643448
151
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/158
Next page
Gebruikershandleiding
NPD5449-00 NL
Auteursrecht
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of in enige
vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier,
zonder voorafgaande
schrielijke
toestemming van Seiko Epson Corporation. Alle patentaansprakelijkheid met
betrekking tot het gebruik van de informatie in dit document wordt afgewezen. Evenmin wordt enige
aansprakelijkheid aanvaard voor schade, voortvloeiende uit het gebruik van de informatie in dit document. De
hierin beschreven informatie is alleen bedoeld voor gebruik bij dit Epson-product. Epson is niet verantwoordelijk
voor het gebruik van deze informatie bij andere producten.
Seiko Epson Corporation noch zijn lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld door de koper van dit product
of derden voor schade, verlies, kosten of uitgaven die de koper of derden oplopen ten gevolge van al dan niet
foutief gebruik of misbruik van dit product of onbevoegde wijzigingen en herstellingen, of (met uitzondering van
de VS) het zich niet strikt houden aan de gebruiks- en onderhoudsvoorschrien van Seiko Epson Corporation.
Seiko Epson Corporation noch zijn lialen kunnen verantwoordelijk worden gesteld voor schade of problemen
voortvloeiend uit het gebruik van andere dan originele onderdelen of verbruiksgoederen kenbaar als Original
Epson Products of Epson Approved Products by Seiko Epson Corporation.
Seiko Epson Corporation kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade voortvloeiende uit
elektromagnetische storingen die plaatsvinden door het gebruik van andere interfacekabels dan kenbaar als Epson
Approved Products by Seiko Epson Corporation.
© 2016 Seiko Epson Corporation. All rights reserved.
De inhoud van deze handleiding en de
specicaties
van dit product kunnen zonder voorafgaande kennisgeving
worden gewijzigd.
Gebruikershandleiding
Auteursrecht
2
Handelsmerken
EPSON
®
is een gedeponeerd handelsmerk en EPSON EXCEED YOUR VISION of EXCEED YOUR VISION is
een handelsmerk van Seiko Epson Corporation.
PRINT Image Matching™ en het PRINT Image Matching-logo zijn handelsmerken van Seiko Epson
Corporation. Copyright © 2001 Seiko Epson Corporation. All rights reserved.
Epson Scan 2 soware is based in part on the work of the Independent JPEG Group.
libti
Copyright © 1988-1997 Sam
Leer
Copyright © 1991-1997 Silicon Graphics, Inc.
Permission to use, copy, modify, distribute, and sell this soware and its documentation for any purpose is
hereby granted without fee, provided that (i) the above copyright notices and this permission notice appear in
all copies of the soware and related documentation, and (ii) the names of Sam Leer and Silicon Graphics
may not be used in any advertising or publicity relating to the soware without the specic, prior written
permission of Sam Leer and Silicon Graphics.
THE SOFTWARE IS PROVIDED "AS-IS" AND WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND, EXPRESS,
IMPLIED OR OTHERWISE, INCLUDING WITHOUT LIMITATION, ANY WARRANTY OF
MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE.
IN NO EVENT SHALL SAM LEFFLER OR SILICON GRAPHICS BE LIABLE FOR ANY SPECIAL,
INCIDENTAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL DAMAGES OF ANY KIND, OR ANY DAMAGES
WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS, WHETHER OR NOT ADVISED
OF THE POSSIBILITY OF DAMAGE, AND ON ANY THEORY OF LIABILITY, ARISING OUT OF OR IN
CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE OF THIS SOFTWARE.
SDXC Logo is a trademark of SD-3C, LLC.
Microso
®
, Windows
®
, and Windows Vista
®
are registered trademarks of Microso Corporation.
Apple, Macintosh, Mac OS, OS X, Bonjour, Safari, iPad, iPhone, iPod touch, and iTunes are trademarks of Apple
Inc., registered in the U.S. and other countries. AirPrint and the AirPrint logo are trademarks of Apple Inc.
Google Cloud Print™, Chrome™, Chrome OS™, and Android™ are trademarks of Google Inc.
Adobe and Adobe Reader are either registered trademarks or trademarks of Adobe Systems Incorporated in the
United States and/or other countries.
Intel
®
is a registered trademark of Intel Corporation.
Algemene opmerking: andere productnamen vermeld in deze uitgave, dienen uitsluitend als identicatie en
kunnen handelsmerken zijn van hun respectievelijke eigenaars. Epson maakt geen enkele aanspraak op enige
rechten op deze handelsmerken.
Gebruikershandleiding
Handelsmerken
3
Inhoudsopgave
Auteursrecht
Handelsmerken
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen................8
Markeringen en symbolen....................8
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding.......9
Referenties voor besturingssystemen.............9
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies.......................10
Printeradviezen en waarschuwingen. . . . . . . . . . . . 11
Adviezen en waarschuwingen voor het
instellen/gebruik van de printer............. 11
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van de printer met een draadloze verbinding. . . . 12
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van geheugenkaarten.....................12
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik
van het display..........................12
Uw persoonlijke gegevens beschermen..........12
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen.............13
Bedieningspaneel..........................15
Knoppen..............................15
Uitleg bij het LCD-scherm.................15
Netwerkinstellingen
Soorten netwerkverbindingen.................20
Wi-Fi-verbinding........................20
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt)..........................20
Een computer verbinden.................... 21
Een smart device verbinden..................23
De Wi-Fi-instellingen congureren op het
bedieningspaneel..........................23
Handmatig Wi-Fi-instellingen congureren. . . . .23
Wi-Fi-instellingen congureren via de
drukknopinstelling.......................24
Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN
code-instelling (WPS).................... 25
Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding
(eenvoudig toegangspunt)
congureren
....... 26
De status van de netwerkverbinding controleren. . . 27
De netwerkstatus controleren met het
netwerkpictogram.......................27
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken. . . . . 27
Een netwerkstatusvel afdrukken.............31
Toegangspunten vervangen of toevoegen.........32
De verbindingsmethode met een computer
wijzigen.................................32
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel. . . . . . .34
Een Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt) verbreken vanaf het
conguratiescherm........................ 35
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel..........................35
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking. . . . . 36
Beschikbaar papier en capaciteiten.............37
Lijst met papiertypes.....................38
Papier in de Papiertoevoer achter laden..........38
Originelen plaatsen
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen. . . . . . . 43
Verschillende originelen plaatsen..............44
Originelen plaatsen voor lay-out 2-op-1....... 44
Een dubbele pagina plaatsen voor lay-out 2-
op-1................................. 44
Meerdere foto's plaatsen om te scannen. . . . . . . .45
Een geheugenkaart plaatsen
Ondersteunde geheugenkaarten...............46
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen. . . . . . .46
Afdrukken
Afdrukken via het bedieningspaneel............48
Foto's afdrukken door ze te selecteren op een
geheugenkaart..........................48
Gelinieerd papier, kalenders en origineel
briefpapier afdrukken.....................49
Afdrukken met DPOF....................50
Menuopties voor de modus Foto's afdrukken. . . .50
Afdrukken vanaf een computer................51
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
4
Basisprincipes van printer Windows........51
Basisprincipes van printer Mac OS X....... 52
Dubbelzijdig afdrukken (alleen voor Windows). . 55
Meerdere pagina's op één vel afdrukken. . . . . . . 56
Afdruk aanpassen aan papierformaat. . . . . . . . . 57
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen
voor Windows)......................... 59
Eén aeelding afdrukken op meerdere vellen
om een poster te maken (alleen voor Windows). . 60
Geavanceerde functies gebruiken voor
afdrukken.............................66
Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print. . . 68
Afdrukken met Smart Devices................69
Epson iPrint gebruiken....................69
AirPrint gebruiken.......................71
Afdrukken annuleren.......................71
Afdrukken annuleren Printertoets......... 71
Afdrukken annuleren - Windows............72
Afdrukken annuleren - Mac OS X............72
Kopiëren
Menuopties voor de modus Kopiëren...........73
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel..............76
Scannen naar een computer................76
Scannen naar een computer (WSD).......... 77
Scannen vanaf een computer................. 79
Scannen met Epson Scan 2.................79
Scannen met smart-apparaten................ 85
Epson iPrint installeren...................85
Scannen met Epson iPrint................. 85
Inktpatronen vervangen
Het inktpeil controleren.....................87
Het inktpeil controleren - bedieningspaneel. . . . .87
Het inktpeil controleren - Windows...........87
Het inktpeil controleren - Mac OS X..........87
Codes van de cartridges.....................87
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen........88
Cartridges vervangen.......................91
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken.............93
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Windows. . 94
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Mac OS X. .95
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op
is (uitsluitend voor Windows).................96
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen............97
De printkop controleren en schoonmaken
bedieningspaneel........................97
De printkop controleren en schoonmaken -
Windows..............................98
De printkop controleren en schoonmaken -
Mac OS X.............................98
De printkop uitlijnen.......................99
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel. . . . . 99
De printkop uitlijnen - Windows............100
De printkop uitlijnen - Mac OS X...........100
Het papiertraject reinigen...................100
De Scannerglasplaat reinigen................ 101
Stroom besparen......................... 102
Stroom besparen - Bedieningspaneel.........102
Stroom besparen - Windows...............102
Stroom besparen - Mac OS X..............102
Menuopties voor de modus
Instellingen
Menuopties voor Inktniveaus................103
Menuopties voor Onderhoud................103
Menuopties voor Printerinstallatie............ 104
Menuopties voor Netwerkinstellingen..........104
Menuopties voor Epson Connect- services.......105
Menuopties voor Google Cloud Print-services. . . . 106
Menuopties voor Bestanden delen.............106
Menuopties voor Firmware-update............107
Menuopties voor Herstel standaard instellingen. . . 107
Netwerkservice en
softwareinformatie
De service van Epson Connect...............108
Web
Cong
.............................108
Web Cong uitvoeren op een browser........109
Web Cong uitvoeren op Windows..........109
Web Cong uitvoeren op Mac OS X......... 109
Windows-printerdriver.....................110
Uitleg bij de printerdriver voor Windows. . . . . . 111
Bedieningsinstellingen voor Windows-
printerdriver congureren................ 113
Mac OS X-printerdriver....................113
Uitleg bij de printerdriver voor Mac OS X. . . . . 114
Bedieningsinstellingen voor Mac OS X-
printerdriver congureren................ 115
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
5
Epson Scan 2 (scannerstuurprogramma)........116
Epson Event Manager......................117
Epson Easy Photo Print.................... 117
E-Web Print (alleen voor Windows )...........118
Easy Photo Scan..........................118
EPSON Soware Updater...................119
Toepassingen verwijderen...................119
Toepassingen verwijderen - Windows........119
Toepassingen verwijderen - Mac OS X........120
Toepassingen installeren....................121
Toepassingen enrmware bijwerken...........121
De printerrmware bijwerken via het
bedieningspaneel.......................122
Problemen oplossen
De printerstatus controleren.................123
Foutcodes op het display bekijken...........123
De printerstatus controleren - Windows.......124
De printerstatus controleren - Mac OS X. . . . . . 125
Vastgelopen papier verwijderen...............125
Vastgelopen papier verwijderen uit de
Papiertoevoer achter.....................125
Vastgelopen papier uit de uitvoerlade
verwijderen...........................126
Vastgelopen papier binnen in de printer
verwijderen...........................126
Papier wordt niet goed ingevoerd.............127
Papier loopt vast........................128
Papier wordt schuin ingevoerd.............128
Er worden meerdere vellen papier tegelijk
uitgevoerd............................128
Geen papiertoevoer.....................128
Foutmelding papier op verschijnt...........129
Problemen met stroomtoevoer en
bedieningspaneel.........................129
De stroom wordt niet ingeschakeld..........129
De stroom wordt niet uitgeschakeld......... 129
Het display wordt donker.................129
Kan niet afdrukken vanaf een computer. . . . . . . . 129
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren............................ 130
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten
terwijl de netwerkinstellingen correct zijn. . . . . 130
De SSID controleren waarmee de printer is
verbonden............................132
De SSID voor de computer controleren.......132
De printer kan opeens niet afdrukken via een
netwerkverbinding........................133
De printer kan opeens niet afdrukken via een
USB-verbinding..........................134
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad. . . . . 134
Het afdrukken is gepauzeerd.................134
Afdrukproblemen........................ 134
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren. . . 134
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren. .135
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een
tussenafstand van ongeveer 2.5 cm..........135
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of
verkeerde uitlijning..................... 136
Afdrukkwaliteit is slecht..................136
Papier vertoont vlekken of is bekrast.........137
Afgedrukte foto's zijn plakkerig.............137
Aeeldingen
of foto's worden afgedrukt met
de verkeerde kleuren.................... 138
De kleuren verschillen van wat u op het
scherm ziet........................... 138
Kan niet afdrukken zonder marges..........138
Randen van de
aeelding
vallen weg bij het
randloos afdrukken.....................138
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn
niet juist............................. 139
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar. . 139
De afgedrukte aeelding is omgekeerd. . . . . . . 139
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken. . . . .140
Op de gekopieerde afdruk verschijnen
ongelijke kleuren, vegen, vlekken of rechte
lijnen................................140
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel
"moiré" genoemd) op de gekopieerde
aeelding............................140
De achterkant van het origineel is te zien op
de gekopieerde aeelding.................140
Het probleem kon niet worden opgelost.......140
Overige afdrukproblemen...................141
Afdrukken verloopt te traag...............141
Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het
continu afdrukken......................141
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een
computer met Mac OS X 10.6.8.............141
Kan niet beginnen met scannen.............. 142
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel. .142
Problemen met gescande aeeldingen......... 143
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort
worden weergegeven bij scannen vanaf de
glasplaat van de scanner..................143
De aeeldingskwaliteit is ruw..............143
De oset schijnt door in de achtergrond van
aeeldingen.......................... 143
De tekst is onscherp.....................144
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
6
Er verschijnt moiré (webachtige schaduwen). . . 144
Kan het juiste gebied niet scannen op de
glasplaat............................. 144
Kan geen voorbeeld weergeven in umbnail. . 145
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik
opsla als een Searchable PDF...............145
Problemen in gescande aeelding kunnen
niet worden opgelost.................... 145
Andere scanproblemen.....................146
Scannen verloopt te traag.................146
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/
Multi-TIFF........................... 146
Overige problemen........................147
Lichte elektrische schok wanneer u de printer
aanraakt............................. 147
Printer maakt veel lawaai tijdens werking. . . . . 147
Kan gegevens niet opslaan op een
geheugenkaart.........................147
Soware wordt geblokkeerd door een rewall
(alleen Windows).......................147
'?' wordt weergegeven in het fotoselectiescherm 147
Bijlage
Tech ni sc he
specicaties
.................... 148
Printer specicaties..................... 148
Scannerspecicaties.....................149
Interface-specicaties....................149
Lijst met netwerkfuncties.................149
Wi-specicaties.......................151
Beveiligingsprotocol.....................151
Ondersteunde diensten van derden..........151
Specicaties externe opslagapparaten. . . . . . . . 152
Dimensies............................153
Elektrische specicaties.................. 153
Omgevingsspecicaties...................153
Systeemvereisten.......................154
Regelgevingsinformatie.................... 154
Normen en goedkeuringen................154
Beperkingen op het kopiëren.............. 155
De printer vervoeren...................... 155
Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer 157
Hulp vragen.............................158
Technische ondersteuning (website).........158
Contact opnemen met de klantenservice van
Epson...............................158
Gebruikershandleiding
Inhoudsopgave
7
Over deze handleiding
Introductie tot de handleidingen
De volgende handleidingen worden meegeleverd met uw Epson-printer. Raadpleeg naast de handleidingen, ook de
Help in de verschillende Epson-sowaretoepassingen.
Hier beginnen (gedrukte handleiding)
Bevat informatie over het instellen van de printer, het installeren van de
soware,
het gebruik van de printer, het
oplossen van problemen enzovoort.
Gebruikershandleiding (digitale handleiding)
Deze handleiding. Biedt algehele informatie en instructies voor het gebruik van de printer, voor
netwerkinstellingen wanneer de printer in een netwerk wordt gebruikt en voor het oplossen van problemen.
U kunt de meest recente versie van de bovenstaande handleidingen in uw bezit krijgen op de volgende manieren.
Gedrukte handleiding
Ga naar de ondersteuningssite van Epson Europe (http://www.epson.eu/Support) of de wereldwijde
ondersteuningssite van Epson (http://support.epson.net/).
Digitale handleiding
Start EPSON Soware Updater op uw computer. EPSON Soware Updater controleert of er updates
beschikbaar zijn voor Epson-toepassingen of digitale handleidingen en laat u vervolgens de meest recente versie
downloaden.
Gerelateerde informatie
& “EPSON Soware Updater” op pagina 119
Markeringen en symbolen
!
Let op:
Instructies die zorgvuldig moeten worden gevolgd om lichamelijk letsel te voorkomen.
c
Belangrijk:
Instructies die moeten worden gevolgd om schade aan het apparaat te voorkomen.
Opmerking:
Biedt aanvullende informatie en referentiegegevens.
&
Gerelateerde informatie
Koppelingen naar de verwante paragrafen.
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
8
Beschrijvingen gebruikt in deze handleiding
Screenshots van de schermen van de printerdriver en Epson Scan 2 (scannerdriver) zijn van Windows 10 of Mac
OS X v10.11.x. De inhoud die op de schermen wordt weergegeven, is aankelijk van het model en de situatie.
Aeeldingen van de printer gebruikt in deze handleiding dienen uitsluitend als voorbeeld. Er zijn kleine
verschillen tussen elk model, maar de gebruiksmethode blij hetzelfde.
Sommige menu-items op de display variëren naargelang het model en de instellingen.
Referenties voor besturingssystemen
Windows
In deze handleiding verwijzen termen zoals "Windows 10", "Windows 8.1", "Windows 8", "Windows 7", "Windows
Vista", en "Windows XP" naar de volgende besturingssystemen. Bovendien wordt "Windows" gebruikt om alle
versies ervan aan te duiden.
Microso
®
Wi n d ow s
®
10 besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s
®
8.1 besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s
®
8 besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s
®
7 besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s Vi s t a
®
besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s
®
XP besturingssysteem
Microso
®
Wi n d ow s
®
XP Professional x64 Edition besturingssysteem
Mac OS X
In deze handleiding verwijst "Mac OS X v10.11.x" naar OS X El Capitan, "Mac OS X v10.10.x" naar OS X Yosemite,
"Mac OS X v10.9.x" naar OS X Mavericks en "Mac OS X v10.8.x" verwijst naar OS X Mountain Lion. Bovendien
wordt "Mac OS X" gebruikt om te verwijzen naar "Mac OS X v10.11.x", "Mac OS X v10.10.x", "Mac OS X v10.9.x",
"Mac OS X v10.8.x", "Mac OS X v10.7.x" en "Mac OS X v10.6.8".
Gebruikershandleiding
Over deze handleiding
9
Belangrijke instructies
Veiligheidsinstructies
Lees en volg deze instructies om deze printer veilig te gebruiken. Bewaar deze handleiding voor latere
raadplegingen. Let ook op al de waarschuwingen en instructies die op de printer staan.
Sommige van de symbolen die gebruikt worden op uw printer zijn bedoeld om de veiligheid en het juiste
gebruik van de printer te garanderen. Bezoek de volgende website voor de betekenis van de symbolen.
http://support.epson.net/symbols
Gebruik alleen het netsnoer dat met de printer is meegeleverd en gebruik het snoer niet voor andere apparatuur.
Gebruik van andere snoeren met deze printer of gebruik van het meegeleverde netsnoer met andere apparatuur
kan leiden tot brand of elektrische schokken.
Zorg ervoor dat het netsnoer voldoet aan de relevante plaatselijke veiligheidsnormen.
Haal het netsnoer, de stekker, de printer, de scanner of de accessoires nooit uit elkaar en probeer deze
onderdelen nooit zelf te wijzigen of te repareren, tenzij zoals uitdrukkelijk staat beschreven in de handleidingen
van het apparaat.
Trek in de volgende gevallen de stekker uit het stopcontact en laat het onderhoud aan een onderhoudstechnicus
over:
Als het netsnoer of de stekker beschadigd is, als er vloeistof in de printer is gekomen, als de printer is gevallen of
als de behuizing beschadigd is, als de printer niet normaal werkt of als er een duidelijke wijziging in de
prestaties optreedt. Wijzig geen instellingen als hiervoor in de gebruiksaanwijzing geen instructies worden
gegeven.
Zet het apparaat in de buurt van een wandstopcontact waar u de stekker gemakkelijk uit het stopcontact kunt
halen.
Plaats of bewaar de printer niet buiten en zorg ervoor dat de printer niet wordt blootgesteld aan vuil, stof, water
of hittebronnen. Vermijd plaatsen die onderhevig zijn aan schokken, trillingen, hoge temperaturen of
luchtvochtigheid.
Zorg ervoor dat u geen vloeistoen op de printer morst en pak de printer niet met natte handen vast.
Houd de printer ten minste 22 cm verwijderd van pacemakers. De radiogolven die door deze printer worden
uitgezonden, kunnen een negatieve invloed hebben op de werking van pacemakers.
Neem contact op met uw leverancier als het display beschadigd is. Als u vloeistof uit het display op uw handen
krijgt, was ze dan grondig met water en zeep. Als u vloeistof uit het display in uw ogen krijgt, moet u uw ogen
onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een arts als u ondanks grondig spoelen problemen
krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Wees voorzichtig met gebruikte cartridges. Er kan inkt rond de inkttoevoer kleven.
Als u inkt op uw huid krijgt, wast u de plek grondig met water en zeep.
Als u inkt in uw ogen krijgt, moet u uw ogen onmiddellijk uitspoelen met water. Raadpleeg onmiddellijk een
arts als u ondanks grondig spoelen problemen krijgt met uw ogen of nog steeds ongemak ondervindt.
Als er inkt in uw mond terechtkomt, raadpleegt u direct een arts.
Haal de cartridge niet uit elkaar, omdat u inkt in uw ogen of op uw huid kunt krijgen.
Schud de cartridges niet te hard en laat ze niet vallen. Wees ook voorzichtig dat u ze niet ineendrukt of hun
etiket scheurt. Omdat hierdoor inkt kan lekken.
Houd cartridges buiten het bereik van kinderen.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
10
Printeradviezen en waarschuwingen
Lees en volg deze instructies om schade aan de printer of uw eigendommen te voorkomen. Bewaar deze
handleiding voor toekomstig gebruik.
Adviezen en waarschuwingen voor het instellen/gebruik van de
printer
De openingen in de behuizing van de printer niet blokkeren of afdekken.
Gebruik alleen het type stroombron dat staat vermeld op het etiket op de printer.
Gebruik geen stopcontacten in dezelfde groep als fotokopieerapparaten, airconditioners of andere apparaten die
regelmatig worden in- en uitgeschakeld.
Gebruik geen stopcontacten die met een wandschakelaar of een automatische timer kunnen worden in- en
uitgeschakeld.
Plaats het hele computersysteem uit de buurt van apparaten die elektromagnetische storing kunnen
veroorzaken, zoals luidsprekers of basisstations van draagbare telefoons.
Plaats het netsnoer zodanig dat geen slijtage, inkepingen, rafels, plooien en knikken kunnen optreden. Plaats
geen voorwerpen op het netsnoer en plaats het netsnoer zodanig dat niemand erop kan stappen. Let er vooral
op dat snoeren mooi recht blijven aan de uiteinden en de punten waar deze de transformator in- en uitgaan.
Als u een verlengsnoer gebruikt voor de printer, mag de totale stroombelasting in ampère van alle aangesloten
apparaten niet hoger zijn dan de maximale belasting voor het verlengsnoer. Zorg er bovendien voor dat het
totaal van de ampèrewaarden van alle apparaten die zijn aangesloten op het wandstopcontact, niet hoger is dan
de maximumwaarde die is toegestaan voor het stopcontact.
Als u de printer in Duitsland gebruikt, moet u rekening houden met het volgende: de installatie van het gebouw
moet beschikken over een stroomonderbreker van 10 of 16 A om de printer te beschermen tegen kortsluiting en
stroompieken.
Let bij het aansluiten van de printer op een computer of ander apparaat, op de juiste richting van de stekkers
van de kabel. Elke stekker kan maar op één manier in het apparaat worden gestoken. Wanneer u een stekker op
een verkeerde manier in het apparaat steekt, kunnen beide apparaten die via de kabel met elkaar verbonden
zijn, beschadigd raken.
Plaats de printer op een vlakke, stabiele ondergrond die groter is dan de printer zelf. De printer werkt niet goed
als deze scheef staat.
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Laat boven de printer voldoende ruimte vrij om het deksel volledig te kunnen openen.
Zorg ervoor dat aan de voorkant van de printer voldoende ruimte is voor het papier dat uit de printer komt.
Vermijd plaatsen met grote schommelingen in temperatuur en luchtvochtigheid. Houd de printer ook uit de
buurt van direct zonlicht, fel licht of warmtebronnen.
Steek geen voorwerpen door de openingen in de printer.
Steek uw hand niet in de printer tijdens het afdrukken.
Raak de witte, platte kabel binnen in de printer niet aan.
Gebruik geen spuitbussen met ontvlambare
stoen
in of in de buurt van de printer. Dit kan brand veroorzaken.
Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u de printer beschadigen.
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
11
Let erop dat u nooit te hard op de scannerglasplaat drukt wanneer u er een origineel op legt.
Zet de printer altijd uit met de knop
P
. Trek de stekker niet uit het stopcontact en sluit de stroom naar het
stopcontact niet af zolang het lampje
P
nog knippert.
Controleer voordat u de printer vervoert of de printkop zich in de uitgangspositie bevindt (uiterst rechts) en of
de cartridges aanwezig zijn.
Als u de printer gedurende langere tijd niet gebruikt, trek dan de stekker uit het stopcontact.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van de printer met een
draadloze verbinding
Radiogolven van deze printer kunnen nadelige gevolgen hebben voor de werking van medische elektronische
apparatuur, waardoor deze apparatuur defect kan raken. Wanneer u deze printer gebruikt in een medische
instelling of in de buurt van medische apparatuur, volg dan de aanwijzingen van het bevoegd personeel van de
medische instelling en volg alle waarschuwingen en aanwijzingen die op de medische apparatuur zelf staan.
Radiogolven uit deze printer kunnen de werking van automatisch gestuurde apparaten, zoals automatische
deuren of een brandalarm, storen en kunnen tot ongevallen leiden als gevolg van storing. Volg alle
waarschuwingen en aanwijzingen die op deze apparatuur zijn aangeduid wanneer u deze printer gebruikt in de
buurt van automatisch aangestuurde apparaten.
