451274
4
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/231
Next page
MFC-8440
MFC-8840D
GEBRUIKERSHANDLEIDING
Versie B
i
DEZE APPARATUUR IS ONTWORPEN VOOR GEBRUIK MET
EEN DUBBELDRAADS ANALOOG PSTN-SNOER, VOORZIEN
VAN EEN PASSENDE CONNECTOR.
INFORMATIE OVER GOEDKEURING
Brother wijst erop dat dit product mogelijk niet goed functioneert in
een ander land dan dat waarin het oorspronkelijk werd aangekocht,
en biedt geen garantie indien dit product wordt gebruikt op openbare
telecommunicatielijnen in een ander land.
Samenstelling en publicatie
Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie
van Brother Industries, Ltd. De nieuwste productgegevens en
specificaties zijn in deze handleiding verwerkt.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van het product
kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud
van deze handleiding zonder voorafgaande kennisgeving te
wijzigen. Brother is niet verantwoordelijk voor enige schade, met
inbegrip van gevolgschade, voortvloeiend uit het gebruik van deze
handleiding of de daarin beschreven producten, inclusief maar niet
beperkt tot zetfouten en andere fouten in deze publicatie.
ii
iii
EC Conformiteitsverklaring onder de richtlijn R & TTE
Producent
Brother Industries, Ltd.
15-1, Naeshiro-cho, Mizuho-ku,
Nagoya 467-8561, Japan
Fabriek
Brother Corporation (Asia) Ltd.,
Brother Buji Nan Ling Factory,
Gold Garden Ind., Nan Ling Village,
Buji, Rong Gang, Shenzhen, China
Verklaren hierbij dat:
Voldoen aan de bepalingen in richtlijn R & TTE (1999/5/EC) en wij verklaren te voldoen aan de
volgende normen:
Toegepaste normen:
Jaar waarin CE-certificatie voor het eerst was toegekend: 2004
Productomschrijving : Laser printer
Type : Groep 3
Productnaam : MFC-8440, MFC-8840D
Geharmoniseerd:
Veiligheid : EN60950:2000
EMC EN55022:1998 klasse B
EN55024:1998 / A1:2001
EN61000-3-2:2000
EN61000-3-3:1995
Uitgegeven door : Brother Industries, Ltd.
Datum : 2 februari 2004
Plaats : Nagoya, Japan
iv
Veiligheidsmaatregelen
Veilig gebruik van de MFC
Bewaar deze instructies zodat u ze later nog kunt naslaan.
WAARS CHUWING
Binnen in de machine
bevinden zich
hoogspanningselektroden.
Zorg dat u de MFC hebt
uitgezet en de stekker uit het
stopcontact hebt gehaald
alvorens deze te reinigen of
vastgelopen papier te
verwijderen.
Hanteer de stekker nooit met
natte handen. U kunt dan
namelijk een elektrische schok
krijgen.
Na gebruik kunnen sommige onderdelen in de MFC erg HEET zijn!
Om letsel te voorkomen, is het zaak dat u uw vingers niet in het in de
afbeelding aangegeven gedeelte steekt.
Om letsel te voorkomen, is het
zaak dat u uw handen niet op
de rand van de MFC onder het
scannerdeksel plaatst.
Om letsel te voorkomen, is het
zaak dat u uw vingers niet in
het in de afbeelding
aangegeven gedeelte steekt.
v
Wanneer u de MFC verplaatst, neemt u deze vast aan de
handgrepen onder de scanner. Draag de MFC NOOIT aan de
onderkant.
Ga bij het installeren of wijzigen van telefoonlijnen voorzichtig te
werk. Raak niet-geïsoleerde telefoondraden of aansluitingen
nooit aan, tenzij de telefoonlijn bij het wandcontact is afgesloten.
Telefoonbedrading nooit tijdens onweer installeren. Een
telefoonstekker nooit op een vochtige plaats installeren.
Installeer apparatuur met een netsnoer altijd nabij een makkelijk
toegankelijk stopcontact.
Als u een gaslek wilt rapporteren, gebruik dan nooit een telefoon
in de buurt van dat gaslek.
Gebruik dit product niet in de buurt van apparaten die water
gebruiken, in een natte kelder of in de buurt van een zwembad.
Voorzichtig
Bliksem en spanningspieken kunnen dit product beschadigen!
Bliksem kan elektrische schokken veroorzaken. Wij raden u aan
om op de elektrische voeding en op de telefoonlijn een apparaat
dat beschermt tegen spanningspieken te gebruiken, of om de
elektrische voeding en de telefoonlijn tijdens onweer uit te
schakelen.
Om letsel te voorkomen, is het zaak dat
u uw vingers niet in het in de afbeelding
aangegeven gedeelte steekt.
vi
Een geschikte plaats kiezen
Zet de MFC op een plat, stabiel oppervlak, bijvoorbeeld een bureau.
Kies een trillingsvrije plaats. Plaats de MFC in de buurt van een
telefoonaansluiting en een standaard geaard stopcontact. Kies een
plaats waar de temperatuur tussen de 10° C en 32,5° C blijft.
Voorzichtig
Zet de MFC niet op een plaats waar veel mensen heen en weer
lopen.
Plaats het apparaat niet in de buurt van verwarmingstoestellen,
radiatoren, airconditioners, water, chemicaliën of koelkasten.
Zorg dat de MFC niet wordt blootgesteld aan direct zonlicht,
overmatige warmte, vocht of stof.
Sluit de MFC niet aan op een stopcontact dat is voorzien van een
wandschakelaar of een automatische timer.
Bij een stroomonderbreking kunnen de gegevens in het
geheugen van de MFC verloren gaan.
Sluit de MFC niet aan op een stopcontact dat op dezelfde
stroomkring zit als grote apparaten of andere apparatuur die de
stroomtoevoer kan verstoren.
Vermijd bronnen die storingen kunnen veroorzaken, zoals
luidsprekers of de basisstations van draadloze telefoons.
vii
Beknopt overzicht
Faxen verzenden
Automatisch verzenden
1
Wanneer het lampje niet
groen oplicht, drukt u op
(
Fax
).
2
Plaats het document met de
bedrukte zijde naar boven in
de automatische
documentinvoer, of met de
bedrukte zijde naar beneden
op de glasplaat.
3
Toets het gewenste
faxnummer in. U kunt hiervoor
de kiestoetsen, de
ééntoetsnummers of de
snelkiestoetsen gebruiken, of
u kunt het nummer zoeken.
4
Druk op
Start
.
5
Als u de glasplaat gebruikt,
moet u op
2
of
Start
drukken.
Direct verzenden
U kunt faxen direct verzenden.
1
Wanneer het lampje niet
groen oplicht, drukt u op
(
Fax
).
2
Plaats het document met de
bedrukte zijde naar boven in
de automatische
documentinvoer, of met de
bedrukte zijde naar beneden
op de glasplaat.
3
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
5
.
4
Druk op of om
Aan
te selecteren en druk op
Set
.
OF
Als de instelling alleen geldt
voor de volgende fax, drukt u
op of om
Alleen
deze fax
te selecteren en
druk vervolgens op
Set
.
5
Druk voor alleen deze fax op
of om
Volgende
Fax:Aan
te selecteren en
druk op
Set
.
6
Druk op
1
als u nog andere
instellingen wilt maken. Op
het LCD-scherm wordt
opnieuw het menu Setup
weergegeven.
OF
Druk op
2
om de fax te
verzenden.
7
Toets het faxnummer in.
8
Druk op
Start
.
Faxen ontvangen
Ontvangststand selecteren
1
Druk op
Menu
,
0
,
1
.
2
Druk op of om
Alleen Fax
,
Fax/Telefoon
,
Telefoon/Beantw.
en
Handmatig
te selecteren.
Nummers opslaan
Eéntoetsnummers opslaan
1
Druk op
Menu
,
2
,
3
,
1
.
2
Druk op de toets waar u een
nummer wil opslaan.
3
Toets een nummer in
(maximaal 20 tekens) en druk
vervolgens op
Set
.
4
Toets een naam in (maximaal
15 tekens of laat deze ingang
leeg) en druk op
Set
.
5
Druk op
Stop/Exit
.
viii
Snelkiesnummers opslaan
1
Druk op
Menu
,
2
,
3
,
2
.
2
Toets een tweecijferig
snelkiesnummer in en druk
op
Set
.
3
Toets een nummer in
(maximaal 20 tekens) en druk
vervolgens op
Set
.
4
Toets een naam in (maximaal
15 tekens of laat deze ingang
leeg) en druk op
Set
.
5
Druk op
Stop/Exit
.
Nummers kiezen
ntoetsnummers /
Snelkiesnummers
1
Wanneer het lampje niet
groen oplicht, drukt u op
(
Fax
).
2
Plaats het document met de
bedrukte zijde naar boven in
de automatische
documentinvoer, of met de
bedrukte zijde naar beneden
op de glasplaat.
3
Druk op het ééntoetsnummer
dat u wil bellen.
OF
Druk op
Search/Speed Dial
en op # en toets vervolgens
het driecijferige
snelkiesnummer in.
4
Druk op
Start
.
Search gebruiken
1
Wanneer het lampje niet
groen oplicht, drukt u op
(
Fax
).
2
Druk op
Search/Speed Dial
,
en de eerste letter in van de
naam die u zoekt.
3
Druk op of om in
het geheugen te zoeken.
4
Druk op
Start
.
Kopiëren
Enkele kopie
1
Druk op (
Copy
) zodat
deze toets groen oplicht.
2
Plaats het document met de
bedrukte zijde naar boven in
de automatische
documentinvoer, of met de
bedrukte zijde naar beneden
op de glasplaat.
3
Druk op
Start
.
Meerdere kopin sorteren
(met automatische
documentinvoer)
1
Druk op (
Copy
) zodat
deze toets groen oplicht.
2
Plaats het document met de
bedrukte zijde naar boven in
de automatische
documentinvoer.
3
Voer met de kiestoetsen in
hoeveel kopin u wilt maken
(maximaal 99).
4
Druk op
Sort
.
5
Het pictogram Sort
verschijnt op de LCD.
6
Druk op
Start
.
ix
Inhoudsopgave
1
Inleiding ................................................................................1-1
Gebruik van deze handleiding .......................................... 1-1
Informatie opzoeken...............................................1-1
In deze handleiding gebruikte symbolen ................1-1
Naam en functie van de onderdelen van de MFC...... 1-2
Overzicht van het bedieningspaneel ................................ 1-5
Status LED’s.............................................................1-10
Omtrent faxmachines .....................................................1-12
Faxtonen en aansluitbevestiging.............................. 1-12
ECM-modus (foutencorrectie) .................................1-13
De MFC aansluiten.........................................................1-14
Een extern toestel aansluiten ................................... 1-14
Een extern antwoordapparaat (ANTW.APP.)
aansluiten ............................................................. 1-15
Volgorde van aansluiting ...................................... 1-15
Aansluitingen........................................................1-17
Een uitgaand bericht op uw antwoordapparaat
opnemen ..........................................................1-17
Aansluiting op meerdere lijnen (PBX)....................... 1-18
Als u de MFC installeert om met een PBX te
laten werken.....................................................1-18
Speciale functies op uw telefoonlijn..........................1-18
2
Papier ....................................................................................2-1
Omtrent papier..................................................................2-1
Papiertypes en -formaten ..........................................2-1
Aanbevolen papiersoorten.......................................... 2-1
Geschikt papier kiezen .....................................................2-2
Papiercapaciteit in de papierlades ......................... 2-3
Papierspecificaties voor iedere papierlade............. 2-4
Papier laden ............................................................... 2-5
Papier of andere media in de
papierlade plaatsen............................................2-5
Papier of andere media in de papierlade voor
handmatige invoer plaatsen (voor MFC-8440) .... 2-7
Papier of andere media in de multifunctionele
papierlade plaatsen (MP-lade)
(voor MFC-8840D) ............................................. 2-9
Automatisch duplexprinten gebruiken voor faxen,
kopiëren en printen (voor MFC-8840D)................ 2-11
x
3
Programmeren op het scherm ............................................3-1
Gebruikersvriendelijk programmeren................................3-1
Tabel met overzicht van functies ................................3-1
Opslag in geheugen ...................................................3-1
Navigatietoetsen...............................................................3-2
4
Aan de slag ...........................................................................4-1
Eerste instellingen ............................................................4-1
De datum en tijd instellen ...........................................4-1
De stations-ID instellen...............................................4-2
Tekst invoeren........................................................4-3
Spaties invoeren.....................................................4-3
Corrigeren...............................................................4-4
Letters herhalen......................................................4-4
Speciale tekens en symbolen.................................4-4
PBX en DOORVERBINDEN.......................................4-5
PABX instellen.......................................................4-5
Standaardinstellingen .......................................................4-6
De Tijdklokstand instellen...........................................4-6
De papiersoort instellen ..............................................4-7
Het papierformaat instellen.........................................4-8
Het volume van de bel instellen..................................4-9
Het volume van de waarschuwingstoon instellen.......4-9
Het volume van de luidspreker instellen...................4-10
Zet de zomertijd automaat aan.................................4-10
Toner sparen ............................................................4-10
Slaapstand................................................................4-11
De scannerlamp uitschakelen...................................4-11
Stroombespaarstand ................................................4-12
De lade voor kopieermodus instellen........................4-13
De lade voor faxmodus instellen...............................4-14
Het contrast van het LCD-scherm instellen ..............4-14
Voorbereidende installatie afhankelijk van het land
waarin u woont.............................................................4-15
Toon of Puls kiesmodus instellen
(alleen voor Nederland) ........................................4-15
De taal voor de meldingen op het LCD-scherm
instellen (alleen voor België) ................................4-15
5
De ontvangststand instellen ...............................................5-1
Basishandelingen bij het ontvangen.................................5-1
De ontvangststand kiezen ..........................................5-1
De ontvangststand kiezen en wijzigen ................... 5-2
De belvertraging instellen ..........................................5-2
xi
De F/T-beltijd instellen (alleen in de stand Fax/Tel) ... 5-3
Fax Waarnemen.........................................................5-4
Een verkleinde afdruk van een inkomend document
maken (automatische verkleining)..........................5-5
Ontvangen in het geheugen ....................................... 5-6
Een fax uit het geheugen afdrukken........................... 5-7
De printdichtheid instellen ..........................................5-7
Geavanceerde ontvangstopties........................................5-8
Werken met een tweede toestel ................................. 5-8
Alleen voor de stand FAX/TEL ...................................5-8
Een draadloze externe telefoon gebruiken................. 5-9
De codes voor afstandsbediening wijzigen ................ 5-9
Pollen........................................................................5-10
Beveiligd Pollen....................................................5-10
Ontvang Pollen instellen (standaard) ................... 5-10
Ontvang Pollen met beveiligingscode instellen...... 5-11
Uitgesteld Ontvang Pollen instellen...................... 5-11
Opeenvolgend Pollen ............................................... 5-12
Duplexafdrukken voor de faxstand instellen
(voor de MFC-8840D) .......................................... 5-13
6
Het verzenden instellen .......................................................6-1
Faxen................................................................................6-1
Faxmodus instellen..................................................... 6-1
Faxen vanuit de automatische documentinvoer
(ADF)......................................................................6-1
Faxen verzenden vanaf de ADF............................. 6-2
Faxen via de glasplaat................................................6-3
Documenten in formaat legal verzenden via
de glasplaat............................................................6-5
De melding Geheugen vol...................................... 6-5
Handmatig verzenden ................................................ 6-5
Automatisch verzenden..............................................6-6
Dit is de eenvoudigste methode om een fax te
verzenden........................................................... 6-6
Een fax verzenden aan het einde van een gesprek ... 6-6
Basishandelingen bij het verzenden................................. 6-7
Faxen met meerdere instellingen verzenden ............. 6-7
Contrast......................................................................6-8
Faxresolutie................................................................6-9
Faxnummers automatisch of met de hand opnieuw
kiezen.....................................................................6-9
Tweevoudige werking...............................................6-10
Direct verzenden ...................................................... 6-11
xii
De status van taken controleren...............................6-12
Een taak annuleren tijdens het scannen van het
document..............................................................6-12
Een taak in de wachtrij annuleren.............................6-13
Geavanceerde verzendopties.........................................6-14
Het elektronische voorblad samenstellen.................6-14
Uw eigen opmerking opstellen .............................6-15
Voorblad voor alleen de volgende fax ..................6-15
Met elke fax een voorblad verzenden...................6-16
Een afgedrukt voorblad gebruiken............................6-17
Groepsverzenden .....................................................6-17
Internationale modus ................................................6-19
Uitgestelde fax..........................................................6-20
Verzamelen (van uitgestelde batchtransmissies) ......6-21
Verzend Pollen instellen (standaard)........................6-21
Verzend Pollen met beveiligingscode instellen.........6-22
Geheugenbeveiliging................................................6-23
Wachtwoord instellen ...........................................6-24
Geheugenbeveiliging uit zetten ............................6-24
Geheugenbeveiliging uitzetten .................................6-24
7
Nummers die automatisch worden gekozen
en kiesopties ........................................................................7-1
Nummers opslaan om snel te kiezen................................7-1
Eéntoetsnummers opslaan.........................................7-1
Snelkiesnummers opslaan..........................................7-3
Eéntoetsnummers en snelkiesnummers wijzigen.......7-4
Nummergroepen voor het groepsverzenden instellen
...7-5
Kiesopties .........................................................................7-7
Zoeken........................................................................7-7
Eéntoetsnummer kiezen.............................................7-7
Snelkiezen..................................................................7-8
Handmatig kiezen.......................................................7-8
Een extern telefoontoestel gebruiken .........................7-8
Toegangscodes en creditcardnummers .....................7-9
Pauze .......................................................................7-10
Toon of Puls (alleen voor Nederland) .......................7-10
8
Opties voor afstandsbediening ..........................................8-1
Fax Doorzenden ...............................................................8-1
Een nummer programmeren waarnaar faxberichten
worden doorgestuurd..............................................8-1
Fax Opslaan instellen .......................................................8-2
De toegangscode instellen ............................................... 8-3
xiii
Opvragen vanaf een ander toestel ................................... 8-4
De toegangscode gebruiken....................................... 8-4
Opdrachten voor afstandsbediening........................... 8-5
Faxberichten opvragen...............................................8-6
Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten worden
doorgestuurd .......................................................... 8-6
9
Rapporten afdrukken ...........................................................9-1
MFC instellingen en activiteiten........................................9-1
Het verzendrapport aanpassen .................................. 9-1
De journaalperiode instellen....................................... 9-2
Rapporten afdrukken .................................................. 9-3
Een rapport afdrukken............................................ 9-3
10
Kopiëren .............................................................................10-1
De MFC als een copier gebruiken..................................10-1
Kopieermodus instellen ............................................ 10-1
Tijdelijke kopieerinstellingen................................. 10-2
Een enkele kopie maken vanuit de ADF .................. 10-3
Meerdere kopieën vanuit de ADF maken ................. 10-3
Een of meerdere kopieën via de glasplaat ............... 10-4
De melding Geheugen vol........................................ 10-5
De kopieertoetsen gebruiken (tijdelijke instellingen) ...... 10-6
Vergroten/Verkleinen................................................10-7
Kwaliteit (type document) .........................................10-9
Kopieën sorteren bij gebruik van de automatische
documentinvoer....................................................10-9
Contrast..................................................................10-10
Lade selecteren...................................................... 10-11
Duplex/N in 1..........................................................10-12
Duplex/N op 1 kopiëren.......................................... 10-14
N op 1 kopiëren..................................................10-14
Poster................................................................. 10-16
Duplex (1 in 1) (MFC-8840D) .............................10-17
Duplex (2 in 1) en Duplex (4 in 1)
(voor de MFC-8840D) .................................... 10-19
De standaardinstellingen voor het kopiëren wijzigen .... 10-20
Kwaliteit ..................................................................10-20
Contrast..................................................................10-20
11
Belangrijke informatie .......................................................11-1
IEC 60825 specificatie.............................................. 11-1
Laserdiode............................................................11-1
Waarschuwing......................................................11-1
xiv
Voor uw veiligheid.....................................................11-2
Het apparaat loskoppelen.........................................11-2
LAN-aansluiting ....................................................11-2
Naleving van de International E
NERGY STAR
®
normen .................................................................11-2
Belangrijke veiligheidsinstructies ....................................11-3
Handelsmerken...............................................................11-5
12
Problemen oplossen en routineonderhoud ....................12-1
Problemen oplossen.......................................................12-1
Foutmeldingen..........................................................12-1
Vastgelopen papier...................................................12-5
Het document is bovenaan de ADF
vastgelopen. .....................................................12-5
Het document is in de ADF vastgelopen. .............12-5
Vastgelopen papier...................................................12-6
Papier is vastgelopen in de duplexlade
(voor MFC-8840D)..........................................12-10
Als u problemen met de MFC hebt.........................12-12
De afdrukkwaliteit verbeteren .................................12-17
De MFC inpakken en vervoeren...................................12-21
Routineonderhoud ........................................................12-24
De scanner reinigen................................................12-24
De printer reinigen..................................................12-25
De drumeenheid reinigen .......................................12-26
De tonercartridge vervangen ..................................12-27
Hoe vervang ik de tonercartridge...........................12-27
De drumeenheid vervangen ...................................12-32
De levensduur van de drumeenheid controleren .....12-35
Paginateller.............................................................12-35
13
Optionele accessoires .......................................................13-1
Geheugenkaart...............................................................13-1
De optionele geheugenkaart installeren ...................13-2
Netwerkkaart (LAN) ........................................................13-5
Voor de installatie.....................................................13-6
Stap 1: Installatie van de hardware ..........................13-6
Stap 2: De NC-9100h aansluiten op een Unshielded
Twisted Pair 10BASE-T of 100BASE-TX Ethernet
netwerk.................................................................13-9
LED.......................................................................13-9
TEST-TOETS .....................................................13-10
Papierlade #2 .........................................................13-11
xv
V
Verklarende woordenlijst ....................................................V-1
S
Specificaties .........................................................................S-1
Omschrijving van het product...........................................S-1
Algemeen .........................................................................S-1
Afdrukmedia .....................................................................S-2
Kopiëren ...........................................................................S-2
Fax....................................................................................S-3
Scanner ............................................................................S-4
Printer...............................................................................S-5
Interfaces..........................................................................S-5
Vereisten voor de computer .............................................S-6
Verbruiksartikelen.............................................................S-7
Netwerkkaart (LAN) (NC-9100h) ......................................S-8
Optional External Wireless Print/Scan
Server (NC-2200w)........................................................S-9
I
Index ......................................................................................I-1
O
Opvragen vanaf een ander toestel - Overzicht ................ O-1
14
INLEIDING 1 - 1
1
Gebruik van deze handleiding
Dank u voor de aanschaf van een Multi Function Center (MFC) van
Brother. Uw MFC-8440, MFC-8840D is eenvoudig te gebruiken, met
een LCD-scherm waarop prompts verschijnen die u helpen bij het
instellen en gebruiken van de diverse functies. Neemt u echter een
paar minuten de tijd om deze handleiding te lezen, zodat u optimaal
gebruik kunt maken van alle functies van de MFC.
Informatie opzoeken
De titels van alle hoofdstukken en subhoofdstukken staan in de
inhoudsopgave. Informatie over specifieke kenmerken of functies
kan worden opgezocht in de index achter in deze handleiding.
In deze handleiding gebruikte symbolen
In deze handleiding worden speciale symbolen gebruikt die u
attenderen op belangrijke informatie, verwijzingen en
waarschuwingen. Voor alle duidelijkheid zijn hier en daar speciale
lettertypen gebruikt en LCD-schermen afgebeeld, zodat duidelijk
wordt geïllustreerd op welke toetsen u moet drukken.
Inleiding
Vet Vet gedrukte tekst identificeert specifieke toetsen op het
bedieningspaneel van de MFC.
Cursief Cursief gedrukte tekst legt de nadruk op een belangrijk
punt of verwijst naar een verwant onderwerp.
Courier New
Het lettertype Courier identificeert de meldingen op het
LCD-scherm van de MFC.
Dit lettertype geeft de tekst in het LCD-scherm weer.
Waarschuwingen vestigen uw aandacht op maatregelen die u moet
treffen om te voorkomen dat u zich verwondt of de MFC beschadigt.
Deze waarschuwingen wijzen u op procedures die u moet volgen om
te voorkomen dat de machine wordt beschadigd.
Opmerkingen leggen uit hoe u op een bepaalde situatie moet
reageren, of hoe de huidige bewerking met andere functies werkt.
Dit symbool waarschuwt u voor niet-compatibele apparaten of voor
bewerkingen die met de MFC niet kunnen worden uitgevoerd.
1 - 2 INLEIDING
Naam en functie van de onderdelen van de MFC
Vooraanzicht
Nr.
Naam Omschrijving
1 (MFC-8440) Papierlade voor handinvoer
(MFC-8840D) Multifunctionele
papierlade (MP-lade)
Hier plaatst u papier.
2 Ontgrendelknop frontdeksel Druk hierop om het frontdeksel te
openen.
3 Steunklep documentenuitvoer met de
bedrukte zijde naar beneden (steunklep)
Vouw deze klep uit opdat bedrukt
papier niet van de MFC glijdt.
4 Bedieningspaneel Gebruik de toetsen en het scherm
voor het beheren van de MFC.
5 Automatische documentinvoer (ADF) Gebruik de ADF voor documenten
die meerdere pagina’s tellen.
6 ADF-documentsteun Plaats het document hier om de
ADF te gebruiken.
7 ADF documentsteunklep Vouw deze klep uit opdat gescande
pagina’s niet van de MFC glijden.
8 Documentdeksel Maak dit open om het document op
de glasplaat te leggen.
9 Stroomschakelaar Zet deze aan of uit.
10 Frontdeksel Open dit deksel om een
tonercartridge of drumeenheid te
installeren.
11 Papierlade (Lade #1) Hier plaatst u papier.
7 ADF
documentsteunklep
8 Documentdeksel
6 ADF-documentsteun
5 Automatische documentinvoer (ADF)
11 Papierlade (Lade #1)
4 Bedieningspaneel
3 Steunklep
documentenuitvoer met de
bedrukte zijde naar beneden
1
(MFC-8440) Papierlade
handinvoer
(MFC-8840D)
Multifunctionele
papierlade (MP-lade)
9 Stroomschakelaar
10 Frontdeksel
2 Ontgrendelknop frontdeksel
INLEIDING 1 - 3
Achteraanzicht
Nr.
Naam Omschrijving
12 Hefboom papierinstelling voor
Duplexprinten
(MFC-8840D)
Stel met deze hefboom het papierformaat
voor duplexprinten in.
13 Duplexlade
(MFC-8840D)
Schuif deze uit voor het verwijderen van papier
dat is vastgelopen in de MFC.
14 Stroomaansluiting Sluit de stroomkabel hier aan.
15 Documentuitvoer met de
bedrukte zijde naar boven
(uitvoerlade achteraan)
Open deze lade wanneer dikkere
papiersoorten in de MP-lade of papierlade
voor handinvoer is geplaatst.
16 ADF-deksel Open dit deksel om papier te verwijderen
dat is vastgelopen in de ADF.
17 Ingang voor telefoonsnoer Sluit het bijgeleverde telefoonsnoer hier
aan.
18 Aansluiting USB-interface Sluit de USB-kabel hier aan.
19 Aansluiting parallelle interface Sluit de parallelle kabel hier aan.
20 Ingang voor extern
telefoonsnoer (nier voor
België)
Sluit de modulaire stekker van de externe
telefoon hier aan.
15 Documentuitvoer
met de bedrukte zijde
naar boven
(uitvoerlade achteraan)
14 Stroomaansluiting
13 Duplexlade
(MFC-8840D)
16 ADF-deksel
17 Ingang voor
telefoonsnoer
12 Hefboom papierinstelling
voor Duplexprinten
(MFC-8840D)
18 Aansluiting
USB-interface
19 Aansluiting
parallelle interface
20 Ingang voor extern
telefoonsnoer
1 - 4 INLEIDING
Binnenaanzicht (documentdeksel open)
Nr.
Naam Omschrijving
21 Documentgeleiders Gebruik deze om het document midden op de
glasplaat te leggen.
22 Glazen strook Deze wordt gebruikt om documenten vanuit de
ADF te scannen.
23 Scannervergrende
lingshendel
Gebruik deze om de scanner te
vergrendelen/ontgrendelen wanneer de MFC
wordt verplaatst.
24 Documentdeksel Maak dit open om het document op de glasplaat te
leggen.
25 Witte plaat Reinig deze voor een goede kopieer- en
scankwaliteit.
26 Glasplaat Hier plaatst u het document dat u wilt scannen.
25 Witte plaat
24 Documentdeksel
21 Documentgeleiders
22 Glazen strook
26 Glasplaat
23 Scannervergrende
lingshendel
INLEIDING 1 - 5
Overzicht van het bedieningspaneel
MFC-8440 en MFC-8840D hebben een gelijkaardig
bedieningspaneel.
6
12
7
421 3
9
5 8
10
11
1 - 6 INLEIDING
67
421 3 5
1
Shift-toets
Om toegang te krijgen tot de
geheugenplaatsen 21 tot 40 in de
ééntoetsnummers, houdt u de
Shift-toets ingedrukt.
2
Eentoetskeuze
Deze 20 toetsen geven direct
toegang tot 40 vooraf opgeslagen
telefoonnummers.
3
Afdruktoetsen:
Secure
Voor het afdrukken van in het
geheugen opgeslagen gegevens.
Voer eerst uw wachtwoord van 4
cijfers in.
Job Cancel
Gegevens in het printergeheugen
wissen.
4
Status LED
(Light-Emitting Diode)
De LED knippert en verandert van
kleur volgens de status van de
MFC.
5
Liquid Crystal Display (LCD) met
5 lijnen
Op het LCD-scherm verschijnen
prompts die u helpen bij het
instellen en gebruiken van de
diverse functies van de MFC.
6
Modus-toetsen:
Fax
Voor het faxen van documenten.
Copy
Voor het kopiëren van documenten.
Scan
Voor het scannen van documenten.
INLEIDING 1 - 7
7
Fax- en telefoontoetsen:
Tel/R
Als u in de stand F/T het dubbele
belsignaal hoort en u het telefoontje
op een extern toestel hebt
aangenomen, kunt u na een druk op
deze toets met de persoon aan de
andere kant van de lijn spreken.
Deze toets wordt tevens gebruikt
om toegang te krijgen tot een
buitenlijn en/of om de telefoniste op
te roepen of om een telefoontje over
te zetten naar een ander toestel dat
ook op de PABX is aangesloten.
Resolution
Hiermee stelt u de faxresolutie in.
Search/Speed Dial
Met deze toets kunt u nummers
opzoeken die in het kiesgeheugen
zijn opgeslagen. Hiermee kunt u
tevens opgeslagen nummers
kiezen door op de toets # te drukken
en vervolgens een driecijferig
nummer in te voeren.
Redial/Pause
Met een druk op deze toets wordt
het laatst gekozen nummer
opnieuw gekozen. Deze toets wordt
tevens gebruikt voor het invoegen
van een pauze in automatisch te
kiezen nummers.
1 - 8 INLEIDING
6
12
9
5 8
10
11
8
Navigatietoetsen:
Menu
Geeft toegang tot het
programmamenu.
Set
Voor het opslaan van de
instellingen in de MFC.
Clear/Back
Verwijdert ingevoerde gegevens.
Als u meermaals op deze toets
drukt, verlaat u het menu.
of
Druk op deze toets om vooruit of
achteruit door de menuopties te
bladeren.
Met deze toets kunt u ook het
volume van de bel of de luidspreker
in de faxmodus afstellen.
of
Druk op deze toets om door de
menu's en opties te bladeren.
U kunt deze toets tevens gebruiken
om in de faxmodus door de namen
te bladeren die bij de nummers in
het geheugen zijn opgeslagen.
9
Kopieertoetsen
(tijdelijke instellingen):
Enlarge/Reduce
Hiermee kunt u kopieën vergroten
of verkleinen, afhankelijk van het
door u geselecteerde percentage.
Contrast
Hiermee kunt u een lichtere of
donkerder kopie maken van het
document.
Quality
Hiermee kunt u de kopieerkwaliteit
voor het document kiezen.
Tray Select
Hiermee selecteert u welke lade u
wil gebruiken voor de volgende
kopie.
Sort
Via de automatische
documentinvoer kunnen meerdere
kopieën worden gesorteerd.
N in 1 (voor MFC-8440)
Met deze toets kunt u 2 of 4
pagina’s op 1 pagina kopiëren.
Duplex/N in 1 (voor MFC-8840D)
Met Duplex kunt u beide zijden van
een document kopiëren. Met N in 1
kunt u 2 of 4 pagina’s op 1 pagina
kopiëren.
INLEIDING 1 - 9
0
Kiestoetsen
Met deze toetsen worden telefoon-
en faxnummers gekozen. Deze
toetsen worden tevens gebruikt om
informatie in de MFC in te voeren.
Met de # toets kunt u tijdens een
oproep de kiesmodus tijdelijk
veranderen van Puls naar Toon.
A
Stop/Exit
Met een druk op deze toets wordt
een faxtransmissie gestopt, een
kopieer- of scanbewerking
geannuleerd of het menu
afgesloten.
B
Start
Met deze toets start u het faxen,
maakt u kopieën of scant u
documenten.
1 - 10 INLEIDING
Status LEDs
De
Status
LED (Light Emitting Diode) knippert en verandert van
kleur volgens de status van de MFC.
De weergegeven LED’s in onderstaande tabel worden gebruikt in de
illustraties van dit hoofdstuk.
LED LED status
LED is uit.
Groen Geel Rood
LED is aan.
Groen Geel Rood
LED knippert.
LED MFC status Omschrijving
Slaapstand De schakelaar is uit of de MFC is in slaapstand
of bespaarstand.
Groen
Opwarmen De MFC warmt op voor het printen.
Groen
Klaar De MFC kan nu printen.
Geel
Gegevens
ontvangen
De MFC ontvangt gegevens van de computer,
verwerkt gegevens in het geheugen of drukt
gegevens af.
Geel
Gegevens in het
geheugen
Er zitten nog gegevens in het geheugen van de
MFC.
INLEIDING 1 - 11
Rood
Storing Volg de hieronder beschreven stappen.
1. Zet de aan/uit-schakelaar uit.
2. Wacht enkele seconden, zet het toestel weer
aan en probeer opnieuw te printen.
Wanneer u de storing niet kunt oplossen en u
dezelfde storingsmelding ziet wanneer u de
MFC weer aan zet, moet u contact opnemen
met uw dealer of een Brother authorized service
center.
Rood
Deksel open Het deksel is open. Sluit het deksel.
(Raadpleeg Foutmeldingen op pagina 12-1.)
Toner leeg Vervang de tonercartridge. (Raadpleeg De
tonercartridge vervangen op pagina 12-27.)
Papierstoring Plaats papier in de lade of verwijder
vastgelopen papier. Controleer de melding op
de LCD. (Raadpleeg Problemen oplossen en
routineonderhoud op pagina 12-1.)
Scanvergrendeling Controleer of de scanvergrendeling is
ontgrendeld. (Raadpleeg Scannervergrende
lingshendel op pagina 1-4.)
Andere Controleer de melding op de LCD.
(Raadpleeg Problemen oplossen en
routineonderhoud op pagina 12-1.)
Geheugen vol Het geheugen is vol.
(Raadpleeg Foutmeldingen op pagina 12-1.)
Wanneer de schakelaar uit is of de MFC in “Sleep” modus is, is
de LED uit.
LED MFC status Omschrijving
1 - 12 INLEIDING
Omtrent faxmachines
Faxtonen en aansluitbevestiging
Wanneer iemand u een fax stuurt, zendt hun faxmachine faxtonen
naar uw MFC (de zgn. CNG-tonen). Dit zijn zachte, onderbroken
piepjes die met een tussenpoos van vier seconden worden
uitgezonden. U hoort deze tonen als u na het kiezen op
Start
drukt.
Ze houden tot ongeveer 60 seconden na het kiezen aan. Tijdens
deze 60 seconden begint de verzendende machine de
aansluitbevestiging of aansluiting met het ontvangende apparaat.
Telkens wanneer u automatisch een fax verzendt, worden er via de
telefoonlijn faxtonen uitgezonden. Wanneer u deze tonen op uw
telefoonlijn hoort, betekent dit dat er een fax binnenkomt.
Het ontvangende apparaat antwoordt met faxontvangsttonen: een
luid tjirpend geluid. Een faxmachine die een fax ontvangt laat dit
tjirpende geluid ongeveer 40 seconden lang horen, waarna op het
LCD-scherm de melding
Ontvangst
wordt weergegeven.
Als de MFC in de stand
Alleen Fax
staat, wordt elk telefoontje
automatisch met de faxontvangsttonen beantwoord. Zelfs als de
andere partij ophangt, blijft uw MFC gedurende ongeveer 40
seconden faxontvangsttonen uitzenden en blijft de melding
Ontvangst
op het LCD-scherm staan. Druk op
Stop/Exit
om het
opnemen te onderbreken.
