70039
30
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/32
Next page
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de koelkast
K 823 Ui
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M
M.-Nr. 06 657 370
Algemeen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 3
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Het besparen van energie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
Het in- en uitschakelen van de koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
Bij langere afwezigheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11
De juiste temperatuur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
. . . in de koelruimte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Het instellen van de temperatuur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
Temperatuuraanduiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12
De functie "Superkoeling". . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Het inruimen van levensmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
Het koelen en bewaren van levensmiddelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15
Waar u op moet letten bij het koelen en bewaren van levensmiddelen . . . . . . . . 15
Het automatisch ontdooien van de koelkast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Het reinigen van de koelkast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Het reinigen van de buitenkant, de binnenruimte en de toebehoren . . . . . . . . . . 18
Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen. . . . . . . . . . . . . . . . . 18
Het reinigen van de koelkast. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Het reinigen van de deurdichting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Nuttige tips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Geluiden en de oorzaken ervan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 22
Technische Dienst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
Montage-instructies. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Plaats van opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Klimaatklasse . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Luchttoevoer en luchtafvoer . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Voordat u het apparaat inbouwt. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
Inbouwmaten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
Het inbouwen van de koelkast . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Het stellen van de koelkastdeur . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Het onderbouwen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 27
Het instellen van de sokkeldiepte . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 28
Het monteren van de meubeldeur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 29
Inhoud
a Temperatuurregelaar
b Controlelampje voor de Superkoeling
c Superkoeling - toets
a Uitneembare voorraadbak
b Koelwagen
c Gootje en afvoerbuisje voor het
dooiwater
d Luchttoevoer- en luchtafvoerope-
ningen
d Temperatuuraanduiding koelzone
e Lichtcontactschakelaar
Algemeen
3
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat
tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen
omdat dit het milieu relatief weinig be
-
last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmate
-
riaal wordt er op grondstoffen bespaard
en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking
in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Afgedankte elektrische en elektroni
-
sche apparaten bevatten meestal nog
waardevolle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke
stoffen die nodig zijn geweest om de
apparaten goed en veilig te laten functi
-
oneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het
gewone huisafval doet, kunnen deze
stoffen mens en milieu schaden.
Doe het apparaat daarom in geen ge-
val bij het gewone huisafval, maar lever
het in bij het inzameldepot van uw ge-
meente.
Let erop dat de buisleidingen van uw
apparaat niet worden beschadigd,
wanneer dit wordt weggebracht om op
vakkundige wijze en zonder het milieu
al te veel schade te berokkenen te wor
-
den verschroot. Dan kan men er zeker
van zijn dat koelmiddelen die zich in
het koelsysteem bevinden en de olie
die zich in de compressor bevindt niet
in het milieu terechtkomen.
Neem ook de aanwijzingen in het
hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en
waarschuwingen" in acht.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
4
Deze koelkast voldoet aan de voor
-
geschreven veiligheidsmaatregelen.
Door ondeskundig gebruik kunnen
personen echter letsel oplopen en
kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daar
-
om eerst aandachtig door voordat u
dit apparaat voor het eerst gebruikt.
Hierin vindt u belangrijke instructies
met betrekking tot de inbouw, de
veiligheid, het gebruik en het onder
-
houd van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en
geef deze door aan de eventuele
volgende eigenaar van de koelkast.
Efficiënt gebruik
Deze koelkast is uitsluitend be-
stemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze koelkast uitsluitend
voor het koelen en bewaren van le-
vensmiddelen.
Gebruik voor andere doeleinden is on-
toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor schade die is ontstaan door ge
-
bruik voor andere doeleinden dan hier
aangegeven of door een foutieve be
-
diening.
Technische veiligheid
Dit apparaat bevat het koelmiddel
Isobutan (R600a).
Dit is een natuurlijk gas dat het milieu
weinig belast, maar wel brandbaar is.
Het gas is niet schadelijk voor de ozon
-
laag en verhoogt het broeikaseffect
niet, maar het gebruik van dit gas heeft
er wel toe geleid dat het apparaat meer
lawaai maakt wanneer het aanstaat. Be
-
halve de geluiden van de compressor
kunen er dan in het hele koelsysteem
stromingsgeluiden optreden. Deze
effecten zijn helaas niet te vermijden,
maar hebben geen negatieve invloed
op de capaciteit van het apparaat.
Let er bij het transport en bij de plaat-
sing van het apparaat op dat er geen
onderdelen van het koelsysteem wor-
den beschadigd.
Door vrijkomend koelmiddel kan men
oogletsel oplopen.
Wordt het koelsysteem toch bescha-
digd:
- vermijd dan open vuur of andere
brandhaarden,
- trek de stekker uit het stopcontact,
- lucht het vertrek waar het apparaat
staat enkele minuten lang door
- en neem contact op met de Techni-
sche Dienst.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
5
Hoe meer koelmiddel een koelkast
bevat, des te groter moet het ver
-
trek zijn waarin de koelkast wordt opge
-
steld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich
bij een eventuele lek een brandbaar
mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek
minstens 1 m
3
groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de koel
-
kast bevat staat op het typeplaatje in
de binnenkant van het apparaat.
