675259
255
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/264
Next page
Gebruikershandleiding
NPD5956-01 NL
Copyright
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of
openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën,
opnamen of op enige andere manier, zonder voorafgaande
schrielijke
toestemming van Seiko Epson
Corporation. Er wordt geen patentaansprakelijkheid aanvaard met betrekking tot het gebruik van de informatie in
deze handleiding. Evenmin wordt aansprakelijkheid aanvaard voor schade die voortvloeit uit het gebruik van de
informatie in deze publicatie. De informatie in dit document is uitsluitend bestemd voor gebruik met dit Epson-
product. Epson is niet verantwoordelijk voor gebruik van deze informatie in combinatie met andere producten.
Seiko Epson Corporation noch haar lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van dit
product of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al dan
niet foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen of (met uitzondering
van de V.S.) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschrien van Seiko Epson
Corporation.
Seiko Epson Corporation en haar dochterondernemingen kunnen niet verantwoordelijk worden gehouden voor
schade of problemen voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederen
kenbaar als Original Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson.
Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiend uit
elektromagnetische interferentie als gevolg van het gebruik van andere interfacekabels die door Seiko Epson
Corporation worden aangeduid als Epson Approved Products.
© 2018 Seiko Epson Corporation
De inhoud van deze handleiding en de specicaties van dit product kunnen zonder aankondiging worden
gewijzigd.
Gebruikershandleiding
Copyright
2
Handelsmerken
EPSON
®
is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON EXCEED YOUR VISION of EXCEED YOUR VISION is
een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
PRINT Image Matching™ en het PRINT Image Matching-logo zijn handelsmerken van Seiko Epson
Corporation.Copyright © 2001 Seiko Epson Corporation. All rights reserved.
Epson Scan 2 soware is based in part on the work of the Independent JPEG Group.
libti
Copyright © 1988-1997 Sam
Leer
Copyright © 1991-1997 Silicon Graphics, Inc.
Permission to use, copy, modify, distribute, and sell this soware and its documentation for any purpose is
hereby granted without fee, provided that (i) the above copyright notices and this permission notice appear in
all copies of the soware and related documentation, and (ii) the names of Sam Leer and Silicon Graphics
may not be used in any advertising or publicity relating to the soware without the specic, prior written
permission of Sam Leer and Silicon Graphics.
THE SOFTWARE IS PROVIDED "AS-IS" AND WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EXPRESS,
IMPLIED OR OTHERWISE, INCLUDING WITHOUT LIMITATION, ANY WARRANTY OF
MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE.
IN NO EVENT SHALL SAM LEFFLER OR SILICON GRAPHICS BE LIABLE FOR ANY SPECIAL,
INCIDENTAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL DAMAGES OF ANY KIND, OR ANY DAMAGES
WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS, WHETHER OR NOT ADVISED
OF THE POSSIBILITY OF DAMAGE, AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, ARISING OUT OF OR IN
CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS SOFTWARE.
SDXC Logo is a trademark of SD-3C, LLC.
PictBridge is a trademark.
Microso
®
, Windows
®
, and Windows Vista
®
are registered trademarks of
Microso
Corporation.
Apple, Macintosh, macOS, OS X, Bonjour, Safari, AirPrint, the AirPrint Logo, iPad, iPhone, iPod touch, and
iTunes are trademarks of Apple Inc., registered in the U.S. and other countries.
Google Cloud Print, Chrome, Chrome OS, and Android are trademarks of Google Inc.
Adobe and Adobe Reader are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems Incorporated in the
United States and/or other countries.
Intel
®
is a registered trademark of Intel Corporation.
Gebruikershandleiding
Handelsmerken
3
Algemene opmerking: andere productnamen vermeld in deze uitgave, dienen uitsluitend als identicatie en
kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaars.Epson maakt geen enkele aanspraak op enige
rechten op deze handelsmerken.
Gebruikershandleiding
Handelsmerken
4
Inhoudsopgave
Copyright
Handelsmerken
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen...............10
Informatie zoeken in de handleiding............10
Markeringen en symbolen...................12
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding. . . . . . 12
Referenties voor besturingssystemen............12
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies.......................14
Printeradviezen en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . 15
Adviezen en waarschuwingen voor het
instellen/gebruik van de printer............. 15
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van de printer met een draadloze verbinding. . . . 16
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van geheugenkaarten.....................16
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van het touchscreen......................16
Uw persoonlijke gegevens beschermen..........17
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen.............18
Bedieningspaneel..........................22
Pictogrammen op het lcd-scherm............22
Conguratie
basisscherm..................25
Touchscreenbewerkingen..................26
Tekens invoeren.........................27
Animaties bekijken...................... 27
Een menu weergeven dat past bij de handeling. . 28
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen..................30
Ethernet-verbinding......................30
Wi-Fi-verbinding........................31
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt)..........................31
Een computer verbinden.................... 32
Een smart device verbinden..................33
Verbinding maken met een smart device via
een draadloze router......................33
Verbinden met een iPhone of iPad (iOS-
apparaten) met Wi-Fi Direct................33
Verbinden met Android-apparaten met Wi-Fi
Direct................................36
Andere apparaten dan iOS en Android
verbinden via Wi-Fi Direct.................39
Wi-Fi-instellingen congureren op de printer. . . . . 42
Wi- Fi-i nste l li ng e n u it v o e re n d o or h e t
invoeren van de SSID en het wachtwoord. . . . . . 42
Wi-Fi-instellingen congureren via de
drukknopinstelling (WPS).................43
Wi-Fi-instellingen congureren via de
pincode-instelling (WPS)..................44
Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct
(eenvoudig toegangspunt)
congureren
....... 45
Geavanceerde netwerkinstellingen maken. . . . . . 46
De status van de netwerkverbinding controleren. . . 47
Netwerkpictogram.......................47
De gedetailleerde netwerkinformatie
controleren op het bedieningspaneel..........48
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken. . . . . 48
Een netwerkstatusvel afdrukken.............54
Draadloze routers vervangen of toevoegen. . . . . . . 55
De verbindingsmethode met een computer
wijzigen.................................55
Wijzigen naar een Ethernetverbinding op het
bedieningspaneel van de printer...............56
De Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-
instellingen wijzigen........................57
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel. . . . . . .57
Verbinding Wi-Fi Direct (Eenvoudig
Toegangspunt) verbreken vanaf het
bedieningspaneel..........................58
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel..........................58
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking. . . . . 60
Beschikbaar papier en capaciteiten.............61
Origineel Epson-papier................... 61
Commercieel beschikbaar papier............ 63
Lijst met papiertypes....................... 63
Waar moet u papier laden....................65
Papier in de Papiercassette 1 laden........... 65
Papier in de Papiercassette 2 laden........... 69
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
5
Papier in de Papiertoevoer achter laden. . . . . . . .73
Originelen plaatsen
Beschikbare originelen voor de ADF............76
Originelen op de ADF plaatsen................76
Originelen in de ADF plaatsen om ze 2-op-1
te kopiëren............................ 78
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen. . . . . . . 78
Verschillende originelen plaatsen..............80
Foto's plaatsen om te kopiëren..............80
Een id-kaart plaatsen om te kopiëren......... 80
Een cd/dvd plaatsen om daarop een label af
te drukken.............................80
Meerdere foto's plaatsen om tegelijkertijd te
scannen...............................81
Een geheugenkaart plaatsen
Ondersteunde geheugenkaarten...............82
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen. . . . . . .82
Een cd/dvd laden om te bedrukken
Bedrukbare cd's/dvd's...................... 85
Voorzorgsmaatregelen voor het omgaan met
cd's/dvd's................................85
Een cd/dvd/ plaatsen en verwijderen............85
Afdrukken
Afdrukken vanuit het menu Foto's afdrukken
op het bedieningspaneel.....................87
Basishandelingen voor foto's afdrukken........87
Afdrukken in diverse lay-outs...............92
Id-foto's afdrukken.......................93
Foto's afdrukken met een sjabloon........... 94
Menuopties voor het afdrukken via het
bedieningspaneel........................95
Afdrukken vanuit het menu Verschillende
afdrukken op het bedieningspaneel............ 99
Ontwerppapier afdrukken................. 99
Foto's met handgeschreven tekst afdrukken. . . . 100
Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken........101
Foto's afdrukken op een cd-hoesje...........103
Originele kalenders met een foto afdrukken. . . .104
Een kalender afdrukken..................105
Gelinieerd papier afdrukken...............106
Origineel briefpapier afdrukken............107
Afdrukken op een originele wenskaart. . . . . . . .108
Een kleurboek afdrukken.................109
Afdrukken vanaf een computer...............110
Basisprincipes Windows................110
Basisprincipes Mac OS.................111
Dubbelzijdig afdrukken..................114
Meerdere pagina's op één vel afdrukken. . . . . . .116
Afdruk aanpassen aan papierformaat. . . . . . . . 118
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen
voor Windows)........................ 119
Eén aeelding afdrukken op meerdere vellen
om een poster te maken (alleen voor Windows) 120
Geavanceerde functies gebruiken voor
afdrukken............................126
Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print. . 128
Een cd-/dvd-label afdrukken met Epson Print
CD................................. 129
Afdrukken met Smart Devices............... 129
Epson iPrint gebruiken...................129
Epson Print Enabler gebruiken.............131
AirPrint gebruiken......................132
Foto's afdrukken vanaf een digitale camera......132
Afdrukken vanaf een via USB aangesloten
digitale camera.........................133
Afdrukken vanaf een draadloos verbonden
digitale camera.........................133
Afdrukken annuleren......................134
Afdrukken annuleren — Bedieningspaneel. . . . 134
Afdrukken annuleren - Windows........... 135
Afdrukken annuleren Mac OS........... 135
Kopiëren
Normaal kopiëren........................ 136
Dubbelzijdig kopiëren..................... 136
Meerdere originelen kopiëren naar één vel. . . . . . .137
Verschillende kopieermethoden..............137
Kopiëren in diverse lay-outs...............137
Foto's kopiëren.........................138
Kopiëren op een cd-/dvd-label............. 140
Menuopties voor kopiëren..................142
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel.............145
Scannen naar een geheugenapparaat. . . . . . . . . 145
Scannen naar een computer...............146
Scannen naar de cloud...................150
Scannen met behulp van WSD............. 152
Scannen vanaf een computer.................154
Scannen met Epson Scan 2................154
Scannen met smart-apparaten................161
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
6
Epson iPrint installeren.................. 161
Scannen met Epson iPrint.................161
Inktpatronen vervangen
Het inktpeil controleren....................163
Het inktpeil controleren — Bedieningspaneel. . 163
Het inktpeil controleren - Windows..........163
Het inktniveau controleren Mac OS....... 163
Codes van de cartridges....................163
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen. . . . . . . 164
Cartridges vervangen......................166
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken............170
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken —
Windows.............................171
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS. 172
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna
opgebruikt is (alleen Windows)...............173
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen...........174
De printkop controleren en schoonmaken
Bedieningspaneel.......................174
De printkop controleren en schoonmaken -
Windows.............................175
De printkop controleren en reinigen — Mac OS 175
De printkop uitlijnen......................176
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel. . . . .176
Het papiertraject reinigen...................177
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken. . . 177
Het papiertraject reinigen om
papierstoringen te voorkomen............. 178
De Scannerglasplaat reinigen................ 180
De automatische documentinvoer (ADF)
schoonmaken............................181
Het doorschijnende folie reinigen.............184
Stroom besparen......................... 186
Energie besparen — Bedieningspaneel. . . . . . . 186
Menuopties voor Instel.
Menuopties voor Inktniveau.................187
Menuopties voor Basisinstellingen.............187
Geluid:.............................. 187
Schermbeveiliging:......................187
Lcd-helderheid:........................187
Autom. inschakeling:....................187
Uitschakelingstimer:.....................188
Uitschakelinst.:.........................188
Slaaptimer:........................... 188
Taal/Language:.........................188
Alle inst.wissen:........................188
Menuopties voor Printerinstellingen...........188
Papierbroninstelling:.................... 188
CD/DVD:............................189
Binnen-/buitenkant van cd:............... 189
Stickers:..............................189
Dik papier:............................189
Stille modus:..........................189
Droogtijd voor inkt:.....................189
Bidirectioneel:.........................189
Alle inst.wissen........................ 189
Menuopties voor Netwerkinstellingen..........189
Menuopties voor Webservice-instellingen.......190
Menuopties voor Bestanden deln............. 191
Menuopties voor Afdrukinstellingen camera. . . . . 191
Menuopties voor Geleiderfuncties.............192
Papier komt niet overeen:.................192
Doc.waarschuwing:. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 192
Automatische selectiestand:............... 192
Alle instellingen:....................... 192
Alle inst.wissen:........................192
Menuopties voor Firmware-update............192
Bijwerken:............................192
Melding:............................. 193
Menuopties voor Standaardinst. herstellen. . . . . . .193
Netwerkservice en
softwareinformatie
De service van Epson Connect...............194
Vanaf het bedieningspaneel registreren bij
Epson Connect Service...................194
Toepassing voor het congureren van
printerbewerkingen (Web Cong).............194
Webconguratie uitvoeren op een webbrowser. 195
Web Cong uitvoeren op Windows..........195
Web
Cong
uitvoeren op Mac OS...........196
Windows-printerdriver.....................196
Uitleg bij de printerdriver voor Windows. . . . . . 197
Bedieningsinstellingen voor Windows-
printerdriver
congureren
................ 199
Mac OS-printerstuurprogramma..............199
Uitleg bij het printerstuurprogramma voor
Mac OS..............................200
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-
printerdriver congureren................ 202
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
7
Toepassing voor het scannen van documenten
en
aeeldingen
(Epson Scan 2)...............202
De netwerkscanner toevoegen..............203
Toepassing voor het
congureren
van
scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel
(Epson Event Manager).................... 203
Toepassing voor fotolay-out (Epson Easy Photo
Print)................................. 204
Toepassing voor het afdrukken van tekst of
aeeldingen op een schijf (Epson Print CD). . . . . 205
Toepassing voor het afdrukken van webpagina's
(E-Web Print)........................... 205
Toepassing voor het scannen en overdragen van
aeeldingen
(Easy Photo Scan).............. 206
Hulpprogramma's voor soware-updates
(EPSON Soware Updater). . . . . . . . . . . . . . . . . 206
Toepassingen installeren....................207
Toepassingen enrmware bijwerken...........207
De printerrmware bijwerken via het
bedieningspaneel.......................208
Toepassingen verwijderen...................208
Toepassingen verwijderen Windows.......209
Toepassingen verwijderen Mac OS........209
Problemen oplossen
De printerstatus controleren.................211
Berichten op het display bekijken...........211
De printerstatus controleren - Windows.......214
De printerstatus controleren Mac OS...... 214
Vastgelopen papier verwijderen...............214
Vastgelopen papier binnen in de printer
verwijderen...........................215
Vastgelopen papier verwijderen uit de
Achterpaneel..........................217
Vastgelopen papier verwijderen uit de
Papiercassette..........................218
Vastgelopen papier verwijderen uit de ADF. . . . 219
Papier wordt niet goed ingevoerd.............221
Papier loopt vast........................222
Papier wordt schuin ingevoerd.............222
Er worden meerdere vellen papier tegelijk
uitgevoerd............................222
Het papier komt uit de Papiertoevoer achter
zonder dat erop is afgedrukt...............223
Cd-/dvd-lade wordt uitgeworpen........... 223
Origineel wordt niet in ADF ingevoerd.......223
Problemen met stroomtoevoer en
bedieningspaneel.........................223
De stroom wordt niet ingeschakeld..........223
Lampjes gingen aan en toen weer uit. . . . . . . . . 224
De stroom wordt niet uitgeschakeld......... 224
Stroom schakelt automatisch uit............224
Het display wordt donker.................224
Kan vingers niet naar elkaar toe of van elkaar
af bewegen............................224
De functie Autom. inschakeling werkt niet. . . . .224
Kan niet afdrukken vanaf een computer. . . . . . . . 225
De verbinding controleren (USB)...........225
De verbinding controleren (netwerk).........225
De soware en gegevens controleren.........226
De printerstatus controleren vanaf de
computer (Windows)....................228
De printerstatus controleren vanaf de
computer (Mac OS).....................230
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
............................ 230
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten
terwijl de netwerkinstellingen correct zijn. . . . . 230
De SSID controleren waarmee de printer is
verbonden............................232
De SSID voor de computer controleren.......233
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad. . . . . 234
Afdrukproblemen........................ 234
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren. . . 234
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren. .234
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een
tussenafstand van ongeveer 2.5 cm..........235
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of
verkeerde uitlijning..................... 235
Afdrukkwaliteit is slecht..................236
Papier vertoont vlekken of is bekrast.........237
Vlekken op het papier bij automatisch
dubbelzijdig afdrukken...................238
Afgedrukte foto's zijn plakkerig.............238
Aeeldingen of foto's worden afgedrukt met
de verkeerde kleuren.................... 238
De kleuren verschillen van wat u op het
scherm ziet........................... 239
Kan niet afdrukken zonder marges..........239
Randen van de aeelding vallen weg bij het
randloos afdrukken.....................239
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn
niet juist............................. 240
Er worden meerdere originelen gekopieerd
op één vel papier....................... 240
De afdrukpositie van fotostickers is verkeerd. . . 241
De afdruk- of kopieerpositie op een cd/dvd is
verkeerd............................. 241
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar. . 241
De afgedrukte aeelding is omgekeerd. . . . . . . 241
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken. . . . .242
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
8
Op de gekopieerde afdruk verschijnen
ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte
lijnen................................242
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel
"moiré" genoemd) op de gekopieerde
aeelding............................242
De achterkant van het origineel is te zien op
de gekopieerde aeelding.................242
Het probleem kon niet worden opgelost. . . . . . .243
Overige afdrukproblemen...................243
Afdrukken verloopt te traag...............243
Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het
continu afdrukken......................244
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een
computer met Mac OS X 10.6.8.............244
Kan niet beginnen met scannen.............. 244
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel. .245
Problemen met gescande aeeldingen......... 245
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort
worden weergegeven bij scannen vanaf de
glasplaat van de scanner..................245
Rechte lijnen verschijnen bij het scannen
vanaf ADF............................246
De aeeldingskwaliteit is ruw..............246
De
oset
schijnt door in de achtergrond van
aeeldingen.......................... 246
De tekst is onscherp.....................246
Moiré-patronen (webachtige schaduwen)
verschijnen........................... 247
Kan het juiste gebied niet scannen op de
glasplaat............................. 247
Kan geen voorbeeld weergeven in umbnail. . 247
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik
opsla als een Searchable PDF...............248
Problemen in gescande aeelding kunnen
niet worden opgelost.................... 248
Andere scanproblemen.....................249
Scansnelheid is laag.....................249
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/
Multi-TIFF........................... 249
Overige problemen........................250
Lichte elektrische schok wanneer u de printer
aanraakt............................. 250
Printer maakt veel lawaai tijdens werking. . . . . 250
Kan gegevens niet opslaan op een
geheugenapparaat...................... 250
Soware wordt geblokkeerd door een rewall
(alleen Windows).......................250
"!" wordt weergegeven in het fotoselectiescherm 251
Bijlage
Technische specicaties.................... 252
Printer
specicaties
..................... 252
Scannerspecicaties
.....................253
Interfacespecicaties.................... 254
Lijst met netwerkfuncties.................254
Wi-Fi-specicaties
......................255
Ethernetspecicaties
.....................255
Beveiligingsprotocol.....................255
Ondersteunde services van derden.......... 255
Specicaties
externe opslagapparaten........ 256
Ondersteunde
gegevensspecicaties
......... 257
Dimensies............................257
Elektrische specicaties.................. 257
Omgevingsspecicaties
...................258
Systeemvereisten....................... 258
Regelgevingsinformatie.................... 259
Normen en goedkeuringen................259
Beperkingen op het kopiëren.............. 260
De printer vervoeren en opslaan..............260
Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer 262
Hulp vragen.............................263
Technische ondersteuning (website).........263
Contact opnemen met de klantenservice van
Epson...............................263
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
9
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen
De volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Naast de handleidingen kunt u ook de
verschillende hulpmogelijkheden op de printer zelf of in de toepassingen raadplegen.
Hier beginnen (gedrukte handleiding)
Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de soware, het gebruik van de printer, het
oplossen van problemen enzovoort.
Gebruikershandleiding (digitale handleiding)
Deze handleiding. Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voor
netwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.
U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.
Gedrukte handleiding
Ga naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijde
ondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).
Digitale handleiding
Start EPSON Soware Updater op uw computer. EPSON Soware Updater controleert of er updates
beschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versie
downloaden.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor soware-updates (EPSON Soware Updater)” op pagina 206
Informatie zoeken in de handleiding
In de PDF-handleiding kunt u naar informatie zoeken via een zoekwoord, of direct naar een bepaald gedeelte gaan
met behulp van de bladwijzers.U kunt ook alleen de pagina's afdrukken die u nodig hebt.Dit gedeelte bevat uitleg
over het gebruik van een PDF-handleiding die in Adobe Reader X is geopend op de computer.
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
10
Zoeken met een zoekwoord
Klik op Bewerken > Geavanceerd zoeken.Voer in het zoekvenster het zoekwoord (tekst) in voor de informatie die
u zoekt en klik vervolgens op Zoeken.Zoekresultaten worden weergegeven in een lijst.Klik op een van de
weergegeven zoekresultaten om naar de
betreende
pagina te gaan.
Direct naar informatie gaan via bladwijzers
Klik op een titel om naar de betreende pagina te gaan.Klik op + of > en bekijk de onderliggende titels in dat
gedeelte.Voer de volgende bewerking uit op het toetsenbord als u wilt terugkeren naar de vorige pagina.
Wi nd o w s : h o u d de Alt-toets ingedrukt en druk op .
Mac OS: houd de command-toets ingedrukt en druk op .
Alleen pagina's afdrukken die u nodig hebt
U kunt alleen de pagina's die u nodig hebt extraheren en afdrukken.Klik op Afdrukken in het menu Bestand en
geef in Pagina's bij Pagina's die moeten worden afgedrukt de pagina's op die u wilt afdrukken.
Als u een paginareeks wilt opgeven, voert u tussen de begin- eindpagina een areekstreepje in.
Voorbeeld: 20-25
Als u niet-opeenvolgende pagina's wilt opgeven, scheidt u de pagina's met komma's.
Voorbeeld: 5, 10, 15
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
11
Markeringen en symbolen
!
Let op:
Instructies die zorgvuldig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.
c
Belangrijk:
Instructies die moeten worden gevolgd om schade aan het apparaat te voorkomen.
Opmerking:
Biedt aanvullende informatie en referentiegegevens.
&
Gerelateerde informatie
Koppelingen naar de verwante paragrafen.
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding
Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 of
macOS High Sierra. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is aankelijk van het model en de
situatie.
De
aeeldingen
in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld. Er zijn kleine verschillen tussen elk
model, maar de gebruiksmethode
blij
hetzelfde.
Sommige menu-items op het lcd-scherm variëren naargelang het model en de instellingen.
U kunt de QR-code scannen met de speciale app.
Referenties voor besturingssystemen
Windows
In deze handleiding verwijzen termen zoals "Windows 10", "Windows 8.1", "Windows 8", "Windows 7", "Windows
Vista", en "Windows XP" naar de volgende besturingssystemen. Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alle
versies ervan aan te duiden.
Microso
®
Wi nd o w s
®
10 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s
®
8.1 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s
®
8 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s
®
7 besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s Vi s t a
®
besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s
®
XP besturingssysteem
Microso
®
Wi nd o w s
®
XP Professional x64 Edition besturingssysteem
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
12
Mac OS
In deze handleiding wordt "Mac OS" gebruikt om te verwijzen naar macOS High Sierra, macOS Sierra, OS X El
Capitan, OS X Yosemite, OS X Mavericks, OS X Mountain Lion, Mac OS X v10.7.x en Mac OS X v10.6.8.
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
13
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies
Lees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken. Bewaar deze handleiding voor latere
raadplegingen. Let ook op alle waarschuwingen en instructies die op de printer staan.
Sommige van de symbolen die worden gebruikt op de printer zijn bedoeld om de veiligheid en het juiste
gebruik van de printer te garanderen. Ga naar de volgende website voor de betekenis van de symbolen.
http://support.epson.net/symbols
Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur.
Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuur
kan leiden tot brand of elektrische schokken.
Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen.
Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer deze
onderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingen
van het apparaat.
Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicus
over:
Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen of
als de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in de
prestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies worden
gegeven.
Zet het apparaat in de buurt van een stopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt halen.
Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, water
of hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen of
luchtvochtigheid.
Zorg ervoor dat u geen vloeistoen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast.
Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer worden
uitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers.
Neem contact op met uw leverancier als het lcd-scherm beschadigd is. Als u vloeistof uit het scherm op uw
handen krijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het scherm in uw ogen krijgt, moet u
uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen
problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Wees voorzichtig met gebruikte cartridges. Er kan inkt rond de inkttoevoer kleven.
Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep.
Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een
arts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Als er inkt in uw mond terechtkomt, raadpleegt u direct een arts.
Haal de cartridge niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen.
Schud de cartridges niet te hard en laat ze niet vallen. Wees ook voorzichtig dat u ze niet ineendrukt of hun
etiket scheurt. Omdat hierdoor inkt kan lekken.
Houd cartridges buiten het bereik van kinderen.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
14
Printeradviezen en waarschuwingen
Lees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar deze
handleiding voor toekomstig gebruik.
Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van de
printer
Blokkeer de openingen in de behuizing van de printer niet en dek deze niet af.
Gebruik uitsluitend het type voedingsbron dat is vermeld op het etiket van de printer.
Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als kopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten die
regelmatig worden in- en uitgeschakeld.
Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- en
uitgeschakeld.
Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnen
veroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draadloze telefoons.
Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaats
geen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooral
op dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan.
Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangesloten
apparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat het
totaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het stopcontact, niet hoger is dan de
maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.
Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouw
moet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting en
stroompieken.
Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat op de juiste richting van de stekkers van
de kabel. Elke stekker kan maar op een manier op het apparaat worden aangesloten. Wanneer u een stekker op
een verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar zijn verbonden
beschadigd raken.
Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goed
als deze scheef staat.
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen.
Zorg ervoor dat aan de voorkant van de printer voldoende ruimte is voor het papier dat uit de printer komt.
Vermijd plaatsen met grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Houd de printer ook uit de
buurt van direct zonlicht, fel licht of warmtebronnen.
Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer.
Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken.
Raak de witte, platte kabel binnen in de printer niet aan.
Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare stoen in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken.
Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
15
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten.
Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt.
Zet de printer altijd uit met de knop
P
. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar het
stopcontact niet af zolang het lampje
P
nog knippert.
Controleer voordat u de printer vervoert of de printkop zich in de uitgangspositie bevindt (uiterst rechts) en of
de cartridges aanwezig zijn.
Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, neem dan de stekker uit het stopcontact.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met een
draadloze verbinding
Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronische
apparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken.Wanneer u deze printer gebruikt in een medische
instelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van de
medische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan.
Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatische
deuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing.Volg alle
waarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in de
buurt van automatisch aangestuurde apparaten.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van geheugenkaarten
Verwijder een geheugenkaart niet en schakel de printer niet uit wanneer het lampje van de geheugenkaart
knippert.
Het gebruik van geheugenkaarten verschilt per type kaart. Raadpleeg de documentatie die bij de geheugenkaart
is geleverd voor meer informatie.
Gebruik alleen geheugenkaarten die compatibel zijn met het apparaat.
Gerelateerde informatie
& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 256
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het touchscreen
Het lcd-scherm kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder.
Dit is normaal en wil geenszins zeggen dat het beschadigd is.
Maak het lcd-scherm alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemische
reinigingsmiddelen.
De afdekplaat van het touchscreen kan breken bij zware schokken. Neem contact op met uw leverancier als het
display barst of breekt. Raak het gebroken glas niet aan en probeer dit niet te verwijderen.
Raak het touchscreen zachtjes met uw vinger aan. Druk niet te hard en gebruik niet uw nagels.
Gebruik geen scherpe voorwerpen zoals balpennen of scherpe potloden om handelingen uit te voeren.
De werking van het touchscreen kan verminderen als gevolg van condensatie in het touchscreen veroorzaakt
door plotselinge schommelingen in temperatuur of luchtvochtigheid.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
16
Uw persoonlijke gegevens beschermen
Als u de printer aan iemand anders gee of wilt weggooien, kunt u het geheugen als volgt wissen: selecteer Instel.
> Standaardinst. herstellen > Alle instellingen op het bedieningspaneel.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
17
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen
A
Voorpaneel Openen om papier te kunnen laden in de papiercassette.
B
Uitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt. Wanneer u begint met
afdrukken, komt deze lade automatisch naar buiten. Open het startscherm
en druk op de knop
button om de lade op te bergen.
C
Papiercassette 1 Laadt papier.
D
Papiercassette 2
E
Zijgeleider Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd. Schuif deze naar de
randen van het papier.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
18
A
Achterste papierinvoersleuf Voor het handmatig laden van telkens één vel papier.
B
Papiersteun Ondersteuning voor geladen papier.
C
Papiertoevoer achter Voorkomt dat ongewenste zaken in de printer terechtkomen. Blijft meestal
gesloten.
D
Zijgeleider Hiermee wordt het papier recht in de printer ingevoerd. Schuif deze naar de
randen van het papier.
A
Sleuf voor cd-/dvd-lade Plaats in deze sleuf de cd-/dvd-lade met een cd/dvd erin voor
labelafdrukken.
B
Cd-/dvd-lade Bij het afdrukken op een cd/dvd/ verwijdert u deze uit de onderzijde van de
printer, plaats vervolgens een cd/dvd en plaats deze in de cd/dvd-ladesleuf.
Als u niet op een cd/dvd afdrukt, bewaar hem dan in de onderzijde van de
printer zonder een cd/dvd te plaatsen.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
19
A
ADF (automatische
documentinvoer)
Hiermee worden originelen automatisch ingevoerd.
B
Deksel van ADF Openen wanneer u originelen wilt verwijderen die in de ADF zijn
vastgelopen.
C
Zijgeleider van de ADF Zorgt ervoor dat originelen recht in de printer worden ingevoerd. Schuif
naar de randen van het papier.
D
Invoerlade van de ADF Ondersteuning voor geladen originelen.
E
Uitvoerlade van de ADF Bevat de originelen die uit de ADF komen.
A
Documentdeksel Houdt extern licht tegen tijdens het scannen.
B
Scanplaat Plaats de originelen.
C
Geheugenkaartsleuf Plaats een geheugenkaart in het apparaat.
D
Externe USB-poort Voor aansluiting van een extern opslagapparaat of een apparaat met
PictBridge-ondersteuning.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
20
A
Scannereenheid Scant de geplaatste originelen. Openen om cartridges te kunnen vervangen
of vastgelopen papier te verwijderen. Deze eenheid blijft meestal gesloten.
B
Bedieningspaneel Voor bediening van de printer.
C
P
(aan/uit-knop/lampje)
Hiermee schakelt u de printer in of uit.
Haal het netsnoer uit het stopcontact nadat u hebt gecontroleerd of het
aan/uit-lampje uit staat.
D
Cartridgehouder Installeer de inktpatronen. Inkt komt uit de spuitkanaaltjes van de printkop.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
21
A
Netaansluiting Voor aansluiting van het netsnoer.
B
Afdekking achterzijde Verwijderen bij het verwijderen van vastgelopen papier.
C
Ventilatieopening Voor de afvoer van warmte uit de printer. Er bevinden zich
ventilatieopeningen links- en rechtsonder en aan de rechterzijde. Let er bij
het plaatsen van de printer op dat u de ventilatieopeningen niet afdekt.
D
USB-poort Voor aansluiting van een USB-kabel als verbinding met een computer.
E
LAN-poort Voor aansluiting van een LAN-kabel.
Bedieningspaneel
U kunt het bedieningspaneel in een andere hoek zetten.
Opmerking:
Wanneer u de printer aanzet, komt het bedieningspaneel automatisch omhoog. De volgende keer keert het paneel bij het
inschakelen automatisch terug naar de stand waarin het paneel stond bij het uitschakelen.
Als u begint af te drukken met gesloten bedieningspaneel, komt het paneel automatisch omhoog en komt de uitvoerlade
naar buiten.
Pictogrammen op het lcd-scherm
De volgende pictogrammen worden op het display weergegeven naargelang de status van de printer.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
22
Pictogrammen op het startscherm
Hiermee wordt het scherm Inktniveau weergegeven.
U kunt het (geschatte) inktpeil controleren. U kunt ook de inktcartridges vervangen of de
statusinformatie voor afdrukbenodigdheden afdrukken.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
23
Geeft de status van de netwerkverbinding weer.
De printer is niet verbonden met een bekabeld (ethernet-)netwerk of de verbinding is
verbroken.
De printer is verbonden met een bekabeld (ethernet-)netwerk.
De printer is niet verbonden met een draadloos (wi-)netwerk.
De printer zoekt naar een SSID, het IP-adres is niet ingesteld of er is een probleem met het
draadloze
(wi-)netwerk.
De printer is verbonden met een draadloos (wi-)netwerk.
Het aantal balkjes geeft de sterkte van de verbinding weer. Hoe meer balkjes, des te sterker de
verbinding is.
De printer is niet verbonden met een draadloos (wi-)netwerk in de modus Wi-Fi Direct
(eenvoudig toegangspunt).
De printer is verbonden met een draadloos (wi-)netwerk in de modus Wi-Fi Direct (eenvoudig
toegangspunt).
Selecteer deze optie om het scherm Netwerkverb.inst. weer te geven. Dit is de snelkoppeling naar het
volgende menu.
Instel. > Netwerkinstellingen > Wi-Fi instellen
Wanneer de printer nog niet is verbonden met een netwerk.
Selecteer het pictogram van de gewenste verbindingsmethode en selecteer vervolgens Start de
instelling op het volgende scherm om het instellingenmenu weer te geven.
Wanneer de printer al is verbonden met een netwerk.
Hiermee wordt de informatie weergegeven van de netwerkinstellingen, bijvoorbeeld het IP-adres van
de printer.
Hiermee wordt aangegeven dat Stille modus is ingesteld voor de printer. Wanneer deze functie is
ingeschakeld, wordt het geluid dat door de printer wordt gemaakt gedempt. De afdruksnelheid kan
hierdoor verminderen. Het geluid wordt mogelijk niet gedempt, afhankelijk van het geselecteerde
papiertype en de gekozen afdrukkwaliteit.
Selecteer deze optie om de instelling te wijzigen. Dit is de snelkoppeling naar het volgende menu.
Instel. > Printerinstellingen > Stille modus
Sluit de uitvoerlade.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
24
Pictogrammen op elk scherm
Toont het startscherm in elk scherm. In het startscherm geeft dit het startscherm aan.
Hiermee wordt het scherm Hulp weergegeven. U kunt bedieningsinstructies en oplossingen voor
problemen bekijken.
Hiermee bladert u in het scherm van links naar rechts en van boven naar beneden.
OK Hiermee past u de instellingen toe en sluit u het scherm.
Hiermee annuleert u de instellingen en sluit u het scherm.
Hiermee start u het afdrukken, kopiëren enzovoort. U kunt niet starten wanneer het pictogram grijs
wordt weergegeven vanwege onjuiste of onvolledige instellingen. Tik op het grijs weergegeven
pictogram om te controleren waarom de functie niet beschikbaar is.
Hiermee wordt aanvullende informatie weergegeven.
Geeft aan dat er een probleem is met de items. Selecteer het pictogram om te zien hoe u het probleem
kunt oplossen.
Wanneer dit op het startscherm wordt weergegeven op
B
betekent dit dat de geschatte inktniveaus en
de geschatte levensduur van de onderhoudscassette het einde van de levensduur naderen.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Netwerkinstellingen” op pagina 189
Conguratie basisscherm
Hieronder ziet u de
schermconguratie
voor kopiëren en scannen.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
25
A
U wisselt met de tabbladen tussen de lijsten met instellingen.
Op het tabblad links worden veelgebruikte items voor kopiëren en scannen weergegeven.Op het tabblad
Geavanceerde instellingen worden andere items weergegeven die u desgewenst kunt instellen.
B
Hiermee toont u de lijst met instellingsitems.
Selecteer het item of schakel het selectievakje in om instellingen te congureren.
Items die grijs worden weergegeven, zijn niet beschikbaar.Selecteer het item om te controleren waarom het niet
beschikbaar is.
C
Hiermee kunt u kopiëren of scannen.
Touchscreenbewerkingen
Het touchscreen is compatibel met de volgende bewerkingen.
Tikken Druk op de items of pictogrammen of selecteer deze.
Vegen
Veeg snel over het scherm.
Schuiven
Houd de items vast en verplaats ze.
Vingers naar elkaar
toe bewegen
Vingers van elkaar af
bewegen
In- of uitzoomen op de voorbeeldweergave op het bedieningspaneel tijdens
het printen van de foto's.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
26
Tekens invoeren
Wanneer u bijvoorbeeld netwerkinstellingen congureert, kunt u tekens en symbolen invoeren via het
schermtoetsenbord.
A
Geeft het aantal tekens weer.
B
Verplaatst de cursor naar de invoerpositie.
C
Hiermee schakelt u tussen hoofdletters en kleine letters, of cijfers en symbolen.
D
Hiermee schakelt u tussen tekentypes.U kunt alfanumerieke tekens, symbolen en speciale tekens, zoals umlauten en
accenten gebruiken.
E
Hiermee wijzigt u de indeling van het toetsenbord.
F
Hiermee voert u veelgebruikte e-maildomeinadressen of URL's in door het item te selecteren.
G
Hiermee typt u een spatie.
H
Hiermee voert u een teken in.
I
Hiermee wist u het teken links van de cursor.
Animaties bekijken
Op het lcd-scherm kunt u animaties bekijken van bedieningsinstructies, zoals het laden van papier of het
verwijderen van vastgelopen papier.
Tik op
rechts op het lcd-scherm. Het scherm Hulp wordt weergegeven.Tik op Hoe en selecteer de items die u
wilt bekijken.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
27
Selecteer Hoe onderaan het bedieningsscherm. De contextgevoelige animatie wordt weergegeven.
A
Geeft het totale aantal stappen en het nummer van de huidige stap weer.
In het voorbeeld hierboven wordt stap 2 van 6 stappen weergegeven.
B
Hiermee keert u terug naar de vorige stap.
C
Geeft de voortgang in de huidige stap aan.De animatie wordt herhaald wanneer de voortgangsbalk het einde
bereikt.
D
Hiermee gaat u naar de volgende stap.
Een menu weergeven dat past bij de handeling
De printer gee automatisch menu's weer die passen bij wat u wilt doen.Als u de functie wilt stoppen, schakelt u de
instelling Automatische selectiestand uit.
Instel. > Geleiderfuncties > Automatische selectiestand
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
28
Sluit een extern geheugenapparaat aan, bijvoorbeeld een geheugenkaart of USB-apparaat.
