645060
33
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/121
Next page
C5750
C5950
Gebruikershandleiding
C5000 Series
C5000
TM
Voorwoord > 2
V
OORWOORD
We hebben ernaar gestreefd de informatie in dit document volledig, accuraat en up-
to-date weer te geven. De fabrikant is niet aansprakelijk voor de gevolgen van
fouten waarvoor deze niet verantwoordelijk is. De fabrikant kan ook niet garanderen
dat wijzigingen in software en apparatuur die zijn aangebracht door andere
fabrikanten en waarnaar in deze handleiding wordt verwezen, geen invloed hebben
op de toepasbaarheid van de informatie in de handleiding. De fabrikant is niet
noodzakelijkerwijs aansprakelijk voor softwareproducten die door andere bedrijven
zijn gemaakt en die in deze handleiding worden genoemd.
Hoewel redelijkerwijs alles heeft gedaan om dit document zo accuraat en nuttig
mogelijk te maken, verleent geen expliciete of impliciete garantie met betrekking
tot de accuratesse of volledigheid van de betreffende informatie.
De meest recente stuurprogramma's en handleidingen zijn beschikbaar op de
website van Oki Europe: http://www.okiprintingsolutions.com
Copyright © 2007. Alle rechten voorbehouden
Oki en Microline zijn gedeponeerde handelsmerken van Oki Electric Industry
Company, Ltd.
Energy Star is een handelsmerk van het United States Environmental Protection
Agency.
Hewlett-Packard, HP en LaserJet zijn gedeponeerde handelsmerken van Hewlett-
Packard Company.
Microsoft, MS-DOS en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft
Corporation.
Apple, Macintosh, Mac en Mac OS zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple
Computer.
Andere product- en merknamen zijn gedeponeerde handelsmerken of
handelsmerken van de betreffende rechthebbenden.
Als deelnemer aan het Energy Star -programma heeft de fabrikant
vastgesteld dat dit product voldoet aan de Energy Star -normen voor
zuinig energieverbruik.
Dit product voldoet aan de Richtlijnen 2004/108/EC
(elektromagnetische compatibiliteit), 2006/95/EC (laagspanning)
en 1999/5/ EC (eindapparatuur voor radio & telecommunicatie) van
de Raad, zoals gewijzigd - indien van toepassing - bij de aanpassing
van de wetgeving van de lidstaten betreffende elektromagnetische
compatibiliteit, laagspanning en eindapparatuur voor radio &
telecommunicatie.
Houd er rekening mee dat Microsoft Windows XP is gebruikt om de afbeeldingen in
deze handleiding te produceren. Deze afbeeldingen wijken af als u een ander
besturingssysteem gebruikt. Het principe blijft echter gelijk.
Voorwoord > 3
E
ERSTE
HULP
BIJ
ONGEVALLEN
Wees behoedzaam met tonerpoeder:
Indien er tonerpoeder wordt ingeslikt, moet onmiddellijk een arts worden
geraadpleegd. Probeer braken echter niet te forceren wanneer de persoon
bewusteloos is.
Indien er tonerpoeder wordt ingeademd, moet de persoon naar buiten
worden gebracht voor frisse lucht. Raadpleeg onmiddellijk een arts.
Indien er tonerpoeder in de ogen is terechtgekomen, dienen deze
gedurende ten minste 15 minuten met veel water te worden uitgespoeld
terwijl de ogen geopend blijven. Raadpleeg onmiddellijk een arts.
Indien er tonerpoeder wordt gemorst, moet dit met koud water en zeep
worden verwijderd om vlekken op de huid of kleding te voorkomen.
F
ABRIKANT
Oki Data Corporation,
4-11-22 Shibaura, Minato-ku,
Tokyo 108-8551, Japan
I
MPORTEUR
VOOR
DE
EU/
ERKEND
VERTEGENWOORDIGER
OKI Europe Limited (handelend als OKI Printing Solutions)
Central House
Balfour Road
Hounslow
TW3 1HY
Verenigd Koninkrijk
Neem voor algemene vragen en alle vragen over verkoop en ondersteuning contact
op met uw plaatselijke leverancier.
M
ILIEU
-
INFORMATIE
Inhoudsopgave > 4
I
NHOUDSOPGAVE
Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 2
Eerste hulp bij ongevallen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Fabrikant. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Importeur voor de EU/erkend vertegenwoordiger . . . . . 3
Milieu-informatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Inhoudsopgave . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Opmerking, Let op! en Waarschuwing!. . . . . . . . . . . . 6
Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Printeroverzicht . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
De taal op het LCD-scherm wijzigen . . . . . . . . . . . . . 11
Aanbevolen papier . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Cassetteladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Universele lade. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Face down stacker (Uitvoervak (afgedrukte zijde naar
beneden)) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Face up stacker (Uitvoervak (afgedrukte zijde naar
boven)). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Duplexeenheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Papier in de printer plaatsen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Cassetteladen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Werking. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Het apparaat gebruiken. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Menufuncties. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Bedieningspaneel: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
De instellingen wijzigen - gebruiker . . . . . . . . . . . . . 23
De instellingen wijzigen - beheerder . . . . . . . . . . . . . 24
Menu's . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Verbruiksmaterialen vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Toner: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Drumcartridge: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 65
Transportband: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Fuser: . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 66
Bestelinformatie verbruikmaterialen . . . . . . . . . . . . . 66
Tonercartridge vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 67
Vervanging van de drumcartridge. . . . . . . . . . . . . . . 72
De transportband vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 77
De fuser vervangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 80
De LED-kop reinigen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 83
Inhoudsopgave > 5
Upgrades installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Duplexeenheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 84
Geheugenuitbreiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 86
Harde schijf . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 90
Extra papierlade . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 93
Printerdrivers van Windows bijwerken. . . . . . . . . . . . 94
Opslagkast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 94
Vastgelopen papier verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . 95
Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Fabrieksinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 108
Index. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 118
Oki contactgegevens. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
Opmerking, Let op! en Waarschuwing! > 6
O
PMERKING
, L
ET
OP
!
EN
W
AARSCHUWING
!
OPMERKING
Een opmerking wordt als volgt in deze handleiding
weergegeven. Opmerkingen zijn toelichtingen of tips met
extra informatie om u te helpen het product beter te
gebruiken en begrijpen.
LET OP!
Met LET OP! wordt u in deze handleiding tot
voorzichtigheid gemaand. Deze tekst bevat extra
informatie die, indien deze wordt genegeerd, tot
schade of storingen in het apparaat kan leiden.
WAARSCHUWING!
Een waarschuwing wordt als volgt in deze handleiding
weergegeven. Deze tekst bevat extra informatie die,
indien deze wordt genegeerd, kan leiden tot een risico
op persoonlijk letsel.
Inleiding > 7
I
NLEIDING
Gefeliciteerd met de aanschaf van deze kleurenprinter van Oki
Printing Solutions. Uw nieuwe printer is uitgerust met
geavanceerde mogelijkheden voor heldere, levendige afdrukken
in kleur en scherpe afdrukken in zwart-wit.
Uw printer biedt de volgende mogelijkheden:
> De ProQ2400-meerlaagstechnologie zorgt voor verfijnde
tinten en een vloeiender kleurverloop, zodat uw
documenten worden afgedrukt in fotokwaliteit.
> Maximaal 22 pagina’s (C5750) of 26 pagina's (C5950) per
minuut in kleur voor het snel afdrukken van
indrukwekkende kleurenpresentaties en andere
documenten;
> Maximaal 32 pagina’s per minuut in zwart-wit voor snel en
efficiënt afdrukken van alle algemene documenten die niet
in kleur hoeven te worden afgedrukt;
> Een afdrukresolutie van 600 x 600, 1200 x 600 dpi (dots
per inch) en ProQ2400-afdrukresolutie voor afbeeldingen
van hoge kwaliteit waarin ook de fijnste details worden
weergegeven;
> Digitale LED-kleurentechnologie met enkele doorvoer voor
een snelle verwerking van uw afdruktaken;
> Met het hulpprogramma Profile Assistant kunt u ICC-
profielen downloaden naar de vaste schijf (hiervoor hebt u
een vaste schijf nodig);
> PostScript 3-, PCL 5C-, PCL 6- en Epson FX-emulaties voor
de verwerking van afdruktaken volgens de industrienorm
en compatibiliteit met de meeste
computerprogrammatuur;
> 10Base-T- en 100Base-TX-netwerkverbinding voor het
delen van de printer met andere gebruikers in uw
kantoornetwerk;
> De optie Foto verbeteren voor het verbeteren van
afdrukken en foto's (alleen Windows PCL-
stuurprogramma);
Inleiding > 8
> 'Vraag Oki' – een gebruiksvriendelijke functie voor
Windows waarmee u vanuit het scherm van de
printerdriver rechtstreeks toegang hebt tot een speciale
website voor het model dat u gebruikt. Hier vindt u alle
adviezen, hulp en ondersteuning die u nodig hebt om
optimale resultaten te verkrijgen met uw Oki-printer;
> “WebPrint Internet Explorer 6.0 plugin” – nog een functie
voor Windows waarmee u webpagina's correct afdrukt;
> Het hulpprogramma Template Manager 2007 voor
Windows stelt u in staat om eenvoudig visitekaartjes,
banners en etiketten te ontwerpen en af te drukken.
Bovendien zijn ook de volgende optionele functies beschikbaar:
> Automatisch tweezijdig afdrukken (duplex) voor zuinig
papiergebruik en het compact afdrukken van grotere
documenten (standaard op dn-modellen);
> Extra papierlade voor nog eens 530 vel zodat er minder
vaak papier hoeft te worden geladen of om andere
papiertypen, zoals briefhoofdpapier, alternatieve
papierformaten of andere afdrukmedia te laden;
> Extra geheugen, zodat u complexere pagina's kunt
afdrukken. Bijvoorbeeld het afdrukken van banners bij
een hoge resolutie;
> Interne harde schijf voor de opslag van overlays, macro's
en laadbare lettertypen en het automatisch sorteren van
meerdere kopieën van een document met meerdere
pagina’s en het downloaden van ICC-profielen.
> Opslagkast.
Inleiding > 9
P
RINTEROVERZICHT
V
OORAANZICHT
Op het LCD-scherm kunnen verschillende talen worden ingesteld.
(Zie 'De taal op het LCD-scherm wijzigen' op pagina 11.)
1. Uitvoervak, afgedrukte zijde
naar beneden
Standaarduitvoervak voor
afdrukken. Kan maximaal 250
vel papier van 80 g/m²
bevatten.
2. Bedieningspaneel.
Menugestuurd
bedieningsknoppen en LCD-
scherm.
3. Papierlade
Standaardlade voor blanco
papier. Kan maximaal 300 vel
papier van 80 g/m² bevatten.
4. Universele lade (80g/m²).
Deze lade wordt gebruikt voor
zwaarder papier, enveloppen en
andere speciale media. Indien
nodig kan deze lade ook voor
handmatige invoer van enkele
vellen worden gebruikt.
5. AAN/UIT-knop.
6. Ontgrendeling van de voorklep.
7. Ontgrendeling van klep van
universele lade
8. Knop voor het openen van de
printerkap.
8
2
7
6
3
4
8
1
5
7
Inleiding > 10
A
CHTERAANZICHT
Op deze afbeelding wordt het verbindingspaneel, het uitvoervak
aan de achterzijde en de locatie van de optionele duplexeenheid
(voor dubbelzijdig afdrukken) weergegeven.
* De netwerkinterface bevat een “beschermplug” die moet worden
verwijderd voordat er een verbinding kan worden gemaakt.
Als de klep van het uitvoervak aan de achterzijde is uitgeklapt,
wordt het papier aan de achterzijde van de printer uitgevoerd en
wordt het papier gestapeld met de afgedrukte zijde naar boven.
Dit uitvoervak wordt voornamelijk gebruikt voor zwaardere
afdrukmedia. Als het uitvoervak wordt gebruikt in combinatie
met de universele lade, wordt het papier in een rechte baan door
de printer geleid. Papier hoeft niet via allerlei bochten door de
printer te worden geleid en dit maakt het mogelijk media te
gebruiken tot maximaal 203 g/m².
1. AAN/UIT-knop.
2. Netsnoeraansluiting
3. USB-interface
4. Netwerkinterface.*
5. Duplexeenheid (indien
geïnstalleerd).
6. Achterzijde, uitvoervak voor
100 vel, afgedrukte zijde
naar boven
7. Parallelle interface
Inleiding > 11
D
E
TAAL
OP
HET
LCD-
SCHERM
WIJZIGEN
De standaardtaal die door uw printer wordt gebruikt om
berichten weer te geven en rapporten af te drukken, is het
Engels. Deze taal kan indien nodig worden gewijzigd in:
Duits Deens
Frans Nederlands
Italiaans Turks
Spaans Portugees
Zweeds Pools
Russisch Grieks
Fins Tsjechisch
Hongaars Noors
OPMERKING:
1. De bovenstaande lijst is niet bepalend of uitputtend.
2. Raadpleeg de informatie die bij het product is bijgesloten
(het hulpprogramma voor het instellen van de taal) over
de procedure voor het wijzigen van de taalinstelling.
Aanbevolen papier > 12
A
ANBEVOLEN
PAPIER
De printer kan allerlei afdrukmedia verwerken, waaronder papier
van verschillende gewichten en formaten, transparanten en
enveloppen. In deze sectie wordt een algemeen advies gegeven
over de keuze van de media en wordt uitgelegd hoe elk type moet
worden gebruikt.
U krijgt de beste prestaties als u standaardpapier van 75-90 g/
m² gebruikt dat is ontworpen voor het gebruik in
kopieermachines en laserprinters. Geschikte papiersoorten zijn:
> Ajro Wiggins Conqueror Colour Solutions 90 g/m²;
> Colour Copy van Neusiedler.
Het gebruik van papier met veel reliëf of papier met een ruw
oppervlak wordt niet aangeraden.
Voorbedrukt papier kan worden gebruikt, maar de inkt mag
niet uitlopen wanneer het papier wordt blootgesteld aan de hoge
fusertemperaturen die bij het afdrukproces worden gebruikt.
Enveloppen mogen geen vouwen, krullen of andere
vervormingen hebben. De enveloppen moeten ook een
rechthoekige sluitklep te hebben, met lijm die intact blijft onder
de druk van de hete fuser in dit type printer. Vensterenveloppen
zijn niet geschikt.
Transparanten moeten van het type zijn dat speciaal bedoeld is
voor kopieermachines en laserprinters. Wij raden u sterk aan Oki
Printing Solutions-transparanten te gebruiken
(bestelnummer 01074101). Vermijd met name het gebruik van
kantoortransparanten die moeten worden beschreven met
speciale stiften. Deze transparanten smelten in de fuser en
veroorzaken schade.
Etiketten moeten ook van het type zijn dat wordt aanbevolen
voor kopieermachines en laserprinters. De etiketvellen moeten
geheel bedekt zijn met etiketten. Andere typen etiketvellen
kunnen de printer beschadigen wanneer de etiketten loslaten
tijdens het afdrukproces.
Aanbevolen papier > 13
C
ASSETTELADEN
Als u een identieke papiersoort in een andere lade hebt geplaatst
(de 2e lade of de universele lade), kunt u de printer zo instellen
dat automatisch de andere lade wordt geselecteerd als de huidige
lade geen papier meer bevat. Bij het afdrukken vanuit Windows-
toepassingen, kan deze functie worden ingeschakeld in de
stuurprogramma-instellingen. (Zie “Printerinstellingen in
Windows” verderop in deze handleiding.) Bij het afdrukken vanaf
andere systemen kunt u deze functie inschakelen in het menu
Afdrukken. (Zie "Menufuncties" verderop in deze handleiding.)
U
NIVERSELE
LADE
In de universele lade kan papier met dezelfde formaten worden
gebruikt als in de cassetteladen, maar kan zwaarder papier
worden gebruikt tot maximaal 203 g/m². Voor heel zwaar papier
moet u de uitvoerlade aan de achterzijde gebruiken. Als u deze
stapelaar gebruikt, wordt het papier in een vrijwel rechte baan
door de printer geleid.
In de universele lade kan papier met een breedte van 100 mm en
een lengte van maximaal 1200 mm (voor het afdrukken van
banners) worden gebruikt.
Gebruik voor papier dat langer is dan 356 mm (Legal 14 inch)
een papiersoort met een gewicht van 90 tot maximaal 128 g/m²
en het uitvoervak aan de achterzijde.
Gebruik de universele lade voor het afdrukken van enveloppen en
transparanten. Er kunnen maximaal 50 transparanten of 10
enveloppen tegelijk worden geladen, waarbij de stapel niet hoger
mag zijn dan 10 mm.
SIZE
(GROOTTE)
AFMETINGEN GEWICHT (G/M²)
A6 (alleen
lade 1)
105 x 148 mm
Licht 64-74 g/m²
Gemiddeld 75 - 104g/m²
Zwaar 105 - 120 g/m²
Ultra zwaar 121 - 203 g/m²
(alleen lade 2/MPT)
A5 148 x 210 mm
B5 182 x 257 mm
Executive 184,2 x 266,7 mm
A4 210 x 297 mm
Letter 215,9 x 279,4 mm
Legal 13 inch 216 x 330 mm
Legal 13,5 inch 216 x 343 mm
Legal 14 inch 216 x 356 mm
Aanbevolen papier > 14
Papier of transparanten moeten met de afdrukzijde omhoog en
met de bovenzijde als eerste in de printer worden geplaatst.
Gebruik niet de functie voor dubbelzijdig afdrukken (duplex).
F
ACE
DOWN
STACKER
(U
ITVOERVAK
(
AFGEDRUKTE
ZIJDE
NAAR
BENEDEN
))
In het uitvoervak aan de bovenzijde van de printer kan maximaal
250 vel standaardpapier van 80 g/m² worden geplaatst en
ondersteunt papiersoorten met een gewicht van maximaal 176 g/
m². Pagina's die in leesvolgorde worden afgedrukt (pagina 1 als
eerste), worden in leesvolgorde gesorteerd (de laatste pagina ligt
bovenop met de afgedrukte zijde omlaag).
F
ACE
UP
STACKER
(U
ITVOERVAK
(
AFGEDRUKTE
ZIJDE
NAAR
BOVEN
))
U moet het uitvoervak aan de achterzijde van de printer openen
en de papiersteun uittrekken als u dit vak wilt gebruiken. In deze
stand wordt het papier aan de achterzijde van de printer
uitgevoerd, ongeacht de stuurprogramma-instellingen.
