641655
3
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/80
Next page
BELANGRIJK
GEVAAR!
WAARSCHUWING!
Bij het gebruik van een elektrische machine dienen de gebruikelijke en
navolgende veiligheidsvoorschriften absoluut in acht te worden genomen:
Lees voor het gebruik van deze machine alle aanwijzingen zorgvuldig door.
Bewaar de handleiding bij de machine en lever deze mee als u de machine aan
andere personen geeft.
Om het risico van een elektrische schok te vermijden:
1. Laat de machine nooit onbeheerd staan zolang deze nog op het stroomnet
is aangesloten.
2. Na gebruik en voordat de machine wordt gereinigd, dient de stekker uit het
stopcontact van het stroomnet te worden verwijderd.
3. LED-straling. Niet direct met optische instrumenten bekijken. LED type 1M.
Als de machine niet wordt gebruikt, mag deze niet op het stroomnet
aangesloten zijn. Trek de stekker uit het stopcontact van het stroomnet.
Om het risico van verbrandingen, brand, elektrische schok of verwondingen van
personen te vermijden:
1. De machine mag niet door kinderen onder 8 jaar of personen met beperkingen
op lichamelijk, sensorisch of mentaal gebied of indien de kennis voor het
bedienen van de machine niet voorhanden is, worden gebruikt, tenzij een
persoon die voor de veiligheid van deze persoon verantwoordelijk is, de
bediening van de machine en de hieraan verbonden risico's heeft uitgelegd.
2. De machine mag niet als speelgoed worden gebruikt. Voorzichtigheid is
vooral vereist wanneer de machine door of in de nabijheid van kinderen of
personen met beperkingen wordt gebruikt.
3. De machine mag alleen voor de in de handleiding beschreven doeleinden
worden gebruikt. Er mogen alleen accessoires worden gebruikt die door de
producent worden aanbevolen.
4. Laat de machine in de nabijheid van kinderen nooit onbeheerd staan.
5. Gebruik de machine niet als de kabel of stekker beschadigd zijn, de
machine niet storingvrij functioneert, deze gevallen of beschadigd is, deze in
het water is gevallen. Breng de machine naar de dichtstbijzijnde vakhandel
voor een uitgebreide controle en eventuele reparatie.
6. Let erop, dat de ventilatie-openingen tijdens het gebruik van de machine
nooit geblokkeerd zijn. Verwijder pluisjes, stof- en draadresten regelmatig uit
de openingen.
7. Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegende delen.
Voorzichtigheid is vooral vereist in de buurt van de naald.
I
Veiligheidsvoorschriften
8. Gebruik altijd de originele steekplaat. Een andere steekplaat kan
veroorzaken, dat de naald breekt.
9. Gebruik geen kromme naalden.
10. Duw niet tegen en trek nooit aan de stof tijdens het naaien. Dit kan
veroorzaken, dat de naald breekt.
11. Zet bij handelingen in het bereik van de naald zoals naald inrijgen en
verwisselen, naaivoet verwisselen, enz. de hoofdschakelaar altijd op ("O").
12. Bij de in de handleiding beschreven reinigings- en onderhoudswerkzaamheden
mag de machine nooit op het stroomnet zijn aangesloten. (Trek de stekker uit
het stopcontact.) Reinigings- en onderhoudswerkzaamheden mogen niet door
kinderen worden uitgevoerd.
13. Laat de machine nooit vallen en steek geen voorwerpen in de openingen
van de machine.
14. Gebruik de machine alleen op droge, beschermde plaatsen. Gebruik de
machine niet in een vochtige of natte omgeving.
15. Gebruik de machine niet in ruimtes waar aërosolproducten (sprays,
spuitbussen) worden gebruikt.
16. Schakel de machine uit door de hoofdschakelaar op ("O") te zetten en de
netstekker uit het stopcontact te trekken. Trek altijd aan de stekker, nooit
aan de kabel.
17. Indien de stroomkabel van het pedaal is beschadigd, moet dit door de
vakhandel of een geautoriseerde persoon worden vervangen om gevaren te
vermijden.
18. Leg geen voorwerpen op het pedaal.
19. De machine mag alleen met een pedaal van het type C-8001.
20. Bij normaal gebruik is het geluidsdrukniveau lager dan 75dB(A).
21. Deze machine is dubbel geïsoleerd. Gebruik uitsluitend originele
onderdelen. Lees de aanwijzing voor het onderhoud van dubbel
geïsoleerde producten.
ONDERHOUD DUBBEL GEISOLEERDE PRODUCTEN
Een dubbel geïsoleerd product is van twee isoleereenheden in plaats van een
aarding voorzien. Een dubbel geïsoleerd product bevat geen aardingsmiddel en
dit dient ook niet te worden gebruikt. Het onderhoud van een dubbel geïsoleerd
product vereist grote zorgvuldigheid en een uitstekende kennis van het systeem
en mag derhalve alleen door bevoegd personeel worden uitgevoerd. Voor
service en reparatie mogen uitsluitend originele onderdelen worden gebruikt.
Een dubbel geïsoleerd product is op de volgende wijze gekenmerkt: "Dubbele
isolering" of "dubbel geïsoleerd".
Het symbool kan eveneens aangeven, dat een product dubbel geïsoleerd is.
II
Veiligheidsvoorschriften
Attentie!
Aanwijzing
Alle rechten voorbehouden
Milieubescherming
- Deze machine is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd. Als de machine intensief of
commercieel wordt gebruikt, is het belangrijk, dat deze regelmatig wordt schoongemaakt en
speciaal wordt onderhouden.
- Er bestaat geen automatische aansprakelijkheid als de machine versleten is door uitermate
intensief of commercieel gebruik, ook niet als dit nog binnen de garantietijd plaatsvindt. De
beslissing hoe een dergelijke zaak wordt behandeld ligt bij de geautoriseerde vakhandel.
Als de machine in een koude ruimte staat, moet deze ong. 1 uur voordat deze wordt gebruikt in
een warme ruimte worden gezet.
Om technische redenen ter verbetering van het product kunnen te allen tijde zonder
vooraankondiging wijzigingen met betrekking tot de uitvoering en uitrusting van de machine of
de accessoires worden gemaakt. De accessoires kunnen per land variëren.
BERNINA neemt haar plichten omtrent milieubescherming waar. Wij streven ernaar,
onze producten zodanig te vervaardigen, dat het milieu wordt ontzien. Om deze reden
wordt de productietechniek steeds verbeterd. Indien u deze machine wilt wegdoen,
verzoeken wij u deze op een voor het milieu verantwoorde manier af te voeren,
overeenkomstig de nationale richtlijnen. Niet bij het huishoudelijk afval afvoeren. In
geval van twijfel kunt u met de vakhandel contact opnemen.
Als elektronische machines ondeskundig worden afgevoerd, kunnen gevaarlijke
stoffen in het grondwater die uiteindelijk in de voedselketen belanden en
schadelijk voor de gezondheid zijn.
Indien oude machines door nieuwe worden vervangen, is de vakhandel verplicht de
oude machine zonder extra kosten terug te nemen en deskundig af te voeren.
geraken
III
Veiligheidsvoorschriften
BEWAAR DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG!
IV
Inhoud
Overzicht naaimachine .................................................................1
Accessoires ..........................................................................2
Naaivoetoverzicht .....................................................................3
Aansluiten van de naaimachine..........................................................4
Beginnen met naaien ..................................................................5
Aanschuiftafel .......................................................................6
Klossennetje .........................................................................6
Vullen van de spoel ..................................................................7-8
Inleggen van de spoel..................................................................9
Inrijgen van de bovendraad .........................................................10-11
Gebruik van de naaldinrijger ...........................................................12
Vervangen van de naald ...............................................................13
Naald- / stof- / garenkeuze .............................................................13
Verwisselen van de naaivoet ...........................................................14
Twee-staps naaivoethevel .............................................................15
Transporteur omhoog / omlaag .........................................................15
Draadspanning ......................................................................16
Ophalen van de onderdraad............................................................17
Afsnijden van de draad................................................................17
Functies van de knoppen op de machine ..............................................18-19
LCD scherm .........................................................................20
Steekoverzicht.......................................................................21
Bedieningsknoppen................................................................22-23
Geheugenknoppen ...................................................................24
Functieknoppen ...................................................................25-27
Directe steekkeuze en genummerde knoppen .............................................28
Handigheidjes ....................................................................29-30
Rechte steken en de naaldpositie .......................................................31
Aansluiten .........................................................................4
Start-/stopknop .....................................................................5
Pedaal............................................................................5
Start-/stopknop ....................................................................22
Achteruitknop .....................................................................22
Auto-lock-knop ....................................................................23
Naaldstandknop ...................................................................23
Geheugenknop ....................................................................24
Wisknop .........................................................................24
Pijlknoppen .......................................................................24
Steekbreedteknop..................................................................25
Steeklengteknop ...................................................................26
Modusknop .......................................................................26
Spiegelenknop ....................................................................27
Directe steekkeuze en genummerde knoppen ............................................28
Het naaien van hoeken ..............................................................29
Achteruitnaaien ....................................................................29
Vrije arm .........................................................................29
Bevestigen van de aanschuiftafel ......................................................30
Dikke stoffen verwerken .............................................................30
Snelheidsregelaar ...................................................................5
V
Inhoud
Zigzagsteken ........................................................................31
Stretchsteken........................................................................32
Overlocksteken ......................................................................33
Blindzoom / lingeriesteek..............................................................34
Knopen aanzetten ....................................................................35
Knoopsgaten maken ...............................................................36-38
Knoopsgat op de stof markeren ........................................................39
Nestelgaatjes maken..................................................................40
Stopsteek ........................................................................41-42
Ritssluiting inzetten................................................................43-44
Zoomvoet gebruiken..................................................................45
Koordvoet gebruiken .................................................................46
Satijn- / borduursteek .................................................................47
Rimpelsteek .........................................................................48
Smocksteek .........................................................................49
Vrije-hand-stoppen, borduren en monogrammen .......................................50-51
Ajoursteek ..........................................................................52
Patchworksteek......................................................................52
Patchwork- / quiltsteek ................................................................53
Schelpsteek .........................................................................53
Spiegelen van steken .................................................................54
Tweelingnaald .......................................................................55
Boventransportvoet ..................................................................56
Geheugen ........................................................................57-59
Waarschuwingsfuncties ...............................................................60
Onderhoud .......................................................................61-62
Problemen oplossen ...............................................................63-64
Overzicht steekeigenschappen ......................................................65-70
Gebruik van de overlockvoet .........................................................33
Gebruik van de multifuctionele voet ....................................................33
Blinde rits, tweezijdig ingestikt ........................................................43
Blinde rits, eenzijdig ingestikt .........................................................44
Enkel koord .......................................................................46
Drievoudig koord...................................................................46
Stoppen..........................................................................50
Borduren .........................................................................51
Monogrammen ....................................................................51
Samenvoegen van steken of letters ....................................................57
Toevoegen van steken of letters .......................................................58
Wissen van steken of letters ..........................................................58
Oproepen en naaien van opgeslagen steken ..........................................58-59
Meldingen op het display ............................................................60
Akoestisch signaal .................................................................60
Het scherm schoonmaken ...........................................................61
Het oppervlak van de machine schoonmaken ............................................61
De grijper schoonmaken ..........................................................
