571674
7
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/28
Next page
Gebruiksaanwijzing
3-348-580-05
7/8.08
METRATESTER
®
4, 5 en 5-F
Testinstrument NEN 3140 / DIN VDE 0701 en 0702
2 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
(1) Netsteker
(Oprolmogelijkheid voor netaansluitka-
bel aan de zijkant van de behuizing)
(2) Signaallamp om de net-aarde te testen
(3) Krokodillenbek zum Aufstecken auf die
Prüfspitze (3a)
(3a) Prüfspitze
(4) Kontaktvlak voor vingerkontakt
(5) Meetbereikschakelaar
(6) Aansluitbus/klem om geleidende delen
van het te testen apparaat op span-
ningsloosheid te testen overeenkomstig
DIN VDE 0701 deel 240
(7) Contactdoos (net)
(8) Testcontactdoos
(9) Aansluitbus/klem t.b.v. aansluiting van
fase/nul van het te testen apparaat
(parallel aan de testcontactdoos)
(10) Anschlußbuchse/-klemme für
den Schutzleiter des Prüflings
(parallel zur Prüfdose)
(11) LCD-Anzeige
(12) Draagbeugel
(13) Foutindicatie LED
(alleen METRATESTER
®
5/5-F)
(14) Infrarood-interface
(alleen METRATESTER
®
5)
(15) Sendetaste
(nur METRATESTER
®
5-F)
METRATESTER 4
(8) (9) (10) (11) (12)
(7)
(6) (5)
(4)
(3)
(2)
(1)
(3a)
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 3
METRATESTER
®
5/5-F
DISPLAY METRATESTER
®
5/5-F
Beim Anzeigetext behalten wir uns technische Änderungen vor.
(8) (9) (10) (11) (12)
(7)
(6) (5)
(4)
(3)
(2)
(1)
(13)
(14)
(3a)
(15)
I
Diff
mA I
Netz
A
MΩ
R
SL
>0.3
>1.0
R
ISO
<0.5
<2.0
I
EA
>7.0
>15
I
A
>0.25
>0.5
mA
mA
Ω
I
Diff
mA I
Netz
A
grenswaarden
isolatie-
weerstand
bescherm.leiding-
weerstand
vervangende
lekstroom
lekstroom/
aanraakstroom
Differenz-
strom
Verbraucher-
strom
4 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
INHOUDSOPGAVE pagina
1 Veiligheidsvoorschriften ................................................................................................6
2 Toepassing ....................................................................................................................7
3 Bedieningsonderdelen en display .................................................................................7
3.1 Signaleren van fouten ...................................................................................................................... 8
4 Netaansluiting ...............................................................................................................9
4.1 Aansluiten van het testinstrument ...................................................................................................... 9
4.2 Testen van het aardleidingspotentiaal .............................................................................................. 10
4.3 Meten van de netspanning .............................................................................................................. 10
5 Testprocedures overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 1 ...............................................11
5.1 Aansluiten van het te testen apparaat aan het testinstrument ............................................................ 11
5.1.1 Enkelfasige aansluiting met randaardesteker ................................................................................... 11
5.1.2 Enkelfasige aansluiting zonder randaardesteker .............................................................................. 11
5.1.3 Draaistroomaansluiting met aarde .................................................................................................. 12
5.1.4 Draaistroomaansluiting zonder aarde .............................................................................................. 12
5.1.5 Te testen apparaten met beschermingsklasse II en III ...................................................................... 12
5.2 Meten ............................................................................................................................................ 13
5.2.1 Meten van de weerstand van de beschermingsleiding ...................................................................... 13
5.2.2 Meten van de isolatieweerstand ...................................................................................................... 14
5.2.3 Meten van de vervangende lekstroom .............................................................................................. 16
Toebehoren: kabelset KS 13
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 5
6 Testen op spanningsloosheid van aanraakbare,
geleidende delen van dataverwerkende apparatuur
en verbruikstoestellen overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240 ................................16
7 Meten van de verbruiksstroom via de wandcontactdoos ............................................18
8 Herhalingstesten overeenkomstig DIN VDE 0702 ........................................................19
8.1 Verschilstroommeting met de METRATESTER
5/5-F ..........................................................................19
8.1.1 Differenzstromüberwachung ............................................................................................................19
8.1.2 Verschilstroommetingen voor apparaten met beschermingsklasse I ....................................................19
8.1.3 Meten van de aanraakstroom voor apparaten met beschermingsklasse II ...........................................20
9 Infrarood interface van de METRATESTER
5 ................................................................21
10 Funk-Schnittstelle des Prüfgeräts METRATESTER
5-F ................................................22
10.1 Anwendung ....................................................................................................................................22
10.2 Inbetriebnahme ...............................................................................................................................22
10.3 Betrieb der Funkschnittstelle ............................................................................................................22
10.4 Technische Kennwerte der Funkschnittstelle .....................................................................................22
11 Technische specificaties .............................................................................................24
12 Onderhoud ...................................................................................................................26
13 Reparaties en onderdelen ...........................................................................................27
14 Produktsupport ............................................................................................................27
6 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
1 Veiligheidsvoorschriften
Het testinstrument is overeenkomstig de volgende normen gebouwd en getest:
IEC 1010-1
DIN EN 010-1/
VDE 0411-1 Veiligheidsvoorschriften voor elektrische meet-, besturings-, regel-
en laboratoriumapparatuur – algemene bepalingen
en
DIN VDE 0404 Instrumenten voor het veiligheidstechnisch testen van elektrische
verbruikstoestellen; deel 1: algemene bepalingen en deel 2: instru-
menten voor herhalingstesten.
Slechts bij juist gebruik is de veiligheid van bediener en instrument gewaarborgd. Beider vei-
ligheid is echter niet gegarandeerd als het instrument onjuist bediend of behandeld wordt.
Om een technisch veilige toestand te handhaven en om een veilig gebruik te garanderen is
het noodzakelijk dat u, voordat u het instrument in gebruik neemt, eerst de
gebruiksaanwijzing in zijn geheel doorleest en deze op alle punten opvolgt.