Voordat u uw koelkast aansluit
dient u altijd de aansluitgegevens
(zekering, spanning en frequentie) op
het typeplaatje met die van het elektrici-
teitsnet te vergelijken.
Deze moeten beslist overeenkomen,
omdat de koelkast anders beschadigd
raakt.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
De elektrische veiligheid van de
koelkast is uitsluitend gegaran-
deerd als deze wordt aangesloten op
een aardingssysteem dat volgens de
geldende veiligheidsbepalingen is ge
-
ïnstalleerd.
Het is zeer belangrijk dat aan deze fun
-
damentele veiligheidsvoorwaarde is
voldaan. Laat de huisinstallatie bij twij
-
fel door een vakman controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor
-
den gesteld voor schade die is ont
-
staan door een ontbrekende of bescha
-
digde aarddraad (bijv. een elektrische
schok).
Een veilig gebruik van de koelkast
is alleen dan gegarandeerd, wan
-
neer het apparaat wordt gemonteerd
en aangesloten volgens de instructies
die in de gebruiksaanwijzing staan.
Wanneer dit apparaat op een
niet-stationaire locatie (bijv. op een
boot of in een camper) moet worden
geplaatst, mag het uitsluitend door een
vakman/vakvrouw worden ingebouwd
en aangesloten. Hierbij moet aan alle
voorwaarden voor een veilig gebruik
worden voldaan.
Installatie- en onderhoudswerk
-
zaamheden als ook reparaties mo
-
gen alleen door erkende vakmensen
worden uitgevoerd.
Ondeskundig uitgevoerde installatie- en
onderhoudswerkzaamheden, als ook
ondeskundig uitgevoerde reparaties
kunnen groot gevaar opleveren voor de
gebruiker waarvoor de fabrikant niet
aansprakelijk kan worden gesteld.
Er staat alleen dan geen elek-
trische spanning op de koelkast als
aan één van de volgende voorwaarden
is voldaan:
als de hoofdschakelaar van de huis-
installatie is uitgeschakeld,
of als de stekker uit het stopcontact
is getrokken.
Trek daarbij aan de stekker en niet
aan de aansluitkabel.
De koelkast mag niet via een ver
-
lengsnoer op het elektriciteitsnet
worden aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge
-
bruik van het apparaat niet worden ge
-
waarborgd in verband met het gevaar
voor oververhitting.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
6
Gebruik
Bewaar geen stoffen in de koelkast
die drijfgassen of andere verstui
-
vingsmiddelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt inge-
schakeld kunnen vonken ontstaan.
Deze kunnen licht ontvlambare produc
-
ten tot explosie brengen.
Gebruik geen elektrische appara
-
ten in dit apparaat, bijv. voor het
maken van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont
-
staan en bestaat er gevaar voor een ex
-
plosie.
Plaats dranken met een hoog alco-
holpercentage alleen rechtop en
altijd goed gesloten in de koelkast in
verband met explosiegevaar.
Wanneer u levensmiddelen eet die
te lang zijn bewaard, loopt u het ri-
sico voedselvergiftiging op te doen.
De bewaartijd hangt van vele factoren
af, zoals de versheid en kwaliteit van de
levensmiddelen en de temperatuur
waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmid
-
delenfabrikanten in acht en houd in de
gaten tot welke datum de levensmid
-
delen uiterlijk houdbaar zijn.
Gebruik geen scherpe voorwerpen
om
rijp- en ijslagen te verwijderen
en vastgevroren ijsbakjes en/of vast
-
gevroren levensmiddelen los te wrik
-
ken.
Wanneer u dat doet beschadigt u de
verdampers en functioneert de koelkast
niet meer.
Gebruik geen ontdooisprays of an
-
dere middelen om te ontdooien.
Deze kunnen explosieve gassen vor
-
men, ze kunnen oplosmiddelen of drijf
-
gassen bevatten die het kunststof be
-
schadigen of ze kunnen schadelijk zijn
voor de gezondheid.
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet.
Wanneer u dat doet dan wordt de deur
-
dichting in de loop van de tijd poreus.
Zet geen culinaire olie in de koel
-
kastdeur.
Doet u dat wel dan kunnen er scheuren
in het kunststof materiaal van de deur
ontstaan.
Sluit de luchttoevoeropening in de
sokkel en de luchtafvoeropening
boven in de kastombouw niet af.
Wanneer deze openingen geblokkeerd
zijn kan er geen goede luchtgeleiding
plaatsvinden, waardoor het stroomver-
bruik stijgt en bepaalde onderdelen van
de koelkast kunnen beschadigen.
