348119
14
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/52
Next page
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koelkasten
met DynaCool
K 9552 iD (-1)
K 9752 iD (-1)
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M.-Nr. 07 925 780
nl-NL
Beschrijving van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Het besparen van energie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Het in- en uitschakelen van de koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Vergrendeling ....................................................14
Bij langere afwezigheid .............................................14
De juiste temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
...indekoelzone .................................................15
Het instellen van de temperatuur......................................15
Mogelijke temperatuurinstellingen ..................................16
Temperatuuraanduiding ............................................16
De lichtsterkte van de temperatuuraanduiding ........................16
Superkoeling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Het gebruik van de superkoeling .....................................18
DynaCool m. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Het gebruik van de DynaCool m (dynamische koeling) ...................19
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Gedeelten met verschillende temperaturen .............................20
Koelste gedeelte in de koelzone ...................................20
Minst koele gedeelte in de koelzone ................................20
Voor het apparaat ongeschikte levensmiddelen ..........................21
Waar u bij het kopen van levensmiddelen al op moet letten.................21
Levensmiddelen afdekken of niet? ....................................21
Groenten en fruit ................................................21
Onverpakte dierlijke en plantaardige levensmiddelen ...................22
Eiwitrijke levensmiddelen .........................................22
Vlees .........................................................22
Het indelen van de binnenruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Plateaus .........................................................23
Tweedelig plateau .................................................23
Deurvak, o.a. voor eieren / Deurvak voor flessen .........................24
Fleshouder .......................................................25
Het automatisch ontdooien. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Het ontdooien van de koelzone .......................................26
Inhoud
2
Het reinigen en onderhouden van de koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren ......................28
Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen ................29
Het reinigen van de deurdichting .....................................29
Nuttige tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30
Geluiden en de oorzaken ervan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32
Afdeling Klantcontacten / Garantie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 34
Montage-instructies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 35
Plaats van opstelling ...............................................35
Klimaatklasse ..................................................35
Luchttoevoer en luchtafvoer .........................................35
Voordat u het apparaat inbouwt ......................................36
Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek? ....................36
Roestvrijstalen front .............................................37
Inbouwmaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 38
Het instellen van de deurscharnieren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 39
Het veranderen van de draairichting van de deur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Deur van het apparaat..............................................40
Het inbouwen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
Gewicht van de meubeldeur .........................................43
Inbouw in een scheidingswand .......................................43
Het monteren van de meubeldeur.....................................47
Inhoud
3
a Controlelampje van de vergrendeling
b Aan/Uit - toets
c Temperatuuraanduiding van de koel
-
zone
d Toetsen voor het instellen van de
temperatuur
(+ = warmer; - = kouder)
e Superkoeling - toets en controle
-
lampje
f DynaCool - toets
(Toets voor de dynamische koeling)
en controlelampje
Beschrijving van het apparaat
4
a Ventilator voor de dynamische
koeling (DynaCool)
b Flesplateau*
c Plateaus
d Gootje voor het dooiwater en
afvoeropening voor het dooiwater
e Groente- en fruitladen *
f Boter- en kaasvak
g Deurvak, o.a. voor eieren
h Binnenverlichting
i Universeel deurvak*
j Deurvak voor flessen
k Fleshouder
* Afhankelijk van het model
Beschrijving van het apparaat
5
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat
tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen
omdat dit het milieu relatief weinig be
-
last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmate
-
riaal wordt er op grondstoffen bespaard
en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking
in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische ap
-
paraten bevatten meestal nog waarde
-
volle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke
stoffen die nodig zijn geweest om de
apparaten goed en veilig te laten functi
-
oneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het
gewone afval doet of er op een andere
manier niet goed mee omgaat, kunnen
deze stoffen schadelijk zijn voor de ge
-
zondheid en het milieu.
Verwijder uw oude apparaat dan ook
nooit samen met het gewone afval,
maar lever het in bij een gemeentelijk
inzameldepot voor elektrische en elek
-
tronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die
tijd buiten het bereik van kinderen wor
-
den opgeslagen.
Let erop dat de buisleidingen van uw
apparaat niet worden beschadigd,
wanneer dit wordt weggebracht om op
vakkundige wijze en zonder het milieu
al te veel schade te berokkenen te wor
-
den verschroot. Dan kan men er zeker
van zijn dat koelmiddelen die zich in
het koelsysteem bevinden en de olie
die zich in de compressor bevindt niet
in het milieu terechtkomen.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
6
Deze koelkast voldoet aan de voor
-
geschreven veiligheidsmaatregelen.
Door ondeskundig gebruik kunnen
personen echter letsel oplopen en
kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daar
-
om eerst aandachtig door voordat u
dit apparaat voor het eerst gebruikt.
Hierin vindt u belangrijke instructies
met betrekking tot de inbouw, de
veiligheid, het gebruik en het onder
-
houd van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en
geef deze door aan de eventuele
volgende eigenaar van de koelkast.
Efficiënt gebruik
~
Deze koelkast is uitsluitend bestemd
voor huishoudelijk of vergelijkbaar ge
-
bruik.
~
Gebruik deze koelkast uitsluitend
voor het koelen en bewaren van levens
-
middelen.
Gebruik voor andere doeleinden is on
-
toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor schade die is ontstaan door ge
-
bruik voor andere doeleinden dan hier
aangegeven of door een foutieve be
-
diening.
~
Personen die op grond van hun
fysieke of psychische gesteldheid, hun
onervarenheid of gebrek aan kennis
van de koelkast niet in staat zijn om het
apparaat veilig te bedienen, mogen dit
alleen gebruiken als ze onder toezicht
staan van of worden geïnstrueerd door
een verantwoordelijk persoon.
Wanneer er kinderen in huis
zijn
~
Kinderen mogen de koelkast alleen
dan zonder toezicht gebruiken, wan
-
neer ze weten hoe het apparaat werkt
en wat voor gevaar zij lopen wanneer
ze het fout bedienen.
~
Wanneer er kinderen in de buurt van
de koelkast zijn, houd ze dan goed in
de gaten.
Zorg ervoor dat ze niet met het appa
-
raat gaan spelen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
7
Technische veiligheid
~
Controleer vóórdat het apparaat
wordt ingebouwd, of het zichtbaar be
-
schadigd is.
Een beschadigde koelkast mag niet in
gebruik worden genomen.
~
Deze koelkast bevat het koelmiddel
isobutaan (R600a). Dit is een natuurlijk
gas dat het milieu weinig belast, maar
wel brandbaar is. Het gas is niet scha
-
delijk voor de ozonlaag en versterkt het
broeikaseffect niet, maar het gebruik
van dit koelmiddel heeft er wel toe ge
-
leid dat het apparaat meer lawaai
maakt wanneer het aanstaat. Behalve
de geluiden van de compressor kunnen
er dan in het hele koelsysteem stro-
mingsgeluiden optreden.
Deze effecten zijn helaas niet te ver-
mijden, maar hebben geen negatieve
invloed op de capaciteit van het appa-
raat.
Let er bij het transport en bij de plaat-
sing van de koelkast op dat er geen on-
derdelen van het koelsysteem worden
beschadigd. Vrijkomend koelmiddel
kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch bescha
-
digd:
vermijd dan open vuur of andere
brandhaarden,
trek de stekker uit het stopcontact,
lucht het vertrek waar het apparaat
staat enkele minutenlang door
en neem contact op met de afdeling
Klantcontacten.
~
Hoe meer koelmiddel een koelkast
bevat, des te groter moet het vertrek
zijn waarin dit apparaat wordt opge
-
steld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich
bij een eventuele lek een brandbaar
mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek
minstens 1 m
3
groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koel
-
kast bevat staat op het typeplaatje in
de binnenkant van het apparaat.
~
Een veilig gebruik van de koelkast is
alleen dan gegarandeerd, wanneer het
apparaat wordt gemonteerd en aange-
sloten volgens de instructies die in de
gebruiksaanwijzing staan.
~
Vergelijk vóórdat u de koelkast aan-
sluit de aansluitgegevens (zekering,
spanning en frequentie) op het type-
plaatje met die van het elektriciteitsnet.
Deze moeten beslist overeenkomen.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
~
Deze koelkast mag niet op het elek-
triciteitsnet worden aangesloten via
meervoudige stopcontacten of via ver
-
lengsnoeren die daarvoor niet geschikt
zijn.
Gebeurt dat wel, dan bestaat er gevaar
voor overhitting.
