512545
73
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/75
Next page
Installation and
Operation Manual
www.navman.com
WIND 3100
NAVMAN
Nederlands.......2
Deutsch ..........17
Italiano ............31
Svenska .........46
Suomi .............60
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
2
Eenheden
Dit apparaat is in de fabriek ingesteld op knopen. Indien u deze instelling wilt veranderen zie dan sectie 4-1.
Inhoud
1 Inleiding............................................................................................................ 3
2 Bediening ......................................................................................................... 4
2-1 In- en uitschakelen ...................................................................................................... 4
2-2 Standaard bediening .................................................................................................... 4
2-3 Alarmen ....................................................................................................................... 4
2-4 Simulatie-instelling....................................................................................................... 4
2-5 Bedieningsoverzicht..................................................................................................... 5
2-6 Schijnbare en ware windsnelheid- en richting .............................................................. 6
3 Windrichting .................................................................................................... 7
3-1 Windrichtingweergave ................................................................................................. 7
3-2 Windrichting wijzertype instellen .................................................................................. 7
3-3 Windrichting demping instellen .................................................................................... 7
3-4 Kalibreren wind uitlijning .............................................................................................. 8
4 Windsnelheid, VMG......................................................................................... 8
4-1 Wind-eenheden instellen ............................................................................................. 8
4-2 Maximale windsnelheid resetten .................................................................................. 8
4-3 Windsnelheidsalarm instellen ...................................................................................... 8
4-4 Windsnelheid kalibreren .............................................................................................. 8
5 Naar de wind koersen ..................................................................................... 9
5-1 Benodigde sturingshoek instellen .............................................................................. 10
5-2 Stuurresolutie instellen............................................................................................... 10
6 Systeem van verschillende instrumenten................................................... 10
6-1 NavBus ..................................................................................................................... 10
6-2 NMEA ....................................................................................................................... 11
7 WIND 3100 apparatuur .................................................................................. 12
7-1 Wat er bij uw WIND 3100 geleverd wordt .................................................................. 12
7-2 Andere benodigde onderdelen ................................................................................... 12
7-3 Accessoires ............................................................................................................... 12
8 Installatie en instelling .................................................................................. 13
8-1 Installatie ................................................................................................................... 13
8-2 Instelling .................................................................................................................... 15
8-3 Resetten naar fabrieksinstelling ................................................................................. 15
Appendix A - Specificaties .............................................................................. 16
Appendix B - Problemen oplossen ................................................................. 16
Appendix C - Contactinformatie...................................................................... 75
3
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
De WIND 3100 geeft weer:
Schijnbare windrichting en windsnelheid.
Ware windrichting en -snelheid (hiervoor is
informatie van een snelheidsinstrument nodig)
Maximale windsnelheid.
Stuurinstructies om op een constante hoek
t.o.v. de wind te varen (naar de wind koersen).
VMG (velocity made good) dat deel van
vaarsnelheid parallel aan de wind (hiervoor is
informatie van een snelheidsinstrument nodig).
Een geïnstalleerde WIND 3100 bestaat uit twee
onderdelen:
Een beeldscherm.
Een masttop instrument, welke ontworpen is
om windsnelheid- en richting te meten.
Het apparaat wordt gevoed door de stroomvoorziening
aan boord.
De WIND 3100 maakt deel uit van de NAVMAN
familie voor bootinstrumenten voor het meten van
snelheid, diepte en wind en repeaters. Deze
instrumenten kunnen zodanig op elkaar worden
aangesloten dat ze een geïntegreerd datasysteem
voor de boot vormen (zie sectie 6).
Om maximaal profijt van uw WIND 3100 te hebben
raden we u aan deze handleiding voor installatie en
gebruik aandachtig door te lezen.
Hoe de windsnelheid gemeten wordt
Het masttop instrument heeft een rotor met drie
windschoepjes welke draait wanneer het wind vangt.
Het instrument meet hoe snel de rotor ronddraait
om de windsnelheid te berekenen.
Hoe windrichting gemeten wordt
Het masttop instrument heeft een windvaantje dat in
de richting wijst waar de wind vandaan komt. De
electronische sensor van het instrument geeft weer
in welke richting het windvaantje wijst.
Schoonmaak en onderhoud
Maak het beeldscherm schoon met een natte doek
of een mild afwasmiddel. Vermijd schuurmiddel,
benzine of andere oplosmiddelen.
1 Inleiding
Alarmsymbool
Beeldscherm
(verlicht)
Vier toetsen
(verlicht)
Windrichting
weergave, digitaal
en analoog
Snelheidsweergave
(Windsnelheid,
Maximale
windsnelheid of VMG)
Het WIND 3100 beeldscherm
111 x 111 mm
Belangrijk
Het is uitsluitend de verantwoordelijkheid van de eigenaar om het apparaat en de transducers zodanig te
installeren dat geen ongelukken, persoonlijk letsel of materiële schade worden veroorzaakt. De gebruiker
van dit product is persoonlijk verantwoordelijk voor goed zeemanschap.
NAVMAN NZ LIMITED WIJST ELKE AANSPRAKELIJKHEID AF VOOR GEBRUIK VAN DIT PRODUCT
WAARBIJ ONGELUKKEN OF SCHADE WORDEN VEROORZAAKT OF DIE IN STRIJD ZIJN MET DE WET.
Heersende Taal: Deze verklaring, de bedieningshandleidingen, gebruikersgidsen en andere informatie
met betrekking tot dit product (Documentatie) mogen worden vertaald naar, of zijn vertaald uit een andere
taal (Vertaling). In geval van tegenstrijdigheid tussen Vertalingen van de Documentatie, zal de Engelse
versie van de Documentatie de officiële versie van de Documentatie zijn.
Deze handleiding geeft de WIND 3100 weer ten tijde van druk. Navman NZ Limited behoudt zich het
recht voor om zonder voorafgaande mededeling veranderingen door te voeren.
Copyright © 2002 Navman NZ Limited, Nieuw Zeeland. Alle rechten voorbehouden. NAVMAN is een
geregistreerd handelsmerk van Navman NZ Limited.
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
4
2 Bediening
2-1 In- en uitschakelen
Schakel het apparaat in en uit via de hulpschakelaar
aan boord. Het apparaat heeft geen eigen aan/uit
knop. Als de stroom uitgeschakeld wordt blijven al
uw instellingen bewaard.
Als het woord SIM flikkert bovenaan het scherm, dan
staat het apparaat op de simulatie-instelling (zie
sectie 2-4).
2-2 Standaard bediening
De toetsen
Het apparaat heeft vier toetsen, met de opdruk
en . In deze handleiding:
Betekent drukken, dat men voor minder dan
een seconde op een toets drukt.
Betekent 2 seconden ingedrukt houden dat men
de toets voor 2 seconden of langer ingedrukt houdt.
Betekent druk een toets + een andere toets
dat men deze toetsen tegelijkertijd indrukt.
Instellen van achtergrondverlichting voor
scherm en toetsen
Achtergrondverlichting kan op vier verschillende
helderheidsniveaus ingesteld of uitgeschakeld
worden (de toetsenverlichting kan niet uitgeschakeld
worden). Druk eenmaal op
om de huidige
lichtsterkte te zien en druk nomaals op om de
lichtsterkte te veranderen:
Verander het weergegeven item
Als een bepaalde waarde wordt weergegeven als
(— —) dan betekent dit dat deze waarde niet
beschikbaar is, bijv. dat de ware windwaarden niet
beschikbaar zijn omdat de WIND 3100 niet op een
snelheidsinstrument is aangesloten.
Het bovenste deel van het scherm geeft de
windrichting weer en het onderste deel snelheid.
Druk eenmaal op
om te kiezen uit:
Ware windrichting en -snelheid (alleen
beschikbaar als de WIND 3100 op een
snelheidsinstrument als de SPEED 3100 of
een NAVMAN GPS is aangesloten).
Schijnbare windrichting en -snelheid.
Naar de wind koersen (zie sectie 5).
Druk een of meerdere keren op
om de
snelheidwaarde in de onderste helft van het
scherm te veranderen (zie sectie 4):
Windsnelheid, schijnbaar en waar.
Maximale schijnbare windsnelheid.
VMG, het onderdeel van de vaarsnelheid
parallel aan de wind (alleen beschikbaar als de
WIND 3100 op een snelheidsinstrument is
aangesloten, bv. de SPEED 3100 of een
NAVMAN GPS).
2-3 Alarmen
De WIND 3100 kan zodanig worden ingesteld dat
een alarm klinkt wanneer de schijnbare windsnelheid
hoger is dan de alarmwaarde (zie sectie 4-3).
Wanneer het alarm en de interne pieper klinken,
begint het op het beeldscherm te flikkeren en
worden ook externe toeters en lichten in werking
gesteld.
Druk op
om het alarm uit te schakelen. Het alarm
blijft uitgeschakeld totdat de windsnelheid lager wordt
dan de alarmwaarde. Het alarm zal weer afgaan
wanneer de windsnelheid weer hoger wordt dan de
alarmwaarde.
2-4 Simulatie-instelling
De simulatie-instelling biedt u de mogelijkheid om
aan wal aan het apparaat te wennen. De WIND 3100
werkt als hetzelfde in de simulatie-stand, met
uitzondering van de gegevens van het masttop
instrument. Deze worden genegeerd en de informatie
wordt door het apparaat zelf aangemaakt. Het woord
SIM flikkert in de rechterbovenhoek van het scherm.
Om de Simulatie-instelling in of uit te schakelen:
1 Schakelt u de stroom uit.
2 Houdt u ingedrukt terwijl u de stroom weer
inschakeld.
Achtergrond-
verlichting
niveau 2
5
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
Houd
2 sec.
+
Houd
Houd
+
5 seconden
ingedrukt
Houd
2 seconden ingedrukt
Verhoog
waarde of
verander
instelling
Verminder
waarde of
verander
instelling
Schakel
Simulatie in of uit
Geheugen
resetten
Veranderen windeenheden (M/
S of KNOTS (knopen))
Achtergrondverlichting
instellen (4 niveaus en uit)
Alarm uitschakelen
Snelheidsbeeldscherm
vernderen (windsnelheid,
maximale windsnelheid, VMG)
Windinstelling veranderen
(ware, schijnbare, naar de
wind koersen)
Snelheidswaarde
instellen
Wijzertype
instellen
Windsnelheid
kalibreren
Kalibreer wind
uitlijning
Stuurhoek
resolutie instellen
+
Windsnelheid-
alarm instellen
Houd 2
seconden
ingedrukt
Keer terug
naar
standaard
instelling
Ga terug naar
standaard
instelling
Alarmsnelheid
verhogen
2-5 Bedieningsoverzicht
Instelling
Alarm instellen
Alarm in- en
uitschakelen
Schakel stroom in
Standaard bediening
Alarmsnelheid
verlagen
Selecteer
achtergrondverlichting
groep
+
+
+
+
+
Stuurhoek
instellen
Terugkeren
naar normaal
Stuurhoek
vergroten
Stuurhoek
verkleinen
Stuurhoek instellen
(Wanneer MAX Snelheid wordt
weergegeven) MAX snelheid
resetten naar 0
+
Houd
+
2 sec.
+ (Als 'naar de wind koersen'
weergegeven wordt)
Demping windrichting
instellen
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
6
Schijnbare windsnelheid en -richting zijn waarden
die door het instrument in de masttop worden
gemeten. De ware windrichting en snelheid zijn
snelheden die berekend worden wanneer de
vaarsnelheid in aanmerking wordt genomen.
Als de boot beweegt dan is de schijnbare
windsnelheid niet gelijk aan de ware windsnelheid
en de schijnbare windrichting verschilt van de ware
windrichting zoals hieronder wordt aangegeven.
2-6 Schijnbare en ware windrichting en -snelheid
Boot vaart tegen de wind in. Schijnbare windsnelheid is groter dan de ware
windsnelheid en schijnbare windrichting is dichter bij recht vooruit dan de ware
windrichting.
Boot ligt
stil
De ware windrichting is gelijk aan de schijnbare windsnelheid en
de ware windrichting is gelijk aan de schijnbare windrichting.
Ware
windsnelheid
20 knopen
Boot vaart voor de wind. Schijnbare windsnelheid is lager dan ware
windsnelheid en schijnbare windrichting licht dichter bij recht vooruit dan de
ware windrichting.
Ware
windsnelheid
20 knopen
Ware
windsnelheid
20 knopen
Ware
windsnelheid
20 knopen
Snelheid
van de boot
10 knopen
Schijnbare
windsnelheid
15 knopen
Schijnbare
windsnelheid
15 knopen
Ware
windrichting
45°
Ware
windrichting
135°
Schijnbare
windrichting
107°
Schijnbare
windrichting
30°
Schijnbare
windsnelheid
28 knopen
Schijnbare
windsnelheid
28 knopen
Snelheid
van de boot
10 knopen
Snelheid
van de boot
10 knopen
Snelheid
van de boot
10 knopen
7
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
3 Windrichting
3-1 Windrichting weergave
Om de windrichting weer te geven, drukt u een of
meerdere keren op totdat TRUE (ware windrichting)
of APP (schijnbare windrichting) worden weergegeven.
Ware windrichting wordt alleen weergegeven als de
WIND 3100 is aangesloten op een snelheidsinstrument.
De windrichting wordt weergegeven in graden (0 tot
180º bak- of stuurboord) en door de wijzer (zie
rechts).
3-2 Windrichting wijzertype instellen
Voor de windrichtingwijzer heeft u de keuze uit vijf
verschillende types (zie rechts) Type 1 is standaard.
Types 1, 2 en 3 simuleren windvaantjes en hebben
een zwarte stip in het midden. Het dunnere gedeelte
geeft de richting uit welke de wind waait aan.
Types 4 en 5 geven de richting uit welke de
wind waait aan.
Om het wijzertype in te stellen:
1 Drukt u verschilende keren op + totdat
het wijzertype-scherm wordt weergegeven:
2 Druk op of om het wijzertype te kiezen.
3 Druk op .
3-3 Demping van de windrichting
instelllen
Windturbulentie, vlagen en het bewegen van de mast
zorgen voor fluctuaties in de windrichting. Voor een
stabiele weergave berekent de WIND 3100 de
windrichting door de richting verschillende keren te
meten en het gemiddelde van de metingen te nemen.
De waarden voor de demping van de windrichting
variëren van 1 tot 5:
Een lagere waarde neemt het gemiddelde van
waarnemingen over een kortere periode. Dit geeft de
meest accurate weergave met de meeste fluctuatie.
Een hogere waarde neemt het gemiddelde over
een langere periode. Dit geeft een stabielere
richting maar laat werkelijke veranderingen in
richting niet altijd zien.
NB: de demping is van invloed op de numerieke
windrichting, niet op de wijzer. Stel de demping van de
windrichting in naar de laagste waarde welke een
stabiele numerieke windrichting geeft. De waarden 1, 2,
3, 4 en 5 geven een gemiddelde over een periode van
respectievelijk 6, 12, 18, 24 en 30 seconden.
Wijzertype 1
Wind van 30° naar stuurboord, wijzertype 4
Windrichting
Wind vn 120° naar stuurboord, wijzertype 5
Windrichting
Wind van 30° naar stuurboord, wijzertype 1
Windrichting
Wind van 30° naar bakboord, wijzertype 2
Windrichting
Wind van 150° naar stuurboord, wijzertype 3
Windrichting
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
8
Om de demping in te stellen:
1 Druk op + om het Windrichting Dempings
(Wind Direction Damping) beeldscherm in beeld
te krijgen:
2 Druk op of of de demping te veranderen.
3 Druk op .
3-4 Kalibreer winduitlijning
U zult de winduitlijning moeten kalibreren als u van
mening bent dat de weergegeven windrichting niet klopt
of indien, tijdens bevestiging van de masttoparm, deze
niet parallel loopt aan het midden van de boot:
1 U moet weten wat de correcte windrichting is.
De beste manier om dit uit te vinden voor een
boot met motor is om op maximale snelheid te
varen als er geen wind is. De correcte
windrichting is dan 0º van voren.
2 Druk verschillende keren op + totdat het
Kalibraren Winduitlijnings- (Calibrate Wind
Alignment) scherm in beeld komt:
3 Druk op of om de weergegeven windrichting
naar de juiste waarde te veranderen.
4 Druk op .
De WIND 3100 kan een van drie verschillende
snelheden weergeven in het onderste deel van het
scherm. Druk een of meerdere keren op
om te
selecteren:
WIND SPEED (windsnelheid): De windsnelheid,
de schijnbare of de ware (zie sectie 3).
MAX SPEED (max. snelheid) De maximum
schijnbare windsnelheid vanaf het moment dat
de MAX SPEED gereset werd of dat het
apparaat ingeschakeld werd.
VMG (Velocity Made Good): Deel van de
vaarsnelheid dat parallel is aan de wind.
Ware windsnelheid en VMG worden alleen
weergegeven wanneer de WIND 3100 op een
snelheidsinstrument of een NAVMAN GPS is
aangesloten.
4-1 Windsnelheidseenheden instellen
De eenheden voor windsnelheid waaruit u kunt
kiezen zijn KNOTS (knopen) of M/S:
Houd ingedrukt totdat de eenheden
veranderen.
NB: VMG wordt altijd in knopen weergegeven.
4-2 Maximale windsnelheid resetten
Na het resetten wordt een nieuw maximum berekent:
1 Druk op totdat MAX snelheid (speed) wordt
weergegeven.
2 Houd + 2 seconden ingedrukt.
4-3 Stel windsnelheidsalarm in
Het windsnelheidsalarm klinkt als het alarm
ingeschakeld is en de schijnbare wind een snelheid
bereikt die groter of gelijk ik aan de
windsnelheidsalarmwaarde. Als het alarm klinkt drukt u
op
om het uit te zetten.
Om de alarmwaarde in te stellen of het alarm in of
uit te schakelen:
1 Houd u 2 seconden ingedrukt zodat het
Windsnelheidsalarm (Wind Speed Alarm)
scherm wordt weergegeven:
2 Om de alarmwaarde te veranderen drukt u op
of .
3 Om het alarm in of uit te schakelen drukt u op .
4 Druk op .
4-4 Windsnelheid kalibreren
Daar het apparaat in de fabriek is gekalibreerd zou
het normaalgesproken niet nogmaals gekalibreerd
behoeven te worden. We raden u echter aan te
kalibreren als u gelooft dat de windsnelheid niet
correct is:
1 U moet de correcte windsnelheid weten. De
gemakkelijkste manier voor een boot met motor
is om op maximale snelheid te varen wanneer
4 Windsnelheid, VMG
Demping is
gelijk aan 3
Windrichting
is 5º naar
stuurboord
Alarm staat
aan
Windsnelhe-
idswaarde is
50 knopen
9
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
5 Naar de wind koersen
De gewenste stuurhoek is 40º en de boot zeilt op
30º aan de schijnbare wind. De stuurfout is 10º. De
boot zou nu 10º naar bakboord moeten sturen. De
stuurresolutie is 1º en dus zijn 10 segmenten van de
cirkel aan:
De 'koersen naar de wind'-functie geeft aanwijzingen om
met een constante hoek naar de schijnbare wind te varen.
De WIND 3100 berekent automatisch de correcte
instructies voor overstag gaan naar stuur- en bakboord.
Om de 'koersen naar de wind'-functie te starten drukt
u op
totdat STEER (stuur/koers) wordt
weergegeven. Het scherm laat het volgende zien:
1 De benodigde stuurhoek t.o.v. de schijnbare
wind (om de benodigde stuurhoek in te stellen,
zie sectie 5-1).
2 Een richtingspijl die aangeeft welke kant opgestuurd
moet worden om de gewenste stuurhoek te bereiken.
3 De stuurfout (het verschil tussen de gewenste
stuurhoek en de ware stuurhoek) is zichtbaar
op de cirkelvormige wijzer:
Stuurfout, 6
segmenten
zijn aan
Richtingspijl (die
kant op sturen)
De gewenste stuurhoek is 40º en de boot vaart op
70º aan de schijnbare wind. De stuurfout is 30º. De
boot zou 30º naar stuurboord moeten draaien. De
stuurresolutie is 5º en dus zijn 6 segmenten van de
cirkel aan:
De bovenste twee segmenten zijn altijd aan.
Hoe groter de stuurfout, hoe meer
segmenten zullen aan gaan.
De stuurresolutie bepaald hoeveel
segmenten aan gaan. Het aantal segmenten
dat aan gaat is de stuurfout gedeeld door de
stuurresolutie (om de stuurresolutie in te
stellen, zie sectie 5-2).
Als de boot naar bakboord gestuurd moet
worden, dan gaan de segmenten rechts van
het midden aan.
Als de boot naar stuurboord gestuurd moet
worden, dan gaan de segmenten links van
het midden aan.
Gewenste stuurhoek
Stuurfout, 10
segmenten
zijn aan
Richtingspijl (die
kant op sturen)
Voorbeelden van naar de wind koersen
er geen wind is. De correcte windsnelheid is dan
gelijk aan de vaarsnelheid. Vind de vaarsnelheid
via een snelheidsinstrument aan boord of van
een andere boot die dezelfde snelheid vaart.
2 Druk verschillende keren op
+ totdat het
Windsnelheidkalibratie (Calibrate Wind)
scherm in beeld komt (zie rechts).
3 Druk op of om de weergegeven
windsnelheid te veranderen naar de correcte
waarde.
4 Druk op .
Gewenste stuurhoek
Windrichting
Gewenste
stuurhoek 40°
Windrichting
Stuurcorrectie
10°
Gewenste
stuurhoek 40°
Werkelijke
stuurhoek
70°
Werkelijke
stuurhoek
30°
Stuurcorrectie 30°
naar stuurboord
Windsnelheid
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
10
5-1 De gewenste stuurhoek instellen
De gewenste stuurhoek is de gewenste hoek tussen
de richting van de boot en de schijnbare windrichting:
1 Terwijl u
+ ; de gewenste stuurhoek zal
oplichten:
2 Druk op
of om de gewenste stuurhoek te
veranderen. Deze kan variëren van 0° tot 150°.
3 Druk op
.
5-2 Stuurresolutie instellen
In de 'naar de wind koersen'-functie geeft de
cirkelvormige wijzer de stuurcorrectie weer. De
stuurresolutie is een nummer van 1 tot 5 dat het
aantal stuurgraden aangeeft dat elk segment
symboliseert (zie voorbeelden vorige pagina).
Gebruik een lagere stuurresolutie voor preciezer
zeilen.
Om de stuurresolutie in te stellen:
1 Drukt u verschillende keren op + totdat het
Stuurresolutie (steering resolution) scherm wordt
weergegeven:
2 Druk op
of om de resolutie te veranderen.
3 Druk op
.
Verschillende NAVMAN instrumenten kunnen zo op
elkaar worden aangesloten dat ze informatie kunnen
uitwisselen. Er zijn twee manieren om dit te doen,
NavBus of NMEA.
6-1 NavBus
NavBus is een systeem dat eigendom is van
NAVMAN en dat een combinatie van instrumenten
mogelijk maakt waarbij maar een set transducers
benodigd is. Als de instrumenten via NavBus op
elkaar zijn aangesloten:
Als u de eenheden, alarmen of kalibratie voor
een van de instrumenten verandert zullen deze
waarden automatisch veranderen voor andere
instrumenten van hetzelfde type.
Elk instrument kan worden aangesloten op een
groep van instrumenten (zie sectie 1, 8-2, stap
3). Als u het achtergrondlicht verandert in
groep 1, 2, 3 of 4 dan zal deze automatisch
meeveranderen voor de andere insturmenten
in dezelfde groep. Als u dit doet voor
instrumenten uit groep 0, dan gebeurt er niets
met de andere instrumenten.
Als een alarm klinkt kunt u dit uitschakelen door
op te drukken op een van de instrumenten die
dit alarm op het beeldscherm laat zien.
6 Systeem van verschillende instrumenten
NavBus en de WIND 3100
Als de WIND 3100 niet op een masttop
instrument is aangesloten, dan zal het
apparaat automatisch, via NavBus de
windrichting en -snelheidsinformatie van een
ander apparaat overnemen, als deze
informatie beschikbaar is. Voor meer
informatie verwijzen we naar de NavBus
Installatie- en Bedieningshandleiding.
Als er geen masttop instrument op het apparaat is
aangesloten en de corresponderende externe
data niet beschikbaar dan zal de weergegeven
waarde strepen (— —) zijn.
Om de ware windsnelheid, -richting en de
VMG weer te geven, moet de WIND 3100
aangesloten zijn op een instrument dat de
vaarsnelheid weergeeft. Voorbeelden van
instrumenten voor vaarsnelheid zijn:
Een GPS ontvanger (die vaarsnelheid over
de grond weergeeft).
Een NAVMAN SPEED 3100, welke een
schoepentransducer gebruikt (en de
vaarsnelheid t.o.v. water weergeeft).
NB: Als er sprake is van stroming, dan zijn de
bovenstaande snelheden niet gelijk.
U moet selecteren van welk type vaarsnelheid
de WIND 3100 gebruik zal maken (zie sectie 3-
1, 8-2, stap 2) .
De gewenste
stuurhoek is
45°
Stuurresolutie
is 5°
11
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
6-2 NMEA
NMEA is en industriestandaard, maar is niet zo
flexibel als NavBus omdat specifieke verbindingen
tussen de instrumenten nodig zijn. Windsnelheid en
-richtingsinformatie worden door de WIND 3100
weergegeven en kunnen worden ontvangen en
weergegeven door de NAVMAN REPEAT 3100 of
andere NMEA instrumenten. De WIND 3100 kan
NMEA vaarsnelheidinformatie ontvangen:
RMC of VTG van een compatibel GPS
instrument (snelheid t.o.v. grond).
VHW van elk compatibel instrument met een
schoepen-snelheidstransducer (snelheid t.o.v.
water).
