442063
3
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/52
Next page
Gebruiks- en montage-aanwijzing
voor de vrieskast
met NoFrost-systeem
FN 9752 i
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
M.-Nr. 07 466 100
nl-NL
Beschrijving van het apparaat .......................................4
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu .......................5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen.............................6
Het besparen van energie ..........................................11
Het in- en uitschakelen van de vrieskast..............................12
Vergrendeling ....................................................12
Bij langere afwezigheid .............................................13
De juiste temperatuur .............................................14
...indevrieskast .................................................14
Het instellen van de temperatuur......................................14
Mogelijke temperatuurinstellingen ..................................15
Temperatuuraanduiding ............................................15
De lichtsterkte van de temperatuuraanduiding ........................16
Zoemer .........................................................17
Temperatuuralarm .................................................17
Deuralarm .......................................................17
Hoe kunnen wij het waarschuwingssysteem inschakelen? ..................17
Het voortijdig uitschakelen van de zoemer ..............................17
De functie "Superfrost" ............................................18
Het gebruik van de superfrost ........................................18
Het inschakelen van de superfrost ..................................18
Het uitschakelen van de superfrost .................................18
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen.........................19
Maximale vriescapaciteit ............................................19
Wat gebeurt er bij het invriezen van verse levensmiddelen? ................19
Het bewaren van diepvriesproducten ..................................19
Het invriezen en bewaren van verse levensmiddelen ......................20
Waar u daarbij op moet letten .....................................20
Het verpakken..................................................20
Vóórdat u de verse levensmiddelen in het apparaat legt.................21
Het inruimen ...................................................21
Grote stukken vlees .............................................21
Diepvrieskalender .................................................22
Het ontdooien van ingevroren producten ...............................22
Het bereiden van ijsblokjes ..........................................23
Het snelkoelen van dranken .........................................23
Inhoud
Diepvriesplateau ..................................................23
Het gebruik van de koude-accu ......................................24
Het automatisch ontdooien van het apparaat ..........................25
Het reinigen van de vrieskast .......................................26
Het reinigen van de binnenruimte en de toebehoren ......................26
Het reinigen van de luchttoevoer- en luchtafvoeropeningen ................26
Het reinigen van de deurdichting .....................................26
Nuttige tips ......................................................28
Geluiden en de oorzaken ervan .....................................31
Afdeling Klantcontacten / Garantie ..................................32
Elektrische aansluiting ............................................33
Montage-instructies...............................................34
Plaats van opstelling ...............................................34
Klimaatklasse ..................................................34
Luchttoevoer en luchtafvoer .........................................34
Voordat u het apparaat inbouwt ......................................35
Had uw oude apparaat een andere scharniertechniek? ....................35
Roestvrijstalen front .............................................35
Inbouwmaten ....................................................36
Het instellen van de deurscharnieren ................................37
Het veranderen van de draairichting van de deur ......................38
Deur van het apparaat..............................................38
Het inbouwen van het apparaat .....................................41
Gewicht van de meubeldeur .........................................41
Inbouw in een scheidingswand .......................................41
Het monteren van de meubeldeur.....................................45
Inhoud
a Controlelampje van de vergrendeling
b Aan/Uit - toets
c Temperatuuraanduiding
a NoFrost - systeem
b Diepvriesplateau
d Toetsen voor het instellen van de
temperatuur
(+ = warmer; - = kouder)
e Superfrost - toets met controle-
lampje
f Toets voor het uitschakelen van de
zoemer
c Diepvriesladen
met diepvrieskalender
Beschrijving van het apparaat
4
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat
tegen transportschade.
Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen
omdat dit het milieu relatief weinig be
-
last en kan worden hergebruikt.
Door hergebruik van verpakkingsmate
-
riaal wordt er op grondstoffen bespaard
en wordt er minder afval geproduceerd.
Uw vakhandelaar neemt de verpakking
in het algemeen terug.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische ap
-
paraten bevatten meestal nog waarde
-
volle materialen.
Ze bevatten echter ook schadelijke
stoffen die nodig zijn geweest om de
apparaten goed en veilig te laten functi
-
oneren.
Wanneer u uw oude apparaat bij het
gewone afval doet of er op een andere
manier niet goed mee omgaat, kunnen
deze stoffen schadelijk zijn voor de ge
-
zondheid en het milieu.
Verwijder uw oude apparaat dan ook
nooit samen met het gewone afval,
maar lever het in bij een gemeentelijk
inzameldepot voor elektrische en elek
-
tronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die
tijd buiten het bereik van kinderen wor
-
den opgeslagen.
Let erop dat de buisleidingen van uw
apparaat niet worden beschadigd,
wanneer dit wordt weggebracht om op
vakkundige wijze en zonder het milieu
al te veel schade te berokkenen te wor
-
den verschroot. Dan kan men er zeker
van zijn dat koelmiddelen die zich in
het koelsysteem bevinden en de olie
die zich in de compressor bevindt niet
in het milieu terechtkomen.
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu
5
Deze vrieskast voldoet aan de voor
-
geschreven veiligheidsmaatregelen.
Door ondeskundig gebruik kunnen
personen echter letsel oplopen en
kan er materiële schade ontstaan.
Lees deze gebruiksaanwijzing daar
-
om eerst aandachtig door voordat u
dit apparaat voor het eerst gebruikt.
Hierin vindt u belangrijke instructies
met betrekking tot de inbouw, de
veiligheid, het gebruik en het onder
-
houd van het apparaat.
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en
geef deze door aan de eventuele
volgende eigenaar van de vrieskast.
Efficiënt gebruik
~
Deze vrieskast is uitsluitend bestem-
d voor huishoudelijk gebruik.
~
Gebruik deze vrieskast uitsluitend
voor het bewaren van diepvriespro-
ducten, voor het invriezen en bewaren
van verse levensmiddelen en voor het
bereiden van ijs.
Gebruik voor andere doeleinden is on
-
toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn.
De fabrikant is niet verantwoordelijk
voor schade die is ontstaan door ge
-
bruik voor andere doeleinden dan hier
aangegeven of door een foutieve be
-
diening.
~
Personen die op grond van hun
fysieke of psychische gesteldheid, hun
onervarenheid of gebrek aan kennis
van de vrieskast niet in staat zijn om het
apparaat veilig te bedienen, mogen
deze vrieskast alleen gebruiken als ze
onder toezicht staan van of worden ge
-
ïnstrueerd door een verantwoordelijk
persoon.
Wanneer er kinderen in huis
zijn
~
Kinderen mogen de vrieskast alleen
dan zonder toezicht gebruiken, wan
-
neer ze weten hoe het apparaat werkt
en wat voor gevaar zij lopen wanneer
ze de vrieskast fout bedienen.
~
Wanneer er kinderen in de buurt van
de vrieskast zijn, houd ze dan goed in
de gaten.
Zorg ervoor dat ze niet met het appa-
raat gaan spelen, in een diepvrieslade
gaan zitten of aan de deur gaan han-
gen.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
6
Technische veiligheid
~
Controleer vóórdat het apparaat
wordt ingebouwd, of het zichtbaar be
-
schadigd is.
Een beschadigde vrieskast mag niet in
gebruik worden genomen.
~
Wanneer de aansluitkabel is be
-
schadigd, moet deze worden ver
-
vangen door een door Miele erkend
vakman of vakvrouw.
~
Deze vrieskast bevat het koelmiddel
isobutaan (R600a).
Dit is een natuurlijk gas dat het milieu
weinig belast, maar wel brandbaar is.
Het gas is niet schadelijk voor de ozon-
laag en versterkt het broeikaseffect
niet, maar het gebruik van dit koelmid-
del heeft er wel toe geleid dat het ap-
paraat meer lawaai maakt wanneer het
aanstaat. Behalve de geluiden van de
compressor kunnen er dan in het hele
koelsysteem stromingsgeluiden optre-
den.
Deze effecten zijn helaas niet te ver-
mijden, maar hebben geen negatieve
invloed op de capaciteit van het appa
-
raat.
Let er bij het transport en bij de plaat
-
sing van de vrieskast op dat er geen
onderdelen van het koelsysteem wor
-
den beschadigd. Vrijkomend koelmid
-
del kan oogletsel veroorzaken.
Wordt het koelsysteem toch bescha
-
digd:
vermijd dan open vuur of andere
brandhaarden,
trek de stekker uit het stopcontact,
lucht het vertrek waar het apparaat
staat enkele minutenlang door
en neem contact op met de afdeling
Klantcontacten.
~
Hoe meer koelmiddel een vrieskast
bevat, des te groter moet het vertrek
zijn waarin dit apparaat wordt opge
-
steld.
Wanneer het vertrek te klein is kan zich
bij een eventuele lek een brandbaar
mengsel van gas en lucht vormen.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek
minstens 1 m
3
groot zijn.
De hoeveelheid koelmiddel die de
vrieskast bevat staat op het typeplaatje
in de binnenkant van het apparaat.
~
De vrieskast moet precies volgens
de gebruiksaanwijzing worden gemon-
teerd en aangesloten.
~
Vergelijk vóórdat u de vrieskast aan-
sluit de aansluitgegevens (zekering,
spanning en frequentie) op het type-
plaatje met die van het elektriciteitsnet.
Deze moeten beslist overeenkomen.
Raadpleeg bij twijfel een elektricien.