De aansluitbevestiging vindt plaats wanneer beide faxmachines
tegelijkertijd het tjirpende geluid maken. Dit moet ten minste 2 tot 4
seconden duren, zodat de machines kunnen bepalen op welke wijze
de fax wordt verzonden en ontvangen. De aansluitbevestiging kan
pas beginnen wanneer de oproep is beantwoord. De
aansluitbevestigingstonen blijven slechts circa 60 seconden actief
nadat het nummer is gekozen. Het is dus belangrijk dat de machine
die de oproep ontvangt, deze oproep zo snel mogelijk beantwoordt.
Als er op uw faxlijn ook een extern antwoordapparaat is
aangesloten, bepaalt dit apparaat na hoeveel keer overgaan
een telefoontje wordt beantwoord.
Besteed bijzondere aandacht aan de instructies voor het
aansluiten van een antwoordapparaat elders in dit hoofdstuk.
(Raadpleeg Een extern antwoordapparaat (ANTW.APP.)
aansluiten op pagina 1-15.)
INLEIDING 1 - 13
ECM-modus (foutencorrectie)
In deze modus controleert de MFC de faxtransmissie om te zien of
deze zonder storingen verloopt. Wanneer de MFC tijdens de
faxtransmissie fouten ontdekt, worden de pagina’s die een fout
hebben gegeven, opnieuw verzonden. ECM-transmissies zijn
uitsluitend mogelijk als beide faxmachines over een ECM-functie
beschikken. In dat geval worden faxberichten tijdens het verzenden
en ontvangen continu gecontroleerd door de MFC.
Deze functie werkt alleen als de MFC is voorzien van voldoende
geheugen.
1 - 14 INLEIDING
De MFC aansluiten
Een extern toestel aansluiten
De MFC heeft weliswaar geen hoorn, maar u kunt een apart toestel
rechtstreeks op de MFC aansluiten (zie onderstaand schema).
Wanneer een tweede toestel (of antwoordapparaat) in gebruik is,
wordt op het LCD-scherm de melding
Telefoon
weergegeven.
<Nederland>
<België>
Tweede
toestel
Extern
toestel
Tweede
toestel
Extern
toestel
INLEIDING 1 - 15
Een extern antwoordapparaat (ANTW.APP.)
aansluiten
Volgorde van aansluiting
U wilt misschien een antwoordapparaat aansluiten. Als u echter een
extern antwoordapparaat aansluit op dezelfde lijn als de MFC,
worden alle gesprekken beantwoord door het antwoordapparaat, en
"luistert" de MFC naar faxtonen. Als er faxtonen klinken, neemt de
MFC het gesprek over en wordt de fax ontvangen. Als er geen
faxtonen klinken, laat de MFC het gesprek over aan het
antwoordapparaat en kan er op normale wijze een bericht worden
ingesproken.
Het antwoordapparaat moet elk gesprek binnen vier keer bellen
beantwoorden (u wordt echter aangeraden om het apparaat in te
stellen op twee keer bellen). De MFC kan de faxtonen pas opvangen
als het antwoordapparaat het gesprek heeft beantwoord, en met vier
keer bellen blijven er slechts 8 tot 10 seconden over voor de
aansluitbevestiging. Volg de procedure voor het opnemen van een
uitgaand bericht in dit handboek nauwkeurig. Het wordt afgeraden
om op uw externe antwoordapparaat de instelling voor "toll-saver"
(bespaarstand voor telefoonkosten) te gebruiken wanneer het meer
dan vijf keer overgaat.
Als niet al uw faxen worden ontvangen, dient u uw
antwoordapparaat zodanig in te stellen, dat het de telefoon
sneller aanneemt.
1 - 16 INLEIDING
U mag een antwoordapparaat niet op een andere plaats op
dezelfde lijn aansluiten.
<Nederland>
<België>
ANT
ANT
ANT
ANT
INLEIDING 1 - 17
Aansluitingen
1
Sluit het telefoonsnoer van het wandcontact aan op de
achterkant van de MFC, in de ingang met het opschrift LINE.
2
Sluit het telefoonsnoer van het externe antwoordapparaat aan
op de juiste ingang op de machine. (Zorg dat dit snoer is
aangesloten op de ingang line van het antwoordapparaat, niet
op de andere ingang.)
3
Stel uw antwoordapparaat zo in, dat er na één of twee keer
overgaan wordt opgenomen. (De instelling voor de
belvertraging van de MFC is niet van toepassing.)
4
Neem een uitgaand bericht op uw antwoordapparaat op.
5
Activeer het antwoordapparaat.
6
Stel de ontvangststand in op
Telefoon/Beantw.
(Raadpleeg De ontvangststand kiezen op pagina 5-1.)
Een uitgaand bericht op uw antwoordapparaat opnemen
Timing is van essentieel belang wanneer u een uitgaand bericht
opneemt. Het bericht bepaalt de wijze waarop de handmatige en
automatische faxontvangst verloopt.
1
Neem eerst vijf seconden stilte op. (Dit geeft uw MFC de
gelegenheid om bij automatische faxtransmissies de faxtonen
te horen voordat deze stoppen.)
2
U wordt aangeraden het bericht tot maximaal 20 seconden te
beperken.
3
U wordt aangeraden om aan het einde van het uitgaande
bericht de code voor activeren te vermelden, zodat men ook
handmatig faxberichten kan sturen. Bijvoorbeeld:
Spreek een bericht in na de toon, of druk op 51 en Start.
Wij raden u aan om aan het begin van uw uitgaand bericht eerst
een stilte van ongeveer 5 seconden op te nemen, omdat de
MFC geen faxtonen kan horen over een resonerende of luide
stem. U kunt proberen om deze pauze weg te laten, maar als de
MFC problemen heeft met het ontvangen van faxberichten,
dient u het bericht opnieuw op te nemen en deze stilte in te
lassen.
1 - 18 INLEIDING
Aansluiting op meerdere lijnen (PBX)
De meeste kantoren gebruiken een centraal telefoonsysteem (PBX).
Hoewel het vaak relatief eenvoudig is om de MFC aan te sluiten op
een PBX-systeem (Private Branch Exchange), raden wij u toch aan
om contact op te nemen met het bedrijf dat uw telefoonsysteem heeft
geïnstalleerd en hen te vragen de MFC voor u aan te sluiten. Het
wordt aangeraden de MFC op een aparte lijn aan te sluiten. De
machine kan dan continu in de ontvangststand (Alleen Fax) blijven
staan, zodat u dag en nacht faxberichten kan ontvangen.
Als de MFC moet worden aangesloten op een systeem met
meerdere lijnen, vraagt u uw installateur dan om de machine op de
laatste lijn in het systeem aan te sluiten. Zo voorkomt u dat de
machine wordt geactiveerd telkens wanneer er een telefoongesprek
wordt ontvangen.
Als u de MFC installeert om met een PBX te laten werken
1
Het wordt niet gegarandeerd dat het apparaat onder alle
omstandigheden naar behoren met PBX's zal kunnen werken.
Bij problemen dient u zich in eerste instantie te wenden tot het
bedrijf dat uw PBX verzorgt.
2
Als alle inkomende telefoontjes door een telefonist(e) worden
beantwoord, is het raadzaam de stand voor beantwoorden op
Handmatig
in te stellen. Alle inkomende telefoontjes worden
dan in eerste instantie als telefoongesprekken beschouwd.
Speciale functies op uw telefoonlijn
Als u functies zoals Voicemail, Wisselgesprek, RingMaster, een
antwoordapparaat, alarmsysteem of een andere speciale functie op
dezelfde lijn als deze machine gebruikt, kan dit problemen
veroorzaken met de werking van de MFC. (Raadpleeg Speciale
functies op een enkele telefoonlijn. op pagina 12-13.)
PAPIER 2 - 1
2
Omtrent papier
Papiertypes en -formaten
De MFC laadt papier van de geïnstalleerde papierlade, lade voor
handmatige invoer, multifunctionele papierlade of de optionele
onderste lade.
Aanbevolen papiersoorten
Voor u een grote hoeveelheid papier koopt, moet u het papier
testen om zeker te zijn dat het papier geschikt is.
Gebruik papier dat geschikt is voor kopiëren op normaal papier.
Gebruik papier van 75 tot 90 g/m
2
.
Gebruik neutraal papier. Gebruik geen zuurhoudend of alkalisch
papier.
Gebruik korrelig (long-grain) papier.
Gebruik papier met een vochtgehalte van circa 5%.
Papier
Type lade Model
Papierlade (Lade #1) MFC-8440 en MFC-8840D
Lade voor handmatige invoer MFC-8440
Multifunctionele papierlade (MP-lade) MFC-8840D
Optionele onderste lade (Lade #2) Optie voor MFC-8440 en MFC-8840D
Normaal papier: Xerox Premier 80 g/m
2
Xerox Business 80 g/m
2
Mode DATACOPY 80 g/m
2
IGEPA X-Press 80 g/m
2
Gerecycleerd
papier:
Xerox Recycled Supreme
Transparanten: 3M CG 3300
Etiketten: Avery laser label L7163
2 - 2 PAPIER
Voorzichtig
Gebruik geen inkjetpapier. Dit kan een papierstoring veroorzaken en
uw MFC beschadigen.
Geschikt papier kiezen
We adviseren het papier te testen (vooral speciale papierformaten
en papiersoorten) in de MFC alvorens u grote hoeveelheden papier
koopt.
Gebruik geen etiketbladen die al gedeeltelijk zijn opgebruikt. Dit
kan immers uw MFC beschadigen.
Gebruik geen gecoat papier, zoals papier met een vinyllaag.
Gebruik geen voorbedrukt of erg gestructureerd papier of papier
met een briefhoofd in reliëf.
Voor een optimaal printresultaat gebruikt u een aanbevolen
papiersoort, vooral voor normaal papier en transparanten. Voor
meer informatie over de papierspecificaties neemt u best contact op
met uw vertegenwoordiger of met de verkoper van uw MFC.
Gebruik etiketten of transparanten die geschikt zijn voor
laserprinters.
Voor de beste printkwaliteit gebruikt u best "long-grain" papier.
Wanneer u speciaal papier gebruikt en het papier niet goed
vanuit de papierlade kan worden ingevoerd, probeert u best het
papier in te voeren vanaf de lade voor handinvoer of de
multifunctionele papierlade.
U kunt gerecycleerd papier gebruiken in de MFC.
De afdrukkwaliteit is afhankelijk van gebruikte soort en merk
papier.
Ga naar http://solutions.brother.com
voor de meest recente
aanbevelingen voor papier dat met de MFC-8440 en
MFC-8840D kan worden gebruikt.
PAPIER 2 - 3
Papiercapaciteit in de papierlades
Papierformaat Aantal vellen
Multifunctionele
papierlade (MP-lade)
(MFC-8840D)
Breedte: 69.8 tot 220 mm
Hoogte: 116 tot 406.4 mm
50 vellen
(80 g/m
2
)
Lade voor
handmatige invoer
(MFC-8440)
Breedte: 69.8 tot 220 mm
Hoogte: 116 tot 406.4 mm
een vel
Papierlade (Lade #1) A4, Letter, Legal, B5 (ISO),
B5 (JIS), Executive, A5, A6,
B6 (ISO)
250 vellen
(80 g/m
2
)
Optionele onderste
lade (Lade #2)
A4, Letter, Legal, B5 (ISO),
B5 (JIS), Executive, A5, B6 (ISO)
250 vellen
(80 g/m
2
)
Duplexprinten A4, Letter, Legal
2 - 4 PAPIER
Papierspecificaties voor iedere papierlade
*1 tot 3 enveloppen
*2 tot 10 vellen
Model MFC-8440 MFC-8840D
Papier-
soorten
Multi-
functionele
lade
NVT Normaal papier,
bankpostpapier,
gerecycleerd papier,
enveloppen*
1
, etiketten*
2
en transparanten*
2
Lade voor
handmatige
invoer
Normaal papier,
bankpostpapier,
gerecycleerd papier,
enveloppen, etiketten en
transparanten
NVT
Papierlade Normaal papier, gerecycleerd papier en
transparanten*
2
Optionele
onderste lade
Normaal papier, gerecycleerd papier en
transparanten*
2
Papier-
gewicht
Multi-
functionele
lade
NVT 60 tot 161 g/m
2
Lade voor
handmatige
invoer
60 tot 161 g/m
2
NVT
Papierlade 60 tot 105 g/m
2
Optionele
onderste lade
60 tot 105 g/m
2
Papier-
formaten
Multi-
functionele
lade
NVT Breedte: 69.8 tot 220 mm
Hoogte: 116 tot 406.4 mm
Lade voor
handmatige
invoer
Breedte: 69.8 tot 220 mm
Hoogte: 116 tot 406.4 mm
NVT
Papierlade A4, Letter, Legal, B5 (ISO), B5 (JIS), Executive, A5,
A6, B6 (ISO)
Optionele
onderste lade
A4, Letter, Legal, B5 (ISO), B5 (JIS), Executive, A5,
B6 (ISO)
Wanneer u transparanten bedrukt, dient u iedere transparant uit
de uitvoerlade te halen nadat deze door de MFC is uitgevoerd.
PAPIER 2 - 5
Papier laden
Papier of andere media in de papierlade plaatsen
1
Trek de papierlade helemaal uit de MFC.
2
Druk op de ontgrendeling van de papiergeleiders en verschuif
deze voor het correcte papierformaat.
Controleer of de geleiders goed vastzitten.
Voor het formaat Legal drukt u op de universele ontgrendeling
en trekt u aan de achterkant van de papierlade.
Universele ontgrendeling
2 - 6 PAPIER
3
Blader de stapel papier goed door; dit om te voorkomen dat
papier vastloopt of scheef wordt ingevoerd.
4
Plaats het papier in de lade.
Het papier moet vlak in de lade liggen, onder de maximum
markering en de papiergeleider moet goed tegen de stapel
liggen.
5
Schuif de papierlade goed in de MFC en vouw de steunklep uit
voor u de MFC gaat gebruiken.
Wanneer u papier in de papierlade doet, dient u rekening te
houden met het volgende:
De te bedrukken zijde moet naar beneden zijn.
Leg eerst de bovenzijde van het papier in de lade en duw het
daarna voorzichtig helemaal in de lade.
Als u faxen op Legal-papier wilt ontvangen of daarop wilt
kopiëren, dient u ook de steun uit te vouwen.
Tot hier.
Steun met klep
PAPIER 2 - 7
Papier of andere media in de papierlade voor handmatige
invoer plaatsen (voor MFC-8440)
1
Open de papierlade voor handmatige invoer. Verschuif de
papiergeleiders voor het juiste papierformaat.
2
Leg het papier met beide handen in de papierlade voor
handmatige invoer zodat de voorzijde van het papier de
papierinvoerrol raakt. Houd het papier zo vast tot de MFC het
papier automatisch even invoert en laat dan het papier los.
Wanneer u enveloppen en etiketten print, moet u altijd de
papierlade voor handmatige invoer gebruiken.
2 - 8 PAPIER
Wanneer u papier in de papierlade voor handmatige invoer
doet, dient u rekening te houden met het volgende:
De te bedrukken zijde moet naar boven zijn.
Leg eerst de bovenzijde van het papier in de lade en duw het
daarna voorzichtig helemaal in de lade.
Het papier moet recht en in de juiste positie in de papierlade
voor de handmatige invoer liggen. Anders wordt het papier
niet goed ingevoerd en krijgt u een slechte afdruk of kan het
papier vastlopen.
Leg slechts een vel papier of envelop tegelijk in de
papierlade voor handmatige invoer, anders kan het papier
vastlopen.
PAPIER 2 - 9
Papier of andere media in de multifunctionele papierlade
plaatsen (MP-lade) (voor MFC-8840D)
1
Open de MP-lade en laat deze voorzichtig neer.
2
Trek aan de steunklep van de MP-lade en vouw deze uit.
Wanneer u enveloppen en etiketten print, moet u altijd de
multifunctionele papierlade gebruiken.
Steunklep MP-lade
2 - 10 PAPIER
3
Wanneer u papier in de MP-lade doet, moet het papier tot tegen
de achterzijde van de lade zijn ingeschoven.
4
Druk op de ontgrendeling van de papiergeleiders en verschuif
deze voor het correcte papierformaat.
Het papier moet recht en in de juiste positie in de MP-lade
liggen. Anders wordt het papier niet goed ingevoerd en krijgt
u een slechte afdruk of kan het papier vastlopen.
U kunt maximaal 3 enveloppen of 50 vellen 80 g/m
2
papier
in de MP-lade doen.
Wanneer u papier in de MP-lade doet, dient u rekening te
houden met het volgende:
De te bedrukken zijde moet naar boven zijn.
Tijdens het printen gaat de binnenste lade omhoog om
papier in de MFC te laden.
Leg eerst de bovenzijde van het papier in de lade en duw het
daarna voorzichtig helemaal in de lade.
PAPIER 2 - 11
Automatisch duplexprinten gebruiken voor faxen,
kopiëren en printen (voor MFC-8840D)
Wanneer u het papier aan beide zijden wil bedrukken met behulp van
de Duplexfunctie voor faxen, kopiëren en printen, moet u de
hefboom voor de papierinstelling op het juiste formaat instellen.
Deze functie is beschikbaar voor de formaten A4, Letter en Legal.
(Raadpleeg Duplexafdrukken voor de faxstand instellen (voor de
MFC-8840D) op pagina 5-13, Duplex/N in 1 op pagina 10-12 en
Dubbelzijdig printen (duplexprinten) in de softwarehandleiding op de
cd-rom.)
1
Plaats papier in de papierlade of de multifunctionele papierlade.
2
Stel de hefboom van de papierinstelling voor duplexprinten,
achteraan de MFC, in op het juiste papierformaat.
3
Uw MFC kan nu dubbelzijdig printen.
LTR/LGL
A4
3 - 1 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
3
Gebruikersvriendelijk programmeren
Uw MFC is zodanig ontworpen, dat zij eenvoudig te gebruiken is en
met behulp van de navigatietoetsen en het LCD-scherm
geprogrammeerd kan worden. Programmeren op het scherm is
uiterst eenvoudig en helpt u alle functies van de MFC optimaal te
benutten.
Tijdens het programmeren van uw MFC verschijnen op het
LCD-scherm stap voor stap meldingen die u door de
programmeringsprocedure leiden. U volgt gewoon de instructies op
het LCD-scherm; ze helpen u de juiste functiemenu's,
programmeringsopties en instellingen te selecteren.
Tabel met overzicht van functies
U zult uw MFC waarschijnlijk zonder deze gebruikershandleiding
kunnen programmeren. Gebruik de tabel met het overzicht van de
functies op pagina 3-4 voor uitleg bij de verschillende menuopties die
beschikbaar zijn.
Opslag in geheugen
Bij een stroomstoring zullen de menu-instellingen niet verloren gaan,
omdat deze permanent zijn opgeslagen. Tijdelijke instellingen (zoals
instellingen voor contrast, de internationale modus, enz.) gaan
echter wel verloren. U zult waarschijnlijk ook de datum en de tijd
opnieuw moeten instellen.
Programmeren op het
scherm
U kunt instellingen maken door op de toets
Menu
te drukken en
het betreffende menunummer met behulp van de kiestoetsen in
te voeren.
Voorbeeld: de
Faxresolutie
op
Fijn
zetten:
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
2
en of om
Fijn
te selecteren.
Druk op
Set
.
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 2
Navigatietoetsen
U opent de programmeermodus door op
Menu
te drukken.
Als u de programmeermodus hebt geopend, geeft het LCD-scherm
het volgende weer:
Druk op
1
voor het algemene
instelmenu
OF
Druk op
2
voor het faxmenu
OF
Druk op
3
voor het kopieermenu
OF
Druk op
4
voor het printermenu
OF
Druk op
5
voor rapportenmenu
OF
Druk op
6
voor het LAN-menu
(alleen wanneer de optionele LAN-kaart (NC-9100h) is
geïnstalleerd.)
OF
Druk op
0
voor het voorbereidende instelmenu
OF
U kunt sneller door de menuniveaus bladeren door op de betreffende
pijl (omhoog/omlaag) te drukken: of .
*Menu openen
*Naar volgende menuniveau
*Optie accepteren
*Verschillende keren
indrukken om het menu te
verlaten
*Terug naar vorige
menuniveau
*Door huidige menuniveau
bladeren
*Terug naar vorige
menuniveau
*Naar vorige menuniveau
*Menu afsluiten
1.Standaardinst.
2.Fax
3.Kopie
4.Printer
Kies
▲▼
& Set
4.Printer
5.Print lijsten
6.LAN
0.Stand.instel.
Kies
▲▼
& Set
3 - 3 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Vervolgens stelt u een optie in door op
Set
te drukken wanneer de
optie in kwestie op het LCD-scherm wordt weergegeven.
Het LCD-scherm geeft dan het volgende menuniveau weer.
Druk op of om naar de volgende menuselectie te gaan.
Druk op
Set
.
Nadat u een optie hebt geaccepteerd, wordt op het LCD-scherm de
melding
Geaccepteerd
weergegeven.
Gebruik om achteruit door de menu's te bladeren als u per
ongeluk te ver bent gegaan, of als dit toetsaanslagen bespaart.
De huidige instelling is altijd de optie met “ ”.
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 4
Om het menu te openen drukt u op
Menu
.
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
1.
Standaardinst.
1.
Tijdklokstand
0 Sec.
30 Sec.
1 Min
2 Min.
5 Min.
Uit
Bepaalt hoelang de
MFC in kopieer- of
scanmodus blijft
voor deze terug
naar de faxmodus
gaat.
4-6
2.
Papiersoort
1.MP-bak
(MFC-8840D)
Dun papier
Normaal
Dik papier
Extra dik papier
Transparanten
Hiermee kunt u
instellen welke soort
papier er in de
multifunctionele
papierlade wordt
gebruikt.
4-7
2.Bovenlade
(Bij de
MFC-8440
wordt dit menu
niet
weergegeven.)
Dun papier
Normaal
Dik papier
Extra dik papier
Transparanten
Hiermee kunt u
instellen welke soort
papier er in
papierlade #1 wordt
gebruikt.
4-7
3.Onderlade
(optie)
Dun papier
Normaal
Dik papier
Extra dik papier
Transparanten
Hiermee kunt u
instellen welke soort
papier er in
papierlade #2 wordt
gebruikt.
4-7
3.
Papierformaat
1.Bovenlade
(Dit menu wordt
alleen
weergegeven
als de optionele
tweede lade is
geïnstalleerd.)
A4
Letter
Legal
Executive
A5
A6
B5
B6
Hiermee kunt u
instellen welk
papierformaat er in
papierlade #1 wordt
gebruikt.
4-8
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 5 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
1
.
Standaardinst.
(vervolg)
3.
Papierformaat
(vervolg)
2.Onderlade
(optie)
A4
Letter
Legal
Executive
A5
B5
B6
Hiermee kunt u
instellen welk
papierformaat er in
papierlade #2 wordt
gebruikt.
4-8
4.Volume 1.Belvolume Hoog
Half
Laag
Uit
Hiermee stelt u het
volume van de bel af.
4-9
2.Waarsch.
toon
Hoog
Half
Laag
Uit
Hiermee stelt u het
volume van de
waarschuwingstoon
af.
4-9
3.
Luidspreker
Hoog
Half
Laag
Uit
Hiermee stelt u het
volume van de
luidspreker af.
4-10
5.
Aut.zomertijd
Aan
Uit
Automatisch
omschakelen naar
zomertijd.
4-10
6.
Bespaarstand
1.Toner
sparen
Aan
Uit
Verlengt de
gebruiksduur van de
tonercartridge.
4-10
2.Slaapstand (00-99)
05Min*
Bespaart stroom 4-11
3.
Bespaarstand
Aan
Uit
Stroombespaarstand 4-12
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 6
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
1
.
Standaardinst.
(vervolg)
7.Kopie:
lade
(voor de
MFC-8440 is dit
menu niet
beschikbaar.)
(wanneer u een
optionele lade
#2 gebruikt, zie
pagina 3-17.)
Alleen lade 1
Alleen MP-lade
Auto
Selecteert welke lade
wordt gebruikt voor
het kopiëren.
4-13
8.Fax:lade
(deze instelling
wordt alleen
weergegeven
wanneer u een
optionele lade
#2 gebruikt, zie
pagina 3-17.)
Selecteert welke lade
wordt gebruikt voor
het faxen.
4-14
7.LCD
Contrast
(MFC-8440)
8.LCD
Contrast
(MFC-8840D)
9.LCD
Contrast
(met optionele
lade #2)
—- +
- +
- +
- +
- +
Hiermee stelt u het
contrast van het
LCD-scherm af.
4-14
2.Fax 1.
Ontvangstmenu
(alleen in
faxmodus)
1.
Belvertraging
02 - 06 (02 )
(Nederland)
02 - 10 (02 )
(België)
De belvertraging
bepaalt hoe vaak de
telefoon overgaat
voordat de MFC in de
stand Alleen Fax of
Fax/Telefoon
opneemt.
5-2
2.F/T
Beltijd
70
40
30
20
Met deze functie
bepaalt u hoe lang de
telefoon in de stand
Fax/Telefoon met
een dubbele bel
overgaat om u te
waarschuwen dat het
een normaal
telefoontje is.
5-3
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 7 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
2.Fax
(vervolg)
1.
Ontvangstmenu
(alleen in
faxmodus)
(vervolg)
3.Fax
Waarnemen
Aan
Uit
Met deze functie kunt
u faxberichten
ontvangen zonder de
toets Start in te
drukken.
5-4
4.
Afstandscode:
Aan
( 51, #51)
Uit
U kunt telefoontjes
op een tweede of een
extern toestel
aannemen en deze
codes gebruiken om
de MFC te activeren
of desactiveren.
U kunt deze codes
wijzigen.
5-9
5.Auto
reductie
Aan
Uit
Als deze functie is
geactiveerd, wordt
een inkomend
faxbericht verkleind
afgedrukt.
5-5
6.Geh.
ontvangst
Aan
Uit
Hiermee worden
inkomende faxen
automatisch in het
geheugen
opgeslagen als het
papier op is.
5-6
7.
Printdichtheid
- +
- +
- +
- +
- +
Maakt afdrukken
donkerder of lichter.
5-7
8.Ontvang
Pollen
Stand.
Beveilig
Tijdklok
Met deze functie kunt
u een andere
faxmachine bellen en
daar een faxbericht
opvragen (pollen).
5-10
9.Duplex
(MFC-8840D)
Aan
Uit
Ontvangt
dubbelzijdig g edrukte
faxen.
5-13
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 8
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
2.Fax
(vervolg)
2.
Verzendmenu
(alleen in
faxmodus)
1.Contrast Auto
Licht
Donker
Met deze functie kunt
u de helderheid
bijstellen van een
faxbericht dat u gaat
verzenden.
6-8
2.
Faxresolutie
Standaard
Fijn
Superfijn
Foto
Hiermee wijzigt u de
standaardresolutie
voor uitgaande
faxen.
6-9
3.Tijdklok Met deze functie kunt
u in 24-uurformaat
instellen om hoe laat
uitgestelde
faxberichten moeten
worden verzonden.
6-20
4.Verzamelen Aan
Uit
Met deze functie
verzendt u alle
uitgestelde faxen
tegelijkertijd in één
transmissie naar
hetzelfde
faxnummer.
6-21
5.Direct
Verzend
Uit
Aan
Alleen deze fax
Met deze functie kunt
u faxberichten
verzenden zonder
het geheugen te
gebruiken.
6-11
6.Verzend
Pollen
Stand.
Beveilig
Hiermee stelt u het
document op uw
MFC in, zodat
iemand een fax kan
opvragen.
6-21
7.
Voorbladinst. Alleen deze fax
Aan
Uit
Print voorbeeld
Deze functie
verzendt
automatisch een
voorblad dat u hebt
geprogrammeerd.
6-14
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 9 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
2.Fax
(vervolg)
2.
Verzendmenu
(alleen in
faxmodus)
(vervolg)
8.Voorblad
Opm.
U kunt uw eigen
opmerkingen op het
voorblad instellen.
6-15
9.
Internationaal
Aan
Uit
Als u problemen hebt
met internationale
verzendingen, moet
u de internationale
modus activeren.
6-19
0.Faxgrootte A4/Letter
Legal
Stelt het scangebied
van de glasplaat in
voor het
documentformaat.
6-5
3.
Kiesgeheugen
1.Directkies Hiermee worden
ééntoetsnummers,
die u met een druk op
slechts een toets (en
Start) kunt kiezen, in
het geheugen
opgeslagen.
7-1
2.Snelkies Hiermee worden
snelkiesnummers in
het geheugen
opgeslagen, die u met
een druk op slechts
een paar toetsen (en
Start) kunt kiezen.
7-3
3.
Groepsinstell.
Hiermee stelt u een
groepsnummer in dat
wordt gebruikt voor
het groepsverzenden.
7-5
4.
Rapportinstel.
1.Verz.
rapport
Aan
Aan+Beeld
Uit
Uit+Beeld
Hier stelt u in wanneer
het verzendrapport en
het journaal worden
afgedrukt.
9-1
2.Journaal
per.
Om de 7 dagen
Om de 2 dagen
Om de 24 uur
Om de 12 uur
Om de 6 uur
Na 50 faxen
Uit
9-2
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 10
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
2.Fax
(vervolg)
5.
Afstandsopties
1.Fax
doorzenden
Aan
Uit
Stelt de MFC in om
faxberichten door te
zenden.
8-1
2.Fax
Opslaan
Aan
Uit
Met deze functie
worden inkomende
faxen in het geheugen
opgeslagen, zodat ze
vanaf een ander toestel
kunnen worden
opgevraagd en naar
een ander toestel
kunnen worden
doorgezonden.
8-2
3.Afst.
bediening
--- U moet uw eigen code
instellen, die moet
worden ingevoerd om
uw faxberichten vanaf
een andere locatie op
te vragen.
8-3
4.Print
document
Met deze functie wordt
een afdruk gemaakt
van de in het geheugen
opgeslagen
faxberichten.
5-7
6.Rest. jobs ——
Hiermee kunt u
controleren welke
taken er in het
geheugen zitten, of een
uitgestelde fax of een
polling-taak annuleren.
6-12
0.Diversen 1.Beveiligd
geh.
Blokkeert de meeste
functies, behalve het
in het geheugen
ontvangen van
faxberichten.
6-23
2.Levensduur U kunt nagaan
hoelang de drum nog
meegaat (in %).
12-35
3.
Paginateller
Totaal
Kopie
Print
Lijst/Fax
Hiermee controleert
u hoeveel pagina’s
de MFC tot nog toe
heeft geprint.
12-35
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 11 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
3.Kopie 1.Kwaliteit Tekst
Foto
Auto
Selecteert de
kopieerresolutie voor
uw document.
10-20
2.Contrast —- +
- +
- +
- +
- +
Stelt het contrast
voor de kopieën in.
10-20
4.Printer 1.Emulatie Auto
HP LaserJet
BR-Script 3
Selecteert de
emulatiemodus.
Raadpleeg
de
Software-
handleiding
op de
CD-ROM
2.
Printopties
1.Interne
fonts
Print een lijst met de
interne fonts van de
MFC of de huidige
printerinstellingen.
2.
Configuratie
3.Reset
printer
——Stelt de MFC
opnieuw in op de
standaard
fabrieksinstellingen.
5.Print
lijsten
1.Helplijst U kunt deze lijsten en
rapporten afdrukken.
9-3
2.Kieslijst ——
3.Journaal ——
4.
Verzendrapport
——
5.
Systeeminst.
——
6.
Besteldocument
——
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 12
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
0
.
Stand.instel.
1.
Ontvangstmodus
Alleen Fax
Fax/Telefoon
Telefoon/Beantw.
Handmatig
Kies de
ontvangststand die
het beste aan uw
eisen voldoet.
5-2
2.Datum/Tijd Voer de datum en de
tijd in. Deze
gegevens komen op
het LCD-scherm en
op de faxberichten te
staan.
4-1
3.
Stations-ID
Fax
Tel
Naam
Voer de naam en het
fax- en
telefoonnummer in
die op elke faxpagina
moeten worden
afgedrukt.
4-2
4.Toon/Puls
(alleen voor
Nederland)
Toon
Puls
Selecteert de
kiesmodus.
4-15
5.PBX Aan
Uit
Activeer deze functie
als de machine op
een PBX (Private
Branch Exchange) is
aangesloten.
4-5
6.Taalkeuze
(alleen voor
Belg)
Nederlands
Frans
Engels
Hiermee kunt u de
meldingen op het
LCD-scherm in een
andere taal
weergeven.
22
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
6.Het menu Taalkeuze is niet beschikbaar
voor Nederland.
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 13 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Wanneer u de optionele LAN-kaart (NC-9100h) hebt
geïnstalleerd, geeft de LCD het volgende LAN-menu weer.
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
6.LAN
(optie)
1.Setup
TCP/IP
1.BOOT
Method
Autom.
Statisch
RARP
BOOTP
DHCP
Kies de
opstartmethode die
het beste aan uw
eisen voldoet.
Zie de
gebruikers-
handleiding
2.IP Address [000-255].
[000-255].
[000-255].
[000-255]
Voer het IP-adres in.
3.Subnet
Mask
[000-255].
[000-255].
[000-255].
[000-255]
Voer het
Subnet-masker in.
4.Gateway [000-255].
[000-255].
[000-255].
[000-255]
Voer het adres van
de Gateway in.
5.Host Name BRN_XXXXXX Voer de Host name
in.
6.WINS
Config
Autom.
Statisch
U kunt de WINS
configuratiemodus
kiezen.
7.WINS
Server
Primary
Secondary
Specificeert het
IP-adres van de
primary of secondary
server.
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 14
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
6.LAN
(optie)
(vervolg)
1.Setup
TCP/IP
(vervolg)
8.DNS Server Primary
Secondary
Specificeert het
IP-adres van de
primary of secondary
server.
Zie de
gebruikers-
handleiding
9.APIPA Aan
Uit
Wijst automatisch het
IP-adres toe van het
link-local
adresbereik.
2.Setup
Internet
1.Mail
Address
(60 tekens) Voer het mail adres
in.
2.SMTP
Server
[000-255].[000-
255].[000-255].
[000-255]
Voer het adres van
de SMTP server in.
3.POP3
Server
[000-255].[000-
255].[000-255].
[000-255]
Voer het adres van
de POP3 server in.
4.Mailbox
Naam
(maximaal 20
tekens)
Voer de naam van de
mailbox in.
5.Mailbox
Wachtw
Wachtwoord:****
Voer het wachtwoord
in voor het
aanloggen op de
POP3 server.
3.Setup Mail
RX
1.Auto
Polling
Aan
Uit
Controleert
automatisch de
POP3 server voor
nieuwe berichten.
2.Poll
Frequency
10Min Stelt in hoe vaak de
POP3 server op
nieuwe berichten
wordt gecontroleerd.
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 15 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
6.LAN
(optie)
(vervolg)
3.Setup Mail
RX
(vervolg)
3.Header Alle
Onderw.+Van
+Aan
Geen
Selecteert welke mail
header moet worden
afgedrukt.
Zie de
gebruikers-
handleiding
4.Del Error
Mail
Aan
Uit
Verwijdert
automatisch
foutberichten.
5.
Notification
Aan
MDN
Uit
Verzendt
waarschuwingsberichten.
4.Setup Mail
TX
1.Sender
Subject
Geeft het onderwerp
weer dat bij de
Internet Fax is
ingevoegd.
2.Size Limit Aan
Uit
Beperkt de grootte
van e-mail
documenten.
3.
Notification
Aan
Uit
Verzendt
waarschuwings-
berichten.
5.Setup
Relay
1.Rly
Broadcast
Aan
Uit
Zendt een document
door naar een ander
faxtoestel.
2.Relay
Domain
RelayXX: Registreert de
domeinnaam.
3.Relay
Report
Aan
Uit
Drukt het Relay
Broadcast Report af.
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
PROGRAMMEREN OP HET SCHERM 3 - 16
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
6.LAN
(optie)
(vervolg)
6.Setup
Misc.
1.Netware Aan
Uit
Selecteer Aan om de
MFC in een Netware
netwerk te
gebruiken.
Zie de
gebruikers-
handleiding
2.Net Frame Auto
8023
ENET
8022
SNAP
Voor het specificeren
van het type frame.
3.AppleTalk Aan
Uit
Selecteer Aan om de
MFC in een
Macintosh
®
netwerk
te gebruiken.
4.DLC/LLC Aan
Uit
Selecteer Aan om de
MFC in een DLC/LLC
netwerk te
gebruiken.
5.Net
Bios/IP
Aan
Uit
Selecteer Aan om de
MFC in een Net
BIOS/IP netwerk te
gebruiken.
6.Ethernet Auto
100B-FD
100B-HD
10B-FD
10B-HD
Selecteert de
Ethernet link modus.
7.Time Zone GMT-XX:XX Stelt de tijdzone voor
uw land in.
7.Scan naar
e-mail
1.Color PDF
JPEG
Selecteert het
bestandstype.
2.B/W PDF
TIFF
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
selecteer
om af te
sluiten
Druk op de nummers van het menu.
(Bijv.: Druk op 1, 1 voor
Mode Timer. )
OF
selecteer om te accepteren
3 - 17 PROGRAMMEREN OP HET SCHERM
(voor MFC-8440 met de optionele papierlade #2)
(voor MFC-8840D met de optionele papierlade #2)
Wanneer u de optionele papierlade hebt, geeft de LCD deze
opties weer. (
Menu
,
1
,
7
/
Menu
,
1
,
8
)
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
1.
