257686
2
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/127
Next page
GarageBand '09
Aan de slag
Een overzicht van het GarageBand-venster
en stapsgewijze instructies voor het maken
van muziek en podcasts met GarageBand.
2
1
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 6 Welkom bij GarageBand
6
Het doel van de oefeningen
7
Voordat u begint
7
De benodigdheden
7
Meer hulpinformatie
8
Meer informatie
Hoofdstuk 2 9 GarageBand in één oogopslag
10
GarageBand-venster
12
Tijdbalk
14
Editor
14
Voor sporen voor fysieke instrumenten
15
Voor sporen voor software-instrumenten: muziekrolweergave
16
Voor sporen voor software-instrumenten: notatieweergave
17
Voor podcast- en filmprojecten: markeringsweergave
19
Loopbrowser
19
Knopweergave
21
Kolomweergave
23
Paneel 'Spoorinfo'
23
Sporen met fysieke instrumenten en software-instrumenten
25
Spoor voor elektrische gitaar
27
Masterspoor
29
Mediakiezer
Hoofdstuk 3 30 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
30
Een nieuw project aanmaken
32
Een project afspelen
32
Werken met de transportregelaars
33
De afspeelkop verplaatsen
33
Werken met het lcd
33
De tijdeenheden wijzigen
33
De positie van de afspeelkop via het lcd wijzigen
34
Het tempo, de toonsoort en de maatsoort van een project wijzigen
Inhoudsopgave
3
35
Een project bewaren
36
Een Magic GarageBand-project aanmaken
37
Andere instrumenten kiezen in Magic GarageBand
37
Magic GarageBand-instrumenten herverdelen
37
Instrumenten mixen in Magic GarageBand
38
Uw instrument bespelen en opnemen in Magic GarageBand
Hoofdstuk 4 41 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen
42
Een les openen
42
Hoofdstukken en subhoofdstukken kiezen
43
Een les afspelen
44
Uw instrument bespelen tijdens een les
45
Het tempo van een les wijzigen
45
Uw instrument in een les opnemen
46
De mix van een les wijzigen
48
Het lesvenster aanpassen
48
Een gitaarles aanpassen
48
Een pianoles aanpassen
49
Een les openen in GarageBand
49
Extra lessen verkrijgen
Hoofdstuk 5 50 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen
50
Een spoor voor een fysiek instrument toevoegen
52
Een basisspoor toevoegen
53
Een spoor voor elektrische gitaar toevoegen
54
De opname voorbereiden
54
Fysieke instrumenten opnemen
55
Meerdere takes met het lussegment opnemen
57
Tegelijkertijd diverse sporen opnemen
58
Uw gitaar stemmen in GarageBand
Hoofdstuk 6 59 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
61
Software-instrumenten bespelen met het venster 'Muzikaal typen'
62
Software-instrumenten bespelen met het schermkeyboard
63
Voorbereidingen voor het opnemen van een software-instrument
63
Software-instrumenten opnemen
64
Opnamen van een software-instrument samenvoegen
65
Namen van noten en akkoorden tijdens het spelen weergeven
65
Werken in de notatieweergave
65
De notatieweergave
68
Noten in de notatieweergave bewerken
71
Het sleutelteken wijzigen
72
Muzieknotatie afdrukken
4
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 7 73 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
74
Loops zoeken die u in een project wilt gebruiken
75
Loops in de knopweergave zoeken
76
Loops in de kolomweergave zoeken
77
Loops vooraf beluisteren
77
Zoekacties naar loops verfijnen
78
Zoeken op naam
78
Loops weergeven uit een bepaalde Jam Pack of map
79
Zoeken op type toonladder
79
Loops zoeken met een verwante toonsoort
79
Loops als favoriet markeren
80
Loops aan de tijdbalk toevoegen
81
Apple Loops in dezelfde familie wijzigen
82
Loops aan de loopbibliotheek toevoegen
82
Eigen Apple Loops aanmaken
Hoofdstuk 8 83 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
84
Elementaire informatie over arrangeren
84
Segmenten selecteren
85
Segmenten verplaatsen
86
De grootte van segmenten wijzigen
86
Segmenten herhalen
87
Segmenten splitsen en samenvoegen
88
Een project snel opnieuw arrangeren
90
Uw opnamen bewerken in de editor
90
De naam van segmenten wijzigen
91
Segmenten transponeren
92
De timing van een spoor voor een fysiek instrument verbeteren
92
De timing van een spoor voor een software-instrument verbeteren
93
De stemming van een spoor voor een fysiek instrument verbeteren
94
Het oorspronkelijke tempo en de oorspronkelijke toonhoogte van segmenten van
fysieke instrumenten behouden
94
Audio- en MIDI-bestanden importeren
Hoofdstuk 9 96 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen
96
Mixen
97
Basisinformatie over mixen
97
Spoorvolumeniveaus instellen
97
Panning van sporen instellen
98
Het mastervolume instellen
98
Uitfaden
99
Werken met effecten in GarageBand
99
Verschillende typen effecten
Inhoudsopgave
5
101
Effecten aan een spoor toevoegen
102
Effecten in- en uitschakelen
102
Een voorinstelling voor een effect kiezen
102
Voorinstellingen voor effecten aanmaken en bewaren
104
Uw mix automatiseren
Hoofdstuk 10 106 Oefening 8: podcasts aanmaken
106
Typen podcasts
107
Een audiopodcast aanmaken
107
Een podcastproject aanmaken
107 Commentaar en dialogen opnemen
108 Podcastgeluiden toevoegen
109 Mediabestanden importeren met de mediakiezer
11 0 Muziek toevoegen
11 0 Markeringen toevoegen en bewerken
111 Illustraties toevoegen aan markeringssegmenten
111 Een URL toevoegen
11 2 Hoofdstuktitels toevoegen
11 2 Markeringen verwijderen
11 2 Illustraties voor afleveringen toevoegen
11 2 Illustraties bewerken
11 3 Informatie over afleveringen bewerken
11 3 Het volume van achtergrondsporen verlagen ('ducking')
11 4 Een videopodcast of filmproject aanmaken
11 4 Een videopodcastproject aanmaken
11 5 Een film- of videobestand importeren
11 5 De film bekijken
11 5 Werken met het audiospoor van de film
11 6 Geluid toevoegen
11 6 Markeringen, titels en URL's aan een videopodcast toevoegen
Hoofdstuk 11 117 Oefening 9: projecten delen
11 7 Muziekprojecten delen
11 8 Podcasts delen
11 9 Videopodcasts delen
12 0 Projecten exporteren met de optimale intensiteit
Bijlage A 121 Toetscombinaties
Bijlage B 125 Muziekapparatuur op de computer aansluiten
12 5 Een microfoon of muziekinstrument op de computer aansluiten
12 6 Een keyboard op de computer aansluiten
12 6 Andere muziekapparatuur aansluiten
1
6
1 Welkom bij GarageBand
Met GarageBand krijgt u een muziekstudio op uw
computer en wel een heel bijzondere: de muzikanten
zijn nooit te laat en ze spelen nooit vals. In dit document
vindt u nuttige informatie en stapsgewijze instructies
voor het creëren van projecten met GarageBand.
Met GarageBand kunt u muziek opnemen, arrangeren, mixen en met de rest van
de wereld delen. Met GarageBand beschikt u over een volledige opnamestudio,
instrumenten en effecten van professionele kwaliteit en een uitgebreide verzameling
vooraf opgenomen geluiden die u in uw projecten kunt toepassen. Of u nu een
volleerd muzikant bent of nog nooit eerder muziek hebt gemaakt, met GarageBand
kunt u uw eigen nummers, podcasts en beltonen maken.
Het doel van de oefeningen
In de volgende hoofdstukken vindt u een overzicht van het GarageBand-venster en
uitgebreide oefeningen waarmee u leert hoe u uw eigen muziekprojecten creëert.
In deze oefeningen leert u het volgende:
 Nieuwe projecten aanmaken
 Gitaar of piano leren spelen
 Apple Loops toevoegen met een drum- en basgedeelte en andere ritmische
elementen
 Geluid opnemen met een microfoon
 Een elektrische gitaar bespelen en opnemen
 Software-instrumenten afspelen en opnemen
 Een nummer arrangeren in de tijdbalk
 Opnamen bewerken in de editor
 Uw project mixen en effecten toevoegen
 Audio- en videopodcasts aanmaken
 Projecten met andere iLife-programma's delen
Hoofdstuk 1 Welkom bij GarageBand 7
Verder bevat deze handleiding bijlagen met een overzicht van toetscombinaties en
informatie over het aansluiten van muziekapparatuur op de computer.
Voordat u begint
Het verdient aanbeveling de oefening die u wilt uitvoeren, af te drukken. Voor veel
taken die in deze handleiding worden beschreven, moet u menucommando's kiezen.
Deze worden in zowel de oefeningen als in GarageBand Help als volgt weergegeven:
Kies 'Wijzig' > 'Voeg samen'.
De eerste term na 'Kies' is de naam van een menu in de menubalk van GarageBand.
De term (of de termen) volgend op het punthaakje is het commando dat u uit het
desbetreffende menu moet kiezen.
De benodigdheden
Alles wat u nodig hebt om muziek te creëren met GarageBand is een Mac die voldoet
aan de systeemvereisten die u in het LeesMij-bestand vindt. U kunt de mogelijkheden
desgewenst uitbreiden met de volgende optionele apparatuur:
 Een microfoon om uw stem, een akoestisch instrument of andere geluiden op te
nemen
 Een elektrisch muziekinstrument, zoals een elektrische gitaar of een elektrische bas
 Een USB-keyboard (Universal Serial Bus) of een ander MIDI-compatibel keyboard om
software-instrumenten te bespelen en op te nemen
 Een audio-interface om microfoons en instrumenten op uw computer aan te sluiten
 Een set luidsprekers of monitors om de muziek die u hebt gemaakt af te spelen met
een betere geluidskwaliteit
Meer hulpinformatie
Als u de oefeningen hebt voltooid, kunt u de volgende bronnen raadplegen voor meer
informatie:
 Ingebouwd helpsysteem: GarageBand is voorzien van een ingebouwd helpsysteem.
Als er een GarageBand-project is geopend, opent u dit helpsysteem door 'Help' >
'GarageBand Help' te kiezen. Als GarageBand Help is geopend, typt u een of
meerdere zoektermen in het zoekveld boven in de pagina, of klikt u op een van de
onderwerpen voor meer informatie over het uitvoeren van bepaalde taken.
 Video-oefeningen: Er zijn online diverse video-oefeningen beschikbaar waarin uitleg
wordt gegeven over de meest essentiële functies en bewerkingen die u in
GarageBand kunt uitvoeren. U kunt de video-oefeningen bekijken door uit het Help-
menu van GarageBand de optie 'Video-oefeningen' te kiezen of door naar de website
met video-oefeningen te gaan op www.apple.com/nl/ilife/tutorials/#garageband.
8 Hoofdstuk 1 Welkom bij GarageBand
 Hulptekst in het programma zelf: Voor veel knoppen, regelaars en andere
onderdelen op het scherm is in het programma hulpinformatie beschikbaar. U toont
deze hulptekst door de aanwijzer een paar seconden op een onderdeel te plaatsen.
Meer informatie
Ga naar de GarageBand-website op www.apple.com/nl/ilife/garageband voor actuele
informatie over GarageBand, inclusief nieuws over nieuwe functies, tips voor gebruikers
en een lijst met ondersteunde muziekapparatuur.
2
9
2 GarageBand in één oogopslag
Dit hoofdstuk bevat een overzicht van het GarageBand-
venster. Hierin vindt u informatie over de naam en locatie
van regelaars en wat de functie is van deze regelaars.
Het wordt aanbevolen om in ieder geval dit hoofdstuk door te nemen, ook als u de
oefeningen in deze handleiding niet gaat uitvoeren. Als u de namen en functies van
de GarageBand-regelaars kent, is het namelijk een stuk eenvoudiger om in GarageBand
Help een antwoord op uw vraag te vinden. Mogelijk zijn de beschrijvingen die u hier
vindt zelfs genoeg om u aan de slag te laten gaan met uw eigen projecten.
Het GarageBand-venster bevat de tijdbalk, de loopbrowser, de editor en het paneel
'Spoorinfo'. In de tijdbalk kunt u instrumenten opnemen, segmenten arrangeren en uw
projecten mixen. In de loopbrowser kunt u loops zoeken. In het paneel 'Spoorinfo' kunt
u andere instrumenten en effecten kiezen.
10 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
GarageBand-venster
HGFE
C
FD
B
A
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 11
A
Tijdbalk: De tijdbalk bevat de sporen waarin u instrumenten opneemt, loops toevoegt en
segmenten arrangeert. Deze balk bevat ook de maatliniaal, die u gebruikt om de afspeelkop te
verplaatsen en onderdelen in de tijdbalk te synchroniseren. Zie “Tijdbalk” op pagina 12 voor een
beschrijving van de kenmerken en regelaars van de tijdbalk.
B
Begin van de sporen: Het symbool en de naam van het instrument worden links aan het begin
van elk spoor weergegeven. Klik op de naam van het spoor om het een nieuwe naam te geven.
Klik op de opnameactiveringsknop (de knop met het rode rondje) om het spoor te activeren
voor opname.
Klik op de knop met het luidsprekersymbool om het geluid van het spoor uit te schakelen.
Klik op de soloknop (de knop met het koptelefoonsymbool) om alleen het desbetreffende spoor
te horen.
Klik op de vergrendelknop voor het spoor (de knop met het hangslotsymbool) om het te
vergrendelen.
Klik op het driehoekje om de automatiseringscurve van het spoor weer te geven.
Sleep de panningregelaar om de panning (de plaatsing links en rechts in het stereobeeld) van
het spoor aan te passen.
Sleep de volumeschuifknop om het volume van het spoor aan te passen. Aan de niveaumeter
kunt u het volumeniveau van het spoor aflezen, zowel tijdens de opname als tijdens het
afspelen.
C
Zoomschuifknop: Sleep de zoomschuifknop om in te zoomen, zodat u een gedeelte van de
tijdbalk gedetailleerder kunt bekijken, of om uit te zoomen, zodat een groter gedeelte zichtbaar
is.
D
Knop voor het toevoegen van een spoor en editorknop: Klik op de knop met het plusteken om
een spoor toe te voegen onder de bestaande sporen in de tijdbalk. Klik op de editorknop om de
editor te tonen of te verbergen.
E
Transportregelaars: klik op de opnameknop om de opname te starten.
Klik op de afspeelknop om het afspelen van het project te starten of te stoppen.
Klik op de beginknop, de terugspoelknop of de vooruitspoelknop om de afspeelkop naar een
ander gedeelte van het project te verplaatsen.
Klik op de lusknop om het lussegment in of uit te schakelen.
F
Lcd: Het lcd heeft vijf modi: Tijd, Maten, Akkoord, Stemapparaat en Project. Klik op het symbool
links in het lcd om een andere modus te kiezen.
In de modus 'Tijd' geeft het lcd de positie van de afspeelkop weer in kloktijd (uren, minuten,
seconden, fracties van seconden). Sleep de getallen of klik er dubbel op om de afspeelkop te
verplaatsen.
In de modus 'Maten' geeft het lcd de positie van de afspeelkop weer in muziektijd (maten, tellen,
tikken). Sleep de getallen of klik er dubbel op om de afspeelkop te verplaatsen.
In de modus 'Akkoord' kunt u akkoordsymbolen zien wanneer u een software-instrument
bespeelt.
In de modus 'Stemapparaat' kunt u een gitaar stemmen in een spoor voor een elektrische gitaar
of voor een fysiek instrument.
In de modus 'Project' kunt u een andere toon- en maatsoort voor het project kiezen en het
tempo van het project wijzigen.
12 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
Tijdbalk
De tijdbalk bevat de sporen waarin u instrumenten opneemt, loops toevoegt
en segmenten voor uw muziek arrangeert.
G
Schuifknop en niveaumeter voor het mastervolume: Sleep de volumeschuifknop om het
mastervolume van het project aan te passen. Kijk voordat u een project exporteert naar de
niveaumeter om te zien of er sprake is van oversturing.
H
Loopbrowserknop, spoorinfoknop en mediakiezerknop: klik op de loopbrowserknop om
de loopbrowser te openen.
Klik op de spoorinfoknop (de knop met de “i”) om het paneel 'Spoorinfo' te openen.
Klik op de mediakiezerknop om de mediakiezer te openen.
A
D
F
G
E
B
H
I
C
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 13
A
Maatliniaal: Deze geeft tijdeenheden weer in de tijdbalk (tellen en maten of minuten en
seconden). U kunt op de maatliniaal klikken om de afspeelkop naar een willekeurig punt
in de tijdbalk te verplaatsen.
B
Sporen: U gebruikt de sporen in de tijdbalk voor het opnemen en arrangeren van uw muziek.
U kunt sporen toevoegen en voor elk spoor het instrument en de effecten wijzigen.
C
Masterspoor: u kunt de automatiseringscurves in het masterspoor gebruiken om een fade-in
of fade-out toe te voegen, het tempo te wijzigen of delen van het project naar een andere
toonsoort te transponeren.
D
Afspeelkop: Deze geeft het punt in het project weer dat momenteel wordt afgespeeld,
of het punt waar het afspelen begint wanneer u op de afspeelknop klikt. U kunt de afspeelkop
verplaatsen om een ander gedeelte van het project af te spelen. Geknipte en gekopieerde
onderdelen worden geplakt op de positie van de afspeelkop.
E
Arrangementsspoor: U kunt arrangementssegmenten aan het arrangementsspoor toevoegen
om de verschillende secties van een project aan te duiden (zoals intro, couplet en refrein).
Vervolgens kunt u het arrangement van het project eenvoudig wijzigen door de
arrangementssegmenten te kopiëren en te verplaatsen.
F
Rasterknop: kies een notenwaarde voor het tijdbalkraster of kies 'Automatisch' om de waarde
automatisch te laten aanpassen wanneer u in- of uitzoomt.
G
Segmenten:
De opnamen en loops die u aan een project toevoegt, worden als segmenten in de
tijdbalk weergegeven. U kunt segmenten kopiëren en plakken, herhalen, vergroten en verkleinen,
verplaatsen, transponeren en andere wijzigingen aanbrengen om uw muziek te arrangeren.
H
Automatiseringscurve: U kunt automatiseringscurves aan een spoor toevoegen (waaronder
het masterspoor) voor volume, panning en andere parameters. Vervolgens kunt u regelpunten
toevoegen en aanpassen om het mixen en andere parameters automatisch in te stellen.
I
Vergrendelknop afspeelkop: klik hier om de afspeelkoppen in de tijdbalk en de editor
te ontgrendelen, zodat ze elk een ander gedeelte van het project kunnen weergeven.
14 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
Editor
De editor werkt als een microscoop: u krijgt een close-up te zien van de segmenten in
een spoor. U kunt segmenten van fysieke instrumenten en van software-instrumenten
bewerken in de editor.
Voor sporen voor fysieke instrumenten
Als u een spoor voor een fysiek instrument selecteert (een spoor met een blauw label),
geeft de editor een golfvorm weer van de segmenten in het spoor. In de editor kunt u
segmenten inkorten, samenvoegen, verplaatsen, transponeren en een andere naam
geven.
B
E
C
D
A
F G IH
A
Schuifknop voor toonhoogte: sleep de schuifknop om het geselecteerde segment maximaal
twaalf halve tonen omhoog of omlaag te transponeren.
B
Aankruisvak 'Volg tempo en toonhoogte': Schakel dit aankruisvak in om het geselecteerde
segment het tempo en de toonsoort van het project te laten volgen. Het aankruisvak is alleen
zichtbaar wanneer een segment in het spoor is geselecteerd.
C
Schuifknop en aankruisvak voor stemcorrectie: Sleep de schuifknop naar rechts om de mate
van stemcorrectie te verhogen of sleep de schuifknop naar links om de mate van stemcorrectie
te verlagen. Met het aankruisvak 'Op toonsoort' kunt u de verbetering van de toonhoogte
beperken tot noten in de toonsoort van het project.
D
Schuifknop en venstermenu voor verbetering van de timing: Sleep de schuifknop naar rechts
om de mate van timingcorrectie te verhogen of sleep de schuifknop naar links om de mate van
timingcorrectie te verlagen. Kies uit het venstermenu de notenwaarde die u als basis voor de
timingverbetering wilt gebruiken.
E
Zoomschuifknop: Sleep deze knop om in te zoomen voor meer detail, of om uit te zoomen,
zodat u meer van het spoor of het geselecteerde segment ziet. De zoomfunctie in de editor
werkt onafhankelijk van de tijdbalk.
F
Naamveld voor segment: klik dubbel op de naam van het segment en typ een nieuwe naam.
G
Afspeelknop voor segment: klik hier om het geselecteerde segment af te spelen.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 15
Voor sporen voor software-instrumenten: muziekrolweergave
Wanneer u een spoor voor een software-instrument selecteert (een spoor met een groen
label), geeft de editor het spoor of het geselecteerde segment grafisch (als muziekrol)
weer. In segmenten van een software-instrument kunt u afzonderlijke noten bewerken,
de timing van noten aanpassen en segmenten transponeren en een andere naam geven.
U kunt ook regelaargegevens voor de toonhoogtevariatie, een modulatiewiel of een
sustainpedaal (opgenomen tijdens het spelen op het keyboard) weergeven en
bewerken.
H
Golfvormweergave: hier wordt de golfvorm van de segmenten in het spoor weergegeven.
I
Maatliniaal: Deze geeft de tellen en maten weer voor het gebied dat zichtbaar is in de editor.
Klik op de rasterknop om een notenwaarde te kiezen voor de maatliniaal in de editor.
A
G
H I J
B
C
D
F
E
A
Knop voor muziekrol-/notatieweergave: klik hierop om de muziekrolweergave (grafische
weergave) of de notatieweergave van de editor te activeren.
B
Venstermenu 'Weergave': hier kiest u of u noten of regelaargegevens in de editor wilt
weergeven.
C
Schuifknop voor toonhoogte: Sleep de schuifknop om het geselecteerde segment van een
software-instrument maximaal 36 halve tonen omhoog of omlaag te transponeren.
De schuifknop voor de toonhoogte is alleen zichtbaar wanneer een segment in het spoor
is geselecteerd.
D
Schuifknop voor aanslagsterkte: Sleep de schuifknop om de aanslagsterkte van de
geselecteerde noten te wijzigen. De aanslagsterkte van een noot geeft aan hoe hard de toets
wordt ingedrukt wanneer u de noot speelt. De schuifknop voor de aanslagsterkte is alleen
zichtbaar wanneer een segment in het spoor is geselecteerd.
E
Schuifknop en venstermenu voor verbetering van de timing: Sleep de schuifknop naar rechts
om de mate van timingcorrectie te verhogen of sleep de schuifknop naar links om de mate van
timingcorrectie te verlagen. Kies uit het venstermenu de notenwaarde die u als basis voor de
timingverbetering wilt gebruiken.
16 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
Voor sporen voor software-instrumenten: notatieweergave
U kunt sporen en segmenten van een software-instrument ook bekijken en bewerken in
de notatieweergave. In de notatieweergave worden de noten en andere muziektekens
in een segment weergegeven in de standaardmuzieknotatie. In deze weergave kunt
u noten, de aanslag van noten en pedaalmarkeringen bewerken.
F
Zoomschuifknop: sleep deze knop om in te zoomen voor meer detail, of om uit te zoomen,
zodat u meer van het spoor ziet.
G
Naamveld voor segment: klik dubbel op de naam van het segment en typ een nieuwe naam.
H
Afspeelknop voor segment: klik hier om het geselecteerde segment af te spelen.
I
Weergave noten en regelaargegevens: Hier worden de afzonderlijke noten in segmenten van
software-instrumenten grafisch weergegeven. U kunt noten verplaatsen en vergroten of
verkleinen om de toonhoogte, het beginpunt van afspelen en de duur van het afspelen aan te
passen. Om regelaargegevens te zien in plaats van noten, kiest u de gewenste regelaar uit het
venstermenu 'Weergave'.
J
Maatliniaal: Deze geeft de tellen en maten weer voor het gebied dat zichtbaar is in de editor.
Klik op de rasterknop om een notenwaarde te kiezen voor de maatliniaal in de editor.
G
A H
I
F
E
D
C
B
J
K
A
Knop voor muziekrol-/notatieweergave: klik hierop om de muziekrolweergave (grafische
weergave) of de notatieweergave van de editor te activeren.
B
Venstermenu 'Weergave': hier kiest u of u noten of regelaargegevens in de editor wilt
weergeven.
C
Schuifknop voor toonhoogte:
Sleep de schuifknop om het geselecteerde segment van een
software-instrument maximaal 36 halve tonen omhoog of omlaag te transponeren. De schuifknop
voor de toonhoogte is alleen zichtbaar wanneer een segment in het spoor is geselecteerd.
D
Schuifknop voor aanslagsterkte: Sleep de schuifknop om de aanslagsterkte van de
geselecteerde noten te wijzigen. De aanslagsterkte van een noot geeft aan hoe hard de toets
wordt ingedrukt wanneer u de noot speelt. De schuifknop voor de aanslagsterkte is alleen
zichtbaar wanneer een segment in het spoor is geselecteerd.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 17
Voor podcast- en filmprojecten: markeringsweergave
Wanneer u een aflevering van een podcast bewerkt, kunt u markeringen in de editor
bekijken en bewerken. U kunt voor elke markering in de lijst met markeringen de
begintijd, de illustratie voor het markeringssegment, de URL, de URL-titel en de
hoofdstuktitel wijzigen. U kunt in de editor ook een illustratie voor de aflevering
toevoegen.
E
Schuifknop en venstermenu voor verbetering van de timing: Sleep de schuifknop naar rechts
om de mate van timingcorrectie te verhogen of sleep de schuifknop naar links om de mate van
timingcorrectie te verlagen. Kies uit het venstermenu de notenwaarde die u als basis voor de
timingverbetering wilt gebruiken.
F
Zoomschuifknop: sleep deze knop om in te zoomen voor meer detail, of om uit te zoomen,
zodat u meer van het spoor ziet.
G
Venstermenu voor sleutel: hier kunt u een andere sleutel kiezen voor de notatieweergave.
H
Naamveld voor segment: klik dubbel op de naam van het segment en typ een nieuwe naam.
I
Afspeelknop voor segment: klik hier om het geselecteerde segment af te spelen.
J
Notatieweergave: Hier worden de noten en andere muziektekens in de standaardmuzieknotatie
weergegeven. U kunt noten verplaatsen om de toonhoogte en het beginpunt van afspelen aan
te passen, en u kunt de afspeeltijd wijzigen.
K
Maatliniaal: Deze geeft de tellen en maten weer voor het gebied dat zichtbaar is in de editor.
Klik op de rasterknop om een notenwaarde te kiezen voor de maatliniaal in de editor.
D
B
A
C
E F G H I
A
Vak voor illustraties voor afleveringen: Sleep hier een illustratie naartoe die de podcast
symboliseert. (Wordt alleen weergegeven wanneer u een podcast maakt.)
18 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
B
Aankruisvak 'Markeert hoofdstuk': dit geeft aan of de geselecteerde markering een hoofdstuk
markeert.
Aankruisvak 'Toont illustratie': Dit geeft aan of de geselecteerde markering een illustratie bevat
voor het markeringssegment. (Wordt alleen weergegeven wanneer u een audiopodcast maakt.)
Aankruisvak 'Toont URL': dit geeft aan of de geselecteerde markering een URL bevat.
C
Knop 'Voeg markering toe':
hiermee voegt u een markering toe op de positie van de afspeelkop.
D
Markeringslijst: hier wordt voor elke markering de begintijd, de illustratie (voor podcasts)
of het videobeeld (voor video's), de hoofdstuktitel, de URL en URL-titel weergegeven.
E
Kolom 'Tijd': hier wordt de begintijd van elke markering weergegeven.
F
Kolom 'Illustraties': Hier worden de illustratie voor elk markeringssegment weergegeven. U kunt
illustraties toevoegen door afbeeldingsbestanden uit de mediakiezer te slepen. (Wordt alleen
weergegeven wanneer u een audiopodcast maakt.)
Kolom 'Beeld': Hier wordt het videobeeld op de positie van de markering weergegeven.
(Wordt alleen weergegeven wanneer u met een film- of videobestand werkt.)
G
Kolom 'Hoofdstuktitel': Hier wordt de titel van elke hoofdstukmarkering weergegeven.
