeeld
OK
BW
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
Portret
Portret
e_kb464_84percent.book Page 158 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
159
Opname-instellingen
6
Extra opname-instellingen
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname zodat
witte onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als u niet tevreden
bent met de kleurbalans van opnamen die zijn genomen met de instelling F
(Auto), of als u uw opnamen een creatief tintje wilt geven. De standaardinstelling
is F (Auto).
* De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte kleuren.
1
Zet de functiekiezer op e, K, b, c of a.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (4).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
Witbalans instellen
F
Auto Past de witbalans automatisch aan. (Circa 4000 tot 8000K)
G
Daglicht Voor het maken van opnamen bij zonlicht. (Circa 5200K)
H
Schaduw
Voor het maken van opnamen in de schaduw. Hierdoor worden
blauwe kleurzwemen in een opname verminderd. (Circa 8000K)
^
Bewolkt Voor het maken van opnamen op bewolkte dagen. (Circa 6000K)
J
Neonlicht
Voor het maken van opnamen bij neonlicht. U kunt kiezen uit D
(daglicht) (circa 6500K), N (neutraal wit) (circa 5000K) en W (wit)
(circa 4200K).
I
Lamplicht
Voor het maken van opnamen bij elektrisch licht of ander
lamplicht. Hierdoor worden rode kleurzwemen in een opname
verminderd. (Circa 2850K)
L
Flitser
Voor het maken van opnamen met de ingebouwde flitser.
(Circa 5400K)
K
Handmatig
Gebruik deze functie om de witbalans handmatig aan te passen
op basis van het omgevingslicht, zodat witte voorwerpen
natuurlijk wit overkomen.
e_kb464_84percent.book Page 159 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
160
Opname-instellingen
6
3
Druk op de vierwegbesturing (23)
en stel de witbalans in.
Druk op de knop mc om het digitale
voorbeeld weer te geven bij de instelling
voor witbalans. Fijnafstemming van witbalans
is gemakkelijker in het digitale voorbeeld.
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
De witbalans kan niet worden gewijzigd in de Picture-functie en de stand H (Scène).
Omdat de lichtbron verandert als de flitser afgaat, kunt u de witbalans daar op instellen.
Selecteer [Flitser] of [bij gebruik flitser] bij [16. Wtbalans ongewijzigd] in het menu
[A Pers.instelling 3] (p.79).
Witbalans
Witbalans
Auto
Auto
Voorbeeld
Voorbeeld
OK
OK
OK
WB
WB
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de
kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate
de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze
verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin).
Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder
een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met
natuurlijke kleuren kunt maken.
2000 3000 4000 5000 6000 8000 10000 12000
[
K
]
Candle flame
Oil lamp
Tungsten light
Halogen light bulb
White (Fluorescent light)
Daylight
Cloudy
Shade
Clear sky
Daylight (Fluorescent light)
Neutral white (Fluorescent light)
Flash
Red tint Blue tint
Rode tint
Blauwe tint
Kaarslicht
Olielamp
Lamplicht
Halogeenlamp
Wit (Neonlicht)
Daglicht
Flitser
Neutraal wit (Neonlicht)
Bewolkt
Daglicht (Neonlicht)
Schaduw
Heldere lucht
e_kb464_84percent.book Page 160 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
161
Opname-instellingen
6
U kunt de witbalans aanpassen aan de lichtbron die aanwezig is tijdens het maken
van opnamen. Met de handmatige witbalans kan de camera delicate kleurnuances
vastleggen die niet precies kunnen worden ingesteld met de vooraf ingestelde
waarden voor de witbalans van de camera zelf. Hierdoor stelt u de optimale
witbalans in voor uw omgeving.
1
Selecteer K (Handmatig) in stap 3
op p.160.
2
Richt de zoeker bij het juiste omgevingslicht voor het meten
van de witbalans beeldvullend op een vel wit papier of op
een wit oppervlak.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
Schuif de scherpstelfunctieknop naar \
wanneer de sluiter niet kan worden
ontspannen.
Het scherm voor het selecteren van
het meetbereik wordt weergegeven.
4
Selecteer met de e-knop het hele scherm of een spotgebied
als meetbereik.
5
Als u een spotgebied selecteert,
gebruikt u de vierwegbesturing
(2345) om het kader over het
gebied te plaatsen dat u wilt meten.
Witbalans handmatig aanpassen
Witbalans
Witbalans
Handmatig
Handmatig
Instellen
Instellen
SHUTTER
Voorbeeld
Voorbeeld
OK
OK
OK
WB
WB
OK
O K
OK
OK
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 161 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
162
Opname-instellingen
6
6
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
Voer de stappen van “Fijnafstemming van de
witbalans” uit als fijnafstemming noodzakelijk is.
7
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname bij de ingestelde witbalans.
U kunt de instelling voor witbalans heel fijn afstemmen.
1
Stel [8. Witbalans instellen]
in het menu [A Pers.instelling 2]
in op [Aan].
2
Geef de instellingen op van de stappen 1 tot en met 3 op p.159.
Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans, wordt er
geen opname gemaakt.
[NG] verschijnt als de meting is mislukt. Druk tijdens de weergave van die melding
op de knop 4 om terug te gaan naar het scherm [Witbalans instellen] om de meting
opnieuw uit te voeren.
Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans mogelijk niet worden
aangepast. Pas in dat geval de belichting aan en vervolgens de witbalans.
Fijnafstemming van de witbalans
SHUTTER
Witbalans
Witbalans
Handmatig
Handmatig
Instellen
Instellen
Voorbeeld
Voorbeeld
OK
OK
OK
8. Witbalans instellen
Instellen ingeschakeld
voor witbalansinstellingen
Uit
Aan
e_kb464_84percent.book Page 162 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
163
Opname-instellingen
6
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Witbalans instellen] verschijnt.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) voor fijnafstemming
van de witbalans.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven
niveaus en 225 patronen beschikbaar.
5
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
6
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
G-M Aanpassing van de kleurtinten tussen groen en magenta.
23
B-A Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw en amber.
45
Als [8. Witbalans instellen] in het menu [A Pers.instelling 2] is ingesteld op [Uit] nadat
de witbalans is ingesteld, worden de ingestelde waarden ongeldig. Stel [8. Witbalans
instellen] opnieuw in op [Aan] om de eerder gebruikte waarden te herstellen.
Indien ingesteld op K (Handmatig), kan de witbalans ook worden gemeten in het
scherm [Witbalans instellen] door de ontspanknop helemaal in te drukken.
Schaduw
Schaduw
GG
BBA
A
A
MM
±0±0G1
G1
G1
WB
±
WB
±
MENU
Annul.
Annul.
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 163 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
164
Opname-instellingen
6
U kunt de kleurruimte instellen. De standaardinstelling is [sRGB].
Instellen bij [Kleurruimte] in het menu [A Opnamemodus 1] (p.77).
Kleurruimte instellen
1sRGB
Instellen op sRGB-kleurgebied.
2 AdobeRGB
Instellen op kleurgebied AdobeRGB.
Bestandsnamen verschillen afhankelijk van de instelling voor kleurgebied, zie hieronder.
Voor sRGB : IMGPxxxx.JPG
Voor AdobeRGB : _IGPxxxx.JPG
[xxxx] is het bestandsnummer. Dat is een viercijferig volgnummer. (p.224)
MENU
1 23
JPEG
PEF
sRGB
10M
OK
OK
OK
OFF
OFF
Annul.
Aangepaste opname
Digitaal filter
Bestandsindeling
JPEG opnamepixels
JPEG kwal niveau
RAW-formaat
Kleurruimte
sRGB
AdobeRGB
Kleurruimte
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale
camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen. Dit kleurbereik wordt
het kleurgebied (of kleurruimte) genoemd.
Om de verschillen in kleurgebieden tussen verschillende apparaten
te overbruggen zijn er standaard kleurgebieden bepaald. Deze camera
ondersteunt sRGB en AdobeRGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
AdobeRGB bestrijkt een groter gebied dan sRGB en wordt gebruikt voor
beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in AdobeRGB kan er lichter uitzien dan een
opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd via een
apparaat dat compatibel is met sRGB.
e_kb464_84percent.book Page 164 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
7 Weergave-functies
In dit hoofdstuk worden de verschillende weergavefuncties
in de weergavestand besproken.
Bediening van weergave-functies ............................166
Opnamen uitvergroten ..............................................167
Weergave van meerdere opnamen tegelijk .............169
Opnamen roteren .......................................................175
Opnamen vergelijken .................................................176
Diavoorstelling ...........................................................177
Meerdere opnamen wissen .......................................180
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen) .....184
De camera aansluiten op audiovisuele
apparatuur ...................................................................186
e_kb464_84percent.book Page 165 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
166
Weergave-functies
7
Bediening van weergave-functies
Instellingen voor weergave van opnamen maakt u in het menu [Q Weergeven].
U kunt de volgende instellingen opgeven in het menu [Q Weergeven 1-2].
Druk op de knop 3 in de weergavestand. Het menu [Q Weergeven 1]
wordt weergegeven.
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.32) voor meer informatie over het werken met de menu’s.
Onderdelen van het menu Weergeven
Menu Onderdeel Functie Pagina
Q1
Diavoorstelling Geeft opgeslagen opnamen doorlopend weer. p.177
Opnamen
vergelijken
U kunt twee opnamen naast elkaar weergeven. p.176
Digitaal filter
Wijzigt de kleurtint van opnamen, past de filters Soft
en Vlak toe, of past de helderheid aan.
p.192
Formaat wijzigen
Wijzigt het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau
en maakt zodoende een opname met een kleiner
bestand.
p.188
Bijsnijden
Maakt van de gewenste uitsnede van een opname
een nieuw opnamebestand.
p.190
Beveiligen Beschermt opnamen tegen abusievelijk wissen. p.184
DPOF Stelt de DPOF-instellingen in. p.200
Q2
RAW-ontwikkeling Converteert RAW-opnamen naar JPEG-indeling. p.195
Index
Voegt een aantal opgeslagen opnamen samen tot
een nieuwe opname.
p.172
Weergavefunctie
Stelt in of de waarschuwing Licht/donker geb moet
worden weergegeven in de weergavestand, en stelt
de beginwaarde in bij het vergroten van beelden.
p.168
Inst weerg v mr opn
Stelt het aantal opnamen in dat tegelijkertijd moet
worden weergegeven in een scherm voor weergave
van meerdere opnamen in op 4, 9 of 16.
p.170
Alles wissen U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen. p.183
e_kb464_84percent.book Page 166 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
167
Weergave-functies
7
Opnamen uitvergroten
U kunt opnamen in de weergavestand tot maximaal 16 keer vergroten.
1
Druk op de Q knop en selecteer
een opname met de
vierwegbesturing (45).
2
Draai de e-knop naar rechts
(in de richting van y).
De opname wordt bij elke slag vergroot
(1,2 keer tot 16 keer).
Bedieningsmogelijkheden bij uitvergrote weergave
* De standaardinstelling voor de eerste klik (minimale uitvergroting) op de e-knop (naar rechts)
is 1,2 keer. U kunt dit wijzigen bij [Weergavefunctie] in het menu [Q Weergeven 2].
vierwegbesturing (2345) Verplaatst het uit te vergroten gebied
e-knop (naar rechts) Vergroot opname (tot maximaal 16 keer)
e-knop (naar links) Verkleint opname (tot maximaal 1,2 keer
*
)
Knop 4 Keert terug naar de oorspronkelijke grootte
M knop Schakelt de weergave van informatie in of uit
U kunt de opname uitvergroten met behulp van dezelfde procedure die u daarvoor
gebruikt bij de Momentcontrole (p.61) en het Digitaal voorbeeld (p.119).
De oorspronkelijke volledige weergave van verticale opnamen is 0,75 keer die van
horizontale opnamen, zodat de vergroting bij de eerste klik in dat geval een vergroting
is van 1,0 keer.
100-0046
100 -00 46
100-0046
1/2000
1/200 0
F5.6
F5.6
1/2000
F5.6
2×2×
e_kb464_84percent.book Page 167 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
168
Weergave-functies
7
U kunt instellen of de waarschuwing Licht/donker geb bij het weergeven moet
worden ingeschakeld, en wat de beginfactor is bij het uitvergroten.
1
Selecteer [Weergavefunctie] in het
menu [Q Weergeven 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer O (Aan) of P (Uit)
voor [Licht/donker geb] met
de vierwegbesturing (45).
4
Selecteer [Snel zoomen] met de vierwegbesturing (3).
5
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer de vergroting met
de vierwegbesturing (23).
Kies uit [Uit], [×2], [×4], [×8] of [×16].
6
Druk op de knop 4.
7
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Weergavestijlmethode bij Weergeven instellen
1 2
MENU
Einde
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
9 opn.
MENU
Weergavefunctie
Licht/donker geb
Snel zoomen
Uit
MENU
Weergavefunctie
Licht/donker geb
Snel zoomen
Uit
Annul. OK
OK
x2
x4
x8
x16
e_kb464_84percent.book Page 168 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
169
Weergave-functies
7
Weergave van meerdere opnamen
tegelijk
U kunt 4, 9 of 16 opnamen tegelijk weergeven op de monitor.
De standaardinstelling is weergave van 9 opnamen. U kunt het aantal opnamen
voor weergave wijzigen, maar de weergave van 9 opnamen wordt hier uitgelegd.
1
Druk op de Q knop.
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f).
Het scherm voor weergave van verscheidene
opnamen tegelijkertijd wordt weergegeven.
Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen
worden weergegeven. Selecteer een opname
met de vierwegbesturing (2345)
Er verschijnt rechts op het scherm een
schuifbalk. Als er een opname is geselecteerd
op de onderste rij, worden bij een druk op
de vierwegbesturing (3) de volgende negen
opnamen weergegeven.
Wanneer een opname niet kan worden
weergegeven, verschijnt er een [?].
Scherm voor weergave van meerdere opnamen
100-0046
100 -00 46
100-0046
1/2000
1/200 0
F5.6
F5.6
1/2000
F5.6
100-0046
Kiezen&wissen
Schuifbalk
Kader
e_kb464_84percent.book Page 169 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
170
Weergave-functies
7
3
Draai de e-knop naar rechts (in de
richting van y) of druk op de 4
knop.
Er verschijnt een volledige schermweergave
van de geselecteerde opname.
1
Selecteer [Inst weerg v mr opn]
in het menu [Q Weergeven 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5),
selecteer met de vierwegbesturing
(23) het aantal opnamen dat u
tegelijkertijd op een scherm wilt
weergeven en druk op de knop 4.
3
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Het aantal opnamen voor weergave selecteren
100-0046
100 -00 46
100-0046
1/2000
1/200 0
F5.6
F5.6
1/2000
F5.6
1 2
MENU
Einde
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
9 opn.
1 2
MENU
Annul.
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
4 opn.
9 opn.
16 opn.
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 170 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
171
Weergave-functies
7
U kunt opnamen weergeven aan de hand van de opnamedatum en de mapnaam.
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op opnamedatum.
1
Draai de e-knop naar links (naar f)
in de weergavestand voor weergave
van meerdere opnamen tegelijkertijd.
Het scherm Kalenderweergave wordt
weergegeven.
Alleen datums waarop opnamen zijn gemaakt
worden weergegeven.
2
Selecteer de opnamedatum met de vierwegbesturing (23).
3
Selecteer een opname met de vierwegbesturing (45).
Druk op de knop 4 om de geselecteerde opname in de weergave van
één opname weer te geven.
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op de map waarin ze zijn
opgeslagen.
1
Draai de e-knop naar links (naar f) in de weergavestand
voor weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd.
Het scherm Kalenderweergave wordt weergegeven.
Kalenderweergave/Mapweergave
Opnamen weergeven aan de hand van de opnamedatum
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam
INFO
2008.
2008.
WED
WED
TEU
TEU
MON
MON
TUE
TUE
SAT
SAT
SUN
SUN
7
7
2/15
2/15
9
9
2008.
2008.
8
8
11
11
12
12
10
10
2008.
2008.
9
9
6
6
7
7
Miniatuur
Aantal opnamen op
deze datum gemaakt
Opnamedatum
e_kb464_84percent.book Page 171 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
172
Weergave-functies
7
2
Druk op de knop M.
Het scherm Mapweergave wordt weergegeven.
3
Kies een map met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Het scherm voor weergave van meerdere
opnamen tegelijkertijd uit de geselecteerde
map wordt weergegeven.
U kunt een aantal opgeslagen opnamen samenvoegen en afdrukken als index.
U kunt de weergegeven index ook opslaan als nieuwe opname. U kunt
de opnamen voor een index selecteren en naar wens indelen.
1
Selecteer [Index] in het menu
[Q Weergeven 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Index] wordt weergegeven.
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Als u op de knop i drukt, wordt de geselecteerde map samen met de erin opgeslagen
opnamen gewist. (p.182)
Druk op de knop M om te schakelen tussen de mapweergave en de
kalenderweergave. De eerstvolgende keer dat u de kalenderweergave/mapweergave
activeert, wordt de weergave actief die als laatste actief was bij de vorige sessie.
Opnamen samenvoegen (Index)
100PENTX
100PENTX
100PENTX
100
1 0 0
100 101
1 0 1
102
1 0 2
103
1 0 3
104
1 0 4
105
1 0 5
101 102
10
103 104 105
Wissen
1 2
MENU
9 opn.
Einde
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
e_kb464_84percent.book Page 172 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
173
Weergave-functies
7
4
Kies een lay-out met de
vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
U kunt voor de index kiezen uit 5 lay-outs:
Miniaturen/Vierkant/Willekeurig 1/Willekeurig
2/Willekeurig 3.
5
Selecteer [Kopieën] met de vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
6
Selecteer het aantal opnamen met
de vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
U kunt 12, 24 of 36 opnamen selecteren.
7
Selecteer [Achtrgrd.] met de vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
8
Kies een achtergrond met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
U kunt kiezen uit een witte en een zwarte
achtergrond.
