510185
11
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/14
Next page
P411 CCS
P462 CCS
P511 CCS
Motor
Cilinderinhoud cm
3
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Cilinderdiameter (mm) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Slag (mm). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Stationair toerental (omw/min.) . . . . . . . . . . . . .
Aanbevolen maximum toerental (omw/min) . . . . .
Vermogen (kW)
Omw/min.. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ontstekingssysteem
Producent/Ontstekingssysteemtype . . . . . . . . . .
Bougie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Elektrodenafstand (mm). . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Brandstof smeersysteem
Producent/Carburateurtype . . . . . . . . . . . . . . . .
Inhoud benzinetank (liter). . . . . . . . . . . . . . . . . .
Capaciteit oliepomp bij 8500 omw./min (ml/min).
Inhoud olietank (liter). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Oliepomptype . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Gewicht Zaag zonder zaagblad, ketting en met lege tanks (kg)
. .
Zaagblad- en kettingcombinaties - De onder-
staande combinaties zijn CE-typegoedgekeurd.
Lengte (“) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Steek (“) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Maximum aantal tandwielen neuswiel . . . . . . . .
Ketting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Geluidsniveaus
Equivalent geluidsdrukniveau bij het oor van de
gebruiker, gemeten volgens de van toepassing
zijnde internationale normen, dB(A) . . . . . . . . . .
Gewaarborgd geluidsvermogensniveau LwAav dB(A) (ISO 9207) . . .
Gemeten geluidsvermogensniveau LwAav dB(A) (ISO 9207). . .
Trillingniveaus
Voorste handvat (m/s
2
). . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Achterste handvat (m/s
2
) . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ketting/zaagblad
Standaard zaagbladlengte (“/cm) . . . . . . . . . . . .
Aanbevolen zaagbladlengtes (“/cm) . . . . . . . . . .
Effectieve zaaglengte (“/cm) . . . . . . . . . . . . . . .
Kettingsnelheid bij maximum vermogen (m/sec.).
Steek (“) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Dikte van de aandrijfschakel (mm) . . . . . . . . . . .
Aantal tanden van het aandrijftandwiel . . . . . . . .
1 Cilinderkap
2 Voorste handvat
3 Terugslagbescherming
4 Starter
5 Kettingolietank
6 Starthendel
7 Stelschroeven, carburateur
8 Chokehendel/Startgasvergrendeling
9 Achterste handvat
10 Stopschakelaar
11 Brandstoftank
12 Knalpot
13 Ketting
14 Zaagblad
15 Schorssteun
16 Kettingvanger
17 Koppelingdeksel
18 Gashendel
19 Gashendelvergrendeling
20 Kettingspannerschroef
21 Zaagbladbescherming
WAARSCHUWING! Motorkettingzagen kunnen gevaar-
lijk zijn! Slordig of onjuist gebruik kan resulteren in
ernstig letsel of overlijden van de gebruiker of anderen.
Neem de gebruiksaanwijzing grondig door en begint
niet te werken voor u alles duidelijk heeft begrepen.
Dit product voldoet aan de geldende CE-richtlijnen.
Geluidsemissie naar de omgeving volgens de richtlij-
nen van de Europese Gemeenschap. De emissie van de
machine wordt aangegeven in het hoofdstuk
Technische gegevens en op plaatjes.
Draag altijd:
HELM
GEHOORBESCHERMERS
VEILIGHEIDSBRIL OF VIZIER
HANDSCHOENEN MET ZAAGBESCHERMING
VEILIGHEIDSBROEK MET ZAAGBESCHERMING
LAARZEN MET ZAAGBESCHERMING, STALEN NEUS
EN ANTI-SLIP ZOO
U MOET ALTIJD EEN EHBO-KIT BIJ U HEBBEN
ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1 Een motorkettingzaag is uitsluitend bedoeld voor zagen
in bomen. De enige accessoires waarvoor u de
motoreenheid als aandrijfeenheid mag gebruiken zijn de
zaagblad/kettingcombinaties die aanbevolen worden in
het hoofdstuk “Technische gegevens”.