61-62
1
Automatische
naaldinrijger
Draadspanningsknop
Snelheidsregelaar
Naaldstandknop
Auto-lock-knop
Achteruitknop
Start-/stopknop
Draadafsnijder
Knoopsgathendel
Grijperdeksel
Aanschuiftafel en
accessoirebox
Garenwinderas
LCD-scherm
Steeklengteknop
Geheugenknoppen
Steekkeuzeknoppen
Functieknoppen
Steek / patronen kaart
Liggende garenpen
Garenwinderstopper
Opening voor tweede
garenpen
Handwiel
Hoofdschakelaar
Aansluiting voor
stroomkabel
Onderdraadgeleider
Bovendraadgeleider
Handvat
Naaivoethevel
Transporteurknop
Overzicht naaimachine
Steekbreedteknop
Aansluiting voor
pedaal
2
- Accessoires worden in de accessoirebox opgeborgen.
- Optionele accessoires worden niet met de machine geleverd; deze zijn echter tegen meerprijs bij
uw lokale dealer verkrijgbaar.
Informatie:
P
D
A
E
IT
123
5
10 11
8
13
9
14
19 20
6
21
22
23
24
25 26
4
F
7
12
H
15 16 17 18
1. Zigzagvoet
2. Ritsvoet
3. Knoopsgatsledevoet
4. Overlockvoet
5. Blindzoomvoet
6. Vrije hand-borduurvoet
7. Knoop-aanzetvoet
8. Spoel (3x)
9. Dop voor garenpen (groot)
10. Dop voor garenpen (klein)
11. Viltje voor garenpen
12. Garenpen lang V
13. L schroevendraaier
14. Randgeleider rechts
15. Borsteltje / tornmesje
16. Naaldenset
17. Garenklosnetje
18. Beschermhoes
19. Zoomvoet
20. Koordvoet
21. Patchwork- / quiltvoet
22. Stop- /borduurvoet
23. Rimpelvoet
24. Boventransportvoet
25. Tweelingnaald
26. Aanschuiftafel
Standaardaccessoires
optionele accessoires
Accessoires
P
T
I
F
E
A
Stoppen
Vrije hand-
borduren
Monogrammen
Algemeen
naaiwerk
Patchworksteken
Decoratieve steken
Smocken
Ajoursteken, etc.
Ritsen inzetten
Blindzomen
Borduursteken
Knopen aanzetten
Rolzoom en
platte zoom
Rimpelen
Quilten
Koordjes
vastnaaien
Om het verschuiven
van twee lagen stof
tijdens het transport
te vermijden
Overlockvoet
Zigzagvoet
Stop-/borduurvoet
(optioneel)
Knoop-aanzetvoet
Blindzoomvoet
Zoomvoet(k)
(optioneel)
Rimpelvoet
(optioneel)
Quiltvoet (p)
(optioneel)
Koordvoet (m)
(optioneel)
Knoopsgaten
naaien
Trenzen naaien
Stoppen
3
D
D
Knoopsgatsledevoet
Naaivoetoverzicht
NAALD NAALD
Ritsvoet
Boventransportvoet
(optioneel)
Borduurvoet
NAAIVOET TOEPASSING NAAIVOET TOEPASSING
Overlocken
4
Aansluiten
Overtuig u ervan, dat voordat u de stekker in het stopcontact steekt, de naaimachine hetzelfde
voltage heeft als het stroomnet in uw land.
Plaats de naaimachine op een stabiele tafel.
1. Sluit de stroomkabel en het pedaalkabel op de machine aan.
2. Steek de stekker van de stroomkabel in het stopcontact van het stroomnet.
3. Zet de hoofdschakelaar op AAN ("–").
4. Het naailampje gaat branden.
5. Nadat de machine is uitgeschakeld, kan het een moment duren voordat de reststroom in het
circuit is verbruikt. Daarom is het mogelijk, dat het licht niet direct uitgaat als u de machine
uitschakeld. Dit is een normaal verschijnsel voor een efficiënte toepassing.
Uitschakelen: Zet de hoofdschakelaar op UIT ("O") en haal de stekker uit het stopcontact.
Gepolariseerde . (n.v.t. voor Nederland)
Dit apparaat heeft een gepolariseerde stekker (de ene pin is iets groter
dan de andere) om het risico van een electrische schok te verminderen.
Deze stekker past maar op manier in het stopcontact. Indien de
stekker niet past, neem dan contact op met uw leverancier. Pas de
stekker nooit op een of andere manier zelf aan.
stekker - informatie
één
Attentie:
Zorg er altijd voor dat de stekker uit het stopcontact is en de hoofdschakelaar van de machine op
UIT ("O") staat als deze niet in gebruik is en bij het verwisselen van onderdelen.
ON
OFF
Aansluiten van de naaimachine
5
Attentie:
Raadpleeg een gekwalificeerde electricien bij twijfel bij het aansluiten in het stopcontact.
Haal de stekker uit het stopcontact als de machine niet in gebruik is.
Zet de machine UIT en steek de stekker van
het pedaal in het stopcontact van de
naaimachine.
Zet de machine AAN en druk voorzichtig het
pedaal in om te beginnen met naaien.
Haal de druk van het pedaal af om de
machine te laten stoppen met naaien.
Start-/stopknop
De machine begint te draaien als de start-/
stopknop ingedrukt is en stopt met draaien
als de knop weer wordt ingedrukt.
De machine zal eerst langzaam beginnen
met naaien.
Met de snelheidsknop regelt u de naaisnelheid.
Hogere snelheid: de schuifknop naar rechts
schuiven. Lagere snelheid; de schuifknop naar
links schuiven.
Beginnen met naaien
Pedaal
Snelheidsregelaar
6
Aanschuiftafel
Houd de aanschuiftafel horizontaal vast en trek
deze in de richting van de pijl.
Het binnendeel van de aanschuiftafel kan als
accessoirebox worden gebruikt.
Garenpen
Draad
Klossennetje
Dop voor garenpen
Klossennetje
Bij het gebruik van speciaal garen dat snel van
de klos glijdt, is het raadzaam een klossennetje
over de garenklos te schuiven.
* Als het klossennetje te lang is, kunt u dit
afknippen, zodat het over de garenklos past.
7
Zet de garenklos en de dop op de garenpen. Gebruik
bij kleine garenklosjes de kleine dop of zet de grote dop
met de smalle kant naar de garenklos op de garenpen.
Spoel vullen
5
4
3
2
4
3
10
1
2
1
2
1
Doe de draad door de draadgeleider.
2
Leg de draad tegen de klok in tussen de spanningsschijfjes
van de garenwinder.
3
Breng de draad van binnen uit door het gaatje van de
spoel en plaats de spoel op het asje.
4
Duw de spoel naar rechts.
5
Vullen van de spoel
8
Als de garenwinderas in de "spoelpositie" staat, kan de naaimachine niet worden bediend en kan
niet aan het handwiel worden gedraaid. Duw voor het naaien de spoelpin naar links ("naaipositie").
Let op:
10
7
6
9
Houd het draadeinde met de hand vast.
7
6
8
Start het spoelen door op het pedaal te drukken of op
de start-/stoptoets te drukken.
8
Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de
draad dicht bij het gaatje van de spoel af. Spoel verder
tot het spoeltje vol is.
Zodra het spoeltje vol is, draait dit langzaam rond.
Stop de naaimachine. Duw het spoeltje naar links.
9
Knip de draad af en neem het volle spoeltje weg.
10
Als de garenwinderas naar rechts wordt gedrukt, verschijnt
het symbool " " op het display.
Vullen van de spoel (vervolg)
9
A
C
A
B
B
Trek de draad door sleuf (A).
Attentie:
Zet de op UIT ("O") voor het
inleggen en uithalen van de spoel.
hoofdschakelaar
Voor het inleggen en uithalen van de
spoel moet de naald in de bovenste stand
staan.
Open het grijperdeksel.
Leg de spoel in het spoelhuis. De draad
moet tegen de wijzers van de klok in van de
spoel aflopen (zie pijl).
Duw met een vinger zachtjes bovenop de
spoel en trek nu de draad de pijltjes volgend
door de geleidingen in de steekplaat van (A)
naar (B).
Trek nu de draad de pijltjes volgend door de
geleidingen in de steekplaat van (B) naar (C).
Snij de draad af door deze langs het
afsnijmesje te trekken bij punt (C).
Sluit het grijperdeksel.
Inleggen van de spoel
7
8
6
5
10
Let op:
Het is belangrijk om het inrijgen correct uit te voeren omdat
men anders diverse problemen kan gaan krijgen.
Zet de naald in de hoogste stand en de naaivoet omhoog
om de draadspanning uit te schakelen.
4
1
2
3
1
Zet de garenpen omhoog. Zet de garenklos op de garenpen,
zodat het garen vanaf de linkerkant afrolt. Plaats de dop op
de garenpen.
1
Informatie:
Bij gebruik van speciaal garen, dat snel van de klos glijdt,
dient van tevoren een garenklosnetje over de garenklos te
worden getrokken. Het netje is ook handig bij garenklos met
los opgespoeld garen.
Inrijgen van de bovendraad
2
2
Trek de draad van de klos door de bovenste
draadgeleider.
2
11
Dan naar beneden en omhoog door de gleuven.
Geleid de draad achter de platte horizontale
draadgeleider en de draadgeleider boven de naald.
Steek de draad van voren naar achteren door het oog
van de naald en trek deze ongeveer 10 cm door.
De naald kan met de naaldinrijger (zie volgende
bladzijde) worden ingeregen.
Trek de draad tussen de zilverkleurige spanningsplaatjes .
Trek de draad om de draadhevel en in de voorspanning
zoals afgebeeld.
3
4
5
6
3
4
5
Trek de draad helemaal naar boven en trek de draad van
rechts naar links door het open oog van de draadhevel
en weer naar beneden.
6
Inrijgen van de bovendraad
7
7
8
8
12
De draait automatisch in de
inrijgpositie en het haakje steekt door het
oog van de naald.
naaldinrijger
Breng de draad voor de naald.
Houd de draad losjes vast en laat de
naaldinrijgerhendel voorzichtig los. Het
haakje draait en trekt de draadlus door het
oog.
