663433
7
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/78
Next page
B5A-1052-03 d (EN)© 2016 JVC KENWOOD Corporation
MONITOR MET DVD-ONTVANGER
GEBRUIKSAANWIJZING
KW-V820BT
2
Meer over deze gebruiksaanwijzing:
• De schermen en panelen in deze gebruiksaanwijzing zijn slechts bedoeld als voorbeeld om de uitleg van
de bediening te verduidelijken. Deze kunnen daarom afwijken van de werkelijke schermen of panelen.
• Deze gebruiksaanwijzing beschrijf de bediening met gebruik van de toetsen op het monitorpaneel en
aanraakpaneel. Voor bediening met de afstandsbediening (RM-RK258: los verkrijgbaar), zie bladzijde 55.
• < > toont de diverse schermen/menu's/instellingen die op het aanraakpaneel verschijnen.
• [ ] toont de toetsen/kiesbare onderdelen op het aanraakpaneel.
• Taal voor aanduidingen: De schermaanduidingen voor de uitleg worden in het Engels getoond. U kunt
de taal voor de aanduidingen kiezen met het <SETUP> menu. (Bladzijde53)
• Bijgewerkte informatie (de laatste handleiding, systeem-updates, nieuwe functies etc.) is beschikbaar via
<http://www.jvc.net/cs/car/>.
ALVORENS GEBRUIK
BELANGRIJK
Lees alvorens dit product in gebruik te nemen deze
handleiding door voor een juist gebruik. Het is
vooral belangrijk dat u de WAARSCHUWINGEN en
VOORZORGEN in deze handleiding goed doorleest
en opvolgt. Bewaar deze handleiding ter referentie
op een veilige en toegankelijke plaats.
WAARSCHUWINGEN: (Voorkomen van
ongelukken en beschadiging)
• Installeer toestellen en aansluitkabels NIET op
plaatsen waar;
het kan de werking van het stuur en de
versnellingshendel hinderen.
het kan de werking van
veiligheidsvoorzieningen, bijvoorbeeld airbags,
hinderen.
dit het uitzicht belemmert.
• Bedien het toestel NIET tijdens het besturen van
de auto.
Kijk uitermate goed uit indien u het toestel tijdens
het rijden moet bedienen.
• De bestuurder dient tijdens het rijden niet naar de
monitor te kijken.
INHOUD
ALVORENS GEBRUIK .............................................. 2
BASISINSTELLINGEN ............................................. 4
Basisinstellingen ............................................................... 4
Instellen van de klok ....................................................... 4
BASISBEDIENING ................................................... 5
Namen en functies van onderdelen .......................... 5
Algemene bediening ...................................................... 6
Algemene schermbediening ....................................... 7
Kiezen van de weergavebron/optie ........................10
Gebruik van het onderliggende
snelkoppelingsmenu ....................................................11
DISCS .................................................................... 12
USB........................................................................ 16
iPod/iPhone..........................................................19
APPS—Apple CarPlay ..........................................22
Tuner ..................................................................... 24
OVERIGE EXTERNE COMPONENTEN ...................28
Gebruik van een achteruitkijk-camera ...................28
Gebruik van externe audio-/videospelers
—AV-IN ..............................................................................29
BLUETOOTH..........................................................30
INSTELLINGEN...................................................... 41
Instellingen voor gebruik van apps van een iPod/
iPhone/Android ..............................................................41
Kiezen van verschillende bronnen voor de voor-
en achtermonitor—Zone Control ............................ 42
Geluidsinstellingen—Audio ....................................... 43
Instellingen voor videoweergave .............................48
Veranderen van het display—ontwerp .................. 49
Aanpassen van de systeeminstellingen ................. 51
Instellen van menu-onderdelen—SETUP .............52
AFSTANDSBEDIENUING ...................................... 55
VERBINDEN/INSTALLEREN .................................. 57
REFERENTIES ........................................................ 63
Onderhoud ....................................................................... 63
Meer informatie ..............................................................63
Lijst met foutmeldingen ..............................................67
Oplossen van problemen ............................................ 67
Technische gegevens....................................................69
NEDERLANDS 3
Markering op produkten die laserstralen
gebruiken
Het label is aan de behuizing/frame bevestigd en
meldt dat het component laserstralen van Klasse 1
gebruikt. Dit betekent dat het toestel laserstralen
van een lagere klasse gebruikt. Dit betekent dat er
geen gevaar van straling buiten het toestel is.
Informatie over het weggooien van gebruikte
elektrische en elektronische apparatuur
en batterijen (voor landen die gescheiden
vuilverwerkingssystemen gebruiken)
Producten en batterijen met dit symbool
(doorkruiste vuilnisbak) kunnen niet als gewoon
huisvuil worden weggegooid.
Oude elektrische en elektronische apparaten en
batterijen moeten worden gerecycled door een
hiervoor geschikte faciliteit.
Raadpleeg de lokale betreffende instantie voor
details aangaande een geschikte recycle-faciliteit in
uw buurt.
Het juist recyclen en weggooien van vuil helpt
bronnen te besparen en vermindert een schadelijke
invloed op uw gezondheid en het milieu.
Opmerking: De “Pb”-markering onder het symbool
voor batterijen geeft aan dat de batterij lood bevat.
Voorzorgen voor de monitor:
• De in dit toestel ingebouwde monitor is met
hoogwaardige technologie gefabriceerd, maar
kan echter een aantal ineffectieve beeldpunten
hebben. Dit is onvermijdelijk en duidt niet op een
defect.
• Stel de monitor niet aan het directe zonlicht
onderhevig.
• Raak het aanraakpaneel niet met een pen of ander
voorwerp met scherpe punt aan.
Raak de toetsen op het aanraakpaneel direct met
uw vingers aan (trek uw handschoenen uit indien
u deze aan heeft).
• Indien de temperatuur zeer laag of hoog is...
Het toestel werkt mogelijk onjuist vanwege een
abnormale temperatuur.
De beelden worden niet helder getoond of de
beweging van beelden is traag. Het beeld en
geluid is niet synchroon en de beeldkwaliteit
is onder dergelijk omstandigheden mogelijk
slechter.
Denk aan de veiligheid...
• Stel voor de veiligheid het volume niet te hoog
in daar u anders mogelijk geen geluiden van
buitenaf hoort en uw gehoor tevens mogelijk
wordt beschadigd.
• Zet de auto stil voordat u ingewikkelde
handelingen met het apparaat gaat verrichten.
Temperatuur binnen de auto...
Als de auto gedurende lange tijd in de kou of in
de warmte heeft gestaan, mag u het apparaat pas
gebruiken nadat de temperatuur in de auto weer
normaal waarden heet bereikt.
ALVORENS GEBRUIK
4
BASISINSTELLINGEN
Basisinstellingen
Het basisinstelscherm verschijnt wanneer u het
toestel voor het eerst inschakelt.
• U kunt deze instellingen tevens veranderen op het
<SETUP> scherm. (Bladzijde52)
1 Maak de basisinstellingen.
Tik op het gewenste onderdeel om de instelling
te maken.
• U kunt naar andere schermen rollen en meer
onderdelen tonen door op [J]/[K] te tikken.
• Nadat een ander instelscherm verschijnt, stelt
u het onderdeel in en tikt u vervolgens op
[
] om naar het voorgaande scherm terug
te keren.
[Language] Kiesde taal voor de
tekstinformatie op het scherm.
(Bladzijde53)
• Tik op [Language Select] en
kies vervolgens de gewenste
taal.
[Clock] Stel de klok in. (Zie de
rechterkolom.)
[Colour] Kies de kleur van de toetsen
op het monitorpaneel.
(Bladzijde49)
• Tik op [Panel Colour] en kies
vervolgens de gewenste kleur.
[Camera] Maak instellingen voor de
aangesloten achterzichtcamera.
(Bladzijde28)
[DEMO] Activeren ([ON]) of
uitschakelen ([OFF]) van
de displaydemonstratie.
(Bladzijde54)
2 Voltooi de procedure.
Het startscherm verschijnt.
Instellen van de klok
1 Toon het startscherm.
Op het monitorpaneel:
2 Toon het <SETUP> scherm.
3 Toon het <User Interface> scherm.
4 Kies de methode voor het instellen van de
klok.
• Rol de pagina verder om het onderdeel te
tonen.
[GPS-SYNC] De klok wordt gelijkgesteld op
basis van GPS.
[Manual] U moet de klok handmatig
instellen. (Bladzijde5)
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
5 Kies de juiste tijdzone voor [Time Zone].
• Druk op HOME op het monitorpaneel om naar het
startscherm terug te keren of tik op [
] om weer
naar het voorgaande scherm te gaan.
NEDERLANDS 5
BASISINSTELLINGEN
Handmatig instellen van de klok (indien [Manual]
op het <Clock> venster is gekozen)
1 Toon het <Clock Adjust> scherm.
Op het <User Interface> scherm
(Bladzijde4):
• Rol de pagina verder om het onderdeel te
tonen.
2 Stel de kalender en kloktijd in (1) en
bevestig de instelling vervolgens (2).
BASISBEDIENING
Namen en functies van onderdelen
Let op met het instellen van het volume:
Digitale apparatuur produceren weinig ruis in
vergelijking met andere bronnen. Verlaag derhalve
het volume alvorens de weergave van deze
digitale bronnen te starten zodat beschadiging
van de luidsprekers door een plotselinge sterke
volumeverhoging wordt voorkomen.
1 (Stroom) toets
• Inschakelen van de stroom. (Drukken)
(Bladzijde6)
• Uitschakelen van de stroom. (Houd ingedrukt)
(Bladzijde6)
• Toont het onderliggende snelkoppelingsmenu.
(Drukken) (Bladzijde 11)
2 Lade
3 HOME/
(Stem) toets
• Tonen van het startscherm. (Drukken)
(Bladzijde7)
• Activeert de stembedieningsfunctie. (Houd
ingedrukt)
Wanneer een Bluetooth mobiele telefoon
is verbonden: Activeren van bellen met
stemherkenning. (Bladzijde37)
Wanneer een met Apple CarPlay
compatibele iPod/iPhone is verbonden:
Activeert Siri. (Bladzijde22)
4
(Display) toets
• Afwisselend tonen van het scherm met de
huidige bron en het App (CarPlay) scherm van
de aangesloten iPod touch/iPhone. (Drukken)
(Bladzijde23)
• Uitschakelen van het scherm. (Houd ingedrukt)
(Bladzijde6)
• Inschakelen van het scherm. (Drukken)
(Bladzijde6)
5 Volume +/– toets
Instellen van het volume. (Bladzijde6)
6 Monitorpaneel
7 Scherm (aanraakpaneel)
6
BASISBEDIENING
Algemene bediening
Inschakelen van de stroom
Uitschakelen van de stroom
(Houd ingedrukt)
Instellen van het volume
Voor het instellen van het volume (00 t/m 40)
Druk op + om te verhogen en op − om te verlagen.
• Houd + ingedrukt om het volume snel tot volume
15 te verhogen.
Voor het dempen van het geluid
Op het bronregelscherm:
Herstellen van het geluid: Tik op [ ].
Uitschakelen van het scherm
Op het monitorpaneel:
(Houd ingedrukt)
Inschakelen van het scherm: Druk op
of raak
het display aan.
In/uit schakelen van de AV-bron
U kunt de AV-functie actvieren door een bron op het
startscherm te kiezen.
Kiezen van een bron die niet op het startscherm
wordt getoond: Tik op [
] om het bron-/
optiekeuzescherm te tonen. (Bladzijde10)
Uitschakelen van de AV-bron
Op het startscherm:
• Tik op [ ] om van pagina te veranderen.
NEDERLANDS 7
BASISBEDIENING
Algemene schermbediening
Gebruik aanraakscherm
Voor bediening met het scherm moet u voor het
kiezen van een onderdeel, het tonen van het
instelmenu, het veranderen van pagina, etc. op het
scherm tikken, het scherm iets langer aanraken, met
uw vinger over het scherm vegen of uw vinger snel
over het scherm bewegen.
Tikken
Tik licht op het scherm om een
onderdeel op het scherm te
kiezen.
Iets langer aanraken (lang
tikken)
Tik op het scherm en houd uw
vinger op zijn plaats totdat
het display verandert of een
mededeling wordt getoond.
Vegen
Schuif uw vinger naar links of
rechts op het scherm om van
pagina te veranderen.
Snel bewegen
Schuif uw vinger omhoog of
omlaag op het scherm om het
scherm te rollen.