U dient het type vaarsnelheid welke de WIND 3100
zal gebruiken te selecteren (zie sectie 3-1, 8-2,
stap 2).
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
12
7 WIND 3100 apparatuur
Normale configuratie:
WIND 3100 apparaat met beschermkap.
Masttop instrument.
30 m Masttop kabel.
Masttop kabel aansluitdoos.
Garantiekaart.
Bevestigingsmal.
Deze Installatie- en Bedieningshandleiding.
7-2 Andere benodigde onderdelen
Een of meerdere instrumenten uit de 3100 serie
dienen op de 12 V DC stroomvoorziening aan boord
worden aangesloten via:
Een hulpschakelaar om de instrumenten in en
uit te schakelen.
Een zekering. Een 1 A zekering is nodig voor
tussen de een en vijf instrumenten.
Naar keuze kunnen externe toeters en lichtsystemen
worden geïnstalleerd. De WIND 3100 is geaard en
heeft maximaal 30 V DC en 250 mA nodig. Als de
toeters en lichten meer dan 250 mA gebruiken,
installeer dan een relais.
Voor systemen die uit verschillende instrumenten
bestaan zijn bedradingen en koppelstukjes
noodzakelijk (zie sectie 6 of raadpleeg uw NavBus
Installatie- en Bedieningshandleiding).
De WIND 3100 moet op een apparaat dat snelheid
weergeeft worden aangesloten om de ware
windsnelheid en -richting en VMG weer te geven (zie
sectie 6).
De WIND 3100 wordt normaalgesproken geleverd
met een masttop instrument. Het apparaat kan echter
informatie van een ander NAVMAN windinstrument
gebruiken, in welk geval de masttop instrument niet
geïnstalleerd behoeft te worden (zie sectie 6-1).
7-3 Accessories
De volgenden accessoires zijn verkrijgbaar bij uw NAVMAN dealer.
7-1 Wat er bij uw WIND 3100 geleverd wordt
NavBus aansluitdoos
(zie sectie 6)
Masttop instrument
(ter vervanging)
Masttop instrument
windbekertje
13
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
Arm naar voren gericht
Naar voren
Een correcte installatie is cruciaal voor een goede
werking van het apparaat. Het is van belang dat u deze
sectie van de handleiding en documentatie die bij
eventuele andere onderdelen geleverd is doorleest
voordat u begint met de installatie.
De WIND 3100 kan:
Signalen overbrengen naar externe toeters en
lichten voor het alarm.
Data zenden en ontvangen van en naar andere
NAVMAN instrumenten die via NavBus op elkaar
zijn aangesloten. Instelling voor alarmen,
eenheden, kalibratie en achtergrondverlichting zijn
eender voor alle aangesloten onderdelen (zie sectie
6-1).
Sturen en ontvangen van NMEA data naar en van
andere instrumenten (zie sectie 6-2).
Waarschuwing
Het apparaat is waterdicht aan de voorkant. Bescherm
de achterkant echter tegen water. Indien water door
het luchtgat het apparaat binnenkomt kan het
beschadigd worden. De garantie dekt schade door
vocht of water dat via de achterkant het apparaat is
binnengekomen niet.
De kabel langs de mast naar het masttop instrument
moet door een pijp worden gevoerd.
8-1 Installatie
WIND 3100 beeldscherm
1 Kies een plaats voor het beeldscherm waar het:
Goed zichtbaar is en niet gemakkelijk
beschadigd kan worden.
Tenminste 100 van een kompas en min.
500 mm van een radio- of radarantenne is
verwijderd.
Verwijderd is van motoren, TL-verlichting en
spanningsregelaars.
Van achteren goed bereikbaar is; de
minimale ruimte achter het apparaat dient
50 mm te zijn (zie bevestigingsschema).
Aan de achterkant niet nat kan worden .
2 Het apparaat dient op een vlak paneel dat niet
dikker is dan 20 mm bevestigd te worden. Plak
de bevestigingsmal op de juiste plaats. Boor een
gat van 50 mm door het middelste gat van de
mal. De mal voorziet in ruimte om het apparaat
heen voor de beschermhoes.
3 Verwijder de bevestigingsmoer van de achterkant
van het apparaat. Steek de bout aan de achterkant
van het apparaat door het bevestigingsgat. Schroef
de moer er met de hand op vast.
8 Installatie en instelling
Masttop instrument
Bereid de installatie voor. Lees deze instructies door
voordat u het masttop instrument installeert en plan
waar u het bevestigingsblok vast zult maken en waar u
de kabelgaten in de mast zult boren. Het is
waarschijnlijk eenvoudiger om het masttop instrument
te installeren als de boot niet opgetuigd is.
1 De montageplaat bevindt zich aan het uiteinde
van de 30 m masttop kabel. Bevestig de
montageplaat in de masttop:
Zodat de onderkant van het blok horizontaal is.
Met de fitting voor de masttoparm naar voren,
parallel aan (of niet meer dan een paar graden
afwijkend van) de middellijn (indien de arm niet
precies naar voren wijst zal de windrichting
aangepast moeten worden (zie sectie 3-4).
Gebruik de bijgeleverde zelf-tappende schroeven.
2 Boor een 8 mm gat bovenin de mast dichtbij de
montageplaat zodat de kabel de mast ingevoerd
kan worden. Wacht met de bevestiging van de
kabel.
3 Boor een 8 mm gat onderin de mast zodat de
kabel op een handzame plaats uit de mast komt.
De aansluitdoos voor de kabel wordt dichtbij dit
gat geplaatst; op een droge plaats en niet in het
ruim.
4 Bereken hoelang de kabel van de masttop tot de
aansluitdoos moet zijn. Reken wat extra kabel
voor het afsluiten van de kabel in de
aansluitdoos. Snijdt de kabel op deze lengte van
de montageplaat af. Gooi het andere stuk kabel
niet weg.
5 Leid het onbedekte eind van de masttopkabel in
Min. ruimte 50 mm
Maximale dikte 20 mm
Bevestigingsmoer
Kabels
Beeldscherm
Bevestigingsgat
50 mm
Zijaanzicht van de beeldschermbevestiging
Verzekert u zich ervan dat installatiegaten de
constructie van de boot of mast niet ondermijnen.
Raadpleeg in geval van twijfel een bootbouwer.
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
14
Bevestig
montageplaat aan de
masttop (Stap 1)
Installeer
de
windbekers
Mast
Steek de
arm in het
blok
Arm
het gat in de masttop, door de pijp in de mast en
onderaan de mast naar buiten. Monteer een
kabelklem in de masttop. Vul beide kabelgaten in
de mast met een dichtingsproduct.
6 Voer het kabeleinde door een eindplug in de
kabelaansluitdoos. Ontdoe de kabel van zijn
omhulsel en eindig de bedrading in de
bijgeleverde lasdoos.
7 Neem het stukje masttop instrumentkabel dat u
eerder afgesneden had en verbind de kabel met
de achterkant van het WIND 3100 beeldscherm.
Bevestig deze kabel tussen het beeldscherm en
de kabelaansluitdoos:
Houdt de kabel apart van andere kabels,
motoren, TL-verlichting en spanningsregelaars.
Maak de kabel met regelmatige tussenruimtes
vast.
8 Snijdt de kabel op lengte, reken een beetje extra
voor het afsluiten van de kabel in de
aansluitdoos. Voer het kabeleinde door een
eindplug in de kabelaansluitdoos. Ontdoe de
kabel van zijn omhulsel en eindig de bedrading in
het bijgeleverde lasblok, zodat de draadkleuren
kloppen.
9 Schroef de bovenkant op de aansluitdoos en
schroef het op de juiste plaats op het paneel.
10 Installeer de windbekers op de staaf van het
masttop instrument. Maak hierbij gebruik van de
bijgeleverde inbussleutel.
11 Bevestig de arm aan de montageplaat:
1 Bedrading van het beeldscherm electrische/data
kabel:
Dit apparaat heeft 12 V DC stroom nodig.
Installeer een hulpschakelaar en een zekering
naar de stroomvoorziening of voorzie het
apparaat van stroom via een geaarde
hulpschakelaar. De zekering voor maximaal 5
instrumenten dient 1 A te zijn.
Als de externe toeters en lichten meer dan 250
mA nodig hebben is het raadzaam een relais
te installeren.
De bedrading voor een op zich stand apparaat
kan als volgt gedaan worden:
Als u verschillende instrumenten schakelt,
Schroef de
afdekkap vast
aan de plaat
Steek de arm in de montageplaat.
Schroef de afdekkap aan de arm vast aan de
montageplaat.
Electrische/data bedrading
Mast
Kabel naar
WIND 3100
Aansluitdooskabel
Kabel
Gat in mast,
vullen met
dichtingsproduct
Naar
voren
Gat in de mast,
vul met
dichtingsproduct
Kabel loopt
door een pijp
langs de
binnenkant
van de mast
kabelklem
Geïnstalleerde masttopinstrument
Externe toeters of lichten
(optioneel)
12 V DC stroom
NMEA uit (optioneel)
Rood
Groen
Zwart
Geel
Schakelaar
Zekering
Oranje
Blauw
NavBus (optioneel)
Wit
NMEA in (GPS optioneel)
}
Masttopunit
kabel
15
WIND 3100 Installatie Handleiding
NAVMAN
Electriciteits & data-kabels
Verdeeldoos
Electriciteits- &
data-bedradingen
NavBus kabel
Groep 1
Groep 2
Electriciteits & data-kabels
Verdeeldoos
Electriciteits &
data-bedradingen
gebruik dan aansluitdozen om de bedrading te
vereenvoudigen, zoals hieronder aangegeven:
Informatie over de installatie van NavBus en het
gebruik van aansluitdozen vindt u in de NavBus
Installatie- en Bedieningshandleiding.
2 Plak ongebruikte bedradingen en
verbindingsstukjes af of dek ze anderzins af om ze
tegen water te beschermen en houd ze apart om
kortsluiting te voorkomen.
8-2 Instelling
1 Maak een proefvaart om te controleren of alle
instrumenten goed werken.
2 Om ware windsnelheid en -richting en VMG te
kunnen weergeven moet de WIND 3100
aangesloten zijn op een instrument dat
vaarsnelheid weergeeft. Als de WIND 3100 is
aangesloten op een instrument dat de snelheid t.o.v.
het water weergeeft en op een instrument dat
grondsnelheid weergeeft dan kunt u kiezen welke
de WIND 3100 zal gebruiken (zie sectie 3-1, 6):
i Druk verschillende keren op + totdat
het Snelheidinstelling (Speed Mode) scherm
in beeld komt:
ii Druk op of om de instelling te veranderen
Windsnelheidseenheden ................ Knopen
Wijzertype ................................................... 1
Richtingsdemping ...................................... 2
Stuurhoek................................................ 40º
Stuurhoekresolutie ............... 2º per segment
Windsnelheidsalarm ................................ Uit
Simulatiestand ......................................... Uit
Achtergrondverlichtingsniveau ................. 0
Achtergrondverlichting groep ................... 1
Vaarsnelheid informatie ...........................
naar grondsnelheid) of (vaarsnelheid).
iii Druk op .
3 Als het apparaat onderdeel uitmaakt van een serie
van 3100 instrumenten die door NavBus zijn
geschakeld, dan stelt u nu de
achtergrondverlichting van de groep in (zie sectie
6-1):
i Druk verschillende keren op + totdat
het achtergrondverlichtingsgroep (Backlight
Group) scherm in beeld komt:
ii Druk op of om het achtergrondlicht
groepnummer in te stellen.
iii Druk op .
4 Stel in:
De snelheidseenheden (zie sectie 4-1).
Het wijzertype (zie sectie 3-2).
5 Calibreer indien nodig:
Windrichting uitlijnen (zie sectie 3-4).
Windsnelheid (zie sectie 4-4).
8-3 Resetten naar fabrieksinstelling
Alle instellingen kunnen gereset worden naar de
fabrieksinstelling (zie onderstaand).
Om te resetten naar de fabrieksinstelling:
1 Schakel de stroom uit.
2 Houdt lampje + ingedrukt terwijl u de
stroom weer inschakelt en houd de toetsen nog
minimaal 5 seconden ingedrukt.
De instelling
is
of
De groep
is 3
WIND 3100 Installatie HandleidingNAVMAN
16
Fysiek
Maat van het beeldscherm 111 mm in het vierkant.
LCD scherm 82 mm breed, 61 mm hoog; twisted
nematic.
LCD cijfers 30 mm hoog op bovenste lijn, 20 mm
hoog op onderste lijn.
Vier laser ge-ëtste bedieningstoetsen.
Achtergrondverlichting van het beeldscherm en
toetsen, oranje, instelbaar op vier niveaus en uit (de
achtergrondlicht toets blijft altijd aan).
Bedieningstemperatuur 0 tot 50 °C (32 tot 122 °F).
Vermogen Tros lengte 1 m.
Masttop instrument kabel lengte 30 m.
Electrisch
Electriciteitsvoorziening 10.5 toT 16.5 V DC,
20 mA zonder achtergrondverlichting, 120 mA
met volledige achtergrondverlichtign.
Externe toeter of lichtbron, geaard, maximaal
30 V DC en 250 mA.
Wind
Windrichting, waar en schijnbaar: varieert van
0 tot 180° bakboord of stuurboord.
Windsnelheid, waar en schijnbaar, varieert van
0 tot 199 knopen (0 to 102 m/s).
Maximale schijnbare windsnelheid.
Schijnbare windsnelheid alarm.
Kalibratie
Windsnelheid en -richting (uitlijning) kan worden
gekalibreerd.
Appendix A - Specificaties
Interfaces
NavBus verbinding naar andere NAVMAN
instrumenten.
NMEA 0183 output MWV, VPW; inputs RMC,
VHW, VTG.
Overeenkomstig met de standaarden
EMC meegaandheid
USA (FCC):
Deel 15 Klasse B.
Europa (CE): EN50081-1, EN50082-1.
Nieuw-Zeeland en Australië (C Tick):
AS-NZS 3548.
Milieu IP66 van de voorkant indien correct
geïnstalleerd.
Electriciteits/data-bedrading
Bedrading Signaal
Rood Positieve stroom 12 V DC, maximaal
200 mA
Zwart Negatieve stroom, NMEA standaard
Groen Externe toeter of lichten uit, geaard,
30 V DC en max. 250 mA
Oranje NavBus +
Blauw NavBus -
Wit NMEA uit
Geel NMEA in
Appendix B - Problemen oplossen
Deze gids voor het oplossen van problemen gaat ervan
uit dat u de complete handleiding gelezen en begrepen
heeft.
Het is vaak mogelijk om moeilijkheden op te lossen
zonder dat het apparaat voor reparatie naar de fabriek
wordt gezonden. Wij verzoeken u vriendelijk om deze
sectie door te lezen voordat u contact opneemt met uw
NAVMAN dealer.
Geen van de onderdelen dient door de gebruiker
onderhouden te worden. Om waterdichtheid en het
correct in elkaar zetten te checken zijn specifieke
methodes en testinstrumenten nodig. Reparaties dienen
alleen uitgevoerd te worden door servicecenters die door
NAVMAN NZ Limited zijn goedgekeurd. Gebruikers die
zelf hun WIND 3100 onderhouden maken hierdoor de
garantie ongeldig.
U kunt meer informatie vinden op onze website:
www.navman.com
1 Problemen bij inschakelen apparaat:
a Zekering doorgebrand of stroom onderbroken
door stroomonderbreker.
b Voltage accu ligt niet tussen 10.5 en 16.5 V DC.
c Electriciteits/ Datakabel beschadigd.
2 Windsnelheid of -richting weergave klopt niet
of vertoont onregelmatigheden:
a windsnelheidskalibratie is niet correct (zie
sectie 4-4).
b uitlijning windrichting is niet correct (zie sectie
3-4).
c masttop instrument kabel is losgeraakt of
beschadigd.
d Masttop instrument is beschadigd of vies.
e Storing door electrische ruis. Herzie installatie.
3 Het woord SIM flikker in de rechterbovenhoek
van het scherm, weergegeven waarden zijn
onverwacht:
a Apparaat op de simulatie-instelling (zie sectie
2-4).
4 Het beeldscherm beslaat:
a Vochtige lucht is door het luchgat de achterkant
van het apparaat binnengedrongen. Zorg dat
de boot gelucht wordt of gebruik het apparaat
met felste achergrondverlichting.
b Water is door het luchtgat de achterkant
binnengedrongen. Retourneer het apparaat
voor service.
17
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
Maßeinheiten
Werkseitig sind Knoten gewählt. Wechsel auf andere Einheiten siehe Abschn. 4-1.
Inhalt
1 Einführung ..................................................................................................... 18
2 Bedienung...................................................................................................... 19
2-1 Ein- und Ausschalten ................................................................................................ 19
2-2 Basisbedienung ......................................................................................................... 19
2-3 Alarme ....................................................................................................................... 19
2-4 Simulations-Modus .................................................................................................... 19
2-5 Tastenfunktionen ....................................................................................................... 20
2-6 Beschreibung wahre / scheinbare Winddaten ........................................................... 21
3 Windrichtung ................................................................................................. 22
3-1 Scheinbare oder wahre Windrichtung ........................................................................ 22
3-2 Die Richtungszeiger-Typen........................................................................................ 22
3-3 Dämpfung der Windrichtungs-Anzeige ...................................................................... 22
3-4 Justierung der Windrichtung ..................................................................................... 23
4 Windgeschwindigkeit und VMG .................................................................. 23
4-1 Maßeinheit wählen ..................................................................................................... 23
4-2 Maximumwert nullsetzen ........................................................................................... 23
4-3 Windalarm aktivieren ................................................................................................. 23
4-4 Windgeschwindigkeit kalibrieren ................................................................................ 23
5 Am-Wind Winkel optimieren ......................................................................... 24
5-1 Am-Wind Winkel vorgeben ........................................................................................ 25
5-2 Auflösung der Fehlwinkel-Anzeige ............................................................................. 25
6 System-Vernetzung ....................................................................................... 25
6-1 NavBus ..................................................................................................................... 25
6-2 NMEA ....................................................................................................................... 25
7 WIND 3100 Bauteile ....................................................................................... 26
7-1 Lieferumfang ............................................................................................................. 26
7-2 Erforderliche Zusatzteile ............................................................................................ 26
7-3 Zubehör .....................................................................................................................26
8 Einbau und Inbetriebnahme ......................................................................... 27
8-1 Einbau ....................................................................................................................... 27
8-2 Inbetriebnahme .......................................................................................................... 29
8-3 Zurücksetzen auf Werkseinstellung ........................................................................... 29
Anhang A - Spezifikationen ............................................................................. 30
Anhang B - Fehlersuche .................................................................................. 30
Anhang C - Kontaktadressen .......................................................................... 75
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
18
Das WIND 3100 misst und zeigt:
Scheinbare Windrichtung und
Geschwindigkeit.
Wahre Windrichtung und Geschwindigkeit
(erfordert externe Boots-
Geschwindigkeitsdaten).
Maximal gemessene Windgeschwindigkeit.
Steuerkurs für einen bestimmbaren,
konstanten Am-Windwinkel (Am-Wind Kurs).
Gutgemachte Geschwindigkeit (VMG) -
(erfordert externe Boots-
Geschwindigkeitsdaten).
Ein WIND 3100 - System besteht aus 2 Einheiten:
Das Anzeige-Instrument.
Die Mastkopf-Einheit, mit den Gebern für
Windrichtung und Geschwindigkeit.
Die Anlage wird von der Bordversorgung gespeist.
Das WIND 3100 ist Systemteil der NAVMAN
Instrumenten-Familie, die Instrumente für Fahrt,
Tiefe, Wind und Tochteranzeigen enthält. Sämtliche
Instrumente können zu einem integrierten
Datensystem verbunden werden (siehe Abschn. 6).
Um eine optimale Nutzung zu erreichen, ist dieses
Handbuch vor derm Einbau sorgfältig zu lesen.
Wie wird die Windgeschwindigkeit
ermittelt
Die Mastkopfeinheit enthält einen Rotor mit 3
Windlöffeln, der vom Wind angetrieben wird. Das
Instrument erfasst die Rotor-Drehzahl und ermittelt
daraus die Windgeschwindigkeit.
Wie wird die Windrichtung ermittelt
Die Mastkopfeinheit enthält eine Windfahne, die sich
exakt auf die Windrichtung einstellt. Das Instrument
ermittelt den Richtungswinkel und zeigt diesen an.
Reinigung und Wartung.
Das Instrument nur mit einem feuchten, weichen
Tuch reinigen. Kein Lösungsmittel oder Benzin
benutzen.
1 Einführung
Display
(hintergrundbeleuchtet)
Vier Tasten
(hintergrundbeleuchtet)
Das WIND 3100 Instrument
111 x 111 mm
Wichtig
Der Eigentümer ist allein verantwortlich für den korrekten Einbau, die ordnungsgemäße Anwendung und
die betriebliche Sicherheit. Der Benutzer ist allein verantwortlich für eine sichere Bootsführung. Jedes
Instrument ist nur ein Hilfsmittel.
NAVMAN NZ LIMITED LEHNT JEDE VERANTWORTUNG FÜR FEHLER AB, DIE DURCH DEN EINBAU
ODER DIE NUTZUNG DIESES PRODUKTES ENTSTEHEN KÖNNTEN, OB UNFALL, SCHADEN ODER
GESETZES-VERLETZUNGEN.
Dieses Handbuch entspricht dem Fertigungsstand des WIND 3100 zur Zeit der Drucklegung. Navman
NZ Ltd. behält sich das Recht vor, ohne Vorankündigung Veränderungen durchzuführen.
Leitsprache: Diese Erklärung, alle Bedienungsanleitungen, Benutzerhandbücher und sonstigen
Informationen zum Produkt (Dokumentation) werden unter Umständen in eine andere Sprache übersetzt
bzw. wurden bereits übersetzt (Übersetzung). Bei etwaigen Widersprüchlichkeiten in der Übersetzung
der Dokumentation ist die englische Originalfassung die offizielle Version der Dokumentation.
Copyright © 2002 Navman NZ Limited, New Zealand. Alle Rechte vorbehalten. NAVMAN ist ein registriertes
Handelszeichen von Navman NZ Limited.
Alarm-Symbol
Windrichtung,
digital und analog
Geschwindigkeits-
Daten (Windgeschw.,
max. Wind oder
VMG)
19
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
2 Bedienung
2-1 Ein- und Ausschalten
Das Gerät hat keinen eigenen Ein-/Ausschalter. Es
muss ein entsprechender Schalter in den Anschluss
eingefügt werden. Vor dem Ausschalten gewählte
Funktionen bleiben gespeichert.
Erscheint blinkend das Wort "SIM" rechts oben im
Display, ist der Simulations-Modus aktiviert (siehe
Abschn. 2-4).
2-2 Basis-Bedienung
Die Tasten
Die 4 Tasten sind bezeichnet mit und .
Die Bedeutung folgender Anweisungen:
Drücke - die Taste kurz drücken (unter 1
Sekunde).
Halte gedrückt - die Taste 2 Sekunden oder
länger gedrückt halten.
Eine Taste + eine weitere Taste drücken -
beide Tasten gemeinsam drücken.
Display- und Tastenbeleuchtung einstellen
Die Hintergrundbeleuchtung ist in 4 Stufen einstellbar
und ausschaltbar (Die Tastenbeleuchtung ist nicht
ausschaltbar).
Drücke
Es erscheint der eingestellte Wert.
Erneutes Drücken von
ändert den Wert:
Anwahl der möglichen Anzeigen
Für nicht ermittelbare Daten werden Querstriche
(— —) gezeigt. Zum Beispiel können keine wahren
Windwerte errechnet werden, wenn Daten für Boots-
Geschwindigkeit fehlen.
Im oberen Displayteil erscheinen Daten für
Windrichtung und im unteren für Geschwindigkeit.
Drücken von
wählt folgende Anzeigen durch:
Wahre Windrichtung und Geschwindigkeit (nur
wenn externe Daten für Bootsgeschwindigkeit
empfangen werden z.B. vom SPEED 3100
oder NAVMAN GPS).
Scheinbare Windrichtung und Geschwindigkeit.
Steuerwinkel zum Wind (siehe Abschnitt 5).
Drücken von
ruft nacheinander folgende
Geschwindigkeits-Anzeigen im unteren Displayteil
auf (siehe Abschn. 4):
Wahre oder scheinbare Windgeschwindigkeit.
Maximale scheinbare Windgeschwindigkeit.
VMG (Velocity made good), die Komponente
der Bootsgeschwindigkeit zur Windrichtung
(nur möglich, wenn Daten der
Bootsgeschwindigkeit empfangen werden).
2-3 Alarme
Für eine einstellbare, scheinbare Wingeschwindigkeit
ist eine Überwachung aktivierbar (siehe Abschn. 4-3).
Bei Alarmauslösung piept der interne Alarm, das
-Symbol im Display blinkt und externe Signalmittel
werden aktiviert.
Drücken der Taste
löscht den Alarm. Eine erneute
Aktivierung der Überwachung erfolgt automatisch,
sobald die Windgeschwindigkeit unter den
eingestellten Alarmwert fällt.
2-4 Simulations-Modus
Im Simulations-Modus werden Messwerte simuliert.
Der Geber muss nicht angeschlossen sein. Somit
ist es möglich, die Bedien-Funktionen auch ohne
Geber-Einheit zu trainieren. Als Hinweis für die
aktivierte Simulation erscheint blinkend das Wort SIM
oben rechts im Display.
Den Simulations-Modus ein- und ausschalten
1 Die Versorgungsspannung abschalten.
2 Im ausgeschalteten Zustand, die Taste
gedrückt halten und dabei die Spannung
zuschalten.
