518155
45
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/48
Next page
Technische en praktische voorschriften
N
TOP 26 ZWB
TOP 30 ZWB
TOP 42 ZWB
TOP 28 ZSB
CERASMART
condensatieketels met gestuwde afvoer
Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd
worden, wanneer de technische voorschriften strikt
opgevolgd worden. Wijzigingen voorbehouden.
Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen
en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste
dient ze zorgvuldig te bewaren.
DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET
ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN
DOOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN.
Deze gaswandketels dragen het keurmerk:
cat. I
2E(S)B
(aardgas)
cat. I
3P
(vloeibaar gas)
nv SERVICO sa
Kontichsesteenweg 60
2630 AARTSELAAR
TEL: 03 887 20 60
FAX: 03 877 01 29
Deutsche Fassung auf Anfrage erhältlich
6 720 611 595 (2006.05 BL-NL)
2
VOOR UW VEILIGHEID:
WAT TE DOEN BIJ GASGEUR?
gaskraan dichtdraaien
vensters openen
geen elektrische schakelaars bedienen
alle open vuur doven
de gasmaatschappij, Uw installateur of JUNKERS verwittigen
INHOUD
blz.
AANSLUITINGEN EN AFMETINGEN 4
BESCHRIJVING VAN DE KETEL 5
VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING 5
TECHNISCHE GEGEVENS 6
OPBOUW VAN DE KETEL 7
SCHEMAS EN FUNCTIES 8
ELEKTRISCH SCHEMA 10
INSTALLATIE 11
- algemeen 11
- belangrijk 11
- installatie in een kast 11
- montageplaat 12
- bevestiging van de ketel 13
- hydraulische aansluiting 13
- gasaansluiting 14
- aansluiting van de rookgasafvoer 14
- elektrische aansluitingen 15
- bedrading 15
- aansluiten van kamerthermostaten TR 21, TR 100 & TR 200 16
- aansluiten van de andere regelingen 16
- aansluiten van boilers 17
- aansluiten van een temperatuurbegrenzer in een vloerverwarmingsinstallatie 18
INBEDRIJFNAME 19
- voor de inbedrijfname 19
- in-/uitschakelen 20
- verwarming inschakelen 21
- temperatuurregeling 21
- warmwaterbereiding 21
- ketel TOP 26, 30 & 42 ZWB: warmwatertemperatuur instellen 21
- ketel TOP 28 ZSB met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen 22
- ketel TOP 26, 30 & 42 ZWB met boiler Storamaxx: warmwatertemperatuur
instellen
23
- na de inbedrijfname 23
- zomerbedrijf 23
- vorstbeveiliging 23
- storingen 24
- pompblokkeringsbeveiliging 24
- tips voor energiebesparing 24
INDIVIDUELE INSTELLING 25
- manuele instellingen 25
- grootte van het expansievat testen 25
- instellen van de aanvoertemperatuur 25
- begrenzing van de keteltemperatuur 25
- wijzigen van de begrenzing van de keteltemperatuur 25
3
INHOUD
blz.
- Heatronic instellingen 26
- bediening van Heatronic 26
- pompschakeling voor verwarmingsbedrijf kiezen 27
- karakteristieken van de circulatiepomp 28
- opwarmingsvermogen boiler 28
- instellen van de antipendel blokkering 29
- maximum aanvoertemperatuur instellen 30
- inschakelen van de schakeldifferentie 30
- automatisch antipendelprogramma 31
- verwarmingsvermogen instellen 32
- antipendeltijd warmhouden bij TOP 26, 30 & 42 ZWB 32
- ontluchtingsfunctie 33
- sifonvulprogramma 34
GASREGELING 35
ONDERRICHTINGEN 35
- nota voor de installateur 35
- nota voor de gebruiker 35
- controle van de ketel 35
- reinigen van de mantel 35
CONTROLE EN ONDERHOUD 36
- checklist voor het onderhoud 36
- verbrandingslucht/rookgasafvoermetingen 36
- O
2
- of CO
2
-metingen in de verbrandingslucht 36
- CO- en CO
2
-waarde in rookgas meten 37
- brander 38
- warmtewisselaar 39
- warm water 40
- condenswatersifon 40
- membraan in de mengkamer 40
- elektrische bedrading 41
- overdrukventiel 41
- expansievat (niet voor TOP 42 ZWB) 41
- sanitaire warmwaterleiding 41
- opnieuw in gebruik nemen 41
- wisselstukken en smeermiddelen 41
WAT TE DOEN BIJ STORINGEN? 42
NUTTIGE INLICHTINGEN 43
BELANGRIJKE NOTA’S 45
WAARBORG 45
DIENST NA VERKOOP (met techniekers uit Uw regio) 48
4
1. AANSLUITINGEN EN AFMETINGEN
1 CV-afsluitkraan 3/4’’ (aanvoer) 101 mantel
2 nippel 1/2’’ (sanitair warm water) 103 deksel van bedieningspaneel
3 reductie 1’’ 3/4’’ (gasaansluiting) 110 aansluitmoer (aanvoer en terugvoerleiding)
4 aardgaskraan 3/4’’ 111 dichting
5 sanitaire afsluitkraan 1/2’’ (sanitair koud water) 338 plaats op de muur voor de elektrische kabel
6 CV-afsluitkraan 3/4’’ (terugvoer) (indien de bedrading achter de ketel
13 montageplaat aangebracht werd)
Fig. 1
montageplaat
6
4. TECHNISCHE GEGEVENS
Types TOP 26 ZWB
TOP 30 ZWB
TOP 42 ZWB
TOP 28 ZSB
G 20 G 25 G 20 G 25 G 20 G 25 G 20 G 25
Max. nominaal vermogen (P
n
max)
- 40 / 30°C
- 50 / 30°C
- 80 / 60°C
kW
kW
kW
21,8
21,6
20,6
17,9
17,7
16,9
30,3
30,0
28,3
24,8
24,5
23,2
41,4
41,4
39,1
33,9
33,9
32,0
27,5
27,2
25,7
22,5
22,3
21,1
Max. nominale belasting (Q
n
max) kW 20,8 17,0 28,6 23,4 40,0 32,7 26,0 21,3
Min. nominaal vermogen (P
n
min)
- 40 / 30°C
- 50 / 30°C
- 80 / 60°C
kW
kW
kW
8,6
8,5
7,6
7,0
7,0
6,2
8,6
8,5
7,6
7,0
7,0
6,2
12,9
12,8
11,4
10,6
10,5
9,3
8,6
8,5
7,6
7,0
7,0
6,2
Min. belasting (Q
n
min) kW 7,8 6,4 7,8 6,4 11,8 9,7 7,8 6,4
Maximumvermogen sanitair warm water kW 25,7 21,1 29,3 24,0 39,1 32,0 25,7 21,1
Maximale belasting sanitair warm water kW 26,0 21,3 29,6 24,2 40,0 32,7 26,0 21,3
Voedingsdruk
aardgas G 20
aardgas G 25
propaangas
mbar
mbar
mbar
20
25
37
20
25
37
20
25
37
20
25
37
Gasdebiet
aardgas G 20 (15°C - 760 mmHG)
aardgas G 25 (15°C - 760 mmHG)
vloeibaar gas
m
3
/h
m
3
/h
kg/h
2,7
2,6
2,0
3,1
3,0
2,3
4,2
4,0
3,1
2,6
2,6
2,0
Expansievat werkdruk
totaalinhoud
bar
l
0,75
10
0,75
10
---
0,75
10
Rookgasdebiet max / min gr/sec
11,3 / 3,5 11,3 / 3,5 17,8 / 5,3 11,3 / 3,5
