743512
37
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/40
Next page
0701 3953 - 05/2000 NL Voor de gebruiker
Zorgvuldig lezen vóór de bediening
Montage-, bedienings- en
onderhoudsvoorschrift
Stalen verwarmingsketel
Logano S 815
Specifieke ketel voor stookolie en gas
Stalen verwarmingsketel
Logano plus SB 815
Condenserende gasketel
2
Voorwoord
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Belangrijke algemene gebruiksaanwijzingen
Gebruik het toestel enkel in de toepassing waarvoor het
gemaakt werd en neem daarbij het bedieningsvoorschrift in
acht. Onderhoud en herstellingen mogen enkel door
erkende vaklui uitgevoerd worden!
Het technische toestel enkel installeren in de
voorgeschreven combinaties en met de toebehoren en de
wisselstukken die in het bedieningsvoorschrift vermeld
staan. Andere combinaties, toebehoren en wisselstukken
enkel dan gebruiken, wanneer ze uitdrukkelijk voor de
voorziene toepassing bestemd zijn en noch prestaties,
noch veiligheidseisen beïnvloeden.
Technische wijzigingen voorbehouden!
Door permanente ontwikkelingen kunnen afbeeldingen,
functieverloop en technische gegevens in beperkte mate
afwijken.
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D) 1
3
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
1 Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D)
1 Basis, voorgeschreven
toepassing
De installatie werd volgens de nieuwste stand van de
techniek en de erkende regels vervaardigd. Toch moet u bij
gebruik van de installatie steeds rekening houden met het
feit dat er levensgevaar is voor uzelf en derden of dat de
installatie beschadigd kan worden of dat er andere
materiële schade kan ontstaan.
De installatie mag daarom enkel in –vanuit technisch
oogpunt– storingsvrije toestand en conform de
voorgeschreven toepassing, de veiligheidsaanwijzingen,
dit bedieningsvoorschrift en de geldende voorschriften
gebruikt worden.
Met name storingen die de veiligheid in gevaar kunnen
brengen moeten onmiddellijk verholpen worden.
Wanneer u verzuimt deze voorschriften na te leven, vervalt
de garantie. Een toepassing die niet overeenstemt met de
veiligheidstechnische regels is uit den boze. Respecteer
eveneens de werkingsvoorschriften van alle componenten
en toestellen.
AGevaar:
Gevaar voor ongevallen bij werkzaamheden aan
de onder druk staande leidingen en installaties
(hoofdstuk F van de VBG 2).
U moet bijzonder aandachtig zijn bij het
demonteren van kleppen en bij werkzaamheden
aan pompen en leidingen. Ongevallen aan deze
onderdelen gebeuren door een gebrek aan of
onvoldoende
loskoppeling, en leiden tot zware
verbrandingen. Om ongevallen te vermijden,
moeten de leidingen en vaten die onder druk staan
en die het hete medium bevatten zorgvuldig
losgekoppeld en drukloos gemaakt worden.
AGevaar:
Gevaren voor ongevallen tijdens de werking van de
ketel.
Wanneer er een ketelplatform is, is er een groter
gevaar voor ongevallen door ontploffingen tijdens
de ontsteking; bij het openen van de luiken bij een
pulserende ontsteking, door het wegblazen van
dichtingen en omwille van de hete onderdelen van
de installatie!
1.1 Toepassingsbereik, deskundigheid
van het bedieningspersoneel
Dit werkingsvoorschrift geldt voor onze levering. Voor de
componenten van de ketel of van de installatie, die geen
deel uitmaken van onze leveringsomvang, moeten de
deskundigen van de betroffen leverancier of fabricant de
bedieningsvoorschriften ter beschikking stellen van de
gebruiker en de betroffen indicaties geven voor de
inbedrijfstelling en de proefstook.
Er wordt van uitgegaan, dat de persoon die de installatie
bedient over de noodzakelijke
kennis en vaardigheid
beschikt, om algemene onderhoudswerkzaamheden aan
kleppen, pompen, ontstekings- en andere componenten
zelf te kunnen uitvoeren. Los daarvan moet hij wel eerst
geïnformeerd worden door een vakman. Indien een
ander persoon nadien de bediening van het toestel doet, is
het misschien noodzakelijk hem of haar opnieuw door de
vakman te laten informeren.
Maatregelen, die de
veiligheid van de installatie in het gedrang brengen, bv. aan
de elektrische sturingen, aan de veiligheidsventielen, aan
de begrenzer van de waterstand, aan de
temperatuurbegrenzer, enz. zijn niet toegestaan.
I Werkzaamheden aan de elektrische toestellen
mogen enkel uitgevoerd worden door elektriciens
en werkzaamheden aan de gasinstallatie mogen
enkel uitgevoerd worden door installateurs die over
de nodige certificaten beschikken.
2 Klantendienst, termijn
De in het bedrijfsboek A 150/D aangegeven termijnen voor
de controles moeten gerespecteerd worden en moeten ook
genoteerd worden.
3 Wettelijke voorschriften
Het betreft hier de minimumeisen die door de fabrikant
worden opgelegd. Daarnaast dient er ook regeling
gehouden te worden met de alle plaatselijke wetgevingen,
reglementeringen, normen en verplichtingen.
Samenvatting met omschrijving van de belangrijke
begrippen
Voor de werking van installaties met stoomketels geldt de
Duitse verordening betreffende stoomketels DampfkV
evenals de technische regels voor stoomketels TRD,
uitgegeven door:
Respecteer bovendien ook de voorschriften betreffende
ongevallenpreventie en de wetgeving over de veiligheid
van toestellen.
Verdere voorschriften, zoals bv. de opsplitsing in
installaties met lage en hoge druk, producenten van stoom
en heet water, de ketelgroepen I tot IV en details daarover,
kan u vinden in de Duitse richtlijnen DampfkV en TRD´s.
3.1 Toelating voor het bedrijf
Een ketelinstallatie waarvoor een toestemming verkregen
moet worden, mag, nadat ze werd gemonteerd of nadat er
wezenlijke veranderingen aan werden uitgevoerd, pas in
bedrijf gesteld worden, wanneer een deskundige de nodige
tests heeft uitgevoerd en hij daarvoor een attest heeft
opgemaakt voor de controle-instantie.
Carl-Heymanns-Verlag
Gereonstr. 18 - 32
50670 Köln
en Beuth-Vertriebs GmbH
Friesenplatz 16
50672 Köln
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D)1
4
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
3.1.1 Overzicht van de verplichte toelatingen en
controles
S = deskundige, H = fabrikant, E = installateur
3.1.2
Voor ketels die gestookt worden met stookolie of gas,
moeten de voor de opstellingsruimte geldende
voorschriften en de bepalingen van de brandweer steeds in
acht genomen worden.
3.2 Controle voor het toestel weer in
bedrijf gesteld wordt, ingeval van
verplichte toelating
Wanneer de jaarlijkse controle door een deskundige
tweemaal na elkaar niet werd uitgevoerd of wanneer de
installatie met stoomketel langer dan twee jaar buiten
werking was, mag de installatie pas weer in bedrijf gesteld
worden, nadat de controles werden uitgevoerd en de ketel
werd onderworpen aan een inwendige controle en een
waterdrukcontrole, en nadat de deskundige de tests heeft
uitgevoerd en het attest heeft uitgeschreven.
3.3 Regelmatige controles ingeval van
verplichte toelating
Installatie met stoomketels met lage druk met een
waterinhoud van > 2000 liter moeten door de deskundigen
aan regelmatige controles onderworpen worden, met
name: (zie ook het toelatingsattest) van de uitwendige
controle – doorgaans elk jaar, tenzij het anders bepaald
werd door de controle-instantie.
3.4 Controleverplichting
Als u een installatie met een stoomketel exploiteert, moet u
de nodige controles laten uitvoeren door een deskundige.
3.5 Producten om ketelsteen los te maken
of te vermijden
Als u een installatie met een stoomketel exploiteert, mag u
de stoomketel en de oververhitter enkel reinigen met
producten om ketelsteen los te maken, die goedgekeurd
werden door de betroffen instanties (toelatingsinstantie).
Datzelfde geldt voor de producten om ketelsteen te
vermijden, die toegevoegd worden aan het bijvulwater of
het water dat zich in de stoominstallatie bevindt.
3.6 Werkingsverbod
Een installatie met een stoomketel mag niet in bedrijf
gesteld worden, wanneer er defecten zijn, die ongevallen
kunnen veroorzaken.
3.7 Controle op beschadigingen
Wanneer de installatie met stoomketel beschadigd is, of
wanneer de wanden van de ketel of de oververhitter
uitgegloeid of zo plotseling afgekoeld werden, dat ze
beschadigingen vertonen, moet de installatie buiten bedrijf
gesteld worden. Dergelijke voorvallen moeten onmiddellijk
gemeld worden aan de controle-instantie. De controle-
instantie kan, ingeval van beschadigingen of bij wijze van
uitzondering in specifieke gevallen een buitengewone
controle opleggen.
3.8 Ongevallen
Als u een installatie met een stoomketel exploiteert, moet
elk ongeval, dat te wijten is aan de werking van de
installatie en waarbij een mens gedood werd, onmiddellijk
aangeven worden bij de controle-instantie en bij de
betroffen technische controle-organisatie, evenals bij uw
verzekeraar.
3.9 Wijziging van de voorschriften
De voorschriften en regels van de techniek, die in dit
voorschrift worden vermeld, worden regelmatig gewijzigd.
De gebruiker moet ervoor zorgen dat hij op de hoogte blijft
van dergelijke wijzigingen. Wij houden u daarvan niet op de
hoogte. Ingeval het bij dergelijke wijzigingen om wezenlijke
veiligheidstechnische regels gaat, moet de deskundige de
bediener op die wijzigingen wijzen, wanneer hij de
controles komt uitvoeren en moet hij, indien nodig, de
nodige aanpassingen aanbrengen. Alle hierboven
vermelde aanwijzingen worden niet gegarandeerd! In geval
van twijfel neemt u best contact op met de organisatie van
deskundigen TÜV, TÜH, AFA (Duitsland)!
Nominaal
vermogen
Q
n
< 1 MW Q
n
> 1 MW
Toelating van het
bouwtype
-x- x
Toelating x - x
Symbool - x -
Controles voor de
inbedrijfstelling
Bouwcontrole S - S -
Water-
drukcontrole
SH + ES H + E
Inspectiecontrole S E S S
Regelmatige
controles
Inwendige
controle
-
Water-
drukcontrole
-
Uitwendige
controle
jaarlijks bij een waterinhoud van >
2000 liter
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D) 1
5
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
4 Toezichtplicht
4.1
Op installaties met een stoomketel met lage druk, die
behoren tot de groep II met een bereider van stoom- of heet
water moet er niet continu toezicht gehouden worden,
inzoverre de ontstekings- en veiligheidstechnische
toestellen dit mogelijk maken. De bediening en het
onderhoud moeten conform de voorschriften uitgevoerd
worden. Een dagelijks onderhoud is aangewezen. Enkel
het bedieningspersoneel mag het toestel starten en buiten
bedrijf stellen.
4.2
Tijdschakelklok voor bereiders van stoom of heet water met
lage druk van de groep II.
Ingeval de ketel is uitgerust met snel regelbare opwarming,
mag het inschakelen van de opwarming enkel gebeuren
met behulp van de tijdschakelklok, inzoverre de andere
functies van de installatie gehandhaafd zijn.
4.3 Gevaarlijke toestanden
De hieronder beschreven toestanden hebben betrekking
op een stoomketel die gestookt wordt met stookolie of gas.
a) Drukoverschrijding
Wanneer de druk in de ketel boven de rode
markering van de manometer stijgt, hoewel het
veiligheidsventiel geactiveerd is, moet de
opwarming afgebroken worden.
b) Gebrek aan water
Wanneer, door een gebrek aan water, een
vervorming of een andere beschadiging in de
vuurhaard of vlampijpen veroorzaakt werd, moet de
opwarming onmiddellijk afgebroken worden. Als de
ketel met stookolie of gas gestookt wordt, moet dit
via de noodschakelaar gebeuren. Er mag in geen
geval water in de ketel toegevoegd worden.
c) Ontploffing
Ingeval er zich een ontploffing voordeed aan de
ontstekingszijde, mag de ontsteking niet opnieuw
ingeschakeld worden. Dan is het noodzakelijk om de
ontsteking eerst door een deskundige te laten
controleren.
d) Wanneer er zich een toestand heeft voorgedaan die
doet denken aan b) watergebrek en c) ontploffing
moet dit gemeld worden aan de deskundigen van de
TÜO (Duitsland). Bovendien moeten de
veiligheidstechnische installaties onmiddellijk
gecontroleerd en in orde gebracht worden.
5 Bijvul- en ketelwater
5.1 Aanwijzingen
De werking van een moderne, energiebesparende
ketelinstallatie vereist de toepassing van behandeld
bijvulwater en van het geschikte ketelwater, om te
vermijden dat er zich isolerende aanslag, met name
ketelsteen, of corrosie zou vormen in de ketel. De waarden
die vermeld worden in onze richtlijnen moeten dan ook
zorgvuldig in acht genomen worden bij de planning van de
waterbereiding en tijdens de werking van de ketel. Als het
leidingwater niet van het stedelijke net wordt afgetapt, maar
afkomstig is uit een rivier of een eigen waterbron, raden wij
u aan om een waterbereidingsinstallatie te installeren en te
laten onderhouden door een firma met ervaring op dat vlak.
Datzelfde geldt eveneens wanneer er gebruik gemaakt
wordt van een oliehoudend condensaat. Voor de bereiding
en de behandeling van water voor ketelinstallaties met
bereiding van heet water gelden specifieke richtlijnen.
5.2 Waterproeven
De controle van het ketel- en bijvulwater moet ten minste
éénmaal per week uitgevoerd worden. Het volume van het
toegevoegde water moet geregistreerd worden, om
eventuele onregelmatigheden uit te kunnen sluiten.