Dit uitvoervak aan de achterzijde kan maximaal 100 vel
standaardpapier van 80 g/m² bevatten en ondersteunt
papiersoorten tot maximaal 203 g/m².
Gebruik voor papiersoorten zwaarder dan 176 g/m² altijd dit vak
en de universele lade.
D
UPLEXEENHEID
Als u papier met een gewicht van 75-105 g/m² gebruikt, kunt u
met deze optie automatisch dubbelzijdig afdrukken op dezelfde
papierformaten als de papierformaten die door lade 2 worden
ondersteund (dat wil zeggen op alle cassetteformaten, behalve
op A6).
OPMERKING
De duplexeenheid is standaard op de dn-modellen aanwezig.
Papier in de printer plaatsen > 15
P
APIER
IN
DE
PRINTER
PLAATSEN
C
ASSETTELADEN
1. Verwijder de papierlade uit de printer.
2.
Waaier het papier aan de korte zijden (1) en de lange
zijden (2) uit om ervoor te zorgen dat er geen vellen aan
elkaar kleven en tik vervolgens met de zijden van het
papier op een vlak oppervlak om er weer een rechte stapel
van te maken (3).
1
2
3
Papier in de printer plaatsen > 16
3. Plaats briefhoofdpapier met de bedrukte zijde naar
beneden en met de bovenzijde in de richting van de
voorkant van de printer, zoals in de afbeelding wordt
weergegeven.
4. Stel de achterste schuif (1) en de papiergeleiders (2) in
op het gebruikte papierformaat.
Vastlopen van papier voorkomen:
> Laat geen ruimte vrij tussen het papier en de
geleiders, en het papier en de achterste schuif.
> Plaats niet te veel papier in de papierlade. Hoeveel
papier er kan worden geladen, hangt af van het soort
papier.
> Plaats geen beschadigd papier.
> Plaats geen papier van verschillend formaat in de
papierlade.
> Trek de papierlade tijdens het afdrukken niet uit de
printer (behalve zoals hieronder is beschreven voor de
2e lade).
> Sluit de papierlade voorzichtig.
5. Als u over twee papierladen beschikt en u drukt af vanuit
de 1e lade (bovenste lade), kunt u de 2e lade (onderste
lade) er tijdens het afdrukken uittrekken om papier bij te
2 1
Papier in de printer plaatsen > 17
vullen. Als u echter afdrukt vanuit de 2e (onderste lade)
lade, moet u de 1e lade (bovenste lade) niet uit de printer
trekken. Als u dit doet, loopt het papier vast.
6. Als u wilt afdrukken en papier wilt uitvoeren met de
afgedrukte zijde naar beneden, controleert u of het
uitvoervak aan de achterzijde van de printer (3) is
gesloten (het papier wordt nu aan de bovenzijde van de
printer uitgevoerd). De capaciteit van het vak is ongeveer
250 vel, afhankelijk van het papiergewicht.
7. Als u wilt afdrukken en het papier met de afgedrukte zijde
naar boven wilt uitvoeren, controleert u of het uitvoervak
aan de achterzijde van de printer (3) is geopend en de
papiersteun (4) is uitgetrokken. Het papier wordt
gestapeld in omgekeerde volgorde. De capaciteit van het
vak is ongeveer 100 vel, afhankelijk van het
papiergewicht.
8. Gebruik altijd de uitvoervak aan de achterzijde van de
printer voor zwaar papier, zoals indexkaarten.
LET OP!
Open of sluit de het uitvoervak aan de achterzijde van
de printer niet tijdens het afdrukken omdat hierdoor
het papier kan vastlopen.
3
4
Papier in de printer plaatsen > 18
U
NIVERSELE
LADE
1. Open de universele lade (1).
2. Vouw de papiersteunen uit (2).
3. Druk de papiersteun (3) voorzichtig naar beneden om
ervoor te zorgen dat de steun vastklemt in de onderste
stand.
4. Plaats het papier en stel de papiergeleiders (4) in op het
gebruikte papierformaat.
> Voor enkelzijdig afdrukken op briefhoofdpapier plaatst
u het papier in de universele lade met de bedrukte
zijde omhoog en de bovenrand in de printer.
2
4
4
5
1
3
Papier in de printer plaatsen > 19
> Voor dubbelzijdig afdrukken (duplex) op
briefhoofdpapier plaatst u het papier met de bedrukte
zijde omlaag en de bovenrand van de printer af. (De
optionele duplexeenheid moet zijn geïnstalleerd voor
deze functie.)
> Enveloppen moeten met de afdrukzijde naar boven
worden geplaatst. De bovenzijde moet aan de
linkerkant worden geplaatst zodat de korte zijde als
eerste wordt ingevoerd. Selecteer voor enveloppen
niet de optie voor dubbelzijdig afdrukken.
> Laad niet meer dan ongeveer 50 vel of 10 enveloppen.
De maximale stapelhoogte is 10 mm.
5. Druk de vergrendelingsknop van de lade (5) naar binnen
om de papiersteun vrij te maken, zodat het papier wordt
opgetild en in de juiste positie wordt geplaatst.
Stel in het menu Media het juiste papierformaat voor de
universele lade in (zie “Menufuncties”).
Werking > 20
W
ERKING
H
ET
APPARAAT
GEBRUIKEN
> Raadpleeg de Printing Guide (Afdrukhandleiding) en de
Barcode Guide (Barcodehandleiding). Hierin staat
uitgebreide informatie over het gebruik van de het
apparaat en optionele accessoires voor het efficiënt en
effectief verwerken van afdruktaken.
> Voor complete informatie over het openen en gebruik van
de printerbeveiligingsfuncties raadpleegt u de Security
Guide (Beveiligingsgids).
Menufuncties > 21
M
ENUFUNCTIES
Deze sectie biedt een overzicht van de menu’s die via de knoppen
op het bedieningspaneel van de printer toegankelijk zijn en op
het LCD-scherm kunnen worden weergegeven.
B
EDIENINGSPANEEL
:
1.ONLINE LED AAN: klaar om gegevens
te ontvangen.
KNIPPERT: de gegevens
worden verwerkt.
UIT: Offline.
2.DISPLAY Geeft de printerstatus en
eventuele foutberichten
weer.
3.MENU-
knoppen
(+/-)
Hiermee stelt u de
menumodus in. In de
menumodus gaat u naar
het volgende of naar het
vorige weergegeven
menuonderdeel. Houd de
knop 2 seconden of
langer ingedrukt om snel
vooruit of achteruit te
gaan.
4.Knop
ONLINE
Hiermee schakelt u
tussen ONLINE en
OFFLINE.
U verlaat het menu en
gaat ONLINE wanneer u
in de menumodus op
deze knop drukt.
Het afdrukken op het
geplaatste papier wordt
geforceerd wanneer
“WRONG PAPER
(Verkeerd papier) of
“WRONG PAPER SIZE
(Verkeerd
papierformaat) wordt
weergegeven.
5.Indicatie-
lampje
ATTENTION
(Let op)
Aan: Er wordt een
waarschuwing
aangegeven. Afdrukken
is mogelijk (bijvoorbeeld
toner bijna op).
KNIPPERT: Er is een
fout opgetreden.
Afdrukken is niet
mogelijk (bijvoorbeeld
toner op).
UIT: Normale situatie.
6.Knop
BACK
Hiermee gaat u naar de
vorige menuoptie.
Menufuncties > 22
7.Knop ENTER In de modus ONLINE of
OFFLINE: hiermee stelt u
de menumodus in.
In de menumodus:
hiermee bepaalt u de
geselecteerde instelling.
8.Knop
ANNULEREN
Hiermee verwijdert u de
gegevens die worden
afgedrukt of ontvangen
wanneer de knop twee
seconden of langer
ingedrukt houdt.
De gegevens worden
verwijderd wanneer u de
knop langer dan twee
seconden ingedrukt
houdt wanneer WRONG
PAPER SIZE (Verkeerd
papierformaat), RUN
OUT OF PAPER (Papier
op), TRAY 1 IS OPEN
(Lade 1 is geopend) of
TRAY 1 IS NOT FOUND
(Lade 1 is niet
gevonden) wordt
weergegeven.
U verlaat het menu en
gaat ONLINE wanneer u
in de menumodus op
deze knop drukt.
Menufuncties > 23
D
E
INSTELLINGEN
WIJZIGEN
-
GEBRUIKER
Veel van deze instellingen kunnen worden overschreven en
worden vaak ook overschreven door de instellingen in de
Windows-printerdrivers. In de driver kunnen echter diverse
opties worden ingesteld op 'Printerinstelling'. Aan deze opties
worden vervolgens de waarden toegewezen die in deze
printermenu's worden ingevoerd.
Waar van toepassing worden in de tabellen verderop in deze
sectie de fabrieksinstellingen vetgedrukt weergegeven.
In de normale werkstand, ook wel 'stand-by' genoemd, wordt op
het LCD-scherm van de printer 'ONLINE' weergegeven. Als u
vanuit deze werkstand het menusysteem wilt openen, drukt u op
de toetsen +/ op het bedieningspaneel om door de lijst met
menu’s te bladeren totdat het gewenste menu wordt
weergegeven. Ga nu als volgt te werk:
1. Druk op ENTER om het menu te openen.
2. Gebruik de knoppen +/– om door de onderdelen van het
menu te bladeren. Als het item dat u wilt wijzigen, wordt
weergegeven, drukt u op ENTER om de submenu’s van
het item weer te geven.
3. Gebruik de knoppen +/– om door de items van het
submenu te bladeren. Als het item dat u wilt wijzigen,
wordt weergegeven, drukt u op ENTER om de instelling
weer te geven.
4. Gebruik de knoppen +/– om door de beschikbare
instellingen van het submenu te bladeren. Als het item dat
u wilt wijzigen, wordt weergegeven, drukt u op ENTER
om de instelling weer te geven. Naast de instelling
verschijnt een asterisk (*) die aangeeft dat de instelling
nu actief is.
5. Voer een van de volgende handelingen uit:
> Druk nogmaals op BACK om terug te gaan naar het
overzicht van de menu’s;
of…
> Druk op de toets ON LINE of ANNULEREN om het
menusysteem te verlaten en de printer weer op stand-
by te zetten.
Menufuncties > 24
D
E
INSTELLINGEN
WIJZIGEN
-
BEHEERDER
U kunt elke categorie in het gebruikersmenu INSCHAKELEN of
UITSCHAKELEN.
Uitgeschakelde categorieën worden niet weergegeven in het
gebruikersmenu. Alleen een systeembeheerder kan deze
instellingen wijzigen.
1. Schakel de printer uit.
2. Schakel de printer in terwijl u op de knop ENTER drukt.
Wanneer het ADMIN MENU (Beheermenu) wordt
weergegeven, laat u de knop los.
3. Druk op de knop ENTER.
4. Wanneer ENTER PASSWORD (Wachtwoord invoeren)
wordt weergegeven, drukt u meerdere keren op de knop
MENU+ of MENU- om de eerste regel van het
wachtwoord weer te geven en drukt u vervolgens op de
knop ENTER.
5. Geef uw vier- tot negencijferige wachtwoord op.
Het standaardwachtwoord is aaaaaa.
6. Druk op de knop MENU+ totdat de categorie die u wilt
wijzigen wordt weergegeven.
7. Druk op de knop ENTER wanneer de categorie wordt
weergegeven.
8. Druk op de knop MENU+ of MENU-totdat het item dat u
wilt wijzigen wordt weergegeven.
9. Druk op de knop ENTER wanneer de categorie wordt
weergegeven.
Wanneer het flash-geheugen wordt geïnitialiseerd, wordt
het bericht ZEKER WETEN? weergegeven. Bevestig of de
wijziging moet worden doorgevoerd.
10. Als u de wijziging wilt doorvoeren, drukt u op de knop
MENU+ of de knop MENU- om JA weer te geven en drukt
u vervolgens op de knop ENTER. De printer wordt
automatisch opnieuw gestart.
Menufuncties > 25
11. Wanneer PLEASE POW OFF/SHUTDOWN COMP
(Voeding uitschakelen/Uitschakelen compleet) wordt
weergegeven, zet u de printer uit en aan
12. Druk op de knop MENU+ of MENU- totdat de instelling
die u wilt wijzigen wordt weergegeven.
13. Druk op de knop ENTER om een asterisk (*) aan de
rechterkant van de geselecteerde instelling in te voeren.
14. Druk op de knop ONLINE om over te gaan op ONLINE.
Menufuncties > 26
M
ENU
'
S
M
ENU
P
RINT
JOBS
(
MENU
A
FDRUKTAKEN
)
Dit menu verschijnt alleen als er een harde schijf is geïnstalleerd. Het
menu wordt gebruikt voor het afdrukken van documenten die zijn
opgeslagen op de interne harde schijf. Deze documenten worden op
de harde schijf opgeslagen met de functie voor beveiligd afdrukken
of controleren en afdrukken. Raadpleeg de Afdrukhandleiding voor
informatie over het gebruik van deze functies.
U wordt gevraagd uw wachtwoord of persoonlijke
identificatienummer (PIN) in te voeren. De toetsen +/ worden
gebruikt om een cijfer in te voeren en de toets ENTER wordt
gebruikt om naar het volgende cijfer te gaan.
ITEM ACTIE BESCHRIJVING
ENCRYPTED
JOB
(VERSLEUTEL
DE TAAK)
NOT FOUND/
PRINT DELETE
(NIET
GEVONDEN/
AFDRUK
VERWIJDEREN)
Versleutelde taak die op de vaste schijf is
opgeslagen.
Nadat u een wachtwoord hebt ingevoerd,
wordt “SEARCHING JOB” (Taak zoeken)
weergegeven totdat een taak is gevonden
die bij het wachtwoord hoort.
(De tijd die het zoeken in beslag neemt,
neemt toe naar gelang het aantal taken
dat op de vaste schijf is opgeslagen.)
U kunt de zoekopdracht annuleren door
de toets CANCEL (Annuleren) ingedrukt
te houden.
"NOT FOUND" (Niet gevonden) wordt
weergegeven als een bestand niet
beschikbaar is.
Eén van de volgende berichten wordt
weergegeven als een afdrukbaar bestand
beschikbaar is.
SECURE JOB (Beveiligde taak)
PRINT (Afdrukken)
DELETE (Verwijderen)
Als u PRINT (Afdrukken) kiest, worden
ALLE taken afgedrukt.
Als u DELETE (Verwijderen) kiest, wordt
het volgende bericht weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES (Ja)
NO (Nee).
Als u NO (Nee) kiest, gaat u terug naar
het bronmenu. Als u YES (Ja) kiest,
worden ALLE taken verwijderd.
Menufuncties > 27
M
ENU
I
NFORMATIE
Via dit menu kunt u snel nagaan welke items er op de printer
beschikbaar zijn.
STORED JOB
(Opgeslagen
taak)
NOT FOUND/
PRINT DELETE
(NIET
GEVONDEN/
AFDRUK
VERWIJDEREN)
Wordt gebruikt om een beveiligde
afdruktaak af te drukken die op de vaste
schijf is opgeslagen.
"NOT FOUND" (Niet gevonden) wordt
weergegeven alseen bestand niet
beschikbaar is.
Eén van de volgende berichten wordt
weergegeven als een afdrukbaar bestand
beschikbaar is.
SECURE JOB (BEVEILIGDE TAAK)
PRINT (Afdrukken)
DELETE (Verwijderen)
Als u PRINT (Afdrukken) kiest, wordt
COLLATING AMOUNT (Pagina's
afdrukken) weergegeven en kunt u het
aantal af te drukken pagina’s opgeven.
Druk op de knop ENTER.
Alle opgegeven pagina’s worden
afgedrukt.
Als u DELETE (Verwijderen) kiest, wordt
het volgende bericht weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES (Ja)
NO (NEE)
Als u NO (Nee) kiest, gaat u terug naar
het bronmenu. Als u YES (Ja) kiest,
worden ALLE taken verwijderd.
ITEM ACTIE BESCHRIJVING
OVERZICHT
AFDRUKINSTEL-
LINGEN
UITVOEREN Hiermee drukt u een volledig overzicht af
met alle huidige instellingen.
NETWERK UITVOEREN Hiermee drukt u de
netwerkconfiguratiegegevens af.
PRINT FILE
LIST
(BESTANDS-
OVERZICHT
AFDRUKKEN)
UITVOEREN Hiermee drukt u een lijst af van overlays,
macro’s, lettertypen en andere bestanden
die op de harde schijf van de printer zijn
opgeslagen (als deze schijf is
geïnstalleerd).
ITEM ACTIE BESCHRIJVING
Menufuncties > 28
PRINT PCL
FONT (PCL-
LETTERTYPE
AFDRUKKEN)
UITVOEREN Hiermee drukt u een volledig overzicht af
van alle interne PCL-lettertypen en de
lettertypen die zijn opgeslagen in ROM
(sleuf 0), het flashgeheugen en op de
harde schijf (als deze schijf is
geïnstalleerd).
PRINT PSE
FONT (PSE-
lettertypen
afdrukken)
UITVOEREN Hiermee drukt u een volledig overzicht af
van alle interne PostScript-
emulatielettertypen.
PRINT PPR
FONT (PPR-
lettertypen
afdrukken)
UITVOEREN Hiermee drukt u een volledig overzicht af
van alle interne IBM ProPrinter III XL-
emulatielettertypen, inclusief de
lettertypen die zijn geladen in het
flashgeheugen en naar de harde schijf.
PRINT FX FONT
(FX-lettertypen
afdrukken)
UITVOEREN Hiermee drukt u een volledige lijst af van
alle interne Epson FX-emulatielettertypen,
inclusief de lettertypen die zijn geladen in
het flashgeheugen en naar de harde schijf.
DEMO1 UITVOEREN Hiermee drukt u een demonstratiepagina
af met afbeeldingen en tekst in kleur en in
zwart-wit.
PRINT ERROR
LOG
(Foutenlogbest
and afdrukken)
UITVOEREN Hiermee drukt u een overzicht van alle
fouten en waarschuwingen die u bent
tegengekomen.
COLOR PROF
LIST
UITVOEREN Hiermee drukt u een lijst met aanwezige
kleurprofielen af.
ITEM ACTIE BESCHRIJVING
Menufuncties > 29
M
ENU
A
FSLUITEN
Dit menu verschijnt alleen als de harde schijf is geïnstalleerd.
Dit item moet altijd worden geselecteerd voordat u de
printer uitschakelt om ervoor te zorgen dat er geen
gegevens op de harde schijf verloren gaan.