2 Gebruik de motorkettingzaag nooit als u moe bent,
alcohol heeft gedrongen of medicijnen heeft
ingenomen die uw gezichtsvermogen, uw beoordel-
ingsvermogen of uw coördinatievermogen negatief
beïnvloeden.
3 Gebruik altijd de persoonlijke veiligheidsuitrusting.
4 Gebruik nooit een motorkettingzaag die zo gewijzigd
werd dat ze niet langer overeenkomt met de originele
uitvoering.
5 Gebruik nooit een motorkettingzaag die defect is.
6 STARTEN
Start de motorkettingzaag nooit voor het zaagblad,
de ketting en het koppelingdeksel juist gemonteerd
zijn. (Zie hoofdstuk “Monteren”).
Start de motorkettingzaag nooit binnenshuis.
Vergeet niet dat het gevaarlijk is om de uitlaat-
gassen van de motor in te ademen.
Controleer de omgeving en vergewis u ervan dat er
geen risico bestaat dat mensen of dieren in contact
komen met de ketting.
Plaats de motorkettingzaag op de grond met uw
rechtervoet in het achterste handvat. Grijp het
voorste handvat stevig beet met uw linkerhand. Zorg
ervoor dat de motorkettingzaag stabiel ligt en dat de
!
!
31
h
A ALGEMENE BESCHRIJVING
B VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
TECHNISCHE GEGEVENS
40,2 44,3 48,7
40 42 44
32 32 32
2500 2500 2500
12500 12500 12500
2,0 2,2 2,3
9000 9000 9000
Phelon/CD
Champion RCJ07 NGK BPMR7A
0,5 0,5 0,5
Zama/C1Q-EL1
0,5 0,5 0,5
666
0,25 0,25 0,25
Autom
atisch
4,7 4,7 4,7
13”-15”-18”
0,325 0,325 0,325
10T 10T 10T
Partner S25 “Pro Cut”/S30 “Slim Cut”
99,5 99,5 99,5
111 111 111
109 109 109
1,9 1,9 3,9
4,2 4,2 3,6
13”/33
13-18”/33-46
12-17”/31-44
17,3
0,325
1,3 1,3 1,5
777
411 CCS 462 CCS 511 CCS
ketting niet in contact komt met de grond of een
andere voorwerp. Grijp daarna het starthandvat met
uw rechterhand beet en trek aan het starterkoord.
7 BRANDSTOFVEILIGHEID
(Tanken/Brandstofmengsel/Opbergen)
Brandstof en brandstofdampen zijn uiterst
brandgevaarlijk.Wees voorzichtig bij het hanteren van
brandstof en kettingolie. Vergeet het brand-,
explosie- en inademingsgevaar niet.
Tank nooit wanneer de motor van de zaag loopt.
Zorg voor een goede ventilatie tijdens het tanken en het
mengen van brandstof (benzine en 2-takt olie).
Verplaats de motorkettingzaag tenminste 3 m van
de tankplaats voor u de motor start.
Start nooit de motorkettingzaag:
a) Als u daarop brandstof of kettingolie heeft
gemorst. Neem alle gemorste brandstof af en
laat de benzineresten verdampen.
b) Als u brandstof of kettingolie op uzelf of op uw kled-
ing gemorst heeft, trek eerst schone kleding aan.
c) Als de zaag brandstof lekt. Controleer “de
brandstofleidingen” regelmatig op lekkage.
Berg de motorkettingzaag en de brandstof zo dat
eventuele lekkage en dampen niet in contact kunnen
komen met vonken of vlammen. Bijvoorbeeld elek-
trische machines, elektrische motoren, stopcon-
tacten/schakelaars, verwarmingsketels e.d.
De brandstof moet in daarvoor bedoelde en
goedgekeurde tanks worden bewaard.
Bij opslag van langere duur en transport van de
motorkettingzaag moeten de brandstof- en
zaagkettingolietanks worden geleegd. Vraag bij uw
tankstation of bij de gemeente waar u de afgetapte
brandstof en kettingolie kwijt kan.
8 Gebruik uitsluitend de in deze gebruiksaanwijzing
aanbevolen accessoires. Zie de hoofdstukken
“Technische gegevens”.