5.3 Ketelwater
De ketel voor heet water moet in het begin dagelijks
ontdaan worden van slijk, omdat er zich doorgaans op de
ketelbodem en op de verwarmingsoppervlakken deeltjes
uit het verwarmingsnet afzetten.
5.4 Compleet ontzout vulwater
Wordt enkel in specifieke gevallen gebruikt. Er moet dan
gebruik gemaakt worden van speciale materialen, bv. voor
toevoerpompen en onze richtlijnen betreffende het water
moeten eveneens in acht genomen worden.
5.5 Waterzijdige afzettingen in de ketel
Worden veroorzaakt wanneer het bijvulwater niet goed
behandeld wordt. Die afzettingen mag u niet voor
ongevaarlijk houden. De dikte van de afzetting biedt geen
uitsluitsel over het warmteremmende effect! De werking
van het toestel voor de waterbehandeling, de kwaliteit van
de leidingen enz. moeten gecontroleerd worden en de
installatie moet nagekeken worden op aantastingen door
hard water in de waterkringloop. De nodige gegevens
moeten in het logboek genoteerd worden. De chemische
reiniging mag enkel door ervaren vaklui uitgevoerd worden!
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D)1
6
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
6 Inbedrijfname en proefstook
(zie ook TRD 504)
6.1 Algemeen
a) Aan het einde van de montagewerkzaamheden
wordt doorgaans begonnen met de inbedrijfstelling
en de proefstook. Daarvoor moet een beroep
gedaan worden op vaklui van de betroffen firma's.
De proefstook van installaties, waarvoor een
toelating noodzakelijk is, moet uitgevoerd worden
door een deskundige, opdat u de inbedrijfname van
de installatie zou kunnen doen, nadat de proefstook
beëindigd werd.
b) De personen die zich bekommeren om het
onderhoud en het toezicht (bedieningspersoneel bij
lagedrukketels) moeten ten minste tijdens de
proefstook – liefst ook bij de
inbedrijfstellingswerkzaamheden – voldoende lang,
en de directe overste van het bedieningspersoneel
ten minste gedurende een korte tijd, aanwezig zijn.
6.2 Voorwaarden
voor het begin van de inbedrijfstelling moet de gebruiker of
de door hem aangeduide persoon het volgende uitvoeren:
a) De ruimte,waarin de ketel is opgesteld, moet netjes
zijn. Bouwwerkzaamheden en activiteiten waarbij er
heel wat stofvorming is, moeten beëindigd zijn.
Openingen voor de luchttoevoer en -afvoer moeten
voldoende groot zijn. De stookruimte, vooral de
indicatietoestellen van de ketel, moeten voldoende
verlicht zijn, om goed leesbaar te zijn. Deuren
moeten naar buiten openen en mogen niet
afgesloten worden.
De gebruiker moet ervoor zorgen dat onbevoegden
de stookruimte niet kunnen betreden.
b) Brandblusapparaat
In de stookruimte moet, goed zichtbaar, een
brandblusapparaat aangebracht worden, dat ook
kan gebruikt worden voor oliebranden bij stookolie-
installaties.
c) Schoorsteen en rookgaswegen
moeten afgedicht zijn. Bij installaties die stookolie-
en gasgestookt zijn of ingeval van een bijzondere
stookwijze, moeten er kleppen en schuivers voor de
toestellen voorzien worden, die de brander enkel
laten functioneren als de kleppen en schuivers
geopend zijn (eindschakelaars). Gemetste
schoorstenen en rookgaskanalen moeten
voldoende gedroogd zijn. Ingeval van twijfel moet de
toestemming van de fabrikant gevraagd worden.
d) Ommuringen van de brandstoffen,bv. van roosters
voor vaste brandstoffen, moeten eveneens
gedroogd zijn. Ingeval van twijfel kan u zich
informeren bij diegene die ze geplaatst heeft.
e) Brandstof
De voorziene brandstof moet aanwezig zijn.
f) Elektrische uitrusting
De betreffende VDE-bepalingen moeten in acht
genomen worden, met name de
veiligheidsmaatregelen die plaatselijk
voorgeschreven worden. De noodschakelaars aan
de vluchtdeuren moeten bedrijfsklaar aangesloten
zijn.
g) Waterbehandeling
Er moet geschikt, behandeld water gebruikt worden
voor het vullen van de ketel en de installatie – bij de
bereiding van heet water ook voor het hele net. De
noodzakelijke waterhoeveelheid moet voorhanden
zijn voor de proefstook.
h) Stoom- resp. warmteafname
Voor de inbedrijfname en de proefstook moet de
gebruiker ervoor zorgen, dat de brander, evenals de
regel- en veiligheidstoestellen ingesteld kunnen
worden. Met name een voldoende lange afname
van stoom of warmte in functie van de max.
permanente belasting, moet voor de correcte
instelling van de ontsteking absoluut ingesteld
worden.
i) Vorstbeveiliging
Indien onderdelen van de installatie, zoals het
expansievat, veiligheidsleiding, leidingen
onderhevig zijn aan vorstgevaar, moet de gebruiker
de nodige beveiligingsmaatregelen treffen. De
toepassing van antivriesmiddelen moet vermeden
worden en daarvoor is onze uitdrukkelijke
toestemming nodig!
Al naargelang het type installatie, is het mogelijk, dat de
installatie eventueel aan verdere voorwaarden moet
voldoen. Wanneer er niet of slechts gedeeltelijk voldaan
werd aan de voorwaarden, moet de inbedrijfstelling
uitgesteld worden of kan ze niet helemaal uitgevoerd
worden. De kosten of risico's die daardoor ontstaan,
worden gedragen door de gebruiker of de door hem
aangeduide persoon.
6.3 Ketel en uitrusting
a) De binnenzijde van de ketel moet, bij ketels die niet
zijn voorgemonteerd op het basisframe en niet zijn
geïsoleerd, geïnspecteerd worden, voor de ketel
voor het eerst met water wordt gevuld; indien nodig
moet de ketel ook uitgespoeld worden.
b) Controleer, voor de ketel gevuld wordt, of de
afsluitingen goed gepositioneerd zijn.
Controleer of alle afdichtingen goed zijn
aangespannen.
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D) 1
7
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
c) Controleer de werking van afsluitkranen.
Afdichtingen en pakkingen moeten, indien ze
voorhanden zijn, eventueel aangespannen
worden.
d) Veiligheidskleppen
De veiligheidskleppen moeten afzonderlijk naar de
afloop (vat) geleid worden.
e) Indicatietoestellen
Controleer of de afdichtingschroeven van de glazen
voor het aanduiden van de waterstand zijn
aangedraaid en vul de waterbuffer van de
manometers met gedestilleerd water.
f) Veiligheidsventielen
Verwijder de transportbeveiligingen die eventueel
nog voorhanden zijn. Bij veiligheidsventielen met
een hendel die gewichtsbelast zijn, moet eerst
gezorgd worden dat het gewicht per ongeluk niet
verschuiven kan, vooraleer de deskundige de
definitieve instelling kan doen. Afloopleidingen
moeten op een veilige manier kunnen functioneren!
Wanneer veiligheidsventielen zijn aangesloten aan
waterruimten die onder hoge druk staan, moeten er
in de afloopleidingen ontspanningspotten
ingebouwd zijn.
6.4 Veiligheids- en regeltoestellen
a) Druk
De max. drukbegrenzers moeten voor het
veiligheidsventiel in werking treden. De regelaars en
begrenzers moeten op de juiste afstand zijn
opgesteld zijn, om correct te kunnen functioneren.
De min.drukbegrenzers bij bereiders voor heet
water in installaties met een vreemde druk moeten
conform de indicaties van de fabrikant van de
installatie ingesteld worden. De afstemming met de
regeling moet verwarmingszijdig gedaan worden.
b) Temperatuur
De temperatuurregelaars en -begrenzers moeten in
functie van hun activeringspunt op elkaar afgestemd
worden.
6.5 Bijvulpompen
a) Pompen moeten, voor ze in bedrijf gesteld worden,
voldoen aan de voorwaarden van de betreffende
voorschriften. In ieder geval moet u er zich van
vergewissen, dat het bedieningsvoorschrift geldt
voor de geleverde pomp.
AOpgelet
Pompen kunnen gevuld zijn met een vorstvrij
conserveringsmiddel. Laat de pompen leeglopen
via een leegloopstop, spoel ze eenmaal uit en vul
ze met water!
Bij het opstarten met een drukloze ketel moet u het
pompdebiet beperken.
De afloopleiding van veiligheidsventielen mag niet
afgesloten worden.
6.6 Ontstekingen
6.6.1 Algemeen
a) Een ontsteking moet, voor ze in bedrijf gesteld
wordt, voldoen aan de voorwaarden van de
betreffende voorschriften.
b) Het ontstekingsvermogen moet aangepast worden
aan het warmtevermogen. De brandstofhoeveelheid
die daarvoor nodig is, moet berekend worden, indien
ze nog niet bepaald werd. Controleer bij werking met
stookolie de sproeiers. Noteer de meterstand van de
meettoestellen voor stookolie en gas. Controleer de
werking van de teller van de stookolie, indien
mogelijk, door een aantal liters stookolie af te
tappen.
c) Spoel de zuigleidingen in de stookolie-ontsteking –
het deel tussen de filter en de pomp – uit.
6.6.2 Bijzondere controlepunten voor het in bedrijf
stellen
a) Vul de ketel voldoende met water
b) Controleer de montage van de brander en de
inbouw van de bekleding van de vlambuis
c) Verwijder de transportsteunen aan de bekleding van
de vlambuis
d) Open de rookgasklep
e) Controleer de regel- en veiligheidstoestellen
f) Controleer de werking van de bijvulpompen
g) Elektrisch deel – bij installaties, waarvan de werking
van het elektrische deel in de fabriek niet
gecontroleerd werd, moet die controle uitgevoerd
worden, voor de inbedrijfstelling van de ontsteking
en van alle elektrisch aangestuurde of werkende
installatiecomponenten.
6.7 Starten in koude toestand
a) Bereiders van heet water (hoge of lage druk), die
functioneren volgens het thermosifonprincipe, bv.
vuurhaard-vlambuisketels, moeten opgewarmd
worden met een minimumwaterdebiet op
vertrektemperatuur.
Daarbij moet er een onderscheid gemaakt worden
tussen bereiders van heet water met of zonder
bijmengpomp.
Bij installaties met een bijmengpomp moet die in
werking zijn tijdens de start (overtuig u er ter plaatse
van, dat de pomp draait). De verbindingsleiding naar
het expansievat moet geopend zijn! Wanneer de
ketel is opgewarmd tot de vertrektemperatuur, kan
met de opwarming van het net begonnen worden.
Bij installaties zonder bijmengpomp moet bij de start
van de bereider voor heet water een minimumdebiet
(ca. 15 % van het ketelvermogen) gegarandeerd
zijn. Wanneer de vertrektemperatuur van de ketel
bereikt is, kan het vertrek- of retourventiel geopend
worden in functie van de retourtemperatuur.
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D)1
8
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
AVeiligheidsaanwijzing:
Indien het minimumdebiet niet bereikt wordt,
kunnen er verdampingen ontstaan, die
kunnen leiden tot beschadiging van de
leidingen en die, wanneer ze zich meermaals
voordoen, kunnen leiden tot beschadigingen
aan de ketel. Om het minimumdebiet te
controleren, raden wij u aan om een
stromingsbeveiliging in te bouwen.
Er is een toestel voor verhoging van de
retourtemperatuur (bijmengpomp of
hoeveelheidsbegrenzer) noodzakelijk, om te
verhinderen, dat de waarde zou dalen onder de
laagst toegestane retourtemperatuur. In functie van
de brandstof, mag de waarde van de laagste
temperatuur van het ketelwater (bij bereiders van
heet water op lage druk) en de verbranding van
lichte olie niet dalen onder 70 °C. De spreiding
tussen vertrek- en retourtemperatuur mag niet meer
dan 40 °C bedragen. Om dat te garanderen, moet er
verwarmingszijdig een geschikt toestel voorzien
worden (bijmengpomp of hoeveelheidsbegrenzer).
Bovendien moet u erop letten, dat te lage
ketelwatertemperaturen niet kunnen leiden tot
corrosieschade in de ketel of tot een uitstoot van roet
(milieuvervuiling!).
b) Draai de dichtingen en afsluitingen tijdens de
opwarming van het eerste inbedrijfstelling van de
ketel meermaals aan. Doe dit eveneens aan de
omkeerkamers en de toegangsopeningen van de
ketel.
Bovendien moeten de onderhoudswerkzaamheden van de
deskundigen in dit logboek ingevuld worden. Daarvoor
moet er gebruik gemaakt worden van de formulieren in dit
voorschrift.
6.8 Proefstook
a) De duur van de proefstook hangt af van de soort
installatie. Inbedrijfstellingswerkzaamheden en
proefstook lopen in elkaar over, zodat bij
eenvoudige installaties,
bv. met lichte olie of gasgestookt bedrijf, de
proefstook sneller kan beëindigd worden, als de
gebruiker aan alle voorwaarden voldaan heeft.
b) De beëindiging van de proefstook en de daarmee
verbonden opleiding van het bedieningspersoneel
moet door de gebruiker of een door hem aangeduide
persoon schriftelijk bevestigd worden; over het
algemeen plaatst deze persoon zijn handtekening
op de montagebon of een gelijkaardig document.
6.9 Activiteiten van andere leveranciers
Toestellen, die een invloed uitoefenen op ons product,
moeten zorgvuldig op de ketel afgestemd worden. De
installatie kan enkel naar behoren functioneren, als alle
installatiecomponenten vrij zijn van defecten.