~
Wanneer de aansluitkabel is be
-
schadigd, moet deze door een erkend
vakman / vakvrouw worden vervangen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
8
~
De elektrische veiligheid van de
koelkast is uitsluitend gegarandeerd als
deze wordt aangesloten op een aar
-
dingssysteem dat volgens de geldende
veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Laat de huisinstallatie bij twijfel door
een erkend vakman / vakvrouw inspec
-
teren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor
-
den gesteld voor schade die wordt ver
-
oorzaakt door een ontbrekende of be
-
schadigde aarddraad (bijv. een elektri
-
sche schok).
~
Installatie-, onderhouds- en repara
-
tiewerkzaamheden mogen alleen door
een erkend vakman of vakvrouw wor-
den uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker
risico's lopen waarvoor de fabrikant niet
aansprakelijk is.
~
Installatie-, onderhouds- en repara-
tiewerkzaamheden mogen alleen wor-
den uitgevoerd als er geen elektrische
spanning op de koelkast staat.
Dat is het geval als aan één van de vol
-
gende voorwaarden is voldaan:
als de hoofdschakelaar van de huis
-
installatie is uitgeschakeld,
of als de stekker uit het stopcontact
is getrokken.
Daarbij mag alleen aan de stekker en
niet aan de aansluitkabel worden ge
-
trokken.
~
Wanneer de koelkast tijdens de ga
-
rantietijd moet worden gerepareerd,
mag de reparatie alleen door een door
Miele erkend vakman of vakvrouw wor
-
den uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan vervalt de aan
-
spraak op garantie.
~
Defecte onderdelen mogen alleen
door originele Miele-onderdelen wor
-
den vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kun
-
nen wij garanderen, dat zij volledig vol
-
doen aan de veiligheidseisen die wij
stellen aan onze apparaten en onder
-
delen daarvan.
~
Wanneer dit apparaat op een niet-
stationaire locatie moet worden ge-
plaatst, mag het uitsluitend door een er-
kend vakman / vakvrouw volgens de
veiligheidsregels worden ingebouwd en
aangesloten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
9
Veilig gebruik
~
Bewaar geen stoffen in de koelkast
die drijfgassen of andere verstuivings
-
middelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt inge
-
schakeld kunnen vonken ontstaan.
Deze kunnen licht ontvlambare produc
-
ten tot explosie brengen.
~
Gebruik geen elektrische apparaten
in deze koelkast, bijv. voor het maken
van softijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont
-
staan en bestaat er gevaar voor een ex
-
plosie.
~
Plaats dranken met een hoog alco-
holpercentage alleen rechtop en altijd
goed gesloten in de koelkast in ver-
band met explosiegevaar.
~
Wanneer u levensmiddelen eet die
te lang zijn bewaard, loopt u het risico
om voedselvergiftiging op te doen.
De bewaartijd hangt van vele factoren
af, zoals de versheid en kwaliteit van de
levensmiddelen en de temperatuur
waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmid
-
delenfabrikanten in acht en houd in de
gaten tot welke datum de levensmid
-
delen uiterlijk houdbaar zijn.
~
Gebruik geen scherpe voorwerpen
om
rijp- en ijslagen te verwijderen
en vastgevroren levensmiddelen los
te wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de
verdampers en functioneert de koelkast
niet meer.
~
Gebruik geen ontdooisprays of an
-
dere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vor
-
men, oplosmiddelen of drijfgassen be
-
vatten die het kunststof beschadigen of
schadelijk zijn voor de gezondheid.
~
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet.
Door deze producten worden de deur
-
dichtingen in de loop van de tijd po
-
reus.
~
Bevinden zich vet- of oliehoudende
levensmiddelen in de koelkast, let er
dan op dat er geen vet of olie uitloopt.
Wanneer dat in aanraking komt met het
kunststof van het apparaat, kunnen er
scheuren in het kunststof ontstaan.
~
Sluit de luchttoevoeropening in de
sokkel en boven in de kastombouw niet
af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd
zijn kan er geen goede luchtgeleiding
plaatsvinden, waardoor het stroomver-
bruik stijgt en bepaalde onderdelen van
de koelkast kunnen beschadigen.
~
De koelkast heeft een bepaalde kli
-
maatklasse. Een klimaatklasse is een
kamertemperatuurbereik waar de tem
-
peratuur niet boven of onder mag lig
-
gen en staat aangegeven op het type
-
plaatje aan de binnenkant van uw ap
-
paraat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge
-
volg dat de koelkast voor langere tijd
afslaat zodat het apparaat de vereiste
temperatuur niet kan aanhouden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
10
~
Gebruik voor het reinigen van de
koelkast nooit een stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de
-
len van het apparaat die onder span
-
ning staan en zo kortsluiting veroorza
-
ken.
Wat te doen wanneer u het ap
-
paraat afdankt
~
Maak het slot onbruikbaar, zodat
kinderen niet in het apparaat ingesloten
kunnen raken en in levensgevaar ko
-
men.
~
Beschadig geen delen van het koel-
systeem, bijv. door
koelmiddelkanalen van de verdam-
per open te prikken;
buisleidingen om te buigen;
beschermende lagen af te krabben.
Als er koelmiddel uit spuit kan dat oog-
letsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies
niet worden opgevolgd kan de fabri
-
kant niet verantwoordelijk worden
gesteld voor schade die daar even
-
tueel het gevolg van is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
11
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaats van het apparaat In geventileerde ruimtes In gesloten, niet geventileerde
ruimtes
Blootgesteld aan zonnestralen Niet blootgesteld aan zonnestralen
Niet naast een warmtebron (verwar
-
ming, fornuis)
Naast een warmtebron (verwarming,
fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca.
20 °C
Bij een hoge omgevingstemperatuur
Ventilatie-openingen niet blokkeren
en regelmatig stofvrij maken
Temperatuurinstelling
in standen
Bij een instelling van èèn van de
middelste standen: 2 of 3.
Hoe hoger de stand, hoe lager de
temperatuur, des te hoger het ener
-
gieverbruik
Temperatuurinstelling
in graden
Digitale weergave
Opslagzone: 8 tot 12 °C
Bij apparaten met winterschakeling:
schakel deze bij omgevingstempe
-
raturen lager dan 16 °C of 18 °C uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
PerfectFresh-zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: -18 °C
Wijnopslagzone: 10 tot 12 °C
Dagelijks gebruik Plaatsing van de plateaus en vak-
ken zoals bij levering
Open de deur alleen indien nodig
en zo kort mogelijk.
Deur vaak en lang openen betekent
koudeverlies
Leg de levensmiddelen bij het inrui-
men meteen op de goede plek.
Moet u lang zoeken, dan blijft de
deur te lang openstaan.
Laat warme levensmiddelen eerst
buiten het apparaat afkoelen.
Warme levensmiddelen laten de
motor langer werken voor de ver
-
eiste temperatuur.
Leg de levensmiddelen alleen afge
-
dekt of verpakt in het apparaat.
Wanneer vloeibare stoffen in de
koelzone condenseren neemt de
koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de
koelzone wanneer ze moeten ont
-
dooien.
Belaad de vakken niet te vol zodat
de lucht kan circuleren.
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan
-
neer er een ijslaag van 0,5 cm in zit.
Een ijslaag bemoeilijkt het invriezen
en bewaren van producten en daar
-
door stijgt het energieverbruik.
Het besparen van energie
12
Voor het eerste gebruik
Laat het apparaat na transport een
half uur tot één uur staan voordat u
het aansluit.
Dat is zeer belangrijk voor een goe
-
de werking van de koel-vriescombi
-
natie.
Beschermende folie
De roestvrijstalen lijsten en frames zijn
voorzien van een folie die dient ter be
-
scherming van het apparaat tijdens het
transport.
^ Trek de folie van de roestvrijstalen
lijsten af.
Reiniging en onderhoud
^ Wrijf de roestvrijstalen gedeelten di-
rect daarna in met het bijgevoegde
Miele-middel voor het onderhoud van
roestvrij staal.
Dit middel brengt een film over het
roestvrij staal aan met een water- en
vuilwerende werking.
^
Reinig de binnenkant van het appa
-
raat en de toebehoren.
Gebruik daarvoor lauwwarm water
met een beetje reinigingsmiddel.
^
Wrijf daarna alles met een doek
droog.
Het inschakelen van de koel
-
kast
^
Druk op de Aan/Uit - toets.
De temperatuuraanduiding licht op.
Het apparaat begint te koelen.
Wanneer de deur wordt geopend gaat
de binnenverlichting aan.