9
Selecteer [Selecteer] met de vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
MENU
Index
Lay-out
Kopieën
Achtrgrd.
Selecteer
Annul.
OK
OK
Een indexbeeld maken
MENU
Index
OK
OK
Lay-out
Kopieën
Achtrgrd.
Selecteer
Annul.
Een indexbeeld maken
12
24
36
MENU
Index
12
OK
OK
OK
Lay-out
Kopieën
Achtrgrd.
Selecteer
Annul.
Een indexbeeld maken
e_kb464_84percent.book Page 173 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
174
Weergave-functies
7
10
Selecteer het selectietype voor
opnamen met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
u (Alle Beelden):
Neemt automatisch opnamen
op uit alle opgeslagen opnamen.
w (Handmatig):
Laat u de opnamen selecteren
die u in de index wilt opnemen.
x (Mapnaam):
Neemt automatisch opnamen op uit de geselecteerde map.
Als u w hebt gekozen, selecteert u vervolgens [Selec. opname(n)] en daarna
alle afzonderlijke opnamen.
Als u x hebt gekozen, selecteert u vervolgens [Een map select.] en daarna
een map.
11
Selecteer [Een indexbeeld maken]
met de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De index wordt gemaakt en er wordt een
bevestigingsscherm weergegeven.
12
Selecteer [Opslaan] of [Opnieuw
sorteren] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Opslaan:
De indexopname wordt opgeslagen
als P-bestand.
Opnieuw sorteren:
Selecteert opnieuw opnamen voor de index
en geeft de nieuwe indexopname weer.
Nadat de index is opgeslagen, keert u terug naar de weergavestand en wordt
de index weergegeven.
Het maken van een index kan enige tijd in beslag nemen.
Als het aantal opgeslagen opnamen kleiner is dan het aantal dat is ingesteld bij [Kopieën],
zullen in de lay-out [Miniaturen] lege plekken verschijnen, en worden sommige
opnamen mogelijk twee keer weergegeven in andere lay-outs.
De opnamen worden geplaatst in een volgorde van laag naar hoog bestandsnummer
bij de lay-outs voor miniaturen en Vierkant.
MENU
12
Index
OK
OK
OK
Lay-out
Kopieën
Achtrgrd.
Selecteer
Annul.
Een indexbeeld maken
MENU
12
Index
OK
OK
OK
Lay-out
Kopieën
Achtrgrd.
Selecteer
Een indexbeeld maken
MENU
Opslaan
Opnieuw sorteren
Annuleren
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 174 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
175
Weergave-functies
7
Opnamen roteren
U kunt een opname die wordt weergegeven, 90° tegen de wijzers van de klok
in roteren, voordat de opname wordt opgeslagen. De rotatiegegevens van de
opname worden bewaard bij de opname en bij weergave wordt de opname staand
weergegeven.
1
Druk op de knop Q en selecteer de opname die u wilt roteren
met de vierwegbesturing (45).
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Bij elke druk op de knop wordt de opname 90° tegen de klok in gedraaid.
3
Druk op de knop 4.
De rotatiegegevens van de opname worden opgeslagen.
U kunt de rotatiegegevens voor beschermde opnamen niet opslaan.
100-0001
100-0001
1/250
1/250
F2.8
F2.8
OK
OK
OK
OK
OK
OK
33
e_kb464_84percent.book Page 175 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
176
Weergave-functies
7
Opnamen vergelijken
U kunt twee opnamen naast elkaar weergeven.
1
Selecteer [Opnamen vergelijken]
in het menu [Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
De laatst gemaakte/weergegeven opname wordt twee keer zij aan zij weergegeven.
3
Draai aan de e-knop om een opname
voor vergelijking te selecteren.
U kunt de weergave met de volgende
procedures aanpassen.
4
Druk op de knop 3.
De camera keert terug naar de normale weergavestand.
Knop 4 Het selectiekader verspringt naar de rechter opname, naar beide
opnamen, en naar de linker opname, steeds als u op de knop
drukt.
vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst het selectiekader voor vergroting. Als met het
selectiekader beide opnamen worden geselecteerd, kunt u beide
opnamen tegelijkertijd bewerken.
e-knop Als met het selectiekader de linker- of de rechteropname
wordt geselecteerd, wordt daar de vorige/volgende opname
weergegeven.
Als met het selectiekader beide opnamen worden geselecteerd,
kunt u beide opnamen tegelijkertijd uitvergroten of verkleinen
met dezelfde factor.
M knop Schakelt de weergave van informatie in of uit.
Knop i Als met het selectiekader de linker- of de rechteropname wordt
geselecteerd, wordt de geselecteerde opname gewist.
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
100-0046
100 -00 46
100-0046100-0046
100 -00 46
100-0046
OK
MENU
Einde
Einde
e_kb464_84percent.book Page 176 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
177
Weergave-functies
7
Diavoorstelling
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven.
Stelt in hoe opnamen worden weergegeven tijdens een diavoorstelling.
1
Selecteer [Diavoorstelling] in het
menu [Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(23) de instelling die u wilt
wijzigen.
U kunt de volgende instellingen wijzigen.
Instellingen voor de diavoorstelling opgeven
Onderdeel Functie Instelling
Interval Het weergave-interval selecteren.
3/5/10/30 seconden
(Standaardinstelling: 3 sec.)
Schermeffect
Stelt het overgangseffect in van de
ene naar de andere opname.
Uit/Vervagen/Vegen/Zoomen
(Standaardinstelling: Uit)
Weergeven
herhalen
Stelt in of de diavoorstelling opnieuw
begint nadat de laatste opname is
weergegeven.
P (Uit)/ O (Aan)
(Standaardinstelling: P (Uit))
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
MENU
Diavoorstelling start
Diavoorstelling start
Interval
Starten
Schermeffect
3sec
Uit
Weergeven herhalen
Starten
Starten
OK
e_kb464_84percent.book Page 177 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
178
Weergave-functies
7
4
Druk op de vierwegbesturing (5)
en wijzig de instellingen met
de vierwegbesturing (23).
1
Selecteer [Starten] in stap 3 van
p.177 en druk op de knop 4.
Het startscherm wordt weergegeven en
de diavoorstelling begint.
Bedieningsmogelijkheden bij een diavoorstelling
Bedieningsmogelijkheden tijdens onderbreking
De diavoorstelling starten
Knop 4 Onderbreken
Vierwegbesturing (4) Geeft de vorige opname weer
Vierwegbesturing (5) Geeft de volgende opname weer
Vierwegbesturing (3)Stoppen
Knop 4 Weergave hervatten (Opnieuw starten)
Vierwegbesturing (4) Geeft de vorige opname weer
Vierwegbesturing (5) Geeft de volgende opname weer
Vierwegbesturing (3)Stoppen
MENU
Interval
Starten
Schermeffect OFF
Weergeven herhalen
Annul.
Annul.
OK
OK
OK
3sec
5sec
10sec
30sec
OK
e_kb464_84percent.book Page 178 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
179
Weergave-functies
7
2
De diavoorstelling afbreken.
De diavoorstelling wordt afgebroken als u een van de volgende handelingen
uitvoert tijdens weergave of onderbreking van de diavoorstelling.
U drukt op de vierwegbesturing (3)
*1
U drukt op de knop Q
*1
U drukt op de knop 3
*1
U drukt de ontspanknop tot halverwege of helemaal in
*2
U draait aan de functiekiezer
*2
*1 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de normale weergavestand.
*2 Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de opnamestand.
e_kb464_84percent.book Page 179 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
180
Weergave-functies
7
Meerdere opnamen wissen
U kunt verscheidene opnamen tegelijk wissen in de weergave met meerdere
opnamen tegelijk.
1
Druk op de knop Q.
De weergavestand wordt geactiveerd en het scherm voor weergave van één
opname wordt weergegeven.
2
Draai de e-knop naar links
(in de richting van f).
Het scherm voor weergave van verscheidene
opnamen tegelijkertijd wordt weergegeven.
Geselecteerde opnamen wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
U kunt maximaal 100 opnamen tegelijkertijd selecteren.
100-0046
Kiezen&wissen
e_kb464_84percent.book Page 180 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
181
Weergave-functies
7
3
Druk op de knop i.
9 verschijnt op de opnamen.
4
Kies de te wissen opnamen met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de 4 knop.
De opname wordt geselecteerd en O verschijnt.
Draai na het selecteren van de opname
aan de e-knop om over te schakelen naar
de weergave van één opname en bekijk
de opname.
U kunt geen beveiligde opnamen selecteren.
5
Druk op de knop i.
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
6
Selecteer [Kiezen&wissen] met
de vierwegbesturing (23).
7
Druk op de knop 4.
De geselecteerde opnamen worden gewist.
Wissen
MENU
OK
Kiezen&wissen
MENU
OK
O K
OK
OK
Annuleren
Alle geselecteerde
A l l e g e s e l e cteerd e
beelden zijn gewist
b e e l d e n z i j n gewis t
Alle geselecteerde
beelden zijn gewist
e_kb464_84percent.book Page 181 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
182
Weergave-functies
7
U kunt de geselecteerde map samen met de erin opgeslagen opnamen wissen.
1
Draai in de weergavestand de e-knop twee klikken naar links
(naar f).
Het scherm Kalenderweergave/Mapweergave wordt weergegeven.
Als de kalenderweergave verschijnt, drukt u op de knop M.
2
Druk op de vierwegbesturing
(2345) om een map te selecteren
die u wilt wissen en druk op de knop
i.
Het scherm voor bevestiging van het wissen
van de map verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
De geselecteerde map wordt gewist met alle
er in opgeslagen opnamen.
Er wordt een bevestigingsscherm
weergegeven als er beveiligde opnamen zijn.
Selecteer [Alles wissen] of [Alles handhaven]
met de vierwegbesturing (23) en druk op
de knop 4.
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook
beveiligde opnamen gewist.
Een map wissen
100PENTX
100PENTX
100PENTX
100
1 0 0
100 101
1 0 1
102
1 0 2
103
1 0 3
104
1 0 4
105
1 0 5
101 102
10
103 104 105
Wissen
Annuleren
Alle beelden in de
A l l e b e e l d e n in de
geselecteerde map
g e s e l e c t e e r de map
worden gewist
w o r d e n g e w i s t
Alle beelden in de
geselecteerde map
worden gewist
Wissen
OK
O K
OK
OK
100 PEN TX
100PENTX
Alles wissen
3 opname(n)
3 opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
Beveiligde opnamen gevonden
Alles handhaven
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 182 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
183
Weergave-functies
7
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
1
Selecteer [Alles wissen] in het menu
[Q Weergeven 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer [Alles wissen] met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
Alle opnamen worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm weergegeven
als er beveiligde opnamen zijn. Selecteer
[Alles wissen] of [Alles handhaven] met de
vierwegbesturing (23) en druk op de knop
4.
Als u [Alles wissen] selecteert, worden ook
beveiligde opnamen gewist.
Alle opnamen wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
1 2
MENU
Einde
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
9 opn.
Wissen
OK
O K
OK
Alle beelden van
A l l e b e e l d e n van
geheugenkaart wissen?
g e h e u g e n k a a rt wis s e n ?
Alle beelden van
geheugenkaart wissen?
MENU
OK
Alles wissen
Alles wissen
Alles handhaven
3 o p n a m e ( n )
Beveiligde opnamen gevonden
3 opname(n)
Beveiligde opnamen gevonden
OK
O K
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 183 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
184
Weergave-functies
7
Opnamen beveiligen tegen wissen
(Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist.
1
Selecteer [Beveiligen] in het menu
[Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer [Enkel beeld] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
4
Selecteer een opname
om te beschermen met de
vierwegbesturing (45).
Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart wordt
geformatteerd.
Afzonderlijke opnamen beschermen
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
MENU
Enkel beeld
Alle Beelden
OK
OK
OK
MENU
Beveiligen
Beveiliging opheffen
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 184 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
185
Weergave-functies
7
5
Selecteer [Beveiligen] met de vierwegbesturing (23).
Selecteer [Beveiliging opheffen] als u de beveiliging wilt opheffen.
6
Druk op de knop 4.
De opname wordt beveiligd en het pictogram Y wordt rechts boven in het
scherm weergegeven. (p.25)
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 als u nog meer opnamen wilt beschermen.
1
Selecteer [Alle Beelden] in stap 3 van p.184 en druk op
de knop 4.
2
Druk op de vierwegbesturing (23)
om [Beveiligen] te selecteren
en druk op de knop 4.
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart
worden beveiligd.
Als u de beveiligingsinstelling voor alle
opnamen wilt annuleren, selecteert u
[Beveiliging opheffen].
Alle opnamen beveiligen
MENU
Beveiligen
Alle beelden beveiligen
Alle beelden beveiligen
Beveiliging opheffen
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 185 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
186
Weergave-functies
7
De camera aansluiten op audiovisuele
apparatuur
Via de optionele videokabel (l-VC28) kunt u opnamen weergeven met een tv
of andere apparatuur met een video-IN-aansluiting als monitor.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open het klepje voor aansluitingen, richt de pijl op de
meegeleverde videokabel op de markering S op de camera
en sluit de videokabel aan op de USB/video-uitgang.
3
Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-IN-
aansluiting van het audiovisuele apparaat.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
Als u van plan bent de camera langdurig continu te gebruiken, wordt gebruik van de
(optionele) netvoedingsadapterset K-AC84 aanbevolen. (p.40)
Bij AV-apparatuur met meerdere video-IN-aansluitingen raadpleegt u de handleiding
bij het AV-apparaat en selecteert u de video-IN-aansluiting waarop de camera wordt
aangesloten.
Afhankelijk van het land of de regio bestaat de kans dat opnamen en geluidsbestanden
niet kunnen worden weergegeven als het ingestelde videosignaal afwijkt van het aldaar
gebruikte signaal. Als dit het geval is, wijzigt u de instelling van het videosignaal. (p.225)
De monitor van de camera wordt uitgeschakeld terwijl de camera op het audiovisuele
apparaat is aangesloten.
UP
e_kb464_84percent.book Page 186 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
8 Opnamen verwerken
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u gemaakte opnamen
verwerkt en RAW-opnamen bewerkt.
De opnamegrootte wijzigen ......................................188
Opnamen verwerken met digitale filters ..................192
RAW-opnamen bewerken ..........................................195
e_kb464_84percent.book Page 187 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
188
Opnamen verwerken
8
De opnamegrootte wijzigen
U kunt de grootte van een opname reduceren door het aantal opnamepixels en/of
het kwaliteitsniveau te wijzigen of alleen een uitsnede van een opname op te slaan.
Wijzigt het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau en maakt zodoende
een opname met een kleiner bestand.
1
Selecteer [Formaat wijzigen] in
het menu [Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een opname waarvan u
de grootte wilt wijzigen en druk
op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van het aantal
opnamepixels en het kwaliteitsniveau wordt
weergegeven.
Het aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau
wijzigen (Formaat wijzigen)
U kunt alleen de grootte van JPEG-opnamen wijzigen die zijn gemaakt met deze camera.
U kunt geen groter aantal opnamepixels of een beter kwaliteitsniveau selecteren dan
dat van de oorspronkelijke opname.
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
MENU
Formaat van deze opname
wijzigen
Formaat van deze opname
wijzigen
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 188 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
189
Opnamen verwerken
8
4
Selecteer [JPEG opnamepixels]
met de vierwegbesturing (23),
en vervolgens een grootte met
de vierwegbesturing (45).
U kunt kiezen uit J, P, i en m
(640×416).
5
Selecteer [JPEG kwal niveau] met de vierwegbesturing (23),
en vervolgens een kwaliteitsniveau met de vierwegbesturing
(45).
U kunt kiezen uit C, D en E.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23).
8
Druk op de knop 4.
De bijgesneden afbeelding wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
MENU
JPEG opnamepixels
JPEG kwal niveau
10M
OK
OK
OK
MENU
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Annuleren
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 189 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
190
Opnamen verwerken
8
Maakt van de gewenste uitsnede van een opname een nieuw opnamebestand.
1
Selecteer [Bijsnijden] in het menu
[Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een opname die u wilt bijsnijden
en druk op de knop 4.
Het scherm voor het maken van een uitsnede
wordt weergegeven.
4
Selecteer het formaat en de positie
van het uitsnedekader.
Volg de onderstaande procedure
bij het instellen van het formaat en
de positie van het uitsnedekader.
Uitsneden maken (Bijsnijden)
U kunt alleen JPEG-opnamen bijsnijden die zijn gemaakt met deze camera.
U kunt geen gebied kiezen dat groter is dan het op de oorspronkelijke opname
weergegeven gebied.
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
MENU
Deze opname bijsnijden
Deze opname bijsnijden
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
MENU
OK
OK
OK
INFO
e_kb464_84percent.book Page 190 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
191
Opnamen verwerken
8
5
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23).
7
Druk op de knop 4.
De bijgesneden afbeelding wordt als afzonderlijk bestand opgeslagen.
e-knop Het formaat van het uitsnedekader instellen. Maak een keuze
uit k (3680×2448), a (3456×2320), a (3264×2160),
P (3008×2000), g (2464×1632), i (1824×1216)
of j (1248×832).
Vierwegbesturing
(2345)
Het uitsnedekader verplaatsen.
M knop De stand van het uitsnedekader wijzigen. Alleen beschikbaar
als de grootte van het uitsnedekader roteren toestaat.
MENU
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Annuleren
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 191 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
192
Opnamen verwerken
8
Opnamen verwerken met digitale filters
U kunt opnamen achteraf bewerken met digitale filters. De bewerkte opname
wordt als nieuw bestand opgeslagen.
De volgende filters zijn beschikbaar.
Filternaam Effect Parameter
Speels
Voor het maken van opnamen die met
een speelgoedcamera lijken te zijn
gemaakt.
Niveau schaduwwerking:
+1/+2/+3
Onscherpte: +1/+2/+3
Kleurbreuk: Rood/Groen/Blauw
Sterk contrast
Voor het maken van opnamen met sterke
contrasten.
