3258
4
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/192
Next page
Printed in Japan
SB3E02(1F)
Nl
De gids voor digitale fotografie
met de
Nl
digitale camera
De COOLPIX5700 gebruiken — verzicht
Stap 1—Camera gereed maken
Camera-instelling Het SET-UP menu 120
Voorbereiding Eerste stappen 13
Stap 2—Foto’s maken
Snapshots (automatisch)
Foto’s maken - Basisprincipes
22
Geavanceerde instellingen
en filmen
Foto’s maken: Details 47
Stap 3—De resultaten bekijken…
… na het fotograferen …
Uw foto’s bekijken - Details
83
… tijdens het fotograferen …
Uw foto’s bekijken 31
… en ongewenste foto’s wissen …
…direct
Bewaren of wissen: Foto’s bekijken
67
… tijdens het fotograferen Uw foto’s bekijken 31
… tijdens het weergeven
Uw foto’s bekijken - Details
83
Meer foto's tegelijk wissen Het PLAY BACK menu 145
Stap 4—Camerasoftware installeren
Kennismaken met
Nikon View
Nikon View naslaggids
(op cd-rom)
Software installeren
Snelhandleiding (bij docu-
mentatie)
Stap 5—Plezier van uw foto’s
Foto’s bekijken op een tele-
visietoestel
Foto’s bekijken m.b.v. een
tv of videorecorder
46
Foto’s overbrengen
Aansluiten op een computer
38
i
De documentatie bij dit product be-
staat uit de onderstaande handleidin-
gen. Lees alle aanwijzingen goed
door: zo haalt u het beste uit uw ca-
mera.
Snelhandleiding
De Snelhandleiding begeleidt u
stap voor stap bij het uitpakken en
instellen van uw Nikon digitale
camera, het maken van uw eerste
foto's en het kopiëren van de fo-
to's naar uw computer.
Gids voor digitale fotografie
In de Gids voor digitale fotografie
(deze handleiding) treft u uitge-
breide bedieningsvoorschriften voor
uw camera aan.
Nikon View naslaggids
De Nikon View naslaggids staat in
elektronisch formaat op de bij uw
camera geleverde cd-rom. Zie voor
informatie over het lezen van de
naslaggids het hoofdstuk “Aan-
sluitingen” in deze handleiding.
Productdocumentatie
Overzicht en symbolen
Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
Eerste stappen
Foto’s maken: Basisprincipes
Uw foto’s bekijken
Aansluiten op een computer
Foto’s bekijken m.b.v. tv/videorecorder
Camerafuncties gebruiken
Een instelset kiezen
Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
Uw foto’s bekijken: Details
Overzicht menuopties
Menu's gebruiken
Het SHOOTING menu
Het SET-UP menu
Het PLAY BACK menu
Technische gegevens
Inhoudsopgave
ii
Om schade aan uw Nikon product en letsel bij uzelf en anderen te voorkomen,
dient u de volgende veiligheidsvoorschriften geheel te lezen voordat u het
apparaat gaat gebruiken. Bewaar deze voorschriften op een plaats waar ieder
die het product gebruikt, ze kan lezen.
De mogelijke gevolgen van het niet in acht nemen van de in dit hoofdstuk vermelde
veiligheidsvoorschriften worden door middel van de volgende symbolen weergegeven:
WARNINGS
Kijk niet door de zoeker in de zon
Wanneer u door de zoeker recht in de
zon of een andere sterke lichtbron kijkt,
kan dit leiden tot blijvend oogletsel.
Voorkom blootstelling van de zoe-
ker aan direct zonlicht
Bij blootstelling aan direct zonlicht kan
de lens van de zoeker het zonlicht op
de monitor concentreren en schade
veroorzaken.
Schakel het apparaat bij storing
onmiddellijk uit
Komt er rook of een ongewone geur
uit het apparaat of de lichtnetadapter
(optioneel), ontkoppel dan de
lichtnetadapter en verwijder de batte-
rij onmiddellijk. Pas daarbij op dat u
zich niet brandt. Wanneer u het appa-
raat blijft gebruiken, kan dit leiden tot
letsel. Nadat u de batterij hebt verwij-
derd, dient u het apparaat door een
door Nikon erkende onderhoudsdienst
te laten nakijken.
Gebruik het apparaat niet in de
buurt van ontvlambaar gas
Gebruik elektronische apparatuur niet
in de buurt van ontvlambaar gas: dit
kan ontploffing of brand tot gevolg
hebben.
Houd de camerariem niet om uw
nek
Indien u de camerariem om uw nek
houdt, kan dit leiden tot verstikking.
Let er vooral op dat de riem niet om de
nek van een baby of kind wordt ge-
daan.
Demonteer het apparaat niet
Indien u de inwendige onderdelen van
het apparaat aanraakt, kan dit leiden
tot letsel. Bij storing dient het apparaat
alleen door een daartoe bevoegde
monteur te worden gerepareerd.
Mochten er barsten ontstaan in het
product als gevolg van een val of an-
der ongeluk, verwijder dan de batterij
en/of lichtnetadapter en laat het appa-
raat door een door Nikon erkende
onderhoudsdienst nakijken.
Wees voorzichtig bij het hanteren
van batterijen
Batterijen kunnen lekken of ontploffen
wanneer u er onvoorzichtig mee om-
gaat. Neem ten aanzien van de batte-
rijen voor gebruik bij dit product de
volgende voorzorgsmaatregelen in
acht:
Zorg dat het product uit staat voordat
u de batterij vervangt. Zorg bij gebruik
van een lichtnetadapter dat deze los-
gekoppeld is.
Voor uw veiligheid
Dit symbool markeert waarschuwingen, informatie die u voor gebruik
van het product moet lezen om letsel te voorkomen.
iii
Gebruik alleen de bijgeleverde oplaad-
bare Nikon EN-EL1 lithium-ion batterij
of een 2CR5 (DL245) lithiumbatterij
van 6V (optioneel).
Plaats de batterij uitsluitend in de juiste
positie in de camera (niet omgekeerd
of ondersteboven).
Sluit de batterij niet kort en demonteer
hem niet.
Stel de batterij niet bloot aan vuur of
overmatige hitte.
Dompel de batterij niet onder in water
en zorg ervoor dat hij niet nat kan
worden.
•B
erg de batterij (tijdens vervoer en derge-
lijke) niet op bij metalen voorwerpen zo-
als kettingen en haarspelden.
•Volledig lege batterijen kunnen gaan
lekken. Om schade aan het product te
voorkomen, dient u de batterij te ver-
wijderen als deze leeg is.
Als u de batterij niet gebruikt, plaats
dan het beschermkapje op de batterij
en bewaar hem op een koele plaats.
Onmiddellijk na gebruik, of wanneer
het product gedurende langere tijd op
batterijvoeding is gebruikt, kan de bat-
terij heet zijn. Zet daarom de camera
eerst uit en laat de batterij afkoelen
voordat u hem uit de camera haalt.
Stop onmiddellijk met het gebruik als
u verkleuring, vervorming of andere
veranderingen van de batterij waar-
neemt.
Gebruik de juiste kabels
Gebruik alleen de bijgeleverde kabels
of speciaal voor dit doel bij Nikon ver-
krijgbare kabels voor aansluiting op in-
en uitgaande contacten,
om er zeker van
te zijn dat aan de productvoorschriften
wordt voldaan.
Buiten bereik van kinderen houden
Let op dat baby's en jonge kinderen geen
batterijen of andere kleine onderdelen in
hun mond kunnen stoppen.
Verwijderen van geheugenkaarten
Geheugenkaarten kunnen tijdens
ge-
bruik heet worden. Wees daarom voor-
zichtig wanneer u de geheugenkaart uit
de
camera verwijdert.
Cd-rom's
De cd-rom's waarop de software en
handleidingen staan, dienen niet op
audio-CD-apparatuur te worden afge-
speeld. Het afspelen van de cd-rom's
op een audio-CD-speler kan leiden tot
gehoorbeschadiging of schade aan de
apparatuur.
Wees voorzichtig bij gebruik van
de flitser
Het gebruik van een flitser dichtbij de
ogen van de te fotograferen persoon
kan tijdelijk oogletsel veroorzaken. Let
hier vooral op bij het fotograferen van
baby's en jonge kinderen. De flitser
moet zich op minimaal één meter af-
stand van de te fotograferen persoon
bevinden.
Gebruik van de zoeker
Wanneer u de keuzeknop instelt terwijl
u door de zoeker kijkt, pas dan op dat
u niet per ongeluk uw vinger in uw oog
steekt.
Voorkom aanraking met vloeibaar
kristal
Mocht de monitor breken, pas dan op
voor letsel veroorzaakt door gebroken
glas en voorkom dat het vloeibaar kris-
tal uit de monitor in aanraking komt
met de huid, ogen of mond.
iv
•Voor de gehele of gedeeltelijke reproductie, verzending, transcriptie, op-
slag in een geautomatiseerd informatiebestand, of vertaling in welke taal
ook, in welke vorm ook, en met welke middelen ook van de bij uw Nikon-
product geleverde handleidingen, is de voorafgaande schriftelijke toestem-
ming van Nikon vereist.
De hardware- en softwarespecificaties beschreven in deze handleidingen
kunnen te allen tijde zonder voorafgaande waarschuwing worden gewij-
zigd.
Nikon is niet aansprakelijk voor schade als gevolg van het gebruik van dit
product.
Hoewel Nikon alles in het werk heeft gesteld om ervoor te zorgen dat de
informatie in deze handleidingen juist en volledig is, stellen wij het zeer op
prijs als u de Nikon-importeur op de hoogte wilt stellen van eventuele on-
juistheden of omissies (adres apart bijgeleverd).
Opmerkingen
Opmerking over elektronisch gestuurde camera's
Onder zeer zeldzame omstandigheden kunnen er ongewone tekens op het
LCD-venster of op de monitor verschijnen en zal de camera niet meer werken.
Doorgaans is dat te wijten aan een sterke externe statische lading. Zet de ca-
mera uit, verwijder en herplaats de batterij en zet de camera weer aan; gebruikt
u een lichtnetadapter (apart verkrijgbaar), koppel die dan los, sluit hem weer
aan en schakel de camera weer in. Blijft het euvel zich voordoen, neem dan
contact op met uw handelaar of de importeur. Houd er rekening mee dat het
onderbreken van de voeding op de hierboven beschreven wijze eventueel kan
uitmonden in het verlies van de beeldinformatie die werd opgeslagen op het
moment dat het probleem zich voordeed. Reeds op de geheugenkaart opge-
nomen beeldinformatie loopt geen gevaar.
v
Mededeling betreffende het verbod op kopiëren en reproduceren
Houd er rekening mee dat alleen al het bezit van materiaal dat digitaal is ge-
kopieerd of gereproduceerd door middel van een scanner, digitale camera of
ander apparaat wettelijk strafbaar kan zijn.
•Voorwerpen die volgens de wet niet
mogen worden gekopieerd of gere-
produceerd
Kopieer of reproduceer geen papiergeld,
munten of waardepapieren van de over-
heid, zelfs als dergelijke kopieën of
reproducties voorzien zijn van een stem-
pel “Voorbeeld” of “Specimen”.
Het kopiëren of reproduceren van papier-
geld, munten of waardepapieren die in het
buitenland in circulatie zijn is verboden.
Tenzij vooraf toestemming is verleend, is
het kopiëren of reproduceren van onge-
bruikte door de overheid uitgegeven post-
zegels of briefkaar ten verboden.
Het kopiëren of reproduceren van door de
overheid uitgegeven zegels of van
gecertificeerde, door de wet voorgeschre-
ven documenten is verboden.
•Waarschuwingen m.b.t. zekere ko-
pieën en reproducties
Respecteer waarschuwingen van de over-
heid met betrekking tot het kopiëren of
reproduceren van waardepapieren uitge-
geven door commerciële instellingen (aan-
delen, wissels, cheques, cadeau-
certificaten, etc.), reispassen, of coupons,
behalve wanneer het gaat om een mini-
maal benodigd aantal kopieën voor zake-
lijk gebruik door een bedrijf. Eveneens niet
toegestaan is het kopiëren of reproduce-
ren van door de overheid uitgegeven pas-
poorten, vergunningen afgegeven door
overheidsinstanties en andere instellingen,
identiteitskaarten en passen.
Auteursrechten
Het kopiëren of reproduceren van
auteursrechterlijk beschermde creatieve
werken zoals boeken, muziek, schilde-
rijen, houtgravures, kaarten, tekeningen,
films en foto's is verboden middels natio-
nale en internationale wetten. Gebruik dit
product niet voor het maken van illegale
kopieën of voor het inbreuk maken op de
auteursrechten.
vi
Handelsmerken
Apple, het Apple-logo, Macintosh, Mac OS, PowerBook en QuickTime zijn gedeponeerde handelsmer-
ken van Apple Computer, Inc. Finder, iMac en iBook zijn handelsmerken van Apple Computer, Inc. IBM
en Microdrive zijn gedeponeerde handelsmerken van International Business Machines Corporation.
Microsoft en Windows zijn gedeponeerde handelsmerken van Microsoft Corporation. Pentium is een
handelsmerk van Intel Corporation. Internet is een handelsmerk Digital Equipment Corporation.
CompactFlash is een handelsmerk van SanDisk Corporation. Lexar Media is een handelsmerk van Lexar
Media Corporation. Adobe en Acrobat zijn gedeponeerde handelsmerken van Adobe Systems Inc. Zip is
een gedeponeerd handelsmerk van Iomega Corporation in de VS en andere landen. Alle andere han-
delsnamen die in deze handleiding of in de andere bij uw Nikon-product geleverde documentatie worden
vermeld, zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de desbetreffende houders.
vii
Inhoudsopgave
Productdocumentatie ................................................................................... i
Voor uw veiligheid ........................................................................................ ii
Opmerkingen ............................................................................................... iv
Aan de slag .................................................................................................... 1
Overzicht en symbolen ................................................................................ 2
Overzicht ...................................................................................................... 2
Symbolen ..................................................................................................... 3
Eerste kennismaking met de COOLPIX5700 ............................................... 4
Onderdelen van de COOLPIX5700 ................................................................ 4
Monitor, zoeker en display ............................................................................. 6
Onderdelen van de COOLPIX5700—Details .................................................. 9
Eerste stappen.............................................................................................. 13
Stap 1—Camerariem bevestigen .................................................................... 13
Stap 2—Batterij plaatsen ............................................................................... 14
Stap 3—Plaats de geheugenkaart in de camera ............................................ 16
Stap 4—Een taal kiezen ................................................................................ 18
Stap 5—Tijd en datum instellen .................................................................... 19
Foto’s maken en bekijken ............................................................................. 21
Foto’s maken - Basisprincipes ...................................................................... 22
Stap 1—Camera gereed maken .................................................................... 22
Stap 2—Instelset A selecteren ....................................................................... 25
Stap 3—Camera-instellingen aanpassen (optie) ............................................ 25
Stap 4—Beelduitsnede bepalen .................................................................... 26
Stap 5—Scherpstellen en foto maken ........................................................... 28
Stap 6—Camera opbergen ........................................................................... 30
Uw foto’s bekijken ........................................................................................ 31
Directe weergeve .......................................................................................... 32
Schermvullende weergave ............................................................................. 33
Thumbnail-weergave .................................................................................... 35
Meer doen met uw digitale camera ............................................................. 37
Aansluiten op een computer ...................................................................... 38
Voordat u begint: Nikon View installeren ....................................................... 38
In verbinding: de camera op uw computer aansluiten ................................... 40
Foto’s bekijken m.b.v. een tv of videorecorder .......................................... 46
viii
Foto’s maken: Details .................................................................................... 47
Camerafuncties gebruiken: Alle instelsets ................................................. 48
Geheugen effectief gebruiken: beeldkwaliteit en –grootte ............................ 48
Scherpstellen op dichtbij en veraf: de knop ............................................ 53
Uitgestelde opname: zelfontspanner ............................................................. 58
Uitsnede bepalen: optische en digitale zoom ...................................... 60
Extra licht op uw onderwerp: de knop .................................................. 62
Lichte, donkere en hoogcontrast-onderwerpen: de knop ........................ 66
Bewaren of wissen: Foto’s bekijken ............................................................... 67
Een instelset kiezen ...................................................................................... 68
Camerafuncties gebruiken (Instelsets 1, 2, 3) ............................................ 70
Sluitertijd en diafragma instellen: Belichtingsmethode ................................... 70
Films maken: Filmen ...................................................................................... 77
Hogere lichtgevoeligheid: Gevoeligheid (ISO-equivalent) ............................... 78
Handmatig scherpstellen ............................................................................... 80
Uw foto’s bekijken: Details ........................................................................... 83
Schermvullende weergave ............................................................................. 84
Thumbnail-weergave .................................................................................... 86
Inzoomen: Vergrote weergave ...................................................................... 87
Foto-informatie weergeven ........................................................................... 88
Films afspelen ............................................................................................... 90
Menugids ....................................................................................................... 91
Overzicht menuopties ................................................................................. 92
Menu’s gebruiken ........................................................................................ 97
Het SHOOTING menu (Instelsets 1, 2, 3) .................................................... 100
Voor zuivere kleuren: White Balance ............................................................. 101
Lichtmeting: Metering .................................................................................. 103
Films en serie-opnamen maken: Continuous .....................................................
104
Voor scherpere foto's: Best Shot Selector ....................................................... 106
Contrast en helderheid aanpassen: Image Adjustment ................................... 107
Kleur regelen: Saturation Control .................................................................. 108
Instellingen voor optionele converters: Lens .................................................. 109
Belichting regelen: Exposure Options ............................................................ 110
Scherpstelling regelen: Focus Options ........................................................... 112
Contouren verscherpen: Image Sharpening .................................................. 114
Automatische belichtingsvariaties: Auto Bracketing ...................................... 115
“Korrelige” foto’s vermijden: Noise Reduction .............................................. 117
Standaardinstellingen herstellen: Reset All .................................................... 118
ix
Het SET-UP menu ......................................................................................... 120
Uw foto's ordenen: Folders ........................................................................... 121
Scherminstellingen aanpassen: Monitor Options ............................................ 126
Bedieningsfuncties instellen: Controls ........................................................... 129
Zoom regelen: Zoom Options ....................................................................... 131
Zuinig met batterijen: Auto Off ..................................................................... 133
Bestandsnummering: Seq. Numbers ............................................................. 134
Geheugenkaarten formatteren: CF Card Format............................................ 135
De flitser instellen: Speedlight Options .......................................................... 136
Audio-bevestiging: Shutter Sound ................................................................ 140
Tijd en datum instellen: Date ........................................................................ 141
Foto-informatie in een apart bestand opslaan: info.txt ................................... 141
TV-norm kiezen: Video Mode........................................................................ 142
Een taal kiezen: Language ............................................................................. 142
De camera gereedmaken voor overspelen: USB.............................................. 143
Het PLAY BACK menu .................................................................................. 145
Foto's wissen: Delete .................................................................................... 145
Map voor weergave selecteren: Folders ......................................................... 148
Automatisch weergeven: Slide Show ............................................................ 149
Waardevolle foto's beveiligen: Protect .......................................................... 151
Foto’s tijdens het weergeven verbergen: Hide Image ..................................... 152
Printopdrachten maken: Print Set .................................................................. 153
Te kopiëren foto's selecteren: Auto Transfer .................................................. 155
Technische gegevens: Onderhoud van de camera, accessoires en
productondersteuning .................................................................................. 157
Accessoires ................................................................................................... 158
Onderhoud van camera en batterij ............................................................... 160
Ondersteuning op internet ........................................................................... 163
Problemen oplossen ...................................................................................... 164
Specificaties ................................................................................................... 171
Inhoudsopgave .............................................................................................. 175
x
1
Overzicht en
symbolen
2–3
Eerste kennismaking
met de
COOLPIX5700
4–12
Aan de slag
Eerste stappen
13–20
Dit hoofdstuk is als volgt onderverdeeld:
Overzicht en symbolen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe deze handlei-
ding is ingedeeld en wat de gebruikte symbolen
betekenen.
Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
In dit gedeelte worden de diverse cameraonderdelen
beschreven en staat vermeld waar u hierover extra
informatie kunt vinden.
Eerste stappen
In dit gedeelte wordt stap voor stap behandeld hoe
u de camera gereed maakt om te gaan fotografe-
ren.
STAP 1
STAP 2
STAP 3
STAP 4
STAP 5
13
14–15
16–17
18–19
19–20
Camerariem bevestigen
Batterij plaatsen
Plaats de geheugenkaart
in de camera
Een taal kiezen
Tijd en datum instellen
Aan de slag—Overzicht en symbolen
2
Overzicht en symbolen
Gebruik alleen originele elektronische accessoires van Nikon
De Nikon COOLPIX digitale camera voldoet aan de hoogste normen en is voor-
zien van uiterst geavanceerde elektronica. Alleen originele elektronische ac-
cessoires (waaronder batterijladers, batterijen en lichtnetadapters) die speci-
fiek zijn bedoeld voor gebruik met uw Nikon digitale camera, zijn ontworpen
en getest om te voldoen aan de voor deze elektronica van toepassing zijnde
veiligheids- en functioneringsvoorschriften.
GEBRUIK VAN NIET-ORIGINELE ELEKTRONISCHE ACCESSOIRES KAN SCHADE AAN DE CAMERA TOT GEVOLG HEB-
BEN WELKE NIET ONDER DE GARANTIE VALT.
Raadpleeg voor meer informatie over originele Nikon-accessoires uw lokale
geautoriseerde Nikon-dealer.
Overzicht
Gefeliciteerd met de aanschaf van de COOLPIX5700 digitale camera. In deze
handleiding wordt uitgelegd hoe u de camera en de diverse functies ervan kunt
gebruiken. De handleiding is onderverdeeld in de volgende hoofdstukken: Aan
de slag: Dit hoofdstuk. Aan de orde komen de diverse cameraonderdelen en
wat u moet doen om de camera gereed te maken voor het nemen van foto’s.
Foto’s maken en bekijken: Uitleg van de basisprincipes voor het maken van
foto’s en het later bekijken ervan.
Meer doen met uw digitale camera: Uitleg over hoe u de camera op een
computer kunt aansluiten en hoe u gemaakte foto’s m.b.v. een tv of videore-
corder kunt bekijken.
Foto’s maken—Details: Behandeling van de camerafuncties en uitleg over
het gebruik van de instelsets.
Uw foto’s bekijken—Details: Uitleg over hoe u gemaakte foto’s kunt bekij-
ken en aanvullende informatie over de foto-informatie die bij schermvullende
weergave in de monitor of zoeker wordt weergegeven.
Menugids: Uitleg over hoe u door de menu's bladert en menuopties selec-
teert, plus een volledig overzicht van alle menu's en menuopties.
Technische gegevens: Informatie over de verzorging en het onderhoud van
de camera, over accessoires, over productondersteuning en over het oplossen
van problemen.Alsmede een overzicht van de technische specificaties.
Aan de slag—Overzicht en symbolen
3
Permanente productontwikkeling
Als onderdeel van Nikons streven naar permanente productontwikkeling waar-
bij Nikon continu nieuwe productondersteuning en -informatie verschaft, is er
op de volgende internetsites altijd nieuwe, bijgewerkte informatie beschikbaar:
voor gebruikers in de VS: http://www.nikonusa.com/
voor gebruikers in Europa: http://www.nikon-euro.com/
voor gebruikers in Azië, Oceanië, het Midden-Oosten en Afrika:
http://www.nikon-asia.com/
Bezoek deze sites om op de hoogte te blijven van de laatste productinformatie,
tips en antwoorden op veelgestelde vragen (FAQ's), en voor algemeen advies
over digitale beeldweergave en fotografie. Raadpleeg voor meer informatie de
dichtstbijzijnde Nikon-dealer of vertegenwoordiger. Contactgegevens van
Nikon vertegenwoordigingen vindt u op:
http://www.nikon-image.com/eng/
Symbolen
Om het vinden van bepaalde informatie te vergemakkelijken, worden de
volgende symbolen gebruikt:
Tips: Informatie die bij gebruik
van de camera nuttig kan zijn.
Zie: Meer informatie over dit
onderwerp vindt u elders in deze
handleiding.
Waarschuwing: Lees deze informa-
tie voordat u de camera gaat ge-
bruiken om mogelijke schade aan
het apparaat te voorkomen.
Opmerkingen: Lees deze infor-
matie voordat u de camera gaat
gebruiken.
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
4
Onderdelen van de COOLPIX5700
Op de afbeelding hieronder ziet u een overzicht van alle cameraonderdelen.
Kijk voor meer informatie over de bijbehorende functies op de desbetreffende
bladzijden.
Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
10 Lampje zelfontspanner/rode-
ogenreductie/bevestiging foto
maken .................... 58, 64, 136
11 Aan-/uitschakelaar ................ 22
12 Ontspanknop ....................... 28
13 Oogje camerariem (x2) .......... 13
14 Audio/video (A/V) uitgang
(onder klepje) ....................... 46
15 Netvoedingsaansluiting
(onder klepje) ....................... 15
16 USB-aansluiting (onder klepje)
............................................ 41
1 Instelschijf
2 Knop displayverlichting ........... 8
3 (Belichtingscorrectie) knop
............................................ 66
4
(Belichtingscorrectie) knop
.............................................
70
5 Accessoireschoentje .... 138, 159
6 Ingebouwde Speedlight-flitser
...................................... 27, 62
7 Lichtgevoelige cel ......... 26, 138
8 Objectief ....................... 13, 162
9 Microfoon............................. 77
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
5
A Keuzeschakelaar ..................... 9
B / SEL knop .......................... 9
C Elektronische zoeker ............. 10
D Monitor ................................ 10
E
(Functie) knop ................ 11
F
Klep batterijvak / aansluitcontacten
............................................ 12
G Dioptriecorrectiewiel ............. 12
17 Luidspreker ........................... 90
18
/ SIZE (beeldkwaliteit/
beeldgrootte) knop ......... 49, 51
19 / MF (Scherpstelmethode /
Handmatig scherpstellen) knop
...................................... 53, 80
20 (AE/AF-vergrendeling) knop
.................................... 56, 131
21
/ ISO (Flitsmethode / Gevoe-
ligheid) knop .................. 62, 78
22 Display .................................... 8
23 Zoomknoppen (
/ )
.................... 27, 35, 60, 86, 87
24 Klep geheugenkaartsleuf ...... 16
25 Multiselector ................... 18, 99
26
(Wissen) knop .... 33, 67, 84
27 (Weergave) knop ........ 6, 24
28 (Directe weergave) knop . 31
29 (Menu) knop .................. 97
30 Statiefaansluiting
31 Klep batterijvak ..................... 14
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
6
Monitor, zoeker en display
Monitor of zoeker (opnamestand)
In de opnamestand ( ) hebben de symbolen die in de monitor of zoeker
worden weergegeven de volgende betekenis:
1 Digitale zoom ....................... 60
2 Zoomindicatie ............... 60, 105
3 Huidige map ....................... 125
4 Zelfontspanner ..................... 58
5 Sluitertijd .............................. 73
6 Belichtingsmethode .............. 70
7 Lichtmeetmethode .............. 103
8 Aanduiding ‘Flitser gereed’ ... 28
9 Flitsmethode ......................... 62
10 Batterijcapaciteit ................... 23
11
Symbool "Datum niet ingesteld"
............................................ 20
12 Aanduiding scherpstelling ..... 28
13 Scherpstelmethode ............... 53
14 Beeldgrootte ......................... 51
15 Beeldkwaliteit ....................... 49
16 Diafragma ............................ 73
17 Belichtingscorrectie ............... 66
18 Resterend aantal opnamen /
lengte film ...................... 23, 77
1
2
3
Foto-
informatie
weergeven
Foto-
informatie
verbergen
(Weergave) knop
Druk op de knop om de weergave van camera-instellingen en foto-infor-
matie in de monitor aan of uit te schakelen.
Instelset A
8
9
10
11
12
13
14
15
16 17 18
1
2
3
4
5
6
7
1Verschijnt als de batterijen leegraken.
2Verschijnt als tijd en datum niet zijn ingesteld.
3Verschijnt als de ontspanknop half is ingedrukt.
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
7
4
25 Aanduiding
‘Belichting vergrendeld’ .......... 56
26 Aanduiding
witbalans-bracketing ............ 116
27
Continu-stand ........................
104
28 Aanduiding handmatig scherpst-
ellen ....................................... 80
29 Beeldverscherping ................. 114
30 Witbalans ............................. 101
31
Gevoeligheid (ISO-equivalent) .......
78
32 Aanduiding zwart-wit ........... 108
33 Beeldcorrectie ....................... 107
34 Scherpstelvelden/
lichtmetingvelden ................. 112
35 Spot metering target ............ 103
36 Aanduiding Bracketing ......... 116
37 Belichtingsaanduiding ............. 75
4Verschijnt als gevoeligheid (ISO-equivalent) niet op AUTO
is ingesteld. Wanneer in de stand AUTO de gevoeligheid
hoger is dan ISO 100, verschijnt de aanduiding ISO.
19
Voortgangsindicatie (Ultra HS) ..
105
20 Nr instelset ........................... 68
21 Instelling converter ............. 109
22 Best Shot selectie (BSS) ....... 106
23 Ruisonderdrukking .............. 117
24 Aanduiding
‘Witbalans vergrendeld’ ...... 110
*Verschijnt alleen als de batterijen leegraken.
Monitor of zoeker (weergavestand)
In de weergavestand hebben de symbolen die op monitor of zoeker wor-
den weergegeven de volgende betekenis:
1 Datum opname .................... 19
2 Tijd opname ......................... 19
3 Beeldgrootte ......................... 51
*
4 Beeldkwaliteit ....................... 49
5 Map ............................. 88, 121
6 Bestandsnummer en -type .. 134
7 Batterijcapaciteit ................... 23
8 Kopiëren ............................. 155
9 Printopdracht ...................... 153
10 Protect icon ........................ 151
11 Nr huidige afbeelding/totaal
aantal afbeeldingen in huidige
map
Instelset 1, 2 en 3
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
21
20
22
23
24
25
26
37
19
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
8
Displayverlichting
Door het indrukken van de displayverlichtingsknop ( 4) wordt de display
gedurende 8 seconden verlicht.
Display
De aanduidingen in de display hebben de volgende betekenis: Op de afbeel-
ding hieronder staan alle mogelijke aanduidingen en symbolen weergeven. Bij
normaal gebruik van de camera zullen deze nooit gelijktijdig zichtbaar zijn.
4 Beeldkwaliteit ....................... 49
5 Belichtingsmethode .............. 70
6
Sluitertijd ...............................
73
Aperture ................................
74
Beeldgrootte ......................... 51
Waarde belichtingscorrectie ......
66
Gevoeligheid ..........................
78
Witbalansinstelling ...............
130
Voortgangsindicatie kopiëren ..
42
7 Handmatig scherpstellen ....... 80
8
Continu-stand ......................
104
9 Aanduiding
belichtingscorrectie ............... 66
10 Flitsmethode ......................... 62
11 Aantal opnamen ................... 23
Belichtingswaarde ................. 66
12 Lichtmeetmethode .............. 103
13 Zelfontspanner/
Scherpstelmethode ............... 53
1 Aanduiding gevoeligheid
(ISO-equivalent) ................... 78
2 Witbalans-aanduiding (verschijnt
wanneer de knop wordt ge-
bruikt om de witbalans in te stel-
len; in het veld voor de sluitertijd/
diafragma-aanduiding wordt de
gekozen witbalansinstelling weer-
gegeven) ............................ 130
3 Batterijcapaciteit ................... 23
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
9
Gebruik van de monitor
Wees voorzichtig bij het verstellen van de uitgeklapte monitor. Gebruik van over-
matige kracht kan beschadiging tot gevolg hebben van het scharnierelement
waarmee de monitor aan de camerabehuizing is bevestigd.
Inklappen van de monitor
Als u de monitor inklapt, wordt deze automatisch uitgeschakeld en wordt de
zoeker geactiveerd. Als u de monitor tijdens gebruik van de zoeker uitklapt,
gebeurt het tegenovergestelde. Let op: Als u met de / SEL knop de zoeker
hebt geactiveerd zonder de monitor te sluiten, zal de monitor later niet auto-
matisch worden ingeschakeld zodra u deze uitklapt. Druk in dat geval op de
/ SEL knop om de monitor te activeren.
B De / SEL knop
Voor het bepalen van de beelduitsnede kunt u
gebruikmaken van de monitor of van de zoeker.
Beide geven hetzelfde beeld weer.
U kunt de zoeker niet tegelijk met de monitor ge-
bruiken. Als de monitor is uitgeklapt, schakelt u met
de / SEL knop tussen gebruik van de monitor of
zoeker.
Onderdelen van de COOLPIX5700— Details
A De keuzeschakelaar
Met de keuzeschakelaar selecteert u of u de camera voor
opname of voor weergave van beelden gebruikt. Kies
opnamestand om foto’s en films te maken ( 22),
of weergavestand om deze te bekijken ( 84).
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
10
D De monitor
De monitor toont het door het objectief opgeno-
men beeld samen met symbolen die de status van
diverse camera-instellingen weergeven ( 6). De
monitor wordt ook gebruikt voor het weergeven
van de opgenomen beelden ( 31, 84).
Als de monitor is uitgeklapt zoals op de afbeelding
is weergegeven, kan deze 180° naar voren en 90°
naar achteren worden gedraaid.
Wanneer u de monitor niet gebruikt, kunt u deze
tegen de camerabehuizing inklappen met het
scherm naar binnen om dit tegen stof en vinger-
afdrukken te beschermen (zie afbeelding).
Wanneer de monitor in dezelfde richting wijst als
het objectief, kunt u deze met het scherm naar.
Door de monitor naar voren – in dezelfde richting
als het objectief - te draaien, kunt u een zelfpor-
tret maken (in de monitor ziet u de uiteindelijke
foto in spiegelbeeld).