Let op de volgende veiligheidsvoorschriften:
Het instrument mag alleen aan een 230V AC net aangesloten worden dat is gezekerd
met een beveiliging van max. 16 A.
Meten in elektrische installaties is niet toegestaan.
Houdt er rekening mee dat aan de te testen apparatuur onverwachte spanningen kunnen
optreden. Condensatoren kunnen gevaarlijk hoog geladen zijn.
Overtuig u ervan dat de aansluitleidingen niet beschadigd zijn. (defecte isolatie, onderbre-
king etc.)
Let op!
!
Het te testen apparaat mag pas op de netcontactdoos worden aangesloten, als het
de veiligheidstest overeenkomstig DIN VDE 0701 heeft doorlopen.
Reparatie, vervanging van onderdelen en kalibratie
Bij het openen van het instrument kunnen delen die onder spanning staan blootgelegd wor-
den. Voordat een reparatie, vervanging van onderdelen of kalibratie plaatsvindt moet het
instrument van alle spanningsbronnen gescheiden worden.
Indien een reparatie of kalibratie aan een geopend instrument onder spanning onvermijdelijk
is, dan mag dit alleen door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden, die op de
hoogte is van het daarmee gepaard gaande gevaar.
Fouten en buitengewone omstandigheden
Wanneer aan te nemen is dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is, dient men het instru-
ment buiten gebruik te stellen en ervoor te zorgen dat het niet per ongeluk weer in gebruik
genomen wordt. Het is aan te nemen dat een veilig gebruik niet meer mogelijk is:
als het instrument zichtbaar beschadigd is,
als het instrument niet meer funktioneert,
na langere tijd opgeslagen te zijn onder ongunstige omstandigheden,
na ongunstige transportomstandigheden.
Waarborgmerk
Aan het testinstrument METRATESTER
®
4 und 5 werd door de VDE-testinstantie de officiële
goedkeuring voor het gebruiken van het VDE GS-teken verleend.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 7
2 Toepassing
Het testinstrument is bedoeld om gerepareerde of gewijzigde elektrische apparaten overeen-
komstig DIN VDE 0701 te testen op hun veiligheid. Overeenkomstig de voorschriften moeten
na een reparatie of wijziging van elektrische apparaten naast de weerstand van de bescher-
mingsleiding, de isolatieweerstand en de vervangende lekstroom, en bij dataverwerkende
apparatuur en verbruikstoestellen de spanningsloosheid van aanraakbare, geleidende delen
gemeten worden.
Bovendien kan gecontroleerd worden of de aarde van de wandcontactdoos geen spanning
voert en kan de netspanning gemeten worden.
Via de netwandcontactdoos van het testinstrument kan het te testen apparaat op een goede
werking gecontroleerd worden en het stroomverbruik worden gemeten.
3 Bedieningsonderdelen en display
(1) Netsteker
Met de netsteker wordt het instrument op het 230 V-net aangesloten. Wanneer geen geaarde
wandcontactdoos of alleen een driefasenaansluiting ter beschikking is, kan de kabelset KS13
worden toegepast.
De netaansluiting moet gezekerd zijn. De aanspreekstroom van de gebruikte zekeringen mag
hoogstens 16 A zijn!
(2) Signaallamp PE om de net-aarde te testen
De signaallamp PE licht op, als tussen het aangeraakte kontakvlak (4) en het aardkontakt van
de netsteker (1) een potentiaalverschil van dan 100 V bestaat.
(3) Krokodillenbek (Greifklemme zum Aufstecken auf die Prüfspitze)
Met de krokodillenbek wordt de behuizing van het te testen apparaat aangesloten om de
weerstand van de beschermingsleiding te kunnen meten. Let hierbij op een goed kontakt.
(4) Kontaktvlak voor vingerkontakt
Bij het aanraken van het kontaktvlak licht de signaallamp (2) op als tussen de beschermings-
leiding PE van de netsteker (1) en het aangeraakte kontaktvlak een potentiaalverschil van
100 V bestaat.
Het kontaktvlak is van alle aansluitingen en van de meetschakeling galvanisch gescheiden en
voldoet hiermee aan beschermingsklasse II!
(5) Meetbereikschakelaar
Met de meetbereikschakelaar kiest men het gewenste meetbereik. Aangegeven waarden bij
tussenliggende stappen hebben geen betekenis.
(6) Aansluitbus/-klem om geleidende delen van het te testen apparaat
op spanningsloosheid te testen overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240
Deze aansluiting is speciaal ontwikkeld om de voorgeschreven test op spanningsloosheid bij
dataverwerkende apparatuur en verbruikstoestellen uit te kunnen voeren. Zie hoofdstuk 6 op
pag. 16.
(7) Contactdoos (net)
Het te testen apparaat kan via deze wandcontactdoos op het net worden aangesloten. Zo
kan de goede werking en het stroomverbruik gecontroleerd worden.
(8) Testcontactdoos
Om de weerstand van de beschermingsleiding, de isolatieweerstand en de vervangende lek-
stroom overeenkomstig DIN VDE 0701 te kunnen vaststellen, moet het te testen apparaat op
de testcontactdoos worden aangesloten als het een steker met randaarde heeft.
8 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
(9) Aansluitbus/klem t.b.v. aansluiting van fase/nul van het te testen apparaat
Deze aansluiting ligt parallel aan de beide kortgesloten fase-aansluitingen van de testcontac-
tdoos (8). Aan deze bus/klem kan men de fase en de nul van het te testen apparaat aanslui-
ten als het niet is voorzien van een steker met randaarde.
(10) Aansluitbus/klem t.b.v. beschermingsleiding van het te testen apparaat
Deze aansluiting ligt parallel aan het aardingskontakt van de testcontactdoos (8). Aan deze
bus/klem kan de beschermingsleiding van het te testen apparaat aangesloten worden als het
niet is voorzien van een steker met randaarde.
(11) Digitaal LCD-display
Op het LCD-display worden de meetwaarden digitaal weergegeven.
(12) Draagbeugel
De draagbeugel kan ingeklapt worden.