Klik hierop en voer een titel voor een markering in.
H
Kolom 'URL-titel': Hier wordt de titel van de URL van het markeringssegment weergegeven.
Klik hierop en voer een titel in voor de URL.
I
Kolom 'URL': Hier wordt de URL van elk markeringssegment weergegeven. Voer de URL in van
de website waarnaar u een koppeling wilt weergeven.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 19
Loopbrowser
In de loopbrowser kunt u snel zoeken naar loops die u aan uw projecten wilt
toevoegen. U kunt loops vinden met behulp van trefwoorden voor een instrument,
muziekgenre of sfeer. U kunt ook zoeken naar tekst en het resultaat op diverse
manieren verfijnen. In de loopbrowser worden voor elke gevonden loop het tempo,
de toonsoort en het aantal tellen weergegeven. Voordat u een loop aan een project
toevoegt, kunt u deze eerst beluisteren in de loopbrowser. Ook kunt u meer loops
toevoegen aan GarageBand door ze naar de loopbrowser te slepen. In de loopbrowser
kunt u op drie manieren naar loops zoeken: de knopweergave, de kolomweergave en
de podcastgeluidenweergave.
Knopweergave
In de knopweergave bevat de loopbrowser een serie knoppen met trefwoorden.
Klik op een knop om de overeenkomende loops in de resultatenlijst weer te geven.
Wanneer u op meerdere knoppen klikt, wordt het resultaat beperkt tot loops die
overeenkomen met alle geselecteerde trefwoorden.
C
E
C
A
B
D
G
F
20 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
A
Weergaveknoppen: klik op een van deze knoppen om de kolomweergave, de knopweergave of
de podcastgeluidenweergave te kiezen.
B
Venstermenu van de loopbibliotheek: kies uit dit venstermenu de loops die u in de
loopbrowser wilt weergeven.
C
Trefwoordknoppen: Klik op een trefwoordknop om overeenkomende loops in de resultatenlijst
weer te geven. U kunt op meerdere trefwoordknoppen klikken om het resultaat te beperken.
Knop 'Herstel': met deze knop deselecteert u alle geselecteerde knoppen, zodat u een nieuwe
zoekactie kunt uitvoeren.
D
Venstermenu voor de toonladder: kies een type toonladder uit dit menu om alleen loops weer
te geven die van die toonladder gebruikmaken.
E
Resultatenlijst: Hier worden loops weergegeven die overeenkomen met de geselecteerde
trefwoorden. Ook worden voor elke loop het tempo, de toonsoort en het aantal tellen
weergegeven. Klik op een loop in de resultatenlijst om de loop vooraf te beluisteren.
Schakel het aankruisvak 'Fav.' van een loop in om deze loop aan uw favorieten toe te voegen.
F
Volumeschuifknop voor het vooraf beluisteren van loops: sleep de schuifknop om het volume
van de loop die vooraf wordt beluisterd aan te passen.
G
Zoekveld: typ tekst in dit veld om loops weer te geven waarvan de bestandsnaam of het pad
de getypte tekst bevat.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 21
Kolomweergave
In de kolomweergave bevat de loopbrowser kolommen voor het type trefwoord, de
categorieën en de trefwoorden. Klik op een type trefwoord om de categorieën voor dat
type weer te geven. Klik vervolgens op een categorie om trefwoorden weer te geven
en klik tot slot op een trefwoord om overeenkomende loops in de resultatenlijst weer
te geven.
G
I
H
E
C
D
A B
F
22 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
A
Weergaveknoppen: klik op een van deze knoppen om de kolomweergave, de knopweergave of
de podcastgeluidenweergave te kiezen.
B
Venstermenu van de loopbibliotheek:
kies uit dit venstermenu de loops die u in de loopbrowser
wilt weergeven.
C
Kolom met type trefwoord: klik op een type trefwoord om de categorieën voor dat type
trefwoord in de middelste kolom weer te geven.
D
Kolom met categorieën: klik op een categorie om de trefwoorden voor die categorie in de
rechterkolom weer te geven.
E
Kolom met trefwoorden: klik op een trefwoord om de overeenkomende loops in de
resultatenlijst weer te geven.
F
Venstermenu voor de toonladder: kies een type toonladder uit dit menu om alleen loops weer
te geven die van die toonladder gebruikmaken.
G
Resultatenlijst: Hier worden de loops weergegeven die overeenkomen met de geselecteerde
trefwoorden. Ook worden voor elke loop het tempo, de toonsoort en het aantal tellen
weergegeven. Klik op een loop in de resultatenlijst om de loop vooraf te beluisteren. Schakel het
aankruisvak 'Fav.' van een loop in om deze loop aan uw favorieten toe te voegen.
H
Volumeschuifknop voor het vooraf beluisteren van loops: sleep de schuifknop om het volume
van de loop die vooraf wordt beluisterd aan te passen.
I
Zoekveld: typ tekst in dit veld om loops weer te geven waarvan de bestandsnaam of het pad de
getypte tekst bevat.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 23
Paneel 'Spoorinfo'
Het paneel 'Spoorinfo' toont het huidige instrument en de huidige effect- en
invoerinstellingen voor het geselecteerde spoor, en de mastereffectinstellingen
voor het masterspoor. U kunt deze instellingen wijzigen in het paneel 'Spoorinfo'.
Sporen met fysieke instrumenten en software-instrumenten
Sommige regelaars in het paneel 'Spoorinfo' zien er voor sporen van fysieke
instrumenten anders uit dan voor sporen van software-instrumenten. (Als dit het geval
is, wordt dat in de volgende beschrijvingen aangegeven.)
A
B
C
DD
E
F
H
J
I
G
24 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
A
Knop 'Browser': klik hierop om de instrumentenlijst, het symboolmenu en de invoerregelaars
voor het spoor weer te geven.
B
Venstermenu van de instrumentbibliotheek: kies uit het venstermenu de instrumenten die
u wilt weergeven in de lijsten met categorieën en instrumenten.
C
Categorielijst instrumenten: klik op een categorie instrumenten om de instrumenten in die
categorie weer te geven in de instrumentenlijst aan de rechterkant.
D
Instrumentenlijst: selecteer een instrument in de lijst.
E
Venstermenu met instrumentsymbolen: Klik hier om een menu weer te geven waaruit u een
symbool kunt kiezen voor een nieuw instrument. Met behulp van symbolen kunt u sporen met
op elkaar lijkende instrumenten gemakkelijker onderscheiden.
F
Venstermenu 'Invoerbron' (alleen sporen met fysieke instrumenten): kies hier de invoerbron
voor de opname van een fysiek instrument.
Venstermenu 'Monitor' (alleen sporen met fysieke instrumenten): Schakel de monitor in om
uw instrument te horen terwijl u aan het spelen bent. Schakel de monitor uit als u deze feedback
wilt voorkomen.
Schuifknop en aankruisvak voor opnameniveau (alleen sporen met fysieke instrumenten):
Sleep de schuifknop om het invoervolume voor het spoor in te stellen. Schakel het aankruisvak
'Automatische niveau-instelling' in om ervoor te zorgen dat GarageBand het opnameniveau
verlaagt zodat er geen sprake is van oversturing.
G
Knop 'Wijzig': klik hierop om de menu's met effecten en de regelaars voor het spoor weer te
geven.
H
Effectsleuven: Elk spoor bevat een compressorsleuf en vier extra effectsleuven.
Kies een lege effectsleuf en kies vervolgens een effect uit het venstermenu.
Klik op het led-lampje naast een effect om het effect in of uit te schakelen.
Klik op een effectnaam en kies een nieuw effect uit het venstermenu.
Klik op een voorinstelling en kies een nieuwe voorinstelling uit het venstermenu.
Wijzig de volgorde van effecten door het patroon aan de linkerkant van een effect omhoog
of omlaag te slepen.
Venstermenu 'Geluidsproducent' (alleen sporen met software-instrumenten): kies een nieuwe
producent om het geluid van het software-instrument te wijzigen.
I
Schuifknoppen voor Send-effecten: elk spoor bevat schuifknoppen voor het echo- en
galmeffect waarmee u kunt regelen hoeveel uitvoer van dat spoor wordt doorgegeven aan de
echo- en galmeffecten van het masterspoor.
J
Knoppen 'Bewaar instrument' en 'Verwijder instrument': Klik op de knop 'Bewaar instrument'
om een instrument te bewaren. Klik op de knop 'Verwijder instrument' om een bewaard
instrument te verwijderen.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 25
Spoor voor elektrische gitaar
In het spoor voor elektrische gitaar worden de gitaarversterker en de stompboxeffecten
op het podium weergegeven.
D
A
B
C
F
E
26 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
A
Venstermenu met gitaarvoorinstellingen: kies een gitaarvoorinstelling uit het menu.
B
Gitaarversterker: Hier ziet u een visuele weergave van de geselecteerde gitaarversterker.
Klik op de versterker om de versterkerregelaars onder het podium weer te geven. Plaats de
aanwijzer op de versterker en klik vervolgens op een van de pijlen die verschijnen om een
ander model versterker te kiezen.
C
Stompboxeffecten: Hier ziet u een visuele weergave van de stompboxeffecten in de
geselecteerde voorinstelling. Klik op een stompbox om de bijbehorende regelaars onder
het podium weer te geven.
D
Regelaars: Wanneer de versterker is geselecteerd, worden hier de versterkerregelaars
weergegeven. Wanneer een stompbox is geselecteerd, worden hier de bijbehorende
stompboxregelaars weergegeven. Sleep de knoppen om de instellingen van de versterker
of stompbox te wijzigen. Klik op de aan/uit-knop van een stompboxeffect om het effect
in of uit te schakelen.
E
Knop 'Wijzig': Wanneer de versterker is geselecteerd, kunt u met de knop 'Wijzig'
het versterkermodel, de mastereffecten en de invoerregelaars weergeven. Wanneer een
stompboxeffect is geselecteerd, kunt u met de knop 'Wijzig' alle stompboxeffecten onder
het podium weergeven. Sleep een stompbox naar een van de sleuven op het podium
om een stompboxeffect toe te voegen. Klik op 'Gereed' als u een versterker of stompbox
naar wens hebt aangepast.
F
Knoppen 'Bewaar instrument' en 'Verwijder instrument': Klik op de knop 'Bewaar instrument'
om een instrument te bewaren. Klik op de knop 'Verwijder instrument' om een bewaard
instrument te verwijderen.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 27
Masterspoor
Wanneer u het masterspoor selecteert, bevat het paneel 'Spoorinfo' informatie over
de algemene project- en effectinstellingen die gelden voor het hele project. Algemene
projectinstellingen zijn het tempo, de maatsoort en de toonsoort. Algemene
effectinstellingen zijn onder andere de echo-, galm-, EQ- en compressorinstellingen.
H
G
A
B
C
DD
E
F
I
28 Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag
Met de schuifknoppen voor het echo- en galmeffect van elk spoor regelt u de
hoeveelheid echo en galm die van dat spoor wordt doorgegeven aan de echo-
en galmeffecten van het masterspoor. In het paneel 'Spoorinfo' voor het masterspoor
kunt u de masterecho en -galmeffecten wijzigen.
A
Knop 'Browser': klik hierop om de instrumentenlijst, het symboolmenu en de invoerregelaars
voor het spoor weer te geven.
B
Venstermenu voor mastereffecten: kies hier de mastereffecten die u wilt weergeven in de lijsten
met categorieën en effecten in het venstermenu.
C
Categorielijst mastereffecten: klik op een categorie om de effecten in die categorie weer te
geven in de lijst met mastereffecten aan de rechterkant.
D
Voorinstellingenlijst mastereffecten: klik op een voorinstelling in de lijst om deze instelling op
het project toe te passen.
E
Regelaars voor tempo, toonsoort en maatsoort: sleep de schuifknop voor het tempo om het
tempo van het project te wijzigen.
Kies een toonsoort uit het venstermenu 'Toonsoort' en kies vervolgens een toonladder uit het
venstermenu aan de rechterkant.
Kies een maatsoort uit het venstermenu 'Maatsoort'.
F
Knop 'Wijzig': klik hierop om de menu's met effecten en de regelaars voor het spoor weer te
geven.
G
Spooreffecten: Klik op het led-lampje om de echo- en galmeffecten in of uit te schakelen. Kies
een echo-instelling uit het venstermenu 'Echo'. Kies een galminstelling uit het venstermenu
'Galm'. Met deze effecten regelt u de klank van de Send-effecten in afzonderlijke sporen.
H
Sleuven voor mastereffecten: elk masterspoor bevat een sleuf voor een visuele equalizer, een
compressor en een ducker en één extra effectsleuf.
Klik op het led-lampje naast een effect om het effect in of uit te schakelen.
Klik op een voorinstelling en kies een nieuwe voorinstelling uit het venstermenu.
Kies een lege effectsleuf en kies vervolgens een effect uit het venstermenu.
I
Knoppen 'Bewaar master' en 'Verwijder master': Klik op de knop 'Bewaar master' om de
mastereffecten te bewaren. Klik op de knop 'Verwijder master' om de bewaarde mastereffecten
te verwijderen.
Hoofdstuk 2 GarageBand in één oogopslag 29
Mediakiezer
Met de mediakiezer kunt u nummers uit uw iTunes-bibliotheek, foto's uit uw iPhoto-
bibliotheek, iMovie-projecten en andere videobestanden zoeken en toevoegen.
A
Knoppen voor type media:
klik op de knop voor het type mediabestand waarmee u wilt werken.
B
Lijst met bronnen: Vanuit deze lijst gaat u naar de map die de bestanden bevat die u wilt
weergeven. U kunt ook mappen toevoegen door deze uit de Finder te slepen.
C
Lijst met media: u kunt mediabestanden bekijken of vooraf beluisteren en selecteren om
aan uw project toe te voegen.
D
Afspeelknop: klik hier om het geselecteerde mediabestand af te spelen voordat u het toevoegt.
E
Zoekveld: typ een (deel van een) bestandsnaam om naar bestanden te zoeken.
C
A
B
D
E
3
30
3 Oefening 1: GarageBand-
projecten aanmaken en afspelen
U kunt GarageBand-projecten aanmaken om onder
andere nummers, podcasts en beltonen te maken. U kunt
projecten afspelen om uw muziek te beluisteren en u
kunt uw projecten op verschillende manieren bewaren.
In deze oefening leert u het volgende:
 Een nieuw project aanmaken op basis van een sjabloon
 Projectinstelllingen voor het tempo, de toonsoort en de maatsoort kiezen
 Het project afspelen
 Het project bewaren
Een nieuw project aanmaken
De eerste handeling die u in GarageBand uitvoert, is het aanmaken van een nieuw
project. Met behulp van projecten kunt u uw muziek opnemen, arrangeren en mixen.
Wanneer u het venster 'Nieuw project' hebt geopend, kunt u een sjabloon selecteren
voor het type project dat u wilt aanmaken.
U kunt verschillende projecttypen kiezen, waaronder:
 Muziekprojecten voor bijvoorbeeld spraak, zang, akoestische instrumenten,
elektrische gitaar en loops
 Podcastprojecten voor afleveringen van geavanceerde audio- en videopodcasts
 Magic GarageBand-projecten, waarbij u het genre kiest en GarageBand voor u de
instrumenten kiest en een arrangement aanmaakt
 iPhone-beltoonprojecten die u naar iTunes kunt sturen en op uw iPhone kunt
gebruiken
Via het venster 'Nieuw project' kunt u niet alleen nieuwe projecten aanmaken, maar
ook lessen openen en downloaden om een instrument te leren spelen. Zie “Oefening 2:
gitaar en piano leren spelen op pagina 41 voor meer informatie over het gebruik van
deze lessen.
Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen 31
Een nieuw muziekproject aanmaken
1 Kies 'Archief' > 'Nieuw'.
Het venster 'Nieuw project' verschijnt. Dit venster bevat knoppen voor verschillende
projecttypen, bijvoorbeeld 'Nieuw project', 'Magic GarageBand' en 'iPhone-beltoon'.
Klik op 'Nieuw project'.
Rechts in het venster verschijnen projectsjablonen. Er zijn sjablonen beschikbaar voor
spraak of zang, akoestische instrumenten, elektrische gitaar, keyboard, het schrijven
van nummers, loops en podcastafleveringen.
2 Klik op het symbool van de gewenste sjabloon en klik vervolgens op 'Kies'.
3 Typ in het venster 'Bewaar als' een naam voor het project in het veld 'Bewaar als'
en navigeer vervolgens naar de locatie waar u het project wilt bewaren.
4 Klik op 'Bewaar'.
Na enkele seconden wordt het nieuwe project in het GarageBand-venster geopend.
Het centrale gedeelte van het GarageBand-venster is de tijdbalk, die geordend is in
horizontale rijen die sporen worden genoemd. U kunt uw opnamen en loops met
behulp van sporen ordenen. Links worden de spoorlabels weergegeven. Hiermee kunt
u het volume, de panning en andere instellingen voor elk spoor aanpassen. Onder de
tijdbalk vindt u de regelbalk, met knoppen voor verschillende editors en infovensters,
een aantal regelaars waarmee u uw projecten kunt afspelen en het lcd, waarmee u de
projectinstellingen en de tijdeenheden in de maatliniaal kunt wijzigen. Zie “GarageBand
in één oogopslag op pagina 9 voor meer informatie over de regelaars in het
GarageBand-venster.
In GarageBand kunt u op de volgende manieren muziek maken:
 Door geluidsopnamen te maken met een microfoon die op de computer is
aangesloten
32 Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
 Door het geluid op te nemen van een elektrische gitaar die op de computer is
aangesloten
 Door een USB- of MIDI-keyboard aan te sluiten en de software-instrumenten te
bespelen die in GarageBand zijn ingebouwd
 Door Apple Loops aan de tijdbalk toe te voegen en deze te arrangeren
 Door een Magic GarageBand-project aan te maken
 Door een les te openen en mee te spelen
Een project afspelen
Nadat u een aantal opnamen, loops of audiobestanden aan uw project hebt
toegevoegd, kunt u het project afspelen zodat u kunt horen hoe het klinkt. U kunt
projecten afspelen door op de spatiebalk van het toetsenbord te drukken of u kunt
gebruikmaken van de transportregelaars, die zich in de regelbalk onder de tijdbalk
bevinden.
Afspelen starten en stoppen
Druk op de spatiebalk of druk op de afspeelknop in het midden van de
transportregelaars.
Werken met de transportregelaars
Met de transportregelaars kunt u projecten afspelen en de afspeelkop naar
verschillende delen van het project verplaatsen. Daarnaast is er een opnameknop en
een knop waarmee u het lussegment inschakelt.
De transportregelaars zijn vergelijkbaar met de regelaars van normale
geluidsapparatuur. Tot de transportregelaars behoren de volgende knoppen (van links
naar rechts):
 Opnemen: begint met opnemen in sporen die voor opnemen zijn geactiveerd.
 Naar begin gaan: verplaatst de afspeelkop naar het begin van het project.
 Terugspoelen: plaatst de afspeelkop één maat terug.
 Afspelen/Pauze: begint het afspelen van het project of stopt het afspelen.
 Vooruitspoelen: plaatst de afspeelkop één maat verder.
 Lus: schakelt het lussegment in of uit.
Afspeelknop
Lusknop
Opnameknop
Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen 33
De afspeelkop verplaatsen
De afspeelkop is de verticale lijn in de tijdbalk die aangeeft welk gedeelte van een
project momenteel wordt afgespeeld of op welke positie het afspelen begint wanneer
u op de afspeelknop klikt. Het driehoekje boven de afspeelkop duidt de huidige positie
op de maatliniaal aan. De maatliniaal geeft de tijdeenheden van het project in maten
en tellen (muziektijd) of in minuten en seconden weer. U kunt de afspeelkop naar elk
gewenste gedeelte van het project verplaatsen. Dit kan terwijl het project wordt
afgespeeld of als het afspelen is gestopt.
De afspeelkop verplaatsen
m Sleep het driehoekje boven de afspeelkop naar de positie in de maatliniaal waarop
u het afspelen wilt starten.
Werken met het lcd
In het lcd (liquid crystal display), dat zich in de regelbalk naast de transportregelaars
bevindt, wordt tijdens het afspelen de positie van de afspeelkop aangeduid. U kunt de
tijdeenheden in het lcd wijzigen en de afspeelkop via het lcd verplaatsen.
De tijdeenheden wijzigen
Het lcd en de maatliniaal kunnen maten en tellen (muziektijd) of minuten en seconden
weergeven. Bij het arrangeren van een nummer kunt u de muziektijd gebruiken om
opnamen, loops en andere onderdelen in de tijdbalk uit te lijnen met het ritme van het
nummer. Bij het werken met podcasts of filmprojecten kunt u minuten en seconden
gebruiken.
Maten en tellen in het lcd weergeven
m Klik op het symbool aan de linkerzijde van het lcd en kies 'Maten'.
Minuten en seconden in het lcd weergeven
m Klik op het symbool aan de linkerzijde van het lcd en kies 'Tijd'.
Wanneer u de tijdeenheden in het lcd wijzigt, worden ook de tijdeenheden in de
maatliniaal gewijzigd.
De positie van de afspeelkop via het lcd wijzigen
U kunt de afspeelkop verplaatsen door de tijdweergave in het lcd te wijzigen
(in de modus 'Maten' of 'Tijd').
Manieren om de tijdweergave in het lcd te wijzigen:
 Sleep een van de getallen omhoog of omlaag.
 Klik dubbel op een van de getallen, typ een nieuw getal en druk op de Return-toets.
34 Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
Het tempo, de toonsoort en de maatsoort van een project wijzigen
Elk GarageBand-project bevat instellingen voor het tempo, de toonsoort en de
maatsoort. Wanneer u in GarageBand loops toevoegt of opnamen maakt in een
muziekproject, worden de nieuwe segmenten aan het tempo en de toonsoort van
het project aangepast, zodat het geheel goed klinkt. U kunt het tempo, de toonsoort
en de maatsoort van een project bij het aanmaken van een nieuw project in het
venster 'Bewaar als' kiezen. U kunt de gewenste instellingen ook opgeven terwijl
u met het project werkt. Hiervoor gebruikt u het lcd.
Het tempo wijzigen
Elk project heeft een eigen snelheid: het tempo. Het tempo bepaalt de snelheid
waarmee tellen (het basisritme) voorkomen in het project. Het tempo wordt gemeten
in tellen per minuut (beats per minute of bpm). U kunt het tempo instellen op elke
snelheid tussen 60 en 240 bpm. Het standaardtempo is 120 bpm, een veelvoorkomend
tempo in populaire muziek.
Het tempo wijzigen in het lcd
1 Klik op het symbool aan de linkerzijde van het lcd en kies 'Project'.
2 Klik op het getal onder 'Tempo'.
3 Sleep de schuifknop omhoog of omlaag naar een nieuw tempo.
De toonsoort instellen
Ieder project heeft een toonsoort. De toonsoort definieert de verhouding van alle
noten in de muziek ten opzichte van de centrale noot. De toonsoort kan elke toonsoort
zijn tussen A en Gis (G#). Behalve de toonsoort kunt u ook opgeven welke toonladder
(majeur of mineur) u wilt gebruiken. In het lcd worden akkoorden in majeur aangeduid
met 'maj' en akkoorden in mineur met 'min'.
De toonsoort wijzigen in het lcd
1 Klik op het symbool aan de linkerzijde van het lcd en kies 'Project'.
2 Klik op de toonsoort (onder 'Toonsoort').
3 Kies een andere toonsoort uit het venstermenu 'Toonsoort'.
4 U kunt ook een andere toonsoort kiezen onder in het venstermenu 'Toonsoort'.
Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen 35
De maatsoort instellen
Elk project heeft een maatsoort, die de verhouding tussen tellen en maten regelt.
De maatsoort van een nummer bestaat uit twee cijfers, gescheiden door een schuine
streep (vergelijkbaar met een breuk). Het linkercijfer geeft aan hoeveel tellen een maat
bevat. Het rechtercijfer duidt de waarde van de tellen aan (de lengte van een noot die
één tel duurt).
U kunt de volgende maatsoorten in een GarageBand-project gebruiken: 2/2, 2/4, 3/4,
4/4, 5/4, 7/4, 6/8, 7/8, 9/8 of 12/8. De standaardmaatsoort is 4/4, de meest
voorkomende maatsoort.
Het tempo van het project wijzigen in het lcd
1 Klik op het symbool aan de linkerzijde van het lcd en kies 'Project'.
2 Klik op het getal onder 'Maatsoort'.
3 Kies een andere maatsoort uit het venstermenu 'Maatsoort'.
Een project bewaren
Nu u enkele wijzigingen in het project hebt aangebracht, is het tijd om uw werk te
bewaren.
Een project bewaren
m Kies 'Archief' > 'Bewaar' (of druk op Command + S).
U kunt projecten ook als archief bewaren. Wanneer u een project als archief bewaart,
worden alle audiobestanden, loops en andere media in het projectbestand opgeslagen.
Een project als archief bewaren is handig wanneer u een project naar een andere
computer wilt verplaatsen of wanneer u een project met zelfgemaakte opnamen van
fysieke instrumenten dupliceert.
Een project als archief bewaren
1 Kies 'Archief' > 'Bewaar als'.
2 Schakel in het venster het aankruisvak 'Archiveer project' in.
U kunt projecten ook comprimeren. U kunt het project dan gemakkelijker met anderen
uitwisselen. Als u een project comprimeert, wordt de bestandsgrootte gereduceerd
doordat het geluid in het project wordt gecomprimeerd. Compressie kan tot enig
verlies van geluidskwaliteit leiden.
Een project comprimeren
1 Kies 'Archief' > 'Bewaar als'.
2 Schakel in het venster het aankruisvak 'Comprimeer project' in.
3 Kies de gewenste compressie-instellingen uit het venstermenu naast het aankruisvak
'Comprimeer project'.
36 Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
Wanneer u een project sluit, maakt GarageBand standaard een iLife-voorvertoning van
het project aan. Met een iLife-voorvertoning kunt u een voorvertoning van het project
bekijken in de mediakiezer en in andere iLife-programma's. De bestandsgrootte van
het project kan hierdoor ook toenemen. In het paneel 'Algemeen' van het GarageBand-
voorkeurenvenster kunt u kiezen of u wel of geen iLife-voorvertoning wilt aanmaken.
Een Magic GarageBand-project aanmaken
U kunt snel een Magic GarageBand-project aanmaken. Bij het aanmaken van een Magic
GarageBand-project kiest u het genre (de stijl) van de muziek. GarageBand kiest voor
u de instrumenten en maakt daarmee een standaardarrangement aan. U kunt de
instrumenten wijzigen, het nummer mixen en met het nummer meespelen en
opnamen maken van uw eigen instrument.
Een Magic GarageBand-project aanmaken
1 Kies 'Archief' > 'Nieuw'.
2 Klik in het venster 'Nieuw project' op 'Magic GarageBand'.
3 Klik op het gewenste genre en klik vervolgens op 'Kies'.
Na enkele seconden verschijnt het Magic GarageBand-podium met de instrumenten
van het nummer. Elk Magic GarageBand-nummer bevat gitaar, bas, slagwerk, keyboard
en melodische instrumenten, evenals een plaats voor 'My Instrument' in het midden
van het podium.
Klik op de afspeelknop om
het nummer te beluisteren.
Hier verschijnen
verschillende
opties wanneer u
op een instrument
klikt.
Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen 37
4 Klik op de afspeelknop om het nummer te beluisteren.
Magic GarageBand wordt in de volledige schermweergave geopend. De instrumenten
van het project staan op het podium, terwijl onder het podium een regelbalk met een
afspeelknop en andere regelaars wordt getoond. Klik op de weergaveknop rechtsonder
op het podium om tussen deze weergave en een vensterweergave te schakelen.
Andere instrumenten kiezen in Magic GarageBand
U kunt andere instrumenten kiezen voor de verschillende partijen van een Magic
GarageBand-nummer of u kunt GarageBand een andere serie instrumenten laten
kiezen.
Een ander instrument kiezen
1 Selecteer een van de instrumenten op het podium.
De opties voor het instrument worden onder het podium weergegeven.
2 Selecteer een ander instrument onder het podium.
3 Wanneer u de gewenste instrumenten hebt gekozen, kunt u opnieuw op de
afspeelknop klikken om het nummer met de nieuwe instrumenten te beluisteren.