C De elektronische zoeker
De zoeker is een kleine uitvoering van de monitor
die kan worden gebruikt als door fel omgevings-
licht het beeld in de monitor slecht zichtbaar is.
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
11
E De (Functie) knop
Standaard kan de knop worden gebruikt voor het direct selecteren van
een instelset. U hoeft dan geen menu's te doorlopen. Wanneer u aan de instel-
schijf draait terwijl u de knop indrukt, verschijnt het nummer van de ge-
selecteerde instelset linksboven in de monitor of zoeker (alleen instelset 1,2
en 3). Dit nummer verschijnt eveneens in het veld voor de sluitertijd/diafragma-
aanduiding op de bedieningsdisplay als u de knop ingedrukt houdt.
Standaard is instelset A (“richten en schieten”) ingesteld. De menu-instellin-
gen voor instelset 1, 2 en 3 worden apart in het camerageheugen opgeslagen.
Zo kunt u drie favoriete combinaties van instellingen opslaan en direct van de
ene combinatie naar de andere overschakelen door eenvoudigweg de ge-
wenste instelset ( 68) te selecteren.
Bij instelset 1, 2 en 3 kunt u zelf kiezen welke functie u aan de knop toe-
wijst. Afhankelijk van de geselecteerde functie kan de knop dan worden ge-
bruikt voor het selecteren van de instelset of het aanpassen van de witbalans
en instellen van de belichtingsmeting zonder de menu's te gebruiken, of voor
het wijzigen van de scherpstel- of flitsmethode zonder de daarvoor bestemde
knoppen op de camera te gebruiken ( 129).
Aan knop toegewezen instelling
Instelset (standaardinstelling) 68
(Flitsmethode)
Witbalans
Belichtingsmeting
62
101
103
(Scherpstelmethode) 53
Aan de slag—Eerste kennismaking met de COOLPIX5700
12
F Batterijvak / aansluitcontacten
De COOLPIX5700 kan worden voorzien van een optioneel MB-E5700 batterijpak
dat bestaat uit zes LR-6 (AA) batterijen. Om dit batterijpak te kunnen plaatsen, dient
u de klepjes van de aansluitcontacten en het batterijvak te verwijderen.
Open het deksel van het batterijvak. Druk het klepje van de aansluitcontacten naar
beneden bij A-
en schuif het weg. Houd het deksel van het batterijvak onder een
hoek van ongeveer 45° geopend. Trek het deksel vervolgens rustig in de richting
van A-
tot het nokje bij A-
vrijkomt en verwijder het. Verwijder altijd eerst het
klepje van de aansluitcontacten. Bij pogingen direct het deksel van het batterijvak
te verwijderen, kan de camera beschadigd raken.
Om het deksel van het batterijvak terug te plaatsen, dient u eerst het rechternokje
van het deksel in de opening B-
te plaatsen. Schuif vervolgens het linkernokje
(dichtst bij de aansluitcontacten) op zijn plaats. Schuif het klepje van de aansluit-
contacten op zijn plaats (B-
). Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van
de MB-E5700.
AB
GDioptriecorrectie
Als het beeld in de zoeker onscherp is, kunt u de scherpstelling van de zoeker met
het dioptriecorrectiewieltje aanpassen. Kijk door de zoeker en draai aan het wiel
tot het beeld scherp is.
Wanneer u de dioptrie instelt terwijl u door de zoeker kijkt, pas dan op dat u niet
per ongeluk uw vinger of nagels in uw oog steekt.
Aan de slag—Eerste stappen
13
Eerste stappen
Stap 1—Camerariem bevestigen
Bevestig de camerariem aan de twee oogjes op de camerabehuizing zoals
hieronder is afgebeeld.
Om te voorkomen dat u de lensdop verliest, kunt u deze met het meegeleverde
koordje zoals afgebeeld aan de camerariem bevestigen.
Voordat u de camera voor de eerste maal gebruikt, dient u het volgende te
doen:
Plaatsen en verwijderen van de lensdop
Druk de twee klemmetjes aan weerszijden van de
lensdop in als u de lensdop wilt verwijderen of
plaatsen. Verwijder de lensdop voordat u gaat fo-
tograferen.
Aan de slag—Eerste stappen
14
Stap 2—Batterij plaatsen
De camera wordt gevoed door één oplaadbare Nikon EN-EL1 lithium-ion bat-
terij (bijgeleverd) of een niet-oplaadbare 2CR5 (DL245) lithiumbatterij van 6V
(optioneel).
2
.1 Laad de batterij op
De EN-EL1 batterij is bij verzending niet volledig opgeladen. Het verdient
aanbeveling om de batterij vóór gebruik met de bijgeleverde batterijlader
op te laden. Voorschriften voor het opladen van de batterij treft u aan in
de gebruikshandleiding bij de batterijlader.
2
.2 Zet de camera uit
2
.4 Plaats de batterij in het batterijvak
Plaats een volledig opge-
laden EN-EL1 batterij of
een nieuwe 2CR5
(DL245) batterij in het
batterijvak zoals is afge-
beeld op de onderzijde
van het deksel.
2
.3 Open het deksel van het batterijvak
Duw het schuifje van het deksel in de stand
(1) en open het deksel (2).
2
.5 Sluit het deksel van het batterijvak
Sluit het deksel (1) en duw het schuifje in de
stand (2). Controleer of het deksel goed
dicht is om te voorkomen dat de batterij tij-
dens gebruik uit de camera valt.
Aan de slag—Eerste stappen
15
Batterij — Waarschuwingen
• Lees alle waarschuwingen en voorschriften van de fabrikant van de oplaadbare
EN-EL1 batterij en volg deze op. Lees voordat u de batterij plaatst "Onderhoud
van camera en batterij" (
160).
• Na het plaatsen van een lege batterij kan het voorkomen dat het pictogram "Bat-
terij leeg" niet in de display, monitor of zoeker verschijnt.
• Batterijen kunnen tijdens gebruik heet worden. Zet daarom de camera eerst uit
en laat de batterij afkoelen voordat u deze uit de camera haalt.
• Bij gebruik van een statief, dient u de camera van het statief te verwijderen voor-
dat u de batterij verwisselt.
De klokbatterij
De interne klok/kalender van de camera wordt gevoed door een afzonderlijke,
oplaadbare stroombron, die indien nodig wordt opgeladen als de hoofdbatterij in
de camera is geplaatst of als de camera wordt gevoed door middel van een
lichtnetadapter (optioneel). Na ongeveer tien uur opladen, kan deze stroombron
ongeveer drie dagen als noodstroomvoorziening fungeren. Als de hoofdbatterij voor
langere tijd niet in de camera is geplaatst of als deze wordt verwijderd voordat het
opladen is voltooid, kan er een knipperend pictogram
in de monitor verschijnen
dat aangeeft dat de klok opnieuw dient te worden ingesteld (
20).
Batterij verwijderen
De batterij kan worden verwijderd zonder dat dit van invloed is op de foto’s die op
de geheugenkaart van de camera zijn opgeslagen.
Alternatieve stroomvoorziening
Behalve met de Nikon EN-EL1 batterij, kan de
COOLPIX5700 worden gebruikt met niet-oplaadbare
2CR5 (DL245) lithiumbatterijen. Deze zijn bij veel foto-
winkels verkrijgbaar. Voor langdurig aaneengesloten
gebruik van de camera kunt u gebruikmaken van een
EH-21 lichtnetadapter/batterijlader of EH-53
lichtnetadapter (beide optioneel). Eventueel kunt u hier-
voor ook gebruikmaken van het apart verkrijgbare MB-
E5700 batterijpak dat bestaat uit zes LR-6 (AA) batte-
rijen.
Lichtnetadapter aanslui-
ten op de COOLPIX5700
netvoedingsaansluiting
Aan de slag—Eerste stappen
16
3
.2 Plaats de geheugenkaart
Open het klepje van de kaartsleuf (1) en let erop dat de uitwerp-knop
geheel naar binnen is gedrukt (2).
Op de geheugenkaart staat met een pijl () aangegeven in welke rich-
ting u de geheugenkaart moet plaatsen. Plaats de geheugenkaart met
deze pijl naar de achterzijde van de camera (de kant van de monitor) en
schuif hem in de richting van de pijl (3) totdat hij stevig op zijn plaats zit.
Close the card slot cover (4).
Stap 3—Plaats de geheugenkaart in de camera
De Nikon digitale camera beschikt voor het opslaan van de beelden over een
Compact Flash
(CF) (Type I of II) of een IBM Microdrive
®
geheugenkaart (
159). Een geheugenkaart plaatst u als volgt in de camera:
3
.1 Zet de camera uit
Aan de slag—Eerste stappen
17
Geheugenkaart plaatsen
Als de uitwerp-knop uitsteekt wanneer het
klepje van de kaartsleuf wordt gesloten, kan
deze knop door het sluiten van het klepje
worden ingedrukt. Hierdoor wordt de
geheugenkaart gedeeltelijk uitgeworpen. Er
verschijnt dan een foutbericht zodra u de
camera aanzet. Controleer daarom of de
uitwerpknop is ingedrukt (
) voordat u de
geheugenkaart plaatst.
Plaats de geheugenkaart met de
aansluitstekkers (twee rijen smalle
gaatjes) naar binnen gericht.
Zorg ervoor dat u de geheugen-
kaart altijd in de juiste positie
plaatst. Niet-correct aanbrengen
kan beschadiging van de
geheugenkaart of de camera tot
gevolg hebben.
Geheugenkaarten formatteren
De bij de camera geleverde geheugenkaart is vooraf geformatteerd. Andere
geheugenkaarten dienen voor gebruik te worden geformatteerd. Zie voor meer
informatie “Geheugenkaarten formatteren” (
135).
Geheugenkaart verwijderen
Als de camera uit staat, kan de geheugenkaart
worden verwijderd zonder dat de beeldinformatie
verloren gaat. Om de geheugenkaart te verwijde-
ren, zet u de camera uit en opent u het klepje van
de kaartsleuf (1). Druk de uitwerp-knop in de stand
(1) en druk nogmaals op de knop om de
geheugenkaart gedeeltelijk uit te werpen (2). U
kunt nu de geheugenkaart met de hand uitnemen.
Hoge temperatuur geheugenkaarten
Geheugenkaarten kunnen tijdens gebruik heet worden. Wees daarom voorzichtig
wanneer u de geheugenkaart uit de camera verwijdert.
Sticker
voorzijde
Richting waarin de
geheugenkaart moet
worden aangebracht
Aansluit-
stekkers
Aanbrengen met de stekkers naar binnen en de
sticker naar de achterzijde van de camera gericht
Aan de slag—Eerste stappen
18
Stap 4—Een taal kiezen
Menu's en berichten kunnen worden weergegeven in het Duits, Engels, Frans,
Japans en Spaans.
Zet de keuzeschakelaar op en zet de
camera aan
4
.1
4
.2
4
.3
4
.4
4
.5
4
.6
Markeer de tab van het
SET-UP menu (S)
Plaats de cursor in het SET-UP menu
Markeer de paginatab
Druk op de knop om het PLAY
BACK menu te openen
Klap de monitor open. Als er geen
beeldinformatie op de geheugenkaart
is opgeslagen, verschijnt het bericht
“CARD CONTAINS NO IMAGES” (kaart
bevat geen beelden). Negeer dit bericht
en ga verder met de volgende stap.
Aan de slag—Eerste stappen
19
Stap 5—Tijd en datum instellen
Bij alle foto’s en films die u opneemt worden tijd en datum van opname vast-
gelegd. De ingebouwde klok van de camera stelt u als volgt in:
Volg stap 4.1 tot 4.6 uit de paragraaf hiervoor en ga verder met de volgende
stappen:
5
.1
5
.2
Markeer Date (datum)
Open het DATE menu
4
.7
4
.8
4
.9
Maak uw keuze en keer terug naar het
SET-UP menu
4
.10
Kies een taal:
De Deutsch (Duits)
En English (Engels)
Fr Français (French)
Japanese (Japans)
Es Español(Spanish)
Monitor Options
Shutter Sound
Auto Off
CF Card Format
Date
Video Mode
Language
Geef de opties weer
Monitor Options
Shutter Sound
Auto Off
CF Card Format
Date
Video Mode
Language
Markeer Language (taal)
Aan de slag—Eerste stappen
20
5
.3
5
.4
5
.5
5
.6
Markeer Year (jaar), Month (maand),
Day (dag), uur of minuut (het geselec-
teerde item wordt rood gemarkeerd)
Stel het geselecteerde item in. Herhaal
stap 5.3 en 5.4 totdat u tijd en datum
volledig hebt ingesteld
Markeer Y M D
Kies de volgorde waarin jaar, maand en
dag moeten worden weergegeven
5
.7
Sla de wijzigingen op en keer terug
naar het SET-UP menu
Knipperend klok-symbool
Als tijd en datum niet zijn ingesteld, verschijnt er een knipperend klok-sym-
bool rechtsboven in de monitor of zoeker wanneer de camera in de
opnamestand ( ) staat. Foto’s en films die worden gemaakt als tijd en datum
niet zijn ingesteld, krijgen de datum-/tijdaanduiding “0000.00.00 00:00”.
Druk op de knop om terug te keren naar de weergavestand ( ) .
21
Dit hoofdstuk is als volgt onderverdeeld:
Foto’s maken – Basisprincipes
In dit gedeelte wordt stap voor stap beschreven hoe
u uw eerste digitale foto maakt.
Foto’s maken
en bekijken
Uw foto’s bekijken
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u de gemaakte
foto’s en films in de monitor of zoeker kunt bekijken.
22–24STAP 1 Camera gereed maken
30STAP 6 Camera opbergen
25
26–27
28–29
STAP 3
STAP 4
STAP 5
Camera-instellingen aanpassen
Beelduitsnede bepalen
Scherpstellen en foto maken
25STAP 2 Instelset A selecteren
Foto’s maken-
Basisprincipes
22–30
Uw foto’s bekijken
31–36
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
22
Foto’s maken – Basisprincipes
In dit gedeelte wordt stap voor stap beschreven hoe u foto’s maakt in de stand
“richten en schieten” (instelset A).
De eerste keer dat u de camera gebruikt, is deze instelset automatisch gese-
lecteerd.
Stap 1— Camera gereed maken
Doe voordat u de camera gaat gebruiken het volgende:
1
.1 Verwijder de lensdop
Druk de twee klemmetjes aan weerszijden in
om de lensdop te verwijderen.
1
.2 Klap de monitor open zoals in de onderstaande afbeeldingen (1)
tot (5) is aangegeven
1
.3 Zet de keuzeschakelaar in de opnamestand
1
.4 Zet de camera aan
U hoort een geluidssignaal en het objectief komt
naar buiten. Na een korte pauze wordt de huidige
instelling weergegeven in zowel de display als de
monitor of zoeker. De monitor of zoeker tonen het
beeld zoals dat door het objectief zichtbaar is.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
23
1
.5 Controleer de aanduidingen in de display, de monitor of de zoeker
Controleer of de batterijcapaciteit toereikend is. In de tabel hieronder ziet
u wat de aanduidingen voor de batterijcapaciteit betekenen.
Controleer of er voldoende ruimte op de geheugenkaart beschikbaar is.
AIs het aantal foto’s dat bij de huidige instelling kan worden gemaakt nul
of bijna nul is, of als de aanduiding “OUT OF MEMORY” (Geheugen vol)
wordt weergegeven, dient u een nieuwe geheugenkaart te plaatsen of
een aantal beelden te wissen ( 33, 35) om geheugenruimte op de
huidige geheugenkaart vrij te maken. Als u een minder hoge beeld-
kwaliteit kiest en/of een kleiner beeldformaat kiest, kunt u vaak meer
foto's op de geheugenkaart opslaan ( 49).
Monitor
Aanduiding
batterijcapaciteit
Aantal
resterende
opnamen
Display
DisplayMonitor Functioneren cameraBetekenis
Geen
Camera functioneert nor-
maal.
Batterij volledig opgela-
den.
Als boven, behalve dat het
monitorbeeld verdwijnt als
de flitser na gebruik op-
nieuw wordt opgeladen.
Batterij bijna leeg. Laad
EN-EL1 zo snel mogelijk op
of plaats een nieuwe
2CR5 (DL245) batterij.
(Knippert)
Foto’s maken is niet moge-
lijk zolang de batterij niet is
opgeladen of vervangen.
(Knippert)
Batterij leeg. Laad EN-EL1
op, vervang deze door een
volledig opgeladen exem-
plaar of plaats een nieuwe
2CR5 (DL245) batterij.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
24
Automatisch uitschakelen
Om stroom te sparen, schakelt de camera na een bepaalde tijd van inactiviteit
over op de sluimerstand. Standaard is deze tijd 30 seconde. In het Auto Off
menu kunt u een andere tijd instellen ( 133). In de sluimerstand worden de
monitor en zoeker uitgeschakeld en worden alle camerafuncties gedeactiveerd.
De camera staat in feite uit. Druk op of druk de ontspanknop half in om
de camera opnieuw te activeren.
De / SEL knop
Als de monitor is uitgeklapt, kunt u met de / SEL knop kiezen of de moni-
tor of de zoeker actief is. Beide geven hetzelfde beeld weer.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
25
Stap 2—Instelset A selecteren
Bij de onderstaande stappen wordt ervan uitgegaan
dat de camera is ingesteld op instelset A ("richten
en schieten"). Deze instelset is automatisch gese-
lecteerd als u de camera de eerste keer gebruikt. Als
linksboven in de monitor of zoeker het pictogram
, , of wordt weergegeven, is respectievelijk
instelset 1, 2 of 3 actief. Zie voor meer informatie
over het selecteren van instelset A “Een instelset kie-
zen” ( 68).
Stap 3—Camera-instellingen aanpassen (optie)
In instelset A kunt u met de knoppen , , , en de bedienings-
functies in de tabel hieronder instellen. De standaardwaarden, die voor de
meeste situaties geschikt zullen zijn, staan weergegeven in de tweede kolom
van de tabel. Hoe u een instelling verandert, leest u op de pagina's die in de
rechterkolom zijn vermeld. In dit hoofdstuk wordt ervan uitgegaan dat de
standaardinstellingen worden gebruikt.
53
62
Knop
Scherpstel
methode
Flitsmethode
Instelling
Auto
faocus
Auto
Standaard
De camera stelt automatisch
scherp op afstanden van 50
cm of meer.
De flitser klapt uit en gaat au-
tomatisch af wanneer er te
weinig licht is.
Omschrijving
104
Continu-
stand
Single
Bij elke druk op de ontspanknop
wordt er één foto gemaakt.
+ 51Beeldgrootte FULL
Foto’s hebben een afmeting
van 2560 × 1920 pixels.
49
Beeldkwali-
teit
NORMAL
Foto's worden zo gecompri-
meerd dat beeldkwaliteit en
bestandsgrootte met elkaar in
evenwicht zijn. Geschikt voor
de meeste foto's.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
26
Stap 4—Beelduitsnede bepalen
Na het aanpassen van de camera-instellingen, kunt u de beelduitsnede bepa-
len.
4
.1 Maak camera gereed
Houd de camera met twee handen vast en zorg dat de camera niet
beweegt, anders kunnen uw foto’s onscherp worden. Met / SEL knop
schakelt u tussen de monitor en zoeker en kunt u de instelling kiezen
die het meest geschikt is voor de situatie.
Pas op voor blokkeren
Voorkom dat uw vingers of een ander voorwerp het objectief, de flitser of de
lichtgevoelige cel afdekken. Te donkere of geheel dan wel gedeeltelijk afge-
dekte foto’s kunnen hiervan het gevolg zijn. Op de camerabehuizing bevinden
zich randen waaraan u de camera kunt vasthouden. U loopt dan niet het ge-
vaar dat u per ongeluk het lampje voor de rode-ogenreductie afdekt.
Druk tijdens het fotogra-
feren niet op de knop-
pen aan de zijkant van
de camera.
Pas op dat u het lampje
voor de rode-ogenreductie
niet met uw vingers af-
dekt. Houd uw vingers on-
der de rand van de hand-
greep.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
27
4
.2 Bepaal de beelduitsnede
De beelduitsnede bepaalt u door met de
zoomknoppen de instelling van de 8×
optische zoomlens van de camera aan te
passen. Druk op om uit te zoomen
(groothoekopname). Druk op om op het
onderwerp in te zoomen (tele-opname). De
zoomfactor wordt in de monitor of zoeker
weergegeven.
Als de camera volledig is ingezoomd en u de
knop twee seconden ingedrukt houdt,
wordt de digitale zoom geactiveerd. Hiermee
kunt u het onderwerp nog vier keer
vergroten tot een totale zoomfactor van 32×
( 60) De digitale zoomstand wordt in de
monitor of zoeker weergegeven naast de
aanduiding voor de optische zoomstand.
Zoomstand wordt tijdens
indrukken zoomknop in
de monitor of zoeker
weergegeven
Uitzoomen Inzoomen
Voorkom blokkering van de ingebouwde Speedlight-flitser
Als in instelset A de flitsmethode is ingesteld op Auto
(standaardinstelling), rode-ogenreductie of flitsen met
lange sluitertijd (Slow sync) en voor een correcte belichting
extra licht is vereist, klapt de ingebouwde flitser automa-
tisch uit zodra u de ontspanknop half indrukt. Is de flits-
methode Altijd flitsen (invulflits) ingesteld, dan klapt de flitser altijd uit als u
de ontspanknop half indrukt. Wanneer uw vinger of een ander voorwerp de
flitser blokkeert zodat deze niet kan uitklappen als de ontspanknop half wordt
ingedrukt, zal de flitser niet flitsen en verschijnt er een bericht in de monitor.
De flitser moet met de hand worden teruggedrukt. Druk de flitser rustig naar
beneden totdat deze vastklikt.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
28
Stap 5—Scherpstellen en foto maken
5
.1 Stel scherp
In instelset A stelt de camera automatisch
scherp op het onderwerp in het midden van
het beeld. Druk de ontspanknop half in om de
scherpstelling te vergrendelen. Controleer ver-
volgens de status van ( Autofocus) en (
Flitser gereed) die rechts in de monitor of de
zoeker worden weergegeven.
In de tabel hieronder staat vermeld wat deze
aanduidingen betekenen. Let op: als de scherp-
stelmethode op oneindig is ingesteld, wordt de
aanduiding voor autofocus niet weergegeven.
Aanduiding Betekenis
Eigen instellingen scherpstelling (instelset 1, 2 en 3)
Bij instelset 1, 2 en 3 kunt u kan handmatige scherpstelling ( 80) kiezen in
situaties waarin de camera niet zelf kan scherpstellen. Handmatige of
automatische keuze van het AF-veld ( 112) kan worden gebruikt om op een
onderwerp buiten het beeldmidden scherp te stellen zonder de scherpstelling
te vergrendelen.
Aanduiding
Autofocus
Groen Onderwerp scherp in beeld.
Groen
(knippert)
Scherpstellen op onderwerp niet mogelijk. Stel scherp
op een ander onderwerp op dezelfde afstand, verg-
rendel de scherpstelling ( 56) en richt de camera
weer op het oorspronkelijke onderwerp.
Aanduiding
Flitser gereed
Geen Flitslicht niet nodig of flitser uitgeschakeld.
Rood
(knippert)
Flitser laadt op. Haal uw vinger kort van de ontspan-
knop en probeer het opnieuw.
Rood Speedlight-flitser gaat af bij het maken van een foto.
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
29
Tijdens het opslaan
Tijdens het opslaan van de foto’s op de geheugenkaart verschijnt in de monitor
het pictogram . Foto’s die tijdens gedurende deze periode worden gemaakt,
worden opgeslagen in een tijdelijke geheugenbuffer. Als de buffer vol is, ver-
schijnt er een pictogram van een zandloper ( ) en kan de ontspanknop niet meer
worden ingedrukt.
Schakel de camera niet uit, verwijder de geheugenkaart en/of de batterijen niet
en sluit de stroomvoorziening niet af zolang het pictogram of zichtbaar is.
Weergavevertraging
Tijdens het fotograferen wordt het door de beeldchip (CCD) geregistreerde
beeld in de monitor of zoeker weergegeven. Het verwerken van de beeld-
informatie door de beeldchip kan echter enige tijd in beslag nemen, waardoor
de weergave enigszins vertraagd plaatsvindt. Selecteer voor het fotograferen
van snel bewegende onderwerpen Quick Response in het Shutter Release
Speed menu van het Monitor Options menu ( 126).
5
.2 Maak de foto
Maak een foto door de ontspanknop vol-
ledig in te drukken.
Zo nodig klapt de ingebouwde flitser uit en
gaat af.
Als u de ontspanknop te hard indrukt, be-
weegt de camera en zal de foto onscherp zijn.
Druk de ontspanknop daarom rustig in.
Na het maken van de foto, verschijnt het
symbool ( ) (direct wissen) gedu-
rende een aantal seconden in de monitor
terwijl de foto op de geheugenkaart wordt
opgeslagen ( 67).
Foto’s maken en bekijken—Basisprincipes
30
Stap 6—Camera opbergen
Als u klaar bent met fotograferen, berg dan de camera als volgt op.
6
.1 Zet de camera uit
Zet de camera uit om stroom te sparen.
6
.2
De ingebouwde flitser inklappen
Als de ingebouwde flitser omhoog staat, klap
hem dan in door hem voorzichtig in de ge-
toonde richting te duwen.
6
.3
Sluit de monitor en plaats de lenskap terug
Sluit de monitor en plaats de lenskap terug om de monitor en het ob-
jectief te beschermen tegen stof en vingerafdrukken.
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
31
Uw foto’s bekijken
Bij een digitale camera kunt u de foto's die u hebt gemaakt, direct bekijken.
Als u niet tevreden bent met het resultaat kunt u dus direct een nieuwe foto
maken. Met de COOLPIX5700 kunt u foto’s bekijken terwijl de camera nog in
de opnamestand staat. Gebruik hiervoor de functie Directe weergave of
Schermvullende weergave.
Als u in de opnamestand eenmaal op de knop drukt, worden de beel-
den linksboven in de monitor weergegeven. Druk tweemaal op de knop om
de beelden op volledige schermgrootte te bekijken. Door voor de derde maal
op de knop drukken, keert u terug naar de opnamestand.
Druk de multiselector omhoog of naar links als u foto’s wilt bekijken die vóór
de huidige foto zijn gemaakt. Druk de multiselector omlaag of naar rechts
om foto's te bekijken die na de huidige foto zijn gemaakt.
•Tijdens het bekijken van de foto’s - hetzij via directe weergave, hetzij via
schermvullende weergave - kunt u door het indrukken van de ontspanknop
op elk moment terugkeren naar de opnamestand
en een nieuwe foto
maken.
Opnamestand
Directe weergave
De laatst gemaakte
foto wordt linksboven
in de monitor of zoeker
weergegeven.
Schermvullende
weergave
De laatst gemaakte foto
wordt schermvullend
weergegeven.
Druk op voor directe of
schermvullende weergave van
zojuist gemaakte foto’s in de
opnamestand .
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
32
Actie Gebruik Omschrijving
Directe weergave
Bij directe weergave zijn de volgende opties be-
schikbaar:
Scherm-
vullende
weergave
Activeer schermvullende weergave (zie volgende blad-
zijde), de huidige foto wordt schermvullend weerge-
geven.
Andere
foto’s
bekijken
Druk de multiselector omhoog of naar links om fo-
to’s te bekijken die vóór de huidige foto zijn gemaakt.
Druk de multiselector omlaag of naar rechts om fo-
to's te bekijken die na de huidige foto zijn gemaakt.
Houd de multiselector ingedrukt om snel naar het
nummer van de gewenste afbeelding te gaan en de
tussenliggende foto’s over te slaan.
Ter ug naar
opnames-
tand
Ontspan-
knop
Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar
de opnamestand en scherp te stellen. Druk de ont-
spanknop volledig in om terug te keren naar de op-
namestand en een foto te maken.
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
33
Schermvullende weergave
Bij schermvullende weergave zijn de volgende
opties beschikbaar:
Actie Gebruik Omschrijving
Andere
foto’s
bekijken
Druk de multiselector omhoog of naar links om foto’s te
bekijken die vóór de huidige foto zijn gemaakt. Druk de
multiselector omlaag of naar rechts voor het bekijken van
foto’s genomen na huidige foto. Houd de multiselector
ingedrukt om snel naar het gewenste afbeeldingsnum-
mer te gaan en de tussenliggende foto’s over te slaan.
Meer foto’s
tegelijk
bekijken
( )
Druk op de ( ) knop om de thumbnails van max.
negen foto’s tegelijk weer te geven (
35).
Huidige
foto
wissen
Er verschijnt een dialoogvenster om het wissen te
bevestigen. Druk de multiselector omhoog of omlaag
om een optie te markeren. Druk naar rechts om een
optie te selecteren:
Selecteer No om terug te ke-
ren zonder de foto te wissen
Selecteer Yes om de foto te
wissen
Op foto
inzoomen
( )
Druk op ( ) om de huidige foto vergroot weer te ge-
ven (max. 6,0×). Gebruik de multiselector voor het bekij-
ken van de delen van de foto die niet in de zoeker zicht-
baar zijn. Drup op om de zoom op te heffen. Tijdens
het inzoomen worden linksboven in de monitor of zoeker
het pictogram en de zoomstand weergegeven.
Foto-informa-
tie weergeven
Draai de instelschijf om aanvullende informatie over
de huidige foto te bekijken ( 88).
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
34
Weergavestand ( )
U kunt foto's niet alleen bekijken in de opnamestand, in directe of scherm-
vullende weergave, maar ook in de weergavestand. In de weergavestand kunt
u onder andere een aantal foto’s tegelijk wissen, foto’s tegen wissen beveili-
gen en foto’s verbergen. Verborgen foto's worden tijdens het bekijken niet in
de monitor worden weergeven. Zet de keuzeschakelaar op om de weergave-
stand te activeren ( 83).
Actie Gebruik Omschrijving
Ter ug naar
opnames-
tand
Ontspan-
knop/
Druk de knop in om het bekijken van foto’s te beëin-
digen en terug te keren naar de opnamestand. Druk de
ontspanknop half in om terug te keren naar de opna-
mestand en scherp te stellen. Druk de ontspanknop
volledig in om terug te keren naar de opnamestand en
een foto te maken.
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
35
Thumbnail-weergave
Als u bij schermvullende weergave op de ( )
knop drukt, verschijnt er een overzicht van vier
thumbnails. Bij thumbnail-weergave zijn de vol-
gende opties beschikbaar:
Geselec-
teerde
afbeelding
wissen
Er verschijnt een dialoogvenster om het wissen te
bevestigen. Druk de multiselector omhoog of omlaag
om een optie te markeren. Druk naar rechts om de
optie te selecteren:
Selecteer No om terug te
keren zonder de foto te wis-
sen
Selecteer Yes om de foto te
wissenpicture
Aantal
thumb-
nails
wijzigen
( )/
( )
Druk bij een scherm met vier thumbnails op de ( )
knop om een scherm met negen thumbnails weer te
geven. Druk op ( ) om van een scherm met ne-
gen thumbnails over te schakelen naar een scherm
met vier thumbnails of - bij een scherm met vier thum-
bnails - om de gemarkeerde thumbnail schermvullend
weer te geven.
Bladeren
Draai aan de instelschijf om thumbnails pagina voor
pagina te bekijken.
Thumb-
nails
markeren
Druk de multiselector omhoog, omlaag, naar links of
naar rechts om een thumbnail te markeren.
Actie Gebruik Omschrijving
Foto’s maken en bekijken— Uw foto’s bekijken
36
Actie Gebruik Omschrijving
Terug naar
opnames-
tand
Ontspan-
knop/
Druk de knop in om het bekijken van foto’s te
beëindigen en terug te keren naar de opnamestand.
Druk de ontspanknop half in om terug te keren naar
de opnamestand en scherp te stellen. Druk de ont-
spanknop volledig in om terug te keren naar de op-
namestand en een foto te maken.
37
Aansluiten op een
computer
38–45
Fotos bekijken
m.b.v. een tv of
videorecorder
46
Dit hoofdstuk is als volgt onderverdeeld:
Aansluiten op een computer
In dit gedeelte wordt stap voor stap beschreven hoe
u de camera op een televisie of videorecorder aan-
sluit en foto’s op een tv-scherm kunt bekijken.
Foto’s bekijken m.b.v. een tv of videorecorder
In dit gedeelte wordt stap voor stap beschreven hoe
u de camera op een televisie of videorecorder aan-
sluit en foto’s op een tv-scherm kunt bekijken.
Meer doen met
uw digitale
camera
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
38
Een digitale camera slaat foto’s op als een digitaal gegevensbestand. U hoeft uw
rolletje niet weg te brengen om de negatieven te laten ontwikkelen, u kopieert de
opnames met behulp van de bijgeleverde Nikon View software gewoon naar een
computer. Foto's die op de computer zijn opgeslagen, kunt u op het scherm bekij-
ken en bewerken, per e-mail naar vrienden of familie versturen, afdrukken met
behulp van een printer of opslaan op een ZIP-schijf of een ander verwisselbaar
opslagmedium om ze bij een afdrukcentrale te laten afdrukken. Afbeeldingen die
nog op de geheugenkaart staan en al naar de computer zijn overgebracht, kunt u
wissen om geheugen vrij te maken voor nieuwe foto’s. Ook die kunt u dan naar de
computer kopiëren om aan uw digitale foto-album toe te voegen.
Voordat u begint: Nikon View installeren
U kunt alleen foto’s naar een computer kopiëren, als Nikon View op de computer
is geïnstalleerd. Met deze software kunt u op de geheugenkaart opgeslagen foto’s
naar de harde schijf van de computer downloaden en ze op het beeldscherm
bekijken. Om Nikon View te kunnen installeren, moet de computer aan de vol-
gende systeemvereisten voldoen:
Lees voordat u Nikon View installeert de installatie-
voorschriften. Deze vindt u op de bij de camera gele-
verde cd-rom.