(13) Foutindicatie LED
De rode foutindicatie LED signaleert grenswaarde-overschrijdingen bij het meten van de
weerstand van de beschermingsleiding, de isolatieweerstand, de vervangende lekstroom, de
aanraakstroom, respectievelijk de lekstroom en de verschilstroom.
Toebehoren: kabelset KS 13
De kabelset KS13 bestaat uit een contrasteker met 3 vast aangesloten snoeren, 3 meetsnoe-
ren, 3 opsteekbare krokodillenbekken en 2 opsteekbare meetpunten. Hiermee is het mogelijk
om de METRATESTER en het te testen apparaat ook aan te sluiten als er geen geaarde
wandcontactdoos voor de netaansluiting resp. een netsteker aan het te testen apparaat aan-
wezig is.
3.1 Signaleren van fouten
1)
bij netaansluitleidingen iedere verdere 5 m
2)
bij apparaten met verwarmingselementen van 6 kW
Foutmeldingen METRATESTER
®
4 Voorwaarde Signaallamp PE brandt continu
Aardleidingspotentiaal U
B
25 V
Foutmeldingen
METRATESTER
®
5/5-F
Bescher-
mings-
klasse
Voorwaarde Signaallamp
PE brandt
continu
Foutindicatie
LED brandt
continu
Weergave
van de
grenswaarden
Continue
zoemer
Aardleidingspotentiaal I U
B
25 V ——
Weerstand van de
beschermingsleiding
IR
SL
>0,3Ω ••
R
SL
>1Ω
1)
••
Isolatieweerstand I R
ISO
<0,5MΩ ••
II R
ISO
<2,0MΩ ••
Vervangende lekstroom I I
EA
>7,0mA ••
I
EA
>15mA
2)
••
Lek-/Aanraakstroom
(aantonen van
de spanningsloosheid)
II
A
>0,25mA ••
II I
A
>0,5mA ••
Verschilstroom I I
Diff
3,5 mA
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 9
4 Netaansluiting
4.1 Aansluiten van het testinstrument
Sluit het testinstrument met de netsteker (1) op het 230 V-net aan. Als er geen wandcon-
tactdoos of alleen een draaistroomaansluiting voorhanden is, kan de aansluiting van fase,
nul en aarde met behulp van de contrasteker gerealiseerd worden. Deze heeft 3 vast
aangesloten leidingen en is een onderdeel van de als toebehoren leverbare kabelset
KS13.
Let op!
!
De netaansluiting moet gezekerd zijn. De aanspreekstroom van de zekering mag
hoogstens 16 A bedragen!
De krokodillenbek aan de leidingen van de contrasteker mogen alleen in spannings-
loze toestand worden aangesloten!
Als er een netspanning aangesloten wordt, worden er op het display in alle standen van de
meetbereikschakelaar cijfers zichtbaar. Dit gebeurt ook als er geen te testen apparaat is aan-
gesloten. Dit geeft, onafhankelijk van de positie van de meetbereikschakelaar, aan dat er een
netspanning aanwezig is.
De cijfers geven in schakelaarpositie “250 V~” de waarde van de aangesloten netspanning
aan. In alle andere schakelaarposities worden er, als er geen te testen apparaat is aangeslo-
ten, getallen weergegeven die geen meetwaarde vertegenwoordigen.
L1
N
PE
L1
L2
L3
N
PE
L1
L2
L3
N
KS13
KS13
KS13
groen/geel
groen/geel
groen/geel
10 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
4.2 Testen van het aardleidingspotentiaal
Raak met een vinger het kontaktvlak (4) en tegelijkertijd een aarde aan
(bv een waterleiding).
De signaallamp PE (3) mag niet oplichten! Het potentiaal van de beschermingsleiding van
de netsteker (1) en het kontaktvlak (4) is dan 100 V.
Let op!
De signaallamp PE (3) licht ook niet op als er tussen L en N van de netsteker geen
spanning aanwezig is, of wanneer in de netinstallatie L en PE verwisseld zijn. Als er na
het aansluiten van het testinstrument overeenkomstig hoofdstuk 4.1 op pag. 9
geconstateerd wordt, dat er op het display (11) geen cijfers worden weergegeven,
moet men eerst de installatie met b.v. het universele meet- en testinstrument de
PROFi TEST
®
0100S-II testen.
Licht de signaallamp PE (3) op bij het aanraken van het kontaktvlak (4), dan is het potentiaal
tussen de beschermingsleiding van de netsteker (1) en het kontaktvlak (4) 25, d.w.z. dat de
beschermingsleiding onder spanning staat.
Let op!
Het kan voorkomen dat door de wijze van hanteren een potentiaalverschuiving ont-
staat, die het oplichten van de signaallamp PE (3) veroorzaakt. Dit kan bijvoorbeeld
voorkomen, wanneer men een aan het testinstrument aangesloten apparaat in de
hand houdt en er op deze wijze een potentiële spanningsdeler gevormd wordt.
Let op!
!
Wanneer bij het testen van het aardpotentiaal vastgesteld wordt, dat de aarde span-
ningsvoerend is, dan mogen er met het testinstrument verder geen metingen verricht
worden. Deze spanning ligt dan namelijk ook aan de aanraakbare aardkontakten van
de wandcontactdoos (7) en aan de bus(6) en kan gevaarlijk zijn.
Koppel het testinstrument los van het net en zorg ervoor dat de fout aan de netaans-
luiting verholpen wordt. Een spanning op de beschermingsleiding veroorzaakt
bovendien verkeerde meetresultaten bij de vaststelling van spanningsloosheid
overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240 (zie hoofdstuk 6 op pag. 16).
4.3 Meten van de netspanning
Zet de meetbereikschakelaar (5) in de stand "250 V~ "
Lees de meetwaarde op het display (11) af.
