451258
138
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/146
Next page
GEBRUIKERSHANDLEIDING
DCP-8085DN
Versie B
DUT/BEL-DUT
Wanneer u de klantenservice moet bellen
Vul de volgende gegevens in voor toekomstige
referentie:
Modelnummer: DCP-8085DN
Serienummer:
1
Aankoopdatum:
Aankoopplaats:
1
Het serienummer staat op de achterkant van het
toestel. Bewaar deze gebruikershandleiding samen
met uw kassabon als bewijs van uw aankoop, in
geval van diefstal, brand of service in geval van
garantie.
Registreer uw product online op
http://www.brother.com/registration/
Door uw product bij Brother te registreren, wordt u geregistreerd als de
originele eigenaar van het product. Uw registratie bij Brother:
kan eventueel als bevestiging van de aankoopdatum van uw product
dienen, mocht u uw kassabon verliezen; en
kan eventueel een verzekeringsclaim van u ondersteunen, ingeval
het product verloren gaat en dit gedekt is door de verzekering.
© 2009 Brother Industries, Ltd.
i
Samenstelling en publicatie
Deze handleiding is samengesteld en gepubliceerd onder supervisie van Brother Industries, Ltd.
De nieuwste productgegevens en -specificaties zijn in deze handleiding verwerkt.
De inhoud van deze handleiding en de specificaties van dit product kunnen zonder voorafgaande
kennisgeving worden gewijzigd.
Brother behoudt zich het recht voor om de specificaties en de inhoud van deze handleiding zonder
voorafgaande kennisgeving te wijzigen. Brother is niet verantwoordelijk voor enige schade (met
inbegrip van gevolgschade) voortvloeiend uit het gebruik van deze handleiding of de daarin
beschreven producten, inclusief maar niet beperkt tot zetfouten en andere fouten in deze
publicatie.
ii
Inhoudsopgave
Paragraaf I Algemeen
1 Algemene informatie 2
Gebruik van de documentatie................................................................................2
Symbolen en conventies die in de documentatie gebruikt worden..................2
De softwarehandleiding en de netwerkhandleiding raadplegen ............................3
Documentatie bekijken ....................................................................................3
Brother-support oproepen (voor Windows
®
) ...................................................5
Overzicht bedieningspaneel ..................................................................................6
Status-LED-aanduidingen ...............................................................................8
2 Papier en documenten laden 10
Papier en afdrukmedia laden...............................................................................10
Papier in de standaardpapierlade plaatsen ...................................................10
Papier plaatsen in de multifunctionele lade (MP-lade) ..................................11
Niet-afdrukbaar gebied ..................................................................................13
Papiersoorten en andere afdrukmedia die kunnen worden gebruikt ...................14
Aanbevolen papier en afdrukmedia...............................................................14
Type en formaat van het papier.....................................................................15
Speciaal papier gebruiken .............................................................................17
Documenten laden...............................................................................................20
Met behulp van de automatische documentinvoer (ADF) .............................20
Met behulp van de glasplaat..........................................................................21
3 Algemene instelling 23
Papierinstellingen ................................................................................................23
Papiersoort ....................................................................................................23
Papierformaat ................................................................................................23
Ladegebruik in de kopieermodus ..................................................................24
Ladegebruik in de afdrukmodus ....................................................................25
Volume-instellingen .............................................................................................25
Volume van waarschuwingstoon ...................................................................25
Automatische zomer-/wintertijd............................................................................25
Ecologische functies ............................................................................................26
Toner sparen .................................................................................................26
Slaapstand.....................................................................................................26
De scannerlamp uitschakelen..............................................................................27
LCD-contrast........................................................................................................27
Lijst Gebruikersinstellingen..................................................................................27
Netwerkconfiguratielijst........................................................................................27
iii
4 Beveiligingsfuncties 28
Beveiligd functieslot 2.0.......................................................................................28
Het beheerderswachtwoord instellen ...........................................................29
Het beheerderswachtwoord veranderen .......................................................29
De functie Openbare gebruiker instellen .......................................................30
Beperkte gebruikers instellen ........................................................................30
Beveiligd functieslot aan-/uitzetten ................................................................31
Gebruikers omschakelen...............................................................................31
Paragraaf II Kopiëren
5 Kopieën maken 34
Kopiëren ..............................................................................................................34
Kopieermodus instellen .................................................................................34
Eén kopie maken...........................................................................................34
Meerdere kopieën maken..............................................................................34
Kopiëren onderbreken...................................................................................34
Kopieeropties (tijdelijke instellingen)....................................................................35
De gekopieerde afbeelding vergroten of verkleinen ......................................35
Kopieerkwaliteit verbeteren ...........................................................................36
Kopieën sorteren met behulp van de ADF ....................................................36
De kopieerresolutie van de tekst wijzigen .....................................................36
Het contrast en de helderheid regelen ..........................................................37
N op 1-kopieën maken (paginalay-out) .........................................................38
Duplexkopiëren (dubbelzijdig) ............................................................................40
Duplexkopiëren (over de lange zijde) ............................................................40
Geavanceerd duplexkopiëren (korte zijde)....................................................41
Ladeselectie ........................................................................................................42
De melding geheugen vol....................................................................................42
Paragraaf III Rechtstreeks afdrukken
6 Gegevens afdrukken vanaf een USB-flashgeheugen of vanaf
een digitale camera die massaopslag ondersteunt 44
Ondersteunde bestandsformaten ........................................................................44
Een PRN of PostScript
®
3™-bestand aanmaken voor rechtstreeks afdrukken
.....45
Gegevens rechtstreeks afdrukken vanaf een USB-flashgeheugen of vanaf
een digitale camera die massaopslag ondersteunt ..........................................45
De foutmeldingen begrijpen.................................................................................48
iv
Paragraaf IV Software
7 Software- en netwerkfuncties 50
Gebruik van de HTML-gebruikershandleiding .....................................................50
Windows
®
......................................................................................................50
Macintosh
®
....................................................................................................51
Paragraaf V Bijlagen
A Veiligheid en wetgeving 54
Een geschikte plaats kiezen ................................................................................54
Doe het volgende om de machine veilig te gebruiken .........................................56
Belangrijke veiligheidsinformatie ...................................................................59
Libtiff-auteursrechten en licentie..........................................................................61
Handelsmerken....................................................................................................62
B Menuselecties 63
Optionele papierlade (LT-5300)...........................................................................63
Geheugenbord.....................................................................................................63
Extra geheugen plaatsen...............................................................................64
C Problemen oplossen en routineonderhoud 65
Problemen oplossen ............................................................................................65
Als u problemen hebt met uw machine .........................................................65
De afdrukkwaliteit verbeteren ........................................................................71
Fout- en onderhoudsmeldingen...........................................................................78
Vastgelopen documenten..............................................................................82
Papieropstoppingen.......................................................................................83
Routineonderhoud ...............................................................................................90
De buitenkant van de machine schoonmaken...............................................90
De scanner reinigen ......................................................................................91
Het scannervenster reinigen..........................................................................92
De primaire corona reinigen ..........................................................................93
De drumeenheid reinigen ..............................................................................95
De verbruiksartikelen vervangen .........................................................................97
Een tonercartridge vervangen .......................................................................98
De drumeenheid vervangen ........................................................................101
Periodieke onderhoudsonderdelen vervangen ..................................................103
Informatie over de machine ...............................................................................104
Het serienummer controleren ......................................................................104
De paginatellers controleren........................................................................104
De resterende levensduur van onderdelen controleren ..............................104
Resetten ......................................................................................................105
De instellingen resetten ...............................................................................105
De machine inpakken en vervoeren ..................................................................105
v
D Menu en functies 107
Programmeren op het scherm ...........................................................................107
Menutabel....................................................................................................107
Opslag in het geheugen ..............................................................................107
Menutoetsen......................................................................................................107
Het menu openen........................................................................................108
Menutabel..........................................................................................................109
Tekst invoeren ...................................................................................................119
E Specificaties 121
Algemeen ..........................................................................................................121
Afdrukmedia.......................................................................................................123
Kopiëren ............................................................................................................125
Scannen ............................................................................................................126
Afdrukken ..........................................................................................................127
Interfaces...........................................................................................................128
Functie Direct Print ............................................................................................129
Systeemvereisten ..............................................................................................130
Verbruiksartikelen..............................................................................................132
Bedraad Ethernetnetwerk..................................................................................133
F Verklarende woordenlijst 135
G Index 136
Paragraaf I
Algemeen I
Algemene informatie 2
Papier en documenten laden 10
Algemene instelling 23
Beveiligingsfuncties 28
2
1
Gebruik van de
documentatie 1
Dank u voor de aanschaf van een Brother-
machine! Het lezen van de documentatie
helpt u bij het optimaal benutten van uw
machine.
Symbolen en conventies die
in de documentatie gebruikt
worden 1
De volgende symbolen en conventies worden
in de documentatie gebruikt.
Algemene informatie 1
Vet Vetgedrukte tekst identificeert
toetsen op het
bedieningspaneel van de
machine of op het
computerscherm.
Cursief Cursief gedrukte tekst legt de
nadruk op een belangrijk punt
of verwijst naar een verwant
onderwerp.
Courier
New
Het lettertype Courier New
identificeert de meldingen die
worden weergegeven op het
LCD-scherm van de machine.
Waarschuwingen informeren u over de
maatregelen die u moet treffen om
persoonlijk letsel te voorkomen.
"Voorzichtig" wijst u op procedures die u
moet volgen of vermijden om mogelijke
lichte of zware verwondingen te
voorkomen.
BELANGRIJK wijst u op procedures die u
moet volgen of vermijden om problemen
met de machine of schade aan andere
voorwerpen te voorkomen.
Pictogrammen die gevaar voor
elektrische spanning aanduiden,
wijzen u op de mogelijkheid voor
elektrische schokken.
Pictogrammen die wijzen op hete
oppervlakken waarschuwen u dat
bepaalde onderdelen van de
machine erg heet kunnen worden.
Opmerkingen leggen uit hoe u in een
bepaalde situatie moet reageren, of
hoe de huidige bewerking met
andere functies werkt.
WAARSCHUWING
VOORZICHTIG
BELANGRIJK
Algemene informatie
3
1
De
softwarehandleiding
en de
netwerkhandleiding
raadplegen
1
Deze gebruikershandleiding bevat niet alle
informatie over de machine, zoals hoe u de
gevorderde eigenschappen van printer,
scanner en netwerk gebruikt. Wanneer u
klaar bent voor gedetailleerdere informatie
over deze functies, kunt u de
Softwarehandleiding en
Netwerkhandleiding raadplegen.
Documentatie bekijken 1
Documentatie bekijken (Windows
®
) 1
Om de documentatie te bekijken, gaat u via
Start bij programma's naar Brother,
DCP-XXXX (waarbij XXXX de naam van uw
model is) en klikt u vervolgens op
Gebruikershandleidingen in
HTML-indeling.
Als u de software niet hebt geïnstalleerd, kunt
u de documentatie vinden door onderstaande
instructies op te volgen:
a Schakel uw pc in.
Plaats de cd-rom van Brother waar
Windows
®
op staat in het cd-romstation.
b Als het scherm voor de taalkeuze
verschijnt, klikt u op de gewenste taal.
c Als het venster met de modelnaam
wordt weergegeven, klikt u op uw
modelnaam. Het hoofdmenu van de cd-
rom wordt weergegeven.
Als dit venster niet wordt geopend, kunt
u Windows
®
Explorer gebruiken om het
programma start.exe uit te voeren
vanuit de hoofdmap van de cd-rom van
Brother.
d Klik op Documentatie.
e Klik op de documentatie die u wilt lezen:
HTML-documenten
(3 handleidingen):
Gebruikershandleiding voor stand-
alone-bewerkingen,
Softwarehandleiding en
Netwerkhandleiding in HTML-
formaat.
Dit formaat wordt aanbevolen voor
het weergeven van de handleidingen
op uw computer.
PDF-documenten (4 handleidingen):
Gebruikershandleiding voor stand-
alone-bewerkingen,
Softwarehandleiding,
Netwerkhandleiding en
Beknopte Installatiehandleiding.
Dit formaat wordt aanbevolen voor
het afdrukken van handleidingen.
Klik hierop om naar het Brother
Solutions Center te gaan, waar u de
PDF-documenten kunt bekijken of
downloaden. (Hiervoor zijn
internettoegang en PDF Reader-
software vereist.)
Hoofdstuk 1
4
Instructies voor het scannen
opzoeken
1
Er zijn verscheidene manieren waarop u
documenten kunt scannen. U kunt de
instructies als volgt vinden:
Softwarehandleiding: 1
Een document scannen met de
TWAIN-driver in hoofdstuk 2
Een document scannen met de WIA-
driver (Windows
®
XP/Windows Vista
®
) in
hoofdstuk 2
ControlCenter3 gebruiken in hoofdstuk 3
Netwerkscannen in hoofdstuk 4
ScanSoft™ PaperPort™ 11SE met
OCR Hoe-te-handleidingen:
1
De complete ScanSoft™ PaperPort™
11SE met OCR Hoe-te-handleidingen
kunt u bekijken in het Help-gedeelte in de
ScanSoft™ PaperPort™ 11SE
toepassing.
Documentatie bekijken (Macintosh
®
) 1
a Zet uw Macintosh
®
aan.
Plaats de cd-rom van Brother waar
Macintosh
®
op staat in het cd-
romstation.
b Het volgende venster wordt
weergegeven.
c Dubbelklik op het pictogram
Documentation.
d Als het scherm voor de taalkeuze
verschijnt, dubbelklikt u op de gewenste
taal.
e Dubbelklik op het bovenste
paginabestand om de
Gebruikershandleiding,
Softwarehandleiding en
Netwerkhandleiding te bekijken in
HTML-formaat.
f Klik op de documentatie die u wilt lezen.
Gebruikershandleiding
Softwarehandleiding
Netwerkhandleiding
Algemene informatie
5
1
Opmerking
De documenten zijn ook verkrijgbaar in
PDF-formaat (4 handleidingen):
Gebruikershandleiding voor stand-
alone-bewerkingen,
Softwarehandleiding,
Netwerkhandleiding en
Beknopte Installatiehandleiding. Het
pdf-formaat wordt aanbevolen voor het
afdrukken van handleidingen.
Dubbelklik op het pictogram
Brother Solutions Center om naar het
Brother Solutions Center te gaan, waar u
de PDF-documenten kunt bekijken of
downloaden. (Hiervoor zijn
internettoegang en PDF Reader-software
vereist.)
Instructies voor het scannen
opzoeken
1
Er zijn verscheidene manieren waarop u
documenten kunt scannen. U kunt de
instructies als volgt vinden:
Softwarehandleiding: 1
Scannen in hoofdstuk 9
ControlCenter2 gebruiken in hoofdstuk 10
Netwerkscannen in hoofdstuk 11
Presto! PageManager
Gebruikershandleiding:
1
U kunt de complete Presto! PageManager
Gebruikershandleiding bekijken via Help
in Presto! PageManager.
Brother-support oproepen
(voor Windows
®
) 1
Alle nodig hulpbronnen, bijvoorbeeld
websupport (Brother Solutions Center), staan
tot uw beschikking.
Klik op Brother-support in het
hoofdmenu.
Het volgende scherm wordt
weergegeven:
Om onze website
(http://www.brother.com
) te openen klikt u
op Brother-startpagina.
Voor het laatste nieuws en informatie over
productondersteuning
(http://solutions.brother.com
) klikt u op
Brother Solutions Center.
Als u onze website voor
oorspronkelijke/authentieke
Brotherverbruiksartikelen
(http://www.brother.com/original/
) wilt
bezoeken, klikt u op
Informatie over supplies.
Om terug te gaan naar het hoofdmenu
klikt u op Terug. Wanneer u klaar bent
klikt u op Afsluiten.
Hoofdstuk 1
6
Overzicht bedieningspaneel 1
1Status-LED
De LED knippert en verandert van
kleurafhankelijk van de machinestatus.
2LCD
Hierop worden meldingen weergegeven die u
helpen bij de configuratie en het gebruik van
uw machine.
3 Menutoetsen:
Menu
Hiermee kunt u het menu openen om de
instellingen van de machine te programmeren.
Wis/terug
Hiermee verwijdert u ingevoerde gegevens of
annuleert u de huidige instelling.
OK
Hiermee kunt u de instellingen op de machine
opslaan.
d of c
Druk hierop om achteruit of vooruit door de
menuselecties te gaan.
a of b
Druk hierop om door de menu's en opties te
bladeren.
4 Cijfertoetsen
Gebruik deze toetsen om tekst in te voeren.
5 Stop/Eindigen
Met een druk op deze toets wordt een
bewerking gestopt of een menu verlaten.
6Start
Hiermee kunt u kopieën maken of scannen.
7 Kopietoetsen:
Dubbelzijdig
U kunt Duplex selecteren om dubbelzijdig af te
drukken.
Contrast/Kwaliteit
Hiermee kunt u de kwaliteit of het contrast
wijzigen voor de volgende kopie.
Vergroot/Verklein
Verkleint of vergroot kopieën.
Lade Selecteren
Hiermee kunt u de lade kiezen die zal worden
gebruikt voor de volgende kopie.
Sorteren
Sorteert meerdere kopieën via de ADF.
Nop1
U kunt N op 1 selecteren om 2 of 4 pagina's per
pagina af te drukken.
Algemene informatie
7
1
8 Scan
Hiermee wordt de scanmodus van de machine
geactiveerd.
(Voor meer informatie over scannen
raadpleegt u de softwarehandleiding op de cd-
rom.)
9 Afdruktoetsen:
Veilig Afdrukken/Direct
Deze toets heeft twee functies.
Beveiligd
U kunt in het geheugen opgeslagen
gegevens afdrukken door uw wachtwoord
van 4 cijfers in te voeren. (Raadpleeg voor
meer informatie over het gebruik van de
beveiligingssleutel de softwarehandleiding
op de cd-rom.)
Wanneer u Beveiligd functieslot gebruikt,
kunt u beperkte gebruikers wisselen door d
ingedrukt te houden terwijl u op
Veilig Afdrukken/Direct drukt. (Zie
Beveiligd functieslot 2.0 op pagina 28.)
Rechtstreeks
Hiermee kunt u gegevens afdrukken vanaf
een USB-flashgeheugen. De Direct-toets
wordt geactiveerd wanneer een USB-
flashgeheugen aangesloten is op de USB-
poort van de machine. (Zie Gegevens
rechtstreeks afdrukken vanaf een USB-
flashgeheugen of vanaf een digitale
camera die massaopslag ondersteunt
op pagina 45.)
Opdracht Annuleren
Hiermee annuleert u een geprogrammeerde
afdruktaak en wist u deze uit geheugen van de
machine.
Wanneer u meer afdruktaken wilt annuleren,
houdt u deze toets ingedrukt totdat het LCD
Alles annuleren toont.
Hoofdstuk 1
8
Status-LED-aanduidingen 1
De Status-LED (light emitting diode) knippert en verandert van kleur afhankelijk van de
machinestatus.
LED Machinestatus Omschrijving
Slaapstand De machine is uitgeschakeld of staat in de slaapstand.
Groen
(knippert)
Warmt op De machine warmt op om af te drukken.
Groen
Klaar De machine is klaar om af te drukken.
Geel
(knippert)
Ontvangt
gegevens
De machine ontvangt gegevens van de computer, verwerkt
gegevens in het geheugen of drukt gegevens af.
Geel
Resterende
gegevens in het
geheugen
Er zijn nog afdrukgegevens aanwezig in het geheugen van de
machine.
Rood
(knippert)
Servicefout Volg de onderstaande stappen.
1. Schakel de machine uit.
2. Wacht enkele seconden, schakel het toestel opnieuw in en
probeer nogmaals af te drukken.
Als u er niet in slaagt om de fout te wissen en u dezelfde
servicefoutaanduiding ziet na de machine opnieuw te hebben
ingeschakeld, neemt u contact op met uw Brother-leverancier
voor service.
Algemene informatie
9
1
Opmerking
Wanneer de machine uitgeschakeld is of in de slaapstand staat, is de LED gedoofd.
Rood
Deksel open Het frontdeksel of fuseerdeksel staat open. Sluit het deksel.
Toner leeg Vervang de tonercartridge.
Papierfout Plaats papier in de lade of verwijder vastgelopen papier.
Controleer de boodschap op het LCD-scherm.
Scanner
vergrendeld
Zorg ervoor dat de scannervergrendeling ontgrendeld is.
Overige Controleer de boodschap op het LCD-scherm.
10
2
Papier en afdrukmedia
laden 2
De machine kan papier laden vanuit de
standaardpapierlade, de optionele onderste
lade of de multifunctionele lade.
Houd rekening met het volgende als u papier
in de papierlade plaatst:
Als het afdrukmenu van uw toepassing
een optie biedt voor het opgeven van het
papierformaat, kunt u dit via de toepassing
doen. Als deze optie niet door de
toepassing geboden wordt, kunt u het
papierformaat opgeven in de printerdriver
of via het bedieningspaneel.
Papier in de
standaardpapierlade plaatsen2
Afdrukken op normaal papier, dun
papier, kringlooppapier of
transparanten vanuit de papierlade
2
a Trek de papierlade volledig uit de
machine.
b Houd de blauwe ontgrendeling van de
papiergeleiders (1) ingedrukt en
verschuif de papiergeleiders voor het
papierformaat dat u wilt gebruiken. Zorg
dat de geleiders goed vastzitten.
c Waaier de stapel papier goed door om
te voorkomen dat papier vastloopt of
scheef wordt ingevoerd.
Papier en documenten laden 2
Papier en documenten laden
11
2
d Plaats papier in de lade, en controleer of
het papier onder het merkteken voor
maximaal papier (1) blijft. De zijde
waarop u wilt afdrukken, moet naar
beneden zijn gericht.
BELANGRIJK
Zorg ervoor dat de papiergeleiders de
zijkanten van het papier raken.
e Plaats de papierlade stevig terug in de
machine. Zorg ervoor dat hij geheel in
de machine zit.
f Vouw de steunflap (1) open om te
vermijden dat het papier van de
neerwaarts gerichte uitvoerlade glijdt.
Papier plaatsen in de
multifunctionele lade (MP-
lade) 2
U kunt tot 3 enveloppen of speciale
afdrukmedia plaatsen in de MP-lade of tot 50
vellen normaal papier. Gebruik deze lade om
af te drukken of te kopiëren op dik papier,
bankpostpapier, enveloppen, etiketten of
transparanten.
Afdrukken op dik papier,
bankpostpapier, enveloppen,
etiketten en transparanten
2
Druk op de hoeken en zijkanten van de
enveloppen om deze zo plat mogelijk te
maken voor u deze plaatst.
Wanneer de achterste uitvoerlade naar
beneden is getrokken, heeft de machine een
recht papiertraject van de MP-lade tot aan de
achterkant van de machine. Gebruik deze
invoer- en uitvoermethode wanneer u wilt
afdrukken op dik papier, bankpostpapier,
enveloppen, etiketten of transparanten.
BELANGRIJK
Verwijder ieder afgedrukt vel of enveloppe
onmiddellijk, om een opstopping te
vermijden.
1
1
Hoofdstuk 2
12
a Open het achterdeksel (achterste
uitvoerlade).
b Open de MP-lade en laat deze
voorzichtig zakken.
c Trek de steunklep (1) van de MP-lade uit
en vouw de steunflap (2) open.
d Houd de ontgrendeling van de
papiergeleiders ingedrukt en verschuif
de papiergeleiders tot deze gepast zijn
voor het papierformaat dat u wilt
gebruiken.
BELANGRIJK
Zorg ervoor dat de papiergeleiders de
zijkanten van het papier raken.
e Plaats de enveloppen (maximaal 3), het
dikke papier, de etiketten of de
transparanten in de MP-lade met de
bovenkant eerst en de te bedrukken
zijde naar boven gericht. Zorg ervoor
dat het papier de maximum markering
niet overschrijdt (b).