Trek de draad door het oog van de naald.
Als u dunne naalden gebruikt, is het
mogelijk dat de naaldinrijger niet feilloos
functioneert.
Zet de naald in de hoogste stand en de
naaivoet omlaag.
Trek de voorzichtig naar
beneden en leg de draad door de
draadgeleider zoals afgebeeld en dan naar
rechts.
naaldinrijgerhendel
1
3
2
4
1
2
3
4
Gebruik van de naaldinrijger
Attentie:
Zet de hoofdschakelaar op UIT ("O").
Attentie:
Zet de hoofdschakelaar op UIT ("O").
Vervang de naald regelmatig, zeker bij
tekenen van slijtage en problemen. Vervang
de naald volgens de afgebeelde aanwijzingen.
A. Draai de naaldschroef los en weer vast
nadat een nieuwe naald werd ingezet. De
platte kant van de naald moet naar
achteren wijzen.
B. Duw de naald zover mogelijk omhoog.
Naalden moeten altijd in onberispelijke staat
zijn. Problemen kunnen ontstaan door:
- gebogen naalden
- botte naalden
- beschadigde naaldpunten
Let op:
- In het algemeen worden garens en dunne naalden gebruikt voor het naaien van dunne
stoffen en normale garens voor (normale) middelzware stoffen.
-
-
- Gebruik verstevigingsmateriaal bij dunne en rekbare stoffen.
dunne
Maak van tevoren altijd een proeflapje met de naald en het garen en de stof die u gaat verwerken.
Gebruik altijd hetzelfde garen voor onder- en bovendraad.
Extra dik garen, tapijtgaren.
16 (100)
11-14 (80-90)
Middelzware stoffen: katoen, satijn, zeildoek,
dubbelgebreide en lichte wollen stoffen.
Middelzware stoffen: katoenen zeildoek,
wollen stoffen, badstof, jeans.
Zware stoffen: zeildoek, wollen stoffen,
tentdoek, quilts, zware spijkerstof en
meubelstoffen (licht tot middelzwaar)
Dikke wollen stof, mantelstof, meubelstof,
leer en vinyl.
14 (90)
18 (110)
NAALDDIKTE
STOFSOORT
GARENTYPE
9-11 (70-80)
Fijne stoffen: dun katoen, voile, serge
zijde, mousseline, gebreid katoen, tricot,
, geweven polyester,
overhemd- en blousestoffen.
crêpestoffen
Licht katoenen, nylon of polyester
garen
De meeste garens die in de
handel verkrijgbaar zijn, zijn
middeldik en geschikt voor deze
stoffen en naalden.
Gebruik polyester garen voor
synthetische stoffen en katoenen
garen voor natuurlijke stoffen
voor goede resultaten.
Gebruik altijd hetzelfde garen
voor onder- en bovendraad.
13
A
B
Vervangen van de naald
Naald- / stof- / garenkeuze
Naald-/stof-/garenkeuzetabel
14
Attentie:
Zet de hoofdschakelaar uit ("O").
Naaivoet verwijderen
Zet de naaivoet omhoog.
Druk op de zwarte hendel (e), de naaivoet laat los.
Naaivoet bevestigen
Zet de naaivoethouder omlaag (b) tot de inkeping direct boven de
pin van de naaivoet staat (d).
Druk op de zwarte hendel (e).
Zet de naaivoethouder (b) omlaag en de naaivoet (f) zit
automatisch vast.
Naaivoethouder verwijderen en bevestigen
Zet de naaivoetstang omhoog (a).
Verwijder en bevestig de naaivoethouder (b) zoals afgebeeld.
Randgeleider bevestigen
Bevestig de randgeleider (g) zoals afgebeeld in de opening. Pas
deze overeenkomstig de toepassing aan (zoom, plooien, etc.).
b
a
d
c
f
d
e
e
g
Verwisselen van de naaivoet
15
Met de naaivoethevel zet u de naaivoet
omhoog en omlaag.
Als u verschillende lagen stof of dik
materiaal naait, kan de naaivoet een stap
extra omhoog worden gezet, zodat het
naaiwerk gemakkelijk onder de naaivoet kan
worden gelegd.
De hevel voor het uitschakelen van de
transporteur bevindt zich aan de achterkant
van de naaimachine en is zichtbaar als de
accessoirebox wordt verwijderd.
Als u de hevel op " " (b) zet, wordt de
transporteur omlaaggezet, bijv. voor het
aanzetten van knopen of het naaien van
monogrammen. Als u daarna weer normaal
wilt naaien, moet u de hevel op " " (a)
zetten om de transporteur weer omhoog te
zetten.
De transporteur wordt pas omhooggezet, als
u aan het handwiel draait, ook als u de hevel
op positie (a) heeft gezet. U moet altijd een
volledige omwenteling van het handwiel
verrichten.
Informatie:
De naald moet altijd in de hoogste stand
staan.
Twee-staps naaivoethevel
Transporteur omhoog / omlaag
16
- De standaard instelling van de bovendraad is "4"
- Om de spanning te verhogen, draai de knop naar een
hoger cijfer en om te verlagen naar een lager cijfer.
- De juiste afstelling is belangrijk voor goed naaiwerk.
- Voor al het decoratieve werk krijgt u altijd een mooiere
steek als de bovendraad net aan de onderkant van het
werkstuk te voorschijn komt.
Draadspanning te los voor de rechte steek. Draai de knop
naar een hoger nummer.
Draadspanning te strak voor de rechte steek. Draai de
knop naar een lager nummer.
Normale draadspanning voor zigzagsteek en decoratieve
steek.
Normale draadspanning voor rechte steken.
Bovenkant van de stof
Bovendraad
Draadspanning
Onderkant van de stof
Onderdraad
17
Houd de bovendraad vast met de
linkerhand. Draai het handwiel tegen de
klok in, zodat de naald naar onder en
naar boven wordt bewogen.
Trek zachtjes aan de bovendraad om zo
de onderdraad op te halen door het gat in
de steekplaat. De onderdraad verschijnt
in een lus.
Trek beide draden naar achteren onder
de naaivoet door.
Zet de naaivoet omhoog.
Verwijder de stof, trek de stof met de draden
naar de linkerkant van de voorkap en snij nu
met de draadafsnijder de draden af.
De draden worden afgesneden op de juiste
lengte voor de volgende naad.
1
2
3
1
2
3
Ophalen van de onderdraad
Afsnijden van de draad
1. Start- / stopknop
Achteruitknop
Auto-lock-knop
Naaldstandknop
Snelheidsregelaar
Druk deze knop om de machine te starten of stil te zetten.
Houd deze knop ingedrukt om achteruit te naaien of een afhechtsteek op lage snelheid te
maken.
Houd deze knop ingedrukt om direct afhechtsteken te maken aan het begin of het eind van
een steek of patroon. De machine stopt daarna automatisch.
Druk deze knop om de naald naar boven (hoogste stand) of onder (in de stof) te zetten.
Verschuif deze knop om de snelheid van de machine aan te passen.
2.
3.
4.
5.
Bedieningsknoppen (zie blz. 22/23)
18
Functies van de knoppen op de machine
6
8
7
9
10
11
12
13
5
1
2
3
4
9. Steeklengteknop
10.Steekbreedteknop
11. Modusknop
12.Spiegelknop
Druk deze knop om de lengte van de steek te bepalen.
Druk deze knop om de breedte van de steek te bepalen.
Druk op deze knop om de directe modus, nuttige en decoratieve steekmodus of bloklettermodus te
selecteren.
Druk deze knop om een steek te spiegelen.
Functieknoppen (zie blz. 25/26/27)
6. Geheugenknop
7. Pijlknoppen
8. Wisknop
Druk deze knop om een gemaakte steekcombinatie op te slaan of op te roepen.
Druk de " " knop of " " knop tot het juiste steeknummer op het scherm verschijnt.
Indien een foutieve steek is gekozen of opgeslagen, druk op deze knop om deze te
verwijderen.
Geheugenknoppen (zie blz. 24)
Keuzeknoppen (zie blz. 28)
13. Directe steekkeuze en cijferknoppen
Directe toegang tot de steken of voer het steeknummer in m.b.v. de cijferknoppen om de
gewenste steek te selecteren.
19
Functies van de knoppen op de machine (vervolg)
Naald boven
Auto-lock
Directe steken
MEM
MEM
20
LCD scherm
Steeknummer
Directe keuze
Spiegelen
Knoopsgathendel
Opspoelen
Steken
Naald onder
Spiegelen
Auto-stop
Steeknummer
Normale modus
Aanbevolen naaivoet
Steekbreedte
Geheugen
Steeklengte
Alfabet
Naald boven
Auto-stop
Steeknummer
Aanbevolen naaivoet
Alfabetmodus
Steekbreedte
Geheugen
Achteruit
Naaldstand
Steekbreedte
Achteruit
Totale ruimte in het geheugen
Totale ruimte in het geheugen
Huidige positie in het geheugen
Huidige positie in het geheugen
134
5
6
7
8902
01 02 03 04 05 06 07 08 09 10
11 12
13
14
15 16
17
18 19 20
21 22
23
24
25 26
27
28 29 30 31 32 33 34 35 36
63 64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74 75
76
77
78
79
80
81
37 38
39
40
41 42
43
44 45 46
47 48
49
50
51 52
53
54 55 56 57 58 59 60 61 62
82
83 84 85 86 87 88
89
90 91 92
93 94
95
96
97
17 18 19 20 21 22 23 24
02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14 1501 1600
51 52 53
54
55
56
57 58 59
60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73
74
75
76
77 78 79 80 81 82 83 84 85 86 87 88 89 90 91 92 93 94 95 96 97 98
29 30 312825 2726
32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44
45 46 47 48 49
50
De grijze delen (in de onderstaande tabel) geven steeds een eenheid van een steek weer.
A. Directe steken
C. Alfabet
B. Steken
21
99
Steekoverzicht
22
Naaldstandknop
Auto-lock-knop
Achteruitknop
Start-/stopknop
De machine begint te naaien als de start-/
stopknop ingedrukt wordt en stopt bij nogmaals
drukken. In het begin loopt de machine langzaam.
De naaisnelheid kan aangepast worden met de
snelheidsregelaar.
Op deze manier kunt u naaien zonder pedaal.
Start-/stopknop
Achteruitknop
Als de directe steken 1-5 en steken 00-05 zijn
gekozen.
De achteruitknop wordt ingedrukt om achteruit te
naaien. Een pijl " " verschijnt in het LCD scherm.
Bij ingedrukt houden van de knop zal de machine
achteruit naaien tot u de knop los laat.
De langste steek achteruit is 3 mm.