De netspanning moet tussen de 207 ... 253 V liggen.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 11
5 Testprocedures overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 1
5.1 Aansluiten van het te testen apparaat aan het testinstrument
Voor het meten van de weerstand van de beschermingsleiding, isolatieweerstand en vervan-
gende lekstroom moet het te testen apparaat aan de testcontactdoos (8) of aan de aan de
testcontactdoos parallel geschakelde meetbussen resp. klemmen (9) en (10) aangesloten
worden. De aansluiting (9) is met de kortgesloten fase en nul en de aansluiting (10) met het
aardingskontakt van de testcontactdoos (8) verbonden. Gebruik, afhankelijk van de uit-
voering van het te testen apparaat, de volgende aansluitmethoden:
5.1.1 Enkelfasige aansluiting met randaardesteker
5.1.2 Enkelfasige aansluiting zonder randaardesteker
Aan de testcontactdoos
Apparaat inschakelen !
Aan de behuizing voor het meten van de weerstand van de beschermingsleiding
N
L1
PE
KS13
Apparaat inschakelen !
Aan de behuizing voor het meten van de weerstand van de beschermingsleiding
12 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
5.1.3 Draaistroomaansluiting met aarde
5.1.4 Draaistroomaansluiting zonder aarde
5.1.5 Te testen apparaten met beschermingsklasse II en III
N
L1
L2
PE
L3
Apparaat inschakelen !
Aan de behuizing voor het meten van de weerstand van de beschermingsleiding
An Gehäuse
L1
L2
L3
N
De verbinding van de nulleider aan de behuizing (massa) loskoppelen!
Apparaat inschakelen !
Testkabel, bijv. KS13
Apparaat inschakelen !
aan de
Aan aanraakbare metalen delen
testcontactdoos
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 13
5.2 Meten
Voor alle volgende metingen moet de netspanning tussen de 207 V en 253 V liggen. De
nauwkeurigheid van de meetwaarden komt dan overeen met de in de “technische specifica-
ties” (zie hoofdstuk 11 op pag. 24) genoemde waarden.
De netspanning kan gemeten worden indien de meetbereikschakelaar (5) in de positie
“250 V” staat (zie hoofdstuk 4.2 op pag. 10).
Het testinstrument is in de meetbereiken overeenkomstig DIN VDE 0701 bij het aansluiten
van spanningen, anders dan de meetspanning, tot 250 V tegen overbelasting beveiligd.
Begin bij te testen apparaten met beschermingsklasse I altijd met het meten van de weer-
stand van de beschermingsleiding. Zonder een goed funktionerende aarde kunnen de isola-
tieweerstand en de vervangende lekstroom niet gemeten worden.
Let op!
Wanneer bij het meten van de weerstand van de beschermingsleiding en de isola-
tieweerstand de krokodillenbek (3) niet met het apparaat is verbonden of wanneer het
meetbereik overschreden wordt verschijnt in het LCD display (11) alleen het linker cij-
fer “1” (overload).
5.2.1 Meten van de weerstand van de beschermingsleiding
Plaats de meetbereikschakelaar op het bereik “20 Ω”.
Lees de meetwaarde in “Ω” af op het LCD display (11).
Bij te testen apparaten met een leidinglengte tot 5 m mag de meetwaarde niet hoger zijn
dan 0,3 Ω. (VDE 0701)
Bij leidingen met een lengte van meer dan 5 m geldt de berekende waarde van de aans-
luitleiding plus 0,1 Ω overgangsweerstand.
Let op!
!
De krokodillenbek (3) moet goed kontakt maken met de behuizing van het te testen
apparaat.
Tijdens de meting moet de aansluitleiding in stappen over de gehele lengte – indien
de apparatuur is ingebouwd alleen daar waar deze tijdens reparatie, wijziging of test
toegankelijk is – bewogen worden. Treedt er bij deze handmatige test op onderbre-
kingen tijdens de meting een weerstandsverandering op, dan moet worden aange-
nomen dat de beschermingsleiding is beschadigd of dat een aansluitpunt niet meer
betrouwbaar is.
Let op!
Het meten van de weerstand van de beschermingsleiding kan natuurlijk niet bij een
apparaat zonder beschermingsleiding, bijvoorbeeld bij dubbel geïsoleerde apparaten
en bij apparaten met beschermingsklasse II en III, worden uitgevoerd.
14 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
5.2.2 Meten van de isolatieweerstand
Deze meting mag alleen doorgevoerd worden, als de test voor de weerstand van de beschermingslei-
ding is uitgevoerd.
Plaats de meetbereikschakelaar (5) in het bereik “2 MΩ” (alleen METRATESTER
®
4) of
“20 MΩ”.
Schakel van het te testen apparaat alle funkties in en zorg ervoor dat bijv. ook de tempe-
ratuurafhankelijke kontakten zijn gesloten.
Lees de meetwaarde in “MΩ” af op het LCD-display (11).
De isolatieweerstand mag overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 1 de volgende weer-
standswaarden niet overschrijden:
apparaten met beschermingsklasse I 0,5 MΩ (bereik 2 MΩ)
apparaten met beschermingsklasse II 2,0 MΩ (bereik 20 MΩ)
apparaten met beschermingsklasse III
resp. apparaten met batterijvoeding 1000 Ω/V resp. 250 kΩ
Let op!
!
Wordt bij apparaten met beschermingsklasse I, die verwarmingselementen bevatten,
een waarde van minder dan 0,5 MΩ gemeten, dan moet er een vervangende lekstro-
ommeting worden uitgevoerd (zie hoofdstuk 5.2.3 op pag. 16).
Bij apparaten met beschermingsklasse II en III en bij batterijgevoede apparaten moet
men met een op de bus (10) aangesloten testpunt alle aanraakbare geleidende delen
aanraken en de isolatieweerstand meten.
Het meten van de isolatieweerstand komt bij apparaten met beschermingsklasse III
te vervallen, evenals bij batterijgevoede apparaten die aan de beide volgende voor-
waarden voldoen:
– nominaal vermogen 20 VA
– nominale spanning 42 V
Bij batterijgevoede apparaten moet de batterij tijdens de meting worden losgekop-
peld.
Let op!
!