+1/+2/+3
Soft
Voor het maken van opnamen met een
soft focus over het hele beeld.
+1/+2/+3
Sterren
Voor het maken van nachtopnamen of
door water gereflecteerd licht met een
extra schittering die wordt bereikt door
aan de hoge lichten kruisachtige effecten
toe te voegen.
Aantal lichtbronnen: Klein/
Gemiddeld/Groot
Grootte: Kort/Gemiddeld/Lang
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Retro
Voor het maken van ouderwets uitziende
opnamen.
Blauw/Oranje: -2/-1/Uit/+1/+2
Witte rand: Dun/Gemiddeld/Dik
Kleurextractie
Voor het extraheren van een bepaalde
kleur en het maken van de rest van de
opname in zwart-wit.
Rood/Magenta/Cyaan/Blauw/
Groen/Geel
Voorbeeld
Voor het maken van opnamen die eruit
zien alsof ze zijn geaquarelleerd of
getekend met krijt.
Pastel/Aquarel
HDR
Voor het maken van een opname die
eruit ziet als een opname met een groot
dynamisch bereik.
Zwak/Gemiddeld/Sterk
Zwart-wit Converteert naar zwart-witopname. Zwart-wit/Rood/Groen/Blauw
Sepia
Geeft uw foto’s een antiek uiterlijk door
ze te converteren naar een sepiakleur.
Zwak/Gemiddeld/Sterk
Kleur Legt een kleurfilter over de opname.
Kleur: Rood/Magenta/Cyaan/
Blauw/Groen/Geel
Kleurtint: Bleek/Gemiddeld/
Donker
Vlak
Wijzigt de horizontale en verticale
verhouding van opnamen.
±8 niveaus
Helderheid Wijzigt de helderheid van opnamen. ±8 niveaus
e_kb464_84percent.book Page 192 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
193
Opnamen verwerken
8
1
Selecteer een opname in de weergavestand.
2
Selecteer [Digitaal filter] in het menu
[Q Weergeven 1].
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor selectie van het filter verschijnt.
Aangepast
Voor het maken en opslaan van naar
eigen wens gemaakte filters.
Kleurenintensiteit: Uit/+1/+2/+3
Kleur: Rood/Magenta/Cyaan/
Blauw/Groen/Geel
Sterk contrast: Uit/+1/+2/+3
Soft focus: Uit/+1/+2/+3
Nadruk op contour: -3 tot +3
Kleurbreuk: Uit/Rood/Groen/
Blauw
Niveau schaduwwerking:
-3 to +3
Schaduwtype: 6 typen
Alleen JPEG-bestanden en RAW-bestanden van opnamen die zijn gemaakt met deze
camera kunnen worden bewerkt met digitale filters.
Filternaam Effect Parameter
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
e_kb464_84percent.book Page 193 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
194
Opnamen verwerken
8
4
Kies een filter met de
vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Selecteer een filter en bekijk het effect op de
scherm.
U kunt een andere opname kiezen door aan
de e-knop te draaien.
5
Selecteer met de vierwegbesturing (23) de parameter en pas
met de vierwegbesturing (45) de waarde van de parameter aan.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om [Combinatie van filters]
of [Opslaan als] te selecteren.
Selecteer [Combinatie van filters] als u nog
meer filters wilt toepassen op dezelfde
opname.
8
Druk op de knop 4.
Als u [Combinatie van filters] selecteert, keert u terug naar stap 4.
Als u [Opslaan als] selecteert, wordt de met een filter bewerkte opname
opgeslagen als nieuwe opname.
U kunt maximaal 20 filters gecombineerd toepassen op dezelfde opname.
Speels
Speels
MENU
HDR
HDR
100-0001
100-0001
OK
O K
OK
OK
Rood
Rood
MENU
OK
100-0001
100-0001
Vlak-niveau
Vlak-niveau
MENU
OK
100-0001
100-0001
OFF
-8 +8
Kleurfilter Vlak-filter
MENU
Opslaan als
Combinatie van filters
Verder met filters selecteren
Verder met filters selecteren
Annuleren
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 194 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
195
Opnamen verwerken
8
RAW-opnamen bewerken
U kunt RAW-bestanden omzetten in JPEG-bestanden.
1
Selecteer [RAW-ontwikkeling] in het
menu [Q Weergeven 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer een opname om te
bewerken met de vierwegbesturing
(45).
4
Druk op de 4 knop.
De in het opnamebestand opgenomen
parameters worden weergegeven.
Zie “Parameters opgeven” voor het opgeven
van parameters.
U kunt alleen RAW-opnamen bewerken die zijn gemaakt met deze camera. RAW-opnamen
en JPEG-opnamen gemaakt met andere camera’s, kunnen met deze camera niet worden
bewerkt.
RAW-opnamen bewerken
1 2
MENU
Einde
Index
RAW-ontwikkeling
Weergavefunctie
Inst weerg v mr opn
Alles wissen
9 opn.
Deze opname ontwikkelen
D e z e o p n a m e ontwi k k e l e n
Deze opname ontwikkelen
MENU
100-0011
100 -00 11
100-0011
OK
O K
OK
OK
Opnamepixels
Opnamepixels
MENU
OK
ISO NR
ISO NR
sRGB
sRGB
Aan
Aan
10
e_kb464_84percent.book Page 195 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
196
Opnamen verwerken
8
5
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23).
7
Druk op de knop 4.
De gewijzigde opname wordt opgeslagen onder een andere naam.
8
Kies [Stoppen] met de
vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
Selecteer [Doorgaan] als u nog meer
opnamen wilt bewerken.
MENU
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Beeld opslaan als
nieuw bestand
Annuleren
OK
OK
OK
Einde
Doorgaan
Opslaan opnamen voltooid
Opslaan opnamen voltooid
Doorgaan met ontwikkelen?
Doorgaan met ontwikkelen?
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 196 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
197
Opnamen verwerken
8
Opgeven van parameters voor het bewerken van RAW-opnamen.
U kunt de volgende parameters wijzigen.
1
Druk in stap 4 van p.195 op de
vierwegbesturing (23) om de
parameter te kiezen die u wilt
wijzigen.
2
Wijzig de waarde met de vierwegbesturing (45).
3
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
Parameters opgeven
Parameter Waarde
Opnamepixels
J (3872×2592)/P (3008×2000)/
i (1824×1216)
Kwaliteitsniveau C (Best)/D (Beter)/E (Goed)
Aangepaste opname
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/Levendig/
Monochroom (p.157)
Witbalans
F (Auto), G (Daglicht), H (Schaduw),
^ (Bewolkt), JD (Daglicht kleuren neonlicht),
JN (Daglicht wit neonlicht), JW (Wit licht neonlicht),
I (Lamplicht), L (Flitser), K (Handmatig) (p.159)
Gevoeligheid –2.0 tot +2.0
Ruisonderdr hoge ISO-wrd Uit/Zwakst/Zwak/Sterk
Kleurruimte sRGB/AdobeRGB
Schaduwcorrectie Aan/Uit
Opnamepixels
Opnamepixels
MENU
OK
ISO NR
ISO NR
sRGB
sRGB
Aan
Aan
10
e_kb464_84percent.book Page 197 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
198
Opnamen verwerken
8
4
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
De RAW-opname wordt bewerkt en opgeslagen als nieuw bestand.
Als de witbalans is ingesteld op [Handmatig], drukt u op de knop mc om het scherm
voor meting weer te geven. Alleen het spotgebied is beschikbaar als meetbereik.
e_kb464_84percent.book Page 198 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
9 Afdrukken vanaf
de Camera
In dit hoofdstuk wordt het opgeven van afdrukinstellingen
besproken.
Afdrukservice instellen (DPOF) ................................200
Afdrukken met PictBridge .........................................203
e_kb464_84percent.book Page 199 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
200
Afdrukken vanaf de Camera
9
Afdrukservice instellen (DPOF)
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart
met opgeslagen opnamen naar een zaak te brengen die foto’s afdrukt.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal
exemplaren opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken.
1
Selecteer [DPOF] in het menu
[Q Weergeven 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Selecteer [Enkel beeld] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
U kunt DPOF-instellingen opgeven voor maximaal 999 opnamen.
Afzonderlijke opnamen afdrukken
1 2
MENU
Einde
Opnamen vergelijken
Diavoorstelling
Digitaal filter
Formaat wijzigen
Bijsnijden
Beveiligen
DPOF
MENU
Enkel beeld
Alle Beelden
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 200 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
201
Afdrukken vanaf de Camera
9
4
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een opname waarvoor u
DPOF-instellingen wilt opgeven.
5
Selecteer het aantal exemplaren met de vierwegbesturing (23).
U kunt maximaal 99 afdrukken maken.
6
Draai aan de e-knop om te bepalen
of de datum al dan niet moet worden
afgedrukt (O) of niet (P).
O: De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 om
instellingen op te geven voor andere
opnamen (tot maximaal 999).
7
Druk op de knop 4.
De DPOF-instelling voor de geselecteerde opname wordt opgeslagen en u keert
terug naar de weergavestand.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab bestaat de kans dat
de datum niet wordt afgedrukt op de opnamen, zelfs als de DPOF-instelling hiervoor
is gekozen.
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stelt u het aantal exemplaren in stap 5
in op [00] en drukt u op de knop 4.
MENU
Kopieën
Kopieën
00
00
Datum
Datum
Datum
Datum
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
MENU
Kopieën
Kopieën
01
01
Datum
Datum
Datum
Datum
100 -00 46
100-0046
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 201 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
202
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Selecteer [Alle Beelden] in stap 3
op p.200.
Er verschijnt een scherm waar u voor alle
opnamen DPOF-instellingen kunt invoeren.
2
Kies het aantal kopieën en geef aan
of de datum al dan niet moet worden
afgedrukt.
Zie stap 5 en 6 van p.201 voor nadere
informatie over de instellingen.
3
Druk op de knop 4.
De DPOF-instelling voor alle opnamen wordt opgeslagen en u keert terug naar
het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde.
Instellingen voor alle opnamen
Het aantal kopieën dat u opgeeft bij de instellingen voor alle opnamen, geldt voor
alle opnamen en de instellingen voor afzonderlijke opnamen worden geannuleerd.
Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken.
MENU
Enkel beeld
Alle Beelden
OK
OK
OK
MENU
Kopieën
Kopieën
00
00
Datum
Datum
Datum
Datum
DPOF-instelling voor
DPOF-instelling voor
alle beelden
alle beelden
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 202 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
203
Afdrukken vanaf de Camera
9
Afdrukken met PictBridge
Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u
daarvoor een pc nodig hebt (Rechtstreeks afdrukken).
Sluit de camera aan op een PictBridge-compatibele printer met de meegeleverde
USB-kabel (I-USB7) als u rechtstreeks wilt afdrukken.
Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten, selecteert u de opnamen die u
wilt afdrukken, het aantal kopieën en of de datum moet worden afgedrukt.
Rechtstreeks afdrukken vindt als volgt plaats.
1 Stel de USB-aansluiting op de camera in op [PictBridge] (p.204)
2 Sluit de camera aan op de printer (p.205)
3 Stel de afdrukopties in
Afzonderlijke opnamen afdrukken (p.206)
Alle opnamen afdrukken (p.208)
Afdrukken met DPOF-instellingen (p.209)
Wanneer u de camera aansluit op een printer, raden wij u aan de netvoedingsadapter
K-AC84 (optioneel) te gebruiken. De printer werkt mogelijk niet goed, of de
opnamegegevens kunnen verloren gaan wanneer de batterijen leeg raken terwijl
de camera op de printer is aangesloten.
Maak de USB-kabel niet los tijdens de overdracht van gegevens.
Al naar gelang het type printer zijn mogelijk niet alle op de camera gemaakte instellingen
(zoals de afdruk- of DPOF-instellingen) geldig.
Er kan een afdrukfout optreden als u meer dan 500 exemplaren probeert af te drukken.
Het afdrukken van een index met opnamen, waarbij verscheidene opnamen op één vel
worden afgedrukt, is misschien niet mogelijk tenzij de printer het afdrukken van een
index ondersteunt. Mogelijk hebt u een pc nodig om een index af te drukken.
U kunt RAW-opnamen niet rechtstreeks vanaf de camera afdrukken. Converteer de
opname met [RAW-ontwikkeling] (p.195) naar een JPEG-opname of breng de opname
over naar een computer en druk de RAW-opname af met PENTAX PHOTO Browser 3.
Raadpleeg de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 3/PENTAX PHOTO Laboratory
3” wanneer u de camera aansluit op een pc.
e_kb464_84percent.book Page 203 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
204
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Selecteer [USB-aansluiting] in het menu [R Instellen 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Er verschijnt een keuzemenu.
3
Selecteer [PictBridge] met
de vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
De instelling wordt gewijzigd.
5
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
USB-aansluiting instellen
1 2 3
LCD-kleur instellen
Helderheid
Videosignaal
USB-aansluiting
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
±0
NTSC
Reset
MENU
Annul.
OK
OK
OK
AUTO
PC
PictBridge
e_kb464_84percent.book Page 204 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
205
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Zet de camera uit.
2
Open het klepje voor aansluitingen, richt de pijl op de
meegeleverde USB-kabel op de markering S op de camera
en sluit de USB-kabel aan op de USB/video-uitgang.
3
Sluit het andere uiteinde van de USB-kabel aan op een
PictBridge-compatibele printer.
Op printers die compatibel zijn met PictBridge, is het PictBridge-logo afgedrukt.
4
Zet de printer aan.
5
Zet de camera aan nadat de printer
is opgestart.
Het PictBridge-menu verschijnt.
Camera op de printer aansluiten
Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer [USB-aansluiting] is ingesteld
op [PC].
UP
Enkel beeld
Alle Beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
O K
OK
Kies afdrukmodus
K i e s a f d r u k modus
Kies afdrukmodus
OK
e_kb464_84percent.book Page 205 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
206
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Selecteer [Enkel beeld] in het menu
Pictbridge met de vierwegbesturing
(23).
2
Druk op de knop 4.
Het scherm Eén opname afdrukken verschijnt.
3
Kies met de vierwegbesturing (45)
een opname die u wilt afdrukken.
4
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing (23).
U kunt maximaal 99 afdrukken maken.
5
Draai aan de e-knop om te bepalen of de datum al dan niet moet
worden afgedrukt (O) of niet (P).
O: De datum wordt afgedrukt.
P : De datum wordt niet afgedrukt.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Ga verder bij stap 11 om de opnamen met behulp van de standaardinstellingen
af te drukken.
Ga naar stap 7 om de afdrukinstellingen te wijzigen.
Afzonderlijke opnamen afdrukken
Enkel beeld
Alle Beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
O K
OK
Kies afdrukmodus
K i e s a f d r u k modus
Kies afdrukmodus
OK
MENU
Kopieën
Kopieën
1
1
Datum
Datum
Datum
Datum
100 -00 46
100-0046
Deze opname afdrukken
Deze opname afdrukken
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 206 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
207
Afdrukken vanaf de Camera
9
7
Selecteer [Papierafm.] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Papierafm.] verschijnt.
8
Kies een papierformaat met de
vierwegbesturing (2345).
U kunt alleen een papierformaat kiezen
dat door uw printer wordt ondersteund.
Als [_Instell.] wordt gekozen, worden
opnamen afgedrukt op basis van de
printerinstellingen.
9
Druk op de knop 4.
10
Herhaal stap 7 tot en met 9 voor [Papiertype], [Kwaliteit]
en [Randinstelling].
Als voor deze afdrukinstellingen [_Instell.] wordt gekozen, worden opnamen
afgedrukt op basis van de printerinstellingen.
[Papiertype] met meer sterren (E) duidt op een betere kwaliteit papier.
Meer sterren (E) bij [Kwaliteit] geeft een hogere afdrukkwaliteit aan.
11
Selecteer [Afdrukken wordt gestart] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
De opname wordt afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
MENU
Afdrukken
Afdrukken
OK
Alle opnamen afdrukken
Alle opnamen afdrukken
Afdrukken wordt gestart
Kwaliteit
Papiertype
Papierafm.
Randinstelling
Instell.
Instell.
Instell.
Instell.
Papierafm.
Visitekaart
8 ×10
A4
A3
Brief
11 ×17
2L
Briefkaart
4 ×6
L
100×150
MENU
_
Instell.
OK
OK
Annul.
e_kb464_84percent.book Page 207 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
208
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Selecteer met de vierwegbesturing
(23) in het menu Pictbridge de
optie [Alle Beelden].
2
Druk op de knop 4.
Het scherm Alle opnamen afdrukken wordt weergegeven.
3
Kies het aantal kopieën en geef aan
of de datum al dan niet moet worden
afgedrukt.
Het aantal kopieën en het al dan niet afdrukken
van de datum zijn van toepassing op alle
opnamen.
Zie stap 4 en 5 van p.206 voor nadere
informatie over de instellingen.
Controleer de opnamen met de
vierwegbesturing (45) en vergewis
u ervan dat u ze allemaal wilt afdrukken.
4
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Zie de stappen 7 tot en met 10 van p.207 voor nadere informatie over het wijzigen
van de instellingen.
5
Selecteer [Afdrukken wordt gestart] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
Alle opnamen afdrukken
Enkel beeld
Alle Beelden
DPOF AUTOPRINT
OK
O K
OK
Kies afdrukmodus
K i e s a f d r u k modus
Kies afdrukmodus
OK
MENU
Kopieën
Totaal
1
28
Datum
Datum
Datum
100 -00 46
100-0046
Alle opnamen afdrukken
Alle opnamen afdrukken
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 208 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
209
Afdrukken vanaf de Camera
9
1
Selecteer met de vierwegbesturing (23) in het PictBridge-
menu de optie [DPOF AUTOPRINT].
2
Druk op de knop 4.
Het scherm Afdrukken met DPOF-instellingen
verschijnt.