Open het documentdeksel en plaats originelen.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Geleiderfuncties” op pagina 192
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
29
Netwerkinstellingen
Typen netwerkverbindingen
U kunt de volgende verbindingsmethoden gebruiken.
Ethernet-verbinding
Verbind de printer met een hub met behulp van een Ethernet-kabel.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
30
Wi-Fi-verbinding
Sluit de printer en de computer of het smart device aan op de draadloze router. Dit is de meest gebruikelijke
manier van verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door een
draadloze router.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 32
& “Een smart device verbinden” op pagina 33
& Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 42
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en het
smart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als draadloze router en
kunt u maximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een gewone draadloze router nodig hebt.
Smart devices die rechtstreeks met de printer zijn verbonden kunnen echter niet met elkaar communiceren via de
printer.
De printer kan tegelijk verbinding hebben via Wi-Fi of Ethernet en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). Als u
echter een netwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding
hee
via Wi-Fi, wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
31
Gerelateerde informatie
& “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 45
Een computer verbinden
Het wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer. U
kunt het installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en congureer de instellingen.
http://epson.sn
Instellen met de
soware-cd
(alleen voor modellen die worden geleverd met een
soware-cd
en gebruikers die
beschikken over een Windows-computer met een schijfstation).
Plaats de
soware-cd
in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethoden selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens de
gewenste methode om de printer met de computer te verbinden.
Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Vol ge nd e.
Volg de instructies op het scherm.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
32
Een smart device verbinden
Verbinding maken met een smart device via een draadloze router
U kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk
(SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgende
website. Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.
http://epson.sn > Instellen
Opmerking:
Als u tegelijkertijd een computer en een smart device met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste de
computer te verbinden.
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 129
Verbinden met een iPhone of iPad (iOS-apparaten) met Wi-Fi Direct
Met deze methode kunt u de printer direct verbinden met een iPhone of iPad zonder draadloze router. De
volgende voorwaarden zijn vereist voor het gebruik van deze functie. Als uw omgeving niet voldoet aan deze
voorwaarden, kunt u verbinden door Andere OS-apparaten te selecteren. Raadpleeg de verwante
informatiekoppeling hieronder voor details over het verbinden.
iOS 11 of later
De standaard cameratoepassing gebruiken voor het scannen van de QR-code
Epson iPrint versie 7.0 of later
Epson iPrint wordt gebruikt voor het afdrukken van een smart-apparaat. Installeer vooraf Epson iPrint op het
smart-apparaat.
Opmerking:
U moet deze instellingen alleen opgeven voor de printer en het smart-apparaat waarmee u eenmaal wilt verbinden. Tenzij u
Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard netwerkinstellingen herstelt , hoe u deze instellingen niet opnieuw op te geven.
1. Tik op Smartphone verbinden op het startscherm.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
33
2. Tik op Start de instelling.
3. Tik op iOS.
De QR-code wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer.
4. Start de standaard Camera-app op uw iPhone of iPad en scan vervolgens de QR-code die wordt weergegeven
op het bedieningspaneel van de printer.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
34
Gebruik de Camera-app voor iOS 11 of later. U kunt geen verbinding maken met de printer via de Camera-
app voor iOS 10 of ouder. U kunt evenmin verbinding maken via een app voor het scannen van QR-codes. Als
u geen verbinding kunt maken, schui u door het scherm op het bedieningspaneel van de printer en selecteert
u vervolgens Andere OS-apparaten. Raadpleeg de verwante informatiekoppeling hieronder voor details over
het verbinden.
5. Tik op het bericht dat wordt weergegeven op het scherm van het smart-apparaat.
6. Tik op Ver bi nd.
7. Selecteer Vol gen de op het bedieningspaneel van de printer.
8. Op de iPhone of iPad, start u Epson iPrint.
9. Tik op het scherm Epson iPrint op Printer niet geselecteerd..
10.
Selecteer de printer waarmee u verbinding wilt maken.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
35
Raadpleeg de informatie die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer om de printer te
selecteren.
11. Selecteer Volledig op het bedieningspaneel van de printer.
Voor smart-apparaten die al eerder werden verbonden met de printer, selecteert u de netwerknaam (SSID) op het
wischerm van het smart-apparaat om ze opnieuw te verbinden.
Gerelateerde informatie
&
“Andere apparaten dan iOS en Android verbinden via Wi-Fi Direct” op pagina 39
&
“Afdrukken met Smart Devices” op pagina 129
Verbinden met Android-apparaten met Wi-Fi Direct
Me deze methode kunt u de printer direct verbinden met uw Android-apparaat zonder draadloze router. De
volgende voorwaarden zijn vereist voor het gebruik van deze functie.
Android 4.4 of later
Epson iPrint versie 7.0 of later
Epson iPrint wordt gebruikt voor het afdrukken van een smart-apparaat. Installeer vooraf Epson iPrint op het
smart-apparaat.
Opmerking:
U moet deze instellingen alleen opgeven voor de printer en het smart-apparaat waarmee u eenmaal wilt verbinden. Tenzij u
Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard netwerkinstellingen herstelt , hoe u deze instellingen niet opnieuw op te geven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
36
1. Tik op Smartphone verbinden op het startscherm.
2. Tik op Start de instelling.
3.
Tik op Android.
4. Start Epson iPrint op het smart-apparaat.
5. Tik op het scherm Epson iPrint op Printer niet geselecteerd..
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
37
6. Selecteer de printernaam waarmee u verbinding wilt maken op het scherm Epson iPrint.
Raadpleeg de informatie die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer om de printer te
selecteren.
Opmerking:
Printers worden mogelijk niet weergegeven, aankelijk van het Android-apparaat. Als er geen printer worden
weergegeven, maakt u verbinding door Andere OS-apparaten te selecteren. Raadpleeg de verwante koppelingen
hieronder voor het verbinden.
7. Wanneer het scherm voor de goedkeuring van de apparaatverbinding wordt weergegeven, selecteert u
Goedkeuren.
8. Selecteer Volledig op het bedieningspaneel van de printer.
Voor smart-apparaten die al eerder werden verbonden met de printer, selecteert u de netwerknaam (SSID) op het
wischerm
van het smart-apparaat om ze opnieuw te verbinden.
Gerelateerde informatie
& “Andere apparaten dan iOS en Android verbinden via Wi-Fi Direct” op pagina 39
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 129
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
38
Andere apparaten dan iOS en Android verbinden via Wi-Fi Direct
Met deze methode kunt u de printer direct verbinden met smart-apparaten, zonder een draadloze router.
Opmerking:
U moet deze instellingen alleen opgeven voor de printer en het smart-apparaat waarmee u eenmaal wilt verbinden. Tenzij u
Wi-Fi Direct uitschakelt of de standaard netwerkinstellingen herstelt , hoe u deze instellingen niet opnieuw op te geven.
1. Tik op Smartphone verbinden op het startscherm.
2. Tik op Start de instelling.
3. Tik op Andere OS-apparaten.
Netwerknaam (SSID) en Wachtwoord voor Wi-Fi Direct voor de printer worden weergegeven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
39
4. Selecteer op het wischerm van het smart-apparaat, de SSID die wordt weergegeven op het bedieningspaneel
van de printer en voer dan het wachtwoord in.
De schermopname is een voorbeeld op de iPhone.
5. Selecteer Vol gen de op het bedieningspaneel van de printer.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
40
6. Start Epson iPrint op het smart-apparaat.
7. Tik op het scherm Epson iPrint op Printer niet geselecteerd..
8. Selecteer de printer waarmee u verbinding wilt maken.
Raadpleeg de informatie die wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer om de printer te
selecteren.
9. Selecteer Volledig op het bedieningspaneel van de printer.
Voor smart-apparaten die al eerder werden verbonden met de printer, selecteert u de netwerknaam (SSID) op het
wischerm van het smart-apparaat om ze opnieuw te verbinden.
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken met Smart Devices” op pagina 129
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
41
Wi-Fi-instellingen congureren op de printer
Op het bedieningspaneel van de printer kunt u op verschillende manieren de netwerkinstellingen
congureren.
Kies de verbindingsmethode die overeenkomt met uw omgeving en de voorwaarden die u gebruikt.
Als u beschikt over de informatie voor de draadloze router, zoals de SSID en het wachtwoord, kunt u de
instellingen handmatig congureren.
Als de draadloze router WPS ondersteunt, kunt u de instellingen congureren met drukknopinstellingen.
Nadat de printer verbinding hee gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaat
dat u wilt gebruiken (computer, smart device, tablet, enz.).
Congureer geavanceerde netwerkinstellingen om een statisch IP-adres te gebruiken.
Gerelateerde informatie
& “Wi-Fi-instellingen uitvoeren door het invoeren van de SSID en het wachtwoord” op pagina 42
& Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling (WPS)” op pagina 43
& Wi-Fi-instellingen congureren via de pincode-instelling (WPS)” op pagina 44
& “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)
congureren
” op pagina 45
& “Berichten in de netwerkomgeving” op pagina 54
Wi-Fi-instellingen uitvoeren door het invoeren van de SSID en het
wachtwoord
U kunt een Wi-Fi-netwerk opstarten door de informatie die nodig is voor de verbinding met een draadloze router
in te voeren via het bedieningspaneel. Om dit in te stellen met behulp van deze methode, hebt u de SSID en het
wachtwoord van de draadloze router nodig.
Opmerking:
Als u een draadloze router met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het label
vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, zie dan de informatie die bij de draadloze router is geleverd.
1. Tik op het startscherm op .
2. Tik op Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Router.
3. Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen
wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
42
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wij z i g n a a r Wi - Fi - v e r b i n d i n g . , en tikt u vervolgens op Ja
nadat u het bericht hebt bevestigd.
4. Tik op Wi z a r d Wi - Fi i n s t e l l e n .
5. Selecteer de SSID van de draadloze router.
Opmerking:
Als de SSID waarmee u verbinding wilt maken, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer, tikt
u op Opnieuw zoeken om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, tikt u op Handmatig
invoeren en voert u de SSID rechtstreeks in.
Als u de netwerknaam (SSID) niet weet, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als
u de draadloze router gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat. Als u geen
informatie kunt vinden, zie dan de informatie die bij de draadloze router is geleverd.
6.
Tik op het veld Vo er wachtwo ord in en voer vervolgens het wachtwoord in.
Opmerking:
Het wachtwoord is gevoelig voor hoofdletters.
Als u het wachtwoord niet weet, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt. Op het
wachtwoord kan het volgende geschreven staan: "Network Key", "Wireless Password" enz. Als u de draadloze router
gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u het wachtwoord dat op het label staat.
7. Als u klaar bent, tikt u op Start installatie.
8. Tik op OK om af te sluiten.
Opmerking:
Als u geen verbinding kunt maken, laadt u normaal papier op A4-formaat en tikt u op Controlerapport afdrukken om
een netwerkverbindingsrapport af te drukken.
9. Tik op het instellingenscherm voor netwerkverbindingen op Sluiten.
Gerelateerde informatie
& “Tekens invoeren” op pagina 27
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 230
Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling (WPS)
U kunt automatisch een Wi-Fi instellen door op een knop op de draadloze router te drukken. Als aan de volgende
voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.
De draadloze router is compatibel met WPS (Wi-Fi Protected Setup).
De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op de draadloze router te drukken.
Opmerking:
Als u de knop niet kunt vinden of als u de installatie uitvoert met de soware, raadpleegt u de documentatie die bij de
draadloze router is geleverd.
1. Tik op het startscherm op .
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
43
2. Tik op Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Router.
3. Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen
wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wij z i g n a a r Wi - Fi - v e r b i n d i n g . , en tikt u vervolgens op Ja
nadat u het bericht hebt bevestigd.
4.
Tik op Instellen met drukknop (WPS).
5. Houd de [WPS]-knop ingedrukt op de draadloze router tot het beveiligingslampje knippert.
Als u niet weet waar de [WPS] -knop zit, of als de draadloze router geen knoppen
hee,
raadpleeg dan de
documentatie van de draadloze router voor meer informatie.
6. Tik op Start installatie.
7. Tik op Sluiten.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd als u niet op Sluiten tikt.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan de draadloze router opnieuw, zet hem dichter bij de printer en probeer het nog een
keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing.
8. Tik op het instellingenscherm voor netwerkverbindingen op Sluiten.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 230
Wi-Fi-instellingen congureren via de pincode-instelling (WPS)
U kunt automatisch verbinding maken met een draadloze router met behulp van een pincode. U kunt deze
methode gebruiken als uw draadloze router WPS (Wi-Fi Protected Setup) ondersteunt. Gebruik een computer om
een pincode in te voeren in de draadloze router.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
44
1.
Tik op het startscherm op
.
2. Tik op Wi-Fi (aanbevolen).
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Router.
3. Tik op Start de instelling.
Als de netwerkverbinding al is ingesteld, worden de verbindingsdetails weergegeven. Tik op Instellingen
wijzigen om de instellingen te wijzigen.
Als de printer al is verbonden via Ethernet, tikt u op Wij z i g n a a r Wi - Fi - v e r b i n d i n g . , en tikt u vervolgens op Ja
nadat u het bericht hebt bevestigd.
4.
Tik op Overige > Instellen met PIN (WPS).
5. Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordt
weergegeven in te voeren in de draadloze router. U hebt hier twee minuten de tijd voor.
Opmerking:
Raadpleeg de documentatie van de draadloze router voor meer informatie over het invoeren van een pincode.
6. Tik op het bedieningspaneel van de printer op Start installatie.
7. Tik op Sluiten.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd als u niet op Sluiten tikt.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan de draadloze router opnieuw, zet hem dichter bij de printer en probeer het nog een
keer. Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.
8. Tik op het instellingenscherm voor netwerkverbindingen op Sluiten.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 230
Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig
toegangspunt) congureren
Met deze methode kunt u de printer zonder een draadloze router rechtstreeks verbinden met apparaten. De printer
fungeert zelf als draadloze router.
1. Tik op het startscherm op
.
2.
Tik op Wi - Fi D i r e c t .
3. Tik op Start de instelling.
Als u Wi-Fi Direct-instellingen (eenvoudig toegangspunt) hebt gecongureerd, wordt gedetailleerde
verbindingsinformatie weergegeven. Ga naar stap 5.
4. Tik op Start installatie.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
45
5. Kijk op het bedieningspaneel van de printer welke SSID en welk wachtwoord worden weergegeven.
Selecteer op het netwerkverbindingsscherm van de computer of het Wi-Fi-scherm van het smart device de
SSID die op het bedieningspaneel van de printer wordt weergegeven om verbinding te maken.
6. Voer op de computer of het smart device het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het bedieningspaneel
van de printer.
Opmerking:
Als u Wi-Fi Direct inschakelt, blij dit geactiveerd totdat u de standaard netwerkinstellingen herstelt en Wi-Fi Direct
uitschakelt.
7. Nadat de verbinding is gemaakt, tikt u op OK op het bedieningspaneel van de printer.
8. Tik op Sluiten.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& “De Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-instellingen wijzigen” op pagina 57
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 230
Geavanceerde netwerkinstellingen maken
U kunt de naam van het netwerkapparaat, TCP/IP-instellingen, de proxyserver enzovoort aanpassen.Controleer de
netwerkomgeving voordat u wijzigingen aanbrengt.
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Tik op Netwerkinstellingen > Geavanceerd.
3. Selecteer het menu-item dat u wilt
congureren
en selecteer vervolgens de waarden of geef deze op.
4. Tik op Start de instelling.
Gerelateerde informatie
& Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen congureren” op pagina 46
Items voor Geavanceerde netwerkinstellingen congureren
Selecteer het menu-item dat u wilt congureren en selecteer vervolgens de waarden of geef deze op.
Apparaatnaam
U kunt de volgende tekens gebruiken.
Tekenlimiet: 2 t/m 15 (u moet minstens 2 tekens invoeren)
Toegestane tekens: A t/m Z, a t/m z, 0 t/m 9, -.
Tekens die u niet bovenaan kunt gebruiken: 0 t/m 9, -.
Tekens die u niet onderaan kunt gebruiken: -
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
46
TCP/IP
Auto
Selecteer deze optie wanneer u thuis een draadloze router gebruikt of wanneer u het IP-adres automatisch
laat toewijzen via DHCP.
Handmatig
Selecteer deze optie wanneer u niet wilt dat het IP-adres van de printer wordt gewijzigd. Voer de adressen in
voor IP-adres, Subnetmasker en Standaardgateway, en congureer de instellingen voor de DNS-server,
aankelijk
van uw netwerkomgeving.
Wanneer u Auto selecteert voor de instellingen voor het toewijzen van het IP-adres, kunt u de instellingen voor
de DNS-server selecteren uit Handmatig of Auto. Als u het DNS-serveradres niet automatisch kunt verkrijgen,
selecteert u Handmatig en voert u vervolgens de primaire DNS-server en het secundaire DNS-serveradres
rechtstreeks in.
Proxy-server
Niet gebr.
Selecteer deze optie wanneer u de printer gebruikt in een thuisnetwerk.
Gebr.
Selecteer deze optie wanneer u in uw netwerkomgeving een proxyserver gebruikt en u dit wilt instellen in de
printer. Voer het adres en poortnummer van de proxyserver in.
De status van de netwerkverbinding controleren
U kunt de netwerkstatus als volgt controleren.
Netwerkpictogram
U kunt de status van de netwerkverbinding en kracht van het radiosignaal controleren aan de hand van het
netwerkpictogram op het startscherm van de printer.
Gerelateerde informatie
& “Pictogrammen op het lcd-scherm” op pagina 22
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
47
De gedetailleerde netwerkinformatie controleren op het
bedieningspaneel
Wanneer uw printer verbinding hee met het netwerk, kunt u ook andere netwerkgerelateerde informatie bekijken
door de netwerkmenu's te selecteren die u wilt controleren.
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Selecteer Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.
3.
Als u deze informatie wilt controleren, selecteert u de menu's die u wilt nakijken.
Status vast netwerk/Wi-Fi
Gee de netwerkinformatie weer (apparaatnaam, verbinding, signaalsterkte, IP-adres ophalen, enz.) voor
ethernet- of Wi-Fi-verbindingen.
Wi-Fi Direct-status
Gee weer of Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) is in- of uitgeschakeld voor Wi-Fi Direct-
verbindingen (eenvoudig toegangspunt).
statusvel
Drukt een netwerkstatusblad af.De informatie voor ethernet, Wi-Fi, Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)
enz. wordt op twee of meer pagina's afgedrukt.
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken
U kunt een netwerkverbindingsrapport afdrukken om de status tussen de printer en de draadloze router te
controleren.
1. Doe het papier in.
2. Tik op het startscherm op Instel..
3. Tik op Netwerkinstellingen > Controle van netwerkverbinding.
De verbindingscontrole wordt gestart.
4. Tik op Controlerapport afdrukken.
5. Volg de instructies op het scherm van de printer om het netwerkverbindingsrapport af te drukken.
Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en volg de afgedrukte
oplossingen.
6. Tik op Sluiten.
Gerelateerde informatie
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 49
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
48
Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport
Controleer de berichten en foutcodes op het netwerkverbindingsrapport en volg dan de oplossingen.
a. Foutcode
b. Berichten over de netwerkomgeving
Gerelateerde informatie
& “E-1” op pagina 50
& “E-2, E-3, E-7” op pagina 50
& “E-5” op pagina 51
& “E-6” op pagina 51
& “E-8” op pagina 51
& “E-9” op pagina 52
& “E-10” op pagina 52
& “E-11” op pagina 52
& “E-12” op pagina 53
& “E-13” op pagina 53
& “Berichten in de netwerkomgeving” op pagina 54
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
49
E-1
Oplossingen:
Controleer of de ethernetkabel goed is aangesloten op uw printer en op uw hub of een ander netwerkapparaat.
Controleer of uw hub of een ander netwerkapparaat is ingeschakeld.
Als u de printer wilt verbinden via wi, moet u de wi-instellingen opnieuw opgeven omdat dit is
uitgeschakeld.
E-2, E-3, E-7
Oplossingen:
Controleer of uw draadloze router is ingeschakeld.
Controleer of uw computer of apparaat correct is aangesloten op de draadloze router.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Plaats de printer dichter bij uw draadloze router en verwijder alle eventuele obstakels ertussen.
Als u de SSID handmatig hebt ingevoerd, moet u controleren of deze correct is. Controleer de SSID op het
gedeelte Netwerkstatus op het netwerkverbindingsrapport.
Als een draadloze router meerdere SSIDs
hee,
selecteert u de SSID die wordt weergegeven. Wanneer de SSID
een niet-compatibele frequentie gebruikt, toont de printer deze niet.
Als u een drukknopinstelling gebruikt voor het tot stand brengen van een netwerkverbinding, moet u
controleren of uw draadloze router WPS ondersteunt. U kunt de drukknopinstelling niet gebruiken als uw
draadloze router WPS niet ondersteunt.
Controleer of uw SSID alleen ASCII-tekens (alfanumerieke tekens en symbolen) gebruikt. De printer kan geen
SSID die niet-ASCII-tekens bevat, weergeven.
Zorg dat u uw SSID en wachtwoord kent voordat u verbinding maakt met de draadloze router. Als u een
draadloze router gebruikt met de standaardinstellingen, bevinden de SSID en het wachtwoord zich op het label
op de draadloze router. Als u uw SSID en het wachtwoord niet kent, neemt u contact op met de persoon die de
draadloze routers hee ingesteld of raadpleegt u de documentatie die bij de draadloze router is geleverd.
Als u wilt verbinden met een SSID die is gegenereerd met behulp van de tethering-functie van een smart device,
controleert u de SSID en het wachtwoord in de documentatie die bij het smart device is geleverd.
Als uw wi-verbinding plots wordt verbroken, controleert u de onderstaande voorwaarden. Als een of meer van
deze voorwaarden van toepassing zijn, stelt u uw netwerkinstellingen opnieuw in door de soware van de
volgende website te downloaden en uit te voeren.
http://epson.sn > Instellen
Er is een ander smart device toegevoegd aan het netwerk met behulp van de drukknopinstelling.
Het wi-netwerk is ingesteld met een andere methode dan de drukknopinstelling.
Gerelateerde informatie
&
“Een computer verbinden” op pagina 32
&
“Wi-Fi-instellingen
congureren
op de printer” op pagina 42
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
50
E-5
Oplossingen:
Zorg dat het beveiligingstype van de draadloze router is ingesteld op een van het volgende. Als dat niet het geval is,
wijzigt u het beveiligingstype op de draadloze router en stelt u de netwerkinstellingen van de printer opnieuw in.
WEP-64 bit (40-bits)
WEP-128 bit (104-bits)
WPA PSK (TKIP/AES)
*
WPA2 PSK (TKIP/AES)
*
WPA (TKIP/AES)
WPA2 (TKIP/AES)
* WPA PSK wordt ook wel WPA Personal genoemd. WPA2 PSK wordt ook wel WPA2 Personal genoemd.
E-6
Oplossingen:
Controleer of MAC
-adreslter
is uitgeschakeld. Als dit is ingeschakeld, registreert u het MAC-adres van de
printer zodat het niet wordt gelterd. Raadpleeg de documentatie die bij de draadloze router is geleverd voor
details. U kunt het MAC-adres van de printer controleren onder het gedeelte Netwerkstatus in het
netwerkverbindingsrapport.
Als uw draadloze router gebruik maakt van gedeelde vericatie met WEP-beveiliging, moet u controleren of de
vericatiecode
en index correct zijn.
Als het aantal te verbinden apparaten op de draadloze router kleiner is dan het aantal netwerkapparaten dat u
wilt verbinden, gee u de instellingen op de draadloze router op om het aantal te verbinden apparaten te
vermeerderen. Raadpleeg de documentatie die bij de draadloze router is geleverd om instellingen op te geven.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 32
E-8
Oplossingen:
Schakel DHCP in op de draadloze router als de instelling IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op
Automatisch.
Als IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op Handmatig, is het IP-adres dat u handmatig hebt
ingesteld, ongeldig omdat het buiten bereik (bijvoorbeeld: 0.0.0.0) is. Stel een geldig IP-adres in vanaf het
bedieningspaneel van de printer of met Web Cong.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
51
E-9
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Apparaten worden ingeschakeld.
U kunt toegang krijgen tot internet en andere computer of netwerkapparaten op hetzelfde netwerk van de
apparaten die u met de printer wilt verbinden.
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden nadat u het bovenstaande hebt
gecontroleerd, schakelt u de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in. Stel dan uw
netwerkinstellingen opnieuw in door het installatieprogramma van de volgende website te downloaden en uit te
voeren.
http://epson.sn > Instellen
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 32
E-10
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
Netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u IP-adres verkrijgen van de
printer hebt ingesteld op Handmatig.
Stel het netwerkadres opnieuw in als het onjuist is. U kunt het IP-adres, het subnetmasker en de standaard gateway
controleren onder Netwerkstatus in het netwerkverbindingsrapport.
Als DHCP is ingeschakeld, wijzigt u IP-adres verkrijgen van de printer naar Automatisch. Als u IP-adres
handmatig wilt instellen, selecteert u het IP-adres van het gedeelte Netwerkstatus op het
netwerkverbindingsrapport en selecteert u Handmatig op het scherm met de netwerkinstellingen. Stel het
subnetmasker in op [255.255.255.0].
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden, schakelt u de draadloze router uit. Wacht
ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 54
E-11
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Het standaard gateway-adres is correct als u de TCP/IP-instelling van de printer instelt op Handmatig.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
52
Het apparaat dat is ingesteld als de standaard gateway, wordt ingeschakeld.
Stel het juiste standaard gateway-adres in. U kunt het standaard gateway-adres controleren onder het gedeelte
Netwerkstatus in het netwerkverbindingsrapport.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 54
E-12
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
De netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u ze handmatig invoert.
De netwerkadressen voor andere apparaten (subnetmasker en standaard gateway) zijn dezelfde.
Het IP-adres komt niet in
conict
met andere apparaten.
Als uw printer en netwerkapparaten nog steeds niet worden verbonden nadat u het bovenstaande hebt
gecontroleerd, probeert u het volgende.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Geef de netwerkinstellingen opnieuw op met het installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende
website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een draadloze router die het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als
er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de
printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
& “Een computer verbinden” op pagina 32
E-13
Oplossingen:
Controleer het volgende.
Netwerkapparaten zoals een draadloze router, hub en router, zijn ingeschakeld.
De TCP/IP-instelling voor netwerkapparaten is niet handmatig opgegeven. (Als de TCP/IP-instelling van de
printer automatisch is ingesteld terwijl de TCP/IP-instelling voor andere netwerkapparaten handmatig wordt
uitgevoerd, kan het netwerk van de printer verschillen van het netwerk voor andere apparaten.)
Als dit nog steeds niet werkt nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, probeert u het volgende.
Schakel de draadloze router uit. Wacht ongeveer 10 seconden en schakel deze in.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
53
Denieer netwerkinstellingen op de computer die op hetzelfde netwerk als de printer zit met het
installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een draadloze router die het WEP-beveiligingstype gebruikt. Als
er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde wachtwoord op de
printer is ingesteld.
Gerelateerde informatie
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
& “Een computer verbinden” op pagina 32
Berichten in de netwerkomgeving
Bericht Oplossing
*Er zijn meerdere netwerknamen (SSID)
gedetecteerd die overeenstemmen met de
ingevoerde netwerknaam (SSID).
Controleer de netwerknaam (SSID).
Dezelfde SSID kan worden ingesteld op meerdere draadloze routers.
Controleer de instellingen op de draadloze router en wijzig de SSID.
De Wi-Fi-omgeving moet worden
verbeterd. Schakel de draadloze router uit
en vervolgens weer in. Als de verbinding
niet verbetert, raadpleegt u de
documentatie voor de draadloze router.
Nadat u de printer dichter bij de draadloze router hebt geplaatst en obstakels
ertussen hebt verwijderd, schakelt u de draadloze router uit. Wacht ongeveer
10 seconden en schakel deze in. Als het nog steeds geen verbinding maakt,
raadpleegt u de documentatie die bij de draadloze router is geleverd.
*Er kunnen niet meer apparaten
aangesloten worden. Verwijder een van de
apparaten als u een ander wilt toevoegen.
Computers en smart devices die tegelijkertijd kunnen worden verbonden,
worden volledig verbonden in de Wi-Fi Direct (enkel toegangspunt)-
verbinding. Om nog een computer of smart device toe te voegen, moet u
eerst de verbinding van een van de verbonden apparaten verbreken.
U kunt het aantal draadloze apparaten dat tegelijkertijd kan worden
verbonden en het aantal verbonden apparaten bevestigen door de
netwerkstatus of het bedieningspaneel van de printer te controleren.
Dezelfde SSID als Wi-Fi Direct bestaat in de
omgeving. Wijzig de Wi-Fi Direct SSID als u
geen smartapparaat kunt verbinden met
de printer.
Op het bedieningspaneel van de printer gaat u naar het scherm Instelling Wi-
Fi Direct en selecteert u het menu om de instelling te wijzigen. U kunt de
netwerknaam die direct op DIRECT-XX- volgt, wijzigen. Voer maximaal 32
tekens in.
Een netwerkstatusvel afdrukken
U kunt de gedetailleerde netwerkinformatie afdrukken om deze te controleren.
1.
Papier laden.
2. Tik op het startscherm op Instel..
3. Tik op Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.
4.
Tik op statusvel.
5. Controleer het bericht en druk vervolgens een netwerkstatusvel af.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
54
6. Tik op Sluiten.
Draadloze routers vervangen of toevoegen
Als de SSID verandert doordat een draadloze router wordt vervangen, of als een draadloze router wordt
toegevoegd en een nieuwe netwerkomgeving wordt ingesteld, congureert u de Wi-Fi-instellingen opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 55
De verbindingsmethode met een computer wijzigen
Gebruik het installatieprogramma en stel de installatie in met een andere verbindingsmethode.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga naar Instellen en
congureer
de instellingen.
http://epson.sn
Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers die
beschikken over een Windows-computer met een schijfstation).
Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethode wijzigen selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
55
Selecteer Breng de verbinding van Printer opnieuw tot stand (voor nieuwe netwerkrouter of om USB te
wijzigen naar netwerk, enz.) in het scherm
Soware
installeren en klik vervolgens op Vo lg end e.
Wijzigen naar een Ethernetverbinding op het
bedieningspaneel van de printer
Volg onderstaande stappen om vanuit een draadloze LAN-verbinding over te schakelen op een bekabelde LAN-
verbinding vanuit het bedieningspaneel.
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Tik op Netwerkinstellingen > Bekabelde LAN-installatie.
3. Tik op Start installatie.
4.
Controleer het bericht en tik vervolgens op OK.
5. Verbind de printer met een router met behulp van een ethernet-kabel.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
56
De Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-
instellingen wijzigen
Als Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) als verbinding is ingeschakeld, kunt u de instellingen wijzigen voor
> Wi - F i D i r e c t > Instellingen wijzigen, waarna de volgende menu-items worden getoond.
Als u een item wilt selecteren, verplaatst u de focus naar het item met de knoppen
u
d
l
r
en drukt u op de
knop OK.
Netwerknaam wijzigen
Wijzig de Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)- netwerknaam (SSID) die wordt de printer te verbinden met uw
willekeurige naam. U kunt de netwerknaam (SSID) instellen in ASCII-letters, die op het
sowaretoetsenbord
op
het bedieningspaneel worden getoond.
Tijdens het wijzigen van de netwerknaam (SSID), worden alle verbonden apparaten uitgeschakeld. Gebruik de
nieuwe netwerknaam (SSID), als u het apparaat opnieuw wilt verbinden.
Wachtwoord wijzigen
Wijzig het Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-wachtwoord om de printer te verbinden met uw willekeurige
naam. U kunt het wachtwoord instellen in ASCII-letters, die op het sowaretoetsenbord op het bedieningspaneel
worden getoond.
Tijdens het wijzigen van het wachtwoord, worden alle verbonden apparaten uitgeschakeld. Gebruik het nieuwe
wachtwoord, als u het apparaat opnieuw wilt verbinden.
Wi-Fi Direct uitschakelen
De Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-instellingen van de printer uitschakelen. Als dit wordt uitgeschakeld,
worden alle apparaten die via Wi-Fi (eenvoudig toegangspunt) met de printer verbonden zijn, uitgeschakeld.
Standaardinst. herstellen
Alle instellingen terug naar de Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) standaardwaarden terugzetten.
De op de printer bewaarde informatie van de Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)-verbinding van het
intelligente apparaat wordt verwijderd.
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel
Wanneer u Wi-Fi uitschakelt, wordt de Wi-Fi-verbinding verbroken.
1. Tik op het startscherm op
.
2. Tik op Wi-Fi (aanbevolen).
De netwerkstatus wordt weergegeven.
3. Tik op Instellingen wijzigen.
4.
Tik op Overige > Wi - Fi u i t s c h a k e l en .
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
57
5. Controleer het bericht en tik vervolgens op Start de instelling.
6. Wanneer een voltooiingsbericht wordt weergegeven, tikt u op Sluiten.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd als u niet op Sluiten tikt.
7. Tik op Sluiten
Verbinding Wi-Fi Direct (Eenvoudig Toegangspunt)
verbreken vanaf het bedieningspaneel
Opmerking:
Wanneer de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) wordt uitgeschakeld, wordt de verbinding voor alle
computers en smart devices die met de printer zijn verbonden in Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
verbroken.Als u de verbinding met een speciek apparaat wilt verbreken, doe dit dan op het apparaat in kwestie en niet op
de printer.
1. Tik op het startscherm op .
2. Tik op Wi - F i D i r e c t .
De informatie voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wordt weergegeven.
3.
Tik op Instellingen wijzigen.
4. Tik op Wi - F i D i r e c t u i t s c h a k e l e n .
5. Controleer het bericht en tik vervolgens op De instellingen uitschakelen.
6. Wanneer een voltooiingsbericht wordt weergegeven, tikt u op Sluiten.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd als u niet op Sluiten tikt.
7. Tik op Sluiten.
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel
U kunt alle netwerkinstellingen terugzetten op de standaardinstellingen.
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Tik op Standaardinst. herstellen > Netwerkinstellingen.
3. Controleer het bericht en tik vervolgens op Ja.
4.
Wanneer een voltooiingsbericht wordt weergegeven, tikt u op Sluiten.
Het scherm sluit automatisch na een vastgestelde tijd als u niet op Sluiten tikt.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
58
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 32
& Wi-Fi-instellingen congureren op de printer” op pagina 42
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
59
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking
Lees de instructiebladen die bij het papier worden geleverd.
Waaier papier en leg de stapel recht voor het laden.Fotopapier niet waaieren of buigen.Dit kan de afdrukzijde
beschadigen.
Als het papier omgekruld is, maakt u het plat of buigt u het vóór het laden lichtjes de andere kant op.Afdrukken
op omgekruld papier kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen papier dat golvend, gescheurd, gesneden, gevouwen, vochtig, te dik of te dun is of papier met
stickers op.Het gebruik van deze papiertypen kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Waaier enveloppen en leg ze recht op elkaar voor het laden.Als de gestapelde enveloppen lucht bevatten, maakt
u ze plat om de lucht eruit te krijgen voordat ze worden geladen.
Gebruik geen omgekrulde of gevouwen enveloppen.Het gebruik van dergelijke enveloppen kan papierstoringen
of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen enveloppen met zellevende oppervlakken of vensters.
Vermijd het gebruik van enveloppen die te dun zijn aangezien die kunnen omkrullen tijdens het afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Printer specicaties” op pagina 252
Gebruikershandleiding
Papier laden
60
Beschikbaar papier en capaciteiten
Origineel Epson-papier
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruiken om afdrukken van hoge kwaliteit te krijgen.
Opmerking:
De beschikbaarheid van papier verschilt per locatie. Neem contact op met Epson Support voor de recentste informatie over
beschikbaar papier in uw omgeving.
Papier dat geschikt is voor het afdrukken van documenten
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
*1
Randloos
afdrukken
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Epson Bright White
Ink Jet Paper
A4
80
*2
1Auto,
Handmatig
*1 Automatisch dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk met de papiertoevoer achter.
*2 Voor handmatig dubbelzijdig afdrukken geldt dat u maximaal 30 pagina's kunt laden waarvan één zijde al is bedrukt.
Papier voor het afdrukken van documenten en foto's
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
*1
Randloos
afdrukken
*2
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Epson Photo
Quality Ink Jet
Paper
A4 80 1
Epson Double-
sided Photo Quality
Ink Jet Paper
A4
50
*3
1Auto,
Handmatig
Epson Matte Paper-
Heavyweight
A4 20 1
Epson Double-
Sided Matte Paper
A4 –11Auto,
Handmatig
*1 Automatisch dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk met de papiertoevoer achter.
*2 Bij dubbelzijdig afdrukken is randloos afdrukken niet mogelijk.
*3 Voor handmatig dubbelzijdig afdrukken geldt dat u maximaal 1 pagina's kunt laden waarvan één zijde al is bedrukt.
Gebruikershandleiding
Papier laden
61
Papier dat geschikt is voor het afdrukken van foto's
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
Randloos
afdrukken
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Epson Ultra Glossy
Photo Paper
A4 20 1
10×15 cm (4×6
inch),
13 × 18 cm (5 × 7
inch)
20 20 1
Epson Premium
Glossy Photo Paper
A4 20 1
10×15 cm (4×6
inch),
13 × 18 cm (5 × 7
inch)
16:9 breed (102 ×
181 mm)
20 20 1
Epson Premium
Semigloss Photo
Paper
A4 20 1
10×15 cm (4×6
inch)
20 20 1
Epson Photo Paper
Glossy
A4 20 1
10×15 cm (4×6
inch),
13 × 18 cm (5 × 7
inch)
20 20 1
Diverse andere papiertypen
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
Randloos
afdrukken
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Epson Iron-On Cool
Peel Transfer
Paper
*1
A4 –11––
Epson Photo
Stickers
A6 111––
*1 Alleen afdrukken vanaf een computer is beschikbaar.
Gerelateerde informatie
&
“Namen en functies van onderdelen” op pagina 18
Gebruikershandleiding
Papier laden
62
Commercieel beschikbaar papier
Gewoon papier
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
*1
Randloos
afdrukken
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Gewoon papier
*2
Letter, A4, B5, 16K
(195×270 mm)
–Tot aan de
lijn met het
driehoekje
op de
zijgeleider.
*
3
1Auto,
Handmatig
A5 1 Handmatig
Legal
*4
, 8,5×13 inch
–11Handmatig
A6, B6 20 20 1 Handmatig
Gebruikergedenie
erd (mm)
*4
1
*5
1Handmatig
*1 Automatisch dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk met de papiertoevoer achter.
*2 Gebruik de papiertoevoer achter als u voorgeperforeerd papier wilt laden.
*3 Voor handmatig dubbelzijdig afdrukken geldt dat u maximaal 30 pagina's kunt laden waarvan één zijde al is bedrukt.