Beschrijving van het startscherm
U kunt met het startscherm een weergavebron
kiezen, instelschermen of andere informatie tonen.
• Voor het tonen van hetstartscherm drukt u op
HOME op het monitorpaneel.
4
5
6
2
3
1
Algemene bedieningstoetsen:
1 Veranderen van weergavebron. (Bladzijde10)
2 I toets: Tonen van het bronregelscherm van de
spelende weergavebron. (Bladzijde8)
3
toets: Toont het bron-/optiekeuzescherm.
(Bladzijde10)
4
toets: Tonen van het <SETUP> scherm.
(Bladzijde52)
5 M (uitwerp) toets:
Uitwerpen van de disc. (Drukken)
(Bladzijde12)
Werpt de disc geforceerd uit. (Houd ingedrukt)
(Bladzijde12)
6 Tonen van het telefoonregelscherm.
(Bladzijde35)
Met een verbinding als Apple CarPlay, werkt het
als een telefoon van Apple CarPlay.
Vingerbewegingen op het bronregelscherm:
U kunt de weergave tevens regelen door uw
vinger als volgt op het aanraakpaneel te bewegen
(vingerbewegingen kunnen voor bepaalde bronnen
niet worden gebruikt).
• Uw vinger omhoog/omlaag schuiven:
Functioneert als een druk op [
]/[ ].
• Uw vinger naar links/rechts schuiven:
Functioneert als een druk op [S]/[T].
• Uw vinger rechtsom of linksom bewegen:
Verhogen/verlagen van het volume.
8
BASISBEDIENING
Beschrijving van het bron-/
optiekeuzescherm
U kunt alle weergavebronnen en opties op het
bron-/optiekeuzescherm tonen.
• U kunt het bron-/optiekeuzescherm naar wens
aanpassen. (Bladzijde11)
4 53
1 2
Algemene bedieningstoetsen en aanduidingen:
1 Verandert de weergavebron of toont een
informatie-/instelscherm. (Bladzijde10)
2 Veranderen van pagina. (Tik op [
] of [ ].)
• U kunt tevens van pagina veranderen door
naar links of rechts op het scherm te vegen.
3 Tonen van het startscherm. (Bladzijde7)
4 Pagina-aanduiding
5 Tonen van het <SETUP> scherm. (Bladzijde9)
Beschrijving van het bronregelscherm
U kunt diverse bedieningen voor weergave met het
bronregelscherm uitvoeren.
• De bedieningstoetsen en getoonde informatie
verschillen afhankelijk van de gekozen bron.
6 75
4
2 31
Algemene bedieningstoetsen en aanduidingen:
1 Huidige bron of media
2 Informatie van aangesloten Bluetooth apparaat
(Bladzijde30)
3 Batterij-aanduiding: Licht op bij het snel opladen
van de batterij van een aangesloten iPod/iPhone/
Smartphone.
4 Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.*
5 Toont het bron-/optiekeuzescherm. (Zie de
linkerkolom.)
6 Snelkoppelingstoetsen voor bronkeuze/
indicators voor de huidige bron
• Door iedere tik op [
] of [ ] veranderen de in
dit gedeelte getoonde onderdelen.
Indicators voor de huidige bron
Snelkoppelingstoetsen voor bron
(Bladzijde11)
• Door op een van de toetsen te tikken,
verschijnt de gekozen bron.
7 Uitwerpen van de disc (Bladzijde12)
* Verschijnt niet wanneer er geen andere bedieningstoetsen zijn dan
de huidige toetsen die op het bronregelscherm worden getoond
.
NEDERLANDS 9
BASISBEDIENING
Beschrijving van het <SETUP> scherm
U kunt de gedetailleerde instellingen veranderen.
(Bladzijde52)
1 2
2
3
Algemene bedieningstoetsen en aanduidingen:
1 Kiezen van de menucategorie.
2 Terugkeren naar het voorgaande scherm.
3 Veranderen van pagina.
[J]/[K]: Rolt de pagina.
• U kunt de pagina tevens rollen door uw vinger
snel over het aanraakpaneel te bewegen.
[
]/[ ]: Toont de bovenste of onderste
pagina.
Beschrijving van het lijstscherm
Tijdens weergave van een audio-/videobron kunt u
een gewenst onderdeel gemakkelijk van de lijst kiezen.
654
2 31
Algemene bedieningstoetsen en aanduidingen:
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
soort bestand/media dat wordt afgespeeld.
1 Toont het lijsttype-keuzevenster.
2 Kiest het bestandstype ([
]: audio/[ ]: video).
3 Terugkeren naar het voorgaande scherm.
4 Rolt de tekst indien deze nog niet in het geheel
wordt getoond.
5 Zoekt een map/fragment.
[I Play]: Alle fragmenten in de huidige map
worden afgespeeld.
[
A–Z]: Invoeren van de basiszoekfunctie.
[
Top]: Terugkeren naar de bovenste laag.
[
Up]: Terugkeren naar een hogere laag.
6 Veranderen van pagina.
[J]/[K]: Rolt de pagina.
• U kunt de pagina tevens rollen door uw vinger
snel over het aanraakpaneel te bewegen.
[
]/[ ]: Toont de bovenste of onderste
pagina.
Bedieningen tijdens videoweergave
2
1 3
1 Kiest een voorgaand hoofdstuk/fragment/
onderdeel.
2 Toont het bronregelscherm tijdens weergave van
een video.
• De bedieningstoetsen verdwijnen wanneer
u [Hide] aanraakt of gedurende ongeveer
5seconden geen bediening uitvoert.
3 Kiest een volgend hoofdstuk/fragment/
onderdeel.
10
BASISBEDIENING
Kiezen van de weergavebron/optie
1 Toon het bron-/optiekeuzescherm.
Op het startscherm:
• U kunt het bron-/optiekeuzescherm ook
tonen door op [
] op het bronregelscherm
te tikken.
2 Kies een bron/optie.
• Tik op [ ]/[ ] om meer onderdelen te tonen
of veeg over het scherm om van pagina te
veranderen.
[Apple CarPlay]*
Overschakelen naar het Apple
CarPlay-scherm van een
aangesloten iPod touch/iPhone.
(Bladzijde22)
[Tuner] Overschakelen naar een
radio-uitzending. (Bladzijde24)
[BT Audio] Afspelen van een Bluetooth
audiospeler. (Bladzijde39)
[DISC] Afspelen van een disc.
(Bladzijde12)
[USB] Afspelen van bestanden op
USB-apparatuur. (Bladzijde16)
[iPod] Weergave van een iPod/iPhone.
(Bladzijde19)
[AV-IN] Schakelt naar het externe
component dat is verbonden met
de iPod/AV-IN ingangsaansluiting.
(Bladzijde29)
[Audio] Tonen van het geluidregelscherm.
(Bladzijde43)
[AV OFF] Uitschakelen van de AV-bron.
(Bladzijde6)
[
] Toont het <SETUP> menuscherm.
(Bladzijde52)
* Wanneer een met CarPlay compatibele iPhone is verbonden
en <Automotive Mirroring> op [ON] is gesteld
(Bladzijde 22), wordt [Apple CarPlay] getoond.
Kiezen van de weergavebron op het startscherm
• De 3 onderdelen die met grote pictogrammen op
het bron-/optiekeuzescherm worden getoond en
[Phone], verschijnen tevens op het startscherm.
• U kunt de op dit gedeelte getoonde onderdelen
veranderen door het bron-/optiekeuzescherm aan
te passen. (Bladzijde11)
NEDERLANDS 11
BASISBEDIENING
Kiezen van de weergavebron op het
bronkeuzescherm
Toon de bronkeuzetoetsen door op [
]/[ ] op het
bronkeuzescherm te tikken (Bladzijde 8) en kies
vervolgens de gewenste weergavebron.
• De 3 onderdelen die met grote pictogrammen op
het bron-/optiekeuzescherm worden getoond,
uitgezonderd [Phone], verschijnen tevens als
snelkoppelingstoetsen.
• U kunt de met snelkoppelingstoetsen getoonde
onderdelen veranderen door het bron-/
optiekeuzescherm aan te passen. (Zie de
rechterkolom.)
Aanpassen van het bron-/
optiekeuzescherm
U kunt de op het bron-/optiekeuzescherm te tonen
onderdelen aanpassen.
Houd uw vinger op het te verplaatsen onderdeel
totdat een rechthoek om het pictogram verschijnt.
Sleep het vervolgens naar de gewenste positie.
(Houd ingedrukt)
Gebruik van het onderliggende
snelkoppelingsmenu
Wanneer het bronregelscherm is getoond, kunt u via
het onderliggende snelkoppelingsmenu naar een
ander scherm verspringen.
1
Toon het onderliggende snelkoppelingsmenu.
2
Kies het onderdeel waarnaar u wilt verspringen.
[ ]
Tonen van het startscherm.
(Bladzijde7)
[
]
Tonen van het telefoonregelscherm.
(Bladzijde35)
[
]
Activeren van bellen met
stemherkenning. (Bladzijde37)
[
]
Tonen van het <Graphic Equalizer>
scherm. (Bladzijde44)
[
]
Tonen van het beeldregelscherm.
(Bladzijde48)
[
]
Toont het beeld van de aangesloten
achterzichtcamera. (Bladzijde29)
Sluiten van het onderliggende menu: Tik op het
scherm op een plaats waar geen onderliggend
snelkoppelingsmenu wordt getoond of druk op B
op het monitorpaneel.
12
DISCS
Afspelen van een disc
• Indien een disc geen discmenu heeft, worden alle
fragmenten van deze disc herhaald afgespeeld
totdat u van bron verandert of de disc uitwerpt.
• Zie bladzijde 64 voor afspeelbare soorten disc/
bestandstypes.
Plaatsen van een disc
Plaats een disc met het label boven.
•
De bron verandert naar “DISC” en de weergave
start.
• De IN indicator licht op nadat een disc is geplaatst.
• Indien “ op het scherm verschijnt, kan het
toestel de door u gemaakte bediening niet
uitvoeren.
In bepaalde gevallen zijn bedieningen
onmogelijk, ook wanneer
niet verschijnt.
• Bij weergave van een multi-kanaal gecodeerde
disc, worden de multi-kanaalsignalen naar
stereo teruggemengd.
Uitwerpen van een disc
Op het bronregelscherm:
Op het startscherm:
Verwijder een disc altijd in horizontale richting.
• U kunt een disc ook uitwerpen tijdens weergave
van een andere AV-bron.
• Indien de uitgeworpen disc niet binnen
15seconden wordt verwijderd, wordt deze disc
automatisch ter bescherming weer in het toestel
getrokken.
Geforceerd verwijderen van een disc
Raak [M] op het bronregelscherm of het startscherm
even aan.
Een bevestigingsmededeling verschijnt. Tik op [Yes].
Bediening voor weergave
Raak het in de afbeelding
getoonde gedeelte aan indien
de bedieningstoetsen niet op het
scherm worden getoond.
• Voor het veranderen van
instellingen voor videoweergave,
zie bladzijde48.
Aanduidingen en toetsen op het
bronregelscherm
Voor videoweergave
321
4
Weergave-informatie
• De op het scherm getoonde informatie is
verschillend afhankelijk van het soort disc/bestand
dat wordt afgespeeld.
1 Soort media
2 Weergavefunctie (Bladzijde15)
3 Informatie over huidige weergave-onderdeel
(titelnummer/hoofdstuknummer/mapnummer/
bestandsnummer/fragmentnummer)
4 IN indicator: Disc is geplaatst.
NEDERLANDS 13
DISCS
Bedieningstoetsen
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
soort disc/bestand dat wordt afgespeeld.
[Hide] Verbergt de indicators en toetsen.
[
]
Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.
• Tik op [ ] om het venster te verbergen.
[ ]
Kiezen van de herhaalde
weergavefunctie. (Bladzijde15)
[
]
Kiezen van de willekeurige
weergavefunctie. (Bladzijde15)
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[
]
Tonen van map-/fragmentlijst.
(Bladzijde14)
[S] [T]
• Kiezen van hoofdstuk/fragment. (Tikken)
• Achterwaarts/voorwaarts zoeken.
(Houd ingedrukt)
[IW]
Starten/pauzeren van de weergave.
[
] [ ]
Achterwaarts/voorwaarts zoeken
tijdens weergave.
[
] [ ]
Slow-motion weergave.
[o]
Stoppen van de weergave.
[SETUP] Veranderen van de instellingen voor
discweergave op het <DVD SETUP>
scherm. (Bladzijde16)
[MENU
CTRL]
Toont het videomenuscherm.
