453463
28
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/419
Next page
Bedieningshandleiding
De specificaties en de afmetingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving
worden gewijzigd.
OPK500105/DUT Copyright © HOYA CORPORATION 2010
FOM 01.10.2010 Printed in Europe
HOYA CORPORATION
PENTAX Imaging Systems Division
2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN
(http://www.pentax.jp)
PENTAX Europe Imaging Systems S.A.S.
(European Headquarters) 112 Quai de Bezons - BP 204,
95106 Argenteuil Cedex, FRANCE
(HQ - http://www.pentaxeurope.com)
(France - http://www.pentax.fr )
PENTAX Imaging Systems GmbH
Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, GERMANY
(http://www.pentax.de )
PENTAX Imaging Systems Limited
PENTAX House, Heron Drive, Langley, Slough,
Berks SL3 8PN, U.K.
(http://www.pentax.co.uk)
PENTAX Imaging Company
A Division of PENTAX of America, Inc.
(Headquarters)
600 12th Street, Suite 300 Golden, Colorado 80401, U.S.A.
(PENTAX Service Department)
250 North 54th Street Chandler, AZ 85226, U.S.A.
(http://www.pentaximaging.com)
PENTAX Canada Inc. 1770 Argentia Road Mississauga, Ontario L5N 3S7, CANADA
(http://www.pentax.ca)
PENTAX Trading (SHANGHAI) Limited
23D, Jun Yao International Plaza, 789 Zhaojiabang Road,
Xu Hui District, Shanghai, 200032 CHINA
(http://www.pentax.com.cn)
Lees de bedieningshandleiding door voordat u de camera
in gebruik neemt. Dat garandeert een optimale prestatie.
Bedieningshandleiding
Digitale spiegelreflexcamera
K-5_cover_DUT.fm Page 1 Monday, October 11, 2010 3:57 PM
Bedankt dat u hebt gekozen voor deze PENTAX X Digital Camera. Lees deze
handleiding voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen
benutten. De handleiding is een waardevol hulpmiddel om inzicht te krijgen in alle
mogelijkheden van de camera. Bewaar de handleiding daarom op een veilige plaats.
Geschikte objectieven
Voor deze camera kan gebruik gemaakt worden van DA-, DA L-, D FA-
en FA J-objectieven en objectieven met een positie s (Auto) op de diafragmaring.
Als u andere objectieven of accessoires wilt gebruiken, zie dan p.66 en p.374.
Auteursrechten
Met de X gemaakte opnamen die voor elk ander doel dan strikt persoonlijk gebruik
zijn bestemd, mogen niet worden gebruikt zonder toestemming volgens de rechten
zoals neergelegd in de auteursrechtwetgeving. Houd altijd rekening met het volgende:
in sommige gevallen is zelfs het fotograferen voor persoonlijk gebruik aan beperkingen
gebonden, zoals bij demonstraties, voorstellingen of presentaties. Opnamen die
zijn gemaakt met het doel om auteursrechten te verkrijgen, kunnen ook niet
worden gebruikt buiten het gebruiksbereik van het auteursrecht zoals beschreven
in de auteursrechtwetgeving. Ook hiermee dient men rekening te houden.
Handelsmerken
PENTAX, X en smc PENTAX zijn handelsmerken van HOYA CORPORATION
PENTAX Digital Camera Utility en SDM zijn handelsmerken van
HOYA CORPORATION.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation
in de Verenigde Staten en andere landen. Windows Vista is een wettig gedeponeerd
handelsmerk of handelsmerk van Microsoft Corporation in de Verenigde Staten
en/of andere landen.
Macintosh en Mac OS zijn handelsmerken van Apple Inc., gedeponeerd
in de Verenigde Staten en andere landen.
Het SDHC-logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC.
Dit product maakt gebruik van DNG-technologie onder licentie
van Adobe Systems Incorporated.
Het DNG-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk of handelsmerk van
Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of andere landen.
HDMI, het HDMI-logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken
of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC.
Alle andere merk- of productnamen zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van de betreffende bedrijven. De aanduidingen TM of ® worden
in deze handleiding echter niet in alle gevallen gebruikt.
Dit apparaat ondersteunt PRINT Image Matching III. Wanneer digitale fototoestellen,
printers en software worden gebruikt die PRINT Image Matching ondersteunen, kunnen
beelden worden gemaakt die beter overeenstemmen met hetgeen de fotograaf wil
bereiken. Sommige functies zijn niet beschikbaar op printers die niet compatibel zijn
met PRINT Image Matching III.
Copyright 2001 Seiko Epson Corporation. Alle rechten voorbehouden.
PRINT Image Matching is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
Het PRINT Image Matching-logo is een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
K-5_OPM_DUT.book Page 0 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
1
Aan de gebruikers van deze camera
Gebruik deze camera niet in de buurt van apparatuur die krachtige magnetische
velden of straling genereert. Krachtige statische ontladingen of het magnetisch veld
dat wordt gegenereerd door apparatuur zoals radiozenders kunnen de werking van
de monitor storen, opgeslagen gegevens beschadigen, of gevolgen hebben voor
de elektronica in de camera en een goed functioneren verstoren.
Het paneel met vloeibare kristallen in de monitor is gemaakt met behulp van extreem
hoge-precisietechnologie. Hoewel het percentage werkende pixels 99,99% of hoger
is, dient u er rekening mee te houden dat 0,01% of minder van de pixels niet oplicht
of juist wel oplicht wanneer dat niet zou moeten. Dit heeft echter geen effect op het
opgenomen beeld.
De illustraties en het weergavescherm van de monitor in deze handleiding kunnen
afwijken van die van het feitelijke product.
In deze handleiding wordt de algemene term “computer(s)” gebruikt voor zowel
Windows-pc’s als Macintosh-computers.
In deze handleiding heeft de term “batterij(en)” betrekking op elk type batterij dat met
deze camera en accessoires wordt gebruikt.
We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit
product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor
zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen.
Waarschuwing
Probeer de camera niet uit elkaar te halen of te veranderen. De camera
bevat onderdelen die onder hoogspanning staan, waardoor er gevaar voor
elektrische schokken bestaat.
Mocht het binnenwerk van de camera open liggen, bijvoorbeeld
doordat de camera valt of anderszins wordt beschadigd, raak dan
nooit het vrijgekomen gedeelte aan, aangezien er gevaar is voor een
elektrische schok.
De camerariem om uw nek doen kan gevaarlijk zijn. Pas vooral op dat
kinderen de riem niet om hun nek doen.
Voor een veilig gebruik van de camera
Waarschuwing
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen
van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel
kan veroorzaken.
Pas op
Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van
deze waarschuwing minder ernstig tot gemiddeld
persoonlijk letsel of materiële schade kan veroorzaken.
Over de camera
K-5_OPM_DUT.book Page 1 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
2
Kijk niet rechtstreeks naar de zon door de camera als daar een teleobjectief
op is gemonteerd, omdat uw ogen bij blootstelling aan direct zonlicht
beschadiging kunnen oplopen. Kijk niet recht in de zon door een
teleobjectief, aangezien dit kan leiden tot blindheid.
Als zich tijdens het gebruik onregelmatigheden voordoen, zoals rook of een
vreemde geur, houd dan onmiddellijk op de camera te gebruiken. Verwijder
de batterij of de netvoedingsadapter en neem contact op met het
dichtstbijzijnde PENTAX Service Center. Verder gebruik van de camera kan
brand of een elektrische schok veroorzaken.
Leg uw vingers niet over de flitser wanneer u deze gebruikt. U loopt dan
gevaar op brandwonden.
Dek de flitser niet af met kleding wanneer u deze gebruikt. Er bestaat een
risico van verkleuring.
Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
Als dergelijke onderdelen lang worden vastgehouden, is er gevaar
voor lichte verbrandingen.
Mocht de monitor beschadigd raken, pas dan op voor glasdeeltjes. Vermijd
ook elk contact van de vloeistofkristallen met uw huid, ogen en mond.
Afhankelijk van individuele gevoeligheden en uw fysieke conditie kan het
gebruik van de camera jeuk, uitslag en blaren veroorzaken. Als zich in die
zin iets bijzonders voordoet, mag u de camera niet langer gebruiken en dient
u onmiddellijk een arts te raadplegen.
Waarschuwing
Gebruik uitsluitend de exclusief voor dit product ontwikkelde batterijlader
en netvoeding met het juiste vermogen en de juiste spanning. Gebruik
van een batterijlader en netvoedingsadapter met andere specificaties
dan voorgeschreven voor dit product, of gebruik van de exclusief voor
dit product ontwikkelde batterijlader en netvoeding met een niet juist
gespecificeerd vermogen of spanning kan brand, elektrische schokken
of schade aan de camera veroorzaken. De voorgeschreven spanning
is 100-240V wisselstroom.
Probeer het product niet te demonteren of te veranderen. Dit kan resulteren
in brand of een elektrische schok.
Als het product gaat roken of een vreemde geur afgeeft, of in het geval van
welke andere onregelmatigheid dan ook, houdt u onmiddellijk op de camera
te gebruiken en neemt u contact op met het dichtstbijzijnde PENTAX Service
Center. Verder gebruik van het product kan brand of een elektrische schok
veroorzaken.
Mocht er water binnendringen in het product, neem dan contact op met een
PENTAX Service Center. Verder gebruik van het product kan brand of een
elektrische schok veroorzaken.
Over de batterijlader en de netvoedingsadapter
K-5_OPM_DUT.book Page 2 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
3
Als het tijdens het gebruik van de batterijlader of de netvoedingsadapter gaat
onweren, haal het netsnoer dan uit het stopcontact en gebruik het product
niet verder. Als u het product toch verder gebruikt, kan dit resulteren
in beschadiging van de apparatuur, brand of een elektrische schok.
Veeg de stekker van het netsnoer schoon als deze met stof bedekt is.
Opgehoopt stof kan brand veroorzaken.
Verminder de kans op ongelukken: gebruik uitsluitend een stroomsnoer met
CSA/UL-certificering, snoertype SPT-2 of zwaarder, minimaal AWG-koper
NO.18, met aan het ene uiteinde een gegoten mannelijke stekker (met een
gespecificeerde NEMA-configuratie), en aan het andere uiteinde een
gegoten vrouwelijke connector (met een gespecificeerde IEC-configuratie
van een niet-industrieel type) of een gelijkwaardig stroomsnoer.
Pas op
Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en buig het netsnoer niet
overmatig. Het snoer kan daardoor beschadigd raken. Neem contact op met
een servicecentrum van PENTAX als het snoer beschadigd is.
Raak de aansluiting voor netsnoer niet aan als het netsnoer is aangesloten
en vermijd kortsluiting.
Sluit het netsnoer niet met vochtige handen aan op het stopcontact. Dit kan
resulteren in een elektrische schok.
Laat de camera niet vallen en stel haar ook niet bloot aan hevige schokken.
Dat kan ertoe leiden dat de camera defect raakt.
Gebruik de batterijlader uitsluitend voor het opladen van de oplaadbare
lithium-ionbatterij D-LI90. Het opladen van andere batterijen kan
oververhitting, explosies of schade aan de batterijlader veroorzaken.
Waarschuwing
Mocht het lekkende materiaal van de batterij in contact komen met uw ogen,
wrijf ze dan niet uit. Spoel uw ogen met schoon water en ga onmiddellijk
naar een arts.
Pas op
Gebruik alleen de aangegeven batterij in deze camera. Het gebruik van
andere batterijen kan brand of ontploffing veroorzaken.
Demonteer de batterij nooit. Het demonteren van batterijen kan leiden tot
een explosie of lekkage.
Pas op dat u zichzelf niet verbrandt bij het verwijderen van de batterij.
Sommige delen van de camera worden tijdens het gebruik heet.
Houd snoeren, haarspeldjes en andere metalen voorwerpen uit de buurt van
de plus- en minpolen van de batterij.
Over de batterij
K-5_OPM_DUT.book Page 3 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
4
Sluit de batterij nooit kort en stel deze niet bloot aan vuur. De batterij kan
exploderen of vlam vatten.
Mocht lekkend materiaal van de batterij in contact komen met uw huid
of kleding, dan kan de huid geïrriteerd raken. Was de betroffen gebieden
grondig schoon met water.
Waarschuwingen bij het gebruik van de batterij D-LI90:
GEBRUIK ALLEEN DE AANGEGEVEN BATTERIJOPLADER.
- NIET VERBRANDEN.
-NIET DEMONTEREN.
- NIET KORTSLUITEN.
- NIET BLOOTSTELLEN AAN HOGE TEMPERATUREN. (60°C)
Waarschuwing
Bewaar de camera en accessoires niet binnen bereik van kleine kinderen.
1. Als het product valt of per ongeluk wordt bediend, kan dit ernstig letsel tot
gevolg hebben.
2. Als de riem om de nek wordt gewikkeld, kan dit leiden tot verstikking.
3. Houd kleine accessoires, zoals SD-geheugenkaarten of batterijen, buiten
bereik van kleine kinderen om te voorkomen dat deze accessoires per
ongeluk worden ingeslikt. Mocht dit toch gebeuren, roep dan onmiddellijk
de hulp van een arts in.
Neem, als u op reis gaat, het document Worldwide Service Network
mee dat deel uitmaakt van het pakket. Dit komt van pas bij problemen
in het buitenland.
Wanneer de camera lange tijd niet gebruikt is, controleer dan
of alles nog goed werkt, vooral als u belangrijke opnamen wilt maken
(bijvoorbeeld bij een huwelijk of op reis). Als uw camera of opnamemedium
(SD-geheugenkaart) een defect vertoont, kunt u er niet zeker van zijn
dat beelden en geluiden correct worden opgenomen of afgespeeld
of ongeschonden naar een computer worden gekopieerd.
Houd de camera en accessoires uit de buurt
van kleine kinderen
Aandachtspunten tijdens het gebruik
Voor u de camera gaat gebruiken
K-5_OPM_DUT.book Page 4 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
5
Als de batterij volledig opgeladen wordt weggeborgen, kan dat tot verlies
van prestaties leiden. Vermijd met name opslag bij hoge temperaturen.
Als de camera gedurende langere tijd niet wordt gebruikt terwijl een
batterij is geplaatst, kan de batterij te ver ontladen, wat ten koste gaat
van de levensduur.
Het verdient aanbeveling de batterij een dag voor gebruik, of op de dag
van gebruik zelf op te laden.
Het bij de camera geleverde netsnoer dient uitsluitend te worden
gebruikt voor de batterijlader D-BC90. Gebruik het netsnoer niet voor
andere apparaten.
Stel de camera niet bloot aan hoge temperaturen of hoge luchtvochtigheid.
Laat de camera niet achter in een voertuig, omdat met name in auto’s
de temperatuur zeer hoog kan oplopen.
Stel de camera niet bloot aan zware trillingen, schokken of druk. Gebruik
een kussen om de camera te beschermen tegen trillingen van een motor,
auto of schip.
Het temperatuurbereik voor gebruik van de camera is -10° tot 40°C
(14°F tot 104°F).
Het scherm kan bij hoge temperaturen zwart worden, maar werkt weer
normaal bij een normale omgevingstemperatuur.
De reactiesnelheid van het scherm kan traag worden bij lage temperaturen.
Dit ligt aan de eigenschappen van de vloeistofkristallen en is geen defect.
Plotselinge temperatuurschommelingen veroorzaken condensvorming aan
de binnen- en buitenkant van de camera. Doe de camera in de draagtas
of een plastic zak en haal hem er pas uit als het temperatuurverschil tussen
de camera en de omgeving minimaal is geworden.
Vermijd contact met afval, modder, zand, stof, water, gifgassen
of zouten, aangezien de camera hierdoor defect kan raken.
Als er regen- of waterdruppels op de camera komen, veeg
deze dan weg.
Druk niet met kracht op het scherm. Het risico bestaat dat het scherm
hierdoor gaat barsten of niet meer naar behoren functioneert.
Draai de bevestigingsbout niet te vast aan wanneer u de camera
op een statief plaatst.
Over de batterij en de batterijlader
Voorzorgsmaatregelen voor het dragen en gebruiken
van de camera
K-5_OPM_DUT.book Page 5 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
6
Maak het product niet schoon met organische oplosmiddelen zoals
verfverdunner, alcohol of wasbenzine.
Verwijder stof dat zich op het objectief of de zoeker heeft verzameld met een
lenskwastje. Gebruik nooit een spuitbus voor het schoonmaken, omdat het
objectief hierdoor beschadigd kan raken.
Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele
reiniging van de CMOS-sensor (hieraan zijn kosten verbonden).
Berg de camera niet op in de nabijheid van conserveermiddelen
of chemicaliën. Opslag in ruimten met hoge temperaturen en een hoge
luchtvochtigheid kan schimmelvorming veroorzaken. Haal de camera uit
de tas en berg hem op een droge en goed geventileerde plaats op.
Laat de camera om de één tot twee jaar nakijken teneinde de prestaties
van het product op peil te houden.
Zie “Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart”
(p.63) voor meer informatie over de SD-geheugenkaart.
Als u gegevens wist die zijn opgeslagen op een SD-geheugenkaart, of een
SD-geheugenkaart formatteert, dan worden de originele gegevens niet
volledig verwijderd. U dient zich hiervan bewust te zijn. Er is in de handel
software verkrijgbaar waarmee anderen de door u gewiste, wellicht
privacygevoelige, bestanden kunnen terughalen.
De camera schoonmaken
De camera opbergen
Andere voorzorgsmaatregelen
Informatie over registratie van uw product
Wij willen u graag optimaal van dienst zijn. Daarom vragen wij u vriendelijk
om uw product te registreren. Het formulier hiervoor kunt u vinden op de bijgeleverde
cd-rom of op de website van PENTAX. Bij voorbaat dank voor uw medewerking.
Raadpleeg p.361 voor bijzonderheden. Bedankt voor uw medewerking.
K-5_OPM_DUT.book Page 6 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
7
Voor een veilig gebruik van de camera ................................................1
Aandachtspunten tijdens het gebruik....................................................4
Inhoudstafel ..........................................................................................7
Samenstelling van de handleiding......................................................15
Voordat u de camera gaat gebruiken 17
X Kenmerken van de camera.............................................. 18
De inhoud van het pakket controleren....................................... 21
Namen en functies van de onderdelen ...................................... 22
Opnamestand .....................................................................................23
Weergavestand...................................................................................26
Weergave van indicaties ............................................................. 28
Monitor................................................................................................28
Zoeker.................................................................................................40
LCD-display ........................................................................................42
Functie-instellingen wijzigen ...................................................... 45
Richtingsknoppen gebruiken ..............................................................45
Het bedieningspaneel gebruiken ........................................................46
De menu’s gebruiken..........................................................................48
De functiekiezer gebruiken ......................................................... 51
Voorbereidingen 53
Draagriem bevestigen ................................................................. 54
De batterij plaatsen ...................................................................... 55
De batterij opladen..............................................................................55
De batterij plaatsen/uitnemen.............................................................56
Indicatie batterijniveau........................................................................58
Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel).................................59
Geschatte opslagcapaciteit en Weergavetijd
(batterij volledig opgeladen)................................................................59
Een SD-geheugenkaart plaatsen/verwijderen ........................... 61
Opnameresolutie en Kwaliteitsniveau.................................................64
Een objectief aansluiten .............................................................. 66
De zoekerdioptrie corrigeren ...................................................... 68
De camera aan- en uitzetten ....................................................... 69
Inhoudstafel
K-5_OPM_DUT.book Page 7 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
8
Basisinstellingen ......................................................................... 70
De weergavetaal instellen...................................................................70
Datum en tijd instellen ........................................................................74
Basisbediening 77
Basishandelingen bij opnamen .................................................. 78
De camera vasthouden.......................................................................78
De camera de optimale instellingen laten bepalen.............................79
Werken met een zoomobjectief .................................................. 84
Gebruik van de ingebouwde flitser ............................................ 85
De flitsinstelling instellen.....................................................................85
Corrigeren van de flitsintensiteit .........................................................91
Opnamen weergeven................................................................... 93
Opnamen weergeven .........................................................................93
Eén enkele opname wissen................................................................94
Opnamefuncties 97
Werken met de opnamefuncties................................................. 98
Items instellen met richtingsknoppen..................................................98
Instelopties menu Opnamemodus......................................................99
Items van het menu Pers.instelling...................................................102
Belichting instellen .................................................................... 106
Effect van diafragma en sluitertijd.....................................................106
Gevoeligheid instellen.......................................................................108
Beeldruis verminderen (ruisreductie)................................................112
De belichtingsfunctie wijzigen...........................................................116
De lichtmeetmethode selecteren ......................................................133
Belichting corrigeren.........................................................................135
De belichting vergrendelen voordat de opname wordt gemaakt
(Belichtingsgeheugen)......................................................................137
Scherp stellen ............................................................................ 139
De autofocus gebruiken....................................................................139
AF-aanpassing..................................................................................143
Het scherpstelgebied instellen (AF-punt)..........................................145
De scherpstelling vergrendelen (Scherpstelling vergrendelen) ........148
Handmatig de scherpstelling wijzigen (Handmatige scherpstelling).150
K-5_OPM_DUT.book Page 8 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
9
Compositie, belichting en scherpstelling beoordelen
vóór opname (Voorbeeld).......................................................... 153
Voorbeeldmethode selecteren..........................................................153
Optisch voorbeeld weergeven ..........................................................155
Digitaal voorbeeld weergeven ..........................................................156
De functie Shake Reduction gebruiken om het effect
van camerabewegingen te voorkomen .................................... 158
Werken met de functie Shake Reduction .........................................158
Opnamen maken met de zelfontspanner..........................................162
Opnamen maken met de afstandsbediening (Optioneel) .................165
Opnamen maken met de spiegel omhoog........................................168
Continuopnamen maken ........................................................... 170
Continuopname ................................................................................170
Intervalopnamen...............................................................................171
Dubbelopnamen ...............................................................................174
Opnamen maken terwijl de instellingen worden gewijzigd
(Automatische bracketing)........................................................ 177
Opnamen maken waarbij de belichting automatisch wordt aangepast
(Belichtingsbracketing) .....................................................................177
Andere instellingen aanpassen tijdens het maken van opnamen
(Uitgebreide Bracketing)...................................................................181
Opnamen maken met Digitale filters ........................................ 184
Opnamen maken met Live weergave ....................................... 187
Live weergave instellen ....................................................................188
Een foto maken.................................................................................190
Video opnemen .......................................................................... 194
De video-instellingen wijzigen...........................................................194
Een microfoon aansluiten .................................................................196
Voor het maken van video-opnamen................................................197
Video-opnamen weergeven..............................................................199
Video-opnamen bewerken................................................................202
K-5_OPM_DUT.book Page 9 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
10
De flitser gebruiken 205
Flitseigenschappen bij elke belichtingsfunctie....................... 206
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken ....................................206
Gebruik van 2e sluitergordijn-synchronisatie....................................208
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser ......................................................... 209
Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser ............... 211
Gebruik van een externe flitser (optioneel) ............................. 212
Gebruik van de functie Automatisch P-DDL-flitsen...........................213
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie.........................................214
Draadloos flitsen...............................................................................215
Een externe flitser aansluiten met het verlengsnoer.........................220
Opnamen maken met meerdere flitsers met verlengsnoeren...........221
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie.....................................222
X-sync-aansluiting ............................................................................223
Opname-instellingen 225
Een bestandsindeling instellen ................................................ 226
JPEG-opnameresolutie instellen ......................................................226
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen .................................................227
Een bestandsindeling selecteren......................................................228
De witbalans instellen ............................................................... 232
Fijnafstemming van de witbalans......................................................234
Witbalans handmatig aanpassen......................................................235
De witbalans aanpassen met de kleurtemperatuur ..........................237
De kleurruimte instellen ....................................................................239
De instelling voor witbalans van een opname opslaan.....................240
Opnamen corrigeren.................................................................. 241
De helderheid aanpassen.................................................................241
Objectiefcorrectie..............................................................................245
De compositie corrigeren..................................................................247
De afwerking van de opname instellen .................................... 249
Aangepaste opname instellen ..........................................................249
Cross-processing instellen................................................................252
Veel gebruikte instellingen opslaan ......................................... 255
De instellingen opslaan.....................................................................256
De opgeslagen USER-instellingen controleren ................................258
Opgeslagen USER-instellingen gebruiken .......................................258
Standaardinstellingen herstellen.......................................................260
De instellingen wijzigen ....................................................................260
K-5_OPM_DUT.book Page 10 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
11
Weergavefuncties 261
Bediening van weergavefuncties ............................................. 262
Items van het weergavepalet............................................................262
Instelopties van het menu Weergeven .............................................263
De weergavemethode instellen ................................................ 265
Opnamen vergroten ................................................................... 267
Weergave van meerdere opnamen........................................... 269
Scherm voor weergave van meerdere opnamen..............................269
Opnamen weergeven aan de hand van de mapnaam......................271
Opnamen weergeven op basis van opnamedatum
(Kalenderweergave) .........................................................................272
Opnamen vergelijken........................................................................273
Opnamen samenvoegen (Index) ......................................................275
Opnamen continu weergeven ................................................... 278
Diavoorstelling instellen....................................................................278
De diavoorstelling starten .................................................................279
Opnamen roteren ....................................................................... 281
Meerdere opnamen wissen ....................................................... 283
Geselecteerde opnamen wissen ......................................................283
Een map wissen ...............................................................................285
Alle opnamen wissen........................................................................286
Opnamen beveiligen tegen wissen (Beveiligen) ..................... 288
Eén opname beveiligen ....................................................................288
Alle opnamen beveiligen...................................................................289
De camera aansluiten op een audiovisueel apparaat............. 290
De camera aansluiten op een video-ingang .....................................290
De camera aansluiten op een HDMI-poort .......................................292
K-5_OPM_DUT.book Page 11 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
12
Opnamen verwerken 295
Het opnameformaat wijzigen .................................................... 296
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wijzigen
(Formaat wijzigen) ............................................................................296
Uitsneden maken (Bijsnijden)...........................................................298
Opnamen bewerken met digitale filters ................................... 300
Het digitale filter toepassen ..............................................................302
Filtereffecten kopiëren ......................................................................304
Zoeken naar de oorspronkelijke opname .........................................305
RAW-opnamen ontwikkelen...................................................... 306
Eén RAW-opname ontwikkelen........................................................306
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen .............................................308
Parameters opgeven ........................................................................309
Andere instellingen wijzigen 313
Werken met het menu Instellen ................................................ 314
Instelopties van het menu Instellen ..................................................314
SD-geheugenkaart formatteren ................................................ 317
Knoppen aanpassen.................................................................. 318
De functie van de e-knoppen instellen..............................................318
De functie voor de knoppen instellen................................................321
Instellingen opgeven voor het geluidssignaal, de datum
en tijd en de weergavetaal ........................................................ 323
Het geluidssignaal instellen ..............................................................323
De datum- en tijdweergave wijzigen.................................................324
Wereldtijd instellen............................................................................324
De weergavetaal instellen.................................................................328
Weergave van monitor en menu’s aanpassen ........................ 329
Het tekstformaat instellen .................................................................329
De tijd voor weergave van het hulpdisplay instellen.........................329
Instellen welke menutab als eerste wordt weergegeven ..................330
Het statusscherm instellen................................................................331
De weergave voor Momentcontrole instellen....................................332
De helderheid van de monitor aanpassen........................................333
De kleur van de monitor aanpassen.................................................334
Weergave elektronische waterpas instellen .....................................335
K-5_OPM_DUT.book Page 12 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
13
Map/bestandsnummer instellen ............................................... 336
De mapnaaminstelling wijzigen ........................................................336
Nieuwe mappen aanmaken ..............................................................336
Bestandsnummer instellen ...............................................................337
Bestandsnaam instellen....................................................................338
De stroominstellingen selecteren............................................. 340
Automatisch uitschakelen instellen...................................................340
Een batterij selecteren......................................................................341
Fotograafgegevens instellen .................................................... 343
DPOF-instellingen opgeven ...................................................... 345
Corrigeren van defecte pixels
in de CMOS-sensor (Pixeluitlijning) ......................................... 347
Instellingen selecteren om op te slaan in de camera
(Geheugen) ................................................................................. 348
De camera aansluiten op een computer 351
Gemaakte opnamen bewerken op een computer ................... 352
Opnamen opslaan op de computer .......................................... 353
De USB-aansluitfunctie instellen ......................................................353
Opnamen opslaan door de camera aan te sluiten op de computer..355
Gebruik van de bijgeleverde software ..................................... 356
De software installeren .....................................................................356
Schermen van de PENTAX Digital Camera Utility 4.........................358
Bijlage 363
Standaardinstellingen ............................................................... 364
De menu’s resetten .................................................................... 372
De menu’s Opnamemodus/Weergeven/Instellen resetten ...............372
Menu Persoonlijke instellingen herstellen.........................................373
Beschikbare functies bij verschillende
objectiefcombinaties ................................................................. 374
Bijzonderheden over [27. Diafragmaring gebruiken] ........................376
CMOS-sensor reinigen .............................................................. 378
Stof verwijderen met ultrasone trillingen (Sensor stofvrij maken).....378
Stof detecteren op de CMOS-sensor (Stofalarm).............................379
Stof verwijderen met een blaaskwastje ............................................381
K-5_OPM_DUT.book Page 13 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
14
Optionele accessoires ............................................................... 383
Foutberichten ............................................................................. 389
Problemen oplossen.................................................................. 392
Belangrijkste technische gegevens ......................................... 395
Verklarende woordenlijst .......................................................... 402
Index............................................................................................ 408
GARANTIEBEPALINGEN........................................................... 415
K-5_OPM_DUT.book Page 14 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
15
Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken.
Samenstelling van de handleiding
1 Voordat u de camera gaat gebruiken
Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen en functies
van de verschillende onderdelen.
2 Voorbereidingen
Beschrijft de eerste stappen van de aankoop van de camera tot het maken van
opnamen. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op.
3 Basisbediening
Beschrijft de procedures voor het maken en weergeven van opnamen.
4 Opnamefuncties
Beschrijft de functies voor het maken van opnamen.
5 De flitser gebruiken
Beschrijft het gebruik van de ingebouwde en de externe flitsers.
6 Opname-instellingen
Beschrijft de procedures voor het configureren van beeldbewerking en het instellen
van de bestandsindeling.
7 Weergavefuncties
Beschrijft de procedures voor het weergeven, verwijderen en beveiligen
van opnamen.
8 Opnamen verwerken
Beschrijft de procedures voor het wijzigen van het opnameformaat,
het toepassen van digitale filters en het ontwikkelen van opnamen die
zijn gemaakt in de RAW-indeling.
9 Andere instellingen wijzigen
Beschrijft de procedures voor het wijzigen van de camera-instellingen,
bijvoorbeeld die voor de monitor en de conventies voor het benoemen
van beeldmappen.
10 De camera aansluiten op een computer
Beschrijft hoe u de camera aansluit op een computer; bevat bovendien installatie-
instructies en een algemeen overzicht van de meegeleverde software.
11 Bijlage
Behandelt het oplossen van problemen en geeft een overzicht van afzonderlijk
verkrijgbare accessoires en verschillende informatiebronnen.
1
5
4
3
2
6
10
9
8
7
11
K-5_OPM_DUT.book Page 15 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
16
De betekenis van de in deze handleiding gebruikte symbolen wordt
hierna uitgelegd.
1
Geeft het nummer aan van de pagina waarnaar wordt verwezen
voor een uitleg van het betreffende bedieningsonderdeel.
Geeft nuttige informatie.
Geeft aan dat bij gebruik van de camera voorzorgsmaatregelen
moeten worden genomen.
K-5_OPM_DUT.book Page 16 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
1 Voordat u de camera
gaat gebruiken
Controleer de inhoud van het pakket en de namen
en functies van de diverse onderdelen voordat
u de camera in gebruik neemt.
X Kenmerken van de camera ......................18
De inhoud van het pakket controleren ...............21
Namen en functies van de onderdelen ...............22
Weergave van indicaties ......................................28
Functie-instellingen wijzigen ..............................45
De functiekiezer gebruiken ..................................51
K-5_OPM_DUT.book Page 17 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
18
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
X Kenmerken van de camera
Voorzien van een CMOS-sensor van 23,7×15,7 mm met effectief
16,28 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot
dynamisch bereik.
Uitgerust met Shake Reduction (SR), een systeem voor het reduceren
van onscherpte door het bewegen van de sensor. Daarmee kunt
u scherpe opnamen maken die minimaal worden beïnvloed door
het bewegen van de camera, ongeacht het gebruikte objectief.
Uitgerust met een 11-punts AF-sensor. De 9 centrale scherpstelpunten
vormen een breed scherpstelveld.
Voorzien van een zoeker die vergelijkbaar is met die van
een conventionele kleinbeeldcamera, met een vergroting van
ca. 0,92 en een beeldveld van ca. 100% voor comfortabeler handmatig
scherpstellen. Bovendien uitgerust met een functie die de actieve
AF-punten in de zoeker rood doet oplichten.
Voorzien van een grote monitor van 3,0 inch met ca. 921.000 pixels,
een grote beeldhoek, en een helderheids- en kleurenregeling voor een
zo nauwkeurig mogelijke weergave.
Voorzien van een Live weergavefunctie voor het maken van opnamen
bij gelijktijdige real-time weergave van het onderwerp op de monitor.
U kunt films opnemen door gebruik te maken van de eigenschappen
van het objectief. De camera verzorgt ook de uitvoer van
composietvideo en HDMI-videosignalen, zodat u foto’s en films
kunt weergeven op een tv of op een monitor van hoge kwaliteit.
Er is een gebruiksvriendelijk ontwerp toegepast op verschillende
delen van de camera. Grote tekst, een monitor met een hoog contrast
en gebruiksvriendelijke menu’s maken de bediening van de camera
eenvoudiger.
De body is gemaakt van een magnesiumlegering, en de instelwielen,
knoppen, naden en inschuifbare delen van de camera zijn stofvrij
en waterafstotend.
Voorzien van een functie Sensor stofvrij maken die de CMOS-
sensor in trilling brengt en het zo verzamelde stof verwijdert.
Met de modi Hyper-program en Hyper-manual kunt u opnamen
maken met een vooraf ingestelde belichting. Bovendien uitgerust
met een Gevoeligheidsvoorkeuze K die diafragma en sluitertijd
automatisch aanpast aan de gekozen gevoeligheid, en een Sluitertijd-
en Diafragmavoorkeuze L die de gevoeligheid automatisch aanpast
aan de ingestelde sluitertijd en diafragma.
K-5_OPM_DUT.book Page 18 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
19
Uitgerust met digitale filters voor het bewerken van de opname
in de camera. Tijdens het maken van opnamen kunt u digitale filters
toepassen zoals Kleur of Soft, maar u kunt er opnamen ook achteraf
mee bewerken.
Met de functie Aangepaste opname kunt u instellingen aanpassen
terwijl een voorbeeld van de te maken opname wordt weergegeven,
zodat u meer greep krijgt op wat u met de opname wilt bereiken.
Maakt opnamen in de veelzijdige JPEG-indeling of in de kwalitatief
hoogwaardige en volledig bewerkbare RAW-indeling. U kunt ook
JPEG+RAW selecteren en tegelijkertijd opnamen maken in beide
indelingen. Als de bestandsindeling van de laatst gemaakte opname
JPEG is, en de gegevens hiervan nog steeds aanwezig zijn in het
buffergeheugen, kunt u de opname ook nog eens opslaan in de RAW-
indeling. RAW-opnamen kunnen door de camera gemakkelijk intern
worden verwerkt.
In de stand A kunnen vijf instelpatronen worden opgeslagen.
Daarnaast kunnen functies voor de knop |/Y en e-knoppen
ook worden aangepast, zodat u snel kunt fotograferen.
Ondersteuning van de optionele Batterijgreep D-BG4 met verticale
ontspanknop. Als in zowel de camera als de greep een batterij (D-LI90)
wordt geplaatst, wordt de batterij met het meeste vermogen gebruikt.
Op die manier levert de camera gedurende langere tijd de beste
prestaties. Er is bovendien een menuoptie waarmee u prioriteit voor
een batterij kunt opgeven, zodat u die helemaal leeg kunt maken
voordat u overschakelt op de andere batterij.
Shake Reduction (SR)
Shake Reduction (SR) op de X is een oorspronkelijk PENTAX-
systeem waarbij met behulp van een magneet de beeldsensor
met hoge snelheid wordt bewogen om camerabewegingen
te compenseren.
De camera kan enig geluid voortbrengen als deze heen en weer
wordt geschud, bijvoorbeeld bij het wijzigen van compositie.
Dit is normaal en geen defect.
K-5_OPM_DUT.book Page 19 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
20
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Het gebied dat door de camera wordt vastgelegd (de beeldhoek) is bij de
X en 35 mm-kleinbeeldreflexcamera’s verschillend, zelfs wanneer hetzelfde
objectief wordt gebruikt. Dit komt doordat de formaten van kleinbeeldfilm en een
CMOS-sensor verschillen.
Afmetingen van kleinbeeldfilm en CMOS-sensor
35 mm-kleinbeeldfilm : 36×24 mm
X CMOS-sensor : 23,7×15,7 mm
De brandpuntsafstand van een objectief dat met een 35 mm-kleinbeeldcamera
wordt gebruikt, is circa 1,5 keer langer dan die van de X. Om opnamen
te maken met een beeldhoek die hetzelfde gebied bestrijkt, deelt u de
brandpuntsafstand van het kleinbeeldobjectief door 1,5.
Voorbeeld: Om dezelfde opname te maken als met een 150 mm-objectief
op een kleinbeeldcamera
150÷1,5=100
Gebruik een 100 mm-objectief op de X.
Omgekeerd moet de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief
op de X worden vermenigvuldigd met 1,5 om de brandpuntsafstand
voor een kleinbeeldcamera te bepalen.
Voorbeeld: Wanneer een 300 mm-objectief wordt gebruikt op de X
300×1,5=450
De brandpuntsafstand is gelijk aan een 450 mm-objectief
op een kleinbeeldcamera.
K-5_OPM_DUT.book Page 20 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
21
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
De inhoud van het pakket controleren
Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd.
Controleer of alle accessoires zijn bijgeleverd.
Flitsschoenbeschermer FK
(bevestigd op de camera)
Oogschelp F
R
(gemonteerd op de camera)
ME-zoekerkapje
2P-kapje Sync-aansluiting
(gemonteerd op de camera)
Dop cameravatting
(gemonteerd op de camera)
Driehoekige ring
met bescherming
(gemonteerd op de camera)
USB-kabel
I-USB7
AV-kabel
I-AVC7
Draagriem
O-ST53
Oplaadbare lithium-
ionbatterij D-LI90
Batterijlader
D-BC90
Netsnoer
Software (Cd-rom)
S-SW110
Handleiding
(deze handleiding)
K-5_OPM_DUT.book Page 21 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
22
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Namen en functies van de onderdelen
* Op de eerste afbeelding wordt de camera weergegeven zonder
flitsschoenbeschermer FK.
* Op de tweede afbeelding wordt de camera weergegeven zonder
flitsschoenbeschermer F
K en oogschelp FR.
Statiefaansluiting
Batterijklep
Zelfontspanner-
lampje/Afstands-
bedieningssensor
AF-koppeling
Spiegel
Objectiefont-
grendelknop
Contactpunten voor
objectiefinformatie
Kaartklep
Ontgrendelknop
van de batterijklep
Contacten
batterijgreep
Riembevestiging
Flitsschoen
Index
objectiefvatting
LED voor lezen van/
schrijven naar kaart
Ingebouwde flitser
PC/AV-aansluiting
Gelijkstroomingang
LCD-display
Klepje van
de aansluitingen
Aansluiting
draadontspanner
Zelfontspanner-
lampje/Afstands-
bedieningssensor
X-sync-aansluiting
Dioptriecorrectiekno
p
Mini-HDMI-
aansluiting
(Type C)
Microfoonaansluiting
Riembevestiging
AF-hulplicht
Microfoon
Luidspreker
Zoeker
Indicatie beeldvlak
Monitor
K-5_OPM_DUT.book Page 22 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
23
Functies van knoppen die bij het maken van opnamen worden gebruikt.
Opnamestand
1 m-knop
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
terwijl u deze knop ingedrukt
houdt om de waarde voor
de belichtingscorrectie
in te stellen. (p.135)
2 o-knop
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
terwijl u deze knop ingedrukt
houdt om de ISO-gevoeligheid
aan te passen. (p.108)
3 Ontspanknop
Indrukken om opnamen
te maken. (p.80)
4 Hoofdschakelaar
Verschuif de schakelaar
om de camera aan/uit te
zetten (p.69) of een voorbeeld
weer te geven. (p.153)
5 e-knop aan
de voorzijde (R)
Wijzigen van instellingen.
6
2
c
b
g
h
i
j
k
m
9
8
d
f
e
l
7
4
3
a
0
5
1
K-5_OPM_DUT.book Page 23 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
24
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
6 Ontgrendelknop voor
het objectief
Indrukken om een objectief
te verwijderen. (p.67)
7 E-knop
Indrukken om de ingebouwde
flitser uit te klappen. (p.87)
8 Vergrendelingsknop
functiekiezer
Druk deze knop
in om de functiekiezer
te kunnen draaien. (p.51)
9 Functiekiezer
Selecteert een andere
belichtingsfunctie. (
p.51)
0 Schakelaar
lichtmetingsmodus
Wijzigt de lichtmetings-
methode. (p.133)
a |/Y-knop
U kunt aan deze knop een
functie toewijzen. (p.321)
b Scherpstelstand-knop
Schakelen tussen
automatisch (l/k)
(p.139) en handmatig
scherpstellen (p.150).
c Q-knop
Hiermee wordt de weer-
gavestand geactiveerd. (p.93)
d M-knop
De weergave van het
statusscherm op de monitor
in- en uitschakelen. (p.29)
Schakelt over naar het
bedieningspaneel tijdens
weergave van het
statusscherm (p.31).
e e-knop op de
achterzijde (S)
Wijzigen van instellingen.
f L-knop
Registreren van de belichting
vóór het maken van de
opname (p.137) en opslaan
van een voorbeeld.
g | (Groen)-knop
De belichtingsfunctie instellen
op automatische belichting
en weer herstellen.
h AF-punt-kiezer
Hiermee stelt u het
scherpstelgebied in. (p.145)
i =-knop
Het scherpstelgebied
instellen en tijdelijk
handmatig scherpstellen
mogelijk maken. (p.142)
j U-knop
Toont een opname die
is gemaakt met Live
weergave. (p.187)
K-5_OPM_DUT.book Page 24 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
25
k 4-knop
Druk tijdens weergave van
het bedieningspaneel of een
menuscherm op deze knop
om het geselecteerde item
te bevestigen.
Als de AF-punt-kiezer op j
(Selecteren) staat, druk dan
op deze knop om wijziging van
het scherpstelpunt in of uit
te schakelen. (p.146)
l Vierwegbesturing
(2345)
Toont het menu voor
het instellen van de
Transportstand/Flitsinstelling/
Witbalans/Aangepaste
opname. (p.98).
Als het bedieningspaneel
of een schermmenu wordt
weergegeven, verplaatst
u de cursor of wijzigt u een
item met de vierwegbesturing.
Als de AF-punt-kiezer op j
(Selecteren) staat, gebruik
de vierwegbesturing dan
om het scherpstelpunt
te verplaatsen. (p.146)
m 3-knop
Hiermee wordt het menu
[A Opnamemodus 1]
weergegeven (p.99).
Druk vervolgens
op de vierwegbesturing
(5) om submenu’s weer
te geven.
K-5_OPM_DUT.book Page 25 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
26
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Hieronder volgt een beschrijving van de knoppen en schakelaars die
worden gebruikt voor het weergeven van opnamen.
Weergavestand
1 m-knop
Druk hierop bij vergrote
weergave voor verdere
uitvergroting. (p.267)
2 Ontspanknop
Halverwege indrukken
om over te gaan naar
de opnamestand.
3 Hoofdschakelaar
Bewegen om de camera uit
en aan te zetten. (p.69)
Op de positie | zetten
om naar de opname-
en voorbeeldfunctie te gaan.
4 e-knop aan
de voorzijde (R)
Gebruik deze knop
om de volgende of vorige
opname weer te geven.
5 i knop
Indrukken om opnamen
te verwijderen. (p.94)
6 Q-knop
Indrukken om over te gaan
naar de opnamefunctie.
6
0
a
c
7
5
8
b
3
2
4
1
9
K-5_OPM_DUT.book Page 26 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
27
In deze bedieningshandleiding wordt
op de volgende manier verwezen naar
de knoppen van de vierwegbesturing.
7 M-knop
Indrukken om opname-
gegevens weer te geven
op de monitor. (p.33)
8 e-knop op de
achterzijde (S)
De vergroting wijzigen
bij vergrote weergave
(p.267) of meerdere
opnamen tegelijkertijd
weergeven (p.269).
9 L-knop
Als JPEG de bestandsindeling
is van de laatst gemaakte
opname, en de gegevens
hiervan nog in het
buffergeheugen aanwezig
zijn, kunt u op deze knop
drukken om de opname ook
op te slaan in de RAW-
indeling. (p.94)
0 | (Groen)-knop
Druk hierop bij vergrote
weergave voor minder
uitvergroting. (p.267)
a 4-knop
De in het menuscherm
of het weergavescherm
geselecteerde instelling
bevestigen.
b Vierwegbesturing
(2345)
Als een menuscherm
of weergavescherm wordt
weergegeven, gebruik
de vierwegbesturing dan
om de cursor te verplaatsen
of items te wijzigen.
Druk op de vierwegbesturing
(3) om het weergavepalet
op te roepen. (p.262)
c 3-knop
Indrukken om het menu
[Q Weergeven 1] weer te
geven (p.263). Druk vervolgens
op de vierwegbesturing (5)
om submenu’s weer te geven.
Verwijzingen naar knoppen
K-5_OPM_DUT.book Page 27 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
28
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Weergave van indicaties
Afhankelijk van
de camerastatus worden
de hieronder beschreven
gegevens op de monitor
weergegeven.
Bedieningsaanwijzingen worden gedurende 3 seconden
(standaardinstelling) weergegeven op de monitor als de camera
wordt ingeschakeld of de functiekiezer wordt gebruikt.
* 3 wordt alleen weergegeven als [Wereldtijd] is ingesteld op [Bestemmingstijd].
Monitor
De helderheid en de kleur van de monitor kunnen worden aangepast.
(p.333, p.334)
Bij het inschakelen of gebruik van de functiekiezer
1 Belichtingsfunctie (p.116) 3 Wereldtijd (p.324)
2 Bedieningsindicatie 4 Actuele datum en tijd (p.74)
Monitor
P
Programma
Automatische belichting
09/09/2010
RAW Tv
Av
AF uitschakelen
10:30AM
RAW
AF
P
1
2
34
K-5_OPM_DUT.book Page 28 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
29
Tijdens het maken van opnamen wordt het statusscherm weergegeven
waarin de huidige instellingen van de opnamefunctie worden getoond.
U kunt een ander scherm kiezen door op de knop M te drukken.
Selecteer [Uit] bij [Hulpdisplay] in het menu [R Instellen 1] om geen
indicaties weer te geven. (p.329)
Als de functiekiezer op A staat, dan wordt het scherm voor selectie
van de USER-stand gedurende 30 seconden weergegeven, ongeacht
de instelling van [Hulpdisplay].
Opnamestand
[Elektr. waterpas] is standaard uitgeschakeld P (Uit). U schakelt de functie
in het menu [A Opnamemodus 4] (p.335).
P
AF.S
1/
ISO
AUTO
2000 2.8
±0.0
±0±0
F
11223344+5
-
5
AWB
16M
[
37
]
1600
JPEG
11
11
16M
[
37
]
ISO AUTO-instelling
Instelbereik
ISO
AUTO
200-1600
JPEG
HDR
HDR
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
11
11
Statusscherm
M
Bedieningspaneel
Leeg
M
M
M
Weergave van
elektronische waterpas
K-5_OPM_DUT.book Page 29 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
30
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Statusscherm
(Alle items worden hier voor uitlegdoeleinden weergegeven. In werkelijkheid kan
er iets anders worden weergegeven.)
1 234567
109
12
22
23
24
25
11
8
8
13
8
15 16 17
19 20 21
18
14
8
P
USER
SHIFT
AF.S
1/
ISO
AUTO
2000
1600
2.8
+1.0
G1A1
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
16
M
[
1234
]
11
11
1 Belichtingsfunctie (p.116)
2 Belichtingsgeheugen (p.137)
3 Intervalopname (p.171)/
Dubbelopnamen (p.174)/
Uitgebreide Bracketing (p.181)/
Digitaal filter (p.184)/
HDR-opname (p.242)
4 Shake Reduction (p.159)/
Horizoncorrectie (p.160)
5 Scherpstelstand (p.139)
6 Lichtmetingsmethode (p.133)
7 Batterijniveau (p.58)
8 Hulp e-knop
9 Sluitertijd
10 Diafragmawaarde
11 ISO/ISO AUTO
12 Gevoeligheid (p.108)
13 Belichtingscorrectie (p.135)/
Belichtingsbracketing (p.177)
14 LW-balk
15 Flitsinstelling (p.85)
16 Transportstand (p.98)
17 Witbalans (p.232)
18 Aangepaste opname (p.249)
19 Bestandsindeling (p.228)
20 JPEG-resolutie (p.226)
21 JPEG-kwaliteit (p.227)
22 Flitsbelichtingscorrectie (p.91)
23 Fijnafstemming witbalans
(p.234)/Cross-
processing (p.252)
24 AF-punt (p.145)
25 Resterende opslagcapaciteit/
aanduiding knop |
K-5_OPM_DUT.book Page 30 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
31
Het bedieningspaneel
Druk op de knop M in het statusscherm om het bedieningspaneel weer
te geven en instellingen te wijzigen.
Instellingen die niet gewijzigd kunnen worden bij de huidige configuratie van
de camera, kunnen niet worden geselecteerd.
Als [Statusscherm] (p.331) in het menu [R Instellen 1] ingesteld is op P (Uit),
dan wordt het statusscherm niet weergegeven. Het bedieningspaneel wordt
steeds in- en uitgeschakeld als op de knop M wordt gedrukt.
In het statusscherm wordt de instelling die momenteel wordt gewijzigd
of het hulpdisplay voor de knoppen die kunnen worden gebruikt,
weergegeven in blauw (wanneer [Statusscherm] (p.331) in het
menu [R Instellen 1] ingesteld is op [Weerg. kleur 1]).
Het statusscherm verdwijnt als er binnen 30 seconden geen
bedieningshandeling heeft plaatsgevonden. Druk op de knop M
als u het scherm weer op wilt roepen.
Als er op het bedieningspaneel 30 seconden lang geen bedieningshandeling
heeft plaatsgevonden, verschijnt het statusscherm weer.
[9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven
op het statusscherm en op het bedieningspaneel. Zelfs als 10.000 of meer
opnamen kunnen worden gemaakt, wordt [9999] weergegeven.
1
2
9
13
8
12
16 17
10
14
11
15
5467
3
16
M
[
37
]
ISO
AUTO
200-1600
JPEG
HDR
HDR
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
11
11
ISO AUTO-instelling
Instelbereik
1 Functienaam
2 AUTO-instelling ISO (p.110)
3 AUTO-instelling AF-punt (p.145)
4 Correctie van hoge
lichten (p.241)
5 Schaduwcorrectie (p.241)
6 Vervormingscorrectie (p.245)
7 Instelling laterale chromatische
aberratie (p.245)
8 Cross-processing (p.252)
9 Uitgebreide bracketing (p.181)
10 Digitaal filter (p.184)
11 HDR-opname (p.242)
12 Bestandsindeling (p.228)
13 JPEG-resolutie (p.226)
14 JPEG-kwaliteit (p.227)
15 Shake Reduction/
Horizoncorrectie (p.159)
16 Actuele datum en tijd
17 Resterende opslagcapaciteit
K-5_OPM_DUT.book Page 31 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
32
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Weergave elektronische waterpas
Deze camera is uitgerust met een elektronische waterpas waarmee
kan worden gedetecteerd of de camera horizontaal is. Als [Elektr.
waterpas] ingesteld is op O (Aan), druk dan tijdens weergave van het
bedieningspaneel op de knop M om de elektronische waterpas
te bekijken. Als [Elektr. waterpas] is toegewezen aan de knop |/Y,
druk dan op de knop |/Y om de weergave in of uit te schakelen.
Aan de onderzijde van het scherm wordt een staafdiagram
weergegeven dat de horizontale camerahoek toont, en aan
de rechterzijde wordt een staafdiagram weergegeven dat
de verticale camerahoek toont.
Voorbeeld:
[Elektr. waterpas] is standaard uitgeschakeld P (Uit). U schakelt
de functie in het menu [A Opnamemodus 4] (p.335).
Raadpleeg p.321 voor het toewijzen van een functie aan
de knop |/Y.
De weergave van de elektronische waterpas verdwijnt als binnen
1 minuut geen bedieningshandelingen worden verricht.
Als de camerahoek niet kan worden gedetecteerd, dan knipperen
beide uiteinden en het midden van de staafdiagrammen in een
rode kleur.
Horizontaal en verticaal
niveau (groen)
1,5° naar links gekanteld (geel)
Verticaal niveau (groen)
Buiten weergave van
horizontaal niveau (rood)
5° omhoog gekanteld (geel)
Horizontaal niveau (groen)
Buiten weergave van verticaal
niveau (rood)
K-5_OPM_DUT.book Page 32 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
33
Telkens wanneer u tijdens weergave op de knop M drukt, toont
de camera andere informatie.
Weergavestand
Standaard
Opname, bestandsindeling en indicaties worden
weergegeven.
Histogramweergave
Op het scherm worden de opname en het histogram
(Helderheid/RGB) weergegeven. Niet beschikbaar tijdens
weergave van video. (p.37)
Weergave van
detail-info
Op het scherm worden details van de opname-instellingen
en het tijdstip van de opname weergegeven. (p.35)
Geen infoweergave Alleen de opname wordt weergegeven.
Wanneer de camera een kwart slag wordt gedraaid
Als de camera verticaal wordt vastgehouden
tijdens het meten van de helderheid,
dan wordt het bedieningspaneel of het
statusscherm ook verticaal weergegeven.
De richtingen van de vierwegbesturing
(2345) worden tevens aangepast aan
de stand van de camera.
Als u de inhoud van het scherm altijd
horizontaal wilt weergeven, stel dit
dan in bij [Statusscherm] in het menu
[R Instellen 1]. (p.331)
[
1234
]
ISO
AUTO
200-1600
HDR
HDR
OFF
OFF
16M
JPEG
ISO AUTO-instelling
Instelbereik
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
11
11
OFF
OFF
K-5_OPM_DUT.book Page 33 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
34
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
De informatie die tijdens weergave als eerste wordt getoond, is dezelfde
als die van de laatste weergave in de vorige sessie. Als [Display
weergave-info] ingesteld is op P (Uit) bij [Geheugen] (p.348) in het
menu [A Opnamemodus 5], wordt bij inschakeling van de camera
als eerste altijd het standaardscherm getoond.
ON
ON
2000 F5.6
JPEG
1/
100-0001
100-0001
RAW
RAW
200
ISO
AE-L
P
09/09/2010
10:00AM
100-0001
1/
2000
AF.A
16M
G2
200
ISO
24
m
m
±0
±0
±0
±0
±0
JPEG
AdobeRGB
A1
F2.8 +1.5 -0.5
ON
ON
ON
ON
2000 F5.6 200
100-0001
100-0001
1/
ISO
RAW
RAW
AE-L
Standaard
M
Histogramweergave
Geen infoweergave
M
M
M
Weergave van detail-info
K-5_OPM_DUT.book Page 34 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
35
Weergave van detail-info
Ga van de ene naar de andere pagina met de vierwegbesturing (23).
P
09/09/2010
10:00AM
09/09/2010
10:00AM
100-0001
1/
2000
AF.A
16M
G2
200
ISO
24
mm
±0
±0
±0
±0
±0
JPEG
AdobeRGB
A1
F2.8
F2.8
+1.5 -0.5
100-0001
100-0001
G2MONO
Movie
10
min
10
sec
±0
±0
±0
±0
±0
A1
OFF
OFF
FullHD
25
ON
ON
ON
ON
ON
ON
3
2
2
2
3
546
5
34
35 36
37 14 38
6
7
30
8
9
10
11 12
13 14 15 16 19
20
20
1817
21
24
24
25
25
26 27 28 29
2826 27 4
31
30
31
3332
32
22
23
1
56
39
40
41
39
1
Pagina 1
Foto
Video
Foto/Video
Pagina 2
2
3
2
3
K-5_OPM_DUT.book Page 35 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
36
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
* Voor opnamen die zijn gemaakt tijdens Live weergave met gebruik van
Gezichtsherkenning AF of Contrast AF, wordt de autofocusmethode
weergegeven voor indicatie 10.
* De indicaties 8 en 22 worden alleen weergegeven bij opnamen die met
de flitser zijn gemaakt.
* De indicaties 14, 15, 16, 17, 18, 19, 33 en 38 worden alleen weergegeven
bij opnamen die zijn gemaakt terwijl de corresponderende functies waren
ingeschakeld.
* De indicaties 27 en 28 worden niet weergegeven bij RAW-opnamen.
* Indicator 39 wordt alleen weergegeven bij opnamen als de integriteit van
de informatie van de opname is geschonden.
1 Rotatie-informatie (p.281)
2 Gemaakte opname
3 Belichtingsfunctie (p.99)
4 Shake Reduction/
Horizoncorrectie (p.159)
5 Beveiligen (p.288)
6 Mapnummer-
bestandsnummer (p.336)
7 Transportstand (p.98)
8 Flitsinstelling (p.85)
9 Brandpuntafstand
10 AF-punt (p.145)/
Autofocusmethode (p.188)
11 Scherpstelstand (p.139)
12 Lichtmetingsmethode (p.133)
13 Sluitertijd
14 Digitaal filter (p.184)
15 Uitgebreide bracketing (p.181)/
HDR-opname (p.242)/
Dubbelopnamen (p.174)/
Cross-processing (p.252)
16 Correctie van hoge
lichten (p.241)
17 Schaduwcorrectie (p.241)
18 Vervormingscorrectie (p.245)
19 Instelling laterale chromatische
aberratie (p.245)
20 Diafragmawaarde
21 Belichtingscorrectie (p.135)
22 Flitsbelichtingscorrectie (p.91)
23 Gevoeligheid (p.108)
24 Witbalans (p.232)
25 Fijnafstemming
witbalans (p.234)
26 Bestandsindeling (p.228)
27 Resolutie (p.194, p.226)
28 Kwaliteitsniveau (p.194, p.227)
29 Kleurruimte (p.239)
30 Afwerking van
de opname (p.249)
31 Parameters aangepaste
opname (p.249)
32 Opnamedatum en -tijd
33 DPOF-instellingen (p.345)
34 Opnametijd
35 Geluidsinstelling (p.195)
36 Geluidstype
37 Transportstand
(afstandsbediening)
38 Cross-processing (p.252)
39 Waarschuwing dat integriteit
van informatie is geschonden
40 Fotograaf (p.343)
41 Copyrighthouder (p.343)
K-5_OPM_DUT.book Page 36 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
37
Histogramweergave
De volgende histogrammen kunnen worden weergegeven bij weergave
van foto-opnamen. Het “Helderheidshistogram” toont de verdeling van
helderheid en het “RGB-histogram” toont de verdeling van kleurintensiteit.
Druk op de vierwegbesturing (23) om te schakelen tussen
Helderheidshistogram en RGB-histogram.
* Indicatie 2 wordt alleen weergegeven voor beveiligde opnamen.
* Indicatie 4 wordt alleen weergegeven als de bestandsindeling van de laatst
gemaakte opname JPEG is, en de gegevens van deze opname nog in het
buffergeheugen aanwezig zijn. (p.94)
Als [Licht/donker geb] (p.265) in het menu [Q Weergeven 1] ingesteld
is op O (Aan), dan gaan gebieden met heldere of donkere gedeelten
knipperen (behalve bij weergave van het RGB-histogram en weergave
van detail-info).
2000 F5.6 200
100-0001
100-0001
1/
2000 F5.6
100-0001
100-0001
1/
ISO
200
ISO
RAW
RA W
AE-L
RAW
RA W
AE-L
97 8 10 6 7 8 9 106
5
11
4
12
13
5
1
1 32432
Helderheidshistogram RGB-histogram
23
23
1 Histogram (Helderheid)
2 Beveiligen
3 Mapnummer-bestandsnummer
4 Een opname tevens opslaan
in de RAW-indeling
5 Schakelen RGB-histogram/
helderheidshistogram
6 Bestandsindeling
7 Sluitertijd
8 Diafragmawaarde
9 Gevoeligheid
10 DPOF-instellingen
11 Histogram (R)
12 Histogram (G)
13 Histogram (B)
K-5_OPM_DUT.book Page 37 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
38
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Een histogram toont
de helderheidsverdeling van
een opname. De horizontale
as vertegenwoordigt helderheid
(donker aan de linkerzijde
en licht aan de rechterzijde)
en de verticale as vertegenwoordigt
het aantal pixels.
De vorm en indeling van het
histogram vóór en na de opname
maken duidelijk of het belichtings-
niveau en het contrast al dan niet
goed zijn. Op basis hiervan bepaalt
u of de belichting moet worden
gewijzigd en u de foto
opnieuw moet maken.
1 Belichting corrigeren (p.135)
1 De helderheid aanpassen (p.241)
Inzicht in helderheid
Als de helderheid goed is en er geen excessief lichte of excessief donkere
gebieden zijn, vertoont de grafiek in het midden een piek. Als de opname
te donker is, bevindt de piek zich links; als de opname te licht is, bevindt
de piek zich rechts.
Als de opname te donker is, wordt het gedeelte links afgesneden
(donkere delen zonder details) en als de opname te licht is, wordt
het gedeelte rechts afgesneden (lichte delen zonder details).
Lichte gedeelten knipperen rood en donkere gedeelten knipperen geel
op de monitor als [Licht/donker geb] ingesteld is op O (Aan).
1 Opnamen weergeven (p.93)
1 De weergavemethode instellen (p.265)
1 De weergave voor Momentcontrole instellen (p.332)
Werken met het histogram
Aantal pixels
Donkere gedeelten
Lichte gedeelten
Helderheid
(Donker)
(Licht)
Donkere opname Opname met weinig donkere
en heldere gebieden
Lichte opname
K-5_OPM_DUT.book Page 38 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
39
Inzicht in kleurbalans
De verdeling van de kleurenintensiteit wordt voor elke kleur weergegeven
in het RGB-histogram. De rechterkant van de grafieken ziet er hetzelfde
uit voor opnamen waarvoor ook de witbalans wordt aangepast. Als één
kleur links disproportioneel aanwezig is, is die kleur te intens.
1 De witbalans instellen (p.232)
Op de monitor wordt het volgende weergegeven als indicatie van
de toetsen, knoppen en e-knoppen die op dat moment kunnen
worden bediend.
Voorbeeld:
Bedieningsindicaties
2 Vierwegbesturing (2) 4-knop
3 Vierwegbesturing (3) | Knop Snelinstelling
4 Vierwegbesturing (4) Knop L
5 Vierwegbesturing (5) Knop i
R e-knop aan de voorzijde Ontspanknop
S e-knop op de achterzijde |/Y-knop
Knop 3
K-5_OPM_DUT.book Page 39 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
40
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
De volgende informatie wordt weergegeven in de zoeker.
Zoeker
1 AF-kader (p.68)
2 Spotmeetkader (p.134)
3 AF-punt (p.145)
4 Flitsindicatie (p.85)
Brandt: wanneer de flitser beschikbaar is.
Knippert: wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze
nog niet is ingesteld of wordt opgeladen.
5 Scherpstelstand (p.150)
Wordt weergegeven wanneer de scherpstelstand is ingesteld op \.
6 Sluitertijd
Wordt onderstreept als de sluitertijd kan worden gewijzigd.
Toont het aftellen van verwerkingstijd wanneer de ruisreductiefunctie
is geactiveerd. (p.112)
7 Diafragmawaarde
Wordt onderstreept wanneer de diafragmawaarde kan worden gewijzigd.
[nr] knippert als de ruisreductiefunctie is geactiveerd. (p.112)
8 Scherpstelindicatie (p.80)
Brandt: wanneer is scherp gesteld op het onderwerp.
Knippert: als niet is scherp gesteld op het onderwerp.
1
4
19
181716151413
61011
12
2
1
3
5 7 8 9
K-5_OPM_DUT.book Page 40 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
41
9 LW-balk
Toont de LW-correctiewaarden of het verschil tussen de optimale
en ingestelde belichting als de belichtingsfunctie is ingesteld
op a of M. (p.135)
Geeft de camerahoek weer als [Elektr. waterpas] is ingesteld
op O (Aan). (p.44)
10 ISO/ISO AUTO
Wordt weergegeven als de gevoeligheid wordt weergegeven.
11 Gevoeligheid/Resterende opslagcapaciteit
Wordt onderstreept wanneer de gevoeligheid kan worden gewijzigd.
Weergave van het aantal beschikbare opnamen onmiddellijk na het maken
van een opname.
Toont de correctiewaarde terwijl de LW-correctie wordt ingesteld.
Toont de mate van afwijking ten opzichte van de juiste belichting wanneer
de belichtingsfunctie is ingesteld op a of M en [Elektr. waterpas]
is ingesteld op O (Aan). (p.129)
12 Belichtingsgeheugen (p.137)
Wordt weergegeven als de functie Belichtingsgeheugen is geactiveerd.