M
ENU
A
FDRUKKEN
Via dit menu kunt u allerlei functies voor afdruktaken wijzigen.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
SHUTDOWN
START
(Afsluiten
starten)
UITVOEREN Hiermee schakelt u de printer op de
juiste manier uit en zorgt u ervoor dat
alle bestanden op de interne harde
schijf worden gesloten voordat de
stroom wordt uitgeschakeld. Schakel
de printer alleen uit als op het LCD-
scherm wordt aangegeven dat het
afsluiten is voltooid.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
COPIES
(KOPIEËN)
1-999 Voer in hoeveel exemplaren, van 1
tot en met 999, u van een
document wilt afdrukken.
DUPLEX
(Dubbelzijdig
afdrukken)
Aan
OFF (Uit)
Hiermee schakelt u de
duplexfunctie (tweezijdig
afdrukken) in of uit.
INBINDEN LANGE ZIJDE
KORTE ZIJDE
Hiermee stelt u de
standaardinbindzijde in op de korte
of de lange zijde.
PAPIERINVOER TRAY1 (LADE 1)
TRAY2 (Lade 2)
UNIVERSELE LADE
Hiermee selecteert u de
standaardpapierlade, lade 1
(bovenste), lade 2 (onderste, als
deze lade is geïnstalleerd) of de
universele lade voor de
papierinvoer.
AUTOMATISCHE
LADEWISSELING
AAN
UIT
Als twee laden hetzelfde papier
bevatten, kan de printer een
alternatieve bron selecteren
wanneer de huidige lade geen
papier meer bevat terwijl er een
afdruktaak wordt uitgevoerd.
Menufuncties > 30
LADEVOLGORDE DOWN (Onder)
UP (Boven)
PAPER FEED TRAY
(Papierinvoerlade)
Hiermee bepaalt u de ladevolgorde
als de instelling voor de
automatische ladewisseling is
ingeschakeld.
GEBRUIK MULTI-
FUNCTIONELE
LADE
Niet gebruiken
BIJ
INCONSISTENTIE
Als een document dat moet worden
afgedrukt, een papierformaat
vereist dat niet in de geselecteerde
lade is geplaatst, kan de printer
automatisch de universele lade als
papierbron selecteren. Als deze
functie niet is ingeschakeld, stopt
de printer en wordt u gevraagd om
de juiste papiersoort te laden.
MEDIA-
CONTROLE
GEACTIVEERD
GEDEACTIVEERD
Hiermee bepaalt u of de printer het
papierformaat van het geladen
papier moet controleren dat is
vereist voor het document dat naar
de printer wordt verzonden.
RESOLUTION
(Resolutie)
600DPI
600 x 1200 DPI
600 DPI M-NIVEAU
Hiermee stelt u de
standaardresolutie voor afdrukken
in (dots per inch). Bij de instelling
600 x 1200 dpi wordt er meer
geheugen gebruikt en is er meer
tijd nodig voor het verwerken van
de afdruktaak, maar zijn de
afdrukken wel van betere kwaliteit.
TONER SAVE
MODE (Toner-
spaarmodus)
Aan
UIT
Hiermee vermindert de hoeveelheid
toner die voor het afdrukken
worden gebruikt. Als deze instelling
is ingeschakeld, zijn de afdrukken
iets lichter, maar wordt er minder
toner gebruikt.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 31
ÉÉN AFDRUK-
SNELHEID
AUTO SPEED
MONO 32PPM
SNELHEID
BIJ KLEUR
MIXED SPEED
(C5750)11
Als de eerste pagina van een
afdruktaak zwart-wit is, drukt de
printer 32 ppm (pagina's per
minuut) af. Wanneer een
kleurenpagina wordt gedetecteerd,
wordt voor de rest van die taak de
snelheid verlaagd tot 22 ppm
(C5750) of 26 ppm (C5950).
Deze instelling werkt op dezelfde
manier als AUTO SPEED, behalve
dat de printer 32 ppm afdrukt
totdat een kleurenpagina wordt
gedetecteerd. Om deze snelheid te
kunnen bereiken, heeft de printer
10 à 20 seconden extra tijd nodig
om op te warmen en 30 à 60
seconden nodig om af te koelen
wanneer voor kleurenpagina's
wordt overgeschakeld op 22 ppm
(C5750) of 26 ppm (C5950). Deze
instelling is daarom het meest
geschikt wanneer de meeste
afdruktaken volledig zwart-wit zijn.
De printer voert voor alle
afdruktaken 22 ppm (C5750) of 26
ppm (C5950) uit. Deze instelling is
het meest geschikt wanneer de
meeste afdruktaken in kleur zijn.
De printer schakelt automatisch
over op 22 ppm voor elke
kleurenpagina en op 20 ppm voor
elke zwart-witpagina. Wanneer u
zwartwitpagina's afdrukt, worden
de 3 kleurencartridges automatisch
opgetild om de gebruiksduur te
optimaliseren. Vanwege deze
handeling treedt een vertraging op
wanneer de printer overschakelt
tussen afdrukken in kleur en
afdrukken in zwart-wit. U kunt
echter de afkoeltijd van 30 à 60
seconden voor MONO 32 ppm
voorkomen door de snelheid voor
mono te beperken tot 22 ppm.
Deze instelling heeft wellicht de
voorkeur als u hoofdzakelijk
zwartwitpagina's en een paar
kleurenpagina's afdrukt, of als de
meeste afdruktaken volledig in
kleur of volledig zwart-wit zijn.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 32
ORIENTATION
(Afdrukstand)
PORTRET
LANDSCHAP
Hiermee selecteert u de
standaardafdrukstand staand
(lengte) en liggend (breedte). -
(alleen PCL, IBMPPR en EPSON FX)
LINES PER PAGE
(Regels per
pagina)
5~64~128 Hiermee stelt u het aantal regels
tekst per pagina in wanneer er
ruwe tekst wordt ontvangen van
andere besturingssystemen dan
Windows. De standaardinstelling
voor A4-papier met de afdrukstand
staand is 65 regels en voor Letter is
dit 60 regels. - (alleen PCL)
EDIT SIZE
(Grootte
wijzigen)
CASSETTE SIZE
(Cassetteformaat)
A4 /A5/ A6 / B5
LEGAL14
LEGAL13.5
LEGAL13
LETTER
EXECUTIVE
AANGEPAST
COM-9-ENVELOPPE
COM-10-
ENVELOPPE
MONARCH-
ENVELOPPE
ENVELOP DL
ENVELOP C5
Hiermee stelt u de grootte van het
afdrukgebied in zodat de grootte
overeenkomt met het formaat van
het gebruikte papier. Dit is een
ander formaat dan het werkelijke
formaat van het papier, dat altijd
iets groter is. Zie de sectie
Aanbevolen papier” in deze
handleiding voor informatie over de
afmetingen van de verschillende
soorten papier.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 33
M
ENU
M
EDIA
Via dit menu kunt u allerlei afdrukmedia instellen.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
TRAY1
PAPERSIZE
(PAPIER-
FORMAAT
LADE1)
A4 /A5/ A6/B5/
LEGAL14/
LEGAL13.5/
LEGAL13/LETTER/
EXECUTIVE
AANGEPAST
Hiermee selecteert u het
papierformaat dat in lade 1 (de
bovenste lade, als beide laden zijn
geïnstalleerd) is geladen. Zie voor
de instelling AANGEPAST de opties
X-afmeting en Y-afmeting verderop
in deze tabel.
TRAY1
MEDIATYPE
(MEDIATYPE
LADE 1)
GEWOON
BRIEFHOOFD
BAND
HERGEBRUIKT
RUW
GLANZEND
GEBRUIKERSTYPE1
GEBRUIKERSTYPE2
GEBRUIKERSTYPE3
GEBRUIKERSTYPE4
GEBRUIKERSTYPE5
Hiermee selecteert u het type media
dat in deze lade is geplaatst.
Hierdoor kunnen de interne
parameters voor de werking van de
printer, zoals de parameters voor de
snelheid en de fusertemperatuur,
beter worden afgestemd op het
materiaal dat moet worden
ingevoerd. Zo kan voor een
briefhoofd bijvoorbeeld een lagere
fusertemperatuur beter zijn om te
voorkomen dat de inkt uitloopt.
Opmerking: Gebruikerstypen
worden alleen weergegeven indien
opgeslagen op de host-pc/server.
TRAY1
MEDIAWEIGHT
(Mediagewicht
lade)
LICHT
GEMIDDELD
ZWAAR
Hiermee stelt u de printer in voor
het gewicht van het papier in deze
lade.
TRAY2
PAPERSIZE
(PAPIER-
FORMAAT LADE
2)
A4 /A5/ B5/
LEGAL14/
LEGAL13,5/
LEGAL13/LETTER/
EXECUTIVE
AANGEPAST
Hiermee selecteert u het
papierformaat dat in lade 2 (de
onderste lade, als deze is
geïnstalleerd) is geplaatst. Zie voor
de instelling AANGEPAST de opties
X-afmeting en Y-afmeting verderop
in deze tabel.
Menufuncties > 34
TRAY2
MEDIATYPE
(MEDIASOORT
LADE 2)
GEWOON
BRIEFHOOFD
BAND
HERGEBRUIKT
RUW
GLANZEND
KARTON
USER TYPE 1
USER TYPE 2
USER TYPE 3
USER TYPE 4
USER TYPE 5
Hiermee selecteert u het type media
dat in deze lade is geplaatst (indien
geïnstalleerd). Hierdoor kunnen de
interne parameters voor de werking
van de printer, zoals de parameters
voor de snelheid en de
fusertemperatuur, beter worden
afgestemd op het materiaal dat
moet worden ingevoerd. Zo kan
voor een briefhoofd bijvoorbeeld
een lagere fusertemperatuur beter
zijn om te voorkomen dat de inkt
uitloopt.
Opmerking: Gebruikerstypen
worden alleen weergegeven indien
opgeslagen op de host-pc/server.
TRAY2
MEDIAWEIGHT
(MEDIA-
GEWICHT LADE
2)
LICHT
GEMIDDELD
ZWAAR
ULTRA HEAVY
(Extra zwaar)
Hiermee stelt u de printer in voor
het gewicht van het papier in deze
lade (indien geïnstalleerd.
PAPIER-
FORMAAT
UNIVERSELE
LADE
LETTER
EXECUTIVE
LEGAL14
LEGAL13.5
LEGAL13
A4 / A5 / A6 / B5
AANGEPAST
ENVELOP COM-9
COM-10-
ENVELOPPE
ENVELOP
MONARCH
ENVELOP DL
ENVELOP C5
Hiermee selecteert u het
papierformaat dat moet worden
ingevoerd vanuit de universele lade.
Zie voor de instelling AANGEPAST
de opties X-afmeting en Y-afmeting
verderop in deze tabel.
MEDIATYPE
UNIVERSELE
LADE
GEWOON
BRIEFHOOFD
TRANSPARANTEN
ETIKETTEN
BAND
HERGEBRUIKT
KAARTLADE
RUW
GLANZEND
USER TYPE 1
USER TYPE 2
USER TYPE 3
USER TYPE 4
USER TYPE 5
Hiermee selecteert u het type media
dat moet worden ingevoerd vanuit
de universele lade zodat in de
printer de interne instellingen
kunnen worden aangepast aan het
geselecteerde type media.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 35
MEDIAGEWICHT
UNIVERSELE
LADE
LICHT
MEDIUM
ZWAAR
ULTRA HEAVY
(Extra zwaar)
Hiermee selecteert u het
mediumgewicht dat moet worden
ingevoerd vanuit de universele lade.
MAATEENHEID MILLIMETER
INCH
Hiermee selecteert u de
maateenheid.
X-AFMETING 64-210-216
MILLIMETER
Hiermee selecteert u de breedte van
het papier die bij de instelling
AANGEPAST is gedefinieerd en
waarnaar in de instellingen voor
Papierformaat hiervoor wordt
verwezen.
Y-AFMETING 127-148-297-1220
MILLIMETER
Hiermee selecteert u de lengte van
het papier die bij de instelling
AANGEPAST is gedefinieerd en
waarnaar bij de instellingen voor
Papierformaat hiervoor wordt
verwezen. In de universele lade kan
voor het afdrukken van banners
afdrukmateriaal worden geladen
met een lengte van maximaal 1220
mm.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 36
M
ENU
K
LEUR
De printer past op gezette tijden automatisch de kleurbalans en
de dichtheid aan om de uitvoer te optimaliseren voor helderwit
papier dat wordt bekeken bij daglicht. Met de items in dit menu
kunt u de standaardinstellingen voor een speciale of bijzonder
complexe afdruktaak wijzigen.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
DENSITY
CONTROL
(Controle van de
dichtheid)
AUTO
(AUTOMATISCH)
Handmatig
Als deze optie is ingesteld op
AUTOMATISCH, wordt de
afdrukdichtheid automatisch
aangepast als de printer wordt
ingeschakeld, als er een nieuwe
image drum of tonercartridge
wordt geïnstalleerd en na 100,
300 en 500 afdrukken. Als de
teller tijdens een afdruktaak de
waarde 500 bereikt, wordt de
afdrukdichtheid pas aangepast als
de taak is voltooid. Dit duurt
maximaal 55 seconden. Als de
optie is ingesteld op handmatig,
wordt de afdrukdichtheid alleen
aangepast als dit door het
volgende menu-item wordt
geïnitieerd.
DICHTHEID
AANPASSEN
UITVOEREN Kies deze optie om aanpassing
van de kleurintensiteit te
activeren.
KLEURBALANS PRINT PATTERN
(Afdrukpatroon)
Als u deze optie selecteert, wordt
er een kleurpatroon afgedrukt aan
de hand waarvan u de kleurbalans
kunt aanpassen.
C HIGHLIGHT
C MID-TONE
C DARK
M HIGHLIGHT
M MID-TONE
M DARK
Y HIGHLIGHT
Y MID-TONE
Y DARK
K HIGHLIGHT
K MID-TONE
K DARK
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
Hiermee past u de
afbeeldingdichtheid aan van elke
kleurcomponent (cyaan, magenta,
geel en zwart). De normale
instelling is 0.
Menufuncties > 37
C DARKNESS
(Donkerte C)
M DARKNESS
(Donkerte M)
Y DARKNESS
(Donkerte Y)
K DARKNESS
(Donkerte K)
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
Hiermee past u de donkerte aan
van elke kleurcomponent (cyaan,
magenta, geel en zwart). De
normale instelling is 0.
REGISTRATIE
AANPASSEN
UITVOEREN Hiermee wordt automatisch de
aanpassing van de kleurregistratie
uitgevoerd. Normaal wordt deze
aanpassing uitgevoerd wanneer de
printer wordt ingeschakeld en
wanneer de kap aan de bovenzijde
van de printer wordt geopend en
weer wordt gesloten. Bij dit proces
worden de beelden in cyaan,
magenta en geel nauwkeurig
uitgelijnd ten opzichte van het
beeld in zwart.
C REG FINE
AJST
M REG FINE
AJST
Y REG FINE
AJST
-3~0~+3
-3~0~+3
-3~0~+3
Hiermee voert u een fijne
aanpassing van de beeldtiming uit
in verhouding tot de zwarte
beeldcomponent.
INK
SIMULATION
(Inktsimulatie)
UIT
SWOP (Wisselen)
EUROSCALE
(Euroschaal)
JAPAN
Hiermee selecteert u een van de
industriestandaarden voor
kleurmonsters.
Opmerking: Deze functie geldt
alleen voor PS-modellen.
UCR LAAG
GEMIDDELD
HIGH (Hoog)
Hiermee kiest u de limiet van de
tonerlaagdikte.
Als het papier bij donkere
afdrukken krult, kunt u MEDIUM of
LICHT kiezen. Dit helpt krulling te
voorkomen.
CMY 100%
DENSITY (CMY
100% dichtheid)
UITSCHAKELEN
INSCHAKELEN
Als de optie is ingeschakeld,
worden zwarte gebieden met
100% C, M en Y gemaakt in plaats
van met zwart. Dit levert een
glanzender eindresultaat op.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 38
M
ENU
S
YSTEEMCONFIGURATIE
Via dit menu kunt u de algemene printerinstellingen aan uw
voorkeuren aanpassen.
CMYK
CONVERSIE
AAN
OFF
Als u dit instelt op “UIT”, wordt het
conversieproces van CMYK-
gegevens vereenvoudigd,
waardoor de verwerkingstijd
afneemt.
Deze instelling wordt genegeerd
wanneer u de functie Inkt
simulatie gebruikt.
Opmerking: Deze functie geldt
alleen voor PS-modellen.
ITEMS INSTELLINGEN BESCHRIJVING
POWER SAVE
DELAY TIME
(WACHTTIJD
ENERGIESPAAR
STAND)
5 MIN
15 MIN
30 MIN
60 MIN
240 MIN
Hiermee stelt u in na hoeveel tijd
een inactieve printer automatisch
overschakelt naar de
energiebesparende modus. In
deze modus wordt het
energieverbruik verminderd tot
een niveau dat minimaal vereist is
om de printer te laten werken en
gegevens te kunnen ontvangen.
Als er een taak naar de printer
wordt verzonden, heeft de printer
een opwarmtijd nodig van
ongeveer 1 minuut voordat met
het afdrukken kan worden
begonnen.
PERSONALITY AUTO
(AUTOMATISCH)
PCL
IBM PPR III XL
EPSON FX
PS3 EMULATION
(PS3-emulatie)
Met deze optie selecteert u welke
industriestandaard er voor
emulatie op de printer moet
worden gebruikt. Als u deze optie
instelt op AUTO, worden de
ontvangen gegevens bekeken en
wordt automatisch voor elke
afdruktaak die wordt ontvangen,
de juiste emulatie geselecteerd.
PARA
PS-PROTOCOL
RAW (Ruw)
ASCII
Hiermee selecteert u de
PostScript-gegevensindeling voor
de parallelle poort.
USB PS
PROTOCOL
RAW
ASCII
Hiermee selecteert u de
PostScript-gegevensindeling voor
de USB-poort.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 39
NET PS
PROTOCOL
RAW
ASCII
Hiermee selecteert u de
PostScript-gegevensindeling voor
de netwerkpoort.
WISABERE
WAARSCH.
ONLINE
TAAK
Als u deze optie instelt op
ONLINE, kunnen niet-kritische
waarschuwingen, zoals verzoeken
om een ander papierformaat,
worden genegeerd door op de
knop ONLINE te drukken. Als u
de optie instelt op Taak, worden
de waarschuwingen gewist als de
afdruktaak wordt hervat.