~
De vrieskast mag niet via een ver
-
lengsnoer op het elektriciteitsnet wor
-
den aangesloten.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge
-
bruik van het apparaat niet worden ge
-
waarborgd in verband met het gevaar
voor oververhitting.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
7
~
De elektrische veiligheid van de
vrieskast is uitsluitend gegarandeerd
als deze wordt aangesloten op een aar
-
dingssysteem dat volgens de geldende
veiligheidsbepalingen is geïnstalleerd.
Laat de huisinstallatie bij twijfel door
een vakman / vakvrouw inspecteren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk wor
-
den gesteld voor schade die wordt ver
-
oorzaakt door een ontbrekende of be
-
schadigde aarddraad (bijv. een elektri
-
sche schok).
~
Installatie- en onderhoudswerk
-
zaamheden als ook reparaties mogen
alleen door een door Miele erkend vak-
man of vakvrouw worden uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan kan de gebruiker
risico's lopen waarvoor de fabrikant niet
aansprakelijk is.
~
Wanneer een apparaat tijdens de
garantietijd moet worden gerepareerd,
mag de reparatie alleen door een door
Miele erkend vakman of vakvrouw wor-
den uitgevoerd.
Gebeurt dat niet, dan vervalt de aan
-
spraak op garantie.
~
Wanneer er installatie- en onder
-
houdswerkzaamheden of reparaties
worden uitgevoerd, mag er geen elek
-
trische spanning op de vrieskast staan.
Dat is het geval als aan één van de vol
-
gende voorwaarden is voldaan:
als de hoofdschakelaar van de huis
-
installatie is uitgeschakeld,
of als de stekker uit het stopcontact
is getrokken.
Er mag niet aan de aansluitkabel
worden getrokken.
~
Defecte onderdelen mogen alleen
door originele Miele-onderdelen wor-
den vervangen.
Alleen van deze Miele-onderdelen kun-
nen wij garanderen, dat zij volledig vol-
doen aan de veiligheidseisen die wij
stellen aan onze apparaten en onder-
delen daarvan.
~
Wanneer dit apparaat op een niet-
stationaire locatie (bijv. op een boot of
in een camper) moet worden geplaatst,
mag het uitsluitend door een vakman /
vakvrouw worden ingebouwd en aan
-
gesloten.
Hierbij moet aan alle voorwaarden voor
een veilig gebruik worden voldaan.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
8
Doelgericht gebruik
~
Raak ingevroren levensmiddelen
niet met natte handen aan.
Doet u dat wel, dan zouden uw handen
vast kunnen vriezen en zou u zich kun
-
nen verwonden.
~
Nuttig ijsblokjes en ijslolly's, vooral
waterijsjes, nooit meteen nadat u ze uit
de vrieskast heeft gehaald.
Door de zeer lage temperatuur van
deze producten zouden uw lippen en
tong kunnen vastvriezen en zou u zich
kunnen verwonden.
~
Vries geheel of gedeeltelijk ont-
dooide levensmiddelen niet opnieuw in.
Bereid deze levensmiddelen zo snel
mogelijk omdat ze anders aan voe-
dingswaarde verliezen en bederven.
Ontdooide levensmiddelen die al ge-
kookt en gebraden zijn kunnen wel op-
nieuw worden ingevroren.
~
Bewaar geen stoffen in de vrieskast
die drijfgassen of andere verstuivings-
middelen bevatten.
Wanneer de thermostaat wordt inge
-
schakeld kunnen vonken ontstaan.
Deze kunnen licht ontvlambare produc
-
ten tot explosie brengen.
~
Gebruik geen elektrische apparaten
in deze vrieskast, bijv. voor het maken
van ijs.
Doet u dat wel, kunnen er vonken ont
-
staan en bestaat er gevaar voor een ex
-
plosie.
~
Bewaar geen blikjes en flessen in de
vrieskast die koolzuurhoudende dran
-
ken bevatten of vloeistoffen die kunnen
bevriezen.
De blikjes en flessen kunnen in dat ge
-
val uit elkaar springen, u zou zich kun
-
nen verwonden en er zou schade kun
-
nen ontstaan.
~
Haal flessen die u in de vrieskast
hebt gelegd om snel te koelen er na
maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet, dan kunnen ze uit el
-
kaar springen, zou u zich kunnen ver
-
wonden en zou er schade kunnen ont
-
staan.
~
Wanneer u levensmiddelen eet die
te lang zijn bewaard, loopt u het risico
voedselvergiftiging op te doen.
De bewaartijd hangt van vele factoren
af, zoals de versheid en kwaliteit van de
levensmiddelen en de temperatuur
waarop ze worden bewaard.
Neem de bewaartips van de levensmid-
delenfabrikanten in acht en houd in de
gaten tot welke datum de levensmid
-
delen uiterlijk houdbaar zijn.
~
Gebruik geen scherpe voorwerpen
om
rijp- en ijslagen te verwijderen
en vastgevroren ijsbakjes en/of
vastgevroren levensmiddelen los te
wrikken.
Doet u dat wel, dan beschadigt u de
vriesplaten en functioneert de vrieskast
niet meer.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
9
~
Plaats wanneer u wilt ontdooien
nooit elektrische verwarmingsappara
-
ten of kaarsen in de vrieskast.
Doet u dat wel, dan raakt het kunststof
beschadigd.
~
Gebruik geen ontdooisprays of an
-
dere middelen om te ontdooien. Deze
kunnen explosieve gassen vormen, ze
kunnen oplosmiddelen of drijfgassen
bevatten die het kunststof beschadigen
of ze kunnen schadelijk zijn voor de ge
-
zondheid.
~
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet.
Doet u dat wel, dan worden de deur-
dichtingen in de loop van de tijd po-
reus.
~
Sluit de luchttoevoeropening in de
sokkel en de luchtafvoeropening boven
in de kastombouw niet af.
Wanneer deze roosters geblokkeerd
zijn kan er geen goede luchtgeleiding
plaatsvinden, waardoor het stroomver-
bruik stijgt en bepaalde onderdelen van
de vrieskast kunnen beschadigen.
~
De vrieskast is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli
-
maatklasse is een kamertemperatuur
-
bereik waarbinnen de temperatuur zich
moet bewegen en waar deze niet bo
-
ven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van uw vrieskast staat
aangegeven op het typeplaatje aan de
binnenkant van uw apparaat.
Een te lage temperatuur heeft tot ge
-
volg dat de vrieskast voor langere tijd
afslaat zodat het apparaat de vereiste
temperatuur niet kan aanhouden.
~
Gebruik voor het ontdooien en reini
-
gen van de vrieskast nooit een stoom
-
reiniger.
Stoom kan in aanraking komen met de
-
len van het apparaat die onder span
-
ning staan en zo kortsluiting veroorza
-
ken.
Wat te doen wanneer u het ap
-
paraat afdankt
~
Maak het slot onbruikbaar, zodat
kinderen niet in het apparaat ingesloten
kunnen raken en in levensgevaar ko
-
men.
~
Beschadig geen delen van het koel-
systeem, bijv. door
koelmiddelkanalen van de vriespla-
ten open te prikken;
buisleidingen om te buigen;
beschermende lagen af te krabben.
Wanneer er koelmiddel uit spuit kan dat
oogletsel veroorzaken.
Wanneer de veiligheidsinstructies
niet worden opgevolgd kan de fabri
-
kant niet verantwoordelijk worden
gesteld voor schade die daar even
-
tueel het gevolg van is.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
10
Normaal energieverbruik Te hoog energieverbruik
Plaatsing van het apparaat In ruimten waar kan worden geventi
-
leerd
In gesloten ruimten waar niet
kan worden geventileerd
Op een plaats waar de zon niet di
-
rect op kan schijnen
Op een plaats waar de zon di
-
rect op kan schijnen
Niet naast een warmtebron (verwar
-
ming, fornuis)
Naast een warmtebron (verwar
-
ming, fornuis)
Bij een kamertemperatuur van ca.
20 °C
Bij een hogere omgevingstem
-
peratuur
Temperatuurinstelling
in standen
Instelling van één van de middelste
standen: 2 of 3.
Hoe hoger de stand, hoe lager
de temperatuur, des te hoger
het energieverbruik
Temperatuurinstelling
in graden
(Digitale weergave)
Vak voor wijnflessen: 8 tot 12 °C Bij apparaten met winterschake
-
ling: schakel bij omgevingstem
-
peraturen lager dan 16 °C de
winterschakeling uit.
Koelzone: 4 tot 5 °C
0° zone: ca. 0 °C
Diepvrieszone: -18 °C
Dagelijks gebruik Open de deur alleen wanneer dat
nodig is en dan nog zo kort moge-
lijk.
De temperatuur in het apparaat
wordt hoger naarmate de deur
vaker wordt geopend en de
deur langer geopend blijft.
Leg de levensmiddelen bij het inrui-
men meteen op de goede plek.
Moet u lang zoeken, dan stijgt
de temperatuur.
Laat warme levensmiddelen en
dranken eerst afkoelen.
Zijn de levensmiddelen nog
warm, moet de motor langer
werken om de vereiste tempera
-
tuur te bereiken.
Leg de levensmiddelen alleen afge
-
dekt of verpakt in het apparaat.
Wanneer vloeibare stoffen in de
koelzone condenseren neemt
de koelcapaciteit af.