(Bladzijde15)
[
] [ ]
Kiezen van een map.
[PBC]
Activeren of annuleren van de VCD PBC-
functie (Playback Control). (Bladzijde14)
[Audio] Verander het audio-uitvoerkanaal.
(alleen VCD)
• Om alle beschikbare bedieningstoetsen te
tonen, tikt u op [
] om het venster met andere
bedieningstoetsen op te roepen.
Voor audioweergave
54 6
3
21
Weergave-informatie
• De op het scherm getoonde informatie is
verschillend afhankelijk van het soort disc/bestand
dat wordt afgespeeld.
1 Soort media
2 Weergavefunctie (Bladzijde15)
3 Informatie van fragment/bestand
• Door op [<] te tikken, gaat de tekst rollen
indien deze nog niet in het geheel wordt
getoond.
4 Hoes-afbeelding (wordt tijdens weergave
getoond indien het bestand tagdata voor de
hoes-afbeelding heeft)
5 Bestandstype
6 IN indicator: Disc is geplaatst.
Bedieningstoetsen
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
soort disc/bestand dat wordt afgespeeld.
[
]
Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.
• Tik op [
] om het venster te
verbergen.
[
]
Toont de fragmentlijst van de
map met het huidige fragment.
(Bladzijde14)
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
[
]
Kiezen van de herhaalde
weergavefunctie. (Bladzijde15)
[
]
Kiezen van de willekeurige
weergavefunctie. (Bladzijde15)
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[
]
Tonen van map-/fragmentlijst.
(Bladzijde14)
[S] [T]
Kiezen van een fragment.
[IW]
Starten/pauzeren van de weergave.
[
] [ ]
Kiezen van een map.
• Om alle beschikbare bedieningstoetsen te
tonen, tikt u op [
] om het venster met andere
bedieningstoetsen op te roepen.
14
DISCS
Kiezen van een map/fragment uit de
lijst
Zoeken van alle mappen/fragmenten van een
disc
1 Toon de map-/fragmentlijst.
2 Kies een onderdeel.
• Ga verder totdat het gewenste fragment is
gekozen.
• Zie bladzijde 9 voor details aangaande
bediening met een lijst.
Zoeken in de map met het huidige fragment
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
Activeren van de PBC (Playback
Control)-functie (alleen voor VCD)
Tijdens weergave van een VCD met PBC...
• De PBC indicator licht op.
• Gebruik de afstandsbediening om een fragment
direct te kiezen wanneer PBC is geactiveerd.*
(Bladzijde55)
Annuleren van PBC: Tik op [PBC]. (De PBC indicator
dooft.)
* Koop de los verkrijgbare RM-RK258.
NEDERLANDS 15
DISCS
Bediening met het videomenu
(uitgezonderd voor VCD)
U kunt het videomenuscherm tijdens
videoweergave tonen.
• De bedieningstoetsen verdwijnen wanneer
u [Hide] aanraakt of gedurende ongeveer
5seconden geen bediening uitvoert.
1 Toon het videomenuscherm.
2
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van
het soort disc/bestand dat wordt afgespeeld.
[TOP] Toont het bovenste menu.
[MENU] Tonen van het discmenu.
[Return] Toont het voorgaande scherm.
[Enter] Bevestigen van de keuze.
[Highlight] Schakelen naar de directe
discmenufunctie. Raak het te
kiezen, gewenste onderdeel
aan.
• Het menuscherm verdwijnt
indien er gedurende
5seconden geen bediening
wordt uitgevoerd.
[
]
Terug naar het
weergavescherm.
[Angle] Kiezen van de camerahoek.
[Subtitle] Kiezen van het soort
ondertitels.
[Audio] Kiezen van het audiotype.
[J] [K] [H] [I]
Kiezen van een onderdeel.
Kiezen van de weergavefunctie
[ ]
Kiezen van de herhaalde weergavefunctie.
[ ]
Kiezen van de willekeurige weergavefunctie.
• De beschikbare weergavefuncties zijn verschillend
afhankelijk van het soort disc/bestand dat wordt
afgespeeld.
• Door iedere tik op de toets, verandert de
weergavefunctie. (De huidige weergavefunctie
wordt met een toets getoond.)
De beschikbare onderdelen zijn verschillend
afhankelijk van het soort disc/bestand dat wordt
afgespeeld.
CAP
Herhalen van het huidige hoofdstuk.
TIT
Herhalen van de huidige titel.
Herhalen van het huidige fragment.
Herhalen van alle fragmenten van de
huidige map.
ALL
Herhaalt alle fragmenten van de disc.
Willekeurige weergave van alle
fragmenten in de huidige map, en
vervolgens de fragmenten van de
volgende mappen.
ALL
Willekeurige weergave van alle
fragmenten.
• Tik voor het annuleren van de willekeurige
weergave herhaaldelijk op de toets totdat deze
grijs kleurt.
16
DISCS
Instellingen voor DVD-weergave
1
2
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• De op het <DVD SETUP>-scherm beschikbare
onderdelen zijn verschillend afhankelijk van het
soort disc/bestand dat wordt afgespeeld.
Instelbare onderdelen
[Menu
Language]
Kiezen van de basistaal voor het
discmenu. (Basisinstelling: English)
(Bladzijde66)
[Subtitle
Language]
Kies de basistaal voor de ondertitels
of schakel de ondertitels uit
(Off). (Basisinstelling: English)
(Bladzijde66)
[Audio
Language]
Kiezen van de basistaal voor het
geluid. (Basisinstelling: Original)
(Bladzijde66)
[Dynamic
Range
Control]
U kunt het dynamisch bereik
instellen tijdens weergave van Dolby
Digital software.
• Wide: Kies voor een krachtig
geluid bij een laag volumeniveau
met het gehele dynamisch bereik.
• Normal: Kies om het dynamisch
bereik iets te verkleinen.
• Dialog (Basisinstelling): Kies voor
een heldere weergave van de
dialoog van films.
[Screen
Ratio]
Kies het monitortype voor het
bekijken van breedbeelden op de
externe monitor.
16:9
(Basisinstelling)
4:3 LB 4:3 PS
USB
Verbinden van een USB-apparaat
U kunt USB-opslagapparatuur, bijvoorbeeld USB-
geheugen, een digitale audio-speler, etc. met dit
toestel verbinden.
• Zie bladzijde 60 voor details aangaande het
verbinden van USB-apparatuur.
• U kunt geen computer of draagbare harde schijf
met de USB ingangsaansluiting verbinden.
• Zie bladzijde 65 voor afspeelbare bestandstypes
en opmerkingen voor gebruik van
USB-apparatuur.
1 Verbind het USB-apparaat middels een
USB-kabel met het toestel.
2 Kies “USB” als bron. (Bladzijde10)
Ontkoppelen van een USB-apparaat
1 Kies een andere bron dan “USB”.
(Bladzijde10)
2 Verwijder het USB-apparaat.
NEDERLANDS 17
USB
Bediening voor weergave
Raak het in de afbeelding
getoonde gedeelte aan indien
de bedieningstoetsen niet op het
scherm worden getoond.
• Voor het veranderen van
instellingen voor videoweergave,
zie bladzijde48.
Aanduidingen en toetsen op het
bronregelscherm
Voor audioweergave
3 4
2
1
Voor videoweergave
4
2
1
Weergave-informatie
• De op het scherm getoonde informatie is
verschillend afhankelijk van het soort bestand dat
wordt afgespeeld.
1 Weergavefunctie (Zie hieronder.)
2 Informatie van fragment/bestand
• Door op [<] te tikken, gaat de tekst rollen
indien deze nog niet in het geheel wordt
getoond.
3 Hoes-afbeelding (Wordt tijdens weergave
getoond indien het bestand tagdata voor de
hoes-afbeelding heeft)
4 Bestandstype
Bedieningstoetsen
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
soort bestand dat wordt afgespeeld.
[Hide] Verbergt de indicators en toetsen.
[
]
Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.
• Tik op [
] om het venster te
verbergen.
[
]
Toont de fragmentlijst van de map
met het huidige fragment.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
[
]
Kiezen van de herhaalde
weergavefunctie.
•
: Herhalen van het huidige
fragment/bestand.
•
: Herhalen van alle
fragmenten/bestanden in de
huidige map of gespecificeerde
categorie.
•
ALL: Herhaalt alle fragmenten/
bestanden van het USB-apparaat.
[
]
Alle fragmenten in de huidige map
worden in willekeurige volgorde
afgespeeld.* (
indicator licht
op.)
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[
]
Toont de lijst. (Bladzijde18)
[S] [T]
• Kiezen van een fragment. (Tikken)
• Achterwaarts/voorwaarts zoeken.
(Houd ingedrukt)
[IW]
Starten/pauzeren van de weergave.
[
] [ ]
Kiezen van een map.
[USB DEVICE
CHANGE]
Schakelt naar het andere
USB-apparaat indien er twee
USB-apparaten zijn aangesloten.
• Om alle beschikbare bedieningstoetsen te
tonen, tikt u op [
] om het venster met andere
bedieningstoetsen op te roepen.
* Tik voor het annuleren van de willekeurige weergave herhaaldelijk
op de toets totdat deze grijs kleurt.
18
USB
Kiezen van een fragment in een lijst
Zoeken van alle mappen/fragmenten van een
USB-apparaat
1 Toon de lijst.
2 Kies het soort lijst.
3 Kies het gewenste fragment.
• Ga verder totdat het gewenste fragment is
gekozen.
• Zie bladzijde 9 voor details aangaande
bediening met een lijst.
Van <Category List>:
1 Kies het bestandstype.
2 Kies een categorie en vervolgens het
onderdeel in de gekozen categorie.
Van <Link Search>:
1 Kies het bestandstype.
2 Kies het tagtype voor het tonen van de lijst
met inhoud die dezelfde tag heeft als het
fragment/bestand dat op dat moment wordt
afgespeeld en kies vervolgens het onderdeel.
Van <Folder List>:
1 Kies het bestandstype.
2 Kies de map en vervolgens het onderdeel in
de gekozen map.
Zoeken in de map met het huidige fragment
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
NEDERLANDS 19
iPod/iPhone
Voorbereiding
Verbinden van een iPod/iPhone
• Zie bladzijde 60 voor details aangaande het
verbinden van een iPod/iPhone.
• Zie bladzijde 65 voor de afspeelbare modellen
iPod/iPhone.
Verbind uw iPod/iPhone in overeenstemming met
het doel of type van de iPod/iPhone.
Bedrade verbinding
• Luisteren naar muziek:
Voor modellen met Lightning-aansluiting:
Gebruik een USB-audiokabel voor een iPod/
iPhone—KS-U62 (los verkrijgbaar).
Voor modellen met 30-penaansluiting: Gebruik
een 30-pen naar USB-kabel (accessoire van iPod/
iPhone).
• Bekijken van video en luisteren naar muziek:
Voor modellen met Lightning-aansluiting: U
kunt geen video bekijken.
Bluetooth verbinding
Koppel de iPod/iPhone via Bluetooth.
(Bladzijde30)
• U kunt geen video bekijken met gebruik van een
Bluetooth verbinding.
Kiezen van de verbindingsmethode
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <AV> scherm.
3 Stel [Automotive Mirroring] op [OFF].
4 Toon het <APP/iPod SETUP> scherm.
5 Kies de verbindingsmethode voor de iPod/
iPhone met <APP Connection select>.
[iPhone
USB]
Kies wanneer de iPod/iPhone
met gebruik van de 30-pen
naar USB-kabel (accessoire van
de iPod/iPhone) of KS-U62 (los
verkrijgbaar) is verbonden.
[iPhone
Bluetooth]
Kies indien de iPod/iPhone
middels Bluetooth is verbonden.
6 Voltooi de procedure.
20
iPod/iPhone
Bediening voor weergave
Raak het in de afbeelding
getoonde gedeelte aan indien
de bedieningstoetsen niet op het
scherm worden getoond.
• Voor het veranderen van
instellingen voor videoweergave,
zie bladzijde48.
Aanduidingen en toetsen op het
bronregelscherm
3 4
2
1
Weergave-informatie
1 Weergavefunctie (Zie de rechterkolom.)
2 Informatie over liedje
• Door op [<] te tikken, gaat de tekst rollen
indien deze nog niet in het geheel wordt
getoond.
3 Artwork (Wordt getoond indien het fragment
artwork bevat)
4 Bestandstype
Bedieningstoetsen
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
soort bestand dat wordt afgespeeld.