AUTO
CONTINUE
(Automatisch
doorgaan)
AAN
UIT
Hiermee bepaalt u of de printer
zich automatisch herstelt als zich
een geheugenoverflow voordoet.
HANDMATIGE
TIME-OUT
OFF
30
60
Hiermee geeft u op hoeveel
seconden de printer moet
wachten op papier voordat de
afdruktaak wordt geannuleerd.
WAIT TIMEOUT
(WACHTTIJD)
5~40~300, UIT Hiermee geeft u op hoeveel
seconden de printer moet
wachten voordat de uitvoer van
de pagina wordt geforceerd als de
gegevensontvangst wordt
onderbroken. In de modus voor
PostScript-emulatie wordt de taak
geannuleerd na de ingestelde
time-out.
TONER BIJNA
OP
DOORGAAN
STOPPEN
Hiermee geeft u aan of de printer
moet doorgaan met afdrukken,
zelfs als wordt gedetecteerd dat
de toner bijna op is.
OPHEFFING
PAPIERSTORING
AAN
UIT
Hiermee geeft u aan of de printer
een herstelactie moet uitvoeren
na een papierstoring. Als u deze
optie instelt op AAN, probeert de
printer de pagina’s die door de
papierstoring verloren zijn
gegaan, opnieuw af te drukken als
het vastgelopen papier is
verwijderd.
ITEMS INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 40
PCL-
EMULATIE
In dit menu kunt u de instellingen selecteren die van kracht zijn
als de printer in de PCL-emulatiemodus werkt.
ERROR REPORT
(FOUTEN-
RAPPORT)
AAN
UIT
Als deze optie is ingeschakeld, zal
de printer foutgegevens
afdrukken wanneer zich een fout
met de PostScript-emulatie
voordoet.
Opmerking: Geldt alleen voor PS
en PCL XL.
ITEMS INSTELLINGEN BESCHRIJVING
FONT BRON INGEBOUWD /
RESIDENT2
GELADEN
Hiermee geeft u de locatie op van
het standaard PCL-lettertype.
Normaal zal dit een intern
lettertype zijn, tenzij er extra
lettertypen zijn geïnstalleerd in de
ROM-uitbreidingssleuf of er extra
lettertypen zijn geladen naar het
RAM-geheugen als permanente
lettertypen.
FONT No.
(Lettertype-
nummer)
I0/ C001 / S001 Hiermee stelt u het huidige
nummer van het
standaardlettertype in van de
bron die momenteel is
geselecteerd. Dit kan intern (I),
ROM-sleuf (C) of geladen (S) zijn.
FONT PITCH
(Breedte
lettertype)
0,44 CPI
10,00 CPI~
99,99 CPI
Hiermee stelt u de tekenbreedte
in van het PCL-
standaardlettertype in tekens per
inch (CPI).
Het standaardlettertype heeft een
vaste breedte en is een
schaalbaar lettertype. De waarde
wordt weergegeven tot op de
tweede plaats achter de komma.
Wordt alleen weergegeven
wanneer het lettertype dat bij
Font NO (Nee) is geselecteerd,
een vast, schaalbaar lettertype is.
FONT HEIGHT
(Hoogte
lettertype)
4.00 PUNTS~
12.00 PUNTS~
999.75 PUNTS
De puntgrootte van het
geselecteerde lettertype.
De waarde wordt weergegeven
tot op de tweede plaats achter de
komma.
ITEMS INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 41
SYMBOL SET
(Symboolset)
PC-8
(Alleen de
standaardsymboolset
wordt weergegeven)
PCL-symboolset. Als de bron en
het nummer van het lettertype
worden gewijzigd in waarden die
de geselecteerde symboolset niet
ondersteunt, moeten de bron en
het nummer worden gewijzigd in
een beschikbare symboolset voor
dat lettertype.
A4 PRINT
WIDTH
(Afdrukbreedte
A4)
78 KOLOMMEN
80 COLUMN (80
kolommen)
Hiermee stelt u het aantal
kolommen in, afhankelijk van de
instelling voor automatische
regelinvoer voor A4-papier in PCL.
Dit is de waarde als de modus
Auto CR/LF (Automatische
wagenterugloop/regelinvoer is
ingesteld op OFF (Uit) met het
10CPI-teken.
WHITE PAGE
SKIP (Witte
pagina's
overslaan)
UIT / AAN Hiermee selecteert u of lege
pagina’s moeten worden
afgedrukt of niet.
CR FUNCTION
(CR-functie)
CR / CR+LF Hiermee selecteert u of een
ontvangen teken voor
wagenterugloop (0Dh) ook
regelinvoer als resultaat heeft.
LF FUNCTION
(LF-functie)
LF / LF+CR Hiermee selecteert u of een
ontvangen teken voor regelinvoer
(0Ah) ook een wagenterugloop
als resultaat heeft.
PRINT MARGIN
(Afdrukmarge)
NORMAAL
1/5 INCH
1/6 INCH
Hiermee stelt u het niet-
afdrukbare gebied van de pagina
in. NORMAL is compatibel met
PCL.
TRUE BLACK
(Echt zwart)
UIT / AAN Hiermee selecteert u of zwarte
beeldgegevens moeten worden
afgedrukt met zwarte toner (ON,
Aan) of met 100% CMY (OFF, Uit).
(Alleen geldig in de modus PCL-
emulatie.)
PEN DIKTE AFST AAN/UIT
CAS-ID. NO
(Nee)
MP TRAY
1-4-59
ITEMS INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 42
PPR
EMULATIE
In dit menu beheert u de instellingen die van toepassing zijn
wanneer de printer werkt in de PPR-emulatiemodus.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
TEKENBREEDTE 10 CPI; 12 CPI; 17
CPI;
20 CPI;
PROPORTIONEEL
Geeft de tekenbreedte in IBM
PPR-emulatie aan.
FONT
CONDENSE
12CPI - 20CPI;
12CPI - 12CPI
Geeft een breedte van 121 CPI
voor de modus Condense aan.
CHARACTER
SET
Set 1; Set 2 Hiermee geeft u een tekenset op.
SYMBOL SET
(Symboolset)
IBM 437
(Alleen de
standaardsymboolset
wordt weergegeven)
Hiermee geeft u een symboolset
op.
LETTER 0 STYLE Uitschakelen;
Inschakelen
Hiermee geeft u de stijl aan die
9BH door de letter o en 9DH door
een nul vervangt.
ZERO
CHARACTER
Normaal; Slashed Hiermee stelt u de nul in met of
zonder slash.
LINE PITCH 6 LPI; 8 LPI Hiermee geeft u de regelafstand
aan.
WHITE PAGE
SKIP (Witte
pagina's
overslaan)
UIT / AAN Hiermee selecteert u of lege
pagina’s moeten worden
afgedrukt of niet.
CR FUNCTION
(CR-functie)
CR / CR+LF Hiermee selecteert u of een
ontvangen teken voor
wagenterugloop (0Dh) ook
regelinvoer als resultaat heeft.
LF FUNCTION
(LF-functie)
LF / LF+CR Hiermee selecteert u of een
ontvangen teken voor regelinvoer
(0Ah) ook een wagenterugloop als
resultaat heeft.
LINE LENGTH 80 COLUMN; 136
COLUMN
Hiermee geeft u het aantal tekens
per regel op.
FORM LENGTH 11 inch; 11.7 inch
12 inch
Hiermee geeft u de papierlengte
op.
Menufuncties > 43
FX
EMULATIE
In dit menu kunt u de instellingen selecteren die van kracht zijn
als de printer in de FX-emulatiemodus werkt.
TOF POSITION 0.0 INCH -
1.0 inch
Hiermee geeft u de afstand van
de afdruk tot de bovenrand van
het papier aan.
LEFT MARGIN 0.0 inch -
1.0 inch
Hiermee geeft u de afstand van
de afdruk tot de linkerkant van
het papier aan.
FIT TO LETTER Uitschakelen;
Inschakelen
Hiermee stelt u de afdrukmodus
zodanig in dat afdrukgegevens
van het equivalent van 11 inch
(66 regels( in het afdrukgebied
van het formaat LETTER kunnen
worden ingepast.
TEKSTHOOGTE Hetzelfde;
Verschillend
Hiermee stelt u de tekenhoogte
in.
HETZELFDE: dezelfde hoogte,
ongeacht CPI.
VERSCHILLEND: de tekenhoogte
varieert naar gelang CPI.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
TEKENBREEDTE 10 CPI; 12 CPI; 17
CPI; 20 CPI;
PROPORTIONEEL
Geeft de tekenbreedte in deze
emulatie aan.
CHARACTER
SET
Set 1; Set 2 Hiermee geeft u een tekenset op.
SYMBOL SET
(Symboolset)
IBM 437 (Alleen de
standaardsymboolse
t wordt
weergegeven)
Hiermee geeft u een symboolset
op.
LETTER 0 STYLE Uitschakelen;
Inschakelen
Hiermee geeft u de stijl aan die
9BH door de letter o en 9DH door
een nul vervangt.
ZERO
CHARACTER
Normaal; Slashed Hiermee stelt u de nul in met of
zonder slash.
LINE PITCH 6 LPI; 8 LPI Hiermee geeft u de regelafstand
aan.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 44
WHITE PAGE
SKIP (Witte
pagina's
overslaan)
UIT / AAN Hiermee selecteert u of lege
pagina’s moeten worden afgedrukt
of niet.
CR FUNCTION
(CR-functie)
CR / CR+LF Hiermee selecteert u of een
ontvangen teken voor
wagenterugloop (0Dh) ook
regelinvoer als resultaat heeft.
LINE LENGTH 80 COLUMN; 136
COLUMN
Hiermee geeft u het aantal tekens
per regel op.
FORM LENGTH 11 inch; 11.7 inch;
12 inch
Hiermee geeft u de papierlengte
op.
TOF POSITION 0.0 inch -
1.0 inch
Hiermee geeft u de afstand van de
afdruk tot de bovenrand van het
papier aan.
LEFT MARGIN 0.0 inch -
1.0 inch
Hiermee geeft u de afstand van de
afdruk tot de linkerkant van het
papier aan.
FIT TO LETTER Uitschakelen;
Inschakelen
Hiermee stelt u de afdrukmodus
zodanig in dat afdrukgegevens van
het equivalent van 11 inch (66
regels( in het afdrukgebied van het
formaat LETTER kunnen worden
ingepast.
TEKSTHOOGTE Hetzelfde;
Verschillend
Hiermee stelt u de tekenhoogte in.
HETZELFDE: dezelfde hoogte,
ongeacht CPI.
VERSCHILLEND: de tekenhoogte
varieert naar gelang CPI.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 45
M
ENU
P
ARALLEL
In dit menu wijzigt u de werking van de parallelle
gegevensinterface van de printer.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
PARALLEL INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de parallelle
poort in of uit.
BIDIRECTIONEEL INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de
bidirectionele functie van de
parallelle interface in of uit.
ECP INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Poort voor uitgebreide
mogelijkheden; schakelt deze
functie in/uit.
ACK WIDTH
(ACK-breedte)
SMAL/
MEDIUM/
BREED
Hiermee stelt u de AVVCK-breedte
voor compatibele ontvangst in.
= 0,5 µs
= 1,0 µs
= 3,0 µs
ACK/BUSY
TIMING
ACK IN BUSY /
ACK WHILE BUSY
Hiermee stelt u de volgorde in
waarin het BUSY- en ACK-signaal
voor compatibele ontvangst
worden uitgevoerd.
I-PRIME UITSCHAKELEN/
3µsec/50µsec
Hiermee stelt u de tijd in om het I-
prime-signaal in of uit te
schakelen.
OFFLINE
RECEIVE
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Voor het in- en uitschakelen van
deze functie. Bij Inschakelen
behoudt de interface een status
‘ontvangst mogelijk’, zelfs
wanneer u overgaat op Offline. De
interface verzendt het BUSY-
signaal alleen wanneer de
ontvangstbuffer vol is, of bij een
serviceoproep.
Menufuncties > 46
M
ENU
USB
Via dit menu kunt u de werking bepalen van de USB-
gegevensinterface van de printer.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
USB INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de USB-poort
in of uit.
SOFTWARE-
MATIG
OPNIEUW
INSTELLEN
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de opdracht
Softwarematig opnieuw instellen
in of uit.
SNELHEID 12 / 480 Mps Hiermee selecteert u de
interfacesnelheid.
OFFLINE
RECEIVE
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
OFFLINE RECEIVE.
SERIENUMMER INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee geeft u aan of een USB-
serienummer moet worden
INGESCHAKELD of
UITGESCHAKELD.
Het USB-serienummer wordt
gebruikt om het USB-apparaat te
identificeren dat op uw pc is
aangesloten.
OPMERKING
Wanneer u instellingen in het USB-menu hebt gewijzigd, zet
u de printer UIT en vervolgens weer AAN.
Menufuncties > 47
M
ENU
N
ETWORK
(M
ENU
N
ETWERK
)
In dit menu kunt u instellen hoe de 10Base-T/100Base-TX-
netwerkinterface van de printer functioneert.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
TCP/IP INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u dit
netwerkprotocol in of uit.
IP VERSION
IP V4 /
IPV 4 en V6
IPV 6
Hiermee stelt u de IP-versie in.
Werkt alleen met IPv4 (niet
geldig voor IPv6).
Werkt met IPv4 en IPv6.
Werkt alleen met IPv6 (niet
geldig voor IPv4).
NETBEUI INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u dit
netwerkprotocol in of uit.
NETWARE INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u dit
netwerkprotocol in of uit.
ETHERTALK INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u dit
netwerkprotocol in of uit.
FRAME TYPE AUTO / 802.2 / 802.3
/ ETHERNET II / SNAP
Hiermee selecteert u het
Ethernet MAC layer-frametype.
IP ADDRESS
SET (IP-
adresset)
AUTOMATISCHE /
HANDMATIG
Hiermee geeft u op of het IP-
adres automatisch (DHCP) of
handmatig wordt toegewezen.
IP ADDRESS
(IP-adres)
xxx.xxx.xxx.xxx Het huidige IP-adres dat is
toegewezen. Als u dit adres wilt
wijzigen, drukt u op ENTER en
gebruikt u de toetsen +/ om
het 1e cijferblok te wijzigen en
drukt u opnieuw op ENTER om
naar het volgende cijferblok te
gaan. Als u het 4e cijferblok hebt
ingesteld, drukt u nogmaals op
ENTER om het nieuwe adres te
registreren.
SUBNET MASK
(Subnetmasker)
xxx.xxx.xxx.xxx Het huidige subnetmasker dat is
toegewezen. Als u dit adres wilt
wijzigen, volgt u de procedure
die hiervoor werd beschreven.
GATEWAY
ADDRESS
(Gateway-
adres)
xxx.xxx.xxx.xxx Het huidige gateway-adres dat is
toegewezen. Als u dit adres wilt
wijzigen, volgt u de procedure
die hiervoor werd beschreven.
Menufuncties > 48
WEB INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de
voorziening Web config. in of uit.
TELNET INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de
voorziening Telnet config. in of
uit.
FTP INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u
communicatie via FTP in of uit.
SNMP INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u het SNMP-
protocol in of uit.
NETWORK
SCALE
NORMAAL / KLEIN Hiermee selecteert u het
netwerkformaat.
Wanneer NORMAAL is
geselecteerd, werkt de printer
effectief, zelfs indien aangesloten
op een hub met een 'spanning
tree'-
functie. De opstarttijd van de
printer is echter langer als de
computers zijn aangesloten met
twee of drie kleine LAN’s.
Wanneer KLEIN is geselecteerd,
kunnen de computers twee of
drie kleine LAN’s tot een groot
LAN dekken, maar werken ze
mogelijk niet effectief indien
aangesloten op een HUB die een
‘spanning tree’-functie heeft.
HUB LINK
SETTING
(Hublink-
instellingen)
AUTO NEGOTIATE
(Automatisch
onderhandelen)
100BASE-TX FULL
100BASE-TX HALF
10BASE-T FULL
10BASE-T HALF
Hiermee stelt u full of half duplex
in voor de communicatie via een
netwerkhub.
Wanneer AUTO is ingesteld, vindt
de onderhandeling automatisch
plaats.
FACTORY
DEFAULTS
UITVOEREN Hiermee laadt u opnieuw de
instellingen die de eenheid had
toen deze door de fabrikant was
ingesteld.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 49
M
ENU
G
EHEUGEN
In dit menu stelt u de voorwaarden in voor toewijzing van het
geheugen aan buffer en resource.
M
ENU
S
YSTEEMAANPASSING
Wordt niet standard weergegeven. Dit menu wordt alleen
weergegeven indien het is ingesteld op ENABLE (Inschakelen) in
het menu Administrator (Beheerder).
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
RECEIVE BUF
SIZE
(Buffergrootte
voor ontvangen)
AUTO
0,5 MB
1 MB
2 MB
4 MB
8 MB
16 MB
32 MB
Hiermee stelt u de grootte van de
ontvangstbuffer in.
RESOURCE
BEWAREN
AUTO
(AUTOMATISCH)
UIT
0,5 MB
1 MB
2 MB
4 MB
8 MB
16 MB
32 MB
Hiermee stelt u de grootte van de
resourceopslagruimte in.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
X ADJUST (X
BIJSTELLEN)
+2,0 mm
~
0
~
-2,0 mm
Hiermee wordt de positie van de
totale afdruk in de richting
loodrecht op de richting waarin het
papier loopt, dat wil zeggen
horizontaal, in stappen van 0,25
mm.
Delen van de afdruk die vanwege
de verschuiving buiten het
afdrukgebied vallen, worden
bijgesneden.
Menufuncties > 50
Y-POSITIE
AANPASSEN
+2,0 mm
~
0
~
-2,0 mm
Hiermee wordt de positie van de
totale afdruk in de richting waarin
het papier loopt, dat wil zeggen
verticaal, in stappen van 0,25 mm.
Delen van de afdruk die vanwege
de verschuiving buiten het
afdrukgebied vallen, worden
bijgesneden.
Correcties in een negatieve waarde
worden in de PS-modus
genegeerd.
DUPLEX X-POS.
AANP.
+2,0 mm
~
0
~
-2,0 mm
Als de duplexoptie is geïnstalleerd
wordt bij het afdrukken van de
ommezijde van een duplextaak de
positie van de hele afdruk
bijgesteld in de richting die
loodrecht staat op de richting
waarin het papier loopt, dat wil
zeggen horizontaal, in stappen van
0,25 mm.
Delen van de afdruk die vanwege
de verschuiving buiten het
afdrukgebied vallen, worden
bijgesneden.