Geef met behulp van de vierwegbesturing
(45) op hoeveel exemplaren van elke
opname moeten worden afgedrukt, of de
datum wel of niet moet worden afgedrukt,
en het totale aantal exemplaren.
3
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen wordt weergegeven.
Zie de stappen 7 tot en met 10 van p.207 voor nadere informatie over het wijzigen
van de instellingen.
4
Selecteer [Afdrukken wordt gestart] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
De opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen.
Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
Maak de USB-kabel los van de camera en de printer wanneer u klaar bent
met afdrukken.
1
Zet de camera uit.
2
Maak de USB-kabel los van de camera en de printer.
Opnamen afdrukken op basis van
DPOF-instellingen
De USB-kabel loskoppelen
1
1
10
10
A f d r u k k e n m et
D P O F - i n s t e l l ingen
Afdrukken met
DPOF-instellingen
1
10
MENU
OK
100-0046
100 -00 46
100-0046
Afdrukken
Afdrukken
D a t u m
Datum
K o p i e ën
Kopieën
Totaal
Totaal
e_kb464_84percent.book Page 209 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
210
e_kb464_84percent.book Page 210 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
10Camera-instellingen
In dit hoofdstuk wordt het wijzigen van camera-instellingen
besproken.
Werken met het menu Set-up ...................................212
SD-geheugenkaart formatteren ................................214
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal,
de datum en tijd en de weergavetaal .......................215
Weergave van monitor en menu’s aanpassen ........220
Conventies instellen voor bestands-/mapnamen ...224
Het video-uitgangssignaal en
voedingsinstellingen selecteren ..............................225
Pixeluitlijning ..............................................................228
Instellingen voor de opnamestand selecteren
om op te slaan in de camera .....................................229
e_kb464_84percent.book Page 211 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
212
Camera-instellingen
10
Werken met het menu Set-up
Instellingen voor de camera geeft u op in het menu [R Instellen].
In het menu [R Instellen 1-3] geeft u de volgende instellingen op.
Druk op de knop 3 in de opname-/weergavestand en selecteer
met de vierwegbesturing (45) het menu [R Instellen 1-3].
Zie “De Menu’s gebruiken” (p.32) voor meer informatie over het werken met de menu’s.
Onderdelen van menu Set-up
Menu Onderdeel Functie Pagina
R1
Language/
Wijzigen van de taal waarin menu’s en berichten
worden weergegeven.
p.219
Datum instellen Stelt de datumindeling en de tijd in. p.216
Wereldtijd
Stelt bij reizen naar het buitenland de weergave
in op de monitor van een lokale datum en tijd
van een stad in aanvulling op die van de huidige
locatie.
p.216
Tekstformaat
Stelt de grootte in van de tekst die in de menu’s
wordt geselecteerd.
p.220
Hulpdisplay Geeft indicaties al dan niet weer op de monitor. p.220
Mapnaam
Stelt de methode in die wordt gebruikt voor het
toewijzen van mapnamen voor het opslaan van
opnamen.
p.224
Signaal Schakelt het geluidssignaal in/uit. p.215
R2
Helderheid Wijzigt de helderheid van de monitor. p.221
LCD-kleur instellen Wijzigt de kleur van de monitor. p.222
Videosignaal
Stelt het uitgangssignaal in voor weergave op
het audiovisuele apparaat.
p.225
USB-aansluiting
Stelt de USB-kabelverbinding in (computer of
printer).
p.204
Auto Uitsch.
Stelt de tijd in waarna de camera automatisch
wordt uitgeschakeld.
p.225
Batterij kiezen
Selecteert het type batterijen dat in de camera
wordt geplaatst.
p.226
Reset Reset van alle instellingen. p.232
e_kb464_84percent.book Page 212 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
213
Camera-instellingen
10
R3
Pixeluitlijning
Brengt de pixels van de CCD die defect zijn in
kaart en compenseert die.
p.228
Stofalarm Detecteert stof op de CCD. p.244
Sensor stofvrij Reinigt de CCD door die te schudden. p.243
Sensor reinigen
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte stand
om de CCD te kunnen reinigen.
p.246
Formatteren Formatteert de SD-geheugenkaart. p.214
Menu Onderdeel Functie Pagina
1 23
MENU
Einde
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Mapnaam
Nederlands
3sec
Datum
Signaal
Stand.
Menu [R Instellen 1]
1 2 3
MENU
Einde
LCD-kleur instellen
Helderheid
Videosignaal
USB-aansluiting
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
±0
NTSC
1min
Reset
PC
AUTO
Menu [R Instellen 2]
123
MENU
Einde
Stofalarm
Pixeluitlijning
Sensor stofvrij
Sensor reinigen
Formatteren
Menu [R Instellen 3]
e_kb464_84percent.book Page 213 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
214
Camera-instellingen
10
SD-geheugenkaart formatteren
Gebruik deze camera om een SD-kaart te formatteren (initialiseren) die nog niet
eerder is gebruikt, of die is gebruikt in andere camera’s of digitale apparaten.
Bij formatteren worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart verwijderd.
1
Selecteer [Formatteren] in het menu [R Instellen 3].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
3
Selecteer [Formatteren] met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
Het formatteren begint.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u
het menu selecteerde, wordt opnieuw
weergegeven als het formatteren is voltooid.
Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan hierdoor
beschadigd raken en onbruikbaar worden.
Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
Wees dus voorzichtig.
Formatteren
Annuleren
Formatteren
Alle gegevens worden
gewist
OK
OK
OK
Formatteren
Formatteren
e_kb464_84percent.book Page 214 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
215
Camera-instellingen
10
Instellingen opgeven voor het
geluidssignaal, de datum en tijd
en de weergavetaal
U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen. De standaardinstelling
is O (Aan) voor alle geluidssignalen.
Er zijn vijf items die u kunt instellen: scherpgesteld, AE-L (bedieningsgeluid knop
belichtingsgeheugen), RAW (bedieningsgeluid RAW-knop), zelfontspanner en
afstandsbediening.
1
Selecteer [Signaal] in het menu [R Instellen 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Signaal] verschijnt.
3
Selecteer een item met de
vierwegbesturing (23) en selecteer
vervolgens Aan O of Uit P met de
vierwegbesturing (45).
U kunt alle geluidssignalen uitschakelen door
eerst [Instell.] te selecteren, en dan Uit (P)
te selecteren met de vierwegbesturing (45).
4
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt
opnieuw weergegeven.
Het geluidssignaal in- en uitschakelen
Signaal
Scherpgesteld
AE-L
RAW
Zelfontspanner
Afstandbediening
Instelling
MENU
e_kb464_84percent.book Page 215 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
216
Camera-instellingen
10
U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen. U kunt ook de weergavestijl instellen.
Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd]. Selecteer [12h] (12-uurs) of [24h]
(24-uurs) voor de tijdweergave.
Instellen bij [Datum instellen] in het menu [R Instellen 1] (p.212).
1 Datum en tijd instellen (p.54)
De datum en tijd die u selecteert bij “Standaardinstellingen” (p.50) zijn de datum
en tijd van uw huidige locatie.
Door de bestemming bij [Wereldtijd] in te stellen kunt u de lokale datum en tijd
weergeven op de monitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu [R Instellen 1].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
3
Selecteer X (Bestemmingstijd)
of W (Thuistijd) met de
vierwegbesturing (45).
Deze instelling wijzigt datum en tijd op het
aanwijzingenscherm.
Datum/tijd en weergavestijl wijzigen
Wereldtijd instellen
MENU
Annul.
Datum instellen
Datumnotatie
01/01 2008/
00 : 00
Datum
instellingen voltooid
Tijd
OK
OK
OK
dd/mm/jj
24h
MENU
De tijd instellen
Wereldtijd
10 : 00
10 : 00
Bestemmingstijd
Thuistijd
Amsterdam
Londen
X
W
X
X
e_kb464_84percent.book Page 216 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
217
Camera-instellingen
10
4
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het selectiekader wordt verplaatst naar X (De instelling voor Bestemmingstijd).
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het opgeven van de plaats van bestemming wordt
weergegeven.
6
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) een plaats van bestemming.
Draai aan de e-knop om een andere regio
te selecteren.
Het huidige tijdstip, de plaats en het
tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt.
7
Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (3).
8
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
Selecteer O (Aan) als de plaats van bestemming de zomertijd hanteert (DST).
9
Druk op de knop 4.
De instelling voor bestemming wordt opgeslagen.
10
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt
opnieuw weergegeven.
Zie “Lijst met steden voor wereldtijd Steden” (p.218) voor steden die als bestemming
kunnen worden opgegeven.
Selecteer W (Thuistijd) in stap 4 om de plaats en de zomertijdinstelling in te stellen.
X verschijnt op het aanwijzingenscherm en het statusscherm wanneer de wereldtijd
is ingesteld op X (Bestemmingstijd). (p.22)
Als u de wereldtijd wijzigt in X (Bestemmingstijd),verandert de instelling voor het
videosignaal (p.225) in de standaardinstelling van die stad.
MENU
10:00
00:00
Bestemmingstijd
Londen
Londen
Zomertijd
X
Annul. OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 217 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
218
Camera-instellingen
10
Lijst met steden voor wereldtijd Steden
Regio Stad Regio Stad
Noord-Amerika
Honolulu Afrika/
West-Azië
Dakkar
Anchorage Algiers
Vancouver Johannesburg
San Francisco Istanboel
Los Angeles Caïro
Calgary Jeruzalem
Denver Nairobi
Chicago Jeddah
Miami Teheran
Toronto Dubai
New York Karachi
Halifax Kaboel
Midden- en
Zuid-Amerika
Mexico-City Male
Lima Delhi
Santiago Colombo
Caracas Kathmandu
Buenos Aires Dacca
Sao Paulo
Oost-Azië
Yangon
Rio de Janeiro Bangkok
Europa
Lissabon Kuala Lumpur
Madrid Vientiane
Londen Singapore
Parijs Phnom-Penh
Amsterdam Ho Chi Minhstad
Milaan Jakarta
Rome Hongkong
Kopenhagen Peking
Berlijn Shanghai
Praag Manilla
Stockholm Taipei
Boedapest Seoul
Warschau Tokio
Athene Guam
Helsinki
Moskou
e_kb464_84percent.book Page 218 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
219
Camera-instellingen
10
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden weergegeven.
U kunt kiezen uit 19 talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans,
Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks,
Russisch, Koreaans, Chinees [traditioneel en vereenvoudigd] en Japans.
Instellen bij [Language/ ] in het menu [R Instellen 1] (p.212).
1 De weergavetaal instellen (p.50)
Regio Stad
Oceanië
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
Weergavetaal instellen
MENU
Cancel OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 219 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
220
Camera-instellingen
10
Weergave van monitor en menu’s
aanpassen
U kunt instellen hoe groot de tekst moet worden weergegeven in menu’s: [Stand.]
(normale weergave) of [Groot] (vergrote weergave).
Instellen bij [Tekstformaat] in het menu [R Instellen 1] (p.212).
Geef de tijdsduur op dat bedieningsaanwijzingen moeten worden weergegeven op
de monitor als de camera wordt aangezet of als een andere opnamestand wordt
geselecteerd. (p.22)
Maak een keuze uit [Uit], [3sec], [10sec] en [30sec]. De standaardinstelling
is [3sec].
Instellen bij [Hulpdisplay] in het menu [R Instellen 1] (p.212).
Tekstformaat instellen
De tijd voor weergave van Hulpdisplay instellen
1 23
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Mapnaam
Nederlands
Datum
Signaal
MENU
Annul.
Groot
Stand.
OK
OK
OK
1 23
MENU
Annul.
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Mapnaam
Nederlands
Signaal
Uit
3sec
10sec
30sec
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 220 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
221
Camera-instellingen
10
Stelt in of het statusscherm voortdurend moet worden weergegeven op de monitor.
De standaardinstelling is [Aan].
Instellen bij [21. Weergave statusscherm] in het menu [A Pers.instelling 3] (p.78).
U kunt de helderheid van de monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer
de monitor moeilijk leesbaar is.
Instellen bij [Helderheid] in het menu [R Instellen 2] (p.212).
De Statusweergave instellen
De helderheid van de monitor aanpassen
21. Weergave statusscherm
Het statusscherm wordt
voortdurend weergegeven
Aan
Uit
1 2 3
MENU
Annul.
OK
OK
OK
Helderheid
Helderheid
0
0
e_kb464_84percent.book Page 221 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
222
Camera-instellingen
10
U kunt de kleur van de monitor aanpassen.
1
Selecteer [LCD-kleur instellen] in het menu [R Instellen 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [LCD-kleur instellen] wordt weergegeven.
3
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om de kleur aan
te passen.
U kunt de instelling in vijftien niveaus
aanpassen.
4
Druk op de knop 4.
5
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde, wordt
opnieuw weergegeven.
U kunt een weergavetijd voor momentcontrole opgeven en instellen of het
histogram en de waarschuwing Licht/donker geb moeten worden weergegeven.
De standaardinstellingen zijn [1sec] voor de weergavetijd en [Uit] voor het
histogram en de waarschuwing Licht/donker geb.
1
Selecteer [Momentcontrole] in het menu [A Opnamemodus 2].
De kleur van de monitor aanpassen
G-M Aanpassing van de kleurtinten tussen groen en magenta.
23
B-A Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw en amber.
45
De weergave voor Momentcontrole instellen
±0±0G1
G1
G1
A n n u l .
Annul.
MENU
L C D - k l e u r i nstell e n
LCD-kleur instellen
GG
BBA
A
A
MM
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 222 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
223
Camera-instellingen
10
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Momentcontrole] verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer een weergavetijd met
de vierwegbesturing (23) en druk
dan op de knop 4.
4
Selecteer [Histogram] met de vierwegbesturing (23).
5
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
6
Selecteer [Licht/donker geb] met de vierwegbesturing (23).
7
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
8
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
MENU
Momentcontrole
Weergavetijd
Histogram
1sec
Licht/donker geb
Momentcontrole
Weergavetijd
Histogram
Licht/donker geb
MENU
Annul.
OK
OK
OK
1sec
3sec
5sec
Uit
e_kb464_84percent.book Page 223 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
224
Camera-instellingen
10
Conventies instellen voor bestands-/
mapnamen
U kunt een methode kiezen voor het toewijzen van mapnamen voor het opslaan
van opnamen. De standaardinstelling is [Datum].
Instellen bij [Mapnaam] in het menu [R Instellen 1] (p.212).
U kunt een methode opgeven voor het toewijzen van een bestandsnummer aan een
opname als die in een nieuwe map wordt opgeslagen. Selecteer O (Aan) of P (Uit)
voor [Bestandsnummer] bij [Geheugen] (p.229) in het menu [A Opnamemodus 3].
De mapnaam selecteren
Datum
De twee cijfers van de [maand] en [dag] waarop de opname is gemaakt,
worden in de mapnaam opgenomen in de notatie [xxx_MMDD]. [xxx] is een
rangnummer van 100 tot 999. [MMDD] (maand en dag) wordt weergegeven
in de notatie ingesteld bij [Datum instellen] (p.216).
(voorbeeld) 101_0125: voor mappen met opnamen die zijn gemaakt op 25 januari
PENTX
De mapnaam wordt toegewezen in de notatie [xxxPENTX].
(voorbeeld) 101PENTX
Bestandsnummer instellen
O (Aan)
Het bestandnummer van de opname die als laatste is opgeslagen in de vorige
map wordt opgeslagen, en zelfs als een nieuwe map wordt gemaakt, krijgen
opnamen die daarin worden opgeslagen een op dat nummer volgend
bestandsnummer.
P (Uit)
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds
het nummer 0001.
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden opnamen
opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie Auto Bracket echter
actief is, worden de opnamen in dezelfde map opgeslagen totdat het maken van
opnamen gereed is, zelfs als daardoor meer dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
1 23
MENU
Annul.
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Hulpdisplay
Mapnaam
Nederlands
3sec
Signaal
Stand.
Datum
PENTX
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 224 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
225
Camera-instellingen
10
Het video-uitgangssignaal en
voedingsinstellingen selecteren
Wanneer u de camera aansluit op audiovisuele apparatuur zoals een televisie,
kies dan het juiste video-uitgangssignaal (NTSC of PAL) voor het weergeven
van opnamen.
Instellen bij [Videosignaal] in het menu [R Instellen 2] (p.212).
1 De camera aansluiten op audiovisuele apparatuur (p.186)
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer hij
gedurende bepaalde tijd niet is gebruikt. Selecteer [1min], [3min], [5min], [10min],
[30min] of [Uit]. De standaardinstelling is [1min].
Instellen bij [Auto Uitsch.] in het menu [R Instellen 2] (p.212).
Het video-uitgangssignaal selecteren
Het standaard video-uitgangssignaal verschilt per regio. Als u een andere wereldtijd
instelt bij X (Bestemmingstijd), verandert de instelling voor het videosignaal in de
standaardinstelling van die stad.
Automatisch uitschakelen instellen
1 2 3
LCD-kleur instellen
Helderheid
Videosignaal
USB-aansluiting
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
±0
NTSC
1min
Reset
PC
MENU
Annul.
OK
OK
OK
AUTO
NTSC
PAL
1 2 3
MENU
Annul.
LCD-kleur instellen
Helderheid
Videosignaal
USB-aansluiting
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
±0
Reset
OK
OK
OK
1min
3min
5min
10min
30min
Uit
e_kb464_84percent.book Page 225 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
226
Camera-instellingen
10
Selecteert het type batterijen dat in de camera wordt geplaatst.
De standaardinstelling is [Autodetect].
1
Selecteer [Batterij kiezen] in het menu [R Instellen 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Batterij kiezen] verschijnt.
3
Selecteer het type batterijen met
de vierwegbesturing (23).
Indien ingesteld op [Autodetect], zal de
camera automatisch het type batterijen
herkennen dat u gebruikt.
4
Druk op de knop 4.
5
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Automatisch uitschakelen werkt niet tijdens de weergave van diavoorstellingen
en wanneer er een USB-verbinding bestaat.