Beleuchtung
Stufe 2
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
20
2 Sek.
halten
+
Halte
+
5 Sek.
halten
2 Sek. halten
Wert
erhöhen /
Eingabe
ändern
Wert
verkleinern
/ Eingabe
ändern
Simulation ein-
oder ausschalten
Speicher zurück
setzen
Maßeinheiten ändern (m/s
oder Knoten)
Beleuchtung einstellen (4 Stufen
oder aus)
Alarm löschen
Geschwindigkeit wählen
(aktueller Wind, Max. Wind,
VMG)
Windrichtung wählen (Wahr,
Scheinbar, Steuerwinkel)
Geschwind.
Modus setzen
Windricht.
Zeiger wählen
Windgeschwind.
justieren
Windrichtung
justieren
Auflösung
Fehlwinkel
+
Windgeschwind.
Alarm setzen
2 Sek.
halten
Zurück zum
Normal-
Betrieb
Zurück zum
Normal-
Betrieb
Alarmwert
höher
2-5 Tastenfunktionen
Inbetriebnahme
Alarm setzen
Alarm ein-
oder
ausschalten
Die Versorgungsspannung zuschalten
Normaler Betrieb
Alarmwert
niedriger
Beleuchtungs-
Gruppe setzen
+
+
+
+
+
Am-Wind
Winkel setzen
Zurück zum
Normal-Betrieb
Am-Wind Winkel
vergrößern
Am-Wind Winkel
verkleinern
Am-Wind Winkel setzen
(in der Max. Wind Anzeige)
den Max.-Wert nullsetzen
+
+
2 Sek.
halten
+ (In der Am-Wind Anzeige)
Dämpfungswert
Windrichtung
21
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
Die Mastkopfeinheit misst scheinbare Daten für
Windrichtung und Windgeschwindigkeit. Wahre
Daten werden durch Vergleich mit der Boots-
Geschwindigkeit ermittelt.
Wahre und scheinbare Werte stimmen nur überein,
wenn sich das Boot nicht bewegt. Sobald das Boot
Fahrt aufnimmt, differieren die Werte gemäß
folgender Beispiele.
2-6 Beschreibung wahre / scheinbare Winddaten
Boot fährt mit Am-Wind Kurs. Die scheinbare Windgeschwindigkeit ist größer
als die wahre, und die scheinbare Windrichtung liegt näher auf voraus als die
wahre.
Boot liegt
fest
Wahre und scheinbare Windgeschwindigkeit sind gleich. Wahre
und scheinbare Windrichtung sind gleich.
Wahre
Windgeschwind.
20 kn
Boot fährt mit Vor-dem-Wind Kurs. Die scheinbare Windgeschwindigkeit ist
geringer als die wahre, und die scheinbare Windrichtung liegt näher auf
voraus als die wahre
Wahre
Windgeschwind.
20 kn
Wahre
Windgeschwind.
20 kn
Bootsgeschwind.
10 kn
Wahre
Windgeschwind.
20 kn
Bootsgeschwind.
10 kn
Bootsgeschwind.
10 kn
Scheinbare
Windgeschwind.
15 kn
Bootsgeschwind.
10 kn
Scheinbare
Windgeschwind.
15 kn
Wahre
Windrichtung
45°
Wahre
Windrichtung
135°
Scheinbare
Windrichtung
107°
Scheinbare
Windrichtung 30°
Scheinbare
Windgeschwind.
28 kn
Scheinbare
Windgeschwind.
28 kn
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
22
3 Windrichtung
3-1 Scheinbare oder wahre Windrichtung
Zum Wechsel zwischen wahrer (TRUE) oder
scheinbarer (APP) Windrichtung, Taste drücken.
Zur Ermittlung der wahren Windrichtung müssen
Bootsgeschwindigkeit-Daten empfangen werden.
Die Windrichtung erscheint digital in Grad (0 bis 180°)
von BB (PORT) oder von StB (STBD) und parallel als
analoger Zeiger in einer Windrose (siehe rechts).
3-2 Die Richtungszeiger-Typen
Es sind 5 unterschiedliche Windrichtungs-Zeiger
wählbar (siehe rechts). Werkseinstellung ist Typ 1.
Die Typen 1, 2 und 3 simulieren Windfahnen
mit einem schwarzen Punkt als Achse. Der
schmale Einzelstrich zeigt die Richtung aus
der der Wind kommt.
Bei Typ 4 und 5 zeigen 1 bzw. 2 Zeigersegmenten
die Richtung aus der der Wind kommt.
Zur Auswahl des Zeigertyps:
1
+ mehrfach gemeinsam drücken, bis die
Zeigertyp-Anzeige (Pt) erscheint:
2 Mit
oder den gewünschten Typ wählen.
3 Zum Abschluss
drücken.
3-3 Windrichtungs-Anzeige dämpfen
Windturbulenzen, Böen und Mastbewegung erzeugen
eine unstete Richtungsanzeige. Zur Dämpfung kann
ein Zeitwert von 1 bis 5 eingegeben werden, in dem
aus mehreren Messungen ein Mittelwert errechnet und
dann leicht verzögert , dafür konstanter gezeigt wird.
Ein kleiner Wert mittelt die Rechnung über
eine kürzere Zeit. Das ergibt schnellere.
Reaktion und genauere Anzeigen, jedoch auch
mehr Schwankungen.
Ein hoher Wert mittelt über einen längeren
Zeitraum. Das ergibt eine stetigere Anzeige. Echte
Richtungs-Änderungen erscheinen dafür verzögert.
Die Dämpfung betrifft nur die Digitalanzeige, nicht
den Richtungszeiger. Einen möglichst kleinen Wert
wählen, bei der noch eine stabile Anzeige erscheint.
Die Zahlen von 1, 2, 3, 4 und 5 entsprechen
Zeitperioden von 6, 12, 18, 24 und 30 Sekunden.
Zeigertyp 1
Wind 30° von StB, Zeiger-Typ 4
Wind-
Richtung
Wind 120° von StB, Zeiger-Typ 5
Wind-
Richtung
Wind 30° von StB, Zeiger-Typ 1
Wind-
Richtung
Wind 30° von BB, Zeiger-Typ 2
Wind-Richtung
Wind 150° von BB, Zeiger-Typ 3
Wind-Richtung
23
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
Den Dämpfungswert einstellen:
1 Drücke
+ , um die Dämpfungs-Anzeige
(d d ) aufzurufen:
2 Mit
oder den Wert ändern.
3 Zum Abschluss,
drücken.
3-4 Windrichtung kalibrieren
Die Windrichtung wird eventuell nicht korrekt gezeigt,
was u.a. von einer nicht exakt ausgerichteten
Mastkopf-Einheit verursacht sein kann.
Dämpfungs-
Wert 3
1 Es ist erst die exakte Windrichtung zu
ermitteln. Das geht am einfachsten bei
Windstille, in dem mit Motor schnell gefahren
wird. Die Windrichtung ist dann direkt von
vorne, also 0°.
2
+ mehrfach drücken, bis die Kalibrieranzeige
(CA) erscheint:
3 Mit
oder auf den richtigen Wert
korrigieren.
4 Zum Abschluss,
drücken.
Das WIND 3100 zeigt unten im Display eine von drei
unterschiedlichen Windgeschwindigkeiten. Zur
Durchwahl,
drücken.
WIND SPEED: die Windgeschwindigkeit,
scheinbar oder wahr (siehe Abschn. 3).
MAX SPEED: die max. gemessene Wind-
Geschwindigkeit seit Einschalten oder letztem
Nullsetzen.
VMG: die Komponente der Boots-Geschwindigkeit
parallel zum Wind.
Wahrer Wind und VMG ist nur anzeigbar, wenn
Daten für die Bootsgeschwindigkeit empfangen
werden.
4-1 Maßeinheit wählen
Die Windgeschwindigkeit kann in Knoten oder Meter/
Sekunde gezeigt werden.
Taste halten, bis die Maßeinheit wechselt.
VMG wird nur in Knoten gezeigt.
4-2 Maximum-Wert nullsetzen
Nach Nullsetzen erfolgt eine neue Maximum-
Ermittlung.
1 Taste
drücken, bis der Maximum-Windwert
gezeigt wird.
2
+ für 2 Sekunden gedrückt halten.
4-3 Windalarm aktivieren
Es erfolgt ein Alarm, wenn die scheinbare
Windgeschwindigkeit den eingestellten Grenzwert
erreicht oder überschreitet. Zum Quittieren,
drücken.
Den Alarmwert setzen, bzw. ein-/ausschalten:
1
zwei Sekunden gedrückt halten, bis die
Windalarm-Anzeige (AL) erscheint:
2 Den Alarmwert ändern mit
oder .
3 Mit
die Überwachung ein- oder ausschalten.
4 Zum Abschluss,
drücken.
4-4 Windgeschwindigkeit kalibrieren
Die Anlage ist vom Werk kalibriert. Sollten trotzdem
Differenzen bestehen, ist eine Kalibrierung wie folgt
durchführbar:
1 Die korrekte Windgeschwindigkeit muss
bekannt sein. Sie ist am einfachsten messbar,
wenn bei Windstille eine Fahrt unter Motor mit
max. Gechwindigkeit erfolgt. Dabei mit GPS
über einen ewissen Zeitraum die
Bootsgeschwindigkeit ermitteln. Diese müsste
mit der Windanzeige übereinstimmen, falls
nicht:
4 Windgeschwindigkeit und VMG
Windrichtung
ist 5° von
Steuerbord
Windgeschwind.
Wert 50 kn
Alarm ist
aktiviert
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
24
5 Am-Wind Winkel optimieren
Der erforderliche Steuerwinkel ist 40°. Das Boot
steuert 30° zum scheinbaren Wind. Der Fehler ist
10°. Der Kurs ist um 10° nach BB zu berichtigen.
Der Segmentwert ist 1°. Somit werden 10 Segmente
gezeigt.
Die Am-Wind Winkelanzeige erleichtert es, einen
optimalen Am-Wind Winkel zu steuern. Es wird
automatisch der Fehlerwinkel zum Optimalwinkel
errechnet und gezeigt.
Zur Aktivierung dieser Funktion,
drücken, bis
STEER gezeigt wird. Im Display erscheint:
1 Der erforderliche Steuerwinkel zum scheinbaren
Windwinkel (Winkel-Einstellung, siehe Abschn.
5-1).
2 Ein Richtungspfeil zeigt, in welche Richtung
der Kurs berichtigt werden muss.
3 Die Kursfehlergröße als Segment im Kurskreis
(Differenz zwischen aktuellem und
erforderlichem Steuerwinkel).
Steuerfehler, 6
Segmente
sind aktiv
Richtungpfeil
(Korrekturrichtung)
Der erforderliche Steuerwinkel ist 40°. Das Boot
steuert 70° zum scheinbaren Wind. Der Fehler ist
30°. Der Kurs ist um 30° nach StB zu berichtigen.
Der Segmentwert ist 5°. Somit werden 6 Segmente
gezeigt.
2 nach oben zeigende Segmente sind
immer aktiviert.
Mit größer werdendem Steuerfehler
erscheinen weitere Segmente.
Jedes Segment entspricht einem
bestimmten, einstellbaren Steuer-
Fehlerwert (Einstellung siehe Abschn. 5-2).
Muss nach BB korrigiert werden,
erscheinen Winkel-Segmente rechts von
den feststehenden.
Muss nach StB korrigiert werden,
erscheinen Winkel-Segmente links von
den feststsehenden.
Erforderlicher Steuerwinkel
Steuerfehler,
10 Segmente
sind aktiv
Richtungpfeil
(Korrekturrichtung)
Am-Wind Winkel Beispiele
Wind-
Gechwindigk.
2
+ mehrfach drücken, bis die Kalibrieranzeige
(CS) erscheint.
3 Mit
oder den korrekten Wert einstellen.
4 Zum Abschluss,
drücken.
Erforderlicher Steuerwinkel
Windrichtung
Erforderlicher
Steuerwinkel 40°
Windrichtung
Steuer-
Korrektur 10°
nach BB
Erforderlicher
Steuerwinkel 40°
Aktueller
Steuerwinkel
70°
Aktueller
Steuerwinkel
30°
Steuer-Korrektur 30°
nach StB
25
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
5-1 Am-Wind Winkel vorgeben
Der erforderliche Steuerwinkel ist der optimale Winkel
zwischen Bootsrichtung und scheinbarer
Windrichtung.
1 Beim Am-Wind steuern,
und ; drücken.
Der eingestellte Winkel erscheint blinkend:
2 Mit
oder den Winkelwert ändern. 0° bis
150° sind wählbar.
3 Zum Abschluss,
drücken.
5-2 Feinauflösung der Winkel-Anzeige
Bei der Am-Wind Anzeige entspricht jedes
Winkelsegment einem bestimmbaren Fehlerwinkel.
Pro Segment kann eine Winkelgröße von 1° bis 5°
gewählt werden (siehe Beispiele der Vorseite).
Für exaktere Winkelauflösung einen kleineren Wert
wählen.
Zur Einstellung:
1 + mehrfach drücken, bis "Sr" unten links
erscheint:
2 Mit
oder den Wert ändern.
3 Zum Abschluss,
drücken.
Es können mehrere NAVMAN-Instrumente über den
NavBus oder über die NMEA-Verbindung vernetzt
werden. Kompatible Fremdgeräte lassen sich über
den NMEA-Anschluss verbinden.
6-1 NavBus
NavBus ist ein NAVMAN eigenes Datenübertragungs-
System. Es ermöglicht eine superschnelle
Übertragung großer Datenpakete zwischen den
Instrumenten.
Änderungen von Maßeinheiten, Alarmen und
Kalibrierungen bei einem Instrument, ändern
automatisch die entspr. Einstellungen bei
weiteren Instrumenten des gleichen Typs.
Mehrere Instrumente in einem System können
zu Gruppen zusammen gefasst werden.
(Abschn. 1, 8-2, Schritt 3). Änderungseingaben
betreffen dann nur die jeweilige Gruppe. Erfolgt
z.B. eine Beleuchtungsänderung an einem
Instrument der Gruppe 2, ändert sich nur die
Helligkeit bei Instrumenten dieser Gruppe.
Ertönt ein Alarm, kann dieser durch Drücken
von auf jedem Gerät quittiert werden, das
diesen Alarm anzeigt.
Das WIND 3100 im NavBus-System
Ist keine Mastkopf-Einheit angeschlossen, kann
das WIND 3100 über die NavBus-Verbindung
entsprechende Daten von anderen Instrumenten
verwenden. Nähere Informationen sind dem
NavBus-Handbuch zu entnehmen.
Ist keine Mastkopfeinheit angeschlossen und
6 System-Vernetzung
werden keine externen Daten empfangen,
erscheinen nur Querstriche in der Anzeige (— —).
Damit das WIND 3100 wahre Wind-Daten und
VMG zeigen kann, müssen externe Daten für
die Boots-Geschwindigkeit empfangen
werden. Diese kommen von:
Einem GPS-Empfänger (Geschwindigkeit
über Grund).
Einem NAVMAN SPEED 3100 mit einem
Paddelrad-Geber (Geschwindigkeit durchs
Wasser).
Ist eine Strömung vorhanden, differieren die
Werte der vorgenannten Instrumente.
Am WIND 3100 muss gewählt werden, welche
Daten benutzt werden sollen (siehe Abschn. 3-
1, 8-2, Schritt 2).
6-2 NMEA
NMEA ist ein universeller Industrie-Standard. Er ist
jedoch nicht so flexibel wie NavBus. Über NMEA kann
das WIND 3100 Winddaten zum NAVMAN REPEAT
3100 oder zu anderen, kompatiblen NMEA-
Instrumenten übertragen. Empfangen kann das
WIND 3100 folgende NMEA-Bootsgeschwindigkeits-
Daten:
RMC oder VTG von jedem kompatiblen GPS-
Instrument (Fahrt über Grund).
VHW von jedem kompatiblen Log mit
Paddelgeber (Fahrt durchs Wasser).
Am WIND 3100 muss eingestellt werden, welche
Daten genutzt werden sollen (sieh Abschn. 3-1, 8-2,
Schritt 2).
Erforderlicher
Steuer-
Winkel ist 45°
Winkelsegment
entspricht 5°
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
26
7 WIND 3100 - Bauteile
Standard-Konfiguration
WIND 3100 Instrument mit Schutzkappe.
Mastkopf-Einheit.
30 m Mastkopf-Kabel.
Mastkopf-Verbindungsbox.
Garantie-Karte.
Montage-Schablone.
Dieses Betriebs-Handbuch.
7-2 Weitere erforderliche Bauteile
Ein oder mehrere Geräte der 3100-Serie sind wie
folgt an eine 12-V Bordversorgung anzuschließen:
Ein Ein-/Aus-Schalter ist einzufügen.
Eine Sicherung ist einzufügen 1 Amp. für bis
zu 5 Instrumente.
Optional können externe Alarmmittel angeschlossen
werden. Das WIND 3100 kann max 30 V DC und
250 mA gegen Masse schalten. Bei größerer
Leistung muss ein Relais zwischen geschaltet
werden.
Bei einem System mit mehreren Instrumenten sind
zwischen diesen Kabelverbindungen erforderlich
(siehe Abschn. 6 oder das NavBus-Handbuch).
Um am WIND 3100 wahre Winddaten und VMG
anzeigen zu können, muss eine Verbindung zu einem
entsprechenden Instrument erfolgen (sieh Abschn. 6).
Das WIND 3100 benötigt keine Mastkopf-Einheit,
wenn es über das NavBus-System entsprechende
Daten von einem anderen NAVMAN-Instrument
empfangen kann (siehe Abschn. 6-1).
7-3 Zubehör
Folgendes Zubehör ist beim NAVMAN Fachhändler lieferbar:
7-1 WIND 3100 - Lieferumfang
NavBus
Verbindungsbox
(siehe Abschn. 6)
Austausch Mastkopf-
Einheit
Löffel-Windrad
27
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
Eine korrekte Installation ist Voraussetzung für einen
fehlerfreien Betrieb. Daher sind vor Installation die
entsprechenden Anleitungen in den beigefügten
Handbüchernsorgfältig zu lesen.
Das WIND 3100 kann:
Externe Signalmittel für Betriebs- und
Countdown-Alarme schalten.
Daten und Einstellungen für Alarme,
Maßeinheiten, Licht und Kalibrierungen mit
anderen NAVMAN Instrumenten über den
NavBus austauschen (siehe Abschn. 6-1).
NMEA-Daten mit anderen Instrumenten
austauschen (siehe Abschn. 6-2).
Warnungen
Frontseitig sind die Instrumente wasserdicht. Die
Rückseiten sind zu schützen, da dort Entlüftungslöcher
vorhanden sind. Die Garantie deckt keine Schäden ab,
die durch Nässeeinwirkung von der Rückseite her
entstehen.
Das Kabel zum Mastkopf muss im Mast durch ein
Rohr verlegt werden.
8-1 Einbau
WIND 3100 Instrument
1 Den Einbauort nach folgenden Kriterien wählen:
Geschützter Platz und leichte
Ablesemöglichkeit.
Mindestabstand zum Kompass - 100 mm
und zu Radio und Radar-Anlage - 500 mm.
Möglichst großer Abstand zu Motor,
Leuchtstoffröhren, und Umformern.
Zugangsmöglichkeit von der Rückseite,
Einbautiefe mindestens 50 mm, gute und
geschützte Kabelzuführung.
Schutz der Rückseite vor Feuchtigkeit.
2 Die Montagefläche muß eben sein und eine
Stärke von max. 20 mm haben. Die beigefügte
Schablone auf den vorgesehenen Platz
befestigen. Am Außenrand etwas Raum lassen
für das Aufsetzen der Schutzkappe. Ein 50 mm
Loch durch das Schablonenzentrum bohren.
3 Den Schraubring vom Instrument entfernen, das
Gerät in die Bohrung einsetzen und mit dem Ring
handfest anschrauben.
8 Einbau und Inbetriebnahme
Mastkopfeinheit
Den Einbau sorgfältig vorplanen. Vorher diese
Einbau-Anweisungen studieren. Überlegen, wie die
Mastkopf-Einheit auszurichten ist, und wo die Löcher
für Kabel Ein- und Austritt zu bohren sind. Die
Montage sollte möglichst bei gelegtem Mast erfolgen.
1 Der Montageblock ist mit einem Ende vom
30 m Kabel fest verbunden. Er ist auf dem
Mastkopf wie folgt zu montieren:
Die Grundplatte horizontal ausgerichtet.
Die Verbindung für den Geberarm möglichst
exakt nach vorne ausgerichtet, parallel zur
Mittschiffs-Linie. Ist eine exakte Ausrichtung
nicht möglich, muss gemäß Abschn. 3-4
nachjustiert werden.
Die beigefügten Selbstschneid-Schrauben
verwenden.
Freiraum mind. 50 mm
Max. 20 mm stark
Befestigungsring
Kabel
Instrument
Einbaubohrung
50 mm
Schnittzeichnung der Instrumentenmontage
Installationsbohrungen dürfen nicht dort
erfolgen, wo eine Schwächung der Boots- oder
Maststruktur erfolgen könnte. Im Zweifelsfall
ist vorher ein Fachmann zu befragen.
Arm nach voraus gerichtet
Voraus
2 Nahe am Montageblock ein 8 mm Loch für den
Kabel-Eintritt bohren. Noch nicht das Kabel
einführen.
3 Am Mastfuß an geeigneter und geschützter
Stelle ein 8 mm Loch für den Kabel-Austritt
bohren. In direkter Nähe zu dieser Öffnung die
Verbindungsbox an geschützter und trockener
Stelle montieren (nicht in die Bilge).
4 Die erforderliche Kabellänge vom Mastkopf bis
zur Anschlussbox ausmessen. Für Bögen und
Anschluss in der Box etwas hinzukalkulieren und
dann das Kabel auf dieser Länge, vom
Mastblockgemessen, durchschneiden. Die
Restlänge nicht wegwerfen.
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
28
5 Das Kabelende oben in die Mastbohrung
einführen, durch das Schutzrohr im Mast nach
unten schieben und aus der unteren Öffnung
heraus führen. Das Kabel oben mit Kabelbindern
festlegen und in beide Mastbohrungen
Dichtungsmasse einfügen.
6 Das untere Kabel passend abisolieren und durch
eine Kabelöffnung in die Verbindungsbox
einführen und die Drähte sorgfältig an den
Klemmenblock anschließen.
7 Das abgeschnittene Kabelende vom WIND
3100 Instrument zur Verbindungsbox verlegen.
Den Kabelstecker am Instrument einstecken.
Das Kabel möglichst separat verlegen und
nicht mit anderen Kabeln bündeln.
Das Kabel in regelmäßigen Abständen
befestigen.
8 Nicht erforderliche Kabellänge bei der
Verbindungsbox abschneiden. Das Kabelende
passend abisolieren und in die Box einführen,
die Drahtenden abisolieren und über den
Klemmenblock mit den gleichfarbigen Adern
verbinden.
9 Den Deckel der Verbindungsbox aufsetzen und
festschrauben.
10 Den Windrotor auf die Geberachse setzen und
mit der Inbusschraube sichern.
Netz-/Datenkabel Anschlüsse
1 Folgende Anschlüsse sind erforderlich:
12 V-DC Spannungsversorgung mit
vorgeschaltetem Ein-/Ausschalter und
einer 1 Amp-Sicherung (bis max 5
Instrumente).
Beträgt die Gesamt-Stromaufnahme
externer Alarm-Mittel mehr als 250 mA, ein
Relais einfügen.
Ein Einzelinstrument wird wie folgt verdrahtet:
Steckerhülse
auf den Block
schrauben
11 Den Geberarm aufsetzen
Geberarm in den Steckschuh vom
Montageblock schieben.
Den Geberarm mit der Steckerhülse auf
den Steckschuh fest schrauben.
Mast
Kabel zum
WIND 3100
Kabel-
Verbindungsbox
Kabel
Mastbohrung
abdichten
Voraus
Mastbohrung
abdichten
Kabel im
Mast durch
ein Rohr
geführt
Kabel-
Entlastungsschelle
Installierte Mastkopfeinheit
Montageblock auf die
Mastspitze montieren
(Schritt 1)
Windrotor
befestigen
Mast
Geberarm
aufstecken
Arm
Mastkopfkabel
12 V DC
Versorgung
Externe Signalmittel (optional)
NMEA - Ausgang
Rot
Weiß
Grün
Schwarz
Gelb
Schalter
Sicherung
Orange
Blau
NavBus (optional)
NMEA-Eing
}
29
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-Handbuch
NAVMAN
Verbindungs-Box
Verbindungs-Box
Versorgungs-
und Daten-
Anschlüsse
Gruppe 1
Versorgungs-
und Daten-
Anschlüsse
Netz-/Daten-Kabel
Netz-/Daten-Kabel
NavBus-Kabel
Gruppe 2
Bei Mehrfach-Instrumentierung, die optionale
Anschluss-Box verwenden (siehe folg.
Zeichng).
Informationen zur NavBus-Verbindung und der
Anschlussbox-Verwendung siehe NavBus-
Handbuch.
2 Nicht benutzte Anschlüsse müssen abisoliert
und vor Feuchtigkeit geschützt werden.
8-2 Inbetriebnahme
1 Die Anlage bei einer Probefahrt auf korrekte
Funktionen testen.
2 Um wahre Winddaten sowie die VMG zu
erhalten, müssen externe Geschwindigkeits-
Daten empfangen werden. Sind Daten für
Fahrt durchs Wasser wie auch Fahrt über
Grund vorhanden, ist am WIND 3100 zu
wählen, welche Datenart genutzt werden soll
(siehe Abschn. 3-1, 6):
i
+ mehrfach drücken, bis der Speed-
Modus gezeigt wird (SP).
ii
oder drücken um zwischen “
(über Grund) und “ ” (Boot durchs
Wasser) zu wechseln.
iii Zum Abschluß
drücken.