*4 Alleen afdrukken vanaf een computer is beschikbaar.
*5 Gebruik de papiertoevoer achter als u papier wilt laden dat langer is dan A4.
Enveloppen
Medianaam Grootte Laadcapaciteit (vellen) Dubbelzij
dig
afdrukken
Randloos
afdrukken
Papiercass
ette 1
Papiercass
ette 2
Papiertoe
voer
achter
Enveloppe Enveloppe #10,
Enveloppe DL,
Enveloppe C6
–101––
Gerelateerde informatie
& “Namen en functies van onderdelen” op pagina 18
Lijst met papiertypes
Selecteer het papiertype dat bij het papier past voor optimale afdrukresultaten.
Gebruikershandleiding
Papier laden
63
Medianaam Afdrukmateriaal
Bedieningspaneel
Printerdriver, smart device
*2
Epson Bright White Ink Jet Paper
*1
Gewoon papier Gewoon papier
Epson Ultra Glossy Photo Paper
*1
Ultra Glossy Epson Ultra Glossy
Epson Premium Glossy Photo Paper
*1
Premium Glossy Epson Premium Glossy
Epson Premium Semigloss Photo Paper
*1
Premium Semigloss Epson Premium Semigloss
Epson Photo Paper Glossy
*1
Glossy Photo Paper Glossy
Epson Matte Paper-Heavyweight
*1
Epson Double-Sided Matte Paper
*1
Matte Epson Matte
Epson Photo Quality Ink Jet Paper
*1
Epson Double-sided Photo Quality Ink Jet
Paper
*1
Fotokwaliteit IJ Epson Photo Quality Ink Jet
Epson Iron-On Cool Peel Transfer Paper Gewoon papier Gewoon papier
Epson Photo Stickers
*1
Fotostickers Epson Photo Stickers
Gewoon papier
*1
Gewoon papier Gewoon papier
Enveloppe Enveloppe Enveloppe
*1 Dit afdrukmateriaal is compatibel met Exif Print en PRINT Image Matching wanneer wordt afgedrukt met het
printerstuurprogramma. Raadpleeg voor meer informatie de documentatie van een met Exif Print of PRINT Image Matching
compatibele digitale camera.
*2 Voor smart devices kunnen deze soorten afdrukmateriaal worden geselecteerd bij het afdrukken met Epson iPrint.
Gebruikershandleiding
Papier laden
64
Waar moet u papier laden
Laad papier in een van de volgende papierbronnen.
A
Papiertoevoer achter U kunt losse vellen laden van alle soorten papier die worden
ondersteund.
Ook kunt u dik papier (tot 0,6 mm dik) en voorgeperforeerd papier laden,
waarvoor de papiercassette niet geschikt is.Zelfs als de dikte binnen deze
specicaties ligt, worden sommige papiersoorten mogelijk niet goed
geladen als gevolg van de hardheid van het papier.
Laad papier wanneer er een melding hiertoe wordt weergegeven op het
bedieningspaneel.
B
Papiercassette 1 U kunt meerdere vellen fotopapier van een kleiner formaat laden.
Als u in papiercassette 1 en papiercassette 2 hetzelfde papier laadt en in
de printerinstellingen Casset. 1>Casset. 2 selecteert als instelling voor de
Papierbroninstelling, voert de printer automatisch papier in vanuit
papiercassette 2 wanneer papiercassette 1 leeg is.
C
Papiercassette 2 Wij raden u aan om gewoon papier van A4-formaat te gebruiken. Dit wordt
het meest gebruikt.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
Papier in de Papiercassette 1 laden
1. Als de uitvoerlade is uitgeschoven, tikt u om dit te sluiten.
Gebruikershandleiding
Papier laden
65
2. Breng het bedieningspaneel omhoog.
3. Open het voorpaneel (tot de klik).
4. Controleer of de printer niet in werking is en trek dan papiercassette 1 naar buiten. Papiercassette 1 hee het
uitlijningsteken
, zodat u deze lade gemakkelijk terugvindt.
c
Belangrijk:
Als papiercassette 1 te ver naar binnen zit, zet de printer dan uit en weer aan.
5. Zet de geleiders op de ruimste positie.
Gebruikershandleiding
Papier laden
66
6. Schuif de voorste geleider naar het papierformaat dat u wilt gebruiken.
7. Met de te bedrukken zijde omlaag plaatst u het papier tegen de voorste geleider.
c
Belangrijk:
Zorg ervoor dat het papier niet verder komt dan het driehoekje aan het eind van de cassette.
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specieke papiertype. Laad het papier niet tot
boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider.
Laad geen verschillende papiersoorten in de papiercassette.
Gebruikershandleiding
Papier laden
67
Vel met fotostickers
Volg de instructies die u bij de stickers hebt gekregen om één vel fotostickers te laden. De steunvellen mag u
niet in het apparaat laden.
8. Schuif de rechterzijgeleider tegen de zijkant van het papier.
9. Schuif de papiercassette 1 naar binnen. Breng de uitlijningstekens op de printer en lade op dezelfde hoogte.
Gebruikershandleiding
Papier laden
68
10. Controleer de instellingen voor het papierformaat en papiertype op het bedieningspaneel. Als u deze
instellingen wilt gebruiken, tikt u op Sluiten. Als u de instellingen wilt wijzigen, tikt u op het item dat u wilt
wijzigen en gaat u verder naar de volgende stap.
Opmerking:
Als u veelgebruikte combinaties van papierformaat en papiersoort als favoriet registreert, hoe u deze niet steeds
opnieuw in te stellen. U kunt papierinstellingen
congureren
door op de geregistreerde voorinstelling te tikken.
Als u een voorinstelling wilt registreren, tikt u op Favoriete papierinstell.. Vervolgens tikt u op > op het volgende
scherm en gee u het papierformaat en de papiersoort op.
Het scherm met papierinstellingen wordt niet weergegeven als u Papierconguratie hebt uitgeschakeld in de
volgende menu's. In dit geval kunt u niet afdrukken met een iPhone of iPad via AirPrint.
Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling > Papierconguratie
11. Controleer de instellingen en tik vervolgens op Sluiten.
Opmerking:
Wanneer het afdrukken begint, schui de uitvoerlade automatisch naar buiten. U kunt deze handmatig uitschuiven
voordat de afdruktaak wordt gestart.
Gerelateerde informatie
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 60
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
Papier in de Papiercassette 2 laden
1. Als de uitvoerlade is uitgeschoven, tikt u om dit te sluiten.
2. Breng het bedieningspaneel omhoog.
3. Open het voorpaneel (tot de klik).
Gebruikershandleiding
Papier laden
69
4. Controleer of de printer niet in werking is en trek dan papiercassette 2 naar buiten.
5. Zet de geleiders op de ruimste positie.
6. Schuif de voorste geleider naar het papierformaat dat u wilt gebruiken.
7.
Met de te bedrukken zijde omlaag plaatst u het papier tegen de voorste geleider.
Gebruikershandleiding
Papier laden
70
c
Belangrijk:
Zorg ervoor dat het papier niet verder komt dan het driehoekje aan het eind van de cassette.
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor het specieke papiertype. Let er bij gewoon papier
op dat het niet boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider komt.
Laad geen verschillende papiersoorten in de papiercassette.
Enveloppen
Gebruikershandleiding
Papier laden
71
Vel met fotostickers
Volg de instructies die u bij de stickers hebt gekregen om één vel fotostickers te laden. De steunvellen mag u
niet in het apparaat laden.
8. Schuif de rechterzijgeleider tegen de zijkant van het papier.
9. Voer de papiercassette 2 zo ver mogelijk in.
Gebruikershandleiding
Papier laden
72
10. Controleer de instellingen voor het papierformaat en papiertype op het bedieningspaneel. Als u deze
instellingen wilt gebruiken, tikt u op Sluiten. Als u de instellingen wilt wijzigen, tikt u op het item dat u wilt
wijzigen en gaat u verder naar de volgende stap.
Opmerking:
Als u veelgebruikte combinaties van papierformaat en papiersoort als favoriet registreert, hoe u deze niet steeds
opnieuw in te stellen. U kunt papierinstellingen
congureren
door op de geregistreerde voorinstelling te tikken.
Als u een voorinstelling wilt registreren, tikt u op Favoriete papierinstell.. Vervolgens tikt u op > op het volgende
scherm en gee u het papierformaat en de papiersoort op.
Het scherm met papierinstellingen wordt niet weergegeven als u Papierconguratie hebt uitgeschakeld in de
volgende menu's. In dit geval kunt u niet afdrukken met een iPhone of iPad via AirPrint.
Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling > Papierconguratie
11. Controleer de instellingen en tik vervolgens op Sluiten.
Opmerking:
Wanneer het afdrukken begint, schui de uitvoerlade automatisch naar buiten. U kunt deze handmatig uitschuiven
voordat de afdruktaak wordt gestart.
Gerelateerde informatie
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 60
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
Papier in de Papiertoevoer achter laden
c
Belangrijk:
Laad pas papier in de papiertoevoer achter wanneer de printer daarom vraagt. Anders komt het lege vel zo weer uit
de printer.
1. Voer een van de volgende handelingen uit.
Als vanaf het bedieningspaneel wordt afgedrukt: selecteer papiertoevoer achter als de instelling voor
Papierbroninstelling, geef de overige afdrukinstellingen op en druk vervolgens op de knop
x
.
Als vanaf een computer wordt afgedrukt: selecteer papiertoevoer achter als de instelling voor Papierbron,
geef de overige afdrukinstellingen op en klik vervolgens op de knop Afdrukken.
2. Op het bedieningspaneel wordt het bericht weergegeven dat de printer wordt voorbereid en vervolgens krijgt u
opdracht om papier te laden. Volg de onderstaande instructies om papier te laden.
Gebruikershandleiding
Papier laden
73
3. Open de klep van papiertoevoer aan achterzijde.
4. Schuif de papiersteun uit.
5. Schuif de zijgeleiders naar buiten.
6. Laad één vel papier in het midden van de papiertoevoer achter met de afdrukzijde naar boven en schuif het
papier ongeveer 5 cm in de printer.
Gebruikershandleiding
Papier laden
74
Opmerking:
Wanneer u papier van het formaat 10×15 cm (4×6 inch) gebruikt, moet u het uitlijnen met de papierformaatindicator
op de papiersteun. Het papier wordt ongeveer 5 cm in de printer getrokken.
Enveloppen
Voorgeperforeerd papier
Opmerking:
Laad één vel papier zonder perforatorgaten bovenaan en onderaan.
Pas de afdrukpositie van uw bestand aan zodat u niet over de perforatorgaten heen afdrukt.
7. Schuif de geleiders tegen de randen van het papier aan.
8. Druk op de knop
x
om het afdrukken te starten.
Gerelateerde informatie
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 60
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
Gebruikershandleiding
Papier laden
75
Originelen plaatsen
Plaats de originelen op de scannerglasplaat van de ADF. Gebruik de scannerglasplaat voor originelen die niet
worden ondersteund door de ADF.
Met de ADF kunt u meerdere originelen en beide kanten van originelen tegelijkertijd scannen.
Beschikbare originelen voor de ADF
Plaats de originelen in de ADF als u automatisch beide zijden van de originelen wilt scannen.
Beschikbare papierformaten
A4, Letter, Legal
*
Papiertype Gewoon papier
Papierdikte (papiergewicht) 64 tot 95 g/m
Laadcapaciteit A4, Letter: 30 vellen of 3.3 mm
Legal: 10 vellen
* Alleen enkelzijdig scannen is beschikbaar.
Vermijd het gebruik van de volgende originelen in de ADF om storingen te voorkomen. Gebruik voor dit type
originelen de scannerglasplaat.
Originelen die gescheurd, gevouwen, gekreukeld, beschadigd of omgekruld zijn
Originelen met perforatorgaten
Originelen met plakband, nietjes, paperclips enzovoort
Originelen met stickers of labels
Originelen die onregelmatig gesneden zijn of niet in de juiste lijn liggen
Originelen die aan elkaar gebonden zijn
Transparanten, thermisch papier of doordrukpapier
Originelen op de ADF plaatsen
1. Lijn de randen van het papier uit.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
76
2. Open de invoerlade van de ADF.
3. Schuif de zijgeleider van de ADF naar buiten.
4. Plaats de originelen met de afdrukzijde en korte zijde naar boven in de ADF en schuif de zijgeleider van de
ADF tegen de originelen.
c
Belangrijk:
Laad de originelen niet tot boven de streep met het driehoekje op de ADF.
Plaats tijdens het scannen geen nieuwe originelen.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
77
Originelen in de ADF plaatsen om ze 2-op-1 te kopiëren
Plaats de originelen in de richting zoals weergegeven in de illustratie en selecteer de instelling voor de afdrukstand.
Staande originelen: selecteer Staand op het bedieningspaneel zoals hieronder beschreven.
Geavanceerde instellingen tabblad > Indeling > 2-omhoog > Richting origineel > Staand
Plaats de originelen op de ADF in de richting van de pijl.
Liggende originelen: selecteer Liggend op het bedieningspaneel zoals hieronder beschreven.
Geavanceerde instellingen tabblad > Indeling > 2-omhoog > Richting origineel > Liggend
Plaats de originelen op de ADF in de richting van de pijl.
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van het documentklep op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
c
Belangrijk:
Plaatst u omvangrijke originelen zoals boeken, zorg er dan voor dat er geen extern licht op de scannerglasplaat
schijnt.
1. Open de documentklep.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
78
2. Gebruik een zachte, droge en schone doek om stof of vlekken van het oppervlak van de scannerglasplaat te
verwijderen.
Opmerking:
Als er stof of vuil op de scannerglasplaat zit, kan het scanbereik worden vergroot om het mee te nemen, waardoor de
aeelding van het origineel kan verschuiven of kleiner kan worden.
3. Plaats het origineel met de bedrukte zijde omlaag en duw het tegen de hoekmarkering.
Opmerking:
De eerste 1,5 mm vanaf de hoek van de scannerglasplaat wordt niet gescand.
Als er originelen in de ADF en op de scannerglasplaat zijn geplaatst, wordt er prioriteit gegeven aan de originelen in
de ADF.
4. Sluit de klep voorzichtig.
c
Belangrijk:
Oefen niet te veel kracht uit op de scannerglasplaat of de documentkap. Deze kunnen anders beschadigd raken.
5. Verwijder de originelen na het scannen.
Opmerking:
Als u de originelen langdurig op de scannerglasplaat laat liggen, kunnen ze aan het oppervlak van het glas kleven.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
79
Verschillende originelen plaatsen
Foto's plaatsen om te kopiëren
U kunt meerdere foto's tegelijk plaatsen en deze afzonderlijk kopiëren. De foto's moeten groter zijn dan 30×40 cm.
Plaats een foto 5 mm van de hoekmarkering van de scannerglasplaat en laat 5 mm ruimte tussen de foto's. U kunt
foto's met een verschillend formaat op de glasplaat leggen.
Maximumformaat: 10×15 cm (4×6 inch)
Een id-kaart plaatsen om te kopiëren
Plaats een id-kaart 5 mm van de hoekmarkering op de scannerglasplaat.
Een cd/dvd plaatsen om daarop een label af te drukken
Plaats een cd/dvd in het midden van de scannerglasplaat. Als de cd/dvd niet precies in het midden ligt, wordt de
positionering automatisch bijgeregeld.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
80
Meerdere foto's plaatsen om tegelijkertijd te scannen
U kunt meerdere foto's tegelijkertijd scannen en elke
aeelding
opslaan met Fotomodus in Epson Scan 2. Plaats
de foto's 4,5 mm van de horizontale en verticale rand van de scannerglasplaat en plaats de foto's ten minste 20 mm
uit elkaar. De foto's moeten groter zijn dan 15×15 mm.
Opmerking:
Schakel het selectievakje
umbnail
bovenin het voorbeeldscherm in.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
81
Een geheugenkaart plaatsen
Ondersteunde geheugenkaarten
miniSD
*
miniSDHC
*
microSD*
microSDHC
*
microSDXC
*
SD
SDHC
SDXC
* Gebruik een geschikte adapter voor de geheugenkaartsleuf. Anders kan de kaart vast komen te zitten.
Gerelateerde informatie
&
“Ondersteunde
geheugenkaartspecicaties
” op pagina 256
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
1. Plaats een geheugenkaart in de printer.
De printer begint de gegevens te lezen en het lampje knippert. Wanneer de printer klaar is met lezen, blij het
lampje branden.
Gebruikershandleiding
Een geheugenkaart plaatsen
82
c
Belangrijk:
Plaats een geheugenkaart rechtstreeks in de printer.
De kaart kan er niet volledig in. Probeer de kaart niet volledig in de sleuf te duwen.
2. Wanneer u klaar bent met de geheugenkaart, kunt u de geheugenkaart verwijderen nadat u hebt gecontroleerd
of het lampje niet knippert.
c
Belangrijk:
Als u de geheugenkaart verwijdert terwijl het lampje knippert, kunt u gegevens op de geheugenkaart
kwijtraken.
Gebruikershandleiding
Een geheugenkaart plaatsen
83
Opmerking:
Als u de geheugenkaart opent vanaf een computer, moet u de computer gebruiken om het verwisselbare apparaat veilig
te verwijderen.
Gerelateerde informatie
& Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer” op pagina 262
Gebruikershandleiding
Een geheugenkaart plaatsen
84
Een cd/dvd laden om te bedrukken
Bedrukbare cd's/dvd's
U kunt afdrukken op ronde 12 cm cd's of dvd's die speciek bedoeld zijn om op af te drukken, zoals aangegeven
met "bedrukbare labelzijde" of "kan worden bedrukt met een inkjetprinter".
U kunt ook afdrukken op Blu-ray Discs™.
Voorzorgsmaatregelen voor het omgaan met cd's/
dvd's
Zie de documentatie bij de cd/dvd voor meer informatie over het gebruik van het schije of het wegschrijven
van gegevens.
Druk pas af op de cd/dvd wanneer de gegevens erop zijn weggeschreven.Doet u dat niet, dan kunnen
schrijouten
optreden als gevolg van vingerafdrukken, stof of krassen op het oppervlak van het
schije.
Aankelijk van het type cd/dvd en de afdrukgegevens kunnen inktvegen ontstaan.Doe eerst een test op een
extra cd/dvd.Controleer de bedrukte zijde na één hele dag.
Vergeleken met een afdruk op origineel Epson-papier ligt de afdrukdichtheid lager om inktvlekken op de
cd/dvd te voorkomen.Pas de afdrukdichtheid zo nodig aan.
Laat bedrukte cd's/dvd's minstens 24 uur drogen (niet in de volle zon).Leg de cd's/dvd's niet op elkaar en plaats
ze niet in het apparaat zolang ze niet volledig droog zijn.
Als de afdruk nog plakkerig is nadat de droogtijd is verstreken, verlaag dan de afdrukdichtheid.
Wanneer dezelfde cd/dvd opnieuw wordt bedrukt, zal de afdrukkwaliteit niet verbeteren.
Veeg de inkt onmiddellijk weg als u per ongeluk op de cd-/dvd-lade of het doorzichtige gedeelte van de cd/dvd
afdrukt.
Aankelijk van het ingestelde afdrukgebied kan de cd/dvd of de cd-/dvd-lade vies worden.Geef de juiste
instellingen op om af te drukken binnen het afdrukgebied.
U kunt het afdrukgebied voor de cd/dvd instellen op minimaal 18 mm voor de binnendiameter en maximaal
120 mm voor de buitendiameter.Aankelijk van de instellingen kan de cd/dvd of de lade vies worden.Blijf
binnen het afdrukgebied van de cd/dvd die u wilt bedrukken.
Gerelateerde informatie
& Afdrukgebied voor cd's/dvd's” op pagina 253
Een cd/dvd/ plaatsen en verwijderen
Wanneer u afdrukt op een cd/dvd of hiervan kopieert, worden instructies over het moment van plaatsen en
verwijderen va n de cd/dvd weergegeven op het bedieningspaneel. Volg de instructies op het scherm.
Gebruikershandleiding
Een cd/dvd laden om te bedrukken
85
Gerelateerde informatie
& “Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken” op pagina 101
& “Kopiëren op een cd-/dvd-label” op pagina 140
Gebruikershandleiding
Een cd/dvd laden om te bedrukken
86
Afdrukken
Afdrukken vanuit het menu Foto's afdrukken op het
bedieningspaneel
U kunt gegevens afdrukken van een geheugenapparaat, zoals een geheugenkaart of een extern USB-apparaat.
Basishandelingen voor foto's afdrukken
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
Als Automatische selectiestand in Geleiderfuncties is ingeschakeld, wordt een bericht weergegeven.
Controleer het bericht en tik op naar functie-index.
3.
Tik op Foto's afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Afdrukken.
5. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
6. Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken.
De geselecteerde foto is voorzien van een vinkje en het aantal afdrukken (in eerste instantie 1).
Opmerking:
Tik rechtsboven in het scherm op
om het Selecteer het menu Foto weer te geven. Als u een datum opgee via
Zoeken, worden alleen foto's weergegeven die op die datum zijn gemaakt.
Als u het aantal afdrukken wilt wijzigen, tikt u op Enkele weergave en gebruikt u vervolgens - of +. Als de
pictogrammen niet worden weergegeven, tikt u op een willekeurige plek op het scherm.
7. Tik op Afdrukinstellingen om papier- en afdrukinstellingen op te geven.
8.
Tik op Voorbeeld en Afdrukken of Doorgaan naar voorbeeld..
9. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
10. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
11. Controleer of het afdrukken is voltooid en tik vervolgens op Sluiten.
Als u problemen opvallen met de afdrukkwaliteit zoals strepen, onverwachte kleuren of wazige aeeldingen,
tikt u op Problemen oplossen om de oplossingen te bekijken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
Gebruikershandleiding
Afdrukken
87
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Enkele weergave)” op pagina 89
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)
U kunt foto's selecteren vanuit het miniaturenscherm.Dit is handig als u een aantal foto's wilt selecteren uit een
groot aantal foto's.
A
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
B
Hiermee geeft u het Selecteer het menu Foto weer waarmee u foto's eenvoudig kunt selecteren.
C
Tik op de foto's om ze te selecteren.De geselecteerde foto's zijn voorzien van een vinkje en het aantal afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
Gebruikershandleiding
Afdrukken
88
Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Enkele weergave)
Tik in het foto s electiescherm op Enkele weergave om dit scherm weer te geven. Hier kunt u de foto's stuk voor
stuk vergroten.
A
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
B
Hiermee geeft u het Selecteer het menu Foto weer waarmee u foto's eenvoudig kunt selecteren.
C
Hiermee geeft u Exif-informatie weer, zoals de opnamedatum of de sluitersnelheid.
D
Hiermee vergroot u een foto. Tik op + om de foto te vergroten en schuif om het gedeelte weer te geven dat u wilt
controleren. Tik op - om naar de originele weergave terug te keren. U kunt uw vingers ook van elkaar bewegen om
de afbeelding te vergroten of naar elkaar toe bewegen om de afbeelding te verkleinen. Vergroten in dit scherm
heeft geen invloed op het afdrukresultaat.
E
Hiermee schuift u het scherm naar rechts of links om een andere foto weer te geven.
F
Hiermee stelt u het aantal afdrukken in. Tik op - of +, of tik op de waarde om via het schermtoetsenblok het aantal
exemplaren in te voeren.
G
Hiermee wordt aangegeven dat de foto is geselecteerd. Tik op dit pictogram om de selectie op te heen.
H
Als u op een leeg deel van het scherm tikt, worden de pictogrammen verborgen. Tik opnieuw op het scherm om de
pictogrammen te herstellen.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
Gebruikershandleiding
Afdrukken
89
Uitleg bij het voorbeeldscherm
A
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
B
Tik op de foto om de afbeelding op het formaat van het scherm weer te geven.
C
Hiermee schuift u het scherm naar rechts of links om een andere foto weer te geven.
D
Hiermee geeft u het fotobewerkingsscherm weer. U kunt de foto bijsnijden of kleurcorrectie toepassen.
E
Hiermee stelt u het aantal exemplaren in. Tik op de waarde om via het schermtoetsenblok het aantal exemplaren in
te voeren. Als het schermtoetsenblok niet wordt weergegeven, kunt u het aantal exemplaren niet instellen.
F
Start het afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
Gebruikershandleiding
Afdrukken
90
Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)
Tik in het voorbeeldscherm op Bewerk om dit scherm weer te geven.U kunt de foto bijsnijden of roteren of
kleurcorrectie toepassen.
A
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
B
Hiermee past u het bijsnijdgebied aan.U kunt het kader verplaatsen naar het gedeelte dat u wilt bijsnijden, of het
formaat van het kader wijzigen door
in de hoeken te verschuiven.U kunt het kader ook roteren.
C
Hiermee drukt u af in sepia of zwart-wit.
D
Hiermee past u kleurcorrectie toe.Selecteer het item en tik vervolgens op de indicator om het correctieniveau te
selecteren.
E
Tik om te schakelen tussen Correctie uit en Correctie aan.Wanneer Correctie aan wordt geselecteerd, wordt de
aangepaste kleurcorrectie weergegeven in het scherm Bewerk.Wanneer Correctie uit wordt geselecteerd, blijft de
kleurcorrectie onzichtbaar, maar wordt de correctie toegepast op de afdruk.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Gebruikershandleiding
Afdrukken
91
Afdrukken in diverse lay-outs
U kunt de foto's op het geheugenapparaat afdrukken in een aantal verschillende lay-outs, bijvoorbeeld twee of vier
foto's op één pagina. De foto's worden automatisch geplaatst.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Foto's afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Afdruklay-out.
5.
Selecteer de lay-out.
6. Congureer papier- en afdrukinstellingen.
7. Tik op Foto selecteren.
8.
Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
9.
Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken.
10. Tik op Voorbeeld en Afdrukken.
11. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
12. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
&
“Lijst met papiertypes” op pagina 63
&
“Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
&
“Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
&
“Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Enkele weergave)” op pagina 89
Gebruikershandleiding
Afdrukken
92
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Id-foto's afdrukken
U kunt foto's afdrukken voor een id-kaart met gegevens van een geheugenapparaat. Er worden twee exemplaren
van een foto afgedrukt met verschillend formaat, 50,8×50,8 mm en 45,0×35,0 mm, op fotopapier van 10×15 cm
(4×6 inch).
1.
Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Foto's afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Afdrukken naar foto-id.
5. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
6. Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken.
7. Tik op Afdrukinstellingen om papier- en afdrukinstellingen op te geven.
8. Tik op Voorbeeld en Afdrukken en bevestig de instellingen.
9. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
10. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Enkele weergave)” op pagina 89
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Gebruikershandleiding
Afdrukken
93
Foto's afdrukken met een sjabloon
U kunt de foto's op het geheugenapparaat afdrukken in een aantal verschillende lay-outs, zodat u twee of vier foto's
op één pagina krijgt of alleen de bovenste hel van het papier bedrukt. U kunt kiezen waar u de foto's plaatst.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Foto's afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Afdrukken met sjabloon.
5. Selecteer de lay-out.
6. Congureer afdrukinstellingen.
7.
Tik op Foto plaatsen.
8.
Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
9. Voer een van de volgende handelingen uit.
Wanneer u in stap 5 een lay-out met één foto selecteert: selecteer één foto in het fotoselectiescherm, tik op
Voorbeeld en Afdrukken en ga naar stap 15.
Wanneer u in stap 5 een lay-out met meerdere foto's selecteert en foto's automatisch plaatst: tik op Autom.
indeling, selecteer foto's in het fotoselectiescherm, tik op Voorbe eld en Afdruk ken en ga naar stap 15.
Wanneer u een lay-out met meerdere foto's selecteert en de foto's automatisch plaatst: ga naar stap 10.
10. Tik op
.
11.
Selecteer in het fotoselectiescherm de foto's die u wilt afdrukken en tik vervolgens op Foto plaatsen.
12. Controleer het bericht en tik vervolgens op OK.
13. Als u de foto wilt bewerken, tikt u op de foto en vervolgens op Foto's bewerken.
Opmerking:
Wanneer u klaar bent met bewerken, tikt u op OK om terug te keren naar het scherm Foto('s) plaatsen.
14. Herhaal stap 10 tot 13 totdat alle foto's zijn geplaatst en tik vervolgens op Voorbeeld en Afdrukken.
15. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
16. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
Gebruikershandleiding
Afdrukken
94
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Menuopties voor het afdrukken via het bedieningspaneel
Menuopties voor het selecteren van foto's
Zoeken:
Gee
de foto's op het geheugenapparaat gesorteerd weer op basis van opgegeven voorwaarden. De
beschikbare opties zijn aankelijk van de gebruikte functies.
Zoeken annuleren:
Annuleert het sorteren van de foto's en gee alle foto's weer.
jj:
Selecteer het jaar van de foto's die u wilt weergeven.
jjjj/mm:
Selecteer het jaar en de maand van de foto's die u wilt weergeven.
jjjj/mm/dd:
Selecteer het jaar, de maand en de datum van de foto's die u wilt weergeven.
Weergavevolgorde:
Hiermee wijzigt u de weergavevolgorde van foto's naar oplopend of aopend.
Alle fotos selecteren:
Hiermee selecteert u alle foto's en stelt u het aantal afdrukken in.
Selectie fotos opheen:
Zet het aantal exemplaren van alle foto's op 0 (nul).
Selecteer groep:
Selecteer dit menu om een andere groep te selecteren.
Menuopties voor het selecteren van foto's
Zoeken:
Gee
de foto's op het geheugenapparaat gesorteerd weer op basis van opgegeven voorwaarden. De
beschikbare opties zijn aankelijk van de gebruikte functies.
Zoeken annuleren:
Annuleert het sorteren van de foto's en gee alle foto's weer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
95
jj:
Selecteer het jaar van de foto's die u wilt weergeven.
jjjj/mm:
Selecteer het jaar en de maand van de foto's die u wilt weergeven.
jjjj/mm/dd:
Selecteer het jaar, de maand en de datum van de foto's die u wilt weergeven.
Weergavevolgorde:
Hiermee wijzigt u de weergavevolgorde van foto's naar oplopend of aopend.
Alle fotos selecteren:
Hiermee selecteert u alle foto's en stelt u het aantal afdrukken in.
Selectie fotos opheen:
Zet het aantal exemplaren van alle foto's op 0 (nul).
Selecteer apparaat voor laden fotos:
Selecteer het apparaat waar u foto's van wilt laden.
Selecteer groep:
Selecteer dit menu om een andere groep te selecteren.
Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen
Papierformaat:
Selecteer het papierformaat dat u hebt geladen.
Papiertype:
Selecteer het papiertype dat u hebt geladen.
Papiercassette:
Selecteer de papierbron die u wenst te gebruiken.
Randinstelling
Randloos:
Drukt af zonder marge rond de randen.De aeelding wordt een beetje vergroot om de marges rond
de randen van het papier te verwijderen.
Met rand:
Hiermee drukt u af met een witmarge rond de randen.
Uitbreiding:
Bij het randloos afdrukken wordt de aeelding een klein beetje vergroot om de randen rondom te
laten verdwijnen.Selecteer hoeveel u de aeelding wilt vergroten.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
96
Passend binnen rand:
Als de
aeeldingsgegevens
en het papierformaat niet dezelfde beeldverhouding hebben, wordt de
aeelding automatisch vergroot of verkleind, zodat de korte zijde gelijkloopt met de korte zijde van het
papier.Als de lange zijde van de
aeelding
langer is dan de lange zijde van het papier, wordt de
aeelding
bijgesneden.Deze functie werkt mogelijk niet bij panoramafoto's.
Kwaliteit:
Selecteer de afdrukkwaliteit.Wanneer u Beste selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar
het afdrukken duurt mogelijk langer.
Datum:
Selecteer de notatie waarin de datum moet worden afgedrukt op foto's die de opname- of opslagdatum
bevatten.Bij sommige lay-outs wordt geen datum afgedrukt.
Info op foto's afdrukken
Uit:
Drukt af zonder enige informatie erbij.
Camera-instellingen:
Hiermee drukt af met bepaalde Exif-informatie, zoals de sluitertijd, f-waarde of ISO-
gevoeligheid.Informatie die niet is vastgelegd, wordt ook niet afgedrukt.
Cameratekst:
Drukt tekst af die op de digitale camera is ingesteld.Raadpleeg de documentatie van de camera voor
meer informatie over de tekstinstellingen.De informatie kan alleen randloos worden afgedrukt op
het formaat 10×15 cm, 13×18 cm of 16:9 breed formaat.
Oriëntatiepunt:
Drukt de naam af van een plaats of oriëntatiepunt waar de foto is gemaakt (voor digitale camera's
die een functie voor oriëntatiepunten hebben).Raadpleeg de website van de camerafabrikant voor
meer informatie.De informatie kan alleen randloos worden afgedrukt op het formaat 10×15 cm,
13×18 cm of 16:9 breed formaat.
Alle inst.wissen:
Zet de papier- en afdrukinstellingen terug op de standaardwaarden.
Dichtheid van cd:
Voor het bedrukken van een cd/dvd.Stel de dichtheid in die u wilt gebruiken voor de afdruk op een cd/
dvd.
Dichtheid:
Voor het afdrukken van kleurboeken.Selecteer de dichtheid voor de omtrek van de kleurplaat.
Lijndetectie:
Voor het afdrukken van kleurboeken.Selecteer de gevoeligheid voor het detecteren van omtrekken in
de foto.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
97
Menuopties voor het bewerken van foto's
(Bijsn.):
Hiermee snijdt u een gedeelte uit de foto.U kunt het gedeelte voor bijsnijden verplaatsen, vergroten of
verkleinen.
(Filter):
Hiermee drukt u af in sepia of zwart-wit.
(Aanpassingen):
Hiermee past u kleurcorrectie toe met de functie Versterken of Corr. rode ogen.
Versterken:
Selecteer een van de opties voor het aanpassen van aeeldingsgegevens. Met Auto, Personen, Liggend
of Nachtscène krijgt u scherpere afdrukken en levendigere kleuren door aanpassing van het contrast,
de verzadiging en de helderheid van de oorspronkelijke aeeldingsgegevens.
Auto:
De printer detecteert de inhoud van de aeelding en corrigeert de aeelding automatisch op basis
van de gedetecteerde inhoud.
Personen:
Aanbevolen voor aeeldingen van mensen.
Liggend:
Aanbevolen voor aeeldingen van een landschap of de natuur.
Nachtscène:
Aanbevolen voor aeeldingen die 's nachts zijn gemaakt.
P. I . M . :
Past de aeelding aan op basis van afdrukgegevens uit een digitale camera die compatibel is met
PRINT Image Matching.
Verbeteren uit:
Schakelt de functie Ver st er ken uit.
Corr. rode ogen:
Corrigeert rode ogen in foto's.Correcties worden niet toegepast op het oorspronkelijke bestand, alleen
op de afdrukken.Aankelijk van het type foto worden mogelijk andere delen van het beeld
gecorrigeerd.
Helderheid:
Past de helderheid van de aeelding aan.
Contrast:
Past het verschil tussen licht en donker aan.
Scherpte:
Maakt omtrekken in de
aeelding
scherper of minder scherp.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
98
Verzadiging:
Past de levendigheid van de
aeelding
aan.
Afdrukken vanuit het menu Verschillende afdrukken
op het bedieningspaneel
Ontwerppapier afdrukken
U kunt een scala aan ontwerppapier opslagen met behulp van de patronen die in de printer zijn opgeslagen,
bijvoorbeeld randen en stippels. Hiermee kunt u het papier op verschillende manieren gebruiken, bijvoorbeeld
voor het maken van kapapier, cadeaupapier, enzovoort. Ga naar de volgende website voor meer informatie over
hoe u uw eigen items kunt ontwerpen.
http://epson.sn
1.
Laad papier in de printer.
2. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3. Tik op Designpapier.
4. Selecteer het patroon, bijvoorbeeld randen of stippels.
5.
Congureer papier- en afdrukinstellingen.
6. Tik op Voor controle afdruk.
7. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
&
“Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
&
“Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
Gebruikershandleiding
Afdrukken
99
Foto's met handgeschreven tekst afdrukken
U kunt een foto van een geheugenapparaat afdrukken met eigen tekst of tekeningen erbij. Zo kunt u allerlei leuke
kaarten maken, bijvoorbeeld voor kerst of een verjaardag.
Eerst selecteert u een foto en drukt u een sjabloon af op gewoon papier. Vervolgens schrij of tekent u op die
sjabloon en scant u het resultaat op de printer. Ten slotte drukt u de foto af samen met uw notities of tekeningen.
1. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
c
Belangrijk:
Verwijder het geheugenapparaat pas wanneer u klaar bent met afdrukken.
2. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3.
Tik op Wenskaart > Selecteer foto- en afdruksjabloon.
4. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
5.
Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken en tik vervolgens op Afdrukinstellingen.
6. Congureer de afdrukinstellingen, zoals het papiertype of de lay-out voor het afdrukken van een foto met uw
eigen tekst erbij, en tik vervolgens op Selecteer foto- en afdruksjabloon.
7. Laad gewoon A4-papier in papiercassette 2 om een sjabloon af te drukken.
8. Tik op Voor controle afdruk.
9. Tik op
x
om een sjabloon af te drukken.
10.
Controleer de afdruk en tik vervolgens op Sluiten.
11. Volg voor het schrijven en tekenen de instructies op de sjabloon.
12. Tik op
om de uitvoerlade te sluiten. Laad fotopapier in papiercassette 1.
13.
Tik op Afdrukken met behulp van de sjabloon.
14. Controleer het scherm, plaats de sjabloon op de scannerglasplaat en tik vervolgens op de knop OK.
Opmerking:
De tekst op de sjabloon moet volledig droog zijn voordat u de sjabloon op de scannerglasplaat legt. Als er vlekken op de
glasplaat zitten, worden die ook afgedrukt op de foto.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
100
15. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
16.
Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
&
“Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 78
&
“Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
&
“Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken
U kunt foto's op een geheugenapparaat selecteren en afdrukken op een cd-/dvd-label.
c
Belangrijk:
Raadpleeg de voorzorgsmaatregelen voor het omgaan met cd's/dvd's voordat u op een cd/dvd afdrukt.
Plaats de cd-/dvd-lade niet in de printer zolang het apparaat bezig is. Dit kan de printer beschadigen.
Plaats de cd-/dvd-lade pas in het apparaat wanneer dit in de instructies wordt aangegeven. Anders treedt er een
fout op en wordt de cd/dvd uitgeworpen.
1. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
2. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3. Tik op Kopiëren naar CD/DVD > Afdrukken op CD/DVD.
4. Selecteer de lay-out.
Cd/dvd 1-omhoog, Cd/dvd 4-omhoog en Cd/dvd-variëteit zijn beschikbaar.
5. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
101
6. Voer een van de volgende handelingen uit.
Cd/dvd 1-omhoog: selecteer een foto, tik op Ga verder om Buitenk./Binnenk. in te stellen. en ga verder
naar stap 10.