Het batterijtype instellen
Als u een batterijtype gebruikt anders dan wat u hebt opgegeven, wordt het batterijniveau
niet correct bepaald. Stel dus het juiste batterijtype in. Meestal werkt de automatisch
herkenning van het batterijtype probleemloos. Bij lage temperaturen echter en bij het
gebruik van batterijen die lang zijn bewaard, stelt u zelf het batterijtype in, zodat de
camera het juiste batterijniveau kan bepalen.
1 2 3
Helderheid ±0
Reset
MENU
Annul.
OK
OK
OK
Batterij kiezen
Autodetect
Nikkelmetaalhydride
Alkaline
Lithium
AUTO
Li
AL
Ni-MH
AUTO
e_kb464_84percent.book Page 226 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
227
Camera-instellingen
10
Stelt de felheid van branden in voor het aan/uit-lampje: [Stand.], [Zwak] of [Uit].
De standaardinstelling is [Stand.].
Instellen bij [20. Aan-/uitlampje] in het menu [A Pers.instelling 3] (p.78).
De felheid van het aan/uit-lampje instellen
Zelfs als het aan/uit-lampje is ingesteld op [Uit], zal het lampje oplichten als de camera
gegevens overbrengt naar een computer of printer via de USB-kabel.
20. Aan-/uitlampje
Het aan-/uitlampje brandt
als de camera wordt
ingeschakeld
Stand.
Zwak
Uit
e_kb464_84percent.book Page 227 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
228
Camera-instellingen
10
Pixeluitlijning
Pixeluitlijning is een functie voor het in kaart brengen en compenseren
van CCD-pixels die defect zijn.
1
Selecteer [Pixeluitlijning] in het menu [R Instellen 3].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Pixeluitlijning] wordt weergegeven.
3
Selecteer [Pixeluitlijning] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
Pixels die defect zijn, worden geregistreerd
en gecompenseerd. Het scherm dat werd
weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Als de batterij bijna leeg is, wordt het bericht [Onvoldoende batterij vermogen voor het
activeren van pixeluitlijning] weergegeven op de monitor. Gebruik in dat geval de
optionele netvoedingsadapter K-AC84 of batterijen met voldoende resterend vermogen.
Pixeluitlijning
Annuleren
Pixeluitlijning
Voor controle van de
beeldsensoreenheid voor
aanpassingen
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 228 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
229
Camera-instellingen
10
Instellingen voor de opnamestand
selecteren om op te slaan in de camera
U kunt opgeven welke instellingen moeten worden opgeslagen als de camera
wordt uitgezet.
U kunt de volgende instellingen opslaan: flitsfunctie, transportfunctie, witbalans,
gevoeligheid, belichtingscorrectie, Belichtingscomp., weergavestijl en bestandsnr.
De standaardinstelling is O (Aan) voor alle functies.
1
Selecteer [Geheugen] in het menu [A Opnamemodus 3].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Geheugen] verschijnt.
3
Kies een onderdeel met de
vierwegbesturing (23).
4
Selecteer O (Aan) of P (Uit) met de vierwegbesturing (45).
5
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Stel [Bestandsnummer] in op O (Aan) om de bestandsnamen doorlopend te nummeren,
ook als er een nieuwe map wordt gemaakt. Zie “Bestandsnummer instellen” (p.224).
Geheugen
Transportstand
Witbalans
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Belichtingscomp.
Weergavefunctie
Flitsinstelling
MENU
e_kb464_84percent.book Page 229 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
230
e_kb464_84percent.book Page 230 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
11 Standaardinstellingen
herstellen (Reset)
De basisinstellingen van de camera herstellen.
De menu’s Opname/Weergeven/Set-up resetten ....232
Menu Pers. inst. herstellen .......................................233
e_kb464_84percent.book Page 231 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
232
Standaardinstellingen
herstellen (Reset)
11
De menu’s Opname/Weergeven/Set-up
resetten
De fabrieksinstellingen in de menu’s [A Opnamemodus], [Q Weergeven]
en [R Instellen] kunnen worden hersteld.
1
Selecteer [Reset] in het menu [R Instellen 2].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset] verschijnt.
3
Selecteer [Reset] met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Instellingen voor Language/ , Datum, Plaats voor wereldtijd, Tekstgrootte,
Videosignaal en die in het menu [A Pers.instelling] worden niet hersteld.
Reset
Annuleren
Reset
Terug naar fabrieks
instellingen
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 232 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
233
Standaardinstellingen
herstellen (Reset)
11
Menu Pers. inst. herstellen
Alle fabrieksinstellingen in het menu [A Pers.instelling] herstellen.
1
Selecteer [Reset pers.instellingen] in het menu
[A Pers.instelling 4].
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset pers.instellingen] wordt weergegeven.
3
Selecteer [Reset] met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
De fabrieksinstellingen worden hersteld en het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde, wordt opnieuw weergegeven.
Reset pers.instellingen
Annuleren
Reset
Van persoonlijke
instellingen terug naar
fabrieksinstellingen
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 233 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
234
e_kb464_84percent.book Page 234 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
12Bijlage
Standaardinstellingen ...............................................236
Beschikbare functies bij verschillende
objectiefcombinaties .................................................240
De CCD schoonmaken ..............................................243
Optionele accessoires ...............................................248
Foutberichten .............................................................252
Problemen oplossen ..................................................255
Belangrijkste technische gegevens .........................258
Verklarende woordenlijst ..........................................262
Index ............................................................................267
GARANTIEBEPALINGEN ...........................................272
e_kb464_84percent.book Page 235 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
236
Bijlage
12
Standaardinstellingen
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera
wordt uitgezet.
Reset instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaard instelling met de reset-functie
(p.231).
Nee : De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
Richtingsknoppen
Menu [A Opnamemodus]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Transportstand 9 (enkelbeeldopnamen) Ja
p.106
p.125
p.128
p.130
Flitsinstelling
Afhankelijk van
opnamestand
Ja p.65
Witbalans F (Auto) Ja p.159
Gevoeligheid
Automatisch
(ISO 100-800)
Ja p.87
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Aangepaste opname Helderheid Ja p.157
Digitaal filter
Geen toepassing
van filters
Ja p.132
Bestandsindeling JPEG Ja p.152
JPEG-opnamepixels J (3872×2592) Ja p.150
JPEG kwal niveau C (best) Ja p.151
RAW-formaat PEF Ja p.153
Kleurruimte
sRGB
Ja p.164
AF-modus f Ja p.111
Autom. lichtmeting L (meervlaks) Ja p.101
Ander schrpstpnt i (Groothoek) Ja p.113
Moment
controle
Weergavetijd 1 sec Ja
p.222Histogram P (Uit) Ja
Licht/donker geb P (Uit) Ja
e_kb464_84percent.book Page 236 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
237
Bijlage
12
Menu [Q Weergeven]
* De filterinstellingen kunnen worden opgeslagen en hersteld.
Geheugen
Alle
O (Aan)
Ja p.229
knop
Help
(Selecteer functie)
Help-functie
Ja
p.154
Digitaal
voorbeeld
Histogram
P (Uit)
Ja
Licht/donker
geb
P (Uit)
Ja
functie RAW-
knop
Elke keer
stoppen
O (Aan)
Ja
JPEG/RAW/
RAW+-
indeling
RAW+ voor alle
Ja
Shake Reduction
O (Aan)
Ja p.122
Inv brandp afstand
35
Ja p.124
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Diavoorstelling
Interval 3 sec Ja
p.177
Schermeffect Uit Ja
Weergeven
herhalen
P (Uit) Ja
Opnamen vergelijken p.176
Digitaal filter* Zwart-wit Ja p.192
Formaat wijzigen
Maximale grootte
overeenkomstig instelling
p.188
Bijsnijden
Maximale grootte
overeenkomstig instelling
p.190
Beveiligen Nee p.184
DPOF Nee p.200
RAW-ontwikkeling
Opnamepixels: J
Kwaliteitsniveau: C
Gevoeligheid: ±0
Ja p.195
Index p.172
Weergavefunctie
Licht/donker geb
P (Uit) Ja
p.168
Snel zoomen
P (Uit) Ja
Inst weerg v mr opn 9 opnamen Ja p.170
Alles wissen p.183
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
e_kb464_84percent.book Page 237 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
238
Bijlage
12
Menu [R Instellen]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Language/
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.219
Datum instellen
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.216
Wereldtijd
Wereldtijdinstelling W (Thuistijd) Ja
p.216
Thuistijd (Plaats)
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee
Thuistijd (Zomertijd)
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee
Bestemmingstijd
(Plaats)
Gelijk aan Thuistijd Nee
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Gelijk aan Thuistijd Nee
Tekstformaat
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.220
Hulpdisplay 3 sec Ja p.220
Mapnaam Datum Ja p.224
Signaal Alle
O (Aan) Ja p.215
Helderheid
±0
Ja p.221
LCD-kleur instellen ±0 Ja p.222
Videosignaal
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.225
USB-aansluiting
PC
Ja p.204
Auto Uitsch. 1 min Ja p.225
Batterij kiezen
Autodetect
Ja p.226
Reset p.232
Pixeluitlijning
——
p.228
Stofalarm
——
p.244
Sensor stofvrij
Sensor stofvrij
——
p.243
Bij inschakelen
P (Uit)
Ja
Sensor reinigen p.246
Formatteren p.214
e_kb464_84percent.book Page 238 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
239
Bijlage
12
Menu [A Pers.instelling]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
1. LW-stappen 1/2 LW Stap Ja p.105
2. Gevoeligheidsstappen Stappen van 1 LW Ja p.87
3. Bedrijftijd lichtmtr 10 sec Ja p.103
4. AE-L met AF lock Uit Ja p.115
5. Koppelt belicht.+ AF Uit Ja p.103
6. Volgorde A Bracketng 0 - + Ja p.106
7. Schaduwcorrectie Aan Ja
8. Witbalans instellen Uit Ja p.162
9. Functie = -knop AF1 inschakelen Ja
p.105
p.110
10. AF met afstandbed. Uit Ja p.129
11. Ruisonderdr lange sltrtijd Aan Ja p.89
12. Ruisonderdr hoge ISO-wrd
Uit
Ja p.89
13. e-knop in Programma
Uit
Ja p.92
14. Ontspant bij opladen Uit Ja p.71
15. Draadloos flitsen Aan Ja p.144
16. Wtbalans ongewijzigd Flitser Ja p.160
17. Gevoeligheid weergeven Uit Ja
18. Catch-in focus Uit Ja p.118
19. Diafragmaring gebruiken Niet toegestaan Ja p.241
20. Aan-/uitlampje Stand. Ja p.227
21. Weergave statusscherm Aan Ja p.221
Reset pers.instellingen p.233
e_kb464_84percent.book Page 239 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
240
Bijlage
12
Beschikbare functies bij verschillende
objectiefcombinaties
Compatibele objectieven
Bij de fabrieksinstellingen kunnen alleen DA, DA L en FA J-objectieven en D FA/
FA/F/A-objectieven met een positie s (Auto) op de diafragmaring worden gebruikt.
Zie “Opmerkingen over [19. Diafragmaring gebruiken]” (p.241) voor andere
objectieven en D FA/FA/F/A-objectieven met de diafragmaring ingesteld op
een andere positie dan s.
Ja : Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld op positie s.
Nee : Functies zijn niet beschikbaar.
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van f/2.8 of groter. Alleen beschikbaar bij positie s.
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van f/5.6 of groter.
*3 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en een AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG of AF160FC.
*4 Als u een F/FA soft 85 mm f/2.8 objectief of een FA soft 28 mm f/2.8 objectief wilt gebruiken, stelt u
[19. Diafragmaring gebruiken] in op [Toegestaan] in het menu [A Pers.instelling 3]. Er kunnen
opnamen worden gemaakt met de ingestelde diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik
voor handmatige instelling van het diafragma.
*5 Het AF-punt wordt O (Midden).
Objectief [type vatting]
Functie
DA/DA L/D FA/
FA J/FA-objectief
[K
AF, KAF2]
*4
F-objectief
[K
AF]
*4
A-objectief
[K
A]
Autofocus (alleen objectief)
Ja Ja
(met AF-adapter 1,7×)
*1
——Ja
*5
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie)
*2
Ja Ja Ja
(met het matglas)
Ja Ja Ja
Vijf AF-punten
Ja Ja Nee
*5
Power zoom
Nee
Automatische belichting met
diafragmavoorkeuze
Ja Ja Ja
Sl.tijd voorkeuze Auto belichting
Ja Ja Ja
Handm. belichting
Ja Ja Ja
Automatisch P-DDL-flitsen
*3
Ja Ja Ja
Meervlaks lichtmeting (16 segmenten)
Ja Ja Ja
Automatisch doorgeven van de
brandpuntsafstand van het objectief bij
activering van de functie Shake Reduction
Ja Ja Nee
e_kb464_84percent.book Page 240 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
241
Bijlage
12
Objectieven en vattingen
DA objectieven met een ultrasone motor en FA zoomobjectieven met powerzoom
hebben de K
AF2-vatting.
Bij DA-objectieven met een ultrasone motor, maar zonder AF-koppeling kan
de K
AF3-vatting worden gebruikt.
FA-objectieven met een vaste brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom),
DA- of DA L-objectieven zonder ultrasone motor en D FA, FA J en F-objectieven
hebben de K
AF-vatting.
Raadpleeg de handleiding bij het objectief voor verdere gegevens. Deze camera
heeft geen powerzoom-functie.
Objectieven en toebehoren die niet geschikt zijn voor deze camera
Wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto)
of wanneer er een objectief zonder positie s, of accessoires zoals een auto-
tussenringenset of autobalg worden gebruikt, werkt de camera niet, behalve
wanneer [19. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu
[A Pers.instelling 3]. Zie “Opmerkingen over [19. Diafragmaring gebruiken]”
(p.241) voor beperkingen die gelden.
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van DA/DA
L/FA J-objectieven of objectieven met een diafragmastand s die op de positie s
zijn ingesteld.
Objectief en ingebouwde flitser
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig wanneer
A-objectieven, waarvan de diafragmaring niet in de stand s (Auto) is gezet,
pre A-objectieven of soft-focusobjectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser worden gebruikt.
Wanneer [19. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het menu
[A Pers.instelling 3], kan de sluiter ontspannen worden, zelfs wanneer de
diafragmaring van het D FA, FA, F of A-objectief niet op de positie s (Auto) staat
of wanneer er een objectief zonder positie s wordt bevestigd. De functies zijn dan
echter beperkt, zoals in onderstaande tabel weergegeven.
Opmerkingen over [19. Diafragmaring gebruiken]
19.
Diafragmaring gebruiken
Opname maken mogelijk
bij andere stand dan A
voor diafragmaring
Niet toegestaan
Toegestaan
e_kb464_84percent.book Page 241 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
242
Bijlage
12
Beperkingen voor het gebruik van een objectief met de diafragmaring ingesteld op een
andere positie dan s
Gebruikt objectief Belichtingsfunctie Beperking
D FA, FA, F, A, M
(alleen objectieven
of accessoires
met automatisch
diafragma zoals auto-
tussenringenset K)
c (Diafragmavoorkeuze)
Het diafragma blijft open,
onafhankelijk van de positie van
de diafragmaring. De sluitertijd
wordt gewijzigd op basis van de
diafragma-opening, maar er kan
een belichtingsfout optreden.
Bij de diafragma-indicatie in
de zoeker verschijnt [F--].
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met
automatisch diafragma
zoals tussenringenset K)
c (Diafragmavoorkeuze)
Er kunnen opnamen worden gemaakt
met de opgegeven diafragmawaarde,
maar er kan een belichtingsfout
optreden. Bij de diafragma-indicatie
in de zoeker verschijnt [F--].
Handmatig diafragma-
objectief zoals een
reflexobjectief (alleen
objectieven)
c (Diafragmavoorkeuze)
FA, F soft 85 mm FA soft
28 mm (alleen
objectieven)
c (Diafragmavoorkeuze)
In het handmatige diafragmabereik
kunnen opnamen worden gemaakt
met de opgegeven diafragmawaarde.
Bij de diafragma-indicatie in de
zoeker verschijnt [F--].
Alle objectieven a (Handmatig)
Er kunnen opnamen worden gemaakt
met de ingestelde diafragmawaarde
en sluitertijd. Bij de diafragma-
indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
Als op de knop mc wordt gedrukt,
wordt stop-down metering uitgevoerd
en wordt de sluitertijd ingesteld
op de juiste belichting voor het
handmatig ingestelde diafragma.
De camera werkt in de functie c (diafragmavoorkeuze), ongeacht een stand van de
functiekiezer anders dan a (Handmatig), als het diafragma is ingesteld op een waarde
anders dan de positie s.
e_kb464_84percent.book Page 242 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
243
Bijlage
12
De CCD schoonmaken
Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de
opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst
erop dat de CCD moet worden schoongemaakt.
Bij toepassing van de functie Sensor stofvrij wordt de CCD geschud om stof
te verwijderen.
1
Selecteer [Sensor stofvrij] in het menu [R Instellen 3] menu.
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Sensor stofvrij] verschijnt.
3
Druk op de knop 4.
De functie Sensor stofvrij wordt geactiveerd
voor het schudden van de CCD.
Selecteer [Bij inschakelen] en druk op
de vierwegbesturing (45) om O (Aan)
te selecteren, zodat de functie Sensor stofvrij
steeds bij het inschakelen van de camera
wordt geactiveerd.
Als de procedure is voltooid, wordt het menu
[R Instellen 3] weer geactiveerd.
Stof verwijderen door de CCD te schudden
(Sensor stofvrij)
Sensor stofvrij
Bij inschakelen
Sensor stofvrij
MENU
Starten
OK
e_kb464_84percent.book Page 243 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
244
Bijlage
12
Stofalarm is een functie voor het detecteren van stof dat zich heeft verzameld
op de CCD en het weergeven van de locatie waar het stof zich heeft vastgezet.