3 Sind diverse Instrumente der 3100-Serie
installiet und per NavBus verbunden, die
Nummer der Beleuchtungsgruppe festlegen
(siehe Abschn. 6-1):
Gruppe ist 3
Einheit Windgeschwindigkeit ......... Knoten
Zeiger-Typ ................................................... 1
Windrichtungsdämpfung ........................... 2
Am-Wind Winkel...................................... 40º
Fehlwinkel-Auflösung ........ pro Segment
Wind-Alarm ............................................ Aus
Simulations-Modus ............................... Aus
Beleuchtungs-Stufe .................................... 0
Beleuchtungs-Gruppe ................................ 1
Dateneingang Bootsgeschwindigkeit .....
i + mehrfach drücken, bis die
Gruppen-Anzeige erscheint (bG):
ii Mit
oder die Beleuchtungsgruppe
wählen.
iii Zum Abschluß
drücken.
4 Weitere Einstellungen:
Maßeinheit für Geschwindigkeit (siehe
Abschn. 4-1).
Typ des Windrosenzeigers (siehe Abschn. 3-2).
5 Kalibrierungen, falls erforderlich:
Windrichtung (siehe Abschn. 3-4).
Windgeschwindigkeit (siehe Abschn. 4-4).
8-3 Rücksetzen auf Werks-Einstellung
Sämtliche Eingaben können auf Werks-Einstellung
(siehe unten) zurück gesetzt werden.
Das Rücksetzen geschieht wie folgt:
1 Versorgungsspannung abschalten.
2 + gemeinsam drücken, dabei die
Spannung zuschalten und die Tasten
mindestens weitere 5 Sekunden gedrückt
halten.
Modus ist
oder
WIND 3100 Installations- und Bedienungs-HandbuchNAVMAN
30
Physikalisch
Größe Instrument 111 mm x 111 mm.
LCD-Display - 82mm breit, 61mm hoch, TN-LCD.
LCD-Ziffergröße, oben - 30 mm, unten - 20 mm.
Vier Funktionstasten.
Bernsteinfarbene Hintergrundbeleuchtung für
Display und Tasten, vierstufig und aus.
Betriebstemperatur 0 bis 50°C (32 - 122°F).
Anschlusskabel-Länge 1m.
Kabellänge Mastkopfeinheit - 30 m.
Elektrische Daten
Spannungsversorgung 10,5 bis 16,5 V DC,
20 mA unbeleuchtet, 120 mA bei voller
Beleuchtung.
Ausgang für externes Signalmittel, 30 V DC und
250 mA maximum gegen Masse schaltend.
Wind
Windwinkel, wahr und scheinbar, Bereich 0 bis
180° BB und StB.
Windgeschwindigkeit, wahr und scheinbar,
Bereich 0 bis 199 Knoten (0 bis 102 m/s).
Maximal gemessener scheinbarer Wind.
Alarm für Windgeschwindigkeit (scheinbar).
Kalibrierung
Windgeschwindigkeit und Windwinkel
(Nulleinstellung) kann eingestellt werden.
Anhang A - Spezifikationen
Schnittstellen
NavBus-Anschluss zu anderen NAVMAN-
Instrumenten.
NMEA0183-Ausgänge: MVW, VPW; NMEA-
Eingang: RMC, VHW, VTG.
Übereinstimmung mit Vorschriften
EMC erfüllung
USA (FCC): Part 15 Class B.
Europa (CE): EN50081-1, EN50082-1.
Australien, Neuseeland (C Tick) :
AS-NZS 3548.
Schutzart IP66 für die Front (bei korrekter
Montage).
Netz-/Datenkabel Anschlüsse
Ader Signal
Rot Versorgung - Plus, 12 V DC, 120 mA
maximal
Schwarz Versorgung - Minus, NMEA -
gemeinsam
Grün Externes Alarmmittel, 30 V DC und
250 mA gegen Masse schaltend.
Orange NavBus +
Blau NavBus -
Weiß NMEA - Ausg.
Gelb NMEA-Eing.
Anhang B - Fehlersuche
Die Fehlersuchanleitung setzt voraus, dass dieses
Handbuch gelesen und verstanden wurde.
In den meisten Fällen können mit Hilfe dieser
Anleitung Probleme erkannt und beseitigt werden,
ohne dass das Gerät zur Reparatur eingeschickt
werden muss.
Instrumentenfehler sind nicht vom Anwender
reparierbar. Hierfür ist spezielles Testequipment
erforderlich. Reparaturen können nur durch von
NAVMAN NZ Ltd autorisierte Fachfirmen erfolgen.
Durch unbefugtes Öffnen der Instrumente erlischt
jeder Garantieanspruch.
Weitere Informationen sind von unserer Webseite
abrufbar: www.navman.com
1 Anlage lässt sich nicht einschalten:
a Schutzschalter ausgelöst oder Sicherung
defekt.
b Keine korrekte Anschlussspannung von
10.5 bis 16,5 V DC.
c Unterbrechung im Spannungs/Datenkabel.
2 Windanzeigen sind falsch oder springen.
a Windgeschwindigkeit nicht oder falsch
kalibriert (siehe Abschn. 4-4).
b Windgeber-Richtung nicht justiert (siehe
Abschn. 3-4).
c Mastkopf-Kabel defekt / Kontaktfehler im
Stecker.
d Mastkopf-Einheit ist beschädigt oder fehlerhaft.
e Fehlanzeigen durch elektrische Störungen.
Installation / Kabelverlegung überprüfen.
3 Im Display erscheint blinkend die Anzeige
"SIM". Die gezeigten Werte sind unlogisch:
a Der Simulations-Modus ist aktiviert (siehe
Abschn. 2-4).
4 Das Display ist beschlagen:
a Es ist feuchte Luft von der Rückseite
eingetreten. - Die Beleuchtung mit voller
Stufe einschalten und das Boot entlüften.
b Wasser ist durch die Entlüftungsöffnung
eingetreten. - Das Instrument an den
Fachservice einschicken.
31
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
Le unità
Le unità predefinite in fabbrica sono nodi. Per cambiarle, si prega di consultare la sezione 4-1 di questo
manuale.
Contenuto
1 Introduzione ................................................................................................... 32
2 Utilizzo ............................................................................................................ 33
2-1 Accensione e spegnimento ........................................................................................ 33
2-2 Operazioni elementari ................................................................................................ 33
2-3 Allarmi ....................................................................................................................... 33
2-4 Modalità di simulazione .............................................................................................. 33
2-5 Funzioni dei tasti........................................................................................................ 34
2-6 Velocità e direzione del vento apparente e reale ......................................................... 35
3 Direzione del vento ....................................................................................... 36
3-1 Visualizzazione della direzione del vento .................................................................... 36
3-2 Impostazione del tipo d'indicatore della direzione del vento ........................................ 36
3-3 Impostazione dello smorzamento della direzione del vento ......................................... 36
3-4 Calibrazione dell'allineamento con il vento .................................................................. 37
4 Velocità del vento, VMG ................................................................................ 37
4-1 Impostazione delle unità di velocità del vento ............................................................. 37
4-2 Azzeramento della velocità massima del vento ........................................................... 37
4-3 Impostazione dell'allarme per la velocità del vento ...................................................... 37
4-4 Calibrazione della velocità del vento ........................................................................... 37
5 Andatura......................................................................................................... 38
5-1 Impostazione dell'angolo richiesto di andatura ........................................................... 39
5-2 Impostazione della risoluzione di andatura ................................................................. 39
6 Sistemi di più strumenti ................................................................................ 39
6-1 NavBus ..................................................................................................................... 39
6-2 NMEA ....................................................................................................................... 40
7 WIND 3100 - l'apparecchiatura ..................................................................... 41
7-1 Che cosa è fornito con il vostro WIND 3100 .............................................................. 41
7-2 Altre parti necessarie ................................................................................................. 41
7-3 Accessori .................................................................................................................. 41
8 Installazione ed impostazione ...................................................................... 42
8-1 Installazione............................................................................................................... 42
8-2 Impostazione ............................................................................................................. 44
8-3 Ripristino delle impostazioni di fabbrica ..................................................................... 44
Appendice A - Caratteristiche ......................................................................... 45
Appendice B - In caso di problemi.................................................................. 45
Appendice C - Come contattarci ..................................................................... 75
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
32
Il WIND 3100 visualizza:
Direzione e velocità del vento apparente.
Direzione e velocità del vento reale (richiede
dati da uno strumento per la velocità).
Velocità massima del vento.
Direzioni da seguire per navigare ad un
angolo costante rispetto al vento (andatura).
VMG, la componente della velocità
dell'imbarcazione parallela al vento (richiede dati
da uno strumento per la velocità).
Il WIND 3100 installato è composto di due parti:
Elemento display.
L'unità di testa d'albero, completa di
apparecchi per la misurazione di velocità e di
direzione del vento.
Lo strumento è alimentato dall'impianto elettrico
dell'imbarcazione.
Il WIND 3100 fa parte della famiglia di strumenti
NAVMAN, la quale include strumenti per velocità,
profondità, vento e ripetitori. Questi strumenti
possono essere collegati per formare un sistema di
dati integrato (vedere sezione 6).
Per ottenere le massime prestazioni, si prega di
leggere attentamente questo manuale prima
dell'installazione e dell'utilizzo.
Come misura la velocità del vento
L'unità di testa d'albero ha un rotore con tre coppette,
il quale gira per l'azione del vento. Per calcolare la
velocità del vento, l'unità di testa d'albero misura la
velocità con la quale gira il rotore.
Come misura la direzione del vento
L'unità di testa d'albero ha una banderuola che punta
nella direzione dalla quale arriva il vento. L'unità di
testa d'albero nota elettronicamente la direzione
indicata dalla banderuola.
Pulizia e manutenzione
Pulire l'elemento display con panno umido o
detergente delicato. Evitare abrasivi, benzina o altri
solventi.
1 Introduzione
Simbolo
allarme
Display
(retroilluminato)
Quattro tasti
(retroilluminati)
Visualizzazioni
direzione vento,
digitale ed
analogica
Visualizzazione
velocità (velocità
vento, velocità
massima vento o
VMG)
Elemento display WIND 3100
111 x 111 mm
Importante
È sola responsabilità del proprietario di installare ed utilizzare lo strumento ed i trasduttori in maniera di
non provocare incidenti o danni a persone e proprietà. L'utente di questo prodotto è il solo responsabile
per l'osservazione delle norme di una navigazione sicura.
NAVMAN NZ LIMITED NON SI RITIENE RESPONSABILE PER QUALSIASI USO DI QUESTO
PRODOTTO CHE POTREBBE PROVOCARE INCIDENTI, DANNI O VIOLAZIONI DELLA LEGGE.
Questo manuale rappresenta lo WIND 3100 al momento della pubblicazione. Navman NZ Limited si
riserva il diritto di cambiare le caratteristiche senza preavviso.
Versione ufficiale del testo: Questa nota, i manuali di istruzioni, le guide per l'utente ed altre informazioni
relative a questo prodotto ("la documentazione") potranno essere tradotti, quando già non lo siano stati,
in altre lingue ("la traduzione"). In caso di discrepanza tra la traduzione e la documentazione, la versione
ufficiale di quest'ultima sarà da ritenersi quella in lingua inglese.
Copyright © 2002 Navman NZ Limited. Tutti i diritti riservati. NAVMAN è un marchio registrato della
Navman NZ Limited.
33
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
2 Utilizzo
2-1 Accensione e spegnimento
Accendere e spegnere lo strumento tramite un
interruttore elettrico ausiliario sull'imbarcazione. Lo
strumento non è munito di un proprio interruttore.
Dopo lo spegnimento, tutte le impostazioni definite
dall'utente sono conservate.
Se nella parte superiore destra del display lampeggia
la scritta SIM, lo strumento è in modalità di
simulazione (vedere sezione 2-4).
2-2 Operazioni elementari
I tasti
Lo strumento ha quattro tasti, etichettati
e . In questo manuale:
Premere significa premere il tasto per meno di
1 secondo.
Tenere premuto per 2 secondi significa tenere
premuto il tasto per 2 secondi o più.
Premere un tasto + un altro significa
premere i due tasti insieme.
Regolazione della retroilluminazione dello
schermo e dei tasti
È possibile regolare la retroilluminazione a uno dei
quattro livelli di luminosità oppure spegnerla (la
retroilluminazione dei tasti non si spegne). Premere
una volta per visualizzare il livello attuale di
retroilluminazione, premere di nuovo per
cambiare livello:
Cambiamento dei valori visualizzati
Se un valore viene visualizzato come lineette (— —),
vuol dire che non è disponibile. Per esempio i valori di
vento reale non sono disponibili se il WIND 3100 non è
collegato a uno strumento per la velocità.
La parte superiore dello schermo visualizza la
direzione del vento, mentre la parte inferiore
visualizza la velocità.
Premere
una o più volte per selezionare:
Direzione e velocità del vento reale (disponibile
solo se il WIND 3100 è collegato a uno strumento
per la velocità, per esempio lo SPEED 3100 o
un GPS NAVMAN).
Direzione e velocità del vento apparente.
Andatura (vedere sezione 5).
Premere
una o più volte per cambiare il valore di
velocità visualizzato nella parte inferiore dello
schermo (vedere sezione 4):
Velocità del vento, apparente o reale.
Velocità massima del vento apparente.
VMG, la componente della velocità dell'imbarcazione
parallela al vento (disponibile solo se il WIND 3100
è collegato a uno strumento per la velocità, per
esempio lo SPEED 3100 o un GPS NAVMAN).
2-3 Allarmi
Il WIND 3100 può essere impostato per suonare un
allarme quando la velocità del vento apparente
supera il valore d'allarme (vedere sezione 4-3).
Quando l'allarme scatta, suona il beeper interno, il
simbolo sul display lampeggia e tutti i beeper o
luci esterni sono attivati.
Premere
per far smettere il segnale sonoro.
L'allarme sarà senza suono finché la velocità del
vento non cade sotto il valore d'allarme. L'allarme
suonerà di nuovo se la velocità del vento supererà
di nuovo il valore d'allarme.
2-4 Modalità di simulazione
La modalità di simulazione permette all'utente di
acquisire familiarità con lo strumento fuori dall'acqua.
In modalità di simulazione, il WIND 3100 funziona
normalmente eccetto che i dati dall'unità in testa
d'albero vengono ignorati e lo strumento li genera
internamente. La scritta SIM lampeggia nell'angolo
superiore destro dello schermo.
Per attivare o disattivare la modalità di simulazione:
1 Spegnere lo strumento.
2 Tenere premuto mentre si accende lo
strumento.
Retroilluminazione
Livello 2
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
34
Tenere
premuto
2 sec
+
Tenere
premuto
Tenere
premuto
+
5 sec
Tenere premuto
2 sec
Aumento
valore o
cambiamento
impostazione
Diminuzione
valore o
cambiamento
impostazione
Attivazione o disattivazione
simulazione
Azzeramento
memoria
Cambiamento unità velocità
vento (M/S o KNOTS)
Aggiustamento retroilluminazione
(4 livelli o spenta)
Disattivazione segnale sonoro
Cambiamento visualizzazione
velocità (Velocità vento, Velocità
massima vento, VMG)
Cambiamento modalità vento
(Reale, Apparente, Andatura)
Impostazione
modalità velocità
Impostazione
tipo indicatore
Calibrazione
velocità vento
Calibrazione
allineamento vento
Impostazione risoluzione
angolo andatura
+
Impostazione
allarme velocità
vento
Tenere
premuto
2 sec
Ritorno alle
operazioni
correnti
Ritorno alle
operazioni
correnti
Aumento
velocità
allarme
2-5 Funzioni dei tasti
Impostazioni
Impostazione allarme
Attivazione o
disattivazione
allarme
Accensione
Operazioni correnti
Diminuzione
velocità
allarme
Selezionamento gruppo
retroilluminazione
+
+
+
+
+
Impostazione
angolo andatura
Ritorno alle
operazioni
correnti
Aumento angolo
andatura
Diminuzione
angolo andatura
Impostazione angolo
andatura
(se visualizzato MAX Speed)
Azzeramento MAX Speed
+
Tenere
premuto
+
2 sec
+ (se visualizzata Andatura)
Impostazione smorzamento
direzione vento
35
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
La velocità e la direzione del vento apparente sono
valori misurati dall'unità in testa d'albero
sull'imbarcazione. La direzione e la velocità del vento
reale sono valori che si ottengono dopo aver preso
in considerazione la velocità dell'imbarcazione.
Se l'imbarcazione si muove, la velocità del vento
apparente è diversa dalla velocità del vento reale e
la direzione del vento apparente è diversa dalla
direzione del vento reale, come dimostrato qui sotto.
2-6 Velocità e direzione del vento apparente e reale
L'imbarcazione si muove controvento. La velocità del vento apparente è più alta
della velocità del vento reale e la direzione del vento apparente è più vicina al
vento in prua della direzione del vento reale
L'imbarcazione
è ferma
La velocità del vento reale è uguale alla velocità del vento apparente
e la direzione del vento reale è uguale alla direzione del vento
apparente
Velocità
vento
reale
20 nodi
L'imbarcazione si muove nella direzione del vento. La velocità del vento
apparente è più bassa della velocità del vento reale e la direzione del vento
apparente è più vicina al vento in prua della direzione del vento reale
Velocità
vento
reale
20 nodi
Velocità
vento
reale
20 nodi
Velocità
imbarcazione
10 nodi
Velocità
vento
reale
20 nodi
Velocità
imbarcazione
10 nodi
Velocità
imbarcazione
10 nodi
Velocità
vento
apparente
15 nodi
Velocità
imbarcazione
10 nodi
Velocità
vento
apparente
15 nodi
Direzione
vento reale
45°
Direzione
vento reale
135°
Direzione
vento
apparente
107°
Direzione
vento
apparente
30°
Velocità
vento
apparente
28 nodi
Velocità
vento
apparente
28 nodi
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
36
3 Direzione del vento
3-1 Visualizzazione della direzione
del vento
Per visualizzare la direzione del vento, premere
una o più volte, finché TRUE (direzione del vento
reale) o APP (direzione del vento apparente) non è
visualizzato. La direzione del vento reale è
visualizzata soltanto se il WIND 3100 è collegato a
uno strumento per la velocità.
La direzione del vento è visualizzata in gradi (da 0 a
180º a sinistra o a dritta) e con l'aiuto dell'indicatore
(vedere a destra).
3-2 Impostazione del tipo d'indicatore
per la direzione del vento
L'indicatore della direzione del vento può essere
impostato a uno dei cinque tipi disponibili (vedere a
destra). Il tipo 1 è quello predefinito.
I tipi 1, 2 e 3 simulano le banderuole ed hanno
un punto nero al centro. La parte meno spessa
indica da dove arriva il vento.
I tipi 4 e 5 indicano da dove arriva il vento.
Per impostare il tipo d'indicatore:
1 Premere + più volte finché la schermataTipo
Indicatore non è visualizzata:
2 Premere o per impostare il tipo d'indicatore.
3 Premere .
3-3 Impostazione dello smorzamento
della direzione del vento
Le turbolenze del vento, le raffiche ed il movimento
dell'albero causano fluttuazioni nella direzione del
vento. Per ottenere una lettura stabile, il WIND 3100
misura più volte la direzione del vento e calcola la
media di queste misurazioni. I valori di smorzamento
della direzione del vento vanno da 1 a 5:
Un valore basso calcola la media delle letture durante
un periodo di tempo più breve. Questo risulta in una
direzione più precisa, ma con più fluttuazioni.
Un valore alto calcola la media delle letture
durante un periodo di tempo più lungo. Questo
risulta in una direzione più stabile, però
trascurando alcuni cambiamenti di direzione reali.
Tener presente che lo smorzamento ha effetto sulla
direzione del vento numerica, non sull'indicatore.
Tipo
indicatore 1
Vento 30° a dritta, tipo indicatore 4
Direzione
vento
Vento 120° a dritta, tipo indicatore 5
Direzione
vento
Vento 30° a dritta, tipo indicatore 1
Direzione
vento
Vento 30° a sinistra, tipo indicatore 2
Direzione vento
Vento 150° a sinistra, tipo indicatore 3
Direzione vento
37
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
Impostare lo smorzamento della direzione del vento
sul valore più basso che dà una stabile direzione
numerica del vento. I valori 1, 2, 3, 4 e 5 calcolano la
media delle letture in rispettivi periodi di tempo di 6,
12, 18, 24 e 30 secondi.
Per impostare lo smorzamento:
1 Premere + per visualizzare la schermata
Smorzamento Direzione Vento:
2 Premere o per cambiare lo smorzamento.
3 Premere .
3-4 Calibrazione dell'allineamento
con il vento
Se si crede che la direzione del vento visualizzata
non è precisa, oppure se il braccio dell'unità in testa
d'albero non è montato parallelamente alla linea
centrale dell'imbarcazione, bisogna calibrare
l'allineamento con il vento:
1 È necessario sapere la direzione corretta del
vento. Il modo più facile per imbarcazioni a
motore è di viaggiare a velocità massima
quando non c'è vento. La corretta direzione del
vento proveniente dalla prua è allora 0º.
2 Premere + più volte per visualizzare la
schermata Calibrazione Allineamento Vento:
3 Premere o più volte per cambiare la direzione
del vento visualizzata con quella corretta.
4 Premere .
Il WIND 3100 può visualizzare una delle tre velocità
nella parte inferiore dello schermo. Premere
una o
più volte per selezionare:
WIND SPEED: Velocità del vento, apparente o
reale (vedere sezione 3).
MAX SPEED: Velocità massima del vento
apparente da quando la MAX SPEED è stata
azzerata o lo strumento acceso.
VMG: la componente della velocità
dell'imbarcazione parallela al vento.
La velocità del vento reale e la VMG sono visualizzati
solo se il WIND 3100 è collegato a uno strumento per
la velocità o a un GPS NAVMAN.
4-1 Impostazione delle unità di velocità
del vento
Le unità di velocità del vento possono essere KNOTS
(nodi) o M/S:
Tenere premuto finché le unità cambiano.
Tener presente che la VMG è visualizzata sempre in
nodi.
4-2 Azzeramento della velocità
massima del vento
Con l'azzeramento inizia un nuovo calcolo della
massima:
1 Premere finché MAX speed non è visualizzato.
2 Tenere premuto + per 2 secondi.
4-3 Impostazione dell'allarme per la
velocità del vento
L'allarme per la velocità del vento suona se l'allarme è
attivato e la velocità del vento apparente diventa uguale
o più alta di quella impostata. Se l'allarme suona,
premere per far smettere il segnale sonoro.
Per impostare il valore d'allarme o per attivare o
disattivare l'allarme:
1 Tenere premuto per 2 secondi per visualizzare
la schermata Allarme Velocità Vento:
2 Per cambiare il
valore d'allarme, premere o .
3 Per attivare o disattivare l'allarme, premere .
4 Premere .
4-4 Calibrazione della velocità del vento
Lo strumento è calibrato in fabbrica e normalmente
non dovrebbe richiedere alcuna calibrazione. Però la
calibrazione è necessaria se si crede che la velocità
del vento visualizzata non è precisa:
4 Velocità del vento, VMG
Smorzamento: 3
Direzione
vento 5° da
dritta
Allarme
attivato
Valore
velocità
vento
50 nodi
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
38
5 Andatura
L'angolo richiesto di andatura è di 40º e
l'imbarcazione è a 30º rispetto al vento apparente.
L'errore di andatura è di 10º. L'imbarcazione deve
virare di 10º a sinistra. La risoluzione dell'andatura
è 1º e così sono accesi 10 segmenti dell'indicatore
circolare:
La funzione di andatura genera direzioni di
avanzamento per navigare ad un angolo costante
rispetto al vento apparente. Il WIND 3100 calcola
automaticamente le istruzioni corrette per mure a
dritta o a sinistra.
Per attivare la funzione di andatura, premere
finché
STEER non è visualizzato. Lo schermo mostra:
1 L'angolo richiesto di andatura rispetto al vento
apparente (per impostare l'angolo richiesto di
andatura, vedere sezione 5-1).
2 La freccia che indica la direzione da seguire
per arrivare all'angolo richiesto di andatura.
3 L'errore di andatura (differenza tra l'angolo
richiesto e l'angolo attuale di andatura) è
visualizzato sull'indicatore circolare:
L'angolo richiesto di andatura è di 40º e
l'imbarcazione è a 70º rispetto al vento apparente.
L'errore di andatura è di 30º. L'imbarcazione deve
virare di 30º a dritta. La risoluzione dell'andatura è
5º e così sono accesi 6 segmenti dell'indicatore
circolare:
I due segmenti in alto sono sempre accesi.
Il numero dei segmenti che si accendono
mostra la grandezza dell'errore.
La risoluzione dell'andatura determina
quanti segmenti saranno accesi. Il numero
dei segmenti accesi rappresenta l'errore di
andatura diviso per la risoluzione
dell'andatura (per impostare la risoluzione
dell'andatura, vedere sezione 5-2).
Se l'imbarcazione deve navigare a sinistra,
si accendono i segmenti a destra del centro.
Se l'imbarcazione deve navigare a dritta, si
accendono i segmenti a sinistra del centro.
Esempi di andatura
1 È necessario sapere la velocità corretta del vento. Il
modo più facile per imbarcazioni a motore è di
viaggiare a velocità massima quando non c'è vento;
allora la velocità corretta del vento è uguale alla
velocità dell'imbarcazione. Per sapere la velocità
dell'imbarcazione, usare uno strumento per la
velocità di bordo o di un'altra imbarcazione che
viaggia alla stessa velocità.
2 Premere
+ più volte finché la schermata
Calibrazione Velocità Vento non è visualizzata
(vedere a destra).
Direzione
vento
Angolo richiesto
andatura 40°
Direzione
vento
Correzione
andatura
10° a
sinistra
Angolo richiesto
andatura 40°
Angolo
attuale
andatura
70°
Angolo
attuale
andatura
30º
Correzione andatura
30° a dritta
3 Premere o per cambiare la velocità del
vento visualizzata con quella corretta.