[
]
Toont de fragmentlijst van de categorie
met het huidige fragment.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
[
]
Kiezen van de herhaalde
weergavefunctie.
•
: Functioneert hetzelfde als “Een
nummer herhalen”.
•
ALL: Functioneert hetzelfde als
Alles herhalen.
[
]
Kiezen van de willekeurige
weergavefunctie.*
•
: Functioneert hetzelfde als
“Nummers in willekeurige volgorde.
•
: Functioneert hetzelfde als
Albums in willekeurige volgorde.
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[
]
Toont de lijst. (Bladzijde21)
[S] [T]
• Kiezen van een fragment. (Tikken)
• Achterwaarts/voorwaarts zoeken.
(Houd ingedrukt)
[IW]
Starten/pauzeren van de weergave.
* Tik voor het annuleren van de willekeurige weergave herhaaldelijk
op de toets totdat deze grijs kleurt.
NEDERLANDS 21
iPod/iPhone
Kiezen van een audiofragment van de
lijst
Zoeken van alle fragmenten van een iPod/iPhone
1 Toon de lijst.
2 Kies het soort lijst.
3 Kies het gewenste fragment.
• Ga verder totdat het gewenste fragment is
gekozen.
• Zie bladzijde 9 voor details aangaande
bediening met een lijst.
Van <Category List>:
Kies een categorie en vervolgens het onderdeel
in de gekozen categorie.
• De beschikbare categorieën zijn verschillend
afhankelijk van uw iPod/iPhone.
Van <Link Search>:
Kies het tagtype voor het tonen van de lijst met
inhoud die dezelfde tag heeft als het fragment/
bestand dat op dat moment wordt afgespeeld
en kies vervolgens het onderdeel.
Zoeken in de map met het huidige fragment
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
22
APPS—Apple CarPlay
U kunt een app van de aangesloten iPod touch/
iPhone/Android op dit toestel gebruiken.
• U kunt een app met de volgende bronnen
gebruiken:
Wanneer een met CarPlay compatibele iPhone is
verbonden: Apple CarPlay” (zie hieronder)
Gebruik van apps van een iPhone—
Apple CarPlay
Meer over CarPlay
CarPlay is een app voor een handig en veiliger
gebruik van uw iPhone in de auto. CarPlay levert de
bedieningen die u met uw iPhone wilt uitvoeren
tijdens het besturen van de auto en toont deze op
het scherm van het toestel. U kunt aanwijzingen
krijgen, telefoneren, mails versturen of ontvangen
en naar muziek van uw iPhone luisteren tijdens het
autorijden. Voor een handigere bediening van de
iPhone kunt u tevens Siri stembediening gebruiken.
• Ga voor details over CarPlay naar
<https://ssl.apple.com/ios/carplay/>.
Compatibele iPhones
U kunt CarPlay met de volgende modellen iPhone
gebruiken.
• iPhone 5
• iPhone 5c
• iPhone 5s
• iPhone 6
• iPhone 6 Plus
• iPhone 6s
• iPhone 6s Plus
Het bereik wordt uitgebreid maar CarPlay is
nog NIET overal beschikbaar. Zie de volgende
website voor de laatste informatie omtrent
beschikbaarheid in uw regio.
http://www.apple.com/ios/featureavailability/
#applecarplay-applecarplay
Voorbereiding
Voor gebruik van de navigatiefunctie van de kaart
van de app moet u een GPS-antenne verbinden.
(Bladzijde62)
1 Maak de instelling voor gebruik van Apple
CarPlay op het <AV> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
[Automotive
Mirroring]
Kies [ON] voor gebruik van
Apple CarPlay.
[CarPlay Sidebar] Kies de positie van de
regelstaaf (links of rechts)
op het aanraakpaneel.
2 Verbind de iPhone met gebruik van de
KS-U62 (los verkrijgbaar). (Bladzijde60)
• Indien een met CarPlay compatibele
iPhone wordt verbonden met de USB-
ingangsaansluiting, wordt de huidige verbinding
met de Bluetooth mobiele telefoon ontkoppeld.
• Ontgrendel uw iPhone.
3 Kies Apple CarPlay” als bron.
(Bladzijde10)
• [Apple CarPlay] verschijnt alleen op het
startscherm of het bron-/optiekeuzescherm
indien een compatibele iPhone is verbonden.
Gebruik van Siri
U kunt Siri activeren wanneer het CarPlay scherm
wordt getoond.
Op het startscherm van CarPlay:
1 Houd uw vinger even op [ ] om Siri te
activeren.
(Houd
ingedrukt)
2 Spreek tegen Siri.
• U kunt Siri ook activeren door HOME/ op het
monitorpaneel even ingedrukt te houden.
Druk op HOME/
op het monitorpaneel om Siri
uit te schakelen.
NEDERLANDS 23
APPS—Apple CarPlay
Bedieningstoetsen en beschikbare
apps op het startscherm van CarPlay
U kunt de apps van de aangesloten iPhone gebruiken.
• De op het scherm getoonde onderdelen en de
gebruikte taal verschillen afhankelijk van het
aangesloten apparaat.
3
1
2
1 App-toetsen
Start de app.
2 [HOME] toets
Annuleert het CarPlay scherm en toont het
startscherm.
3 [
] toets
• Op het app-scherm: Toont het startscherm van
CarPlay. (Tikken)
• Op het startscherm van CarPlay: Activeert Siri.
(Houd ingedrukt) (Bladzijde22)
Verlaten van het CarPlay scherm: Houd HOME op
het monitorpaneel even ingedrukt.
Naar het Apple CarPlay scherm
schakelen tijdens het luisteren naar een
andere bron
• Deze bewerking is beschikbaar wanneer [DISP
Key] is ingesteld op [Apps] op het <User
Interface> -scherm. (Pagina53)
Terugkeren naar het bronregelscherm: Druk
nogmaals op dezelfde toets.
24
Tuner
Luisteren naar de radio
Aanduidingen en toetsen op het
bronregelscherm
6 8 9 p
21
43
5 7
Informatie over radio-ontvangst
1 Voorkeurnummer
2 Zoekfunctie (Zie de rechterkolom.)
3 Tekstinformatie
• Door op [<] te tikken, gaat de tekst rollen indien
deze nog niet in het geheel wordt getoond.
• Door op [ ] te tikken, verandert de informatie
als volgt:
Frequentie/PS-naam/Radiotekst/Titel en
Artiest
Frequentie/PTY-genre/Radiotekst plus
4 Voorkeurlijst (Bladzijde25)
5 Standby-ontvangstindicators (Bladzijde26)
6 AF indicator (Bladzijde27)
7 LO.S indicator (Zie de uiterste rechterkolom.)
8 ST/MONO indicator: Licht op wanneer een stereo
FM-uitzending wordt ontvangen waarvan de
signalen sterk genoeg zijn.
9 RDS indicator: Licht op wanneer een Radio Data
System zender wordt ontvangen.
p EON indicator: Licht op wanneer een Radio Data
System zender EON-signalen uitstuurt.
Bedieningstoetsen
[AUTO1]/
[AUTO2]/
[MANUAL]
Veranderen van de zoekfunctie. Door
iedere tik op de toets, verandert de
zoekfunctie als volgt:
• AUTO1: Auto Zoeken
• AUTO2: Achtereenvolgend
afstemmen op zenders in het
geheugen.
• MANUAL: Handmatig zoeken
[
]
Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.
• Tik op [ ] om het venster te verbergen.
[ ]
Toont de voorkeurlijst.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
[AM] Kiezen van de AM-golfband.
[FM] Kiezen van de FM-golfband.
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[S] [T]
Opzoeken van een zender.
• De zoekmethode verschilt afhankelijk van
de gekozen zoekfunctie. (Zie hierboven.)
[TI]* Activeren/uitschakelen van de
TI-standbyontvangstfunctie.
(Bladzijde26)
[SETUP]
Verandert de instellingen voor radio-
ontvangst op het <Tuner SETUP>
scherm. (Bladzijden24, 26 – 27)
[SSM] Automatisch vastleggen van zenders.
(Bladzijde25)
[PTY]* Invoeren van de PTY-zoekfunctie.
(Bladzijde26)
[MONO] Activeren/annuleren van de
monofunctie voor een betere
FM-ontvangst. (Het stereo-effect gaat
tevens verloren.)
• De MONO indicator licht op wanneer
de monofunctie is geactiveerd.
[LO.S]* Activeert/annuleert de lokale
zoekfunctie (Zie de rechterkolom.)
• Om alle beschikbare bedieningstoetsen te
tonen, tikt u op [
] om het venster met andere
bedieningstoetsen op te roepen.
* Verschijnt uitsluitend indien FM als golfband is gekozen.
Afstemmen op FM-zenders met
uitsluitend sterke signalen—Local Seek
1 Toon het <Tuner SETUP> scherm.
2
Het toestel stemt uitsluitend op zenders met sterke
signalen af. De LO.S indicator licht op.
• Lokaal zoeken kan ook worden geactiveerd/
geannuleerd door op [LO.S] op het andere
bedieningstoetsvenster te tikken.
Annuleren van de lokale functie: Tik op [LO.S] om
[OFF] te kiezen. De LO.S indicator dooft.
NEDERLANDS 25
Tuner
Vastleggen van zenders
Vastleggen van zenders in het
geheugen
U kunt 15 zenders voor FM en 5 voor AM vastleggen.
Automatisch vastleggen—SSM(Geheugen voor
zenders met sterke signalen) (Alleen voor FM)
Er verschijnt een bevestigingsbericht. Tik op [Yes].
De lokale zenders met de sterkste signalen worden
opgezocht en automatisch vastgelegd.
Handmatig vastleggen
1 Stem op een vast te leggen zender af.
(Bladzijde24)
2 Toon de voorkeurlijst.
3 Kies een voorkeurnummer voor het
vastleggen.
(Houd
ingedrukt)
De in stap 1 gekozen zender wordt vastgelegd.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
Kiezen van een voorkeurzender uit de
lijst
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [
] om de lijst te verbergen.
26
Tuner
Kenmerken van FM Radio Data System
Opzoeken van FM Radio Data System
programma's—PTY zoeken
U kunt een favoriet programma dat wordt
uitgezonden opzoeken door de PTY-code te kiezen.
1 Toon het <PTY Search> scherm.
2 Kies een PTY-code (1) en start het zoeken
vervolgens (2).
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
Het PTY-zoeken start.
Indien er een zender is die een programma van
dezelfde PTY-code uitzendt, wordt op deze
zender afgestemd.
Kiezen van een taal voor PTY-zoeken
1 Toon het <Tuner SETUP> scherm.
2
3 Kies een taal.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
Activeren/annuleren van TI/
nieuws-standbyontvangst
TI-standbyontvangst
U kunt ook verkeersinformatie ontvangen tijdens
het luisteren naar een andere bron door
TI-standbyontvangst te activeren.
Het toestel staat gereed om wanneer beschikbaar
naar verkeersinformatie (TI) over te schakelen.
• De TI indicator licht in de volgende gevallen op:
Licht wit op: Ontvangst van verkeersinformatie.
Licht oranje op: Standby voor ontvangst van
verkeersinformatie.
• Stem op een andere zender die Radio Data System
signalen uitzendt af indien de TI indicator oranje
oplicht.
• Bij ontvangst van verkeersinformatie wordt het
verkeersinformatiescherm automatisch getoond.
Annuleren van TI-standbyontvangst: Tik op [TI].
(De TI indicator dooft.)
• De volume-instelling voor verkeersinformatie
wordt automatisch opgeslagen. De volgende keer
dat u naar verkeersinformatie luistert, wordt het
volume op het voorgaande niveau ingesteld.
NEDERLANDS 27
Tuner
Nieuws-standbyontvangst
1 Toon het <Tuner SETUP> scherm.
2
[00min] -
[90min]
Activeer de
nieuws-standbyontvanst (de
NEWS indicator licht op).
Kies de tijdsperiode voor
het uitschakelen van de
onderbreking.
[OFF] Schakel de functie uit.
• De volume-instelling bij ontvangst van nieuws
wordt automatisch vastgelegd. Wanneer de
volgende keer weer nieuws wordt ontvangen,
wordt dit vastgelegde volumeniveau ingesteld.
Volgen van hetzelfde programma—
Ontvangst van netwerk-volgen
Indien u in gebied rijdt waar de FM-ontvangst niet
sterk genoeg is, schakelt dit toestel automatisch
over naar een andere FM Radio Data System zender
van hetzelfde netwerk, die mogelijk hetzelfde
programma als het oorspronkelijke programma
maar met sterkere signalen uitzendt.