Standaardinst.
7.Kopie:
lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Auto
Selecteer welke lade
wordt gebruikt voor
het kopiëren.
4-13
8.Fax : lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Auto
Selecteer welke lade
wordt gebruikt voor
het faxen.
4-14
Hoofdmenu Submenu Menuopties Opties Omschrijving Pagina
1.
Standaardinst.
7.Kopie:
lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Alleen MP-lade
Auto
Selecteer welke lade
wordt gebruikt voor
het kopiëren.
4-13
8.Fax : lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Auto
Selecteer welke lade
wordt gebruikt voor
het faxen.
4-14
De fabrieksinstellingen staan vetgedrukt met .
AAN DE SLAG 4 - 1
4
Eerste instellingen
De datum en tijd instellen
De MFC geeft de datum en tijd weer, en als u de stations-ID instelt,
worden deze gegevens afgedrukt op elke fax die u verzendt. Als de
stroom uitvalt, moet u de datum en de tijd waarschijnlijk opnieuw
instellen. Alle andere instellingen blijven bewaard.
1
Druk op
Menu
,
0
,
2
.
2
Toets de twee cijfers van het
jaartal in.
Druk op
Set
.
3
Toets de twee cijfers van de maand in.
Druk op
Set
.
(Voer bijvoorbeeld 09 in voor september, of 10 voor oktober.)
4
Toets de twee cijfers van de dag in.
Druk op
Set
.
(Voer bijvoorbeeld 06 in voor de 6e.)
5
Toets de tijd in 24-uurformaat in.
Druk op
Set
.
(Toets bijvoorbeeld 15:25 in voor 3:25 in de middag)
6
Druk op
Stop/Exit
.
Op het LCD-scherm wordt de datum en de tijd weergegeven
wanneer de MFC stand-by staat.
Aan de slag
02.Datum/Tijd
Jaar
:20XX
Enter & druk Set
4 - 2 AAN DE SLAG
De stations-ID instellen
U kunt uw naam of de naam van uw bedrijf en het fax- en
telefoonnummer opslaan, zodat deze gegevens worden afgedrukt
op alle faxpagina's die u verstuurt.
Het is uiterst belangrijk dat de fax- en telefoonnummers in
internationaal standaardformaat worden ingevoerd, m.a.w. precies
in onderstaande volgorde:
Het “+” (plus) teken (druk op )
Uw landnummer (bijv. 31 voor Nederland of 32 voor België)
Uw netnummer zonder de eerste “0” (in Spanje is dit een “9”).
Een spatie
Uw abonneenummer, eventueel met spaties voor de
duidelijkheid.
Als uw faxmachine bijvoorbeeld in België is geïnstalleerd, wordt
gebruikt voor zowel faxberichten als telefoongesprekken en uw
nationale telefoonnummer 02 444 555 is, dan moet uw
stationsidentificatie als volgt worden ingesteld: +32 2 444 555.
1
Druk op
Menu
,
0
,
3
.
2
Voer uw faxnummer in (maximaal
20 cijfers).
Druk op
Set
.
3
Toets uw telefoonnummer in (maximaal 20 cijfers).
Druk op
Set
.
(Als uw telefoonnummer en uw faxnummer hetzelfde zijn, moet
u hetzelfde nummer nogmaals intoetsen).
Het telefoonnummer dat u invoert, wordt alleen op het voorblad
gebruikt. (Raadpleeg Het elektronische voorblad samenstellen
op pagina 6-14.)
U kunt geen koppelteken invoeren.
03.Stations-ID
Fax:
Enter & druk Set
AAN DE SLAG 4 - 3
4
Toets met de kiestoetsen uw naam in (maximaal 20 letters).
Druk op
Set
.
5
Druk op
Stop/Exit
.
Op het LCD-scherm worden de datum en de tijd weergegeven.
Tekst invoeren
Bij het instellen van bepaalde functies, zoals de stations-ID, moet
tekst worden ingevoerd. Boven de meeste cijfertoetsen staan drie of
vier letters. Boven de toetsen
0
,
#
en staan geen letters omdat
deze toetsen een speciale functie hebben.
U kiest een letter door het cijfer met de benodigde letter erboven het
juiste aantal malen in te drukken.
Spaties invoeren
Druk eenmaal op om een spatie tussen nummers in te voegen en
druk tweemaal op deze toets om een spatie tussen letters in te
voeren.
Als de stations-ID reeds was ingevoerd, wordt u gevraagd om
op
1
te drukken om deze identificatie te wijzigen, of op
2
te
drukken om af te sluiten zonder deze te wijzigen.
Toets Eenmaal tweemaal driemaal viermaal
2 ABC2
3 DEF3
4 GH I 4
5 JKL5
6 MNO6
7 PQRS
8 TUV8
9 WXY Z
4 - 4 AAN DE SLAG
Corrigeren
Wilt u een fout ingevoerde letter corrigeren, druk dan op om de
cursor onder het fout ingevoerde teken te zetten. Druk dan op
Clear/Back
. Het teken boven de cursor wordt verwijderd. U kunt nu
het juiste teken invoeren.
Letters herhalen
Als u tweemaal achtereen dezelfde letter wilt invoeren (bijvoorbeeld
twee e's), dan drukt u tussendoor op om de cursor een plaats
verder te zetten en drukt u daarna opnieuw op de toets.
Speciale tekens en symbolen
Druk op ,
#
of
0
en druk vervolgens op of om de cursor onder
het gewenste teken of symbool te zetten. Druk vervolgens op
Set
om het te selecteren.
Druk op voor (spatie) ! " # $ % & ’ ( ) + , - . /
Druk op
#
voor : ; < = > ? @ [ ] ^ _
Druk op
0
voor Ä Ë Ö Ü À Ç È É 0
AAN DE SLAG 4 - 5
PBX en DOORVERBINDEN
De machine is in eerste instantie ingesteld om te worden
aangesloten op een openbaar telefoonnetwerk (PSTN). De meeste
kantoren gebruiken echter een centraal telefoonsysteem of Private
Branch Exchange (PBX). Deze faxmachine kan op de meeste
PBX-telefoonsystemen worden aangesloten. De Recall-functie van
uw faxmachine ondersteunt alleen TBR (Timed Break Recall) en
privé-centrales gebruiken TBR doorgaans om toegang te geven tot
een buitenlijn of om een telefoontje over te zetten naar een ander
toestel. U activeert deze functie met de toets
Tel/R
.
PABX instellen
Als uw machine is aangesloten op een centrale (PABX-systeem),
moet
PBX
worden ingesteld op
Aan
. Indien niet zet u deze functie op
Uit
.
1
Druk op
Menu
,
0
,
5
.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
U kunt een druk op de toets
Tel/R
programmeren als onderdeel
van een nummer dat is opgeslagen als een ééntoetsnummer.
Hiertoe drukt u tijdens het programmeren van een dergelijk
nummer (functiemenu 2-3-1 of 2-3-2) eerst op
Tel/R
(op het
scherm verschijnt een "!"), waarna u het telefoonnummer
intoetst. U hoeft dan niet meer op
Tel/R
te drukken als een
ééntoetsnummer gebruik maakt van een buitenlijn. (Raadpleeg
Nummers opslaan om snel te kiezen op pagina 7-1.)
Als PBX echter is uitgeschakeld (
Uit
), kunt u geen
ééntoetsnummers gebruiken waarin een druk op
Tel/R
is
geprogrammeerd.
05.PBX
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
4 - 6 AAN DE SLAG
Standaardinstellingen
De Tijdklokstand instellen
De MFC heeft op het bedieningspaneel drie tijdelijke toetsen: Fax,
Copy en Scan. U kunt het aantal minuten of seconden wijzigen
waarbij de MFC na de laatste kopie of scan terugkeert naar de
faxmodus. Wanneer u
Uit
selecteert, blijft de MFC in de laatst
gebruikte modus.
1
Druk op
Menu
,
1
,
1
.
2
Druk op of voor het
selecteren van
0 Sec.
,
30 Sec.
,
1 Min
,
2 Min.
,
5 Min.
of
Uit
.
3
Druk op
Set
.
11.Tijdklokstand
0 Sec.
30 Sec.
1 Min
Kies
▲▼
& Set
AAN DE SLAG 4 - 7
De papiersoort instellen
Voor de beste afdrukkwaliteit is het zaak dat u de MFC instelt op de
papiersoort die u gebruikt.
Voor MFC-8440
1
Druk op
Menu
,
1
,
2
.
OF
Wanneer u de optionele
papierlade gebruikt, drukt u op
Menu
,
1
,
2
,
1
om de papiersoort
in te stellen voor
Bovenlade
of
Menu
,
1
,
2
,
2
om de papiersoort
in te stellen voor
Onderlade
.
2
Druk op of om
Dun papier
,
Normaal
,
Dik papier
,
Extra dik papier
of
Transparanten
te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Voor MFC-8840D
1
Druk op
Menu
,
1
,
2
,
1
om de
papiersoort in te stellen voor
MP-bak
.
OF
Druk op
Menu
,
1
,
2
,
2
om de
papiersoort in te stellen voor
Bovenlade
.
OF
Wanneer u de optionele papierlade gebruikt, drukt u op
Menu
,
1
,
2
,
3
om de papiersoort in te stellen voor
Onderlade
.
2
Druk op of om
Dun papier
,
Normaal
,
Dik papier
,
Extra dik papier
of
Transparanten
te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
U kunt voor Lade 1 en Lade 2 alleen
Transparanten
selecteren wanneer in
Menu
,
1
,
3
A4
,
Letter
of
Legal
is
geselecteerd.
12.Papiersoort
Normaal
Dik papier
Extra dik papier
Kies
▲▼
& Set
12.Papiersoort
1.Bovenlade
2.Onderlade
Kies
▲▼
& Set
12.Papiersoort
1.MP-bak
2.Bovenlade
3.Onderlade
Kies
▲▼
& Set
12.Papiersoort
1.MP-bak
Normaal
Dik papier
Kies
▲▼
& Set
4 - 8 AAN DE SLAG
Het papierformaat instellen
U kunt 8 papierformaten instellen voor kopin: A4, letter, legal,
executive, A5, A6, B5 en B6 en drie papierformaten voor het
afdrukken van faxen: A4, letter en legal. Wanneer u het
papierformaat verandert in de MFC, moet u ook de instelling voor het
papierformaat veranderen, zodat uw MFC een binnenkomende fax
of verkleinde kopie op het blad kan passen.
1
Druk op
Menu
,
1
,
3
.
2
Druk op of om
A4
,
Letter
,
Legal
,
Executive
,
A5
,
A6
,
B5
of
B6
. te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Met optionele papierlade
1
Druk op
Menu
,
1
,
3
,
1
om het
papierformaat in te stellen voor
Bovenlade
.
OF
Druk op
Menu
,
1
,
3
,
2
om het
papierformaat in te stellen voor
Onderlade
.
2
Druk op of om
A4
,
Letter
,
Legal
,
Executive
,
A5
,
A6
,
B5
en
B6
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Wanneer u de optionele papierlade gebruikt, kunt u het
formaat A6 niet selecteren.
Wanneer u
Transparanten
selecteert in
Menu
,
1
,
2
, kunt
u alleen
A4
,
Letter
of
Legal
selecteren.
13.Papierformaat
A4
Letter
Legal
Kies
▲▼
& Set
13.Papierformaat
1.Bovenlade
2.Onderlade
Kies
▲▼
& Set
AAN DE SLAG 4 - 9
Het volume van de bel instellen
U kunt het volume van de bel afstellen wanneer de MFC inactief is
(niet wordt gebruikt). U kunt de bel uitzetten (
Uit
) of selecteren hoe
luid de bel van de machine overgaat.
1
Druk op
Menu
,
1
,
4
,
1
.
2
Druk op of voor het
selecteren van
(
Laag
,
Half
,
Hoog
of
Uit
).
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
OF
In de faxmodus drukt u op of om het volume af te stellen.
Telkens wanneer u op deze toetsen drukt, gaat de bel even over,
zodat u hoort hoe luid de bel met de huidige instelling klinkt. Op het
LCD-scherm wordt de door u geselecteerde instelling getoond.
Telkens wanneer u op een van deze toetsen drukt, wordt het volume
van de bel verder afgesteld. De nieuwe instelling blijft van kracht
totdat u haar wijzigt.
Het volume van de waarschuwingstoon instellen
U kunt het volume van de waarschuwingstoon wijzigen. De
standaard (fabrieks) instelling is
Half
. Als de waarschuwingstoon is
ingeschakeld, hoort u een geluidssignaal telkens wanneer u een
toets indrukt, een vergissing maakt en wanneer er een fax is
ontvangen of verzonden.
1
Druk op
Menu
,
1
,
4
,
2
.
2
Druk op of om uw optie
te selecteren
(
Laag
,
Half
,
Hoog
of
Uit
).
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
14.Volume
1.Belvolume
Half
Hoog
Kies
▲▼
& Set
14.Volume
2.Waarsch.toon
Half
Hoog
Kies
▲▼
& Set
4 - 10 AAN DE SLAG
Het volume van de luidspreker instellen
U kunt het volume van de luidspreker van de MFC instellen.
1
Druk op
Menu
,
1
,
4
,
3
.
2
Druk op of voor het
selecteren van
(
Laag
,
Half
,
Hoog
of
Uit
).
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Zet de zomertijd automaat aan
U kunt de MFC instellen om automatisch over te gaan naar
zomertijd. Het zal zichzelf een uur vooruit zetten in de Lente en een
uur terug in de Herfst. Controleren of u de juiste dag en tijd hebt
geprogrammeerd in de instelling Datum/Tijd. De standaardinstelling
is Aan.
1
Druk op
Menu
,
1
,
5
.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Toner sparen
Met deze functie kunt u toner sparen. Wanneer u Toner sparen op
Aan
zet, zijn de afdrukken iets lichter. De standaardinstelling is
Uit
.
1
Druk op
Menu
,
1
,
6
,
1
.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
14.Volume
3.Luidspreker
Half
Hoog
Kies
▲▼
& Set
15.Aut.zomertijd
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
16.Bespaarstand
1.Toner sparen
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
AAN DE SLAG 4 - 11
Slaapstand
Met de slaapstand verbruikt u minder energie omdat de fuser in de
MFC wordt uitgezet wanneer de machine inactief is. U kunt kiezen
hoelang de MFC inactief moet zijn (van 00 tot 99 minuten) voor deze
naar slaapstand gaat. De timer is automatisch gereset wanneer de
MFC een fax of computergegevens ontvangt of een kopie maakt. De
fabrieksinstelling is 05 minuten. Wanneer de MFC in slaapstand is,
wordt
Slaapstand
op de LCD weergegeven. Wanneer u in de
slaapstand wil afdrukken of kopiëren, moet u even wachten tot de
fuser is opgewarmd en de bedrijfstemperatuur heeft bereikt.
1
Druk op
Menu
,
1
,
6
,
2
.
2
Voer met de kiestoetsen de tijd in waarbij de MFC inactief moet
zijn voor deze in slaapstand gaat (00 tot 99).
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
De scannerlamp uitschakelen
De scannerlamp blijft 16 uur branden, daarna wordt hij automatisch
uitgeschakeld zodat hij langer meegaat. U kunt de scannerlamp
desgewenst handmatig uitschakelen door tegelijk op de toetsen
en te drukken. De scannerlamp blijft uitgeschakeld totdat u de
scanfunctie weer gebruikt.
Door het uitschakelen van de scannerlamp wordt bovendien stroom
bespaard.
Wanneer u de slaapstand wil uitzetten, drukt u tegelijk op
Secure
en
Job Cancel
in stap 2.
Als de MFC in de slaapstand staat wanneer u de slaaptijd
wijzigt, is deze nieuwe instelling pas de volgende keer van
kracht wanneer de MFC kopieën of afdrukken worden
herstart.
Houdt u er echter rekening mee, dat de lamp minder lang
meegaat als hij vaak wordt uitgeschakeld. Sommige mensen
doen de lamp liever uit als ze het kantoor verlaten of ’s avonds
laat thuis. Dit is niet nodig voor het normale dagelijkse gebruik.
4 - 12 AAN DE SLAG
Stroombespaarstand
Met deze functie bespaart u stroom. Als deze stand is geactiveerd
(
Aan
) en wanneer de machine inactief is en de scannerlamp uit is,
schakelt ze naar de circa 10 minuten automatisch over naar de
energiebesparende stroombespaarstand. In deze stand kunt u de
functie Fax Waarnemen echter niet gebruiken, en kan de machine
evenmin vanaf een andere locatie worden geactiveerd.
In deze stand geeft de MFC de datum en tijd niet weer.
1
Druk op
Menu
,
1
,
6
,
3
.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
3
Druk op
Set
wanneer op het
scherm uw keuze wordt
weergegeven.
4
Druk op
Stop/Exit
.
16.Bespaarstand
3.Bespaarstand
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
AAN DE SLAG 4 - 13
De lade voor kopieermodus instellen
MFC-8440
Met de standaardinstelling
Auto
kan *
1
de MFC de optionele Lade 2
kiezen als het papier in Lade 1 op is, of *
2
als het document het beste
op het papier in Lade 2 past.
1
Druk op
Menu
,
1
,
7
.
2
Druk op of om
Alleen
lade 1
,
Alleen lade 2
of
Auto
te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
MFC-8840D
Met de standaardinstelling
Auto
kan *
1
de MFC de optionele Lade 2
of de multifunctionele lade kiezen als het papier in Lade 1 op is, of
*
2
als het document het beste op het papier in Lade 2 past.
1
Druk op
Menu
,
1
,
7
.
2
Druk op of om
Alleen
lade 1
,
Alleen MP-lade
of
Auto
te selecteren.
OF
Wanneer u de optionele
papierlade gebruikt. Druk op
of om
Alleen lade 1
,
Alleen lade 2
,
Alleen
MP-lade
, of
Auto
te selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Wanneer uw MFC een MFC-8440 is zonder optionele lade #2,
hebt u deze instelling niet nodig.
*
1
Kopieën worden alleen automatisch op het papier in Lade 2
afgedrukt als de papierinstelling voor Lade 2 hetzelfde is als die
voor Lade 1.
*
2
Bij gebruik van de automatische documentinvoer worden
kopieën automatisch op het papier in Lade 2 afgedrukt als voor
Lade 2 een andere papierinstelling is geselecteerd dan voor
Lade 1 en het papierformaat in Lade 2 geschikter is voor het
gescande origineel.
17.Kopie: lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Auto
Kies
▲▼
& Set
17.Kopie: lade
Alleen lade 1
Alleen MP-lade
Auto
Kies
▲▼
& Set
17.Kopie: lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Alleen MP-lade
Kies
▲▼
& Set
4 - 14 AAN DE SLAG
De lade voor faxmodus instellen
Wanneer uw MFC niet is voorzien van de optionele lade #2, hebt u
deze instelling niet nodig.
Met de standaardinstelling
Auto
kan uw MFC de optionele lade #2
kiezen wanneer lade #1 leeg is of wanneer binnenkomende faxen
beter passen op het papier in lade #2.
1
Druk op
Menu
,
1
,
8
.
2
Druk op of om
Alleen lade 1
,
Alleen lade 2
of
Auto
te
selecteren.
3
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Het contrast van het LCD-scherm instellen
U kunt het contrast instellen zodat de LCD lichter of donkerder wordt.
1
(MFC-8440) Druk op
Menu
,
1
,
7
.
(MFC-8840D) Druk op
Menu
,
1
,
8
.
OF
Wanneer u de optionele lade #2
gebruikt, drukt u op
Menu
,
1
,
9
.
2
Druk op om het contrast te verhogen.
OF
Druk op om het contrast te verlagen.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Als Automatisch Verkleinen is geactiveerd, worden inkomende
faxen afgedrukt op het papier in de lade die voor het
automatisch verkleinen is geselecteerd. (Raadpleeg Een
verkleinde afdruk van een inkomend document maken
(automatische verkleining) op pagina 5-5.)
18.Fax:lade
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Auto
Kies
▲▼
& Set
19.LCD Contrast
-+
Kies & druk Set
AAN DE SLAG 4 - 15
Voorbereidende installatie afhankelijk
van het land waarin u woont
Toon of Puls kiesmodus instellen
(alleen voor Nederland)
Uw machine is bij levering ingesteld voor toon-kiezen
(multifrequentie). Wanneer u een pulskiezer hebt (kiesschijf), moet u
de kiesmodus wijzigen.
1
Druk op
Menu
,
0
,
4
.
2
Druk op of om
Puls
(of
Toon
) te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
De taal voor de meldingen op het LCD-scherm
instellen (alleen voor België)
De meldingen op het LCD-scherm kunnen worden weergegeven in
het Nederlands, Frans of Engels. De standaardtaal is Nederlands.
1
Druk op Menu, 0, 6. Op het
LCD-scherm verschijnen
afwisselend onderstaande
meldingen:-
2
Druk op of om
Nederlands
,
Frans
of
Engels
te selecteren.
3
Druk op Set zodra de gewenste optie op het LCD-scherm staat.
4
Druk op Stop/Exit.
04.Toon/Puls
Toon
Puls
Kies
▲▼
& Set
06.Taalkeuze
Nederlands
Frans
Engels
Kies
▲▼
& Set
5 - 1 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
5
Basishandelingen bij het ontvangen
De ontvangststand kiezen
Er zijn vier verschillende ontvangststanden voor deze MFC. Kies de
stand die het beste aan uw eisen voldoet.
* In de stand
Fax/Telefoon
dient u de belvertraging en de
F/T-beltijd in te stellen.
De ontvangststand instellen
LCD-scherm Hoe dit werkt Wanneer te gebruiken
Alleen Fax*
(automatisch
ontvangen)
De MFC beantwoordt elk
telefoontje automatisch
alsof het een faxbericht
betreft.
Voor aparte faxlijnen.
Fax/Telefoon
(fax en telefoon)
(met een extern of een
tweede toestel)
De MFC beheert de lijn
en beantwoordt
automatisch elke
oproep. Is de oproep een
fax, dan wordt die
afgedrukt. Is de oproep
geen fax, dan krijgt u het
dubbele belsignaal van
de F/T-stand, dat
verschilt van het gewone
belsignaal.
Gebruik deze stand als u talrijke faxen verwacht en
slechts weinig telefoontjes. U kunt geen
antwoordapparaat op dezelfde lijn aansluiten, zelfs
niet als dit op een ander
wandcontact/telefoonstekker wordt aangesloten. In
deze stand kunt u de voicemail van uw
telecombedrijf niet gebruiken.
Telefoon/Beantw.
(met een extern
antwoordapparaat)
Het externe
antwoordapparaat
beantwoordt alle
telefoontjes automatisch.
Ingesproken berichten
worden op het
antwoordapparaat
opgeslagen.
Faxberichten worden
afgedrukt.
Gebruik deze stand als u een extern
antwoordapparaat op uw telefoonlijn hebt
aangesloten.
De instelling Telefoon/Beantw. werkt alleen met
een extern antwoordapparaat. De belvertraging en
de F/T-beltijd werken in deze stand niet.
Handmatig
(handmatig
ontvangen)
(met een extern of
tweede toestel of met
aparte beltoon)
U beheert de telefoonlijn
en moet elk telefoontje
zelf beantwoorden.
Gebruik deze stand als u een computermodem op
dezelfde lijn gebruikt, of als u slechts weinig
faxberichten ontvangt.
Als u faxtonen hoort, moet u wachten totdat de
MFC het telefoontje automatisch overneemt,
waarna u ophangt. (Raadpleeg Fax Waarnemen op
pagina 5-4.)
De MP-lade is niet beschikbaar voor het ontvangen van faxen.
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 2
De ontvangststand kiezen en wijzigen
1
Druk op
Menu
,
0
,
1
.
2
Druk op of om
Alleen Fax
,
Fax/Telefoon
,
Telefoon/Beantw.
of
Handmatig
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
De belvertraging instellen
Deze functie bepaalt hoe vaak de MFC rinkelt voor de oproep wordt
beantwoord in de stand
Alleen Fax
of
Fax/Tel
. Wanneer u een
tweede toestel hebt aangesloten op dezelfde lijn als de MFC of bent
geabonneerd op de Aparte Beltoon service van het telefoonbedrijf,
stelt u de belvertraging in op 4.
(Raadpleeg Fax Waarnemen op pagina 5-4 en Werken met een
tweede toestel op pagina 5-8.)
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
1
.
3
Druk op of om te
selecteren hoe vaak de bel moet
overgaan voordat de MFC
opneemt.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Als u de ontvangststand wijzigt terwijl er een andere bewerking
wordt uitgevoerd, zal het LCD-scherm overschakelen naar de
bewerking in kwestie.
01.Ontvangstmodus
Alleen Fax
Fax/Telefoon
Telefoon/Beantw.
Kies
▲▼
& Set
Telefoon/Beantw.
Nummer & Start
Alleen Fax
Fax/Telefoon
Telefoon/Beantw.
Handmatig
01/03/2005 18:15
21.Ontvangstmenu
1.Belvertraging
03
04
Kies
▲▼
& Set
5 - 3 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
De F/T-beltijd instellen (alleen in de stand Fax/Tel)
Als u de ontvangststand instelt op Fax/Telefoon, dient u te
specificeren hoe lang de MFC met een dubbele bel moet overgaan
om u te laten weten dat iemand u probeert te bellen. (Als het een
inkomend faxbericht is, zal de MFC de fax afdrukken.)
Dit dubbel belsignaal hoort u na het eerste signaal van het
telefoonbedrijf. Alleen de bel van de MFC gaat over (gedurende 20,
30, 40 of 70 seconden), de andere toestellen op deze lijn geven dit
belsignaal niet. U kunt de telefoon echter wel aannemen op een
tweede toestel (op een apart wandcontact/telefooningang) dat is
aangesloten op dezelfde lijn als de MFC. (Raadpleeg Werken met
een tweede toestel op pagina 5-8.)
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
2
.
3
Druk op of om te
selecteren hoe lang de bel van de
MFC moet overgaan om u op een
normaal telefoongesprek te
attenderen.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Zelfs als de beller tijdens het dubbele belsignaal ophangt, zal dit
signaal het aantal seconden aanhouden dat u hebt
geselecteerd.
21.Ontvangstmenu
2.F/T Beltijd
20
30
Kies
▲▼
& Set
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 4
Fax Waarnemen
Als u deze functie gebruikt, is het niet nodig om op
Start
te drukken
en/of de code voor activeren
51
in te toetsen wanneer u de
telefoon aanneemt en faxtonen hoort. Als u
Aan
selecteert, kan de
MFC faxberichten automatisch ontvangen, zelfs als u de hoorn van
een tweede of extern toestel hebt opgenomen. Zodra op het
LCD-scherm van uw faxmachine de melding
Ontvangst
verschijnt,
of zodra u via de hoorn van het andere toestel het tjirpende geluid
hoort, legt u de hoorn op de haak. De MFC doet de rest. Als u
Uit
selecteert, moet u de MFC zelf activeren door de hoorn van een
extern of tweede toestel op te nemen en op de MFC vervolgens op
Start
te drukken—OF—door op
51
te drukken als u niet bij de
MFC bent. (Raadpleeg Werken met een tweede toestel op pagina
5-8.)
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
3
.
3
Gebruik of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Als deze functie is ingesteld op
Aan
, maar de MFC de faxoproep
niet overneemt als u de hoorn van een ander toestel opneemt,
moet u de code voor activeren
51
intoetsen.
Als u faxen verzendt vanaf een computer die op dezelfde
telefoonlijn is aangesloten en de MFC de faxen onderschept,
dient u
Fax Waarnemen
op
Uit
te zetten.
21.Ontvangstmenu
3.Fax Waarnemen
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
5 - 5 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
Een verkleinde afdruk van een inkomend
document maken
(automatische verkleining)
Als u
Aan
selecteert, zal de MFC een inkomende fax automatisch
verkleinen, zodat deze op een vel letter, legal of A4-papier past,
ongeacht het papierformaat van het document. De MFC berekent
het verkleiningspercentage aan de hand van het papierformaat van
het document en uw instelling voor papierformaat (
Menu
,
1
,
3
).
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
5
.
3
Wanneer u de optionele
papierlade #2 gebruikt, drukt u op
of om
Bovenlade
of
Onderlade
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
5
Druk op
Stop/Exit
.
Als u faxen ontvangt die over twee paginas worden verspreid,
kunt u deze instelling activeren.
21.Ontvangstmenu
5.Auto reductie
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 6
Ontvangen in het geheugen
Zodra de papierlade leeg is tijdens het ontvangen van een fax,
verschijnt op het scherm
Papier nazien
; plaats papier in de
papierlade. (Raadpleeg de handleiding voor snelle installatie.)
Als de Geh. Ontvangst op AAN staat…
dan gaat de faxmachine gewoon door met het ontvangen van de fax
en worden de overige pagina's in het geheugen opgeslagen als er
voldoende geheugen beschikbaar is. Faxen die daarna worden
ontvangen, worden tevens in het geheugen opgeslagen totdat het
geheugen vol is, waarna verdere inkomende faxoproepen niet
automatisch worden beantwoord. Om alle gegevens af te drukken
vult u papier aan in de papierlade.
Als de Geh. Ontvangst op UIT staat…
dan gaat de faxmachine gewoon door met het ontvangen van de fax
en worden de overige pagina's in het geheugen opgeslagen (als er
genoeg geheugen beschikbaar is). Verdere faxoproepen worden
pas weer automatisch beantwoord nadat er nieuw papier in de
papierlade is geplaatst. Om de laatst binnengekomen fax af te
drukken, vult u papier aan in de papierlade.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
6
.
3
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
21.Ontvangstmenu
6.Geh. ontvangst
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
5 - 7 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
Een fax uit het geheugen afdrukken
Als de optie Fax Opslaan is geactiveerd, zodat u uw faxberichten
vanaf een ander toestel kunt opvragen, kunnen de faxberichten die
in het geheugen zijn opgeslagen toch nog op de MFC worden
afgedrukt. U moet dan echter wel bij de machine staan.
(Raadpleeg Fax Opslaan instellen op pagina 8-2.)
1
Druk op
Menu
,
2
,
5
,
4
.
2
Druk op
Start
.
3
Na het printen
druk op
Stop/Exit
.
De printdichtheid instellen
U kunt de printdichtheid instellen en zo de afgedrukte pagina’s lichter
of donkerder maken.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
7
.
3
Druk op om de afdruk
donkerder te maken.
OF
Druk op om de afdruk lichter te maken.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
25.Afstandsopties
4.Print document
Druk op Start
21.Ontvangstmenu
7.Printdichtheid
-+
Kies & druk Set
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 8
Geavanceerde ontvangstopties
Werken met een tweede toestel
Als u een faxoproep aanneemt op een tweede toestel of op een
extern toestel dat is aangesloten op de betreffende ingang op het
faxtoestel, kunt u de oproep doorverbinden naar de MFC door de
code voor activeren in te toetsen. Als u de code voor activeren
51
intoetst, zal het faxbericht op uw MFC worden ontvangen.
(Raadpleeg Fax Waarnemen op pagina 5-4.)
Als de MFC een normaal telefoontje aanneemt en het dubbele
belsignaal geeft, toetst u de code voor het desactiveren in,
# 51
, om
het telefoontje op een tweede toestel aan te nemen. (Raadpleeg De
F/T-beltijd instellen (alleen in de stand Fax/Tel) op pagina 5-3.)
Als u een telefoontje aanneemt en u niets hoort, betreft het
hoogstwaarschijnlijk een inkomend faxbericht.
Als u het telefoontje op een tweede toestel aannam (op een apart
telefooncontact), drukt u op
51
en wacht u totdat u het
tjirpende geluid hoort, pas dan mag u ophangen.
Op een extern toestel (aangesloten op de EXT ingang van de
MFC) drukt u op
51
en wacht u totdat de verbinding is
verbroken (op het LCD-scherm van de machine staat
Ontvangst
).
Degene die u opbelt dient op zijn of haar machine op
Start
te
drukken om de fax te verzenden.
Alleen voor de stand FAX/TEL
Als de MFC in de stand FAX/TEL staat, wordt het dubbele belsignaal
gebruikt om aan te geven dat het een normaal telefoontje betreft.
Neem de hoorn van de externe telefoon van de haak en druk op
Tel/R
om de telefoon aan te nemen.
Als u zich bij een tweede extern toestel bevindt, moet u de hoorn
tijdens het overgaan van de dubbele bel opnemen en tussen twee
dubbele belsignalen in op
# 51
drukken. Wanneer niemand aan het
toestel is of wanneer iemand u een fax wil sturen, stuurt u het
gesprek terug naar de MFC door op
51
te drukken.
5 - 9 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
Een draadloze externe telefoon gebruiken
Als uw draadloze telefoon is aangesloten op de juiste ingang van de
MFC en u de hoorn van het toestel doorgaans altijd bij u hebt, is het
eenvoudiger om de oproepen tijdens de belvertraging te
beantwoorden. Als u de MFC eerst laat aannemen, moet u naar de
MFC lopen en op
Tel/R
drukken om het telefoontje op het draadloze
toestel aan te nemen.
De codes voor afstandsbediening wijzigen
Het is mogelijk dat de codes voor afstandsbediening met bepaalde
telefoonsystemen niet werken. De standaardcode voor activeren is
51
. De standaardcode voor desactiveren is
# 51
.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
4
.
3
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Indien gewenst, kunt u een nieuwe code voor activeren
invoeren.
Druk op
Set
.
5
Indien gewenst, kunt u een nieuwe code voor desactiveren
invoeren.
Druk op
Set
.
6
Druk op
Stop/Exit
.
Als de verbinding telkens wordt verbroken wanneer u probeert
om vanaf een ander toestel toegang te krijgen tot uw
antwoordapparaat, is het raadzaam om een andere code voor
activeren en desactiveren te kiezen (bijvoorbeeld
# # #
en
999
).
21.Ontvangstmenu
4.Afstandscode:
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 10
Pollen
Pollen is het opvragen van faxberichten van een andere faxmachine.
U kunt uw faxmachine gebruiken om andere machines te pollen, of
u kunt de andere partij vragen uw faxmachine te pollen.
Alle partijen dienen hun faxmachines zo instellen, dat er gepolld kan
worden. De partij die uw faxmachine belt om documenten op te
vragen, betaalt voor het telefoontje. Als u de faxmachine van derden
belt om daar documenten op te vragen, betaalt u het telefoontje.
Beveiligd Pollen
Met Beveiligd Pollen kunt u voorkomen dat uw documenten in
verkeerde handen terechtkomen wanneer de faxmachine in de
polling-wachtstand staat. U kunt Beveiligd Pollen uitsluitend met een
andere Brother faxmachine gebruiken. Op de machine die uw
documenten opvraagt, moet uw beveiligingscode worden ingevoerd.
Ontvang Pollen instellen (standaard)
Ontvang Pollen betekent dat u een andere faxmachine belt om daar
documenten op te vragen.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
8
.
3
Druk op of om
Stand.
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Toets het te pollen faxnummer in. Druk op
Start
.
Sommige faxmachines reageren niet op de polling-functie.
5 - 11 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
Ontvang Pollen met beveiligingscode instellen
Het is belangrijk dat u dezelfde beveiligingscode gebruikt als de
andere partij.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
8
.
3
Druk op of om
Beveilig
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Toets een viercijferige beveiligingscode in.
Dit nummer moet hetzelfde zijn als de beveiligingscode van de
faxmachine die u gaat pollen.
5
Druk op
Set
.
6
Toets het te pollen faxnummer in.
7
Druk op
Start
.
Uitgesteld Ontvang Pollen instellen
U kunt de MFC zo instellen, dat zij op een later tijdstip gaat pollen.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
8
.
3
Druk op of om
Tijdklok
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
U wordt gevraagd in te voeren om hoe laat het pollen moet
worden uitgevoerd.
5
Voer in 24-uurformaat in om hoe laat u het pollen wilt starten.
(Voor kwart voor tien 's avonds voert u bijvoorbeeld 21:45 in.)
6
Druk op
Set
.
7
U wordt gevraagd het te pollen faxnummer in te toetsen en op
Start
te drukken.
De MFC begint op het door u gespecificeerde tijdstip met het
pollen.
U kunt slechts een uitgestelde pollingtaak instellen.
21.Ontvangstmenu
8.Ontvang Pollen
Stand.
Beveilig
Kies
▲▼
& Set
21.Ontvangstmenu
8.Ontvang Pollen
Stand.
Beveilig
Kies
▲▼
& Set
DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN 5 - 12
Opeenvolgend Pollen
De MFC kan in één bewerking documenten van diverse andere
faxmachines opvragen. In stap 4 specificeert u van welke nummers
er documenten moeten worden opgevraagd. Na het pollen wordt een
rapport afgedrukt.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
8
.
3
Druk op of om
Stand.
,
Beveilig
of
Tijdklok
te
selecteren.
Druk op
Set
wanneer de gewenste instelling op het
LCD-scherm wordt weergegeven.
4
Als u
Stand.
hebt geselecteerd, gaat u naar stap 5.
Als u
Beveilig
hebt geselecteerd, voert u een viercijferig
nummer in en drukt u op
Set
, waarna u doorgaat naar stap 5.