1
Plaats de cd-rom
Zet de computer aan en wacht tot het besturings-
systeem is opgestart. Plaats de cd-rom in het cd-
rom-station.
Aansluiten op een computer
Macintosh
Mac OS X (10.1.2 of hoger), Mac OS 9.0–9.2. Alleen mo-
dellen met ingebouwde USB-poorten worden ondersteund.
Windows
Vooraf geïnstalleerde versies van Windows XP Home
Edition, Windows XP Professional, Windows 2000
Professional, Windows Millennium Edition (Me) of
Windows 98 Second Edition (SE).
Werkt u met Mac OS 9, dan wordt het venster van de naslag-CD automatisch
op het bureaublad geopend. Werkt u met Mac OS X, dubbelklik dan op de
Nikon icoon om het venster van de naslag-CD te openen. Gebruikers van
Windows dienen eerst te klikken op het pictogram Deze Computer en vervol-
gens het Nikon pictogram om het venster van de naslag-CD te openen.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
39
Voor wie Nikon View al heeft
Om beelden van de COOLPIX5700 via de USB-kabel naar uw computer te kunnen
kopiëren, is de bij de camera geleverde versie van Nikon View vereist. Als u al een
eerdere, bij een andere digitale Nikon-camera geleverde versie van Nikon View
hebt geïnstalleerd, dient u te upgraden naar de bij de COOLPIX5700 geleverde
versie.
2
Installeer Adobe Acrobat Reader
De installatievoorschriften staan in een PDF-bestand (Portable Document Format).
Om dit bestand te kunnen openen, hebt u Adobe Acrobat Reader 4.0 of hoger
nodig. Als dit programma al op uw computer is geïnstalleerd, kunt u verder
gaan met Stap 3.
Om Adobe Acrobat Reader te installeren, dient u te dubbelklikken op de map
voor de door u gewenste taal. Dubbelklik vervolgens op het pictogram van het
installatieprogramma. Het openingsvenster van het installatieprogramma wordt
geopend. Volg de instructies op het scherm om de installatie te voltooien.
3
Lees de installatievoorschriften voor Nikon View
Als de installatie is voltooid, dient u te dubbelklikken op het pictogram
INDEX.pdf in de hoofddirectory van de cd-rom. Er verschijnt nu een index met
snelkoppelingen van de documentatie voor Nikon View. Klik op de snelkoppeling
naar de instructies die voor uw computersysteem van toepassing zijn. Even-
tueel kunt u de installatievoorschriften afdrukken via de menuoptie Print... het
File menu van Acrobat Reader en Nikon View installeren aan de hand van de
afgedrukte versie.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
40
In verbinding: de camera op uw computer aansluiten
Als u Nikon View hebt geïnstalleerd, bent u klaar om foto's en films naar uw
computer te kopiëren. U kunt beelden op twee manieren naar de computer over-
brengen: rechtstreeks via een USB-kabel tussen de camera en de computer, of
door de geheugenkaart uit de camera te verwijderen en deze vervolgens in een
kaartlezer of PC-kaartsleuf te plaatsen.
Rechtstreekse aansluiting: de camera via een kabel aansluiten
Als uw computer is voorzien van een USB-poort kunt u de camera op de computer
aansluiten met behulp van de bijgeleverde UC-E1 USB-kabel.
1
Zet de computer aan
2
Sluit de camera op de computer aan
Sluit de UC-E1 USB-kabel aan zoals in de afbeelding hieronder is aangegeven:
sluit de platte stekker aan op de computer, sluit het andere uiteinde aan op de
camera. Sluit de kabel niet aan via een USB-hub of via het toetsenbord.
Voordat u de camera aansluit
Installeer Nikon View voordat u de camera op de computer aansluit.
Windows XP Home Edition, Windows XP Professional,
Windows 2000 Professional
Als u Nikon View installeert, verwijdert of gebruikt onder Windows XP Home Edition
of Windows XP Professional, dient u zich aan te melden als “Computer
administrator.” Als u Nikon View installeert, verwijdert of gebruikt onder Windows
2000 Professional, dient u zich aan te melden met de Administrator account.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
41
3
Zet de camera aan
Zet de camera aan. Nikon View detecteert de camera en het venster Nikon
Transfer verschijnt op het beeldscherm. Raadpleeg voor meer informatie de
Nikon View Naslaggids (op de CD-ROM). Zolang de UC-E1 USB-kabel is aange-
sloten, blijft de monitor van de camera uitgeschakeld en zijn er geen camera-
functies actief. In de display wordt het symbool
weergegeven.
4
Kopieer de foto’s naar uw computer
Om alle foto’s op de geheugenkaart
naar de computer te kopiëren, se-
lecteert u in het Nikon Transfer ven-
ster All images in het Image trans-
fer rule. Klik op de
knop om
met kopiëren te beginnen. Let erop
dat u tijdens het kopiëren het vol-
gende niet doet:
de USB-kabel losmaken
de camera uitzetten
de geheugenkaart verwijderen
5
Bekijk de foto’s
Als het kopiëren is voltooid, vindt u in Nikon Browser een overzicht van de
foto’s die naar de harde schijf van uw computer zijn gekopieerd. Raadpleeg
voor meer informatie over het bewerken van deze beeldbestanden de Nikon
View Naslaggids (op de CD-ROM).
Ultra HS-beelden kopiëren
Voordat u voor het eerst beelden van de computer naar uw computer kopieert,
dient u in het Image Transfer venster op de optie Change... te klikken. Er ver-
schijnt nu een dialoogvenster met de naam File Destination and Naming. Con-
troleer of de optie Copy folder names from camera is ingeschakeld. Zo weet u
zeker dat een serie Ultra HS-opnamen (
104) in een aparte folder op uw com-
puter wordt opgeslagen. Raadpleeg voor meer informatie de Nikon View Naslaggids
(op de
CD-ROM).
Transfer-knop
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
42
Windows Millennium Edition (Me)
Klik op het pictogram “Unplug or Eject Hardware”
(
) in de taakbalk en selecteer Stop USB Disk in
het menu dat verschijnt.
Windows XP Home Edition/Windows XP Professional
Klik op het pictogram “Safely Remove Hardware”
(
) in de taakbalk en selecteer Safely remove USB
Mass Storage Device in het menu dat verschijnt.
Windows 2000 Professional
Klik op het pictogram “Unplug or Eject Hardware”
icon (
) in de taakbalk en selecteer Stop USB
Mass Storage Device in het menu dat verschijnt.
Windows 98 Second Edition (SE)
Klik in Deze computer met de rechtermuisknop op
het pictogram dat het camerageheugen voorstelt
en selecteer Eject in het menu dat verschijnt.
Mac OS X
Sleep het pictogram dat het camerageheugen voor-
stelt (“NO_NAME”) naar de Prullenmand.
Mac OS 9
Sleep het pictogram dat het camerageheugen voor-
stelt (“untitled”) naar de Prullenmand.
6
Maak de camera los
Als in het USB menu de optie PTP is geselecteerd ( 143), dient u de camera
uit te zetten en vervolgens de USB-kabel los te maken. Indien de optie Mass
Storage is geselecteerd, dient u eerst de camera van het systeem te verwijde-
ren voordat u deze uit kunt zetten of de kabel los kunt maken. Dit doet u als
volgt:
Mac OS 9Mac OS X
Als u de camera van het systeem hebt verwijderd, kunt de kabel losmaken en
de camera uitzetten.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
43
RAW-afbeeldingen bekijken in Mac OS 9
Voordat u met behulp van Nikon View Nikon Viewer foto’s gaat bekijken die zijn
gemaakt met de beeldkwaliteit RAW (
49), dient u eerst 72 MB geheugen-
ruimte aan de toepassing Nikon View toe te wijzen. Als u geen extra geheugen-
ruimte hebt toegekend aan Nikon View, kunnen de RAW-afbeeldingen niet wor-
den weergegeven. Als u dit toch probeert, verschijnt er een foutbericht waarin u
wordt gevraagd meer geheugenruimte aan het programma toe te wijzen.
Zorg voor een betrouwbare stroomvoorziening
Zorg ervoor dat de batterijvolledig is opgeladen als u gegevens van de camera
naar de computer gaat kopiëren. Laad de batterij bij twijfel op voordat u begint
met kopiëren, of gebruik de optionele EH-53-lichtnetadapter of EH-21-
lichtnetadapter/batterijlader.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
44
Beelden vanaf een geheugenkaart kopiëren
Als u beschikt over een CompactFlash
kaartlezer of uw als computer is voor-
zien van een PC-kaartsleuf, kunt u beelden rechtstreeks vanaf de geheugen-
kaart naar uw computer kopiëren. Voordat u de geheugenkaart in een kaart-
lezer of kaartsleuf invoert, dient u de camera uit te zetten en de geheugen-
kaart uit de camera te verwijderen.
1
Zet de computer aan
Zet de computer aan en wacht tot het besturingssysteem is opgestart.
2
Plaats de geheugenkaart
Als u een PC-kaartsleuf gebruikt, plaatst u de geheugenkaart in de PC-
kaartadapter (zie opmerking hieronder) en plaatst u vervolgens de adapter in
de PC-kaartsleuf. Als u een kaartlezer gebruikt, kunt u de geheugenkaart di-
rect in de kaartlezer plaatsen. Nikon View detecteert geheugenkaarten van de
Nikon digitale camera's automatisch en indien dit programma is geïnstalleerd
start het direct op. Raadpleeg voor meer informatie over het kopiëren van fo-
to’s naar uw computer de Nikon View Naslaggids (op de cd-rom).
CompactFlash
kaartlezer
Lees voordat u de kaartlezer gaat gebruiken, eerst de door de fabrikant bij-
geleverde documentatie.
PC-kaartadapter
Om CompactFlash
geheugenkaarten met behulp
van een PC-kaartsleuf te kunnen lezen, hebt u
een EC-AD1 PC-kaartadapter nodig (zie afbeel-
ding). Deze kaartadapter is apart verkrijgbaar.
Meer doen met uw digitale camera— Aansluiten op een computer
45
Geheugenkaart verwijderen
Controleer of het kopiëren is voltooid voordat u een geheugenkaart uit de
kaartlezer of PC-kaartsleuf verwijdert.
Voordat u een geheugenkaart uit de kaartlezer of PC-kaartsleuf kunt verwij-
deren, dient u de geheugenkaart eerst van het systeem te verwijderen. Dit
doet u als volgt:
Windows XP Home Edition/Windows XP Professional
Klik op het pictogram “Safely Remove Hardware” ( ) in de taakbalk en ver-
wijder de geheugenkaart van het systeem.
Windows 2000 Professional/Windows Millennium Edition (Me)
Klik op het pictogram “Unplug or Eject Hardware” (
) in de taakbalk en
verwijder de geheugenkaart van het systeem.
Windows 98 Second Edition (SE)
Klik in Deze computer met de rechtermuisknop op het pictogram dat de
geheugenkaart voorstelt en selecteer Eject in het menu dat verschijnt.
Mac OS X
Sleep het pictogram dat de geheugenkaart voorstelt (“NO_NAME”) naar de
Prullenmand.
Mac OS 9
Sleep het pictogram dat de geheugenkaart voorstelt (“untitled”) naar de Prul-
lenmand.
46
Meer doen met uw digitale camera— Foto’s bekijken m.b.v. tv/videorecorder
Foto’s bekijken m.b.v. een tv of videorecorder
Met de bij de camera geleverde audio/video-kabel kunt u de COOLPIX5700
op een tv of videorecorder aansluiten.
1
Sluit de kabel op de camera aan
Sluit de zwarte stekker aan op de A/V OUT aan-
sluiting van de camera.
2
Sluit de kabel op de tv/videorecorder aan
Sluit de gele stekker aan op de video-ingang van
de tv of videorecorder. Sluit de witte stekker aan
op de audio-ingang.
Gebruik een lichtnetadapter
Als u voor de stroomvoorziening van de camera gebruikmaakt van de EN-EL1
batterij (standaard) of een 2CR5 (DL245) (optioneel), schakelt de camera na
een bepaalde periode van inactiviteit automatisch uit. De weergave via de tv
stopt en het beeld gaat op zwart. Als u de ontspanknop half indrukt of de
indrukt, wordt de camera weer ingeschakeld en de weergave via de tv hervat.
De tijd die verstrijkt voordat de camera uitschakelt, kan met het Auto Off
menu ( 133). worden ingesteld op 30 seconden, 1 minuut, 5 minuten of 30
minuten. Bij gebruik van batterijen voor de stroomvoorziening, kunt u het beste
een wat langere tijd kiezen. Bij langdurige tv-weergave verdient het de voor-
keur een lichtnetadapter (optioneel) te gebruiken.
TV-norm kiezen ( 142)
Bij de menu-optie Video Mode kunt u de tv-norm instellen op NTSC of PAL.
Controleer of de geselecteerde standaard overeenkomt met die van het appa-
raat waarop u de camera wilt aansluiten.
3
Stem de televisie af op het videokanaal
4
Zet de camera aan en zet de keuzeschakelaar in de weergavestand
De monitor of display van de camera worden uitgeschakeld en de televisie
geeft het beeld van de monitor of display weer.
47
Camerafuncties
gebruiken
(Alle instelsets)
48–67
Een instelset
kiezen
68–69
In dit gedeelte leest u meer over de mogelijkheden
waarover de COOLPIX5700 in de opnamestand
beschikt. Standaard is instelset A ("richten en schie-
ten") ingesteld. Bij deze instelset worden de meeste
instellingen automatisch door de camera geregeld.
Als u de camera-instellingen naar eigen inzicht wilt
aanpassen, kiest u instelset 1, 2 of 3.
Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
Informatie over de meest gebruikte camerafuncties:
in- en uitzoomen, beeldkwaliteit, beeldgrootte,
scherpstellen, flitsen en belichtingscorrectie.
Een instelset kiezen
In dit gedeelte leest u hoe u een instelset kunt kie-
zen. In een instelset kunt u vaak gebruikte combi-
naties van camera-instellingen vastleggen.
Camerafuncties gebruiken (instelsets 1, 2, 3)
Hier vindt u extra informatie over de camerafuncties
die in instelset 1, 2 en 3 beschikbaar zijn.
Foto’s maken
Details
Camerafuncties
gebruiken
(instelsets 1, 2, 3)
70–81
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
48
Camerafuncties gebruiken
Alle instelsets
Geheugen effectief gebruiken: beeldkwaliteit en –grootte
Beeldkwaliteit en –grootte zijn bepalend voor de bestandsgrootte van afzonder-
lijke foto’s. Deze bestandsgrootte is op zijn beurt bepalend voor het aantal fo-
to’s dat op een geheugenkaart kan worden opgeslagen. In de onderstaande tabel
vindt u een overzicht van het aantal foto’s dat bij verschillende combinaties van
bestandsgrootte en -kwaliteit kan worden opgeslagen op geheugenkaarten van
16MB, 32MB en 64MB. De waarden in de tabel geven het aantal bij benade-
ring weer. De bestandsgrootte van een foto’s is namelijk ook afhankelijk van het
onderwerp en de achtergrond van de opname, waardoor grote afwijkingen in
het totaal aantal beelden dat kan worden opgeslagen, mogelijk zijn. Het aantal
foto’s dat daadwerkelijk nog kan worden gemaakt, wordt tijdens het fotogra-
feren in de monitor of zoeker weergegeven ( 6, 8).
16 MB
RAW 1
HI 1
FINE 6
NORMAL 12
BASIC 25
1
7
14
27
24 37 86
47 69 144
86 121 229
16
31
59
64 MB
RAW 7
HI 4
FINE 26
NORMAL 52
BASIC 103
4
29
57
111
100 151 347
190 278 578
347 488 918
65
125
236
32 MB
RAW 3
HI 2
FINE 13
NORMAL 26
BASIC 51
50 75 173
95 139 289
173 243 459
32
62
118
2
14
28
55
Beeldkwali-
teit
Kaart
UXGA SXGA XGA VGA 3:2FULL
Beeldgrootte
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
49
Beeldkwaliteit
Foto's kunnen met behulp van JPEG-compressie worden gecomprimeerd als
ze op de geheugenkaart worden opgeslagen. Hierdoor wordt het bestand
kleiner en neemt het minder plaats in op de geheugenkaart. Bij een hoge mate
van compressie kan de detailweergave echter aanzienlijk minder worden. Fo-
to’s kunnen ook ongecomprimeerd worden opgeslagen in NEF of TIFF-formaat.
Alle details blijven hierbij behouden, maar de bestanden nemen meer plaats
op de geheugenkaart in.
* Compressiefactor berust op schattingen
RAW
HI
FINE
NORMAL
BASIC
Optie
NEF
TIFF
JPEG
JPEG
JPEG
Bestands-
formaat
Kwali-
teit
Ongecomprimeerde beeldchipgegevens
worden zonder interne bewerking direct
op de geheugenkaart opgeslagen in NEF-
formaat (Nikon Electronic Format). Alleen
mogelijk bij beeldgrootte FULL. Bestands-
grootte kleiner dan bij HI. Selectie
Black&White (zwart-wit) in het Satura-
tion Control submenu ( 108).niet mo-
gelijk.
Hoge beeldkwaliteit.Foto zonder compres-
sie opgeslagen in TIFF-formaat. De TIFF-in-
deling wordt door een groot aantal beeld-
bewerkingsprogramma's ondersteund.
Kwaliteit vergelijkbaar met RAW. Alleen
mogelijk bij beeldgrootte FULL of 3:2.
Hoge beeldkwaliteit, geschikt voor vergro-
tingen en kwaliteitsprints.
Normale beeldkwaliteit, geschikt voor de
meeste toepassingen.
Elementaire beeldkwaliteit, geschikt voor
foto’s die per e-mail worden verspreid of
in web-pagina's worden gebruikt.
Omschrijving
Laag
Hoog
1 : 4
1 : 8
1 : 16
Comp-
ressie*
Geen
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
50
NEF
NEF (Nikon Electronic Format) is het eigen formaat van Nikon voor grafische
bestanden. Om afbeeldingen in dit formaat te bekijken is Nikon View of Nikon
Capture 3 (optioneel verkrijgbaar) vereist. Foto’s in NEF-formaat kunnen zon-
der enig verlies van kwaliteit op een computer worden opgeslagen en bewerkt.
RAW
Om foto’s met de beeldkwaliteit RAW (bestandsformaat NEF) te kunnen be-
kijken, is Nikon View of Nikon Capture 3 (optioneel verkrijgbaar) vereist. Als u
RAW-foto's in een andere toepassing wilt bekijken, moet u de foto's eerst
converteren naar TIFF (beeldkwaliteit HI) met behulp van de optie Convert
RAW to HI bij schermvullende weergave ( 85). Het geconverteerde beeld-
bestand krijgt een nieuwe naam en de extensie .NEF wordt vervangen door
.TIF. TIFF is een bestandsformaat dat door de meeste grafische software wordt
ondersteund.
Beeldkwaliteit wordt weergeven in
monitor of zoeker en de displayIndrukken
Druk op de knop om de beeldkwaliteit in te stellen. Druk net zo vaak op
de knop totdat de gewenste instelling wordt weergegeven in de monitor of
zoeker. De mogelijke instellingen worden weergegeven in de volgorde NOR-
MAL, FINE, HI, RAW, BASIC. Daarna begint de cyclus opnieuw.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
51
Beeldgrootte
De beeldgrootte wordt gemeten in pixels. Bij dezelfde instelling voor de beeld-
kwaliteit, is voor een kleinere beeldgrootte minder geheugenruimte vereist. Dit
maakt foto’s met een kleinere beeldgrootte uitermate geschikt voor publicatie
via internet. Omgekeerd kunnen beeldbestanden met een grotere beeld-
grootte, groter worden afgedrukt zonder dat de detailweergave minder wordt.
3:2
Optie
FULL
(NO ICON)
XGA
VGA
SXGA
UXGA
2560 × 1704
Grootte (pixels)
2560 × 1920
1024 × 768
640 × 480
1280 × 960
1600 × 1200
22 × 14 cm
Afdrukformaat
22 × 16 cm
9 × 6 cm
5 × 4 cm
11 × 8 cm
14 × 10 cm
Afdrukformaat
Hoe groot foto’s worden afgedrukt, is afhankelijk van de resolutie van de printer
(hoe hoger de resolutie, hoe kleiner de afdruk). In de tabel op pagina 51 is
uitgegaan van een resolutie van ongeveer 300 dpi (dots per inch).
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
52
Indrukken
+
En aan
instelschijf
draaien
Beeldgrootte wordt weergegeven in monitor of zoe-
ker. Tijdens het verdraaien van de instelschijf, wordt
in de display in het veld voor de sluitertijd/diafragma-
aanduiding de beeldbreedte in pixels weergegeven.
Stel de beeldgrootte in door aan de instelschijf te draaien terwijl u de knop
ingedrukt houdt. De mogelijke instellingen worden weergegeven in de volg-
orde FULL, UXGA, SXGA, XGA, VGA , 3:2. Daarna begint de cyclus opnieuw.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
53
Scherpstellen op dichtbij en veraf: de knop
Kies de juiste scherpstelstand voor uw onderwerp en compositie.
Bij onderwerpen op 50 cm of
verder van het objectief.
Toepassing
Bij fotograferen van vergezich-
ten door voorwerpen op voor-
grond heen, bijv. door een
raam.
Zelfontspan-
ner
Combineert Macro close-up
(zie boven) op afstanden van
3cm of meer met een ontspan-
vertraging van 3s of 10s.
Gebruik de opnamevertraging
van 3 sec. om te voorkomen
dat foto’s door bewegen van
de camera onscherp worden,
met name bij gebruik van ma-
cro close-up. Gebruik de opna-
mevertraging van 10 sec. voor
zelfportretten.
Macro close-
up
Als geel wordt, is scherpst-
ellen mogelijk op onderwer-
pen vanaf 3 cm afstand tot het
objectief. Zie opmerking op
volgende bladzijde.
Gebruiken voor close-ups.
GEEN SYM-
BOOL
Autofocus
Camera past scherpstelling
automatisch op opameafstand
aan.
Instelling Werking
Oneindig
Afstandinstelling op oneindig,
zodat de camera kan scherpst-
ellen op vergezichten. Flitser is
uitgeschakeld.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
54
Druk op de knop om de scherpstelmethode in te stellen. Druk net zo vaak
op de knop totdat de gewenste instelling wordt weergegeven in de monitor
of zoeker. De mogelijke instellingen worden weergegeven in de volgorde auto-
focus (geen pictogram), oneindig ( ), macro close-up ( ), zelfontspanner ( ).
Daarna begint de cyclus opnieuw.
F5.6
F5.6
F5.6
Scherpstelmethode wordt weergeven in
monitor of zoeker. Bij instelling op on-
eindig verschijnt het pictogram in de
display en de monitor of zoeker
Indrukken
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
55
Goede resultaten met autofocus
Optimaal resultaat met automatische scherpstelling
De automatische scherpstelling werkt het best als:
er contrast is tussen het onderwerp en de achtergrond. Het resultaat kan
bijvoorbeeld tegenvallen als het onderwerp dezelfde kleur heeft als de ach-
tergrond;
•het onderwerp gelijkmatig verlicht is.
De automatische scherpstelling werkt niet goed als:
er tegelijkertijd kan worden scherpgesteld op twee of meer voorwerpen op
verschillende afstanden van het objectief. Het resultaat kan bijvoorbeeld
tegenvallen als u een voorwerp in een kooi fotografeert, aangezien de tra-
lies van de kooi zich dichter bij de camera bevinden dan het hoofdonderwerp
en zowel de tralies als het hoofdonderwerp zich in het AF-veld middenin
het beeld bevinden;
het onderwerp erg donker is (het onderwerp dient echter ook niet teveel
lichter dan de achtergrond te zijn);
het onderwerp zich snel verplaatst.
Als de camera niet automatisch kan scherpstellen, dan knippert het groene
lampje naast de zoeker wanneer de ontspanknop half is ingedrukt. Gebruik
de scherpstelvergrendeling (
56) om op een ander onderwerp op dezelfde
afstand scherp te stellen, of meet of schat de afstand en stel die met de hand
in (scherpstellen 80).
Maak in deze gevallen gebruik van scherpstelvergrendeling ( 56) of hand-
matige scherpstelling ( 80).
Macro Close-Up
Hoewel de flitser bij macro close-up wel kan worden gebruikt, kunnen voorwerpen
op 30 cm of minder van het objectief mogelijk niet volledig worden verlicht. Maak
een testopname en controleer het resultaat in de monitor of zoeker.
Als het objectief is uitgezoomd naar of voorbij de middelste optische zoomstand,
wordt het pictogram ( ) (macro close-up) in de monitor geel. Dit betekent dat
er dichtbij-opnamen kunnen worden gemaakt tot op 3 cm van het objectief. Om
vertekening bij het fotograferen van platte objecten als gedrukte tekst of visite-
kaartjes te minimaliseren, is het echter beter in te zoomen en de opnameafstand
te variëren totdat u een afstand bereikt waarop kan worden scherpgesteld.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
56
Scherpstelvergrendeling: autofocus vergrendelen
Soms bevindt het onderwerp zich niet in het midden van het beeld of is het
resultaat van de automatische scherpstelling niet bevredigend ( 55). In dat
geval stelt de camera bij het half indrukken van de ontspanknop niet scherp
zoals verwacht en is het onderwerp soms onscherp. Met behulp van scherp-
stelvergrendeling kunt u de beeldcompositie aanpassen nadat u op het hoofd-
onderwerp hebt scherpgesteld.
1
Stel scherp
Zorg dat het onderwerp in het mid-
den van de monitor of zoeker staat en
druk de ontspanknop half in.
2
Controleer de autofocusindicatie
Als het voorwerp scherp in beeld is, verschijnt
de autofocusindicatie in de monitor of zoeker.
De scherpstelling blijft vergrendeld zolang u de
ontspanknop half ingedrukt houdt.
3
Maak een nieuwe beeldcompositie en maak de foto
Bepaal de beeldcompositie opnieuw
terwijl u de ontspanknop half inge-
drukt houdt. Druk de ontspanknop
volledig in om de foto te maken.
Zorg ervoor dat de opnameafstand
gelijk blijft zolang de scherpstelling is
vergrendeld. Als het onderwerp zich verplaatst, dient u de ontspanknop kort
los te laten en opnieuw scherp te stellen.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
57
Scherpstelling en belichting vergrendelen met de knop
Standaard worden bij indrukken van de AE/AF knop als de camera is
scherpgesteld zowel de scherpstelling als de belichting vergrendeld. Met de
optie Controls: AE-L, AF-L van het SET-UP menu ( 131) ckunt u instellen
dat na het indrukken van de AE/AF knop alleen de scherpstelling of al-
leen de belichting wordt vergrendeld. Als de knop is ingesteld op alleen verg-
rendeling van de scherpstelling, kunt u de belichting aanpassen zonder opnieuw
te hoeven scherpstellen. Als de knop is ingesteld op alleen vergrendeling van
de belichting, kunt u opnieuw scherpstellen zonder de belichting te hoeven
aanpassen. U kunt de resultaten verbeteren door handmatig het centrale
scherpstelveld ( 112) te selecteren en de lichtmeetmethode in te stellen op
spotmeting of centrumgerichte meting ( 103).
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
58
Uitgestelde opname: zelfontspanner
Bij gebruik van de zelfontspanner wordt de opname pas 10 of 3 seconden na
het indrukken van de ontspanknop gemaakt. De vertraging van 3 seconden
kan worden gebruikt om te voorkomen dat foto's onscherp worden door
bewegen van de camera als gevolg van het indrukken van de ontspanknop.
Deze functie is met name handig bij het maken van foto's bij weinig licht of
close-ups zonder flitser. De vertraging van 10 seconden wordt meestal gebruikt
voor foto's waar de fotograaf zelf op wil staan: na het indrukken van de
ontspanknop heeft deze de gelegenheid om zich voor de camera op te stel-
len.
U gebruikt de zelfontspanner als volgt:
1
Stel de camera op
Plaats de camera bij voorkeur op een statief of op een plat, stabiel opper-
vlak.
2
Kies een zelfontspannerstand
Druk een aantal keren op de
knop totdat het pictogram ( )
(zelfontspanner) in de monitor verschijnt. Het pictogram ( ) (macro close-
up) wordt eveneens weergegeven om aan te geven dat u macro close-up
opnamen kunt maken.
Pictogrammen
zelfontspanner en
scherpstelmethode
worden weergeven
in monitor of zoeker
en display
Indrukken
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
59
Timer in de monitor of
zoeker telt seconden af
tot foto wordt genomen
Volledig indrukken
3
Bepaal de compositie en stel scherp
Pas de camera-instellingen aan, bepaal de beeldcompositie en druk de
ontspanknop half in om scherp te stellen.
4
Start de zelfontspanner
Druk de ontspanknop volledig in om de
zelfontspanner te activeren. Druk de ontspan-
knop eenmaal in voor een vertraging van 10
seconden, tweemaal voor een vertraging van 3
seconden. Om de zelfontspanner uit te zetten,
dient u de ontspanknop een derde keer in te
drukken.
Het zelfontspannerlampje onder de ontspan-
knop gaat knipperen en er klinkt een piep-
signaal wanneer u de ontspanknop indrukt.
Het lampje blijft knipperen tot één seconde
voordat de foto wordt genomen. De laatste
seconde blijft het zelfontspannerlampje continu
branden als waarschuwing dat de sluiter op het
punt staat te worden ontspannen.
60
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
Uitsnede bepalen: optische en digitale zoom
De COOLPIX5700 biedt twee soorten zoom: optische zoom, waarbij het ob-
jectief van de camera het onderwerp tot een factor 8 kan vergroten, en digi-
tale zoom, waarbij digitale bewerking wordt toegepast om het beelden ver-
der te vergroten met een factor van maximaal 4×. Het totale zoombereik is dus
32×.
Optische zoom
De beelduitsnede kan in de monitor of zoeker worden bepaald met behulp van
de zoomknop.
Druk op
om uit
te zoomen
Druk op
om in
te zoomen
Zoomstand wordt tijdens
het indrukken van de
zoomknop in de monitor
of zoeker weergegeven
Digitale zoom
Wanneer u bij maximale optische zoom de knop twee seconden ingedrukt
houdt, wordt de digitale zoom geactiveerd.
Zoomstand wordt in
de monitor of zoeker
weergegeven
Maximale optische zoom
2 sec.
indrukken
Als de digitale zoom actief is, neemt de zoomfactor door het indrukken van
de knop toe tot een maximum van 4×. Door het indrukken van neemt
de zoomfactor af. Om de digitale zoom op te heffen, dient u op te druk-
ken tot de aanduiding voor de zoomstand niet meer wordt weergegeven.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
61
Beperkingen van digitale zoom
Digitale zoom kan niet worden gebruikt als:
• de beeldkwaliteit is ingesteld op RAW of HI ( 49)
Black&White (zwart-wit) is geselecteerd in het Saturation Control sub-
menu ( 108)
Multi-Shot 16 or Ultra HS zijn geselecteerd in het Continuous sub-menu
( 104)
Off is geselecteerd bij Zoom Options: Digital Tele Tele in het SET-UP
menu voor instelset 1, 2 en 3 ( 131)
Wide Adapter geselecteerd in het Lens submenu ( 109)
Als Movie is geselecteerd in het Continuous menu ( 104). is de maxi-
male waarde voor digitale zoom 2×.
Optische en digitale zoom vergeleken
IBij digitale zoom worden de gegevens die door de beeldchip zijn geregistreerd,
digitaal bewerkt, waarbij het centrale deel van het beeld wordt uitvergroot tot
dit schermvullend is. In tegenstelling tot bij optische zoom, wordt het beeld
bij digitale zoom niet gedetailleerder. De details die bij maximale optische zoom
zichtbaar zijn worden slechts uitvergroot, waarbij een enigszins “korrelig” beeld
ontstaat.
Bij digitale zoom maakt de camera gebruik van het centrale scherpstelveld en
centrumgerichte belichtingsmeting.
62
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
Extra licht op uw onderwerp: de knop
Met de knop stelt u de flitsmethode in.
De instelling van de flitsmethode verandert in de onderstaande volgorde.
Druk op om een
andere flitsmethode in
te stellen.
1
F5.6
F5.6
2
Druk net zo vaak op totdat de gewenste
instelling in de monitor of zoeker en display
wordt weergeven. Bij de instelling Auto verschijnt
er geen pictogram in de monitor of zoeker.
Auto Flitser uit
Auto met rode-
ogenreductie
Altijd flitsen
(invulflits)
Flits/
lange tijd
Klap de ingebouwde Speedlight-flitser in wanneer u deze niet gebruikt om bescha-
diging te voorkomen.
Handmatige bediening van de ingebouwde flitser
De Speedlight-flitser kan worden uitgeklapt door op de knop te drukken als
de optie Speedlight Opt.: Pop Up in het SET-UP menu is ingesteld op Manual
(
136). De flitser gaat dan bij het maken van een foto altijd af.
Bij handmatige bediening verandert de instelling van de flitsmethode in de onder-
staande volgorde.
Rode-ogenreductie
met
altijd flitsen
Altijd flitsen met
flits/lange tijd
Altijd flitsen
(invulflits)
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
63
Flitsme-
thode
Display Monitor Omschrijving
Automatisch flitsen in combinatie met een
lange sluitertijd. Te gebruiken om zowel
onderwerp als achtergrond 's nachts of bij
gedimd licht vast te leggen. Gebruik van
statief aanbevolen om onscherpe foto's te
voorkomen.
Flits/
lange tijd
Flitser gaat bij elke foto af. Te gebruiken bij
opnamen met tegenlicht om schaduwen te
belichten (“invullen”).