Cd/dvd 4-omhoog: ga naar stap 7.
Cd/dvd-variëteit: selecteer foto's totdat voor het aantal foto's dat kan worden ingesteld 0 wordt
weergegeven. Tik op Ga verder om Buitenk./Binnenk. in te stellen. en ga verder naar stap 10.
7.
Tik op
, selecteer de foto die u wilt plaatsen en tik vervolgens op Foto plaatsen.
8. Controleer het bericht en tik vervolgens op OK. Tik desgewenst op de foto om deze te bewerken.
9. Herhaal stap 7 en 8 tot in alle delen een foto is geplaatst, tik op Ga verder om Buitenk./Binnenk. in te stellen.
en ga naar stap 10.
10. Stel de buiten- en binnendiameter in met
en tik vervolgens op Type selecteren.
U kunt de diameter ook instellen door op de waarde in het kader te tikken en het schermtoetsenblok te
gebruiken.
Opmerking:
Als buitendiameter kunt u 114 tot 120 mm instellen, als binnendiameter 18 tot 46 mm, in stappen van 1 mm.
De door u ingestelde buiten- en binnendiameter worden teruggezet op de standaardwaarden na het afdrukken van
het
schijabel.
U kunt de standaardwaarden wijzigen in Instel. > Printerinstellingen > Binnen-/buitenkant van
cd.
11. Selecteer Op cd/dvd afdrukken.
Opmerking:
Als u een testafdruk wilt maken, selecteert u Testafdr uk op A 4-papier en laadt u vervolgens gewoon A4-papier in
papiercassette 2. Voordat u afdrukt op een cd-/dvd-label, kunt u een voorbeeld van de aeelding afdrukken.
12.
Wanneer u in een bericht wordt gevraagd een cd/dvd te laden, tikt u op Hoe en plaatst u een cd/dvd aan de
hand van de instructies.
c
Belangrijk:
Leg een cd/dvd op de cd-/dvd-lade met de afdrukzijde naar boven. Druk op het midden van de cd/dvd om deze
stevig vast te zetten op de cd/dvd-lade. De cd/dvd kan anders uit de lade vallen. Draai de lade om te
controleren of de cd/dvd goed vastzit in de lade.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
102
Opmerking:
Als u de lade in de printer plaatst, kunt u lichte weerstand voelen. Dit is normaal; u kunt verdergaan met het
horizontaal plaatsen van de lade.
13. Tik op Geïnstalleerd.
14. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
15. Tik op
x
.
16.
Na het afdrukken wordt de cd-/dvd-lade uitgeworpen. Verwijder de lade uit de printer en tik vervolgens op
Afdrukken is voltooid.
c
Belangrijk:
Zorg ervoor dat u de cd-/dvd-lade verwijdert nadat het afdrukken is voltooid. Als u de lade niet verwijdert en
de printer aan- of uitzet of een printkopreiniging uitvoert, komt de cd-/dvd-lade tegen de printkop en kan de
printer defect raken.
17. Verwijder de cd/dvd en berg de cd-/dvd-lade weer op aan de onderkant van papiercassette 2.
Gerelateerde informatie
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Foto's afdrukken op een cd-hoesje
U kunt eenvoudig foto's vanaf een geheugenapparaat afdrukken op een cd-hoesje. Druk het hoesje af op A4-papier
en snijd het op maat voor het cd-doosje.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Kopiëren naar CD/DVD > Afdrukken op jewel-case.
5. Selecteer de lay-out.
6.
Congureer
papier- en afdrukinstellingen.
7. Tik op Foto selecteren.
8. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
9. Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken.
10. Tik op Voorbeeld en Afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
103
11. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
12.
Tik op
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
&
“Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
&
“Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Enkele weergave)” op pagina 89
&
“Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
&
“Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Originele kalenders met een foto afdrukken
U kunt eenvoudig vanaf een geheugenapparaat originele kalenders met een foto afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
4.
Tik op Kalender.
5. Selecteer het type kalender.
6. Congureer de papierinstellingen en tik vervolgens op Datum inst..
7. Stel het jaar en de maand in en tik vervolgens op OK.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
104
8. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
9. Selecteer in het fotoselectiescherm de foto die u wilt afdrukken.
10. Tik op Voorbeeld en Afdrukken.
11.
Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
12. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Een kalender afdrukken
U kunt eenvoudig een Maandelijks, Wekelijks of Dagelijks kalender afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2.
Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3. Tik op Schema.
4. Selecteer het type schema.
5. Congureer de papierinstellingen en tik vervolgens op Datum inst. of Voor controle afdruk.
6. Wanneer u Maandelijks of Dagelijks selecteert, stelt u de datum in en tikt u op OK.
7. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
105
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
Gelinieerd papier afdrukken
U kunt bepaalde soorten gelinieerd papier,
graekpapier
of muziekpapier afdrukken om uw eigen originele
notitieblok of losse vellen te creëren.
1.
Laad papier in de printer.
2. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3. Tik op Gelinieerd papier.
4. Selecteer het type lijnen.
5. Geef de instellingen voor het papier op.
6. Tik op Voor controle afdruk.
7.
Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
Gebruikershandleiding
Afdrukken
106
Origineel briefpapier afdrukken
U kunt eenvoudig vanaf een geheugenapparaat briefpapier afdrukken met een foto als achtergrond. De foto wordt
licht afgedrukt, zodat er gemakkelijk op kan worden geschreven.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
4.
Tik op Briefpapier.
5. Selecteer het type briefpapier.
6. Selecteer het type achtergrond.
7.
Gebruik een van de volgende volgens het type achtergrond dat u in stap 6 hee geselecteerd.
Foto
Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid,
tikt u op OK. Selecteer een foto in het fotoscherm, tik op Afdrukinstellingen om de papierinstellingen uit
te voeren en tik op Voorbeeld en Afdr u k ken. Tik desgewenst op Rot. om de foto's te bewerken.
Kleur
Selecteer de achtergrondkleur, voer de papierinstellingen uit en tik op Voor controle afdruk.
Geen achtergrond
Voer de papierinstellingen uit en tik vervolgens op Voor controle afdruk.Dit is niet beschikbaar als Zonder
lijn geselecteerd is als type schrijfpapier.
8. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren) (Tegelweerg.)” op pagina 88
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Gebruikershandleiding
Afdrukken
107
Afdrukken op een originele wenskaart
U kunt eenvoudig een originele wenskaart afdrukken met behulp van een foto op een geheugenapparaat.
1. Laad papier in de printer.
2. Voer een geheugenapparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-poort van de externe interface van de printer.
3. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Berichtkaart.
5. Selecteer Positie aeelding, Type lijn, Lijnkleur, en tik vervolgens op OK.
6. Wanneer een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het laden van de foto's is voltooid, tikt
u op OK.
7. Selecteer de foto die u wilt afdrukken en tik vervolgens op Afdrukinstellingen.
8.
Congureer
afdrukinstellingen.
9. Tik op Voorbeeld en Afdrukken.
10. Tik desgewenst op Bewerk om de foto's te bewerken.
11. Voer het aantal exemplaren in en tik vervolgens op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Menuopties voor het afdrukken van originele wenskaarten” op pagina 108
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Uitleg bij het voorbeeldscherm” op pagina 90
& “Handleiding bij het scherm Select Photo (Foto selecteren)” op pagina 91
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Menuopties voor het afdrukken van originele wenskaarten
Positie afbeelding:
Selecteer waar op de wenskaart u de aeelding wilt plaatsen.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
108
Type lijn:
Selecteer het type lijn dat u op de wenskaart wilt afdrukken.
Lijnkleur:
Selecteer de kleur van de lijn die u op de wenskaart wilt afdrukken.
Een kleurboek afdrukken
U kunt alleen de omtrek van foto's of illustraties laten afdrukken. Zo maakt u uw eigen unieke kleurboeken.
Opmerking:
Tenzij voor persoonlijk gebruik (thuis of in een andere besloten omgeving) hebt u toestemming van de houder van het
auteursrecht nodig wanneer u voor uw kleurboek originelen wilt gebruiken waarop auteursrechten rusten.
1.
Laad papier in de printer.
2. Als u een foto op een geheugenapparaat wilt gebruiken, plaatst u het apparaat in de SD-kaartsleuf of de USB-
poort van de externe interface van de printer.
3.
Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
4. Tik op Kleurboek.
5. Voer een van de volgende handelingen uit.
Als u Een origineel scannen selecteert:
congureer
de afdrukinstellingen en plaats het origineel op de
scannerglasplaat.
Als u Kiezen uit geheugenkaart selecteert: selecteer een foto en congureer de afdrukinstellingen.
6. Tik op
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Menuopties voor het selecteren van foto's” op pagina 95
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
Gebruikershandleiding
Afdrukken
109
Afdrukken vanaf een computer
Basisprincipes — Windows
Opmerking:
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen. Rechtsklik op een item en klik dan op Help.
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Wanneer u papier laadt in de papiertoevoer achter, begin dan met afdrukken vanuit het
printerstuurprogramma voordat u papier laadt. Selecteer Papiertoevoer achter als instelling voor de
Papierbron in het printerstuurprogramma. Wanneer het afdrukken begint, laat het printerstuurprogramma u
weten dat de afdruktaak wordt uitgevoerd. Volg de instructies op het scherm van de printer om papier te laden.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand.
4. Selecteer uw printer.
5. Selecteer Vo or keu ren of Eigenschappen om het venster van het printerstuurprogramma te openen.
6.
Geef de volgende instellingen op.
Papierbron: selecteer de papierbron waarin u het papier hebt geladen.
documentformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
110
Randloos: selecteer deze optie om af te drukken zonder marges rond de aeelding.
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom. Klik op Instellingen om de mate van
vergroting te selecteren.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Papiertype: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Kwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Hoog selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Kleur: selecteer Grijswaarden wanneer u wilt afdrukken in zwart-wit of grijswaarden.
Opmerking:
Selecteer de instelling Liggend als Afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
7.
Klik op OK om het venster van het printerstuurprogramma te sluiten.
8. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
Basisprincipes — Mac OS
Opmerking:
In de uitleg in dit gedeelte wordt TextEdit gebruikt als voorbeeld. De precieze werking en schermen hangen af van de
toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Wanneer u papier laadt in de papiertoevoer achter, selecteert u Papiertoevoer achter bij Papierbron in de
printerdriver en vervolgens begint u met afdrukken voordat u papier laadt. Begin met afdrukken en klik op het
printerpictogram in het Dock om het afdrukscherm weer te geven. Volg de instructies op het scherm van de
printer om papier te laden.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
111
3. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand of een andere opdracht om het afdrukdialoogvenster te openen.
Klik indien nodig op Toon detai l s of
d
om het afdrukvenster te vergroten.
4. Geef de volgende instellingen op.
Printer: selecteer uw printer.
Voorinstellingen: gebruik deze optie wanneer u de opgeslagen instellingen wilt gebruiken.
Papierformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Selecteer een "randloos" papierformaat voor het afdrukken zonder marges.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Opmerking:
Als de bovenstaande menu's niet worden weergegeven, sluit dan het afdrukvenster, selecteer Pagina-instelling in het
menu Bestand en geef vervolgens instellingen op.
Selecteer de liggende afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
112
5. Selecteer Printerinstellingen in het venstermenu.
Opmerking:
Als in OS X Mountain Lion of later het menu Printerinstellingen niet wordt weergegeven, is het Epson-
printerprogramma fout geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe. Open de volgende website en voer de productnaam in. Ga
naar Ondersteuning en lees de Tips.
http://epson.sn
6. Geef de volgende instellingen op.
Papierbron: selecteer de papierbron waarin u het papier hebt geladen.
Als u de functie Autom. cassette omschakelen inschakelt, wordt automatisch papier uit papiercassette 2
ingevoerd op het moment dat het papier in papiercassette 1 op is. Laad hetzelfde papier (type en formaat)
in papiercassette 1 en papiercassette 2.
Als u Autom. cassette omschakelen wilt inschakelen, selecteert u Systeemvoorkeuren in het menu >
Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en vervolgens selecteert u de
printer. Geef instellingen op in het weergegeven scherm door te klikken op Opties en toebehoren > Opties
(of Besturingsbestand).
Afdrukmateriaal: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Afdrukkwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Fijn selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
113
Uitbreiding: beschikbaar wanneer het randloos papierformaat is geselecteerd.
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom. Selecteer de mate van vergroting.
Grijswaarden: selecteer om af te drukken in zwart of grijswaarden.
7.
Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
Dubbelzijdig afdrukken
Als u beide zijden van het papier wilt bedrukken, hebt u de volgende mogelijkheden.
Automatisch dubbelzijdig afdrukken
Handmatig dubbelzijdig afdrukken (alleen Windows)
Wanneer de printer klaar is met de eerste zijde, draait u het papier om en bedrukt u de andere zijde.
U kunt ook een brochure afdrukken. (Uitsluitend voor Windows)
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Dubbelzijdig afdrukken is niet mogelijk met de Papiertoevoer achter.
Als u geen papier gebruikt dat geschikt is voor dubbelzijdig afdrukken, kan de afdrukkwaliteit achteruitgaan en kan het
papier vastlopen.
Aankelijk van het papier en de gegevens, kan inkt doorlekken naar de andere zijde van het papier.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
114
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
Dubbelzijdig afdrukken - Windows
Opmerking:
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is beschikbaar wanneer EPSON Status Monitor 3 ingeschakeld is. Is EPSON Status
Monitor 3 uitgeschakeld, ga dan naar de printerdriver, klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteer EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Handmatig dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet beschikbaar wanneer de printer via een netwerk of als gedeelde
printer wordt gebruikt.
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Automatisch (binden langs lange zijde), Automatisch (binden langs korte zijde), Handmatig
(binden langs lange zijde), of Handmatig (binden langs korte zijde) bij Dubbelzijdig afdrukken op het
tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Instellingen,
congureer
de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Selecteer Boekje om een gevouwen boekje af te drukken.
6. Klik op Afdrukdichtheid, selecteer het documenttype in Documenttype selecteren, en klik vervolgens op
OK.
De printerdriver stelt automatisch de opties voor Aanpassingen in voor dat documenttype.
Opmerking:
Afdrukken kan langzaam zijn
aankelijk
van de opties die u gecombineerd hebt voor Documenttype selecteren in
het venster Afdrukdichtheid aanpassen en voor Kwalite it op het tabblad Hoofdgroep.
De instelling Afdrukdichtheid aanpassen is niet beschikbaar voor handmatig dubbelzijdig afdrukken.
7.
Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
8. Klik op Afdrukken.
Wanneer bij handmatig dubbelzijdig afdrukken de eerste zijde klaar is, verschijnt een pop-upvenster op de
computer. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Dubbelzijdig afdrukken — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
115
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4.
Selecteer Inst. dubbelzijdig afdr. in het snelmenu.
5. Selecteer de bindingen in Dubbelz. afdrukken.
6. Selecteer het type van uw origineel in Documenttype.
Opmerking:
Het afdrukken kan traag verlopen naargelang de instellingen van Documenttype.
Als u iets met een hoge gegevensdichtheid afdrukt, zoals foto's of
graeken,
selecteert u Tek st m et foto of Foto als de
instelling voor Documenttype.Als de aeelding vlekken vertoont of doorloopt naar de achterkant, past u de
afdrukdichtheid en de droogtijd voor de inkt aan door op de pijl te klikken naast Aanpassingen.
7.
Geef naar wens nog meer instellingen op.
8. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 111
Meerdere pagina's op één vel afdrukken
U kunt twee of vier pagina's met gegevens op één vel papier afdrukken.
Meerdere pagina's op één vel afdrukken - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
116
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4.
Selecteer 2 per vel of 4 per vel als de instelling voor Meerdere pagina's op het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Pag.volgorde,
congeer
de toepasselijke instellingen en klik vervolgens op OK om het venster te
sluiten.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
&
“Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Meerdere pagina's op één vel afdrukken — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3.
Open het afdrukdialoogvenster.
4. Selecteer Lay-out in het snelmenu.
5. Stel het aantal pagina's in Pagina's per vel, de Richting van indeling (paginavolgorde) en Randen.
6. Geef naar wens nog meer instellingen op.
7. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 111
Gebruikershandleiding
Afdrukken
117
Afdruk aanpassen aan papierformaat
U kunt de afdruk aanpassen aan het papierformaat dat u in de printer hebt geladen.
Afdruk aanpassen aan papierformaat - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Congureer de volgende instellingen op het tabblad Meer opties.
documentformaat: Selecteer het papierformaat dat u in de toepassing hebt ingesteld.
Uitvoerpapier: Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Volledige pagina wordt automatisch geselecteerd.
Opmerking:
Als u een verkleinde aeelding wenst af te drukken in het midden van de pagina, selecteer dan Centreren.
5. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
6.
Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Afdruk aanpassen aan papierformaat — Mac OS
1. Laad papier in de printer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
118
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4.
Selecteer het papierformaat van het papier dat u in de toepassing als Papierformaat hebt ingesteld.
5. Selecteer Papierverwerking in het snelmenu.
6. Selecteer Aanpassen aan papierformaat.
7. Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst als de instelling voor Doelpapierformaat.
8. Geef naar wens nog meer instellingen op.
9. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 111
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen voor Windows)
Met Taken indelen Lite kunt u meerdere bestanden die door verschillende toepassingen zijn gemaakt combineren
en als één afdruktaak afdrukken. U kunt de afdrukinstellingen, zoals lay-out, afdrukvolgorde en oriëntatie, voor
gecombineerde bestanden congureren.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Taken indelen Lite op het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op OK om het venster van de printerdriver te sluiten.
6. Klik op Druk af.
Het venster Taken indelen Lite wordt weergegeven en de afdruktaak wordt aan het Afdrukproject
toegevoegd.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
119
7. Open het bestand dat u met het huidige bestand wilt combineren terwijl het venster Taken indelen Lite
openstaat. Herhaal vervolgens stap 3 t/m 6.
Opmerking:
Als u het venster Take n indele n Lite sluit, wordt het niet opgeslagen Afdrukproject verwijderd. Selecteer Opslaan
in het menu Bestand om op een later tijdstip af te drukken.
Als u een Afdrukproject dat is opgeslagen in Take n ind e l en Lite wilt openen, klikt u op Tak e n ind ele n Lite op het
tabblad Hulpprogramma's van de printerdriver. Selecteer vervolgens Openen in het menu Bestand om het bestand
te selecteren. De bestandsextensie van de opgeslagen bestand is "ecl".
8. Selecteer de menu's Lay-out en Bewerken in Taken indelen Lite om de Afdrukproject indien nodig aan te
passen. Raadpleeg de Help-functie van de Taken indelen Lite voor details.
9. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Eén afbeelding afdrukken op meerdere vellen om een poster te
maken (alleen voor Windows)
Met deze functie kunt u één
aeelding
afdrukken op meerdere vellen papier.U kunt een grotere poster maken
door ze samen te plakken.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3.
Open het venster van het printerstuurprogramma.
4. Selecteer 2x1 Poster, 2x2 Poster, 3x3 Poster of 4x4 Poster bij Meerdere pagina's in het tabblad Hoofdgroep.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
120
5. Klik op Instellingen, congureer de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Snijlijnen afdrukken met deze optie kunt u een snijlijn afdrukken.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Posters maken met behulp van Overlappende uitlijningstekens
In dit voorbeeld ziet u hoe u een poster maakt wanneer 2x2 Poster geselecteerd is en Overlappende
uitlijningstekens geselecteerd is bij Snijlijnen afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
121
1. Prepareer Sheet 1 en Sheet 2. Knip de marges van Sheet 1 langs de verticale blauwe lijn door het midden van
de kruisjes boven en onder.
2. Plaats de rand van Sheet 1 op Sheet 2 en lijn de kruisjes uit. Plak de twee vellen aan de achterkant voorlopig
aan elkaar vast.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
122
3. Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de verticale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de lijn
links van de kruisjes).
4. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
5. Herhaal stap 1 t/m 4 om Sheet 3 en Sheet 4 aan elkaar te plakken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
123
6. Knip de marges van Sheet 1 en Sheet 2 angs de horizontale blauwe lijn door het midden van de kruisjes aan de
linker- en rechterkant.
7. Plaats de rand van Sheet 1 en Sheet 2 op Sheet 3 en Sheet 4 en lijn de kruisjes uit. Plak de vellen dan voorlopig
aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
124
8. Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de horizontale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de
lijn boven de kruisjes).
9. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
125
10. Knip de resterende marges af langs de buitenste lijn.
Geavanceerde functies gebruiken voor afdrukken
In deze sectie worden verschillende aanvullende afdruk- en lay-outfuncties beschreven die in de printerdriver
beschikbaar zijn.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 196
& “Mac OS-printerstuurprogramma” op pagina 199
Eenvoudig afdrukken met voorkeursinstellingen
Als u uw eigen preset maakt van vaak gebruikte instellingen, kunt u snel afdrukken door deze preset in de lijst te
selecteren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
126
Windows
Stel items in zoals documentformaat en Papiertype op het tabblad Hoofdgroep of Meer opties, en klik dan op
Voorinstellingen toevoegen/verwijderen in Voorkeursinstellingen.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen toevoegen/verwijderen, waarna u de
naam selecteert van de desbetreende voorinstelling en deze verwijdert.
Mac OS
Open het afdrukdialoogvenster.Om uw eigen preset toe te voegen, stel Papierformaat en Afdrukmateriaal in en
sla dan de actuele instellingen op als preset in de Voorinstellingen instelling.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen > Voorinstellingen weergeven, selecteert
u de naam van de voorinstelling die u wilt verwijderen en verwijdert u deze.
Een verkleind of vergroot document afdrukken
U kunt het formaat van een document met een speciek percentage verkleinen of vergroten.
Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Stel documentformaat in op het tabblad Meer opties.Selecteer Verklein/vergroot document, Zoomen naar en
voer vervolgens een percentage in.
Mac OS
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Selecteer Pagina-instelling (of Afdrukken) vanaf het menu Bestand.Selecteer de printer in Opmaak voor, stel het
papierformaat in en voer dan een percentage in bij Schaal.Sluit het venster en druk de volgende
basisafdrukinstructies af.
De afdrukkleur aanpassen
U kunt de kleuren aanpassen die voor een afdruktaak worden gebruikt.
PhotoEnhance gee scherpere afdrukken en levendigere kleuren door aanpassing van het contrast, de verzadiging
en de helderheid van de oorspronkelijke aeeldingsgegevens.
Opmerking:
Deze aanpassingen worden niet doorgevoerd in de oorspronkelijke gegevens.
PhotoEnhance past de kleur aan door de locatie van het onderwerp te analyseren.Als u de locatie van het onderwerp
hebt gewijzigd door verkleinen, vergroten, bijsnijden of roteren, kan de kleur onverwacht veranderen.Wanneer u de
instelling voor randloos selecteert, wordt de locatie van het onderwerp ook gewijzigd, wat in kleurwijzigingen
resulteert.Als de aeelding niet scherpgesteld is, is de kleurtoon mogelijk onnatuurlijk.Als de kleur is gewijzigd of
onnatuurlijk is geworden, druk dan niet in PhotoEnhance maar in een andere modus af.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
127
Windows
Selecteer de methode voor kleurcorrectie bij Kleurcorrectie op het tabblad Meer opties.
Als u Automatisch selecteert, worden de kleuren automatisch aangepast aan de instellingen voor het papiertype en
de afdrukkwaliteit.Als u Aangepast selecteert en op Geavanceerd klikt, kunt u uw eigen instellingen
congureren.
Mac OS
Open het afdrukdialoogvenster.Selecteer Kleuren aanpassen in het snelmenu en selecteer vervolgens EPSON
Kleurencontrole.Selecteer Kleurenopties in het snelmenu en selecteer dan één van de beschikbare opties.Klik op
de pijl naast Extra instellingen en kies de juiste instellingen.
Een watermerk afdrukken (uitsluitend voor Windows)
U kunt een watermerk, zoals bijvoorbeeld "Vertrouwelijk", op uw documenten afdrukken.U kunt ook uw eigen
watermerk toevoegen.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Klik op Water mer kf un cti es in het tabblad Meer opties en selecteer daar een watermerk.Klik op Instellingen om
details te wijzigen zoals de dichtheid en positie van het watermerk.
Een kop- en voettekst afdrukken (uitsluitend voor Windows)
U kunt in een kop- of voettekst de gebruikersnaam en afdrukdatum afdrukken.
Klik op Water mer kf un cti es in het tabblad Meer opties en selecteer daar Koptekst/voettekst. Klik op Instellingen
en selecteer de gewenste items in de vervolgkeuzelijst.
Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print
Epson Easy Photo Print maakt het mogelijk om heel eenvoudig een lay-out te maken voor het afdrukken van uw
foto's op verschillende soorten papier.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Wanneer u afdrukt op origineel Epson-fotopapier, wordt de inktkwaliteit gemaximaliseerd en krijgt u levendige en
scherpe afdrukken.
Als u randloos wilt afdrukken met een in de handel verkrijgbaar sowarepakket, congureert u de volgende instellingen.
Zorg dat uw gegevens passen op het papierformaat.Als u in de toepassing die u gebruikt een marge kunt
instellen, stel de marge dan in op 0 mm.
Schakel in het printerstuurprogramma de instelling voor randloos afdrukken in.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
128
Gerelateerde informatie
& Toepassing voor fotolay-out (Epson Easy Photo Print)” op pagina 204
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Een cd-/dvd-label afdrukken met Epson Print CD
Met Epson Print CD kunt u gemakkelijk allerlei originele labels maken voor een cd/dvd.Verder is het mogelijk om
een cd-/dvd-hoesje te maken en af te drukken.
U kunt het afdrukgebied voor de cd/dvd instellen op minimaal 18 mm voor de binnendiameter en maximaal 120
mm voor de buitendiameter.Aankelijk van de instellingen kan de cd/dvd of de lade vies worden.Blijf binnen het
afdrukgebied van de cd/dvd die u wilt bedrukken.
Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Als u een cd-/dvd-label wilt afdrukken met een in de handel verkrijgbaar sowarepakket, congureert u de volgende
instellingen.
Voor Windows wordt automatisch A4 geselecteerd bij documentformaat wanneer u Cd-/dvd-lade selecteert bij
Papierbron.Selecteer Staand als instelling voor Afdrukstand en CD/DVD als instelling voor Papiertype.
Voor Mac OS selecteert u A4 (CD/DVD) bij Papierformaat.Selecteer staand als afdrukrichting en selecteer vervolgens
CD/DVD als Afdrukmateriaal in het menu Printerinstellingen.
Bij sommige toepassingen kan het zijn dat u het type lade moet opgeven.Selecteer Epson-lade type 2.De precieze naam
van de instelling kan anders zijn, aankelijk van de toepassing.
Gerelateerde informatie
& Toepassing voor het afdrukken van tekst of aeeldingen op een schijf (Epson Print CD)” op pagina 205
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Afdrukken met Smart Devices
Epson iPrint gebruiken
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's, documenten en webpagina's kunt afdrukken vanaf uw smart-
apparaten, zoals smartphones of tablets. U kunt lokaal afdrukken (afdrukken vanaf een smart device dat
verbinding
hee
met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer) of afdrukken op afstand (via internet afdrukken
vanaf een externe locatie). Registreer uw printer bij de service Epson Connect om op afstand af te drukken.
Als u Epson iPrint start wanneer de printer niet met het netwerk verbonden is, wordt een melding weergegeven
waarin u wordt gevraagd verbinding met de printer te maken. Volg de instructies om de verbinding tot stand te
brengen. Zie de onderstaande URL voor de gebruiksomstandigheden.
http://epson.sn
Gebruikershandleiding
Afdrukken
129
Gerelateerde informatie
& “De service van Epson Connect” op pagina 194
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Afdrukken met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
De volgende
aeeldingen
zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving. De inhoud kan
variëren aankelijk van het product.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Selecteer wat u wilt afdrukken zoals foto's en documenten.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
130
E
Geeft het scherm weer om printerinstellingen te congureren zoals het papierformaat en -type.
F
Geeft het papierformaat weer. Wanneer dit wordt weergegeven als knop, kunt u daarop drukken om de
huidige papierinstellingen op de printer weer te geven.
G
Geeft de geselecteerde foto's en documenten weer.
H
Start het afdrukken.
Opmerking:
Als u vanuit het documentmenu wilt afdrukken met iPhone, iPad, en iPod touch op iOS, start u Epson iPrint na het
overbrengen van het document dat u wilt afdrukken wanneer u wilt afdrukken met de functie voor het delen van bestanden
in iTunes.
Epson Print Enabler gebruiken
U kunt draadloos documenten, e-mails, foto's en webpagina's afdrukken vanaf uw Android-telefoon of -tablet
(Android v4.4 of hoger).Met enkele tikken laat u uw Android-apparaat een Epson-printer detecteren die met
hetzelfde draadloze netwerk is verbonden.
1. Laad papier in de printer.
2. Stel de printer in om draadloos afdrukken mogelijk te maken.
3. Installeer op het Android-apparaat de Epson Print Enabler-invoegtoepassing vanaf Google Play.
4. Verbind het Android-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat de printer gebruikt.
5. Ga naar Instellingen op het Android-apparaat, selecteer Afdrukken en schakel vervolgens Epson Print
Enabler in.
6. Tik vanuit een Android--toepassing, zoals Chrome, op het menupictogram en druk af wat er op het scherm
wordt weergegeven.
Opmerking:
Als u de printer niet ziet, tikt u op Alle printers en selecteert u de printer.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
&
“Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Een smart device verbinden” op pagina 33
Gebruikershandleiding
Afdrukken
131
AirPrint gebruiken
AirPrint maakt het mogelijk om meteen draadloos af te drukken vanaf een iPhone, iPad of iPod touch met daarop
de meest recente versie van iOS, of een Mac met daarop de meest recente versie van OS X of macOS.
Opmerking:
Als u de meldingen voor de papierconguratie op het bedieningspaneel van uw apparaat hebt uitgeschakeld, kunt u AirPrint
niet gebruiken.Volg de onderstaande koppeling om de meldingen zo nodig in te schakelen.
1. Laad papier in uw apparaat.
2. Stel uw apparaat correct in om draadloos afdrukken mogelijk te maken.Raadpleeg de onderstaande koppeling.
http://epson.sn
3. Verbind uw Apple-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat uw apparaat gebruikt.
4. Druk vanaf uw toestel af op uw apparaat.
Opmerking:
Raadpleeg voor meer informatie de pagina over AirPrint op de Apple-website.
Gerelateerde informatie
& “Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad” op pagina 234
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
Foto's afdrukken vanaf een digitale camera
Opmerking:
U kunt foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera die compatibel is met PictBridge. Raadpleeg de
documentatie van de camera voor meer informatie over het opgeven van instellingen op de camera.
Meestal krijgen de instellingen van de digitale camera voorrang. In de volgende gevallen worden echter de instellingen
van de printer gebruikt.
Wanneer in de afdrukinstellingen van de camera is opgegeven dat de printerinstellingen moeten worden
gebruikt
Wanneer de optie Sepia of Zwart-wit is geselecteerd in de afdrukinstellingen van de printer.
Wanneer de combinatie van afdrukinstellingen van de camera en van de printer instellingen oplevert die op
de printer niet beschikbaar zijn.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
132
Afdrukken vanaf een via USB aangesloten digitale camera
U kunt foto's rechtstreeks afdrukken vanaf een digitale camera die met een USB-kabel is aangesloten.
1. Verwijder een geheugenapparaat uit de printer.
2. Laad papier in de printer.
3.
Selecteer vanuit het startscherm Instel. > Afdrukinstellingen camera.
4. Selecteer Afdrukinstellingen of Foto-aanpassingen en wijzig zo nodig de instellingen.
5. Zet de digitale camera aan en sluit deze vervolgens met een USB-kabel aan op de printer.
Opmerking:
Gebruik een USB-kabel die niet langer is dan 2 meter.
6. Selecteer de foto's die u wilt afdrukken vanaf de digitale camera, geef instellingen op, zoals het aantal
exemplaren, en begin met afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Afdrukken vanaf een draadloos verbonden digitale camera
U kunt draadloos foto's afdrukken vanaf een digitale camera met ondersteuning voor DPS over IP (hierna
PictBridge (draadloos LAN) genoemd).
1. Controleer of het pictogram dat aangee dat de printer verbinding hee met een draadloos netwerk, wordt
weergegeven op het startscherm.
2. Laad papier in de printer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
133
3. Selecteer vanuit het startscherm Instel. > Afdrukinstellingen camera.
4. Selecteer Afdrukinstellingen of Foto-aanpassingen en wijzig zo nodig de instellingen.
5. De digitale camera moet met hetzelfde netwerk verbonden zijn als de printer.
6. Geef de lijst met beschikbare printers weer op de digitale camera en selecteer vervolgens de printer waarmee u
verbinding wilt maken.
Opmerking:
Als u de naam van de printer wilt weten, tikt u op het netwerkstatuspictogram in het startscherm.
Als uw digitale camera een functie hee om printers te registreren, kunt u in het vervolg verbinding met de printer
maken door de printer te selecteren.
7. Selecteer de foto's die u wilt afdrukken vanaf de digitale camera, geef instellingen op, zoals het aantal
exemplaren, en begin met afdrukken.
8. Verbreek op de digitale camera de PictBridge-verbinding (draadloos LAN) met de printer.
c
Belangrijk:
Wanneer u PictBridge (draadloos LAN) gebruikt, kunt u geen andere printerfuncties gebruiken of afdrukken
vanaf andere apparaten.Verbreek meteen de verbinding zodra u klaar bent met afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Pictogrammen op het lcd-scherm” op pagina 22
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Afdrukken annuleren
Opmerking:
In Windows kunt u een afdruktaak niet via de computer annuleren als deze volledig naar de printer verzonden is.In dit
geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Wanneer u verschillende pagina's afdrukt via Mac OS, kunt u niet alle taken annuleren via het bedieningspaneel.In dit
geval moet u de afdruktaak op de computer zelf annuleren.
Als u een afdruktaak vanuit Mac OS X v10.6.8 via het netwerk hebt verzonden, kunt u het afdrukken mogelijk niet via
de computer annuleren.In dit geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Afdrukken annuleren — Bedieningspaneel
Tik op het bedieningspaneel van de printer op
y
om de afdruktaak die wordt uitgevoerd te annuleren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
134
Afdrukken annuleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Selecteer de tab Hulpprogramma's.
3.
Klik op Wach tr ij .
4. Klik met de rechtermuisknop op de taak die u wilt annuleren en selecteer Annuleren.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 196
Afdrukken annuleren — Mac OS
1.
Klik op het printerpictogram in het Dock.
2. Selecteer de taak die u wilt annuleren.
3. Annuleer de taak.
OS X Mountain Lion of hoger
Klik op
naast de voortgangsbalk.
Mac OS X v10.6.8 t/m v10.7.x
Klik op Ver w ijd ere n.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
135
Kopiëren
Normaal kopiëren
In dit gedeelte worden de stappen uitgelegd voor het kopiëren vanuit het menu Kopiëren op het bedieningspaneel.
1. Laad papier in de printer.
2. Plaats de originelen.
3. Selecteer Kopiëren op het startscherm.
4. Congureer de instellingen op het tabblad Kopiëren.
Zwart-wit/Kleur: selecteer of u wilt kopiëren in kleur of zwart-wit.
(Dubbelzijdig): Voer de instellingen uit voor kopiëren aan beide zijden.
(Dichtheid): Voer de instellkingen uit voor de kopieerdichtheid.
Vo or be el d: Controleer de gescande aeelding voordat u het kopiëren start.
Dit is alleen beschikbaar als u het origineel op de scannerglasplaat plaatst.
5. Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen en wijzig desgewenst de andere instellingen.
6. Selecteer het tabblad Kopiëren en stel vervolgens het aantal exemplaren in.
7. Tik op
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gekopieerde aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
Dubbelzijdig kopiëren
U kunt meerdere originelen of dubbelzijdige documenten op beide zijden van het papier kopiëren.
1.
Laad papier in de printer.
2. Plaats de originelen.
3. Selecteer Kopiëren op het startscherm.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
136
4. Selecteer het tabblad Kopiëren tab > (Dubbelzijdig) en selecteer vervolgens 1>2-zijdig of 2>2-zijdig.
U kunt tevens de afdrukstand en de bindpositie van het origineel en het kopieerresultaat opgeven.
5. Selecteer OK.
6. Tik op
x
.
Meerdere originelen kopiëren naar één vel
U kunt twee originelen naar één vel papier kopiëren.
1. Laad papier in de printer.
2.
Plaats de originelen.
3. Selecteer Kopiëren op het startscherm.
4. Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen > Meerdere pagina's en selecteer 2-omhoog.
U kunt tevens de afdrukstand en het formaat van het origineel opgeven.
5. Selecteer OK.
6. Selecteer het tabblad Kopiëren en tik vervolgens op
x
.
Verschillende kopieermethoden
Kopiëren in diverse lay-outs
Je kunt eenvoudig kopiëren door het gewenste menu te selecteren, bijvoorbeeld het kopiëren van beide zijden van
een id-kaart op één zijde van een vel A4, of het kopiëren van twee naast elkaar gelegen zijden van een boek op een
enkel vel papier.
1.
Laad papier in de printer.
2. Tik op Verschillende afdrukken op het bedieningspaneel.
3. Tik op Verschi l lende kopieën en selecteer vervolgen een kopieermenu.
ID-kaart
Scant beide zijden van een identiteitskaart en kopieert ze naar één zijde van een A4.
Boekkopie
Hiermee kopieert u twee tegenover elkaar liggende A4-pagina's van bijvoorbeeld een boek op één vel
papier.
Randloos kopie
Kopieert zonder marge rond de randen.De
aeelding
wordt een beetje vergroot om de marges rond de
randen van het papier te verwijderen.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
137
4. Plaats de originelen.
Plaats voor Boekkopie de eerste pagina van de originelen volgens de instructies op het scherm en tik
vervolgens op Afdrukinstellingen.
5.
Congureer
de instellingen op het tabblad Kopiëren.
Beschikbare items kunnen variëren aankelijk van het kopieermenu.
6. Congureer desgewenst instellingen voor elk item op het tabblad Geavanceerde instellingen.
7. Tik op het tabblad Kopiëren en stel vervolgens het aantal exemplaren in.
8. Tik op
x
.
Opmerking:
Als u tikt op Voorbeeld, kunt u de gescande
aeelding
controleren.
9. Volg voor ID-kaart of Boekkopie de instructies op het scherm voor het plaatsen van de rest van de originelen
en tik vervolgens op Scannen starten.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
& “Een id-kaart plaatsen om te kopiëren” op pagina 80
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
Foto's kopiëren
U kunt meerdere foto's tegelijk kopiëren. Ook is het mogelijk om verkleurde foto's op te frissen.
Het kleinste origineel dat u kunt kopiëren is 30×40 mm.
Opmerking:
Witruimte rond de foto wordt mogelijk niet gedetecteerd.