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van geheugenkaarten
Verwijder een geheugenkaart niet en schakel de printer niet uit wanneer het lampje van de geheugenkaart
knippert.
Het gebruik van geheugenkaarten verschilt per type kaart. Raadpleeg de documentatie die bij de geheugenkaart
is geleverd voor meer informatie.
Gebruik alleen geheugenkaarten die compatibel zijn met het apparaat.
Gerelateerde informatie
& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 152
Adviezen en waarschuwingen voor gebruik van het display
Het display kan een paar kleine heldere of donkere puntjes vertonen en is mogelijk niet overal even helder. Dit
is normaal en wil geenszins zeggen dat het display beschadigd is.
Maak het display alleen schoon met een droge, zachte doek. Gebruik geen vloeibare of chemische
reinigingsmiddelen.
De buitenkant van de display kan breken als deze een grote weerslag krijgt. Neem contact op met uw
wederverkoper als het oppervlak van het scherm barst of splintert. Raak de gebroken stukken nooit aan en
verwijder ze niet.
Uw persoonlijke gegevens beschermen
Als u de printer aan iemand anders
gee
of wilt weggooien, kunt u het geheugen als volgt wissen: selecteer
Instellingen > Herstel standaard instellingen > Alle instellingen op het bedieningspaneel.
Gebruikershandleiding
Belangrijke instructies
12
Basisprincipes van printer
Namen en functies van onderdelen
A
Zijgeleider Zorgen ervoor dat het papier recht in de printer wordt ingevoerd. Schuif ze
naar de randen van het papier.
B
Papiertoevoer achter Laadt papier.
C
Papiersteun Ondersteuning voor geladen papier.
D
Invoerbescherming Voorkomt dat ongewenste zaken in de printer terechtkomen. Laat deze
bescherming over het algemeen dicht.
E
Uitvoerlade Opvanglade voor het papier dat uit de printer komt. Zet vóór het afdrukken de
stop omhoog om te voorkomen dat het uitgeworpen papier van de lade valt.
F
Bedieningspaneel Voor bediening van de printer.
A
B
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
13
A
Geheugenkaartsleuf Plaats een geheugenkaart in het apparaat.
B
Cartridgehouder Installeer de cartridges. Aan de onderkant komt inkt uit de spuitkanaaltjes van
de printkop.
A
Documentdeksel Houdt het licht van buitenaf tegen tijdens het scannen.
B
Scannerglasplaat Plaats de originelen.
C
Scannereenheid Scant de originelen die u hebt geplaatst. Open dit om cartridges te vervangen
of papier dat in de printer is vastgelopen, te verwijderen.
A
B
A
Netaansluiting Voor aansluiting van het netsnoer.
B
USB-poort Aansluiting voor een USB-kabel.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
14
Bedieningspaneel
U kunt het bedieningspaneel in een andere hoek zetten.
Als u het bedieningspaneel lager wilt zetten, moet u de hendel aan de achterkant van het paneel induwen, zoals
hieronder getoond.
Knoppen
A
Hiermee schakelt u de printer in of uit.
Niet uitschakelen zolang het aan-uitlampje knippert (wanneer de printer bezig is of gegevens
verwerkt).
Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan-uitlampje gedoofd is.
B
Hiermee opent u het startscherm.
C
u
d
l
r
OK Met de knoppen
u
d
l
r
selecteert u een menu en met een druk op de knop OK opent u het
geselecteerde menu.
D
Hiermee stopt u de huidige taak of keert u terug naar het vorige scherm.
E
Hiermee start u een taak, zoals afdrukken of kopiëren.
Uitleg bij het LCD-scherm
Op het LCD-scherm worden menu's en berichten weergegeven. Selecteer een menu of instelling door te drukken
op de knoppen
u
d
l
r
.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
15
Uitleg bij het startscherm
De volgende pictogrammen en menu's worden weergegeven op het startscherm.
A
Hier staan pictogrammen die de netwerkstatus aangeven.
Duidt op een probleem met de draadloze netwerkverbinding (Wi-Fi) van de printer of geeft
aan dat de printer zoekt naar een draadloze netwerkverbinding (Wi-Fi).
Geeft aan dat de printer verbonden is met een draadloos netwerk (Wi-Fi).
Het aantal balkjes geeft de sterkte van de verbinding weer. Hoe meer balkjes, des te sterker de
verbinding is.
Geeft aan dat een draadloos netwerk (Wi-Fi) is uitgeschakeld of dat de printer bezig is met het
tot stand brengen van een draadloze netwerkverbinding.
Geeft aan dat Wi-Fi Direct is ingeschakeld.
Geeft aan dat Wi-Fi Direct is uitgeschakeld.
B
Wanneer
l
en
r
worden weergegeven, kunt u naar rechts of links bladeren door te drukken op de knop
l
of
r
.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
16
C
Functiepictogrammen en namen worden weergegeven als moduspictogrammen.
Kopiëren
Hiermee activeert u de modus Kopiëren, waarmee u een document kunt kopiëren.
Foto's afdrukken
Hiermee activeert u de modus Foto's afdrukken, waarmee u foto's kunt afdrukken die op een
geheugenkaart staan.
Scannen
Hiermee activeert u de modus Scannen, waarmee u een document of foto kunt scannen.
Mijn briefpapier
Hiermee activeert u de modus Mijn briefpapier, waarmee u allerlei originele dingen kunt
afdrukken, zoals lijntjespapier en kalenders, op basis van foto's op uw geheugenkaart.
Stille modus
Hiermee geeft u de instelling Stille modus weer, waarmee u ervoor zorgt dat de printer
minder geluid maakt. Als u deze optie inschakelt, kan de afdruksnelheid minder zijn.
Afhankelijk van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit,
merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Dit is een snelkoppeling naar het volgende menu.
Instellingen > Printerinstallatie > Stille modus
Instellingen
Hiermee activeert u de modus Instellingen, waarmee u onderhoud kunt uitvoeren en printer-
en netwerkinstellingen kunt opgeven.
Wi-Fi instellen Hiermee geeft u menu's weer voor het instellen van de printer voor gebruik in een draadloos
netwerk. Dit is een snelkoppeling naar het volgende menu.
Instellingen > Netwerkinstellingen > Instellingen Wi-Fi
D
Hier staan de knoppen die u kunt gebruiken. In dit voorbeeld kunt u naar het geselecteerde menu gaan door op OK
te drukken.
Tekens invoeren
Als u via het bedieningspaneel tekens en symbolen wilt invoeren voor de netwerkinstellingen, gebruik dan de
knoppen
u
,
d
,
l
en
r
. Druk op de knop
u
of
d
om het gewenste teken te selecteren en druk vervolgens op de
knop
r
om de cursor te verplaatsen naar de volgende invoerpositie. Druk na aoop van het tekens invoeren op de
knop OK.
Hoe het weergegeven scherm eruitziet, hangt af van de gekozen instellingen. Dit is het scherm voor het invoeren
van het wachtwoord voor het Wi-Fi-netwerk.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
17
Pictogrammen Beschrijving
Hiermee schakelt u tussen tekentypes.
ABC: hoofdletters
abc: kleine letters
123: cijfers en symbolen
u
d
Hiermee selecteert u het teken dat u wilt invoeren.
r
Hiermee verplaatst u de cursor naar rechts.
l
Hiermee wist u het teken links van de cursor (Backspace).
OK Hiermee voert u de geselecteerde tekens in.
Hiermee keert u terug naar het vorige scherm.
De tekenreeks "13By" invoeren als oefening
1. Druk tweemaal op de knop om het tekentype om te schakelen naar 123.
2.
Druk tweemaal op de knop
u
om "1" te selecteren.
3. Druk eenmaal op de knop
r
om de cursor te verplaatsen en druk vervolgens viermaal op de knop
u
om "3" te
selecteren.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
18
4. Druk eenmaal op de knop
r
om de cursor te verplaatsen en druk vervolgens op de knop om het tekentype
te veranderen in ABC. Druk tweemaal op de knop
u
om "B" te selecteren.
5. Druk eenmaal op de knop
r
om de cursor te verplaatsen en druk vervolgens op de knop om het tekentype
te veranderen in abc. Druk tweemaal op de knop
d
om "y" te selecteren.
6. Druk op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Basisprincipes van printer
19
Netwerkinstellingen
Soorten netwerkverbindingen
Wi-Fi-verbinding
Sluit de printer en de computer of het smart device aan op het toegangspunt. Dit is de meest gebruikelijke manier
van verbinden voor netwerken thuis en op kantoor waar de Wi-Fi-verbindingen worden verzorgd door een
toegangspunt.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 21
& “Een smart device verbinden” op pagina 23
& “De Wi-Fi-instellingen congureren op het bedieningspaneel” op pagina 23
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
Gebruik deze verbindingsmethode wanneer u thuis of op kantoor geen Wi-Fi hebt of wanneer u de printer en het
smart device rechtstreeks met elkaar wilt verbinden. In deze modus fungeert de printer als toegangspunt en kunt u
maximaal vier apparaten met de printer verbinden zonder dat u een apart toegangspunt nodig hebt. Smart devices
die rechtstreeks met de printer zijn verbonden kunnen echter niet met elkaar communiceren via de printer.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
20
Opmerking:
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) is een verbindingsmodus die is ontwikkeld als vervanging voor de ad-
hocmodus.
De printer kan tegelijk verbinding hebben via Wi-Fi en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt). Als u echter een
netwerkverbinding start in Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) wanneer de printer verbinding hee via Wi-Fi,
wordt de Wi-Fi-verbinding tijdelijk verbroken.
Gerelateerde informatie
& Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
congureren
” op pagina 26
Een computer verbinden
Het wordt aanbevolen het installatieprogramma te gebruiken om de printer te verbinden met een computer. U
kunt het installatieprogramma op een van de volgende manieren uitvoeren.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in.
http://epson.sn
Ga naar Instellen en klik vervolgens op Downloaden in het gedeelte voor downloaden en verbinden. Klik of
dubbelklik op het gedownloade bestand om het installatieprogramma uit te voeren. Volg de instructies op het
scherm.
Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers die
beschikken over een computer met een schijfstation.)
Plaats de
soware-cd
in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethode selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven en selecteer vervolgens de
gewenste methode om de printer met de computer te verbinden.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
21
Wi n d o w s
Selecteer het verbindingstype en klik vervolgens op Vo lg en de .
Mac OS X
Selecteer het verbindingstype.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
22
Volg de instructies op het scherm. De benodigde soware wordt geïnstalleerd.
Een smart device verbinden
U kunt de printer gebruiken vanaf een smart device wanneer u de printer verbindt met hetzelfde Wi-Fi-netwerk
(SSID) als het smart device. Als u de printer wilt gebruiken vanaf een smart device, stelt u dit in vanaf de volgende
website. Open de website vanaf een smart device waarmee u verbinding wilt maken met de printer.
http://epson.sn > Instellen
Opmerking:
Als u tegelijkertijd een computer en een smart device met de printer wilt verbinden, wordt aangeraden als eerste de
computer te verbinden.
De Wi-Fi-instellingen congureren op het
bedieningspaneel
Op het bedieningspaneel van de printer kunt u de netwerkinstellingen
congureren.
Nadat de printer verbinding
hee gemaakt met het netwerk, maakt u verbinding tussen de printer en het apparaat dat u wilt gebruiken
(computer, smartphone, tablet, enz.)
Gerelateerde informatie
& “Handmatig Wi-Fi-instellingen congureren” op pagina 23
& Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling” op pagina 24
& “Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN code-instelling (WPS)” op pagina 25
& “Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) congureren” op pagina 26
Handmatig Wi-Fi-instellingen
congureren
U kunt de gegevens die voor de verbinding met een toegangspunt nodig zijn handmatig opgeven op het
bedieningspaneel van de printer. Voor het handmatig instellen hebt u de SSID en het wachtwoord van een
toegangspunt nodig.
Opmerking:
Als u een toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID die en het wachtwoord dat op het label
vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die het toegangspunt
hee
ingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt.
1.
Selecteer Instellingen Wi-Fi op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Wi - Fi (a an b e vo l en ) en druk vervolgens op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
23
3. Druk op de knop OK.
4. Selecteer Wi-Fi instelwizard en druk vervolgens op de knop OK.
5.
Selecteer de SSID voor het toegangspunt op het bedieningspaneel van de printer en druk op de knop OK.
Opmerking:
Als de SSID waarmee u wilt verbinden, niet wordt weergegeven op het bedieningspaneel van de printer, selecteert u
Nogm. zoeken om de lijst te vernieuwen. Als deze nog steeds niet wordt weergegeven, selecteert u Andere SSID's en
voert u de SSID rechtstreeks in.
Als u de SSID niet kent, controleer dan of deze vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u het
toegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u de SSID die op het label staat.
6.
Voer het wachtwoord in en druk op de knop OK.
Selecteer of u al dan niet een netwerkverbindingsrapport wilt afdrukken na het voltooien van de instellingen.
Opmerking:
Het wachtwoord is hoofdlettergevoelig.
Als u het wachtwoord niet kent, controleer dan of het vermeld staat op het label van het toegangspunt. Als u het
toegangspunt gebruikt met zijn standaardinstellingen, gebruikt u het wachtwoord dat op het label staat. Het
wachtwoord kan ook een sleutel of wachtwoordzin worden genoemd.
Als u het wachtwoord voor het toegangspunt niet kent, raadpleegt u de documentatie die bij het toegangspunt is
geleverd of neemt u contact op met de persoon die dit hee ingesteld.
Als u geen verbinding kunt maken, laadt u papier en drukt u vervolgens op de knop
om een
netwerkverbindingsrapport af te drukken.
Gerelateerde informatie
& “Tekens invoeren” op pagina 17
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 27
& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
” op pagina 130
Wi-Fi-instellingen congureren via de drukknopinstelling
U kunt automatisch een Wi-Fi-netwerk instellen door op een knop op het toegangspunt te drukken. Als aan de
volgende voorwaarden is voldaan, kunt u deze manier van instellen gebruiken.
Het toegangspunt is compatibel met WPS (Wi-Fi Protected Setup).
De huidige Wi-Fi-verbinding is tot stand gebracht door op een knop op het toegangspunt te drukken.
Opmerking:
Als u de knop niet kunt vinden of als u instelt met behulp van de soware, raadpleeg dan de documentatie van het
toegangspunt.
1. Selecteer Instellingen Wi-Fi op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Wi - Fi (a an b e vo l en ) en druk vervolgens op de knop OK.
3.
Druk op de knop OK.
4. Selecteer Drukknopinstelling (WPS) en druk vervolgens op de knop OK.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
24
5. Houd de knop [WPS] op het toegangspunt ingedrukt tot het beveiligingslampje knippert.
Als u niet weet waar de [WPS]-knop zit, of als het toegangspunt geen knoppen
hee,
raadpleeg dan de
documentatie van het toegangspunt voor meer informatie.
6. Druk op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer. Volg de instructies op het scherm die worden
weergegeven.
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer.
Als het nog steeds niet werkt, druk dan een netwerkverbindingsrapport af en controleer de oplossing.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 27
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 130
Wi-Fi-instellingen congureren via de PIN code-instelling (WPS)
U kunt verbinding maken met een toegangspunt door gebruik te maken van een pincode. U kunt deze methode
gebruiken als uw toegangspunt WPS (Wi-Fi Protected Setup) ondersteunt. Gebruik een computer om een pincode
in te voeren in het toegangspunt.
1. Selecteer Instellingen op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Netwerkinstellingen en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Instellingen Wi-Fi op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer PIN-code (WPS) en druk vervolgens op de knop OK.
5. Gebruik uw computer om de pincode (acht cijfers) die op het bedieningspaneel van de printer wordt
weergegeven in te voeren in het toegangspunt. U hebt hier twee minuten de tijd voor.
Opmerking:
Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor meer informatie over het invoeren van een pincode.
6.
Druk op de knop OK.
Het instellen is voltooid wanneer dit wordt gemeld in een bericht.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
25
Opmerking:
Als de verbinding mislukt, start dan het toegangspunt opnieuw, zet het dichter bij de printer en probeer het nog een keer.
Als het nog steeds niet werkt, druk dan een verbindingsrapport af en controleer de oplossing.
Gerelateerde informatie
& De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 27
& “Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
” op pagina 130
Instellingen voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt) congureren
Deze methode maakt het mogelijk om de printer rechtstreeks, dus zonder toegangspunt, te verbinden met een
computer of smart device. De printer fungeert zelf als toegangspunt.
c
Belangrijk:
Wanneer u een computer of smart device verbindt met de printer met de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt), is de printer verbonden met hetzelfde Wi-Fi-netwerk (SSID) als de computer of het smart device en
vindt communicatie tussen de beide apparaten plaats. Omdat de computer of het smart device automatisch wordt
verbonden met het andere verbindbare Wi-Fi-netwerk als de printer wordt uitgeschakeld, wordt niet opnieuw
verbinding gemaakt met het vorige Wi-Fi-netwerk als de printer wordt ingeschakeld. Maak vanuit de computer of
het smart device opnieuw verbinding met de SSID van de printer voor Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt). Als u niet steeds opnieuw verbinding wilt maken wanneer u de printer in- of uitschakelt, wordt
aangeraden een Wi-Fi-netwerk te gebruiken door de printer te verbinden met een toegangspunt.
1.
Selecteer Instellingen Wi-Fi op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
2.
Selecteer Wi- Fi Di re c t en druk vervolgens op de knop OK.
3. Druk op de knop OK.
4. Druk op de knop OK om de installatie te starten.
5. Druk op de knop OK.
6. Kijk op het bedieningspaneel van de printer welke SSID en welk wachtwoord worden weergegeven. Selecteer
in het scherm Netwerkverbinding van de computer of het smart device de SSID die wordt weergegeven op het
bedieningspaneel van de printer om verbinding te maken.
7. Voer op de computer of het smart device het wachtwoord in dat wordt weergegeven op het bedieningspaneel
van de printer.
8. Nadat de verbinding is gemaakt, drukt u op de knop OK op het bedieningspaneel van de printer.
9. Druk op de knop OK.
Gerelateerde informatie
&
“De status van de netwerkverbinding controleren” op pagina 27
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 130
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
26
De status van de netwerkverbinding controleren
De netwerkstatus controleren met het netwerkpictogram
U kunt de status van de netwerkverbinding controleren aan de hand van het netwerkpictogram op het startscherm
van de printer. Het pictogram verandert volgens verbindingstype en signaalsterkte.
Gerelateerde informatie
& Uitleg bij het startscherm” op pagina 16
Een netwerkverbindingsrapport afdrukken
U kunt een netwerkverbindingsrapport afdrukken om de status tussen de printer en het toegangspunt te
controleren.
1. Papier laden.
2. Selecteer Instellingen op het startscherm en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Netwerkinstellingen > Ve rbi nd in gs con trol e.
De verbindingscontrole wordt gestart.
4. Druk op de knop
x
om het netwerkverbindingsrapport af te drukken.
Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en volg de afgedrukte
oplossingen.
Gerelateerde informatie
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 28
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
27
Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport
Controleer de berichten en foutcodes op het netwerkverbindingsrapport en volg dan de oplossingen.
a. Foutcode
b. Berichten over de netwerkomgeving
a. Foutcode
Code Oplossing
E-1 Controleer of de ethernetkabel op de printer, een hub of andere netwerkapparaten is aangesloten.
Controleer of de hub of andere netwerkapparaten zijn ingeschakeld.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
28
Code Oplossing
E-2
E-3
E-7
Controleer of het toegangspunt is ingeschakeld.
Controleer of de computer of andere apparaten correct zijn verbonden met het toegangspunt.
Plaats de printer dicht bij het toegangspunt. Verwijder alle obstakels ertussen.
Als u de SSID handmatig hebt ingevoerd, moet u controleren of deze correct is. Controleer het SSID-adres in
het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport.
Om een netwerk tot stand te brengen met drukknopinstelling, moet u controleren of het toegangspunt WPS
ondersteunt. Als dit geen WPS ondersteunt, kunt u geen netwerk tot stand brengen met drukknopinstelling.
Controleer of alleen ASCII-tekens (alfanumerieke tekens en symbolen) worden gebruikt voor de SSID. De
printer kan geen SSID weergeven die andere tekens dan ASCII-tekens bevat.
Controleer de SSID en het wachtwoord voordat u verbinding maakt met het toegangspunt. Als u een
toegangspunt met de standaardinstellingen gebruikt, gebruikt u de SSID en het wachtwoord die op het
label vermeld staan. Als u de SSID en het wachtwoord niet weet, neem dan contact op met de persoon die
het toegangspunt heeft ingesteld of raadpleeg de documentatie van het toegangspunt.
Wanneer u verbinding wilt maken met een SSID die is gegenereerd via de tethering-funtie op een smart
device, controleert u de SSID en het wachtwoord in de documentatie die is meegeleverd met het smart
device.
Als de
wi-verbinding
plots wordt verbroken, controleert u het volgende. Indien een van deze situaties van
toepassing is, herstelt u de netwerkinstellingen met behulp van het installatieprogramma. U kunt dit
uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
Er is een ander smart device aan het netwerk toegevoegd met de drukknopinstallatie.
Het wi-netwerk is ingesteld met een andere methode dan drukknopinstallatie.
E-5 Zorg dat het beveiligingstype van het toegangspunt is ingesteld op een van de volgende opties. Als dat niet het
geval is, wijzigt u het beveiligingstype op het toegangspunt en stelt u de netwerkinstellingen van de printer
opnieuw in.
WEP-64 bit (40-bits)
WEP-128 bit (104-bits)
WPA PSK (TKIP/AES)
*
WPA2 PSK (TKIP/AES)
*
WPA (TKIP/AES)
WPA2 (TKIP/AES)
* : WPA PSK is ook bekend als WPA Personal. WPA2 PSK is ook bekend als WPA2 Personal.
E-6 Controleer of het MAC-adreslter is uitgeschakeld. Als dit is ingeschakeld, registreert u het MAC-adres van de
printer zodat het niet wordt gelterd. Raadpleeg de documentatie van het toegangspunt voor details. U
kunt het MAC-adres van de printer controleren in het gedeelte Netwerkstatus van het
netwerkverbindingsrapport.
Als de gedeelde vericatie van het toegangspunt is ingeschakeld in de WEP-beveiligingsmethode, moet u
ervoor zorgen dat de vericatiesleutel en index correct zijn.
E-8 Schakel DHCP in op het toegangspunt wanneer IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op
Automatisch.
Als IP-adres verkrijgen van de printer is ingesteld op handmatig, is het IP-adres dat u handmatig instelt
buiten bereik (bijvoorbeeld: 0.0.0.0) en is dit uitgeschakeld. Stel een geldig IP-adres in op het
bedieningspaneel van de printer of via Web Cong.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
29
Code Oplossing
E-9 Controleer het volgende.
Apparaten worden ingeschakeld.
U kunt toegang krijgen tot internet en andere computer of netwerkapparaten op hetzelfde netwerk van de
apparaten die u met de printer wilt verbinden.
Als het probleem zich nog steeds voordoet nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, herstelt u de
netwerkinstellingen met behulp van het installatieprogramma. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
E-10 Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
Netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u IP-adres verkrijgen van de
printer hebt ingesteld op Handmatig.
Stel het netwerkadres opnieuw in als het onjuist is. U kunt het IP-adres, het subnetmasker en de
standaardgateway controleren in het gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport.
Als DHCP is ingeschakeld, wijzigt u IP-adres verkrijgen van de printer in Automatisch. Als u het IP-adres
handmatig wilt instellen, controleert u het IP-adres van de printer in het gedeelte Netwerkstatus van het
netwerkverbindingsrapport en selecteert u vervolgens Handmatig in het scherm Netwerkinstellingen. Stel het
subnetmasker in op [255.255.255.0].
E-11 Controleer het volgende.
Het standaard gateway-adres is correct wanneer u de TCP/IP-instelling van de printer instelt op Handmatig.
Het apparaat dat is ingesteld als de standaard gateway, wordt ingeschakeld.
Stel het juiste standaard gateway-adres in. U kunt het standaard gatewayadres van de printer controleren in het
gedeelte Netwerkstatus van het netwerkverbindingsrapport.
E-12 Controleer het volgende.
Andere apparaten op het netwerk worden ingeschakeld.
De netwerkadressen (IP-adres, subnetmasker en standaard gateway) zijn correct als u ze handmatig invoert.
De netwerkadressen voor andere apparaten (subnetmasker en standaard gateway) zijn dezelfde.
Het IP-adres komt niet in conict met andere apparaten.
Als dit nog steeds niet werkt nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, probeert u het volgende.
Congureer met behulp van het installatieprogramma netwerkinstellingen op de computer die met
hetzelfde netwerk is verbonden als de printer. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een toegangspunt dat het WEP-beveiligingstype gebruikt.
Als er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde
wachtwoord op de printer is ingesteld.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
30
Code Oplossing
E-13 Controleer het volgende.
Netwerkapparaten zoals een toegangspunt, hub en router, zijn ingeschakeld.
De TCP/IP-instelling voor netwerkapparaten is niet handmatig opgegeven. (Als de TCP/IP-instelling van de
printer automatisch is ingesteld terwijl de TCP/IP-instelling voor andere netwerkapparaten handmatig wordt
uitgevoerd, kan het netwerk van de printer verschillen van het netwerk voor andere apparaten.)
Als dit nog steeds niet werkt nadat u het bovenstaande hebt gecontroleerd, probeert u het volgende.
Congureer met behulp van het installatieprogramma netwerkinstellingen op de computer die met
hetzelfde netwerk is verbonden als de printer. U kunt dit uitvoeren vanaf de volgende website.
http://epson.sn > Instellen
U kunt meerdere wachtwoorden registreren op een toegangspunt dat het WEP-beveiligingstype gebruikt.
Als er meerdere wachtwoorden zijn geregistreerd, moet u controleren of het eerste geregistreerde
wachtwoord op de printer is ingesteld.
b. Berichten over de netwerkomgeving
Bericht Oplossing
*Er zijn meerdere netwerknamen (SSID)
gedetecteerd die overeenstemmen met de
ingevoerde netwerknaam (SSID).
Controleer de netwerknaam (SSID).
Dezelfde SSID kan worden ingesteld op meerdere toegangspunten.
Controleer de instellingen van de toegangspunten en wijzig de SSID.
De Wi-Fi-omgeving moet worden
verbeterd. Schakel de draadloze router uit
en vervolgens weer in. Als de verbinding
niet verbetert, raadpleegt u de
documentatie voor de draadloze router.
Nadat u de printer dichter bij het toegangspunt hebt geplaatst en eventuele
obstakels hebt verwijderd, schakelt u het toegangspunt in. Als de printer nog
steeds geen verbinding maakt, raadpleegt u de documentatie die bij het
toegangspunt is meegeleverd.