Voordat u voor de eerste keer levens
-
middelen in de koelkast legt kunt u het
apparaat het beste een paar uur laten
voorkoelen.
Het uitschakelen van de koel-
kast
^ Druk op de Aan/Uit - toets.
De temperatuuraanduiding gaat uit.
De koeling is uitgeschakeld.
Is dat niet het geval, dan is de vergren-
deling ingeschakeld.
Het in- en uitschakelen van de koelkast
13
Vergrendeling
Met de vergrendeling kunt u voorkomen
dat het apparaat per ongeluk wordt uit
-
geschakeld.
Het inschakelen van de vergrende
-
ling
^
Druk op de Superkoeling - toets en
blijf daar ca. 5 seconden op drukken.
Het controlelampje van de Superkoe-
ling - toets knippert en in de tempera-
tuuraanduiding knippert
;.
^ Druk opnieuw op de Superkoeling -
toets.
In de temperatuuraanduiding brandt
;.
^
Druk op de temperatuurtoetsen.
Door daarop te drukken kunt u kiezen
tussen
; 0 en ; 1.
0 betekent: De vergrendeling is uitge
-
schakeld.
1 betekent: De vergrendeling is inge
-
schakeld.
^
Druk op de Superkoeling - toets om
de instelling op te slaan.
Wanneer de vergrendeling is ingescha
-
keld, brandt het controlelampje van de
vergrendeling
X.
^
Wanneer u klaar bent met het in- of
uitschakelen van de vergrendeling,
druk dan op de Aan/Uit - toets.
Na ca. 2 minuten functioneert het appa
-
raat weer normaal.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koelkast vrij lange tijd
niet gebruikt, doe dan het volgende.
^ Schakel het apparaat uit.
^ Trek de stekker uit het stopcontact of
schakel de hoofdschakelaar uit.
^ Reinig het apparaat.
^ Laat de deur van het apparaat iets
openstaan om te voorkomen dat er
luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen
wel uitgeschakeld, maar niet gerei
-
nigd en niet opengezet, bestaat het
gevaar dat zich schimmel vormt.
Het in- en uitschakelen van de koelkast
14
Het is voor de houdbaarheid van de le
-
vensmiddelen zeer belangrijk dat de
juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de
levensmiddelen erg snel. De tempera
-
tuur beïnvloedt de snelheid waarmee
de micro-organismen groeien. Hoe la
-
ger de temperatuur, des te langzamer
de micro-organismen groeien en des te
langer het duurt voordat de levensmid
-
delen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van le
-
vensmiddelen de juiste temperatuur in
-
stelt kunt u daarmee bederf voorkomen
of vertragen.
De temperatuur in de koelkast wordt
hoger, naarmate
de deur van het apparaat vaker
wordt geopend en de deur langer
geopend blijft;
er meer levensmiddelen worden op-
geslagen;
de temperatuur van de net opgesla-
gen levensmiddelen hoger is;
de omgevingstemperatuur hoger is.
De koelkast is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli
-
maatklasse is een temperatuurbe
-
reik, waarbinnen de kamertempera
-
tuur zich moet bewegen en waar
deze niet boven of onder mag lig
-
gen.
...indekoelzone
Voor de koelzone adviseren wij een
koeltemperatuur van 4 °C.
Het instellen van de tempera
-
tuur
De temperatuur in de koelzone kunt u
instellen met behulp van de beide
toetsen onder de temperatuuraandui
-
ding.
Wanneer u op de linker toets drukt
gaat de temperatuur omhoog en
wordt het warmer.
Wanneer u op de rechter toets drukt
gaat de temperatuur omlaag en
wordt het kouder.
De temperatuur die u instelt knippert in
de temperatuuraanduiding.
Wanneer u op de temperatuurtoetsen
drukt dan ziet u in de temperatuuraan-
duiding het volgende veranderen:
Wanneer u voor het eerst drukt, dan
knippert de temperatuurwaarde die u
het laatst heeft ingesteld.
Vanaf de tweede keer dat u drukt
verandert de temperatuurwaarde in
stappen van 1 °C.
Wanneer u op de toets blijft drukken,
verandert de temperatuurwaarde
continu.
Ongeveer 5 seconden nadat u voor het
laatst op een temperatuurtoets heeft
gedrukt geeft de temperatuuraandui
-
ding automatisch de temperatuurwaar
-
de aan die op dat moment in de koel
-
zone heerst.
De juiste temperatuur
15
Wanneer u een andere temperatuur
heeft ingesteld, controleer dan de tem
-
peratuuraanduiding na ca. 6 uur wan
-
neer het apparaat lang niet vol is en na
ca. 24 uur wanneer het apparaat wel
vol is.
Pas dan is de echte temperatuur be
-
reikt.
Is de temperatuur na deze tijd te hoog
of te laag, stel dan opnieuw een andere
temperatuur in.
Mogelijke temperatuurinstellingen
De temperatuur is instelbaar van 2°C
tot 9 °C.
Of de laagste temperatuur wordt be-
reikt is afhankelijk van de plaats waar
de koelkast is opgesteld en de omge-
vingstemperatuur.
Wanneer de omgevingstemperatuur
hoog is, dan is het mogelijk dat de
laagste temperatuur niet wordt bereikt.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding op het be
-
dieningspaneel geeft bij normaal ge
-
bruik de gemiddelde temperatuur in de
koelzone aan.
Ligt de temperatuur buiten het bereik
dat in de temperatuuraanduiding mo
-
gelijk is, dan knipperen er streepjes in
de temperatuuraanduiding.
De lichtsterkte van de temperatuur
-
aanduiding
De lichtsterkte van de temperatuuraan
-
duiding is zwak wanneer het apparaat
wordt afgeleverd.
Zodra de deur wordt geopend, een in-
stelling wordt veranderd of er sprake is
van een alarmtoestand, dan brandt de
temperatuuraanduiding ca. 1 minuut
met zeer grote lichtsterkte.
U kunt de lichtsterkte van de tempera-
tuuraanduiding veranderen.
^
Druk op de Superkoeling - toets en
blijf daar ca. 5 seconden op drukken.
Het controlelampje van de Superkoe
-
ling - toets knippert en in de tempera
-
tuuraanduiding knippert
;.
^
Druk zo vaak op de temperatuurtoet
-
sen totdat in de temperatuuraandui
-
ding ^ verschijnt.
De juiste temperatuur
16
^
Druk opnieuw op de Superkoeling -
toets.
In de temperatuuraanduiding brandt
^.
^
Druk op de temperatuurtoetsen.
Door daarop te drukken kunt u nu de
lichtsterkte van de temperatuuraandui
-
ding veranderen.
U kunt kiezen tussen de standen 1 tot
en met 5.
Bij 1 is de lichtsterkte minimaal.
Bij 5 is de lichtsterkte maximaal.
^
Druk op de Superkoeling - toets om
de instelling op te slaan.
^ Wanneer u klaar bent met het instel-
len van de lichtsterkte, druk dan op
de Aan/Uit - toets.
Na ca. 2 minuten functioneert het appa-
raat weer normaal.
De juiste temperatuur
17
Het gebruik van de superkoe
-
ling
Met behulp van de functie "Superkoe
-
ling" daalt de temperatuur in de koelzo
-
ne zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laag
hangt af van de kamertemperatuur.
Het gebruik van de superkoeling is
vooral dan aan te raden, wanneer u
grote hoeveelheden verse levensmid
-
delen of drank opslaat en snel wilt laten
afkoelen.
Het inschakelen van de superkoeling
^ Druk op de Superkoeling - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat
branden.
De temperatuur in het apparaat daalt
en de koelcapaciteit van het apparaat
is maximaal.
Het uitschakelen van de superkoe
-
ling
De superkoeling wordt automatisch na
ca. 6 uur uitgeschakeld.
Het controlelampje van de superkoeling
gaat uit.
De koelcapaciteit van de koelzone is
weer normaal.
Om energie te besparen kunt u de su
-
perkoeling zelf uitschakelen zodra de
levensmiddelen of dranken koel ge
-
noeg zijn.
^ Druk op de Superkoeling - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat
uit.
De koelcapaciteit van de koelzone is
weer normaal.
Superkoeling
18
Het gebruik van de DynaCool
m (dynamische koeling)
Wanneer de functie "Dynamische koe
-
ling" (DynaCool) niet is ingeschakeld,
ontstaan er in de koelzone als gevolg
van de natuurlijke luchtcirculatie zones
met verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het on
-
derste gedeelte van het apparaat.
Het is handig om daar bij het inruimen
van de levensmiddelen gebruik van te
maken.