DUPLEX Y-POS.
AANP.
+2,0 mm
~
0
~
-2,0 mm
Als de duplexoptie is geïnstalleerd
wordt bij het afdrukken van de
ommezijde van een duplextaak de
positie van de hele afdruk
bijgesteld in de richting waarin het
papier loopt, dat wil zeggen
verticaal, in stappen van 0,25 mm.
Delen van de afdruk die vanwege
de verschuiving buiten het
afdrukgebied vallen, worden
bijgesneden.
Correcties in een negatieve waarde
worden in de PS-modus
genegeerd.
REINIGEN VAN
DRUMS
Aan
UIT
Hiermee geeft u aan of de drum bij
niet-actief moet worden gedraaid
om horizontale witte strepen te
voorkomen.
LET OP: elke extra draaiing
verkort de levensduur
dienovereenkomstig.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 51
M
ENU
O
NDERHOUD
Via dit menu hebt u toegang tot allerlei functies voor het
onderhoud van de printer.
HEX. DUMP UITVOEREN Hiermee worden de gegevens die
van de host-pc zijn ontvangen,
afgedrukt in een hexadecimale
dump. Als u de voedingschakelaar
uitschakelt, wordt teruggekeerd
vanuit de modus Hex. Dump naar
de modus Normaal.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
MENU
BEGINWAARDEN
UITVOEREN Hiermee stelt u de menu's
weer in op de
standaardwaarden.
MENU OPSLAAN UITVOEREN Hiermee slaat u de huidige
menu-instellingen op. Het
laatst uitgevoerde menu wordt
opgeslagen en het eerder
opgeslagen menu wordt
vervangen en gewist.
Wanneer u op de knop ENTER
drukt, wordt het volgende
bevestigingsbericht
weergegeven.
"WILT U DEZE FUNCTIE
UITVOEREN?" YES/NO (Ja/
Nee)
Als u NEE kiest, keert u terug
naar het vorige menu.
Als u JA kiest, worden de
huidige menu-instellingen
opgeslagen en verlaat u het
menu.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 52
MENU
HERSTELLEN
UITVOEREN De wijzigingen in de menu-
instelling worden opgeslagen.
Wanneer u op de knop Enter
drukt, wordt het volgende
bevestigingsbericht
weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het
zeker?) YES/NO (Ja/Nee)
Als u NEE kiest, keert u terug
naar het vorige menu. Als u JA
kiest, worden de gemaakte
wijzigingen opgeslagen en
verlaat u het menu.
Opmerkingen:
U kunt dit niet doen wanneer
gegevens worden afgedrukg.
Dit menuonderdeel wordt
alleen weergegeven als het
menu al was opgeslagen.
POWER SAVE
(Energiebesparing)
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee schakelt u de
automatische energiebesparing
in of uit. De vertraging voordat
deze modus wordt gebruikt
geeft u op in het menu
SYSTEEMCONFIGURATIE.
PAPER BLACK
SETTING
(Instelling zwart
op papier)
–2~0~+2 Deze instelling wordt gebruikt
voor kleine aanpassingen als
de afdrukken iets vaag zijn of
kleine vlekjes of streepjes
vertonen bij het afdrukken van
documenten in zwart-wit op wit
papier. Selecteer een hogere
waarde voor afdrukken die
minder vaag zijn of een lagere
waarde om het aantal vlekjes
of streepjes te verminderen in
afdrukgebieden met een hoge
dichtheid.
PAPER COLOR
SETTING
(Instelling kleur
op papier)
–2~0~+2 Zoals hierboven, maar dan
voor afdrukken in kleur.
TRANSPR BLACK
SETTING
(Instelling zwart
op transparanten)
–2~0~+2 Zoals hierboven, maar dan
voor afdrukken in zwart-wit op
transparanten.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 53
M
ENU
G
EBRUIK
Dit menu is alleen bedoeld om informatie op te vragen en geeft
een indicatie van het totale gebruik van de printer en de
resterende gebruiksduur van de verbruiksmaterialen. Dit is met
name handig als u niet over een volledige set vervangende
verbruiksmaterialen beschikt en u wilt weten hoe snel u ze nodig
hebt.
TRANSPR COLOR
SETTING
(Instelling kleur
op transparanten)
–2~0~+2 Zoals hierboven, maar dan
voor afdrukken in kleur op
transparanten.
SMR-INSTELLING –2~0~+2 Hiermee stelt u een
correctiewaarde in voor een
ongelijkmatige afdrukkwaliteit
om afdrukvariaties te
corrigeren die veroorzaakt
worden door verschillen in
temperatuur, vochtigheid of
afdrukdichtheid/frequentie.
BG SETTING (AG-
instelling)
–3~0~+3 Hiermee stelt u een
correctiewaarde in voor
donkere afdrukken op papier
om afdrukvariaties te
corrigeren die veroorzaakt
worden door verschillen in
temperatuur, vochtigheid of
afdrukdichtheid/frequentie.
ITEM BESCHRIJVING
TOTAAL AANTAL
PAGINA'S
Geeft het totale aantal afgedrukte pagina’s aan (met
uitzondering van vastgelopen pagina’s).
Opmerking: bij duplexafdrukken telt een vel als twee
pagina’s, dus is het totale aantal pagina’s niet
noodzakelijkerwijs gelijk aan het aantal pagina’s dat
in de laden ligt.
Aantal pagina's lade 1 Dit is het totale aantal pagina’s dat is ingevoerd
vanuit lade1.
Aantal pagina's lade 2 Dit is het totale aantal pagina’s dat is ingevoerd
vanuit lade 2 (indien deze is geplaatst).
Aantal pagina's
universele lade
Dit is het totale aantal pagina's dat is ingevoerd
vanuit de universele lade.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 54
A
FDR
.
STATISTIEK
COLOR PAGE COUNT
(Teller pagina's in
kleur)
Dit is het totale aantal pagina’s dat is afgedrukt in
kleur.
AANTAL
MONOCHROME
PAGINA'S
Dit is het totale aantal pagina’s dat is afgedrukt in
zwart-wit.
LEVENSDUUR K-
DRUM
LEVENSDUUR C-
DRUM
LEVENSDUUR M-
DRUM
LEVENSDUUR Y-DRUM
Dit is de resterende gebruiksduur in procenten van
deze verbruiksmaterialen.
RESTEREND
LEVENSD. BAND
Dit is de resterende gebruiksduur in procenten van de
transportband.
LEVENSDUUR FUSER Dit is de resterende gebruiksduur in procenten van de
fuser.
K TONER (n.nK)
C TONER (n.nK)
M TONER (n.nK)
Y TONER (n.nK)
Dit is het cassetteformaat en het huidige tonerniveau.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
WACHTWOORD nnnn Hiermee voert u een wachtwoord in
om het menu Print Statistics
(Afdrukstatistieken) te openen.
Het standaardwachtwoord is
"0000".
Opmerking: De categorie “AFDR.
STATISTIEK.” wordt niet
weergegeven bij het afdrukken als
de statistiekfunctie niet wordt
ondersteund.
AFDR.
STATISTIEK
INSCHAKELEN /
UITSCHAKELEN
Hiermee drukt u een lijst met taken
af die op deze printer zijn
uitgevoerd.
ITEM BESCHRIJVING
Menufuncties > 55
H
ET
MENU
A
DMINISTRATOR
Dit menu is alleen toegankelijk voor systeembeheerders.
Als u dit menu wilt openen, houdt u de knop ENTER ingedrukt
terwijl u de printer inschakelt.
Dit menu is alleen Engelstalig.
LOG SIZE
(LOGFORMAAT)
1 ~ 30 ~ 100 Hiermee geeft u het maximum
aantal gegevens op dat voor de
geschiedenis van de
afdrukgegevens wordt bewaard.
Als de totale gegevensgeschiedenis
hoger is dan de ingestelde waarde,
worden de gegevens bijgewerkt in
oplopende volgorde.
Opmerking: er moet een vaste
schijf zijn aangesloten.
RESET TELLER UITVOEREN Hiermee stelt u de teller op nul in.
VER.
WACHTWOORD
Hiermee kunt u het wachtwoord
wijzigen.
NIEUW
WACHTWOORD
**** Hiermee stelt u een nieuw
wachtwoord in.
CONTROLEREN **** Hiermee controleert u de wijziging.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
WACHTW.
INVOEREN
xxxxxxxxxxxx Geef een wachtwoord op om toegang
te krijgen tot het menu Admin.
Het wachtwoord moet minimaal ui6
en maximaal uit 12 (alfa)numerieke
tekens bestaan (of een combinatie
hiervan).
De standaardwaarde is "aaaaaa".
De printer wordt na het menu ADMIN
opnieuw gestart.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 56
OP MENU/
ALL CATEGORY
(Alle
categorieën)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor alle categorieën in het
menu USERS (Gebruikers) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt het menu USERS (Gebruikers),
met uitzondering van het menu
PRINTJOB (Afdruktaak), niet
weergegeven.
MENU OP /
MENU PRINT
JOBS
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu PRINT JOB (Afdruktaak) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
PRINT JOB (Afdruktaak) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
MENU OP/
MENU
INFORMATION
(Informatie)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu INFORMATION (Informatie) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
INFORMATION (Informatie) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
MENU OP,
MENU
SHUTDOWN
(Afsluiten)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu SHUTDOWN (Afsluiten) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
SHUTDOWN (Afsluiten) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
MENU OP
MENU PRINT
(AFDRUKKEN)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu PRINT (Afdrukken) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
PRINT (Afdrukken) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 57
MENU OP
MENU MEDIA
(MATERIAAL)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu MEDIA (Materiaal) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
MEDIA (Materiaal) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
MENU OP /
MENU COLOR
(KLEUR)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu COLOR (Kleur) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
COLOR (Kleur) van het menu USERS
(Gebruikers) niet weergegeven.
OP MENU/
MENU SYS
CONFIG
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu SYS.CONFIG
(Systeemconfiguratie) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie SYS.CONFIG
(Systeemconfiguratie) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
OP MENU/
PCL
EMULATION
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu PCL EMULATION (PCL-
emulatie) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie PCL EMULATION
(PCL-emulatie) van het menu USERS
(Gebruikers) niet weergegeven.
MENU OP
PPR
EMULATION
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu PPR EMULATION (PPR-
emulatie) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu PPR
EMULATION (PPR-emulatie) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 58
FX EMULATION ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu FX EMULATION (FX-emulatie)
in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu FX
EMULATION (FX-emulatie) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
MENU
PARALLEL
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie
PARALLEL (Parallel) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie PARALLEL van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
OP MENU/
MENU USB
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu USB in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
USB van het menu USERS
(Gebruikers) niet weergegeven.
OP MENU/
MENU
NETWORK
(NETWERK)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu NETWORK (Netwerk) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
NETWORK (Netwerk) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
OP MENU/
MENU
MEMORY
(GEHEUGEN)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu MEMORY (Geheugen) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
MEMORY (Geheugen) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 59
OP MENU/
MENU SYS.
ADJUST
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu SYS.ADJUST
(Systeemaanpassing) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
SYS.ADJUST (Systeemaanpassing)
van het menu USERS (Gebruikers)
niet weergegeven.
OP MENU/
MENU
MAINTANCE
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu MAINTENANCE (Onderhoud)
in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
MAINTENANCE (Onderhoud) van het
menu USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
OP MENU/
MENU USAGE
(Verbruik)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie van het
menu USAGE (Verbruik) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie van het menu
USAGE (Verbruik) van het menu
USERS (Gebruikers) niet
weergegeven.
OP MENU/
MENU JOB LOG
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee stelt u een geldige of
ongeldige voorwaarde (ENABLE/
DISABLE) voor de categorie JOB LOG
(Taak overzicht) in.
Als u DISABLE (Uitschakelen) kiest,
wordt de categorie JOB LOG (Taak
overzicht) van het menu USERS
(Gebruikers) niet weergegeven.
MENU CONFIG.
MENU/
NEARLIFE LED
(LED Bijna
verstreken)
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Hiermee schakelt u de verlichting van
de voorpaneel-LED in of uit wanneer
de waarschuwing "levensduur bijna
verstreken" voor toner, cartridge,
fuser of transportband wordt
weergegeven.
De LED "let op" brandt wanneer de
instelling is ingeschakeld, maar
brandt niet als de instelling is
uitgeschakeld.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 60
FILE SYS
MAINTE1/
HDD
INITIALIZE
UITVOEREN Hiermee wordt de HDD als
standaardfabrieksinstelling
geïnitialiseerd.
De printer moet worden
gepartitioneerd en geïnitialiseerd.
Hierna wordt het volgende bericht
weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u “NO” (Nee) kiest, gaat het
display terug naar het bronmenu. Als
u “YES” (Ja) kiest, wordt de printer
automatisch opnieuw gestart en
wordt de vaste schijf geïnitialiseerd.
Opmerking: dit item wordt alleen
weergegeven als een vaste schijf is
geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE1/
PARTITION
SIZE
UITVOEREN Op het scherm wordt de
partitiegrootte van de vaste schijf
weergegeven.
Opmerking: dit item wordt alleen
weergegeven als een vaste schijf is
geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE1/
HDD
FORMATTING
PCL
COMMON
PSE
Hiermee formatteert u de opgegeven
partitie. Druk op de knop ENTER. Het
volgende bericht wordt
weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, gaat het display
terug naar het bronmenu. Als u
“YES” (Ja) kiest, wordt de printer
automatisch opnieuw gestart en
wordt de opgegeven partitie
geïnitialiseerd.
Opmerking: dit item wordt alleen
weergegeven als een vaste schijf is
geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE1/
INITIALISATIE
FLASH-
GEHEUGEN
UITVOEREN Hiermee initialiseert u het aanwezige
Flash-geheugen.
Indien u NO (Nee) kiest, gaat het
apparaat terug naar het bronmenu.
Als u YES (Ja) kiest, wordt het
apparaat automatisch opnieuw
opgestart en wordt het Flash-
geheugen geïnitialiseerd.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 61
FILE SYS
MAINTE2/
CHK FILE SYS
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Wanneer u deze functie inschakelt,
worden discrepanties tussen de
daadwerkelijke en de weergegeven
vrije ruimte van het
bestandssysteem opgelost, en
worden de beheergegevens (FAT-
informatie) hersteld.
Na de selectie wordt het volgende
bericht weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, gaat het display
terug naar het bronmenu. Als u
“YES” (Ja) kiest, wordt de printer
automatisch opnieuw gestart en
wordt het bestandssysteem hersteld.
Opmerking 1: het duurt een aantal
seconden om deze functie te
voltooien.
Opmerking 2: dit item wordt alleen
weergegeven als een vaste schijf is
geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE2/
CHK ALL
SECTORS
UITVOEREN Met deze functie kan een fout in de
sectorgegevens van de vaste schijf
worden hersteld, en discrepanties in
het bestandssysteem die hierboven
zijn vermeld.
Geldt alleen voor de vaste schijf.
Na de selectie wordt het volgende
bericht weergegeven.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, gaat het display
terug naar het bronmenu. Als u
“YES” (Ja) kiest, wordt de printer
automatisch opnieuw gestart en
wordt het bestandssysteem hersteld.
Opmerking 1: het duurt voor een
vaste schijf van 10 GB 30 à 40
minuten om deze functie te
voltooien.
Opmerking 2: dit item wordt alleen
weergegeven als een vaste schijf is
geïnstalleerd.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 62
FILE SYS
MAINTE2/
HDD
ENABLE
(Inschakelen)
DISABLE
(Uitschakelen)
Als de printer niet kan starten met de
geïnstalleerde vaste schijf, mogelijk
vanwege een fout in de schijf, kan de
printer worden gestart alsof er geen
vaste schijf is geïnstalleerd door dit
menuonderdeel in te stellen op
“DISABLE” (Uitschakelen).
Toegang tot de vaste schijf is in deze
omstandigheid niet mogelijk
aangezien er beschouwd wordt dat er
geen vaste schijf in de printer is
geïnstalleerd.
Opmerking: dit onderdeel wordt
alleen weergegeven als een vaste
schijf is geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE2/
HDD ERASE
UITVOEREN Met deze functie worden alle
gegevens gewist die op de vaste
schijf zijn opgeslagen. De gegevens
kunnen niet worden hersteld. Voor
het reinigen van de schijf wordt de
DoD 5220.22-M-reinigingsformule
gebruikt. De printer wordt na het
wijzigen van het instellingenmenu
opnieuw gestart.
De voortgang van de procedure
wordt als een percentage
weergegeven.
Het volgende bericht wordt
weergegeven nadat u op de knop
ENTER hebt gedrukt.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, gaat het display
terug naar het bronmenu en wordt
de procedure voor het wissen van de
schijf onmiddellijk na het opstarten
gestart.
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 63
FILE SYS
MAINTE2/
HDD ERASE
UITVOEREN Als u YES (Ja) kiest).
Het volgende bericht wordt
weergegeven wanneer u op de knop
CANCEL (Annuleren) drukt.
CANCEL NOW? (Nu annuleren?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, wordt de
procedure voortgezet.
Als u YES (Ja) kiest, wordt de
procedure onderbroken en wordt de
printer opnieuw gestart nadat de
vaste schijf is geformatteerd.
Opmerking: dit onderdeel wordt
alleen weergegeven als een vaste
schijf is geïnstalleerd.
FILE SYS
MAINTE2/
INITIAL LOCK
YES (Ja)
NO (Nee)
Als u “YES” (Ja) kiest, kunt u “ADMIN
MENU" - "FILE SYS MAINTE1" (Menu
Admin -
Bestandssysteemonderhoud1)
(hierboven) niet selecteren.
MENU
LANGUAGE /
LANGUAGE
INITIALIZE
UITVOEREN Hiermee initialiseert u het
berichtbestand dat in het Flash-
geheugen is geladen.
Indien u NO (Nee) kiest, gaat het
apparaat terug naar het bronmenu.
De procedure voor het wissen van de
schijf begint onmiddellijk nadat het
menu en het apparaat opnieuw zijn
gestart.
MENU PS /
LI TRAY
TYPE1
TYPE”
Hiermee schakelt u tussen de
Postscript-typen.
MENU SIDM /
MANUAL ID
0 ~ 2 ~ 9 Set up Pn specified in MANUAL by
MANUAL-1 ID No.FX/PPR Emu in
CSFcontrol command (ESC EM Pn).
MENU SIDM /
MANUAL2 ID
0 ~ 3 ~ 9 Set up Pn specified MANUAL by
MANUAL-2 ID No.FX/PPR Emu in CSF
control command(ESC EM Pn).