4 Premere .
Velocità
vento
Errore
andatura, 6
segmenti
accesi
Freccia indicatrice
(direzione da
seguire)
Angolo richiesto andatura
Errore
andatura, 10
segmenti
accesi
Freccia indicatrice
(direzione da
seguire)
Angolo richiesto andatura
39
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
5-1 Impostazione dell'angolo richiesto
di andatura
L'angolo richiesto di andatura è l'angolo voluto tra la
direzione dell'imbarcazione e la direzione del vento
apparente:
1 Durante la navigazione, premere + ;
l'angolo richiesto di andatura lampeggia:
2 Premere o per cambiare l'angolo
richiesto di andatura. Il raggio d'azione è da 0°
a 150°.
3 Premere .
5-2 Impostazione della risoluzione di
andatura
Durante la navigazione, l'indicatore circolare mostra
la correzione dell'andatura. La risoluzione
dell'andatura è un numero da 1 a 5 che determina il
numero di gradi dell'errore di andatura rappresentati
da ogni segmento (vedere gli esempi alla pagina
precedente).
Per una navigazione più precisa, utilizzare una
risoluzione di andatura più bassa.
Per impostare la risoluzione di andatura:
1 Premere + più volte finché la schermata
Risoluzione Andatura non è visualizzata:
2 Premere o per cambiare risoluzione.
3 Premere .
Diversi strumenti NAVMAN possono essere collegati
per condividere i dati. Ci sono due modi per collegare
gli strumenti, NavBus o NMEA.
6-1 NavBus
NavBus è un sistema di proprietà della NAVMAN che
permette di formare sistemi di più strumenti usando
un solo gruppo di trasduttori. Quando gli strumenti
sono collegati tramite NavBus:
Se le unità, gli allarmi o la calibrazione
vengono cambiati in uno strumento, i valori
cambieranno automaticamente in tutti gli altri
strumenti dello stesso tipo.
Ogni strumento può essere assegnato a un
gruppo di strumenti (vedere sezione 1, 8-2, punto
3). Se la retroilluminazione viene cambiata in
uno strumento del gruppo 1, 2, 3 o 4, la
retroilluminazione cambierà automaticamente
negli altri strumenti dello stesso gruppo. Se la
retroilluminazione viene cambiata in uno
strumento del gruppo 0, nessun altro strumento
subirà questo cambiamento.
Se suona un allarme, disattivare il segnale
sonoro premendo su qualsiasi strumento
che può visualizzare questo allarme.
6 Sistemi di più strumenti
NavBus ed il WIND 3100
Se il WIND 3100 non è collegato all'unità di testa
d'albero, prenderà automaticamente le letture di
velocità e di direzione del vento da un altro
strumento, tramite NavBus, se i dati sono
disponibili. Per ulteriori informazioni consultare
il Manuale installazione e utilizzo di NavBus.
Se lo strumento non è collegato all'unità di
testa d'albero e non sono disponibili relativi
dati esterni, il valore visualizzato saranno delle
lineette (— —).
Per visualizzare la velocità del vento reale, la
direzione del vento reale e la VMG, il WIND 3100
deve essere collegato a uno strumento che emette
la velocità dell'imbarcazione. Gli strumenti tipici che
emettono la velocità dell'imbarcazione sono:
Il ricevitore GPS (emette la velocità
dell'imbarcazione sopra il suolo).
Lo SPEED 3100 della NAVMAN, il quale
usa un trasduttore a ruota a pale (emette la
velocità dell'imbarcazione nell'acqua).
Da notare che se è presente una corrente,
queste due velocità saranno diverse.
È necessario selezionare quale tipo di velocità
d'imbarcazione il WIND 3100 utilizzerà (vedere
sezione 3-1, 8-2, punto 2).
Angolo
richiesto di
andatura 45°
Risoluzione
andatura 5°
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
40
6-2 NMEA
Il NMEA è uno standard dell'industria, però non è
flessibile come il NavBus siccome richiede delle
connessioni particolari tra gli strumenti. Dati di
velocità e di direzione del vento provenienti dallo
WIND 3100 possono essere letti e visualizzati dal
REPEAT 3100 della NAVMAN o da altri strumenti
NMEA. Il WIND 3100 può ricevere dati di velocità
d'imbarcazione NMEA:
RMC o VTG da ogni compatibile strumento
GPS (velocità sopra il suolo).
VHW da ogni compatibile strumento con
trasduttore di velocità a ruota a pale (velocità
nell'acqua).
È necessario selezionare quale tipo di velocità
d'imbarcazione il WIND 3100 utilizzerà (vedere
sezione 3-1, 8-2, punto 2).
41
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
7 WIND 3100 - l'apparecchiatura
Configurazione standard:
Lo strumento WIND 3100 con il coperchio di
protezione.
L'unità di testa d'albero.
Cavo di 30 m per la testa d'albero.
Scatola di connessione per il cavo della testa
d'albero.
Carta di garanzia.
Maschera di montaggio.
Questo Manuale installazione e utilizzo.
7-2 Altre parti necessarie
Uno o più strumenti della serie 3100 saranno connessi
all'impianto elettrico a 12 V dell'imbarcazione tramite:
Un interruttore ausiliario per accendere e
spegnere gli strumenti.
Un fusibile. Usare un fusibile da 1 A per uno
fino a cinque strumenti.
È possibile installare opzionali luci o beeper esterni.
L'uscita del WIND 3100 viene collegata a terra,
30 V DC e 250 mA al massimo. Se i beeper e le luci
richiedono più di 250 mA, installare un relè.
I sistemi di più strumenti richiedono un cablaggio e
dei connettori (vedere sezione 6 o il vostro Manuale
installazione e utilizzo NavBus).
Per visualizzare la velocità e la direzione del vento reale
e la VMG, il WIND 3100 deve essere collegato a uno
strumento che emette la velocità (vedere sezione 6).
Il WIND 3100 di solito viene utilizzato con l'unità di
testa d'albero fornita. Però lo strumento può prendere
le letture da un altro strumento NAVMAN per il vento
ed in tal caso l'unità di testa d'albero non deve essere
installata (vedere sezione 6-1).
7-3 Accessori
Questi accessori sono disponibili dal vostro rivenditore NAVMAN.
7-1 Che cosa è fornito con il vostro
WIND 3100
Scatola di
connessione NavBus
(vedere sezione 6)
L'unità di testa d'albero
di ricambio
Coppette per l'unità di
testa d'albero
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
42
Braccio posizionato a pruavia
Pruavia
Un'installazione corretta è cruciale per il buon
funzionamento dello strumento. Prima dell'installazione,
è indispensabile leggere questa sezione del manuale e
la documentazione fornita con le altre parti.
Il WIND 3100 può:
Attivare beeper o luci esterni per l'allarme.
Mandare e ricevere dati da altri strumenti
NAVMAN, collegati via NavBus. Le impostazioni
per allarmi, unità, calibrazioni e
retroilluminazione sono condivise (vedere
sezione 6-1).
Mandare e ricevere dati NMEA da altri
strumenti (vedere sezione 6-2).
Attenzione
La parte frontale dello strumento è impermeabile
all'acqua. Proteggere dall'acqua la parte posteriore,
altrimenti potrebbe entrare nel foro di respirazione e
danneggiare lo strumento. La garanzia non copre
danni causati dall'umidità o dall'acqua che è entrata
dalla parte posteriore dello strumento.
Il cavo che va in testa d'albero deve essere installato
in tubo protettivo.
8-1 Installazione
Elemento display WIND 3100
1 Scegliere un posto per l'elemento display che:
Sia facilmente visibile e a riparo da danni.
Sia almeno a 100 mm lontano dalla
bussola e almeno a 500 mm lontano
dall'antenna della radio o del radar.
Sia lontano dai motori, luci fluorescenti,
invertitori di elettricità.
Sia accessibile dalla parte posteriore; il minimo
spazio necessario dalla parte posteriore è di
50 mm (vedere il diagramma di montaggio).
Permetta la protezione dall'umidità della
parte posteriore dello strumento.
2 Lo strumento deve essere montato su un
pannello piano di spessore meno di 20 mm.
Posizionare la maschera di montaggio. Creare
un foro di 50 mm attraverso l'apertura nel
centro della maschera di montaggio. Aver
presente che la maschera di montaggio
include lo spazio intorno allo strumento per il
coperchio di protezione.
3 Rimuovere il dado di fissaggio dalla parte
posteriore dello strumento. Inserire nel foro creato
il bullone sulla parte posteriore dello strumento.
Stringere a mano il dado di fissaggio.
8 Installazione ed impostazione
L'unità di testa d'albero
Pianificare l'installazione. Leggere attentamente
queste istruzioni e pianificare dove sarà montata la
base dell'unità e dove saranno praticati i fori
nell'albero. Di solito è più facile installare l'unità di
testa d'albero quando le vele e l'attrezzatura non sono
sull'imbarcazione.
1 La base dell'unità di testa d'albero si trova a
una delle estremità del cavo di 30 m. Montare
la base dell'unità in cima all'albero:
Con la superfice d'appoggio in posizione
orizzontale.
Con l'attacco per il braccio dell'unità a
pruavia, parallelamente alla linea centrale
dell'imbarcazione entro qualche grado (se
il braccio non è posizionato esattamente a
pruavia, la direzione del vento dovrà essere
allineata, vedere sezione 3-4).
Utilizzare le viti autofilettanti fornite.
Spazio minimo 50 mm
Spessore massimo 20 mm
Dado di
fissaggio
Cavi
Elemento
display
Foro 50 mm
Vista laterale montaggio elemento display
Assicurarsi che i fori praticati non indeboliscano
la struttura dell'imbarcazione o l'albero. Se non si
è sicuri, consultare un ingegnere o costruttore
navale qualificato.
2 Praticare un foro di 8 mm in cima all'albero,
vicino alla base dell'unità, per introdurre il cavo
dell'unità nell'albero. Non installare ancora il
cavo.
3 Praticare un foro di 8 mm nella parte inferiore
dell'albero, in un luogo conveniente per l'uscita del
cavo dall'albero. La scatola di connessione dei cavi
sarà montata vicino a questo foro; il luogo deve
essere asciutto e non in sentina.
4 Calcolare la lunghezza del cavo dalla base
dell'unità di testa d'albero fino alla scatola di
connessione. Includere quanto è necessario per
il collegamento all'interno della scatola di
43
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
Avvitare il
manicotto al
blocco
Montare la base
dell'unità in cima
all'albero (Punto 1)
Montare
le
coppette
Albero
Inserire il
braccio
nella base
Braccio
Albero
Cavo verso il
WIND 3100
Scatola connessione cavi
Cavo
Foro nell'albero,
chiudere con
sigillante
Pruavia
Foro nell'albero,
chiudere con
sigillante
Il cavo passa
per l'interno
dell'albero
nel suo tubo
protettivo
Gioco del cavo
Unità di testa d'albero installata
Beeper o luci esterni (opzionali)
Uscita NMEA (opzionale)
Rosso
Bianco
Verde
Nero
Giallo
Interruttore
Fusibile
Arancio
Blu
NavBus (opzionale)
Alimentazione
12 V DC
Ingresso NMEA (GPS, opzionale)
}
Cavo unità testa d'albero
connessione. Tagliare il cavo a questa lunghezza.
Non buttare via l'altro pezzo del cavo.
5 Introdurre l'estremità tagliata del cavo nel foro in
cima all'albero, portare il cavo giù per il tubo
protettivo nell'albero e farlo uscire per il foro inferiore
nell'albero. Installare una morsa o una piastrina
fermacavi per fissare il cavo alla testa d'albero.
Chiudere i due fori nell'albero con sigillante.
6 Inserire l'estremità del cavo per il premistoppa
nella scatola di connessione. Spelare la
guaina del cavo e collegare i fili alla
morsettiera fornita.
7 Prendere l'atro pezzo tagliato del cavo e
collegarlo alla parte posteriore dell'elemento
display del WIND 3100. Posare il cavo tra
l'elemento display e la scatola di connessione
dei cavi:
Non posare il cavo vicino ad altri cavi,
motori, luci fluorescenti ed invertitori di
elettricità.
Fissare il cavo in intervalli regolari.
8 Tagliare il cavo alla lunghezza necessaria,
includendo quanto è necessario per il
collegamento all'interno della scatola di
connessione. Inserire l'estremità del cavo nella
scatola di connessione per l'altro premistoppa.
Spelare la guaina del cavo e collegare i fili alla
morsettiera accoppiando i colori dei fili.
9 Avvitare il coperchio della scatola di
connessione ed avvitare la scatola al suo
posto sul pannello.
10 Montare le coppette sul braccio dell'unità di
testa d'albero con l'aiuto della chiave
esagonale fornita.
11 Attaccare il braccio alla base dell'unità:
Inserire il braccio nella base dell'unità.
Avvitare il manicotto del braccio al blocco
dell'unità.
Cablaggio alimentazione/dati
1 Cablaggio alimentazione/dati:
Lo strumento richiede un'alimentazione di
12 V DC. Installare un interruttore ed un
fusibile sul cavo di alimentazione oppure
alimentare lo strumento attraverso un
ausiliario interruttore con fusibile. Il fusibile
deve essere di 1 A per fino a cinque strumenti.
Se beeper e luci esterni richiedono più di
250 mA DC in totale, installare un relè.
Uno strumento solo può essere collegato
come dimostrato qui sotto:
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
44
Con più strumenti, usare le scatole opzionali di
connessione per semplificare il cablaggio,
come dimostrato qui sotto:
Per informazioni sulle modalità di collegamento del
NavBus e sull'uso delle scatole di connessione,
consultare il Manuale Installazione e Utilizzo NavBus.
2 Isolare o coprire tutti i cavi o connessioni non
usati per metterli a riparo dall'acqua e
prendere cura di proteggerli dal cortocircuito.
8-2 Impostazione
1 Effettuare un viaggio di collaudo per verificare
che tutti gli strumenti funzionino correttamente.
2 Per visualizzare la velocità e la direzione del
vento reale e la VMG, il WIND 3100 deve
essere collegato ad uno strumento che emette
la velocità dell'imbarcazione. Se il WIND 3100
è collegato ad uno strumento che emette la
velocità nell'acqua ed a uno strumento che
emette la velocità sopra il suolo, è possibile
selezionare quale dei due il WIND 3100
utilizzerà (vedere sezione 3-1, 6):
i Premere + più volte finché la schermata
Modalità Velocità non è visualizzata:
ii Premere o per cambiare la modalità
a (velocità sopra il suolo) o a
(velocità dell'imbarcazione nell'acqua).
iii Premere .
3 Se lo strumento fa parte di un sistema di
strumenti della serie 3100 collegati tramite
NavBus, impostare il numero del gruppo di
Modalità
o
Unità di velocità del vento ................... nodi
Tipo d'indicatore ......................................... 1
Smorzamento della direzione .................... 2
Angolo di andatura ................................. 40º
Risoluzione dell'angolo di
andatura ............................ 2º per segmento
Allarme per la velocità
del vento .....................................Disattivato
Modalità di SIMULAZIONE.......... Disattivato
Livello di retroilluminazione ...................... 0
Gruppo di retroilluminazione ..................... 1
Ingresso di velocità dell'imbarcazione ....
retroilluminazione (vedere sezione 6-1):
i Premere + più volte finché la schermata
Gruppo Di Retroilluminazione non è
visualizzata:
ii Premere o per impostare il numero
del gruppo di retroilluminazione.
iii Premere .
4 Impostare:
Le unità di velocità (vedere sezione 4-1).
Il tipo d'indicatore (vedere sezione 3-2).
5 Se necessario, calibrare:
L'allineamento con il vento (vedere
sezione 3-4).
La velocità del vento (vedere sezione 4-4).
8-3 Ripristino delle impostazioni di
fabbrica
Tutte le impostazioni possono essere azzerate, cioè
riportate alle impostazioni di fabbrica (vedere qui
sotto).
Per ripristinare le impostazioni di fabbrica:
1 Spegnere lo strumento.
2 Tenere premuto + mentre si accende lo
strumento e continuare a tenere premuti i tasti
per almeno 5 secondi.
Gruppo: 3
Scatola di
connessione
Scatola di
connessione
Gruppo 1
Cavo alimentazione/dati
Cavo NavBus
Gruppo 2
Connessioni
alimentazione/
dati
Cavo alimentazione/dati
Connessioni
alimentazione/
dati
45
WIND 3100 Manuale installazione e utilizzoNAVMAN
Fisiche
Dimensioni corpo 111 mm, quadrato.
Display LCD, larghezza 82 mm, altezza 61 mm;
tipo nematico elicoidale (TN).
Numeri LCD, altezza 30 mm in linea superiore,
20 mm in linea inferiore.
Quattro tasti operativi, incisi al laser.
Retroilluminazione display e tasti, colore
ambra, quattro livelli o spenta
(la retroilluminazione dei tasti non si spegne).
Temperatura operativa da 0 a 50°C (da 32 a
122ºF).
Potere Cavo lunghezza 1 m.
Lunghezza cavo unità testa d'albero 30 m.
Elettriche
Alimentazione da 10.5 a 16.5 V DC, 20 mA
senza retroilluminazione, 120 mA con massima
retroilluminazione.
Uscita beeper o luci esterni, collegata a terra,
30 V DC e 250 mA al massimo.
Vento
Direzione vento, reale ed apparente. Raggio
d'azione da 0° a 180°, sinistra o dritta.
Velocità vento, reale ed apparente. Raggio
d'azione da 0 a 199 nodi (da 0 a 102 m/s).
Velocità massima vento apparente.
Allarme velocità vento apparente.
Appendice A - Caratteristiche
Calibrazione
Velocità e direzione (allineamento) vento
possono essere calibrati.
Interfaccie
Connessione NavBus ad altri strumenti
NAVMAN.
Uscite NMEA 0183: MWV, VPW; ingressi RMC,
VHW, VTG.
Conformità alle norme
EMC
USA (FCC) : Part 15 Class B.
Europa (CE) : EN50081-1, EN50082-1.
Nuova Zelanda e Australia (C Tick) :
AS-NZS 3548.
Ambiente operativo: IP66 dalla parte frontale se
montato correttamente.
Cablaggio alimentazione/dati
Cavo Segnale
Rosso Alimentazione polo positivo, 12 V DC,
120 mA max.
Nero Alimentazione polo negativo, comune NMEA
Verde Uscita beeper o luci esterni, collegata a
terra, 30 V DC e 250 mA max.
Arancio NavBus +
Blu NavBus -
Bianco Uscita NMEA
Giallo Ingresso NMEA
Appendice B - In caso di problemi
Questa guida alla soluzione di problemi presuppone
che l'utente abbia letto e capito questo manuale.
In molti casi è possibile risolvere i problemi senza
dover inviare lo strumento al produttore per
riparazione. Si prega di leggere questa sezione prima
di contattare il più vicino rivenditore NAVMAN.
Non ci sono parti riparabili dall'utente. Sono
necessari dei metodi specialistici e un'attrezzatura
di prova per garantire che lo strumento sia
riassemblato correttamente e che sia a prova
d'acqua. Le riparazioni dello strumento possono
essere effettuate solo presso centri di servizio
autorizzati dalla NAVMAN NZ Limited. Gli utenti che
ripareranno lo strumento da soli invalideranno la
garanzia.
Ulteriori informazioni possono essere reperite sul
nostro sito: www.navman.com
1 Lo strumento non si accende:
a Il fusibile è bruciato o è scattato l'interruttore.
b Il voltaggio della batteria non è nei limiti di
10.5 fino a 16.5 V DC.
c Il cavo di alimentazione/dati è danneggiato.
2 Le letture di velocità o di direzione del vento
sono errate o irregolari:
a La calibrazione della velocità del vento non
è corretta (vedere sezione 4-4).
b L'allineamento con la direzione del vento
non è corretto (vedere sezione 3-4).
c Il cavo dell'unità di testa d'albero non è
connesso oppure è danneggiato.
d L'unità di testa d'albero è incrostata o danneggiata
e Interferenze da rumori elettrici. Correggere
l'installazione.
3 La scritta SIM lampeggia nell'angolo
superiore destro dello schermo, i valori
visualizzati sono inaspettati:
a Lo strumento è in modalità di simulazione
(vedere sezione 2-4).
4 Il display si appanna:
a L'aria umida è entrata nel foro di respirazione
nella parte posteriore dello strumento. Arieggiare
l'imbarcazione o tenere acceso lo strumento con
la retroilluminazione al massimo.
b L'acqua è entrata nel foro di respirazione.
Inviare lo strumento per il servizio.
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
46
Enheter
Enheterna i fabriksinställningen anges i knop. För att ändra dessa enheter, hänvisas till avsnitt 4-1 i denna
manual.
Innehåll
1 Inledning ........................................................................................................ 47
2 Användning ................................................................................................... 48
2-1 På och avkoppling ..................................................................................................... 48
2-2 Normal användning .................................................................................................... 48
2-3 Alarm ......................................................................................................................... 48
2-4 Simuleringsfunktion ................................................................................................... 48
2-5 Knappförklaringar ...................................................................................................... 49
2-6 Skenbar och sann vindhastighet och riktning ............................................................. 50
3 Vindriktning ................................................................................................... 51
3-1 Vindriktningsdisplay ................................................................................................... 51
3-2 Ställ in visartyp för vindriktning ................................................................................... 51
3-3 Ställ in vindriktningsdämpning.................................................................................... 51
3-4 Kalibrera vindanpassning........................................................................................... 52
4 Vindhastighet, VMG ...................................................................................... 52
4-1 Ställ in vindhastighetsenheter .................................................................................... 52
4-2 Nollställ max. vindhastighet........................................................................................ 52
4-3 Ställ in vindhastighetsalarm........................................................................................ 52
4-4 Kalibrera vindhastighet .............................................................................................. 52
5 Styr upp i vind................................................................................................ 53
5-1 Ställ in önskad styrvinkel ............................................................................................ 54
5-2 Ställ in styrupplösning ................................................................................................ 54
6 System med flera instrument ....................................................................... 54
6-1 NavBus ..................................................................................................................... 54
6-2 NMEA ....................................................................................................................... 54
7 WIND 3100 maskinvara ................................................................................. 55
7-1 Vad levereras med WIND 3100 ................................................................................. 55
7-2 Andra nödvändiga komponenter ................................................................................. 55
7-3 Tillbehör..................................................................................................................... 55
8 Installation och klargörning.......................................................................... 56
8-1 Installation ................................................................................................................. 56
8-2 Klargörning ................................................................................................................ 58
8-3 Omställning till fabriksinställningar ............................................................................. 58
Bilaga A - Specifikationer ................................................................................ 59
Bilaga B - Felsökning....................................................................................... 59
Bilaga C - Hur du kontaktar oss ...................................................................... 75
47
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
WIND 3100 visar:
Skenbar vindriktning och vindhastighet.
Sann vindriktning och vindhastighet (kräver
data från ett hastighetsinstrument).
Max. vindhastighet.
Styrningsanvisningar för segling vid konstant
vinkel mot vinden (styra upp i vind).
VMG, den båtfartskomponent som är parallell med
vinden (kräver data från ett hastighetsinstrument).
En färdiginstallerad WIND 3100 består av två delar:
Displayenheten.
Masttoppenheten, som är försedd med
instrument som mäter vindhastighet och
vindriktning.
Enheten drivs från båtens egen strömförsörjning.
WIND 3100 är ett instrument i NAVMAN familjen som
omfattar instrument för fart/hastighet, djup, vind och
repeaters. Dessa instrument kan kopplas ihop för att
bilda ett integrerat datasystem (se avsnitt 6).
För bästa resultat, bör du noga läsa igenom denna
manual innan installation och användning.
Så här mäts vindhastigheten
Masttoppsenheten har en rotor med tre vindkoppar
som snurrar allteftersom vinden blåser längs båten.
Masttoppsenheten mäter hur snabbt rotorn snurrar
för att beräkna vindhastigheten.
Så här mäts vindriktningen
Masttoppsenheten har en vindflöjel som pekar i
den riktning från vilken vinden kommer.
Masttoppsenheten läser elektroniskt den riktning i
vilken vindflöjeln pekar.
Rengöring och underhåll
Rengör displayenheten med en fuktig trasa eller ett
milt rengöringsmedel. Använd inte frätande
rengöringsmedel, bensin eller andra lösningsmedel.
1 Inledning
Alarmsymbol
Display
(belyst)
Fyra
knappar
(belysta)
Vindriktningsdisplayer,
digitala och analoga
Hastighetsdisplay
(Vindhastighet, Max.
vindhastighet eller
VMG)
Displayenheten på WIND 3100
111 x 111 mm
Viktigt
Det åligger enbart ägaren att installera och använda instrumentet och givaren/givarna på ett sätt som inte
orsakar olyckor, personskador eller skador på egendom. Användaren av produkten är ensam ansvarig för
säker båtpraxis.
NAVMAN NZ LIMITED AVSÄGER SIG ALLT ANSVAR FÖR ALL ANVÄNDNING AV DENNA PRODUKT
PÅ ETT SÄTT SOM SKULLE KUNNA ORSAKA OLYCKOR, SKADOR ELLER VARA OLAGLIG.
Denna manual beskriver WIND 3100 vid tryckningen. Navman NZ Limited förbehåller sig rätt att ändra
specifikationer utan varsel.
Huvudspråk: Detta meddelande, alla instruktionsmanualer, användarguider och annan information om
produkten (dokumentationen) kan översättas till, eller har översatts från, ett annat språk (översättningen).
Om tvist skulle uppstå beträffande någon översättning av dokumentationen, är den engelska versionen
av dokumentationen att betrakta som den officiella versionen av dokumentationen.
Copyright © 2002 Navman NZ Limited, Nya Zeeland. Alla rättigheter förbehållna. NAVMAN är ett
inregistrerat varumärke tillhörigt Navman NZ Limited.