Bij langdurige kortsluiting in de bereiken 2 MW (alleen METRATESTER
®
4) en 20 MΩ
wordt na ca. 10 minuten de meetstroom gereduceerd. Bij oververhitting wordt dit op
LCD display duidelijk gesignaleerd, zie hoofdstuk 11 “aangeven van oververhitting”.
In dit geval is de overeenkomstig DIN VDE 0413 en DIN VDE 0701 vereiste nominale
stroom van 1 mA niet meer gegarandeerd. Na het opheffen van de kortsluiting en
een korte afkoeltijd verdwijnt het signaal en voldoen de metingen weer aan de VDE-
voorwaarden.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 15
Beoordeling van de meetwaarden
Om er zeker van te zijn dat de gemeten isolatieweerstand niet te laag is, moet er met de
meetfout van het testinstrument rekening gehouden worden. In de onderstaande tabel kan
de minimale waarde van de isolatieweerstand bepaald worden waarbij met de maximale
gebruikersfout (bij nominale omgevingsomstandigheden) rekening wordt gehouden, om niet
onder de norm van de vereiste grenswaarden (DIN VDE 0413 deel 1) te komen. Tussenwaar-
den dienen geïnterpoleerd te worden.
* alleen METRATESTER
®
4
Meetbereik 2 MΩ * Meetbereik 20 MΩ
Grenswaarde / MΩ Minimum aanwijswaarde / MΩ Grenswaarde / MΩ Minimum aanwijswaarde / MΩ
0,1 0,11 1 1,1
0,2 0,22 22,2
0,3 0,33 3 3,3
0,4 0,44 4 4,4
0,5 0,55 55,5
0,6 0,66 6 6,6
0,7 0,77 7 7,7
0,8 0,88 8 8,8
0,9 0,99 9 9,9
1,0 1,10 10 11,0
1,1 1,21 11 12,1
1,2 1,32 12 13,2
1,3 1,43 13 14,3
1,4 1,54 14 15,4
1,5 1,65 15 16,5
1,6 1,76 16 17,6
1,7 1,87 17 18,7
1,8 1,98 18 19,8
16 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
5.2.3 Meten van de vervangende lekstroom
Het meten van de vervangende lekstroom wordt uitgevoerd bij apparaten met beschermings-
klasse I indien:
tijdens reparatie of wijziging ontstoringscondensatoren aangebracht of vervangen zijn.
het apparaat is voorzien van verwarmingselementen en er tijdens de isolatieweerstands-
meting (zie hoofdstuk 5.2.2 op pag. 14) een waarde lager dan 0,5 MΩ gemeten werd.
Let op!
Eine Ableitstrommessung nach den jeweiligen Gerätebestimmungen ist meistens
nicht möglich, weil dazu die Geräte entweder isoliert aufgestellt oder an eine von Erde
isolierte Spannungsquelle angeschlossen werden müssen. Aus diesem Grunde wird
eine Ersatz-Ableitstrommessung durchgeführt. Die hierbei gemessenen Werte sind
mit den in den Gerätebestimmungen festgelegten Ableitstromwerten nicht unmittel-
bar vergleichbar.
Zet de meetbereikschakelaar (4) op het bereik “20 mA”.
Schakel alle funkties van het te testen apparaat in en zorg ervoor dat bijv. ook alle kon-
takten van temperatuurafhankelijke schakelaars zijn gesloten.
Lees de meetwaarde in “mA” af op het LCD-display.
Overeenkomstig DIN VDE 0701 mag de stroom tussen de spanningvoerende delen en
aanraakbare metalen delen de 7 mA en bij apparaten met een verwarmingselement van
6 kW of meer de 15 mA niet overschrijden.
6 Testen op spanningsloosheid van aanraakbare, geleidende delen van dataverwerkende
apparatuur en verbruikstoestellen overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240
Overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240 moet na onderhoud, reparatie of wijziging bij data-
verwerkende apparatuur en verbruikstoestellen vastgesteld worden of de aanraakbare, gelei-
dende delen spanningsloos zijn. Dit geldt
voor apparaten met beschermingsklasse I voor aanraakbare geleidende delen die niet met de aarde zijn
verbonden.
voor apparaten met beschermingsklasse II (dubbel geïsoleerde apparaten) voor alle aanraakbare, gelei-
dende delen.
En dit in beide posities van de netsteker.
Sluit hiertoe het testinstrument parallel aan het te testen apparaat via een aparte contac-
tdoos aan op het net. De kontaktdozen waarop het te testen apparaat en het testinstru-
ment worden aangesloten, moeten een gezamenlijke aarde hebben. Het te testen
apparaat blijft tijdens de meting in bedrijf.
Het te testen apparaat mag ook op de contactdoos (7) van het testinstrument aangeslo-
ten worden.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 17
Let op!
!
Het testen van de spanningsloosheid in beide posities van de steker leidt tot een on-
derbreking van de netspanning bij dataverwerkende apparatuur en verbruikstoestel-
len. De spanning mag alleen in overleg met de gebruiker van het apparaat
onderbroken worden.
Een fout in het te testen apparaat kan bij het testen de aardlekschakelaar uitschake-
len en daarmee een spanningsonderbreking veroorzaken.
De fabrikant/leverancier van het testinstrument is niet aansprakelijk voor het verlies
van gegevens en andere schade die door het gebruik van het testinstrument ont-
staan.
Schakel alle funkties van het te testen apparaat in.
Plaats de meetbereikschakelaar in de stand “2 mA~”.
Sluit aan de bus/klem (6) een meetleiding met een testpunt aan en meet alle aanraak-
bare, geleidende delen van het te testen apparaat; bij te testen apparaten met
beschermingsklasse I alle geleidende delen die niet met de aarde verbonden zijn.
Let op!
Achten Sie darauf, daß die abzutastenden Teile nicht zufällig geerdet sind.
Lees telkens de meetwaarde in “mA” af op het LCD-display (11). Overeenkomstig de
DIN VDE 0701 deel 240 mogen de meetwaarden de 0,25 mA niet overschrijden.
2mA
Testkabel, bijv. KS13
Aan de
Te testen apparaat aanzetten !