SIDM MENU/
SIDM MP TRAY
0 ~ 4 ~ 9 Set up Pn specified TRAYO(MP Tray)
by MP Tray ID No.FX/PPR Emu in CSF
control command(ESC EM Pn).
SIDM MENU/
SIDM TRAY1
0 ~ 1 ~ 9 Set up Pn specified TRAY 1by Tray 1
ID No.FX/PPR Emu in CSF control
command(ESC EM Pn).
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Menufuncties > 64
SIDM MENU/
SIDM TRAY2
0 ~ 2 ~ 5 ~9 Set up Pn specified TRAY 2 by Tray 2
ID No.FX/PPR Emu in CSF control
command (ESC EM Pn).
CHANGE
PASSWORD/
NEW
PASSWORD
xxxxxxxxxxxx
Stel een nieuw wachtwoord in voor
toegang tot het menu Admin.
Het wachtwoord moet uit 6 tot 12
cijfers of alfanumerieke tekens (of
een combinatie hiervan) bestaan.
De standaardwaarde is "aaaaaa"
De printer wordt na het menu ADMIN
opnieuw gestart.
CHANGE
PASSWORD/
VERIFY
PASSWORD
xxxxxxxxxxxx
Verificatie van het bovenstaande
wachtwoord.
PARTITION
SIZE/
PCL/COMMON/
PSE
nnn%
mmm%
lll%
Hiermee stelt u de partitiegrootte in.
nn,mm,ll moet 1~98% zijn en
nn+mm+ll = 100%.
Het display voor het wijzigen van de
partitiegrootte knippert. Druk op de
toets BACK/ENTER om de gewijzigde
locatie te bevestigen. Het volgende
bevestigingsbericht wordt
weergegeven wanneer u op de knop
ENTER in de laatste kolom drukt.
ARE YOU SURE? (Weet u het zeker?)
YES/NO (Ja/Nee)
Als u NO (Nee) kiest, gaat het display
terug naar het bronmenu. Als u YES
(Ja) kiest, wordt de printer
automatisch opnieuw gestart.
Tegelijkertijd wordt de partitiegrootte
van de vaste schijf gewijzigd en
wordt de schijf geïnitialiseerd.
(Een wijziging van de ene
partitiegrootte heeft automatisch
invloed op de andere partitiegrootte.)
ITEM INSTELLINGEN BESCHRIJVING
Verbruiksmaterialen vervangen > 65
V
ERBRUIKSMATERIALEN
VERVANGEN
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de verbruiksmaterialen
vervangt als dat nodig is. Als richtlijn kunt u voor de verwachtte
gebruiksduur van deze materialen het volgende aanhouden:
T
ONER
:
S
TARTERCARTRIDGE
:
Het apparaat wordt geleverd met voldoende zwarte,
cyaan, magenta en gele en zwarte toner voor 2.250 A4-
pagina’s. Hierbij wordt de toner voor 750 A4-pagina’s
gebruikt om de afbeeldingstrommel te laden (er zijn dan
nog 1.500 A4-pagina's met een dekking van 5% over).
V
ERVANGENDE
CARTRIDGE
:
D
RUMCARTRIDGE
:
Ongeveer 20.000 pagina’s (berekend op basis van
standaardgebruik in een kantoor waarbij 20% van de
afdruktaken uit slechts één pagina bestaat, 30% uit documenten
van drie pagina’s bestaat en 50% van de afdruktaken uit 15
pagina’s of meer bestaat).
DEKKING A4-
PAGINA (MET DEZE
KLEUR)
2.5% 5.0% 10%
Zwart
C5750 16,000 8,000 4,000
C5950 16,000 8,000 4,000
Cyaan
C5750 4,000 2,000 1,000
C5950 12,000 6,000 3,000
Magenta
C5750 4,000 2,000 1,000
C5950 12,000 6,000 3,000
Geel
C5750 4,000 2,000 1,000
C5950 12,000 6,000 3,000
Verbruiksmaterialen vervangen > 66
T
RANSPORTBAND
:
Ongeveer 60.000 A4-pagina's.
F
USER
:
Ongeveer 60.000 A4-pagina's.
B
ESTELINFORMATIE
VERBRUIKMATERIALEN
* Gemiddelde gebruiksduur: 20% pagina's bij continu
afdrukken, 50% pagina's bij 3 pagina's per taak en 30%
pagina's bij 1 pagina per taak.
ITEM GEBRUIKSDUUR BESTEL-
NUMMER
Toner, C5950, zwart 8.000 A4 bij 5%* 43865724
Toner, C5950, cyaan 6.000 A4 bij 5%* 43865723
Toner, C5950, magenta 6.000 A4 bij 5%* 43865722
Toner, C5950, geel 6.000 A4 bij 5%* 43865721
Toner, C5750, zwart 8.000 A4 bij 5%* 43865708
Toner, C5750, cyaan 2.000 A4 bij 5%* 43872307
Toner, C5750, magenta 2.000 A4 bij 5%* 43872306
Toner, C5750, geel 2.000 A4 bij 5%* 43872305
Drumcartridge, C5950, zwart 20.000 A4-pagina's* 43870024
Drumcartridge, C5950, cyaan 20.000 A4-pagina's* 43870023
Drumcartridge, C5950, magenta 20.000 A4-pagina's* 43870022
Drumcartridge, C5950, geel 20.000 A4-pagina's* 43870021
Drumcartridge, C5750, zwart 20.000 A4-pagina's* 43870008
Drumcartridge, C5750, cyaan 20.000 A4-pagina's* 43870007
Drumcartridge, C5750, magenta 20.000 A4-pagina's* 43870006
Drumcartridge, C5750, geel 20.000 A4-pagina's* 43870005
Fuser 60.000 A4-pagina's* 43853103
Transportband 60.000 A4 bij 3 per
taak
43347602
Verbruiksmaterialen vervangen > 67
Gebruik alleen originele Oki-verbruiksmaterialen voor de
beste afdrukkwaliteit en optimale hardwareprestaties.
Niet-originele Oki-producten kunnen de prestaties van de
printer nadelig beïnvloeden en uw garantie doen
vervallen.
T
ONERCARTRIDGE
VERVANGEN
De toner die in deze printer wordt gebruikt, is een heel fijn droog
poeder. De toner wordt geleverd in vier cartridges: cyaan,
magenta, geel en zwart.
Zorg ervoor dat u een vel papier bij de hand hebt zodat u de
gebruikte cartridge ergens op kunt zetten terwijl u de nieuwe
cartridge installeert.
Gooi de oude cartridge niet zo maar weg, maar gebruik de
verpakking van de nieuwe cartridge. Houdt u aan de regels,
aanbevelingen enzovoort, die mogelijk van kracht zijn op het
gebied van het recyclen van afval.
Als u tonerpoeder hebt gemorst, borstelt u het voorzichtig weg.
Als dit niet voldoende helpt, gebruikt u een koude, vochtige doek
om eventuele tonerresten te verwijderen.
OPMERKING
Wanneer op het LCD het bericht TONER BIJNA OP wordt
weergegeven, of als de afdruk er vaag uitziet, opent u eerst
het bovendeksel en tikt u een aantal keren op de cartridge om
het tonerpoeder gelijkmatig te verdelen. Op deze manier
gebruikt u uw tonercartridge optimaal.
LET OP!
Om verspilling van toner en mogelijke fouten van de
tonersensor te voorkomen moet u de
tonercartridge(s) pas vervangen wanneer de melding
'TONER LEEG' wordt weergegeven.
Verbruiksmaterialen vervangen > 68
Gebruik geen heet water en gebruik nooit oplosmiddelen. Dit
leidt tot blijvende vlekken.
1. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
2. Let op de posities van de vier cartridges.
WAARSCHUWING!
Als u toner inademt of in uw ogen krijgt, moet u een
beetje water drinken of uw ogen uitspoelen met veel
koud water. Neem onmiddellijk contact op met een
arts.
WAARSCHUWING!
Als de printer ingeschakeld is geweest, is de fuser
heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd. Raak dit
gedeelte van de printer niet aan.
1
2
3
4
1. Cyaan cartridge 2. Magenta cartridge
3. Gele cartridge 4. Zwarte cartridge
Verbruiksmaterialen vervangen > 69
(a) Trek de gekleurde ontgrendelingshendel (1) op de
cassette die moet worden vervangen, volledig naar
de voorzijde van de printer.
3. Til de rechterzijde van de cassette op en trek de cassette
vervolgens naar rechts om de linkerzijde los te maken.
Haal de tonercassette uit de printer.
4. Plaats de cartridge voorzichtig op een vel papier om te
voorkomen dat de toner vlekken maakt op uw meubilair.
5. Verwijder de nieuwe cartridge uit de doos, maar laat het
verpakkingsmateriaal nog even zitten.
1
2
1
Verbruiksmaterialen vervangen > 70
6. Schud de nieuwe cartridge een aantal keren voorzichtig
heen en weer om de toner in de cartridge los te maken en
gelijkmatig te verdelen.
7. Verwijder nu het verpakkingsmateriaal en trek het tape
van de onderzijde van de cartridge.
8. Houd de cartridge aan de bovenzijde in het midden vast
met de gekleurde hendel rechts. Laat de cartridge in de
printer zakken op de drumeenheid waaruit u de oude
cartridge hebt verwijderd.
Verbruiksmaterialen vervangen > 71
9. Plaats de linkerzijde van de cassette eerst in de
bovenzijde van de image drum, druk deze tegen de veer
op de drumeenheid en laat vervolgens de rechterzijde van
de cassette op de drumeenheid zakken.
10. Druk de cartridge voorzichtig naar beneden om ervoor te
zorgen dat de cartridge goed vastzit en druk vervolgens
de gekleurde hendel (1) in de richting van de achterzijde
van de printer. Hiermee vergrendelt u de cartridge en kan
er toner naar de drumeenheid worden overgebracht.
11. Sluit tot slot de kap aan de bovenzijde van de printer en
druk de kap aan beide zijden stevig naar beneden om
deze goed te vergrendelen.
2
1
1
Verbruiksmaterialen vervangen > 72
V
ERVANGING
VAN
DE
DRUMCARTRIDGE
.
De printer bevat vier image drums: cyaan, magenta, geel en
zwart.
1. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
2. Let op de posities van de vier cartridges.
LET OP!
Ga voorzichtig met deze apparaten om. Ze zijn
gevoelig voor statische elektriciteit.
WAARSCHUWING!
Als de printer ingeschakeld is geweest, is de fuser
heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd. Raak dit
gedeelte van de printer niet aan.
1
2
3
4
1. Cyaan cartridge 2. Magenta cartridge
3. Gele cartridge 4. Zwarte cartridge
Verbruiksmaterialen vervangen > 73
3. Pak de image drum aan de bovenkant in het midden vast
en til deze samen met de bijbehorende tonercartridge uit
de printer.
4. Plaats de cartridge voorzichtig op een vel papier om te
voorkomen dat de toner vlekken maakt op uw meubilair
en om te voorkomen dat het groene drumoppervlak
beschadigd raakt.
LET OP!
Het groene drumoppervlak aan de onderzijde van de
cartridge is heel kwetsbaar en lichtgevoelig. Raak het
oppervlak niet aan en stel het niet langer dan
5 minuten bloot aan normaal licht. Als de
drumeenheid langere tijd uit de printer moet worden
verwijderd, moet u de cartridge in een zwarte plastic
zak doen zodat de cartridge niet wordt blootgesteld
aan licht. Stel de drum nooit bloot aan direct zonlicht
of heel helder kunstlicht.
Verbruiksmaterialen vervangen > 74
5. Houd de gekleurde ontgrendelingshendel (1) rechts en
trek de hendel naar u toe. Hiermee wordt de koppeling
tussen de tonercartridge en de drumcartridge verbroken.
6. Til de rechterzijde van de cassette op en trek de cassette
naar rechts om de linkerzijde los te maken en haal de
tonercassette uit de image drumcassette. Plaats de
cartridge op een vel papier om te voorkomen dat er
vlekken op uw meubilair komen.
7. Haal de nieuwe drumcartridge uit de verpakking en plaats
deze op het vel papier waarop ook de oude cartridge was
geplaatst. Plaat de cartridge op dezelfde manier als de
oude eenheid. Pak de oude eenheid voor het recyclen in
het verpakkingsmateriaal.
1
2
1
Verbruiksmaterialen vervangen > 75
8. Plaats de tonercartridge op de nieuwe drumcartridge,
zoals is weergegeven. Druk de linkerzijde van de cartridge
eerst naar beneden en laat vervolgens de rechterzijde
zakken. (Het is niet nodig om nu ook een nieuwe
tonercartridge te plaatsen, tenzij het resterende
tonerniveau erg laag is.)
9. Duw de gekleurde ontgrendelingshendel (1) van u af om
de tonercartridge te vergrendelen op de nieuwe
drumeenheid zodat er toner naar de drum kan worden
overgebracht.
2
1
1
Verbruiksmaterialen vervangen > 76
10. Houd de complete set aan de bovenzijde in het midden
vast en laat de set op zijn plaats in de printer zakken,
waarbij u de voetjes in de uitsparingen aan de zijkanten
van de printerruimte plaatst.
11. Sluit tot slot de kap aan de bovenzijde van de printer en
druk de kap aan beide zijden stevig naar beneden om
deze goed te vergrendelen.
OPMERKING
indien u uw printer om wat voor reden dan ook moet
retourneren of transporteren, moet u eerst de drumeenheid
verwijderen en deze in de bijgeleverde zak plaatsen. Hierdoor
kan er geen toner worden gemorst.
Verbruiksmaterialen vervangen > 77
D
E
TRANSPORTBAND
VERVANGEN
De transportband bevindt zich onder de vier drumcartridges.
Deze eenheid moet worden vervangen nadat er ongeveer 60.000
pagina's zijn afgedrukt.
Schakel de printer uit en laat de fuser ongeveer 10 minuten
afkoelen voordat u de kap opent.
1. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
2. Let op de posities van de vier cartridges. Het is van
essentieel belang dat ze in dezelfde volgorde worden
teruggeplaatst.
WAARSCHUWING!
Als de printer ingeschakeld is geweest, is de fuser
heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd. Raak dit
gedeelte van de printer niet aan.
1
2
3
4
1. Cyaan cartridge 2. Magenta cartridge
3. Gele cartridge 4. Zwarte cartridge
Verbruiksmaterialen vervangen > 78
3. Til alle drum eenheden uit de printer en plaats ze op een
veilige plek waar ze niet worden blootgesteld aan warmte
en licht.
4. Zoek de twee bevestigingen (5) aan beide zijden van de
band en zoek de greep (6) aan de voorzijde.
5. Draai de twee bevestigingen 90° naar links. Hierdoor
komt de band los van de printerbehuizing.
6. Trek de greep (6) omhoog zodat de band aan de voorzijde
omhoog komt en trek de transportband uit de printer.
LET OP!
Het groene drumoppervlak aan de onderzijde van de
cartridge is heel kwetsbaar en lichtgevoelig. Raak het
oppervlak niet aan en stel het niet langer dan
5 minuten bloot aan normaal licht. Als de
drumeenheid langere tijd uit de printer moet worden
verwijderd, moet u de cartridge in een zwarte plastic
zak doen zodat de cartridge niet wordt blootgesteld
aan licht. Stel de drum nooit bloot aan direct zonlicht
of heel helder kunstlicht.
5
6
Verbruiksmaterialen vervangen > 79
7. Laat de nieuwe transportband op zijn plaats zakken, met
de greep aan de voorzijde en het drijfwerk aan de
achterzijde van de printer. Zoek het drijfwerk in de
linkerhoek achterin de printer en laat de transportband
horizontaal in de printer zakken.
8. Draai de twee bevestigingen (5) 90° naar rechts tot ze
vastzitten. Hierdoor wordt de transportband op zijn plaats
gehouden.
9. Plaats nu de vier image drums compleet met de
bijbehorende tonercartridges terug in de printer, in
dezelfde volgorde als u ze hebt geplaatst: cyaan (het
dichtst bij de achterkant), magenta, geel en zwart (het
dichtst bij de voorkant).
10. Sluit tot slot de kap aan de bovenzijde van de printer en
druk de kap aan beide zijden stevig naar beneden om
deze goed te vergrendelen.
Verbruiksmaterialen vervangen > 80
D
E
FUSER
VERVANGEN
De fuser zit in de printer direct achter de vier image
drumeenheden.
Schakel de printer uit en laat de fuser ongeveer 10 minuten
afkoelen voordat u de kap opent.
1. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
2. Zoek de fuserhendel (1) boven op de fusereenheid.
WAARSCHUWING!
Als de printer kortgeleden nog is ingeschakeld
geweest, zijn sommige fuseronderdelen erg heet. Ga
heel voorzichtig met de fuser om en houdt de fuser
alleen vast bij de greep, die slechts warm aanvoelt.
Een waarschuwingsetiket geeft duidelijk dit gebied
aan. Als u twijfelt, schakelt u de printer uit en wacht u
minimaal 10 minuten om de fuser te laten afkoelen
voordat u de kap van de printer opent.
C
M
Y
K
1
2
Verbruiksmaterialen vervangen > 81
3. Trek de twee fuserhendels (2) in de richting van de
voorzijde van de printer zodat ze helemaal rechtop staan.
4. Houd de fuser vast bij de greep (1) en til de fuser recht
omhoog uit de printer. Indien de fuser nog warm is, plaats
u deze op een vlak oppervlak dat niet beschadigd kan
raken door hitte.
5. Haal de nieuwe fuser uit de verpakking en verwijder het
transportmateriaal.
6. Houd de nieuwe fuser bij de greep vast en zorg ervoor dat
u de fuser de juiste positie heeft. De hendels (2) waarmee
de fuser wordt vastgezet, moeten helemaal rechtop staan
en de twee bevestigingsnokjes (3) moeten naar u toe te
wijzen.
7. Laat de fuser in de printer zakken, waarbij u de twee
nokjes (3) in de uitsparingen in het metalen gedeelte
tussen het fusergebied en de image drums laat zakken.
3
22
Verbruiksmaterialen vervangen > 82
8. Duw de twee hendels (2) waarmee de fuser wordt
vergrendeld naar de achterzijde van de printer om de
fuser vast te zetten.
Sluit tot slot de kap aan de bovenzijde van de printer en druk de
kap aan beide zijden stevig naar beneden om deze goed te
vergrendelen.