• Ontvangst van netwerk-volgen is bij het verlaten
van de fabriek geactiveerd.
Veranderen van de instelling voor ontvangst van
netwerk-volgen
1 Toon het <Tuner SETUP> scherm. (Zie de
linkerkolom.)
2
[AF] • [ON]: Overschakelen naar een
andere zender. Het programma
verschilt mogelijk van het
huidige ontvangen programma
(de AF indicator licht op).
• [OFF]: Geannuleerd.
[Regional] • [ON]: Schakelt naar een
andere zender die hetzelfde
programma uitzendt (de AF
indicator licht op).
• [OFF]: Geannuleerd.
• De RDS indicator licht op wanneer
netwerk-volgenontvangst is geactiveerd en
een FM Radio Data System zender is gevonden.
Automatisch TI-zender zoeken—Auto
TP Seek
Wanneer de ontvangst tijdens het luisteren naar
een verkeersinformatiezender niet goed is, wordt
automatisch gezocht naar een andere zender die
beter ontvangen kan worden.
Activeren van automatisch verkeersinformatie
zoeken
1 Toon het <Tuner SETUP> scherm. (Zie de
uiterste linkerkolom.)
2
Annuleren van automatisch verkeersinformatie
zoeken: Tik op [Auto TP Seek] om [OFF] te kiezen.
28
OVERIGE EXTERNE COMPONENTEN
Gebruik van een achteruitkijk-
camera
• Voor het verbinden van een achterzichtcamera, zie
bladzijde61.
• Voor gebruik van een achteruitkijk-camera
moet het REVERSE-draad worden verbonden.
(Bladzijde59)
Instellingen voor de achterzichtcamera
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <Camera> scherm.
3 Maak de camera-instellingen.
Instelbare onderdelen
[R-CAM
Interruption]
• ON (Basisinstelling): Het beeld
van de achterzichtcamera wordt
getoond wanneer de versnelling
in zijn achteruit (R) wordt
geschakeld.
• OFF: Kies wanneer u geen
camera heeft aangesloten.
[Parking
Guidelines]
• ON (Basisinstelling): Toont
de richtlijnen voor het
gemakkelijker parkeren wanneer
u de versnelling in de
achteruit-stand (R) drukt.
• OFF: Verbergt de richtlijnen voor
het parkeren.
[Guidelines
Setup]*
Stelt de richtlijnen voor het
parkeren in overeenstemming met
het formaat van de auto, de ruimte
voor het parkeren, etc. in. (Zie de
rechterkolom.)
* Alleen beschikbaar wanneer [Parking Guidelines] op
[ON] is gesteld.
Instellen van de richtlijnen voor het parkeren
• Plaats een achterzichtcamera op de juiste plaats in
overeenstemming met de handleiding die bij de
camera is geleverd.
• Trek de handrem beslist aan zodat de auto niet
kan verplaatsen tijdens het instellen van de
richtlijnen voor het parkeren.
1 Tik op [Guidelines Setup] op het
<Camera> scherm. (Zie de uiterste
linkerkolom.)
Het instelscherm voor de richtlijnen verschijnt.
2 Tik op een van de markeringen om (1)
in te stellen en stel vervolgens de positie
van de gekozen
markering (2) in.
Controleer of A en B horizontaal parallel zijn
en of C en D dezelfde lengte hebben.
• Tik op [Initialize] en vervolgens op [Yes] om
alle
markeringen op de standaardinstelling
te stellen.
NEDERLANDS 29
OVERIGE EXTERNE COMPONENTEN
Tonen van het beeld van de
achterzichtcamera
Het achterzicht wordt getoond wanneer de
versnelling in zijn achteruit (R) wordt geschakeld.
• Voor het wissen van de toetsen, raakt u het scherm
weer even aan. Tik weer op het scherm om de
toetsen te tonen.
Handmatig tonen van het beeld van de
achterzichtcamera
1 Toon het onderliggende
snelkoppelingsmenu.
2
Verlaten van het achterzichtscherm
Gebruik van externe audio-/
videospelers—AV-IN
Raak het in de afbeelding
getoonde gedeelte aan indien
de bedieningstoetsen niet op het
scherm worden getoond.
• Voor het veranderen van
instellingen voor videoweergave,
zie bladzijde48.
Starten van de weergave
1 Verbind een extern component met
de iPod/AV-IN ingangsaansluiting.
(Bladzijde61)
2 Kies AV-IN” als bron. (Bladzijde10)
3 Schakel het aangesloten component in en
start de weergave van de bron.
30
BLUETOOTH
Informatie voor gebruik van
Bluetooth® apparatuur
Bluetooth is een short-range draadloze
communicatietechnologie voor mobiele apparatuur,
bijvoorbeeld mobiele telefoons, draagbare PC's en
andere dergelijke toestellen. Bluetooth apparatuur
kan zonder gebruik van kabels worden verbonden
en onderling met elkaar communiceren.
Opmerkingen
• Voer tijdens het besturen van de auto geen
ingewikkelde bedieningen uit, bijvoorbeeld het
bellen van nummers, gebruik van het telefoonboek,
etc. Parkeer de auto op een veilige plaats alvorens
dergelijke bedieningen uit te voeren.
• Bepaalde Bluetooth apparatuur kan vanwege de
Bluetooth versie van die apparatuur mogelijk niet
met dit toestel worden verbonden.
• Dit toestel werkt mogelijk niet met bepaalde
Bluetooth apparatuur.
• De verbindingsconditie varieert mogelijk vanwege
de omgevingsomstandigheden.
• Met bepaalde Bluetooth apparaten wordt het apparaat
ontkoppeld wanneer u dit toestel uitschakelt.
Compatibiliteit van mobiele telefoons met
“Phone Book Access Profile (PBAP)”
Indien uw mobiele telefoon voor PBAP geschikt
is, kunt u het telefoonboek tonen en lijsten op
het aanraakpaneelscherm oproepen wanneer de
mobiele telefoon is verbonden.
• Telefoonboek: maximaal 1000 gegevens
• Gebelde nummers, ontvangen gesprekken en
gemiste gesprekken: in totaal maximaal 50 gegevens
Verbinden van Bluetooth
apparatuur
Activeren/uitschakelen van de
Bluetooth functie
Activeer de Bluetooth functie op dit toestel indien u
een Bluetooth apparaat gebruikt.
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <Bluetooth Setup> scherm.
3 Activeer ([ON]) of annuleer ([OFF]) de
Bluetooth functie.
Registreren en verbinden van een
nieuw Bluetooth apparaat
Nadat u voor het eerst een Bluetooth apparaat op
dit toestel heeft aangesloten, moet u het apparaat
aan dit toestel koppelen. Door te koppelen, kan
Bluetooth apparatuur met elkaar communiceren.
• U kunt geen Bluetooth apparaat registreren
tijdens gebruik van een van de volgende bronnen:
“Bluetooth”, “iPod, of Apple CarPlay”. Indien
u tijdens gebruik van een van de hierboven
genoemde bronnen het Bluetooth apparaat
wilt registreren, moet u het verzoek voor het
verbinden en het registeren met het Bluetooth
apparaat verzenden.
• De koppelingsmethode is verschillend afhankelijk
van de Bluetooth versie van het apparaat.
Voor een apparaat met Bluetooth 2.1: U kunt het
apparaat en het toestel koppelen met gebruik
van SSP (Secure Simple Pairing) waarbij u
uitsluitend hoeft te bevestigen.
Voor een apparaat met Bluetooth 2.0: U moet
voor het koppelen een PIN-code invoeren in
zowel het apparaat als het toestel.
• U kunt maximaal 10 apparaten registreren.
• Er kunnen tegelijkertijd twee Bluetooth apparaten
worden verbonden.
• Voor het gebruik van de Bluetooth functie, moet u
de Bluetooth functie van het apparaat activeren.
• Wanneer een Bluetooth mobiele telefoon is
verbonden, worden de signaalsterkte en het
batterijvermogen getoond indien de informatie
van het apparaat wordt ontvangen.
NEDERLANDS 31
BLUETOOTH
Automatisch koppelen
Indien <Auto Pairing> op [ON] is gesteld,
worden iOS-apparaten (bijvoorbeeld een iPhone)
automatisch gekoppeld wanneer een
USB-verbinding is gemaakt. (Bladzijde39)
Koppelen van een Bluetooth apparaat met het
gewenste apparaat
1 Zoek het toestel (“KW-V820BT”) met uw
Bluetooth apparaat en registreer met het
apparaat.
Voor een Bluetooth apparaat dat compatibel
is met SSP (Bluetooth 2.1):
Bevestig het verzoek zowel met het apparaat als
het toestel.
012345
OK
KENWOOD BT
MM-8U2
PIN code
OK
0000
• Tik op [No] om het verzoek te annuleren.
Voor een Bluetooth apparaat dat compatibel
is met Bluetooth 2.0:
Kies het toestel (“KW-V820BT”) met uw
Bluetooth apparaat.
• Voer indien vereist de PIN-code die op het
scherm wordt getoond in (standaard: “0000”).
Zie bladzijde33 voor het veranderen van
de PIN-code.
2 Bepaal het gebruik als een mobiele
telefoon.
• Voor het gebruik van het Bluetooth apparaat
als een mobiele telefoon, moet u het
handsfree-nummer ([Hands Free1] of [Hands
Free2]) kiezen voor het verbinden.
• Kies [No Connection.] indien u het Bluetooth
apparaat niet als mobiele telefoon wilt
gebruiken.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
3 Indien uw Bluetooth apparaat compatibel
is met A2DP of SPP: Bepaal het gebruik
als een audiospeler of als een apparaat
waarop apps zijn geïnstalleerd.
• Tik op [Yes] voor gebruik als audiospeler.
• Tik op [No] indien u het Bluetooth apparaat
niet als audiospeler wilt gebruiken.
4 Indien uw Bluetooth apparaat compatibel
is met PBAP: Kies of u het telefoonboek
van uw Bluetooth apparaat wel of niet wilt
versturen.
• Tik op [Yes] indien u het telefoonboek van uw
Bluetooth apparaat wilt versturen.
• Tik op [No] indien u het telefoonboek niet wilt
versturen.
32
BLUETOOTH
Verbinden/ontkoppelen van een
gekoppeld Bluetooth apparaat
Er kunnen tegelijkertijd twee apparaten worden
verbonden.
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <Bluetooth Setup> scherm.
3 Toon het <Select Device> scherm.
4 Kies het gewenste, te verbinden/
ontkoppelen apparaat.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• De pictogrammen naast het gekoppelde
apparaat tonen het volgende:
/ : Verbonden als mobiele telefoon.
: Verbonden als audiospeler.
5 Kies het gebruik van het apparaat.
Door iedere tik wordt het gebruik gekozen
(“
verschijnt) of het gebruik geannuleerd
(“
verdwijnt). Kies of het apparaat moet
worden verbonden of ontkoppeld.
• [TEL (HFP)1]/[TEL (HFP)2]: Mobiele telefoon
• [Audio (A2DP)/App (SPP)]: Audiospeler/
apparaat met apps geïnstalleerd
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
Wissen van een gekoppeld Bluetooth
apparaat
1 Toon het <Select Device> scherm. (Zie de
uiterste linkerkolom.)
2 Toon het <Device Remove> scherm.
3 Kies het te wissen apparaat (1) en tik
vervolgens op [Delete] (2).
• Tik op [ All] om alle apparaten te kiezen.
• Tik op [
All] om alle gekozen apparaten te
annuleren.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
Een bevestigingsmededeling verschijnt. Tik op
[Yes].
NEDERLANDS 33
BLUETOOTH
Veranderen van de PIN-code
1 Toon het <Bluetooth Setup> scherm.
(Bladzijde32)
2 Toon het invoerscherm voor de PIN-code.
3 Voer de PIN-code in (1) en bevestig het
(2).
• Tik op [ ] om de laatste invoer te wissen.
Veranderen van de apparaatnaam die
op het gekoppelde apparaat wordt
getoond
1 Toon het <Bluetooth Setup> scherm.
(Bladzijde32)
2 Toon het invoerscherm voor de
apparaatnaam.
3 Voer de apparaatnaam in (1) en bevestig
deze (2).
• Tik op [ ] om de laatste invoer te wissen.
• Tik op [H]/[I] om de positie voor het invoeren
te verplaatsen.