*Er kunnen niet meer apparaten
aangesloten worden. Verwijder een van de
apparaten als u een ander wilt toevoegen.
U kunt maximaal vier computers en smart devices tegelijk verbinden in een
Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt). Om nog een computer of
een ander smart device toe te voegen, moet u eerst de verbinding van een
van de verbonden apparaten verbreken.
Gerelateerde informatie
& “Een computer verbinden” op pagina 21
& “Web Cong” op pagina 108
& Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt congureren” op pagina 130
Een netwerkstatusvel afdrukken
U kunt de gedetailleerde netwerkinformatie afdrukken om deze te controleren.
1.
Papier laden.
2. Selecteer Instellingen op het startscherm.
3. Selecteer Netwerkinstellingen > Statusblad afdrukken.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
31
4. Druk op de knop
x
.
Het netwerkstatusvel wordt afgedrukt.
Toegangspunten vervangen of toevoegen
Als de SSID verandert doordat een toegangspunt wordt vervangen, of als een toegangspunt wordt toegevoegd en
een nieuwe netwerkomgeving wordt ingesteld, stelt u de Wi-Fi-instellingen opnieuw in.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 32
De verbindingsmethode met een computer wijzigen
Gebruik het installatieprogramma en stel de installatie in met een andere verbindingsmethode.
Instellen vanaf de website
Open de volgende website en voer de productnaam in.
http://epson.sn
Ga naar Instellen en klik vervolgens op Downloaden in het gedeelte voor downloaden en verbinden. Klik of
dubbelklik op het gedownloade bestand om het installatieprogramma uit te voeren. Volg de instructies op het
scherm.
Instellen met de soware-cd (alleen voor modellen die worden geleverd met een soware-cd en gebruikers die
beschikken over een computer met een schijfstation.)
Plaats de soware-cd in de computer en volg de instructies op het scherm.
De verbindingsmethode wijzigen selecteren
Volg de instructies op het scherm totdat het volgende scherm wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
32
Wi n d o w s
Selecteer De verbindingsmethode wijzigen of resetten in het scherm
Soware-installatie
selecteren en klik
vervolgens op Vol gende.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
33
Mac OS X
Selecteer de gewenste verbindingsmethode tussen de printer en de computer.
Wi-Fi uitschakelen op het bedieningspaneel
Wanneer u Wi-Fi uitschakelt, wordt de Wi-Fi-verbinding verbroken.
1. Selecteer Instellingen op het startscherm.
2.
Selecteer Netwerkinstellingen.
3. Selecteer Instellingen Wi-Fi.
4. Selecteer Wi-Fi uitschakelen.
5.
Controleer het bericht en selecteer Ja.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
34
Een Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig
toegangspunt) verbreken vanaf het
conguratiescherm
Opmerking:
Wanneer de Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt) wordt uitgeschakeld, wordt de verbinding voor alle
computers en smart devices die met de printer zijn verbonden in Wi-Fi Direct-verbinding (eenvoudig toegangspunt)
verbroken. Als u de verbinding met een
speciek
apparaat wilt verbreken, doe dit dan op het apparaat in kwestie en niet op
de printer.
1. Selecteer Instellingen op het startscherm.
2.
Selecteer Netwerkinstellingen.
3. Selecteer Instellingen Wi-Fi.
4. Selecteer Wi - Fi Di re c t in st e l l e n .
5. Selecteer Wi-Fi Direct uitschakelen.
6.
Controleer het bericht en selecteer Ja.
De netwerkinstellingen herstellen op het
bedieningspaneel
U kunt alle netwerkinstellingen terugzetten op de standaardinstellingen.
1. Selecteer Instellingen op het startscherm.
2. Selecteer Herstel standaard instellingen > Netwerkinstellingen.
3. Controleer het bericht en selecteer Ja.
Gebruikershandleiding
Netwerkinstellingen
35
Papier laden
Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking
Lees de instructiebladen die bij het papier worden geleverd.
Waaier papier en leg de stapel recht voor het laden. Fotopapier niet waaieren of buigen. Dit kan de afdrukzijde
beschadigen.
Als het papier omgekruld is, maakt u het plat of buigt u het vóór het laden lichtjes de andere kant op. Afdrukken
op omgekruld papier kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen papier dat golvend, gescheurd, gesneden, gevouwen, vochtig, te dik of te dun is of papier met
stickers op. Het gebruik van deze papiersoorten kan papierstoringen of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Waaier enveloppen en leg ze recht op elkaar voor het laden. Als de gestapelde enveloppen lucht bevatten, maakt
u ze plat om de lucht eruit te krijgen voordat ze worden geladen.
Gebruik geen omgekrulde of gevouwen enveloppen. Het gebruik van dergelijke enveloppen kan papierstoringen
of vlekken op de afdruk veroorzaken.
Gebruik geen enveloppen met zellevende oppervlakken of vensters.
Vermijd het gebruik van enveloppen die te dun zijn aangezien die kunnen omkrullen tijdens het afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Printer specicaties” op pagina 148
Gebruikershandleiding
Papier laden
36
Beschikbaar papier en capaciteiten
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruiken om afdrukken van hoge kwaliteit te krijgen.
Origineel Epson-papier
Medianaam Grootte Laadcapaciteit
(vellen)
Handmatig
dubbelzijdig
afdrukken
Randloos
afdrukken
Epson Bright White Ink Jet
Paper
A4
80
*
Epson Ultra Glossy Photo
Paper
A4, 13×18 cm, 10×15 cm 20
Epson Premium Glossy
Photo Paper
A4, 13×18 cm, 16:9
breedbeeld, 10×15 cm
20
Epson Premium Semigloss
Photo Paper
A4, 10×15 cm 20
Epson Photo Paper Glossy A4, 13×18 cm, 10×15 cm 20
Epson Matte Paper-
Heavyweight
A4 20
Epson Photo Quality Ink Jet
Paper
A4 80
* Voor handmatig dubbelzijdig afdrukken geldt dat u maximaal 30 pagina's kunt laden waarvan één zijde al is bedrukt.
Opmerking:
De beschikbaarheid van papier verschilt per locatie. Neem contact op met Epson Support voor de recentste informatie over
beschikbaar papier in uw omgeving.
Commercieel beschikbaar papier
Medianaam Grootte Laadcapaciteit
(vellen)
Handmatig
dubbelzijdig
afdrukken
Randloos
afdrukken
Gewoon papier
*1
Letter
*2
, A4, B5
*2
, A5
*2
, A6
*2
Tot aan de lijn met
het driehoekje op de
zijgeleider.
*3
Legal
*2
1
Gebruikergedenieerd
*2
Envelop
*2
Envelop #10, Envelop DL,
Envelop C6
10
*1 De laadcapaciteit voor vooraf geperforeerd papier is één vel.
*2 Alleen afdrukken vanaf een computer is beschikbaar.
*3 Voor handmatig dubbelzijdig afdrukken geldt dat u maximaal 30 pagina's kunt laden waarvan één zijde al is bedrukt.
Gebruikershandleiding
Papier laden
37
Gerelateerde informatie
& “Technische ondersteuning (website)” op pagina 158
Lijst met papiertypes
Selecteer het papiertype dat bij het papier past voor optimale afdrukresultaten.
Medianaam Afdrukmateriaal
Bedieningspaneel
Printerdriver, smart device
*2
Epson Bright White Ink Jet Paper
*1
Gewoon papier Gewoon papier
Epson Ultra Glossy Photo Paper
*1
Ultra Glossy Epson Ultra Glossy
Epson Premium Glossy Photo Paper
*1
Prem. Glossy Epson Premium Glossy
Epson Premium Semigloss Photo Pa-
per
*1
Prem. Semigloss Epson Premium Semigloss
Epson Photo Paper Glossy
*1
Glans Photo Paper Glossy
Epson Matte Paper-Heavyweight
*1
Matte Epson Matte
Epson Photo Quality Ink Jet Paper
*1
Matte Epson Matte
Gewoon papier
*1
Gewoon papier Gewoon papier
Envelop Enveloppe Enveloppe
*1 Dit afdrukmateriaal is compatibel met Exif Print en PRINT Image Matching wanneer wordt afgedrukt met de printerdriver.
Raadpleeg voor meer informatie de documentatie van een met Exif Print of PRINT Image Matching compatibele digitale
camera.
*2 Voor smart devices kan dit afdrukmateriaal worden geselecteerd wanneer wordt afgedrukt met Epson iPrint.
Papier in de Papiertoevoer achter laden
1. Open de invoerbescherming, trek de papiersteun uit en klap deze naar achteren.
Gebruikershandleiding
Papier laden
38
2. Schuif de zijgeleider naar links.
3.
Laad papier verticaal langs de rechterzijde van de papiertoevoer achter met de afdrukzijde naar boven.
c
Belangrijk:
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor de specieke papiersoort. Let er bij gewoon papier op
dat het niet boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider komt.
Enveloppen
Gebruikershandleiding
Papier laden
39
Papier met perforatie
Opmerking:
Laad losse vellen papier niet met de perforatorgaten bovenaan of onderaan.
Pas de afdrukpositie van uw bestand aan zodat u niet over de perforatorgaten heen afdrukt.
4. Schuif de zijgeleider naar de rand van het papier en sluit vervolgens de doorvoerbeveiliging.
5. Controleer de instellingen voor het papierformaat en papiertype op het bedieningspaneel. Als u de instellingen
wilt gebruiken, selecteert u Bevestigen met de knop
u
of
d
. Vervolgens drukt u op OK en gaat u naar stap 7.
Als u de instellingen wilt wijzigen, selecteert u Wi j zi g en met de knop
u
of
d
. Vervolgens drukt u op de knop
OK en gaat u naar de volgende stap.
c
Belangrijk:
Het scherm voor de papierinstelling wordt niet weergegeven als het papier niet is geladen aan de rechterkant
van de papiertoevoer achter. Wanneer u begint af te drukken, krijgt u een foutmelding.
Gebruikershandleiding
Papier laden
40
Opmerking:
Er wordt een melding weergegeven wanneer de vastgelegde instellingen voor papierformaat en -type afwijken van de
afdrukinstellingen.
Het scherm met papierinstellingen wordt niet weergegeven als u Papierconguratie hebt uitgeschakeld in de
volgende menu's. In dit geval kunt u niet afdrukken met AirPrint.
Instellingen > Printerinstallatie > Papierbroninst. > Papierconguratie
6. Selecteer in het scherm voor het instellen van het papierformaat het papierformaat met de knop
l
of
r
en
druk vervolgens op de knop OK. Selecteer op dezelfde manier het papiertype in het scherm voor het instellen
van het papiertype en druk vervolgens op de knop OK. Bevestig de instellingen en druk vervolgens op de knop
OK.
Opmerking:
U kunt het scherm met instellingen voor het papierformaat en papiertype ook weergeven door de volgende menu's te
selecteren.
Instellingen > Printerinstallatie > Papierbroninst. > Papier instellen
7. Schuif de uitvoerlade uit en klap de stop omhoog.
Opmerking:
Plaats het resterende papier terug in de verpakking. Als u het in de printer laat, kan het papier omkrullen of kan de
afdrukkwaliteit achteruitgaan.
Gerelateerde informatie
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 36
Gebruikershandleiding
Papier laden
41
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
Gebruikershandleiding
Papier laden
42
Originelen plaatsen
Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen
c
Belangrijk:
Plaatst u omvangrijke originelen zoals boeken, zorg er dan voor dat er geen extern licht op de scannerglasplaat
schijnt.
1. Open het documentdeksel.
2.
Verwijder stof en vlekken van de scannerglasplaat.
3. Plaats het origineel met de bedrukte zijde omlaag en duw het tegen de hoekmarkering.
Opmerking:
De eerste 1,5 mm vanaf de rand van de scannerglasplaat wordt niet gescand.
4. Sluit het deksel voorzichtig.
5.
Verwijder de originelen na het scannen.
Opmerking:
Als u de originelen langdurig op de scannerglasplaat laat liggen, kunnen ze aan het oppervlak van het glas kleven.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
43
Verschillende originelen plaatsen
Originelen plaatsen voor lay-out 2-op-1
Een dubbele pagina plaatsen voor lay-out 2-op-1
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
44
Meerdere foto's plaatsen om te scannen
U kunt meerdere foto's tegelijk scannen in Fotomodus in Epson Scan 2 wanneer u
umbnail
selecteert in de lijst
boven in het voorbeeldvenster.
Gebruikershandleiding
Originelen plaatsen
45
Een geheugenkaart plaatsen
Ondersteunde geheugenkaarten
miniSD
*
miniSDHC
*
microSD*
microSDHC
*
microSDXC
*
SD
SDHC
SDXC
* Gebruik een geschikte adapter voor de geheugenkaartsleuf. Anders kan de kaart vast komen te zitten.
Gerelateerde informatie
& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 152
Een geheugenkaart plaatsen en verwijderen
1.
Plaats een geheugenkaart in de printer.
De printer begint de gegevens te lezen en het lampje knippert. Wanneer de printer klaar is met lezen, blij het
lampje branden.
c
Belangrijk:
Plaats een geheugenkaart rechtstreeks in de printer.
De kaart kan er niet volledig in. Probeer de kaart niet volledig in de sleuf te duwen.
Gebruikershandleiding
Een geheugenkaart plaatsen
46
2. Wanneer u klaar bent met de geheugenkaart, kunt u de geheugenkaart verwijderen nadat u hebt gecontroleerd
of het lampje niet knippert.
c
Belangrijk:
Als u de geheugenkaart verwijdert terwijl het lampje knippert, kunt u gegevens op de geheugenkaart
kwijtraken.
Opmerking:
Als u de geheugenkaart opent vanaf een computer, moet u de computer gebruiken om het verwisselbare apparaat veilig
te verwijderen.
Gerelateerde informatie
& Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer” op pagina 157
Gebruikershandleiding
Een geheugenkaart plaatsen
47
Afdrukken
Afdrukken via het bedieningspaneel
Foto's afdrukken door ze te selecteren op een geheugenkaart
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Congureer de instellingen voor het papier op het bedieningspaneel.
2. Plaats een geheugenkaart in de printer.
c
Belangrijk:
Verwijder de geheugenkaart pas wanneer u klaar bent met afdrukken.
3.
Ga in het startscherm naar Foto's afdrukken met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer een foto met de knop
l
of
r
en stel vervolgens het aantal exemplaren in met de knop
u
of
d
.
Herhaal deze procedure wanneer u meer dan één foto wilt afdrukken.
5. Druk op de knop OK om het scherm voor het bevestigen van de afdrukinstellingen weer te geven.
6. Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u op de knop
d
om het scherm met instellingen weer te geven.
Gebruik de knop
u
of
d
om instellingen zoals het papierformaat en papiertype te selecteren en pas de
instellingen aan met de knop
l
of
r
. Druk na aoop op de knop OK.
7. Druk op de knop
x
.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 46
& “Menuopties voor de modus Foto's afdrukken” op pagina 50
Gebruikershandleiding
Afdrukken
48
Gelinieerd papier, kalenders en origineel briefpapier afdrukken
U kunt gemakkelijk gelinieerd papier, kalenders en origineel briefpapier afdrukken met behulp van het menu Mijn
briefpapier.
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Congureer de instellingen voor het papier op het bedieningspaneel.
2. Plaats de geheugenkaart in de printer als u briefpapier wilt afdrukken met een foto van uw geheugenkaart.
3.
Ga in het startscherm naar Mijn briefpapier met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer een menu-item met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
5. Volg de afdrukinstructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 46
& “Menuopties voor het afdrukken van gelinieerd papier, kalenders en origineel briefpapier” op pagina 49
& “Menuopties voor de modus Foto's afdrukken” op pagina 50
Menuopties voor het afdrukken van gelinieerd papier, kalenders en origineel
briefpapier
Gelinieerd papier
Drukt sommige soorten gelinieerd papier,
graekpapier
of muziekpapier af op A4.
Briefpapier
Gebruikershandleiding
Afdrukken
49
Drukt sommige soorten briefpapier af op A4 met een foto van de geheugenkaart als achtergrond. De
foto wordt licht afgedrukt, zodat er gemakkelijk op kan worden geschreven.
Kalender
Drukt een week- of maandkalender af. Selecteer het jaar en de maand voor de maandkalender.
Afdrukken met DPOF
Deze printer is compatibel met DPOF (Digital Print Order Format) versie 1.10. DPOF is een standaard voor het
opslaan van extra informatie bij foto's, zoals datum, tijdstip, gebruikersnaam en afdrukgegevens. DPOF-
compatibele camera's bieden de mogelijkheid om in te stellen welke aeelding op een geheugenkaart u wilt
afdrukken en in hoeveel exemplaren. Wanneer u de geheugenkaart in de printer plaatst, worden de door de camera
geselecteerde foto's afgedrukt.
Opmerking:
Raadpleeg de documentatie van de camera voor meer informatie over het opgeven van afdrukinstellingen op de camera.
Wanneer u een geheugenkaart in de printer plaatst, wordt een bevestigingsscherm weergegeven. Druk op de knop
OK om het scherm voor het starten van de afdruk weer te geven. Druk op de knop
x
om het afdrukken te starten.
Als u de afdrukinstellingen wilt wijzigen, drukt u op de knop
d
. De instellingen zijn identiek aan die van de
modus Foto's afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Foto's afdrukken door ze te selecteren op een geheugenkaart” op pagina 48
& “Menuopties voor de modus Foto's afdrukken” op pagina 50
Menuopties voor de modus Foto's afdrukken
Papierformaat
Selecteer het papierformaat dat u hebt geladen.
Papiersoort
Selecteer het papiertype dat u hebt geladen.
Randloos
Selecteer Randloos als u wilt afdrukken zonder marge rondom. De
aeelding
wordt een beetje vergroot
om de marges rond de randen van het papier te verwijderen. Selecteer Met rand als u wilt afdrukken
met marge rondom.
Kwaliteit
Selecteer de afdrukkwaliteit. Wanneer u Beste selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar
het afdrukken duurt mogelijk langer.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
50
Afdrukken vanaf een computer
Basisprincipes van printer — Windows
Opmerking:
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen. Rechtsklik op een item en klik dan op Help.
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Congureer
de instellingen voor het papier op het bedieningspaneel.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand.
4. Selecteer uw printer.
5. Selecteer Vo or ke ure n of Eigenschappen om het venster van de printerdriver te openen.
6.
Geef de volgende instellingen op.
documentformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Randloos: selecteer deze optie om af te drukken zonder marges rond de
aeelding.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
51
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom. Klik op Instellingen om de mate van
vergroting te selecteren.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Papiertype: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Kwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Hoog selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Kleur: selecteer Grijswaarden wanneer u wilt afdrukken in zwart-wit of grijswaarden.
Opmerking:
Selecteer de instelling Liggend als Afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
7. Klik op OK om het venster van de printerdriver te sluiten.
8.
Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& Uitleg bij de printerdriver voor Windows” op pagina 111
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
Basisprincipes van printer — Mac OS X
Opmerking:
In de uitleg in dit gedeelte wordt TextEdit gebruikt als voorbeeld. De precieze werking en schermen hangen af van de
toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Congureer de instellingen voor het papier op het bedieningspaneel.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
52
3. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand of een andere opdracht om het afdrukdialoogvenster te openen.
Klik indien nodig op Toon d etai ls of
d
om het afdrukvenster te vergroten.
4. Geef de volgende instellingen op.
Printer: selecteer uw printer.
Voorinstellingen: gebruik deze optie wanneer u de opgeslagen instellingen wilt gebruiken.
Papierformaat: selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Selecteer een "randloos" papierformaat voor het afdrukken zonder marges.
Afdrukstand: selecteer de afdrukstand die u in de toepassing hebt ingesteld.
Opmerking:
Als de bovenstaande menu's niet worden weergegeven, sluit dan het afdrukvenster, selecteer Pagina-instelling in het
menu Bestand en geef vervolgens instellingen op.
Selecteer de liggende afdrukstand voor het afdrukken op enveloppen.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
53
5. Selecteer Printerinstellingen in het venstermenu.
Opmerking:
Als in Mac OS X v10.8.x of later het menu Printerinstellingen niet wordt weergegeven, is de Epson-printerdriver fout
geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe. Zie het volgende om een printer toe te voegen.
http://epson.sn
6. Geef de volgende instellingen op.
Afdrukmateriaal: selecteer het type papier dat u hebt geladen.
Afdrukkwaliteit: selecteer de afdrukkwaliteit.
Wanneer u Fijn selecteert, krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk
langer.
Uitbreiding: beschikbaar wanneer het randloos papierformaat is geselecteerd.
Bij het randloos afdrukken worden de afdrukgegevens enigszins vergroot ten opzichte van het
papierformaat. Dit zorgt ervoor dat u geen witruimte krijgt rondom. Selecteer de mate van vergroting.
Grijswaarden: selecteer om af te drukken in zwart of grijswaarden.
7. Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Gebruikershandleiding
Afdrukken
54
& Uitleg bij de printerdriver voor Mac OS X” op pagina 114
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
Dubbelzijdig afdrukken (alleen voor Windows)
De printerdriver scheidt even en oneven pagina's automatisch tijdens het afdrukken. Wanneer de printer alle
oneven pagina's hee afgedrukt, draait u het papier om volgens de instructies om de even pagina's af te drukken. U
kunt ook een brochure afdrukken.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Als u geen papier gebruikt dat geschikt is voor dubbelzijdig afdrukken, kan de afdrukkwaliteit achteruitgaan en kan het
papier vastlopen.
Aankelijk van het papier en de gegevens, kan inkt doorlekken naar de andere zijde van het papier.
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Dubbelzijdig afdrukken is mogelijk niet beschikbaar wanneer de printer wordt gebruikt via een netwerk of als een
gedeelde printer.
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Handmatig (binden langs lange zijde) of Handmatig (binden langs korte zijde) bij Dubbelzijdig
afdrukken op het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Instellingen, congureer de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Selecteer Boekje om een brochure af te drukken.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
55
7. Klik op Afdrukken.
Wanneer de eerste zijde klaar is, verschijnt er een pop-upvenster op de computer. Volg de instructies op het
scherm.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Meerdere pagina's op één vel afdrukken
U kunt twee of vier pagina's met gegevens op één vel papier afdrukken.
Meerdere pagina's op één vel afdrukken - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer 2 per vel of 4 per vel als de instelling voor Meerdere pagina's op het tabblad Hoofdgroep.
5.
Klik op Pag.volgorde, congeer de toepasselijke instellingen en klik vervolgens op OK om het venster te
sluiten.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7. Klik op Afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
56
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Meerdere pagina's op één vel afdrukken - Mac OS X
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4.
Selecteer Lay-out in het venstermenu.
5. Stel het aantal pagina's in Pagina's per vel, de Richting van indeling (paginavolgorde) en Randen.
6. Congureer indien nodig andere instellingen.
7.
Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Mac OS X” op pagina 52
Afdruk aanpassen aan papierformaat
U kunt de afdruk aanpassen aan het papierformaat dat u in de printer hebt geladen.
Afdruk aanpassen aan papierformaat - Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1. Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
57
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Congureer de volgende instellingen op het tabblad Meer opties.
documentformaat: Selecteer het papierformaat dat u in de toepassing hebt ingesteld.
Uitvoerpapier: Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst.
Volle dige pagina wordt automatisch geselecteerd.
Opmerking:
Als u een verkleinde aeelding wenst af te drukken in het midden van de pagina, selecteer dan Centreren.
5. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
6. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Afdruk aanpassen aan papierformaat - Mac OS X
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het afdrukdialoogvenster.
4. Selecteer het papierformaat van het papier dat u in de toepassing als Papierformaat hebt ingesteld.
5. Selecteer Papierverwerking in het venstermenu.
6. Selecteer Aanpassen aan papierformaat.
7. Selecteer het papierformaat dat u in de printer hebt geplaatst als de instelling voor Destination Paper Size.
8.
Congureer indien nodig andere instellingen.
9. Klik op Afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Mac OS X” op pagina 52
Gebruikershandleiding
Afdrukken
58
Meerdere bestanden samen afdrukken (alleen voor Windows)
Met Taken indelen Lite kunt u meerdere bestanden die door verschillende toepassingen zijn gemaakt combineren
en als één afdruktaak afdrukken. U kunt de afdrukinstellingen, zoals lay-out, afdrukvolgorde en oriëntatie, voor
gecombineerde bestanden congureren.
1. Laad papier in de printer.
2.
Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer Taken indelen Lite op het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op OK om het venster van de printerdriver te sluiten.
6. Klik op Druk af.
Het venster Taken indelen Lite wordt weergegeven en de afdruktaak wordt aan het Afdrukproject
toegevoegd.
7. Open het bestand dat u met het huidige bestand wilt combineren terwijl het venster Taken indelen Lite
openstaat. Herhaal vervolgens stap 3 t/m 6.
Opmerking:
Als u het venster Take n indele n Lite sluit, wordt het niet opgeslagen Afdrukproject verwijderd. Selecteer Opslaan
in het menu Bestand om op een later tijdstip af te drukken.
Als u een Afdrukproject dat is opgeslagen in Take n ind el e n Lite wilt openen, klikt u op Take n indele n Lite op het
tabblad Hulpprogramma's van de printerdriver. Selecteer vervolgens Openen in het menu Bestand om het bestand
te selecteren. De bestandsextensie van de opgeslagen bestand is "ecl".
8. Selecteer de menu's Lay-out en Bewerken in Taken indelen Lite om de Afdrukproject indien nodig aan te
passen. Raadpleeg de Help-functie van de Taken indelen Lite voor details.
9. Selecteer Afdrukken in het menu Bestand.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
&
“Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Gebruikershandleiding
Afdrukken
59
Eén afbeelding afdrukken op meerdere vellen om een poster te
maken (alleen voor Windows)
Met deze functie kunt u één aeelding afdrukken op meerdere vellen papier. U kunt een grotere poster maken
door ze samen te plakken.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
1.
Laad papier in de printer.
2. Open het bestand dat u wilt afdrukken.
3. Open het venster van de printerdriver.
4. Selecteer 2x1 Poster, 2x2 Poster, 3x3 Poster of 4x4 Poster bij Meerdere pagina's in het tabblad Hoofdgroep.
5. Klik op Instellingen,
congureer
de instellingen en klik op OK.
Opmerking:
Snijlijnen afdrukken met deze optie kunt u een snijlijn afdrukken.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7.
Klik op Druk af.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Gebruikershandleiding
Afdrukken
60
Posters maken met behulp van Overlappende uitlijningstekens
In dit voorbeeld ziet u hoe u een poster maakt wanneer 2x2 Poster geselecteerd is en Overlappende
uitlijningstekens geselecteerd is bij Snijlijnen afdrukken.