13 AF-punt wijzigen (p.146)
Wordt weergegeven als het AF-punt kan worden gewijzigd terwijl
de AF-punt-kiezer is ingesteld op j (Selecteren).
14 Dubbelopnamen (p.174)
Wordt weergegeven bij instelling van dubbelopnamen.
15 Lichtmetingsmethode (p.133)
Wordt weergegeven wanneer de lichtmetingsmethode op M (Meting met
nadruk op midden) of N (Spotmeting) staat.
16 Shake Reduction (p.158)
Wordt weergegeven als de functie Shake Reduction wordt geactiveerd.
17 Flitsbelichtingscorrectie (p.91)
Wordt weergegeven wanneer de flitsbelichtingscorrectie wordt gebruikt.
18 Belichtingscorrectie (p.135)/Belichtingsbracketing (p.177)
Wordt weergegeven wanneer de LW-correctie wordt gewijzigd of wanneer
de transportstand is ingesteld op [Belichtingsbracketing].
19 Bestandsindeling (p.228)
Weergave van de indeling waarmee wordt opgeslagen (RAW of RAW+)
als is gekozen voor opslag in RAW-indeling.
Wordt niet weergegeven bij opslaan in JPEG-indeling.
K-5_OPM_DUT.book Page 41 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
42
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde
van de camera.
De AF-punten die worden gebruikt voor autofocus, worden weergegeven
in een rode kleur (AF-punt weergeven) wanneer de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt. (p.145)
Als [AF uitschakelen] is toegewezen aan [AF-knop] bij [Knoppen aanpassen]
in het menu [A Opnamemodus 5], dan wordt in de zoeker \ weergegeven
terwijl de knop = wordt ingedrukt. (p.142)
[9999] is het maximale aantal opnamen dat kan worden weergegeven
in de zoeker. Zelfs als meer dan 10.000 opnamen kunnen worden gemaakt,
wordt [9999] weergegeven.
LCD-display
2
1
5
7
6
8
9
10
4
141312
3
11
K-5_OPM_DUT.book Page 42 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
43
Het LCD-display wordt verlicht als belichtingsmeting wordt uitgevoerd.
U kunt voor de achtergrondverlichting van het LCD-display kiezen tussen
[Sterk], [Zwak] en [Uit] bij [22. LCD-displayverlichting] in het menu
[A Pers.instelling 4] (p.105).
1 Sluitertijd/Aftellen
verwerkingstijd ruisreductie
(p.112)
2 Diafragmawaarde
nr : Ruisreductie
is geactiveerd (p.112)
3 Dubbelopnamen (p.174)
4 Opnamen maken met
vergrendeling spiegel
omhoog (p.168)
5 LW-balk (p.135)/Elektronische
waterpas (p.44)
6 Belichtingscorrectie (p.135)/
Belichtingsbracketing (p.177)
7 Batterijniveau (p.58)
8 Flitsbelichtingscorrectie (p.91)
9 Gevoeligheid/
Belichtingscorrectiewaarde
10 ISO/ISO AUTO
Wordt weergegeven als
de gevoeligheid wordt
weergegeven.
11 Flitsinstelling (p.85)
b : De ingebouwde flitser
is gereed (als dit
symbool knippert,
moet de flitser
worden gebruikt)
> : Anti Rode Ogen
3 : Automatisch flitsen
Q : Lange-sluitertijdsync
E : 2e sluitergordijn-sync
w :Draadloos
12 Transportstand (p.98)
9 : Enkelbeeldopname
j : Continue opname
g : Opnamen maken met
zelfontspanner
W : Opnamen maken met
afstandsbediening
13 Bestandsindeling (p.228)
1 : RAW-opname
1P: RAW+JPEG-opname
14 Resterende opslagcapaciteit/
USB-aansluitfunctie (p.353)
Pc-S : MSC-modus
Pc-P : PTP-modus
K-5_OPM_DUT.book Page 43 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
44
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Weergave elektronische waterpas
Als de camera niet horizontaal is, dan wordt in de zoeker en op het
LCD-display met een staafdiagram de horizontale camerahoek
aangegeven.
[Elektr. waterpas] is standaard uitgeschakeld P (Uit). U schakelt
de functie in het menu [A Opnamemodus 4] (p.335).
De compositie kan ook in de camera worden aangepast wanneer
de camera op een statief is bevestigd. (p.247)
Horizontaal (een hoek van 0°)
5° naar links gekanteld
Een kwartslag gedraaid en 3° naar rechts gekanteld
K-5_OPM_DUT.book Page 44 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
45
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
Functie-instellingen wijzigen
U kunt functie-instellingen wijzigen met de richtingsknoppen van
de vierwegbesturing, het bedieningspaneel en de menu’s. Sommige
functies kunnen worden ingesteld via het bedieningspaneel en de menu’s.
In dit gedeelte worden de basishandelingen beschreven voor het wijzigen
van functie-instellingen.
In de opnamestand kunt u de Transportstand, Flitsinstelling, Witbalans
en Aangepaste opname instellen door de vierwegbesturing (2345)
in te drukken. (p.98)
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [Flitsinstelling]
wordt ingesteld.
1
Druk op de vierwegbesturing (3)
in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer een flitsinstelling met
de vierwegbesturing (45).
Richtingsknoppen gebruiken
Flitsinstelling
Annul.
MENU
0.0
OK
OK
Flitser aan
K-5_OPM_DUT.book Page 45 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
46
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
3
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken
van een opname.
Tijdens het maken van opnamen kunt u de dan geldende instellingen
controleren in het statusscherm. U kunt ook overschakelen naar het
bedieningspaneel en instellingen wijzigen.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe
[JPEG kwaliteitsniveau] wordt ingesteld.
1
Controleer het statusscherm
en druk dan op de knop M.
Het bedieningspaneel wordt
weergegeven.
Druk op de knop M als het
statusscherm niet wordt weergegeven.
Terwijl bediening met de richtingsknoppen is ingeschakeld, worden
de bedieningsindicaties voor de richtingsknoppen weergegeven in een
blauwe kleur (wanneer [Statusscherm] (p.331) in het menu [R Instellen 1]
is ingesteld op [Weerg. kleur 1]). Bediening met de richtingsknoppen
is niet mogelijk als de AF-punt-kiezer ingesteld is op j en het AF-punt
wordt gewijzigd. Druk in dat geval op de knop 4 en houd deze knop
ingedrukt. (p.147)
Het bedieningspaneel gebruiken
P
AF.S
1/
ISO
AUTO
2000 2.8
±0.0
±0±0
F
11223344+5
-
5
AWB
16M
[
37
]
1600
JPEG
11
K-5_OPM_DUT.book Page 46 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
47
2
Selecteer met de vierweg-
besturing (2345) een item
waarvoor u de instelling
wilt wijzigen.
U kunt geen items selecteren als die
in een bepaalde camerastatus niet
kunnen worden gewijzigd.
3
Wijzig de instelling met
de e-knop op de voorkant (R)
of die op de achterkant (S)
van de camera.
4
Druk op de knop 3.
U keert terug naar het statusscherm;
de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Druk op de knop 4 in stap 3 om de gedetailleerde instelling voor het
geselecteerde item weer te geven. Verricht de gedetailleerde instellingen
voor functies zoals Uitgebreide bracketing en Digitaal filter in het scherm met
de gedetailleerde instellingen.
Het statusscherm en het bedieningspaneel worden niet weergegeven
wanneer Live weergave (p.187) is geactiveerd. Verricht of wijzig vooraf
de benodigde instellingen in het menu [A Opnamemodus].
16M
[
37
]
ISO AUTO-instelling
Instelbereik
ISO
AUTO
200-1600
JPEG
HDR
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
11
16M
[
37
]
JPEG kwaliteitsniveau
ISO
AUTO
200-1600
JPEG
HDR
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
OFF
11
K-5_OPM_DUT.book Page 47 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
48
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
In dit gedeelte wordt beschreven hoe de menu’s [A Opnamemodus],
[Q Weergeven], [R Instellen] en [A Pers.instelling] worden gebruikt.
Hieronder wordt bij wijze van voorbeeld beschreven hoe [Programmalijn]
in het menu [A Opnamemodus 3] wordt ingesteld.
1
Druk op de knop 3
in de opnamestand.
Het menu [A Opnamemodus 1]
wordt weergegeven op de monitor.
Als u in de weergavestand op de knop
3 drukt, verschijnt het menu
[Q Weergeven 1].
2
Druk tweemaal op de vierweg-
besturing (5) of draai de e-knop
op de achterkant (S) twee
klikken naar rechts (naar y).
Steeds als u op de vierwegbesturing (5)
drukt, wordt in de volgende volgorde
een ander menu geopend:
[A Opnamemodus 2],
[A Opnamemodus 3], [A Opnamemodus 4], [A Opnamemodus 5],
[Q Weergeven 1] … [A Opnamemodus 1].
Wanneer u de e-knop op de voorkant (R) naar rechts draait,
wordt in de volgende volgorde steeds een ander menu geopend:
[A Opnamemodus 1], [Q Weergeven 1], [R Instellen 1],
[A Pers.instelling 1].
De menu’s gebruiken
JPEG
Einde
MENU
1 2345
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Objectiefcorrectie
16M
11
K-5_OPM_DUT.book Page 48 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
49
3
Kies een onderdeel met
de vierwegbesturing (23).
4
Druk op de vierweg-
besturing (5).
Beschikbare instellingen worden
weergegeven.
Het kader wordt verplaatst naar het
submenu als er een bestaat. Als er een
submenu is, dan wordt dit weergegeven.
5
Selecteer een instelling met
de vierwegbesturing (23).
6
Druk op de knop 4.
De instelling wordt opgeslagen.
Druk op de knop 3 als een
submenu wordt weergegeven
Stel vervolgens andere items in.
Einde
MENU
123 45
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat PEF
sRGB
ISO
NR
AUTO
NR
AUTO
Einde
MENU
123 45
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat PEF
sRGB
ISO
NR
AUTO
NR
AUTO
123 45
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat PEF
sRGB
ISO
NR
AUTO
NR
ON
Annul. OK
OK
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 49 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
50
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
7
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Als u op de 3-knop drukt en het menuscherm sluit maar de camera wordt
verkeerd uitgeschakeld (bijvoorbeeld doordat de batterij wordt uitgenomen
terwijl de camera aan staat), worden de instellingen niet opgeslagen.
U kunt instellen of eerst de menutab moet worden weergegeven
die u de laatste keer had geselecteerd, of dat altijd eerst het menu
[A Opnamemodus 1] moet worden weergegeven. (p.330)
Raadpleeg de pagina’s hierna voor meer informatie over elk menu.
Menu [A Opnamemodus] 1p.99
Menu [Q Weergeven] 1p.263
Menu [R Instellen] 1p.314
Menu [A Pers.instelling] 1p.102
K-5_OPM_DUT.book Page 50 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
51
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
De functiekiezer gebruiken
U kunt een belichtingsfunctie kiezen door een pictogram
op de functiekiezer tegenover het indexstreepje te zetten.
Draai aan de functiekiezer terwijl u op de vergrendelingknop drukt.
Stand Kenmerken Pagina
A
Hiermee maakt u opnamen met
de opgeslagen belichtingsfunctie.
U kunt vijf instellingen opslaan.
p.256
B
Groen
Voor het maken van opnamen met volledig
automatische instellingen.
p.119
e
Hyper Program
De sluitertijd en de diafragmawaarde
worden automatisch ingesteld op de juiste
belichtingswaarde in overeenstemming met
Programmalijn voor het maken van opnamen.
U kunt met de e-knoppen op de voor-
en achterzijde gemakkelijk schakelen tussen
sluitertijdvoorkeuze en diafragmavoorkeuze.
p.120
K
Gevoel. voorkeuze
Stelt automatisch de sluitertijd en diafrag
mawaarde in om een juiste belichting
te verkrijgen in overeenstemming met
de ingestelde gevoeligheid.
p.121
b
Sl.tijd voorkeuze
Hiermee stelt u de gewenste sluitertijd
zo in dat de beweging van het onderwerp
tot uitdrukking komt.
p.123
c
Diafr. voorkeuze
Hiermee stelt u het diafragma zo in dat controle
over de scherptediepte wordt verkregen.
p.124
Vergrendelingknop Functiekiezer
Functie-indicatie
Functiekiezer
K-5_OPM_DUT.book Page 51 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
52
Voordat u de camera gaat gebruiken
1
L
Sluitertijd-
en Diafragma-
voorkeuze
Hiermee wordt automatisch de gevoeligheid
zo ingesteld dat bij de ingestelde sluitertijd
en diafragmawaarde in overeenstemming met
de helderheid van het onderwerp de juiste
belichting wordt verkregen.
p.126
a
Hyper-manual
Laat u de sluitertijd en diafragmawaarde instellen
voor het maken van creatieve opnamen.
p.128
p
Tijdopname
Instelling voor het maken van opnamen waarvoor
lange sluitertijden nodig zijn, zoals vuurwerk
en nachtopnamen.
p.130
M
Flitser X-sync
De sluitertijd wordt vergrendeld op 1/180 seconde.
Maak hier gebruik van als u werkt met een
externe flitser die niet automatisch
de synchronisatiesnelheid instelt.
p.132
C
Video
Voor het opnemen van video. p.197
Stand Kenmerken Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 52 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
2 Voorbereidingen
In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop
van de camera tot het maken van opnamen beschreven.
Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle
aanwijzingen op.
Draagriem bevestigen ..........................................54
De batterij plaatsen ..............................................55
Een SD-geheugenkaart plaatsen/verwijderen ...61
Een objectief aansluiten ......................................66
De zoekerdioptrie corrigeren ..............................68
De camera aan- en uitzetten ................................69
Basisinstellingen ..................................................70
K-5_OPM_DUT.book Page 53 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
54
Voorbereidingen
2
Draagriem bevestigen
1
Haal het andere uiteinde van
de riem door de bescherming
en de driehoekige ring.
2
Maak het uiteinde van de riem vast aan de binnenkant
van de gesp.
3
Bevestig het andere uiteinde van de riem eveneens
op de hiervoor beschreven manier.
K-5_OPM_DUT.book Page 54 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
55
Voorbereidingen
2
De batterij plaatsen
Plaats de batterij in de camera. Gebruik uitsluitend D-LI90-batterijen.
Laad de batterij op als u die voor het eerst gebruikt, of als de batterij lange
tijd niet is gebruikt, of als het bericht [Batterij leeg] verschijnt.
1
Sluit het netsnoer aan op de batterijlader.
2
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
3
Houd de 2 markering op de speciale batterij naar boven
en plaats de batterij in de batterijlader.
Het indicatielampje brandt tijdens het opladen en gaat uit als de batterij
volledig is opgeladen.
4
Neem de batterij uit de batterijlader als de batterij volledig
is opgeladen.
De batterij opladen
Lithium-ionbatterij
Batterijlader
Indicatielampje
Netsnoer
3
1
2
K-5_OPM_DUT.book Page 55 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
56
Voorbereidingen
2
Als u een batterij voor de eerste keer gebruikt, laad ze dan op en plaats
ze in de camera.
1
Open de klep van het
batterijcompartiment.
Trek de ontgrendelingsknop van
de batterijklep omhoog, draai deze naar
OPEN (1) om te ontgrendelen en trek
vervolgens de klep open (2).
Gebruik de batterijlader D-BC90 uitsluitend voor het opladen van
de oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI90. Het opladen van andere batterijen
kan schade en hitte veroorzaken.
De batterij is defect als de batterij op de juiste manier in de batterijlader
is geplaatst, maar het indicatielampje niet brandt. Gebruik dan een nieuwe
batterij in de camera.
De maximale oplaadtijd is circa 390 minuten (dit hangt af van de temperatuur
en resterende batterijcapaciteit). Laad de batterij op in een ruimte met een
temperatuur tussen 0°C en 40°C.
Als de batterij op de juiste wijze is opgeladen, maar de gebruikstijd van
de batterij te kort is, dan heeft de batterij het einde van zijn levensduur
bereikt. Gebruik dan een nieuwe batterij in de camera.
De batterij plaatsen/uitnemen
Open de batterijklep niet en neem de batterij niet uit het compartiment als
de camera aan staat.
Neem de batterij uit de camera als u die langere tijd niet gebruikt. De batterij
kan anders gaan lekken.
Als datum en tijd niet juist zijn wanneer u een nieuwe batterij in de camera
plaatst nadat veel tijd is verstreken nadat de oude batterij werd verwijderd,
volgt u de procedure voor “Datum en tijd instellen” (p.74).
Plaats de batterij op de juiste manier in het compartiment. Als de batterij
verkeerd wordt geplaatst, kan de camera defect raken. Veeg de
contactpunten van de batterij met een zachte, droge doek schoon alvorens
de batterij te plaatsen.
Wees voorzichtig omdat de camera of de batterij heet kan worden bij
langdurig continu gebruik van de camera.
2
1
K-5_OPM_DUT.book Page 56 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
57
Voorbereidingen
2
2
Houd de markering 2 op de batterij naar de buitenzijde
van de camera gericht, duw de batterijvergrendelingsknop
in de richting van de pijl (3) en plaats de batterij.
Duw de batterij aan tot hij
vast klikt.
Als u de batterij wilt verwijderen,
duw dan de vergrendelknop
van het batterijcompartiment
in de richting van de pijl (3).
Neem de batterij uit het
compartiment nadat de batterij
iets omhoog is gekomen.
3
Sluit de batterijklep (4)
en draai de ontgrendelknop
van de batterijklep naar
CLOSE (5) om te vergrendelen.
Berg de ontgrendelknop van
de batterijklep weg als u het
compartiment hebt vergrendeld.
Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapterset K-AC50
(optioneel). (p.59)
3
Vergrendelingsknop op klep
van batterijcompartiment
5
4
K-5_OPM_DUT.book Page 57 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
58
Voorbereidingen
2
U kunt het resterende batterijniveau aflezen aan het symbool
w/A
op het statusscherm en het LCD-display.
Indicatie batterijniveau
Statusscherm LCD-display Batterijniveau
w (groen) A Batterij is vol.
x (groen) B Batterij is bijna vol.
y (geel) C Batterij raakt leeg.
z (rood) D brandt Batterij is bijna leeg.
[Batterij leeg] D knippert
Nadat dit bericht is verschenen,
wordt de camera uitgeschakeld.
(D blijft knipperen op het
LCD-display.)
Het kan zijn dat y, z (rood), C of D zelfs wordt weergegeven
als de batterij nog voldoende voeding heeft. Dit kan voorkomen wanneer
de camera wordt gebruikt bij een lage temperatuur of als u langdurig
continuopnamen maakt. Schakel de camera dan uit en weer in.
Als w of A wordt weergegeven, kunt u de camera weer gebruiken.
W wordt weergegeven bij gebruik van de netvoedingsadapter.
K-5_OPM_DUT.book Page 58 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
59
Voorbereidingen
2
De opslagcapaciteit (normaal opnamen maken, flitsergebruik 50%) is gebaseerd
op meetomstandigheden die in overeenstemming zijn met CIPA-normen, terwijl
andere waarden zijn gebaseerd op onze meetomstandigheden. In de praktijk
kunnen afwijkingen van deze waarden optreden, al naar gelang de opnamefunctie
en opnameomstandigheden.
We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapterset K-AC50
(optioneel) als u de monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit
op een computer of AV-apparaat.
1
Controleer of de camera is uitgeschakeld.
Geschatte opslagcapaciteit en Weergavetijd
(batterij volledig opgeladen)
Batterij
Normaal
opnamen
maken
Flitsfotografie
Weergavetijd
(temperatuur)
50%
gebruik
100%
gebruik
D-LI90 (23°C) 980 740 610 440 minuten
(0°C) 810 680 560 400 minuten
De prestaties van de batterijen kunnen bij lage temperaturen tijdelijk
afnemen. Houd bij gebruik van de camera in een koud klimaat extra
batterijen bij de hand, die u warm houdt in uw zak. Bij het bereiken
van kamertemperatuur worden de batterijprestaties weer normaal.
Zorg ervoor dat u extra batterijen bij u hebt als u naar het buitenland gaat,
opnamen maakt in een koud klimaat of een groot aantal opnamen maakt.
Gebruik van de netvoedingsadapter
(optioneel)
K-5_OPM_DUT.book Page 59 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
60
Voorbereidingen
2
2
Open de klep voor aansluitingen.
3
Richt de 2 markering
op de gelijkstroomconnector
van de netvoedingsadapter
naar de markering 2
op de camera en sluit
de gelijkstroomconnector
aan op de gelijkstroomingang
van de camera.
4
Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
5
Sluit het netsnoer aan op een stopcontact.
Zorg dat de camera is uitgeschakeld alvorens de netvoedingsadapter aan
te sluiten of los te maken.
Zorg ervoor dat de kabels goed aangesloten zijn op de aansluitpunten.
De SD-geheugenkaart of gegevens kunnen beschadigd raken indien
de verbinding wordt verbroken terwijl er gegevens op de kaart worden
opgeslagen of aangesproken.
Lees vóór gebruik van de netvoedingsadapterset K-AC50 eerst
de bijbehorende gebruiksaanwijzing.
Bij gebruik van de netvoedingsadapter wordt de batterij in de camera
niet opgeladen.
K-5_OPM_DUT.book Page 60 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
61
Voorbereidingen
2
Een SD-geheugenkaart
plaatsen/verwijderen
Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart of een SDHC-
geheugenkaart (in de winkel verkrijgbaar). Beide kaarten worden hierna
aangeduid als SD-geheugenkaart. Zorg ervoor dat de camera uit staat
alvorens de SD-geheugenkaart te plaatsen of te verwijderen.
1
Controleer of de camera is uitgeschakeld.
2
Schuif de kaartklep in de richting
van de pijl en open vervolgens
de klep (1´2).
3
Breng de kaart volledig in met het
etiket van de SD-geheugenkaart
naar de monitor gericht.
Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/
lezen van de kaart brandt.
Gebruik deze camera om SD-kaarten te formatteren (initialiseren) die nog
niet eerder zijn gebruikt, of die in andere camera’s of digitale apparaten zijn
gebruikt. Raadpleeg “SD-geheugenkaart formatteren” (p.317) voor
informatie over formatteren.
Gebruik een snelle geheugenkaart als u video opneemt. Als de snelheid
waarmee wordt geschreven, achterblijft bij de snelheid waarmee wordt
opgenomen, kan het schrijven tijdens het opnemen worden afgebroken.
2
1
K-5_OPM_DUT.book Page 61 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
62
Voorbereidingen
2
Druk de SD-geheugenkaart verder naar
binnen om deze te verwijderen.
4
Sluit de klep van het
kaartcompartiment (3) en schuif
de klep vervolgens in de richting
van de pijl (4).
Zorg ervoor dat de kaartklep goed gesloten is. De camera werkt niet als
de kaartklep open is.
4
3
K-5_OPM_DUT.book Page 62 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
63
Voorbereidingen
2
Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart
De SD-geheugenkaart is voorzien van een
schuifje voor schrijfbeveiliging. Wanneer
u het schuifje van de schrijfbeveiliging
op LOCK zet, kunnen geen nieuwe
gegevens worden weggeschreven naar
de kaart, kunnen bestaande gegevens
op de kaart niet worden gewist en kan de kaart niet worden geformatteerd door
de camera of een computer.
De SD-geheugenkaart kan heet zijn als u de kaart onmiddellijk na gebruik van
de camera verwijdert.
Verwijder de SD-geheugenkaart niet en schakel de stroom niet uit terwijl
er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken. Anders kunnen
gegevens verloren gaan of kan de kaart beschadigd raken.
Buig de SD-geheugenkaart niet en stel hem niet bloot aan hevige schokken.
Houd de kaart uit de buurt van water en bewaar deze niet op een plaats met
een hoge temperatuur.
Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart
kan hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
Onder de volgende omstandigheden kunnen gegevens op de SD-
geheugenkaart worden verwijderd. Wij aanvaarden geen enkele
aansprakelijkheid voor verwijderde gegevens
(1) Als de SD-geheugenkaart verkeerd wordt gebruikt door de gebruiker.
(2) Als de SD-geheugenkaart wordt blootgesteld aan statische elektriciteit
of elektrische storingen.
(3) Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet is gebruikt.
(4) Als de SD-geheugenkaart of de batterij wordt verwijderd terwijl
er gegevens op de kaart worden opgeslagen of aangesproken.
Als de SD-geheugenkaart lange tijd niet wordt gebruikt, kunnen de gegevens
op de kaart onleesbaar worden. Sla regelmatig een reservekopie van
belangrijke gegevens op een computer op.
Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar hij aan statische elektriciteit
of elektrische storingen kan worden blootgesteld.
Gebruik of bewaar de kaart niet op plaatsen waar ze wordt blootgesteld
aan rechtstreeks zonlicht of aan snelle temperatuurschommelingen
of condensatie.
Nieuwe SD-geheugenkaarten moeten worden geformatteerd. Dit geldt
ook voor SD-geheugenkaarten die in andere camera’s zijn gebruikt.
1 SD-geheugenkaart formatteren (p.317)
Het beheer van de gegevens op uw SD-geheugenkaart is volledig voor
eigen risico.
Schuifje voor
schrijfbeveiliging
K-5_OPM_DUT.book Page 63 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
64
Voorbereidingen
2
Kies voor de opnamen de opnameresolutie (grootte) en het
kwaliteitsniveau (JPEG-compressiefactor) die passen bij wat u met
de opnamen wilt gaan doen.
Opnamen met een hogere opnameresolutie of meer sterren (E) worden
scherper afgedrukt. Het aantal opnamen dat kan worden gemaakt (het
aantal opnamen dat op een SD-geheugenkaart past) wordt echter kleiner
bij grotere bestanden.
De kwaliteit van de opname of afdruk hangt af van het kwaliteitsniveau,
de belichting, de resolutie van de printer en een aantal andere factoren.
Dat betekent dat u nooit meer dan de daarvoor benodigde hoeveelheid
pixels hoeft te kiezen. Wanneer u bijvoorbeeld op briefkaartformaat wilt
afdrukken, is i (1728×1152) voldoende. Geef voor de opnameresolutie
en het kwaliteitsniveau de instellingen op die tegemoetkomen aan het doel
van de opname.
1 JPEG-opnameresolutie instellen (p.226)
1 Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen (p.227)
JPEG-resolutie, JPEG-kwaliteitsniveau en geschatte
opslagcapaciteit voor opnamen
(bij gebruik van een SD-geheugenkaart van 2 GB)
De opslagcapaciteit voor opnamen kan variëren, al naar gelang het onderwerp,
opnameomstandigheden, opnamefunctie, SD-geheugenkaart, e.d.
Opnameresolutie en Kwaliteitsniveau
Als JPEG de bestandsindeling is
JPEG-kwaliteit
JPEG-resolutie
Z
Premium
C
Best
D
Beter
E
Goed
p
(4928×3264) 134 214 379 749
J
(3936×2624) 208 332 585 1138
P
(3072×2048) 339 543 945 1807
i
(1728×1152) 1041 1617 2793 5121
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden
opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Automatische bracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map
opgeslagen totdat het maken van opnamen gereed is, zelfs als daardoor meer
dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
K-5_OPM_DUT.book Page 64 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
65
Voorbereidingen
2
Met de X kunt u opnamen opslaan in de flexibele indeling JPEG of de
kwalitatief hoogwaardige maar bewerkbare RAW-indeling. Als RAW-
indeling kunt u kiezen voor de oorspronkelijke PEF-indeling van PENTAX
of de voor algemene doeleinden bestemde DNG-indeling (Digital
Negative), ontwikkeld door Adobe Systems. Op een SD-kaart met een
capaciteit van 2 GB kunt u maximaal 58 opnamen opslaan in de PEF-
indeling of de DNG-indeling.
1 Een bestandsindeling selecteren (p.228)
Als RAW de bestandsindeling is
K-5_OPM_DUT.book Page 65 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
66
Voorbereidingen
2
Een objectief aansluiten
Sluit een passend objectief aan op de body van de camera.
Als u met de X een van de volgende objectieven gebruikt,
zijn alle belichtingsstanden van de camera beschikbaar.
(a) DA-, DA L-, D FA-, FA J-objectieven
(b) Objectieven met een stand s (Auto) als de stand swordt gebruikt
1
Controleer of de camera is uitgeschakeld.
2
Verwijder de dop van
de cameravatting (1) en de dop
van de objectiefvatting (2).
Zet een los objectief altijd met de vatting
omhoog neer om beschadiging van
de objectiefvatting te voorkomen.
Zet de camera uit alvorens het objectief te bevestigen of te verwijderen
om onverwachte bewegingen van het objectief te voorkomen.
Als objectieven die bij (b) zijn beschreven, worden gebruikt in een stand
anders dan s, zijn sommige functies beperkt bruikbaar. Zie “Bijzonderheden
over [27. Diafragmaring gebruiken]” (p.376).
In de fabrieksinstellingen zal de camera niet werken met andere objectieven
en accessoires dan die boven staan vermeld. Stel [27. Diafragmaring
gebruiken] in het menu [A Pers.instelling 4] in op [Toegestaan]
om deze wel te kunnen gebruiken. (p.376)
K-5_OPM_DUT.book Page 66 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
67
Voorbereidingen
2
3
Zorg dat de richttekens
objectiefvatting (de rode puntjes;
3) op de camera en het objectief
tegenover elkaar liggen. Draai
vervolgens het objectief met
de klok mee tot het vast klikt.
Draai het objectief, nadat u het
op de body hebt bevestigd, tegen
de klok in om te controleren
of u het goed hebt gemonteerd.
4
Haal de frontdop van het
objectief door de aangegeven
delen naar binnen te duwen.
Als u het objectief wilt loskoppelen, houdt
u de ontgrendelknop voor het objectief
(4) ingedrukt en draait u het objectief
tegen de wijzers van de klok in.
Pentax kan niet aansprakelijk worden gesteld voor ongelukken, problemen en
defecten die het gevolg zijn van het gebruik van objectieven van een ander merk.
De camerabody en objectiefvatting zijn voorzien van informatiecontacten
en een AF-koppeling. Vuil, stof of corrosie kunnen problemen met het
elektrische systeem of een incorrecte werking veroorzaken. U kunt
de contacten indien nodig reinigen met een zachte, droge doek.
De dop van de cameravatting (1) is een dop die krassen en stof voorkomt
tijdens het transport. Dop K voor de cameravatting (Body Mount Cap K) wordt
separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
3
4
K-5_OPM_DUT.book Page 67 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
68
Voorbereidingen
2
De zoekerdioptrie corrigeren
Pas de zoekerdioptrie aan uw gezichtsvermogen aan.
Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien,
schuift u de dioptriecorrectieknop opzij.
U kunt de dioptrie aanpassen van ca. -2,5 tot +1,5m
-1
.
1
Kijk door de zoeker en schuif
de dioptriecorrectieknop naar
links of naar rechts.
Duw tegen de dioptriecorrectieknop tot
het AF-kader in de zoeker zo scherp
mogelijk zichtbaar is.
Richt de camera op een witte muur of een
ander effen en helder verlicht oppervlak.
De oogschelp FR is op de zoeker bevestigd wanneer de camera vanuit
de fabriek wordt verzonden. De dioptrie-instelling kan worden gewijzigd
als de oogschelp F
R bevestigd is, maar dit is eenvoudiger wanneer
u de oogschelp verwijdert.
De oogschelp F
R verwijdert u door deze
in de richting van de pijl naar buiten
te trekken.
De oogschelp F
R bevestigt u door deze
in de groef op de zoeker te drukken.
Het kan gebeuren dat u het zoekerbeeld
niet goed kunt zien, zelfs als u de dioptrie-
correctieknop hebt ingesteld. Gebruik dan
de optionele dioptriecorrectielensadapter
M. U kunt die adapter echter alleen
gebruiken als u eerst de oogschelp
F
R verwijdert. (p.386)
AF-kader
K-5_OPM_DUT.book Page 68 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
69
Voorbereidingen
2
De camera aan- en uitzetten
1
Zet de hoofdschakelaar op [ON].
De camera wordt ingeschakeld.
Zet de hoofdschakelaar in de stand [OFF]
om de camera uit te zetten.
Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is.
De camera wordt automatisch uitgeschakeld als er gedurende bepaalde tijd
geen bedieningshandelingen zijn verricht. De camera kunt u opnieuw
activeren door deze weer in te schakelen of een van de volgende
handelingen te verrichten.
- Druk de ontspanknop tot halverwege in.
- Druk op de knop Q, 3 of M.
Standaard wordt de camera automatisch uitgeschakeld na 1 minuut
inactiviteit. U kunt die instelling wijzigen met de optie [Auto Uitsch.] in het
menu [R Instellen 3]. (p.340)
K-5_OPM_DUT.book Page 69 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
70
Voorbereidingen
2
Basisinstellingen
De eerste keer dat de camera na aanschaf
wordt aangezet, verschijnt het scherm
[Language/u] op de monitor. Volg
de onderstaande procedure om de taal
die wordt weergegeven op de monitor,
en de actuele datum en tijd in te stellen.
Als deze instellingen eenmaal zijn verricht,
hoeven deze niet opnieuw te worden
uitgevoerd nadat u de volgende keer de camera hebt aangezet.
Als bij inschakeling van de camera het
scherm [Datum instellen] verschijnt, volgt
u de procedure in “Datum en tijd instellen”
(p.74) om de datum en tijd in te stellen.
U kunt de taal kiezen waarin de menu’s, foutberichten, etc. worden
weergegeven. U kunt een van de volgende talen kiezen: Engels, Frans,
Duits, Spaans, Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins,
Pools, Tsjechisch, Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans,
Traditioneel Chinees, Vereenvoudigd Chinees en Japans.
1
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om de gewenste taal
te selecteren.
De weergavetaal instellen
Cancel OK
OK
MENU
MENU
00 00
:
24h
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
Annul.
// 20100101
dd/mm/jj
Annul.
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 70 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
71
Voorbereidingen
2
2
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt
in de geselecteerde taal.
Druk twee keer op de vierwegbesturing (3)
en ga verder bij stap 10 op p.72 als u W
(Thuistijd) niet hoeft aan te passen.
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar W.
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [W Thuistijd] wordt weergegeven.
5
Selecteer met
de vierwegbesturing (45)
een plaats.
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar [Zomertijd].
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
8
Druk op de knop 4.
Het scherm [Basisinstellingen] verschijnt weer.
9
Druk op de vierwegbesturing (3).
De cursor gaat naar [Tekstformaat].
Basisinstellingen
Amsterdam
Tekstformaat
instellingen voltooid
Annul.
MENU
Stand.
Nederlands
Thuistijd
Zomertijd
Amsterdam
Annul.
MENU
OK
OK
10:00
K-5_OPM_DUT.book Page 71 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
72
Voorbereidingen
2
10
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer [Stand.] of [Groot]
met de vierwegbesturing (23).
Door [Groot] te selecteren wordt
de tekstgrootte van de geselecteerde
menu-items groter.
11
Druk op de knop 4.
12
Selecteer [instellingen voltooid]
met de vierwegbesturing (3).
13
Druk op de knop 4.
Het scherm [Datum instellen] verschijnt.
In deze handleiding worden de menuschermen vanaf nu beschreven met
[Tekstformaat] ingesteld op [Stand.].
Basisinstellingen
Amsterdam
Tekstformaat
instellingen voltooid
Nederlands
Annul.
MENU
OK
OK
Stand.
Groot
MENU
Basisinstellingen
Amsterdam
Tekstformaat
instellingen voltooid
Annul.
Stand.
Nederlands
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 72 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
73
Voorbereidingen
2
Als u een verkeerde taal heeft ingesteld
Als u in het scherm [Language/u] per abuis de verkeerde taal heeft
geselecteerd en verder gaat met het scherm [Datum instellen],
kunt u met de procedure hieronder weer de juiste taal kiezen.
Als u de opnamestand van de camera al hebt geactiveerd (en de camera
gereed is voor het maken van een opname), voert u de volgende
handelingen vanaf stap 2 uit om de juiste taal in te stellen.
1
Druk één keer op de knop
3 om de Hulpdisplay
weer te geven op de monitor.
Het scherm rechts is een voorbeeld
van de weergave van de Hulpdisplay.
Wat precies wordt weergegeven
is afhankelijk van de geselecteerde taal.
Bedieningsaanwijzingen worden
gedurende 3 seconden weergegeven op de monitor.
2
Druk één keer op de knop 3.
[A 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
3
Druk zesmaal op de vierwegbesturing (5).
[R 1] wordt weergegeven op de tab langs de bovenrand.
4
Druk op de vierwegbesturing (3) om [Language/u]
te selecteren.
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Language/u] verschijnt.
6
Kies de gewenste taal met de vierwegbesturing
(2345) en druk op de knop 4.
Het menu [R Instellen 1] wordt weergegeven in de geselecteerde taal.
Raadpleeg de volgende pagina’s om zo nodig de gewenste plaats voor
[Thuistijd] en datum en tijd in te stellen.
Thuistijd wijzigen: “Wereldtijd instellen” (p.324)
Datum en tijd wijzigen: “De datum- en tijdweergave
wijzigen” (p.324)
P
ίυΈρθু൲Ⴚ੄
2010/01/01
RAW P Tv
Av
AF
΅λϋΓσ
10:30AM
RAW
AF
K-5_OPM_DUT.book Page 73 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
74
Voorbereidingen
2
Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in.
1
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader wordt verplaatst naar [dd/mm/jj].
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de datumnotatie
te kiezen.
Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd].
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader wordt verplaatst naar [24h].
4
Selecteer 24h (24-uurs weergave)
of 12h (12-uurs weergave) met
de vierwegbesturing (23).
Als de thuistijd en de datum en tijd niet worden ingesteld, zal het scherm
[Basisinstellingen] of het scherm [Datum instellen] wederom worden
weergegeven als u de volgende keer de camera weer aanzet.
Als u nog niet bent verdergegaan naar het scherm [Datum instellen],
kunt u in het scherm [Language/u] opnieuw een taal kiezen met
de vierwegbesturing (5).
Datum en tijd instellen
MENU
/
00 00
:
/
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
Annul. OK
OK
// 20100101
24h
dd/mm/jj
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
Annul. OK
OK
MENU
/
// 2010
00 00
:
0101
/
dd/mm/jj
24h
K-5_OPM_DUT.book Page 74 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
75
Voorbereidingen
2
5
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader keert terug naar [Datumnotatie].
6
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het kader wordt verplaatst naar [Dat,].
7
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het kader gaat naar de maand.
8
Stel de maand in met de
vierwegbesturing (23).
Stel de dag en het jaar op dezelfde
wijze in.
Stel vervolgens de tijd in.
Als u [12h] hebt geselecteerd bij stap 4,
verandert de aanduiding in am (vóór
12:00 uur ’s middags) of pm (na 12:00
uur ’s middags), al naar gelang de tijd.
9
Selecteer [instellingen voltooid]
met de vierwegbesturing (3).
MENU
00 00
:
OK
Datumnotatie
Datum instellen
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
Annul.
OK
24h
dd/mm/jj
// 20100101
MENU
00 00
:
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
OK
OK
Annul.
24h
// 20100909
dd/mm/jj
K-5_OPM_DUT.book Page 75 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
76
Voorbereidingen
2
10
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het
maken van een opname.
Als u de datum en tijd instelt vanuit het menu, keert het scherm terug
naar het menu [R Instellen 1]. Druk in dit geval op de knop 3.
Door op de knop 3 te drukken terwijl u de datum en tijd instelt, worden
de instellingen geannuleerd die tot dat moment zijn verricht en schakelt
de camera over op de opnamestand. Nadat de basisinstellingen zijn
uitgevoerd en de camera wordt uitgezet voordat de datum- en tijdinstellingen
voltooid zijn, dan zal het scherm [Datum instellen] als eerste verschijnen
wanneer de volgende keer de camera weer wordt aangezet. In dit geval
kunt u de datum en tijd ook later vanuit het menu instellen. (p.324)
Als u in stap 10 op de knop 4 drukt, dan wordt de waarde van de seconden
op 0 gezet. Om de exacte tijd in te stellen, drukt u op de knop 4 wanneer
het tijdsignaal (op TV, radio, e.d.) precies 0 seconden aangeeft.
U kunt de taal-, datum- en tijdinstellingen wijzigen vanuit het menu.
(p.324, p.328)
K-5_OPM_DUT.book Page 76 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
3 Basisbediening
In dit hoofdstuk worden elementaire handelingen uitgelegd
voor het maken van opnamen met de functiekiezer
in de stand Snelinstelling (automatische belichting
in overeenstemming met de programmalijn ingesteld
op j) voor geslaagde opnamen.
Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4
voor informatie over geavanceerde functies
en instellingen voor opnamen.
Basishandelingen bij opnamen ..........................78
Werken met een zoomobjectief ...........................84
Gebruik van de ingebouwde flitser .....................85
Opnamen weergeven ...........................................93
K-5_OPM_DUT.book Page 77 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
78
Basisbediening
3
Basishandelingen bij opnamen
Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen.
Houd de camera stevig vast met beide handen en houd uw ellebogen
dicht bij het lichaam.
Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een
opname maakt.
De camera vasthouden
Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname,
kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld
een tafel, muur of boom).
Hoewel er individuele verschillen tussen fotografen bestaan, is de langst
mogelijke sluitertijd voor een in de hand gehouden camera over het
algemeen 1/(brandpuntsafstand ×1,5). De sluitertijd is bijvoorbeeld
1/75 seconde bij een brandpuntsafstand van 50 mm en 1/150 seconde bij
een brandpuntsafstand van 100 mm. Gebruik een statief of de functie
Shake Reduction bij gebruik van langere sluitertijden (p.158).
Door bij het maken van een opname met een teleobjectief een statief
te gebruiken dat zwaarder is dan het totale gewicht van de camera
en het objectief, voorkomt u dat de camera beweegt.
Gebruik de functie Shake Reduction niet als u een statief gebruikt. (p.158)
Horizontale positie Verticale positie
K-5_OPM_DUT.book Page 78 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
79
Basisbediening
3
De X is uitgerust met diverse belichtingsfuncties, scherpstelstanden
en transportstanden om tegemoet te komen aan al uw wensen op het
gebied van fotografie. In dit gedeelte wordt beschreven hoe u opnamen
maakt door eenvoudigweg op de ontspanknop te drukken.
1
Zet de functiekiezer op B.
Draai aan de functiekiezer terwijl
u op de vergrendelingknop drukt.
De belichtingsfunctie verandert in B
(Groen). In de stand B wordt de juiste
belichting bepaald door de camera
en worden sluitertijd en diafragma
automatisch ingesteld.
2
Zet de scherpstelstand-knop
op l.
De scherpstelstand verandert
in l (Autofocus/Eén opname).
Wanneer de ontspanknop tot halverwege
wordt ingedrukt in l, stelt de camera
automatisch scherp. (p.139)
De camera de optimale instellingen
laten bepalen
Vergrendelingknop
Functiekiezer
K-5_OPM_DUT.book Page 79 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
80
Basisbediening
3
3
Kijk door de zoeker voor een
beeld van het onderwerp.
U kunt een zoomlens gebruiken voor
een andere grootte van het onderwerp
in de zoeker. (p.84)
4
Breng het onderwerp
binnen het AF-kader
en druk de ontspanknop
tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
De scherpstelindicatie ] verschijnt
in de zoeker zodra het onderwerp
scherp is gesteld.
Het AF-hulplicht gaat aan bij weinig
licht of een enscenering met tegenlicht,
maar de flitser klapt niet automatisch
uit. Als flitsen nodig is, knippert
de flitserstatus E in de zoeker. Druk
op de knop E om de flitser uit te klappen.
1 De ontspanknop gebruiken (p.82)
1 Onderwerpen waarop moeilijk
automatisch kan worden
scherpgesteld (p.83)
1 Gebruik van de ingebouwde
flitser (p.85)
1 Het scherpstelgebied instellen (AF-punt) (p.145)
5
Druk de ontspanknop
helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Deze actie wordt “het ontspannen van
de sluiter” of “het ontspannen” genoemd.
Scherpstel-
indicatie
Flitserstatus
K-5_OPM_DUT.book Page 80 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
81
Basisbediening
3
6
Bekijk de gemaakte opname
op de monitor.
Na de opname wordt deze gedurende
één seconde op de monitor weergegeven
(Momentcontrole).
1 De weergave voor Momentcontrole
instellen (p.332)
Tijdens Momentcontrole kunt
u de opname uitvergroten met de e-knop
aan de achterzijde (S). (p.267)
Tijdens de momentcontrole kunt
u de opname wissen door te drukken
op de knop i.
1Eén enkele opname wissen (p.94)
Raadpleeg p.119 voor bijzonderheden over het gebruik van de stand
B (Groen).
U kunt de camera ook zo instellen dat er automatisch wordt scherpgesteld
als u op de knop = drukt, op dezelfde manier als bij het tot halverwege
indrukken van de ontspanknop. (p.142)
U kunt het Optisch voorbeeld weergeven en de compositie, belichting
en scherpstelling beoordelen voordat u opnamen maakt (p.153).
K-5_OPM_DUT.book Page 81 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
82
Basisbediening
3
De ontspanknop gebruiken
De ontspanknop heeft twee standen.
Als u de ontspanknop tot halverwege indrukt (eerste stand),
worden de indicaties in de zoeker weergegeven en werkt
het autofocussysteem. Als u de ontspanknop volledig indrukt
(tweede stand), wordt de opname gemaakt.
Wanneer u een opname wilt maken, moet u de ontspanknop
voorzichtig indrukken om camerabeweging te voorkomen.
Oefen het tot halverwege/helemaal indrukken van de ontspanknop
goed in om te leren waar de eerste positie is.
De zoekerindicaties worden weergegeven terwijl u de ontspanknop
tot halverwege indrukt. Nadat u de knop heeft losgelaten, blijven
de indicaties nog circa 10 seconden (standaardinstelling) zichtbaar
als de timer voor de belichtingsmeting ingeschakeld is. (p.40, p.134)
Niet ingedrukt Half ingedrukt
(eerste stand)
Helemaal
ingedrukt
(tweede stand)
K-5_OPM_DUT.book Page 82 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
83
Basisbediening
3
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan
worden scherpgesteld
Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk
zijn bij het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden.
Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met
de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
(a) Onderwerpen met een uitzonderlijk laag contrast,
zoals een witte muur, binnen het scherpstelgebied
(b) Onderwerpen die weinig licht reflecteren binnen het
scherpstelgebied
(c) Onderwerpen die snel bewegen
(d) Sterk weerkaatst licht of sterk tegenlicht (lichte achtergrond)
(e) Patronen met verticale of horizontale lijnen die binnen het
scherpstelgebied vallen
(f) Verscheidene onderwerpen op voor- en achtergrond binnen
het scherpstelgebied
Wanneer niet automatisch kan worden scherpgesteld op het
onderwerp, stelt u de scherpstelstand-knop in op \ en gebruikt
u de handmatige scherpstelstand om via het matglas in de zoeker
scherp te stellen op het onderwerp. (p.151)
Wanneer (e) en (f) hierboven van toepassing zijn, is het onderwerp
mogelijk niet scherpgesteld, zelfs wanneer de ] (scherpstelindicatie)
wordt weergegeven.
K-5_OPM_DUT.book Page 83 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
84
Basisbediening
3
Werken met een zoomobjectief
Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast
(groothoek) met een zoomobjectief. Stel het onderwerp in op de gewenste
grootte en maak de opname.
1
Draai de zoomring rechtsom
of linksom.
Draai de zoomring met de klok mee naar
de telestand of tegen de klok in naar
de groothoekstand.
De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt.
Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
Power Zoom (automatisch zoomen) is beschikbaar als bij deze camera een
met Power Zoom compatibel FA-objectief wordt gebruikt. (p.374)
Groothoek Tele
K-5_OPM_DUT.book Page 84 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
85
Basisbediening
3
Gebruik van de ingebouwde flitser
Gebruik de volgende procedures als u opnamen wilt maken bij weinig
licht of tegenlicht en wanneer u de ingebouwde flitser wilt gebruiken.
De ingebouwde flitser werkt optimaal op een afstand van circa 0,7 m tot
5 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de
belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden (de hoeken
van de opname worden dan zwart vanwege een gebrek aan licht; deze
afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief
en de ingestelde gevoeligheid. (p.209))
Zie “De flitser gebruiken” (p.205) voor meer informatie over de ingebouwde
flitser en instructies voor het maken van opnamen met een externe flitser.
De flitsinstelling instellen
Flitsinstelling Functie
C
Auto ontladen flitser
Schakelt de flitser automatisch in als het
donker is of bij tegenlicht.
D
Auto + Anti Rode Ogen
Hiermee gaat eerst een voorflits
af om rode ogen tegen te gaan.
Daarna gaat de automatische flits af.
E
Flitser aan Schakelt de flitser in bij elke opname.
F
Flitser aan +
Anti Rode Ogen
Activeert een voorflits voor Anti Rode Ogen
voordat de hoofdflits afgaat.
Compatibiliteit van ingebouwde flitser en objectief
Afhankelijk van het gebruikte objectief en de opnamecondities kan
vignettering optreden. Wij raden u aan een testopname te maken
om de compatibiliteit te controleren.
1 Compatibiliteit objectief met de ingebouwde flitser (p.211)
Verwijder de zonnekap wanneer u de ingebouwde flitser gebruikt.
De ingebouwde flitser flitst volledig bij gebruik van objectieven
die geen functie hebben om de diafragmaring op het objectief
op s [Auto] te zetten.
K-5_OPM_DUT.book Page 85 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
86
Basisbediening
3
Welke flitsinstellingen kunnen worden geselecteerd, is afhankelijk van
de belichtingsfunctie.
1
Druk op de vierwegbesturing (3)
in de opnamestand.
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
De flitsinstellingen die kunnen worden
geselecteerd voor de ingestelde
belichtingsfunctie, worden weergegeven.
G
Lange-sluitertijdsync
Afhankelijk van het omgevingslicht wordt een
langere sluitertijd ingesteld. Gebruik deze
functie bijvoorbeeld als u een portretopname
maakt tegen een zonsondergang; persoon
en zonsondergang komen dan beide tot
hun recht.
H
Lange-
sluitertijdsynchronisatie+
Anti Rode Ogen
Eerst gaat een voorflits af om rode ogen tegen
te gaan. Daarna gaat de hoofdflits af met
Lange-sluitertijdsynchronisatie.
I
k
2e sluitergordijn-sync
Geeft een flits af onmiddellijk voordat het
sluitergordijn wordt gesloten. Daarmee maakt
u opnamen van bewegende onderwerpen die
een lichtspoor achter zich laten. (p.208)
r
Draadloze bediening
U kunt een speciale externe flitser
synchroniseren (AF540FGZ of AF360FGZ)
zonder synchronisatiesnoer. (p.215)
Belichtingsfunctie Selecteerbare flitsinstelling Beperkingen
BC/D Geen flitscorrectie
e/c/KE/F/G/H/I/r -
b/L/a/p E/F/k/r -
ME/F/r -
A In overeenstemming met opgeslagen instellingen
Flitsinstelling Functie
K-5_OPM_DUT.book Page 86 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
87
Basisbediening
3
2
Selecteer een flitsinstelling met
de vierwegbesturing (45).
Als de B (Groen) niet actief is, draai dan
aan de e-knop aan de achterzijde (S)
voor flitsbelichtingscorrectie. (p.91)
3
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van
een opname.
1
Druk op de knop E.
De ingebouwde flitser klapt uit en wordt
opgeladen. Wanneer de flitser volledig
is opgeladen, verschijnt E op het LCD-
display en in de zoeker. (p.40, p.42)
De ingebouwde flitser gebruiken
Flitsinstelling
Annul.
MENU
0.0
OK
OK
Flitser aan
K-5_OPM_DUT.book Page 87 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
88
Basisbediening
3
2
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Als de functiekiezer is ingesteld op B, gaat de flitser niet af als
de lichtomstandigheden dat niet vereisen, zelfs niet als de flitser niet
is uitgeklapt.
[Flitser aan] wordt gebruikt als de flitser uitgeklapt is bij een andere stand
van de functiekiezer dan B.
3
Druk op het flitsergedeelte
dat staat aangegeven
in de afbeelding
om de flitser in te klappen.
K-5_OPM_DUT.book Page 88 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
89
Basisbediening
3
Flitser met Anti rode ogen gebruiken
Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden
gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen.
Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische
flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen
in het donker wijder zijn.
U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende
maatregelen kunt u er wel iets tegen doen.
Maak de omgeving lichter voor de opname.
Stel in op een grote hoek en maak de opname van dichterbij
wanneer u een zoomobjectief gebruikt.
Gebruik een flitser die anti rode ogen ondersteunt.
Wanneer u een externe flitser gebruikt, zet u deze zo ver
mogelijk weg van de camera.
De functie Anti Rode Ogen van deze camera vermindert het rode-
ogeneffect door tweemaal te flitsen. Met Anti Rode Ogen wordt er een
voorflits gegeven net voordat de sluiter ontspant. Dit vermindert
de verwijding van pupillen. De hoofdflits wordt vervolgens gegeven
op het moment dat de pupillen kleiner zijn, waardoor het rode-
ogeneffect afneemt.
Als u de functie Anti Rode Ogen wilt gebruiken, selecteer dan D
in de stand B, of F of H in andere standen.
K-5_OPM_DUT.book Page 89 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
90
Basisbediening
3
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto
maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van
de flitser op deze manier wordt daglichtsynchronisatie genoemd.
Bij daglichtsynchronisatie wordt de functie [Flitser aan] gebruikt.
Opnamen maken (in de stand e)
1 Klap de ingebouwde flitser handmatig uit en controleer
of de flitsinstelling is ingesteld op E.
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
K-5_OPM_DUT.book Page 90 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
91
Basisbediening
3
U kunt de flits instellen in een bereik van -2.0 t/m +1.0.
De flitscorrectiewaarden zijn als volgt voor 1/3 LW en 1/2 LW.
Stel het stappeninterval in bij [1. LW-stappen] (p.136) in het menu
[A Pers.instelling 1].
1
Draai aan de e-knop aan
de achterzijde (S) in het
scherm [Flitsinstelling].
De flitsbelichtingscorrectiewaarde wordt
weergegeven.
Druk op de knop | als u de
flitsbelichtingscorrectiewaarde wilt
resetten naar 0.0.
Corrigeren van de flitsintensiteit
Stapinterval Flitscorrectiewaarde
1/3LW
-2,0, -1,7, -1,3, -1,0, -0,7, -0,3, 0,0, +0,3, +0,7, +1,0
1/2LW
-2,0, -1,5, -1,0, -0,5, 0,0, +0,5, +1,0
De correctie van de flitsintensiteit kan niet worden ingesteld in de stand
B (Groen).
N wordt weergegeven in de zoeker en op het LCD-display tijdens
de flitsbelichtingscorrectie. (p.40, p.42).
Als de flitsintensiteit het maximum overschrijdt, zal de correctie geen effect
hebben, zelfs als de correctiewaarde wordt ingesteld naar de pluszijde (+).
Corrigeren naar de minrichting (–) heeft mogelijk geen effect wanneer het
onderwerp te dichtbij is, het diafragma klein is of de gevoeligheid hoog is.
De correctie van de flitsintensiteit werkt ook bij gebruik van externe flitsers
die automatisch P-DDL-flitsen ondersteunen.
Flitsinstelling
Flitser aan
Annul.
MENU
+0.3
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 91 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
92
Basisbediening
3
Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig
is met opladen
U kunt de camera zo instellen dat
opnamen kunnen worden gemaakt
terwijl de flitser nog wordt opgeladen.
Stel [20. Ontspant bij opladen]
in op [Aan] in het menu
[A Pers.instelling 3] (p.104).
In de standaardinstelling kunt
u geen opnamen maken terwijl
de flitser wordt opgeladen.
Cancel
20.
1
2
Ontspant bij opladen
Uit
Aan
Ontspannen mogelijk
Annul. OK
OK
MENU
tijdens opladen
van ingebouwde flitser
K-5_OPM_DUT.book Page 92 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
93
Basisbediening
3
Opnamen weergeven
U kunt gemaakte opnamen weergeven op het scherm.
1
Druk op de Q knop.
De weergavestand wordt geactiveerd
en de laatst gemaakte opname (die met
het hoogste bestandsnummer) wordt
weergegeven op de monitor (bij video
wordt het eerste frame van de video
weergegeven op de monitor).
Druk tijdens weergave op de knop
M als u wilt overschakelen naar
weergave van andere informatie,
bijvoorbeeld opnamegegevens
van de weergegeven opname.
Zie p.33 voor meer informatie over
de informatieweergaves.
2
Druk op de vierweg-
besturing (45).
4 : Geeft de vorige opname weer.
5 : Geeft de volgende opname weer.
U kunt ook de volgende of vorige opname
weergeven door aan de e-knop aan
de voorzijde (R) te draaien.
Opnamen weergeven
Gebruik de bijgeleverde software “PENTAX Digital Camera Utility 4”
om opnamen weer te geven op de pc. Raadpleeg “Gebruik van
de bijgeleverde software” (p.356) voor meer informatie over de software.
K-5_OPM_DUT.book Page 93 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
94
Basisbediening
3
U kunt opnamen één voor één wissen.
1
Druk op de Q knop en selecteer de opname die u wilt
wissen met de vierwegbesturing (45).
2
Druk op de knop i.
Het scherm voor bevestiging van het
wissen verschijnt.
Zie “Weergavefuncties” (p.261) voor meer informatie over de functies
van de weergavestand.
Als de bestandsindeling van de laatst gemaakte opname JPEG is,
en de gegevens van de opname nog in het buffergeheugen aanwezig
zijn, kunt u de opname tijdens weergave ook in de RAW-indeling
opslaan door op de knop L te drukken.
Als de opname werd gemaakt met een van de volgende instellingen,
dan wordt de RAW-opname opgeslagen op de aangeduide wijze.
- Dubbelopnamen RAW-opname met Dubbelopnamen
- Uitgebreide Bracketing RAW-opname met standaardinstellingen
- Digitaal filter RAW-opname zonder filtereffect
- HDR-opname RAW-opname met standaardbelichting
- Cross-processing RAW-opname zonder Cross-processing
Eén enkele opname wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. (p.288)
K-5_OPM_DUT.book Page 94 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
95
Basisbediening
3
3
Selecteer [Wissen] met de
vierwegbesturing (23).
Selecteer een bestandsindeling die u wilt
wissen bij opnamen die zijn gemaakt
in de indeling RAW+.
4
Druk op de knop 4.
De opname wordt gewist.
JPEG
wissen
Alleen de JPEG-opname
wordt gewist.
RAW wissen
Alleen de RAW-opname
wordt gewist.
RAW+JPEG
wissen
Wist opnamen in beide
bestandsindelingen.
Zie “Meerdere opnamen wissen” (p.283) voor het wissen van meerdere
opnamen in één keer.
100-0105
OK
Annuleren
Wissen
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 95 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
96
Basisbediening
3
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 96 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
4 Opnamefuncties
In dit hoofdstuk worden de elementaire en de
geavanceerde opnamefuncties van de X besproken.
Werken met de opnamefuncties .........................98
Belichting instellen ............................................106
Scherp stellen .....................................................139
Compositie, belichting en scherpstelling
beoordelen vóór opname (Voorbeeld) .............153
De functie Shake Reduction gebruiken
om het effect van camerabewegingen
te voorkomen ......................................................158
Continuopnamen maken ...................................170
Opnamen maken terwijl de instellingen
worden gewijzigd (Automatische bracketing) ...177
Opnamen maken met Digitale filters ................184
Opnamen maken met Live weergave ...............187
Video opnemen ...................................................194
K-5_OPM_DUT.book Page 97 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
98
4
Opnamefuncties
Werken met de opnamefuncties
U kunt opname-instellingen wijzigen met de richtingsknoppen,
het bedieningspaneel, het menu [A Opnamemodus] of het menu
[A Pers.instelling].
Druk in de opnamestand
op de vierwegbesturing (2345)
om de volgende items in te stellen.
Zie “De menu’s gebruiken” (p.48) voor meer informatie over het werken
met de menu’s.
Items instellen met richtingsknoppen
Knop Onderdeel Functie Pagina
2
Transportstand
Instellen van Continuopname,
Zelfontspanner, Afstandsbediening,
Belichtingsbracketing of Opname met
vergrendelde spiegel.
p.170
p.162
p.165
p.177
p.168
3
Flitsinstelling Hiermee stelt u de flitsmethode in. p.85
4
Witbalans
Wijzigt de kleurbalans in
overeenstemming met de kleur van
de lichtbron die het onderwerp verlicht.
p.232
5
Aangepaste
opname
Stelt de afwerking van de opname
in met betrekking tot bijvoorbeeld
kleur en contrast voordat de opname
wordt gemaakt.
p.249
K-5_OPM_DUT.book Page 98 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
99
Opnamefuncties
4
De volgende opties kunnen
worden ingesteld in de menu’s
[A Opnamemodus 1-5].
Druk in de opnamestand op de knop
3 om het menu [A Opnamemodus 1]
op te roepen.
Instelopties menu Opnamemodus
Menu Onderdeel Functie Pagina
A1
USER-stand
*1
Stelt de instellingen in voor
de stand A.
p.258
Belichtingsfunctie
*1
Stelt de belichtingsfunctie in als
de functiekiezer is ingesteld op A.
p.258
Bestandsindeling
*2
Stelt de bestandsindeling in. p.228
JPEG-resolutie
*2
Stelt de opnamegrootte in van
opnamen die worden opgeslagen
in de JPEG-indeling.
p.226
JPEG kwaliteitsniveau
*2
Stelt de kwaliteit in van
opnamen die worden
opgeslagen in de JPEG-indeling.
p.227
Instell. AUTO AF-punt
*2
Stelt het aantal AF-punten
in als het scherpstelgebied
is ingesteld op S (AUTO).
p.145
Objectiefcorrectie
*2
Corrigeert vervormingen
en chromatische aberraties
die optreden als gevolg van
objectiefeigenschappen.
p.245
K-5_OPM_DUT.book Page 99 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
100
Opnamefuncties
4
A2
Cross-processing
*2
Wijzigt de tinten en het contrast
door digitale cross-processing
uit te voeren.
p.252
Uitgebreide Bracketing
*2
Stelt de opname-instellingen
in van Uitgebreide bracketing.
p.181
Digitaal filter
*2
Past een digitaal filtereffect toe
bij het maken van opnamen.
p.184
HDR-opname
*2
Maakt het maken van opnamen bij
een groot dynamisch bereik mogelijk.
p.242
Dubbelopnamen
Creëert een samengesteld beeld
door meerdere opnamen te maken.
p.174
Intervalopname
Maakt opnamen met een ingesteld
interval vanaf een vastgesteld tijdstip.
p.171
Compositie aanpassen
Wijzigt de compositie van
uw opname met gebruik van het
Shake Reduction-mechanisme.
p.247
A3
Instelling D-range
*2
Breid het dynamisch bereik
uit en voorkomt over-
en onderbelichte gebieden.
p.241
ISO AUTO-instelling
*2
Het bereik instellen voor
automatische correctie
in de stand AUTO.
p.110
Ruisond. hoge ISO-wrd
Stelt in of ruis moet worden
onderdrukt bij een hoge
ISO-gevoeligheid.
p.113
Ruisond. lange sltrtijd
Stelt in of ruisonderdrukking
moet worden gebruikt bij opnamen
met een lange sluitertijd.
p.115
Programmalijn Programmalijn selecteren. p.118
Kleurruimte Stelt de te gebruiken kleurruimte in. p.239
RAW-formaat
Selecteert de bestandsindeling van
opnamen die worden opgeslagen
in de RAW-indeling.
p.229
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 100 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
101
Opnamefuncties
4
*1 Verschijnt alleen als de functiekiezer is ingesteld op A.
*2 Kan ook worden ingesteld met het bedieningspaneel.
A4
Video Stelt de video-instellingen in. p.194
Live weergave
Stelt de instellingen van Live
weergave in.
p.188
Elektr. waterpas
Stelt in of de elektronische waterpas
wordt getoond die controleert
of de camera horizontaal is.
p.335
Horizoncorrectie
Corrigeert de kanteling (rechts
en links) van de opname.
p.160
Shake Reduction
*2
Reductie van verticale en horizontale
camerabewegingen.
p.159
Inv brandp afstand
Stelt de brandpuntsafstand in bij het
gebruik van een objectief dat niet
automatisch objectiefinformatie kan
doorgeven.
p.161
A5
Momentcontrole
Stelt de weergave-instellingen van
Momentcontrole in.
p.332
Digitaal voorbeeld Digitaal voorbeeld instellen. p.154
Instelling e-knoppen
Stelt voor elke belichtingsfunctie
de functies in die zijn toegewezen
aan de e-knoppen.
p.318
Knoppen aanpassen
Stelt de functies in voor wanneer
de knop |/Y, de knop =
of de voorbeeldknop wordt gebruikt,
of wanneer de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt.
p.321
Geheugen
Bepaalt welke instellingen moeten
worden opgeslagen wanneer
de camera wordt uitgeschakeld.
p.348
USER-stand opslaan
Opslaan van de huidige camera-
instellingen als A.
p.256
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 101 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
102
Opnamefuncties
4
Stelt de menu’s van [A Pers.instelling 1-4] in om optimaal te profiteren van
de functies van de spiegelreflexcamera.