Magic GarageBand-instrumenten herverdelen
U kunt niet alleen handmatig instrumenten kiezen, maar u kunt ook de instrumenten
in een Magic GarageBand-nummer herverdelen. Wanneer u de instrumenten
herverdeelt, kiest GarageBand een andere serie instrumenten voor het project.
Instrumenten herverdelen
m Klik op de knop 'Shuffle instrumenten' onder het podium.
De knop 'Shuffle instrumenten' is beschikbaar wanneer op het podium geen enkel
instrument is geselecteerd.
Instrumenten mixen in Magic GarageBand
U kunt een Magic GarageBand-nummer mixen door het volume van verschillende
instrumenten aan te passen, waardoor het geluid ervan in de totaalmix in balans wordt
gebracht. U kunt ook het geluid van instrumenten uitschakelen of instrumenten solo
afspelen zodat u alleen de gekozen instrumenten hoort, en niet de rest van het nummer.
Als u een Magic GarageBand-nummer wilt mixen, geeft u eerst de mixer voor een van
de instrumenten weer. Wanneer u een ander instrument selecteert, wordt automatisch
de mixer voor dat instrument getoond. Dit gaat zo door totdat u de mixer voor het
huidige instrument sluit.
38 Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
De mixer voor een instrument weergeven
1 Klik op een instrument op het podium.
Er verschijnt een klein venster met de naam van het instrument.
2 Klik op het driehoekje om de mixregelaars voor het instrument te tonen.
Een instrument uitschakelen
m Klik op de knop met het luidsprekersymbool in het gedeelte met de mixregelaars.
Een instrument solo laten spelen
m Klik op de knop met het koptelefoonsymbool in het gedeelte met de mixregelaars.
Het volume van een instrument aanpassen
m Sleep de volumeknop in het gedeelte met de mixregelaars.
Uw instrument bespelen en opnemen in Magic GarageBand
Elk Magic GarageBand-project bevat een plaats voor 'My Instrument' in het midden van
het podium. U kunt uw eigen instrument toevoegen om met het project mee te zingen
of te spelen en u kunt uw instrument ook opnemen.
'My Instrument' bespelen
Als u op uw eigen instrument met het Magic GarageBand-project wilt meespelen,
moet u eerst het instrument selecteren dat u als 'My Instrument' wilt gebruiken. Voor
'My Instrument' kunt u een fysiek instrument of een software-instrument gebruiken.
De invoerbron en het instrument voor 'My Instrument' selecteren
1 Klik op de verlichte cirkel voor op het podium.
Onder het podium verschijnen verschillende instrumenten die u voor 'My Instrument'
kunt gebruiken, evenals het menu 'My Instrument' en de knop voor het stemapparaat.
Mixregelaars
Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen 39
2 Kies de invoerbron voor het instrument dat u wilt bespelen uit het venstermenu
'My Instrument'.
 Kies 'Keyboard' als u een USB- of MIDI-keyboard wilt bespelen.
 Kies 'Gitaar' als u een gitaar wilt bespelen die is aangesloten op de audioinvoerpoort
van uw computer.
 Kies 'Int. micr.' als u de ingebouwde microfoon van uw computer wilt gebruiken.
 Kies 'Ext. micr.' als u een microfoon wilt gebruiken die is aangesloten op een
audiointerface.
 Kies 'Externe gitaar' als u een gitaar wilt gebruiken die is aangesloten op een
audiointerface.
3 Kies 'Monitor uit' uit het venstermenu 'My Instrument' als u een microfoon gebruikt
en u de luidsprekers van de computer gebruikt om uw instrument te horen.
4 Klik op het gewenste instrument onder het podium.
5 Klik op 'Pas aan' als u een instrument wilt gebruiken dat niet wordt getoond. Kies
vervolgens het gewenste type instrument uit het venstermenu boven in het venster
en selecteer het gewenste instrument in de lijst die in het venster wordt getoond.
Wanneer u de invoerbron en het instrument voor 'My Instrument' hebt gekozen, kunt
u op uw instrument met het project meespelen.
'My Instrument' opnemen
U kunt het instrument dat u voor 'My Instrument' hebt geselecteerd in het Magic
GarageBand-project opnemen. Wanneer u het project in GarageBand opent, verschijnt
uw opname als nieuw spoor in de tijdbalk.
'My Instrument' opnemen
1 Controleer of uw instrument op de computer is aangesloten en werkt.
2 Klik op de opnameknop (de knop met het rode rondje) in de regelbalk.
Na het aftellen van één maat wordt de opname gestart. Onder de gedeelten verschijnt
een smal spoor, waarbij de golfvorm van de nieuwe opname wordt weergegeven.
3 Klik wanneer u klaar bent met opnemen op de afspeelknop.
40 Hoofdstuk 3 Oefening 1: GarageBand-projecten aanmaken en afspelen
Uw gitaar stemmen in Magic GarageBand
Wanneer u uw gitaar als 'My Instrument' gebruikt, kunt u uw gitaar in Magic
GarageBand stemmen.
Uw gitaar in Magic GarageBand stemmen
1 Controleer of 'My Instrument' op het podium is geselecteerd.
2 Klik op de stemapparaatknop naast het venstermenu 'My Instrument'.
Het stemapparaat wordt onder het podium weergegeven.
3 Speel een noot op de gitaar en kijk naar het stemapparaat. Zorg dat u slechts één noot
speelt tijdens het stemmen.
De naam van de noot wordt weergegeven in het midden van het stemapparaat. Als de
noot niet de goede toonhoogte heeft, wordt de naam van de noot rood weergegeven
en verschijnen aan weerszijden van het stemapparaat balken die aangeven of de noot
te laag (links) of te hoog (rechts) is.
4 Draai aan de schroef voor de snaar op uw gitaar, terwijl u het stemapparaat blijft
controleren.
Wanneer de toonhoogte van de noot goed is, verschijnt de naam van de noot in het
blauw.
5 Wanneer u klaar bent met stemmen, klikt u nogmaals op de stemknop om het
stemapparaat uit te schakelen.
4
41
4 Oefening 2: gitaar en piano leren
spelen
Met de lessen in GarageBand leert u gemakkelijk gitaar
en piano spelen. U leert de basistechnieken en u kunt
ook lessen van artiesten aanschaffen, waarbij u van
artiesten les krijgt in het spelen van hun eigen nummers.
In deze oefening leert u het volgende:
 Een les openen
 De video-instructie voor een les weergeven en meespelen
 Hoofdstukken en subhoofdstukken kiezen
 Een gedeelte van een les meerdere malen oefenen
 Een les vertragen om een lastig gedeelte rustig door te nemen
 Tijdens een les met uw eigen instrument meespelen en dit opnemen
 De instrumenten in een les mixen
 Het uiterlijk van het Leren spelen-venster aanpassen
 Een les openen in GarageBand
 Extra lessen verkrijgen
42 Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen
Een les openen
GarageBand bevat een basisles voor gitaar en een voor piano. In het venster 'Nieuw
project' kunt u de lessen die op uw computer zijn geïnstalleerd kiezen en openen.
Via dit venster kunt u ook extra gratis basislessen downloaden en lessen van artiesten
kopen.
Een les openen
1 Kies 'Archief' > 'Nieuw'.
2 Klik in het venster 'Nieuw project' op 'Leren spelen'.
De basislessen die op uw computer zijn geïnstalleerd verschijnen in het hoofdgedeelte
van het venster.
3 Klik op de les die u wilt openen en klik vervolgens op 'Kies'.
De les wordt in de volledige schermweergave geopend. In het bovenste gedeelte van
het venster verschijnt een videovenster, terwijl in het onderste gedeelte van het
venster een animatie van een gitaarhals (voor gitaarlessen) of keyboard (voor
pianolessen) wordt weergegeven. Onder de instrumentanimatie verschijnt de
regelbalk, met regelaars waarmee u onder andere de les kunt afspelen, de metronoom
en het lussegment kunt inschakelen, de les kunt vertragen en uw eigen instrument
kunt opnemen terwijl u met de les meespeelt.
Hoofdstukken en subhoofdstukken kiezen
Elke les bestaat uit twee hoofdstukken: 'Leren' en 'Meespelen'. In het hoofdstuk 'Leren'
geeft de leraar een video-instructie over hoe het nummer wordt gespeeld, inclusief
eventuele technieken en het stemmen. In het hoofdstuk 'Meespelen' kunt u het hele
nummer achter elkaar spelen of een of meer gedeelten kiezen die u wilt oefenen.
De lessen van artiesten bevatten ook een hoofdstuk met informatie over het nummer
en de artiest.
Sommige lessen bevatten subhoofdstukken voor beginners en gevorderden.
De hoofdstukken en subhoofdstukken van de les verschijnen links van het videogebied
wanneer u de les opent. Als u een les hebt geopend, kunt u op elk gewenst moment
een ander hoofdstuk of subhoofdstuk kiezen.
Temposchuifknop
Afspeelknop
Opnameknop Lusknop
Metronoom
Volumeschuifknop
Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen 43
Een hoofdstuk of subhoofdstuk kiezen
1 Als de hoofdstukkenlijst niet zichtbaar is, verplaatst u de aanwijzer over de linkerkant
van het videogebied.
2 Selecteer het hoofdstuk of subhoofdstuk dat u wilt afspelen.
Een les afspelen
Wanneer u het gewenste hoofdstuk hebt gekozen, kunt u de les afspelen.
Een les afspelen
m Klik op de afspeelknop of druk op de spatiebalk.
Het afspelen stoppen
m Klik op de afspeelknop of druk nogmaals op de spatiebalk.
De les wordt vanaf het begin afgespeeld. De afspeelkop boven de regelbalk geeft
aan welk gedeelte van de les momenteel wordt afgespeeld. U kunt de volledige les
of afzonderlijke gedeelten van de les afspelen.
Een gedeelte van een les afspelen
m Klik op het gedeelte dat u wilt afspelen in de rij boven de regelbalk. Om meerdere
gedeelten te selecteren, houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u erop klikt.
Als de les al werd afgespeeld, gaat het afspelen verder vanaf het begin van het
gedeelte dat u hebt gekozen. Als het afspelen is onderbroken, drukt u op de spatiebalk
om het gekozen gedeelte af te spelen.
Hier kunt u hoofdstukken
en subhoofdstukken
selecteren.
Klik op de lusknop voordat u
op een gedeelte klikt om het
gedeelte meerdere malen af
te spelen.
Klik op het gedeelte dat
u wilt afspelen.
44 Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen
U kunt ook een of meerdere gedeelten meerdere malen afspelen. Dat is vooral handig
als u een nieuw of moeilijk gedeelte van de les wilt oefenen.
Een gedeelte meerdere malen afspelen
1 Klik op de lusknop (de knop met de gebogen pijlen) in de regelbalk.
2 Klik op het gedeelte dat u wilt afspelen. Houd de Shift-toets ingedrukt terwijl u op
aaneengesloten gedeelten klikt om deze gedeelten op volgorde af te spelen.
3 Klik op de afspeelknop of druk op de spatiebalk.
De geselecteerde gedeelten worden afgespeeld. Deze gedeelten worden herhaald
totdat u op de afspeelknop klikt of opnieuw op de spatiebalk drukt.
Uw instrument bespelen tijdens een les
U kunt op gitaar of piano met de les meespelen. Als u een keyboard gebruikt, hoeft
u slechts het keyboard op de computer aan te sluiten om met de les te kunnen
meespelen. Als u gitaar speelt, moet u de invoerbron kiezen voordat u met de les kunt
meespelen.
De invoerbron voor een gitaar kiezen
1 Klik op 'Stel in'.
Het instellingenvenster wordt weergegeven.
2 Kies de invoerbron voor uw gitaar uit het venstermenu 'Mijn invoerapparaat'.
 Als uw gitaar is aangesloten op de audioinvoerpoort van uw computer, kiest u
'Gitaar'.
 Als u gitaar speelt via de interne microfoon van uw computer, kiest u 'Int. micr.'.
 Als u gitaar speelt via een microfoon die is aangesloten op een audiointerface,
kiest u 'Ext. micr.'.
 Als uw gitaar is aangesloten op een audiointerface, kiest u 'Externe gitaar'.
3 Als u gitaar speelt via een microfoon, kiest u 'Monitor uit' om feedback te voorkomen.
Kies 'Monitor aan' als uw gitaar is aangesloten op de audioinvoerpoort of een
audiointerface of als u het geluid van GarageBand via een koptelefoon beluistert.
4 Klik wanneer u klaar bent opnieuw op 'Stel in' om naar de les terug te keren.
Nu bent u klaar om met de les mee te spelen.
Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen 45
Het tempo van een les wijzigen
U kunt een les vertragen om een lastig gedeelte rustig door te nemen of te oefenen.
U kunt een les tot maximaal de helft van het oorspronkelijke tempo terugbrengen.
Nadat u hebt geoefend, kunt u het tempo geleidelijk verhogen totdat u het gedeelte
op een normaal tempo kunt spelen.
Het tempo van een les wijzigen
1 Sleep de temposchuifknop (in de regelbalk naast de metronoom) naar links om de les
te vertragen.
2 Sleep de temposchuifknop naar rechts om de les te versnellen.
U kunt het tempo van een les wijzigen tijdens het afspelen van de les of wanneer
de les gestopt is.
Uw instrument in een les opnemen
U kunt uw instrument opnemen in een les en zelfs meerdere takes opnemen. Door
opnamen van uw eigen instrument te maken, kunt u goed naar uw eigen spel luisteren
en bijhouden of uw prestaties vooruitgaan. Nadat u uw instrument hebt opgenomen,
kunt u verschillende takes beluisteren, kiezen welke take u samen met de les wilt
afspelen en takes verwijderen die u niet meer nodig hebt.
Uw instrument in een les opnemen
1 Klik op het gedeelte waarin u wilt opnemen of verplaats de afspeelkop naar de plaats
waarop u de opname wilt starten.
2 Klik op de opnameknop.
De metronoom telt één maat af voordat de opname vanaf de plaats van de afspeelkop
wordt gestart, zodat u precies op de tel kunt beginnen. Uw opname wordt vastgelegd
in een segment boven de regelbalk.
3 Bespeel uw instrument.
4 Klik wanneer u klaar bent met opnemen op de afspeelknop.
46 Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen
Meerdere takes opnemen
1 Klik op de lusknop in de regelbalk.
2 Klik op het gedeelte waarin u wilt opnemen. Om meerdere onderdelen te selecteren,
houdt u de Shift-toets ingedrukt terwijl u op de gedeelten klikt.
3 Klik op de opnameknop.
4 Wacht totdat er is afgeteld en bespeel vervolgens uw instrument.
5 Klik wanneer u klaar bent met opnemen op de afspeelknop.
De opname wordt in een segment boven de regelbalk vastgelegd, waarbij het aantal
takes met een getal wordt aangeduid.
Takes beoordelen
1 Klik op het getal in de linkerbovenhoek van de opname.
2 Kies het getal van de take die u wilt beluisteren uit het Takes-menu.
Een take verwijderen
 Om de zojuist geselecteerde take te verwijderen, kiest u 'Verwijder geselecteerde
take' uit het Takes-menu.
 Om alle takes behalve de geselecteerde te verwijderen, kiest u 'Verwijder
ongebruikte takes' uit het Takes-menu.
De mix van een les wijzigen
U kunt de mix van de stem en het instrument van de leraar, uw eigen instrument en de
instrumenten in de achtergrondband wijzigen. Zo kunt u ervoor zorgen dat u de leraar
of juist uw eigen instrument beter kunt horen. U wijzigt de mix van een les met de
regelaars van de mixer.
De mixer weergeven
m Klik op 'Mix' rechtsboven in het venster.
Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen 47
De mixer verschijnt als een overlay over het lesvenster. De mixer bevat een reeks
regelaars voor elk spoor, zoals een knop om het geluid uit te schakelen, een solokop en
een volumeschuifknop.
Manieren om de mix te wijzigen:
 Klik in de mixer op de knop met het luidsprekersymbool om het geluid van een
spoor uit te schakelen.
 Klik in de mixer op de soloknop (de knop met het koptelefoonsymbool) om alleen
het desbetreffende spoor te horen.
 Sleep de volumeschuifknop van een spoor naar links of rechts om het volume van
het spoor aan te passen.
Als in een les een achtergrondband meespeelt, bevat de mixer een spoor met de
aanduiding “The Band” en een driehoekje. Klik op het driehoekje om de mixregelaars
voor elk instrument van de band te tonen. Met de mixregelaars voor de band kunt
u de afzonderlijke instrumenten op dezelfde manier mixen als de sporen van de les.
Klik op de herstelknop om de oorspronkelijke mix van de band te herstellen.
Wanneer u klaar bent kunt u de mixer sluiten om naar de les terug te keren.
De mixer sluiten
Klik op 'Mix' rechtsboven in het venster of klik op een willekeurig gedeelte van het
lesvenster buiten de mixer.
Klik op het driehoekje om
de mixregelaars voor de
band te tonen.
Klik hierop om de standaard-
instellingen van de mixregelaars
voor de band te herstellen.
Gebruik de mixregelaars
voor elk instrument.
48 Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen
Het lesvenster aanpassen
U kunt het uiterlijk van het lesvenster op verschillende manieren aanpassen, zodat het
venster optimaal op uw eigen manier van leren aansluit. Voor de gitaar- en pianolessen
kunt u bovendien verschillende notatieweergaven kiezen.
Een gitaarles aanpassen
Bij gitaarlessen kunt u de notatie weergeven als akkoordsymbolen,
akkoordvingergrepen, tablatuur (TAB) of standaardnotatie. Als u linkshandig speelt,
kunt u naar de weergave voor linkshandigen overschakelen. Ook kunt u een animatie
kiezen van een gitaarhals in bovenaanzicht, naast de standaard weergavehoek.
Het venster voor een gitaarles aanpassen
1 Klik op 'Stel in' rechtsboven in het lesvenster.
Het instellingenvenster met de verschillende opties voor de notatie en het uiterlijk
wordt weergegeven.
2 Klik op de gewenste opties voor de notatie en het uiterlijk.
3 Om de les in de weergave voor linkshandigen weer te geven, schakelt u het
aankruisvak voor linkshandigen in.
4 Om de animatie van een gitaarhals in bovenaanzicht weer te geven, schakelt u het
aankruisvak 'Bovenaanzicht gitaarhals' in.
5 Klik wanneer u klaar bent op 'Gereed' om naar de les terug te keren.
Een pianoles aanpassen
Bij pianolessen kunt u de notatie weergeven als akkoordsymbolen of standaardnotatie.
U kunt de notatie voor de linkerhand, de rechterhand of beide handen bekijken. U kunt
ook schakelen naar de eenvoudige weergave. In de eenvoudige weergave verschijnen
de namen van de noten op de witte toetsen van de animatie van het klavier en ook
op de notenkoppen in de standaardnotatieweergave.
Het venster voor een pianoles aanpassen
1 Klik op 'Stel in' rechtsboven in het lesvenster.
Het instellingenvenster met de verschillende opties voor de notatie en het uiterlijk
wordt weergegeven.
2 Klik op de gewenste opties voor de notatie en het uiterlijk.
3 Om de les in de eenvoudige weergave weer te geven, schakelt u het aankruisvak
'Eenvoudige weergave' in.
4 Klik wanneer u klaar bent op 'Gereed' om naar de les terug te keren.
Hoofdstuk 4 Oefening 2: gitaar en piano leren spelen 49
Zowel gitaar- als pianolessen hebben ook een automatische weergave. In de
automatische weergave worden de notatie en het uiterlijk automatisch aangepast,
afhankelijk van de inhoud van de les. In de meeste gevallen kunt u de automatische
weergave geselecteerd houden, tenzij u graag een andere weergave wilt gebruiken.
Het instellingenvenster bevat ook toetscombinaties voor de verschillende opties voor
de notatie en het uiterlijk. Met deze toetscombinaties kunt u het uiterlijk van de les
wijzigen zonder dat u het instellingenvenster hoeft te openen.
Een les openen in GarageBand
U kunt een les in het GarageBand-venster openen. Wanneer u een les in GarageBand
opent, wordt elk spoor (de stem van de leraar, het instrument van de leraar en eventuele
opnamen van uw eigen instrument) apart in de tijdbalk weergegeven. In het
GarageBand-venster kunt u de sporen arrangeren, mixen en andere wijzigingen
aanbrengen, net als in elk ander GarageBand-project.
Een les openen in GarageBand
m Klik op de knop 'Open in GarageBand' in de regelbalk.
Opmerking: Sommige lessen van artiesten kunnen niet in GarageBand worden
geopend. Als een les niet kan worden geopend, wordt de knop 'Open in GarageBand'
in de regelbalk grijs weergegeven.
Extra lessen verkrijgen
GarageBand bevat een reeks basislessen. U kunt extra basislessen voor gitaar en piano
downloaden. Daarnaast kunt u lessen van artiesten aanschaffen, waarbij u van artiesten
les krijgt in het spelen van hun eigen nummers. Als u basislessen wilt downloaden of
lessen van artiesten wilt aanschaffen, klikt u in het venster 'Nieuw project' op 'Leswinkel'.
Raadpleeg het onderwerp 'Gitaar of piano leren spelen' in GarageBand Help voor meer
informatie over het downloaden en aanschaffen van lessen.
5
50
5 Oefening 3: spraak, zang en
instrumenten opnemen
U kunt uw stem of een willekeurig ander geluid met een
microfoon opnemen. Als u een muziekinstrument
bespeelt, kunt u uw verrichtingen opnemen in een
GarageBand-project.
Wanneer u een microfoon of muziekinstrument op de computer hebt aangesloten,
kunt u het bijbehorende geluid in GarageBand opnemen in een spoor voor een fysiek
instrument. Het begin van de sporen van fysieke instrumenten wordt blauw
weergegeven en de segmenten met uw opnamen worden paars weergegeven. In het
paneel 'Spoorinfo' kunt u spoorinstellingen wijzigen en effecten toevoegen aan sporen
voor fysiek instrumenten.
In deze oefening leert u het volgende:
 Een spoor voor een fysiek instrument toevoegen en instrumentinstellingen wijzigen
 Een spoor voor elektrische gitaar toevoegen en een gitaarversterker kiezen
 Geluid opnemen in een spoor voor een fysiek instrument of elektrische gitaar
 Een lussegment instellen om opnamen te maken in een specifiek gedeelte van een
project
 Meerdere takes opnemen
 Uw gitaar stemmen
Een spoor voor een fysiek instrument toevoegen
Als u geluid wilt opnemen in een spoor voor een fysiek instrument, voegt u het spoor
eerst aan uw project toe en bereidt u het spoor op de opname voor.
Een spoor voor een fysiek instrument toevoegen
1 Klik op de knop met het plusteken of kies 'Spoor' > 'Nieuw spoor'.
2 Klik in het venster dat verschijnt op 'Fysiek instrument' en klik vervolgens op
'Maak aan'.
Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen 51
In de tijdbalk verschijnt nu een nieuw spoor voor een fysiek instrument en het paneel
'Spoorinfo' wordt rechts van de tijdbalk geopend. Uit het paneel 'Spoorinfo' kiest u de
verschillende instellingen voor het geselecteerde spoor.
3 Selecteer in het paneel 'Spoorinfo' een instrumenttype in de linkerlijst en selecteer
vervolgens een instrument in de rechterlijst.
4 Kies de invoerbron voor uw microfoon of instrument uit het venstermenu 'Invoerbron'.
 Kies 'Ingebouwde microfoon' als u de ingebouwde microfoon van uw computer wilt
gebruiken.
 Kies 'Lijninvoer' als de microfoon of het instrument op de poort voor audio-invoer
van de computer is aangesloten.
 Als uw microfoon of instrument op een audiointerface is aangesloten, kiest u het
juiste kanaal (of twee invoerkanalen voor een stereo-opname) uit het menu.
 Als het instrument één invoerkanaal heeft, kiest u 'Mono'. Als het instrument een
linker- en rechterinvoerkanaal heeft, kiest u een stereo-invoerbron.
5 Als u tijdens het spelen het geluid van uw microfoon of instrument wilt horen, kiest
u 'Aan' of 'Aan met feedbackbeveiliging' uit het venstermenu 'Monitor'.
Met deze regelaars stelt u
de invoerstructuur en het
invoerkanaal in en schakelt
u monitoring in of uit.
Selecteer een
instrumentcategorie
in deze lijst.
Selecteer een instrument
in deze lijst.
52 Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen
Het inschakelen van monitoring kan tot feedback leiden (een hard, scherp geluid).
Dit gebeurt als de audio-invoer het geluid opvangt dat via de luidsprekers wordt
geproduceerd. U kunt 'Aan met feedbackbeveiliging' kiezen om ervoor te zorgen dat
GarageBand de monitor automatisch uitschakelt als er feedback van de invoerbron
wordt opgevangen. U kunt feedback ook vermijden door bij het afspelen of opnemen
een koptelefoon te gebruiken in plaats van luidsprekers. Mogelijke feedback kunt u
verminderen door ervoor te zorgen dat de microfoon of het instrument niet op de
luidsprekers is gericht en door het mastervolume lager in te stellen.
6 Stel het opnameniveau voor het spoor zo hoog mogelijk in zonder dat er oversturing
of vervorming optreedt.
Manieren om het opnameniveau aan te passen:
 Als het instrument of de microfoon een volumeregelaar heeft, past u het volume
aan met de volumeregelaar van het apparaat.
 Als het instrument of de microfoon is aangesloten op een audio-interface, past
u het volume aan met de volumeregelaar van de audio-interface.
 Sleep in het paneel 'Spoorinfo' de schuifknop 'Opnameniveau' naar links om het
invoervolume voor het geselecteerde kanaal te verlagen of naar rechts om het te
verhogen.
Opmerking: Van sommige audio-interfaces en bepaalde andere apparaten kunt
u het volume niet vanuit GarageBand regelen. Als de schuifknop 'Opnameniveau'
in het paneel 'Spoorinfo' grijs wordt weergegeven, kunt u het invoervolume niet
in GarageBand wijzigen.
 Schakel het aankruisvak 'Automatische niveau-instelling' in om ervoor te zorgen dat
GarageBand het invoerniveau automatisch verlaagt om oversturing te voorkomen en
het niveau automatisch verhoogt om teveel ruis tijdens de opname te vermijden.
Opmerking: als u 'Aan met feedbackbeveiliging' uit het venstermenu 'Monitor' hebt
gekozen, kunt u 'Automatische niveau-instelling' niet inschakelen.
Een basisspoor toevoegen
U kunt ook een basisspoor toevoegen. Een basisspoor is een stereospoor voor een
fysiek instrument zonder effecten. U kunt de effect- en invoerbroninstellingen van een
basisspoor wijzigen nadat u het aan het project hebt toegevoegd.
Een basisspoor toevoegen
m Kies 'Spoor' > 'Nieuw basisspoor'.
Het basisspoor verschijnt in de tijdbalk en het paneel 'Spoorinfo' wordt geopend.
U kunt voor een basisspoor ook de invoerinstellingen kiezen die in het vorige gedeelte
zijn beschreven.
Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen 53
Een spoor voor elektrische gitaar toevoegen
Als u elektrische gitaar speelt, kunt u een spoor voor elektrische gitaar toevoegen en
daarin het geluid van uw gitaar opnemen. U kunt een gitaarvoorinstelling kiezen, een
gitaarversterker kiezen en stompboxeffecten toevoegen om het geluid van elk spoor
voor elektrische gitaar aan te passen.
Een spoor voor elektrische gitaar toevoegen
1 Klik op de knop met het plusteken of kies 'Spoor' > 'Nieuw spoor'.
2 Klik in het venster dat verschijnt op 'Elektrische gitaar' en klik vervolgens op 'Maak aan'.
In de tijdbalk verschijnt nu een nieuw spoor voor elektrische gitaar. Rechts van de
tijdbalk wordt het paneel 'Spoorinfo' geopend, met een gitaarversterker en
stompboxeffecten voor het spoor.
3 Kies in het paneel 'Spoorinfo' een gitaarvoorinstelling uit het venstermenu.
4 Om een andere gitaarversterker te kiezen, beweegt u de aanwijzer over de versterker
op het podium en klikt u vervolgens op de pijl naar links of rechts.
5 Om de invoerbron te wijzigen, klikt u op 'Wijzig' (terwijl u de versterker geselecteerd
hebt) of kiest u een andere invoerbron uit het venstermenu 'Invoerbron'.
6 Om uw gitaar te horen terwijl u speelt, kiest u 'Aan' of 'Aan met feedbackbeveiliging'
uit het venstermenu 'Monitor'.