1. Laad papier in de printer.
2. Selecteer Verschillende afdrukken op het startscherm.
3. Selecteer Verschillende kopieën > Foto's kopiëren/herstellen.
4. Wijzig desgewenst de afdrukinstellingen en selecteer vervolgens op Originelen plaatsen.
5. Controleer de foto's op het op het scherm scannerglasplaat en selecteer vervolgens Scannen starten.
De foto's worden gescand en weergegeven op het scherm.
6. Selecteer Bewerk om instellingen als fotoaanpassingen te congureren.
Opmerking:
Als u bij het afdrukken een deel van de foto wilt vergroten, selecteert u Bijsnijden/zoomen en
congureert
u vervolgens
de instellingen. Schuif het afdrukkader naar links, rechts, boven en beneden en wijzig het formaat van het kader met
op de hoeken van het kader.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
138
7. Voer het gewenste aantal exemplaren in en tik vervolgens op
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen voor het kopiëren van foto's” op pagina 139
& “Menuopties voor fotoaanpassingen voor het kopiëren van foto's” op pagina 139
Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen voor het kopiëren van foto's
Kleur herstellen
Frist verkleurde foto's op.
Papierformaat
Selecteer het papierformaat dat u hebt geladen.
Papiertype
Selecteer het papiertype dat u hebt geladen.
Papiercassette
Controleer de papierbron die u wenst te gebruiken.
Randinstelling
Randloos
Kopieert zonder marge rond de randen. De aeelding wordt een beetje vergroot om de marges rond
de randen van het papier te verwijderen. Selecteer hoeveel u de aeelding wilt vergroten in de
instelling Uitbreiding.
Met rand
Kopieert met een marge rond de randen.
Alle inst.wissen:
Zet de kopieerinstellingen terug op de standaardwaarden.
Menuopties voor fotoaanpassingen voor het kopiëren van foto's
Foto-aanpassingen
Wanneer u PhotoEnhance selecteert, krijgt u scherpere afdrukken en levendigere kleuren door
aanpassing van het contrast, de verzadiging en de helderheid van de oorspronkelijke
aeeldingsgegevens.
Filter
Kopieert in zwart-wit.
Bijsnijden/zoomen
Vergroot een deel van de foto om te kopiëren.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
139
Bewerking wissen
Wi s f ot o b e w e r k i n g .
Kopiëren op een cd-/dvd-label
U kunt een schijabel of een vierkant origineel, een foto bijvoorbeeld, kopiëren op een cd-/dvd-label.
c
Belangrijk:
Raadpleeg de voorzorgsmaatregelen voor het omgaan met cd's/dvd's voordat u op een cd/dvd afdrukt.
Plaats de cd-/dvd-lade niet in de printer zolang het apparaat bezig is. Dit kan de printer beschadigen.
Plaats de cd-/dvd-lade pas in het apparaat wanneer dit in de instructies wordt aangegeven. Anders treedt er een
fout op en wordt de cd/dvd uitgeworpen.
1. Selecteer Verschillende afdrukken op het startscherm.
2. Selecteer Kopiëren naar CD/DVD > Kopiëren naar CD/DVD.
3. Plaats het origineel aan de hand van de instructies op het scherm en selecteer vervolgens Ga verder om
Buitenk./Binnenk. in te stellen..
4. Geef de binnen- en buitendiameter op met
u
of
d
en selecteer vervolgen Type selecteren.
U kunt ook vanuit het kader van de binnen- en buitendiameter selecteren en vervolgens de waarde invoeren
via het schermtoetsenblok.
Opmerking:
Als buitendiameter kunt u 114 tot 120 mm instellen, als binnendiameter 18 tot 46 mm, in stappen van 1 mm.
De door u ingestelde buiten- en binnendiameter worden teruggezet op de standaardwaarden na het afdrukken van
het schijabel. U dient deze diameters opnieuw in te stellen elke keer dat u afdrukt.
5. Selecteer Op cd/dvd afdrukken.
Opmerking:
Als u een testafdruk wilt maken, selecteert u Testafdr uk op A 4-papier en vervolgens laadt u gewoon A4-papier in
papiercassette. Voordat u afdrukt op een cd-/dvd-label, kunt u een voorbeeld van de
aeelding
afdrukken.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
140
6. Wanneer op het scherm een bericht wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat u een cd/dvd moet
plaatsen, selecteert u Hoe en volgt u vervolgens de instructies op het scherm om een cd/dvd te plaatsen.
c
Belangrijk:
Leg een cd/dvd op de cd-/dvd-lade met de afdrukzijde naar boven. Druk op het midden van de cd/dvd om deze
stevig vast te zetten op de cd/dvd-lade. De cd/dvd kan anders uit de lade vallen. Draai de lade om te
controleren of de cd/dvd goed vastzit in de lade.
Opmerking:
Als u de lade in de printer plaatst, kunt u lichte weerstand voelen. Dit is normaal; u kunt verdergaan met het
horizontaal plaatsen van de lade.
7.
Selecteer Geïnstalleerd.
8. Selecteer of u wilt kopiëren in kleur of zwart-wit en wijzig vervolgens desgewenst de kopieerdichtheid.
Opmerking:
Selecteer
om de gescande
aeelding
weer te geven. U kunt de afdrukpositie aanpassen in het scherm met het
voorbeeld.
9. Tik op
x
.
10. Na het afdrukken wordt de cd-/dvd-lade uitgeworpen. Verwijder de lade uit de printer en volg de instructies
op het scherm om Afdrukken is voltooid te selecteren.
c
Belangrijk:
Zorg ervoor dat u de cd-/dvd-lade verwijdert nadat het afdrukken is voltooid. Als u de lade niet verwijdert en
de printer aan- of uitzet of een printkopreiniging uitvoert, komt de cd-/dvd-lade tegen de printkop en kan de
printer defect raken.
11. Verwijder de cd/dvd en berg de cd-/dvd-lade weer op aan de onderkant van papiercassette 2.
Gerelateerde informatie
& “Een cd/dvd plaatsen om daarop een label af te drukken” op pagina 80
& Voorzorgsmaatregelen voor het omgaan met cd's/dvd's” op pagina 85
& “Menuopties voor Kopiëren naar CD/DVD” op pagina 142
Gebruikershandleiding
Kopiëren
141
Menuopties voor Kopiëren naar CD/DVD
Buitenk., Buitenk.
Geef het afdrukgebied op. U kunt voor de buitendiameter maximaal 120 mm opgeven en voor de
binnendiameter minimaal 18 mm. Aankelijk van de instellingen kan de cd/dvd of de cd-/dvd-lade
vies worden. Gebruik waarden die passen bij het afdrukgebied van uw cd/dvd.
Op cd/dvd afdrukken, Testafdruk op A4-papier
Selecteer of u wilt afdrukken op een cd/dvd of als u een testafdruk wilt maken op gewoon A4-papier.
Wanneer u Testafdruk op A4-papier selecteert, kunt u het afdrukresultaat controleren voordat u
afdrukt op een cd/dvd.
(Instelling afdrukpositie)
Scant het origineel en gee de gescande aeelding weer. U kunt de afdrukpositie aanpassen in het
scherm met het voorbeeld.
Kleur
Kopieert het origineel in kleur.
Zwart-wit
Kopieert het origineel in zwart-wit.
Dichtheid
Verhoog met + de dichtheid wanneer het kopieerresultaat te zwak is. Verlaag met - de dichtheid
wanneer de inkt vlekt.
Documenttype
Selecteer het type van het origineel. Hiermee kopieert u met optimale kwaliteit die het origineel zo
dicht mogelijk benadert.
Kwaliteit
Selecteer de kopieerkwaliteit. Wanneer u Beste selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar
het afdrukken duurt mogelijk langer.
Alle inst.wissen
Zet de kopieerinstellingen terug op de standaardwaarden.
Menuopties voor kopiëren
Beschikbare items op de tabbladen Kopiëren en Geavanceerde instellingen variëren aankelijk van het
geselecteerde menu.
Voorbeeld
Toont een gescande
aeelding
zodat u eerst een voorbeeld van het kopieerresultaat krijgt.
Dit is alleen beschikbaar als u het origineel op de scannerglasplaat plaatst.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
142
Zwart-wit
Kopieert het origineel in zwart-wit.
Kleur
Kopieert het origineel in kleur.
(Dubbelzijdig)
1>enkelzijdig
Kopieert één zijde van een origineel op één zijde van het papier.
2>2-zijdig
Kopieert beide zijden van een dubbelzijdig origineel op beide zijden van één vel papier.
1>2-zijdig
Kopieert twee enkelzijdige originelen op beide zijden van één vel papier. Selecteer de afdrukstand en
de bindpositie van het origineel.
2>enkelzijdig
Kopieert beide zijden van een dubbelzijdig origineel op één zijde van twee vellen papier. Selecteer de
afdrukstand en de bindpositie van het origineel.
(Dichtheid)
Verhoog met + de dichtheid wanneer het kopieerresultaat te zwak is. Verlaag met - de dichtheid
wanneer de inkt vlekt.
Zoom
Vergroot of verkleint de originelen. Selecteer de waarde en bepaal de vergroting of verkleining die moet
worden toegepast op het origineel. De waarde kan liggen tussen 25 en 400%.
Ware g rootte
Kopieert met een vergroting van 100%.
Pag auto pass
Detecteert het scangebied en maakt het origineel automatisch groter of kleiner zodat het past op het
papierformaat dat u hebt geselecteerd. Wanneer het origineel een witte rand hee rondom, wordt
die witruimte vanaf de hoekmarkering van de glasplaat gedetecteerd als scangebied en kan de
witruimte aan de andere kant wegvallen.
10x15cm->A4, A4->10x15cm enzovoort
Maakt het origineel automatisch groter of kleiner, zodat het past op een speciek papierformaat.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
143
Papierformaat
Selecteer het papierformaat dat u hebt geladen.
Papiertype
Selecteer het papiertype dat u hebt geladen.
Papiercassette
Selecteer de papierbron die u wenst te gebruiken.
Indeling
Enkele pagina
Hiermee kopieert u een enkelzijdige origineel op één vel.
2-omhoog
Hiermee kopieert u twee enkelzijdige originelen op één vel in de indeling 2-op-1. U kunt de
afdrukstand en het formaat van het origineel selecteren. Controleer de aeelding aan de
rechterzijde om Richting origineel te selecteren.
Documenttype
Selecteer het type van het origineel. Hiermee kopieert u met optimale kwaliteit die het origineel zo
dicht mogelijk benadert.
Kwaliteit
Selecteer de kopieerkwaliteit. Wanneer u Beste selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar
het afdrukken duurt mogelijk langer.
Achtergrond verwijderen
Detecteert de papierkleur (achtergrondkleur) van het origineel en vervolgens wordt de kleur verwijderd
of lichter gemaakt. In welke mate het verwijderen of lichter maken lukt, hangt af van de donkerte of
felheid van de kleur.
Uitbreiding
Bij het randloos kopiëren wordt de aeelding een klein beetje vergroot om de randen rondom te laten
verdwijnen. Selecteer hoeveel u de
aeelding
wilt vergroten.
Alle inst.wissen
Zet de kopieerinstellingen terug op de standaardwaarden.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
144
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel
Scannen naar een geheugenapparaat
U kunt de gescande aeelding in een geheugenapparaat opslaan.
1. Plaats een geheugenkaart in de printer.
2. Plaats de originelen.
3. Selecteer Scannen op het startscherm.
4. Selecteer Geheugenapp.
Als u meerdere geheugenapparaten aansluit op de printer, selecteert u het geheugenapparaat waarop de
gescande aeeldingen worden opgeslagen.
5. Stel op het tabblad Scannen items in, zoals de bestandsindeling waarin moet worden opgeslagen.
Zwart-wit/Kleur: selecteer of u wilt scannen in kleur of zwart-wit.
JPEG/PDF: selecteer de indeling waarin u de gescande aeelding wilt opslaan.
Dubbelzijdig: scant beide zijden van het origineel.
6.
Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen, controleer de instellingen, en breng zo nodig aanpassingen
aan.
7.
Selecteer het tabblad Scannen en tik vervolgens op
x
.
Opmerking:
Gescande aeeldingen worden opgeslagen in de mappen "001" tot "999" in de map "EPSCAN".
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
Scanmenuopties voor scannen naar een geheugenapparaat
Zwart-wit/Kleur:
Selecteer of u wilt scannen in kleur of zwart-wit.
JPEG/PDF:
Selecteer het bestandstype waarin u gescande aeelding wilt opslaan.
Gebruikershandleiding
Scannen
145
Dubbelzijdig:
Scan beide zijden van het origineel.
Richting origineel
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Bindrichting
Selecteer de bindrichting van het origineel.
Geavanceerde menu-opties voor scannen naar een geheugenapparaat
Kwaliteit:
Documenttype:
Selecteer het type van het origineel.
Resolutie:
Selecteer de scanresolutie.
Scaninstellingen:
Scangebied:
Selecteer het scanformaat. Selecteer Autom.bijsn. als u de witruimte rond tekst of rond een
aeelding wilt verwijderen tijdens het scannen. Als u het maximale gebied van de scannerglasplaat
wilt scannen, selecteert u Max. gebied.
Richting origineel:
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Contrast:
Selecteer het contrast van de gescande aeelding.
Geheugenapp. selecteren:
Selecteer het geheugenapparaat waarop u de gescande aeelding wilt opslaan.
Alle inst.wissen:
Zet de scaninstellingen terug op de standaardwaarden.
Scannen naar een computer
c
Belangrijk:
Installeer voordat u gaan scannen Epson Scan 2 en Epson Event Manager op de computer.
1.
Plaats de originelen.
2. Selecteer Scannen op het startscherm.
3. Selecteer Computer.
Gebruikershandleiding
Scannen
146
4. Selecteer om de computer te selecteren waarop u de gescande aeeldingen wilt opslaan.
Opmerking:
Wanneer de printer is verbonden met een netwerk, kunt u de computer selecteren waarop u de gescande aeelding
wilt opslaan. U kunt maximaal 20 computers weergeven op het bedieningspaneel van de printer. Als u Naam
netwerkscan (alfanumeriek) instelt in Epson Event Manager, wordt deze naam weergegeven op het
bedieningspaneel.
5. Selecteer om te selecteren hoe de gescande aeelding op een computer moet worden opgeslagen.
Opslaan als JPEG: de gescande aeelding opslaan in JPEG-indeling.
Opsl. PDF: de gescande aeelding opslaan in PDF-indeling.
Bijlage e-mail: de e-mailclient op uw computer starten en het bestand automatisch als bijlage toevoegen aan
een e-mailbericht.
Aangepaste inst. volgen: hiermee slaat u de gescande aeelding op met de instellingen in de Epson Event
Manager. U kunt de scaninstellingen wijzigen, zoals het scanformaat, de map waarin de scan wordt
opgeslagen of de opslagindeling.
6. Tijdens het scannen met behulp van de ADF, selecteer
(Dubbelzijdig) en selecteer vervolgens of u wel of
niet beide zijden van het origineel wilt scannen.
Opmerking:
Selecteer Alle inst.wissen om de scaninstellingen terug te zetten op de standaardwaarden.
7. Tik op
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
&
“Originelen plaatsen” op pagina 76
&
“Toepassing voor het congureren van scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson Event Manager)”
op pagina 203
Aangepaste instellingen
congureren
in Epson Event Manager
U kunt de scaninstellingen voor Aangepaste inst. volgen congureren in Epson Event Manager.
Zie de Help van Epson Event Manager voor meer informatie.
1.
Start Epson Event Manager.
Gebruikershandleiding
Scannen
147
2. Controleer of de scanner is geselecteerd als Scanner op het tabblad Knopinstellingen op het hoofdscherm.
3. Klik op Taakinstellingen opgeven.
Gebruikershandleiding
Scannen
148
4. Congureer de scaninstellingen op het scherm Taakinstellingen.
Taakinstellingen bewerken: selecteer Aangepaste actie.
Instelling: scan met de beste instellingen voor het geselecteerde type origineel. Klik op Gedetailleerde
scaninstellingen om items als de resolutie of de kleur te congureren voor het opslaan van de gescande
aeelding.
Doelmap: selecteer de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
Bestandsnaam (prex + startnummer): wijzig de instellingen voor de bestandsnaam die u wilt opslaan.
Bestandsindeling: selecteer de indeling voor opslaan.
Actie uitvoeren: selecteer de actie voor het scannen.
Instellingen testen: start een testscan met de huidige instellingen.
5. Klik op OK om terug te keren naar het hoofdscherm.
Gebruikershandleiding
Scannen
149
6. Zorg ervoor dat de Aangepaste actie is geselecteerd in de lijst Aangepaste actie.
7. Klik op Sluiten om Epson Event Manager te sluiten.
Gerelateerde informatie
& Toepassing voor het congureren van scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson Event Manager)”
op pagina 203
Scannen naar de cloud
U kunt gescande
aeeldingen
naar clouddiensten sturen.Voordat u deze functie gebruikt, moet u instellingen
opgeven met Epson Connect.Raadpleeg de volgende portaalsite van Epson Connect voor meer informatie.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
1. Geef eerst instellingen op met Epson Connect.
2. Plaats de originelen.
3. Selecteer Scannen op het startscherm.
4. Selecteer Cloud.
5. Selecteer
bovenaan het scherm en selecteer vervolgens een bestemming.
6. Stel op het tabblad Scannen items in, zoals de bestandsindeling waarin moet worden opgeslagen.
Zwart-wit/Kleur: selecteer of u wilt scannen in kleur of zwart-wit.
Gebruikershandleiding
Scannen
150
JPEG/PDF: selecteer de indeling waarin u de gescande aeelding wilt opslaan.
7. Selecteer het tabblad Geavanceerde instellingen, controleer de instellingen, en breng zo nodig aanpassingen
aan.
8.
Selecteer het tabblad Scannen en tik vervolgens op
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
Basis menu-opties voor scannen naar de cloud
Zwart-wit/Kleur:
Selecteer of u wilt scannen in kleur of zwart-wit.
JPEG/PDF:
Selecteer het bestandstype waarin u gescande aeelding wilt opslaan.
Geavanceerde menu-opties voor scannen naar de cloud
Dubbelzijdig:
Scan beide zijden van het origineel.
Richting origineel
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Bindrichting
Selecteer de bindrichting van het origineel.
Documenttype:
Selecteer het type van het origineel.
Scaninstellingen:
Scangebied:
Selecteer het scanformaat. Selecteer Autom.bijsn. als u de witruimte rond tekst of rond een
aeelding
wilt verwijderen tijdens het scannen. Als u het maximale gebied van de scannerglasplaat
wilt scannen, selecteert u Max. gebied.
Richting origineel:
Selecteer de afdrukstand van het origineel.
Contrast:
Selecteer het contrast van de gescande
aeelding.
Alle inst.wissen:
Zet de scaninstellingen terug op de standaardwaarden.
Gebruikershandleiding
Scannen
151
Scannen met behulp van WSD
Opmerking:
Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor computers met Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows
Vi s t a .
Als u Windows 7/Windows Vista gebruikt, moet u eerst uw computer instellen voordat u deze functie kunt gebruiken.
1. Plaats de originelen.
2.
Selecteer Scannen op het startscherm.
3. Selecteer WSD.
4. Selecteer een computer.
5. Tik op
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Een WSD-poort instellen
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een WSD-poort instelt voor Windows 7/Windows Vista.
Opmerking:
Voor Windows 10/Windows 8.1/Windows 8 wordt de WSD-poort automatisch ingesteld.
Voor het instellen van een WSD-poort is het volgende nodig.
De printer en de computer moeten verbinding hebben met het netwerk.
De printerdriver moet op de computer zijn geïnstalleerd.
1. Zet de printer aan.
2. Klik op Start en vervolgens op Netwerk op de computer.
3.
Klik met de rechtermuisknop op de printer en klik vervolgens op Installeren.
Klik op Doorgaan wanneer het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Scannen
152
Klik op Ver w ijd ere n en begin opnieuw als het scherm Ver w ijd ere n wordt weergegeven.
Opmerking:
De printernaam die u instelt in het netwerk en de modelnaam (EPSON XXXXXX (XX-XXXX)) worden weergegeven in
het venster Netwerk. U kunt de printernaam die in het netwerk is ingesteld controleren vanaf het bedieningspaneel van
de printer of door een netwerkstatusvel af te drukken.
4. Klik op Uw apparaat is gereed voor gebruik.
5. Controleer het bericht en klik op Sluiten.
6. Open het venster Apparaten en printers.
Win d ow s 7
Klik op Start >
Conguratiescherm
> Hardware en geluiden (of Hardware) > Apparaten en printers.
Gebruikershandleiding
Scannen
153
Win d ow s Vis t a
Klik op Start >
Conguratiescherm
> Hardware en geluiden > Printers.
7. Controleer of een pictogram met de naam van de printer in het netwerk wordt weergegeven.
Selecteer de printernaam wanneer u WSD gebruikt.
Scannen vanaf een computer
Scannen met Epson Scan 2
U kunt scannen met de scannerdriver "Epson Scan 2". Raadpleeg de help van Epson Scan 2 voor een uitleg van de
items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
& “Toepassing voor het scannen van documenten en aeeldingen (Epson Scan 2)” op pagina 202
Documenten scannen (Documentmodus)
Met Documentmodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn
voor tekstdocumenten.
1. Plaats de originelen.
Opmerking:
Als u meerdere originelen wilt scannen, plaatst u deze in de ADF.
2. Start Epson Scan 2.
3.
Selecteer Documentmodus in de lijst Modus.
Gebruikershandleiding
Scannen
154
4. Congureer de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Documentbron: selecteer de bron waar het origineel wordt geplaatst.
Documentformaat: selecteer de grootte van het origineel dat u hebt geplaatst.
Knoppen
/ (Originele afdrukstand): selecteer de ingestelde afdrukstand van het origineel dat u
hebt geplaatst.
Aankelijk
van het formaat van het origineel kan dit item automatisch zijn ingesteld en kan
dit niet worden gewijzigd.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
5. Congureer indien nodig andere scaninstellingen.
U kunt een voorbeeldweergave van de gescande aeelding bekijken door op de knop Vo or be el ds ca n te
klikken. Het voorbeeldvenster wordt geopend en een voorbeeld van de aeelding wordt weergegeven.
Wanneer u een voorbeeldweergave hebt gemaakt met ADF, wordt het origineel uit de ADF uitgeworpen.
Plaats het uitgeworpen origineel opnieuw.
Gebruikershandleiding
Scannen
155
Op het tabblad Geavanceerde instellingen kunt u gedetailleerde instellingen congureren voor het
aanpassen van gescande aeeldingen die geschikt zijn voor tekstdocumenten, zoals.
Achtergrond verwijderen: u kunt de achtergrond van de originelen verwijderen.
Tekst verbeteren: u kunt wazige letters in het origineel helder en scherp maken.
Gebieden autom. Scheiden: u kunt letters duidelijker en aeeldingen vloeiend maken wanneer u een
document dat aeeldingen bevat in zwart-wit scant.
Kleur verbeteren: u kunt de opgegeven kleur verbeteren voor de gescande aeelding en deze vervolgens
opslaan in grijstinten of in zwart-wit.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande
aeelding
aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande aeelding aanpassen.
Gamma: u kunt de gamma (helderheid van het middengebied) voor de gescande aeelding aanpassen.
Drempelwaarde: u kunt de rand aanpassen voor monochroom binair (zwart-wit).
Verscherpen: u kunt de contouren van de aeelding verscherpen of versterken.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt
papier, zoals een
tijdschri,
scant.
Rand bijkleuren: u kunt de schaduw verwijderen die rond de gescande aeelding is ontstaan.
Dual Image Output (alleen in Windows): u kunt een aeelding één keer scannen en vervolgens
tegelijkertijd opslaan naar twee aeeldingen met verschillende uitvoerinstellingen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Gebruikershandleiding
Scannen
156
6. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG.
Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
7. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
& “Originelen plaatsen” op pagina 76
Foto's of afbeeldingen scannen (Fotomodus)
Met Fotomodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met een breed scala aan functies voor het aanpassen
van
aeeldingen
die geschikt zijn voor foto's of
aeeldingen.
1. Plaats de originelen.
Als u meerdere originelen op de glasplaat scant, kunt u deze tegelijkertijd scannen.Zorg ervoor dat er ten
minste 20 mm ruimte is tussen de originelen.
Gebruikershandleiding
Scannen
157
Opmerking:
U kunt de ADF niet gebruiken wanneer u scant in Fotomodus.
2. Start Epson Scan 2.
3.
Selecteer Fotomodus in het menu Modus.
4.
Congureer
de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling voor Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat, en de instelling voor Documenttype is vast
ingesteld op Reecterend.(Reecterend wordt gebruikt voor originelen die net transparant zijn, zoals gewoon papier en
foto's.)Deze instellingen kunt u niet wijzigen.
Gebruikershandleiding
Scannen
158
5. Klik op Voo rb ee ld sc an .
Het voorbeeldvenster wordt geopend en de voorbeeldweergaven worden weergegeven als miniatuur.
Opmerking:
Als u een voorbeeld wilt weergeven van het gehele gescande gebied, schakelt u het selectievakje
umbnail
in de lijst
bovenaan het voorbeeldvenster uit.
6.
Bevestig de voorbeeldweergave en congureer indien nodig instellingen voor het aanpassen van de aeelding
op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Gebruikershandleiding
Scannen
159
U kunt de gescande aeelding aanpassen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn voor foto's of
aeeldingen,
zoals de onderstaande.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande aeelding aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande aeelding aanpassen.
Verzadiging: u kunt de verzadiging (levendigheid van de kleuren) voor de gescande
aeelding
aanpassen.
Verscherpen: u kunt de contouren van de gescande aeelding verscherpen of versterken.
Kleurherstel: u kunt vaal geworden aeeldingen herstellen door de originele kleuren weer toe te passen.
Tegenlichtcorrectie: u kunt gescande
aeeldingen
helderder maken wanneer deze donker zijn vanwege
tegenlicht.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt papier,
zoals een tijdschri, scant.
Stof verwijderen: u kunt stof op de gescande aeelding verwijderen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Aankelijk van het origineel kan de aeelding mogelijk niet goed worden gecorrigeerd.
Wanneer er meerdere miniaturen zijn gemaakt, kunt u de aeeldingskwaliteit voor elke miniatuur
aanpassen.Aankelijk van de aanpassingsitems, kunt u de kwaliteit van meerdere gescande aeeldingen tegelijk
aanpassen door meerdere miniaturen te selecteren.
7. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en
PNG.Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Gebruikershandleiding
Scannen
160
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
8. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
&
“Originelen plaatsen” op pagina 76
& “Meerdere foto's plaatsen om tegelijkertijd te scannen” op pagina 81
Scannen met smart-apparaten
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's en documenten kunt scannen vanaf een smart-apparaat, zoals een
smartphone of tablet, dat verbonden is met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer. U kunt gescande gegevens
opslaan op een smart-apparaat of een Cloud-service, via e-mail versturen of afdrukken.
Als u Epson iPrint start wanneer de printer niet met het netwerk verbonden is, wordt een melding weergegeven
waarin u wordt gevraagd verbinding met de printer te maken. Volg de instructies om de verbinding tot stand te
brengen. Zie de onderstaande URL voor de gebruiksomstandigheden.
http://epson.sn
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Scannen met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
Gebruikershandleiding
Scannen
161
De volgende aeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Hiermee opent u het scanscherm.
E
Geeft het scherm weer waarop u de scaninstellingen kunt congureren zoals de resolutie.
F
Geeft gescande bestanden weer.
G
Hiermee start het scannen.
H
Geeft het scherm weer waarop u gescande gegevens kunt opslaan op een smart device of Cloud-service.
I
Geeft het scherm weer om gescande gegevens met e-mail te verzenden.
J
Geeft het scherm weer om gescande gegevens af te drukken.
Gebruikershandleiding
Scannen
162
Inktpatronen vervangen
Het inktpeil controleren
U kunt het inktpeil controleren via het bedieningspaneel of de computer.
Opmerking:
U kunt doorgaan met afdrukken terwijl een bericht wordt weergegeven dat de inkt bijna op is. Vervang de inktcartridges
indien nodig.
Het inktpeil controleren — Bedieningspaneel
Selecteer op het startscherm.
Het inktpeil controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2.
Klik op Inktniveau op het tabblad Hoofdgroep.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, worden de inktniveaus niet weergegeven. Klik op Extra instellingen in
het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Het inktniveau controleren — Mac OS
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
2. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op EPSON Status Monitor.
Codes van de cartridges
Hierna volgen de codes van originele Epson-inktpatronen.
Opmerking:
Inktcartridgecodes kunnen per locatie variëren. Neem contact op met Epson Support voor de juiste codes in uw omgeving.
De cartridges kunnen gerecycled materiaal bevatten. Dit is echter niet van invloed op de functies of prestaties van de
printer.
Specicaties
en uiterlijk van het inktpatroon zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving voor
verbetering.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
163
Voor Europa
Pictogram BK: Black
(Zwart)
PBK: Photo
Black (Foto-
zwart)
C: Cyan (Cyaan) M: Magenta Y: Yellow (Geel)
Sinaasappelen
33
33XL
*
33
33XL
*
33
33XL
*
33
33XL
*
33
33XL
*
* "XL" geeft een grote cartridge aan.
Opmerking:
Bezoek voor gebruikers in Europa onderstaande website met informatie over het rendement van de inktpatronen van Epson.
http://www.epson.eu/pageyield
Voor Azië
BK: Black (Zwart) PBK: Photo Black
(Fotozwart)
C: Cyan (Cyaan) M: Magenta Y: Yellow (Geel)
255 256 256 256 256
Epson raadt het gebruik van originele Epson-cartridges aan. De kwaliteit of betrouwbaarheid van niet-originele
inkt kan niet door Epson worden gegarandeerd. Het gebruik van niet-originele cartridges kan leiden tot schade die
niet onder de garantie van Epson valt. Bovendien kan het gebruik van dergelijke producten er in bepaalde
omstandigheden toe leiden dat het apparaat niet correct functioneert. Informatie over niet-originele inktniveaus
kunnen mogelijk niet worden weergegeven.
Gerelateerde informatie
& “Technische ondersteuning (website)” op pagina 263
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen
Voorzorgsmaatregelen voor de opslag van inkt
Houd de inktcartridges uit de buurt van direct zonlicht.
Bewaar de inktcartridges niet bij hoge temperaturen of temperaturen onder het vriespunt.
Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Voor de beste resultaten bewaart u inktpatroonverpakkingen met de onderkant naar beneden.
Laat cartridges voor gebruik ten minste drie uur op kamertemperatuur komen.
Open de verpakking niet totdat u klaar bent om het inktpatroon in de printer te plaatsen. Het inktpatroon is
vacuüm verpakt om de betrouwbaarheid ervan te garanderen. Als u een inktpatroon lange tijd onverpakt laat
voordat u het gebruikt, is normaal afdrukken niet mogelijk.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
164
Voorzorgsmaatregelen voor het vervangen van inktpatronen
Raak de in de
guur
getoonde onderdelen niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden.
Installeer alle cartridges, anders kunt u niet afdrukken.
Vervang inktpatronen niet met de stroom uitgeschakeld. Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u
de printer beschadigen.
Nadat u het inktpatroon hebt geplaatst, blij het aan/uit-lampje knipperen terwijl de printer inkt laadt. Schakel
de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u mogelijk
niet afdrukken.
Zorg ervoor dat er altijd inktpatronen in de printer zijn geplaatst en schakel de printer niet uit tijdens het
vervangen van inktpatronen. Anders droogt de inkt uit die in de spuitkanaaltjes van de printkop
achterblij
en
kunt u mogelijk niet afdrukken.
Zorg dat er geen stof of objecten in de inktpatroonhouder komt. Alles wat in de houder terechtkomt, kan een
negatieve invloed hebben op de afdrukresultaten of kan ertoe leiden dat u niet kunt afdrukken. Als er iets in de
houder terechtkomt, verwijdert u het voorzichtig.
Als u het inktpatroon verwijdert uit de printer voor later gebruik of om het weg te gooien, zorg dan dat u de
klep weer terugplaatst op de inkttoevoerpoort van het inktpatroon om te voorkomen dat de inkt uitdroogt of
om te voorkomen dat omliggende gebieden inktvlekken krijgen.
Als u een inktcartridge uit de printer verwijdert om deze later weer te gebruiken, wordt door Epson aangeraden
de cartridge zo snel mogelijk op te maken.
Deze printer gebruikt inktpatronen die zijn uitgerust met een groene chip die informatie bijhoudt, zoals de
hoeveelheid resterende inkt voor elk inktpatroon. Dit betekent dat zelfs wanneer het inktpatroon uit de printer
wordt verwijderd voordat het leeg is, u het inktpatroon nog steeds kunt gebruiken nadat u het weer in de printer
plaatst. Er kan echter inkt worden gebruikt wanneer u een inktpatroon terugplaatst om de printerprestaties te
garanderen.
Voor een optimale
eciëntie
van de inkt verwijdert u een inktpatroon alleen wanneer u het wilt vervangen.
Inktpatronen met een lage inktstatus kunnen niet worden gebruikt wanneer u ze terugplaatst.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
165
Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blij een variabele inktreserve in de
cartridge achter op het moment waarop de printer
aangee
dat u de cartridge moet vervangen. De opgegeven
capaciteiten bevatten deze reserve niet.
Haal de inktcartridges niet uit elkaar en breng geen wijzigingen aan cartridges aan. Daardoor kan normaal
afdrukken onmogelijk worden.
U kunt de cartridges die bij de printer zijn geleverd, niet ter vervanging gebruiken.
Voltooi het vervangen van het inktpatroon meteen. Zorg altijd dat er inktpatronen in de printer zijn geplaatst.
Inktverbruik
Voor optimale prestaties van de printkop wordt er tijdens onderhoudsactiviteiten een beetje inkt gebruikt uit
alle cartridges. Er kan ook inkt worden gebruikt wanneer u inktcardridges vervangt of de printer inschakelt.
Wanneer u in monochroom of grijswaarden afdrukt, is het mogelijk kleureninkt te gebruiken in plaats van
zwarte inkt, aankelijk van de instellingen van het papiertype of de afdrukkwaliteit. Dit is omdat kleureninkt
wordt gemengd om zwart te creëren.
De inkt in de cartridges die bij de printer zijn geleverd, wordt deels verbruikt bij de installatie van de printer. De
printkop in uw printer is volledig met inkt geladen om afdrukken van hoge kwaliteit te bezorgen. Bij dit
eenmalige proces wordt een bepaalde hoeveelheid inkt verbruikt. Met de gebruikte cartridge kunnen daarom
wellicht minder pagina's worden afgedrukt dan met volgende cartridges.
De opgegeven capaciteit hangt af van de aeeldingen die u afdrukt, het papier dat u gebruikt, hoe vaak u
afdrukt en de omgeving (bijvoorbeeld temperatuur) waarin u de printer gebruikt.
Cartridges vervangen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
c
Belangrijk:
Bij het vervangen van de cartridges, plaatst u deze in de correcte vervangingspositie. Als u deze in de verkeerde
positie plaatst, doet er zich erkenningsfout voor. Als er een fout is, plaats ze dan in de correcte vervangingspositie.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
166
Opmerking:
Als u de cartridges vervangt tijdens het kopiëren, kunnen de originelen verschuiven. Druk op de knop
y
om het kopiëren te
annuleren en vervang de originelen.
1. Verwijder de cd-/dvd-lade als deze is geplaatst.
2.
Voer een van de volgende handelingen uit.
Wanneer u wordt gevraagd om inktpatronen te vervangen
Kijk welke cartridge moet worden vervangen, tik op Volg end e en selecteer vervolgens Ja, nu vervangen.
Wanneer u cartridges wilt vervangen voor ze leeg zijn
Selecteer Onderhoud > Ver vangen p atronen.
3. Wanneer u de zwarte cartridge vervangt, moet u de nieuwe zwarte cartridge vier- of vijfmaal voorzichtig
schudden voordat u de cartridge uit de verpakking haalt. Wanneer u andere kleurencartridges en de
fotozwarte cartridge wilt vervangen, haalt u deze uit de verpakking zonder te schudden.
c
Belangrijk:
Schud inktpatronen niet nadat u de verpakking hebt geopend, omdat ze kunnen lekken.
4.
Haal de nieuwe inktcartridge uit de verpakking en selecteer vervolgens de knop Volgende.
5. Houd de cartridge met de dop naar boven en verwijder de dop.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
167
c
Belangrijk:
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. Omdat dit de normale werking kan schaden.
6. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten.
7. Bevestig het bericht en tik vervolgens op Start.
De cartridgehouder gaat naar de vervangingspositie. De inktcartridgehouder kan echter na enkele minuten
terugkeren. In dit geval kunt u stappen 2 tot 7 herhalen.
8. Duw het lipje in om de cartridgehouder te ontgrendelen en haal de cartridge er vervolgens schuin uit.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
168
c
Belangrijk:
Vervang de inktcartridges één voor één, en zo snel mogelijk. Als u twee of meer cartridges tegelijk vervangt,
of als het vervangen langer duurt, wordt mogelijk inkt gebruikt om de goede werking van de printer te
garanderen.
Als u het inktpatroon verwijdert uit de printer voor later gebruik of om het weg te gooien, zorg dan dat u de
klep weer terugplaatst op de inkttoevoerpoort van het inktpatroon om te voorkomen dat de inkt uitdroogt of
om te voorkomen dat omliggende gebieden inktvlekken krijgen.
9. Duw de cartridge schuin in de cartridgehouder en duw de cartridge voorzichtig aan tot hij vastklikt.
10. Sluit de scannereenheid en selecteer vervolgens Vol to oid .
11. Volg de instructies op het scherm.
c
Belangrijk:
Nadat u het inktpatroon hebt geplaatst, blij het aan/uit-lampje knipperen terwijl de printer inkt laadt.
Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt
u mogelijk niet afdrukken.
Plaats de cd-/dvd-lade niet in het apparaat zolang het apparaat bezig is.
Gerelateerde informatie
& “Codes van de cartridges” op pagina 163
& Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen” op pagina 164
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
169
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken
Wanneer de kleureninkt of fotozwarte inkt op is maar u nog wel gewone zwarte inkt hebt, kunt u (bij het
afdrukken vanaf de computer) nog korte tijd verder afdrukken met alleen zwarte inkt door de volgende
instellingen te gebruiken.
Type papier: Gewoon papier, Enveloppe
Kleur: Grijswaarden
Randloos: Niet geselecteerd
EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld (alleen voor Windows)
Aangezien deze functie slechts ca. vijf dagen beschikbaar is, moet u de lege cartridge zo snel mogelijk vervangen.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
De beschikbare periode varieert naargelang de gebruiksomstandigheden.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
170
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Windows
1. Als het volgende venster verschijnt, stop dan met afdrukken.
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
2. Open het venster van het printerstuurprogramma.
3. Schakel Randloos uit op het tabblad Hoofdgroep.
4. Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Papiertype op het tabblad Hoofdgroep tab.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
171
5. Selecteer Grijswaarden.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7.
Klik op Druk af.