Zie hoofdstuk: "Het inruimen, koelen en
bewaren van levensmiddelen".
Wanneer u echter een keer een grote
hoeveelheid gelijksoortige levensmid-
delen wilt inslaan (bijv. voor een party),
kunt u de dynamische koeling beter in-
schakelen. Daarmee wordt de tempera-
tuur relatief gelijkmatig over alle pla-
teaus in de koelzone verdeeld en zijn
alle levensmiddelen in de koelzone
even koel.
De temperatuur kan verder afhankelijk
van het apparaat met behulp van de
temperatuurtoets of temperatuurrege
-
laar worden ingesteld.
Het gebruik van de dynamische koeling
is tevens aan te raden bij:
een hoge kamertemperatuur (vanaf
ca. 30 °C) en
een hoge luchtvochtigheid.
Het inschakelen van de dynamische
koeling
^
Druk op de DynaCool - toets m.
Het controlelampje van deze toets gaat
branden.
Het uitschakelen van de dynamische
koeling
Daar het energieverbruik iets hoger ligt
wanneer de dynamische koeling is in-
geschakeld, kunt u de dynamische
koeling bij normale omstandigheden
beter uitschakelen.
^ Druk op de DynaCool - toets m.
Het controlelampje van deze toets gaat
uit.
Wanneer de deur is geopend, gaat
de ventilator automatisch tijdelijk uit!
DynaCool m
19
Gedeelten met verschillende
temperaturen
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont
-
staan er in de koelzone gedeelten met
verschillende temperaturen.
Maak daar bij het inruimen van de le
-
vensmiddelen gebruik van.
De koude, zware lucht zakt in het on
-
derste gedeelte van het apparaat.
Dit is een apparaat met dynamische
koeling (DynaCool).
Dat houdt in dat, wanneer de venti
-
lator is ingeschakeld, de tempera-
tuur in de koelzone gelijkmatig wordt
verdeeld en de temperatuurverschil-
len hier minder groot zijn.
Koelste gedeelte in de koelzone
Het koelste gedeelte in de koelzone be-
vindt zich direct boven de groente- en
fruitvakken.
Gebruik dit gedeelte voor alle levens-
middelen die niet lang houdbaar zijn,
zoals:
vis, vlees, gevogelte;
worst, kant-en-klaar-gerechten;
levensmiddelen waar eieren of room
in zijn verwerkt;
alle soorten deeg;
melkproducten;
in folie verpakte, voorgesneden
groente en in het algemeen alle ver
-
se groenten waarvan de houdbaar
-
heidsdatum alleen geldt bij een tem
-
peratuur van minstens 4°C.
Minst koele gedeelte in de koelzone
Het minst koele gedeelte in de koelzo
-
ne bevindt zich helemaal bovenin tegen
de deur.
Gebruik dit gedeelte voor het opslaan
van boter zodat deze smeerbaar blijft
en voor kaas zodat deze zijn aroma niet
verliest.
Bewaar geen producten in het ap
-
paraat die drijfgassen of andere ex
-
plosieve middelen bevatten.
Dit in verband met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco-
holpercentage alleen rechtop en al-
tijd goed gesloten in het apparaat in
verband met explosiegevaar.
Wanneer er in het apparaat vet- of
oliehoudende levensmiddelen zijn
opgeslagen, zorg er dan voor dat
eventueel vrijkomend vet of olie niet
met de kunststof onderdelen van het
apparaat in aanraking komt.
Vet en olie kunnen scheuren in het
kunststof veroorzaken.
Zet de producten niet tegen de ach
-
terwand om te voorkomen dat ze er
-
aan vastvriezen.
Leg de producten niet te dicht op el
-
kaar, zodat de lucht goed kan circu
-
leren.
Dek de ventilator aan de achterkant
niet af; deze is belangrijk voor de
koelcapaciteit.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen
20
Voor het apparaat ongeschikte
levensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt
om in de koelzone te worden bewaard.
Hiertoe behoren:
Koudegevoelig fruit en koudegevoe
-
lige groenten zoals citrusvruchten,
bananen, ananas, avocado's, man
-
go's, papaja's, passievruchten, to
-
maten, komkommers, paprika's, au
-
bergines en courgettes
Fruit dat nog niet rijp is
Aardappels
Parmezaanse kaas
Waar u bij het kopen van le-
vensmiddelen al op moet
letten
Levensmiddelen blijven langer be-
waard naarmate ze verser zijn op het
moment dat ze in de koelzone worden
gelegd. De versheid is bepalend voor
de bewaartijd.
Het is daarom belangrijk dat de tijd tus
-
sen het kopen en het inruimen van le
-
vensmiddelen zo kort mogelijk is. Laat
ze daarom niet te lang in een warme
auto liggen. Al na twee uur neemt de
versheid af en begint het bederf.
Levensmiddelen afdekken of
niet?
Bewaar levensmiddelen alleen afge
-
dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmiddelen
-
luchtjes vrijkomen en op andere levens
-
middelen worden overgedragen. Te
-
vens voorkomt u dat de levensmiddelen
uitdrogen en dat mogelijk aanwezige
bacteriën zich verspreiden.
Wanneer u de juiste temperatuur instelt
en de koelzone regelmatig reinigt, ver
-
meerderen bacteriën zoals salmonella's
zich minder snel.
Groenten en fruit
Groenten en fruit kunnen echter onver-
pakt in de groente- en fruitladen wor-
den bewaard.
Let er echter op dat niet alle groente-
en fruitsoorten samen in één lade kun-
nen worden bewaard.
In de eerste plaats kunnen smaak en
geur worden overgedragen (zo nemen
wortels snel de smaak en geur van uien
aan) en in de tweede plaats zijn er le
-
vensmiddelen die een natuurlijk gas
(ethyleen) afscheiden, waar andere le
-
vensmiddelen heel gevoelig op reage
-
ren en daardoor veel sneller bederven.
Voorbeelden van groenten en fruit
die veel natuurlijke gassen af
-
scheiden:
Bonen, appels, abrikozen, peren,
nectarines, perziken, pruimen,
avocado's, vijgen, bosbessen en
meloenen.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen
21
Voorbeelden van groenten en fruit
die erg gevoelig reageren op gas
-
sen van andere groente- en fruit
-
soorten:
Broccoli, bloemkool, spruitjes, kiwi's,
mango's, honingmeloen, appels,
abrikozen, komkommers, tomaten,
peren, nectarines en perziken.
Voorbeeld: Appels en broccoli kun
-
nen niet samen in één lade worden
opgeslagen, omdat appels veel na
-
tuurlijk gas afscheiden en broccoli
op dit soort gas zeer gevoelig rea
-
geert. Broccoli is daardoor veel min
-
der lang houdbaar.
Onverpakte dierlijke en plantaardige
levensmiddelen
Bewaar onverpakte dierlijke en plant-
aardige levensmiddelen apart van el-
kaar.
Moeten deze levensmiddelen bij elkaar
worden bewaard, verpak ze dan in
ieder geval. Daarmee voorkomt u dat er
microbiologische veranderingen optre
-
den en er ziektekiemen ontstaan.
Eiwitrijke levensmiddelen
Hoe meer eiwit levensmiddelen bevat
-
ten, des te sneller bederven ze.
Dat betekent dat schaaldieren sneller
bederven dan vis en dat vis weer snel
-
ler bederft dan vlees.
Vlees
Bewaar vlees onverpakt.
Is het vlees verpakt of zit het in een
bakje, open dan verpakking of bakje.
Het oppervlak van het vlees wordt dan
sneller droog, de kans dat zich ziekte
-
kiemen vormen wordt dan kleiner en
het vlees is dan langer houdbaar.
Er zijn bepaalde vleessoorten die niet
onverpakt bij elkaar kunnen worden be
-
waard. Gebeurt dat wel dan dragen de
vleessoorten ziektekiemen over en be
-
derft het vlees eerder dan nodig is.
Het inruimen, koelen en bewaren van levensmiddelen
22
Plateaus
De plateaus kunt u in hoogte verstellen
zodat er producten van verschillende
hoogte kunnen worden neergezet /
neergelegd.
^
Til het plateau iets op.
^
Trek het iets naar voren.
^
Til het met de uitsparing over de
plateauribben heen.
^
Verplaats het naar boven of naar be
-
neden.
De opstaande rand die aan de achter
-
kant zit moet naar boven wijzen, zodat
de levensmiddelen niet met de achter-
wand in aanraking kunnen komen en
eraan vastvriezen.