Aan aanraakbare
geleidende delen
wandcontactdoos
18 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
7 Meten van de verbruiksstroom via de wandcontactdoos
Let op!
!
Een te testen apparaat mag alleen op de contactdoos (7) worden aangesloten nadat
het op veiligheid is getest (overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 1)!
Sluit de verbruiker via zijn steker op de contactdoos (7) aan.
Plaats de meetbereikschakelaar (5) op het bereik “16 A~”
Schakel het te testen apparaat in.
Lees de meetwaarde in “A” op het LCD-display (11) af.
Let op!
!
De maximaal toelaatbare stroom is 16 A continu en 20 A gedurende maximaal 10
minuten. Als beveiliging bij overbelasting moet het net, waarop het testinstrument
wordt aangesloten, afgezekerd zijn. De aanspreekstroom van de gebruikte zekerin-
gen mag maximaal 16 A zijn.
16A
Apparaat inschakelen !
Aan de wandcontactdoos
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 19
8 Herhalingstesten overeenkomstig DIN VDE 0702
De volgende metingen behoren tot de herhalingstesten overeenkomstig DIN VDE 0702:
het meten van de weerstand van de beschermingsleiding
de isolatieweerstandsmeting
de meting van de vervangende lekstroom of verschilstroom
8.1 Verschilstroommeting met de METRATESTER
®
5/5-F
Let op!
Indien er bezwaren zijn tegen het meten van de isolatieweerstand kan er een plaats-
vervangende verschilstroommeting worden uitgevoerd.
Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij elektronische apparaten of bij dataverwerkende
apparatuur, of indien bij apparaten met beschermingsklasse I niet is gegarandeerd
dat alle door de netspanning belaste delen door deze meting worden omvat.
Let op!
!
Deze meting mag alleen worden uitgevoerd indien de testen overeenkomstig
DIN VDE 0701 deel 1 zijn uitgevoerd.
Voor verschilstroommetingen moet het te testen apparaat in de contactdoos van het
testinstrument METRATESTER
®
5/5-F worden gestoken.
8.1.1 Differenzstromüberwachung
Der Differenzstrom wird ständig, unabhängig von der Schalterstellung, überwacht und bei
Überschreitung des vorgegebenen Grenzwertes als Fehler signalisiert, zie hoofdstuk 3.1.
8.1.2 Verschilstroommetingen voor apparaten met beschermingsklasse I
Hier wordt de verschilstroom tussen de fase L1 resp. L2, L3 en de nulleiding N van het te
testen apparaat gemeten. Deze meting mag pas na het testen van de weerstand van de
beschermingsleiding worden uitgevoerd, (zie hoofdstuk 5.2.1 op pag. 13).
Schließen Sie den Prüfling an die Netzdose an.
Schalten Sie in die Schalterstellung I
Diff
.
Schalten Sie den Prüfling aus.
Schalten Sie den Prüfling ein.
Lees de waarde van de verschilstroom af in mA.
Deze waarde mag de 3,5 mA niet overschrijden.
I
Diff
Apparaat inschakelen !
Aan de wandcontactdoos
METRATESTER 5
20 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
De metingen moeten in beide posities van de netstekers – voor zover verwisselbaar – uitge-
voerd worden. Als meetwaarde geldt de grootste van de beide meetwaarden.
Let op!
Zonder een aangesloten te testen apparaat worden er op het digitale display cijfers
zichtbaar, die echter geen meetwaarde vertegenwoordigen.
8.1.3 Meten van de aanraakstroom voor apparaten met beschermingsklasse II
Bij apparaten met beschermingsklasse II of bij apparaten met beschermingsklasse I met aan-
raakbare geleidende delen, die niet met de beschermingsleiding zijn verbonden, wordt een
meting van de aanraakstroom uitgevoerd.
Sluit de leiding van het testpunt aan op de bus “2 mA” van de METRATESTER
®
5/5-F
aan.
Meet met het testpunt alle aanraakbare geleidende delen van het te testen apparaat.
Lees de waarde van de verschilstroom af in mA. Deze waarde mag de 0,5 mA niet over-
schrijden.
De metingen moeten in beide posities van de netstekers – voor zover verwisselbaar – uitge-
voerd worden. Als meetwaarde geldt de grootste van de beide meetwaarden.
Let op!
Zonder een aangesloten te testen apparaat worden er op het digitale display cijfers
zichtbaar, die echter geen meetwaarde vertegenwoordigen.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 21
9 Infrarood interface van de METRATESTER
®
5
Let op!
Het doorgeven en verwerking van de gegevens wordt met de MT5-set
(en toebehoren) uitgevoerd. Informatie op aanvraag.
Meetbereik
Schakelwoord:
0011 0001B=250 V
0011 0010B=16 A
0011 0011B=leer
0011 0100B=I-Diff
0011 0101B=2 mA
0011 0110B=leer
0011 0111B=I-EA
0011 1000B=20 MΩ
0011 0000B=20 Ω
ASCII-teken
Naam apparaat
ASCII-teken
Meetwaarde (numeriek)
Overloop=9999
Line Feed“=0Ah
Testsom
over "IRDA- fouten" [and],
1111 0000B plus 30 Hex
Telegram
Type infrarood-interface
(IRDA overeenkomstig HP Design Guide)
Formaat 9600 Baud, 1 startbit, 8 gegevensbits, 1 stopbit,
geen pariteit, geen xon/xoff, geen handshake
Inhoud toestelnummer, meetwaarde, meetbereik,
alarmmeldingen: fouten overeenkomstig SK I en SK II
Transmissiesnelheid 2,5 keer per seconde
Alarmmeldingen:
30h = geen fouten
31h = fouten beschermingsklasse I *
32h = fouten beschermingsklasse II *
"IRDA"-protocol
Mtr51234SDCCc
r
L
F
Testsom (checksom)
over “IRDA-fouten” [and],
0000 1111B plus 30 Hex
Carriage return“=0Dh
* Bij het onderscheiden van fouten die niet onder de verschillende beschermingsklassen vallen,
is 31h de ongunstigste fout!