Rookgastemperatuur (80 / 60°C) °C 78 78 87 78
Rookgastemperatuur (40 / 30°C) °C 58 58 65 58
CO
2
bij P
n
max (G 20) % 9,8 9,8 9,5 9,8
CO
2
bij P
n
min (G 20) % 9,5 9,5 9,5 9,5
CO
2
bij P
n
max (verrijkt Slochteren) % 8,3 8,3 7,9 8,3
CO
2
bij P
n
min (verrijkt Slochteren) % 8,1 8,1 7,9 8,1
CO
2
bij P
n
max (G 31) % 10,8 10,8 11,0 10,8
CO
2
bij P
n
min (G 31) % 10,5 10,5 11,0 10,5
Type rookgasafvoer C13, C33, C33S, C43, C53, C83, B23
No
x
-klasse 5 5 5 5
Rookgascondensaat
- max. hoeveelheid (t
R
= 30°C)
- PH-waarde (ongeveer)
l/h
2,6
4,8
2,6
4,8
3,5
4,8
2,6
4,8
Elektrische aansluiting V/Hz 230 / 50 230 / 50 230 / 50 230 / 50
Vermogenopname W 46 – 116 46 – 116 46 - 116 46 – 116
Geluidsniveau dB(A)
38 38 42 38
Beschermingsgraad IP X 4 D X 4 D X 4 D X 4 D
Max. aanvoertemperatuur °C 90 90 90 90
Max. werkingsdruk (verwarming) bar 3 3 3 3
Inhoud warmtewisselaar l 3,5 3,5 3,5 3,5
Netto gewicht kg 46 46 42 43
TOP 26 ZWB
TOP 30 ZWB
TOP 42 ZWB
Sanitair warmwaterdebiet
(koud water 10°C)
bij
t = 50 K
bij
t = 25 K
l/min
l/min
6,0
12,0
7,0
14,0
9,0
18,0
Max. instelbare uitlooptemperatuur °C 40 – 60 40 – 60 40 – 60
Max. sanitaire waterdruk bar 10 10 10
Min. dynamische waterdruk bar 0,2 0,2 0,2
Begrensde doorstroming l/min 8,0 8,0 11,0
7
5. OPBOUW VAN DE KETEL
4 bedieningspaneel Heatronic 98 watervalve (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
6 temperatuurbegrenzer warmtewisselaar 102 controle-opening
6.1 NTC warm water (TOP 26, 30 & 42 ZWB) 120 ophangpunten
7 meetstut voor gasaansluitdruk 221.1 rookgasafvoer
8.1 manometer 221.2 aanvoer verbrandingslucht
9 temperatuurbegrenzer rookgassen 226 extractor
15 overdrukventiel 234 meetstut voor rookgassen
18 circulatiepomp 234.1 meetstut voor verbrandingslucht
18.1 schakelaar toerental circulatiepomp 271 geluiddemper in rookgasafvoer
20 expansievat (niet bij TOP 42 ZWB) 295 type-aanduiding
27 automatische ontluchter 349 afdekplaatje (voor gescheiden af- en aanvoer)
29 mengkamer 355 platenwarmtewisselaar (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
32.1 set elektroden (ontsteking en ionisatie) 358 sifon voor condensatiewater
36 aanvoertemperatuurvoeler 396 slang voor sifon
43 aanvoer verwarming 415 deksel voor reinigingsopening
63 instelschroef voor maximum gasdebiet 416 opvang condensatiewater
64 instelschroef voor minimum gasdebiet 418 identificatieklever
88 driewegkraan 449 aansluiting condenswater
Fig. 2
8
6. SCHEMAS & FUNCTIES
Fig. 4
TOP 28 ZSB
TOP 26 & 30 ZWB
Fig. 3
9
4 bedieningspaneel Heatronic 55 filter
6 temperatuurbegrenzer 56 gasblok CE 427
6.1 NTC warm water (TOP 26, 30 & 42 ZWB) 57 hoofdgasventielen
7 meetstut voor gasaansluitdruk 61 ontgrendeltoets
8.1 manometer 63 instelschroef voor gasregeling
9 temperatuurbegrenzer rookgassen 64 instelschroef voor minimum gasdebiet (verzegeld)
13 montageplaat 69 regelventiel
14 sifon 71 vertrek naar boiler (TOP 28 ZSB)
15 veiligheidsklep 72 terugvoer uit boiler (TOP 28 ZSB)
18 circulatiepomp 84 motor
20 expansievat (niet bij TOP 42 ZWB) 88 driewegkraan
26 ventiel voor stikstofvulling (niet bij TOP 42 ZWB) 90 venturi (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
27 automatische ontluchter 91 overdrukventiel sanitair (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
29 mengkamer 93 waterdebietregelaar (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
29.1 bimetaal voor verbrandingsluchtcompensatie 94 membraan (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
30 brander 95 schakelnokstift (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
32 ionisatie-elektrode 96 microschakelaar (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
33 ontstekingselektrode 97 debietkiezer warm water (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
35 warmtewisselaar met gekoelde branderkamer 98 watervalve (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
36 aanvoertemperatuurvoeler 221 rookgasafvoerbuis
43 aanvoer verwarmingswater 226 extractor
44 warm water 229 luchtkast
45 gas 234 meetstuk voor rookgassen
46 koud water 234.1 meetstuk voor verbrandingslucht
47 terugvoer verwarmingswater 317 display
48 afvoer 355 platenwarmtewisselaar (TOP 26, 30 & 42 ZWB)
52 elektromagneet 1 358 condensatiewatersifon
52.1 elektromagneet 2 447 geluiddemper
TOP 42 ZWB
Fig. 5
10
7. ELEKTRISCH SCHEMA
4.1 ontstekingstransformator 302 aansluiting voor aarding
6 temperatuurbegrenzer warmtewisselaar 303 aansluiting voor NTC 1 boiler
6.1 NTC warm water (TOP 26, 30 & 42 ZWB) 310 temperatuurregelaar warm water
9 temperatuurbegrenzer rookgassen 312 zekering T 1,6 A
18 circulatiepomp 313 zekering T 0,5 A
32 ionisatie-elektrode 314 stekkeraansluiting voor inbouwregelaar
33 ontstekingselektrode TA 211 E of BM 1
36 aanvoertemperatuurvoeler 315 stekkeraansluiting voor externe regelaar
52 elektromagneet 1 317 digitale display
52.1 elektromagneet 2 318 stekkeraansluiting voor schakelklok
56 gasblok CE 427 319 stekkeraansluiting voor boilerthermostaat
61 ontgrendeltoets 328 klemmenblok 230 V/AC
84 motor driewegkraan 328.1
brug LS - LR
96 microschakelaar (TOP 26, 30 & 42 ZWB) 329 aansluiting LSM
135 hoofdschakelaar 363 controlelampje brander
136 temperatuurregelaar CV-water 364 controlelampje (netaansluiting aan)
151 zekering T 2,5 A - 230 V/AC 365 druktoets schoorsteenveger
153 transformator 366 service-toets
161 brug 8 - 9 367 ECO-toets
226 extractor
300 codeerstekker
Fig. 6
11
8. INSTALLATIE
Algemeen
Deze ketel dient door een bevoegd installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende
nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij
SERVICO nv.