Altijd
flitsen
(invulflits)
Als bij Auto, maar met een voorflits voor-
afgaand aan de hoofdflits om het storen-
de rode-ogeneffect te verminderen. Voor
portretten (werkt het best als onderwerpen
zich ruim binnen het flitsbereik bevinden en
recht naar de camera kijken). Door de ver-
traging na het indrukken van de ontspan-
knop wordt rode-ogenreductie niet aanbe-
volen voor onderwerpen die zich onvoor-
spelbaar bewegen of voor andere situaties
waarin snel reageren belangrijk is.
Auto met
rode-
ogenre-
ductie
Flitser uit
Flitser gaat niet af, zelfs niet bij te weinig
licht.
Bij te weinig licht klapt de flitser automatisch
uit als de ontspanknop half wordt ingedrukt.
De flits gaat af op het moment dat de foto
wordt gemaakt. Als er voldoende licht is,
gaat de flitser niet af.
Auto NO ICON
De volgende instellingen zijn mogelijk:
64
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
Voorkom blokkering van de ingebouwde flitser
Standaard is de flitsmethode ingesteld op Auto ( 136). Indien voor een
correcte belichting extra licht is vereist, klapt de ingebouwde flitser automa-
tisch uit zodra u de ontspanknop half indrukt . Om de lichtgevoelige cel te
kunnen gebruiken voor het bepalen van de juiste belichting, klapt de inge-
bouwde flitser ook uit als er een externe flitser is aange-
sloten ( 138). Wanneer uw vinger of een ander voor-
werp de ingebouwde flitser blokkeert waardoor deze niet
kan uitklappen als de ontspanknop half wordt ingedrukt,
zal noch de ingebouwde flitser, noch een eventuele ex-
terne flitser, afgaan en verschijnt er een bericht in de monitor.
Let erop dat uw vingers of andere voorwerpen het flitsvenster of lichtgevoelige
cel niet bedekken wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt.
Rode-ogenreductie
Let erop dat bij het maken van foto’s met de flitser die is
ingesteld op rode-ogenreductie, uw vingers het lampje voor
de rode-ogenreductie niet bedekken.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
65
Als er weinig licht is
Als er weinig licht is en de flitser uit staat ( ) of op flitsen met lange sluiter-
tijden is ingesteld ( ), kunnen foto’s door de lange sluitertijd onscherp
worden. Bij sluitertijden korter dan
1
/
30
seconde, wordt gebruik van een statief
aanbevolen. Bij sluitertijden van
1
/
4
seconde of trager wordt de sluitertijd-
aanduiding in de monitor of zoeker geel. Dit geeft aan dat er bij deze sluiter-
tijden in de donkerdere delen van de foto beeldruis kan optreden. Activeer de
ruisonderdrukking om de ruis te verminderen ( 117).
Houd er rekening mee dat de ingebouwde flitser automatisch wordt uitgescha-
keld als Autofocus is ingesteld op oneindig ( 54).De flitser wordt in de vol-
gende gevallen ook uitgeschakeld: BSS is ingeschakeld ( 106), in het
Continuous submenu is een andere optie dan Single geselecteerd ( 104),
in het Lens submenu is een andere optie dan Normal geselecteerd ( 109),
de optie AE Lock in het Exposure Options submenu is ingesteld op On (
110), de Noise Reduction is ingesteld op Clear Image Mode ( 117).
Batterij bijna leeg
Als de monitor in gebruik is en de flitser afgaat terwijl in de monitor ( ) en
de display de aanduiding ( ) (batterij bijna leeg) wordt weergegeven, ver-
dwijnt het monitorbeeld als de flitser na gebruik opnieuw wordt opgeladen.
Is de zoeker in gebruik, dan blijft deze tijdens het opladen wel actief.
Aanduiding Flitser gereed
Wordt de ontspanknop half ingedrukt terwijl de
flitser nog aan het opladen is, dan knippert de flits-
gereedaanduiding op de monitor of in zoeker. Haal
uw vinger kort van de ontspanknop en probeer het
opnieuw.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
66
Lichte, donkere en hoogcontrast-onderwerpen: de knop
Met de knop (belichtingscorrectie) is kunt u een andere belichtingswaarde
instellen dan de waarde die de camera automatisch bepaalt. Zo kunt u foto’s
donkerder of lichter maken.
Stel de belichtingscorrectie in door aan de instelschijf te draaien terwijl u de
knop ingedrukt houdt. De belichtingscorrectie kan in stappen van
1
/
3
LW
(lichtwaarden) worden ingesteld op waarden tussen – 2,0 LW (onderbelichting)
en + 2,0 LW (overbelichting). Bij andere waarden dan ±0.0 wordt in de display
en de monitor of zoeker het pictogram weergeven. In de monitor of zoe-
ker wordt daarnaast de waarde voor de belichtingscorrectie weergegeven.
In instelset 1, 2 en 3 kunt u de belichtingscorrectie ongedaan maken door de
waarde in te stellen op ±0.0. In instelset A wordt de belichtingscorrectie auto-
matisch ongedaan gemaakt als de camera wordt uitgeschakeld.
Een belichtingscorrectiewaarde kiezen
De camera kan een te lage belichtingswaarde kiezen als grote delen van het
beeld bijzonder licht zijn (bijvoorbeeld water-, zand- of sneeuwpartijen in de
volle zon) of als de achtergrond aanzienlijk lichter is dan het onderwerp. Kies
een positieve belichtingscorrectiewaarde als het beeld in de monitor te don-
ker is. Anderzijds kan de camera een te hoge belichtingswaarde kiezen als grote
delen van het beeld bijzonder donker zijn (bijvoorbeeld bij het fotograferen van
een bos met donker gebladerte) of als de achtergrond aanzienlijk donkerder
is dan het onderwerp. Als het beeld in de monitor te licht is, kiest u een nega-
tieve belichtingscorrectiewaarde.
Belichtingscorrectie wordt weergeven
in monitor of zoeker en display
F5.6
F5.6
F5.6
Indrukken en tegelijk aan
instelschijf draaien
+
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (Alle instelsets)
67
Bewaren of wissen: Foto’s bekijken
Na het maken van een foto, verschijnt het symbool
( ) (direct wissen) gedurende een aantal
seconden in de monitor of zoeker terwijl de foto op
de geheugenkaart wordt opgeslagen. In deze pe-
riode kunt u de foto direct wissen.
Druk op de
knop, er verschijnt een dialoogvenster. Druk de multiselector
omhoog of omlaag om een optie te markeren. Druk naar rechts om een optie
te selecteren:
Selecteer No om de afbeelding op de geheugen-
kaart op te slaan.
Selecteer Yes om de foto te wissen.
Foto’s maken: Details— Een instelset kiezen
68
De knop ( 130)
Standaard kan de knop worden gebruikt voor het direct selecteren van
een instelset zonder gebruik te hoeven maken van de menuopties. Druk op
de knop terwijl u aan de instelschijf draait: het nummer van de geselec-
teerde instelset wordt weergeven in het veld voor de sluitertijd/diafragma-
aanduiding zolang u de knop ingedrukt houdt.
Standaard is instelset A ingesteld. Bij deze instelset worden de meeste instel-
lingen automatisch door de camera geregeld. Als u de camera instelt op instel-
set 1, 2 of 3, kunt u de standaardinstellingen naar behoefte aanpassen. In deze
instelsets kunt u de volgende instellingen aanpassen:
Een instelset kiezen
De instellingen voor het Shooting menu worden voor de instelset 1, 2 en 3
afzonderlijk opgeslagen. Als u een bepaalde combinatie van instellingen re-
gelmatig gebruikt, selecteert u instelset 1 en stelt u stelt u deze combinatie in.
De camera legt deze instellingen vast en activeert deze automatisch wanneer
u instelset 1 selecteert. Op dezelfde manier kunt u nog twee favoriete combi-
naties van instellingen opslaan en direct van de ene combinatie naar de an-
dere overschakelen door eenvoudigweg de gewenste instelset te selecteren.
De instellingen voor de volgende menuopties kunt u afzonderlijk in de diverse instel-
sets opslaan. De menusymbolen voor deze instellingen (stap 3, volgende bladzijde)
worden rood weergegeven als de instelling afwijkt van de standaardinstelling.
Instelling
101Witbalans
103Belichtingsmeting
104Continuopname
Instelling
107Beeldcorrectie
108Kleurverzadiging
109Objectief
106Best Shot selectie 114Beeldverscherping
*
Instelling
70Belichtingsmethode
78Gevoeligheid (ISO)
80Handmatig scherpstellen
100
Instellingen Shooting menu
Instelling
*Beeldverscherping wordt apart opgeslagen in elke instelset, ook al wordt het
symbool voor de gekozen instelling niet op de monitor weergegeven.
Foto’s maken: Details— Een instelset kiezen
69
Voer de volgende stappen uit om een instelset te selecteren:
Markeer A, 1, 2 of 3
3
1
Geef de instelsets weer
2
5
Zet de keuzeschakelaar in
(opnamestand). Druk op de knop
voor om het SET-UP of SHOOTING
menu te openen
Maak uw keuze en keer terug
naar het SHOOTING menu
Druk eenmaal of tweemaal op de
knop om het menu te verlaten Be-
halve bij instelset A wordt het num-
mer van de instelset weergegeven in
de monitor of zoeker
4
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
70
In dit hoofdstuk worden instellingen behandeld dier alleen worden gebruikt
wanneer instelset 1, 2 of 3 in de opnamestand ( ) is geselecteerd. Zij zijn een
toevoeging op de instellingen die zijn beschreven in “Camerafuncties gebrui-
ken (alle instelsets)” ( 48).
Sluitertijd en diafragma instellen: Belichtingsmethode
In instelset A stelt de camera de sluitertijd en het diafragma automatisch in.
Bij instelset 1, 2 en 3 kunt u kiezen uit vier belichtingsmethoden waarmee u
zelf de sluitertijd en/of het diafragma kunt bepalen. Stel de belichtingsmethode
in door aan de instelschijf te draaien terwijl u de knop ingedrukt houdt.
De mogelijke instellingen worden weergegeven in de volgorde (programma-
automatiek), (sluitertijdvoorkeuze-automatiek), (diafragmavoorkeuze-
automatiek), (handinstelling). Daarna begint de cyclus opnieuw.
Camerafuncties gebruiken
Instelsets 1, 2, 3
Belichtingsmethode wordt
weergeven in monitor of zoeker
Indrukken en tegelijk aan
instelschijf draaien
+
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
71
De volgende belichtingsmethoden zijn mogelijk:
Programma-
automatiek
Camera bepaalt sluitertijd en
diafragma voor optimale be-
lichting. Het Flexibel program-
ma ( 72) kan worden ge-
bruikt om andere sluitertijd/
diafragmacombinaties te kie-
zen die in een identieke belich-
ting resulteren.
Beste keuze in meeste omstan-
digheden.
Methode Werking Toepassing
Sluitertijd-
voorkeuze-
automatiek
Gebruiker kiest sluitertijd; ca-
mera bepaalt diafragma voor
optimale belichting.
Met korte sluitertijden kan ac-
tie in een momentopname
worden vastgelegd. Met lange
sluitertijden kan snelheid wor-
den gesuggereerd doordat
bewegende onderwerpen in
een waas worden weergege-
ven.
Diafragma-
voorkeuze-
automatiek
Gebruiker kiest diafragma; ca-
mera bepaalt sluitertijd voor
optimale belichting.
Een groot diafragma (lage f/-
waarde) resulteert in een on-
scherpe achtergrond en laat
meer licht door, waardoor een
groter flitsbereik mogelijk is.
Een klein diafragma (hoge f/-
waarde) resulteert in meer
scherptediepte, waardoor on-
derwerp- en achtergrond bei-
de scherp kunnen zijn.
Handmatig
Gebruiker kiest zowel sluiterti-
jd als diafragma.
Als u de belichting volledig zelf
wilt regelen.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
72
Programma-automatiek
Bij de belichtingsmethode Programma-automatiek past de camera automatisch
de sluitertijd en het diafragma aan de beschikbare hoeveelheid licht aan. Aan-
passing van de belichting is mogelijk met behulp van het Flexibel programma
(zie hieronder), belichtingscorrectie ( 66) of belichtings-bracketing ( 115).
Flexibel programma gebruiken
Bij instelset 1, 2 of 3 kunt u, als de camera is ingesteld op programma-auto-
matiek, Flexibel programma gebruiken voor het kiezen van verschillende com-
binaties van sluitertijd en diafragma die in een identieke belichting resulteren.
Om Flexibel programma te gebruiken, dient u de camera in te stellen op
programma-automatiek. Draai vervolgens aan de instelschijf tot de gewenste
combinatie van sluitertijd en diafragma in de monitor of zoeker wordt weer-
gegeven. In de display verschijnt standaard de sluitertijd, maar eventueel kan
ook het diafragma worden weergegeven. Met de knop schakelt u tussen
weergave van de sluitertijd en het diafragma.
Een asterisk (*) verschijnt naast de aanduiding voor de belichtingsmethode in
de display en de monitor of zoeker om aan te geven dat Flexibel programma
actief is.
De standaardwaarden voor sluitertijd en diafragma kunnen worden hersteld
door aan de instelschijf te draaien tot de asterisk (*) niet meer naast de aan-
duiding voor de belichtingsmethode wordt weergegeven. De standaard-
waarden worden eveneens hersteld als u een andere instelset selecteert, de
keuzeschakelaar op (weergavestand) zet, een andere belichtingsmethode
selecteert of de camera uitschakelt.
F5.6
F5.6
F5.6
F8.0
F8.0
F8.0
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
73
Shutter-Priority Auto
Bij de belichtingsmethode Sluitertijdvoorkeuze-automatiek regelt u de sluitertijd door
aan de instelschijf te draaien. De in te stellen waarden lopen van
1
/
8
tot
1
/
4000
sec. in
tussenstappen van 1 LW.
Om de sluitertijd aan te passen, dient u de camera in te stellen op sluitertijdvoorkeuze-au-
tomatiek
. Draai vervolgens aan de instelschijf tot u de gewenste waarde hebt ingesteld.
Sluitertijd wordt weergeven in
monitor of zoeker
Korte sluitertijden
Bij sluitertijden van
1
/
4000
seconde, is het bereik van de mogelijke diafragmawaarden
beperkt. Bij maximale groothoek ligt het diafragmabereik van het objectief tussen
de f/5.0 en f/8.0; bij minimale beeldhoek (teleopname) is de diafragmawaarde f/7.4.
Beperkingen sluitertijd
Bij de instellingen Ultra HS en Movie voor continuopname Continuous (
104),maakt de camera een vast aantal opnamen per seconde. De sluitertijd kan
in dat geval niet worden ingesteld op tijden die onder de beeldfrequentie lig-
gen (respectievelijk
1
/
30
s en
1
/
15
sec.).
Als bij de instellingen
en de geselecteerde waarden voor sluitertijd en
diafragma tot gevolg zouden hebben dat de foto onder- of overbelicht
wordt, dan gaan de aanduidingen voor sluitertijd en diafragma in de display
en de monitor of zoeker knipperen wanneer u de ontspanknop half indrukt.
Kies een andere instelling en probeer het opnieuw.
Bij sluitertijden van
1
/
4
seconde of trager wordt de sluitertijdaanduiding in
de monitor of zoeker geel. Dit geeft aan dat er bij deze sluitertijden in de
uiteindelijke foto beeldruis kan optreden. Kies een snellere sluitertijd of
activeer de ruisonderdrukking (
117).
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
74
Diafragmavoorkeuze-automatiek
Bij de belichtingsmethode Diafragmavoorkeuze-automatiek regelt u het dia-
fragma door aan de instelschijf te draaien. Voor een optimale belichting past
de camera automatisch de sluitertijd aan in een bereik van
1
/
8
tot –
1
/
4000
sec. Het
diafragma varieert in tussenstappen van
1
/
3
LW.
Diafragma en zoom
De maximale en de minimale waarden voor het diafragma zijn de maximale
en minimale waarden voor het cameraobjectief, aangepast voor de huidige
zoominstelling. Hogere f/-waarden (kleinere diafragma's) kunnen worden
bereikt door in te zoomen, lagere f/-waarden (grotere diafragma's) door de
camera uit te zoomen. Als Off (standaardinstelling) is geselecteerd bij de op-
tie Fixed Aperture in het Zoom Options menu (toegankelijk vanuit het SET-
UP menu – 131), zal het diafragma bij in- en uitzoomen veranderen. Kiest
u bijvoorbeeld de op één na hoogste diafragma-instelling met de camera vol-
ledig uitgezoomd, dan zal de camera de f/-waarde aanpassen om het diafragma
op de op één na hoogste instelling voor de huidige zoompositie vast te hou-
den als u inzoomt.
Diafragmawaarde wordt
weergeven in monitor of
zoeker
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
75
Handmatig
Bij de belichtingsmethode Handmatig bepaalt u sluitertijd en diafragma zelf.
De sluitertijd kan worden ingesteld binnen een bereik van
1
/
8
tot –
1
/
4000
sec. in
tussenstappen van 1 LW. Het is ook mogelijk de sluiter voor onbepaalde tijd
open te houden voor een belichtingstijd tot maximaal vijf minuten (BULB). Het
diafragma kan worden aangepast in tussenstappen van
1
/
3
LW.
1
Stel de belichtingsmethode in op (handmatig) en haal uw vinger van de
knop.
2
Druk nogmaals op de knop om de
sluitertijd of het diafragma te kiezen. De
geselecteerde functie verschijnt in de
display of wordt groen weergegeven in de
monitor of zoeker. De geselecteerde func-
tie verandert elke keer dat u op de knop drukt.
3
Draai aan de instelschijf om de geselecteerde functie (dia-
fragma of sluitertijd) op de gewenste waarde in te stellen.
Hoe sterk de opname bij een bepaalde instelling wordt
onder- of overbelicht, is te zien in de display en in het veld
voor de belichtingsaanduiding in de monitor of zoeker.
4
Herhaal stap 2 en 3 om de waarde voor de andere functie (sluitertijd of
diafragma) in te stellen.
Display geeft waarde weer in LW's (afgerond op dichtstbijzijnde LW). Waarde
wordt gedurende 8 sec weergegeven en daarna vervangen door de aandui-
ding voor het aantal opnamen. Bij eventuele onder- of overbelichting van
meer dan 9LW, verschijnt in de display knipperend –9 (onderbelichting) of
+9 (overbelichting). De belichtingsaanduiding in de monitor of zoeker geeft
waarden weer van –2 tot +2, met tussenstappen van
1
/
3
LW.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
76
Lange belichtingstijden (BULB)
Als de belichtingsmethode is ingesteld op
handmatig en Continuous (continuopname)
is ingesteld op Single ( 104), kan de sluiter-
tijd worden ingesteld op BULB voor lange
belichtingstijden tot maximaal vijf minuten.
Controleer of de sluitertijd is geselecteerd in de sluitertijd/diafragma-aandui-
ding van de display en de monitor of zoeker en draai vervolgens aan de instel-
schijf totdat in de display
verschijnt (in de monitor of zoeker wordt BULB
weergegeven).
Bij deze instelling blijft de sluiter geopend zolang de
ontspanknop wordt ingedrukt, tot een maximum
van 1 minuut (stel voor tijden tot maximaal vijf mi-
nuten de optie Exposure Options: Maximum
Bulb Duration in het SHOOTING menu in op 5 min;
110). Om onscherpe opnamen als gevolg van
bewegen van de camera te voorkomen, verdient het
de voorkeur gebruik te maken van een statief en een
afstandsbedieningskabel als de optioneel verkrijgbare MC-EU1. Daarnaast
verdient het aanbeveling de ruisonderdrukking te activeren om de beeldruis
te verminderen ( 117).
De multiselector
De functie die niet in de sluitertijd/diafragma-aanduiding van de display of de
monitor is geselecteerd, kan worden aangepast door de multiselector naar links
of rechts te duwen terwijl u de knop ingedrukt houdt. Als de diafragma-
waarde groen wordt weergegeven in de monitor of zoeker, kan de multiselector
worden gebruikt om de sluitertijd in te stellen, en omgekeerd.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
77
Films maken: Filmen
Met de COOLPIX5700 kunt u films met een maximale lengte van 60 seconde
opnemen bij een frequentie van 15 beelden per seconde en een beeldformaat
van 320×240 pixels (QVGA). Voor de opname van het geluid beschikt de ca-
mera over een ingebouwde microfoon.
1
Selecteer Continuous: Movie in het SHOOTING menu (
104).
3
Druk de ontspanknop volledig in om het opnemen te beëindigen.
Het opnemen stopt automatisch na 60 seconden of als er geen
geheugenruimte meer op de geheugenkaart vrij is. De film
wordt opgeslagen als een QuickTime-filmbestand met de
extensie .MOV. Zie voor informatie over het afspelen van de film
Films afspelen
( 90)
.
2
Druk de ontspanknop volledig in
om met opnemen te beginnen.
Als de monitor is omgedraaid en in
dezelfde richting als het objectief
wijst, wordt het beeld in de monitor
in spiegelbeeld weergegeven. De
aanduiding voor het resterend aan-
tal beelden geeft de resterende film-
lengte aan.
Filmen
Digitale zoom
( 61)
maximaal 2×.
Ingebouwde flitser kan niet worden gebruikt.
Als de monitor is omgedraaid en in dezelfde richting als het objectief wijst,
wordt het beeld in de monitor in spiegelbeeld weergegeven. Afspelen vindt
eveneens in spiegelbeeld plaats.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
78
Hogere lichtgevoeligheid: Gevoeligheid (ISO-equivalent)
Wat is gevoeligheid?
Gevoeligheid is een maatstaf voor de wijze waarop de camera op licht reageert.
Hoe hoger de lichtgevoeligheid, des te minder licht er nodig is voor een goede
belichting, waardoor voor een identieke belichting met kortere sluitertijden of
kleinere diafragmawaarden kan worden volstaan. Bij een digitale fotocamera
is hogere gevoeligheid vergelijkbaar met het gebruik van een film met een hoge
lichtgevoeligheid bij een traditionele fotocamera: hogere gevoeligheden ma-
ken kortere sluitertijden mogelijk, maar brengt meer beeldruis (de elektroni-
sche tegenhanger van de korrel van de film) met zich mee.
Gevoeligheid aanpassen
In instelset A stelt de camera de gevoeligheid automatisch in op basis van de
lichtomstandigheden. Bij instelset 1, 2 en 3 kunt u uit vier mogelijke
gevoeligheidswaarden een vaste waarde kiezen. Stel de gevoeligheid in door
aan de instelschijf te draaien terwijl u de ISO ( ) knop ingedrukt houdt. De
mogelijke instellingen worden weergegeven in de volgorde Auto, 800, 400,
200 en 100. Daarna begint de cyclus opnieuw.
Beeldruis
Bij sluitertijden van
1
/
30
seconde of trager kan in de uiteindelijke foto beeldruis
optreden. Kies een snellere sluitertijd of activeer de ruisonderdrukking ( 117).
De gevoeligheid wordt weergeven in de
display en monitor of zoeker. Na het loslaten
van de ISO-knop verschijnt bij instellingen
boven de 100 het ISO symbool in de display.
Bij de instelling AUTO wordt in de monitor of
zoeker de aanduiding AUTO weergegeven
zolang de ISO-knop ingedrukt blijft; bij instel-
lingen boven de 100 verschijnt daarna het ISO-
symbool.
Indrukken en tegelijk aan
instelschijf draaien
+
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
79
De volgende instellingen zijn mogelijk:
Gebruik van de flitser
De instelling 800 is bedoeld voor gebruik bij natuurlijk licht. Gebruik voor flits-
opnamen de instelling AUTO of een vaste waarde van 400 of lager.
Belichtingsmethode
AIs bij gebruik van sluitertijdvoorkeuze of handmatige belichtingsregeling de
gevoeligheid is ingesteld op AUTO, dan wordt de gevoeligheid vast ingesteld
op ISO 100 en wordt deze niet aan de lichtomstandigheden aangepast.
AUTO
Gelijk aan ISO-instelling 100 onder normale omstandigheden;
bij weinig licht verhoogt de camera ter compensatie echter
automatisch de gevoeligheid (tot max. ISO 400). Als de gevoe-
ligheid wordt verhoogd tot een waarde boven ISO 100, ver-
schijnt het ISO-symbool in de display en de monitor of zoeker.
400 Ongeveer gelijkwaardig aan ISO 400.
100
Ongeveer gelijkwaardig aan ISO 100; voor alle situaties be-
halve wanneer er weinig licht is of hogere sluitertijden zijn
vereist. Bij hogere instellingen kan beeldruis ontstaan.
200 Ongeveer gelijkwaardig aan ISO 200.
800
Ongeveer gelijkwaardig aan ISO 800. De waarde verschijnt in
rood in de monitor of zoeker om aan te geven dat foto’s die
met deze instelling worden gemaakt doorgaans een aanzien-
lijke hoeveelheid beeldruis vertonen. Alleen te gebruiken om
bij weinig licht met het natuurlijke licht te werken of als kor-
te sluitertijden zijn vereist. Schakel beeldverscherping ( 114)
uit om versterking van het beeldruiseffect te voorkomen.
Instelling Toepassing
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
80
Handmatig scherpstellen
Bij instelset 1, 2 en 3 kan in plaats van autofocus handmatige scherpstelling
( 80) worden gebruikt in situaties waarin het gewenste resultaat met auto-
matische scherpstelling niet kan worden gerealiseerd. Zo stelt u handmatig
scherp:
1
Activeer handmatige scherpstelling
Houd de MF knop ingedrukt en draai aan de instelschijf tot de aan-
duiding voor handmatige scherpstelling in de display en de monitor of zoeker
wordt weergegeven.
2
Stel scherp
Houd de MF knop (
) ingedrukt en draai aan de instelschijf. Blijf draaien
tot het onderwerp in de monitor of zoeker scherp in beeld is. De camera
kan scherpstellen van macro close-up (ongeveer 3 cm vanaf het objectief)
tot oneindig. Als u na het scherpstellen de zoom gebruikt, dient u opnieuw
op het onderwerp scherp te stellen.
3
Maak de foto
Druk de ontspanknop volledig in om de foto te maken.
De handmatige scherpstelling kan worden uitgeschakeld door de MF knop
( ) in te drukken en een nieuwe scherpstelmethode te kiezen.
Indrukken en tegelijk aan
instelschijf draaien
+
Na het loslaten van de MF knop
( ), geeft het symbool in de
display en de monitor of zoeker aan
dat handmatig scherpstellen is geac-
tiveerd.
Foto’s maken: Details— Camerafuncties gebruiken (instelset 1, 2, 3)
81
Close-ups en optische zoom
Bij korte opnameafstanden kan het voorkomen dat de camera in bepaalde
zoomstanden niet goed kan scherpstellen. In dat geval wordt de opname-
afstand in de monitor of zoeker rood weergegeven. Zoom de camera in of uit
totdat de opnameafstand niet langer in rood wordt weergegeven.
Gebruik van de zelfontspanner
Controleer bij gebruik van de zelfontspanner of de zelfontspanner is geselec-
teerd ( 58) voordat u een afstand instelt. Door het instellen van een andere
scherpstelmethode wordt de handmatig ingestelde afstand namelijk opgehe-
ven.
Bevestiging scherpstellen
Door de optie Focus Confirmation in het SHOOTING menu in te stellen op
MF of On ( 113) worden de schepstelvelden in de monitor of zoeker scherp
omkadert, wat het scherpstellen vereenvoudigt.
82
83
Zet de keuzeschakelaar op om uw foto’s te be-
kijken in de weergavestand.
Uw foto’s
bekijken
Details
Uw foto’s bekijken : Details
84
Schermvullende weergave
Bij schermvullende weergave zijn de volgende op-
ties beschikbaar:
Zet de keuzeschakelaar op om de weergavestand
te activeren. De laatst genomen foto wordt in de mo-
nitor weergegeven. In de weergavestand zijn de vol-
gende opties beschikbaar:
Beeldover-
zicht
bekijken
( )
Druk op de ( ) knop om de thumbnails van max.
negen foto’s tegelijk weer te geven (
86).
Film afspe-
len
Druk op een film af te spelen ( 90).
Huidige
foto wis-
sen
Er verschijnt een dialoogvenster. Druk de multiselector
omhoog of omlaag om een optie te markeren. Druk naar
rechts om de optie te selecteren:
Selecteer No om terug te ke-
ren naar schermvullende
weergave zonder de foto te
wissen
Selecteer Yes m de foto te
wissen
Andere
foto’s
bekijken
Druk de multiselector omhoog of naar links om foto’s te
bekijken die vóór de huidige foto zijn gemaakt. Druk de
multiselector omlaag of naar rechts om foto's te bekijken
die na de huidige foto zijn gemaakt. Houd de multiselec-
tor ingedrukt om snel naar het gewenste afbeeldings-
nummer te gaan en de tussenliggende foto’s over te slaan.
Actie Gebruik Omschrijving
Uw foto’s bekijken : Details
85
Op foto
inzoomen
( )
Druk op ( ) om de huidige foto vergroot weer te
geven (max. 6,0×) (
87).
Actie Gebruik Omschrijving
Converteren van beeldkwaliteit RAW naar HI
Bij het converteren van beeldkwaliteit RAW naar HI krijgt het geconverteerde beeld-
bestand een nieuwe naam en zal de extensie .NEF worden vervangen door .TIF. Zorg
ervoor dat er genoeg geheugen op de geheugenkaart beschikbaar is om het nieuwe
HI-bestand op te slaan voordat u de foto converteert. Voor een foto met de beeld-
kwaliteit HI is ongeveer 15MB vrije geheugenruimte vereist.
Open het
PLAYBACK
menu
Druk op de knop voor weergave van het PLAY BACK
menu
Foto-informa-
tie weergeven
Draai aan de instelschijf om aanvullende informatie over
de huidige foto te bekijken (
88).
Beeldkwa-
liteit van
RAW naar
HI conver-
teren
1
Er verschijnt een dialoogvenster. Druk de multiselec-
tor omhoog of omlaag om een optie te markeren.
Druk naar rechts om de optie te selecteren:
Selecteer No om terug te ke-
ren naar schermvullende
weergave zonder de RAW-
afbeelding te converteren.
Selecteer Yes om van RAW
naar HI te converteren. Ga
verder met stap 2.
2
Als u bij stap 1 Yes hebt gekozen, verschijnt er een
dialoogvenster. Druk de multiselector omhoog of
omlaag om een optie te markeren. Druk naar rechts
om de optie te selecteren:
Selecteer No om terug te ke-
ren naar schermvullende
weergave zonder de RAW-
bestandsinformatie te wissen.
Selecteer Yes om de RAW-
bestandsinformatie te wissen.
Uw foto’s bekijken : Details
86
Thumbnail-weergave
Als u bij schermvullende weergave op de ( )
knop drukt, verschijnt er een overzicht van vier
thumbnails. De volgende opties zijn beschikbaar:
Bladeren
Draai aan de instelschijf om thumbnails pagina voor
pagina te bekijken.
Thumb-
nails
markeren
Druk de multiselector omhoog, omlaag, naar links of
naar rechts om een thumbnail te markeren.
Actie Gebruik Omschrijving
Geselec-
teerde
afbeelding
wissen
Er verschijnt een dialoogvenster. Druk de multiselector
omhoog of omlaag om een optie te markeren. Druk
naar rechts om de optie te selecteren:
Selecteer No tom terug te
keren naar Thumbnail-weer-
gave zonder de foto te wis-
sen.
Selecteer Yes om de foto te
wissen en terug te keren naar
Thumbnail-weergave.
Aantal
thumb-
nails
wijzigen
( )/
( )
Druk bij een scherm met vier thumbnails op de
( ) knop om een scherm met negen thumbnails
weer te geven. Druk op ( ) om van een scherm
met negen thumbnails over te schakelen naar een
scherm met vier thumbnails of - bij een scherm met
vier thumbnails - naar schermvullende weergave.
Uw foto’s bekijken : Details
87
Inzoomen: Vergrote weergave
Met de ( ) knop kunt u inzoomen op foto’s die
schermvullend worden weergegeven (niet mogelijk
als in het Continuous menu de optie Ultra HS of
Movie is geselecteerd).
Actie Gebruik Omschrijving
Cancel
(annule-
ren)
Druk op om de zoom op te heffen.
Op foto
inzoomen
( )
Telkens wanneer de knop wordt ingedrukt, wordt de
afbeelding vergroot tot een maximum van 6,0×.
Andere
delen van
de foto
bekijken
Tijdens het inzoomen worden linksboven in de mo-
nitor het pictogramen de zoomstand weergegeven.
Opmerkingen over vergrote weergave
Om andere op de geheugenkaart opgeslagen foto’s te kunnen bekijken, dient
u eerst de zoom op te heffen.
Het vergroot weergeven van foto’s met de beeldkwaliteit RAW of HI kan lan-
ger duren dan gebruikelijk.
Vergrote weergave kan niet worden gebruikt bij het bekijken van films, of van
foto’s die zijn genomen met de instelling Ultra HS.
Uw foto’s bekijken : Details
88
Foto-informatie weergeven
Foto-informatie wordt tegelijk met het beeld op het scherm getoond bij scherm-
vullende weergave. Er zijn vijf pagina's met foto-informatie voor elke opname.
Draai aan de instelschijf om als volgt door de foto-informatie te bladeren:
Pagina 1 Pagina 2 Pagina 3 Pagina 4 Pagina 5 Pagina 1.
1 Datum op-
name
2 Tijd opname
3 Beeldgrootte
4 Beeldkwaliteit
5 Map
6 Bestands-
nummer en -
type
7 Aanduiding
batterij-
capaciteit*
8 Kopiëren
9 Printopdracht
10 Beveiligen
11 Nr. huidige
afbeelding/
totaal aantal
afbeeldingen
in huidige
map
1 Cameratype
2 Firmware-
versie
3 Lichtmeetm
ethode
4 Belichtingsm
thode
5 Sluitertijd
6 Diafragma
7 Belichtingsco
rrectie
8 Brandpunts-
afstand
9 Scherpstelm
ethode
2. Foto-informatie, pagina 1
1. Bestandsgegevens
*Verschijnt alleen als de batterijen leegraken.