1. Prepareer Sheet 1 en Sheet 2. Knip de marges van Sheet 1 langs de verticale blauwe lijn door het midden van
de kruisjes boven en onder.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
61
2. Plaats de rand van Sheet 1 op Sheet 2 en lijn de kruisjes uit. Plak de twee vellen aan de achterkant voorlopig
aan elkaar vast.
3.
Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de verticale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de lijn
links van de kruisjes).
Gebruikershandleiding
Afdrukken
62
4. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
5. Herhaal stap 1 t/m 4 om Sheet 3 en Sheet 4 aan elkaar te plakken.
6. Knip de marges van Sheet 1 en Sheet 2 angs de horizontale blauwe lijn door het midden van de kruisjes aan de
linker- en rechterkant.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
63
7. Plaats de rand van Sheet 1 en Sheet 2 op Sheet 3 en Sheet 4 en lijn de kruisjes uit. Plak de vellen dan voorlopig
aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
64
8. Knip de vastgeplakte vellen in twee langs de horizontale rode lijn door de uitlijningstekens (ditmaal door de
lijn boven de kruisjes).
9. Plak de vellen aan de achterkant aan elkaar.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
65
10. Knip de resterende marges af langs de buitenste lijn.
Geavanceerde functies gebruiken voor afdrukken
In deze sectie worden verschillende aanvullende afdruk- en lay-outfuncties beschreven die in de printerdriver
beschikbaar zijn.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
& “Mac OS X-printerdriver” op pagina 113
Eenvoudig afdrukken met voorkeursinstellingen
Als u uw eigen preset maakt van vaak gebruikte instellingen, kunt u snel afdrukken door deze preset in de lijst te
selecteren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
66
Windows
Stel items in zoals documentformaat en Papiertype op het tabblad Hoofdgroep of Meer opties, en klik dan op
Voorinstellingen toevoegen/verwijderen in Voorkeursinstellingen.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen toevoegen/verwijderen, waarna u de
naam selecteert van de desbetreende voorinstelling en deze verwijdert.
Mac OS X
Open het afdrukvenster. Om uw eigen preset toe te voegen, stel Papierformaat en Afdrukmateriaal in en sla dan
de actuele instellingen op als preset in de Presets instelling.
Opmerking:
Als u een toegevoegde voorinstelling wilt verwijderen, klikt u op Voorinstellingen > Vo or in stellinge n tone n, waarna u de
naam selecteert van de desbetreende voorinstelling en deze verwijdert.
Een verkleind of vergroot document afdrukken
U kunt het formaat van een document met een speciek percentage verkleinen of vergroten
Windows
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Stel documentformaat in op het tabblad Meer opties. Selecteer Verk lein/ verg ro ot doc ument, Zoomen naar en
voer vervolgens een percentage in.
Mac OS X
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Selecteer Pagina-instelling (of Afdrukken) vanaf het menu Bestand. Selecteer de printer in Opmaak voor, stel
het papierformaat in en voer dan een percentage in bij Schaal. Sluit het venster en druk de volgende
basisafdrukinstructies af.
De afdrukkleur aanpassen
U kunt de kleuren aanpassen die voor een afdruktaak worden gebruikt.
PhotoEnhance gee scherpere afdrukken en levendigere kleuren door aanpassing van het contrast, de verzadiging
en de helderheid van de oorspronkelijke
aeeldingsgegevens.
Opmerking:
Deze aanpassingen worden niet doorgevoerd in de oorspronkelijke gegevens.
PhotoEnhance past de kleur aan door de locatie van het onderwerp te analyseren. Als u de locatie van het onderwerp
hebt gewijzigd door verkleinen, vergroten, bijsnijden of roteren, kan de kleur onverwacht veranderen. Wanneer u de
instelling voor randloos selecteert, wordt de locatie van het onderwerp ook gewijzigd, wat in kleurwijzigingen resulteert.
Als de
aeelding
niet scherpgesteld is, is de kleurtoon mogelijk onnatuurlijk. Als de kleur is gewijzigd of onnatuurlijk is
geworden, druk dan niet in PhotoEnhance maar in een andere modus af.
Windows
Selecteer de methode voor kleurcorrectie bij Kleurcorrectie op het tabblad Meer opties.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
67
Als u Automatisch selecteert, worden de kleuren automatisch aangepast aan de instellingen voor het papiertype en
de afdrukkwaliteit. Als u Aangepast selecteert en op Geavanceerd klikt, kunt u uw eigen instellingen
congureren.
Mac OS X
Open het afdrukvenster. Selecteer Kleuren aanpassen in het venstermenu en selecteer vervolgens EPSON
Kleurencontrole. Selecteer Kleurenopties in het venstermenu en selecteer vervolgens een van de beschikbare
opties. Klik op de pijl naast Extra instellingen en kies de juiste instellingen.
Een watermerk afdrukken (alleen voor Windows)
U kunt een watermerk, zoals bijvoorbeeld 'Vertrouwelijk', op uw documenten afdrukken. U kunt ook uw eigen
watermerk toevoegen.
Opmerking:
Deze functie is niet beschikbaar voor randloos afdrukken.
Klik op Water mer kf un ctie s in het tabblad Meer opties en selecteer daar een watermerk. Klik op Instellingen om
details te wijzigen zoals de dichtheid en positie van het watermerk.
Een kop- en voettekst afdrukken (uitsluitend voor Windows)
U kunt in een kop- of voettekst de gebruikersnaam en afdrukdatum afdrukken.
Klik op Water mer kf un ctie s in het tabblad Meer opties en selecteer daar Koptekst/voettekst. Klik op Instellingen
en selecteer de gewenste items in de vervolgkeuzelijst.
Foto's afdrukken met Epson Easy Photo Print
Epson Easy Photo Print maakt het mogelijk om heel eenvoudig een lay-out te maken voor het afdrukken van uw
foto's op verschillende soorten papier. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Wanneer u afdrukt op origineel Epson-fotopapier, wordt de inktkwaliteit gemaximaliseerd en krijgt u levendige en
scherpe afdrukken.
Als u randloos wilt afdrukken met een in de handel verkrijgbaar sowarepakket, congureert u de volgende instellingen.
Laat uw gegevens het papierformaat volledig vullen. Als u in de toepassing die u gebruikt een marge kunt instellen,
stel de marge dan in op 0 mm.
Schakel in de printerdriver de instelling voor randloos afdrukken in.
Gerelateerde informatie
& Epson Easy Photo Print” op pagina 117
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Gebruikershandleiding
Afdrukken
68
Afdrukken met Smart Devices
Epson iPrint gebruiken
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's, documenten en webpagina's kunt afdrukken vanaf uw smart-
apparaten, zoals smartphones of tablets. U kunt lokaal afdrukken (afdrukken vanaf een smart-apparaat dat
verbinding hee met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer) of afdrukken op afstand (via internet afdrukken
vanaf een externe locatie). Registreer uw printer bij de service Epson Connect om op afstand af te drukken.
Gerelateerde informatie
& “De service van Epson Connect” op pagina 108
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Afdrukken met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
69
De volgende aeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Selecteer wat u wilt afdrukken zoals foto's, documenten en webpagina's.
E
Geeft het scherm weer om printerinstellingen te congureren zoals het papierformaat en -type.
F
Geeft het papierformaat weer. Wanneer dit wordt weergegeven als knop, kunt u daarop drukken om de
papierinstellingen weer te geven die op de printer zijn ingesteld.
G
Geeft de geselecteerde foto's en documenten weer.
H
Start het afdrukken.
Opmerking:
Als u vanuit het documentmenu wilt afdrukken met iPhone, iPad, en iPod touch op iOS, start u Epson iPrint na het
overbrengen van het document dat u wilt afdrukken wanneer u wilt afdrukken met de functie voor het delen van bestanden
in iTunes.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
70
AirPrint gebruiken
AirPrint maakt het mogelijk om meteen draadloos af te drukken vanaf een iPhone, iPad of iPod touch met daarop
de meest recente versie van iOS, of een Mac met daarop de meest recente versie van OS X.
Opmerking:
Als u de meldingen voor de papierconguratie op het bedieningspaneel van uw apparaat hebt uitgeschakeld, kunt u AirPrint
niet gebruiken. Volg de onderstaande koppeling om de meldingen zo nodig in te schakelen.
1. Laad papier in uw apparaat.
2. Stel uw apparaat correct in om draadloos afdrukken mogelijk te maken. Raadpleeg de onderstaande koppeling.
http://epson.sn
3. Verbind uw Apple-toestel met hetzelfde draadloze netwerk dat uw apparaat gebruikt.
4. Druk vanaf uw toestel af op uw apparaat.
Opmerking:
Raadpleeg voor meer informatie de pagina over AirPrint op de Apple-website.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Afdrukken annuleren
Opmerking:
In Windows kunt u een afdruktaak niet via de computer annuleren als deze volledig naar de printer verzonden is. In dit
geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Wanneer u verschillende pagina's afdrukt via Mac OS X, kunt u niet alle taken annuleren via het bedieningspaneel. In dit
geval moet u de afdruktaak op de computer zelf annuleren.
Als u een afdruktaak vanuit Mac OS X v10.6.8 via het netwerk hebt verzonden, kunt u het afdrukken mogelijk niet via
de computer annuleren. In dit geval moet u de afdruktaak via het bedieningspaneel op de printer zelf annuleren.
Afdrukken annuleren — Printertoets
Druk op
y
om de actieve afdruktaak te annuleren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
71
Afdrukken annuleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Selecteer de tab Hulpprogramma's.
3.
Klik op Wach tr ij.
4. Klik met de rechtermuisknop op de taak die u wilt annuleren en selecteer Annuleren.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
Afdrukken annuleren - Mac OS X
1. Klik op het printerpictogram in het Dock.
2. Selecteer de taak die u wilt annuleren.
3. Annuleer de taak.
Mac OS X v10.8.x of later
Klik op
naast de voortgangsbalk.
Mac OS X v10.6.8 tot v10.7.x
Klik op Ve r wijd eren.
Gebruikershandleiding
Afdrukken
72
Kopiëren
1. Laad papier in de printer.
c
Belangrijk:
Congureer de instellingen voor het papier op het bedieningspaneel.
2. Plaats de originelen.
3. Ga in het startscherm naar Kopiëren met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Stel het aantal exemplaren in met de knop
u
of
d
.
5. Selecteer of u wilt kopiëren in kleur of zwart-wit met de knop
l
of
r
.
6. Druk op de knop OK om de afdrukinstellingen weer te geven en te controleren. Als u de instellingen wilt
wijzigen, druk dan op de knop
d
, selecteer de instellingen met de knop
u
of
d
en pas de instellingen aan
met de knop
l
of
r
. Druk na aoop op de knop OK.
Opmerking:
Als u het document bij het kopiëren met een bepaald percentage groter of kleiner wilt maken, selecteer dan een ander
item dan Auto passend als de instelling voor Vergroot/Verklein en druk dan op de knop OK. Geef een percentage op in
Aangep. Grootte. U kunt het percentage wijzigen in stappen van 10% door de knop
l
of
r
ingedrukt te houden.
7. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gekopieerde aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
& “Menuopties voor de modus Kopiëren” op pagina 73
Menuopties voor de modus Kopiëren
Opmerking:
Beschikbare menu's kunnen variëren naargelang de geselecteerde lay-out.
Het aantal kopieën
Voer het aantal kopieën in.
Kleur
Kopieert het origineel in kleur.
Z/W
Gebruikershandleiding
Kopiëren
73
Kopieert het origineel in zwart-wit.
Layout
Met rand
Kopieert met een marge rond de randen.
Randloos
Kopieert zonder marge rond de randen. De aeelding wordt een beetje vergroot om de marges rond
de randen van het papier te verwijderen.
A4 2-omh.kopie
Kopieert twee enkelzijdige A4-originelen op één vel A4-papier in de indeling 2-op-1.
A4 boek/2-omh.
Kopieert twee tegenover elkaar liggende A4-pagina's van bijvoorbeeld een boek op één vel A4-papier
in de indeling 2-op-1.
Vergroot/Verklein
Vergroot of verkleint de originelen.
Ware grootte
Kopieert met een vergroting van 100%.
Auto passend
Detecteert het scangebied en maakt het origineel automatisch groter of kleiner zodat het past op het
papierformaat dat u hebt geselecteerd. Wanneer het origineel een witte rand hee rondom, wordt die
witruimte vanaf de hoekmarkering van de scannerglasplaat glasplaat gedetecteerd als scangebied en
kan de witruimte aan de andere kant wegvallen.
Aangepast
Selecteer deze optie om op te geven in welke mate het origineel moet worden vergroot of verkleind.
Aangep. Grootte
Bepaalt de vergroting of verkleining die moet worden toegepast op het origineel. De waarde kan liggen
tussen 25 en 400%.
Papierformaat
Selecteer het papierformaat dat u hebt geladen.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
74
Papiersoort
Selecteer het papiertype dat u hebt geladen.
Kwaliteit
Selecteer de afdrukkwaliteit. Met Concept drukt u sneller af, maar kan het resultaat minder duidelijk
zijn. Met Beste krijgt u afdrukken van betere kwaliteit, maar het afdrukken duurt mogelijk langer.
De conceptmodus is niet beschikbaar voor gebruikers in West-Europa.
Dichtheid
Verhoog de dichtheid door te drukken op de knop
r
wanneer het kopieerresultaat te licht is. Verlaag de
dichtheid door te drukken op de knop
l
wanneer de inkt vlekt.
Gebruikershandleiding
Kopiëren
75
Scannen
Scannen via het bedieningspaneel
Scannen naar een computer
U kunt de gescande aeelding opslaan op een computer.
c
Belangrijk:
Voordat u deze functie gebruikt, moet u ervoor zorgen dat Epson Scan 2 en Epson Event Manager op uw computer
zijn geïnstalleerd.
1. Plaats de originelen.
2. Ga in het startscherm naar Scannen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer hoe de gescande
aeelding
moet worden opgeslagen naar een computer vanaf de volgende menu's
met de knop
l
of
r
en druk dan op de knop OK.
Scannen naar computer (JPEG): de gescande
aeelding
opslaan in JPEG-indeling.
Scannen naar computer (PDF): de gescande
aeelding
opslaan in PDF-indeling.
Scannen naar computer (E-mail): de e-mailclient op uw computer starten en het bestand automatisch als
bijlage toevoegen aan een e-mailbericht.
4. Selecteer de computer waarop u de gescande aeeldingen wilt opslaan.
Opmerking:
Met Epson Event Manager kunt u scaninstellingen wijzigen zoals de scangrootte, de map waarin wordt opgeslagen of
de opslagindeling.
Wanneer de printer is verbonden met een netwerk, kunt u de computer selecteren waarop u de gescande aeelding
wilt opslaan. Op het bedieningspaneel van de printer kunnen maximaal 20 computers worden weergegeven.
Wanneer de computer waarop u de scans wilt opslaan wordt gedetecteerd in het netwerk, worden de eerste 15 tekens
van de computernaam getoond op het bedieningspaneel. Als u Naam netwerkscan (alfanumeriek) instelt in Epson
Event Manager, wordt deze naam weergegeven op het bedieningspaneel.
5. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
& Epson Event Manager” op pagina 117
Gebruikershandleiding
Scannen
76
Scannen naar een computer (WSD)
Opmerking:
Deze functie is uitsluitend beschikbaar voor computers met een Engelstalige versie van Windows 10/Windows 8.1/
Windows 8/Windows 7/Windows Vista.
Als u Windows 7/Windows Vista gebruikt, moet u eerst uw computer instellen voordat u deze functie kunt gebruiken.
1. Plaats de originelen.
2. Ga in het startscherm naar Scannen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Naar computer (WSD) met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer een computer.
5. Druk op de knop
x
.
Opmerking:
De kleur, het formaat en de rand van de gescande aeelding zijn niet exact hetzelfde als van het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
Een WSD-poort instellen
In dit gedeelte wordt uitgelegd hoe u een WSD-poort instelt voor Windows 7/Windows Vista.
Opmerking:
Voor Windows 10/Windows 8.1/Windows 8 wordt de WSD-poort automatisch ingesteld.
Voor het instellen van een WSD-poort is het volgende nodig.
De printer en de computer moeten verbinding hebben met het netwerk.
De printerdriver moet op de computer zijn geïnstalleerd.
1. Zet de printer aan.
2. Klik op Start en vervolgens op Netwerk op de computer.
3. Klik met de rechtermuisknop op de printer en klik vervolgens op Installeren.
Klik op Doorgaan wanneer het dialoogvenster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven.
Gebruikershandleiding
Scannen
77
Klik op Ver wijd eren en begin opnieuw als het scherm Ver w ij deren wordt weergegeven.
Opmerking:
De printernaam die u instelt in het netwerk en de modelnaam (EPSON XXXXXX (XX-XXXX)) worden weergegeven in
het venster Netwerk. U kunt de printernaam die in het netwerk is ingesteld controleren vanaf het bedieningspaneel van
de printer of door een netwerkstatusvel af te drukken.
4. Klik op Uw apparaat is gereed voor gebruik.
5. Controleer het bericht en klik op Sluiten.
6. Open het venster Apparaten en printers.
Win d ow s 7
Klik op Start >
Conguratiescherm
> Hardware en geluiden (of Hardware) > Apparaten en printers.
Gebruikershandleiding
Scannen
78
Win d ow s Vist a
Klik op Start >
Conguratiescherm
> Hardware en geluiden > Printers.
7. Controleer of een pictogram met de naam van de printer in het netwerk wordt weergegeven.
Selecteer de printernaam wanneer u WSD gebruikt.
Gerelateerde informatie
& “Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 31
Scannen vanaf een computer
Scannen met Epson Scan 2
U kunt scannen met de scannerdriver "Epson Scan 2". Raadpleeg de help van Epson Scan 2 voor een uitleg van de
items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
& “Epson Scan 2 (scannerstuurprogramma)” op pagina 116
Documenten scannen (Documentmodus)
Met Documentmodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn
voor tekstdocumenten.
1.
Plaats de originelen.
2. Start Epson Scan 2.
3. Selecteer Documentmodus in het menu Modus.
Gebruikershandleiding
Scannen
79
4. Congureer de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Documentformaat: selecteer de grootte van het origineel dat u hebt geplaatst.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat. Deze instelling kunt u niet wijzigen.
5. Congureer indien nodig andere scaninstellingen.
U kunt een voorbeeldweergave van de gescande aeelding bekijken door op de knop Voor be el ds can te
klikken. Het voorbeeldvenster wordt geopend en een voorbeeld van de aeelding wordt weergegeven.
Op het tabblad Geavanceerde instellingen kunt u gedetailleerde instellingen congureren voor het
aanpassen van gescande aeeldingen die geschikt zijn voor tekstdocumenten, zoals.
Verscherpen: u kunt de contouren van de
aeelding
verscherpen of versterken.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt
papier, zoals een tijdschri, scant.
Tekst verbeteren: u kunt wazige letters in het origineel helder en scherp maken.
Gebieden autom. Scheiden: u kunt letters duidelijker en aeeldingen vloeiend maken wanneer u een
document dat aeeldingen bevat in zwart-wit scant.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Gebruikershandleiding
Scannen
80
6. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG.
Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
7. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
Foto's of afbeeldingen scannen (Fotomodus)
Met Fotomodus in Epson Scan 2 kunt u originelen scannen met een breed scala aan functies voor het aanpassen
van aeeldingen die geschikt zijn voor foto's of aeeldingen.
Gebruikershandleiding
Scannen
81
1. Plaats de originelen.
Als u meerdere originelen op de glasplaat scant, kunt u deze tegelijkertijd scannen. Zorg ervoor dat er ten
minste 20 mm ruimte is tussen de originelen.
2. Start Epson Scan 2.
3. Selecteer Fotomodus in het menu Modus.
4. Congureer de volgende instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen.
Beeldtype: selecteer de kleur voor de gescande aeelding.
Resolutie: selecteer de resolutie.
Opmerking:
De instelling voor Documentbron is vast ingesteld op Scannerglasplaat, en de instelling voor Documenttype is vast
ingesteld op Reecterend. (Reecterend wordt gebruikt voor originelen die net transparant zijn, zoals gewoon papier
en foto's.) Deze instellingen kunt u niet wijzigen.
Gebruikershandleiding
Scannen
82
5. Klik op Voor be el ds c an .
Het voorbeeldvenster wordt geopend en de voorbeeldweergaven worden weergegeven als miniatuur.
Opmerking:
Als u een voorbeeld wilt weergeven van het gehele gescande gebied, selecteer u Normaal in de lijst boven in het
voorbeeldvenster.
6.
Bevestig de voorbeeldweergave en congureer indien nodig instellingen voor het aanpassen van de aeelding
op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Gebruikershandleiding
Scannen
83
U kunt de gescande aeelding aanpassen met gedetailleerde instellingen die geschikt zijn voor foto's of
aeeldingen,
zoals de onderstaande.
Helderheid: u kunt de helderheid voor de gescande aeelding aanpassen.
Contrast: u kunt het contrast voor de gescande aeelding aanpassen.
Ver zad ig in g: u kunt de verzadiging (levendigheid van de kleuren) voor de gescande aeelding aanpassen.
Verscherpen: u kunt de contouren van de gescande aeelding verscherpen of versterken.
Kleurherstel: u kunt vaal geworden
aeeldingen
herstellen door de originele kleuren weer toe te passen.
Tegenlichtcorrectie: u kunt gescande aeeldingen helderder maken wanneer deze donker zijn vanwege
tegenlicht.
Ontrasteren: u kunt moiré (webachtige schaduwen) verwijderen dat verschijnt wanneer u gedrukt papier,
zoals een tijdschri, scant.
Stof verwijderen: u kunt stof op de gescande
aeelding
verwijderen.
Opmerking:
De items zijn mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van andere instellingen die u hebt gecongureerd.
Aankelijk van het origineel kan de aeelding mogelijk niet goed worden gecorrigeerd.
Wanneer er meerdere miniaturen zijn gemaakt, kunt u de aeeldingskwaliteit voor elke miniatuur aanpassen.
Aankelijk van de aanpassingsitems, kunt u de kwaliteit van meerdere gescande aeeldingen tegelijk aanpassen
door meerdere miniaturen te selecteren.
7. Congureer de instellingen voor het opslaan van bestanden.
Beeldformaat: selecteer de indeling waarin u wilt opslaan uit de lijst.
U kunt gedetailleerde instellingen congureren voor elke opslagindeling, behalve BITMAP en PNG.
Selecteer Opties in de lijst nadat u de indeling voor opslaan hebt geselecteerd.
Bestandsnaam: bevestig de weergegeven naam waaronder het bestand wordt opgeslagen.
U kunt instellingen voor de bestandsnaam wijzigen door in de lijst Instellingen te selecteren.
Gebruikershandleiding
Scannen
84
Map: selecteer in de lijst de map waarin de gescande aeelding moet worden opgeslagen.
U kunt een andere map selecteren of een nieuwe map maken door in de lijst Selecteren te selecteren.
8. Klik op Scannen.
Gerelateerde informatie
&
“Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
& “Meerdere foto's plaatsen om te scannen” op pagina 45
Scannen met smart-apparaten
Epson iPrint is een toepassing waarmee u foto's en documenten kunt scannen vanaf een smart-apparaat, zoals een
smartphone of tablet, dat verbonden is met hetzelfde draadloze netwerk als uw printer. U kunt gescande gegevens
opslaan op een smart-apparaatof een Cloud-service, via e-mail versturen of afdrukken.
Epson iPrint installeren
U kunt Epson iPrint op uw smart-apparaat installeren door op de volgende link te klikken of de QR-code te
scannen.
http://ipr.to/a
Scannen met Epson iPrint
Voer Epson iPrint uit vanaf uw smart-apparaat en selecteer op het startscherm het item dat u wilt gebruiken.
Gebruikershandleiding
Scannen
85
De volgende aeeldingen zijn aan veranderingen onderhevig zonder voorafgaande kennisgeving.
A
Het startscherm wordt weergegeven wanneer de toepassing start.
B
Biedt informatie over het instellen van de printer en een lijst met veelgestelde vragen.
C
Geeft het scherm weer waar u de printer selecteert en de printerinstellingen congureert. Wanneer u de
printer heeft geselecteerd, hoeft u deze de volgende keer niet meer opnieuw te selecteren.
D
Hiermee opent u het scanscherm.
E
Geeft het scherm weer waarop u de scaninstellingen kunt congureren zoals de resolutie.
F
Geeft gescande bestanden weer.
G
Hiermee start het scannen.
H
Geeft het scherm weer waarop u gescande gegevens kunt opslaan op een smart device of Cloud-service.
I
Geeft het scherm weer om gescande gegevens met e-mail te verzenden.
J
Geeft het scherm weer om gescande gegevens af te drukken.
Gebruikershandleiding
Scannen
86
Inktpatronen vervangen
Het inktpeil controleren
U kunt het inktpeil controleren via het bedieningspaneel of de computer.
Het inktpeil controleren - bedieningspaneel
1.
Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Inktniveaus met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
Het inktpeil controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op Inktniveau op het tabblad Hoofdgroep.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, worden de inktniveaus niet weergegeven. Klik op Extra instellingen in
het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
Het inktpeil controleren - Mac OS X
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer.
2.
Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op EPSON Status Monitor.
Codes van de cartridges
Epson raadt het gebruik van originele Epson-cartridges aan. Epson kan de kwaliteit en betrouwbaarheid van niet-
originele inkt niet garanderen. Het gebruik van niet-originele inkt kan schade veroorzaken die niet onder de
garantie van Epson vallen en er in bepaalde omstandigheden toe leiden dat de printer niet correct functioneert.
Informatie over niet-originele inktniveaus kunnen mogelijk niet worden weergegeven.
Hierna volgen de codes van originele Epson-inktpatronen.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
87
Product Pictogram BK: Black
(Zwart)
C: Cyan (Cyaan) M: Magenta Y: Yellow (Geel)
XP-342, XP-345 Aardbei
29
29XL
*
29
29XL
*
29
29XL
*
29
29XL
*
XP-343 Kersen 36
36XL
*
36
36XL
*
36
36XL
*
36
36XL
*
* "XL" en "XXL" geven een grote cartridge aan.
Opmerking:
Niet alle cartridges zijn verkrijgbaar in alle landen.
Inktcartridgecodes kunnen per locatie variëren. Neem contact op met Epson Support voor de juiste codes in uw omgeving.
Gebruikers in Europa kunnen op de volgende website meer informatie vinden over de capaciteit van de Epson-cartridges.
http://www.epson.eu/pageyield
Gerelateerde informatie
& “Technische ondersteuning (website)” op pagina 158
Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen
Lees de volgende instructies voordat u inktpatronen vervangt.
Voorzorgsmaatregelen
Bewaar de inktpatronen bij normale kamertemperatuur en houd ze uit de buurt van direct zonlicht.