7 Inbedrijfstelling en verder bedrijf
a) Tijdens de inbedrijfstelling of tijdens de proefstook
moet de de installatie aan de nodige tests
onderworpen worden door de deskundige van de
controle-instantie, zodat de proefstook, de
inbedrijfstelling en het verdere bedrijf gebeuren
conform de Duitse normen van DampfkV.
b) De gebruiker of een door hem aangeduide persoon
moet daarvoor op tijd een afspraak maken.
c) Let bij het verdere bedrijf van de installatie met name
op de kwaliteit van het ketelwater. Het gebeurt
geregeld, dat er via de waterkringloop vreemde
stoffen binnendringen in de ketel, waardoor het na
korte tijd – eventueel na enkele dagen al –
noodzakelijk is om de installatie te laten leeglopen
en opnieuw te vullen. Let met name op de dagelijkse
tests en het dagelijks onderhoud – zie hoofdstuk 9.
Logboeken moeten dagelijks geactualiseerd
worden!
8 Werking
8.1 Algemene aanwijzing
Als er installatiecomponenten vermeld worden, die geen
deel uitmaken van onze levering, gebeurt dit onverbintelijk.
Het bedieningsvoorschrift van de betreffende leverenacier
is bepalend.
8.2 Belangrijke punten voor de bediening
1) Houd de vluchtwegen vrij
2) Vluchtdeuren mogen niet afgesloten worden
3) Open luchttoevoer- en afvoeropeningen
4) Open rookgaskleppen en schuivers en zet ze vast
5) Controleer de waterstanden
6) In de eerste dagen na de proefstook moeten de
vuilfilters (ten minste die voor de toevoerpompen
van de ketel), de gaskranen en de oliepompen
meermaals gereinigd worden.
7) In installaties waar heet water bereid wordt, moet de
werking van de toestellen voor de beveiliging van de
retourtemperatuur – met name bij de start van de
installatie en bij de snelle opwarming na een
nachtverlaging – gecontroleerd worden. De waarde
mag niet dalen onder de
minimumretourtemperatuur, om dauwpuntcorrosie
en bijkomende belastingen van de ketel te
vermijden.
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D) 1
9
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
9 Controle en onderhoud
9.1 Logboek
Het bedieningspersoneel moet de controle- en
onderhoudswerkzaamheden in een logboek noteren en
met een handtekening bevestigen.
In dit logboek moeten bovendien ook de
onderhoudswerkzaamheden van de deskundigen
genoteerd worden. De formulieren in het aanhangsel van
dit voorschrift moeten daarvoor gebruikt worden.
9.2 Controles en onderhoud
a) Voor de start van de installatie moet het
bedieningspersoneel zich overtuigen van de
bedrijfszekere toestand van de installatie.
b) Controles bij oliestook
- de vuurhaard moet vrij zijn van residu's en
cokesafzettingen
- rookvrije verbranding
- geschikte oliedruk
c) Controles bij gasstook
- gasdruk
d) Wateronderzoek
zie logboek en waterrichtlijnen
IOpmerking:
Neem het bedrijfsvoorschrift van de leverancier
van de waterbehandeling in acht!
e) Controle van de afdichtingsplaatsen en afsluitingen
– eventueel aanspannen en afdichten.
9.3 Verdere controle- en
onderhoudswerkzaamheden
die binnen de bedrijfstijden uitgevoerd moeten worden:
a) Reinig de toestellen voor de indicatie van de druk,
voor de regeling en voor begrenzing en vul ze met
gedistilleerd water.
b) Controleer de dichtheid van de ketelafsluitingen en
vervang de dichtingen.
c) Open en reinig, indien nodig, de vuilfilters van
pompen, regelaars, tellers, enz.
d) Pakkingsbussen van ventielen, pompen, enz
moeten doorgaans wekelijks aangedraaid worden
en indien nodig vervangen worden.
e) Rollagers moeten in functie van hun contructiewijze
(glijdende of antifrictielagers) en de
bedrijfsvoorwaarden (bv. hete ruimten)
onderhouden worden.
f) Ketel vuurhaard- en verbrandingsgaszijdig
De reiniging van de gaszijdige
verwarmingsoppervlakken moet op geregelde
tijdstippen (afhankelijk van de brandstof, de
bedrijfswijze en de dagelijkse bedrijfstijden)
uitgevoerd worden. Als er zich aan de vlampijpen
een roetafzetting van ca. 0,5 mm zou bevinden,
moeten ze gereinigd worden. Dat kan het best
gedaan worden met behulp van roterende borstels
en een stofzuiger. Daarnaast kan u er ook van
uitgaan dat het noodzakelijk is om de gas- en
waterzijdige verwarmingsoppervlakken te reinigen,
als de stijging van de rookgassentemperatuur niet
voldoet aan de normale waarden.
g) Ketel waterzijdig
Bij een gepaste waterbehandeling en een correcte
bediening treden er waterzijdig geen
beschadigingen op ten gevolge van oververhitting of
corrosie. De verwarmingsoppervlakken moeten, net
als de ketelwanden, vrij zijn van afzetting en
corrosie. Als er afzetting aanwezig is, is het
aanbevolen, om de leverancier van het
waterbehandelingstoestel te contacteren, om te zien
of het nodig is om bv. een chemische reiniging uit te
voeren. Voor een waterzijdige reiniging neemt u
best contact op met een firma met ervaring op dat
vlak! Wanneer de chemische reiniging echter wel
wordt uitgevoerd door het eigen
bedieningspersoneel, raden wij u aan gebruik te
maken van de toegestane oplosmiddelen voor
ketelsteen. Indien een chemische reiniging
noodzakelijk blijkt, moet dit ook in het logboek
genoteerd worden.
Afzettingen aan de waterzijde van de
verwarmingsoppervlakken zijn niet ongevaarlijk. Ze
reduceren de koeling van het materiaal, zodat er
zich vervorming of scheuren in de vuurhaard kunnen
vormen. Ze kunnen eveneens leiden tot
beschadigingen aan de bundel met vlampijpen die
zich aan de vuurhaard bevindt en aan de statisch
dragende componenten van de ketel.
h) Wisselstukken
Onderdelen die natuurlijk verslijten, zoals bv.
waterstandaanduiders e.d. moeten in het oog
gehouden worden, opdat het vervangen van
dergelijke onderdelen op tijd voorzien kan worden.
10 Buiten bedrijf stellen
10.1 Belangrijke punten voor het verloop
1) Observeer, de onsteking wanneer u ze heeft afgezet
bij een vlam voor kleine belasting, controleer bij het
nabranden de dichtheid van het afsluitventiel voor
de brandstof (magneetventielen).
Onregelmatigheden duiden op gevaren en moeten
van de baan geholpen worden.
2) Onderbreek de brandstoftoevoer door uitschakeling
van de circulatiepompen en het sluiten van de
ventielen, met name in de toevoerleidingen van
hogergelegen tanks.
Fundamentele veiligheidsaanwijzingen (A105D)1
10
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
3) Dichtheid van het aflaatventiel controleren.
4) Sluit de rookgasklep of de schuiver pas nadat de
vuurhaardmantel voldoende is afgekoeld, om
schadelijke warmte-invloeden op de brander te
vermijden.
5) Stel de waterbereiding buiten werking, volg daarbij
de instructies van de fabrikant.
10.2 Corrosiebescherming bij een langere
buitenbedrijfstelling van de ketel
a) Algemene aanwijzingen
De resterende zuurstof van het ketelwater en de
zuurstof die vanuit de lucht naar binnen dringt,
hebben in de afgekoelde ketel, in combinatie met het
koolzuur een corroderend effect, wanneer de nodige
maatregelen niet getroffen worden. Indien de ketel
langer dan een week stilstaat, moeten de nodige
maatregelen getroffen worden ter bescherming van
het toestel.
a1) Natte conservering (waterzijdig)
wanneer de ketel buiten bedrijf wordt gesteld, maar
binnen relatief korte termijn weer moet kunnen
draaien
a2) Droge conservering (waterzijdig)
als de ketel langere tijd buiten bedrijf gesteld wordt,
zonder dat hij binnen korte termijn weer in bedrijf
wordt gesteld.
a3) Rookgas- en vuurhaardzijdig
Wanneer de installatie gedurende een langere tijd
buiten bedrijf wordt gesteld, moet er aan een
gepaste corrosiebescherming gedacht worden.
b) Natte conservering
Vul de ketel compleet met water.
Breng het ketelwater op een pH-waarde = 9,5 door
toevoeging van een alkalisch product en voeg
eveneens een toereikende hoeveelheid
zuurstofbindend middel toe. Als alkalisch product
kan bv. natriumhydroxyde of een dergelijk fosfaat
gebruikt worden.
Zuurstofbindende middelen zijn bv.:
hydrazine, natriumsulfiet en natriumbisulfiet.
Het hydrazinegehalte in de ketel moet, in functie van
de stilstandstijd, bedragen:
Voor een betere mengeling moet de ketel – nadat
hydrazine werd toegevoegd – kort verwarmd
worden. Sluit alle ventielen. De rookgaskleppen en
de schuivers moeten steeds gesloten zijn.
c) Droge conservering
gebeurt nadat de ketel compleet geledigd en
uitgedroogd werd. Sluit de afsluitventielen in de
watervoerende leidingen van de ketel en dicht ze af
met behulp van blindschijven. Houd de afsluitingen
van de ketel (mangat, hoofdgat, handgat) open.
Breng de waterbindende middelen in de ketel in
(waterzijdig), u kan ondermeer gebruik maken van
silicagel, blauwgel, watervrij chloorcalcium,
ongebluste kalk (calciumoxyde).
Silicagel en blauwgel nemen geen water meer op
wanneer ze rood gekleurd zijn. Dan moet u ze
drogen bij een temperatuur van ca. 180 °C of
vernieuwen.
AOpgelet:
Bij werkzaamheden met bijtende vloeistoffen
of kankerverwekkende chemicaliën moeten
de betreffende ongevallenvoorschriften
absoluut gerespecteerd worden en moeten
ze ter beschikking gesteld worden van het
uitvoerend personeel.
10.3 Aanhangsel
Samenvatting van het ketelboek en de waterrichtlijnen
Logoek bereider van heet water:
- voorblad
- A 150/D – wekelijkse en halfjaarlijkse controles
IBelangrijke aanwijzing:
De logboeken moeten op geregelde tijdstippen
geactualiseerd worden!
De firma Buderus kan enkel garantie toekennen als
de tests zorgvuldig werden uitgevoerd, het
onderhoud volgens de voorschriften gedaan werd
en de nodige gegevens in de logboeken genoteerd
werden.
Duur van de
stilstand
Hydrazine-overschot
g/m
3
N
2
H
4
tot 1 week 20 tot 30
tot 1 maand 50 tot 100
langer 100 tot 300
Waterzijdig en rookgaszijdig conserveren (A115D) 2
11
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
2 Waterzijdig en rookgaszijdig conserveren (A115D)
van stilstaande verwarmingswaterketels
1 Doelstelling van het conserveren
Het bereiden van het vulwater van de ketel is op praktisch
gebied bijna geperfectioneerd. Het grootste gevaar voor de
stoomketels vormt het ongecontroleerd binnendringen van
zuurstof uit de lucht in het ketelwater gedurende de
periodes waarin de ketel niet draait. De zuurstof ageert het
sterkst tijdens de startfase, maar zorgt ook tijdens stilstand
voor corrosie.
Ingeval van uitzonderlijke invloed van de omgeving, bv. bij
opstelling in de kuststreek of in streken met een hoge
luchtvochtigheidsgraad, kunnen er eveneens
rookgaszijdige corrosiebeschadigingen veroorzaakt
worden. U kan gebruik maken van zowel natte als droge
conservering om waterzijdige corrosie tegen te gaan. Ter
bescherming van de rookgaszijde kan u eveneens van de
droogconservering gebruik maken.
De natte conservering bindt de zuurstof van het water dat
zich in de ketel bevindt.
De droogconservering zorgt ervoor, dat er geen vocht meer
zit in de ketel en het staal bijgevolg niet kan corroderen.
De droogconservering kan toegepast worden als er op
korte termijn geen inbedrijfstelling noodzakelijk is of als er
omwille van vorstgevaar geen natte conservering mogelijk
is.
2 De natte conservering
Principieel moet het ketelwater een pH-waarde hebben die
voldoet en moet er een toereikende hoeveelheid
bindmiddel voor de zuurstof toegevoegd worden.
Bekende bindmiddelen voor zuurstof zijn: natriumsulfiet
nydrazine
2.1 Natriumsulfiet
Voeg eerst de dosis natriumsulfiet toe die volstaat voor het
zuurstofgehalte van de ketel:
1g (lucht-) zuurstof in het water wordt gebonden met 9 g
natriumsulfiet, dat ongeveer 92% watervrij is (Na
2
SO
3
).
Voorbeeld: Water dat niet ontgast werd, dat koud en bereid
is, bevat ca. 10 g O
2
/m
3
. Om de zuurstofbinding te
garaderen, moet er 90 g natriumsulfiet per m³ ketelwater
toegevoegd worden.
Het overschot aan natriumsulfiet dat bijkomend nog
noodzakelijk is, staat vermeld in de tabel:
Voor de efficiëntie van het natriumsulfiet moeten met name
de volgende regels in acht genomen worden:
a) poedervormig natriumsulfiet moet, voor het vullen
van de ketel, opgelost worden in het vulwater dat is
opgewarmd tot 30 - 40 °C (per 1 kg natriumsulfiet
5 liter water).
b) Bij een natte conservering moet de pH-waarde van
de natriumsulfiethoudende oplossing ten minste 10
bedragen. Behalve natriumhydroxide en fosfaat, die
reeds in het ketelwater aanwezig zijn en die voor
alkalisering volstaan, kan het toevoegen van
ammoniak ook efficiënt zijn.
c) Om een verschillend zuurstofgehalte en daardoor
ook de vorming van verluchtingselement uit te
sluiten, moet de ketel compleet gevuld worden met
het natriumsulfiethoudend water.
d) Alle afsluitingen en ventielen moeten gesloten
worden nadat de ketel gevuld werd met het
natriumsulfiethoudende water en ze moeten ook
tijdens de conservering gesloten blijven.