Met een defecte zaaguitrusting of een verkeerd
geslepen ketting neemt het risico op ongevallen
toe. Met een verkeerde zaagblad/kettingcombi-
natie neemt het risico op ongevallen toe.
WAT IS TERUGSLAG?
Terugslag is de benaming van een plotselinge reactie
waarbij de zaag en het zaagblad terugslaan van een
voorwerp dat geraakt werd door de terugslagrisico-sec-
tor van de zaagbladpunt.
De terugslag gebeurt altijd in de richting van het zaag-
bladoppervlak. Meestal slagen de zaag en het zaagblad
omhoog en naar achteren naar de gebruiker toe. Maar dit
kan ook in andere richtingen zijn, afhankelijk van de positie
waarin de zaag zich bevindt op het ogenblik dat de terugsla-
grisico-sector in contact komt met een voorwerp.
Terugslag vindt uitsluitend plaats wanneer de terugslagrisico-
sector van het zaagblad in contact komt met een voorwerp.
SLIJPEN EN INSTELLEN VAN DE TANDDIEPTE VAN DE
KETTING
Met een verkeerd geslepen ketting neemt het risico
op terugslag toe!
A
Algemeen met betrekking tot het slijpen van de tanden
Zaag nooit met een stompe ketting. De ketting is
stomp wanneer u de zaaguitrusting door de boom
moet drukken en dat de houten spaanders erg
klein zijn. Met een erg stompte ketting zijn er zelfs
geen houten spaanders. Dan krijgt men alleen
houtpoeder.
Een goed geslepen ketting “eet” door de boom en
geeft houten spaanders die groot en lang zijn.
De zagende delen van een ketting worden
ZAAGSCHAKELS genoemd en bestaan uit een SNIJ-
TAND (A) en een DIEPTESTELLERNOK (B). Het verschil
in hoogte tussen deze beid bepaalt de snijdiepte.
B Slijpen van de snijtand
Om de snijtand te slijpen heeft men een RONDE VIJL en
een VIJLMAL nodig. Raadpleeg het hoofdstuk
“Technische gegevens” met betrekking tot de diameter
van de ronde vijl en welke vijlmal aanbevolen wordt voor
de ketting van uw motorkettingzaag.
1 Controleer of de ketting gestrekt is.Als de ketting niet
voldoende gestrekt is, is ze zijdelings onstabiel waar-
door ze niet juiste kan geslepen worden.
2 Vijl altijd van de binnenkant van de snijtand naar buiten
toe. Til de vijl op wanneer u naar de volgende tand
gaat. Vijl eerst alle tanden aan één kant, draai daarna
de zaag om en vijl de tanden van de andere kant.
3 Vijl zo dat alle tanden even lang zijn. Wanneer de
lengte van de snijtand slechts 4 mm bedraagt, is de
ketting versleten en moet ze vervangen worden.
Zaaguitrusting smeren
Onvoldoende smeren van de zaaguitrusting kan een
breuk van de ketting veroorzaken wat tot ernstige
en zelfs dodelijke verwondingen kan leiden.
A Zaagkettingolie
Een zaagkettingolie moet een goede aanhechting
hebben aan de zaagketting, en tevens goede vloei-
eigenschappen hebben, of het nu een warme zomer
of een koude winter is.
Als fabrikant van motorkettingzagen hebben wij een
optimale zaagkettingolie ontwikkeld die door zijn
plantaardige grondslag bovendien biologisch
afbreekbaar is. Wij bevelen het gebruik van onze olie
aan voor zowel een maximale levensduur van de
zaagketting als voor behoud van het milieu.
!
32
h
Als onze zaagkettingolie niet verkrijgbaar is, bevelen
wij gewone zaagkettingolie aan.
In gebieden waar oliën die speciaal bedoeld zijn voor
het smeren van zaagkettingen niet verkrijgbaar zijn,
kan transmissieolie EP 90 worden gebruikt.
Gebruik nooit afvalolie. Deze is schadelijk voor zowel
u zelf, de zaag als het milieu.