De koelkast is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een
klimaatklasse is een kamertemperatuur
-
bereik, waarbinnen de temperatuur zich
moet bewegen en waar deze niet bo
-
ven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koelkast staat
aangegeven op het typeplaatje aan de
binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge
-
volg dat de koelkast voor langere tijd
afslaat zodat het apparaat de vereiste
temperatuur niet kan aanhouden.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
7
Gebruik voor het ontdooien en rei
-
nigen van de koelkast nooit een
stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de
-
len van het apparaat die onder span
-
ning staan en zo kortsluiting veroor-
zaken.
Wat te doen wanneer u het ap
-
paraat afdankt
Voorkom dat kinderen zich bij het
spelen insluiten en in levensgevaar
komen door het slot onklaar te maken.
Haal de stekker uit het stopcontact
en maak de aansluitkabel onbruik-
baar.
Beschadig geen delen van het
koelsysteem, bijv. door
koelmiddelkanalen van de verdam-
per open te prikken;
buisleidingen om te buigen;
beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat
oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies
niet worden opgevolgd kan de fabri
-
kant niet verantwoordelijk worden
gesteld voor schade die daar even
-
tueel het gevolg van is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
8
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden ge
-
ventileerd
In gesloten ruimten waar niet kan
worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet di
-
rect op kan schijnen
Op een plaats waar de zon direct
op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (ver
-
warming, fornuis)
Naast een warmtebron (verwar
-
ming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca.
20 °C
Bij een hogere omgevingstempe
-
ratuur
Temperatuurinstelling
in standen
Instelling van één van de middel
-
ste standen: 2 of 3.
Hoe hoger de stand, hoe lager de
temperatuur, des te hoger het
energieverbruik
Temperatuurinstelling
in graden
(Digitale weergave)
Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake
-
ling: schakel bij omgevingstempe
-
raturen lager dan 16 °C de winter
-
schakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: - 18 °C
Dagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer dat
nodig is en dan nog zo kort moge-
lijk.
De temperatuur in het apparaat
wordt hoger naarmate de deur va-
ker wordt geopend en de deur
langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het in-
ruimen meteen op de goede plek.
Moet u lang zoeken, dan stijgt de
temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en
dranken eerst afkoelen.
Zijn de levensmiddelen nog warm,
moet de motor langer werken om
de vereiste temperatuur te berei
-
ken.
Leg de levensmiddelen alleen af
-
gedekt of verpakt in het apparaat.
Wanneer vloeibare stoffen in de
koelzone condenseren neemt de
koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de
koelzone wanneer ze moeten ont
-
dooien.
Plaats de levensmiddelen niet te
dicht op elkaar zodat de lucht tus
-
sen de levensmiddelen kan circu
-
leren.
Het besparen van energie
9
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte
wanneer er een ijslaag van 1 cm
in zit.
Een ijslaag in het diepvries
-
gedeelte bemoeilijkt het invriezen
en bewaren van producten in dit
gedeelte. Daardoor stijgt het
stroomverbruik.
Het besparen van energie
10
Voor het eerste gebruik
^
Reinig de binnenkant van de koelkast
en de toebehoren. Gebruik daarvoor
lauwwarm water met een beetje reini
-
gingsmiddel.
^
Wrijf daarna alles met een doek
droog.
Laat het apparaat nadat u het hebt
geplaatst eerst ca.
1
/
2
tot 1 uur staan
voordat u het aansluit. Dat is voor
een goede werking van de koel-
vriescombinatie zeer belangrijk.
Het inschakelen van de koel-
kast
^ Draai de temperatuurregelaar vanuit
stand "0’ op één van de andere stan-
den.
In de temperatuuraanduiding knippert
er kort een 8, waarna er een streep be-
gint te branden.
Het apparaat begint te koelen.
Wanneer de deur wordt geopend gaat
de binnenverlichting aan.
Het uitschakelen van de koel
-
kast
^
Draai de temperatuurregelaar vanuit
stand "1" terug op stand "0".
De temperatuuraanduiding gaat uit.
De koeling en de binnenverlichting zijn
uitgeschakeld.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de koelkast vrij lange tijd
niet meer gebruikt, doe dan het
volgende.
^
Schakel het apparaat uit.
^
Trek de stekker uit het stopcontact.
^
Reinig het apparaat.
^
Laat de deur van het apparaat iets
openstaan om te voorkomen dat er
luchtjes ontstaan.
Wordt het apparaat in zulke gevallen
wel uitgeschakeld, maar niet gerei-
nigd en niet opengezet, bestaat het
gevaar dat zich schimmel vormt.
Het in- en uitschakelen van de koelkast
11
Het is voor de houdbaarheid van de le
-
vensmiddelen zeer belangrijk dat de
juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de
levensmiddelen erg snel. De tempera
-
tuur beïnvloedt de snelheid waarmee
de micro-organismen groeien. Hoe la
-
ger de temperatuur, des te langer het
duurt voordat de levensmiddelen be
-
derven.
Wanneer u voor het bewaren van le
-
vensmiddelen de juiste temperatuur in
-
stelt kunt u daarmee bederf voorkomen
of vertragen.