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
48
2 Användning
2-1 På- och avkoppling
Koppla på och av enheten med båtens
hjälpströmbrytare. Enheten har ingen egen
strömbrytare. När du kopplar av den, kommer alla
dina inställningar att sparas.
Om meddelandet SIM blinkar uppe till vänster på
displayen är enheten i simuleringsfunktion (se avsnitt
2-4).
2-2 Normal användning
Knappar
Enheten har fyra knappar, märkta och
. i denna manual:
Tryck innebär att du trycker på knappen i
mindre än 1 sekund.
Håll 2 sekunder innebär att du håller knappen
nedtryckt i 2 sekunder eller mer.
Tryck på en knapp + en annan knapp betyder
att du trycker på båda knapparna samtidigt.
Ställ in belysning för bildskärm och knappar
Du kan ställa in belysningen till fyra styrkenivåer eller
stänga av den (knappbelysningen kan inte stängas
av). Tryck på
en gång för att visa aktuell
belysningsnivå, och tryck igen på för att ändra
nivån:
Ändra det som visas på displayen
Om något visas som streck (— —), betyder det att
värdet inte är tillgängligt. Sanna vindvärden finns
exempelvis inte om WIND 3100 inte är kopplad till
ett hastighetsinstrument.
Vindriktningen visas överst på bilden och en hastighet
visas nederst.
Tryck på
en eller flera gånger för att välja:
Sann vindriktning och hastighet (ges endast om
WIND 3100 är kopplad till ett hastighetsinstrument,
t.ex. SPEED 3100 eller en NAVMAN GPS).
Skenbar vindriktning och hastighet.
Styr upp i vind (se avsnitt 5).
Tryck på
en eller flera gånger för att ändra det
hastighetsvärde som visas nederst på bilden (se
avsnitt 4):
Vindhastighet, skenbar eller sann.
Max. skenbar vindhastighet.
VMG, båtfartskomponenten parallell med
vinden (ges endast om WIND 3100 är kopplad
till ett hastighetsinstrument, t.ex. SPEED 3100
eller ett NAVMAN GPS instrument).
2-3 Alarm
WIND 3100 kan ställas in för ljudalarm när skenbar
vindhastighet överskrider alarmvärdet (se avsnitt 4-
3). När alarmet aktiveras, hörs ett internt pipljud,
symbolen på displayen blinkar och eventuella externa
alarmljud eller ljus aktiveras.
Tryck på
för att dämpa alarmet. Det förblir dämpat
tills vindhastigheten faller under alarmvärdet. Alarmet
kommer att höras igen om vindhastigheten
överskrider alarmvärdet på nytt.
2-4 Simuleringsfunktion
Genom simuleringsfunktionen kan du lära känna
enheten borta från vattnet. I simuleringsfunktion
fungerar WIND 3100 normalt, men bortser från data
från masttoppsenheten, och enheten genererar
dessa data internt. Meddelandet SIM blinkar uppe
till höger på bilden.
På- eller avkoppling av simuleringsfunktionen:
1 Koppla av strömbrytaren.
2 Håll ned
medan du kopplar på strömmen.
Belysning,
nivå 2
49
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
Håll ned
i 2 sek
+
Håll ned
Håll ned
+
i 5 sek
Håll ned
i 2 sek
Öka värdet
eller ändra
inställning
Minska
värdet eller
ändra
inställning
Koppla på eller av
Simulate (Simulering)
Nollställ minnet
Ändra vindhastighetsenheter
(M/S eller KNOTS (KNIOP))
Justera belysning (4 nivåer
eller av)
Dämpa alarm
Ändra hastighetsdisplay (Wind
speed, Max wind speed, VMG)
(Vindhastighet, Max.
vindhastighet, VMG)
Ändra vindfunktion (True,
Apparent, Steer to wind) (Sann,
Skenbar, Styr upp i vind)
Ställ in
hastighetsfunktion
Ställ in visartyp
Kalibrera
vindhastighet
Kalibrera
vindanpassning
Ställ in
styrvinkelupplösning
+
Ställ in alarm
Håll ned
i 2
sek
Återgå till
normal
användning
Återgå till
normal
användning
Öka
alarmhas-
tigheten
2-5 Knappförklaringar
Klargörning
Ställ in alarm
Koppla på
eller av
alarmet
Koppla på strömmen
Normal användning
Minska
alarmhast-
igheten
Välj
belysningsgrupp
+
+
+
+
+
Ställ in
styrvinkel
Återgå till
normal
användning
Öka styrvinkel
Minska
styrvinkel
Ställ in styrvinkel
(Om Max. Speed (hastighet)
visas) nollställ MAX Speed
(max hastighet)
+
Håll ned
+
i 2 sek
+ (Om Steer to Wind (Styr upp i
vind) visas)
Ställ in
vindriktningsdämpning
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
50
Värden för skenbar och sann vindhastighet och -
riktning mäts av masttoppsenheten på båten. Värden
för sann vindhastighet och -riktning tar båtens fart
med i beräkningen.
Om båten är i rörelse, kommer den skenbara
vindhastigheten att skilja sig från den sanna
vindhastigheten och den skenbara vindriktningen
skiljer sig från den sanna vindriktningen, enligt
nedanstående.
2-6 Skenbar och sann vindhastighet och -riktning
Båten förflyttar sig uppvind. Den skenbara vindhastigheten är större än den
sanna vindhastigheten och den skenbara vindriktningen är närmare stick i stäv
än den sanna vindriktningen
Båten är
stillastående
Sann vindhastighet är lika med skenbar vindhastighet och sann
vindriktning är lika med skenbar vindriktning
Sann
vindhastighet
20 knop
Båten rör sig i medvind. Skenbar vindhastighet är lägre än sann
vindhastighet och skenbar vindriktning är närmare stick i stäv än sann
vindriktning
Sann
vindhastighet
20 knop
Sann
vindhastighet
20 knop
Båtens fart
10 knop
Sann
vindhastighet 2
0 knop
Båtens fart
10 knop
Båtens fart
10 knop
Skenbar
vindhastighet
15 knop
Båtens fart
10 knop
Skenbar
vindhastighet
15 knop
Sann
vindriktning
45°
Sann
vindriktning
135°
Skenbar
vindriktning
107°
Skenbar
vindriktning
30°
Skenbar
vindhastighet
28 knop
Skenbar
vindhastighet
28 knop
51
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
3 Vindriktning
3-1 Vindriktningsdisplay
För att visa vindriktning, tryck på en eller flera
gånger, tills TRUE (SANN = sann vindriktning) eller
APP (SKENBAR = skenbar vindriktning) visas. Sann
vindriktning visas endast om WIND 3100 är kopplad
till ett hastighetsinstrument.
Vindriktningen visas i grader (0 till 180° babord eller
styrbord) och av visaren (se höger).
3-2 Ställ in visartyp för vindriktning
Vindriktningsvisaren kan ställas in till en av fem typer
(se höger). Typ 1 är normalinställningen.
Typ 1, 2 och 3 simulerar vildflöjlar och har en
svart mittpunkt. Den smalare delen pekar i den
riktning från vilken vinden kommer.
Typ 4 och 5 pekar i den riktning från vilken
vinden kommer.
För inställning av visartyp:
1 Tryck på
+ upprepade gånger tills
visartypbilden visas:
2 Tryck på
eller för att ställa in visartyp.
3 Tryck på
.
3-3 Ställ in vindriktningsdämpning
Vindturbulens, vindstötar och maströrelser ger
upphov till vindriktningsväxlingar. För att ge en stabil
avläsning, beräknar WIND 3100 vindriktningen
genom att mäta riktningen flera gånger och ge en
genomsnittsmätning. Dämpningsvärdet för
vindriktning varierar från 1 till 5:
Ett lägre värde ger genomsnitt över en kortare
tidsperiod. Detta ger den mest exakta riktningen
men är också det värde som växlar mest.
Ett högre värde ger genomsnitt över en längre
tidsperiod. Detta ger den mest stabila
riktningen men bortser från vissa verkliga
riktningsförändringar.
Obs! Dämpningen påverkar den numeriska
vindriktningen, inte visaren. Ställ in
vindriktningsdämpningen till det lägsta värde som
ger en stabil numerisk vindriktning. Värden på 1, 2,
3, 4 och 5 ger ett medeltal av avläsningarna över en
Visartyp 1
Vind från 30° till styrbord, visartyp 4
Vindriktning
Vind från 120° till styrbord, visartyp 5
Vindriktning
Vind från 30° till styrbord, visartyp 1
Vindriktning
Vind from 30° till babord, visartyp 2
Vindriktning
Vind from 150° till babord, visartyp 3
Vindriktning
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
52
tidsperiod på respektive 6, 12, 18, 24 och 30
sekunder.
För inställning av dämpning:
1 Tryck på
+ för att visa
vindriktningsdämpningsbilden:
2 Tryck på
eller för att ändra dämpningen.
3 Tryck på
.
3-4 Kalibrera vindanpassning
Du kommer att behöva kalibrera vindanpassningen
om du tror att den vindriktning som visas är felaktig
eller om, vid installationen, masttoppsarmen inte är
parallell med båtens mittlinje:
1 Du måste känna till korrekt vindriktning. Det är
lättast för en motorförsedd båt att köra vid max.
fart om det är vindstilla. Korrekt vindriktning är
då för ut 0°.
2 Tryck på
+ upprepade gånger tills
kalibrera vindanpassningsbilden visas:
3 Tryck på
eller för att ändra visad
vindriktning till korrekt värde.
4 Tryck på
.
WIND 3100 kan visa en av tre hastigheter nederst på
bilden. Tryck på
en eller flera gånger för att välja:
WIND SPEED (vindhastighet) :
Vindhastigheten, skenbar eller sann (se
avsnitt 3).
MAX SPEED (max hastighet): Maximal
skenbar vindhastighet efter det att MAX
SPEED (max hastighet) nollställdes eller
enheten kopplades på.
VMG: Den komponent i båtens fart som är
parallell med vinden.
Sann vindhastighet och VMG visas endast om WIND
3100 kopplats till ett hastighetsinstrument eller ett
NAVMAN GPS instrument.
4-1 Ställ in vindhastighetsenheter
Vindhastighetsenheterna kan väljas som KNOTS
(knop) eller M/S:
Håll ned tills enheterna ändras.
Obs! VMG visas alltid i knop.
4-2 Nollställ max. vindhastighet
Vid nollställning beräknas nytt max. värde:
1 Tryck på
tills MAX SPEED (max hastighet)
visas.
2 Håll ned
+ i 2 sekunder.
4-3 Ställ in vindhastighetsalarm
Vindhastighetsalarmet aktiveras om alarmet är
påkopplat och om den skenbara vindhastigheten är
lika med eller högre än alarmvärdet för vindhastighet.
Om alarmet hörs, tryck på
för att dämpa det.
För inställning av alarmvärdet eller för att koppla på
eller av alarmet:
1 Håll ned
i 2 sekunder för att visa
vindhastighetsalarmbilden:
2 För att ändra alarmvärdet, tryck på
eller .
3 Tryck på
för att koppla på eller av alarmet.
4 Tryck på
.
4-4 Kalibrera vindhastighet
Enheten är fabrikskalibrerad och behöver i normala
fall inte kalibreras, men du bör kalibrera den om du
tror att den visade vindhastigheten är felaktig:
1 Du måste känna till korrekt vindhastighet. Det är
lättast för en motorförsedd båt att köra vid max.
fart om det är vindstilla. Korrekt vindhastighet är
då lika med båtens fart. Du kan finna båtens fart
från ett hastighetsmätare i båten eller i en
annanbåt som håller samma fart.
4 Vindhastighet, VMG
Dämpning = 3
Vindriktningen
är 5º till
styrbord
Vindhastig-
hetsvärdet
50 knop
Alarmet är på
53
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
5 Styr upp i vind
Önskad styrvinkel är 40° och båtens vinkel är 30° till
skenbar vind. Styrfelet är 10°. Båten bör vändas 10°
babords. Styrupplösningen är 1° och således visas
10 segment på den runda displayen:
'Styr upp i vind' funktionen ger styranvisningar för
segling vid en konstant vinkel till den skenbara vinden.
WIND 3100 beräknar automatiskt korrekta
anvisningar för babord och styrbord stag.
För att börja styra upp i vind, tryck på
tills STEER
(STYR) visas. Displayen visar:
1 Nödvändig styrvinkel till den skenbara vinden
(se avsnitt 5-1 för inställning av önskad
styrvinkel).
2 En riktningspil som visar vilken väg du ska
styra för att nå önskad styrvinkel.
3 Styrfelet (dvs. skillnaden mellan önskad
styrvinkel och verklig styrvinkel) visas på den
runda displayen:
Styrfel, 6
segment visas
Riktningspil
(styrriktning)
Önskad styrvinkel är 40° och båtens vinkel är 70° till
skenbar vind. Styrfelet är 30°. Båten bör vändas 30°
styrbords. Styrupplösningen är 5° och således visas
6 segment på den runda displayen:
De två övre segmenten visas alltid.
Ju större styrfelet är, ju fler segment visas.
Styrningsupplösningen avgör hur många
segment som visas. Det antal segment
som visas utgör styrfelet dividerat med
styrupplösningen (för inställning av
styrupplösning, se avsnitt 5-2).
Om båten styr babords, kommer segmenten
till höger om mittpunkten att visas.
Om båten styr styrbords, kommer segmenten
till vänster om mittpunkten att visas.
Önskad styrvinkel
Styrfel, 10
segment visas
Riktningspil
(styrriktning)
Exempel på styr upp i vind
2 Tryck på
+ upprepade gånger tills
kalibrera vindhastighetsbilden visas (se höger).
3 Tryck på
eller för att ändra visad
vindhastighet till korrekt värde.
4 Tryck på
.
Önskad styrvinkel
Vindriktning
Nödvändig
styrvinkel 40°
Vindriktning
Styrkorrektion
10º babords
Nödvändig
styrvinkel 40°
Verklig
styrvinkel
70°
Verklig
styrvinkel
30°
Styrkorrektion
30° starbords
Vindhastighet
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
54
5-1 Ställ in önskad styrvinkel
Önskad styrvinkel är den vinkel som krävs mellan
båtens riktning och den skenbara vindriktningen:
1 Medan du styr upp i vind, tryck på + ;
önskad styrvinkel blinkar:
2 Tryck på eller för att ändra önskad
styrvinkel. Skalområdet är 0° till 150°.
3 Tryck på .
5-2 Ställ in styrupplösning
När du styr upp till vind, visar den runda visartavlan
styrkorrektionen. Styrupplösningen är en siffra från
1 till 5 som ställer in det antal grader i styrfelet som
representeras av varje segment (se exempel på
föregående sida).
Använd en mindre styrupplösning för större
precisionssegling.
För inställning av styrupplösning:
1 Tryck på + upprepade gånger tills
styrupplösningsbilden visas:
2 Tryck på eller för att ändra upplösningen.
3 Tryck på .
Flera NAVMAN instrument kan kopplas ihop för
samutnyttjande av data. Instrumenten kan kopplas ihop
på två sätt, NavBus eller NMEA.
6-1 Navbus
NavBus är ett system tillhörigt NAVMAN som gör det
möjligt för system med flera instrument att byggas
samman för användning av en enda uppsättning givare.
När instrumenten kopplas av NavBus:
Om du ändrar enheterna, alarmen eller
kalibreringen i ett instrument, kommer värdena
automatiskt att ändras i alla andra instrument av
samma typ.
Varje instrument kan tilldelas en instrumentgrupp
(se avsnitt 8-2, steg 3). Om du ändrar belysningen
i ett instrument i grupp 1, 2, 3 eller 4, kommer
belysningen automatiskt att ändras i de andra
instrumenten i samma grupp. Om du ändrar
belysningen i ett instrument i grupp 0, kommer inga
andra instrument att påverkas.
Om alarmet aktiveras, kan du dämpa det genom
att trycka på på vilket instrument som helst
som kan visa det alarmet.
NavBus och WIND 3100
Om WIND 3100 inte har en masttoppsenhet
inmonterad, kommer enheten automatiskt att
acceptera vindriktnings- och hastighetsavläsningar
från ett annat instrument, via NavBus om dessa
data är tillgängliga. Se NavBus Manual för
installation och användning för mer information.
6 System med flera instrument
Om en masttoppsenhet inte monterats in på
enheten och motsvarande externa data inte finns
tillgängliga, kommer värdet att visas som streck
(— —).
För att visa sann vindhastighet, sann vindriktning
och VMG, måste WIND 3100 kopplas till ett
instrument som avger båtens fart. Typiska
instrument som avger båtfart är:
En GPS mottagare (avger båtens fart över
bottnen).
En NAVMAN SPEED 3100 som använder en
paddelhjulsgivare (avger båtens fart genom
vatten).
Obs! Om det finns strömmar, kommer dessa två
hastigheter att skilja sig från varandra.
Du måste välja den typ av båtfart som WIND 3100
kommer att använda (se avsnitt 3-1,8-2, steg 2).
6-2 NMEA
NMEA är en industristandard, men är inte så flexibel
som NavBus, eftersom NMEA kräver tillägnade
anslutningar mellan instrumenten. Vindhastighet och
riktningsdata avges av WIND 3100 och kan läsas och
visas av NAVMAN REPEAT 3100 eller andra NMEA
instrument. WIND 3100 kan ta emot NMEA båtfartsdata:
RMC eller VTG från alla kompatibla GPS
instrument (hastighet över bottnen).
VHW från alla kompatibla instrument med en
paddelhjulsfartgivare (fart genom vatten).
Du måste välja den typ av båtfart som WIND 3100
kommer att använda (se avsnitt 3-1, 8-2, steg 2).
Nödvändig
styrvinkel är
45°
För inställning
av
styrupplösning:
55
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
7 WIND 3100 maskinvara
Standardkonfiguration:
WIND 3100 med skyddskåpa.
Masttoppsenhet.
Masttoppskabel, 30 m.
Masttoppskabelbox.
Garantikort.
Monteringsmall.
Denna manual för installation och användning.
7-2 Andra nödvändiga delar
Ett eller flera instrument i 3100 serien kommer att
kopplas till båtens 12 V likströmförsörjning via:
En hjälpströmbrytare för att koppla på och av
instrumenten.
En säkring. Använd en 1 A säkring för mellan 1
och 5 instrument.
Valfria externa ljud och ljusalarm kan kopplas in.
WIND 3100 uteffekt är jordad, 30 V likström och
250 mA max. Om ljud och ljusalarmen kräver mer
än 250 mA, bör ett relä monteras in.
För system med flera instrument, behövs
ledningsdragning och kontaktdon (se avsnitt 6 eller
din NavBus Manual för installation och användning).
För att visa sann vindhastighet och -riktning och VMG,
måste WIND 3100 kopplas till ett instrument som
avger hastighet/fart (se avsnitt 6).
WIND 3100 används vanligen med medföljande
masttoppsenhet. Enheten kan dock acceptera
avläsningar från ett annat NAVMAN vindinstrument,
och i sådant fall behöver man ej montera in en
masttoppsenhet (se avsnitt 6-1).
7-3 Tillbehör
Dessa tillbehör kan erhållas från din NAVMAN leverantör.
7-1 Vad levereras med WIND 3100
NavBus kabelbox
(se avsnitt 6)
Ersättningsenhet för
masttoppen
Vindkopp för
masttoppsenheten
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
56
Korrekt installation är avgörande för prestanda. Det
är ytterst viktigt att du läser detta avsnitt i manualen
och den dokumentation som medföljer de andra
komponenterna innan du påbörjar installationen.
WIND 3100 kan:
Köra externa ljud- eller ljusalarm.
Sända och ta emot data från andra NAVMAN
instrument som kopplats in via NavBus.
Inställningar för alarm, enheter, kalibrering och
belysning är gemensamma (se avsnitt 6-1).
Sända och ta emot NMEA data till och från
andra instrument (se avsnitt 6-2).
Varningar
Enheten är vattentät från framsidan. Skydda baksidan
från vatten eftersom vatten annars kan tränga in i
andningshålet och skada enheten. Garantin täcker
inte skador som orsakas av fukt eller vatten som
tränger in på enhetens baksida.
Kabeln bör föras upp genom masten till
masttoppsenheten i ett kanalrör.
8-1 Installation
Displayenheten på WIND 3100
1 Välj en position för displayenheten som:
Lätt kan ses och skyddas från skador.
Är på minst 100 mm avstånd från en
kompass och på minst 500 mm avstånd
från en radio eller radarantenn.
På avstånd från motorer, fluorescerande
ljus och växelriktare.
Kan nås från baksidan; minsta fria
utrymme på baksidan är 50 mm (se
monteringsdiagrammet).
Med enhetens baksida skyddad från fukt.
2 Enheten måste monteras på en plan panel vars
tjocklek är mindre än 20 mm. Sätt
monteringsmallen på plats. Borra ett 50 mm hål
genom mitthålet på mallen. Obs! Mallen tillåter
utrymme runt enheten för skyddshöljet.
3 Ta bort monteringsmuttern från enhetens baksida.
Sätt in bulten på baksidan av enheten genom
monteringshålet. Dra åt monteringsmuttern för
hand.
8 Installation och klargörning
Masttoppsenhet
Planera installationen. Läs igenom dessa anvisningar
innan du monterar in masttoppsenheten och planera
det ställe där du kommer att passa in
monteringsplattan och borra kabelhålen på masten.
Det är vanligen enklast att installera masttoppsenheten
när båten inte är riggad.
1 Monteringsplattan befinner sig på ena ändan
av den 30 m långa masttoppskabeln. Passa in
monteringsplattan på masttoppen:
Med plattbottnen i horisontalläge.
Med masttoppsarmmonteringen framåtriktad,
parallell med mittlinjen inom ett par grader (om
armen inte riktas exakt framåt, kommer
vindriktningen att behöva anpassas, se avsnitt
3-4).
Använd medföljande självgängade skruvar.
Fritt utrymme minst 50 mm
20 mm max. tjocklek
Monteringsmutter
Kablar
Displayenhet
Monteringshål
50 mm
Sidobild av displaymonteringen
Se till att eventuella hål som borras inte
försvagar båten eller masten. I tveksamma fall
bör du rågöra med en kvalificerad båtbyggare
eller sjöfartsingenjör.
2 Borra ett hål på 8 mm på masttoppen nära
monteringsplattan genom vilket kabeln förs in i
masten. Installera inte masttoppskabeln redan
nu.
3 Borra ett hål på 8 mm längst ner på masten på
ett lämpligt ställe där kabeln förs ut ur masten.
Du passar in kabelboxen nära detta hål, på en
torr plats och inte i bälgen.
4 Beräkna nödvändig kabellängd från masttoppens
monteringsplatta till kabelboxen. Ta en extra
kabellängd med i beräkningen för avslutning av
kabeln i kabelboxen. Kapa masttoppskabeln till
denna längd från monteringsplattan. Spara den
andra kabelbiten.
Armen framåtriktad
Framåt
57
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
Montera in
vindkopparna
Mast
Sätt in
armen på
plattan
Arm
Passa in
monteringsplattan
på masttoppen
(steg 1)
5 För in den blanka ändan av masttoppskabeln i
hålet på masttoppen, ner igenom kanalröret i
masten och ut genom hålet längst ner på masten.
Passa in en dragavlastning eller ett kabelfäste
på kabeln vidmasttoppen. Fyll båda kabelhålen
på masten med tätningsmassa.
6 Mata in kabeländan genom en tätningsring på
kabelboxen. Ta bort kabelhöljet och avslut
ledningarna på medföljande anslutningssplint.
7 Koppla in den bit av masttoppsenhetens kabel
som du kapade av tidigare på baksidan av
displayenheten på WIND 3100. För kabeln
mellan displayenheten och kabelboxen:
Håll kabeln på avstånd från andra kablar,
motorer, fluorescerande ljus och
växelriktare.
Kolla regelbundet att kabeln sitter stadigt.
8 Kapa kabeln till rätt längd, och ta med en extra
kabellängd i beräkningen för avslutning i
kabelboxen. Mata in kabeländan genom den
andra tätningsringen på kabelboxen. Ta bort
kabelhöljet och avslut ledningarna på
anslutningssplinten. Matcha ledningsfärgerna.
9 Skruva fast locket på kabelboxen och skruva
fast boxen på rätt plats på en panel.
10 Montera in vindkopparna på skaftet på
masttoppsenheten med hjälp av medföljande
sexkantsnyckel.
11 Fäst armen vid monteringsplattan:
Sätt in armen på monteringsplattan.
Skruva fast armhylsan på monteringsplattan.
Mast
Kabel till
WIND 3100
Kabelbox
Kabel
Hål i masten,
fyll med
tätningsmassa
Framåt
Hål i masten,
fyll med
tätningsmassa
Kabels förs
ner genom
masten i ett
kanalrör
Kabeldragavlastning
Installerad masttoppsenhet
12 V likström
Externa ljud eller
ljusalarm (valfritt)
NMEA in (GPS, valfritt)
Masttoppsenhetskabel
Röd
Grön
Svart
Gul
Strömbrytare
Säkring
Orange
Blå
NavBus (valfritt)
NMEA ut (valfritt)
Vit
}
Ström/datakabling
1 Koppla displayenhetens ström/data kabel:
Enheten kräver 12 V likström. Koppla in en
strömbrytare och en säkring till
strömförsörjningen eller försörj enheten
från en säkrad hjälpströmbrytare.
Säkringen bör vara 1A för upp till 5
instrument.
Om externa ljud eller ljusalarm kräver mer
än 250 mA likström totalt, bör ett relä
kopplas in.
En enkelenhet kan kopplas enligt nedanstående:
Skruva fast
hylsan på
plattan
WIND 3100 Installation och manualNAVMAN
58
Grupp 1
Ström &
datakopplingar
Ström/datakablar
Kabelbox
Kabelbox
Ström/data kabel
NavBus kabel
Ström &
datakopplingar
Grupp 2
Om flera instrument används, kan kopplingen
förenklas genom valfria kabelboxar enligt
nedan:
Se NavBus Manual för installation och
användning för mer information om hur du
kopplar in NavBus och använder kabelboxarna.