Belangrijk
De ketel waterpas hangen.
Let erop de volgende minimumafstanden te voorzien:
tussen ketel en plafond 30 cm
onder de ketel minimum 30 cm
rondom de ketel 10 cm
De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
Om corrosie te vermijden mag de verbrandingslucht voor de ketel geen agressieve dampen bevatten.
Ketels op vloeibaar gas: aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht, moeten deze ketels en de leidingen steeds in
ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond, geplaatst worden.
De ketel moet overeenkomstig de voorschriften van het A.R.E.I. geïnstalleerd worden. De ketel is IPX 4 D gekeurd en
mag niet boven bad of douche, maximum in het beschermingsvolume, geplaatst worden.
In geen geval de ketel tegen een wand uit brandbaar materiaal plaatsen.
Brandbare stoffen moeten vuurwerend bekleed worden.
De maximale omgevingstemperatuur van de installatieruimte bedraagt 50°C.
De maximale temperatuur van de buitenmantel ligt onder de 85°C, zodat er behalve voor omkastingen (zie fig. 7) geen
speciale voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden.
8.1 Installatie in een kast
Voorzie minimumafstanden van 10 cm rondom de ketel, 30 cm tot het plafond en 30 cm onder de ketel.
Fig. 7
12
8.2 Montageplaat
Bij de gasketel hoort deze afzonderlijk verpakte en eventueel vooraf leverbare montageplaat waarmee de leidingen
reeds kunnen gemonteerd worden zonder de ketel. De verbinding tussen gasketel en montageplaat gebeurt met vijf
dichtingen (3 bij TOP 28 ZSB). Deze zijn opgehangen aan de onderkant van de gasketel. De afsluitkranen
vergemakkelijken in belangrijke mate de eventuele demontage van de ketel. U dient de volledige set te gebruiken.
Montageplaat aardgas (nr. 7 719 002 134)
1
CV-afsluitkraan 3/4” (aanvoer) 5
sanitaire afsluitkraan 1/2” (sanitair koud water)
2
nippel 1/2” (sanitair warm water) 6
CV-afsluitkraan 3/4” (terugvoer)
3
reductie 1” 3/4” (gasaansluiting)
7
bevestigingsset
4
aardgaskraan 3/4” 13
montageplaat
Montageplaat vloeibaar gas (nr. 3 119 001 823)
Deze montageplaten zijn dezelfde als deze voor aardgas. Enkel de gaskraan verschilt (steeds 1/2’’).
CV-afsluitkranen 3/4’’ sanitaire afsluitkraan 1/2’’ aardgaskraan 3/4’’ vloeibaar gaskraan 1/2’’
gesloten geopend gesloten geopend gesloten geopend
+
= openen
-
= sluiten
Opmerking: wanneer de ketel TOP 28 ZSB niet aan een
boiler aangesloten wordt, dan moeten de aansluitingen 2 en 5
(fig. 8) afgesloten worden. U kan hiervoor het toebehoren
304 (bestelnummer 7 709 000 277) gebruiken.
7
Fig. 8
13
8.3 Bevestiging van de ketel
Voorzie de twee ophangbouten zoals aangeduid in fig. 1 & 2 - nr. 120).
Mantel demonteren (Fig. 9)
Beide schroeven (1) losdraaien.
Verwijder de mantel naar voren toe (2).
Bevestiging voorbereiden
Teken de gaten aan voor het bevestigen van de ketel aan de muur en boor de gaten (zie fig. 1 & 2 - nr. 120).
Pluggen monteren.
Dichtingen op de nippels van de montageplaat leggen.
Ketel bevestigen
Ketel op de voorbereide aansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en schroeven op de wand monteren.
Moeren op de aansluitingen vastdraaien.
Fig. 9 Fig. 10 Fig .11
Condensafvoer monteren (Fig. 10)
De afvoerslang met het T-stuk aansluiten op de afvoer (te voorzien door de installateur).
Rookgasbuis aansluiten (Fig. 11)
Monteer de rookgasbuis op de ketel.
Zet de rookgasbuis vast met de meegeleverde beugel.
8.4 Hydraulische aansluiting
Bij installaties met kunststofbuizen moeten alle aansluitingen van de ketel (verwarming en sanitair) over een afstand
van minimum 1,5 m in metalen buizen (bvb. koper of ijzer) uitgevoerd worden.
Indien het toestel op een net met zeer kalkhoudend water aangesloten wordt en het tevens veel gebruikt
wordt, is het aan te bevelen een waterbehandeling te voorzien.
8.4.1 Aansluiting verwarming
De doormeter van de leidingen dient te worden berekend volgens de behoeften van de ketel en van de installatie.
De installatie moet voor de plaatsing van de ketel worden doorgespoeld.
Beschermproducten:
Product Fabrikant
Protector Copal Fernox
Sentinel X 100 Betz Dearborn
Vorstwerende middelen:
Product Fabrikant
Protector Alphi 11 Fernox
Varidos FSK Schilling Chemie
Reinigingsproducten:
Product Fabrikant
Restorer IC 20 (Superfloc Universal cleaner) Fernox
Acitol-L Schilling Chemie
Let op: de door de fabrikant voorgeschreven concentraties niet overschrijden!
Dichtingproducten, om kleine lekken in de installatie tegen te gaan, mogen onder geen enkele voorwaarde in de
ketel terechtkomen. De hierdoor ontstane schade valt buiten de waarborgvoorwaarden.
14
8.4.2 Aansluiting sanitair (enkel voor de ketels ZWB)
Overeenkomstig de norm NBN EN 1717 en Belgaqua, moet in de koudwateraansluiting een veiligheidsgroep 1/2’’ van
7 bar gemonteerd worden. Deze veiligheidsgroep mag ook op afstand worden geplaatst, maar wel voorbij de aftakking
naar een andere koudwaterleiding. Voorzie tevens een afvoer voor het overtollige water.