Papier en documenten laden
13
2
Niet-afdrukbaar gebied 2
Onbedrukbaar gedeelte voor kopieën 2
De afbeelding toont de delen waarop niet kan worden gedrukt.
Opmerking
Het weergegeven onbedrukbaar gedeelte geldt voor een enkele kopie of een 1-bij-1-kopie op
A4-papier. Het niet-afdrukbare gebied verandert naargelang het papierformaat.
Niet-afdrukbaar gebied bij afdrukken vanaf een computer 2
Bij gebruik van de printerdriver is het afdrukgebied kleiner dan het papierformaat, zoals hieronder
afgebeeld.
Opmerking
Het niet-afdrukbare gebied dat hierboven is afgebeeld, geldt voor papier van A4-formaat. Het
niet-afdrukbare gebied verandert naargelang het papierformaat.
2
2
1
1
Document
Grootte
Bovenkant (1)
Onderkant (1)
Links (2)
Rechts (2)
Letter 3 mm 4 mm
A4 3 mm 2 mm
Staand Liggend
Windows
®
printerstuurprogramma
en Macintosh
®
printerstuurprogramma
BRScript stuurprogramma voor
Windows
®
en Macintosh
®
Staand 1 4,23 mm 4,23 mm
2 6,35 mm 4,23 mm
Liggend 1 4,23 mm 4,23 mm
2 5,08 mm 4,23 mm
2
2
1
1
2
2
1
1
Hoofdstuk 2
14
Papiersoorten en
andere afdrukmedia
die kunnen worden
gebruikt
2
De afdrukkwaliteit kan variëren naargelang
het type papier dat u gebruikt.
U kunt de volgende printmedia gebruiken:
dun papier, normaal papier, dik papier,
bankpostpapier, kringlooppapier,
transparanten, etiketten of enveloppen.
Voor de beste resultaten volgt u
onderstaande instructies:
Gebruik papier dat geschikt is voor
kopiëren op normaal papier.
Gebruik papier van 60 tot 105 g/m
2
.
Gebruik etiketten en transparanten die
geschikt zijn voor laserprinters.
Plaats NOOIT verschillende types papier
tegelijk in de papierlade. Hierdoor kunnen
papierstoringen optreden.
Voor een correct afdrukresultaat moet u in
uw softwaretoepassing het papierformaat
instellen van het papier dat zich in de lade
bevindt.
Raak de bedrukte zijde van het papier niet
aan vlak na het afdrukken.
Wanneer u transparanten gebruikt,
verwijder ieder bedrukt vel dan
onmiddellijk om verontreiniging of
papieropstoppingen te vermijden.
Gebruik langlopend papier met een
neutrale pH-waarde en een
vochtigheidspercentage van circa 5%.
Aanbevolen papier en
afdrukmedia 2
Om de beste afdrukkwaliteit te verkrijgen,
raden wij u aan het volgende papier te
gebruiken.
Papiersoort Item
Normaal papier
Xerox Premier TCF 80 g/m
2
Xerox Business 80 g/m
2
Kringlooppapier
Xerox Recycled Supreme
80 g/m
2
Transparant 3M CG3300
Etiketten Avery laseretiket L7 163
Enveloppe Antalis River-reeks (DL)
Papier en documenten laden
15
2
Type en formaat van het
papier 2
De machine laadt papier vanuit de
geïnstalleerde standaardpapierlade, de
optionele onderste lade of de multifunctionele
lade.
Standaardpapierlade 2
Aangezien de standaardlade een universeel
type is, kunt u elk van de in de tabel op
Papiercapaciteit van de papierladen
op pagina 16 vermelde papierformaten
gebruiken (één papiertype en -formaat per
keer). De standaardpapierlade kan maximaal
250 vellen papier van Letter/A4-formaat
laden (80 g/m
2
). De stapel papier mag niet
hoger zijn dan de aanduiding voor de
maximale papierhoogte op de papiergeleider
voor de breedte.
Multifunctionele lade (MP-lade) 2
U kunt tot 50 vellen normaal papier (80 g/m
2
)
of tot 3 enveloppen plaatsen in de MP-lade.
De stapel papier mag niet hoger zijn dan de
aanduiding voor de maximale papierhoogte
op de papiergeleider voor de breedte.
Optionele onderste lade (LT-5300) 2
De optionele onderste lade kan maximaal
250 vellen papier van Letter/A4-formaat
laden (80 g/m
2
). De stapel papier mag niet
hoger zijn dan de bovenste lijn van de
maximum markering op de papiergeleider
voor de breedte.
De namen van de papierlades in de
printerdriver in deze handleiding zijn:
2
Lade en optionele
accessoires
Naam
Standaardpapierlade Lade 1
Optionele onderste lade Lade 2
Multifunctionele lade MP-lade
Hoofdstuk 2
16
Papiercapaciteit van de papierladen 2
Aanbevolen papierspecificaties 2
De volgende papierspecificaties zijn geschikt voor deze machine.
Papierformaat Papiersoorten Aantal vellen
Papierlade
(Lade #1)
A4, Letter, Executive,
A5, A5 (lange zijde), A6,
B5 en B6.
Normaal papier, dun
papier en
kringlooppapier
maximaal 250
[80 g/m
2
]
Transparant maximaal 10
Multifunctionele lade
(MP-lade)
Breedte: 69,8 tot
216 mm
Lengte: 116 tot
406,4 mm
Normaal papier, dun
papier, dik papier,
bankpostpapier,
kringlooppapier,
enveloppen en etiketten.
maximaal 50 [80 g/m
2
]
maximaal 3
(enveloppen)
Transparant maximaal 10
Papierlade
(Lade #2)
A4, Letter, Executive,
A5, B5 en B6.
Normaal papier, dun
papier en
kringlooppapier
maximaal 250
[80 g/m
2
]
Gewicht
75-90 g/m
2
Dikte 80-110 µm
Ruwheid Hoger dan 20 sec.
Stijfheid
90-150 cm
3
/100
Vezelrichting Langlopend
Soortelijke volumeweerstand
10e
9
-10e
11
ohm
Soortelijke weerstand aan
oppervlakte
10e
9
-10e
12
ohm-cm
Vulmiddel CaCO
3
(Neutraal)
Asgehalte Minder dan 23 wt%
Helderheid Hoger dan 80%
Ondoorzichtigheid Hoger dan 85%
Papier en documenten laden
17
2
Speciaal papier gebruiken 2
De machine functioneert goed met de meeste
typen xerografisch en bankpostpapier.
Sommige typen papier kunnen echter van
invloed zijn op de afdrukkwaliteit of
bewerkingsbetrouwbaarheid. Maak altijd
eerst een proefafdruk voordat u papier
aanschaft om zeker te zijn van het gewenste
resultaat. Bewaar papier in de originele
verpakking en zorg dat deze gesloten blijft.
Bewaar het papier plat en verwijderd van
vocht, direct zonlicht en warmte.
Enkele belangrijke richtlijnen bij het kiezen
van papier:
Gebruik geen inkjetpapier, het kan leiden
tot papieropstoppingen of schade aan de
machine.
Voorgedrukt papier moet inkt gebruiken
dat tegen de temperatuur van het
fuseerproces van de machine kan
(200 °C).
Als u normaal papier, papier met een ruw
oppervlak of papier dat is gekreukeld of
gevouwen gebruikt, kan het
afdrukresultaat tegenvallen.
Te vermijden typen papier 2
BELANGRIJK
Sommige typen papier bieden niet het
gewenste resultaat of kunnen schade
veroorzaken aan de machine.
Gebruik GEEN papier:
met een grove textuur
dat extreem glad of glanzend is
dat gekruld of scheef is
12 mm
dat gecoat is of een chemische
vernislaag heeft
dat beschadigd, gekreukeld of
gevouwen is
dat het in deze handleiding
aanbevolen gewicht overschrijdt
met bladwijzers of nietjes
met een briefhoofd dat thermografisch
gedrukt is of met inkt die niet tegen
hoge temperaturen bestand is
dat uit meerdere delen bestaat of
zonder carbon
dat is bedoeld voor inkjetprinters
Als u een van de bovenstaande typen
papier gebruikt, kan de machine
beschadigd raken. Deze schade wordt
niet gedekt door enige garantie- of
service-overeenkomst met Brother.
1
1
Hoofdstuk 2
18
Enveloppen 2
De meeste enveloppen zijn geschikt voor
deze machine. Sommige vormen enveloppen
kunnen echter mogelijk problemen met de
toevoer en de afdrukkwaliteit veroorzaken.
Een geschikte envelop heeft randen met
rechte, scherpe vouwen en de rand mag niet
dikker zijn dan twee vellen papier. De
envelop moet vlak liggen en mag niet
zakachtig of flodderig zijn. Koop enveloppen
van hoge kwaliteit bij een leverancier die
weet dat u de enveloppen gaat gebruiken in
een lasermachine.
Enveloppen kunt u enkel plaatsen via de MP-
lade. Druk geen enveloppen af met
duplexprinten. Advies: voordat u een groot
aantal enveloppen afdrukt, maakt u een
proefafdruk om zeker te zijn van het
afdrukresultaat.
Controleer het volgende:
De flap van de envelop dient zich aan de
lengtezijde te bevinden.
De flappen dienen scherp en correct te
zijn gevouwen (onregelmatig gesneden of
gevouwen enveloppen kunnen
papierstoringen veroorzaken).
Enveloppen dienen uit twee lagen te
bestaan in de hieronder omcirkelde
gedeelten.
1 Invoerrichting
Door de fabrikant geplakte voegen dienen
stevig te zijn.
We raden u aan niet binnen een marge
van 15 mm van de randen van de envelop
af te drukken.
Te vermijden typen enveloppen 2
BELANGRIJK
Gebruik GEEN enveloppen:
die beschadigd, gekruld of verkreukeld
zijn of een ongebruikelijke vorm
hebben
die extreem glanzend zijn of een grove
structuur hebben
met klemmetjes, nietjes of dichtbinders
met zelfklevende plakrand
die zakachtig zijn
die niet scherp gevouwen zijn
die van reliëf zijn voorzien
die eerder zijn bedrukt door een
lasermachine
die aan de binnenkant zijn voorbedrukt
die niet netjes op elkaar kunnen
worden gestapeld
die gemaakt zijn van papier dat
zwaarder is dan het gespecificeerde
papiergewicht voor de machine
met randen die niet recht of regelmatig
zijn
met vensters, gaten, uitsparingen of
perforaties
met lijm op het oppervlak zoals
hieronder getoond
met dubbele flappen zoals hieronder
getoond
1
1
Papier en documenten laden
19
2
met flappen die niet zijn gevouwen bij
aankoop
met flappen zoals hieronder getoond
met beide zijden gevouwen zoals
hieronder getoond
Als u een van de bovenstaande typen
enveloppen gebruikt, kan de machine
beschadigd raken. Deze schade wordt
niet gedekt door enige garantie- of
service-overeenkomst met Brother.
De dikte, het formaat en de flapvorm van
de enveloppen die u gebruikt, kunnen tot
invoerproblemen leiden.
Etiketten 2
De machine kan afdrukken op de meeste
typen etiketten die bedoeld zijn voor een
lasermachine. Etiketten dienen een plaklaag
op basis van acryl te hebben omdat dit
materiaal beter bestand is tegen de hoge
temperaturen in de fuser unit. De plaklaag
dient niet in contact te komen met enig deel
van de machine, omdat de etiketten dan aan
de drumeenheid of rollen blijven kleven
waardoor papierstoringen en problemen met
de afdrukkwaliteit kunnen optreden. Er mag
geen plaklaag open liggen tussen de
etiketten. Etiketten moeten zo gerangschikt
worden dat de volledige lengte en breedte
van het vel bedekt zijn. Het gebruik van
ruimten tussen de etiketten kan leiden tot het
loslaten van etiketten waardoor ernstige
papierstoringen of afdrukproblemen kunnen
ontstaan.
Etiketten moeten bestand zijn tegen een
temperatuur van 200 graden Celsius,
gedurende 0,1 seconden.
Etiketbladen mogen niet zwaarder zijn dan
het gewicht dat in deze
gebruikershandleiding is gespecificeerd.
Etiketten die deze specificatie overschrijden
worden mogelijk niet goed ingevoerd of
afgedrukt en kunnen schade veroorzaken
aan de machine.
Etiketten kunt u enkel plaatsen via de MP-
lade.
Hoofdstuk 2
20
Te vermijden typen etiketten 2
Gebruik geen etiketten die beschadigd,
gekruld of verkreukeld zijn of een
ongebruikelijke vorm hebben.
BELANGRIJK
Plaats GEEN gedeeltelijk gebruikte
etiketvellen. Het onbedekte draagvel kan
schade toebrengen aan de machine.
Documenten laden 2
Met behulp van de
automatische
documentinvoer (ADF) 2
De ADF kan maximaal 50 pagina's bevatten
en voert elk vel afzonderlijk in. Gebruik
standaardpapier 80 g/m
2
en waaier de
pagina's altijd door voordat u ze invoert in de
ADF.
Aanbevolen omgeving 2
BELANGRIJK
Laat dikke documenten NIET op de
glasplaat liggen. Hierdoor kan een
papierstoring in de ADF optreden.
Gebruik GEEN papier dat gekruld,
gekreukeld, gevouwen, gescheurd of
geplakt is, of nietjes, paperclips of
plakband bevat.
Gebruik GEEN karton, krantenpapier of
stof.
Om te voorkomen dat u uw machine
beschadigt terwijl u de ADF gebruikt, mag
u NIET aan het document trekken terwijl
het wordt ingevoerd.
Opmerking
Zie Met behulp van de glasplaat
op pagina 21 om documenten te scannen
die geen standaardformaat hebben.
Controleer of de inkt volledig droog is als
het document beschreven is.
Temperatuur: 20 tot 30° C
Vochtigheid: 50% - 70%
Papier: Xerox Premier TCF 80 g/m
2
of Xerox
Business 80 g/m
2
Papier en documenten laden
21
2
a Vouw ADF-documentsteunklep (1) en
ADF-steun (2) uit.
b Blader de stapel goed door.
c Leg uw documenten met de bedrukte
kant naar boven en de bovenrand
eerst in de ADF tot u voelt dat ze de
invoerrol raken.
d Stel de papiergeleiders (1) in op de
breedte van het document.
Met behulp van de glasplaat 2
U kunt de glasplaat gebruiken om pagina's uit
een boek of afzonderlijke vellen papier een
per een te scannen of te kopiëren.
Documenten kunnen maximaal 215,9 mm
breed en 355,6 mm lang zijn.
Opmerking
Als u de glasplaat wilt gebruiken, moet de
ADF leeg zijn.
a Til het documentdeksel op.
b Gebruik de documentgeleiders links om
het document in het midden van de
glasplaat te leggen, met de bedrukte
zijde naar beneden.
1
2
1
Hoofdstuk 2
22
c Sluit het documentdeksel.
BELANGRIJK
Als u een boek of een lijvig document wilt
scannen, laat het deksel dan niet
dichtvallen en druk er niet op.
23
3
3
Papierinstellingen 3
Papiersoort 3
Stel de machine in op het papier dat u
gebruikt. Hierdoor verkrijgt u de beste
afdrukkwaliteit.
a Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om de papiersoort in te stellen voor
de MP-bak drukt u op Menu, 1, 1, 1,
1.
Om de papiersoort in te stellen voor
Bovenlade drukt u op Menu, 1, 1, 1,
2.
Om de papiersoort in te stellen voor
Onderlade
1
drukt u op Menu, 1, 1,
1, 3 als u de optionele lade hebt
geïnstalleerd.
1
Alleen lade 2 of T2 wordt enkel
weergegeven als de optionele lade is
geplaatst.
b Druk op a of b om Dun, Normaal, Dik,
Extra dik, Transparanten of
Gerecycl.papier te kiezen.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
U kunt Transparanten kiezen voor
Lade #1 en voor de MP-lade.
Papierformaat 3
U kunt tien papierformaten gebruiken voor
het afdrukken van kopieën: A4, Letter, Legal,
Executive, A5, A5 L, A6, B5, B6 en Folio.
Als u een ander papierformaat in de lade
plaatst, dient u ook de instelling van het
papierformaat te wijzigen zodat de machine
het document passend op de pagina kan
plaatsen.
a Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Om het papierformaat in te stellen
voor de MP-bak drukt u op Menu, 1,
1, 2, 1.
Om het papierformaat in te stellen
voor Bovenlade drukt u op Menu,
1, 1, 2, 2.
Om het papierformaat in te stellen
voor Onderlade
1
drukt u op Menu,
1, 1, 2, 3 als u de optionele lade hebt
geïnstalleerd.
1
Alleen lade 2 of T2 wordt enkel
weergegeven als de optionele lade is
geplaatst.
b Druk op a of b om A4, Letter, Legal,
Executive, A5, A5 L, A6, B5, B6,
Folio of Ieder te selecteren.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Algemene instelling 3
Hoofdstuk 3
24
Opmerking
De formaten Legal, Folio en Ieder
worden alleen weergegeven wanneer u
de MP-lade selecteert.
•Als u Ieder selecteert als papierformaat
voor de MP-lade: u moet
Alleen MP-lade selecteren als
instelling voor de te gebruiken lade. U kunt
Ieder niet selecteren als papierformaat
voor de MP-lade wanneer u N op 1-
kopieën maakt. U moet een van de andere
beschikbare papierformaten voor de MP-
lade selecteren.
A5 L en A6 zijn niet beschikbaar voor de
optionele Onderlade.
•Als u Transparanten hebt geselecteerd
als papierformaat kunt u enkel de
papierformaten Letter, Legal, Folio
of A4 selecteren in stap b.
Ladegebruik in de
kopieermodus 3
U kunt kiezen welke lade prioriteit krijgt voor
het afdrukken van kopieën.
Wanneer u Alleen lade 1,
Alleen MP-lade of Alleen lade 2
1
selecteert, neemt de machine alleen papier
uit de geselecteerde lade. Als er geen papier
meer aanwezig is in de geselecteerde lade,
wordt Geen papier weergegeven op het
LCD-scherm. Plaats papier in de lege lade.
Volg de onderstaande instructies om de lade-
instelling te wijzigen:
a Druk op Menu, 1, 4, 1.
b Druk op a of b om Alleen lade 1,
Alleen lade 2
1
,
Alleen MP-lade, MP>T1>T2
1
of
T1>T2
1
>MP te selecteren.
Druk op OK.
1
Alleen lade 2 of T2 wordt enkel
weergegeven als de optionele lade is
geplaatst.
c Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
Wanneer u de documenten in de ADF
plaatst en MP>T1>T2 of T1>T2>MP
geselecteerd is, zoekt de machine naar de
lade met het meest geschikte papier en
neemt papier uit die lade. Als er geen
geschikt papier aanwezig is in de lades,
neemt de machine papier uit de lade met
de hoogste prioriteit.
Wanneer u de glasplaat gebruikt, wordt
uw document gekopieerd via de lade met
de hoogste prioriteit, zelfs wanneer er een
geschiktere papiersoort beschikbaar is in
een andere papierlade.
Algemene instelling
25
3
Ladegebruik in de
afdrukmodus 3
U kunt de standaardlade kiezen die de
machine gebruikt voor het afdrukken vanaf
de computer.
a Druk op Menu, 1, 4, 2.
b Druk op a of b om Alleen lade 1,
Alleen lade 2
1
,
Alleen MP-lade, MP>T1>T2
1
of
T1>T2
1
>MP te selecteren.
Druk op OK.
1
Alleen lade 2 of T2 wordt enkel
weergegeven als de optionele lade is
geplaatst.
c Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
De instelling van de printerdriver krijgt
prioriteit boven de instelling die werd
doorgevoerd via het bedieningspaneel.
Als het bedieningspaneel is ingesteld op
Alleen lade 1, Alleen MP-lade of
Alleen lade 2
1
en u Automatisch
selecteert in de printerdriver, neemt de
machine het papier uit die lade.
1
Alleen lade 2 wordt enkel weergegeven als de
optionele lade is geplaatst.
Volume-instellingen 3
Volume van
waarschuwingstoon 3
Wanneer de waarschuwingstoon
ingeschakeld is, produceert de machine een
pieptoon wanneer u op een toets drukt of een
fout maakt. U kunt kiezen uit een aantal
volumeniveaus, van Hoog tot Uit.
a Druk op Menu, 1, 2.
b Druk op a of b om Uit, Laag, Half of
Hoog te selecteren.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Automatische zomer-/
wintertijd 3
U kunt de machine zo instellen dat de zomer-/
wintertijd automatisch wordt gewijzigd. De
machine zal automatisch in de lente een uur
vooruit worden gezet en een uur terug in de
herfst.
a Druk op Menu 6, 2.
b Druk op a of b om Aan of Uit te
selecteren.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Hoofdstuk 3
26
Ecologische functies 3
Toner sparen 3
Met deze functie kunt u toner besparen.
Wanneer u de tonerbespaarstand op Aan zet,
worden de afdrukken lichter. De
standaardinstelling is Uit.
a Druk op Menu, 1, 3, 1.
b Druk op a of b om Aan of Uit te
selecteren.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
Wij raden het gebruik van de
tonerbespaarstand af voor het afdrukken
van foto's of afbeeldingen met grijstinten.
Slaapstand 3
Als u de slaapstand instelt, verbruikt u minder
energie, omdat de fuser wordt uitgezet terwijl
de machine inactief is.
U kunt kiezen hoelang de machine inactief
moet zijn voor deze naar de slaapstand
overgaat. De timer wordt gereset wanneer de
machine computergegevens ontvangt of een
kopie maakt. De standaardinstelling is 005
minuten.
Wanneer de machine zich in slaapstand
bevindt, wordt Slaapstand op het LCD-
scherm weergegeven. Bij afdrukken of
kopiëren in de slaapstand, moet u even
wachten tot de fuser is opgewarmd.
a Druk op Menu 1, 3, 2.
b Voer in hoe lang de machine inactief
moet zijn alvorens in slaapstand over te
gaan.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Algemene instelling
27
3
De scannerlamp
uitschakelen 3
De scannerlamp blijft 16 uur branden
alvorens automatisch uit te schakelen om de
levensduur van de lamp te verlengen en het
stroomverbruik te verminderen.
Om de scannerlamp handmatig uit te
schakelen, drukt u tegelijk op de toetsen d en
c. De scannerlamp blijft uitgeschakeld tot u
de scanfunctie opnieuw gebruikt.
Opmerking
Als u de lamp geregeld uitschakelt, verkort
dit de levensduur van de lamp.
LCD-contrast 3
U kunt het contrast instellen zodat het LCD-
scherm lichter of donkerder wordt.
a Druk op Menu, 1, 5.
b Druk op d om het LCD-scherm lichter te
maken. Of druk op c om het LCD-
scherm donkerder te maken.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Lijst
Gebruikersinstellingen 3
U kunt een lijst met de geprogrammeerde
instellingen afdrukken.
a Druk op Menu, 6, 5.
b Druk op Start.
Netwerkconfiguratielijst
3
De netwerkconfiguratielijst is een rapport met
een lijst van de huidige netwerkconfiguratie,
inclusief de netwerkinstellingen van de
afdrukserver.
Opmerking
Knooppuntnaam: de knooppuntnaam
staat op de netwerkconfiguratielijst. De
standaardnaam van het knooppunt is
"BRNXXXXXXXXXXXX".
a Druk op Menu, 6, 6.
b Druk op Start.
28
4
Beveiligd functieslot 2.0
4
Met de functie Beveiligd functieslot beperkt u
de openbare toegang tot de volgende
machinefuncties:
PC-printen
USB Direct Print
Kopiëren
Scannen
Met deze functie kunt u ook toegang tot
menu-instellingen beperken om te
voorkomen dat gebruikers de
standaardinstellingen wijzigen.
Voordat u de beveiligingsfuncties gebruikt,
moet u eerst een beheerderswachtwoord
invoeren.