Items van het menu Pers.instelling
Menu Onderdeel Functie Pagina
A1
1. LW-stappen
Stelt de aanpassingsstappen voor
de belichting in.
p.136
2. Gevoeligheidsstappen
Stelt de aanpassingsstappen voor
de ISO-gevoeligheid in.
p.108
3. Uitgebreide
gevoeligheid
Vergroot de onderste en bovenste
gevoeligheidslimiet.
p.108
4. Bedrijftijd lichtmtr
Stelt de bedrijftijd voor de timer
van de belichtingsmeting in.
p.134
5. AE-L met AF lock
Stelt in of de belichtingswaarde
moeten worden vergrendeld nadat
scherp gesteld is.
p.149
6. Koppelt belicht.+ AF
Stelt in of de belichtingswaarde
en het AF-punt in het
scherpstelgebied tijdens
meervlaksmeting moeten
worden gekoppeld.
p.134
7. Auto LW-correctie
Stelt in of de belichting automatisch
moet worden gecorrigeerd als
een juiste belichting niet kan
worden vastgesteld.
-
K-5_OPM_DUT.book Page 102 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
103
Opnamefuncties
4
A2
8. Volgorde A Bracketing
Stelt de volgorde in voor het maken
van opnamen met Automatische
bracketing.
p.177
9. Bracketing-in-één
Instellen of alle beelden
moeten worden gemaakt
bij één keer ontspannen
bij Belichtingsbracketing.
p.180
10. Instellingsbereik
witbalans
Instellen of automatische
fijnafstemming van de witbalans
moet worden uitgevoerd als
de lichtbron wordt opgegeven bij
de instelling voor witbalans.
p.234
11. WB bij flitsen
Instellen van de witbalans bij gebruik
van de flitser.
p.234
12. AWB bij lamplicht
Instellen of de kleurtoon van
lamplicht al dan niet moet worden
aangepast als de witbalans
is ingesteld op F (Autom.
Witbalans).
-
13.
Kleurtemperatuurstappen
Instellen van de
aanpassingsstappen voor
de kleurtemperatuur.
p.237
14. AF-punt weergeven
Stelt in of de actieve AF-punten
in de zoeker in rood worden
weergegeven.
p.145
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 103 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
104
Opnamefuncties
4
A3
15. AF.S-instelling
Stelt in wat de prioriteit van acties
is voor wanneer de scherpstelstand
ingesteld is op l
en de ontspanknop volledig
wordt ingedrukt.
p.140
16. AF.C-instelling
Stelt de prioriteit van acties in voor
Continuopname voor wanneer
de scherpstelstand ingesteld
is op k.
p.140
17. AF-hulplicht
Stelt in of het AF-hulplicht
moet worden gebruikt tijdens
automatische scherpstelling
op donkere locaties.
p.141
18. AF met
afstandsbediening
Stelt in of autofocus moet worden
gebruikt bij het maken van opnamen
met de afstandsbediening.
p.167
19. Afst bed bij tijdopname
Stelt de werking van
de afstandsbediening in voor
wanneer de afstandsbediening
wordt gebruikt in de stand p
(Tijdopname).
p.131
20. Ontspant bij opladen
Stelt in of de sluiter al dan niet
kan worden ontspannen terwijl
de ingebouwde flitser nog bezig
is met opladen.
p.92
21. Draadloos flitsen
Stelt de flitsmethode in van
de ingebouwde flitser bij draadloze
bediening.
p.217
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 104 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
105
Opnamefuncties
4
A4
22. LCD-displayverlichting
Stelt de verlichting van het
LCD-display in.
p.42
23. Rotatie-info opslaan
Stelt in of tijdens het maken van
opnamen al dan niet rotatie-
informatie moet worden opgeslagen.
p.281
24. Menulocatie opslaan
Stelt in of de laatste menutab
dieophet scherm wordt
weergegeven, moet worden
opgeslagen, en of deze opnieuw
moet worden weergegeven
wanneer de volgende keer
de knop 3 wordt ingedrukt.
p.330
25. Catch-in focus
Indien ingesteld op [Aan], terwijl
de scherpstelstand is ingesteld
op l en een handmatig objectief
is gemonteerd, kunnen catch-in
focus opnamen worden gemaakt
en wordt de sluiter automatisch
ontspannen op het moment dat
is scherpgesteld op het onderwerp.
p.152
26. AF-aanpassing Past de positie van het AF-punt aan. p.143
27. Diafragmaring
gebruiken
Stelt in of de sluiter al dan niet kan
worden ontspannen wanneer
de diafragmaring in een andere
stand staat dan s.
p.376
Reset pers.instellingen
Zet alle instellingen in de menu’s
van [A Pers.instelling 1-4] terug
naar de standaardinstelling.
p.373
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 105 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
106
4
Opnamefuncties
Belichting instellen
De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie van sluitertijd
en diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte combinaties van
sluitertijd-diafragmawaarde mogelijk, die telkens weer een ander resultaat
opleveren.
Met het wijzigen van de sluitertijd kunt u bepalen hoe tijd wordt uitgedrukt
in de opnamen die u maakt. In tegenstelling tot het beeld dat het blote oog
vangt, kan in een opname een fractie van een seconde, maar ook een heel
tijdsverloop worden vastgelegd, zodat de opname een heel andere
uitstraling krijgt.
Gebruik van de functie b (Sluitertijdvoorkeuze).
Een langere sluitertijd kiezen
Als het onderwerp beweegt, wordt
de opname onscherp omdat de sluiter
langer open blijft.
Het is mogelijk het effect van beweging
(bijvoorbeeld een rivier, een waterval
of golven) te verbeteren door met opzet
een langere sluitertijd te kiezen.
Een kortere sluitertijd kiezen
Bij keuze van een kortere sluitertijd kan
de actie van een bewegend onderwerp
worden bevroren.
Een kortere sluitertijd helpt
camerabeweging te voorkomen.
Effect van diafragma en sluitertijd
Effect van sluitertijd
K-5_OPM_DUT.book Page 106 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
107
Opnamefuncties
4
Met het wijzigen van het diafragma bepaalt u de diepte van het gebied
dat op een opname scherp wordt weergegeven (de scherptediepte).
Door scherp te stellen op een punt dat u wilt benadrukken, of juist
scherp te stellen op een groot gebied, kunt u grote invloed uitoefenen
op de uitstraling van de opname.
Gebruik de functie c (Diafragmavoorkeuze).
Het diafragma openen
(diafragmawaarde verlagen)
Voorwerpen die dichterbij of verder
weg zijn dan het onderwerp waarop
is scherp gesteld, worden minder scherp.
Als u bijvoorbeeld een opname
maakt van een bloem tegen een
landschapsachtergrond met een grote
diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem
onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
Het diafragma sluiten
(diafragmawaarde verhogen)
Het scherptegebied neemt zowel dichtbij
als veraf toe. Als u bijvoorbeeld een
opname maakt van een bloem tegen een
landschapsachtergrond met een kleine
diafragmaopening, is ook het landschap
voor en achter de bloem scherp.
Effect van diafragma
K-5_OPM_DUT.book Page 107 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
108
Opnamefuncties
4
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of binnen een
gevoeligheidsbereik van ISO 100 t/m 12800. De standaardinstelling
is [AUTO].
Gevoeligheid instellen
Diafragma en Scherptediepte
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de manier waarop het
diafragma van invloed is op de scherptediepte. De scherptediepte
is ook afhankelijk van het gebruikte objectief en de afstand tot het
onderwerp.
De scherptediepte van de X is afhankelijk van het objectief.
Maar vergeleken met een kleinbeeldcamera is de waarde globaal
één diafragmastop kleiner (het scherpstelbereik wordt kleiner).
Hoe korter de brandpuntsafstand en hoe verder weg het
onderwerp is, hoe groter de scherptediepte (sommige
zoomobjectieven hebben geen schaal voor de scherptediepte
vanwege hun bouwwijze).
Diafragma
Openen
(kleinere waarde)
Sluiten
(hogere waarde)
Scherptediepte Klein Groot
Scherptegebied Smal Groothoek
Brandpuntsafstand
objectief
Langer
(Tele-opname)
Korter
(Groothoek)
Afstand tot
onderwerp
Dichtbij Veraf
K-5_OPM_DUT.book Page 108 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
109
Opnamefuncties
4
1
Draai aan de e-knop
op de achterkant (S)
terwijl u de knop o indrukt
in de opnamestand.
De gevoeligheid die wordt weergegeven
op het statusscherm en het LCD-display
en in de zoeker, verandert.
Druk op de knop | om de gevoeligheid
in te stellen op [AUTO].
2
Neem uw vinger van de knop o en de e-knop
op de achterkant (S).
De gevoeligheid wordt ingesteld.
AF.S
1/
ISO
AUTO
200
200
5.0
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
ISO
AUTO
16M
P
11
K-5_OPM_DUT.book Page 109 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
110
Opnamefuncties
4
Stel het bereik in voor automatische correctie van de gevoeligheid
wanneer de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO]. De gevoeligheid wordt
standaard automatisch gecorrigeerd binnen het bereik [ISO 100-3200].
1
Selecteer [ISO AUTO-instelling] in het
menu [A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [ISO AUTO-instelling] wordt weergegeven.
De gevoeligheid kan ook worden gewijzigd door de knop o eenmaal
in te drukken, uw vinger van de knop te halen en aan de achterzijde aan
de e-knop (S) te draaien. In dit geval wordt de gevoeligheid vast ingesteld
wanneer de knop o opnieuw wordt ingedrukt of wanneer de timer van
de belichtingsmeting (p.134) afloopt.
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op B (Groen), L (Sluitertijd-
en diafragmavoorkeuze) of C (Video), dan wordt de gevoeligheid vast
ingesteld op [AUTO] en kan de instelling niet worden gewijzigd.
Als de belichtingfunctie is ingesteld op K (Gevoeligheidsvoorkeuze),
a (Hyper-manual), p (Tijdopname) of M (Flitser X-sync snelheid),
dan kan de gevoeligheid niet worden ingesteld op [AUTO].
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname), ligt de bovengrens
voor gevoeligheid op ISO 1600.
Het gevoeligheidsbereik kan worden uitgebreid naar een waarde van ISO 80
tot 51200 als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu [A Pers.instelling 1]
(p.102) ingesteld is op [Aan]. De minimale gevoeligheid is echter ISO 160
wanneer [Hooglichtcorrectie] ingesteld is op [Aan] bij [Instelling D-range]
(p.241) in het menu [A Opnamemodus 3].
Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
U kunt ruis terugdringen door [Ruisond. hoge ISO-wrd] te selecteren in het
menu [A Opnamemodus 3]. (p.112)
U kunt selecteren of de gevoeligheid wordt ingesteld in stappen van 1 LW
of in overeenstemming met de instelling voor LW-belichtingsstappen (p.136).
Dit kan worden ingesteld in [2. Gevoeligheidsstappen] van het menu
[A Pers.instelling 1] (p.102).
Het bereik voor automatische
gevoeligheidscorrectie instellen
K-5_OPM_DUT.book Page 110 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
111
Opnamefuncties
4
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en stel in op minimale
gevoeligheid met de
vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en stel in op maximale
gevoeligheid met de
vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
5
Selecteer [AUTO ISO-parameters] met
de vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
6
Druk op de vierwegbesturing
(23) om de parameter
te selecteren en druk
op de knop 4.
7
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
u
Langzaam
Verhoogt
de gevoeligheid
zo weinig mogelijk
s
Standaard (standaardinstelling)
a
Snel
Verhoogt
de gevoeligheid actief
ISO AUTO-instelling
ISO
AUTO
100 3200-
AUTO ISO-parameters
MENU
ISO AUTO-instelling
AUTO ISO-parameters
Annul. OK
OK
MENU
ISO
AUTO
100 3200-
ISO AUTO-instelling
AUTO ISO-parameters
MENU
ISO
AUTO
100 3200-
K-5_OPM_DUT.book Page 111 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
112
Opnamefuncties
4
Bij het maken van opnamen met een digitale camera doet zich beeldruis
(ruwe of ongelijkmatige opnamen) voor in de volgende situaties.
- Bij het maken van opnamen met een lange belichting
- Bij het maken van opnamen met een hoge gevoeligheidsinstelling
- Als de temperatuur van de CMOS-sensor hoog is
U kunt ruis terugdringen met behulp van ruisonderdrukking. Het duurt
echter langer om opnamen op te slaan die worden gemaakt met
ruisonderdrukking.
Beeldruis verminderen (ruisreductie)
Het dynamisch bereik uitbreiden
Het dynamisch bereik is het getal waarmee het lichtniveau wordt
aangeduid dat door de CMOS-sensorpixels wordt uitgedrukt van
lichte tot donkere gebieden. Hoe groter het getal, des te beter wordt
het hele bereik tussen licht en donker weergegeven op de opname.
Door het dynamisch bereik uit te breiden, kunt u het lichtniveau
vergroten dat door de pixels van de CMOS-sensor wordt
uitgedrukt, zodat zich minder gemakkelijk heldere gebieden
in de opname voordoen.
U kunt het dynamisch bereik uitbreiden met [Instelling D-range] in het
menu [A Opnamemodus 3]. (p.241)
K-5_OPM_DUT.book Page 112 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
113
Opnamefuncties
4
Onderdrukt ruis bij hoge (ISO-)waarden voor gevoeligheid.
1
Selecteer [Ruisond. hoge ISO-wrd] in het
menu [A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Ruisond. hoge ISO-wrd] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer [Auto], [Uit], [Zwak],
[Normaal], [Sterk] of [Aangepast]
met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de knop 4.
Als u [Auto], [Uit], [Zwak], [Normaal] of [Sterk] selecteert, ga dan verder
met stap 7.
4
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Instelling]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm verschijnt waarin op basis van de gevoeligheid het
ruisreductieniveau kan worden ingesteld.
Ruisonderdrukking bij hoge ISO NR
Auto
Past in het gehele ISO-bereik optimaal berekende
ruisreductieniveaus toe. (Standaardinstelling).
Uit Past in geen enkele ISO-instelling ruisreductie toe.
Zwak/Normaal/
Sterk
Past in het gehele ISO-bereik een constant, gekozen
ruisreductieniveau toe.
Aangepast
Past voor elke ISO-instelling een door de gebruiker
ingesteld ruisreductieniveau toe.
Ruisond. hoge ISO-wrd
Annul. OK
OK
MENU
Uit
Zwak
Normaal
Auto
Aangepast
Sterk
ISO
NR
AUTO
ISO
NR
CUSTOM
ISO
NR
OFF
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
K-5_OPM_DUT.book Page 113 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
114
Opnamefuncties
4
5
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een
gevoeligheidswaarde
te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om het ruisreductieniveau
in te stellen dat wordt
toegepast op de geselecteerde
gevoeligheid.
Draai aan de achterzijde aan de e-knop (S) om het scherm [Ruisond.
hoge ISO-wrd 2] op te roepen.
Druk op de knop | als u de instelling van de geselecteerde
gevoeligheidswaarde wilt resetten.
Welke gevoeligheidswaarden worden weergegeven, hangt af van
de instellingen voor [1. LW-stappen] en [2. Gevoeligheidsstappen]
in het menu [A Pers.instelling 1] (p.102).
6
Druk op de knop 3.
Opnieuw verschijnt het scherm dat werd weergegeven in stap 2.
7
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
MENU
1 2
Ruisond. hoge ISO-wrd
Reset
100
ISO
200
ISO
400
ISO
1600
ISO
3200
ISO
800
ISO
ISO
NR
OFF
ISO
NR
OFF
ISO
NR
OFF
ISO
NR
ISO
NR
ISO
NR
80
ISO
ISO
NR
OFF
K-5_OPM_DUT.book Page 114 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
115
Opnamefuncties
4
Onderdrukt ruis bij lange belichtingstijden.
1
Selecteer [Ruisond. lange sltrtijd] in het
menu [A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [AUTO], [ON] (AAN)of
[OFF] (UIT) te selecteren, en druk
op de knop 4.
3
Druk op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd
Auto
Bepaalt de omstandigheden zoals sluitertijd, gevoeligheid
en interne temperatuur, en past op basis daarvan automatisch
ruisonderdrukking toe indien dat nodig is. (Standaardinstelling).
ON
Past ruisreductie toe als de belichtingstijd langer
is dan 1 seconde.
OFF Past geen ruisreductie toe.
De verwerking van een opname kan even duren als opnamen worden
gemaakt wanneer ruisonderdrukking bij lange sluitertijd ingesteld is op [ON].
Er kunnen geen nieuwe opnamen worden gemaakt terwijl een opname wordt
verwerkt.
Als de ruisreductiefunctie is geactiveerd, knippert [nr] op het LCD-display
en in de zoeker waar normaliter de diafragmawaarde wordt weergegeven,
en wordt het aftellen van de verwerkingstijd weergegeven waar normaliter
de sluitertijd wordt weergegeven.
Annul. OK
OK
MENU
12
3
4
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat PEF
ISO
NR
AUTO
NR
OFF
NR
ON
NR
AUTO
K-5_OPM_DUT.book Page 115 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
116
Opnamefuncties
4
Deze camera heeft de volgende negen belichtingsstanden. Gebruik
de functiekiezer om de belichtingsfunctie te wijzigen. (p.51)
Bij elke belichtingsfunctie zijn de volgende instellingen mogelijk.
(z: Beschikbaar × : Niet beschikbaar)
De belichtingsfunctie wijzigen
Belichtings-
functie
Kenmerken
Belichtings-
correctie
Sluitertijd
wijzigen
Diafragma
wijzigen
Gevoeligheid
wijzigen
Pagina
B
Groen
Voor het maken van
opnamen met volledig
automatische
instellingen.
× × × × p.119
e
Hyper
Program
De sluitertijd
en de diafragmawaarde
worden automatisch
ingesteld op de juiste
belichtingswaarde
in overeenstemming
met Programmalijn
voor het maken van
opnamen. U kunt
met de e-knoppen
op de voor-
en achterzijde
gemakkelijk
schakelen tussen
sluitertijdvoorkeuze
en diafragmavoorkeuze.
zzz zp.120
K
Gevoel.
voorkeuze
Stelt automatisch
de sluitertijd
en diafragmawaarde
in om een juiste
belichting te verkrijgen
in overeenstemming
met de ingestelde
gevoeligheid.
z ××
Anders dan
AUTO
p.121
b
Sl.tijd
voorkeuze
Instelling van
de gewenste sluitertijd
voor het vastleggen
van bewegende
onderwerpen.
zz× z p.123
c
Diafr.
voorkeuze
Hiermee stelt
u het diafragma
zo in dat controle
over de scherptediepte
wordt verkregen.
z × zzp.124
K-5_OPM_DUT.book Page 116 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
117
Opnamefuncties
4
L
Sluiter-
tijd- en
Diafragma
voorkeuze
Hiermee wordt
automatisch
de gevoeligheid
zo ingesteld dat bij
de ingestelde sluitertijd
en diafragmawaarde
in overeenstemming
met de helderheid
van het onderwerp
de juiste belichting
wordt verkregen.
zzz
×
Alleen
AUTO
p.126
a
Hyper-
manual
Laat u de sluitertijd
en diafragmawaarde
instellen voor het maken
van creatieve opnamen.
zz zp.128
p
Tijd-
opname
Instelling voor het
maken van opnamen
waarvoor lange
sluitertijden nodig
zijn, zoals vuurwerk
en nachtopnamen.
××z
Anders dan
AUTO (tot
ISO 1600)
p.130
M
Flitser
X-sync
De sluitertijd
wordt vergrendeld
op 1/180 seconde.
Maak hier gebruik
van als u werkt met
een externe flitser
die niet automatisch
de synchronisaties-
nelheid instelt.
–×z
Anders dan
AUTO
p.132
Voor elke belichtingsfunctie kunt u de functies instellen voor wanneer
de e-knop aan de voor/achterzijde of de knop | wordt gebruikt. Stel dit
in bij [Instelling e-knoppen] in het menu [A Opnamemodus 5]. (p.318)
U kunt de functies van de e-knop aan de voor/achterzijde en de knop |
controleren door de bedieningsindicaties te bekijken die op het
scherm worden weergegeven wanneer u de camera inschakelt
of aan de functiekiezer draait. (p.28)
Belichtings-
functie
Kenmerken
Belichtings-
correctie
Sluitertijd
wijzigen
Diafragma
wijzigen
Gevoeligheid
wijzigen
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 117 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
118
Opnamefuncties
4
Programmalijn
Bij [Programmalijn] in het menu [A Opnamemodus 3] kunt u kiezen
uit de volgende programmalijnen. Wanneer [eLINE] wordt
geselecteerd voor de instelling van de knop | in de stand
e/K of L/a (p.318), dan wordt de belichting geregeld
in overeenstemming met de ingestelde programmalijn.
Instelling Kenmerken
j Auto De camera bepaalt de juiste instellingen.
k Normaal
Basisprogramma voor automatische belichting
(standaardinstelling)
l
Hogesnelheid-
voorkeuze
Programma voor automatische belichting waarbij
korte sluitertijden prioriteit krijgen.
m
Scherpte-
diepte groot
Programma voor automatische belichting waarbij
het diafragma zover mogelijk gesloten wordt voor
maximale scherptediepte.
n
Scherpte-
diepte klein
Programma voor automatische belichting waarbij
het diafragma zover mogelijk geopend wordt voor
minimale scherptediepte.
o MTF-voorkeuze
Programma voor automatische belichting waarbij
de beste diafragmawaarden voor het gekoppelde
objectief prioriteit krijgen als een DA-, DA L-, D FA-,
FA J- of FA-objectief wordt gebruikt.
Gebruik van een objectief met een diafragmaring
Zet het diafragma op de stand
s (AUTO) terwijl u de knop voor
automatische vergrendeling ingedrukt
houdt bij gebruik van een objectief met
een diafragmaring.
K-5_OPM_DUT.book Page 118 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
119
Opnamefuncties
4
Voor het maken van opnamen met volledig automatische instellingen.
In de stand B worden opnamen gemaakt met de volgende instellingen.
Programmalijn j (AUTO)
Bestandsindeling JPEG
Gevoeligheid AUTO
Lichtmetingsmethode L (Meervlaksmeting)
AF-punt S (Auto)
AUTO-instelling AF-punt 11 AF-punten
Witbalans F (Auto)
Aangepaste opname Helder
Ruisonderdrukking bij hoge ISO-waarde Auto
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd Auto
Shake Reduction k (Aan)
Kleurruimte sRGB
1
Zet de functiekiezer op B.
De stand B (Snelinstelling) gebruiken
Als de knop 3 wordt ingedrukt in de stand 9, dan verschijnt het menu
voor de Snelinstelling. U kunt geen items selecteren die u niet kunt wijzigen.
K-5_OPM_DUT.book Page 119 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
120
Opnamefuncties
4
Stelt automatisch de sluitertijd en diafragmawaarde in voor het
maken van opnamen met de juiste belichting in overeenstemming
met de Programmalijn.
U kunt ook de e-knop aan de voor/achterzijde gebruiken om de sluitertijd
en het diafragma te wijzigen terwijl de juiste belichting wordt
gehandhaafd. (p.318)
1
Zet de functiekiezer op e.
De volgende functies zijn niet beschikbaar in de stand B.
Wijziging van de sluitertijd
Wijziging van de diafragmawaarde
Belichtingscorrectie
Flitser (Flitser aan, Lange-
sluitertijdsynchronisatie,
Belichtingscorrectie)
Continuopname
De scherpstelstand k
(l wordt geselecteerd)
Instelling D-range
Objectiefcorrectie
Belichtingsbracketing
Opnamen met spiegel-omhoog-
vergrendeling
Dubbelopnamen
Intervalopname
Uitgebreide Bracketing
Digitaal filter
HDR-opname
Cross-processing
Horizoncorrectie
Opslaan als A-modus
Gebruik van de knop L
en |/Y
Knoppen aanpassen aan
persoonlijke voorkeuren
(gebruik wordt gemaakt
van standaardinstellingen)
Persoonlijke menu-instellingen
(gebruik wordt gemaakt van
standaardinstellingen)
Het bedieningspaneel kan niet worden weergegeven in de stand B.
De stand e (Hyper-programma) gebruiken
K-5_OPM_DUT.book Page 120 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
121
Opnamefuncties
4
2
Controleer de sluitertijd en diafragmawaarde.
Controleer de instellingen met behulp van het statusscherm,
de zoeker of het LCD-display.
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van de belichting van
het onderwerp.
Sluitertijd en diafragma worden automatisch ingesteld overeenkomstig
de ingestelde gevoeligheid om een juiste belichting te verkrijgen.
1
Zet de functiekiezer op K.
Stel de gewenste Programmalijn in bij [Programmalijn] in het menu
[A Opnamemodus 3]. (p.118)
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd en
diafragmawaarde wellicht niet verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld
is op [AUTO] (p.108).
De stand K (Gevoeligheidsvoorkeuze) gebruiken
AF.S
1/
ISO
AUTO
125
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
16M
[
37
]
P
11
K-5_OPM_DUT.book Page 121 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
122
Opnamefuncties
4
2
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
om de gevoeligheid
aan te passen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
U kunt de gevoeligheid instellen op een waarde die overeenkomt met
ISO 100 t/m ISO 12800. [AUTO] is niet beschikbaar.
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
De gevoeligheid kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[A Pers.instelling 1]. (p.136)
AF.S
1/
ISO
30
100
4.5
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
16M
[
37
]
Sv
11
K-5_OPM_DUT.book Page 122 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
123
Opnamefuncties
4
Instelling van de gewenste sluitertijd voor het vastleggen van de beweging
van bewegende onderwerpen. Bij het maken van opnamen van snel
bewegende onderwerpen kunt u met een kortere sluitertijd het onderwerp
bevriezen en met een langere sluitertijd de beweging van het onderwerp
laten zien.
Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch
zo ingesteld dat de juiste belichting wordt verkregen.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.106)
1
Zet de functiekiezer op b.
2
Draai aan de e-knop
op de voorkant (R)
om de sluitertijd aan te passen.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen
een bereik van 1/8000 tot 30 seconden.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
De stand b (Sluitertijdvoorkeuze) gebruiken
AF.S
1/
ISO
125
400
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
Tv
AUTO
JPEG
16M
11
K-5_OPM_DUT.book Page 123 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
124
Opnamefuncties
4
Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen.
De scherptediepte is groter en de voorgrond en achtergrond van
het scherp gestelde onderwerp zijn scherp wanneer het diafragma
op een hoge waarde, een kleine objectiefopening, wordt ingesteld.
De scherptediepte is kleiner en de voorgrond en achtergrond van
het scherp gestelde onderwerp zijn vager wanneer het diafragma
op een lagere waarde, een grote objectiefopening, wordt ingesteld.
Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch
op de juiste belichting ingesteld.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.106)
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
De sluitertijd kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[A Pers.instelling 1]. (p.136)
De juiste belichting wordt met de geselecteerde sluitertijd wellicht niet
verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld is op [AUTO] (p.108).
De stand c (Diafragmavoorkeuze) gebruiken
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker
is, dan knippert de diafragmawaarde
op het statusscherm, op het LCD-
display en in de zoeker. Als het onderwerp te helder is, kies dan
een kortere sluitertijd. Als het onderwerp te donker is, kies dan
een langere sluitertijd. Wanneer de diafragmawaarde stopt met
knipperen, kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Gebruik een in de handel verkrijgbaar ND-filter (Neutral Density)
als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het onderwerp
te donker is.
K-5_OPM_DUT.book Page 124 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
125
Opnamefuncties
4
1
Zet de functiekiezer op c.
2
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
om het diafragma aan te passen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[A Pers.instelling 1]. (p.136)
De juiste belichting wordt met de geselecteerde diafragmawaarde wellicht
niet verkregen als de gevoeligheid niet ingesteld is op [AUTO] (p.108).
AF.S
1/
ISO
30
400
4.5
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
Av
AUTO
JPEG
16M
11
K-5_OPM_DUT.book Page 125 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
126
Opnamefuncties
4
Instelling van sluitertijd en diafragma voor het maken van opnamen.
Stelt de gevoeligheid automatisch zo in dat de handmatig ingestelde
sluitertijd en diafragmawaarde de juiste belichting opleveren
in overeenstemming met de helderheid van het onderwerp.
1
Zet de functiekiezer
in de stand L.
2
Draai aan de e-knop
op de voorkant (R)
om de sluitertijd aan te passen.
De sluitertijd kan worden ingesteld
binnen een bereik van 1/8000 tot
30 seconden.
De stand L (Sluitertijd-
en diafragmavoorkeuze) gebruiken
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht
of te donker is, knippert de sluitertijd
in het statusscherm, op het LCD-
display en in de zoeker. Is het onderwerp te licht, kies dan
een kleinere objectiefopening (hogere waarde). Is het onderwerp
te donker, kies dan een grotere objectiefopening (lagere waarde).
Zodra het knipperen ophoudt, kunt u de opname maken met
de juiste belichting.
Gebruik een in de handel verkrijgbaar ND-filter (Neutral Density)
als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het onderwerp
te donker is.
K-5_OPM_DUT.book Page 126 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
127
Opnamefuncties
4
3
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
om het diafragma aan te passen.
De ingestelde waarden worden weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
Draai aan de e-knop op de achterkant (S) terwijl u op de knop m drukt,
om de belichtingscorrectiewaarde te wijzigen. (p.135)
De sluitertijd en het diafragma kunnen worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het
menu [A Pers.instelling 1]. (p.136)
In de stand L is de gevoeligheid vast ingesteld op [AUTO].
AF.S
1/
ISO
1000
100
4.5
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
TAv
AUTO
JPEG
16M
11
Belichtingswaarschuwing
Als het onderwerp te licht of te donker
is, zal de gevoeligheidsindicatie
op het statusscherm en het LCD-
display en in de zoeker knipperen. Wijzig in dat geval de sluitertijd
en het diafragma. Zodra de indicatie ophoudt met knipperen,
kunt u de opname maken met de juiste belichting.
Gebruik een in de handel verkrijgbaar ND-filter (Neutral Density)
als het onderwerp te licht is. Gebruik een flitser als het onderwerp
te donker is.
K-5_OPM_DUT.book Page 127 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
128
Opnamefuncties
4
U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte
belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde combinatie
van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte
(donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken.
1 Effect van diafragma en sluitertijd (p.106)
1
Zet de functiekiezer op a.
2
Druk op de knop |.
De sluitertijd en diafragmawaarde
worden automatisch zo gewijzigd dat
een juiste belichting wordt verkregen.
3
Draai aan de e-knop
op de voorkant (R)
om de sluitertijd aan te passen.
De sluitertijd kan worden ingesteld
binnen een bereik van 1/8000 tot
30 seconden.
De stand a (Hyper-handmatig) gebruiken
K-5_OPM_DUT.book Page 128 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
129
Opnamefuncties
4
4
Draai aan de e-knop
op de achterzijde (S)
om het diafragma aan te passen.
De ingestelde waarden worden
weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde
wijzigt, wordt het verschil met
de juiste belichting (LW-waarde)
in een staafdiagram weergegeven.
De juiste belichting is ingesteld wanneer
V in het midden van de LW-balk staat.
Als dit symbool meer naar - staat, wordt
onderbelicht. Als dit symbool meer naar +
staat, wordt overbelicht. Als de waarde buiten het bereik van
de LW-balk valt (±5.0), of wanneer het onderwerp te helder
of te donker is, dan knippert “+” of “-”.
De gevoeligheid kan niet worden ingesteld op [AUTO] in de stand a.
Als de gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] en de belichtingsfunctie
in de stand a wordt gezet, dan wordt de gevoeligheid ook gewijzigd
in de laagste waarde die is ingesteld bij “Het bereik voor automatische
gevoeligheidscorrectie instellen” (p.110).
De sluitertijd en het diafragma kunnen worden ingesteld in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW. Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het
menu [A Pers.instelling 1]. (p.136)
Aangezien de staafdiagrammen in de
zoeker en op het LCD-display weergeven
in hoeverre de camera naar links of rechts
is gekanteld, wordt het verschil ten
opzichte van de juiste belichting weergegeven als een getal wanneer [Elektr.
waterpas] is ingesteld op O (Aan).
AF.S
1/
ISO
125
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
M
JPEG
16M
11
Afwijking van de juiste
belichting
K-5_OPM_DUT.book Page 129 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
130
Opnamefuncties
4
Deze instelling is geschikt voor het maken van nacht-
en vuurwerkopnamen met een lange belichting.
1
Zet de functiekiezer op p.
De stand p (Tijdopname) gebruiken
Combineren met L
Als de belichting is vergrendeld (p.137) door de knop L
in te drukken in de stand a, en de sluitertijd of het diafragma daarna
wordt gewijzigd, dan wordt de combinatie van sluitertijd en diafragma
gewijzigd terwijl dezelfde belichtingswaarde behouden blijft.
Voorbeeld: Als de sluitertijd 1/125 sec. en het diafragma F5.6
is en deze instellingen zijn vergrendeld met de knop
L, dan wordt het diafragma automatisch gewijzigd
in F11 als de sluitertijd met de e-knop wordt gewijzigd
in 1/30 sec. (R).
AF.S
ISO
Bulb
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG
16M
[
37
]
B
11
K-5_OPM_DUT.book Page 130 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
131
Opnamefuncties
4
2
Druk op de ontspanknop.
De sluiter blijft open zo lang de ontspanknop wordt ingedrukt.
De volgende functies zijn niet beschikbaar bij in de stand p.
- Belichtingscorrectie
- Belichtingsbracketing
- Continuopname
- Intervalopname
- HDR-opname
Het diafragma kan worden ingesteld in stappen van 1/3 LW of 1/2 LW.
Stel de belichtingsstappen in bij [1. LW-stappen] in het menu
[A Pers.instelling 1]. (p.136)
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld
als de belichtingsfunctie wordt ingesteld op p.
Gebruik een stevig statief en de optionele draadontspanner CS-205
of de optionele afstandsbediening om te voorkomen dat de camera
beweegt bij het maken van opnamen in de stand p. Sluit de
draadontspanner aan op de aansluiting voor de draadontspanner (p.22).
Als u de afstandsbediening gebruikt, stel dan in op welke manier
de ontspanknop van de afstandsbediening werkt. U kunt kiezen tussen
(i) de belichting starten door eenmaal op de ontspanknop van de
afstandsbediening te drukken, en de belichting stoppen door ook eenmaal
op de ontspanknop van de afstandsbediening te drukken, of (ii) de sluiter
openhouden zolang de ontspanknop van de afstandsbediening ingedrukt
wordt gehouden. Stel dit in bij [19. Afst bed bij tijdopname] in het menu
[A Pers.instelling 2] (p.104).
De gevoeligheid kan niet worden ingesteld op [AUTO] in de stand p.
Als de gevoeligheid wordt ingesteld op [AUTO] en de belichtingsfunctie
wordt gewijzigd in p, dan wordt de gevoeligheid ook gewijzigd
in de laagste waarde die is ingesteld bij “Het bereik voor automatische
gevoeligheidscorrectie instellen” (p.110).
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op p, ligt de bovengrens voor
gevoeligheid op ISO 1600.
Er is geen bovengrens voor de belichtingstijd bij tijdopnamen. We raden
u echter aan de optionele netvoedingsadapterset K-AC50 te gebruiken
als u opnamen maakt met een lange belichtingstijd omdat de batterij
wordt ontladen terwijl de sluiter open blijft staan. (p.59)
K-5_OPM_DUT.book Page 131 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
132
Opnamefuncties
4
De sluitertijd wordt vergrendeld op 1/180 seconde. Maak hier
gebruik van als u werkt met een externe flitser die niet automatisch
de synchronisatiesnelheid instelt.
1
Zet de functiekiezer op M.
De stand M (Flitser X-sync snelheid) gebruiken
Draai aan de e-knop op de achterzijde (S) om het diafragma aan
te passen.
Druk op de knop | om de sluitertijd vast te houden
op 1/180 seconde en het diafragma automatisch aan te passen.
De gevoeligheid kan niet worden ingesteld op [AUTO] in de stand M.
Als de gevoeligheid wordt ingesteld op [AUTO] en de belichtingsfunctie
wordt gewijzigd in M, dan wordt de gevoeligheid ook gewijzigd
in de laagste waarde die is ingesteld bij “Het bereik voor automatische
gevoeligheidscorrectie instellen” (p.110).
AF.S
1/
ISO
180
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
[
37
]
X
JPEG
16M
11
K-5_OPM_DUT.book Page 132 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
133
Opnamefuncties
4
Selecteer het gedeelte van de zoeker dat moet worden gebruikt voor
lichtmeting en het bepalen van de belichting. U kunt kiezen uit de volgende
drie methoden. De standaardinstelling is L (meervlaksmeting).
1
Draai aan de knop lichtmeting
De ingestelde meetmethode wordt
weergegeven in het statusscherm
en de zoeker.
L Meervlaksmeting
Het beeld in de zoeker wordt gemeten
in 77 verschillende zones. Zelfs bij
locaties met tegenlicht wordt bij deze
functie automatisch bepaald welk
helderheidsniveau elk gedeelte van
het beeld heeft en wordt de belichting
dienovereenkomstig aangepast.
De lichtmeetmethode selecteren
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs
wanneer u meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief
dan een DA, DA L, D FA, FA J, FA, F of A, of wanneer de diafragmaring van
het objectief in een andere stand is ingesteld dan s (Auto). (Kan alleen worden
gebruikt wanneer [27. Diafragmaring gebruiken] (p.376) in het menu [A Pers.
instelling 4] is ingesteld op [Toegestaan].)
K-5_OPM_DUT.book Page 133 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
134
Opnamefuncties
4
M Lichtmeting met nadruk op midden
De meting legt de nadruk op het midden van
de zoeker. Gebruik deze meting wanneer
u de belichting wilt corrigeren op basis van
ervaring, in plaats van dit over te laten aan
de camera. In de afbeelding ziet u dat
de gevoeligheid groter wordt wanneer het
patroon hoger wordt (midden). Deze functie
corrigeert niet automatisch opnamen met tegenlicht.
N Spotmeting
De helderheid wordt slechts in een klein
vak in het midden van de zoeker gemeten.
U kunt deze functie combineren met het
belichtingsgeheugen (p.137) wanneer het
onderwerp uitzonderlijk klein is en een
correcte belichting moeilijk te realiseren is.
AE-punt koppelen aan de automatische
scherpstelling tijdens meervlaks lichtmeting
Bij [6. Koppelt belicht.+ AF] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.102)
kunt u de belichting koppelen aan het AF-punt tijdens meervlaks
lichtmeting.
1
Uit
De belichting wordt onafhankelijk van het AF-punt ingesteld.
(Standaardinstelling)
2
Aan De belichting wordt op basis van het AF-punt ingesteld.
Lichtmetingstijd instellen
U kunt de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting instellen
op [10 sec.] (standaardinstelling), [3 sec.] of [30 sec.] bij [4. Bedrijftijd
lichtmtr] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.102).
K-5_OPM_DUT.book Page 134 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
135
Opnamefuncties
4
Hiermee kunt u met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere)
opnamen maken.
U kunt voor de belichtingsstappen kiezen tussen 1/3 LW en 1/2 LW bij
[1. LW-stappen] in het menu [A Pers.instelling 1]. U kunt de LW-waarde
instellen tussen –5 en +5 (LW).
1
Draai aan de e-knop
op de achterkant (S) terwijl
u op de knop m drukt.
De belichting wordt aangepast.
m wordt tijdens aanpassing weergegeven in het statusscherm
en de zoeker en op het LCD-display.
Druk op de knop m als u na aanpassing de correctiewaarde
wilt controleren.
Druk op de knop | als u de belichtingscorrectiewaarde wilt
resetten naar 0,0.
Belichting corrigeren
Belichtingscorrectie is niet beschikbaar als de belichtingsfunctie is ingesteld
op B (Snelinstelling) of p (Tijdopname).
Correctiewaarde
AF.S
1/
ISO
100
100
5.6
F
11223344+5
-
5
AWB
JPEG ±0EV
16M
P
11
K-5_OPM_DUT.book Page 135 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
136
Opnamefuncties
4
Stel de belichtingscorrectie in stappen van
1/3 LW of 1/2 LW in bij [1. LW-stappen] in het
menu [A Pers.instelling 1]. (p.102).
De correctiewaarde kan ook worden gewijzigd door de knop m eenmaal
in te drukken, uw vinger van de knop te halen en aan de achterzijde aan
de e-knop (S) te draaien. In dit geval wordt de belichtingscorrectie
ingesteld wanneer de knop m opnieuw wordt ingedrukt of wanneer
de timer van de belichtingsmeting afloopt (p.134).
De correctiewaarde wordt niet geannuleerd door de camera uit te zetten
of door een andere belichtingsfunctie te kiezen.
De belichtingsstappen wijzigen
Stapinterval Belichtingswaarde
1/3LW
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0, ±2,3, ±2,7, ±3,0, ±3,3, ±3,7,
±4,0, ±4,3, ±4,7, ±5,0
1/2LW
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0, ±2,5, ±3,0, ±3,5, ±4,0, ±4,5, ±5,0
Belichtingscorrectie voor de standen a en M
Als de belichtingscorrectiewaarde bijvoorbeeld is ingesteld
op +1,5 voor de stand a (Hyper-handmatig) en M (Flitser X-sync
snelheid), dan wordt een onderbelichting van 1,5 LW weergegeven
op de LW-balk. Als u de belichtingswaarde zo instelt dat de V in het
midden van de LW-balk wordt weergegeven, dan zal de opname
worden gemaakt met de gecorrigeerde waarde.
1.
1
2
MENU
OK
OK
LW-stappen
1/3 LW Stap
1/2 LW Stap
Stappen belichting
Annul.
ingesteld op 1/3 LW
K-5_OPM_DUT.book Page 136 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
137
Opnamefuncties
4
Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals
die is vóór het maken van de opname. Gebruik deze functie wanneer het
onderwerp te klein is of wanneer er sprake is van tegenlicht, waardoor een
goede lichtmeting niet mogelijk is.
1
Stel de belichting in en druk
op de knop L.
De camera vergrendelt de belichting
(helderheid) van dat moment.
@ wordt weergegeven in het
statusscherm en de zoeker wanneer
het belichtingsgeheugen is geactiveerd.
De belichting vergrendelen voordat
de opname wordt gemaakt
(Belichtingsgeheugen)
K-5_OPM_DUT.book Page 137 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
138
Opnamefuncties
4
De belichting blijft vergrendeld zolang de knop L ingedrukt wordt
gehouden of zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt
gehouden. De belichting blijft vergrendeld gedurende een periode van
tweemaal die van de timer van de belichtingsmeting (p.134), zelfs nadat
u uw vinger van de knop L heeft gehaald.
Er klinkt een geluidssignaal wanneer de L-knop wordt ingedrukt.
Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (p.323)
Belichtingsgeheugen is niet beschikbaar in de standen B (Snelinstelling),
p (Tijdopname) en M (Flitser X-sync snelheid).
Als u één van de volgende handelingen verricht, wordt het
Belichtingsgeheugen geannuleerd.
- u drukt nogmaals op de knop L
- u drukt op de knop Q, 3 of M
- u draait aan de functiekiezer
- u verwisselt het objectief
- een objectief met een diafragmastand s (Auto) is in een andere stand
gezet dan s
Ook wanneer het belichtingsgeheugen is geactiveerd, is de combinatie
van sluitertijd en diafragmawaarde afhankelijk van de zoompositie wanneer
een zoomobjectief wordt gebruikt waarvan de maximale diafragmawaarde
afhankelijk is van de brandpuntsafstand. De belichtingswaarde verandert
echter niet en een opname wordt gemaakt met het ingestelde
helderheidsniveau als het belichtingsgeheugen is geactiveerd.
De belichting kan ook worden vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld. Stel deze functie in bij [5. AE-L met AF lock] in het menu
[A Pers.instelling 1]. (p.149)
De belichting automatisch wijzigen tijdens het maken
van opnamen
Automatische bracketing is een functie voor het maken van
continuopnamen waarbij de belichting automatisch wordt
aangepast voor over- en onderbelichting. Steeds als
op de ontspanknop wordt gedrukt, worden 2, 3 of 5 opnamen
gemaakt. Zie “Opnamen maken terwijl de instellingen
worden gewijzigd (Automatische bracketing)” (p.177).
K-5_OPM_DUT.book Page 138 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
139
Opnamefuncties
4
Scherp stellen
U kunt op de volgende manieren scherp stellen.
U kunt ook kiezen uit twee autofocusfuncties: l (Eén opname), waarbij
de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt om scherp te stellen
op het onderwerp en de scherpstelling op die stand wordt vastgehouden,
en k (Continu), waarbij continu wordt scherpgesteld op het onderwerp
zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
De fabrieksinstelling is l.
1
Draai de scherpstelstand-knop
naar l of A.
=
Autofocus
De camera stelt automatisch scherp op het onderwerp
wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt.
\
Handmatig
scherpstellen
Stel handmatig scherp.
De autofocus gebruiken
K-5_OPM_DUT.book Page 139 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
140
Opnamefuncties
4
l
Eén
opname
Als de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt en het
onderwerp scherp is gesteld, dan wordt de scherpstelling
vergrendeld (scherpstelvergrendeling) in die positie.
Als u op een ander onderwerp wilt scherp stellen,
haal uw vinger dan eerst van de ontspanknop en druk
vervolgens de ontspanknop opnieuw tot halverwege in.
Het AF-hulplicht wordt zo nodig ingeschakeld. (p.141)
Stel bij [15. AF.S-instelling] in het menu [A Pers.instelling 2]
de prioriteit van acties in voor wanneer de ontspanknop
volledig wordt ingedrukt (p.104).
k
Continu
Er wordt continu scherp gesteld op het onderwerp zolang
de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
De scherpstelindicatie ] wordt weergegeven en u hoort
een geluidssignaal als op het onderwerp scherp is gesteld.
Zelfs als niet scherp gesteld is op het onderwerp, kan
de sluiter ontspannen wanneer de ontspanknop helemaal
wordt ingedrukt.
Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt
om op het onderwerp scherp te stellen, volgt de camera het
onderwerp automatisch als wordt geconstateerd dat het
onderwerp beweegt. Het objectief werkt automatisch
en zal steeds scherpstellen op het onderwerp.
Stel bij [16. AF.C-instelling] in het menu [A Pers.instelling 2]
(p.104) de prioriteit van acties in voor Continuopname.
1
Scherp-
stellings-
voorkeuze
De sluiter kan niet worden ontspannen
totdat het onderwerp scherp is gesteld.
(Standaardinstelling)
Als het onderwerp te dicht bij de camera
is, doe dan een of meer stappen terug
en maak de opname. Als het onderwerp
moeilijk scherp te stellen is (p.83), stel
dan handmatig scherp. (p.150)
2
Sluiter-
voorkeuze
De sluiter kan zelfs worden ontspannen
als het onderwerp niet scherp is.
1
Scherpstellings-
voorkeuze
Maakt opnamen waarbij prioriteit wordt
gegeven aan scherpstelling van het
onderwerp tijdens Continuopnamen.
(Standaardinstelling)
2
FPS-voorkeuze
Maakt opnamen waarbij prioriteit wordt
gegeven aan de opnamesnelheid
tijdens Continuopnamen.
K-5_OPM_DUT.book Page 140 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
141
Opnamefuncties
4
2
Kijk door de zoeker
en druk de ontspanknop
tot halverwege in
.
Wanneer op het onderwerp
is scherpgesteld, verschijnt
de scherpstelindicatie ]
en klinkt er een geluidssignaal.
(Als de indicatie knippert, is er niet
scherpgesteld op het onderwerp.)
1 Onderwerpen waarop moeilijk
automatisch kan worden
scherpgesteld (p.83)
Scherpstelindicatie
AF-hulplicht
U kunt bij [17. AF-hulplicht] in het menu [A Pers.instelling 2] instellen
of u tijdens de stand l het AF-hulplicht wilt gebruiken (p.104).
1
Aan
Om scherpstelling te vergemakkelijken als het onderwerp
zich op een donkere plaats bevindt, wordt het AF-hulplicht
ingeschakeld als de ontspanknop tot halverwege wordt
ingedrukt. (Standaardinstelling)
2
Uit Het AF-hulplicht wordt niet gebruikt.
K-5_OPM_DUT.book Page 141 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
142
Opnamefuncties
4
U kunt de camera zo instellen dat er wordt scherp gesteld wanneer
u op de knop = drukt.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [AF-knop]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [AF-knop] verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om [AF activeren]
te selecteren.
4
Druk op de knop 4.
5
Druk driemaal op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Scherpstellen op het onderwerp met de knop =
AF activeren
Er wordt automatisch scherpgesteld met behulp van
de knop = of de ontspanknop (standaardinstelling).
AF uitschakelen
\ wordt weergegeven in de zoeker terwijl
uopdeknop= drukt. Autofocus wordt niet
geactiveerd als u de ontspanknop indrukt.
(Laat de knop = los om terug te keren naar
de normale autofocusstand.)
AF-knop
Annul. OK
OK
MENU
AF wordt uitgevoerd
als op de AF-knop wordt
gedrukt
AF activeren
AF uitschakelen
K-5_OPM_DUT.book Page 142 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
143
Opnamefuncties
4
6
Druk op de knop = terwijl
u door de zoeker kijkt.
Er word automatisch scherp gesteld.
7
Druk op de ontspanknop.
Wanneer [AF activeren] is toegewezen aan [Half indrukken sluiterknop]
bij [Knoppen aanpassen], druk dan op de ontspanknop terwijl de knop
= ingedrukt wordt gehouden.
De opname wordt gemaakt.
U kunt de AF-scherpstelpositie aanpassen.
1
Selecteer [26. AF-aanpassing] in het menu [A Pers.
instelling 4] en druk op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Aan] te selecteren
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [26. AF-aanpassing] verschijnt.
l
Eén opname
Als de knop = wordt ingedrukt en het
onderwerp scherp is gesteld, dan wordt
de scherpstelvergrendeling ingeschakeld
zolang de knop wordt ingedrukt.
k
Continu
Er wordt continu scherpgesteld op het onderwerp
zolang de knop = wordt ingedrukt.
AF-aanpassing
Gebruik [AF-aanpassing] alleen als dat nodig is. Gebruik de functie
voorzichtig, want aanpassing van autofocus kan het moeilijk maken
om opnamen te maken met de juiste scherpstelling.
Camerabewegingen tijdens het maken van een testopname voor
AF-aanpassing kunnen het moeilijk maken om een nauwkeurige
scherpstelpositie te verkrijgen. Gebruik daarom bij het maken van
testopnamen altijd een statief.
K-5_OPM_DUT.book Page 143 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
144
Opnamefuncties
4
3
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Toepassen op al]
of [Toepassen op 1] te selecteren.
4
Druk op de vierwegbesturing
(5) en pas de waarde
aan met de e-knop aan
de achterzijde (S) of met
de vierwegbesturing (45).
Beschikbare bewerkingen
5
Druk op de knop 4.
De aanpassingswaarde wordt opgeslagen.
6
Druk driemaal op de knop 3.
De opnamestand wordt geactiveerd.
Toepassen
op al
Dezelfde aanpassing wordt toegepast op alle objectieven.
Toepassen
op 1
Dit item wordt alleen op het scherm weergegeven zodra
de ID van het objectief is verkregen. Er wordt voor elk
objectieftype een verschillende instelwaarde opgeslagen
en toegepast (maximaal 20 objectieftypes).
Reset Hiermee wordt de opgeslagen instelwaarde gereset.
Vierwegbesturing (5)/
e-knop aan achterzijde (S)
naar rechts (y)
Scherpstelling dichterbij halen.
Vierwegbesturing (4)/
e-knop aan achterzijde (S)
naar links (f)
Scherpstelling verder weg plaatsen.
Knop | Aanpassingswaarde ±0 herstellen.
26.
AF-aanpassing
Toepassen op al
Toepassen op 1 Nt op.
Reset
Annul. OK
OK
MENU
±0
+5
K-5_OPM_DUT.book Page 144 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
145
Opnamefuncties
4
7
Maak een testopname.
U kunt het scherpstelpunt gemakkelijk controleren door de weergave uit
te vergroten tijdens Digitaal voorbeeld (p.156) of Live weergave (p.187).
Selecteer het gedeelte van de zoeker waarmee moet worden
scherpgesteld. De fabrieksinstelling is S (Auto).
Geselecteerde AF-punten lichten rood op in de zoeker
(AF-punt weergeven).
1
Draai aan de AF-punt-kiezer.
Zelfs als een aanpassingswaarde is opgeslagen met [Toepassen op 1] wordt
de waarde [Toepassen op al] gebruikt in plaats van de waarde [Toepassen
op 1] als u in stap 3 op de knop 4 drukt terwijl [Toepassen op al]
is geselecteerd.
Het scherpstelgebied instellen (AF-punt)
U
Midden
Het scherpstelgebied wordt ingesteld op het midden
vandezoeker.
j
Selecteren
Hiermee wordt uit elf punten in het AF-kader het
scherpstelgebied ingesteld op het door de gebruiker
geselecteerde punt.
S
Auto
Zelfs wanneer het onderwerp niet in het midden is, selecteert
de camera het optimale AF-punt. U kunt kiezen uit 11 AF-
punten (standaardinstelling) of 5 punten bij [Instell. AUTO
AF-punt] in het menu [A Opnamemodus 1].
AF-punten worden in de zoeker niet in een rode kleur weergegeven
als u [Uit] hebt geselecteerd bij [14. AF-punt weergeven] in het menu
[A Pers.instelling 2]. (p.103)
Het scherpstelgebied wordt ongeacht deze instelling vergrendeld op U
bij gebruik van andere objectieven dan de typen DA, DA L, D FA, FA J,
FA of F. (p.374)
K-5_OPM_DUT.book Page 145 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
146
Opnamefuncties
4
1
Zet de AF-punt-kiezer op j.
V verschijnt in de zoeker en u kunt het
scherpstelpunt wijzigen.
2
Kijk door de zoeker en controleer de positie van
het onderwerp.
3
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om het AF-punt
te wijzigen.
Het geselecteerde AF-punt wordt
weergegeven in het statusscherm.
De scherpstelstand instellen in de zoeker
P
AF.S
1/
ISO
AUTO
2000 2.8
±0.0
±0±0
F
11223344+5
-
5
AWB
16M
[
37
]
1600
JPEG
K-5_OPM_DUT.book Page 146 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
147
Opnamefuncties
4
Beschikbare bewerkingen
De AF-punten lichten in de zoeker
op in een rode kleur (AF-punt weergeven)
zodat u kunt controleren waarop het
AF-punt is ingesteld.
4-knop Hiermee keert het AF-punt terug naar
het midden van het AF-kader.
Druk op de knop
4 en houd deze
knop ingedrukt
Schakelt wijziging van het AF-punt uit en
schakelt bediening met de richtingsknoppen
van de vierwegbesturing (2345) in.
Om wijziging van het AF-punt in te schakelen,
druk dan op de knop 4 terwijl bediening met
de richtingsknoppen ingeschakeld is. U hoort
een geluidssignaal terwijl u kiest tussen
ingeschakeld en uitgeschakeld.
De gewijzigde positie van het AF-punt wordt opgeslagen zelfs als de camera
wordt uitgeschakeld of als het scherpstelgebied wordt ingesteld op U of S.
V verschijnt in de zoeker wanneer u het AF-punt kunt wijzigen.
Als u één van de volgende handelingen verricht, wordt de (in stap 3)
gewijzigde positie van het AF-punt weer teruggedraaid.
- de camera wordt uitgezet met de hoofdschakelaar
- u draait aan de functiekiezer
- u draait aan de AF-punt-kiezer
- u drukt op de knop Q, 3 of M of U
K-5_OPM_DUT.book Page 147 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
148
Opnamefuncties
4
Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelgebied valt, kan
de camera niet automatisch scherpstellen op het onderwerp. Stel in dit
geval scherp op het onderwerp in het scherpstelgebied, vergrendel
de scherpstelling in die positie (scherpstelvergrendeling) en maak
een nieuwe beeldcompositie.
1
Zet de scherpstelstand-knop op l.
2
Kader het onderwerp
in de zoeker uit.
3
Centreer het onderwerp
in de zoeker en druk
de ontspanknop tot
halverwege in.
Wanneer op het onderwerp
is scherpgesteld, verschijnt
de scherpstelindicatie ] en klinkt
er een geluidssignaal. (Als de indicatie
knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.)
4
Vergrendel de scherpstelling.
Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt. De scherpstelling
wordt vastgehouden.
De scherpstelling vergrendelen
(Scherpstelling vergrendelen)
Voorbeeld) Er wordt scherp
gesteld op de achter-
grond in plaats van
op de persoon.
K-5_OPM_DUT.book Page 148 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
149
Opnamefuncties
4
5
Houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt en kader
het onderwerp opnieuw in.
De scherpstelling is vergrendeld zolang de scherpstelindicatie ] wordt
weergegeven.
Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling
actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is.
U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherp gesteld,
uitschakelen. (p.323)
Belichting vergrendelen wanneer scherpstelling
is vergrendeld
Stel [5. AE-L met AF lock] in het
menu [A Pers.instelling 1] in (p.102)
om de waarde voor belichting
te vergrendelen wanneer
de scherpstelling is vergrendeld.
1
Uit
De belichting wordt niet vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld. (Standaardinstelling)
2
Aan
De belichting wordt vergrendeld wanneer de scherpstelling
is vergrendeld.
5.
1
2
MENU
OK
AE-L met AF lock
Uit
Aan
Auto belichting en AF
Annul.
zijn gelijktijdig
vergrendeld
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 149 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
150
Opnamefuncties
4
Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt
u de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker gebruiken.
De scherpstelindicatie []] verschijnt in de zoeker wanneer
op het onderwerp is scherp gesteld, zelfs bij handmatig scherp stellen.
Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig
aanpassen ].
1
Zet de scherpstelstand-
knop op \.
2
Kijk door de zoeker, druk
de ontspanknop tot halverwege
in en draai aan de scherpstelring.
Handmatig de scherpstelling wijzigen
(Handmatige scherpstelling)
De scherpstelindicatie gebruiken
K-5_OPM_DUT.book Page 150 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
151
Opnamefuncties
4
Wanneer op het onderwerp is scherp
gesteld, gaat de scherpstelindicatie ]
branden en klinkt er een geluidssignaal.
U kunt handmatig scherp stellen met behulp van het matglas in de zoeker.
1
Zet de scherpstelstand-
knop op \.
2
Kijk door de zoeker en draai
aan de scherpstelring totdat
het onderwerp duidelijk
zichtbaar is in de zoeker.
Stel handmatig scherp met behulp van het matglas in de zoeker als
er moeilijk op het onderwerp scherp kan worden gesteld (p.83)
en de scherpstelindicatie niet wordt weergegeven.
U kunt het geluidssignaal dat klinkt als is scherp gesteld,
uitschakelen. (p.323)
Het matglas in de zoeker gebruiken
Scherpstelindicatie
K-5_OPM_DUT.book Page 151 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
152
Opnamefuncties
4
Opnamen maken in de stand Catch-in Focus
Als [25. Catch-in focus] in het menu [A Pers. instelling 4] (p.105)
is ingesteld op [Aan] en de scherpstelstand is ingesteld op l
en één van de volgende objectieven wordt gebruikt, is het maken
van catch-in focus opnamen mogelijk en wordt de sluiter automatisch
ontspannen op het moment dat is scherpgesteld op het onderwerp.
Objectief met handmatige scherpstelling
DA- of FA-objectief met een instelling = en \ op het objectief
(het objectief moet zijn ingesteld op \ voordat de opname
wordt gemaakt)
Ga als volgt te werk om opnamen te maken
1 Bevestig een geschikt objectief op de camera.
2 Zet de scherpstelstand-knop op l.
3 Stel scherp op een punt waar het onderwerp langs zal komen.
4 Druk de ontspanknop helemaal in.
De sluiter wordt automatisch ontspannen als het onderwerp
het punt bereikt waarop is scherp gesteld.
K-5_OPM_DUT.book Page 152 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
153
Opnamefuncties
4
Compositie, belichting
en scherpstelling beoordelen
vóór opname (Voorbeeld)
U kunt met de voorbeeldfunctie de scherptediepte, de compositie,
de belichting en de scherpstelling controleren voordat u een
opname maakt.
Er zijn twee voorbeeldmethoden.
Kies uit Optisch voorbeeld en Digitaal voorbeeld als de hoofdschakelaar
in de voorbeeldstand (|) wordt gezet.
De standaardinstelling is Optisch voorbeeld.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
Voorbeeldmethode Beschrijving
|
Optisch voorbeeld
(Dig. vb)
Voor het controleren van de scherptediepte
door de zoeker.
e
Digitaal voorbeeld
Voor het beoordelen van compositie, belichting
en scherpstelling op de monitor.
U kunt met de functie Live weergave ook een real-time beeld
op de monitor weergeven en tijdens de weergave opname-instellingen
wijzigen, en de weergave uitvergroten om het effect van instellingen
te controleren. Zie p.187 voor meer informatie.
Voorbeeldmethode selecteren
K-5_OPM_DUT.book Page 153 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
154
Opnamefuncties
4
2
Selecteer [Voorbeeld-wiel] met de vierwegbesturing (23)
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Voorbeeld-wiel] verschijnt.
3
Druk op de vierwegbesturing
(5) en selecteer [Dig. vb]
of [Digitaal voorbeeld] met
de vierwegbesturing (23).
4
Druk op de knop 4.
5
Druk driemaal op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Voor Digitaal voorbeeld kunt u instellen of het histogram
en de waarschuwing voor lichte/donkere gebieden moeten worden
weergegeven, en of al dan niet opnamen kunnen worden vergroot.
1
Selecteer [Digitaal voorbeeld] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Digitaal voorbeeld] verschijnt.
Tijdens het maken van opnamen met de functie Intervalopname,
Dubbelopnamen of Live weergave wordt Optisch voorbeeld gebruikt,
ongeacht de instelling.
Digitaal voorbeeld kan ook worden toegewezen aan de knop |/Y.
Als Optisch voorbeeld is toegewezen aan de voorbeeldknop en Digitaal
voorbeeld is toegewezen aan de knop |/Y, dan kunt u beide
voorbeeldfuncties gemakkelijk gebruiken. Raadpleeg p.321 voor informatie
over het toewijzen van een functie aan de knop |/Y.
Display instellen voor Digitaal voorbeeld
Voorbeeld-wiel
Controle van scherpte-
diepte in zoeker
Annul. OK
OK
MENU
Dig. vb
Digitaal voorbeeld
K-5_OPM_DUT.book Page 154 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
155
Opnamefuncties
4
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Histogram], [Licht/
donker geb] of [Momentcontr.
vergrot.] te selecteren.
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
4
Druk twee keer op de knop 3.
1
Breng het onderwerp
binnen het AF-kader en druk
de ontspanknop tot halverwege
in om op het onderwerp scherp
te stellen.
2
Zet de hoofdschakelaar op |
terwijl u door de zoeker kijkt.
U kunt de scherptediepte beoordelen
door de zoeker als de hoofdschakelaar
in de stand
| staat.
Al die tijd worden er geen
opnamegegevens weergegeven
in de zoeker en kan er geen opname
worden gemaakt.
Optisch voorbeeld weergeven
Digitaal voorbeeld
Histogram
Licht/donker geb
Momentcontr. vergrot.
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 155 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
156
Opnamefuncties
4
3
Neem uw vinger van de hoofdschakelaar.
De functie Optisch voorbeeld wordt afgesloten en de camera is gereed
voor het maken van een opname.
1
Stel scherp op het onderwerp,
kader het beeld uit in de zoeker
en draai de hoofdschakelaar
in de stand |.
Als Digitaal voorbeeld is toegewezen
aan de knop |/Y, druk dan
op de knop |/Y.
Het pictogram (|) wordt op de monitor
weergegeven gedurende de weergave
van het voorbeeld en u kunt compositie,
belichting en scherpstelling beoordelen.
Digitaal voorbeeld weergeven
AE.L
K-5_OPM_DUT.book Page 156 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
157
Opnamefuncties
4
Beschikbare bewerkingen
2
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
De functie Digitaal voorbeeld wordt afgesloten en het autofocussysteem
treedt in werking.
E-knop aan de achterzijde
(S)
Het voorbeeld vergroten. (p.267)
Knop L Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan
als] en druk op de knop 4.
De maximale duur van de weergave van het digitale voorbeeld is 60 seconden.
K-5_OPM_DUT.book Page 157 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
158
4
Opnamefuncties
De functie Shake Reduction
gebruiken om het effect van
camerabewegingen te voorkomen
De functie Shake Reduction vermindert camerabewegingen die zich
kunnen voordoen als de ontspanknop wordt ingedrukt. Dit is handig
in situaties waarbij het risico groot is dat de camera wordt bewogen.
Als de functie Shake Reduction is geactiveerd, kunt u opnamen
maken met een sluitertijd die circa 4 stappen lager is zonder risico
dat de camera beweegt.
De functie Shake Reduction is ideaal voor het maken van opnamen
onder de volgende omstandigheden.
Bij het maken van opnamen op slecht verlichte locaties, bijvoorbeeld
binnenshuis, bij nacht, op bewolkte dagen en in de schaduw
Bij het maken van tele-opnamen
U kunt de functie Shake Reduction gebruiken voor het reduceren van
horizontale en verticale camerabeweging en voor het waterpas houden
van de camera.
Werken met de functie Shake Reduction
Onscherpe opname
Opname gemaakt met de functie
Shake Reduction
K-5_OPM_DUT.book Page 158 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
159
Opnamefuncties
4
1
Selecteer [Shake Reduction] in het
menu [A Opnamemodus 4] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om k of l
te selecteren en druk
op de knop 4.
3
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
4
Richt de camera op het onderwerp en druk
de ontspanknop tot halverwege in.
k wordt weergegeven in de zoeker
en de functie Shake Reduction wordt
ingeschakeld.