Druk op de achteruitknop als de directe steken 6-
7 en de steken 06-14, 25-99 zijn geselecteerd, de
machine zal een afhechtsteek met lage snelheid
naaien als u op de achteruitknop drukt.
Direct
Patterns
Bedieningsknoppen
Let op:
Als de steken 25-99 zijn gekozen, zal de machine,
indien de auto-lock-knop ingedrukt is, 3
afhechtsteken aan het eind van de steek maken
en dan automatisch stoppen.
Auto-lock-knop
Als de directe steken 1-7 en steken 00-14 gekozen
zijn, zal de machine, indien de auto-lock-knop
ingedrukt is, 3 afhechtsteken maken en dan
automatisch stoppen.
Op het LCD scherm verschijnt " " tot de machine
wordt gestopt.
Naaldstandknop
Met deze knop bepaalt u of de naald boven
(hoogste stand) of onder (in de stof) blijft staan
als u stopt met naaien.
Druk op de knop zodat de pijl op het LCD scherm
naar boven wijst " "; de naald stopt nu in de
hoogste positie. Drukt u op de knop zodat de pijl
nu naar beneden wijst " ", dan zal de machine
met de naald in de laagste stand (in de stof)
stoppen.
Let op:
Als tijdens het naaien op de naaldstandknop
wordt gedrukt, stopt de naaimachine automatisch.
23
Bedieningsknoppen (vervolg)
Druk de " " knop om in de geheugenmodus te
komen en sla de combinaties van nuttige steken
of decoratieve steken op. Druk nogmaals de " "
knop om de modus te verlaten. U bent weer in de
directe keuze.
Geheugenknop
Wisknop
Pijlknoppen
MEM
Druk deze knop als een onjuiste steek is gekozen.
Elke druk op de knop wist 1 steek. Of druk de
knop om een toegevoegde steek te wissen,
tijdens het naaien van combinaties van steken of
decoratieve steken.
Gebruik de pijlknop " " of " " om de steek te
bevestigen door het indrukken van de knop in de
geheugenmodus.
Pijlknoppen
24
Let op:
Directe steken en knoopsgaten kunnen niet
opgeslagen worden.
Geheugenknoppen
Geheugenknop
Wisknop
Als u een steek kiest, zal de machine automatisch
de aanbevolen steekbreedte instellen. Dit zal
aangegeven worden met nummers op het LCD
scherm. De steekbreedte kan aangepast worden
door op de steekbreedteknop te drukken.
Sommige steken hebben een beperkte
steekbreedte.
25
Voor een kleinere breedte, druk de " " knop
(links). Voor een grotere breedte, druk de " + "
knop (rechts).
De steekbreedte kan aangepast worden tussen
'0,0-7,0". Sommige steken hebben een beperkte
steekbreedte.
Als de steken 00-04 zijn gekozen, wordt de
naaldstand door de steekbreedteknop bepaald.
De " " knop (links) zal de naald naar links
verplaatsen. De " + " knop (rechts) zal de naald
naar rechts verplaatsen.
De nummers veranderen van linkerpositie "0,0"
naar de uiterst rechterpositie "7,0". De vooraf
ingestelde (middelste) naaldpositie is "3,5".
Steekbreedteknop
Steeklengteknop
Spiegelknop
Modusknop
Steekbreedteknop
Functieknoppen
Steeklengteknop
Als u een steek kiest, zal de machine automatisch
de aanbevolen steeklengte instellen. Dit wordt
aangegeven door nummers op het LCD scherm.
De steeklengte kan aangepast worden door op de
steeklengteknop te drukken.
Voor een kleinere lengte, druk de " " knop (links).
Voor een grotere lengte, druk de " + " knop (rechts).
De steeklengte kan aangepast worden tussen
"0,0-4,5". Sommige steken hebben een beperkte
lengte.
Modusknop
26
Als u de machine aan (ON) zet, zal op het LCD
scherm de directe modus " " verschijnen.
Druk de " " knop voor de " " modus.
Nogmaals drukken, " " verschijnt. En na
drie keer drukken verschijnt " " weer.
Directe steekkeuzemodus.
Modus voor gebruikssteken en decoratieve
steken. Steekkeuze m.b.v. cijferknoppen.
Alfabetmodus. Letterkeuze m.b.v.
cijferknoppen.
Functieknoppen (vervolg)
27
Spiegelknop (zie blz. 54)
De steken 00-14 en 25-99 kunnen gespiegeld
worden met de " " knop. De gekozen steek zal
nu tegengesteld (in spiegelbeeld) gemaakt worden.
Het LCD scherm laat de functie spiegelen zien en
de machine blijft deze gespiegelde steek naaien tot
de spiegelknop weer wordt ingedrukt. Het spiegelen
zal stoppen.
Als de functie spiegelen verdwijnt van het LCD
scherm gaat de machine weer verder met het
naaien van de normale (ongespiegelde) steek.
Als u de steek veranderd, zal de functie spiegelen
eveneens gestopt worden. Wilt u deze nieuwe
gekozen steek spiegelen, druk dan de knop weer in.
Functieknoppen (vervolg)
Directe steekkeuze
Druk op de knoppen om de gebruikssteken naast
de cijferknoppen te selecteren, mits de modusknop
voor de directe modus is geactiveerd.
Cijferknoppen
Druk de cijferknoppen om een steek te kiezen.
Behalve bij de directe modus, kan een andere
modus gekozen worden door het gewenste
nummer te drukken.
Bijvoorbeeld steek 32
28
Keuzeknoppen
Directe steekkeuze
en cijferknoppen
Directe steekkeuze en cijferknoppen
29
Achteruitnaaien
Achteruitnaaien wordt gebruikt om de
draden aan begin of eind van de naad vast
te zetten.
Druk op de achteruitknop en maak 4-5
steken. De machine zal weer vooruit naaien
als de knop wordt losgelaten.
Het naaien van hoeken
1. Stop de naaimachine als u de hoek
bereikt.
2. Zet de naald handmatig of met behulp
van de naaldstandknop boven/onder in de
stof.
3. Zet de naaivoet omhoog.
4. Gebruik de naald als draaipunt.
5. Laat de naaivoet zakken en naai verder.
Vrije arm
De vrije arm is gemakkelijk voor het naaien
van kokervormig werk, bijv. broekspijpen.
5
22
1
4
3
Handigheidjes
Karton of
dikke stof
30
Dikke stoffen verwerken
Als u het zwarte knopje aan de linkerkant van
de naaivoet indrukt en ingedrukt houdt terwijl
u de naaivoet omlaag zet, wordt de naaivoet
in een horizontale positie vastgezet.
Dit garandeert een gelijk transport van de
stoflagen aan het begin van de naad. Het
helpt tevens bij het naaien over jeansnaden.
Indien u bij een dik gedeelte komt, laat de
naald zakken en zet de naaivoet omhoog.
Druk op de voorkant van de voet en klik hem
vast d.m.v. het zwarte knopje. Laat de
naaivoet zakken en ga door met naaien.
Na een paar steken klikt het knopje weer los.
U kunt ook een stukje karton of een lapje
stof van dezelfde dikte achter de naad
leggen of de naaivoet ondersteunen door de
stof met de hand naar het dikke gedeelte te
geleiden.
Bevestigen van de aanschuiftafel
Neem de aanschuiftafel / accessoirebox weg
door deze naar links te schuiven. (1)
Klap de poten van de aanschuiftafel volgens
de pijlen uit. (2)
Klik (A) van de aanschuiftafel in (B) van de
machine. (3)
* De aanschuiftafel is een optioneel
accessoire en wordt niet standaard bij de
machine geleverd.
1
3
2
A
B
Handigheidjes (vervolg)
00
01 02 03 04
0,0
2,0 3,5 5,0 7,0
0,5 1,0 2,0
3,0
4,5
0,0 1,0 3,0 5,0 7,0
0,5 1,0
2,0
3,0 4,5
Veranderen van de naaldpositie
Deze positie heeft enkel betrekking op de steken 00-04. De
vooraf ingestelde positie is "3,5" middelste stand. Druk op
de"–"steekbreedteknop en de naaldpositie gaat naar links.
Drukopde"+"steekbreedteknop en de naaldpositie gaat
naar rechts.
Veranderen van de steeklengte
Om de steeklengte korter te maken, druk op de " "
steeklengteknop. Om de steeklengte langer te maken,
druk op de"+"steeklengteknop.
In het algemeen: hoe dikker de stof, naald en draad, hoe
langer de steken moeten zijn.
Aanpassen van de steekbreedte
De maximum steekbreedte voor zigzagsteken is "7,0";
echter de breedte kan voor elke steek aangepast worden.
De breedte wordt aangepast met de steekbreedteknop van
"0,0-7,0".
Aanpassen van de steeklengte
De dichtheid van zigzagsteken neemt toe als de positie
van de steeklengte bij "0,3" komt.
Mooie zigzagsteken krijgt u in het algemeen bij "1,0 - 2,5".
Hele dichte zigzagsteken noemt men ook wel satijnsteken.
A
31
05
06
07 07
T
T
Rechte steken en de naaldpositie
Zigzagsteken
Deze steken worden aanbevolen voor
gebreide stoffen, tricot of andere rekbare
stoffen. Door deze steek wordt de naad
rekbaar en wordt draadbreuk vermeden.
Met een stretchsteek bent u zeker van een
steek die sterk en rekbaar is en die niet
kapot gaat als u de stof uitrekt. Nuttig voor
rafelige en gebreide stoffen. Tevens voor
sterke stoffen zoals bijv. denim.
Deze steken kunnen ook gebruikt worden
voor decoratieve stiksels.
Drievoudige zigzag-stretchsteken zijn
geschikt voor sterke stoffen, bijv. denim,
popeline, zeildoek, enz.
Rechte stretchsteken worden gebruikt voor
versterking van rekbare en slijtgevoelige
naden.
A
Rechte stretchsteken
Rechte steken
32
02 03
07
02 03
07 07
T
Stretchsteken
33
E
Gebruik van de overlockvoet
Bevestig de multifunctionele voet (T).
Naai de overlocksteek zodanig langs de
rand, dat de naald aan de rechterzijde over
de rand in de stof steekt.
Gebruik van de multifuctionele voet
5.0~7.0
2.0~3.0
Bevestig de overlockvoet (E).
Naai de stof met de stofkant tegen de geleider
van de overlockvoet.
Attentie:
De overlockvoet kan alleen gebruikt worden
met de steken 05 en 08. Maak de
steekbreedte nooit smaller dan "5,0". De
naald kan de naaivoet raken en hierdoor
breken als andere steken worden gebruikt of
andere steekbreedtes worden ingesteld.
2.5~4.5
2.0~3.0
05
08
06
09
Naai overlocksteken langs de stofrand, zodat deze niet rafelt.