Toegang tot beperkte handelingen kan
worden geactiveerd door het creëren van een
beperkte gebruiker. Beperkte gebruikers
moeten een gebruikerswachtwoord invoeren
om de machine te gebruiken.
Schrijf uw wachtwoord op een geheime
plaats op. Als u het wachtwoord vergeten
bent, moet u het wachtwoord resetten dat in
de machine is opgeslagen. Voor meer
informatie over het resetten van het
wachtwoord, neemt u contact op met uw
Brother-leverancier voor service
Opmerking
U kunt de functie Beveiligd functieslot
handmatig instellen via het
bedieningspaneel of met Beheer via een
webbrowser. Wij raden u Beheer via een
webbrowser aan om deze functie te
configureren. Raadpleeg de
netwerkhandleiding op de cd-rom voor
meer informatie.
Alleen beheerders kunnen beperkingen
instellen en wijzigingen aanbrengen voor
iedere gebruiker.
Wanneer Print is gedeactiveerd, gaan de
printtaken vanaf de pc zonder notificatie
verloren.
Beveiligingsfuncties 4
Beveiligingsfuncties
29
4
Het beheerderswachtwoord
instellen 4
Het wachtwoord dat u in deze stappen instelt,
is voor de beheerder. Dit wachtwoord wordt
gebruikt om gebruikers in te stellen en om
Beveiligd functieslot aan of uit te zetten. (Zie
Beperkte gebruikers instellen op pagina 30
en Beveiligd functieslot aan-/uitzetten
op pagina 31.)
a Druk op Menu, 1, 6.
b Toets een viercijferig nummer voor het
wachtwoord in met behulp van de cijfers
0-9. Druk op OK.
c Voer het wachtwoord opnieuw in
wanneer op het LCD-scherm
Nogmaals: wordt weergegeven.
Druk op OK.
d Druk op Stop/Eindigen.
Het beheerderswachtwoord
veranderen 4
a Druk op Menu, 1, 6.
b Druk op a of b om Wachtw. inst. te
selecteren.
Druk op OK.
c Voer het geregistreerde wachtwoord
van vier cijfers in.
Druk op OK.
d Toets een viercijferig nummer in voor
het nieuwe wachtwoord.
Druk op OK.
e Voer uw nieuwe wachtwoord opnieuw in
wanneer op het LCD-scherm
Nogmaals: wordt weergegeven.
Druk op OK.
f Druk op Stop/Eindigen.
Hoofdstuk 4
30
De functie Openbare
gebruiker instellen 4
Met de functie Openbare gebruiker kunt u de
beschikbare functies voor openbare
gebruikers beperken. Openbare gebruikers
hoeven geen wachtwoord in te voeren om
gebruik te maken van de functies die u via
deze instelling hebt geactiveerd. U kunt één
Openbare gebruiker instellen.
a Druk op Menu, 1, 6.
b Druk op a of b om Id instellen te
selecteren. Druk op OK.
c Toets het beheerderwachtwoord in.
Druk op OK.
d Druk op a of b om Openbaar te
selecteren. Druk op OK.
e Druk op a of b om Activeren of
Deactiveren te selecteren voor
Kopiëren.
Druk op OK.
Wanneer u Kopiëren hebt ingesteld,
herhaalt u deze stap voor Scan,
USB direct en Afdr. pc.
Als u klaar bent met het wijzigen van
instellingen, drukt u op d of c om
Stop wijziging te selecteren en
drukt u vervolgens op OK.
f Druk op Stop/Eindigen.
Beperkte gebruikers instellen4
U kunt gebruikers instellen met beperkingen
en een wachtwoord voor functies die voor
hen beschikbaar zijn. Met Beheer via een
webbrowser kunt u geavanceerdere
beperkingen instellen, zoals een beperking
op het aantal pagina's of via de inlognaam
van een PC. (Raadpleeg de
netwerkhandleiding op de cd-rom voor meer
informatie.) U kunt maximaal 25 gebruikers
met beperkingen en een wachtwoord
instellen.
a Druk op Menu, 1, 6.
b Druk op a of b om Id instellen te
selecteren. Druk op OK.
c Toets het beheerderwachtwoord in.
Druk op OK.
d Druk op a of b om Gebr. 01-25 te
selecteren. Druk op OK.
e Gebruik het numerieke toetsenbord om
de gebruikersnaam in te voeren. (Zie
Tekst invoeren op pagina 119.) Druk op
OK.
f Toets een viercijferig wachtwoord in
voor de gebruiker. Druk op OK.
g Druk op a of b om Activeren of
Deactiveren te selecteren voor
Kopiëren.
Druk op OK.
Wanneer u Kopiëren hebt ingesteld,
herhaalt u deze stap voor Scan,
USB direct en Afdr. pc.
Als u klaar bent met het wijzigen van
instellingen, drukt u op d of c om
Stop wijziging te selecteren en
drukt u vervolgens op OK.
h Herhaal stap d tot en met g om elke
extra gebruiker en elk extra wachtwoord
in te voeren.
Beveiligingsfuncties
31
4
i Druk op Stop/Eindigen.
Opmerking
U kunt niet dezelfde naam gebruiken als
een andere gebruikersnaam.
Beveiligd functieslot aan-
/uitzetten 4
Als u het verkeerde wachtwoord invoert,
wordt op het LCD-scherm
Fout wachtwoord weergegeven. Voer het
juiste wachtwoord opnieuw in.
Beveiligd functieslot aanzetten
a Druk op Menu, 1, 6.
b Druk op a of b om Slot UitiAan te
selecteren. Druk op OK.
c Toets uw viercijferige
beheerderwachtwoord in.
Druk op OK.
Beveiligd functieslot uitzetten
a Druk op Menu, 1, 6.
b Druk op a of b om Slot AaniUit te
selecteren. Druk op OK.
c Toets uw viercijferige
beheerderwachtwoord in.
Druk op OK.
Gebruikers omschakelen 4
Met deze instelling kunt u schakelen tussen
geregistreerde beperkte gebruikers of
openbare gebruikers wanneer Beveiligd
functieslot aanstaat.
Overschakelen naar de functie Beperkte
gebruiker
a Houd d ingedrukt en druk op
Veilig Afdrukken/Direct.
b Druk op a of b om uw naam te
selecteren.
Druk op OK.
c Voer uw viercijferig wachtwoord in.
Druk op OK.
Opmerking
Als u op de toets van de scanmodus drukt
wanneer deze beperkt is, wordt
ToegangGeweigerd weergegeven op
het LCD-scherm, waarna de machine u
om uw naam zal vragen. Als u een
beperkte gebruiker bent met toegang tot
de scanmodus, drukt u op a of b om uw
naam te selecteren. Voer daarna uw
wachtwoord van 4 cijfers in.
Wanneer een beperkte gebruiker de
machine niet langer gebruikt, schakelt
deze binnen een minuut terug naar de
openbare modus.
Hoofdstuk 4
32
Paragraaf II
Kopiëren II
Kopieën maken 34
34
5
Kopiëren 5
Kopieermodus instellen 5
1 Contrast
2 Kwaliteit
3 Kopieerverhouding
4 Ladeselectie
5 Aantal exemplaren
6 Helderheid
Eén kopie maken 5
a Plaats het document.
b Druk op Start.
Meerdere kopieën maken 5
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max 99).
c Druk op Start.
Opmerking
Zie Kopieën sorteren met behulp van de
ADF op pagina 36 voor het sorteren van
de kopieën.
Kopiëren onderbreken 5
Druk op Stop/Eindigen om het kopiëren te
stoppen.
Kopieën maken 5
1
4
3
2
5
6
Kopieën maken
35
5
Kopieeropties
(tijdelijke instellingen) 5
Gebruik de tijdelijke Kopietoetsen als u de
kopieerinstellingen snel tijdelijk wilt wijzigen
voor de volgende kopie. U kunt verschillende
combinaties gebruiken.
Een minuut na het kopiëren keert de machine
terug naar de standaardinstellingen.
De gekopieerde afbeelding
vergroten of verkleinen 5
U kunt de volgende vergrotings- of
verkleiningspercentages selecteren:
*De fabrieksinstelling is in vet schrift met een
asterisk.
Met de instelling Auto berekent de machine
de reductieratio die het beste past bij het
papierformaat waarop de papierlade is
ingesteld. (Zie Papierformaat op pagina 23.)
De instelling Auto is uitsluitend beschikbaar
wanneer u laadt uit de ADF.
Met Custom(25-400%) kunt u een
verhouding invoeren tussen 25% en 400%.
Volg onderstaande instructies om de
volgende kopie te vergroten of te verkleinen:
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Vergroot/Verklein.
Druk op c.
d Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op a of b om het gewenste
vergrotings- of
verkleiningspercentage te
selecteren.
Druk op OK.
Druk op a of b om
Custom(25-400%) te selecteren.
Druk op OK.
Gebruik de kiestoetsen om een
vergrotings- of
verkleiningspercentage in te voeren
tussen 25% en 400%. (Druk
bijvoorbeeld op 5 3 om 53% in te
voeren.)
Druk op OK.
e Druk op Start.
Opmerking
Opties voor paginalay-out 2 op 1 P, 2 op 1
L, 4 op 1 P of 4 op 1 L zijn niet beschikbaar
met Vergroten/verkleinen.
Druk op
100%*
97% LTRiA4
94% A4iLTR
91% Full Page
85% LTRiEXE
83%
78%
70% A4iA5
50%
Custom(25-400%)
Auto
200%
141% A5iA4
104% EXEiLTR
Hoofdstuk 5
36
Kopieerkwaliteit verbeteren 5
U kunt kiezen uit een serie
kwaliteitsinstellingen. De standaardinstelling
is Auto.
Auto
Auto is de aanbevolen stand voor normale
afdrukken. Geschikt voor documenten die
zowel tekst als foto’s bevatten.
Tekst
Geschikt voor documenten die uitsluitend
tekst bevatten.
Foto
Geschikt voor het kopiëren van foto’s.
Volg de onderstaande stappen om de
kwaliteitsinstelling tijdelijk te wijzigen:
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Contrast/Kwaliteit. Druk op a
of b om Kwal. te selecteren.
Druk op OK.
d Druk op d of c om Auto, Tekst of Foto
te selecteren. Druk op OK.
e Druk op Start.
Volg de onderstaande stappen om de
standaard instelling te wijzigen:
a Druk op Menu, 2, 1.
b Druk op a of b om de kopieerkwaliteit te
selecteren.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Kopieën sorteren met behulp
van de ADF 5
U kunt meerdere kopieën sorteren. De
pagina’s worden gestapeld in de volgorde
1 2 3, 1 2 3, 1 2 3 enz.
a Plaats het document in de ADF.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Sorteren.
d Druk op Start.
De kopieerresolutie van de
tekst wijzigen 5
U kunt de kopieerresolutie van de tekst
wijzigen naar 1200x600dpi als u de
glasplaat gebruikt, Tekst als kopieerkwaliteit
hebt ingesteld en 100% als vergrotings- of
verkleiningspercentage hebt geselecteerd.
De standaardinstelling is 600dpi.
a Plaats het document op de glasplaat.
b Druk op Menu, 2, 2.
c Druk op a of b om de kopieerresolutie
van de tekst te selecteren.
Druk op OK.
d Druk op Stop/Eindigen.
Kopieën maken
37
5
Het contrast en de helderheid
regelen 5
Contrast 5
Pas het contrast aan om een beeld er
scherper en levendiger te laten uitzien.
Volg de onderstaande stappen om de
contrastinstelling tijdelijk te wijzigen:
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Contrast/Kwaliteit.
Druk op a of b om Contrast te
selecteren. Druk op OK.
Contrast:-nnonn+c
Kwal. :Auto
Vergr/kl:100%
Bak :MP>T1
Selecteer dc&OK
01
d Druk op d of c om het contrast te
verhogen of verlagen.
Druk op OK.
e Druk op Start.
Volg de onderstaande stappen om de
standaard instelling te wijzigen:
a Druk op Menu, 2, 4.
b Druk op d of c om het contrast te
verhogen of verlagen. Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Helderheid 5
Pas de helderheid aan om kopieën donkerder
of lichter de maken.
Volg de onderstaande stappen om de
helderheidsinstelling tijdelijk te wijzigen:
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op a of b om Helder te selecteren.
Kwal. :Auto
Vergr/kl:100%
Bak :MP>T1
Helder :-nnonn+c
Selecteer dc&OK
01
d Druk op c om een lichtere kopie te
maken of op d om een donkerdere kopie
te maken.
Druk op OK.
e Druk op Start.
Volg de onderstaande stappen om de
standaard instelling te wijzigen:
a Druk op Menu, 2, 3.
b Druk op c om een lichtere kopie te
maken of op d om een donkerdere kopie
te maken.
Druk op OK.
c Druk op Stop/Eindigen.
Hoofdstuk 5
38
N op 1-kopieën maken
(paginalay-out) 5
U kunt de hoeveelheid papier die u gebruikt
voor het kopiëren verminderen door de
functie N op 1-kopie te gebruiken. U kunt zo
twee of vier pagina’s op één vel kopiëren en
daarmee papier besparen.
BELANGRIJK
Controleer of het papierformaat is
ingesteld op Letter, A4, Legal
1
of
Folio
1
.
•(P) betekent Portrait (staand) en (L)
betekent Landscape (liggend).
U kunt de instelling Vergroot / Verklein niet
gebruiken met de functie N op 1.
1
U kunt alleen Legal en Folio selecteren voor de
MP-lade.
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Nop1.
d Druk op a of b om 2op1(P),
2op1(L), 4op1(P),
4op1(L) of Uit(1 op 1) te
selecteren.
Druk op OK.
e Druk op Start om de pagina te scannen.
Als u het document in de ADF hebt
geplaatst, worden de pagina's gescand
en wordt het afdrukken gestart.
Wanneer u de glasplaat gebruikt,
gaat u naar stap f.
f Nadat de machine de pagina gescand
heeft, drukt u op 1 om de volgende
pagina te scannen.
Flatbed kopie:
Volgende Pagina?
a 1.Ja
b 2.Nee
Select. ab of OK
g Plaats de volgende pagina op de
glasplaat.
Druk op OK.
Herhaal stap f en g voor elke pagina
die u in deze indeling gebruikt.
h Druk op 2 in stap f om te stoppen
nadat alle pagina's zijn gescand.
Kopieën maken
39
5
Wanneer u kopieert vanaf de ADF: 5
Plaats het document met de bedrukte zijde
naar boven zoals hieronder aangegeven:
2 in 1 (P)
2 in 1 (L)
4 in 1 (P)
4 in 1 (L)
Wanneer u kopieert vanaf de
glasplaat:
5
Plaats het document met de bedrukte zijde
naar beneden zoals hieronder aangegeven:
2 in 1 (P)
2 in 1 (L)
4 in 1 (P)
4 in 1 (L)
Hoofdstuk 5
40
Duplexkopiëren
(dubbelzijdig) 5
Als u de functie duplexkopiëren wilt
gebruiken, plaatst u het document in de ADF.
Als u de melding Geheugen vol krijgt
wanneer u dubbelzijdig kopieert, dient u extra
geheugen te installeren. (Zie De melding
geheugen vol op pagina 42.)
Duplexkopiëren
(over de lange zijde) 5
enkelzijdig i dubbelzijdig
Staand
Liggend
dubbelzijdig i dubbelzijdig
Staand
Liggend
dubbelzijdig i enkelzijdig
Staand
Liggend
a Plaats het document.
b Voer het aantal kopieën in (max. 99) met
de kiestoetsen.
c Druk op Dubbelzijdig en a of b om
1zijdigi2zijdig,
2zijdigi2zijdig of
2zijdigi1zijdig te selecteren.
Duplex
a1zijdigi2zijdig
2zijdigi2zijdig
b2zijdigi1zijdig
Select. ab of OK
Druk op OK.
d Druk op Start om het document te
kopiëren.
Opmerking
Duplexkopiëren met een dubbelzijdig
Legal-document is niet beschikbaar.
1
2
1
1
2
1
1
2
1
2
1
1
2
1
1
2
1
1
2
1
1
2
1
2
1
1
2
1
1
2
1
2
Kopieën maken
41
5
Geavanceerd duplexkopiëren
(korte zijde) 5
Geavanceerd dubbelzijdig i enkelzijdig
Staand
Liggend
Geavanceerd enkelzijdig i dubbelzijdig
Staand
Liggend
a Plaats het document.
b Voer het aantal kopieën in (max. 99) met
de kiestoetsen.
c Druk op Dubbelzijdig en a of b om
Geavanceerd te selecteren.
Duplex
a1zijdigi2zijdig
2zijdigi2zijdig
b2zijdigi1zijdig
Select. ab of OK
Druk op OK.
d Druk op a of b om 2zijdigi1zijdig
of 1zijdigi2zijdig te selecteren.
Duplex Geavanc.
a2zijdigi1zijdig
b1zijdigi2zijdig
Select. ab of OK
Druk op OK.
e Druk op Start om het document te
kopiëren.
Opmerking
Duplexkopiëren met een dubbelzijdig
Legal-document is niet beschikbaar.
1
2
1
1
2
1
1
2
1
2
1
2
1
1
2
1
1
2
1
2
Hoofdstuk 5
42
Ladeselectie 5
U kunt de gebruikte lade wijzigen voor de
volgende kopie.
a Plaats het document.
b Voer met het bedieningspaneel het
aantal kopieën in (max. 99).
c Druk op Lade Selecteren.
d Druk op d of c om MP>T1, T1>MP,
#1(XXX)
1
of MP(XXX)
1
te selecteren.
Druk op OK.
e Druk op Start.
1
XXX staat voor het papierformaat dat u hebt
ingesteld in Menu, 1, 1, 2.
Opmerking
T2 of #2 wordt enkel weergegeven als de
optionele papierlade is geplaatst.
Raadpleeg Ladegebruik in de
kopieermodus op pagina 24 voor het
wijzigen van de standaardinstelling voor
Tray Select.
De melding geheugen
vol 5
Wanneer het geheugen tijdens het kopiëren
vol raakt, vermeldt het LCD-scherm wat u
verder moet doen.
Als de melding Geheugen vol wordt
weergegeven tijdens het scannen van een
volgende pagina, krijgt u de mogelijkheid om
op Start te drukken om de reeds gescande
pagina's te kopiëren, of om op
Stop/Eindigen te drukken om de handeling
te annuleren.
Druk op
MP>T1 of M>T1>T2
T1>MP of T1>T2>M
#1(XXX)
1
#2(XXX)
1
MP(XXX)
1
Paragraaf III
Rechtstreeks afdrukken
III
Gegevens afdrukken vanaf een USB-
flashgeheugen of vanaf een digitale camera
die massaopslag ondersteunt
44
44
6
Met de functie Direct Print hebt u geen
computer nodig om gegevens af te drukken.
U kunt afdrukken door eenvoudig een USB-
flashgeheugen in de USB-poort van de
machine te plaatsen. U kunt ook een camera
aansluiten en rechtstreeks vanaf de camera
afdrukken als deze is ingesteld op USB Mass
Storage.
Opmerking
Bepaalde USB-flashgeheugens werken
mogelijk niet op deze machine.
Als uw camera in de stand PictBridge
staat, kunt u geen gegevens afdrukken.
Raadpleeg de handleiding van uw camera
om over te schakelen van de stand
PictBridge naar de stand Mass Storage.
Ondersteunde
bestandsformaten 6
Direct Print ondersteunt de volgende
bestandsformaten:
PDF versie 1.7
1
JPEG
Exif + JPEG
PRN (aangemaakt door de Brother-driver)
TIFF (bij scannen met alle MFC- of DCP-
modellen van Brother)
PostScript
®
3™ (aangemaakt door de
Brother BRScript3-printerdriver)
XPS versie 1.0
1
PDF-bestanden die een JBIG2-beeldbestand, een
JPEG2000-beeldbestand of transparante bestanden
bevatten, worden niet ondersteund.
Gegevens afdrukken vanaf een
USB-flashgeheugen of vanaf een
digitale camera die massaopslag
ondersteunt
6
Gegevens afdrukken vanaf een USB-flashgeheugen of vanaf een digitale camera die massaopslag ondersteunt
45
6
Een PRN of
PostScript
®
3™-
bestand aanmaken
voor rechtstreeks
afdrukken
6
Opmerking
De schermen in dit onderdeel variëren
afhankelijk van het programma en het
besturingssysteem.
a Klik in de menubalk van een programma
op Bestand en daarna op Afdrukken.
b Selecteer Brother DCP-XXXX Printer
(1) en vink het vakje Naar bestand aan
(2).
Klik op Afdrukken.
c Selecteer de map waar u het bestand
wilt opslaan en voer de bestandsnaam
in wanneer dit wordt gevraagd.
Als u alleen om een bestandsnaam
wordt gevraagd, kunt u ook de map
waar u het bestand wilt opslaan
specificeren door de mapnaam bij te
voegen. Bijvoorbeeld:
C:\Temp\Bestandsnaam.prn
Als er een USB-flashgeheugen of een
digitale camera aangesloten is op uw
computer, kunt u het bestand
rechtstreeks op het USB-flashgeheugen
opslaan.
Gegevens rechtstreeks
afdrukken vanaf een
USB-flashgeheugen of
vanaf een digitale
camera die
massaopslag
ondersteunt
6
a Steek het USB-flashgeheugen of de
digitale camera in de USB-poort (1) aan
de voorkant van de machine.
De machine schakelt automatisch over
naar de stand Direct Print.
2
1
1
1
Hoofdstuk 6
46
Opmerking
Als de instelling Direct Print van Beveiligd
functieslot 2.0 voor alle gebruikers is
ingesteld op Deactiveren (ook bij de
instellingen voor de openbare modus),
wordt Niet beschikbaar
weergegeven op het LCD-scherm,
waarna de machine terugkeert naar de
stand Gereed. U kunt de functie Direct
Print niet gebruiken.
Als u een beperkte gebruikers-ID gebruikt
zonder toegang tot de functie Direct Print
bij Beveiligd functieslot 2.0, maar andere
beperkte gebruikers (waaronder
gebruikers in de openbare modus) wel
toegang hebben, wordt
ToegangGeweigerd weergegeven op
het LCD-scherm, waarna de machine uw
naam vraagt.
Als u een beperkte gebruiker bent met
toegang tot Direct Print, drukt u op a of b
om uw naam te selecteren. Voer daarna
uw wachtwoord van 4 cijfers in.
Als uw beheerder een paginabeperking
heeft ingesteld voor Direct Print en de
machine het maximale aantal pagina's
reeds heeft bereikt, wordt
Limiet bereikt weergegeven op het
LCD-scherm wanneer u een USB-
flashgeheugen of een digitale camera
aansluit.
b Druk op a of b om de map- of
bestandsnaam te selecteren die u wilt
afdrukken.
Direct Print
a1.FILE0_1.PDF
2.FILE0_2.PDF
b3.FILE0_3.PDF
Select. ab of OK
Druk op OK.
Als u de mapnaam hebt geselecteerd,
drukt u op a of b om de bestandsnaam
te selecteren die u wilt afdrukken.
Druk op OK.
Opmerking
U moet uw camera overschakelen van de
stand PictBridge naar de stand Mass
Storage.
Als u een bestandenindex wilt afdrukken,
selecteert u Index afdr. en drukt u
daarna op OK. Druk op Start om de
gegevens af te drukken.
Bestanden die opgeslagen zijn op het
USB-flashgeheugen kunnen aan de hand
van de volgende tekens worden
weergegeven op het LCD-scherm: A B C
D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W
X Y Z 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 $ % ’ ` - @ { } ˜ !
# ( ) & _ ˆ
c Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op a of b om een instelling te
selecteren die u wilt wijzigen en druk
op OK. Druk daarna op a of b om een
optie te selecteren voor de instelling
en druk op OK.
Als u de huidige
standaardinstellingen niet wilt
wijzigen, gaat u verder met stap d.
Print bestand
aPapierformaat
Mediatype
bMeerdere pag.