Als u
Tijdklok
hebt geselecteerd, voert u in 24-uurformaat
in om hoe laat met pollen moet worden begonnen, waarna u
op
Set
drukt en doorgaat naar stap 5.
5
Specificeer de te pollen faxnummers (maximaal 390). U kunt
hiervoor de snelkiestoetsen gebruiken, een groep gebruiken
(Raadpleeg Nummergroepen voor het groepsverzenden
instellen op pagina 7-5), of u kunt de nummers zoeken of met
de hand invoeren. Druk tussen elke locatie op
Set
.
6
Druk op
Start
.
Elk nummer of elk groepsnummer wordt op volgorde gekozen
en de documenten worden op de betreffende faxmachines
opgevraagd.
Druk op
Stop/Exit
terwijl de MFC een nummer kiest om de
huidige pollingtaak te annuleren.
Als u alle opeenvolgende taken voor Ontvang Pollen wilt
annuleren, drukt u op
Menu
,
2
,
6
. (Raadpleeg Een taak in de
wachtrij annuleren op pagina 6-13.)
5 - 13 DE ONTVANGSTSTAND INSTELLEN
Duplexafdrukken voor de faxstand instellen
(voor de MFC-8840D)
Wanneer u Duplex op
Aan
zet voor het ontvangen van faxen, drukt
de MFC ontvangen faxen recto verso af.
Voor deze functie kunt u drie papierformaten kiezen - letter, legal en
A4.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
1
,
9
.
3
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Wanneer de duplexfunctie voor faxen actief is, is autom.
verkleinen ook tijdelijk
Aan
.
21.Ontvangstmenu
9.Duplex
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 1
6
Faxen
U kunt faxen verzenden vanuit de ADF (Automatische
documentinvoer) of vanaf de glasplaat.
Faxmodus instellen
Voor u faxen gaat verzenden, moet u nagaan of (
Fax
) groen
oplicht. Wanneer dit niet zo is, drukt u op (
Fax
) om de
faxmodus te kiezen. De standaardinstelling is Fax.
Faxen vanuit de automatische documentinvoer
(ADF)
De automatische documentinvoer heeft een capaciteit van maximaal
50 vellen en voert het papier vel voor vel in. Gebruik standaardpapier
(75 g/m
2
) en blader de stapel altijd door alvorens het papier in de
automatische documentinvoer te plaatsen.
Zorg dat in inkt geschreven documenten helemaal droog zijn.
De documenten die u gaat faxen, moeten tussen 148 tot 216 mm
breed en 148 tot 356 mm lang zijn.
Het verzenden instellen
Gebruik geen omgekruld, verkreukeld, gevouwen, gescheurd of
geniet papier, en ook geen papier met paperclips, lijm of
plakband.
Gebruik GEEN karton, krantenpapier of stof. (voor het faxen van
dergelijke documenten Raadpleeg Faxen via de glasplaat op
pagina 6-3.)
6 - 2 HET VERZENDEN INSTELLEN
Faxen verzenden vanaf de ADF
1
Wanneer het lampje niet
groen brandt, drukt u op
(
Fax
). Trek de
ADF-documentsteun uit.
2
Vouw de ADF-steunklep
uit.
3
Blader de pagina’s en
plaats ze in een hoek.
Leg uw documenten met
de bedrukte kant naar
boven, en de bovenrand eerst in de ADF tot u voelt dat ze de
invoerrol raken.
4
Stel de papiergeleiders in op de breedte van uw documenten.
5
Kies het faxnummer.
Druk op
Start
. De MFC begint de eerste pagina te scannen.
ADF-
documentsteun
ADF
document-
steunklep
Documentsteun
De documenten liggen met de
bedrukte kant naar boven
in de ADF
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 3
Faxen via de glasplaat
U kunt de glasplaat gebruiken om pagina’s van een boek te faxen, of
om een document pagina voor pagina te faxen. De documenten
kunnen het formaat letter, A4 of legal (216 mm tot 356 mm) hebben.
Druk op
Stop/Exit
om het scannen te onderbreken.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
Til het documentdeksel op.
2
Gebruik de documentgeleiders aan de linkerkant om het
document in het midden van de glasplaat te leggen, met de
bedrukte zijde naar beneden.
3
Sluit het documentdeksel.
4
Kies het faxnummer.
Druk op
Start
.
De MFC begint de eerste pagina te scannen.
Als u een boek of een lijvig document wilt scannen, laat het
documentdeksel dan nooit dichtvallen en druk niet op het
deksel.
De documenten
liggen met de
bedrukte zijde naar
beneden op
glasplaat
Documentgeleiders
6 - 4 HET VERZENDEN INSTELLEN
5
Als u slechts één pagina wilt
verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
). De MFC
begint het document te verzenden.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 6.
6
Leg de volgende pagina op de
glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen.
(Herhaal stappen 5 en 6 voor elke
volgende pagina.)
Als het geheugen vol is en u slechts een pagina verzendt, wordt
deze direct verzonden.
Om de verzending te annuleren klikt u op
Stop/Exit
.
Flatbed Fax
Volgende Pagina?
1.Ja
2.Nee(verzenden)
Kies
▲▼
& Set
Flatbed Fax
Volgende Pagina
Druk op Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 5
Documenten in formaat legal verzenden via de
glasplaat
Voor documenten in legal formaat moet u het formaat
Legal
instellen. Als u dit niet doet, zal het onderste gedeelte van de
documenten ontbreken.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
0
.
3
Druk op of om
Legal
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
De melding Geheugen vol
Als u tijdens het scannen van de eerste pagina van een fax de
melding
Geheugen vol
ziet, dient u op
Stop/Exit
te drukken om
de scan te stoppen. Als de melding
Geheugen vol
wordt
weergegeven tijdens het scannen van een volgende pagina, kunt u
ofwel op
Start
drukken om de gescande pagina's te zenden, of op
Stop/Exit
drukken om de handeling te annuleren.
Handmatig verzenden
Als u handmatig documenten gaat verzenden, hoort u de kiestoon,
de beltonen en de faxontvangsttonen.
1
Wanneer het lampje niet groen brandt, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Neem de hoorn van het externe toestel van de haak en wacht
totdat u de kiestoon hoort.
3
Kies op het externe toestel het faxnummer dat u wilt bellen.
4
Druk op
Start
zodra u de faxtonen hoort.
Als u de ADF gebruikt, gaat u naar
stap 6.
Als u de scanner gebruikt, gaat u
naar stap 5.
5
Druk op
1
om de fax te verzenden.
6
Leg de hoorn van het externe toestel weer op de haak.
Zend of Ontvang?
1.Verzenden
2.Ontvangst
Kies
▲▼
& Set
6 - 6 HET VERZENDEN INSTELLEN
Automatisch verzenden
Dit is de eenvoudigste methode om een fax te verzenden.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Toets het gewenste faxnummer in. U kunt hiervoor de
kiestoetsen, de ééntoetsnummers of de snelkiestoetsen
gebruiken, of u kunt het nummer zoeken.
(Raadpleeg Eéntoetsnummer kiezen op pagina 7-7 en
Snelkiezen op pagina 7-8.)
3
Druk op
Start
.
4
Als u de glasplaat gebruikt, moet u op
2
of
Start
drukken.
Een fax verzenden aan het einde van een gesprek
Aan het einde van een telefoongesprek kunt u de andere partij een
fax sturen voordat u beiden ophangt.
1
Vraag de andere partij te wachten op de faxtonen, dan op
Start
te drukken en daarna pas op te hangen.
2
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
Druk op
Start
.
Op het LCD-scherm wordt het
volgende weergegeven:
3
Druk op
1
om de fax te verzenden.
4
Leg het externe toestel weer op de
haak.
Zend of Ontvang?
1.Verzenden
2.Ontvangst
Kies
▲▼
& Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 7
Basishandelingen bij het verzenden
Faxen met meerdere instellingen verzenden
Wanneer u een fax gaat verzenden, kunt u een combinatie van de
volgende instellingen kiezen: voorblad, contrast, resolutie,
internationale modus, timer voor uitgestelde faxen, pollen of directe
verzendingen. Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op
(
Fax
) en drukt u daarna op
Menu
. Telkens nadat een
instelling is geaccepteerd, wordt u gevraagd of u verder nog
instellingen wenst te maken:
Druk op
1
om verdere instellingen te
selecteren. Op het LCD-scherm wordt
weer het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u klaar bent met instellen
en ga naar de volgende stap.
22.Verzendmenu
Volgende?
1.Ja
2.Nee
Kies
▲▼
& Set
6 - 8 HET VERZENDEN INSTELLEN
Contrast
Als uw document erg licht of erg donker is, wilt u het contrast wellicht
aanpassen.
Gebruik
Licht
om de fax donkerder te maken.
Gebruik
Donker
om de fax lichter te maken.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
1
.
3
Druk op of om
Auto
,
Licht
of
Donker
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u klaar bent met instellen en ga naar stap 5.
5
Toets een faxnummer in.
6
Druk op
Start
om de fax vanuit de ADF te verzenden.
De MFC begint de eerste pagina te scannen.
Als u de scanner gebruikt, gaat u naar stap 7.
7
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
).
De MFC begint het document te verzenden.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 8.
8
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 7.
(Herhaal stap 7 en 8 voor elke verdere pagina).
22.Verzendmenu
1.Contrast
Auto
Licht
Kies
▲▼
& Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 9
Faxresolutie
Als er een document in de automatische documentinvoer of op de
glasplaat is, kunt u de toets
Resolution
gebruiken om de instelling
tijdelijk te wijzigen (alleen voor deze fax). Wanneer het lampje niet
groen oplicht, drukt u op (
Fax
). Druk herhaaldelijk op de toets
Resolution
totdat op het LCD-scherm de gewenste instelling wordt
weergegeven.
OF
U kunt de standaardinstelling wijzigen.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
2
.
3
Druk op of om de
gewenste resolutie te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Faxnummers automatisch of met de hand
opnieuw kiezen
Als u handmatig een fax verzendt en het nummer in gesprek is, kunt
u op
Redial/Pause
drukken en vervolgens op
Start
om het
nummer nogmaals te kiezen. Als u het laatst gekozen nummer
opnieuw wilt bellen, kunt u tijd besparen door op
Redial/Pause
en
Start
te drukken.
Redial/Pause
werkt alleen als u het nummer via het
bedieningspaneel hebt gekozen.
Als u een fax automatisch wilt verzenden en het nummer in gesprek
is, zal de MFC het nummer na vijf minuten automatisch drie keer
opnieuw proberen.
Standaard
:
Geschikt voor de meeste getypte documenten.
Fijn
: Geschikt voor documenten met een klein lettertype.
De transmissiesnelheid is langzamer dan bij de
standaardresolutie.
Superfijn
:
Geschikt voor kleine lettertjes of artwork. De
transmissiesnelheid is langzamer dan bij de fijne
resolutie.
Foto
: Geschikt voor documenten met wisselende
grijstinten. Deze instelling heeft de laagste
transmissiesnelheid.
22.Verzendmenu
2.Faxresolutie
Standaard
Fijn
Kies
▲▼
& Set
6 - 10 HET VERZENDEN INSTELLEN
Tweevoudige werking
U kunt een nummer kiezen en de fax in het geheugen inlezen—zelfs
wanneer de MFC een fax ontvangt, verzendt of vanuit het geheugen
afdrukt. Op het LCD-scherm wordt het nieuwe taaknummer
weergegeven.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Toets het faxnummer in.
3
Druk op
Start
om de fax te verzenden.
De MFC begint de eerste pagina te scannen en op het
LCD-scherm wordt het taaknummer (#XXX) van de fax
weergegeven. U kunt stap 1 t/m 3 herhalen voor de volgende
fax.
OF
Als u de scanner gebruikt, gaat u naar stap 4.
4
Om slechts één pagina te
verzenden
druk op
2
(of druk nog eens op
Start
).
De MFC begint het document te
verzenden.
OF
Om meerdere pagina’s te verzenden
druk op
1
en ga naar stap 5.
5
Leg de volgende pagina op de
glasplaat. Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en
keert terug naar stap 4. (Herhaal
stap 4 en 5 voor elke verdere
pagina). Om de volgende fax te verzenden gaat u naar stap 1.
Als u tijdens het scannen van de eerste pagina van een fax de
melding
Geheugen vol
ziet, dient u op
Stop/Exit
te drukken
om de scan te stoppen. Als de melding
Geheugen vol
wordt
weergegeven tijdens het scannen van een volgende pagina,
kunt u ofwel op
Start
drukken om de gescande pagina's te
zenden, of op
Stop/Exit
drukken om de handeling te annuleren.
Flatbed Fax
Volgende Pagina?
1.Ja
2.Nee(verenden)
Kies
▲▼
& Set
Flatbed Fax
Volgende Pagina
Druk op Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 11
Direct verzenden
Als u een fax gaat verzenden, zal de MFC de documenten eerst in
het geheugen scannen. Zodra de lijn vrij is, kiest de MFC het
nummer en wordt de fax verzonden.
Als het geheugen vol is, zal de MFC het document direct verzenden
(zelfs als
Direct Verzend
is ingesteld op
Uit
).
Soms wilt u een belangrijk document onmiddellijk verzenden, zonder
te wachten totdat het vanuit het geheugen wordt verzonden. U kunt
Direct Verzend
op
Aan
zetten voor alle documenten of alleen
voor de volgende fax.
Als u meerdere paginas wilt faxen, moet u de automatische
documentinvoer gebruiken.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
5
.
3
Als u de standaardinstelling wilt
wijzigen, druk u op of
om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
Ga door naar stap 5.
OF
Als de instelling alleen geldt voor de volgende fax, drukt u op
of om
Alleen deze fax
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Volgende Fax:Aan
(of
Volgende Fax:Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
22.Verzendmenu
5.Direct Verzend
Alleen deze fax
Aan
Kies
▲▼
& Set
6 - 12 HET VERZENDEN INSTELLEN
5
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u klaar bent met instellen en ga naar stap 6.
6
Toets het faxnummer in.
7
Druk op
Start
om de fax te verzenden.
De status van taken controleren
U kunt controleren welke taken er nog in het geheugen op
verzending wachten. (Als er geen taken op verzending wachten,
wordt de melding
Geen opdrachten
weergegeven.)
1
Druk op
Menu
,
2
,
6
.
2
Als er meer dan een taak in de
wachtrij staat, drukt u op of
om door de lijst te bladeren.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Een taak annuleren tijdens het scannen van het
document
Als u een taak wilt annuleren terwijl deze in het geheugen wordt
ingelezen, drukt u op
Stop/Exit
.
Als u een fax direct via de glasplaat verzendt, werkt de functie
Automatisch Herkiezen niet.
26.Rest. jobs
#001 12:34 BROTHER
#002 15:00 BIC
#003 17:30 ABCDEFG
Kies
▲▼
& Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 13
Een taak in de wachtrij annuleren
U kunt een faxtaak die in het geheugen is opgeslagen en op
verzending wacht, annuleren.
1
Druk op
Menu
,
2
,
6
.
Op het LCD-scherm verschijnen
alle taken die in de wachtlijst
staan.
2
Als er meer dan twee taken in de
wachtrij staan, drukt u op of om de te annuleren taak
te selecteren.
Druk op
Set
.
OF
Als er slechts één taak in de wachtrij staat, gaat u door naar
stap 3.
3
Druk op
1
om de taak te annuleren.
OF
Druk op
2
om af te sluiten zonder een taak te annuleren.
Herhaal stap 2 als u nog een taak wilt annuleren.
4
Druk op
Stop/Exit
.
26.Rest. jobs
#001 12:34 BROTHER
#002 15:00 BIC
#003 17:30 ABCDEFG
Kies
▲▼
& Set
6 - 14 HET VERZENDEN INSTELLEN
Geavanceerde verzendopties
Het elektronische voorblad samenstellen
Dit voorblad wordt op de faxmachine van de ontvangende partij
afgedrukt. Als de fax wordt verzonden met gebruik van de
ééntoetsnummers of de snelkiesfunctie, staat op dit voorblad de
naam die bij het betreffende nummer is opgeslagen. Als u handmatig
kiest, wordt er geen naam vermeld.
Op dit voorblad staan verder ook uw stations-ID en het aantal
pagina's dat u verzendt. (Raadpleeg De stations-ID instellen op
pagina 4-2.) Wanneer u Voorblad hebt ingesteld op AAN (
Menu
,
2
,
2
,
7
), wordt het aantal paginas niet vermeld.
U kunt een opmerking selecteren, die op het voorblad zal worden
afgedrukt.
1.Geen opmerking
2.Bellen a.u.b.
3.Belangrijk
4.Vertrouwelijk
U kunt in plaats van een van bovenstaande opmerkingen echter ook
zelf een opmerking opstellen van maximaal 27 tekens lang. Gebruik
de tabel op pagina 4-3 voor het invoeren van tekens.
(Raadpleeg Uw eigen opmerking opstellen op pagina 6-15.)
5.(User Defined)
6.(User Defined)
De meeste instellingen in het verzendmenu zijn tijdelijke instellingen,
zodat u voor elke fax die u verzendt specifieke instellingen kunt
maken.
Wanneer u echter het voorblad en de opmerking instelt, verandert u
de standaardinstellingen zodat deze beschikbaar zijn tijdens het
faxen.
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 15
Uw eigen opmerking opstellen
U kunt zelf twee opmerkingen opstellen.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
8
.
3
Druk op of om 5 of 6 te
selecteren voor uw eigen
opmerkingen.
Druk op
Set
.
4
Toets de opmerking met de kiestoetsen in.
Druk op
Set
.
(Raadpleeg Tekst invoeren op pagina 4-3.)
5
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
om af te sluiten.
Voorblad voor alleen de volgende fax
Deze functie werkt uitsluitend als de stations-ID is ingesteld, dus
zorg dat deze identificatie is ingesteld. (Raadpleeg De stations-ID
instellen op pagina 4-2.) Als u het voorblad alleen met een bepaalde
fax wilt verzenden, wordt op dit voorblad vermeld uit hoeveel
pagina's uw document bestaat.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
7
.
3
Wanneer de LCD
Alleen deze fax
weergeeft.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Volgende Fax:Aan
(of
Volgende Fax:Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
5
Druk op of om een standaardopmerking of uw eigen
opmerking te selecteren.
Druk op
Set
.
22.Verzendmenu
8.Voorblad Opm.
5.
6.
Kies
▲▼
& Set
22.Verzendmenu
7.Voorbladinst.
Alleen deze fax
Aan
Kies
▲▼
& Set
6 - 16 HET VERZENDEN INSTELLEN
6
Toets twee cijfers in om aan te geven hoeveel pagina's u
verzendt.
Druk op
Set
.
(Druk bijvoorbeeld op
0
,
2
als u 2 pagina's verzendt, of druk op
0 0
als u dit vak leeg wilt laten. Maakt u een vergissing, druk dan
op en voer het aantal pagina's opnieuw in.)
7
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u verder geen instellingen meer wilt selecteren.
8
Voer het faxnummer in.
9
Druk op
Start
.
Met elke fax een voorblad verzenden
Deze functie werkt uitsluitend als de stations-ID is ingesteld, dus
zorg dat deze identificatie is ingesteld voor u verdergaat.
(Raadpleeg De stations-ID instellen op pagina 4-2.)
U kunt uw MFC zo instellen, dat met elk document een voorblad
wordt verzonden. Op een dergelijk voorblad wordt niet vermeld uit
hoeveel pagina's uw faxbericht bestaat.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
7
.
3
Druk op of om
Aan
te
selecteren.
Druk op
Set
.
4
Als u
Aan
hebt geselecteerd, drukt u op of om een
van de standaardopmerkingen of uw eigen opmerking te
selecteren.
Druk op
Set
.
5
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
om af te sluiten als u verder geen instellingen meer
wilt selecteren.
22.Verzendmenu
7.Voorbladinst.
Alleen deze fax
Aan
Kies
▲▼
& Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 17
Een afgedrukt voorblad gebruiken
Als u er de voorkeur aan geeft om een voorblad te gebruiken waarop
u bijvoorbeeld zelf nog informatie kunt schrijven, kunt u een voorblad
eerst afdrukken en aan uw faxbericht toevoegen.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
7
.
3
Druk op of voor het
selecteren van
Print voorbeeld
.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Start
. Uw MFC drukt het
voorblad af.
5
Druk op
Stop/Exit
.
Groepsverzenden
Een groepsverzending is het automatisch verzenden van één
faxbericht naar meerdere faxnummers. Met gebruik van de toets
Set
kunt u een fax naar groepsnummers, ééntoetsnummers,
snelkiesnummers en maximaal 50 handmatig ingevoerde nummers
sturen. Als u geen locaties voor groepsnummers, toegangscodes en
creditcardnummers gebruikt, kunt u naar maximaal 390
verschillende nummers faxen. Hoeveel geheugen er beschikbaar is,
is echter afhankelijk van de opdrachten die in het geheugen zijn
opgeslagen en van het aantal nummers waarnaar u de fax stuurt. Als
u de fax naar het maximale aantal nummers probeert te sturen, kunt
u de tweevoudige werking en uitgesteld verzenden niet gebruiken.
Door tussen elk nummer op
Set
te drukken, kunt u
ééntoetsnummers, snelkiesnummers en handmatig gekozen
nummers in dezelfde groepsverzending opnemen. Met de toets
Search/Speed Dial
kunnen de gewenste nummers gemakkelijk
worden gekozen. (Raadpleeg Nummergroepen voor het
groepsverzenden instellen op pagina 7-5.)
Als de groepsverzending is voltooid, wordt er automatisch een
groepsverzendingsrapport afgedrukt om u de resultaten te laten
weten.
Voer de lange kiesnummers in op dezelfde manier als u dat
normaal zou doen, maar denk eraan dat elk ééntoetsnummer en
elke snelkiestoets als één locatie telt, zodat het aantal locaties
dat u kunt opslaan beperkt wordt.
22.Verzendmenu
7.Voorbladinst.
Uit
Print voorbeeld
Kies
▲▼
& Set
6 - 18 HET VERZENDEN INSTELLEN
Als het geheugen vol is, kunt u op
Stop/Exit
drukken om de
opdracht af te breken of op
Start
om het gedeelte te verzenden
dat reeds in het geheugen is gescand.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer het gewenste nummer in. U kunt een ééntoetsnummer,
een snelkiesnummer of een groepsnummer gebruiken, of u kunt
het nummer zoeken of met de hand invoeren.
(Bijvoorbeeld: groepsnummer)
3
Wanneer de LCD het faxnummer van de ontvangende partij
weergeeft, druk op
Set
.
U wordt gevraagd het volgende nummer in te toetsen.
4
Toets het volgende nummer in.
(Bijvoorbeeld: snelkiesnummer)
5
Wanneer de LCD het faxnummer van de ontvangende partij
weergeeft, druk op
Set
.
6
Toets nog een faxnummer in.
(Bijvoorbeeld: handmatig gekozen nummer, met gebruik van de
kiestoetsen)
7
Druk op
Start
.
Als u de scanner gebruikt, gaat u naar stap 8.
8
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
).
De MFC begint het document te verzenden.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 9.
9
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 8.
(Herhaal stap 8 en 9 voor elke verdere pagina).
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 19
Internationale modus
Als u problemen hebt met het internationaal verzenden, bijvoorbeeld
vanwege ruis op de lijn, is het raadzaam om de internationale stand
te activeren. Nadat u een fax in deze modus hebt verzonden, wordt
deze functie vanzelf weer uitgeschakeld.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
9
.
3
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u klaar bent met instellen en ga naar stap 5.
5
Voer het faxnummer in.
6
Druk op
Start
.
Als u de scanner gebruikt, gaat u naar stap 7.
7
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
).
De MFC begint het document te verzenden.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 8.
8
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 7.
(Herhaal stappen 7 en 8 voor elke verdere pagina).
22.Verzendmenu
9.Internationaal
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
6 - 20 HET VERZENDEN INSTELLEN
Uitgestelde fax
U kunt 50 faxberichten gedurende maximaal 24 uur in het geheugen
opslaan om deze later te verzenden. Deze faxen worden verzonden
op het tijdstip dat u in stap 3 specificeert. Druk op
Set
om deze
instelling te accepteren, of toets een ander tijdstip in waarop de faxen
moeten worden verzonden.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
3
.
3
Voer in 24-uurformaat in om hoe
laat de fax moet worden
verzonden.
Druk op
Set
.
(Voor kwart voor acht 's avonds voert u bijvoorbeeld 19:45 in.)
4
Druk op
1
als u nog andere instellingen wilt maken. Op het
LCD-scherm wordt opnieuw het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op 2 als u klaar bent met instellen en ga naar stap 5.
5
Toets het faxnummer in.
6
Druk op
Start
.
Als u de scanner gebruikt, gaat u naar stap 7.
7
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
).
De MFC begint het document te scannen.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 8.
8
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 7.
(Herhaal stap 7 en 8 voor elke verdere pagina).
Hoeveel pagina’s u in het geheugen kunt inlezen, is afhankelijk
van de gegevens die op elke pagina zijn afgedrukt.
22.Verzendmenu
3.Tijdklok
Tijd inst.=00:00
Enter & druk Set
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 21
Verzamelen (van uitgestelde batchtransmissies)
Alvorens uitgestelde faxen te verzenden, zal de MFC alle faxen in
het geheugen eerst sorteren op bestemming waarnaar en tijdstip
waarop ze verzonden moeten worden. Als u Verzamelen activeert
(AAN), worden alle faxen die op hetzelfde tijdstip naar dezelfde
bestemming verzonden moeten worden, als een enkele transmissie
verzonden. Zo wint u transmissietijd.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
4
.
3
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Verzend Pollen instellen (standaard)
Verzend Pollen betekent dat uw faxmachine met een document in de
invoer wacht totdat ze door een ander faxapparaat wordt gebeld om
dit document op te vragen.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
6
.
3
Druk op of om
Stand.
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op
1
als u verder nog instellingen wilt selecteren. Op het
LCD-scherm wordt weer het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u geen verdere instellingen meer wilt maken en
ga naar stap 5.
5
Druk op
Start
.
De MFC begint het document te scannen.
6
Wanneer u het document in de ADF hebt geplaatst, wacht u tot
de fax wordt gepolld.
OF
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, gaat u naar
stap 7.
22.Verzendmenu
4.Verzamelen
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
6 - 22 HET VERZENDEN INSTELLEN
7
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
) en wacht u tot de fax wordt gepolld.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 8.
8
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 7.
(Herhaal stap 7 en 8 voor elke verdere pagina).
Verzend Pollen met beveiligingscode instellen
Wanneer u
Beveilig
kiest, moet iedereen die de machine wenst te
pollen, de beveiligingscode invoeren.
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Menu
,
2
,
2
,
6
.
3
Druk op of om
Beveilig
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Toets een viercijferige code in.
Druk op
Set
.
5
Druk op
1
als u verder nog instellingen wilt selecteren. Op het
LCD-scherm wordt weer het
Verzendmenu
weergegeven.
OF
Druk op
2
als u geen verdere instellingen meer wilt maken en
ga naar stap 6.
6
Druk op
Start
.
De MFC begint het document te scannen.
Het document wordt opgeslagen en kan vanaf een andere
faxmachine worden opgevraagd totdat u de fax in het geheugen
wist met behulp van de functie voor het annuleren van een taak.
(Raadpleeg Een taak in de wachtrij annuleren op pagina 6-13.)
HET VERZENDEN INSTELLEN 6 - 23
7
Wanneer u het document in de ADF hebt geplaatst, wacht u tot
de fax wordt gepolld.
OF
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, gaat u naar
stap 8.
8
Als u slechts één pagina wilt verzenden, drukt u op
2
(of
nogmaals op
Start
) en wacht u tot de fax wordt gepolld.
OF
Als u meer dan een pagina wilt verzenden, drukt u op
1
en gaat
u naar stap 9.
9
Leg de volgende pagina op de glasplaat.
Druk op
Set
.
De MFC begint te scannen en keert terug naar stap 8.
(Herhaal stap 8 en 9 voor elke verdere pagina).
Geheugenbeveiliging
Met deze functie voorkomt u dat onbevoegden toegang krijgen tot de
MFC. U kunt geen uitgestelde faxen of pollingtaken plannen.
Voordien geplande uitgestelde faxen worden verzonden wanneer u
Geheugenbeveiliging
Aan
zet. De documenten gaan dus niet
verloren.
Wanneer Fax Opslaan
Aan
is voor u Geheugenbeveiliging
Aan
zet,
dan blijven Fax Doorzenden en Opvragen vanaf een ander toestel
actief.
Wanneer Geheugenbeveiliging
Aan
is, zijn de volgende opties
beschikbaar:
Faxen ontvangen in het geheugen (afhankelijk van het
beschikbare geheugen)
Fax Doorzenden (wanneer Fax Opslaan
Aan
was)
Opvragen vanaf een ander toestel
Wanneer de geheugenbeveiliging is geactiveerd, zijn de volgende
bewerkingen NIET mogelijk:
Faxen verzenden
Ontvangen faxen afdrukken
Kopiëren
Afdrukken via de pc
Scannen via de pc
U kunt Beveiligd Pollen uitsluitend met een andere Brother
faxmachine gebruiken.
Om faxen in het geheugen af te drukken zet u
Geheugenbeveiliging
Uit
.
6 - 24 HET VERZENDEN INSTELLEN
Wachtwoord instellen
1
Druk op
Menu
,
2
,
0
,
1
.
2
Toets een wachtwoord van vier
cijfers in.
Druk op
Set
.
Wanneer u het wachtwoord voor het eerst invoert, vermeldt de
LCD
Nogmaals:
3
Voer het wachtwoord opnieuw in.
Druk op
Set
.
Geheugenbeveiliging uit zetten
1
Druk op
Menu
,
2
,
0
,
1
.
2
Druk op of om
Instel beveilig
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Voer het wachtwoord van 4 cijfers in.
Druk op
Set
.
De MFC gaat offline en de LCD vermeldt
Beveiligingsmode
.
Geheugenbeveiliging uitzetten
1
Druk op
Menu
.
Toets het geregistreerde 4-cijferige wachtwoord in en druk op
Set
.
2
De Geheugenbeveiliging is automatisch uitgezet en de LCD
vermeldt de datum en tijd.
Wanneer u uw wachtwoord bent vergeten, neemt u contact op
met de Brother dealer.
In geval van een stroomstoring blijven de gegevens gedurende
4 dagen in het geheugen bewaard.
Wanneer u een fout wachtwoord invoert, geeft de LCD
Fout wachtwoord
weer en blijft de fax offline. De MFC blijft in
beveiligde modus tot het correcte wachtwoord is ingevoerd.
20.Diversen
1.Beveiligd geh.
Nieuw w.w.:xxxx
Enter & druk Set
20.Diversen
1.Beveiligd geh.
Instel beveilig
Wachtwoord
Kies
▲▼
& Set
NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES 7 - 1
7
Nummers opslaan om snel te kiezen
U kunt de MFC op drie manieren laten snelkiezen: met
ééntoetsnummers, snelkiesnummers en met groepsnummers voor
het groepsverzenden van faxberichten.
Eéntoetsnummers opslaan
Uw MFC heeft 20 toetsen waar u 40 telefoon- of
faxnummers kunt opslaan en deze automatisch
kunt kiezen. Om toegang te krijgen tot nummers
21 tot 40 houdt u
Shift
ingedrukt terwijl u op de
betreffende toets drukt. Wanneer u op een
ééntoetsnummer drukt, geeft de LCD de naam
– wanneer u deze hebt opgeslagen – of het nummer weer.
(Raadpleeg Eéntoetsnummer kiezen op pagina 7-7.)
De ééntoetsnummers zijn de 20 toetsen (met het nummer 0140)
links van het bedieningspaneel.
1
Druk op
Menu
,
2
,
3
,
1
.
2
Druk op de toets waar u een
nummer wil opslaan.
Als de optionele LAN-kaart
(NC-9100h) nog niet is
geïnstalleerd, gaat u naar stap 4.
OF
Wanneer u de optionele LAN-kaart (NC-9100h) hebt
geïnstalleerd, vraagt de MFC of het éétoetsnummer bestemd is
voor een fax/telefoonnummer of voor een e-mailadres.
Selecteer
F/T
met de toets of en druk op
Set
3
Druk op of om
F/T
te
selecteren.
Druk op
Set
.
Nummers die automatisch
worden gekozen en kiesopties
De nummers die in het geheugen zijn opgeslagen, gaan niet
verloren als de stroom uitvalt.
23.Kiesgeheugen
1.Directkies
Directkies:
Kies Directkies
27.Kiesgeheugen
*007
F/T
Eml
Kies
▲▼
& Set
7 - 2 NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES
4
Toets een nummer in (maximaal 20 cijfers).
Druk op
Set
.
Wanneer u een pauze wil inlassen (b.v. om toegang te
krijgen tot een buitenlijn), drukt u op
Redial/Pause
wanneer u het nummer invoert.
Telkens wanneer u op
Redial/Pause
drukt, voert u een
pauze van 3.5 seconden in wanneer het nummer wordt
gekozen en wordt een streepje op het scherm weergegeven.
5
Gebruik de kiestoetsen om de naam in te voeren (maximaal 15
letters).
Druk op
Set
.
(Gebruik het schema op pagina 4-3 om u te helpen bij het
invoeren van de letters.)
OF
Druk op
Set
om het nummer zonder een naam op te slaan.
6
Herhaal stap 2 om nog een ééntoetsnummer op te slaan.
OF
Druk op
Stop/Exit
.
Als u een automatisch te kiezen nummer kiest, wordt op het
LCD-scherm de naam weergegeven die bij het nummer in
kwestie is opgeslagen; als er geen naam is opgeslagen, wordt
het faxnummer weergegeven.
NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES 7 - 3
Snelkiesnummers opslaan
U kunt snelkiesnummers opslaan, die dan met een druk op slechts
een paar toetsen kunnen worden gekozen (
Search/Speed Dial
,
#
,
het driecijferige nummer van de snelkieslocatie en
Start
). Er kunnen
300 snelkiesnummers in de MFC worden opgeslagen.
1
Druk op
Menu
,
2
,
3
,
2
.
2
Voer met behulp van de
kiestoetsen een driecijferige
locatie voor het snelkiesnummer in
(001-300).
(Druk bijvoorbeeld op
005
.)
Druk op
Set
.
Als de optionele LAN-kaart (NC-9100h) nog niet is
geïnstalleerd, gaat u naar stap 4.
OF
Wanneer u de optionele LAN-kaart (NC-9100h) hebt
geïnstalleerd, vraagt de MFC of het snelkiesnummer bestemd is
voor een fax/telefoonnummer of voor een e-mailadres. Gaat u
naar stap 3.
3
Druk op of om
F/T
te
selecteren.
Druk op
Set
.
4
Toets het telefoon- of faxnummer
in (maximaal 20 cijfers).
Druk op
Set
.
5
Gebruik de kiestoetsen om de naam in te voeren (maximaal 15
letters).
Druk op
Set
.
(Gebruik het schema op pagina 4-3 om u te helpen bij het
invoeren van de letters.)
OF
Druk op
Set
om het nummer zonder een naam op te slaan.
6
Herhaal stap 2 om nog een snelkiesnummer op te slaan.
OF
Druk op
Stop/Exit
.
23.Kiesgeheugen
2.Snelkies
Snelkiesnr? #
Enter & druk Set
27.Kiesgeheugen
#100
F/T
Eml
Kies
▲▼
& Set
7 - 4 NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES
Eéntoetsnummers en snelkiesnummers wijzigen
Als u probeert een ééntoetsnummer of een snelkiesnummer op te
slaan op een locatie waar reeds een nummer staat, verschijnt de
naam (of het opgeslagen nummer) op het LCD-scherm en wordt u
gevraagd of u deze wilt wijzigen of de handeling wilt afsluiten.
1
Druk op
1
om het opgeslagen
nummer te wijzigen.
OF
Druk op
2
af te sluiten zonder het
nummer te wijzigen.
2
Toets een nieuw nummer in.
Druk op
Set
.
Om het volledige nummer of de volledige naam te wissen,
drukt u op
Clear/Back
tot alle cijfers of letters zijn gewist.
Om een cijfer of letter te wissen gebruikt u of om de
cursor onder het betreffende teken te plaatsen en drukt u op
Clear/Back
.
Wanneer u tekens wil invoegen, gebruikt u of om de
cursor op de betreffende plaats te zetten en voert u de
tekens in.
3
Volg de aanwijzingen vanaf stap 5 voor het opslaan van
ééntoetsnummers en snelkiesnummers.
(Raadpleeg Eéntoetsnummers opslaan op pagina 7-1 en
Snelkiesnummers opslaan op pagina 7-3.)
23.Kiesgeheugen
*005:MIKE
1.
Wijzig instell
2.
Stop wijziging
Kies
▲▼
& Set
NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES 7 - 5
Nummergroepen voor het groepsverzenden
instellen
Groepen kunnen worden opgeslagen in een ééntoetsnummer of een
snelkiesnummer. Zo kunt u hetzelfde faxbericht naar verschillende
nummers verzenden. U drukt op het ééntoetsnummer en
Start
of op
Search/Speed Dial
,
#
, het 3-cijferige nummer en
Start
.