T
Overlocksteken
34
Let op:
Blindzomen naaien vereist enige oefening.
Maak altijd eerst een proeflapje.
Vouw de stof zoals afgebeeld, zodat de
achterkant van de stof boven ligt.
Werk de rand eerst met een overlocksteek af.
Plaats de gevouwen stof onder de naaivoet.
Draai het handwiel met de hand voorwaarts
tot de naald helemaal naar links uitslaat. De
naald moet net even in de rand van de stof
prikken. Zoniet pas dan de steek aan.
Pas de geleider (b) m.b.v. het knopje (a) aan
tot deze precies tegen de stofvouw ligt.
Naai langzaam terwijl u de stof voorzichtig
langs de rand van de geleider geleidt.
Draai de stof om.
10:
11:
Blindzoom / lingeriesteek voor stevige
stoffen
Blindzoom / lingeriesteek voor rekbare
stoffen
5mm 5mm
F
2.5~4.0
1.0~2.0
a
b
10
11
Werk de zoom aan broekspijpen en rokken met een blindzoom af, die aan de goede kant
van de stof nauwelijks zichtbaar is.
Overlock
steken
Goede
kant
Blindzoom / lingeriesteek
Achterkant Achterkant
Achterkant
Zet de transporteurknop op " " om de
transporteur te laten zakken.
Leg de stof onder de naaivoet. Leg de knoop
op de juiste plaats. Zet de naaivoet omlaag.
Kies de zigzagsteek. Zet de steekbreedte op
"2,5-4,5" afhankelijk van de afstand tussen
de gaatjes van de knoop.
Draai aan het handwiel om te controleren
dat de naald in beide gaatjes steekt.
05
2.5~4.5
Bevestig de knoop-aanzetvoet.
Als een "steel" noodzakelijk is, legt u een
stopnaald op de knoop en naait u het
knoopsgat.
Trek de bovendraad naar de achterkant van
de stof en knoop de boven- en onderdraad
aan elkaar.
Voor knopen met 4 gaatjes naait u eerst de
voorste twee gaatjes, trek het werk naar u
toe en dan de achterste twee gaatjes.
35
2.5~4.5
05
Let op:
Als u daarna weer normaal wilt verder
naaien, moet de hevel in positie " "
worden gezet, zodat de transporteur weer
omhoog staat.
Knopen aanzetten
2.5~7.0
0.3~1.0
2.5~5.5
0.3~1.0
5.5~7.0
0.3~1.0
Markeer de plaats van het knoopsgat op de
stof.
De maximale knoopsgatlengte is 3 cm.
(Totaal van de diameter + dikte knoop)
Bevestig de knoopsgatvoet, schuif de
knoophouder uit en leg de knoop hierin.
De grootte van het knoopsgat wordt bepaald
door de knoop in de houder.
De draad moet door het gat in de naaivoet
worden getrokken en daarna onder de voet
worden gelegd.
36
15: Voor dunne of medium stoffen
16: Voor horizontale knoopsgaten in
blouses of hemden gemaakt van dunne
of medium stoffen
17: Voor pakken en jassen
18: Voor horizontale knoopsgaten in dikke
stoffen
19: Voor dunne of medium stoffen
20: Voor jeans of stretchstoffen die ruw
geweven zijn
3.0~7.0
1.0~2.0
3.0~7.0
1.0~3.0
21: Voor stretchstoffen
D
15
16
18 19
17
20
21
Let op:
Voordat u een knoopsgat gaat maken, maak
eerst een proefje met een lapje van de stof
die u gaat gebruiken.
Het knoopsgat kan afhankelijk van de knoopgrootte worden aangepast.
Bij rekbare en dunne stoffen is het raadzaam verstevigingsmateriaal te gebruiken voor een
optimaal resultaat.
Knoopsgaten maken
Startpunt
Let op:
Geleid de stof voorzichtig met de hand.
Voordat de machine stopt zal hij automatisch
een afhechtsteek maken nadat het knoopsgat
gemaakt is.
37
Trek de knoopsgathendel helemaal naar
beneden en achter het blokje op de
knoopsgatvoet.
Kies de juiste knoopsgatsteek.
Pas de steeklengte en -breedte aan de
gewenste breedte en dichtheid aan.
Leg de stof onder de naaivoet, zodat het
voorste einde van de knoopsgatmarkering
overeenkomt met de middenlijn op de
knoopsgatvoet.
Let op:
Als u een knoopsgatsteek kiest, dan
verschijnt op het LCD scherm " ", dat is om
u eraan te herinneren de knoopsgathendel te
laten zakken.
Knoopsgaten maken (vervolg)
* Knoopsgaten worden vanaf de voorkant naar de achterkant van de naaivoet genaaid.
Zet de naaivoet omhoog en snij de draad af.
Om over hetzelfde knoopsgat te naaien,
moet u de naaivoet omhoogzetten (deze zal
in de uitgangspositie worden teruggezet).
Zet, nadat het knoopsgat af is, de
knoopsgathendel omhoog tot hij niet verder
kan.
Snij het midden van het knoopsgat tussen
de kordons door zonder deze te
beschadigen. Gebruik een speld als stopper
om niet in de trens te snijden.
38
Let op:
Pas op voor uw vingers als u het knoopsgat
opensnijdt, zodat er geen verwondingen
ontstaan.
Knoopsgaten maken (vervolg)
15
17
20 21
16 18 19
39
Bij het naaien van knoopsgaten in rekbare
stoffen is het raadzaam dik garen of een
koordje als vuldraad te gebruiken.
Bevestig de knoopsgatvoet. Haak het dikke
garen of koordje achter op de naaivoet vast.
Trek de uiteinden onder de naaivoet naar
voren in de gleuven, knoop ze tijdelijk vast.
Zet de naaivoet omlaag en naai.
Pas de steekbreedte aan de dikte van de
vuldraad aan.
Als het knoopsgat klaar is, trek dan
voorzichtig aan de vuldraad tot deze strak zit
en knip de overtollige vuldraad af.
Let op:
Aangeraden wordt om de onderkant van de
stof met vlies te versterken.
Markeer de plaats van het knoopsgat op de stof
Drukopde" "of"+"steekbreedteknop om
de groote van het nestelgat te kiezen.
Afmetingen nestelgat:
A. Klein: 5,0 mm
B. Middel: 6,0 mm
C. Groot: 7,0 mm
A
Kies steek 22 voor het nestelgaatje.
Bevestig de borduurvoet (A).
5.0 6.0 7.0
22: Voor nestelgaten in riemen, enz.
Maak een gat in het midden met een pons.
* Nestelgatpons is geen standaard
accessoire.
22
40
Zet de naald in de stof en de naaivoet omlaag.
Als het nestelgat klaar is, naait de machine
automatisch afhechtsteken en stopt daarna.
Let op:
ij het gebruik van de pons, dient u dik
papier of een andere bescherming onder de
stof te leggen voordat u het gaatje maakt.
Indien dun draad gebruikt wordt kan de
steek snel kapot gaan. Als dat zo is, maak
dan een tweede nestelgaatje boven op het
eerste.
-B
-
AB C
Nestelgaatjes worden voor openingen voor lintjes of bandjes en soortgelijke toepassingen
gebruikt.
Nestelgaatjes maken
Kies steek 23 voor de stopsteek. Bevestig
de knoopsgatvoet.
Trek de knoophouder uit.
Stel de knoopgeleider op de gewenste
lengte in.
Leg een stukje verstevigingsmateriaal onder
de scheur en rijg dit eventueel vast. Kies de
juiste naaldstand. Zet de naaivoet omlaag en
naai over de scheur.
De maximum steeklengte is 2,6 cm en de
maximum steekbreedte is 7 mm.
a. Lengte van het naaiwerk
b. Breedte van het naaiwerk
3.5~7.0
1.0~2.0
41
D
23
Een kledingstuk kan worden hersteld als u kleine gaatjes of versleten plekken stopt.
Gebruik hiervoor dun garen in een kleur die zo goed mogelijk bij het kledingstuk past.
Stop
Start
Stopsteek
Steek de bovendraad door het gat in de
naaivoet
Trek de knoopsgathendel naar beneden en
achter het blokje van de knoopsgatvoet.
Houd voorzichtig het eind van de
bovendraad vast en begin te naaien.
Als het te stoppen gebied te groot is, naai
dan enkele keren (kruislings) over de stof
voor een beter resultaat.
Stopsteken worden gemaakt van voren naar
achteren. (Zie afbeelding)
42
Leg de stof zodanig onder de naaivoet, dat
de naald 2 mm voor de plek die gestopt
moet worden, in de stof steekt. Zet de
naaivoet omlaag.
23
2mm
Let op:
Druk niet op de voorkant van de naaivoet als
u deze omlaag zet. Anders wordt de stof niet
in de correcte afmetingen gestopt.
Let op:
Als de stof niet wordt getransporteerd,
bijvoorbeeld omdat deze te dik is, moet u de
steeklengte vergroten.
Stopsteek
5mm
Achterkant
Rijgsteken
2cm
Afhechtsteken
I
3.5
1.5~3.0
43
- Leg de goede kanten van de stof op elkaar.
Naai een dwarsnaad, net zo breed als de
naadtoeslag, van de rechterkant tot de
plaats van het ritseinde. Naai een paar
afhechtsteken. Stel de maximale
steeklengte in, zet de draadspanning op 2
en rijg de resterende naad.
- Pers de naad open.
Leg de rits met de goede kant naar
beneden op de naadtoeslag zodat de
tandjes tegen de rand liggen. Rijg de
ritsband vast.
- Bevestig de ritsvoet. Bevestig de
rechterkant van de ritsvoetpin aan de
houder als u de linkerkant van de rits inzet.
- Bevestig de linkerkant van de ritsvoetpin
aan de houder als u de rechterkant van de
rits inzet.
:
Attentie
Gebruik de ritsvoet alleen met naaldpositie
midden en de rechte steek. De naald kan
anders de naaivoet raken en breken als
andere steken worden gebruikt.
00
Deze naaivoet kan zodanig worden ingesteld, dat u aan beide kanten van een ritssluiting
kunt naaien. De rits wordt met behulp van de rand van de naaivoet geleid en wordt exact
en recht ingezet.
- Rondom de rits stikken.
- Afhechtdraden verwijderen.
Let op:
De naald mag de rits tijdens het naaien niet
raken, anders kan deze breken of beschadigd
worden.
Ritssluiting inzetten
Blinde rits, tweezijdig ingestikt
5mm
Achterkant
2cm
Rijgsteken
Afhechtsteken
- Rijg de ritsopening in het kledingstuk.
Leg de bovenkanten van de stof op elkaar.