Namen beeldbestanden en mappen
Foto’s die zijn genomen met de COOLPIX5700 krijgen een bestandsnaam die
begint met de letters “DSCN” gevolgd door een viercijferig bestandsnummer
van 0001 tot 9999 dat automatisch door de camera wordt toegekend. Elke
bestandsnaam eindigt met een extensie van drie letters: .NEF voor foto’s met
de beeldkwaliteit RAW, .TIF voor foto’s met de beeldkwaliteit HI, .JPG voor
overige foto’s en .MOV voor films. Fotobestanden worden opgeslagen in
mappen die automatisch door de camera worden aangemaakt en een
driecijferig nummer krijgen toegekend.
Uw foto’s bekijken : Details
89
1 Flitsstatus
2 Beeldcorrectie
3 Gevoeligheid
(ISO-equiva-
lent)
4 Witbalans
5 Kleurver
zadiging
3. Foto-informatie, pagina 2
1
Bestands nummer
en -type
2 Brandpun
tsafstand
3 Sluitertijd
4 Diafragma
5 Scherpstel
methode
6
Ruisonder
drukking
7 Scherpstel be-
vestiging (delen
van het beeld
die scherp zijn,
worden met
een rand ge-
markeerd, ac-
tief AF-veld ver-
schijnt in rood)
5. Scherpstelbevestiging
6 Beeldvers
cherping
7 Digitale zoom
8 Conver
terstatus
9 Bestands
grootte
A Thumbnail-weergave (knipperende
rand markeert de helderste delen
van het beeld)
B
Histogram (geeft verdeling van toon-
waarden in foto weer: horizontale as is
de pixel-helderheid, met donkere tin-
ten links en lichte tinten rechts, terwijl
de verticale as het aantal pixels voor
elke helderheid aangeeft)
1
Bestands
nummer en -
type
2
Lichtmeet
methode
3 Sluitertijd
4 Diafragma
5 Belichting
scorrectie
6 Gevoeligheid
4. Belichtingsinformatie
Uw foto’s bekijken : Details
90
Films afspelen
Bij schermvullende weergave wordt het
pictogram linksonder in de display weergegeven als
u een film afspeelt. Met de knop start en on-
derbreekt u het afspelen van de film. Bij het afspe-
len wordt het geluid dat tijdens het filmen is opge-
nomen, afgespeeld via de ingebouwde luidspreker.
Met de zoomknop regelt u het volume.
Actie Gebruik Omschrijving
Afspelen
starten /
hervatte
Als de film is afgelopen, wordt het laatste beeld ge-
durende één seconde weergegeven. Hierna verschijnt
er een stilstaand beeld van de eerste foto.
Afspelen
onderbre-
ken
Als u op drukt, wordt het afspelen onderbroken.
Eén beeld
terug
Als het afspelen is onderbroken, kunt u het vorige
beeld weergeven door de multiselector omhoog of
naar links te drukken.
Eén beeld
vooruit
Als het afspelen is onderbroken, kunt het volgende
beeld weergeven door de multiselector omlaag of
naar rechts te drukken. Na het weergegeven van het
laatste film beeld, beëindigt u het afspelen van de film
en verschijnt het eerste beeld van de film als u de
multiselector omlaag of naar rechts drukt.
Afspeelvo-
lume
instellen
Tijdens het afspelen zet u het volume lager met de
knop en hoger met de knop. Er zijn vier instellin-
gen mogelijk:
•volume uit (
)
zacht (
)
• middel (
)
•luid (
)
91
Overzicht
menuopties
92–96
Menu’s gebruiken
97–99
Het SHOOTING
menu
100–119
Het SET-UP menu
120–144
Het PLAY BACK
menu
145–156
Overzicht menuopties
Hier vindt u een overzicht van alle opties die beschik-
baar zijn in het SHOOTING, PLAY BACK en SET-UP
menu.
Menu’s gebruiken
Hier wordt beschreven hoe u instellingen wijzigt met
behulp van de cameramenu's.
Het SHOOTING menu
Hier wordt beschreven hoe u met behulp van het
SHOOTING menu camera-instellingen aanpast en
uw foto's precies zo maakt als u wilt.
Het SET-UP menu
Uitvoerige beschrijving van de opties die beschikbaar
zijn in het SET-UP menu. Met dit menu kunt u de
basisinstellingen van uw camera aanpassen en di-
verse taken uitvoeren zoals het formatteren van een
geheugenkaart en een map kiezen voor het opslaan
van uw foto's.
Het PLAY BACK menu
Hierin wordt beschreven hoe u uw foto's ordent met
behulp van het PLAY BACK menu.
Menugids
Menugids—Overzicht menuopties
92
USER SETTING
Kies instelset A voor automatisch
"richten en schieten"; kies instelset
1, 2 of 3 om uw eigen instellingen
te maken.
68
WHITE BALANCE
Witbalans afstemmen op de lich-
tbron.
101
METERING
Regelen hoe de camera de belich-
ting instelt.
103
CONTINUOUS
Kiezen of u één foto tegelijkertijd,
een reeks foto’s, een collage of
een film maakt.
104
BEST SHOT SELECTOR
Gebruiken als het risico bestaat
dat foto's wazig worden door
onbedoeld bewegen van de cam-
era.
106
IMAGE ADJUSTMENT
Contrast of helderheid groter of
kleiner maken voor afdrukken of
bewerken.
107
SATURATION CONTROL
Kleur in uw foto's regelen of fo-
to's in zwart-wit maken.
108
Overzicht menuopties
SHOOTING menu
Het SHOOTING menu bevat twee pagina's met geavanceerde opname-opties. Dit menu
is beschikbaar in instelset 1, 2 en 3 in de opnamestand . Het pictogram naast een
menuoptie geeft aan dat de optie met behulp van de instelschijf direct vanuit het hoofd-
menu kan worden gekozen.
Auto
White Bal Preset
Fine
Incandescent
Fluorescent
Cloudy
Speedlight
Matrix
Spot
Center-Weighted
Spot AF Area
Single
Continuous High
Continuous Low
Multi-Shot 16
Ultra HS
Movie
Off
On
Auto
Normal
More Contrast
Less Contrast
Lighten Image
Darken Image
Maximum
Normal
Moderate
Minimum
Black & White
Menugids—Overzicht menuopties
93
LENS
Instellingen kiezen voor optionele
converters.
109
EXPOSURE OPTIONS
Belichting vergrendelen voor een
fotoreeks of tijdslimiet instellen
voor lange belichtingstijden.
110
FOCUS OPTIONS
Opties voor automatisch scherp-
stellen.
112
IMAGE SHARPENING
De contouren in uw foto's scher-
per of minder scherp maken.
114
AUTO BRACKETING
Belichting of witbalans in een fo-
toreeks automatisch variëren.
115
NOISE REDUCTION
Beeldruis onderdrukken in foto's
die u maakt met een lange sluiter-
tijd of een hoge gevoeligheid.
117
RESET ALL
Standaardwaarden voor de huidi-
ge instelset herstellen.
118
Normal
Wide Adapter
Telephoto
AE Lock
Maximum Bulb Duration
Off / On / Reset
1min / 5min
AF Area Mode
Auto-Focus Mode
Focus Confirmation
Auto / Manual / Off
Continuous AF / Single AF
MF / On / Off
Auto
High
Normal
Low
Off
Off
On
WB Bracketing
Off
On
Clear Image Mode
No
Reset
3, ±0.3 / 3, ±0.7
3, ±1.0 / 5, ±0.3
5, ±0.7 / 5, ±1.0
Menugids—Overzicht menuopties
94
CF Card Format
Geheugenkaart formatteren voor gebruik in
de digitale Nikon camera.
Seq. Numbers
Automatische naamgeving van bestanden
instellen.
Auto Off
Opgeven na hoeveel tijd de camera over-
schakelt op de sluimerstand om energie te
sparen.
135
Alle standen
No
Format
134
On
Off
Reset
A,1, 2, 3
133
30 s
1 M
5 M
30 M
Alle standen
Zoom Options
Digitale zoom, zoomsnelheid en
diafragma tijdens zoomen in-
stellen.
131
Digital Tele
Fixed Aperture
Zoom Speed
On / Off
Off / On
High / Low
1, 2, 3
Controls
Standaardinstellingen vastleggen;
functies van
en AE/AF
knop instellen.
129
Memorize
Func.
AE-L. AF-L
/ /Mode/
AE-L&AF-L/AE-L/AF-L
1, 2, 3
Monitor Options
Monitor en fotoweergave in- en
uitschakelen; weergave in moni-
tor regelen.
126
1, 2, 3/
Start-up Display
Review Options
Shutter Release Speed
Folders
Map selecteren voor opslag; map-
pen maken en verwijderen; map
andere naam geven.
121
A,1, 2, 3
New / Re-
name / Delete
Options
NIKON
SET-UP Menu
Welke opties beschikbaar zijn in het SET-UP is afhankelijk van de gebruiksstand en in de
opnamestand ( ) van de geselecteerde instelset.
Brightness
Hue
User Setting /
/
/
White Balance
/
Metering
Menugids—Overzicht menuopties
95
Shutter Sound
Geluidssignalen instellen die de camera
maakt om handelingen te bevestigen zoals
het openen van de sluiter.
Date
Tijd en datum instellen.
info.txt
Informatie over foto’s opslaan als tekstbe-
stand.
Video Mode
Tv-norm kiezen, NTSC of PAL.
Speedlight Options
Opties voor ingebouwde Speed-
light-flitser en externe flitsers.
136
1, 2, 3
140
On
Off
141
Weergave volgorde
van jaar (Year),
maand (Month), dag
(Day) en tijd
141
Off
On
142
NTSC
PAL
Language
Taal kiezen waarin berichten en
menu's van de camera worden
weergegeven.
142
1, 2, 3
/
USB
Kies een USB-protocol in geval de camera
wordt aangesloten op een computer.
143
1, 2, 3
PTP
Mass Storage
De (Duits)
En (Engels)
Fr (Frans)
(Japans)
Es (Spaans)
Speedlight Cntrl
Shot Confirmation
Auto/Int&ExtActive
On / Off
Variable Power –2.0 – +2.0
Pop Up Auto / Manual
WeergavestandInstelset 1,2,3 (2)Instelset 1,2,3 (1)Instelset A
Alle standen
Alle standen
1, 2, 3
/
1, 2, 3
/
Menugids—Overzicht menuopties
96
Delete
Alle of geselecteerde foto's ver-
wijderen; huidige printopdracht
annuleren.
145
Selected Images
All Images
Print Set
Transfer
Hide Image
Foto's verbergen zodat ze tijdens
een diavoorstelling niet worden
getoond.
152
HIDE IMAGE
1 2 3
4 5 6
Folders
Map selecteren voor weergave;
mappen maken en verwijderen;
map andere naam geven.
148
Slide Show
Foto's weergeven in een automa-
tische diavoorstelling.
149
Start
Frame Intvl
Protect
Foto's beveiligen tegen onge-
wenst verwijderen.
151
Foto's selecteren.
Auto Transfer
Foto's markeren die u wilt kopië-
ren naar een computer.
155
PLAY BACK Menu
Het PLAY BACK menu bevat opties voor het beheer van foto’s die op
de geheugenkaart zijn opgeslagen. Dit menu is beschikbaar in de
weergavestand.
2 S/ 3 S/ 5 S/ 10 S
New / Re-
name / Delete
Foto's selecteren.
Selected Pho-
tos
All Photos
Foto's selecteren.
Print Set
Foto's selecteren die u op een
DPOF-compatibel apparaat wilt
afdrukken.
153
Foto's selecteren;
geef aantal afdruk-
ken op.
Info
Date
Options
All Folders
NIKON
(Naam map)
Menugids—Menu's gebruiken
97
In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe u met behulp van de cameramenu's
instellingen wijzigt. Uw camera heeft drie verschillende menu's: het SHOOTING
menu, het PLAY BACK menu en het SET-UP menu. Het SHOOTING menu kan
alleen worden weergegeven als de keuzeschakelaar is ingesteld op de
opnamestand ( ) en instelset 1, 2 of 3 is geselecteerd. Het PLAY BACK menu
kan alleen worden weergegeven als de keuzeschakelaar is ingesteld op de
weergavestand ( ). Het SET-UP menu kan in alle standen en instelsets wor-
den weergegeven. Welke menuopties beschikbaar zijn, is echter afhankelijk
van de stand en de geselecteerde instelset ( 120).
1 Menu weergeven
Menu’s gebruiken
Stel de keuzeschakelaar in op de
opnamestand ( ) of de weergave-
stand ( ).
Druk op de knop om het menu
weer te geven.
Opnamestand: als u werkt met instel-
set A wordt het SET-UP menu weer-
gegeven; als u werkt met instelset 1,2
of 3 wordt het SHOOTING menu
weergegeven.
•Weergavestand: het PLAY BACK
menu wordt weergegeven.
1
.2
1
.1
Foto's maken als de menu's worden weergegeven
Als er in de opnamestand ( ) een menu wordt weergegeven, verdwijnt dit menu
en wordt het beeld dat door het objectief zichtbaar is, weergegeven op het
moment dat u de ontspanknop half indrukt. Druk de ontspanknop volledig in
om een foto te maken. Als u de ontspanknop loslaat, verschijnt het menu weer.
Menugids—Menu's gebruiken
98
Maak een selectie. De gemarkeerde in-
stelling wordt vastgelegd en op het
scherm verschijnt weer het hoofdmenu.
Markeer opties. Als er nog een sub-
menu is, herhaalt u stap 2.2 en 2.3.
2
.3
2
.4
Als het
pictogram wordt weergegeven naast een gemarkeerde menu-
optie in het SHOOTING menu, kunt u deze optie direct met de instelschijf
selecteren. De huidige selectie voor deze menuopties wordt weergegeven
door een symbool in het hoofdmenu.
2 Camera-instellingen aanpassen met behulp van de menu's
U navigeert door de menu's door de multiselector in de richting te drukken
waar u heen wilt gaan.
Markeer de menuoptie
2
.1
Geef de opties weer
2
.2
Draai aan de instelschijf Stop als het symbool voor de gewenste
optie wordt weergegeven.
Menugids—Menu's gebruiken
99
Navigeren door menu's
Ga als volgt te werk om te navigeren door de pagina's van een menu met meer
pagina's of om het SET-UP menu te openen vanuit het SHOOTING en PLAY
BACK menu:
Het hoofdmenu is zichtbaar. Druk de
multiselector naar links om de tab van
het menu te markeren.
1
Druk de multiselector omhoog of om-
laag om de tab van het gewenste
menu te selecteren. Druk de
multiselector vervolgens naar rechts
om het menu te openen.
2
3 Een menu verlaten
U verlaat een menu met de knop.
Als “PAGE 2” linksonder in het menu wordt weergegeven, drukt u eenmaal
op om naar de volgende pagina te gaan. Vervolgens drukt u nogmaals
op de knop om het menu te verlaten en terug te gaan naar de opname- of
weergavestand.
Als “OFF” linksonder in het menu wordt weergegeven, drukt u eenmaal
op om het menu te verlaten en terug te gaan naar de opname- of
weergavestand.
Menugids—Het SHOOTING menu
100
Het SHOOTING menu kan alleen worden geopend in instelset 1, 2 of 3. Zie
pagina ( 68) voor meer informatie over het selecteren van een instelset.
Wijzigingen die u aanbrengt in het SHOOTING menu, worden automatisch
opgeslagen in de geselecteerde instelset. De volgende keer dat deze instelset
wordt geselecteerd, worden daarin opgeslagen instellingen weer geactiveerd.
Het SHOOTING menu bevat twee pagina's met opties. Deze opties worden
beschreven op de volgende pagina's.
Het SHOOTING menu
Instelset 1, 2, 3
68User Setting
101White Balance
103Metering
104Continuous
106Best Shot Selector
107Image Adjustment
108Saturation Control
109Lens
110Exposure Options
112Focus Options
114Image Sharpening
115Auto Bracketing
117Noise Reduction
118Reset All
Menuoptie
Menugids—Het SHOOTING menu
101
Bij andere instellingen dan Auto wordt de ingestelde
witbalans aangegeven door een symbool in de
monitor of zoeker.
Voor zuivere kleuren: White Balance
De witbalans wordt gebruikt om de natuurlijke kleuren te behouden onder ver-
schillende soorten belichting.
Optie Omschrijving
Auto
De witbalans wordt automatisch aangepast aan de lichtom-
standigheden. Beste keuze in de meeste omstandigheden.
White Bal Preset
Een wit voorwerp wordt gebruikt als ijkpunt om de
witbalans onder ongebruikelijke lichtomstandigheden
in te stellen.
Fine
De witbalans wordt afgestemd op direct zonlicht.
Incandescent
Voor foto's binnenshuis bij het licht van gloeilampen.
Fluorescent
Voor foto's binnenshuis bij TL-licht.
Cloudy
Voor foto's buitenshuis bij bewolkt weer.
Speedlight
De witbalans wordt aangepast aan het licht van een
Speedlight-flitser.
In instelset 1, 2 en 3 kunt u een instelling voor de wit-
balans kiezen in het White Balance (Witbalans) menu
(in instelset A wordt de witbalans automatisch inge-
steld).
Met de
knop kunt u de witbalans instellen zonder een menu te openen
( 130).
Menugids—Het SHOOTING menu
102
Voorkeuze witbalans
De optie White Bal Preset (voorkeuze witbalans) is
bestemd voor fotograferen bij gemengd licht (verschil-
lende lichtbronnen) of voor de compensatie van licht-
bronnen met een sterke kleurzweem. Als u (White
Bal Preset) hebt gekozen in het witbalansmenu, dan
zal de camera inzoomen en wordt het rechts afge-
beelde menu weergegeven in de monitor of zoeker.
Optie Omschrijving
Cancel
De meest recent instelling voor witbalansvoorkeuze
wordt opgehaald uit het geheugen en de witbalans
wordt ingesteld op deze waarde.
Measure
Er wordt een nieuwe waarde gemeten voor de witbalans.
Plaats een wit voorwerp, bijvoorbeeld een vel papier, onder
de belichting die voor de definitieve foto zal worden gebruikt.
Neem het voorwerp zo in beeld dat dit het vierkante vak in
het midden van het hierboven afgebeelde menu volledig vult.
Markeer Measure en druk de multiselector naar rechts om
een nieuwe waarde voor de witbalans te meten (de sluiter
gaat open en de camera keert terug in de oorspronkelijke
zoompositie, maar er wordt geen foto gemaakt).
Witbalans fijn afstellen
Bij andere instellingen dan (Auto) en (White Bal Preset)
kunt u de witbalans nauwkeurig regelen door de gewenste
instelling te markeren en aan de instelschijf te draaien om een
aanpassing (
3 tot
+
3) te selecteren uit het submenu. Door
een hogere waarde te kiezen voor de witbalans maakt u de
kleuren koeler (meer blauw), door een lagere waarde te kie-
zen maakt u de kleuren warmer (meer geel of rood). Bij de instelling (Fluorescent)
kunt u in het submenu uit verschillende lamptypen kiezen (zie onderstaande tabel).
Optie Lamptype
FL1 Wit (W)
FL2 Daglicht wit (neutraal [N])
FL3 Daglicht (D)
Menugids—Het SHOOTING menu
103
Lichtmeting: Metering
Bij instelset 1, 2 en 3 kunt u kiezen uit vier methoden
voor lichtmeting. (Bij instelset A wordt matrixmeting
gebruikt).
De volgende opties zijn beschikbaar:
Optie Werking Toepassing
Spot*
Meet alleen het gedeelte dat
wordt aangegeven door een
vierkantje in het midden van de
monitor (
1
/
32
van de totale foto).
Zorgt dat het voorwerp in het mid-
den correct wordt belicht bij elke
soort achtergrondverlichting.
Center-
Weighted*
Optie voor portretten. De belichting
wordt aangepast aan het licht in het
midden van de foto maar de details van
de achtergrond blijven behouden.
Spot AF
Area
De camera meet alleen het
licht in het actieve scherp-
stelveld.
Nuttig als u de spotmeting wilt combi-
neren met een handmatige of automa-
tische selectie van het scherpstelveld (
112) om een voorwerp te meten dat
zich buiten het beeldmidden bevindt.
Meet het licht in het tota-
le beeld, maar het midden
(
1
/
4
van de foto) heeft een
wegingsfactor van 80%.
Matrix
Analyseert 256 sectoren van het
beeld om een optimale belichting
voor de hele foto te realiseren.
Beste keuze in de meeste omstan-
digheden.
Meetveld voor belichting bij spotmeting
Huidige Metering-instelling bekijken
De huidige methode voor lichtmeting wordt aangegeven door symbolen in de
display, of in de monitor of zoeker.
Bij de instelling Spot AF Area (spotmeting
van scherpsteldveld) wordt in de display
het pictogram en in de monitor of
zoeker het pictogram weergegeven.
* Kan worden gebruikt in combinatie met vergrendeling van de automatische belich-
ting ( 57) om voorwerpen te meten die zich buiten het midden bevinden.
Menugids—Het SHOOTING menu
104
Films en serie-opnamen maken: Continuous
Met het Continuou menu stelt u in hoeveel foto's de
camera maakt als u de ontspanknop indrukt (en inge-
drukt houdt). Voor het opnemen van korte videoclips
met geluid is er ook een film-optie beschikbaar.
Optie Omschrijving
* bps = beelden per seconde
Continuous
High
De camera maakt maximaal drie opnamen met een snelheid van drie bps*
als u de ontspanknop ingedrukt houdt. Monitor wordt tijdens het fotogra-
feren automatisch uitgeschakeld. Niet beschikbaar bij de beeldkwaliteit HI.
Single
De camera maakt één opname per keer dat u de ontspanknop
volledig indrukt.
Continuous
Low
De camera maakt opnamen met een snelheid van 1,5 bps (drie
opnamen per twee seconden) zolang u de ontspanknop inge-
drukt houdt. Niet beschikbaar bij de beeldkwaliteit HI.
Multi-shot
16
Movie
Ultra HS
De camera maakt tot 100 QVGA-foto's (320 × 240 pixels) van de beeld-
kwaliteit NORMAL met 30 bps zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt.
Beeldgrootte en sluitertijd
Voor de beeldkwaliteit SXGA, XGA en VGA, en sluitertijden korter dan
1
/
30
sec.,
worden de instellingen Single of Continuous Low aanbevolen.
De camera maakt zestien opeenvolgende thumbnail-opnamen (640
× 480 pixels) met een snelheid van drie bps en combineert deze in
een collage (2560 × 1920 pixels). De beeldgrootte moet zijn inge-
steld op FULL. Niet beschikbaar bij de beeldkwaliteit RAW en HI.
De camera maakt QVGA-films (320 × 240 pixels) met een snelheid
van 15 bps, de ingebouwde microfoon neemt geluid op. Druk de ont-
spanknop volledig in om opname te starten. U stopt het opnemen
door de ontspanknop nogmaals volledig in te drukken. De opname
stopt automatisch na 60 seconden of als de geheugenkaart vol is (
77). Filmclips worden opgeslagen als QuickTime-filmbestand met de
extensie .MOV. De digitale zoom is beperkt tot een factor van 2×.
Menugids—Het SHOOTING menu
105
Beperkingen voor gebruik van de continu-stand
•Als de beeldkwaliteit is ingesteld op HI, zijn de opties Continuous Low en
Continuous High niet beschikbaar.
Bij de instelling Continuous High wordt de monitor of zoeker uitgeschakeld.
Als de beeldkwaliteit is ingesteld RAW of HI, is de optie Multi-Shot 16 niet beschikbaar.
Bij de instelling Ultra HS of Movie zijn de opties BSS ( 106), bevestiging
scherpstelling (
113) en bracketing ( 115) niet beschikbaar.
•Bij het maken van opnamen met de instelling Ultra HS of Movie wordt het
beeld tijdens het opnemen en in de weergavestand in spiegelbeeld weerge-
geven als de monitor naar voren is gedraaid.
Selecteer All Folders (alle mappen) of een bepaalde map (d.w.z. N 001) in de het
Folders submenu ( 148).
Scherpstellen, belichting en witbalans
Bij alle instellingen, met uitzondering van Single en Movie, worden scherpstelling,
belichting en witbalans bepaald door de eerste opname van een reeks.
Speedlight-flitsers
De ingebouwde Speedlight-flitser kan alleen worden gebruikt bij de instelling
Single
. Bij de instellingen Single, Continuous Low, Continuous High en Multi-
Shot 16 kunt u gebruikmaken van een externe Speedlight-flitser. Als de inge-
bouwde flitser niet kan uitklappen, kan de lichtgevoelige cel niet worden ge-
bruikt en zal de externe flitser niet flitsen.
Ultra HS-reeks
De zoomaanduiding in de monitor of zoeker beweegt tij-
dens het opnemen van S (start) naar E (einde) en geeft zo
de resterende tijd aan. Als u de opname wilt onderbreken,
kunt u op elk gewenst moment de ontspanknop loslaten.
Huidige instelling Continuous bekijken
Bij andere instellingen dan Single wordt de huidige
instelling voor continuopname aangegeven door een
symbool in de monitor of zoeker.
Menugids—Het SHOOTING menu
106
Voor scherpere foto's: Best Shot Selector
Als u een lange sluitertijd hebt gekozen of als u een
close-up opname maakt met de zoom- of
macrofunctie, kunnen de foto’s door onbedoeld bewe-
gen van de camera wazig worden. Kies in dergelijke
gevallen de Best Shot Selector (Best Shot selectie) om
dit effect tegen te gaan.
Beperkingen bij gebruik Best Shot selectie
Als het onderwerp van de opname beweegt of als u de compositie wijzigt
terwijl u de ontspanknop volledig ingedrukt houdt, is het resultaat dat u met
BEST SHOT SELECTIE bereikt mogelijk niet optimaal.
Best Shot selectie is in de volgende gevallen niet beschikbaar:
- bij andere instellingen van continuopname dan Single ( 104)
- als u Auto Bracketing of witbalans-bracketing hebt geselecteerd ( 115)
- als Noise Reduction (ruisonderdrukking) is ingeschakeld of is ingesteld op
Clear Image Mode ( 117)
Als u een van deze instellingen kiest, wordt Best Shot selectie automatisch
uitgeschakeld.
Huidige instelling BSS bekijken
Als de Best Shot selectie is ingeschakeld, wordt in de
monitor of zoeker een BSS symbool weergegeven.
Off Best Shot selectie uit; camera functioneert normaal.
Optie Omschrijving
On
Camera maakt maximaal tien foto's zolang u de ont-
spanknop ingedrukt houdt. Het scherpste beeld (bes-
te detailweergave) van deze tien foto's wordt vervol-
gens op de geheugenkaart opgeslagen. De flitser is
uitgeschakeld. Scherpstelling, belichting en witbalans
worden bepaald door de eerste opname van de reeks.
Menugids—Het SHOOTING menu
107
Contrast en helderheid aanpassen: Image Adjustment
In instelset A corrigeert de camera automatisch de
helderheid en het contrast van het beeld. In instelset
1, 2 en 3 kunt u het beeld met behulp van de onder-
staande menuopties zelf corrigeren.
Huidige instelling Image Adjustment bekijken
Bij andere instellingen dan Auto en Normal
wordt er in de monitor of zoeker een pictogram
voor beeldcorrectie weergegeven.
Darken Image
Verlaagt de helderheid van middentinten in het beeld,
maar past de detailweergave in lichte partijen en scha-
duwen niet aan. Voor printers of monitors die relatief
lichte foto’s produceren.
Lighten Image
Verhoogt de helderheid van middentinten in het beeld,
maar past de detailweergave in lichte partijen en scha-
duwen niet aan. Voor printers of monitors die realtief
donkere foto’s produceren.
Less Contrast
Het beeldcontrast wordt verkleind. Te gebruiken als scherp
licht voor een diepe schaduw op het onderwerp zorgt.
More Contrast
Het beeldcontrast wordt vergroot. Voor het fotografe-
ren van landschappen, onderwerpen met weinig con-
trast of bij veel bewolking.
Normal
Identieke correctie van helderheid en contrast voor alle
foto's. Kies deze instelling als u de foto’s op de com-
puter wilt bewerken.
Auto
De camera past de helderheid en het contrast automa-
tisch aan de omstandigheden aan.
Optie Omschrijving
Menugids—Het SHOOTING menu
108
Kleur regelen: Saturation Control
Met het Saturation Control menu (kleurverzadiging)
regelt u de intensiteit van de kleuren. Verhoog de
kleurverzadiging tot +1 Maximum voor beelden met
levendige, foto-realistische kleuren die zonder bewer-
king worden afgedrukt. De instellingen –1 Moderate
en –2 Minimum kunt u gebruiken als u foto's maakt
die u later op een computer wilt bewerken. In de
meeste andere situaties is de instellingen 0 Normal
de beste keuze.
Het Saturation Control menu kent ook een Black&White optie. Voor zwart-
witfoto's is evenveel geheugen nodig als voor kleurenfoto's, maar bij zwart-
wit is de detailweergave groter.
Optie
+1 Maximum
–1 Moderate
–2 Minimum
Beste keuze in de meeste omstandigheden.0 Normal
Omschrijving
Het beeldcontrast wordt vergroot. Voor het fotografe-
ren van landschappen, onderwerpen met weinig con-
trast of bij veel bewolking.
Levendige, foto-realistische kleuren voor foto's die zon-
der bewerking worden afgedrukt.
Black&White
Voor zwartwitopnamen. Voor zwartwitfoto's is even-
veel geheugen nodig als voor kleurenfoto's, maar bij
zwart-wit is de detailweergave groter. Monitor geeft het
beeld door het objectief weer in zwart-wit. Niet beschik-
baar bij de beeldkwaliteit RAW.
Zwart-wit
Als u de instelling Black & White kiest, geeft de
monitor of zoeker het beeld door het objectief weer
in zwart-wit. Aanduidingen worden weergegeven in
groen en er verschijnt een pictogram.
Menugids—Het SHOOTING menu
109
Instellingen voor optionele converters: Lens
Als u optionele converter wilt gebruiken, bevestigt u
eerst een lens-adapterring (optioneel verkrijgbaar;
158) en vervolgens de lens. Kies daarna de juiste op-
tie uit het Lens menu (zie onderstaande tabel). Zie voor
een volledig overzicht van de gebruiksinformatie de
documentatie die bij de converter wordt geleverd.
Scherpstelmethode met converters
Kies als er een converter is bevestigd voor het beste resultaat de scherpstel-
methode Autofocus. Stel niet handmatig scherp of stel de scherpstelmethode
niet in op “infinity” (oneindig).
Flitsers gebruiken met converters
De ingebouwde Speedlight-flitser wordt automatisch uitgeschakeld als een van
de converters in het menu wordt geselecteerd. U kunt wel externe Speedlight-
flitser gebruiken ( 158).
Huidige instelling Lens bekijken
Bij andere instellingen dan Normal wordt het conver-
ter symbool in de monitor of zoeker weergegeven.
Optie Omschrijving
Normal
Camera werkt normaal. Gebruik deze instelling als er
geen converter is bevestigd.
Wide Adapter
(voor WC-E80)
Groothoek: camera zoomt uit naar grootste beeldhoek.
Zoom kan handmatig worden aangepast van groot-
hoek tot middelste zoompositie.
Telephoto
(voor TC-E15ED)
Camera zoomt naar maximale optische zoompositie.
Digitale zoom kan handmatig worden aangepast.
Menugids—Het SHOOTING menu
110
Belichting regelen: Exposure Options
Het Exposure Options submenu heeft twee opties
voor het regelen van de belichting.
Optie Omschrijving
Een aantal opnamen maken met dezelfde belichting: AE Lock
Kies de instelling AE Lock (belichting vergrendelen) als
u een reeks opnamen wilt maken (bijvoorbeeld voor
een panorama) met dezelfde instellingen voor de
belichting (sluitertijd, diafragma, gevoeligheid, wit-
balans).
Instellingen AE-Lock bevestigen
Als AE-Lock actief is, worden de symbolen AE-L
(belichtingen vergrendelen) en WB-L (witbalans
vergrendelen) in de monitor of zoeker weergegeven.
Als u On of Reset kiest of als u een nieuwe waarde
selecteert voor witbalans, sluitertijd of diafragma,
worden deze symbolen geel weergegeven.
Reset
Wist de bestaande instellingen voor de belichting. De
eerste opname die wordt gemaakt, bepaalt de belichting
voor alle volgende opnamen. Deze instelling actief totdat
de optie Off wordt geselecteerd of Reset nogmaals wordt
geselecteerd.
On
De eerste opname die wordt gemaakt nadat On is geselec-
teerd, is bepalend voor de sluitertijd, gevoeligheid en witba-
lans voor alle volgende opnamen. Als u de optie AE lock kiest,
wordt de flitser uitgeschakeld.
Off Terug naar normale belichting, gevoeligheid en witbalans.
Menugids—Het SHOOTING menu
111
De tijdlimiet voor lange sluitertijden instellen: Maximum Bulb Duration
Bij de handmatige belichtingsmethode kunt u de
sluitertijd instellen op BULB om de sluiter open te la-
ten zolang u de ontspanknop ingedrukt houdt ( 76).
De standaardinstelling voor Maximum Bulb
Duration is 1 min. Dit betekent dat de maximale
sluitertijd voor opnamen met lange belichtingstijd 60
seconden is. U kunt ook de optie 5 min kiezen. Houd
er rekening mee dat langere sluitertijden zorgen voor
een toename van de beeldruis.
Menugids—Het SHOOTING menu
112
Scherpstelling regelen: Focus Options
Het Focus Options menu bevat opties waarmee u de
selectie van het scherpstelveld regelt en een optie voor
visuele bevestiging van de scherpstelling in de monitor.