U kunt de detectie-opname opslaan en weergeven op het moment dat u de sensor
schoonmaakt (p.246).
De functie Stofalarm werkt alleen als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
Een A DA, DA L, FA J-objectief of een D FA, FA en F-objectief met een
s-stand (auto) wordt gebruikt.
Het diafragma is op de stand s gezet bij gebruik van een objectief met
een diafragmaring.
De scherpstelfunctieknop is ingesteld op =.
1
Selecteer [Stofalarm] in het menu [R Instellen 3] menu.
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Stofalarm] verschijnt.
3
Richt de zoeker beeldvullend op een
witte muur of gelijkmatig helder
verlicht onderwerp en druk
de ontspanknop volledig in.
Nadat het verwerken van de opname is
voltooid, wordt het beeld van Stofalarm
weergegeven.
Als [NG] wordt weergegeven, drukt u op de
knop 4 en maakt u nog een opname.
4
Druk op de knop 4.
De opname wordt opgeslagen en u keert terug
naar het menu [R Instellen 3].
Stof detecteren op de CCD (Stofalarm)
MENU
Stofalarm
Voorbeeld
Voor controle van stof
Voor controle van stof
op de sensor. Druk op de
op de sensor. Druk op de
ontspanknop
ontspanknop
SHUTTER
x1
x 1
x1
Einde
Einde
Einde
OK
e_kb464_84percent.book Page 244 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
245
Bijlage
12
De belichtingstijd kan bij gebruik van de functie Stofalarm extreem lang zijn. Als gedurende
die tijd het objectief op iets anders wordt gericht, kan stof niet goed worden gedetecteerd.
Of stof correct wordt gedetecteerd is afhankelijk van het onderwerp en de temperatuur.
De opname die met Stofalarm wordt gemaakt, wordt na 30 minuten gewist. Als er
30 minuten verstreken zijn, maakt u een nieuwe opname en voert u het schoonmaken
van de sensor opnieuw uit.
De opname die met Stofalarm wordt gemaakt, kan niet in de weergavestand worden
weergegeven.
De opname die met Stofalarm wordt gemaakt, kan niet worden opgeslagen als er geen
SD-geheugenkaart is geplaatst.
Ongeacht de camera-instellingen wordt de opname gemaakt met speciale opname-
omstandigheden.
Druk op de knop M of draai aan de e-knop bij weergave van de opname die met
Stofalarm wordt gemaakt, om de opname schermvullend weer te geven.
e_kb464_84percent.book Page 245 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
246
Bijlage
12
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter om schoon te maken met een
blaaskwastje.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor professionele reiniging,
aangezien de CCD een precisie-onderdeel is. Aan het schoonmaken zijn kosten
verbonden.
Voor het schoonmaken van de CCD kunt u de optionele sensorschoonmaakset
O-ICK1 gebruiken.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [R Instellen 3].
Stof verwijderen met een blaaskwastje
Gebruik nooit een spuitbus.
Maak de sensor niet schoon als de sluitertijd is ingesteld op h.
Bevestig altijd een bodydop op de camera wanneer er geen objectief zit om te voorkomen
dat zich vuil en stof verzamelt op de CCD.
Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht [Onvoldoende
batterij vermogen om Sensor te reinigen] op de monitor.
Het verdient aanbeveling de optionele netvoedingsadapter K-AC84 te gebruiken bij het
schoonmaken van de sensor. Als u de netvoedingsadapter K-AC84 niet gebruikt, zorg
dan voor batterijen met voldoende capaciteit. Als de batterijcapaciteit te laag wordt
tijdens het reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het
schoonmaken onmiddellijk.
Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van de objectiefvatting.
Als de camera wordt uitgeschakeld, kan hierdoor de sluiter, de CCD of de spiegel
beschadigd raken.
Het lampje van de zelfontspanner knippert tijdens het schoonmaken van de sensor.
Deze camera is uitgerust met een systeem voor shake reduction van de CCD, dat enig
vibratiegeluid kan veroorzaken bij het schoonmaken van de CCD. Dat is geen defect.
e_kb464_84percent.book Page 246 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
247
Bijlage
12
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
5
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om [Spiegel omhoog].
6
Druk op de knop 4.
De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand.
Als u in de afgelopen 30 minuten de functie Stofalarm hebt gebruikt om stof te
detecteren, wordt de opname die daarbij is gemaakt op de monitor weergegeven.
Reinig de sensor terwijl u de plaats waar het stof zich heeft vastgezet in het oog
houdt.
7
Reinig de CCD.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om
vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij
gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje
krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de
CCD nooit af met een doek.
8
Zet de camera uit.
9
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn
uitgangspositie is gezet.
Sensor reinigen
Annuleren
Spiegel omhoog
Vergrendelt omhooggeklapte
spiegel voor sensorreiniging.
Schakel camera uit en ga door.
OK
OK
OK
e_kb464_84percent.book Page 247 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
248
Bijlage
12
Optionele accessoires
Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor nadere informatie
over accessoires.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera worden geleverd.
Netvoedingsadapterset K-AC84
(Set met netvoedingsadapter D-AC76, gelijkstroomkoppelstuk D-DC84 en
netsnoer(*).)
Voor het aansluiten van de camera op netspanning met behulp van het netsnoer.
Automatische flitser AF540FGZ
Automatische flitser AF360FGZ
De AF540FGZ en de AF360FGZ zijn flitsers
met functionaliteit voor Automatisch P-DDL-
flitsen met een maximaal richtgetal van
respectievelijk 54 en 36 (ISO 100/m).
Bovendien hebben ze functionaliteit
voor slave-flitsen, flitsen met
contrastregelingssynchronisatie,
automatisch flitsen, flitsen met korte-
sluitertijdsynchronisatie, draadloos flitsen,
en flitsen met lange-sluitertijdsynchronisatie
en 2e sluitergordijn-synchronisatie.
Automatische flitser AF200FG
De AF200FG is een automatische flitser
voor P-DDL-flitsen met een maximaal
richtgetal van 20 (ISO 100/m). Hij heeft
functionaliteit voor flitsen met
contrastregelingssynchronisatie en flitsen
met lange-sluitertijdsynchronisatie als hij
wordt gecombineerd met een AF540FGZ
of een AF360FGZ.
Accessoires voor netvoeding
Flitsertoebehoren
AF540FGZ
AF360FGZ
AF200FG
e_kb464_84percent.book Page 248 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
249
Bijlage
12
Auto Macroflitser AF160FC
De AF160FC is een flitser die speciaal is
ontwikkeld voor macrofotografie, voor het
maken van opnamen van korte afstand,
zonder schaduw, van kleine voorwerpen.
Hij is compatibel met bestaande functies
voor Automatisch DDL-flitsen en kan worden
gebruikt met een groot aantal PENTAX-
camera’s dankzij de meegeleverde
adapterring.
Flitsschoenadapter FG
Verlengsnoer F5P
Flitsschoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren om de
externe flitser op afstand van de camera
te gebruiken.
Flitsschoenklem CL-10
Als u de AF540FGZ of de AF360FGZ
gebruikt als draadloze flitser, wordt deze
grote klem gebruikt om de flitser op een tafel
of een bureau te bevestigen.
AF160FC
Flitsschoenadapter FG
Flitsschoenadapter F
Flitsschoenklem CL-10
e_kb464_84percent.book Page 249 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
250
Bijlage
12
Zoekerloep FB
Zoekeraccessoire waarmee het centrale
gebied van de zoeker 2× wordt vergroot.
De zoekerloep scharniert, zodat u het gehele
beeld gemakkelijk kunt weergeven in
de zoeker door de zoekerloep omhoog
te klappen.
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder
een hoek kan worden bekeken. Klikt in met
stappen van 90°.De zoekervergroting kan
worden ingesteld op 1× of 2×.
Dioptriecorrectielens M
Dit accessoire past de dioptrie aan en wordt
op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld in de zoeker
duidelijk te zien, hebt u de keus uit acht
correctielensadapters M van –5 tot +3 m
-1
(per meter).
Oogschelp FQ (*)
U kunt opnamen maken binnen 5 m vanaf
de voorzijde van de camera.
Voor de zoeker
Afstandsbediening F
Zoekerloep FB
Hoekzoeker A
Dioptriecorrectielens M
e_kb464_84percent.book Page 250 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
251
Bijlage
12
Cameratas O-CC84
Camerariem O-ST84 (*)
Voor het schoonmaken van de optische
onderdelen van de camera, bijvoorbeeld
de CCD en het objectief.
Bodydop K
Flitsschoenbeschermer FK (*)
USB-kabel I-USB7 (*)
Videokabel I-VC28
Cameratas/-riem
Sensorschoonmaakset Kit O-ICK1
Overige
e_kb464_84percent.book Page 251 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
252
Bijlage
12
Foutberichten
Foutbericht Beschrijving
Geheugenkaart vol
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen
opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe
SD-geheugenkaart of verwijder niet-benodigde
opnamen. (p.42, p.73)
Bij de volgende bewerkingen kunnen gegevens
worden opgeslagen.
Het bestandsformaat wijzigen in JPEG. (p.150)
JPEG-opnamepixels of JPEG-kwaliteit wijzigen.
(p.151)
Geen beeld
Er zijn geen opnamen opgeslagen op de SD-
geheugenkaart.
Deze opname kan niet worden
weergegeven
U probeert een opname weer te geven met een
indeling die niet wordt ondersteund door deze camera.
Mogelijk kunt u de opname wel weergeven op een
camera van een ander merk of op uw computer.
Geen geheugenkaart
in de camera
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera geplaatst.
(p.42)
Geheugenkaartfout
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart,
waardoor het maken en weergeven van opnamen
onmogelijk is. De opnamen kunnen mogelijk worden
weergegeven op een computer, maar niet met deze
camera.
Geheugenkaart is niet
geformatteerd
De SD-geheugenkaart die u gebruikt, is niet
geformatteerd of geformatteerd op een ander apparaat
en is niet compatibel met deze camera. Formatteer de
kaart met deze camera alvorens deze te gebruiken in
de camera. (p.214)
Geheugenkaart beveiligd
Er is een vergrendelde SD-geheugenkaart in de camera
geplaatst. Ontgrendel de SD-geheugenkaart. (p.43)
De kaart is elektronisch
vergrendeld
De gegevens worden beschermd met de
beveiligingsfunctie van de SD-kaart.
Deze opname kan niet worden
uitvergroot
U probeert een opname uit te vergroten die niet kan
worden uitvergroot.
Deze opname is beveiligd
U probeert een beveiligde opname te wissen. Maak
eerst de beveiliging van de opname ongedaan. (p.184)
Batterij leeg
De batterijen zijn uitgeput. Plaats nieuwe batterijen in
de camera. (p.37)
Onvoldoende batterij vermogen
om Sensor te reinigen
Dit bericht verschijnt tijdens het schoonmaken van de
sensor wanneer de batterij onvoldoende stroom heeft.
Vervang de batterij of gebruik een netvoedingsadapter
K-AC84 (optioneel). (p.40)
e_kb464_84percent.book Page 252 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
253
Bijlage
12
Onvoldoende batterij vermogen
voor het activeren van
pixeluitlijning
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning wanneer de
batterij onvoldoende stroom heeft. Vervang de batterij
of gebruik een netvoedingsadapter K-AC84
(optioneel). (p.40)
Beeldmap kon niet gemaakt
worden
Het hoogste mapnummer (999) en bestandsnummer
(9999) zijn gebruikt, er kunnen geen opnamen meer
worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-
geheugenkaart of formatteer de kaart. (p.214)
De opname is niet opgeslagen
De opname kan niet worden opgeslagen vanwege
een fout met de SD-geheugenkaart.
Instellingen niet opgeslagen
Het DPOF-instellingenbestand of de rotatiegegevens
konden niet worden opgeslagen omdat de SD-
geheugenkaart vol is. Verwijder niet gewenste
opnamen en stel DPOF opnieuw in of roteer de
opname opnieuw. (p.73)
NG
Het is niet gelukt om de witbalans handmatig te meten
of stof te detecteren op de sensor. Probeer het
opnieuw. (p.161, p.244)
Er kunnen geen nieuwe beelden
worden geselecteerd
U kunt niet 100 of meer opnamen selecteren voor
gelijktijdig wissen. (p.180)
Dit RAW-bestand kan niet worden
ontwikkeld
RAW-bestanden die zijn gemaakt met een andere
camera kunnen op deze camera niet worden bewerkt.
Deze opname kan niet worden
gefilterd
Deze melding verschijnt wanneer een digitaal filter
wordt geactiveerd voor opnamen die zijn gemaakt met
een ander soort camera.
De camera heeft geen opname
gemaakt
Het is niet gelukt een indexafdruk te maken. (p.172)
Geen DPOF-bestanden
Geen bestand ingesteld met DPOF. Stel DPOF in en
druk dan af. (p.200)
Printerfout
De printer meldt een fout en het bestand kan niet
worden afgedrukt. Herstel alle fouten en probeer
opnieuw af te drukken.
Geen papier in de Printer
Het papier in de printer is op. Plaats papier in de printer
en druk dan af.
Printerinstellingen gewijzigd
De camera heeft een bericht ontvangen dat de
printerstatus is gewijzigd. Druk op de knop 4
om opnieuw verbinding te maken met de printer.
Het papier in de printer is bijna op
Het papier in de printer is bijna op; het foutbericht
verschijnt als dit signaal wordt ontvangen van de
printer. Na twee seconden hervat de printer het
afdrukken.
Foutbericht Beschrijving
e_kb464_84percent.book Page 253 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
254
Bijlage
12
Inktniveau van de printer is laag
De inkt in de printer is bijna op; het foutbericht
verschijnt als dit signaal wordt ontvangen van
de printer. Na twee seconden hervat de printer
het afdrukken.
Geen inkt in de printer De inkt in de printer is op. Vervang inkt en druk af.
Papier in printer vastgelopen
Er is papier in de printer vastgelopen.
Verwijder het vastgelopen papier en druk af.
Gegevensfout
Er is een gegevensfout opgetreden tijdens
het afdrukken.
Schakel camera uit
Dit bericht verschijnt bij het afsluiten van
de PictBridge-modus. Zet de camera uit.
Foutbericht Beschrijving
e_kb464_84percent.book Page 254 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
255
Bijlage
12
Problemen oplossen
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende
tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum.
Probleem Oorzaak Oplossing
De camera
schakelt niet in
Batterijen niet
geplaatst
Controleer of de batterijen geplaatst zijn. Is dat
niet het geval, plaats dan opgeladen batterijen.
Batterijen zijn niet juist
geplaatst
Controleer of batterijen correct zijn geplaatst.
Plaats batterijen opnieuw volgens de
poolaanduidingen +- in het
batterijcompartiment. (p.37)
De batterijen zijn
bijna leeg
Vervang ze door opgeladen batterijen of gebruik
de netvoedingsadapter K-AC84 (optioneel).
(p.40)
De sluiter kan
niet worden
ontspannen
De diafragmaring van
het objectief staat op
een andere stand
dan s
Zet de diafragmaring op positie s (p.91) of
selecteer [Toegestaan] bij [19. Diafragmaring
gebruiken] in het menu [A Pers.instelling 3].
(p.241)
De flitser wordt
opgeladen
Wacht tot het opladen gereed is.
Er is geen vrije ruimte
op de SD-
geheugenkaart
Plaats een SD-geheugenkaart met voldoende
vrije ruimte of verwijder overbodige opnamen.
(p.42, p.73)
Opnemen Wacht tot opslaan gereed is.
De autofocus
werkt niet
Er kan moeilijk worden
scherpgesteld op het
onderwerp
De autofocus kan niet goed scherpstellen op
onderwerpen met een laag contrast (lucht, witte
muren), donkere kleuren, ingewikkelde patronen,
onderwerpen die snel bewegen of landschappen
die door een raam of netpatroon worden
gefotografeerd. Stel scherp op een ander
onderwerp op dezelfde afstand, richt vervolgens
op het onderwerp en druk de ontspanknop
helemaal in. Gebruik anders de handmatige
scherpstelling. (p.116)
Het onderwerp bevindt
zich niet in
scherpstelveld
Plaats het onderwerp in het scherpstelkader in
het midden van de zoeker. Valt het onderwerp
buiten het scherpstelkader, richt de camera dan
op het onderwerp, stel scherp en vergrendel de
scherpstelling (houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt), kader het beeld opnieuw
uit en druk de ontspanknop helemaal in. (p.114)
Het onderwerp
is te dichtbij
Neem meer afstand tot het onderwerp en maak
een opname.
Scherpstelfunctie is
ingesteld op \
Zet de scherpstelfunctieknop op =. (p.109)
e_kb464_84percent.book Page 255 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
256
Bijlage
12
Er is niet
scherpgesteld
op het
onderwerp
Autofocus staat
op k
Autofocus is niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als de Autofocus is
ingesteld op k (ook wanneer de instelling
automatisch is gekozen in f). De camera
blijft scherpstellen op het onderwerp wanneer de
ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. Als
er een onderwerp is waarop u wilt scherpstellen,
stelt u Autofocus op l (Eén opname) en
gebruikt u de scherpstelvergrendeling. (p.111)
De opnamefunctie is
ingesteld op \ in de
opnamefunctie of de
stand n, R, Y of l
in de stand H.
Stel de opnamefunctie in op een andere stand
dan \ (Bewegend onderw.) in de opnamefunctie
of de stand n (Podiumbelichting), R (Kinderen),
Y (Huisdier) of l (Nachtsnapshot) in de stand
H (Scène). (p.80)
Het
belichtingsge
heugen werkt
niet
De belichtingsfunctie is
ingesteld op a of de
sluitertijd is ingesteld
op h
Stel de belichtingsfunctie in op een andere stand
dan a (Handmatig), of stel de sluitertijd op elke
andere stand in dan h. (p.98, 100)
De flitser gaat
niet af
Wanneer de flitser is
ingesteld op g of
C
,
gaat de flitser niet af als
het onderwerp licht is
Zet de flitser op b (Flitser aan)
of D (Flits aan + rode ogen). (p.65)
De functiekiezer is
ingesteld op a
Zet de functiekiezer op een andere stand dan
a (Filtser UIT). (p.80)
H is ingesteld op A,
K, n, m of E
Stel H (Scène) in op iets anders dan
A (Nachtopname), K (Zonsondergang),
n (Podiumbelichting), m (Kaarslicht) of
E (Museum). (p.82)
Het
powerzoom-
systeem werkt
niet
De camera heeft geen
powerzoom-functie.