Leg ingevroren producten in de
koelzone wanneer ze moeten ont
-
dooien.
Plaats de levensmiddelen niet te
dicht op elkaar zodat de lucht tussen
de levensmiddelen kan circuleren.
Ontdooien Ontdooi het diepvriesgedeelte wan
-
neer er een ijslaag van 1 cm in zit.
Een ijslaag in het diepvries
-
gedeelte bemoeilijkt het invrie
-
zen en bewaren van producten
in dit gedeelte. Daardoor stijgt
het stroomverbruik.
Het besparen van energie
11
Voor het eerste gebruik
^
Reinig de binnenkant van de vries
-
kast en de toebehoren.
Gebruik daarvoor lauwwarm water
met een beetje reinigingsmiddel.
^
Wrijf daarna alles met een doek
droog.
Laat het apparaat nadat u het hebt
geplaatst eerst ca. 1/2 tot 1 uur
staan voordat u het aansluit. Dat is
zeer belangrijk voor een goede wer
-
king van de vrieskast!
Het inschakelen van de vries-
kast
^ Druk op de Aan/Uit - toets.
De temperatuuraanduiding gaat
branden.
Het apparaat begint te koelen.
Voordat u voor de eerste keer levens
-
middelen in de vrieskast legt kunt u het
apparaat het beste een paar uur laten
voorkoelen.
Koude-accu
Leg de koude-accu in de bovenste
lade of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu
zijn maximale koelcapaciteit.
Het uitschakelen van de vries
-
kast
^
Druk op de Aan/Uit - toets.
De temperatuuraanduiding gaat uit.
De koeling is uitgeschakeld.
Is dat niet het geval, dan is de vergren
-
deling ingeschakeld.
Vergrendeling
Met de vergrendeling kunt u voorkomen
dat het apparaat per ongeluk wordt uit
-
geschakeld.
Het in- en uitschakelen van de ver-
grendeling
^ Druk op de Superfrost - toets en blijf
daar ca. 5 seconden op drukken.
Het controlelampje van de Superfrost -
toets knippert en in de temperatuuraan-
duiding knippert
;.
^
Druk opnieuw op de Superfrost -
toets.
In de temperatuuraanduiding brandt
;.
^
Druk op de temperatuurtoetsen.
Het in- en uitschakelen van de vrieskast
12
Door daarop te drukken kunt u kiezen
tussen
; 0 en ; 1.
0 betekent: De vergrendeling is uitge
-
schakeld.
1 betekent: De vergrendeling is inge
-
schakeld.
^
Druk op de Superfrost - toets om de
instelling op te slaan.
Wanneer de vergrendeling is ingescha
-
keld brandt het controlelampje van de
vergrendeling
X.
^ Wanneer u klaar bent met het in- of
uitschakelen van de vergrendeling,
druk dan op de Aan/Uit - toets.
Na ca. 2 minuten functioneert het appa-
raat weer normaal.
Bij langere afwezigheid
Wanneer u de vrieskast langere tijd niet
meer gebruikt,
^
schakel het apparaat dan uit,
^
trek de stekker uit het stopcontact,
^
ontdooi het apparaat,
^
reinig het
en
^
laat de deur van het apparaat iets
openstaan om te voorkomen dat er
luchtjes ontstaan.
Wanneer het apparaat in zulke ge-
vallen wel wordt uitgeschakeld,
maar niet wordt gereinigd en niet
wordt opengezet, bestaat er gevaar
dat zich schimmel vormt.
Het in- en uitschakelen van de vrieskast
13
...indevrieskast
Het is voor de houdbaarheid van de le
-
vensmiddelen zeer belangrijk dat de
juiste temperatuur wordt ingesteld.
Door micro-organismen bederven de
levensmiddelen erg snel. De tempera
-
tuur beïnvloedt de snelheid waarmee
de micro-organismen groeien. Hoe la
-
ger de temperatuur, des te langzamer
de micro-organismen groeien en des te
langer het duurt voordat de levensmid
-
delen bederven.
Wanneer u voor het bewaren van le
-
vensmiddelen de juiste temperatuur in
-
stelt kunt u daarmee bederf voorkomen
of vertragen.
Stel, wanneer u verse levensmiddelen
wilt invriezen en ingevroren levensmid-
delen lange tijd wilt bewaren, een tem-
peratuur in van -18°C. Bij deze tempe-
ratuur wordt de groei van micro-orga-
nismen voor het grootste gedeelte ge-
stopt.
Zodra de temperatuur boven de -10°C
stijgt begint het bederf door de micro-
organismen en zijn de levensmiddelen
minder lang houdbaar. Daarom mogen
geheel of gedeeltelijk ontdooide levens
-
middelen pas weer worden ingevroren
wanneer ze eerst verwerkt zijn, d.w.z.
eerst gekookt of gebraden zijn. Door de
hoge temperaturen worden de meeste
micro-organismen gedood.
De temperatuur in de vrieskast wordt
hoger, naarmate
de deur van het apparaat vaker
wordt geopend en de deur langer
geopend blijft;
er meer levensmiddelen worden op
-
geslagen;
er meer verse levensmiddelen wor
-
den ingevroren;
de omgevingstemperatuur hoger is.
De vrieskast is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli
-
maatklasse is een temperatuurbe
-
reik, waarbinnen de kamertempera-
tuur zich moet bewegen en waar
deze niet boven of onder mag lig-
gen.
Het instellen van de tempera-
tuur
De temperatuur in de vrieskast kunt u
instellen met behulp van de beide
toetsen onder de temperatuuraandui
-
ding.
Wanneer u op de linker toets drukt
gaat de temperatuur omhoog en
wordt het warmer.
Wanneer u op de rechter toets drukt
gaat de temperatuur omlaag en
wordt het kouder.
De temperatuur die u instelt knippert in
de temperatuuraanduiding.
De juiste temperatuur
14
Wanneer u op de temperatuurtoetsen
drukt dan ziet u in de temperatuuraan
-
duiding het volgende veranderen.
Wanneer u voor het eerst drukt, dan
verschijnt knipperend de tempera
-
tuurwaarde die u het laatst heeft in
-
gesteld.
Vanaf de tweede keer dat u drukt
verandert de temperatuurwaarde in
stappen van 1°C.
Wanneer u de toets ingedrukt houdt,
verandert de temperatuurwaarde
continu.
Ongeveer 5 seconden nadat u voor het
laatst op een temperatuurtoets heeft
gedrukt, verschijnt in de temperatuur-
aanduiding automatisch de tempera-
tuurwaarde die op dat moment in het
apparaat heerst.
Wanneer u een andere temperatuur
heeft ingesteld, controleer dan de tem-
peratuuraanduiding na ca. 6 uur wan-
neer de vrieskast lang niet vol is en
na ca. 24 uur wanneer de vrieskast
wel vol is.
Pas dan is de echte temperatuur be
-
reikt.
Is de temperatuur na deze tijd te hoog
of te laag, stel dan opnieuw een andere
temperatuur in.
Mogelijke temperatuurinstellingen
De temperatuur is instelbaar van -14°C
tot -28°C.
Of de laagste temperatuur wordt be
-
reikt is afhankelijk van de plaats waar
het apparaat is opgesteld en de omge
-
vingstemperatuur.
Wanneer de omgevingstemperatuur
hoog is, dan is het mogelijk dat de
laagste temperatuur niet wordt bereikt.
Temperatuuraanduiding
De temperatuuraanduiding op het be
-
dieningspaneel geeft bij normaal ge
-
bruik de temperatuur aan van de minst
koele plek in de vrieskast.
Ligt de temperatuur in het apparaat niet
in het bereik dat in de temperatuuraan
-
duiding mogelijk is, d.w.z. ligt de tem
-
peratuur niet onder de 0°C, dan
branden er in de temperatuuraandui
-
ding alleen een paar streepjes.
De temperatuuraanduiding knippert,
wanneer
er een andere temperatuur wordt in-
gesteld,
de temperatuur in de vrieskast een
paar graden is gestegen, wat wijst
op een koudeverlies.
Dit koudeverlies is geen probleem wan
-
neer u:
de deur van het apparaat een keer
vrij lang geopend houdt, bijv. om een
grote hoeveelheid producten in het
apparaat te leggen of er uit te halen;
verse levensmiddelen invriest.
Is de temperatuur vrij lange tijd hoger
dan -18°C, controleer dan of de inge
-
vroren levensmiddelen geheel of ge
-
deeltelijk zijn ontdooid.
Is dat het geval, verbruik deze levens
-
middelen dan zo snel mogelijk.
De juiste temperatuur
15
De lichtsterkte van de temperatuur
-
aanduiding
De lichtsterkte van de temperatuuraan
-
duiding is zwak wanneer het apparaat
wordt afgeleverd.
Zodra er een deur wordt geopend, een
instelling wordt veranderd of er sprake
is van een alarmtoestand, dan brandt
de temperatuuraanduiding met zeer
grote lichtsterkte.
U kunt de lichtsterkte van de tempera
-
tuuraanduiding veranderen:
^ Druk op de Superfrost - toets en blijf
daar ca. 5 seconden op drukken.
Het controlelampje van de Superfrost -
toets knippert en in de temperatuuraan-
duiding knippert
;.
^
Druk zo vaak op één van de tempe
-
ratuurtoetsen totdat in de tempera
-
tuuraanduiding
^ brandt.