De temperatuur in het apparaat wordt
hoger, naarmate
de deur van het apparaat vaker
wordt geopend en de deur langer
geopend blijft;
er meer levensmiddelen worden op-
geslagen;
de temperatuur van de net opgesla-
gen levensmiddelen hoger is;
de omgevingstemperatuur hoger is.
De koelkast is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli
-
maatklasse is een temperatuurbe
-
reik, waarbinnen de kamertempera
-
tuur zich moet bewegen en waar
deze niet boven of onder mag lig
-
gen.
. . . in de koelruimte
Daarom adviseren wij voor het midden
van de koelruimte een koeltemperatuur
van 5 °C.
Het instellen van de
temperatuur
De temperatuur kunt u instellen met be
-
hulp van de temperatuurregelaar.
^
Draai de temperatuurregelaar op een
stand tussen de 1 en 7.
Hoe hoger de stand aan de tempera
-
tuurregelaar, des te lager de tempera
-
tuur in het apparaat.
Wij adviseren één van de middelste
standen.
Wanneer de deur van het apparaat
zeer vaak open wordt gedaan, grote
hoeveelheden levensmiddelen in de
koelruimte worden gelegd of de omge-
vingstemperatuur hoog is, adviseren wij
een stand van 4 tot 7.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding geeft bij
normaal gebruik de gemiddelde tempe-
ratuur in het apparaat aan.
Ligt de temperatuur in het apparaat niet
in het bereik dat in de temperatuuraan
-
duiding mogelijk is, d.w.z. tussen de 0
en 9 °C, brandt er in de temperatuur
-
aanduiding alleen een streep.
Door de natuurlijke luchtcirculatie zijn
er in het apparaat plaatsen die warmer
of kouder zijn dan de aangegeven tem
-
peratuur. Dat is geen storing, maar nor
-
maal.
Gebruik deze verschillende tempera
-
tuurzones om de levensmiddelen op de
juiste plek in de koelkast op te slaan.
De juiste temperatuur
12
Het gebruik van de superkoe
-
ling
Met behulp van de functie "Superkoe
-
ling" daalt de temperatuur in de koelzo
-
ne zeer snel zo laag mogelijk. Hoe laag
hangt af van de kamertemperatuur.
Het gebruik van de superkoeling is
vooral dan aan te raden, wanneer u
grote hoeveelheden verse levensmid
-
delen of drank opslaat en snel wilt laten
afkoelen.
Het inschakelen van de superkoeling
^ Druk op de Superkoeling - toets.
Daarna begint het controlelampje van
deze toets te branden.
De temperatuur in het apparaat daalt
doordat de koelcapaciteit van het ap-
paraat maximaal is.
Het uitschakelen van de superkoeling
De superkoeling wordt automatisch na
ca. 6 uur uitgeschakeld.
Het controlelampje gaat uit en de koel
-
capaciteit van het apparaat is weer nor
-
maal.
Om energie te besparen kunt u de su
-
perkoeling zelf uitschakelen zodra de
levensmiddelen of dranken koel ge
-
noeg zijn.
^
Druk op de Superkoeling - toets.
Daarna gaat het controlelampje van
deze toets uit.
De koelcapaciteit van het apparaat is
weer normaal.
De functie "Superkoeling"
13
Door de natuurlijke luchtcirculatie ont
-
staan er in de koelruimte zones met
verschillende temperaturen.
De koude, zware lucht zakt in het on
-
derste gedeelte van het apparaat.
Maak bij het inruimen van de levens
-
middelen van deze verschillende
koudezones gebruik.
Verdere tips voor het inruimen van le
-
vensmiddelen
^
Bewaar in de uitneembare voorraad
-
bakken van boven naar beneden:
boter, kaas, jam, koffiemelk, tubes,
conservenblikjes, eieren, zuivelpro
-
ducten, kant-en-klaar-gerechten,
vlees, vis en worst.
^
Bewaar in de koelwagen:
fruit, groenten, salades en flessen.
Wanneer u groenten en fruit in één
bak bewaart, houdt u er dan reke
-
ning mee dat er natuurlijke gassen
vrijkomen die invloed kunnen heb-
ben op de houdbaarheid van andere
levensmiddelen.
Zet geen culinaire olie in de koelwa-
gen.
Wanneer u dat doet kunnen er
scheuren in het kunststof materiaal
van de deur ontstaan.
Het inruimen van levensmiddelen
14
Waar u op moet letten bij het
koelen en bewaren van
levensmiddelen
Zoals al opgemerkt bevinden zich in
de koelzone gedeelten met verschil
-
lende temperaturen. Maak daar bij
het koelen en bewaren van levens
-
middelen gebruik van.
Neem ook de tips voor het inruimen
van levensmiddelen in acht. Zie het
desbetreffende hoofdstuk.
De levensmiddelen mogen niet met
de achterwand in aanraking komen,
want in dat geval kunnen ze eraan
vastvriezen.
Bewaar geen stoffen in het apparaat
die drijfgassen of andere verstui-
vingsmiddelen bevatten in verband
met explosiegevaar.