De functie Shake Reduction compenseert geen onscherpte die het gevolg
is van een bewegend onderwerp. Als u opnamen wilt maken van bewegende
onderwerpen, verhoog dan de sluitertijd.
De functie Shake Reduction kan camerabewegingen niet altijd volledig
compenseren bij het maken van close-ups. In dat geval raden we u aan
de functie Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
De functie Shake Reduction zal niet goed werken bij het maken van
opnamen met een zeer langzame sluitertijd, bijvoorbeeld tijdens “pannen”
of het maken van nachtopnamen. In dat geval raden we u aan de functie
Shake Reduction uit te schakelen en een statief te gebruiken.
Reductie van verticale en horizontale camerabewegingen
k
Maakt gebruik van Shake
Reduction. (Standaardinstelling)
l
Maakt geen gebruik van
Shake Reduction.
Video
Live weergave
Elektr. waterpas
Horizoncorrectie
Shake Reduction
Inv brandp afstand
Annul. OK
OK
MENU
1234 5
K-5_OPM_DUT.book Page 159 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
160
Opnamefuncties
4
Als een beeld gekanteld is, kan dit met horizoncorrectie worden
gecorrigeerd tot een maximum van ±2 graden.
1
Selecteer [Horizoncorrectie] in het menu
[A Opnamemodus 4].
2
Selecteer O of P met de
vierwegbesturing (45).
3
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
4
Richt de camera op het onderwerp en druk
de ontspanknop tot halverwege in.
De volgende indicaties worden weergegeven op het statusscherm.
Correctie van de horizon op de opname
q Shake Reduction Aan + Horizoncorrectie Aan
r Shake Reduction Uit + Horizoncorrectie Aan
Stel [Shake Reduction] in op l (Uit) als u de camera met een statief
gebruikt of als u de functie niet nodig hebt.
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld
in de hieronder genoemde situaties. Merk op dat u de functie Shake
Reduction niet kunt selecteren wanneer de hieronder genoemde functies
zijn geselecteerd.
- In de stand p (Tijdopnamen)
- bij het maken van opnamen met de zelfontspanner
- bij het maken van opnamen met de afstandsbediening
- opnamen met spiegel-omhoog-vergrendeling
- wanneer [Automatisch uitlijnen] ingesteld is op P (Uit) bij de optie
[HDR-opname]
- bij gebruik van de flitser in de draadloze stand
Video
Live weergave
Elektr. waterpas
Horizoncorrectie
Shake Reduction
Inv brandp afstand 35mm
Einde
MENU
1234 5
K-5_OPM_DUT.book Page 160 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
161
Opnamefuncties
4
De functie Shake Reduction is voor zijn functioneren afhankelijk van
informatie over bijvoorbeeld de brandpuntsafstand die door het objectief
wordt doorgegeven.
Als op de camera een objectief DA, DA L, D FA, FA J, FA of F is bevestigd,
wordt die informatie automatisch doorgegeven als de functie Shake
Reduction wordt geactiveerd.
Als u een objectief gebruikt waarvan de informatie zoals de
brandpuntsafstand niet automatisch kan worden verkregen (p.374),
verschijnt het instelscherm [Inv brandp afstand] wanneer de camera wordt
aangezet met de functie Shake Reduction ingesteld op k (Aan).
Stel de brandpuntsafstand handmatig in het instelscherm
in [Inv brandp afstand].
De functie Shake Reduction zal de eerste twee seconden na het inschakelen
van de camera of na activering uit de stand “Automatisch uitschakelen”, niet
goed werken. Wacht totdat de functie Shake Reduction is gestabiliseerd
en druk vervolgens voorzichtig op de ontspanknop. Als in de zoeker k
verschijnt wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt, is de camera
gereed om een opname te maken.
Shake Reduction is beschikbaar bij gebruik van elk PENTAX-objectief dat
compatibel is met de X. Als de diafragmaring op een objectief met een
stand s echter anders is ingesteld dan in de stand s (Auto) of als een
objectief zonder de stand s wordt gebruikt, dan zal de camera niet werken,
tenzij [27. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld op [Toegestaan] in het
menu [A Pers. instelling 4]. Stel dat van tevoren in. Sommige functies
zijn dan echter beperkt beschikbaar. Zie “Bijzonderheden over
[27. Diafragmaring gebruiken]” (p.376) voor meer informatie.
De brandpuntsafstand kan niet automatisch
worden gedetecteerd
Het instelscherm [Inv brandp afstand] verschijnt niet wanneer een objectief
wordt gebruikt waarvan de informatie zoals de brandpuntsafstand
automatisch kan worden verkregen.
Als u een objectief gebruikt zonder de stand s op de diafragmaring,
of als de diafragmaring is ingesteld in een andere stand dan s, stel
[27. Diafragmaring gebruiken] in het menu [A Pers. instelling 4] dan
in op [Toegestaan]. (p.376)
Het effect van Shake Reduction is afhankelijk van de opnameafstand
en de informatie over de brandpuntsafstand. De functie Shake Reduction
werkt wellicht minder effectief dan verwacht bij het maken van opnamen
op korte afstand.
K-5_OPM_DUT.book Page 161 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
162
Opnamefuncties
4
1
Stel de brandpuntsafstand
in met de vierwegbesturing
(45) of de e-knop aan
de achterzijde (S).
U kunt voor instelling van
de brandpuntsafstand een keuze
maken uit de volgende 34 waarden.
(De standaardinstelling is 35 mm.)
2
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Deze camera heeft de volgende twee zelfontspannerfuncties.
8 101215182024283035
40 45 50 55 65 70 75 85 100 120
135 150 180 200 250 300 350 400 450 500
550 600 700 800
Als de brandpuntsafstand van uw objectief hierboven niet wordt genoemd,
kiest u de waarde die het dichtst ligt bij de werkelijke brandpuntsafstand
(bijvoorbeeld: [18] voor 17 mm en [100] voor 105 mm).
Als u een zoomobjectief gebruikt, kiest u de feitelijke brandpuntsafstand bij
de zoominstelling op dezelfde manier.
Kies [Inv brandp afstand] in het menu [A Opnamemodus 4] om de instelling
voor de brandpuntsafstand te wijzigen (p.101).
Opnamen maken met de zelfontspanner
g
Zelfontspanner
(12sec)
De sluiter ontspant na circa 12 seconden. Gebruik deze
stand om als fotograaf ook op de foto te komen.
Z
Zelfontspanner
(2sec)
Onmiddellijk nadat de ontspanknop is ingedrukt, wordt een
spiegel opgeklapt. De sluiter ontspant na circa 2 seconden.
Gebruik deze functie om te voorkomen dat de camera
beweegt wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt.
Annul. OK
OK
MENU
Inv brandp afstand
135
120
100
K-5_OPM_DUT.book Page 162 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
163
Opnamefuncties
4
1
Bevestig de camera
op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer g met de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer g of Z met
de vierwegbesturing (45).
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ]
verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
MENU
2s
MUP
OK
OK
Transportstand
Zelfontspanner (12sec)
Annul.
K-5_OPM_DUT.book Page 163 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
164
Opnamefuncties
4
7
Druk de ontspanknop
helemaal in.
Voor g begint het zelfontspannerlampje
op de voorzijde en de achterzijde
langzaam te knipperen en vervolgens
twee seconden snel voordat de sluiter
wordt ontspannen. Het geluidsignaal
is hard en de frequentie neemt toe.
Ongeveer 12 seconden nadat
de ontspanknop helemaal is ingedrukt,
wordt de opname gemaakt.
Bij Z wordt de opname ongeveer
2 seconden nadat de ontspanknop
helemaal is ingedrukt, gemaakt.
Kies een andere stand dan g of Z in het scherm [Transportstand]
om het maken van opnamen met de zelfontspanner te annuleren.
De instelling wordt geannuleerd wanneer de camera wordt uitgezet
indien [Transportstand] is ingesteld op P (Uit) bij [Geheugen] (p.348)
in het menu [A Opnamemodus 5].
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld als
g of Z is ingesteld.
U kunt de camera zo instellen dat het geluidssignaal niet wordt
gegeven. (p.323)
Als licht de zoeker binnendringt, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.137) of sluit het bijgeleverde
ME-zoekerkapje aan. Het licht dat de zoeker binnendringt heeft geen
effect op de belichting als de functiekiezer op a (Manueel) staat.
Oogschelp FR verwijderen Het ME-zoekerkapje bevestigen
K-5_OPM_DUT.book Page 164 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
165
Opnamefuncties
4
De sluiter kan met de afstandsbediening op afstand worden
ontspannen (p.387).
Voor het maken van opnamen met de afstandsbediening kunt u kiezen
tussen de drie volgende instellingen.
1
Bevestig de camera
op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer h met de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer h, i of i met
de vierwegbesturing (45).
W wordt weergegeven op het LCD-
display. Het zelfontspannerlampje
knippert en de camera staat in standby.
Opnamen maken met de afstandsbediening
(Optioneel)
h
Afstandsbediening
De sluiter wordt ontspannen onmiddellijk nadat
de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
i
Afstandsbed.
(3 sec vertraging)
De sluiter wordt ontspannen na circa 3 seconden nadat
de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
i
Continu opn
afstandsbediening
Het maken van continuopnamen start zodra
op de ontspanknop van de afstandsbediening
wordt gedrukt. Druk opnieuw op de ontspanknop
van de afstandsbediening om het maken van
continuopnamen af te breken.
Transportstand
Afstandsbediening
Annul.
MENU
MUP
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 165 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
166
Opnamefuncties
4
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ]
verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
7
Richt de afstandsbediening
op de afstandsbedieningssensor
op de voorzijde of achterzijde
van de camera en druk
de ontspanknop van
de afstandsbediening in.
De afstandsbediening kan gebruikt
worden tot een afstand van circa 4 m
vanaf de voorzijde van de camera
en circa 2 meter vanaf de achterkant.
Nadat een opname is gemaakt, brandt
het zelfontspannerlampje 2 seconden
en gaat dan weer knipperen.
Ca. 4 m
Ca. 2 m
K-5_OPM_DUT.book Page 166 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
167
Opnamefuncties
4
Standaard is de camera zo ingesteld dat u met de afstandsbediening niet
scherp kunt stellen. Stel eerst met de camera scherp op het onderwerp
voordat u de afstandsbediening gebruikt. Als [18. AF met afstandsbediening]
ingesteld is op [Aan] in het menu [A Pers.instelling 3] (p.104), kunt
u de afstandsbediening gebruiken om scherp te stellen. (AF kan met
de afstandsbediening niet worden gebruikt tijdens Live weergave.)
Bij gebruik van de waterdichte afstandsbediening Remote Control
Waterproof O-RC1 kan AF worden geregeld met de knop S. De knop
{
kan niet worden gebruikt.
Kies een andere stand dan h, i of i in het scherm [Transportstand]
om het maken van opnamen met de afstandsbediening te annuleren.
De instelling wordt geannuleerd wanneer de camera wordt uitgezet
als [Transportstand] is ingesteld op P (Uit) bij [Geheugen] (p.348)
in het menu [A Opnamemodus 5].
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld wanneer h,
i of i is ingesteld.
Als licht de zoeker binnendringt, kan dit de belichting beïnvloeden.
Gebruik de belichtingsgeheugenfunctie (p.137) of sluit het bijgeleverde
ME-zoekerkapje aan. Het licht dat de zoeker binnendringt heeft geen
effect op de belichting als de functiekiezer op a (Manueel) staat.
De afstandsbediening werkt mogelijk niet bij tegenlicht.
De afstandsbediening Remote Control F heeft capaciteit voor het verzenden
van circa 30.000 afstandsbedieningssignalen. Neem contact op met een
PENTAX Service Center als u de batterij wilt vervangen (hieraan zijn
kosten verbonden).
Oogschelp FR verwijderen Het ME-zoekerkapje
bevestigen
K-5_OPM_DUT.book Page 167 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
168
Opnamefuncties
4
Gebruik de functie Spiegel omhoog wanneer de camera duidelijk
beweegt, ook wanneer de afstandsbediening of de draadontspanner
wordt gebruikt in combinatie met een statief.
Als u de functie voor het maken van opnamen met de spiegel omhoog
wilt gebruiken, druk dan op de ontspanknop om de spiegel omhoog
te klappen. Druk opnieuw op de ontspanknop om de sluiter te ontspannen.
U kunt op twee manieren opnamen maken met de spiegel omhoog.
1
Bevestig de camera
op een statief.
2
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
3
Selecteer d met de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer d of e met
de vierwegbesturing (45).
d verschijnt in het statusscherm
en op het LCD-display.
Opnamen maken met de spiegel omhoog
d
Spiegel omhoog
Opnamen maken met de spiegel omhoog met
de ontspanknop.
e
Spiegel omhoog
Afstandsbediening
Opnamen maken met de spiegel omhoog
met de afstandbediening. De sluiter wordt
meteen ontspannen als op de ontspanknop
op de afstandbediening wordt gedrukt (p.165).
Transportstand
Opname spiegel-omhoog-verg.
Annul.
MENU
MUP
MUP
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 168 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
169
Opnamefuncties
4
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
6
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ]
verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
De spiegel klapt omhoog en u hoort een geluidssignaal.
Het belichtingsgeheugen wordt ingeschakeld met
de belichtingswaarde die onmiddellijk voorafgaand
aan het opklappen van de spiegel was ingesteld.
8
Druk de ontspanknop opnieuw helemaal in.
De sluiter wordt ontspannen en de opname wordt gemaakt.
Kies een andere stand dan d of e in het scherm [Transportstand]
om het maken van opnamen met de spiegel omhoog te annuleren.
De instelling wordt geannuleerd wanneer de camera wordt uitgezet
als [Transportstand] is ingesteld op P (Uit) bij [Geheugen] (p.348)
in het menu [A Opnamemodus 5].
De spiegel keert automatisch terug naar de uitgangspositie als er 1 minuut
is verstreken nadat de spiegel wordt opgeklapt wanneer voor de eerste
keer op de ontspanknop wordt gedrukt (behalve tijdens gebruik van
Dubbelopnamen).
De functie Shake Reduction wordt automatisch uitgeschakeld wanneer d
of e wordt geselecteerd.
U kunt het geluidssignaal dat klinkt wanneer de spiegel omhoog wordt
geklapt, uitschakelen (p.323).
K-5_OPM_DUT.book Page 169 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
170
4
Opnamefuncties
Continuopnamen maken
U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop
ingedrukt te houden.
U kunt op twee manieren continuopnamen maken.
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Selecteer g met de vierwegbesturing (45).
3
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer g of h met
de vierwegbesturing (45).
4
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Continuopname
g
Continuopname
(snel)
Voor JPEG-opnamen met p/C: er worden
continu tot circa 30 beeldjes vastgelegd met een
maximum van circa 7,0 fps (beeldjes per seconde).
h
Continuopname
(langzaam)
Voor JPEG-opnamen met p/C: er worden
continu opnamen gemaakt met een maximum van
circa 1,6 fps totdat de SD-geheugenkaart vol is.
Wanneer de bestandsindeling [RAW] (PEF) is, dan kunt u continu tot
circa 8 beeldjes vastleggen voor g en tot circa 10 beeldjes voor h.
Transportstand
Continuopname (snel)
Annul.
MENU
MUP
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 170 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
171
Opnamefuncties
4
5
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ]
verschijnt in de zoeker zodra is scherp gesteld.
6
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter
elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop
om de continuopname te stoppen.
Bij het maken van Intervalopnamen worden vanaf een ingesteld tijdstip
opnamen gemaakt met een ingesteld interval.
Wanneer de scherpstelstand op l (Eén opname), staat, dan wordt
de scherpstellingspositie vergrendeld bij het eerste beeldje en worden met
hetzelfde interval continu opnamen gemaakt.
De scherpstelling is tijdens het maken van continuopnamen continu actief
wanneer de scherpstelstand is ingesteld op k (Continu).
U kunt bij het maken van continuopnamen ook de afstandsbediening
gebruiken. (p.165)
Bij gebruik van de ingebouwde flitser kan pas een opname worden gemaakt
wanneer de flitser volledig is opgeladen. U kunt instellen dat de sluiter ook
moet ontspannen voordat de ingebouwde flitser gereed is. Dit kunt u instellen
bij [20. Ontspant bij opladen] in het menu [A Pers.instelling 3]. (p.92)
Kies een andere stand dan g of h in het scherm [Transportstand] als u het
maken van continuopnamen wilt annuleren. De instelling wordt geannuleerd
wanneer de camera wordt uitgezet als [Transportstand] bij [Geheugen]
(p.348) in het menu [A Opnamemodus 5] is ingesteld op P (Uit).
De opnamesnelheid kan lager zijn als [Objectiefcorrectie] (p.245)
is ingesteld op [AAN].
Intervalopnamen
Intervalopname is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op A, B (Snelinstelling),
p (Tijdopname) of C (Video)
- wanneer Uitgebreide bracketing, Digitaal filter of HDR-opname
is geselecteerd
Wanneer Intervalopname wordt geselecteerd, is Dubbelopnamen
niet beschikbaar.
K-5_OPM_DUT.book Page 171 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
172
Opnamefuncties
4
1
Kies [Intervalopname] in het menu [A Opnamemodus 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Intervalopname] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Interval] met
de vierwegbesturing (23).
Stel bij het maken van twee
of meer opnamen het interval
in tussen twee opnamen.
Selecteer met de vierwegbesturing (45)
het aantal uren, minuten en seconden,
en druk op de vierwegbesturing (23)
om de tijd in te stellen.
U kunt een tijd opgeven van maximaal 24 uren, 00 minuten
en 00 seconden.
3
Selecteer [Aantal opnamen] met
de vierwegbesturing (23).
Stel het aantal opnamen in dat moet worden gemaakt.
Druk op de vierwegbesturing (5) en selecteer het aantal opnamen
dat moet worden gemaakt met de vierwegbesturing (23).
U kunt kiezen tussen 1 en 999 opnamen.
4
Selecteer [Int opname starten] met
de vierwegbesturing (23).
Stel het tijdstip in wanneer de camera de eerste opname moet maken.
Druk op de vierwegbesturing (5) en selecteer [Nu] of [Tijdstip] met
de vierwegbesturing (23).
Nu
Het maken van opnamen begint meteen. U kunt twee of meer
opnamen maken.
Tijdstip
Het maken van opnamen begint op de ingestelde tijd.
Selecteer [Begintijd] met de vierwegbesturing (3), selecteer
de tijd met de vierwegbesturing (45), en druk op de
vierwegbesturing (23) om het begintijdstip in te stellen.
Intervalopname
MENU
Opnamen starten
Interval
Aantal opnamen
Int opname starten
002 opn.
Nu
Begintijd
Annul. OK
OK
00 00 00
:
'"
K-5_OPM_DUT.book Page 172 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
173
Opnamefuncties
4
5
Selecteer [Opnamen starten] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
De camera is klaar om een reeks intervalopnamen te maken.
6
Druk de ontspanknop
tot halverwege in.
Wanneer er is scherpgesteld, wordt
de scherpstelindicatie ] weergegeven.
7
Druk de ontspanknop helemaal in.
Als [Int opname starten] is ingesteld op [Nu], wordt de eerste opname
gemaakt. Bij de instelling [Tijdstip], wordt de eerste opname gemaakt
op het ingestelde tijdstip.
Bij het maken van meerdere opnamen worden de opnamen gemaakt
met het in stap 2 ingestelde interval.
Nadat het ingestelde aantal opnamen is gemaakt, wordt de normale
opnamestand weer geactiveerd.
het maken van
intervalopnamen te starten
Druk op de ontspanknop om
K-5_OPM_DUT.book Page 173 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
174
Opnamefuncties
4
U kunt een samengesteld beeld creëren door meerdere opnamen
te maken.
De camera kan tijdens het maken van intervalopnamen niet worden bediend.
Als u het maken van intervalopnamen wilt annuleren, drukt dan op een van
de knoppen aan de achterzijde van de camera of druk op de ontspanknop
en de knop 3 om het annuleringsscherm op te roepen, en selecteer
vervolgens [Einde] met de vierwegbesturing (23) en druk op de knop 4.
U kunt het maken van intervalopnamen ook annuleren door de camera met
de hoofdschakelaar uit te zetten of door aan de functiekiezer te draaien.
[Enkelbeeldopname] wordt geselecteerd, ongeacht de huidige instelling van
de transportstand.
Als het onderwerp niet scherp kan worden gesteld terwijl de scherpstelstand
is ingesteld op l (Eén opname) of als de instelling bij [Interval] te kort
is en de vorige verwerking van een opname niet kan worden voltooid
voordat de volgende opname wordt gemaakt, dan wordt wellicht geen
opname gemaakt.
Hoewel elke gemaakte opname wordt weergegeven op de monitor met
momentcontrole, kunnen ze niet worden uitvergroot of gewist.
De instelling van [Interval] wordt uitgeschakeld als [Aantal opnamen] wordt
ingesteld op [1].
Er worden niet langer intervalopnamen gemaakt als de SD-
geheugenkaart vol is.
Als de camera tijdens het maken van intervalopnamen door de functie
“Automatisch uitschakelen” wordt uitgeschakeld (p.340), wordt de camera
automatisch weer ingeschakeld tegen de tijd dat de volgende opname moet
worden gemaakt.
Het verdient aanbeveling de camera aan te sluiten op de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50 als langdurig intervalopnamen worden
gemaakt. (p.59)
Dubbelopnamen
Dubbelopnamen is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op B (Snelinstelling)
of C (Video)
- wanneer Digitaal filter, HDR-opname of Cross-processing is geselecteerd
Wanneer Dubbelopnamen is geselecteerd, zijn de volgende functies
niet beschikbaar.
- Belichtingsbracketing, Uitgebreide bracketing of Intervalopname (de laatst
geselecteerde functie wordt gebruikt)
- Objectiefcorrectie
K-5_OPM_DUT.book Page 174 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
175
Opnamefuncties
4
1
Kies [Dubbelopnamen] in het menu [A Opnamemodus 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Dubbelopnamen] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Aantal opnamen] met
de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer het aantal opnamen
dat moet worden gemaakt met
de vierwegbesturing (23).
Kies 2 tot 9 opnamen.
4
Druk op de knop 4.
5
Selecteer [Auto LW-instelling] met de vierwegbesturing
(23) en selecteer vervolgens O of P met
de vierwegbesturing (45).
Als u O (Aan) kiest, wordt de belichting automatisch aangepast
aan het aantal opnamen.
6
Selecteer [Opnamen starten] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
7
Maak een opname.
De samengestelde opname wordt steeds na het indrukken van
de ontspanknop tijdens Momentcontrole weergegeven. Druk
op de knop i tijdens Momentcontrole als u opnamen wilt verwijderen
die tot dat moment zijn gemaakt en opnieuw te beginnen vanaf het
eerste beeldje.
De opnamen worden opgeslagen wanneer het ingestelde aantal
opnamen is gemaakt; daarna wordt opnieuw het scherm
[Dubbelopnamen] weergegeven.
Dubbelopnamen
Annul.
MENU
Opnamen starten
Aantal opnamen
Auto LW-instelling
OK
OK
2 maal
K-5_OPM_DUT.book Page 175 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
176
Opnamefuncties
4
Als tijdens het maken van de opnamen een van de volgende handelingen
wordt verricht, worden de tot op dat moment gemaakte opnamen opgeslagen
en wordt de functie Dubbelopnamen beëindigd.
- wanneer de knop Q, de knop 3, de vierwegbesturing (2345),
de knop M of de knop |/Y wordt ingedrukt
- wanneer aan de functiekiezer wordt gedraaid
- wanneer Belichtingsbracketing wordt ingeschakeld
Als u bij het maken van dubbelopnamen de functie Live weergave gebruikt,
dan wordt een semitransparant samengesteld beeld van de gemaakte
opnamen weergegeven. (Dit beeld wordt niet weergegeven als de camera
aangesloten is op een AV-apparaat.)
K-5_OPM_DUT.book Page 176 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
177
Opnamefuncties
4
Opnamen maken terwijl
de instellingen worden gewijzigd
(Automatische bracketing)
Automatische bracketing is een functie voor het maken van opnamen
terwijl de camera-instellingen automatisch worden gewijzigd. Er zijn twee
modi voor Automatische bracketing: Belichtingsbracketing en Uitgebreide
Bracketing.
U kunt de volgorde voor Auto Bracketing instellen bij [8. Volgorde
A Bracketing] in het menu [A Pers.instelling 2] (p.103).
U kunt continu opnamen maken met een verschillende belichting wanneer
de ontspanknop wordt ingedrukt. U kunt ervoor kiezen 2 opnamen
(Standaard/+), 2 opnamen (Standaard/-), 3 opnamen of 5 opnamen
te maken. Als u 3 opnamen maakt, wordt de eerste opname belicht
zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie)
en de derde wordt overbelicht (positieve correctie).
10 - +
Standaard ´ Onderbelicht ´ Overbelicht
(standaardinstelling)
2- 0 +
Onderbelicht ´ Standaard ´ Overbelicht
3+ 0 -
Overbelicht ´ Standaard ´ Onderbelicht
40 + -
Standaard ´ Overbelicht ´ Onderbelicht
Opnamen maken waarbij de belichting
automatisch wordt aangepast
(Belichtingsbracketing)
Standaardbelichting Onderbelichting Overbelichting
K-5_OPM_DUT.book Page 177 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
178
Opnamefuncties
4
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (2).
Het scherm [Transportstand] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (45) om l te selecteren.
3
Druk op de vierwegbesturing (3)
en selecteer l, b of c met
de vierwegbesturing (45).
Belichtingsbracketing is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname)
- wanneer HDR-opname is geselecteerd
Belichtingsbracketing en Dubbelopnamen kunnen niet tegelijkertijd worden
gebruikt. De laatst geselecteerde functie wordt gebruikt.
l Belichtingsbracketing Opnamen maken met de ontspanknop.
b
Belichtingsbracketing +
Zelfontspanner
Opnamen maken met de zelfontspanner.
De zelfontspanner werkt
in overeenstemming met de instelling
voor de zelfontspanner (p.162).
c
Belichtingsbracketing +
afstandsbediening
Opnamen maken met
de afstandsbediening.
De afstandsbediening werkt
in overeenstemming met de instelling
voor de afstandbediening (p.165).
Als i (Continu opn afstandsbediening)
is geselecteerd, dan wordt de sluiter
onmiddellijk ontspannen.
Transportstand
Belichtingsbracketing
Annul.
3opname(n)
MENU
11223344+5
-
5
±0.5EV
MUP
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 178 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
179
Opnamefuncties
4
4
Draai aan de e-knop op de voorkant (R) om het aantal
opnamen in te stellen.
Selecteer [2 opnam. (+)], [2 opnam. (-)], [3 opnamen] of [5 opnamen].
5
Draai aan de e-knop aan de achterzijde (S)
om de bracketing-waarde in te stellen.
U kunt de volgende waarden instellen in overeenstemming met het
stappeninterval dat is ingesteld bij [1. LW-stappen] (p.136) in het menu
[A Pers.instelling 1].
Beschikbare bewerkingen
6
Druk op de knop 4.
De waarde voor de eerste opname knippert op de monitor.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
7
Druk de ontspanknop tot halverwege in.
Als het onderwerp scherp is, wordt in de zoeker de scherpstelindicatie
] weergegeven en wordt in het statusscherm en op het LCD-display
en in de zoeker de LW-belichtingscorrectiewaarde weergegeven.
Stapinterval Bracketing-waarde
1/3LW
±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0
1/2LW
±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0
m-knop +
e-knop aan
de achterzijde
(
S)
Stelt de belichtingscorrectie in als alleen
onderbelichte of onderbelichte opnamen worden
gemaakt met Belichtingsbracketing. Opnamen
worden gemaakt met een belichtingscorrectiewaarde
die is ingesteld op 0 (tussenliggende waarde).
(Tot ±8 LW)
knop |
Hiermee wordt de correctiewaarde teruggezet
naar to ±0.
K-5_OPM_DUT.book Page 179 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
180
Opnamefuncties
4
8
Druk de ontspanknop helemaal in.
Blijf op de ontspanknop drukken tot het ingestelde aantal opnamen
is gemaakt.
Er worden achtereenvolgens opnamen gemaakt met de volgorde
die is ingesteld bij [8. Volgorde A Bracketing] in het menu
[A Pers.instelling 2] (p.103).
Wanneer de scherpstelstand is ingesteld op l (Eén opname), wordt
de scherpstellingspositie vergrendeld bij de eerste opname en wordt deze
gebruikt voor de volgende opnamen uit de reeks.
Als u tijdens Belichtingsbracketing uw vinger van de ontspanknop haalt, blijft
de belichtingsinstelling twee keer zo lang actief als de bedrijftijd van de timer
van de belichtingsmeting (de standaardinstelling is circa 20 seconden)
(p.134) en kunt u een opname maken met de volgende correctiewaarde.
In dit geval werkt de autofocus voor elke opname. Na een tijdsduur van circa
twee keer die van de bedrijftijd van de timer van de belichtingsmeting gaat
de camera terug naar de instellingen voor de eerste opname.
Als [9. Bracketing-in-één] in het menu [A Pers.instelling 2] (p.103)
is ingesteld op [Aan], dan worden alle opnamen automatisch gemaakt
nadat één keer op de ontspanknop is gedrukt, zelfs als de ontspanknop
niet continu volledig wordt ingedrukt.
U kunt Belichtingsbracketing combineren met de ingebouwde flitser of een
externe flitser (alleen automatische P-DDL-flitsers) om alleen de hoeveelheid
flitslicht doorlopend te wijzigen. Bij gebruik van een externe flitser bestaat
echter het risico dat bij het ingedrukt houden van de ontspanknop
om opeenvolgende opnamen te maken, dan de tweede en derde opname
worden gemaakt voordat de flitser volledig is opgeladen. Maak altijd pas
een opname nadat u hebt gecontroleerd of de flitser is opgeladen.
Als u Belichtingsbracketing vaak gebruikt, kunt u deze functie toewijzen
aan de knop |/Y. (p.279)
K-5_OPM_DUT.book Page 180 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
181
Opnamefuncties
4
U kunt opnamen opslaan met drie verschillende niveaus voor
witbalans, kleurverzadiging, tint, hoog/laag stemming, scherpte,
contrast en scherpte.
In tegenstelling tot belichtingsbracketing, worden bij elke opname
drie afbeeldingen opgeslagen.
1
Kies [Uitgebreide Bracketing] in het
menu [A Opnamemodus 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Uitgebreide Bracketing] verschijnt.
2
Druk op de vierweg-
besturing (5).
Andere instellingen aanpassen tijdens het
maken van opnamen (Uitgebreide Bracketing)
Als u Belichtingsbracketing heeft geselecteerd, dan wordt de
bestandsindeling altijd ingesteld op [JPEG]; dat kunt u niet wijzigen.
U kunt Belichtingsbracketing niet gebruiken als de bestandsindeling
ingesteld is op [RAW] of [RAW+].
Als Uitgebreide bracketing is geselecteerd, dan zijn de volgende functies
niet beschikbaar.
Interval-opname of Dubbelopnamen
Cross-processing, Digitaal filter of HDR-opname (De laatst geselecteerde
functie wordt gebruikt)
Uitgebreide Bracketing
Uit
Bracketinghoev.
MENU
OFF
K-5_OPM_DUT.book Page 181 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
182
Opnamefuncties
4
3
Druk op de vierwegbesturing
(23) om een item te selecteren
en druk op de knop 4.
4
Selecteer [Bracketinghoev.] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de vierwegbesturing (5).
5
Selecteer de bracketing-waarde
met de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
Selecteer [±1] (standaardinstelling),
[±2], [±3] of [±4].
Voor [Witbalans]: kies tussen [BA±1]
(standaardinstelling), [BA±2], [BA±3],
[GM±1], [GM±2] en [GM±3].
Uitgebreide Bracketing
Annul. OK
OK
MENU
Witbalans
Kleurverzadiging
Tint
Hoog/laag stemming
Scherpte
Contrast
WB
OFF
Uit
S
Uitgebreide Bracketing
Kleurverzadiging
Bracketinghoev.
Annul. OK
OK
MENU
±1
±2
±3
±4
K-5_OPM_DUT.book Page 182 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
183
Opnamefuncties
4
6
Druk twee keer op de knop 3.
De opnamestand wordt geactiveerd.
7
Maak een opname.
Er worden drie opnamen opgeslagen.
Belichtingsbracketing en Uitgebreide bracketing kunnen tegelijkertijd worden
gebruikt. Telkens wanneer bij gelijktijdig gebruik de sluiter wordt ontspannen
voor Belichtingsbracketing, worden drie opnamen met toegepaste
Uitgebreide bracketing opgeslagen.
Parameters die niet kunnen worden ingesteld vanwege de instelling van
de afwerking die is geselecteerd bij Aangepaste opname, kunnen
ook niet worden ingesteld voor Uitgebreide bracketing. (Voorbeeld:
Als [Monochroom] geselecteerd is, dan kunnen Kleurverzadiging
en Tint niet worden geselecteerd voor Uitgebreide bracketing) (p.249)
Als [Fijne scherpte] of [Extra scherpte] is ingesteld voor Aangepaste
opname, dan werkt de scherpte van Uitgebreide bracketing als Fijne
scherpte of Extra scherpte.
Als [Contrast] is ingesteld voor aangepaste opname, werkt het contrast van
Uitgebreide bracketing overeenkomstig de instelling [Contrast].
K-5_OPM_DUT.book Page 183 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
184
4
Opnamefuncties
Opnamen maken met Digitale filters
Tijdens het maken van opnamen kunt u een filter toepassen.
U kunt kiezen uit de volgende filters.
Filternaam Effect Parameter
Speels
Voor het maken van
opnamen die met een
speelgoedcamera lijken
te zijn gemaakt.
Niveau schaduwwerking:
+1 t/m +3
Onscherpte: +1 t/m +3
Kleurbreuk: Rood/Groen/
Blauw/Geel
Retro
Voor het maken van
ouderwets uitziende
opnamen.
Kleur aanpassen: -3 t/m +3
Beeldinkadering: Geen/Dun/
Normaal/Dik
Sterk contrast
Voor het maken van
opnamen met sterke
contrasten.
+1 t/m +5
Kleurextractie
Voor onttrekking van
twee specifieke kleuren
en om de rest van
de opname zwart-wit
te maken.
Onttrokken kleur 1: Rood/
Magenta/Blauw/Cyaan/
Groen/Geel
Onttrekbaar kleurbereik 1:
-2 t/m +2
Ontrokken kleur 2: Rood/
Magenta/Blauw/Cyaan/Groen/
Geel/UIT
Onttrekbaar kleurbereik 2:
-2 t/m +2
Soft
*1
Voor het maken
van opnamen met
een soft focus in het
gehele beeld.
Soft focus: +1 t/m +3
Schaduwonscherpte: UIT/AAN
Sterren
*1
Voor nachtopnamen
of opnamen van door
water gereflecteerd
licht met een speciale
schittering die wordt
bereikt door aan de lichte
gebieden extra glitter toe
te voegen.
Vorm: Kruis/Ster/Hart/Muzieknoot
Aantal lichtbronnen: Klein/
Normaal/Groot
Formaat: Klein/Normaal/Groot
Hoek: 0°/30°/45°/60°
K-5_OPM_DUT.book Page 184 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
185
Opnamefuncties
4
*1 Niet beschikbaar als de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video).
*2 Alleen beschikbaar als de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video).
1
Kies [Digitaal filter] in het menu [A Opnamemodus 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het selecteren van een filter verschijnt.
Fisheye
*1
Voor het maken van
opnamen die met een
fish-eye-objectief lijken
te zijn gemaakt.
Zwak/Normaal/Sterk
Aangepast filter
*1
Voor het maken
en opslaan van
naar eigen wens
gemaakte filters.
Sterk contrast: UIT/+1 t/m +5
Soft focus: UIT/+1 t/m +3
Toonreductie: UIT/Rood/Groen/
Blauw/Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: -3 to +3
Vervormingstype: 3 typen
Vervormingsniveau: UIT/Zwak/
Normaal/Sterk
Kleur inverteren: UIT/AAN
Kleur
*2
Voor het maken van
opnamen met het
geselecteerde kleurfilter.
Kies uit 18 filters
(6 kleuren × 3 tonen).
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/
Cyaan/Groen/Geel
Kleurdichtheid: Licht/
Standaard/Donker
Als u Digitaal filter heeft geselecteerd, wordt de bestandsindeling altijd
ingesteld op [JPEG]; dat kunt u niet wijzigen. U kunt Digitaal filter niet
gebruiken als de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+].
Als Digitaal filter geselecteerd is, zijn de volgende functies niet beschikbaar.
- Interval-opname, Dubbelopnamen, Continuopname
- Uitgebreide bracketing of HDR-opname (De laatst geselecteerde functie
wordt gebruikt)
Afhankelijk van het toegepaste filter kan het opslaan van opnamen
langer duren.
Filternaam Effect Parameter
K-5_OPM_DUT.book Page 185 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
186
Opnamefuncties
4
2
Selecteer een filter met
de vierwegbesturing (45).
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de parameter
te selecteren, en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om de waarde van de parameter
te wijzigen.
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Hoofdschakelaar
(|)
Gebruikt Digitaal voorbeeld om een voorbeeld
te tonen van het achtergrondbeeld met het
toegepaste filtereffect. (Niet beschikbaar als
de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video).)
Knop L Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als]
en druk op de knop 4.
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video), wijzig dan de instellingen
bij [Video] in het menu [A Opnamemodus 4]. (p.194)
Selecteer [Geen toepassing van filters] in stap 2 als u niet langer opnamen
wilt maken met het digitale filter.
U kunt ook in de weergavestand digitale filters toepassen op gemaakte
JPEG/RAW-opnamen. (p.300).
Sterren
Annul.
Voorbeeld
OK
OK
MENU
AE.L
OFF
Vorm
Annul.
Voorbeeld
OK
OK
MENU
AE.L
K-5_OPM_DUT.book Page 186 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
187
Opnamefuncties
4
Opnamen maken met Live weergave
U kunt een foto-opname maken terwijl het beeld live wordt weergegeven
op de monitor.
Het beeld dat in Live weergave wordt weergegeven op de monitor kan
afwijken van de uiteindelijke opname als de lichtomstandigheden afwijken
van normaal (te veel of te weinig licht).
Als de lichtbron tijdens de Live weergave fluctueert, kan het beeld flikkeren.
Als de stand van de camera tijdens Live weergave snel wordt gewijzigd,
wordt het beeld wellicht niet met de juiste helderheid weergegeven. Wacht
dan tot het beeld stabiliseert, voordat u een opname maakt.
Onder omstandigheden met weinig licht kan er ruis ontstaan in het beeld van
de Live weergave.
Live weergave kan tot 5 minuten lang worden weergegeven. Als Live
weergave na het verstrijken van 5 minuten eindigt, kan Live weergave
opnieuw worden gestart door op de knop U te drukken.
Als u gedurende langere tijd opnamen maakt met Live weergave, neemt
de temperatuur in de camera mogelijk toe, met opnamen van mindere
kwaliteit als gevolg. We raden u aan om Live weergave uit te schakelen
als u geen opnamen maakt. Laat de camera - om te voorkomen dat
de beeldkwaliteit verslechtert - steeds lang genoeg afkoelen als u opnamen
met een lange belichtingstijd maakt of tijdens het maken van video-opnamen.
Als de interne temperatuur van de camera hoog wordt, verschijnt l
(temperatuurwaarschuwing) op de monitor en is Live weergave mogelijk
niet beschikbaar.
Als u Live weergave gebruikt op plaatsen waar de camera heet kan worden,
bijvoorbeeld in rechtstreeks zonlicht, kan l (temperatuurwaarschuwing)
worden weergegeven op de monitor. Annuleer Live weergave als de interne
temperatuur van de camera oploopt.
Als u Live weergave blijft gebruiken nadat l (temperatuurwaarschuwing)
is verschenen, wordt Live weergave wellicht beëindigd voordat de 5 minuten
zijn verstreken. Als Live weergave wordt beëindigd, kunt u nog wel opnamen
maken met de zoeker.
Hoe hoger de gevoeligheidswaarde, des te meer ruis en kleurinstabiliteit kan
er optreden in het beeld van Live weergave en/of de gemaakte opname.
K-5_OPM_DUT.book Page 187 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
188
Opnamefuncties
4
U kunt voor Live weergave een weergavestijl
en autofocusmethode instellen.
1
Selecteer [Live weergave] in het
menu [A Opnamemodus 4] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Live weergave] wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om een autofocusmethode
te selecteren.
Tijdens Live weergave wordt er niets in de zoeker weergegeven.
De camera kan bewegingen maken als u opnamen maakt met de camera
in de hand en naar de monitor kijkt. Het verdient aanbeveling dan een statief
te gebruiken.
Het beeldveld van de weergave beslaat bijna 100%.
U kunt met behulp van de meegeleverde AV-kabel (I-AVC7) of een
in de handel verkrijgbare HDMI-kabel Live weergavebeelden weergeven
op een tv of een monitor. (p.290)
Live weergave is niet beschikbaar als gegevens worden opgeslagen
op een SD-geheugenkaart.
Live weergave instellen
MENU
Live weergave
Infoweergave
Raster weergeven
Histogram
Licht/donker geb
Autofocusstand
Annul. OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 188 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
189
Opnamefuncties
4
3
Druk op de knop 4.
4
Selecteer [Raster weergeven] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de vierwegbesturing (5).
5
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een rasterweergave-
type te selecteren en druk op
de knop 4.
Kies tussen [Uit] (standaardinstelling),
e (4x4 Grid), f (Gulden snede)
en g (Schaal).
6
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Infoweergave],
[Histogram] of [Licht/donker geb] te selecteren.
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
I
Gezichtsher-
kenning AF
Geeft autofocusprioriteit aan herkende gezichten en voer
autofocus uit op basis van contrast. Een geel kader wordt
om het belangrijkste gezicht geplaatst (witte kaders
om de andere gezichten), en autofocus en automatische
belichting worden uitgevoerd voor het belangrijkste
gezicht. (Standaardinstelling)
Gezichtsherkenning wordt niet uitgevoerd
als de scherpstelstand is ingesteld op \.
i
Contrast-AF
Live weergave wordt geactiveerd en autofocus
wordt uitgevoerd op basis van de informatie die
de beeldsensor oplevert.
S
Faseverschil AF
Live weergave wordt uitgeschakeld en autofocus
wordt uitgevoerd met de AF-sensor.
Als tijdens Live weergave de ontspanknop
tot halverwege wordt ingedrukt, verdwijnt het beeld
van Live weergave en wordt het autofocussysteem
geactiveerd. Nadat scherp is gesteld, verschijnt
het beeld van Live weergave weer.
Live weergave
MENU
Infoweergave
Raster weergeven
Histogram
Licht/donker geb
Autofocusstand
Annul. OK
OK
OFF
K-5_OPM_DUT.book Page 189 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
190
Opnamefuncties
4
8
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
1
Selecteer een belichtingsfunctie.
Zet de functiekiezer in een andere stand dan C.
2
Druk op de knop U.
De spiegel klapt omhoog en er wordt een real-time beeld weergegeven
op de monitor. Druk opnieuw op de knop U om Live weergave weer
te verlaten.
Het kost meer tijd scherp te stellen op het onderwerp bij gebruik van I
of i dan bij gebruik van S. Het is bovendien moeilijk om scherp te stellen
op de volgende onderwerpen (of onder de volgende omstandigheden).
- onderwerpen met weinig contrast
- onderwerpen zonder verticaal contrast, bijvoorbeeld horizontale lijnen
- onderwerpen waarvan de helderheid, de vorm of de kleur steeds verandert,
zoals bij een fontein
- onderwerpen die zich niet constant op dezelfde afstand tot de camera
bevinden
- kleine onderwerpen
- onderwerpen die zowel op de voorgrond als de achtergrond voorkomen
- bij het gebruik van een speciaal filter
- onderwerpen aan de rand van het scherm
Een foto maken
K-5_OPM_DUT.book Page 190 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
191
Opnamefuncties
4
* Indicatie 9 wordt weergegeven wanneer wordt overgegaan op Live
weergave nadat de compositie is gewijzigd bij [Compositie aanpassen]
(p.247) in het menu [A Opnamemodus 2].
* Indicatie 11 wordt weergegeven wanneer [Elektr. waterpas] is ingesteld
op O (Aan) (p.335). Wanneer de functie Elektronische waterpas
is toegewezen aan de knop |/Y (p.321), druk dan op de knop
|/Y om de weergave aan of uit te zetten.
* Indicatie 13 (Faseverschil AF-kader) wordt tijdens Live weergave wit
weergegeven. Als het onderwerp scherp is gesteld, wordt in plaats
hiervan een vierkant groen kader weergegeven. Dit kader wordt rood
als niet op het onderwerp scherp is gesteld. Het kader wordt niet
weergegeven wanneer de scherpstelstand is ingesteld \.
[
1234
]
+1.0
+1.0
2000 F2.8 3200
P
P
U SER
USER
SHIFT
SHIFT
11223344+5
-
5
ISO
[
37
]
2000 F2.8 400
P
P
ISO
12345678
14
15
12
19181716 20 21 22 23
11
9
10
13
Live weergave
(Alle indicaties zijn hier alleen voor uitlegdoeleinden weergegeven.)
1 Belichtingsfunctie
2 Flitsinstelling
3 Transportstand
4 Witbalans
5 Aangepaste opname
6 Uitgebreide Bracketing/
Dubbelopnamen/
Intervalopnamen/Digitaal
filter/HDR-opname
7 Aantal opnamen met gebruik
van Dubbelopnamen/Cross-
processing
8 Batterijniveau
9 De compositie wijzigen
10 Temperatuurwaarschuwing
11 Elektronische waterpas
12 Contrast AF-kader
13 Faseverschil AF-kader/
AF-punt
14 Belichtingscorrectie
15 Histogram
16 Belichtingsgeheugen
17 Sluitertijd
18 Diafragmawaarde
19 LW-balk
20 Gevoeligheid
21 Resterende opslagcapaciteit
22 Detectiekader belangrijkste
gezicht (Gezichtsher-
kenning AF)
23 Gezichtsherkenningskader
(Gezichtsherkenning AF)
K-5_OPM_DUT.book Page 191 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
192
Opnamefuncties
4
* Wanneer 17, 18 en 20 gewijzigd kunnen worden, dan wordt 5
weergegeven naast de ingestelde waarde.
* Indicaties 22 en 23 worden weergegeven wanneer [Autofocusstand]
is ingesteld op I en de camera gezichten van één of meerdere
personen detecteert. (Op het scherm worden maximaal 16
gezichtsherkenningskaders weergegeven.) Als het onderwerp scherp is,
dan wordt een groen kader weergegeven. Dit kader wordt rood als het
onderwerp niet meer scherp is.
Beschikbare bewerkingen
*1 Alleen beschikbaar wanneer [Autofocusstand] ingesteld is op I of i,
en de scherpstelstand l of de AF-punt-kiezer ingesteld is op j
(Selecteren).
3
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk
de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \, draait u aan de
scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt
weergegeven.
M-knop Hiermee wordt het beeld vergroot
2, 4 of 6 maal de oorspronkelijke grootte
(wanneer de scherpstelstand is ingesteld op =)
2, 4, 6, 8 of 10 maal de oorspronkelijke grootte
(wanneer de scherpstelstand is ingesteld op \)
knop | Hiermee keert het weergavegebied terug naar het
midden (tijdens vergroot beeld)
Houd de knop 4
ingedrukt *1
Hiermee wordt de functie van de vierwegbesturing
(2345) overgeschakeld naar wijziging van AF-
punt of bediening met de richtingsknoppen.
4-knop *1 Hiermee keert de positie van het AF-punt terug
naar het midden (wanneer wijziging van AF-punt
ingeschakeld is)
Vierwegbesturing
(2345)
Wijzigt het AF-punt (wanneer wijziging
van AF-punt ingeschakeld is).
Verplaatst het weergavegebied (tijdens
vergrote weergave).
K-5_OPM_DUT.book Page 192 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
193
Opnamefuncties
4
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
De opname wordt gemaakt.
Als de scherpstelstand is ingesteld op k en [Autofocusstand] is ingesteld
op i, dan stelt de camera scherp op het midden van het scherm als
autofocus in werking treedt; daarna wordt het onderwerp automatisch
gevolgd nadat het scherp is gesteld. Wanneer [Autofocusstand] is ingesteld
op I, volgt de camera automatisch het gedetecteerde gezicht.
Opnamen die worden gemaakt bij een vergroot scherm, worden op normale
grootte opgenomen.
U kunt de scherptediepte op de monitor controleren door de hoofdschakelaar
tijdens Live weergave in de stand | te zetten.
Het statusscherm en bedieningspaneel kunnen tijdens Live weergave niet
worden weergegeven. Als u de instellingen wilt wijzigen, druk dan op de knop
3 en wijzig de instellingen in elk menu.
K-5_OPM_DUT.book Page 193 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
194
4
Opnamefuncties
Video opnemen
U kunt video-opnamen maken met gebruik van Live weergave.
U kunt video-opnamen maken met audio in mono in de AVI-
bestandsindeling.
1
Selecteer [Video] in het menu [A Opnamemodus 4]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Video] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om de opnameresolutie
te selecteren, en druk
op de knop 4.
3
Selecteer [Kwaliteitsniveau] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de vierwegbesturing (5).
De video-instellingen wijzigen
Resolutie Pixels Verhoudingen Beeldsnelheid
a 1920×1080 16:9 25 fps
b
(standaardinstelling)
1280×720 16:9 30 fps
b 1280×720 16:9 25 fps
c 640×480 4:3 30 fps
c 640×480 4:3 25 fps
Resolutie
Kwaliteitsniveau
Geluid
Cross-processing
Digitaal filter
Video-diafragmabed.
Shake Reduction
Annul. OK
OK
MENU
00:31'55"1280x720
Vast
FullHD
25
HD
30
HD
25
VGA
30
VGA
25
K-5_OPM_DUT.book Page 194 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
195
Opnamefuncties
4
4
Gebruik de vierwegbesturing (23) om het
kwaliteitsniveau te selecteren en druk op de knop 4.
Maak een keuze uit C (Best; standaardinstelling), D (Beter)
en E (Goed).
Bij wijziging van de opnameresolutie en het kwaliteitsniveau wordt
de beschikbare opnametijd bij die nieuwe instellingen rechts boven
in het scherm weergegeven.
5
Selecteer [Geluid] met de vierwegbesturing (23) en druk
op de vierwegbesturing (5).
6
Gebruik de vierwegbesturing (23) om g of Z
te selecteren en druk op de knop 4.
7
Stel desgewenst Cross-processing en Digitaal filter in.
Raadpleeg p.252 voor bijzonderheden over Cross-processing en p.184
Digitaal filter.
8
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Video-
diafragmabed.] te selecteren en druk
op de vierwegbesturing (5).
9
Druk op de vierwegbesturing (23) om [Vast] of [Auto]
te selecteren en druk op de knop 4.
10
Selecteer [Shake Reduction] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 5.
g
Neemt geluid op. (Standaardinstelling)
Z
Neemt geen geluid op.
Vast
De video wordt opgenomen bij een diafragma dat werd
ingesteld voordat de opname start. (Standaardinstelling)
Auto Het diafragma wordt automatisch geregeld.
K-5_OPM_DUT.book Page 195 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
196
Opnamefuncties
4
11
Gebruik de vierwegbesturing (23) om k of l
te selecteren en druk op de knop 4.
12
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het opnemen van video.
U kunt een in de handel verkrijgbare stereomicrofoon aansluiten
op de microfoonaansluiting van de camera om stereogeluid op te nemen.
Met een externe microfoon verkleint u ook de kans dat de geluiden die
gepaard gaan met het bedienen van de camera worden opgenomen.
1
Zet de camera uit.
2
Open de klep van
microfoonaansluiting
en steek de plug
van de microfoon
in de aansluiting
van de camera.
k
Gebruikt Shake Reduction.
l
Gebruikt geen Shake Reduction. (Standaardinstelling)
Een microfoon aansluiten
De volgende specificaties worden aanbevolen voor externe microfoons.
Plug: Stereominiplug (ø3,5 mm)
Formaat: Stereo electreet condensator
Voeding: Plug-in-voedingsmethode
(werkspanning van 2,0 V of lager)
Impedantie: 2,2 k
K-5_OPM_DUT.book Page 196 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
197
Opnamefuncties
4
3
Zet de camera aan.
1
Zet de functiekiezer op C.
Live weergave voor het maken van
video-opnamen wordt weergegeven.
Als de externe microfoon tijdens het opnemen wordt losgekoppeld van
de camera, kan de camera pas overschakelen naar de interne microfoon
als de opname is gestopt. Tot dat moment wordt er dan dus geen geluid
meer opgenomen.
Als u een externe microfoon hebt gebruikt voor het opnemen van stereogeluid
bij een video, kunt u dat geluid ook stereo afspelen als u een in de handel
verkrijgbare HDMI-kabel gebruikt voor de uitvoer van het videosignaal naar
een HDMI-compatibel AV-apparaat. (p.292) Als u een AV-kabel gebruikt
voor uitvoer van het videosignaal, wordt het geluid in mono afgespeeld.
Voor het maken van video-opnamen
00
:
30'00"F2.8
1+2-2 1
+1.5
HD
Shake Reduction
Beschikbare opnametijd
Geluid
K-5_OPM_DUT.book Page 197 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
198
Opnamefuncties
4
Beschikbare bewerkingen
*1 Alleen beschikbaar wanneer [Autofocusstand] ingesteld is op I of i,
en de scherpstelstand l of de AF-punt-kiezer ingesteld is op j
(Selecteren).
2
Maak de beeldcompositie op de monitor en druk
de ontspanknop tot halverwege in.
Het autofocussysteem treedt in werking.
Als de scherpstelstand ingesteld is op \, draait u aan de
scherpstelring tot het onderwerp scherp op het scherpstelscherm wordt
weergegeven.
3
Druk de ontspanknop helemaal in.
Het opnemen van de video begint.
4
Druk de ontspanknop opnieuw in.
De opname stopt.
e-knop aan de
achterzijde (S)
Wijzigt de diafragmawaarde als [Video-diafragmabed.]
ingesteld is op [Vast]. (Standaardinstelling)
knop | Stelt de diafragmawaarde zo in dat een juiste
belichting wordt verkregen. (Standaardinstelling)
Hiermee keert het weergavegebied terug naar het
midden (tijdens vergroot beeld)
Knop m + e-knop
aan achterzijde
(S)
Voert belichtingscorrectie uit (tot ±2 EV).
M-knop Hiermee wordt het beeld vergroot
2, 4 of 6 maal de oorspronkelijke grootte
(wanneer de scherpstelstand is ingesteld op =)
2, 4, 6, 8 of 10 maal de oorspronkelijke grootte
(wanneer de scherpstelstand is ingesteld op \)
Houd de knop
4 ingedrukt *1
Hiermee wordt de functie van de vierwegbesturing
(2345) overgeschakeld naar wijziging van AF-
punt of bediening met de richtingsknoppen.
4-knop *1 Hiermee keert de positie van het AF-punt terug
naar het midden (wanneer wijziging van AF-punt
ingeschakeld is).
Vierwegbesturing
(2345)
Wijzigt het AF-punt (wanneer wijziging
van AF-punt ingeschakeld is).
Verplaatst het weergavegebied
(tijdens vergrote weergave).
K-5_OPM_DUT.book Page 198 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
199
Opnamefuncties
4
U kunt opgenomen video weergeven in de weergavestand, op dezelfde
manier als opgeslagen foto-opnamen.
1
Druk op de knop Q.
De camera schakelt over op de weergavestand.
2
Kies met de vierwegbesturing (45) een video om weer
te geven.
Het eerste beeldje van de video wordt weergegeven op de monitor.
Als [Geluid] ingesteld is op g (Aan), worden ook de bedieningsgeluiden
van de camera opgenomen. Zet de camera bij het opnemen van video
op een statief en voer verder geen handelingen met de camera uit zolang
u opneemt.
Tijdens het opnemen van video werkt het autofocussysteem niet.
De flitser is niet beschikbaar.
Als video-opnamen worden gemaakt met beeldverwerking, zoals Digiaal
filter, kunnen sommige beeldjes uit de video-opname wegvallen.
Als de interne temperatuur van de camera tijdens het opnemen van video
te hoog oploopt, wordt het opnemen mogelijk stopgezet om de elektronica
te beschermen.
U kunt video opnemen tot maximaal 4 GB of 25 minuten. Als de SD-
geheugenkaart vol is, stopt het opnemen en wordt de video opgeslagen.
Beelden van Live weergave in de stand C worden getoond op basis van
de instellingen van [Live weergave] (p.188) die zijn verricht in het menu
[A Opnamemodus 4]. Tijdens het maken van video-opnamen wordt
de waarschuwing voor lichte/donkere gebieden echter niet weergegeven.
U kunt de functies instellen voor wanneer de e-knop aan de voorzijde/
achterzijde of de knop | wordt gebruikt. (p.318)
Het wordt aanbevolen om de optionele netvoedingsadapterset K-AC50
te gebruiken als u van plan bent gedurende langere tijd op te nemen. (p.59)
U kunt voor het opnemen van video ook de optionele afstandsbediening
gebruiken. (p.165)
De gevoeligheid is vast ingesteld op [AUTO].
Als u op een externe monitor een video-opname wilt bekijken terwijl u deze
opneemt, sluit de camera dan aan op een audiovisueel apparaat via een
HDMI-mini-aansluitpunt (p.292). U kunt een video-opname tijdens het
opnemen niet weergeven met gebruik van het PC/AV-aansluitpunt.
Video-opnamen weergeven
K-5_OPM_DUT.book Page 199 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
200
Opnamefuncties
4
3
Druk op de vierweg-
besturing (2).
De weergave van de video wordt gestart.
Beschikbare bewerkingen
Aan het einde van de video stopt de weergave en wordt het eerste
beeldje opnieuw weergegeven.
Vierwegbesturing (2) Last een pauze in of hervat de weergave.
e-knop aan de achterzijde (S) Volume (6 standen)
Vierwegbesturing (5) Springt een beeldje vooruit
(tijdens pauze).
Houd de vierwegbesturing
(5) ingedrukt
Voor versnelde weergave vooruit terwijl
de knop ingedrukt wordt gehouden.
Vierwegbesturing (4) Geeft achteruit weer./
Springt een beeldje achteruit
(tijdens pauze).
Houd de vierwegbesturing (4)
ingedrukt
Voor versnelde weergave achteruit terwijl
de knop ingedrukt wordt gehouden.
Vierwegbesturing (3) Stopt de weergave.
Geeft het weergavepalet weer
(indien gestopt). (p.262)
Knop L Slaat de getoonde opname
op in de JPEG-indeling (tijdens pauze).
Met de bijgeleverde AV-kabel I-AVC7 of een in de handel verkrijgbare HDMI-
kabel kunt u de opgenomen video weergeven op een tv-scherm of andere
AV-apparaten. (p.290)
Zelfs als u een externe microfoon hebt gebruikt om stereogeluid
op te nemen, wordt monogeluid afgespeeld als u voor de uitvoer
van het signaal de PC/AV-aansluiting gebruikt. Als u het signaal uitvoert
via de HDMI-mini-aansluiting, wordt het geluid in stereo weergegeven.
Movie 10
min
00
sec
100-0001
K-5_OPM_DUT.book Page 200 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
201
Opnamefuncties
4
U kunt een enkel beeldje isoleren uit een video-opname en opslaan
als JPEG-foto.
1
Druk op de vierwegbesturing
(2) bij stap 3 op p.200
om te pauzeren tijdens de video-
opname en het getoonde beeldje
op te slaan als een foto.
Tijdens pauze kunt u in de video-opname
steeds één beeldje verder gaan met
de vierwegbesturing (45).
Het beeldnummer en het totale aantal
beeldjes worden weergegeven aan
de rechterbovenzijde van het scherm.
2
Druk op de knop L.
Het bevestigingsscherm voor
opslaan verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Opslaan als]
te selecteren en druk
op de knop 4.
Het geïsoleerde beeldje wordt als
afzonderlijk bestand opgeslagen.
Een beeldje uit een video isoleren als foto
Movie 10
min
00
sec
90/1800
AE-L
Beeldnummer/
Totaal aantal beeldjes
OK
Annuleren
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 201 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
202
Opnamefuncties
4
Video-opnamen kunnen worden gesplitst en ongewenste segmenten
kunnen worden gewist.
1
Druk op de knop Q.
De camera schakelt over op de weergavestand.
2
Kies met de vierwegbesturing (45) een video
om weer te geven.
Het eerste beeldje van de video wordt weergegeven op de monitor.
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
4
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om [ (Video
bewerken) te selecteren en druk op de knop 4.
Het videobewerkingsscherm verschijnt.
5
Selecteer de punten waar
u de video-opname wilt splitsen.
Er kunnen maximaal vier punten
worden geselecteerd.
Video-opnamen bewerken
00min00sec
10min00sec
MENU
Einde OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 202 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
203
Opnamefuncties
4
Beschikbare bewerkingen
6
Druk op de knop i
om ongewenste segmenten
te verwijderen.
Het scherm voor het selecteren van
te verwijderen segmenten verschijnt.
Beschikbare bewerkingen
7
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor
opslaan verschijnt.
Vierwegbesturing (2) Geeft de video-opname weer of last
een pauze in.
Vierwegbesturing (5) Gaat 1 seconde vooruit (tijdens pauze).
Gaat naar het volgende splitspunt
(tijdens weergave).
Vierwegbesturing (4) Gaat 1 seconde terug (tijdens pauze).
Gaat naar het vorige splitspunt
(tijdens weergave).
e-knop aan de achterzijde (S) Volume (6 standen)
knop | Bevestigt/annuleert een splitspunt.
Vierwegbesturing (45) Verplaatst het selectiekader
4-knop Bevestigt/annuleert een selectie van een
te verwijderen segment
Knop 3 Hiermee verlaat u het scherm waarin
te verwijderen segmenten kunnen
worden geselecteerd
Selecteer te verwijderen segm.
00
min02sec
10min00sec
OK
MENU
00min00sec
10min00sec
MENU
Einde OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 203 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
204
Opnamefuncties
4
8
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De video-opname wordt gesplitst bij
de opgegeven punten en de ongewenste
segmenten worden hieruit gewist.
Vervolgens wordt de gesplitste video-
opname opgeslagen als afzonderlijke
bestanden en op het scherm weergegeven.
Geef de splitspunten op in chronologische volgorde vanaf het begin van
de video-opname. Als u de geselecteerde splitspunten annuleert, annuleer
deze dan elk in omgekeerde volgorde (vanaf het eind van de video-opname
naar het begin). Nadat u splitspunten hebt opgegeven, kunt u als splitspunt
geen beeldjes selecteren die voorafgaan aan het laatst geselecteerde
splitspunt, en kunt u bestaande splitspunten niet annuleren. U kunt
dus alleen maar vooruitgaan in de video-opname.
Annuleren
Opslaan als
Slaat gesplitste film
op als afzonderlijke bestanden
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 204 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
5 De flitser gebruiken
In dit hoofdstuk worden het gebruik van de ingebouwde
flitser van de X en het maken van opnamen met een
externe flitser besproken.
Flitseigenschappen bij elke
belichtingsfunctie ...............................................206
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser .................................209
Compatibiliteit objectief met
de ingebouwde flitser ........................................211
Gebruik van een externe flitser (optioneel) .....212
K-5_OPM_DUT.book Page 205 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
206
5
De flitser gebruiken
Flitseigenschappen bij elke
belichtingsfunctie
Bij het fotograferen van een bewegend onderwerp kunt u de flitser
gebruiken om het onscherpte-effect te veranderen.
Voor het maken van flitsfoto’s kunt u een sluitertijd van 1/180 seconde
of langer instellen.
Het diafragma wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
De sluitertijd staat vast op 1/180 sec. wanneer een ander objectief
dan DA, DA L, D FA, FA J, FA of F wordt gebruikt.
Wanneer u de scherptediepte wilt wijzigen of een opname van grote
afstand wilt maken, kunt u het gewenste diafragma instellen om een
flitsfoto te maken.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast aan het omgevingslicht.
De sluitertijd wordt automatisch aangepast tot 1/180 s of langer (p.78)
waarbij minder camerabeweging wordt veroorzaakt. De langst
mogelijke sluitertijd hangt af van de brandpuntsafstand van het
gebruikte objectief.
De sluitertijd staat vast op 1/180 s wanneer een ander objectief dan DA,
DA L, D FA, FA J, FA, F of A wordt gebruikt.
U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken in de stand
b (Sluitertijdvoorkeuze) wanneer u portretopnamen maakt met
een zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als
de achtergrond worden prachtig vastgelegd.
Gebruik van de flitser in b bij sluitertijdvoorkeuze
De flitser gebruiken in de stand c (Diafragmavoorkeuze)
De lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken
Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of schakel de functie Shake Reduction uit en gebruik een
statief om camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp
wanneer het onderwerp beweegt.
Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
K-5_OPM_DUT.book Page 206 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
207
5
De flitser gebruiken
1
Zet de functiekiezer op e, K of c.
2
Druk op de knop E.
De ingebouwde flitser klapt uit.
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
4
Selecteer G of H en druk op de knop 4.
De sluitertijd wordt langer gemaakt om de achtergrond beter te belichten.
5
Maak een opname.
1
Zet de functiekiezer op b, L of a.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
3
Selecteer E of F en druk op de knop 4.
4
Stel de sluitertijd in (voor de stand b) of de stel de
sluitertijd en het diafragma in (voor de stand L of a).