8. Klik op Afdrukken in zwart-wit in het venster dat wordt weergegeven.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken — Mac OS
Opmerking:
Als u deze functie wilt gebruiken via een netwerk, gebruik dan Bonjour voor de verbinding.
1. Klik op het printerpictogram in het Dock.
2.
Annuleer de taak.
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
3.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).
4. Selecteer Aan voor Tijdelijk afdrukken in zwart-wit.
5.
Open het afdrukdialoogvenster.
6. Selecteer Printerinstellingen in het snelmenu.
7. Selecteer een papierformaat (randloze formaten uitgezonderd) bij Papierformaat.
8. Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Afdrukmateriaal.
9.
Selecteer Grijswaarden.
10. Geef naar wens nog meer instellingen op.
11. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& Afdrukken annuleren” op pagina 134
&
“Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
172
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 111
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna
opgebruikt is (alleen Windows)
Wanneer de zwarte inkt bijna op is en er is nog genoeg kleureninkt, kunt u een mengsel van kleureninkt gebruiken
om zwarte inkt te maken. U kunt blijven afdrukken terwijl u een nieuwe zwarte cartridge gereedmaakt.
Deze functie is alleen beschikbaar als u de volgende instellingen in de printerdriver selecteert.
Papiertype: Gewoon papier
Kwaliteit: Standaard
EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Zwart dat uit andere kleuren is samengesteld, ziet er iets anders uit dan zuiver zwart. Bovendien ligt de afdruksnelheid
lager.
Om de kwaliteit van de printkop in stand te houden wordt ook zwarte inkt verbruikt.
Menu Beschrijving
Ja Selecteer deze optie om een mengsel van kleureninkt en fotozwarte inkt te gebruiken om
zwarte inkt te maken. Dit venster wordt weergegeven wanneer u de volgende keer een
soortgelijke afdruktaak uitvoert.
Nee Selecteer deze optie om verder af te drukken met de resterende zwarte inkt. Dit venster
wordt weergegeven wanneer u de volgende keer een soortgelijke afdruktaak uitvoert.
Deze functie uitschakelen Selecteer deze optie om verder af te drukken met de resterende zwarte inkt. Dit venster
wordt pas opnieuw weergegeven wanneer u de zwarte cartridge hebt vervangen en deze
cartridge bijna is opgebruikt.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
173
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen
Als de spuitkanaaltjes verstopt zijn, worden de afdrukken vaag en ziet u strepen of onverwachte kleuren. Wanneer
de afdrukkwaliteit minder is geworden, gebruikt u de spuitstukcontrole om te kijken of de kanaaltjes verstopt
zitten. Als de spuitkanaaltjes zijn verstopt, reinig dan de printkop.
c
Belangrijk:
Open de scannereenheid niet of schakel de printer niet uit tijdens het reinigen van de printkop. Als het reinigen
van de kop niet wordt voltooid, kunt u mogelijk niet afdrukken.
Omdat bij reiniging van de printkop wat inkt wordt gebruikt, moet u de kop alleen reinigen als de kwaliteit
verslechtert.
Wanneer de inkt bijna op is kan de printkop mogelijk niet worden gereinigd.
Als de afdrukkwaliteit niet verbeterd is na twee herhalingen van de printkopcontrole en -reiniging moet u ten
minste zes uur wachten zonder afdrukken en vervolgens de printkopcontrole en -reiniging herhalen. We raden u
aan om de printer uit te schakelen. Neem contact op met de klantenservice van Epson als de afdrukkwaliteit nog
steeds niet is verbeterd.
Voorkom dat de printkop uitdroogt en trek nooit de stekker van de printer uit het stopcontact wanneer de printer
nog aan is.
De printkop controleren en schoonmaken — Bedieningspaneel
1.
Laad gewoon A4-papier in de papiercasette.
2. Selecteer Onderhoud op het startscherm.
3. Selecteer PrintkopControle spuitm..
4.
Volg de instructies op het scherm om het testpatroon af te drukken.
5. Bekijk het afgedrukte patroon goed.
Als u geen ontbrekende segmenten of onderbroken lijnen ziet, zoals in het volgende patroon "OK", zijn de
spuitkanaaltjes niet verstopt. Het is niet nodig om printkopreiniging uit te voeren. Selecteer
. Er zijn
geen aanvullende stappen nodig.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
174
Als er stukken van lijnen of segmenten ontbreken, zoals weergegeven in het patroon "NG", zijn de
spuitkanaaltjes van de printkop mogelijk verstopt. Ga naar de volgende stap.
6.
Selecteer
.
7. Volg de instructies op het scherm om de printkop te reinigen.
8. Na de reiniging selecteert u Controleren en volgt u de instructies op het scherm om het
spuitkanaaltjespatroon opnieuw af te drukken. Herhaal het reinigen en afdrukken van het testpatroon tot alle
lijnen geheel afgedrukt worden.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
De printkop controleren en schoonmaken - Windows
1. Laad gewoon A4-papier in de papiercassette.
2. Open het venster van de printerdriver.
3.
Klik op Spuitkanaaltjes controleren op het tabblad Hulpprogramma's.
4. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Windows-printerdriver” op pagina 196
De printkop controleren en reinigen — Mac OS
1. Laad gewoon A4-papier in de papiercassette.
2. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
3. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
4. Klik op Spuitkanaaltjes controleren.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
175
5. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
De printkop uitlijnen
Als u een verkeerde uitlijning van verticale lijnen of onscherpe beelden ziet, lijn de printkop dan uit.
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel
1. Laad gewoon A4-papier in de papiercassette.
2. Selecteer Onderhoud op het startscherm.
3. Selecteer Printkop uitlijnen.
4. Selecteer een van de uitlijningsmenu's.
Verticale uitlijning: selecteer deze optie als uw afdrukken wazig zijn of verticale lijnen niet goed uitgelijnd
zijn.
Horizontale uitlijning: selecteer deze optie als er op gelijke intervallen horizontale banden verschijnen.
5. Volg de instructies op het scherm om een uitlijningspatroon af te drukken en selecteer het nummer van het
optimale patroon.
Verticale uitlijning: zoek en selecteer het nummer voor het meest solide patroon in elke groep.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
176
Horizontale uitlijning: zoek en selecteer het nummer van het patroon met de minste scheidingen en
overlappingen.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
Het papiertraject reinigen
Als de afdrukken vlekken vertonen of bekrast zijn of als het papier niet correct wordt ingevoerd, reinig dan de
roller binnenin.
c
Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen.Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de
printkop verstopt zitten met stof.
Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken
Als de afdrukken vlekken vertonen of bekrast zijn, reinig dan de roller binnenin.
c
Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen. Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de
printkop verstopt zitten met stof.
1. Selecteer Onderhoud op het startscherm.
2. Selecteer Papiergeleider reinigen en selecteer vervolgens Start.
3.
Volg de instructies op het scherm om het gewone A4-papier in de papiertoevoer achter te laden en reinig het
papiertraject.
4.
Herhaal deze procedure tot er geen inktvegen meer op het papier zitten.
Als het papier nog altijd inktvlekken na meermalen reinigen, voer dan de volgende stap uit.
5. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
177
6. Neem de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en koppel vervolgens het netsnoer los.
7. Doe het bedieningspaneel omhoog totdat dit horizontaal ligt.
8. Schuif de uitvoerlade uit.
9. Veeg de twee witte rollen voorzichtig af met een zachte vochtige doek.
10. Sluit het netsnoer aan.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
Het papiertraject reinigen om papierstoringen te voorkomen
Wanneer het papier niet correct wordt uitgevoerd vanuit de papiercassette, moet u de roller binnenin reinigen.
1. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
178
2. Neem de stekker van het netsnoer uit het stopcontact en koppel vervolgens het netsnoer los.
3. Trek de papiercassette uit.
4. Plaats de printer met de knop
P
op het bedieningspaneel naar boven.
!
Let op:
Pas bij het neerzetten van de printer op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
179
5. Maak een doek vochtig met wat water, wring de doek grondig uit en veeg hiermee de rollen af terwijl u deze
verdraait.
6. Plaats de printer weer in de normale positie en plaats de papiercassette.
c
Belangrijk:
Laat de printer niet gedurende lange tijd zo staan.
7. Sluit het netsnoer aan.
De Scannerglasplaat reinigen
Wanneer de kopieën of gescande beelden vies zijn, moet u de scannerglasplaat reinigen.
!
Let op:
Pas bij het sluiten van het documentdeksel op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
c
Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
180
1. Open het documentdeksel.
2.
Maak het oppervlak van de scannerglasplaat schoon met een droge, zachte, schone doek.
c
Belangrijk:
Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een
doek met daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht.
Druk niet te hard op het glasoppervlak.
Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de
scankwaliteit aantasten.
De automatische documentinvoer (ADF)
schoonmaken
Als de gekopieerde of gescande bestanden van de ADF vlekken bevatten of de originelen niet correct in de ADF
worden ingevoerd, reinigt u de ADF.
!
Let op:
Pas bij het sluiten van het documentdeksel op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
c
Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
181
1. Open het deksel van de ADF.
2. Reinig de rol en de binnenzijde van de ADF met een zachte, droge, schone doek en sluit het deksel van de
ADF.
3. Sluit het deksel van de ADF.
4. Open het documentdeksel.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
182
5. Maak het onderdeel dat in de guur wordt getoond schoon met een droge, zachte, schone doek.
Opmerking:
Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een doek met
daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht.
Druk niet te hard op het glasoppervlak.
Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de scankwaliteit
aantasten.
6. Verwijder de mat.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
183
7. Maak de onderdelen aan de andere kant van de mat schoon met een droge, zachte, schone doek.
8.
Breng de mat aan en sluit het documentdeksel.
Het doorschijnende folie reinigen
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd nadat u de printkop hebt uitgelijnd of de papierbaan hebt gereinigd, is de
doorschijnende folie in de printer mogelijk vervuild.
Benodigde items:
Wattenstaaes
(meerdere)
Water met een paar druppels schoonmaakmiddel (2 tot 3 druppels schoonmaakmiddel in een 1/4 kop
kraanwater)
Lamp om op vlekken te controleren
c
Belangrijk:
Gebruik geen andere reinigingsvloeistof dan water met enkele druppels schoonmaakmiddel.
1. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
2. Open de scannereenheid.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
184
3. Controleer of zich op de doorschijnende folie vlekken bevinden. Vlekken zijn gemakkelijker te zien als u een
lamp gebruikt.
Als zich op de doorschijnende folie (A) vlekken bevinden (bijvoorbeeld vingerafdrukken of vet), gaat u verder
met de volgende stap.
A: Doorschijnende folie
B: Rail
c
Belangrijk:
Raak de rail (B) niet aan. Anders kunt u mogelijk niet meer afdrukken. Veeg het vet niet van de rail. Dit is
nodig voor een correcte werking.
4.
Bevochtig een
wattenstaae
met wat water met een paar druppels schoonmaakmiddel (zorg ervoor dat er geen
water vanaf drupt) en veeg de vlek weg.
c
Belangrijk:
Veeg de vlek voorzichtig weg. Als u te hard op het
wattenstaae
drukt, kunnen de veren van de folie
verschuiven en kan de printer beschadigd raken.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
185
5. Gebruik een nieuw, droog wattenstaae om de folie schoon te vegen.
c
Belangrijk:
Laat geen vezels achter op de folie.
Opmerking:
Gebruik regelmatig een nieuw wattenstaae om te voorkomen dat u het vuil naar andere plekken verspreidt.
6.
Herhaal stap 4 en 5 totdat de folie schoon is.
7. Controleer de folie op vlekken.
Stroom besparen
De printer gaat in slaapstand of gaat automatisch uit als er een bepaalde tijd geen handelingen worden verricht. U
kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de
energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Aankelijk van de plaats van aankoop, kan de printer een functie hebben voor het automatisch uitschakelen als
het apparaat gedurende 30 minuten niet is verbonden met het netwerk.
Energie besparen — Bedieningspaneel
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Tik op Basisinstellingen.
3. Voer een van de volgende handelingen uit.
Selecteer Slaaptimer of Uitschakelinst. > Uitschakelen indien inactief of Uitschakelen indien
losgekoppeld.
Selecteer Slaaptimer of Uitschakelingstimer.
Opmerking:
Uw product hee mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer, aankelijk van de plaats van aankoop.
4. Selecteer de instelling.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
186
Menuopties voor Instel.
Selecteer in het startscherm van de printer Instel. om de verschillende instellingen te congureren.
Menuopties voor Inktniveau
Selecteer het menu op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Inktniveau
Gee de niveaus van de cartridges weer bij benadering.
Wan neer
wordt weergegeven, is het inktpatroon bijna leeg. Als wordt weergegeven, moet u de cartridge
vervangen omdat de inkt op is.
Vanaf dit scherm kunt u de statusinformatie voor het vervangen van inktcartridges of afdrukbenodigdheden
afdrukken.
Gerelateerde informatie
&
“Cartridges vervangen” op pagina 166
Menuopties voor Basisinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel.> Basisinstellingen
Geluid:
Stel het volume af.
Schermbeveiliging:
Selecteer Gegevens van geheugenkaartom foto's als in een diavoorstelling weer te geven zodra
ongeveer drie minuten lang geen enkele handeling is verricht.
Lcd-helderheid:
Hiermee past u de helderheid van het display aan.
Autom. inschakeling:
Selecteer Aan om de printer automatisch in te schakelen wanneer een afdruk- of scantaak wordt
ontvangen via de USB- of netwerkverbinding. Als u het afdrukken wilt starten, moet u de uitvoerlade
naar uitschuiven. Wanneer u Autom. inschakeling inschakelt, neemt bovendien het stroomverbruik
in stand-by iets toe vergeleken met een volledig uitgeschakelde printer.
Gebruik de instelling Uitschakelingstimer als u de printer automatisch wilt uitschakelen wanneer de
afdruk- of scantaak is voltooid en er een bepaalde tijd geen nieuwe handelingen zijn verricht. Dit is
handig wanneer u afdrukt vanaf een externe locatie, via internet bijvoorbeeld.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
187
Uitschakelingstimer:
Uw product hee mogelijk deze functie of de functie Uitschakelinst., aankelijk van de plaats van
aankoop.
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een
vastgestelde periode niet wordt gebruikt. U kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer
wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan
het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Uitschakelinst.:
Uw product
hee
mogelijk deze functie of de functie Uitschakelingstimer,
aankelijk
van de plaats
van aankoop.
Uitschakelen indien inactief
Selecteer deze instelling om de printer automatisch uit te schakelen als deze gedurende een
vastgestelde periode niet wordt gebruikt. Elke verhoging is van invloed op de energiezuinigheid
van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Uitschakelen indien losgekoppeld
Als u deze instelling selecteert, schakelt de printer na 30 minuten uit als alle poorten, inclusief de
USB-poort, zijn losgekoppeld. Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van de regio.
Slaaptimer:
Pas de tijdsduur aan voor het inschakelen van de slaapmodus (energiebesparingsmodus) wanneer de
printer geen bewerkingen uitvoert. Het lcd-scherm gaat uit als de ingestelde tijd is verstreken.
Taal/Language:
Selecteer de taal van het lcd-scherm.
Alle inst.wissen:
Hiermee worden de Basisinstellingen teruggezet naar de standaardwaarden.
Gerelateerde informatie
& Stroom besparen” op pagina 186
Menuopties voor Printerinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Printerinstellingen
Papierbroninstelling:
Papierinstelling:
Selecteer het formaat en type papier dat u in de papierbron hebt geplaatst. U kunt Favoriete
papierinstell.
congureren
in papierformaat en papiertype.
Papierconguratie:
Selecteer Aan om automatisch het scherm met papierinstellingen weer te geven door te
verwijzen naar Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling > Papierinstelling
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
188
wanneer papier in de papierbron wordt geladen.Als u deze functie uitschakelt, kunt u niet
afdrukken vanaf een iPhone of iPad met AirPrint
CD/DVD:
Hiermee wordt de afdrukpositie van een cd/dvd aangepast door middel van verplaatsing naar boven,
beneden, links of rechts, zodat alles past.
Binnen-/buitenkant van cd:
Hiermee past u de afdrukpositie van de binnen- en buitendiameter van een cd/dvd aan. U kunt voor
de buitendiameter maximaal 120 mm opgeven en voor de binnendiameter minimaal 18 mm.
Aankelijk van de instellingen kan de cd/dvd of de cd-/dvd-lade vies worden. Gebruik waarden die
passen bij het afdrukgebied van uw cd/dvd. De afdrukzone-instelling is de initiële waarde als foto's
worden afgedrukt van een geheugenkaart naar een CD/DVD.
Stickers:
Hiermee wordt de afdrukpositie van een fotosticker aangepast door middel van verplaatsing naar
boven, beneden, links of rechts, zodat alles past.
Dik papier:
Selecteer Aan om te voorkomen dat inkt op uw afdrukken vlekt. De afdruksnelheid kan hierdoor
worden verlaagd.
Stille modus:
Selecteer Aan om het geluid tijdens het afdrukken te verminderen. De afdruksnelheid kan hierdoor
worden verlaagd.
Aankelijk
van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de
afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Droogtijd voor inkt:
Selecteer de droogtijd van de inkt die u wilt gebruiken bij dubbelzijdig afdrukken. De printer drukt
de andere zijde af nadat de ene zijde is afgedrukt. Als uw afdruk is gevlekt, verhoogt u de
tijdsinstelling.
Bidirectioneel:
Selecteer Aan om da afdrukrichting te wijzigen. Drukt af wanneer de printkop naar links beweegt en
wanneer hij naar rechts beweegt. Als verticale of horizontale lijnen op uw afdrukken niet scherp of
niet goed uitgelijnd zijn, kunt u dit probleem mogelijk verhelpen door deze functie uit te schakelen.
De afdruksnelheid kan dan wel afnemen.
Alle inst.wissen
Hiermee worden de Printerinstellingen teruggezet naar de standaardwaarden.
Menuopties voor Netwerkinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Netwerkinstellingen
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
189
Wi-Fi instellen:
Congureer
de instellingen voor de draadloze netwerkverbinding of wijzig deze.Kies uit de volgende
opties de gewenste verbindingsmethode en volg de instructies op het bedieningspaneel.
Wi-Fi (aanbevolen):
Wi - F i D i re c t
Bekabelde LAN-installatie:
Stel een netwerkverbinding in die gebruikmaakt van een LAN-kabel en een router, of wijzig
deze.Wanneer deze functie wordt gebruikt, zijn Wi-Fi-verbindingen uitgeschakeld.
Netwerkstatus:
Hiermee worden de actuele netwerkverbindingen weergegeven.
Status vast netwerk/Wi-Fi
Wi-Fi Direct-status
statusvel
Controle van netwerkverbinding:
Hiermee controleert u de huidige netwerkverbinding en drukt u het rapport af.Als er problemen zijn
met de verbinding, kunt u het rapport raadplegen om het probleem te verhelpen.
Geavanceerd:
Geef de volgende gedetailleerde instellingen op.
Apparaatnaam
TCP/IP
Proxy-server
Gerelateerde informatie
& “Wi-Fi-instellingen uitvoeren door het invoeren van de SSID en het wachtwoord” op pagina 42
& Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling (WPS)” op pagina 43
& “Verbindingsinstellingen voor Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 45
& “Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel” op pagina 57
& “Wijzigen naar een Ethernetverbinding op het bedieningspaneel van de printer” op pagina 56
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 47
& “Geavanceerde netwerkinstellingen maken” op pagina 46
Menuopties voor Webservice-instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Webservice-instellingen
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
190
Epson Connect-services:
Gee
aan of de printer geregistreerd en verbonden is met Epson Connect. Als u zich wilt aanmelden bij
de service, selecteert u Registreren en volgt u de instructies. Wanneer u de printer hebt geregistreerd,
kunt u de volgende instellingen wijzigen.
Onderbreken/hervatten
Registratie opheen
Raadpleeg voor meer informatie de volgende website.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Afdrukservices van Google Cloud:
Gee
aan of de printer geregistreerd en verbonden is met Google Cloud Print-services. Wanneer u de
printer hebt geregistreerd, kunt u de volgende instellingen wijzigen.
Inschakelen/Uitschakelen
Registratie opheen
Ga voor meer informatie over het registreren bij Google Cloud Print-services naar de volgende website.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Gerelateerde informatie
& “De service van Epson Connect” op pagina 194
Menuopties voor Bestanden deln
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Bestanden deln
Selecteer de verbindingsmethode tussen de printer en een computer met
schrijoegang
tot de geheugenkaart in de
printer. Lees- en schrijoegang wordt gegeven aan de computer met de verbinding die prioriteit hee. Andere
computers krijgen alleen leestoegang.
Menuopties voor Afdrukinstellingen camera
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Afdrukinstellingen camera
Congureer instellingen voor het afdrukken vanaf een digitale camera.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
191
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
Menuopties voor Geleiderfuncties
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Geleiderfuncties
Papier komt niet overeen:
Gee een waarschuwing weer als de papierinstellingen (afdrukinstellingen) voor de afdruktaak niet
overeenstemmen met de papierinstellingen van de printer die u hebt opgegeven bij het laden van het
papier.Deze instelling voorkomt verkeerde afdrukken.Het scherm met papierinstellingen wordt
echter niet weergegeven als u Papierconguratie hebt uitgeschakeld in de volgende menu's.
Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling
Doc.waarschuwing:
Gee een waarschuwing weer wanneer een origineel op de scannerglasplaat is blijven liggen (het
documentdeksel is niet geopend, terwijl het kopiëren of scannen via het bedieningspaneel wel is
afgelopen).Deze functie werkt mogelijk niet correct aankelijk van de dikte van het origineel.
Automatische selectiestand:
Wanneer een van de volgende handelingen wordt verricht, worden de menu's weergegeven die bij die
handeling horen.
Er wordt een geheugenkaart geplaatst.
Er wordt een USB-stick geplaatst.
Er wordt een origineel op de scannerglasplaat gelegd.
Er wordt een origineel in de ADF geplaatst.
Alle instellingen:
Hiermee worden alle hulpfuncties in- en uitgeschakeld.
Alle inst.wissen:
Hiermee worden de instellingen voor Geleiderfuncties teruggezet op de standaardwaarden.
Menuopties voor Firmware-update
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Firmware-update
Bijwerken:
Hiermee controleert u of er een nieuwe versie van de rmware op de netwerkserver staat. Als er een
update beschikbaar is, kunt u aangeven of de update mag worden uitgevoerd.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
192
Melding:
Selecteer Aan om een melding te ontvangen als er een rmware-update beschikbaar is.
Gerelateerde informatie
& “De printerrmware bijwerken via het bedieningspaneel” op pagina 208
Menuopties voor Standaardinst. herstellen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instel. > Standaardinst. herstellen
Netwerkinstellingen:
Zet de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alles behalve Netwerkinstellingen:
Zet alle instellingen behalve de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alle instellingen:
Zet alle instellingen terug op de standaardwaarden.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor Instel.
193
Netwerkservice en softwareinformatie
In dit deel maakt u kennis met de netwerkservices en sowareproducten die beschikbaar zijn voor uw printer via
de Epson-website of de meegeleverde sowareschijf.
De service van Epson Connect
Dankzij Epson Connect (beschikbaar via het internet) kunt u via uw smartphone, tablet, pc of laptop, altijd en
praktisch overal afdrukken.
De functies die via het internet beschikbaar zijn, zijn als volgt.
Email Print Epson iPrint afdrukken
op afstand
Scan to Cloud Remote Print Driver
✓✓✓✓
Raadpleeg de portaalsite van Epson Connect voor meer informatie.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Vanaf het bedieningspaneel registreren bij Epson Connect Service
Volg de onderstaande stappen om de printer te registreren.
1. Tik op het startscherm op Instel..
2. Tik in het startscherm op Webservice-instellingen > Epson Connect-services > Registreren > Start
installatie om het registratievel af te drukken.
3. Volg de instructies op het registratievel om de printer te registreren.
Toepassing voor het congureren van
printerbewerkingen (Web Cong)
Web Cong is een toepassing die draait in een webbrowser, zoals Internet Explorer of Safari, op een computer of
smart device. U kunt de printerstatus controleren of de netwerkservice en de printerinstellingen aanpassen.
Verbind de printer en de computer of het smart device met hetzelfde netwerk om Web Cong te gebruiken.
De volgende browsers worden ondersteund.
Besturingssysteem Browser
Windows XP SP3 of hoger
Microsoft Edge, Internet Explorer 8 of hoger, Firefox
*
, Chrome
*
Mac OS X v10.6.8 of hoger
Safari
*
, Firefox
*
, Chrome
*
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
194
Besturingssysteem Browser
iOS
*
Safari
*
Android 2.3 of hoger Standaard browser
Chrome OS
*
Standaard browser
* Gebruik de laatste versie.
Webconguratie uitvoeren op een webbrowser
1. Controleer het IP-adres van de printer.
Tik op het netwerkpictogram op het startscherm van de printer en tik vervolgens op de actieve
verbindingsmethode om het IP-adres van de printer te bevestigen.
Opmerking:
U kunt het IP-adres ook controleren door het netwerkverbindingsrapport af te drukken.
2.
Start een browser op een computer of smart device en voer vervolgens het IP-adres van de printer in.
Formaat:
IPv4: http://het IP-adres van de printer/
IPv6: http://[het IP-adres van de printer]/
Vo orb eel den:
IPv4: http://192.168.100.201/
IPv6: http://[2001:db8::1000:1]/
Opmerking:
Met een smart device kunt u Web Cong ook uitvoeren vanuit het onderhoudsscherm van Epson iPrint.
Gerelateerde informatie
& “Epson iPrint gebruiken” op pagina 129
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 48
Web
Cong
uitvoeren op Windows
Volg de onderstaande stappen om Web Cong uit te voeren als u een computer aansluit op de printer met WSD.
1. Open de printerlijst op de computer.
Win d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Systeem > Conguratiescherm > Apparaten en printers
weergeven in Hardware en geluiden.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in
Hardware en geluiden (of Hardware).
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
195
Win d ow s 7
Klik op de knop Start, selecteer
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden.
Win d ow s Vis t a
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers in Hardware en geluiden.
2. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Eigenschappen.
3.
Selecteer het tabblad Web ser v ic e en klik op de URL.
Web Cong uitvoeren op Mac OS
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
2. Klik op Opties en toebehoren> Toon webpagina printer.
Windows-printerdriver
Het printerstuurprogramma bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing. Door instellingen
op te geven in de printerdriver krijgt u het beste afdrukresultaat. Met het hulpprogramma voor de printerdriver
kunt u de status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Opmerking:
U kunt de taal van de printerdriver naar wens instellen. Selecteer de gewenste taal bij Taa l op het tabblad
Hulpprogramma's.
De printerdriver openen vanuit een toepassing
Als u instellingen wilt opgeven die alleen moeten gelden voor de toepassing waarmee u aan het werk bent, opent u
de printerdriver vanuit de toepassing in kwestie.
Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand. Selecteer uw printer en klik vervolgens op
Vo or keu ren of Eigenschappen.
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
De printerdriver openen via het bedieningspaneel
Wilt u instellingen congureren voor alle toepassingen, dan kunt u dit via het bedieningspaneel doen.
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Windows Systeem > Bedieningspaneel > Apparaten en printers
weergeven in Hardware en geluid. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt
en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware
en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
196
Wi nd o w s 7
Klik op de knop Start, selecteer
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers in Hardware en geluiden. Klik met de
rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen selecteren.
Wi nd o w s X P
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers en andere hardware > Printers en
faxapparaten. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Het printerstuurprogramma openen via het printerpictogram op de taakbalk
Het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad is een snelkoppeling waarmee u snel de printerdriver
kunt openen.
Als u op het printerpictogram klikt en Printerinstellingen selecteert, kunt u hetzelfde venster met
printerinstellingen openen als het venster dat u opent via het bedieningspaneel. Als u op dit pictogram dubbelklikt,
kunt u de status van de printer controleren.
Opmerking:
Als het printerpictogram niet op de taakbalk wordt weergegeven, open dan het venster van de printerdriver, klik op
Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram
registreren op taakbalk.
De toepassing starten
Open het venster van het printerstuurprogramma. Selecteer het tabblad Hulpprogramma's.
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
Uitleg bij de printerdriver voor Windows
De printerdriver voor Windows
hee
een Help-functie. Als u uitleg over de instellingen wilt weergeven, klik dan
met de rechtermuisknop op de instelling en klik vervolgens op Help.
Het tabblad Hoofdgroep
Hier kunt u basisinstellingen opgeven voor het afdrukken, zoals het papiertype of papierformaat.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
197
U kunt ook instellingen opgeven voor het afdrukken op beide zijden van het papier of het afdrukken van meerdere
pagina's op één vel papier.
Het tabblad Meer opties
Hier kunt u extra opties voor de lay-out en het afdrukken opgeven, zoals het formaat van de afdruk of
kleurcorrecties.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
198
Het tabblad Hulpprogramma's
U kunt onderhoudsfuncties uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor 3 te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Bedieningsinstellingen voor Windows-printerdriver congureren
U kunt instellingen congureren zoals het inschakelen van EPSON Status Monitor 3.
1. Open het venster van de printerdriver.
2.
Klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's.
3.
Congureer
de gewenste instellingen en klik vervolgens op OK.
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 196
Mac OS-printerstuurprogramma
Het printerstuurprogramma bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing.Door instellingen
op te geven in het printerstuurprogramma krijgt u het beste afdrukresultaat.Met het hulpprogramma voor het
printerstuurprogramma kunt u de status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Het printerstuurprogramma openen vanuit een toepassing
Klik op Pagina-instelling of Afdrukken in het menu File van uw toepassing.Klik indien nodig op Toon detai l s (of
d
) om het afdrukvenster te vergroten.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
199
Opmerking:
Aankelijk van de toepassing die wordt gebruikt, wordt Pagina-instelling mogelijk niet weergegeven in het menu Bestand
en kunnen de bewerkingen voor het weergeven van het afdrukscherm verschillen.Zie de Help van de toepassing voor meer
informatie.
De toepassing starten
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open
Printerhulpprogramma.
Gerelateerde informatie
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS
Afdrukvenster
Met het snelmenu in het midden kunt u meer items weergeven.
Snelmenu Beschrijving
Lay-out Hiermee kunt u een lay-out selecteren voor het afdrukken van meerdere pagina's op één vel of
aangeven dat u een rand wilt afdrukken.
Kleuren aanpassen Hiermee kunt u de kleuren aanpassen.
Papierafhandeling U kunt de afdruktaak groter of kleiner maken en automatisch aanpassen aan het
papierformaat dat u hebt geladen.
Voorblad
U kunt een voorblad selecteren voor uw documenten.Selecteer Type voorblad om de inhoud
in te stellen die op het voorblad moet worden afgedrukt.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
200
Snelmenu Beschrijving
Printerinstellingen Hiermee kunt u de basisinstellingen voor het afdrukken opgeven, zoals de papiersoort en
afdrukkwaliteit.
Kleurenopties
Als u EPSON Kleurencontrole selecteert in het menu Kleuren aanpassen, kunt u een
kleurcorrectiemethode kiezen.
Inst. dubbelzijdig afdr. Hiermee kunt u een bindrichting voor het dubbelzijdig afdrukken of een documenttype
selecteren.
Opmerking:
Als u OS X Mountain Lion of hoger gebruikt en het menu Printerinstellingen wordt niet weergegeven, is het Epson-
printerstuurprogramma niet goed geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen),
verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.Open de volgende website en voer de productnaam in.Ga naar
Ondersteuning en lees de Tips.
http://epson.sn
Epson Printer Utility
U kunt een onderhoudsfunctie uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
201
Bedieningsinstellingen voor Mac OS-printerdriver congureren
Het venster Bedieningsinstellingen openen voor het Mac OS-
printerstuurprogramma
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
Bedieningsinstellingen voor het Mac OS-printerstuurprogramma
Dik papier en enveloppes: Voorkomt inktvlekken bij gebruik van dik papier.De afdruksnelheid kan echter
afnemen.
Lege pagina overslaan: Hiermee wordt voorkomen dat lege pagina's worden afgedrukt.
Stille modus: Hiermee maakt de printer minder geluid, maar de afdruksnelheid kan afnemen.
Tijdelijk afdrukken in zwart-wit: hiermee wordt alleen tijdelijk met zwarte inkt afgedrukt.
Autom. cassette omschakelen: hiermee wordt automatisch papier ingevoerd uit papiercassette 2 wanneer het
papier in papiercassette 1 op is.Laad hetzelfde papier (type en formaat) in papiercassette 1 en papiercassette 2.
Afdrukken met hoge snelheid: Hiermee wordt afgedrukt wanneer de printkop in beide richtingen beweegt.Het
afdrukken verloopt sneller, maar de kwaliteit kan afnemen.
Waarschuwingen: Wanneer deze optie is ingeschakeld, kan het printerstuurprogramma waarschuwingen
weergeven.
Bidirectionele communicatie gebruiken: dit moet normaliter zijn ingesteld op Aan.Selecteer Uit wanneer het
openen van de printerinformatie niet mogelijk is omdat de printer wordt gedeeld met Windows-computers in
een netwerk.
Gerelateerde informatie
& “Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken” op pagina 170
Toepassing voor het scannen van documenten en
afbeeldingen (Epson Scan 2)
Epson Scan 2 is een toepassing waarmee het scanproces geregeld kan worden.U kunt formaat, resolutie,
helderheid, contrast en kwaliteit van de gescande
aeelding
aanpassen.U kunt Epson Scan 2 ook starten vanuit
een TWAIN-scantoepassing.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de
soware
in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
202
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of programma's > EPSON > Epson Scan 2> Epson
Scan 2.
Beginnen met Mac OS
Opmerking:
Epson Scan 2 biedt geen ondersteuning voor de Mac OS-functie voor snelle gebruikersoverschakeling.Schakel snelle
gebruikersoverschakeling uit.
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Epson Scan 2.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
De netwerkscanner toevoegen
U moet de netwerkscanner toevoegen voordat u Epson Scan 2 kunt gebruiken.
1. Start de
soware
en klik vervolgens op Toevoegen in het scherm Scannerinstellingen.
Opmerking:
Als To e v oe ge n is grijs wordt weergegeven, klikt u op Bewerken inschakelen.
Als het startscherm van Epson Scan 2 wordt weergegeven, is de netwerkscanner al verbonden. Als u verbinding wilt
maken met een ander netwerk, selecteert u Scanner > Instellingen om het scherm Scannerinstellingen te openen.
2. Voeg de netwerkscanner toe. Voer de volgende items in en klik op Toevoegen.
Model: selecteer de scanner waarmee u verbinding wilt maken.
Naam: voer de scannernaam in. Deze mag maximaal 32 tekens bevatten.
Netwerk zoeken: wanneer de computer en de scanner zich in hetzelfde netwerk bevinden, wordt het IP-
adres weergegeven. Als dit niet wordt weergegeven, klikt u op de knop
. Als het IP-adres nog steeds niet
wordt weergegeven, klikt u op Adres opgeven en voert u het IP-adres rechtstreeks in.
3.
Selecteer de scanner in het scherm Scannerinstellingen en klik vervolgens op OK.
Toepassing voor het
congureren
van
scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson
Event Manager)
Epson Event Manager is een toepassing waarmee u vanuit het
conguratiescherm
het scannen kunt beheren en
bestanden kunt opslaan op een computer.U kunt uw eigen instellingen als presets toevoegen zoals het
documenttype, de locatie voor de opslagmap en het formaat van het bestand.Zie de Help van de toepassing voor
meer informatie.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
203
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > Event Manager.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Event
Manager.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toe p as si ng en > Epson Soware > Event Manager.
Gerelateerde informatie
& “Scannen naar een computer” op pagina 146
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Toepassing voor fotolay-out (Epson Easy Photo Print)
Epson Easy Photo Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk foto's met verschillende lay-outs kunt
afdrukken.U kunt het voorbeeld van het foto-bestand bekijken en het bestand of de positie aanpassen.U kunt ook
foto's met een rand afdrukken.Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Wanneer u afdrukt op origineel Epson-fotopapier, wordt de inktkwaliteit gemaximaliseerd en krijgt u levendige en
scherpe afdrukken.
Als u randloos wilt afdrukken met een in de handel verkrijgbaar sowarepakket, congureert u de volgende
instellingen.
Zorg dat uw gegevens passen op het papierformaat.Als u in de toepassing die u gebruikt een marge kunt
instellen, stel de marge dan in op 0 mm.
Schakel in het printerstuurprogramma de instelling voor randloos afdrukken in.
Opmerking:
Het printerstuurprogramma moet zijn geïnstalleerd om deze toepassing te gebruiken.
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > Epson Easy Photo Print.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programmas > Epson Soware > Epson
Easy Photo Print.
Beginnen met Mac OS
Ga > Toe p as si ng en > Epson
Soware
> Epson Easy Photo Print.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
204
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Toepassing voor het afdrukken van tekst of
afbeeldingen op een schijf (Epson Print CD)
Epson Print CD is een toepassing waarmee u een cd-/dvd-label kunt ontwerpen om rechtstreeks af te drukken op
een cd/dvd.Ook is het mogelijk een cd-/dvd-hoesje af te drukken.Zie de Help van de toepassing voor meer
informatie.
Opmerking:
Het printerstuurprogramma moet zijn geïnstalleerd om deze toepassing te gebruiken.
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON-soware > Print CD.
Wi nd o w s 8 / Win d o w s 8 . 1
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Print
CD.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Print CD > Print CD.
Gerelateerde informatie
&
“Toepassingen installeren” op pagina 207
Toepassing voor het afdrukken van webpagina's (E-
Web Print)
E-Web Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk webpagina's met verschillende lay-outs kunt afdrukken. Zie
de Help van de toepassing voor meer informatie. U kunt de help openen in het menu E-Web Print op de werkbalk
E-Web Print.
Opmerking:
Mac OS wordt niet ondersteund.
Controleer op ondersteunde browsers en de laatste versie van de downloadsite.
Starten
Wanneer u E-Web Print installeert, wordt dit weergegeven in uw browser. Klik op Afdrukken of Clippen.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
205
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Toepassing voor het scannen en overdragen van
afbeeldingen (Easy Photo Scan)
Easy Photo Scan is een toepassing waarmee u foto's kunt scannen en de gescande aeelding vervolgens
gemakkelijk kunt verzenden naar een computer of naar een dienst in de cloud. Daarbij kunt u de gescande
aeelding gemakkelijk aanpassen. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Als u deze toepassing wilt gebruiken, moet het scannerstuurprogramma Epson Scan 2 worden geïnstalleerd.
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON-soware > Eenvoudig foto's scannen.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Easy
Photo Scan.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Easy Photo Scan.