Epson raadt aan de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Voor de beste resultaten bewaart u inktpatroonverpakkingen met de onderkant naar beneden.
Laat cartridges voor gebruik ten minste drie uur op kamertemperatuur komen.
Open de verpakking niet totdat u klaar bent om het inktpatroon in de printer te plaatsen. Het inktpatroon is
vacuüm verpakt om de betrouwbaarheid ervan te garanderen. Als u een inktpatroon lange tijd onverpakt laat
voordat u het gebruikt, is normaal afdrukken niet mogelijk.
Zorg dat u de haakjes aan de zijkant van het inktpatroon niet breekt wanneer u het uit de verpakking haalt.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
88
U moet de gele tape van het inktpatroon verwijderen voordat u het plaatst; anders kan de afdrukkwaliteit
achteruitgaan of kunt u niet afdrukken. Verwijder of scheur het label op het inktpatroon niet; hierdoor kan het
gaan lekken.
Verwijder het doorzichtige zegel aan de onderkant van het inktpatroon niet; anders kan het inktpatroon
onbruikbaar worden.
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. omdat dit de normale werking kan schaden.
Installeer alle cartridges, anders kunt u niet afdrukken.
Vervang inktpatronen niet met de stroom uitgeschakeld. Verplaats de printkop niet handmatig; anders kunt u
de printer beschadigen.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
89
Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u
mogelijk niet afdrukken.
Zorg altijd dat er inktpatronen in de printer zijn geplaatst en schakel de printer niet uit wanneer u de
inktpatronen vervangt. Anders kan inkt die in de spuitkanaaltjes van de printkop
achterblij,
uitdrogen en kunt
u mogelijk niet afdrukken.
Als u een inktpatroon tijdelijk moet verwijderen, zorgt u dat u het inkttoevoergebied beschermt tegen vuil en
stof. Bewaar het inktpatroon op dezelfde plaats als de printer, met de inkttoevoerpoort naar beneden of naar de
zijkant. Bewaar inktpatronen niet met de inkttoevoerpoort naar boven. Omdat de inkttoevoerpoort is uitgerust
met een klep die is ontworpen om het vrijgeven van een teveel aan inkt tegen te houden, hoe u zelf geen deksel
of dop te verschaen.
Bij verwijderde cartridges kan er inkt rondom de inkttoevoer zitten. Wees dus voorzichtig dat er geen inkt in de
omgeving van de cartridge wordt gemorst wanneer de cartridges worden verwijderd.
Deze printer gebruikt inktpatronen die zijn uitgerust met een groene chip die informatie bijhoudt, zoals de
hoeveelheid resterende inkt voor elk inktpatroon. Dit betekent dat zelfs wanneer het inktpatroon uit de printer
wordt verwijderd voordat het leeg is, u het inktpatroon nog steeds kunt gebruiken nadat u het weer in de printer
plaatst. Er kan echter inkt worden gebruikt wanneer u een inktpatroon terugplaatst om de printerprestaties te
garanderen.
Voor een optimale eciëntie van de inkt verwijdert u een inktpatroon alleen wanneer u het wilt vervangen.
Inktpatronen met een lage inktstatus kunnen niet worden gebruikt wanneer u ze terugplaatst.
Voor een optimale afdrukkwaliteit en bescherming van de printkop blij een variabele inktreserve in de
cartridge achter op het moment waarop de printer aangee dat u de cartridge moet vervangen. De opgegeven
capaciteiten bevatten deze reserve niet.
De cartridges kunnen gerecycled materiaal bevatten. Dit is echter niet van invloed op de functies of prestaties
van de printer.
Specicaties
en uiterlijk van het inktpatroon zijn onderhevig aan wijziging zonder voorafgaande kennisgeving
voor verbetering.
Haal de inktcartridges niet uit elkaar en breng geen wijzigingen aan cartridges aan. Daardoor kan normaal
afdrukken onmogelijk worden.
U kunt de cartridges die bij de printer zijn geleverd, niet ter vervanging gebruiken.
De opgegeven capaciteit hangt af van de aeeldingen die u afdrukt, het papier dat u gebruikt, hoe vaak u
afdrukt en de omgeving (bijvoorbeeld temperatuur) waarin u de printer gebruikt.
Inktverbruik
Voor optimale prestaties van de printkop wordt een beetje inkt van alle inktpatronen niet alleen tijdens het
afdrukken gebruikt maar ook tijdens onderhoudsactiviteiten zoals het vervangen van inktpatronen en het
reinigen van de printkop.
Wanneer u in monochroom of grijswaarden afdrukt, is het mogelijk kleureninkt te gebruiken in plaats van
zwarte inkt, aankelijk van de instellingen van de papiersoort of afdrukkwaliteit. Dit is omdat kleureninkt
wordt gemengd om zwart te creëren.
De inkt in de cartridges die bij de printer zijn geleverd, wordt deels verbruikt bij de installatie van de printer. De
printkop in uw printer is volledig met inkt geladen om afdrukken van hoge kwaliteit te bezorgen. Bij dit
eenmalige proces wordt een bepaalde hoeveelheid inkt verbruikt. Met de gebruikte cartridge kunnen daarom
wellicht minder pagina's worden afgedrukt dan met volgende cartridges.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
90
Cartridges vervangen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Opmerking:
Ook nadat de printer hee aangegeven dat de inkt bijna op is, kunt u blijven afdrukken. Zorg wel zo snel mogelijk voor
nieuwe cartridges.
Als u de cartridges vervangt tijdens het kopiëren, kunnen de originelen verschuiven. Druk op de knop
y
om het kopiëren
te annuleren en vervang de originelen.
1. Voer een van de volgende handelingen uit.
Wanneer u wordt gevraagd om inktpatronen te vervangen
Kijk welke cartridge moet worden vervangen en druk vervolgens op de knop OK. Selecteer Nu vervangen
met de knop
u
of
d
en druk vervolgens op de knop OK.
Wanneer u cartridges wilt vervangen voor ze leeg zijn
Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK. Selecteer
Onderhoud met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK. Selecteer Inktcartridge vervangen
met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK. Druk vervolgens op de knop
x
.
2.
Wanneer u de zwarte cartridge vervangt, moet u de nieuwe zwarte cartridge vier- of vijfmaal voorzichtig
schudden voordat u de cartridge uit de verpakking haalt. Wanneer u de kleurencartridges wilt vervangen,
haalt u de nieuwe cartridges uit de verpakking zonder eerst te schudden.
c
Belangrijk:
Schud inktpatronen niet nadat u de verpakking hebt geopend, omdat ze kunnen lekken.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
91
3. Verwijder alleen de gele tape.
c
Belangrijk:
Raak de in de guur getoonde onderdelen niet aan. omdat dit de normale werking kan schaden.
4. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
92
5. Druk op het lipje van het inktpatroon en trek het naar boven. Trek er hard aan als u het inktpatroon niet kan
verwijderen.
6.
Plaats het nieuwe inktpatroon en druk het stevig naar beneden.
7.
Sluit de scannereenheid.
8. Druk op de knop
x
.
Het laden van de inkt start.
c
Belangrijk:
Schakel de printer niet uit terwijl de inkt wordt geladen. Als het laden van de inkt niet wordt voltooid, kunt u
mogelijk niet afdrukken.
Gerelateerde informatie
&
“Codes van de cartridges” op pagina 87
&
“Voorzorgsmaatregelen voor inktpatronen” op pagina 88
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken
Wanneer de kleureninkt op is maar u nog wel gewone zwarte inkt hebt, kunt u (bij het afdrukken vanaf de
computer) nog korte tijd verder afdrukken met alleen zwarte inkt door de volgende instellingen te gebruiken.
Type papier: Gewoon papier, Enveloppe
Kleur: Grijswaarden
Randloos: Niet geselecteerd
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
93
EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld (alleen voor Windows)
Aangezien deze functie slechts ca. vijf dagen beschikbaar is, moet u de lege cartridge zo snel mogelijk vervangen.
Opmerking:
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, opent u de printerdriver, klikt u op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
De beschikbare periode varieert naargelang de gebruiksomstandigheden.
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Windows
1. Als het volgende venster verschijnt, stop dan met afdrukken.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
94
Opmerking:
Als u het afdrukken niet kunt annuleren vanaf de computer, doe dit dan op het bedieningspaneel van de printer.
2. Open het venster van de printerdriver.
3. Schakel Randloos uit op het tabblad Hoofdgroep.
4. Selecteer Gewoon papier of Enveloppe bij Papiertype op het tabblad Hoofdgroep tab.
5. Selecteer Grijswaarden.
6. Stel de andere items in op de tabbladen Hoofdgroep en Meer opties, indien nodig, en klik dan op OK.
7. Klik op Afdrukken.
8. Klik op Afdrukken in zwart-wit in het venster dat wordt weergegeven.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Mac OS X
Opmerking:
Maak een verbinding met Bonjour om deze functie via een netwerk te gebruiken.
1. Klik op het printerpictogram in het Dock.
2. Annuleer de taak.
Opmerking:
Kunt u het afdrukken niet vanaf de computer annuleren, doe dit dan via het bedieningspaneel van de printer.
3. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
4. Selecteer Aan voor Tijdelijk afdrukken in zwart-wit.
5. Open het afdrukdialoogvenster.
6.
Selecteer Printerinstellingen in het venstermenu.
7. Selecteer een willekeurig papierformaat, met uitzondering van een randloos formaat, voor Papierformaat.
8. Selecteer Gewoon papier of Enveloppe voor Afdrukmateriaal.
9.
Selecteer Grijswaarden.
10. Congureer indien nodig andere instellingen.
11. Klik op Afdrukken.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
95
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken annuleren - Mac OS X” op pagina 72
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Basisprincipes van printer — Mac OS X” op pagina 52
Zwarte inkt besparen als de zwarte inkt bijna op is
(uitsluitend voor Windows)
Wanneer de zwarte inkt bijna op is, maar er nog genoeg kleureninkt is, kunt u een mengsel van kleureninkten
gebruiken om zwart te maken. U kunt verder afdrukken terwijl u een vervangende cartridge met zwarte inkt
klaarzet.
Deze functie is alleen beschikbaar als u de volgende instellingen in de printerdriver selecteert.
Papiertype: Gewoon papier
Kwaliteit: Standaard
EPSON Status Monitor 3: Ingeschakeld
Opmerking:
Is EPSON Status Monitor 3 uitgeschakeld, ga dan naar de printerdriver, klik op Extra instellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteer EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Samengesteld zwart zit er iets anders uit dan zuiver zwart. Daarnaast daalt de afdruksnelheid.
Er wordt ook zwarte inkt verbruikt om de kwaliteit van de printkop te handhaven.
Opties Beschrijving
Ja Kies ervoor een mengsel van kleureninkt te gebruiken om zwarte inkt te maken. Dit venster
wordt weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt.
Nee Kies ervoor om door te gaan met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt
weergegeven wanneer u een volgende keer een gelijksoortige taak afdrukt.
Deze functie uitschakelen Kies ervoor om door te gaan met de resterende zwarte inkt. Dit venster wordt niet
weergegeven, totdat u de zwarte-inktcartridge vervangt en deze opnieuw bijna leeg is.
Gebruikershandleiding
Inktpatronen vervangen
96
De printer onderhouden
De printkop controleren en reinigen
Als de spuitkanaaltjes verstopt zitten, worden de afdrukken vaag, en ziet u strepen of onverwachte kleuren.
Wanneer de afdrukkwaliteit minder is geworden, gebruikt u de spuitstukcontrole om te kijken of de kanaaltjes
verstopt zitten. Is dit zo, reinig dan de printkop.
c
Belangrijk:
Open de scannereenheid niet of schakel de printer niet uit tijdens het reinigen van de printkop. Als het reinigen
van de kop niet wordt voltooid, kunt u mogelijk niet afdrukken.
Omdat bij reiniging van de printkop wat inkt wordt gebruikt, moet u de kop alleen reinigen als de kwaliteit
verslechtert.
Wanneer de inkt bijna op is kan de printkop mogelijk niet worden gereinigd. U moet dan eerst de cartridge
vervangen.
Als de afdrukkwaliteit niet is verbeterd na vier herhalingen van de printkopcontrole en -reiniging moet u ten
minste zes uren wachten zonder afdrukken en vervolgens de printkopcontrole en -reiniging herhalen. We raden u
aan om de printer uit te schakelen. Neem contact op met de klantenservice van Epson als de afdrukkwaliteit nog
steeds niet is verbeterd.
Voorkom dat de printkop uitdroogt en trek nooit de stekker van de printer uit het stopcontact wanneer de printer
nog aan is.
De printkop controleren en schoonmaken — bedieningspaneel
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Onderhoud met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4.
Selecteer Spuitkan. contr. met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
5. Volg de instructies op het scherm om het testpatroon af te drukken.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
97
6. Bekijk het afgedrukte patroon goed. Als er stukken van lijnen of segmenten ontbreken, zoals weergegeven in
het patroon "NG", kan de printkop verstopt zijn. Ga naar de volgende stap. Als u geen ontbrekende segmenten
of onderbroken lijnen ziet, zoals in het volgende patroon "OK", zijn de spuitkanaaltjes niet verstopt. Het is niet
nodig om printkopreiniging uit te voeren. Selecteer Nee met de knop
u
of
d
en druk vervolgens op de knop
OK om af te sluiten.
7. Selecteer Ja met de knop
d
of
u
en druk vervolgens op de knop OK.
8. Volg de instructies op het scherm om de printkop te reinigen.
9. Na de reiniging selecteert u Spuitkan. contr. met de knop
d
of
u
en volgt u de instructies op het scherm om
het spuitkanaaltjespatroon opnieuw af te drukken. Herhaal het reinigen en afdrukken van het testpatroon tot
alle lijnen geheel afgedrukt worden.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
De printkop controleren en schoonmaken - Windows
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Open het venster van de printerdriver.
3. Klik op Spuitkanaaltjes controleren op het tabblad Hulpprogramma's.
4. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
&
“Windows-printerdriver” op pagina 110
De printkop controleren en schoonmaken - Mac OS X
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
98
2. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer.
3. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
4. Klik op Spuitkanaaltjes controleren.
5. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
De printkop uitlijnen
Als u een verkeerde uitlijning van verticale lijnen of onscherpe beelden ziet, lijn de printkop dan uit.
De printkop uitlijnen — Bedieningspaneel
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2.
Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Onderhoud met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer Printkop uitlijnen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
5. Volg de instructies op het scherm om het uitlijningspatroon af te drukken.
6. Volg de instructies op het scherm om de printkop uit te lijnen. Zoek en selecteer met de knop
u
of
d
het
nummer van het meest gelijkmatige patroon per groep en druk vervolgens op de knop OK.
Opmerking:
Het testpatroon kan per model variëren.
Is de afdrukkwaliteit niet verbeterd, lijn de printkop dan uit vanaf een computer.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
99
De printkop uitlijnen - Windows
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Open het venster van de printerdriver.
3. Klik op Printkop uitlijnen op het tabblad Hulpprogramma's.
4. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
De printkop uitlijnen - Mac OS X
1. Laad gewoon A4-papier in de printer.
2. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer.
3. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
4. Klik op Printkop uitlijnen.
5. Volg de instructies op het scherm.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Het papiertraject reinigen
Als de afdrukken vlekken vertonen of bekrast zijn, reinig dan de roller binnenin.
c
Belangrijk:
Gebruik geen keukenpapier om de binnenkant van de printer te reinigen. Het kan zijn dat de spuitkanaaltjes van de
printkop verstopt zitten met stof.
1.
Zorg ervoor dat de scannerglasplaat en het documentdeksel vrij zijn van stof en vlekken.
2. Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Onderhoud met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4. Selecteer Reiniging papiergeleider met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
5. Laad gewoon A4-papier in de printer.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
100
6. Druk op de knop
x
.
Het papier wordt uit de printer geworpen.
Opmerking:
De printer blij nog even lawaai maken nadat het papier is uitgeworpen. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
7. Herhaal deze procedure tot er geen vegen meer op het papier zitten.
Opmerking:
Als er een papiertoevoerprobleem is en u een reinigingsblad hebt dat is meegeleverd bij het originele Epson-papier, kunt
u het papiertoevoerprobleem mogelijk oplossen met het reinigingsblad in plaats van met gewoon A4-papier. Als u het
reinigingsblad gebruikt, laadt u het blad in de printer volgens de instructies die bij het blad zijn geleverd. Als een
papierinstellingsscherm wordt weergegeven, drukt u op de knop
om door te gaan. Herhaal de procedure meerdere
keren met het reinigingsblad.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
De Scannerglasplaat reinigen
Wanneer de kopieën of gescande beelden vies zijn, moet u de scannerglasplaat reinigen.
c
Belangrijk:
Maak de printer nooit schoon met alcohol of thinner. Deze chemicaliën kunnen de printer beschadigen.
1. Open het documentdeksel.
2. Maak het oppervlak van de scannerglasplaat schoon met een droge, zachte, schone doek.
Opmerking:
Als de glasplaat besmeurd is met vet of een andere hardnekkige substantie, veegt u de plaat schoon met een doek met
daarop een klein beetje glasreiniger. Verwijder al het overtollige vocht.
Druk niet te hard op het glasoppervlak.
Zorg ervoor dat u het oppervlak van het glas niet krast of beschadigt. Een beschadigde glasplaat kan de scankwaliteit
aantasten.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
101
Stroom besparen
De printer gaat in slaapstand of gaat automatisch uit als er een bepaalde tijd geen handelingen worden verricht. U
kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van invloed op de
energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Stroom besparen - Bedieningspaneel
1.
Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Printerinstallatie met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Uitschakelingstimer of Slaaptimer met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
4.
Selecteer de instelling met de knop
u
of
d
en druk vervolgens op de knop OK.
Stroom besparen - Windows
1.
Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op Printer- en optie-informatie op het tabblad Hulpprogramma's.
3. Selecteer na hoeveel tijd de printer in slaapstand moet gaan bij Slaaptimer en klik op Verz en de n. Als de
printer automatisch moet worden uitgeschakeld, selecteert u de tijdsduur bij Uitschakeltimer en klikt u op
Verzenden.
4.
Klik op OK.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
Stroom besparen - Mac OS X
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer vervolgens de printer.
2. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op Printerinstellingen.
4.
Selecteer na hoeveel tijd de printer in slaapstand moet gaan bij Slaaptimer en klik op Toepassen. Als de
printer automatisch moet worden uitgeschakeld, selecteert u de tijdsduur bij Uitschakeltimer en klikt u op
To ep as se n.
Gebruikershandleiding
De printer onderhouden
102
Menuopties voor de modus Instellingen
U kunt printerinstellingen opgeven of printeronderhoud uitvoeren via Instellingen op het startscherm van het
bedieningspaneel.
Menuopties voor Inktniveaus
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Inktniveaus
Gee de niveaus van de cartridges weer. Wanneer het pictogram ! wordt weergegeven, is het inktpatroon bijna leeg.
Wanneer een kruisje (X) wordt weergegeven, is het inktpatroon leeg.
Menuopties voor Onderhoud
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Onderhoud
Spuitkan. contr.
Hiermee drukt u een patroon af om te controleren of de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Printkop reinigen
Hiermee reinigt u de verstopte spuitkanaaltjes van de printkop.
Printkop uitlijnen
Hiermee wordt de printkop bijgesteld om de afdrukkwaliteit te verbeteren.
Inktcartridge vervangen
Gebruik deze functie om de cartridges te vervangen voordat de inkt opgebruikt is.
Reiniging papiergeleider
Reinigt de roller binnenin de printer. Gebruik deze functie als uw afdrukken vlekken vertonen of als het
papier niet correct wordt ingevoerd.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 97
& “De printkop uitlijnen” op pagina 99
& “Cartridges vervangen” op pagina 91
& “Het papiertraject reinigen” op pagina 100
Gebruikershandleiding
Menuopties voor de modus Instellingen
103
Menuopties voor Printerinstallatie
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Printerinstallatie
Papierbroninst.
Papier instellen
Selecteer het formaat en type papier dat u in de papierbron hebt geplaatst.
Waarsch. papierinst.
Gee een waarschuwing wanneer de papierinstellingen van een afdruktaak anders zijn dan de
instellingen die in de printer zijn opgeslagen.
Papierconguratie
Gee automatisch het scherm met papierinstellingen weer wanneer papier wordt geladen. Schakel
deze functie uit als u altijd papier van hetzelfde formaat laadt en u niet steeds opnieuw
papierinstellingen wilt opgeven bij het laden van papier. AirPrint is niet beschikbaar wanneer deze
functie is uitgeschakeld. Bovendien gee de printer geen waarschuwingen, ook niet als de
papierinstellingen niet overeenstemmen met het geladen papier.
Stille modus
Hiermee maakt de printer minder geluid, maar de afdruksnelheid kan afnemen.
Aankelijk
van de
door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel
verschil in het geluid dat de printer produceert.
Uitschakelingstimer
Hiermee gaat de printer automatisch uit als er een bepaalde periode geen handelingen worden verricht.
U kunt instellen hoelang het duurt voordat stroombeheer wordt toegepast. Elke verhoging is van
invloed op de energiezuinigheid van het product. Denk aan het milieu voordat u wijzigingen doorvoert.
Land/regio
Selecteer het land of de regio van het display.
Taal/Language
Selecteer de taal van het display.
Slaaptimer
Selecteer hoe lang het duurt voordat de printer naar de slaapstand gaat (energiezuinige modus) als er
geen activiteiten worden uitgevoerd. Het display gaat uit als deze tijd verstreken is.
Gerelateerde informatie
&
“Stroom besparen” op pagina 102
Menuopties voor Netwerkinstellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Netwerkinstellingen
Gebruikershandleiding
Menuopties voor de modus Instellingen
104
Statusblad afdrukken
Drukt een netwerkstatusblad af.
Instellingen Wi-Fi
Wi-Fi Installatiewizard
Selecteer een SSID, voer een wachtwoord in en verbind de printer vervolgens met een draadloos (Wi-
Fi-)netwerk.
Drukknop (WPS)
Verbindt de printer met een draadloos (Wi-Fi-)netwerk met een druk op de WPS-knop op een
draadloze router.
PIN-code (WPS)
Voer in het hulpprogramma van de draadloze router de pincode in die wordt weergegeven op het
scherm van de printer en verbind de printer met een draadloos (Wi-Fi-)netwerk.
Wi-Fi Autom. Verbind
Verbindt de printer gemakkelijk met een draadloos (Wi-Fi-)netwerk via een computer die op het
toegangspunt aangesloten. Plaats de sowareschijf die met de printer is meegeleverd in de computer
en volg verder de aanwijzingen op het scherm. Wanneer u wordt gevraagd de printer te bedienen,
gaat u naar dit menu.
Wi - F i ui t sc h ak e le n
Schakelt de verbinding uit door het draadloze signaal uit te schakelen zonder de netwerkgegevens te
verwijderen. Als u de verbinding wilt inschakelen, stelt u het draadloze (Wi-Fi-)netwerk opnieuw in.
Wi-Fi Direct instellen
Verbindt de printer met een draadloos (Wi-Fi-)netwerk zonder dat daarbij een draadloze router
wordt gebruikt.
Verbindingscontrole
Controleert de status van de netwerkverbinding en drukt het rapport af. Als er problemen zijn met de
verbinding, kunt u het rapport raadplegen om het probleem te verhelpen.
Gerelateerde informatie
&
“Een netwerkstatusvel afdrukken” op pagina 31
&
“De Wi-Fi-instellingen
congureren
op het bedieningspaneel” op pagina 23
&
“Een netwerkverbindingsrapport afdrukken” op pagina 27
Menuopties voor Epson Connect- services
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Epson Connect- services
Status
Controleer of de printer al dan niet geregistreerd en verbonden is met Epson Connect.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor de modus Instellingen
105
E-mailadres
Controleer het e-mailadres van de printer dat geregistreerd staat bij Epson Connect.
Registr./verwijderen
Registreer of verwijder de printer bij of uit Epson Connect.
Onderbreken/ hervatten
Selecteer of u Epson Connect wilt onderbreken of hervatten.
Zie de volgende portalwebsite voor registratie en gebruikershandleidingen.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Gerelateerde informatie
& “De service van Epson Connect” op pagina 108
Menuopties voor Google Cloud Print-services
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Google Cloud Print-services
Status
Controleer of de printer al dan niet geregistreerd en verbonden is met Google Cloud Print.
Onderbreken/ hervatten
Selecteer of u de Google Cloud Print-services wilt onderbreken of hervatten.
Registratie verw.
Registratie van Google Cloud Print-services opheen.
Zie de volgende portalwebsite voor registratie en gebruikershandleidingen.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Menuopties voor Bestanden delen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Bestanden delen
Selecteer de verbindingsmethode tussen de printer en een computer met schrijoegang tot de geheugenkaart in de
printer. Lees- en
schrijoegang
wordt gegeven aan de computer met de verbinding die prioriteit
hee.
Andere
computers krijgen alleen leestoegang.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor de modus Instellingen
106
Gerelateerde informatie
& Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer” op pagina 157
Menuopties voor Firmware-update
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Firmware-update
Bijwerken
Controleert of er een nieuwe versie van de
rmware
op de netwerkserver staat. Als er een update
beschikbaar is, kunt u aangeven of de update mag worden uitgevoerd.
Huidige versie
Gee de huidige rmwareversie van uw printer weer.
Melding
Controleert regelmatig op rmware-updates en informeert u zodra er een update beschikbaar is.
Gerelateerde informatie
&
“Toepassingen en rmware bijwerken” op pagina 121
Menuopties voor Herstel standaard instellingen
Selecteer de menu's op het bedieningspaneel zoals hierna beschreven.
Instellingen > Herstel standaard instellingen
Netwerkinstellingen
Zet de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alles behalve Netwerk
Zet alle instellingen behalve de netwerkinstellingen terug op de standaardwaarden.
Alle instellingen
Zet alle instellingen terug op de standaardwaarden.
Gebruikershandleiding
Menuopties voor de modus Instellingen
107
Netwerkservice en softwareinformatie
In dit deel maakt u kennis met de netwerkservices en sowareproducten die beschikbaar zijn voor uw printer via
de Epson-website of de meegeleverde cd.
De service van Epson Connect
Dankzij Epson Connect (beschikbaar via het internet) kunt u via uw smartphone, tablet, pc of laptop, altijd en
praktisch overal afdrukken.
De functies die via het internet beschikbaar zijn, zijn als volgt.
Email Print Epson iPrint afdrukken
op afstand
Scan to Cloud Remote Print Driver
✓✓
Raadpleeg de portaalsite van Epson Connect voor meer informatie.
https://www.epsonconnect.com/
http://www.epsonconnect.eu (alleen Europa)
Web Cong
Web Cong is een toepassing die draait in een webbrowser, zoals Internet Explorer of Safari, op een computer of
smart device. U kunt de printerstatus controleren of de netwerkservice en de printerinstellingen aanpassen.