Verricht de instelling zo dat een juiste belichting wordt verkregen bij een
sluitertijd van 1/180 seconde of langzamer.
5
Druk op de knop E.
De ingebouwde flitser klapt uit.
6
Maak een opname.
Gebruik van de stand e/K/c
Gebruik van de stand b/L/a
K-5_OPM_DUT.book Page 207 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
208
De flitser gebruiken
5
2e sluitergordijn-synchronisatie geeft een flits af onmiddellijk voordat
het sluitergordijn wordt gesloten. Bij het maken van opnamen van
bewegende voorwerpen bij een lange sluitertijd, zorgen 2e sluitergordijn-
synchronisatie en lange-sluitertijdsynchronisatie voor verschillende
effecten, afhankelijk van het moment waarop de flitser afgaat.
Als u bijvoorbeeld met 2e sluitergordijn-synchronisatie een opname maakt
van een bewegende auto, dan wordt een lichtspoor vastgelegd terwijl
de sluiter openstaat, en wordt door de flitser de auto vastgelegd
onmiddellijk vóór het moment dat de sluiter wordt gesloten. Dat
levert een opname op met een scherp en helder weergegeven auto
en daarachter een lichtspoor.
1
Zet de functiekiezer op een andere stand dan B, M of C .
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
3
Selecteer I of k en druk op de knop 4.
4
Druk op de knop E.
De ingebouwde flitser klapt uit.
5
Maak een opname.
Gebruik van 2e sluitergordijn-synchronisatie
2e sluitergordijn-synchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik de functie
Shake Reduction of zet de functie Shake Reduction uit en gebruik een statief
om camerabeweging te voorkomen.
Lange-sluitertijdsynchronisatie
(1e sluitergordijn-sync)
2e sluitergordijn-sync
K-5_OPM_DUT.book Page 208 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
209
De flitser gebruiken
5
Afstand en diafragma bij gebruik
van de ingebouwde flitser
Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma
en afstand op elkaar zijn afgestemd om een juiste belichting te verkrijgen.
Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitsintensiteit
onvoldoende is.
*1 Deze waarde kan worden gebruikt wanneer [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[A Pers.instelling 1] is ingesteld op [Aan].
Met de volgende formule berekent u de flitsafstand voor
diafragmawaarden.
Maximale flitsafstand L1 = richtgetal ÷ diafragmawaarde
Minimale flitsafstand L2 = Maximale flitsafstand ÷ 5 *
* De waarde 5 in de bovenstaande formule is een
vaste waarde die alleen geldt bij gebruik van
de ingebouwde flitser.
Voorbeeld: Bij een gevoeligheid van ISO 100 en een diafragmawaarde
van F2.8
L1 = 13 ÷ 2,8 = ca. 4,6 (m)
L2 = 4,6 ÷ 5 = ca. 0,9 (m)
De flitser kan dus worden gebruikt op een afstand van
ca. 0,9 tot 4,6 m.
De ingebouwde flitser in deze camera kan echter niet worden
gebruikt wanneer de afstand 0,7 meter of minder is. Gebruik van
de flitser binnen deze afstand veroorzaakt vignettering in de hoeken
van de opname, een onevenwichtige lichtverdeling en mogelijk
overbelichting.
Gevoeligheid
Richtgetal
ingebouwde flitser
Gevoeligheid
Richtgetal
ingebouwde flitser
ISO 100 Ca. 13 ISO 3200 Ca. 73,5
ISO 200 Ca. 18,4 ISO 6400 Ca. 104
ISO 400 Ca. 26 ISO 12800 Ca. 147
ISO 800 Ca. 36,8 ISO 25600
*1
Ca. 208
ISO 1600 Ca. 52 ISO 51200
*1
Ca. 294
Berekenen van de opnameafstand
op basis van de diafragmawaarde
K-5_OPM_DUT.book Page 209 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
210
De flitser gebruiken
5
Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor
de opnameafstand.
Diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand
Voorbeeld: Bij een gevoeligheid van ISO 100 en een opnameafstand
van 4 m is de diafragmawaarde:
F = 13 ÷ 4 = 3,25
Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3,25)
niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal
het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand
voorbeeld 2,8) gebruikt.
Berekenen van de diafragmawaarde
op basis van opnameafstand
K-5_OPM_DUT.book Page 210 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
211
De flitser gebruiken
5
Compatibiliteit objectief met
de ingebouwde flitser
Afhankelijk van het objectief dat met de X wordt gebruikt, kan wegens
vignettering de ingebouwde flitser mogelijk niet of slechts beperkt worden
gebruikt, zelfs niet als een objectief zonder zonnekap is aangesloten.
DA-, DA L-, D FA-, FA J-, en FA-objectieven die hieronder niet worden
genoemd, kunnen zonder problemen worden gebruikt.
* De volgende objectieven werden geëvalueerd zonder gebruik van
een zonnekap.
Niet beschikbaar vanwege vignettering
Beschikbaarheid afhankelijk van andere factoren
Type objectief
DA FISH-EYE 10-17 mm F3.5-4.5ED (IF)
DA12-24 mm F4ED AL
DA14 mm F2.8ED (IF)
FA
E
300 mm F2.8ED (IF)
FA
E
600 mm F4ED (IF)
FA
E
250-600 mm F5.6ED (IF)
Type objectief Beperkingen
F FISH-EYE 17-28 mm
F3.5-4.5
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm,
kan vignettering optreden.
DA16-45 mm F4ED AL
Als de brandpuntsafstand minder is dan 28 mm of als
de brandpuntsafstand 28 mm is en de opnameafstand
kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
DA
E
16-50 mm F2.8ED AL
(IF) SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan 20 mm of als
de brandpuntsafstand 35 mm is en de opnameafstand
kleiner dan 1,5 m, kan vignettering optreden.
DA17-70 mm F4AL (IF)
SDM
Als de brandpuntsafstand minder is dan 24 mm of als
de brandpuntsafstand 24 mm is en de opnameafstand
kleiner dan 1 m, kan vignettering optreden.
DA18-250 mm F3.5-6.3ED
AL (IF)
Als de brandpuntsafstand minder is dan 35 mm,
kan vignettering optreden.
FA
E
28-70 mm F2.8AL
Als de brandpuntsafstand 28 mm en de opnameafstand
kleiner dan 1 meter is, kan vignettering optreden.
FA SOFT 28 mm F2.8 De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
FA SOFT 85 mm F2.8 De ingebouwde flitser ontlaadt altijd volledig.
K-5_OPM_DUT.book Page 211 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
212
5
De flitser gebruiken
Gebruik van een externe flitser
(optioneel)
De optionele externe flitsers AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG
en AF160FC ondersteunen diverse flitsinstellingen, zoals automatisch
P-DDL-flitsen, afhankelijk van welke externe flitser wordt gebruikt.
Zie de onderstaande tabel voor meer informatie.
(z: Beschikbaar #: Beperkt × : Niet beschikbaar)
*1 Alleen beschikbaar bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-, F- of A-objectief.
*2 Sluitertijd van 1/90 s of langer.
*3 Bij combinatie met de AF540FGZ of de AF360FGZ kan 1/3 van het flitslicht worden
geproduceerd door de ingebouwde flitser en 2/3 door de externe flitser.
*4 Alleen beschikbaar in combinatie met de flitsers AF540FGZ en AF360FGZ.
*5 Meerdere AF540FGZ- of AF360FGZ-flitsers, of een combinatie van de AF540FGZ
of AF360FGZ en de ingebouwde flitser is vereist.
Flitser
Camerafunctie
Ingebouwde
flitser
AF540FGZ
AF360FGZ
AF200FG
AF160FC
Flitsen met anti rode ogen zzz
Auto ontladen flitser zzz
Na het opladen wordt automatisch
de flitssynchronisatietijd ingesteld.
zzz
Het diafragma wordt automatisch
ingesteld in de standen e en b.
zzz
Automatische P-DDL-flitser
(geschikte gevoeligheid:
ISO 100-3200)
z
*1
z
*1
z
*1
Lange-sluitertijdsync zzz
Flitsbelichtingscorrectie zzz
AF-hulplicht van de externe flitser × z ×
2e sluitergordijn-synchronisatie
*2
zz×
Flitsen met
contrastregelingssynchronisatie
#
*3
z #
*4
Slave-flitser × z ×
Flitsen met korte-
sluitertijdsynchronisatie
× z ×
Draadloos flitsen #
*4
z
*5
×
K-5_OPM_DUT.book Page 212 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
213
5
De flitser gebruiken
U kunt [P-DDL Auto] gebruiken met de flitser AF540FGZ, AF360FGZ,
AF200FG of AF160FC. De flitser activeert een voorflits vóór de eigenlijke
flits en controleert de kenmerken van het onderwerp (afstand, helderheid,
contrast, eventueel tegenlicht, enz.) met behulp van de sensor voor
77-segmentsmeting van de camera. De flitsintensiteit van de eigenlijke
flits wordt berekend op basis van de met de voorflits verzamelde
gegevens, zodat het mogelijk wordt flitsopnamen te maken met een
meer nauwkeurige belichting dan normaal bij DDL-Auto mogelijk is.
U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit (het middelste
contact van de flitsschoen is de minpool) omdat de camera en flitser anders
beschadigd kunnen raken.
Gebruik van de functie Automatisch
P-DDL-flitsen
Over het LCD-display van de AF360FGZ
De AF360FGZ heeft zelf geen functie om FORMAT in te stellen
op [DIGITAL]. Als de flitser echter wordt gebruikt met een digitale
spiegelreflexcamera, dan wordt het verschil in brandpuntsafstand
tussen een kleinbeeldcamera en de X automatisch berekend
op basis van het verschil in beeldhoek, en weergegeven op het
LCD-display (bij gebruik van een DA-, DA L-, D FA-, FA J-, FA-
of F-objectief).
De conversie-indicatie verschijnt en de FORMAT-indicatie
verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting
van de X ingeschakeld is. (Deze keert terug naar
kleinbeeldweergave wanneer de timer van de belichtingsmeting
wordt uitgeschakeld.)
* Bij gebruik van groothoekpaneel
Brandpuntsafstand
objectief
85 mm/
77 mm
50 mm 35 mm
28 mm/
24 mm
20 mm 18 mm
Timer van de
belichtingsmeting
Uit
85 mm 70 mm 50 mm 35 mm 28 mm
24 mm*
Timer van de
belichtingsmeting
Aan
58 mm 48 mm 34 mm 24 mm 19 mm
16 mm*
K-5_OPM_DUT.book Page 213 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
214
De flitser gebruiken
5
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig
de externe flitser.
2
Zet de camera en de externe flitser aan.
3
Stel de externe flitsinstelling in op [P-DDL Auto].
4
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen en
maak een opname.
Met de AF540FGZ of de AF360FGZ kunt u de flitser activeren
om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s.
1
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig
de externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) op de camera.
2
Stel de belichtingsfunctie in op b of a.
3
Zet de camera en de externe flitser aan.
Automatisch P-DDL-flitsen is alleen beschikbaar voor de flitsers AF540FGZ,
AF360FGZ, AF200FG en AF160FC.
Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b
in de zoeker.
Gedetailleerde gegevens, zoals de bedieningsmethode en de effectieve
flitsafstand zijn te vinden in de handleiding van de externe flitser.
Wanneer de flitsinstelling C of i is geselecteerd, gaat de flitser niet
af wanneer het onderwerp licht genoeg is. Daarom kan de flitser in sommige
gevallen niet geschikt zijn voor opnamen met daglichtsynchronisatie.
Druk nooit op de knop E wanneer er een externe flitser is bevestigd
op de camera. De ingebouwde flitser botst dan tegen de externe flitser. Als
u beide flitsers tegelijk wilt gebruiken, schakel dan de functie voor draadloos
flitsen in of sluit beide flitsers op elkaar aan met de verlengkabel. (p.220)
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie
K-5_OPM_DUT.book Page 214 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
215
5
De flitser gebruiken
4
Stel de synchronisatiefunctie van de externe flitser
in op HSb (Flitssynchronisatie met hoge snelheid).
5
Controleer of de externe flitser volledig is opgeladen
en maak een opname.
Door gebruik te maken van twee externe flitsers (AF540FGZ
of AF360FGZ) of wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt
in combinatie met een of meer externe flitsers, kunt u P-DDL-flitsen
zonder de flitsers aan te sluiten met een draadverbinding.
Stel eerst het kanaal voor de externe flitser in op de camera.
1
Stel het kanaal voor de externe flitser in.
2
Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig
de externe flitser.
Wanneer de ingebouwde flitser gereed is (volledig opgeladen), brandt b
in de zoeker.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is alleen beschikbaar bij een
sluitertijd die korter is dan 1/180 sec.
Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie is niet beschikbaar wanneer
de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname).
Draadloos flitsen
Zet de aan/uit-knop van de externe flitser in de stand WIRELESS
(draadloos).
Er zijn twee of meer externe flitsers AF540FGZ/AF360FGZ vereist voor
draadloos flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie. Deze functie kan
niet worden gebruikt samen met de ingebouwde flitser.
Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser die niet
rechtstreeks is aangesloten op de camera in de stand SLAVE.
Het kanaal voor de externe flitser instellen op de camera
K-5_OPM_DUT.book Page 215 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
216
De flitser gebruiken
5
3
Schakel de camera en de externe flitser in en druk
de ontspanknop tot halverwege in.
De ingebouwde flitser wordt ingesteld op hetzelfde kanaal als
de externe flitser.
Activeer de draadloze flitsinstelling van de camera als u een externe flitser
gebruikt in combinatie met de ingebouwde flitser.
1
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het scherm [Flitsinstelling] verschijnt.
2
Selecteer r en druk
op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken
van een opname.
Het kanaal voor de ingebouwde
flitser wordt weergegeven
in de zoeker en op het LCD-display.
De fabrieksinstelling is CH1.
In de stand r wordt het huidige kanaal waarop de ingebouwde flitser
is ingesteld, gedurende 10 seconden weergegeven in de zoeker.
Stel alle flitsers in op hetzelfde kanaal. Raadpleeg de handleiding van
de AF540FGZ of de AF360FGZ voor informatie over het instellen van
het kanaal op deze flitsers.
De ingebouwde flitser draadloos gebruiken
r kan niet worden ingesteld als de belichtingsfunctie is ingesteld
op B (Snelinstelling).
In de transportstanden i (Afstandsbed. 3 sec vertraging), d (Opname
met spiegel-omhoog-vergrendeling) en e (Opname met spiegel-omhoog-
vergrendeling en afstandbediening), of als het diafragma van het objectief
niet is ingesteld op s, kunt u r niet selecteren.
Flitsinstelling
Annul. OK
OK
MENU
0.0
Draadloze bediening
K-5_OPM_DUT.book Page 216 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
217
5
De flitser gebruiken
Met een combinatie van de ingebouwde flitser en een
externe flitser
1
Verwijder de externe flitser nadat het kanaal is ingesteld
op de camera en plaats de flitser op de gewenste plek.
2
Stel de flitsinstelling van de camera in op r, en druk
op de knop E.
3
Controleer of beide flitsers volledig opgeladen zijn
en maak vervolgens een opname.
Draadloos flitsen
De flitsmethode van de ingebouwde flitser wijzigen
U kunt de flitsmethode wijzigen die wordt gebruikt voor draadloos
flitsen met de ingebouwde flitser.
Stel dit in bij [21. Draadloos flitsen] in het menu
[A Pers.instelling 3] (p.104).
1Aan
De ingebouwde flitser flitst als master.
(Standaardinstelling)
2 Uit De ingebouwde flitser geeft een stuurflits.
HSb (Flitssynchronisatie met hoge snelheid) is niet beschikbaar voor
de ingebouwde flitser.
K-5_OPM_DUT.book Page 217 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
218
De flitser gebruiken
5
Met een combinatie van externe flitsers
1
Zet de functie voor draadloos flitsen van de externe flitser
op de camera in de stand [MASTER] of [CONTROL].
2
Zet de draadloze flitser in de stand [SLAVE]
en selecteer hetzelfde kanaal als het kanaal van
de flitser die rechtstreeks op de camera aangesloten is.
Plaats de flitser dan op de gewenste plek.
3
Controleer of beide flitsers volledig opgeladen zijn
en maak vervolgens een opname.
MASTER
Zowel de flitser die direct is aangesloten op de camera
als de draadloze flitser gaat af.
CONTROL
De flitser die is aangesloten op de camera, gaat alleen
af als een stuurflits, niet als de hoofdflits.
De functie Shake Reduction wordt in de draadloze stand automatisch
uitgeschakeld.
Als u meerdere externe flitsers van de typen AF540FGZ/AF360FGZ gebruikt
en draadloos flitst met korte-sluitertijdsynchronisatie, stelt u de flitser die
op de camera is bevestigd in op flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie.
K-5_OPM_DUT.book Page 218 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
219
5
De flitser gebruiken
Draadloze bediening van de flitser (P-DDL-flitser)
De volgende gegevens worden uitgewisseld tussen de flitsers
voordat de flits afgaat, als u externe flitsers (AF540FGZ
of AF360FGZ) draadloos gebruikt.
Druk de ontspanknop helemaal in.
È
1 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft de flitsinstelling van de camera door).
2 De externe draadloze flitser geeft een proefflits
(geeft bevestiging van het onderwerp door).
3 De direct op de camera bevestigde flitser geeft een stuurflits
(geeft flitsintensiteit door aan de externe draadloze flitser).
* De direct op de camera bevestigde flitser geeft hierna nog één keer
een stuurflits om de duur van de flits door te geven als HSb
(Flitssynchronisatie met hoge snelheid) is ingesteld.
4 De draadloze flitser op afstand gaat af.
Als de externe flitser op de camera voor draadloos flitsen is ingesteld
op [MASTER] of als [21. Draadloos flitsen] (p.217) is ingesteld op [Aan]
voor de ingebouwde flitser, geven alle flitsers tegelijkertijd een flits.
Anti rode ogen
Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser een
functie anti rode ogen beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze
functie mogelijk niet beschikbaar of kunnen er beperkingen gelden
voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema op p.212.
De functie voor anti rode ogen werkt door twee maal te flitsen,
ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (p.89)
Als de functie anti rode ogen van de ingebouwde flitser wordt gebruikt
terwijl de externe flitser is ingesteld als slave-flitser of draadloze flitser,
zorgt de voorflits voor anti rode ogen ervoor dat de externe flitser wordt
geactiveerd. Gebruik de functie anti rode ogen daarom niet bij gebruik
van een slave-flitser.
K-5_OPM_DUT.book Page 219 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
220
De flitser gebruiken
5
Bij gebruik van de ingebouwde flitser in combinatie met een externe flitser
die geen functie voor draadloos flitsen heeft, bijvoorbeeld de AF200FG,
bevestigt u de optionele flitsschoenadapter F
G op de flitsschoen van
de camera en een optionele flitsschoenadapter F onder op de externe
flitser. Vervolgens verbindt u beide met elkaar met behulp van het
optionele verlengsnoer F5P, zoals weergegeven in de onderstaande
afbeelding. De flitsschoenadapter F kan met een statiefschroef
op een statief worden bevestigd.
In combinatie met de ingebouwde flitser kan alleen een automatische
P-DDL flitser worden gebruikt.
Combinatie met de ingebouwde flitser
Een externe flitser aansluiten
met het verlengsnoer
2e sluitergordijn-synchronisatie
Wanneer de ingebouwde flitser wordt gebruikt in combinatie met
een externe flitser (AF540FGZ of AF360FGZ) die is ingesteld
op 2e-sluitergordijnsynchronisatie, dan gebruikt ook de ingebouwde
flitser deze functie. Controleer of beide flitsers volledig zijn opgeladen
alvorens de opname te maken.
K-5_OPM_DUT.book Page 220 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
221
5
De flitser gebruiken
U kunt twee of meer externe flitsers combineren (AF540FGZ, AF360FGZ
en AF200FG) of u kunt twee of meer externe flitsers gebruiken
in combinatie met de ingebouwde flitser. U kunt de aansluiting voor het
verlengsnoer op de flitser gebruiken om de AF540FGZ aan te sluiten.
U kunt AF360FGZ of de AF200FG flitsers aansluiten zoals weergegeven
in de onderstaande afbeelding. Sluit een externe flitser en de optionele
flitsschoenadapter F aan op de optionele schoenadapter F en sluit dan
nog een schoenadapter F met een externe flitser aan met behulp van het
optionele verlengsnoer F5P.
Raadpleeg de bedieningshandleiding van de flitser voor details.
Twee of meer externe flitsers combineren
Opnamen maken met meerdere flitsers met
verlengsnoeren
Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal
contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen
kunnen optreden.
Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan
dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers F540FGZ,
AF360FGZ en AF200FG te gebruiken.
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie met
de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor de flitserbesturing.
K-5_OPM_DUT.book Page 221 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
222
De flitser gebruiken
5
Als u twee of meer externe flitsers combineert (AF540FGZ, AF360FGZ
of AF200FG) of een externe flitser gebruikt in combinatie met
de ingebouwde flitser, kunt u opnamen maken met meerdere flitsers
(Flitsfotografie met contrastregelingssynchronisatie). Flitsfotografie
met contrastregelingssynchronisatie is gebaseerd op het verschil
in de hoeveelheid licht die de flitsers opbrengen.
1
Sluit de externe flitser indirect aan op de camera.
Zie p.220 voor bijzonderheden.
2
Stel de synchronisatiefunctie voor de externe flitser
in op contrastregelingssynchronisatie.
3
Controleer of de externe flitser en de ingebouwde flitser
volledig zijn opgeladen en maak een opname.
Flitsen met contrastregelingssynchronisatie
De AF200FG moet worden gecombineerd met de AF540FGZ
of de AF360FGZ.
Combineer de flitsers niet met accessoires die een afwijkend aantal
contacten hebben, zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen
kunnen optreden.
Als u PENTAX flitsers combineert met flitsers van andere fabrikanten, kan
dit de apparatuur beschadigen. We adviseren u alleen de flitsers F540FGZ,
AF360FGZ en AF200FG te gebruiken.
Als u twee of meer externe flitsers gebruikt en de functie Flitsen met
contrastregelingssynchronisatie instelt op de externe master-flitser,
is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (master-flitser) : 1 (slave-flitsers).
Als u de externe flitser gebruikt in combinatie met de ingebouwde
flitser, is de verhouding van de flitsintensiteit 2 (externe flitser) :
1 (ingebouwde flitser).
Wanneer u diverse externe flitsers of een externe flitser in combinatie
met de ingebouwde flitser gebruikt, wordt P-DDL gebruikt voor
de flitserbesturing.
K-5_OPM_DUT.book Page 222 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
223
5
De flitser gebruiken
U kunt een externe flitser aansluiten
op de camera met een synchronisatiesnoer
via de X-sync-aansluiting.
Verwijder het Sync-aansluiting 2P-kapje
en sluit een synchronisatiesnoer aan
op de X-sync-aansluiting.
X-sync-aansluiting
Bij gebruik van externe flitsers die met een hoog voltage of een sterke stroom
werken, kan de camera beschadigd raken.
U kunt geen flitsers gebruiken met een omgekeerde polariteit (flitsers waarbij
het middelste contact van de synchronisatiestekker de minpool is) vanwege
het risico dat de camera en flitser beschadigd raken.
Als een synchronisatiesnoer is aangesloten op de X-sync-aansluiting,
werken gekoppelde functies niet.
Het verdient aanbeveling om een proefopname te maken bij een sluitertijd
die één stop trager is dan de flitssynchronisatietijd om vignettering
te voorkomen die kan optreden bij 2e sluitergordijn-synchronisatie.
Het contact van de X-sync-aansluiting is niet waterdicht en stofbestendig.
Breng het meegeleverde Sync-aansluiting 2P-kapje aan wanneer
u de aansluiting niet gebruikt.
K-5_OPM_DUT.book Page 223 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
224
De flitser gebruiken
5
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 224 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
6 Opname-instellingen
In dit hoofdstuk worden allerlei instellingen besproken,
onder andere hoe u de indeling voor het opslaan
kunt instellen.
Een bestandsindeling instellen .........................226
De witbalans instellen ........................................232
Opnamen corrigeren ..........................................241
De afwerking van de opname instellen ............249
Veel gebruikte instellingen opslaan .................255
K-5_OPM_DUT.book Page 225 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
226
6
Opname-instellingen
Een bestandsindeling instellen
U kunt voor de opnameresolutie kiezen tussen p, J, P en i.
Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand.
De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling bij [JPEG
kwaliteitsniveau]. De standaardinstelling is p.
De papierformaten hierboven zijn de formaten voor optimale afdrukken
bij de ingestelde opnameresolutie. De kwaliteit van de opname of afdruk
hangt af van het kwaliteitsniveau, de belichting, de resolutie van de printer
en een aantal andere factoren.
1
Selecteer [JPEG-resolutie] in het
menu [A Opnamemodus 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de opnameresolutie
te selecteren en druk
op de knop 4.
Als u de opnameresolutie wijzigt,
dan wordt de opnameresolutie
weergegeven aan de linkerbovenzijde
van het scherm en het aantal opnamen
dat met deze instelling nog kan worden gemaakt,
aan de rechterbovenzijde van het scherm.
JPEG-opnameresolutie instellen
Resolutie Pixels Papierafmeting
p 4928×3264
420×594 mm / A2-papier
J 3936×2624
297×420 mm / A3-papier
P 3072×2048
210×297 mm / A4-papier
i 1728×1152
148×210 mm / A5-papier
Bestandsindeling JPEG
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Instelling D-range
Objectiefcorrectie
Annul. OK
OK
MENU
1204928x3264
16M
10M
6M
2M
K-5_OPM_DUT.book Page 226 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
227
6
Opname-instellingen
3
Druk op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
U kunt het kwaliteitsniveau (de compressieverhouding) van de opname
instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instelling voor
[JPEG-resolutie]. De standaardinstelling is C (Best).
1
Selecteer [JPEG kwaliteitsniveau] in het
menu [A Opnamemodus 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Druk op de vierwegbesturing
(23) om een kwaliteitsniveau
te selecteren en druk
op de knop 4.
Als u het kwaliteitsniveau wijzigt,
dan wordt het beschikbare aantal
opnamen bij die instelling voor
kwaliteit rechts boven in het
scherm weergegeven.
3
Druk op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Het JPEG-kwaliteitsniveau instellen
Z Premium
De opnamen zijn scherper, maar de bestandsgrootte
neemt toe.
De opnamen zijn korreliger, maar de bestanden zijn kleiner.
C Best
D Beter
E Goed
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Instelling D-range
Objectiefcorrectie
Annul. OK
OK
MENU
120
JPEG
16M
K-5_OPM_DUT.book Page 227 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
228
Opname-instellingen
6
U kunt een bestandsindeling opgeven voor opnamen.
1
Selecteer [Bestandsindeling] in het
menu [A Opnamemodus 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer een bestandsindeling
met de vierwegbesturing (23).
Als u de bestandsindeling wijzigt, wordt
het beschikbare aantal opnamen rechts
boven in het scherm weergegeven.
Een bestandsindeling selecteren
JPEG
Opnamen worden gemaakt in JPEG-formaat (standaardinstelling).
U kunt de opnameresolutie wijzigen bij [JPEG-resolutie],
en het kwaliteitsniveau bij [JPEG kwaliteitsniveau].
RAW
De RAW-indeling is een uitvoerformaat van de CMOS-sensor
dat wordt opgeslagen zonder verdere verwerking.
Effecten zoals Witbalans, Aangepaste opname en Kleurruimte
worden niet op de gemaakte opnamen toegepast, maar worden
wel als feitelijke originele informatie opgeslagen. Met de functie RAW-
ontwikkeling (p.306) of - nadat u de RAW-gegevens hebt gekopieerd
naar een computer - met de bijgeleverde software (PENTAX Digital
Camera Utility 4) kunt u met deze effecten JPEG- beelden maken.
RAW+
Opnamen worden opgeslagen in zowel de RAW- als
de JPEG-indeling.
Wanneer [1x voor bestandsform.] is toegewezen aan
de knop |/Y, dan kunt u op de knop |/Y drukken
om de bestandsindeling tijdelijk te wijzigen en de opname
in beide bestandsindelingen op te slaan. (p.229)
Als Uitgebreide bracketing, Digitaal filter, HDR-opname of Cross-processing
is geselecteerd, dan wordt de bestandsindeling ingesteld op [JPEG]; u kunt
dat niet wijzigen. Als u een andere bestandsindeling wilt gebruiken, moet
u deze functies uitschakelen.
OK
Bestandsindeling JPEG
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Instelling D-range
Objectiefcorrectie
Annul. OK
OK
MENU
120
JPEG
RAW
RAW+
K-5_OPM_DUT.book Page 228 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
229
6
Opname-instellingen
3
Druk op de knop 4.
4
Druk op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Als u RAW-opnamen maakt, kunt u kiezen
tussen de bestandsindelingen PEF
en DNG bij [RAW-formaat] in het menu
[A Opnamemodus 3] (p.100).
Als [1x voor bestandsform.] is toegewezen aan de knop |/Y,
dan kunt u de bestandsindeling tijdelijk wijzigen.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [|/Y-knop]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [|/Y-knop] verschijnt.
De RAW-bestandsindeling instellen
PEF
De oorspronkelijke RAW-bestandsindeling van PENTAX
(standaardinstelling)
DNG
Een voor algemene doeleinden bestemde, publiekelijk beschikbare
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems.
De bestandsindeling tijdelijk wijzigen met gebruik
van de knop |/Y
Annul.
MENU
123 45
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat
ISO
NR
AUTO
OK
OK
sRGB
NR
AUTO
PEF
DNG
K-5_OPM_DUT.book Page 229 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
230
Opname-instellingen
6
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [1x voor
bestandsform.] te selecteren
en druk op de knop 4.
5
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Stop na 1 opname]
te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om O of P te selecteren.
6
Kies met de vierwegbesturing (23)
een bestandsindeling.
Links staat de instelling voor [Bestandsindeling] en rechts
de bestandsindeling wanneer op de knop |/Y wordt gedrukt.
O
Na het maken van een opname keert de camera terug naar
de oorspronkelijke bestandsindeling (standaardinstelling).
P
De instelling wordt geannuleerd als u één van de volgende
handelingen verricht.
- u drukt opnieuw op de knop |/Y
- u drukt op de knop Q of 3
- de camera wordt uitgezet met de hoofdschakelaar
- u draait aan de functiekiezer
RAW/Fx-knop
Annul. OK
OK
MENU
Elektr. waterpas
Digitaal voorbeeld
Compositie aanpassen
1x voor bestandsform.
RAW
Belichtingsbracketing
RAW/Fx-knop
Stop na 1 opname
1x voor bestandsform.
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
MENU
RAW
K-5_OPM_DUT.book Page 230 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
231
6
Opname-instellingen
7
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om een bestandsindeling
te selecteren voor wanneer
de knop |/Y wordt
ingedrukt.
8
Druk op de knop 4.
9
Druk driemaal op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
RAW/Fx-knop
Stop na 1 opname
1x voor bestandsform.
JPEG
RAW
RAW+
RAW+
RAW+
RAW+
RAW
Annul. OK
OK
MENU
JPEG
RAW
RAW+
K-5_OPM_DUT.book Page 231 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
232
6
Opname-instellingen
De witbalans instellen
Witbalans is een functie voor het aanpassen van kleuren van een opname
zodat witte onderwerpen ook werkelijk wit zijn. Stel de witbalans in als
u niet tevreden bent met de kleurbalans van opnamen die zijn gemaakt
met de instelling F (Auto), of als u uw opnamen een creatief tintje
wilt geven.
Onderdeel Instelling Kleurtemperatuur
*1
F
Auto
De witbalans automatisch
aanpassen. (Standaardinstelling)
Ca. 4000 tot 8000K
G
Daglicht
Voor het maken van opnamen
bij zonlicht.
Ca. 5200K
H
Schaduw
Voor het maken van opnamen
in de schaduw. Hierdoor worden
blauwe kleurzwemen in een
opname verminderd.
Ca. 8000K
^
Bewolkt
Voor het maken van opnamen
op bewolkte dagen.
Ca. 6000K
J
Neonlicht
Voor het maken van opnamen
bij neonlicht. Selecteer het type
neonlicht.
D Neonlicht daglicht kleuren
N Neonlicht daglicht wit
W Neonlicht koelwit
L Neonlicht warmwit
Ca. 6500K
Ca. 5000K
Ca. 4200K
Ca. 3000K
I
Lamplicht
Voor het maken van opnamen
onder gloeilampen. Hierdoor
worden rode kleurzwemen
in een opname verminderd.
Ca. 2850K
L
Flitser
Voor het maken van opnamen
met de ingebouwde flitser.
Ca. 5400K
CTE
*2
Bij deze instelling handhaaft
en versterkt u de kleurtoon
van de lichtbron op de opname.
-
K-5_OPM_DUT.book Page 232 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
233
6
Opname-instellingen
*1 De hierboven genoemde kleurtemperaturen (K) zijn bij benadering gegeven
en vertegenwoordigen geen exacte kleuren.
*2 CTE = Color Temperature Enhancement (kleurtemperatuurverbetering).
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (4).
Het scherm [Witbalans] verschijnt.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname
weergegeven als achtergrond.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de witbalans
te selecteren.
Beschikbare bewerkingen
3
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
K
Manueel 1-3
Gebruik deze functie
om de witbalans handmatig
aan te passen op basis van
het omgevingslicht, zodat
witte voorwerpen natuurlijk
wit overkomen. U kunt
drie instellingen opslaan.
-
K
Kleurtempe-
ratuur 1~3
Stel de kleurtemperatuur
cijfermatig in. U kunt drie
instellingen opslaan.
-
De witbalans wordt vast ingesteld op F als Cross-processing
is geselecteerd.
Hoofdschakelaar (|) Gebruikt Digitaal voorbeeld om vooraf
het achtergrondbeeld met de toegepaste
instelling te bekijken.
Knop L Het voorbeeld opslaan. Selecteer [Opslaan als]
en druk op de knop 4.
Onderdeel Instelling Kleurtemperatuur
*1
Annul.
Voorbeeld
Witbalans
Auto
OK
OK
MENU
AE.L
CTE
K1
K-5_OPM_DUT.book Page 233 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
234
Opname-instellingen
6
U kunt de instelling voor witbalans heel fijn afstemmen.
1
Geef de gewenste instellingen op bij stap 2 op p.233.
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het fijn afstemmen wordt weergegeven.
3
Stem de witbalans fijn af.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven
niveaus (225 patronen) beschikbaar.
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
Zelfs als de lichtbron is gespecificeerd, wordt automatisch fijnafstemming
uitgevoerd door de camera. De kleurtemperatuur van de lichtbron wordt vast
ingesteld als [10. Instellingsbereik witbalans] is ingesteld op [Vast] in het
menu [A Pers.instelling 2] (p.103).
Omdat de lichtbron verandert als de flitser afgaat, kunt u de witbalans daar
op instellen. Selecteer [Autom. Witbalans], [Onveranderd] of [Flitser] bij
[11. WB bij flitsen] in het menu [A Pers.instelling 2] (p.103).
Fijnafstemming van de witbalans
Vierwegbesturing (23) Aanpassing van de kleurtinten tussen
groen (G) en magenta (M).
Vierwegbesturing (45) Aanpassing van de kleurtinten tussen
blauw (B) en amber (A).
knop | De aanpassingswaarde wordt hersteld.
Annul.
Voorbeeld
Schaduw
OK
OK
MENU
GG
BBA
A
MM
G1 ±0
±0
K-5_OPM_DUT.book Page 234 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
235
6
Opname-instellingen
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
U kunt tijdens het maken van opnamen de witbalans aanpassen aan
de aanwezige lichtbron. Met de handmatige witbalans kan de camera
delicate kleurnuances vastleggen die niet precies kunnen worden
ingesteld met de vooraf ingestelde waarden van de witbalans van
de camera zelf. U kunt hiermee de optimale witbalans instellen voor
uw omgeving. Er kunnen maximaal drie instellingen worden opgeslagen.
1
Selecteer K bij stap 2 op p.233 en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om K1 t/m K3
te selecteren en druk
op de vierwegbesturing (5).
3
Richt de zoeker bij het juiste omgevingslicht voor
het meten van de witbalans beeldvullend op een
vel wit papier of op een wit oppervlak.
4
Druk de ontspanknop helemaal in.
Zet de scherpstelstand in de stand \ wanneer de sluiter niet kan
worden ontspannen.
Het scherm voor het selecteren van het meetbereik wordt weergegeven.
Indien ingesteld op K, kan de witbalans ook worden gemeten door
de ontspanknop helemaal in te drukken (behalve tijdens het opnemen
van video).
Witbalans handmatig aanpassen
Annul.
Voorbeeld
Witbalans
Manueel 1
OK
OK
MENU
AE.L
CTE
K1
1
3
2
1
K-5_OPM_DUT.book Page 235 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
236
Opname-instellingen
6
5
Selecteer met de e-knop
op de achterzijde (S) het
hele scherm of een spotgebied
als meetbereik.
6
Als u een spotgebied selecteert, gebruik dan
de vierwegbesturing (2345) om het kader
naar het gebied te verplaatsen dat u wilt meten.
7
Druk op de knop 4.
Het scherm voor fijnafstemming van
de witbalans verschijnt als de meting
is voltooid. Pas zo nodig de witbalans
aan. (p.234)
8
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het scherm [Witbalans].
9
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt ter aanpassing van de witbalans,
wordt er geen opname gemaakt.
Het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] verschijnt
als de meting is mislukt. Druk op de knop 4 die wordt weergegeven
om de witbalans opnieuw te meten.
Als een opname extreem over- of onderbelicht is, kan de witbalans
mogelijk niet worden aangepast. Pas in dat geval eerst de belichting
aan en vervolgens de witbalans.
Als de functiekiezer in de stand C (Video) staat, kan de witbalans niet
worden gemeten. Pas de witbalans aan in een andere belichtingsfunctie
dan C voordat u een video-opname maakt.
Annul. OK
OK
MENU
1
Annul.
Voorbeeld
Manueel
Witbalans
Instellen
OK
OK
MENU
SHUTTER
GG
BBA
A
MM
±0 ±0
±0
AE.L
1
K-5_OPM_DUT.book Page 236 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
237
6
Opname-instellingen
Gebruik getallen om de kleurtemperatuur in te stellen. U kunt maximaal
drie instellingen opslaan.
1
Selecteer K bij stap 2 op p.233 en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om K1 t/m K3
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Kleurtemperatuur] verschijnt.
3
Pas de kleurtemperatuur aan
met de e-knoppen op de voor-
en achterzijde.
Kleurtemperatuurstappen verschillen per e-knop.
*1 De standaardeenheid voor kleurtemperatuurstappen is [Kelvin]. U kunt de eenheid
voor stappen wijzigen in [Mired] bij [13. Kleurtemperatuurstappen] in het menu
[A Pers.instelling 2] (p.103). De waarden worden echter voor weergave omgezet
in Kelvin.
U kunt ook de stappen bij “Fijnafstemming van de witbalans” (p.234)
gebruiken voor fijnafstemming.
De witbalans aanpassen met
de kleurtemperatuur
E-knop Kelvin Mired
*1
Voorzijde (R) 1 stap (100K) 1 stap (20M)
Achterzijde (S) 10 stappen (1000K) 5 stappen (100M)
Annul.
Voorbeeld
Kleurtemperatuur
K1
5000K
OK
OK
MENU
GG
BBA
A
MM
±0 ±0
±0
K-5_OPM_DUT.book Page 237 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
238
Opname-instellingen
6
4
Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en de camera keert terug naar het
scherm [Witbalans].
Zet de hoofdschakelaar op | om een digitaal voorbeeld weer te geven
bij de ingestelde kleurtemperatuur.
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Kleurtemperatuur
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate
de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem
naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur
beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute
temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig
worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende
lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
Rode tint Blauwe tint
2000 3000 4000 5000 6000 8000 10000 12000
[
K
]
Red
tint Blue
tint
Heldere lucht
Schaduw
Daglicht (Neonlicht)
Bewolkt
Flitser
Daglicht
Neutraalwit (Neonlicht)
Wit (Neonlicht)
Halogeenlamp
Lamplicht
Olielamp
Kaarslicht
K-5_OPM_DUT.book Page 238 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
239
6
Opname-instellingen
U kunt een kleurruimte selecteren die u wilt gebruiken.
Stel deze functie in bij [Kleurruimte] in het
menu [A Opnamemodus 3] (p.100).
De kleurruimte instellen
sRGB Instellen op sRGB-kleurruimte. Standaardinstelling
AdobeRGB Instellen op kleurruimte AdobeRGB.
Het systeem voor de mapnaaminstelling verandert al naargelang de instelling
van de kleurruimte, zie hieronder.
Voor sRGB: IMGPxxxx.JPG
Voor AdobeRGB: _IGPxxxx.JPG
“xxxx” is het bestandsnummer. Dit is een viercijferig volgnummer. (p.337)
Annul.
MENU
123 45
Instelling D-range
ISO AUTO-instelling
Ruisond. hoge ISO-wrd
Ruisond. lange sltrtijd
Programmalijn
Kleurruimte
RAW-formaat PEF
ISO
NR
AUTO
OK
OK
NR
AUTO
sRGB
Adobe
RGB
Kleurruimte
Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals
digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen.
Dit kleurbereik wordt kleurruimte genoemd.
Om de verschillen in kleurruimten tussen verschillende apparaten
te overbruggen zijn er standaardkleurruimten bepaald. Deze camera
ondersteunt sRGB en AdobeRGB.
sRGB wordt vooral gebruikt voor apparaten zoals computers.
AdobeRGB bestrijkt een grotere kleurruimte dan sRGB en wordt
gebruikt voor beroepsmatig gebruik zoals industrieel drukwerk.
Een opname die is gemaakt in AdobeRGB kan er lichter uitzien dan
een opname die is gemaakt in sRGB wanneer deze wordt uitgevoerd
via een apparaat dat compatibel is met sRGB.
K-5_OPM_DUT.book Page 239 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
240
Opname-instellingen
6
U kunt de witbalansinstelling van een gemaakte opname kopiëren
en opslaan als handmatige witbalans. U kunt maximaal drie
instellingen opslaan.
1
Geef de opname weer in de weergavestand met
de instelling voor witbalans die u wilt kopiëren.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om K (Opslaan
als handm WB) te selecteren en druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
Draai aan d e-knop op de voorzijde (R) om een andere opname
te selecteren.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een nummer
te selecteren en druk
op de knop 4.
De instelling voor witbalans van
de geselecteerde opname wordt
opgeslagen als handmatige
witbalans en de camera gaat naar
de opnamestand. De instelling voor
witbalans is K (Manueel).
De instelling voor witbalans van
een opname opslaan
U kunt alleen de witbalansinstelling kopiëren van foto-opnamen die met
deze camera zijn gemaakt. De volgende opnamen kunt u niet selecteren.
- Dubbelopnamen
- Index-opnamen
- Foto’s die zijn gemaakt van een video-opname
Opsl. als Manueel 2
Opsl. als Manueel 3
100-0105
Opsl. als Manueel 1
Slaat de witbalansinstellingen
van deze opname op als een
voorkeuze
OK
OK
Annul.
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 240 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
241
Opname-instellingen
6
Opnamen corrigeren
De eigenschappen van de camera en het objectief kunnen automatisch
worden aangepast voor het maken van opnamen.
Stelt de helderheid in en zorgt voor minder overbelichte en minder
onderbelichte gebieden.
Vergroot het dynamisch bereik, verruimt de expressie van gradaties door
de CMOS-sensor en zorgt voor minder overbelichte en minder
onderbelichte gebieden.
1
Selecteer [Instelling D-range] in het
menu [A Opnamemodus 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Instelling D-range] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om [Hooglichtcorrectie] te selecteren
en druk op de vierwegbesturing (5).
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Uit] of [Aan]
te selecteren en druk
op de knop 4.
De helderheid aanpassen
D-Range-instelling
Instelling D-range
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
Beschikb. gevoeligheidsbereik
is momenteel ISO 100-12800
Annul. OK
OK
MENU
OFF
ON
K-5_OPM_DUT.book Page 241 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
242
Opname-instellingen
6
4
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om [Schaduwcorrectie] te selecteren
en druk op de vierwegbesturing (5).
5
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Uit], [Zwak], [Normaal]
of [Sterk] te selecteren en druk
op de knop 4.
6
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Maakt het mogelijk opnamen te maken met een groot dynamisch bereik.
Er worden drie opnamen gemaakt (-3 LW onderbelicht, standaard
(correcte belichting) en +3 LW overbelicht) waarmee één samengesteld
beeld wordt gemaakt.
Als [Hooglichtcorrectie] ingesteld is op [Aan], wordt de minimale gevoeligheid
ingesteld op ISO 200. Als [3. Uitgebreide gevoeligheid] in het menu
[A Pers.instelling 1] (p.102) ingesteld is op [Aan], dan wordt de minimale
gevoeligheid ingesteld op ISO 160.
HDR-opname
Instelling D-range
Hooglichtcorrectie
Schaduwcorrectie
OFF
Annul. OK
OK
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 242 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
243
6
Opname-instellingen
1
Kies [HDR-opname] in het menu [A Opnamemodus 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [HDR-opname] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Uit], [Auto], [Stand.],
[Sterk 1], [Sterk 2] of [Sterk 3]
te selecteren.
3
Druk op de knop 4.
HDR-opname is niet beschikbaar in de volgende situaties.
- wanneer de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+]
(vast ingesteld op [JPEG])
- wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (Tijdopname)
of M (Flitser X-sync snelheid)
Wanneer HDR-opname geselecteerd is, zijn de volgende functies niet
beschikbaar.
- Andere transportstanden dan 9 (Enkelbeeldopname), g (Zelfontspanner
(12s)), Z (Zelfontspanner (2s)), h (afstandsbediening) of i (Afstandsbed.
3sec vertraging)
- Intervalopname of Dubbelopnamen
- Uitgebreide bracketing, Digitaal Filter of Cross-processing (De laatst
geselecteerde functie wordt gebruikt.)
Tijdens HDR-opname worden meerdere opnamen gecombineerd tot één
enkel beeld; het kost in dit geval dus tijd om een opname op te slaan.
HDR-opname
Automatisch uitlijnen
HDR-opname
Annul. OK
OK
MENU
HDR
AUTO
HDR
OFF
HDR
HDR
HDR
HDR
K-5_OPM_DUT.book Page 243 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
244
Opname-instellingen
6
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Automatisch uitlijnen]
te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om P of O te selecteren.
5
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
P
[Shake Reduction] wordt vast ingesteld op l (Uit). Gebruik
een statief om bij het maken van opnamen te voorkomen dat
de camera beweegt. (Standaardinstelling)
O
De functie Shake Reduction functioneert op basis van de Shake
Reduction-instelling op dat punt. HDR-opname kan worden gebruikt
zonder statief.
[Programmalijn] (p.118) wordt vast ingesteld op l
(Hogesnelheidsvoorkeuze) en [AUTO ISO-parameters] (p.111)
wordt vast ingesteld op a (Snel).
Als u bij het maken van een HDR-opname op de knop 3 drukt terwijl
de gecombineerde opname wordt opgeslagen, wordt dat proces gestaakt
en wordt de opname opgeslagen als standaardopname.
Wanneer zowel [Shake Reduction] als [Automatisch uitlijnen] aangezet zijn,
let dan op het volgende.
- Zorg ervoor dat u de camera stevig vasthoudt zodat de beeldcompositie
niet verandert terwijl de drie opnamen worden gemaakt. Als de composities
van de drie opnamen in grote mate van elkaar verschillen, dan
is [Automatisch uitlijnen] mogelijk niet beschikbaar.
- Opnamen die zijn gemaakt met HDR-opname, zijn ontvankelijk voor
camerabewegingen en vaagheid. Zorg ervoor dat u een hogere sluitertijd
en een hogere ISO-gevoeligheid selecteert.
- Als de belichtingsfunctie is ingesteld op e (Hyper-program), dan wordt
[Programmalijn] ingesteld op l (Hi-speed Priority).
- Als de ISO-gevoeligheid wordt ingesteld op AUTO, kan de gevoeligheid
gemakkelijker dan normaal hoger worden.
- [Automatisch uitlijnen] is mogelijk niet beschikbaar voor objectieven
met een brandpuntsafstand die groter is dan 100 mm.
- Als het gehele onderwerp geruit is of een uniform oppervlak heeft,
is [Automatisch uitlijnen] mogelijk niet beschikbaar.
HDR-opname
MENU
Automatisch uitlijnen
HDR-opname
HDR
AUTO
K-5_OPM_DUT.book Page 244 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
245
6
Opname-instellingen
Correctie van vervormingen en laterale chromatische aberratie die het
gevolg zijn van eigenschappen van het objectief.
Vervorming
Vervorming is het fenomeen waarbij het centrale deel van een opname
opgeblazen lijkt (tonvervorming) of juist samengetrokken
(kussenvervorming). Vervorming treedt sneller op bij gebruik van een
zoomobjectief of een objectief met een kleine diameter, en rechte muren
en de horizon worden op de opname gebogen weergegeven.
Laterale chromatische aberratie
Laterale chromatische aberratie is het fenomeen waarbij de vergroting
van het beeld varieert al naargelang de kleuren (golflengten van licht)
toen de opname werd gemaakt, en kan een onscherp beeld
veroorzaken. Laterale chromatische aberratie komt sneller
voor bij kortere brandpuntsafstanden.
Objectiefcorrectie
Kussenvervorming Tonvervorming
K-5_OPM_DUT.book Page 245 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
246
Opname-instellingen
6
1
Selecteer [Objectiefcorrectie] in het
menu [A Opnamemodus 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Objectiefcorrectie] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Vervormingscorrectie] of [Aanp. Lat. Chr. Abb.]
met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om [UIT] of [AAN]
te selecteren.
.
4
Druk op de knop 4.
5
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Correcties kunnen alleen worden uitgevoerd bij gebruik van een DA-, DA L-
of D FA-objectief of bij sommige FA-objectieven (p.374). [Objectiefcorrectie]
kunt u niet selecteren als een niet-compatibel objectief is bevestigd.
[Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van een DA FISH-
EYE 10-17 mm.
De functie voor objectiefcorrectie wordt uitgeschakeld bij gebruik van
een accessoire zoals een close-up ring of rear converter die tussen
de camera en het objectief wordt gemonteerd.
Als de objectiefcorrectiefunctie is geactiveerd, dan kan het langer duren
voordat Momentcontrole wordt weergegeven en kan de opnamesnelheid
bij continuopnamen langzamer zijn.
Het effect van objectiefcorrectie zal soms nauwelijks waarneembaar zijn als
gevolg van de opnameomstandigheden of andere factoren.
Als een compatibel objectief is aangesloten en de bestandsindeling is ingesteld
op [RAW] of [RAW+], dan worden de correctiegegevens opgeslagen als RAW-
parameter en kunt u bij het ontwikkelen van de RAW-beelden [Aan] of [Uit]
selecteren. (p.309)
Objectiefcorrectie
Vervormingscorrectie
Aanp. Lat. Chr. Abb.
Annul. OK
OK
MENU
OFF
ON
K-5_OPM_DUT.book Page 246 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
247
6
Opname-instellingen
De stand van de eenheid voor Shake Reduction aanpassen in de X-Y-
richting of rotatierichting zodat een betere compositie mogelijk wordt
en de camera beter waterpas kan worden gehouden. Gebruik deze
functie als u de compositie wilt aanpassen, bijvoorbeeld bij gebruik
van een statief.
1
Kies [Compositie aanpassen] in het
menu [A Opnamemodus 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Compositie aanpassen] verschijnt.
2
Selecteer [Aanpassen starten]
en druk op de knop 4.
Als u de compositie wilt wijzigen
vanaf de vorige positie, gebruik dan
de vierwegbesturing (23) om [Naar
laatste positie] te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45) om over
te schakelen op O.
Live View wordt weergegeven
en u kunt de compositie aanpassen.
De compositie corrigeren
Compositie aanpassen
Naar laatste positie
OK
OK
Aanpassen starten
Let op: afh. van het objectief
kan compositie-aanpassing
vignettering veroorzaken
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 247 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
248
Opname-instellingen
6
3
Pas de compositie aan.
De hoeveelheid correctie (het aantal
stappen) wordt weergegeven aan
de rechterbovenzijde van het scherm.
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop 4.
U keert terug naar de normale Live weergave; de camera is gereed voor
het maken van een opname.
Vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst de compositie omhoog, omlaag, naar
links en naar rechts. Aanpassing tot 24 stappen
(circa ±1,5 mm) op de beeldsensor.
e-knop aan de
achterzijde (S)
Stelt het niveau van de compositie bij wanneer
de hoeveelheid van de aanpassing minder is dan
16 stappen (±1,0 mm) omhoog of omlaag, of naar
links of rechts. Er kunnen maximaal 8 stappen
(circa ±1°) worden aangepast.
knop | De aanpassingswaarde wordt hersteld.
De opgeslagen aanpassingswaarde wordt gereset bij beëindiging van
Live weergave.
Als u de functie voor aanpassing van de compositie vaak gebruikt, kunt
u deze toewijzen aan de knop |/Y. (p.321)
Annul.
De compositie van de
opname aanpassen
0
0
0
OK
OK
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 248 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
249
Opname-instellingen
6
De afwerking van de opname
instellen
Voor de afwerking van de opname kunt u een keuze maken uit
de volgende negen standen voordat u een opname maakt: Helder
(standaardinstelling), Natuurlijk, Portret, Landschap, Levendig, Gedempt,
Bleach Bypass, Diapositiefilm en Monochroom. U kunt de volgende
parameters instellen.
Aangepaste opname instellen
Parameter Instelling Instelwaarden
Kleurverzadiging
Stelt de kleurverzadiging in.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] of [Monochroom]
geselecteerd is.
-4 t/m +4
Tint
Stelt de kleur in.
Niet beschikbaar wanneer [Bleach
Bypass], [Diapositieffilm]
of [Monochroom] geselecteerd is.
-4 t/m +4
Hoog/laag
stemming
Wijzigt de helderheid van de opname.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
-4 t/m +4
Contrast
Stelt het beeldcontrast in.
Niet beschikbaar wanneer
[Diapositieffilm] geselecteerd is.
-4 t/m +4
Scherpte
Stelt de scherpte van de contouren
van de opname in.
U kunt kiezen voor [Fijne scherpte]
of [Extra scherpte], wat de contouren
van de opname nóg dunner
en scherper maakt. (Niet beschikbaar
als de belichtingsfunctie is ingesteld
op C (Video).)
-4 t/m +4
K-5_OPM_DUT.book Page 249 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
250
Opname-instellingen
6
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor selectie van een aangepaste opname verschijnt.
Nadat de voeding is ingeschakeld, wordt de laatst gemaakte opname
weergegeven als achtergrond.
2
Selecteer met
de vierwegbesturing (45)
een afwerking voor de opname.
Filtereffect
Wijzigt het contrast zodat het lijkt alsof
een zwart-wit-kleurenfilter is gebruikt.
Stel de filterkleur in.
Alleen beschikbaar wanneer
[Monochroom] geselecteerd is.
Geen/Groen/
Geel/Oranje/
Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/
Infraroodfilter
Kleur aanpassen
Stelt een kleurtoon in voor
[Bleach Bypass].
Stelt het niveau in voor wijziging van
koude kleurtonen (- richting) en warme
kleurtonen (+ richting) voor
[Monochroom].
Alleen beschikbaar wanneer
[Bleach Bypass] of [Monochroom]
geselecteerd is.
Bleach Bypass:
Uit/Groen/Geel/
Oranje/Rood/
Magenta/Paars/
Blauw/Cyaan
Monochroom:
-4 t/m +4
De afwerkingstoon van de opname wordt vast ingesteld op [Helder]
en de parameters kunnen niet worden gewijzigd in de volgende
omstandigheden.
- wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op B (Snelinstelling)
- wanneer Cross-processing is geselecteerd
Parameter Instelling Instelwaarden
Helder
Annul.
Voorbeeld
OK
OK
MENU
AE.L
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
F
EX
K-5_OPM_DUT.book Page 250 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
251
6
Opname-instellingen
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een parameter
te kiezen die u wilt wijzigen.
4
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing (45).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instellingen.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram.
Beschikbare bewerkingen
5
Druk op de knop 4.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
e-knop aan
de voorzijde (R)
Instellingen opgeven voor contrast in-
en uitschakelen.
e-knop aan de
achterzijde (S)
Wisselt tussen [Scherpte], [Fijne scherpte] en [Extra
scherpte]. Indien [Fijne scherpte] of [Extra scherpte]
wordt geselecteerd, dan kunnen de contouren van
het beeld in meer detail worden vastgelegd.
knop | Hiermee wordt de ingestelde waarde gereset.
Hoofdschakelaar (|) Maakt gebruik van Digitaal voorbeeld om het
achtergrondbeeld met de toegepaste instelling
vooraf te bekijken (niet beschikbaar bij Live
Weergave).
Knop L Slaat het achtergrondbeeld op. Selecteer [Opslaan
als] en druk op de knop 4 (niet beschikbaar
tijdens Live weergave).
Annul.
Voorbeeld
OK
OK
MENU
AE.L
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
F
Portret
EX
K-5_OPM_DUT.book Page 251 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
252
Opname-instellingen
6
Cross-processing is de procedure waarmee een film opzettelijk wordt
verwerkt in chemicaliën van het verkeerde type om een beeld te creëren
met verschillende kleuren en verschillend contrast. Deze camera
is uitgerust met digitale cross-processing, die intern wordt uitgevoerd.
1
Selecteer [Cross-processing] in het
menu [A Opnamemodus 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video), selecteer de functie
dan bij [Video] in het menu [A Opnamemodus 4]. (p.194)
Het scherm [Cross-processing] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer een item met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
Kies tussen [Uit], [Voorkeuze 1-3],
[Willekeurig] en [Favoriet 1-3].
3
Druk twee keer op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Cross-processing instellen
Als u Cross-processing heeft geselecteerd, dan wordt de bestandsindeling
altijd ingesteld op [JPEG]; dat kunt u niet wijzigen. U kunt Cross-processing
niet gebruiken als de bestandsindeling ingesteld is op [RAW] of [RAW+].
Als Cross-processing is geselecteerd, dan kunnen de volgende functies
en bedieningshandelingen niet worden gebruikt.
- Dubbelopnamen
- Uitgebreide bracketing of HDR-opname (De laatst geselecteerde functie
wordt gebruikt.)
- Wijziging van de instellingen van Witbalans en Aangepaste opname
Cross-processing
Cross-processing
Instellingen opslaan
Annul. OK
OK
MENU
OFF
1
2
3
1
3
2
K-5_OPM_DUT.book Page 252 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
253
6
Opname-instellingen
Het resultaat van Cross-processing varieert telkens wanneer een
opname is gemaakt. Als u tevreden bent over de Cross-processing-
instellingen van een bepaalde opname, kunt u deze instellingen opslaan.
In totaal kunnen 3 Cross-processing-instellingen worden opgeslagen voor
foto’s en video-opnamen.
1
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Instellingen opslaan]
te selecteren bij stap 2
op p.252 en druk op de vier-
wegbesturing (5).
De camera zal zoeken naar opnamen
die zijn uitgevoerd met Cross-processing
en hierbij beginnen bij de meest recente
opname. (Tijdens het zoeken wordt een zandloperpictogram getoond)
Als een opname wordt gevonden, verschijnt een scherm waarin
u de instellingen kunt opslaan.
Als er geen opnamen worden gevonden die met Cross-processing zijn
uitgevoerd, verschijnt het bericht [Geen opname met cross processed].
2
Draai aan de e-knop aan
de voorzijde (R) om een
opname te selecteren die met
Cross-processing is uitgevoerd.
De Cross-processing-instelling van een gemaakte
opname opslaan
Om de instelling van Cross-processing op te slaan voor video-opnamen,
stel dit dan in bij [Video] in het menu [A Opnamemodus 4] met
de functiekiezer ingesteld op C (Video).
Cross-processing
Cross-processing
MENU
Instellingen opslaan
OFF
100-0001
1
Annul. OK
OK
MENU
Opslaan als Favoriet 3
Opslaan als Favoriet 2
Opslaan als Favoriet 1
Slaat de Cross-processing-
instellingen van deze
opname op
K-5_OPM_DUT.book Page 253 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
254
Opname-instellingen
6
3
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Opslaan als
Favoriet 1], [Opslaan als Favoriet 2] of [Opslaan als
Favoriet 3] te selecteren en druk op de knop 4.
De instelling van de geselecteerde opname wordt opgeslagen
in [Favoriet 1-3].
4
Druk tweemaal op de knop 3 om de procedure
af te sluiten.
K-5_OPM_DUT.book Page 254 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
255
Opname-instellingen
6
Veel gebruikte instellingen opslaan
U kunt de huidige camera-instellingen opslaan in de stand A en later
gemakkelijk weer oproepen.
U kunt de volgende instellingen opslaan.
Belichtingsfunctie
(anders dan B en C)
Transportstand
Flitsinstelling/
Flitsbelichtingscorrectie
Witbalans
Gevoeligheid/AUTO-instelling ISO
Belichtingscorrectiewaarde
Programmalijn
Belichtingsbracketing
Uitgebreide bracketing
(hoeveelheid bracketing/type)
•JPEG-resolutie
•JPEG-kwaliteit
Bestandsindeling
RAW-bestandsindeling
Instelling AUTO AF-punt
Ruisonderdrukking bij hoge
ISO-waarde
Ruisonderdrukking bij lange
sluitertijd
Instelling D-range
HDR-opname
Aangepaste opname
Cross-processing
Digitaal filter
Shake Reduction/
Horizoncorrectie
Objectiefcorrectie
Kleurruimte
Instelling e-knoppen/
Knoppen aanpassen
Instellingen van het menu
[A Pers.instelling 1-4]
De stand A kan niet worden geselecteerd als de functiekiezer is ingesteld
op B (Groen) of C (Video).
K-5_OPM_DUT.book Page 255 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
256
Opname-instellingen
6
Slaat de instellingen op in A. U kunt maximaal vijf verschillende
instellingen opslaan.
1
Geef de gewenste instellingen op.
2
Selecteer [USER-stand opslaan] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [USER-stand opslaan] verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Instellingen opslaan]
te selecteren en druk op de vier-
wegbesturing (5).
Het scherm [Instellingen opslaan]
verschijnt.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [A1] t/m [A5]
te selecteren en druk op de vier-
wegbesturing (5).
5
Druk op de vierwegbesturing (2)
om [Opsl] te selecteren en druk
op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen
en de camera keert terug naar het
scherm [USER-stand opslaan].
De instellingen opslaan
USER-stand opslaan
Instellingen opslaan
USER-st. hernoemen
Opgesl. instellingen controleren
USER-stand resetten
MENU
Instellingen opslaan
USER1
USER2
USER3
USER4
USER5
MENU
USER
1
USER
2
USER
3
USER
4
USER
5
Instellingen opslaan
Opsl
Annuleren
Slaat huidige instellingen op
in USER-stand 1
OK
OK
USER
1
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 256 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
257
6
Opname-instellingen
U kunt de naam wijzigen van de stand A waarin u de instellingen hebt
opgeslagen.
1
Selecteer [USER-st. hernoemen] bij stap 3
van “De instellingen opslaan” en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [USER-st. hernoemen] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [A1] t/m [A5]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
3
Voer de tekst in.
U kunt maximaal
18 alfanumerieke
single-byte karakters
en symbolen
invoeren.
Beschikbare bewerkingen
Een instelnaam wijzigen
Vierwegbesturing
(2345)
De cursor voor tekstselectie verplaatsen.
e-knop aan de
achterzijde (S)
De cursor voor tekstinvoer verplaatsen.
knop | Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters.
4-knop Een met de cursor voor tekstselectie geselecteerd
teken invoegen op de positie van de cursor voor
tekstinvoer.
Knop i Een teken op de positie van de cursor voor
tekstinvoer wissen.
USER-st. hernoemen
USER1
Annul.
1 teken wissen
Enter
Volt.
OK
MENU
USER
1
Cursor voor
tekstselectie
Cursor voor
tekstinvoer
K-5_OPM_DUT.book Page 257 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
258
Opname-instellingen
6
4
Verplaats de cursor voor tekstselectie na het invoeren van
tekst naar [Volt.] en druk op de knop 4.
De naam wordt gewijzigd.
Herhaal stap 2 t/m 4 om de namen van andere A-standen te wijzigen.
5
Druk op de knop 3.
1
Selecteer [Opgesl. instellingen controleren] bij stap 3 van
“De instellingen opslaan” (p.256) en druk op de
vierwegbesturing (5).
Het scherm [Opgesl. instellingen controleren] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [A1] t/m [A5]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
De huidige instellingen die zijn opgeslagen in de geselecteerde
A-stand, worden getoond.
3
Druk op de knop 4.
De camera keert terug naar het scherm
[USER-stand opslaan].
Het is heel eenvoudig om opgeslagen instellingen weer te activeren.
1
Zet de functiekiezer op A.
De bedieningsaanduiding van de A-stand verschijnt.
De opgeslagen USER-instellingen controleren
Opgeslagen USER-instellingen gebruiken
USER1
P
16M
±0
±0
±0
±0
±0
±1
±0
±0
2.0x5
200-800
-
0.5
BA
Adobe
RGB
JPEG
+1.0
ISO
AUTO
AWB
G1 A1
WB
MENU
USER
1
ISO
NR
AUTO
NR
ON
11
1
ON
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 258 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
259
6
Opname-instellingen
2
Gebruik de vierwegbesturing
(45) of de e-knop aan
de achterzijde (S) om [A1]
t/m [A5] te selecteren.