Eerst moet elk faxnummer als een ééntoetsnummer of
snelkiesnummer worden opgeslagen. Daarna combineert u deze
nummers tot een groep. Iedere groep gebruikt een ééntoetsnummer
of een snelkiesnummer. U kunt maximaal zes nummergroepen
hebben, of maximaal 339 nummers voor een grote groep.
(Raadpleeg Snelkiesnummers opslaan op pagina 7-3 en
Eéntoetsnummers en snelkiesnummers wijzigen op pagina 7-4.)
1
Druk op
Menu
,
2
,
3
,
3
.
2
Druk op de toets waar u de groep
wil opslaan
EN
druk op een ééntoetsnummer.
OF
Druk op
Search/Speed Dial
en voer het snelkiesnummer (3
cijfers) in en druk op
Set
.
(Druk bijvoorbeeld op ééntoetsnummer 2 voor groep 1.)
3
Toets het groepsnummer met de
kiestoetsen in.
Druk op
Set
.
(Druk bijvoorbeeld op
1
voor
groep 1.)
23.Kiesgeheugen
3.Groepsinstell.
Groep:
Druk op een ...
23.Kiesgeheugen
*002
Groepnummer:0
Voer in & Set
7 - 6 NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES
4
Als u ééntoetsnummers of snelkiesnummers in een groep wilt
opnemen, voert u deze in zoals u zou doen als u het betreffende
nummer wilt kiezen.
Voorbeeld: voor ééntoetsnummer
05
drukt u op
ééntoetsnummer
05
. Voor snelkiesnummer 009 drukt u op
Search/Speed Dial
en kiest u
009
met de kiestoetsen. Op de
LCD wordt
005
,
#009
weergegeven.
5
Druk op
Set
om de nummers voor deze groep te accepteren.
6
Gebruik de kiestoetsen en het schema op pagina 4-3 om een
naam voor de groep in te voeren.
Druk op
Set
.
(Typ bijvoorbeeld NIEUWE KLANTEN.)
7
Druk op
Stop/Exit
.
U kunt een lijst van alle ééntoetsnummers en snelkiesnummers
afdrukken. (Raadpleeg Rapporten afdrukken op pagina 9-3.)
Groepsnummers staan in de kolom “GROEP”.
NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES 7 - 7
Kiesopties
Zoeken
U kunt zoeken naar de namen die in het geheugen voor
ééntoetsnummers en snelkiesnummers zijn opgeslagen.
(Raadpleeg Eéntoetsnummers opslaan op pagina 7-1 en
Snelkiesnummers opslaan op pagina 7-3.)
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Search/Speed Dial
.
3
Druk op of .
Als u wilt zoeken naar de namen die op alfabetische volgorde
zijn opgeslagen, toetst u de eerste letter in van de naam
waarnaar u zoekt, waarna u op of drukt.
OF
Druk op of .
Als u wilt zoeken naar de nummers die op numerieke volgorde
zijn opgeslagen, drukt u op of .
4
Wanneer de LCD de naam weergeeft die u wil bellen,
Druk op
Start
.
Eéntoetsnummer kiezen
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op het ééntoetsnummer dat u wilt bellen.
3
Druk op
Start
.
Als u een automatisch te kiezen nummer kiest, wordt op het
LCD-scherm de naam weergegeven die bij het nummer in
kwestie is opgeslagen; als er geen naam is opgeslagen, wordt
het faxnummer weergegeven.
7 - 8 NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES
Snelkiezen
1
Wanneer het lampje niet groen oplicht, drukt u op (
Fax
).
Plaats het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Druk op
Search/Speed Dial
, # en toets vervolgens de drie
cijfers van het snelkiesnummer in.
(Raadpleeg Snelkiesnummers opslaan op pagina 7-3.)
3
Druk op
Start
.
Handmatig kiezen
Handmatig kiezen betekent dat u elk cijfer van het nummer intoetst.
Een extern telefoontoestel gebruiken
De eenvoudigste manier om een externe telefoon te gebruiken is
door gewoon de hoorn op te nemen en op de externe telefoon het
nummer te kiezen.
1
Neem de hoorn van de externe telefoon op.
2
Kies het nummer op de externe telefoon.
3
Leg de hoorn op om op te hangen.
Wanneer u een vrij ééntoetsnummer of een snelkiesnummer
kiest, hoort u een waarschuwing. Op de LCD wordt
Niet opgeslagen
weergegeven. De LCD gaat na 2 seconden
terug naar de normale toestand.
NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES 7 - 9
Toegangscodes en creditcardnummers
Soms is het voordeliger om een andere serviceprovider te gebruiken
voor uw interlokale gesprekken. Tarieven varren, al naar gelang
bestemming en tijd van de dag. Om de lagere tarieven te kunnen
gebruiken, kunt u toegangscodes of nummers van interlokale
serviceproviders en creditcard opslaan als ééntoetsnummers en
snelkiesnummers. Deze lange nummers kunnen worden opgesplitst
en deze delen kunnen in willekeurige combinaties als
snelkiesnummers worden opgeslagen. Deze nummers kunnen in
elke gewenste combinatie worden gebruikt.
Zodra u op
Start
drukt, worden de nummers in de door u bepaalde
volgorde gekozen.
(Raadpleeg Eéntoetsnummers opslaan op pagina 7-1.)
U kunt bijvoorbeeld ‘555’ opslaan in ééntoetsnummer 03 en ‘7000’ in
ééntoetsnummer 02. Als u op ééntoetsnummer
03
en
02
en daarna
op
Start
drukt, kiest u het nummer555-7000’.
Als u dit nummer tijdelijk wilt wijzigen, kunt u een deel van het
nummer vervangen door een met de hand ingevoerd nummer.
Als u het nummer bijvoorbeeld wilt wijzigen in 555-7001, drukt u op
ééntoetsnummer
03
en toetst u met de kiestoetsen
7001
in.
Als u ergens in het nummer moet wachten op een andere toon
of een ander signaal, slaat u op de betreffende plaats in het
nummer een pauze op door op
Redial/Pause
te drukken.
Telkens wanneer u op deze toets drukt, wordt er een pauze van
3.5 seconde ingelast.
7 - 10 NUMMERS DIE AUTOMATISCH WORDEN GEKOZEN EN KIESOPTIES
Pauze
Druk op
Redial/Pause
om een pauze van 3.5 seconden tussen de
cijfers van een nummer in te lassen. Als u internationaal belt, kunt u
zo vaak als nodig op
Redial/Pause
drukken om de pauze langer te
maken.
Toon of Puls (alleen voor Nederland)
Wanneer u een puls-service heeft en toonsignalen moet verzenden
(b.v. voor telefonisch bankieren), dient u onderstaande instructies te
volgen. Wanneer u een toetstoonservice hebt, hebt u deze functie
niet nodig voor het verzenden van toonsignalen.
1
Neem de hoorn van het externe toestel van de haak.
2
Druk op
#
op het bedieningspaneel van de MFC. Alle cijfers die
nu worden ingetoetst, worden verzonden als toonsignalen.
3
Wanneer u de hoorn op de haak legt, keert de MFC terug naar
pulskiezen.
OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING 8 - 1
8
Fax Doorzenden
Een nummer programmeren waarnaar
faxberichten worden doorgestuurd
Wanneer de functie Fax Doorzenden is ingesteld op
Aan
, worden
inkomende faxberichten in het geheugen van de MFC opgeslagen.
Vervolgens kiest de faxmachine het door u geprogrammeerde
faxnummer en wordt het bericht naar dat nummer doorgestuurd.
1
Druk op
Menu
,
2
,
5
,
1
.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
U wordt gevraagd om het nummer in te voeren waarnaar de
faxberichten moeten worden doorgestuurd.
3
Toets het nummer in (maximaal 20 cijfers).
Druk op
Set
.
4
Druk op
Stop/Exit
.
Opties voor
afstandsbediening
Wanneer u Fax Doorzenden hebt gekozen, wordt Fax Opslaan
automatisch op
Aan
gezet.
25.Afstandsopties
1.Fax doorzenden
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
8 - 2 OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING
Fax Opslaan instellen
Zet deze functie AAN als u uw faxberichten vanaf een ander toestel
wilt opvragen met de functie Fax Doorzenden of met een van de
functies voor het vanaf een ander toestel opvragen van uw
faxberichten. Wanneer er een fax in het geheugen is opgeslagen,
wordt dit op het LCD-scherm aangegeven.
1
Druk op
Menu
,
2
,
5
,
2
.
U wordt gevraagd om een
instelling te kiezen.
2
Druk op of om
Aan
(of
Uit
) te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Als u op
1
, drukt, worden alle faxberichten gewist en wordt de functie
Fax Opslaan uitgeschakeld.
Als u op
2
, drukt, worden de faxberichten niet gewist en blijft de
functie Fax Opslaan geactiveerd.
(Raadpleeg Pollen op pagina 5-10.)
Als er faxberichten in het geheugen zitten en u de functie Fax
Opslaan uitschakelt (UIT), wordt u gevraagd of u alle
opgeslagen faxberichten wilt wissen.
Wanneer u Fax Doorzenden hebt gekozen, wordt Fax
Opslaan automatisch op
Aan
gezet. Wanneer u Fax
Doorzenden op
Uit
zet, blijft Fax Opslaan op aan.
Ingeval van een stroomstoring blijven de gegevens 4 dagen
in het geheugen bewaard.
25.Afstandsopties
2.Fax Opslaan
Aan
Uit
Kies
▲▼
& Set
OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING 8 - 3
De toegangscode instellen
De toegangscode biedt u toegang tot de functies voor het op een
ander toestel opvragen van uw berichten, die u kunt gebruiken
wanneer u zich niet bij de MFC bevindt. U moet eerst uw eigen code
instellen, pas dan kunt u vanaf een ander toestel toegang tot uw
machine krijgen. De standaardcode is een inactieve code (--- ).
1
Druk op
Menu
,
2
,
5
,
3
.
2
Voer een code van 3 cijfers in met
0
-
9
, of
#
.
Druk op
Set
. (Het vooraf
ingestelde ‘ ’ kan niet worden
gewijzigd.)
3
Druk op
Stop/Exit
.
Gebruik niet dezelfde cijfers als die voor de code voor activeren
(
51
) of de code voor het desactiveren (
#51
).
(Raadpleeg Werken met een tweede toestel op pagina 5-8.)
U kunt uw code op elk gewenst moment wijzigen door gewoon
een nieuwe code in te toetsen. Als u uw code wilt desactiveren,
drukt u in stap 2 op
Clear/Back
om de inactieve instelling
(--- ) te selecteren.
25.Afstandsopties
3.Afst.bediening
Toegangscde:---*
Enter & druk Set
8 - 4 OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING
Opvragen vanaf een ander toestel
Om uw faxen vanaf een andere plaats op te vragen, moet u de MFC
vanaf een toetstelefoon bellen, waarna u uw toegangscode moet
invoeren en een aantal andere toetsen moet indrukken om uw faxen
op te vragen. U knipt de code voor activeren (zie laatste pagina) best
uit en dient deze altijd bij u te houden.
De toegangscode gebruiken
1
Kies op een toetstelefoon of op een andere faxmachine het
nummer van uw faxmachine.
2
Zodra u de toon van uw MFC hoort, toetst u uw toegangscode
in (3 cijfers gevolgd door ).
3
De MFC geeft aan of een faxbericht is ontvangen:
1 lange toon
Faxberichten
Geen toon
Geen faxberichten
4
De MFC geeft twee korte piepjes om aan te geven dat u een
opdracht moet invoeren. Als u na 30 seconden nog geen
opdracht invoert, wordt de verbinding verbroken. Als u een
ongeldige opdracht invoert, hoort u drie piepjes.
5
Nadat u klaar bent, drukt u op
90
om de MFC terug te stellen.
6
Hang op.
OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING 8 - 5
Opdrachten voor afstandsbediening
U kunt uw MFC vanaf een ander toestel bedienen met behulp van de
onderstaande opdrachten. Wanneer u de MFC opbelt en de
toegangscode (3 cijfers gevolgd door ) invoert, hoort u twee korte
piepjes om aan te geven dat u een opdracht moet invoeren.
Opdrachten voor
afstandsbediening
Wat u moet doen
95 De instellingen voor Fax
Doorzenden wijzigen
1 UIT Als u een lange toon hoort, is de wijziging
geaccepteerd. Als u drie korte piepjes hoort,
kunt u de instelling niet wijzigen omdat er niet
aan een van de voorwaarden is voldaan. U
kunt uw nummer voor het doorzenden
invoeren bij 4. (Raadpleeg Het nummer
wijzigen waarnaar faxberichten worden
doorgestuurd op pagina 8-6). Wanneer u het
nummer hebt ingevoerd, wordt Fax
Doorzenden op
Aan
gezet.
2 Fax Doorzenden
4 Nummer voor Fax
Doorzenden
6 Fax Opslaan AAN U kunt
Fax Opslaan
op
Aan
(of
Uit
) zetten
nadat u alle berichten hebt opgehaald of
verwijderd.
7 Fax Opslaan UIT
96 Een fax opvragen
2 Alle faxen opvragen Toets het nummer in van de faxmachine
waarop de opgeslagen faxen moeten worden
ontvangen. (Raadpleeg Faxberichten
opvragen op pagina 8-6.)
3 Faxen in het geheugen
wissen
Als u een lange toon hoort, kunt u de in het
geheugen opgeslagen faxberichten wissen.
97 De ontvangststatus
controleren
1 Fax U kunt controleren of uw MFC faxberichten
heeft ontvangen. Als dat het geval is, hoort u
een lange toon. Als er geen faxen zijn
ontvangen, hoort u drie korte piepjes.
98 De ontvangststand
wijzigen
1 Telefoon/Beantw. Als u een lange toon hoort, kunt u de
ontvangststand wijzigen.
2 Fax/Telefoon
3 Alleen Fax
90 Afsluiten Na een lange toon kunt u de
afstandsbediening afsluiten.
8 - 6 OPTIES VOOR AFSTANDSBEDIENING
Faxberichten opvragen
1
Kies het nummer van uw faxmachine.
2
Zodra u de toon van uw MFC hoort, toetst u uw toegangscode
in (3 cijfers gevolgd door ). Als u een lange toon hoort, zijn er
berichten voor u.
3
Zodra u twee korte piepjes hoort, toetst u met de kiestoetsen
962
in.
4
Wacht op de lange toon en toets vervolgens met de kiestoetsen
het nummer in van de faxmachine waar de faxberichten naartoe
moeten worden gestuurd, gevolgd door
##
(max. 20 cijfers).
5
Wacht totdat u het piepje van de MFC hoort en hang op. Uw
MFC belt het andere apparaat en dit apparaat drukt uw
faxberichten af.
Het nummer wijzigen waarnaar faxberichten
worden doorgestuurd
U kunt vanaf een andere toetstelefoon/faxmachine het nummer
wijzigen waarnaar uw faxberichten moeten worden doorgestuurd.
1
Kies het nummer van uw faxmachine.
2
Zodra u de toon van uw MFC hoort, toetst u uw toegangscode
in (3 cijfers gevolgd door ). Als u een lange toon hoort, zijn er
berichten voor u.
3
Zodra u twee korte piepjes hoort, toetst u met de kiestoetsen
954
in.
4
Wacht op de lange toon en toets vervolgens met de kiestoetsen
het nieuwe nummer in van de faxmachine waar de faxberichten
naartoe moeten worden gestuurd, gevolgd door
##
(max. 20
cijfers).
5
Wacht totdat u het piepje van de MFC hoort en hang op.
U kunt en
#
niet als kiesnummers gebruiken. U kunt
#
echter
wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen.
U kunt en
#
niet als kiesnummers gebruiken. U kunt
#
echter
wel gebruiken om een pauze in een nummer in te lassen.
RAPPORTEN AFDRUKKEN 9 - 1
9
MFC instellingen en activiteiten
U dient het verzendrapport en periode voor het journaal in te stellen
via het menu.
Druk op
Menu
,
2
,
4
,
1
.
OF
Druk op
Menu
,
2
,
4
,
2
.
Het verzendrapport aanpassen
U kunt het verzendrapport gebruiken als bewijs dat u een fax hebt
verzonden. In dit rapport staan de datum en de tijd waarop het
bericht werd verzonden, en wordt tevens aangegeven of de
transmissie geslaagd was (OK). Als u
Aan
of
Aan+Beeld
selecteert,
wordt dit rapport afgedrukt voor elke fax die u verzendt.
Als u veel faxen naar hetzelfde nummer stuurt, hebt u waarschijnlijk
meer nodig dan alleen de taaknummers om te weten welke faxen u
opnieuw moet verzenden. Als u
Aan+Beeld
of
Uit+Beeld
selecteert, wordt in het rapport een deel van de eerste pagina van
het faxbericht afgedrukt om u te helpen herinneren wat er in de fax
stond.
1
Druk op
Menu
,
2
,
4
,
1
.
2
Druk op of om
Uit
,
Uit+Beeld
,
Aan
of
Aan+Beeld
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Rapporten afdrukken
Als u deze functie uitschakelt (
Uit
), wordt het rapport alleen
afgedrukt als er een fout is opgetreden tijdens de transmissie.
(NG).
24.Rapportinstel.
1.Verz.rapport
2.Journaal per.
Kies
▲▼
& Set
24.Rapportinstel.
1.Verz.rapport
Aan
Aan+Beeld
Kies
▲▼
& Set
9 - 2 RAPPORTEN AFDRUKKEN
De journaalperiode instellen
U kunt de MFC zodanig instellen, dat er op vaste tijden een journaal
wordt afgedrukt (elke 50 faxen, om de 6, 12 of 24 uur, om de 2 of 7
dagen). Als u het journaal uitzet (
Uit
), kunt u het afdrukken via de
procedure die op de volgende pagina wordt beschreven.
De standaardinstelling is
Na 50 faxen
.
1
Druk op
Menu
,
2
,
4
,
2
.
2
Druk op of om een
interval te selecteren.
Druk op
Set
.
(Als u 7 dagen kiest, wordt u gevraagd aan te geven welke de
eerste dag van de 7-daagse periode moet zijn.)
3
Voer in 24-uurformaat het tijdstip in waarop het journaal moet
worden afgedrukt.
Druk op
Set
.
(Voor kwart voor acht 's avonds voert u bijvoorbeeld 19:45 in.)
4
Druk op
Stop/Exit
.
Als u om de 6, 12 of 24 uur, om de 2 of dagen selecteert, zal de
MFC het rapport op het geselecteerde tijdstip afdrukken,
waarna alle taken uit het geheugen worden gewist. Als het
geheugen van de MFC vol is omdat er 200 taken in zitten en de
geselecteerde tijd nog niet verstreken is , zal de MFC het
journaal voortijdig afdrukken en alle taken uit het geheugen
wissen. Als u een extra rapport wilt voordat het tijd is om dit
automatisch af te drukken, kunt u er een afdrukken zonder dat
de taken uit het geheugen worden gewist.
Wanneer u Na 50 faxen selecteert, drukt de MFC het journaal af
wanneer de MFC 50 taken heeft opgeslagen.
24.Rapportinstel.
2.Journaal per.
Na 50 faxen
Om de 6 uur
Kies
▲▼
& Set
RAPPORTEN AFDRUKKEN 9 - 3
Rapporten afdrukken
Er zijn vijf rapporten beschikbaar:
Een rapport afdrukken
1
Druk op
Menu
,
5
.
2
Druk op of om het gewenste rapport selecteren.
Druk op
Set
.
OF
Toets het nummer in van het rapport dat u wilt afdrukken.
Druk bijvoorbeeld op
1
om de helplijst af te drukken.
3
Druk op
Start
.
1.Helplijst
Drukt de helplijst af, zodat u in een oogopslag kunt
zien hoe u de MFC kunt programmeren.
2.Kieslijst
Een lijst van namen en nummers die zijn
opgeslagen in het geheugen voor
ééntoetsnummers en snelkiesnummers. De
nummers staan in numerieke volgorde in de lijst.
3.Journaal
In deze lijst staat informatie over de laatste
ontvangen en verzonden faxen.
(TX betekent verzonden.) (RX betekent
ontvangen.)
4.Verzendrapport
Drukt een verzendrapport af van de laatste
transmissie.
5.Systeeminst.
Drukt een lijst met de instellingen af.
6.Besteldocument
U kunt een bestelformulier voor accessoires
afdrukken. Wanneer u het formulier hebt ingevuld,
verzendt u het naar de Brother dealer.
10 - 1 KOPIËREN
10
De MFC als een copier gebruiken
U kunt de MFC ook als copier gebruiken en maximaal 99 kopieën per
keer maken.
Kopieermodus instellen
Voor u kopieën gaat maken, moet u nagaan of
(Copy)
groen
oplicht. Wanneer dit niet zo is, drukt u op
(Copy)
om de Copy
modus te selecteren. De standaardinstelling is Fax. U kunt het aantal
seconden of minuten wijzigen waarin de MFC in kopieermodus blijft
nadat de laatste kopie is genomen. (Raadpleeg De Tijdklokstand
instellen op pagina 4-6.)
Het afdrukgebied van de MFC begint circa 2 mm van de zijranden en
3 mm van de boven- en onderrand van het papier.
Kopiëren
Niet-bedrukbare
randen
3mm
2mm
Ex: A4 (Document) A4 (Papier)
KOPIËREN 10 - 2
Tijdelijke kopieerinstellingen
U kunt de kwaliteit van de kopieën verbeteren met de Tijdelijke
kopieertoetsen:
Enlarge/Reduce
,
Contrast
,
Quality
,
Tray Select
,
Sort
en
N in 1
(voor MFC-8440) of
Duplex/N in 1
(voor MFC-8840D). Deze instellingen zijn tijdelijk en de MFC keert 1
minuut na het maken van de laatste kopie terug naar de faxmodus.
Wanneer u deze tijdelijke instellingen opnieuw wilt gebruiken, plaatst
u het volgende document binnen deze tijd in de ADF of op de
glasplaat.
Wanneer u echter de Mode Timer voor kopiëren en scannen hebt
ingesteld op 0 of 30 seconden, keert de MFC terug naar de
standaardinstellingen wanneer het aantal seconden voor de Mode
Timer is afgelopen. (Raadpleeg De Tijdklokstand instellen op pagina
4-6 en De kopieertoetsen gebruiken (tijdelijke instellingen) op pagina
10-6.)
Wanneer de MFC kopieert, worden binnenkomende faxen in het
geheugen opgeslagen in plaats van afgedrukt.
Tijdelijke
kopieertoetsen
10 - 3 KOPIËREN
Een enkele kopie maken vanuit de ADF
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer.
2
Druk op
Start
.
Het papier mag tijdens het kopiëren NIET uit de machine
worden getrokken.
Meerdere kopieën vanuit de ADF maken
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Start
.
Als u wilt stoppen, drukt op
Stop/Exit
om het origineel uit te
werpen.
Om de kopieën te sorteren drukt u op de toets
Sort
.
KOPIËREN 10 - 4
Een of meerdere kopieën via de glasplaat
Via de glasplaat kunnen meerdere kopieën worden gemaakt.
Meerdere kopieën worden gestapeld (alle kopieën van de eerste
pagina, dan alle kopieën van de tweede pagina, enz). Druk op de
toets tijdelijke kopieertoetsen om verdere instellingen te selecteren.
(Raadpleeg De kopieertoetsen gebruiken (tijdelijke instellingen) op
pagina 10-6.)
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Til het
documentdeksel op.
2
Gebruik de documentgeleiders aan de linkerkant om het
document in het midden van de glasplaat te leggen, met de
bedrukte zijde naar beneden. Sluit het documentdeksel.
3
Voer met de kiestoetsen in hoeveel kopin u wil maken
(maximaal 99 exemplaren).
Druk bijvoorbeeld op
3 8
als u 38 kopin wilt maken.
4
Druk op
Start
.
De MFC begint het document te scannen.
Als u meerdere kopieën wilt sorteren, dient u de automatische
documentinvoer te gebruiken.
(Raadpleeg Een enkele kopie maken vanuit de ADF op pagina
10-3.)
Leg de documenten
document met de
bedrukte zijde naar
beneden op de
glasplaat.
Documentgeleiders
10 - 5 KOPIËREN
De melding Geheugen vol
Wanneer het bericht
Geheugen vol
wordt weergegeven, drukt u op
Stop/Exit
om de handeling te
annuleren of op
Start
om de gescande
pagina’s te kopiëren. Voordat u
verdergaat, moet u geheugen vrijmaken door een aantal in het
geheugen opgeslagen taken te wissen.
Wanneer u de melding
Geheugen vol
krijgt, kunt u kopieën maken
door eerst de in het geheugen opgeslagen ontvangen faxberichten
af te drukken en 100% geheugen beschikbaar te maken.
Als u meer geheugen wilt vrijmaken, kunt u Fax Opslaan
uitschakelen.
(Raadpleeg Fax Opslaan instellen op pagina 8-2.)
OF
U kunt de in het geheugen opgeslagen faxberichten afdrukken.
(Raadpleeg Een fax uit het geheugen afdrukken op pagina 5-7.)
Wanneer dit foutbericht vaker verschijnt, is het misschien beter
het geheugen uit te breiden. Voor meer informatie over
geheugenuitbreiding raadpleeg Geheugenkaart op pagina 13-1.
Geheugen vol
Kopie:Druk Start
Stop:Druk Stop
KOPIËREN 10 - 6
De kopieertoetsen gebruiken
(tijdelijke instellingen)
Gebruik de tijdelijke kopieertoetsen als u de instellingen alleen voor
de volgende kopie wilt wijzigen.
U kunt verschillende combinaties gebruiken. Het grote LCD-scherm
geeft de huidige instellingen weer.
Tijdelijke kopieertoetsen
Duplex / N op 1
Voorbeeld van het LCD-scherm in kopieermodus
Vergr/kl:100%
Kwal. :Auto
Contrast:- +
Bak :#1(A4)
Druk
▲▼
of Start
01
10 - 7 KOPIËREN
Vergroten/Verkleinen
U kunt de volgende vergrotings-/verkleiningspercentages
selecteren.
Bij
Automatisch
kan de MFC berekenen welk
verkleiningspercentage het meest geschikt is voor het papierformaat
dat u gebruikt.
Met
Custom
kunt u een percentage tussen 25% en 400% instellen.
Auto wordt alleen weergegeven wanneer u een document in de
automatische documentinvoer plaatst.
1
Druk op (
Copy
) zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Enlarge/Reduce
.
4
Druk op
Enlarge/Reduce
of .
Druk op
Enlarge/Reduce
100%
104% (EXE
LTR)
141% (A5
A4)
200%
Automatisch
Custom (25 - 400%)
50%
70% (A4
A5)
78% (LGL
LTR)
83% (LGL
A4)
85% (LTR
EXE)
91% (Full Page)
94% (A4
LTR)
97% (LTR
A4)
Vergr/kl:100%
Kwal. :Auto
Contrast:- +
Bak :#1(A4)
01
KOPIËREN 10 - 8
5
Druk op of om het gewenste vergrotings- of
verkleiningspercentage te selecteren.
Druk op
Set
.
OF
U kunt
Custom
selecteren en op
Set
drukken.
Gebruik de kiestoetsen om een
vergrotings-/verkleiningspercentage in te toetsen tussen
25%
en
400%
.
Druk op
Set
.
(Druk bijvoorbeeld op
5 3
als u
53%
wilt intoetsen.)
6
Druk op
Start
.
OF
Druk op een andere tijdelijke kopieertoets voor meer
instellingen.
De speciale kopieeropties (2 of 1, 4 of 1 of Poster) zijn niet
beschikbaar als u
Enlarge/Reduce
gebruikt
Automatisch
is niet beschikbaar als u de glasplaat gebruikt.
10 - 9 KOPIËREN
Kwaliteit (type document)
Hiermee kunt u de kopieerkwaliteit voor het document kiezen. De
standaardinstelling is
Auto
en is geschikt voor documenten die
zowel tekst als afbeeldingen bevatten.
Tekst
wordt gebruikt voor
documenten die uitsluitend tekst bevatten. Foto wordt gebruikt voor
het kopiëren van foto’s.
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Quality
.
4
Druk op of om het type document te kiezen (
Auto
,
Tekst
of
Foto
).
Druk op
Set
.
5
Druk op
Start
.
OF
Druk op een andere tijdelijke kopieertoets voor meer
instellingen.
Kopin sorteren bij gebruik van de
automatische documentinvoer
Als u meerdere kopieën wilt sorteren, dient u de automatische
documentinvoer te gebruiken. De pagina’s worden afgedrukt in de
volgorde 123, 123, 123, enz.
1
Druk op (
Copy
) zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Sort
.
4
Druk op
Start
.
OF
Druk op een andere tijdelijke kopieertoets voor meer instellingen.
KOPIËREN 10 - 10
Contrast
U kunt het contrast afstellen om kopieën donkerder of lichter te
maken.
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Contrast
.
4
Druk op om een kopie lichter te maken.
OF
Druk op om een donkerdere kopie te maken.
Druk op
Set
.
5
Druk op
Start
.
OF
Druk op een andere tijdelijke kopieertoets voor meer
instellingen.
Druk op
Contrast
- +
- +
- +
- +
- +
- +
10 - 11 KOPIËREN
Lade selecteren
U kunt desgewenst voor alleen de volgende kopie een andere
papierlade kiezen.
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Tray Select
.
4
Druk op of om de lade te selecteren.
Druk op
Set
.
5
Druk op
Start
.
OF
Druk op een andere tijdelijke kopieertoets voor meer
instellingen.
(voor MFC-8440 met de optionele papierlade #2)
(voor MFC-8840D met de optionele papierlade #2)
* XXX is het papierformaat dat u hebt ingesteld in
Menu
,
1
,
3
.
Druk op
Tray Select
Auto
#1 (XXX)*
#2 (XXX)*
Druk op
Tray Select
Auto
#1 (XXX)*
#2 (XXX)*
MP-bak
Voor de MFC-8440 geeft het LCD-scherm alleen de
verschillende laden weer wanneer de optionele papierlade is
geïnstalleerd.
KOPIËREN 10 - 12
Duplex/N in 1
‘Duplex’ drukt documenten dubbelzijdig af.
Tijdelijke toets Niveau 1 Niveau 2 Optie document Afgewerkte lay-out
Druk op
Duplex/N in 1
(MFC-8840D)
N in 1
(MFC-8440)
N op 1 2 op 1 P
2 op 1 L
4 op 1 P
4 op 1 L
Duplex(1 op 1)
(MFC-8840D)
Form P1
Form P2
Enkelzijdig
Dubbelzijdig
Form L1
Enkelzijdig
Dubbelzijdig
Form L2
2
1
12
2
1
1
2
2
1
12
34
2
1
1
2
3
4
2
1
1
2
2
1
1
2
1
2
1
2
2
1
1
2
1
2
1
2
2
1
1
2
10 - 13 KOPIËREN
Tijdelijke
toets
Niveau 1 Niveau 2 Optie
document Afgewerkte lay-out
Druk op
Duplex/N in 1
(MFC-8840D)
N in 1
(MFC-8440)
Duplex (2 op 1)
(MFC-8840D)
Form P1
Form P2
Form L1
Form L2
Duplex (4 op 1)
(MFC-8840D)
Form P1
Form P2
Form L1
Form L2
Poster
Uit
12
3
2
1
2
1
21
3
1
3
2
1
2
1
1
3
1
3
2
5
2
1
2
4
1
5
2
1
13
2
5
2
1
31
4
5
2
1
1
KOPIËREN 10 - 14
Duplex/N op 1 kopiëren
N op 1 kopiëren
U kunt papier besparen door twee of vier pagina's op één vel te
kopiëren. Controleer of het papierformaat is ingesteld op
A4
,
Letter
of
Legal
.
1
Druk op (
Copy
) zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel kopin u wilt maken
(maximaal 99).
3
Druk op
Duplex/N in 1
.
Druk op
Set
om
N in 1
te selecteren.
4
Druk op of om
2 op 1 P
,
2 op 1 L
,
4 op 1 P
of
4 op 1 L
te selecteren.
Druk op
Set
.
5
Als u klaar bent om te kopiëren
gaat u naar stap 7.
OF
Druk op of om Kwaliteit,
Contrast of Lade te selecteren.
Druk op
Set
.
6
Druk op of om een nieuwe instelling te selecteren.
Druk op
Set
.
7
Druk op
Start
.
Als u de automatische
documentinvoer gebruikt, kan de
MFC originelen scannen en daar
kopieën van afdrukken.
OF
Als u de glasplaat gebruikt, zal de MFC de pagina scannen. Leg
het volgende origineel op de glasplaat.
8
Selecteer
1
en druk op
Set
of
1
om de volgende pagina te
kopiëren.
9
Herhaal stap 7 en 8 voor elke pagina die u in deze indeling
gebruikt.
Vergr/kl:100%
Kwal. :Auto
Contrast:- +
Bak :#1(LTR)
Druk op
▲▼
of Start
Vlakbedkopie:
Volgende Pagina
1.Ja
2.Nee
Kies
▲▼
& Set
10 - 15 KOPIËREN
10
Wanneer alle pagina’s van het document zijn gescand,
selecteert u
2
en drukt u op
Set
of
2
om af te drukken.
(
P
) betekent Portrait (staand) en (
L
) betekent Landscape
(liggend).
U kunt bovendien de functies N in 1 en Duplex combineren.
(Raadpleeg Duplex (2 in 1) en Duplex (4 in 1)(voor de
MFC-8840D) op pagina 10-19.)
Voor
2 op 1 P
,
2 op 1 L
,
4 op 1 P
of
4 op 1 L
kunt
u de functie vergroten/verkleinen niet gebruiken.
KOPIËREN 10 - 16
Poster
U kunt van een foto een
kopie op posterformaat
maken. U moet de
glasplaat gebruiken.
1
Leg het origineel met de bedrukte zijde naar beneden op de
glasplaat.
2
Druk op
Duplex/N in 1
op of om Poster te
selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Start
.
De MFC begint het origineel te scannen en zal de pagina’s die
samen de poster vormen afdrukken.
Bij kopin op posterformaat kunt u slechts één kopie maken en
kan het vergrotings- of verkleiningspercentage niet worden
gewijzigd.
10 - 17 KOPIËREN
Duplex (1 in 1) (MFC-8840D)
Een dubbelzijdige kopie maken van een enkelzijdig document
1
Druk op
(
Copy
) zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Duplex/N in 1
en of om
Duplex (1 op 1)
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Form P2
of
Form L1
te selecteren.
Druk op
Set
.
OF
Druk op of om
Form P1
of
Form L2
te selecteren,
en ga dan naar stap 6.
Druk op
Set
.
5
Druk op of om
Enkelzijdig
te selecteren voor het
document (Als u de glasplaat gebruikt of het aantal hebt
gewijzigd in stap 2, krijgt u deze optie niet te zien).
Druk op
Set
.
6
Druk op
Start
om het document te scannen.
Wanneer u het document in de ADF hebt geplaatst, begint de
MFC met afdrukken.
OF
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, gaat u naar
stap 7.
7
Leg het volgende document op de glasplaat.
Selecteer
1
en druk op
Set
of
1
om de volgende pagina te
kopiëren.
Wanneer alle pagina’s van het document zijn gescand,
selecteert u
2
en drukt u op
Set
of
2
om af te drukken.
2
1
1
2
KOPIËREN 10 - 18
Een dubbelzijdige kopie maken van een dubbelzijdig document
(Niet beschikbaar voor meerdere kopieën)
1
Druk op
(
Copy
) zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer.
2
Druk op
Duplex/N in 1
en of om
Duplex (1 op 1)
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op of om
Form P2
,
Form L1
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Dubbelzijdig
te selecteren voor het
document.
Druk op
Set
.
5
Druk op
Start
.
6
Controleer dat de documenten zoals op het LCD-scherm
aangegeven in de automatische documentinvoer zijn geplaatst
en druk op
Start
.
7
Wanneer alle pagina’s van het document zijn gescand aan een
zijde, legt u het document met de andere zijde naar boven in de
ADF.
Druk op
Start
.
1
2
1
2
10 - 19 KOPIËREN
Duplex (2 in 1) en Duplex (4 in 1)(voor de MFC-8840D)
1
Druk op
(Copy)
zodat deze toets groen oplicht. Plaats
het document met de bedrukte zijde naar boven in de
automatische documentinvoer, of met de bedrukte zijde naar
beneden op de glasplaat.
2
Voer met de kiestoetsen in hoeveel exemplaren u wilt afdrukken
(maximaal 99 exemplaren).
3
Druk op
Duplex/N in 1
en of om
Duplex (2 op 1)
of
Duplex (4 op 1)
te selecteren.
Druk op
Set
.
4
Druk op of om
Form P1
,
Form P2
,
Form L1
of
Form L2
te selecteren.
Druk op
Set
.
5
Druk op
Start
om het document te scannen.
Wanneer u het document in de ADF hebt geplaatst, begint de
MFC met afdrukken.
OF
Als u het document op de glasplaat hebt geplaatst, gaat u naar
stap 6.
6
Leg het volgende document op de glasplaat.
Selecteer
1
en druk op
Set
of
1
om de volgende pagina te
kopiëren.
7
Wanneer alle pagina’s van het document zijn gescand,
selecteert u
2
en drukt u op
Set
of
2
om af te drukken.