B Kettingolie bijvullen
Al onze motorkettingzaagmodellen hebben automa-
tische kettingsmering. Een aantal modellen is ook
leverbaar met verstelbare oliestroom.
De kettingolietank en de brandstoftank zin zo gedimen-
sioneerd dat de motor stopt bij gebrek aan brandstof voor
de kettingolie op is. Deze veiligheidsfunctie vereist echter
wel dat men de juiste kettingolie gebruikt (met te dunne
en dunvloeiende olie raakt de kettingolietank leeg voor
de brandstof op is), dat men onze aanbevelingen met
betrekking tot de carburateurinstelling volgt (met een te
“magere” instelling gaat de brandstof langer mee dan de
kettingolie) en dat men onze aanbevelingen met
betrekking tot de maaiuitrusting volgt (een te lang zaag-
blad heeft meer kettingolie nodig).
Op modellen met verstelbare oliepomp moeten de
hierboven genoemde voorwaarden vervuld worden.
WAARSCHUWING! Wanneer u aan de ketting
werkt, moet u altijd handschoenen dragen.
Controleer of de kettingrem ontkoppeld is door de
terugslagbescherming van de kettingrem naar de
voorste handvatbeugel te duwen.
Verwijder de zaagbladmoeren en het koppelingdeksel
(kettingrem).
Monteer het zaagblad over de zaagbladbouten. Plaats
het zaagblad in de achterste stand. Plaats de ketting
over het kettingaandrijftandwiel en in de zaagbladgroef.
Begin aan de bovenkant van het zaagblad.
Controleer of de randen van de zaagschakels op de
bovenkant van het zaagblad naar voren zijn gericht.
Monteer het koppelingdeksel (kettingrem) en plaats de
kettingafstelpen in de opening van het zaagblad.
Controleer of de aandrijfschakels van de ketting op het
aandrijftandwiel passen of de ketting juiste in de groef van
het zaagblad zit.Haal de zaagbladmoeren aan met de hand.
Span de ketting door met behulp van de combinatie-
sleutel de kettingafstelschroef naar rechts te schroeven.
De ketting moet aangespannen worden tot ze niet
langer slap hangt aan de onderkant van het zaagblad.
De ketting is juist aangespannen wanneer heeft de correcte
spanning wanneer ze niet langer slap hangt aan de onderkant
van het zaagblad en toch gemakkelijk met de hand kan wor-
den voortbewogen.Hou de tip van het blad omhoog en haal de
zaagbladmoeren aan met de combi-sleutel.
Op een nieuwe ketting moet de kettingspanning vaak
gecontroleerd worden tot de ketting goed “ingelopen”
is. Controleer regelmatig de kettingspanning. Correct
aangespannen kettingen geven goede bedrijfsprestaties
en hebben een lange levensduur.
N.B! Uw kettingzaag is uitgerust met een twee-takt
motor. Gebruik steeds met twee-takt motorolie vermengde
benzine. Om zeker te zijn van de juiste mengverhouding, is
het erg belangrijk dat u de oliehoeveelheid steeds
nauwkeurig afmeet. Als u kleine brandstofhoeveelheden
mengt, hebben zelfs kleine afwijkingen van de juiste
oliehoeveelheid een grote invloed op de mengverhouding.
Benzine
Gebruik loodvrije of gelode benzine van een hoge kwaliteit.
Het aanbevolen laagste octaangehalte is 90.
Als men de motor laat draaien op benzine met een
lager octaangehalte dan 90 kan dit tot zogenaamd
kloppen leiden. Hierdoor stijgt de motortemperatuur
wat tot zware motorbeschadigingen kan leiden.
Als men voortdurend met een hoog toerental werkt (b.v. snoeien)
is het aan te raden een hoger octaangehalte te gebruiken
.
Twee-takt olie
Gebruik PARTNER twee-takt olie die speciaal werk
ontwikkeld voor motorkettingzagen, voor een zo goed
mogelijk resultaat. kettingzaag. Mengverhouding 1:50 (2%).
Indien er geen PARTNER twee-takt olie verkrijgbaar
is, dient u een andere olie van goede kwaliteit en
bedoeld voor luchtgekoelde motoren, te gebruiken.