Select. ab of OK
Gegevens afdrukken vanaf een USB-flashgeheugen of vanaf een digitale camera die massaopslag ondersteunt
47
6
Opmerking
U kunt de volgende instellingen
selecteren:
Papierformaat
Mediatype
Meerdere pag.
Afdrukstand
Duplex
Sorteren
Lade gebruiken
Printkwaliteit
Pdf-optie
Afhankelijk van het type bestand
worden bepaalde instellingen mogelijk
niet weergegeven.
d Druk op Start wanneer u klaar bent.
e Voer met de kiestoetsen het gewenste
aantal kopieën in.
Druk op OK.
Direct Print
FILE0_1.PDF
Aant. kopieën:
Druk op Start
1
f Druk op Start om de gegevens af te
drukken.
BELANGRIJK
Om schade aan de machine te
voorkomen, sluit u NOOIT een ander
apparaat dan een digitale camera of een
USB-flashgeheugen aan op de USB-
poort.
Verwijder het USB-flashgeheugen of de
digitale camera NIET uit de USB-poort
terwijl de machine nog bezig is met
afdrukken.
Opmerking
Als u de standaardpapierlade wilt wijzigen
waaruit papier wordt genomen, drukt u op
Menu, 1, 4, 2 om de instelling voor de
papierlade te wijzigen.
U kunt de standaardinstellingen voor
Direct Print wijzigen via het
bedieningspaneel wanneer de stand
Direct Print niet geactiveerd is. Druk op
Menu, 4 om het menu USB Direct I/F
te openen. (Zie Menutabel
op pagina 109.)
Hoofdstuk 6
48
De foutmeldingen
begrijpen 6
Eens u vertrouwd bent met de soorten fouten
die zich kunnen voordoen bij het afdrukken
vanaf een USB-flashgeheugen met Direct
Print, kunt u eenvoudig problemen
identificeren en oplossen.
Geheugen vol
Deze melding wordt weergegeven als u
werkt met afbeeldingen die te groot zijn
voor het machinegeheugen.
Onbruikb. app.
Deze melding wordt weergegeven als u
een incompatibel of gebrekkig apparaat
aansluit op de USB-poort. Om de
foutmelding te verwijderen, koppelt u het
apparaat los van de USB-poort.
(Raadpleeg Fout- en onderhoudsmeldingen
op pagina 78 voor meer uitleg over de
oplossing.)
Paragraaf
IV
Software IV
Software- en netwerkfuncties 50
50
7
De HTML-gebruikershandleiding op de cd-
rom bevat Gebruikershandleiding,
Softwarehandleiding en
Netwerkhandleiding voor de functies die
beschikbaar zijn bij aansluiting op een
computer (bv. afdrukken en scannen). Deze
handleidingen bevatten handige koppelingen
waarmee u rechtstreeks naar een bepaalde
sectie kunt gaan.
De handleidingen bevatten informatie over de
volgende functies:
Afdrukken
Scannen
ControlCenter3 (Windows
®
)
ControlCenter2 (Macintosh
®
)
Printen via het netwerk
Netwerkscannen
Opmerking
Zie De softwarehandleiding en de
netwerkhandleiding raadplegen
op pagina 3.
Gebruik van de HTML-
gebruikershandleiding 7
Hieronder volgt een korte toelichting over het
gebruik van de HTML-gebruikershandleiding.
Windows
®
7
Opmerking
Zie Documentatie bekijken (Windows
®
)
op pagina 3 als u de software nog niet
hebt geïnstalleerd.
a Selecteer in het menu Start Brother,
DCP-XXXX bij de programma's en klik
daarna op
Gebruikershandleidingen in
HTML-formaat.
b Klik op de gewenste handleiding
(GEBRUIKERSHANDLEIDING,
SOFTWAREHANDLEIDING of
NETWERKHANDLEIDING) in het
hoofdmenu.
c Klik in de lijst links van het venster op de
titel waarvan u de inhoud wilt
weergeven.
Software- en netwerkfuncties 7
Software- en netwerkfuncties
51
7
Macintosh
®
7
a Controleer of de Macintosh
®
is
ingeschakeld. Plaats de cd-rom van
Brother in het cd-romstation.
b Dubbelklik op het pictogram
Documentation.
c Dubbelklik op de map van uw taal en
dubbelklik vervolgens op het bovenste
.html-bestand.
d Klik op de gewenste handleiding
(GEBRUIKERSHANDLEIDING,
SOFTWAREHANDLEIDING of
NETWERKHANDLEIDING) in het
hoofdmenu en klik daarna op de titel die
u wilt lezen in de lijst aan de linkerkant
van het venster.
Hoofdstuk 7
52
Paragraaf V
Bijlagen V
Veiligheid en wetgeving 54
Menuselecties 63
Problemen oplossen en routineonderhoud 65
Menu en functies 107
Specificaties 121
Verklarende woordenlijst 135
54
A
Een geschikte plaats kiezen A
Zet de machine op een plat, stabiel oppervlak zoals een bureau. Kies een plaats die vrij is van
trillingen en schokken. Plaats de machine in de buurt van een standaard geaard stopcontact. Kies
een plaats met een stabiele temperatuur tussen 10°C en 32,5°C en een luchtvochtigheid van 20%
tot 80% (zonder condensatie).
WAARSCHUWING
Zorg dat de machine NIET wordt blootgesteld aan direct zonlicht, overmatige warmte, open
vuur, zoute of corrosieve gassen, vocht of stof.
Plaats het apparaat NIET in de buurt van verwarmingstoestellen, airconditioners, koelkasten,
water of chemische producten.
Veiligheid en wetgeving A
Veiligheid en wetgeving
55
A
VOORZICHTIG
Plaats de machine niet op een plaats waar veel mensen lopen.
Plaats de machine niet op een tapijt.
Sluit de machine NIET aan op stopcontacten die worden gestuurd door wandschakelaars of
automatische timers, of op dezelfde stroomkring als grote apparaten die de stroomtoevoer
kunnen verstoren.
Onderbreking van de stroomtoevoer kan informatie in het geheugen van de machine wissen.
Zorg dat de kabels die naar de machine leiden geen gevaar voor struikelen opleveren.
56
Doe het volgende om de machine veilig te
gebruiken A
Lees deze voorschriften voordat u probeert enig onderhoud te verrichten, en bewaar ze zodat u
ze later kunt naslaan.
WAARSCHUWING
Er bevinden zich hoogspanningselektroden in de machine. Voor u de binnenkant van de
machine schoonmaakt, dient u na te gaan of u de stekker uit het stopcontact hebt verwijderd.
Zo vermijdt u elektrische schokken.
Hanteer de stekker NOOIT met natte handen. U kunt dan namelijk een elektrische schok
krijgen.
Controleer altijd of de stekker goed geplaatst is.
Installeer dit product in de buurt van een goed bereikbaar stopcontact. In noodgevallen moet u
het netsnoer uit het stopcontact trekken om de stroom volledig uit te schakelen.
Er worden plastic zakken gebruikt als verpakkingsmateriaal voor uw machine en drumeenheid.
Houd deze zakken verwijderd van baby's en kinderen, om te vermijden dat ze er in stikken.
Veiligheid en wetgeving
57
A
Gebruik bij het schoonmaken van de binnen- of buitenkant van de machine GEEN ontvlambare
stoffen, sproeivloeistoffen of biologische oplosmiddelen/vloeistoffen die alcohol of ammoniak
bevatten. U kunt zo namelijk brand veroorzaken of een elektrische schok krijgen. Raadpleeg
Routineonderhoud op pagina 90 voor informatie over het schoonmaken van de machine.
GEEN stofzuiger gebruiken voor het schoonmaken van gemorste toner. Het tonerstof zou
kunnen ontbranden in de stofzuiger en eventueel een brand veroorzaken. Maak het
tonerpoeder voorzichtig schoon met een droge, pluisvrije zachte doek en gooi het weg conform
de plaatselijke reglementeringen.
VOORZICHTIG
Wanneer u de machine pas hebt gebruikt, zijn sommige onderdelen in de machine erg heet.
Wanneer u het frontdeksel of het achterpaneel van de machine opent, mag u NOOIT de
onderdelen van de grijze zones in de afbeelding aanraken.
Plaats uw handen niet op de rand van de machine onder het documentdeksel zoals
aangegeven in de afbeelding om letsels te voorkomen.
58
Om letsels te voorkomen, dient u te vermijden uw vingers in de plaatsen te steken die in de
afbeeldingen worden weergegeven.
Wanneer u de machine verplaatst, houd hem dan vast bij de handgrepen onder de scanner.
BELANGRIJK
De fuseereenheid is gemarkeerd met een waarschuwingsetiket. Verwijder of beschadig het
etiket NIET.
Veiligheid en wetgeving
59
A
Belangrijke veiligheidsinformatie A
1 Lees alle instructies door.
2 Bewaar ze, zodat u ze later nog kunt naslaan.
3 Volg alle waarschuwingen en instructies die op het product worden aangegeven.
4 Haal de stekker van dit product uit het stopcontact alvorens de binnenkant van de machine te
reinigen. Gebruik GEEN vloeibare reinigingsmiddelen of aërosols. Gebruik een droge,
pluisvrije doek om het apparaat schoon te maken.
5 Zet dit product NIET op een onstabiel oppervlak, stelling of tafel. Het apparaat kan dan
namelijk vallen, waardoor het ernstig kan worden beschadigd.
6 Gleuven en openingen in de behuizing aan de achter- of onderkant dienen voor de ventilatie.
Om zeker te zijn van de betrouwbare werking van het apparaat en om het te beschermen
tegen oververhitting, mogen deze openingen niet afgesloten of afgedekt worden. Deze
openingen mogen ook nooit afgedekt worden door het apparaat op een bed, een bank, een
kleed of op een soortgelijk oppervlak te zetten. Zet het apparaat nooit in de buurt van of boven
een radiator of verwarmingsapparatuur. Het apparaat mag nooit in een kast worden
ingebouwd, tenzij voldoende ventilatie aanwezig is.
7 Dit apparaat moet worden aangesloten op een wisselstroombron binnen het bereik dat op het
etiket betreffende de spanning staat aangegeven. Sluit het apparaat NIET aan op een
gelijkstroombron of -omvormer. Wanneer u twijfels hebt, neemt u contact op met een
gekwalificeerde elektricien.
8 Dit apparaat is voorzien van een 3-draads geaard snoer. Deze stekker past alleen in een
geaard stopcontact. Dit is een veiligheidsmaatregel. Kan de stekker niet in uw stopcontact
worden gebruikt, raadpleeg dan uw elektricien en vraag hem uw oude stopcontact te
vervangen. Het is ABSOLUUT noodzakelijk dat u een geaarde stekker en een geaard
stopcontact gebruikt.
9 Gebruik alleen het netsnoer dat is geleverd bij de machine.
10 Plaats NOOIT iets op het netsnoer. Zet het apparaat NIET op een plaats waar mensen over
het snoer kunnen lopen.
11 Gebruik het toestel in een goed geventileerde ruimte.
12 Het netsnoer mag (inclusief een eventueel verlengsnoer) niet langer zijn dan 5 meter.
Plaats op dezelfde hoofdstroomkring GEEN andere toepassingen die veel stroom vragen,
zoals klimaatregelingen, kopieerapparaten, papierversnipperaars enz. Wanneer u niet kunt
vermijden dat u de printer gezamenlijk met dergelijke apparaten gebruikt, adviseren we u een
voltagetransformator of een hoogfrequente ruisfilter te gebruiken.
Gebruik een spanningsregelaar wanneer de stroombron niet stabiel is.
13 Plaats NIETS voor de machine dat afgedrukte documenten kan blokkeren. Plaats NOOIT een
voorwerp in het pad van afgedrukte documenten.
14 Wacht totdat de machine de pagina’s heeft uitgeworpen alvorens ze aan te raken.
15 Trek de stekker van dit product uit het stopcontact en neem altijd contact op met een bevoegde
servicemonteur wanneer het volgende zich voordoet:
Wanneer het netsnoer defect of uitgerafeld is.
Wanneer vloeistof in het apparaat is gemorst.
60
Wanneer het apparaat is blootgesteld aan regen of water.
Wanneer het apparaat niet normaal functioneert, ondanks het naleven van de
bedieningsinstructies. Pas alleen de instellingen aan die zijn aangegeven in de
bedieningshandleiding. Een verkeerde afstelling van andere functies kan leiden tot schade,
wat vaak een uitgebreid onderzoek vereist door een erkende servicemonteur om het
apparaat weer naar behoren te laten werken.
Als het apparaat is gevallen of als de behuizing is beschadigd.
Als het apparaat duidelijk anders gaat presteren, waarbij reparatie nodig blijkt.
16 Om uw apparaat te beveiligen tegen stroompieken en -schommelingen adviseren wij het
gebruik van een overstroombeveiliging.
17 Om het risico van brand, stroomstoot of lichamelijk letsel te reduceren, leest u aandachtig
volgende maatregelen:
Gebruik dit product NIET in de buurt van apparaten die water gebruiken, in een natte kelder
of in de buurt van een zwembad.
Gebruik de machine NIET tijdens een storm. (De kans bestaat dat u geëlektrocuteerd
wordt.)
Gebruik dit product NIET in de buurt van een gaslek.
Veiligheid en wetgeving
61
A
Libtiff-auteursrechten en licentie A
Use and Copyright
Copyright© 1988-1997 Sam Leffler
Copyright© 1991-1997 Silicon Graphics, Inc.
Permission to use, copy, modify, distribute, and sell this software and its documentation for any
purpose is hereby granted without fee, provided that (i) the above copyright notices and this
permission notice appear in all copies of the software and related documentation, and (ii) the
names of Sam Leffler and Silicon Graphics may not be used in any advertising or publicity relating
to the software without the specific, prior written permission of Sam Leffler and Silicon Graphics.
THE SOFTWARE IS PROVIDED "AS-IS" AND WITHOUT WARRANTY OF ANY KIND,
EXPRESS, IMPLIED OR OTHERWISE, INCLUDING WITHOUT LIMITATION, ANY WARRANTY
OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR A PARTICULAR PURPOSE.
IN NO EVENT SHALL SAM LEFFLER OR SILICON GRAPHICS BE LIABLE FOR ANY SPECIAL,
INCIDENTAL, INDIRECT OR CONSEQUENTIAL DAMAGES OF ANY KIND, OR ANY
DAMAGES WHATSOEVER RESULTING FROM LOSS OF USE, DATA OR PROFITS,
WHETHER OR NOT ADVISED OF THE POSSIBILITY OF DAMAGE, AND ON ANY THEORY
OF LIABILITY, ARISING OUT OF OR IN CONNECTION WITH THE USE OR PERFORMANCE
OF THIS SOFTWARE.
62
Handelsmerken A
Het Brother-logo is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd.
Brother is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother Industries, Ltd.
Multi-Function Link is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Brother International
Corporation.
Microsoft, Windows, Windows Server en Internet Explorer zijn gedeponeerde handelsmerken van
Microsoft Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Windows Vista is een wettig gedeponeerd handelsmerk van Microsoft Corporation in de
Verenigde Staten en andere landen.
Apple, Macintosh, Safari en TrueType zijn gedeponeerde handelsmerken van Apple Inc. in de
Verenigde Staten en andere landen.
Intel en Pentium zijn handelsmerken van Intel Corporation in de VS en andere landen
AMD is een handelsmerk van Advanced Micro Devices, Inc.
Adobe, Flash, Illustrator, PageMaker, Photoshop, PostScript en PostScript 3 zijn gedeponeerde
handelsmerken of handelsmerken van Adobe Systems Incorporated in de Verenigde Staten en/of
andere landen.
Epson is een gedeponeerd handelsmerk en FX-80 en FX-850 zijn handelsmerken van Seiko
Epson Corporation.
IBM en Proprinter zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van International
Business Machines Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
Nuance, het Nuance-logo, PaperPort en ScanSoft zijn handelsmerken of gedeponeerde
handelsmerken van Nuance Communications, Inc. of haar partners in de Verenigde Staten en/of
andere landen.
Elk bedrijf waarvan software in deze handleiding wordt vermeld, heeft een
softwarelicentieovereenkomst die specifiek bedoeld is voor de betreffende programma's.
Alle andere handelsmerken zijn het eigendom van hun respectieve eigenaars.
63
B
B
Optionele papierlade
(LT-5300) B
Een optionele onderste lade kan worden
geïnstalleerd met een capaciteit van
maximaal 250 vellen papier van 80 g/m
2
.
Wanneer een optionele lade is geplaatst,
heeft de machine een maximale capaciteit
van 550 vellen normaal papier. Neem contact
op met uw Brother-leverancier als u een
optionele onderste lade wilt aanschaffen.
Raadpleeg de instructies bij de onderste lade
voor de installatie.
Geheugenbord B
DCP-8085DN heeft standaard 64 MB
geheugen en één uitbreidingssleuf voor extra
geheugen. U kunt het geheugen upgraden tot
576 MB door small outline dual in-line
memory-modules te plaatsen (SO-DIMM's).
Wanneer u extra geheugen toevoegt,
verhoogt dit de prestaties van zowel de
kopieer- als afdrukhandelingen.
Algemeen hebben de SO-DIMM's de
volgende technische gegevens:
Type: 144 pins en 64 bit-uitvoer
CAS-latentie: 2
Klokfrequentie: 100 MHz of hoger
Capaciteit: 64, 128, 256 of 512 MB
Hoogte: 31,75 mm
Dram-type: SDRAM 2 Bank
Voor informatie over de aankoop en
nummers van onderdelen, raadpleegt u de
website van Buffalo Technology:
http://www.buffalo-technology.com/
Opmerking
Het is mogelijk dat bepaalde SO-DIMM's
niet werken in de machine.
Neem contact op met uw Brother-
leverancier voor meer informatie.
Menuselecties B
64
Extra geheugen plaatsen B
a Schakel de machine uit.
b Koppel de interfacekabel los van de
machine en trek het netsnoer uit het
stopcontact.
Opmerking
De machine moet uitgeschakeld zijn voor
u de SO-DIMM plaatst of verwijdert.
c Verwijder de SO-DIMM-afdekking en de
afdekking van de interfacetoegang.
d Haal de SO-DIMM uit de verpakking en
houd deze vast bij de zijkanten.
BELANGRIJK
Raak NOOIT de geheugenchips of het
bordoppervlak aan om schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
e Neem de SO-DIMM aan de zijkanten
vast en breng de inkepingen in de
SO-DIMM op een lijn met de uitsteeksel
in de sleuf.
Plaats de SO-DIMM schuin (1) en druk
deze vervolgens in de richting van het
interfacebord tot hij op zijn plaats klikt
(2).
f Plaats de SO-DIMM-afdekking en de
afdekking van de interfacetoegang
terug.
g Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en sluit daarna
de interfacekabel aan.
h Schakel de machine in.
Opmerking
Om er zeker van te zijn dat u de SO-DIMM
correct hebt geplaatst, kunt u de pagina
met gebruikersinstellingen afdrukken
waarop u de huidige geheugencapaciteit
kunt zien. (Zie Lijst Gebruikersinstellingen
op pagina 27.)
1
2
65
C
C
Problemen oplossen C
Als u denkt dat er een probleem is met uw machine, kijk dan in onderstaande tabel en volg de tips
voor het oplossen van problemen.
De meeste problemen kunt u zelf eenvoudig oplossen. Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het
Brother Solutions Center de meest recente veelgestelde vragen en tips voor het oplossen van
problemen. Ga naar http://solutions.brother.com
.
Als u problemen hebt met uw machine C
Controleer onderstaande tabel en volg de instructies.
Kopieerproblemen C
Problemen oplossen en
routineonderhoud
C
Problemen Suggesties
Kan geen kopie maken. Contacteer uw beheerder om uw instellingen voor Beveiligd functieslot te
controleren.
Verticale zwarte lijn op de kopieën. Zwarte verticale lijnen op kopieën ontstaan meestal doordat er zich vuil of
correctievloeistof op de glasplaat bevindt of doordat de printcorona vuil is. (Zie De
scanner reinigen op pagina 91 en De primaire corona reinigen op pagina 93.)
66
Afdrukproblemen C
Problemen Suggesties
Geen print. Controleer of de stekker van de machine in het stopcontact zit en of de
machine aanstaat.
Controleer of de tonercartridges en drumeenheid correct zijn geïnstalleerd.
(Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Controleer of de interfacekabel goed is aangesloten tussen de machine en uw
computer. (Zie de installatiehandleiding.)
Controleer of de correcte printerdriver is geïnstalleerd en geselecteerd.
Controleer of het LCD-scherm een foutmelding weergeeft. (Zie Fout- en
onderhoudsmeldingen op pagina 78.)
Ga na of de machine online is:
(Windows Vista
®
) Klik op Start, Configuratiescherm,
Hardware en geluiden en vervolgens op Printers. Klik met de
rechtermuisknop op Brother DCP-XXXX Printer . Zorg ervoor dat
Printer off line gebruiken is uitgevinkt.
(Windows
®
XP en Windows Server
®
2003) Klik op de knop Start en selecteer
Printers. Klik met de rechtermuisknop op Brother DCP-XXXX Printer. Zorg
ervoor dat Printer offline gebruiken is uitgevinkt.
(Windows
®
2000) Klik op de knop Start, selecteer Instellingen en daarna
Printers. Klik met de rechtermuisknop op Brother DCP-XXXX Printer. Zorg
ervoor dat Printer offline gebruiken is uitgevinkt.
Contacteer uw beheerder om uw instellingen voor Beveiligd functieslot te
controleren.
De machine print onverwacht of
print heel slecht.
Trek de papierlade uit de machine en wacht totdat de machine stopt met
afdrukken. Schakel de machine vervolgens uit en verwijder de stekker enige
minuten uit het stopcontact.
Controleer de instellingen in uw toepassing en controleer of deze kan
samenwerken met uw machine.
Als u gebruik maakt van de parallelle poort, controleert u dat de poort BRMFC
is en niet LPT1.
De machine print de eerste
pagina's correct, maar dan
ontbreekt tekst op enkele pagina’s.
Controleer de instellingen in uw toepassing en controleer of deze kan
samenwerken met uw machine.
Uw computer herkent het signaal "ingangsbuffer vol" van de machine niet.
Controleer of u de interfacekabel correct hebt aangesloten. (Zie de
installatiehandleiding.)
De kop- of voetteksten in het
document worden op het scherm
weergegeven, maar ze verschijnen
niet wanneer het document wordt
afgedrukt.
Er is een niet-bedrukbaar gedeelte aan de boven- en onderkant van de pagina.
Pas de boven- en ondermarge voor uw document aan.
De machine drukt niet dubbelzijdig
af, ook al is de printerdriver
ingesteld op Duplex.
Controleer de instelling voor het papierformaat in de printerdriver. Selecteer
hiervoor het formaat A4.
De machine drukt niet af of is
gestopt met afdrukken en de
status-LED van de machine is geel.
Druk op Opdracht Annuleren. De machine annuleert de taak en wist deze uit het
geheugen. Het is mogelijk dat een onvolledige pagina wordt afgedrukt.
Problemen oplossen en routineonderhoud
67
C
Scanproblemen C
Softwareproblemen C
Problemen met het papier C
Problemen Suggesties
Tijdens het scannen treden er
TWAIN-fouten op.
Zorg dat de TWAIN-driver van Brother als primaire bron is gekozen. Klik in
PaperPort™ 11SE op Bestand, Scannen of Foto ophalen en selecteer de
TWAIN-stuurprogramma.
OCR (optische tekstherkenning)
werkt niet.
Probeer de inleesresolutie te verhogen.
De functie netwerkscannen werkt
niet.
Zie Netwerkproblemen op pagina 68.
Problemen Suggesties
Onmogelijk software te installeren
of te printen.
Voer het programma Repair MFL-Pro Suite uit op de cd-rom. Dit programma
repareert en herinstalleert de software.
Kan '2 in 1' of '4 in 1'-afdrukken niet
uitvoeren.
Controleer of de instellingen voor het papierformaat in de toepassing en in de
printerdriver hetzelfde zijn.