Verbind de printer en de computer of het smart device met hetzelfde netwerk om Web Cong te gebruiken.
Opmerking:
De volgende browsers worden ondersteund.
Besturingssysteem Browser
Windows XP of later
Internet Explorer 8 of later, Firefox
*
, Chrome
*
Mac OS X v10.6.8 of later
Safari
*
, Firefox
*
, Chrome
*
iOS
*
Safari
*
Android 2.3 of later Standaard browser
Chrome OS
*
Standaard browser
* Gebruik de laatste versie.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
108
Web Cong uitvoeren op een browser
1. Controleer het IP-adres van de printer.
Selecteer Instellingen > Netwerkinstellingen > Statusblad afdrukken op het bedieningspaneel en druk
vervolgens op de knop
x
of OK. Controleer het IP-adres van de printer op het afgedrukte statusblad.
2.
Start een browser op een computer of smart device en voer dan het IP-adres van de printer in.
Formaat:
IPv4: http://het IP-adres van de printer/
IPv6: http://[het IP-adres van de printer]/
Vo orb ee ld en :
IPv4: http://192.168.100.201/
IPv6: http://[2001:db8::1000:1]/
Opmerking:
Met het smart-apparaat kunt u Web Cong ook uitvoeren via het onderhoudsscherm op Epson iPrint.
Gerelateerde informatie
& “Afdrukken met Epson iPrint” op pagina 69
Web
Cong
uitvoeren op Windows
Volg de onderstaande stappen om Web Cong uit te voeren als u een computer aansluit op de printer met WSD.
1. Ga naar het scherm Apparaten en printers in Windows.
Win d ow s 1 0
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in
Hardware en geluiden.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in
Hardware en geluiden (of Hardware).
Win d ow s 7
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden.
Win d ow s Vist a
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers in Hardware en geluiden.
2. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Eigenschappen.
3. Selecteer het tabblad Webs er v ice en klik op de URL.
Web Cong uitvoeren op Mac OS X
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
109
2. Klik op Opties en toebehoren> Toon webpagina printer.
Windows-printerdriver
Het printerstuurprogramma bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing. Door instellingen
op te geven in de printerdriver krijgt u het beste afdrukresultaat. Met het hulpprogramma voor de printerdriver
kunt u de status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Opmerking:
U kunt de taal van de printerdriver naar wens instellen. Selecteer de gewenste taal bij Taa l op het tabblad
Hulpprogramma's.
De printerdriver openen vanuit een toepassing
Als u instellingen wilt opgeven die alleen moeten gelden voor de toepassing waarmee u aan het werk bent, opent u
de printerdriver vanuit de toepassing in kwestie.
Selecteer Afdrukken of Afdrukinstelling in het menu Bestand. Selecteer uw printer en klik vervolgens op
Vo or ke ur en of Eigenschappen.
Opmerking:
De werking varieert naargelang de toepassing. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
De printerdriver openen via het bedieningspaneel
Wilt u instellingen congureren voor alle toepassingen, dan kunt u dit via het bedieningspaneel doen.
Wi n d ow s 1 0
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm > Apparaten en printers weergeven in Hardware
en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen >
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven in Hardware
en geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer, of houd de printer ingedrukt en selecteer
Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Wi n d ow s 7
Klik op de knop Start, selecteer
Conguratiescherm
> Apparaten en printers weergeven in Hardware en
geluiden. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Windows Vista
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers in Hardware en geluiden. Klik met de
rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen selecteren.
Wi n d ow s X P
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers en andere hardware > Printers en
faxapparaten. Klik met de rechtermuisknop op uw printer en selecteer Voorkeursinstellingen voor afdrukken.
Het printerstuurprogramma openen via het printerpictogram op de taakbalk
Het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad is een snelkoppeling waarmee u snel de printerdriver
kunt openen.
Als u op het printerpictogram klikt en Printerinstellingen selecteert, kunt u hetzelfde venster met
printerinstellingen openen als het venster dat u opent via het bedieningspaneel. Als u op dit pictogram dubbelklikt,
kunt u de status van de printer controleren.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
110
Opmerking:
Als het printerpictogram niet op de taakbalk wordt weergegeven, open dan het venster van de printerdriver, klik op
Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram
registreren op taakbalk.
De toepassing starten
Open het venster van de printerdriver. Selecteer het tabblad Hulpprogramma's.
Uitleg bij de printerdriver voor Windows
De printerdriver voor Windows hee een Help-functie. Als u uitleg over de instellingen wilt weergeven, klik dan
met de rechtermuisknop op de instelling en klik vervolgens op Help.
Het tabblad Hoofdgroep
Hier kunt u basisinstellingen opgeven voor het afdrukken, zoals het papiertype of papierformaat.
U kunt ook instellingen opgeven voor het afdrukken op beide zijden van het papier of het afdrukken van meerdere
pagina's op één vel papier.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
111
Het tabblad Meer opties
Hier kunt u extra opties voor de lay-out en het afdrukken opgeven, zoals het formaat van de afdruk of
kleurcorrecties.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
112
Het tabblad Hulpprogramma's
U kunt onderhoudsfuncties uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor 3 te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Bedieningsinstellingen voor Windows-printerdriver
congureren
U kunt instellingen
congureren
zoals het inschakelen van EPSON Status Monitor 3.
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's.
3.
Congureer
de gewenste instellingen en klik vervolgens op OK.
Zie de online-Help voor een uitleg van de items voor instellingen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
Mac OS X-printerdriver
De printerdriver bestuurt de printer op basis van de opdrachten van een toepassing. Door instellingen op te geven
in de printerdriver krijgt u het beste afdrukresultaat. Met het hulpprogramma voor de printerdriver kunt u de
status van de printer controleren en de printer in optimale conditie houden.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
113
De printerdriver openen vanuit toepassingen
Klik op Pagina-instelling of Afdrukken in het menu File van uw toepassing. Klik indien nodig op To on de t ai l s
(of
d
) om het afdrukvenster te vergroten.
Opmerking:
Aankelijk van de toepassing die wordt gebruikt, wordt Pagina-instelling mogelijk niet weergegeven in het menu Bestand
en kunnen de bewerkingen voor het weergeven van het afdrukscherm verschillen. Zie de Help van de toepassing voor meer
informatie.
De toepassing starten
Selecteer Systeemvoorkeuren in het
menu > Printers & Scanners (of Afdrukken & scanne, Afdrukken &
fax) en selecteer de printer. Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
Uitleg bij de printerdriver voor Mac OS X
Afdrukvenster
Met het venstermenu in het midden kunt u meer items weergeven.
Venstermenu Beschrijving
Printerinstellingen Hiermee kunt u de basisinstellingen voor het afdrukken opgeven, zoals de papiersoort en
afdrukkwaliteit.
Lay-out Hiermee kunt u een lay-out selecteren voor het afdrukken van meerdere pagina's op één vel of
aangeven dat u een rand wilt afdrukken.
Papierafhandeling U kunt de afdruktaak groter of kleiner maken en automatisch aanpassen aan het
papierformaat dat u hebt geladen.
Kleuren aanpassen Hiermee kunt u de kleuren aanpassen.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
114
Venstermenu Beschrijving
Kleurenopties
Wanneer u EPSON Kleurencontrole selecteert in het menu Kleuren aanpassen, kunt u een
kleurcorrectiemethode selecteren.
Opmerking:
Als u Mac OS X v10.8.x of hoger gebruikt en het menu Printerinstellingen wordt niet weergegeven, is de Epson-
printerdriver niet goed geïnstalleerd.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe. Zie het volgende om een printer toe te voegen.
http://epson.sn
Epson Printer Utility
U kunt een onderhoudsfunctie uitvoeren, zoals de spuitstukcontrole en printkopreiniging, en door EPSON Status
Monitor te starten kunt u de printerstatus en foutmeldingen raadplegen.
Bedieningsinstellingen voor Mac OS X-printerdriver congureren
Het venster Bedieningsinstellingen van de Mac OS X-printerdriver openen
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken en
faxen) en selecteer vervolgens de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Besturingsbestand).
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
115
Bedieningsinstellingen voor de Mac OS X-printerdriver
Lege pagina overslaan: Hiermee wordt voorkomen dat lege pagina's worden afgedrukt.
Stille modus: Hiermee maakt de printer minder geluid, maar de afdruksnelheid kan afnemen. Aankelijk van
de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel verschil in
het geluid dat de printer produceert.
Tijdelijk afdrukken in zwart-wit: Hiermee wordt alleen tijdelijk met zwarte inkt afgedrukt.
Afdrukken met hoge snelheid: Hiermee drukt de printkop in beide richtingen af. Het afdrukken verloopt
sneller, maar de kwaliteit kan afnemen.
Waarschuwingen: Wanneer deze optie is ingesteld, kan de printerdriver waarschuwingen weergeven.
Bidirectionele communicatie gebruiken: Dit moet normaliter ingesteld zijn op Aan. Selecteer Uit omdat het
openen van de printerinformatie niet mogelijk is omdat de printer gedeeld wordt met Windows computers op
een netwerk.
Gerelateerde informatie
& “Tijdelijk met zwarte inkt afdrukken - Mac OS X” op pagina 95
Epson Scan 2 (scannerstuurprogramma)
Epson Scan 2 is een toepassing waarmee het scanproces geregeld kan worden. U kunt formaat, resolutie,
helderheid, contrast en kwaliteit van de gescande
aeelding
aanpassen.
Opmerking:
U kunt Epson Scan 2 ook vanuit een TWAIN-scantoepassing starten.
Beginnen met Windows
Wi n d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle apps > EPSON > Epson Scan 2.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi n d ow s 7 / Win d o w s Vis t a/ Win d ow s XP
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of Programma's > EPSON > Epson Scan 2> Epson
Scan 2.
Beginnen met Mac OS X
Opmerking:
Epson Scan 2 biedt geen ondersteuning voor de Mac OS X-functie voor snelle gebruikersoverschakeling. Schakel snelle
gebruikersoverschakeling uit.
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Epson Scan 2.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
116
Epson Event Manager
Epson Event Manager is een toepassing waarmee u vanuit het
conguratiescherm
het scannen kunt beheren en
bestanden kunt opslaan op een computer. U kunt uw eigen instellingen als presets toevoegen zoals het
documenttype, de locatie voor de opslagmap en het formaat van het bestand. Zie de Help van de toepassing voor
meer informatie.
Beginnen met Windows
Wi n d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle apps > Epson Soware > Event Manager.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi n d ow s 7 / Win d o w s Vis t a/ Win d ow s XP
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Event
Manager.
Beginnen met Mac OS X
Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Event Manager.
Gerelateerde informatie
& “Scannen naar een computer” op pagina 76
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Epson Easy Photo Print
Epson Easy Photo Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk foto's met verschillende lay-outs kunt afdrukken.
U kunt het voorbeeld van het foto-bestand bekijken en het bestand of de positie aanpassen. U kunt ook foto's met
een rand afdrukken. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
De printerdriver moet geïnstalleerd zijn om deze toepassing te gebruiken.
Beginnen met Windows
Wi n d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle apps > Epson Soware > Epson Easy Photo Print.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi n d ow s 7 / Win d o w s Vis t a/ Win d ow s XP
Klik op de knop Start en selecteer Alle programma's of Programma's > Epson Soware > Epson Easy Photo
Print.
Beginnen met Mac OS X
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> Epson Easy Photo Print.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
117
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
E-Web Print (alleen voor Windows )
E-Web Print is een toepassing waarmee u gemakkelijk webpagina's met verschillende lay-outs kunt afdrukken. Zie
de Help van de toepassing voor meer informatie. U kunt de help openen in het menu E-Web Print op de werkbalk
E-Web Print.
Opmerking:
Controleer op ondersteunde browsers en de laatste versie van de downloadsite.
Starten
Wanneer u E-Web Printinstal leert, wordt dit we ergegeven in uw brows er. Klik op Afdrukken of Clippen.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Easy Photo Scan
Easy Photo Scan is een toepassing waarmee u foto's kunt scannen en de gescande aeelding vervolgens
gemakkelijk kunt verzenden naar een computer of naar een dienst in de cloud. Daarbij kunt u de gescande
aeelding gemakkelijk aanpassen. Zie de Help van de toepassing voor meer informatie.
Opmerking:
Als u deze toepassing wilt gebruiken, moet de scannerdriver Epson Scan 2 worden geïnstalleerd.
Beginnen met Windows
Wi n d ow s 1 0
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle apps >
Epson-soware
> Easy Photo Scan.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi n d ow s 7 / Win d o w s Vis t a/ Win d ow s XP
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle programma's of Programma's > Epson
Soware
> Easy Photo
Scan.
Beginnen met Mac OS X
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> Easy Photo Scan.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
118
EPSON Software Updater
EPSON
Soware
Updater is een toepassing die controleert op nieuwe of bijgewerkte
soware
op internet en deze
vervolgens installeert. U kunt ook de rmware en de handleiding van de printer bijwerken.
Beginnen met Windows
Wi n d ow s 1 0
Klik op de knop start en selecteer dan Alle apps > Epson Soware > EPSON Soware Updater.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de soware in het zoekvenster in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Wi n d ow s 7 / Win d o w s Vis t a/ Win d ow s XP
Klik op de knop Start en selecteer dan Alle Programma’s (of Programma’s) > Epson Soware > EPSON
Soware Updater.
Opmerking:
U kunt EPSON Soware Updater ook starten door te klikken op het printerpictogram op de taakbalk van het bureaublad en
vervolgens Soware-update te selecteren.
Beginnen met Mac OS X
Selecteer Start > Toepassingen > Epson
Soware
> EPSON
Soware
Updater.
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Toepassingen verwijderen
Opmerking:
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
Toepassingen verwijderen - Windows
1. Druk op de knop
P
om de printer uit te zetten.
2. Sluit alle actieve toepassingen.
3. Conguratiescherm openen:
Win d ow s 1 0
Rechtsklik op de knop Start en selecteer
Conguratiescherm
.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de startknop en selecteer Conguratiescherm.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
119
4. Open Een programma verwijderen (of Programma's installeren of verwijderen):
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Selecteer Een programma verwijderen in Programma's.
Win d ow s X P
Klik op Programma's installeren of verwijderen.
5. Selecteer de
soware
die u wilt verwijderen.
6. De toepassingen verwijderen:
Windows 10/Windows 8.1/Windows 8/Windows 7/Windows Vista
Klik op Ve r wijd eren/ wi jz ig en of Ve r wij deren.
Win d ow s X P
Klik op Wijzigen/Verwijderen of Ver wijd eren.
Opmerking:
Als het venster Gebruikersaccountbeheer wordt weergegeven, klikt u op Doorgaan.
7. Volg de instructies op het scherm.
Toepassingen verwijderen - Mac OS X
1. Download de Uninstaller met EPSON Soware Updater.
Als u de Uninstaller hebt gedownload, hoe u deze niet telkens opnieuw te downloaden wanneer u de
toepassing verwijdert.
2. Druk op de knop
P
om de printer uit te schakelen.
3. Om de printerdriver te deïnstalleren, selecteer Systeemvoorkeuren in het
menu > Printers & Scanners
(of Afdrukken & scannen, Afdrukken & fax) en verwijder de printer uit de printerlijst.
4. Sluit alle actieve toepassingen.
5. Selecteer Start > Toepassingen > Epson Soware > Uninstaller.
6. Selecteer de toepassing die u wilt verwijderen en klik vervolgens op Maak installatie ongedaan.
c
Belangrijk:
De Uninstaller verwijdert alle Epson-inktjetprinterdrivers van de computer. Als u meerdere Epson
inktjetprinters gebruikt en u enkel bepaalde drivers wenst te verwijderen, verwijder ze dan eerst allemaal en
installeer dan enkel de vereiste drivers.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt verwijderen niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet verwijderen met de Uninstaller.
Selecteer in dat geval Start > Toepassingen > Epson
Soware
, kies de toepassing die wilt verwijderen en sleep deze
vervolgens naar het prullenmandpictogram.
Gerelateerde informatie
&
“Toepassingen installeren” op pagina 121
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
120
Toepassingen installeren
Verbind uw computer met het netwerk en installeer de nieuwste versie van toepassingen vanaf de website.
Opmerking:
Meld u aan op uw computer als beheerder. Voer het beheerderswachtwoord in als u hierom wordt gevraagd.
U moet een toepassing eerst verwijderen voordat u deze opnieuw kunt installeren.
1. Sluit alle actieve toepassingen.
2. Koppel de printer en computer tijdelijk los als u de printerdriver of Epson Scan 2 installeert.
Opmerking:
Verbindt de printer en computer pas als de instructies dit zeggen.
3.
Open de volgende website en voer de productnaam in.
http://epson.sn
4.
Ga naar Instellen en klik vervolgens op Downloaden. Klik of dubbelklik op het gedownloade bestand om het
installatieprogramma uit te voeren. Volg de instructies op het scherm.
Opmerking:
Als u een Windows-computer gebruikt en de toepassingen niet kunt downloaden vanaf de website, installeert u deze van de
soware-cd
die met de printer is geleverd.
Gerelateerde informatie
&
“Toepassingen verwijderen” op pagina 119
Toepassingen en rmware bijwerken
Bepaalde problemen kunnen worden opgelost door de toepassingen en rmware opnieuw te installeren. Zorg
ervoor dat u de nieuwste versie van de toepassingen en rmware gebruikt.
1.
Controleer of de printer en de computer zijn aangesloten, en of de computer met internet is verbonden.
2. Start EPSON Soware Updater en werk de toepassingen of de rmware bij.
c
Belangrijk:
Schakel de computer of printer niet uit tijdens de update.
Opmerking:
Als u de toepassing die u wilt bijwerken niet kunt vinden in de lijst, kunt u deze niet bijwerken met de EPSON Soware
Updater. Kijk op uw lokale Epson-website voor de nieuwste versies van de toepassingen.
http://www.epson.com
Gerelateerde informatie
& “EPSON Soware Updater” op pagina 119
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
121
De printerrmware bijwerken via het bedieningspaneel
Als de printer verbinding hee met internet, kunt u de rmware van de printer bijwerken via het bedieningspaneel.
Nieuwe rmware kan de prestaties van de printer verbeteren of kan nieuwe functies toevoegen. U kunt ook
instellen dat de printer regelmatig zelf moet controleren of er nieuwe rmware is en zo ja, dat u daar dan bericht
van moet krijgen.
1. Ga in het startscherm naar Instellingen met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
2. Selecteer Firmware-update met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
3. Selecteer Bijwerken met de knop
l
of
r
en druk vervolgens op de knop OK.
Opmerking:
Selecteer Melding > Aan om de printer regelmatig te laten controleren op beschikbare rmware-updates.
4. Controleer het bericht op het scherm en druk op de knop OK.
De printer gaat op zoek naar beschikbare updates.
5. Als op het display wordt weergegeven dat er een rmware-update beschikbaar is, volg dan de aanwijzingen op
het scherm om de update te starten.
c
Belangrijk:
Schakel de printer niet uit en trek de stekker niet uit het stopcontact zolang de update bezig is, anders kan de
printer defect raken.
Als de rmware-update niet goed wordt afgerond of mislukt, start de printer niet goed op en wordt
"Recovery Mode" weergegeven op het display de volgende keer dat de printer wordt aangezet. In dit geval
moet u de
rmware
opnieuw bijwerken maar dan met behulp van een computer. Sluit de printer met een
USB-kabel aan op de computer. Wanneer "Recovery Mode" wordt weergegeven op de printer, kunt u de
rmware
niet via een netwerkverbinding bijwerken. Ga op de computer naar uw lokale Epson-website en
download de meest recente
printerrmware.
Zie de aanwijzingen op de website voor de volgende stappen.
Gebruikershandleiding
Netwerkservice en softwareinformatie
122
Problemen oplossen
De printerstatus controleren
Foutcodes op het display bekijken
Als er een fout optreedt of als er informatie is waar u even naar moet kijken, wordt een code weergegeven op het
LCD-scherm.
Code Toe st and Oplossingen
E-01 Er is een printerfout opgetreden. Open de scannereenheid en verwijder al het papier en
beschermmateriaal uit de printer. Schakel het apparaat uit en
vervolgens weer in.
E-02 Er is een scannerfout opgetreden. Schakel het apparaat uit en vervolgens weer in.
E-11 Een inktkussentje moet worden
vervangen.
Neem contact op met Epson of een erkende Epson-serviceprovider
om het inktkussentje te vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de
gebruiker worden vervangen.
W-01 Er is een papierstoring opgetreden. Verwijder het papier uit de printer en druk op de knop die onder in
het LCD-scherm wordt weergegeven om de fout te wissen. In
sommige gevallen moet u het apparaat uit- en weer inschakelen.
W-11 Een inktkussentje van de printer
nadert het einde van zijn
levensduur.
Neem contact op met Epson of een erkende Epson-serviceprovider
om het inktkussentje te vervangen*. Dit onderdeel kan niet door de
gebruiker worden vervangen. Het bericht wordt weergegeven tot het
inktkussentje wordt vervangen.
Druk op de knop
x
om het afdrukken te hervatten.
W-12 Cartridges verkeerd geïnstalleerd. Druk de cartridge goed aan.
W-13 De op het LCD-scherm getoonde
cartridge is niet herkend.
Vervang de cartridge. Epson raadt het gebruik van originele Epson-
cartridges aan.
I-22
Stel Wi-Fi in via Drukknop (WPS).
Druk op de knop op het toegangspunt. Als het toegangspunt geen
knop heeft, open dan het venster met instellingen voor het
toegangspunt en klik op de knop in de software.
I-23
Stel Wi-Fi in via PIN-code (WPS).
Voer binnen twee minuten op het toegangspunt of de computer de
pincode in die u ziet op het LCD-scherm.
I-31
Stel Wi-Fi in via Wi-Fi Autom.
Verbind.
Installeer de software op uw computer en druk vervolgens op de
knop OK wanneer het instellen van Wi-Fi begint.
I-41
Papierconguratie is
uitgeschakeld. Sommige functies
kunnen niet worden gebruikt.
Als Papierconguratie is uitgeschakeld, kunt u AirPrint niet
gebruiken. Om de functie te gebruiken, schakelt u
Papierconguratie in.
I-60 Mogelijk ondersteunt uw computer
WSD (Web Services for Devices)
niet.
De (WSD-)functie voor scannen naar de computer is alleen
beschikbaar voor computers waarop een Engelstalige versie van
Windows 10, Windows 8.1, Windows 8, Windows 7 of Windows Vista
wordt uitgevoerd. Zorg ervoor dat de printer correct is verbonden
met de computer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
123
Code Toe st and Oplossingen
I-71 - Leg originelen op de scannerglasplaat als u wilt kopiëren met de lay-
out A4 2-omh.kopie of A4 boek/2-omh..
Recovery
Mode
De printer is in herstelmodus
gestart omdat de
rmware-update
is mislukt.
Volg de onderstaande stappen om opnieuw te proberen de rmware
bij te werken.
1. Sluit de computer en de printer met een USB-kabel op elkaar aan.
(In herstelmodus kunt u de rmware niet via een netwerkverbinding
bijwerken.)
2. Ga naar uw lokale Epson-website voor verdere instructies.
* Bij sommige afdrukcycli komt een heel kleine hoeveelheid overtollige inkt op het inktkussentje terecht. Om te
voorkomen dat er inkt uit het kussentje lekt, is de printer ontworpen om het afdrukken te stoppen wanneer het
kussentje de limiet bereikt. Of en hoe vaak dit nodig is, hangt af van het aantal pagina's dat u afdrukt, het soort
materiaal waarop u afdrukt en het aantal reinigingsprocedures dat door het apparaat wordt uitgevoerd. Dat het
kussentje moet worden vervangen, wil niet zeggen dat uw printer niet meer volgens de specicaties functioneert.
De printer brengt u op de hoogte wanneer het kussentje moet worden vervangen. Dit kan alleen worden gedaan
door een erkende Epson-serviceprovider. De kosten voor deze vervanging vallen niet onder de garantie van Epson.
Gerelateerde informatie
&
“Contact opnemen met de klantenservice van Epson” op pagina 158
&
“Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 125
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
& “Menuopties voor Printerinstallatie” op pagina 104
& Een WSD-poort instellen” op pagina 77
& “Originelen plaatsen voor lay-out 2-op-1” op pagina 44
& Een dubbele pagina plaatsen voor lay-out 2-op-1” op pagina 44
& “Toepassingen en rmware bijwerken” op pagina 121
De printerstatus controleren - Windows
1. Open het venster van de printerdriver.
2. Klik op EPSON Status Monitor 3 op het tabblad Hulpprogramma's.
Opmerking:
U kunt de printerstatus ook controleren door te dubbelklikken op het printerpictogram op de taakbalk. Als het
printerpictogram niet aan de taakbalk is toegevoegd, klik dan op Controlevoorkeursinstellingen op het tabblad
Hulpprogramma's en selecteer vervolgens Snelkoppelingspictogram registreren op taakbalk.
Als EPSON Status Monitor 3 is uitgeschakeld, klikt u op Extra instellingen op het tabblad Hulpprogramma's en
selecteert u EPSON Status Monitor 3 inschakelen.
Gerelateerde informatie
& “Windows-printerdriver” op pagina 110
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
124
De printerstatus controleren - Mac OS X
1. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu > Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen), en selecteer dan de printer.
2.
Klik op Opties en toebehoren > Hulpprogramma > Open Printerhulpprogramma.
3. Klik op EPSON Status Monitor.
Vastgelopen papier verwijderen
Controleer de foutmelding die op het bedieningspaneel wordt weergegeven en volg de instructies om het
vastgelopen papier, inclusief afgescheurde stukjes, te verwijderen. Verwijder hierna de foutmelding.
c
Belangrijk:
Verwijder voorzichtig het vastgelopen papier. Het papier krachtdadig verwijderen kan de printer beschadigen.
Vastgelopen papier verwijderen uit de Papiertoevoer achter
Verwijder het vastgelopen papier.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
125
Vastgelopen papier uit de uitvoerlade verwijderen
Verwijder het vastgelopen papier.
Vastgelopen papier binnen in de printer verwijderen
!
Let op:
Pas bij het sluiten van de scannereenheid op dat uw vingers niet klem komen te zitten. Anders kunt u zich
verwonden.
Raak nooit de knoppen van het bedieningspaneel aan als u met uw hand in de printer zit. Als de printer begint te
werken, kunt u zich verwonden. Raak de uitstekende delen niet aan om verwondingen te voorkomen.
1. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
126
2. Verwijder het vastgelopen papier.
c
Belangrijk:
Raak de witte, platte kabel of het doorzichtige deel binnen in de printer niet aan. Dit kan een storing
veroorzaken.