KOPIËREN 10 - 20
De standaardinstellingen voor het
kopiëren wijzigen
U kunt de kopieerinstellingen afstellen zoals in het onderstaande
schema wordt aangegeven. Deze instellingen blijven van kracht
totdat u ze weer wijzigt.
Kwaliteit
1
Druk op
Menu
,
3
,
1
.
2
Druk op of om
Tekst
,
Foto
of
Auto
te selecteren.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Contrast
U kunt het contrast instellen zodat het beeld lichter of donkerder
wordt.
1
Druk op
Menu
,
3
,
2
.
2
Druk op om het beeld lichter te
maken.
OF
Druk op om het beeld donkerder te maken.
Druk op
Set
.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Submenu Menuopties Opties
Fabrieksinstellingen
1
.
Kwaliteit
Tekst Auto
Foto
Auto
2
.
Contrast
—- +
- +
- +
- +
- +
- +
31.Kwaliteit
Auto
Tekst
Foto
Kies
▲▼
& Set
32.Contrast
-+
Kies & druk Set
11 - 1 BELANGRIJKE INFORMATIE
11
IEC 60825 specificatie
Dit apparaat is een Class I laserproduct, zoals bepaald in IEC 60825.
Het onderstaande label is bijgevoegd in de landen waar dit
noodzakelijk is.
Deze machine heeft een Class 3B laserdiode die onzichtbare
laserstraling in de scannerunit straalt. De scannerunit mag in geen
geval worden geopend.
Laserdiode
Golflengte: 760 - 810 nm
Vermogen: 5 mW max.
Categorie: Class 3B
Waarschuwing
Het gebruik van sturingen, aanpassingen of toepassingen en
procedures die afwijken van deze uit deze handleiding kunnen
gevaarlijke blootstelling aan straling veroorzaken.
Belangrijke informatie
CLASS 1 LASER PRODUCT
APPAREIL À LASER DE CLASSE 1
LASER KLASSE 1 PRODUCT
BELANGRIJKE INFORMATIE 11 - 2
Voor uw veiligheid
Voor een veilige werking moet de meegeleverde stekker in een
normaal stopcontact worden gestoken dat via het huishoudelijk net
geaard is.
Het feit dat dit apparaat naar tevredenheid werkt, betekent niet per
se dat de voeding is geaard en dat de installatie volkomen veilig is.
Het is in uw eigen belang dat u in geval van twijfel omtrent de aarding
een bevoegd elektricien raadpleegt.
Het apparaat loskoppelen
Dit product moet worden geïnstalleerd in de nabijheid van een goed
bereikbare wandcontactdoos. In geval van nood moet u het netsnoer
uit het wandcontact trekken om het apparaat compleet uit te
schakelen.
LAN-aansluiting
Waarschuwing: Dit apparaat alleen aansluiten op LAN-verbindingen
die niet kunnen blootstaan aan overspanningen.
Naleving van de International E
NERGY
S
TAR
®
normen
Het doel van het International E
NERGY
S
TAR
®
programma is het
bevorderen van de ontwikkeling en verspreiding van
energie-efficiënte kantoorapparatuur.
Brother Industries, Ltd. is een partner in het E
NERGY
S
TAR
®
-programma en verklaart dat dit product voldoet aan de
richtlijnen van E
NERGY
S
TAR
®
inzake energiebesparing.
11 - 3 BELANGRIJKE INFORMATIE
Belangrijke veiligheidsinstructies
1
Lees alle instructies door.
2
Bewaar ze, zodat u ze later nog kunt naslaan.
3
Volg alle waarschuwingen en instructies die op het apparaat
worden aangegeven.
4
Zet het apparaat uit alvorens het te reinigen. Gebruik geen
vloeibare reinigingsmiddelen ofrosols. Gebruik een vochtige
doek om het apparaat schoon te maken.
5
Gebruik het apparaat niet in de buurt van water.
6
Zet het apparaat niet op een onstabiel oppervlak, stelling of
tafel. Het apparaat kan dan namelijk vallen, waardoor het
ernstig kan worden beschadigd.
7
Gleuven en openingen in de behuizing en de achter- en
onderkant zijn voor de ventilatie: om zeker te zijn van de
betrouwbare werking van het apparaat en om het te
beschermen tegen oververhitting, mogen deze openingen
beslist nooit worden afgesloten of afgedekt. De openingen
mogen beslist nooit worden afgedekt door het apparaat op een
bed, een bank of een kleed of op een soortgelijk oppervlak te
zetten. Zet het apparaat nooit in de buurt van of boven een
radiator of verwarmingsapparatuur. Het apparaat mag nooit in
een kast worden ingebouwd, tenzij voldoende ventilatie
aanwezig is.
8
Dit apparaat moet worden aangesloten op een spanningsbron
zoals op het etiket staat aangegeven. Als u niet zeker weet
welke soort stroom geleverd wordt, neem dan contact op met
uw wederverkoper of het plaatselijke elektriciteitsbedrijf.
Gebruik alleen het netsnoer dat is geleverd bij de MFC.
9
Dit apparaat is voorzien van een 3-draads geaard snoer en een
geaarde stekker. Deze stekker past alleen in een geaard
stopcontact. Dit is een veiligheidsmaatregel. Kan de stekker niet
in uw stopcontact worden gebruikt, raadpleeg dan een
elektricien en vraag hem uw oude stopcontact te vervangen.
Het is absoluut noodzakelijk dat een geaarde stekker en een
geaard stopcontact worden gebruikt.
10
Plaats nooit iets op het netsnoer. Zet het apparaat niet op een
plaats waar mensen over de snoeren kunnen lopen.
BELANGRIJKE INFORMATIE 11 - 4
11
Zorg dat de opening voor ontvangen faxberichten van de MFC
nooit wordt geblokkeerd. Plaats nooit een voorwerp in het pad
van inkomende faxberichten.
12
Wacht totdat de MFC de pagina’s heeft uitgeworpen alvorens ze
aan te raken.
13
Trek de stekker uit de wandcontactdoos en raadpleeg een
geautoriseerde servicemonteur wanneer het volgende zich
voordoet:
Wanneer het netsnoer defect of uitgerafeld is.
Wanneer vloeistof in het apparaat is gemorst.
Wanneer het apparaat is blootgesteld aan regen of water.
Wanneer het apparaat niet normaal functioneert, ondanks
het naleven van de bedieningsinstructies. Alleen de
instellingen aanpassen die zijn aangegeven in de
bedieningshandleiding. Onvakkundig aanpassen van
andere instellingen kunnen schade veroorzaken en eisen
vaak uitvoerige reparaties door een vakbekwaam monteur.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing is
beschadigd.
Als het apparaat duidelijk anders gaat presteren, waarbij
reparatie nodig blijkt.
14
Om uw apparaat te beveiligen tegen stroompieken en –
schommelingen, adviseren wij het gebruik van een
overstroombeveiliging.
15
Om het risico van brand, stroomstoot of lichamelijk letsel te
reduceren, leest u aandachtig volgende maatregelen:
Gebruik dit product niet in de buurt van apparaten die water
gebruiken, in een natte kelder of in de buurt van een
zwembad.
Gebruik de telefoon van de MFC nooit bij onweer (er is kans
op elektrocutie) of om een gaslek te rapporteren wanneer
het apparaat in de buurt van het gaslek staat.
Gebruik alleen het netsnoer dat is aangegeven in deze
handleiding.
11 - 5 BELANGRIJKE INFORMATIE
Handelsmerken
Het Brother-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk van
Brother Industries, Ltd.
Brother is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother
Industries, Ltd.
Multi-Function Link is een wettig gedeponeerd handelsmerk van
Brother International Corporation.
© Copyright 2004 Brother Industries, Ltd. Alle rechten
voorbehouden.
Windows, Microsoft en Windows NT zijn wettig gedeponeerde
handelsmerken van Microsoft in de VS en andere landen.
Macintosh, QuickDraw, iMac en iBook zijn handelsmerken of wettig
gedeponeerde handelsmerken Apple Computer, Inc.
Postscript en Postscript Level 3 zijn geregistreerde handelsmerken
van Adobe Systems Incorporated.
PaperPort en OmniPage zijn wettig gedeponeerde handelsmerken
van ScanSoft, Inc.
Presto! PageManager is een wettig gedeponeerd handelsmerk van
NewSoft Technology Corporation.
Elk bedrijf wiens software in deze handleiding wordt vermeld, heeft
een softwarelicentieovereenkomst die specifiek bedoeld is voor de
desbetreffende programma’s.
Alle andere merknamen en productnamen die in deze
handleiding worden gebruikt, zijn wettig gedeponeerde
handelsmerken van de desbetreffende bedrijven.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 1
12
Problemen oplossen
Foutmeldingen
Zoals met alle verfijnde kantoorproducten het geval kan zijn, kan het
gebeuren dat u problemen krijgt met deze machine. In dergelijke
gevallen kan de MFC het probleem doorgaans zelf identificeren en
wordt een foutmelding weergegeven. De onderstaande lijst geeft
een overzicht van de meest voorkomende foutmeldingen.
Problemen oplossen en
routineonderhoud
BELANGRIJK
Voor technische hulp en voor hulp bij de bediening van de MFC,
dient u contact op te nemen met een informatiecentrum in het land
waar u de machine hebt gekocht. Er dient vanuit het betreffende
land te worden gebeld.
FOUTMELDINGEN
FOUTMELDING OORZAAK WAT TE DOEN
Drum bijna
leeg
De drum is aan het einde van zijn
gebruiksduur.
Gebruik de drum tot u
afdrukproblemen krijgt en plaats dan
een nieuwe drum.
De drumteller is niet gereset. 1. Open het frontdeksel en druk op
Clear/Back
.
2. Druk op 1 om te resetten.
Document
nazien
De documenten zijn niet goed geplaatst of het
document dat via de ADF is gescand, is
langer dan 90 cm.
Raadpleeg Vastgelopen papier op
pagina 12-5.
Papier nazien
Cassette1
nazien
Cassette2
nazien
De MFC heeft geen papier meer of het papier
is niet goed in de papierlade geplaatst.
OF
Het papier is vastgelopen in de MFC.
Vul papier bij in de papierlade of
MP-lade.
OF
Verwijder het papier en leg het
opnieuw in de lade.
Raadpleeg Vastgelopen papier op
pagina 12-6 en Papier is
vastgelopen in de duplexlade (voor
MFC-8840D) op pagina 12-10.
Check papier
MP
Er is geen papier meer in de MP-lade. Vul papier bij. (Raadpleeg Papier of
andere media in de multifunctionele
papierlade plaatsen (MP-lade) (voor
MFC-8840D) op pagina 2-9.)
12 - 2 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Papierform.
fout
Wanneer u deze fout ziet,
komt het papier in de
papierlade niet overeen met het formaat dat u
hebt ingesteld in
Menu, 1, 3.
Plaats het correcte papierformaat of
verander de standaardinstelling.
(Raadpleeg De Tijdklokstand
instellen op pagina 4-6.)
Scanslot
nazien
Het scanslot is gesloten. Zet de scannervergrendeling los en
druk op Stop/Exit.
Communicatiefout
Er is een communicatiefout opgetreden
wegens slechte verbinding.
Probeer opnieuw te bellen. Als het
probleem nu nog niet is verholpen,
belt u dan het
telecommunicatiebedrijf en vraag of
ze uw telefoonlijn willen controleren.
Geen contact U hebt geprobeerd te pollen naar een
faxmachine die niet in de wachtstand voor
pollen staat.
Controleer de polling-instellingen
van de andere partij.
Afkoelen
Ogenblikje
aub
De temperatuur drumeenheid of de
tonercartridge is te hoog. De MFC
onderbreekt de huidige afdruktaak en gaat in
afkoelmodus. Tijdens het afkoelen hoort u de
koelventilator draaien. Op de display van de
MFC ziet u Afkoelen en Ogenblikje aub.
Het afkoelen duurt circa 20 minuten.
Kap open
Kap sluiten
aub
Het frontdeksel is niet goed gesloten. Sluit het frontdeksel voor de
drumeenheid.
Verb.
verbroken
De andere persoon of de faxmachine van de
andere persoon heeft het gesprek beëindigd.
Probeer opnieuw te verzenden of
ontvangen.
DX-hendel
fout
De hefboom van de papierinstelling voor
duplexprinten is niet correct ingesteld voor
het papierformaat.
Zet de hefboom in de correcte
stand. (Raadpleeg Automatisch
duplexprinten gebruiken voor faxen,
kopiëren en printen (voor
MFC-8840D) op pagina 2-11.)
Face Up Open De uitvoerlade met de bedrukte zijde naar
boven, is open.
Sluit de uitvoerlade.
Fuser is open Het fuserdeksel is open. Sluit het deksel. (Raadpleeg
Vastgelopen papier op pagina
12-6.)
Machinefout
XX
De MFC heeft een mechanisch probleem. Neemt contact op met Brother of
met uw dealer.
Geen
duplexlade
U probeerde duplex te printen terwijl het
duplexdeksel open was.
Installeer de duplexlade correct.
(Raadpleeg Papier is vastgelopen in
de duplexlade (voor MFC-8840D)
op pagina 12-10.)
Geen
antw/Bezet
Het gebelde nummer antwoordt niet of is
bezet.
Controleer het nummer en probeer
opnieuw.
FOUTMELDINGEN
FOUTMELDING OORZAAK WAT TE DOEN
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 3
Niet
opgeslagen
U hebt geprobeerd een ééntoetsnummer of
snelkiesnummer te gebruiken dat niet is
opgeslagen.
Stel het ééntoetsnummer of
snelkiesnummer in. (Raadpleeg
Eéntoetsnummers opslaan op
pagina 7-1 en Snelkiesnummers
opslaan op pagina 7-3.)
Geheugen vol U kunt geen gegevens in het geheugen
opslaan.
(Fax bezig met verzenden)
Druk op Stop/Exit en wacht tot de
andere processen zijn afgewerkt en
probeer opnieuw.
OF
Verwijder de gegevens in het
geheugen. (Raadpleeg De melding
Geheugen vol op pagina 10-5.)
(Bezig met kopiëren)
Druk op Stop/Exit en wacht tot de
andere processen zijn afgewerkt en
probeer opnieuw.
OF
Verwijder de gegevens in het
geheugen. (Raadpleeg De melding
Geheugen vol op pagina 10-5.)
OF
Breid het geheugen uit. (Raadpleeg
Geheugenkaart op pagina 13-1.)
(Bezig met afdrukken)
Verminder de printresolutie.
(Raadpleeg Afdrukkwaliteit in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
OF
Verwijder de gegevens in het
geheugen. (Raadpleeg De melding
Geheugen vol op pagina 10-5.)
OF
Breid het geheugen uit. (Raadpleeg
Geheugenkaart op pagina 13-1.)
Papierstoring
Het papier is vastgelopen in de MFC. Raadpleeg Vastgelopen papier op
pagina 12-6 en Papier is
vastgelopen in de duplexlade (voor
MFC-8840D) op pagina 12-10.
FOUTMELDINGEN
FOUTMELDING OORZAAK WAT TE DOEN
12 - 4 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Open deksel Een vel, een stuk papier of een papierklem zit
vast in de MFC.
Open het frontdeksel. Wanneer u
vastgelopen papier of een ander
voorwerp ziet, dient u dit voorzichtig
te verwijderen en het frontdeksel te
sluiten. Wanneer dit bericht niet
verdwijnt, dient u het frontdeksel
nog eens te openen en te sluiten.
Wanneer de MFC niet zelf kan
resetten en terugkeren naar de
datum- en tijdnotatie, geeft de
display Machinefout XX weer.
Neemt contact op met Brother of
met uw dealer.
Toner op Er is geen tonercartridge geïnstalleerd.
OF
De toner is op en de machine kan niet meer
printen.
Installeer de tonercartridge.
OF
Vervang de tonercartridge.
(Raadpleeg De tonercartridge
vervangen op pagina 12-27.)
Tonerniv.
laag
Als op het LCD-scherm Tonerniv. laag
wordt weergegeven, kunt u nog steeds
printen, ook al is de toner bijna leeg en
informeert de machine u dat de toner bijna op
is.
Bestel een nieuwe tonercartridge.
FOUTMELDINGEN
FOUTMELDING OORZAAK WAT TE DOEN
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 5
Vastgelopen papier
Afhankelijk van de plaats waar het papier is vastgelopen, volgt u de
betreffende instructies om het probleem op te lossen.
Het document is bovenaan de ADF vastgelopen.
1
Verwijder alle papier uit
de ADF dat niet is
vastgelopen.
2
Open het ADF-deksel.
3
Trek het vastgelopen
document rechts uit.
4
Sluit het ADF-deksel.
5
Druk op
Stop/Exit
.
Het document is in de ADF vastgelopen.
1
Verwijder alle papier uit de
ADF dat niet is
vastgelopen.
2
Til het documentdeksel op.
3
Trek het vastgelopen
document rechts uit.
4
Sluit het documentdeksel.
5
Druk op
Stop/Exit
.
OF
1
Haal de ADF-steun uit de ADF.
2
Trek het vastgelopen document rechts uit.
3
Druk op
Stop/Exit
.
12 - 6 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Vastgelopen papier
Om vastgelopen papier te verwijderen, volgt u onderstaande
stappen.
WAARS CHUWING
Wanneer u de MFC pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in
de MFC erg heet. Wanneer u het frontdeksel of de papierlade
achteraan de MFC opent, mag u nooit de onderdelen aanraken die
in onderstaande illustratie gearceerd zijn.
Verwijder het vastgelopen papier als volgt.
Wanneer het vastgelopen papier helemaal is verwijderd met behulp
van onderstaande tips, kunt u de papierlade eerst installeren en
daarna het frontdeksel sluiten. De MFC gaat automatisch verder met
printen.
Als het papier vastloopt wanneer u de optionele onderlade
gebruikt, moet u controleren of de bovenste papierlade
correct is geïnstalleerd.
Haal alle papier uit de papierlade en leg de stapel recht
wanneer u nieuw papier plaatst. Hierdoor vermijdt u dat
meerdere vellen tegelijk in de MFC worden ingevoerd en dat
het papier vastloopt.
HEET!
HEET!
Vooraanzicht Achteraanzicht
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 7
1
Trek de papierlade helemaal uit de MFC.
2
Trek het vastgelopen papier uit de MFC.
3
Druk op de ontgrendelknop en open het frontdeksel.
4
Verwijder de drumeenheid. Trek het vastgelopen papier uit de
MFC. Wanneer u de drumeenheid niet gemakkelijk kan
verwijderen, mag u dit in geen geval forceren. U kunt beter het
vastgelopen papier uit de papierlade proberen trekken.
Als het vastgelopen papier niet gemakkelijk kan worden
verwijderd, draait u het tandwiel in uw richting zodat u het papier
voorzichtig eruit kunt trekken.
12 - 8 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
WAARS CHUWING
Om te vermijden dat de MFC wordt beschadigd door statische
elektriciteit, mag u de elektroden (zie onderstaande illustratie) niet
aanraken.
5
Open de uitvoerlade achteraan. Trek het vastgelopen papier uit
de fusereenheid. Wanneer het vastgelopen papier kan worden
verwijderd, gaat u naar stap 7.
Wanneer u het papier achteraan uit de MFC moet trekken, kan
de fuser vuil worden door tonerpoeder en kunnen de volgende
afdrukken vuil zijn. Print enkele testpagina’s tot de fuser weer
schoon is.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 9
WAARS CHUWING
Wanneer u de MFC pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in
de MFC erg HEET! Wacht tot de MFC is afgekoeld voor u de interne
onderdelen van de MFC aanraakt.
6
Open de klep waar u het vastgelopen papier kunt verwijderen
(het fuserdeksel). Trek het vastgelopen papier uit de fuser.
7
Sluit het deksel. Sluit de uitvoerlade achteraan.
HEET!
Achteraanzicht
Klep waar vastgelopen
wordt verwijderd
(fuserdeksel)
12 - 10 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
8
Duw de ontgrendeling naar beneden en neem de tonercartridge
uit de drumeenheid. Verwijder eventueel vastgelopen papier in
de drumeenheid.
9
Installeer de drumeenheid weer in de MFC.
10
Installeer de papierlade in de MFC.
11
Sluit het frontdeksel.
Papier is vastgelopen in de duplexlade (voor MFC-8840D)
1
Trek de duplexlade en de papierlade uit de MFC.
2
Trek het vastgelopen papier uit de MFC.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 11
3
Schuif de duplexlade en de papierlade weer in de MFC.
Het bericht
Jam Duplex
wordt weergegeven wanneer u
een vel papier uit de uitvoerlade met de bedrukte zijde naar
beneden hebt verwijderd en slechts een zijde is bedrukt.
Wanneer de hefboom voor de papierinstelling voor
duplexprinten niet correct is ingesteld voor het
papierformaat, kan het papier vastlopen en is de afdruk niet
correct op het blad gepositioneerd. (Raadpleeg Automatisch
duplexprinten gebruiken voor faxen, kopiëren en printen
(voor MFC-8840D) op pagina 2-11.)
12 - 12 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Als u problemen met de MFC hebt
Als u denkt dat uw faxen er niet goed uitzien, raden wij u aan om
eerst een kopie te maken. Als de kopie er goed uitziet, heeft het
probleem waarschijnlijk niet met de MFC te maken. Controleer
onderstaande tabel en volg de instructies.
PROBLEEM SUGGESTIES
Problemen met het afdrukken of ontvangen van faxen
Tekst staat te dicht op elkaar,
en horizontale strepen op de
pagina, of de boven- en
onderkant van tekst ontbreekt.
Als de kopie er goed uitziet, was de verbinding waarschijnlijk niet goed en
was er statische ruis op de lijn. Wanneer de kopie er niet goed uitziet, moet
u de scanner reinigen. Als u het probleem niet kunt oplossen, belt u dan
Brother of uw leverancier en maak een afspraak voor een servicebeurt.
Slechte afdrukkwaliteit. Raadpleeg De afdrukkwaliteit verbeteren op pagina 12-17.
Verticale zwarte lijnen bij
ontvangst.
Soms komen verticale strepen/zwarte lijnen voor op ontvangen faxen.
De primaire printcorona van de MFC of de faxscanner van diegene die
het bericht verzendt is vuil. Reinig de primaire corona (Raadpleeg De
drumeenheid reinigen op pagina 12-26). Wanneer het probleem bij de
verzender kan liggen, vraagt u de andere partij een kopie te maken.
Probeer een fax van een andere faxmachine te ontvangen. Blijft het
probleem zich voordoen, bel dan uw leverancier en maak een afspraak
voor een servicebeurt.
Horizontale strepen, tekst
ontbreekt.
U kreeg een fax met horizontale strepen of ontbrekende lijnen. Meestal
is dit te wijten aan een slechte telefoonlijn. Vraag de andere partij om de
fax opnieuw te verzenden.
Ontvangen faxen zien eruit als
gesplitste of blanco pagina’s.
Wanneer de ontvangen gegevens zijn opgesplitst en afgedrukt op twee
pagina’s of wanneer u een bijkomende blanco pagina krijgt, is het
ingestelde papierformaat misschien niet correct (Raadpleeg
Papiertypes en -formaten op pagina 2-1). Controleer dat de functie voor
het automatisch verkleinen is geactiveerd. (Raadpleeg Een verkleinde
afdruk van een inkomend document maken (automatische verkleining)
op pagina 5-5.)
Problemen met de telefoonlijn of verbinding
Het apparaat kan geen
nummer kiezen.
Controleer of er een kiestoon hoorbaar is. Verander de Toon/Puls
instelling. (Raadpleeg Toon of Puls kiesmodus instellen (alleen voor
Nederland) op pagina 4-15.) Controleer alle aangesloten snoeren.
Controleer of de stroom goed is aangesloten. Probeer een fax
handmatig te verzenden. Neem de externe hoorn van de haak en vorm
het nummer. Wacht tot u de faxontvangsttonen hoort en druk op Start.
De MFC neemt niet op
wanneer ze gebeld wordt.
Controleer dat de MFC in de juiste ontvangststand staat. (Raadpleeg
Basishandelingen bij het verzenden op pagina 6-7.) Controleer of er een
kiestoon hoorbaar is. Bel indien mogelijk uw eigen MFC om te zien wat
er gebeurt. Neemt uw faxmachine niet op, controleer dan de aansluiting
van het telefoonsnoer. Gaat de bel niet over wanneer u uw MFC belt,
vraagt u uw telecommunicatiebedrijf dan om de lijn te controleren.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 13
Problemen met het verzenden van faxen
Slechte verzendkwaliteit. Wijzig de resolutie in Fijn of Superfijn. Maak een kopie om te
controleren of de scanner van de MFC goed werkt. Wanneer de
kwaliteit van de kopie niet goed is, dient u de scanner te reinigen.
(Raadpleeg De scanner reinigen op pagina 12-24.)
Op het verzendrapport staat
‘RESULT:NG’ of
‘RESULT:ERROR’.
Er is waarschijnlijk een tijdelijke storing of ruis op de lijn. Probeer het
faxbericht nogmaals te verzenden. Als u een fax via PC-FAX verzendt
en op het verzendrapport ‘RESULT:NG’ wordt afgedrukt, is er
waarschijnlijk niet voldoende geheugen beschikbaar in de MFC. Maak
meer geheugen beschikbaar door Fax Opslaan uit te schakelen
(Raadpleeg Fax Opslaan instellen op pagina 8-2), door faxen die in het
geheugen zijn opgeslagen af te drukken (Raadpleeg Pollen op pagina
5-10) of door uitgestelde taken of polling-taken te annuleren (Raadpleeg
Een taak annuleren tijdens het scannen van het document op pagina
6-12). Als het probleem nu nog niet is verholpen, belt u dan het
telecommunicatiebedrijf en vraag of ze uw telefoonlijn willen
controleren.
Verticale zwarte lijnen bij het
verzenden.
Als de kopie die u hebt gemaakt dezelfde problemen vertoont, dan is uw
scanner vuil. (Raadpleeg De scanner reinigen op pagina 12-24.)
Problemen met inkomende telefoontjes
MFC registreert een
spraakverbinding als faxtonen.
Als de functie Fax Waarnemen is geactiveerd, is de MFC gevoeliger
voor geluiden. De MFC heeft misschien per ongeluk stemmen of muziek
op de lijn geïnterpreteerd als faxtonen en reageert dan met
faxontvangsttonen. Deactiveer de fax door op Stop/Exit te drukken.
Vermijd dit probleem door de functie Fax Waarnemen uit te schakelen.
(Raadpleeg Fax Waarnemen op pagina 5-4.)
Een faxoproep naar de MFC
overzetten.
Als u bij de MFC hebt aangenomen, drukt u op Start en hangt u
onmiddellijk op. Als u een faxoproep beantwoordt vanaf een extern of
tweede toestel, dan moet u de code voor activeren intoetsen
(standaardinstelling is 51). Hang op zodra de MFC opneemt.
Speciale functies op een
enkele telefoonlijn.
Als u wisselgesprekken, wisselgesprekken en/of nummerweergave,
RingMaster, voicemail, een antwoordapparaat, een alarmsysteem of
andere speciale diensten op een enkele telefoonlijn met de MFC
gebruikt, dan kan dit problemen opleveren bij het versturen of
ontvangen van faxgegevens.
Problemen met menu-instellingen
De MFC piept wanneer u het
menu Ontvangstand instellen
en Verzenden instellen
probeert te openen.
Controleer of de MFC in faxmodus staat. Wanneer de Fax toets
niet oplicht, drukt u op deze toets om de faxmodus aan te zetten.
Ontvangststand instellen (
Menu
,
2
,
1
) en Verzenden instellen (
Menu
,
2
,
2
) zijn alleen beschikbaar wanneer de MFC in faxmodus is.
Problemen met de kopieerkwaliteit
Verticale strepen op de
kopieën.
Soms ziet u verticale strepen op uw kopieën. Dit betekent dat de
scanner of de primaire printcorona vuil is. Reinig beide onderdelen.
(Raadpleeg De scanner reinigen op pagina 12-24 en De drumeenheid
reinigen op pagina 12-26.)
PROBLEEM SUGGESTIES
12 - 14 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Problemen met de printer
De MFC print niet. Controleer de volgende punten:
De MFC is aangesloten en de stroomschakelaar is Aan. (Zie de
Handleiding voor snelle installatie.)
De tonercartridge en drumeenheid zijn correct geïnstalleerd.
(Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina 12-32.)
De interfacekabel is goed aangesloten tussen de MFC en de
computer. (Raadpleeg de handleiding voor snelle installatie.)
Controleer of het LCD-scherm een foutmelding weergeeft.
(Raadpleeg Foutmeldingen op pagina 12-1.)
De MFC print onverwacht of
print “rommel”.
Reset MFC of zet deze uit en weer aan. Controleer de instellingen in uw
toepassing en controleer of deze kan samenwerken met uw MFC.
De MFC print de eerste
pagina’s correct, maar dan
ontbreekt tekst op enkele
pagina’s.
Uw computer herkent het signaal “buffer vol” van de printer niet. Sluit de
MFC kabel correct aan.
De MFC kan geen volle
pagina’s van een document
printen.
Geheugen vol bericht wordt
weergegeven.
Verlaag de printresolutie. Maak uw document minder complex en
probeer opnieuw. Verlaag de grafische kwaliteit of verminder het aantal
lettertypen in uw toepassing.
Mijn kop- en voetteksten
worden op het scherm
weergegeven, maar worden
niet afgedrukt.
De meeste laserprinters hebben een kleine marge die buiten het
afdrukbereik valt. Meestal zijn dit de eerste en laatste twee lijnen en kunt
u op een blad 62 lijnen printen. Pas de boven- en ondermarge voor uw
document aan.
Problemen met het scannen
Tijdens het scannen treden er
TWAIN-fouten op.
Zorg dat de TWAIN-driver van Brother als primaire bron is geselecteerd.
Klik in PaperPort
®
in het bestandsmenu op de scanopdracht en
selecteer de Brother TWAIN-driver.
Problemen met software
Onmogelijk software te
installeren of te printen.
Voer het programma MFL-Pro Suite repareren en installeren uit vanaf
de CD-ROM. Dit programma herstelt de software en installeert deze
opnieuw.
Kan ‘2 op 1 of 4 op 1’
afdrukken niet uitvoeren.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat in de toepassing en
de printerdriver hetzelfde zijn.
Kan niet afdrukken wanneer
Adobe Illustrator wordt
gebruikt.
Gebruik een lagere resolutie.
Bij het gebruik van ATM
lettertypen ontbreken
sommige tekens of worden ze
vervangen door andere
tekens.
Wanneer u Windows
®
98/98SE/Me gebruikt, selecteert u
‘Printerinstellingen’ in het ‘Start’ menu. Selecteer de eigenschappen van
de ‘Brother MFC-8440 of MFC-8840D (USB) Printer’. Klik op ‘Spool
Setting’ op het tabblad ‘Details’. Selecteer ‘RAW’ in het ‘Spool Data
Format.’
PROBLEEM SUGGESTIES
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 15
De foutmelding “Kan niet
afdrukken naar LPT1” of
“LPT1 in gebruik” wordt
weergegeven.
1. Controleer of de machine aanstaat (netsnoer aangesloten en
stroomschakelaar aan) en dat deze direct is aangesloten op de
computer met de IEEE-1284 bi-directionele parallelle kabel. De kabel
mag niet door een ander randapparaat gaan (zoals een Zip Drive,
externe CD-ROM Drive, of Switch box).
2. Op het LCD-scherm van de MFC mag geen foutmelding staan.
3. Controleer of andere apparaatdrivers, die ook communiceren via de
parallelle poort, automatisch worden geactiveerd wanneer u de
computer opstart (zoals drivers voor Zip Drives, externe CD-ROM
Drive, enz. Controleer het volgende: (Load=, Run=commandoregels
in het win.ini bestand of de Statup Group).
4. Vraag aan de fabrikant van uw computer of de BIOS-instellingen voor
de parallelle poort zijn ingesteld voor een bi-directionele machine;
(Parallel Port Mode – ECP).
Er wordt gemeld dat de MFC
bezig is, of dat er geen
verbinding met MFC kan
worden gemaakt.
Er wordt gemeld dat er geen
verbinding met de MFC kan
worden gemaakt.
Als de MFC niet op de pc is aangesloten en u de Brother-software
opstart, wordt telkens wanneer u Windows
®
start gemeld dat er geen
verbinding met de MFC kan worden gemaakt. U kunt deze melding
negeren of als volgt uitschakelen. Dubbelklik op de meegeleverde
cd-rom op "\tool\WarnOFF.REG".
De scantoets op het bedieningspaneel van de MFC werkt pas nadat u
de pc met de MFC erop aangesloten opnieuw hebt opgestart. Als u de
melding weer wilt inschakelen, dubbelklikt u op de meegeleverde
cd-rom op "\tool\WarnON.REG".
Problemen met het papier
De MFC voert geen papier in.
Het LCD-scherm geeft
Papier nazien of
Papierstoring weer.
Controleer of het bericht Papier nazien of Papierstoring op het
LCD-scherm is weergegeven. Wanneer de lade leeg is, vult u papier bij.
Als er papier in de lade zit, moet u nagaan of het correct is geplaatst.
Wanneer het papier gekruld is, moet u het strekken. Soms moet u het
papier uit de lade halen, de stapel omdraaien en weer in de lade
plaatsen. Plaats minder papier in de lade en probeer opnieuw.
Controleer of de papierlade voor handmatige invoer of de MP-lade niet
zijn geselecteerd in de printerdriver.
De MFC voert geen papier in
van de papierlade voor
handmatige invoer.
Schuif het papier goed in en voer vel per vel in. Controleer of de
papierlade voor handmatige invoer of de MP-lade is geselecteerd in de
printerdriver.
Hoe voer ik enveloppen in? U kunt enveloppen invoeren via de papierlade voor handmatige invoer
of de MP-lade. Uw toepassing moet zo zijn ingesteld dat u het
betreffende envelopformaat kunt printen. Dit stelt u meestal in via het
menu Papierinstellingen of Documentinstellingen in uw toepassing. Zie
het handboek bij uw software.
Welk papier kan ik gebruiken? U kunt normaal papier, enveloppen, transparanten en etiketten
gebruiken die geschikt zijn voor laserprinters. (Voor informatie over
papier raadpleeg Bedieningstoetsen voor de printer in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
Hoe los ik problemen met
vastgelopen papier op?
Raadpleeg Vastgelopen papier op pagina 12-6.
PROBLEEM SUGGESTIES
12 - 16 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Problemen met de afdrukkwaliteit
De afgedrukte pagina’s zijn
gekruld.
Dun of dik papier dat buiten de standaard valt, kan dit probleem
veroorzaken. Controleer of u het juiste papiertype hebt geselecteerd.
(Raadpleeg De papiersoort instellen op pagina 4-7 en Soort papier in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
De afgedrukte pagina’s zijn
vlekkerig.
U hebt de verkeerde papiersoort ingesteld voor het papier dat u
gebruikt—OF—Het gebruikte papier is te dik of te gestructureerd.
(Raadpleeg De papiersoort instellen op pagina 4-7 en Soort papier in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
De afdrukken zijn te licht. Zet de toner-bespaarstand uit in het tabblad Geavanceerde instellingen
van de printerdriver. (Raadpleeg Toner-bespaarstand in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
Problemen met het netwerk
Ik kan niet via het netwerk
printen.
Controleer of de MFC aan, on-line en klaar is om te printen. Druk op de
toets Test. De huidige instellingen van de NC-9100h worden afgedrukt.
Controleer of de kabels en de netwerkaansluitingen goed zijn. Probeer,
indien mogelijk, de MFC aan te sluiten op een andere poort van de hub
en gebruik een andere kabel. Controleer of de LED’s actief zijn. De
NC-9100h heeft een tweekleurige LED voor de probleemdiagnose.
PROBLEEM SUGGESTIES
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 17
De afdrukkwaliteit verbeteren
In dit deel vindt u informatie over volgende onderwerpen:
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
Vage afdruk
Controleer de omgeving van de printer. Factoren, zoals vochtigheid,
hoge temperatuur enz. kunnen deze storing veroorzaken.
(Raadpleeg Een geschikte plaats kiezen op pagina vi.)
Wanneer de hele pagina te licht is, kan de functie Toner-bespaarstand
aan zijn. Zet de Toner-bespaarstand uit in het tabblad Eigenschappen
van de driver.
OF
Wanneer de MFC niet is aangesloten op een computer, zet u de
toner-bespaarstand uit in de MFC zelf. (Raadpleeg Toner sparen op
pagina 4-10.)
Installeer een nieuwe tonercartridge. (Raadpleeg De tonercartridge
vervangen op pagina 12-27.)
Installeer een nieuwe drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid
vervangen op pagina 12-32.)
Grijze achtergrond
Controleer of het papier dat u gebruikt geschikt is voor de printer.
(Raadpleeg Omtrent papier op pagina 2-1.)
Controleer de omgeving van de printer – hoge temperaturen en een
hoge vochtigheid kunnen leiden tot grijze achtergronden.
(Raadpleeg Een geschikte plaats kiezen op pagina vi.)
Gebruik een nieuwe tonercartridge. (Raadpleeg De tonercartridge
vervangen op pagina 12-27.)
Gebruik een nieuwe drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid
vervangen op pagina 12-32.)
Beeldschaduw
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd of erg dik
papier kan dit probleem veroorzaken.