^
Druk opnieuw op de Superfrost -
toets.
In de temperatuuraanduiding brandt
^.
^
Druk op de temperatuurtoetsen.
Door daarop te drukken kunt u de licht
-
sterkte van de temperatuuraanduiding
veranderen.
U kunt kiezen tussen de standen 1 tot
en met 5.
Bij 1 is de lichtsterkte minimaal.
Bij 5 is de lichtsterkte maximaal.
^
Druk op de Superfrost - toets om de
instelling op te slaan.
^
Wanneer u klaar bent met het instel
-
len van de lichtsterkte, druk dan op
de Aan/Uit - toets.
Na ca. 2 minuten functioneert het appa
-
raat weer normaal.
De juiste temperatuur
16
Dit apparaat is uitgerust met een waar
-
schuwingssysteem, waarmee wordt
voorkomen dat er om wat voor redenen
dan ook teveel energie wordt verbruikt.
Temperatuuralarm
Wanneer de temperatuur in de vries
-
kast te veel stijgt, gaat er een zoemer.
Gelijktijdig gaat de temperatuuraandui
-
ding knipperen.
Of het apparaat een temperatuur te
hoog vindt is afhankelijk van de inge
-
stelde temperatuur.
De zoemer gaat en de temperatuuraan-
duiding gaat knipperen wanneer:
u producten in de vrieskast legt, her-
sorteert of eruit haalt en er daarbij te
veel warme lucht in de ruimte
stroomt;
u een vrij grote hoeveelheid levens-
middelen invriest;
de stroom een vrij lange tijd uitge-
schakeld is geweest.
Deuralarm
Ook wanneer de deur van het apparaat
langer dan ca. 60 seconden openstaat,
gaat de zoemer.
Hoe kunnen wij het waarschu
-
wingssysteem inschakelen?
Het systeem is automatisch klaar voor
gebruik en hoeft niet te worden inge
-
schakeld.
Het voortijdig uitschakelen van
de zoemer
Zodra de ingestelde temperatuur in de
vrieskast is bereikt, houdt de zoemer
op en brandt de temperatuuraandui
-
ding constant.
Wanneer de zoemer u hindert dan kunt
u deze voortijdig uitschakelen.
^ Druk op de toets voor het uitschake-
len van de zoemer.
De zoemer houdt op.
De temperatuuraanduiding (bij tempe-
ratuuralarm) blijft zolang knipperen, tot
-
dat de alarmtoestand voorbij is.
Daarna brandt de temperatuuraandui
-
ding constant.
Vanaf dat moment is het waarschu
-
wingssysteem weer klaar voor gebruik.
Zoemer
17
Het gebruik van de superfrost
Verse levensmiddelen moeten zo snel
mogelijk tot in de kern worden ingevro
-
ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,
vitaminen, vorm en smaak behouden.
Met behulp van de functie "Superfrost"
kunt u verse levensmiddelen optimaal
invriezen.
De superfrost moet u al vóór het invrie
-
zen van verse levensmiddelen inscha
-
kelen.
De superfrost schakelt u dus niet in:
wanneer u reeds ingevroren levens-
middelen in de vrieskast legt;
wanneer u dagelijks slechts max.
2 kg verse levensmiddelen in de
vrieskast legt.
Het inschakelen van de superfrost
De superfrost moet u inschakelen 6 uur
voordat u de in te vriezen levensmid-
delen in de vrieskast legt.
Wilt u gebruik maken van de maximale
vriescapaciteit, schakel de superfrost
dan 24 uur van te voren in.
^
Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat
branden.
De koelcapaciteit van de vrieskast is nu
maximaal. Daardoor daalt de tempera
-
tuur in het apparaat.
Het uitschakelen van de superfrost
De superfrost wordt automatisch op zijn
vroegst na 30 uur en op zijn laatst na
65 uur uitgeschakeld.
Om energie te besparen kunt u de su
-
perfrost zelf uitschakelen, zodra in de
vreiskast een constante temperatuur
van minstens -18°C is bereikt.
Controleer de temperatuur in het appa
-
raat.
^
Druk op de Superfrost - toets.
Het controlelampje van deze toets gaat
uit.
De koelcapaciteit van de vrieskast is
weer normaal.
De functie "Superfrost"
18
Maximale vriescapaciteit
Levensmiddelen kunnen het best zo
snel mogelijk tot in de kern worden in
-
gevroren. Daarvoor is het noodzakelijk
dat de maximale vriescapaciteit niet
wordt overschreden.
De maximale vriescapaciteit binnen 24
uur vindt u op het typeplaatje "Vriesca
-
paciteit ..... kg/24 h". Dit vermogen is
berekend volgens de norm DIN EN ISO
15502.
Wat gebeurt er bij het invriezen
van verse levensmiddelen?
Verse levensmiddelen moeten zo snel
mogelijk tot in de kern worden ingevro-
ren. Alleen zo blijven voedingswaarde,
vitaminen, vorm en smaak behouden.
Hoe langzamer de levensmiddelen in-
vriezen, des meer vocht komt er uit
iedere cel vrij. Dit vocht komt in de tus-
senruimten terecht.
De cellen gaan krimpen.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien
komt slechts een deel van het vocht dat
eerder vrijkwam in de cellen terug.
Praktisch betekent dit dat de levens
-
middelen veel vocht verliezen. Dat ziet
u aan de grote waterplas die zich om
de levensmiddelen vormt wanneer
deze ontdooien.
Wanneer de levensmiddelen snel hele
-
maal invriezen, heeft het vocht minder
tijd om uit de cellen vrij te komen en in
de tussenruimten terecht te komen.
De cellen krimpen veel minder.
Wanneer de levensmiddelen ontdooien
kan de kleine hoeveelheid vocht die
vrijgekomen is naar de cellen terugke
-
ren. Dat betekent dat de levensmid
-
delen weinig vocht verliezen. Er vormt
zich slechts een kleine waterplas om de
levensmiddelen wanneer deze ontdooi
-
en!
Het bewaren van diepvriespro
-
ducten
^
Wilt u diepvriesproducten bewaren,
controleer dan al vóórdat u ze koopt:
de verpakking op eventuele bescha-
digingen;
de uiterste houdbaarheidsdatum van
de diepvriesproducten en
de temperatuur van de diepvrieskist
in de winkel.
Komt deze boven de -18 °C, dan zijn
de diepvriesproducten niet zo lang
houdbaar als wanneer de tempera-
tuur -18 °C is.
^
Haal de diepvriesproducten uit de
diepvrieskist wanneer u alle andere
boodschappen al in uw wagentje
hebt liggen en vervoer ze in kranten
-
papier of in een koeltas.
^
Leg de diepvriesproducten thuis di
-
rect in de vrieskast.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi
-
de levensmiddelen niet opnieuw in.
Pas nadat u deze levensmiddelen
hebt gekookt of gebraden kunt u ze
opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
19
Het invriezen en bewaren van
verse levensmiddelen
Gebruik voor het invriezen alleen verse
levensmiddelen waar geen rotte plek
-
ken in zitten!
Waar u daarbij op moet letten
Geschikt om in te vriezen zijn:
vers vlees, gevogelte, wildbraad, vis,
groenten, kruiden, vers fruit, zuivel
-
producten, brood en banket, kliekjes,
eigeel, eiwit en vele kant-en-klaar
-
producten.
Niet geschikt om in te vriezen zijn:
druiven, kropsla, radijs, rammenas,
zure room, mayonaise, hele eieren in
de schaal, uien, hele appels en pe-
ren.
Om kleur, smaak, aroma en vitamine
C te behouden kunt u groenten en
fruit het beste voor het invriezen
blancheren.
Breng daartoe een pan water aan de
kook, voeg het voedsel daar portie
-
gewijs aan toe, laat het daar 2-3 mi
-
nuten in liggen, haal het eruit, laat
het snel in koud water afkoelen en
laat het uitlekken.
Mager vlees is beter geschikt om te
worden ingevroren dan vet vlees en
kan aanmerkelijk langer worden be
-
waard.
Leg tussen koteletten, biefstukjes,
schnitzels enz. telkens een stukje
huishoudfolie.
Zo voorkomt u dat stukken vlees aan
elkaar vastvriezen.
Kruid en zout verse levensmiddelen
en geblancheerde groente vóór het
invriezen niet.
Kruid en zout reeds bereide ge
-
rechten voor het invriezen slechts
licht. Sommige kruiden veranderen
de smaakintensiteit van de ge
-
rechten.
Laat warme gerechten en dranken
eerst buiten de vrieskast afkoelen.
Doet u dat niet dan beginnen reeds
ingevroren levensmiddelen te ont
-
dooien en wordt er meer stroom ver
-
bruikt dan nodig is.
Het verpakken
^ Vries de levensmiddelen per portie
in.
Geschikte verpakking
- kunststof folie
- diepvrieszakken van polyethyleen
- aluminiumfolie
- diepvriesbakje
Ongeschikte verpakking
- pakpapier
- braadpapier
- cellofaan
- afvalzakken
- gebruikte plastic zakken
^
Druk de lucht uit de verpakking.
^
Sluit de verpakking goed af met:
- elastiekjes
- kunststof klipjes
- touwtjes of
- koudebestendig plakband.