Plaats dranken met een hoog alco-
holpercentage alleen rechtop en al-
tijd goed gesloten in het apparaat in
verband met explosiegevaar.
Laat warme levensmiddelen en dran
-
ken afkoelen voordat u ze in het ap
-
paraat plaatst.
Bewaar levensmiddelen alleen afge
-
dekt of verpakt.
Zo voorkomt u dat er levensmid
-
delenluchtjes vrijkomen en op an
-
dere levensmiddelen worden overge
-
bracht, dat de levensmiddelen uit
-
drogen en dat mogelijk aanwezige
bacteriën zich verspreiden.
Groenten en fruit kunnen echter on
-
verpakt in de groenten- en fruitladen
worden bewaard.
Plaats de levensmiddelen niet te
dicht op elkaar zodat de lucht tussen
de levenmiddelen kan circuleren.
Wanneer u levensmiddelen in het ap
-
paraat wilt leggen of uit het apparaat
wilt halen, doe de deur dan altijd
maar even open, zodat de tempera
-
tuur in de koelzone niet stijgt.
Daardoor bespaart u energie.
Wanneer u de juiste temperatuur in
-
stelt en de koelzone regelmatig rei
-
nigt vermeerderen bacteriën zoals
salmonella’s zich minder snel.
Voor het apparaat ongeschikte le-
vensmiddelen
Niet alle levensmiddelen zijn geschikt
om in de koelzone te worden bewaard.
Hiertoe behoren:
Koudegevoelig fruit en koudegevoe-
lige groenten zoals bananen,
avocado’s, papaya’s, passievruch-
ten, aubergines, paprika, tomaten en
komkommers
Fruit dat nog niet rijp is
Aardappels
Parmezaanse kaas
Sommige groentensoorten scheiden
natuurlijke gassen af, wat bederf in de
hand werkt. Enkele groenten- en fruit
-
soorten reageren bijzonder gevoelig op
deze natuurlijke gassen. Daarom mo
-
gen niet alle groenten- en fruitsoorten
samen in één lade worden bewaard.
Het koelen en bewaren van levensmiddelen
15
Voorbeelden van vruchten die veel
natuurlijke gassen afscheiden:
Appels, passievruchten, abrikozen, pe
-
ren, nectarines, perziken, pruimen,
avocado’s, papaya’s en vijgen.
Voorbeelden van groenten en fruit
die erg gevoelig reageren op gassen
van andere groenten- en fruitsoorten:
Kiwi’s, broccoli, bloemkool, spruitjes,
mango’s, honingmeloen, appels, abri
-
kozen, komkommer, tomaten, bananen,
avocado’s, peren, nectarines en perzi
-
ken.
Het koelen en bewaren van levensmiddelen
16
Terwijl de koelkast in werking is, kunnen
zich aan de achterwand van de koel
-
ruimte rijp en waterpareltjes vormen.
Deze hoeft u niet te verwijderen, want
de koelruimte wordt automatisch ont
-
dooid.
Het dooiwater loopt via het gootje voor
het dooiwater en via de afvoeropening
voor het dooiwater in het verdampings
-
systeem aan de achterkant van het ap
-
paraat.
Let erop dat het dooiwater altijd on
-
gehinderd weg kan lopen.
Houd het gootje en de afvoerope-
ning voor het dooiwater daarom
schoon.
Het automatisch ontdooien van de koelkast
17
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of
schuurmiddelhoudende reinigings
-
middelen of chemische oplosmid
-
delen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde
"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,
daar deze doffe plekken veroorza
-
ken.
Let erop dat er geen water in de ver
-
lichting terechtkomt.
Zorg ervoor dat er geen reinigings
-
water door de afvoeropening voor
het dooiwater loopt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met
delen van het apparaat die onder
spanning staan en zo kortsluiting
veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte
van het apparaat mag niet worden
verwijderd. De gegevens zijn nodig
in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
^
Schakel het apparaat uit door de
temperatuurregelaar op "0" te draai
-
en.
^
Haal de te koelen producten uit de
koelkast en bewaar ze op een koele
plaats.
^
Haal alle toebehoren uit de koelkast
die kunnen worden verwijderd.
Het reinigen van de buitenkant,
de binnenruimte en de
toebehoren
Deze kunt u het beste reinigen met
lauwwarm water met reinigingsmiddel.
Reinig de toebehoren met de hand. Het
botervak kan in de afwasautomaat.
^
Reinig het apparaat minstens één
keer in de maand.
^
Reinig het gootje en de afvoerope
-
ning voor het dooiwater regelmatig
met een wattenstaafje of iets derge
-
lijks, zodat het dooiwater altijd onge
-
hinderd weg kan lopen.
^ Neem de buitenkant, de binnenruim-
te en de toebehoren daarna met hel-
der water af en wrijf alles met een
doek droog.
^ Laat de deur van de koelkast korte
tijd openstaan.