Met stopjes wordt voorkomen dat de
plateaus er per ongeluk uit worden ge-
trokken.
Tweedelig plateau
Wanneer u hoge producten in het ap
-
paraat wilt plaatsen kunt u gebruik ma
-
ken van een glasplateau dat uit twee
delen bestaat.
^
Druk het achterste gedeelte van on
-
deren iets omhoog.
^
Til tegelijk het voorste gedeelte iets
op en schuif het onder het achterste
gedeelte.
Op het plateau daaronder kunnen dan
hoge producten worden neergezet /
neergelegd.
Wanneer u de twee gedeelten wilt ver
-
plaatsen, doe dan het volgende.
^
Haal ze uit het apparaat.
^
Plaats de beide plateauhouders aan
weerszijden op de gewenste hoogte
op de plateauribben.
^ Schuif eerst het gedeelte met de op-
staande rand op de houders en de
ribben, daarna het andere gedeelte.
Groente- en fruitladen op
wieltjesrails
(Afhankelijk van het model)
Deze groente- en fruitladen zijn op
wieltjesrails inschuifbaar en uittrekbaar.
Bovendien kunnen ze worden verwij
-
derd om te worden gereinigd.
Het indelen van de binnenruimte
23
Groente- en fruitladen op tele
-
scopische rails
(Afhankelijk van het model)
Deze groente- en fruitladen zijn op tele
-
scopische rails inschuifbaar en uittrek
-
baar.
Bovendien kunnen ze worden verwij
-
derd om te worden gereinigd.
^
Trek de lade naar buiten en til de
lade van de rails.
Schuif de rails daarna weer naar
binnen om beschadigingen te ver
-
mijden.
Wilt u de lade weer terugzetten,
^ trek de rails helemaal naar buiten a,
^
leg de lade daarop.
De voorkanten van rails en lade moe
-
ten evenwijdig lopen b.
^
Schuif de lade naar binnen c.
Deurvak, o.a. voor eieren /
Deurvak voor flessen
Wilt u deze vakken verplaatsen, doe
dan het volgende.
^
Til het vak uit het roestvrijstalen
frame.
^
Schuif het frame naar boven.
^
Plaats het frame op de gewenste
plaats.
Let erop dat het goed vast zit.
^
Zet het vak weer in het frame.
U kunt deze vakken ook uit het frame
halen om er levensmiddelen in te leg-
gen of er uit te halen.
U kunt ze ook met de levensmiddelen
direct op tafel zetten.
Het indelen van de binnenruimte
24
Universeel deurvak
(Afhankelijk van het model)
In het universele deurvak kunnen le
-
vensmiddelen worden bewaard en ook
geserveerd.
Het universele deurvak bestaat uit een
diep vak a en een vlak vak b. Beide
vakken kunnen als losse vakken in het
roestvrijstalen frame worden geplaatst.
Wilt u het universele deurvak als ser-
veerblad gebruiken,
^ zet het vlakke vak b dan in het roest-
vrijstalen frame en gebruik het diepe
vak a als deksel,
^
haal het universele deurvak uit de
houder
^
en zet het op tafel.
Fleshouder
De fleshouder kunt u naar rechts of
links verschuiven.
Daardoor staan de flessen steviger als
u de deur van het apparaat opent en
sluit.
Wanneer u de fleshouder wilt schoon
-
maken adviseren wij u deze er hele
-
maal uit te halen.
^
Schuif de rand aan de voorkant van
de fleshouder naar boven en klik de
fleshouder eruit.
Het indelen van de binnenruimte
25
Het ontdooien van de koelzone
Terwijl de koelkast in werking is, kun
-
nen zich aan de achterwand van de
koelzone rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want
de koelzone wordt automatisch ont
-
dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor
het dooiwater en via de afvoeropening
voor het dooiwater in het verdampings
-
systeem aan de achterkant van het ap
-
paraat.
Let erop dat het dooiwater altijd on
-
gehinderd weg kan lopen.
Houd het gootje en de afvoerope-
ning voor het dooiwater daarom
schoon.
Het automatisch ontdooien
26
Gebruik voor het onderhoud van de
roestvrijstalen gedeelten het Miele-
onderhoudsmiddel voor roestvrij
staal.
Dit middel is verkrijgbaar bij de af
-
deling Onderdelen van Miele Neder
-
land B.V.
Het middel bevat, in tegenstelling tot
een reinigingsmiddel voor roestvrij
staal, geen schurende stoffen en is
zacht voor het materiaal. Zo wordt
vuil behoedzaam gereinigd en wordt
er een film over het roestvrij staal
aangebracht met een water- en vuil
-
werende werking.
Gebruik voor het onderhoud van de
roestvrijstalen gedeelten een middel
dat daar geschikt voor is.
Dit is verkrijgbaar bij de afdeling On-
derdelen van Miele Nederland B.V.
Let erop dat er geen water in de
elektronica of de verlichting terecht-
komt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings
-
water door de afvoeropening voor
het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met
delen van het apparaat die onder
spanning staan en zo kortsluiting
veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte
van het apparaat mag niet worden
verwijderd.
De gegevens zijn nodig in het geval
er een storing optreedt.
Om beschadigingen aan het opper
-
vlak te voorkomen, mag u de volgen
-
de producten bij het reinigen niet ge
-
bruiken:
zuur-, soda-, ammoniak- of chloride
-
houdende reinigingsmiddelen;
kalkoplossende reinigingsmiddelen;
schurende reinigingsmiddelen zoals
schuurpoeder;
oplosmiddelhoudende reinigingsmid
-
delen;
reinigingsmiddelen voor roestvrij
staal;
reinigingsmiddelen voor afwasauto-
maten;
ovensprays;
glasreinigers;
schurende artikelen zoals schuur-
sponsjes, borsteltjes of puimsteen-
tjes;
scherpe schrapers.
Het reinigen en onderhouden van de koelkast
27
Vòòr het reinigen
^
Schakel het apparaat uit.
^
Haal de stekker uit het stopcontact of
schakel de hoofdschakelaar uit.
^
Haal alle producten uit het apparaat
en sla deze op een koele plaats op.
^
Haal alle uitneembare onderdelen uit
het apparaat.
^
Haal de inzetschalen uit de roestvrij
-
stalen frames van de deurvakken.
Om het roestvrijstalen paneel van het
deksel van het boter- en kaasvak te
verwijderen, gaat u als volgt te werk.
^ Haal het boter- en kaasvak er hele-
maal uit.
^ Open het deksel van het boter- en
kaasvak.
^
Maak aan èèn kant van het deksel
het roestvrijstalen paneel van het
deksel los (1.).
^
Druk de witte kunststof knopjes uit de
uitsparingen (2.).
^
Bevestig het roestvrijstalen paneel na
de reiniging in omgekeerde volgorde
weer aan het deksel van het boter-
en kaasvak.
Het reinigen van de binnen
-
ruimte en de toebehoren
^
Reinig het apparaat minstens één
keer in de maand.
^
Gebruik lauwwarm water met wat rei
-
nigingsmiddel.
De volgende onderdelen mogen in de
afwasautomaat worden gereinigd:
het botervlootje, de eierhouders
(voor zover bij dit model horend);
de deurvakken, maar dan wel zonder
roestvrijstalen frames;
het boter- en kaasvak, maar dan wel
zonder roestvrijstalen paneel.
De roestvrijstalen frames en het
roestvrijstalen paneel van het boter-
en kaasvak mogen niet in de afwas-
automaat worden gereinigd.
De temperatuur van het gekozen af-
wasprogramma mag niet hoger zijn
dan 55 °C!
Kunststof onderdelen kunnen in de
afwasautomaat verkleuren, wanneer
ze in aanraking komen met natuur
-
lijke kleurstoffen, zoals die van wor
-
tels, tomaten en ketchup.
Verkleuringen hebben echter geen
negatief effect op de stabiliteit van
de onderdelen.
^
Reinig de plateaus en diepvriesladen
met de hand, want deze onderdelen
mogen niet in de afwasautomaat
worden gereinigd.
Het reinigen en onderhouden van de koelkast
28
^
Reinig het gootje en de afvoerope
-
ning voor het dooiwater in de koelzo
-
ne regelmatig met een wattenstaafje
of iets dergelijks, zodat het dooiwater
altijd ongehinderd weg kan lopen.
^
Neem de binnenruimte en de onder
-
delen na het reinigen met helder wa
-
ter af en droog alles met een doek.
^
Laat de deuren van het apparaat kor
-
te tijd openstaan.