Zakken en diepvrieszakken van poly
-
ethyleen kunt u ook met een sealap
-
paraat afsluiten.
^
Doe een sticker op de verpakking
met inhoud en invriesdatum.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
20
Vóórdat u de verse levensmiddelen
in het apparaat legt
^
Wanneer u meer dan 2 kg verse le
-
vensmiddelen heeft, schakel dan een
tijdje vóórdat u deze in het apparaat
legt de functie "Superfrost" in. De pro
-
ducten die al zijn ingevroren krijgen
zo een koudereserve.
Zie hoofdstuk: "De functie "Super
-
frost"".
Het inruimen
De levensmiddelen kunnen overal in de
diepvrieszone worden ingevroren.
U kunt de producten ook direct op de
glasplaten leggen. Doe dat in ieder ge-
val met grotere hoeveelheden. Op de
glasplaten worden de levensmiddelen
heel snel ingevroren zonder dat dat ten
koste gaat van de kwaliteit.
Haal daarvoor de diepvriesladen uit het
apparaat.
Wanneer u deze uit het apparaat haalt,
let er dan op dat u de ventilatorgleuven
aan de achterwand niet afdekt. Deze
zijn belangrijk voor een goede werking
van het apparaat.
De onderste diepvrieslade mag niet uit
het apparaat worden gehaald.
In iedere diepvrieslade en op iedere
glasplaat kan maximaal 25 kg wor
-
den gelegd.
^
Leg de in te vriezen producten over
de hele breedte op de bodem van de
diepvriesladen of op de glasplaten
van het apparaat, zodat ze zo snel
mogelijk tot in de kern worden inge
-
vroren.
^
Zorg ervoor dat het materiaal waarin
de in te vriezen producten zijn ver
-
pakt droog is, zodat de producten
niet aan elkaar of aan de bodem van
de diepvriesladen vastvriezen.
Leg in te vriezen levensmiddelen
niet tegen reeds ingevroren levens
-
middelen om te voorkomen dat de
laatste gaan ontdooien.
Grote stukken vlees
Wanneer u een groot stuk vlees wilt in-
vriezen, bijv. kalkoen of wildbraad kunt
u het beste de glasplaten tussen 2
diepvriesladen verwijderen. Zo is er
meer plaats.
^ Haal de diepvriesladen uit het appa-
raat, til de glasplaten iets op en haal
ze uit het apparaat.
U kunt als dat nodig is alle diepvriesla
-
den en alle glasplaten uit het apparaat
halen en zo de hele binnenruimte ge
-
bruiken.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
21
Diepvrieskalender
De diepvrieskalender op de diepvries
-
laden geeft de gebruikelijke bewaartijd
aan van verschillende soorten levens
-
middelen, wanneer ze vers worden op
-
geslagen.
Bij de in de handel verkrijgbare diep
-
vriesproducten is de op de verpakking
aangegeven uiterste houdbaarheidsda
-
tum beslissend.
2 - 3 maanden:
Taart, ijs, éénpansgerechten
3 - 5 maanden:
Vis, champignons, brood
6 - 8 maanden:
Varkensvlees, kalfsvlees, gevogelte
10 - 12 maanden:
Rundvlees, fruit, groenten
Het ontdooien van ingevroren
producten
Dat kunt u doen
in de magnetron;
in de oven bij het verwarmingssys
-
teem "Hetelucht" of "Ontdooien";
bij kamertemperatuur;
in de koelkast (de koude die daarbij
vrijkomt kan voor het koelen van de
andere levensmiddelen worden ge
-
bruikt);
in de stoomoven.
Platte stukken vlees en vis kunnen
gedeeltelijk ontdooid in een hete braad-
pan worden gelegd.
Fruit kan bij kamertemperatuur zowel in
de verpakking als ook in een afgedekte
schaal ontdooien.
Groente kan in het algemeen in bevro-
ren toestand aan kokend water worden
toegevoegd of in heet vet worden ge
-
stoofd. De kooktijd is iets korter dan bij
verse groente.
Vries geheel of gedeeltelijk ontdooi
-
de levensmiddelen niet opnieuw in.
Pas nadat u deze levensmiddelen
hebt gekookt of gebraden kunt u ze
opnieuw invriezen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
22
Het bereiden van ijsblokjes
^
Vul het bakje voor ijsblokjes voor
driekwart met water.
^
Zet het bakje op de bodem van een
diepvrieslade.
^
Wanneer het bakje is vastgevroren,
gebruik dan een stomp voorwerp,
bijv. een lepelsteel om het los te ma-
ken.
^ Wanneer het bakje even onder stro-
mend water wordt gehouden laten de
ijsblokjes gemakkelijk los.
Het snelkoelen van dranken
Wanneer u flessen drank in de vrieskast
hebt gelegd om snel te koelen, haal ze
er dan na maximaal één uur weer uit.
Doet u dat niet dan springen ze uit el
-
kaar.
Diepvriesplateau
Op het diepvriesplateau kunt u kleinere
producten invriezen, niet alleen fruit en
groenten maar ook kruiden, zonder dat
dat ten koste gaat van de kwaliteit.
^
Leg de in te vriezen producten op het
diepvriesplateau.
^ Laat de producten 10 tot 12 uur ste-
vig invriezen.
^ Hevel ze over in een diepvrieszak of
diepvriesbakje en leg ze in de diep-
vriesladen.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
23
Het gebruik van de koude-accu
De koude-accu voorkomt dat de tem
-
peratuur in de diepvrieszone snel stijgt
wanneer de stroom is uitgevallen.
Leg de koude-accu in de bovenste
diepvrieslade direct op de levensmid
-
delen of op het diepvriesplateau.
Na ca. 24 uur bereikt de koude-accu
zijn maximale koelcapaciteit.
Leg de koude-accu wanneer de stroom
uitvalt direct op de levensmiddelen in
de bovenste lade om de levensmid
-
delen in ieder geval nog zo lang moge
-
lijk te kunnen bewaren.
Wanneer u verse levensmiddelen in het
apparaat wilt leggen, gebruik de
koude-accu dan om een scheiding aan
te brengen tussen reeds ingevroren en
verse levensmiddelen, zodat de eerste
groep niet gaat ontdooien.
De koude-accu kan ook korte tijd wor-
den gebruikt voor het koelen van le-
vensmiddelen en dranken in een
koeltas.
Het invriezen en bewaren van levensmiddelen
24
Het apparaat is uitgerust met een
"NoFrost" - systeem, waardoor het auto
-
matisch ontdooit.
Het vrijkomende vocht slaat op de ver
-
damper neer en ontdooit en verdampt
regelmatig vanzelf.
Doordat het apparaat automatisch ont
-
dooit blijft het altijd ijsvrij.
Door dit bijzondere systeem is er geen
gevaar dat de levensmiddelen begin
-
nen te ontdooien!
Het automatisch ontdooien van het apparaat
25
Gebruik nooit zand-, soda-, zuur- of
schuurmiddelhoudende reinigings
-
middelen of chemische oplosmid
-
delen.
Ongeschikt zijn ook zogenaamde
"schuurmiddelvrije" schuurmiddelen,
daar deze doffe plekken veroorza
-
ken.
Let erop dat er geen water in de
elektronica of in de verlichting te
-
rechtkomt.
Gebruik geen stoomreiniger.
Stoom kan in aanraking komen met
delen van het apparaat die onder
spanning staan en zo kortsluiting
veroorzaken.
Het typeplaatje in de binnenruimte
van het apparaat mag niet worden
verwijderd. De gegevens zijn nodig
in het geval er een storing optreedt.
Voor het reinigen
^
Schakel het apparaat uit.
^
Haal de stekker uit het stopcontact.
^
Sla de ingevroren producten op een
koele plaats op.
^
Haal alle diepvriesladen en glaspla
-
ten uit het apparaat.
Het reinigen van de binnen
-
ruimte en de toebehoren
^
Reinig de binnenruimte en de toebe
-
horen met lauwwarm water met reini
-
gingsmiddel.
Reinig de toebehoren met de hand,
niet in de afwasautomaat.
^
Neem binnenruimte en toebehoren
daarna met helder water af en wrijf
alles met een doek droog.
^
Laat de deur van de vrieskast korte
tijd openstaan.
Het reinigen van de luchttoe-
voer- en luchtafvoeropeningen
^ Reinig de luchttoevoer- en luchtaf-
voeropeningen regelmatig met een
kwast of een stofzuiger.
Wanneer er zich stof ophoopt, wordt er
onnodig veel energie verbruikt.
Het reinigen van de deurdich-
ting
Behandel de deurdichting niet met
olie of vet.
Doet u dat wel, dan wordt de deur
-
dichting in de loop van de tijd po
-
reus.
Reinig de deurdichting regelmatig al
-
leen met helder water en wrijf deze
daarna met een doek grondig droog.
Het reinigen van de vrieskast
26
Na het reinigen
^
Sluit de deur van de vrieskast.
^
Steek de stekker weer in het stopcon
-
tact.
^
Schakel het apparaat weer in.
^
Schakel de superfrost in, zodat het in
de vrieskast weer snel koud wordt.
Het controlelampje van de superfrost
gaat aan.
^
Plaats de glasplaten weer terug in
het apparaat.
^ Leg de ingevroren producten weer
terug in de diepvriesladen en schuif
de diepvriesladen weer in het appa-
raat, zodra de temperatuur laag ge-
noeg is.