Klik op de versterker om
de versterkerregelaars
onder in het venster
weer te geven.
Klik op een stompbox om
de bijbehorende
regelaars onder in het
venster weer te geven.
De regelaars voor het
geselecteerde onderdeel
worden onder het
podium weergegeven.
Klik hierop om de invoerbron te
wijzigen of alle beschikbare
stompboxeffecten weer te geven.
54 Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen
De opname voorbereiden
Nadat u het spoor voor een fysiek instrument of elektrische gitaar hebt toegevoegd
dat u voor de opname wilt gebruiken, moet u een aantal zaken controleren voordat
u de opname start:
 Controleer of de microfoon, de gitaar of een eventueel ander instrument goed is
aangesloten en werkt.
 Controleer of de juiste audiobesturingsbestanden zijn geselecteerd in het paneel
'Audio/MIDI' van het GarageBand-voorkeurenvenster. Wanneer u een nieuw
audioapparaat toevoegt, vraagt GarageBand of u het apparaat wilt gebruiken voor
audio-invoer en -uitvoer.
 Open het paneel 'Spoorinfo' om te controleren of het instrument de gewenste
instrument- en effectinstellingen heeft en gebruikmaakt van de juiste invoerbron.
 Zing of speel een paar noten. Aan de niveaumeter in de spoorlabel kunt u zien of het
spoor invoer ontvangt en of het volume niet te hoog is ('oversturing'). Als de rode
stippen rechts van de niveaumeter (de oversturingsindicatoren) oplichten, past u het
invoerniveau aan door de schuifknop 'Opnameniveau' te slepen, door 'Automatische
niveau-instelling' in te schakelen of door het niveau van het audio-apparaat dat op
uw computer is aangesloten, te verlagen.
 Stel het tempo en de toonsoort van het project in zodat u deze instellingen later niet
hoeft te wijzigen.
Fysieke instrumenten opnemen
Nu kunt u geluid opnemen in het geselecteerde spoor voor een fysiek instrument of
elektrische gitaar.
Geluid opnemen in een spoor voor een fysiek instrument of elektrische gitaar
1 Controleer of het spoor is geselecteerd en of de opnameactiveringsknop in de
spoorlabel een rode kleur heeft.
2 Verplaats de afspeelkop naar de positie in de tijdbalk waar u de opname wilt starten.
3 Kies 'Regelaars' > 'Tel af' om de metronoom een maat te laten aftellen voordat de
opname begint om het makkelijker te maken precies op de tel te beginnen.
(U kunt ook de afspeelkop een paar tellen voor het punt plaatsen waar de op te nemen
muziek moet beginnen.)
4 Klik op de opnameknop om de opname te starten.
Afspeelknop
Lusknop
Opnameknop
Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen 55
5 Begin met spelen of zingen. Terwijl u opneemt, verschijnt er een nieuw segment
in het geselecteerde spoor voor een fysiek instrument. Dit segment bevat de door
u opgenomen muziek.
6 Als u klaar bent, klikt u op de afspeelknop om de opname te stoppen.
Na een paar ogenblikken verschijnt een golfvorm in het nieuw opgenomen segment.
U kunt nu uw nieuwe opname afluisteren om te horen of het resultaat u bevalt.
Uw nieuwe opname afluisteren
1 Verplaats de afspeelkop naar de positie in de tijdbalk waar het nieuwe segment begint
(lijn de kop uit met de linkerrand van het segment).
U kunt de afspeelkop ook naar een eerder punt in het project verplaatsen of naar het
begin van het project om de nieuwe opname in de context van het project te horen.
2 Klik op de afspeelknop of druk op de spatiebalk.
Meerdere takes met het lussegment opnemen
U kunt opnamen maken in een specifiek gedeelte van een project door het lussegment
in te schakelen. Het lussegment bepaalt het begin en einde van de opname. Wanneer
u met het lussegment opneemt, kunt u meerdere versies ofwel 'takes' opnemen en
vervolgens kiezen welke u wilt gebruiken.
Het lussegment instellen
1 Klik op de lusknop. Het lussegment verschijnt als een gele streep onder de maatliniaal.
2 Verplaats de linkerkant van het lussegment naar het punt in de tijdbalk waar u de
opname wilt laten beginnen en sleep vervolgens de rechterkant van het lussegment
naar het punt waar u de opname wilt laten eindigen. U kunt het midden van het
lussegment slepen om het lussegment naar een ander gedeelte van de tijdbalk te
verplaatsen.
U kunt het begin van het lussegment een paar tellen vóór het punt plaatsen waar u
met opnemen wilt beginnen. U kunt dan gemakkelijker precies op de tel beginnen te
spelen. Als de laatste noot van het lussegment tot na het einde van het segment duurt,
moet u het segment een paar tellen na het punt laten eindigen waar u wilt stoppen
met opnemen.
Sleep een van de uiteinden van het lussegment
om de lengte van het segment te wijzigen.
56 Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen
Meerdere takes opnemen met het lussegment
1 Selecteer het gewenste opnamespoor voor het fysieke instrument.
2 Klik op de opnameknop om de opname te starten.
3 Begin nu met spelen of zingen. Tijdens de opname verschijnt er een nieuw segment
in het geselecteerde spoor voor het fysieke instrument.
4
Als u klaar bent, klikt u op de afspeelknop om de opname te stoppen.
5
Als u extra takes wilt opnemen, klikt u op de opnameknop en speelt u uw partij opnieuw.
6
Als de opname met het lussegment gereed is, klikt u op de lusknop om het lussegment
uit te schakelen.
Wanneer u extra takes opneemt, staat er in de linkerbovenhoek van het opgenomen
segment een kleine cirkel die aangeeft welke take is geselecteerd (de take die u zult
horen wanneer u het project afspeelt). U kunt elke take kiezen en afluisteren om te
bepalen welke take de beste is.
Een andere take kiezen
1 Klik in de tijdbalk op het omcirkelde nummer in de linkerbovenhoek van de loop.
Er verschijnt een Takes-menu waarin alle takes worden weergegeven die in het
segment zijn opgenomen.
2 Kies een andere take uit het Takes-menu.
Wanneer u een andere take kiest, wordt in de loop de golfvorm van de nieuwe take
weergegeven.
De geselecteerde take verwijderen
m Kies 'Verwijder [naam van take]' uit het Takes-menu.
U kunt ook alle takes behalve de geselecteerde verwijderen.
Alle ongebruikte takes verwijderen
m Kies 'Verwijder ongebruikte takes' uit het Takes-menu.
Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen 57
Tegelijkertijd diverse sporen opnemen
U kunt maximaal acht fysieke instrumenten en één software-instrument tegelijkertijd
opnemen. Zo kunt u tegelijkertijd zang, instrumenten en een achtergrondspoor
opnemen.
Als u een spoor selecteert, wordt het spoor geactiveerd voor opname. U kunt de
opname starten door op de opnameknop te klikken. U kunt daarnaast maximaal zeven
extra sporen activeren door te klikken op de opnameactiveringsknop (de knop met het
rondje) van elk spoor. De knop wordt rood om aan te geven dat het spoor is
geactiveerd voor opname.
Als u een spoor wilt deactiveren voor opname, klikt u nogmaals op de
opnameactiveringsknop.
Meerdere fysieke instrumenten tegelijkertijd opnemen
1 Zorg er in het paneel 'Spoorinfo' voor dat elk spoor voor een fysiek instrument op een
andere invoerbron is ingesteld.
2 Activeer de gewenste sporen voor opname door op de opnameactiveringsknop in de
spoorlabel van elk spoor te klikken.
3 Klik op de opnameknop om de opname te starten.
Een software-instrument tegelijk met een of meer fysieke instrumenten
opnemen
1 Activeer het spoor voor software-instrumenten voor opname door op de
opnameactiveringsknop van het spoor te klikken.
2 Klik op de opnameknop om de opname te starten.
Als u meer dan acht sporen voor fysieke instrumenten of meer dan één spoor voor een
software-instrument activeert, wordt het spoor dat het verst is verwijderd van het
laatste spoor dat u hebt geactiveerd, gedeactiveerd voor opname. Hiermee wordt
voorkomen dat het maximumaantal opnamesporen wordt overschreden.
Als u wilt opnemen op meerdere sporen, moet u beschikken over een audio-interface
met minimaal twee invoerkanalen voor opname.
Klik op de opnameactiveringsknop
voor elk spoor waarin u opnamen
wilt vastleggen.
58 Hoofdstuk 5 Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen
U kunt ook effecten voor een spoor voor een fysiek instrument toevoegen en
aanpassen. Zie “Werken met effecten in GarageBand” op pagina 99 voor informatie
over het gebruik van effecten.
Uw gitaar stemmen in GarageBand
GarageBand bevat een stemapparaat waarmee u de stemming kunt controleren
van een gitaar, een bas of een ander instrument dat op de computer is aangesloten.
Het stemapparaat werkt bij fysieke instrumenten, maar niet bij software-instrumenten.
Het stemapparaat bestaat uit een horizontale schaalverdeling met de naam van de
noot in het midden. Als u één noot op een fysiek instrument speelt, wordt de
toonhoogte weergegeven ten opzichte van de juiste toonhoogte voor de noot die
wordt weergegeven.
Het stemapparaat gebruiken
1
Controleer of het fysieke instrument dat u wilt stemmen is aangesloten op de computer.
2 Selecteer het spoor voor het fysieke instrument dat u wilt stemmen.
3 Kies in het lcd de modus voor het stemapparaat of kies 'Regelaars' > 'Toon
stemapparaat in lcd'.
4 Speel één noot op uw instrument en kijk naar het stemapparaat.
Terwijl u speelt, wordt de naam van de noot van de dichtstbijzijnde noot weergegeven.
Als de noot niet goed is gestemd, worden de naam van de noot en het stemapparaat
rood weergegeven. Ook verschijnt er een verticale rode balk die aangeeft of de noot te
hoog of te laag is.
De balk verschijnt rechts van de naam van de noot als de noot te hoog is en links van
de naam van de noot als de noot te laag is. Wanneer de noot goed is gestemd, worden
de naam van de noot en de schaalverdeling blauw weergegeven en verdwijnt de
verticale balk.
Zorg dat u slechts één noot tegelijk speelt tijdens het stemmen. Het stemapparaat werkt
niet als u een akkoord speelt of als u verschillende noten snel achter elkaar speelt.
6
59
6 Oefening 4: software-
instrumenten bespelen
en opnemen
GarageBand bevat een uitgebreid pakket software-
instrumenten, waaronder drums, gitaren, piano's, orgels
en synthesizers die u in uw projecten kunt gebruiken.
Software-instrumenten zijn een bepaald type instrument. U speelt de noten (met het
toetsenbord van uw computer, het schermkeyboard of een MIDI-keyboard dat op uw
computer is aangesloten) en uw computer genereert het geluid, afhankelijk van het
gekozen software-instrument.
U kunt effecten toevoegen aan een software-instrument en segmenten van software-
instrumenten in de editor bewerken. U kunt ook meer software-instrumenten aan het
paneel 'Spoorinfo' toevoegen door een van de Jam Packs aan te schaffen die voor
GarageBand beschikbaar zijn.
In deze oefening leert u het volgende:
 Een spoor voor een software-instrument toevoegen en de spoorinstellingen wijzigen
 Software-instrumenten bespelen met het toetsenbord van uw computer, het
schermkeyboard of een fysiek keyboard
 Een software-instrument opnemen
 De muzieknotatie voor een spoor voor een software-instrument bekijken, wijzigen
en afdrukken
U speelt een software-instrument af en neemt een software-instrument op in een
spoor voor een software-instrument. U kunt het instrument voor het spoor zelfs
wijzigen nadat u al een opname hebt gemaakt. De eerste handeling die u uitvoert,
is het toevoegen van een nieuw spoor voor een software-instrument.
60 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
Een nieuw spoor voor een software-instrument toevoegen
1 Klik op de knop met het plusteken of kies 'Spoor' > 'Nieuw spoor'.
2 Klik in het venster dat verschijnt op 'Software-instrument' en klik vervolgens op
'Maak aan'.
In de tijdbalk verschijnt nu een nieuw spoor voor een software-instrument met het
instrument 'Grand Piano' en het paneel 'Spoorinfo' wordt rechts van de tijdbalk
geopend.
3 Kies in het paneel 'Spoorinfo' een instrumentcategorie uit de linkerlijst en kies
vervolgens een instrument uit de rechterlijst.
In de spoorlabel van het spoor voor het software-instrument wordt de naam van het
geselecteerde instrument weergegeven. Als u een USB- of MIDI-keyboard op uw
computer hebt aangesloten, kunt u noten spelen en het software-instrument direct
horen. Zelfs als er geen keyboard is aangesloten, kunt u op software-instrumenten
spelen via het venster 'Muzikaal typen' of het schermkeyboard.
Selecteer een
instrumentcategorie in
deze lijst.
Selecteer een instrument
in deze lijst.
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 61
Software-instrumenten bespelen met het venster
'Muzikaal typen'
Met het venster 'Muzikaal typen' kunt u software-instrumenten bespelen en opnemen
via het toetsenbord van de computer. Als u het venster 'Muzikaal typen' weergeeft,
kunt u met de toetsen op de middelste en bovenste rij van het toetsenbord van de
computer noten spelen, net als met de toetsen op een keyboard.
Het venster 'Muzikaal typen' weergeven
m Kies 'Venster' > 'Muzikaal typen' (of druk op Command + Shift + K).
Als het schermkeyboard zichtbaar is, kunt u naar het venster 'Muzikaal typen'
overschakelen door links in het venster op de knop voor muzikaal typen te klikken.
Noten spelen via muzikaal typen
m Wanneer het venster 'Muzikaal typen' is geopend, kunt u noten spelen met de toetsen
van het computertoetsenbord die worden aangegeven op het pianotoetsenbord in het
venster 'Muzikaal typen'.
 De toetsen op de middelste rij van het toetsenbord van de computer komen overeen
met de witte toetsen op het keyboard van 'Muzikaal typen' en hebben een bereik
van anderhalf octaaf van C tot F.
 De toetsen W, E, T, Y, U, O en P op de bovenste rij van het computertoetsenbord
komen overeen met de zwarte toetsen op de piano (mollen en kruisen).
Manieren om één octaaf omhoog of omlaag te gaan:
 Druk op Z om één octaaf lager te spelen.
 Druk op X om één octaaf hoger te spelen.
 Klik op het kleine keyboard boven in het venster 'Muzikaal typen' om naar het
desbetreffende octaaf te gaan of sleep de blauwe rechthoek. De blauwe rechthoek
geeft het huidige bereik van muzikaal typen aan.
62 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
De aanslag wijzigen van de noten die u speelt met muzikaal typen
 Druk op C om de aanslag af te zwakken.
 Druk op V om de aanslag te versterken.
De toonhoogte wijzigen van de noten die u speelt met muzikaal typen
 Druk op 1 om de toonhoogte van de noten de verlagen.
 Druk op 2 om de toonhoogte van de noten de verhogen.
De toonhoogte wordt aangepast zolang u de toets ingedrukt houdt.
Noten aanhouden die u via 'Muzikaal typen' speelt
 Houd de Tab-toets ingedrukt.
De noten worden aangehouden zolang u de Tab-toets ingedrukt houdt.
 Laat de Tab-toets los om noten niet langer aan te houden.
Modulatie toevoegen aan de noten die u speelt met muzikaal typen
 Druk op 4 tot en met 8 om steeds hogere modulatieniveaus toe te voegen. Druk op 3
om modulatie uit te schakelen.
Het modulatieniveau blijft actief totdat u het wijzigt of uitschakelt door op een andere
toets te drukken.
Software-instrumenten bespelen met het schermkeyboard
U kunt het schermkeyboard gebruiken om software-instrumenten op te nemen en te
bespelen. Wanneer u het schermkeyboard activeert, wordt het standaard weergegeven
met vier octaven. U kunt het keyboard vergroten en maximaal tien octaven weergeven.
Manieren om het schermkeyboard weer te geven:
m Kies 'Venster' > 'Keyboard' (of druk op Command + K).
Als het venster 'Muzikaal typen' zichtbaar is, kunt u naar het schermkeyboard
overschakelen door links in het venster op de knop voor het schermkeyboard te klikken.
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 63
Het schermkeyboard bespelen
m Klik op de toetsen op het schermkeyboard. U kunt klikken terwijl het project wordt
afgespeeld, terwijl er niets wordt afgespeeld of terwijl er wordt opgenomen.
Als u onder op de toets klikt, klinkt de noot harder. Als u boven op de toets klikt,
klinkt de noot zachter.
Op het schermkeyboard ziet u ook de noten die u op een aangesloten keyboard speelt.
Bovendien worden hierop tijdens het afspelen van het project de noten in segmenten
van het geselecteerde spoor weergegeven.
Het keyboard verplaatsen
m Plaats de aanwijzer in de ruimte boven de toetsen en sleep het keyboard.
Het keyboard groter of kleiner maken
m Sleep de regelaar voor het vergroten of verkleinen in de rechterbenedenhoek van het
keyboard.
Het bereik wijzigen van de noten die u kunt spelen
m Klik op het driehoekje links of rechts van de toetsen. Wanneer u op het linkerdriehoekje
klikt, worden de toetsen met een octaaf verlaagd. Wanneer u op het rechterdriehoekje
klikt, worden de toetsen met een octaaf verhoogd.
Voorbereidingen voor het opnemen van een software-
instrument
Als u software-instrumenten opneemt met een aangesloten keyboard, moet u een paar
dingen controleren voordat u begint met opnemen:
 Controleer of het keyboard op de computer is aangesloten en werkt.
 Selecteer een spoor voor een software-instrument en bespeel uw keyboard, klik op
de toetsen op het schermkeyboard of gebruik het venster 'Muzikaal typen'. Als het
goed is, hoort u het software-instrument terwijl u speelt.
Software-instrumenten opnemen
U kunt nu het software-instrument opnemen. U kunt één spoor voor een software-
instrument tegelijk opnemen.
Een software-instrument opnemen
1 Klik op de spoorlabel van het spoor voor het software-instrument waarin u wilt
opnemen om het spoor te selecteren.
2 Verplaats de afspeelkop naar de positie in de tijdbalk waar u de opname wilt starten.
3 Kies 'Regelaars' > 'Tel af' om de metronoom een maat te laten aftellen voordat de
opname begint.
64 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
U kunt ook de afspeelkop een paar tellen voor het punt plaatsen waar de op te nemen
muziek moet beginnen, zodat u gemakkelijker op de tel kunt beginnen.
4 Klik op de opnameknop om de opname te starten.
5 Speel op het aangesloten keyboard, klik op noten op het schermkeyboard of gebruik
het venster 'Muzikaal typen'. Tijdens de opname verschijnt er een nieuw segment in
het geselecteerde spoor voor het software-instrument.
6 Als u klaar bent, klikt u opnieuw op de opnameknop om de opname te stoppen.
Klik op de afspeelknop om het afspelen van het project te stoppen.
Wanneer u klaar bent met opnemen, kunt u het opgenomen gedeelte afluisteren
om te horen of het resultaat u bevalt.
Een nieuwe opname afluisteren
1 Verplaats de afspeelkop naar de positie in de tijdbalk waar het nieuwe segment begint
(lijn de kop uit met de linkerrand van het segment).
U kunt de afspeelkop ook naar een eerder punt in het project verplaatsen of naar het
begin van het project om de nieuwe opname in de context van het project te horen.
2 Klik op de afspeelknop of druk op de spatiebalk.
Opnamen van een software-instrument samenvoegen
U kunt een software-instrument opnemen met behulp van het lussegment. Wanneer
u een software-instrument met behulp van het lussegment opneemt, wordt standaard
bij elke herhaling van het lussegment een nieuwe take opgenomen, net als bij het
opnemen van een fysiek instrument. U kunt de instelling hiervoor ook wijzigen, zodat
de opnamen van een software-instrument die u met behulp van het lussegment maakt
tot één take worden samengevoegd. Dit is vooral handig bij het opnemen van
drumpartijen en het maken van andere gelaagde opnamen.
Opnamen van een software-instrument in GarageBand samenvoegen
1 Kies 'GarageBand' > 'Voorkeuren'.
2 Schakel in het paneel 'Algemeen' het aankruisvak 'Lusopname' in.
Zie “Meerdere takes met het lussegment opnemen op pagina 55 voor informatie over
het opnemen met behulp van een lussegment.
Afspeelknop
Lusknop
O
p
namekno
p
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 65
Namen van noten en akkoorden tijdens het spelen weergeven
Wanneer u een software-instrument bespeelt, kan GarageBand automatisch de namen
van de gespeelde noten en akkoorden weergeven.
Namen van noten en akkoorden weergeven wanneer u een software-
instrument bespeelt
1 Selecteer de label van het software-instrument dat u wilt bespelen.
2 Klik op het symbool aan de linkerkant van het lcd en kies 'Akkoord' uit het menu.
(U kunt ook op de pijl-omhoog of pijl-omlaag in het lcd klikken totdat de
akkoordenweergave verschijnt).
De naam van een akkoord (ook wel de akkoordaanduiding genoemd) bevat een
hoofdletter die de grondtoon van het akkoord aangeeft, een aanduiding in letters
(meestal 'maj' voor majeur of 'm' voor mineur) en getallen die de toegevoegde noten
aanduiden, zoals zevenden, negenden of kwarten.
Werken in de notatieweergave
U kunt segmenten van software-instrumenten bekijken en bewerken in de
standaardmuzieknotatie. In de notatieweergave kunt u noten en andere muziektekens
toevoegen en bewerken (inclusief pedaalmarkeringen).
 Segmenten van software-instrumenten bekijken in muzieknotatie
 De notenwaarde voor de notatieweergave kiezen
 Noten toevoegen, selecteren en bewerken in de notatieweergave
 Pedaalmarkeringen toevoegen
 Het sleutelteken wijzigen
 Muzieknotatie afdrukken
De notatieweergave
U kunt segmenten van software-instrumenten niet alleen grafisch weergeven als een
soort muziekrol, maar ook in de notatieweergave. Dit geldt zowel voor segmenten die
u zelf hebt opgenomen als voor segmenten op basis van loops. In de notatieweergave
worden de noten in een segment in de vorm van muzieknoten weergegeven. Daarnaast
vindt u in de notatieweergave ook pedaalsymbolen en muzikale symbolen voor onder
meer rusten, notenbalken, sleutels, maatsoorten en toonsoorten. In dit gedeelte worden
deze symbolen beknopt beschreven voor gebruikers die niet bekend zijn met
muzieknotaties.
66 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
 Noten: Een muzieknoot bestaat uit verschillende onderdelen, waaronder het bolletje
en de stok. De duur van de noot wordt aangegeven door het bolletje. Een noot die
korter duurt dan een kwartnoot, wordt voorzien van een vlaggetje. Het is mogelijk
een aantal noten door middel van een balk met elkaar te verbinden. Elke noot die
u hieronder ziet, is half zo lang als de noot die eraan voorafgaat. U ziet van links naar
rechts een hele noot, een halve noot, een kwartnoot en een achtste noot.
 Rusten: Bij het lezen van muziek is het niet alleen van belang dat u de noten herkent,
maar ook dat u de ruimte tussen de noten juist interpreteert. De plaats tussen noten
wordt gevormd door een rust. Voor rusten bestaan net als voor noten verschillende
symbolen, waarmee de duur van de rust wordt gedefinieerd. Korte rusten worden
van een vlaggetje voorzien. Elke rust die u hieronder ziet, is half zo lang als de rust
die eraan voorafgaat. U ziet van links naar rechts een halve rust, een kwartrust, een
achtste rust en een zestiende rust.
 Notenbalk: De vijf horizontale lijnen waarop muzieknoten worden genoteerd,
vormen samen de notenbalk. De notenbalk lijkt een beetje op een raster. Hoe hoger
een noot op de notenbalk wordt geplaatst, des te hoger de toonhoogte van de noot.
In GarageBand worden standaard twee notenbalken weergegeven. Deze notatie is
vergelijkbaar met die waarin pianomuziek wordt vastgelegd. Deze weergave omvat
een bereik van meer dan vier octaven, waarbij het octaaf C zich in het midden tussen
de notenbalken bevindt. De meeste instrumenten en stemmen (met uitzondering
van zeer lage basinstrumenten) vallen in dit bereik. U kunt de weergave wijzigen
zodat er slechts één notenbalk wordt weergegeven.
 Sleutels: Het symbool dat u uiterst links op de notenbalk ziet, wordt een sleutel
genoemd. Sleutels bepalen de toonhoogte van de noten op de notenbalk. Op de
notenbalken in de notatieweergave ziet u twee veelgebruikte sleutels, de G-sleutel
(of vioolsleutel) en de F-sleutel (of bassleutel). U kunt de weergave wijzigen en
slechts één sleutel (de G-sleutel of de F-sleutel) weergeven.
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 67
 Symbolen voor de toonsoort: Als voor een nummer een andere toonsoort dan de
toonsoort van C wordt gebruikt, worden de bijbehorende kruizen of mollen tussen
de sleutel en de maatsoort geplaatst. Het kruisteken wordt gebruikt om een noot
een halve toon te verhogen. Zo is C# (cis) een halve toon hoger dan C. Het molteken
wordt gebruikt om een noot een halve toon te verlagen. Zo is Bb (bes) een halve
toon lager dan B. Hieronder ziet u de symbolen die voor kruizen en mollen worden
gebruikt, gevolgd door het herstellingsteken, waarmee deze toonwijziging weer
ongedaan wordt gemaakt.
 Maatstrepen: De verticale lijnen op een notenbalk scheiden de maten van de muziek
van elkaar en worden maatstrepen genoemd.
In de standaardnotatieweergave vindt u behalve symbolen voor muzieknotatie ook
de volgende symbolen, met behulp waarvan uw werk eenvoudiger verloopt:
 Lengtestreepjes voor noten: Elke muzieknoot is voorzien van een lengtestreepje
waarmee de duur van de noot op grafische wijze wordt aangegeven. Met de duur
van een noot wordt de tijd bedoeld dat de noot te horen is.
 Beginpositie van noten: In de notatieweergave ziet u op de maatliniaal niet alleen
de maten en de tellen, maar ook de positie waarop noten beginnen. Aan de hand
van deze aanduidingen kunt u precies zien waar een noot begint. Het symbool
bestaat uit een kleine grijze cirkel of punt boven een noot. Zodra u een noot
verplaatst, wordt de bijbehorende aanduiding voor de positie eveneens verplaatst.
Een segment van een software-instrument in de notatieweergave bekijken
1 Selecteer in de tijdbalk een segment van een software-instrument.
2 Klik op de partituurknop boven in het labelgebied van de editor.
In muzieknotatie wordt de positie van noten in de vorm van muzikale waarden ofwel
notenwaarden vastgelegd. Het is mogelijk om sommige muzieknoten iets uit de maat
te spelen, dus net te laat of net te vroeg. Op deze manier kunt u het effect van de
muziek beïnvloeden. Dergelijke kleine afwijkingen komen in de muzieknotatie niet tot
uitdrukking.
In de notatieweergave wordt de positie van noten door GarageBand als het ware
afgerond op de dichtstbijzijnde notenwaarde. U kunt de notenwaarde waarop de
weergave van de noten moet worden afgerond kiezen uit het tijdbalkrastermenu in de
rechterbovenhoek van de editor. De afronding is uitsluitend van invloed op de notatie
en verandert niets aan de muziek zelf. Noten die iets uit de maat worden gespeeld,
worden dus op de bedoelde positie getoond.
68 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
De notenwaarde voor de notatieweergave kiezen
m Klik op de rasterknop in de rechterbovenhoek van de editor en kies een notenwaarde
uit het tijdbalkrastermenu.
Noten in de notatieweergave bewerken
U kunt de noten en de instellingen voor het sustainpedaal van een software-
instrument bewerken in de notatieweergave, net als in de grafische weergave.
U kunt de volgende handelingen uitvoeren:
 Noten toevoegen
 Noten selecteren
 Noten in de maat verplaatsen
 Noten knippen en kopiëren
 De toonhoogte van noten wijzigen
 De lengte van noten wijzigen
 De aanslag van noten wijzigen
 Pedaalmarkeringen toevoegen om noten aan te houden
 Het sleutelteken wijzigen
Noten toevoegen
Als u een noot wilt toevoegen, kiest u de gewenste notenwaarde en klikt u vervolgens
in de editor.