Het noodzakelijke overschot aan natriumsulfiet kan
u in de tabel aflezen.
Natriumsulfiet-
overschot met betrekking
tot de duur van de stilstand
Na
2
SO
3
92%
g/m³
Ketel met alkalisering
en
totaal ontzout
vulwater
1 week
1 maand
langer
200 - 300
450 - 900
900 - 3000
Ketel met alkalisering
en
enkel onthard
vulwater
afhankelijk van de tijd 1500 - 5000
Waterzijdig en rookgaszijdig conserveren (A115D)2
12
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
e) Wanneer tijdens de stilstand het overschot aan
natriumsulfiet daalt onder de 500 g/m
3
, dan moet u
natriumsulfiet bijvullen. U moet ervoor zorgen dat
alles goed gemengd wordt, dat kan gedaan worden
met behulp van een goede omlooppomp.
Bij ketels met een natuurlijke omloop kan u voor de
inbedrijfstelling of voor de conservering voor een
goede kringloop zorgen met behulp van een
shuntpomp. Die circulatie kan u bij ketels met een
natuurlijke omloop eveneens verkrijgen, wanneer u
ze lichtjes opwarmt.
f) Vooraleer de ketel weer gestart wordt, moeten de
gepaste waarden (pH-waarde,
natriumsulfietgehalte) voor de waterbereiding
ingesteld worden.
2.2 Hydrazine
Voeg eerst de dosis hydrazine toe die volstaat voor het
zuurstofgehalte van de ketel:
1g (lucht-) zuurstof in het water wordt gebonden met
1g hydrazine (N
2
H
4
) = 7 g met 24% hydrazinehydraat
(N
2
H
4
. H
2
O).
Voorbeeld: Water dat niet ontgast werd, dat koud en bereid
is, bevat ca. 10 g O
2
/m
3
. Om de zuurstofbinding te
garaderen, moet er 70 g hydrazinehydraat per m³
ketelwater toegevoegd worden.
Het
overschot aan hydrazinehydraat die bijkomend nog
noodzakelijk is, staat vermeld in de tabel:
Voor de efficiëntie van de hydrazine moeten met name de
volgende regels in acht genomen worden:
a) In een glazen recipiënt reageert zuivere hydrazine
met zuurstof dat in water is opgelost slechts
opmerkelijk snel vanaf 60 °C. In ketels wordt deze
reactie reeds bij een normale temperatuur bereikt,
aangezien het Fe
3
O
4
van de beschermingslaag een
uitstekende katalysator is. Er worden ook wel eens
filters uit adsorptiekool gebruikt als katalysator voor
de reactie tussen de zuurstof en de hydrazine.
Levoxine - een speciaal soort hydrazine voor
toepassing in ketels – bevat reeds een vloeibare
katalysator.
b) Bij een natte conservering moet de pH-waarde van
de hydrazinehoudende oplossing ten minste 10
bedragen. Behalve natriumhydroxide en fosfaat, die
reeds in het ketelwater aanwezig zijn en die voor
alkalisering volstaan, kan het toevoegen van
ammoniak ook efficiënt zijn.
c) Om een verschillend zuurstofgehalte en daardoor
ook de vorming van verluchtingselementen uit te
sluiten, moet de stoomketel compleet gevuld
worden met het hydrazinehoudende ketelwater.
d) Alle afsluitingen en ventielen moeten gesloten
worden nadat de ketel gevuld werd met het
hydrazinehoudende water en ze moeten ook tijdens
de conservering gesloten blijven.
Het noodzakelijke overschot aan hydrazine kan u in
de tabel aflezen.
e) Wanneer tijdens de stilstand het overschot aan
hydrazine daalt onder de 50 g/m
3
, dan moet u
hydrazine bijvullen. U moet ervoor zorgen dat alles
goed gemengd wordt.
Bij ketels met een natuurlijke omloop kan u bij de
inbedrijfstelling of bij de conservering voor een
goede kringloop zorgen met behulp van een
shuntpomp. De circulatie in een ketel met natuurlijke
omloop kan ook bereikt worden door de ketel
zachtjes op te warmen.
Hydrazine-
overschot met
betrekking tot de
duur van de stilstand
N
2
H
4
N
2
H
4
H
2
O
24%
g/m
3
g/m
3
Ketel met alkalisering
en
totaal ontzout
vulwater
1 week
1 maand
langer
20 - 30
50 - 100
100 - 300
140 - 210
350 - 700
700 - 2000
Ketel met alkalisering
en
enkel onthard
vulwater
afhankelijk van de tijd
150 - 450 1000 - 3000
Waterzijdig en rookgaszijdig conserveren (A115D) 2
13
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
3Tests
Het onderzoek naar de zuurstofbindmiddelen bij natte
conservering.
3.1 Sulfiet bepalen
Met het onderstaande procédé kan u op eenvoudige wijze
vaststellen hoeveel natriumsulfiet er toegevoegd moet
worden, om de zuurstof in het ketelwater te binden.
Basis van het procédé
Jodium oxideert in een zure oplossing van sulfiet naar
sulfaat en wordt zo gereduceerd tot jodide. Het overtollige
jodium geeft met een stijfseloplossing een blauwe kleur.
Nitrieten, sulfieten en grotere hoeveelheden organische
stoffen (KM
nO
4
-verbruik meer dan 60 mg/l) werken
storend.
Reactiemiddelen
a) fosforzuren D. 1.14 (25%)
b) 0,01 normale jodiumoplossing
(in een bruine fles koel bewaren!)
c) stijfseloplossing ca. 1%.
Toestellen
300 ml Erlenmeyer-kolf
10 ml meetpipet
20 ml buret, schaal 0,1 ml
Werkwijze
100 ml van de op kamertemperatuur afgekoelde en helder
gefilterde proef wordt in een 300 ml Erlenmeyer-kolf
gegoten en zuur gemaakt met 3 ml fosforzuren
(reactiemiddel a).
Vervolgens wordt er ca. 0,5... 1 ml van de stijfseloplossing
(reactiemiddel c) aan toegevoegd.
Met behulp van een buret wordt er nu 0,01 normale
jodiumoplossing (reactiemiddel b) bijgemengd, tot de proef
blauw kleurt.
1 ml 0,01 normale jodiumoplossing stemt bij toepassing
van 100 ml proefhoeveelheid ongeveer overeen met
6,3 mg/l natriumsulfiet (Na
2
SO
3
).
Sneltest
Om het sulfietgehalte snel te bepalen, kan u gebruik maken
van de teststaafjes (bv. Sulfiet Test van de firma Merck).
3.2 Hydrazine bepalen
Basis van het procédé
Hydrazine kleurt in een zure oplossing met p-
dimethylaminobenzaldehyde, afhankelijk van de
concentratie, geel tot rood, chinoide verbinding als
kleurvergelijk.
Reactiemiddelen
zwavelzuur p-dimethylaminobenzaldehyde-oplossing
2%ig, kleur-vergelijkingsampullen
(beide zijn verkrijgbaar bij Bayer AG, Leverkusen, of een
verdeler ervan)
Werkwijze
Hoeveelheid hydrazine bepalen met
vergelijkingsoplossingen of kleurvergelijkende folie:
De waterproef die op het hydrazine-gehalte onderzocht
moet worden, moet eerst afgekoeld worden tot < 40 °C
(neem eventueel een beetje met de proefkoeler). Het
ketelwater moet eerst gefilterd worden.
5 ml van deze waterproef wordt tot aan het 1e ijkstreepje in
de lege ampule gegoten, dan voegt u er 5 ml
hydrazinereactiemiddel aan toe, tot aan het 2e ijkstreepjes
en draait u de ampule tweemaal om. De proefvloeistof
kleurt geel. Nu kan u de kleur vergelijken met de
vergelijkingsampule of -folie. De waarde die op de ampule
of op de folie wordt aangegeven, geeft het hydrazine
(N
2
H
4
)-gehalte van de proef aan in mg/l.
Wanneer de proefvloeistof een gele kleur heeft, die niet op
de vergelijkingsschaal staat, is er een gehalte aan N
2
H
4
van meer dan 1 mg/l. Deze waarden kunnen ook precieser
bepaald worden, wanneer 1 ml van het te controleren water
eerst verdund wordt met 99 ml koud leidingswater. 5 ml van
dit verdunde water moet dan gemengd worden met 5 ml
reactiemiddel en vergeleken worden met de kleurenschaal.
De gevonden waarde moet dan – in functie van de
verdunning – vermenigvuldigd worden met 100.
Het reactiemiddel moet steeds op een koele, donkere
plaats bewaard worden.
Houdbaarheid van ongeveer 1 jaar (vgl. met de datum op
het etiket). U kan te allen tijde de efficiëntie van de reactie-
oplossing nagaan, wanneer u 5 ml drinkwater vermengd
met 5 ml reactiemiddel. Er mag geen sterke kleuring zijn,
als de waarde overeenstemt met de nulwaarde van de
kleurenschaal.
Waterzijdig en rookgaszijdig conserveren (A115D)2
14
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
4 De droogconservering
In principe is de droogconservering voor alle ketels
mogelijk.
Wanneer u de ketel compleet laat leeglopen, moet u erop
letten dat de ketel geen verzakkingen vertoont in de
waterleidingen waar vochtige plekken zouden kunnen
ontstaan. Controleer dit.
Voor de droogconservering moet u gebruik maken van een
voldoende hoeveelheid waterbindend middel, zoals
kiezelzuurgel of watervrij chloorcalcium en calciumoxide.
Nadat de drogingsmiddelen in de ketel ingevoerd werden,
moeten alle ketelopeningen afgesloten worden. De
drogingsmiddelen nemen het in de ketel resterende water
op.
Wanneer de opbouw er zich toe leent, kan de ketel ook aan
de lucht gedroogd worden, wanneer alle openingen
geopend blijven.
4.1 Kiezelzuurgel of blauwgel
Van de opgesomde drogingschemicaliën kan de blauwgel
het eenvoudigst en veiligst gebruikt worden. Wanneer hij
rood geworden is, moet u hem vervangen. Wanneer hij
langere tijd opgewarmd wordt tot 180... 200 °C kan hij weer
watervrij en zodoende actief gemaakt worden.
4.2 Chloorcalcium en calciumoxide
Bij gebruik van chloorcalcium moet er zorg voor gedragen
worden, dat de geconcentreerde calciumchlorideoplossing,
die zich vormt, niet in contact komt met het materiaal van
de ketel; het kan namelijk in het materiaal invreten. Bij de
toepassing van calciumoxide zijn er geen gevaren. Let
erop, dat alle chemicaliën in vlakke blikken schalen
bewaard worden en dat er geen chloorcalcium of kalk in de
ketel valt; wanneer de ketel weer wordt gestart, zou dat tot
ongecontroleerde verhardingen kunnen leiden.
AOpgelet!
Bij gebruik van chemicaliën – met name hydrazine
– moeten de gebruiksvoorschriften van de
fabrikant in acht genomen worden.
Bijkomende maatregelen kan u verkrijgen bij de betroffen
technische inspectie of bij de fabrikant van uw
waterbehandelingsinstallatie.
5 De rookgaszijde conservering
Ingeval van normale opstellingsvoorwaarden, volstaat de
rookgaszijde droging en reiniging van de ketel.
Als er bijzondere voorwaarden zijn, bv. de nabijheid van de
zee, bijzonder vochtige lucht of de aanwezigheid van
andere corrosieve omstandigheden, is een rookgaszijdige
droogconservering aanbevolen. Ga daarvoor tewerk zoals
beschreven in punt 4.
Richtlijn waterkwaliteit (A130D) 3
15
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
3 Richtlijn waterkwaliteit (A130D)
1 Heet-water-ketel
Keteltype
Ketelgroep volgens
verordening voor stoomketels
Heet-water-ketel voor lage druk
groep II
BUDERUS Type Logano S 815
Logano plus SB 815
Waterchemische bedrijfswijze
zoutarm
1)
zouthoudend
1)
Elektr. geleiding in het kringloopwater µS/cm 10-30 >30-100 >100-1500
2 Vul- en bijvulwater
2)
Algemene eisen kleurloos, helder, vrij van onopgeloste stoffen
pH-waarde bij 25 °C pH-waarde 8-10 8-10,5 8,5-10,5
Aardalkaliën (totale hardheid) mmol/l <0,02 <0,02 <0,02
°dH <0,1 <0,1 <0,1
Zuurstof (O
2
) mg/l <0,1 <0,1 <0,1
3 Kringloopwater
Algemene eisen pH-waarde kleurloos, helder, vrij van onopgeloste stoffen
pH-waarde bij 25° C
3)
mmol/l 9-10 9-10,5 9,5-10,5
K
58.2
(p-waarde) mmol/l - 0,1-0,5 0,5-5
Aardalkaliën (totale hardheid) mmol/l <0,02 <0,02 <0,02
°dH <0,1 <0,1 <0,1
Zuurstof (O
2
)
4)
mg/l <0,1 <0,05 <0,02
Fosfaat (PO
4
)
3) 4)
mg/l 3-6 5-10 5-15
Elektr. geleiding bij 25°C (origineel) µS/cm 10-30 >30-100 <100-1500
Bij gebruik van zuurstofbindmiddelen
4)
Hydrazine (N
2
H
4
) of mg/l 0,2-1 0,2-2 0,3-3
Natriumsulfiet (Na
2
SO
3
)mg/l--5-10
Richtlijn waterkwaliteit (A130D)3
16
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Opmerkingen
De richtwaarden die op de ommezijde vermeld zijn, gelden
voor heet-water-ketels en verwarmingsnetwerken uit
ongelegeerd of in beperkte mate gelegeerd staal en
steunen op de VDTÜV/AGFW richtlijnen voor heet water
(VdTÜV-werkblad TCh 1466/2.89), waarin u ook meer
details kan vinden.