Scherpstelveld selecteren: AF Area Mode
In instelset A stelt de camera automatisch scherp op
het midden van het beeld. In instelset 1, 2 en 3 zijn
vijf scherpstelvelden beschikbaar, behalve als de digi-
tale zoom wordt gebruikt. In dat geval wordt het cen-
trale scherpstelveld gebruikt.
Spotmeting en AF Area stand
Wordt spotmeting van het AF-veld (Spot AF Area) ( 103) gebruikt in com-
binatie met de optie Auto (automatisch) of Manual (handmatig) van het AF
Area Mode menu, dan meet de camera uitsluitend het geselecteerde scherp-
stelveld. Is AF Area Mode uit staat (Off), dan is Spot AF Area niet beschik-
baar en wordt standaard gebruik gemaakt van Matrix-meting.
Auto
Camera kiest automatisch het scherpstelveld waarin zich het dichtst-
bijzijnde onderwerp bevindt. Het geselecteerde scherpstelveld licht
in de monitor of zoeker in rood op als u de ontspanknop half in-
drukt. Kies de instelling Auto als u weinig tijd hebt om het scherp-
stelveld handmatig te selecteren (bijv. bij een bewegend onderwerp).
Optie Omschrijving
Manual
Handmatig met de multiselector een van de vijf scherpstelvelden
selecteren die in de monitor of zoeker wordt weergegeven. U kunt
Manual kiezen in plaats van de scherpstelvergrendeling (
56) om
scherp te stellen op een statisch onderwerp dat zich buiten het
beeldmidden bevindt.
Off
Het centrale scherpstelveld wordt gebruikt. Het scherpstelveld wordt
niet in de monitor aangegeven. Deze optie kan worden gebruikt
in combinatie met de scherpstelvergrendeling om scherp te stellen
op een onderwerp buiten het beeldmidden.
Menugids—Het SHOOTING menu
113
Autofocus-methode
Er zijn twee methoden voor automatische
scherpstelling. Met continu autofocus wordt er zeer snel
scherpgesteld, met enkelvoudige autofocus is de reac-
tie niet zo snel maar wordt er minder energie gebruikt
en gaat de batterij langer mee.
Optie Omschrijving
Single AF
Camera stelt scherpstelling alleen bij als u de ontspanknop half
indrukt, vervolgens wordt de scherpstelling vergrendeld. De
optie wordt aanbevolen voor macro close-up. U kunt zelfs
foto's maken als het onderwerp niet scherp is; controleer het
groene lampje (autofocus) voordat u een foto maakt.
Continuous
AF
Camera stelt scherpstelling continu bij totdat u de ontspanknop
half indrukt, vervolgens wordt de scherpstelling vergrendeld. U
kunt zelfs foto's maken als het onderwerp niet scherp is; con-
troleer het groene lampje (autofocus) voordat u een foto maakt.
Scherpstellen bevestigen
Met de onderstaande opties kunt u controleren welke
gebieden van het beeld zijn scherpgesteld voordat u
een opname maakt. De bevestiging van de
scherpstelling is niet op de uiteindelijke foto van in-
vloed.
On
Off
Optie
MF
Als hierboven, maar voor alle scherpstelmethoden.
Er wordt geen scherpte-indicatie gegeven.
Omschrijving
Bij gebruik van de handmatige scherpstelling worden delen
van het beeld die scherp zijn in de monitor of zoeker omlijnd
( 80).
Menugids—Het SHOOTING menu
114
Contouren verscherpen: Image Sharpening
Met deze optie regelt u of foto’s zo worden bewerkt
dat de contouren scherper worden en in welke mate.
Aangezien deze bewerking pas plaatsvindt op het
moment dat de foto's op de geheugenkaart worden
opgeslagen, kunt u het effect van de verscherping van
de contouren niet in de monitor of zoeker bekijken
voordat u een opname maakt. In instelset 1, 2 en 3 stelt
u met de opties van het Image Sharpening menu de scherpte van de contou-
ren in. In instelset A is Auto de enig mogelijke instelling.
Huidige instelling voor scherpere contouren bekijken
Bij andere instellingen dan Auto en Off wordt de
huidige instelling voor beeldverscherping in de
monitor of zoeker met een pictogram weergege-
ven.
Auto
De camera verscherpt contouren voor optimale resultaten.
De mate van verscherping verschilt van beeld tot beeld.
Optie Omschrijving
Off
Contouren worden niet verscherpt.
High
Foto's worden bewerkt om de contouren te versterken.
De randen worden duidelijker zichtbaar.
Normal
De camera past op alle foto’s dezelfde standaardver-
scherping toe.
Low
De mate van verscherping ligt onder het normale ni-
veau, voor een zachter effect.
Menugids—Het SHOOTING menu
115
On
Selecteer On en kies de gewenste optie uit het onder-
staande menu. De belichting wordt gevarieerd rond de
waarde voor belichtingscorrectie die u instelt met de
knop ( 66).
Automatische belichtingsvariaties: Auto Bracketing
Soms is het lastig om de juiste instellingen voor de
belichtingscorrectie en de witbalans te selecteren en hebt
u geen tijd om het resultaat te controleren en de instellin-
gen na elke opname aan te passen. Met de opties van het
Auto Bracketing menu kunt u deze instellingen automatisch
variëren voor een reeks opnamen. U selecteert een instel-
ling voor belichtingscorrectie of witbalans waarna de camera
een reeks opnamen maakt met variaties van deze waarde.
55, ±1.0 ±1 EV 0, +2.0, +1.0, –1.0, –2.0
55, ±0.7 ±
2
/
3
EV 0, +1.3, +0.7, –0.7, –1.3
55, ±0.3 ±
1
/
3
EV 0, +0.7, +0.3, –0.3, –0.7
33, ±1.0 ±1 EV 0, +1.0, –1.0
33, ±0.7 ±
2
/
3
EV 0, +0.7, –0.7
33, ±0.3 ±
1
/
3
EV 0, +0.3, –0.3
Aantal opn.Optie Belichtingsvariatie Volgorde opnamen
Opmerkingen over Autoexposure Bracketing
Autoexposure (AE) Bracketing begint opnieuw vanaf de positieve LW-
waarden als u een van de instellingen voor de belichting wijzigt
(belichtingsmethode, belichtingscorrectie, sluitertijd, diafragma, gevoelig-
heid, flitsmethode en Variable Power).
• Als u bij de instellingen Continuous Low of Continuous High ( 104)
de ontspanknop ingedrukt houdt, wordt het opnemen na het voltooien van
een bracketing-cyclus kort onderbroken. Bij de instelling Continuous High
worden er slechts drie opnamen gemaakt.
Bracketing wordt automatisch geannuleerd als de camera wordt uitgescha-
keld of als instelset A wordt geselecteerd.
Menugids—Het SHOOTING menu
116
Beperkingen voor bracketing
Autoexposure Bracketing en White Balance Bracketing kunnen niet worden
gebruikt als BSS ( 106) is ingeschakeld, de ruisonderdrukking actief is of is
ingesteld op Clear Image Mode (
117) of als de sluitertijd is ingesteld op
BULB ( 76). Autoexposure Bracketing kan niet worden gebruikt als Multi-
shot 16, Ultra HS of Movie is geselecteerd voor Continuous ( 104), of als
de belichting is vergrendeld (AE-lock, ( 57). Witbalans-bracketing kan niet
worden gebruikt met de beeldkwaliteit HI ( 50) of als voor Continuous (
104) een andere instelling is gekozen dan Single.
Bracketing bevestigen
White Balance Bracketing
Bij witbalans-bracketing maakt de camera drie opna-
men per keer dat u de ontspanknop volledig indrukt,
waarbij de witbalans wordt gevarieerd. Er wordt een
opname gemaakt met de huidige witbalans ( 101),
een opname met een warme zweem en een opname
met een koele zweem. Bij opnamen met witbalans-
bracketing duurt het opslaan op de geheugenkaart
ongeveer drie keer zo lang.
Off
Selecteer Off om de normale belichting en witbalans te herstellen.
Als Autoexposure Bracketing is geselec-
teerd, knippert het in de display en
verschijnt de aanduiding BKT met de
gekozen variatiewaarde in de monitor of
zoeker.
Als witbalans-bracketing
actief is, wordt de aan-
duiding WB BKT in de
monitor of zoeker weer-
gegeven.
Menugids—Het SHOOTING menu
117
Ruisonderdrukking — Beperkingen voor het gebruik en andere opmerkingen
Ruisonderdrukking kan niet worden ingesteld met BSS ( 106), Bracketing
( 115)of andere instellingen voor continuopname dan Single ( 104).
Als Clear Image Mode wordt geselecteerd in combinatie met de beeld-
grootte FULL, 3 : 2 of UXGA, wordt er een beeld in SXGA-formaat opge-
slagen omdat SXGA de maximaal toegestane grootte is.
Clear Image Mode functioneert het beste als camera en onderwerp niet
bewegen. Bij Clear Image Mode worden zowel de ingebouwde flitser
als eventuele externe flitsers uitgeschakeld.
Ruisonderdrukking bevestigen
Als de ruisonderdrukking actief is en de sluitertijd korter is
dan
1
/
30
sec., wordt de aanduiding NR in de monitor of
zoeker weergegeven. Als de optie Clear Image Mode is
gekozen, wordt er geen aanduiding weergegeven.
“Korrelige” foto’s vermijden: Noise Reduction
Als de gevoeligheid (ISO-equivalent) hoger is dan ISO
100 of als de sluitertijd langer is dan
1
/
30
sec., kan zich
beeldruis voordoen in de vorm van willekeurig ge-
plaatste, heldergekleurde pixels in foto's, met name in
schaduwpartijen. Met de onderstaande opties kunt u
deze ruis onderdrukken.
Omschrijving
On
Clear Image Mode
Off Ruisonderdrukking is uit; camera functioneert normaal.
Optie
Ruis wordt onderdrukt bij lange belichtingstijden (sluitertijd
van
1
/
30
sec of langer). U kunt de flits gebruiken, evenals alle
instellingen voor de beeldgrootte. De tijd die nodig is om de
foto op te slaan wordt meer dan twee keer zo lang.
De beeldruis wordt geminimaliseerd en de kleurgradatie verbe-
terd bij foto's op SXGA-formaat of kleiner. Als u de ontspanknop
indrukt, worden er drie opnamen gemaakt: twee opnamen met
de sluiter open en een derde opname met de sluiter dicht. De drie
opnamen worden vergeleken en de foto met de minste beeldruis
wordt opgeslagen. De tijd die nodig is om d foto op te slaan wordt
meer dan twee keer zo lang. Gebruik bij voorkeur een statief.
Menugids—Het SHOOTING menu
118
Standaardinstellingen herstellen: Reset All
Met de optie C (RESET ALL) in het SHOOTING menu
zet u de huidige instelset terug op de standaard-
waarden. De opties en instellingen op de volgende
pagina's worden hersteld voor alle instelsets en voor
de weergavestand. Het Reset All menu bestaat uit de
volgende opties:
Door Reset te kiezen, herstelt u de standaardwaarden voor de volgende in-
stellingen van de huidige instelset. De instellingen in andere instelsets blijven
ongewijzigd.
Reset Alle instellingen terugzetten op de standaardwaarde.
No Menu verlaten zonder instellingen te wijzigen.
Optie Omschrijving
*Fijnregeling teruggezet op 0.
Standaard
Auto
*
Matrix
Single
Off
Auto
Normal
Normal
Exposure options
AE lock Off
Instelling
White balance
Metering
Continuous
BSS
Image adjustment
Saturation control
Lens
StandaardInstelling
Focus options
AF area mode Auto
Autofocus mode
Conti-
nuous AF
Focus confirmation MF
AutoImage sharpening
OffAuto bracketing
OffNoise reduction
SHOOTING menu
Menugids—Het SHOOTING menu
119
Zoom options
Monitor options
Controls
30 sAuto off
Variable power ±0
Fixed aperture Off
Digital tele On
Memorize
Alle
opties aan
Hue 6
Brightness 3
NIKONFolders
StandaardInstelling
OnShutter sound
Speedlight options
StandaardInstelling
Speedlight control Auto
Shot confirm Off
SET-UP menu
StandaardInstelling
PLAY BACK menu
All foldersFolders
Slide show
Frame Intvl 3 s
30 sAuto Off
Menugids—Het SET-UP menu
120
Welke opties beschikbaar zijn in het SET-UP is afhankelijk van de gebruiksstand
en (in de opnamestand) van de geselecteerde instelset. In de onderstaande tabel
krijgt u een overzicht van de opties die in de verschillende gebruiksstanden en
instelsets beschikbaar zijn.
Het SET-UP menu
*1
De optie User Setting kan worden opgeroepen vanuit het SHOOTING
hoofdmenu.
*2
De optie Folders voor weergave kan worden opgeroepen vanuit het PLAY
BACK hoofdmenu ( 145).
Controls 129
Zoom Options 131
Auto Off 133
Seq. Numbers 134
CF Card Format 135
Monitor Options
126
User Setting
*1
Folders 121
*2
Optie
Instelset
A
Instelset
1, 2, 3
(opnamestand)
instelset A
(opnamestand)
instelset 1, 2, 3
(pagina 2)
(opnamestand)
instelset 1, 2, 3
(pagina 1)
(weergavestand)
Menugids—Het SET-UP menu
121
Uw foto's ordenen: Folders
Foto's worden standaard opgeslagen op de geheugen-
kaart in een map met de naam NIKON. U kunt extra
mappen maken en foto's sorteren op thema zodat ze
bij weergave gemakkelijker zijn terug te vinden. Met
de opties van het Folders menu kunt u mappen ma-
ken en verwijderen, een nieuwe naam geven aan een
map, kiezen in welke map de foto's en films die u
maakt worden opgeslagen en kiezen uit welke map
foto’s moeten worden weergegeven.
Mappen maken, hernoemen en verwijderen: het Options menu
Met behulp van het Options menu in het Folders
menu kunt u mappen maken, hernoemen of verwij-
deren.
USB 143
Language 142
Video Mode 142
info.txt 141
Speedlight Opt. 136
Date 141
Shutter Sound 140
Optie
Instelset
A
Instelset
1, 2, 3
Menugids—Het SET-UP menu
122
Standaard-mapnaam verschijnt
(NIKON)
Markeer New
Nieuwe mappen maken
Markeer de laatste letter en druk de
multiselector naar rechts om een nieuwe
map te maken. Totdat u een andere map
selecteert in het Folders menu, worden alle
nieuwe foto’s opgeslagen in de nieuwe
map. Druk op de knop om het menu te
verlaten zonder een map te maken.
Markeer een letter
Druk de multiselector omhoog of omlaag
om een andere letter te kiezen. De naam
van de map kan bestaan uit hoofdletters
(“A”–“Z”), getallen en spaties. Druk de
multiselector naar rechts om een geselec-
teerd teken vast te leggen. Herhaal stap 3
en 4 on een nieuwe mapnaam van vijf te-
kens te maken.
12
3
4
5
NI KON
L
M
O
P
Menugids—Het SET-UP menu
123
Geef lijst met bestaande mappen weer
(de map NIKON kan niet worden
hernoemd)
Markeer Rename
Bestaande mappen een andere naam geven
Geef lijst met bestaande mappen
weer (de map NIKON kan niet wor-
den hernoemd)
Markeer mapnaam
Roep menu opKies een andere naam zoals be-
schreven in stap 3–5 van “Nieuwe mappen ma-
ken” (pag. Hiernaast)
12
34
5
Menugids—Het SET-UP menu
124
Verborgen en beschermde beelden
Bevat de map verborgen of beschermde beelden, dan wordt de map niet ge-
wist. Beelden in de map die niet zijn verborgen of beschermd worden echter
gewist.
Geef lijst met mappen weerMarkeer Delete
Markeer mapnaam Bevestigingsvenster verschijnt. Druk de
multiselector omhoog of omlaag om
een optie te markeren. Druk naar
rechts om een keuze te maken:
Selecteer No om het menu te verlaten
zonder een map te verwijderen
Selecteer Yes om de geselecteerde
map te verwijderen
12
34
Mappen verwijderen
Menugids—Het SET-UP menu
125
Ultra HS
Voor elke serie foto's die is genomen in de stand Ultra HS ( 104), wordt er
automatisch een nieuwe map aangemaakt waarin alle foto's van de serie
worden opgeslagen. Elke map krijgt een naam die begint met “N_”, gevolgd
door een driecijferig nummer dat automatisch door de camera wordt toege-
kend. U kunt mappen verwijderen of selecteren voor weergave vanuit het
Folders menu. U kunt mappen die zijn gemaakt bij de instelling Ultra HS,
echter niet selecteren voor de opslag van andere foto's.
De mapnaam verschijnt in de monitor
of zoeker (er wordt geen naam weer-
gegeven als de map NIKON is geselec-
teerd)
Markeer mapnaam
12
Een map kiezen
Nadat u extra mappen hebt gemaakt, kunt u kiezen uit welke map foto's
moeten worden weergegeven of in welke map foto's die u maakt in de
opnamestand, moeten worden opgeslagen. Totdat u een andere map kiest,
worden alle foto's die u maakt in deze map opgeslagen. De map wordt ook
gebruikt voor weergave.
Menugids—Het SET-UP menu
126
Scherminstellingen aanpassen: Monitor Options
Met het Monitor Options stelt u de helderheid en
kleurbalans van de monitor in. In instelset 1, 2 en 3
kunt u in dit menu tevens vastleggen of de monitor
dan wel de zoeker automatisch wordt ingeschakeld als
u de camera aanzet.
De monitor instellen: Start-up Display
Met deze optie geeft u aan of de monitor dan wel de
zoeker automatisch wordt ingeschakeld als de camera
bij het aanzetten in de opnamestand staat (instelset 1,
2, en 3).
Monitor On
De monitor gaat bij het opstarten automatisch aan. Als
de monitor is gesloten, wordt in plaats hiervan de zoe-
ker ingeschakeld.
Viewfinder On
De zoeker gaat automatisch aan bij het aanzetten van
camera of als u van de weergave- naar de opnamestand
overschakelt.
Optie Omschrijving
Ongeacht de instelling die u hebt gekozen voor Start-Up Display, u kunt als
de monitor is uitgeklapt, altijd tussen de monitor en zoeker overschakelen door
op de
/ SEL knop te drukken.
Foto's maken met de optie Review On
Als de snelheid voor de Shutter Relese Speed wordt ingesteld op Quick Res-
ponse, kunt u door de sluiter-ontspantoets helemaal in te drukken terwijl de
vorige foto nog op de monitor (Review On) te zien is, de volgende foto ma-
ken. De nieuwe foto maakt dan gebruik van de focus en belichtingsinstellingen
van de vorige foto. Let op! De ingebouwde flitser werkt niet.
Menugids—Het SET-UP menu
127
Weergave “houden of verwijderen” instellen: Review Options
Met deze optie legt u vast of foto's gedurende enkele
seconden na het maken in de monitor worden weer-
gegeven.
Review On
Gemaakte foto’s worden kort in de monitor weerge-
geven.
Review Off
Gemaakte foto’s worden kort in de monitor weerge-
geven.
Optie Omschrijving
Reactietijd van sluiter regelen: Shutter Release Speed
Met deze optie stelt u in hoeveel tijd er verstrijkt tus-
sen het volledig indrukken van de ontspanknop en het
daadwerkelijke maken van de foto. De optie is ook van
invloed op de weergavekwaliteit in de monitor of zoe-
ker.
Optie Omschrijving
Normal
Normale tijdsduur tussen indrukken van ontspanknop
en maken van de foto. Het beeld in de monitor of
zoeker zal onscherp zijn als de camera wordt bewogen,
maar de beeldkwaliteit is hoog.
Quick Response
Kortere tijdsduur tussen indrukken van ontspanknop en
maken van de foto. De beeldkwaliteit is lager. Er kunnen
horizontale lijen in de monitor of zoeker verschijnen.
Menugids—Het SET-UP menu
128
Helderheid van monitor instellen: Brightness
Met deze optie regelt u de helderheid van het beeld
in de monitor. Druk de multiselector omhoog of om-
laag om de helderheid van de monitor of zoeker te
verhogen of te verlagen. De wijzigingen zijn direct
zichtbaar in het midden van de display.
Kleuren van monitor instellen: Hue
Met deze optie regelt u de kleurbalans van het beeld
in de monitor. Druk de multiselector omhoog om de
beelden in de monitor of zoeker een blauwachtige
zweem te geven, omlaag om de beelden een
roodachtige zweem te geven. De wijzigingen zijn di-
rect zichtbaar in het midden van de display.
Menugids—Het SET-UP menu
129
Bedieningsfuncties instellen: Controls
De opties in het Controls submenu bepalen welke in-
stellingen die u met de cameraknoppen maakt, wor-
den bewaard wanneer instelset 1, 2 of 3 wordt gese-
lecteerd, welke functies worden toegekend aan de
knop in instelset 1, 2 en 3 en welke functie wordt
toegekend aan de knop.
Knopinstellingen behouden: Memorize
Met de Memorize optie legt u vast welke instellingen
voor cameraknoppen in het geheugen (instelset 1, 2
of 3) blijven bewaard als de camera wordt uitgescha-
keld. Voor alle niet aangevinkte items worden bij het
uitschakelen van de camera de standaardwaarden
hersteld.
Als u een optie wilt activeren of deactiveren, markeert u deze optie en drukt
u vervolgens de multiselector naar rechts. Markeer Done en druk de
multiselector naar rechts om de wijzigingen door te voeren.
*Herstelt de instelling die als laatste werd gebruikt.
Optie Instelling Standaard
Auto of auto met rode-
ogenreductie*
Flitsstand
Scherpstelmethode Autofocus
Mode Belichtingsmethode
Programma-automatiek (P)
Belichtingscorrectie ±0
Menugids—Het SET-UP menu
130
Functie toekennen aan de knop: Func.
In instelset 1, 2 en 3 kunt u kiezen welke functie u
toewijst aan de knop. Zo kunt u de instelset se-
lecteren of de witbalans en lichtmeting aanpassen
zonder naar de menu's te gaan, of kunt u de flits- en
scherpstelmethode instellen zonder de knoppen aan
de achterzijde van de camera te gebruiken. De vol-
gende opties zijn beschikbaar:
Witbalans regelen met
Als de is toegewezen aan de witbalans, wordt na het indrukken van de
knop de ingestelde witbalans als volgt in de display weergegeven: PrE
(vooraf ingestelde witbalans), Sun (zon), Inc (gloeilamplicht), Flu (TL-licht),
Clo (bewolkt), Fla (Speedlight-flitser), geen weergave (automatisch).
•Druk op de knop en houd deze gedurende 2 seconde ingedrukt om de
vooraf ingestelde witbalans te meten op basis van het object in het midden
van het beeld.
White Balance
Druk op de knop en draai aan de instelschijf om de
witbalans in te stellen ( 101).
Druk op de knop en houd deze gedurende 2 seconde
ingedrukt om de vooraf ingestelde witbalans te meten op
basis van het object in het midden van het beeld.
Metering
Druk op de knop en draai aan de instelschijf om de
lichtmeting in te stellen ( 103).
Druk op de knop om een andere flitsmethode te selec-
teren ( 62). Druk op de knop en draai aan de instel-
schijf om de gevoeligheid (ISO-waarde) in te stellen ( 78).
Optie Omschrijving
User Setting
(standaard)
Druk op de knop en draai aan de instelschijf om een
andere instelset te selecteren ( 68).
Druk op de knop om een andere scherpstelmethode
te selecteren ( 53).
Druk op de knop en draai aan de instelschijf om hand-
matig scherpstellen te kiezen ( 80).
Menugids—Het SET-UP menu
131
Opties voor de AE/AF knop: AE-L, AF-L
Standaard worden zowel de scherpstelling als
belichting vergrendeld als u de AE/AF knop in-
drukt. Met de opties in het AE-L, AF-L menu kunt u
instellen of deze knop uitsluitend de scherpstelling dan
wel de belichting vergrendelt.
Zoom regelen: Zoom Options
Het Zoom Options menu bevat instellingen voor de
optische en digitale zoom.
Digital Tele
Met dit menu schakelt u de digitale zoom in en uit. Als
On wordt geselecteerd, wordt de digitale zoom geac-
tiveerd door in de maximale optische zoompositie de
knop twee seconden of langer ingedrukt te hou-
den. Als Off wordt geselecteerd, kan de digitale zoom
niet worden gebruikt.
AE-L&AF-L
Indrukken van de AE/AF knop vergrendelt zowel scherp-
stelling als belichting.
Optie Omschrijving
AE-L
Indrukken van de AE/AF knop vergrendelt alleen de
belichting. De scherpstelling wordt vergrendeld door de
ontspanknop half in te drukken.
AF-L
Indrukken van de AE/AF knop vergrendelt alleen de
scherpstelling. De belichting wordt vergrendeld door de
ontspanknop half in te drukken.
Menugids—Het SET-UP menu
132
Optie Omschrijving
Off Het diafragma verandert als u in- of uitzoomt.
On
Bij diafragmavoorkeuze en handmatige instelling van de
belichting wordt het diafragma vergrendeld op een waar-
de zo dicht mogelijk bij de geselecteerde f/-waarde terwijl
de camera in- of uitzoomt. Let op: de geselecteerde f/-
waarde kan bij de nieuwe zoompositie buiten het instel-
bereik van camera vallen. Kies om dit te voorkomen een
diafragma tussen f/5 en f/8.
Fixed Aperture
Standaard verandert het diafragma met de zoomstand.
De camera kan echter zo ingesteld worden dat hij de
f/-waarde die geselecteerd was bij diafragmavoor-
keuze of handmatige belichting, zo dicht mogelijk
benadert als u in- of uitzoomt.
Zoom Speed
De snelheid waarmee de camera in- en uitzoomt kan
worden ingesteld. U hebt daarvoor de keuze uit de
onderstaande opties.
Optie
High
Low
Omschrijving
Voor een snelle reactie.
Voor een nauwkeurige afstemming.
Fixed Aperture en Auto Off
Als de sluimerstand (Auto Off, volgende pagina) wordt ingeschakeld terwijl
de optie Fixed Aperture (vast diafragma) is ingesteld op On, zal het grootste
diafragma worden ingesteld (laagste f/-waarde) als de camera weer wordt ge-
activeerd. Door de ontspanknop half in te drukken, wordt het diafragma weer
ingesteld op de waarde van vóór het inschakelen van de sluimerstand.
Menugids—Het SET-UP menu
133
Zuinig met batterijen: Auto Off
Als de camera op batterijvoeding wordt gebruikt,
wordt na een periode van inactiviteit van 30 seconde
automatisch de sluimerstand ingeschakeld. De tijd die
verstrijkt voordat de camera uitschakelt, kan met het
Auto Off menu worden ingesteld op 30 seconden, 1
minuut, 5 minuten of 30 minuten.
De tijdslimiet voor de stand (opname) kunt u instellen in het Setup menu
van een willekeurige instelsets. De ingestelde waarde geldt daarna voor alle
instelsets. De tijdslimiet voor weergave is onafhankelijk van de tijdslimiet voor
de opnamestand . Deze tijdslimiet stelt u in met de Auto Off optie in het
SET-UP menu voor weergave.
Sluimerstand
In de sluimerstand zijn alle camerafuncties op non-actief gesteld en staat de
camera zelf in feite uit zodat deze vrijwel geen stroom verbruikt. U kunt de
camera weer activeren door de ontspanknop half in te drukken, de keuze-
schakelaar te bedienen of op , of te drukken.
Gebruik van een lichtnetadapter
Als de camera wordt gevoed door de EH-53 lichtnetadapter of de EH-21
lichtnetadapter/batterijlader (beide optioneel), blijft de camera gedurende een
periode van inactiviteit dertig minuten ingeschakeld, ongeacht de instelling in
het Auto Off menu.
Menugids—Het SET-UP menu
134
Bestandsnummering: Seq. Numbers
De camera wijst aan elke foto een bestandsnaam toe
die begint met de vier letters “DSCN” en wordt ge-
volgd door een getal van cijfers dat automatisch door
de camera wordt toegekend (bijv. “DSCN0001.JPG”).
Met de Seq. Numbers optie bepaalt u hoe bestanden
worden genummerd.
Bestandsnummering
De bestandsnummering begint weer bij 0001 als er een foto wordt gemaakt
op het moment dat de huidige map een bestand met nummer 9999 bevat.
De camera maakt een nieuwe map door het nummer van de huidige map met
1 te verhogen. Als bijvoorbeeld de naam van de huidige map “100NIKON” is,
wordt de naam van de nieuwe map “101NIKON”). De nieuwe foto krijgt num-
mer 0001 en wordt opgeslagen in de nieuwe map. Een map kan maximaal 200
foto's bevatten. Als bestandsnummer 9999 wordt bereikt en de geheugenkaart
een map bevat met nummer 999, worden er geen foto's meer op de geheugen-
kaart opgeslagen, zelfs niet als er nog voldoende geheugen beschikbaar is.
Plaats een nieuwe geheugenkaart of formatteer de huidige geheugenkaart.
Bestandsnummering terugzetten op 0001
U zet de bestandsnummering terug op 0001 door een lege geheugenkaart te
plaatsen of de huidige geheugenkaart te formatteren en vervolgens Reset te
selecteren. Let op: als u een geheugenkaart formatteert, worden alle gegevens
op de geheugenkaart gewist, inclusief verborgen en beveiligde foto’s.
Optie Omschrijving
On
De camera kent bestands- en mapnummers in oplopende volgor-
de toe die aansluiten op het laatst gebruikte nummer. Ook als de
geheugenkaart wordt geformatteerd of als er een nieuwe geheu-
genkaart in de camera wordt geplaatst, zullen bestands- en map-
nummering gewoon aansluiten op het laatst gebruikte nummer.
Off
De camera slaat het laatste bestands- en mapnummer niet op.
Als er een nieuw bestand of een nieuwe map wordt gemaakt,
start de nummering vanaf het laagste beschikbare nummer.
Reset
Hiermee verwijdert u de bestaande bestands- en mapnummers
uit het geheugen. De toekenning van opeenvolgende nummers
begint bij het laagste beschikbare nummer.
Menugids—Het SET-UP menu
135
Geheugenkaarten formatteren: CF Card Format
Met deze optie formatteert u de geheugenkaart. Door
een geheugenkaart te formatteren, verwijdert u alle
gegevens op de geheugenkaart.
While formatting is in progress, the message shown
will be displayed.
Format
Druk de multiselector naar rechts om de geheugenkaart te
formatteren. Het Formatteren begint direct. Het formatteren
kan niet worden teruggedraaid. Alle foto’s op de geheugen-
kaart zijn definitief verwijderd.
No
Menu verlaten zonder de geheugenkaart te formatteren.
Instelling Omschrijving
Tijdens het formatteren
Terwijl de geheugenkaart wordt geformatteerd, mag u de geheugen-
kaart niet verwijderen, de batterij niet uit het batterijvak nemen en de
lichtnetadapter niet loskoppelen. Als u dit wel doet, kan de geheugen-
kaart beschadigd raken zodat er geen foto's meer op kunnen worden
opgeslagen.
Door formatteren worden gegevens gewist
Door een geheugenkaart te formatteren, verwijdert u definitief alle gegevens
op de geheugenkaart. Zorg ervoor dat u alle foto’s die u wilt bewaren naar een
computer hebt gekopieerd voordat u een geheugenkaart formatteert.
Menugids—Het SET-UP menu
136
Instellingen ingebouwde flitser: Pop Up
In de stand Auto (standaardinstelling) klapt de inge-
bouwde Speedlight-flitser uit als dit nodig is. In dit
menu kunt u instellen dat de flitser alleen uitklapt als
u de knop indrukt.
De flitser instellen: Speedlight Options
Dit menu bevat opties voor de instelling van de inge-
bouwde flitser en externe flitsers.
Auto
De ingebouwde Speedlight-flitser klapt automatisch uit als
flitslicht nodig is. Druk de flitser met de hand terug. Als de
flitser uitgeklapt blijft, gaat deze alleen af als er weinig licht
is, tenzij u de flitsmethode Altijd flitsen (invulflits) instelt.
Instelling Omschrijving
Manual
De ingebouwde Speedlight-flitser klapt alleen uit als u de
knop indrukt. Druk de flitser met de hand terug. Als de flitser
uitgeklapt blijft, flitst deze elke keer als u de ontspanknop
indrukt.
Menugids—Het SET-UP menu
137
Flits-output regelen: Variable Power
In dit menu stelt u de flits-output in. U kunt de flits-
output verlagen of verhogen in een bereik van–2.0 LW
tot +2.0 LW met tussenstappen van
1
/
3
LW.
Opties voor externe flitsers: Speedlight Cntrl
In dit menu stelt u het gebruik van de ingebouwde
Speedlight-flitser in als u werkt met externe flitsers die
zijn aangesloten op het accessoireschoentje van de
camera ( 4).
Auto
Als er geen externe flitser is aangesloten, functioneert de
ingebouwde Speedlight-flitser normaal. Als er wel een ex-
terne flitser is aangesloten, werkt alleen deze flitser.
Optie Omschrijving
Opname bevestigen: Shot Confirmation
Na het maken van een foto kunt u de flits voor rode-
ogenreductie laten afgaan. Zo kunt u de gefotogra-
feerde personen laten weten dat de foto is genomen.
Selecteer On in het Shot Confirmation menu om de
opnamebevestiging in te schakelen. De standaard-
instelling is Off.
Int&Ext Active
De ingebouwde Speedlight-flitser ontsteekt op hetzelfde
moment als de externe flitser. Indien de externe flitser alleen
voldoende vermogen heeft voor een optimale belichting zal
de interne flitser niet ontsteken.
Menugids—Het SET-UP menu
138
Werken met een externe flitser
Volg de onderstaande aanwijzingen op om een externe flitser te bevestigen.
Raadpleeg de handleiding van de flitser voor een uitgebreide beschrijving van
de werking ervan.