^
Verwijder eventueel vuil met het
Miele-middel voor het onderhoud van
roestvrij staal.
^ Wrijf de roestvrijstalen gedeelten di-
rect na het reinigen in met het Miele-
middel voor het onderhoud van roest-
vrij staal.
Het is belangrijk dat dit na iedere reini-
ging gebeurt.
Dit middel brengt een beschermend
laagje over het roestvrijstalen oppervlak
aan en voorkomt dat het weer snel vuil
wordt.
Het reinigen van de luchttoe
-
voer- en luchtafvoeropeningen
^
Reinig de luchttoevoer- en luchtaf
-
voeropeningen regelmatig met een
kwast of een stofzuiger.
Wanneer zich stof ophoopt wordt er on
-
nodig energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdich
-
ting
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet.
Doet u dat wel, dan wordt de deur-
dichting in de loop van de tijd po-
reus.
^ Reinig de deurdichting regelmatig al-
leen met helder water en wrijf deze
daarna met een doek grondig droog.
Na het reinigen
^ Plaats alle toebehoren weer terug in
de koelkast.
^
Steek de stekker weer in het stopcon
-
tact.
^
Schakel het apparaat weer in.
^
Schakel de Superkoeling - functie in,
zodat de koelkast snel koud wordt.
^
Leg de levensmiddelen weer terug in
het apparaat.
^
Sluit de deur van de koelkast.
Het reinigen en onderhouden van de koelkast
29
Reparaties aan elektrische appara
-
ten mogen alleen door vakmensen
worden uitgevoerd.
Gebeurt dit niet, dan kan de ge
-
bruiker grote risico’s lopen.
Wat moet u doen, wanneer...
...dekoelkast het niet doet?
^
Controleer of:
het apparaat is ingeschakeld
- de temperatuuraanduiding moet
branden -;
de stekker stevig in het stopcontact
zit;
de hoofdschakelaar van de elek-
trische huisinstallatie is ingescha-
keld.
Is dit wel het geval,
^ neem dan contact op met de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V.
...detemperatuur in de koelzone te
laag is?
^
Stel een hogere temperatuur in.
^
Controleer of de superkoeling nog is
ingeschakeld.
Deze wordt na 6 uur automatisch uitge
-
schakeld.
...dekoelkast vaker en voor langere
tijd aanslaat?
^
Controleer of:
de luchttoevoeropening beneden in
de sokkel of de luchtafvoeropening
boven in de koelkastombouw geblok
-
keerd of stoffig is;
u de deur van de koelkast vaak open
en dicht heeft gedaan;
er ineens grote hoeveelheden verse
levensmiddelen in het apparaat zijn
gelegd;
de deur van de koelkast goed dicht
zit.
...indetemperatuuraanduiding
streepjes knipperen?
^ Controleer de temperatuuraandui-
ding ca. 6 uur nadat u het apparaat
hebt ingeschakeld.
Er wordt alleen dan een temperatuur
aangegeven, wanneer die ligt in het be-
reik dat in de temperatuuraanduiding
mogelijk is.
...indetemperatuuraanduiding "F0"
tot en met "F5" verschijnt?
Er is sprake van een technische sto
-
ring.
^
Neem contact op met de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V.
...uhetapparaat niet meer kunt uit
-
schakelen?
De vergrendeling is ingeschakeld.
Nuttige tips
30
...debinnenverlichting in de koelzo
-
ne het niet meer doet?
^
Controleer of de deur van de koelkast
ca. 15 minuten heeft opengestaan.
De verlichting wordt in zo’n geval auto
-
matisch uitgeschakeld.
Heeft de deur niet zo lang opengestaan
en doet de temperatuuraanduiding het
wel, dan is de verlichting kapot.
^
Neem contact op met de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V.
De LED-verlichting mag alleen door
onze technici worden gerepareerd en
vervangen.
Doet u het zelf, dan loopt u het risico
zich te verwonden of het apparaat te
beschadigen, daar zich onder de af-
dekking onderdelen bevinden waar
spanning op staat.
De afdekking mag niet worden ver-
wijderd. Mocht de afdekking zijn be-
schadigd of door beschadiging ver
-
wijderd, let dan op!
Er komen laserstralen klasse 1M vrij,
die u niet met optische instrumenten
zoals een loep mag bekijken.
...debodem van de koelzone nat
is?
De afvoeropening voor het dooiwater is
verstopt.
^
Reinig het gootje en de afvoerope
-
ning voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven
-
genoemde tips niet verhelpen, neem
dan contact op met de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V.
Open als het mogelijk is de deur van
koelkast niet vóórdat de storing is
verholpen.
Op deze manier houdt u het koude-
verlies zo gering mogelijk.
Nuttige tips
31
Vaak voorkomende ge
-
luiden
Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan
-
neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blub, blub.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van
de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de
motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen
-
de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver
-
oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa
-
raat.
Knak ... Het knakken is altijd dan te horen, wanneer het materiaal in het
apparaat uitzet.
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
Geluiden die makkelijk te
verhelpen zijn
Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt
u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-
luiden
Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp
van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of
leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:
Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde
-
len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze
weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen
tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar
aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van
het apparaat: Verwijder de kabelhouder.
Geluiden en de oorzaken ervan
32
Neem bij storingen die u niet zelf kunt
verhelpen contact op met
uw Miele-handelaar
of
de afdeling Klantcontacten van Miele
Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele
Nederland B.V. vindt u op de achterzij
-
de van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afde
-
ling Klantcontacten altijd het type en
het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type-
plaatje in de binnenruimte van het ap-
paraat.
Voor informatie over het Miele Service
Verzekering Certificaat kunt u zich
wenden tot uw Miele-vakhandelaar of
de bijgevoegde folder raadplegen.
Garantietermijn en garantievoorwaar-
den
De garantietermijn bedraagt 2 jaar.
Voor nadere bijzonderheden over de
garantievoorwaarden kunt u bellen met
de afdeling Klantcontacten.
Afdeling Klantcontacten / Garantie
33
Dit apparaat mag alleen door een er
-
kend elektricien op het elektriciteitsnet
worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aan
-
sluitkabel en een stekker met randaar
-
de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz
220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden
aangesloten op een contactdoos met
randaarde.
Het is het beste wanneer de contact
-
doos zich naast het apparaat bevindt
en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een
huisinstallatie worden aangesloten die
volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een
10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-voorschriften geeft men ter
verhoging van de veiligheid het advies
om de huisinstallatie van een aardlek-
schakelaar te voorzien.
Het apparaat mag niet op omvormers
worden aangesloten die bij autonome
stroomvoorzieningen zoals zonne-
energie worden gebruikt.
Wanneer het apparaat in dat geval
wordt ingeschakeld, kunnen er span
-
ningspieken ontstaan, kan het apparaat
om veiligheidsredenen weer worden
uitgeschakeld en kan de elektronica
beschadigd raken.
Het apparaat mag ook niet met een
energievoorkeurstekker worden ge
-
bruikt.
Het is mogelijk dat er in dat geval te
weinig energie naar het apparaat wordt
toegevoerd en dat componenten in het
apparaat te warm worden.
Het is niet toegestaan om het apparaat
met een verlengsnoer op het elektrici
-
teitsnet aan te sluiten.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge
-
bruik van het apparaat namelijk niet
worden gewaarborgd in verband met
het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het
elektriciteitsnet of aan de aansluitkabel
iets worden veranderd dan mag dat
uitsluitend door een erkend bedrijf
gebeuren.
Elektrische aansluiting
34
Een apparaat dat niet is ingebouwd
kan kantelen!
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for
-
nuis, een verwarming of in de buurt van
een raam waar de zon direct door heen
kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur
is, des te langer het apparaat staat te
ronken en des te hoger het stroomver
-
bruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan
worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli-
maatklasse is een kamertemperatuur-
bereik waarbinnen de temperatuur zich
moet bewegen en waar deze niet bo-
ven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat
staat aangegeven op het typeplaatje
aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN
N
ST
T
+10 °C tot +32 °C
+16 °C tot +32 °C
+16 °C tot +38 °C
+16 °C tot +43 °C
Een te lage kamertemperatuur heeft tot
gevolg dat het apparaat voor langere
tijd afslaat.
Dat heeft weer tot gevolg dat de tempe
-
raturen in het apparaat te hoog zijn.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van het
apparaat wordt warm.
Daarom moet de meubelombouw zoda
-
nig zijn geconstrueerd dat een goede
luchttoevoer en luchtafvoer gewaar
-
borgd zijn.
De lucht wordt via de sokkel van het
apparaat toegevoerd.