3. Sluit de scannereenheid.
Papier wordt niet goed ingevoerd
Controleer de volgende punten en voer de toepasselijke acties uit om het probleem op te lossen.
Plaats de printer op een vlakke ondergrond en gebruik deze in de aanbevolen omgevingsomstandigheden.
Gebruik papier dat ondersteund wordt door deze printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
127
Volg de voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat en -type overeenkomen met het werkelijke papierformaat
en -type dat in de printer is geladen.
Gerelateerde informatie
&
“Omgevingsspecicaties” op pagina 153
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 36
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
Papier loopt vast
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Laad één blad papier per keer wanneer u meerdere bladen laadt.
Gerelateerde informatie
& “Vastgelopen papier verwijderen” op pagina 125
&
“Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Papier wordt schuin ingevoerd
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
Er worden meerdere vellen papier tegelijk uitgevoerd
Laad één vel papier per keer.
Wanneer er verschillende bladen tegelijk worden ingevoerd tijdens handmatig dubbelzijdig afdrukken, haalt u
al het papier uit de printer voordat u het opnieuw laadt.
Geen papiertoevoer
Laad niet meer dan het maximale aantal pagina's voor de specieke papiersoort. Let er bij gewoon papier op dat
het niet boven de streep met het driehoekje op de zijgeleider komt.
Als u het reinigingsblad hebt dat is meegeleverd bij het originele Epson-papier, kunt u het gebruiken voor het
reinigen van de roller binnenin de printer.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Het papiertraject reinigen” op pagina 100
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
128
Foutmelding papier op verschijnt
Als er een foutmelding over lege papierladen optreedt, hoewel er papier in de papiertoevoer achter zit, laad het
papier dan opnieuw tegen de rechterzijde van de papiertoevoer achter.
Problemen met stroomtoevoer en bedieningspaneel
De stroom wordt niet ingeschakeld
Controleer of het netsnoer goed in het stopcontact zit.
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt.
De stroom wordt niet uitgeschakeld
Houd de knop
P
iets langer ingedrukt. Als de printer ook hiermee niet uitgaat, haalt u de stekker uit het
stopcontact. Zet de printer weer aan en zet deze vervolgens uit door op de knop
P
te drukken om te voorkomen
dat de printkop uitdroogt.
Het display wordt donker
De printer staat in slaapstand. Druk op een willekeurige knop op het bedieningspaneel om het display weer te
activeren.
Kan niet afdrukken vanaf een computer
Installeer de printerdriver.
Sluit de USB-kabel goed aan tussen printer en computer.
Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan.
Als u niet kunt afdrukken via een netwerk, raadpleegt u de pagina waarin de netwerkverbinding vanaf de
computer wordt beschreven.
Als u een aeelding afdrukt die uit een grote hoeveelheid gegevens bestaat, kan de computer een tekort aan
geheugen ondervinden. Druk de aeelding af op een lagere resolutie of een kleiner formaat.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
129
In Windows, klik op Wac htrij op het tabblad Hulpprogramma's van de printerdriver en controleer het
volgende.
Controleer of er gepauzeerde afdruktaken zijn.
Annuleer het afdrukken indien nodig.
Zorg ervoor dat de printer niet oine of in wachtstand staat.
Als de printer oine is of in wachtstand staat, schakel de relevante instelling dan uit via het menu Printer.
Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd als standaardprinter via het menu Printer (er moet een vinkje op
het item staan).
Als de printer niet als standaardprinter is geselecteerd, stelt u deze in als de standaardprinter.
Zorg ervoor dat de printerpoort goed is geselecteerd in Eigenschappen > Poort in het menu Printer. Dit
gaat als volgt.
Selecteer "USBXXX" voor een USB-verbinding of "EpsonNet Print Port" voor een netwerkverbinding.
Zorg er bij Mac OS X voor dat de printerstatus niet Pauze is.
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen), en dubbelklik dan op de printer. Als de printer is gepauzeerd, klikt u op Hervatten (of Doorgaan
met afdrukken).
Gerelateerde informatie
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
&
“Een computer verbinden” op pagina 21
&
“Afdrukken annuleren” op pagina 71
Wanneer u de netwerkinstellingen niet kunt
congureren
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de
apparaten in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de
printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt
anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te congureren.
Selecteer Instellingen > Netwerkinstellingen > Verbindingscontrole en druk vervolgens het
netwerkverbindingsrapport af. Als er een fout is opgetreden, controleer dan het netwerkverbindingsrapport en
volg de afgedrukte oplossingen.
Gerelateerde informatie
&
“Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de netwerkinstellingen correct zijn” op pagina 130
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 28
Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de
netwerkinstellingen correct zijn
Als u geen verbinding kunt maken tussen de computer of het smart device en de printer terwijl er geen fouten
worden weergegeven in het netwerkverbindingsrapport, controleert u het volgende.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
130
Wanneer u tegelijkertijd meerdere toegangspunten gebruikt, kunt u de printer mogelijk niet gebruiken vanaf de
computer of het smart device vanwege de instellingen van de toegangspunten. Verbind de computer of het
smart device met hetzelfde toegangspunt als de printer.
Mogelijk kunt u geen verbinding maken met het toegangspunt wanneer dit meerdere SSID's hee en de
apparaten zijn verbonden met andere SSID's op hetzelfde toegangspunt. Verbind de computer of het smart
device via hetzelfde SSID als de printer.
Een toegangspunt dat compatibel is met zowel IEEE802.11a als IEEE802.11g hee een SSID voor 2,4 GHz en 5
GHz. Als u de computer of het smart device verbindt via een 5GHz-SSID, kunt u geen verbinding maken met de
printer omdat deze alleen communicatie via 2,4 GHz ondersteunt. Verbind de computer of het smart device via
hetzelfde SSID als de printer.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
131
De meeste toegangspunten hebben een functie voor privacyscheiding waarmee communicatie vanaf niet
geautoriseerde apparaten wordt geblokkeerd. Als u geen verbinding kunt maken met het netwerk terwijl de
apparaten en het toegangspunt zijn verbonden via hetzelfde SSID, schakelt u de privacyscheiding op het
toegangspunt uit. Zie voor meer informatie de bij het toegangspunt geleverde handleiding.
Gerelateerde informatie
& “De SSID controleren waarmee de printer is verbonden” op pagina 132
& “De SSID voor de computer controleren” op pagina 132
De SSID controleren waarmee de printer is verbonden
U kunt de SSID controleren door een netwerkverbindingsrapport of netwerkstatusvel af te drukken of in Web
Cong.
De SSID voor de computer controleren
Windows
Selecteer Bedieningspaneel > Netwerk en internet > Netwerkcentrum.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
132
Mac OS X
Klik op het Wi-Fi-pictogram boven in het computerscherm. Er wordt een lijst met SSID's weergegeven en de
verbonden SSID is gemarkeerd met een vinkje.
De printer kan opeens niet afdrukken via een
netwerkverbinding
Wanneer u een ander toegangspunt in gebruik hebt genomen of van provider bent gewisseld, stelt u de
netwerkverbindingen voor de printer opnieuw in. Verbind de computer of het smart device via hetzelfde SSID
als de printer.
Schakel de apparaten die u met het netwerk wilt verbinden uit. Wacht circa 10 seconden en schakel de
apparaten in de volgende volgorde weer in: het toegangspunt, de computer of het smart device en tenslotte de
printer. Verklein de afstand tussen de printer en de computer of het smart device enerzijds en het toegangspunt
anderzijds om de radiocommunicatie te vereenvoudigen, en probeer vervolgens opnieuw de
netwerkinstellingen te
congureren.
Klik in Windows op Wa cht rij op het tabblad Hulpprogramma's van de printerdriver en controleer de volgende
zaken.
Controleer of er gepauzeerde afdruktaken zijn. Annuleer het afdrukken indien nodig.
Zorg ervoor dat de printer niet oine of in wachtstand staat. Als de printer oine is of in wachtstand staat,
schakel de relevante instelling dan uit via het menu Printer.
Zorg ervoor dat de printer is geselecteerd als standaardprinter via het menu Printer (er moet een vinkje op
het item staan).
Als de printer niet als standaardprinter is geselecteerd, stelt u deze in als de standaardprinter.
Controleer of de juiste poort is geselecteerd in Eigenschappen van printer > Poort
Selecteer Instellingen > Netwerkinstellingen > Verbindingscontrole en druk vervolgens het
netwerkverbindingsrapport af. Als uit het rapport blijkt dat er geen netwerkverbinding tot stand is gebracht,
controleert u het netwerkverbindingsrapport en volgt u de afgedrukte oplossingen.
Probeer op de computer een internetpagina te openen om te controleren of de netwerkinstellingen van de
computer correct zijn. Als u geen internetpagina's kunt openen, is er probleem met de computer. Raadpleeg de
handleiding die bij uw computer is geleverd voor meer informatie.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
133
Gerelateerde informatie
& “De SSID controleren waarmee de printer is verbonden” op pagina 132
& “De SSID voor de computer controleren” op pagina 132
& “Berichten en oplossingen op het netwerkverbindingsrapport” op pagina 28
& “Kan geen verbinding maken vanaf apparaten terwijl de netwerkinstellingen correct zijn” op pagina 130
De printer kan opeens niet afdrukken via een USB-
verbinding
Koppel de USB-kabel los van de computer. Klik met de rechtermuisknop op het printerpictogram op de
computer en selecteer Apparaat verwijderen. Sluit vervolgens de USB-kabel aan op de computer en druk een
testpagina af. Als het afdrukken lukt, is de installatie voltooid.
Stel de USB-verbinding opnieuw in door de stappen in [Een verbindingsmethode met een computer wijzigen]
in deze handleiding te volgen.
Gerelateerde informatie
& “De verbindingsmethode met een computer wijzigen” op pagina 32
Kan niet afdrukken vanaf een iPhone of iPad
Verbind de iPhone of iPad met hetzelfde netwerk (SSID) als de printer.
Schakel Papierconguratie in de volgende menu's in.
Instellingen > Printerinstallatie > Papierbroninst. >
Papierconguratie
Schakel de instelling AirPrint in Web Cong in.
Gerelateerde informatie
& “Een smart device verbinden” op pagina 23
& “Web Cong” op pagina 108
Het afdrukken is gepauzeerd
Als u een aeelding afdrukt die uit een grote hoeveelheid gegevens bestaat, kan het afdrukken worden gepauzeerd
en kan het papier worden uitgeworpen. Druk de aeelding af op een lagere resolutie of een kleiner formaat.
Afdrukproblemen
De afdruk is gekrast of er ontbreken kleuren
Als u de printer langere tijd niet hebt gebruikt, kunnen de spuitkanaaltjes van de printkop verstopt raken en
worden inktdruppels mogelijk niet doorgelaten. Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er
spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
134
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 97
Er verschijnen strepen of onverwachte kleuren
De spuitkanaaltjes van de printkop zijn mogelijk verstopt. Voer een spuitkanaaltjescontrole uit om na te gaan of de
printkoppen verstopt zijn. Reinig de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zijn.
Gerelateerde informatie
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 97
Gekleurde streepvorming zichtbaar met een tussenafstand van
ongeveer 2.5 cm
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Lijn de printkop uit vanaf een computer.
Wanneer u afdrukt op gewoon papier, drukt u af met een hogere kwaliteitsinstelling.
Gerelateerde informatie
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
& De printkop uitlijnen - Windows” op pagina 100
& “De printkop uitlijnen - Mac OS X” op pagina 100
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
135
Onscherpe afdrukken, verticale strepen of verkeerde uitlijning
Lijn de printkop uit.
Gerelateerde informatie
& “De printkop uitlijnen” op pagina 99
De afdrukkwaliteit verbetert niet, zelfs na het uitlijnen van de printkop
Tijdens bidirectioneel afdrukken (of afdrukken met hoge snelheid), drukt de printkop in beide richtingen af en
worden verticale lijnen mogelijk niet goed uitgelijnd. Als de afdrukkwaliteit niet verbetert, schakel dan de instelling
voor bidirectioneel afdrukken (of afdrukken met hoge snelheid) uit. Als u deze instelling uitschakelt, kan de
afdruksnelheid afnemen.
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Hoge snelheid in het tabblad Meer opties van de printerdriver.
Mac OS X
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen), en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver). Selecteer Uit voor
Afdrukken met hoge snelheid.
Afdrukkwaliteit is slecht
Controleer het volgende als de afdrukkwaliteit slecht is vanwege wazige afdrukken, zichtbare strepen, ontbrekende
kleuren, vervaagde kleuren en verkeerde uitlijning op de afdrukken.
Gebruik papier dat door deze printer wordt ondersteund.
Selecteer de geschikte papiertype-instelling voor het papiertype dat in de printer is geladen.
Niet afdrukken op papier dat vochtig, beschadigd of te oud is.
Druk het papier of de enveloppe plat als het papier gekruld is of de enveloppe lucht bevat.
Voer een spuitstukcontrole uit en reinig dan de printkop als er spuitkanaaltjes van de printkop verstopt zitten.
Lijn de printkop uit.
Druk af met een hogere kwaliteit als instelling.
Het papier niet meteen stapelen na het afdrukken.
Laat de afdrukken volledig drogen voor u ze wegsteekt of uitstalt. Vermijd direct zonlicht, gebruik geen droger
en raak de afgedrukte zijde van het papier niet aan tijdens het drogen van de afdrukken.
Epson raadt aan om origineel Epson-papier te gebruik in plaats van gewoon papier voor het afdrukken van
aeeldingen of foto's. Druk op de afdrukbare zijde van het originele Epson-papier.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
136
Gebruik bij voorkeur originele Epson-cartridges. Dit product is ontworpen om kleuren aan te passen gebaseerd
op het gebruik van originele Epson-cartridges. De afdrukkwaliteit kan verslechteren wanneer niet-originele
cartridges worden gebruikt.
Epson raadt aan de cartridge te gebruiken vóór de datum die op de verpakking wordt vermeld.
U krijgt de beste resultaten als u de cartridge verbruikt binnen zes maanden na het openen van de verpakking.
Gerelateerde informatie
& “Beschikbaar papier en capaciteiten” op pagina 37
& “Lijst met papiertypes” op pagina 38
& Voorzorgsmaatregelen voor papierverwerking” op pagina 36
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 97
& “De printkop uitlijnen” op pagina 99
Papier vertoont vlekken of is bekrast
Wanneer u horizontale streepvorming ziet of wanneer u vlekken krijgt op de boven- of onderkant van het
papier, laad het papier dan in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen het papier.
Wanneer u verticale streepvorming ziet, reinig dan het papiertraject.
Plaats het papier op een vlakke ondergrond om te controleren of het is opgekruld. Maak het plat indien dit het
geval is.
Zorg ervoor dat de inkt volledig gedroogd is voordat u het papier opnieuw laadt bij het handmatig dubbelzijdig
afdrukken.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Het papiertraject reinigen” op pagina 100
Afgedrukte foto's zijn plakkerig
Mogelijk drukt u af op de verkeerde zijde van het papier. Controleer of u op de afdrukzijde afdrukt.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
137
Wanneer u op de verkeerde zijde van fotopapier afdrukt, moet u de papierbaan reinigen.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject reinigen” op pagina 100
Afbeeldingen of foto's worden afgedrukt met de verkeerde kleuren
Bij het afdrukken vanuit het Windows-printerstuurprogramma, wordt de automatische fotoaanpassingsinstelling
van Epson standaard toegepast, aankelijk van de papiersoort. Pas de instelling eventueel aan.
Selecteer op het tabblad Meer opties Aangepast in Kleurcorrectie, en klik vervolgens op Geavanceerd. Wijzig de
instelling Scènecorrectie in Automat. correctie naar een van de andere opties. Als aanpassing van deze instelling
niet werkt, gebruik dan een andere kleurcorrectiemethode dan PhotoEnhance in Kleurenbeheer.
Gerelateerde informatie
& “De afdrukkleur aanpassen” op pagina 67
De kleuren verschillen van wat u op het scherm ziet
Weergaveapparaten zoals computerschermen hebben hun eigen weergave-eigenschappen. Als het scherm niet
goed is gekalibreerd, wordt de aeelding niet met de juiste helderheid en kleuren weergegeven. Pas de
eigenschappen van het apparaat aan.
Licht dat op het scherm schijnt, hee invloed op de manier waarop de aeelding op het scherm wordt
weergegeven. Vermijd direct zonlicht en bevestig de
aeelding
wanneer u zeker bent van een juiste belichting.
Kleuren kunnen afwijken van wat u ziet op een smart device zoals een smartphone of tablet met een hoog-
resolutiescherm.
De kleuren op een scherm zijn niet precies hetzelfde als de kleuren op papier omdat het weergaveapparaat en de
printer verschillende processen voor het produceren van kleuren hebben.
Kan niet afdrukken zonder marges
Geef in de afdrukinstellingen aan dat u randloos wilt afdrukken. Als u een papiertype selecteert waarbij randloos
afdrukken niet mogelijk is, kunt u Randloos niet selecteren. Selecteer een papiertype dat randloos afdrukken
ondersteunt.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor de modus Foto's afdrukken” op pagina 50
& “Menuopties voor de modus Kopiëren” op pagina 73
& “Basisprincipes van printer — Windows” op pagina 51
& “Basisprincipes van printer — Mac OS X” op pagina 52
Randen van de afbeelding vallen weg bij het randloos afdrukken
Tijdens randloos afdrukken wordt de aeelding iets vergroot en het uitstekende gebied bijgesneden. Selecteer een
kleinere vergroting.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
138
Wi n d o w s
Klik op Instellingen naast het selectievakje Randloos op het tabblad Hoofdgroep van de printerdriver en wijzig
vervolgens de instellingen.
Mac OS X
Pas de instelling Uitbreiding aan in het menu Printerinstellingen van het afdrukvenster.
Positie, formaat of marges van de afdruk zijn niet juist
Laad het papier in de juiste richting en schuif de zijgeleiders tegen de randen van het papier aan.
Bij het plaatsen van de originelen op de scannerglasplaat moet u de hoek van het origineel uitlijnen met de hoek
die aangeduid is d.m.v. een symbool op de rand van de scannerglasplaat. Als de randen van de kopie
bijgesneden zijn, verschui u het origineel wat weg van de hoek.
Wanneer u de originelen op de scannerglasplaat legt, reinig dan de scannerglasplaat en het documentdeksel.
Vlekken en stof op het glas kunnen in het kopieergedeelte worden opgenomen, wat een verkeerde
kopieerpositie of kleine aeelding tot gevolg kan hebben.
Selecteer de juiste instelling voor het papierformaat.
Pas de marge-instelling in de toepassing aan zodat deze binnen het afdrukgebied valt.
Gerelateerde informatie
& “Papier in de Papiertoevoer achter laden” op pagina 38
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 101
& “Afdrukgebied” op pagina 148
Afgedrukte tekens zijn niet juist of onleesbaar
Sluit de USB-kabel goed aan tussen de printer en de computer.
Annuleer gepauzeerde afdruktaken.
Zet de computer niet handmatig in de Stand-by- of Slaap-stand tijdens het afdrukken. Als u de computer terug
opstart, worden er mogelijk onleesbare pagina's afgedrukt.
Gerelateerde informatie
& Afdrukken annuleren” op pagina 71
De afgedrukte afbeelding is omgekeerd
Hef de selectie van instellingen voor het spiegelen van aeeldingen op in de printerdriver of de toepassing.
Wi n d o w s
Hef de selectie op van Spiegel
aeelding
op het tabblad Meer opties van de printerdriver.
Mac OS X
Hef de selectie op van Spiegel aeelding in het menu Printerinstellingen van het afdrukdialoog.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
139
Mozaïekachtige patronen op de afdrukken
Gebruik gegevens met een hoge resolutie als u aeeldingen of foto's afdrukt. Aeeldingen op websites gebruiken
meestal een lage resolutie terwijl ze goed lijken op de display. Hierdoor kan de afdrukkwaliteit afnemen.
Op de gekopieerde afdruk verschijnen ongelijke kleuren, vegen,
vlekken of rechte lijnen
Reinig het papiertraject.
Reinig de scannerglasplaat.
Druk niet te hard op het originele bestand of het documentdeksel wanneer u de originelen op de
scannerglasplaat legt.
Wanneer er vlekken op het papier zijn, verlaagt u de instelling voor de kopieerdichtheid.
Gerelateerde informatie
& “Het papiertraject reinigen” op pagina 100
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 101
& “Menuopties voor de modus Kopiëren” op pagina 73
Er verschijnt een webachtig patroon (ook wel "moiré" genoemd) op
de gekopieerde afbeelding
Verander de instelling voor vergroten en verkleinen of plaats het origineel onder een iets andere hoek.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor de modus Kopiëren” op pagina 73
De achterkant van het origineel is te zien op de gekopieerde
afbeelding
Plaats een dun origineel op de scannerglasplaat en leg hier vervolgens een vel zwart papier overheen.
Verlaag de instelling voor de kopieerdichtheid op het bedieningspaneel.
Gerelateerde informatie
& “Menuopties voor de modus Kopiëren” op pagina 73
Het probleem kon niet worden opgelost
Als u alle onderstaande oplossingen hebt geprobeerd en het probleem is nog steeds niet opgelost, verwijder dan de
printerdriver en installeer deze opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 119
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
140
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Overige afdrukproblemen
Afdrukken verloopt te traag
Sluit alle onnodige toepassingen.
Stel een lagere kwaliteit in. Afdrukken met hoge kwaliteit duurt langer.
Schakel de bidirectionele (of hogesnelheids-)instelling in. Wanneer deze instelling is geselecteerd, drukt de
printkop in beide richtingen af, en verhoogt de afdruksnelheid.
Wi n d o w s
Selecteer Hoge snelheid op het tabblad Meer opties van de printerdriver.
Mac OS X
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
Selecteer Aan voor Afdrukken met hoge snelheid.
Schakel Stille modus uit.
Bedieningspaneel
In het startscherm selecteert u Stille modus en schakelt u deze functie vervolgens uit.
Wi n d o w s
Selecteer Uit bij Stille modus op het tabblad Hoofdgroep van de printerdriver.
Mac OS X
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en faxen) en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver).
Selecteer Uit voor Stille modus.
Afdrukken vertraagt aanzienlijk tijdens het continu afdrukken
Het afdrukken wordt vertraagd om te voorkomen dat het printermechanisme oververhit en beschadigd raakt. Het
afdrukken kan echter worden voortgezet. Als u de normale afdruksnelheid wilt herstellen, laat u de printer
minstens 30 minuten aoelen. De afdruksnelheid gaat niet terug naar normale snelheid als de printer is
uitgeschakeld.
Kan het afdrukken niet annuleren vanaf een computer met Mac OS
X 10.6.8
Geef de volgende instellingen op als u het afdrukken vanaf de computer wilt stoppen.
Voer Web Cong uit en selecteer vervolgens Port9100 als instelling bij Protocol Topprioriteit in AirPrint
instellen. Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen,
Afdrukken en scannen), verwijder de printer en voeg de printer opnieuw toe.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
141
Gerelateerde informatie
& “Web Cong” op pagina 108
Kan niet beginnen met scannen
Sluit de USB-kabel goed aan tussen printer en computer.
Als u een USB-hub gebruikt, sluit u de printer direct op de computer aan.
Als u op een hoge resolutie scant via een netwerk, kan een communicatiefout optreden. Verlaag de resolutie.
Zorg ervoor dat u de juiste printer (scanner) selecteert als een lijst met scanners verschijnt wanneer u Epson
Scan 2 start.
Controleer of de juiste printer (scanner) is geselecteerd in Epson Scan 2.
Als u TWAIN-toepassingen gebruikt, selecteert u de printer (scanner) die u gebruikt.
Controleer in Windows of de printer (scanner) in Scanner en camera's wordt weergegeven. De printer
(scanner) moet worden weergegeven als "EPSON XXXXX (printernaam)". Als de printer (scanner) niet wordt
weergegeven, verwijdert u Epson Scan 2 en installeert u de toepassing opnieuw. Zie het volgende om Scanners
en camera's te openen.
Win d ow s 1 0
Rechtsklik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm, voer "Scanner en Camera" in het zoekvak in,
klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Windows 8.1/Windows 8
Selecteer Bureaublad > Instellingen > Conguratiescherm, voer "Scanner en camera's" in het zoekvak in,
klik op Scanners en camera's weergeven en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Win d ow s 7
Klik op de knop Start en selecteer Conguratiescherm, voer "Scanners en camera's" in het zoekvak
Scanners en camera's weergeven in en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Win d ow s Vis t a
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Hardware en geluiden > Scanners en camera's en
controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Win d ow s X P
Klik op de knop Start, selecteer Conguratiescherm > Printers en andere hardware > Scanners en
camera's en controleer vervolgens of de printer wordt weergegeven.
Als u niet kunt scannen met TWAIN-toepassingen, verwijdert u de TWAIN-toepassing en installeert u deze
opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 119
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Kan scannen niet starten via bedieningspaneel
Controleer of Epson Scan 2 en Epson Event Manager goed zijn geïnstalleerd.
Controleer de scaninstelling die in Epson Event Manager is toegewezen.
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
142
Gerelateerde informatie
& “Epson Scan 2 (scannerstuurprogramma)” op pagina 116
& Epson Event Manager” op pagina 117
Problemen met gescande afbeeldingen
Ongelijke kleuren, vuil, vlekken, enzovoort worden weergegeven
bij scannen vanaf de glasplaat van de scanner
Reinig de glasplaat van de scanner.
Verwijder al het afval of vuil dat blij kleven aan het origineel.
Druk niet met teveel kracht op het origineel of de documentklep. Als u met teveel kracht drukt, kunnen
vervagingen, vegen en vlekken optreden.
Gerelateerde informatie
& De Scannerglasplaat reinigen” op pagina 101
De afbeeldingskwaliteit is ruw
Stel de Modus in Epson Scan 2 in op basis van het origineel dat u wilt scannen. Scan met de instellingen voor
documenten in Documentmodus en met de instellingen voor foto's in Fotomodus.
Pas in Epson Scan 2 de
aeelding
aan met de items op het tabblad Geavanceerde instellingen en scan het
document.
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
&
“Scannen met Epson Scan 2” op pagina 79
De oset schijnt door in de achtergrond van afbeeldingen
Aeeldingen op de achterzijde van het origineel kunnen zichtbaar zijn in de gescande aeelding.
Selecteer in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en pas vervolgens de Helderheid aan.
Deze functie is mogelijk niet beschikbaar, aankelijk van de instellingen op het tabblad Hoofdinstellingen >
Beeldtype of andere instellingen op het tabblad Geavanceerde instellingen.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verbeteren.
Wanneer u scant vanaf de glasplaat, plaatst u dan een vel zwart papier of een schrijlok op het origineel.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 79
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
143
De tekst is onscherp
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verbeteren.