Voor Oostenrijk gelden bovendien ook de richtwaarden van
het Bundesgesetzblatt 353. Verordening ABV bijlage 3.
Voor de levering en montage van
waterbehandelingsinstallaties mag er enkel contact
genomen worden met ervaren vaklui. Het is bovendien
aanbevolen, om het onderhoud te laten uitvoeren door de
klantendienst van deze firma's en / of waterchemische
afdelingen van de technische inspectie.
U kan zich enkel beroepen op de garantie als de waarden
voor de waterkwaliteit gerespecteerd werden.
Specifiek in acht te nemen
- Wanneer er voor bepaalde onderdelen van de
verwarmings- of tapwaterinstallatie bijkomende eisen
gelden, moet dat gemeld worden door de installateur.
Bij de planning van verwarmingsinstallaties moeten de
betreffende normen – met name DIN 4751 en
DIN 4752–, de richtlijnen voor stookplaatsen en alle
betreffende voorschriften in acht genomen worden.
In geval van twijfel, kan u steeds contact opnemen met uw
Buderus-filiaal.
- De installatie mag enkel gevuld worden met behandeld, of
ten minste onthard water, waaraan per m
3
water ten
minste 50 g trinatriumfosfaat (20% P
2
O
5
) toegevoegd
moet worden.
Zoutarm water kan bijvoorbeeld vanuit grote fabrieken
met een tankwagen gebracht worden.
- Wanneer er vreemde stoffen zouden kunnen
binnendringen, is het aanbevolen, om dat te verhinderen
door afdoende veiligheidsmaatregelen te treffen.
- Om te vermijden dat er zich bij stilstand corrosie zou
vormen (bij langere bedrijfsonderbreking of wanneer de
installatie niet meteen in bedrijf gesteld wordt) moeten de
heet-water-ketel en eventueel het complete
verwarmingsnet op vakkundige wijze geconserveerd
worden.
Aanwijzingen daarover vindt u in het VdTÜV-werkblad
TCh 1465, 10/78.
- De kwaliteit van het vulwater, evenals van het
kringloopwater moet gecontroleerd worden op basis van
de belangrijkste waarden.
Bij de watertests zou ten minste het volgende nagegaan
moeten worden:
De resultaten moeten genoteerd worden (logboek A140/D
en A145/D).
Legende
1)
De zoutarme bedrijfswijze is aanbevolen bij:
- sterk vertakte, grote leidingnetwerken, zoals bv. in
industrie- of als de stookplaats ver verwijderd is;
- langere stagnatietijden, ook van delen van het
verwarmingsnet;
- sterk schommelende drukken en temperaturen;
- installaties met componenten uit verschillende
materialen.
2)
Het vulwater is doorgaans een mengeling van
behandeld bijvulwater en gerecupereerd overloopwater
van de kringloop.
Voor de
zoutarme bedrijfswijze moet goed behandeld
zoutarm bijvulwater, eventueel ook condensaat,
gebruikt worden.
3)
Bij de zoutarme bedrijfswijze moet de pH-waarde of
K
S8,2
met trinatriumfosfaat ingesteld worden.
Bij de zouthoudende bedrijfswijze wordt de alkaliteit
doorgaans automatisch ingesteld door de compositie
van het vulwater. Wanneer dat niet zou gebeuren, moet
er primair gealkaliseerd worden met trinatriumfosfaat of
eventueel met een toevoeging van natriumhydroxide.
Ammoniak mag niet gebruikt worden.
Wanneer er koper verwerkt is in het heet-water-net mag
de pH-waarde van het kringloopwater niet meer dan 9,5
bedragen.
4)
Bij de permanentwerking worden de grenswaarden
normaal automatisch gerespecteerd – het is dan niet
noodzakelijk om gebruik te maken van
zuurstofbindmiddelen.
Anders kan u nog steeds fysische methodes toepassen
– zie bij
1)
- of gebruik maken van chemische middelen.
De courante chemische middelen zijn hydrazine en
natriumsulfiet. Filmvormende amines zijn geen
zuurstofbindmiddelen.
Voor elke installatie moet afzonderlijk bepaald worden
hoeveel en welke soort zuurstofbindmiddel gebruikt wordt.
Vulwater pH-waarde of K
S8,2
,
Aardalkaliën (totale
hardheid)
Kringloopwater pH-waarde of K
S8,2
,
Fosfaat,
Zuurstof of
zuurstofbindmiddel,
Elektrische geleiding.
Richtlijn waterkwaliteit (A130D) 3
17
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Hydrazine kan enkel gebruikt worden voor
verwarmingssystemen zonder "directe"
tapwateropwarming - zie ook DIN 1988 deel 4.
De beschermingsvoorschriften van de norm TRgS 550
moeten gerespecteerd worden voor hydrazine, als
kankerverwekkend materiaal (zie ook werkblad M 011 van
BG-Chemie).
Natriumsulfiet moet in zouthoudend verwarmingswater
een overschot van 5... 10 mg/l hebben.
In verwarmingsnetwerken kan sulfiet ontstaan, waardoor
koper en koperlegeringen kunnen corroderen. Het
zoutgehalte van het water stijgt dan. Voor natriumsulfiet
bestaan er geen hygienisch-toxicologische beperkingen.
Bij
zoutarm verwarmingswater moeten de grenswaarden
voor fosfaat gerespecteerd worden, om corrosie met
spanningsscheuren te voorkomen – de concentratie mag
niet minder bedragen dan de onderste grenswaarde.
Voor
andere middelen zijn er geen waarden die steunen
op langdurige praktijkervaring.
ABij toepassing van zuurstofbindmiddelen of andere
beschermende chemicaliën, gelden uitsluitend de
voorschriften van de fabrikant of leverancier.
De firma Buderus kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor beschadigingen aan de
ketelinstallatie, die te wijten zijn aan de
chemicaliën of een verkeerd uitgevoerde
bescherming.
Richtlijn waterkwaliteit (A130D)3
18
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Logboek voor lage druk warm-water-ketels (A150D) 4
19
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
4 Logboek voor lage druk warm-water-ketels (A150D)
Bijzondere gebeurtenissen: ________________________________________
_____________________________________________________________________________________________
Kalenderjaar: ________
Tweede semester
Eerste semester
Fabricagenr.: _________________ Bouwjaar:_________
Keteltype: _________________ Ketelgroep:____
Respecteer: de TRD 702 – opwarming van warm-water-groep II;
de richtlijn A 130/D – waterkwaliteit voor warm-water-ketels;
de beschermende maatregelen voor gevaarlijke stoffen (zie ook de voorschriften van de fabrikant);
de aanwijzingen op de achterzijde van deze pagina.
wekelijks controleren halfjaarlijks controleren
Vul- en bijvulwater Kringloopwater Kringloopwater
Opmerkingen zie
achterzijde
Kenmerk
Opmerkingen zie achterzijde
in orde
x niet in orde
Bijgevulde hoeveelheid water
pH-waarde bij 25°C
K
s8,2
(p-waarde)
Aardalkaliën (totale hardheid)
pH-waarde bij 25°C
K
s8,2
(p-waarde)
Aardalkaliën (totale hardheid)
Uitzicht, kleurloos, helder en zonder
vrijgekomen stoffen, troebel
Code en dichtheid
controleren, uitrusting
Vertrektemperatuur
Retourtemperatuur
Tellerstand
totaal aantal bedrijfsuren
Tellerstand
bedrijfsuren brander
Tellerstand
aantal startimpulsen brander
Handtekening van de
verantwoordelijke
Zuurstof O
2
of
Zuurstofbindmiddel hydrazine /
Levoxine of Na
2
S0
3
of
Fosfaat P0
4
Elektrisch geleidingsvermogen (origineel)
Veiligheidsventiel spuien
Drukbegrenzer
min
controleren
Drukbegrenzer
max
controleren
Waterstandsbegrenzer controleren
m
3
x
°C °C
Weekabcdefghiklmnopqrstuvwx
1/27
2/28
3/29
4/30
5/31
6/32
7/33
8/34
9/35
10/36
11/37
12/38
13/39
14/40
15/41
16/42
17/43
18/44
19/45
20/46
21/47
22/48
23/49
24/50
25/51
26/52
µS
cm
--------
Datum:................................
invullen indien de halfjaarlijkse controle in
een andere week gebeurt.
mg
l
--------
mmo
l
------------- -
mmo
l
------------- -
mg
l
--------
mg
l
--------
mmo
l
------------- -
Controleprotocol: wekelijks en halfjaarlijks
Datum Handtekening
mmo
l
------------- -
Logboek voor lage druk warm-water-ketels (A150D)4
20
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Opmerkingen
De waterstalen moeten onmiddellijk onderzocht worden.
Belangrijk zijn:
Vul- en bijvulwater
Test conform
- de voorschriften van de leverancier van de installatie voor
de waterbehandeling (werkbladen)
- kolom "Vul- en bijvulwater" (voorzijde van dit blad)
- hier volgen de kenmerken die principieel nagegaan
moeten worden
a
b of c
d
I Aanwijzing:
Bij de opbouw van de installatie voor de
waterbehandeling en de aankoop van de gebruikte
doseringsmiddelen moeten de in richtlijn A 130/D
"Waterkwaliteit voor warm-water-ketels"
opgesomde waarden gerespecteerd worden.
Respecteer de in de richtlijn genoemde opmerkingen.
Er mogen in de ketel (waterzijdig) geen isolerende
afzettingen ontstaan.
Kringloopwater
Test conform
- kolom "Kringloopwater" (voorzijde van deze pagina)
- hier moet u met name een controle doen van de
kenmerken
e of f
g
h
q of r
s
t
De richtlijn A 130/D met opmerkingen moet in acht
genomen worden. Het gebruikte zuurstofbindmiddel moet
vermeld worden.
IAanwijzing:
In de "Richtlijnen voor het kringloopwater in heet-
en warm-water-verwarmingsinstallaties (industrie-
en verwarmingsnetwerken)" - Werkblad TCh 1466
uitgave 02.89 VdTÜV/AGFW, uitgegeven door de
uitgeverij TÜV Rheinland kan u aanbevelingen
vinden betreffende de werking zonder
zuurstofbindmiddel, evenals belangrijke informatie
over de toepassingsbeperkingen van hydrazine/
levoxine.
Onderdelen van een andere fabrikant
Het is mogelijk, dat de in dit voorschrift beschreven tests
voor ketels voor heet water met lage druk eveneens
noodzakelijk zijn voor andere onderdelen van de
verwarmingsinstallatie.
Daarvoor moet het bedieningsvoorschrift van de betroffen
fabrikant in acht genomen worden.
ABelangrijk:
Voor de gebruikte zuurstofbindmiddelen of andere
beschermende chemicaliën gelden uitsluitende de
voorschriften van de fabrikant en de leverancier.
De firma Buderus kan niet aansprakelijk gesteld
worden voor beschadigingen aan de
ketelinstallatie, die te wijten zijn aan de
chemicaliën of een verkeerd uitgevoerde
bescherming.
Beknopt bedieningsvoorschrift (A210D) 5
21
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
5 Beknopt bedieningsvoorschrift (A210D)
1 Algemeen
1.1 Eisen betreffende de brandstof:
Stookolie EL volgens DIN 51603 of alle technische gassen
conform het DVGW-blad G 260.
1.2 Werking van de installatie:
Bovendien moeten voor de werking eveneens de
aanwijzingen van TRD 702, het bedieningsvoorschrift van
de brander, evenals de voorschriften ter preventie van
ongevallen in acht genomen worden.
1.3 Rookgaszijdige
corrosiebeschadigingen voorkomen:
Vermijd dat de temperatuur van de rookgassen onder het
dauwpunt zou dalen, zowel bij normaal bedrijf, lage
belasting als bij nachtverlaging; dit kan gebeuren met een
snelle opwarming of met een opwarming 's morgens.
Daarom mag het retourwater dat in de ketel binnenkomt
niet onder de minimumtemperatuur van 50°C dalen.
1.4 Vermijd de vorming van ketelsteen en
waterzijdige corrosiebeschadigingen:
Zorg ervoor dat er aan alle eisen van de richtlijn
"Waterkwaliteit van het verwarmingswater" en van het
werkblad VdTÜV TCh 1466 voldaan is. De druk van het
koude water bedraagt het 1,3-voudige van de bedrijfsdruk.
De testdruk mag bij het afpersen van de installatie niet
overschreden worden. Technische gegevens van de
verwarmingsinstallatie zie bedieningsvoorschriften.
2 Inbedrijfstelling
De eerste inbedrijfstelling moet uitgevoerd worden door
een erkend vertegenwoordiger van de branderfirma. Ga na
of de ketel, de verwarmingsinstallatie, de
veiligheidstechnische uitrusting, alle afsluittoestellen, de
meet- en de regeltoestellen correct zijn ingesteld en goed
functioneren.
AOpgelet!
Neem het bedrijfsvoorschrift A 215/D
"Opwarmingstijd bij inbedrijfstelling" in acht.
Inbedrijfstelling van de branderinstallatie conform
het bedrijfsvoorschrift van de fabrikant. Controleer
tijdens het opwarmen de keteldeur en alle
aansluitingen op dichtheid en draai ze eventueel
lichtjes aan. Nadat de bedrijfstemperatuur werd
bereikt, moeten de correcte werking van alle
ketelonderdelen en de dichtheid nogmaals
gecontroleerd worden.
IDe afsluiting van het handgat aan de
ketelbovenzijde van de types S 815 - 1350 kW tot
S 815 - 9300 kW moet ook nagekeken worden.