De machine print niet vanuit
Adobe
®
Illustrator
®
.
Probeer de printresolutie te verlagen. (Zie het tabblad Geavanceerd in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
Problemen Suggesties
De machine voert geen papier in.
Het LCD-scherm toont
Geen papier of de melding
Vastgelopen papier.
Wanneer er geen papier is, plaatst u een nieuwe stapel papier in de
papierlade.
Als er papier in de lade zit, moet u nagaan of het correct is geplaatst. Wanneer
het papier gekruld is, moet u het strekken. Soms moet u het papier uit de lade
halen, de stapel omdraaien en weer in de lade plaatsen.
Plaats minder papier in de lade en probeer het opnieuw.
Controleer dat de stand MP-lade niet geselecteerd is in de printerdriver.
Als op het LCD-scherm de melding Vastgelopen papier wordt weergegeven
en het probleem blijft bestaan, raadpleegt u Papieropstoppingen
op pagina 83.
De machine neemt geen papier uit
de MP-lade.
Waaier het papier goed door en plaats het terug in de lade.
Controleer dat de stand MP-lade geselecteerd is in de printerdriver.
Hoe kan ik enveloppen afdrukken? U kunt enveloppen invoeren via de MP-lade. Uw toepassing moet zo zijn ingesteld
dat u het betreffende envelopformaat kunt printen. Dit stelt u meestal in via het
menu pagina-instelling of documentinstelling van uw toepassing. (Raadpleeg de
handleiding van de toepassing voor meer informatie.)
Welk papier kan ik gebruiken? U kunt dun papier, normaal papier, dik papier, bankpostpapier, kringlooppapier,
enveloppen, etiketten en transparanten gebruiken die geschikt zijn voor
laserprinters. (Zie voor meer informatie Papiersoorten en andere afdrukmedia die
kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Er is papier vastgelopen. (Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
68
Problemen met afdrukkwaliteit C
Problemen Suggesties
De afgedrukte pagina’s zijn
gekruld.
Dun of dik papier van lage kwaliteit of het niet afdrukken op de aanbevolen
papierzijde zou dit probleem kunnen veroorzaken. Probeer de stapel papier in
de papierlade om te draaien.
Controleer of u het juiste papiertype hebt gekozen dat past bij het type
printmedia. (Zie Papiersoorten en andere afdrukmedia die kunnen worden
gebruikt op pagina 14.)
De afgedrukte pagina’s zijn
vlekkerig.
U hebt de verkeerde papiersoort ingesteld voor het papier dat u gebruikt, of het
gebruikte papier is te dik of te gestructureerd. (Zie Papiersoorten en andere
afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14 en het tabblad Normaal in
de softwarehandleiding op de cd-rom.)
De afdrukken zijn te licht. Als dit probleem zich voordoet tijdens het maken van kopieën, schakel dan de
tonerbespaarstand uit in de menu-instellingen van de machine. (Zie Toner
sparen op pagina 26.)
Zet de tonerbespaarstand uit in het tabblad Geavanceerd van de printerdriver.
(Zie het tabblad Geavanceerd in de softwarehandleiding op de cd-rom.)
Netwerkproblemen
Problemen Suggesties
Printen via een bedraad netwerk
onmogelijk.
Als u netwerkproblemen hebt, raadpleegt u de netwerkhandleiding op de cd-rom
voor meer informatie.
Controleer of de machine aanstaat, online is en in de stand Gereed staat. Druk
de netwerkconfiguratielijst af om uw huidige netwerkinstellingen te bekijken. (Zie
Netwerkconfiguratielijst op pagina 27.) Sluit de LAN-kabel weer aan op de hub
om te controleren of de kabel en de netwerkaansluitingen in orde zijn. Probeer,
indien mogelijk, de machine aan te sluiten op een andere poort van uw hub en
gebruik een andere kabel. Als de aansluitingen goed zijn, is de onderste LED van
het achterpaneel van de machine groen.
Problemen oplossen en routineonderhoud
69
C
De functie netwerkscannen werkt
niet.
De functie netwerkprinten werkt
niet.
(Windows
®
) De instelling van de firewall op uw pc kan de noodzakelijke
netwerkverbinding afwijzen. Volg onderstaande instructies om Windows
®
Firewall te configureren. Gebruikt u andere persoonlijke firewallsoftware,
raadpleeg dan de gebruikershandleiding van deze software of neem contact op
met de leverancier van de software.
(Windows
®
XP SP2)
a Klik op de knop Start, Configuratiescherm,
Netwerk- en Internet-verbindingen en klik op Windows Firewall.
Controleer dat Windows Firewall in het tabblad Algemeen is ingesteld
op Aan.
b Klik op het tabblad Geavanceerd en klik bij de
Instellingen van netwerkverbinding op de knop Instellingen....
c Klik op de knop Toevoegen.
d Voer de volgende informatie in om poort 54925 toe te voegen voor
scannen via het netwerk:
1. Voer bij Beschrijving van de service: een omschrijving in,
bijvoorbeeld "Brother Scanner".
2. Voer "Localhost" in bij Naam of IP-adres (bijvoorbeeld 192.168.0.12)
van de computer die als host voor deze service optreedt:.
3. Geef bij Nummer van de externe poort voor deze service: "54925"
op.
4. Geef bij Nummer van de interne poort voor deze service: "54925"
op.
5. Controleer dat UDP is geselecteerd.
6. Klik op OK.
e Klik op de knop Add.
f Als u nog steeds problemen met de netwerkverbinding hebt, klikt u op de
knop Add.
g Als u poort 137 voor netwerkscannen en printen via het netwerk wilt
toevoegen, voert u de onderstaande informatie in:
1. Voer bij Beschrijving van de service: een omschrijving in,
bijvoorbeeld "Brother netwerkscannen".
2. Voer "Localhost" in bij Naam of IP-adres (bijvoorbeeld 192.168.0.12)
van de computer die als host voor deze service optreedt:.
3. Geef bij Nummer van de externe poort voor deze service: "137" op.
4. Geef bij Nummer van de interne poort voor deze service: "137" op.
5. Controleer dat UDP is geselecteerd.
6. Klik op OK.
h Controleer of de nieuwe instelling is toegevoegd en geselecteerd en klik
op OK.
Netwerkproblemen (Vervolg)
Problemen Suggesties
70
De functie netwerkscannen werkt
niet.
De functie netwerkprinten werkt
niet.
(vervolg)
(Windows Vista
®
):
a Klik op de knop Start, Configuratiescherm, Netwerk en internet,
Windows Firewall en klik op Instellingen wijzigen.
b Wanneer het scherm Gebruikersaccountbeheer wordt geopend, doet u
het volgende.
Gebruikers met beheerdersbevoegdheden: Klik op Doorgaan.
Gebruikers zonder beheerdersbevoegdheden: Voer het
beheerderswachtwoord in en klik op OK.
c Controleer dat Windows Firewall in het tabblad Algemeen is ingesteld
op Aan.
d Klik op het tabblad Uitzonderingen.
e Klik op de knop Poort toevoegen....
f Voer de volgende informatie in om poort 54925 toe te voegen voor
scannen via het netwerk:
1. Voer in het vak Naam: een beschrijving in. (bijvoorbeeld “Brother
Scanner”)
2. Geef bij Poortnummer: "54925" op.
3. Controleer dat UDP is geselecteerd. Klik vervolgens op OK.
g Klik op de knop Poort toevoegen....
h Controleer of de nieuwe instelling is toegevoegd en geselecteerd en klik
op Toepassen.
i Als u nog steeds problemen met de netwerkverbinding hebt, bijvoorbeeld
met het scannen of afdrukken over het netwerk, selecteert u het vakje
Bestands- en printerdeling in het tabblad Uitzonderingen en klikt u op
Toepassen.
Uw computer kan de machine niet
vinden.
(Windows
®
) De instelling van de firewall op uw pc kan de noodzakelijke
netwerkverbinding afwijzen. (Zie bovenstaande instructies voor meer informatie.)
(Macintosh
®
) Selecteer de machine opnieuw in de toepassing Device Selector
in Macintosh HD/Bibliotheek/Printers/Brother/Hulpprogramma's/
DeviceSelector of via het pop-upmenu Model van ControlCenter2.
Netwerkproblemen (Vervolg)
Problemen Suggesties
Problemen oplossen en routineonderhoud
71
C
De afdrukkwaliteit verbeteren C
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
Witte lijnen op de pagina
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd of erg dik
papier kan dit probleem veroorzaken. (Zie Papiersoorten en andere
afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Controleer of u het correcte mediatype hebt gekozen in het
printerstuurprogramma of in het menu voor het instellen van de
papiersoort. (Zie Papiersoorten en andere afdrukmedia die kunnen
worden gebruikt op pagina 14 en het tabblad Normaal in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
Het probleem kan vanzelf verdwijnen. Druk meer pagina's af om dit
probleem te verhelpen, met name wanneer u de machine een lange
tijd niet hebt kunnen gebruiken.
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Witte lijnen onder aan de
pagina
Veeg het scannervenster af met een droge en pluisvrije zachte doek.
(Zie Het scannervenster reinigen op pagina 92.)
Controleer of er niet een afgescheurd stuk papier binnen de machine
zit dat het inleesvenster afdekt.
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Zie Een tonercartridge vervangen op pagina 98.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Holle afdruk
Controleer of u geschikt papier gebruikt. (Zie Papiersoorten en
andere afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Selecteer Dik papier in het printerstuurprogramma, selecteer Dik in
het menu van de machine voor het instellen van de papiersoort, of
gebruik dunner papier. (Zie Papiersoort op pagina 23 en het tabblad
Normaal in de softwarehandleiding op de cd-rom.)
Controleer de omgeving van de machine. Factoren zoals een hoge
vochtigheid kunnen een lege afdruk veroorzaken. (Zie Een geschikte
plaats kiezen op pagina 54.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
72
Grijze achtergrond
Controleer of u geschikt papier gebruikt. (Zie Papiersoorten en
andere afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Controleer de omgeving van de machine. Factoren zoals een hoge
temperatuur en een hoge vochtigheidsgraad kunnen leiden tot grijze
achtergronden. (Zie Een geschikte plaats kiezen op pagina 54.)
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Zie Een tonercartridge vervangen op pagina 98.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Pagina scheef afgedrukt
Controleer of het papier of ander afdrukmateriaal correct in de
papierlade is geplaatst en of de geleiders niet te strak of te los op de
papierstapel aansluiten.
Stel de papiergeleiders correct in. (Zie Papier in de
standaardpapierlade plaatsen op pagina 10.)
Wanneer u de MP-lade gebruikt, zie Papier plaatsen in de
multifunctionele lade (MP-lade) op pagina 11.
De papierlade is mogelijk te vol.
Controleer de papiersoort en -kwaliteit. (Zie Papiersoorten en andere
afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Dubbele afdruk
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd of dik papier
kan dit probleem veroorzaken. (Zie Papiersoorten en andere
afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Controleer of u het correcte mediatype hebt gekozen in het printer-
stuurprogramma of in het menu voor het instellen van de papiersoort.
(Zie Papiersoorten en andere afdrukmedia die kunnen worden
gebruikt op pagina 14 en het tabblad Normaal in de
softwarehandleiding op de cd-rom.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
De fuseereenheid is misschien verontreinigd. Bel uw Brother-
leverancier voor service.
Rimpels of vouwen
Controleer de papiersoort en -kwaliteit. (Zie Papiersoorten en andere
afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Controleer of het papier correct is geladen. (Zie Papier in de
standaardpapierlade plaatsen op pagina 10.)
Draai de stapel papier in de lade om of draai het papier 180° om in de
invoerlade.
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
B DEFGH
abc efghijk
ACD
bcde
134
Problemen oplossen en routineonderhoud
73
C
Kreuken in de enveloppe
a Open het achterdeksel.
b Trek aan de blauwe hendel tot de markering (c) op een lijn staat
met de markering ( ) zoals hieronder weergegeven.
c Verstuur de afdruktaak opnieuw.
Opmerking
Wanneer u klaar bent met afdrukken, opent u het achterdeksel en zet
u de twee blauwe hendels terug op hun originele positie.
Gekruld of gegolfd
Controleer de papiersoort en -kwaliteit. Door hoge temperaturen en
een hoge vochtigheid kan het papier gaan krullen.
Als u de machine niet vaak gebruikt, is het mogelijk dat het papier te
lang in de papierlade heeft gelegen. Draai de stapel papier in de
papierlade om. Blader de stapel papier ook door en draai het papier
180° om in de papierlade.
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFG
EFGHIJKLMN
74
Gekruld
Draai het papier in de papierlade om, en druk nogmaals af. (Exclusief
briefhoofdpapier) Als het probleem zich nog steeds voordoet, verzet
u de antikrulhendel als volgt:
1 Open het achterdeksel.
2 Til de hendel op (1) en verschuif de hendel (2) in de richting van
de pijl.
Til de steunklep van de uitvoerlade op (1).
Selecteer in de printerdriver. (Zie Andere afdrukopties (Windows
®
)
of Afdrukinstellingen (Macintosh
®
) in de softwarehandleiding op de
cd-rom.)
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
2
1
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
75
C
Witte plekken op zwarte tekst
en afbeeldingen, op
intervallen van 94 mm
Zwarte plekken op
intervallen van 94 mm
Maak tien kopieën van een leeg, wit vel papier. (Zie Meerdere
kopieën maken op pagina 34.) Wanneer het probleem niet is
opgelost, kan het zijn dat er in de drumeenheid lijm van een etiket op
het OPC-drumoppervlak plakt. Reinig de drumeenheid. (Zie De
drumeenheid reinigen op pagina 95.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drum. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Flets
Controleer de omgeving van de machine. Omstandigheden zoals
vochtigheid, hoge temperaturen enzovoort kunnen de afdruk slechter
maken. (Zie Een geschikte plaats kiezen op pagina 54.)
Wanneer de hele pagina te licht is, staat Tonerbesparing misschien
aan. Schakel de Toner-bespaarstand in de menu-instellingen van de
machine of Tonerbesparing in de printer eigenschappen van de
driver uit. (Zie Toner sparen op pagina 26 of het tabblad
Geavanceerd in de softwarehandleiding op de cd-rom.)
Reinig het scannervenster en de printcorona van de drumeenheid.
(Zie Het scannervenster reinigen op pagina 92 en De primaire
corona reinigen op pagina 93.)
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Zie Een tonercartridge vervangen op pagina 98.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
C
DE
F
d
ef
g
BC
b
c
d
2
3
76
Tonervlekken
Controleer of u geschikt papier gebruikt. Gestructureerd papier kan
dit probleem veroorzaken. (Zie Papiersoorten en andere afdrukmedia
die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Maak de printcorona en de drumeenheid schoon. (Zie De primaire
corona reinigen op pagina 93 en De drumeenheid reinigen
op pagina 95.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
De fuseereenheid is misschien verontreinigd. Bel uw Brother-
leverancier voor service.
Alles zwart
Reinig de primaire corona in de drumeenheid door de blauwe lip te
verschuiven. Zorg ervoor dat u het lipje weer terugzet in de
oorspronkelijke stand (a). (Zie De primaire corona reinigen
op pagina 93.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
De fuseereenheid is misschien verontreinigd. Bel uw Brother-
leverancier voor service.
Zwarte tonermarkeringen op
de pagina
Controleer of u geschikt papier gebruikt. (Zie Papiersoorten en
andere afdrukmedia die kunnen worden gebruikt op pagina 14.)
Wanneer u etiketvellen voor lasermachines gebruikt, plakt de lijm van
de vellen soms op het oppervlak van de OPC-drum. Reinig de
drumeenheid. (Zie De drumeenheid reinigen op pagina 95.)
Gebruik geen papier met papierklemmen of nietjes, omdat deze
krassen maken op het oppervlak van de drum.
Wanneer u de uitgepakte drumeenheid in direct zonlicht of
kamerverlichting plaatst, kan de eenheid beschadigd worden.
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Zie Een tonercartridge vervangen op pagina 98.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Lijnen op de pagina
Reinig het laserscannervenster en de printcorona in de drumeenheid.
(Zie Het scannervenster reinigen op pagina 92 en De primaire
corona reinigen op pagina 93.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
Problemen oplossen en routineonderhoud
77
C
Zwarte lijnen onder aan de
pagina
Afgedrukte pagina's hebben
tonervlekken onder aan de
pagina
Reinig de printcorona in de drumeenheid door de blauwe lip te
verschuiven. Zorg ervoor dat u het lipje weer terugzet in de
oorspronkelijke stand (a). (Zie De primaire corona reinigen
op pagina 93.)
De tonercartridge is misschien beschadigd. Plaats een nieuwe
tonercartridge. (Zie Een tonercartridge vervangen op pagina 98.)
De drumeenheid is misschien beschadigd. Installeer een nieuwe
drumeenheid. (Zie De drumeenheid vervangen op pagina 101.)
De fuseereenheid kan verontreinigd zijn. Bel uw Brother-leverancier
voor service.
Toner hecht niet goed
Open het achterdeksel en zorg ervoor dat de twee blauwe hendels
aan de linker- en rechterkant naar boven gericht zijn.
Selecteer Tonerbevestiging verbeteren in de printerdriver. (Zie
Andere afdrukopties (Windows
®
) of Afdrukinstellingen (Macintosh
®
)
in de softwarehandleiding op de cd-rom.)
Als met deze functie de kwaliteit niet voldoende wordt verbeterd,
selecteert u Dikker papier bij de instellingen voor Mediatype.
Voorbeelden van slechte
afdrukkwaliteit
Advies
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
ABCDEFGH
abcdefghijk
ABCD
abcde
01234
78
Fout- en onderhoudsmeldingen C
Zoals bij alle geavanceerde kantoorapparatuur kunnen fouten optreden en kunnen
verbruiksartikelen op zijn. Wanneer dat gebeurt, identificeert uw machine de fout of de vereiste
routinematige onderhoudsbeurt, en toont de betreffende melding. De meest voorkomende fout-
en onderhoudsmeldingen vindt u hieronder.
U kunt de meeste foutmeldingen en meldingen betreffende routineonderhoud zelf oplossen.
Indien u extra hulp nodig hebt, biedt het Brother Solutions Center de meest recente veelgestelde
vragen en tips voor het oplossen van problemen.
Ga naar http://solutions.brother.com/.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
Afkoelen
Ogenblik aub
De temperatuur van de
drumeenheid of de tonercartridge
is te hoog. De machine
onderbreekt de huidige printtaak
en gaat in de afkoelingsstand.
Tijdens het afkoelen hoort u de
koelventilator draaien. Op het
LCD-scherm wordt Afkoelen en
Ogenblik aub weergegeven.
Zorg dat u de ventilator in de machine kunt
horen draaien, en dat de uitlaat nergens door
geblokkeerd wordt.
Als de ventilator draait, probeer dan alle
voorwerpen rondom de uitlaat te
verwijderen, en laat de machine vervolgens
aanstaan maar raak deze enkele minuten
niet aan.
Als de ventilator niet draait, schakelt u de
machine gedurende enkele minuten uit en
steekt u daarna de stekker terug in het
stopcontact.
Afdrukken Onm XX De machine heeft een
mechanisch probleem.
Schakel de machine gedurende enkele
minuten uit en steek daarna de stekker terug
in het stopcontact.
Beveiligd app. De schrijfbeveiliging van het
USB-flashgeheugen is
ingeschakeld.
Schakel de schrijfbeveiliging van het USB-
flashgeheugen uit.
Cartridgefout De tonercartridge is niet juist
geïnstalleerd.
Haal de drumeenheid uit de machine,
verwijder de tonercartridge die wordt
aangegeven op het LCD-scherm en plaats
de drumeenheid opnieuw in de machine.
Document nazien Het document is niet goed
geplaatst of het document dat via
de ADF werd gescand, was te
lang.
Zie Vastgelopen documenten op pagina 82
of Met behulp van de automatische
documentinvoer (ADF) op pagina 20.
Duplex gedeact. De duplexlade is niet juist
geïnstalleerd.
Verwijder de duplexlade en installeer de lade
opnieuw.
Vast duplex Het papier is vastgelopen in de
duplexlade.
(Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
Drumfout De printcorona van de
drumeenheid moet worden
schoongemaakt.
Maak de printcorona van de drumeenheid
schoon. (Zie De primaire corona reinigen
op pagina 93.)
De drumeenheid is aan het einde
van zijn gebruiksduur.
Vervang de drumeenheid. (Zie De
drumeenheid vervangen op pagina 101.)
Problemen oplossen en routineonderhoud
79
C
Fuserfout De temperatuur van de fuser unit
bereikt een bepaalde
temperatuur niet binnen een
bepaalde tijd.
Zet de stroomschakelaar uit, wacht een paar
seconden en zet hem vervolgens weer aan.
Laat de machine aanstaan maar raak deze
15 minuten lang niet aan.
De fuser unit is te heet.
Geen lade De papierlade is niet volledig
gesloten.
Sluit de papierlade.
Geen papier De machine heeft geen papier
meer of het papier is niet goed in
de papierlade geplaatst.
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Vul het papier in de papierlade of MP-
lade bij.
Verwijder het papier en plaats het terug.
Geen toner De tonercartridge of de
drumeenheid en de
tonercartridge zijn niet correct
geïnstalleerd.
Installeer de tonercartridge of de
drumeenheid en tonercartridge opnieuw.
Geheugen vol Het geheugen van de machine is
vol.
Bezig met kopiëren
Ga op een van de volgende manieren te
werk:
Druk op Start om de gescande pagina's
te kopiëren.
Druk op Stop/Eindigen, wacht tot de
andere actieve bewerkingen voltooid zijn
en probeer daarna opnieuw.
Wis de gegevens in het geheugen. (Zie
De melding geheugen vol op pagina 42.)
Bezig met printen
Verlaag de afdrukresolutie. (Zie het tabblad
Geavanceerd in de softwarehandleiding op
de cd-rom.)
Hernoem bestand Er bevindt zich reeds een
bestand op het USB-
flashgeheugen met dezelfde
naam als het bestand dat u wilt
opslaan.
Wijzig de naam van het bestand op het USB-
flashgeheugen of van het bestand dat u wilt
opslaan.
Kap Open Het frontdeksel is niet volledig
gesloten.
Sluit het frontdeksel van de machine.
Klep is open Het fuseerdeksel is niet volledig
gesloten of er zit papier vast aan
de achterkant van de machine bij
het inschakelen.
Sluit het fuseerdeksel.
Zorg ervoor dat er geen papier vastzit
binnenin aan de achterkant van de
machine, sluit het fuseerdeksel en druk
op Start.
Onbruikb. app. Een incompatibel of gebrekkig
apparaat werd aangesloten op de
USB-poort.
Verwijder het USB-flashgeheugen uit de
USB-poort.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
80
Onderdelen verv.
Drumeenheid
De drumeenheid is aan het einde
van zijn gebruiksduur.
Vervang de drumeenheid.
(Zie De drumeenheid vervangen
op pagina 101.)
De teller van de drumeenheid
werd niet gereset na het plaatsen
van een nieuwe drum.
1 Open het frontdeksel en druk op
Wis/terug.
2 Druk op 1 om te resetten.
Onderdelen verv.
Fuserunit
De fuseereenheid moet
vervangen worden.
Neem contact op met uw Brother-leverancier
om de fuseereenheid te vervangen.
Onderdelen verv.
Laserunit
De lasereenheid moet vervangen
worden.
Neem contact op met uw Brother-leverancier
om de lasereenheid te vervangen.
Onderdelen verv.
PF-kit 1
Het papiertoevoerpakket voor
Lade 1 moet vervangen worden.
Neem contact op met uw Brother-leverancier
om de PF Kit 1 te vervangen.
Onderdelen verv.
PF-kit 2
Het papiertoevoerpakket voor
Lade 2 moet vervangen worden.
Neem contact op met uw Brother-leverancier
om de PF Kit 2 te vervangen.
Onderdelen verv.
PF-kit MP
Het papiertoevoerpakket voor de
MP-lade moet vervangen
worden.