1
Zorg dat zowel de camera als de externe flitser zijn uitgeschakeld.
2
Bevestig de flitser op het accessoireschoentje van de camera.
3
Schakel camera en flitser in.
4
Stel de verstelbare kop de externe flitser in op een hoek breder
dan 28 mm.
Als u werkt met een flitser met Auto Power Zoom, stelt u de hoek van de kop
van de flitser handmatig in. De COOLPIX5700 ondersteunt geen Power Zoom.
5
Stel de flitsmethode van de externe flitser in op TTL.
Bij deze instelling wordt de hoeveelheid licht die wordt geproduceerd
door de externe flitser, gemeten door de lichtgevoelige cel van de ca-
mera en het opnamebereik wordt automatisch aangepast om een
optimale belichting te garanderen. Flitsregeling D-TTL (beschikbaar bij
de SB-80DX, SB-50DX en SB-28DX) wordt niet ondersteund.
6
Maak een foto
Als de Speedlight Options: Speedlight Control optie in het SET-UP menu is inge-
steld op Auto, gaat alleen de externe flitser af. Als deze optie is ingesteld op Int & Ext
Active, zullen de externe flitser en ingebouwde flitser op hetzelfde moment flitsen.
De COOLPIX5700 ondersteunt geen AF-hulpverlichting of rode-ogenreductie met
een speciaal lampje op de externe flitser. Bij de instelling STBY (standby) wordt
de flitser automatisch ingeschakeld als u de camera aanzet. De externe flitser
wordt echter niet automatisch uitgeschakeld als de camera wordt uitgeschakeld.
De precieze werking van de flitser is afhankelijk van het type flitser dat u ge-
bruikt. Raadpleeg de handleiding van uw flitser voor meer informatie.
Gebruik alleen Nikon-flitsaccessoires
Gebruik alleen Nikon-flitsers. Een negatieve spanning of een spanning hoger
dan 250 V op het sync contactpunt kan niet alleen tot gevolg hebben dat de
flitser niet goed functioneert, maar ook dat de synchronisatie-bedrading van
de camera of flitser beschadigd raakt.
Menugids—Het SET-UP menu
139
Opmerkingen over ingebouwde en externe flitsers
Standaard is de flitsmethode ingesteld op automatisch. Als er extra licht nodig
is voor een goede belichting klapt de flitser uit wanneer de ontspanknop half
wordt ingedrukt. De ingebouwde flitser klapt ook uit als er een externe flitser
is aangesloten, zodat de lichtgevoelige cel kan worden gebruikt om de juiste
belichting voor de opname in te stellen. Wanneer uw vinger of een ander voor-
werp de ingebouwde flitser blokkeert waardoor deze niet kan uitklappen als
de ontspanknop half wordt ingedrukt, zal noch de ingebouwde flister, noch een
eventuele externe flitser, afgaan en verschijnt er een bericht in de monitor.
Als de flitser is ingesteld op handmatig uitklappen, klapt de ingebouwde flitser
alleen uit als u op de knop drukt. Als u de lichtgevoelige cel voor externe
Speedlight-flitsers wilt gebruiken, drukt u op de knop.
Let erop dat uw vingers of andere voorwerpen het flitsvenster of lichtgevoelige
cel niet bedekken wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt.
Aanduidingen flitsmethode voor externe flitsers
Als u Auto hebt geselecteerd in het Speedlight Cntl submenu en er een ex-
terne flitser is aangesloten, geven de aanduidingen in de display en de moni-
tor of zoeker de flitsmethode als volgt aan:
Instelling: Pop Up > Auto
Altijd flitsen (invulflits)
Auto met rode-ogenreductie
Flitser uit
A Auto
MonitorDisplayFlitsmethode
Flits/lange tijd
Instelling: Pop Up > Manual
Flits/lange tijd met invulflits
Rode-ogenreductie met invulflits
Altijd flitsen (invulflits)
MonitorDisplayFlitsmethode
Menugids—Het SET-UP menu
140
Audio-bevestiging: Shutter Sound
Met het Shutter Sound menu regelt u het geluids-
signaal van de camera.
Quick Response
Als u de optie Shutter Release Speed in het SET-UP menu hebt ingesteld op
Quick Response, ligt de nadruk op snel fotograferen. De camera geeft daarom
geen geluidssignaal, ook niet als de optie Shutter Sound (geluid sluiter) is in-
gesteld op On (aan).
Off
Bevestigings- en waarschuwingsgeluiden zijn uitgezet.
Geluid van opgenomen films kan wel gewoon worden
beluisterd.
On
de geheugenkaart is vol
de geheugenkaart is niet geplaatst
Twee
pieptonen
de camera is aangezet
de ontspanknop is volledig ingedrukt om de sluiter
te ontspannen
handmatige scherpstelling is geactiveerd of er is een
converter-optie geselecteerd in het Lens menu
er zijn foto’s gewist of de geheugenkaart is geformat-
teerd
er zijn wijzigingen aangebracht in de beeldstatus met
de Hide, Protect, Print Set of Auto Transfer onder-
delen van het weergavemenu
Shutter Sound is op On gezet
Eén pieptoon
Optie Omschrijving
Menugids—Het SET-UP menu
141
Foto-informatie in een apart bestand opslaan: info.txt
Als On is geselecteerd in het info.txt wordt voor elke
gemaakte opname de volgende informatie in een apart
tekstbestand (“info.txt”) opgeslagen:
Bestandsnummer en -type
Cameratype en firmware-versie
Lichtmeetmethode
Belichtingsmethode
Sluitertijd
•Diafragma
Belichtingscorrectie
Brandpuntsafstand en digitale zoomfactor
Beeldcorrectie
•Gevoeligheid (ISO-equivalent)
•Witbalans
Beeldverscherping
Opnamedatum
Beeldgrootte en -kwaliteit
Kleurverzadiging
Scherpstelveld
Het info.txt bestand wordt in dezelfde map opgeslagen als de foto. Als u de
inhoud van de geheugenkaart op een computer bekijkt, kunt u dit bestand
lezen met een tekstbrowser zoals Notepad of SimpleText. De foto's zijn gerang-
schikt in de volgorde waarin ze zijn gemaakt, gescheiden door een witregel.
Tijd en datum instellen: Date
Met deze optie stelt u de camera in op de huidige da-
tum en tijd. Zie voor meer informatie “Aan de slag”(
19).
Menugids—Het SET-UP menu
142
TV-norm kiezen: Video Mode
In het Video Mode selecteert u de norm die wordt ge-
bruikt voor de video-uitgang. Selecteer de norm van
het video- of tv-apparaat waarop u de camera aansluit
( 46).
PAL
Te gebruiken voor PAL-apparaten. Als de videokabel bij
deze instelling met de camera is verbonden, wordt de
monitor van de camera uitgeschakeld.
NTSC Te gebruiken voor NTSC-apparaten.
Optie Omschrijving
Een taal kiezen: Language
Met deze optie kiest u de taal waarin de menu's en
berichten op de camera worden weergegeven. Zie
voor meer informatie “Aan de slag”( 18).
De Deutsch (Duits)
En English (Engels)
Fr Français (Frans)
Japanese (Japans)
Es Español (Spaans)
Optie Omschrijving
Menugids—Het SET-UP menu
143
Instelling Omschrijving
PTP
Selecteer deze optie als u foto’s naar een computer wilt ko-
piëren m.b.v. PTP. PTP wordt ondersteund door Windows XP
Home Edition, Windows XP Professional en Mac OS X (versie
10.1.2 of hoger).
Mass
Storage
Als deze optie is geselecteerd, fungeert de camera na het aan-
sluiten op een computer als een extern opslagmedium. Mass
Storage wordt ondersteund door Windows XP Home Edition,
Windows XP Professional, Windows 2000 Professional, Win-
dows Millennium Edition (Me) of Windows 98 Second Edition
(SE), Mac OS X (versie 10.1.2
of hoger
) en Mac OS 9.0–9.2.
De camera gereedmaken voor overspelen: USB
Deze optie wordt gebruikt om de camera in te stellen
om hem aan te sluiten op een computer ( 40). De
camera ondersteunt PTP (Picture Transfer Protocol) en
Mass Storage. De standaardinstelling is Mass
Storage.
Menugids—Het SET-UP menu
144
Windows 2000 Professional, Windows Millennium Edition
(Me), Windows 98 Second Edition (SE), Mac OS 9
U moet de instelling PTP niet selecteren als u de COOLPIX5700 aansluit op een
computer met een van de bovengenoemde besturingssystemen. Als u de ca-
mera voor de eerste keer gebruikt, hoeft u de USB-instelling niet te wijzigen
omdat Mass Storage de standaardinstelling is.
Als u de USB-instelling al hebt gewijzigd in PTP, moet u Mass Storage selec-
teren voordat u de camera aansluit op uw computer.
Als u de camera hebt aangesloten op een computer waarop een van de bo-
vengenoemde besturingssystemen is geïnstalleerd en u de instelling PTP in het
USB menu hebt geselecteerd, moet u de aansluiting van de camera weer on-
gedaan maken zoals hieronder wordt beschreven. Zorg dat u de instelling Mass
Storage in het USB menu selecteert voordat u de camera opnieuw aansluit.
Windows 2000 Professional
Er verschijnt een dialoogvenster met de wizard Found New Hardware. Klik op
Cancel om het dialoogvenster te sluiten. Koppel de camera vervolgens los.
Windows Millennium Edition (Me)
Eerst verschijnt het bericht dat de database met hardwaregegevens wordt
bijgewerkt. Hierna start de computer de wizard Add New Hardware. Klik op
Cancel om de wizard af te sluiten. Koppel de camera vervolgens los.
Windows 98 Second Edition (SE)
De wizard Add New Hardware verschijnt. Klik op Cancel om de wizard af te
sluiten. Koppel de camera vervolgens los.
Mac OS 9
Er verschijnt een dialoogvenster met het bericht dat de computer niet kan
werken met het stuurprogramma dat nodig is voor het USB-apparaat “Nikon
Digital Camera E5700_PTP”. Klik op Cancel om het dialoogvenster te sluiten.
Koppel de camera vervolgens los.
Menugids—Het PLAY BACK menu
145
Geselecteerde foto's en films wissen
Zo wist u geselecteerde foto's en films:
Markeer Selected Images Geef menu met thumbnails weer
21
Foto's wissen: Delete
Met het Delete menu kunt u alle foto's of alleen ge-
selecteerde foto's uit de geheugenkaart verwijderen.
In het Delete menu kunt u tevens instellingen voor
printopdrachten wissen (optie Print Set) en instellin-
gen voor het kopiëren van foto's naar de computer wij-
zigen (optie Auto Transfer).
Het PLAY BACK menu
Het PLAY BACK menu (weergavemenu) bestaat uit de volgende opties:
Menuoptie
145Delete
148Folders
149Slide Show
151Protect
152Hide Image
153Print Set
155Auto Transfer
Menugids—Het PLAY BACK menu
146
Markeer de foto
Druk de multiselector omhoog of omlaag
om de foto te selecteren die u wilt wis-
sen. Geselecteerde foto’s worden voor-
zien van het symbool. Herhaal stap 3
en 4 als u meer foto’s wilt selecteren om
te wissen. Om de selectie van een foto
ongedaan te maken, markeert u die en
drukt u de multiselector omhoog of
omlaag.
34
Als u op drukt, verschijnt er een
dialoogvenster waarin u de selectie kunt
bevestigen. Druk de multiselector om-
hoog of omlaag om een optie te marke-
ren. Druk naar rechts of links om een
keuze uit te voeren:
Selecteer No om het menu te verlaten
zonder foto's te verwijderen
Selecteer Yes om alle geselecteerde fo-
to’s te wissen
5
Voordat u foto’s wist
Gewiste foto’s kunnen niet worden teruggehaald. Zorg dat u alle foto’s die u
wilt bewaren, hebt gekopieerd naar uw computer.
Verborgen en beveiligde opnamen
Foto’s die zijn gemarkeerd met het pictogram , zijn beveiligd en kunnen
niet worden geselecteerd voor verwijdering. Foto’s die zijn verborgen met de
optie Hide Image ( 152) , worden niet weergegeven in het Delete: Selected
Images menu en kunnen niet worden verwijderd.
Menugids—Het PLAY BACK menu
147
Alle foto's en films wissen
Zo verwijdert u alle foto’s en films op de geheugenkaart (beveiligde of verbor-
gen beeldbestanden worden niet verwijderd):
Markeer All Images Er verschijnt een dialoogvenster. Druk
de multiselector omhoog of omlaag om
een optie te markeren. Druk naar rechts
of links om een keuze uit te voeren:
Selecteer No om het menu te verlaten
zonder foto's te verwijderen
Selecteer Yes om alle foto’s op de
geheugenkaart te wissen (beveiligde of
verborgen foto’s worden niet gewist)
12
Printopdracht annuleren
Hebt u de printopdracht niet meer nodig en wilt u deze annuleren, kies dan
Print Set in het Delete menu. Let op: hiermee verwijdert u ook eventuele
kopieermarkeringen van films die zijn gemarkeerd voor kopiëren.
Huidige printopdracht wissen
Als u de huidige printopdracht wilt verwij-
deren ( 153), selecteert u Print Set in
het Delete menu en drukt u de
multiselector naar rechts.
Markeringen voor Auto Transfer
(kopiëren) verwijderen
Als u de kopieermarkering voor alle foto’s
wilt verwijderen ( 156), selecteert u
Transfer in het Delete menu en drukt u
de multiselector naar rechts.
Menugids—Het PLAY BACK menu
148
Map voor weergave selecteren: Folders
Met de optie Folders (mappen) in het PLAY BACK
menu kunt u in alle mappen de foto’s selecteren die u
wilt weergeven of de foto’s in een geselecteerde map
weergeven.
Markeer de gewenste map. Als u foto’s
uit alle mappen wilt bekijken, selec-
teert u All Folders (alle mappen)
Druk de multiselector naar rechts
om een map te selecteren en terug
te keren naar het PLAY BACK menu
12
3
Druk op de knop om terug te
keren naar schermvullende weer-
gave; de meest recente afbeelding
uit de geselecteerde map weerge-
geven
Ultra HS-foto’s weergeven
Voor elke serie foto's die is genomen in de stand Ultra HS ( 104) wordt een
nieuwe map aangemaakt waarin alle foto's van die serie worden opgeslagen.
Elke map krijgt een naam die begint met “N_” gevolgd door een driecijferig
nummer dat automatisch door de camera wordt toegekend. U kunt foto's
weergeven door de gewenste map of de optie All Folders (alle mappen) in
het Folders menu van het PLAY BACK menu te selecteren.
Menugids—Het PLAY BACK menu
149
Automatisch weergeven: Slide Show
De optie Slide Show (diavoorstelling) in het PLAY BACK
menu wordt gebruikt om foto’s automatisch na elkaar
weer te geven. Kies Start in het Slide Show menu om
een diavoorstelling te starten. Alle foto's in de huidige
map die niet zijn verborgen met de optie Hide Image,
worden een voor een weergegeven in de volgorde
waarin ze zijn opgenomen. Na elke foto komt een
korte pauze. Een film wordt weergegeven als een stilstaand beeld waarbij het
eerste beeld van de film wordt weergegeven.
Voer de volgende stappen uit om een diavoorstelling te starten:
Markeer Start Druk de multiselector naar rechts om
alle foto’s in de huidige map, met uit-
zondering van de verborgen foto’s, na
elkaar weer te geven
21
Na de diavoorstelling
Nadat alle foto's zijn weergegeven, stopt de diavoorstelling en wordt de eer-
ste foto in de map weergegeven. Als u wilt terugkeren naar het PLAY BACK
menu, drukt u de multiselector naar links. Druk op de knop als u foto's
weer schermvullend wilt weergeven.
Automatisch uitschakelen
Als er tijdens een diavoorstelling langer dan een half uur niets met de camera
is gedaan, wordt de monitor of zoeker automatisch uitgeschakeld om stroom
te sparen.
Menugids—Het PLAY BACK menu
150
Diavoorstel-
ling stilzet-
ten
Druk op de knop om
de diavoorstelling stil te
zetten. Als u wilt verder-
gaan, markeert u Restart
en drukt u vervolgens de
multiselector naar rechts.
Druk de multiselector naar
links om terug te keren naar het PLAY BACK menu.
Intervaltijd diavoorstelling wijzigen
Markeer Frame Intvl. (in het Slide Show menu of het
pauzevenster) en druk de multiselector naar rechts om
de lengte van de weergave-interval voor elk beeld in
te stellen. Markeer vervolgens de gewenste instelling
in het hiernaast afgebeelde menu en druk de
multiselector nogmaals naar rechts.
Actie Gebruik Omschrijving
Eén beeld
vooruit of
achteruit
Druk de multiselector omhoog of naar links om
één beeld terug te gaan. Druk de multiselector
omlaag of naar rechts om één beeld vooruit te
gaan.
Diavoorstel-
ling beëindi-
gen
Druk op de knop om de diavoorstelling te
beëindigen en foto’s schermvullend weer te geven.
De volgende handelingen kunnen worden uitgevoerd als er een diavoorstelling
wordt vertoond:
Intervaltijd diavoorstelling
Omdat foto’s in een diavoorstelling vaak niet allemaal dezelfde bestandsgrootte
hebben, kan de werkelijke intervaltijd licht afwijken.
Menugids—Het PLAY BACK menu
151
Waardevolle foto's beveiligen: Protect
Wanneer u Protect (beveiligen) selecteert in het PLAY
BACK menu, verschijnt het rechts getoonde menu.
Hierin kunt u foto’s selecteren die u wilt beschermen
tegen onopzettelijk verwijderen. Beveiligde bestanden
kunnen niet worden verwijderd tijdens de directe
weergave, bij beeld-voor-beeld weergave of vanuit het
Delete menu.
Markeer de foto Druk de multiselector omhoog of om-
laag om de foto te selecteren. Geselec-
teerde foto’s worden voorzien van het
pictogram . Herhaal stap 1 en 2 om
meer foto’s te selecteren. Om de selec-
tie van een foto ongedaan te maken,
markeert u de foto en drukt u de
multiselector omhoog of omlaag.
Druk op de knop om de handeling te
voltooien. Druk op de knop als u het
Protect menu wilt verlaten zonder de
beveiligingsstatus van foto's te wijzigen.
12
3
De geheugenkaart formatteren
Let op: bij het formatteren van een geheugenkaart worden beveiligde foto's
verwijderd.
Menugids—Het PLAY BACK menu
152
Foto’s tijdens het weergeven verbergen: Hide Image
Met het menu Hide Image (foto’s verbergen) verbergt u een of
meer foto’s die in de huidige map zijn opgeslagen. Verborgen
foto’s kunnen alleen worden bekeken in het Hide Image menu.
Ze kunnen bij schermvullende weergave niet worden gewist, ook
niet met de opties in het Delete submenu. Hide Image is een
handige optie voor het samenstellen van een diavoorstelling.
HIDE IMAGE
1 2 3
4 5 6
Markeer de foto
Druk de multiselector omhoog of omlaag
om de foto te selecteren. Geselecteerde fo-
to’s worden voorzien van het pictogram .
Herhaal stap 1 en 2 om meer foto’s te selec-
teren. Om de selectie van een foto onge-
daan te maken, markeert u de foto en drukt
u de multiselector omhoog of omlaag.
Druk op de knop om de handeling te
voltooien. Druk op de knop als u het
Hide Image menu wilt verlaten zonder de
verberg-status van foto's te wijzigen.
12
3
HIDE IMAGE
1 2 3
4 5 6
De geheugenkaart formatteren
Let op: bij het formatteren van een geheugenkaart worden verborgen foto's verwijderd.
“ALL IMAGES ARE HIDDEN”
Zijn alle foto’s in de voor weergave geselecteerde map verborgen, dan verschijnt
bij schermvullende weergave de boodschap “ALL IMAGES ARE HIDDEN” (alle
afbeeldingen zijn verborgen ( 168). U kunt pas weer foto’s bekijken als u
een andere map hebt geselecteerd of de optie Hide Image hebt gebruikt om
een aantal belden in de huidige map te bekijken.
Menugids—Het PLAY BACK menu
153
Printopdrachten maken: Print Set
In het menu Print Set menu selecteert u de foto's die
u wilt afdrukken. Deze “printset” wordt in de bestand-
sindeling Digital Print Order Format (DPOF) opgeslagen
op de geheugenkaart.
Markeer de foto
Druk de multiselector omhoog om de
foto te selecteren. Geselecteerde
foto’s worden voorzien een het
pictogram .
12
PRINT
1 2 3
4 5 6
De bestandsindeling Digital Print Order Format
In het Print Set menu kunt u het volgende vastleggen: welke foto's moeten
worden afgedrukt, het aantal afdrukken en welke informatie op de afdruk moet
worden weergegeven. Deze gegevens worden in Digital Print Order Format
(DPOF) opgeslagen op de geheugenkaart. Nadat u een printopdracht hebt
aangemaakt, kunt u de geheugenkaart verwijderen uit de camera en plaat-
sen in een apparaat dat compatibel is met de DPOF-indeling. Dit kan uw ei-
gen fotoprinter of een professioneel afdruksysteem zijn. Vervolgens kunnen
de foto's rechtstreeks vanaf de geheugenkaart worden afgedrukt. Met de Nikon
NP-100 fotoprinter kunt u geen foto-informatie of datums afdrukken.
Menugids—Het PLAY BACK menu
154
Druk de multiselector omhoog om het
aantal exemplaren dat moet worden
afgedrukt, te verhogen (maximaal 9).
Druk de multiselector omlaag om het
aantal exemplaren te verlagen. Om de
selectie van een foto ongedaan te
maken, druk u de multiselector omlaag
als het aantal exemplaren 1 is. Herhaal
stap 1 to 3 als u meer foto's wilt selec-
teren.
3
Druk op om de opties weer te ge-
ven. Druk de multiselector omhoog of
omlaag om een optie te markeren.
Markeer Info en druk de multiselector
naar rechts om de sluitertijd en het dia-
fragma op alle foto's af te drukken.
Markeer Date en druk de multiselector
naar rechts om de opnamedatum op alle
foto's af te drukken.
Om de selectie van een onderdeel
ongedaan te maken, moet u dit mar-
keren en de multiselector naar rechts
drukken.
Markeer Done (gereed) als u alle ge-
wenste instellingen hebt gekozen en
druk de multiselector naar rechts.
Druk op de knop als u het menu
wilt verlaten zonder de printopdracht
te wijzigen.
4
Printopdracht annuleren
Hebt u de printopdracht niet meer nodig en wilt u deze opheffen, kies dan Print
Set in het Delete menu ( 147).
Menugids—Het PLAY BACK menu
155
Te kopiëren foto's selecteren: Auto Transfer
Als de camera is aangesloten op een computer waarop
Nikon View is geïnstalleerd, kunt u foto's die u met de
Auto Transfer optie hebt geselecteerd naar de com-
puter kopiëren.
Markeer de foto Druk de multiselector omhoog of om-
laag om de foto te selecteren die u wilt
kopiëren. Geselecteerde foto's worden
voorzien van het pictogram . Her-
haal stap 1 en 2 als u meer foto's wilt
selecteren. Om de selectie van een foto
ongedaan te maken, markeert u de
foto en drukt u de multiselector om-
hoog of omlaag.
Druk op om de handeling te voltooien.
Druk op de knop als u het Auto Transfer
menu wilt verlaten zonder de kopieerstatus
van foto's te wijzigen.
Te kopiëren foto's selecteren
Markeer Selected Photos in het Auto Transfer menu
en druk de multiselector naar rechts. Het menu dat hier
rechts wordt afgebeeld, verschijnt. U selecteert als
volgt foto's die u wilt kopiëren naar een computer:
12
3
Menugids—Het PLAY BACK menu
156
Alle foto's voor kopiëren markeren
Met de Auto Transfer optie kunt u maximaal 999 foto's in één keer naar een
computer kopiëren. Als u duizend of meer foto's tegelijk voor kopiëren hebt
geslecteerd, zal er na het aansluiten van de camera op de computer geen over-
dracht plaatsvinden. Wilt u meer dan 999 foto's kopiëren, dan kunt u met Nikon
View selecteren welke foto’s u wilt kopiëren.
Kopieermarkering voor alle foto's verwijderen
Selecteer Reset Transfer in het Delete menu ( 147) als u de kopieermarkering
bij alle foto's op de geheugenkaart wilt verwijderen.
Alle foto's voor kopiëren markeren
U markeert als volgt foto's die u op een later tijdstip naar een computer wilt
kopiëren:
Markeer All Photos
Er verschijnt een dialoogvenster. Druk
de multiselector omhoog of omlaag om
een optie te markeren. Druk naar
rechts om een keuze te maken:
Selecteer No als u het menu wilt ver-
laten zonder wijzigingen aan te bren-
gen in de kopieerinstellingen van
foto's
Selecteer Yes als u wilt vastleggen dat
alle foto's op de geheugenkaart moe-
ten worden gekopieerd
12
157
Technische
gegevens
Onderhoud van de camera,
accessoires en productondersteuning
In dit hoofdstuk vindt u het volgende: tips over het
reinigen en opbergen van uw camera, een lijst van
accessoires die voor de COOLPIX5700 verkrijgbaar
zijn, informatie over waar u online hulp kunt krij-
gen, adviezen over het oplossen van problemen en
de technische specificaties van de camera.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
158
Accessoires
Op het moment dat deze handleiding werd samengesteld, waren de volgende
accessoires leverbaar voor de COOLPIX5700. Neem contact op met de plaat-
selijke Nikon-dealer voor meer informatie.
Oplaadbare batterij
Extra EN-EL1 Li-Ion-batterijen zijn verkrijgbaar
bij uw lokale Nikon-dealer
Flits-accessoires
De volgende Nikon flitsers kunnen direct op
de camera worden aangesloten zonder extra
sync-kabel: SB-80DX, SB-50DX, SB-30, SB-
28DX en SB-22s. Zie voor meer informatie
over het aansluiten van een externe flitser
“Werken met een externe flitser”( 138).
Alleen de volgende converters kunnen wor-
den gebruikt voor de COOLPIX5700:
WC-E80 groothoekconverter (0,8×)
TC-E15ED teleconverter (1,5×)
Converters (objectief- ver-
loopring vereist)
Afstandsbedieningskabel
MC-EU1 afstandsbedieningskabel
Zonnekap
HR-E5700 zonnekap
Adapter CompactFlash™
geheugenkaart
EC-AD1 PC-kaartadapter
Draagtas
CS-CP11 soft case
Batterijpak MB-E5700 batterijpak
Objectief-verloopring
UR-E8 verloopring-adapter voor WC-E80 groot-
hoek-converter en TC-E15ED teleconverter
Lichtnetadapter/
batterijlader
EH-21 lichtnetadapter/batterijlader
•EH-53 lichtnetadapter
MH-53C batterijlader (aan te sluiten op si-
garettenaansteker in auto)
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
159
Gebruik alleen Nikon-flitsaccessoires
Gebruik alleen Nikon-flitsers. Het gebruik van een andere flitser kan de interne
bedrading van de camera of flitser beschadigen. Neem eerst contact op met
een geautoriseerde Nikon-dealer als u een Nikon-flitser wilt gebruiken die niet
wordt genoemd in de lijst op de vorige pagina.
De HR-E5700 Zonnekap gebruiken
Verwijder de optionele HR-E5700 zonnekap wanneer u gebruik maakt van de
flitser. Indien u de zonnekap niet verwijdert, zal de zonnekap het licht van de
flitser deels blokkeren waardoor een schaduw op de foto onstaat.
Goedgekeurde geheugenkaarten
Naast de bij de camera geleverde kaart en de Nikon EC-CF geheugenkaarten
zijn de volgende geheugenkaarten getest en goedgekeurd voor gebruik in de
COOLPIX5700:
CompactFlash
geheugenkaart:
SanDisk SDCFB serie 16 MB, 32 MB, 48 MB, 64 MB, 96 MB, en 128 MB
Lexar Media 4× USB serie 8 MB, 16 MB, 32 MB, 48 MB, 64 MB, en 80 MB
Lexar Media 8× USB serie 8 MB, 16 MB, 32 MB, 48 MB, 64 MB, en 80 MB
Lexar Media 10× USB serie 128 MB en 160 MB
Microdrive
®
cards:
IBM DSCM-10512 en DSCM-11000 Microdrive
®
cards
Een goede werking van andere merken en/of types geheugenkaarten kan niet
worden gegarandeerd. Neem voor meer informatie over de bovengenoemde
geheugenkaarten contact op met de fabrikant.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
160
Houd de camera droog
De camera is niet waterbestending. Onder-
dompeling in water of blootstelling aan een
hoge luchtvochtigheid kan defecten veroorza-
ken. Door roest van het inwendige mecha-
nisme kan onherstelbare schade optreden.
Verwijder zout, zand en stof
Als u opnamen hebt gemaakt aan zee of
op het strand, dient u hierna eventuele
zand- of zoutresten met een licht bevoch-
tigde doek weg te vegen en de camera
vervolgens grondig te drogen.
Raak de lens niet met uw vingers aan
De juiste manier om de lens te reiningen,
wordt beschreven in “Technische gege-
vens: Onderhoud van de camera”.
Wees voorzichtig met de lens en alle
bewegende onderdelen
Beweeg het objectief, de ingebouwde
Speedlight-flitser en de monitor voorzich-
tig. Gebruik nooit kracht om het deksel van
de batterij, geheugenkaart of aansluitin-
gen te openen of te sluiten. Deze onder-
delen raken gemakkelijk beschadigd.
Schakel de camera uit voordat u de
batterij verwijdert of de lichtnetadapter
loskoppelt
Haal de stekker van de camera niet los en
verwijder de batterij niet wanneer de ca-
mera is ingeschakeld of als er foto's wor-
den opgenomen of verwijderd. Als de voe-
ding van de camera in dergelijke omstan-
digheden wordt onderbroken, kunnen er
gegevens verloren gaan of kan het geheu-
gen of de interne bedrading van de camera
beschadigd raken. Verplaats de camera
niet en loop nooit rond met de camera als
deze op de lichtnetadapter is aangesloten,
omdat u zo de voeding per ongeluk kunt
onderbreken.
Laat de camera niet vallen
De camera kan defect raken als deze wordt
blootgesteld aan zware schokken of trillingen.
Houd de camera uit de buurt van
sterke magnetische velden
Maak geen opnamen en berg de camera
niet op in nabijheid van apparatuur die een
sterke elektromagnetische straling of mag-
netische velden produceert. Sterke stati-
sche ladingen en sterke magnetische vel-
den die worden geproduceerd door bij-
voorbeeld een radio of televisie, kunnen
storingen veroorzaken in de monitor of
zoeker, gegevens op de geheugenkaart
aantasten of de interne bedrading van de
camera beschadigen.
Vermijd plotselinge temperatuurverschillen
Plotselinge temperatuurverschillen bijvoor-
beeld bij het betreden of verlaten van een
verwarmde ruimte op een koude dag, kun-
nen condensvorming in de camera veroor-
zaken. Om condensvorming te voorko-
men, kunt u de camera enige tijd in een
draagtas of een plastic tas houden voordat
u opnamen maakt na het blootstellen van
camera aan grote temperatuurverschillen.
Opmerkingen over de monitor en
zoeker
De monitor en zoeker kunnen een aan-
tal pixels bevatten die altijd oplichten of
juist nooit oplichten. Dit is gebruikelijk
voor TFT LCD-monitoren en wijst niet op
een defect. Dit verschijnsel is niet van in-
vloed op de foto's die u met de camera
maakt.
Bij helder licht zijn de beelden in de mo-
nitor soms moelijk te zien.
Onderhoud van camera en batterij
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
161
De monitor en zoeker worden van achte-
ren verlicht door een fluorescentielamp.
Neem contact op met de Nikon-dealer als
de verlichting zwakker wordt of de moni-
tor dan wel de zoeker begint te knipperen.
Oefen geen druk op de monitor of zoe-
ker uit. Dit kan schade of storing tot ge-
volg hebben. Stof of pluisjes op de mo-
nitor of zoeker kunt u met een blaas-
kwastje verwijderen. Vlekken verwijdert u
door het oppervlak voorzichtig schoon te
wrijven met een zachte doek of zeem.
Mocht de monitor of zoeker breken, pas
dan op voor letsel veroorzaakt door ge-
broken glas en voorkom dat het vloeibare
kristal uit de monitor in aanraking komt
met de huid, ogen of mond.
Batterijen
Controleer de batterijstatus in de display
wanneer u de camera aanzet om te be-
palen of de batterij moet worden vervan-
gen. De batterij moet worden vervangen
als de aanduiding voor de batterij-
capaciteit knippert.
Zorg dat u altijd een volledig opgeladen
reservebatterij bij u hebt als u bij belang-
rijke gelegenheden foto's maakt. Het kan
zijn dat u zich bevindt op een plaats waar
het moeilijk is om op korte termijn een
reservebatterij aan te schaffen.
Op koude dagen neemt de capaciteit van
batterijen vaak af. Zorg dat de batterij
volledig is opgeladen voordat u bij koud
weer in de open lucht gaat fotograferen.
Bewaar een reservebatterij op een warme
plaats en wissel de twee batterijen zo
nodig om. Als een koude batterij weer is
opgewarmd, neemt het vermogen vaak
weer enigszins toe.
Mochten de batterijpolen vies worden,
veeg deze dan vóór gebruik schoon met
een schone, droge doek.
Geheugenkaarten
Schakel de camera uit voordat u een
geheugenkaart plaatst of uit de camera
verwijdert. Als u een geheugenkaart
plaatst of verwijdert terwijl de camera is
ingeschakeld, kan de geheugenkaart
onbruikbaar worden.
Plaats geheugenkaarten op de juiste ma-
nier. Als u een geheugenkaart onderste-
boven of omgekeerd in de camera plaatst,
kunnen e camera en/of geheugenkaart
beschadigd raken.