3 Onderhoud
3.1 Tijdens de werking:
Controleer de dichtheid van alle aansluitingen, evenals de
correcte werking van alle regeltoestellen en
veiligheidscomponenten. Maak na de inbedrijfstelling van
de ketel als volgt gebruik van de spoelinstallatie (tegen
afzettingen):
Open het afsluitschuivertje tot aan de aanslag, open en
sluit het snelsluitschuivertje meermaals, tot er helder water
uitstroomt, sluit de afsluitschuiver opnieuw. Registreer
hoeveel water er toegevoegd wordt, met behulp van de
hydrometer. Controleer de waterkwaliteit op geregelde
tijdstippen. Maak geen gebruik van het installatiewater voor
andere doeleinden. Wanneer er zich roest of vocht
(corrosiegevaar) in de ketel bevindt, moet u contact
opnemen met een technieker van de branderfabrikant of
van de verwarmingsfirma. Voer het onderhoud van de
brander voorschriftmatig uit.
3.2 Na beëindigen van de bedrijfstijd:
Schakel de hoofdschakelaar van de stroomtoevoer uit.
Plaats alle schakelaars aan de brander en aan de
schakelkast in positie 0. Open de ketel, reinig hem grondig
(zie hoofdstuk 4 Reiniging) en conserveer hem tegen
stilstandscorrosie. Daarvoor raden we de
corrosiebescherming van "Shell Ensis Fluid 256" of een
gelijkwaardig product aan. Na de conservering mag er
geen lucht meer circuleren in de ketel. Het water blijf in de
verwarmingsinstallatie en in de ketel.
4 Reiniging
Controleer tijdens de werking geregeld of er zich in de ketel
geen aanslag heeft gevormd op de verwarmingsvlakken.
Reinig de ketel grondig indien nodig. Na de
verwarmingsperiode en voor de installatie gedurende
langere tijd "buiten bedrijf" wordt gesteld, moet ze grondig
gereinigd en geconserveerd worden.
AOpgelet!
Plaats de bedrijfs- en branderschakelaar aan de
brander, evenals aan de schakelkast in de positie
0. Sluit de hoofdkraan van de toevoerleidingen
voor de brandstof. Open de keteldeur evenals het
achterste reinigingsdeksel en begin dadelijk met
het reinigen. Veeg de vlampijpen uit met
steelborstels, reinig de vuurhaard en de keerkamer
met handborstels (bij hardnekkige aanslagen kan
er gebruik gemaakt worden van schrapers of –
indien voorhanden – van een
reinigingssproeitoestel). Reinig de achterste
rookkast en de rookgasafvoer en verwijder
residu's. We raden aan om een flexibele stofzuiger
te gebruiken.
Beknopt bedieningsvoorschrift (A210D)5
22
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Open de keteldeur:
- Schakel de brander uit. Bij gasbranders: Sluit de gaskraan
en beveilig ze, zodat ze niet geopend kan worden door
onbevoegden. Neem de bedrijfsvoorschriften van de
brander en de gasleidingen in acht! Maak de gasstraat
pas daarna los.
- Draai de voorste moeren van de schroefstiften ca. 3-4
slagen los.
- Draai de contramoeren van de beide scharnierschroeven
goed aan.
- Draai nu alle overige voorste moeren zo ver los, tot de
schroefstiften uitgedraaid kunnen worden.
- Open de deur.
Keteldeur sluiten:
Controleer de afdichtingkoord: Normaal moet de
afdichtingkoord vervangen worden nadat de deur 4 tot 5
keer geopend werd; wanneer de koord verhard of
beschadigd is, moet u ze echter dadelijk vervangen. De
binnenste en buitenste afdichtingkoord moet over de totale
omtrek op de branderdeursteen aangedrukt worden
(controle van de afdruk met behulp van krijt of iets
dergelijks - GEEN grafiet!).
- Draai de schroefstiften naar binnen en draai de voorste
moeren met de hand aan. Draai de contramoeren van de
2 scharnierschroeven weer in hun oorspronkelijke positie.
- Draai de voorste moeren kruisgewijs lichtjes aan met
behulp van een ringsleutel, zodat de keteldeur gelijkmatig
aangedrukt wordt.
- Bij gasbranders: positioneer de gasstraat weer met de
grootste zorg – de dichtheidscontrole is belangrijk!
- Draai de voorste moeren aan tijdens het opwarmen, tot de
deur rookgasdicht sluit.
- Vooraleer de deur wordt afgesloten, moet het volgende in
acht genomen worden:
De tussenruimte tussen de vlamkop en de
branderdeursteen moet gevuld worden met "beweeglijk"
materiaal (bv. Cerafelt), in geen geval opvullen met
vuurvast mortel!
5 Vorstgevaar
Wanneer de verwarmingsinstallatie in de winter buiten
bedrijf blijft, moet de complete installatie – aan de
diepliggende drukpompen – afgetapt worden, vooraleer het
begint te vriezen. Open alle radiator- en
ontluchtingsventielen en, indien ze voorhanden zouden
zijn, de afsluit- en snelsluitschuivers aan de ketel voor u de
installatie laat leeglopen. De afsluit- en snelsluitschuivers
van de spoelinstallatie moeten geopend blijven tot de
installatie weer gevuld wordt. We raden u aan, om de
verwarmingsfirma ter hulp te roepen voor het aftappen en
vullen van de ketel, omdat voor het vullen en aftappen van
grotere verwarmingsinstallaties bijzondere voorschriften in
acht genomen moeten worden.
6 Overige punten
Ingeval bij de rookgasmetingen aan de ketel, tegen alle
verwachtingen in, een hogere koolmonoxidewaarde of een
te hoge rookgastemperatuur gemeten wordt, moet de
afdichting (binnenste afdichtingkoord) tussen de vuurhaard
en de vlampijpen gecontroleerd worden (zie "Keteldeur
sluiten").
Opwarmingstijd bij de inbedrijfstelling (A215D) 6
23
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
6 Opwarmingstijd bij de inbedrijfstelling (A215D)
1 Eerste inbedrijfstelling
Nadat de branderdeursteen gegoten werd, moet die 24
uren drogen. Tijdens het drogen mogen de onderdelen met
een vuurvaste bemetseling, zoals deuren, afsluitstenen
enz., niet bewogen of verplaatst worden.
De waterdamp die bij de opwarming in de bemetseling
ontstaat, moet ontsnappen tijdens de voorziene
stilstandstijden van de brander.
De noodzakelijke uitdamping wordt enkel gegarandeerd
indien de onderstaande tabel gerespecteerd wordt.
2 Elke verdere inbedrijfstelling
Bij elke verdere inbedrijfstelling moet er opgewarmd
worden met
30 - 50 % van het nominaal vermogen, tot
de bedrijfstemperatuur bereikt wordt.
IAanwijzing:
De hierboven vermelde waarden werden bepaald
voor een nieuwe (nog niet gedroogde)
bemetseling.
Opwarmingstijd
Laagste belasting (max. 50 %)
10 min.
Stilstandstijd 30 min.
Opwarmingstijd 20 min.
Stilstandstijd 30 min.
Opwarmingstijd 30 min.
Stilstandstijd 15 min.
Opwarmingstijd 30 min.
Stilstandstijd 15 min.
Opwarmingstijd
Hoogste belasting
60 min.
Stilstandstijd 15 min.
Totale tijd 4 uren 15 min.
Opwarmingstijd bij de inbedrijfstelling (A215D)6
24
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Overzicht ingeval van storing 7
25
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
7 Overzicht ingeval van storing
Voorschrift voor het detecteren van
fouten en het verhelpen van
storingen
IVoor het verhelpen van de storingen moet u de
bedieningsvoorschriften van de installatie en
van de toebehoren respecteren.
De storingen die zich voordoen zijn meestal het gevolg van
een gebrek aan of een ontoereikend onderhoud aan de
ketel en de toebehoren.
Bij storingen moet er principieel een onderscheid gemaakt
worden tussen een KETELSTORING en een
BRANDERSTORING.
In dit overzicht voor storingen worden uitsluitend de
ketelstoringen die zich kunnen voordoen behandeld.
Branderstoringen zijn te wijten aan de brander zelf en
aan de brandstoftoevoer naar de brander. Om de
branderstoringen te verhelpen moet u gebruik maken van
de bedienings- en servicevoorschriften van de fabrikant
van de brander.
De detectie en het verhelpen van de storingen mogen enkel
gedaan worden door personen die in het bezit zijn van een
erkenning en die vertrouwd zijn met de werking en de
techniek van de ketelinstallatie.
STORING MOGELIJKE OORZAAK CONTROLE / VERHELPING
1. Veiligheidsventiel
geactiveerd
1.1 De max. drukbegrenzer van de ketel is
te hoog ingesteld en de max.
toegestane bedrijfsoverdruk van de
ketel werd overschreden
1.1.1 Controleer de max. drukbegrenzer en het
expansievat of de vreemde drukbewaker
2. Inspectieopening
is niet afgedicht
2.1 Onvakkundig afgedichte inspectie-
opening of defecte dichting
2.1.1 Controleer of vervang de dichting zoals
beschreven in het onderhoudsvoorschrift
en het bedieningsvoorschrift
3. Te hoge
rookgastemperat
uur
3.1 Rookgaszijdige vervuiling van de ketel
door slechte afstelling van de brander
3.1.1 Reinig de rookgaskanalen en stel de
brander af
3.2 Slechte of defecte afdichting tussen de
vuurhaard (1e trek) en 2e bundel
vlampijpen (3e trek)
3.2.1 Controleer de binnenste afdichtingkoord
van de deur van de keerkamer en vervang
ze indien nodig
Overzicht ingeval van storing7
26
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
5. Brander schakelt niet
aan
5.1 Geen voorzienings- of stuurspanning
aanwezig
5.1.1 Controleer de hoofdschakelaar en
stuurzekeringen
5.2 Thermostaat voor de
temperatuurbeveiliging te laag
ingesteld of defect
5.2.1 Controleer de instelling, vervang eventueel
de thermostaat
5.3 Elektronisch temperatuurregeltoestel
geeft de brander niet vrij
5.3.1 Controleer de instelwaarden en de werking
aan de hand van de voorschriften van de
fabrikant
5.4 Branderstoring (wordt aan de brander
meestal aangegeven door het oplichten
van een controlelampje aan de
branderautomaat)
5.4.1 Verhelp de storing zoals aangegeven in het
bedienings- en servicevoorschrift van de
fabrikant
5.5 Ketelstoring 5.5.1 Controleer de veiligheidsketen van de
ketel. De manier waarop dit gedaan moet
worden hangt af van het gebruikte
regeltoestel, bv. Logamatic-regeling,
instrumentenkast enz.
Regeltoestel Logamatic: afzonderlijk
voorschrift
Instrumentenkast IK: zie punten 5.6 tot
5.12
Andere:
documenten van de fabrikant
Instrumentenkast:
Voor de foutendetectie kan het noodzakelijk zijn de afdekking die zich aan de rugzijde bevindt af
te schroeven. Er zit een schakelschema van het betroffen type instrumentenkast aan de
binnenzijde van de afdekking.
Ter controle van de doorgang van elk afzonderlijk veiligheidscomponent moet u misschien een
lampje of een meettoestel gebruiken. De stuurspanning wordt aan de uitgang van het
schakelcomponent tegen het nulpotentiaal van de spanning gemeten.
5.6 NOOD-UIT-schakelaar S1 gebruikt.
Klem X8:1 spanning
Klem X8:3 geen spanning
5.6.1 Controleer waarom de NOOD-UIT-
schakelaar is geactiveerd en schakel hem
eventueel weer in
5.7 Thermostaat voor brandbeveiliging F1
geactiveerd. Klem X8:5 spanning
Klem X8:6 geen spanning
5.7.1 Controleer waarom de thermostaat werd
geactiveerd en plaats hem eventueel terug
5.8 Waterstandsbegrenzer 38S5
geactiveerd.
Klem X8:8 spanning
Klem X8:10 geen spanning
5.8.1 Controleer waarom de begrenzer
geactiveerd werd en ontgrendel de
waterstandsbegrenzer eventueel (zie
bedieningsvoorschrift van de
waterstandsbegrenzer)
5.9 Drukbegrenzer min. 38S6 geactiveerd.
Klem X8:12 spanning
Klem X8:14 geen spanning
5.9.1 Controleer waarom de begrenzer
geactiveerd werd en ontgrendel de
drukbegrenzer nadat de storing verholpen
werd (zie bedieningsvoorschrift)
5.10 Drukbegrenzer max. 38S7 geactiveerd.
Klem X8:16 spanning
Klem X8:17 geen spanning
5.10.1 Controleer waarom de begrenzer
geactiveerd werd en ontgrendel de
drukbegrenzer nadat de storing verholpen
werd (zie bedieningsvoorschrift)
5.11 Si-temperatuurbegrenzer I-38S4
geactiveerd.
Klem X8:20 spanning
Klem X8:21 geen spanning
5.11.1 Controleer waarom de begrenzer
geactiveerd werd en ontgrendel de
temperatuurbegrenzer nadat de storing
verholpen werd (zie bedieningsvoorschrift)
Overzicht ingeval van storing 7
27
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
ABELANGRIJK:
- Wanneer het noodzakelijk blijkt om een onderdeel
te vervangen, mag u enkel gebruik maken van
originele wisselstukken. U heeft namelijk enkel met
de originele wisselstukken de garantie, dat er
voldaan wordt aan de DIN-bepalingen en aan de
normen.
- Overbrug de toestellen die relevant zijn voor de
veiligheid nooit - dat kan leiden tot verwondingen
van personen en / of aanzienlijke materiële
schade.
- Werkzaamheden aan de ketelinstallatie mogen
enkel uitgevoerd worden door gekwalificeerde
personen, die vertrouwd zijn met de installatie.