De notenwaarde kiezen
m
Kies de gewenste notenwaarde uit het menu 'Voeg in' in het labelgebied van de editor.
U kunt ook de Control-toets ingedrukt houden en ergens in de notatieweergave klikken
om een nootwaarde te kiezen.
Een noot toevoegen
m Houd in de editor de Command-toets ingedrukt en klik op het punt waarop u een noot
wilt toevoegen.
Kies een notenwaarde
uit het venstermenu
'Voeg in'.
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 69
Noten selecteren
Voordat u noten in de notatieweergave kunt bewerken, moet u de noten eerst
selecteren.
Een noot selecteren
m Klik op het bolletje van de noot. U kunt meerdere noten selecteren door de Shift-toets
ingedrukt te houden en op de noten te klikken of door over de noten te slepen.
Noten verplaatsen
U kunt in de notatieweergave noten in de maat verplaatsen. Dit doet u op dezelfde
manier als u noten in de grafische weergave van de editor verplaatst.
Een noot in de maat verplaatsen
m Selecteer de noot en sleep deze vervolgens naar links of naar rechts. U kunt
geselecteerde noten ook verplaatsen door op de Pijl-links-toets of de Pijl-rechts-toets
te drukken.
Zodra u een noot verplaatst, verschuift de aanduiding van de tel, zodat u de exacte
positie van de noot in de maat kunt zien.
Noten kopiëren
In de notatieweergave kunt u noten kopiëren.
Een noot kopiëren
m Houd de Option-toets (z) ingedrukt en sleep het bolletje van de noot naar de
gewenste positie.
De toonhoogte van noten wijzigen
U kunt in de notatieweergave niet alleen de toonhoogte van noten wijzigen, maar ook
de toonsoort door de noten te transponeren.
De toonhoogte van een noot wijzigen
m Selecteer de noot en sleep deze vervolgens omhoog of omlaag. U kunt de toonhoogte
van geselecteerde noten ook wijzigen door op de Pijl-omhoog-toets of de Pijl-omlaag-
toets te drukken.
Tijdens het verplaatsen hoort u de nieuwe toonhoogte van de noot.
De lengte (duur) van noten wijzigen
Als u een noot selecteert, verschijnt er een lengtestreepje voor de noot. Met behulp
van het lengtestreepje voor de noot wijzigt u de duur ervan ofwel de tijd dat de noot
te horen is.
De duur van een noot wijzigen
1 Selecteer de noot.
70 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
2 Sleep de rechterrand van het lengtestreepje naar links om de noot korter te maken
of naar rechts om de noot langer te maken. Lengtestreepjes werken op dezelfde wijze
als de noten in de grafische weergave.
Noten verwijderen
Noten die niet meer worden gebruikt in het project kunt u verwijderen.
Een noot verwijderen
m Selecteer de noot en druk op de Delete-toets.
De aanslag van noten wijzigen
Voor veel software-instrumenten geldt dat het geluid afhankelijk is van de aanslag van
de noten. U kunt in de notatieweergave de aanslag van noten wijzigen. Dit doet u op
dezelfde manier als u de aanslag van noten in de grafische weergave wijzigt.
De aanslag van een noot wijzigen
m Selecteer de noot en sleep de aanslagschuifknop naar links om de aanslag van de noot
af te zwakken of naar rechts om de aanslag te versterken.
Pedaalmarkeringen toevoegen
Muzieknotaties voor de piano en enkele andere instrumenten bevatten een symbool
voor een sustainpedaal. Als het sustainpedaal is ingedrukt, worden alle noten door het
instrument aangehouden tot het pedaal wordt losgelaten. U kunt symbolen voor het
indrukken en loslaten van pedalen toevoegen, waarmee u ervoor zorgt dat bepaalde
tonen in GarageBand worden aangehouden.
Symbolen voor het indrukken en loslaten van pedalen toevoegen
1 Klik op de knop voor de notenwaarde en kies het pedaalsymbool uit het menu.
2 Houd de Command-toets ingedrukt en plaats de aanwijzer in de editor op de plaats
waar u de markering voor het indrukken van het pedaal wilt opnemen.
3 Druk op de muisknop.
Het symbool voor het indrukken van het pedaal wordt op de huidige positie van
de aanwijzer weergegeven. Als u de muisknop loslaat, wordt het symbool voor het
loslaten van het pedaal vlak na het symbool voor het indrukken van het pedaal
geplaatst.
4 Blijf de muisknop ingedrukt houden en sleep naar de positie waar de markering om
het pedaal los te laten moet komen.
5 Laat de muisknop los.
Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen 71
Het symbool voor het loslaten van het pedaal wordt op de huidige positie van
de aanwijzer weergegeven.
Het symbool voor het loslaten van het pedaal verplaatsen
1 Klik op het pedaalsymbool om het te selecteren.
De symbolen voor het indrukken en loslaten van pedalen worden groen om aan te
geven dat u ze hebt geselecteerd.
2 Sleep het symbool voor het loslaten van het pedaal naar de gewenste positie en laat
de muisknop vervolgens los.
Het sleutelteken wijzigen
Wanneer u het spoor van een software-instrument in de muzieknotatie weergeeft,
worden de vioolsleutel en de bassleutel “in pianostijl” weergegeven. Deze notatie is
handig voor piano's, synthesizers en andere instrumenten met een breed bereik aan
noten. Sommige instrumenten, met name solo-instrumenten (enkelnoots) zoals strijk-
en blaasinstrumenten, kunnen slechts één sleutel gebruiken, de vioolsleutel of de
bassleutel.
U kunt de notatieweergave wijzigen en alleen een viool- of bassleutel weergeven en
de weergave later terugzetten naar de weergave met twee sleutels (in de pianostijl).
Het sleutelteken wijzigen in de notatieweergave
1 Klik op de sleutel (of tussen de sleutels) in het labelgebied van de notatieweergave.
Er verschijnt een menu met de verschillende sleutels.
2 Kies een nieuwe sleutel uit het menu.
Klik hier om een
andere sleutel te
kiezen.
72 Hoofdstuk 6 Oefening 4: software-instrumenten bespelen en opnemen
Muzieknotatie afdrukken
U kunt een spoor voor software-instrumenten als muzieknotatie afdrukken. Wanneer u
een spoor als muzieknotatie afdrukt, wordt het spoor afgedrukt met een standaardlay-
out, met de nootwaarden die worden weergegeven en met het sleutelteken dat in de
notatieweergave zichtbaar is. De afgedrukte muzieknotatie bevat als titel de naam van
het project. Ook worden het tempo en de naam van de componist afgedrukt.
De muzieknotatie voor een spoor voor een software-instrument afdrukken
1 Selecteer het spoor van het software-instrument.
2 Klik op 'Partituur' om het spoor in de muzieknotatie weer te geven.
Klik op de rasterknop in de rechterbovenhoek van de editor en zorg ervoor dat het
raster van de editor zo is ingesteld dat de juiste nootwaarden worden weergegeven.
3 Kies 'Archief' > 'Druk af'.
4 Kies uit het afdrukvenster de juiste instelling voor uw printer en klik op 'Druk af'.
Het spoor wordt nu als muzieknotatie afgedrukt. De projectnaam verschijnt als titel
boven aan de pagina. Het tempo verschijnt linksboven en de naam van de componist
(zoals ingesteld in het GarageBand-voorkeurenvenster) verschijnt rechtsboven.
De maataanduiding verschijnt boven de eerste maat van elke notenbalk. Als voor
de afgedrukte notatie meer dan één pagina nodig is, verschijnt het paginanummer
gecentreerd onder aan elke pagina.
7
73
7 Oefening 5: Apple Loops
toevoegen
Met behulp van Apple Loops kunt u achtergrondsporen
en ritmesporen aan projecten toevoegen. U kunt ook
Apple Loops aan de loopbibliotheek toevoegen en uw
eigen Apple Loops aanmaken.
GarageBand wordt geleverd met een grote verzameling Apple Loops. Apple Loops zijn
vooraf opgenomen muziekfragmenten met verschillende genres, instrumenten en
sferen die u aan uw projecten kunt toevoegen. Loops zijn zo opgenomen dat er
naadloos herhalende patronen kunnen worden aangemaakt die u zo lang kunt laten
duren als u wilt. Het mooie van het gebruik van Apple Loops in uw GarageBand-project
is dat u loops die in verschillende toonsoorten en met verschillende tempo's zijn
opgenomen, vrij met elkaar kunt mixen. Al deze loops worden vervolgens afgespeeld
met de toonsoort en het tempo van het project.
De meeste populaire muziek is gebaseerd op zich herhalende, ritmische patronen
(ook wel 'grooves' of 'riffs' genoemd), met name in het drum- en basgedeelte en
andere achtergrondpartijen. Als u muziek wilt maken die op een dergelijke stijl is
gebaseerd, kunt u effectief werken als u eerst loops voor het drumgedeelte toevoegt
en vervolgens loops voor het basgedeelte en andere ritmegedeelten toevoegt.
Op deze wijze kunt u het ritme van het project definiëren en het basisarrangement
vastleggen door gedeelten met andere grooves uit te sluiten. Wanneer het ritmische
basisarrangement vastligt, kunt u stemmen en instrumenten opnemen om lead-, solo-
en harmoniegedeelten toe te voegen.
U kunt het ritme van een project snel instellen door Apple Loops toe te voegen.
GarageBand maakt het u makkelijk om naar loops te zoeken die voldoen aan de door
u gewenste criteria. Vervolgens kunt u een voorvertoning beluisteren en de loops aan
de tijdbalk toevoegen.
In deze oefening leert u het volgende:
 Loops zoeken en vooraf beluisteren in de loopbrowser
 Loops aan de tijdbalk toevoegen
 Loops aan de loopbibliotheek toevoegen
 Eigen Apple Loops aanmaken
74 Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
Loops zoeken die u in een project wilt gebruiken
GarageBand bevat een loopbrowser waarmee u loops kunt zoeken op instrument,
genre of sfeer. Daarnaast kunt u loops zoeken op naam, alleen loops met een bepaald
type toonladder of een verwante toonsoort zoeken en loops als favoriet markeren,
zodat u deze loops altijd snel kunt toevoegen. Hoe groot uw verzameling loops ook
wordt, met de loopbrowser vindt u snel en gemakkelijk de gewenste loops.
Als de loopbrowser niet zichtbaar is, zorgt u dat de loopbrowser wordt weergegeven
zodat u hiermee loops kunt zoeken.
De loopbrowser weergeven
m Klik op de loopbrowserknop (de knop met het oog).
U kunt loops zoeken in de knopweergave of in de kolomweergave (er is ook een
speciale weergave voor podcastgeluiden, die in “Oefening 8: podcasts aanmaken op
pagina 106 wordt besproken). In de knopweergave klikt u op knoppen met
trefwoorden om loops te zoeken die overeenkomen met de trefwoorden. In de
kolomweergave kiest u uit verschillende categorieën en trefwoorden om
overeenkomende loops te vinden.
U kunt de gewenste weergave kiezen met de weergaveknoppen links boven in de
loopbrowser en op elk moment een andere weergave kiezen.
De knop- of kolomweergave kiezen
m Klik op de linkerknop (met de kolommen) om de kolomweergave te kiezen of klik
op de middelste knop (met de muzieknoten) om de knopweergave te kiezen.
Met de rechterknop kiest u de weergave voor podcastgeluiden. Deze weergave
wordt behandeld in “Oefening 8: podcasts aanmaken” op pagina 106.
Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen 75
Loops in de knopweergave zoeken
In de knopweergave ziet u een raster met knoppen met trefwoorden. Wanneer u op
een knop klikt, ziet u de loops die met het geselecteerde trefwoord overeenkomen in
de resultatenlijst aan de rechterkant. U kunt op meerdere trefwoordknoppen klikken
om het resultaat te verfijnen.
Loops zoeken in de knopweergave
1 Klik op de knop met de muzieknoten links boven in de loopbrowser om naar de
knopweergave over te schakelen.
2 Klik op een knop met een trefwoord om de overeenkomende loops in de resultatenlijst
weer te geven. In de kolommen in de resultatenlijst worden voor elke loop het
looptype, de naam, het tempo, de toonsoort en het aantal tellen weergegeven.
3 U kunt op meerdere trefwoordknoppen klikken om het resultaat te verfijnen. Hiermee
wordt het resultaat beperkt tot loops die overeenkomen met alle geselecteerde
trefwoorden.
4 Om een zoekactie te beëindigen, klikt u op de knop 'Herstel' en deselecteert u alle
geselecteerde trefwoorden. U kunt ook afzonderlijke trefwoorden deselecteren door
erop te klikken.
Wanneer u op een trefwoord klikt, worden niet-compatibele trefwoorden (trefwoorden
die geen loop gemeenschappelijk hebben met het geselecteerde trefwoord) grijs
weergegeven.
De overeenkomende
loops verschijnen in
de resultatenlijst.
Klik op een knop
met een trefwoord.
76 Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
Zoek nu drumloops in de knopweergave door op de knop met het trefwoord
'Alle drums' te klikken. Gebruik de schuifbalk om alle overeenkomende loops in de
resultatenlijst te zien. Het aantal overeenkomende loops wordt rechts van het zoekveld
weergegeven.
Loops in de kolomweergave zoeken
Wanneer u in de kolomweergave in de linkerkolom op een type trefwoord klikt, worden
in de middelste kolom de categorieën voor dat type trefwoord weergegeven. Wanneer
u op een categorie klikt, worden de trefwoorden voor die categorie in de rechterkolom
weergegeven. Wanneer u op een trefwoord klikt, worden de overeenkomende loops in
de resultatenlijst weergegeven. U kunt op meerdere trefwoorden klikken om het
resultaat uit te breiden.
Loops zoeken in de kolomweergave
1 Klik op de kolomknop links boven in de loopbrowser om naar de kolomweergave over
te schakelen.
2 Klik in de linkerkolom op een type trefwoord.
3 Klik in de middelste kolom op een categorie.
4 Klik op een trefwoord in de rechterkolom om overeenkomende loops in de
resultatenlijst weer te geven.
Zoek nu in de kolomweergave naar basloops door eerst het type trefwoord 'Instrument',
vervolgens de categorie 'Bas' en ten slotte het trefwoord 'Swingend' te kiezen.
Selecteer trefwoorden
in de kolommen.
Werk daarbij van
links naar rechts.
De overeenkomende
loops verschijnen in de
resultatenlijst.
Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen 77
Wanneer u in de knop- of kolomweergave één of meer loops vindt, wordt het totale
aantal loops dat met de zoekcriteria overeenkomt weergegeven naast het zoekveld
onder in de loopbrowser.
Loops vooraf beluisteren
Wanneer u loops vindt die aan uw zoekcriteria voldoen, kunt u ze in de loopbrowser
beluisteren om te bepalen welke loop het beste in uw project past. U kunt de loop
alleen (solo) of samen met het project beluisteren.
Een loop vooraf beluisteren
m Klik op de loop in de resultatenlijst. Klik nogmaals op de loop om het afspelen te
stoppen. U kunt ook klikken op een andere loop die u wilt beluisteren.
U kunt een loop samen met het materiaal dat u al aan uw project hebt toegevoegd
beluisteren door eerst op de afspeelknop te klikken en dan pas op de loop. Wanneer
u een loop vooraf beluistert in combinatie met het project, stemt GarageBand het
tempo en de toonsoort van de loop af op het tempo en de toonsoort van het project
en wordt de loop precies gelijk met het project afgespeeld. Het kan enkele seconden
duren voordat de loop wordt afgespeeld.
Wanneer u een loop vooraf beluistert, kunt u ook het volume van de loop regelen met
de volumeschuifknop in de loopbrowser.
Het volume aanpassen van de loop die u vooraf beluistert
m Sleep de volumeschuifknop in de loopbrowser naar links om het volume van de loop
te verlagen of naar rechts om het volume van de loop te verhogen.
Als u het volume van een loop in de loopbrowser wijzigt en vervolgens de loop aan het
project toevoegt door deze naar een leeg gedeelte van de tijdbalk te slepen, wordt het
voor de loop aangemaakte spoor ingesteld op het vooraf beluisterde volume.
Beluister nu de andere loops die u hebt gevonden en bepaal welke loops u aanspreken.
Zoekacties naar loops verfijnen
U kunt uw zoekacties in de loopbrowser op verschillende manieren verfijnen. U kunt
de volgende handelingen uitvoeren:
 Loops zoeken op naam
 Alleen de loops van een bepaalde Jam Pack of in een bepaalde map weergeven
 Alleen loops weergeven met een bepaalde toonladder
Sleep de volumeschuifknop om het
volume van de loop aan te passen.
78 Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
 Alleen loops weergeven in toonsoorten die dicht bij de toonsoort van het project
liggen
 Loops als favoriet markeren, zodat u deze loops snel kunt toevoegen
Zoeken op naam
Met het zoekveld kunt u ook snel loops zoeken op naam. Met deze zoekmethode kunt
u snel een specifieke loop of een groep verwante loops vinden.
Loops zoeken op naam
m Typ de naam waarop u wilt zoeken in het zoekveld en druk op de Return-toets.
Loops waarvan de bestandsnaam de zoektekst bevat, worden in de resultatenlijst
weergegeven.
Verfijn nu de eerder gevonden drumloops door 'acoustic', 'club' of 'funk' in het
zoekveld te typen. U kunt ook andere woorden in het zoekveld typen en kijken welke
resultaten u krijgt.
Loops weergeven uit een bepaalde Jam Pack of map
Als er een of meer Jam Packs voor GarageBand op de computer zijn geïnstalleerd,
kan de loopbibliotheek duizenden loops bevatten. Om het zoeken naar loops te
vereenvoudigen, kunt u alleen de loops van een bepaalde Jam Pack weergeven of
alleen de loops die deel uitmaken van GarageBand. Als u zelf loops hebt aangemaakt
of als u loops uit een andere bron hebt toegevoegd, kunt u ook opgeven dat alleen die
loops worden weergegeven.
Loops weergeven uit een bepaalde Jam Pack of map
m Kies de Jam Pack of de map met de loops die u wilt weergeven uit het venstermenu
met de loopbibliotheek. Dit venstermenu bevindt zich naast het woord 'Loops' boven
in de loopbrowser.
Klik hier om het venstermenu met de
loopbibliotheek weer te geven.
Kies een type
toonladder uit
dit menu.
Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen 79
Zoeken op type toonladder
De meeste loops, met uitzondering van drumloops, zijn opgenomen met een bepaalde
toonladder. In de meeste gevallen zult u bij het arrangeren van verschillende loops die
samen moeten worden afgespeeld, gebruikmaken van loops die dezelfde toonladder
gebruiken. U kunt het aantal loops dat in de resultatenlijst wordt weergegeven
beperken tot loops die gebruikmaken van majeur- of mineurtoonladders, die
gebruikmaken van geen van beide toonladders of die voor beide goed zijn.
Alleen loops met een bepaald type toonladder weergeven
m Kies het type toonladder uit het venstermenu 'Toonladder'.
Verfijn nu de eerder gevonden basloops door alleen de loops weer te geven die de
toonladder 'Majeur' gebruiken.
Loops zoeken met een verwante toonsoort
Loops met melodie- en harmonie-instrumenten worden opgenomen in een bepaalde
toonsoort. Wanneer u een loop aan een project toevoegt, wordt de toonsoort van de
loop in GarageBand aangepast aan de toonsoort van het project. Hoe dichter de
toonsoort van de loop bij de toonsoort van het oorspronkelijke project ligt, hoe
natuurlijker de loop klinkt wanneer deze wordt getransponeerd naar de toonsoort van
het project. Wanneer een loop wordt getransponeerd met een groot aantal halve
tonen, klinkt het resultaat soms onnatuurlijk of vervormd.
Alleen loops weergeven in toonsoorten die dicht bij de toonsoort van het
project liggen
1 Kies 'GarageBand' > 'Voorkeuren' en klik vervolgens op 'Loops'.
2 Schakel in het paneel 'Loops' het aankruisvak 'Filter voor relevantere resultaten' in.
Opmerking: Het aankruisvak 'Filter voor relevantere resultaten' is standaard
ingeschakeld. Als u loops wilt weergeven met toonsoorten die verder bij de toonsoort
van het project vandaan liggen, schakelt u dit aankruisvak uit.
U kunt verschillende methoden tegelijk gebruiken om bepaalde loops te vinden. Zo
kunt u trefwoorden gebruiken in combinatie met het venstermenu 'Toonladder' of met
het zoekveld om alleen basloops te vinden die gebruikmaken van de toonladder
'Majeur' of om alleen percussieloops te vinden met 'latin' in de bestandsnaam.
Loops als favoriet markeren
Loops die u vaak gebruikt, kunt u markeren als favoriet, zodat u ze snel via de
loopbrowser kunt toevoegen.
Een loop als favoriet markeren
m Schakel in de resultatenlijst het aankruisvak voor de loop in de kolom
'Fav.' (Favorieten) in.
U moet mogelijk in de resultatenlijst scrollen om de kolom 'Fav.' weer te geven.
80 Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
Uw favorieten weergeven
m Klik in de knop- of kolomweergave op 'Favoriet'.
Uw favorieten verschijnen in de resultatenlijst.
Loops aan de tijdbalk toevoegen
Wanneer u een loop hebt gevonden die u wilt gebruiken, kunt u de loop aan het project
toevoegen door deze naar de tijdbalk te slepen.
Een loop aan de tijdbalk toevoegen
m Sleep de loop uit de loopbrowser naar een leeg gedeelte van de tijdbalk (een gedeelte
zonder spoor). Er wordt nu een nieuw spoor van het juiste type aangemaakt, waaraan
de loop wordt toegevoegd.
Er zijn twee typen Apple Loops, die vergelijkbaar zijn met de twee typen sporen: loops
van fysieke instrumenten en loops van software-instrumenten. Loops van fysieke
instrumenten zijn audio-opnamen. Loops van software-instrumenten bevatten
informatie over de noten die moeten worden gespeeld en worden bij het afspelen
door de Mac in real time gerenderd. In de loopbrowser hebben loops van fysieke
instrumenten een blauw symbool met een geluidsgolf en loops van software-
instrumenten een groen symbool met een muzieknoot.
Opmerking: U kunt ook een loop naar een spoor van hetzelfde type (fysiek instrument
of software-instrument) slepen en aan de tijdbalk toevoegen. Als u een loop van een
software-instrument naar het spoor van een software-instrument sleept, verschijnt er
een venster met de vraag welk instrument u wilt gebruiken.
U kunt een loop met een software-instrument bovendien converteren naar een loop
met een fysiek instrument wanneer u de loop naar de tijdbalk sleept. Voor loops met
een fysiek instrument is minder processorvermogen nodig bij het afspelen van een
project, waardoor u meer sporen en effecten voor een project kunt gebruiken, vooral
als een project veel loops bevat.
Een loop met een software-instrument converteren naar een loop met een
fysiek instrument
m Houd de Option-toets (z) ingedrukt en sleep de loop vanuit de loopbrowser naar
de tijdbalk.
Sleep een loop naar een leeg gedeelte
van de tijdbalk om een nieuw spoor
voor de loop aan te maken.
Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen 81
Standaard wordt een loop met een software-instrument geconverteerd naar een loop
met een fysiek instrument wanneer u de loop naar de tijdbalk sleept en daarbij de
Option-toets (z) ingedrukt houdt. U kunt deze standaardinstelling wijzigen, zodat de
loop met een software-instrument wordt geconverteerd naar een loop met een fysiek
instrument als u de loop sleept, en de loop niet wordt geconverteerd als u de Option-
toets (z) ingedrukt houdt tijdens het slepen.
De standaardinstelling voor het converteren van loops met software-
instrumenten wijzigen
1 Kies 'GarageBand' > 'Voorkeuren'.
2 Klik op 'Loops'.
3 Schakel in het paneel 'Loops' het aankruisvak 'Converteer naar fysiek instrument' in.
Wanneer u een loop toevoegt aan een project, wordt er in de tijdbalk voor de loop een
segment aangemaakt. Segmenten worden als gekleurde rechthoekige gebieden in de
sporen van het project weergegeven. De wijzigingen die u aanbrengt in het
loopsegment worden niet toegepast op de oorspronkelijke loop. Het is dus altijd
mogelijk om terug te gaan naar het oorspronkelijke geluid van de loop of om de
oorspronkelijke loop in een ander project opnieuw te gebruiken.
Voeg nu een aantal van de drum- en basloops die u hebt gevonden toe aan de tijdbalk.
Apple Loops in dezelfde familie wijzigen
Sommige Apple Loops behoren tot een reeks (of familie). Loops die tot dezelfde familie
behoren, hebben dezelfde naam, gevolgd door een uniek getal. Classic Rock Guitar 01
en Classic Rock Guitar 02 behoren bijvoorbeeld tot dezelfde familie. Wanneer u een
loop uit een familie aan de tijdbalk toevoegt, verschijnen er twee pijlen in de
linkerbovenhoek van de loop. U kunt de loop wijzigen in een andere loop die tot
dezelfde familie behoort.
Een Apple Loop wijzigen in een andere loop die tot dezelfde familie behoort
1 Klik op de pijlen in de linkerbovenhoek van de loop.
Er verschijnt een menu waarin alle loops worden weergegeven die tot dezelfde familie
behoren.
2 Kies een loop uit het menu.
82 Hoofdstuk 7 Oefening 5: Apple Loops toevoegen
Loops aan de loopbibliotheek toevoegen
Als u GarageBand installeert, worden de meegeleverde loops geïnstalleerd in de Apple
Loops-bibliotheek. Loops die u later toevoegt aan uw verzameling worden in de
bibliotheek geïnstalleerd. Deze loops worden vervolgens in de loopbrowser
weergegeven, zodat u ze kunt gebruiken.
Apple Loops aan de loopbibliotheek toevoegen
m Sleep loops of een map met loops naar de loopbrowser. De loops worden toegevoegd
aan de Apple Loops-bibliotheek. U kunt de loops direct gebruiken.
Als u loops vanaf een andere schijf of partitie toevoegt, verschijnt een venster waarin
wordt gevraagd of u de loops naar de loopbibliotheek wilt kopiëren of op de huidige
locatie wilt indexeren. Als u loops vanaf het bureaublad toevoegt, verschijnt een
venster waarin wordt gevraagd of u de loops wilt verplaatsen of op de huidige locatie
wilt indexeren.
Als u loops vanaf een cd of dvd toevoegt, worden de loops automatisch naar de
loopbibliotheek van GarageBand gekopieerd.
Eigen Apple Loops aanmaken
U kunt uw opnamen als Apple Loops bewaren. Wanneer u een segment bewaart als
Apple Loop, wordt het toegevoegd aan de loopbibliotheek en verschijnt het in de
loopbrowser, zodat u het in andere projecten kunt gebruiken. Apple Loops die zijn
aangemaakt op basis van opgenomen segmenten, krijgen het tempo en de toonsoort
van het project, net als de Apple Loops die standaard deel uitmaken van GarageBand.
Een segment als Apple Loop bewaren
1 Selecteer het segment in de tijdbalk.
2 Kies 'Wijzig' > 'Voeg toe aan loopbibliotheek' of sleep het segment naar de
loopbrowser.
3 Typ een naam voor de loop in het venster voor het toevoegen van de loop.
4 Kies de toonladder en het genre uit de venstermenu's.
5 Kies een instrumentcategorie en een instrument uit de lijst.
6 Klik op de gewenste sfeerknoppen, zodat u de loop later snel kunt terugvinden.
7 Klik op 'Maak aan'.
8
83
8 Oefening 6: uw muziek
arrangeren en bewerken
U creëert een project door segmenten in de tijdbalk
te rangschikken en in de editor te bewerken.
Nadat u een aantal loops en opnamen aan uw project hebt toegevoegd, kunt u de
segmenten in de tijdbalk verplaatsen of kopiëren en andere wijzigingen aanbrengen
om het project te arrangeren. U kunt de positie van de segmenten in de tijdbalk wijzigen
door de segmenten te knippen of te kopiëren en vervolgens te plakken, door segmenten
te verplaatsen, te vergroten of te verkleinen, door segmenten te laten herhalen en door
segmenten te splitsen en samen te voegen. U kunt arrangementssegmenten aanmaken
om secties van een project te definiëren en deze arrangementssegmenten gebruiken
om het project snel opnieuw te arrangeren. U kunt ook segmenten in de editor op
verschillende manieren bewerken.