^ Schakel de superfrost weer uit, zodra
een constante temperatuur van -18°C
is bereikt.
Het controlelampje van de superfrost
gaat uit.
Het reinigen van de vrieskast
27
Reparaties aan elektrische appara
-
ten mogen alleen door vakmensen
worden uitgevoerd.
Gebeurt dit niet, dan kan de ge
-
bruiker grote risico's lopen.
Wat moet u doen, wanneer...
...devrieskast het niet doet?
^
Controleer of:
de vrieskast is ingeschakeld
(in dat geval moet de temperatuuraan
-
duiding branden);.
de stekker stevig in het stopcontact
zit;
de hoofdschakelaar van de elek-
trische huisinstallatie is ingescha-
keld.
Is dit laatste wel het geval,
^ neem dan contact op met de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V.
...dedeur van de vrieskast niet ver
-
schillende keren achter elkaar kan
worden geopend?
Dat is geen storing.
Door de zuigende werking kunt u de
deur pas na enige tijd zonder moeite
openen.
...detemperatuur in de vrieskast te
laag is?
^
Stel met de linker temperatuurtoets
een hogere temperatuur in.
^
Controleer of u vergeten hebt om de
superfrost uit te schakelen.
Na minimaal 30 en maximaal 65 uur
gaat de superfrost automatisch uit.
...devrieskast vaker en voor
langere tijd aanslaat?
^
Controleer of:
de luchttoevoeropening beneden in
de sokkel of de luchtafvoeropening
boven in de vrieskastombouw is ge-
blokkeerd en of er veel stof inzit;
u de deur van de vrieskast vaak
open en dicht heeft gedaan;
er ineens grote hoeveelheden verse
levensmiddelen zijn ingevroren;
de deur van de vrieskast goed sluit.
...devrieskast voortdurend in wer
-
king is?
Wanneer het apparaat minder vriesca
-
paciteit nodig heeft schakelt het over
op een lager toerental om energie te
besparen. Daardoor is het apparaat
ook langere tijd in werking.
...deingevroren producten vastge
-
vroren zijn?
^
Maak de ingevroren producten met
een stomp voorwerp, bijv. met een le
-
pelsteel los.
Nuttige tips
28
...dezoemer gaat en de tempera
-
tuuraanduiding gaat knipperen?
^
Controleer of de deur van het appa
-
raat al langer dan ca. 60 seconden
openstaat.
Is dat niet het geval, dan is het in de
vrieskast gezien de ingestelde tempe
-
ratuur te warm en wel doordat:
de deur van de vrieskast vaak open
en dicht is gedaan;
er ineens grote hoeveelheden verse
levensmiddelen zijn ingevroren;
de ventilatieroosters zijn geblok-
keerd;
de stroom langere tijd uitgevallen is
geweest.
Wanneer het euvel verholpen is brandt
de temperatuuraanduiding constant en
houdt de zoemer op.
...erindetemperatuuraanduiding
een streepje brandt of knippert?
^
Controleer de temperatuuraandui
-
ding ca. 6 uur na het inschakelen van
het apparaat.
De temperatuuraanduiding geeft de
temperatuur alleen dan aan wanneer
deze in het bereik ligt dat kan worden
weergegeven.
...indetemperatuuraanduiding "F0"
tot "F9" verschijnt?
Er is sprake van een storing.
^
Neem contact op met de afdeling
Klantcontacten.
...indetemperatuuraanduiding
"nA" verschijnt?
Er heeft zich in de afgelopen dagen of
uren een stroomstoring voorgedaan
waardoor de temperatuur in het appa
-
raat te sterk is gestegen.
^
Druk op de toets voor het uitschake
-
len van de zoemer totdat "nA" ver-
dwijnt.
In de temperatuuraanduiding verschijnt
de hoogste temperatuur die tijdens de
stroomstoring in de vrieskast heeft
geheerst.
Deze wordt ca. 1 minuut aangegeven.
Daarna verschijnt in de temperatuur-
aanduiding weer de temperatuur die op
dat moment in de vrieskast heerst.
Nadat de stroomstoring is verholpen
werkt het apparaat verder in de tempe
-
ratuur die het laatst is ingesteld.
^
Controleer of de levensmiddelen
door de hoge temperatuur gedeelte
-
lijk of zelfs geheel zijn ontdooid.
Is dat het geval,
^
kook of bak ze dan eerst voordat u ze
weer invriest.
Nuttige tips
29
. . . het controlelampje van de super
-
frost niet brandt, terwijl het apparaat
wel werkt?
Het controlelampje is defect.
^
Neem contact op met de afdeling
Klantcontacten.
. . . het apparaat niet kan worden uit
-
geschakeld?
De vergrendeling is ingeschakeld.
Kunt u een storing ook met boven
-
genoemde tips niet verhelpen, roep
dan de hulp in van de afdeling
Klantcontacten.
Open als het mogelijk is de vries-
kastdeur niet vóórdat de storing is
verholpen.
Op deze manier houdt u het koude-
verlies zo gering mogelijk.
Nuttige tips
30
Vaak voorkomende ge
-
luiden
Waar komen deze geluiden vandaan?
Brrrrr... Dit brommende geluid komt van de motor (compressor). Wan
-
neer de motor aanslaat klinkt dit geluid nog iets sterker.
Blubb, blubb.... Deze klotsende, gorgelende of snorrende geluiden komen van
de koelvloeistof die door de leidingen stroomt.
Klik.... Dit klikkende geluid is altijd te horen wanneer de thermostaat de
motor in- of uitschakelt.
Sssrrrrr.... Dit ruisende geluid is te horen bij apparaten die over verschillen
-
de zones of over een no-frost-systeem beschikken en wordt ver
-
oorzaakt door de luchtstroming in de binnenruimte van het appa
-
raat.
Bedenk dat dit soort geluiden niet te vermijden zijn.
Geluiden die makkelijk te
verhelpen zijn
Wat is de oorzaak van deze geluiden en wat kunt
u daartegen doen?
Klapperende en rammelende ge-
luiden
Het apparaat staat niet waterpas: Stel het apparaat met behulp
van een waterpas. Gebruik de stelvoeten onder het apparaat of
leg er iets onder.
Het apparaat komt tegen andere meubels of apparaten aan:
Schuif het apparaat een eindje weg.
Diepvriesvakken, plateaus of andere uitneembare onderde
-
len van het apparaat zitten niet goed op hun plaats: Zet ze
weer goed.
In het apparaat staan flessen of andere gebruiksvoorwerpen
tegen elkaar aan: Zorg ervoor dat ze niet meer tegen elkaar
aankomen.
De transportkabelhouder hangt nog aan de achterkant van
het apparaat: Verwijder de kabelhouder.
Geluiden en de oorzaken ervan
31
Neem bij storingen die u niet zelf kunt
verhelpen contact op met
uw Miele-handelaar
of
de afdeling Klantcontacten van Miele
Nederland B.V.
Telefoonnummer en adres van Miele
Nederland B.V. vindt u op de achterzij
-
de van deze gebruiksaanwijzing.
Geef bij het inschakelen van de afde
-
ling Klantcontacten altijd het type en
het nummer van het apparaat door.
Beide gegevens vindt u op het type-
plaatje in de binnenruimte van het ap-
paraat.
Voor informatie over het Miele Service
Verzekering Certificaat kunt u zich
wenden tot uw Miele-vakhandelaar of
de bijgevoegde folder raadplegen.
Garantietermijn en garantievoorwaar-
den
De garantietermijn bedraagt 2 jaar.
Voor nadere bijzonderheden over de
garantievoorwaarden kunt u bellen met
de afdeling Klantcontacten.
Afdeling Klantcontacten / Garantie
32
Dit apparaat mag alleen door een er
-
kend elektricien op het elektriciteitsnet
worden aangesloten.
Dit apparaat is voorzien van een aan
-
sluitkabel en een stekker met randaar
-
de, geschikt voor aansluiting op 50 Hz
220 - 240 V.
Dit apparaat mag uitsluitend worden
aangesloten op een contactdoos met
randaarde.
Het is het beste wanneer de contact
-
doos zich naast het apparaat bevindt
en u er gemakkelijk bij kunt.
Dit apparaat mag uitsluitend op een
huisinstallatie worden aangesloten die
volgens NEN 1010 is geïnstalleerd.
De installatiegroep dient met een 10 A-
zekering te worden gezekerd.
In de EU-voorschriften geeft men ter
verhoging van de veiligheid het advies
om de huisinstallatie van een aardlek-
schakelaar te voorzien.
Het apparaat mag niet op omvormers
worden aangesloten die bij autonome
stroomvoorzieningen zoals zonne-
energie worden gebruikt. Het is moge
-
lijk dat wanneer het apparaat in dat ge
-
val wordt ingeschakeld, het door span
-
ningspieken om veiligheidsredenen
weer wordt uitgeschakeld. De elektroni
-
ca kan beschadigd raken.
Het apparaat mag ook niet met een
energievoorkeurstekker worden ge
-
bruikt. Het is mogelijk dat er in dat ge
-
val te weinig energie naar het apparaat
wordt toegevoerd en dat componenten
in het apparaat te warm worden.
Met verlengsnoeren kan een veilig ge
-
bruik van het apparaat namelijk niet
worden gewaarborgd in verband met
het gevaar voor oververhitting.