Neem contact op met uw Brother-leverancier
om de PF Kit MP te vervangen.
Scannen Onm. XX De machine heeft een
mechanisch probleem.
Schakel de machine gedurende enkele
minuten uit en steek daarna de stekker terug
in het stopcontact.
Het document is te lang voor
duplexscannen.
Druk op Stop/Eindigen. Gebruik papier dat
geschikt is voor duplexscannen. (Zie
Scannen op pagina 126.)
Scanner vergrend De scanner is vergrendeld. Open het documentdeksel en ontgrendel
vervolgens de scannervergrendeling.
Druk op Stop/Eindigen.
Teveel bestanden Er zijn te veel bestanden
opgeslagen op het USB-
flashgeheugen.
Verminder het aantal bestanden op het USB-
flashgeheugen.
Teveel Laden Er is meer dan een optionele lade
geplaatst.
U kunt maximaal één optionele lade
installeren. Verwijder eventuele bijkomende
lades.
Toegangsfout Het apparaat werd verwijderd uit
de USB-poort terwijl de gegevens
werden verwerkt.
Druk op Stop/Eindigen. Plaats het apparaat
opnieuw en probeer af te drukken met Direct
Print.
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
Problemen oplossen en routineonderhoud
81
C
Toner Bijna Op Als op het LCD-scherm
Toner Bijna Op verschijnt,
kunt u nog steeds afdrukken. De
machine laat u echter weten dat
de tonercartridge bijna leeg is en
dat u de toner binnenkort zult
moeten vervangen.
Bestel nu een nieuwe tonercartridge.
Toner vervangen De tonercartridge is bijna leeg. U
kunt niet afdrukken.
Vervang de tonercartridge. (Zie Een
tonercartridge vervangen op pagina 98.)
Vast: achter Het papier is vastgelopen aan de
achterkant van de machine.
(Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
Vast: binnenin Het papier is vastgelopen in de
machine.
(Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
Vast in lade1
Vast in lade2
Het papier is vastgelopen in de
papierlade van de machine.
(Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
Vast MP-lade Het papier is vastgelopen in de
MP-lade van de machine.
(Zie Papieropstoppingen op pagina 83.)
Foutmelding Oorzaak Wat te doen
82
Vastgelopen documenten C
Volg onderstaande stappen, als het papier is
vastgelopen.
BELANGRIJK
Na het verwijderen van een vastgelopen
document controleert u of er geen
papierresten zijn achtergebleven in de
machine, die ervoor kunnen zorgen dat
het papier opnieuw vastloopt.
Het document is bovenin de ADF
vastgelopen
C
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Open het ADF-deksel.
c Trek het vastgelopen document er naar
links uit.
d Sluit het ADF-deksel.
e Druk op Stop/Eindigen.
Document is vastgelopen onder het
documentdeksel
C
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Til het documentdeksel op.
c Trek het vastgelopen document er naar
rechts uit.
d Sluit het documentdeksel.
e Druk op Stop/Eindigen.
Document is vastgelopen in de
uitvoerlade
C
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Trek het vastgelopen document er naar
rechts uit.
c Druk op Stop/Eindigen.
Problemen oplossen en routineonderhoud
83
C
Document is vastgelopen in de
duplexlade
C
a Verwijder al het papier dat niet is
vastgelopen uit de ADF.
b Trek het vastgelopen document er naar
rechts uit.
c Druk op Stop/Eindigen.
Papieropstoppingen C
Om vastgelopen papier te verwijderen, volgt
u onderstaande stappen.
BELANGRIJK
Bevestig dat u zowel een tonercartridge
als een drumeenheid in de machine hebt
geïnstalleerd. Wanneer u geen
drumeenheid hebt geïnstalleerd of deze
verkeerd hebt geïnstalleerd, kan deze een
papieropstopping veroorzaken in uw
Brother machine.
Opmerking
Wanneer de foutmelding aanwezig blijft,
opent en sluit u het voor- en fuseerdeksel
stevig om de machine in te stellen op de
beginwaarden.
VOORZICHTIG
HEET
Wanneer u de machine pas hebt gebruikt,
zijn sommige onderdelen in de machine erg
heet. Wanneer u het voordeksel of het
achterdeksel (achterste uitvoerlade) van de
machine opent, mag u NOOIT de
onderdelen van de grijze zones in de
afbeelding aanraken, om letsel te
vermijden.
84
BELANGRIJK
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
Opmerking
De LCD-namen voor de papierlades zijn:
Standaardpapierlade: lade1
Optionele onderste lade: lade2
Multifunctionele lade: MP-lade
Het papier is vastgelopen in de MP-
lade.
C
Wanneer het LCD-scherm Vast MP-lade
weergeeft, dient u deze stappen te volgen:
a Verwijder het papier uit de MP-lade.
b Verwijder eventueel vastgelopen papier
uit de MP-lade.
c Sluit de MP-lade. Open het frontdeksel
en sluit het opnieuw om de machine te
resetten.
Open de MP-lade opnieuw.
d Waaier het papier goed door en plaats
het terug in de MP-lade.
e Wanneer u papier plaatst in de MP-lade,
dient u ervoor te zorgen dat het papier
de maximummarkering aan beide
kanten van de lade niet overschrijdt.
Problemen oplossen en routineonderhoud
85
C
Papier is vastgelopen in papierlade 1
of 2.
C
Wanneer het LCD-scherm Vast in lade1
of Vast in lade2 weergeeft, dient u deze
stappen te volgen:
a Trek de papierlade volledig uit de
machine.
Voor Vast in lade1:
Voor Vast in lade2:
b Gebruik beide handen om het
vastgelopen papier traag te verwijderen.
c Zorg ervoor dat het papier niet boven de
maximum markering (b) van de
papierlade uitsteekt. Druk op de blauwe
ontgrendeling van de papiergeleiders en
verschuif de papiergeleiders voor het
correcte papierformaat. Zorg dat de
geleiders goed vastzitten.
d Plaats de papierlade stevig terug in de
machine.
BELANGRIJK
Verwijder de standaardpapierlade NIET
terwijl papier wordt genomen uit een
onderste papierlade, want dit kan een
papieropstopping veroorzaken.
86
Papier is vastgelopen binnen de
machine
C
a Trek de papierlade volledig uit de
machine.
b Gebruik beide handen om het
vastgelopen papier traag te verwijderen.
c Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
d Pak de drumeenheid en de
tonercartridge-module er langzaam uit.
Het vastgelopen papier kan mogelijk
samen met de tonercartridge en de
drumeenheid worden verwijderd. Het is
eveneens mogelijk dat het verwijderen
van de tonercartridge en de
drumeenheid ervoor zorgt dat het papier
los komt te zitten zodat u het kunt
verwijderen uit de opening van de
papierlade.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen
voor het geval u per ongeluk toner morst.
Problemen oplossen en routineonderhoud
87
C
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet om schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
e Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
f Sluit het voordeksel.
g Plaats de papierlade stevig terug in de
machine.
Het papier zit vast tussen het geheel
van drumeenheid en tonercartridge
C
a Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
b Pak de drumeenheid en de
tonercartridge-module er langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen
voor het geval u per ongeluk toner morst.
c Druk de blauwe vergrendelhendel naar
beneden en neem de tonercartridge uit
de drumeenheid.
Neem het eventuele vastgelopen papier
uit de drumeenheid.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het hanteren van de
tonercartridge. Wanneer u toner morst op
uw handen of kleding, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud
water.
88
Raak de gearceerde delen in de
onderstaande illustraties NIET aan om
problemen met de afdrukkwaliteit te
voorkomen.
d Neem het eventuele vastgelopen papier
uit de drumeenheid.
e Plaats de tonercartridge terug in de
drumeenheid tot u hem op zijn plaats
hoort vastklikken. Wanneer u de
cartridge correct plaatst, komt de
blauwe vergrendelhendel automatisch
omhoog.
f Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
g Sluit het voordeksel.
Het papier is vastgelopen aan de
achterkant van de machine
C
a Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
b Pak de drumeenheid en de
tonercartridge-module er langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen
voor het geval u per ongeluk toner morst.
c Open het achterdeksel (achterste
uitvoerlade).
Problemen oplossen en routineonderhoud
89
C
d Trek de lippen aan de linker- en
rechterkant naar u toe om het
fuseerdeksel (1) te openen.
e Trek het vastgelopen papier uit de
fuseereenheid.
f Sluit het fuseerdeksel en het
achterdeksel (achterste uitvoerlade).
g Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
h Sluit het voordeksel.
Het papier is vastgelopen in de
duplexlade.
C
a Trek de duplexlade volledig uit de
machine.
b Trek het vastgelopen papier uit de
machine of uit de duplexlade.
c Plaats de duplexlade weer in de
machine.
1
90
Routineonderhoud C
WAARSCHUWING
Gebruik neutrale schoonmaakmiddelen.
Gebruik bij het schoonmaken van de
binnen- of buitenkant van de machine
GEEN ENKELE ontvlambare stof en GEEN
ENKELE sproeivloeistof of biologisch
oplosmiddel/vloeistof. U kunt dan namelijk
brand veroorzaken of een elektrische schok
krijgen. (Raadpleeg Belangrijke
veiligheidsinformatie op pagina 59 voor
meer informatie hierover.)
BELANGRIJK
De drumeenheid bevat toner, dus u moet
deze voorzichtig hanteren. Wanneer u
toner morst op uw handen of kleding, dient
u de vlekken onmiddellijk te verwijderen
met koud water.
De buitenkant van de machine
schoonmaken C
a Schakel de machine uit. Koppel alle
kabels los en trek vervolgens het
netsnoer uit het stopcontact.
b Trek de papierlade volledig uit de
machine.
c Reinig de buitenkant van de machine
met een droge en pluisvrije zachte doek
om stof te verwijderen.
d Verwijder eventueel papier uit de
papierlade.
Problemen oplossen en routineonderhoud
91
C
e Veeg de binnen- en buitenzijde van de
papierlade af met een droge en
pluisvrije zachte doek om stof te
verwijderen.
f Laad het papier opnieuw en plaats de
papierlade stevig terug in de machine.
g Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en sluit daarna
alle kabels weer aan. Schakel de
machine in.
De scanner reinigen C
a Schakel de machine uit. Koppel alle
kabels los en trek vervolgens het
netsnoer uit het stopcontact.
b Til het documentdeksel op (1).
Reinig het witte plastic oppervlak (2) en
de glasplaat (3) eronder met een
zachte, pluisvrije doek die is bevochtigd
met water.
c In de ADF-eenheid reinigt u de witte balk
(1) en de glazen strook op de glasplaat
(2) eronder met behulp van een zachte,
pluisvrije doek die is bevochtigd met
water.
d Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en sluit daarna
alle kabels weer aan. Schakel de
machine in.
Opmerking
Ga nadat u de glasplaat en glazen strook
hebt gereinigd met een zachte, pluisvrije
doek die u hebt bevochtigd met water,
nogmaals met uw vingertop over het glas
om te controleren of zich hierop nog
ongerechtigheden bevinden. Reinig het
glas zo nodig opnieuw. Mogelijk dient u
het reinigingsproces drie tot vier keer te
herhalen. Maak na elke reiniging een
kopie om te controleren of de glasplaat
schoon is.
1
3
2
1
2
92
Het scannervenster reinigen C
WAARSCHUWING
Gebruik neutrale schoonmaakmiddelen.
Gebruik bij het schoonmaken van de
binnen- of buitenkant van de machine
GEEN ENKELE ontvlambare stof en GEEN
ENKELE sproeivloeistof of biologisch
oplosmiddel/vloeistof. U kunt dan namelijk
brand veroorzaken of een elektrische schok
krijgen. Raadpleeg Belangrijke
veiligheidsinformatie op pagina 59 voor
meer informatie hierover.
BELANGRIJK
Raak het scannervenster NIET aan met
uw vingers.
a Schakel de machine uit voor u de
binnenkant van de machine reinigt. Trek
het netsnoer uit het stopcontact.
b Open het voordeksel en pak het geheel
van drumeenheid en tonercartridge er
langzaam uit.
VOORZICHTIG
HEET
Wanneer u de machine pas hebt gebruikt,
zijn sommige onderdelen in de machine erg
heet. Wanneer u het voordeksel of het
achterdeksel (achterste uitvoerlade) van de
machine opent, mag u NOOIT de
onderdelen van de grijze zones in de
afbeelding aanraken, om letsel te
vermijden.
BELANGRIJK
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
We raden u aan de drumeenheid op een
vel wegwerppapier op een schone, vlakke
ondergrond te plaatsen voor het geval u
per ongeluk toner morst.
Problemen oplossen en routineonderhoud
93
C
c Veeg het scannervenster (1) schoon
door het af te vegen met een droge,
pluisvrije zachte doek.
d Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
e Sluit het voordeksel.
f Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en schakel
daarna de machine in.
De primaire corona reinigen C
Als u problemen hebt met de afdrukkwaliteit,
reinigt u de corona als volgt:
a Schakel de machine uit. Koppel alle
kabels los en trek vervolgens het
netsnoer uit het stopcontact.
b Open het voordeksel en pak het geheel
van drumeenheid en tonercartridge er
langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen
voor het geval u per ongeluk toner morst.
Wees voorzichtig bij het hanteren van de
tonercartridge. Wanneer u toner morst op
uw handen of kleding, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud
water.
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
1
94
c Reinig de primaire corona in de
drumeenheid door het blauwe lipje
voorzichtig een paar keer van links naar
rechts en weer terug te schuiven.
Opmerking
Zorg ervoor dat u het blauwe lipje weer
terugzet in de oorspronkelijke stand (a)
(1). Als u dit niet doet, verschijnt mogelijk
een verticale streep op de afdrukken.
d Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
e Sluit het voordeksel.
f Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en sluit daarna
alle kabels weer aan. Schakel de
machine in.
BELANGRIJK
Raak de gearceerde delen in de
onderstaande illustraties NIET aan om
problemen met de afdrukkwaliteit te
voorkomen.
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
95
C
De drumeenheid reinigen C
Als u problemen hebt met de afdrukkwaliteit,
reinigt u de drumeenheid als volgt.
a Schakel de machine uit. Trek het
netsnoer uit het stopcontact.
b Open het voordeksel en pak het geheel
van drumeenheid en tonercartridge er
langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen,
voor het geval u per ongeluk toner morst.
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
c Druk de blauwe vergrendelhendel naar
beneden en neem de tonercartridge uit
de drumeenheid.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het hanteren van de
tonercartridge. Wanneer u toner morst op
uw handen of kleding, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud
water.
Raak de gearceerde delen in de
onderstaande illustraties NIET aan om
problemen met de afdrukkwaliteit te
voorkomen.
d Plaats het afdrukvoorbeeld vóór de
drumeenheid en bepaal de exacte
plaats van de slechte afdruk.
96
e Draai het wieltje van de drumeenheid
met de hand en kijk ondertussen naar
het oppervlak van de OPC-drum (1).
f Als u de vlek op de drum hebt gevonden
die overeenkomt met het
afdrukvoorbeeld, veegt u het oppervlak
van de drum voorzichtig schoon met
een droog wattenstaafje totdat stof of
lijmresten verwijderd zijn.
BELANGRIJK
De drum is lichtgevoelig. Raak deze
daarom NIET met uw vingers aan.
Reinig het oppervlak van de lichtgevoelige
drum NIET met een scherp voorwerp.
Reinig het oppervlak van de drumeenheid
voorzichtig, en oefen NIET te veel kracht
uit.
g Plaats de tonercartridge terug in de
drumeenheid tot u hem op zijn plaats
hoort vastklikken. Wanneer u de
cartridge correct plaatst, komt de
blauwe vergrendelhendel automatisch
omhoog.
h Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
i Sluit het voordeksel.
j Steek eerst de stekker van de machine
weer in het stopcontact en sluit daarna
alle kabels weer aan. Schakel de
machine in.
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
97
C
De verbruiksartikelen vervangen C
Wanneer de machine aangeeft dat de levensduur van het verbruiksartikel is verstreken, moet u
het vervangen.
BELANGRIJK
We raden u aan het gebruikte verbruiksartikel op een stuk papier te plaatsen om te voorkomen
dat het materiaal dat zich erin bevindt per ongeluk wordt gemorst.
Stop de verbruiksartikelen stevig terug in de verpakking zodat het materiaal dat zich er nog in
bevindt niet wordt gemorst.
Opmerking
Gooi de gebruikte verbruiksartikelen weg conform de plaatselijke voorschriften. (Raadpleeg de
installatiehandleiding.) Als u het gebruikte verbruiksartikel niet terugplaatst, dient u dit te
verwijderen conform de plaatselijke voorschriften, en dit niet als huishoudelijk afval te
behandelen. Voor meer informatie neemt u contact op met de lokale afvalmaatschappij.
Als u papier gebruikt dat niet overeenkomt met het aanbevolen papier, wordt de levensduur
van verbruiksartikelen en machineonderdelen mogelijk verkort.
Tonercartridge Drumeenheid
Bestelnummer TN-3230, TN-3280 Bestelnummer DR-3200
98
Een tonercartridge vervangenC
Met de high yield tonercartridges kunt u circa
8.000 pagina's
1
afdrukken en met de
standaardtonercartridges kunt u circa 3.000
pagina's
1
afdrukken. Het werkelijke aantal
pagina's hangt af van het type document dat
u meestal print (bv. standaardbrief of
gedetailleerde grafische afbeeldingen).
Wanneer een tonercartridge bijna leeg is,
wordt Toner Bijna Op weergegeven op
het LCD-scherm.
1
Het cijfer voor de gemiddelde cartridgecapaciteit is in
overeenstemming met ISO/IEC 19752.
Opmerking
Wij adviseren u een nieuwe tonercartridge
klaar te houden wanneer u de
waarschuwing Toner Bijna Op ziet.
VOORZICHTIG
HEET
Wanneer u de machine pas hebt gebruikt,
zijn sommige onderdelen in de machine erg
heet. Wanneer u het voordeksel of het
achterdeksel (achterste uitvoerlade) van de
machine opent, mag u NOOIT de
onderdelen van de grijze zones in de
afbeelding aanraken, om letsel te
vermijden.
a Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
b Pak de drumeenheid en de
tonercartridge-module er langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen,
voor het geval u per ongeluk toner morst.
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
Problemen oplossen en routineonderhoud
99
C
c Druk de blauwe vergrendelhendel naar
beneden en neem de gebruikte
tonercartridge uit de drumeenheid.
WAARSCHUWING
Gooi de tonercartridges NIET in het vuur.
Deze kan ontploffen en verwondingen
veroorzaken.
BELANGRIJK
Wees voorzichtig bij het hanteren van de
tonercartridge. Wanneer u toner morst op
uw handen of kleding, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud
water.
Raak de gearceerde delen in de illustratie
NIET aan om problemen met de
afdrukkwaliteit te voorkomen.
De Brother-machines zijn ontworpen om
te werken met toner van een bepaalde
specificatie en leveren optimale prestaties
indien ze worden gebruikt met originele
tonercartridges van Brother (TN-3230/TN-
3280). Brother kan deze optimale
prestaties niet garanderen indien toner of
tonercartridges van andere specificaties
worden gebruikt. Het gebruik van andere
cartridges dan die van Brother of het
gebruik van cartridges die met inkt van
andere merken zijn gevuld, wordt
derhalve afgeraden op deze machine.
Indien de drumeenheid of andere
onderdelen van deze machine worden
beschadigd als gevolg van het gebruik
van toner of tonercartridges anders dan
originele Brother-producten, vallen de als
gevolg hiervan benodigde reparaties niet
onder de garantie; deze producten zijn
namelijk incompatibel of ongeschikt voor
deze machine.
Haal de tonercartridge pas uit de
verpakking vlak voor u deze in de machine
plaatst. Wanneer een tonercartridge te
lang zonder verpakking is gebleven, gaat
de toner minder lang mee.
Dicht de gebruikte tonercartridge goed af
in een geschikte zak, zodat er geen toner
uit de cartridge kan worden gemorst.
d Pak de nieuwe tonercartridge uit. Schud
deze verschillende keren zacht heen en
weer om de toner gelijkmatig binnen de
cartridge te verdelen.
e Verwijder de bescherming.
100
f Plaats de nieuwe tonercartridge stevig
in de drumeenheid tot u hem op zijn
plaats hoort vastklikken. Wanneer u de
cartridge correct plaatst, komt de
vergrendelhendel automatisch omhoog.
Opmerking
Zorg ervoor dat u de tonercartridge correct
plaatst, anders komt hij los van de
drumeenheid.
g Reinig de primaire corona van de
drumeenheid door het blauwe lipje
voorzichtig een paar keer van links naar
rechts en weer terug te schuiven.
Opmerking
Zorg ervoor dat u het blauwe lipje weer
terugzet in de oorspronkelijke stand (a)
(1). Als u dit niet doet, verschijnt mogelijk
een verticale streep op de afdrukken.
h Installeer het geheel van drumeenheid
en tonercartridge opnieuw in de
machine.
i Sluit het voordeksel.
Opmerking
Draai de machine NIET en open het
frontdeksel NIET voordat de LCD
terugkeert naar de stand-bystand.
1
Problemen oplossen en routineonderhoud
101
C
De drumeenheid vervangen C
De machine gebruikt een drumeenheid om
afbeeldingen op papier te zetten. Als
Onderdelen verv. Drumeenheid wordt
weergegeven op het LCD-scherm, is de
drumeenheid bijna aan het einde van zijn
levensduur en dient u een nieuwe
drumeenheid te kopen. Zelfs wanneer
Onderdelen verv. Drumeenheid
verschijnt op het LCD-scherm, kunt u nog
een tijdje doorgaan met afdrukken voordat u
de drumeenheid werkelijk moet vervangen.
Wanneer de afdrukkwaliteit echter sterk
achteruitgaat (ook voordat
Onderdelen verv. Drumeenheid wordt
weergegeven), dient u de drumeenheid te
vervangen. Wanneer u de drumeenheid
vervangt, dient u de machine te reinigen. (Zie
Het scannervenster reinigen op pagina 92.)
BELANGRIJK
Terwijl u de drumeenheid verwijdert, dient
u voorzichtig te zijn. De drumeenheid kan
toner bevatten. Wanneer u toner morst op
uw handen of kleding, dient u de vlekken
onmiddellijk te verwijderen met koud
water.
Opmerking
De drumeenheid is een verbruiksartikel en
moet periodiek worden vervangen. Er zijn
talrijke factoren die de gebruiksduur van
de drum kunnen beïnvloeden
(temperatuur, vochtigheid, papiersoort,
hoeveelheid toner voor het aantal
pagina’s per printtaak). De drum kan circa
25.000 pagina’s afdrukken
1
. De
hoeveelheid pagina’s die u werkelijk kunt
afdrukken met uw drum, kan beduidend
lager liggen dan de aangegeven
aantallen. We kunnen niet alle factoren
controleren die de gebruiksduur van de
drum bepalen. Daarom kunnen we geen
minimum aantal af te drukken pagina’s
garanderen.
1
De drumcapaciteit is een gemiddelde waarde, en
kan verschillen met het soort gebruik.
VOORZICHTIG
HEET
Wanneer u de machine pas hebt gebruikt,
zijn sommige onderdelen in de machine erg
heet. Wanneer u het voordeksel of het
achterdeksel (achterste uitvoerlade) van de
machine opent, mag u NOOIT de
onderdelen van de grijze zones in de
afbeelding aanraken, om letsel te
vermijden.
102
a Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
b Pak de drumeenheid en de
tonercartridge-module er langzaam uit.
BELANGRIJK
We raden u aan de drumeenheid en
tonercartridges gescheiden van elkaar op
een stuk wegwerppapier of doek op een
schone, vlakke ondergrond te plaatsen,
voor het geval u per ongeluk toner morst.
Raak NOOIT de elektroden aan die u in de
afbeelding ziet, teneinde schade aan de
machine tengevolge van statische
elektriciteit te vermijden.
c Druk de blauwe vergrendelhendel naar
beneden en neem de tonercartridge uit
de drumeenheid.