Het reinigen van de
luchttoevoer- en
luchtafvoeropeningen
^
Reinig de luchttoevoer- en luchtaf
-
voeropeningen regelmatig met een
kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt wordt er
onnodig energie verbruikt.
Het reinigen van de koelkast
18
Het reinigen van de
deurdichting
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet. Wanneer u dat doet dan
wordt de deurdichting in de loop van
de tijd poreus.
^
Reinig de deurdichting regelmatig al
-
leen met helder water en wrijf deze
daarna met een doek grondig droog.
Na het reinigen
^
Plaats alle toebehoren weer terug in
de koelkast.
^ Schakel het apparaat met behulp van
de temperatuurregelaar in.
^ Plaats de levensmiddelen weer terug
in de koelkast.
^ Sluit de deur van de koelkast.
Het reinigen van de koelkast
19
Reparaties aan elektrische appara
-
ten mogen alleen door vakmensen
worden uitgevoerd. Wanneer dit niet
gebeurt dan kan de gebruiker grote
risico’s lopen.
Een aantal storingen kunt u echter zelf
verhelpen.
Wat moet u doen, wanneer . . .
. . . de koelkast niet koelt?
^
Controleer of:
de temperatuurregelaar op een an-
dere stand staat dan op "0";
de stekker stevig in het stopcontact
zit;
de hoofdschakelaar van de elek-
trische huisinstallatie is ingescha-
keld. Is dit wel het geval, neem dan
contact op met de Technische Dienst
van Miele Nederland B.V.
. . . de temperatuur in de koelruimte
te laag is?
^
Zet de temperatuurregelaar op een
lagere stand (hogere temperatuur).
^
Controleer of u de superkoeling hebt
uitgeschakeld.
Is deze koeling niet uitgeschakeld dan
brandt het controlelampje.
. . . de koelkast vaker en voor langere
tijd aanslaat?
^
Controleer of:
de ventilatieroosters zijn geblokkeerd
en of er veel stof inzit;
u de deur van de koelkast vaak open
en dicht heeft gedaan;
de deur van de koelkast goed sluit.
. . . in de temperatuuraanduiding
niets of alleen een streep brandt /
knippert?
^ Controleer:
of de temperatuurregelaar staat op
een stand tussen de "1" en "7".
ca. 6 uur na het inschakelen van het
apparaat of er iets in de temperatuur-
aanduiding staat.
Alleen wanneer de temperatuur van
de koelruimte tussen de 0 °C en
9 °C ligt wordt de temperatuur aan-
gegeven.
. . . de binnenverlichting in de koelzo
-
ne niet meer functioneert?
^
Controleer of:
de lichtschakelaar klemt;
de temperatuurregelaar op een an
-
dere stand staat dan op "0".
Zo ja, dan is het gloeilampje kapot.
^
Trek de stekker uit het stopcontact of
schakel de hoofdschakelaar van de
elektrische huisinstallatie uit.
Nuttige tips
20
^
Pak de lampafdekking aan de achter
-
kant vast, druk de zijkant omhoog a
en trek de lampafdekking eraf b.
^
Vervang het gloeilampje.
Aansluitgegevens van het lampje:
220 – 240 V, max. 15 W, fitting E 14
^ Schuif de lampafdekking er weer op
en klik deze vast.
. . . de bodem van de koelruimte nat
is?
De afvoeropening voor het dooiwater is
verstopt.
^ Reinig het gootje en de afvoerope-
ning voor het dooiwater.
Kunt u een storing ook met boven
-
genoemde tips niet verhelpen, roep
dan de hulp in van de Technische
Dienst.
Open als het mogelijk is de koelkast
-
deur niet vóórdat de storing is ver
-
holpen. Op deze manier houdt u het
koudeverlies zo gering mogelijk.
Nuttige tips
21
Heel normale geluiden Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan
-
neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van
de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de
motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen
-
de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver
-
oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa
-
raat.
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
Geluiden die makkelijk te
verhelpen zijn
Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt
u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-
luiden
Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp
van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of
leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:
Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde
-
len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze
weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen
tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar
aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van
het apparaat: Verwijder de kabelhouder.
Geluiden en de oorzaken ervan
22
Neem bij storingen die u niet zelf kunt
verhelpen contact op met
uw Miele-handelaar
of
met de Technische Dienst van Miele
Nederland B.V.
De telefoonnummers van diverse afde
-
lingen en het adres van Miele Neder
-
land B.V. vindt u op de achterzijde van
deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de Tech
-
nische Dienst altijd het type en het
nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type-
plaatje in de binnenruimte van het ap-
paraat.
Voor informatie over het Miele Service
Verzekering Certificaat kunt u zich
wenden tot uw Miele-vakhandelaar of
de bijgevoegde folder raadplegen.
Technische Dienst
23
Dit apparaat mag alleen door een er
-
kend elektricien op het elektriciteitsnet
worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aan
-
sluitkabel en een stekker met randaar
-
de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz
220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden
aangesloten op een contactdoos met
randaarde.