Controleer of u in de printerdriver de geschikte papiersoort hebt
gekozen. (Raadpleeg Omtrent papier op pagina 2-1.)
Gebruik een nieuwe drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid
vervangen op pagina 12-32.)
Tonervlekken
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd papier kan dit
probleem veroorzaken. (Raadpleeg Omtrent papier op pagina 2-1.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
Ongelijkmatige afdruk
Controleer of u geschikt papier gebruikt. (Raadpleeg Omtrent papier op
pagina 2-1.)
Selecteer Dik papier in de printerdriver of gebruik dunner papier.
Controleer de omgeving van de printer. Omgevingsfactoren, zoals hoge
vochtigheid, kunnen dergelijke storingen veroorzaken. (Raadpleeg Een
geschikte plaats kiezen op pagina vi.)
Volledig zwart
U kunt het probleem eventueel oplossen door de primaire corona in de
drum te reinigen. Hiervoor gebruikt u het blauwe lipje. Zorg ervoor dat u
het blauwe lipje terug in de oorspronkelijke stand zet (
).
(Raadpleeg De drumeenheid reinigen op pagina 12-26.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
C
DE
F
d
ef
g
BC
b
c
d
2
3
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
12 - 18 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Witte vlekken op zwarte
tekst op een afstand van 94
mm
Zwarte vlekken op een
afstand van 94 mm
Wanneer het probleem niet is opgelost na enkele afdrukken, zit er
misschien lijm van de etiketten op de OPC-drum.
Reinig de drumeenheid als volgt:
1 Plaats het afdrukvoorbeeld voor de drumeenheid en bepaal de
exacte plaats van de slechte afdruk.
2 Draai de drum met de hand en controleer nauwkeurig het oppervlak
van de OPC-drum.
Voorzichtig
Zorg ervoor dat u de lichtgevoelige drum niet met de vingers aanraakt.
3 Wanneer u de markering op de drum hebt gevonden die
overeenkomt met de afdruk, veegt u het oppervlak van de OPC-drum
schoon met een wattestaafje tot het stof of het papier van de drum
loskomt.
Voorzichtig
U mag de lichtgevoelige drum nooit reinigen met een scherp voorwerp,
zoals een balpen, enz.
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
94 mm
94 mm
94 mm
94 mm
Lichtgevoelige drum
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 19
Zwarte tonerresten op de
pagina
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
Controleer of u geschikt papier gebruikt. (Raadpleeg Omtrent papier op
pagina 2-1.)
Wanneer u etiketten voor laserprinters gebruikt, kan de lijm soms op de
OPC-drum blijven kleven. Reinig de drumeenheid.
(Raadpleeg De drumeenheid reinigen op pagina 12-26.)
Gebruik geen papier met klemmen of nietjes. Deze beschadigen
immers het drumoppervlak.
Wanneer de uitgepakte drumeenheid wordt blootgesteld aan direct
zonlicht of kunstlicht, kan de drum worden beschadigd.
Witte lijnen op de pagina
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd of erg dik
papier kan dit probleem veroorzaken.
Controleer of u in de printerdriver de geschikte papiersoort hebt
gekozen.
Misschien verdwijnt het probleem vanzelf. Probeer verschillende
afdrukken te maken om dit probleem op te lossen, vooral wanneer de
printer lange tijd niet is gebruikt.
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
Lijnen op de pagina
Reinig de binnenkant van de printer en de primaire corona in de
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid reinigen op pagina 12-26.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
Verticale zwarte lijnen op het
blad
De afgedrukte pagina’s
hebben verticale tonervlekken.
Reinig de primaire corona van de drumeenheid.
Controleer of het reinigingslipje van de primaire corona in de
oorspronkelijke stand is (
).
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Raadpleeg De tonercartridge vervangen op pagina
12-27.) Controleer of er geen stukje papier in de printer op het
scannervenster zit.
De fixeereenheid is misschien beschadigd. Neem contact op met de
klantendienst.
Witte verticale lijnen op de
pagina
Het probleem kan worden opgelost door het scannervenster te reinigen
met een zachte doek. (Raadpleeg De printer reinigen op pagina 12-25.)
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Raadpleeg De tonercartridge vervangen op pagina
12-27.)
Pagina schuin
Controleer of het papier goed in de papierlade zit en of de geleiders niet
te strak of te los tegen het papier liggen.
Stel de papiergeleiders correct in.
Wanneer u de papierlade voor handmatige invoer (of de MP-lade)
gebruikt. (Raadpleeg Papier laden op pagina 2-5.)
Er zit teveel papier in de papierlade.
Controleer de papiersoort en de papierkwaliteit. (Raadpleeg Omtrent
papier op pagina 2-1.)
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
A
B
C
D
E
F
G
H
ab
cd
efg
h
ijk
ABCD
abcde
01234
12 - 20 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Krul of golf
Controleer de papiersoort en de papierkwaliteit. Door hoge
temperaturen en een hoge vochtigheid kan het papier gaan krullen.
Als u de printer niet vaak gebruikt, is het papier misschien te lang in de
papierlade blijven zitten. Draai de stapel papier in de papierlade om.
Blader het papier en draai het 180° in de papierlade.
Probeer te printen via de rechte uitvoerbaan. (Raadpleeg Papier laden
op pagina 2-5.)
Plooien of kreuken
Controleer of het papier correct is geladen.
Controleer de papiersoort en de papierkwaliteit. (Raadpleeg Omtrent
papier op pagina 2-1.)
Probeer te printen via de rechte uitvoerbaan. (Raadpleeg Papier laden
op pagina 2-5.)
Draai de papierstapel in de lade om of draai het papier in de invoerlade
180°.
De drumeenheid is een verbruiksartikel en moet af en toe
worden vervangen.
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
B DEFGH
abc efghijk
ACD
bcde
134
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 21
De MFC inpakken en vervoeren
Als u de MFC gaat transporteren, moet u de machine in het
oorspronkelijke verpakkingsmateriaal inpakken. Als u de MFC niet
correct inpakt, kan de garantie vervallen.
1
Zet de stroomschakelaar van de MFC uit.
2
Haal de telefoonstekker van de MFC uit het telefooncontact.
3
Haal het netsnoer van de MFC uit het stopcontact.
De scanner vergrendelen
4
Zet de scannerhefboom omhoog om de scanner te
vergrendelen. Deze hefboom zit links van de glasplaat.
Voorzichtig
Schade aan de MFC die is veroorzaakt omdat de scanner niet was
vergrendeld voor het verplaatsen en transporteren, kan de garantie
doen vervallen.
5
Open het frontdeksel.
Scannervergrendelingshendel
12 - 22 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
6
Verwijder de drumeenheid en de tonercartridge. Laat de
tonercartridge in de drumeenheid zitten.
7
Doe de drumeenheid en tonereenheid
in de plastic tas en sluit de tas.
8
Sluit het frontdeksel. Klap de steun in
van de uitvoerlade met bedrukte zijde naar beneden. Verwijder
het telefoonsnoer.
9
Verpak de MFC in de plastic tas
en doe deze in de originele
doos met het originele
verpakkingsmateriaal.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 23
10
Verpak de drumeenheid met de tonercartridge, het
telefoonsnoer, het stroomsnoer en het afdrukmateriaal in de
originele doos – zie illustratie:
11
Sluit de doos en maak deze dicht met verpakkingstape.
12 - 24 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
Routineonderhoud
De scanner reinigen
Zet de stroomschakelaar van de MFC uit en open het
documentdeksel. Reinig de glasplaat en de glazen strook met een
droge doek en de witte plaat met isopropylalcohol op een pluisvrije
doek.
Witte plaat
Documentdeksel
Glazen strook
Witte plaat
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 25
De printer reinigen
Voorzichtig
Gebruik nooit isopropylalcohol om het bedieningspaneel schoon
te maken. Het paneel kan barsten.
Gebruik geen schoonmaakalcohol om het venster van de
laserscanner te reinigen.
Raak het scannervenster nooit aan met de vingers.
De drumeenheid bevat toner, u moet deze dus voorzichtig
hanteren. Wanneer u toner morst op uw handen of kledij, dient u
de vlekken onmiddellijk te verwijderen met koud water.
1
Zet de stroomschakelaar van de MFC uit en open het
frontdeksel.
2
Verwijder de drumeenheid met de tonercartridge.
WAARS CHUWING
Wanneer u de MFC pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in
de machine erg HEET! Wanneer u het frontdeksel van de MFC
opent, mag u nooit de onderdelen aanraken die in onderstaande
illustratie gearceerd zijn.
Vooraanzicht
HEET!
12 - 26 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
3
Reinig het scannervenster voorzichtig met een droge, zachte
doek. Gebruik nooit isopropylalcohol.
De drumeenheid reinigen
U plaatst de drumeenheid met de toner best op een doek of een
groot vel papier opdat er geen toner zou gemorst worden.
1
Reinig de primaire corona in de drumeenheid door het blauwe
lipje een paar keer van rechts naar links te schuiven.
2
Zet het blauwe lipje in de oorspronkelijke stand en vergrendel
deze (
).
Voorzichtig
Wanneer het blauwe lipje niet in de oorspronkelijke stand is (
),
kunnen verticale strepen voorkomen op de geprinte pagina’s.
3
Installeer de drumeenheid met de tonercartridge opnieuw in de
MFC. (Raadpleeg De drumeenheid vervangen op pagina
12-32.)
4
Sluit het frontdeksel.
5
Sluit de stroom eerst aan en dan het telefoonsnoer.
Scannervenster
Corona
Lipje
Oorspronkelijke stand ()
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 27
De tonercartridge vervangen
De MFC kan tot 6.700 pagina’s printen met een “hoge capaciteit
tonercartridge. Wanneer de tonercartridge bijna leeg is, geeft het
LCD-scherm
Tonerniv. laag
weer. De MFC wordt geleverd met
een standaardtonercartridge die na circa 3.500 pagina’s moet
worden vervangen. Het werkelijke aantal pagina’s hangt af van het
type document dat u meestal print (b.v. standaard brief of
gedetailleerde tekeningen).
Verwijder de lege tonercartridge conform de plaatselijk geldende
reglementeringen. Gooi toner niet weg bij het huishoudelijk afval.
Dicht de tonercartridge goed af, zodat geen toner uit de cartridge kan
worden gemorst. Voor meer informatie over het verwijderen van
toner neemt u contact op met de afvalmaatschappij.
We adviseren de MFC te reinigen telkens wanneer u de
tonercartridge vervangt.
Hoe vervang ik de tonercartridge
WAARS CHUWING
Wanneer u de MFC pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in
de machine erg HEET! Raak nooit de onderdelen aan die in
onderstaande illustratie grijs zijn gekleurd.
We adviseren een nieuwe tonercartridge klaar te houden
wanneer u het bericht
Tonerniv. laag
ziet.
HEET!
12 - 28 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
1
Open het frontdeksel en verwijder de drumeenheid.
Voorzichtig
Zet de drumeenheid op een doek of een groot blad papier opdat
geen toner wordt gemorst.
Om te vermijden dat de MFC wordt beschadigd door statische
elektriciteit, mag u de hieronder getoonde elektroden nooit
aanraken.
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 29
2
Druk de vergrendeling naar beneden en trek de tonercartridge
uit de drumeenheid.
Voorzichtig
Wees voorzichtig bij het hanteren van de tonercartridge. Wanneer u
toner morst op uw handen of kledij, dient u de vlekken onmiddellijk
te verwijderen met koud water.
3
Pak de nieuwe tonercartridge uit. Doe de lege tonercartridge in
de aluminium tas en verwijder deze conform de geldende
reglementeringen.
Voorzichtig
Pak de nieuwe tonercartridge uit net voor u deze in de MFC
installeert. Wanneer een tonercartridge te lang uit de verpakking
blijft, gaat de toner minder lang mee.
De multifunctionele machines van Brother zijn ontworpen om te
werken met toner van een bepaalde specificatie en leveren
optimale prestaties indien gebruikt met originele tonercartridges
van Brother. Brother kan deze optimale prestaties niet
garanderen indien toner of tonercartridges van andere
specificaties worden gebruikt. Het gebruik van cartridges anders
dan originele cartridges van Brother en van cartridges die met
toner van andere merken zijn gevuld, wordt derhalve afgeraden.
Indien enig deel van deze machine wordt beschadigd als gevolg
van het gebruik van toner of tonercartridges anders dan originele
Brother-producten, dan worden enige reparaties die nodig zijn
als gevolg daarvan niet door de garantie gedekt omdat deze
producten incompatibel en ongeschikt zijn voor deze machine.
Vergrendeling
12 - 30 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
4
Schud de tonercartridge vijf tot zes keer heen en weer om de
toner gelijkmatig te verdelen in de cartridge.
5
Verwijder het beschermplaatje.
6
Schuif de nieuwe tonercartridge in de drumeenheid tot hij
vastklikt. Als u de cartridge correct hebt geplaatst, gaat de
vergrendeling automatisch omhoog.
Tonercartridge
Drumeenheid
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 31
7
Reinig de primaire corona in de drumeenheid door het blauwe
lipje een paar keer van rechts naar links te schuiven. Zet het
blauwe lipje terug in de oorspronkelijke stand (
) voor u de
drumeenheid met de tonercartridge opnieuw installeert.
8
Installeer de drumeenheid met de tonercartridge en sluit het
frontdeksel.
Corona
Lipje
Oorspronkelijke stand ()
12 - 32 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
De drumeenheid vervangen
De MFC gebruikt een drumeenheid om afbeeldingen op papier te
zetten. Wanneer het LCD-scherm de melding
Drum bijna leeg
weergeeft, is de drumeenheid aan het einde van de gebruiksduur en
dient u een nieuwe aan te schaffen.
Ook wanneer het LCD-scherm
Drum bijna leeg
weergeeft, kunt
u nog een tijdje printen zonder de drumeenheid te vervangen.
Wanneer de afdrukkwaliteit echter sterk achteruitgaat (ook voor
Drum bijna leeg
is weergegeven), dient u de drumeenheid te
vervangen. Wanneer u de drumeenheid vervangt, dient u de MFC te
reinigen. (Raadpleeg De drumeenheid reinigen op pagina 12-26.)
Voorzichtig
Wanneer u de drumeenheid verwijdert, dient u voorzichtig te zijn. De
drumeenheid bevat immers toner. Wanneer u toner morst op uw
handen of kledij, dient u de vlekken onmiddellijk te verwijderen met
koud water.
WAARS CHUWING
Wanneer u de MFC pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in
de MFC erg HEET! Wees dus voorzichtig.
Het aantal pagina’s dat u met een drumeenheid kunt afdrukken,
kan heel wat lager liggen dan de aangegeven aantallen. We
kunnen niet alle factoren controleren die de gebruiksduur van
de drumeenheid bepalen. Daarom kunnen we een minimum
aantal pagina’s niet garanderen.
HEET!
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 33
Volg deze stappen om de drumeenheid te vervangen:
1
Druk op de ontgrendelknop en open het frontdeksel.
2
Verwijder de oude drumeenheid met de tonercartridge. Plaats
deze op een doek of een vel papier opdat geen toner wordt
gemorst.
Voorzichtig
Om te vermijden dat de printer wordt beschadigd door statische
elektriciteit, mag u de hieronder getoonde elektroden nooit
aanraken.
12 - 34 PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD
3
Druk de vergrendeling naar beneden en trek de tonercartridge
uit de drumeenheid. (Raadpleeg De tonercartridge vervangen
op pagina 12-27.)
4
Pak de nieuwe drumeenheid pas uit wanneer u deze gaat
installeren. Doe de oude drumeenheid in de plastic tas en
verwijder deze conform de geldende reglementeringen.
5
Plaats de tonercartridge in de nieuwe drumeenheid.
(Raadpleeg De tonercartridge vervangen op pagina 12-27.)
6
Installeer de nieuwe drumeenheid en laat het frontdeksel open.
7
Druk op
Clear/Back
.
8
Druk op
1
. Wacht tot het
LCD-scherm
Geaccepteerd
weergeeft en sluit het frontdeksel.
Voorzichtig
Wanneer u toner morst op uw handen of kledij, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud water.
Verwijder de lege drumeenheid conform de plaatselijk geldende
reglementeringen. Gooi toner niet weg bij het huishoudelijk
afval. Dicht de drumeenheid goed af, zodat geen toner kan
worden gemorst. Voor meer informatie over het verwijderen van
toner neemt u contact op met de afvalmaatschappij.
Vergrendeling
Vervang drum
1.Ja
2.Nee
Selecteer
▲▼
&Set
PROBLEMEN OPLOSSEN EN ROUTINEONDERHOUD 12 - 35
De levensduur van de drumeenheid controleren
U kunt zien hoelang de drum nog meegaat.
1
Druk op
Menu
,
2
,
0
,
2
.
2
Het LCD-scherm geeft gedurende
5 seconden de resterende
levensduur van de drum in %
weer.
Paginateller
U kunt het totale aantal pagina’s, gekopieerde pagina’s, afgedrukte
pagina’s en lijst/fax pagina’s (totale faxafdrukken + totale
lijstafdrukken) zien die uw MFC heeft geprint.
1
Druk op
Menu
,
2
,
0
,
3
.
2
Het LCD-scherm geeft het aantal
paginas voor
Total
en
Kopie
.
Druk op om
Print
en
List/Fax
te zien.
3
Druk op
Stop/Exit
.
Ook wanneer de resterende levensduur 0% is, kunt u de
drumeenheid blijven geb\ruiken tot u problemen krijgt met de
afdrukkwaliteit.
20.Diversen
2.Levensduur
Resterend:100%
20.Diversen
3.Paginateller
Totaal :123456
Kopie
:120002
13 - 1 OPTIONELE ACCESSOIRES
13
Geheugenkaart
De geheugenkaart wordt op de hoofdbesturingskaart in de MFC
geïnstalleerd. Wanneer u extra geheugen plaatst, verhoogt u het
prestatievermogen van de printer en de copier.
Optionele accessoires
Model Optioneel geheugen
MFC-8440 (32 MB standaardgeheugen) 32 MB TECHWORKS 12457-0001
MFC-8840D (32 MB standaardgeheugen) 64 MB TECHWORKS 12458-0001
128 MB TECHWORKS 12459-0001
De DIMM-modules moeten voldoen aan deze specificaties:
Type 100 pin en 32 bit output
CAS Lantency: 2 of 3
Klokfrequentie: 100 MHz of beter
Capaciteit: 32, 64, 128 MB
Hoogte: 35mm of minder
Pariteit: GEEN
DRAM type: SDRAM 4 Bank
Niet alle DIMM’s zijn geschikt voor de MFC. Voor de laatste
informatie van Brother, surf naar:
http://solutions.brother.com
OPTIONELE ACCESSOIRES 13 - 2
De optionele geheugenkaart installeren
WAARS CHUWING
Het oppervlak van het moederbord NOOIT aanraken binnen de
15 minuten na het uitzetten van de stroom.
Voordat u de optionele geheugenkaart installeert, moet u
controleren of er geen faxberichten in het geheugen zijn
opgeslagen.
1
Trek de telefoonstekker uit, zet de stroomschakelaar van de
MFC uit, trek de stekker van de MFC uit het stopcontact en trek
de interfacekabel uit.
WAARS CHUWING
Zet de stroomschakelaar van de MFC uit voor u de geheugenkaart
installeert (of verwijdert).
13 - 3 OPTIONELE ACCESSOIRES
2
Verwijder het zijpaneel. Maak de twee schroeven los en
verwijder de metalen beschermplaat.
3
Pak de DIMM uit en houdt deze vast aan de randen.
WAARS CHUWING
DIMM-kaarten kunnen zelfs door erg kleine hoeveelheden statische
elektriciteit worden beschadigd. Raak de geheugenchips op de kaart
niet aan. Draag een antistatische polsband wanneer u de kaart
installeert of verwijdert. Wanneer u geen antistatische polsband
hebt, dient u het blote metaal op de printer regelmatig aan te raken.
4
Houd de DIMM vast met uw vinger aan de rand en uw duim op
de achterzijde. Lijn de inkepingen op de DIMM uit met het
DIMM-slot. (Controleer of de sluitingen aan weerszijden van het
DIMM-slot open of naar buiten gericht zijn.)
OPTIONELE ACCESSOIRES 13 - 4
5
Duw de DIMM recht in het slot (stevig aandrukken). De
vergrendelingen aan weerzijden van de DIMM moeten
vastklikken. (Om een DIMM te verwijderen moet u de
vergrendelingen ontgrendelen.)
6
Monteer de metalen plaat en bevestig deze met de twee
schroeven.
7
Monteer het zijpaneel.
8
Sluit het telefoonsnoer opnieuw aan.
9
Sluit de interfacekabels aan die u voordien hebt verwijderd.
10
Sluit het stroomsnoer weer aan en zet de stroomschakelaar van
de MFC aan.
WAARS CHUWING
Wanneer de status LED rood is (storing), moet u contact opnemen
met uw dealer of een erkend Brother service center.
Om na te gaan of u de DIMM correct hebt geïnstalleerd, kiest
u in de driver de optie voor het afdrukken van de
printerinstellingen. Controleer of de afdruk het extra
geheugen vermeldt.
U kunt de grootte van het actuele geheugen controleren in
de lijst met gebruikersinstellingen. (Raadpleeg de
netwerkhandleiding van de NC-9100h op de CD-ROM.)
13 - 5 OPTIONELE ACCESSOIRES
Netwerkkaart (LAN)
Wanneer u de optionele netwerkkaart (LAN) (NC-9100h) installeert,
kunt u de MFC in het netwerk inbinden voor Internet FAX, Netwerk
Scanner, Netwerk Printer en Netwerk Management.
WAARS CHUWING
Het oppervlak van het moederbord NOOIT aanraken binnen de
15 minuten na het uitzetten van de stroom.
Voor meer informatie over het configureren van de netwerkkaart
raadpleegt u de netwerkhandleiding van de NC-9100h op de
CD-ROM die bij de MFC is geleverd.
NC-9100h
Print/Fax Server
OPTIONELE ACCESSOIRES 13 - 6
Voor de installatie
Wees voorzichtig bij het hanteren van de NC-9100h. Deze kaart
bevat delicate elektronische componenten die kunnen worden
beschadigd door statische elektriciteit. Om dergelijke schade te
vermijden dient u onderstaande voorzorgen te nemen.
Laat de NC-9100h in de antistatische verpakking tot u de kaart
gaat installeren.
Controleer of u goed bent geaard voor u de NC-9100h aanraakt.
Gebruik indien mogelijk een antistatische polsband en een
aardingsmatje. Wanneer u geen antistatische polsband hebt,
dient u het blote metaal achteraan de machine aan te raken voor
u de NC-9100h hanteert.
Om statisch opladen te vermijden, verplaatst u zich zo weinig
mogelijk.
Werk indien mogelijk niet in een ruimte met een tapijtvloer.
Buig de kaart niet en raak de componenten op de kaart niet aan.
Benodigd gereedschap:
Phillips schroevendraaier
Stap 1: Installatie van de hardware
WAARS CHUWING
Het oppervlak van het moederbord NOOIT aanraken binnen de
15 minuten na het uitzetten van de stroom.
1
Trek de telefoonstekker uit, zet de stroomschakelaar van de
MFC uit, trek de stekker van de MFC uit het stopcontact en trek
de interfacekabel uit.
13 - 7 OPTIONELE ACCESSOIRES
WAARS CHUWING
Zet de stroomschakelaar van de MFC uit voor u de NC-9100h
installeert (of verwijdert).
2
Verwijder het zijpaneel. Maak de twee schroeven los en
verwijder de metalen beschermplaat.
3
Maak de twee schroeven los en verwijder de metalen
afdekplaat.
Afdekplaat
OPTIONELE ACCESSOIRES 13 - 8
4
Steek de NC-9100h in connector P1 op het moederbord (zie
illustratie) en zet (stevig drukken) de NC-9100h vast met de
twee schroeven.
5
Monteer het metalen afdekplaatje en bevestig dit met de twee
schroeven.
6
Monteer het zijpaneel.
7
Sluit het telefoonsnoer opnieuw aan.
8
Sluit de interfacekabels aan die u voordien hebt verwijderd.
9
Sluit het stroomsnoer weer aan en zet de stroomschakelaar van
de MFC aan.
10
Druk op de Test-toets en druk de pagina met de
netwerkconfiguratie af. (Raadpleeg TEST-TOETS op pagina
13-10.)
13 - 9 OPTIONELE ACCESSOIRES
Stap 2: De NC-9100h aansluiten op een
Unshielded Twisted Pair 10BASE-T of
100BASE-TX Ethernet netwerk
Om de NC-9100h aan te sluiten op een 10BASE-T of 100BASE-TX
netwerk hebt u een “Unshielded Twist Pair”-kabel nodig. De kabel
moet aan de ene zijde worden aangesloten op een vrije poort van uw
Ethernet hub en de andere zijde moet worden aangesloten op de
10BASE-T of 100BASE-TX connector (een RJ45 Connector) van de
NC-9100h.
Controleren of de hardware goed is geïnstalleerd:
Steek de stekker in het stopcontact. Na het initialiseren en
opwarmen (dit kan enkel seconden duren), is de machine klaar.
LED
Brandt niet:
Wanneer beide LED’s uit zijn, is de printserver niet aangesloten op
het netwerk.
Link/Speed LED is oranje: Fast Ethernet
De Link/Speed LED is oranje wanneer de printserver is aangesloten
op een 100BASE-TX Fast Ethernet netwerk.
OPTIONELE ACCESSOIRES 13 - 10
Link/Speed LED is groen: 10 BASE T Ethernet
De Link/Speed LED is groen wanneer de printserver is aangesloten
op een 10 BASE T Ethernet netwerk.
Active LED is geel:
De Active LED knippert wanneer de printserver gegevens ontvangt
of verzendt.
TEST-TOETS
Kort drukken: de netwerkconfiguratie wordt afgedrukt.
Lang drukken (meer dan 5 seconden): de netwerkconfiguratie wordt
teruggezet naar de standaard fabrieksinstellingen.
Wanneer er een geldige verbinding is met het netwerk, knippert
de LED oranje of groen.
Om de MFC in het netwerk in te stellen raadpleegt u de
netwerkhandleiding van de NC-9100h op de CD-ROM.
LED
LED
Ethernet
RJ-45
TEST-toets
13 - 11 OPTIONELE ACCESSOIRES
Papierlade #2
U kunt het accessoire Papierlade #2 (LT-500) gebruiken als een
derde papierbron. Papierlade #2 kan maximaal 250 vel 80 g/m
2
bevatten.
Papierlade #2 circa 250 vel van 80 g/m
2
Basisgewicht 60 tot 105 g/m
2
Vochtgehalte 4% tot 6% per gewicht
Wij adviseren: Xerox Premier 80 g/m
2
Xerox Business 80 g/m
2
Losse vellen: Mode DATACOPY 80 g/m
2
IGEPA X-Press 80 g/m
2
VERKLARENDE WOORDENLIJST V - 1
V
ADF (automatische documentinvoer)
Het document kan in
de ADF worden geplaatst, waarbij iedere pagina om beurten
automatisch wordt ingescand.
Antwoordapparaat
U kunt een extern antwoordapparaat
aansluiten op de aansluiting EXT. van de MFC of het
telefoonwandcontact (voor België).
Autom. verkleinen
Als deze functie is geactiveerd, wordt een
inkomend faxbericht verkleind afgedrukt.
Automatisch een fax verzenden
Een fax verzenden zonder de
hoorn van een externe telefoon op te nemen.
Automatisch opnieuw kiezen
Een functie waarmee de MFC
het laatste faxnummer opnieuw kan kiezen als de fax niet kon
worden verzonden omdat de lijn bezet was of omdat er niet werd
opgenomen.
Belvertraging
Het aantal keren dat de MFC in de stand FAX
overgaat voordat de MFC het telefoontje beantwoordt.
Belvolume
Instelling van het volume van het belsignaal van de
MFC.
CNG-tonen
De speciale tonen die een faxmachine tijdens
automatische transmissies uitzendt om de faxmachine aan de
andere kant van de lijn te laten weten dat het een faxtransmissie
betreft.
Code voor activeren
Toets deze code in (
51
) als u een
faxoproep aanneemt op een extern of een tweede toestel.
Code voor desactiveren (Fax/Tel modus)
Als de MFC een
telefoongesprek aanneemt, hoort u het dubbele belsignaal. U
kunt dan de hoorn van een tweede toestel opnemen en deze code
intoetsen (
#51
).
Coderingsmethode
Methode voor het coderen van informatie in
een document. Alle faxmachines dienen de minimum standaard
Modified Huffman (MH) te gebruiken. De MFC is uitgerust met
betere compressiemethodes, Modified Read (MR) en Modified
Modified Read (MMR) en JBIG, die werken als de ontvangende
machine over deze mogelijkheden beschikt.
COMM. FOUT (communicatiefout)
Een fout tijdens het
verzenden of ontvangen van een faxbericht, doorgaans
veroorzaakt door ruis of statische elektriciteit op de lijn.
Verklarende woordenlijst
V - 2 VERKLARENDE WOORDENLIJST
Compatibiliteitsgroep
De mogelijkheid van een faxmachine om
te communiceren met een andere faxmachine. Tussen de ITU-T
groepen is compatibiliteit verzekerd.
Contrast
Instelling om te compenseren voor donkere of lichte
documenten. Faxen of kopiëren van donkere documenten
worden lichter en omgekeerd.
Direct verzenden
Als het geheugen vol is, kunt u faxberichten
onmiddellijk verzenden.
ECM-modus (foutencorrectie)
Deze functie controleert tijdens
een faxtransmissie of er fouten optreden en verzendt de pagina’s
met fouten zonodig opnieuw.
Eentoets
Toetsen op de MFC waarin u telefoonnummers kunt
opslaan voor het snel kiezen. U kunt een tweede nummer op
iedere toets programmeren door de toets
Shift
samen met de
Eentoets ingedrukt te houden.
Extern toestel
Een antwoordapparaat of telefoon die is
aangesloten op de juiste aansluiting van de MFC.
F/T-beltijd
Het aantal keren dat de dubbele bel van de MFC
overgaat om u te waarschuwen dat u een normaal
telefoongesprek moet beantwoorden (als de machine in de stand
FAX/TEL de telefoon automatisch heeft beantwoord).
Fax Doorzenden
Met deze functie wordt een faxbericht
doorgestuurd naar een vooraf geprogrammeerd nummer.
Fax Opslaan
U kunt faxberichten die in het geheugen zijn
opgeslagen op een later tijdstip afdrukken, of deze vanaf een
andere faxmachine opvragen met de functie Fax Doorzenden of
Pager.
Fax Waarnemen
Als deze functie is geactiveerd, reageert de
MFC toch op CNG-tonen als u de telefoon aanneemt en het een
faxoproep blijkt te zijn.
Fax/Tel
In deze stand kunt u faxen en telefoontjes ontvangen.
Gebruik de stand Fax/Tel niet als u een extern antwoordapparaat
hebt aangesloten.
Faxtonen
De tonen die tijdens faxtransmissies door de
faxmachines worden uitgezonden.
Fijne resolutie
Dit is een resolutie van 203 × 196 dpi. Wordt
gebruikt voor faxberichten met kleine lettertjes en afbeeldingen.
Fotoresolutie
Een resolutie die verschillende grijstinten gebruikt,
zodat foto's optimaal worden gereproduceerd.
VERKLARENDE WOORDENLIJST V - 3
Grijstinten
De grijstinten die voor het kopiëren en faxen van foto's
worden gebruikt.
Groepsnummer
Een combinatie van snelkiesnummers die zijn
opgeslagen onder snelkieslocaties en die gebruikt worden voor
het groepsverzenden.
Groepsverzenden
Een en hetzelfde faxbericht naar meerdere
locaties zenden.
Handmatig faxberichten verzenden
Een fax verzenden door
de hoorn van het externe toestel op te nemen of op Speaker
Phone te drukken en zodra u de faxontvangsttonen van de
andere faxmachine hoort op Start te drukken.
Helplijst
Een afdruk van de complete menustructuur, die u kunt
gebruiken om de MFC te programmeren als u de
gebruikershandleiding niet bij de hand hebt.
Internationale modus
In deze stand worden de faxtonen tijdelijk
gewijzigd, zodat ruis en statische elektriciteit op de lijn onderdrukt
worden.
Journaal
In het journaal staat informatie over de laatste 200
faxberichten die zijn ontvangen en verzonden. TX betekent
verzonden. RX betekent ontvangen.
LCD-scherm (Liquid Crystal Display)
Dit is het schermpje op
uw MFC waarop tijdens het programmeren meldingen
verschijnen. Wanneer de machine inactief is, worden op dit
schermpje de datum en de tijd aangegeven.
MFL-Pro Suite
Met deze software kun u de MFC als een printer
en een scanner gebruiken, en de MFC gebruiken om te faxen via
de pc.
OCR (Optical Character Recognition)
De meegeleverde
software ScanSoft
®
OmniPage
®
zet een beeld van tekst om in
tekst met een bewerkbaar formaat.
Ontvangst zonder papier (Geh.ontvangst)
Als deze functie
is geactiveerd en het papier in uw MFC op is, worden ontvangen
faxberichten in het geheugen opgeslagen.
Opvragen vanaf een ander toestel
Via een toetstelefoon
toegang krijgen tot de MFC.
Pauze
Hiermee kunt u een pauze van 3,5 seconde in een
snelkiesnummer invoeren. Druk zo vaak op
Redial/Pause
als
het aantal pauzes dat u wilt inlassen.
Periode voor het journaal
De vooraf geprogrammeerde
regelmaat waarmee het journaal automatisch wordt afgedrukt. U
kunt het journaal zonder deze instelling op te heffen desgewenst
ook op elk ander tijdstip afdrukken.
V - 4 VERKLARENDE WOORDENLIJST
Pollen
Een proces waarbij een faxmachine een andere
faxmachine opbelt en daar documenten opvraagt.
Programmeermodus
De stand waarin u de instellingen van de
MFC kunt wijzigen.
Pulse
Een kiesmethode voor een telefoonlijn (traditionele
kiesschijf).
Resolutie
Het aantal horizontale en verticale lijnen per inch. Zie
ook: Standaard, Superfijn en Foto.
Resterende taken
U kunt controleren welke opdrachten nog in
het geheugen staan en deze opdrachten desgewenst afzonderlijk
annuleren.
Scannen
Dit betekent dat een elektronisch beeld van een
papieren document in uw computer wordt ingelezen.
Snelkieslijst
Een lijst van namen en nummers die zijn
opgeslagen in het geheugen voor snelkiesnummers. De
nummers staan in numerieke volgorde in de lijst.
Snelkiezen
Een voorgeprogrammeerd nummer dat u snel kunt
kiezen. U moet op
Search/Speed
Dial
en op # drukken en de
driecijferige code indrukken om het kiezen te starten.
Standaardresolutie
203 x 97 dpi. Wordt gebruikt voor tekst van
normaal formaat en biedt de snelste transmissie.
Stations-ID
De opgeslagen informatie die bovenaan gefaxte
pagina’s verschijnt. Deze inforegel bevat de naam van de
verzender en het faxnummer.
Superfijne resolutie
203 x 391 dpi. Ideaal voor zeer kleine druk
en lijntekeningen.
Systeeminstellingenlijst
Een afgedrukt rapport met de huidige
instellingen van de MFC.
Tijdelijke instellingen
Voor elke faxtransmissie en kopie
kunnen bepaalde instellingen worden gemaakt die alleen voor die
transmissie gelden en die geen invloed hebben op de
standaardinstellingen.
Toegangscode
Uw eigen viercijferige code waarmee u de MFC
kunt bellen en vanaf een ander toestel toegang tot de machine
kunt krijgen.
Tonercartridge
Een accessoire met tonerpoeder, nodig voor
Brother laserprinters.
Toner-bespaarstand
Een proces waarbij minder toner wordt
verbruikt zodat het tonerpatroon langer meegaat. Hierdoor
worden ontvangen documenten veel lichter afgedrukt.
VERKLARENDE WOORDENLIJST V - 5
Toon
Een kiesmethode die gebruikt wordt bij toetstelefoons.
Transmissie
Het vanaf de MFC over de telefoonlijn verzenden
van documenten naar een andere faxmachine.
Drumeenheid
Een afdrukapparaat voor de MFC.
True Type lettertypen
De lettertypen die worden gebruikt in de
Windows
®
besturingssystemen. Indien u de Brother True Type
lettertypen installeert, zijn meer soorten lettertypen beschikbaar
voor Windows
®
toepassingen.
Tweede telefoontoestel
Een telefoontoestel op dezelfde lijn en
met hetzelfde telefoonnummer als deze machine, maar dat op
een afzonderlijk contact is aangesloten.
Tweevoudige werking
De MFC kan uitgaande faxen of taken in
het geheugen scannen terwijl ze een fax verzendt, een fax
ontvangt of een binnenkomende fax afdrukt.
Uitgestelde fax
Een faxbericht dat op een later tijdstip wordt
verzonden (max. 24 uur later).
Verzamelen
Een functie die kosten bespaart, en waarbij alle
uitgestelde faxen naar hetzelfde faxnummer in één transmissie
worden verzonden.
Verzendingsrapport
Dit is een lijst met een overzicht van alle
uitgaande faxverkeer. In deze lijst staan gegevens zoals het
nummer van de beller en de datum en tijd.