BELANGRIJK
Raak de gearceerde delen in de illustratie
NIET aan om problemen met de
afdrukkwaliteit te voorkomen.
Pak een nieuwe drumeenheid pas uit vlak
voordat u deze installeert. Wanneer u de
uitgepakte drumeenheid in direct zonlicht
of kamerverlichting plaatst, kan de
eenheid beschadigd worden.
Dicht de gebruikte drumeenheid goed af,
zodat er geen toner uit de eenheid kan
worden gemorst.
d Pak de nieuwe drumeenheid uit.
e Plaats de tonercartridge stevig in de
nieuwe drumeenheid tot u hem op zijn
plaats hoort vastklikken. Wanneer u de
cartridge correct plaatst, komt de
blauwe vergrendelhendel automatisch
omhoog.
Opmerking
Zorg ervoor dat u de tonercartridge correct
plaatst, anders komt hij los van de
drumeenheid.
Problemen oplossen en routineonderhoud
103
C
f Plaats het geheel van nieuwe
drumeenheid en tonercartridge in de
machine.
Sluit het frontdeksel niet.
g Druk op Wis/terug.
Drum vervangen ?
a 1.Ja
b 2.Nee
Select. ab of OK
Druk op 1 om te bevestigen dat u een
nieuwe drum plaatst.
h Wanneer op het LCD Geaccepteerd
verschijnt, sluit u het voordeksel.
Periodieke
onderhoudsonderdele
n vervangen
C
De periodieke onderhoudsonderdelen
moeten regelmatig vervangen worden om
een goede afdrukkwaliteit te behouden. De
onderstaande onderdelen zullen na ongeveer
50.000 pagina's moeten worden vervangen
voor PF Kit MP en na ongeveer 100.000
pagina's voor PF Kit1, PF Kit2, Fuser en
Laser. Neem contact op met uw Brother-
leverancier wanneer de volgende
boodschappen worden weergegeven op het
LCD-scherm.
C
Bericht op LCD Omschrijving
Onderdelen
verv.
PF-kit MP
Vervang het papiertoevoerpakket
voor de MP-lade.
Onderdelen
verv.
PF-kit 1
Vervang het papiertoevoerpakket
voor Lade 1.
Onderdelen
verv.
PF-kit 2
Vervang het papiertoevoerpakket
voor Lade 2.
Onderdelen
verv.
Fuserunit
Vervang de fuseereenheid.
Onderdelen
verv.
Laserunit
Vervang de lasereenheid.
104
Informatie over de
machine C
Het serienummer controleren C
U kunt het serienummer van de machine op
het LCD-scherm bekijken.
a Druk op Menu, 6, 3.
b Druk op Stop/Eindigen.
De paginatellers controleren C
U kunt de paginatellers van de machine
bekijken voor kopieën, afgedrukte pagina's,
rapporten, lijsten of een totaaloverzicht.
a Druk op Menu, 6, 4.
b Druk op a of b om Totaal, Lijst,
Kopie of Print te zien.
c Druk op Stop/Eindigen.
De resterende levensduur van
onderdelen controleren C
U kunt de resterende levensduur van de
drumeenheid en de periodieke
onderhoudsonderdelen bekijken op het LCD-
scherm.
a Druk op Menu, 6, 7.
b Druk op a of b om 1.Drumeenheid,
2.Fuser, 3.Laser, 4.PF-kit MP,
5.PF-kit 1 of 6.PF-kit 2
1
te
kiezen.
Druk op OK.
1
PF-kit 2 wordt enkel weergegeven als de
optionele LT-5300-lade is geplaatst.
c Druk op Stop/Eindigen.
Problemen oplossen en routineonderhoud
105
C
Resetten C
De volgende resetfuncties zijn beschikbaar:
1 Netwerk
U kunt de standaardinstellingen van de
afdrukserver herstellen, zoals het
wachtwoord en de gegevens betreffende
het IP-adres.
2 Alle instell.
U kunt alle instellingen van de machine
terugzetten naar de fabrieksinstellingen.
Brother adviseert u met klem deze
handeling uit te voeren wanneer u de
machine van de hand doet.
Opmerking
Koppel de interfacekabel los wanneer u
Alle instell. reset.
De instellingen resetten C
a Druk op Menu, 1, 8.
b Druk op a of b om 1.Netwerk of
2.Alle instell. te selecteren.
Druk op OK.
c Druk op a of b om 1.Herstel of
2.Stop te selecteren.
Druk op OK.
d Als u 1.Herstel hebt geselecteerd in
stap c, zal u worden gevraagd de
machine te herstarten. Druk op a of b
om 1.Ja of 2.Nee te selecteren.
Druk op OK.
Als u 1.Ja selecteert, begint de
machine te herstarten.
Opmerking
U kunt eveneens de netwerkinstellingen
resetten door te drukken op Menu, 5, 0.
De machine inpakken
en vervoeren C
VOORZICHTIG
Controleer of de machine geheel is
afgekoeld door hem minimaal 30 minuten
losgekoppeld te laten van het lichtnet,
voordat u hem inpakt.
Wanneer u de machine transporteert, gebruik
dan het oorspronkelijke
verpakkingsmateriaal van de machine. Als u
de machine niet correct verpakt, is het
mogelijk dat uw garantie niet langer geldig is.
a Schakel de machine uit.
b Maak alle kabels los en trek het
netsnoer van de machine eruit.
c Druk de scannervergrendeling naar
beneden om de scanner te
vergrendelen. Deze vergrendeling
bevindt zich aan de linkerkant van de
glasplaat.
BELANGRIJK
Schade aan de machine ten gevolge van
het niet vergrendelen van de scanner voor
u deze inpakt en verplaatst, kan de
garantie ongeldig maken.
d Open het frontdeksel door te drukken op
de ontgrendelknop voor het frontdeksel.
106
e Neem de drumeenheid en de
tonercartridge uit de machine. Laat de
tonercartridge in de drumeenheid zitten.
f Plaats de drumeenheid en
tonercartridge in een plastic zak en sluit
de plastic zak.
g Sluit het voordeksel.
h Steek het stuk piepschuim gemarkeerd
met "FRONT" terug in de originele
verpakking (1). Steek de drumeenheid
en de tonercartridge (2) zoals hieronder
weergegeven in de verpakking (3).
Wikkel de machine in de plastic zak en
plaats deze in de originele doos (4).
Steek de gedrukte documenten achter
de machine (5).
i Neem de twee stukken piepschuim en
zorg ervoor dat de voorkant van de
machine gericht is naar het piepschuim
gemarkeerd met "FRONT" en de
achterkant naar het piepschuim
gemarkeerd met "REAR" (6). Plaats het
stroomsnoer en de gedrukte
documenten in de originele verpakking
zoals hieronder weergegeven (7).
j Sluit de doos en tape deze stevig dicht.
107
D
D
Programmeren op het
scherm D
Uw machine is zodanig ontworpen dat zij
eenvoudig te gebruiken is. Met het LCD-
scherm kunt u programmeren op het scherm
met behulp van de menutoetsen.
Wij hebben stap-voor-stap-instructies op het
scherm gecreëerd om u te helpen uw
machine te programmeren. Volg
eenvoudigweg de stappen die u door de
menuselecties en de programmeeropties
leiden.
Menutabel D
U kunt uw machine programmeren met
behulp van de Menutabel op pagina 109.
Deze pagina’s tonen een lijst met de
menuselecties en –opties.
Druk op Menu gevolgd door de
menunummers om de machine te
programmeren.
Doe bijvoorbeeld het volgende om het
volume van de Waarsch.toon in te stellen
op Laag:
a Druk op Menu, 1, 2.
b Druk op a of b om Laag te selecteren.
c Druk op OK.
Opslag in het geheugen D
Uw menu-instellingen zijn permanent
opgeslagen, en gaan niet verloren in geval
van een stroomstoring. Tijdelijke instellingen
(bv. contrast) gaan wel verloren.
Menutoetsen D
Menu en functies D
Het menu openen.
Naar volgend menuniveau.
Optie accepteren.
Verschillende keren
indrukken om het menu te
verlaten.
Terug naar vorig
menuniveau.
Door huidig menuniveau
bladeren.
Terug naar vorig of verder
naar volgend menuniveau.
Menu afsluiten.
108
Het menu openen D
a Druk op Menu.
b Kies een optie.
Druk op 1 voor het menu
Standaardinst..
Druk op 2 voor het menu Kopie.
Druk op 3 voor het menu Printer.
Druk op 4 voor het menu USB Direct
I/F.
Druk op 5 voor het menu Network.
Druk op 6 voor het menu Machine-
info.
U kunt ook door ieder menuniveau
bladeren door te drukken op a of op b
voor de gewenste richting.
c Druk op OK wanneer de gewenste optie
wordt weergegeven op het LCD-
scherm.
Het LCD-scherm geeft dan het volgende
menuniveau weer.
d Druk op a of b om naar de volgende
menuselectie te gaan.
e Druk op OK.
Wanneer u een optie hebt ingesteld,
toont het LCD Geaccepteerd.
f Druk op Stop/Eindigen om de
Programmeermodus te verlaten.
Menu en functies
109
D
Menutabel D
De fabrieksinstellingen zijn vetgedrukt en met een sterretje weergegeven.
Kies & OK Kies & OK accepteren afsluiten
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
1.Standaardinst.
1.Papier
1.Papiersoort
1.MP-bak Dun
Normaal*
Dik
Extra dik
Transparanten
Gerecycl.papier
Hiermee kunt u de
papiersoort in de
MP-lade instellen.
23
2.Bovenlade
Dun
Normaal*
Dik
Extra dik
Transparanten
Gerecycl.papier
Hiermee kunt u de
papiersoort in de
papierlade instellen.
23
3.Onderlade
(Dit menu
wordt enkel
weergegeven
wanneer de
optionele lade
#2 is
geplaatst.)
Dun
Normaal*
Dik
Extra dik
Gerecycl.papier
Hiermee kunt u de
papiersoort in de
optionele
papierlade #2
instellen.
23
110
1.Standaardinst.
(vervolg)
1.Papier
(vervolg)
2.Papierformaat
1.MP-bak A4*
Letter
Legal
Executive
A5
A5 L
A6
B5
B6
Folio
Ieder
Hiermee kunt u het
papierformaat in de
MP-lade instellen.
23
2.Bovenlade
A4*
Letter
Executive
A5
A5 L
A6
B5
B6
Hiermee kunt u het
papierformaat in de
papierlade instellen.
23
3.Onderlade
(Dit menu
wordt enkel
weergegeven
wanneer de
optionele lade
#2 is
geplaatst.)
A4*
Letter
Executive
A5
B5
B6
Hiermee kunt u het
papierformaat in de
optionele
papierlade #2
instellen.
23
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
Menu en functies
111
D
1.Standaardinst.
(vervolg)
2.Waarsch.toon
Uit
Laag
Half*
Hoog
Hiermee kunt u het
volume van het
geluidssignaal
aanpassen.
25
3.Bespaarstand
1.Toner sparen Aan
Uit*
Verhoogt het aantal
geprinte pagina’s
van de
tonercartridge.
26
2.Slaapstand De duur verschilt
naargelang het
model.
005Min*
Bespaart stroom. 26
4.Lade gebruiken
1.Kopie
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Alleen MP-lade
MP>T1>T2*
T1>T2>MP
(Lade #2 of T2
wordt alleen
weergegeven als
de optionele
papierlade
geïnstalleerd is.)
Hiermee kunt u de
lade instellen die
wordt gebruikt in de
Kopieermodus.
24
2.Afdrukken
Alleen lade 1
Alleen lade 2
Alleen MP-lade
MP>T1>T2*
T1>T2>MP
(Lade #2 of T2
wordt alleen
weergegeven als
de optionele
papierlade
geïnstalleerd is.)
Hiermee kunt u de
lade instellen die
wordt gebruikt bij
PC-printen.
25
5.LCD-contrast
-nnnno+
-nnnon+
-nnonn+*
-nonnn+
-onnnn+
Hiermee stelt u het
contrast van het
LCD-scherm af.
27
6.Functieslot
Kan de
geselecteerde
bewerking
beperken tot max.
25 individuele
gebruikers en alle
andere onbevoegde
openbare
gebruikers.
28
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
112
1.Standaardinst.
(vervolg)
7.Document scan.
1.GlasplScanform A4*
Letter
Legal/Folio
Hiermee kunt u het
scangebied van de
glasplaat
aanpassen aan het
formaat van het
document.
Raadpleeg de
softwarehandleiding
op de cd-rom.
2.Bestandsgr.
1.Kleur Klein
Normaal*
Groot
U kunt zelf
standaardinstellinge
n doorvoeren voor
de
gegevenscompressi
esnelheid .
2.Grijs Klein
Normaal*
Groot
3.Duplex scannen Lange rand*
Korte rand
Selecteert het
formaat voor
duplexscannen.
8.Resetten 1.Netwerk 1.Herstel
2.Stop
Hiermee kunt u alle
instellingen van de
machine
terugzetten naar de
fabrieksinstellingen.
105
2.Alle instell. 1.Herstel
2.Stop
0.Taalkeuze (Kies uw taal.) Hiermee kunt u de
LCD-taal voor uw
land veranderen.
Raadpleeg
de
installatiehandleiding.
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
Menu en functies
113
D
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
2.Kopie 1.Kwaliteit Tekst
Foto
Auto*
U kunt de kopieerresolutie
voor uw type document
selecteren.
36
2.FB-tkstkwalit.
1200x600dpi
600dpi*
U kunt de kopieerresolutie
verhogen wanneer u een
tekst kopieert met een
vergrotings- of
verkleiningspercentage
van 100% en u de
glasplaat gebruikt.
36
3.Helderheid
-nnnno+
-nnnon+
-nnonn+*
-nonnn+
-onnnn+
Hiermee kunt de
helderheid van de
kopieën aanpassen.
37
4.Contrast
-nnnno+
-nnnon+
-nnonn+*
-nonnn+
-onnnn+
Hiermee kunt het contrast
van de kopieën
aanpassen.
37
3.Printer 1.Emulatie Auto(EPSON)*
Auto(IBM)
HP LaserJet
BR-Script 3
Epson FX-850
IBM Proprinter
Selecteert de
emulatiemodus.
Raadpleeg de
softwarehandleiding
op de cd-rom.
2.Printopties
1.Intern font 1.HP LaserJet
2.BR-Script 3
Hiermee kunt u een lijst
afdrukken met de interne
lettertypen van de
machine.
2.Configuratie Hiermee kunt u een lijst
afdrukken met de
printerinstellingen van de
machine.
3.Testafdruk Hiermee drukt u een
testpagina af.
3.Duplex Uit*
Aan(lange rand)
Aan(korte rand)
Hiermee kunt u
duplexprinten in- of
uitschakelen. U kunt ook
kiezen tussen
duplexprinten over de
lange zijde of korte zijde.
4.Reset printer
1.Herstel
2.Stop
Stelt de printerinstellingen
weer in op de standaard
fabrieksinstellingen.
114
4.USB Direct I/F
1.Dir. afdrukken
1.Papierformaat A4*
Letter
Legal
Executive
A5
A5 L
A6
B5
B6
Folio
Hiermee kunt u het
papierformaat instellen bij
het rechtstreeks
afdrukken vanaf een
USB-flashgeheugen.
A5 L en A6 zijn niet
beschikbaar voor de
optionele Lade #2.
45
2.Mediatype Dun
Normaal*
Dik
Extra dik
Gerecycl.papier
Hiermee kunt u het soort
papier instellen bij het
rechtstreeks afdrukken
vanaf een USB-
flashgeheugen.
45
3.Meerdere pag. 1op1*
2op1
4op1
9op1
16op1
25op1
1 op 2x2 pag.
1 op 3x3 pag.
1 op 4x4 pag.
1 op 5x5 pag.
Hiermee kunt u de
paginastijl instellen bij het
rechtstreeks afdrukken
van meerdere pagina's
vanaf een USB-
flashgeheugen.
45
4.Afdrukstand Portret*
Landschap
Hiermee kunt u de
paginaoriëntatie instellen
bij het rechtstreeks
afdrukken vanaf een
USB-flashgeheugen.
45
5.Sorteren Aan*
Uit
Hiermee kunt u de
paginasortering in-of
uitschakelen bij het
rechtstreeks afdrukken
vanaf een USB-
flashgeheugen.
45
6.Printkwaliteit
Normaal*
Fijn
Hiermee kunt u de
afdrukkwaliteit instellen bij
het rechtstreeks
afdrukken vanaf een
USB-flashgeheugen.
45
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
Menu en functies
115
D
4.USB Direct I/F
(vervolg)
1.Dir. afdrukken
(vervolg)
7.Pdf-optie Document*
Document&Markup
Doc.&Postzegels
Hiermee kunt u instellen
of opmerkingen of
stempels in een PDF-
bestand samen met de
tekst worden afgedrukt.
45
8.Index afdr. Simpel*
Details
Hiermee kunt u
indexprintoptie,
eenvoudig formaat of
details instellen.
45
2.Scannen n. USB
1.Resolutie Kleur 100 dpi*
Kleur 200 dpi
300 dpi kleur
600 dpi kleur
Grijs 100 dpi
Grijs 200 dpi
Grijs 300 dpi
200 dpi Z&W
200x100 dpi Z&W
Hiermee kunt u de
resolutie instellen
waarmee gescande
gegevens worden
verzonden naar een USB-
flashgeheugen.
Raadpleeg de
softwarehandleiding
op de cd-rom.
2.Bestandsnaam Voer de bestandsnaam
van de gescande
gegevens in.
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
116
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
5.Netwerk 1.TCP/IP 1.Opstartmethode Auto*
Statisch
RARP
BOOTP
DHCP
Selecteert de
opstartmethode die
het beste aan uw
eisen voldoet.
Zie de
netwerkhandleiding
op de cd-rom.
2.IP Address [000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
Voer het IP-adres
in.
3.Subnet Mask [000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
Voer het
subnetmasker in.
4.Gateway [000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
Voer het adres van
de gateway in.
5.Knooppunt naam BRNXXXXXXXXXXXX Voer de naam van
het knooppunt in.
6.WINS Config Auto*
Statisch
Selecteert de
WINS-
configuratiemodus.
7.WINS Server (Primary)
[000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
(Secondary)
[000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
Specificeert het IP-
adres van de
primaire of
secundaire WINS-
server.
8.DNS Server (Primary)
[000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
(Secondary)
[000-255]. [000-255].
[000-255]. [000-255]
Specificeert het IP-
adres van de
primaire of
secundaire DNS-
server.
9.APIPA Aan*
Uit
Wijst automatisch
het IP-adres toe van
het link-local
adresbereik.
0.IPv6 Aan
Uit*
Het IPv6-protocol
activeren/deactiver
en. Ga naar
http://solutions.brother.com/
voor meer
informatie, als u het
Ipv6-protocol wilt
gebruiken.
Menu en functies
117
D
5.Netwerk
(vervolg)
2.Ethernet Auto*
100B-FD
100B-HD
10B-FD
10B-HD
Selecteert de
Ethernet-linkmodus.
Zie de
netwerkhandleiding
op de cd-rom.
3.Scannen > FTP
Kleur 100 dpi*
Kleur 200 dpi
300 dpi kleur
600 dpi kleur
Grijs 100 dpi
Grijs 200 dpi
Grijs 300 dpi
200 dpi Z&W
200x100 dpi Z&W
Selecteert het
bestandsformaat
om de gescande
gegevens via FTP
te verzenden.
4.Scan > netw.
Kleur 100 dpi*
Kleur 200 dpi
300 dpi kleur
600 dpi kleur
Grijs 100 dpi
Grijs 200 dpi
Grijs 300 dpi
200 dpi Z&W
200x100 dpi Z&W
U kunt een zwart-
wit- of
kleurendocument
rechtstreeks naar
een CIFS-server op
uw plaatselijke
netwerk of op het
internet scannen.
5.Time Zone
UTCXXX:XX Hiermee kunt u de
tijdzone van uw land
instellen.
0.Netwerkreset
1.Herstel 1.Ja
2.Nee
Hiermee worden
alle
netwerkinstellingen
weer op de
fabrieksinstellingen
gezet.
2.Stop
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
118
Hoofdmenu Submenu Menuselecties Opties Omschrijvingen Pagina
6.Machine-info
1.Datum&Tijd Stelt de machine in staat
om bestanden te
benoemen die werden
aangemaakt met de
functie Scan to USB.
Raadpleeg de
installatiehandleiding.
2.Aut. zomertijd
Aan*
Uit
De zomertijd wordt
automatisch ingesteld.
25
3.Serienummer
U kunt het serienummer
van uw machine
controleren.
104
4.Paginateller
Totaal
Lijst
Kopie
Print
U kunt controleren
hoeveel pagina’s de
machine tijdens haar
gebruiksduur in totaal
heeft afgedrukt.
104
5.Gebruikersinst
Geeft een overzicht van
de huidige instellingen.
27
6.Netwerk Conf.
Geeft een overzicht van
de netwerkinstellingen.
27
7.DuurOnderdelen
1.Drumeenheid
2.Fuser
3.Laser
4.PF-kit MP
5.PF-kit 1
6.PF-kit 2
U kunt de resterende
levensduur van een
onderdeel van de
machine controleren
(in %).
PF-kit 2 wordt enkel
weergegeven als de
optionele LT5300-lade is
geplaatst.
104
Menu en functies
119
D
Tekst invoeren D
Bij het instellen van bepaalde menuopties moeten teksttekens worden ingevoerd. Op de
kiestoetsen zijn letters afgedrukt. Op de toetsen 0, # en l zijn geen letters gedrukt omdat deze
worden gebruikt voor speciale tekens.
Druk het gewenste aantal keren (zoals u leest in deze referentietabel) op de betreffende toets van
het cijferblok om het gewenste teken te krijgen.
Voor menuselecties waarbij u geen kleine letters kunt selecteren, gebruikt u deze referentietabel.
Spaties invoeren
Om een spatie in een getal in te voegen, drukt u één keer op c tussen cijfers. Om een spatie in
een naam in te voegen, drukt u twee keer op c tussen tekens.
Corrigeren
Als u een letter fout hebt ingevoerd en deze wilt wijzigen, drukt u op d om de cursor te verplaatsen
naar het foute teken, en druk vervolgens op Wis/terug.
Letters herhalen
Om een teken in te voeren dat op dezelfde toets als het vorige teken staat, drukt u op c om de
cursor naar rechts te bewegen, en drukt u daarna opnieuw op de toets.
Druk op Een
keer
Twee
keer
Drie
keer
Vier
keer
Vijf keer Zes
keer
Zeven
keer
Acht
keer
Negen
keer
1 @. / 1@. / 1@
2 abcABC2ab
3 defDEF3de
4 ghiGHI 4gh
5 jklJKL5jk
6 mn oMNO6mn
7 pqr sPQRS7
8 tuvTUV8tu
9 wxyzWXYZ9
Druk op Een keer Twee keer Drie keer Vier keer Vijf keer
2 ABC2A
3 DEF3D
4 GH I 4G
5 JKL5J
6 MNO6M
7 PQRS7
8 TUV8T
9 WXYZ 9
120
Speciale tekens en symbolen
Druk op l, # of 0 en druk vervolgens op d of c om de cursor op het gewenste symbool of teken te
zetten. Druk op OK om het symbool of teken te selecteren. Afhankelijk van uw menuselectie
verschijnen de volgende symbolen en tekens.
Druk op l voor (spatie) ! " # $ % & ' ( ) l + , - . / m
Druk op # voor : ; < = > ? @ [ ] ˆ _ \ ˜ ‘ | { }
Druk op 0 voor À É 0
121
E
E
Algemeen E
Specificaties E
Printertype Laser
Afdrukmethode Elektrofotografie door halfgeleiderlaser
Geheugencapaciteit 64 MB
LCD-scherm (liquid crystal
display)
22 tekens × 5 regels
Stroombron 220 - 240 V 50/60 Hz
Stroomverbruik Piek: 1080 W
Kopiëren:
Gemiddeld 680 W
1
Slaapstand: Gemiddeld 16 W
Stand-by: Gemiddeld 85 W
1
Wanneer u een kopie maakt van één vel.