Gerelateerde informatie
&
“Toepassingen installeren” op pagina 207
Hulpprogramma's voor software-updates (EPSON
Software Updater)
EPSON Soware Updater is een toepassing die controleert op nieuwe of bijgewerkte soware op internet en deze
vervolgens installeert.U kunt ook de rmware en de handleiding van de printer bijwerken.
Beginnen met Windows
Wi nd o w s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Epson Soware > EPSON Soware Updater.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi nd o w s 7 / Wi n d o w s Vi st a / Wi n d o w s X P
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle Programma's of Programma's > Epson Soware > EPSON
Soware
Updater.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
206
Opmerking:
U kunt EPSON Soware Updater ook starten door te klikken op het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad en
vervolgens Soware-update te selecteren.
Beginnen met Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > EPSON Soware Updater.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Toepassingen installeren
Verbind uw computer met het netwerk en installeer de nieuwste versie van toepassingen vanaf de website.
Opmerking:
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
U moet een toepassing eerst verwijderen voordat u deze opnieuw kunt installeren.
1. Sluit alle actieve toepassingen.
2. Koppel de printer en computer tijdelijk los als u de printerdriver of Epson Scan 2 installeert.
Opmerking:
Verbindt de printer en computer pas als de instructies dit zeggen.
3. Open de volgende website en voer de productnaam in.
http://epson.sn
4. Selecteer Instellen en klik dan op Downloaden.
5. Klik of dubbelklik op het gedownloade bestand en volg vervolgens de instructies op het scherm.
Opmerking:
Als u een Windows-computer gebruikt en de toepassingen niet kunt downloaden vanaf de website, installeert u deze van de
soware-cd
die met de printer is geleverd.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 208
Toepassingen en rmware bijwerken
Bepaalde problemen kunnen worden opgelost door de toepassingen en
rmware
opnieuw te installeren. Zorg
ervoor dat u de nieuwste versie van de toepassingen en rmware gebruikt.
1. Controleer of de printer en de computer zijn aangesloten, en of de computer met internet is verbonden.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
207
2. Start EPSON Soware Updater en werk de toepassingen of de rmware bij.
c
Belangrijk:
Schakel de computer of de printer niet uit voordat de update is voltoord, anders kan de printer defect raken.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt bijwerken niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet bijwerken met de EPSON Soware
Updater. Kijk op uw lokale Epson-website voor de nieuwste versies van de toepassingen.
http://www.epson.com
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor
soware-updates
(EPSON
Soware
Updater)” op pagina 206
De printerrmware bijwerken via het bedieningspaneel
Als de printer verbinding hee met internet, kunt u de rmware van de printer bijwerken via het bedieningspaneel.
Nieuwe rmware kan de prestaties van de printer verbeteren of kan nieuwe functies toevoegen. U kunt ook
instellen dat de printer regelmatig zelf moet controleren of er nieuwe rmware is en zo ja, dat u daar dan bericht
van moet krijgen.
1. Selecteer Instel. op het startscherm.
2. Selecteer Firmware-update > Bijwerken.
Opmerking:
Schakel Melding in om de printer regelmatig te laten controleren op beschikbare
rmware-updates.
3. Controleer het bericht dat op het scherm wordt weergegeven en tik op Controle starten om het zoeken naar
beschikbare updates te starten.
4. Als op het display wordt weergegeven dat er een
rmware-update
beschikbaar is, volg dan de aanwijzingen op
het scherm om de update te starten.
c
Belangrijk:
Schakel de printer niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact zolang de update bezig is, anders kan de
printer defect raken.
Als de rmware-update niet goed wordt afgerond of mislukt, start de printer niet goed op en wordt
"Recovery Mode" weergegeven op het display de volgende keer dat de printer wordt aangezet. In dit geval
moet u de rmware opnieuw bijwerken maar dan met behulp van een computer. Sluit de printer met een
USB-kabel aan op de computer. Wanneer "Recovery Mode" wordt weergegeven op de printer, kunt u de
rmware niet via een netwerkverbinding bijwerken. Ga op de computer naar uw lokale Epson-website en
download de meest recente printerrmware. Zie de aanwijzingen op de website voor de volgende stappen.
Toepassingen verwijderen
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
208
Toepassingen verwijderen — Windows
1. Druk op de knop
P
om de printer uit te zetten.
2. Sluit alle actieve toepassingen.
3.
Conguratiescherm openen:
Win d ow s 1 0
Klik op de startknop en selecteer vervolgens Systeem > Conguratiescherm.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de startknop en selecteer Conguratiescherm.
4. Open Een programma verwijderen (of Programma's installeren of verwijderen):
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Selecteer Een programma verwijderen in Programma's.
Win d ow s X P
Klik op Programma's installeren of verwijderen.
5. Selecteer de soware die u wilt verwijderen.
U kunt het printerstuurprogramma niet verwijderen als er afdruktaken actief zijn. Verwijder de taken of wacht
tot deze zijn afgedrukt voordat u het printerstuurprogramma verwijdert.
6. De toepassingen verwijderen:
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Klik op Ver w ijd ere n/ wi jzi gen of Ve r wij der en .
Win d ow s X P
Klik op Wijzigen/Verwijderen of Ver w ijd eren.
Opmerking:
Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven, klikt u op Doorgaan.
7. Volg de instructies op het scherm.
Toepassingen verwijderen — Mac OS
1. Download de Uninstaller met EPSON Soware Updater.
Als u de Uninstaller hebt gedownload,
hoe
u deze niet telkens opnieuw te downloaden wanneer u de
toepassing verwijdert.
2. Druk op de knop
P
om de printer uit te zetten.
3. Als u het printerstuurprogramma wilt verwijderen, selecteert u Systeemvoorkeuren in het menu
>
Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en faxen) en vervolgens verwijdert u de printer
uit de printerlijst.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
209
4. Sluit alle actieve toepassingen.
5. Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Uninstaller.
6. Selecteer de toepassing die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Maak installatie ongedaan.
c
Belangrijk:
De Uninstaller verwijdert alle Epson-inktjetprinterstuurprogramma's van de computer.Als u meerdere Epson
inktjetprinters gebruikt en u enkel bepaalde stuurprogramma's wilt verwijderen, verwijder ze dan eerst
allemaal en installeer dan enkel de vereiste stuurprogramma's.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt verwijderen niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet verwijderen met de
Uninstaller.Selecteer in dat geval Start > Toepassingen > Epson
Soware
, kies de toepassing die wilt verwijderen en
sleep deze vervolgens naar het prullenmandpictogram.
Gerelateerde informatie
& “Hulpprogramma's voor
soware-updates
(EPSON
Soware
Updater)” op pagina 206
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
210
Problemen oplossen
De printerstatus controleren
Berichten op het display bekijken
Als er een melding op het display wordt weergegeven, volgt u de instructies op het scherm of de onderstaande
oplossingen om het probleem op te lossen.
Meldingen Oplossingen
Printerfout
Schakel de printer opnieuw in. Raadpleeg uw
documentatie voor meer details.
Als de foutmelding nog steeds verschijnt na het uit- en opnieuw
inschakelen, neemt u contact op met de klantendienst van Epson.
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 263
Bewerking geannuleerd. Fout bij opslaan. Mogelijk is het externe opslagapparaat, zoals een geheugenkaart,
beschadigd. Controleer of het apparaat beschikbaar is.
Inktcartridge is bijna leeg. U kunt doorgaan met afdrukken tot u opdracht krijgt de cartridges te
vervangen. De printer kan niet afdrukken als een van de cartridges
helemaal opgebruikt is. Zorg zo snel mogelijk voor nieuwe cartridges.
U moet de volgende inktcartridge(s) vervangen. Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blijft
een variabele inktreserve in de cartridge achter op het moment waarop
de printer aangeeft dat u de cartridge moet vervangen. Vervang het
inktpatroon wanneer hierom wordt gevraagd.
Papierconguratie is ingesteld op Uit. Sommige
functies, zoals de instellingen voor het
papierformaat en het type zijn mogelijk niet
beschikbaar. Raadpleeg uw documentatie voor
details.
Als Papierconguratie is uitgeschakeld, kunt u AirPrint niet gebruiken.
Bovendien worden er geen berichten weergegeven om u te laten weten
dat het papierformaat en papiertype niet overeenstemmen. Laat deze
instelling ingeschakeld tenzij u altijd papier van hetzelfde formaat en
type gebruikt en de papierinstellingen niet hoeft te wijzigen.
Het inktkussen van de printer nadert einde
levensduur. Neem contact met Epson-
ondersteuning.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen te vervangen.
*1
Dit onderdeel kan niet
door de gebruiker worden vervangen.
Druk op de knop
x
om het afdrukken te hervatten.
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 263
Het inktkussen van de printer is aan einde
levensduur. Neem contact met Epson-
ondersteuning.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen te vervangen.
*1
Dit onderdeel kan niet
door de gebruiker worden vervangen.
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 263
Inktkussen voor randloos afdrukken van printer
nadert einde levensduur. Gebruiker kan
onderdeel niet vervangen. Neem contact op
met Epson-ondersteuning.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te
vervangen.
*2
Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden
vervangen.
Druk op de knop
x
om het afdrukken te hervatten.
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 263
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
211
Meldingen Oplossingen
Inktkussen voor randloos afdrukken van printer
heeft einde levensduur bereikt. Gebruiker kan
onderdeel niet vervangen. Neem contact op
met Epson-ondersteuning.
Neem contact op met Epson of een door Epson geautoriseerde
dienstverlener om het inktkussen voor randloos afdrukken te
vervangen.
*2
Dit onderdeel kan niet door de gebruiker worden
vervangen.
Randloos afdrukken is niet beschikbaar. Afdrukken met rand is wel
beschikbaar.
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 263
Communicatiefout. Controleer of de computer is
aangesloten.
Sluit de computer en de printer correct aan. Als u verbinding maakt via
een netwerk, raadpleegt u de pagina waarin de netwerkverbinding
vanaf de computer wordt beschreven. Als de foutmelding nog steeds
wordt weergegeven, controleert u of Epson Scan 2 en Epson Event
Manager op de computer geïnstalleerd zijn.
“Een computer verbinden” op pagina 32
Combinatie van IP-adres en subnetmasker is
ongeldig. Raadpleeg uw documentatie voor
meer details.
Voer het juiste IP-adres of de juiste standaardgateway in. Neem contact
op met degene die het netwerk heeft ingesteld voor ondersteuning.
Werk rootcerticaat bij om cloudservices te
gebruiken.
Voer Web Cong uit en werk vervolgens het basiscerticaat bij.
“Toepassing voor het congureren van printerbewerkingen (Web
Cong)” op pagina 194
Kan de media niet herkennen. Raadpleeg uw
documentatie voor meer details over de media
Raadpleeg de onderstaande koppeling.
“Specicaties externe opslagapparaten” op pagina 256
Kan geplaatst geheugenapparaat niet
gebruiken. Raadpleeg doc. voor details.
Raadpleeg de onderstaande koppeling.
“Specicaties externe opslagapparaten” op pagina 256
Aanpassing geannuleerd. Er is een probleem
met de printspuitkoppen. Raadpleeg de
documentatie voor details.
Als de afdrukkwaliteit niet verbeterd is na twee herhalingen van de
printkopcontrole en -reiniging moet u ten minste zes uur wachten
zonder afdrukken en vervolgens de printkopcontrole en -reiniging
herhalen. We raden u aan om de printer uit te schakelen. Neem contact
op met de klantenservice van Epson als de afdrukkwaliteit nog steeds
niet is verbeterd.
Installeer de software op de computer om deze
functie te gebruiken. Raadpleeg uw
documentatie voor meer details.
Raadpleeg de onderstaande koppeling.
“Toepassingen installeren” op pagina 207
Controleer dit als computer niet gevonden.
- Verb.tss. printer en computer (USB of netwerk)
- Install. nodige software
- Voeding comp.
- Inst. rewall, enz
- Opnieuw zoeken
Raadpleeg doc. voor meer details.
Raadpleeg de onderstaande koppeling.
“Een computer verbinden” op pagina 32
“Toepassingen installeren” op pagina 207
“Software wordt geblokkeerd door een
rewall
(alleen Windows)” op
pagina 250
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
212
Meldingen Oplossingen
Controleer of de poortinstellingen van Printer
(zoals IP-adres) of het printerstuurprogramma
correct is via Computer.
Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd in Eigenschappen
> Poort in het menu Printer. Dit gaat als volgt.
Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port"
voor een netwerkverbinding.
Controleer via de computer of de
poortinstellingen of het printerstuurprogramma
correct zijn. Raadpleeg uw documentatie voor
details.
Open het volgende of raadpleeg de
documentatie voor details. Selecteer [Negeren]
nadat u dit hebt bevestigd.
Raadpleeg de onderstaande koppeling.
“Een smart device verbinden” op pagina 33
Papierinstellingen voor XX komen niet overeen
met de Afdrukinstellingen. Trek aan
Papiercassette 1 of Papiercassette 2 om het
volgende papier te plaatsen. XX XX
Laad papier dat bij de afdrukinstellingen past in de papiercassette en
wijzig vervolgens de papierinstellingen of wijzig de afdrukinstellingen.
Als u niet wilt dat deze melding op het display wordt getoond,
selecteert u Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling en
stel vervolgens Papierconguratie in op Uit.
Het papierformaat en type, ingesteld in XX,
komt niet overeen met opgegeven
Afdrukinstellingen.
Laad papier dat bij de afdrukinstellingen past in de papiercassette en
wijzig vervolgens de papierinstellingen of wijzig de afdrukinstellingen.
Als u niet wilt dat deze melding op het display wordt getoond,
selecteert u Instel. > Geleiderfuncties en stel vervolgens Papier komt
niet overeen in op Uit.
Er is geen papier geladen dat overeenkomt met
instellingen van het papierformaat.
Wijzig de instellingen voor het afdrukken in overeenstemming met de
papiergrootte die in de papiercassette is geladen, of laad anders papier
in de papiercassette dat met de afdrukinstellingen overeenkomt.
Als u niet wilt dat deze melding op het display wordt getoond,
selecteert u Instel. > Geleiderfuncties en stel vervolgens Papier komt
niet overeen in op Uit.
Recovery Mode De printer is in herstelmodus gestart omdat de rmware-update is
mislukt. Volg de onderstaande stappen om opnieuw te proberen de
rmware
bij te werken.
1. Sluit de computer en de printer met een USB-kabel op elkaar aan. (In
herstelmodus kunt u de rmware niet via een netwerkverbinding
bijwerken.)
2. Ga naar uw lokale Epson-website voor verdere instructies.
“Toepassingen en rmware bijwerken” op pagina 207
“Technische ondersteuning (website)” op pagina 263
*1 Bij sommige afdrukcycli komt een heel kleine hoeveelheid overtollige inkt op het inktkussentje terecht. Om te
voorkomen dat er inkt uit het kussentje lekt, is de printer ontworpen om het afdrukken te stoppen wanneer het
kussentje de limiet bereikt. Of en hoe vaak dit nodig is, hangt af van het aantal pagina's dat u afdrukt, het soort
materiaal waarop u afdrukt en het aantal reinigingsprocedures dat door het apparaat wordt uitgevoerd. Dat het
kussentje moet worden vervangen, wil niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de
specicaties
functioneert.
Als het kussentje moet worden vervangen, wordt er op de printer een melding weergegeven. Het kussentje kan
alleen worden vervangen door een erkende Epson-serviceprovider. De kosten voor deze vervanging vallen niet
onder de garantie van Epson.
*2 Bij sommige afdrukcycli komt een heel kleine hoeveelheid overtollige inkt op het inktkussentje voor randloos
afdrukken terecht. Om te voorkomen dat er inkt uit het kussentje lekt, is het product ontworpen om het randloos
afdrukken te stoppen wanneer het kussentje de limiet bereikt. Of en hoe vaak dit moet gebeuren, is aankelijk van
het aantal pagina's dat u afdrukt met de optie voor randloos afdrukken. Dat het kussentje moet worden vervangen,
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
213
wil niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de specicaties functioneert. Als het kussentje moet worden
vervangen, wordt er op de printer een melding weergegeven. Het kussentje kan alleen worden vervangen door een
erkende Epson-serviceprovider. De kosten voor deze vervanging vallen niet onder de garantie van Epson.
De printerstatus controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Hulpprogramma's.
Opmerking:
U kunt de printerstatus ook controleren door te dubbelklikken op het printerpictogram op de taakbalk. Als het
printerpictogram niet aan de taakbalk is toegevoegd, klik dan op Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram registreren op taakbalk.
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 196
De printerstatus controleren — Mac OS
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
2.
Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op EPSON Status Monitor.
U kunt de printerstatus, het inktpeil en de foutstatus controleren.
Vastgelopen papier verwijderen
Controleer de foutmelding die op het bedieningspaneel wordt weergegeven en volg de instructies om het
vastgelopen papier, inclusief afgescheurde stukjes, te verwijderen. Verwijder hierna de foutmelding.
c
Belangrijk:
Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. Het papier krachtdadig verwijderen kan de printer beschadigen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
214
Vastgelopen papier binnen in de printer verwijderen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten.Anders kunt u zich
verwonden.
Raak nooit de knoppen van het bedieningspaneel aan als u met uw hand in de printer zit.Als de printer begint te
werken, kunt u zich verwonden.Raak de uitstekende delen niet aan om verwondingen te voorkomen.
1. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
215
c
Belangrijk:
Raak de witte, platte kabel of het doorzichtige folie binnen in de printer niet aan.Dit kan een storing
veroorzaken.
3. Sluit de scannereenheid.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
216
Vastgelopen papier verwijderen uit de Achterpaneel
1. Verwijder de achterpaneel.
2. Verwijder het vastgelopen papier.
3.
Verwijder het vastgelopen papier uit de achterpaneel
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
217
4. Open het deksel van de achterpaneel.
5. Verwijder het vastgelopen papier.
6. Sluit het deksel van de achterpaneel en laad de achterpaneel in de printer.
Vastgelopen papier verwijderen uit de Papiercassette
1.
Sluit de uitvoerlade.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
218
2. Trek de papiercassette uit de printer.
3. Verwijder het vastgelopen papier.
4. Lijn de randen van het papier uit en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
5. Laad de papiercassette in de printer.
Vastgelopen papier verwijderen uit de ADF
!
Let op:
Pas bij het sluiten van het documentdeksel op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
219
1. Open het deksel van de ADF en verwijder het vastgelopen papier.
2. Open het documentdeksel.
3. Verwijder de mat.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
220
4. Verwijder het vastgelopen papier.
5.
Breng de mat weer aan.
6. Sluit het documentdeksel en sluit vervolgens het deksel van de ADF.
7. Open de invoerlade van de ADF.
8. Verwijder het vastgelopen papier.
9. Sluit de invoerlade van de ADF.
Papier wordt niet goed ingevoerd
Controleer de volgende punten en voer de toepasselijke acties uit om het probleem op te lossen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
221
Plaats de printer op een vlakke ondergrond en gebruik deze in de aanbevolen omgevingsomstandigheden.
Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
Volg de voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking.
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor de specieke papiersoort. Let er bij gewoon papier op dat
het niet boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider komt.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat en -type overeenkomen met het werkelijke papierformaat
en -type dat in de printer is geladen.
Reinig de roller in de printer.
Gerelateerde informatie
& “Omgevingsspecicaties” op pagina 258
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 60
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
& Het papiertraject reinigen om papierstoringen te voorkomen” op pagina 178
Papier loopt vast
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Laad één blad papier per keer wanneer u meerdere bladen laadt.
Gerelateerde informatie
& “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 214
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
Papier wordt schuin ingevoerd
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
Er worden meerdere vellen papier tegelijk uitgevoerd
Laad één vel papier per keer.
Wanneer er verschillende bladen tegelijk worden ingevoerd tijdens handmatig dubbelzijdig afdrukken, haalt u
al het papier uit de printer voordat u het opnieuw laadt.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
222
Het papier komt uit de Papiertoevoer achter zonder dat erop is
afgedrukt
Als u papier laadt voordat de papiertoevoer achter klaar is, wordt het papier onbedrukt uitgeworpen. Verzend eerst
de afdruktaak en laad het papier pas wanneer de printer aangee dat u dit moet doen.
Cd-/dvd-lade wordt uitgeworpen
Zorg ervoor dat de schijf goed op de lade ligt en plaats de lade op de juiste manier in het apparaat.
Plaats de cd-/dvd-lade pas in het apparaat wanneer dit in de instructies wordt aangegeven. Anders treedt er een
fout op en wordt de lade uitgeworpen.
Gerelateerde informatie
& “Foto's op een cd-/dvd-label afdrukken” op pagina 101
& “Kopiëren op een cd-/dvd-label” op pagina 140
Origineel wordt niet in ADF ingevoerd
Gebruik originelen die door de ADF worden ondersteund.
Laad de originelen in de juiste richting en schuif de ADF-zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Maak de binnenzijde van de ADF schoon.
Laad de originelen niet tot boven de streep met het driehoekje op de ADF.
Controleer of het ADF-pictogram onder aan het scherm wordt weergegeven. Plaats de originelen opnieuw
als dit uit is.
Problemen met stroomtoevoer en bedieningspaneel
De stroom wordt niet ingeschakeld
Controleer of het netsnoer goed in het stopcontact zit.
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
223
Lampjes gingen aan en toen weer uit
Het voltage van de printer komt mogelijk niet overeen met dat van het stopcontact. Schakel de printer uit en trek
onmiddellijk de stekker uit het stopcontact. Controleer vervolgens het label op de printer.
!
Let op:
STEEK DE STEKKER NIET OPNIEUW IN HET STOPCONTACT als de voltages niet overeenkomen. Neem
contact op met de leverancier.
De stroom wordt niet uitgeschakeld
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt. Als de printer ook hiermee niet uitgaat, haalt u de stekker uit het
stopcontact. Zet de printer weer aan en zet deze vervolgens uit door op de knop
P
te drukken om te voorkomen
dat de printkop uitdroogt.
Stroom schakelt automatisch uit
Selecteer Instel. > Basisinstellingen > Uitschakelinst. en schakel vervolgens de instellingen Uitschakelen
indien inactief en Uitschakelen indien losgekoppeld uit.
Selecteer Instel. > Basisinstellingen en schakel vervolgens de instelling Uitschakelingstimer uit.
Opmerking:
Uw product hee mogelijk de functie Uitschakelinst. of Uitschakelingstimer, aankelijk van de plaats van aankoop.
Het display wordt donker
De printer staat in slaapstand. Druk op een willekeurige plek op het lcd-scherm om terug te keren naar de eerdere
status.
Kan vingers niet naar elkaar toe of van elkaar af bewegen
Als u uw vingers niet naar elkaar toe of van elkaar af kan bewegen, kunt u de handelingen uitvoeren door licht op
het scherm te drukken.
De functie Autom. inschakeling werkt niet
Zorg ervoor dat de instelling Autom. inschakeling in Basisinstellingen is ingeschakeld.
Zorg ervoor dat de printer goed is aangesloten met een USB-kabel of op het netwerk.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Basisinstellingen” op pagina 187
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
224
Kan niet afdrukken vanaf een computer
De verbinding controleren (USB)
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan.
Als de USB-kabel niet wordt herkend, gebruikt u een andere poort of een andere USB-kabel.
Probeer het volgende als de printer niet kan afdrukken via een USB-verbinding.
Koppel de USB-kabel los van de computer. Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram op de
computer en selecteer Apparaat verwijderen. Sluit vervolgens de USB-kabel aan op de computer en druk een
testpagina af.
Stel de USB-verbinding opnieuw in aan de hand van de stappen in deze handleiding voor het wijzigen van de
verbindingsmethode met een computer. Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 55
De verbinding controleren (netwerk)
Als u niet kunt afdrukken via een netwerk, raadpleegt u de pagina waarin de netwerkverbinding vanaf de
computer wordt beschreven.
Als de afdruksnelheid laag is of als het afdrukken wordt onderbroken, is er mogelijk een verbindingsprobleem
met de netwerkapparaten.Plaats de printer dichter bij het toegangspunt en schakel het toegangspunt uit en weer
in.Als het probleem hiermee niet is opgelost, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is geleverd.
Wanneer u een ander toegangspunt in gebruik hebt genomen of van provider bent gewisseld, stelt u de
netwerkverbindingen voor de printer opnieuw in.Verbind de computer of het smart device via hetzelfde SSID
als de printer.
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit.Wacht circa 10 seconden en schakel de apparaten
in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de
printer.Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt
anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te congureren.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
225
Druk het netwerkverbindingsrapport af.Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie.Als uit het rapport blijkt dat er geen netwerkverbinding tot stand is gebracht, controleert u het
netwerkverbindingsrapport en volgt u de afgedrukte oplossingen.
Als het aan de printer toegewezen IP-adres 169.254.XXX.XXX is, en het subnetmasker is 255.255.0.0, is het IP-
adres mogelijk niet correct toegewezen.Start het toegangspunt opnieuw of reset de netwerkinstellingen van de
printer.Als het probleem hiermee niet is opgelost, raadpleegt u de documentatie van het toegangspunt.
Probeer op de computer een internetpagina te openen om te controleren of de netwerkinstellingen van de
computer correct zijn.Als u geen internetpagina's kunt openen, is er probleem met de computer.Controleer de
netwerkverbinding van de computer.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 32
De software en gegevens controleren
Controleer of een origineel Epson-printerstuurprogramma is geïnstalleerd.Als er geen origineel Epson-
printerstuurprogramma is geïnstalleerd, zijn de functies beperkt.Het wordt aanbevolen een origineel Epson-
printerstuurprogramma te gebruiken.Zie de koppeling met gerelateerde informatie hieronder voor meer
informatie.
Als u een aeelding afdrukt die uit een grote hoeveelheid gegevens bestaat, kan de computer een tekort aan
geheugen ondervinden.Druk de aeelding af op een lagere resolutie of een kleiner formaat.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
& “Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's” op pagina 226
Controleren op originele Epson-printerstuurprogramma's
Via een van de volgende methoden kunt u controleren of op de computer een origineel Epson-
printerstuurprogramma is geïnstalleerd.
Windows
Selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven (Printers, Printers en faxapparaten) en doe
het volgende om het venster voor printservereigenschappen te openen.
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7
Klik op het printerpictogram en klik vervolgens op Printservereigenschappen bovenaan het venster.
Windows Vista
Klik met de rechtermuisknop op de map Printers en selecteer vervolgens Als administrator uitvoeren >
Servereigenschappen.
Wi nd o w s X P
Selecteer in het menu Bestand de optie Servereigenschappen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
226
Klik op het tabblad Stuurprogramma.Als de naam van uw printer in de lijst wordt weergegeven, is een origineel
Epson-printerstuurprogramma op de computer geïnstalleerd.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren, en als het tabblad Opties en het tabblad
Hulpprogramma worden weergegeven, is er een origineel Epson-printerstuurprogramma op de computer
geïnstalleerd.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
227
De printerstatus controleren vanaf de computer (Windows)
Wanneer een melding wordt weergegeven waarin wordt aangegeven dat het hulpprogramma voor
verbindingscontrole EPSON Status Monitor 3 wordt gestart, klikt u op OK.Zo kunt u automatisch
verbindingsfouten wissen of controleren hoe u fouten kunt oplossen.
Klik op EPSON Status Monitor 3 in het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma en
controleer de printerstatus.Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het
tabblad Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
228
Klik op Wa c ht ri j op het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma, en controleer het
volgende.
Controleer of er gepauzeerde afdruktaken zijn.
Als overbodige gegevens achterblijven, selecteert u Alle documenten annuleren in het menu Printer.
Zorg ervoor dat de printer niet oine of in wachtstand staat
Als de printer
oine
is of in wachtstand staat, schakel de relevante instelling dan uit via het menu Printer.
Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd als standaardprinter via het menu Printer (er moet een vinkje op
het item staan).
Als de printer niet als standaardprinter is geselecteerd, stelt u deze in als de standaardprinter.Als zich
meerdere pictogrammen bevinden in Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven (Printers,
Printers en faxapparaten), raadpleegt u het volgende gedeelte om het pictogram te selecteren.
Vo orb eel d)
USB-verbinding: EPSON XXXX-serie
Netwerkverbinding: EPSON XXXX-serie (netwerk)
Als u het printerstuurprogramma. meerdere keren hebt geïnstalleerd, worden er mogelijk kopieën gemaakt
van het printerstuurprogramma.Als er kopieën zijn gemaakt, bijvoorbeeld met de naam "EPSON XXXX
Series (kopie 1)", klikt u met de rechtermuisknop op het gekopieerde stuurprogrammapictogram en klikt u
op Apparaat verwijderen.
Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd in Eigenschappen > Poort in het menu Printer. Dit
gaat als volgt.
Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port" voor een netwerkverbinding.
Gerelateerde informatie
& Afdrukken annuleren” op pagina 134
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
229
De printerstatus controleren vanaf de computer (Mac OS)
Zorg ervoor dat de printerstatus niet Pauze is.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen), en dubbelklik dan op de printer.Als de printer gepauzeerd is, klikt u op Hervatten (of Printer hervatten).
Gerelateerde informatie
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de
apparaten in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de
printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt
anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te congureren.
Selecteer Instel. > Netwerkinstellingen > Controle van netwerkverbinding en druk vervolgens het
netwerkverbindingsrapport af. Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en
volg de afgedrukte oplossingen.
Gerelateerde informatie
& Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 48
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 49
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de
netwerkinstellingen correct zijn
Als u geen verbinding kunt maken tussen de computer of het smart device en de printer terwijl er geen fouten
worden weergegeven in het netwerkverbindingsrapport, controleert u het volgende.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
230
Wanneer u tegelijkertijd meerdere draadloze routers gebruikt, kunt u de printer mogelijk niet gebruiken vanaf
de computer of het smart device vanwege de instellingen van de draadloze routers. Verbind de computer of het
smart device met dezelfde draadloze router als de printer.
Als de tetheringfunctie op het smart device is ingeschakeld, schakelt u deze uit.
Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het de draadloze router wanneer deze meerdere SSID's
hee
en de
apparaten zijn verbonden met andere SSID's op dezelfde draadloze router. Verbind de computer of het smart
device via hetzelfde SSID als de printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
231
Een draadloze router die compatibel is met zowel IEEE 802.11a als IEEE 802.11g, hee een SSID voor 2,4 GHz
en 5 GHz. Als u de computer of het smart device verbindt via een 5GHz-SSID, kunt u geen verbinding maken
met de printer omdat deze alleen communicatie via 2,4 GHz ondersteunt. Verbind de computer of het smart
device via hetzelfde SSID als de printer.
De meeste draadloze routers hebben een functie voor privacyscheiding waarmee communicatie tussen
verbonden apparaten wordt geblokkeerd. Als er geen communicatie mogelijk is tussen de printer en de
computer of het smart device, terwijl deze zijn verbonden met hetzelfde netwerk, schakelt u de privacyscheiding
op de draadloze router uit. Zie voor meer informatie de bij de draadloze router geleverde handleiding.
Gerelateerde informatie
& “De SSID controleren waarmee de printer is verbonden” op pagina 232
& “De SSID voor de computer controleren” op pagina 233
De SSID controleren waarmee de printer is verbonden
Selecteer Instel. > Netwerkinstellingen > Netwerkstatus.U kunt in elk menu de SSID controleren voor Wi-Fi en
Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt).
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
232
De SSID voor de computer controleren
Windows
Klik op
in het taakvak van de desktop.Controleer de naam van de verbonden SSID in de lijst die wordt
weergegeven.
Mac OS
Klik op het Wi-Fi-pictogram boven in het computerscherm.Er wordt een lijst met SSID's weergegeven en de
verbonden SSID is gemarkeerd met een vinkje.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
233
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad
Verbind de iPhone of iPad met hetzelfde netwerk (SSID) als de printer.
Schakel Papierconguratie in de volgende menu's in.
Instel. > Printerinstellingen > Papierbroninstelling > Papierconguratie
Schakel de instelling AirPrint in Web Cong in.
Gerelateerde informatie
& “Een smart device verbinden” op pagina 33
& Toepassing voor het congureren van printerbewerkingen (Web Cong)” op pagina 194
Afdrukproblemen
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren
Als u de printer langere tijd niet hebt gebruikt, kunnen de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt raken en
worden inktdruppels mogelijk niet doorgelaten. Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er
spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 174
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren
De spuitkanaaltjes van de printkop zijn mogelijk verstopt. Voer een spuitkanaaltjescontrole uit om na te gaan of de
printkoppen verstopt zijn. Reinig de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 174
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
234
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een tussenafstand van
ongeveer 2.5 cm
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Horizontale uitlijning.
Wanneer u afdrukt op gewoon papier, drukt u af met een hogere kwaliteitsinstelling.
Gerelateerde informatie
&
“Lijst met papiertypes” op pagina 63
& De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel” op pagina 176
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of verkeerde uitlijning
Lijn de printkop uit met gebruik van de functie Verticale uitlijning.
Gerelateerde informatie
& De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel” op pagina 176
De afdrukkwaliteit is niet verbeterd na uitlijning van de printkop
Bidirectioneel (of snel) afdrukken wil zeggen dat de printkop in beide richtingen afdrukt. Verticale lijnen worden
mogelijk niet goed uitgelijnd.Als de afdrukkwaliteit niet toeneemt, schakel dan het bidirectioneel afdrukken (of
afdrukken op hoge snelheid) uit.Wanneer u deze instelling uitschakelt, kan de afdruksnelheid dalen.
Bedieningspaneel
Schakel Bidirectioneel in Instel. > Printerinstellingen uit.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
235
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Uit voor Afdrukken met hoge snelheid.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Afdrukkwaliteit is slecht
Controleer het volgende als de afdrukkwaliteit slecht is vanwege wazige afdrukken, zichtbare strepen, ontbrekende
kleuren, vervaagde kleuren en verkeerde uitlijning op de afdrukken.
De printer controleren
Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Lijn de printkop uit.
Het papier controleren
Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
Niet afdrukken op papier dat vochtig, beschadigd of te oud is.
Druk het papier of de enveloppe plat als het papier gekruld is of de enveloppe lucht bevat.
Het papier niet meteen stapelen na het afdrukken.
Laat de afdrukken volledig drogen voor u ze wegsteekt of uitstalt.Vermijd direct zonlicht, gebruik geen droger
en raak de afgedrukte zijde van het papier niet aan tijdens het drogen van de afdrukken.
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruik in plaats van gewoon papier voor het afdrukken van
aeeldingen of foto's.Druk op de afdrukbare zijde van het originele Epson-papier.
De printerinstellingen controleren
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Selecteer op het bedieningspaneel of in het printerstuurprogramma Beste als instelling voor de afdrukkwaliteit.
De inktcartridge controleren
Het is raadzaam de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Gebruik bij voorkeur originele Epson-cartridges. Dit product is ontworpen om kleuren aan te passen gebaseerd
op het gebruik van originele Epson-cartridges. De afdrukkwaliteit kan verslechteren wanneer niet-originele
cartridges worden gebruikt.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
236
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 174
& “De printkop uitlijnen” op pagina 176
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 61
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 60
& “Lijst met papiertypes” op pagina 63
Papier vertoont vlekken of is bekrast
Wanneer u horizontale streepvorming ziet of wanneer u vlekken krijgt op de boven- of onderkant van het
papier, laad het papier dan in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen het papier.
Wanneer u verticale streepvorming ziet, reinig dan het papiertraject.
Plaats het papier op een vlakke ondergrond om te controleren of het is opgekruld.Maak het plat indien dit het
geval is.
Als dik papier bekrast is, schakel dan de instelling in die dit kan voorkomen.Als u deze functie inschakelt,
neemt de afdrukkwaliteit of de afdruksnelheid mogelijk af.
Bedieningspaneel
Selecteer Instel. > Printerinstellingen in het startscherm en schakel vervolgens Dik papier in.
Wi n d o w s
Klik op het tabblad Hulpprogramma's van het printerstuurprogramma op Extra instellingen en selecteer
Dik papier en enveloppes.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Aan voor Dik papier en enveloppes.
Zorg ervoor dat de inkt volledig gedroogd is voordat u het papier opnieuw laadt bij het handmatig dubbelzijdig
afdrukken.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
237
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 177
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Vlekken op het papier bij automatisch dubbelzijdig afdrukken
Wanneer u automatisch dubbelzijdig afdrukt en gegevens met een hoge dichtheid wilt afdrukken, zoals
aeeldingen
en
graeken,
verlaag dan de afdrukdichtheid en verhoog de droogtijd.
Gerelateerde informatie
& Dubbelzijdig afdrukken” op pagina 114
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
Afgedrukte foto's zijn plakkerig
Mogelijk drukt u af op de verkeerde zijde van het papier.Controleer of u op de afdrukzijde afdrukt.
Wanneer u op de verkeerde zijde van fotopapier afdrukt, moet u de papierbaan reinigen.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 177
Afbeeldingen of foto's worden afgedrukt met de verkeerde kleuren
Bij het afdrukken vanaf het bedieningspaneel of vanaf het Windows-printerstuurprogramma, wordt de
automatische foto-aanpassingsinstelling van Epson (PhotoEnhance) standaard toegepast,
aankelijk
van het
papiersoort.Pas de instelling eventueel aan.
Bedieningspaneel
Gebruik bij Versterken niet meer de instelling Auto maar Personen, Nachtscène of Liggend.Als aanpassing
van deze instelling niet werkt, schakel dan PhotoEnhance uit door Verbeteren uit te selecteren.
Windows-printerstuurprogramma
Selecteer op het tabblad Meer opties Aangepast in Kleurcorrectie, en klik vervolgens op Geavanceerd.Wijzig
de instelling Scènecorrectie in Automat. correctie naar een van de andere opties.Als aanpassing van deze
instelling niet werkt, gebruik dan een andere kleurcorrectiemethode dan PhotoEnhance in Kleurenbeheer.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor het bewerken van foto's” op pagina 98
& “De afdrukkleur aanpassen” op pagina 127
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
238
De kleuren verschillen van wat u op het scherm ziet
Weergaveapparaten zoals computerschermen hebben hun eigen weergave-eigenschappen.Als het scherm niet
goed is gekalibreerd, wordt de aeelding niet met de juiste helderheid en kleuren weergegeven.Pas de
eigenschappen van het apparaat aan.Doe vervolgens het volgende.
Wi n d o w s
Open het venster van het printerstuurprogramma, selecteer Aangepast als instelling voor Kleurcorrectie op
het tabblad Meer opties en klik vervolgens op Geavanceerd.Selecteer EPSON Standaard voor
Kleurenmodus.
Mac OS
Open het afdrukdialoogvenster.Selecteer Kleurenopties in het snelmenu en klik vervolgens op de pijl naast
Extra instellingen.Selecteer EPSON Standaard voor Modus.
Licht dat op het scherm schijnt,
hee
invloed op de manier waarop de
aeelding
op het scherm wordt
weergegeven.Vermijd direct zonlicht en bevestig de aeelding wanneer u zeker bent van een juiste belichting.
Kleuren kunnen afwijken van wat u ziet op een smart device zoals een smartphone of tablet met een hoog-
resolutiescherm.