In deze oefening leert u het volgende:
 Een of meer segmenten selecteren
 Segmenten kopiëren en plakken
 Segmenten herhaald afspelen, vergroten, verkleinen en verplaatsen
 Segmenten splitsen en samenvoegen
 Het arrangementsspoor gebruiken om secties van een project te definiëren en
opnieuw te arrangeren
 De naam van segmenten wijzigen
 Segmenten transponeren
 De timing van segmenten corrigeren
 Segmenten afspelen in de editor
 Segmenten met een hoger of lager tempo laten afspelen
 De stemming van segmenten voor fysieke instrumenten corrigeren
 Instellen dat segmenten voor fysieke instrumenten het oorspronkelijke tempo
behouden
 Segmenten met behulp van het tijdbalkraster synchroniseren met maten, tellen en
andere tijdseenheden
 Audio- en MIDI-bestanden importeren
84 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
Elementaire informatie over arrangeren
Wanneer u muziek in een spoor opneemt, wordt een segment aangemaakt in het
spoor van het gekozen instrument. Als u een loop naar de tijdbalk sleept, maakt u van
de loop een segment. Als u wijzigingen aanbrengt in het segment, bijvoorbeeld als u
het segment splitst of transponeert, wordt de oorspronkelijke opname of loop niet
gewijzigd.
Elk type segment verschijnt als een andere kleur in de tijdbalk:
 Paars: segmenten van fysieke instrumenten die zijn opgenomen
 Blauw: segmenten van fysieke instrumenten die zijn gemaakt op basis van loops
 Oranje: segmenten van geïmporteerde audiobestanden
 Groen: segmenten van software-instrumenten die zijn opgenomen of zijn gemaakt
op basis van loops
Segmenten vormen de bouwstenen van een project. U maakt de opbouw en vorm van
een project aan door segmenten in de tijdbalk te rangschikken. Er zijn verschillende
manieren waarop u met segmenten in de tijdbalk kunt werken: u kunt de positie van de
segmenten in de tijdbalk wijzigen door de segmenten te knippen of te kopiëren en
vervolgens te plakken, door segmenten te verplaatsen, te vergroten of te verkleinen,
door segmenten te laten herhalen of te transponeren en door segmenten te splitsen en
samen te voegen. In de meeste gevallen kunt u verschillende typen segmenten op exact
dezelfde manier bewerken. Er zijn een paar situaties waarin u ze op een andere manier
moet bewerken. Deze uitzonderingen worden in de volgende gedeelten behandeld.
Segmenten selecteren
Als u een segment wilt bewerken, moet u het eerst in de tijdbalk selecteren.
Een segment selecteren
 Om één segment te selecteren, klikt u erop in de tijdbalk.
U kunt meerdere segmenten op een van de volgende manieren selecteren:
 Houd de Shift-toets ingedrukt terwijl u op de segmenten klikt.
 Om alle tussenliggende segmenten te selecteren, sleept u van een punt vóór het
eerste segment naar een punt na het laatste segment.
De geselecteerde segmenten worden gemarkeerd weergegeven in de tijdbalk.
Opmerking: om segmenten te kunnen selecteren of acties te kunnen uitvoeren als het
laten herhalen of het vergroten of verkleinen van loops, moet u mogelijk op het
segment inzoomen zodat het groot genoeg is om te worden geselecteerd.
U kunt segmenten knippen, kopiëren en plakken met de menucommando's en
toetscombinaties die standaard in het Mac OS worden gebruikt.
Een segment knippen
 Selecteer het segment en kies 'Wijzig' > 'Knip'.
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 85
Manieren om een segment te kopiëren:
 Selecteer het segment en kies 'Wijzig' > 'Kopieer'.
 Sleep het segment met de Option-toets (z) ingedrukt.
Een segment plakken
 Verplaats de afspeelkop naar het punt in de tijdbalk waarop u wilt dat het segment
begint. Kies vervolgens 'Wijzig' > 'Plak'.
Wanneer u een segment plakt, wordt de afspeelkop naar het einde van het geplakte
segment verplaatst. U kunt extra kopieën van het segment plakken. Elke kopie begint
dan op het punt in de tijdbalk waar de vorige kopie eindigt.
Segmenten verplaatsen
U kunt segmenten verplaatsen door ze naar een ander punt in de tijdbalk te slepen.
U kunt een segment ook naar een ander spoor van hetzelfde type als het segment
verplaatsen. (Segmenten van fysieke instrumenten kunt u alleen verplaatsen naar een
spoor voor een fysiek instrument. Segmenten van software-instrumenten kunt u alleen
verplaatsen naar een spoor voor een software-instrument.)
Een segment verplaatsen
 Sleep het segment naar links of naar rechts om het op een andere positie in de
tijdbalk te plaatsen.
 Sleep het segment omhoog of omlaag naar een ander spoor van hetzelfde type.
Wanneer u een segment verplaatst, worden er gele hulplijnen weergegeven voor de
uitlijning van de linker- of rechterrand van het segment met andere onderdelen in de
tijdbalk. Als u geen hulplijnen wilt gebruiken, schakelt u deze in het paneel 'Algemeen'
van het GarageBand-voorkeurenvenster uit.
U kunt segmenten ook naar links verplaatsen om de ruimte van een verwijderd
segment in te nemen.
Een segment verwijderen en de volgende segmenten naar links verplaatsen
1 Selecteer het segment dat u wilt verwijderen.
2 Kies 'Wijzig' > 'Verwijder en verplaats'.
Alle volgende segmenten in hetzelfde spoor worden naar links verplaatst.
Twee segmenten kunnen elkaar niet overlappen in hetzelfde spoor. Als u een segment
op een gedeelte van een ander segment plaatst, wordt het onderliggende segment
ingekort tot de rand van het overlappende segment. Als een segment een ander
segment volledig bedekt, wordt het onderliggende segment verwijderd.
Voeg een nieuwe drum- of basloop aan de tijdbalk toe en laat de loop vervolgens
herhalen zodat er een nieuw ritmisch patroon wordt aangemaakt.
86 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
De grootte van segmenten wijzigen
U kunt segmenten zowel verlengen als inkorten. U kunt segmenten van fysieke en
software-instrumenten inkorten, zodat alleen het zichtbare gedeelte van het segment
wordt afgespeeld. U kunt segmenten van software-instrumenten verlengen om aan het
begin of einde van het segment een stilte toe te voegen. (Bij segmenten van fysieke
instrumenten kunt u dit niet doen.)
De grootte van een segment wijzigen
1 Plaats de aanwijzer op de onderste helft van de linker- of rechterrand van het segment.
De aanwijzer verandert nu in een formaataanwijzer, een aanwijzer met een pijl die van
het segment af wijst.
2 Sleep de linker- of rechterrand van het segment om het segment in te korten of te
verlengen.
Wanneer u de grootte van een segment wijzigt door het segment te verlengen, wordt
er stilte aan het segment toegevoegd. Dit kan handig zijn als u kopieën van het
segment wilt maken, die elk een bepaald aantal tellen duren.
Opmerking: U kunt een segment van een fysiek instrument nooit langer maken dan het
oorspronkelijk was. Segmenten van een fysiek instrument die opnamen met meerdere
takes bevatten, kunt u alleen vanaf de rechterrand groter of kleiner maken en niet
vanaf de linkerrand. Segmenten van een software-instrument die opnamen met
meerdere takes bevatten, kunt u aan de linkerzijde verlengen, maar u kunt deze
segmenten niet korter maken.
Segmenten herhalen
U kunt een segment laten herhalen. Wanneer u een segment laat herhalen, wordt het
precies zo lang afgespeeld als u het in de tijdbalk verlengt.
Een segment laten herhalen
1 Beweeg de aanwijzer over de bovenste helft van de rechterrand van het segment. De
aanwijzer verandert in een herhaalaanwijzer, een aanwijzer met een cirkelvormige pijl.
2 Sleep de rechterrand van het segment naar de plaats waar het afspelen moet stoppen.
Wanneer u het project afspeelt, wordt het segment steeds tot dit punt herhaald.
Formaataanwijzer
Herhaalaanwijzer
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 87
Wanneer u een segment laat herhalen, geven inkepingen aan de boven- en onderzijde
van de loop het begin en einde van elke herhaling aan. U kunt slepen naar het einde
van een herhaling of naar een willekeurige positie.
Laat nu de drum- en bassegmenten die u aan de tijdbalk hebt toegevoegd, herhalen.
In de meeste populaire muziek zijn ritmepatronen vaak veelvouden van vier maten.
Zo worden voor zowel het couplet als het refrein van populaire muziek vaak 16 of
32 maten gebruikt.
Segmenten splitsen en samenvoegen
U kunt een segment splitsen in de tijdbalk. Wanneer u een segment splitst, kunt u het
op een ander punt dan het beginpunt laten beginnen. U kunt door een segment te
splitsen ook gedeelten van een segment op verschillende posities in de tijdbalk
gebruiken.
1 Selecteer het segment dat u wilt splitsen.
2 Verplaats de afspeelkop naar het punt in het segment waar u de splitsing wilt
aanbrengen.
3 Kies 'Wijzig' > 'Splits'.
Het geselecteerde segment wordt ter hoogte van de afspeelkop gesplitst in twee
segmenten. Alleen het geselecteerde segment wordt gesplitst, zelfs als er zich ook
segmenten in andere sporen onder de afspeelkop bevinden. Als u meerdere
segmenten hebt geselecteerd die zich onder de afspeelkop bevinden, worden alle
geselecteerde segmenten op dat punt gesplitst. Wanneer u een segment van een
software-instrument splitst, worden alle noten die zich op het splitspunt bevinden
tot dat punt ingekort.
U kunt meerdere segmenten samenvoegen tot één segment. Daarvoor moeten de
segmenten zich wel naast elkaar in hetzelfde spoor bevinden, zonder tussenruimte.
Segmenten samenvoegen
1 Controleer of de segmenten van hetzelfde type zijn, of ze zich in hetzelfde spoor
bevinden en of ze op elkaar aansluiten.
2 Selecteer de segmenten die u wilt samenvoegen.
3 Kies 'Wijzig' > 'Voeg samen'.
Wanneer u segmenten van een fysiek instrument samenvoegt, verschijnt een venster
waarin wordt gevraagd of u een nieuw audiobestand wilt aanmaken. Klik op 'Maak aan'
om de segmenten samen te voegen tot een nieuw segment.
88 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
Segmenten van een opgenomen fysiek instrument (paars) kunnen alleen worden
samengevoegd met andere segmenten van fysieke instrumenten en segmenten van
een software-instrument (groen) kunnen alleen worden samengevoegd met andere
segmenten van software-instrumenten. Segmenten met een loop met een fysiek
instrument (blauw) kunnen niet worden samengevoegd.
Een project snel opnieuw arrangeren
De tijdbalk van GarageBand bevat een arrangementsspoor. U kunt
arrangementssegmenten aan het arrangementsspoor toevoegen om de verschillende
secties van een project aan te duiden, zoals intro, couplet en refrein. U kunt de secties
van een project ook eenvoudig opnieuw arrangeren door arrangementssegmenten te
verplaatsen en te kopiëren.
Wanneer u een arrangementssegment verplaatst of kopieert, wordt de muziek in alle
sporen in die sectie van het project verplaatst of gekopieerd. Als er
automatiseringscurves actief zijn in die sectie van het project, waaronder het
masterspoor, worden de bijbehorende regelpunten ook verplaatst of gekopieerd.
Het arrangementsspoor tonen
m Kies 'Spoor' > 'Toon arrangementsspoor' (of druk op Command + Shift + A).
Het arrangementsspoor verschijnt boven in de tijdbalk, onder de maatliniaal.
Een arrangementssegment toevoegen
m Klik op het kleine plussymbool (+) in de spoorlabel van het arrangementsspoor.
Elk arrangementssegment dat u toevoegt, is vier maten lang en heeft de naam
'naamloos'.
Een arrangementssegment een naam geven
m Klik op de naam van het segment, wacht een ogenblik en typ vervolgens een nieuwe
naam.
Een arrangementssegment selecteren
m Klik op het arrangementssegment.
U kunt meerdere aaneengesloten arrangementssegmenten selecteren door de Shift-
toets ingedrukt te houden en erop te klikken. Niet-aaneengesloten segmenten kunnen
niet worden geselecteerd. U kunt alle arrangementssegmenten selecteren door op de
spoorlabel van het arrangementsspoor te klikken.
Hiermee voegt u een
arrangementssegment toe.
Klik hier om de naam van het
arrangementsspoor te wijzigen.
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 89
Wanneer u een arrangementssegment selecteert, wordt dit lichtblauw weergegeven.
De desbetreffende sectie van het project wordt gemarkeerd.
Een arrangementssegment vergroten of verkleinen
m Sleep de rechterrand van het segment tot het segment de gewenste grootte heeft.
Wanneer u een arrangementssegment groter of kleiner maakt, heeft dit geen effect op
de muziek in de tijdbalk.
Een arrangementssegment verplaatsen
m Sleep het arrangementssegment naar een ander gedeelte van het arrangementsspoor.
Een arrangementssegment kopiëren
m Houd de Option-toets (z) ingedrukt en sleep het arrangementssegment.
Wanneer u een arrangementssegment tussen twee bestaande arrangements-
segmenten kopieert of verplaatst, wordt het segment ingevoegd tussen de twee
bestaande segmenten. Het segment dat later in de tijd ligt, wordt samen met al het
bijbehorende materiaal verplaatst naar het punt waar het ingevoegde segment eindigt.
Op deze manier kunt u gelijksoortige secties, zoals coupletten, snel herhalen.
Wanneer u een arrangementssegment verplaatst of kopieert naar een deel van het
project dat niet leeg is, worden arrangementssegmenten aan de rechterkant naar
rechts verplaatst om ruimte maken voor het segment.
Wanneer u een arrangementssegment verplaatst of kopieert naar een leeg deel van
de tijdbalk, wordt er een leeg arrangementssegment aangemaakt tussen het laatste
bestaande arrangementssegment en het segment dat u sleept.
Wanneer u een arrangementssegment verplaatst of kopieert zodat het segment voorbij
de einde-projectmarkering in de maatliniaal komt te liggen, schuift de markering op
om ruimte te maken voor het segment.
Een arrangementssegment splitsen
1 Verplaats de afspeelkop naar het punt in het segment waar u het
arrangementssegment wilt splitsen.
2 Kies 'Wijzig' > 'Splits' (of druk op Command + T).
Arrangementssegmenten samenvoegen
1 Zorg ervoor dat de arrangementssegmenten direct op elkaar volgen.
2 Kies 'Wijzig' > 'Voeg samen' (of druk op Command + J).
U kunt ook arrangementssegmenten verwisselen, waardoor al het materiaal van de
twee segmenten in de tijdbalk wordt omgeruild. U kunt een arrangementssegment
geheel of gedeeltelijk vervangen door een ander.
Arrangementssegmenten verwisselen
m Sleep in het arrangementsspoor het ene arrangementssegment naar het andere.
90 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
Een arrangementssegment vervangen door een ander
m Houd de Command-toets ingedrukt en sleep het ene arrangementssegment naar
het andere.
Wanneer u op deze manier het ene arrangementssegment door het andere vervangt,
wordt het segmentgedeelte vanaf de linkerrand van het segment dat u sleept,
vervangen.
Uw opnamen bewerken in de editor
U kunt in de tijdbalk met segmenten werken, maar u kunt segmenten ook in de editor
bewerken. De editor werkt als een microscoop: u krijgt een close-up te zien van elk
segment. U kunt de namen van segmenten wijzigen, segmenten transponeren, de
timing van segmenten verbeteren en de stemming van segmenten van fysieke
instrumenten verbeteren. Voor segmenten van fysieke instrumenten kunt u bovendien
aangeven of u het oorspronkelijke tempo wilt behouden of het tempo van het project
wilt volgen. Als u dergelijke geavanceerde bewerkingen wilt uitvoeren, moet u eerst de
editor onder de tijdbalk weergeven.
De editor weergeven
m Klik op de editorknop (de knop met de schaar die een geluidsgolf knipt).
De naam van segmenten wijzigen
U kunt de naam van segmenten in de editor wijzigen. De naam van een segment kan
bijvoorbeeld aangeven wanneer u het segment hebt opgenomen, om welk onderdeel
van het project het gaat of welk gevoel het segment moet overbrengen.
De naam van een segment wijzigen
1 Klik dubbel op het segment in de tijdbalk om het te openen in de editor.
De inhoud van het segment verschijnt in de editor. Bij segmenten van fysieke
instrumenten verschijnt een golfvorm. Bij segmenten van software-instrumenten
verschijnt een muziekrol met de noten van het segment.
2 Klik dubbel op de naam boven in het segment en typ een nieuwe naam.
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 91
Segmenten transponeren
Wanneer u een Apple Loop aan de tijdbalk toevoegt, krijgt deze dezelfde toonsoort
als het project (dit wordt ook wel transponeren genoemd). In de meeste gevallen
zullen segmenten dezelfde toonsoort moeten hebben als het project. U kunt een
segment transponeren naar een andere toonsoort wanneer u de toonsoort van het
nummer tijdelijk wilt veranderen of wanneer u een spanning wilt creëren tussen het
segment en de rest van het nummer (dit wordt ook wel dissonantie genoemd).
Een segment transponeren
1 Selecteer het segment in de tijdbalk.
2 Sleep de schuifknop voor de toonhoogte om het segment naar een lagere of hogere
toonsoort te transponeren.
Een halve toon is de kleinste afstand tussen twee muzieknoten.
Voeg een nieuwe basloop toe na de basloop die u al naar de tijdbalk hebt gesleept en
transponeer de nieuwe basloop. De gebruikelijkste transposities zijn vijf of zeven halve
tonen omhoog of omlaag, maar u kunt ook een andere transpositie kiezen die u goed
vindt klinken.
Sleep de schuifknop voor de
toonhoogte of typ het aantal
halve tonen in het veld.
92 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
De timing van een spoor voor een fysiek instrument verbeteren
U kunt de timing van de segmenten in een spoor voor een fysiek instrument
corrigeren. Dit is vooral handig bij segmenten waarvan de noten wel juist zijn,
maar niet precies in de maat worden gespeeld.
Als u de timing corrigeert, worden alle segmenten in het geselecteerde spoor (zowel
uw eigen opnamen als loops) gecorrigeerd. U kunt de timing corrigeren van
segmenten met slagwerkinstrumenten, monofone instrumenten en
akkoordinstrumenten.
De timing van een spoor voor een fysiek instrument verbeteren
1 Klik in de tijdbalk dubbel op het spoor met de segmenten die u wilt verbeteren om
het spoor in de editor te openen.
2 Sleep in de editor de schuifknop 'Verbeter timing' naar rechts om de mate van
timingcorrectie te verhogen of naar links om de mate van timingcorrectie te verlagen.
3 Kies de toonwaarde die u als basis voor de timingcorrectie wilt gebruiken uit het
venstermenu boven de schuifknop 'Verbeter timing'.
Verbeterde timing kan onder bepaalde omstandigheden tot vertraging leiden.
Als u de schuifknop bijvoorbeeld verplaatst terwijl het project wordt afgespeeld, kan er
een kleine vertraging optreden omdat het tijdens het afspelen enige tijd kost voordat
de nieuwe instelling is toegepast. Ook wanneer verbeterde timing actief is op een
spoor waarin u aan het opnemen bent, kan er een korte vertraging optreden tussen
het afspelen en het daadwerkelijk laten horen van het geluid. Sleep de schuifknop naar
links om verbeterde timing tijdens de opname te deactiveren en stel vervolgens het
niveau van verbeterde timing in bij de voltooiing van de opname.
De schuifknop 'Verbeter timing' werkt niet bij alle muziekopnamen even goed, vooral
niet wanneer u de schuifknop instelt op een hoge waarde. Beluister de resultaten
aandachtig en stel de schuifknop in op de waarde die het best klinkt.
Als u de timingcorrectie wilt verminderen, sleept u de schuifknop 'Verbeter timing'
naar links. Als u de functie voor het verbeteren van de timing bij nader inzien niet wilt
gebruiken, sleept u de schuifknop 'Verbeter timing' naar de stand 'uit' om de
oorspronkelijke timing van de geselecteerde onderdelen te herstellen.
De timing van een spoor voor een software-instrument
verbeteren
U kunt de timing van segmenten in een spoor voor een software-instrument
corrigeren. U kunt de timing corrigeren van alle segmenten in het spoor, van bepaalde
segmenten die u selecteert of van afzonderlijke noten binnen een segment.
Wanneer u de schuifknop 'Lijn automatisch uit' verplaatst en een toonwaarde voor de
verbetering van de timing kiest voordat u segmenten of noten opneemt, wordt de
timing van het segment tijdens het opnemen door GarageBand gecorrigeerd.
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 93
De timing van een spoor voor een software-instrument verbeteren
1 Klik dubbel op de label van een spoor voor een software-instrument om het spoor in
de editor te openen.
2 Als u segmenten wilt corrigeren, selecteert u de gewenste segmenten in het spoor.
Als u afzonderlijke noten wilt corrigeren, selecteert u de gewenste noten in de editor.
3 Kies de toonwaarde die u als basis voor de timingcorrectie van de geselecteerde
onderdelen wilt gebruiken uit het venstermenu 'Verbeter timing'.
Als u de timingcorrectie wilt verminderen, sleept u de schuifknop 'Verbeter timing'
naar links. Als u de functie voor het verbeteren van de timing bij nader inzien niet
wilt gebruiken, sleept u de schuifknop 'Verbeter timing' naar de stand 'uit' om de
oorspronkelijke timing van de geselecteerde onderdelen te herstellen.
De stemming van een spoor voor een fysiek instrument
verbeteren
U kunt de stemming van segmenten in een spoor voor fysieke instrumenten corrigeren.
Dit is vooral handig wanneer u segmenten van fysieke instrumenten hebt opgenomen
die wel de juiste sfeer en timing hebben, maar niet helemaal de juiste toonhoogte.
Als u de toonhoogte van een spoor corrigeert, worden alle segmenten in het
geselecteerde spoor (zowel uw eigen opnamen als loops) gecorrigeerd. U kunt alleen
de stemming in sporen voor fysieke instrumenten met monofone segmenten
nauwkeurig corrigeren. Zorg er dus voor dat het spoor geen segmenten met
akkoorden of percussie bevat.
Wanneer u de schuifknop 'Verbeter stemming' gebruikt, worden noten automatisch
verplaatst naar de dichtstbijzijnde noot op de chromatische toonladder met 12 noten.
Schakel het aankruisvak 'Op toonsoort' in om noten alleen om te zetten in noten uit
de toonsoort van het project. De toonsoort van het project geeft u op in het paneel
'Spoorinfo' voor het masterspoor.
De stemming van sporen voor fysieke instrumenten corrigeren
1 Klik in de tijdbalk dubbel op het spoor voor het fysieke instrument dat u wilt
verbeteren om het spoor in de editor te openen.
2 Sleep de schuifknop naar rechts om de mate van stemmingscorrectie te verhogen of
sleep de schuifknop naar links om de mate van stemmingscorrectie te verlagen.
3 Schakel het aankruisvak 'Op toonsoort' onder de schuifknop uit als u de
stemmingscorrectie niet wilt afstemmen op de toonsoort van het project, maar op de
chromatische toonladder.
U kunt het resultaat direct beluisteren tijdens het afspelen van het project.
94 Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken
Als u de schuifknop 'Verbeter stemming' op een hoge waarde instelt, kan dat leiden tot
ongewenste resultaten. Beluister de resultaten aandachtig en stel de schuifknop in op
de waarde die het best klinkt.
Het oorspronkelijke tempo en de oorspronkelijke toonhoogte
van segmenten van fysieke instrumenten behouden
Standaard wordt voor opnamen van fysieke instrumenten (paars) en loops van fysieke
instrumenten (blauw) in de tijdbalk het tempo en de toonhoogte van het project
overgenomen. U kunt echter opgeven dat een segment van een fysiek instrument het
oorspronkelijke tempo en de oorspronkelijke toonhoogte behoudt.
Opgeven dat segmenten voor fysieke instrumenten het oorspronkelijke tempo
en de oorspronkelijke toonhoogte behouden
1 Selecteer het segment van het fysieke instrument in de tijdbalk.
2 Open de editor.
3 Schakel het aankruisvak 'Volg tempo en toonhoogte' uit.
Als u besluit dat het segment het tempo en de toonhoogte van het project weer moet
volgen, selecteert u het segment en schakelt u vervolgens het aankruisvak 'Volg tempo
en toonhoogte' opnieuw in.
U kunt het aankruisvak 'Volg tempo en toonhoogte' niet inschakelen wanneer u een
audiobestand (oranje), een loop met een fysiek instrument met de tag 'one-shot' of een
segment van een software-instrument (groen) hebt geselecteerd. U kunt een loop met
een software-instrument converteren naar een loop met een fysiek instrument door de
loop aan de tijdbalk toe te voegen. Vervolgens kunt u opgeven dat het oorspronkelijke
tempo voor de loop met het fysieke instrument moet worden behouden.
Audio- en MIDI-bestanden importeren
U kunt ook audiobestanden met een van de volgende bestandsstructuren vanuit de
Finder aan uw project toevoegen: AIFF, WAV, AAC (met uitzondering van beveiligde
AAC-bestanden), Apple Lossless en MP3. Wanneer u een gecomprimeerd bestand
(zoals een AAC- of mp3-bestand) aan een project toevoegt, blijft het gecomprimeerd,
zodat u ruimte en tijd bespaart.
Audiobestanden importeren
m Sleep het audiobestand vanuit de Finder naar de tijdbalk. U kunt het bestand naar een
spoor voor een fysiek instrument slepen of naar het lege gebied onder de bestaande
sporen.
Als u het audiobestand naar het lege gebied onder de bestaande sporen sleept, wordt
er een nieuw basisspoor voor het audiobestand aangemaakt.
Hoofdstuk 8 Oefening 6: uw muziek arrangeren en bewerken 95
U kunt ook MIDI-bestanden (Musical Instrument Digital Interface) in een project
importeren en deze bestanden in sporen voor software-instrumenten gebruiken.
Een MIDI-bestand importeren
m Sleep het MIDI-bestand vanuit de Finder naar de tijdbalk. U kunt het bestand naar een
spoor voor een software-instrument slepen of naar het lege gebied onder de
bestaande sporen.
Als u het MIDI-bestand naar het lege gebied onder de tijdbalk sleept, wordt er een
nieuw spoor voor een software-instrument aan de tijdbalk toegevoegd waarin het
bestand wordt opgenomen.
9
96
9 Oefening 7: mixen en effecten
toevoegen
GarageBand biedt u alle hulpmiddelen die u nodig hebt
om uw projecten te mixen en professionele effecten toe
te voegen.
In deze oefening krijgt u basisinformatie over mixen en effecten. In deze handleiding
leert u het volgende:
 De sporen van uw project mixen om het geluid in balans te brengen
 Het mastervolume instellen
 Uitfaden aan het einde van een project
 Effecten aan een spoor toevoegen en aanpassen
 Werken met de visuele equalizer
 Effectvoorinstellingen bewerken en bewaren
 Uw mix en andere parameters automatiseren
Mixen
Nadat u een project hebt gearrangeerd, gaat u het project mixen. Als u een project
mixt, neemt u afstand van het project en luistert u naar de muziek als geheel. U kunt
de verschillende onderdelen op elkaar afstemmen door sporen te wijzigen, globale
wijzigingen aan te brengen en zo exact het gewenste geluid te realiseren.
Bij het mixen voert u doorgaans de volgende stappen uit:
 Volumeniveaus van sporen balanceren
 Panningposities van een spoor instellen
 Effecten toevoegen om het geluid te verbeteren en een bepaalde sfeer toe te
voegen
 Dynamische wijzigingen aanbrengen met automatiseringscurves
Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen 97
Basisinformatie over mixen
De basisstappen van het mixen hebben betrekking op het afstemmen van de
volumeniveaus van verschillende sporen, het aanpassen van de panning van de sporen
en het instellen van het mastervolume.
Spoorvolumeniveaus instellen
Het is mogelijk dat de instrumenten en loops die u in een project gebruikt,
uiteenlopende volumeniveaus hebben en de sterkte van de verschillende geluiden dus
verschilt. Om alle onderdelen te kunnen horen die u hebt toegevoegd, brengt u de
volumeniveaus met elkaar in evenwicht. Het ene spoor klinkt dan even hard als het
andere en bij het mixen gaan geen sporen verloren.
Dit betekent niet dat u elk spoor van hetzelfde volumeniveau moet voorzien.