Selecteer Documentmodus als Modus in Epson Scan 2. Scan met de instellingen voor documenten in
Documentmodus.
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, worden zwarte gedeelten groter.
Als de resolutie te laag is, verhoogt u de resolutie en scant u opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 79
Er verschijnt moiré (webachtige schaduwen)
Als het origineel een afgedrukt document is, verschijnt in de gescande aeelding mogelijk moiré (webachtige
schaduwen).
Stel op het tabblad Geavanceerde instellingen tab in Epson Scan 2 de optie Ontrasteren in.
Wijzig de resolutie en scan de aeelding opnieuw.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 79
Kan het juiste gebied niet scannen op de glasplaat
Zorg dat het origineel correct tegen het uitlijningsteken is geplaatst.
Als de rand van de gescande
aeelding
ontbreekt, verplaatst u het origineel iets naar het midden van de
glasplaat.
Wanneer u meerdere originelen op de glasplaat plaatst, houd dan een ruimte van ten minste 20 mm (0,79 inch)
aan tussen de originelen.
Wanneer u vanaf het bedieningspaneel scant en de functie voor automatisch bijsnijden selecteert, verwijder dan
eventueel aanwezig stof of vuil van de glasplaat en het deksel. Als zich rond het origineel stof of vuil bevindt,
wordt het scanbereik zodanig vergroot dat het stof of vuil ook wordt gescand.
Gerelateerde informatie
& “Originelen op de Scannerglasplaat plaatsen” op pagina 43
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
144
Kan geen voorbeeld weergeven in Thumbnail
Bij het plaatsen van meerdere originelen op de glasplaat van de scanner, moet u ervoor zorgen dat er een
afstand van tenminste 20 mm (0,79 in.) aanwezig is tussen de originelen.
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Aankelijk
van het origineel kan de voorbeeldweergave wellicht niet worden uitgevoerd in
umbnail
. In deze
situatie scant u in Normaal voorbeeldweergave en maak vervolgens handmatig lichtkrantelementen aan.
Gerelateerde informatie
& “Foto's of
aeeldingen
scannen (Fotomodus)” op pagina 81
Tekst wordt niet correct herkend wanneer ik opsla als een
Searchable PDF
Controleer in het venster Aeeldingsformaatopties in Epson Scan 2 of de Taal correct is ingesteld op het
tabblad Te ks t.
Controleer of het origineel recht is geplaatst.
Gebruik een origineel met duidelijk leesbare tekst. Tekstherkenning kan bij de volgende soorten originelen
weigeren.
Originelen die een aantal keer zijn gekopieerd
Originelen die per fax zijn ontvangen (met een lage resolutie)
Originelen waarvan de letter- of regelafstand te klein is
Originelen met lijnen of onderstreping
Originelen met handgeschreven tekst
Originelen met vouwen of kreukels
Wanneer in Documentmodus in Epson Scan 2 de optie Beeldtype op het tabblad Hoofdinstellingen is
ingesteld op Zwart-wit, past u de optie Drempelwaarde op het tabblad Geavanceerde instellingen aan.
Wanneer u de Drempelwaarde verhoogt, wordt zwart dieper.
Selecteer in Documentmodus in Epson Scan 2 het tabblad Geavanceerde instellingen en vervolgens
Beeldoptie > Tekst verbeteren.
Gerelateerde informatie
& “Documenten scannen (Documentmodus)” op pagina 79
Problemen in gescande afbeelding kunnen niet worden opgelost
Als u alle oplossingen al hebt geprobeerd, maar het probleem nog steeds niet hebt opgelost, herstelt u de
standaardinstellingen van Epson Scan 2 met Epson Scan 2 Utility.
Opmerking:
Epson Scan 2 Utility is een toepassing die bij Epson Scan 2 wordt geleverd.
1. Start Epson Scan 2 Utility.
Win d ow s 1 0
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
145
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle apps > EPSON > Epson Scan 2 Utility.
Windows 8.1/Windows 8
Voer de naam van de toepassing in de charm Zoeken in en selecteer vervolgens het weergegeven pictogram.
Windows 7/Windows Vista/Windows XP
Klik op de knop Start en selecteer vervolgens Alle programma's of Programma's > EPSON > Epson Scan
2 > Epson Scan 2 Utility.
Mac OS X
Selecteer Ga > To ep a ssi ng en > Epson Soware > Epson Scan 2 Utility.
2. Selecteer het tabblad Andere.
3. Klik op Reset.
Opmerking:
Als het probleem niet wordt opgelost door het herstellen van de standaardinstellingen, verwijdert u Epson Scan 2 en
installeert u het programma opnieuw.
Gerelateerde informatie
& Toepassingen verwijderenop pagina 119
& “Toepassingen installeren” op pagina 121
Andere scanproblemen
Scannen verloopt te traag
Verlaag de resolutie.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 79
Scannen stopt bij het scannen naar een PDF/Multi-TIFF
Wanneer u scant met Epson Scan 2, kunt u continu maximaal 999 pagina's in PDF-indeling en 200 pagina's in
Multi-TIFF-indeling scannen.
We raden aan om in grijstinten te scannen bij het scannen van grote hoeveelheden.
Zorg voor genoeg beschikbare ruimte op de harde schijf van de computer. Het scannen kan ophouden als er niet
genoeg beschikbare ruimte is.
Probeer op een lagere resolutie te scannen. Het scannen stopt als de maximaal toegelaten gegevensgrootte wordt
overschreden.
Gerelateerde informatie
& “Scannen met Epson Scan 2” op pagina 79
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
146
Overige problemen
Lichte elektrische schok wanneer u de printer aanraakt
Als er vele randapparaten op de computer zijn aangesloten, kunt u een lichte elektrische schok krijgen wanneer u
de printer aanraakt. Installeer een aardingskabel naar de computer die op de printer is aangesloten.
Printer maakt veel lawaai tijdens werking
Als de printer te veel lawaai maakt, schakel dan Stille modus in. Met deze functie ingeschakeld ligt de
afdruksnelheid mogelijk lager.
Aankelijk
van de door u gekozen instellingen voor het papiertype en de
afdrukkwaliteit, merkt u mogelijk niet veel verschil in het geluid dat de printer produceert.
Bedieningspaneel
In het startscherm selecteert u Stille modus en schakelt u deze functie vervolgens in.
Wi n d o w s
Schakel Stille modus in op het tabblad Hoofdgroep van de printerdriver.
Mac OS X
Selecteer Systeemvoorkeuren in het menu
> Printers en scanners (of Afdrukken en scannen, Afdrukken
en faxen) en selecteer dan de printer. Klik op Opties en toebehoren > Opties (of Driver). Selecteer Aan voor
Stille modus.
Kan gegevens niet opslaan op een geheugenkaart
Gebruik een geheugenkaart die door de printer wordt ondersteund.
Controleer of de geheugenkaart niet tegen schrijven is beveiligd.
Controleer of er voldoende ruimte vrij is op de geheugenkaart. Als er niet voldoende geheugen is, kunnen de
gegevens niet worden opgeslagen.
Gerelateerde informatie
& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 152
Software wordt geblokkeerd door een
rewall
(alleen Windows)
Maak van de toepassing een door Windows Firewall toegelaten programma in de beveiligingsinstellingen in het
Conguratiescherm
.
'?' wordt weergegeven in het fotoselectiescherm
Wanneer het aeeldingsbestand niet wordt ondersteund door het apparaat, wordt een vraagteken (?) weergegeven
op het LCD-scherm.
Gerelateerde informatie
&
“Ondersteunde
gegevensspecicaties
” op pagina 152
Gebruikershandleiding
Problemen oplossen
147
Bijlage
Technische specicaties
Printer
specicaties
Plaatsing van spuitstuk van printkop Spuitkanaaltjes voor zwarte inkt: 180
Spuitkanaaltjes voor kleureninkt: 59 per kleur
Gewicht van
papier
Gewoon papier 64 tot 90 g/m(17 tot 24 lb)
Enveloppen Envelope #10, DL, C6: 75 tot 90 g/m (20 tot 24 lb)
Afdrukgebied
Afdrukgebied voor losse vellen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
Met rand afdrukken
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 3.0 mm (0.12 in.)
C 40.0 mm (1.57 in.)
D 32.0 mm (1.26 in.)
Randloos afdrukken
A 43.0 mm (1.69 in.)
B 35.0 mm (1.38 in.)
Afdrukgebied voor enveloppen
Afdrukkwaliteit kan afnemen in de gearceerde gedeelten vanwege het printermechanisme.
Gebruikershandleiding
Bijlage
148
A 3.0 mm (0.12 in.)
B 5.0 mm (0.20 in.)
C 18.0 mm (0.71 in.)
D 40.0 mm (1.57 in.)
Scannerspecicaties
Type scanner Flatbed
Foto-elektrisch apparaat CIS
Maximaal documentformaat 216×297 mm (8.5×11.7 in.)
A4, Letter
Resolutie 1200 dpi (normaal scannen)
2400 dpi (geïnterpoleerd scannen)
Kleurdiepte Kleur
48 bits per pixel intern (16 bits per pixel per interne kleur)
24 bits per pixel extern (8 bits per pixel per externe kleur)
Grijswaarden
16 bits per pixel intern
8 bits per pixel extern
Zwart-wit
16 bits per pixel intern
1 bits per pixel extern
Lichtbron LED
Interface-specicaties
Voor computer USB Hi-Speed
Lijst met netwerkfuncties
Functies Ondersteund Opmerkingen
Netwerkinterfaces Ethernet - -
Wi-Fi Infrastructuur -
Ad-hoc - -
Wi-Fi Direct (eenvoudig
toegangspunt)
-
Gebruikershandleiding
Bijlage
149
Functies Ondersteund Opmerkingen
Gelijktijdige
verbinding
Ethernet en Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt) - -
Wi-Fi (infrastructuur) en Wi-Fi Direct (eenvoudig
toegangspunt)
-
Bediening van het
paneel
Wi-Fi instellen Wizard Wi-Fi instellen -
Drukknop(WPS) -
Pincode-instelling -
Wi-Fi autom. verbinden -
Epson iPrint-verbinding - -
Wi-Fi Direct instellen -
Algemene netwerkinstellingen - -
Controleren netwerkverbinding -
Netwerkstatus - -
Afdrukken van een netwerkstatusvel -
Wi-Fi uitschakelen -
De standaardinstellingen herstellen -
Instellen bestandsdeling Alleen
geheugenkaart
Afdrukken via
netwerk
EpsonNet Print (Windows) IPv4 -
Standard TCP/IP
(Windows)
IPv4, IPv6 -
Afdrukken via WSD
(Windows)
IPv4, IPv6 Windows Vista of
later
Afdrukken via Bonjour
(Mac OS X)
IPv4, IPv6 -
IPP afdrukken (Windows,
Mac OS X)
IPv4, IPv6 -
UPnP afdrukken IPv4 - Informatie apparaat
Afdrukken via PictBridge
(Wi-Fi)
IPv4 - Digitale camera
Epson Connect (afdrukken
vanuit e-mail)
IPv4 -
AirPrint (iOS, Mac OS X) IPv4, IPv6 iOS 5 of hoger, Mac
OS X v10.7 of hoger
Google Cloud Print IPv4, IPv6 -
Gebruikershandleiding
Bijlage
150
Functies Ondersteund Opmerkingen
Scannen via het
netwerk
Epson Scan 2 IPv4, IPv6 -
Event Manager IPv4 -
Epson Connect (naar de
cloud scannen)
IPv4 - -
AirPrint (scannen) IPv4, IPv6 Mac OS X v10.9 of
later
ADF (automatisch omkeren) - -
Faxen Fax verzenden IPv4 - -
Fax ontvangen IPv4 - -
AirPrint (faxafdruk) IPv4, IPv6 - Mac OS X v10.8 of
later
Wi-specicaties
Normen
IEEE 802.11b/g/n
*1
Frequentiebereik 2,4 GHz
Maximaal uitgezonden
radiofrequentievermogen
17 dBm (EIRP)
Coördinatiemodi
Infrastructuur, Wi-Fi Direct (eenvoudig toegangspunt)
*2
Draadloze beveiliging
WEP (64/128bit), WPA2-PSK (AES)
*3
*1 In overeenstemming met IEEE 802.11b/g/n of IEEE 802.11b/g afhankelijk van de aankooplocatie.
*2 Niet ondersteund voor IEEE 802.11b.
*3 Voldoet aan WPA2-standaarden met ondersteuning voor WPA/WPA2 Personal.
Beveiligingsprotocol
SSL/TLS HTTPS Server/Client, IPPS
Ondersteunde diensten van derden
AirPrint Afdrukken iOS 5 of hoger/Mac OS X v10.7.x of ho-
ger
Scannen Mac OS X v10.9.x of hoger
Google Cloud Print
Gebruikershandleiding
Bijlage
151
Specicaties externe opslagapparaten
Ondersteunde geheugenkaartspecicaties
Geschikte geheugenkaarten Maximumcapaciteiten
miniSD
*
2 GB
miniSDHC
*
32 GB
microSD
*
2 GB
microSDHC
*
32 GB
microSDXC
*
64 GB
SD 2 GB
SDHC 32 GB
SDXC 64 GB
* Gebruik een geschikte adapter voor de geheugenkaartsleuf. Anders kan de kaart vast komen te zitten.
Ondersteunde spanning
type 3,3 V, tweevoudige spanning (3,3 V en 5 V) (voedingsspanning: 3,3 V)
5 V-geheugenkaarten worden niet ondersteund.
Maximale voedingsstroom: 200 mA
Ondersteunde gegevensspecicaties
Bestandsindeling
JPEG met Exif 2.3 zoals gemaakt door digitale camera's met DCF
*1
1.0 of 2.0
*2
Beeldformaat Horizontaal: 80 tot 10200 pixels
Verticaal: 80 tot 10200 pixels
Bestandsgrootte Minder dan 2 GB
Maximum aantal bestanden 2000
*1 Design rule for Camera File system.
*2 Fotogegevens opgeslagen in het ingebouwde geheugen van een digitale camera niet ondersteund.
Opmerking:
Wanneer de printer het aeeldingsbestand niet herkent, wordt een vraagteken (?) weergegeven op het LCD-scherm. Als u in
dit geval een lay-out met meerdere aeeldingen selecteert, worden lege gedeelten afgedrukt.
Gebruikershandleiding
Bijlage
152
Dimensies
Dimensies Opslagruimte
Breedte: 390 mm (15.4 in.)
Diepte: 300 mm (11.8 in.)
Hoogte: 146 mm (5.7 in.)
Afdrukken
Breedte: 390 mm (15.4 in.)
Diepte: 528 mm (20.8 in.)
Hoogte: 279 mm (11.0 in.)
Gewicht
*
Ongev. 4.3 kg (9.5 lb)
* Zonder de inktpatronen en de stroomkabel.
Elektrische specicaties
Model Model 100 tot 240 V Model 220 tot 240 V
Nominaal frequentiebereik 50 tot 60 Hz 50 tot 60 Hz
Nominale stroom 0.5 tot 0.3 A 0.3 A
Stroomverbruik (met USB-aansluiting) Kopiëren zonder computer: ca. 13.0 W
(ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 4.3 W
Slaapmodus: ca. 1.6 W
Uitschakelen: ca. 0.3 W
Kopiëren zonder computer: ca. 13.0 W
(ISO/IEC24712)
Gereedmodus: ca. 4.3 W
Slaapmodus: ca. 1.6 W
Uitschakelen: ca. 0.3 W
Opmerking:
Controleer het label op de printer voor de juiste spanning.
Omgevingsspecicaties
Gebruik Gebruik de printer in het bereik weergegeven in de volgende graek.
Temperatuur: 10 tot 35 °C (50 tot 95 °F)
Luchtvochtigheid: 20 tot 80% RV (zonder condensatie)
Opslag
Temperatuur: -20 tot 40 °C (-4 tot 104 °F)
*
Luchtvochtigheid: 5 tot 85% RV (zonder condensatie)
Gebruikershandleiding
Bijlage
153
* Opslag bij 40 °C (104 °F) is mogelijk voor één maand.
Milieuspecicaties voor de inktpatronen
Opslagtemperatuur
-30 tot 40 °C (-22 tot 104 °F)
*
Vriestemperatuur -16 °C (3.2 °F)
De inkt ontdooit en is na ca. 3 uur bij 25 °C (77 °F) bruikbaar.
* Opslag bij 40 °C (104 °F) is mogelijk voor één maand.
Systeemvereisten
Windows 10 (32-bits, 64-bits)/Windows 8.1 (32-bits, 64-bits)/Windows 8 (32-bits, 64-bits)/Windows 7 (32-bits,
64-bits)/Windows Vista (32-bits, 64-bits)/Windows XP SP3 of hoger (32-bits)/Windows XP Professional x64
Edition SP2 of hoger
Mac OS X v10.11.x/Mac OS X v10.10.x/Mac OS X v10.9.x/Mac OS X v10.8.x/Mac OS X v10.7.x/Mac OS X
v10.6.8
Opmerking:
Mac OS X biedt mogelijk geen ondersteuning voor sommige toepassingen en functies.
Het UNIX-bestandssysteem (UFS) voor Mac OS X wordt niet ondersteund.
Regelgevingsinformatie
Normen en goedkeuringen
Normen en goedkeuringen voor Europees model
Voor gebruikers in Europa
Seiko Epson Corporation verklaart hierbij dat de volgende radioapparatuur voldoet aan Richtlijn 2014/53/EU. De
volledige tekst van de Verklaring van conformiteit met EU-richtlijnen is beschikbaar via de volgende website.
http://:www.epson.eu/conformity
C462U
Alleen voor gebruik in Ierland, Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Duitsland, Liechtenstein, Zwitserland, Frankrijk,
België, Luxemburg, Nederland, Italië, Portugal, Spanje, Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden, IJsland,
Kroatië, Cyprus, Griekenland, Slovenië, Malta, Bulgarije, Tsjechië, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Polen,
Roemenië en Slowakije.
Epson aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid wanneer aan de beschermingsvereisten
areuk
wordt gedaan
ten gevolge van een niet-geautoriseerde wijziging aan de producten.
Gebruikershandleiding
Bijlage
154
Beperkingen op het kopiëren
Voor een verantwoord en legaal gebruik van de printer moet eenieder die ermee werkt rekening houden met de
volgende beperkingen.
Het kopiëren van de volgende zaken is wettelijk verboden:
Bankbiljetten, muntstukken en door (lokale) overheden uitgegeven eecten.
Ongebruikte postzegels, reeds van een postzegel voorziene brieaarten en andere ociële, voorgefrankeerde
poststukken.
Belastingzegels en
eecten
uitgegeven volgens de geldende
voorschrien.
Pas op bij het kopiëren van de volgende zaken:
Privé-eecten (zoals aandelen, waardepapieren en cheques), concessiebewijzen enzovoort.
Paspoorten, rijbewijzen, pasjes, tickets enzovoort.
Opmerking:
Het kopiëren van deze zaken kan ook wettelijk verboden zijn.
Verantwoord gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal:
Misbruik van printers is mogelijk door auteursrechtelijk beschermd materiaal zomaar te kopiëren. Tenzij u op
advies van een geïnformeerd advocaat handelt, dient u verantwoordelijkheidsgevoel en respect te tonen door eerst
toestemming van de copyrighteigenaar te verkrijgen voordat u gepubliceerd materiaal kopieert.
De printer vervoeren
Wanneer u de printer wilt vervoeren voor bijvoorbeeld een verhuizing of reparatie, volg dan de onderstaande
stappen.
c
Belangrijk:
Zorg er bij opslag of transport van de printer voor dat deze niet gekanteld, verticaal of ondersteboven wordt
gehouden, anders kan er inkt lekken.
Laat de cartridges zitten. Als u de cartridges verwijdert, kan de printkop indrogen, waardoor afdrukken niet
meer mogelijk is.
1. Druk op
P
om de printer uit te zetten.
2. Controleer of het aan-uitlampje doo en trek de stekker uit het stopcontact.
c
Belangrijk:
Haal het netsnoer uit het stopcontact als het aan-uitlampje gedoofd is. Anders keert de printkop niet terug naar
de uitgangspositie, waardoor de inkt uitdroogt en afdrukken niet meer mogelijk is.
3. Maak alle kabels, zoals het netsnoer en de USB-kabel, los.
4. Zorg ervoor dat er geen geheugenkaart is geplaatst.
5. Haal al het papier uit de printer.
6. Zorg ervoor dat de printer geen originelen bevat.
Gebruikershandleiding
Bijlage
155
7. Open de scannereenheid met het documentdeksel gesloten. Zet de cartridgehouder met tape vast aan de
behuizing.
8. Sluit de scannereenheid.
9. Maak de printer klaar om in te pakken zoals hieronder getoond.
10. Doe de printer in de oorspronkelijke doos. Gebruik het beschermmateriaal.
Gebruikershandleiding
Bijlage
156
Wanneer u de printer opnieuw gebruikt, mag u niet vergeten de tape waarmee de cartridgehouder is vastgezet te
verwijderen. Als bij de volgende afdruk de afdrukkwaliteit minder is geworden, moet u de printkop reinigen en
uitlijnen.
Gerelateerde informatie
& “Namen en functies van onderdelen” op pagina 13
& De printkop controleren en reinigen” op pagina 97
& “De printkop uitlijnen” op pagina 99
Een geheugenkaart benaderen vanaf een computer
U kunt vanaf een computer gegevens schrijven of lezen op een extern opslagapparaat, zoals een geheugenkaart die
in de printer is geplaatst.
c
Belangrijk:
Maak de schrijeveiliging ongedaan voordat u de geheugenkaart plaatst.
Als vanaf een computer een aeelding wordt opgeslagen op de geheugenkaart, worden de aeelding en het
aantal foto's niet vernieuwd op het LCD-scherm. Verwijder de geheugenkaart en plaats deze opnieuw.
Bij het delen van een extern apparaat dat is ingevoerd in de printer tussen computers verbonden via USB en over
een netwerk, is schrijoegang alleen toegestaan voor de computers die zijn verbonden via de methode die u hebt
geselecteerd op de printer. Als u wilt schrijven op het externe opslagapparaat, gaat u naar Instellingen op het
bedieningspaneel en selecteert u Bestanden delen en een verbindingsmethode.
Opmerking:
Als een groot extern opslagapparaat is aangesloten, zoals 2TB HDD, dan duurt het even voordat gegevens worden herkend
op de computer.
Windows
Selecteer een extern opslagapparaat in Computer of Deze computer. De gegevens op het externe opslagapparaat
worden weergegeven.
Opmerking:
Als u de printer met het netwerk hebt verbonden zonder de sowareschijf of Web Installer te gebruiken, wijst u een
geheugenkaartsleuf of USB-poort toe als netwerkstation. Open Uitvoeren en voer een printernaam in \\XXXXX of het IP-
adres van een printer \\XXX.XXX.XXX.XXX om te Openen:. Rechtsklik op een weergegeven apparaatpictogram om het
netwerk toe te wijzen. Het netwerkstation verschijnt in Computer of Deze Computer.
Mac OS X
Selecteer het juiste apparaatpictogram. De gegevens op het externe opslagapparaat worden weergegeven.
Opmerking:
Sleep het apparaat naar het prullenbakpictogram als u het externe opslagapparaat wilt verwijderen. Als u dit niet doet,
worden de gegevens op het gedeelde station mogelijk niet correct weergegeven wanneer een ander extern opslagapparaat
wordt geplaatst.
Om via het netwerk toegang te krijgen tot een extern opslagapparaat, selecteert u Go > Connect to Server in het menu
op het bureaublad. Geef een printernaam cifs://XXXXX of smb://XXXXX op (waarbij "XXXXX" de printernaam is) in
Serveradres en klik dan op Ve rb in d e n .
Gebruikershandleiding
Bijlage
157
Gerelateerde informatie
& “Een geheugenkaart plaatsen” op pagina 46
& “Ondersteunde geheugenkaartspecicaties” op pagina 152
Hulp vragen
Technische ondersteuning (website)
Als u verdere hulp nodig hebt, kunt u naar de onderstaande ondersteuningswebsite van Epson gaan. Selecteer uw
land of regio, en ga naar de ondersteuningssectie van uw lokale Epson-website. Op de site vindt u ook de nieuwste
drivers, veelgestelde vragen en ander downloadbare materialen.
http://support.epson.net/
http://www.epson.eu/Support (Europa)
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen, neemt u contact op met de
klantenservice van Epson.
Contact opnemen met de klantenservice van Epson
Voordat u contact opneemt met Epson
Als uw Epson-product niet goed functioneert en u het probleem niet kunt verhelpen met de informatie in de
producthandleidingen, neem dan contact op met de klantenservice van Epson. Als uw land hierna niet wordt
vermeld, neemt u contact op met de leverancier bij wie u het apparaat hebt
aangescha.
We kunnen u sneller helpen als u de volgende informatie bij de hand hebt:
Het serienummer van de printer
(Het etiket met het serienummer vindt u meestal aan de achterzijde van de printer.)
Het model van de printer
De versie van de printersoware
(Klik op About, Version Info of een vergelijkbare knop in uw toepassing.)
Het merk en het model van uw computer
Naam en versie van het besturingssysteem op uw computer
Naam en versie van de toepassingen die u meestal met de printer gebruikt
Opmerking:
Aankelijk van het apparaat kunnen de gegevens van de snelkieslijst voor fax en/of netwerkinstellingen worden opgeslagen
in het geheugen van het apparaat. Als een apparaat defect raakt of wordt hersteld is het mogelijk dat gegevens en/of
instellingen verloren gaan. Epson is niet verantwoordelijk voor gegevensverlies, voor de back-up of het ophalen van gegevens
en/of instellingen, zelfs niet tijdens een garantieperiode. Wij raden u aan zelf een back-up te maken of notities te nemen.
Hulp voor gebruikers in Europa
In het pan-Europese garantiebewijs leest u hoe u contact kunt opnemen met de klantenservice van Epson.
Gebruikershandleiding
Bijlage
158
151


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules
1

Forum

epson-expression-home-xp-342
  • my printer keeps switching itself off ,I then have to switch it back on to print on wi fi then it prints it just won stay on Submitted on 6-7-2017 at 16:24

    Reply Report abuse
  • can i use a usb data cable on this printer if so where is it Submitted on 31-1-2017 at 21:37

    Reply Report abuse


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Epson EXPRESSION HOME XP-342 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Epson EXPRESSION HOME XP-342 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 3,71 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Epson EXPRESSION HOME XP-342

Epson EXPRESSION HOME XP-342 User Manual - English - 153 pages

Epson EXPRESSION HOME XP-342 Quick start guide - English, German, Dutch, French, Italian, Spanish - 4 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info