Voor de luchtafvoer moet aan de ach
-
terkant van het apparaat een luchtaf
-
voerkanaal van minstens 38 mm diepte
worden geplaatst.
De doorsnede hiervan en ook die van
de luchtafvoeropening onder het pla-
fond moet minstens 200 cm
2
bedragen,
zodat de warme lucht ongehinderd kan
worden afgevoerd.
Is dat niet het geval, dan moet het ap-
paraat meer presteren, wat meer
stroom vergt.
De luchttoevoer- en luchtafvoerope-
ningen mogen niet worden afgedekt
of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig
stofvrij worden gemaakt.
Montage-instructies
35
Voordat u het apparaat in
-
bouwt
^
Haal de opvulstrip, de afdichtings
-
band en andere toebehoren uit het
apparaat of van de achterwand van
het apparaat.
^ Verwijder in geen geval de volgende
voorwerpen van de achterwand van
het apparaat.
De afstandhouders.
Deze zorgen voor de noodzakelijke
afstand tussen de achterwand van
het apparaat en de muur.
De zakjes die zich tussen de achter-
wand van het apparaat en de meta-
len roosters bevinden (afhankelijk
van het model).
Ze zijn belangrijk voor de werking
van het apparaat. De inhoud ervan is
niet giftig en niet gevaarlijk.
^
Verwijder de kabelhouder van de
achterwand van het apparaat.
^
Verwijder de rode transportbeveili
-
ging a en sluit het vrijgekomen gat
met het bijgevoegd stopje b af.
^ Controleer of de onderdelen aan de
achterwand van het apparaat ner-
gens tegenaan kunnen komen. Buig
ze zo nodig de andere kant op.
Had uw oude apparaat een
andere scharniertechniek?
Wanneer uw oude apparaat een andere
scharniertechniek had kunt u toch de
meubeldeur gebruiken. Verwijder in dat
geval het oude beslag van de inbouw
-
kast. We hebben dit niet meer nodig
daar de meubeldeur op de deur van
het apparaat wordt gemonteerd.
Alle benodigde onderdelen worden bij
-
gevoegd of kunnen bij de afdeling On
-
derdelen van Miele Nederland B.V.
worden besteld.
Montage-instructies
36
Roestvrijstalen front
(Afhankelijk van het model)
Heeft uw oude apparaat een andere
scharniertechniek gehad en kunt of wilt
u de oude meubeldeur niet meer ge
-
bruiken, of is uw meubeldeur om een
andere reden niet meer te gebruiken,
kunt u deze door een roestvrijstalen
front vervangen.
Het roestvrijstalen front kan bij de af
-
deling Onderdelen of bij de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V. worden besteld.
Montage-instructies
37
Hoogte van de inbouwkast [mm
A
K 9552 iD (-1) 1397 - 1413
K 9752 iD (-1) 1772 - 1788
Inbouwmaten
38
De deurscharnieren zijn vanuit de fa
-
briek zo ingesteld, dat de deur van het
apparaat ver open kan.
Zijn er echter redenen dat de deur niet
zo ver open mag, dan kunnen de deur
-
scharnieren worden aangepast en de
deuropeningshoek worden verkleind.
Wanneer de deur van het apparaat bij
voorbeeld tegen een aangrenzende
muur slaat wanneer hij opengaat, moet
de deuropeningshoek tot 90° worden
verkleind.
^
Plaats de bijgevoegde stiften van bo
-
ven in de scharnieren.
De openingshoek is nu 90°.
Het instellen van de deurscharnieren
39
Het apparaat wordt geleverd met een
rechtsscharnierende deur.
Moet de deur linksscharnierend zijn,
verander dan de draairichting.
Daarvoor hebt u het volgende ge
-
reedschap nodig:
een kruiskopschroevendraaier;
een sleufschroevendraaier;
Torx-schroevendraaiers in verschil
-
lende maten;
een steeksleutel.
Deur van het apparaat
^ Open de deur van het apparaat.
^
Haal de afdekkingen a, b en c er
met behulp van een sleufschroeven
-
draaier af.
^
Draai de bevestigingsschroeven d
boven en beneden een beetje los.
^
Schuif de deur van het apparaat naar
buiten en licht deze eruit e.
^
Draai de bevestigingsschroeven d
er helemaal uit en schroef ze er bo
-
ven en onder aan de tegenoverge
-
stelde kant f losjes weer in.
Voor het geval u stiften in de scharnie
-
ren hebt geplaatst voor het verkleinen
van de deuropeningshoek:
^ Trek de stiften uit de scharnieren.
Het losmaken van de deursluitings-
demper
^ Leg de losse deur op een stabiele
ondergrond met de buitenkant naar
beneden.
^
Schuif spanveer a met een schroe
-
vendraaier voorzichtig naar buiten.
Het veranderen van de draairichting van de deur
40
De deursluitingsdemper trekt in ge
-
demonteerde toestand samen.
Let erop dat u zich niet bezeert.
^
Schroef houder b eraf en verwijder
deursluitingsdemper c.
^
Maak kogelpen d met behulp van de
steeksleutel los en verwijder de pen.
^
Zet de deur van het apparaat zo neer
dat u de scharnieren aan de voorkant
kunt losmaken.
De scharnieren blijven geopend.
^
Draai de schroeven a eruit en sluit
de vrijgekomen gaten af met de bij
-
gevoegde stopjes c.
Klap de scharnieren niet samen.
Doet u dat wel, dan kunt u zich be
-
zeren.
^
Plaats de scharnieren diagonaal aan
de andere kant b.
^
Gebruik voor het vastschroeven van
de scharnieren een accu-schroeven
-
draaier.
De schroeven a zijn zelfsnijdend.
Het vastmaken van de deursluitings
-
demper
^
Leg de deur opnieuw op een stabiele
ondergrond met de buitenkant naar
beneden.
^ Schroef de kogelpen d van de deur-
sluitingsdemper c in het nieuwe gat.
^
Schuif spanveer a weer naar binnen.
^
Schroef houder b aan het scharnier
vast.
^
Trek de deursluitingsdemper c uit
elkaar en haak hem er in kogelpen d
in.
Het veranderen van de draairichting van de deur
41
^ Schuif de deur op de voorgemonteer-
de schroeven a en draai de schroe-
ven stevig aan.
^ Klik de afdekkingen a, b en c
erop.
^
Plaats de stiften ter verkleining van
de deuropeningshoek altijd van bo
-
ven in de scharnieren.
Het veranderen van de draairichting van de deur
42
Alle stappen bij de montage worden
gedemonstreerd met een apparaat
met een rechtsscharnierende deur.
Hebt u een apparaat met een links
-
scharnierende deur, houd daar dan
bij de montage rekening mee.
Voor het inbouwen van het apparaat
hebt u nodig:
een kruiskopschroevendraaier,
Torx-schroevendraaiers in verschil
-
lende maten
en een inbussleutel.
Gewicht van de meubeldeur
Controleer voordat u de meubeldeur
monteert of deze het maximaal toelaat-
bare gewicht niet overschrijdt.
Apparaat
Maximaal gewicht
van de meubeldeur
in kg
K 9552 iD (-1) 15
K 9752 iD (-1) 18
Wanneer er een meubeldeur wordt
gemonteerd die het maximaal toe
-
laatbare gewicht van de deur over
-
schrijdt, kunnen de scharnieren be
-
schadigd raken.
Inbouw in een scheidingswand
Wanneer het apparaat in een schei
-
dingswand wordt ingebouwd, moet de
achterkant van de inbouwkast op de
plek worden afgedekt waar het appa
-
raat moet komen.
Het stellen van de inbouwkast
^
Stel de inbouwkast voordat u het ap
-
paraat inbouwt heel precies met een
waterpas.
De hoeken van de kast moeten alle
-
maal 90° zijn, omdat de meubeldeur
anders niet precies tegen alle vier de
hoeken aanligt.
Het inbouwen van het apparaat
43
Voordat u het apparaat in
-
bouwt
^ Schuif opvulplaat a in de houder.
De bultjes moeten daarbij naar bene-
den wijzen.
^ Klik de opvulplaat met de bultjes in
de sleutelgaten.
^ Zorg ervoor dat de aansluitkabel zo
komt te liggen dat het apparaat mak
-
kelijk kan worden aangesloten nadat
het is ingebouwd.
^
Schuif het apparaat voor tweederde
in de inbouwkast.
Let er daarbij op dat de aansluitkabel
niet ergens tussen beklemd raakt.