Neem contact op met uw dealer als u twijfelt.
Mengverhouding 1:33 (3%) - 1:25 (4%).
Gebruik nooit olie bedoeld voor vier-takt motoren.
Mengen
Meng de benzine en olie altijd in een schone jerrycan
die goedgekeurd is voor benzine.
Begin altijd met de helft van de benzine die gemengd
moet worden erin te gieten. Giet er daarna de hele
oliehoeveelheid bij. Meng (schud) het brandstof-
mengsel. Giet er de resterende hoeveelheid benzine bij.
Meng (schud) de brandstofhoeveelheid goed voor u
de brandstoftank van de zaag vult.
Meng nooit meer brandstof dan u voor ca. 1 maanden
nodig heeft.
Als u de zaag gedurende een langere tijd niet gebruikt,moet
u de brandstoftank leeg maken en hem schoonmaken.
Kettingolie
!
33
h
D BRANDSTOFHANTERING
C MONTEREN VAN ZAAGBLAD EN KETTING
Het smeren van de ketting gebeurt automatisch en we raden aan
een speciale olie (kettingolie) met
goede adhesie.
In landen waar geen kettingolie verkrijgbaar is, kan
transmissieolie EP 90 worden gebruikt.
Gebruik nooit gebruikte olie. Dit kan de oliepomp, het
zaagblad en de ketting beschadigen.
Het is belangrijk het juiste olietype te gebruiken in verhoud-
ing tot de luchttemperatuur (juiste viscositeit).
Bij temperaturen onder 0°C worden bepaalde oliesoorten
minder visceus. Dit kan de pomp overbelasten en de kom-
ponenten van de pomp beschadigen.
Neem contact op met uw dealer voor het kiezen van de
juist kettingolie.
Tanken
WAARSCHUWING! Om het risico op brand te verminderen,
moet u de volgende voorzorgsmaatregelen nemen.
Rook nooit of plaats nooit warme voorwerpen in de
buurt van de brandstof.
Tank nooit terwijl de motor draait.
Open de dop van de tank voorzichtig wanneer u wilt
tanken zodat eventuele overdruk langzaam verdwijnt.
Haal de dop van de tank goed aan na het tanken.
Verplaats de zaag altijd een eind van de tankplaats
voor u de motor start.
Maak de dop van de tank en de directe omgeving goed
schoon.
Maak de brandstof- en kettingolietanks regelmatig
schoon. Het brandstoffilter moet minstens één keer per
jaar vervangen worden. Verontreinigingen in de tank
kunnen defecten veroorzaken.
Zorg ervoor dat de brandstof goed gemengd is door de jer-
rycan voorzichtig te schudden voor u de tank vult. De vol-
umes van de kettingolie- en brandstoftanks zijn goed op
elkaar afgestemd.Vul daarom de kettingolie- en de brand-
stoftank altijd op hetzelfde tijdstip.
WAARSCHUWING! Voor het starten moet u reken-
ing houden met de volgende punten:
De zaag nooit starten als het zaagblad, de ketting en
het koppelingdeksel (kettingrem) niet gemonteerd
zijn. Anders kan de koppeling losraken en tot per-
soonlijke verwondingen veroorzaken.
Verwijder de motorkettingzaag steeds van de
tankplaats, voor u de zaag start.
Plaats de zaag steeds op een stabiele ondergrond.
Zorg ervoor dat u stevig staat en dat de ketting niet
in contact kan komen met een voorwerp.
Hou onbevoegden uit het werkgebied.
Koude motor
KETTINGREM: Span de kettingrem door de handbescher-
mer naar achter naar het handvat te duwen.
ONTSTEKING: Draai de stopschakelaar naar links.
CHOKE: Zet de choke-hendel in de choke-positie.
STARTGAS: De gecombineerde choke/startgaspositie wordt
verkregen door de hendel in de chokestand te zetten.
Warme motor
Volg dezelfde procedure als voor de koude motor, maar
zonder de chokehendel in de chokestand te zetten. De
startgasstand wordt verkregen door de chokehendel in de
chokestand te zetten en hem terug in te drukken.