Zoom handmatig. (p.64)
De USB-
aansluiting
met een
computer
werkt niet
naar behoren
De USB-aansluiting
is ingesteld op
[PictBridge]
Stel [USB-aansluiting] in het menu [R Instellen 2]
in op [PC]. (p.204)
Raadpleeg p. 11 van de “Handleiding PENTAX
PHOTO Browser 3/PENTAX PHOTO Laboratory
3” voor informatie over aansluiting van de camera
op een computer.
De USB-
aansluiting
met een
printer werkt
niet naar
behoren
De USB-aansluiting is
ingesteld op [PC]
Stel [USB-aansluiting] in het menu [R Instellen 2]
in op [PictBridge]. (p.204)
Probleem Oorzaak Oplossing
e_kb464_84percent.book Page 256 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
257
Bijlage
12
Shake
Reduction
werkt niet
De functie Shake
Reduction is
uitgeschakeld
Schakel de functie Shake Reduction in. (p.122)
De functie Shake
Reduction function is
niet correct ingesteld
Stel de [Brandpuntafstand] in in het menu [Inv
brandp afstand] bij het gebruik van een objectief
dat niet automatisch objectiefinformatie kan
doorgeven. (p.124)
De sluitertijd is bij het
uitzoomen of het maken
van nachtopnamen te
traag, zodat de functie
Shake Reduction niet
effectief is
Schakel de functie Shake Reduction uit
en gebruik een statief.
Het onderwerp is te
dichtbij
Beweeg weg van het onderwerp of schakel de
functie Shake Reduction uit en gebruik een
statief.
In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren door statische elektriciteit.
Dit kan worden opgelost door de batterijen uit te nemen en opnieuw te plaatsen. Wanneer
de spiegel in de opgeklapte stand blijft staan, neemt u de batterijen uit en plaatst u ze
opnieuw. Zet vervolgens de camera aan en schakel deze weer uit terwijl u de ontspanknop
ingedrukt houdt. De spiegel gaat dan terug naar zijn uitgangspositie. Als de camera
hierna weer naar behoren werkt, is reparatie niet nodig.
Probleem Oorzaak Oplossing
e_kb464_84percent.book Page 257 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
258
Bijlage
12
Belangrijkste technische gegevens
Aantal opnamen
JPEG-kwaliteit (Compressie): C (Best) = 1/4.5, D (Beter) = 1/8, E (Goed) = 1/16
Type
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische
belichting en ingebouwde, uitklapbare P-DDL-flitser
Effectief aantal pixels Ca. 10,2 megapixels
Sensor
Totaal aantal pixels 10,75 megapixels, primair kleurenfilter, interline /
interlace scan CCD
Opnamepixels
J (RAW: 3872×2592 pixels), J (JPEG: 3872×2592 pixels),
P (3008×2000 pixels), i (1824×1216 pixels)
Gevoeligheid
(standaardgevoeligheid)
Auto, Handmatig (ISO 100 tot 3200 (instelbaar in stappen van 1 LW,
1/2 LW of 1/3 LW))
Bestandsindeling
RAW (PEF/DNG), JPEG (Exif 2.21), conform DCF 2.0, compatibel met
DPOF en Print Image Matching III, geschikt voor gelijktijdig opslaan
van opnamen in RAW+JPEG-indeling
JPEG kwal niveau C (Best), D (Beter) en E (Goed)
Opslagmedium SD-geheugenkaart, SDHC-geheugenkaart
Opnamepixels
Bestandsindeling/
JPEG-kwaliteit
Voor opnamen
4 GB 2 GB 1 GB 512 MB 256 MB 128 MB
J
3872×2592
| (PEF) Ca. 236 Ca. 120 Ca. 59 Ca. 29 Ca. 14 Ca. 7
| (DNG) Ca. 235 Ca. 119 Ca. 58 Ca. 29 Ca. 14 Ca. 7
J
3872×2592
C
Ca. 921 Ca. 469 Ca. 231 Ca. 115 Ca. 58 Ca. 29
D
Ca. 1371 Ca. 698 Ca. 343 Ca. 171 Ca. 86 Ca. 44
E
Ca. 2320 Ca. 1181 Ca. 586 Ca. 293 Ca. 147 Ca. 75
P
3008×2000
C
Ca. 1547 Ca. 787 Ca. 387 Ca. 193 Ca. 97 Ca. 50
D
Ca. 2277 Ca. 1159 Ca. 570 Ca. 284 Ca. 143 Ca. 73
E
Ca. 3893 Ca. 1982 Ca. 974 Ca. 487 Ca. 245 Ca. 125
i
1824×1216
C
Ca. 3549 Ca. 1807 Ca. 902 Ca. 450 Ca. 227 Ca. 116
D
Ca. 6034 Ca. 3073 Ca. 1549 Ca. 774 Ca. 390 Ca. 200
E
Ca. 10057 Ca. 5121 Ca. 2627 Ca. 1313 Ca. 662 Ca. 339
Witbalans
Auto, Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht (D: Daglicht, N: Neutraal
wit, W: Wit), Lamplicht, Flitser, Handmatig, fijnafstemming
Monitor
2,7 inch TFT kleuren-LCD met circa 230.000 pixels, helderheidsregeling
en kleurregeling
Weergavefuncties
Eén opname, vier opnamen tegelijk, negen opnamen tegelijk, zestien
opnamen tegelijk, zoomweergave (max. 16 keer, schuiven mogelijk),
opnamen vergelijken, roteren, kalenderweergave, mapweergave,
diavoorstelling, histogram, licht/donker geb, formaat wijzigen, bijsnijden,
index (miniaturen/vierkant/willekeurig 1/willekeurig 2/willekeurig 3)
e_kb464_84percent.book Page 258 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
259
Bijlage
12
Belichtingsfunctie
e Programma, K Gevoeligheidsvoorkeuze, b Sluitertijdvoorkeuze,
c Diafragmavoorkeuze, a Handmatig
Picture-functie : I Automatische opname, = Portret, s Landschap,
q Macro, \ Bewegend onderwerp, . Nachtportret,
a Flits Uit
Scène : A Nachtopname, Q Strand & sneeuw, K Eten &
drinken, K Zonsondergang, n Podiumbelichting,
R Kinderen, Y Huisdier, m kaarslicht, E Museum,
l Nachtsnapshot
Sluiter
Elektronische, verticaal aflopende spleetsluiter. Sluitertijden:(1)
automatisch: 1/4000-30 s (traploos); (2) handbediening: 1/4000-30 s
(stappen van 1/2 LW of 1/3 LW); (3) tijdopname, elektromagnetische
ontspanknop, sluitervergrendeling wanneer hoofdschakelaar uit staat
Objectiefvatting
PENTAX KAF2-bajonetvatting (AF-koppeling, objectiefinformatiecontacten,
K-vatting met voedingscoontacten)
Gebruikt objectief
PENTAX objectieven met KAF3-vatting, KAF2-vatting (niet compatibel
met powerzoom), KAF-vatting en KA-vatting.
Autofocussysteem
Fasevergelijkend DDL-autofocussysteem, SAFOX (5-punts AF),
Groothoek-/Spotoverschakeling, Effectief instelbereik: LW –1 tot +18
(bij ISO100 en f/1.4-objectief), Scherpstelvergrendeling beschikbaar.
Scherpstelfuncties: f (Auto)/l (Eén opname)/k (Continu)/\
Zoeker
Pentaspiegelzoeker, Natural-Bright-Matte II matglas, beeldveld:
ca. 96%; vergroting ca. 0,85× (met 50 mm f/1.4-objectief op ),
zoekerdioptrie: ca. –2,5m tot +1,5m
-1
(per meter)
Indicaties in de zoeker
Focusinformatie: ] wordt weergegeven indien scherpgesteld en knippert
als scherpstelling niet mogelijk is, b brandt = Ingebouwde flitser gereed,
b knippert = gebruik van flitser nodig, sluitertijd, gevoeligheid bevestigen,
diafragmawaarde, indicatie e-knop ingeschakeld,
@ = belichtingsgeheugen, resterende capaciteit,
m = belichtingscorrectie, \ = handmatig scherpstellen,
Pictogram voor opnamefunctie, Shake Reduction-weergave
Voorbeeldfunctie
Digitaal voorbeeld : controle van compositie, belichting, scherpstelling
en bevestiging witbalans
Continuopname
(Snel/Langzaam)
Ca. 3,5 fps (JPEG (J, C, Hoog): max. 5 opnamen, RAW: max. 4
opnamen)
Ca. 1,1 fps (JPEG (J, C, Laag): tot SD-geheugenkaart vol is,
RAW: max. 7 opnamen)
Zelfontspanner
Elektronisch gestuurd met een vertraging van 12 s/2 s (met de functie
Spiegel omhoog). Begint nadat op de ontspanknop is gedrukt.
Bevestiging werking: mogelijkheid om geluidssignaal in te stellen.
Annuleerbaar na activering.
Afstandbediening
PENTAX afstandsbediening F (optioneel) De sluiter wordt onmiddellijk
of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening
is ingedrukt ontspannen.
Spiegel
Vlug-terug-spiegel, functie Spiegel omhoog (beschikbaar bij zelfontspanner
met vertragingstijd van 2 s)
Digitaal filter
Speels, Sterk contrast, Soft, Sterren, Retro, Kleurextractie, Voorbeeld,
HDR, Zwart-wit, Sepia, Kleur, Vlak, Helderheid, Aangepast
e_kb464_84percent.book Page 259 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
260
Bijlage
12
Aangepaste opname
Beeldtint (6 typen), Kleurverzadiging/Filtereffect, Tint/Kleur aanpassen,
Contrast, Scherpte/Fijne scherpte
Belichtingsbracket
Bij belichtingsbracketing worden steeds drie opnamen gemaakt
(onderbelicht, juist belicht, overbelicht) (trappen voor de belichting
instelbaar op 1/2 LW of 1/3 LW)
Lichtmeter/
lichtmeetbereik
DDL meervlaks lichtmeting (16 segmenten). lichtmeetbereik: LW 0 tot 21
bij ISO 100 met 50 mm f/1.4-objectief. Lichtmeting met nadruk op midden
en spotmeting beschikbaar.
Belichtingscorrectie
±3 LW (1/2 LW-stappen), ±2 LW (1/3 LW-stappen), LW-stappen
selecteerbaar
Belichtingsgeheugen
Kan worden toegewezen aan de knop = met de aangepaste
knopfuncties (timertype: Twee keer de bij Pers.instelling ingestelde
Bedrijftijd lichtmeter) continu zolang ontspanknop tot halverwege
ingedrukt wordt gehouden.
Ingebouwde flitser
Ingebouwde P-DDL-flitser met seriebesturing, GN Ca. 11 (ISO 100),
flitsbereik: beeldhoek van 28 mm-objectief (komt overeen met
kleinbeeldformaat). Flitssynchronisatie mogelijk bij een sluitertijd van
1/180 s of langer, flitsen met daglichtsynchronisatie, flitsen met lange-
sluitertijdsynchronisatie, ISO-bereik = P-DDL: 100-3200, functie voor
automatisch uitklappen
Synchronisatie met
externe flitser
Flitsschoen met M-contact voor koppeling met PENTAX systeemflitsers.
ISO-bereik = P-DDL: 100-1600. Automatisch flitsen, flitsen met anti rode
ogen, met PENTAX systeemflitsers is flitsen met korte-
sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen mogelijk.
Persoonlijke instellingen Er kunnen 21 functies worden ingesteld
Tijdfunctie Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
Functie Shake Reduction
CCD-beeldsensorbeweging, effectief correctiebereik = max. 4 LW
(afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnameomstandigheden)
Sensor stofvrij
SP-coating en CCD-activering om stof te verwijderen. Automatische
activering bij het inschakelen van de camera kan worden ingesteld.
Voeding
Vier AA-lithiumbatterijen, vier oplaadbare AA Ni-MH-batterijen
of vier AA-alkalinebatterijen
Uitgeputte batterijen
Indicatie voor uitgeputte batterijen ? brandt. (De sluiter wordt
vergrendeld als ? begint te knipperen.)
In-/uitgangen USB/video-aansluiting (USB 2.0 (compatibel voor hoge snelheid))
Videosignaal NTSC, PAL
PictBridge
Compatibele printer:PictBridge-compatibele printer
Afdrukfuncties:Eén opname, Alle opnamen, DPOF AUTOPRINT
Afmetingen en gewicht
Ca. 122,5 mm (B) × 91,5 mm (H) × 67,5 mm (D) (exclusief uitstekende
delen), ca. 525 g (alleen body), ca. 590 g (met vier AA-lithiumbatterijen
en SD-geheugenkaart), ca. 625 g (met vier AA-alkalinebatterijen en
SD-geheugenkaart)
e_kb464_84percent.book Page 260 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
261
Bijlage
12
Accessoires
Flitsschoenbeschermer F
K, oogschelp FQ, bodydop, USB-kabel I-USB7,
software (cd-rom) S-SW84 (PENTAX PHOTO Browser 3/PENTAX
PHOTO Laboratory 3), draagriem O-ST84, AA lithiumbatterijen (vier),
handleiding (dit boekje), Gids Snel aan de slag, PENTAX PHOTO
Browser 3/PENTAX PHOTO Laboratory 3 Handleiding
Talen
Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens,
Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch,
Koreaans, Chinees (traditioneel en vereenvoudigd) en Japans
e_kb464_84percent.book Page 261 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
262
Bijlage
12
Verklarende woordenlijst
AdobeRGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder
bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die
alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een
computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele
software, lijken de kleuren lichter.
Auto Bracket
Voor het automatisch wijzigen van de belichting. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt,
worden er drie opnamen gemaakt. De eerste zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht
en de derde overbelicht.
Autom. lichtmeting
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting te bepalen. Kies op deze
camera uit [Meervlaksmeting], [Lichtmeting met nadruk op het midden] en [Spotmeting].
Belichtingscorrectie
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en/of
diafragmawaarde te wijzigen.
Camerabeweging (waas/onscherpte)
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele opname er vervloeid
uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom het bewegen van de camera door de gevoeligheid te verhogen, de flitser te
gebruiken of te werken met een kortere sluitertijd. U kunt de camera ook op een statief
monteren. Omdat de kans dat de camera wordt bewogen, het grootst is wanneer op de
ontspanknop wordt gedrukt, kunt u het bewegen ook voorkomen met de functie Shake
Reduction, de zelfontspanner en de afstandsbediening.
CCD (Charge Coupled Device)
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt omzet in elektrische
signalen waarmee het beeld wordt opgebouwd.
DCF (Design Rule for Camera File System)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
e_kb464_84percent.book Page 262 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
263
Bijlage
12
Diafragma
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede) die het objectief passeert
op weg naar de CCD.
DNG RAW-bestand
DNG (Digital Negative) RAW is een voor algemene doeleinden bestemde RAW-
bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems. Na conversie van opnamen die zijn
gemaakt met eigen RAW-bestandsindelingen naar de DNG-bestandsindeling, neemt
de ondersteuning en compatibiliteit enorm toe.
Donker gedeelte
Het onderbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt zwart.
DPOF (digital print order format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen opnamen, met
betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden afgedrukt en het aantal af te drukken
exemplaren. U kunt heel eenvoudig afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak
te brengen die DPOF-afdrukken maakt.
Dynamisch bereik (D-Range)
Wordt aangeduid met een waarde die uitdrukking geeft aan het lichtniveau dat op een
opname kan worden gereproduceerd.
Dit heeft dezelfde betekenis als de Engelse term “latitude” waarmee bij analoge fotografie
het bereik wordt bedoeld waarin zinvol gebruik kan worden gemaakt van over- en
onderbelichting.
Over het algemeen zullen heldere en donkere gebieden moeilijk een plekje vinden op
opnamen met een groot dynamisch bereik, en kan bij een klein dynamisch bereik een
scherp beeld worden geproduceerd.
Exif (exchangeable image file format voor digitale fotocamera‘s)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA
(Japan Electronics and Information Technology Industries Association).
Helderheid
Het overbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt wit.
e_kb464_84percent.book Page 263 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
264
Bijlage
12
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot het lichtste punt
in een opname. De horizontale as vertegenwoordigt de helderheid en de verticale as het
aantal pixels. Een histogram is handig wanneer u de belichtingsstatus van een opname
wilt controleren.
ISO-gevoeligheid
Het gevoeligheidsniveau voor licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op
donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen
worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
JPEG
Een compressiemethode voor afbeeldingen. Selecteer bij deze camera uit C (Best),
D (Beter) en E (Goed) Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG, zijn geschikt voor
weergave op een computer of om als bijlage bij een e-mailbericht te worden verstuurd.
Kleurruimte
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt [sRGB] gedefinieerd
als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook gebruik van [AdobeRGB], omdat deze
een rijkere kleuruitdrukking heeft dan sRGB.
Kleurtemperatuur
Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het onderwerp verlicht.
Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K). De kleur van het licht krijgt een
blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige
kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
Kwaliteitsniveau
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname. Hoe minder compressie,
des te gedetailleerder de opname wordt. De opname wordt grover naarmate de compressie
toeneemt.
LW (belichtingswaarde)
De belichtingswaarde wordt bepaald door de combinatie van diafragmawaarde en sluitertijd.