Druk op de vierwegbesturing (23)
om de opgeslagen instellingen
te controleren.
De opgeslagen instellingen worden
opgehaald.
3
Breng eventueel de gewenste
wijzigingen aan in de
instellingen.
De belichtingsfunctie kan worden
gewijzigd bij [Belichtingsfunctie] in het
menu [A Opnamemodus 1].
4
Maak een opname.
De bedieningsaanduiding van de A-stand wordt gedurende 30 seconden
weergegeven, ongeacht de instelling van [Hulpdisplay] in het menu
[R Instellen 1].
•[A1] t/m [A5] kunnen ook worden
geselecteerd bij [USER-stand] in het
menu [A Opnamemodus 1].
[USER-stand] en [Belichtingsfunctie]
worden alleen weergegeven in het menu
[A Opnamemodus 1] als de functiekiezer
is ingesteld op A.
De instellingen die u bij stap 3 hebt
gewijzigd, worden niet opgeslagen als
instellingen van de A-stand. Als u de
camera uitschakelt, worden de oorspronkelijke
opgeslagen instellingen hersteld.
P
09/09/2010
RAW Tv
Av
AF uitschakelen
10:30AM
RAW
AF
P
USER1
USER
1
USER-stand sRGB
Belichtingsfunctie PEF
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Objectiefcorrectie
Annul. OK
OK
MENU
1 234
P
Sv
Tv
Av
TAv
M
B
X
USER-stand
ABCDEFGHIJKLMNOPQR
sRGB
Belichtingsfunctie PEF
Bestandsindeling
JPEG-resolutie
JPEG kwaliteitsniveau
Instell. AUTO AF-punt
Objectiefcorrectie
Annul. OK
OK
MENU
11
USER
1
USER
2
USER
3
USER
4
USER
5
K-5_OPM_DUT.book Page 259 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
260
Opname-instellingen
6
Wijzigt de instellingen die zijn opgeslagen bij A1 t/m A5.
1
Voer de stappen 1 tot en met 3 van “Opgeslagen USER-
instellingen gebruiken” (p.258) uit.
2
Voer de stappen 2 tot en met 5 van “De instellingen
opslaan” (p.256) uit.
De instellingen worden gewijzigd en opnieuw opgeslagen.
Hiermee worden de instellingen die zijn opgeslagen bij A1 t/m A5
gereset naar de standaardinstelling.
1
Selecteer [USER-stand resetten] bij stap 3 van
“De instellingen opslaan” (p.256) en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [USER-stand resetten] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [A1] t/m [A5]
te selecteren en druk op de vierwegbesturing (5).
3
Druk op de vierwegbesturing (2)
om [Reset] te selecteren en druk
op de knop 4.
De instellingen van de A-
stand worden teruggezet naar
de standaardinstelling.
De instellingen wijzigen
Standaardinstellingen herstellen
USER-stand resetten
OK
OK
Annuleren
Reset
USER-stand 1 wordt gereset
naar stand.instell. en -naam
USER
1
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 260 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
7 Weergavefuncties
In dit hoofdstuk worden de verschillende weergavefuncties
in de weergavestand besproken.
Bediening van weergavefuncties ......................262
De weergavemethode instellen .........................265
Opnamen vergroten ...........................................267
Weergave van meerdere opnamen ...................269
Opnamen continu weergeven ...........................278
Opnamen roteren ...............................................281
Meerdere opnamen wissen ...............................283
Opnamen beveiligen tegen
wissen (Beveiligen) ............................................288
De camera aansluiten op een
audiovisueel apparaat ........................................290
K-5_OPM_DUT.book Page 261 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
262
7
Weergavefuncties
Bediening van weergavefuncties
Instellingen voor weergave van opnamen geeft u op in het weergavepalet
of het menu [Q Weergeven].
Druk in de weergavestand
op de vierwegbesturing (3)
om het weergavepalet op te roepen.
U kunt het weergavepalet zelfs weergeven
als een video wordt onderbroken.
Zie “De menu’s gebruiken” (p.48) voor meer informatie over het werken met
de menu’s.
Items van het weergavepalet
Onderdeel Functie Pagina
s Beeldrotatie
*1
Opnamen roteren. p.281
D Digitaal filter
*1
De kleurtint van opnamen wijzigen,
de filters Soft en Vlak toepassen,
of de helderheid aanpassen.
p.300
n Formaat wijzigen
*1
*2
Opnameresolutie en kwaliteitsniveau
van een gemaakte opname wijzigen,
en de opname opslaan als een
nieuw bestand.
p.296
o Bijsnijden
*1
Van de gewenste uitsnede
van een opname een nieuw
opnamebestand maken.
p.298
Einde
Beeldrotatie
Rotatie van opnamen.
OK
OK
MENU
Handig bij weergave op tv
en andere apparatuur
K-5_OPM_DUT.book Page 262 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
263
7
Weergavefuncties
*1 Deze functie is uitgeschakeld bij weergave van een video-opname.
*2 De functie is uitgeschakeld bij weergave van een RAW-opname.
*3 Deze functie kan alleen worden uitgevoerd als een video-opname wordt getoond.
U kunt de volgende instellingen opgeven
in het menu [Q Weergeven].
Druk op de knop
3
in de weergavestand.
Het menu [
Q Weergeven 1]
wordt
weergegeven.
u Diavoorstelling De opnamen doorlopend weergeven. p.278
K
Opslaan als
handm WB
*1
U kunt de instelling voor witbalans van
een opname kopiëren en opslaan als
handmatige witbalans.
p.240
h RAW-ontwikkeling
*1
RAW-opnamen converteren naar
JPEG-indeling.
p.306
p Index
*1
Een aantal opnamen samenvoegen
tot een nieuwe opname.
p.275
g Opnamen vergelijken
*1
Twee opnamen naast elkaar weergeven. p.273
[ Video bewerken
*3
Een video-opname splitsen en hieruit
segmenten onttrekken.
p.202
Z Beveiligen
Opnamen beveiligen tegen
abusievelijk wissen.
p.288
r DPOF
*1
*2
De DPOF-instellingen instellen. p.345
Instelopties van het menu Weergeven
Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 263 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
264
Weergavefuncties
7
Menu Onderdeel Functie Pagina
Q1
Diavoorstelling
De opnamen worden achter elkaar
door weergegeven. U kunt instellen hoe
de opnamen in de diavoorstelling
worden weergegeven.
p.278
Snel zoomen
De aanvankelijke vergroting instellen
tijdens het vergroten van opnamen.
p.265
Licht/donker geb
Instellen of tijdens weergave al dan
niet de waarschuwing voor lichte/donkere
gebieden moet worden weergegeven.
Auto opnamerotatie
Instellen om tijdens weergave opnamen
te roteren die zijn gemaakt met een
verticaal vastgehouden camera.
Alle opnamen
verwijderen
U kunt alle opgeslagen opnamen in één
keer wissen.
p.286
K-5_OPM_DUT.book Page 264 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
265
Weergavefuncties
7
De weergavemethode instellen
U kunt instellen wat tijdens vergroting van opnamen de aanvankelijke
vergroting moet zijn, instellen of de waarschuwing voor lichte/donkere
gebieden moet worden weergegeven, en instellen of opnamen die
zijn gemaakt terwijl de camera verticaal werd vastgehouden,
in de weergavestand automatisch moeten worden geroteerd.
1
Selecteer [Snel zoomen] in het menu [Q Weergeven 1]
en druk op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om de vergroting
te selecteren en druk
op de knop 4.
Maak een keuze tussen [Uit]
(standaardinstelling), [×2], [×4], [×8],
[×16] en [×32].
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Licht/donker geb]
te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om O of P te selecteren.
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
Alle opnamen verwijderen
Annul.
MENU
1
OK
OK
Uit
Diavoorstelling
Snel zoomen
Licht/donker geb
Auto opnamerotatie
Alle opnamen verwijderen
Einde
MENU
Uit
1
K-5_OPM_DUT.book Page 265 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
266
Weergavefuncties
7
4
Gebruik de vierwegbesturing (
23
) om [Auto opnamerotatie]
te selecteren en gebruik de vierwegbesturing (
45
)
om
O
of
P
te selecteren.
5
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
O
Bij weergave wordt de opname automatisch geroteerd als
[23. Rotatie-info opslaan] in het menu [A Pers.instelling 3] (p.105)
is ingesteld op [Aan] of wanneer de gegevens van de opnamerotatie
zijn opgeslagen bij [Beeldrotatie] (p.281). (Standaardinstelling)
P De opname wordt niet automatisch geroteerd tijdens weergave.
K-5_OPM_DUT.book Page 266 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
267
Weergavefuncties
7
Opnamen vergroten
U kunt opnamen in de weergavestand tot maximaal 32 keer vergroten.
1
Selecteer in de weergavestand
een opname met de
vierwegbesturing (45).
2
Draai de e-knop op de achterzijde
(S) naar rechts (in de richting
van y).
De opname wordt bij elke klik
vergroot (1,2 keer tot 32 keer).
Beschikbare bewerkingen
*De standaardinstelling voor de eerste klik (minimale vergroting) is 1,2 keer. U kunt dit
wijzigen bij [Snel zoomen] in het menu [Q Weergeven 1]. (p.265)
Vierwegbesturing (2345) Het uit te vergroten gebied verplaatsen.
e-knop op de achterzijde (S)
naar rechts (y)/knop m
Vergroot de opname
(tot maximaal 32 keer).
e-knop op de achterzijde (S)
naar links (f)/|-knop
Verkleint de opname
(tot maximaal 1,2 keer*).
4-knop De oorspronkelijke grootte herstellen.
e-knop aan de voorzijde (R) Behoudt de vergroting en de positie van
het vergrote gebied en toont de vorige/
volgende opname.
M-knop Schakelt de info-weergave in/uit.
2000 F5.6
JPEG
1/
100-0001
200
ISO
100-0001
x20
K-5_OPM_DUT.book Page 267 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
268
Weergavefuncties
7
U kunt de opname uitvergroten met behulp van dezelfde procedure die
u daarvoor gebruikt bij de Momentcontrole (p.81), Digitaal voorbeeld (p.156)
en Live weergave (p.191).
Verticale opnamen worden aanvankelijk volledig weergegeven met een
vergroting van 0,675 x die van horizontale opnamen, zodat de vergroting bij
de eerste klik in dat geval een vergroting is van 1,0 keer.
K-5_OPM_DUT.book Page 268 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
269
Weergavefuncties
7
Weergave van meerdere opnamen
U kunt op de monitor tegelijkertijd 4, 9, 16, 36 of 81 miniatuuropnamen
weergeven. De standaardinstelling is een weergave van 9 opnamen.
1
Draai de e-knop op de achterzijde
(S) naar links (naar f)
in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van
meerdere opnamen wordt weergegeven.
Er worden tegelijkertijd maximaal
negen miniatuuropnamen weergegeven.
Scherm voor weergave van meerdere opnamen
INFO
100-0001
Schuifbalk
Selectiekader
K-5_OPM_DUT.book Page 269 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
270
Weergavefuncties
7
Beschikbare bewerkingen
2
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
Vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst het selectiekader.
M-knop Weergave van het scherm [Ins weerg
meerd opn]. Kies het aantal opnamen dat
u tegelijkertijd wilt weergeven met
de vierwegbesturing (45).
(U kunt het Weergavetype niet selecteren als
u RAW-opnamen ontwikkelt (p.308).)
Knop i Selectie en verwijdering van meerdere
opnamen. (p.283)
Pictogrammen zoals C en ? worden niet weergeven bij de miniaturen
in de weergave van 81 opnamen.
INFO
Annul.
MENU
OK
OK
Weergavetype
Ins weerg meerd opn
K-5_OPM_DUT.book Page 270 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
271
7
Weergavefuncties
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van de mappen
waarin de opnamen zijn opgeslagen.
1
Draai op het scherm met weergave
van meerdere opnamen de e-knop
aan de achterzijde (
S
) opnieuw
naar links (naar
f
).
Het scherm Mapweergave wordt
weergegeven.
2
Kies de map waarvan u opnamen
wilt weergeven.
Het aantal opnamen dat is opgeslagen
in de geselecteerde map, wordt
weergegeven aan de rechterbovenzijde
van het scherm.
Beschikbare bewerkingen
3
Druk op de knop 4.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen tegelijkertijd uit
de geselecteerde map wordt weergegeven.
Opnamen weergeven aan de hand van
de mapnaam
Vierwegbesturing
(
2345)
Verplaatst het selectiekader.
Knop i De geselecteerde map samen met de erin
opgeslagen opnamen wissen. (p.285)
100
_
0105
12345
100 101 102
103 104 105
K-5_OPM_DUT.book Page 271 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
272
Weergavefuncties
7
Opnamen worden gegroepeerd en weergegeven op basis van
opnamedatum.
1
Druk in de weergave van meerdere
opnamen op de knop M.
Het scherm [Ins weerg meerd opn]
wordt weergegeven.
2
Druk opnieuw op de knop M.
Het scherm Kalenderweergave
wordt weergegeven.
Alleen datums waarop opnamen zijn
gemaakt worden weergegeven.
Opnamen weergeven op basis van
opnamedatum (Kalenderweergave)
INFO
Annul.
MENU
OK
OK
Weergavetype
Ins weerg meerd opn
INFO
Wissen
9
22
24
27
10
7
10
13
16
2010.
WED
FRI
MON
THU
SUN
WED
SAT
2010.
2/5
Miniatuur
Aantal opnamen dat
op deze datum is gemaakt
Opnamedatum
K-5_OPM_DUT.book Page 272 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
273
7
Weergavefuncties
Beschikbare bewerkingen
3
Druk op de knop 4.
Er verschijnt een volledige schermweergave van de geselecteerde opname.
U kunt twee opnamen naast elkaar weergeven.
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om g
(Opnamen vergelijken) te selecteren en druk
vervolgens op de knop 4.
De laatst weergegeven opname wordt twee keer zij aan zij weergegeven.
3
Selecteer met gebruik van
de e-knoppen twee opnamen
die u wilt vergelijken en vergelijk
deze links en rechts.
Vierwegbesturing (23) Een opnamedatum selecteren.
Vierwegbesturing (45) Een opname selecteren die op de
geselecteerde opnamedatum is gemaakt.
e-knop aan achterzijde
(S) naar rechts (y)
Weergave van de geselecteerde opname.
Naar links (f) draaien om terug te keren naar
de kalenderweergave.
M-knop U keert terug naar het scherm voor weergave
van verscheidene opnamen tegelijkertijd.
Knop i Geselecteerde opnamen wissen.
Opnamen vergelijken
100-0001
100-0001
x2
MENU
OK
x2
K-5_OPM_DUT.book Page 273 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
274
Weergavefuncties
7
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop 3.
De camera keert terug naar de normale weergavestand.
4-knop Telkens als u op de knop drukt, verspringt
het selectiekader naar de rechteropname,
naar beide opnamen en naar de linkeropname.
Vierwegbesturing
(2345)
Het te vergroten gebied verplaatsen. Als met
het selectiekader beide opnamen worden
geselecteerd, kunt u beide opnamen
tegelijkertijd bewerken.
knop | Hiermee wordt een positie van het vergrote
gebied naar het midden teruggeplaatst.
e-knop aan
de voorzijde (R)
Als met het selectiekader de linker-
of de rechteropname wordt geselecteerd,
wordt daar de vorige/volgende
opname weergegeven.
e-knop aan
de achterzijde (S)
De weergave van de opname vergroten
of verkleinen. Als met het selectiekader beide
opnamen worden geselecteerd, kunt u beide
opnamen tegelijkertijd bewerken.
M-knop De weergave van informatie
in- of uitschakelen.
Knop i Als met het selectiekader de linker-
of de rechteropname wordt geselecteerd,
wordt de geselecteerde opname gewist.
K-5_OPM_DUT.book Page 274 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
275
7
Weergavefuncties
U kunt een aantal opgeslagen opnamen samenvoegen en deze weergeven
als een indexafdruk. U kunt de weergegeven indexafdruk ook opslaan als
een nieuwe opname. U kunt de opnamen voor een indexafdruk selecteren
of opnamen willekeurig laten indelen.
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om p (Index)
te selecteren en druk op de knop 4.
Het scherm [Index] wordt weergegeven.
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
4
Gebruik de vierwegbesturing
(
23
) om een layout te selecteren
en druk op de knop 4.
U kunt o (Miniatuur),
p (Blokje), q (Willekeurig 1),
r (Willekeurig 2), s (Willekeurig 3)
of p (Luchtbel) selecteren.
Opnamen worden bij o weergegeven
op basis van het bestandsnummer (vanaf het laagste nummer),
en worden bij andere layouts in willekeurige volgorde weergegeven.
5
Gebruik de vierwegbesturing (
23
) om [Opnamen] te
selecteren
en druk op de vierwegbesturing (5).
Opnamen samenvoegen (Index)
Deze functie is niet beschikbaar voor video-opnamen.
MENU
OK
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Annul.
Een indexbeeld maken
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 275 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
276
Weergavefuncties
7
6
Selecteer het aantal opnamen
met de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
U kunt 12, 24 of 36 opnamen selecteren.
Als het aantal opgeslagen opnamen
kleiner is dan het getal dat is geselecteerd,
worden lege ruimtes weergegeven
wanneer [Lay-out] ingesteld
is op o en worden bij andere layouts sommige
opnamen mogelijk twee keer weergegeven.
7
Selecteer [Achtrgrd.] met de vierwegbesturing (23)
en druk op de vierwegbesturing (5).
8
Kies de achtergrond met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
U kunt kiezen uit een witte en een
zwarte achtergrond.
9
Selecteer [Selectie] met de vierwegbesturing (23)
en druk op de vierwegbesturing (5).
10
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een selectietype
te selecteren en druk
op de knop 4.
MENU
OK
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Annul.
Een indexbeeld maken
OK
12
24
36
MENU
12
OK
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Annul.
Een indexbeeld maken
OK
MENU
12
OK
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Annul.
Een indexbeeld maken
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 276 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
277
7
Weergavefuncties
11
Gebruik de vierwegbesturing
(
23
) om [Een indexbeeld maken]
t
e selecteren en druk
op de knop 4.
De indexopname wordt gemaakt
en er wordt een bevestigingsscherm
weergegeven.
12
Selecteer [Opslaan]
of [Opnieuw sorteren] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
Nadat de indexopname is opgeslagen, keert u terug naar de weergavestand
en wordt de indexopname weergegeven.
u Alle beelden
Uit alle opgeslagen opnamen worden automatisch
opnamen gekozen.
w Manueel
Selecteer afzonderlijk de opnamen die u wilt
opnemen in de index. Ga verder door
[Selec. opname(n)] te selecteren
en selecteer de afzonderlijke opnamen.
x Mapnaam
Uit een geselecteerde map worden automatisch
opnamen geselecteerd. Ga verder door [Een map
select.] te selecteren, en selecteer de map.
Opslaan
De indexopname wordt opgeslagen als een
P- en C-bestand.
Opnieuw
sorteren
Hiermee worden opnieuw de opnamen voor de index
geselecteerd en wordt een nieuw indexbeeld getoond.
Als [Miniatuur] is geselecteerd bij [Lay-out], wordt dit
item echter niet weergegeven.
Het maken van een indexopname kan enige tijd in beslag nemen.
MENU
12
OK
Index
Lay-out
Opnamen
Achtrgrd.
Selectie
Een indexbeeld maken
OK
MENU
Annuleren
Opnieuw sorteren
Opslaan
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 277 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
278
7
Weergavefuncties
Opnamen continu weergeven
U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar in een
diavoorstelling weergeven.
Stelt in hoe opnamen worden weergegeven tijdens een diavoorstelling.
1
Selecteer [Diavoorstelling] in het menu [Q Weergeven 1]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het opgeven van instellingen voor
de diavoorstelling verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een item te selecteren
dat u wilt wijzigen.
U kunt de volgende instellingen wijzigen.
Diavoorstelling instellen
Onderdeel Beschrijving Instelling
Interval
Selecteer een interval voor
de opnamen die worden
weergegeven.
3 sec (standaardinstelling)/
5 sec/10 sec/30 sec
Schermeffect
Stel een overgangseffect in dat
wordt getoond als van de ene
naar de andere opname
wordt gegaan.
Uit (standaardinstelling)/
Vervagen/Vegen/Strepen
Weergeven
herhalen
Stel in of de diavoorstelling
opnieuw begint nadat
de laatste opname
is weergegeven.
P (standaardinstelling)/O
Diavoorstelling start
Interval
Schermeffect
3sec
Weergeven herhalen
Starten
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 278 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
279
7
Weergavefuncties
3
Druk op de vierwegbesturing (5)
en gebruik de vierwegbesturing
(23) om de instelling te wijzigen
en druk op de knop 4.
1
Selecteer [Starten] in stap 2 op p.278 en druk
op de knop
4
. Of selecteer
u
(Diavoorstelling)
in het weergavepalet
en druk op de knop 4.
Het startscherm wordt weergegeven
en de diavoorstelling begint.
Beschikbare bewerkingen
De diavoorstelling starten
4-knop Onderbreekt de weergave. Druk nogmaals
om de weergave te hervatten.
Vierwegbesturing (4) De vorige opname wordt weergegeven.
Vierwegbesturing (5) De volgende opname wordt weergegeven.
Vierwegbesturing (3) Hiermee stopt u het afspelen.
Interval
Schermeffect
Weergeven herhalen
Starten
Annul.
MENU
OK
OK
3sec
5sec
10sec
30sec
OK
Starten
K-5_OPM_DUT.book Page 279 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
280
Weergavefuncties
7
2
De diavoorstelling afbreken.
De diavoorstelling wordt beëindigd als u een van de volgende handelingen
uitvoert tijdens weergave of pauze.
- u drukt op de vierwegbesturing (3)
*1
- u drukt op de knop Q
*1
- u drukt op de knop 3
*1
- u drukt de ontspanknop tot halverwege of volledig in
*2
- u draait aan de functiekiezer
*2
- u drukt op de knop =
*2
- u zet de hoofdschakelaar in de stand |
*2
*1
Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar
de normale weergavestand.
*2
Als de diavoorstelling is beëindigd, keert de camera terug naar de opnamestand.
Bij video wordt het eerste beeldje weergegeven; na het verstrijken van het
interval wordt het tweede beeldje weergegeven. Als u een video als zodanig wilt
afspelen tijdens een diavoorstelling, drukt u bij weergave van het eerste beeldje
op de knop
4
. Nadat de video is afgespeeld, wordt de diavoorstelling hervat.
K-5_OPM_DUT.book Page 280 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
281
Weergavefuncties
7
Opnamen roteren
Als u bij het maken van opnamen de
X
verticaal houdt, wordt de sensor
voor verticale stand geactiveerd en wordt rotatie-informatie aan de opname
toegevoegd, zodat de opname in de juiste stand kan worden weergegeven.
U kunt de rotatie-informatie wijzigen en de opname opslaan met behulp van
de volgende procedure.
1
Selecteer de opname die u wilt roteren in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
Als [23. Rotatie-info opslaan] in het menu [A Pers.instelling 4] (p.105)
is ingesteld op [Uit], dan wordt de rotatie-informatie bij het maken
van opnamen niet opgeslagen.
Als [Auto opnamerotatie] (p.266) in het menu [Q Weergeven 1] is ingesteld
op O (Aan), dan wordt een opname met rotatie-informatie tijdens weergave
automatisch geroteerd.
U kunt de rotatie-informatie van de opname niet wijzigen in de volgende situaties.
- wanneer de opname is beveiligd
-
wanneer de “tag” met rotatie-informatie van de opname niet met de opname
is opgeslagen
- wanneer [Auto opnamerotatie] (p.266) in het menu [Q Weergeven 1]
ingesteld is op P (Uit)
K-5_OPM_DUT.book Page 281 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
282
Weergavefuncties
7
3
Selecteer s (Beeldrotatie) met de vierwegbesturing
(2345) en druk vervolgens op de knop 4.
De geselecteerde opname wordt geroteerd in stappen van 90°
en de vier miniaturen worden weergegeven.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om een gewenste
rotatierichting te selecteren
en druk op de knop 4.
De rotatie-informatie van de opname
wordt opgeslagen.
MENU
OK
OKAnnul.
K-5_OPM_DUT.book Page 282 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
283
Weergavefuncties
7
Meerdere opnamen wissen
U kunt verscheidene opnamen tegelijk wissen in de weergave met meerdere
opnamen tegelijk.
1
Draai de e-knop op de achterzijde
(S) naar links (naar f)
in de weergavestand.
Het scherm voor weergave van meerdere
opnamen wordt weergegeven.
2
Druk op de knop i.
Het scherm voor het selecteren
van de te wissen opnamen
wordt weergegeven.
Het scherm verandert tijdelijk in een
weergave met 36 opnamen als [Ins weerg
meerd opn] (p.270) wordt ingesteld
op weergave van 81 opnamen.
Geselecteerde opnamen wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist.
U kunt maximaal 100 opnamen tegelijkertijd selecteren.
INFO
100-0001
K-5_OPM_DUT.book Page 283 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
284
Weergavefuncties
7
3
Selecteer de te wissen opnamen.
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop i.
Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt.
5
Selecteer [Kiezen & wissen] met
de vierwegbesturing (2).
6
Druk op de knop 4.
De geselecteerde opnamen worden gewist.
Vierwegbesturing
(2345)
Verplaatst het selectiekader.
4-knop Er wordt een O gezet en de opname wordt
geselecteerd. Druk opnieuw op de knop om terug
te keren naar P. U kunt geen beveiligde
opnamen (Z) selecteren.
e-knop aan de
achterzijde (S)
De geselecteerde opname wordt met het
selectiekader weergegeven op het hele scherm.
Als de opname schermvullend wordt
weergegeven, drukt u op de vierwegbesturing
(45) om de vorige of volgende opname weer
te geven.
OK
MENU
Wissen
Annuleren
Kiezen & wissen
Alle geselecteerde
beelden worden gewist
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 284 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
285
7
Weergavefuncties
U kunt een geselecteerde map en alle opnamen in de map wissen.
1
Draai de e-knop op de achterzijde
(S) twee klikken naar links
(naar f) in de weergavestand.
Het scherm Mapweergave
wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing
(2345) om een map
te selecteren die u wilt wissen
en druk op de knop i.
Het scherm voor bevestiging van het
wissen van de map verschijnt.
3
Selecteer [Wissen] met
de vierwegbesturing (2).
Een map wissen
100
_
0105
12345
100 101 102
103 104 105
Annuleren
100
_
0105
Wissen
Alle beelden in de
geselecteerde map
worden gewist
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 285 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
286
Weergavefuncties
7
4
Druk op de knop 4.
De geselecteerde map en alle opnamen in de map worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm
weergegeven als er beveiligde opnamen
zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles
handhaven] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Als u [Alles wissen] selecteert, worden
ook beveiligde opnamen gewist.
U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen.
1
Kies [Alle opnamen verwijderen] in het menu
[Q Weergeven 1] en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het wissen van alle opnamen wordt weergegeven.
2
Selecteer [Alle opnamen
verwijderen] met
de vierwegbesturing (2).
Alle opnamen wissen
Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald.
Alles handhaven
Alles wissen
OK
OK
opname(n)3
Beveiligde opnamen gevonden
Annuleren
Alle opnamen verwijderen
Alle opnamen worden uit
geheugen verwijderd
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 286 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
287
7
Weergavefuncties
3
Druk op de knop 4.
Alle opnamen worden gewist.
Er wordt een bevestigingsscherm
weergegeven als er beveiligde opnamen
zijn. Selecteer [Alles wissen] of [Alles
handhaven] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
Als u [Alles wissen] selecteert, worden
ook beveiligde opnamen gewist.
Alles handhaven
Alles wissen
opname(n)3
Beveiligde opnamen gevonden
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 287 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
288
7
Weergavefuncties
Opnamen beveiligen tegen
wissen (Beveiligen)
U kunt opnamen beveiligen, zodat deze niet per abuis kunnen worden gewist.
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om Z
(Beveiligen) te selecteren en druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van de beveiligingsmethode
wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
4
Selecteer een opname om te beveiligen met
de vierwegbesturing (45).
5
Selecteer [Beveiligen] met
de vierwegbesturing (2).
Selecteer [Beveiliging opheffen]
om de beveiliging van de opname
te annuleren.
Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart
wordt geformatteerd.
Eén opname beveiligen
MENU
Alle beelden
Enkel beeld
OK
OK
Beveiliging opheffen
100-0105
Beveiligen
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 288 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
289
7
Weergavefuncties
6
Druk op de knop 4.
De opname wordt beveiligd en het pictogram Y wordt rechts boven
in het scherm weergegeven.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6 als u nog meer opnamen wilt beveiligen.
7
Druk op de knop 3.
De camera keert terug naar de weergavestand.
1
Selecteer [Alle beelden] in stap 3 op p.288 en druk
op de knop 4.
2
Druk op de vierwegbesturing (2)
om [Beveiligen] te selecteren
en druk op de knop 4.
Alle opnamen op de SD-geheugenkaart
worden beveiligd.
Selecteer [Beveiliging opheffen]
om de beveiliging van alle opnamen
te annuleren.
Alle opnamen beveiligen
Beveiliging opheffen
Beveiligen
MENU
Alle beelden beveiligen
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 289 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
290
7
Weergavefuncties
De camera aansluiten op een
audiovisueel apparaat
U kunt de camera aansluiten op een TV of ander apparaat met een
video-ingang of HDMI-aansluiting en opnamen weergeven.
Gebruik de bijgeleverde AV-kabel I-AVC7 om de camera aan te sluiten
op een apparaat met een video-ingang.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open het klepje van de aansluitingen, richt de pijl
op de AV-kabel naar de markering 2 op de camera,
en sluit de kabel aan op de PC/AV-aansluiting.
Als u van plan bent de camera langdurig continu te gebruiken, wordt gebruik
van de (optionele) netvoedingsadapterset K-AC50 aanbevolen. (p.59)
Als uw AV-apparaat meerdere video-ingangen heeft, raadpleeg dan
de handleiding van het AV-apparaat en selecteer een geschikte video-
ingang waarop de camera wordt aangesloten.
U kunt composite video en HDMI niet gelijktijdig uitvoeren.
U kunt het volume niet op de camera regelen als die is aangesloten
op een AV-apparaat. Regel het volume dan op het AV-apparaat.
Als u op een externe monitor een film wilt bekijken terwijl u deze opneemt,
sluit de camera dan aan op een audiovisueel apparaat via het mini HDMI-
aansluitpunt. U kunt een film tijdens het opnemen niet weergeven met
gebruik van het PC/AV-aansluitpunt.
De camera aansluiten op een video-ingang
K-5_OPM_DUT.book Page 290 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
291
7
Weergavefuncties
3
Sluit het andere uiteinde van de AV-kabel aan op de video-
ingang van het audiovisuele apparaat.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in de videostand en de cameragegevens
worden weergegeven op het scherm van het aangesloten AV-apparaat.
Als voor thuistijd de standaardinstelling is geselecteerd (p.70), wordt het
video-uitgangssignaal gebruikt dat voor die regio het standaardsignaal is.
Afhankelijk van het land of de regio kan het gebeuren dat de opnamen niet
met dat signaal kunnen worden afgespeeld. Als dat het geval is, kiest
u een ander video-uitgangssignaal.
1
Selecteer [Video uit] in het menu [R Instellen 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [NTSC] of [PAL]
te selecteren en druk
op de knop 4.
3
Druk op de knop 3.
Het videosignaal wordt ingesteld.
Zelfs als u een externe microfoon hebt gebruikt om videogeluid op te nemen
in stereo, wordt het geluid mono afgespeeld.
Het video-uitgangssignaal selecteren
Het video-uitgangssignaal verschilt per regio. Als u [De tijd instellen]
bij de instelling voor wereldtijd (p.324) instelt op X (Bestemmingstijd),
wordt het video-uitgangssignaal aangepast aan dat van
de desbetreffende stad.
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
HDMI uit
USB-aansluiting
Mapnaam Dat,
Nieuwe map maken
Annul. OK
OK
MENU
1 2 34
±0
MSC
PAL
NTSC
K-5_OPM_DUT.book Page 291 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
292
Weergavefuncties
7
Gebruik een in de handel verkrijgbare HDMI-kabel om de camera aan
te sluiten op een apparaat met een HDMI-poort.
1
Zet het audiovisuele apparaat en de camera uit.
2
Open het klepje van de aansluitingen en sluit de HDMI-kabel
aan op de mini-HDMI-aansluiting.
3
Sluit het andere uiteinde van de HDMI-kabel aan
op de mini-HDMI-aansluiting op het AV-apparaat.
4
Zet het audiovisuele apparaat en de camera aan.
De camera wordt ingeschakeld in HDMI-modus en de cameragegevens
worden weergegeven op het scherm van het aangesloten AV-apparaat.
De camera aansluiten op een HDMI-poort
De camera is uitgerust met een mini-HDMI-aansluiting (type C). Gebruik een
in de handel verkrijgbare HDMI-kabel die geschikt is voor uw AV-apparaat.
Gedurende uitvoer van het HDMI-signaal wordt niets weergegeven
op het scherm van de camera.
Als u een externe microfoon hebt gebruikt om videogeluid op te nemen
in stereo, wordt het geluid ook stereo afgespeeld.
K-5_OPM_DUT.book Page 292 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
293
7
Weergavefuncties
Instellen van het uitgangssignaal van de HDMI-uitgang.
1
Selecteer [HDMI uit] in het menu [R Instellen 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
2
Selecteer een HDMI-
uitgangssignaal met
de vierwegbesturing (23).
*1 Dit hangt af van het geselecteerde video-uitgangssignaal; [480p] voor
NTSC en [576p] (720×576p) voor PAL.
3
Druk op de knop 4.
4
Druk op de knop 3.
Het HDMI-uitgangssignaal wordt ingesteld.
Het HDMI-uitgangssignaal selecteren
Auto
Automatisch wordt de maximale
resolutie geselecteerd die
overeenstemt met het AV-
apparaat en de camera.
(Standaardinstelling)
1080i 1920×1080i
720p 1280×720p
480p
*1
720×480p
Als het HDMI-uitgangssignaal is ingesteld op [1080i] of [720p], dan kan het
scherm van het AV-apparaat er anders uitzien dan dat van de camera.
De waarschuwing voor lichte/donkere gebieden wordt niet weergeven bij
Live weergave.
Als de belichtingsfunctie is ingesteld op C (Video), dan wordt het
uitgangssignaal vast ingesteld op [480p], ongeacht de instelling van het
HDMI-uitgangssignaal.
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
HDMI uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Annul. OK
OK
MENU
1 2 34
IMGP
PAL
±0
MSC
Auto
1080i
720p
576p
K-5_OPM_DUT.book Page 293 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
294
Weergavefuncties
7
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 294 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
8 Opnamen verwerken
In dit hoofdstuk wordt besproken hoe u gemaakte opnamen
verwerkt en RAW-opnamen bewerkt.
Het opnameformaat wijzigen .............................296
Opnamen bewerken met digitale filters ...........300
RAW-opnamen ontwikkelen ..............................306
K-5_OPM_DUT.book Page 295 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
296
8
Opnamen verwerken
Het opnameformaat wijzigen
Opnameresolutie en kwaliteitsniveau van een opname wijzigen,
en de opname opslaan als een nieuw bestand.
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau van de geselecteerde
opname wijzigen en de opname opslaan als een nieuw bestand.
De opnameresolutie kan worden verlaagd zonder de kwaliteit nadelig
te beïnvloeden.
1
Selecteer de opname waarvan u het formaat wilt wijzigen,
in de weergavestand.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om n (Formaat
wijzigen) te selecteren en druk op de knop 4.
Het scherm voor het selecteren van de opnameresolutie en het
kwaliteitsniveau wordt weergegeven.
De opnameresolutie en het kwaliteitsniveau
wijzigen (Formaat wijzigen)
U kunt alleen het formaat van JPEG-opnamen wijzigen die zijn gemaakt met
deze camera.
U kunt geen hogere resolutie selecteren dan die van de originele opname.
U kunt het formaat van opnamen waarvan het formaat met deze camera
al eerder veranderd is in S of Z, niet opnieuw wijzigen.
K-5_OPM_DUT.book Page 296 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
297
8
Opnamen verwerken
4
Druk op de vierwegbesturing
(45) om het gewenste
opnameformaat te selecteren.
U kunt een van de opnameformaten
kiezen, te beginnen bij één formaat
kleiner dan dat van de originele opname.
Welke formaten u kunt selecteren,
is afhankelijk van het oorspronkelijke
opnameformaat en de verhoudingen.
5
Druk op de vierwegbesturing (3) en selecteer het
kwaliteitsniveau met de vierwegbesturing (45).
U kunt kiezen uit Z, C, D en E.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met de
vierwegbesturing (23) en druk
op de knop 4.
De opname met het aangepaste formaat
wordt als afzonderlijk bestand
opgeslagen.
OK
OK
MENU
16M 10M
Annuleren
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 297 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
298
Opnamen verwerken
8
Snijdt van de geselecteerde opname alleen het gewenste
gebied uit en slaat dit op als een nieuwe opname. U kunt
ook de verhoudingen wijzigen.
1
Selecteer in de weergavestand de opname die
u wilt bijsnijden.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om o
(Bijsnijden) te selecteren en druk op de knop 4.
Het uitsnijkader waarmee u bepaalt welk deel u wilt bijsnijden en welke
afmetingen dat deel krijgt, wordt weergegeven.
4
Selecteer het formaat
en de positie van
het uitsnijkader.
Uitsneden maken (Bijsnijden)
U kunt alleen JPEG- en RAW-opnamen bijsnijden die zijn gemaakt met
deze camera.
Opnamen waarvan het formaat met deze camera al is aangepast tot S
of Z, kunnen niet worden uitgesneden.
OK
MENU
INFO
3:2
K-5_OPM_DUT.book Page 298 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
299
8
Opnamen verwerken
Beschikbare bewerkingen
5
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De uitgesneden afbeelding wordt als
afzonderlijk bestand opgeslagen.
e-knop aan
de achterzijde (S)
Wijzigen van de grootte van het uitsnijkader.
Vierwegbesturing
(2345)
Het uitsnijkader verplaatsen.
M-knop De verhouding wijzigen. U kunt kiezen uit [3:2],
[4:3], [16:9] en [1:1]. U kunt het beeld ook
roteren van -45° tot +45° in stappen van 1°.
knop | Het uitsnijkader roteren in stappen van 90°.
| wordt alleen weergegeven als het
uitsnijkader kan worden geroteerd.
Verhoudingen
Beeldrotatie
MENU
3:2
±0°
Annuleren
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 299 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
300
8
Opnamen verwerken
Opnamen bewerken
met digitale filters
U kunt gemaakte opnamen bewerken met gebruik van digitale filters.
De volgende filters zijn beschikbaar.
Filternaam Effect Parameter
Speels
Voor opnamen die
eruit zien alsof
ze zijn gemaakt met
een speelgoedcamera.
Niveau schaduwwerking: +1 t/m +3
Onscherpte: +1 t/m +3
Kleurbreuk: Rood/Groen/
Blauw/Geel
Retro
Voor ouderwets uitziende
opnamen.
Kleur aanpassen (B-A): 7 niveaus
Beeldinkadering: Geen/Dun/
Normaal/Dik
Sterk contrast
Voor opnamen met een
verhoogd contrast.
+1 t/m +5
Schetsfilter
Maakt een opname die
oogt alsof deze met een
potlood is getekend.
Contrast: Laag/Normaal/Hoog
Scratch effect: UIT/AAN
Aquarel
Voor opnamen die
geaquarelleerd lijken.
Intensiteit: +1 t/m +3
Kleurverzadiging: UIT/Laag/
Normaal/Hoog
Pastel
Voor opnamen die eruit
zien alsof ze zijn getekend
met krijt.
Zwak/Normaal/Sterk
Posterisatie
Reduceert de toon van
de opname zodanig
dat een opname wordt
gecreëerd die oogt
alsof die met de hand
is getekend.
+1 t/m +5
Miniatuur
Een deel van de opname
onscherp maken om een
miniatuur na te bootsen.
In-Focus vlak: -3 t/m +3
In-Focus breedte: Smal/
Gemiddeld/Breed
Hoek In-Focus vlak: Zijkant/
Verticaal/Positieve helling/
Negatieve helling
Onscherpte: +1 t/m +3
K-5_OPM_DUT.book Page 300 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
301
8
Opnamen verwerken
Aanpass.
basisparam.
Basisparameters
aanpassen om
de gewenste afbeelding
te verkrijgen.
Helderheid: -8 t/m +8
Kleurverzadiging: -3 t/m +3
Tint: -3 t/m +3
Contrast: -3 t/m +3
Scherpte: -3 t/m +3
Monochroom
Voor monochrome
opnamen zoals zwart-
witopnamen.
Filtereffect: UIT/Rood/Groen/Blauw/
Infraroodfilter
Kleur aanpassen (B-A): 7 niveaus
Kleur
Een kleurfilter over de
opname leggen. Keuze
uit 18 filters (6 kleuren ×
3tinten).
Kleur: Rood/Magenta/Blauw/Cyaan/
Groen/Geel
Kleurdichtheid: Licht/
Standaard/Donker
Kleurextractie
Onttrekt twee specifieke
kleuren en maakt
de rest van de opname
in zwart-wit.
Onttrokken kleur 1: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel
Onttrekbaar kleurbereik 1: -2 t/m +2
Ontrokken kleur 2: Rood/Magenta/
Blauw/Cyaan/Groen/Geel/UIT
Onttrekbaar kleurbereik 2: -2 t/m +2
Soft
Voor opnamen met
een soft focus over
het hele beeld.
Soft focus: +1 t/m +3
Schaduwonscherpte: UIT/AAN
Sterren
Voor nachtopnamen
of opnamen van door
water gereflecteerd
licht met een speciale
schittering die wordt
bereikt door aan de lichte
gebieden extra glitter toe
te voegen.
Vorm: Kruis/Ster/Hart/Muzieknoot
Aantal lichtbronnen: Klein/Normaal/
Groot
Formaat: Klein/Normaal/Groot
Hoek: 0°/30°/45°/60°
Fisheye
Voor opnamen die
eruitzien alsof ze zijn
gemaakt met een fish-
eye-objectief.
Zwak/Normaal/Sterk
Vlak
De horizontale en verticale
verhouding van opnamen
wijzigen.
-8 t/m +8
HDR
Voor opnamen die eruit
zien als een opname
met een groot
dynamisch bereik.
Zwak/Normaal/Sterk
Filternaam Effect Parameter
K-5_OPM_DUT.book Page 301 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
302
Opnamen verwerken
8
1
Selecteer in de weergavestand de opname waarop u een
digitaal filter wilt toepassen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om D (Digitaal
filter) te selecteren en druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van een filter verschijnt.
4
Kies een filter met
de vierwegbesturing (2345)
en druk op de knop 4.
Nadat u een filter hebt geselecteerd,
kunt u het effect daarvan controleren
op het scherm.
Draai aan d e-knop op de voorzijde (R)
om een andere opname te selecteren.
Aangepast-
filter
Voor het maken
en opslaan van naar eigen
wens gemaakte filters.
Sterk contrast: UIT/+1 t/m +5
Soft focus: UIT/+1 t/m +3
Toonreductie: UIT/Rood/Groen/
Blauw/Geel
Schaduwtype: 6 typen
Schaduwniveau: -3 to +3
Vervormingstype: 3 typen
Vervormingsniveau: UIT/Zwak/
Normaal/Sterk
Kleur inverteren: UIT/AAN
Alleen JPEG-bestanden en RAW-bestanden die met deze camera zijn
gemaakt, kunnen worden bewerkt met het digitale filter.
Het digitale filter toepassen
Filternaam Effect Parameter
Speels
OKEinde
OK
MENU
100-0001
K-5_OPM_DUT.book Page 302 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
303
8
Opnamen verwerken
5
Gebruik de vierwegbesturing (23) om een parameter
te selecteren en de vierwegbesturing (45) om de waarde
te wijzigen.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Combinatie van filters
gebruiken] of [Opslaan als]
te selecteren.
Selecteer [Combinatie van filters
gebruiken] als u nog meer filters wilt
toepassen op dezelfde opname.
8
Druk op de knop 4.
Als u [Combinatie van filters gebruiken] selecteert, keert de camera terug
naar stap 4.
Als u [Opslaan als] selecteert, wordt de met het filter bewerkte opname
als een nieuwe opname opgeslagen.
U kunt voor dezelfde opname maximaal 20 filters combineren, inclusief een
digitaal filter dat werd gebruikt tijdens het maken van de opname (p.184).
OK
MENU
100-0001
Rood
Vlak
OK
MENU
100-0001
Kleurfilter Vlak-filter
MENU
OK
Annuleren
Opslaan als
Combinatie van filters gebruiken
Verdergaan met filters select.?
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 303 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
304
Opnamen verwerken
8
Past de filtereffecten van een opname toe op andere opnamen.
1
Selecteer in de weergavestand een opname waarop filters
zijn toegepast.
2
Selecteer D (Digitaal filter) in het weergavepalet.
3
Selecteer [Filtereffecten opnieuw
maken] met de vierwegbesturing
(23) en druk op de knop 4.
De geschiedenis van de filterinstelling
voor de geselecteerde opname wordt
weergegeven.
4
Druk op de knop M
om de details van de parameters
weer te geven.
U kunt de filterparameters controleren.
5
Druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van opnamen verschijnt.
Filtereffecten kopiëren
MENU
Oorspr. opname zoeken
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken
OK
OK
Details
MENU
Onderst dig filters vorige
opname opnieuw toepassen
1. 5. 9.
13. 17. - -
2. 6.
10. 14. 18. - -
3. 7.
11. 15. 19. - -
4. 8.
12. 16. 20. - -
100-0001
INFO
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 304 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
305
8
Opnamen verwerken
6
Selecteer een opname waarop
u dezelfde filterinstellingen
wilt toepassen met
de vierwegbesturing (45)
en druk op de knop 4.
U kunt alleen opnamen selecteren die
nog niet met een filter zijn bewerkt.
Het bevestigingsscherm voor opslaan
verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De met het filter verwerkte opname wordt
opgeslagen als een nieuwe opname.
Zoeken naar de opname in de staat vóór het toepassen van het filtereffect
en die opname weergeven.
1
Selecteer [Oorspr. opname
zoeken] in stap 3 op p.304
en druk op de knop 4 button.
De oorspronkelijke opname (van
voor het toepassen van het filter)
wordt opgehaald.
Zoeken naar de oorspronkelijke opname
Als de oorspronkelijke opname niet meer opgeslagen is op de SD-
geheugenkaart, wordt het bericht [Originele opname zonder toegepast digitaal
filter niet gevonden] weergegeven.
MENU
Opname bewerken met
digitaal filter
100-0001
OK
OK
MENU
Annuleren
Opslaan als
Beeld opslaan als
nieuw bestand
OK
OK
MENU
Oorspr. opname zoeken
Digtaal filter toepassen
Filtereffecten opnieuw maken
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 305 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
306
8
Opnamen verwerken
RAW-opnamen ontwikkelen
U kunt RAW-bestanden omzetten in JPEG-bestanden of TIFF-bestanden.
1
Selecteer in de weergavestand een RAW-opname.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer h (RAW-ontwikkeling) met
de vierwegbesturing (2345) en druk op de knop 4.
Het scherm voor selectie van een ontwikkelmethode
wordt weergegeven.
U kunt alleen RAW-opnamen bewerken die zijn gemaakt met deze camera.
RAW-opnamen en JPEG-opnamen gemaakt met andere camera’s, kunnen
met deze camera niet worden bewerkt.
Eén RAW-opname ontwikkelen
K-5_OPM_DUT.book Page 306 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
307
8
Opnamen verwerken
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Eén opname
ontwikkelen] te selecteren
en druk op de knop 4.
De in het opnamebestand opgenomen
parameters worden weergegeven.
Draai aan d e-knop op de voorzijde
(R) om een andere opname
te selecteren.
Zie “Parameters opgeven” (p.309) als
u vóór het ontwikkelen de parameters
wilt opgeven.
5
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
6
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De RAW-opname wordt ontwikkeld
en opgeslagen als nieuw bestand.
7
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Doorgaan] of [Einde]
te selecteren.
Selecteer [Doorgaan] als u nog meer
opnamen wilt bewerken.
MENU
OK
Meerdere opnamen ontwikkelen
Eén opname ontwikkelen
OK
MENU
Bestandsindeling
16
M
sRGB
RAW
JPEG
OK
100-0001
ISO
NR
Annuleren
Opslaan als
MENU
Beeld opslaan als
nieuw bestand
RAW JPEG
OK
OK
Einde
Doorgaan
Opname ontwikkeld en
opgeslagen. Doorgaan met
ontwikkelen
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 307 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
308
Opnamen verwerken
8
8
Druk op de knop 4.
Als u [Doorgaan] selecteert bij stap 7, dan verschijnt opnieuw het scherm
voor selectie van de parameters uit stap 4.
U kunt meerdere RAW-opnamen ontwikkelen met dezelfde instellingen.
1
Selecteer [Meerdere opnamen ontwikkelen] in stap 4
op p.307 en druk op de knop 4.
Het scherm voor weergave van meerdere opnamen wordt weergegeven.
Zie p.269 voor bijzonderheden over bewerkingen die u kunt uitvoeren
in het scherm met meerdere opnamen.
2
Selecteer de RAW-opnamen die u wilt ontwikkelen met
de vierwegbesturing (2345) en druk op de knop 4.
3
Druk op de knop L.
Het scherm voor bevestiging van het
ontwikkelen verschijnt.
4
Selecteer [Opnamen ontwikkelen
zoals gemaakt] of [Opnamen
ontwikkelen met aangepaste
instell.] met de vierweg-
besturing (23).
Selecteer [Opnamen ontwikkelen met
aangepaste instell.] om parameters
te wijzigen. Raadpleeg “Parameters
opgeven” (p.309) voor bijzonderheden.
Het scherm voor selectie van een parameter verschijnt.
Meerdere RAW-opnamen ontwikkelen
MENU
OK
OK
zoals gemaakt
Opnamen ontwikkelen
Opnamen ontwikkelen
met aangepaste instell.
K-5_OPM_DUT.book Page 308 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
309
8
Opnamen verwerken
5
Gebruik de vierwegbesturing
(2345) om [Bestandsindeling],
[Resolutie] en [Kwaliteitsniveau]
in te stellen.
U kunt [JPEG] of [TIFF] selecteren voor
de bestandsindeling. Als [TIFF] wordt
geselecteerd, dan zijn de instellingen
[Resolutie] en [Kwaliteitsniveau] niet
beschikbaar.
6
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
7
Selecteer [Opslaan als] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De geselecteerde RAW-opnamen
worden ontwikkeld en opgeslagen
als nieuw bestand.
Parameters opgeven voor het ontwikkelen van RAW-opnamen.
U kunt de volgende parameters wijzigen.
Parameters opgeven
Parameter Value Pagina
Bestandsindeling JPEG/TIFF -
Resolutie
*1
p (4928×3264)/J (3936×2624)/
P (3072×2048)/i (1728×1152)
p.226
Kwaliteitsniveau
*1
Z (Premium) / C (Best) /
D (Beter) / E (Goed)
p.227
Aangepaste opname
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/
Levendig/Gedempt/Bleach Bypass/
Diapositiefilm/Monochroom
p.249
OK
OK
RAW
JPEG
MENU
Bestandsindeling
JPEG
16M
Annuleren
Opslaan als
MENU
Geselecteerde opnamen
worden opgeslagen als
nieuwe bestanden
RAW JPEG
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 309 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
310
Opnamen verwerken
8
*1 Dit kunt u niet instellen wanneer [Bestandsindeling] is ingesteld op [TIFF]. (De instelling
wordt vast ingesteld op p.)
*2 U kunt dit niet instellen voor RAW-opnamen die zijn gemaakt met de functie
Dubbelopnamen.
*3 U kunt dit alleen selecteren als er een compatibel objectief is bevestigd. (p.374)
1
Gebruik de vierwegbesturing
(23) in stap 4 op p.307
om de parameter te kiezen
die u wilt wijzigen.
2
Wijzig de waarde met de vierwegbesturing (45).
Druk op de vierwegbesturing (5) om het instelscherm voor Witbalans
en Aangepaste opname op te roepen.
Witbalans
*2
F (Auto)/G (Daglicht)/H (Schaduw)/
^ (Bewolkt)/JD (Neonlicht Daglicht
kleur)/JN (Neonlicht Daglicht wit)/
JW (Neonlicht Koelwit)/ JL (Neonlicht
Warmwit)/I (Lamplicht)/L (Flitser)/
f/K (Manueel)/K (Kleurtemperatuur)
p.232
Gevoeligheid -2,0 t/m +2,0 -
Ruisond. hoge ISO-wrd Auto/Uit/Zwak/Normaal/Sterk p.113
Schaduwcorrectie Uit/Zwak/Normaal/Sterk p.241
Vervormingscorrectie
*3
Uit/Aan p.245
Aanp. Lat. Chr. Abb.
*3
Uit/Aan p.245
Kleurruimte sRGB/AdobeRGB p.239
Parameter Value Pagina
MENU
Bestandsindeling
16
M
sRGB
RAW
JPEG
OK
100-0001
ISO
NR
K-5_OPM_DUT.book Page 310 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
311
8
Opnamen verwerken
3
Druk op de knop 4.
Het bevestigingsscherm voor opslaan verschijnt.
4
Selecteer [Opslaan als] met de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
De RAW-opname wordt ontwikkeld en opgeslagen als nieuw bestand.
U kunt het achtergrondbeeld niet opslaan en Digitaal voorbeeld niet
gebruiken met Witbalans en Aangepaste opname.
Als de witbalans is ingesteld op K (Manueel), druk dan op de knop M
om het scherm voor meting weer te geven.
K-5_OPM_DUT.book Page 311 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
312
Opnamen verwerken
8
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 312 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
9 Andere instellingen
wijzigen
In dit hoofdstuk wordt het wijzigen van overige
instellingen besproken.
Werken met het menu Instellen ........................314
SD-geheugenkaart formatteren .........................317
Knoppen aanpassen ..........................................318
Instellingen opgeven voor het
geluidssignaal, de datum en tijd
en de weergavetaal ............................................323
Weergave van monitor
en menu’s aanpassen .........................................329
Map/bestandsnummer instellen ........................336
De stroominstellingen selecteren .....................340
Fotograafgegevens instellen .............................343
DPOF-instellingen opgeven ..............................345
Corrigeren van defecte pixels
in de CMOS-sensor (Pixeluitlijning) .................347
Instellingen selecteren om op te slaan
in de camera (Geheugen) ..................................348
K-5_OPM_DUT.book Page 313 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
314
9
Andere instellingen wijzigen
Werken met het menu Instellen
Algemene camera-instellingen verrichten in het menu [R Instellen].
Voer de volgende instellingen uit in de menu’s [R Instellen 1-4].
Druk op de knop 3 in de opname-/weergavestand en selecteer met
de vierwegbesturing (45) de menu’s [R Instellen 1-4].
Zie “De menu’s gebruiken” (p.48) voor meer informatie over het werken met
de menu’s.
Instelopties van het menu Instellen
Menu Onderdeel Functie Pagina
R1
Language/u
Wijzigt de taal waarin menu’s
en berichten worden weergegeven.
p.328
Datum instellen Stelt de datumindeling en de tijd in. p.324
Wereldtijd
Toont bij reizen naar het buitenland
op de monitor, behalve de huidige locatie,
ook de lokale datum en tijd van
de opgegeven stad in het buitenland.
p.324
Tekstformaat
Stelt de tekstgrootte in van
een item dat is geselecteerd
in de betreffende menuschermen.
p.329
Signaal Schakelt het geluidssignaal in/uit. p.323
Hulpdisplay
Stelt in of indicaties al dan niet
op de monitor worden weergegeven.
p.329
Statusscherm
Stelt de weergavekleur van het
statusscherm en bedieningspaneel in.
p.331
K-5_OPM_DUT.book Page 314 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
315
Andere instellingen wijzigen
9
R2
Helderheid Wijzigt de helderheid van de monitor. p.333
LCD-kleur instellen Stelt de kleur van de monitor in. p.334
Video uit
Stelt het uitgangssignaal in bij aansluiting
op een AV-apparaat met een video-ingang.
p.291
HDMI uit
Instellen van het HDMI-uitgangssignaal
bij aansluiting op een AV-apparaat met
een HDMI-ingang.
p.293
USB-aansluiting
Stelt de USB-aansluitfunctie in bij
aansluiting op een computer.
p.353
Mapnaam
Stelt het systeem van
de mapnaaminstelling in voor
de map waarin opnamen moeten
worden opgeslagen.
p.336
Nieuwe map maken
Maakt een nieuwe map aan
op de SD-geheugenkaart.
p.336
R3
Bestandsnaam
Stelt de methode in die wordt gebruikt
voor het toewijzen van bestandsnamen
voor het opslaan van opnamen.
p.338
Copyrightinformatie
Sluit informatie over de fotograaf
en copyright in Exif in.
p.343
Auto Uitsch.
Stelt de tijd in totdat de camera
automatisch wordt uitgeschakeld.
p.340
Batterij kiezen
Instellen welke batterij wordt gebruikt
als de optionele batterijgreep (D-BG4)
wordt gemonteerd.
p.341
Reset Voert een reset uit van alle instellingen. p.372
R4
Pixeluitlijning
Brengt defecte pixels van de
CMOS-sensor in kaart en corrigeert deze.
p.347
Stofalarm Detecteert stof op de CMOS-sensor. p.379
Sensor stofvrij
maken
Reinigen van de CMOS-sensor met
ultrasone trillingen.
p.378
Sensor reinigen
Zet de spiegel vast in de omhooggeklapte
stand om de CMOS-sensor te kunnen
reinigen met een blaasbalgje.
p.381
Formatteren Formatteert een SD-geheugenkaart. p.317
Menu Onderdeel Functie Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 315 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
316
Andere instellingen wijzigen
9
Menu [
R
Instellen 1] Menu [
R
Instellen 2]
Menu [R Instellen 3]
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Einde
MENU
234
Nederlands
Hulpdisplay
Statusscherm
Signaal
3sec
Stand.
1
Helderheid
LCD-kleur instellen
Video uit
HDMI uit
USB-aansluiting
Mapnaam Dat,
Nieuwe map maken
Einde
MENU
1 2 34
PAL
±0
MSC
Auto
Copyrightinformatie
Bestandsnaam IMGP
Auto Uitsch. 1min
Batterij kiezen
Reset
Einde
MENU
123 4
Menu [R Instellen 4]
Pixeluitlijning
Stofalarm
Sensor stofvrij maken
Sensor reinigen
Formatteren
Einde
MENU
1234
K-5_OPM_DUT.book Page 316 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
317
Andere instellingen wijzigen
9
SD-geheugenkaart formatteren
Gebruik deze camera om een SD-geheugenkaart te formatteren
(initialiseren) die nog niet of op andere camera’s of andere digitale
apparaten is gebruikt.
Bij formatteren worden alle opgeslagen gegevens van
de SD-geheugenkaart gewist.
1
Selecteer [Formatteren] in het menu [R Instellen 4]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Formatteren] verschijnt.
2
Selecteer [Formatteren] met
de vierwegbesturing (2).
3
Druk op de knop 4.
Het formatteren begint.
Het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven als
het formatteren is voltooid.
Neem de SD-geheugenkaart niet uit tijdens het formatteren. De kaart kan
hierdoor beschadigd raken en onbruikbaar worden.
Bij formatteren worden alle gegevens verwijderd, beveiligde en onbeveiligde.
Wees dus voorzichtig.
Als u een SD-geheugenkaart formatteert, wordt het volumelabel “K-5” aan
de kaart toegewezen. Als de X wordt aangesloten op een computer,
wordt de SD-geheugenkaart herkend als een verwisselbare schijf met
de naam “K-5”. (p.355)
Formatteren
Annuleren
Formatteren
Alle gegevens worden
gewist
OK
OK
Formatteren
K-5_OPM_DUT.book Page 317 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
318
9
Andere instellingen wijzigen
Knoppen aanpassen
U kunt de functies instellen voor wanneer de knop |/Y, de knop =
of de voorbeeldknop wordt gebruikt, of voor wanneer de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt.
Voor elke belichtingsfunctie kunt u instellen welke functies worden
geactiveerd wanneer de e-knop aan de voorzijde en achterzijde
of de knop | wordt gebruikt.
1
Selecteer [Instelling e-knoppen] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Instelling e-knoppen 1] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een belichtingsfunctie
te selecteren.
Draai aan de e-knop aan de achterzijde
(S) om het scherm [Instelling
e-knoppen 2] op te roepen.
3
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor de geselecteerde belichtingsfunctie verschijnt.
4
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer een functie met
de vierwegbesturing (23).
U kunt de volgende instellingen opgeven
voor elke belichtingsfunctie.
De functie van de e-knoppen instellen
Instelling e-knoppen
P
Tv Av P
Av
ISO
Av P
LINE
Tv
Tv
- -
- -
- -
- -
- -
- -
Sv
Tv
Av
TAv
MENU
1 2
Instelling e-knoppen
P
Annul. OK
OK
MENU
Tv Av P
Av
P
LINE
P
SHIFT
P
SHIFT
P
LINE
Tv
- -
- -
- - - -
P
K-5_OPM_DUT.book Page 318 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
319
Andere instellingen wijzigen
9
Belichtings-
functie
R e-knop voorzijde S e-knop achterzijde |-knop
e
b
(Sluitertijd)
c
(Diafragma)
}e
(Terugkeren naar e)
c
(Diafragma)
b
(Sluitertijd)
}e
(Terugkeren naar e)
m
(Belichtingscorrectie)
eSHIFT
(Progr. instellen)
eLINE
(Programmalijn)
eSHIFT
(Progr. instellen)
m
(Belichtingscorrectie)
eLINE
(Programmalijn)
–––
K
o
(Gevoeligheid)
o
(Gevoeligheid)
––
eSHIFT
(Progr. instellen)
o
(Gevoeligheid)
eLINE
(Programmalijn)
o
(Gevoeligheid)
eSHIFT
(Progr. instellen)
eLINE
(Programmalijn)
m
(Belichtingscorrectie)
o
(Gevoeligheid)
o
(Gevoeligheid)
m
(Belichtingscorrectie)
b
b
(Sluitertijd)
––
b
(Sluitertijd)
b
(Sluitertijd)
m
(Belichtingscorrectie)
m
(Belichtingscorrectie)
b
(Sluitertijd)
b
(Sluitertijd)
o
(Gevoeligheid)
o AUTO
o
(Gevoeligheid)
b
(Sluitertijd)
o AUTO
K-5_OPM_DUT.book Page 319 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
320
Andere instellingen wijzigen
9
c
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
––
m
(Belichtingscorrectie)
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
m
(Belichtingscorrectie)
o
(Gevoeligheid)
c
(Diafragma)
o AUTO
c
(Diafragma)
o
(Gevoeligheid)
o AUTO
L/a
b
(Sluitertijd)
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
b
(Sluitertijd)
eLINE
(Programmalijn)
bSHIFT
(Sluitertijd-shift)
cSHIFT
(Diafragma-shift)
p
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
––
o
(Gevoeligheid)
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
o
(Gevoeligheid)
M
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
o
(Gevoeligheid)
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
o
(Gevoeligheid)
cSHIFT
(Diafragma-shift)
Belichtings-
functie
R e-knop voorzijde S e-knop achterzijde |-knop
K-5_OPM_DUT.book Page 320 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
321
Andere instellingen wijzigen
9
5
Druk op de knop 4.
6
Druk driemaal op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
U kunt de functies instellen voor wanneer de knop |/Y, de knop =,
de voorbeeldknop (hoofdschakelaar |) wordt gebruikt, of voor wanneer
de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt.
1
Selecteer [Knoppen aanpassen] in het menu
[A Opnamemodus 5] en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Knoppen aanpassen] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een knop te selecteren
om een functie in te stellen en
druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm verschijnt waarin de functie
voor de geselecteerde knop kan
worden ingesteld.
C
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
m
(Belichtingscorrectie)
c
(Diafragma)
c
(Diafragma)
m
(Belichtingscorrectie)
cSHIFT
(Diafragma-shift)
De functie voor de knoppen instellen
Belichtings-
functie
R e-knop voorzijde S e-knop achterzijde |-knop
Knoppen aanpassen
RAW/Fx-knop
AF-knop
Voorbeeld-wiel
Half indrukken sluiterknop
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 321 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
322
Andere instellingen wijzigen
9
3
Druk op de vierwegbesturing (5) en gebruik
de vierwegbesturing (23) om een functie te selecteren.
De volgende functies kunnen worden toegewezen aan elke knop.
4
Druk op de knop 4.
5
Druk driemaal op de knop 3.
De camera is gereed voor het maken van een opname.
Knop Instelling Functie Pagina
|
/
Y
-knop
1x voor
bestandsform.
Wijzigt tijdelijk
de bestandsindeling.
p.229
Belichtingsbracketin
g
Stelt Belichtingsbracketing in. p.177
Digitaal voorbeeld Toont het digitale voorbeeld. p.156
Elektr. waterpas
Toont de elektronische
waterpas op het scherm.
p.32
Compositie
aanpassen
Toont het scherm
[Compositie aanpassen].
p.247
=
-knop
AF activeren
Het autofocussysteem treedt
in werking.
p.142
AF uitschakelen
Schakelt autofocus uit met
de ontspanknop terwijl
de knop wordt ingedrukt.