STARTEN
Grijp het voorste handvat beet met uw linkerhand. Plaats
uw rechtervoet op het onderste van het achterste handvat
en druk de zaag op de grond.
Grijp de starthendel beet, en trek met uw rechterhand langzaam
aan het starterkoord tot men weerstand voelt (starthaken grijpen
in) en trek daarna een paar keer snel en kort.
Druk de chokehendel onmiddellijk in wanneer de motor
ontsteekt, en herhaal de startpogingen tot de motor start.
Wanneer de motor start, geef snel vol gas en het start-
gas wordt automatisch uitgeschakeld.
N.B.! Trek het starterkoord niet volledig uit en laat de
starthendel niet zomaar los wanneer het volledig uit-
getrokken is. Dit kan tot beschadigingen van de motor-
kettingzaag leiden.
STOPPEN
Stop de motor door de ontsteking af te zetten. (Draai de
stopschakelaar naar rechts.)
BASISTECHNIEK ZAGEN
Algemeen
Geef altijd vol gas bij het zagen!
Laat na elke zaagsnede de motor stationair draaien
(als de motor langdurig op volle toeren draait zonder dat
hij belast wordt, d.w.z. zonder de weerstand die de
motor bij het zagen via de ketting ondervindt, kan dit tot
ernstige beschadigingen van de motor leiden).
Met de bovenkant van het zaagblad zagen = met
“trekkende” ketting zagen.
Met de onderkant van het zaagblad zagen = met
“duwende” ketting zagen.
Voor het zagen moet u rekening houden met vijf erg
belangrijke factoren:
1 De zaaguitrusting mag niet vastgeklemd worden in
de zaagsnede.
2 Het zaagvoorwerp mag niet splijten.
3 De ketting mag tijdens en na het zagen niet in con-
tact komen met de grond of hindernis.
4 Bestaat er risico op terugslag?
5 Kan u op deze grond en in deze omgeving veilig gaan
en staan?
!
34
h
E STARTEN EN STOPPEN
F INWERKINGSTELLING
Als de ketting wordt vastgeklemd in de zaagsnede:
SCHAKEL DE MOTOR UIT! Probeer de motorkettingzaag niet
los te trekken. Als u dit doet kunt u zich verwonden aan de
ketting wanneer de zaag plotseling loskomt. Gebruik een
hefboom om de motorkettingzaag los te maken.
Hieronder volgt een theoretische beschrijving van hoe de
meeste voorkomende situaties waarmee de gebruiker van een
motorkettingzaag te maken krijgt, gehanteerd moeten worden.
Zagen
1
De stam ligt op de grond. Er bestaat geen risico dat de
ketting wordt vastgeklemd of dat de stam splijt. Zaag
van boven naar beneden door de hele stam. Wees
voorzichtig op het einde van de zaagsnede zodat u
voorkomt dat de ketting de grond raakt.
A Als dit mogelijk is (kan de stam geroteerd wor-
den?) zaag de stam dan voor 2/3 door.
B Roteer de stam zo dat de resterende 1/3 van bove-
naf kunt zagen.
2 De stam wordt aan één kant ondersteund. Groot risi-
co op splijten.
A Begin met van onder naar boven te zagen (ca. 1/3
van de stamdiameter).
B
Zaag de stam daarna van boven naar beneden door
zodat de twee zaagsneden elkaar ontmoeten.
3 De stam wordt aan beide kanten ondersteund. Groot
risico dat de ketting wordt vastgeklemd.
A Begin met van onder naar boven te zagen (ca. 1/3
van de stamdiameter).
B
Zaag de stam daarna van boven naar beneden door
zodat de twee zaagsneden elkaar ontmoeten.
VELTECHNIEK
Voor het vellen van een boom is veel techniek vereist.
Een onervaren motorkettingzaaggebruiker mag geen
bomen vellen met de zaag. VOER NOOIT TAKEN UIT
WAARVOOR U NIET GEKWALIFICEERD BENT.