Om dat goede werking te controleren, éénmaal per maand de kraan en de klep van de
veiligheidsgroep bedienen. Kalkafzetting kan de goede werking belemmeren.
Bij een koudwaterdruk hoger dan 5 bar, is het aan te raden een drukverminderaar van 3 bar voor de hele
installatie te plaatsen. Hierdoor wordt vermeden dat de veiligheidsgroep te veel water loost en wordt de
warmwatertemperatuur aan de mengkranen stabieler.
De aansluiting gebeurt d.m.v. de bijgeleverde toebehoren.
In de warmwaterleidingen dienen vernauwingen en regelingen die het debiet onder het minimum zouden kunnen
beperken, te worden vermeden.
Vooraleer het toestel aan te sluiten, controleren of de waterfilter in de koudwateraansluiting van het toestel
gemonteerd is.
Bij vorstgevaar moet de sanitaire kringloop geledigd kunnen worden door middel van een, apart te voorzien,
leegloopkraantje.
8.4.3 Vullen en ledigen
Op het laagste punt van de installatie een vul- en aftapkraan voorzien. Respecteer de voorschriften van de
waterbedelingsmaatschappij.
8.4.4 Overdrukventiel verwarming
Dit is in de ketel ingebouwd.
8.4.5 Expansievat (niet bij TOP 42 ZWB)
De voordruk van het expansievat moet overeenkomen met de statische hoogte van de installatie.
Door de druk in het expansievat, met behulp van het ventiel (fig. 3 & 4 nr. 26) tot 0,5 bar te beperken, kan in bijzondere
gevallen capaciteitsuitbreiding verkregen worden. Indien nodig moet een bijkomend vat geïnstalleerd worden op de
terugvoerleiding van de ketel.
Steeds aan te raden bij vloerverwarming.
Bij TOP 42 ZWB moet een extern expansievat in de retourleiding, zo dicht mogelijk bij de ketel,
gemonteerd worden.
8.5 Gasaansluiting
Gasleiding
De aardgasleidingen dienen gelegd te worden volgens de regels der kunst en de doormeter berekend volgens de norm
NBN D 51-003.
De gasleiding moet binnenin volledig zuiver zijn. Indien nodig de leiding doorblazen.
Bij installaties op aardgas moet men de BGV-gekeurde gasafsluitkraan (in de verpakking van de montageplaat)
gebruiken en rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de gasnippel van de montageplaat van de ketel.
De butaan-propaan installaties dienen strikt te beantwoorden aan de norm NBN D 51-006.
De bijgeleverde ‘‘lagedruk’‘-propaanafsluitkraan (met ronde knop) rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de
gasnippel van de montageplaat van de ketel.
Dichtheid van de ketel en van de gas- en wateraansluitingen nagaan. Om beschadiging van de gasblok te voorkomen,
moet bij de dichtheidsproef van de gasleiding, de gaskraan van de ketel gesloten worden. Max. proefdruk 150 mbar.
Vooraleer de gaskraan terug te openen, de gasleiding drukloos maken. Een gasdruk hoger dan 150 mbar kan de
gasblok ernstig beschadigen. Is dit het geval, dan moet de volledige gasblok vervangen worden!
8.6 Aansluiting van de rookgasafvoer
Bij de gesloten toestellen mogen enkel de afvoersystemen - aangeboden en geleverd door de fabrikant van de
toestellen - gebruikt worden. Zij vormen één geheel bij de keuring van de toestellen.
Bij het collectieve (CLV) systeem wordt de dubbelwandige CLV-koker door de fabrikant van het systeem
geleverd. De verbinding tussen toestellen en CLV-systeem moet ook door de fabrikant van de toestellen
geleverd worden.
i
Raadpleeg onze brochure ‘‘afvoersystemen concentrisch & parallel’‘ voor de montage.
Voor de parallelle aansluiting (voor CLV en om afstanden van meer dan 10 meter horizontaal of 12 meter verticaal, te
overbruggen) raden wij U aan onze technische dienst te raadplegen.
15
8.7 Elektrische aansluitingen
8.7.1 Bedrading
De voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij en van het algemeen reglement op de elektrische
installaties (A.R.E.I.), moeten strikt opgevolgd worden.
De ketel is IPX 4 D gekeurd en mag niet boven bad of douche, maximum in het beschermingsvolume, geplaatst
worden.
Vooraleer werken uit te voeren moet de stroomtoevoer onderbroken worden.
De gasketels zijn volledig gekableerd en ontstoord.
Schroef uitdraaien en afdekking naar voor uitnemen (fig. 13).
De kabeldoorvoer naar onder uitdrukken en afsnijden volgens de kabeldikte (fig. 14). De opening nooit groter maken
dan de kabeldikte, zoniet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd.
De ketel via de klemmen L, N en (fig. 15) aan het net aansluiten. De kabeldoorvoer terug bevestigen. Andere
verbruikers mogen niet aftakken.
Elektrische installaties met 3 X 230 V zonder nulleider kunnen leiden tot storingen van de ketel. In dit geval de
aansluitingen aan de klemmen L en N verwisselen of een scheidingstransformator van 260 VA plaatsen.
De voedingsspanning moet minimaal 200 V/AC en maximaal 250 V/AC bedragen.
Indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd, raden wij U aan deze bedrading minstens 50 cm uit de muur te
laten steken. De juiste plaats voor de toevoer vindt U terug in fig. 1 op blz. 4 (nr. 338 - donker veld).
Fig. 15
Fig. 14
Fig. 12
Fig. 12
Fig. 13
16
8.7.2 Aansluiting van de kamerthermostaten TR 21, TR 100 & TR 200
Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan!
Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement, een minimaal verbruik en de langste levensduur!
De voordelen van de modulerende regeling en de daaruit voortvloeiende
gasbesparing, kunnen enkel bekomen worden met JUNKERS-regelingen.
Deze regelaars worden aangesloten aan de klemmen 1, 2 en 4 (zie fig. 16). In
dit geval moet de 24 V/DC-stuurleiding gescheiden gelegd worden van het 230
V/AC-net.
De montageplaats van de regelaar (pilootruimte) moet geschikt zijn voor de
temperatuurregeling van de volledige verwarmingsinstallatie. Meestal is dit de
woonplaats.
Op de daar aanwezige verwarmingselementen mogen geen thermostatische
kranen geplaatst worden.
Belangrijke opmerking:
Thermostatische radiatorkranen op alle radiatoren leiden tot een meerverbruik
en verkorten de levensduur van de ketel.
Wij raden U dus ten stelligste aan dergelijke installaties te vermijden. Daarom
steeds een of meerdere radiatoren met gewone radiatorkranen uitrusten. Bij
voorkeur de radiatoren in de pilootruimte (de ruimte waar de thermostaat
geïnstalleerd is).
8.7.3 Aansluiting van de andere regelingen
busgestuurde verwarmingsregelaars TR 220 & TA 270
weersafhankelijke regelaar TA 211 E en afstandsbediening TW 2
schakelklokken DT1 & DT2
i
Aansluiting volgens de installatievoorschriften van de regeling.