2 Tejpa fast eller täck över eventuellt oanvända
ledningar eller kontaktdon för att skydda dem
från vatten och kortslutning.
8-2 Klargörning
1 Ta ut båten på en provkörning för att se att alla
instrument fungerar korrekt.
2 För att visa sann vindhastighet och riktning och
VMG, måste WIND 3100 anslutas till ett instrument
som avger båtfart. Om WIND 3100 kopplas till ett
instrument som avger fart genom vatten och till
ett instrument som avger fart över bottnen, kan du
välja det instrument som WIND 3100 kommer att
använda (se avsnitt 3-1, 6):
i Tryck på
+ upprepade gånger tills
hastighetsfunktionsbilden visas:
ii Tryck på
eller för att ändra funktion
till (hastighet/fart över bottnen) eller
(båtens fart genom vatten).
iii Tryck på
.
3 Om enheten är del i ett system med instrument i
3100 serien sammankopplade av NavBus, ställ
in enhetens belysningsgruppnummer (se avsnitt
6-1):
Vindhastighetsenheter ........................ knop
Visartyp ....................................................... 1
Riktningsdämpning .................................... 2
Styrvinkel ................................................ 40º
Styrvinkelupplösning ......... per segment
Vindhastighetsalarm................................ Av
SIMULATE (simulerings-)funktion .......... Av
Belysningsnivå ........................................... 0
Belysningsgrupp ........................................ 1
Båtfart indata.............................................
i Tryck på + upprepade gånger tills
belysningsgruppbilden visas:
ii Tryck på
eller för att ställa in
belysningsgruppnummer.
iii Tryck på
.
4 Ställ in:
Hastighets/fartenheter (se avsnitt 4-1).
Visartyp (se avsnitt 3-2).
5 Kalibrera om nödvändigt:
Vindanpassning (se avsnitt 3-4).
Vindhastighet (se avsnitt 4-4).
8-3 Omställning till
fabriksinställningarna
Alla inställningar måste ställas om till tillverkarens
normalinställningar (se nedan).
För omställning till fabriksinställningar:
1 Koppla av strömmen.
2 Håll ned + medan du kopplar på
strömmen och fortsätt att hålla knapparna
nedtryckta i minst 5 sekunder.
Funktionen
är
eller
Gruppen är 3
59
WIND 3100 Installation och manual
NAVMAN
Konstruktionsdetaljer
Täckkåpans storlek 111 x 111 mm.
LCD display 82 mm bred, 61 mm hög, twisted
nematic.
LCD siffror 30 mm höga på översta raden,
20 mm höga på nedersta raden.
Fyra användningsknappar, laseretsade.
Belysning för display och knappar, ambragul,
4 nivåer och av (knappbelysningen kan inte
stängas av).
Drifttemperatur 0 till 50 ºC.
Power Kabellängd 1 m.
Masttoppsenhetens kabellängd, 30 m.
Elektriska data
Strömförsörjning 10,5 till 16,5 V likström, 20 mA
utan belysning, 120 mA med full belysning.
Externa ljud eller ljusalarm jordad uteffekt, 30 V
likström och 250 mA max.
Vind
Vindriktning, sann och skenbar: Skalområde 0
till 180º, babord eller styrbord.
Vindhastighet, sann och skenbar: Skalområde 0
till 199 knop (0 till 102 m/s).
Max skenbar vindhastighet.
Alarm för skenbar vindhastighet.
Kalibrering
Vindhastighet och vindriktning (anpassning) kan
kalibreras.
Bilaga A - Specifikationer
Gränssnitt
NavBus koppling till andra NAVMAN instrument.
NMEA 0183 avger: MWV, VPW; matar in RMC,
VHW, VTG.
Standard compliance
EMC compliance
USA (FCC) : Del 15 Klass B.
Europa (CE) EN50081-1 och EN50082-1.
Nya Zeeland och Australien (C Tick) :
AS-NZS 3548.
Ström/datakablar
Kablar Signal
Röd Ström positiv, 12 V likström, 120 mA
max.
Svart Ström negativ, gemensam NMEA
Grön Externa ljud eller ljusalarm jordad
uteffekt, 30 V likström och 250 mA max.
Orange NavBus +
Blå NavBus -
Vit NMEA ut
Gul NMEA in
Bilaga B - Felsökning
Denna felsökningsguide utgår från att du har läst och
förstått manualen.
Det går ofta att lösa problemen utan att behöva sända
tillbaka enheten till tillverkaren för reparation. Följ
anvisningarna i detta felsökningsavsnitt innan du
kontaktar närmaste NAVMAN leverantör.
Det finns inga delar du själv kan reparera.
Specialiserade metoder och testutrustning behövs
för att garantera att enheten är korrekt monterad och
vattentät. Reparationer av enheten måste utföras av
ett service center som godkänns av NAVMAN NZ
Limited. Garantin upphävs om användarna själva
reparerar enheten.
Mer information på vår internet sajt:
www.navman.com
1 Du kan inte koppla på enheten:
a En säkring har gått eller överspänningsskyddet
har utlösts.
b Batterispänningen utanför skalområdet
10,5 till16,5 V likström.
c Ström/data kabeln skadad.
2 Vindhastighets- eller riktningsavläsningarna
felaktiga eller opålitliga:
a Vindhastighetskalibreringen är felaktig (se
avsnitt 4-4).
b Vindriktningsanpassningen är felaktig (se
avsnitt 3-4).
c Masttoppsenhetens kabel är urkopplad
eller skadad.
d Masttoppsenheten är skadad eller förorenad.
e Elektriskt störningsbrus. Gå igenom
installationen.
3 Meddelandet SIM blinkar uppe till höger på
bilden, de värden som visas är oväntade:
a Enheten är i simuleringsfunktion (se avsnitt
2-4).
4 Displayen blir immig:
a Fuktig luft har trängt in i andningsslangen
på enhetens baksida. Lufta båten eller kör
enheten med full belysning.
b Vatten har trängt in i andningsslangen.
Sänd in enheten för service.
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
60
Yksiköt
Tehdasasetus on solmuja. Vaihda yksiköt, seuraamalla ohjeita 4-1.
Sisältö
1 Esittely............................................................................................................ 61
2 Käyttö ............................................................................................................. 62
2-1 Päälle ja pois ............................................................................................................. 62
2-2 Peruskäyttö ............................................................................................................... 62
2-3 Hälytykset .................................................................................................................. 62
2-4 Simulaatio .................................................................................................................. 62
2-5 Näppäin ohjeet........................................................................................................... 63
2-6 Suhteellinen ja todellinen tuulen nopeus ja suunta ..................................................... 64
3 Tuulen suunta ................................................................................................ 65
3-1 Tuulen suunta näyttö ................................................................................................. 65
3-2 Aseta tuulen suunnan osoittimen tyyppi ..................................................................... 65
3-3 Aseta tuulen suunnan vaimennus .............................................................................. 65
3-4 Kalibroi tuulen suunta ................................................................................................ 66
4 Tuulen nopeus, VMG..................................................................................... 66
4-1 Aseta nopeus yksiköt ................................................................................................. 66
4-2 Nollaa tuulen maksiminopeus .................................................................................... 66
4-3 Aseta tuulen nopeus hälytys ...................................................................................... 66
4-4 Kalibroi tuulen nopeus ............................................................................................... 66
5 Ohjaa tuuleen ................................................................................................ 67
5-1 Aseta haluttu ohjauskulma ......................................................................................... 68
5-2 Aseta ohjaus tarkkuus ................................................................................................ 68
6 Useiden laitteiden järjestelmät..................................................................... 68
6-1 NavBus ..................................................................................................................... 68
6-2 NMEA ....................................................................................................................... 68
7 WIND 3100 ohjelmisto ................................................................................... 69
7-1 WIND 3100 toimitukseen sisältyy .............................................................................. 69
7-2 Muut tarvittavat osat ................................................................................................... 69
7-3 Anturit ........................................................................................................................ 69
8 Lisätarvikkeet ................................................................................................ 70
8-1 Asennus ja asetukset ................................................................................................. 70
8-2 Asetukset .................................................................................................................. 72
8-3 Tehdasasetukset ....................................................................................................... 72
Liite A - Erittelyt ................................................................................................ 73
Liite B - Vianetsintä .......................................................................................... 73
Liite C - Yhteystiedot ........................................................................................ 75
61
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
WIND 3100 näyttää:
Suhteellisen tuulen suunnan ja nopeuden.
Todellisen tuulen suunnan ja nopeuden.
Maksimi tuulen nopeuden.
Ohjaus suunnan purjehtia, vakio ohjauskulman
tuuleen.
VMG, elementti veneen nopeudesta rinnakkain
tuuleen (vaatii dataa nopeusnäytöltä).
WIND 3100 on kaksi osaa:
Näyttölaite.
Mastoyksikkö, joka mittaa tuulen nopeutta ja
suuntaa.
Laite saa virran veneen akusta.
WIND 3100 on osa NAVMAN tuoteperhettä, jotka
sisältävät laitteet nopeus, kaiku, tuuli ja toisto. Nämä
laitteet voidaan kytkeä yhteen (Ks 6).
Lue tämä ohje huolellisesti ennen asennusta ja
käyttöä niin saat parhaan mahdollisen hyödyn
laitteestasi.
Kuinka mitataan tuulen nopeus
Mastoyksikössä on roottori kolmella tuulikupilla joita
tuuli pyörittää. Yksikkö mittaa kuinka nopeasti roottori
pyörii ja laskee tuulen nopeuden.
Kuinka mitataan tuulen suunta
Mastoyksikössä on tuuliviiri joka osoittaa suunnan
josta tuulee. Yksikkö tuntee sähköisesti minne
tuuliviiri osoittaa.
Puhdistus ja huolto
Puhdista näyttölaite ja anturi miedolla pesuaineella.
Älä käytä vahvoja pihdistusaineita tai polttoaineita tai
liuottimia.
1 Esittely
Hälytys symboli
Näyttö
(taustavalaistu)
Neljä näppäintä
(taustavalaistu)
Tuulen suunnan
näyttö,
digitaalinen ja
analoginen
Nopeus näyttö
(Tuulen nopeus, max
tuulen nopeus tai
VMG)
WIND 3100 näyttöyksikkö
111 x 111 mm
Tärkeää
Instrumentin ja anturin asennuksessa sattuvat vahingot ovat yksinomaan omistajan vastuulla. Tämän tuotteen
käyttäjä on yksin vastuussa valvoakseen , että veneilee turvallisesti.
NAVMAN NZ EI VASTAA MISTÄÄN VAHINGOISTA TAI ONNETTOMUUKSISTA MITÄ TUOTETTA
KÄYTETTÄESSÄ VOI AIHEUTUA.
Koskien kieltä: Tämä esitys, mitä tahansa määräystä ohjeissa, käyttäjän oppaissa ja muissa tiedoissa
koskien tuotetta (Dokumentaatio) on voitu kääntää joksikin, tai jostakin, muusta kielestä (Käännös). Missä
tahansa tapahtumassa on ristiriitaa dokumentaation käännöksessä, Englannin kielinen versio on aina
virallinen versio dokumentaatiossa.
Tämä käyttöohje esittelee WIND 3100 käyttöä painatus hetkellä. Navman NZ varaa oikeuden muuttaa
määrittelyjä ilman ilmoitusta.
Tämä käyttöohje esittelee käyttöä painatus hetkellä. Navman NZ varaa oikeuden muuttaa määrittelyjä ilman
ilmoitusta.
Tekijänoikeus © 2002 Navman NZ Limited, Uusi Seelanti, Kaikki oikeudet pidätetään. Navman on Navman
NZ Limitedin rekisteröity tuotemerkki.
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
62
2 Käyttö
2-1 Päälle ja pois
Käynnistä laite ja sulje se veneen päävirtakytkimestä.
Laitteella ei ole omaa virtakytkintä. Kun suljet sen kaikki
asetuksesi pysyvät muistissa.
Jos sana SIMULATE vilkkuu näytön vasemmassa
yläreunassa laite on simulaatio tilassa (ks 2-4).
2-2 Peruskäyttö
Napit
Laitteessa on neljä nappia, merkittynä ja
. Tässä ohjeessa:
Paina tarkoittaa paina korkeintaan sekunti
nappia.
Pidä 2 sekuntia, paina nappia vähintään 2
sekuntia.
Paina yhtä+toista nappia tarkoittaa, että
painat nappeja yhtä aikaa.
Aseta taustavalo näytölle ja napeille
Voit valita taustavalon kirkauden neljästä
vaihtoehdosta tai pois. Paina
kerran valo päälle,
paina uudelleen muuttaaksesi kirkkautta:
Vaihda kohdetta näytössä
Jos kohde vilkkuu näytössä (— —) se merkitsee että
tietoa ei ole saatavilla. Esim todellista tuulen nopeutta
ei voi näyttää jos WIND 3100 ei ole kytketty
nopeusmittariin.
Ruudun yläosa näyttää tuulen suunnan ja alaosa
nopeuden.
Paina
kerran tai useammin valitaksesi:
Todellinen tuulen suunta ja nopeus (jos WIND
3100 on kytketty SPEED 3100 tai GPS
laitteeseen).
Todellinen tuulen suunta ja nopeus.
Ohjauskulma tuuleen (Ks 5).
Paina
kerran tai useammin vaihtaaksesi nopeus
arvoa alanäytössä (Ks 4):
Tuulen nopeus, suhteellinen tai todellinen.
Maksimi suhteellinen tuulen nopeus.
VMG, elementti veneen nopeuden suhteesta
tuuleen (vain jos kytketty nopeuteen esim
SPEED 3100 tai GPS).
2-3 Hälytykset
WIND 3100:ssa voidaan asettaa suhteellisen tuulen
nopeuden äänihälykset (ks 4-3). Kun hälytys soi
symboli vilkkuu näytössä ja myös lisätyt ulkoiset
hälyttimet soivat ja vilkkuvat.
Paina
hiljentääksesi hälytyksen. Hälytys on hiljaa
niin kauan kun nopeus on alle arvon. Hälytys soi taas
kun tuulee yli arvon.
2-4 Simulaatio
Simulaatio mahdollistaa harjoittelun laitteella.
Simulaatiossa, WIND 3100 toimii normaalisti paitsi
mastoanturi on kytketty pois ja data on sisäistä. Sana
SIM vilkkuu oikeassa yläreunassa.
Simulaatio päälle pois:
1 Kytke virta pois.
2 Pidä painettuna kun kytket virran päälle.
Taustavalotaso 2
63
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
Pidä
+
2 sek
Pidä
2 sek
+
Pidä
Pidä
+
5 sek
Pidä
2 sek
Lisää
arvoa tai
vaihda
asetusta
Pienennä
arvoa tai
vaihda
asetusta
Simulaatio
päälle tai pois
Nollaa muisti
Vaihda tuulen nopeus yksiköitä
(M/S tai Kn)
Säädä taustavaloa (4 tasoa)
Hiljennä hälytin
Vaihda nopeus näyttöä (Tuulen
nopeus, Max tuulen nopeus,
VMG)
Vaihda tuuli toimintoa (Todellinen,
Suhteellinen, Ohjauskulma)
Aseta nopeus
toiminto
Aseta osoitin
tyyppi
Kalibroi tuulen
nopeus
Kalibroi tuulen
suuntaus
Aseta ohjauskulman
tarkkuus
+
Aseta tuulen
nopeus hälytys
Pidä
2 sek
Palaa
normaali
toimintoon
Palaa
normaali
käyttöön
Nosta
hälytys
rajaa
2-5 Näppäin ohjeet
Asetukset
Aseta hälytys
Hälytin
päälle pois
Kytke virta päälle
Normaali käyttö
Laske
hälytys
rajaa
Aseta
taustavaloryhmä
+
+
+
+
+
Aseta
ohjauskulma
Palaa normaali
toimintoon
Suurenna
ohjauskulmaa
Pienennä
ohjauskulmaa
Aseta ohjauskulma
(jos näyttää MAX nopeutta)
Nollaa MAX nopeus
+
+ (jos näyttää ohjauskulmaa)
Aseta Tuulen
suunta vaimennus
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
64
Suhteellinen tuulen nopeus ja suunta ovat mitattuja
arvoja mastoyksikössä. Todellinen tuulen nopeus ja
suunta ovat laskettuja arvoja veneen nopeus
huomioon ottaen.
Jos vene liikkuu, suhteellinen tuulen nopeus ja
suunta ovat eri kuin todellinen tuulen nopeus ja
suunta, ks alla.
2-6 Suhteellinen ja todellinen tuulen nopeus ja suunta
Veneen kulkiessa vastatuuleen suhteellinen tuulen nopeus on suurempi kuin
todellinen ja suhteellinen tuulen suunta on lähempänä vastatuulta kuin
todellinen
Vene ei
liiku
Todellinen tuulen nopeus ja suunta ovat samat kuin suhteellinen
tuulen nopeus ja suunta kun
Todellinen
tuulen
nopeus
20 kn
Veneen kulkiessa myötätuuleen. Suhteellinen tuulen nopeus on pienempi
kuin todellinen ja suhteellinen tuulen suunta on lähempänä vastatuulta kuin
todellinen
Todellinen
tuulen
nopeus
20 kn
Todellinen
tuulen
nopeus
20 kn
Veneen
nopeus
10 kn
Todellinen
tuulen
nopeus
20 kn
Veneen
nopeus
10 kn
Veneen
nopeus
10 kn
Suhteellinen
tuulen nopeus
15 kn
Veneen
nopeus
10 kn
Suhteellinen
tuulen nopeus
15 kn
Todellinen
tuulen
suunta 45°
Todellinen
tuulen
suunta
135°
Suhteellinen
tuulen
suunta 107°
Suhteellinen
tuulen
suunta 30°
Suhteellinen
tuulen nopeus
28 kn
Suhteellinen
tuulen
nopeus 28 kn
65
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
3 Tuulen suunta
3-1 Tuulen suunta näyttö
Näyttöön tuulen suunta, paina kerran tai
useammin, kunnen TRUE (todellinen suunta) tai APP
(suhteellinen suunta) on näytössä.
Tuulen suunta on näytössä asteissa (0 - 180°
paapuriim tai styyrpuriin) ja osoittimella (ks oikealla).
3-2 Aseta tuulen suunnan osoittimen
tyyppi
Osoitin voidaan valita viidestä eri tyypistä (ks
oikealla). Tyyppi 1 on oletuksena.
Tyypit 1, 2 ja 3 simuloivat tuuliviiriä, niillä on
musta piste keskellä. Ohuempi osa osoittaa
mistä päin tuulee.
Tyypit 4 ja 5 osoittavat mistä tuuli tulee.
Aseta osoittimen tyyppi:
1 Paina
+ useita kertoja kunnes Pointer
Type ruutu on näytössä:
2 Paina
tai asettaaksesi osoitin tyypin.
3 Paina
.
3-3 Aseta tuulen suunnan vaimennus
Tuulen pyörteet, puuskat ja maston liike aiheuttavat
tuulen suunnan heilahtelua. Antaakseen vakaan
lukeman, WIND 3100 laskee tuulen suunnan useita
kertoja ja antaa mittauksen keskiarvon. Tuulen
suunnan vaimennus alueet ovat 1-5:
Matalampi arvo on keskiarvo lyhemmältä
ajalta. Tämä antaa tarkimman suunnan mutta
enemmän heilahtelua.
Suurempi arvo on keskiarvo pidemmältä ajalta.
Tämä antaa vakaamman lukeman mutta ei
huomioi kaikkia suunnan vaihteluita.
Huomioi että vaimennus vaikuttaa numeronäyttöön
suunnasta, ei osoittimen. Aseta vaimennus
pienimpään mahdolliseen arvoon joka antaa vakaan
lukeman. Arvot 1, 2, 3, 4 ja 5 vastaavat periodeja 6,
12, 18, 24 ja 30 sekuntia.
Osoitin
tyyppi 1
Tuuli styyrpurista 30°, osoitin tyyppi 4
Tuulen
suunta
Tuuli styyrpurista 120°, osoitin tyyppi 5
Tuulen
suunta
Tuuli styyrpurista 30°, osoitin tyyppi 1
Tuulen
suunta
Tuuli paapurista 30°, osoitin tyyppi 2
Tuulen suunta
Tuuli paapurista 150°, osoitin tyyppi 3
Tuulen suunta
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
66
Aseta vaimennus:
1 Paina
+ näyttöön Wind Direction
Damping ruutu:
2 Paina
tai vaihtaaksesi tasoa.
3 Paina
.
3-4 Kalibroi tuulen suuntaus
Kalibroi tuulen suuntaus jos laite ei näytä oikein tai
asennuksessa mastoyksikön suunta ei ole veneen
suuntainen:
1 Sinun pitää tietää oikein tuulen suunta. Helpoin
tapa on tyynellä ajaa moottorilla
maksiminopeudella. Oikea tuulen suunta on
silloin edestä, 0°.
2 Paina
+ useita kertoja kunnes Calibrate
Wind Alignment on näytössä:
3 Paina
tai vaihtaaksesi näytössä olevan
oikeaan arvoon.
4 Paina
.
WIND 3100 voi näyttää yhden kolmesta nopeudesta
ruudun alaosassa. Paina
kerran tai useammin
valitaksesi:
WIND SPEED: Tuulen nopeus, suhteellinen tai
todellinen (ks 3).
MAX SPEED: Maksimi suhteellinen tuulen
nopeus siitä kun MAX SPEED on nollattu tai
laite on kytketty päälle.
VMG: Elementti joka on veneen nopeus tuulen
suhteen.
Todellinen tuulen nopeus ja VMG näkyvät vain jos
WIND 3100 on kytketty veneen nopeus näyttöön.
4-1 Aseta tuulen nopeusyksiköt
Nopeusyksiköt voidaan valita solmut tai m/s:
Pidä kunnes yksikkö vaihtuu.
Huomioi että VMG näytetään aina solmuissa.
4-2 Nollaa maksimi tuulen nopeus
Nollaus aloittaa uuden maksimin laskennan:
1 Paina
kunnes Max nopeus on näytössä.
2 Pidä
+ 2 sekuntia.
4-3 Aseta tuulen nopeus hälytys
Hälytin soi kun se on kytketty ja suhteellinen tuulen
nopeus nousee samaksi tai yli arvon. Jos hälytin
soi, paina .
Aseta hälytys arvo tai kytke hälytin päälle tai pois:
1 Pidä
2 sekuntia näytöön Wind Speed Alarm
ruutu:
2 Vaihda arvoja, paina
tai .
3 Kytke hälytys päälle tai pois, paina
.
4 Paina
.
4-4 Kalibroi tuulen nopeus
Laite on kalibroitu tehtaalla eikä tarvitse normaalisti
kalibrointia, voit kalibroida sen jos tarpeen:
1 Sinun pitää tietää tuulen nopeus. Helpoin tapa
on tyynellä ajaa moottorilla maksimi nopeutta;
korjaa tuulen nopeus samaksi kuin veneen
nopeus.
4 Tuulen nopeus, VMG
Vaimennus
taso 3
Tuulen
suunta on 5°
styyrpuriin
Tuulen
nopeus arvo
50 kn
Hälytys päällä
67
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
5 Ohjauskulma tuuleen
Haluttu ohjauskulma on 40º ja vene on 30º
suhteellisesta tuulesta. Ohjausvirhe on 10º. Venettä
pitää kääntää 10º paapuriin. Jos ohjaustarkkuus on
1º ja niin 10 segmenttiä on näytössä:
Tämä toiminto mahdollistaa purjehtia vakiokulmaan
suhteelliseen tuuleen. WIND 3100 laskee
automaattisesti ohjeet luoveilla.
Aloita tuuleen ajo ohjauskulmalla, paina
kunnes
STEER on näytössä. Ruudussa näkyy:
Tarvittava ohjauskulma suhteelliseen tuuleen
(kulman asetus, ks 5-1).
Suuntanuoli näyttää mihin suuntaan on
ohjattava.
Ohjausvirhe (ero halutun ohjauskulman ja sen
hetkisen ohjauskulman välillä) on näytössä:
Kaksi ylintä segmenttiä näkyy aina.
Ohjausvirhe,
6 segmenttiä
päällä
Suunta nuoli
(minne pitää
ohjata)
Haluttu ohjauskulma on 40º ja vene on 70º
suhteelliseen tuuleen. Ohjausvirhe on 30º. Venettä
pitää kääntää 30º styypuriin. Ohjaustarkkuus on 5º
ja niin 6 segmenttiä on näytössä:
Mitä suurempi ohjausvirhe, sitä enemmän
segmenttejä näkyy.
Ohjaus tarkkuus määrää kuinka monta
segmenttiä näkyy. Näkyvien segmenttien
lukumäärä ohjausvirheessä riippuu
ohjaustarkkuudesta (ohjaustarkkuuden
asetus, ks 5-2).
Jos venettä pitää ohjata paapuriin
segmentit ovat keskustan oikella puolella.
Jos venettä pitää ohjata styyrpuriin niin
segmentit ovat keskustan vasemmalla
puolella.
Haluttu ohjauskulma
Ohjausvirhe,
10 segmenttiä
Suunta nuoli
(minne pitää
ohjata)
Ohjauskulma tuuleen esim
Haluttu ohjauskulma
Tuulen
suunta
Haluttu
ohjauskulma 40°
Tuulen
suunta
Korjaus
10° paapuriin
Haluttu
ohjauskulma 40°
Todellinen
ohjauskulma
Todellinen
ohjauskulma
30°
Ohjauksen korjaus
30° styyrpuriin
2 Paina + useita kertoja kunnes Calibrate
Wind Speed ruutu on näytössä (ks oikealla).