A Veiligheidsafstand
De veiligheidsafstand tussen de boom die geveld zal worden
en de dichtstbijzijnde werkplek moet tenminste 2 1/2 boom-
lengtes bedragen. Zorg ervoor dat niemand zich voor en tij-
dens het vellen in deze “risicozone” bevindt.
B Velrichting
Bij het vellen van bomen is het de bedoeling dat de boom
op zo geveld wordt dat het snoeien en het doorzagen van
de gevelde boom op zo’n “eenvoudig” mogelijk terrein kan
gebeuren. Men moet er veilig kunnen gaan en staan. In de
eerste plaats moet voorkomen worden dat de vallende
boom vastraakt in een andere boom. Het is erg gevaarlijk
om zo’n “vastgeraakte” boom op de grond te krijgen (zie
punt 4 van dit hoofdstuk). Nadat u bepaald heeft in welke
richting u wilt dat de boom valt,moet u ook beoordelen wat
de natuurlijke valrichting van de boom is.
Die wordt bepaald door de volgende factoren:
• Helling
• Hoe gebogen de boom is
• Windrichting
• Takkenconcentratie
• Eventueel gewicht van de sneeuw op de boom
Een andere belangrijke factor, die geen invloed heeft op
de valrichting, maar wel belangrijk is voor uw persoon-
lijke veiligheid, is dat u moet controleren of de boom
geen beschadigde of “dode” takken heeft die af kunnen
breken en u kunnen verwonden.
C Onderste gedeelte van de stam snoeien en vluchtweg
Snoei de takken van het onderste gedeelte van stam af die in de
weg zitten. Men kan het best van onder naar boven werken en
de stam moet zich altijd tussen u en de motorkettingzaag bevin-
den. Snoei nog hoger dan schouderhoogte.
Verwijder de vegetatie rond de boom en controleer of er
eventuele hindernissen (stenen, takken, kuilen enz.) zijn zodat u
gemakkelijk weg kunt komen wanneer de boom begint te vallen.
De vluchtweg moet in een hoek van circa 135° (schuin achter-
waarts) tegenover de geplande valrichting liggen.
D Vellen
Het vellen gebeurt met drie zaagsneden. Eerst maakt men een
“INKEPING” die bestaat uit een “BOVENSTE INKEPING” en een
“ONDERSTE INKEPING”, en daarna wordt het vellen beëindigd
met een “ZAAGSNEDE”. Door de inkepingen en de zaagsnede
op de juiste plaats aan te brengen, kan men de valrichting erg
nauwkeurig sturen.
INKEPING
Bij het aanbrengen van de INKEPING begint men met de
BOVENSTE INKEPING. Sta aan de rechterkant van de
boom en zaag met trekkende ketting.
Breng daarna de ONDERSTE INKEPING aan zodat die
eindigt waar de BOVENSTE INKEPING eindigt.
De inkepingdiepte moet 1/4 van de stamdiameter
bedragen en de hoek tussen de bovenste en de onder-
ste inkeping tenminste 45°.
De beide inkepingen ontmoeten elkaar op de
“INKEPINGLIJN”. De inkepinglijn moet volkomen hori-
zontaal liggen en tegelijkertijd een rechte hoek (90°)
vormen met de gekozen valrichting.
ZAAGSNEDE
De zaagsnede wordt aangebracht vanaf de andere kant van
de boom en moet volkomen horizontaal liggen. Sta links
van de boom en zaag met trekkende ketting.
Breng de ZAAGSNEDE ca. 3-5 cm boven de horizontale
lijn van de INKEPING aan.
Steek de schorssteun (indien deze gemonteerd is) achter het
scharnierstuk. Zaag met volle gas en duw de ketting/het
zaagblad langzaam in de boom. Let op of de boom niet in
een richting beweegt die tegenovergesteld is aan de
gekozen valrichting. Breng zodra de snijdiepte dit toelaat,
een VELWIG of een BREEKIJZER aan in de ZAAGSNEDE.
35
h
11


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Partner P462 CCS at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Partner P462 CCS in the language / languages: English, German, Dutch, French, Italian, Portuguese, Spanish as an attachment in your email.

The manual is 2,67 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info