Het is het beste wanneer de contact
-
doos zich naast het apparaat bevindt
en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een
huisinstallatie worden aangesloten die
volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een
10 A-zekering te worden gezekerd.
In de EU-voorschriften geeft men ter
verhoging van de veiligheid het advies
om de huisinstallatie van een aardlek-
schakelaar te voorzien.
Het apparaat mag niet op omvormers
worden aangesloten die bij autonome
stroomvoorzieningen zoals zonne-
energie worden gebruikt. Het is moge
-
lijk dat wanneer het apparaat in dat ge
-
val wordt ingeschakeld, het door span
-
ningspieken om veiligheidsredenen
weer wordt uitgeschakeld. De elektroni
-
ca kan beschadigd raken.
Het apparaat mag ook niet met een
energievoorkeurstekker worden ge
-
bruikt. Het is mogelijk dat er in dat ge
-
val te weinig energie naar het apparaat
wordt toegevoerd en dat componenten
in het apparaat te warm worden.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge
-
bruik van het apparaat namelijk niet
worden gewaarborgd in verband met
het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elek
-
triciteitsnet of aan de aansluitkabel iets
worden veranderd dan mag dat uitslui
-
tend door een erkend bedrijf gebeuren.
Elektrische aansluiting
24
Een koelkast die niet is ingebouwd
kan kantelen!
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for
-
nuis of naast een ander apparaat dat
hitte afgeeft of in de buurt van een
raam waar de zon direct door heen kan
schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur
is, des te langer de koelkast staat te
ronken en des te hoger het stroomver
-
bruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan
worden geventileerd.
Klimaatklasse
De koelkast is geconstrueerd voor een
bepaalde klimaatklasse. Een klimaat-
klasse is een kamertemperatuurbereik,
waarbinnen de kamertemperatuur zich
moet bewegen en waar deze niet bo-
ven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw koelkast staat
aangegeven op het typeplaatje aan de
binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN
N
ST
T
+10 °C tot +32 °C
+16 °C tot +32 °C
+18 °C tot +38 °C
+18 °C tot +43 °C
Een te lage temperatuur heeft tot ge
-
volg dat de koelkast voor langere tijd
afslaat. Dat heeft weer tot gevolg dat
de temperaturen in het apparaat te
hoog zijn.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van de
koelkast wordt warm. Voor een goede
koeling van het apparaat is het zeer be
-
langrijk dat de inbouwkast zo gecon
-
strueerd is dat de warme lucht via de
voorkant wordt afgevoerd en niet via de
achterkant ontsnapt. Daartoe moet de
achterzijde met een meubelwand afge
-
sloten zijn en de zijwanden en het werk
-
blad vlak tegen de keukenwand aanlig
-
gen. Maak voor de stekker slechts een
klein gat.
De lucht wordt via de sokkel van de
koelkast toe- en afgevoerd.
De luchttoevoer- en luchtafvoerope-
ningen mogen niet worden afgedekt
of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig
stofvrij worden gemaakt.
Voordat u het apparaat
inbouwt
^
Verwijder de kabelhouder van de
achterwand van het apparaat.
^
Controleer of de onderdelen aan de
achterwand van het apparaat ner
-
gens tegenaan kunnen komen. Buig
ze zo nodig de andere kant op.
Montage-instructies
25
Sokkelhoogte A is afhankelijk van de
verschillende onderbouwhoogten:
Bij een onderbouwhoogte van
870 mm is de sokkelhoogte
100 - 170 mm.
Bij apparaten met de klimaatklasse
ST en T is de minimum sokkelhoogte
120 mm!
De sokkelhoogte is hier afhankelijk van
de hoogte van de meubelfrontplaat.
Bij een onderbouwhoogte van
920 mm is de sokkelhoogte
150 - 220 mm.
De sokkelhoogte kan met behulp van
de stelvoeten onder het apparaat wor
-
den gewijzigd en varieert afhankelijk
van de hoogte van het meubelfront.
Inbouwmaten
26
Het stellen van de
koelkastdeur
Het kan voorkomen dat de deur van de
koelkast moet worden gesteld.
Doe in dat geval het volgende:
^ Draai de schroeven a aan beide
kanten los.
^ Stel met de stelschroeven b de
deurhoek in en stel met de schoeven
c de deurhoogte in.
^ Draai de schroeven a weer vast.
Het onderbouwen van het
apparaat
Zet het apparaat wanneer u het wilt
in- of onderbouwen op de bijge
-
voegde glijrails. Dat vergemakkelijkt
niet alleen de in- of onderbouw van
het apparaat, maar maakt het u te
-
vens makkelijker om het apparaat la
-
ter weer weg te halen.
Bij een onderbouwhoogte van 870
mm kan het apparaat direct in de nis
worden geschoven. Stel het echter van
te voren met behulp van de stelvoeten
waterpas!
Bij een onderbouwhoogte van 920
mm moeten de stelvoeten ca. 50 mm
naar buiten worden gedraaid. Gebruik
daarvoor een steeksleutel (SW 30) of
een schroevendraaier!