ND-filter (Neutral Density)
Filter met veel verzadigingsniveaus, dat de helderheid aanpast zonder dat dit invloed heeft
op de kleurtint van de opname.
e_kb464_84percent.book Page 264 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
265
Bijlage
12
NTSC, PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt in Japan, Noord-
Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk gebruikt in Europa en China.
Opnamepixels
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit
de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt.
RAW-gegevens
Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de
camera verwerkt. Na het fotograferen kunnen voor iedere opname individuele instellingen
worden gekozen voor witbalans, contrast, verzadiging en scherpte. RAW-gegevens zijn 12-
bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8-bits JPEG-gegevens. Daardoor zijn rijke
kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens over naar uw computer en gebruik de
meegeleverde software om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling,
bijvoorbeeld JPEG.
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid of onregelmatigheid
in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd of een hoge gevoeligheid.
Scherpstelpunt
Een punt in de zoeker dat bepaalt waarop wordt scherpgesteld. Bij deze camera kunt u
kiezen uit [Groothoek] en [Spotmeting].
Scherptediepte
Scherpstelgebied. Dit hangt af van het diafragma, de brandpuntsafstand van het objectief
en de afstand tot het onderwerp. U kunt een kleiner diafragma (een hogere waarde) kiezen
voor meer scherptediepte, of een groter diafragma (een lagere waarde) voor minder
scherptediepte.
Sluitertijd
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CCD. De hoeveelheid licht die op de
CCD valt kan worden gewijzigd door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC (International
Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte voor computerbeeldschermen
en wordt ook gebruikt als standaard kleurruimte voor Exif.
Vignettering
De randen van opnamen worden zwart omdat het door het onderwerp gereflecteerde licht
gedeeltelijk wordt geblokkeerd door de zonnekap of een filter of wanneer de flitsbundel
gedeeltelijk wordt geblokkeerd door het objectief.
Witbalans
Tijdens opnamen wordt de kleurtemperatuur aangepast, zodat die overeenkomt met de
lichtbron, om het onderwerp de juiste kleur te geven.
e_kb464_84percent.book Page 265 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
266
e_kb464_84percent.book Page 266 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
267
12
Bijlage
Index
Symbolen
[A Pers.instelling] Menu ......78, 239
Q (Weergeven) knop ..... 19, 21, 72
[Q Weergeven] Menu ......166, 237
[A Opname] Menu .............. 77, 236
i (Wissen) knop ...................21, 73
[R Instellen] Menu ............. 212, 238
g (Help) knop ......... 19, 21, 34, 154
K (Flitser uitklappen)
knop ............................... 19, 65
mc (Belichtingscorrectie)
knop ............................. 19, 104
I Automatische opname ........ 81
= Portret ...................................... 81
s Landschap ............................... 81
q Macro ....................................... 81
\ Bewegend onderwerp ............. 81
. Portretopname bij nacht ..........81
a Flitser UIT ................................ 81
A Nachtopname ......................... 82
Q Strand & sneeuw ....................82
K Eten & drinken ......................... 82
K Zonsondergang .....................82
n Podiumbelichting .................... 82
R Kinderen ................................... 82
Y Huisdier ................................... 82
U Kaarslicht ................................82
E Museum ..................................82
l Nachtsnapshot ........................ 82
Codering
2e sluitergordijn-
synchronisatie .................... 146
A
Aan/uit-lampje ...................... 17, 227
Aangepast (Digitaal filter) ........... 193
Aangepaste opname .................. 157
Accessories ................................ 248
AdobeRGB ................................. 164
Automatische belichting ............. 101
= (Autofocus) .......................... 109
AF160FC .................................... 140
AF200FG ................................... 140
AF360FGZ ................................. 140
AF540FGZ ................................. 140
Afdrukservice ............................. 200
=-knop .............................. 19, 110
AF-modus .................................. 111
AF-punt ...................................... 113
Afstandbediening ....................... 128
Alkalinebatterijen ......................... 37
Alle opnamen afdrukken ............ 208
Alle opnamen wissen ................. 183
Anti rode ogen ............................. 69
Audiovisuele apparatuur ............ 186
Auto Bracket .............................. 106
Autofocus = ............................ 109
Automatisch flitsen ....................... 67
Automatisch uitschakelen .......... 225
Automatische Gevoeligheids-
correctie ............................... 88
Automatische opname I ....... 81
c (Diafragmavoorkeuze) ............ 96
B
Batterij selecteren ...................... 226
Batterijen .............................. 37, 226
Bedieningspaneel .................. 23, 31
Beeldtint ..................................... 157
Belichting vergrendelen ............. 115
Belichtingscorrectie .................... 104
mc (Belichtingscorrectie)
knop ............................. 19, 104
Belichtingsfunctie ......................... 89
Belichtingsgeheugen ......... 105, 115
Belichtingsstappen ..................... 105
Belichtingswaarschuwing . 95, 97, 99
Bestandsindeling ....................... 152
Bestandsnummer ....................... 224
Beveiligen .................................. 184
Bewegend onderwerp \ ............. 81
Bewolkt (Witbalans) ................... 159
Bijsnijden ................................... 190
Brandpuntsafstand ..................... 124
e_kb464_84percent.book Page 267 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
268
12
Bijlage
C
Camerabeweging ....................... 121
Catch-in focus ............................ 118
CCD schoonmaken .................... 243
Continu autofocus ...................... 115
Continuopnamen ........................ 130
Continustand k ............ 109, 111
Contrast ..................................... 157
D
Daglicht (Witbalans) ................... 159
Datum aanpassen ........................ 54
Datum wijzigen ........................... 216
Datumafdruk ...................... 201, 206
Diafragma .................................... 85
Diafragmaring gebruiken ............ 241
Diafragmavoorkeuze c .............. 96
Diavoorstelling ........................... 177
Digitaal filter ....................... 132, 192
Digitaal voorbeeld ...................... 119
Dioptrie aanpassen ...................... 48
DPOF AUTOPRINT ................... 209
DPOF-instellingen ...................... 200
Draadloos (Flitsen) ..................... 142
Dynamisch bereik uitbreiden ........ 88
E
Eén opname afdrukken .............. 206
Eén opname l ............. 109, 111
Eén opname wissen ..................... 73
e-knop .................................... 19, 21
e-knop in Programma ..................92
Eten & drinken K ......................... 82
Exposure ...................................... 85
Externe flitser ............................. 140
F
Filter ................................... 132, 192
Filtereffect .................................. 157
Flits Aan ....................................... 68
Flitsbelichting correctie ................ 70
Flitsen met contrastregelings
synchronisatie .................... 148
Flitsen met korte-sluitertijd
synchronisatie .................... 142
Flitser ................................... 65, 135
Flitser (Witbalans) ...................... 159
Flitser UIT a ................................ 81
K (Flitser uitklappen) knop ..... 65
Formaat wijzigen ........................ 188
Formatteren ............................... 214
Foutbericht ................................. 252
Functiekiezer ................... 19, 80, 81
Functiepalet ................................. 83
G
Geheugen .................................. 229
Geluidssignaal ........................... 215
Gevoeligheid ................................ 87
Gevoeligheidsvoorkeuze K ....... 92
H
Half indrukken .............................. 62
Handmatig scherpstellen \ .... 116
Handmatige belichting a ............. 98
Handmatige witbalans ............... 161
HDR (Digitaal filter) .................... 192
Helderheid ................................. 221
Helderheid (Digitaal filter) .......... 192
Helderheid van de monitor ......... 221
Helemaal indrukken ..................... 62
Help-functie .................................. 34
Histogram .................................... 26
Hoofdschakelaar .............. 19, 21, 49
Huisdier Y ................................... 82
Hulpdisplay .......................... 22, 220
I
Index .......................................... 172
M knop ................ 19, 21, 23, 72
Ingebouwde flitser ........................ 65
Invoer brandpuntsafstand .......... 124
ISO-gevoeligheid ......................... 87
J
JPEG-kwaliteit ..................... 44, 151
JPEG-opnamepixels ............ 44, 150
Juiste belichting ........................... 85
e_kb464_84percent.book Page 268 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
269
12
Bijlage
K
Kaarslicht U ................................ 82
Kalenderweergave ..................... 171
Kinderen R ................................... 82
Kiezen&wissen ........................... 180
Kleur (Digitaal filter) ................... 192
Kleur aanpassen ........................ 157
Kleur van de monitor .................. 222
Kleurextractie
(Digitaal filter) ............. 132, 192
Kleurruimte ................................. 164
Kleurtemperatuur ....................... 160
Kleurverzadiging ........................ 157
K (Flitser uitklappen) knop .....19
Knop scherpstelfunctie .................19
Kunst (Digitaal filter) ................... 192
Kwaliteitsniveau ................... 44, 151
L
Lamplicht (Witbalans) ................ 159
Landschap s ............................... 81
Lange-sluitertijdsynchronisatie ......136
LCD-kleur instellen ..................... 222
LED voor lezen van/schrijven
naar kaart ............................. 17
Lens ............................................. 46
Lichtmeetmethode ..................... 101
Lithiumbatterijen ........................... 37
M
a (Handmatige belichting) ........... 98
Macro q ....................................... 81
Map wissen ................................ 182
Mapnaam ................................... 224
Mapweergave ............................ 171
Matglas ...................................... 117
Meerdere flitsers ........................ 147
Meervlaks ................................... 102
Meettijd ...................................... 103
3 knop ................................. 30
[A Opname] Menu .............. 77, 236
[A Pers. instelling]
Menu ............................ 78, 239
[R Instellen] Menu ............. 238, 212
[Q Weergeven] Menu ......166, 237
Menubediening ...................... 30, 32
3-knop .................... 19, 21, 32
\ (Handmatig
scherpstellen) .................... 116
Momentcontrole ................... 61, 222
Monitor ......................................... 22
Museum E ................................. 82
N
Nachtopname (Tijdopname) ...... 100
Nachtsnapshot l ........................ 82
Nadruk op het midden ............... 103
Namen van steden ..................... 218
Neonlicht (Witbalans) ................. 159
Netvoedingsadapter ..................... 40
Nachtopname A ......................... 82
Ni-MH ........................................... 37
Ni-MH oplaadbare batterijen ........ 37
NTSC ......................................... 225
O
Objectief ..................................... 240
Objectiefontgrendelknop .............. 47
4 knop ................................ 19, 21
Ontgrendelknop objectief ............. 19
Ontspan knop .................. 19, 21, 62
Oogschelp .................................... 48
Opnamefunctie ............................ 81
Opnamegegevens ................. 23, 24
Opnamen met
daglichtsynchronisatie ......... 70
Opnamen vergelijken ................. 176
Opnamepixels ...................... 44, 150
Opnamestand .............................. 80
Optionele accessoires ............... 248
P
e (Programma) ........................... 90
PAL ............................................ 225
P-DDL (flitser) ............................ 145
P-DDL Auto (Flitsen) .................. 141
Persoonlijke instellingen .............. 78
PictBridge .................................. 203
Pixels ......................................... 150
Pixeluitlijning .............................. 228
e_kb464_84percent.book Page 269 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
270
12
Bijlage
Podiumbelichting n .................... 82
Portret = ...................................... 81
Portretopname bij nacht . .......... 81
Power ........................................... 49
Printeraansluiting ....................... 205
Programma e .............................. 90
R
RAW ........................................... 152
RAW Development .................... 195
RAW-bestandsindeling .............. 153
Rechtstreeks afdrukken ............. 203
Reset .......................................... 231
Resterende opslagcapaciteit
opnamen .............................. 39
Retro (Digitaal filter) ........... 132, 192
Richtingsknoppen .......... 30, 76, 236
Rode-ogenreductie .................... 145
Rotate ........................................ 175
Ruisonderdrukking ....................... 89
Ruisonderdrukking bij hoge
ISO-waarde .......................... 89
Ruisonderdrukking bij lange
sluitertijd ............................... 89
S
Schaduw (Witbalans) ................. 159
Schaduwcorrectie ......................239
Scherpstelfunctieknop ................ 109
Scherpstelindicatie ..................... 116
Scherpstellen ............................. 109
Scherpstelling vastzetten ........... 114
Scherpstelstand ......................... 109
Scherpstelvergrendeling ............ 114
Scherpte ..................................... 157
Scherptediepte ............................. 86
H (Scène) ................................. 82
SD-geheugenkaart ....................... 42
Sensor reinigen .......................... 246
Sensor stofvrij ............................ 243
Sepia (Digitaal filter) ................... 192
Shake Reduction ........................ 121
Sluitertijd ...................................... 85
Sluitertijdvoorkeuze b ................ 94
Soft (Digitaal filter) ............. 132, 192
Speels (Digitaal filter) ......... 132, 192
Spiegel omhoog ................. 127, 247
Spotmeting ................................. 103
sRGB ......................................... 164
Standaardinstellingen .......... 50, 236
Statusscherm ............................... 23
Statusweergave ......................... 221
Sterk contrast
(Digitaal filter) ............. 132, 192
Sterren (Digitaal filter) ........ 132, 192
Stofalarm ................................... 244
Strap ............................................ 36
Strand & sneeuw Q .................... 82
K (Gevoeligheids-
voorkeuze) .......................... 92
T
Taalinstelling ................................ 50
Tekstformaat .............................. 220
Tijdopname ................................ 100
Timer belichtingsmeter .............. 108
Tint ............................................. 157
Transportfunctie ........................... 76
TV .............................................. 186
b (Sluitertijdvoorkeuze) .............. 94
U
USB-aansluiting ......................... 204
USB-kabel .................................. 205
V
Videokabel ................................. 186
Video-uitgangssignaal ............... 225
Vierwegbesturing
(2345) ...................... 19, 21
Vignettering ................................ 265
Vlak (Digitaal filter) ..................... 192
Vuurwerk .................................... 100
W
Weergave .................................... 24
Weergave van meerdere
opnamen ............................ 169
Weergave van negen opnamen
tegelijk ................................ 169
Q (Weergave) knop ............. 21, 72
Weergavestijlmethode ............... 168
Weergavetaal ............................. 219
e_kb464_84percent.book Page 270 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
271
12
Bijlage
Weergavetijd ................................ 39
Weergeven ................................... 72
Q (Weergeven) knop ................. 19
Wereldtijd ................................... 216
i (Wissen) knop ...................21, 73
Wissen ................................. 73, 180
F (Witbalans) ......................159
Witbalans ................................... 159
Witbalans instellen ..................... 162
Z
Zelfontspanner ........................... 125
Zoeker .................................... 28, 48
Zonsondergang K ..................... 82
Zoomobjectief .............................. 64
Zoomweergave .......................... 167
Zwart-wit (Digitaal filter) ............. 192
e_kb464_84percent.book Page 271 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
272
12
Bijlage
GARANTIEBEPALINGEN
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur
zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal-
en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na
aankoopdatum. Tijdens die periode worden onderhoud en reparaties kosteloos
uitgevoerd, op voorwaarde dat de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten,
ruwe behandeling, inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of
door chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften, of
wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant of zijn
officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige reparatie of verandering
waarvoor geen schriftelijke toestemming is verleend en aanvaardt geen
aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vertraging en gederfd gebruik
voortvloeiend uit indirecte schade van welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt
wordt door ondeugdelijk materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak.
Uitdrukkelijk wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn
officiële vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het
vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten voortvloeiend uit
reparaties die niet door een officieel PENTAX-servicecentrum zijn uitgevoerd,
worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode van
12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar het toestel
is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen vertegenwoordiger van de
fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat naar de fabriek met een internationale
antwoordcoupon voor de kosten van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang
duren voordat het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van de
ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het apparaat nog van
kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd en zullen de onderdelen
gratis worden vervangen, waarna het apparaat aan u wordt teruggezonden. Indien
de garantie verlopen is, wordt het normale reparatietarief in rekening gebracht.
De verzendkosten zijn voor rekening van de eigenaar. Indien uw PENTAX gekocht
is in een ander land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten
verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door de
vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX in dat geval
aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin uitgevoerd volgens
de garantiebepalingen. De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor
rekening van de eigenaar. Om de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen,
dient u het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten minste
één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt, dient u zich ervan
te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft geadresseerd aan de fabrikant.
Vraag altijd eerst een prijsopgave. Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt
verklaard, geeft u het servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
e_kb464_84percent.book Page 272 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
273
12
Bijlage
Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten
van de klant.
De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige
landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u
daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw
product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-
distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de
garantiebepalingen.
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met richtlijnen
van de Europese Unie.
e_kb464_84percent.book Page 273 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van afgedankte
apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde documenten
duiden erop dat gebruikte elektrische en elektronische apparatuur
en batterijen niet bij het gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen moeten
afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande wetgeving
worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten op de voorgeschreven
wijze worden ingezameld en hergebruikt. Huishoudens binnen
de EU kunnen hun gebruikte elektrische/elektronische producten
en batterijen kosteloos inleveren bij inzamelpunten*.
In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product in als u
een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Please contact your local authority for further details.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt u ertoe
bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld en hergebruikt en dat
geen schade optreedt aan het milieu of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie. Als u deze
items wilt afdanken, neemt u contact op met de lokale overheid of een
dealer om te vragen naar de juiste methode voor afvalverwerking.
In Zwitserland kan gebruikte elektrische/elektronische apparatuur
gratis teruggebracht worden naar de detaillist, zelfs wanneer u geen
nieuw product koopt. Andere verzamelpunten vindt u op de website
www.swico.ch
of www.sens.ch.
Opmerking over het batterijsymbool (onderste twee
symboolvoorbeelden):
Dit symbool kan zijn gebruikt in combinatie met een aanduiding voor
het gebruikte chemische element of de chemische samenstelling.
In dat geval dient u de regeling van de richtlijn voor de betrokken
chemische stoffen na te leven.
e_kb464_84percent.book Page 274 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
e_kb464_84percent.book Page 275 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
e_kb464_84percent.book Page 276 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
Memo
AP027705/NL
e_kb464_84percent.book Page 277 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM
266


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Pentax slm k-x at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Pentax slm k-x in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 16,68 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info