2
C
M
Y
K
Verbruiksmaterialen vervangen > 83
D
E
LED-
KOP
REINIGEN
Reinig de LED-kop wanneer de afdrukken onduidelijk zijn, witte
lijnen vertonen of wanneer de tekst vaag is.
1. Schakel de printer uit en open de bovenkap.
2. Neem het oppervlak van de LED-kop voorzichtig af met
LED-lensreiniger of een zachte doek.
3. Sluit de bovenkap.
LET OP!
Gebruik geen methylalcohol of andere oplosmiddelen
op de LED-kop. Dit is schadelijk voor het
lensoppervlak.
Upgrades installeren > 84
U
PGRADES
INSTALLEREN
In deze sectie wordt uitgelegd hoe u optionele apparatuur in uw
printer installeert. Dit zijn:
> duplexeenheid (dubbelzijdig afdrukken);
> extra RAM-geheugen;
> vaste schijf;
> extra papierlade
> kast
D
UPLEXEENHEID
Met de duplexeenheid hebt u de mogelijkheid om dubbelzijdig af
te drukken, waarbij u minder papier gebruikt en grote
documenten handzamer worden. U kunt ook boekjes afdrukken,
waarbij u nog minder papier gebruik en grote documenten nog
handzamer worden.
De duplexeenheid kan recht in de achterzijde van de printer
worden geschoven. U hebt hiervoor geen gereedschap nodig.
1. Pak de nieuwe eenheid uit en verwijder alle
transportmaterialen.
2. Schakel de printer uit. U hoeft het netsnoer niet te
verwijderen.
3. Controleer of u de eenheid met de goede kant naar boven
houdt, zoals in de afbeelding wordt weergegeven en
schuif de eenheid in de sleuf aan de achterzijde. Het
paneel wordt naar binnen gedrukt terwijl u de eenheid
naar binnen duwt. Duw de eenheid helemaal naar binnen
tot deze niet verder kan en de vergrendelingen
vastklikken.
Upgrades installeren > 85
4. Schakel de printer in en wacht tot de printer is
opgewarmd (ongeveer 1 minuut).
5. Druk op de volgende manier een overzicht van de menu's
af:
(a) Druk op de knop + om het informatiemenu te
openen.
(b) Druk één keer op ENTER voor het menuoverzicht.
(c) Druk nogmaals op ENTER om het menuoverzicht af
te drukken.
(d) Als het overzicht is afgedrukt, drukt u op ON LINE
om het menusysteem af te sluiten.
6. Bekijk de eerste pagina van het menuoverzicht.
Boven aan de pagina, tussen de twee horizontale lijnen,
ziet u de huidige printerconfiguratie. In deze lijst wordt
aangegeven dat de duplexeenheid is geïnstalleerd.
U hoeft alleen nog maar de Windows-printerdriver in te
stellen om volledig gebruik te kunnen maken van de
nieuwe mogelijkheden ('Printerdrivers van Windows
bijwerken' op pagina 94).
Upgrades installeren > 86
G
EHEUGENUITBREIDING
Het basisprintermodel is uitgerust met 256 MB geheugen. Dit kan
worden uitgebreid met een extra geheugenkaart van 256 MB of
512 MB, hetgeen resulteert in een maximale geheugencapaciteit
van 768 MB.
De installatie kost een paar minuten. U hebt hierbij een
middelgrote kruiskopschroevendraaier nodig.
1. Schakel de printer uit en verwijder het netsnoer.
2. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
3. Til de hendel van de voorklep op en trek de klep open.
WAARSCHUWING!
Als de printer kortgeleden is ingeschakeld geweest, is
de fuser heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd.
Raak dit gedeelte van de printer niet aan.
Upgrades installeren > 87
4. Verwijder de schroef (1) waarmee de rechterklep is
vastgezet.
5. Til de rand van de zijklep iets op aan de twee punten die
in de afbeelding worden weergeven en trek de klep aan de
bovenkant naar u toe. Til de klep iets op om deze van de
printer te verwijderen. Plaats de klep op een veilige plaats
naast de printer.
6. Haal de nieuwe geheugenkaart voorzichtig uit de
verpakking. Probeer de kaart alleen aan de korte zijden
vast te houden en raak geen metalen onderdelen aan.
Raak ook de connector op de rand niet aan.
7. De geheugenkaart heeft een kleine uitsparing in de
connector op de rand, die zich dichter bij de ene zijde dan
bij de andere bevindt.
1
Upgrades installeren > 88
8. Zoek de RAM-uitbreidingssleuf (1) in de printer.
9. Als deze RAM-uitbreidingssleuf al een geheugenkaart
bevat, moet u deze geheugenkaart verwijderen voordat u
de nieuwe kaart kunt installeren. Als u een geheugenkaart
moet verwijderen, neemt u eerst de volgende stappen.
Als de sleuf geen kaart bevat, begint u bij stap 10
(a) Zoek de klemmen (2) aan beide zijden van de RAM-
uitbreidingssleuf (1).
(b) Druk de klemmen naar buiten en in de richting van
de printer. De geheugenkaart komt nu iets vrij.
(c) Pak de kaart stevig aan de korte zijden vast en trek
de kaart uit de sleuf.
(d) Plaats de verwijderde geheugenkaart in de
antistatische zak van de nieuwe geheugenkaart.
10. Pak de nieuwe geheugenkaart aan de korte zijden vast,
zodat de randconnector in de richting van de RAM-
uitbreidingssleuf wijst en de kleine uitsparing zich dichter
bij de achterzijde van de printer bevindt.
11. Duw de geheugenkaart voorzichtig in de RAM-
uitbreidingssleuf totdat deze vastklikt en niet verder kan.
12. Plaats de drie klemmen aan de onderzijde van de zijklep
in de rechthoekige openingen bij de onderzijde van de
printer.
Upgrades installeren > 89
13. Sluit de zijklep van de printer en draai de schroef die u in
stap 4 hebt verwijderd, weer vast.
14. Sluit de voorklep en de kap aan de bovenzijde en druk de
kap aan beide zijden stevig naar beneden om deze goed
te vergrendelen.
15. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de printer in.
16. Wanneer de printer gereed is, drukt u op de volgende
wijze een menuoverzicht af:
(a) Druk op de knop + om het informatiemenu te
openen.
(b) Druk één keer op ENTER voor het menuoverzicht.
(c) Druk nogmaals op ENTER om het menuoverzicht af
te drukken.
(d) Als het overzicht is afgedrukt, drukt u op ON LINE
om het menusysteem af te sluiten.
17. Bekijk de eerste pagina van het menuoverzicht.
Boven aan de pagina, tussen de twee horizontale lijnen,
ziet u de huidige printerconfiguratie. In dit overzicht wordt
ook aangegeven hoeveel geheugen er in totaal in de
printer is geïnstalleerd.
Deze waarde geeft de totale hoeveelheid geheugen aan die
is geïnstalleerd.
Upgrades installeren > 90
H
ARDE
SCHIJF
De optionele interne harde schijf (HDD) maakt het mogelijk om
afgedrukte pagina's te sorteren en kan worden gebruikt om
overlays, macro's en lettertypen op te slaan. U kunt ook
documenten opslaan die zijn beveiligd of die moeten worden
gecontroleerd, en die wachten om te worden afgedrukt.
De installatie kost een paar minuten en u heeft hiervoor een
middelgrote kruiskopschroevendraaier nodig.
1. Schakel de printer uit en verwijder het netsnoer.
2. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
3. Til de hendel van de voorklep op en trek de klep open.
WAARSCHUWING!
Als de printer kortgeleden is ingeschakeld geweest, is de
fuser heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd. Raak dit
gedeelte van de printer niet aan.
Upgrades installeren > 91
4. Verwijder de schroef (1) waarmee de rechterklep is
vastgezet.
5. Til de rand van de zijklep iets op aan de twee punten die
in de afbeelding worden weergeven en trek de klep aan de
bovenkant naar u toe. Til de klep iets op om deze van de
printer te verwijderen. Plaats de klep op een veilige plaats
naast de printer.
6. Plaats de klem (1) aan de bovenkant van de schijf in de
sleuf (2) in de printer.
7. Sluit het uiteinde van de verbindingskabel (3) aan op de
connector van de schijf (4) in de printer.
8. Draai de twee duimschroeven vast (5).
9. Sluit de zijklep van de printer en draai de schroef die u in
stap 4 hebt verwijderd, weer vast.
1
2
1
3
5
4
5
Upgrades installeren > 92
10. Sluit de voorklep en de kap aan de bovenzijde, en druk de
kap aan beide zijden stevig naar beneden om deze goed
te vergrendelen.
11. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de printer in.
12. Wanneer de printer gereed is, drukt u op de volgende
wijze een menuoverzicht af:
(a) Druk op de knop + om het informatiemenu te
openen.
(b) Druk één keer op ENTER voor het menuoverzicht.
(c) Druk nogmaals op ENTER om het menuoverzicht af
te drukken.
(d) Als het overzicht is afgedrukt, drukt u op ON LINE
om het menusysteem af te sluiten.
13. Bekijk de eerste pagina van het menuoverzicht.
Boven aan de pagina, tussen de twee horizontale lijnen,
ziet u de huidige printerconfiguratie. Dit overzicht geeft nu
aan dat de harde schijf is geïnstalleerd.
Upgrades installeren > 93
E
XTRA
PAPIERLADE
1. Schakel de printer uit en verwijder het netsnoer.
2. Installeer een extra papierlade op de gewenste locatie.
3. Houd u aan de veiligheidsvoorschriften voor het tillen en
gebruik geleiders om de printer boven op de extra
papierlade te plaatsen.
4. Sluit het netsnoer weer aan en schakel de printer in.
Upgrades installeren > 94
P
RINTERDRIVERS
VAN
W
INDOWS
BIJWERKEN
Nadat u de upgrades hebt geïnstalleerd, moet u de printerdriver
van Windows bijwerken om de extra functies beschikbaar te
maken voor uw Windows-toepassingen.
Als u de printer deelt met gebruikers op andere computers, moet
de printerdriver ook op die computers worden bijgewerkt.
De afbeeldingen die hier worden weergegeven, hebben
betrekking op Windows XP. In andere versies van Windows
worden mogelijk dialoogvensters weergegeven die iets afwijken
van deze afbeeldingen, maar de principes zijn hetzelfde.
Als u extra geheugen hebt geïnstalleerd, hoeft u de printerdriver
niet te wijzigen en kunt u deze sectie overslaan.
Als u een duplexeenheid of een harde schijf hebt geïnstalleerd,
gaat u als volgt te werk:
1. Open het venster Printers
(“Printers en faxen” in
Windows XP) via het menu
Start of vanuit het
Configuratiescherm van
Windows.
2. Klik met de rechtermuisknop op
het printerpictogram van de
printer en kies Eigenschappen
in het snelmenu.
3. Schakel op het tabblad Device
Options (Apparaatopties) het
selectievakje in voor de upgrade die u zojuist hebt
geïnstalleerd.
4. Klik op OK om het eigenschappenvenster te sluiten en
sluit vervolgens het venster Printers.
O
PSLAGKAST
.
De instructies voor de installatie van de opslagkast worden bij de
kast geleverd.
Vastgelopen papier verwijderen > 95
V
ASTGELOPEN
PAPIER
VERWIJDEREN
Als u de aanbevelingen in deze handleiding over het gebruik van
afdrukmedia opvolgt en u de media in goede staat houdt, levert
de printer jarenlang betrouwbare prestaties. Toch kan het papier
af en toe vastlopen. In deze sectie wordt uitgelegd hoe u dit
vastgelopen papier snel en eenvoudig verwijdert.
Papier kan vastlopen als het verkeerd wordt ingevoerd vanuit de
papierlade of op elk punt van de papierbaan in de printer. Als er
papier vastloopt, stopt de printer onmiddellijk en wordt door
middel van het waarschuwingslampje op het statusscherm (en op
de statusmonitor) aangegeven dat er een storing is. Als u
meerdere pagina's (of exemplaren) afdrukt, moet u er rekening
mee houden dat er naast een vel papier dat direct zichtbaar is,
ook nog andere vellen kunnen zijn vastgelopen. Ook deze vellen
moet u verwijderen om de storing te verhelpen en de normale
werking te herstellen.
Vastgelopen papier verwijderen > 96
D
E
BELANGRIJKSTE
PRINTERONDERDELEN
EN
DE
PAPIERBAAN
1. Duplexeenheid (indien
geïnstalleerd).
6. Bedieningspaneel.
2. Stapelaar afdrukzijde
omhoog.
7. Voorklep.
3. Papieruitvoervak. 8. Papierlade
4. Fusereenheid 9. Extra papierlade (indien
geïnstalleerd)
5. Bovenklep.
Vastgelopen papier verwijderen > 97
F
OUTCODES
VAN
DE
PAPIERSENSOR
* (indien geïnstalleerd).
1. Als een vel papier ver genoeg uit de bovenzijde van de
printer steekt, pakt u het vel vast en trekt u het
voorzichtig uit de printer. Als het vel papier erg vast zit,
moet u niet te veel kracht gebruiken. Het vel kan ook later
via de achterzijde van de printer worden verwijderd.
CODENR. PLAATS CODENR. PLAATS
370 Duplexeenheid * 382 Papieruitvoervak
371 Duplexeenheid * 383 Duplexeenheid *
372 Duplexeenheid * 390 Universele lade
373 Duplexeenheid * 391 Paper Tray
(Papierlade)
380 Papierinvoer 392
2
e
papierlade *
381 Papierbaan 400 Papierformaat










Vastgelopen papier verwijderen > 98
2. Druk op de knop voor het openen van het printerdeksel en
open het deksel volledig.
3. Let op de posities van de vier cartridges.
U moet alle vier drumcartridges verwijderen om bij het papierpad
te kunnen.
4. Pak de cyaan drumcartridge aan de bovenkant in het
midden vast en til deze samen met de bijbehorende
tonercartridge uit de printer.
WAARSCHUWING!
Als de printer ingeschakeld is geweest, is de fuser
heet. Dit gebied is duidelijk gemarkeerd. Raak dit
gedeelte van de printer niet aan.
1
2
3
4
1. Cyaan cartridge 2. Magenta cartridge
3. Gele cartridge 4. Zwarte cartridge
Vastgelopen papier verwijderen > 99
5. Plaats de cartridge voorzichtig op een vel papier om te
voorkomen dat de toner vlekken maakt op uw meubilair
en om te voorkomen dat het groene drumoppervlak
beschadigd raakt.
6. Herhaal deze procedure voor de overige drumeenheden.
7. Kijk in de printer of er vellen papier bij de transportband
zichtbaar zijn.
LET OP!
Het groene drumoppervlak aan de onderzijde van de
cartridge is heel kwetsbaar en lichtgevoelig. Raak het
oppervlak niet aan en stel het niet langer dan
5 minuten bloot aan normaal licht.
4
2
3
1
Vastgelopen papier verwijderen > 100
> Als u een vel aan de voorzijde van de band (1) moet
verwijderen, tilt u het vel voorzichtig van de band en
trekt u het vel naar voren in de interne drumruimte en
haalt u het vel eruit.
> Als u een vel uit het centrale gebied van de band (2)
moet halen, tilt u het vel voorzichtig van de band en
haalt u het vel eruit.
LET OP!
Gebruik geen scherpe of schurende voorwerpen om de
vellen van de band af te halen. Hierdoor kan het
oppervlak van de band beschadigd raken.
4
2
3
1
Vastgelopen papier verwijderen > 101
> Als u een vel moet verwijderen dat al gedeeltelijk in de
fuser (3) is ingevoerd, tilt u het uiteinde van het vel
voorzichtig van de band, drukt u de
ontgrendelingshendel (4) van de fuser naar voren en
naar beneden om de druk van het vel te halen en trekt
u het vel er via de drumruimte uit. Laat de
ontgrendelingshendel weer los.
8. Plaats de vier drumcartridges terug in de drumruimte.
Plaats eerst de cyaan drumcartridge terug, de drum die
het dichtst bij de fuser zit. Zorg ervoor dat u de drums in
de juiste volgorde plaatst.
OPMERKING
Als het vel al een heel eind in de fuser is ingevoerd en er nog
slechts een klein gedeelte van het vel zichtbaar is, moet u niet
proberen het vel uit de fuser te trekken. Neem de volgende
stap om het vel via de achterzijde van de printer te
verwijderen.
1
2
3
4
1. Cyaan cartridge 2. Magenta cartridge
3. Gele cartridge 4. Zwarte cartridge
Vastgelopen papier verwijderen > 102
> Houd de complete set aan de bovenzijde in het midden
vast en laat de set op zijn plaats in de printer zakken,
waarbij u de voetjes in de uitsparingen aan de
zijkanten van de printerruimte plaatst.
9. Sluit de kap aan de bovenzijde van de printer, maar druk
deze nog niet helemaal aan. Zo worden de drums niet
blootgesteld aan fel licht, terwijl u de overgebleven
gebieden controleert op vastgelopen papier.
10. Open het uitvoervak aan de achterzijde (5) en controleer
of er papier in de papierbaan aan de achterzijde zit (6).
6
5
Vastgelopen papier verwijderen > 103
> Trek eventuele vellen uit dit gedeelte van de printer.
> Als het vel onder in de printer zit en moeilijk is te
verwijderen, zit het vel waarschijnlijk nog vast in de
fuser. Til in dit geval de kap aan de bovenzijde op en
druk de ontgrendelingshendel van de fuser (4) naar
beneden.
11. Als u het uitvoervak aan de achterzijde niet gebruikt, sluit
u het na het verwijderen van het papier.
12. Til de ontgrendeling van de klep aan de voorzijde op en
open de voorklep.
4
Vastgelopen papier verwijderen > 104
13. Controleer of er vellen zijn vastgelopen, verwijder
eventuele vellen die u vindt en sluit de klep.
14. Trek de papierlade uit de printer. Controleer of het papier
netjes is gestapeld en niet is beschadigd en controleer ook
of de papiergeleiders goed tegen de randen van de
papierstapel zijn aangeschoven. Plaats nu de lade weer
terug.
15. Sluit tot slot de kap aan de bovenzijde van de printer en
druk de kap aan beide zijden stevig naar beneden om
deze goed te vergrendelen.
Als het vastgelopen papier is verwijderd en als Opheffing
papierstoring is ingesteld op AAN in het menu
Systeemconfiguratie, probeert de printer de pagina's die bij het
vastlopen van het papier verloren zijn gegaan, opnieuw af te
drukken.