8.7.4 Aansluiten van boilers
Aansluiten van een indirect gestookte boiler met NTC voeler aan een ketel TOP 28 ZSB (fig. 17)
Junkers-boilers met NTC voeler worden direct op de printplaat van de ketel aangesloten. De kabel met stekker zit bij
de boiler.
Doorvoer uitbreken.
Kabel van boiler NTC doorvoeren.
Stekker (1) onder aan de printplaat (aan nr. 303) zelf aanbrengen. (onder en niet op de klemmen 7 - 8 - 9)
De brug 8-9 mag NIET verwijderd worden.
Indirect verwarmde boiler met thermostaat (fig. 19)
Sluit de boiler aan op de klemmen 7 en 9. De brug 8-9 mag NIET verwijderd worden.
Fig. 17 Fig. 18 Fig. 19
Fig. 16
17
Aansluiten van een Storamaxx-boiler aan een ketel TOP 26, 30 & 42 ZWB (fig. 18)
Storamaxx-boilers hebben twee NTC-voelers en worden rechtstreeks op de printplaat van de ketel aangesloten. De
kabel maakt deel uit van het aansluittoebehoren.
Breek de kunststoflipjes (A) uit (zie fig. 18).
Kabels doorvoeren.
Stekker (1) onder aan de printplaat zelf aanbrengen. Stekker (2) in de klem van de printplaat steken.
ENKEL BIJ TOP 42 ZWB.
Aanpassingsset watervalve monteren
Zie fig. 20.
Gebruik hiervoor set nr. 851 – bestelnummer
7 719 002 018)
Monteer de flexibele pasbuis (6) in de plaats van de
watervalve van de gasketel.
Bouw het restrictie-inzetstuk (B) in de koudwater-
aansluiting (A) van de Storamaxx-boiler.
Zet de opvoerhoogte van de boilerpomp op stand 3.
Indien de ketel TOP 42 ZWB aangesloten wordt aan een boiler van het type Storamaxx, moet het
boilervermogen beperkt worden tot 85 % (parameter 2.3 - zie paragraaf 10.2.4 op blz. 28).
Fig. 21
Fig. 20
18
Boilerpomp aansluiten
Verwijder de elektrische aansluitkabel tussen
extractor (226) en Heatronic.
Steek de op de boilerpomp (3) aangesloten kabelset
in de vrijgekomen contacten van de Heatronic en de
extractor (226).
8.7.5 Aansluiten van een temperatuurbegrenzer in een vloerverwarmingsinstallatie
Om te beletten dat bij vloerverwarming de maximaal toegelaten temperatuur wordt overschreden, wordt deze
temperatuurbegrenzer als volgt aangesloten.
1. Ofwel rechtstreeks aan de ketel:
De brug tussen klemmen 8 en 9 van de printplaat
verwijderen en de temperatuurbegrenzer hier aansluiten.
(zie fig. 23)
Hierbij wordt de ketel volledig uitgeschakeld, zowel voor
verwarming als voor warmwaterbereiding!
2. Ofwel via de modules HSM of HMM:
De brug tussen de klemmen 13 en 14 van HSM of HMM verwijderen en de temperatuurbegrenzer aan deze
klemmen aansluiten. (zie elektrische schema’s HSM en HMM)
De temperatuurbegrenzer onderbreekt nu enkel de circulatiepomp van deze welbepaalde kring!
De warmwaterbereiding en de andere kringen worden niet uitgeschakeld!
N.B. HEEL BELANGRIJK
De temperatuurbegrenzer heeft een spanningsvrij contact waarbij de contactpunten beschermd moeten zijn!
Zoniet ontstaat er een spanningsverlies waardoor het vermogen van de ketel, zowel voor warm water als voor
verwarming, kan verminderen.
Fig. 23
Fig 22
19
9. INBEDRIJFNAME
8.1 manometer 317 display
15 veiligheidsklep 358 sifon voor condenswater
27 automatische ontluchter 363 controlelamp voor werking brander
61 ontgrendeltoets 364 controlelamp aan / uit
135 hoofdschakelaar 365 druktoets schoorsteenveger
136 temperatuurregelaar CV-water 366 druktoets service
295 identificatieklever 367 druktoets ECO
310 temperatuurregelaar warm water
9.1 Voor de inbedrijfname
Waarschuwing: ketel eerst vullen, vooraleer hem in bedrijf te nemen.
Schroef de condenswatersifon (358) los, vul hem met ongeveer 1/4 liter water en monteer hem weer.
Voordruk van het expansievat (extern bij TOP 42 ZWB) controleren (druk instellen overeenkomstig de statische
hoogte van de installatie).
Radiatorkranen opendraaien.
Afsluitkranen CV (onder aan de ketel) opendraaien en installatie vullen tot 1,2 bar. Vul- en aftapkraan sluiten.
Radiatoren ontluchten.
Vul de verwarmingsinstallatie bij tot 1,2 bar.
Open de koudwaterafsluitkraan
Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op de identificatieklever.
Gaskraan openen.
Breng de meegeleverde afschermklep voor de bedieningstoetsen aan.
Fig. 24
20
Verwarmingswaterdruk controleren
i
Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen. Dit voorkomt dat er lucht in de installatie komt.
De wijzer op de manometer (8.1) moet tussen de 1 en
1,5 bar staan.
Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan
moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 en
1,5 bar staat.
De maximumdruk van 3 bar bij een hogere
aanvoertemperatuur mag niet overschreden worden
(anders opent het veiligheidsventiel (15)).
Fig. 25
9.2 In-/uitschakelen
Inschakelen (fig. 26)
Hoofdschakelaar inschakelen (in stand I zetten).
Het controlelampje brandt groen en op het display
verschijnt de aanvoertemperatuur.
inschakelen (I)
uitschakelen (O)
Fig. 26
Belangrijke opmerkingen
i
De ketel wordt eenmalig ontlucht wanneer hij voor het eerst ingeschakeld wordt. De verwarmingspomp wordt in
intervallen in- en uitgeschakeld zonder dat de ketel opspringt. Dit duurt ongeveer 8 minuten. In het display wordt
‘’
o
o
’’
afwisselend met de aanvoertemperatuur weergegeven.
Open de automatische ontluchter sluit deze weer na het ontluchten.
i
Wanneer op het display ‘’
-II-
’’ in afwisseling met de aanvoertemperatuur verschijnt, is het sifonvulprogramma in
werking.
Het sifonvulprogramma waarborgt dat de condenswatersifon, na het installeren of na een langere stilstandperiode,
gevuld blijft. Hierdoor blijft de ketel 15 minuten op laag vermogen branden.
Uitschakelen (fig. 26)
Hoofdschakelaar uitschakelen (in stand O zetten).
Gevaar: voor stroomschok!!
De zekering (fig. 5 - nr. 151) staat nog steeds onder spanning.