22 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
10 Funk-Schnittstelle des Prüfgeräts METRATESTER
®
5-F
10.1 Anwendung
Die Funkschnittstelle des Prüfgerät METRATESTER
®
5-F ermöglicht die drahtlose Übertra-
gung der Meßergebnisse zu einem PC.
Der Sender des Prüfgeräts überträgt die Meßdaten zu einem Empfänger, der über die
RS232-Schnittstelle mit einem PC verbunden ist.
Dieses Verfahren bietet verschiedene Vorteile:
Während das Prüfgerät in ggf. rauher Umgebungsbedingung eingesetzt wird, kann der
PC sowie ein angeschlossener Drucker an geeigneter Stelle betrieben werden.
Speichern der Meßergebnisse vor Ort.
Dokumentation der Meßergebnisse beim Kunden.
10.2 Inbetriebnahme
Schließen Sie den Empfänger an die RS232-Schnittstelle Ihres ausgeschalteten PCs an.
Schalten Sie Ihren PC ein.
Starten Sie das Programm PC-doc.win.
Nehmen Sie das Prüfgerät METRATESTER
®
5-F in Betrieb.
10.3 Betrieb der Funkschnittstelle
Einzelmessung
Betätigen Sie nach jeder abgeschlossenen Messung die Sendetaste am Prüfgerät zur
Übertragung der Meßergebnisse.
Das Prüfgerät quittiert die gesendeten Daten akustisch durch einen Signalton, d.h. jeweils
nach der dritten Übertragung eines vollständigen Telegramms.
Dauermessung
Halten Sie die Sendetaste mindestens 2,5 s lang gedrückt.
Das Prüfgerät quittiert die eingeschaltete Funktion während des Drückens durch einen drei-
fachen Signalton und überträgt von da an ständig sämtliche Messungen.
Die Funktion Dauermessung läßt sich nur durch Trennen des Prüfgeräts vom Netz abschal-
ten.
Auswertung der Meßergebnisse im PC
Siehe Bedienungsanleitung PC-doc.win.
10.4 Technische Kennwerte der Funkschnittstelle
Frequenz 433,92 MHz
Modulationsart OOK (On-Off-Keying)
Leistung < 10 mW
Reichweite max. 30 m (innerhalb eines Raumes)
Übertragungsrate 2400 Baud, jedes Telegramm wird dreimal gesendet.
Format des Telegramms 1 Startbit, 8 Datenbits, 1 Stopbit, kein Parity, kein xon/xoff,
kein Handshake
Inhalt des Telegramms Gerätekennung, Meßwert, Meßbereich und Meßart
Empfänger
Stromversorgung über 9 V-Blockbatterie gemäß IEC 6LR61
(Alkali-Mangan). Bei Versorgung durch den PC wird die interne Bat-
terie abgeschaltet.
Versorgungsspannung 7 12 V
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 23
Abmessungen B x H x T:
65 x 100 x 24 mm
Gewicht 150 g mit Batterie
Anschlußleitung ca. 15 cm lang
Let op!
!
Die Leitung zwischen Empfänger und PC darf aus Gründen der EMV maximal 3 m
lang sein.
Belegung der RS232-Schnittstelle
Die 9polige D-SUB-Anschlußbuchse des Empfängers besitzt folgende Belegung:
1: NC
2: Daten zum PC
(Sicht Empfänger)
3: Steuerleitung
Hilfsspannung
4: NC
5: Masse
6: NC
7: NC
8: NC
9: Spannungs-
versorgung vom PC
9876
54321
TxD
GND
7...12 V
DC ON/OFF
Meßbereich
Schaltercode:
0011 0001B=250 V
0011 0010B=16 A
0011 0011B=leer
0011 0100B=I-Diff
0011 0101B=2 mA
0011 0110B=leer
0011 0111B=I-EA
0011 1000B=20 MΩ
0011 0000B=20 Ω
ASCII-Zeichen
Gerätename
ASCII-Zeichen
Meßwert (Betrag)
Überlauf=9999
Line Feed
Telegramm
UU_AXX 1234S C c
r
L
F
Prüfsumme
(checksum)
ASCII von Low Nibble
Carriage return“=0Dh
1. Byte ASCII „A“ = 41h
2. Byte Gerätekennziffer
High Byte, ASCII:
0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9,
A, B, C, D, E, F
3. Byte Gerätekennziffer
Low Byte, ASCII:
0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9,
A, B, C, D, E, F
2 ASCII-
Zeichen zum
Auftasten des
Empfängers
UU=55H, 55H
Diese Zeichen
erscheinen
nicht in der
Prüfsumme.
1 Byte
Pause
=0Ah
24 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
11 Technische specificaties
Metingen overeenkomstig VDE 0701 deel 1
* alleen METRATESTER
®
4
Metingen overeenkomstig DIN VDE 0701 deel 240
Metingen overeenkomstig DIN VDE 0702
Bedrijfsmetingen
Overbelasting
Nauwkeurigheid
* alleen METRATESTER
®
4
Meetgrootheid Meetbereik Oplossend
vermogen
U
nullastspanning
R
i
I
K
I
N
Weerstand bescher-
mingsleidings
0 ... 19,99 Ω 10 mΩ < 20 V > 200 mA
Isolatieweerstand 0 ... 1,999 MΩ *
0 ... 19,99 MΩ
1 kΩ
10 kΩ
600 V
600 V
ca. 100
kΩ
<10mA > 1 mA
> 1 mA
Vervangende
lekstroom
0 ... 19,99 mA 10 μA28 V 2kΩ <20mA
Meetgrootheid Meetbereik Oplossend vermogen R
i
Aantonen van de spanningsloosheid door stroommeting
(aanraak-/lekstroom)
0 ... 1,999 mA 1 μA2kΩ
Meetgrootheid Meetbereik Oplossend vermogen
Verschilstroom (alleen METRATESTER
®
5/5-F) 0,01 ... 19,99 mA ~ 10 μA
Meetgrootheid Meetbereik Oplossend vermogen
Netspanning 207 ... 253 V ~ 1 V
Opgenomen stroom via de wandcontactdoos 0 ... 16,00 A ~ 10 mA
Opgenomen stroom via de wandcontactdoos 1,2fach, 5 min.