Alleen bij meubelwanden van 16 mm
dik:
^
Klik de afstandsstukken b op de
scharnieren vast.
^
Open de deur van het apparaat.
^ Verwijder de afdekking c die in de
hoek aan de bovenkant zit met be-
hulp van een sleufschroevendraaier.
^
Plaats afdekking d op bevestigings
-
haak e.
^
Maak bevestigingshaak e met de
schroeven f (M5 x 15) aan de bo
-
venkant van het apparaat vast.
Het inbouwen van het apparaat
44
^ Plaats afdekking g op bevestigings-
haak h.
^ Maak bevestigingshaak h met de
schroeven i (M5 x 15) aan de on-
derkant van het apparaat vast.
^ Trek de beschermfolie van afdich-
tingsband j af.
^ Plak de afdichtingsband parallel aan
de voorkant en wel aan die kant waar
de deur wordt geopend.
Houd de afdichtingsband daarbij te
-
gen de onderkant van de bovenste
afdekking d en knip de band
2-3mmboven de onderste beves
-
tigingshaak h af.
^
Schuif het apparaat zover in de in
-
bouwkast, totdat de afdekkingen d
en g evenwijdig lopen met de zij
-
wand van de inbouwkast.
Het inbouwen van het apparaat
Wanneer de wand 16 mm dik is,
moeten de afstandstukken boven en
onder tegen de voorkant van de
wand van de inbouwkast a aanko
-
men.
Wanneer de wand 19 mm dik is,
moet de voorkant van de scharnieren
boven en onder evenwijdig lopen
met de voorkant van de zijwand van
de inbouwkast b.
^
Controleer nog eens, of de afdek
-
kingen op de bevestigingshaken aan
de boven- en onderkant evenwijdig
lopen met de voorkant van de zij
-
wand van de inbouwkast d.
Het inbouwen van het apparaat
45
Zo wordt over de hele breedte tussen
het apparaat en de voorkant van de zij
-
wanden van de kast een afstand aan
-
gehouden van 42 mm.
Bij meubels met deurelementen zoals
deurbeslagen, deurstuiters en stoot
-
blokjes moet rekening worden gehou
-
den met de afmetingen van deze ele
-
menten, zodat ook hier over de hele
voorkant een afstand van 42 mm wordt
aangehouden.
^
Trek het apparaat naar voren en wel
zover als de extra afmeting van de
deurelementen.
De scharnieren en afdekkingen steken
nu naar buiten.
Tip: Verwijder de deurelementen. Ook
dan kunt u er zeker van zijn dat de
meubeldeur parallel loopt met de meu-
beldeuren daarnaast.
Wordt er tussen het apparaat en de
voorkant van de zijwanden van de
kast geen afstand van 42 mm aan
-
gehouden, gaat de deur misschien
niet goed dicht.
Dat kan ertoe leiden dat zich ijs of
condenswater vormt en dat er sto
-
ringen optreden in de werking van
het apparaat.
^
Stel het apparaat aan beide kanten
via de stelvoeten met de bijgevoegde
steeksleutel c.
Het vastmaken van het appa
-
raat in de inbouwkast
^ Druk het apparaat met de kant waar
de scharnieren zitten tegen de wand
van de inbouwkast.
Verbind het apparaat boven en onder
met de inbouwkast en wel door het vol-
gende te doen.
^
Draai de lange spaanplaatschroeven
a (4 x 20 mm) boven en onder door
de scharnierlussen.
Het inbouwen van het apparaat
46
^ Draai de schroeven b die aan de
bevestigingshaken c aan de boven-
en onderkant zitten een beetje los.
^ Schuif de bevestigingshaken c tot
aan de meubelwand en draai de
schroeven b weer vast.
^
Maak de bevestigingshaken c met
de schroeven d aan de meubelwand
vast.
Boor de gaten in de meubelwand
indien nodig voor.
^
Breek het uitstekende gedeelte van
de bovenste afdekking e af en plaat
-
s de afdekking omgedraaid op de
bovenste bevestigingshaak c.
^
Plaats de langere afdekking f op de
bovenste bevestigingshaak c.
^
Breek het uitstekende gedeelte van
de onderste afdekking e af.
Dit hebt u niet meer nodig.
^
Plaats afdekking g op de onderste
bevestigingshaak c.
^
Sluit de deur van het apparaat.
Het monteren van de meubel
-
deur
^
Stel de afstand tussen de deur van
het apparaat en de bevestigingstra
-
verse in op 8 mm a.
^
Schuif de montagehulpstukken b ter
hoogte van de meubeldeur.
Daarbij moet de onderkant van de
haken X van de montagehulpstukken
zich op gelijke hoogte bevinden als
de bovenrand - van de te monteren
meubeldeur.
^
Schroef de moeren c eraf en haal
bevestigingstraverse d er samen
met de montagehulpstukken af.
Het inbouwen van het apparaat
47
^ Teken met een potlood een middellijn
op de binnenkant van de meubel-
deur.
^ Hang bevestigingstraverse d met de
montagehulpstukken op de binnen-
kant van de meubeldeur.
Stel de bevestigingstraverse precies
in het midden.
^
Maak de bevestigingstraverse met
minstens 6 korte spaanplaatschroe
-
ven e (4 x 14 mm) vast.
Gebruik bij cassettedeuren slechts 4
schroeven aan de rand.
^
Trek de montagehulpstukken naar
boven en trek ze eruit f.
^
Draai de montagehulpstukken en
steek ze helemaal in de middelste
gleuven van bevestigingstraverse g.
^ Hang de meubeldeur op de stel-
schroeven h.
^ Draai de moeren c losjes op de stel-
schroeven.
^ Sluit de deur en controleer de af-
stand van de deur tot de meubel-
deuren daarnaast.
^ Stel de meubeldeur ten opzichte van
de meubeldeuren daarnaast.
Het stellen aan de zijkanten:
de juiste afstand X krijgt u door de
meubeldeur te verschuiven.
Het stellen in de hoogte:
de juiste afstand Y krijgt u door met
een schroevendraaier aan de stel
-
schroeven h te draaien.
^
Draai de moeren c stevig aan.
Het inbouwen van het apparaat
48
Het vastschroeven van de deur van
het apparaat aan de meubeldeur
^ Schroef bevestigingshaak a met de
zeskantige schroef b op de voorge-
boorde gaten in de deur van het ap-
paraat.
^ Let erop dat de beide metalen ran-
den c (symbool II) evenwijdig lopen.
^
Boor de bevestigingspunten d vòòr
en draai er de schroeven e
(4 x 14 mm) in.
^
Schroef bij een grote meubeldeur of
een deur die uit verschillende ge
-
deelten bestaat een tweede paar be
-
vestigingshaken a in het handvatge
-
deelte van de deur vast.
Gebruik daarvoor de voorgeboorde
gaten in de deur van het apparaat.
^
Stel de meubeldeur in de diepte met
afstand Z:
Draai de schroeven f aan de boven
-
kant van de deur van het apparaat en
draai de schroef g aan de beves
-
tigingshaak aan de onderkant los.
^
Stel tussen meubeldeur en de kast
-
ruimte aan de voorkant een lucht
-
spleet van 2 mm in door de meubel
-
deur te verschuiven.
^ Sluit de deur.
Stel ze in lijn met de meubeldeuren
daarnaast.
^
Draai de moeren h aan de deur van
het apparaat vast.
Houd de stelschroef i daarbij met
een schroevendraaier vast.
^
Opvulplaat j mag niet uitsteken
maar moet volledig in de inbouwkast
verdwijnen.
^
Draai alle schroeven nog eens stevig
aan.
Het inbouwen van het apparaat
49
^ Zet de afdekplaatjes erop.
U kunt er zeker van zijn dat het appa-
raat goed is ingebouwd, als:
de deur van het apparaat goed sluit;
de deur van het apparaat niet tegen
de kast aan komt;
de dichting in de hoek aan de bo-
venkant waar het handvat zit stevig
zit.
Controle
^
Leg een zaklamp in het apparaat en
doe de deur van het apparaat dicht.
^
Doe het licht in het vertrek uit.
^
Controleer of het licht in het apparaat
aan de zijkanten naar buiten dringt.
Is dat het geval,
^
neem dan alle montagestappen weer
één voor één door.
Het inbouwen van het apparaat
50
51
Wijzigingen voorbehouden / 4910
K 9552 iD (-1), K 9752 iD (-1)
M.-Nr. 07 925 780 / 00
14


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Miele k 9752 id 330l at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Miele k 9752 id 330l in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 0,8 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info