Moet er aan de aansluiting op het elek
-
triciteitsnet of aan de aansluitkabel iets
worden veranderd dan mag dat uitslui
-
tend door een erkend bedrijf gebeuren.
Elektrische aansluiting
33
Een apparaat dat niet is ingebouwd
kan kantelen!
Plaats van opstelling
Kies geen plaats direct naast een for
-
nuis, een verwarming of in de buurt van
een raam waar de zon direct door heen
kan schijnen.
Hoe hoger de omgevingstemperatuur
is, des te langer het apparaat staat te
ronken en des te hoger het stroomver
-
bruik is.
Geschikt is een droge ruimte waar kan
worden geventileerd.
Klimaatklasse
Het apparaat is geconstrueerd voor
een bepaalde klimaatklasse. Een kli-
maatklasse is een kamertemperatuur-
bereik waarbinnen de temperatuur zich
moet bewegen en waar deze niet bo-
ven of onder mag liggen.
De klimaatklasse van het apparaat
staat aangegeven op het typeplaatje
aan de binnenkant van uw apparaat.
Klimaatklasse Kamertemperatuur
SN, N
ST
T
tot +32 °C
tot +38 °C
tot +43 °C
Met een minimum kamertemperatuur
van +5 °C werken de apparaten gega
-
randeerd zonder problemen.
Luchttoevoer en luchtafvoer
De lucht aan de achterwand van het
apparaat wordt warm.
Daarom moet de meubelombouw zoda
-
nig zijn geconstrueerd dat een goede
luchttoevoer en luchtafvoer gewaar
-
borgd zijn.
Voor de luchtafvoer moet aan de ach
-
terkant van het apparaat een luchtaf
-
voerkanaal van minstens 38 mm diepte
worden geplaatst.
De doorsnede van de luchtafvoerope
-
ning moet minstens 200 cm
2
bedragen,
zodat de warme lucht ongehinderd kan
worden afgevoerd. Is dat niet het geval,
dan moet het apparaat meer presteren,
wat meer stroom vergt.
De lucht wordt via de sokkel van het
apparaat toegevoerd.
De luchttoevoer- en luchtafvoerope-
ningen mogen niet worden afgedekt
of geblokkeerd.
Bovendien moeten ze regelmatig
stofvrij worden gemaakt.
Montage-instructies
34
Voordat u het apparaat in
-
bouwt
^
Haal de opvulstrip, de afdichtings
-
band en andere toebehoren uit het
apparaat of van de achterwand van
het apparaat.
^ Verwijder in geen geval de afstand-
houder van de achterwand van het
apparaat.
Deze zorgt voor de noodzakelijke af-
stand tussen de achterwand van het
apparaat en de muur.
^ Verwijder de kabelhouder van de
achterwand van het apparaat.
^ Controleer of de onderdelen aan de
achterwand van het apparaat ner
-
gens tegenaan kunnen komen. Buig
ze zo nodig de andere kant op.
Had uw oude apparaat een
andere scharniertechniek?
Wanneer uw oude apparaat een andere
scharniertechniek had kunt u toch de
meubeldeur gebruiken. Verwijder in dat
geval het oude beslag van de inbouw
-
kast. We hebben dit niet meer nodig
daar de meubeldeur op de deur van
het apparaat wordt gemonteerd.
Alle benodigde onderdelen worden bij
-
gevoegd of kunnen bij de afdeling On
-
derdelen van Miele Nederland B.V.
worden besteld.
Roestvrijstalen front
(Afhankelijk van het model)
Heeft uw oude apparaat een andere
scharniertechniek gehad en kunt of wilt
u de oude meubeldeur niet meer ge-
bruiken, of is uw meubeldeur om een
andere reden niet meer te gebruiken,
kunt u deze door een roestvrijstalen
front vervangen.
Het roestvrijstalen front kan bij de af
-
deling Onderdelen of bij de afdeling
Klantcontacten van Miele Nederland
B.V. worden besteld.
Montage-instructies
35
Hoogte van de inbouwkast [mm]
A
FN 9752 i 1772 - 1788
Inbouwmaten
36
De deurscharnieren zijn vanuit de fa
-
briek zo ingesteld, dat de deur van het
apparaat ver open kan.
Zijn er echter redenen dat de deur niet
zo ver open mag, dan kunnen de deur
-
scharnieren worden aangepast en de
deuropeningshoek worden verkleind.
Wanneer de deur van het apparaat bij
voorbeeld tegen een aangrenzende
muur slaat wanneer hij opengaat, moet
de deuropeningshoek tot 90° worden
verkleind.
^ Plaats de bijgevoegde stiften van bo-
ven in de scharnieren.
De openingshoek is nu 90°.
Wilt u dat de deur van het apparaat
zacht open- en dichtveert, dan moet u
de veerkracht van de deur vergroten.
Stel de deurscharnieren met de bijge
-
voegde inbussleutel in.
a De deur mag niet zo ver open:
^
Draai de inbussleutel met de klok
mee.
De scharnieren zijn nu strakker inge
-
steld en kunnen niet meer zo ver
open.
b De deur mag ver open:
^
Draai de inbussleutel tegen de klok
in.
Het instellen van de deurscharnieren
37
Het apparaat wordt geleverd met een
rechtsscharnierende deur.
Moet de deur linksscharnierend zijn,
verander dan de draairichting.
Daarvoor hebt u het volgende ge
-
reedschap nodig:
een kruiskopschroevendraaier;
een sleufschroevendraaier;
Torx-schroevendraaiers in verschil
-
lende maten;
een steeksleutel.
Deur van het apparaat
^ Open de deur van het apparaat.
^
Haal de afdekkingen a, b en c er
met behulp van een sleufschroeven
-
draaier af.
^
Draai de bevestigingsschroeven d
boven en beneden een beetje los.
^
Schuif de deur van het apparaat naar
buiten en licht deze eruit e.
^
Draai de bevestigingsschroeven d
er helemaal uit en schroef ze er bo
-
ven en onder aan de tegenoverge
-
stelde kant f losjes weer in.
Voor het geval u stiften in de scharnie
-
ren hebt geplaatst voor het verkleinen
van de deuropeningshoek:
^ Trek de stiften uit de scharnieren.
Het losmaken van de deursluitings-
demper
^ Leg de losse deur op een stabiele
ondergrond met de buitenkant naar
beneden.
^
Schuif spanveer a met een schroe
-
vendraaier voorzichtig naar buiten.
Het veranderen van de draairichting van de deur
38
De deursluitingsdemper trekt in ge
-
demonteerde toestand samen.
Let erop dat u zich niet bezeert.
^
Schroef houder b eraf en verwijder
deursluitingsdemper c.
^
Maak kogelpen d met behulp van de
steeksleutel los en verwijder de pen.
^
Zet de deur van het apparaat zo neer
dat u de scharnieren aan de voorkant
kunt losmaken.
De scharnieren blijven geopend.
^
Draai de schroeven a eruit en sluit
de vrijgekomen gaten af met de bij
-
gevoegde stopjes c.
Klap de scharnieren niet samen.
Doet u dat wel, dan kunt u zich be
-
zeren.
^
Plaats de scharnieren diagonaal aan
de andere kant b.
^
Gebruik voor het vastschroeven van
de scharnieren een accu-schroeven
-
draaier.
De schroeven a zijn zelfsnijdend.
Het vastmaken van de deursluitings
-
demper
^
Leg de deur opnieuw op een stabiele
ondergrond met de buitenkant naar
beneden.
^ Schroef de kogelpen d van de deur-
sluitingsdemper c in het nieuwe gat.
^
Schuif spanveer a weer naar binnen.
^
Schroef houder b aan het scharnier
vast.
^
Trek de deursluitingsdemper c uit
elkaar en haak hem er in kogelpen d
in.
Het veranderen van de draairichting van de deur
39
^ Schuif de deur op de voorgemonteer-
de schroeven a en draai de schroe-
ven stevig aan.
^ Klik de afdekkingen a, b en c
erop.
^
Plaats de stiften ter verkleining van
de deuropeningshoek altijd van bo
-
ven in de scharnieren.
Het veranderen van de draairichting van de deur
40
Alle stappen bij de montage worden
gedemonstreerd met een apparaat
met een rechtsscharnierende deur.
Hebt u een apparaat met een links
-
scharnierende deur, houd daar dan
bij de montage rekening mee.
Voor het inbouwen van het apparaat
hebt u nodig:
een kruiskopschroevendraaier,
Torx-schroevendraaiers in verschil
-
lende maten
en een inbussleutel.
Gewicht van de meubeldeur
Controleer voordat u de meubeldeur
monteert of deze het maximaal toelaat-
bare gewicht niet overschrijdt.
Apparaat
Maximaal gewicht
van de meubeldeur
in kg
FN 9752 i 15
Wanneer er een meubeldeur wordt
gemonteerd die het maximaal toe
-
laatbare gewicht van de deur over
-
schrijdt, kunnen de scharnieren be
-
schadigd raken.
Inbouw in een scheidingswand
Wanneer het apparaat in een schei
-
dingswand wordt ingebouwd, moet de
achterkant van de inbouwkast op de
plek worden afgedekt waar het appa
-
raat moet komen.
Het stellen van de inbouwkast
^
Stel de inbouwkast voordat u het ap
-
paraat inbouwt heel precies met een
waterpas.