Maak de aansluiting voor werkzaamheden aan het elektrische gedeelte altijd spanningsvrij (vanuit de
zekeringkast of via de schakelaar van de installatie).
21
9.3 Verwarming inschakelen
(fig. 27)
Temperatuurregelaar verwarming verdraaien, om de aanvoer-
temperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen:
– Vloerverwarming bvb. stand 3 (ongeveer 50°C),
– Lage temperatuurverwarming bvb. stand E (ongeveer 75°C).
– Verwarmingsinstallaties met aanvoertemperatuur van 90°C:
stand ‘’max’’ lagetemperatuurbegrenzing wegnemen.
Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controlelampje rood.
Fig. 27
9.4 Temperatuurregeling
(fig. 28)
Stel de kamerthermostaat op de gewenste temperatuur in.
Eventueel de weersafhankelijke regelaar op de juiste stooklijn en de
gepaste bedrijfsstand zetten.
Raadpleeg de voorschriften van de regelapparatuur.
Fig. 28
9.5 Warmwaterbereiding
9.5.1 Ketels TOP 26, 30 & 42 ZWB: warmwatertemperatuur instellen
De warmwatertemperatuur kan met de temperatuur-
regelaar tussen ongeveer 40°C en 60°C worden
ingesteld.
De ingestelde temperatuur wordt niet in het display
weergegeven.
Fig. 29
stand regelaar warmwatertemperatuur
linkeraanslag ongeveer 40°C
ongeveer 55°C
rechteraanslag ongeveer 60°C
ECO-toets
Door de toets in te drukken en kort vast te houden kan u kiezen tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf.
Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)
De ketel wordt voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. Daardoor is de wachttijd bij warmwaterafname tot
een minimum beperkt. De ketel wordt daarom ingeschakeld, ook wanneer er geen warm water wordt afgenomen.
i
Deze positie verhoogt het risico van verkalking en heeft een meerverbruik tot gevolg.
22
ECO bedrijf, toets brandt
De ketel wordt NIET op de ingestelde temperatuur gehouden De voorrang voor warm water blijft wel actief.
Met comfort op commando
Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur verwarmd.
Na korte tijd is er onmiddellijk warm water beschikbaar.
i
Deze ‘’comfort op commando’’ geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas- en waterverbruik en beperkt
de kalkvorming.
Zonder comfort op commando
Er wordt pas verwarmd zodra er warm water wordt getapt. Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warm water
beschikbaar is.
9.5.2 Ketels TOP 28 ZSB met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen
(montage: zie handleiding Storacell)
Waarschuwing: verbrandingsgevaar!!
Temperatuur bij normaal gebruik niet hoger dan 60 ° C instellen.
Temperatuur tot 70°C alleen kortstondig instellen voor thermische desinfectie (anti-legionella).
Boiler met NTC-voeler
Boilertemperatuur met temperatuurinstelknop van
de ketel instellen.
Fig. 30
stand regelaar warmwatertemperatuur
linkeraanslag ongeveer 10°C (vorstbeveiliging)
ongeveer 60°C
rechteraanslag (max) (voorbij blokkering) ongeveer 70°C
Boiler met aquastaat
Wanneer de boiler een eigen aquastaat heeft, is de temperatuurregelaar op de ketel buiten werking.
Stel de warmwatertemperatuur in met de aquastaat van de boiler.
Bij een boiler met thermometer wordt de warmwatertemperatuur op de boiler weergegeven.
ECO-toets
Door de toets in te drukken en kort vast te houden kan u kiezen tussen het comfortbedrijf (lampje ECO uit) en het
spaarbedrijf (lampje ECO aan).
Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)
Boilervoorrang, hierbij wordt eerst de boiler opgewarmd tot de ingestelde temperatuur. Daarna gaat de ketel pas over
op verwarming.
ECO bedrijf, toets brandt
In de ECO-functie wisselt de ketel elke 12 minuten tussen verwarmingsfunctie en boiler opwarmen.
23
9.5.3 Ketels TOP 26, 30 & 42 ZWB met boiler Storamaxx: warmwatertemperatuur instellen
(montage: zie handleiding Storamaxx)
Bij TOP 26, 30 & 42 ZWB kan de warmwatertemperatuur
met de temperatuurregelaar tussen ongeveer 40°C en
60°C worden ingesteld. De ingestelde temperatuur wordt
niet in het display weergegeven.
Fig. 31
stand regelaar warmwatertemperatuur
linkeraanslag ongeveer 40°C
ongeveer 55°C
rechteraanslag ongeveer 60°C
ECO bedrijf, toets brandt
De ketel wordt NIET op de ingestelde temperatuur gehouden. De voorrang voor warm water blijft wel actief.
Met comfort op commando
Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur verwarmd.
Na korte tijd is er onmiddellijk warm water beschikbaar.
i
Deze ‘’comfort op commando’’ geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas- en waterverbruik en beperkt
de kalkvorming.
Zonder comfort op commando
Er wordt pas verwarmd zodra er warm water wordt getapt. Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warm water
beschikbaar is.
9.6 Na de inbedrijfname
Gasaansluitdruk controleren.
Controleer of er condensatiewater in de sifon loopt. Indien niet; de ketel uitschakelen en daar na opnieuw
inschakelen. Hierdoor wordt het sifonvulprogramma opnieuw geactiveerd.
Herhaal deze handeling tot er condensatiewater in de sifon loopt.
9.7 Zomerbedrijf
(alleen warm water)
Met kamerthermostaat
Temperatuurregelaar op de ketel geheel links draaien.
De verwarming is buiten werking. De warmwatervoorziening, de
verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven
gehandhaafd.
Fig. 32
Met weersafhankelijke regelaar
Temperatuurregelaar op de ketel niet verdraaien.
De regelaar schakelt op de ingestelde buitentemperatuur automatisch de verwarmingspomp en daarmee ook de
verwarming uit.
9.8 Vorstbeveiliging
Verwarming in bedrijf laten met de temperatuurregelaar
minstens in stand 1.
Bij uitgeschakelde verwarming:
Het CV-water bijvullen met het antivriesmiddel (zie hoofdstuk 8.4).
Warmwaterkring ledigen.
Fig. 33
24
Vorstbeveiliging van de boiler (indien aangesloten):
Temperatuurinstelknop tot linkeraanslag draaien (10°C).
Fig. 34
9.9 Storingen
i
Een overzicht van eventuele storingen vindt u in de tabel op blz. 42.
Tijdens het gebruik kunnen storingen optreden.
In het display wordt een storing weergegeven en de toets kan knipperen.
Wanneer de toets knippert:
Druk op de toets en houd deze vast tot in het display
– –
wordt weergegeven.
De ketel treedt weer in werking en de keteltemperatuur wordt weergegeven.
Wanneer de toets niet knippert:
Schakel de ketel uit en weer aan.
De ketel treedt weer in werking en de keteltemperatuur wordt afwisselend met het sifonvulprogramma
weergegeven.