3 Paina
tai vaihtaaksesi arvon oikeaksi.
4 Paina
.
Tuulen
nopeus
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
68
5-1 Haluttu ohjauskulma
Haluttu ohjauskulma on haluttu kulma veneen ja
suhteellisen tuulen suunnan välillä:
1 Kun ohjatataan tuuleen, paina
+ ; haluttu
ohjauskulma vilkkuu:
2 Paina
tai vaihtaaksesi haluttuun
ohjauskulmaan. Alue on 0° - 150°.
3 Paina
.
5-2 Aseta ohjaustarkkuus
Tuuleen ohjatessa, ympyrän muotoinen osoitin
näyttää ohjaukselle korjausta. Ohjauksen tarkkuus
on numeroissa 1 - 5, nämä ovat asteita numeroissa
ohjausvirheestä, joita jokainen segmentti esittää (ks
esimerkkejä edellisiltä sivuilta).
Käytä pienempää tarkkuutta tarkempaan
purjehdukseen.
Aseta ohjaus tarkkuus:
1 Paina + useita kertoja kunnes Steering
Resolution ruutu on näytössä:
2 Paina
tai muuttaaksesi tarkkuutta.
3 Paina
.
Useita NAVMAN instrumentteja voidaan kytkeä
yhteen jakamaan dataa. On kaksi tapaa kytkeä
instrumentit keskenään, NavBus tai NMEA.
6-1 NavBus
NavBus on NAVMANin järjestelmä joka mahdollistaa
useiden instrumenttien kytkennän yhteen yksillä
antureilla. Kun instrumentit on kytketty NavBusiin:
Jos muutat yksiköitä, hälytystä tai kalibrointia yhdessä
instrumentissa, niin arvot muuttuvat automaattisesti
kaikissa muissa samantyyppisissä instrumenteissa.
Jokainen instrumentti voidaan nimetä
instrumenttiryhmään (ks 1, 8-2, ASKEL 3). Jos
muutat tausta-valoa instrumenttiryhmässä 1, 2,
3 tai 4 niin taustavalo muuttuu automaattisesti
muissa instrumenteissa samassa ryhmässä.
Jos muutat taustavaloa instrumentissa
ryhmässä 0 niin se ei vaikuta muihin.
Jos hälytin soi, hiljennä se painamalla mistä
tahansa laitteesta joka voi näytää hälytyksen.
NavBus ja WIND 3100
Jos WIND 3100 ei ole asennettu mastoyksikköä
niin laite lukee automaattisesti NavBusin
välityksellä tiedot toiselta laitteelta jos dataa on
saatavilla, ks. Käyttöohje.
Jos mastoyksikköä ei ole asennettu eikä
korvaavaa tietoa ole saatavilla niin laitteen
näytössä vilkkuuu (— —).
6 Muiden instrumenttien järjestelmät
Näyttääkseen todellisen tuulen suunnan ja
nopeuden sekä VMG, WIND 3100 pitää olla
kytkettynä nopeusmittariin. Esim:
A GPS vastaanotin (nopeus yli maan).
A NAVMAN SPEED 3100 (nopeus yli
veden).
Huomioi, jos on virtausta nämä nopeudet ovat
eri.
Sinun pitää valita minkä tyypin nopeuden
WIND 3100 käyttää (ks 3-1, 8-2, osa 2).
6-2 NMEA
NMEA on teollisuus standardi, mutta ei ole yhtä
joustava kuin NavBus joka on erityisesti suunniteltu
instrumenttien yhteen kytkentään. Tuulen nopeus ja
suunta data ulostulo WIND 3100 :n voidaan lukea ja
näyttää NAVMAN REPEAT 3100:lla tai muulla NMEA
laitteella. WIND 3100 voi vastaanottaa NMEA veneen
nopeus dataa:
RMC tai VTG mistä tahansa yhteensopivasta
GPS laitteelta (speed over groud).
VHW mistä tahansa yhteensopivasta siipipyörä
nopeusanturilta (nopeus läpi veden).
Sinun pitää valita minkä tyyppistä veneen nopeutta
WIND 3100 käytää (ks 3-1, 8-2, osa 2).
Haluttu
ohjauskulma
on 45º
Ohjaus
tarkkuus
on 5º
69
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
7 WIND 3100 ohjelmisto
Vakio kokoonpano:
WIND 3100 näyttö ja suojakansi.
Mastoyksikkö.
30 m (90') mastoyksikön kaapelia.
Mastoyksikön kytkentärasia.
Takuukortti.
Asennustarra.
Asennus- ja käyttöohje.
7-2 Muut tarvittavat osat
Yksi tai useampi 3100 sarjan laite kytketään veneen
12 V sähköjärjestelmään:
Käyttökykin.
Sulake 1 A yhdestä viiteen laitteesen.
Lisähälyttimet. WIND 3100 ulostulo on kytketty
maahan, 30 V ja 250 mA maksimi. Jos lisähälyttimet
vaativat enemmän lisää rele.
Useamman laitteen järjestelmä tarvitsee liittimiä ja
kaapeleita (Ks osa 6 NavBus ohje).
Näyttääkseen todellisen tuulen suunnan ja nopeuden
sekä VMG, WIND 3100 pitää olla kytkettynä
nopeusmittariin (KS 6).
Wind 3100 käyttää normaalisti mastoyksikköä. Mutta
se voi lukea tietoja myös toiselta NAVMAN wind
laitteelta ja silloin se ei tarvitse omaa mastoyksikköä
(ks 6-1).
7-3 Lisätarvikkeet
Näitä tarvikkeita on saatavilla NAVMAN kauppiaallasi.
7-1 WIND 3100 toimitus sisältää
NavBus
kytkentärasia
Mastoyksikkö
Tuulikupit
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
70
Oikea asennus on tärkeä laitteen toiminnan kannalta.
On tärkeätä lukea tämä osa ohjeista ja
dokumenteista ennen asennuksen aloitusta.
WIND 3100 voi:
Käyttää ulkoisia hälyttimiä.
Lähettää ja vastaanottaa dataa muilta
NAVMAN laitteilta kytkettynä NavBusiin.
Hälytysten asetukset, yksiköt, kalibrointi ja
taustavalo on jaettu (Ks 6-1).
Lähettää ja vastaanottaa NMEA dataa muilta
laitteilta (Ks 6-2).
Varoitukset
Laite on vesitiivis etupuolelta. Suojaa takaosa vedeltä
tai muuten se voi kastua ja vahingoittua. Takuu ei
korvaa taustan kautta tapahtuneita vesi- ja
kosteusvaurioita.
Kaapeli ylös mastoyksikölle tulee asentaa putkeen.
8-1 Asennus
WIND 3100 näyttölaite
1 Valitse sijainti näytölle siten että:
Sitä on helppo lukea ja se on suojaissa
paikassa.
Vähintään 100mm kompassista ja 500 mm
radiosta tai tutka antennista.
Ei lähelle moottoreita, loistevaloja,
inventteriä.
Taustalle helppo päästä; tilatarve min.
50 mm (Ks asenuskuva).
Tausta suojattava kosteudelta
2 Laite pitää asentaa tasaiselle pinnalle joka on
alle 20 mm paksu. Liimaa porausohje
paikalleen. Poraa 50 mm reikä. Huomioi että
laite ja suojus tarvitsee tilaa ympärilleen.
3 Irroita asennusmutteri taustasta. Työnnä laite
paikoilleen asennusreikään. Kiristä asennusmutteri
käsin.
8 Asennus ja asetukset
Mastoyksikkö
Suunnittele asennus. Lue nämä ohjeet ennen
mastoyksikön asennusta ja suunnittele minne sovitat
asennusjalustan ja minne poraat kaapelin reiät
mastoon. Asennus on helpointehdä kun masto on
alhaalla.
1 Asennusjalusta on 30 m kaapelin toisessa
päässä. Sovita jalusta mastonhuippuun:
Jalusta horisontaalisesti.
Asenna mastoyksikön varsi suoraan
eteenpäin, rinnakkain keskilinjan kanssa
(jos varsi ei osoita aivan suoraan, tuulen
suunta pitää kohdistaa, ks 3-4).
Käytä itse kierteittäviä ruuveja.
Vapaata vähintään
50 mm
Asennusreikä
50 mm
Näyttölaite
Kaapelit
Display
unit
20 mm
maksimi
paksuus
Sivukuva näytön asennuksesta
Varmista ettei reikä jonka teet heikennä veneen
rakennetta. Jos epäilet ota yhteyttä
veneenrakentajaan.
Varsi osoittaa eteenpäin
Eteenpäin
2 Poraa 8 mm reikä mastonhuippuun lähelle
asennusjalustaa kaapelia varten. Älä asenna
kaapelia vielä.
3 Poraa 8 mm reikä sopivaan paikkaan maston
alaosaan, mistä kaapeli tulee ulos. Voit
asentaa kaapelin kytkentärasian lähelle tätä
paikkaa; sen pitää olla kuivassa paikassa eikä
pilssissä.
4 Laske kuinka pitkä kaapelin pitää olla maston
huipun jalustalta kytkentärasiaan. Varaa
lisäpituutta kaapelin liittämiseen rasiaan.
Katkaise mastokaapeli mitattuun pituuteen. Älä
heitä pois kaapelin toista palaa.
71
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
5 Johdata kaapeli mastoyksikköön reiästä ylös ja
alas toisesta reiästä. Aseta kaapelin
vedonpoistaja mastonhuippuun. Täytä
kummatkin reiät tiivistemassalla.
6 Ohjaa kaapelin pää laipan läpi kykentärasiaan.
Kuori kaapeli ja kytke johdot toimitettuun
pääteliittimeen.
7 Ota toinen katkaistu kaapeli joka jäi yli ja kytke
se WIND 3100 näyttöön. Vedä kaapeli näytöltä
kaapelin kytkentärasiaan.
Pidä erillään muista kaapeleista, moottoreista,
loistevaloista ja inventtereistä.
Suojaa kaapeli.
8 Katkaise kaapeli sopivan mittaiseksi. Vedä
kaapeli toisen laipan läpi rasiaan. Kuori kaapeli
ja kytke johdot pääteliittimeen, varmista värit.
9 Ruuvaa kansi kiinni ja rasia paikalleen.
10 Asenna tuulikupit akseliin käyttäen
kuusiokoloavainta.
Virta/data johdotus
1 Johdota näyttölaite virta/data johtoon:
Laite tarvitsee 12 V virran. Asenna
virtakytkin ja sulake tai ota virta
sulakerasiasta. Sulakkeen pitää olla 1 A
aina viiteen laitteeseen asti.
Jos lisähälyttimet tarvitsevat enemmän
kuin 250 mA, asenna rele.
Yhden laitteen johdotus ks. Alla:
Asenna jalusta
mastonhuippuun
(Osa 1)
Asenna
tuulikupit
Masto
Kytke varsi
jalustaan
Varsi
Ruuvaa holkki
jalustaan
11 Kiinnitä varsi asennusjalustaan:
Kytke varsi asennusjalustaan.
Ruuvaa holkki varteen asennusjalustassa.
Masto
Kaapeli
WIND 3100:aan
Kaapelin
kytkentärasia
Kaapeli
Reikä mastossa,
täytä
tiivistemassalla
Eteenpäin
Reikä mastossa,
täytä
tiivistemassalla
Kaapeli
menee alas
maston
sisällä
putkessa
Kaapelin vedonpoistaja
Asennettu mastoyksikkö
12 V DC
virta
Lisähälyttimet (optio)
Punainen
Valkoinen
Vihreä
Musta
Keltainen
Kytkin
Sulake
Oranssi
Sininen
NavBus (optio)
Mastoyksikön
kaapeli
NMEA ulos (optio)
NMEA sisään (GPS, optio)
}
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohjeNAVMAN
72
Virta/data kaapelit
Kytkentärasia
Kytkentärasia
Virta & data
liitos
Virta/data kaapelit
NavBus kaapeli
Ryhmä 1
Ryhmä 2
Virta & data
liitos
Useille laitteille, käytä lisä kytkentärasiaa
johdotukseen kuten alla:
Ohjeet NavBus käyttö- ja asennusohjeesta.
2 Teippaa tai suojaa kaikki käyttämättömät
kaapelit ja liittimet.
8-2 Asetukset
1 Aja veneellä testiajo että kaikki laitteet toimivat
oikein.
2 Näyttääkseen todellisen tuulen suunnan ja
nopeuden sekä VMG, WIND 3100 pitää olla
kytkettynä nopeusmittariin. Jos WIND 3100 on
kytketty laitteeseen joka antaa nopeuden veden
yli ja maan yli niin silloin voit valita mitä WIND
3100 käyttää (ka 3-1, 6):
i Paina
+ useita kertoja kunnes Speed
Mode on ruudussa:
ii Paina
tai vaihtaaksesi tilaa
(nopeus yli maan) ai (veneen nopeus
läpi veden).
iii Paina
.
3 Jos laite on osa 3100 sarjaa kytkettynä
NavBusiin, aseta taustavalo ryhmä numero (ks
6-1):
i Paina
+ useita kertoja Backlight
Group on ruudussa:
Tuulen nopeus yksiköt ..................... Solmut
Osoitin tyyppi.............................................. 1
Suunnan vaimennus .................................. 2
Ohjauskulma ........................................... 40º
Ohjauskulman tarkkuus ... 2º per segmentti
Tuulen nopeushälytin......................... Kiinni
SIMULAATIO ........................................ Kiinni
Taustavalo taso........................................... 0
Taustavalo ryhmä ....................................... 1
Veneen nopeus sisään .............................
ii Paina tai asettaaksesi taustavaloryhmän
numeron.
iii Paina
.
4 Aseta:
Nopeus yksiköt (ks 4-1).
Osoittimen tyyppi (ks 3-2).
5 Kalibroi tarvittaessa:
Tuulen suuntaus (ks 3-4).
Tuulen nopeus (ks 4-4).
8-3 Tehdasasetukset
Kaikki asetukset nollautuvat tehdasasetuksilla (ks
alla).
Nollaa tehdasasetuksille:
1 Kytke virta pois.
2 Pidä alhaalla + kunnes kytket virran ja
jatkat pitämällä vähintään 5 sekuntia.
Tila on
tai
Ryhmä 3
73
NAVMAN
WIND 3100 Asennus- ja käyttöohje
Fyysiset
Laite 111 mm neliö.
LCD näyttö 82 mm leveä, 61 mm korkea;
LCD numerot 36 mm korkeat.
Neljä käyttönäppäintä.
Taustavalo näytölle ja näppäimille, neljä tasoa.
Käyttölämpötila 0 - 50 °C (32 to 122°F).
Virtakaapelin pituus 1 m.
Mastoyksikön kaapelin pituus 30 m.
Elektroniset
Virta 10,5 - 16,5 V DC, 20 mA ilman
taustavaloa, 120 mA taustavalolla.
Ulkoinen hälytin, kytketty maahan, 30 V DC ja
250 mA maksimi.
Tuuli
Tuulen suunta, todellinen ja suhteellinen alue
0 - 180°, paarpuri tai styyrpuri.
Tuulen nopeus, todellinen ja suhteellinen alue
0 - 199 knots (0 - 102 m/s).
Maksimi suhteellinen tuulen nopeus.
Suhteellinen tuulen nopeushälytys.
Kalibrointi
Tuulen nopeus ja suunta (suuntaus) voidaan
kalibroida.
Liite A - Erittelyt
Interfaces
NavBus kytkentä toiseen NAVMAN laitteeseen.
NMEA 0183 ulostulot: MWV, VPW; inputs RMC,
VHW, VTG.
Standardi hyväksynnät
EMC Erfüllung
USA (FCC): Part 15 Class B.
Europa (CE): EN50081-1, EN50082-1.
Australien, Neuseeland (C Tick) :
AS-NZS 3548.
Vesitiiviys IP66 kun oikein asennettu.
Virta/data kaapelin johdot
Johto Signaali
Punainen Virta plus,12 V DC, 120 mA maksimi
Musta Virta miinus, NMEA yhteys
Vihreä Ulkoinen hälytin, kytketty maahan, 30V
DC ja 250mA maksimi
Oranssi NavBus +
Sininen NavBus -
Valkoinen NMEA ulos
Keltainen NMEA sisään
Liite B - Vianetsintä
Tämä opas edellyttää että olet lukenut ja ymmärtänyt
tämän ohjekirjan.
Monissa tapauksissa on mahdollista selvitä
vaikeuksista ilman että lähettää laitetta huoltoon.
Seuraa seuraavia ohjeita ennen kuin otat yhteyttä
NAVMAN myyjään.
Ei ole olemassa varaosia jotka käyttäjä voisi vaihtaa.
Erityis menetelmät ja testaus välineet tarvitaan
varmistamaan tuotteen vesitiiviiys. Lupa korjata
laitteita on vain NAVMAN NZ hyväksymillä liikkeillä.
Käyttäjä joka korjaa itse laittetta voi menettää laitteen
takuun.
Lisätietoa web sivuilta: www.navman.com
1 Laite ei käynnisty:
a Sulake palanut tai virtapiiri katkennut .
b Akun jännite alle 10.5 tai yli 16.5 V.
c Virta/data kaapeli vioittunut.
2 Tuulen nopeus tai suunta virheellinen tai
huojuva:
a Tuulen nopeuden kalibrointi väärin (ks 4-4).
b Tuulen suuntaus väärin (ks 3-4).
c Mastoyksikön kaapeli ei kytketty tai
vaurioitunut.
d Mastoyksikkö vaurioitunut tai viallinen.
e Sähköisiä häiriöitä. Tarkista asennus.
3 SIM vilkkuu oikeassa yläkulmassa, arvot
näytössä epäuskottavia:
a Laite on simulaatio tilassa (ks 2-4).
4 Näyttö huuruinen:
a Kostea ilmaa päässyt tuuletus putkesta
taustasta sisään näyttöön. Tuuleta vene tai
laita taustavalo täysille.
b Vettä päässyt laitteen sisään. Palauta laite
huoltoon.
75
WIND 3100 Installation and Operation ManualNAVMAN
NORTH AMERICA
NAVMAN USA INC.
18 Pine St. Ext.
Nashua, NH 03060.
Ph: +1 603 577 9600
Fax: +1 603 577 4577
e-mail: sales@navmanusa.com
OCEANIA
New Zealand
Absolute Marine Ltd.
Unit B, 138 Harris Road,
East Tamaki, Auckland.
Ph: +64 9 273 9273
Fax: +64 9 273 9099
e-mail:
navman@absolutemarine.co.nz
Australia
NAVMAN AUSTRALIA PTY
Limited
Unit 6 / 5-13 Parsons St,
Rozelle, NSW 2039, Australia.
Ph: +61 2 9818 8382
Fax: +61 2 9818 8386
e-mail: sales@navman.com.au
SOUTH AMERICA
Argentina
HERBY Marina S.A.
Costanera UNO,
Av Pte Castillo Calle 13
1425 Buenos Aires, Argentina.
Ph: +54 11 4312 4545
Fax: +54 11 4312 5258
e-mail:
herbymarina@ciudad.com.ar
Brazil
REALMARINE
Estrada do Joa 3862,
CEP2611-020,
Barra da Tijuca, Rio de Janeiro,
Brasil.
Ph: +55 21 2483 9700
Fax: +55 21 2495 6823
e-mail:
vendas@marinedepot.com.br
Equinautic Com Imp Exp de
Equip Nauticos Ltda.
Av. Diario de Noticias 1997 CEP
90810-080, Bairro Cristal, Porto
Alegre - RS, Brasil.
Ph: +55 51 3242 9972
Fax: +55 51 3241 1134
e-mail:
equinautic@equinautic.com.br
ASIA
China
Peaceful Marine Electronics Co. Ltd.
Hong Kong, Guangzhou,
Shanghai, Qindao, Dalian.
E210, Huang Hua Gang Ke Mao
Street, 81 Xian Lie Zhong Road,
510070 Guangzhou, China.
Ph: +86 20 3869 8784
Fax: +86 20 3869 8780
e-mail:
sales@peaceful-marine.com
Website:
www.peaceful-marine.com
Korea
Kumho Marine Technology Co. Ltd.
# 604-816, 3F, 1117-34,
Koejung4-Dong, Saha-ku
Pusan, Korea
Ph: +82 51 293 8589
Fax: +82 51 294 0341
e-mail: info@kumhomarine.com
Website:
www.kumhomarine.com
Malaysia
Advanced Equipment Co.
43A, Jalan Jejaka 2, Taman
Maluri, Cheras 55100, Kuala Lumpur.
Ph: +60 3 9285 8062
Fax: +60 3 9285 0162
e-mail: ocs@pc.jaring.my
Singapore
RIQ PTE Ltd.
Blk 3007, Ubi Road 1,
#02-440, Singapore 408701
Ph: +65 6741 3723
Fax: +65 6741 3746
HP: +65 9679 5903
e-mail: riq@postone.com
Thailand
Thong Electronics (Thailand)
Company Ltd.
923/588 Thaprong Road,
Mahachai,
Muang, Samutsakhon 74000,
Thailand.
Ph: +66 34 411 919
Fax: +66 34 422 919
e-mail: thonge@cscoms.com
Vietnam
Haidang Co. Ltd.
16A/A1E, Ba thang hai St.
District 10, Hochiminh City.
Ph: +84 8 86321 59
Fax: +84 8 86321 59
e-mail:
sales@haidangvn.com
Website: www.haidangvn.com
MIDDLE EAST
Lebanon and Syria
Letro, Balco Stores,
Moutran Street, Tripoli
VIA Beirut.
Ph: +961 6 624512
Fax: +961 6 628211
e-mail: balco@cyberia.net.lb
United Arab Emirates
Kuwait, Oman & Saudi Arabia
AMIT, opp Creak Rd.
Baniyas Road, Dubai.
Ph: +971 4 229 1195
Fax: +971 4 229 1198
e-mail: mksq99@email.com
AFRICA
South Africa
Pertec (Pty) Ltd Coastal,
Division No.16 Paarden Eiland Rd.
Paarden Eiland, 7405
Postal Address: PO Box 527,
Paarden Eiland 7420
Cape Town, South Africa.
Ph: +27 21 511 5055
Fax: +27 21 511 5022
e-mail: info@kfa.co.za
EUROPE
France, Belgium and
Switzerland
PLASTIMO INTERNATIONAL
15, rue Ingénieur Verrière,
BP435,
56325 Lorient Cedex.
Ph: +33 2 97 87 36 36
Fax: +33 2 97 87 36 49
e-mail: plastimo@plastimo.fr
Website: www.plastimo.fr
Germany
PLASTIMO DEUTSCHLAND
15, rue Ingénieur Verrière
BP435
56325 Lorient Cedex.
Ph: +49 6105 92 10 09
+49 6105 92 10 10
+49 6105 92 10 12
Fax: +49 6105 92 10 11
e-mail:
plastimo.international@plastimo.fr
Website: www.plastimo.de
Italy
PLASTIMO ITALIA
Nuova Rade spa, Via del Pontasso 5
I-16015 CASELLA SCRIVIA (GE).
Ph: +39 1096 8011
Fax: +39 1096 8015
e-mail: info@nuovarade.com
Website: www.plastimo.it
Holland
PLASTIMO HOLLAND BV.
Industrieweg 4,
2871 JE SCHOONHOVEN.
Ph: +31 182 320 522
Fax: +31 182 320 519
e-mail: info@plastimo.nl
Website: www.plastimo.nl
United Kingdom
PLASTIMO Mfg. UK Ltd.
School Lane - Chandlers Ford
Industrial Estate,
EASTLEIGH - HANTS S053 ADG.
Ph: +44 23 8026 3311
Fax: +44 23 8026 6328
e-mail: sales@plastimo.co.uk
Website: www.plastimo.co.uk
Sweden, Denmark or Finland
PLASTIMO NORDIC AB.
Box 28 - Lundenvägen 2,
47321 HENAN.
Ph: +46 304 360 60
Fax: +46 304 307 43
e-mail: info@plastimo.se
Website: www.plastimo.se
Spain
PLASTIMO ESPAÑA, S.A.
Avenida Narcís Monturiol, 17
08339 VILASSAR DE DALT,
(Barcelona).
Ph: +34 93 750 75 04
Fax: +34 93 750 75 34
e-mail: plastimo@plastimo.es
Website: www.plastimo.es
Other countries in Europe
PLASTIMO INTERNATIONAL
15, rue Ingénieur Verrière
BP435
56325 Lorient Cedex, France.
Ph: +33 2 97 87 36 59
Fax: +33 2 97 87 36 29
e-mail:
plastimo.international@plastimo.fr
Website: www.plastimo.com
REST OF WORLD /
MANUFACTURERS
NAVMAN NZ Limited
13-17 Kawana St. Northcote.
P.O. Box 68 155 Newton,
Auckland, New Zealand.
Ph: +64 9 481 0500
Fax: +64 9 480 3176
e-mail:
marine.sales@navman.com
Website:
www.navman.com
Appendix C - How to Contact Us www.navman.com
Lon 174° 44.535’E
Lat 36° 48.404’S
Made in New Zealand
MN000139 1951325A
WIND 3100
NAVMAN
73


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules
1

Forum

navman-wind-3100
  • Önskar svar till. sven.ahlm@gmail.com önskar beställa en ny komplett givarearm till navman wind 3100s , ser inte var jag kan göra detta och vad den skulle kosta mvh Submitted on 15-8-2021 at 18:00

    Reply Report abuse
  • Behöver en ny givarearm , komplett, till navman 3100s wind, ser inte var jag kan beställa, och vad den kostar mvh Sven Ahlm Submitted on 15-8-2021 at 17:53

    Reply Report abuse


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Navman Wind 3100 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Navman Wind 3100 in the language / languages: German, Dutch, Italian, Swedish, Finnish as an attachment in your email.

The manual is 0,52 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Navman Wind 3100

Navman Wind 3100 User Manual - English - 18 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info