5.12 Si-temperatuurbegrenzer II-3S14
geactiveerd.
Klem X8:61 spanning
Klem X8:62 geen spanning
5.12.1 Controleer waarom de begrenzer
geactiveerd werd en ontgrendel de
temperatuurbegrenzer nadat de storing
verholpen werd (zie bedieningsvoorschrift)
Overzicht ingeval van storing7
28
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
Onderhoudsvoorschrift 8
29
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
8 Onderhoudsvoorschrift
1 Werkingsonderhoud (service,
zonder reiniging)
Het werkingsonderhoud omvat de volgende
werkzaamheden, inclusief het bijsmeren en bijstellen van
mechanisch bewegende componenten:
- controle van de waterzijdige afzettingen in de ketel
- controle van de rookgaszijdige afzettingen in de ketel
- controle van de rookgaszijdige afzettingen in de ketel
- controle van de branderdeursteen of de bemetselingen in
de ketel, evenals van de afsluiting van de vuurhaard
- controle van de drijfolie bij pompen voor bijvulwater,
brander
- aanspannen/vervangen van de pakkingbussen bij
pompen voor bijvulwater, ventielen, mengkleppen
- vervangen, correcte positie van de dichtingen van de
keerkamer-, het mangat, de branderflens
- preventief vervangen van de onderdelen die verslijten (V-
snaar)
- werkingscontrole van de schakelcomponenten in de
veiligheidsketen
- werkingscontrole van de schakelcomponenten in de
regelketen
- controle / bijstelling van de regeling en van het vermogen
van de brander
- werkingscontrole (veiligheidstijden) van de
vlambeveiliging
- werkingscontrole van het ontstekingsmechanisme
- werkingscontrole van de veiligheidsventielen
- controle van de waterbereiding en vat voor bijvulwater
- controle doseerinstallatie
- werkingscontrole van de meet- en regeltoestellen,
evenals van de inbouwcomponenten van de schakelkast
(ketel en ontsteking)
- opstellen van een protocol
2 Onderhoud m.b.t. leefmilieu /
emissies (zonder reiniging)
Het onderhoud van de emissies omvat de volgende
werkzaamheden:
- controle van het warmtevermogen van de brandstof
(WVB)
- controle van de uitrusting van de brander voor het
benodigde WVB
- rookgasmeting met behulp van een computer voor
rookgasanalyse
- bijstellen van de verbranding
- controle of bijstelling van de aanwezige installatie voor
rookgasrecirculatie
- opstellen van een protocol
3 Compleet werkingsonderhoud
(zonder reiniging)
Het complete werkingsonderhoud omvat:
- een onderhoud m.b.t. leefmilieu / emissies
- een werkingsonderhoud
- eventueel organiseren van een waterzijdige chemische
reiniging
- eventueel organiseren van een rookgaszijdige reiniging
- eventueel organiseren van afspraken met
gespecialiseerde firma's voor onderhoud van de
subsystemen
- controleren en bijstellen van de verschillende meet- en
regelinstallaties die relevant zijn voor de werking en de
registratie van meetgegevens
- opstellen van een protocol
- storingsdienst met inachtname van de voorwaarden van
het contract
4 Onderhoud
Bepalend voor de economische werking van de
ketelinstallatie is een grote beschikbaarheid; een
vakkundig uitgevoerd onderhoud draagt daartoe bij (zie
TRD 601 blad 1, Nr.6).
Onderhoudsvoorschrift8
30
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
5 Gegevens van de ketel
6 Belangrijk aanwijzingen
I Lees eerst dit hoofdstuk, vooraleer u verder leest.
Het bevat belangrijke informatie betreffende uw
veiligheid en de veiligheid van de installatie.
6.1 Informatie betreffende het
onderhoudsvoorschrift
Dit onderhoudsvoorschrift maakt deel uit van een reeks van
informatiebronnen, die ter beschikking staan van uw
ketelinstallatie. Het vormt een geheugensteun voor
diegene die de onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
6.2 Gevarensymbolen van dit voorschrift
AMet het naastaande symbool
(waarschuwingsdriehoek) worden de
veiligheidsaanwijzingen en waarschuwingen
aangeduid die zeker gerespecteerd moeten
worden.
Wanneer die aanwijzingen niet gerespecteerd
worden, kan dat lijden tot verwondingen bij
personen en / of tot aanzienlijke materiële schade.
AVeiligheidsbepalingen
Elektrische werken aan de ketelinstallatie.
Volgens VDE 0105 deel 1 mogen de
werkzaamheden aan de verwarmingsinstallatie
enkel door erkende vaklui (installateurs /
electriciens) uitgevoerd worden.
Bij de werkzaamheden aan de ketelinstallatie moet
de hoofdschakelaar (buiten de stookruimte)
uitgeschakeld worden en moet u hem beveiligen,
zodat hij niet opnieuw ingeschakeld kan worden.
Werkzaamheden aan de gastoevoer van de
brander mogen enkel door een bevoegde
installatiefirma uitgevoerd worden.
Wanneer er aan de verwarmingsinstallatie gewerkt
wordt, moet de gastoevoer afgesloten worden en
moet u ervoor zorgen dat hij per ongeluk niet weer
geopend kan worden (bv. door het wegnemen van
de bedieningshendel).
Bovendien moet u, behalve de aangehaalde
veiligheidsbepalingen, eveneens het
bedieningsvoorschrift A105/D "Basisaanwijzingen
voor de veiligheid" in acht nemen.
Gebruiker Naam _____________________________________________________________
Straat ____________________________________________________________
Plaats _______________________________________________________________
Verwarmingsketel Fabricatie BUDERUS, Type_______________________________________________
Fabr.nr. / Bouwjaar_____________________________________________________
Nominaal vermogen [kW]_______________________________________________
Temperatuur [°C] f/ toegestane bedrijfsoverdruk [bar] ____________________________
Schakelkast Type_____________________________________
Fabr.nr. / Bouwjaar_________________________
Ketelpomp neen
ja - fabrikant___________________________
Type _____________________________
Retour-verhogingspomp neen
ja - fabrikant___________________________
Type _____________________________
Retour-bijmengklep neen
ja - fabrikant___________________________
Type _____________________________
Smoorklep neen
ja - fabrikant___________________________
Type _____________________________
Onderhoudsvoorschrift 8
31
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
7 Hulpmiddelen om het onderhoud
uit te voeren
7.1 Werktuigen
- ringsleutel SW 41, 24/27, 17/19 (voor keteltypes
3700 kW)
- ringsleutel SW 55, 17/19 (voor keteltypes
4150 kW)
- buizentang 1 1/2"
- kruisschroevendraaier maat 2
- zaklantaarn met accu
7.2 Wisselstukken
- glasvezelpakking 15x20 mm
(voorste keerkamer)
- glasvezelpakking 20x30 mm
(voorste keerkamer)
- glasvezelpakking 10x10 mm (reinigingsopening)
- dichting 80x120 mm (inspectie-opening)
ADe dichting moet berekend zijn voor de max.
toegestane bedrijfsoverdruk van de ketel!
Maak enkel gebruik van de originele
wisselstukken, om ervoor te zorgen dat uw
installatie zo veilig en zeker mogelijk werkt.
7.3 Technische documentatie
- bedieningsvoorschrift (A 210/D)
- werkingsboek (A 150/D)
- bedieningsvoorschriften van de toebehoren
- Basisaanwijzingen voor de veiligheid (A 105/D)
7.4 Meettoestellen (enkel gecontrolleerde
en gekalibreerde meettoestellen
gebruiken)
- analysetoestel voor de rookgassen
- meettoestel voor de temperatuur van de rookgassen
- roetpomp
- manometer voor meting van de oliedruk
- U-buis-manometer
- instrumentenset voor watermetingen
7.5 Reinigingsmiddelen
- reinigingsstangen en borstels
- stofzuiger voor roet
- reinigingsdoeken
7.6 Hulpmiddelen
- spray voor detectie van lekken
- hittebestendige, niet-zuurhoudende smeerstof
8 Algemene voorbereidingen voor
het onderhoud
ASchakelaar voor brander- en ketelsturing
uitschakelen.
Schakel de hoofdschakelaar van de
verwarmingsinstallatie uit en zorg ervoor dat hij niet
opnieuw ingeschakeld kan worden.
Sluit de brandstofleidingen af en zorg ervoor dat ze
niet per ongeluk weer geopend kunnen worden.
Koel de verwarmingsketel af tot < 60°C (beveiliging
tegen verbranding).
Respecteer de principiële veiligheidsaanwijzingen
van het bedieningsvoorschrift BV A 105/D.
Onderhoudsvoorschrift8
32
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
9 Rookgaszijdig onderhoud
9.1 In functie van de werkingswijze van de hele
installatie is het misschien noodzakelijk om de
retourleiding van de ketel af te sluiten, om een
ongewild opwarmen van de ketel via de retour van
het verwarmingsnet te vermijden.
9.2 Draai de brandstofleidingen en andere
verbindingen, die zouden verhinderen dat de
keteldeur opengedraaid kan worden, los of schroef
ze af (zie BV A 210/D - punt 4).
9.3 Open de keteldeur:
- draai de voorste moeren (1) van de schroevenstiften
(2) + (4) ca. 3-4 slagen los.
- draai de contramoeren (3) van de beide
scharnierschroeven (2) bij en draai ze goed aan.
- draai nu alle overige voorste moeren (1) zo ver los, dat
de schroevenstiften (4) er uitgedraaid kunnen worden.
- open de deur.
9.4 Open het reinigingsdeksel:
- schroef de isolatieplaat van het deksel los (1).
- verwijder de isolatiemat (2).
- schroef de bevestigingsmoeren los (3).
- neem het reinigingsdeksel weg (4).
(1) Isolatieplaat van het deksel
(2) Isolatiemat
(3) Bevestigingsmoer
(4) Reinigingsdeksel
(5) Afdichtingssnoer
(6) Plaatstalen schroef
9.5 Reinigen van de rookgaswegen:
Maak de rookkanalen proper met behulp van borstels,
reinig de vuurhaard en de keerkamer met handborstels
(maak ingeval van hardnekkige afzettingen gebruik van
schrapers of - indien er een voorhanden is – een
sproeitoestel voor de reiniging).
Reinig de achterste wand van de rookgaskast en de
rookgasafvoer en verwijder de residu's. We raden u aan
om gebruik te maken van een flexibele stofzuiger.
9.6 Controleer de afdichtingsnoer:
Normaal moet de afdichtingkoord vervangen worden
wanneer de deur of het reinigingsdeksel 4 tot 5 keer
geopend werden; wanneer de koord verhard of
beschadigd is, moet ze onmiddellijk vervangen worden.
De binnenste en buitenste afdichtingkoord moeten over
de totale omvang tegen de branderdeursteen gedrukt
zijn (controle van de afdruk met behulp van een krijtje of
iets dergelijks - GEEN grafiet!).
9.7 Branderdeursteen en bemetseling controleren.
2
1
3
KESSEL-LOOS
A
B
Logano S815
4
1
Zicht A - aanslagzijde
Zicht B - openingszijde
16
35
4
2
Onderhoudsvoorschrift 8
33
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
9.8 Sluit de keteldeur: (tekening zie 9.3)
- Draai de keteldeur weg. Draai de schroevenstiften (4)
weg en draai de voorste moeren (1) met de hand aan.
- draai de contramoeren (3) van de beide
scharnierschroeven (2) weer in hun oorspronkelijke
positie.
- Draai de voorste moeren (1) met behulp van de
ringsleutel licht kruisgewijs aan, zodat de keteldeur
gelijkmatig aangedrukt wordt.
9.9 Sluit het reinigingsdeksel. (tekening zie 9.4)
9.10 Schroef de brandstofleidingen en eventuele
andere verbindingen naar de keteldeur weer vast
en dicht ze af.
AOpgelet!
Ingeval er een waterzijdig onderhoud uitgevoerd
moet worden, moeten eerst de punten 10.1 tot
10.11 uitgevoerd worden, vooraleer wordt
verdergegaan met punten 9.11 tot 9.17.
9.11 Open de afsluitventielen van de ketel. Controleer
de netdruk.
9.12 Schakel de hoofdschakelaar van de
verwarmingsinstallatie in. Schakel de
brandersturing in.
ABV A 105/D, punten 6, 7 en 8 in acht nemen!
9.13 Brandstofleiding op dichtheid controleren.
9.14 Rookgasleiding, keteldeur en reinigingsdeksel op
dichtheid controleren.
9.15 Rookgasmeting en eventueel noodzakelijke
instelling van de onsteking uitvoeren. Bij te hoge
koolmonoxidewaarden of een te hoge
rookgastemperatuur zie BV A 210/D, punt 7.
ADe instelling van de brander moet door een erkend
vakman gebeuren.
9.16 Meetprotocol opstellen.
9.17 Controleer de regel- en begrenzerinstallaties aan
de hand van de bedieningsvoorschriften van de
fabrikant.
10 Waterzijdig onderhoud
AAlgemene voorbereidingen voor het onderhoud –
zoals bij punt 8 beschreven – moeten uitgevoerd
zijn, vooraleer u verder kan gaan met het punt
10.1.
10.1 Controleer de dompelhulzen voor de
temperatuurvoeler, de flensverbindingen en de
afsluitventielen op dichtheid.
10.2 Controleer de werking van het veiligheidsventiel.
Procedure zie BV B 210/D.
10.3 Neem een waterstaal uit de ketel en analyseer het.
10.4 Controleer de manometer van de ketel.
10.5 Sluit het afsluitventiel van het ketelvertrek (1) en
het afsluitventiel van de ketelretour (2) en open het
afsluitventiel van de ketelaftap (3).
ALet erop dat het afvoersysteem een vrije doorgang
biedt en hittebestendig is.
Wanneer bij het leeglopen de keteldruk is gedaald tot 0 bar
overdruk, moet u via het veiligheidventiel (4) lucht invoeren
in de ketel om het afvloeien van het water mogelijk te
maken.