Wanneer de storing zich niet laat resetten:
Waarschuw dan uw installateur of de technische dienst van JUNKERS.
9.10 Pompblokkeringsbeveiliging
i
Deze regeling verhindert het vastzitten van de pomp na een lange stilstandperiode.
Na uitschakeling draait de circulatiepomp – om de 24 uur – gedurende 10 seconden.
Let op: de ketel moet ingeschakeld blijven.
9.11 Tips voor energiebesparing
Zuinig verwarmen
De ketel is zo geconstrueerd dat het gasverbruik en de belasting voor het milieu zo laag mogelijk zijn en het comfort zo
groot mogelijk is. De gastoevoer naar de brander wordt geregeld al naar het gelang de warmtebehoefte van de
installatie. De ketel werkt verder met een lage vlam wanneer de warmtebehoefte kleiner wordt. Dit proces heet
‘’modulerende werking’’.
Door de modulerende werking worden temperatuurschommelingen gering en wordt de warmte in de ruimtes
gelijkmatig verdeeld. Zo kan het gebeuren dat de ketel gedurende een lange tijd werkt, maar toch minder gas
verbruikt dan een ketel die voortdurend wordt in- en uitgeschakeld.
Condensatieketels leveren bij modulatie zelfs een hoger rendement. Hoe lager de keteltemperatuur kan ingesteld
worden, hoe groter de energiebesparing!
Nachtverlaging
Door het verlagen van de omgevingstemperatuur overdag en ’s nachts kan u aanzienlijk bezuinigen op het
brandstofverbruik. Verlaging van de temperatuur met 1°C kan een energiebesparing van maar liefst 5 % opleveren.
Het is echter aan te bevelen de keteltemperatuur ’s nachts maximaal 15°C te laten dalen t.o.v. de ingestelde
keteltemperatuur overdag (enkel met een weersafhankelijke regeling). Bij de kamerthermostaten is een maximale
nachtverlaging vanC aan te raden. Handel overeenkomstig de bedieningsaanwijzing van de regelaar.
Warm water
Lagere instelling van de temperatuurregelaar geeft een grotere energie besparing.
Het ‘’comfort op commando’’ met de warmwaterkraan maakt het mogelijk een maximale gas- en waterbesparing te
bereiken. (zie 9.5)
25
10. INDIVIDUELE INSTELLING
10.1 Manuele instellingen
10.1.1 Grootte van het expansievat testen
De volgende diagrammen geven aan of het ingebouwde expansievat voldoende is, of dat er een extern vat dient
geplaatst te worden.
Bij TOP 42 ZWB moet een extern expansievat in de retourleiding, zo dicht mogelijk bij de ketel,
gemonteerd worden.
Voor de getoonde kenlijnen wordt met volgende gegevens rekening gehouden:
De voordruk van het expansievat komt overeen met de statische opvoerhoogte van de installatie + 0,3 bar.
De normale werkdruk ligt tussen 1 en 2,5 bar.
De maximale bedrijfsdruk (veiligheidsventiel) bedraagt 3 bar.
Voor vloerverwarming: raadpleeg de leverancier van de vloerverwarming.
I
II
III
IV
V
VI
VII
tV
VA
A
B
voordruk 0,2 bar
voordruk 0,5 bar
voordruk 0,75 bar (fabrieksinstelling)
voordruk 1,0 bar
voordruk 1,2 bar
voordruk 1,3 bar
voordruk 1,5 bar
aanvoertemperatuur
inhoud in liter
arbeidsbereik van het expansievat
extra expansievat nodig
Fig. 35
Wanneer het snijpunt rechts naast de curve ligt, moet een bijkomend expansievat geïnstalleerd worden.
10.1.2 Instellen van de aanvoertemperatuur
De aanvoertemperatuur is tussen 35°C en 88°C instelbaar.
i
Bij vloerverwarming op de maximale toegelaten aanvoertemperatuur letten.
10.1.3 Begrenzing van de keteltemperatuur
De ketelaquastaat is op stand E begrensd. Bij deze begrenzing is de maximale aanvoertemperatuur 75°C.
Een instelling van het vermogen op de berekende warmtebehoefte is niet noodzakelijk.
10.1.4 Wijzigen van de begrenzing van de keteltemperatuur
Bij verwarmingsinstallaties met een hogere aanvoertemperatuur kan de begrenzing eruit genomen worden.
Gele knop van de temperatuurregelaar met een schroevendraaier losdraaien.
Zet de gele knop 180° gedraaid weer in (punt naar binnen gericht). De aanvoertemperatuur wordt niet meer
begrensd.
stand aanvoertemperatuur
1 ongeveer 35°C
2 ongeveer 43°C
3 ongeveer 51°C
4 ongeveer 59°C
5 ongeveer 67°C
E ongeveer 75°C
max ongeveer 88°C
Fig. 36
26
10.2 Heatronic instellingen
10.2.1 Bediening van Heatronic
De Heatronic-module maakt een comfortabele instelling mogelijk, tevens kunnen de installateur en/of de technische
dienst van JUNKERS veel toestelfuncties controleren. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij de
inbedrijfname.
Overzicht van het bedieningspaneel
1 servicetoets
2 schoorsteenvegertoets
3
temperatuurregelknop aanvoertemperatuur
4 temperatuurregelknop sanitair warm water
5 display
Fig. 37
Servicefunctie kiezen
i
Noteer de stand van de temperatuurregelaars en . en draai de temperatuurregelaars na het instellen terug
op de uitgangspositie.
De servicefuncties zijn onderverdeeld in twee niveaus: Niveau 1 omvat de servicefuncties tot 4.9, Niveau 2 omvat de
servicefuncties vanaf 5.0.
Om een servicefunctie uit niveau 1 op te vragen:
servicetoets indrukken en ingedrukt houden, tot op het display
--
verschijnt.
Om een servicefunctie uit niveau 2 op te vragen: de servicetoets
en de
schoorsteenvegertoets
gelijktijdig
indrukken en ingedrukt houden tot op het display
= =
verschijnt.
Temperatuurregelaar draaien, om de juiste servicefunctie te kiezen.
Servicefunctie Code
Blz.
Servicefunctie Code
Blz.
pompschakeling
2.2
27 automatisch antipendelprogramma
2.7
31
opwarmingsvermogen boiler
2.3
28 verwarmingsvermogen instellen
5.0
32
antipendelprogramma
2.4
29 antipendeltijd warmhouden
6.8
32
max. aanvoertemperatuur
2.5
30 ontluchtingsfunctie
7.3
33
schakeldifferentieel
2.6
30 sifonvulprogramma
8.5
34
Waarde instellen
Om de waarde in te stellen, temperatuurregelknop warm water draaien.
Waarde vastleggen
Niveau 1: de servicetoets indrukken en ingedrukt houden totdat op het display
[
[[
[ ]
]]
]
verschijnt.
Niveau 2: de servicetoets en de schoorsteenvegertoets gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op het
display
[
[[
[ ]
]]
]
verschijnt.