Gebruik van een Bluetooth mobiele
telefoon
Ontvangst van een telefoontje
Indien een gesprek binnekomt...
• Gespreksinformatie wordt indien ontvangen,
getoond.
• Het scherm voor een binnenkomend gesprek
verschijnt niet als het camerascherm wordt
getoond. Om het scherm voor een binnenkomend
gesprek te tonen, moet u de versnelling in de
rijden-stand schakelen.
Negeren van een telefoongesprek
Indien <Auto Response> is geactiveerd
(Bladzijde39)
Het toestel beantwoordt binnenkomende
gesprekken automatisch.
34
BLUETOOTH
Beëindigen van een gesprek
Tijdens gesprek...
Instellen van het volume tijdens een
gesprek/echo-annuleringsnivaeu/
ruisreductievolume
1 Toon het <Speech Quality> venster.
Tijdens gesprek...
2
<Microphone
Level>
Stel het volumeniveau van de
microfoon in.
• 10 t/m +10 (Basisinstelling: 0).
<Echo Cancel
Level>*
Stel het volume van de echo in.
• 5 t/m +5 (Basisinstelling: 0).
<Noise
Reduction
Level>*
Stelt het ruisreductievolume in.
• 5 t/m +5 (Basisinstelling: 0).
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
* U kunt deze onderdelen tevens instellen op het <TEL SETUP>
scherm. (Bladzijde39)
Kiezen van handsfree-functie of
telefoonfunctie
Tijdens gesprek...
Door iedere tik op de toets verandert de
gespreksfunctie (
: handsfree-functie /
: telefoonfunctie).
NEDERLANDS 35
BLUETOOTH
Schakelen tussen twee verbonden
apparaten
Wanneer twee apparaten zijn verbonden, kunt u
kiezen welk apparaat u wilt gebruiken.
Kies het te gebruiken apparaat bij gebruik van een
Bluetooth mobiele telefoon.
1 Toon het telefoonregelscherm.
Op het startscherm:
• U kunt het telefoonregelscherm ook
tonen door [
] op het onderliggende
snelkoppelingsmenu te kiezen. (Bladzijde11)
2 Kies het te gebruiken apparaat.
Het geactiveerde apparaat licht op.
Dempen van het volume van de
microfoon
Tijdens gesprek...
Tik op [ ] om het volume weer te herstellen.
Beltoon tijdens een gesprek versturen
U kunt tijdens een gesprek een beltoon versturen
met gebruik van de DTMF (Dual Tone Multi
Frequency) functie.
1 Toon het tooninvoervenster.
Tijdens gesprek...
2 Voer de te verzenden toon in.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
Opbellen
1 Toon het telefoonregelscherm.
Op het startscherm:
• U kunt het telefoonregelscherm ook
tonen door [
] op het onderliggende
snelkoppelingsmenu te kiezen.
(Bladzijde11)
2 Kies een methode voor het bellen.
[ ]
Uit de gesprekkenlijst*
[
]
Uit het telefoonboek*
[
]
Uit de voorkeurlijst
• Zie bladzijde37 voor het vastleggen.
[ ]
Direct nummer invoeren
[
]
Stemcommando voor bellen
• U kunt het <Bluetooth Setup> scherm tonen
door een tik op [
].
* Wanneer de mobiele telefoon niet compatibel is met Phone Book
Access Profile (PBAP), wordt het telefoonboek niet getoond.
Vervolg op de volgende bladzijde.
36
BLUETOOTH
Uit de gesprekkenlijst ( gemiste gesprekken/
ontvangen gesprekken/ gebelde nummers)
Toon de gesprekkenlijst (1) en kies vervolgens het
gewenste nummer (2).
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
Van het telefoonboek
• Zie bladzijde38 om het telefoonboek te
versturen van de verbonden Bluetooth mobiele
telefoon die met PBAP compatibel is.
1 Toon het telefoonboek (1) en roep
vervolgens het toetsenbord voor het
zoeken met initialen op (2).
2 Kies de initialen om de lijst in alfabetische
volgorde te sorteren.
• Indien het eerste teken een cijfer is, tikt u op
[1] en kiest u vervolgens het cijfer.
• Tik op [
] om de laatste invoer te wissen.
• Tik op [
] om het toetsenbord te verbergen.
3 Kies de te bellen persoon.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
4 Kies het telefoonnummer uit de lijst om te
bellen.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• U kunt de voornaam of achternaam kiezen om de
lijst in alfabetische volgorde te sorteren met het
<TEL SETUP> scherm. (Bladzijde39)
Uit de voorkeurlijst
Toon de voorkeurlijst (1) en kies vervolgens het
gewenste nummer (2).
Direct nummer invoeren
Toon het scherm voor het direct invoeren (1), voer
het nummer in (2) en bel (3).
NEDERLANDS 37
BLUETOOTH
Stemcommando voor bellen
• Alleen mogelijk indien de verbonden mobiele
telefoon het stemherkenningssysteem heeft.
1 Activeer stemcommando voor bellen.
• U kunt tevens het stemcommando voor
bellen activeren door een tik op [
] op
het onderliggende snelkoppelingsmenu
(bladzijde11) of door HOME/
op het
monitorpaneel even ingedrukt te houden.
2 Zeg de naam van de persoon die u wilt
opbellen.
• Indien het stemcommando niet wordt
herkend, moet u op [Restart] tikken en
dezelfde naam nogmaals zeggen.
Annuleren van stemcommando voor bellen: Tik
op [Stop].
Vastleggen van telefoonnummers
U kunt maximaal 10 telefoonnummers vastleggen.
1 Toon de voorkeurlijst. (Bladzijde35)
2
3 Kies een positie voor het vastleggen.
4 Kies een methode voor het toevoegen van
een telefoonnummer aan de voorkeurlijst
en registreer het nummer vervolgens in de
voorkeurlijst.
[Add number
from
phonebook]
Kies een telefoonnummer
uit het telefoonboek
(Bladzijde36).
[Add number
direct]
Voer een telefoonnummer het
het scherm voor het direct
invoeren in en tik vervolgens
op [Set] om het aan de
voorkeurlijst toe te voegen.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
• Tik voor het tonen van de voorkeurlijst op [
] op
het telefoonregelscherm.
Wissen van een telefoonnummer uit de lijst: Kies
het te wissen telefoonnummer met het <Edit Preset
Dial> scherm en tik vervolgens op [Delete] op het
<Edit Preset Number> venster.
Wissen van alle telefoonnummers uit de lijst: Tik
op [Delete all] op het <Edit Preset Dial> scherm.
38
BLUETOOTH
Bewerken van een telefoonboek
Verzenden van het telefoonboek
Indien de verbonden Bluetooth mobiele telefoon
compatibel is met Phone Book Acces Profile (PBAP),
kunt u het telefoonboek van de mobiele telefoon
naar het toestel verzenden.
1 Toon het telefoonboek (1) en toon
vervolgens het <Edit Phonebook>
venster (2).
Met het telefoonregelscherm:
2 Start het verzenden van het telefoonboek.
• Tik op [Close] om het <Edit Phonebook>
venster te sluiten.
• Tik op [Cancel] om het verzenden van het
telefoonboek te annuleren.
Wissen van een contact uit het telefoonboek
1 Toon het <Edit Phonebook> venster. (Zie
de uiterste linkerkolom.)
2 Toon het <Delete Phonebook> scherm.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
3 Kies het te wissen contact (1) en wis het
vervolgens (2).
• verschijnt naast de gekozen bladwijzers.
• Tik op [
All] om alle bladwijzers te kiezen.
• Tik op [
All] om alle gekozen bladwijzers te
annuleren.
• Tik op [
A–Z] om contacten per het eerste
teken (initiaal) op te zoeken.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
NEDERLANDS 39
BLUETOOTH
Instellingen voor een Bluetooth
mobiele telefoon
U kunt diverse instellingen voor Bluetooth mobiele
telefoons veranderen op het <TEL SETUP> scherm.
1 Toon het <Bluetooth Setup> scherm.
(Bladzijde32)
2 Toon het <TEL SETUP> scherm.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• U kunt het <Bluetooth Setup> scherm
ook tonen door een tik op [
] op het
telefoonregelscherm. (Bladzijde35)
3 Maak de Bluetooth instellingen (1) en
bevestig deze (2).
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
Instelbare onderdelen
<Bluetooth HF/
Audio>
Kies de luidsprekers voor Bluetooth
(voor zowel telefoon als audiospeler).
• Front: Alleen de voorluidsprekers.
• All (Basisinstelling): Alle
luidsprekers.
<Auto
Response>
• 130 (met stappen van
5 seconden): Het toestel
beantwoordt het binnenkomende
gesprek automatisch. Stel de duur
van de beltoon in (seconden).
• OFF (Basisinstelling): Het toestel
beantwoordt het binnenkomende
gesprek niet automatisch.
Beantwoordt het binnenkomend
gesprek handmatig.
<Auto Pairing>
• ON (Basisinstelling): Het koppelen
wordt automatisch uitgevoerd
met het verbonden iOS-apparaat
(bijvoorbeeld een iPhone), zelfs
wanneer de Bluetooth functie op
het apparaat is uitgeschakeld. (Het
automatisch koppelen werkt mogelijk
niet met bepaalde apparaten,
afhankelijk van de iOS-versie.)
• OFF: Geannuleerd.
<Sort Order> Kies een voornaam of achternaam
om de lijst in alfabetische
volgorde te sorteren.
• First: Sorteert de lijst op
volgorde van voornaam.
• Last (Basisinstelling): Sorteert de
lijst op volgorde van achternaam.
<Echo Cancel
Level>
Stel het volume van de echo in.
• 5 t/m +5 (Basisinstelling: 0).
<Noise
Reduction
Level>
Stelt het ruisreductievolume in.
• 5 t/m +5 (Basisinstelling: 0).
Gebruik van de Bluetooth audiospeler
• Zie bladzijde30 voor het verbinden van een
nieuw apparaat.
• Zie bladzijde32 voor het verbinden/
ontkoppelen van een gekoppeld apparaat.
Aanduidingen en toetsen op het
bronregelscherm
5
4
2 31
• De bedieningstoetsen, indicators en informatie
op het scherm zijn verschillend afhankelijk van de
verbonden apparatuur.
Weergave-informatie
• De op het scherm getoonde informatie verschilt
afhankelijk van het aangesloten apparaat.
1 Naam van aangesloten apparaat
2 Weergavefunctie (Bladzijde40)
3
Signaalsterkte en batterijniveau (alleen wanneer
de informatie van het apparaat wordt ontvangen)
4 Tag-data (huidige fragmenttitel/artiestnaam/
albumtitel)*
• Door op [<] te tikken, gaat de tekst rollen indien
deze nog niet in het geheel wordt getoond.
5 Artwork (Wordt getoond indien het fragment
artwork bevat)
* Alleen mogelijk met apparaten die met AVRCP 1.3 compatibel zijn.
Vervolg op de volgende bladzijde.
40
BLUETOOTH
Bedieningstoetsen
• De beschikbare toetsen op het scherm en
bedieningen zijn verschillend afhankelijk van het
aangesloten apparaat.
[
]
Toont het venster met overige
bedieningstoetsen.
• Tik op [ ] om het venster te verbergen.
[ ]
Kiezen van de herhaalde
weergavefunctie.
•
: Herhalen van het huidige
fragment/bestand.
•
: Alle fragmenten/bestanden in
de huidige map worden herhaald.
•
ALL: Herhaalt alle fragmenten/
bestanden van het apparaat.
[
]*
1
Kiezen van de willekeurige
weergavefunctie.
•
: Alle fragmenten in de
huidige map worden in willekeurige
volgorde afgespeeld.
•
ALL: Alle fragmenten in
het huidige album worden in
willekeurige volgorde afgespeeld.
[
]
Dempt het geluid. (Bladzijde6)
• Tik op [
] om het geluid weer te
herstellen.
[
]*
2
Tonen van map-/fragmentlijst. (Zie de
rechterkolom.)
[S] [T]
• Kiezen van een fragment. (Tikken)
• Achterwaarts/voorwaarts zoeken.*
3
(Houd ingedrukt)
[I]
Starten van weergave.
[W]
Pauzeren van de weergave.
[BT DEVICE
CHANGE]
Schakelt over naar de Bluetooth
audiospeler.
• Om alle beschikbare bedieningstoetsen te
tonen, tikt u op [
] om het venster met andere
bedieningstoetsen op te roepen.
*
1
Tik voor het annuleren van de willekeurige weergave herhaaldelijk
op de toets totdat deze grijs kleurt.