Bewaren
Om schimmelvorming te voorkomen,
dient u de camera in een droge, goed
geventileerde ruimte te bewaren.
•Wanneer u niet van plan bent de camera
binnen afzienbare tijd te gebruiken, ver-
wijder dan de batterij om lekkage te voor-
komen en bewaar de camera in een plas-
tic tas met een droogmiddel. Bewaar de
camerakoffer echter niet is een plastic
tas, aangezien het materiaal hierdoor kan
worden aangetast. Houd er rekening
mee dat droogmiddel geleidelijk zijn ver-
mogen om vocht te absorberen verliest
en daarom regelmatig dient te worden
vervangen.
Bewaar de camera niet met nafta- of
kamfermottenballen, in nabijheid van
apparatuur die sterke magnetische vel-
den produceert of in een omgeving die
wordt blootgesteld aan een bijzonder
hoge of lage temperatuur bijvoorbeeld in
nabijheid van een kachel of in een afge-
sloten auto op een warme dag.
Om schimmelvorming te voorkomen,
dient u de camera ten minste één keer
per maand tevoorschijn te halen. Schakel
de camera in en druk de ontspanknop
een paar maal in voordat u de camera
weer opbergt.
Bewaar de batterij op een koele, droge
plaats.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
162
Reiniging
Gebruik geen alcohol, spiritus of andere vluchtige chemicaliën
Bewaren
Verwijder de batterij als u niet van plan bent de camera binnen afzienbare tijd
te gebruiken. Controleer altijd eerst of de camera is uitgeschakeld, de moni-
tor is gesloten en de lensdop op het objectief is geplaatst. Bewaar de camera
niet op een plaats die:
slecht geventileerd of vochtig is
zich bevindt in nabijheid van apparatuur die sterke magnatische velden
produceert zoals een televisie of radio
wordt blootgesteld aan temperaturen hoger dan 50 °C of lager dan –10 °C
wordt blootgesteld aan luchtvochtigheid van meer dan 60%
Camerabehui-
zing
Gebruik een blaaskwastje om stof en pluisjes te verwijderen.
Veeg het camerabehuizing vervolgens schoon met een zach-
te, droge doek. Als u opnamen hebt gemaakt aan de zee of
op het strand, dient u eventuele zand- of zoutresten met een
licht met schoon water bevochtigde doek weg te vegen en
het camerabehuizing vervolgens grondig te drogen.
Monitor
Verwijder stof of pluisjes met een blaaskwastje. Vingeraf-
drukken en andere vlekken verwijdert u met een zachte,
droge doek. Zorg dat u niet te hard in de monitor drukt.
Lens /zoeker
Bij het reinigen van deze glazen onderdelen is het van het
allergrootste belang dat u ze niet met uw vingers aanraakt.
Gebruik een blaaskwastje (een kwastje met aan één kant een
rubberen bolletje dat u inknijpt zodat er aan de andere kant
lucht uitkomt) om stof of pluisjes te verwijderen. Vingeraf-
drukken of andere vlekken op de lens of zoeker die niet met
een blaaskwastje kunnen worden verwijderd, veegt u af met
een schone doek. Hierbij maakt u een spiraalvormige bewe-
ging vanuit het midden van de lens of zoeker en beweegt u
de doek al wrijvende naar de rand.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
163
Ondersteuning op internet
Op het moment dat deze handleiding werd samengesteld, was de volgende
online ondersteuning beschikbaar voor gebruikers van de digital imaging-ap-
paratuur van Nikon:
Voor productinformatie en tips
voor gebruikers in de VS: http://www.nikonusa.com/
voor gebruikers in Europa: http://www.nikon-euro.com/
voor gebruikers in Azië, Oceanië, het Midden-Oosten en Afrika:
http://www.nikon-asia.com/
Dealers en vertegenwoordigers
Informatie over de dichtstbijzijnde dealer of vertegenwoordiger vindt u op:
http://www.nikon-image.com/eng/
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
164
Problemen oplossen
Als de camera niet naar verwachting functioneert, kunt u in de onderstaande
lijst met de meest voorkomende problemen een oplossing zoeken voordat u
contact opneemt met uw Nikon-dealer of de Nikon-importeur. Zie de bladzijde
in de rechterkolom voor meer informatie over hoe u het genoemde probleem
verhelpt.
Probleem Mogelijke oorzaak
De display geeft niets
weer
22
14
23
15
24
Camera staat uit.
Batterij is niet correct geplaatst of deksel van
batterijruimte is niet volledig gesloten.
Batterij is leeg.
Lichtnetadapter (beide optioneel) is niet goed
aangesloten.
•Camera is in sluimerstand. Druk ontspanknop
half in of druk op de knop.
Camera schakelt
direct uit
23
161
Batterij is bijna leeg.
Batterij is koud.
Monitor geeft niets
weer
9
13
40
46
•Zoeker is ingeschakeld. Druk op de knop om
de monitor in te schakelen.
Lensdop zit nog op objectief. Verwijder de
lensdop.
USB-kabel is aangesloten.
Audio-/videokabel is aangesloten.
MC-EU1 afstandsbedieningskabel is aangeslo-
ten en standby.
Er worden geen aandui-
dingen weergegeven in
de monitor of zoeker
6
149
Aanduidingen zijn verborgen. Druk op de
knop om de aanduidingen weer te geven.
Er wordt een diavoorstelling vertoond.
Monitor is moeilijk te
lezen
9
126
162
Omgevingslicht is te licht: gebruik de zoeker
of ga naar een donkerdere omgeving.
•Weergave-instellingen moeten worden aange-
past.
•Monitor is vies.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
165
Probleem Mogelijke oorzaak
Er wordt geen foto
gemaakt wanneer de
ontspanknop volledig
wordt ingedrukt
84
23
23
28
28
17,
135
17
58
Camera is in weergavestand.
Batterij is leeg.
•Aantal resterende opnamen is nul: niet vol-
doende geheugenruimte vrij.
•Aanduiding focus
knippert: camera kan niet
scherpstellen.
Aanduiding flifser gereed knippert: flits wordt
geladen.
Bericht “MEMORY CARD IS NOT FORMATTED”
verschijnt in monitor of zoeker: geheugenkaart
is niet geformatteerd voor gebruik in COOL-
PIX5700.
Bericht “NO MEMORY CARD” verschijnt in mo-
nitor of zoeker: geen geheugenkaart in camera.
Zelfontspanner is ingesteld.
Foto's zijn onscherp
56
28,
55
Onderwerp bevond zich niet in scherpstelveld
toen ontspanknop half werd ingedrukt of toen
AE/AF-knop werd ingedrukt.
Aanduiding focus knippert: camera kan niet
scherpstellen. Het onderwerp is niet geschikt
voor autofocus.
Foto's zijn te licht
(overbelicht)
66
73
74
Belichtingscorrectie is te hoog.
Aanduiding sluitertijd in monitor of zoeker
knippert: sluitertijd te snel.
Aanduiding diafragma in monitor of zoeker knip-
pert: diafragmawaarde (f/-nummer) te laag.
Foto's zijn te donker
(onderbelicht)
62
27
171
66
73
74
Flitser staat uit.
Flitser is geblokkeerd.
Onderwerp ligt buiten flitsbereik.
Belichtingscorrectie is te laag.
Aanduiding sluitertijd in monitor of zoeker
knippert: sluitertijd te kort.
•A anduiding diafragma in monitor of zoeker knip-
pert: diafragmawaarde (f/-nummer) te hoog.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
166
Probleem Mogelijke oorzaak
Foto's zijn wazig/
onscherp
73
62
78
74
106
58
Camera bewoog tijdens opname: kies kortere slui-
tertijd. Kies een van de volgende opties als een
kortere sluitertijd tot onderbelichting leidt:
Gebruik de flits
–Verhoog de gevoeligheid (ISO-equivalent)
–Kies een groter diafragma
Zo vermindert u wazigheid bij een lange sluitertijd:
–Gebruik de Best Shot selectie (BSS)
–Gebruik de zelfontspanner
–Gebruik een statief
Kleuren zijn onna-
tuurlijk
101
108
•Witbalans stemt niet overeen met lichtbron.
Kleurverzadiging is te laag of te hoog.
Ingebouwde flitser
gaat niet af
62
54
104
106
109
110
117
137
23
Flitser staat uit. Let op: de flits schakelt in de
volgende gevallen automatisch uit:
Scherpstelling is ingesteld op (oneindig)
–Voor continuopname is een andere instelling
geselecteerd dan Single (instelset 1, 2, 3)
De Best Shot selectie (BSS) is ingesteld (instel-
set 1, 2, 3)
Een andere instelling is geselecteerd dan
Normal voor LENS (instelset 1, 2, 3)
AE Lock is ingeschakeld (instelset 1, 2, 3)
Clear Image Mode is geselecteerd (instelset
1, 2, 3)
Speedlight Cntrl is ingesteld op Auto en er
is een externe flitser aangesloten
Batterij is bijna leeg
Willekeurig verdeelde
heldere pixels (beeld-
ruis) verschijnen in
beeld
78
73,
117
117
Gevoeligheid hoger dan 100.
luitertijd te traag. Als u een opname maakt
met een sluitertijd van
1
/
30
sec. of trager, zet
dan de ruisonderdrukking aan.
Clear Image Mode is niet geselecteerd: selec-
teer Clear Image Mode.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
167
Probleem Mogelijke oorzaak
Nikon View start niet
wanneer de camera is
aangesloten of wan-
neer geheugenkaart
in kaartlezer of kaart-
sleuf is geplaatst
22
41,
44
Camera staat uit.
• Lichtnetadapter (optioneel) is niet goed aan-
gesloten of de batterij is leeg.
nterfacekabel is niet goed aangesloten, of
kaart is niet goed geplaatst in kaartlezer,
kaartadapter of kaartsleuf.
Zie de Nikon View Naslaggids voor meer infor-
matie over het oplossen van problemen met
Nikon View.
Foto kan niet worden
weergegeven
•Foto is overschreven of opgeslagen onder een
andere naam door een computer of een came-
ra van een ander merk.
Foto wordt in spiegel-
beeld weergegeven
77
104
Opnamen werden gemaakt met de instelling
Ultra HS of Movie met de monitor naar vo-
ren gedraaid.
De televisie toont
geen beeld
46
46
142
•Videokabel is niet goed aangesloten.
•Televisie staat niet aan of is niet ingesteld op
videokanaal.
•Instelling Video Mode is niet correct voor tv/
videorecorder.
Zoomfunctie werkt
niet bij weergeven
77
104
Beeld is een film.
•Beeld werd gemaakt met instelling Ultra HS.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
168
Foutberichten
In de volgende tabel krijgt u een overzicht van de foutberichten en andere waarschuwingen die
in de monitor of zoeker verschijnen, en hoe u de desbetreffende problemen kunt verhelpen.
Een knipperend pictogram in de display geeft aan dat de batterij leeg is. Een
knipperend pictogram verschijnt in de display wanneer de camera geen
geheugenkaart signaleert, wanneer er een fout optreedt bij de toegang tot de kaart
of wanneer de kaart niet voor gebruik in de camera is geformatteerd.
Bericht Probleem Oplossing
(knippert)
Batterij leeg.
Schakel camera uit en
vervang batterij.
23
(knippert)
Stel klok / kalender in op
huidige tijd en datum.
20
28(groene punt knip-
pert)
Scherpstellen niet mo-
gelijk.
Stel scherp op ander on-
derwerp op dezelfde af-
stand en bepaal de beeld-
compositie opnieuw.
Neem vinger weg van
ontspanknop, probeer
daarna opnieuw.
28
(rode punt knippert)
Ingebouwde flitser
laadt op.
NO CARD
PRESENT
Camera vindt geen ge-
heugenkaart.
Schakel de camera uit en
controleer of de geheu-
genkaart goed is geplaatst.
16
Fout bij toegang tot
geheugenkaart.
Gebruik goedgekeur-
de geheugenkaart.
Controleer of contact-
punten schoon zijn.
Schakel de camera achter-
eenvolgens uit en in. Als
het bericht weer verschijnt,
is het mogelijk dat de ge-
heugenkaart defect is.
Neem contact op met de
Nikon-dealer of importeur.
159
THIS CARD
CANNOT BE USED
WARNING!!
This CF card cannot
be read
Bericht Probleem Oplossing
Klok / kalender niet in-
gesteld.
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
169
Camera is uitgeschakeld,
knop ingedrukt of keuzescha-
kelaar ingeschakeld terwijl fo-
to's worden opgeslagen.
WARNING ! !
Please wait for camera
to finish recording
Bericht verdwijnt auto-
matisch als het opne-
men is voltooid.
Bericht Probleem Oplossing
CARD CONTAINS
NO IMAGES
Geheugenkaart bevat
geen foto's.
Map die is geselecteerd
voor (directe) weerga-
ve bevat geen foto's.
Ga terug naar opnames-
tand en maak foto's.
Selecteer map met fo-
to's in Folders menu om
foto's weer te geven.
28
121
IMAGE CANNOT
BE SAVED
Geheugenkaart is niet
geformatteerd voor
gebruik in COOLPIX
5700.
Fout opgetreden bij
opslaan foto.
Geen vrije map- of
bestandsnummers
meer beschikbaar.
Formatteer geheu-
genkaart opnieuw.
Plaats nieuwe geheu-
genkaart of format-
teer geheugenkaart
opnieuw en selecteer
Off of Reset voor
Seq. Numbers (volg-
nummers).
135
134
OUT OF MEMORY
Onvoldoende geheugen
om wijzigingen in een
printopdracht of een kopi-
eermarkering vast te leggen.
Verwijder ongewenste
foto's en probeer nog-
maals wijzigingen aan
te brengen.
33,
145,
153,
155
Onvoldoende geheu-
gen om met de huidige
instellingen nieuwe fo-
to's te maken.
Kies een lagere beeldkwaliteit
of een kleiner beeldformaat.
•Verwijder foto's.
Plaats een nieuwe kaart.
48
145
17
CARD IS NOT
FORMATTED
FORMAT
NO
Geheugenkaart is niet
geformatteerd voor ge-
bruik in COOLPIX5700.
Druk de multiselector om-
hoog om FORMAT te mar-
keren en druk deze naar
rechts om de geheugen-
kaart te formatteren, of
schakel de camera uit en
vervang de geheugenkaart.
135
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
170
Bericht Probleem Oplossing
ALL IMAGES
ARE HIDDEN
Alle foto's in huidige
map zijn verborgen.
Selecteer een andere
map of kies Hide Image
om de verberg-status in
huidige map te wijzigen.
148,
152
FILE CONTAINS
NO IMAGE DATA
Map aangemaakt door
computer of camera van
ander merk.
Verwijder map of format-
teer geheugenkaart op-
nieuw.
124,
135
THE FOLDER
CANNOT BE
DELETED
Map bevat verborgen of
beveiligde foto's of foto's
die niet zijn gemaakt met
COOLPIX 5700.
Voor foto's die niet zijn
gemaakt met COOLPIX
5700: verwijder bestand
of formatteer geheugen-
kaart opnieuw.
Map kan alleen worden
verwijderd als geen van
de foto's in de map is ver-
borgen of beveiligd.
135,
151,
152
LENS ERROR
Fout bij functioneren van
objectief.
Schakel de camera achter-
eenvolgens uit en in. Neem
contact op met de Nikon-
dealer of importeur als fout
niet verdwijnt.
22
Speedlight is in the closed
position
Ingebouwde flitser wordt
geblokkeerd door vinger
of ander voorwerp.
Verwijder obstakel van
flitser en druk ontspan-
knop half in.
27
SYSTEM ERROR
Fout heeft zich voorge-
daan in interne bedra-
ding van camera.
Schakel camera uit, kop-
pel optionele licht-
netadapter los (indien in
gebruik), verwijder de bat-
terij, plaats deze opnieuw
en schakel camera weer
in. Neem contact op met
de Nikon-dealer of impor-
teur als fout niet verdwijnt.
14,
16,
22
verschijnt op de
display
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
171
Specificaties
Type E5700 digitale camera
Effective pixels 5,0 miljoen
CCD
2
/
3
inch high-density CCD; totaal aantal pixels:
5,24 miljoen
Beeldgrootte (pixels) • 2560 × 1920 (Full) • 1280 × 960 (SXGA)
• 2560 × 1704 (3 : 2) • 1024 × 768 (XGA)
• 1600 × 1200 (UXGA) • 640 × 480 (VGA)
Objectief 8× Zoom Nikkor
Brandpuntsafstand F=8,9 – 71,2 mm (kleinbeeld-equivalent: 35 –
280 mm)
f/-getal f/2,8 – f/4,2
Constructie Veertien elementen in tien groepen
Digitale zoom 4,0×
Autofocus (AF) Autofocus via DDL (door het objectief) contrast-
detectie
Scherpstelbereik 50 cm – ; 3 cm – in macrostand en handma-
tige scherpstelmethoden (middelste zoomposi-
tie)
AF-veld-selectie Vijfvelds multi-AF en spot-AF beschikbaar
Zoeker LCD-zoeker in kleur, 0,44 inch, 180.000 punts,
hoge temperatuur polysiliconen TFT LCD met
dioptriecorrectie
Vergroting 0,27 – 2,1×
Beelddekking
Circa 97% verticaal, 100% horizontaal
Dioptriecorrectie –4 – +1 m
–1
Monitor 1,5 inch, 110.000 punts, lage temperatuur po-
lysiliconen TFT LCD met instelbare helderheid en
kleurbalans
Beelddekking
Circa 97% verticaal, 100% horizontaal
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
172
Opslag
Media Type I en II CompactFlash™ (CF) en Microdrive
®
kaarten (512MB, 1GB)
Bestandssysteem Compatibel met Design Rule for Camera File
System (DCF), Exif 2.2 en Digital Print Order
Format (DPOF)
Bestandsformaten
Gecomprimeerd: compatibel met JPEG-baseline
(beeldkwaliteit FINE, NORMAL en BASIC)
Niet gecomprimeerd: NEF (beeldkwaliteit RAW)
en TIFF-RGB (beeldkwaliteit HI)
Film: QuickTime
Belichting
Belichtingsmeting Vier soorten door-de-lens-meting (DDL):
256-segments matrix • Spotmeting
Centrumgewicht AF-spot
Belichtingsregeling Programma-automatiek met flexibel program-
ma, sluitervoorkeuze-automatiek, diafragma-
voorkeuze-automatiek, handmatig, belichtings-
correctie (–2,0 – +2,0 EV in stappen van
1
/
3
LW),
Autoexposure Bracketing
Bereik (ISO 100 equivalent)
W: –2,0 – +18,0 LW
T: –0,5 – +18,0 LW
Sluiter Mechanische en ccd-sluiter
Sluitertijden 8 sec –
1
/
4000
sec, bulb (tot 5 min.) instelling be-
schikbaar
Diafragma Zevenbladig iris-diafragma
Bereik Tien instellingen, in stappen van
1
/
3
LW
Gevoeligheid ISO-equivalent circa 100, 200, 400, 800 of Auto
Zelfontspanner Drie of tien seconden vertraging
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
173
Ingebouwde Speedlight-flitser
Uitgerust met automatische popup
Bereik W: 0,5 – 4,0 m
T: 0,5 – 2,8 m
Flitssynchronisatie Automatische synchronisatieregeling
Compatibele flitser
Nikon SB-80DX, 50DX, 30, 28DX, 28, 26, 25,
24, 22s, and 22
Accessoireschoentje Standaard ISO-middencontact-schoen met verg-
rendeling
Synchronisatiecontact Alleen X-contact
Interface USB
TV-norm Keuze tussen NTSC en PAL
In-/uitgangen Netvoeding
• Audio/video (A/V) output
• Data-output (USB)
Voeding • Eén oplaadbare Nikon EN-EL1 lithium-ion bat-
terij (meegeleverd) of 2CR5 (DL245) lithium-
batterij van 6V (optioneel)
MB-E5700 batterijpak (optioneel) met zes LR6
(AA) alkaline, lithium, NiCd of NiMH batterijen
EH-21 lichtnetadapter/batterijlader (optioneel)
EH-53 lichtnetadapter (optioneel)
Gebruiksduur batterij (EN-EL1)
Circa 90 minuten (gemeten bij kamertempera-
tuur [20 °C] onder standaard Nikon-testomstan-
digheden: monitor aan, zoom voor elke op-
nieuw opnieuw ingesteld, flits gebruikt voor
ongeveer eenderde van de opnamen, FULL,
beeldkwaliteit NORMAL)
Statiefaansluiting
1
/
4
” (ISO 1222)
Afmetingen(B × H × D) 108 × 76 × 102 mm
Gewicht Ongeveer 480g zonder batterij en geheugen-
kaart
Bedrijfsomgeving
Temperatuur 0–40°C
Luchtvochtigheid Minder dan 85% (geen condensvorming)
Technische gegevens : Onderhoud van de camera, accessoires en productondersteuning
174
Systeemvereisten (Nikon View): Windows
OS
Voorgeïnstalleerde versies van Windows XP Home
Edition, Windows XP Professional, Windows 2000
Professional, Windows Millennium Edition (ME),
Windows 98 Second Edition (SE)
Uitvoering Ondersteunt alleen modellen met ingebouwde
USB-poort
CPU 300 MHz Pentium of sneller
RAM 128 MB of meer aanbevolen voor werken met RAW-
beelden, 64 MB of meer voor andere foto’s
Harde schijf 60 MB vereist voor installatie, met extra hoeveel-
heid ruimte ter grootte van tweemaal de capa-
citeit van de geheugenkaart in de camera plus
10 MB, wanneer Nikon View draait.
Video-resolutie
800 × 600 of beter met High Color (True Color
aanbevolen)
Overige eisen Cd-rom-station vereist voor installatie
Systeemvereisten (Nikon View): Macintosh
OS Mac OS X (versie 10.1.2 of hoger), Mac OS 9.0
– 9.2
Uitvoering iMac, iMac DV, Power Mac G3 (Blue & White),
Power Mac G4 of hoger, iBook, PowerBook G3
of hoger; ondersteunt alleen modellen met in-
gebouwde USB-poort
RAM 128 MB of meer aanbevolen voor werken met RAW-
beelden, 64 MB of meer voor andere foto’s
Harde schijf 60 MB vereist voor installatie, met extra hoeveel-
heid ruimte ter grootte van tweemaal de capa-
citeit van de geheugenkaart in de camera plus
10 MB, wanneer Nikon View draait.
Video-resolutie
800 × 600 of beter met duizenden kleuren (mil-
joenen kleuren aanbevolen)
Overige eisen
Cd-rom-station vereist voor installatie
Inhoudsopgave
175
Symbolen
3:2, 48, 51
100, 200, 400, 800, 78
opnamestand, 9, 22
weergavestand, 9, 84
knop, 86
knop, 87
knop, 66
knop, 62
knop, 33, 67, 84
knop, 49, 51
knop, 9, 26
knop, 53, 59, 80
, , 23, 65
, 15
, , , 53, 58
, , , , 62
, 66, 116
, , , , , , 101
, , , , 103
, , , , , 104
, , , , 107
, 108
, , 109
, , , 114
, , , 7, 88
, 152
A
Zie belichtingsmethode, diafragmavoor-
keuze-automatiek
A/V-uitgang. Zie tv-weergave
Aan/uit. Zie Aan-/uitschakelaar
Aan-/uitschakelaar, 22
Aanduidingen, 28 indicatoren?
autofocus, 28, 56
flitser gereed, 28
Aantal opnamen, 8
Accessoires. Zie optionele accessoires
AE Lock, 110
AE. Zie automatische belichting
AE-L, AF-L, 131
AE-L. Zie AE Lock
AE-L/AF-L knop, 57
en automatische belichting vergrendelen, 57
en scherpstelvergrendeling, 56
AF Area Mode, 112
AF. Zie autofocus
Audio. Zie films
Audio/Visueel. Zie tv-weergave
AUTO Zie flitsmethode; gevoeligheid
AUTO BRACKETING, 115
Auto Off, 133
Auto Transfer, 155
Automatische belichting
bracketing, 115
vergrendelen, 57. Zie ook AE Lock
Auto-Focus Mode, 113
Autofocus, 28, 53, 56, 112
continu, 113
single, 113
Autofocus-aanduiding. Zie Aanduidingen,
autofocus
B
BASIC, 48, 49
Batterij, 14, 23
MB-E5700, 12, 158
opslaan, 161
Beeldbestanden, 88
bestandsnaam en -type, 88
bestandsgrootte, 48, 89
Beeldgrootte, 48
en bestandsgrootte, 48
en afdrukformaat, 52
en ruimte op geheugenkaart, 48
Beeldkwaliteit, 48
en bestandsgrootte, 48
en ruimte op geheugenkaart, 48
Beeldruis, 73, 117
Belichtingscorrectie, 66
Belichtingsinformatie. Zie foto-informatie
Inhoudsopgave
Inhoudsopgave
176
Belichtingsmethode, 70
diafragmavoorkeuze-automatiek, 74
handmatig, 75
programma-automatiek, 72
Flexibel programma, 72
sluitertijdvoorkeuze-automatiek, 73
BEST SHOT SELECTOR, 106
Bestanden. Zie fotobestanden
BKT. Zie AUTO BRACKETING
Brightness, 128
BSS Zie BEST SHOT SELECTOR
BULB. Zie tijdopname
C
C Zie RESET ALL
Camerariem, 13
, 168
CF Card Format, 135
CF kaart. Zie geheugenkaart
Clear Image Mode Zie NOISE REDUCTION
Close-ups. Zie scherpstelmethode, macro close-up
CompactFlash™ kaart Zie geheugenkaart
Compressie. Zie beeldkwaliteit
Computer. Zie Nikon View; overbrengen
CONTINUOUS, 104
Contrast. Zie IMAGE ADJUSTMENT
Controls, 129
Converter, 109
D
Date, 19, 141
DCF, 171
Delete, 145
Design rule for Camera File system. Zie DCF
Diashow. Zie Slideshow
Diafragma, 70, 132. Zie ook
belichtingsmethode
Digital Print Order Format Zie DPOF
Digital Tele, 60
Dioptriecorrectie, 12
Directe weergave, 57
schermvullende weergave, 33
thumbnail, 35
knop, 24
Display, 8
Displayverlichting knop, 4, 8
DPOF, 153
E
, 170
EXPOSURE OPTIONS, 110
F
Films, 104
opnemen, 77
weergeven, 90
FINE, 48, 49
Fixed Aperture, 132
Flexibel programma. Zie belichtingsmethode
Flits, extern, 138
Flitser gereed, aanduiding. Zie Aanduidin-
gen, flitser gereed
Flitser, ingebouwd, 27, 62
Flitsmethode, 62
Flitsstand. Zie flitsmethode
Focus Confirmation, 113
FOCUS OPTIONS, 112
Folders. Zie mappen
Folders
optie PLAY BACK menu, 148
optie SET-UP menu, 121
Formatteren. Zie geheugenkaart
Foto-informatie, 141. Zie ook info.txt
Foto's kopiëren. Zie overbrengen
Foto’s verwijderen
vanuit PLAY BACK menu, 145
schermvullende weergave, 33, 84
Foutmeldingen, 168
Func., 129
knop, 11, 129
Inhoudsopgave
177
G
Geheugenkaart, 161
capaciteit van, 48
formatteren, 135
foto's lezen van, 44
goedgekeurde geheugenkaarten, 158
plaatsen en verwijderen, 16
Gevoeligheid, 78
Groothoek. Zie LENS; zoom
Grootte. Zie beeldgrootte
H
Handmatige scherpstelling, 80
Helderheid
van foto's. Zie IMAGE ADJUSTMENT
van monitor. Zie Brightness
HI, 48, 49
Hide Image, 152
Hoge lichten. Zie foto-informatie
Histogram. Zie foto-informatie
Hue, 128
I
IMAGE ADJUSTMENT, 107
IMAGE SHARPENING, 114
INF. Zie scherpstelmethode; handmatige
scherpstelling
info.txt, 141
Informatie. Zie foto-informatie
Ingebouwde flitser. Zie flitser, ingebouwd
Instelschijf, 4
Instelset, 68
1/2/3, 68
A, 68
gebruikersinstellingen opslaan, 68
selecteren, 69
ISO knop, 78
ISO. Zie gevoeligheid
J
JPEG Zie beeldkwaliteit
JPG. Zie beeldbestanden
K
Keuzeschakelaar, 9
Kleur
in foto's. Zie SATURATION CONTROL;
WHITE BALANCE
van monitor. Zie Hue
Klok/kalender, 19
Kwaliteit. Zie beeldkwaliteit
L
Lange belichtingstijd. Zie tijdopname
Language, 18, 142
LENS, 13, 162
Lens converter. Zie converter
Lensdop, 13
Lichtmeting. Zie METERING
knop, 57, 131
Luidspreker, 90
M
. Zie belichtingsmethode, handmatig
Macro close-up. Zie scherpstelmethode,
macro close-up
Mappen, 6, 88
foto's opslaan in, 121
maken, hernoemen en verwijderen, 121
nummering, 88
selecteren voor weergave, 148
Ultra HS, 125, 148
Maximum Bulb Duration, 111
Memorize, 129
Menu's, 91
knop, 97
METERING, 103
MF knop, 80
M-F, 80
Microdrive
®
. Zie geheugenkaart
Microfoon 77
knop, 70
Monitor Options, 126
Inhoudsopgave
178
Monitor, 10
aan- en uitschakelen, 24
aanduidingen, 6
helderheid en kleurbalans, 128
omschakelen met zoeker, 9
Monochroom. Zie Zwart-wit
MOV. Zie beeldbestanden
Multiselector, 18–98
N
NEF. Zie beeldbestanden
Nikon Electronic Format. Zie beeldkwaliteit
Nikon View, 38
systeemvereisten voor, 174
NOISE REDUCTION, 117
NORMAL, 48, 49
NR. Zie NOISE REDUCTION
NTSC. Zie Video Mode
O
Objectief-verloopring, 158
Ondersteuning op het Internet, 163
Oneindig. Zie scherpstelmethode; hand-
matige scherpstelling
Ontspanknop, 28
Opnamestand. Zie opnamestand
Optionele accessoires, 158
Overbrengen, 38
foto's markeren voor, 155
P
. Zie belichtingsmethode, programma-
automatiek.
PAL Zie Video Mode
PLAY BACK menu, 145
Print Set, 153
Problemen oplossen, 164
Programma-automatiek belichting. Zie
belichtingsmethode
Protect, 151
Q
knop, 31. Zie directe weergave
QuickTime Zie films
QVGA. Zie CONTINUOUS
R
RAW, 48, 49
RESET ALL, 118
Reset Print, 147
Reset Transfer, 147
Retoucheren, foto, Zie IMAGE
ADJUSTMENT; IMAGE SHARPENING;
SATURATION CONTROL
Riem. Zie camerariem
Rode-ogenreductie. Zie flitsmethode
Ruis. Zie Beeldruis
S
. Zie belichtingsmethode, sluitertijdvoor-
keuze-automatiek.
SATURATION CONTROL, 108
Scherpstel-informatie. Zie Focus
Confirmation; foto-informatie
Scherpstellen. Zie autofocus; scherpstel-
veld; scherpstelvergrendeling; scherp-
stelmethode; handmatige
scherpstelling
Scherpstelmethode, 53
autofocus. Zie autofocus
met zelfontspanner. Zie zelfontspanner
oneindig, 53. Zie ook handmatig
scherpstellen
macro close-up, 53
met zelfontspanner. Zie zelfontspanner
handmatig. Zie handmatige
scherpstelling
Scherpstelveld, 112
Scherpstelvergrendeling, 56. Zie ook AE-L/
AF-L
Seq. Numbers, 134
Inhoudsopgave
179
SET-UP menu, 120
instelset 1/2/3, 120
instelset A, 120
weergave, 120
SHOOTING menu, 100
Shot Confirm, 137
Shutter Release, 127
Shutter Sound, 140
Slide Show, 149
Sluitertijd, 70. Zie ook belichtingsmethode
Sluitertijd/diafragma-aanduiding, 6
Specificaties, 171
Speedlight Cntrl, 137
Speedlight Opt., 136
Speedlight-flitser, popup. Zie flitser, inge-
bouwd
Startup Display, 126
Support. Zie ondersteuning op het Internet
SXGA, 48, 51
T
. Zie zoom, knop
Telefoto. Zie LENS; zoom
Thumbnail-weergave, 38–86
TIF. Zie beeldbestanden
TIFF Zie beeldkwaliteit
Tijd en datum. Zie Date
Tijdopname, 76
Transfer. Zie overbrengen
TV-weergave, 46
U
Uitgestelde opname. Zie zelfontspanner
Ultra HS. Zie CONTINUOUS; mappen
USB, 40. Zie overbrengen
USER SETTING, 68
UXGA, 48, 51
V
Variable Power, 137
VGA, 48, 51
Video Mode, 142
Videorecorder. Zie tv-weergave
W
. Zie zoom, knop
WB BKT. Zie witbalans, bracketing
WB-L. Zie AE Lock
Weergave, 83. Zie ook directe weergave
film, 90
schermvullend, 84
thumbnail, 86
zoomen, 87
Weergave-opties, 127
Witbalans, 101
bracketing, 116
fijn afstellen, 102
voorkeuze, 102
X
XGA, 48, 51
Z
Zelfontspanner, 53, 58
Zelfportret. Zie monitor, zelfontspanner
Zoeker, 10
scherpstellen, 28
beelduitsnede maken, 26
omschakelen met monitor, 9
Zoom
aanduiding, 60
digitaal, 60
knop, 27, 60
optisch, 60
Zoom Options, 131
Zwart-wit, 108
Printed in Japan
SB3E02(1F)
Nl
De gids voor digitale fotografie
met de
Nl
digitale camera
4


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Nikon Coolpix 5700 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Nikon Coolpix 5700 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 9,13 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Nikon Coolpix 5700

Nikon Coolpix 5700 User Manual - German - 192 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info