Na het instellen
Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperatuur draaien.
27
10.2.2 Pompschakeling kiezen voor verwarmingsbedrijf (servicefunctie 2.2)
i
Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regeling, wordt automatisch op pompschakeling 3 overgeschakeld.
Verschillende pompschakelingen:
Schakelstand 1: voor installaties zonder externe regelaar. De pomp wordt door de aanvoertemperatuurregelaar
geschakeld.
Een dergelijke bediening is ten stelligste af te raden en in sommige landen zelfs verboden!
Schakelstand 2 (fabrieksinstelling): voor installaties met kamerthermostaat. De aanvoertemperatuur-regelaar
schakelt alléén gas, de pomp loopt door. De kamerthermostaat schakelt gas en pomp.
Pomp en extractor hebben een nadraaitijd tussen 15 sec. en 3 minuten.
Schakelstand 3: voor installaties met weersafhankelijke regeling. De pomp wordt door de weersafhankelijke
regelaar geschakeld. Op zomerstand draait de pomp alléén tijdens de warmwaterbereiding.
Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display
--
verschijnt.
Toets brandt.
Het display en de toets knipperen.
Fig. 38
Temperatuurregelaar verwarming draaien tot 2.2 verschijnt.
Na een korte tijd verschijnt de ingestelde pompschakeling op het
display.
Fig. 39
Temperatuurregelaar draaien, tot op het display de gewenste pompschakelstand tussen 2 of 3 verschijnt.
Het display en de toets knipperen.
Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op het display
[
[[
[ ]
]]
]
verschijnt.
De pompschakelstand is vastgelegd.
Fig. 40
Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.
Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur.
29
Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op het display
[
[[
[ ]
]]
]
verschijnt.
Het opwarmingsvermogen van de boiler is vastgelegd.
Fig. 44
Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde temperaturen draaien.
Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur.
10.2.5 Instellen van de antipendel blokkering (servicefunctie 2.4)
Deze servicefunctie is alleen actief wanneer servicefunctie 2.7 (automatisch antipendelprogramma) uitgeschakeld is.
Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden (de
fabrieksinstelling is 3 minuten.
Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.
De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (aan te raden bij éénpijpsystemen en luchtverwarming).
i
Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regelaar, is een instelling niet nodig. Het antipendelprogramma wordt
door de regelaar overgenomen.
Toets indrukken en ingedrukt houden tot op het display
--
verschijnt. Toets brandt.
Fig. 45
Temperatuurregelaar verwarming draaien, tot op het display 2.4
verschijnt.
Na een korte tijd verschijnt de ingestelde antipendeltijd op het
display.
Temperatuurregelaar draaien, tot op het display het gewenste
antipendelprogramma tussen 0 en 15 verschijnt. Het display en de
toets knipperen.
Fig. 46
Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op het display
[
[[
[ ]
]]
]
verschijnt.
Het antipendelprogramma is vastgelegd.
Temperatuurregelaars en op de oorspronkelijk ingestelde
temperaturen draaien.
Op het display verschijnt de aanvoertemperatuur.
Fig. 47
38
13.3 Brander
Verwijder het deksel van de brander.
Brander demonteren en de onderdelen reinigen.
Fig. 75 Fig. 76
Eerst, indien nodig, de warmtewisselaar reinigen vooraleer de brander te monteren.
Brander in omgekeerde volgorde opnieuw monteren nadat een nieuwe dichting gemonteerd werd.
i
Na demontage van de brander steeds een nieuwe dichting monteren (verplicht).
40
13.5 Warm water
Bij onvoldoende uitstroomdebiet:
Demonteer de platenwarmtewisselaar en vervang
hem,
of
Ontkalk met een ontkalkingmiddel dat geschikt is voor
roestvrij staal. (af te raden)
Fig. 81
13.6 Condenswatersifon
Ter voorkoming van het morsen van condensaat moet de condenswatersifon volledig gedemonteerd worden (fig. 82).
Demonteer de condenswatersifon los en controleer de
opening naar de warmtewisselaar op doorgang.
Verwijder het deksel van de condenswatersifon en
reinig het.
Vul de condenswatersifon met ongeveer 1/4 liter water
en monteer hem weer.
Fig. 82
13.7 Membraan in de mengkamer
Voorzichtig: bij het demonteren en monteren
van de membraan (443) deze niet beschadigen!
Mengkamer (29) losdraaien.
Membraan (443) voorzichtig uit het aanzuiggedeelte
van de extractor nemen en op vervuiling en scheurtjes
controleren.
Membraan (443) voorzichtig in de richting van het
aanzuiggedeelte van de extractor monteren.
i
De kleppen van de membraan (443) moeten zich
naar boven openen.
Mengkamer (29) terug sluiten.
Fig. 83
45
16. BELANGRIJKE NOTA’S
De typeaanduiding en het serienummer vindt U terug op de kenplaat van de ketel. Gelieve deze gegevens te
vermelden op de garantiekaart en bij elk contact met Uw installateur of met onze technische dienst.
VOORBEELD VAN EEN KENPLAAT
INSTALLATEUR
Condensatieketel/Chaudière à Condensation.
ZWB 7-30 A 23 S3600
Best.-Nr./Num.de Com.: 7 713 231 762
BE–
I
2E(S)B - C13 C33 C33S C43 C53
C83 B23
G20/20mbar
G25/25mbar
Aardgas/gaz nat
Max
Min
Max
Min
Q
n
(
KW
) 28.6 7.8 23.4 6.4
P
n
(
KW
):50/30°C 30.0 8.5 24.5 7,0
n
(
KW
):80/60°C
28.3
7.6
23.2
6.2
Waterdruk c.v./ Pression CC.
Pression san./ Waterdruk san
Debiet san / Débit san T:25K
NOx
-
Klasse / Classe NOx
max. 3 bar
max. 10 bar
14.0 l/min
5
230V~50Hz 110 W
IPX4D
CE-0085BL0507
SERVICO NV: Tel.: 03/887.20.60
837 FD 189 00164
Robert Bosch GmbH
Geschäftsbereich Thermotechnik
17. WAARBORG
De toegestane waarborg is slechts geldig indien de installatie nauwkeurig voldoet aan deze voorschriften en indien de
volledige installatie volgens de regels der kunst uitgevoerd werd.
De waarborg is toepasbaar volgens de voorwaarden vermeld op de garantiekaart. Deze moet worden teruggestuurd
na de ingebruikname naar SERVICO nv, met vermelding van type en serienummer zoals aangeduid op de kenplaat
van het toestel (zie fig. hierboven).
TIP: stuur de garantiekaart onmiddellijk op na de inbedrijfstelling. Dit zal de contacten vergemakkelijken.
0085
_ _
type-aanduiding
voorbeeld van een
serienummer
45


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Junkers TOP 42 ZWB at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Junkers TOP 42 ZWB in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 7,52 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Junkers TOP 42 ZWB

Junkers TOP 42 ZWB Manual - Dutch - 2 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info