(1) Afsluitventiel ketelvertrek
(2) Afsluitventiel ketelretour
(3) Afsluitventiel ketelaftap
(4) Veiligheidsventiel
(5) Inspectie-opening
10.6 Wanneer de ketel drukloos is en het water uit de
ketel is afgetapt, kan de inspectie-opening
geopend worden.
BAR
BAR
254
1
3
vertrek
retour
Onderhoudsvoorschrift8
34
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
10.7 Waterzijdige binneninspectie uitvoeren.
Afzettingen in de ketel komen voort van het
vulwater en kunnen tot ketelbeschadigingen
leiden.
Zie BV A 105/D, punt 5.5.
10.8 Sluit de inspectie-opening conform
BV B 245/D uivoeren.
Het afdichten van de inspectie-opening moet
volgens de instructies van de fabrikant van de
dichting gebeuren.
AMaak enkel gebruik van originele dichtingen met
een uitgebreid inbouwvoorschrift!
10.9 Voer, indien nodig, de afdichtingswerkzaamheden
van de in punten 10.1 en 10.2 gecontroleerde
componenten uit.
10.10 Sluit het afsluitventiel van de ketelaftap. Vul en
ontlucht de ketel – in functie van het
verwarmingssysteem.
AHet vulwater moet voldoen aan de richtlijnen van
de waterkwaliteit voor heet-water-ketels
BV A 130/D.
10.11 Ga verder met de bij de punten 9.11 tot 9.17
opgesomde onderhoudswerkzaamheden.
Beugelafsluitingen met dichtingen (B245D) 9
35
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
9 Beugelafsluitingen met dichtingen (B245D)
voor de waterzijdige inspectie en reiniging van de ketels
1 Opbouw van de
beugelafsluitingen
Beugelafsluitingen bestaan uit een afsluitring, die in het
ketellichaam is vastgelast (1), een deksel (2) met
schroevenstiften (3) en moeren (4), een of twee beugels (5)
en een elastische dichting (6). Voorts wordt er
per stift 1
vulring
(7) gemonteerd.
De binnendruk drukt het deksel op de dichting. De opening
van de ringen heeft een ovale vorm. Opdat alles goed zou
afgedicht zijn, moet er gebruik gemaakt worden van de
correcte dichting.
De beugelafsluitingen kunnen afgedekt worden, om
onnodige warmteverliezen te vermijden.
AOpgelet:
Wanneer u vermoed dat er een lek is of ingeval van
de geregelde controles (ten minste om de 3
maanden), moeten de afgedekte
beugelafsluitingen voor de inbedrijfstelling
vrijgemaakt worden. Ingeval er lekken waren,
moeten de controles vaker uitgevoerd worden.
2 Soorten dichtingen
De dichtingen moeten voldoen aan de druk en temperatuur
van het medium. Daar moet u rekening mee houden bij de
aankoop en inbouw van de dichtingen, zie punt 4 -
Inbedrijfstelling - en punt 8 - Wisselstukken -.
De dichtingen worden uit ca. 4 mm dikke platen met vlakke
oppervlakken en scherpe kanten geponst.
Toepassingsmogelijkheden:
max. 250 °C
max. 40 bar
3 Inbouwvoorschrift deksel
De afsluitingen worden in de fabriek nauwgezet
ingebouwd.
De kenmerken van de materialen moeten gepositioneerd
zijn, zoals is weergegeven op de afbeelding.
4 Inbedrijfstelling
Aangezien er gebruik gemaakt wordt van dichtingen, die
hun uiteindelijke toestand pas onder druk en op
temperatuur bereiken, is het absoluut noodzakelijk, om –
tijdens de opwarming van de ketel, bij het begin van de
drukstijging, zowel in koude als in warme toestand - de
moeren (4) continu aan te draaien, om de druk op de
oppervlakken egaal te houden. Dit aandraaien tijdens de
opwarmingsfase is bepalend voor de kwaliteit van de
dichting.
Bij de start of bij een drukproef met koud water, kunnen er
kleine lekken ontstaan. Wanneer de bovengenoemde
punten gerespecteerd worden, wordt de uiteindelijke
dichtheid verkregen, wanneer de bedrijfstemperatuur voor
het eerst bereikt wordt.
Nadat er een afsluiting geopend werd, moet er een
nieuwe dichting ingebouwd worden.
5 Onderhoud
Nadat de inbedrijfstelling volgens de voorschriften werd
uitgevoerd, moeten de afsluitingen compleet afgedicht zijn.
Wanneer nadien nog lekken of ondichtheden vastgesteld
worden, is dat te wijten aan het onvoldoende aandraaien bij
de inbedrijfstellingsfase en moeten de dichtingen
vervangen worden. Bij het onderhoud van de ketel moet de
correcte positie van de dichtingen ook steeds
gecontroleerd worden.
4
7
5
3
2
1
6
P
N
1
6
H
I
I
P
N
1
6
H
I
I
Beugelafsluitingen met dichtingen (B245D)9
36
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
6 Vervangen van de dichtingen
Stel zeker dat de ketel volledig drukloos is en dat het water
helemaal is afgetapt, vooraleer u de afsluitingen opent.
Nadat het deksel is weggenomen, moeten de
afdichtingsvlakken aan het deksel (2) en de afsluitring (1)
met behulp van schaafijzers gereinigd worden. Bij het
slijpen en schaven moet er in de omtrekrichting gewerkt
worden. Vooraleer de nieuwe dichting wordt ingebouwd,
moeten de afdichtingsvlakken van het deksel en de ring
metaal blank zijn en mogen er zich geen residu's meer op
bevinden. Afsluitsystemen (deksel en ring!) met
beschadigde afdichtingsvlakken moeten vervangen
worden.
Plaats het deksel met de dichting in de afsluitring en draai
ze licht aan voor u de beugel erop plaatst. Controleer
vervolgens of de spleet tussen het deksel (2) en de
afsluitring (1) overal even breed is. Het deksel (2) en de
afsluitring (1) mogen niet klemmen, aangezien er anders
geen complete dichtheid bereikt wordt!
Draai de moeren (4) handvast aan met een ringsleutel
(zonder verlenging); maak daarbij gebruik van een
smeermiddel aan de draad en tussen de moer en de
vulring. (Hiervoor zou een smeermiddel met
molybdeendisulfiet gebruikt moeten worden
(bv. 312 R "Gleitlack" of "G-Rapid-Plus").
Bij gebruik van een draaimomentsleutel moeten de
schroeven van de inspectieopening als volgt aangedraaid
worden:
100 x 150 met M16: 100 Nm
115 x 165 met M20: 180 Nm
220 x 320 met M24: 300 Nm
300 x 400 met M24: 300 Nm
320 x 420 met M24: 300 Nm
Ingeval de draaimomenten van de schroeven hoger
zouden liggen, zou dat tot lekken aan de beugels kunnen
leiden.
Ga vervolgens verder zoals beschreven bij punt 4 -
Inbedrijfstelling.
7 Aanwijzingen voor gevaren
We raden u absoluut aan om de erkende
klantendienst te vragen voor de vervanging.
A
Gevaar:
Te brede spleten tussen de hals van het deksel en
de ring kunnen ertoe leiden dat de dichting bij
bedrijfsonderdruk wegglijdt. Wanneer het hete
medium dan ontsnapt, kan dit zorgen voor zware
verbrandingen. Ingeval er bij de opwarming
ondichtheden optreden, die niet verholpen kunnen
worden door aandraaien, duidt dit erop, dat het
deksel en de dichtingen niet correct gepositioneerd
zijn. Stop bij het aandraaien nooit boven of achter
de opening, maar steeds zo ver mogelijk aan de
zijkant!
Hardhandig aandraaien kan er in dergelijke
gevallen toe leiden, dat de dichting wegglijdt. In
deze situatie moet de ketel meteen drukloos
gemaakt worden, moet er gecontrolleerd worden of
de afsluitingen en dichtingen goed geplaatst zijn en
moeten ze opnieuw afgedicht worden.
AOpgelet:
Maak geen gebruik van bijkomende
afdichtingpasta of scheidingsmiddelen. Het
gebruik ervan kan ertoe leiden, dat de dichting
wegglijdt wanneer ze aangedraaid of onder druk
geplaatst wordt.
Controleer of de dichting van de juiste kwaliteit is
(zie punt 2 "Soorten afdichtingen"), de correcte
afmetingen heeft voor het deksel en geen
beschadigingen vertoont.
Dichtingen, bij dewelke tijdens het bedrijf lekken
vastgesteld worden, moeten dadelijk vervangen
worden. Anders kan de dichting op elk moment
lossen.
8 Wisselstukken
Wanneer u wisselstukken bestelt, moet u de aanwijzingen
op het dekblad van dit voorschrift in acht nemen.
Aangezien het om speciale dichtingen gaat, mag u geen
gewone dichtingen gebruiken. Bewaar de nieuwe
dichtingen op een droge, donkere en koele plaats en zorg
ervoor dat ze plat liggen.
Tussenstuk voor het vertrek 10
37
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
10 Tussenstuk voor het vertrek
met kranen en aansluitstutten
Veiligheidstechnische uitrusting conform DIN 4751/2 voor
gesloten warmtebereidingsinstallaties met een
vertrektemperatuur tot max. 120°C.
Afmetingen en opbouwmogelijkheden
Kenmerk bouwtype 02-237-277x
40.1 Beveiliging tegen watertekort (R 1")
2)
40.2 Controlemeetpunt
40.3 Stut voor mof voor Pt100 (R 1/2" x 120 lg. (enkel bij
modulerende branderregeling)
40.4 Stut voor mof voor leiding van de manostaat
40.5 Afsluitventiel (DN10 PN40)
40.6 Leiding van de manostaat voor manometer,
Drukbegrenzer
max
, reserveaansluiting
40.7 Manometer met afsluitventiel voor controle (R 1/2")
40.8 Drukbegrenzer max.
40.9 Reserveaansluiting (R 1/2")
40.10 Afsluitkraan (R 3/8") voor controle en vullen
Aanwijzingen:
1) Uitvoering flensaansluitingen:
voor bedrijfsdruk 10 bar - DIN 2633 PN16.
Hogere druk op aanvraag.
2) Bedrijfsgegevens voor beveiliging tegen watertekort:
Bedrijfsoverdruk: max. 10 bar
Bedrijfstemperatuur: max. 120°C
Tussenstuk voor het
vertrek
Nominale
breedte
B1
1)
Afmetingen
leidingdiameter B2
[mm]
B3
[mm]
Volume
[l]
Transportgewicht
[kg]
VZ 32
32 60,3 340 1,1 16
VZ 40 40 60,3 340 1,1 16
VZ 50 50 60,3 340 1,1 17
VZ 65
65 76,1 350 1,9 19
VZ 80
80 88,9 360 2,7 21
VZ 100
100 114,3 370 4,5 27
VZ 125
125 139,7 390 7,0 33
VZ 150 150 168,3 400 10,0 39
VZ 200 200 219,1 430 18,5 45
VZ 250
250 273,0 450 28,5 66
VZ 300
300 323,9 500 50,0 91
VZ 350
350 355,6 500 50,0 91
Instrumentenkast11
38
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
11 Instrumentenkast
51.1 Digitale temperatuurweergave (0 - 300 °C)
51.2 Thermostaten
51.3 Schakelaar technische inspectie (controle van de
begrenzer)
51.4 Toetsen voor de instelling van de grenswaarden voor
de temperatuur
51.5 LED's (actuele temperatuurweergave)
Aanwijzingen:
- Het digitale scherm geeft de vertrek-, retour- en rookgastemperatuur aan (20 mm lettergrootte).
- Omschakeling van het scherm in intervals met signalisering via LED's voor de aanduiding van de momenteel gemeten temperatuur.
- De mogelijkheid bestaat om slechts één temperatuur weer te geven (instelling met behulp van de toetsen). De meettolerantie bedraagt +/- 2°C.
- De meting van de temperatuur gebeurt bij het vertrek en de retour met behulp van de Pt1000-klemvoelers, bij de rookgas met behulp van
dompelvoelers.
- Met behulp van de toetsen kan voor elk van de drie temperaturen een grenswaarde ingesteld worden. Wanneer de grenswaarde bereikt wordt,
wordt dat aangegeven door een knipperende LED. Met behulp van drie aanwezige potentiaalvrije contacten, is er een signaaluitgang van de
grenswaarden mogelijk.
Doorsturen van de temperaturen door drie aanwezige 4-20 mA-uitgangen mogelijk.
regulator step 3
regulator step 2
controller max.
limiter reset
Volgorde van de thermostaten
Type
Max.
temperat
uur van
de
thermost
aten
[°C]
Branderregeling Regelaar
Trap 3
Regelaar
Trap 2
Beveiliging
max.
Begrenzer
IK A -- --
IK B - 100
0 - 100 2-traps o o o
IK B - 120 0 - 120 o o o
IK C - 100
0 - 100 modulerend o o
IK C - 120
0 - 120 o o
IK D - 100
0 - 100 3-traps o o o o
IK D - 120
0 - 120 o o o o
Instrumentenkast 11
39
Wijzigingen op basis van technische verbeteringen voorbehouden!
Montage-, bedienings- en onderhoudsvoorschrift Logano S 815, SB 815 • Uitgave 05/2000
Buderus Verwarming – Chauffage • http://www.buderus.be
België / Belgique
Buderus Verwarming – Chauffage nv / sa
Ambachtenlaan 42a, 3001 Heverlee
Toekomstlaan 11, 2200 Herentals
rue Louis Blériot 42-44, 6041 Gosselies
http://www.buderus.be
E-Mail: info@buderus.be
Installateur:
37


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Buderus Logano plus SB 815 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Buderus Logano plus SB 815 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 1,03 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info