Voorbeeld-wiel
Dig. vb
Toont het optische voorbeeld
als de hoofdschakelaar
in de voorbeeldstand
(
|
)staat.
p.153
Digitaal voorbeeld
Toont het digitale
voorbeeldmethode als
de hoofdschakelaar
in de voorbeeldstand
(
|
)staat.
Ontspanknop
tot halverwege
ingedrukt
AF activeren
Het autofocussysteem treedt
in werking.
-
Uit
Het autofocussysteem werkt
niet als de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt.
Uit (alleen Live View)
Alleen tijdens Live weergave
werkt het autofocussysteem
niet als de ontspanknop tot
halverwege wordt ingedrukt.
K-5_OPM_DUT.book Page 322 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
323
Andere instellingen wijzigen
9
Instellingen opgeven voor het
geluidssignaal, de datum en tijd
en de weergavetaal
U kunt het geluidssignaal van de camera aan- of uitzetten, of het volume
hiervan wijzigen. Standaard worden alle beschikbare items ingesteld op
O (Aan), en is het volumeniveau ingesteld op [3].
De volgende items kunnen worden ingesteld.
Scherpgesteld
AE-L (bedieningsgeluid Belichtingsgeheugen)
Zelfontspanner
Afstandsbediening
Spiegel omhoog
1x voor bestandsindeling (bedieningsgeluid wanneer [1x voor
bestandsform.] is toegewezen aan de knop |/Y )
1 sec. op OK drukken (bedieningsgeluid wanneer AF-punt wijzigen
is ingeschakeld of uitgeschakeld)
1
Selecteer [Signaal] in het menu [R Instellen 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Signaal 1] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (3) en gebruik
de vierwegbesturing (45) om het volume te wijzigen.
Kies uit zes niveaus. Met de waarde 0 zet u alle geluidssignalen uit.
3
Kies een onderdeel met
de vierwegbesturing (23).
Draai aan de e-knop aan de achterzijde
(S) om het scherm [Signaal 2]
op te roepen.
Het geluidssignaal instellen
Signaal
Volume
Scherpgesteld
AE-L
Zelfontspanner
Afstandsbediening
Spiegel omhoog
MENU
1 2
K-5_OPM_DUT.book Page 323 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
324
Andere instellingen wijzigen
9
4
Gebruik de vierwegbesturing (
45
) om
O
of
P
te selecteren.
5
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
U kunt de aanvankelijke datum- en tijdinstellingen wijzigen
en de notatie hiervan instellen. Kies [mm/dd/jj], [dd/mm/jj] of [jj/mm/dd]
voor de datumnotatie, en selecteer [12h] (12-uurs-weergave) of [24h]
(24-uurs-weergave) voor de tijdnotatie.
Instellen bij [Datum instellen] in het menu
[R Instellen 1] (p.314).
1 Datum en tijd instellen (p.74)
De datum en tijd die u selecteert bij “Basisinstellingen” (p.70) zijn de datum
en tijd van uw huidige locatie.
Door de bestemming bij [Wereldtijd] in te stellen kunt u de lokale datum
en tijd weergeven op de monitor wanneer u in het buitenland bent.
1
Selecteer [Wereldtijd] in het menu [R Instellen 1] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
De datum- en tijdweergave wijzigen
Wereldtijd instellen
MENU
00 00
:
24h
Datum instellen
Datumnotatie
Dat,
Tijd
instellingen voltooid
Annul.
// 20100101
dd/mm/jj
K-5_OPM_DUT.book Page 324 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
325
Andere instellingen wijzigen
9
2
Gebruik de vierwegbesturing
(45) om X (Bestemmingstijd)
of W (Thuistijd) in te stellen voor
[De tijd instellen].
De datum en tijd op het hulpdisplay
en bedieningspaneel worden op deze
instelling gebaseerd.
3
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het selectiekader wordt verplaatst naar X (De instelling
voor Bestemmingstijd).
4
Druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [X Bestemmingstijd] verschijnt.
5
Selecteer met
de vierwegbesturing (45)
een plaats van bestemming.
Draai aan de e-knop aan de achterzijde
(S) om een andere regio te selecteren.
De locatie, het tijdverschil en de huidige
tijd van de geselecteerde stad verschijnen.
6
Druk op de vierwegbesturing (23) om [Zomertijd]
te selecteren.
7
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
Selecteer O als de stad van bestemming de zomertijd (DST) hanteert.
Wereldtijd
De tijd instellen
Bestemmingstijd
Londen
Thuistijd
Amsterdam
MENU
10
00
:
10 00
:
Bestemmingstijd
Zomertijd
Londen
Annul.
MENU
00:00
10:00
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 325 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
326
Andere instellingen wijzigen
9
8
Druk op de knop 4.
De instellingen worden opgeslagen en de camera keert terug naar het
scherm [Wereldtijd].
9
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Zie “Lijst met steden voor wereldtijd Steden” (p.327) voor steden die als
bestemming kunnen worden geselecteerd.
Selecteer W (Thuistijd) in stap 2 om de plaats en de zomertijdinstelling
te selecteren.
X verschijnt in het hulpdisplay als [De tijd instellen] wordt ingesteld
op X (Bestemmingstijd). (p.28)
Als u [De tijd instellen] wijzigt in X (Bestemmingstijd), verandert de instelling
voor het videosignaal (p.291) in het videosignaalformaat van die stad.
K-5_OPM_DUT.book Page 326 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
327
Andere instellingen wijzigen
9
Lijst met steden voor wereldtijd Steden
Regio
Stad
Regio
Stad
Noord-
Amerika
Honolulu
Afrika/
West-Azië
Dakkar
Anchorage Algiers
Vancouver Johannesburg
San Francisco Istanboel
Los Angeles Caïro
Calgary Jeruzalem
Denver Nairobi
Chicago Jeddah
Miami Teheran
Toronto Dubai
New York Karachi
Halifax Kaboel
Midden-
en Zuid-
Amerika
Mexico-City Male
Lima Delhi
Santiago Colombo
Caracas Kathmandu
Buenos Aires Dacca
Sao Paulo
Oost-Azië
Yangon
Rio de Janeiro Bangkok
Europa
Lissabon Kuala Lumpur
Madrid Vientiane
Londen Singapore
Parijs Phnom-Penh
Amsterdam Ho Chi Minhstad
Milaan Jakarta
Rome Hongkong
Kopenhagen Peking
Berlijn Shanghai
Praag Manilla
Stockholm Taipei
Boedapest Seoul
Warschau Tokio
Athene Guam
Helsinki
Moskou
K-5_OPM_DUT.book Page 327 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
328
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, e.d. worden
weergegeven.
De camera ondersteunt de volgende talen: Engels, Frans, Duits, Spaans,
Portugees, Italiaans, Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch,
Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Traditioneel Chinees,
Vereenvoudigd Chinees en Japans.
Stel dit in bij [Language/u] in het menu
[R Instellen 1] (p.314).
1 De weergavetaal instellen (p.70)
Regio
Stad
Ocean
Perth
Adelaide
Sydney
Nouméa
Wellington
Auckland
Pago Pago
De weergavetaal instellen
Annul.
MENU
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 328 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
329
Andere instellingen wijzigen
9
Weergave van monitor
en menu’s aanpassen
U kunt de tekstgrootte van een item dat is geselecteerd in de betreffende
menu’s, instellen op [Stand.] (normale weergave) of [Groot]
(vergrote weergave).
Stel deze functie in bij [Tekstformaat] in het
menu [R Instellen 1] (p.314).
Geef de tijdsduur op dat bedieningsaanwijzingen moeten worden
weergegeven op de monitor als de camera wordt aangezet of als
een andere belichtingsfunctie wordt geselecteerd. (p.28)
U kunt kiezen tussen [3sec] (standaardinstelling), [10sec],
[30 sec.] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Hulpdisplay] in het
menu [R Instellen 1] (p.314).
Het tekstformaat instellen
De tijd voor weergave van het
hulpdisplay instellen
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Annul. OK
OK
MENU
1 234
Nederlands
Hulpdisplay
Statusscherm
Signaal
3sec
Stand.
Groot
Datum instellen
Wereldtijd
Tekstformaat
Signaal
Hulpdisplay
Statusscherm
Annul. OK
OK
MENU
1 234
Nederlands
MSC
3sec
10sec
30sec
Uit
K-5_OPM_DUT.book Page 329 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
330
Andere instellingen wijzigen
9
Stel in welke menutab als eerste op de monitor moet worden weergegeven
als de knop 3 wordt ingedrukt.
1
Selecteer [24. Menulocatie opslaan] in het menu
[A Pers. instelling 4] en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [24. Menulocatie opslaan] verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Menulocatie resetten]
of [Menulocatie opslaan]
te selecteren en druk
op de knop 4.
3
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Instellen welke menutab als eerste
wordt weergegeven
1
Menulocatie
resetten
Het menu [A Opnamemodus 1] (het menu
[A Opnamemodus 4] wanneer de belichtingsfunctie is
ingesteld op C (Video), en het menu [Q Weergeven
1] wanneer de camera in de weergavestand staat)
wordt altijd als eerste weergegeven.
(Standaardinstelling)
2
Menulocatie
opslaan
De laatst geselecteerde menutab wordt als
eerste weergegeven.
24.
1
2
Menulocatie opslaan
Menulocatie resetten
Menulocatie opslaan
Door de menuknop in te drukken
Annul. OK
OK
MENU
wordt de laatst gebruikte
menutab getoond
K-5_OPM_DUT.book Page 330 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
331
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt instellen of het statusscherm moet worden weergegeven
op de monitor, en welke weergavekleur het statusscherm,
het bedieningspaneel en het weergavepalet krijgen.
1
Selecteer [Statusscherm] in het menu [R Instellen 1]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Statusscherm] wordt weergegeven.
2
Gebruik de vierwegbesturing (45) om O
of P te selecteren.
3
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Autom.
schermrotatie] te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45) om O of P te selecteren.
4
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Weerg. kleur]
te selecteren en gebruik
de vierwegbesturing (45)
om te kiezen tussen zes
weergavekleuren.
5
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Het statusscherm instellen
O Toont het statusscherm. (Standaardinstelling)
P Toont het statusscherm niet.
O
Als de camera verticaal wordt vastgehouden terwijl de helderheid
wordt gemeten, dan wordt ook het statusscherm/bedieningspaneel
verticaal weergegeven. (Standaardinstelling)
P
Het statusscherm/bedieningspaneel wordt altijd horizontaal
weergegeven.
Statusscherm
Inschakelen
Autom. schermrotatie
Weerg. kleur
1/
125 5.6
F
MENU
1
K-5_OPM_DUT.book Page 331 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
332
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt instellen hoe Momentcontrole moet worden uitgevoerd.
1
Selecteer [Momentcontrole] in het
menu [A Opnamemodus 5] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Momentcontrole] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5)
en selecteer een weergaveduur
met de vierwegbesturing (23).
3
Druk op de knop 4.
4
Gebruik de vierwegbesturing (23) om [Histogram],
[Licht/donker geb] of [Momentcontr. vergrot.]
te selecteren.
5
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
Als [Momentcontr. vergrot.] is ingesteld op O (standaardinstelling),
dan kunt u de opname vergroten met de e-knop aan de achterzijde
(S). (p.267)
6
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
De weergave voor Momentcontrole instellen
Momentcontrole
MENU
Weergavetijd
Histogram
Licht/donker geb
Momentcontr. vergrot.
Annul. OK
OK
1sec
3sec
5sec
Uit
K-5_OPM_DUT.book Page 332 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
333
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt de helderheid van de monitor aanpassen. Wijzig de instellingen
wanneer de monitor moeilijk leesbaar is.
1
Kies [Helderheid] in het menu [R Instellen 2] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Helderheid] verschijnt.
2
Pas de helderheid aan met
de vierwegbesturing (45).
U kunt een keuze maken uit
15 helderheidsniveaus.
De waarde wordt gereset naar ±0 als
de knop | wordt ingedrukt.
3
Druk op de knop 4.
4
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
De helderheid van de monitor aanpassen
MENU
Helderheid
±0
Annul. OK
OK
+2
K-5_OPM_DUT.book Page 333 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
334
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt de kleur van de monitor aanpassen.
1
Selecteer [LCD-kleur instellen] in het menu [R Instellen 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [LCD-kleur instellen] wordt weergegeven.
2
Pas de kleur aan.
Langs de GM- en de BA-assen zijn zeven
niveaus (225 patronen) beschikbaar.
Beschikbare bewerkingen
3
Druk op de knop 4.
4
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
De kleur van de monitor aanpassen
Vierwegbesturing (23) Aanpassing van de kleurtinten tussen groen (G)
en magenta (M).
Vierwegbesturing (45) Aanpassing van de kleurtinten tussen blauw (B)
en amber (A).
knop | De aanpassingswaarde wordt hersteld.
e-knop aan
de voorzijde (R)
Een opgeslagen opname weergeven
op de achtergrond, zodat u de kleur
kunt aanpassen terwijl de opname wordt
weergegeven. Dit is een handige functie
om de kleur van monitor af te stemmen
op die van een computerscherm.
Annul.
LCD-kleur instellen
MENU
GG
BBA
A
MM
±0 ±0
±0
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 334 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
335
Andere instellingen wijzigen
9
Deze camera heeft een elektronische waterpas om te meten of de camera
horizontaal wordt gehouden, wat wordt aangegeven op het staafdiagram
in de zoeker en op het LCD-display en de monitor. Selecteer of u al dan
niet het staafdiagram wilt weergeven.
1
Selecteer [Elektr. waterpas] in het menu
[A Opnamemodus 4].
2
Selecteer O of P met
de vierwegbesturing (45).
3
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Weergave elektronische waterpas instellen
O
Toont het staafdiagram van
de elektronische waterpas.
P
Toont het staafdiagram van
de elektronische waterpas niet.
De staafgrafiek kan op de monitor getoond worden indien de M knop is
ingedrukt terwijl het controlepaneel getoond wordt. Indien [Elektr. waterpas] is
toegewezen aan de |/Y knop (p.321), druk op de |/Y knop terwijl het
statusscherm of Live Weergave getoond wordt om het elektronisch niveau te
tonen. (p.190)s
Video
Live weergave
Elektr. waterpas
Horizoncorrectie
Shake Reduction
Inv brandp afstand 35mm
1234 5
Einde
MENU
K-5_OPM_DUT.book Page 335 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
336
9
Andere instellingen wijzigen
Map/bestandsnummer instellen
U kunt een mapnaaminstelling kiezen voor de map waarin de opnamen
moeten worden opgeslagen.
Instellen bij [Mapnaam] in het menu
[R Instellen 2] (p.315).
Maakt een nieuwe map aan op een SD-geheugenkaart. Er wordt een map
aangemaakt met het nummer dat volgt op het nummer van de map die
momenteel wordt gebruikt.
1
Selecteer [Nieuwe map maken] in het menu [R Instellen 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Nieuwe map maken] verschijnt.
De mapnaaminstelling wijzigen
Dat,
De twee cijfers van de maand en dag waarop de opname is gemaakt,
worden in de mapnaam opgenomen in de notatie [xxx_MMDD]. [xxx]
is een rangnummer van 100 t/m 999. [MMDD] (maand en dag) wordt
weergegeven in de notatie die ingesteld is bij [Datum instellen] (p.324)
(standaardinstelling).
Voorbeeld) 101_0125: map voor opnamen die zijn gemaakt
op 25 januari
PENTX
De mapnaam wordt toegewezen in de notatie [xxxPENTX].
Voorbeeld) 101PENTX
Nieuwe mappen aanmaken
Helderheid
LCD-kleur instellen
Auto
Video uit
HDMI uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Annul. OK
OK
MENU
1 2 34
IMGP
PAL
±0
MSC
Dat,
PENTX
K-5_OPM_DUT.book Page 336 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
337
Andere instellingen wijzigen
9
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [Map maken]
te selecteren en druk
op de knop 4.
Er wordt een map met een nieuw
nummer aangemaakt.
U kunt een methode opgeven voor het toewijzen van een bestandsnummer
aan een opname als die opname in een nieuwe map wordt opgeslagen.
Stel dit in bij [Bestandsnummer] van [Geheugen] (p.348) in het menu
[A Opnamemodus 4].
Met deze procedure kan slechts één map worden aangemaakt. U kunt niet
meerdere lege mappen achter elkaar aanmaken.
Bestandsnummer instellen
O
Het bestandnummer van de opname die als laatste is opgeslagen
in de vorige map wordt opgeslagen, en zelfs als een nieuwe map wordt
gemaakt, krijgen opnamen die daarin worden opgeslagen een op dat
nummer volgend bestandsnummer.
P
De eerste opname die in een nieuwe map wordt opgeslagen, krijgt steeds
het nummer 0001.
Als het aantal opnamen dat kan worden opgeslagen, groter is dan 500, worden
opnamen opgeslagen in mappen met steeds 500 opnamen. Als de functie
Automatische bracketing echter actief is, worden de opnamen in dezelfde map
opgeslagen totdat het maken van opnamen gereed is, zelfs als daardoor meer
dan 500 opnamen in één map terechtkomen.
Nieuwe map maken
Annuleren
Map maken
Maakt een nieuwe opslagmap
met de volgende naam:
101 PENTX
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 337 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
338
Andere instellingen wijzigen
9
U kunt bestandsnamen van opnamen wijzigen.
De standaard-naamgevingsconventies zijn als volgt, afhankelijk van
de instelling bij [Kleurruimte] (p.239) in het menu [A Opnamemodus 3].
“xxxx” is het bestandsnummer. Dit is een viercijferig volgnummer. (p.337)
Bij sRGB kunt u naar wens andere tekens kiezen voor [IMGP] (4 tekens).
Bij AdobeRGB worden de eerste drie van de vier tekens die u hebt
geselecteerd, toegewezen in plaats van [IGP].
Voorbeeld: Als u voor [ABCDxxxx.JPG] hebt gekozen, worden bestanden
met AdobeRGB benoemd als [_ABCxxxx.JPG].
1
Selecteer [Bestandsnaam] in het menu [R Instellen 3]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Bestandsnaam] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Wijzigen]
met de vierwegbesturing
(23) en druk op de vier-
wegbesturing (5).
Het scherm voor het invoeren van tekst
wordt weergegeven.
3
Wijzig de tekst.
Bestandsnaam instellen
Kleurruimte Bestandsnaam
sRGB IMGPxxxx.JPG
AdobeRGB _IGPxxxx.JPG
Bestandsnaam
Wijzigen
Bestandsnaam herstellen
Adobe
RGB
s
RGB
I M G P xxxx.jpg
_ I G P xxxx.jpg
MENU
Bestandsnaam
Volt.
Annul. Enter
MENU
OK
Cursor voor
tekstselectie
Cursor voor
tekstinvoer
K-5_OPM_DUT.book Page 338 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
339
Andere instellingen wijzigen
9
Beschikbare bewerkingen
4
Verplaats de cursor voor tekstselectie na het invoeren van
tekst naar [Volt.] en druk op de knop 4.
De bestandsnaam wordt gewijzigd.
5
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
U kunt een oorspronkelijke bestandsnaam die u hebt gewijzigd herstellen.
1
Selecteer [Bestandsnaam herstellen] bij stap 2 op p.338
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Bestandsnaam herstellen] verschijnt.
2
Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (2) en druk
op de knop 4.
De bestandsnaam wordt gereset.
3
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Vierwegbesturing
(2345)
De cursor voor tekstselectie verplaatsen.
e-knop aan
de achterzijde (S)
De cursor voor tekstinvoer verplaatsen.
4-knop Een met de cursor voor tekstselectie
geselecteerd teken invoegen op de positie
van de cursor voor tekstinvoer.
De bestandsnaam resetten
K-5_OPM_DUT.book Page 339 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
340
9
Andere instellingen wijzigen
De stroominstellingen selecteren
U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer
hij gedurende bepaalde tijd niet is gebruikt. Maak een keuze uit [1min]
(standaardinstelling), [3min], [5min], [10min], [30min] en [Uit].
Stel deze functie in bij [Auto Uitsch.] in het
menu [R Instellen 3] (p.315).
Automatisch uitschakelen instellen
De automatische uitschakeling werkt niet in de volgende situaties:
- wanneer het Live weergave-beeld wordt weergegeven
- wanneer een diavoorstelling wordt weergegeven
- wanneer de camera met een USB-kabel aangesloten is op een computer
Als de camera na de ingestelde tijdsduur wordt uitgeschakeld, voer dan een
van de volgende procedures uit om de camera weer in te schakelen.
- Zet de camera weer aan.
- Druk de ontspanknop tot halverwege in.
- Druk op de knop Q, 3 of M.
Copyrightinformatie
Bestandsnaam
Auto Uitsch.
Batterij kiezen
Reset
Annul. OK
OK
MENU
123 4
1min
IMGP
3min
5min
10min
30min
Uit
K-5_OPM_DUT.book Page 340 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
341
Andere instellingen wijzigen
9
Als de optionele batterijgreep D-BG4 (p.383) is gemonteerd, kunt u instellen
of de batterij van de camera of die van de greep prioriteit krijgt.
1
Selecteer [Batterij kiezen] in het menu [R Instellen 3]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Batterij kiezen] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (5).
3
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om een voorkeursbatterij
te selecteren en druk
op de knop 4.
4
Als u AA-batterijen gebruikt
in de batterijgreep, selecteer
dan [AA-batterij] met
de vierwegbesturing
(23) en druk op de vier-
wegbesturing (5).
Een batterij selecteren
Autoselect
De batterij met het
meeste resterende
vermogen krijgt prioriteit.
(Standaardinstelling)
Body eerst/
Grip eerst
De geselecteerde batterij
krijgt prioriteit.
Batterij kiezen
Autoselect
MENU
Batterij kiezen
Annul.
MENU
OK
OK
Autoselect
Body eerst
Grip eerst
Batterij kiezen
Autoselect
AA-batterij
MENU
AUTO
K-5_OPM_DUT.book Page 341 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
342
Andere instellingen wijzigen
9
5
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om het AA-batterijtype
te selecteren en druk
op de knop 4.
Indien ingesteld op [Autodetect],
zal de camera automatisch het
batterijtype herkennen dat u gebruikt.
6
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Als zowel in de body als in de batterijgreep batterijen zijn geplaatst, wordt het
batterijniveau van beide gecontroleerd als de camera wordt ingeschakeld.
Ongeacht de instelling bij [Batterij kiezen], worden beide batterijen in lichte
mate gebruikt.
Als de huidige geselecteerde batterij als gevolg van die controle leeg raakt,
wordt op de monitor het bericht [Batterij leeg] weergegeven. Zet de camera
uit en weer aan, zodat kan worden overgeschakeld op de andere batterij.
U kunt de gebruiksstatus van de batterij controleren op het statusscherm
en het LCD-display. (p.58)
Als het type van de AA-batterijen die in de batterijgreep zijn geplaatst, afwijkt
van het batterijtype dat is ingesteld bij stap 5, dan wordt het batterijniveau niet
correct bepaald. Stel dus het juiste batterijtype in. Meestal werkt [Autodetect]
probleemloos. Echter bij lage temperaturen en het gebruik van batterijen die
lang zijn bewaard, moet u zelf het batterijtype instellen, zodat de camera het
juiste batterijniveau kan bepalen.
Batterij kiezen
Annul.
MENU
OK
OK
AA-batterij
Autodetect
Nikkelmetaalhydride
Alkaline
Lithium
AUTO
AUTO
Ni-MH
AL
Li
K-5_OPM_DUT.book Page 342 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
343
Andere instellingen wijzigen
9
Fotograafgegevens instellen
Cameratype, opnameomstandigheden en andere gegevens worden
automatisch ingesloten in opnamen in de Exif-gegevensindeling.
In deze Exif kunt u fotograafgegevens insluiten.
1
Selecteer [Copyrightinformatie] in het menu
[R Instellen 3] en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Copyrightinformatie] wordt weergegeven.
2
Selecteer O of P met
de vierwegbesturing (45).
3
Selecteer [Fotograaf] met de vierwegbesturing (23)
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm voor het invoeren van tekst wordt weergegeven.
4
Voer de tekst in.
Er kunnen maximaal
32 alfanumerieke
single-byte tekens
en symbolen
worden ingevoerd.
Gebruik de bijgeleverde software “PENTAX Digital Camera Utility 4” (p.358)
om de Exif-gegevens te controleren.
O
Copyrightgegevens worden
ingesloten in de Exif.
P
Copyrightgegevens worden
niet ingesloten in de Exif.
(Standaardinstelling)
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
Copyrighthouder
MENU
Fotograaf
Annul.
1 teken wissen
Enter
Volt.
OK
MENU
Cursor voor
tekstselectie
Cursor voor
tekstinvoer
K-5_OPM_DUT.book Page 343 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
344
Andere instellingen wijzigen
9
Beschikbare bewerkingen
5
Verplaats de cursor voor
tekstselectie na het invoeren
van tekst naar [Volt.] en druk
op de knop 4.
U keert terug naar het
scherm [Copyrightinformatie].
6
Selecteer [Copyrighthouder] met de vierwegbesturing
(
23
) en voer de tekst in op dezelfde manier als
bij [Fotograaf].
7
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Vierwegbesturing
(2345)
De cursor voor tekstselectie verplaatsen.
e-knop aan
de achterzijde (S)
De cursor voor tekstinvoer verplaatsen.
knop | Schakelen tussen hoofdletters en kleine letters.
4-knop Een met de cursor voor tekstselectie
geselecteerd teken invoegen op de positie
van de cursor voor tekstinvoer.
Knop i Een teken op de positie van de cursor voor
tekstinvoer wissen.
MENU
Copyrightinformatie
Copyrightgeg. insluiten
Fotograaf
Copyrighthouder
K-5_OPM_DUT.book Page 344 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
345
Andere instellingen wijzigen
9
DPOF-instellingen opgeven
U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart
met opgeslagen opnamen naar een zaak te brengen die foto’s afdrukt.
Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal
exemplaren opgeven, evenals of de datum moet worden afgedrukt.
1
Druk op de vierwegbesturing (3) in de weergavestand.
Het weergavepalet verschijnt.
2
Gebruik de vierwegbesturing (2345) om r (DPOF)
te selecteren en druk op de knop 4.
Het selectiescherm voor het wijzigen van instellingen wordt weergegeven.
3
Selecteer [Enkel beeld]
of [Alle beelden] met
de vierwegbesturing (23)
en druk op de knop 4.
4
Als u bij stap 3 [Enkel beeld]
hebt geselecteerd, selecteert
u met de vierwegbesturing
(45) een opname waarvoor
u DPOF-instellingen
wilt opgeven.
Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast.
U kunt DPOF-instellingen opgeven voor maximaal 999 opnamen.
MENU
Alle beelden
Enkel beeld
OK
OK
00
100-0105
MENU
OK
Dat,
Kopieën Dat,
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 345 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
346
Andere instellingen wijzigen
9
5
Kies het aantal exemplaren met de vierwegbesturing (23).
U kunt maximaal 99 exemplaren instellen.
K wordt weergegeven aan de rechterbovenzijde van het scherm voor
opnamen met DPOF-instellingen.
Als u de DPOF-instellingen wilt annuleren, stel het aantal exemplaren
dan in op [00].
6
Draai de e-knop op de achterzijde
(S) om O of P te selecteren
voor het afdrukken van de datum.
Herhaal de stappen 4 tot en met 6
om DPOF-instellingen op te geven voor
andere opnamen (tot maximaal 999).
7
Druk op de knop 4.
De DPOF-instellingen voor de geselecteerde opname worden
opgeslagen en u keert terug naar de weergavestand.
O De datum wordt afgedrukt.
P De datum wordt niet afgedrukt.
Afhankelijk van de printer of de afdrukapparatuur van het fotolab, wordt
de datum mogelijk niet afgedrukt op de opnamen, zelfs als de datum voor
de DPOF-instelling ingesteld is op O.
Het aantal exemplaren dat u opgeeft bij de instelling voor Alle beelden, is van
toepassing op alle opnamen, en het aantal dat is opgegeven bij de instelling
Enkel beeld wordt geannuleerd. Controleer of het opgegeven aantal correct
is alvorens de opnamen af te drukken.
01
100-0105
MENU
OK
Kopieën Dat,
Dat, OK
K-5_OPM_DUT.book Page 346 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
347
Andere instellingen wijzigen
9
Corrigeren van defecte pixels
in de CMOS-sensor (Pixeluitlijning)
Pixeluitlijning is een functie voor het in kaart brengen en compenseren van
CMOS-sensorpixels die defect zijn.
1
Selecteer [Pixeluitlijning] in het menu [R Instellen 4]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Pixeluitlijning] wordt weergegeven.
2
Selecteer [Pixeluitlijning]
met de vierwegbesturing (2)
en druk op de knop 4.
Pixels die defect zijn, worden
geregistreerd en gecompenseerd.
Het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Als de batterij bijna leeg is, verschijnt het bericht [Onvoldoende batterijvermogen
voor het activeren van pixeluitlijning] op de monitor. Gebruik in dat geval
de optionele netvoedingsadapterset K-AC50 of vervang de batterij door
een opgeladen batterij.
Pixeluitlijning
Annuleren
Pixeluitlijning
Controleert de
beeldsensor en
corrigeert defecte pixels
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 347 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
348
9
Andere instellingen wijzigen
Instellingen selecteren om op te slaan
in de camera (Geheugen)
U kunt opgeven welke functie-instellingen moeten worden opgeslagen als
de camera wordt uitgezet. U kunt de volgende functie-instellingen opslaan.
1
Selecteer [Geheugen] in het menu [A Opnamemodus 5]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Geheugen 1] verschijnt.
2
Kies een onderdeel met
de vierwegbesturing (23).
Draai aan de e-knop op de achterzijde
(S) om het scherm [Geheugen 2]
weer te geven.
Functie
Standaard-
instelling
Functie
Standaard-
instelling
Flitsinstelling O Cross-processing P
Transportstand O Uitgebreide Bracketing O
Witbalans O Digitaal filter P
Aangepaste opname O HDR-opname P
Gevoeligheid O Display weergave-info O
Belichtingscorrectie O Bestandsnummer O
Belichtingscompensatie O
[Geheugen] kan niet worden geselecteerd als de functiekiezer in de stand
A staat.
Geheugen
MENU
Flitsinstelling
Transportstand
Witbalans
Gevoeligheid
Belichtingscorrectie
Belichtingscompensatie
1 2
Aangepaste opname
K-5_OPM_DUT.book Page 348 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
349
Andere instellingen wijzigen
9
3
Selecteer O of P met de vierwegbesturing (45).
4
Druk twee keer op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
O
Ook als de camera wordt uitgeschakeld, blijven
de instellingen opgeslagen.
P
Als de camera wordt uitgeschakeld, worden de instellingen
gewist en de standaardinstellingen hersteld.
Stel [Bestandsnummer] in op O (Aan) om de bestandsnamen doorlopend
te nummeren, ook als er een nieuwe map wordt aangemaakt.
Zie “Bestandsnummer instellen” (p.337).
Bij een reset van het menu [R Instellen] (p.372) worden alle
geheugeninstellingen teruggezet naar de standaardinstelling.
K-5_OPM_DUT.book Page 349 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
350
Andere instellingen wijzigen
9
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 350 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
10 De camera aansluiten
op een computer
In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe u de camera
aansluit op een computer, hoe u de bijgeleverde
cd-rom installeert, enz.
Gemaakte opnamen bewerken
op een computer .............................................. 352
Opnamen opslaan op de computer ................ 353
Gebruik van de bijgeleverde software ........... 356
K-5_OPM_DUT.book Page 351 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
352
10
De camera aansluiten
op een computer
Gemaakte opnamen bewerken
op een computer
Foto-en video-opnamen kunnen worden overgezet naar een computer
door de X met een USB-kabel op de computer aan te sluiten;
daarna kunnen de opnamen op de computer worden beheerd met
de bijgeleverde software.
De volgende systeemvereisten worden aanbevolen bij aansluiting van
de camera op een computer of gebruik van de software “PENTAX Digital
Camera Utility 4”, die is bijgeleverd op de cd-rom (S-SW110).
Windows
Macintosh
Besturingssysteem
Windows XP (SP3 of later), Windows Vista, of Windows 7
(kan worden gebruikt als een 32-bits toepassing op elke
x64-editie van Windows.)
Processor
Equivalent van Pentium D 3.0 GHz of hoger (equivalent
van Intel Core 2 Duo-processor 2.0 GHz of hoger
aanbevolen)
RAM 2,0 GB of meer (3,0 GB of meer aanbevolen)
Vrije schijfruimte 1 GB of meer (8 GB of meer aanbevolen)
Monitor
1280×800 pixels of meer (1920×1200
of meer aanbevolen) met 24-bits full colour
(circa 16,77 miljoen kleuren)
Overige USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren
Besturingssysteem Mac OS X 10.4.11, 10.5, of 10.6
Processor
PowerPC G5 Dual-core 2.0 GHz of hoger (Intel Core 2
Duo-processor 2.0 GHz of hoger aanbevolen. Universal
Binary format.)
RAM 2.0 GB minimum (4.0 GB of meer aanbevolen)
Vrije schijfruimte 1 GB minimum (8 GB of meer aanbevolen)
Monitor
1280×800 pixels of meer (1920×1200 of meer aanbevolen)
met 24-bits full colour (circa 16,77 miljoen kleuren)
Overige USB 2.0-poort moet tot standaarduitrusting behoren
K-5_OPM_DUT.book Page 352 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
353
De camera aansluiten
op een computer
10
Opnamen opslaan op de computer
Stel de USB-aansluitfunctie in als u de camera aansluit op een computer
met de meegeleverde USB-kabel (I-USB7). De standaardinstelling
is [MSC].
1
Selecteer [USB-aansluiting] in het menu [R Instellen 2]
en druk op de vierwegbesturing (5).
2
Gebruik de vierwegbesturing
(23) om [MSC] of [PTP]
te selecteren.
Zie p.354 voor bijzonderheden.
3
Druk op de knop 4.
De instelling wordt gewijzigd.
4
Druk op de knop 3.
Het scherm dat werd weergegeven voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
De USB-aansluitfunctie instellen
Helderheid
LCD-kleur instellen
Auto
Video uit
HDMI uit
USB-aansluiting
Mapnaam
Nieuwe map maken
Annul. OK
OK
MENU
1 2
3
4
PAL
±0
MSC
PTP
K-5_OPM_DUT.book Page 353 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
354
De camera aansluiten
op een computer
10
MSC en PTP
MSC (Mass Storage Class)
Een stuurprogramma voor algemene doeleinden met apparaten die
via USB als geheugen op een computer zijn aangesloten. De term
slaat ook op de standaard waarop de besturing van USB-apparaten
met behulp van dit stuurprogramma berust.
Door simpelweg een apparaat dat USB Mass Storage Class
ondersteunt aan te sluiten, kunt u bestanden kopiëren, lezen van
en schrijven naar een computer zonder installatie van speciale
stuurprogramma’s.
PTP (Picture Transfer Protocol)
Een protocol voor de overdracht van digitale afbeeldingen
en de besturing van digitale camera’s via USB, gestandaardiseerd
als ISO 15740.
U kunt opnamegegevens uitwisselen tussen apparaten die PTP
ondersteunen zonder apparaatstuurprogramma’s te installeren.
Kies MSC als u de X aansluit op een computer, tenzij
anders aangegeven.
K-5_OPM_DUT.book Page 354 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
355
De camera aansluiten
op een computer
10
1
Zet de computer aan.
2
Zet de camera uit en sluit de camera met de bijgeleverde
USB-kabel aan op de computer.
3
Zet de camera aan.
De camera wordt herkend als een verwisselbare schijf of een
SD-geheugenkaart met een volumelabel “K-5”.
Als het dialoogvenster “K-5” verschijnt wanneer de camera wordt
aangezet, selecteer dan [Open folder to view files using Windows
Explorer] (Map openen en bestanden weergeven met Windows
Verkenner) en klik op [OK].
4
De opnamen opslaan op de computer.
Sleep de opnamebestanden of de map met opnamebestanden van
uw camera naar de vaste schijf van de computer of het bureaublad.
5
De camera loskoppelen van de computer.
Opnamen opslaan door de camera aan
te sluiten op de computer
K-5_OPM_DUT.book Page 355 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
356
10
De camera aansluiten
op een computer
Gebruik van
de bijgeleverde software
“PENTAX Digital Camera Utility 4” staat op de bijgeleverde cd-rom
(S-SW110). Met PENTAX Digital Camera Utility 4 kunt u opnamen
beheren die op de computer zijn opgeslagen, en RAW-bestanden
ontwikkelen die zijn gemaakt met de X en de kleur van
de opnamen aanpassen.
Compatibele bestandsindelingen: .bmp (BMP)/.jpg (JPEG)/
.pef (bestanden die zijn opgenomen met
de originele RAW-indeling van PENTAX)/
.png (PNG)/.tif (TIFF)/.dng (RAW-bestand
met DNG-indeling)
U kunt de software installeren van de bijgeleverde cd-rom.
Als u verscheidene accounts hebt ingesteld op uw computer, meldt
u zich aan met een account met beheersrechten om de software
te installeren.
1
Zet de computer aan.
Controleer of er geen andere software actief is.
2
Plaats de cd-rom (S-SW110) in het cd-romstation van
de computer.
Het scherm [PENTAX Software Installer] verschijnt.
De software installeren
K-5_OPM_DUT.book Page 356 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
357
De camera aansluiten
op een computer
10
3
Klik op [PENTAX Digital
Camera Utility 4].
Ga onder Windows verder bij stap 4.
Volg op de Macintosh
de aanwijzingen op het
scherm om de volgende
stappen uit te voeren.
4
Selecteer de gewenste taal
op het scherm [Choose Setup
Language] (Installatietaal
selecteren) en klik op [OK].
5
Als het scherm van
de [InstallShield Wizard]
wordt weergegeven
in de geselecteerde taal,
klikt u op de knop [Next]
(Volgende).
Volg de aanwijzingen op het
scherm om de volgende stappen
uit te voeren.
Als het scherm [PENTAX Software Installer] niet verschijnt
Onder Windows
1 Klik in het menu Start op [Deze computer].
2 Dubbelklik op het pictogram van het cd-romstation met
de cd-rom (S-SW110).
3 Dubbelklik op het pictogram [Setup.exe].
Op de Macintosh
1 Dubbelklik op het pictogram van de cd-rom S-SW110
op het bureaublad.
2 Dubbelklik op het pictogram [PENTAX Installer].
K-5_OPM_DUT.book Page 357 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
358
De camera aansluiten
op een computer
10
Bij de start van PENTAX Digital Camera Utility 4 wordt het volgende
(browser-)scherm weergegeven.
De tabbladenset Browser (standaardinstelling)
Op dit tabblad staan functies voor bestandsbeheer zoals het
weergeven en organiseren van opnamen.
1Menubalk
Hiermee worden functies of instellingen uitgevoerd.
Macintosh: de menubalk verschijnt boven aan het bureaublad.
2Werkbalk
Veel gebruikte functies worden aangeboden in de vorm van knoppen
op de werkbalk.
Schermen van de PENTAX Digital
Camera Utility 4
Bij deze uitleg worden schermfoto’s van de versie voor Windows
weergegeven.
1
5
343
2
K-5_OPM_DUT.book Page 358 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
359
De camera aansluiten
op een computer
10
3Bedieningspaneel
De opnamegegevens en de instellingen van de geselecteerde
opname worden in dit deelvenster weergegeven. U kunt
overschakelen naar een andere tabbladenset van het
bedieningspaneel door op de werkbalk op de knoppen Browser,
Laboratory of Custom op de werkbalk te klikken.
4Deelvenster bestandsweergave
De bestandenlijst en de opnamen van de geselecteerde map worden
hier weergegeven.
5Statusbalk
Op de statusbalk wordt informatie weergegeven over het
geselecteerde item.
De tabbladenset Laboratory (standaardinstelling)
Het bedieningspaneel voor het bewerken van de opname wordt
weergegeven.
K-5_OPM_DUT.book Page 359 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
360
De camera aansluiten
op een computer
10
De tabbladenset Custom (standaardinstelling)
De schermweergave kan hier worden aangepast.
Met de tabbladenset Custom (Aangepast) kunt u bijvoorbeeld
aangeven welke tabbladen wel en niet moeten worden weergegeven.
In de standaardinstelling worden alle tabbladen weergegeven.
Raadpleeg Help voor bijzonderheden over het gebruik van het
softwareprogramma.
1
Klik op de knop
op de werkbalk.
U kunt ook [PENTAX Digital
Camera Utility Help] selecteren
in het menu [Help].
Gedetailleerde informatie weergeven over de software
K-5_OPM_DUT.book Page 360 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
361
De camera aansluiten
op een computer
10
Over productregistratie
Als u even de tijd neemt om de software te registreren, kunnen wij
u beter van dienst zijn.
Klik op [Product Registration]
(Productregistratie) in het scherm
bij stap 3 op p.357.
Er wordt een wereldkaart voor
productregistratie via internet
weergegeven. Als uw computer
is verbonden met internet, klikt
u op het weergegeven land
of de weergegeven regio en volgt
u de aanwijzingen om de software
te registreren.
U kunt zich alleen online registreren
als uw land of regio wordt getoond.
K-5_OPM_DUT.book Page 361 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
362
De camera aansluiten
op een computer
10
Memo
K-5_OPM_DUT.book Page 362 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
11 Bijlage
Standaardinstellingen ........................................364
De menu’s resetten ............................................372
Beschikbare functies bij verschillende
objectiefcombinaties ..........................................374
CMOS-sensor reinigen .......................................378
Optionele accessoires .......................................383
Foutberichten .....................................................389
Problemen oplossen ..........................................392
Belangrijkste technische gegevens .................395
Verklarende woordenlijst ...................................402
Index ....................................................................408
GARANTIEBEPALINGEN ...................................416
K-5_OPM_DUT.book Page 363 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
364
Bijlage
11
Standaardinstellingen
In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen.
De functies in het geheugen (p.348) worden opgeslagen als de camera
wordt uitgezet.
Reset instelling
Ja : De instelling gaat terug naar de standaardinstelling met
de reset-functie (p.372).
Nee: De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
Richtingsknoppen
Menu [A Opnamemodus]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Transportstand
9
(Enkelbeeldopname)
Ja
p.170
p.162
p.165
p.177
p.168
Flitsinstelling
Is afhankelijk van
de opnamestand
Ja p.85
Witbalans F (Auto) Ja p.232
Aangepaste opname Helder Ja p.249
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
USER-stand
*1
A1Jap.258
Belichtingsfunctie
*1
e (Hyper-program) Ja p.258
Bestandsindeling JPEG Ja p.228
JPEG-resolutie p (4928×3264) Ja p.226
JPEG kwaliteitsniveau
C (Best) Ja p.227
Instell. AUTO AF-punt 11 AF-punten Ja p.145
K-5_OPM_DUT.book Page 364 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
365
Bijlage
11
Objectief-
correctie
Vervormingscorrectie Uit Ja
p.245
Aanp. Lat. Chr. Abb. Uit Ja
Cross-processing Uit Ja p.252
Uitgebreide
Bracketing
Type Uit Ja
p.181
Bracketinghoev.
BA±1 (Witbalans)/±1
(anders dan Witbalans)
Ja
Digitaal filter
Geen toepassing
van filters
Ja p.184
HDR-
opname
HDR-opname Uit Ja
p.242
Automatisch uitlijnen P (Uit) Ja
Dubbel-
opnamen
Aantal opnamen 2maal Ja
p.174
Auto LW-instelling P (Uit) Ja
Interval-
opname
Interval 1 sec. Ja
p.171
Aantal opnamen 2 opnamen Ja
Interval starten Nu Ja
Begintijd 12:00AM / 00:00 Ja
Compositie
aanpassen
X-Y-richting Midden Ja
p.247Rotatie ±0° Ja
Naar laatste positie P (Uit) Ja
Instelling
D-range
Hooglichtcorrectie Uit Ja
p.241
Schaduwcorrectie Uit Ja
ISO AUTO-
instelling
Gevoeligheidslimiet 100 – 3200 Ja
p.110
AUTO
ISO-parameters
s (Standaard) Ja
Ruisond. hoge ISO-wrd Auto Ja p.113
Ruisond. lange sltrtijd AUTO Ja p.115
Programmalijn k (normaal) Ja p.118
Kleurruimte
sRGB
Ja p.239
RAW-formaat
PEF
Ja p.229
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 365 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
366
Bijlage
11
Video
Resolutie
b (1280×720,
16:9, 30 fps)
Ja
p.194
Kwaliteitsniveau
C (Best) Ja
Geluid g (Aan) Ja
Cross-processing Uit Ja
Digitaal filter
Geen toepassing
van filters
Ja
Video-diafragmabed. Vast Ja
Shake Reduction l (Uit) Ja
Live
weergave
Autofocusstand
I (Gezichts-
herkenning AF)
Ja
p.188
Raster weergeven Uit Ja
Infoweergave O (Aan) Ja
Histogram
P (Uit) Ja
Licht/donker geb
P (Uit) Ja
Elektr. waterpas
P (Uit) Ja p.335
Horizoncorrectie
P (Uit) Ja p.160
Shake Reduction
k (Aan) Ja p.159
Inv brandp afstand
35 mm
Ja p.161
Moment-
controle
Weergavetijd 1 sec. Ja
p.332
Histogram
P (Uit) Ja
Licht/donker geb
P (Uit) Ja
Momentcontr.
vergrot.
O (Aan) Ja
Digitaal
voorbeeld
Histogram
P (Uit) Ja
p.154
Licht/donker geb
P (Uit) Ja
Momentcontr.
vergrot.
O (Aan) Ja
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 366 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
367
Bijlage
11
*1 Verschijnt alleen als de functiekiezer is ingesteld op A.
*2 De opgeslagen instellingen kunnen alleen worden gereset met [USER-stand resetten]
in het scherm [USER-stand opslaan].
Instelling
e-knoppen
e
Rb, Sc,
|´e
Ja p.318
K
R–, So, |
b
Rb, S–, |
c
R–, Sc, |
L/a
Rb, Sc,
|eLINE
p
R–, Sc, |
M
R–, Sc, |
C
R–, Sc,
|cSHIFT
Knoppen
aanpassen
|/Y-knop
1x voor bestandsform.
Ja p.321
=-knop
AF activeren
Voorbeeld-wiel
Dig. vb
Half indrukken
sluiterknop
AF activeren
Geheugen
Cross-processing,
Digitaal filter,
HDR-opname
P (Uit) Ja
p.348
Anders dan
de bovengenoemde
functies
O (Aan) Ja
USER-stand opslaan
–Ja
*2
p.256
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 367 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
368
Bijlage
11
Weergavepalet
*3 De bij [Digitaal filter] opgegeven parameters worden ook gereset.
Menu [Q Weergeven]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Beeldrotatie p.281
Digitaal filter Speels Ja
*3
p.300
Formaat wijzigen
Maximale grootte
overeenkomstig
instelling
–p.296
Bijsnijden
Maximale grootte
overeenkomstig
instelling
–p.298
Diavoorstelling p.278
Opslaan als handm WB p.240
RAW-ontwikkeling
Bestandsindeling:
JPEG
Opnameresolutie: p
Kwaliteitsniveau:
C
Ja p.306
Index p.275
Opnamen vergelijken p.273
Video bewerken p.202
Beveiligen Nee p.288
DPOF Nee p.345
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Dia-
voorstelling
Interval 3sec Ja
p.278Schermeffect Uit Ja
Weergeven herhalen
P (Uit) Ja
Snel zoomen Uit Ja
p.265Licht/donker geb
P (Uit) Ja
Auto opnamerotatie
O (Aan) Ja
Alle opnamen verwijderen p.286
K-5_OPM_DUT.book Page 368 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
369
Bijlage
11
Menu [R Instellen]
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
Language/u
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.328
Datum instellen
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.324
Wereldtijd
De tijd instellen W (Thuistijd) Ja
p.324
Bestemmingstijd
(Plaats)
Gelijk aan Thuistijd Nee
Bestemmingstijd
(Zomertijd)
Gelijk aan Thuistijd Nee
Thuistijd (Plaats)
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee
Thuistijd (Zomertijd)
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee
Tekstformaat
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.329
Signaal
Volume 3
Ja p.323
Instelling Alle
O (Aan)
Hulpdisplay 3sec Ja p.329
Status-
scherm
Statusscherm O (Aan) Ja
p.331
Autom.
schermrotatie
O (Aan) Ja
Weerg. kleur
1
Ja
Helderheid
±0
Ja p.333
LCD-kleur instellen
±0
Ja p.334
Video uit
Gelijk aan
standaardinstelling
Nee p.291
HDMI uit Auto Ja p.293
USB-aansluiting
MSC
Ja p.353
Mapnaam Dat, Ja p.336
Nieuwe map maken p.336
Bestandsnaam
IMGP/_IGP
No
*4
p.338
K-5_OPM_DUT.book Page 369 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
370
Bijlage
11
*4 De instelling kan alleen worden gereset met [Bestandsnaam herstellen] in het
scherm [Bestandsnaam].
Menu [A Pers. instelling]
Copyright-
informatie
Copyrightgeg.
insluiten
P (Uit)
Nee p.343
Fotograaf
Copyrighthouder
Auto Uitsch. 1min Ja p.340
Batterij
kiezen
Batterij kiezen
Autoselect
Ja
p.341
AA-batterij
Autodetect
Ja
Reset p.372
Pixeluitlijning
p.347
Stofalarm
p.379
Sensor
stofvrij
maken
Sensor stofvrij maken
p.378
Bij inschakelen
O (Aan) Ja
Sensor reinigen p.381
Formatteren p.317
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
1. LW-stappen 1/3 LW Stap Ja p.136
2. Gevoeligheidsstappen Stappen van 1 LW Ja p.108
3. Uitgebreide gevoeligheid Uit Ja p.108
4. Bedrijftijd lichtmtr 10sec Ja p.134
5. AE-L met AF lock Uit Ja p.149
6. Koppelt belicht.+ AF Uit Ja p.134
7. Auto LW-correctie Uit Ja
8. Volgorde A Bracketing
0 - +
Ja p.177
9. Bracketing-in-één Uit Ja p.180
10. Instellingsbereik witbalans
Automatisch
aanpassen
Ja p.234
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 370 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
371
Bijlage
11
*5 De opgeslagen instelwaarde kan alleen worden gereset met [Reset] in het scherm
[26. AF-aanpassing].
11. WB bij flitsen Autom. Witbalans Ja p.234
12. AWB bij lamplicht Subtiele correctie Ja
13. Kleurtemperatuurstappen Kelvin Ja p.237
14. AF-punt weergeven Aan Ja p.145
15. AF.S-instelling
Scherpstellings-
voorkeuze
Ja p.140
16. AF.C-instelling
Scherpstellings-
voorkeuze
Ja p.140
17. AF-hulplicht Aan Ja p.141
18. AF met afstandsbediening Uit Ja p.167
19. Afst bed bij tijdopname
Modus 1
Ja p.131
20. Ontspant bij opladen Uit Ja p.92
21. Draadloos flitsen Aan Ja p.217
22. LCD-displayverlichting Sterk Ja p.42
23. Rotatie-info opslaan Aan Ja p.281
24. Menulocatie opslaan Menulocatie resetten Ja p.330
25. Catch-in focus Uit Ja p.152
26. AF-aanpassing Uit Ja
*5
p.143
27. Diafragmaring gebruiken Niet toegestaan Ja p.376
Reset pers.instellingen p.373
Onderdeel Standaardinstelling
Reset
instelling
Pagina
K-5_OPM_DUT.book Page 371 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
372
Bijlage
11
De menu’s resetten
De instellingen in de menu’s [A Opnamemodus], [Q Weergeven]
en [R Instellen], richtingsknoppen en het weergavepalet kunnen worden
gereset naar de standaardinstellingen.
1
Selecteer [Reset] in het menu [R Instellen 3] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset] verschijnt.
2
Druk op de vierwegbesturing (2)
om [Reset] te selecteren en druk
op de knop 4.
De fabrieksinstellingen worden hersteld
en het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
De menu’s Opnamemodus/Weergeven/
Instellen resetten
Language/u, Datum aanpassen, de instellingen voor de stad en zomertijd
voor wereldtijd, tekstgrootte, video-uitgangssignaal, copyrightgegevens
en de instellingen in het menu [A Pers. instelling] worden niet gereset.
[Reset] kan niet worden geselecteerd als de functiekiezer in de stand A staat.
Reset
Annuleren
Reset
Terug naar fabrieks
instellingen
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 372 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
373
Bijlage
11
Reset instellingen in het menu [A Pers. instelling] naar
de standaardwaarden.
1
Selecteer [Reset pers.instellingen] in het menu [A Pers.
instelling 4] en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Reset pers.instellingen] wordt weergegeven.
2
Druk op de vierwegbesturing (2)
om [Reset] te selecteren en druk
op de knop 4.
De fabrieksinstellingen worden hersteld
en het scherm dat werd weergegeven
voordat u het menu selecteerde,
wordt opnieuw weergegeven.
Menu Persoonlijke instellingen herstellen
Reset pers.instellingen
Annuleren
Reset
Van persoonlijke
instellingen terug naar
fabrieksinstellingen
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 373 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
374
Bijlage
11
Beschikbare functies bij
verschillende objectiefcombinaties
Met de fabrieksinstellingen kunnen alleen DA-, DA L- en FA J-objectieven
en D FA/FA/F/A-objectieven met een positie s (Auto) op de diafragmaring
worden gebruikt. Zie “Bijzonderheden over [27. Diafragmaring gebruiken]”
(p.376) voor andere objectieven en D FA/FA/F/A-objectieven met
de diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s.
z: Functies zijn beschikbaar wanneer de diafragmaring is ingesteld
op positie s.
# : Sommige functies zijn beperkt beschikbaar.
× : Functies zijn niet beschikbaar.
Objectief
[type vatting]
Functie
DA
DA L
D FA
FA J
FA
*6
F
*6
A M
P
[KAF]
[K
AF2]
[K
AF3]
[KAF]
[K
AF2]
[KAF] [KA] [K]
Autofocus
(Alleen objectief)
(Met AF-adapter 1,7×)
*1
z
z
z
#
*9
#
*9
Handmatig scherpstellen
(Met de scherpstelindicatie)
*2
(Met het matglas)
z
z
z
z
z
z
z
z
z
z
Quick-Shift Focussysteem
#
*5
× ×××
Elf AF-punten/Vijf AF-punten zzz #
*9
×
Meervlaks lichtmeting zzzz×
e (Hyper-program) zzzz
#
*10
K (Gevoeligheidsvoorkeuze) zzzz #
*10
b (Sluitertijdvoorkeuze) zzzz #
*10
c (Diafragmavoorkeuze) zzzz #
*10
L (Sluitertijd-
en diafragmavoorkeuze)
zzzz
#
*10
a (Hyper-manual) zzzz
#
K-5_OPM_DUT.book Page 374 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
375
Bijlage
11
*1 Objectieven met een maximaal diafragma van F2.8 of sneller. Alleen beschikbaar voor
de positie s.
*2 Objectieven met een maximaal diafragma van F5.6 of sneller.
*3 Bij gebruik van de ingebouwde flitser en een AF540FGZ, AF360FGZ, AF200FG
of AF160FC.
*4
Aberratiecorrectie is beschikbaar bij [Objectiefcorrectie] in het menu [
A
Opnamemodus 1].
De instelling [Vervormingscorrectie] wordt uitgeschakeld bij gebruik van het DA
10-17 mm FISH-EYE-objectief.
*5 Alleen beschikbaar bij compatibele objectieven.
*6 Als u een FA/F SOFT 85 mm F2.8-objectief of FA SOFT 28 mm F2.8-objectief wilt
gebruiken, stel [27. Diafragmaring gebruiken] dan in op [Toegestaan] in het menu
[A Pers. instelling 4]. Er kunnen opnamen worden gemaakt met de ingestelde
diafragmawaarde, maar alleen binnen het bereik voor handmatige instelling van het
diafragma.
*7 Alleen beschikbaar bij FA-objectieven met K
AF2-vatting.
*8 Alleen beschikbaar met compatibele objectieven (FA 31 mm F1.8 Limited,
FA 43 mm F1.9 Limited, of FA 77 mm F1.8 Limited).
*9 Het scherpstelgebied wordt vast ingesteld op U (Midden).
*10 c (Diafragmavoorkeuze) Automatische belichting met open diafragma. (Draaien van
de diafragmaring heeft geen effect op de eigenlijke diafragmawaarde.)
DA-objectieven met een ultrasone motor en FA- zoomobjectieven met
powerzoom maken gebruik van de K
AF2-vatting. Bij DA-objectieven met een
ultrasone motor, maar zonder AF-koppeling wordt de K
AF3-vatting gebruikt.
FA-objectieven met één enkele brandpuntsafstand (objectieven zonder
zoom), DA- of DA L-objectieven zonder ultrasone motor en D FA-,
FA J- en F-objectieven zijn uitgerust met de K
AF-vatting.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzingen van de betreffende objectieven
voor bijzonderheden.
Objectief
[type vatting]
Functie
DA
DA L
D FA
FA J
FA
*6
F
*6
A M
P
[KAF]
[K
AF2]
[KAF3]
[KAF]
[K
AF2]
[KAF] [KA] [K]
Automatisch P-DDL-flitsen
*3
zzzz×
Power zoom z
*7
–––
Automatisch informatie over
de brandpuntsafstand van het
objectief verkrijgen bij gebruik
van de functie Shake Reduction
zzz××
Functie voor objectiefcorrectie
*4
z ×
*8
×××
Namen van objectieven en vattingen
K-5_OPM_DUT.book Page 375 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
376
Bijlage
11
Wanneer de diafragmaring is ingesteld op een andere positie dan s (Auto)
of wanneer er een objectief zonder positie s, of accessoires zoals een
auto-tussenringenset of autobalg worden gebruikt, dan werkt de camera
niet, behalve wanneer [27. Diafragmaring gebruiken] is ingesteld
op [Toegestaan] in het menu [A Pers. instelling 4]. Zie “Bijzonderheden
over [27. Diafragmaring gebruiken]” (p.376) voor beperkingen die gelden.
Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar bij het gebruik van
DA/DA L/FA J-objectieven of objectieven met een diafragmapositie s die
op de positie s zijn ingesteld.
De ingebouwde flitser kan niet worden geregeld en ontlaadt zich volledig
wanneer A-objectieven, waarvan de diafragmaring niet in de stand s (Auto)
is gezet, pre A-objectieven of soft-focusobjectieven worden gebruikt.
Let op: de ingebouwde flitser kan niet als automatische flitser
worden gebruikt.
Wanneer [27. Diafragmaring gebruiken]
is ingesteld op [Toegestaan] in het menu
[A Pers. instelling 4], dan kan de sluiter
ontspannen worden, zelfs wanneer
de diafragmaring van het D FA-, FA-,
F- of A-objectief niet op de positie s (Auto)
staat of wanneer er een objectief zonder
positie s is aangesloten. Sommige
functies zijn dan echter beperkt, zoals
in onderstaande tabel weergegeven.
Objectieven en accessoires die met deze camera niet
kunnen worden gebruikt
Objectief en ingebouwde flitser
Bijzonderheden over
[27. Diafragmaring gebruiken]
27.
1
2
Diafragmaring gebruiken
Niet toegestaan
Toegestaan
Opname maken mogelijk
Annul. OK
OK
MENU
bij andere stand dan "A"
voor diafragmaring
K-5_OPM_DUT.book Page 376 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
377
Bijlage
11
Beperkingen voor het gebruik van een objectief met de diafragmaring
ingesteld op een andere positie dan s
Gebruikt objectief
Belichtings-
functie
Beperking
D FA, FA, F, A, M
(alleen objectieven
of accessoires met
automatisch diafragma
zoals auto-
tussenringenset K)
c Diafragma-
voorkeuze
Het diafragma blijft open,
onafhankelijk van de positie van
de diafragmaring. De sluitertijd
wordt gewijzigd op basis van
de diafragmaopening, maar
er kan een belichtingsfout optreden.
Bij de diafragma-indicatie
in de zoeker verschijnt [F--].
D FA, FA, F, A, M, S
(met accessoires met
automatisch diafragma
zoals tussenringenset K)
c (Diafragma-
voorkeuze)
Er kunnen opnamen worden
gemaakt met een opgegeven
diafragmawaarde maar er kan
zich een belichtingsfout voordoen.
Bij de diafragma-indicatie
in de zoeker verschijnt [F--].
Handmatig
diafragmaobjectief zoals
een reflexobjectief
(alleen objectieven)
c (Diafragma-
voorkeuze)
FA, F SOFT 85 mm
FA SOFT 28 mm
(alleen objectief)
c (Diafragma-
voorkeuze)
In het handmatige diafragmabereik
kunnen opnamen worden
gemaakt met een opgegeven
diafragmawaarde. Bij de diafragma-
indicatie in de zoeker verschijnt [F--].
Wanneer de scherptediepte wordt
gecontroleerd (Optisch voorbeeld),
wordt de lichtmeting ingeschakeld
en kan de belichting worden
gecontroleerd.
Alle objectieven
a (Hyper-
manual)
Opnamen kunnen worden
gemaakt met de opgegeven
diafragmawaarde en sluitertijd.
Bij de diafragma-indicatie
in de zoeker verschijnt [F--].
Wanneer de scherptediepte wordt
gecontroleerd (Optisch voorbeeld),
wordt de lichtmeting ingeschakeld
en kan de belichting worden
gecontroleerd.
De camera werkt zelfs in de stand c (Diafragmavoorkeuze) wanneer
de functiekiezer op B, e, K, b of L staat terwijl het diafragma
op een andere positie is ingesteld dan op s.
K-5_OPM_DUT.book Page 377 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
378
Bijlage
11
CMOS-sensor reinigen
Als de CMOS-sensor vuil of stoffig wordt, kunnen er in bepaalde situaties
schaduwen in het beeld optreden, bijvoorbeeld als opnamen worden
gemaakt tegen een witte achtergrond. Dit duidt erop dat de CMOS-sensor
moet worden gereinigd.
Stof dat zich heeft verzameld op de CMOS-sensor wordt verwijderd door het
filter op de voorzijde van de CMOS-sensor in ultrasone trilling te brengen
gedurende ongeveer een seconde.
1
Selecteer [Sensor stofvrij maken] in het menu [
R
Instellen 4]
en druk op de vierwegbesturing (
5
).
Het scherm [Sensor stofvrij maken] verschijnt.
2
Druk op de knop 4.
De functie Sensor stofvrij
wordt geactiveerd.
Stel [Bij inschakelen] in op O (Aan)
om de stofverwijderingsfunctie
in te schakelen telkens wanneer
de camera wordt aangezet.
Als de stofverwijderingsprocedure
is voltooid, wordt het menu [R Instellen 4]
weer geactiveerd.
Stof verwijderen met ultrasone trillingen
(Sensor stofvrij maken)
Sensor stofvrij maken
MENU
Sensor stofvrij maken
Bij inschakelen
Starten
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 378 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
379
Bijlage
11
Stofalarm is een functie voor het detecteren van stof dat zich heeft
verzameld op de CMOS-sensor en het weergeven van de locatie waar
het stof zich heeft vastgezet.
U kunt een opname die de stoflocatie aangeeft, opslaan, en deze
weergeven wanneer u de sensor schoonmaakt (p.381).
De functie Stofalarm werkt alleen als aan de volgende voorwaarden
is voldaan:
- Een DA-, DA L-, FA J-objectief of een D FA-, FA- en F-objectief met
een s (Auto)-positie is aangesloten.
- Het diafragma is in de positie s gezet bij gebruik van een objectief
met een diafragmaring.
- De functiekiezer staat in een andere stand dan C (Video).
- De scherpstelstand-knop is ingesteld op l of A.
1
Selecteer [Stofalarm] in het menu [R Instellen 4] en druk
op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Stofalarm] verschijnt.
Stof detecteren op de CMOS-sensor (Stofalarm)
De belichtingstijd kan bij gebruik van de functie Stofalarm extreem lang zijn.
Als gedurende die tijd het objectief op iets anders wordt gericht, kan stof niet
goed worden gedetecteerd.
Of stof correct wordt gedetecteerd is afhankelijk van het onderwerp
en de temperatuur.
De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan slechts gedurende 30 minuten
na het opslaan van de opname tijdens het schoonmaken van de sensor worden
weergegeven. Als er meer dan 30 minuten verstreken zijn, maakt u een nieuwe
opname en voert u het schoonmaken van de sensor opnieuw uit.
De opname die met Stofalarm is gemaakt, kan niet in de weergavestand
worden weergegeven.
De opname die met Stofalarm wordt gemaakt, kan alleen worden opgeslagen
als er een SD-geheugenkaart is geplaatst.
K-5_OPM_DUT.book Page 379 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
380
Bijlage
11
2
Richt de zoeker beeldvullend
op een witte muur of ander
helder onderwerp zonder
detail en druk de ontspanknop
volledig in.
Nadat het verwerken van de opname
is voltooid, wordt het beeld van Stofalarm
weergegeven.
Als het bericht [De bewerking is niet op correcte wijze voltooid] wordt
weergegeven, drukt u op de knop 4 en maakt u nog een opname.
3
Controleer de sensor op stof.
Beschikbare bewerkingen
4
Druk op de knop 4.
De opname die is gemaakt met Stofalarm, wordt opgeslagen
en de camera keert terug naar het menu [R Instellen 4].
e-knop aan de achterzijde
(S)/M
Toont beeldvullend de opname die is gemaakt
met Stofalarm.