*
2
Alleen mogelijk met apparaten die met AVRCP 1.5 compatibel zijn.
*
3
Alleen mogelijk met apparaten die met AVRCP 1.3 compatibel zijn.
Kiezen van een fragment in de lijst
1 Toon het muzieklijstscherm.
2 Kies de map en vervolgens het onderdeel
in de gekozen map.
• Zie bladzijde 9 voor details aangaande
bediening met een lijst.
Overschakelen naar de Bluetooth
audiospeler
1 Toon het keuzescherm voor een Bluetooth
apparaat.
De beschikbare Bluetooth audiospelers worden
in de lijst getoond.
2 Kies het gewenste apparaat.
• Tik op [Close] om het venster te sluiten.
Het gekozen apparaat wordt verbonden.
NEDERLANDS 41
INSTELLINGEN
Instellingen voor gebruik van apps
van een iPod/iPhone/Android
Voor gebruik van apps van de iPod/iPhone/
Android, moet u het te gebruiken apparaat en de
verbindingsmethode kiezen.
Voorbereiding:
Verbind een iPod touch/iPhone/Android apparaat.
• Voor Android: Verbind het Android apparaat via
Bluetooth.
Zie bladzijde 30 voor een Bluetooth
verbinding.
• Voor iPod touch/iPhone: Verbind de iPod
touch/iPhone met een kabel, via Bluetooth
of zowel met een kabel als via Bluetooth.
(Bladzijde19)
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <AV> scherm.
3 Stel [Automotive Mirroring] op [OFF].
4 Toon het <APP/iPod SETUP> scherm.
5 Kies het apparaat en de
verbindingsmethode voor <APP
Connection select>.
<Android
Bluetooth>
Kies voor gebruik van apps
met een Android apparaat dat
via Bluetooth is verbonden.
<iPhone
Bluetooth>
Kies voor gebruik van apps
met een iPod/iPhone die via
Bluetooth is verbonden.
<iPhone USB> Kies voor gebruik van apps
wanneer de iPod/iPhone is
verbonden met gebruik van
de KS-U62 (los verkrijgbaar)
of 30-pen naar USB-kabel
(accessoire van iPod/iPhone).
6 Voltooi de procedure.
42
INSTELLINGEN
Kiezen van verschillende bronnen
voor de voor- en achtermonitor—
Zone Control
U kunt verschillende bronnen kiezen voor zowel
dit toestel als voor de externe monitor die met
de VIDEO OUT en AV-OUT AUDIO aansluitingen is
verbonden. (Bladzijde61)
1 Toon het bron-/optiekeuzescherm.
Op het startscherm:
• U kunt het bron-/optiekeuzescherm ook
tonen door op [
] op het bronregelscherm
te tikken.
2 Toon het <Audio> scherm.
3 Toon het <Zone Control> scherm.
4 Kies de bron voor de voormonitor en
achtermonitor en stel het volume voor de
achterbron in.
[Zone Select] Bepaalt of verschillende
bronnen voor de voor- en
achtermonitor worden
gekozen.
• Dual Zone: Kiest
verschillende bronnen. (De
DUAL indicator licht op.)
• Single Zone: Kiest dezelfde
bron.
[Front Source]* Kiest de bron voor de
voormonitor.
[Rear Source]* Kiest de bron voor de
achtermonitor.
[Rear VOL.]* Stel het volume voor de
achtermonitor in.
• Wanneer de bron van de achterluidspreker wordt
veranderd, zal de audiobron die via de AV-OUT
AUDIO aansluiting wordt uitgestuurd tevens naar
de overeenkomende zelfde bron veranderen.
• Wanneer [Zone Control] op [Dual Zone] is
gesteld, zijn de volgende bedieningen/functies
niet beschikbaar.
Weergave via de subwoofer
Instellingen op het <Graphic Equalizer>
scherm (Bladzijde44)
Instellingen op het <Sound Effect> scherm
(Bladzijde48)
Instellingen op het <Speaker Select> scherm
(Bladzijde43)
Instellingen op het <Position/DTA> scherm
(Bladzijde45)
• U kunt iPod niet kiezen indien een verbinding via
Bluetooth is gemaakt.
• Indien u USB, iPod, Disc, Bluetooth audio of
Apple CarPlay als bron voor de voorkant heeft
gekozen, kunt u USB of iPod niet als bron voor de
achterkant kiezen.
* Alleen kiesbaar indien [Zone Select] op [Dual Zone] is
gesteld.
NEDERLANDS 43
INSTELLINGEN
Geluidsinstellingen—Audio
U kunt diverse audio-instellingen met het <Audio>
scherm maken.
• U kunt het <Audio> instelscherm niet veranderen
in de volgende situaties:
Wanneer de AV-bron is uitgeschakeld
(Bladzijde6)
Wanneer de Bluetooth telefoon wordt gebruikt
(bellen, ontvangen van een gesprek, tijdens een
gesprek of bij bellen op stemcommando)
Instellen van het type auto/
luidsprekers/drempelfrequentie
1 Toon het bron-/optiekeuzescherm.
Op het startscherm:
• U kunt het bron-/optiekeuzescherm ook
tonen door op [
] op het bronregelscherm
te tikken.
2 Toon het <Audio> scherm.
3 Toon het <Speaker Select> scherm.
4 Kies het type van uw auto.
Er verschijnt een venster voor het kiezen van het
type auto. Kies een onderdeel en tik vervolgens op
[Close] om het venster te sluiten.
5 Kies een luidspreker (voor luidsprekers,
achterluidsprekers of subwoofer) om (1)
in te stellen en kies vervolgens de locatie
en het formaat van de speaker/tweeter van
de gekozen luidspreker (2).
Er verschijnt een venster voor het instellen van de
locatie en speaker/tweeter. Kies een onderdeel en
tik vervolgens op [Close] om het venster te sluiten.
• Herhaal stappen 1 en 2 voor het instellen
van alle luidsprekers.
• Kies [None] indien er geen luidspreker is
verbonden.
• Kies bij het instellen van de voorluidsprekers
tevens het luidsprekerformaat voor <Tweeter>.
6 Toon het <X’over> scherm (1), kies het
type luidspreker (2) en stel vervolgens
de drempelfrequentie van de gekozen
luidspreker in (3).
<HPF FREQ>
Instellen van de drempelfrequentie
voor de voor- of achterluidsprekers
(hoogdoorlaatfilter).*
1
<LPF FREQ> Instellen van de
drempelfrequentie voor de
subwoofer (laagdoorlaatfilter).*
2
<Slope>
Instellen van de drempelhelling.*
3
<Gain>
Instellen van het uitgangsvolume
van de gekozen luidspreker.
<TW Gain> Stel het uitgangsvolume van de
tweeter in.*
4
*
5
<Phase
Inversion>
Kiezen van de fase voor de
subwoofer.*
2
*
1
Verschijnt alleen wanneer de voor- of achterluidsprekers zijn gekozen.
*
2
Verschijnt alleen wanneer de subwoofer is gekozen.
*
3
Kan niet worden ingesteld wanneer <HPF FREQ> of <LPF
FREQ> op <Through> is gesteld.
*
4
Verschijnt alleen wanneer de voorluidsprekers zijn gekozen.
*
5
Kan alleen worden ingesteld wanneer <Tweeter> op
<Small>, <Middle> of <Large> is gesteld op het
<Speaker Select> scherm.
44
INSTELLINGEN
Gebruik van de geluidsegalisatie
• De instelling blijft voor iedere bron vastgelegd
totdat u het geluid weer opnieuw instelt. Voor
discs wordt de instelling voor ieder van de
volgende items opgeslagen.
DVD-Video
CD/VCD/Audiobestanden/Videobestanden
(Bladzijde63)
• U kunt het geluid niet instellen wanneer de
AV-bron uitgeschakeld is.
Kiezen van een vastgelegde geluidsfunctie
1 Toon het <Audio> scherm.
(Bladzijde43)
2 Toon het <Graphic Equalizer> scherm.
• U kunt het telefoonregelscherm ook
tonen door [
] op het onderliggende
snelkoppelingsmenu te kiezen. (Bladzijde11)
3 Toon de vastgelegde geluidsfuncties (1)
en kies vervolgens een geluidsfunctie (2).
• Tik op [ ] om de vastgelegde
geluidsfuncties te verbergen.
Opslaan van uw eigen instellingen—Het geluid
nauwkeurig regelen
1
Toon het
<Graphic Equalizer>
scherm. (Zie
de linkerkolom.)
2 Kies een band en stel het niveau van de
gekozen band in.
• U kunt het niveau instellen door de schuiver
te verslepen of met gebruik van [J]/[K].
• Herhaal deze stap voor het instellen van het
niveau van de andere banden.
3
Activeer ([ON]) of annuleer ([OFF]) de lage
tonen (<Bass EXT>) (1) en stel vervolgens
het subwooferniveau in (<SW Level>)* (2).
• Tik op [H]/[I] om <SW Level> in te stellen.
• Wanneer <Bass Ext> op [ON] is gesteld, wordt
een frequentie lager dan 62,5 Hz op hetzelfde
versterkingsniveau als 62,5 Hz gesteld.
4 Sla de instelling op.
Een gebruikerskeuzevenster verschijnt. Kies een
positie uit [User 1] tot [User 4] om uw instelling
op te slaan en tik vervolgens op [Close] om het
venster te sluiten.
• Om de ingestelde equalizer voor alle
weergavebronnen te gebruiken, tikt u op [ALL
SRC] op het <Graphic Equalizer> scherm en
vervolgens op [OK] om te bevestigen.
• Tik op [Initialize] om de huidige EQ-curve
neutraal te maken.
* Niet instelbaar wanneer <None> is gekozen voor subwoofer op
het <Speaker Select> scherm. (Bladzijde43)
Instellen van de crossover-netwerkfunctie
Kies de juiste crossover-netwerkfunctie in
overeenstemming met het luidsprekersysteem
(2-weg of 3-weg luidsprekersysteem).
1 Schakel de AV-bron uit. (Bladzijde6)
2 Houd even ingedrukt terwijl u volume +
op het monitorpaneel ingedrukt houdt om
het <X’over Network> scherm te tonen.
3 Kies de crossover-netwerkfunctie.
[2 way] Kies indien een 2-weg
luidsprekersysteem is verbonden
(voor/achter).
[3 way] Kies indien een 3-weg
luidsprekersysteem is verbonden
(tweeter/middenbereik/woofer).
Een bevestigingsmededeling verschijnt. Druk
op [Yes].
NEDERLANDS 45
INSTELLINGEN
Instellen van de luisterpositie
U kunt de geluidseffecten in overeenstemming met
de luisterpositie instellen.
1 Toon het <Audio> scherm.
(Bladzijde43)
2 Toon het <Position/DTA> scherm.
3 Tik op [Listening Position] (1) en kies
vervolgens de luisterpositie [Front L],
[Front R], [Front All] of [All]) (2).
Instellen van Digital Time Alignment (DTA)
Stel de vertragingstijd van de luidsprekeruitgang
nauwkeurig en passend voor de omgeving van uw
auto in.
1 Toon het <Position/DTA> scherm. (Zie de
linkerkolom.)
2 Toon het DTA-instelscherm.
3 Tik op [Delay] (1) en stel vervolgens de
Digital Time Alignment (DTA)-waarde voor
iedere luidspreker in (2).
• Tik op [H]/[I] om de waarde in te stellen.
• Tik op [Initialize] en [YES] in het
bevestigingsscherm om de vertraging en het
niveau op de standaardinstelling te stellen.
4 Tik op [Level] (1) en stel vervolgens het
uitgangsvolume voor iedere luidspreker in
(2).
• Tik op [H]/[I] om het niveau in te stellen.
• Tik op [Initialize] en [YES] in het
bevestigingsscherm om de vertraging en het
niveau op de standaardinstelling te stellen.
46
INSTELLINGEN
Lokaliseren van het geluidsbeeld—
Front Focus
U kunt het geluidsbeeld verplaatsen naar een positie
voor een gekozen stoel.
1 Toon het <Position/DTA> scherm.
(Bladzijde45)
2 Tik op [Front Focus] (1) en kies
vervolgens de luisterpositie om deze als de
voorste positie in te stellen (2).
• Indien u op [Front All] (voorstoelen) of [All]
(voor- en achterstoelen) zit, kiest u links
(“Priority L) of rechts (“Priority R”) om de
positie voor het geluidsbeeld te specificeren.