Naai een dwarsnaad, net zo breed als de
naadtoeslag, van de rechterkant tot de
plaats van het ritseinde. Naai een paar
afhechtsteken.
Stel de maximale steeklengte in, zet de
draadspanning op 2 en rijg de resterende
naad.
- Vouw de linker naadtoeslag om. Vouw de
rechter naadtoeslag om zodat 3 mm
overblijft.
- Bevestig de ritsvoet. Bevestig de
rechterkant van de ritsvoetpin aan de
houder als u de linkerkant van de rits
inzet. Bevestig de linkerkant van de
ritsvoetpin aan de houder als u de
rechterkant van de rits inzet.
- Naai de linkerkant van de rits van
beneden naar boven vast.
- Draai de stof om (goede kant boven) en
stik dwars over het ondereinde en de
rechterkant van de rits.
- Stop ong. 5 cm vanaf het boveneinde van
de rits. Verwijder de rijgdraden en open
de rits. Stik de rest van de naad dicht.
44
Ritssluiting inzetten
Blinde rits, eenzijdig ingestikt
45
K
Vouw de rand van de stof ong. 3 mm om en
daarna nogmaals 3 mm over een lengte van
ong. 5 cm.
Zet de naald in de vouw door het handwiel
naar u toe te draaien en laat de naaivoet
zakken. Naai enkele steken met de hand en
zet de naaivoet omhoog.
Geleid de stof in de spiraalvormige opening
van de zoomvoet. Beweeg de stof heen en
weer tot de vouw een rol vormt.
Laat de naaivoet zakken en begin te naaien
terwijl u de rol langzaam in de spiraalvormige
opening van de naaivoet invoert.
3.5
1.5~3.0
* De zoomvoet is een optioneel accessoire
en wordt niet bij de machine bijgeleverd.
00
De zoomvoet is geschikt voor het naaien van smalle zomen en rolzomen zoals bij T-shirts,
tafellakens en langs de rand van ruches.
Zoomvoet gebruiken
46
M
Enkel koord
Voor versieringen met 1 tot 3 koordjes of decoratief garen.
Het aanbrengen van een koordje of drie koordjes geeft een mooi effect aan een jasje of vest, of
ter decoratie van kussens, tafellakens, enz. Men kan bijv. parelgaren, breiwol, borduurgaren, dun
koord, enz. gebruiken ter verfraaing van het werkstuk. U kunt verschillende steken voor het
opnaaien van koord gebruiken, bijv. de (drievoudige) zigzagsteek, enz.
Drievoudig koord
* De koordvoet is een optioneel accessoire en wordt niet standaard bij de machine bijgeleverd.
M
05
14
06
Teken het motief op de stof. Steek het koord
in de middelste groef van de koordvoet. Trek
het koord +/- 5cm achter de naaivoet door.
Leg het koord onder de gleuven van de
koordvoet en trek ong. 5 cm achter de
voet.
De groeven onder de voet zullen het koord
op zijn plaats houden terwijl de steken over
het koord gemaakt worden.
Kies de steek en pas de steekbreedte
zodanig aan dat de steken het koord precies
overlappen. Laat de naaivoet zakken en
naai het koord voorzichtig over de tekening.
dit
Markeer het motief op de stof.
Leg de drie koordjes in de gleuven van de
naaivoet en trek deze 5 cm achter de voet.
De gleuven zorgen ervoor, dat de koordjes
in de gewenste positie blijven terwijl de
steken over de koordjes worden genaaid.
Selecteer een steek en pas de steekbreedte
zodanig aan, dat deze over de steek valt.
Zet de naaivoet omlaag en naai zorgvuldig
over het motief.
Koordvoet gebruiken
A
05
25 32 35
3.5~7.0
0.5~1.0
47
26 27 28 29 30 31 33 34
Gebruik de borduurvoet voor satijnsteken en
andere decoratieve steken.
Deze naaivoet heeft een inkeping aan de
onderkant, zodat hij goed over de verhoging
van de reeds genaaide steken loopt.
Om individuele satijnsteken of decoratieve
steken te maken, kunt u de lengte en
breedte veranderen door de steeklengte en
-breedte m.b.v. de knoppen aan te passen.
Maak eerst een proeflapje.
Let op:
Bij het gebruik van erg dunne stoffen is het
aan te raden om vlies te gebruiken onder de
stof.
Satijn- / borduursteek
3.5
4.5
48
Stof rimpelen
Verwijder de naaivoethouder en bevestig de
rimpelvoet. Verminder de draadspanning
onder 2.
Leg de stof onder de naaivoet tegen de
rechterkant van de naaivoet.
Naai een paar steken en zorg dat de
stofkant evenwijdig met de rechterkant van
de naaivoet is.
De stof wordt automatisch gerimpeld. Zeer
geschikt voor lichte tot middelzware stoffen.
Als de stof dun is, bijv. batist of kant, wordt
deze intensiever gerimpeld.
* De rimpelvoet is een optioneel accessoire
en wordt niet bij de machine bijgeleverd.
00
De rimpelvoet wordt gebruikt om stoffen te rimpelen. Deze naaivoet is geschikt voor het
naaien van dunne tot middelzware stoffen. U kunt hiermee originele details aan
kledingstukken en woonaccessoires creëren.
- Verwijder de naaivoethouder en bevestig
de rimpelvoet.
- Leg de stof die gerimpeld moet worden
met de goede kant naar boven onder de
naaivoet.
- Leg de bovenste laag stof met de goede
kant naar beneden in de opening.
- Geleid de twee lagen zoals afgebeeld.
Let op:
- Om de mate van rimpelen te bepalen, raden
we aan een proeflapje te maken en eerst 25
cm te rimpelen. U kunt dan alle instellingen
bepalen en eventueel aanpassen.
- Naai met een lage snelheid voor een betere
controle.
Rimpelen en gelijktijdig aannaaien van
gladde stof
De rimpelvoet heeft een opening aan de
onderkant.
Als de stof in de opening wordt gelegd, kan
de onderste laag stof worden gerimpeld en
de bovenste laag blijft glad, bijv. voor een
rokband.
Rimpelsteek
Rijgen
49
Gebruik de zigzagvoet om naden met
rijgsteken met een afstand van 1 cm van
elkaar te naaien om een oppervlakte te
rimpelen.
Knoop de draden aan één kant aan elkaar.
Trek aan de andere kant aan de onderdraad
en verdeel de rimpels gelijkmatig.
Verminder eventueel de bovendraadspanning
en naai de gewenste steek tussen de rechte
steken.
Trek de rijgdraad, die voor het rimpelen
werd gebruikt, uit de stof.
Het decoratieve stiksel dat over kleine plooitjes wordt genaaid, wordt "smocken" genoemd.
Deze techniek wordt gebruikt voor blouses, mouwen of jurken en voegt extra textuur en
elasticiteit aan de stof toe.
Smocksteek
A
13 14
Onderdraad
Let op:
Vrije-hand-stoppen functioneert zonder dat de
machine het materiaal transporteert. U
bepaalt zelf het transport van het materiaal.
Het is noodzakelijk om de naaisnelheid en het
transport van het materiaal op elkaar af te
stemmen.
05
50
Verwijder de naaivoethouder en bevestig de
stopvoet.
De hendel (a) moet zich achter de
naaldhouderschroef bevinden (b). Duw de
stopvoet van achteren goed vast en draai de
schroef aan (c).
Laat de transporteur d.m.v. de transporteurknop
" " zakken.
Naai eerst langs de rand van het gat om de
losse rafels vast te zetten. Naai vervolgens
regelmatig over het gat van links naar rechts.
Draai het werk 1/4 en naai over de eerste
steken terwijl u het werk langzaam beweegt
om de draden te scheiden en geen grote
gaten krijgt tussen de draden.
Stoppen
3.5~5.0
* De stop-/borduurvoet is optioneel en wordt
niet bij de machine bijgeleverd.
00
a
b
c
Vrije-hand-stoppen, borduren en monogrammen
Let op:
Als u daarna weer normaal wilt verder naaien,
moet de in positie " "
worden gezet, zodat de transporteur weer
omhoog staat.
transporteurknop
Kies de zigzagsteek en pas de steekbreedte
naar wens aan.
Naai langs de buitenlijn van het patroon door
de borduurring te bewegen. Zorg ervoor dat
u een constante snelheid houdt.
Vul het patroon op van buiten naar binnen.
Houd de steken dicht bij elkaar.
U krijgt langere steken indien u de ring sneller
beweegt en kortere indien u de ring
langzamer beweegt.
Hecht af door op de auto-lock-knop te
drukken.
Kies de zigzagsteek en pas de steekbreedte
naar wens aan. Naai met constante snelheid
en beweeg de borduurring langzaam.
Als het monogram klaar is, hecht u af door
op auto-lock-knop te drukken.
* De borduurring wordt niet bij de machine
geleverd.
51
Vrije-hand-stoppen, borduren en monogrammen
Borduren
Monogrammen
- Plaats twee stukken stof met de goede
kant op elkaar en naai een rechte steek.
- Open de naad en pers deze plat.
- Zet het midden van de naaivoet precies op
de naad van de aan elkaar genaaide
stoffen. Naai nu over de naad.
Dun papier
Rijgdraad
A
52
- Houd tussen twee gevouwen stukken stof
een ruimte van 4mm en rijg deze op een
stuk dun papier of wateroplosbaar vlies.
- Zet het midden van de naaivoet precies op
het midden van de ruimte tussen de twee
stukken stof en begin met naaien.
- Na afloop rijgdraad en papier verwijderen.
12
12 13 14 44
Door over een open naad te naaien, onstaat een “ajournaad”. Deze
techniek wordt bij blouses en kinderkleding toegepast. De steek
wordt decoratiever als dikker garen wordt gebruikt.
T
T
Ajoursteek
Patchworksteek
P
* De patchwork-/quiltvoet is optioneel en
wordt niet bij de machine geleverd.
Steek de geleider in de naaivoethouder
zoals hiernaast getoond en stel de gewenste
afstand in.
3.5
1.0~3.0
53
A
Naai de eerste naad en verplaats de stof
voor de volgende naden. Met de geleider nu
de vorige naad volgen.
-
*
-
*
Naai op een afstand van ong. 2 cm langs
de rand van de stof.
Voor een beter resultaat raden we aan
verstevigingsspray te gebruiken en de
stof te persen voordat u met naaien
begint.
Knip de stof af langs de schelpzoom.
Knip niet in de steken.
00 02
78
27
Het aan elkaar naaien van een boven- en onderstof met in het midden een laag volumevlies
wordt "quilten" genoemd. De bovenlaag bestaat vaak uit vele geometrische delen die aan
elkaar werden genaaid.