Stel het apparaat daarna waterpas.
^
Leg de aansluitkabel zo, dat u de
elektriciteit na het inbouwen makkelijk
kunt aansluiten.
^ Schuif de bevestigingsplaat a in de
geleider en maak de plaat met de
parkerschroeven b vast.
^ Plaats het apparaat op de bijge-
voegde glijrails en schuif het in de
nis.
Met de rails wordt het makkelijker om
het apparaat in de nis te schuiven en er
weer uit te halen.
^
Stel het apparaat ten opzichte van de
meubels die ernaast staan.
Het inbouwen van de koelkast
27
^ Schroef het apparaat door de beves-
tigingsplaat a heen losjes aan het
werkblad.
Het apparaat wordt pas goed vast-
geschroefd nadat de sokkeldiepte is
ingesteld en de meubeldeur is ge-
monteerd.
Het instellen van de
sokkeldiepte
^
Draai de schroeven a los met ca. 8
tot 10 draaibewegingen.
^
Stel het sokkelpaneel ten opzichte
van de sokkelpanelen van de meu
-
bels ernaast.
^
Draai de schroeven a er na het stel
-
len weer in totdat u duidelijk weer
-
stand voelt.
Hebt u een doorlopend sokkelpaneel in
de keuken moet daarin voor de ventila-
tie van het apparaat een gat worden
gemaakt:
Onderbouwhoogte
[mm]
Maat H
[mm]
870
920
60 + 1
110 + 1
De luchttoevoer- en luchtafvoer-
openingen mogen in geen geval
worden geblokkeerd!
Het inbouwen van de koelkast
28
Het monteren van de meubel
-
deur
^ Stel de afstand tussen de deur van
het apparaat en de bevestigingstra-
verse in op 8 mm.
^ Schuif de montagehulpstukken a ter
hoogte van de meubeldeur.
Daarbij moet de onderkant van de
haken X van de montagehulpstukken
zich op gelijke hoogte bevinden als
de bovenrand - van de te monteren
meubeldeur.
^
Schroef de moeren b eraf en haal de
bevestigingstraverse c er samen
met de montagehulpstukken af.
^ Teken met een potlood een dunne
middellijn op de binnenkant van de
meubeldeur.
^ Hang de bevestigingstraverse met
de montagehulpstukken a op de
binnenkant van de meubeldeur.
Stel de bevestigingstraverse precies
in het midden.
^
Maak de bevestigingstraverse met
minstens 6 korte spaanplaatschroe
-
ven b (4 x 14 mm) vast.
Gebruik bij cassettedeuren slechts 4
schroeven aan de rand.
^
Trek de montagehulpstukken c naar
boven en haal ze eruit.
^
Draai de montagehulpstukken en
steek ze helemaal in de middelste
gleuven van de bevestigingstraverse
d.
Het inbouwen van de koelkast
29
^ Hang de meubeldeur op de stel-
schroeven a.
^ Draai de moeren b losjes op de stel-
schroeven.
^ Sluit de deur en controleer de af-
stand van de deur tot de meubel-
deuren ernaast.
^
Stel de meubeldeur ten opzichte van
de meubeldeuren ernaast.
Het stellen aan de zijkanten:
de juiste afstand X krijgt u door de
meubeldeur te verschuiven.
Het stellen in de hoogte:
de juiste afstand Y krijgt u door met
een sleufschroevendraaier aan de
stelschroeven a te draaien.
^
Draai de moeren b iets vaster.
^ Schroef de meubeldeur aan de deur
van het apparaat.
Doe daartoe het volgende.
Klap de kunststof opstaande haak a
met behulp van een schroevendraai-
er open.
Boor de bevestigingspunten voor en
draai er de korte spaanplatenschroe-
ven b (4 x 14 mm) in.
^
Stel de meubeldeur in de diepte.
De juiste afstand Y krijgt u door het
volgende te doen.
Draai de schroeven in de sleufgaten
aan de bovenkant van de deur van
het apparaat c en aan de onderkant
van de deur c los.
Zorg ervoor dat er tussen de kast
-
ruimte aan de voorkant en de meu
-
beldeur een luchtspleet zit van
2 mm.
Doe dat door de meubeldeur te slui
-
ten en zich te oriënteren op de meu
-
beldeuren ernaast.
Het inbouwen van de koelkast
30
Klap de opstaande haak a weer
dicht.
Het bevestigen van het appa
-
raat
^ Draai de moeren a aan de boven-
kant van de deur vast.
Houd daarbij de stelschroeven b
met een sleufschroevendraaier vast.
^ Drai alle schroeven stevig aan.
^
Plaats de afdeklijst boven op de deur
van het apparaat.
Het inbouwen van de koelkast
31
Wijzigingen voorbehouden / 3205
K 823 Ui
M.-Nr. 06 657 370 / 02
30


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Miele K 823 UI at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Miele K 823 UI in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 0,37 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info