3 Toon het <Front Focus Adjust> scherm.
4 Tik op [Delay] (1) en stel vervolgens het
geluidsbeeld nauwkeurig in (2).
[Sound Image
LR (Front)]
Richt het geluidsbeeld naar
de voorste positie.
[Sound Image
LR (Rear)]
Richt het geluidsbeeld naar
de achterste positie.
[Size of the
Virtual Sound
Field]
Stelt het virtuele geluidsveld
op het gewenste formaat.
• Indien het geluidsbeeld
buiten de voorste positie
valt, moet u [Sound Image
LR (Front)]/[Sound Image
LR (Rear)] instellen.
[Subwoofer
Delay]
Stelt de tijdsynchronisatie
van de subwoofer in.
• Tik op [Initialize] en [YES] in het
bevestigingsscherm om de vertraging en het
niveau op de standaardinstelling te stellen.
5 Tik op [Level] (1) en stel vervolgens het
uitgangsvolume voor iedere luidspreker in
(2).
• Tik op [H]/[I] om het niveau in te stellen.
• Tik op [Initialize] en [YES] in het
bevestigingsscherm om de vertraging en het
niveau op de standaardinstelling te stellen.
NEDERLANDS 47
INSTELLINGEN
Instellen van het volumebalans
1 Toon het <Audio> scherm.
(Bladzijde43)
2 Toon het <Fader/Balance> scherm.
3 Stel het volumebalans in.
• Tik op [J]/[K] om de weergavebalans tussen
de voor- en achterluidsprekers in te stellen.
• Tik op [H]/[I] om de weergavebalans tussen
de linker- en rechterluidsprekers in te stellen.
• De instelling kan ook worden gemaakt door
de cursor te verslepen.
• Tik op [Center] voor het wissen van de
instelling.
Instellen van een passend volume voor
verschillende bronnen
U kunt het volumeniveau voor iedere bron
automatisch instellen en vastleggen. Het
volumeniveau wordt automatisch verhoogd of
verlaagd wanneer u van bron verandert.
1 Toon het <Audio> scherm.
(Bladzijde43)
2 Toon het <Volume Offset> scherm.
3 Stel het volumeniveau voor iedere bron in.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
• Druk op [Initialize] om de waarde naar de
basisinstelling terug te stellen.
• Indien het volume eerst werd verhoogd en daarna
werd verlaagd met gebruik van Volume Offset, kan
het geluid bij het plotseling veranderen naar een
andere bron zeer hard klinken.
48
INSTELLINGEN
Instellen van het geluidseffect
1 Toon het <Audio> scherm.
(Bladzijde43)
2 Toon het <Sound Effect> scherm.
3 Stel ieder onderdeel in.
<Bass Boost> Kiest het versterkingsniveau
voor de lage tonen.
• OFF (Basisinstelling)/1/2/3
<Loudness> Stelt de hoge tonen in. (De
LOUD indicator licht op
wanneer de hoge tonen
worden ingesteld.)
• OFF (Basisinstelling)/Low/
High
<Volume Link
EQ>
Ruis van het rijden wordt
verminderd door de
bandbreedte te verhogen.
• OFF (Basisinstelling)/ON
<Space
Enhancement>*
1
Versterkt de geluidsruimte
virtueel met gebruik van
het Digital Signal Processor
(DSP) systeem. Kies het
versterkingsniveau.
• OFF (Basisinstelling)/
Small/Medium/Large
<K2>*
2
Herstelt het geluidsverlies
van audiocompressie voor
een realistisch geluid.
• OFF/ON (Basisinstelling)
<Sound
Response>
Maakt het geluid virtueel
realistischer met gebruik van
het Digital Signal Processor
(DSP) systeem. Kies het
geluidsniveau.
• OFF (Basisinstelling)/1/2/3
<Sound Lift> U kunt het midden van het
geluid naar een lager of
hoger punt verplaatsen. Kies
de hoogte.
• OFF (Basisinstelling)/Low/
Middle/High
*
1
U kunt de instelling niet veranderen indien “Tuner” als bron is
gekozen.
*
2
Deze functie werkt alleen wanneer “DISC”/“USB”/“iPod”
als bron is gekozen.
Instellingen voor videoweergave
1 Toon het onderliggende
snelkoppelingsmenu.
2 Toon het beeldinstelscherm.
3 Stel het beeld in.
NEDERLANDS 49
INSTELLINGEN
<Backlight> Stelt de helderheid van de
verlichting in. (4 t/m +4)
<Contrast> Instellen van het contrast.
(4 t/m +4)
<Black> Instellen van zwart. (4 t/m +4)
<Brightness> Instellen van de helderheid.
(4 t/m +4)
<Colour> Instellen van de kleur.
(4 t/m +4)
<Tint>
Instellen van de tint. (4 t/m +4)
<Aspect>
Kiezen van de aspectratio.
• Full: Het beeld wordt volledig
getoond. De aspectratio
wordt indien nodig
veranderd.
• Normal: Het beeld wordt met
de 4:3 aspectratio getoond.
• Auto: Het beeld wordt
automatisch met de meest
geschikte aspectratio
getoond. (DISC)
Het beeld wordt automatisch
met de oorspronkelijke
aspectratio getoond. (USB)
• De instelbare onderdelen verschillen afhankelijk
van de huidige bron.
• De beeldkwaliteit kan voor iedere bron worden
ingesteld. Backlight en Black zijn voor alle bronnen
ingesteld.
Veranderen van het display—
ontwerp
Aanpassen van de paneelkleur
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <Display> scherm.
3 Toon het <Panel Colour Coordinate>
scherm.
4 Kies een paneelkleur.
*
• Door [Scan] te kiezen, verandert de kleur voor
de verlichting geleidelijk.
* Sla uw eigen kleurinstelling van te voren op. (Zie hieronder.)
Zelf samenstellen van een kleur
1 Toon het <Panel Colour Coordinate>
scherm. (Zie de linkerkolom.)
2
3 Stel de kleur in.
De instelling wordt onder [User] opgeslagen.
50
INSTELLINGEN
Aanpassen van de achtergrond
1 Toon het <Display> scherm.
(Bladzijde49)
2 Toon het <Background> scherm.
3 Kies een achtergrond.
*
* Sla uw eigen scène van te voren op. (Zie de rechterkolom.)
Opslaan van uw favoriete beeld als
achtergrondbeeld
U kunt een favoriet beeld dat op het aangesloten
USB-apparaat is opgeslagen instellen.
• Gebruik een JPEG-bestand met een resolutie van
800 x 480 pixels.
• De kleur van het vastgelegde beeld kan anders
zijn dan de werkelijke kleur.
1 Verbind het USB-apparaat waarop het
beeld is opgeslagen. (Bladzijde60)
2 Toon het <Background> scherm. (Zie de
linkerkolom.)
3 Kies [User1 Select] of [User2 Select] voor
het opslaan van het beeld.
4 Kies de map en vervolgens het bestand
voor het achtergrondbeeld in de gekozen
map.
• Rol de pagina om meer onderdelen te tonen.
5 Roteer het beeld indien nodig (1) en
bevestig de keuze (2).
Een bevestigingsmededeling verschijnt. Tik
op [OK] om het nieuwe beeld op te slaan. (Het
bestaande beeld wordt door het nieuwe beeld
vervangen.)
NEDERLANDS 51
INSTELLINGEN
Aanpassen van de
systeeminstellingen
Vastleggen/oproepen van instellingen
• U kunt de op het <Audio> scherm veranderde
instellingen vastleggen en deze vastgelegde
instellingen oproepen.
• De geheugeninstellingen worden bewaard, zelfs
als het toestel met de terugsteltoets opnieuw
wordt ingesteld.
• De bediening kan niet worden uitgevoerd
wanneer [SETUP Memory] op [Lock] is gesteld.
Ontgrendel de instelling eerst.
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <Special> scherm.
3 Kies een optie.
[Audio SETUP
Memory]
Vastleggen van de huidige
audio-instelling.
[Audio SETUP
Recall]
Oproepen van de
vastgelegde audio-instelling.
[Audio SETUP
Clear]
Wissen van het AUDIO SETUP
Memory en de huidige
vastgelegde audio-instelling.
Een bevestigingsmededeling verschijnt. Tik op
[Yes].
Vergrendelen van de instellingen
U kunt de instellingen voor <Audio> vergrendelen
zodat ze niet per ongeluk kunnen worden
veranderd.
1 Toon het <Special> scherm. (Zie de
uiterste linkerkolom.)
2 Kies [Lock] om de instellingen te
vergrendelen.
Ontgrendelen van de instelling: Tik op [SETUP
Memory] om [Unlock] te kiezen.
52
INSTELLINGEN
Instellen van de aanraakpositie
U kunt de aanraakpositie op het aanraakpaneel
instellen indien de aangeraakte positie niet
overeenkomt met de uitgevoerde bediening.
1 Toon het <SETUP> scherm.
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door
op [
] op het bron-/optiekeuzescherm te
tikken. (Bladzijde8)
2 Toon het <User Interface> scherm.
3 Toon het <Touch Panel Adjust> scherm.
4 Raak het midden van de markeringen
linksonder en rechtsboven als aangegeven
aan.
• Druk op [Reset] om de aanraakpositie terug
te stellen.
• Druk op [Cancel] om de huidige bediening te
annuleren.
Instellen van menu-onderdelen—
SETUP
Toon het <SETUP> menuscherm
Op het startscherm:
• U kunt het <SETUP> scherm ook tonen door op
[
] op het bron-/optiekeuzescherm te tikken.
(Bladzijde8)
REVERSE
PRK SW
REMOTE CONT
STEERING WHEEL
REMOTE INPUT
P.CONT
MUTE
ANT CONT
1
VIDEO OUT
REAR VIEW CAMERA
NEDERLANDS 59
VERBINDEN/INSTALLEREN
Verbinden
Verbinden van draden met aansluitingen
15 A zekering
Verbind met de
handremdetectiebundel
van de auto.
• Voor de veiligheid moet
u de handremsensor
verbinden.
Paars met witte streep (achteruit-sensordraad)
Lichtgroen (Handremsensor-draad)
Blauw met witte streep (draad voor stroom/
antenneregeling)
Lichtblauw met gele streep (stuurafstandsbediening
uitgangsdraad)
Zorg dat de kabel niet uit het lipje komt wanneer u geen
verbindingen heeft gemaakt.
Verbind de antenne met
de antenne-aansluiting.
Verbind de USB-verlengkabel (4).
(Bladzijde60)
Verbind de GPS-antenne (5). (Bladzijde62)
Bladzijde61
Bladzijde61
Bladzijde61
Bladzijde61
Pen Kleur en functies van aansluiting A
A4 Geel Accu
A5 Blauw/Wit Stroomregeling
A6 Oranje/Wit Dimmer
A7 Rood Contact (ACC)
A8 Zwart Aardeverbinding
Pen Kleur en functies van aansluiting B
B1/B2
Paars / Paars/zwart
Rechterluidspreker
(achter)
B3/B4
Grijs / Grijs/zwart
Rechterluidspreker (voor)
B5/B6
Wit / Wit/zwart
Linkerluidspreker (voor)
B7/B8
Groen / Groen/zwart
Linkerluidspreker (achter)
Verbinden van de ISO-stekkers met
bepaalde VW/Audi en Opel (Vauxhall)
auto's
U moet de bedrading van de bijgeleverde
draadbundel mogelijk als afgebeeld
veranderen.
Bruin (draad voor dempingsfunctie)
Aansluiting A
Aansluiting B
Geel (accudraad)
Rood (ontstekingsdraad)
Rood (A7)
Geel (A4)
Naar de stroomaansluiting wanneer u een los verkrijgbare eindversterker gebruikt, of naar de
antenne-aansluiting van de auto.
Functioneert niet voor dit toestel.
Als u de functie voor stuur-afstandsbediening wilt gebruiken, moet u een exclusieve externe
adapter (niet bijgeleverd) voor uw auto hebben.
Verbind met de achterlichtbundel van de auto indien u een los verkrijgbare achterzichtcamera
gebruikt.
Rood
(Ontstekingsdraad)
Toestel
Geel
(Accudraad)
Voertuig
Rood (A7)
Geel (A4)
Fabrieksbedrading
7


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for JVC KW-V820BTE at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of JVC KW-V820BTE in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 1,99 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of JVC KW-V820BTE

JVC KW-V820BTE User Manual - English - 78 pages

JVC KW-V820BTE User Manual - German - 78 pages

JVC KW-V820BTE User Manual - French - 78 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info