Afmetingen
Gewicht Met drumeenheid/
tonercartridge:
18,4 kg
531 mm
475 mm
451 mm
122
1
Gemeten volgens de voorschriften van ISO9296.
Geluidsniveau Geluidsvermogen
In bedrijf (kopiëren)
1
:
Voor België Lw
Ad = 6,53 Bell
Voor andere landen
Lw
Ad = 6,54 Bell
Kantoorapparatuur met Lw
Ad > 6,30 Bell (A) is niet geschikt
voor gebruik in een ruimte waar personen vooral intellectueel
werk verrichten. Dergelijke apparatuur dient in een aparte
ruimte te worden geplaatst om geluidsoverlast te vermijden.
Stand-by: Lw
Ad = 4,0 Bell
Geluidsdruk
In bedrijf (kopiëren): L
PAm 56 dB (A)
Stand-by: L
PAm 30 dB (A)
Temperatuur In bedrijf: 10 tot 32,5°C
Opslag: 5 tot 35°C
Vochtigheid In bedrijf: 20 tot 80% (niet condenserend)
Opslag: 10 tot 90% (niet condenserend)
ADF (automatische
documentinvoer)
Maximaal 50 pagina's (gespreid) [80 g/m
2
]
Aanbevolen omgeving voor optimale resultaten:
Temperatuur: 20 tot 30°C
Vochtigheid: 50% - 70%
Papier:
Xerox Premier TCF 80 g/m
2
of Xerox Business
80 g/m
2
Papierlade
250 vellen [80 g/m
2
]
Papierlade 2 (optie)
250 vellen [80 g/m
2
]
Specificaties
123
E
Afdrukmedia E
1
Voor transparanten of etiketten adviseren we u afgedrukte pagina's onmiddellijk na het afdrukken uit de uitvoerlade te
verwijderen, om versmering te vermijden.
2
60–105 g/m
2
voor duplexprinten.
Papierinvoer Papierlade
Papiersoort: Dun papier, normaal papier,
bankpostpapier, transparanten
1
of
kringlooppapier
Papierformaat: Letter, A4, B5(ISO), A5, A5 (lange zijde),
B6(ISO), A6 en Executive
Papiergewicht:
60 tot 105 g/m
2
Maximale capaciteit
papierlade:
Maximaal 250 vellen van 80 g/m
2
Normaal
papier
Multifunctionele lade (MP-lade)
Papiersoort: Dun papier, normaal papier, dik papier,
bankpostpapier, transparanten,
kringlooppapier, enveloppen of etiketten
1
Papierformaat: Breedte: 69,8 tot 216 mm
Lengte: 116 tot 406,4 mm
Papiergewicht:
60 tot 163 g/m
22
Maximale capaciteit van de
multifunctionele lade:
Maximaal 50 vellen van 80 g/m
2
Normaal
papier
Maximaal 3 enveloppen
Papierlade 2 (optie)
Papiersoort: Dun papier, normaal papier,
bankpostpapier of kringlooppapier
Papierformaat: Letter, A4, B5 (ISO), A5, B6 (ISO),
Executive
Papiergewicht:
60 tot 105 g/m
2
Maximale capaciteit
papierlade:
Maximaal 250 vellen van 80 g/m
2
Normaal
papier
124
Papieruitvoer Uitvoerlade Maximaal 150 vellen (met de bedrukte zijde
naar beneden op de uitvoerlade
uitgeworpen)
Achterste uitvoerlade Eén vel (met de bedrukte zijde naar boven
op de achterste uitvoerlade uitgeworpen)
Duplexprinten
Papierformaat A4
Handmatig tweezijdig
afdrukken
Ja
Automatische Duplex Ja
Specificaties
125
E
Kopiëren E
1
1200 x 600 dpi wanneer u kopieert met tekstkwaliteit, met een vergrotings- of verkleiningspercentage van 100% en
vanaf de glasplaat.
2
De opwarmtijd van de scannerlamp kan de tijd voor eerste afdruk doen variëren.
Kleur/Monochroom Zwart-wit
Afmetingen van enkelzijdig
document
Breedte ADF: 148 tot 215,9 mm
Lengte ADF: 148 tot 355,6 mm
Breedte glasplaat: Max. 215,9 mm
Lengte glasplaat: Max. 355,6 mm
Afmetingen van dubbelzijdig
document (Duplex)
Breedte ADF: 148 tot 215,9 mm
Lengte ADF: 148 tot 297,0 mm
Breedte: Max. 210 mm
Meerdere kopieën Sets van maximaal 99 pagina’s
Verkleinen/vergroten 25% tot 400% (in stappen van 1%)
Resolutie
Maximaal 1200 × 600 dpi (afdrukken)
1
Tijd voor eerste afdruk
Minder dan 10,5 seconden (in de stand Gereed)
2
126
Scannen E
1
De laatste driver-updates vindt u op http://solutions.brother.com/.
2
Maximaal 1200 × 1200 dpi scannen met het WIA-stuurprogramma in Windows
®
XP/Windows Vista
®
(u kunt een
resolutie van maximaal 19200 × 19200 dpi kiezen met behulp van het hulpmiddel Brother scanner)
Kleur/Monochroom Ja/Ja
Duplexscannen Ja
TWAIN-compatibel
Ja (Windows
®
2000 Professional/XP/
XP Professional x64 Edition/Windows Vista
®
)
Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter
1
WIA-compatibel
Ja (Windows
®
XP/Windows Vista
®
)
Kleurintensiteit 24-bitskleur
Resolutie
Max. 19200 × 19200 dpi (geïnterpoleerd)
2
Maximaal 600 × 2400 dpi (optisch)
2
(Van glasplaat)
Maximaal 600 × 1200 dpi (optisch)
2
(Van ADF)
Afmetingen van
enkelzijdig document
Breedte ADF: 148,0 tot 215,9 mm
Lengte ADF: 148,0 tot 355,6 mm
Breedte glasplaat: Max. 215,9 mm
Lengte glasplaat: Max. 355,6 mm
Afmetingen van
dubbelzijdig document
(Duplex)
Breedte ADF: 148,0 tot 215,9 mm
Lengte ADF: 148,0 tot 297,0 mm
Scanbreedte Max. 212 mm
Grijswaarden 8 bit-niveaus
Specificaties
127
E
Afdrukken E
1
Enkel afdrukken via een netwerk
2
De laatste driver-updates vindt u op http://solutions.brother.com/.
3
De afdruksnelheid kan variëren al naar gelang het type document dat u afdrukt.
Emulaties
PCL6, BR-Script3 (PostScript
®
3), IBM Pro-Printer XL, Epson FX-850
Printerdriver
Host-gebaseerde driver voor Windows
®
2000 Professional/
XP/XP Professional x64 Edition/Windows Vista
®
/
Windows Server
®
2003
1
/Windows Server
®
2003 x64 Edition
1
/
Windows Server
®
2008
1
BR-Script3 (PPD-bestand) voor Windows
®
2000 Professional/
XP/XP Professional x64 Edition/Windows Vista
®
/
Windows Server
®
2003
1
/Windows Server
®
2003 x64 Edition
1
/
Windows Server
®
2008
1
Macintosh
®
printerdriver voor Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter
2
BR-Script3 (PPD-bestand) voor Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter
2
Resolutie 1200 dpi, HQ1200 (2400 × 600 dpi), 600 dpi, 300 dpi
Afdruksnelheid voor
Simplex
Maximaal 30 pagina's/minuut (A4-formaat)
3
Afdruksnelheid voor
duplexprinten
Tot 13 zijdes/minuut (A4-formaat)
Tijd voor eerste
afdruk
Minder dan 8,5 seconden (in de stand Gereed en met de
standaardlade)
128
Interfaces E
1
Een parallelle kabel wordt niet ondersteund voor Windows Vista
®
, Windows Server
®
2003,
Windows Server
®
2003 x64 Edition en Windows Server
®
2008.
2
Uw machine is uitgerust met een Hi-Speed USB 2.0-interface De machine kan ook worden aangesloten op een
computer met een USB 1.1-interface.
3
USB-poorten van andere merken worden niet ondersteund voor Macintosh
®
.
Parallel Een afgeschermde parallelle tweerichtingskabel die compatibel is met
IEEE 1284 en niet langer is dan 2 m.
1
USB Gebruik een USB 2.0-interfacekabel (type A/B) die niet langer is dan
2 m.
2
3
LAN-kabel Gebruik een Ethernet UTP-kabel van categorie 5 of hoger.
Specificaties
129
E
Functie Direct Print E
1
PDF-bestanden die een JBIG2-beeldbestand, een JPEG2000-beeldbestand of transparante bestanden bevatten,
worden niet ondersteund.
Compatibiliteit
PDF versie 1.7
1
, JPEG, Exif + JPEG, PRN (aangemaakt door de
Brother-printerdriver), TIFF (bij scannen met alle MFC- of DCP-
modellen van Brother), PostScript
®
3™ (aangemaakt door de Brother
BR-Script 3-printerdriver), XPS versie 1.0.
130
Systeemvereisten E
Minimum systeemvereisten en ondersteunde PC-softwarefuncties
Computerplatform
& versie
hoofdbesturingssysteem
Minimumsnelheid
processor
Minimum
hoeveelheid
RAM
Aanbevolen
hoeveelheid
RAM
Ruimte op de
vaste schijf voor
de installatie
Ondersteunde
PC-
softwarefuncties
Ondersteunde
PC-
interface
3
voor
drivers
voor
programma’s
Windows
®
besturingssysteem
1
Windows
®
2000
Professional
4
Intel
®
Pentium
®
II
of gelijkwaardig
64 MB 256 MB 150 MB 310 MB
Afdrukken,
scannen
USB
10/100
Base-Tx
(ethernet)
Parallel
Windows
®
XP
Home
®24
Windows
®
XP
Professional
24
128 MB
Windows
®
XP
Professional
x64
Edition
2
64-bit (Intel
®
64
of AMD64)
ondersteunde
CPU
256 MB 512 MB
Windows
Vista
®2
Intel
®
Pentium
®
4
of
gelijkwaardige
64-bits (Intel
®
64
of AMD64)
ondersteunde
CPU
512 MB 1 GB 500 MB 500 MB USB
10/100
Base-Tx
(ethernet)
Specificaties
131
E
1
Internet Explorer
®
5.5 of hoger.
2
Voor WIA, 1200x1200 resolutie. Brother Scannerhulpprogramma verbetert tot 19200 x 19200 dpi.
3
USB-poorten/parallelle poorten van andere merken worden niet ondersteund.
4
PaperPort™ 11SE ondersteunt Microsoft
®
SP4 of hoger voor Windows
®
2000 en SP2 of hoger voor XP.
De laatste driver-updates vindt u op http://solutions.brother.com
Alle handelsmerken, merk- en productnamen zijn eigendom van hun respectieve bedrijven.
Windows
®
besturingssysteem
1
Windows
Server
®
2003
(drukt
uitsluitend
af via een
netwerk)
Intel
®
Pentium
®
III
of gelijkwaardig
256 MB 512 MB 50 MB N.v.t. Afdrukken 10/100
Base-Tx
(ethernet)
Windows
Server
®
2003 x64
Edition
(drukt
uitsluitend
af via een
netwerk)
64-bit (Intel
®
64
of AMD64)
ondersteunde
CPU
Windows
Server
®
2008
(drukt
uitsluitend
af via een
netwerk)
Intel
®
Pentium
®
4
of
gelijkwaardige
64-bits (Intel
®
64 of AMD64)
ondersteunde
CPU
512 MB 2 GB
Macintosh
®
-
besturingssysteem
Mac OS
®
X
10.3.9 -
10.4.3
PowerPC
G4/G5,
PowerPC G3
350 MHz
128 MB 256 MB 80 MB 400 MB
Afdrukken,
scannen
USB
10/100
Base-Tx
(ethernet)
Mac OS
®
X
10.4.4 of
hoger
PowerPC
G4/G5,
Intel
®
Core™-
processor
512 MB 1 GB
132
Verbruiksartikelen E
1
Het cijfer voor de gemiddelde cartridgecapaciteit is in overeenstemming met ISO/IEC 19752.
2
De drumcapaciteit is een gemiddelde waarde, en kan verschillen met het soort gebruik.
Levensduur tonercartridge Standaard tonercartridge:
TN-3230:
Circa 3.000 pagina's (A4)
1
High-yield tonercartridge:
TN-3280:
Circa 8.000 pagina's (A4)
1
Drumeenheid DR-3200: Circa 25.000 pagina's
(A4)
2
Specificaties
133
E
Bedraad Ethernetnetwerk E
Modelnaam
netwerkkaart
NC-6800h type 2
LAN U kunt de machine op een netwerk aansluiten voor Printen via het
netwerk, Netwerkscannen.
1
Ondersteuning van
Windows
®
2000 Professional, Windows
®
XP,
Windows
®
XP Professional x64 Edition, Windows Vista
®
, Windows
Server
®
2003
1
, Windows Server
®
2003 x64 Edition
1
, Windows
Server
®
2008
1
Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter
2
Protocollen IPv4: ARP, RARP, BOOTP, DHCP, APIPA (Auto IP),
WINS/NetBIOS-naamresolutie, DNS Resolver,
mDNS, LLMNR responder, LPR/LPD,
Custom Raw Port/Port9100, IPP/IPPS,
FTP Client en Server, TELNET Server,
HTTP/HTTPS Server, SSL/TLS, TFTP Client en
Server, SMTP Client, APOP, POP voor SMTP,
SMTP AUTH, SNMPv1/v2c/v3, ICMP,
LLTD responder, Web Services Print, CIFS Client,
SNTP
IPv6: (Standaard uitgeschakeld) NDP, RA, DNS resolver,
mDNS, LPR/LPD, Custom Raw Port/Port9100,
IPP/IPPS, LLMNR responder, FTP Client en Server,
TELNET Server, HTTP/HTTPS server, SSL/TLS,
TFTP Client en Server, SMTP Client, APOP,
POP voor SMTP, SMTP AUTH, SNMPv1/v2c/v3,
ICMPv6, LLTD responder,
Web Services Print, CIFS Client, SNTP
Type netwerk Ethernet 10/100 BASE-TX Auto Negotiation (bedrade LAN)
134
1
Enkel afdrukken via een netwerk
2
Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter (mDNS)
3
U kunt BRAdmin Professional en Web BRAdmin downloaden van http://solutions.brother.com/
Management-
hulpprogramma’s
3
BRAdmin Light voor Windows
®
2000 Professional, Windows
®
XP,
Windows
®
XP Professional x64 Edition, Windows Vista
®
, Windows
Server
®
2003, Windows Server
®
2003 x64 Edition, Windows Server
®
2008 en Mac OS
®
X 10.3.9 of recenter
BRAdmin Professional voor Windows
®
2000 Professional, Windows
®
XP, Windows
®
XP Professional x64 Edition, Windows Vista
®
,
Windows Server
®
2003, Windows Server
®
2003 x64 Edition en
Windows Server
®
2008
Web BRAdmin voor Windows
®
2000 Professional, Windows
®
XP,
Windows
®
XP Professional x64 Edition, Windows Vista
®
, Windows
Server
®
2003, Windows Server
®
2003 x64 Edition en Windows
Server
®
2008
Clientcomputers met een webbrowser die Java ondersteunt.
135
F
Dit is een uitvoerige lijst van functies en termen die voorkomen in Brotherhandleidingen.
Beschikbaarheid van deze functies is afhankelijk van het model dat u heeft aangeschaft.
F
Verklarende woordenlijst F
ADF (automatische documentinvoer)
Het document kan in de ADF worden
geplaatst, waarbij iedere pagina om
beurten automatisch wordt gescand.
Contrast
Instelling om te compenseren voor
donkere of lichte documenten. Kopieën
van donkere documenten worden lichter
en omgekeerd.
Fijne resolutie
Dit is een resolutie van 203 × 196 dpi.
Wordt gebruikt voor afdrukken met kleine
lettertjes en diagrammen.
Grijswaarden
De grijstinten die beschikbaar zijn voor het
kopiëren van foto's.
LCD-scherm (liquid crystal display)
Dit is het schermpje op uw machine
waarop tijdens het programmeren
meldingen verschijnen. Wanneer de
machine inactief is, worden op dit
schermpje de datum en de tijd
weergegeven.
Lijst Gebruikersinstellingen
Een afgedrukt rapport met de huidige
instellingen van de machine.
OCR (optical character recognition)
De meegeleverde software ScanSoft™
PaperPort™ 11SE met OCR of Presto!
PageManager zet een afbeelding van
tekst om in tekst die u kunt bewerken.
Programmeermodus
De programmeermodus waarmee u de
instellingen van uw machine kunt
wijzigen.
Resolutie
Het aantal verticale en horizontale lijnen
per inch.
Scannen
De procedure waarmee een elektronische
afbeelding van een papieren document
naar uw computer wordt verzonden.
Taak annuleren
Hiermee annuleert u een
geprogrammeerde afdruktaak en wist u
het geheugen van de machine.
Volume waarschuwingstoon
Instelling van het volume van het
geluidssignaal dat u telkens hoort
wanneer u een toets indrukt of een
vergissing maakt.
Index
136
G
A
ADF (automatische documentinvoer)
met behulp van
.....................................20
Afdruk
kwaliteit
.................................................68
problemen
.............................................66
toetsen
............................................... 6, 7
Afdrukken
drivers
.................................................127
kwaliteit
.................................................71
papieropstoppingen
..............................83
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
resolutie
..............................................127
specificaties
........................................127
Toets Opdracht annuleren
......................7
Veiligheidstoets
.......................................7
Annuleren
afdruktaken
.............................................7
Apple
®
Macintosh
®
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
B
Beperkte gebruikers .................................30
C
ControlCenter2 (voor Macintosh
®
)
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
ControlCenter3 (voor Windows
®
)
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
D
De machine inpakken en vervoeren ......105
De machine vervoeren
...........................105
De melding geheugen vol
........................42
Direct Print
...............................................44
Direct-toets
............................................45
specificatie
..........................................129
Document
hoe te laden
.......................................... 20
laden
..................................................... 21
opstopping
............................................ 82
Drumeenheid
controleren (resterende
levensduur)
......................................... 104
reinigen
...........................................93, 95
vervangen
........................................... 101
Duplex (dubbelzijdig)
afdrukken
vanaf een USB-flashgeheugen
......... 47
kopiëren
..........................................40, 41
problemen oplossen
............................. 83
Duplextoets (dubbelzijdig)
.................40, 41
E
Enveloppen .......................................14, 18
enveloppen
.............................................. 11
Etiketten
............................... 11, 14, 16, 19
F
Folio ......................................................... 16
Foutmeldingen op LCD
........................... 78
Afdrukken niet mogelijk XX
.................. 78
Geen papier
.......................................... 79
Geheugen vol
....................................... 79
Scannen niet mogelijk XX
.................... 80
G
Geheugen
opslag
................................................. 107
plaatsen
................................................ 64
SO-DIMM toevoegen (optie)
................ 63
Geheugen vol, melding
........................... 48
Glasplaat
met behulp van
..................................... 21
Grijswaarden
......................................... 126
137
G
H
HELP
Meldingen op het LCD-scherm
...........107
Menutabel
.................................. 107, 109
menutoetsen gebruiken
......................107
I
Informatie over de machine
aantal pagina's
....................................104
resterende levensduur van drumeenheid
en de periodieke onderhoudsonderdelen
controleren
..........................................104
status-LED
..............................................8
K
Kopiëren
contrast
.......................................... 34, 37
duplex
............................................ 40, 41
één kopie
..............................................34
geheugen vol
........................................42
kopieermodus instellen
.........................34
kwaliteit
.................................................36
ladeselectie
...........................................42
meerdere exemplaren
...........................34
met behulp van ADF
.............................36
met behulp van de glasplaat
.................38
N op 1 (paginalay-out)
..........................38
sorteren (uitsluitend ADF)
.....................36
tijdelijke instellingen
..............................35
toetsen
..................................................35
Vergroot/Verklein-toets
.........................35
Kwaliteit
afdrukken
....................................... 68, 71
kopiëren
................................................36
L
Ladegebruik, instelling
afdrukken
..............................................25
kopie
.....................................................24
Ladeselectie
.............................................42
LCD (Liquid Crystal Display)
..................107
contrast
.................................................27
LCD-scherm
(liquid crystal display)
........................ 6, 107
M
Macintosh
®
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
Melding "Geheugen vol"
.......................... 79
Menutabel
......................................107, 109
menutoetsen gebruiken
...................... 107
Modus, instellen
kopiëren
............................................... 34
N
N op 1 (paginalay-out) ............................. 38
Netwerk
scannen
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
O
Onderhoud, routine ................................. 90
de resterende levensduur van de
drumeenheid en de periodieke
onderhoudsonderdelen controleren
... 104
vervangen
drumeenheid
................................... 101
tonercartridge
.................................... 98
Opstoppingen
document
............................................. 82
papier
................................................... 83
Overzicht bedieningspaneel
...................... 6
P
Paginalay-out (N op 1) ............................ 38
PaperPort™ 11SE met OCR
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom en Help in PaperPort™ 11SE voor
het openen van de Hoe-te-handleidingen.
Papier
..............................................14, 123
aanbevolen
.....................................14, 16
afmetingen van het document
.... 125, 126
formaat
........................................... 15, 23
het laden van
........................................ 10
ladevolume
........................................... 16
opstopping
............................................ 83
soort
..................................................... 23
type
...................................................... 15
138
Printen
via het netwerk
Raadpleeg de netwerkhandleiding op de
cd-rom.
Problemen oplossen
................................65
als u problemen hebt
afdrukken
...........................................66
afdrukkwaliteit
............................. 68, 71
kopieerkwaliteit
..................................65
netwerk
..............................................68
omgaan met papier
............................67
scannen
.............................................67
software
.............................................67
foutmeldingen op LCD
..........................78
onderhoudsmeldingen op LCD
.............78
papieropstopping
..................................83
vastgelopen document
..........................82
R
Reinigen
drumeenheid
.........................................95
glasplaat
................................................91
primaire corona
.....................................93
scannervenster
.....................................92
Resolutie
afdrukken
............................................127
kopiëren
..............................................125
scannen
..............................................126
S
Scannen .....................................................7
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
Serienummer
zoeken.............Zie binnenzijde frontdeksel
Slaapstand
...............................................26
Sorteren
...................................................36
Status-LED
.................................................8
Stroomstoring
.........................................107
T
Tekst, invoeren ...................................... 119
Tijdelijke kopieerinstellingen
.................... 35
Toets Opdracht annuleren
......................... 7
Toner sparen
........................................... 26
Tonercartridge, vervangen
...................... 98
Transparant
.......................................10, 14
Transparanten
......................................... 11
U
Uw machine programmeren .................. 107
V
Veiligheid
Beveiligd functieslot
beheerderswachtwoord
..................... 29
beperkte gebruikers
.......................... 30
Openbare gebruiker
.......................... 30
Veiligheidstoets
...................................... 7
Veiligheidsinformatie
............................... 59
Veiligheidstoets
......................................... 7
Verbruiksartikelen
.................................... 97
Vergroot/Verklein-toets
............................ 35
Verkleinen
kopieën
................................................. 35
Vervangen
drumeenheid
...................................... 101
tonercartridge
....................................... 98
Volume, instellen
waarschuwingstoon
.............................. 25
W
Windows
®
Raadpleeg de softwarehandleiding op de
cd-rom.
Deze machine is uitsluitend goedgekeurd voor gebruik in het land van aankoop. Plaatselijke
Brother-bedrijven of hun dealers verlenen alleen service voor machines die in hun eigen land zijn
aangeschaft.
138


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Brother DCP-8085DN at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Brother DCP-8085DN in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 8,82 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info