Deze golvende steek wordt "schelpzoom" genoemd. Deze steek wordt gebruikt voor kragen
aan blouses of als decoratieve randafwerking van naaiprojecten.
Let op:
Bij het gebruik van de quiltvoet mogen alleen
steken met naaldstand midden worden
ingesteld, anders is het mogelijk dat de
machine wordt beschadigd.
T
Patchwork- / quiltsteek
Schelpzoom
Kies een steek.
Druk op de spiegelknop. Op het LCD scherm
verschijnt de spiegelfunctie en de machine
zal de steek gespiegeld naaien tot de
spiegelknop weer ingedrukt wordt.
Let op:
- Steken 15-24 kunnen niet gespiegeld
worden.
- Gespiegelde steken kunnen ook gecom-
bineerd worden met andere steken.
A. Normale steek.
B. Gespiegelde steek.
A
B
54
Spiegelen van steken
55
Bevestig de tweelingnaald.
Volg de aanwijzingen voor het inrijgen van
een enkele naald met de liggende garenpen.
Rijg de linkernaald in.
Steek de tweede garenpen (accessoire) in
het gat boven op de machine.
Rijg nu normaal in, maar sla de
draadgeleider boven de naald over.
Rijg de rechternaald in.
2.0~5.0
Pas de steekbreedte aan. Draai het
handwiel een slag met de hand om zeker te
zijn dat de naalden de steekplaat niet raken.
Rijg elke naald apart in.
Let op:
Beide draden voor de tweelingnaald moeten
van gelijke dikte zijn, de kleur hoeft niet gelijk
te zijn.
Let op:
Naai met een tweelingnaald altijd op lage
snelheid om mooie gelijkmatige steken te
krijgen.
Kies een steek en begin met naaien.
Nuttige en decoratieve steken 00-14 en 25-
99 kunnen gebruikt worden.
Het resultaat is een steek met twee
evenwijdige naden.
* De tweelingnaald is een optioneel
accessoire en wordt niet bij de machine
geleverd.
Attentie:
Bij het gebruik van een tweelingnaald alleen
de multifunctionele voet gebruiken. Dit
ongeacht de naaimethode.
Gebruik alleen tweelingnaalden met max.
2mm afstand tussen de naalden.
T
Tweelingnaald
56
* De boventransportvoet is een optioneel accessoire en wordt
niet bij de machine bijgeleverd.
01
c
a
De boventransportvoet zorgt voor een gelijkmatig transport van beide lagen stof. Bovendien is deze
voet een uitstekend hulpmiddel bij het naaien van geruite en gestreepte stoffen. Ook materiaal dat
moeilijk te geleiden is, wordt met de voet optimaal getransporteerd.
Duw de naaivoethevel omhoog om de naaivoetstang omhoog
te zetten.
Draai de schroef aan de naaivoetstang helemaal los (tegen
de wijzers van de klok in) en verwijder de naaivoethouder.
Bevestig de boventransportvoet als volgt:
- Arm (a) past op de naaldbevestigingsschroef en
naaldstang (b).
- Bevestig de plastic houder (c) van links naar rechts aan de
naaivoetstang.
- Zet de naaivoetstang naar beneden.
- Draai de schroef weer in de naaivoetstang vast (met de
wijzers van de klok mee).
- Controleer, dat beide schroeven (aan de naald- en
naaivoetstang) goed zijn vastgedraaid.
Haal de onderdraad omhoog en trek de onder- en
bovendraad achter de boventransportvoet uit.
b
Boventransportvoet
Gebruik de pijltoetsen " " of " " om te controleren
wat u geprogrammeerd heeft.
Druk op de " " knop om in de geheugenmodus te
komen en de combinaties van steken op te slaan.
Zet de machine aan "ON", op het LCD scherm
verschijnt " ".
Samenvoegen van steken of letters
Gecombineerde steken kunnen opgeslagen worden voor later gebruik. Omdat ze niet
gewist worden als de machine uitgezet wordt, kunnen ze op elk moment opgeroepen
worden. Dat is gemakkelijk voor veel gebruikte steken en motieven, zoals bijv. namen.
Let op:
- De machine heeft een geheugenprogramma van 30 steekeenheden.
- Meervoudige steekcombinaties uit de steekmodus " ", " " kunnen samengevoegd
worden.
- Al de geheugeneenheden kunnen bewerkt worden, bijv. steeklengte, steekbreedte, spiegelen en
auto-lock.
- De steken uit de directe modus en de steken 15 - 24 kunnen niet in het geheugen opgeslagen
worden.
MEM
MEM
MEM
57
Let op:
Als het geheugen 30 steken heeft opgeslagen en
vol is, is een akoestisch signaal hoorbaar.
Druk op de " " knop om de gewenste stekengroep
tussen " " of " " op het LCD scherm te
selecteren. Druk het gewenste steeknummer in
(bijv.13). (U kunt de steeklengte en steekbreedte
veranderen, of de autostop- of spiegelfunctie kiezen
als u dat wenst.)
Herhaal dit laatste om meer steken in het geheugen
op te slaan.
Geheugen
Als u in het geheugen bepaalde steken wilt wissen,
gebruikt u de " " of " " knop tot de gewenste
steek getoond wordt op het display.
Druk op de " " knop om de getoonde steek te
wissen. De volgende steek zal daarna getoond
worden.
Wissen van steken of letters
MEM
Toevoegen van steken of letters
MEM
Attentie:
Als u niet op de " " knop drukt nadat u uw keuze
heeft beëindigd, zullen de gekozen steken uit het
geheugen worden gewist nadat u de machine heeft
uitgezet.
Druk de " " knop om het geheugen te verlaten en
terug te gaan naar de directe modus.
In de geheugenmodus drukt u de " " of " " knop
tot het steeknummer dat u gekozen heeft, getoond
wordt, voeg dan een nieuwe steek toe of verander de
steeklengte, -breedte, auto-stop of spiegelen naar
wens.
Oproepen en naaien van opgeslagen steken
Druk op de " " knop om de geheugenmodus te
openen. De machine zal de als eerste opgeslagen
steek kiezen.
MEM
58
Geheugen (vervolg)
Druk de " " knop om de geheugenmodus te
verlaten en terug te keren in de directe modus.
Als u wilt controleren wat opgeslagen is of een paar
steken in de geheugenmodus wilt naaien, gebruik
dan de " " of " " knop.
Selecteer de auto-lock-functie " " als u de
naaimachine na een sequentie wilt stilzetten.
Druk op het pedaal. De machine begint te naaien
vanaf de als eerste opgeslagen steek. Op het LCD
scherm staan de steekgegevens.
Let op:
Als u de wenst te herhalen zonder
dat de machine stopt, druk dan de
" " om de uit te schakelen.
" " verdwijnt van het LCD scherm.
steekcombinatie
auto-lock-knop
auto-lock-functie
Het symbool
MEM
59
MEM
Geheugen (vervolg)
Laat de knoopsgathendel zakken
Als u een knoopsgat of stopsteek gekozen heeft,
verschijnt op het LCD scherm symbool " " om er
op te wijzen de knoopsgathendel te laten zakken.
Opspoelen
Als de garenwinder geactiveerd is om het
spoeltje op te winden (uiterst rechtse positie)
verschijnt dit symbool op het LCD scherm als
herinnering.
Waarschuwingsmeldingen op het display
Attentie:
Als tijdens het naaien de draad vastloopt in de grijper en u blijft het pedaal indrukken, zal de
veiligheidsschakelaar de machine volledig uitzetten. Om de machine opnieuw te starten moet u de
aan-/uitschakelaar een keer aan en uit zetten.
- Bij juiste bediening: 1 piepje
- Als het geheugen vol is: 2 korte piepjes
- Bij onjuiste bediening: 3 korte piepjes
- Als de machine een probleem heeft en niet kan naaien: 3 korte piepjes
Dat wil zeggen dat de draad gedraaid of vastgelopen is en het handwiel niet kan draaien. Kijk
in de gids "Problemen oplossen" op blz. 63/64 voor de oplossing. Nadat het probleem opgelost
is, zal de machine weer naar behoren werken.
Let op :
Als een probleem niet op te lossen is, ga dan naar uw leverancier.
Garenwinderas weer terug naar links
zetten
Bij indrukken van welke knop dan ook als de
spoel vol is of de garenwinderas staat nog
naar rechts zal de machine 3 piepjes geven
als waarschuwing.
Zet garenwinderas weer terug in de
linkerpositie.
60
Waarschuwingsfuncties
Waarschuwingssignaal
De machine is uitgerust met een 100mW LED lamp. Als de lamp vervangen moet worden ga dan
naar uw leverancier.
Attentie:
Attentie:
Haal altijd de stekker uit het stopcontact wanneer u onderhoud aan de machine gaat plegen. U
zou anders een elektrische schok kunnen krijgen.
Verwijder het spoelhuisdeksel.
61
Als stukjes draad, stof of vuil in de grijper zitten, zal de machine niet goed meer werken.
Controleer de grijper regelmatig en maak deze schoon met het borsteltje.
Haal de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoud gaat plegen.
Attentie:
Als het scherm vuil is, maakt u het zachtjes schoon met
een droge zachte doek. Geen schoonmaakmiddel
gebruiken.
Het scherm schoonmaken
Als het oppervlak van de machine vuil is, veegt u het schoon met een doek die in een zacht
schoonmaakmiddel is gedrenkt en uitgewrongen. Daarna nawrijven met een droge doek.
Het oppervlak van de machine schoonmaken
De grijper schoonmaken
Onderhoud
62
Verwijder de naald, naaivoet en naaivoethouder. Verwijder
het spoelhuisdeksel en de spoel. Draai de steekplaat-
schroeven los en verwijder de steekplaat.
Maak het spoelhuis schoon met het borsteltje.
Onderhoud
Probleem
Oorzaak
Oplossing
Bovendraad
breekt
Onderdraad
breekt
Steken
overslaan
Naald
breekt
Losse
steken
Naad trekt
samen
1. De machine is niet goed ingeregen.
2. De bovendraadspanning is te laag.
3. De draad is te dik voor de naald.
4. De naald is niet goed bevestigd.
5. De draad is om de garenkloshouder
vastgelopen.
6. De naald is beschadigd.
1. De spoelhuls is niet goed geplaatst.
2. Het spoelhuis is niet goed ingeregen.
1. De naald is niet goed bevestigd.
2. De naald is beschadigd.
3.De verkeerde naalddikte is gebruikt.
4. De naaivoet is niet goed bevestigd.
5. De machine is niet goed ingeregen.
1. De naald is beschadigd.
2. De naald is niet goed bevestigd.
3. Verkeerde naalddikte voor de stof.
4. De verkeerde naaivoet is bevestigd.
5. De naaldschroef zit los.
6. De naaivoet die gebruikt wordt is niet
geschikt voor de steek die wordt
genaaid.