Specificaties > 105
S
PECIFICATIES
C5750/C5950 - N31176B
ITEM SPECIFICATIE
Afmetingen 435 x 563 x 339 mm (B x D x H) zonder duplexeenheid
Gewicht Ongeveer 26 kilo (zonder duplexeenheid)
Afdrukmethode Elektronische fotomethode met blootstelling aan LED-
lichtbron
Afdruksnelheden C5750: 20 pagina’s per minuut in kleur / 32 pagina’s
per minuut in zwart-wit
C5950: 26 pagina’s per minuut in kleur / 32 pagina’s
per minuut in zwart-wit
Resolutie 600 x 600, 600 x 1200 dpi of 600 x 600 dpi x 2 bit
Emulaties PostScript 3
PCL 5c, HP-GL, PCL XL, PCL 6e
Epson FX
IBM Pro Printer III XL
Automatische
opties
Automatisch registratie
Automatische aanpassing van de dichtheid
Automatisch opnieuw instellen van de teller voor de
verbruiksartikelen
Geheugen 256 MB standaard, uitbreidbaar tot 512 MB of 768 MB
Besturingssysteem Windows
2000/XP/XP Pro x64 bit Edition*/NT4.0 /Server 2003/
Server 2003 x64 bit Edition*, Vista 32- en 64-bits.
* Alleen x86-64-processors. Itanium wordt niet
ondersteund.
Mac
OS X (10.2 of hoger), Classic
Papiercapaciteit
bij 80 g/m²
300 vel in de hoofdlade
530 vel in de optionele 2e lade
100 vel in de universele lade (of 50 transparanten of 10
enveloppen)
Papiergewicht 64 ~ 120 g/m² in de hoofdlade
64 ~ 176 g/m² in de 2e lade
64 ~ 203 g/m² in de universele lade
Papieruitvoer 250 vel in het bovenste uitvoervak (afdrukzijde naar
beneden) bij 80 g/
100 pagina's in het achterste uitvoervak (afdrukzijde
naar boven) bij 80 g/m²
Specificaties > 106
Papierinvoer
a
Papierlade, handmatige invoer, optionele extra
papierlade(n)
Papierformaat –
willekeurige lade
A4, A5, A6 (alleen lade 1), B5, Legal 13/13,5/14 inch,
letter, Executive.
Papierformaat –
universele lade
A4, A5, A6, B5, Legal 13/13,5/14 inch, letter, executive,
custom (tot een lengte van 1200 mm), com-9-
enveloppe, com-10-enveloppe, monarch-enveloppe, DL-
enveloppe, C5-enveloppe
Mediatype Gewoon, briefhoofd, transparanten, Bond, gerecycled,
kaarten, ruw, etiketten en glanzend
Papiercapaciteit
(afhankelijk van
het gewicht van het
papier)
Papierlade: ongeveer 300 vel
Handmatige invoer: ongeveer 100 vel
Optionele extra papierlade: 530
Uitvoercapaciteit
(afhankelijk van
het gewicht van het
papier)
Afdrukzijde omhoog: ongeveer 100 vel
Afdrukzijde omlaag: ongeveer 500 vel
Afdruknauw-
keurigheid
Start: ±2 mm
Papierscheeftrekking: ±1 mm/100 mm
Afbeeldingsuitbreiding/-compressie: ±1 mm/100 mm
Harddisk Capaciteit – 40 GB
Interfaces
USB (Universal
Serial Bus)
Netwerk
Parallelle interface
USB-specificatie versie 2.0
Aansluiting: USB type B
Kabel: USB-specificatie versie 2.0 (afgeschermd)
Overdrachtsmodus: Volledige snelheid (480 MBps +
0,25% maximaal)
10 Base T, 100 Base TX
IEEE 1284 (C5900P)
Levensduur printer 420.000 pagina's of 5 jaar
Gebruikscyclus 50.000 pagina's per maand maximaal, 4,000 pagina's
per maand gemiddeld
ITEM SPECIFICATIE
Specificaties > 107
Gebruiksduur toner Starter:
C, M, Y en K:1.500 pagina's bij 5% dekking
Vervanging:
Zwart:
8.000 pagina's bij 5% dekking
CMY:
C5750 - 2.000 pagina's bij 5% dekking
C5950 - 6.000 pagina's bij 5% dekking
Gebruiksduur EP-
cartridge
20.000 pagina's (25.000 bij continu afdrukken, 18.000
bij 3 pagina's per taak en 9.000 pagina's bij 1 pagina
per taak)
Gebruiksduur
transportband
60.000 A4-pagina's bij 3 pagina's per taak
Gebruiksduur fuser 60.000 pagina's A4
Voedingsbron 220 tot 240 VAC bij 50/60 Hz ± 1 Hz
Stroomverbruik Werkend: 1200 max., gem. 490 W (25°C)
Stand-by: 100 max., gem 150 W (25°C)
Energiebesparing: 45 W max. (20 ppm in kleur)
Energiebesparing: 70 W max. (26 ppm in kleur)
Omgevingsfactoren Werkt bij 10 tot 32 °C/20 tot 80% relatieve vochtigheid
(optimaal 25 °C nat, 2 °C droog)
Uitgeschakeld: 0 tot 43 °C/10 tot 90% relatieve
vochtigheid
(optimaal 26.8 °C nat, 2 °C droog)
Afdrukomgeving 30 tot 73% relatieve vochtigheid bij 10 °C; 30 tot 54%
relatieve vochtigheid bij 32 °C
10 tot 32 °C bij 30% relatieve vochtigheid; 10 tot 27 °C
bij 80% relatieve vochtigheid
Kleur 17 tot 27 °C bij 50 tot 0% relatieve vochtigheid
Geluid
(Geluidsdruk-
niveau)
Kleur Monochroom
C5750: Actief: 52,6 dB(A) 55,6 dB(A)
Stand-by: 37 dB(A)
C5950: Actief: 53,8 dB(A) 55,6 dB(A)
Stand-by: 37 dB(A)
a. De uitvoermethode wordt beperkt door het papierformaat, het
papiergewicht en de papierinvoer.
Specificaties kunnen zonder kennisgeving worden
gewijzigd. Alle handelsmerken worden erkend.
ITEM SPECIFICATIE
Fabrieksinstellingen > 108
F
ABRIEKSINSTELLINGEN
CATEGORIE ITEM STANDAARD
MENU PRINT
(AFDRUKKEN)
COPIES (KOPIEËN) 1
DUPLEX (Dubbelzijdig
afdrukken)
OFF
INBINDEN LANGE ZIJDE
PAPIERINVOER TRAY1 (LADE 1)
AUTOMATISCHE
LADEWISSELING
AAN
LADEVOLGORDE DOWN (OMLAAG)
GEBRUIK
MULTIFUNCTIONELE LADE
NIET GEBRUIKEN
MEDIACONTROLE ENABLE
(INSCHAKELEN)
RESOLUTION (Resolutie) 600 x 1200 dpi
TONER SAVE MODE
(Tonerspaarmodus)
OFF
ÉÉN AFDRUKSNELHEID AUTO
(AUTOMATISCH)
ORIENTATION
(Afdrukstand)
STAAND
LINES PER PAGE (Regels
per pagina)
64
EDIT SIZE (Grootte
wijzigen)
CASSETTE SIZE
(Cassetteformaat)
Fabrieksinstellingen > 109
MENU MEDIA
(MATERIAAL)
PAPIERFORMAAT LADE 1 A4
TRAY1 MEDIATYPE
(MEDIATYPE LADE 1)
PLAIN (NORMAAL)
TRAY1 MEDIAWEIGHT
(Mediagewicht lade)
MEDIUM
(MATERIAAL)
TRAY2 PAPERSIZE
(PAPIERFORMAAT LADE 2)
A4
TRAY2 MEDIATYPE
(MEDIASOORT LADE 2)
PLAIN (NORMAAL)
TRAY2 MEDIAWEIGHT
(MEDIAGEWICHT LADE 2)
MEDIUM
(MATERIAAL)
PAPIERFORMAAT
UNIVERSELE LADE
A4
MEDIATYPE UNIVERSELE
LADE
PLAIN (NORMAAL)
MEDIAGEWICHT
UNIVERSELE LADE
MEDIUM
(MATERIAAL)
MAATEENHEID MILLIMETER
X DIMENSION (AFMETING
X)
210 mm
Y DIMENSION (AFMETING
Y)
297 mm
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 110
MENU COLOR (KLEUR) DICHTHEIDSBEHEER AUTO
(AUTOMATISCH)
C HIGHLIGHT 0
C MID-TONE 0
C DARK 0
M HIGHLIGHT 0
M MID-TONE 0
M DARK 0
Y HIGHLIGHT 0
Y MID-TONE 0
Y DARK 0
K HIGHLIGHT 0
K MID-TONE 0
K DARK 0
C DARKNESS (Donkerte C) 0
M DARKNESS (Donkerte
M)
0
Y DARKNESS (Donkerte Y) 0
K DARKNESS (Donkerte K) 0
C REG FINE AJST 0
M REG FINE AJST 0
Y REG FINE AJST 0
INK SIMULATION
(Inktsimulatie)
OFF
UCR LAAG
CMY 100% DENSITY (CMY
100% dichtheid)
DISABLE
(Uitschakelen)
CMYK CONVERSIE Aan
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 111
MENU SYS CONFIG
(SYSTEEM-
CONFIGURATIE)
TIJD
ENERGIESPAARSTAND
60 MIN
PERSONALITY AUTOM. EMULATIE
PAR. PS-PROTOCOL ASCII
USB PS-PROTOCOL RAW (Ruw)
NET PS-PROTOCOL RAW (Ruw)
WISABERE WAARSCH. ONLINE
AUTO CONTINUE
(Automatisch doorgaan)
OFF
HANDMATIGE TIME-OUT 60 sec.
WAIT TIMEOUT
(WACHTTIJD)
40 sec.
TONER BIJNA OP CONTINUE
(DOORGAAN)
OPHEFFING
PAPIERSTORING
Aan
ERROR REPORT
(FOUTENRAPPORT)
OFF
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 112
PCL EMULATIE FONT BRON INGEBOUWD
FONT No.
(Lettertypenummer)
10
FONT PITCH (Breedte
lettertype)
10.00 CPI
SYMBOL SET (Symboolset) PC-8
A4 PRINT WIDTH
(Afdrukbreedte A4)
78 KOLOMMEN
WHITE PAGE SKIP (Witte
pagina's overslaan)
OFF
CR FUNCTION (CR-functie) CR
LF FUNCTION (LF-functie) LF
PRINT MARGIN
(Afdrukmarge)
NORMAL (Normaal)
TRUE BLACK (Echt zwart) OFF
PEN DIKTE AFST Aan
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 113
PPR EMULATIE TEKENBREEDTE 10 cpi
FONT CONDENSE 12cpi TO 20cpi (12
cpi tot 20 cpi)
CHARACTER SET SET-2
SYMBOL SET (Symboolset) IBM-437
LETTER 0 STYLE DISABLE
(Uitschakelen)
ZERO CHARACTER NORMAL (Normaal)
LINE PITCH 6 LPI
WHITE PAGE SKIP (Witte
pagina's overslaan)
OFF
CR FUNCTION (CR-functie) CR
LF FUNCTION (LF-functie) LF
LINE LENGTH 80 KOLOMMEN
FORM LENGTH 11.7 INCH (11,7
INCH)
TOF POSITION 0.0 INCH (0,0
INCH)
LEFT MARGIN 0.0 INCH (0,0
INCH)
FIT TO LETTER DISABLE
(Uitschakelen)
TEKSTHOOGTE SAME (GELIJK)
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 114
FX EMULATIE TEKENBREEDTE 10 cpi
CHARACTER SET SET-2
SYMBOL SET (Symboolset) IBM-437
LETTER 0 STYLE DISABLE
(Uitschakelen)
ZERO CHARACTER NORMAL (Normaal)
LINE PITCH 6 LPI
WHITE PAGE SKIP (Witte
pagina's overslaan)
OFF
CR FUNCTION (CR-functie) CR
LF FUNCTION (LF-functie) LF
LINE LENGTH 80 KOLOMMEN
FORM LENGTH 11.7 INCH (11,7
INCH)
TOF POSITION 0.0 INCH (0,0
INCH)
LEFT MARGIN 0.0 INCH (0,0
INCH)
FIT TO LETTER DISABLE
(Uitschakelen)
TEKSTHOOGTE SAME (GELIJK)
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 115
MENU PARALLEL PARALLEL ENABLE
(INSCHAKELEN)
BI-DIRECTION
(Bidirectioneel)
ENABLE
(INSCHAKELEN)
ECP ENABLE
(INSCHAKELEN)
ACK WIDTH (ACK-breedte) NARROW (SMAL)
ACK/BUSY TIMING ACK IN BUSY (ACK
IN BEZET)
I-PRIME DISABLE
(Uitschakelen)
OFFLINE RECEIVE DISABLE
(Uitschakelen)
MENU USB USB ENABLE
(INSCHAKELEN)
Softwarematig opnieuw
instellen
DISABLE
(Uitschakelen)
SNELHEID 480 mps
OFFLINE RECEIVE DISABLE
(Uitschakelen)
MENU USB
(vervolg)
Serienummer ENABLE
(INSCHAKELEN)
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 116
MENU NETWORK
(NETWERK)
TCP/IP ENABLE
(INSCHAKELEN)
IP VERSION IPv4
NETBEUI DISABLE
(Uitschakelen)
IP ADDRESS SET (IP-
adresset)
AUTO
(AUTOMATISCH)
IP ADDRESS (IP-adres) 169.254.xxx.xxx /
192.168.100.100
SUBNET MASK
(Subnetmasker)
255.255.0.0 /
255.255.255.0
GATEWAY ADDRESS
(Gateway-adres)
0.0.0.0 /
192.168.100.254
WEB/PP ENABLE
(INSCHAKELEN)
TELNET ENABLE
(INSCHAKELEN)
FTP DISABLE
(Uitschakelen)
SNMP DISABLE
(Uitschakelen)
NETWORK SCALE NORMAL (Normaal)
HUB LINK SETTING
(Hublink-instellingen)
AUTO NEGOTIATE
(AUTOMATISCH
ONDERHANDELEN)
MENU MEMORY
(GEHEUGEN)
RECEIVE BUF SIZE
(Buffergrootte voor
ontvangen)
AUTO
(AUTOMATISCH)
RESOURCE BEWAREN OFF
DISK MAINTENCE
(SCHIJFONDERHOUD)
PCL/COMMON/PCE 20%/50%/30%
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Fabrieksinstellingen > 117
MENU SYS. AANPASSEN X ADJUST (X BIJSTELLEN) 0,00 mm
Y-positie aanpassen 0,00 mm
DUPLEX X-POS. AANP. 0,00 mm
Duplex y-pos. aanp. 0,00 mm
Reinigen van drums OFF
MENU MAINTENANCE
(ONDERHOUD)
POWER SAVE
(ENERGIESPAARSTAND)
ENABLE
(INSCHAKELEN)
PAPIERINSTELLING ZWART 0
PAPIER KLEUR SET 0
TRNSPR ZWART SET 0
TRNSPR KLEUR SET 0
SMR SETTING (SMR
INSTELLEN)
0
BG SETTING (AG-
instelling)
0
MENU AFDR.
STATISTIEK
WACHTW. INVOEREN 0000
JOB LOG DISABLE
(Uitschakelen)
LOG SIZE (LOGFORMAAT) 30
CATEGORIE ITEM STANDAARD
Index > 118
I
NDEX
A
Afdrukkwaliteit
kantelen ................................. 52
Afdrukvolgorde
uitvoervak (afgedrukte zijde naar
beneden) .............................. 17
uitvoervak (afgedrukte zijde naar
boven) ................................. 17
B
Band
resterende gebruiksduur ........... 54
vervangen............................... 77
verwachtte gebruiksduur........... 66
C
Correct afsluiten ........................... 29
D
De belangrijkste printeronderdelen
en de papierbaan ....................... 96
De LED-kop reinigen ..................... 83
Drumcartridge
vervangen............................... 72
verwachtte gebruiksduur........... 65
Duplex
installeren............................... 84
papierformaten en gewichten..... 14
E
Energiebesparing
inschakelen of uitschakelen ....... 52
vertragingstijd ......................... 38
Enveloppen
laden...................................... 19
Etiketten
aanbevolen soorten .................. 12
F
Fuser
resterende gebruiksduur ........... 54
vervangen............................... 80
verwachtte gebruiksduur........... 66
H
Harde schijf
installeren............................... 90
I
Image drums
huidige gebruiksstatus .............. 54
K
Kleur
kantelen ..................................36
M
Menu Gebruik ...............................53
Menu Onderhoud...........................49
Menu's
fabrieksinstellingen ...................23
FX emulatie..............................43
gebruik....................................21
menu Afdrukken .......................29
Menu Gebruik...........................53
Menu Kleur ..............................36
menu Media .............................33
Menu Onderhoud ......................51
menu PCL-emulatie ............. 40, 42
menu Print jobs (menu
Afdruktaken)..........................26
menu Systeemconfiguratie .........38
Menu USB.......................... 46, 49
menuoverzicht..........................27
Netwerkmenu...........................47
standaardwaarden instellen........51
Menufuncties ................................21
N
Netwerkadressen
instellen ..................................47
Netwerkprotocollen
inschakelen of uitschakelen ........47
O
Operator Panel
(besturingspaneel) ......................21
P
Papier
aanbevolen soorten...................12
briefhoofdpapier laden ...............16
cassetteladen plaatsen...............15
gewichten en formaten ..............33
ondersteunde papierformaten.....13
Papierstoringscodes...................97
storingscodes ...........................97
vastgelopen papier
verwijderen............................95
PPR emulatie ................................42
Printeroverzicht.............................. 9
T
Toner
huidige gebruiksstatus...............54
vervangen ...............................67
verwachtte gebruiksduur............65
Index > 119
Transparanten
aanbevolen soorten .................. 12
U
Uitbreidingen
geheugen................................ 86
Universele lade
gebruik................................... 18
papierafmetingen ..................... 13
Oki contactgegevens > 120
O
KI
CONTACTGEGEVENS
Oki Systems (Holland) b.v.
Neptunustraat 27-29
2132 JA Hoofddorp
Helpdesk: 0800 5667654
Tel: 023 5563740
Fax: 023 5563750
Website: www.oki.nl
Oki Europe Limited
Central House
Balfour Road
Hounslow TW3 1HY
United Kingdom
Tel: +44 (0) 208 219 2190
Fax: +44 (0) 208 219 2199
www.okiprintingsolutions.com
07086713 iss.1
33


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Oki C5950 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Oki C5950 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 2,89 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info