Ongeacht de camera-instellingen wordt de Stofalarm-opname gemaakt
met speciale opnameomstandigheden.
Stofalarm
Voor controle van stof
op de sensor. Druk op de
ontspanknop om de lokatie
van stof weer te geven
Voorbeeld
MENU
SHUTTER
Einde
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 380 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
381
Bijlage
11
Klap de spiegel omhoog en open de sluiter als u de CMOS-sensor reinigt
met een blaaskwastje.
Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele
reiniging van de CMOS-sensor omdat de CMOS-sensor een precisie-
onderdeel is (hieraan zijn kosten verbonden).
Voor het schoonmaken van de CMOS-sensor kunt u de optionele
sensorschoonmaakset O-ICK1 (p.388) gebruiken.
1
Zet de camera uit en verwijder het objectief.
2
Zet de camera aan.
3
Selecteer [Sensor reinigen] in het menu [R Instellen 4]
en druk op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Sensor reinigen] verschijnt.
Stof verwijderen met een blaaskwastje
Gebruik nooit een spuitbus.
Reinig de sensor niet tijdens Tijdopname. De sluiter kan ongewild dichtgaan
en kan schade toebrengen aan de interne delen van de camera.
Om te voorkomen dat zich vuil en stof ophoopt op de CMOS-sensor, moet
u de dop van de objectiefvatting op de camera bevestigd houden als u geen
objectief heeft aangesloten.
Wanneer de batterijen weinig stroom bevatten, verschijnt het bericht
[Onvoldoende batterijvermogen om Sensor te reinigen] op de monitor.
Het verdient aanbeveling voor reiniging van de sensor de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50 te gebruiken. Als u de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50 niet gebruikt, plaats dan een batterij met
voldoende capaciteit. Als de batterijcapaciteit te laag wordt tijdens het
reinigen, klinkt er een waarschuwingssignaal. Onderbreek in dat geval het
schoonmaken onmiddellijk.
Kom niet met de punt van het blaasbalgje binnen het gebied van
de objectiefvatting. Als de camera wordt uitgeschakeld, kan hierdoor
de sluiter, de CMOS-sensor en de spiegel beschadigd raken.
Het zelfontspannerlampje knippert en [d] en [Cln] worden weergegeven
op het LCD-display terwijl de sensor wordt gereinigd.
Deze camera kan enig vibratiegeluid veroorzaken bij het schoonmaken van
de CMOS-sensor. Dit is geen defect.
K-5_OPM_DUT.book Page 381 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
382
Bijlage
11
4
Druk op de vierwegbesturing
(2) om [Spiegel omhoog]
te selecteren en druk
op de knop 4.
De spiegel wordt vastgezet
in de opgeklapte stand.
Als u in de afgelopen 30 minuten
de functie Stofalarm hebt gebruikt
om stof te detecteren, wordt de opname die daarbij is gemaakt
op de monitor weergegeven. Reinig de sensor terwijl u de plaats
waar het stof zich heeft vastgezet in het oog houdt.
5
Reinig de CMOS-sensor.
Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje
om vuil en stof van de CMOS-sensor
te verwijderen. Bij gebruik van een
blaaskwastje kan het kwastje krassen
veroorzaken op de CMOS-sensor. Veeg
de CMOS-sensor nooit af met een doek.
6
Zet de camera uit.
7
Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn
uitgangspositie is gezet.
Sensor reinigen
Annuleren
Spiegel omhoog
Spiegel omhoog en sluiter
open voor sensorreiniging.
Voltooien: camera uit
OK
OK
K-5_OPM_DUT.book Page 382 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
383
Bijlage
11
Optionele accessoires
Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar.
Neem contact op met een PENTAX Service Center voor nadere informatie
over accessoires.
Producten met een sterretje (*) zijn producten die ook bij de camera
worden geleverd.
Batterijladerset K-BC90 (*)
(De set omvat de batterijlader D-BC90 en het netsnoer.)
Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI90 (*)
Netvoedingsadapterset K-AC50
(De set omvat de netvoedingsadapter D-AC50 en het netsnoer.)
Hiermee sluit u de camera aan op een stopcontact.
Batterijgreep D-BG4
De batterijgreep is uitgerust met
bijvoorbeeld een ontspanknop,
e-knoppen op de voorzijde
en achterzijde en een L knop
voor het maken van verticale opnamen.
Behalve de oplaadbare lithium-
ionbatterij D-LI90 kunt u ook
AA lithium-, Ni-MH- en alkalinebatterijen
gebruiken in de batterijgreep
om de camera te voeden.
Accessoires voor netvoeding
De batterijlader en de netvoedingsadapter worden alleen afzonderlijk als
kit verkocht.
K-5_OPM_DUT.book Page 383 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
384
Bijlage
11
Automatische flitser AF540FGZ
Automatische flitser AF360FGZ
De AF540FGZ en de AF360FGZ
zijn flitsers met functionaliteit voor
Automatisch P-DDL-flitsen met een
maximaal richtgetal van respectievelijk
54 en 36 (ISO 100/m). Bovendien zijn
deze uitgerust met functionaliteit voor
slave-synchronisatieflitsen, flitsen met
contrastregelingssynchronisatie, flitsen
met korte-sluitertijdsynchronisatie,
draadloos flitsen, flitsen met lange-
sluitertijdsynchronisatie en flitsen met
2e sluitergordijn-synchronisatie.
Automatische flitser AF200FG
De AF200FG is een automatische
flitser voor P-DDL-flitsen met een
maximaal richtgetal van 20 (ISO 100/m).
Deze kan flitsen met
contrastregelingssynchronisatie
en flitsen met lange-
sluitertijdsynchronisatie als de flitser
wordt gecombineerd met een AF540FGZ
of een AF360FGZ.
Flitsertoebehoren
AF540FGZ
AF360FGZ
AF200FG
K-5_OPM_DUT.book Page 384 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
385
Bijlage
11
Auto Macroflitser AF160FC
De AF160FC is een flitssysteem
dat speciaal is ontwikkeld voor
macrofotografie waarmee op korte
afstand zonder schaduwen opnamen
kunnen worden gemaakt van kleine
voorwerpen. Het systeem is compatibel
met bestaande functies voor
Automatisch DDL-flitsen en kan worden
gebruikt met een groot aantal PENTAX-
camera’s door gebruik te maken van
bijgeleverde adapterringen.
Flitsschoenadapter F
G
Verlengsnoer F5P
Flitsschoenadapter F
Gebruik de adapters en snoeren
om de externe flitser op afstand van
de camera te gebruiken.
Flitsschoenklem CL-10
Als u de AF540FGZ of de AF360FGZ
gebruikt als draadloze flitser, wordt deze
grote klem gebruikt om de flitser op een
tafel of een bureau te bevestigen.
AF160FC
Flitsschoenadapter FG
Flitsschoenadapter F
Flitsschoenklem CL-10
K-5_OPM_DUT.book Page 385 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
386
Bijlage
11
Oogschelploep O-ME53
Zoekeraccessoire waarmee tot
ca. 1,18 keer wordt vergroot.
Als de oogschelp is aangesloten
op de X met een zoekervergroting
van ca. 0,92 keer, levert dat een
gecombineerde vergroting op van
ca. 1,09 keer, wat handmatige
scherpstelling gemakkelijker maakt.
Zoekerloep F
B
Zoekeraccessoire waarmee het
centrale gebied van de zoeker
wordt vergroot.
De zoekerloep scharniert, zodat
u het gehele beeld gemakkelijk
kunt weergeven in de zoeker door
de zoekerloep omhoog te klappen.
Hoekzoeker A
Accessoire waarmee het zoekerbeeld
onder een hoek kan worden bekeken.
Klikt in met stappen van 90°.
De zoekervergroting kan worden
ingesteld op 1× of 2×.
Dioptriecorrectielens M
Dit accessoire past de dioptrie aan
en wordt op de zoeker bevestigd.
Als u moeite hebt om het beeld
in de zoeker duidelijk te zien, hebt
u de keus uit acht correctielensadapters
M van -5 tot +3 m
-1
(per meter).
ME-zoekerkapje (*)
Oogschelp F
R (*)
Voor de zoeker
Oogschelploep O-ME53
Zoekerloep FB
Hoekzoeker A
Dioptriecorrectielens M
K-5_OPM_DUT.book Page 386 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
387
Bijlage
11
Sluit de draadontspanner
aan op de aansluiting voor
de draadontspanner en bedien
dan de ontspanknop. De lengte
van het snoer is 0,5 m.
Wordt gebruikt voor het maken van opnamen op afstand.
Bereik van afstandsbediening
Vanaf de voorzijde van de camera: Ca. 4 m
Vanaf de achterzijde van de camera: Ca. 2 m
Verwisselbaar scherpstelscherm
AF Frame Matte MF-60 (*) AF Divided Matte ML-60
AF Scale Matte MI-60 Plain Matte ME-60
Draadontspanner CS-205
Afstandsbediening
M60
M60
M60 M60
K-5_OPM_DUT.book Page 387 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
388
Bijlage
11
Afstandsbediening F
Waterdichte afstandsbediening O-RC1
Cameratas O-CC90
Camerariem O-ST53 (*)
Gebruik deze set voor het
schoonmaken van de optische
onderdelen van de camera,
bijvoorbeeld de CMOS-sensor
en het objectief.
Dop K voor cameravatting (Body Mount Cap K)
Flitsschoenbeschermer F
K (*)
USB-kabel I-USB7 (*)
AV-kabel I-AVC7 (*)
Sync-aansluiting 2P-kapje (*)
Cameratas/-riem
Sensorschoonmaakset Kit O-ICK1
Overig
K-5_OPM_DUT.book Page 388 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
389
Bijlage
11
Foutberichten
Foutbericht Beschrijving
Geheugenkaart vol
De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen
opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een
nieuwe SD-geheugenkaart of verwijder niet-
benodigde opnamen. (p.61, p.94)
Bij de volgende bewerkingen kunnen gegevens
worden opgeslagen.
Wijzig de bestandsindeling in JPEG. (p.228)
Wijzig de instelling van de JPEG-
opnameresolutie of JPEG-kwaliteit.
(p.226, p.227)
Geen beeld
Er zijn geen opnamen die met de SD-
geheugenkaart kunnen worden weergegeven.
Deze opname kan niet worden
weergegeven
U probeert een opname weer te geven met
een indeling die niet wordt ondersteund door
deze camera. Mogelijk kunt u de opname wel
weergeven op een camera van een ander merk
of op uw computer.
Geen geheugenkaart
in camera
Er is geen SD-geheugenkaart in de camera
geplaatst. (p.61)
Kaart niet bruikbaar
De geplaatste SD-geheugenkaart is niet
compatibel met deze camera.
Geheugenkaartfout
Er is een probleem met de SD-geheugenkaart,
waardoor het maken en weergeven van
opnamen onmogelijk is. De opnamen kunnen
mogelijk worden weergegeven op een
computer, maar niet met deze camera.
Geheugenkaart is niet
geformatteerd
De door u gebruikte SD-geheugenkaart
is niet geformatteerd of is geformatteerd
op een ander apparaat en is niet compatibel
met deze camera. Formatteer de kaart
met deze camera voordat u ze in gebruik
neemt. (p.317)
Geheugenkaart beveiligd
Het schuifje van de schrijfbeveiliging
op de SD-geheugenkaart staat zo ingesteld
dat de SD-geheugenkaart tegen schrijven
beveiligd is. Verschuif het schuifje zodat
de SD-geheugenkaart kan worden
gebruikt. (p.63)
K-5_OPM_DUT.book Page 389 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
390
Bijlage
11
De kaart is elektronisch
vergrendeld
De gegevens worden beveiligd met
de beveiligingsfunctie van de SD-kaart.
Deze opname kan niet worden
uitvergroot
U probeert een opname uit te vergroten die niet
kan worden uitvergroot.
Deze opname is beveiligd
U probeert een beveiligde opname te wissen.
Maak eerst de beveiliging van de opname
ongedaan. (p.288)
Batterij leeg
De batterij is uitgeput. Plaats een volledig
opgeladen batterij in de camera. (p.55)
Onvoldoende batterijvermogen
om Sensor te reinigen
Dit bericht verschijnt tijdens reiniging van
de sensor wanneer de batterij onvoldoende
stroom heeft. Plaats een volledig geladen
batterij of gebruik de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50. (p.59)
Onvoldoende batterijvermogen
voor het activeren van
pixeluitlijning
Dit bericht verschijnt tijdens pixeluitlijning
wanneer de batterij onvoldoende stroom
heeft. Plaats een volledig opgeladen
batterij of gebruik de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50. (p.59)
Beeldmap kon niet
gemaakt worden
Het hoogste mapnummer (999)
en bestandsnummer (9999) zijn gebruikt,
er kunnen geen opnamen meer worden
opgeslagen. Plaats een nieuwe SD-
geheugenkaart of formatteer de kaart. (p.317)
Kan de opname niet opslaan
De opname kan niet worden opgeslagen
vanwege een fout met de SD-geheugenkaart.
Instellingen niet opgeslagen
De DPOF-instellingen konden niet worden
opgeslagen omdat de SD-geheugenkaart vol is.
Verwijder ongewenste opnamen en stel DPOF
opnieuw in. (p.94)
De bewerking is niet
op correcte wijze voltooid
Het is niet gelukt om de witbalans handmatig
te meten of stof te detecteren op de sensor.
Probeer het opnieuw. (p.235, p.379)
Er kunnen geen nieuwe
beelden worden geselecteerd
U kunt per keer niet 100 of meer
opnamen selecteren voor Index (p.275)
en Kiezen&wissen (p.283).
Er kan geen opname
worden bewerkt
Er zijn geen opnamen die kunnen worden
verwerkt met gebruik van de functie Digitaal
filter (p.300) of RAW-ontwikkeling (p.306).
Foutbericht Beschrijving
K-5_OPM_DUT.book Page 390 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
391
Bijlage
11
Deze opname kan niet
worden verwerkt
Wordt weergegeven als u probeert Opslaan
als handmatige witbalans (p.240), Formaat
wijzigen (p.296), Bijsnijden (p.298), Digitaal
filter (p.300) of RAW-ontwikkeling (p.306) uit
te voeren voor opnamen die met een andere
camera zijn gemaakt, of wanneer u probeert
Formaat wijzigen of Bijsnijden uit te voeren
voor opnamen met een minimumformaat.
De camera heeft geen
opname gemaakt
Het is niet gelukt een indexafdruk
te maken. (p.275)
Camera oververhit.
Live weergave tijdelijk uit om
elektronica te beschermen
Live weergave kan niet worden gebruikt omdat
de temperatuur in de camera te hoog is. Druk
op de knop 4 en probeer Live weergave
opnieuw in te schakelen als de camera
is afgekoeld.
Kan Live View niet starten
Wordt weergegeven als Live weergave wordt
gestart wanneer [27. Diafragmaring gebruiken]
is ingesteld op [Niet toegestaan] in het menu
[A Pers. instelling 4] en de diafragmaring
op een andere positie staat ingesteld dan s,
of wanneer een objectief wordt gebruikt zonder
een positie s.
Deze functie is in deze modus
niet beschikbaar
U probeert een functie in te stellen die
niet beschikbaar is in de stand B (Groen)
of C (Video).
Foutbericht Beschrijving
K-5_OPM_DUT.book Page 391 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
392
Bijlage
11
Problemen oplossen
In zeldzame gevallen werkt de camera mogelijk niet naar behoren
vanwege statische elektriciteit. Dit kan worden opgelost door de batterij
te verwijderen en terug te plaatsen. Wanneer de spiegel in de opgeklapte
stand blijft staan, verwijder dan de batterij en plaats deze terug.
Vervolgens zal de spiegel worden ingetrokken als de camera opnieuw
aangezet wordt. Als de camera hierna weer naar behoren werkt,
is reparatie niet nodig.
We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van
de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een
servicecentrum.
Probleem Oorzaak Oplossing
De camera
schakelt niet in
De batterij
is niet geplaatst
Controleer of een batterij is geplaatst.
Zo niet, plaats dan een volledig
geladen batterij.
De batterij
is bijna leeg
Vervang de batterij door een volledig
opgeladen batterij of gebruik de optionele
netvoedingsadapterset K-AC50. (p.59)
De sluiter kan
niet worden
ontspannen
De diafragmaring
van het objectief
staat op een
andere positie
dan s
Zet de diafragmaring op positie s
(p.118) of selecteer [Toegestaan] bij
[27. Diafragmaring gebruiken] in het
menu [A Pers. instelling 4]. (p.376)
De ingebouwde
flitser wordt
opgeladen
Wacht tot het opladen gereed is.
Er is geen vrije
ruimte op de SD-
geheugenkaart.
Plaats een SD-geheugenkaart met
voldoende vrije ruimte of verwijder
overbodige opnamen. (p.61, p.94)
Opnemen Wacht tot opslaan gereed is.
K-5_OPM_DUT.book Page 392 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
393
Bijlage
11
De autofocus
werkt niet
Er kan moeilijk
worden
scherpgesteld
op het onderwerp
De autofocus kan niet goed scherpstellen
op onderwerpen met een laag contrast
(de lucht, witte muren, etc.), donkere
kleuren, ingewikkelde patronen,
onderwerpen die snel bewegen
of landschappen die door een raam
of netpatroon worden gefotografeerd.
Stel scherp op een ander onderwerp
op dezelfde afstand, richt vervolgens
op het onderwerp en druk de ontspanknop
helemaal in. Gebruik anders de
handmatige scherpstelling. (p.150)
Het onderwerp
bevindt zich niet
in het AF-veld
Plaats het onderwerp in het
scherpstelkader in het midden van de
zoeker. Valt het onderwerp buiten het
scherpstelkader, richt de camera dan op
het onderwerp, stel scherp en vergrendel
de scherpstelling (houd de ontspanknop tot
halverwege ingedrukt), kader het beeld
opnieuw uit en druk de ontspanknop
helemaal in. (p.148)
Het onderwerp
is te dichtbij
Neem meer afstand tot het onderwerp
en maak een opname.
Scherpstelstand
is ingesteld op
\
Zet de scherpstelstand-knop op l
of A. (p.139)
De scherp-
stelling kan niet
worden
vergrendeld
De scherp-
stelstand
is ingesteld
op k
Autofocus wordt niet vergrendeld
(scherpstelvergrendeling) als
de scherpstelstand wordt ingesteld
op k (A). De camera blijft
scherpstellen op het onderwerp wanneer
de ontspanknop tot halverwege wordt
ingedrukt. Als er een onderwerp is waarop
u wilt scherpstellen, schuift u de
scherpstelstand-knop naar l en
gebruikt u de scherp-stelvergrendeling.
(p.148)
Het functie
Belichtings-
geheugen
werkt niet
De belichtings-
functie is ingesteld
op de stand B,
p of M
Stel de belichtingsfunctie in op een
andere stand dan B (Snelinstelling),
p (Tijdopname) of M (Flitser X-sync
snelheid).
Probleem Oorzaak Oplossing
K-5_OPM_DUT.book Page 393 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
394
Bijlage
11
De ingebouwde
flitser gaat
niet af
De belich-
tingsfunctie
is ingesteld op B
Alleen C (Automatisch ontladen flitser)
en D (Auto + Anti Rode Ogen)
zijn als flitsinstelling beschikbaar
in de belichtingsfunctie B (Snelinstelling).
De flitser gaat niet af in deze standen als
het onderwerp helder genoeg is. Bij andere
belichtingsfuncties dan B is alleen de
flitsinstelling beschikbaar waarbij de flitser
afgaat telkens als de flitser opnieuw wordt
opgeladen. Probeer verschillende
belichtingsfuncties.
De USB-
aansluiting met
een computer
werkt niet naar
behoren
De stand voor
de USB-
aansluiting
is ingesteld
op [PTP].
Stel [USB-aansluiting] in op [MSC]
in het menu [R Instellen 2]. (p.353)
Shake
Reduction
werkt niet
De functie Shake
Reduction
is uitgeschakeld
Stel [Shake Reduction] in op k (Aan)
in het menu [A Opnamemodus 4]. (p.159)
De functie Shake
Reduction is niet
correct ingesteld
Stel in het scherm [Inv brandp afstand]
de brandpuntsafstand in als u een
objectief gebruikt dat niet automatisch
objectiefinformatie kan doorgeven. (p.161)
De sluitertijd is bij
het uitzoomen
of het maken van
nachtopnamen
te traag, zodat
de functie Shake
Reduction niet
effectief is.
Schakel de functie Shake Reduction uit
en gebruik een statief.
Het onderwerp
is te dichtbij
Beweeg weg van het onderwerp of schakel
de functie Shake Reduction uit en gebruik
een statief.
Probleem Oorzaak Oplossing
K-5_OPM_DUT.book Page 394 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
395
Bijlage
11
Belangrijkste technische gegevens
Modelbeschrijving
Type
Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus,
automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare
P-DDL-flitser
Objectiefvatting
PENTAX K
AF2-bajonetvatting (AF-koppeling,
objectiefinformatiecontacten, K-vatting met
voedingscontacten)
Compatibel objectief
Objectieven met K
AF3-vatting, KAF2-vatting (compatibel
met power zoom), K
AF-vatting en KA-vatting
Beeldopslagunit
Beeldsensor Primair kleurenfilter, CMOS, Formaat: 23,7 x 15,7 (mm)
Effectief aantal pixels Ca. 16,28 megapixels
Totaal aantal pixels Ca. 16,93 megapixels
Sensor stofvrij maken
Reiniging van beeldsensor met ultrasone vibraties “DR II”
met Stofalarm-functie
Gevoeligheid
(standaarduitvoer)
AUTO/100 t/m 12800 (LW-stappen kunnen worden ingesteld
op 1 LW, 1/2 LW of 1/3 LW), uitbreidbaar tot ISO 80 t/m
ISO 51200. Tot ISO 1600 in de stand p.
Beeldstabilisator
Type Verschuiving CMOS-beeldsensor
Effectief
correctiebereik
Tot 4 LW (afhankelijk van het gebruikte objectieftype
en de opnameomstandigheden)
Bestandsindelingen
Bestandsindeling RAW (PEF/DNG), JPEG (Exif 2.21), compatibel met DCF2.0
Resolutie
JPEG: p (4928×3264 pixels), J (3936×2624 pixels),
P (3072×2048 pixels), i (1728×1152 pixels)
RAW: p (4928×3264 pixels)
Kwaliteitsniveau
RAW (14bit): PEF, DNG JPEG: Z (Optimaal), C
(Best), D (Beter), E (Goed), compatibel met gelijktijdig
opnamen maken in RAW + JPEG
Kleurruimte sRGB, AdobeRGB
Opslagmedium SD/SDHC-geheugenkaart
Opslagmap
Datum (100_1018,101_1019…)/
PENTX (100PENTX, 101PENTX...)
K-5_OPM_DUT.book Page 395 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
396
Bijlage
11
Zoeker
Type Pentaprismazoeker
Dekking (FOV) Ca. 100%
Vergroting Circa 0,92× (50 mm F1.4)
Lengte oogafstand
(Eye-Relief)
Circa 21,7 mm (vanaf het kijkvenster), Circa 24,5 mm
(vanaf het midden van het objectief)
Dioptriecorrectie Ca. -2,5 t/m +1,5m
-1
Scherpstelscherm Verwisselbaar Natural-Bright-Matte III-scherpstelscherm
Live weergave
Type DDL-methode met gebruik van CMOS-beeldsensor
Scherpstel-
mechanisme
Contrastdetectie + Gezichtsherkenning, Contrastdetectie,
Phase Matching
Scherm
Gezichtsveld circa 100%, Vergrote weergave (stand =:
2×, 4×, 6×/stand \: 2×, 4×, 6×, 8×, 10×), Rasterweergave
(Raster 4 × 4, Gulden snede, Schaal), Waarschuwing lichte/
donkere gebieden, Histogram
LCD-display
Type TFT-kleuren-LCD met brede kijkhoek
Grootte 3,0 inches
Punten Circa 921.000 punten
Afstelling Helderheid en kleuren instelbaar
Preview (Voorbeeld)
Type Optisch voorbeeld, digitaal voorbeeld
Witbalans
Auto DDL-methode met gebruik van CMOS-beeldsensor
Voorkeuze
Daglicht, Schaduw, Bewolkt, Neonlicht (D: Daglicht kleuren,
N: Daglicht wit, W: Koelwit, L: Warmwit), Lamplicht, Flitser,
f, Handmatig, Kleurtemperatuur
Manueel
Configuratie met gebruik van het scherm (er kunnen maximaal
3 instellingen worden opgeslagen), Kleurtemperatuur-
instellingen (er kunnen maximaal 3 instellingen worden
opgeslagen), Kopiëren van de witbalansinstelling van een
gemaakte opname.
Fijnafstelling Instelbare ±7-stappen op A-B-aslijn en/of G-M-aslijn
K-5_OPM_DUT.book Page 396 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
397
Bijlage
11
Autofocussysteem
Type DDL: autofocus op basis van Phase Matching
Scherpstelsensor
SAFOX IX+, 11 punten (9 scherpstelpunten van het kruistype
in het midden)
Helderheidsbereik LW-1 t/m 18 (ISO100)
AF-modus
Enkel AF (l), Continu AF (k)
Scherpstelvoorkeuze- of sluitertijdvoorkeuzestand voor l
Scherpstelvoorkeuzestand of FPS-voorkeuzestand voor k
Selectie van
AF-punten
Auto: 5 punten, Auto: 11 punten, Selectie, Midden
AF-hulplicht Specifiek AF-hulplicht op basis van LED
Meting
Type
DDL met open diafragma, meting in 77 segmenten, meting met
nadruk op midden en spotmeting
Belichtingscorrectie LW0 t/m 22 (ISO100 50 mm F1.4)
Belichtingsfunctie
Snelinstelling, Programma, Gevoeligheidsvoorkeuze,
Sluitertijdvoorkeuze, Diafragmavoorkeuze, Sluitertijd-
en diafragmavoorkeuze, Manueel, Tijdopname,
Flash X-sync snelheid
Belichtings-
correctiestappen
±5 LW (stappen van 1/2 LW of 1/3 LW kunnen worden
geselecteerd)
Belichtingsgeheugen
Beschikbaar via specifieke belichtingsgeheugenknop (AE-L)
(timertype: tweemaal de bedrijftijd van de lichtmeter die is
ingesteld bij de Persoonlijke instellingen); Continu zolang de
ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden.
Sluiter
Type Elektronisch geregelde verticale spleetsluiter
Sluitertijd
Automatisch: 1/8000 t/m 30 sec., Handmatig: 1/8000 t/m
30 sec. (stappen van 1/3 LW of 1/ 2 LW), Tijdopname
K-5_OPM_DUT.book Page 397 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
398
Bijlage
11
Transportstanden
Selectie van standen
Eén opname, Continu (Hoog, Laag), Zelfontspanner (12s, 2s),
Afstandsbediening (onmiddellijk, 3 sec., continu),
Automatische bracketing (2, 3 of 5 beeldjes), Automatische
bracketing + zelfontspanner, Automatische bracketing +
afstandsbediening, Spiegel omhoog vergrendeld, Spiegel
vergrendeld omhoog + afstandsbediening
Continuopname
Max. circa 7,0 fps, JPEG (pC•Continu Hoog):
tot circa 30 beeldjes, RAW: tot circa 8 beeldjes
Max. circa 1,6 fps, JPEG (pC•Continu Laag): totdat
de SD-geheugenkaart vol is, RAW: tot circa 10 beeldjes
Flitser
Ingebouwde flitser
Ingebouwde P-DDL-flitser met seriële regeling,
GN: circa 13 (ISO100/m)
Beeldhoek: equivalent aan beeldhoek van een 28 mm-objectief
(35 mm-equivalent)
Flitsinstelling
P-DDL, Anti Rode Ogen, Lange-sluitertijdsynchronisatie,
Synchronisatie met tweede sluitergordijn, Synchronisatie
met hoge snelheid en Draadloze synchronisatie zijn ook
beschikbaar met de specifieke externe PENTAX-flitser
Synchronisatie-
snelheid
1/180 sec.
Flitsbelichtings-
correctie
-2,0 t/m +1,0 LW
Opnamefuncties
Aangepaste opname
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/Levendig/Gedempt/
Bleach Bypass/Diapositiefilm/Monochroom
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking bij lange sluitertijd, Ruisonderdrukking
bij hoge ISO-waarde
Instelling
Dynamisch bereik
Correctie van de hoge lichten, Schaduwcorrectie
Objectiefcorrectie
Vervormingscorrectie, Correctie laterale chromatische
aberratie
Cross-processing Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Digitaal filter
Speels, Retro, Sterk contrast, Kleurextractie, Soft, Sterren,
Fisheye, Aangepast filter
HDR-opname
Auto, Stand., Sterk 1, Sterk 2, Sterk 3, functie
voor automatische compositiecorrectie
Dubbelopnamen
Er kunnen 2 tot 9 opnamen worden geselecteerd.
Automatische LW-afstelling beschikbaar.
K-5_OPM_DUT.book Page 398 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
399
Bijlage
11
Intervalopname
Intervalinstelling voor het maken van opnamen (1 sec. t/m
24 uur), Instelling van start interval (onmiddellijk, ingesteld
tijdstip), Maakt maximaal 999 opnamen
Uitgebreide
Bracketing
Witbalans, Kleurverzadiging, Tint, Wijziging van hoge/lage
tonen, Contrast, Scherpte
Horizoncorrectie SR Aan: stelt af tot 1 graad, SR Uit: stelt af tot 2 graden
Compositie
aanpassen
Instelbereik van ±1,5 mm omhoog, omlaag, naar links of rechts
(1 mm wanneer geroteerd); rotatiebereik van 1 graad
Elektronische
waterpas
Weergegeven in de zoeker (alleen in horizontale richting);
weergegeven op het LCD-display (in horizontale
en verticale richting)
Video
Bestandsindeling Motion JPEG (AVI)
Resolutie
a (1920×1080, 16:9, 25 fps), b (1280×720, 16:9, 30 fps/
25 fps), c (640×480, 4:3, 30 fps/25 fps)
Kwaliteitsniveau C (Best), D (Beter), E (Goed)
Geluid
Ingebouwde monomicrofoon, aansluiting voor externe
stereomicrofoon
Opnametijd
Tot 25 minuten; het opnemen wordt automatisch stopgezet
als de interne temperatuur van de camera te hoog wordt.
Aangepaste opname
Helder/Natuurlijk/Portret/Landschap/Levendig/Gedempt/
Bleach Bypass/Diapositiefilm/Monochroom
Cross-processing Willekeurig, Voorkeuze 1-3, Favoriet 1-3
Digitaal filter Speels, Retro, Sterk contrast, Kleurextractie, Kleur
Weergavefuncties
Weergavebeeld
Eén enkel beeld, beeldvergelijking, weergave van meerdere
opnamen (4, 9, 16, 36, 81 segmenten), weergave van
vergroting (tot 32×, scrollende en snelle vergroting
beschikbaar), roterend, histogram (Y-histogram, RGB-
histogram), waarschuwing lichte/donkere gebieden, weergave
detail-info, copyrightgegevens, (fotograaf, copyright-houder),
mapweergave, kalenderweergave, diavoorstelling
Wissen
Eén enkele opname wissen, alle opnamen wissen, opnamen
selecteren en wissen, map wissen, opname tijdens
momentcontrole wissen
Digitaal filter
Speels, Retro, Sterk contrast, Schetsfilter, Aquarel, Pastel,
Posterisatie, Miniatuur, Aanpassing basisparameters,
Monochroom, Kleur, Kleurextractie, Soft, Sterren, Fisheye,
Vlak, HDR, Aangepast filter
K-5_OPM_DUT.book Page 399 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
400
Bijlage
11
RAW-ontwikkeling
Bestandsindeling (JPEG, TIFF), Aangepaste opname,
Witbalans, Gevoeligheid, Ruisonderdrukking bij hoge ISO-
waarde, Schaduwcorrectie, Vervormingscorrectie, Laterale
chromatische correctie, Kleurruimte
Bewerken
Grootte (resolutie) wijzigen, Bijsnijden (wijziging van
verhoudingen en hoek beschikbaar), Index, Video-opname
bewerken (splitsen of beeldjes wissen), een JPEG-foto maken
van een video-opname
Persoonlijke instellingen
USER-stand Er kunnen maximaal 5 instellingen worden opgeslagen.
Persoonlijke
instellingen
27 items
Geheugen voor
standen
13 items
Toewijzingsknop
|/Y-knop (1x indrukken voor bestandsindeling,
Belichtingsbracketing, Digitaal voorbeeld, Elektronische
waterpas, Compositie wijzigen)
=-knop (AF inschakelen, AF annuleren)
Elektrische knop specifiek aanpasbaar aan elke
belichtingsfunctie.
Tekstformaat Stand., Groot
Wereldtijd Instelling wereldtijd voor 75 steden (28 tijdzones)
Language
Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees, Italiaans,
Nederlands, Deens, Zweeds, Fins, Pools, Tsjechisch,
Hongaars, Turks, Grieks, Russisch, Koreaans, Traditioneel
Chinees, Vereenvoudigd Chinees en Japans
AF-aanpassing
±10-stappen, uniforme instelling, individuele instelling
(maximaal 20 kunnen worden opgeslagen)
Copyrightinformatie
Namen van “Fotograaf” en “Copyright-houder”
worden ingesloten in het beeldbestand.
Revisiehistorie kan worden gecontroleerd
met de bijgeleverde software.
Voeding
Batterijtype Oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI90
Netvoedingsadapter Netvoedingsadapterset K-AC50 (optioneel)
Levensduur batterij
Aantal opnamen dat kan worden gemaakt
(met 50% flitsergebruik): circa. 740 opnamen,
(zonder flitsergebruik): circa 980 opnamen
Weergavetijd: circa 440 minuten
* Getest in overeenstemming met de CIPA-norm. Feitelijke
resultaten kunnen variëren al naargelang de
opnamecondities en opnameomstandigheden.
K-5_OPM_DUT.book Page 400 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
401
Bijlage
11
Interfaces
Aansluitpoort
USB 2.0 (ondersteunt hoge snelheid)/AV-uitgang, DC-ingang,
draadontspanner, X-sync-aansluiting, HDMI-uitgang,
stereomicrofoon
USB-aansluiting MSC/PTP
Videosignaal NTSC, PAL
Afmetingen en gewicht
Afmetingen
Ca. 131 mm (B) × 97 mm (H) × 73 mm (D) (exclusief
uitstekende delen)
Gewicht
Ca. 660 gram (alleen body), ca. 740 gram (inclusief specifieke
batterij en SD-geheugenkaart)
Accessoires
Inhoud van het
pakket
USB-kabel I-USB7, AV-kabel I-AVC7, riem O-ST53,
ME-zoekerdop, oplaadbare lithium-ionbatterij D-LI90,
batterijlader D-BC90, netsnoer, software (CD-ROM) S-SW110
<Aangesloten op de camera> Oogschelp F
R,
Flitsschoenbeschermer F
K, Dop cameravatting, 2P-kapje
Sync-aansluiting
Software PENTAX Digital Camera Utility 4
K-5_OPM_DUT.book Page 401 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
402
Bijlage
11
Verklarende woordenlijst
AdobeRGB
Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel
afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het
grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens
afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer
worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-
compatibele software, lijken de kleuren lichter.
AF-punt
Een punt in de zoeker dat bepaalt waarop wordt scherpgesteld.
Bij deze camera kunt u kiezen uit [Auto], [Selecteren] en [Center].
Automatische bracketing
Voor het automatisch wijzigen van de belichting. Wanneer
de ontspanknop wordt ingedrukt, worden er meerdere opnamen
gemaakt. Eén zonder correctie, één of meer onderbelicht en één
of meer overbelicht. Deze camera is uitgerust met belichtingsbracketing
voor het maken van opnamen bij verschillende belichtingsinstellingen,
en uitgebreide bracketing voor het maken van opnamen met
verschillende instellingen voor witbalans, kleurverzadiging, tint,
aanpassing van hoge en lage tonen, contrast en scherpte.
Belichtingscorrectie
Proces van het instellen van de opnamehelderheid door de sluitertijd en/
of diafragmawaarde te wijzigen.
Camerabeweging (onscherpte)
Wanneer de camera beweegt terwijl de sluiter open is, ziet de gehele
opname er vervloeid uit. Dit komt vaker voor bij een lange sluitertijd.
Voorkom het bewegen van de camera door de gevoeligheid te verhogen,
de flitser te gebruiken en te werken met een kortere sluitertijd. U kunt
de camera ook op een statief aansluiten. Omdat het risico dat de camera
wordt bewogen, het grootst is wanneer op de ontspanknop wordt gedrukt,
kunt u bewegingen ook voorkomen met de functie Shake Reduction,
de zelfontspanner of de afstandsbediening.
K-5_OPM_DUT.book Page 402 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
403
Bijlage
11
CMOS-sensor
Fotografisch element dat het licht dat door het objectief binnenkomt
omzet in elektrische signalen waarmee de opname wordt opgebouwd.
DCF (Design rule for Camera File system)
Standaard voor bestandssysteem op digitale camera’s, vastgelegd
door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology
Industries Association).
Diafragma
Het diafragma vergroot of verkleint de lichtstraal (doorsnede)
die het objectief passeert op weg naar de CMOS-sensor.
DNG RAW-bestand
DNG (Digital Negative) RAW is een voor algemene doeleinden bestemde
RAW-bestandsindeling, ontwikkeld door Adobe Systems. Na conversie
van opnamen die zijn gemaakt met eigen RAW-bestandsindelingen naar
de DNG-bestandsindeling, neemt de ondersteuning en compatibiliteit
enorm toe.
Donkere gedeelte
Het onderbelichte deel van de opname verliest contrast en lijkt zwart.
DPOF (Digital Print Order Format)
Regels voor het schrijven van informatie op een kaart met opgeslagen
opnamen, met betrekking tot de specifieke opnamen die moeten worden
afgedrukt en het aantal af te drukken exemplaren. U kunt heel eenvoudig
afdrukken laten maken door de kaart naar een fotozaak te brengen die
DPOF-afdrukken maakt.
K-5_OPM_DUT.book Page 403 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
404
Bijlage
11
Dynamisch bereik (D-Range)
Wordt aangeduid met een waarde die uitdrukking geeft aan het
lichtniveau dat op een opname kan worden gereproduceerd.
Dit heeft dezelfde betekenis als de Engelse term “latitude” waarmee
bij analoge fotografie het bereik wordt bedoeld waarin zinvol gebruik kan
worden gemaakt van over- en onderbelichting.
Over het algemeen is het minder waarschijnlijk dat bij een groot
dynamisch bereik in het beeld overbelichte en/of onderbelichte gebieden
optreden, en kan bij een klein dynamisch bereik van alle beeldtonen een
scherp en nauwkeurig beeld worden geproduceerd.
Exif (Exchangeable image file format for digital still camera)
Standaard voor bestandssystemen op digitale camera’s, vastgelegd
door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology
Industries Association).
Exif-JPEG
Exif staat voor Exchangeable Image File Format. Deze indeling
voor opnamebestanden is gebaseerd op de indeling JPEG voor
opnamegegevens. Miniatuuropnamen en opname-eigenschappen
kunnen worden ingesloten in de gegevens. Software die deze indeling
niet ondersteunt, verwerkt de opname als gewone JPEG-opname.
Exif-TIFF
Exif staat voor Exchangeable Image File Format. Deze indeling
voor opnamebestanden is gebaseerd op de indeling TIFF voor
opnamegegevens. Miniatuuropnamen en opname-eigenschappen
kunnen worden ingesloten in de gegevens. Software die deze indeling
niet ondersteunt, verwerkt de opname als gewone TIFF-opname.
Histogram
Weergave in grafiekvorm van een gradatiereeks van het donkerste tot
het lichtste punt in een opname. De horizontale aslijn vertegenwoordigt
de helderheid en de verticale aslijn het aantal pixels. Dit is handig als
u het belichtingsniveau van een opname wilt controleren.
K-5_OPM_DUT.book Page 404 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
405
Bijlage
11
ISO-gevoeligheid
Het gevoeligheidsniveau voor licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen
opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte
sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen
met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
JPEG
Bestandsindeling met compressie. Hoewel de opnamekwaliteit
enigszins afneemt, kunnen opnamen worden gecomprimeerd tot
een kleinere bestandsgrootte dan bij TIFF en andere indelingen.
Bij deze camera kunt u kiezen uit Z (Optimaal), C (Best),
D (Beter) en E (Goed). Opnamen die zijn opgeslagen als JPEG,
zijn geschikt voor weergave op een computer of om als bijlage bij een
e-mailbericht te worden verstuurd.
Kleurruimte
Een bepaald kleurbereik uit het spectrum. Bij digitale camera’s wordt
[sRGB] gedefinieerd als de standaard van Exif. Deze camera maakt ook
gebruik van [AdobeRGB], omdat deze een rijkere kleurschakering heeft
dan sRGB.
Kleurtemperatuur
Beschrijving in getalswaarden van de kleur van de lichtbron die het
onderwerp verlicht. Aangegeven als absolute temperatuur in Kelvin (K).
De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate
de kleurtemperatuur hoger wordt, en een roodachtige kleurzweem
naarmate de kleurtemperatuur lager wordt.
Kwaliteitsniveau
Heeft betrekking op de mate van compressie van een opname.
Hoe minder compressie, des te gedetailleerder de opname wordt.
De opname wordt grover naarmate de compressie toeneemt.
Lichte gedeelte
Het overbelichte deel van een opname verliest contrast en lijkt wit.
K-5_OPM_DUT.book Page 405 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
406
Bijlage
11
Lichtmeting bij automatische belichting
De helderheid van het onderwerp wordt gemeten om de belichting
te bepalen. Kies op deze camera uit [Meervlaksmeting], [Meting met
nadruk op midden] en [Spotmeting].
LW (belichtingswaarde)
De belichtingswaarde wordt bepaald door een combinatie van
diafragmawaarde en sluitertijd.
Mired
Proportionele meeteenheid voor het consistent uitdrukken van
de kleurwijziging per eenheid. Wordt bepaald door vermenigvuldiging
van de inverse van de kleurtemperatuur met 1.000.000.
ND (Neutrale Densiteit)-filter
Filter met veel verzadigingsniveaus, dat de helderheid aanpast zonder
dat dit invloed heeft op de kleurtint van de opname.
NTSC/PAL
Dit zijn video-uitgangssignalen. NTSC wordt voornamelijk gebruikt
in Japan, Noord-Amerika en Zuid-Korea. PAL wordt voornamelijk
gebruikt in Europa en China.
RAW
Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CMOS-sensor. RAW-gegevens
zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Na het fotograferen kunnen
voor iedere opname individuele instellingen worden gekozen voor
witbalans, contrast, verzadiging en scherpte. RAW-gegevens zijn 14-bits
gegevens met 64 keer zoveel informatie als 8-bits JPEG-gegevens.
Daardoor zijn rijke kleurschakeringen mogelijk. Breng RAW-gegevens
over naar uw computer en gebruik de meegeleverde software
om de beelden om te zetten naar een andere bestandsindeling,
bijvoorbeeld JPEG of TIFF.
Resolutie
Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger
het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter
de opname wordt.
K-5_OPM_DUT.book Page 406 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
407
Bijlage
11
Ruisonderdrukking
Ruisonderdrukking is een functie voor het verminderen van ruis (ruwheid
of onregelmatigheid in opnamen), veroorzaakt door een lange sluitertijd
of een hoge gevoeligheid.
Scherptediepte
Scherpstelgebied. Dit hangt af van het diafragma, de brandpuntsafstand
van het objectief en de afstand tot het onderwerp. U kunt een kleiner
diafragma (een hogere waarde) kiezen voor meer scherptediepte,
of een groter diafragma (een lagere waarde) voor minder scherptediepte.
Sluitertijd
De tijd dat de sluiter open staat en er licht valt op de CMOS-sensor.
De hoeveelheid licht die op de CMOS-sensor valt kan worden gewijzigd
door de sluitertijd aan te passen.
sRGB (standaard RGB)
Internationale standaard voor kleurruimte, vastgesteld door het IEC
(International Electrotechnical Commission). Deze definieert kleurruimte
voor computerbeeldschermen en wordt ook gebruikt als standaard
kleurruimte voor Exif.
Vignettering
De randen van opnamen worden zwart omdat het door het onderwerp
gereflecteerde licht gedeeltelijk wordt geblokkeerd door de zonnekap
of een filter of wanneer de flitsbundel gedeeltelijk wordt geblokkeerd door
het objectief.
Witbalans
Tijdens het maken van opnamen wordt de kleurtemperatuur
in overeenstemming gebracht met de lichtbron om het onderwerp
de juiste kleur te geven.
K-5_OPM_DUT.book Page 407 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
408
11
Bijlage
Index
Symbolen
| (Snelinstelling)-knop ....24, 27
| (Voorbeeld) ......................153
[A Pers.instelling]-menu ......102
B (Snelinstelling) ..........79, 119
Q (Weergeven)-
knop ........................ 24, 26, 93
[Q Weergeven]-
menu .........................263, 368
[A Opnamemodus]-
menu ...........................99, 364
i (Wissen)-knop .............26, 94
[R Instellen]-menu ...............314
E (Flitser uitklappen)-
knop ..............................24, 87
m (Belichtingscorrectie)-
knop ......................23, 26, 135
Codering
2e sluitergordijn-
synchronisatie ...........208, 220
A
Aangepast filter
(Digitaal filter) ...........185, 302
Aangepaste opname ............249
Aanpassen basisparameters
(Digitaal filter) ...................301
Aanpassing van hoge
en lage tonen
(Aangepaste opname) ......249
Accessoires ..........................383
AdobeRGB ...................239, 402
L-knop ............24, 130, 137
= (Autofocus) ....................139
AF160FC ......................212, 385
AF200FG ......................212, 384
AF360FGZ ...................212, 384
AF540FGZ ................... 212, 384
AF-aanpassing ..................... 143
Afdrukinstellingen ................. 345
AF-hulplicht .............. 22, 80, 141
=-knop ................ 24, 142, 322
AF-koppeling .......................... 22
AF-punt weergeven ........ 42, 145
AF-punt-kiezer ............... 24, 145
Afstandsbediening ....... 165, 387
Afwerking
van de opname ................. 249
Anti rode ogen ................ 89, 219
Aquarel (Digitaal filter) ......... 300
Audiovisueel apparaat ......... 290
Autofocus = ...................... 139
Automatisch roteren
van opnamen .................... 266
Automatisch uitschakelen .... 340
Automatische
bracketing ................. 177, 402
Automatische gevoeligheids-
correctie ............................ 110
c (Diafragmavoorkeuze) .... 124
AV-kabel .............................. 290
F (Witbalans) ................ 232
B
p (Tijdopname) .................... 130
Basisinstellingen .................... 70
Batterij .................................... 55
Batterij selecteren ................ 341
Batterijgreep, contacten ......... 22
Bedieningsindicatie ................ 39
Bedieningspaneel .................. 31
bedieningspaneel ................... 46
Beeldsnelheid ...................... 194
Beeldvlak, indicatie ................ 22
Beep ..................................... 323
K-5_OPM_DUT.book Page 408 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
409
11
Bijlage
Belichting ..............................106
Belichting vergrendelen ........149
Belichtingsbracketing ...........177
Belichtingscorrectie ......135, 402
Belichtingsfunctie ...........51, 116
Belichtingsgeheugen ....137, 149
Belichtingsstappen ...............136
Belichtings-
waarschuwing ....124, 126, 127
Bestandsindeling ..................228
Bestandsindeling, 1x voor
bestandsform. ...................229
Bestandsnaam .....................338
Bestandsnummer .................337
Bestemmingstijd ...................325
Beveiligen .............................288
Bewolkt (Witbalans) .............232
Bijgeleverde software ...........356
Bijsnijden ..............................298
Brandpuntsafstand ...............161
C
Camerabeweging .................402
Catch-in focus ......................152
CCD schoonmaken ..............378
CMOS-sensor ......................403
Compositiecorrectie .............247
Computer .............................351
Continu opnamen
weergeven ........................278
Continuopnamen ..................170
Contrast
(Aangepaste opname) ......249
Contrast-AF ..........................189
Copyrighthouder ...................343
Correctie van de hoge
lichten ...............................241
Cross-processing .................252
f (Witbalans) ..................232
D
Daglicht (Witbalans) ............. 232
Datum instellen ...................... 74
Datum toevoegen ................. 346
Datum wijzigen ..................... 324
DCF ...................................... 403
Detail-info, weergave ............. 35
Diafragma .................... 107, 403
Diafragmaring .............. 118, 376
Diafragmavoorkeuze c ...... 124
Diavoorstelling ..................... 278
Digitaal filter ................. 184, 300
Digitaal voorbeeld ................ 156
Dioptriecorrectie ..................... 68
DNG ..................................... 403
Donkere gebieden ................ 241
Donkere gedeeltes ............... 403
DPOF ................................... 403
DPOF-instellingen ................ 345
Draadloos (flitsen) ................ 215
Draadloze bediening
van de flitser ..................... 219
Draadontspanner ......... 131, 387
Draadontspanner,
aansluiting .......................... 22
Draagriem .............................. 54
D-Range ....................... 241, 404
Dubbelopnamen ................... 174
Dynamisch bereik ........ 241, 404
E
e-knop aan
de voorzijde .................. 23, 26
e-knop op
de achterzijde ............... 24, 27
e-knoppen ............................ 318
e-knoppen, instelling ............ 318
Elektronische
waterpas ..................... 44, 335
Elektronische waterpas,
weergave ............................ 32
K-5_OPM_DUT.book Page 409 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
410
Bijlage
11
Exif ...............................343, 404
Externe flitser .......................212
Extra scherpte ......................249
F
Faseverschil AF ...................189
Filter .............................184, 300
Filtereffect
(Aangepaste opname) ......250
Fisheye (Digitaal filter) .........185
Fisheye-filter .........................301
Flash (Witbalans) .................232
Flitsbelichtingscorrectie ..........91
Flitsen met contrastregelings-
synchronisatie,
stand (flitser) .....................222
Flitsen met korte-
sluitertijdsynchronisatie,
stand (flitser) .....................214
Flitser ............................. 85, 205
Flitser X-sync snelheid M ....132
Flitsschoen .............................22
Formaat wijzigen ..................296
Formatteren ..........................317
Fotograafgegevens ..............343
Foutbericht ...........................389
Functiekiezer ....................24, 51
G
Geheugen ............................348
Geheugenkaart ......................61
Geluid ................................... 323
Gevoeligheid ........................108
Gevoeligheids-
voorkeuze K ..................121
Gezichtsherkenning AF ........189
H
Half indrukken ........................82
Handmatige scherp-
stelling \ ..........................150
Handmatige witbalans ..........235
HDMI-poort .......................... 292
HDR (Digitaal filter) .............. 301
HDR-opname ....................... 242
Heldere gebieden ................. 241
Helderheid ............................ 333
Helderheid aanpassen ......... 241
Helderheid van de monitor ... 333
Helemaal indrukken ............... 82
Help ...................................... 360
Histogram ....................... 37, 404
Hoofdschakelaar ........ 23, 26, 69
Hoog dynamisch bereik ....... 242
Horizoncorrectie ................... 160
Hulpdisplay .................... 28, 329
Hyper-handmatig a ............. 128
Hyper-programma e ........... 120
I
Index .................................... 275
M-knop .... 24, 27, 29, 33, 93
Ingebouwde flitser .................. 85
Initialiseren ........................... 317
Instellingen opslaan ............. 256
Intervalopnamen .................. 171
Invoer brandpuntsafstand .... 161
ISO-gevoeligheid ................. 405
o-knop ........................ 23, 109
J
JPEG .................................... 405
JPEG-kwaliteit ................ 64, 227
JPEG-
opnameresolutie ......... 64, 226
Juiste belichting ................... 106
K
Kalenderweergave ............... 272
Kelvin ........................... 237, 238
Kiezen & wissen ................... 283
Kleur (Digitaal filter) ..... 185, 301
Kleur aanpassen (Aangepaste
opname) ........................... 250
K-5_OPM_DUT.book Page 410 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
411
11
Bijlage
Kleur van de monitor ............334
Kleurextractie
(Digitaal filter) ...........184, 301
Kleurruimte ...................239, 405
Kleur-
temperatuur ......237, 238, 405
Kleurverzadiging (Aangepaste
opname) ...........................249
Knop lichtmeting ...................133
Knoppen aanpassen ....318, 321
Kwaliteitsniveau .....64, 227, 405
L
Lamplicht (Witbalans) ...........232
Lange-sluitertijd-
synchronisatie ...................206
Laterale chromatische
aberratie ...........................245
LCD-display ............................42
LCD-kleur instellen ...............334
LED voor lezen van/schrijven
naar kaart ...........................22
Lichte gedeeltes ...................405
Lichtmeting ...........................133
Lichtmeting bij automatische
belichting ..........................406
Lichtmeting met nadruk
op midden .........................134
Lichtmetingstijd ....................134
Live weergave ......................187
Luidspreker ............................22
U knop .........................24, 190
LW ........................................406
M
a (Hyper-handmatig) ...........128
Macintosh .............................352
Map wissen ..........................285
Mapnaam .............................336
Mappen aanmaken ..............336
Mapweergave .......................271
Mass Storage Class .............354
Matglas ................................ 151
Meerdere flitsers .................. 221
Meervlaksmeting .................. 133
Menubediening ...................... 48
3-knop ..................... 25, 48
Menupagina’s, weergave ..... 330
\ (Handmatige
scherpstelling) .................. 150
Microfoon ....................... 22, 196
Miniatuur (Digitaal filter) ....... 300
Mired ............................ 237, 406
Momentcontrole ............. 81, 332
Monitor ................................... 28
Monochroom
(Digitaal filter) ................... 301
Movie Editing ....................... 202
MSC ..................................... 354
N
Namen van steden ............... 327
ND (Neutrale Densiteit)-
filter ................................... 406
Neonlicht (Witbalans) ........... 232
Netvoedingsadapter ............... 59
NTSC ........................... 291, 406
O
Objectief ......................... 66, 374
Objectiefcorrectie ................. 245
Objectiefinformatie,
contactpunten ..................... 22
Objectiefontgrendelknop ........ 67
Objectiefvatting, index ............ 22
4-knop .......................... 25, 27
Ontgrendelknop objectief ....... 24
Ontspanknop .............. 23, 26, 82
Ontspanknop tot halverwege
ingedrukt ........................... 322
Oogschelp .............................. 68
Opladen van de batterij .......... 55
Opnamegegevens .................. 29
K-5_OPM_DUT.book Page 411 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
412
Bijlage
11
Opnamen met
daglichtsynchronisatie ........90
Opnamen met vergrendelde
spiegel ..............................168
Opnamen vergelijken ...........273
Opnameresolutie ............64, 226
Opslaan als handmatige
witbalans ...........................240
Opslagcapaciteit
voor opnamen .....................64
Optionele accessoires ..........383
Optisch voorbeeld ................155
P
e (Hyper-programma) .........120
PAL ..............................291, 406
Pastel (Digitaal filter) ............300
PC/AV-aansluiting ................290
PC/AV-aansluitingl ...............290
P-DDL (flitser) ......................219
P-DDL Auto (Flitsen) ............213
PENTAX Digital Camera
Utility 4 ..............................356
Picture Transfer Protocol .....354
Pixels ....................................226
Pixeluitlijning ........................347
Posterisatie (Digitaal filter) ...300
Productregistratie .................361
Programma e ...................... 120
Programmalijn ......................118
PTP ......................................354
R
Raster weergeven ................189
RAW .............................228, 406
|/Y-knop .................24, 322
RAW-bestandsindeling .........229
RAW-ontwikkeling ................306
RAW-opnamen
ontwikkelen .......................306
Reset ....................................372
Resolutie ..............................406
Resterende
opslagcapaciteit .................. 59
Retro (Digitaal filter) ..... 184, 300
Richtingsknoppen .... 45, 98, 364
Roteren ................................ 281
Ruisonderdrukking ............... 407
Ruisonderdrukking
bij hoge ISO ...................... 113
Ruisonderdrukking bij lange
sluitertijd ........................... 115
Ruisreductie ......................... 112
S
Schaduw (Witbalans) ........... 232
Schaduwcorrectie ................ 242
Schakelaar
lichtmetingsmodus .............. 24
Scherp stellen ...................... 139
Scherpstelindicatie ......... 80, 150
Scherpstelpunt ............. 145, 402
Scherpstelstand ................... 139
Scherpstelstand-knop .... 24, 139
Scherpstelvergrendeling ...... 148
Scherpte
(Aangepaste opname) ...... 249
Scherptediepte ............. 108, 407
Schetsfilter (Digitaal filter) .... 300
Schrijfbeveiliging .................... 63
SD-geheugenkaart ................. 61
Sensor reinigen .................... 381
Sensor stofvrij maken .......... 378
Shake Reduction .................. 158
Shake Reduction
(Bewegingsreductie) ......... 158
Sluitertijd ...................... 106, 407
Sluitertijd-
en diafragmavoorkeuze
L .................................. 126
Sluitertijdvoorkeuze b ........ 123
Snelinstelling, knop .......... 24, 27
Soft (Digitaal filter) ....... 184, 301
K-5_OPM_DUT.book Page 412 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
413
11
Bijlage
Software installeren ..............356
Speels
(Digitaal filter) ...........184, 300
Spiegel ...................................22
Spiegel omhoog ...................382
Spotmeting ...........................134
sRGB ............................239, 407
Standaardinstellingen ...........364
Statusscherm .................30, 331
Sterk contrast
(Digitaal filter) ...........184, 300
Sterren
(Digitaal filter) ...........184, 301
Stofalarm ..............................379
K (Gevoeligheids-
voorkeuze) ........................121
T
Taal instellen ..........................70
Taalinstelling ........................328
L (Sluitertijd- en
diafragmavoorkeuze) ........126
Tekstformaat ..................71, 329
Thuistijd ..........................71, 325
Tijdopname p ...................... 130
Tint (Aangepaste opname) ... 249
Transportstand .......................98
TV .........................................290
b (Sluitertijdvoorkeuze) ......123
U
Uitgebreide Bracketing .........181
USB-aansluitfunctie ..............353
USB-aansluiting ...................353
USER-stand .........................256
V
Vergrendelen
van de belichting ...............137
Vergrendelen
van de scherpstelling ........ 148
Vergrendelingsknop
functiekiezer ....................... 24
Vergroten van opnamen ...... 267
Verhoudingen ............... 194, 298
Verticale stand ....................... 33
Vervorming ........................... 245
Video .................................... 194
Video-ingang ........................ 290
Video-opnamen
weergeven ........................ 199
Video-uitgangssignaal .......... 291
Vierwegbesturing
(2345) ..................... 25, 27
Vignettering .................... 85, 407
Vlak (Digitaal filter) ............... 301
Voeding .................................. 69
Voorbeeld ............................. 153
Voorbeeldknop ..................... 322
W
Waarschuwing lichte/donkere
gebieden ........................... 265
Weergave van meerdere
opnamen .......................... 269
Weergavekleur ..................... 331
Weergavepalet ............. 262, 368
Weergavestand ...................... 33
Weergavetaal ....................... 328
Weergavetijd .......................... 59
Weergeven ............................. 93
Wereldtijd ............................. 324
Windows .............................. 352
Wissen ........................... 94, 283
Wissen van alle opnamen .... 286
Wissen van één enkele
opname .............................. 94
Witbalans ..................... 232, 407
X
M (Flitser X-sync
snelheid) ........................... 132
X-sync-aansluiting ................ 223
K-5_OPM_DUT.book Page 413 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
414
Bijlage
11
Z
Zelfontspanner .....................162
Zoeker .............................. 40, 68
Zoomen, snel .......................265
Zoomobjectief .........................84
K-5_OPM_DUT.book Page 414 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
415
Bijlage
11
GARANTIEBEPALINGEN
Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële
importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn
tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur
van twaalf maanden na aankoopdatum. Tijdens die periode worden
onderhoud en reparaties kosteloos uitgevoerd, op voorwaarde dat
de apparatuur niet beschadigd is door vallen of stoten, ruwe behandeling,
inwerking van zand of vloeistoffen, corrosie van batterijen of door
chemische inwerking, gebruik in strijd met de bedieningsvoorschriften,
of wijzigingen aangebracht door een niet-erkende reparateur. De fabrikant
of zijn officiële vertegenwoordiger is niet aansprakelijk voor enige
reparatie of verandering waarvoor geen schriftelijke toestemming
is verleend en aanvaardt geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg
van vertraging en gederfd gebruik voortvloeiend uit indirecte schade van
welke aard dan ook, of deze nu veroorzaakt wordt door ondeugdelijk
materiaal, slecht vakmanschap of enige andere oorzaak. Uitdrukkelijk
wordt gesteld dat de verantwoordelijkheid van de fabrikant of zijn officiële
vertegenwoordiger onder alle omstandigheden beperkt blijft tot het
vervangen van onderdelen als hierboven beschreven. Kosten
voortvloeiend uit reparaties die niet door een officieel PENTAX-
servicecentrum zijn uitgevoerd, worden niet vergoed.
Handelwijze tijdens de garantieperiode
Een PENTAX-apparaat dat defect raakt gedurende de garantieperiode
van 12 maanden, moet worden geretourneerd aan de handelaar waar
het toestel is gekocht, of aan de fabrikant. Als in uw land geen
vertegenwoordiger van de fabrikant gevestigd is, zendt u het apparaat
naar de fabriek met een internationale antwoordcoupon voor de kosten
van de retourzending. In dit geval zal het vrij lang duren voordat
het apparaat aan u kan worden geretourneerd, als gevolg van
de ingewikkelde douaneformaliteiten. Wanneer de garantie op het
apparaat nog van kracht is, zal de reparatie kosteloos worden uitgevoerd
en zullen de onderdelen gratis worden vervangen, waarna het apparaat
aan u wordt teruggezonden. Indien de garantie verlopen is, wordt het
normale reparatietarief in rekening gebracht. De verzendkosten zijn voor
rekening van de eigenaar. Indien uw PENTAX gekocht is in een ander
land dan waarin u tijdens de garantieperiode de reparatie wilt laten
verrichten, kunnen de normale kosten in rekening worden gebracht door
de vertegenwoordigers van de fabrikant in dat land. Indien u uw PENTAX
in dat geval aan de fabriek terugzendt, wordt de reparatie desalniettemin
uitgevoerd volgens de garantiebepalingen.
K-5_OPM_DUT.book Page 415 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
416
Bijlage
11
De verzend- en inklaringskosten zijn echter altijd voor rekening van de
eigenaar. Om de aankoopdatum indien nodig te kunnen bewijzen, dient u
het garantiebewijs en de aankoopnota van uw camera gedurende ten
minste één jaar te bewaren. Voordat u uw camera voor reparatie opstuurt,
dient u zich ervan te vergewissen dat u de zending inderdaad heeft
geadresseerd aan de fabrikant. Vraag altijd eerst een prijsopgave.
Pas nadat u zich hiermee akkoord hebt verklaard, geeft u het
servicecentrum toestemming de reparatie uit te voeren.
Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke
rechten van de klant.
De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs
in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen.
Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart
die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop,
of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land
voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
Het CE-keurmerk is een keurmerk voor conformiteit met
richtlijnen van de Europese Unie.
K-5_OPM_DUT.book Page 416 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
Informatie voor gebruikers over inzameling en verwerking van
afgedankte apparatuur en gebruikte batterijen
1. In de Europese Unie
Deze symbolen op de verpakking en in bijgevoegde
documenten duiden erop dat gebruikte elektrische
en elektronische apparatuur en batterijen niet bij het
gewone huisvuil mogen worden verwerkt.
Gebruikte elektrische/elektronische apparatuur en batterijen
moeten afzonderlijk en in overeenstemming met de bestaande
wetgeving worden behandeld.
Deze wetgeving vereist dat deze producten
op de voorgeschreven wijze worden ingezameld
en hergebruikt. Huishoudens binnen de EU kunnen
hun gebruikte elektrische/elektronische producten
en batterijen kosteloos inleveren bij inzamelpunten*.
In sommige landen nemen ook winkeliers uw oude product
in als u een vergelijkbaar nieuw product koopt.
*Neem voor meer bijzonderheden contact op met
de plaatselijke instanties.
Als u zich op de juiste wijze van dit product ontdoet, dan draagt
u ertoe bij dat het afval op de juiste wijze wordt behandeld
en hergebruikt en dat geen schade optreedt aan het milieu
of de gezondheid.
2. In andere landen buiten de EU
Deze symbolen zijn alleen geldig in de Europese Unie.
Als u zich van deze items wilt ontdoen, neem dan contact
op met de lokale overheid of een dealer om te vragen naar
de juiste methode voor afvalverwerking.
In Zwitserland kan gebruikte elektrische/elektronische
apparatuur gratis worden ingeleverd bij de dealer, zelfs
wanneer u geen nieuw product koopt. Andere inzamelpunten
vindt u op de website www.swico.ch
of www.sens.ch.
Opmerking over het batterijsymbool (onderste twee
symboolvoorbeelden):
Dit symbool kan zijn gebruikt in combinatie met een aanduiding
voor het gebruikte chemische element of de chemische
samenstelling. In dat geval dient u de regeling van de
richtlijn voor de betrokken chemische stoffen na te leven.
OPK500105/DUT
K-5_OPM_DUT.book Page 417 Friday, October 15, 2010 5:15 PM
28


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Pentax K-5 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Pentax K-5 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 23,68 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Pentax K-5

Pentax K-5 User Manual - English - 383 pages

Pentax K-5 User Manual - German - 1 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info