In commerciële producties is het geluid van bepaalde sporen (meestal de
voorgrondzang en -instrumenten, drums en solo-instrumenten) luider dan
dat van andere sporen (achtergrondinstrumenten en -zang).
Het volumeniveau voor een spoor instellen
m Sleep de volumeschuifknop in de spoorlabel naar links om het volume te verlagen
of naar rechts om het volume te verhogen.
Houd de Shift-toets tijdens het slepen ingedrukt om het volume nauwkeuriger te
kunnen instellen.
Panning van sporen instellen
Als u verschillende sporen op verschillende posities in het stereobeeld (panning)
plaatst, kunt u de diverse sporen in de mix eenvoudiger van elkaar onderscheiden en
geeft u uw muziek een ruimtelijk effect.
In commerciële muziekproducties worden de belangrijkste sporen (meestal de
voorgrondzang en -instrumenten, drums en solo-instrumenten) in of rond het midden
van het stereobeeld geplaatst. De overige sporen (de achtergrondinstrumenten en
-zang) worden links en rechts in het stereobeeld geplaatst. Als u sporen niet verder dan
vijftig procent links of rechts van het midden plaatst, klinkt het resultaat natuurlijk. Als u
sporen verder uit het midden van het stereobeeld plaatst, klinkt het geluid gekunsteld.
Panningregelaar
Volumeschuifknop
98 Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen
De panning van een spoor instellen
m Sleep de panningregelaar in de spoorlabel naar links om de panpositie meer naar links
te plaatsen of naar rechts om de panpositie meer naar rechts te plaatsen. U kunt ook
op de rand van de regelaar klikken om een spoor op een bepaalde positie te plaatsen.
Opmerking: wanneer u de muisaanwijzer binnen de panningregelaar plaatst en
vervolgens sleept, kunt u de panpositie nauwkeuriger instellen.
Het mastervolume instellen
U kunt het mastervolume (het algemene volume van een project) instellen met de
schuifknop voor het mastervolume, rechts van het lcd. Het mastervolume moet hoog
genoeg zijn om achtergrondruis te elimineren, maar niet zo hoog dat er oversturing
optreedt.
Belangrijk: Met deze schuifknop bepaalt u het volume van het project wanneer het
wordt geëxporteerd. Met de volumeregelaar van de computer regelt u hoe hard het
geluid staat wanneer u het project beluistert.
Het mastervolume instellen
 Sleep de schuifknop van het mastervolume naar links om het uitvoervolume te
verlagen of naar rechts om het uitvoervolume te verhogen. Houd de Option-toets
(z) ingedrukt en klik op de schuifknop om deze weer op een neutrale waarde te
plaatsen (0 dB toename).
 Voordat u een project exporteert, moet u het vanaf het begin tot het einde afspelen
terwijl u de niveaumeter voor het masterniveau (boven de schuifknop voor het
mastervolume) in de gaten houdt. De kleine rode stippen rechts van de niveaumeter
mogen niet oplichten.
Wanneer deze stippen (de oversturingsindicatoren) oplichten, is het volumeniveau
van het project op een of meer plaatsen te hoog. Dit leidt tot oversturing (clipping)
bij het afspelen van het project wanneer het is geëxporteerd.
Uitfaden
Een veelgebruikte techniek bij het mixen van muziek is om het geluid aan het einde
van een nummer gelijkmatig zachter te laten worden. Dit wordt uitfaden genoemd.
U kunt het einde van een project eenvoudig laten uitfaden.
Automatisch uitfaden
m Kies 'Spoor' > 'Fade uit'.
Zorg ervoor dat de oversturingsindicatoren niet
oplichten voordat u een project exporteert.
Sleep de volumeschuifknop voor het masterspoor
om het totale volume aan te passen.
Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen 99
Het masterspoor verschijnt onder in de tijdbalk en de automatiseringscurve voor
het mastervolume wordt getoond. Bij het uitfaden worden regelpunten aan de
automatiseringscurve voor het mastervolume toegevoegd, zodat het geluid gedurende
de laatste tien seconden van het project (de laatste tien seconden voor de einde-
projectmarkering) gelijkmatig zachter wordt.
Het gebied voor het uitfaden langer of korter maken
1 Kies 'Spoor' > 'Toon masterspoor'.
2 Kies 'Mastervolume' uit het menu in het label van het masterspoor.
3 Verplaats de regelpunten aan het einde van de automatiseringscurve voor het volume
om de lengte van het gebied voor het uitfaden aan te passen.
Speel het project af vanaf een punt voorafgaand aan het uitfaden. Het uitfaden van alle
sporen in het project wordt gestart, waarbij het volumeniveau geleidelijk aan afneemt
tot het gewenste volume is bereikt.
Handmatig in- of uitfaden
1 Kies 'Spoor' > 'Toon masterspoor'.
2 Kies 'Mastervolume' uit het menu in het label van het masterspoor.
3 Als u wilt infaden, voegt u regelpunten toe aan het begin van de automatiseringscurve
voor het volume. Als u wilt uitfaden, voegt u regelpunten toe aan het einde van de
curve.
4 Verplaats de regelpunten om de lengte en intensiteit van het gebied voor het in-
of uitfaden aan te passen.
Werken met effecten in GarageBand
Met behulp van effecten kunt u uw muziek op verschillende manieren vormgeven en
verfraaien. Als u vaak popmuziek of soundtracks van films hebt beluisterd, zijn de
verschillende effecten die worden toegepast u ongetwijfeld opgevallen. GarageBand
is voorzien van een complete reeks professionele effecten waarmee u het geluid in
afzonderlijke sporen of in het volledige project geheel naar wens kunt verfraaien.
Verschillende typen effecten
GarageBand bevat de volgende typen effecten:
Compressor: Een compressor past het muziekvolume aan, zodat plotselinge
niveauveranderingen worden voorkomen. Compressie kan ervoor zorgen dat een
spoor of nummer krachtiger en duidelijker wordt en dat het beter klinkt wanneer
het wordt afgespeeld op geluidsapparatuur met een beperkt dynamisch bereik.
100 Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen
Vervorming: met vervormingseffecten, zoals versterkersimulatie, overdrive en
vervorming, wijzigt u hoge tonen, lage tonen en middentonen van het oorspronkelijke
geluid en vervormt u deze analoog of digitaal.
Echo: Zoals de naam al aangeeft, zorgt een echo-effect ervoor dat een geluid als een
echo wordt herhaald. Met een echo-effect kunt u een subtiel ruimtelijk effect aan een
geluid toevoegen of juist het idee geven dat een stem of instrument zich in een grote
zaal, een grot of het heelal bevindt.
EQ:
EQ (een afkortin
g van equalizer) i
s een krachtig en veelzijdig effect waarmee u het
niveau van geselecteerde frequenties kunt wijzigen. Met EQ kunt u zowel subtiele als
dramatische wijzigingen in uw projecten aanbrengen. EQ is een van de meest gebruikte
effecten in popmuziek.
GarageBand bevat een bijzondere visuele equalizer. U kunt een voorinstelling voor de
visuele equalizer kiezen, maar u kunt de equalizerinstellingen ook in de grafische
weergave wijzigen, zodat u precies ziet welk gedeelte van het geluid wordt aangepast.
Gate (noise-gate): Een gate vermindert zachte bijgeluiden door al het geluid beneden
een bepaald volumeniveau af te kappen. Een gate-effect wordt vaak als eerste effect in
een reeks effecten toegepast. In sporen voor fysieke instrumenten is een gate-effect
opgenomen om de ruis die afkomstig is van de invoerbron te verminderen.
Modulatie: Modulatie-effecten, zoals chorus, flanger en phaser, vormen een uitbreiding
van op tijd gebaseerde effecten. Zodra de kopie van het geluid wordt afgespeeld,
wordt dit geluid gemoduleerd. Met deze effecten kunt u ook de stemming van het
gekopieerde signaal veranderen ten opzichte van het originele signaal.
Galm: Galm simuleert de natuurlijke weerkaatsingen van een geluid in de omliggende
ruimte. Met galm kunt u stemmen en instrumenten duidelijker maken en meer naar de
voorgrond brengen, geluiden een bepaalde sfeer geven of verschillende ruimten en
andere akoestische omgevingen simuleren.
Stompboxen: Sporen voor elektrische gitaar bevatten speciale stompboxeffecten die
het geluid van bekende effectpedalen nabootsen. Enkele voorbeelden van de
stompboxeffecten zijn echo, chorus, overdrive en flanger.
Effecten kunnen spooreffecten, send-effecten of mastereffecten zijn. Spooreffecten
beïnvloeden het geluid van één spoor (een spoor voor een fysiek instrument, software-
instrument of elektrische gitaar). Send-effecten sturen een gedeelte van het geluid in
een spoor naar het effect van het masterspoor. Elk spoor voor een fysiek instrument,
software-instrument of elektrische gitaar bevat send-effecten voor echo en galm. In het
paneel 'Spoorinfo' kunt u aangeven welk gedeelte van het geluid van een spoor u wilt
doorsturen. Mastereffecten beïnvloeden het totaalgeluid van het project en worden op
alle sporen toegepast.
Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen 101
Effecten aan een spoor toevoegen
Voor alle sporen voor fysieke instrumenten en software-instrumenten is een groep
effecten beschikbaar, zoals compressie en de visuele equalizer. Ook kunnen send-
effecten voor echo en galm worden toegepast. Voor sporen voor fysieke instrumenten
is bovendien een gate-effect beschikbaar. In het paneel 'Spoorinfo' kunt u de effecten
van een spoor aanpassen en extra effecten toevoegen.
Het masterspoor heeft eigen effecten. In het paneel 'Spoorinfo' kunt u de effecten van
het masterspoor wijzigen en één extra effect aan het masterspoor toevoegen.
Een effect toevoegen
1 Klik op de spoorinfoknop of kies 'Spoor' > 'Toon spoorinfo' om het paneel 'Spoorinfo'
te tonen.
Het paneel 'Spoorinfo' wordt rechts van de tijdbalk weergegeven.
2 Klik op 'Wijzig' om de effecten van het spoor weer te geven.
3 Kies een effect voor een van de lege effectsleuven.
Extra effecten zijn onder andere minder hoge tonen, minder lage tonen, chorus, flanger,
phaser en tremolo. Alle beschikbare effecten worden getoond in het venstermenu voor
effecten. Ook eventuele effecten voor audio-eenheden van derden die u hebt
geïnstalleerd worden in dit menu opgenomen.
Met deze regelaars voegt
u effecten toe en past u
deze aan.
102 Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen
Effecten in- en uitschakelen
U kunt afzonderlijke effecten in- en uitschakelen. Als u een effect tijdelijk uitschakelt,
wordt het effect genegeerd. Het in- en uitschakelen van effecten biedt verschillende
voordelen: U kunt horen in hoeverre het geluid van de muziek door het effect wordt
gewijzigd. Zo kunt u bepalen welke effecten het meest van invloed zijn op de
prestaties van uw computer.
Als u een effect uitschakelt, worden de instellingen ervan bewaard. Eventuele
wijzigingen die u hebt aangebracht, gaan hierbij dus niet verloren.
Een effect inschakelen
m Klik in het paneel 'Spoorinfo' op de aan/uit-knop (de knop met het rechthoekje in het
midden) links van de effectnaam. Het rechthoekje licht op om aan te geven dat het
effect is geactiveerd. Klik nogmaals op de aan/uit-knop om het effect uit te schakelen.
Een voorinstelling voor een effect kiezen
Elk effect heeft een venstermenu waaruit u verschillende voorinstellingen voor het
effect kunt kiezen. De naam van elke voorinstelling geeft aan waarvoor u de
voorinstelling kunt gebruiken of op welke manier de voorinstelling het geluid
beïnvloedt.
Een vooraf gedefinieerd effect kiezen
1 Klik indien nodig dubbel op de spoorlabel om het paneel 'Spoorinfo' te openen.
2 Klik op 'Wijzig' om de effecten van het spoor weer te geven.
3 Kies een nieuwe effectvoorinstelling uit het venstermenu onder de effectnaam.
Voorinstellingen voor effecten aanmaken en bewaren
U kunt vooraf gedefinieerde effecten aanpassen om het geluid van het effect te
wijzigen en de gewijzigde instellingen bewaren om deze in combinatie met andere
instrumenten of in een ander project te gebruiken.
Een vooraf gedefinieerd effect wijzigen
1 Klik op de bewerkknop (de knop met de afbeelding) links van de effectnaam.
Het bijbehorende venster met voorinstellingen wordt weergegeven. Elke
effectinstelling heeft een schuifknop, knop of andere regelaar met een label dat het
doel van de regelaar aanduidt.
2 Sleep de schuifknoppen in het venster met voorinstellingen om de instellingen te
wijzigen.
Als u een voorinstelling voor een effect wijzigt, wordt het effect als 'Handmatig' in het
venstermenu weergegeven. U ziet dus direct of u de oorspronkelijke voorinstelling
hebt gewijzigd. Voordat u uw nieuwe voorinstelling opslaat, kunt u de instellingen
vergelijken met andere voorinstellingen door te schakelen.
Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen 103
U kunt uw eigen voorinstellingen voor effecten maken en deze bewaren om in een
ander spoor of ander project te gebruiken.
De instellingen van de visuele equalizer grafisch wijzigen
1 Klik op de bewerkknop van het effect 'Visuele EQ'.
Het venster met voorinstellingen voor de visuele equalizer wordt weergegeven.
Het middengedeelte van het venster is het grafische bewerkingsgebied. Dit gebied
is onderverdeeld in vier banden: bas, mid-laag, mid-hoog en hoog.
2 Plaats de muisaanwijzer in een band in het grafische bewerkingsgebied en doe het
volgende:
 Sleep de aanwijzer naar links of rechts om de frequentie van de band te wijzigen.
 Sleep de aanwijzer omhoog of omlaag om de versterking van de band te wijzigen
(de mate waarin de frequenties worden versterkt of gedempt).
3 Klik op het driehoekje naast 'Details' om de numerieke waarden voor de instellingen
van de verschillende banden weer te geven. U kunt deze waarden desgewenst
verhogen of verlagen door te slepen.
4 Als u de frequentiecurve van het spoor tijdens het afspelen wilt bekijken, schakelt
u het aankruisvak voor de analyseerfunctie in en speelt u het spoor vervolgens af.
Een vooraf gedefinieerd effect bewaren
1 Breng in de voorinstelling voor het effect de gewenste wijzigingen aan.
2 Kies 'Maak voorinstelling aan' uit het venstermenu en typ een naam voor de
voorinstelling in het venster 'Voorinstelling aanmaken'.
Sleep de aanwijzer in een van de vier banden
om de equalizerinstellingen grafisch te wijzigen.
Schakel het aankruisvak voor de analyseerfunctie in
om de frequentiecurve van het spoor te bekijken.
104 Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen
Uw mix automatiseren
U kunt niet alleen het volumeniveau, de panning en de effectinstellingen van een
spoor wijzigen, maar u kunt deze en andere instellingen ook door middel van
automatisering binnen een bepaald tijdsverloop wijzigen. Als u de wijzigingen binnen
een bepaald tijdsverloop wilt automatiseren, voegt u automatiseringscurves aan
sporen toe, voegt u regelpunten aan elke automatiseringscurve toe en stelt u
verschillende waarden voor de regelpunten in.
De automatiseringscurves voor een spoor weergeven
m Klik op het driehoekje rechts van de vergrendelknop in de spoorlabel.
Onder het spoor verschijnt een rij waarin de automatiseringscurve voor het volume
wordt getoond.
De automatiseringscurve kiezen die u wilt bewerken
m Kies de gewenste parameter uit het venstermenu links van de automatiseringsrij van
het spoor.
U kunt de parameter nu dynamisch wijzigen door regelpunten aan de curve toe te
voegen. Sleep de regelpunten vervolgens om de waarde van de parameter te wijzigen.
Een regelpunt toevoegen
m Klik in de editor op de plaats in de curve waar u een regelpunt wilt toevoegen.
Opmerking: Wanneer u een regelpunt toevoegt aan een curve die niet actief is, wordt
de curve geactiveerd. De vierkante knop wordt gekleurd om aan te geven dat de curve
actief is.
Manieren om een regelpunt aan te passen:
 Sleep het regelpunt omhoog of omlaag naar een nieuwe waarde.
 Sleep het regelpunt naar links of naar rechts om het op een andere positie in de
tijdbalk te plaatsen.
Aan de hand van de verticale lijnen in de rij kunt u de regelpunten uitlijnen met de
maten en tellen in de tijdbalk.
In sporen voor fysieke instrumenten, software-instrumenten en elektrische gitaar kunt
u het volume en de panning van het spoor automatiseren. In het masterspoor kunt
u het volume, de toonhoogte en het tempo automatiseren. U kunt de instellingen van
willekeurige spooreffecten automatiseren (inclusief effecten voor het masterspoor)
door een automatiseringscurve voor de gewenste parameter toe te voegen.
Automatiseringscurve
voor het volume
Hoofdstuk 9 Oefening 7: mixen en effecten toevoegen 105
Een automatiseringscurve voor een effectparameter toevoegen
1 Kies 'Voeg automatisering toe' uit het venstermenu links van de automatiseringsrij voor
het spoor.
Er verschijnt een menu met alle effecten die op het spoor zijn toegepast.
2 Klik op het driehoekje voor het effect waarvan u een parameter wilt automatiseren.
3 Schakel het aankruisvak in voor de parameter die u wilt automatiseren. U kunt
meerdere aankruisvakken inschakelen om verschillende effectparameters toe te
voegen.
4 Klik op 'OK' als u klaar bent.
De parameter wordt in het venstermenu getoond. De automatiseringscurve toont
nu de automatisering voor de effectparameter die u als laatste hebt geselecteerd.
U kunt regelpunten voor de automatisering ook aan segmenten koppelen, zodat bij
het verplaatsen van het segment in de tijdbalk automatisch ook de regelpunten
worden verplaatst.
Regelpunten voor automatisering aan segmenten koppelen
m Kies 'Regelaars' > 'Koppel automatiseringscurves aan segmenten'.
Alle regelpunten worden gekoppeld aan het segment waarvoor de
automatiseringscurve is gedefinieerd.
Voor het koppelen van regelpunten aan segmenten gelden de volgende voorwaarden:
 Het korter of langer maken van een segment heeft geen invloed op de bijbehorende
regelpunten.
 Wanneer u een segment verwijdert, worden ook de bijbehorende regelpunten
verwijderd.
 Wanneer u een segment over een segment met regelpunten plaatst, worden
de regelpunten en het bijbehorende segment ingekort.
 Wanneer u een segment zonder regelpunten naar een deel van een spoor sleept
waarin regelpunten aanwezig zijn, worden de regelpunten aan het nieuwe segment
gekoppeld.
 Wanneer u een segment laat herhalen, worden de regelpunten niet herhaald.
Als u de regelpunten wilt laten herhalen, moet u het segment kopiëren.
Een automatiseringscurve voor een effectparameter verwijderen
1 Kies 'Voeg automatisering toe' uit het venstermenu links van de automatiseringsrij voor
het spoor.
2 Schakel het aankruisvak uit voor de parameter die u wilt verwijderen. U kunt meerdere
parameters selecteren.
3 Klik op 'OK' als u klaar bent.
Opmerking: Wanneer u een automatiseringscurve verwijdert, worden ook alle
bijbehorende regelpunten verwijderd. U kunt deze bewerking niet ongedaan maken.
10
106
10 Oefening 8: podcasts aanmaken
In GarageBand kunt u audio- en videopodcasts
aanmaken, die u vervolgens met iWeb op het internet
kunt publiceren.
Podcasts lijken op de radio- en televisieprogramma's en kunnen worden gedownload
van het internet. Gebruikers kunnen afzonderlijke podcastafleveringen downloaden of
zich abonneren op een podcastserie. U kunt podcastafleveringen in GarageBand
aanmaken en deze vervolgens met iWeb of een ander programma op het internet
publiceren.
Typen podcasts
Met GarageBand kunt u verschillende typen podcasts aanmaken:
 Audiopodcasts bevatten geluidsmateriaal met commentaar, dialogen, muziek en
geluidseffecten.
 Videopodcasts bevatten zowel videobeelden als geluidsmateriaal.
 Geavanceerde audio- en videopodcasts kunnen ook hoofdstukmarkeringen,
illustraties en webadressen (URL's) bevatten.
In deze oefening leert u het volgende:
 Audio- en videopodcasts aanmaken
 Mediabestanden zoeken en importeren met de mediakiezer
 Het podcast- of filmspoor weergeven
 Markeringen en markeringssegmenten toevoegen en bewerken
 Illustraties, URL's, URL-titels en hoofdstuktitels aan markeringen toevoegen
 Illustraties voor afleveringen en informatie over afleveringen toevoegen
 Markeringen en illustraties voor afleveringen bewerken
 Het volume van sporen verlagen ('ducking') om commentaar en dialogen beter
hoorbaar te maken
Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken 107
Een audiopodcast aanmaken
Als u in GarageBand een audiopodcast wilt aanmaken, maakt u een podcastproject
aan, neemt u het commentaar op en voegt u vervolgens muziek, geluidseffecten en
ander geluidsmateriaal toe. U kunt ook een geavanceerde audiopodcast aanmaken
door markeringen, illustraties, URL's, hoofdstuktitels en informatie over de aflevering
toe te voegen.
Een podcastproject aanmaken
1 Kies 'Archief' > 'Nieuw'.
Er verschijnt een venster.
2 Klik op 'Nieuw project' en klik vervolgens op 'Podcast'.
3 Klik op 'Kies'.
Er verschijnt een nieuw, leeg podcastproject in het GarageBand-venster. In een
podcastproject wordt het podcastspoor boven de andere sporen in de tijdbalk
weergegeven. De mediakiezer wordt geopend. In de editor ziet u de lijst met
markeringen, die kolommen bevat voor de begintijd, illustraties, titels van
hoofdstukken, URL-titels en de URL voor elke markering. Podcastprojecten bevatten
sporen voor mannen- en vrouwenstemmen, jingles (achtergrondsporen met muziek)
en radiogeluiden.
Opmerking: Een project kan hetzij een podcastspoor hetzij een filmspoor bevatten,
maar niet beide. Als u het podcastspoor probeert te tonen voor een project dat een
filmspoor bevat, verschijnt er een venster waarin wordt gevraagd of u het filmspoor
wilt vervangen door een podcastspoor.
Commentaar en dialogen opnemen
U kunt podcasts aanmaken met uitsluitend gesproken commentaar of dialogen, maar
u kunt ook een muzikale achtergrond, geluidseffecten en andere geluiden toevoegen.
Commentaar neemt u op in een spoor voor een fysiek instrument. Het podcastproject
bevat twee sporen voor fysieke instrumenten, namelijk een spoor voor een
mannenstem en een spoor voor een vrouwenstem. Deze sporen zijn geoptimaliseerd
voor het opnemen van commentaar of dialogen.
Commentaar of dialogen opnemen
1 Selecteer het spoor voor de mannen- of vrouwenstem door dubbel op de spoorlabel te
klikken.
Het paneel 'Spoorinfo' wordt geopend. Hierin ziet u de instellingen voor het spoor.
2 Kies uit het venstermenu 'Invoerbron' de juiste invoerbron voor de microfoon waarmee
u het commentaar of de dialogen wilt opnemen.
108 Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken
3 Kies 'Aan met feedbackbeveiliging' uit het venstermenu 'Monitor' als u het geluid van
de microfoon wilt horen. Wanneer er sprake is van feedback, wordt u gevraagd of u de
monitor wilt uitschakelen.
4 Verplaats de afspeelkop naar de positie waar u de opname wilt starten.
5 Klik op de opnameknop en begin met spreken.
6 Klik wanneer u klaar bent met opnemen op de afspeelknop.
U kunt effecten aan het spoor toevoegen en de effectinstellingen wijzigen. Een van de
effecten die u kunt gebruiken is 'Spraakverbetering'. Dit effect is uiterst geschikt voor
het opnemen van commentaar en dialogen met de microfoon die in de computer is
ingebouwd. Zie “Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen op pagina 50
voor meer informatie over het opnemen van sporen voor fysieke instrumenten.
Podcastgeluiden toevoegen
GarageBand bevat allerlei loops die u in uw podcasts kunt gebruiken:
 Jingles zijn volledige sporen met achtergrondmuziek die u als achtergrond bij
commentaar of dialogen, tussen gesproken segmenten of als inleiding of outro kunt
gebruiken. Van sommige jingles zijn lange, normale en korte versies beschikbaar.
 Stingers zijn korte geluiden die u kunt gebruiken om de overgang tussen sprekers
of tussen verschillende secties van een podcast aan te duiden.
 Geluidseffecten zijn geluiden van mensen, dieren of machines, sfeergeluiden en
andere omgevingsgeluiden.
Via de loopbrowser kunt u podcastgeluiden zoeken, beluisteren en aan uw
podcastproject toevoegen.
Podcastgeluiden zoeken in de loopbrowser
1 Klik op de loopbrowserknop om de loopbrowser te openen.
2 Klik op de knop voor podcastgeluiden (de knop met de actieve geluidsgolf) in de
linkerbovenhoek van de loopbrowser om naar de podcastgeluidenweergave over
te schakelen.
3 Klik op een categorie in de linkerkolom en klik vervolgens op een subcategorie in de
rechterkolom om de overeenkomstige loops in de resultatenlijst te tonen. In de
kolommen in de resultatenlijst ziet u de naam en lengte van elke loop.
4 Klik op een loop om de loop vooraf te beluisteren in de loopbrowser.
5 Als u wilt stoppen met zoeken, klikt u nogmaals op het geselecteerde trefwoord om
de selectie ongedaan te maken of klikt u op de knop 'Herstel' om de selectie van alle
geselecteerde trefwoorden ongedaan te maken.
Zie “Oefening 5: Apple Loops toevoegen op pagina 73 voor meer informatie over
het zoeken naar loops.
Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken 109
Mediabestanden importeren met de mediakiezer
U kunt mediabestanden uit andere iLife-programma's, bijvoorbeeld iTunes en iPhoto,
in een podcastproject importeren. U kunt ook andere GarageBand-projecten
importeren die u samen met een iLife-voorvertoning hebt bewaard. Mediabestanden
kunt u zoeken in de mediakiezer. Daarin kunt u ook een voorvertoning van de
bestanden weergeven. Ook kunt u andere mappen aan de mediakiezer toevoegen,
zodat u de mediabestanden in die mappen aan uw projecten kunt toevoegen.
Mediabestanden zoeken en vooraf bekijken in de mediakiezer
1 Klik op de knop voor de mediakiezer (de knop met verschillende mediasoorten) of kies
'Regelaars' > 'Toon mediakiezer'.
De mediakiezer wordt rechts van de tijdbalk geopend.
2 Voer een van de volgende handelingen uit:
 Klik op de knop 'Audio' om GarageBand-projecten en bestanden in de iTunes-
bibliotheek weer te geven.
 Klik op de knop 'Foto's' om bestanden in de iPhoto-bibliotheek weer te geven.
 Klik op de knop 'Films' om iMovie-projecten en bestanden in de map 'Films' weer
te geven.
3 Ga in de mediakiezer naar de map met de bestanden die u wilt gebruiken. U kunt ook
naar bestanden zoeken door de naam van het bestand in het zoekveld in te voeren.
Manieren om een voorvertoning van een audiobestand of film weer te geven
in de mediakiezer:
 Selecteer het bestand in de medialijst en klik vervolgens op de afspeelknop onder in
de mediakiezer.
 Klik dubbel op het bestand in de medialijst.
Het bestand wordt afgespeeld.
De voorvertoning stoppen
 Klik opnieuw op de afspeelknop in de mediakiezer.
Audiobestanden importeren
m Sleep het audiobestand uit de mediakiezer naar de tijdbalk.
Een map aan de mediakiezer toevoegen
m Sleep de map vanuit de Finder naar het midden van de mediakiezer.
110 Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken
Muziek toevoegen
Als u muziek aan een podcast wilt toevoegen, kunt u Apple Loops toevoegen en
instrumenten opnemen, net als bij een muziekproject. Zie “Oefening 5: Apple Loops
toevoegen op pagina 73 voor informatie over het toevoegen van Apple Loops. Zie
“Oefening 3: spraak, zang en instrumenten opnemen op pagina 50 voor het opnemen
van fysieke instrumenten. Zie “Oefening 4: software-instrumenten bespelen
en opnemen op pagina 59 voor het opnemen van software-instrumenten.