De hoeken van de kast moeten alle
-
maal 90° zijn, omdat de meubeldeur
anders niet precies tegen alle vier de
hoeken aanligt.
Het inbouwen van het apparaat
41
Voordat u het apparaat in
-
bouwt
^ Schuif opvulplaat a in de houder.
De bultjes moeten daarbij naar bene-
den wijzen.
^ Klik de opvulplaat met de bultjes in
de sleutelgaten.
^ Zorg ervoor dat de aansluitkabel zo
komt te liggen dat het apparaat mak
-
kelijk kan worden aangesloten nadat
het is ingebouwd.
^
Schuif het apparaat voor tweederde
in de inbouwkast.
Let er daarbij op dat de aansluitkabel
niet ergens tussen beklemd raakt.
Alleen bij meubelwanden van 16 mm
dik:
^
Klik de afstandsstukken b op de
scharnieren vast.
^
Open de deur van het apparaat.
^ Verwijder de afdekking c die in de
hoek aan de bovenkant zit met be-
hulp van een sleufschroevendraaier.
^
Plaats afdekking d op bevestigings
-
haak e.
^
Maak bevestigingshaak e met de
schroeven f (M5 x 15) aan de bo
-
venkant van het apparaat vast.
Het inbouwen van het apparaat
42
^ Plaats afdekking g op bevestigings-
haak h.
^ Maak bevestigingshaak h met de
schroeven i (M5 x 15) aan de on-
derkant van het apparaat vast.
^ Trek de beschermfolie van afdich-
tingsband j af.
^ Plak de afdichtingsband parallel aan
de voorkant en wel aan die kant waar
de deur wordt geopend.
Houd de afdichtingsband daarbij te
-
gen de onderkant van de bovenste
afdekking d en knip de band 2 -
3 mm boven de onderste beves
-
tigingshaak h af.
^
Schuif het apparaat zover in de in
-
bouwkast, totdat de afdekkingen d
en g evenwijdig lopen met de zij
-
wand van de inbouwkast.
Het inbouwen van het apparaat
Wanneer de wand 16 mm dik is,
moeten de afstandstukken boven en
onder tegen de voorkant van de
wand van de inbouwkast a aanko
-
men.
Wanneer de wand 19 mm dik is,
moet de voorkant van de scharnieren
boven en onder evenwijdig lopen
met de voorkant van de zijwand van
de inbouwkast b.
^
Controleer nog eens, of de afdek
-
kingen op de bevestigingshaken aan
de boven- en onderkant evenwijdig
lopen met de voorkant van de zij
-
wand van de inbouwkast d.
Het inbouwen van het apparaat
43
Zo wordt over de hele breedte tussen
het apparaat en de voorkant van de zij
-
wanden van de kast een afstand aan
-
gehouden van 42 mm.
Bij meubels met deurelementen zoals
deurbeslagen, deurstuiters en stoot
-
blokjes moet rekening worden gehou
-
den met de afmetingen van deze ele
-
menten, zodat ook hier over de hele
voorkant een afstand van 42 mm wordt
aangehouden.
^
Trek het apparaat naar voren en wel
zover als de extra afmeting van de
deurelementen.
De scharnieren en afdekkingen steken
nu naar buiten.
Tip: Verwijder de deurelementen. Ook
dan kunt u er zeker van zijn dat de
meubeldeur parallel loopt met de meu-
beldeuren daarnaast.
Wordt er tussen het apparaat en de
voorkant van de zijwanden van de
kast geen afstand van 42 mm aan
-
gehouden, gaat de deur misschien
niet goed dicht.
Dat kan ertoe leiden dat zich ijs of
condenswater vormt en dat er sto
-
ringen optreden in de werking van
het apparaat.
^
Stel het apparaat aan beide kanten
via de stelvoeten met de bijgevoegde
steeksleutel c.
Het vastmaken van het appa
-
raat in de inbouwkast
^ Druk het apparaat met de kant waar
de scharnieren zitten tegen de wand
van de inbouwkast.
Verbind het apparaat boven en onder
met de inbouwkast en wel door het vol-
gende te doen.
^
Draai de lange spaanplaatschroeven
a (4 x 20 mm) boven en onder door
de scharnierlussen.
Het inbouwen van het apparaat
44
^ Draai de schroeven b die aan de
bevestigingshaken c aan de boven-
en onderkant zitten een beetje los.
^ Schuif de bevestigingshaken c tot
aan de meubelwand en draai de
schroeven b weer vast.
^
Maak de bevestigingshaken c met
de schroeven d aan de meubelwand
vast.
Boor de gaten in de meubelwand
indien nodig voor.
^
Breek het uitstekende gedeelte van
de bovenste afdekking e af en plaat
-
s de afdekking omgedraaid op de
bovenste bevestigingshaak c.
^
Plaats de langere afdekking f op de
bovenste bevestigingshaak c.
^
Breek het uitstekende gedeelte van
de onderste afdekking e af.
Dit hebt u niet meer nodig.
^
Plaats afdekking g op de onderste
bevestigingshaak c.
^
Sluit de deur van het apparaat.
Het monteren van de meubel
-
deur
^
Stel de afstand tussen de deur van
het apparaat en de bevestigingstra
-
verse in op 8 mm a.
^
Schuif de montagehulpstukken b ter
hoogte van de meubeldeur.
Daarbij moet de onderkant van de
haken X van de montagehulpstukken
zich op gelijke hoogte bevinden als
de bovenrand - van de te monteren
meubeldeur.
^
Schroef de moeren c eraf en haal
bevestigingstraverse d er samen
met de montagehulpstukken af.
Het inbouwen van het apparaat
45
^ Teken met een potlood een middellijn
op de binnenkant van de meubel-
deur.
^ Hang bevestigingstraverse d met de
montagehulpstukken op de binnen-
kant van de meubeldeur.
Stel de bevestigingstraverse precies
in het midden.
^
Maak de bevestigingstraverse met
minstens 6 korte spaanplaatschroe
-
ven e (4 x 14 mm) vast.
Gebruik bij cassettedeuren slechts 4
schroeven aan de rand.
^
Trek de montagehulpstukken naar
boven en trek ze eruit f.
^
Draai de montagehulpstukken en
steek ze helemaal in de middelste
gleuven van bevestigingstraverse g.
^ Hang de meubeldeur op de stel-
schroeven h.
^ Draai de moeren c losjes op de stel-
schroeven.
^ Sluit de deur en controleer de af-
stand van de deur tot de meubel-
deuren daarnaast.
^ Stel de meubeldeur ten opzichte van
de meubeldeuren daarnaast.
Het stellen aan de zijkanten:
de juiste afstand X krijgt u door de
meubeldeur te verschuiven.
Het stellen in de hoogte:
de juiste afstand Y krijgt u door met
een sleufschroevendraaier aan de
stelschroeven h te draaien.
^
Draai de moeren c stevig aan.
Het inbouwen van het apparaat
46
Het vastschroeven van de deur van
het apparaat aan de meubeldeur
^ Schroef bevestigingshaak a met de
zeskantige schroef b op de voorge-
boorde gaten in de deur van het ap-
paraat.
^ Let erop dat de beide metalen ran-
den c (symbool II) evenwijdig lopen.
^
Boor de bevestigingspunten d vòòr
en draai er de schroeven e
(4 x 14 mm) in.
^
Schroef bij een grote meubeldeur of
een deur die uit verschillende ge
-
deelten bestaat een tweede paar be
-
vestigingshaken a in het handvatge
-
deelte van de deur vast.
Gebruik daarvoor de voorgeboorde
gaten in de deur van het apparaat.
^
Stel de meubeldeur in de diepte met
afstand Z:
Draai de schroeven f aan de boven
-
kant van de deur van het apparaat en
draai de schroef g aan de beves
-
tigingshaak aan de onderkant los.
^
Stel tussen meubeldeur en de kast
-
ruimte aan de voorkant een lucht
-
spleet van 2 mm in door de meubel
-
deur te verschuiven.
^ Sluit de deur.
Stel ze in lijn met de meubeldeuren
daarnaast.
^
Draai de moeren h aan de deur van
het apparaat vast.
Houd de stelschroef i daarbij met
een sleufschroevendraaier vast.
^
Opvulplaat j mag niet uitsteken
maar moet volledig in de inbouwkast
verdwijnen.
^
Draai alle schroeven nog eens stevig
aan.
Het inbouwen van het apparaat
47
^ Zet de afdekplaatjes erop.
U kunt er zeker van zijn dat het appa-
raat goed is ingebouwd, als:
de deur van het apparaat goed sluit;
de deur van het apparaat niet tegen
de kast aan komt;
de dichting in de hoek aan de bo-
venkant waar het handvat zit stevig
zit.
Controle
^
Leg een zaklamp in het apparaat en
doe de deur van het apparaat dicht.
^
Doe het licht in het vertrek uit.
^
Controleer of het licht in het apparaat
aan de zijkanten naar buiten dringt.
Is dat het geval,
^
neem dan alle montagestappen weer
één voor één door.
Het inbouwen van het apparaat
48
49
50
51
M.-Nr. 07 466 100 / 01
Wijzigingen voorbehouden / 0709
FN 9752 i
3


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Miele FN 9752 I FN 9752 i at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Miele FN 9752 I FN 9752 i in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 0,78 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info