De kleuren op een scherm zijn niet precies hetzelfde als de kleuren op papier omdat het weergaveapparaat en de
printer verschillende processen voor het produceren van kleuren hebben.
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Kan niet afdrukken zonder marges
Geef in de afdrukinstellingen aan dat u randloos wilt afdrukken. Als u een papiertype selecteert waarbij randloos
afdrukken niet mogelijk is, kunt u Randloos niet selecteren. Selecteer een papiertype dat randloos afdrukken
ondersteunt.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
& “Basisprincipes — Windows” op pagina 110
& “Basisprincipes — Mac OS” op pagina 111
Randen van de afbeelding vallen weg bij het randloos afdrukken
Tijdens randloos afdrukken wordt de aeelding iets vergroot en het uitstekende gebied bijgesneden.Selecteer een
kleinere vergroting.
Bedieningspaneel
Wij z i g d e in s t el l i n g bi j Uitbreiding.
Wi n d o w s
Klik op Instellingen naast het selectievakje Randloos op het tabblad Hoofdgroep van het
printerstuurprogramma en wijzig vervolgens de instellingen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
239
Mac OS
Pas de instelling Uitbreiding aan in het menu Printerinstellingen van het afdrukvenster.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor papier- en afdrukinstellingen” op pagina 96
&
“Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn niet juist
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Bij het plaatsen van de originelen op de scannerglasplaat moet u de hoek van het origineel uitlijnen met de hoek
die aangeduid is d.m.v. een symbool op de rand van de scannerglasplaat. Als de randen van de kopie
bijgesneden zijn, verschui u het origineel wat weg van de hoek.
Wanneer u de originelen op de scannerglasplaat legt, reinig dan de scannerglasplaat en de documentkap met
een zachte droge doek. Vlekken en stof op het glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een
verkeerde kopieerpositie of kleine aeelding tot gevolg kan hebben.
Selecteer de juiste instelling voor het papierformaat.
Pas de marge-instelling in de toepassing aan zodat deze binnen het afdrukgebied valt.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiercassette 1 laden” op pagina 65
& “Papier in de Papiercassette 2 laden” op pagina 69
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 73
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 180
& “Afdrukgebied” op pagina 252
Er worden meerdere originelen gekopieerd op één vel papier
Als u meerdere originelen op de scannerglasplaat plaatst om ze afzonderlijk te kopiëren en ze worden toch op één
vel papier gekopieerd, leg de originelen dan ten minste 5 mm uit elkaar. Als het probleem aanhoudt, scan dan
slechts één origineel tegelijk.
Gerelateerde informatie
& “Foto's plaatsen om te kopiëren” op pagina 80
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
240
De afdrukpositie van fotostickers is verkeerd
Pas de afdrukpositie aan in het menu Printerinstellingen > Stickers op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
De afdruk- of kopieerpositie op een cd/dvd is verkeerd
Pas de afdrukpositie aan in het menu Printerinstellingen > CD/DVD op het bedieningspaneel.
Reinig het scannerglasplaat en de documentkap met behulp van een droge zachte doek. Vlekken en stof op het
glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een verkeerde kopieerpositie of kleine aeelding
tot gevolg kan hebben.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Annuleer gepauzeerde afdruktaken.
Zet de computer niet handmatig in de Stand-by- of Slaap-stand tijdens het afdrukken. Als u de computer terug
opstart, worden er mogelijk onleesbare pagina's afgedrukt.
Gerelateerde informatie
& Afdrukken annuleren” op pagina 134
De afgedrukte afbeelding is omgekeerd
Hef de selectie van instellingen voor het spiegelen van aeeldingen op in het printerstuurprogramma of de
toepassing.
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Spiegel aeelding in het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Hef de selectie op van Spiegel aeelding in het menu Printerinstellingen van het afdrukdialoog.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
241
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken
Gebruik gegevens met een hoge resolutie als u aeeldingen of foto's afdrukt. Aeeldingen op websites gebruiken
meestal een lage resolutie terwijl ze goed lijken op de display. Hierdoor kan de afdrukkwaliteit afnemen.
Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen,
vlekken of rechte lijnen
Reinig het papiertraject.
Reinig de scannerglasplaat.
Reinig de ADF.
Druk niet te hard op het originele bestand of het documentdeksel wanneer u de originelen op de
scannerglasplaat legt.
Wanneer er vlekken op het papier zijn, verlaagt u de instelling voor de kopieerdichtheid.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject vrijmaken van inktvlekken” op pagina 177
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 180
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op
de gekopieerde afbeelding
Verander de instelling voor vergroten en verkleinen of plaats het origineel onder een iets andere hoek.
Gerelateerde informatie
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde
afbeelding
Plaats een dun origineel op de scannerglasplaat en leg hier vervolgens een vel zwart papier overheen.
Verlaag de instelling voor de kopieerdichtheid op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
& Menuopties voor kopiëren” op pagina 142
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
242
Het probleem kon niet worden opgelost
Als u alle onderstaande oplossingen hebt geprobeerd en het probleem is nog steeds niet opgelost, verwijder dan de
printerdriver en installeer deze opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 208
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Overige afdrukproblemen
Afdrukken verloopt te traag
Sluit alle onnodige toepassingen.
Stel een lagere kwaliteit in.Afdrukken met hoge kwaliteit duurt langer.
Schakel de bidirectionele (of hogesnelheids-)instelling in.Wanneer deze instelling is geselecteerd, drukt de
printkop in beide richtingen af, en verhoogt de afdruksnelheid.
Bedieningspaneel
Schakel de optie Bidirectioneel in Instel. > Printerinstellingen in.
Wi n d o w s
Selecteer Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Aan voor Afdrukken met hoge snelheid.
Schakel de optie Stille modus uit.
Bedieningspaneel
Tik in het startscherm op
en schakel deze optie vervolgens uit.
Wi n d o w s
Schakel Stille modus uit op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Uit voor Stille modus.
Als u afdrukt via een netwerk, is er op het netwerkapparaat mogelijk een verbindingsprobleem
opgetreden.Plaats de printer dichter bij het apparaat en schakel het toegangspunt uit en weer in.As u het
probleem niet kunt oplossen, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is meegeleverd.
Als u gegevens met een hoge dichtheid afdrukt, bijvoorbeeld foto's op gewoon papier, kan het afdrukken langer
duren om de afdrukkwaliteit te garanderen.Dit hoort zo.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
243
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor Printerinstellingen” op pagina 188
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het continu afdrukken
Het afdrukken wordt vertraagd om te voorkomen dat het printermechanisme oververhit en beschadigd raakt. Het
afdrukken kan echter worden voortgezet. Als u de normale afdruksnelheid wilt herstellen, laat u de printer
minstens 30 minuten aoelen. De afdruksnelheid gaat niet terug naar normale snelheid als de printer is
uitgeschakeld.
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS
X 10.6.8
Geef de volgende instellingen op als u het afdrukken vanaf de computer wilt stoppen.
Voer Web Cong uit en selecteer vervolgens Port9100 als instelling bij Protocol Topprioriteit in AirPrint
instellen. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.
Gerelateerde informatie
& Toepassing voor het
congureren
van printerbewerkingen (Web
Cong
)” op pagina 194
Kan niet beginnen met scannen
Als u scant met de ADF, controleer dan of de documentklep en de klep van de ADF dicht zijn.
U kunt de ADF niet gebruiken wanneer u scant in Fotomodus in Epson Scan 2.
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer. Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer
direct op de computer aan.
Als u met een hoge resolutie scant via een netwerk, kan een communicatiefout optreden. Verlaag de resolutie.
Controleer of de juiste printer (scanner) is geselecteerd in Epson Scan 2.
Controleer of de printer wordt herkend met Windows
Controleer in Windows of de printer (scanner) in Scanner en camera's wordt weergegeven. De printer (scanner)
moet worden weergegeven als “EPSON XXXXX (printernaam)”. Als de printer (scanner) niet wordt weergegeven,
verwijdert u Epson Scan 2 en installeert u de toepassing opnieuw. Zie het volgende om Scanners en camera's te
openen.
Wi nd o w s 1 0
Klik op de startknop en selecteer Systeem > Conguratiescherm, voer “Scanners en camera's” in de charm
“Zoeken, klik op Scanners en camera's weergeven en controleer of de printer wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
244
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
, voer in charm Zoeken “Scanner en camera's” in,
klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Wi nd o w s 7
Klik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm, voer in charm Zoeken “Scanners en camera's” in, klik
op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Hardware en geluiden > Scanners en camera's en
controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Wi nd o w s X P
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers en andere hardware > Scanners en camera's
en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 208
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel
Controleer of Epson Scan 2 en Epson Event Manager goed zijn geïnstalleerd.
Controleer de scaninstelling die in Epson Event Manager is toegewezen.
Gerelateerde informatie
& “Toepassing voor het scannen van documenten en
aeeldingen
(Epson Scan 2)” op pagina 202
& Toepassing voor het
congureren
van scanbewerkingen vanaf het bedieningspaneel (Epson Event Manager)”
op pagina 203
Problemen met gescande afbeeldingen
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven
bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner
Reinig de glasplaat van de scanner.
Verwijder al het afval of vuil dat
blij
kleven aan het origineel.
Druk niet met teveel kracht op het origineel of de documentklep. Als u met teveel kracht drukt, kunnen
vervagingen, vegen en vlekken optreden.
Gerelateerde informatie
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 180
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
245
Rechte lijnen verschijnen bij het scannen vanaf ADF
Reinig de ADF.
Rechte lijnen kunnen verschijnen in de aeelding wanneer afval of vuil in de ADF terecht komt.
Verwijder al het afval of vuil van het origineel.
De afbeeldingskwaliteit is ruw
Stel de Modus in Epson Scan 2 in op basis van het origineel dat u wilt scannen. Scan met de instellingen voor
documenten in Documentmodus en met de instellingen voor foto's in Fotomodus.
Pas in Epson Scan 2 de aeelding aan met de items op het tabblad Geavanceerde instellingen en scan het
document.
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 154
De oset schijnt door in de achtergrond van afbeeldingen
Aeeldingen op de achterzijde van het origineel kunnen zichtbaar zijn in de gescande aeelding.
Selecteer in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en pas vervolgens de Helderheid aan.
Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van de instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen >
Beeldtype of andere instellingen op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Wanneer u scant vanaf de glasplaat, plaatst u dan een vel zwart papier of een schrijlok op het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 78
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 154
De tekst is onscherp
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Selecteer Documentmodus als Modus in Epson Scan 2. Scan met de instellingen voor documenten in
Documentmodus.
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, worden zwarte gedeelten groter.
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
246
Gerelateerde informatie
& “Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 154
Moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen
Als het origineel een afgedrukt document is, kunnen moiré-patronen (webachtige schaduwen) verschijnen in de
gescande aeelding.
Op het tabblad Geavanceerde instellingen in Epson Scan 2, selecteert u Ontrasteren.
Wijzig de resolutie en scan vervolgens opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 154
Kan het juiste gebied niet scannen op de glasplaat
Zorg dat het origineel correct tegen het uitlijningsteken is geplaatst.
Als de rand van de gescande aeelding ontbreekt, verplaatst u het origineel iets naar het midden van de
glasplaat.
Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch)
aan tussen de originelen.
Wanneer u vanaf het bedieningspaneel scant en de functie voor automatisch bijsnijden selecteert, verwijder dan
eventueel aanwezig stof of vuil van de glasplaat en het deksel. Als zich rond het origineel stof of vuil bevindt,
wordt het scanbereik zodanig vergroot dat het stof of vuil ook wordt gescand.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 78
Kan geen voorbeeld weergeven in Thumbnail
Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch)
aan tussen de originelen.
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Aankelijk
van het origineel is weergave van een voorbeeld in
umbnail
wellicht niet mogelijk. Schakel in dat
geval het selectievakje umbnail boven in het voorbeeldvenster uit om het volledige gescande gebied weer te
geven en maak vervolgens handmatig een selectiekader.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
247
Gerelateerde informatie
& Foto's of aeeldingen scannen (Fotomodus)” op pagina 157
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik opsla als een
Searchable PDF
Controleer in het venster Aeeldingsformaatopties in Epson Scan 2 of de Taal correct is ingesteld op het
tabblad Te ks t .
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Gebruik een origineel met duidelijk leesbare tekst. Tekstherkenning kan bij de volgende soorten originelen
weigeren.
Originelen die een aantal keer zijn gekopieerd
Originelen die per fax zijn ontvangen (met een lage resolutie)
Originelen waarvan de letter- of regelafstand te klein is
Originelen met lijnen of onderstreping
Originelen met handgeschreven tekst
Originelen met vouwen of kreukels
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, wordt zwart dieper.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verb eteren.
Gerelateerde informatie
& “Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 154
Problemen in gescande afbeelding kunnen niet worden opgelost
Als u alle oplossingen al hebt geprobeerd, maar het probleem nog steeds niet hebt opgelost, herstelt u de
standaardinstellingen van Epson Scan 2 met Epson Scan 2 Utility.
Opmerking:
Epson Scan 2 Utility is een toepassing die bij Epson Scan 2 wordt geleverd.
1.
Start Epson Scan 2 Utility.
Win d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens EPSON > Epson Scan 2 Utility.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > EPSON > Epson Scan
2 > Epson Scan 2 Utility.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
248
Mac OS
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> Epson Scan 2 Utility.
2. Selecteer het tabblad Andere.
3.
Klik op Reset.
Opmerking:
Als het probleem niet wordt opgelost door het herstellen van de standaardinstellingen, verwijdert u Epson Scan 2 en
installeert u het programma opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 208
& “Toepassingen installeren” op pagina 207
Andere scanproblemen
Scansnelheid is laag
Verlaag de resolutie en scan vervolgens opnieuw. Wanneer de resolutie hoog is, kan het scannen enige tijd
duren.
De scansnelheid kan lager zijn
aankelijk
van de gekozen functies voor beeldaanpassing in Epson Scan 2.
Op het scherm Conguratie dat wordt weergegeven door te klikken op de knop
in Epson Scan 2, kunt u de
scansnelheid verlagen als u Stille modus instelt in het tabblad Scannen.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 154
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF
Wanneer u scant met Epson Scan 2, kunt u continu maximaal 999 pagina's in PDF-indeling en 200 pagina's in
Multi-TIFF-indeling scannen.
We raden aan om in grijstinten te scannen bij het scannen van grote hoeveelheden.
Zorg voor genoeg beschikbare ruimte op de harde schijf van de computer. Het scannen kan ophouden als er niet
genoeg beschikbare ruimte is.
Probeer op een lagere resolutie te scannen. Het scannen stopt als de maximaal toegelaten gegevensgrootte wordt
overschreden.
Gerelateerde informatie
&
“Scannen met Epson Scan 2” op pagina 154
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
249
Overige problemen
Lichte elektrische schok wanneer u de printer aanraakt
Als er vele randapparaten op de computer zijn aangesloten, kunt u een lichte elektrische schok krijgen wanneer u
de printer aanraakt. Installeer een aardingskabel naar de computer die op de printer is aangesloten.
Printer maakt veel lawaai tijdens werking
Als de printer te veel lawaai maakt, schakel dan Stille modus in.Met deze functie ingeschakeld ligt de
afdruksnelheid mogelijk lager.
Bedieningspaneel
Tik vanuit het startscherm op
en schakel de functie in.
Wi n d o w s
Schakel Stille modus in op het tabblad Hoofdgroep van het printerstuurprogramma.
Mac OS
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen) en selecteer vervolgens de printer.Klik op Opties en toebehoren > Opties (of
Stuurprogramma).Selecteer Aan voor Stille modus.
Epson Scan 2
Klik op de knop
om het venster Conguratie te openen.Stel vervolgens Stille modus in op het tabblad
Scannen.
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 197
& “Uitleg bij het printerstuurprogramma voor Mac OS” op pagina 200
Kan gegevens niet opslaan op een geheugenapparaat
Gebruik een geheugenapparaat dat door de printer wordt ondersteund.
Controleer of het geheugenapparaat niet tegen schrijven is beveiligd.
Controleer of het geheugenapparaat voldoende geheugen beschikbaar hee. Als er niet voldoende geheugen is,
kunnen de gegevens niet worden opgeslagen.
Gerelateerde informatie
& “Specicaties ondersteunde externe opslagapparaten” op pagina 256
Software wordt geblokkeerd door een rewall (alleen Windows)
Maak van de toepassing een door Windows Firewall toegelaten programma in de beveiligingsinstellingen in het
Conguratiescherm
.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
250
"!" wordt weergegeven in het fotoselectiescherm
Wanneer het aeeldingsbestand niet wordt ondersteund door het apparaat, wordt een uitroepteken (!)
weergegeven op het lcd-scherm.
Gerelateerde informatie
& “Ondersteunde gegevensspecicaties” op pagina 257
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
251
Bijlage
Technische
specicaties
Printer specicaties
Plaatsing van spuitkanaaltjes in de
printkop
Spuitkanaaltjes voor zwarte inkt: 360
Spuitkanaaltjes voor fotozwarte inkt: 180
Spuitkanaaltjes voor gekleurde inkt: 180 voor elke kleur
Gewicht van het
papier
*
Gewoon papier 64 tot 90 g/m (17 tot 24 lb)
Enveloppen Enveloppe #10, DL, C6: 75 tot 90 g/m (20 tot 24 lb)
* Zelfs als de papierdikte zich binnen dit bereik bevindt, wordt het papier mogelijk niet in de printer ingevoerd of kan de
afdrukkwaliteit verminderen, afhankelijk van de papiereigenschappen of -kwaliteit.
Afdrukgebied
Afdrukgebied voor losse vellen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
Afdrukken met randen
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 3.0 mm (0.12 in.)
C 41.0 mm (1.61 in.)
D 37.0 mm (1.46 in.)
Randloos afdrukken
A 44.0 mm (1.73 in.)
B 40.0 mm (1.57 in.)
Gebruikershandleiding
Bijlage
252
Afdrukgebied voor enveloppen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 5.0 mm (0.20 in.)
C 18.0 mm (0.71 in.)
D 41.0 mm (1.61 in.)
Afdrukgebied voor cd's/dvd's
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
A 18 mm (0.71 in.)
B 43 mm (1.69 in.)
C 116 mm (4.57 in.)
D 120 mm (4.72 in.)
Scannerspecicaties
Type scanner Flatbed
Foto-elektrisch apparaat CIS
Maximaal documentformaat 216×297 mm (8.5×11.7 inch)
A4, Letter
Resolutie 1200 dpi (hoofdscan)
2400 dpi (subscan)
Kleurdiepte Kleur
48 bits per pixel intern (16 bits per pixel per interne kleur)
24 bits per pixel extern (8 bits per pixel per externe kleur)
Grijstinten
16 bits per pixel per intern
8 bits per pixel per extern
Zwart-wit
16 bits per pixel per intern
1 bits per pixel per extern
Lichtbron LED
Gebruikershandleiding
Bijlage
253
Interfacespecicaties
Voor computer Hi-Speed USB
Voor externe USB-apparaten en
PictBridge
Hi-Speed USB
Lijst met netwerkfuncties
Netwerkfuncties en IPv4/IPv6
Functies Ondersteund Opmerkingen
Afdrukken via
netwerk
EpsonNet Print (Windows) IPv4 -
Standard TCP/IP (Windows) IPv4, IPv6 -
Afdrukken via WSD
(Windows)
IPv4, IPv6 Windows Vista of
hoger
Afdrukken via Bonjour (Mac
OS)
IPv4, IPv6 -
IPP-afdrukken (Windows,
Mac OS)
IPv4, IPv6 -
UPnP-afdrukken IPv4 - Informatie-
apparaat
PictBridge afdrukken (Wi-Fi) IPv4 Digitale camera
Epson Connect (afdrukken
vanuit e-mail, afdrukken op
afstand)
IPv4 -
AirPrint (iOS, Mac OS) IPv4, IPv6 iOS 5 of hoger, Mac
OS X v10.7 of hoger
Google Cloud Print IPv4, IPv6 -
Scannen via het
netwerk
Epson Scan 2 IPv4, IPv6 -
Event Manager IPv4 -
Epson Connect (naar de
cloud scannen)
IPv4 -
AirPrint (scannen) IPv4, IPv6 OS X Mavericks of
hoger
ADF (dubbelzijdig scannen) - -
Faxen Fax verzenden IPv4 - -
Fax ontvangen IPv4 - -
AirPrint (faxafdruk) IPv4, IPv6 - -
Gebruikershandleiding
Bijlage
254
Wi-Fi-specicaties
Normen
IEEE 802.11b/g/n
*1
Frequentiebereik 2,4 GHz
Maximaal uitgezonden
radiofrequentievermogen
20 dBm (EIRP)
Coördinatiemodi
Infrastructuur, Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)
*2*3
Draadloze beveiliging
*4
WEP (64/128bit), WPA2-PSK (AES)
*5
*1 IEEE 802.11n is alleen beschikbaar voor de HT20.
*2 Niet ondersteund voor IEEE 802.11b.
*3 De modus voor eenvoudig toegangspunt is compatibel met een Wi-Fi-verbinding (infrastructuur) of ethernetverbinding.
*4 Wi-Fi Direct ondersteunt alleen WPA2-PSK (AES).
*5 Voldoet aan WPA2-standaarden met ondersteuning voor WPA/WPA2 Personal.
Ethernetspecicaties
Normen
IEEE802.3i (10BASE-T)
*1
IEEE802.3u (100BASE-TX)
IEEE802.3az (Energy Ecient Ethernet)
*2
Communicatiemodus Auto, 10Mbps Full duplex, 10Mbps Half duplex, 100Mbps
Full duplex, 100Mbps Half duplex
Aansluiting RJ-45
*1 Gebruik een STP-kabel (Shielded Twisted Pair) van categorie 5e of hoger om radiostoring te voorkomen.
*2 Het verbonden apparaat moet voldoen aan de IEEE802.3az-normen.
Beveiligingsprotocol
SSL/TLS HTTPS Server/Client, IPPS
Ondersteunde services van derden
AirPrint Afdrukken iOS 5 of later/Mac OS X v10.7.x of later
Scannen OS X Mavericks of hoger
Google Cloud Print
Gebruikershandleiding
Bijlage
255
Specicaties externe opslagapparaten
Ondersteunde geheugenkaartspecicaties
Geschikte geheugenkaarten Maximumcapaciteiten
miniSD
*
2 GB
miniSDHC
*
32 GB
microSD
*
2 GB
microSDHC
*
32 GB
microSDXC
*
64 GB
SD 2 GB
SDHC 32 GB
SDXC 64 GB
* Gebruik een geschikte adapter voor de geheugenkaartsleuf. Anders kan de kaart vast komen te zitten.
Specicaties ondersteunde externe opslagapparaten
Compatibele externe
opslagapparaten
Maximumcapaciteiten
CD-R Drive
*1, *2
DVD-R Drive
*1, *2
Blu-ray™ Drive
*1, *2
CD-ROM/CD-R: 700 MB
DVD-ROM/DVD-R: 4,7 GB
(Cd-rw, dvd+r, dvd±rw, dvd-ram en Blu-ray Disc™ worden niet ondersteund.)
MO-station
*1
1,3 GB
Harde schijf
*1
USB-ashstation
2 TB (geformatteerd in FAT, FAT32 of exFAT)
*1 Het gebruik van externe opslagapparaten die via USB van voeding worden voorzien, wordt afgeraden. Gebruik alleen
externe opslagapparaten met eigen stroomvoorziening.
*2 Alleen lezen.
U kunt de volgende apparaten niet gebruiken:
Apparaten die een special stuurprogramma nodig hebben
Apparaten met beveiligingsinstellingen (wachtwoord, versleuteling en dergelijke)
Apparaten met een ingebouwde USB-hub
Epson kan niet garanderen dat alle extern aangesloten apparaten correct werken.
Gebruikershandleiding
Bijlage
256
Ondersteunde gegevensspecicaties
Bestandsindeling JPEG's (*.JPG) met de Exif-standaard versie 2.31 genomen met digitale camera's
die voldoet aan DCF
*1
versie 1.0 of 2.0
*2
Beeldformaat Horizontaal: 80 tot 10200 pixels
Verticaal: 80 tot 10200 pixels
Bestandsgrootte Minder dan 2 GB
Maximum aantal bestanden
9990
*3
*1 Design rule for Camera File system (constructieregels voor camerabestandssystemen).
*2 Fotogegevens opgeslagen in het ingebouwde geheugen van een digitale camera niet ondersteund.
*3 Tot 999 bestanden kunnen per keer worden weergegeven. (Als er meer dan 999 bestanden zijn, worden de bestanden
weergegeven in groepen.)
Opmerking:
"!" wordt op het lcd-scherm weergegeven wanneer de printer het aeeldingsbestand niet herkent. Als u in deze situatie een
meervoudige bladindeling hebt geselecteerd in, zullen blanco secties worden afgedrukt.
Dimensies
Dimensies Opslagruimte
Breedte: 390 mm (15.4 in.)
Diepte: 339 mm (13.3 in.)
Hoogte: 191 mm (7.5 in.)
Afdrukken
Breedte: 390 mm (15.4 in.)
Diepte: 598 mm (23.5 in.)
Hoogte: 221 mm (8.7 in.)
Gewicht
*
Ongev. 8.2 kg (18.1 lb)
* : Zonder cartridges, netsnoer en cd-/dvd-lade.
Elektrische specicaties
Model Model 100 tot 120 V Model 220 tot 240 V
Model 220 tot 240 V
*
Nominaal
frequentiebereik
50 tot 60 Hz 50 tot 60 Hz 50 tot 60 Hz
Nominale stroom 0.7 A 0.35 A 0.35 A
Gebruikershandleiding
Bijlage
257
Stroomverbruik (met
USB-aansluiting)
Kopiëren zonder computer:
ca. 16 W (ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 8.3 W
Slaapmodus: ca. 1.1 W
Uitgeschakeld: ca. 0.2 W
Kopiëren zonder computer:
ca. 16 W (ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 8.3 W
Slaapmodus: ca. 1.1 W
Uitgeschakeld: ca. 0.4 W
Kopiëren zonder computer:
ca. 16 W (ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 8.7 W
Slaapmodus: ca. 1.2 W
Uitgeschakeld: ca. 0.4 W
* Voor gebruikers in Hong Kong.
Opmerking:
Controleer het label op de printer voor de juiste spanning.
Voor gebruikers in Europa: raadpleeg de volgende website voor meer informatie over stroomverbruik.
http://www.epson.eu/energy-consumption
Omgevingsspecicaties
Gebruik Gebruik de printer in het bereik weergegeven in de volgende graek.
Temperatuur: 10 tot 35°C (50 tot 95°F)
Luchtvochtigheid: 20 tot 80% RH (zonder condensatie)
Opslagruimte
Temperatuur: -20 tot 40°C (-4 tot 104°F)
*
Luchtvochtigheid: 5 tot 85% RV (zonder condensatie)
* Opslag bij 40°C (104°F) is mogelijk voor één maand.
Milieuspecicaties voor de inktpatronen
Opslagtemperatuur
-30 tot 40 °C (-22 tot 104 °F)
*
Vriestemperatuur -16 °C (3.2 °F)
De inkt ontdooit en is na ca. 3 uur bij 25 °C (77 °F) bruikbaar.
* Opslag bij 40 °C (104 °F) is mogelijk voor één maand.
Systeemvereisten
Windows 10 (32-bits, 64-bits)/Windows 8.1 (32-bits, 64-bits)/Windows 8 (32-bits, 64-bits)/Windows 7 (32-bits,
64-bits)/Windows Vista (32-bits, 64-bits)/Windows XP SP3 of hoger (32-bits)/Windows XP Professional x64
Edition SP2 of hoger
Gebruikershandleiding
Bijlage
258
macOS High Sierra/macOS Sierra/OS X El Capitan/OS X Yosemite/OS X Mavericks/OS X Mountain Lion/Mac
OS X v10.7.x/Mac OS X v10.6.8
Opmerking:
Mac OS biedt mogelijk geen ondersteuning voor sommige toepassingen en functies.
Het UNIX-bestandssysteem (UFS) voor Mac OS wordt niet ondersteund.
Regelgevingsinformatie
Normen en goedkeuringen
Normen en goedkeuringen voor VS-model
Veiligheid UL60950-1
CAN/CSA-C22.2 No.60950-1
EMC FCC Part 15 Subpart B Class B
CAN/CSA-CEI/IEC CISPR 22 Class B
In dit apparaat is de volgende draadloze module ingebouwd.
Fabrikant: Seiko Epson Corporation
Type: J26H006
Dit product voldoet aan lid 15 van de FCC-regelgeving en RSS-210 van de IC-regelgeving. Epson aanvaardt geen
enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten areuk wordt gedaan ten gevolge van een
niet-geautoriseerde wijziging aan de producten. De werking is onderworpen aan de volgende twee voorwaarden:
(1) het apparaat mag geen schadelijke interferentie veroorzaken, en (2) het apparaat moet elke ontvangen
interferentie accepteren, inclusief interferentie die een ongewenste werking van het apparaat kan veroorzaken.
Om radio-interferentie tijdens regulier gebruik te voorkomen, moet dit toestel voor een maximale afscherming
binnenshuis en op voldoende afstand van de ramen worden gebruikt. Voor buitenshuis geïnstalleerde onderdelen
(of de zendantennes ervan) moet een vergunning worden aangevraagd.
Deze apparatuur voldoet aan de FCC/IC-stralingslimieten die zijn vastgesteld voor een niet-gecontroleerde
omgeving en voldoet aan de FCC-blootstellingsrichtlijnen voor radiofrequentie (RF) in Supplement C bij OET65
en RSS-102 van de IC-blootstellingsregels voor radiofrequentie (RF). Deze apparatuur moet zodanig worden
geïnstalleerd en bediend dat de radiator zich op een afstand van ten minste 20 cm (7,9 inch) van het menselijk
lichaam bevindt (met uitzondering van ledematen: handen, polsen, voeten en enkels).
Normen en goedkeuringen voor Europees model
Voor gebruikers in Europa
Seiko Epson Corporation verklaart hierbij dat de volgende radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU. De
volledige tekst van de Verklaring van conformiteit met EU-richtlijnen is beschikbaar via de volgende website.
http://www.epson.eu/conformity
C491W
Gebruikershandleiding
Bijlage
259
Alleen voor gebruik in Ierland, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland, Liechtenstein, Zwitserland, Frankrijk,
België, Luxemburg, Nederland, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden, IJsland,
Kroatië, Cyprus, Griekenland, Slovenië, Malta, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Roemenië en Slowakije.
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten
areuk
wordt gedaan
ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
Beperkingen op het kopiëren
Voor een verantwoord en legaal gebruik van de printer moet eenieder die ermee werkt rekening houden met de
volgende beperkingen.
Het kopiëren van de volgende zaken is wettelijk verboden:
Bankbiljetten, muntstukken en door (lokale) overheden uitgegeven eecten.
Ongebruikte postzegels, reeds van een postzegel voorziene
brieaarten
en andere
ociële,
voorgefrankeerde
poststukken.
Belastingzegels en eecten uitgegeven volgens de geldende voorschrien.
Pas op bij het kopiëren van de volgende zaken:
Privé-eecten
(zoals aandelen, waardepapieren en cheques), concessiebewijzen enzovoort.
Paspoorten, rijbewijzen, pasjes, tickets enzovoort.
Opmerking:
Het kopiëren van deze zaken kan ook wettelijk verboden zijn.
Verantwoord gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal:
Misbruik van printers is mogelijk door auteursrechtelijk beschermd materiaal zomaar te kopiëren. Tenzij u op
advies van een geïnformeerd advocaat handelt, dient u verantwoordelijkheidsgevoel en respect te tonen door eerst
toestemming van de copyrighteigenaar te verkrijgen voordat u gepubliceerd materiaal kopieert.
De printer vervoeren en opslaan
Volg onderstaande stappen om de printer in te pakken, wanneer u de printer moet opslaan of vervoeren in
verband met een verhuizing of reparatie.
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Gebruikershandleiding
Bijlage
260
c
Belangrijk:
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Laat de cartridges zitten. Als u de cartridges verwijdert, kan de printkop indrogen, waardoor afdrukken niet
meer mogelijk is.
1.
Druk op
P
om de printer uit te zetten.
2.
Zorg ervoor dat het aan/uit-lampje uit staat en haal dan het netsnoer uit het stopcontact.
c
Belangrijk:
Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan/uit-lampje uit staat. Anders keert de printkop mogelijk niet
terug naar de uitgangspositie, waardoor de inkt uitdroogt en afdrukken niet meer mogelijk is.
3. Koppel alle kabels los zoals het netsnoer en de USB-kabel.
4. Zorg ervoor dat er geen geheugenkaart is geplaatst.
5. Verwijder al het papier uit de printer.
6. Zorg dat er geen originelen in de printer steken.
7. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten. Bevestig de meegeleverde beschermende
materialen met tape boven op de inktcartridgehouder aan om deze aan de behuizing te bevestigen.
8. Sluit de scannereenheid.
Gebruikershandleiding
Bijlage
261
9. Verpak de printer zoals hieronder weergegeven.
10. Plaats de printer in de doos met de beschermende materialen.
Verwijder de tape die de inktpatroonhouder vasthoudt voordat u de printer opnieuw gebruikt. Reinig en lijn de
printkop uit als de afdrukkwaliteit lager is wanneer u opnieuw afdrukt.
Gerelateerde informatie
&
“Namen en functies van onderdelen” op pagina 18
&
“De printkop controleren en reinigen” op pagina 174
& “De printkop uitlijnen” op pagina 176
Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer
U kunt vanaf een computer gegevens schrijven of lezen op een extern opslagapparaat, zoals een geheugenkaart die
in de printer is geplaatst.
c
Belangrijk:
Maak de
schrijeveiliging
ongedaan voordat u de geheugenkaart plaatst.
Als vanaf een computer een
aeelding
wordt opgeslagen op de geheugenkaart, worden de
aeelding
en het
aantal foto's niet vernieuwd op het lcd-scherm.Verwijder de geheugenkaart en plaats deze opnieuw.
Bij het delen van een extern apparaat dat is ingevoerd in de printer tussen computers verbonden via USB en over
een netwerk, is
schrijoegang
alleen toegestaan voor de computers die zijn verbonden via de methode die u hebt
geselecteerd op de printer.Als u wilt schrijven op het externe opslagapparaat, gaat u naar Instel. op het
bedieningspaneel en selecteert u Bestanden deln en een verbindingsmethode.
Opmerking:
Als een groot extern opslagapparaat is aangesloten, zoals 2TB HDD, dan duurt het even voordat gegevens worden herkend
op de computer.
Gebruikershandleiding
Bijlage
262
Windows
Selecteer een extern opslagapparaat in Computer of Deze computer.De gegevens op het externe opslagapparaat
worden weergegeven.
Opmerking:
Als u de printer met het netwerk hebt verbonden zonder de sowareschijf of Web Installer te gebruiken, wijst u een
geheugenkaartsleuf of USB-poort toe als netwerkstation.Open Uitvoeren en voer een printernaam in \\XXXXX of het IP-
adres van een printer \\XXX.XXX.XXX.XXX om te Openen:.Rechtsklik op een weergegeven apparaatpictogram om het
netwerk toe te wijzen.Het netwerkstation verschijnt in Computer of Deze Computer.
Mac OS
Selecteer het juiste apparaatpictogram.De gegevens op het externe opslagapparaat worden weergegeven.
Opmerking:
Sleep het apparaat naar het prullenbakpictogram als u het externe opslagapparaat wilt verwijderen.Als u dit niet doet,
worden de gegevens op het gedeelde station mogelijk niet correct weergegeven wanneer een ander extern opslagapparaat
wordt geplaatst.
Om via het netwerk toegang te krijgen tot een extern opslagapparaat, selecteert u Go > Connect to Server in het menu
op het bureaublad.Voer een printernaam cifs://XXXXX of smb://XXXXX in (waarbij "XXXXX" de printernaam is) in
Serveradres en klik vervolgens op Ve r b in d e n .
Gerelateerde informatie
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 82
& “Specicaties externe opslagapparaten” op pagina 256
Hulp vragen
Technische ondersteuning (website)
Als u verdere hulp nodig hebt, kunt u naar de onderstaande ondersteuningswebsite van Epson gaan. Selecteer uw
land of regio, en ga naar de ondersteuningssectie van uw lokale Epson-website. Op de site vindt u ook de nieuwste
drivers, veelgestelde vragen en ander downloadbare materialen.
http://support.epson.net/
http://www.epson.eu/Support (Europa)
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de
klantenservice van Epson.
Contact opnemen met de klantenservice van Epson
Voordat u contact opneemt met Epson
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen met de informatie in de
producthandleidingen, neem dan contact op met de klantenservice van Epson. Als hierna voor uw land geen
klantondersteuning van Epson wordt vermeld, neemt u contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt
aangescha.
Gebruikershandleiding
Bijlage
263
De klantenservice van Epson kan u sneller helpen als u de volgende informatie bij de hand hebt:
Het serienummer van de printer
(Het etiket met het serienummer vindt u meestal aan de achterzijde van de printer.)
Het model van de printer
De versie van de printersoware
(Klik op About, Version Info of een vergelijkbare knop in uw toepassing.)
Het merk en het model van uw computer
Naam en versie van het besturingssysteem op uw computer
Naam en versie van de toepassingen die u meestal met de printer gebruikt
Opmerking:
Aankelijk van het apparaat kunnen de netwerkinstellingen worden opgeslagen in het geheugen van het apparaat. Als een
apparaat defect raakt of wordt hersteld is het mogelijk dat instellingen verloren gaan. Epson is niet verantwoordelijk voor
gegevensverlies, voor de back-up of het ophalen van instellingen, zelfs niet tijdens een garantieperiode. Wij raden u aan zelf
een back-up te maken of notities te nemen.
Hulp voor gebruikers in Europa
In het pan-Europese garantiebewijs leest u hoe u contact kunt opnemen met de klantenservice van Epson.
Hulp voor gebruikers in Hong Kong
Voor technische ondersteuning en andere diensten kunnen gebruikers contact opnemen met Epson Hong Kong
Limited.
Internet
http://www.epson.com.hk
Epson Hong Kong
hee
een eigen webpagina in het Chinees en Engels om gebruikers de volgende informatie aan
te bieden:
Productinformatie
Antwoorden op veelgestelde vragen
Nieuwste versies van drivers voor Epson-producten
Hotline voor technische ondersteuning
U kunt ook contact opnemen met onze ondersteuningsmedewerkers via het volgende telefoon- en faxnummer:
Telefoon: 852-2827-8911
Fax: 852-2827-4383
Gebruikershandleiding
Bijlage
264
255


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 6,88 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100

Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 Quick start guide - English - 2 pages

Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 User Manual - English - 257 pages

Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 Quick start guide - German - 2 pages

Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 User Manual - German - 266 pages

Epson EXPRESSION PREMIUM XP-7100 Quick start guide - Dutch, French, Italian, Spanish - 2 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info