Volume van waarschuwingstoon
Instelling van het volume
van het geluidssignaal dat u hoort telkens wanneer u een toets
indrukt of een vergissing maakt.
Voorblad
Een pagina die naar de bestemmeling wordt verzonden
en de gegevens van verzender en ontvanger bevat, zoals het
faxnummer, het aantal pagina’s en een commentaar. U kunt een
elektronisch voorblad maken met voorgeprogrammeerde
informatie uit het geheugen of u kunt een voorbeeld voorblad
afdrukken dat u met uw document kunt faxen.
Voorbladbericht
Het commentaar op het voorblad. Dit is een
programmeerbare functie.
Waarschuwingstoon
Het geluidssignaal dat u hoort telkens
wanneer u een toets indrukt of een vergissing maakt, en wanneer
een fax is ontvangen of verzonden.
Zoeken
Een elektronische lijst van ééntoetsnummers,
snelkiesnummers en groepsnummers. De nummers staan in
alfabetische volgorde in de lijst.
S - 1 SPECIFICATIES
S
Omschrijving van het product
De MFC-8440 en MFC-8840D zijn 5 in 1 Multi-Function Centers:
Printer, Copier, Kleurenscanner, Fax en PC-FAX (via uw PC). De
MFC-8840D biedt ook duplexprinten.
Algemeen
Specificaties
Geheugencapaciteit 32 MB
Optioneel geheugen 1 DIMM slot; Geheugen uitbreidbaar tot 160 MB
Automatische
documentinvoer (ADF)
Max. 50 pagina’s
Temperatuur: 20
°C
- 30
°C
Vochtigheid: 50% - 70%
Papier: 75 g/m
2
A4 formaat
Papierlade 250 vel van 80 g/m
2
Multifunctionele lade 50 vel (80 g/m
2
) (alleen MFC-8840D)
Lade voor handmatige
invoer
Enkel vel (80 g/m
2
) (alleen MFC-8440)
Printertype Laser
Afdrukmethode Elektrofotografie door halfgeleiderlaser
LCD (Liquid Crystal
Display)
22 tekens
×
5 regels
Opwarmtijd Max. 18 seconden bij 23
°C
Stroombron 220-240 volt wisselstroom 50/60 Hz
Stroomverbruik Normaal gebruik (kopiëren): 450W of minder (25
°C
)
Piekwaarde:
Slaapstand:
Stand-by:
1090W of minder
14W of minder
16W of minder (Wanneer LAN-kaart
(NC-9100h) is geïnstalleerd.)
85W of minder (25
°C
)
Afmetingen 532
×
444
×
469 (mm)
Gewicht Zonder drum/toner-unit:
MFC-8440: 16.6 kg
MFC-8840D: 18.1 kg
Geluidsemissie In bedrijf:
Stand-by:
53 dB A of minder
30 dB A of minder
SPECIFICATIES S - 2
Afdrukmedia
Kopiëren
Algemeen (vervolg)
Temperatuur: In bedrijf:
Opslag:
10 - 32.5
°C
0 - 40
°C
Vochtigheid In bedrijf:
Opslag:
20 tot 80% (niet condenserend)
10 tot 90% (niet condenserend)
Papierinvoer Papierlade
Papiersoort:
Normaal papier, kringlooppapier en
transparanten, omslagen (handmatige
invoer/MP-lade)
Papierformaat:
A4, Letter, Legal, B5 (ISO), B5 (JIS),
Executive, A5, A6, B6 (ISO)
Gewicht: 60 - 105 g/m
2
(papierlade)
Voor meer informatie, Raadpleeg
Papierspecificaties voor iedere papierlade op
pagina 2-4.
Maximale capaciteit papierlade: circa 250 vel
van 80 g/m
2
normaal papier.
Maximale capaciteit MP-lade: circa 50 vel van
80 g/m
2
normaal papier.
(alleen MFC-8840D)
Papierlade handmatige invoer / MP-lade
Papierformaat:
Breedte: 69.8 - 220.0 mm
Hoogte: 116.0 - 406.4 mm
Gewicht: 60 - 161 g/m
2
Papieruitvoer Maximaal 150 vel normaal papier Afdrukken met
bedrukte zijde naar beneden op de uitvoerlade
Kleur/Monochroom Monochroom
Meerdere kopieën Sets van maximaal 99 pagina’s
Vergroten/Verkleinen 25% tot 400% (in stappen van 1%)
Resolutie max. 1200 x 600 dpi
S - 3 SPECIFICATIES
Fax
Compatibiliteit ITU-T Groep 3
Coderingsysteem: MH/MR/MMR/JBIG
Modemsnelheid 33600-2400 bps
Automatische fallback
Documentgrootte Breedte ADF: 148 mm tot 216 mm
Hoogte ADF: 148 mm tot 356 mm
Breedte scanner: Max. 212 mm
Hoogte scanner: Max. 356 mm
Scanbreedte 208 mm
Afdrukbreedte 208 mm
Grijstinten 64 grijstinten
Pollingtypen Stand., Beveilig, Tijdklok, Opeenvolgend
Contrastregeling Automatisch/licht/donker
(handmatig instellen)
Resolutie Horizontaal 8 dots/mm
• Verticaal
Standaard 3.85 lijnen/mm
• Fijn, Foto 7.7 lijnen/mm
Superfijn 15.4 lijnen/mm
Eentoets 40 (20
×
2)
Snelkiezen 300 locaties
Automatisch opnieuw
kiezen
3 keer met 5 minuten tussenpauze
Autom. beantwoorden 2, 3, 4, 5 of 6 beltonen (Nederland)
na 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9 of 10 keer overgaan (België)
Bron van communicatie Openbaar telefoonnetwerk
Verzenden vanuit het
geheugen
Max. 600*
1
/500*
2
pagina’s
Ontvangst zonder papier
(Geh.ontvangst)
Max. 600*
1
/500*
2
pagina’s
*1
“Pagina’s” verwijst naar de “Brother Standard Chart No. 1” (een typische zakelijke brief,
standaardresolutie, JBIG). Specificaties en gedrukt materiaal kunnen zonder vooraankondiging worden
gewijzigd.
*2
"Pagina’s" verwijst naar de "ITU-T Test Chart #1" (een doorsnee zakelijke brief, standaardresolutie,
JBIG-code). Specificaties en gedrukt materiaal kunnen zonder vooraankondiging worden gewijzigd.
SPECIFICATIES S - 4
Scanner
Kleur/Monochroom Kleur/Monochroom
TWAIN-compatibel
(Voor Windows
®
98/98SE/Me/2000 Professional en
Windows NT
®
Workstation versie 4.0)
Mac OS
®
8.6 - 9.2/
Mac OS
®
X 10.1/10.2.1 of recenter
WIA-compatibel Ja (Windows
®
XP)
Resolutie Max. 9600
×
9600 dpi (geïnterpoleerd)
Max. 600
×
2,400 dpi (optisch)
* Maximum 1200 x 1200 dpi scanning onder Windows
®
XP
(resolutie max. 9600 x 9600 dpi kan worden geselecteerd via
Brother scanner utility)
Documentgrootte ADF breedte: 148 mm tot 216 mm
ADF hoogte: 148 mm tot 356 mm
Breedte glasplaat scanner: Max. 216 mm
Hoogte glasplaat scanner: Max. 356 mm
Scanbreedte 212 mm
Grijstinten 256 grijstinten
Direct scannen naar een netwerkcomputer is mogelijk onder
Windows
®
98/98SE/Me/2000 Professional en XP.
Scannen in Mac OS
®
X wordt ondersteund vanaf Mac OS
®
X 10.2.1 of recenter.
S - 5 SPECIFICATIES
Printer
Interfaces
Emulatie PCL6 (Brother Printing System for Windows
®
emulatie van HP LaserJet) en BR-Script
(PostScript
®
) Level 3
Printerdriver Windows
®
98/98SE/Me/2000 Professional/XP en
Windows NT
®
Workstation Version 4.0 driver met
ondersteuning van Brother Native Compression
mode en bi-directional capability
Apple
®
Macintosh
®
QuickDraw
®
Driver en
PostScript (PPD) voor Mac OS
®
8.6 - 9.2/
Mac OS
®
X 10.1/10.2.1 of hoger
Resolutie HQ1200 (Max. 2400
×
600 dots/inch)
Afdrukkwaliteit Normale printmodus
Economy printmodus (bespaart toner)
Afdruksnelheid Max. 20 pagina's per minuut (A4-papier)
(bij papiertoevoer via papierlade)
Duplexprinten Max. 9 pagina’s/minuut: (alleen MFC-8840D)
(9 zijden per minuut, 4.5 vellen per minuut)
Eerste afdruk Na 12 seconden (A4-papier in papierlade)
Interface Aanbevolen snoer
Parallel Een bi-directioneel afgeschermd parallel snoer dat
voldoet aan IEEE 1284 en niet langer is dan 2 m.
USB Een Hi-Speed USB 2.0 snoer dat niet langer is dan
2m.
Gebruik in ieder geval een Hi-Speed USB 2.0
gecertificeerde kabel wanneer uw computer een Hi-Speed
USB 2.0 interface gebruikt.
Ook wanneer uw computer een USB 1.1 interface heeft,
kunt u de MFC aansluiten.
SPECIFICATIES S - 6
Vereisten voor de computer
Minimale systeemvereisten
Computerplatform en versie van
besturingssysteem
Minimum
snelheid
van
processor
Minimum
hoeveelheid
RAM
Aanbevolen
hoeveelheid
RAM
Beschikbare ruimte op
de harde schijf
voor
Drivers
voor
Programma’s*
2
Windows
®
-
besturingssysteem *
1
98, 98SE
Pentium II of
gelijkwaardig
32 MB 64 MB 90 MB 130 MB
Me
NT
®
Workstation
4.0
64 MB 128 MB
2000
Professional
XP 128 MB 256 MB 150 MB 220 MB
Besturingssysteem
voor Apple
®
Macintosh
®
Mac OS
®
8.6 - 9.2
(Alleen
Afdrukken,
Scannen en
PC-Fax
Verzenden)
Alle basismodellen
voldoen aan de minimale
vereisten
64 MB 80 MB 200 MB
Mac OS
®
X
10.1/10.2.1 of
hoger
(Alleen
Afdrukken,
Scannen*
3
en
PC-Fax
Verzenden)
128 MB 160 MB
OPMERKING: alle wettig gedeponeerde handelsmerken waarnaar hier wordt verwezen, zijn het
eigendom van de respectieve bedrijven.
Ga voor de meest recente stuurprogramma’s naar het Brother Solutions Center op
http://solutions.brother.com.
*
1
Microsoft
®
Internet Explorer 5 of recenter.
*
2
Toepassingssoftware is anders voor Windows
®
dan voor Macintosh
®
*
3
Scanning wordt ondersteund vanaf 10.2.1 of recenter.
S - 7 SPECIFICATIES
Verbruiksartikelen
Levensduur
tonercassette
TN-3030: standaard tonercassettemax. 3500*
pagina’s
TN-3060: speciale (hoge capaciteit) tonercassette
– max. 6700* pagina’s
*(bij afdruk op formaat letter of A4 met 5% dekkingsgraad.)
De levensduur van toner varieert volgens de aard
van de gemiddelde printtaak.
Levensduur drum Max. 20.000 pagina’s/drum unit (DR-3000)
Er zijn talrijke factoren die de levensduur van de
drum kunnen beïnvloeden (temperatuur,
vochtigheid, soort papier, toner en aantal pagina’s
per printtaak).
SPECIFICATIES S - 8
Netwerkkaart (LAN) (NC-9100h)
MFC-8440 (optioneel)
MFC-8840D (optioneel)
Wanneer u de optionele netwerkkaart (LAN)
(NC-9100h) installeert, kunt u de MFC in het
netwerk inbinden voor Internet FAX, Network
Scanner, Network Printer en Network Management
software.
SMTP/POP3 E-mail Services zijn vereist voor
Internet Fax.
Ondersteuning van:
Windows
®
98/Me/NT
®
4.0/2000/XP
Novell NetWare 3.X, 4.X, 5.X
Mac OS
®
8.6 - 9.2, X 10.1/10.2.1 of nieuwer
Ethernet 10/100 BASE-TX Auto Negotiation
TCP/IP, IPX/SPX, AppleTalk, DLC/LLC
RARP, BOOTP, DHCP, APIPA, NetBIOS, WINS
LPR/LPD, Port9100, SMTP/POP3
SMB(NetBIOS/ IP), IPP, SSDP,
mDNS, FTP
MIBII en Brother private MIB
TELNET, SNMP, HTTP, TFTP
Bijgeleverde utilities:
BRAdmin Professional en Web Based
Management
Network Scanning is niet beschikbaar voor Mac.
BRAdmin Professional is niet ondersteund in
Mac OS
®
.
S - 9 SPECIFICATIES
Optional External Wireless Print/Scan
Server (NC-2200w)
NC-2200w External
Wireless Print/Scan
Server (Optional)
Door de optionele Externe Draadloze Print/Scan
Server (NC-2200w) met uw MFC te verbinden kunt
u printen en scannen in een draadloos netwerk.
Network types IEEE802.11b draadloos LAN
Support for Windows
®
98/98SE/Me/2000/XP en WIndows NT
®
Mac OS
®
X 10.2.4 of hoger
Protocols TCP/IP
ARP, RARP, BOOTP, DHCP, APIPA (Auto IP),
WINS/NetBIOS, DNS, LPR/LPD, Port9100,
SMB Print, IPP, RawPort, mDNS,
TELNET, SNMP, HTTP
Direct scannen vanaf een netwerkcomputer is
niet ondersteund in Windows NT
®
en Mac OS
®
.
U kunt de scansleutel slechts aan één computer
in het netwerk toewijzen.
INDEX I - 1
Index
A
Aansluiten
extern ANTW.APP. ........1-15
extern toestel ..................1-14
Aansluiting op meerdere lijnen
(PBX) ..............................1-18
ADF (automatische
documentinvoer) ...............6-1
ADF-deksel .......................12-5
Afdruk
gebied ............................10-1
Afdrukmedia ........................2-1
Annuleren
fax doorzenden ................8-5
faxtaken in geheugen .....6-12
taken die wachten ..........6-13
Automatisch
faxen ontvangen ...............5-1
faxnummer opnieuw kiezen
........................................6-9
verzenden ........................6-6
B
Bedieningspaneel, overzicht
...........................................1-6
belvertraging, instellen ........5-2
C
CNG-tonen ........................1-12
creditcardnummers .............7-9
D
datum en tijd .......................4-1
De machine transporteren
.......................................12-21
Directkiesnummers .............7-1
Drumeenheid
resterende levensduur
controleren ..................12-35
drumeenheid ...................12-26
Duplex/N in 1 toets ..........10-12
Duplex/1 in 1 .................10-17
Duplex/2 in 1 .................10-19
Duplex/4 in 1 .................10-19
E
ECM-modus (foutencorrectie)
.........................................1-13
Ecologie
Scannerlamp ..................4-11
Slaapstand ......................4-11
Enveloppen .........................2-3
extern toestel .....................1-14
F
Fax Doorzenden
wijzigen, vanaf een ander
toestel ..................... 8-5, 8-6
Fax Opslaan ........................8-2
afdrukken vanuit geheugen
.........................................5-7
inschakelen .......................8-2
Fax Waarnemen ..................5-4
Fax, stand-alone
ontvangen .........................5-1
belvertraging, instellen ....5-2
doorzenden ....................8-5
duplexprinten ...............5-13
opvragen vanaf een ander
toestel ..........................8-6
problemen ..................12-12
verkleinen om op papier te
passen .........................5-5
I - 2 INDEX
verzenden
aan het einde van een
gesprek ....................... 6-6
annuleren uit het geheugen
................................... 6-13
automatisch verzenden
..................................... 6-6
contrast ......................... 6-8
Direct verzenden ......... 6-11
formaat legal via de
glasplaat ...................... 6-5
handmatig verzenden ... 6-5
internationaal .............. 6-19
resolutie ........................ 6-9
uitgesteld .................... 6-20
vanuit de ADF ............... 6-1
vanuit geheugen
(tweevoudige werking)
................................... 6-10
via de glasplaat ............. 6-3
Fax/Tel modus .................... 5-1
belvertraging instellen ...... 5-2
Code voor activeren ........ 5-8
Code voor desactiveren ... 5-8
dubbel belsignaal
(telefoongesprekken) ..... 5-3
F/T-beltijd instellen .......... 5-3
faxen ontvangen .............. 5-8
op een tweede toestel
aannemen ...................... 5-8
faxcodes
Code voor activeren ........ 5-8
Code voor deactiveren .... 5-8
Toegangscode ................. 8-3
foutmeldingen op het
LCD-scherm ................... 12-1
Comm. fout .................... 12-2
Geheugen vol ................ 12-3
tijdens het scannen van een
document .................. 10-5
Niet opgeslagen ............. 12-3
Papier nazien ................. 12-1
G
Geheugenbeveiliging ........ 6-23
Grijstinten .................... S-3, S-4
groepen voor groepsverzenden
........................................... 7-5
Groepsverzenden ............. 6-17
groepen instellen voor ......7-5
H
Handmatig
ontvangen ........................5-1
verzenden ........................ 6-5
HELP .................................. 3-1
Helplijst ...............................9-3
I
instellen
datum en tijd .................... 4-1
stations-ID (kopregel van fax)
........................................ 4-2
K
Kiezen
een pauze ......................7-10
faxnummer automatisch
opnieuw kiezen .............. 6-9
groepen ..........................6-17
snelkiesnummers ............. 7-8
toegangscodes en
creditcardnummers ........ 7-9
Zoeken ............................. 7-7
Kopieer
lade gebruiken ...............4-13
papier ............................... 2-1
Kopiëren
contrast ........................10-20
Duplex/N in 1 ............... 10-12
INDEX I - 3
een kopie ...............10-3, 10-4
glasplaat .........................10-4
kopieermodus instellen ... 10-1
Kwaliteit (type document)
......................................10-9
Lade selecteren ............10-11
meerdere exemplaren .....10-4
Sorteren (alleen ADF) .....10-9
standaardinstellingen,
wijzigen .......................10-20
tijdelijke instellingen
.............................10-2, 10-6
toetsen ...........................10-6
Vergroten/Verkleinen ..... 10-7
via de ADF .....................10-3
L
Lade gebruiken, instelling
fax ..................................4-14
kopiëren .........................4-13
LAN configuratie ...............3-14
LAN-configuratie ...............3-13
LCD (Liquid Crystal Display)
....................................1-6, 9-3
LCD Contrast .................4-14
M
Multifunctionele papierlade
(MP lade) ..........................2-1
O
onderhoud, routine ..........12-24
ontvangststand
Alleen Fax ........................5-1
extern ANTW.APP. ..........5-1
Fax/Tel .............................5-1
Handmatig ........................5-1
opslag in geheugen .............3-1
opvragen vanaf een ander
toestel ...............................8-4
faxen opvragen .................8-6
opdrachten ........................8-5
toegangscode ........... 8-3, 8-4
P
PABX ...................................4-5
Paginateller .....................12-35
Papier ................................. S-2
capaciteit ..........................2-3
documentformaat ..............6-1
Formaat ............................4-8
vastlopen ........................12-5
Print
fax uit geheugen ...............5-7
Printen
de afdrukkwaliteit verbeteren
.....................................12-17
problemen .....................12-12
resolutie ........................... S-5
specificaties ..................... S-5
vastgelopen papier .........12-6
Problemen oplossen ..........12-1
als u problemen hebt
faxen afdrukken of
ontvangen ................12-12
inkomende telefoontjes
..................................12-13
problemen met de printer
..................................12-14
problemen met de
telefoonlijn ................12-12
problemen met papier
..................................12-15
foutmeldingen op het
LCD-scherm .................12-1
R
rapporten .............................9-1
verzendrapport .................9-1
Redial/Pause ............... 1-7, 6-9
I - 4 INDEX
Reinigen (routineonderhoud)
printer .......................... 12-25
scanner ........................ 12-24
Resolutie
afdrukken ......................... S-5
fax (standaard, fijn, superfijn,
foto) ................................S-3
instellen voor de volgende fax
........................................ 6-9
Scannen ..........................S-4
S
Scannerlamp .................... 4-11
Scannervergrendeling .... 12-21
Snelkiezen .......................... 1-6
kiezen .............................. 7-8
opslaan ............................ 7-1
Speciale telefoonfuncties .. 1-18
Stekkers
EXT. stekker
extern toestel .............. 1-14
TAD (antwoordapparaat)
................................... 1-15
Stroomstoring ..................... 3-1
T
Tabel met overzicht van functies
........................................... 3-1
Tekst invoeren .................... 4-3
tekst, invoeren .................... 4-3
speciale tekens ................ 4-4
TELEFOON/BEANTW.
(antwoordapparaat), extern
......................................... 1-15
aansluiten ...................... 1-14
Telefoon/Beantw.
(antwoordapparaat), extern
........................................... 5-1
Telefoon/Beantw. extern
ontvangststand ................ 5-1
Telefoonlijn
aansluitingen ..................1-17
meerdere lijnen (PBX) ....1-18
problemen ....................12-12
tijdelijke kopieerinstellingen
......................................... 10-6
toegangscodes, opslaan en
kiezen ............................... 7-9
toets Quality (kopiëren) .....10-6
Toner cartridge
vervangen .................... 12-27
Tonercartridge
vervangen .................... 12-27
Toonsignalen of pulslijn ..... 7-10
Trommeleenheid
vervangen .................... 12-32
tweede toestel, gebruiken .... 5-8
Tweevoudige werking .......6-10
U
Uitgestelde fax ..................6-20
V
Vastlopen
document ....................... 12-5
papier .............................12-6
Veiligheidsmaatregelen
.....................................iv, 11-3
Verkleinen
Binnenkomende faxen ..... 5-5
kopieën ..........................10-7
verzamelen (van uitgestelde
batchtransmissies) .......... 6-21
volume, instellen ................. 4-9
bel .................................... 4-9
luidspreker .....................4-10
waarschuwingstoon ......... 4-9
voorblad
afgedrukt ........................6-17
INDEX I - 5
alleen voor de volgende fax
......................................6-15
eigen opmerkingen .........6-15
samenstellen ..................6-14
voor elke fax ...................6-16
Z
zoeken, naar opgeslagen
nummers ...........................7-7
OPVRAGEN VANAF EEN ANDER TOESTEL - OVERZICHT O - 1
Opvragen vanaf een ander toestel - Overzicht
Als u voicemail of faxen wilt ontvangen wanneer u niet bij de MFC bent,
kunt u de onderstaande kaart gebruiken als geheugensteuntje om uw
berichten vanaf een ander toestel op te vragen. Knip de kaart uit, vouw
deze dobbel, zoals aangegeven en bewaar deze in uw portemonnee of
organizer. Daar het compact gehouden is helpt het u om het maximale
voordeel te ontlenen aan de functies Fax Forwarding en Remote
Retrieval van uw MFC.
Fax/Telefoon
Telefoon/Beautw.
Alleen Fax
op
O - 2
Félicitations !
Vous venez d’acquérir un produit agréé au label TCO'99 ! Votre choix vous confère un produit mis au point pour un usage
professionnel. Votre achat contribue également à la réduction des effets écologiques néfastes et au développement de
produits électroniques adaptés à l’environnement.
Pourquoi avons-nous un éco-label pour les produits MFC (Multi Function Centre) ?
Dans nombre de pays, l’étiquetage écologique est devenu une méthode reconnue en vue de promouvoir le respect de
l’environnement par les biens et services. En ce qui concerne le matériel électronique, le principal problème réside dans le
fait que ces produits peuvent renfermer des substances nuisibles à l’environnement et que leur fabrication peut aussi faire
appel à des substances toxiques. Le label TCO´99 couvre des normes écologiques ayant trait aux processus de fabrication et
aux substances toxiques contenues dans le produit.
Il existe également d’autres caractéristiques d’un MFC, telles que sa consommation d’énergie, qui sont importantes tant pour
le milieu de travail que pour l’environnement naturel (extérieur). Puisque toutes les méthodes de production d’électricité ont
un effet adverse sur l’environnement (par ex. émissions acides qui influencent le climat, déchets radioactifs), il est vital
d’économiser l’énergie. Le matériel électronique de bureau tourne bien souvent en mode continu et consomme par
conséquent beaucoup d’énergie.
Que suppose l’étiquetage ?
Ce produit est conforme aux spécifications du programme TCO'99 qui réglemente l’étiquetage écologique international des
MFC. Cet éco-label a été mis au point d’un commun accord par la TCO (Fédération suédoise des employés et
fonctionnaires), la Svenska Naturskyddsforeningen (l’Association suédoise pour la conservation de la nature) et la Statens
Energimyndighet (l’Administration nationale suédoise de l’énergie).
Les conditions d’agrément couvrent un grand nombre de domaines : le respect de l’environnement, l’ergonomie, la
convivialité, l’émission de champs électriques et magnétiques, la consommation d’énergie, la sécurité électrique et la sécurité
anti-incendie.
Les prescriptions écologiques imposent des restrictions en termes de présence et d’usage de métaux lourds, de matériaux
ignifuges bromés ou chlorés, d’hydrocarbures (fréons) et de solvants chlorés notamment. Le produit doit pouvoir être recyclé
et le fabricant est tenu d’avoir une politique de l’environnement qu’il lui faut respecter dans tous les pays où la société est en
exploitation.
Les normes énergétiques exigent que le MFC (Multi Function Centre), au bout d’une certaine période d’inactivité, abaisse sa
consommation d’électricité en une ou plusieurs étapes. La durée nécessaire à la réactivation de l’appareil doit être
raisonnable pour l’utilisateur.
Les produits au label TCO’99 doivent respecter des conditions écologiques rigoureuses, par exemple, promouvoir une
réduction des champs électriques et magnétiques, être d’une haute ergonomie physique et visuelle et offrir un bon niveau de
convivialité.
Ci-après figure un récapitulatif des conditions écologiques satisfaites par ce produit. Le lecteur pourra se procurer les
spécifications intégrales du programme auprès de :
TCO Development
SE-114 94 Stockholm, Suède
Fax : +46 8 782 92 07
Email (Internet) : development@tco.se
Des informations de dernière minute concernant les produits agréés au label TCO'99 peuvent aussi être
obtenues sur Internet, en tapant http://www.tcodevelopment.com/
Conditions écologiques requises
Produits ignifuges
Les ignifuges sont présents dans les cartes de circuits imprimés, les câbles, les fils, les boîtiers et les logements. Ils visent à
empêcher ou tout au moins retarder la propagation d’un incendie. Jusqu’à 30 % du plastique contenu dans le boîtier d’un
MFC peut être constitué de matériaux ignifuges. La plupart des ignifuges contiennent du brome ou du chlore et ces ignifuges
sont liés d’un point de vue chimique à un autre groupe de substances toxiques pour l’environnement, les
polychlorobiphényles ou PCB. Les ignifuges qui contiennent du brome ou du chlore de même que les PCB sont soupçonnés
d’engendrer de graves problèmes de santé, y compris l’endommagement du système reproducteur des oiseaux et des
mammifères piscivores, sous l’effet d’un processus de bioaccumulation
*
. On a trouvé des traces d’ignifuges dans le sang des
humains et les chercheurs en arrivent à craindre une perturbation du développement des foetus.
Les conditions pertinentes de la norme TCO'99 stipulent que tout composant plastique pesant plus de 25 grammes ne doit
contenir aucun ignifuge au brome ou au chlore organiquement lié. Les ignifuges restent admis dans les circuits imprimés et
les cadres de fixateur puisqu’il n’existe à ce jour aucun produit pouvant les remplacer.
Cadmium
**
Les piles rechargeables contiennent du cadmium. Le cadmium endommage le système nerveux et il est toxique à fortes
doses. Les conditions pertinentes de la norme TCO'99 stipulent que les piles de même que les composants électriques ou
électroniques ne doivent pas contenir de cadmium.
Mercure
**
On peut trouver du mercure dans les piles, les relais et les commutateurs. Le mercure endommage le système nerveux et il est
toxique à fortes doses. Les conditions pertinentes de la norme TCO'99 stipulent que les piles ne doivent pas contenir de
mercure. Elles précisent également qu’il ne doit pas y avoir de mercure dans les composants électriques ou électroniques
associés au produit agréé. Il existe toutefois une exception. Le mercure reste, à l’heure actuelle, toujours admis dans le
système de rétro-éclairage des afficheurs à écran plat car, à ce jour, il n’existe pas dans le commerce de substance susceptible
de le remplacer. La TCO se fera fort de supprimer cette exception dès qu’un substitut exempt de mercure aura été identifié.
CFC et HCFC (Substances qui raréfient la couche d’ozone)
La section pertinente de la norme TCO'99 stipule que ni des CFC ni des HCFC ne doivent entrer dans la fabrication ou
l’assemblage du produit. Des CFC sont parfois utilisés pour nettoyer les circuits imprimés. Les CFC décomposent l’ozone et
donc désagrègent la couche d’ozone de la stratosphère, ce qui réduit sa capacité de filtrage des rayons ultraviolets sur terre
et, par conséquent, augmente les risques de cancer de l’épiderme (mélanome malin).
Plomb
**
On peut trouver du plomb dans les afficheurs, les soudures et les condensateurs. Le plomb endommage le système nerveux
et, à doses plus élevées, il peut entraîner des cas de saturnisme. La norme TCO´99 permet l’inclusion de plomb puisqu’à ce
jour aucun substitut n’a été mis au point.
*
On dit d’une substance qui s’accumule dans un organisme qu’elle est bioaccumulative.
**
Le plomb, le cadmium et le mercure sont des métaux lourds bioaccumulatifs.
Proficiat!
U hebt een door TCO'99 goedgekeurd en gelabeld product gekocht! Met deze aankoop hebt u een product gekozen dat is
ontwikkeld voor professioneel gebruik. Uw aankoop helpt de belasting op het milieu te verlichten en levert een bijdrage aan
de verdere ontwikkeling van milieuvriendelijke elektronische producten.
Waarom hebben we milieu-gelabelde MFC’s (multifunctionele centra)?
In veel landen wordt milieu-labelling tegenwoordig gebruikt om te bevorderen dat goederen en diensten aan het milieu
worden aangepast. Het belangrijkste probleem bij elektronische apparatuur is dat er soms milieuschadelijke stoffen worden
gebruikt, zowel tijdens de productie als in de producten zelf. TCO´99 stelt ecologische eisen aan de productieprocessen en
schadelijke stoffen in het product.
Er zijn ook andere eigenschappen van een MFC, bijvoorbeeld het energieverbruik, die zowel voor de werkomgeving als voor
het milieu belangrijk zijn. Aangezien alle methoden van elektriciteitsopwekking een negatieve invloed hebben op het milieu
(bijvoorbeeld zure emissies en emissies die invloed hebben op het klimaat, radioactief afval), is het van essentieel belang dat
energie wordt bespaard. Elektronische apparatuur in kantoren staat vaak onafgebroken aan en verbruikt derhalve veel
energie.
Wat betekent deze labelling?
Dit product voldoet aan de vereisten van TCO'99, een programma voor internationale labelling en milieu-labelling van
MFC’s. Het labelling-programma werd ontwikkeld door de TCO (de Zweedse confederatie van professionele werknemers),
Svenska Naturskyddsforeningen (de Zweedse vereniging voor natuurbescherming) en Statens Energimyndighet (de Zweedse
nationale energie-instantie).
De vereisten voor goedkeuring beslaan uiteenlopende kwesties: milieu, ergonomie, bruikbaarheid, emissie van elektrische en
magnetische velden, energieverbruik en elektrische en brandveiligheid.
Ten behoeve van het milieu is het nodig om beperkingen op te leggen voor wat betreft de aanwezigheid en het gebruik van
onder meer zware metalen, gebromeerde en chloorhoudende vlamvertragers, CFC’s (freons) en chloorhoudende
oplosmiddelen. Het product moet worden voorbereid op recycling en de producent dient een milieubeleid te hebben dat moet
worden nageleefd in elk land waar het bedrijf haar operationele beleid implementeert.
De vereisten ten aanzien van energie bepalen onder meer dat het stroomverbruik van de MFC (multifunctioneel centrum) na
een bepaalde tijd van inactiviteit in een of meer stappen moet worden verlaagd. Hoe lang het duurt om het apparaat opnieuw
te activeren, dient redelijk te zijn voor de gebruiker.
Gelabelde producten moeten voldoen aan strikte vereisten ten aanzien van het milieu en de omgeving. Het betreft hier onder
meer lagere elektrische en magnetische velden, fysieke en visuele ergonomie en goede bruikbaarheid.
Hieronder volgt een beknopt overzicht van de milieuvereisten waaraan dit product voldoet. U kunt het volledige document
met milieucriteria bestellen bij:
TCO Development
SE-114 94 Stockholm, Zweden
Fax: +46 8 782 92 07
E-mail (Internet): development@tco.se
Actuele informatie over door TCO'99 goedgekeurde en gelabelde producten is tevens te vinden op het internet. Ga naar
http://www.tcodevelopment.com/
Vereisten ten aanzien van het milieu
Vlamvertragers
Vlamvertragers zijn te vinden op printkaarten, kabels, snoeren, omkasting en behuizing. Ze hebben tot doel de verspreiding
van brand te voorkomen of ten minste te vertragen. Tot 30% van alle kunststof in de omkasting van een MFC kan uit
vlamvertragend materiaal bestaan. De meeste vlamvertragers bevatten broom of chloor, en deze vlamvertragers zijn in
chemisch opzicht verwant aan een andere groep stoffen die giftig zijn voor het milieu, te weten PCB’s. Van zowel de
vlamvertragers die broom of chloor bevatten als de PCB’s, wordt vanwege de bio-accumulerende
*
processen vermoed dat
deze een ernstige nadelige invloed hebben op de gezondheid, onder meer schade aan het voortplantingsvermogen van vis
etende vogels en zoogdieren. Vlamvertragers zijn in menselijk bloed aangetroffen en onderzoekers vrezen dat de
ontwikkeling van de foetus verstoord kan worden.
De relevante vereiste van TCO'99 bepaalt dat kunststof onderdelen die meer dan 25 gram wegen, geen vlamvertragende
stoffen mogen bevatten met een organische verbinding van broom of chloor. Vlamvertragers zijn toegestaan in printkaarten
en in het frame van de fuser omdat er geen vervangende stoffen beschikbaar zijn.
Cadmium
**
Cadmium is aanwezig in oplaadbare batterijen. Cadmium is schadelijk voor het zenuwstelsel en is in hoge doses giftig. De
relevante vereiste van TCO'99 bepaalt dat batterijen, elektrische en elektronische onderdelen geen cadmium mogen bevatten.
Kwik
**
Kwik wordt soms aangetroffen in batterijen, relais en schakelaars. Het is schadelijk voor het zenuwstelsel en is in hoge doses
giftig. De relevante vereiste van TCO'99 bepaalt dat batterijen geen kwik mogen bevatten. Deze vereiste bepaalt tevens dat
er geen kwik aanwezig mag zijn in de elektrische of elektronische onderdelen die worden geassocieerd met het gelabelde
product. Er bestaat echter een uitzondering. Kwik is, althans voorlopig, toegestaan in het backlight-systeem van platte
beeldschermen omdat er nog geen alternatief verkrijgbaar is. TCO heeft zich ten doel gesteld deze uitzondering op te heffen
zodra er een alternatief zonder kwik beschikbaar is.
CFC’s en HCFC’s (stoffen die de ozonlaag aantasten)
De relevante vereiste van TCO'99 bepaalt dat noch CFC’s noch HCFC’s mogen worden gebruikt in de productie en
assemblage van het product. CFC’s worden soms gebruikt voor het wassen van printkaarten. CFC’s breken ozon af en
beschadigen de ozonlaag in de stratosfeer, waardoor de aarde meer ultraviolet licht krijgt. Dit leidt onder meer tot een
verhoogd risico van huidkanker (kwaadaardige melanoom).
Lood
**
Lood kan worden gevonden in beeldschermen, soldeermiddelen en condensatoren. Lood is schadelijk voor het zenuwstelsel
en kan in hogere doses vergiftiging veroorzaken. De relevante vereiste van TCO'99 bepaalt dat lood mag worden gebruikt
omdat er nog geen vervangende stof is ontwikkeld.
Bio-accumulerend wordt gedefinieerd als stoffen die zich in levende organismen ophopen
**
Lood, cadmium en kwik zijn zware metalen die bio-accumulerend zijn.
OPMERKING
Dit apparaat bevat een Ni-MH batterij voor memory back-up.
Raadpleeg uw leverancier over de verwijdering van de batterij op het
moment dat u het apparaat bij einde levensduur afdankt.
Gooi de batterij niet weg, maar lever hem in als Klein Chemisch
Afval.
Bij dit product zijn batterijen geleverd.
Wanneer deze leeg zijn, moet u ze niet
weggooien maar inleveren als KCA
.
DUT/BEL-DUT
LF6337008
Deze machine is alleen goedgekeurd voor gebruik in het land waarin ze is
gekocht. Plaatselijke Brother-kantoren of hun wederverkopers ondersteunen
uitsluitend machines die in hun eigen land gekocht zijn.
4


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Brother MFC-8840D at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Brother MFC-8840D in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 4,67 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info