Alle andere meetgrootheden 250 V continu
Meetgrootheid Basisfouten Gebruiksfouten
Weerstand van de beschermingsleiding ± (2,5 % v.m. + 2 D) ± (10 % + 5 D)
Isolatieweerstand
0 ... 1,999 MΩ *
0 ... 19,99 MΩ
± (2,5 % v.m. + 2 D)
± (2,5 % v.m. + 2 D)
± (10 % v.m. + 5 D)
± (10 % v.m. + 5 D)
Vervangende lekstroom ± (2,5 % v.m. + 2 D) ± (10 % v.m. + 5 D)
Aantonen van de spanningsloosheid
door stroommeting (aanrakingsstroom) ± (2,5 % v.m. + 2 D) ± (10 % v.m. + 5 D)
Verschilstroom
(alleen METRATESTER
®
5/5-F) ± (4 % v.m. + 5 D) ± (10 % v.m. + 5 D)
Netspanning ± (2,5 % v.m. + 2 D) ± (10 % v.m. + 5 D)
Opgenomen stroom via de wandcontactdoos ± (2,5 % v.m. + 2 D) ± (10 % v.m. + 5 D)
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 25
Referentievoorwaarden
Omgevingstemp. 23 °C ± 2 K
Rel. vochtigheid 50% ± 5%
Netspanning 230 V ± 1%
Frequentie 50 Hz ± 0,2%
Spanningsvorm sinus
(afwijking tussen effectieve en gelijkgerichte waarde ± 0,5%)
Omgevingsinvloeden
Aanwijzing en signalering METRATESTER
®
4
LCD
Aanwijzing 0...1999 digits, 3 ½ posities
Cijfergrootte 18 mm
Overload indicatie weergave van linker cijfer “1”
Signaallamp PE
signaleert of er spanning op de beschermingsleiding staat
Aanwijzing en signalering METRATESTER
®
5/5-F
LCD
Aanwijzing 0...1999 digits, 3 ½ posities
Cijfergrootte 17 mm en speciale tekens
Overload indicatie weergave van “OL”
Thermische beveiliging bij langdurige kortsluiting:
de aanwijzing “R
ISO
” en “MW” lichten op
Signaallamp PE
signaleert of er spanning op de beschermingsleiding staat
Foutindicatie LED
De rode foutindicatie LED signaleert grenswaarde-overschrijdingen bij het meten van de
weerstand van de beschermingsleiding, de isolatieweerstand, de vervangende lekstroom, de
aanraakstroom, resp. de lekstroom, evenals de verschilstroom.
Piezozoemer
In het geval dat de foutindicatie LED oplicht en de desbetreffende kritische grenswaarde
overschreden wordt, gaat bovendien de zoemer af.
Grootheid Meetgrootheid Einflußeffekte
± ... % v.d. meetwaarde
Temperatuur aangegeven effecten gelden per 10 K temperatuurverandering
0... 21
°C en 25 ... 40 °C weerstand beschermingsleiding 1
alle andere meetbereiken 0,5
Frequentie
49 ... 51 Hz vervangende lekstroom cap. belasting 2
45 ... 100 Hz aanraakstroom 1
26 GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH
Stroomvoorziening
Netspanning 230 V/50 Hz
Vermogen max. 3700 VA,
afhankelijk van de belasting aan de wandcontactdoos
Elektrische veiligheid
Beschermingsklasse II
Nominale netspanning 230 V
Testspanning net + aarde (net) + 2 mA-bus t.o.v. contactdoos, aansluitbus en
krokodillenklem: 3 kV~; net t.o.v. aarde (net) + 2 mA bus: 1,5 kV~
bei Überhitzung des Prüfgeräts
Overbelastings-
categorie II
Vervuilingsgraad 2
EMV-storingsuitzending EN 50081-1
EMV-storingsstabiliteit EN 50082-1
Thermische beveiliging bij oververhitting van het testinstrument
Omgevingsomstandigheden
In bedrijf 10 ... + 55 °C
Opslag 25 ... + 70 °C
Luchtvochtigheid max. 75%, Betauung ist auszuschließen
Klimaatklasse 3z/70 in navolging van VDI/VDE 3540
Hoogte boven NAP tot 2000 m
Mechanische opbouw
Beschermingsklasse behuizing IP 40, aansluitingen IP 20
Afmetingen b x h x d 190 mm x 140 mm x 95 mm
Gewicht ca 1,3 kg
12 Onderhoud
Een speciaal onderhoud is niet noodzakelijk. Let op een schoon en droog oppervlak. Gebruik
voor het reinigen een licht vochtige doek. Vermijdt het gebruik van oplos-, poets- en schuur-
middelen.
GMC-I Gossen-Metrawatt GmbH 27
13 Reparaties en onderdelen
Neem voor reparaties en onderdelen contact op met:
GMC-Instruments Nederland B.V.
Afd. Service en kalibratie
Postbus 323, 3440 AH Woerden
Daggeldersweg 18, 3449 JD Woerden
Fon: +31 348 42 11 55
Fax: +31 348 42 25 28
E-mail
service@gmc-intruments.nl
14 Produktsupport
Neem voor reparaties en onderdelen contact op met:
GMC-Instruments Nederland B.V.
Afd. Service en kalibratie
Postbus 323, 3440 AH Woerden
Daggeldersweg 18, 3449 JD Woerden
Fon: +31 348 42 11 55
Fax: +31 348 42 25 28
E-mail
service@gmc-intruments.nl
Gedrukt in DuitslandWijzigingen voorbehouden
GMC-Instruments Nederland B.V.
Daggeldersweg 18
NL-3449 JD Woerden
Telefoon +31 348 42 11 55
Fax +31 348 42 24 28
E-Mail info@gmc-instruments.nl
www.gmc-instrument.nl
7


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Gossen Metrawatt METRATESTER 5 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Gossen Metrawatt METRATESTER 5 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 0,84 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info