7. De bovendraadspanning is te hoog.
1. De machine is niet goed ingeregen.
2. De spoelhuls is niet goed ingeregen.
3. De combinatie van naald/stof/draad is
niet goed.
4. De draadspanningen zijn niet goed.
1. De naald is te dik voor de stof.
2. De steeklengte staat niet goed.
3. De draadspanningen zijn te hoog.
1. Kies een dunnere naald.
2. Pas de steeklengte aan.
3. Pas de draadspanningen aan.
1. Controleer het inrijgen.
2. Rijg opnieuw in.
3. Pas de naalddikte aan aan stof en
draad.
4. Corrigeer de draadspanningen.
1. Bevestig een nieuwe naald.
2.Bevestig de naald opnieuw (vlakke kant
naar achteren).
3. Kies een naald die past bij de draad en
de stof.
4. Kies de juiste voet.
5. Draai de schroef stevig vast met de
schroevendraaier.
6. Bevestig een naaivoet die past bij de
steek die wordt gebruikt.
7. Verlaag de bovendraadspanning.
1. Bevestig de naald opnieuw (vlakke kant
naar achteren).
2. Bevestig een nieuwe naald.
3. Kies een naald die past bij de draad.
4. Controleer en bevestig opnieuw.
5. Rijg opnieuw in.
1. Plaats de spoelhuls opnieuw en trek
aan de draad. De draad moet makkelijk
uit te trekken zijn.
2. Controleer spoel en spoelhuls.
1. Rijg opnieuw in.
2. Verlaag de bovendraadspanning.
3. Kies een dikkere naald.
4. Bevestig de naald opnieuw (vlakke kant
naar achteren).
5. Ontwar de garenklos en rijg opnieuw in.
6. Vervang de naald.
Zie pag.
65-67
10
10
10
10
16
16
16
16
26
13
13
9
9
9
13
13
13
13
13
13
13
13
-
13
14
13
Raadpleeg bij problemen eerst deze gids met eventuele oplossingen voordat u naar uw
leverancier gaat met uw probleem. Wellicht is de oplossing in deze gids te vinden.
63
Problemen oplossen
Naad trekt
samen
Steken zijn
lelijk
1. De draadspanningen zijn niet goed.
2. De naald is niet goed ingeregen.
3. De naald is te dik voor de gebruikte
stof.
4. De steeklengte is te lang.
1. De naaivoet is niet de juiste.
2. De bovendraadspanning is te hoog.
1. Kies de juiste naaivoet.
2. Pas de bovendraadspanning aan.
1. Corrigeer de draadspanningen.
2. Rijg opnieuw in.
3. Kies de juiste naald voor de juiste stof.
4. Maak de steeklengte korter.
Machine
werkt niet
1. De machine staat niet aan.
2. De naaivoet staat omhoog.
1. Zet de naaivoet omlaag.
2. Zet de naaivoet omlaag.
Machine
slaat vast
Verwijder bovendraad en spoelhuls, draai
het handwiel met de hand voor- en achteruit
en verwijder de draadresten.
Machine
maakt
lawaai
1. Stof of olie zit in de grijper of op de
naaldstang.
2. De naald is beschadigd.
1. Maak grijper en transporteur schoon.
2. Vervang de naald.
1. Slechte kwaliteit draad.
2. De spoelhuls is niet goed ingeregen.
3.De stof trekt.
1. Kies een betere kwaliteit draad.
2. Rijg opnieuw in en plaats de spoelhuls op
de juiste wijze.
3. Trek nooit aan de stof tijdens het naaien
en laat de machine zelf transporteren.
4. De draad zit vast in de grijper.
3. De motor maakt een licht brommend
geluid.
3. Dit is normaal.
5. De transporteur zit vol stof of draad.
Verwijder bovendraad en spoelhuls, draai het
handwiel met de hand voor- en achteruit en
verwijder de draadresten.
1. De draad zit vast in de grijper.
2. De transporteur zit vol stof of draad.
3. Steek de stekker in het stopcontact.3. De stekker zit niet in het stopcontact.
16
16
61
61
61
26
10
13
13
13
9
7
4
4
15
13
-
-
64
5. Als u dunne stof verwerkt. 5. Gebruik passend verstevigingsmateriaal.
Probleem
Oorzaak
Oplossing
Zie pag.
Problemen oplossen
Onregelmatige
steken,
onregelmatig
transport
00
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
3.5
0.0
3.5
3.5
3.5
5.0
5.0
5.0
5.0
5.0
3.5
3.5
5.0
7.0
5.0
5.0
5.0
7.0
5.0
5.0
6.0
6.0
7.0
7.0
2.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
0.0~7.0
0.0~7.0
0.0~7.0
1.0~6.0
0.0~7.0
0.0~7.0
2.0~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.0~7.0
3.0~5.5
5.5~7.0
3.0~5.5
3.0~5.5
3.0~7.0
3.0~7.0
7.0,6.0,5.0
3.5~7.0
1.0~3.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
4.0~7.0
2.5
2.5
2.5
2.5
2.5
2.0
1.0
2.5
2.5
2.5
2.0
1.0
2.5
2.5
2.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
1.0
1.5
--
2.0
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
0.5
1.5
2.5
0.0~4.5
0.0~4.5
1.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
0.3~4.5
0.3~4.5
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
0.5~4.5
0.5~4.5
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
1.0~2.0
1.0~3.0
--
1.0~2.0
0.5~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
0.3~1.0
1.0~3.0
2.5~3.0
T
T
T
T
T
T
T
T
E
T
F
F
T
A
A
D
D
D
D
D
D
D
A
D
D
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
Functies
Steeksoort
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
/T
Geheugen
/T
/T
Knoops-
gaten
Satijn-
steken
Nestelgat
65
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Nuttige
steken
Stop-
steken
Trenssteek
Overzicht steekeigenschappen
Auto AutoManueel Manueel
Sier-
steken
Auto-lockAchteruit
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
5.0
4.0
4.0
6.0
6.0
6.0
6.0
6.0
6.0
5.0
4.0
3.5
3.5
4.0
3.5
6.0
7.0
6.0
5.0
5.0
6.0
5.0
5.0
6.0
7.0
5.0
7.0
6.0
5.0
7.0
7.0
7.0
5.0
7.0
7.0
2.5~7.0
5.0~7.0
4.0~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
5.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
3.5~7.0
2.5~7.0
3.0~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.0~7.0
4.5~7.0
3.0~7.0
4.0~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
4.0~7.0
2.5~7.0
0.5
0.5
0.5
0.5
1.0
2.5
1.0
1.0
1.5
1.5
1.0
1.0
1.0
1.5
2.0
2.0
2.5
2.5
2.5
2.5
2.0
1.5
2.0
2.0
2.0
1.5
1.5
1.0
2.0
1.5
2.5
2.0
1.5
3.0
3.0
2.0
2.5
2.5
2.0
2.5
0.5~1.0
0.5~1.0
0.5~1.0
0.4~1.0
1.0~2.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~4.5
1.0~4.5
1.5~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
1.0~4.5
1.0~4.5
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
1.0~4.5
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
2.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
2.0~3.0
1.0~4.5
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
T
T
T
T
A
T
T
T
T
T
T
T
A
T
T
A
A
A
A
A
A
T
T
T
A
T
Kruis-
steken
Quilt-
steken
66
Functies
Steeksoort
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
Geheugen
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Auto AutoManueel Manueel
Overzicht steekeigenschappen
Sier-
steken
Sier-
steken
Auto-lockAchteruit
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
7.0
7.0
5.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
5.0
4.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
5.0
5.0
5.0
2.5~7.0
4.0~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
3.5~7.0
4.0~7.0
4.0~7.0
3.0~7.0
3.0~7.0
3.5~7.0
4.0~7.0
3.0~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
3.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
2.5~7.0
3.5~7.0
1.0
2.5
2.0
1.0
3.0
3.0
2.0
3.0
2.0
1.0
2.0
2.0
2.0
2.5
2.5
2.0
2.0
2.0
2.0
2.0
1.0~3.0
2.0~3.0
2.0~3.0
1.0~3.0
2.0~3.0
2.0~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
1.0~3.0
2.0~3.0
1.5~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
1.5~3.0
1.0~3.0
1.0~3.0
1.5~3.0
T
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
T
T
T
T
T
T
67
99
6.0 4.0~7.0 2.0 2.0~3.0 A
Functies
Steeksoort
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
Geheugen
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Auto AutoManueel Manueel
Sier-
steken
Overzicht steekeigenschappen
Auto-lockAchteruit
01
02
03
04
05
06
07
08
09
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
68
Alfabet-
steken
Functies
Steeksoort
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
Geheugen
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Auto AutoManueel Manueel
Overzicht steekeigenschappen
Auto-lockAchteruit
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
69
Geheugen
Alfabet-
steken
Overzicht steekeigenschappen
Functies
Steeksoort
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Auto AutoManueel Manueel
Auto-lockAchteruit
Alfabet-
steken
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
7.0
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
--
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
A
70
Overzicht steekeigenschappen
Functies
Steeksoort
Auto-lock
Spiegelen/naaivoet
Tweeling nld
Achteruit
Geheugen
Breedte (mm)
Lengte (mm)
Naai-
voet
Auto AutoManueel Manueel
3


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules
1

Forum

bernina-bernette-sew-and-go-8
  • Bonjour, ma machine vient d'arriver et je n'arrive point à l'allumer, que faire? Submitted on 4-10-2022 at 13:56

    Reply Report abuse
  • Bonjour mon porte canette saute tout le temps et bloque la machine je l ai changé mais rien a faire j ai une bernette Sew &Go 8 mm Éric de votre aide Submitted on 14-8-2022 at 09:20

    Reply Report abuse
    • Bonjour J’ai eu le même souci c’est la canette qui n’est pas bonne Answered on 8-11-2022 at 17:42

      Vote up Report abuse
  • Bonjour j'ai démontée le porte canette car le tissus était coincé dessous pouvez vous m'expliquer comment le remettre je n'y arrive pas Submitted on 8-5-2022 at 18:34

    Reply Report abuse
  • Where can I find the manual (in english), which has on the page 16 the rulles for how to oil the sew machine? Submitted on 7-1-2021 at 16:54

    Reply Report abuse
  • Where can I find a manual for the Bernette Sew and Go8 in English language ? Submitted on 26-11-2020 at 17:33

    Reply Report abuse


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Bernina Bernette Sew and Go 8 at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Bernina Bernette Sew and Go 8 in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 9,87 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Bernina Bernette Sew and Go 8

Bernina Bernette Sew and Go 8 User Manual - French - 80 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info