Markeringen toevoegen en bewerken
U kunt van een podcast een geavanceerde podcast maken door markeringen toe te
voegen. Wanneer u een markering toevoegt aan een podcast, verschijnt deze in het
spoor van de podcast als markeringssegment. U kunt markeringssegmenten in de
podcasteditor bewerken door ze te verplaatsen, zodat ze op een ander punt beginnen
of eindigen, of door ze langer of korter te maken. Daarnaast kunt u illustraties, URL's en
URL-titels aan een markeringssegment toevoegen.
Markeringen toevoegen
1 Klik op het podcastspoor.
2 Sleep de afspeelkop naar de plaats waar u de markering wilt toevoegen.
3 Klik op de knop 'Voeg markering toe' onder in de editor.
De markering verschijnt nu in de editor en de begintijd voor de markering verschijnt
in de kolom 'Tijd' in de rij van de markering. Bovendien wordt in het podcastspoor het
markeringssegment weergegeven. U kunt markeringssegmenten net als andere
segmenten in de tijdbalk bewerken. U kunt bijvoorbeeld het punt bepalen waar
illustraties en URL's verschijnen en de weergaveduur ervan tijdens het afspelen van
de podcast.
Klik hier om een markering
toe te voegen.
Hier kunt u de begintijd voor markeringen
wijzigen en illustraties, URL's, URL-titels en
hoofdstuktitels toevoegen aan de lijst met
markeringen.
Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken 111
Manieren om een markeringssegment te verplaatsen:
 Sleep het markeringssegment in het podcastspoor naar een nieuwe positie.
 Klik in de editor op de begintijd voor het markeringssegment en voer een nieuwe
begintijd in.
De grootte van een markeringssegment wijzigen
m Sleep het linker- of rechteruiteinde van het markeringssegment naar links of naar
rechts.
U kunt een markeringssegment niet laten herhalen.
Illustraties toevoegen aan markeringssegmenten
U kunt een illustraties toevoegen aan afzonderlijke markeringssegmenten. Wanneer
u de podcast afspeelt, wordt deze illustratie weergegeven van het begin tot het einde
van het markeringssegment.
Een illustratie toevoegen aan een markeringssegment
1 Open de mediakiezer en klik op de knop 'Foto's'.
2 Zoek in de mediakiezer naar de illustratie die u wilt toevoegen.
3 Sleep de illustratie uit de mediakiezer naar het vak 'Illustratie' in de rij van de markering
in de editor. U kunt de illustratie ook rechtstreeks naar het podcastspoor slepen. Er
wordt dan een nieuw markeringssegment met de illustratie aan het spoor toegevoegd.
De illustratie wordt weergegeven in het markeringssegment in het podcastspoor en in
de kolom 'Illustratie' voor het segment in de editor. Het aankruisvak 'Toont illustratie'
wordt ingeschakeld. U kunt de illustratie van een markering wijzigen door een nieuwe
afbeelding naar de kolom 'Illustratie' in de rij van de markering te slepen.
Een URL toevoegen
U kunt een URL toevoegen aan een markering en de URL een naam geven. Wanneer
u de podcast afspeelt, wordt de URL weergegeven van het begin tot het einde van het
markeringssegment. Als u op de URL klikt, wordt de desbetreffende webpagina in de
webbrowser geopend.
Een URL aan een markering toevoegen
1 Klik in de editor op de plaatsaanduiding voor tekst in de kolom 'URL' in de rij van de
markering en voer de URL in.
Het aankruisvak 'Toont URL' wordt ingeschakeld voor de markering.
2 Klik in de editor op de plaatsaanduiding voor tekst in de kolom 'URL-titel' in de rij van
de markering en voer de titel in.
Wanneer u een URL-titel toevoegt, wordt bij het afspelen van de podcast niet de URL
maar de opgegeven titel weergegeven. U kunt op de titel klikken om de webpagina
van de URL in de webbrowser te openen.
112 Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken
Hoofdstuktitels toevoegen
U kunt een hoofdstuktitel toevoegen aan een markering. Daarmee wordt de markering
een hoofdstukmarkering. Wanneer u de film afspeelt in iTunes, iDVD of QuickTime
Player, kunt u snel naar een bepaald hoofdstuk gaan.
Een hoofdstuktitel aan een markering toevoegen
m Selecteer in de editor de plaatsaanduiding voor tekst in de kolom 'Hoofdstuktitel' in de
rij van de markering en voer een titel in.
Markeringen verwijderen
Indien gewenst, kunt u een markering uit de podcast verwijderen.
Manieren om een markering te verwijderen:
 Selecteer het markeringssegment in het podcastspoor en druk op de Delete-toets.
 Selecteer de markering in de lijst met markeringen in de editor en druk vervolgens
op de Delete-toets.
Illustraties voor afleveringen toevoegen
U kunt een illustratie voor een aflevering toevoegen in het podcastspoor. Wanneer u de
podcast in iTunes afspeelt of in iWeb bekijkt, wordt de illustratie voor de aflevering
weergegeven totdat er een nieuw markeringssegment begint met een andere
illustratie.
Een illustratie voor een aflevering toevoegen
1 Zoek in de mediakiezer naar de illustratie die u wilt toevoegen.
2 Sleep de illustratie uit de mediakiezer naar het vak voor de afleveringsillustratie in de
editor.
De illustratie wordt weergegeven in het vak voor de afleveringsillustratie. Wanneer u de
podcast afspeelt, wordt de illustratie voor de aflevering weergegeven wanneer er geen
markeringssegment met een illustratie aanwezig is.
Illustraties bewerken
U kunt illustraties voor markeringssegmenten en afleveringen groter of kleiner maken
en bijsnijden. In de afbeeldingseditor kunt u illustraties vergroten of verkleinen en
bijsnijden om de oorspronkelijke afbeelding geheel of gedeeltelijk weer te geven.
Een illustratie bewerken
1 Klik dubbel op een afbeelding in het vak met de illustratie voor de aflevering of in de
lijst met markeringen.
De illustratie wordt geopend in de afbeeldingseditor.
2 Sleep de grootteregelaar om de illustratie te vergroten of verkleinen. Het zwarte
vierkant geeft aan welk deel van de illustratie wordt weergegeven als u de podcast
afspeelt.
Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken 113
3 Sleep de illustratie totdat het deel ervan dat u wilt weergeven, binnen de randen van
het vierkant valt.
4 Om de illustratie te vervangen, sleept u een andere afbeelding naar de
afbeeldingseditor.
5 Klik op 'Stel in' als u klaar bent.
Informatie over afleveringen bewerken
Elke podcastaflevering kan informatie over de aflevering bevatten, zoals de titel,
de auteur en een beschrijving. Bovendien kunt u aan een aflevering een advies voor
ouders koppelen, dat wordt weergegeven als de aflevering in iTunes wordt afgespeeld.
Informatie over de aflevering bewerken
1 Selecteer het podcastspoor.
2 Open het paneel 'Spoorinfo' door 'Spoor' > 'Toon spoorinfo' te kiezen.
Het paneel 'Spoorinfo' verschijnt, met daarin het gedeelte 'Info aflevering'.
3 Als u de podcastaflevering een titel wilt geven, klikt u op het veld 'Titel' en typt u een
titel.
4 Als u gegevens over de artiest wilt toevoegen, klikt u op het veld 'Artiest' en typt u
vervolgens de naam van de artiest.
5 Kies 'Geen', 'Veilig' of 'Expliciet' uit het venstermenu 'Beoordeling ouderlijk toezicht'.
6 Als u een beschrijving wilt toevoegen aan de podcastaflevering klikt u op het veld
'Beschrijving' en typt u een beschrijving.
Het volume van achtergrondsporen verlagen ('ducking')
Bij het aanmaken van een podcast kunt u het volume van de achtergrondsporen
(bijvoorbeeld de achtergrondmuziek of geluidseffecten) verlagen, zodat het gesproken
commentaar en de dialogen beter te horen zijn. Het volume van sommige sporen
verlagen om andere sporen beter hoorbaar te maken, wordt ducking genoemd.
U past ducking toe door bepaalde sporen aan te wijzen als voorgrondsporen en andere
als achtergrondsporen. Wanneer er geluid wordt weergegeven op een voorgrondspoor,
wordt het volume van de achtergrondsporen verlaagd, terwijl dat van alle andere
sporen gelijk blijft. U kunt ducking toepassen op elk spoor met een fysiek instrument
of software-instrument in uw podcast.
Een spoor als voorgrondspoor aanwijzen
1 Kies 'Regelaars' > 'Ducking'.
Aan het begin van elk spoor verschijnt nu een duckingregelaar, met een pijl omhoog
en omlaag.
2 Klik op de bovenzijde van de duckingregelaar van het spoor (de pijl omhoog).
114 Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken
Een spoor als achtergrondspoor aanwijzen
1 Kies 'Regelaars' > 'Ducking'.
Aan het begin van elk spoor verschijnt nu een duckingregelaar, met een pijl omhoog
en omlaag.
2 Klik op de onderzijde van de duckingregelaar van het spoor (de pijl omlaag).
Als u het project afspeelt, naar iWeb verstuurt of exporteert, wordt er ducking
toegepast op de achtergrondsporen zodra er geluid te horen is op een
voorgrondspoor. U kunt de hoeveelheid ducking van deze sporen wijzigen door een
andere duckingvoorinstelling te kiezen uit het paneel 'Spoorinfo' voor het masterspoor.
De hoeveelheid ducking aanpassen
1 Open het paneel 'Spoorinfo'.
2 Klik op 'Masterspoor' en klik vervolgens op de tab 'Wijzig'.
3 Kies een andere voorinstelling uit het menu met duckingvoorinstellingen. De naam
van de voorinstelling geeft informatie over het gebruik ervan.
U kunt ook op de bewerkknop voor het duckingeffect klikken en een eigen
voorinstelling aanmaken door de schuifknoppen te slepen.
Een videopodcast of filmproject aanmaken
Een videopodcast maakt u ongeveer op dezelfde manier als een audiopodcast, met
als verschil dat de videopodcast een film- of videobestand bevat en geen illustraties.
U kunt een iMovie-project of een ander videobestand dat compatibel is met QuickTime
importeren, de video weergeven terwijl u audio toevoegt en markeringen toevoegen
of bewerken. Als u klaar bent, kunt u het voltooide project naar iWeb sturen om het als
videopodcast te publiceren, naar iDVD sturen om het op een dvd te branden of het als
QuickTime-film exporteren.
Een videopodcastproject aanmaken
1 Kies 'Archief' > 'Nieuw'.
Er verschijnt een venster.
2 Klik op 'Nieuw project' en klik vervolgens op 'Film'.
3 Klik op 'Kies'.
Er verschijnt een nieuw, leeg filmproject in het GarageBand-venster.
Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken 115
Een film- of videobestand importeren
U kunt een iMovie-project of een ander videobestand importeren vanuit de mediakiezer.
In de mediakiezer kunt u snel zoeken naar iMovie-projecten en andere videobestanden
in de map 'Films' en naar andere mediabestanden. Zie “Mediabestanden importeren
met de mediakiezer op pagina 109 voor informatie over het zoeken en importeren van
iMovie-projecten en videobestanden met behulp van de mediakiezer.
Wanneer u een film in een project importeert, verschijnt de film in het filmspoor. Het
bestand begint bij het begin van het project. U kunt de positie van de geïmporteerde
film in het project niet wijzigen.
Opmerking: Een project kan maar één film- of videobestand bevatten. Als u een film
importeert in een project dat al een film bevat, verschijnt er een venster waarin wordt
gevraagd of u de bestaande film wilt vervangen door de nieuwe.
De film bekijken
Wanneer u een film in een project importeert, wordt het filmspoor met stilstaande
beelden uit de film boven aan de tijdbalk weergegeven. U kunt de film bekijken terwijl
u het project afspeelt.
De film of het videobestand bekijken
1 Als het filmspoor niet wordt weergegeven, kiest u 'Spoor' > 'Toon filmspoor'.
2 Klik in de label van het filmspoor op de voorvertoningsknop (het grote vierkant met
een beeld uit de film).
Het voorvertoningsvenster voor films wordt geopend.
3 Druk op de spatiebalk om de film af te spelen.
4 Als u naar een ander gedeelte van de film wilt gaan, beweegt u de aanwijzer over
het voorvertoningsvenster en sleept u de schuifknop die wordt weergegeven.
5 U kunt het formaat van het voorvertoningsvenster wijzigen door de
rechterbenedenhoek van het venster te slepen.
Werken met het audiospoor van de film
Als de film een audiospoor bevat, wordt er voor het geluid van de film onder
het filmspoor een nieuw spoor voor een fysiek instrument gemaakt met de naam
'Videogeluid'. U kunt het spoor voor het filmgeluid op precies dezelfde manier
bewerken als elk ander spoor voor een fysiek instrument. U kunt dus het geluid
van het spoor uitschakelen of uitsluitend dit spoor afspelen, het volume en de panning
aanpassen en effecten toevoegen.
Opmerking: als u het geluid van het spoor 'Videogeluid' uitschakelt en u de film naar
iDVD of iWeb stuurt of de film als QuickTime-film exporteert, wordt het geluid van de
film daar niet bij betrokken.
116 Hoofdstuk 10 Oefening 8: podcasts aanmaken
Geluid toevoegen
Het commentaar bij een videopodcast neemt u op dezelfde manier op als het
commentaar bij een audiopodcast. U kunt audiobestanden uit de loopbrowser
toevoegen. Dit kunnen zowel muzikale loops als loops met podcastgeluiden zijn.
U kunt ook geluid opnemen in sporen voor fysieke instrumenten en software-
instrumenten, net als bij andere GarageBand-projecten.
Zie “Podcastgeluiden toevoegen op pagina 108, “Mediabestanden importeren met de
mediakiezer op pagina 109 en “Muziek toevoegen op pagina 110 voor meer
informatie.
Markeringen, titels en URL's aan een videopodcast toevoegen
Met markeringen kunt u snel naar verschillende plaatsen in de voltooide film gaan
en koppelingen naar webpagina's toevoegen. U kunt markeringen aan een
videopodcastproject toevoegen en URL's en hoofdstuktitels aan markeringen
toevoegen, net als bij geavanceerde audiopodcasts. Aan een videopodcast kunt
u echter geen illustraties toevoegen.
Zie “Markeringen toevoegen en bewerken op pagina 110, “Een URL toevoegen op
pagina 111 en “Hoofdstuktitels toevoegen op pagina 112 voor meer informatie.
Nadat uw podcast is voltooid, kunt u deze op verschillende manieren met anderen
delen. Zie de volgende oefening, “Oefening 9: projecten delen”, voor informatie over
het delen van podcasts.
11
117
11 Oefening 9: projecten delen
Nadat u uw project in GarageBand hebt aangemaakt,
kunt u uw muziek op verschillende manieren met
anderen delen.
U kunt projecten naar andere iLife-programma's sturen, zoals iTunes, iWeb en iDVD, of
ze naar een schijf exporteren. U kunt ook een nummer op een cd branden.
Muziekprojecten delen
U kunt een muziekproject naar een iTunes-afspeellijst sturen. In iTunes kunt u het
nummer beluisteren, naar een iPod kopiëren of de afspeellijst op een cd branden.
Een nummer naar een iTunes-afspeellijst sturen
m Kies 'Deel' > 'Stuur nummer naar iTunes'.
In het paneel 'Exporteren' van het GarageBand-voorkeurenvenster kunt u de naam van
de iTunes-afspeellijst opgeven waarnaar het project wordt geëxporteerd. U kunt hier
ook de naam van de componist en de titel van het album instellen.
U kunt ook een of meer sporen naar een iTunes-afspeellijst sturen. Om één spoor te
sturen, klikt u op de soloknop voor het spoor (of schakelt u het geluid van alle andere
sporen uit) voordat u het nummer naar iTunes stuurt. Om een groep sporen te sturen,
klikt u op de soloknop voor de sporen (of schakelt u het geluid van alle andere sporen
uit) voordat u het nummer naar iTunes stuurt.
Een nummer exporteren als audiobestand
1 Kies 'Deel' > 'Exporteer nummer naar schijf'.
2 Klik in het venster dat verschijnt op 'Exporteer'.
Wanneer u een nummer naar een schijf exporteert, wordt het nummer standaard
geëxporteerd als een gecomprimeerd AAC-audiobestand. U kunt de compressie-
instellingen wijzigen om een nummer als gecomprimeerd mp3-bestand of als niet-
gecomprimeerd AIFF-bestand te exporteren. Ook kunt u de geluidskwaliteit van het
geëxporteerde bestand wijzigen.
118 Hoofdstuk 11 Oefening 9: projecten delen
De compressie-instellingen wijzigen
1 Selecteer in het venster voor het delen het type gecomprimeerd bestand dat u wilt
exporteren.
2 Schakel het aankruisvak 'Comprimeer' uit als u het bestand als niet-gecomprimeerd
AIFF-bestand wilt exporteren.
3 Klik op 'Exporteer'.
De geluidskwaliteit van het geëxporteerde bestand wijzigen
1 Kies de gewenste geluidskwaliteit uit het venstermenu 'Audio-instellingen'.
Wanneer u een instelling kiest, verschijnt onder het menu een korte beschrijving van
het gebruik van de instelling.
2 Klik op 'Exporteer'.
U kunt ook één nummer op een beschrijfbare audio-cd branden.
Een nummer op cd branden
1 Plaats een lege beschrijfbare cd in de optische-schijfeenheid van de computer.
2 Kies 'Deel' > 'Brand nummer op cd'.
Het venster voor het branden van een cd verschijnt.
3 Om extra instellingen te kiezen, klikt u op het driehoekje in de rechterbovenhoek van
het venster.
4 Klik op 'Brand' als u klaar bent.
Het nummer wordt nu op de cd gebrand.
Met het menucommando 'Brand nummer op cd' kunt u slechts één nummer tegelijk
op een cd branden. Als u meerdere nummers op een cd wilt branden, stuurt u de
nummers naar een iTunes-afspeellijst en brandt u de afspeellijst in iTunes op een cd.
Podcasts delen
U kunt afleveringen van audiopodcasts en geavanceerde podcasts op verschillende
manieren delen. Wanneer u een podcast deelt of exporteert, moet u uit het
venstermenu 'Comprimeer met' de instelling 'AAC-codering' kiezen om de podcast als
een geavanceerde podcast te delen of te exporteren.
Een podcast versturen naar iWeb
m Kies 'Deel' > 'Stuur podcast naar iWeb'.
Wanneer u een podcast naar iWeb stuurt, kunt u iWeb gebruiken om de podcast op
het internet te publiceren.
Een podcast naar een iTunes-afspeellijst sturen
m Kies 'Deel' > 'Stuur podcast naar iTunes'.
Hoofdstuk 11 Oefening 9: projecten delen 119
Een podcast naar schijf exporteren
m Kies 'Deel' > 'Exporteer podcast naar schijf'.
Wanneer u een podcast exporteert, wordt de podcast als gecomprimeerd bestand
geëxporteerd. U kunt de compressie- en geluidskwaliteitsinstellingen wijzigen in het
venster voor het exporteren van een podcast.
Opmerking: de opties in het menu 'Audio-instellingen' zijn voor podcasts anders dan
voor nummers.
Een podcast op cd branden
1 Plaats een lege beschrijfbare cd in de optische-schijfeenheid van de computer.
2 Kies 'Deel' > 'Brand nummer op cd'.
Het venster voor het branden van een cd verschijnt.
3 Om extra instellingen te kiezen, klikt u op het driehoekje in de rechterbovenhoek van
het venster.
4 Klik op 'Brand' als u klaar bent.
De podcast wordt nu op de cd gebrand.
Videopodcasts delen
Er zijn verschillende manieren waarop u videopodcasts en andere projecten met films
of video kunt delen. U kunt een project inclusief video en audio naar iDVD sturen en
het vervolgens op een dvd branden. Tijdens het afspelen van de dvd kan de kijker de
hoofdstukmarkeringen in het project gebruiken om naar de verschillende delen van de
film te gaan. URL's en URL-titels worden niet weergegeven in de film op dvd.
Een film naar iDVD sturen
m Kies 'Deel' > 'Stuur film naar iDVD'.
Opmerking: Wanneer u een project naar iDVD stuurt, wordt het project niet
gecomprimeerd. In de meeste gevallen zult u deze wijzigingen in iDVD willen
aanbrengen.
U kunt een videopodcast naar iWeb sturen en de podcast met iWeb op het internet
publiceren. Wanneer uw abonnees de videopodcast bekijken, kunnen ze op een URL
klikken om de bijbehorende webpagina in hun webbrowser te openen en aangeven
welke hoofdstukken ze willen bekijken. U stuurt een videopodcast op dezelfde manier
als een audiopodcast naar iWeb.
U kunt een project met een video ook exporteren als QuickTime-film (.MOV). Wanneer
u een project als film exporteert, bevat de geëxporteerde film zowel het videomateriaal
als de soundtrack die u hebt gemaakt in GarageBand. Het geluid van de video wordt
niet geëxporteerd als u bij het exporteren het spoor 'Videogeluid' uitschakelt.
120 Hoofdstuk 11 Oefening 9: projecten delen
Een project exporteren als een QuickTime-film
m Kies 'Deel' > 'Exporteer film naar schijf'.
Het project wordt geëxporteerd met de huidige compressie-instellingen. Hierbij wordt
zowel de video als het geluid van de geëxporteerde film gecomprimeerd. U kunt de
compressie-instellingen wijzigen, afhankelijk van de manier waarop u de
geëxporteerde film wilt gebruiken. Compressie-instellingen worden opgeslagen als
deel van het GarageBand-project, totdat u ze wijzigt terwijl het project is geopend.
De videocompressie-instellingen kiezen
m Kies in het exporteerpaneel de gewenste instellingen uit het venstermenu 'Video-
instellingen'.
Wanneer u een instelling kiest, verschijnt onder het menu een korte beschrijving van
het gebruik van de instelling.
Het audiospoor van een film op een cd branden
1 Plaats een lege beschrijfbare cd in de optische-schijfeenheid van de computer.
2 Kies 'Deel' > 'Brand nummer op cd'.
Het venster voor het branden van een cd verschijnt.
3 Om extra instellingen te kiezen, klikt u op het driehoekje in de rechterbovenhoek van
het venster.
4 Klik op 'Brand' als u klaar bent.
Het audiospoor van de film wordt nu op de cd gebrand.
Projecten exporteren met de optimale intensiteit
U kunt GarageBand projecten laten exporteren met de optimale intensiteit. Dit wil
zeggen dat projecten met het hoogst mogelijke volumeniveau worden geëxporteerd
zonder dat het geluid wordt vervormd. Het instellen van een project op het optimale
volumeniveau wordt automatische normalisatie genoemd.
Projecten exporteren met het optimale volumeniveau
1 Kies 'GarageBand' > 'Voorkeuren' en klik op 'Geavanceerd'.
2 Schakel het aankruisvak 'Normaliseer automatisch' in.
De instelling voor automatische normalisatie is niet van invloed op het volumeniveau
waarmee het project in GarageBand wordt afgespeeld. De instelling is alleen tijdens
het exporteren van het project van invloed op het volumeniveau.
121
A
Bijlage
A Toetscombinaties
Handeling Commando
Navigeren/afspeelkop verplaatsen
Afspelen/Pauze Spatiebalk
Naar het begin gaan Home of Z
Naar het einde gaan End of Option (
z) + Z
Teruggaan (de mate waarin hangt af van het zoomniveau) Pijl-links
Verdergaan (de mate waarin hangt af van het zoomniveau) Pijl-rechts
Teruggaan in grotere stappen Option (
z) + Pijl-links
Verdergaan in grotere stappen Option (
z) + Pijl-rechts
Terug naar het eerste op het scherm zichtbare punt op de tijdbalk Page up
Verder naar het laatste op het scherm zichtbare punt op de tijdbalk Page down
Uitzoomen Control + Pijl-links
Inzoomen Control + Pijl-rechts
Sporen
Nieuw spoor aanmaken Command + Option (
z) + N
Spoor dupliceren Command + D
Geselecteerde spoor verwijderen Command + Delete
Eerstvolgende hogere spoor selecteren Pijl-omhoog
Eerstvolgende lagere spoor selecteren Pijl-omlaag
Geluid van geselecteerde spoor uit- of inschakelen M
Geselecteerde spoor afzonderlijk/samen met de andere
sporen afspelen
S
Automatiseringscurve spoor tonen/verbergen A
Spoor vergrendelen L
Arrangementsspoor tonen/verbergen Command + Shift + A
Masterspoor tonen/verbergen Command + B
Podcastspoor tonen/verbergen Command + Shift + B
Filmspoor tonen/verbergen Command + Option (
z) + B
Ducking in- of uitschakelen Command + Shift + R
122 Bijlage A Toetscombinaties
Paneel 'Spoorinfo'
Spoorinfo tonen/verbergen Command + I
Eerstvolgende hogere categorie of instrument selecteren Pijl-omhoog (als paneel
'Spoorinfo' is geopend en een
categorie of instrument is
geselecteerd)
Eerstvolgende lagere categorie of instrument selecteren Pijl-omlaag (als paneel
'Spoorinfo' is geopend en een
categorie of instrument is
geselecteerd)
Van instrumentenkolom naar categorieënkolom gaan Pijl-links (als paneel 'Spoorinfo' is
geopend en een instrument is
geselecteerd)
Van categorieënkolom naar instrumentenkolom gaan Pijl-rechts (als paneel 'Spoorinfo'
is geopend en een categorie is
geselecteerd)
Leren spelen
Automatische notatieweergave 1 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Namen van akkoorden tonen 2 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Akkoordenschema's tonen (gitaar)/alleen linkerhand tonen (piano) 3 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Tabulatuur tonen (gitaar)/alleen rechterhand tonen (piano) 4 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Tabulatuur en standaardnotatie tonen (gitaar)/
beide handen tonen (piano)
5 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Notatie en instrumentanimatie tonen 8 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Alleen instrumentanimatie tonen 9 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Alleen notatie tonen 0 (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Eenvoudige weergave (alleen voor pianolessen) E (in een les in de modus 'Leren
spelen')
Arrangeren en bewerken
Herstellen Command + Z
Opnieuw Command + Shift + Z
Knippen Command + X
Kopiëren Command + C
Plakken Command + V
Verwijderen Delete
Handeling Commando
Bijlage A Toetscombinaties 123
Alles selecteren Command + A
Segment splitsen Command + T
Geselecteerde segmenten samenvoegen Command + J
Naar dichtstbijzijnde rasterpunt springen Command + G
Hulplijnen tonen/verbergen Command + Shift + G
Arrangementssegment met de inhoud van de tijdbalk
verwijderen en sluiten
Command + Option (
z) +
Delete
Automatiseringscurves aan segmenten koppelen Command + Option (
z) + A
Opnemen
Opname starten/stoppen R
Lussegment in- of uitschakelen C
Metronoom in- of uitschakelen Command + U
Aftellen in- of uitschakelen Command + Shift + U
Notatieweergave
Geselecteerde noten naar de vorige positie op het raster
verplaatsen
Pijl-links
Geselecteerde noten naar de volgende positie op het raster
verplaatsen
Pijl-rechts
Geselecteerde noten één maat achteruit verplaatsen Shift + Pijl-links
Geselecteerde noten één maat vooruit verplaatsen Shift + Pijl-rechts
Geselecteerde noten een halve toon omhoog transponeren Pijl-omhoog
Geselecteerde noten een halve toon omlaag transponeren Pijl-omlaag
Geselecteerde noten een octaaf omhoog transponeren Shift + Pijl-omhoog
Geselecteerde noten een octaaf omlaag transponeren Shift + Pijl-omlaag
Mastervolume aanpassen
Mastervolume verhogen Command + Pijl-omhoog
Mastervolume verlagen Command + Pijl-omlaag
Vensters en editors tonen
Paneel 'Spoorinfo' tonen/verbergen Command + I
Loopbrowser tonen Command + L
Mediakiezer tonen Command + R
Editor tonen Command + E
Stemapparaat in lcd tonen Command + F (wanneer een
spoor voor een fysiek
instrument is geselecteerd)
Akkoorden in lcd tonen Command + F (wanneer een
spoor voor een software-
instrument is geselecteerd)
Handeling Commando
124 Bijlage A Toetscombinaties
Tijd in lcd tonen Command + Shift + F
Maten in lcd tonen Command + Option (
z) + F
Tempo in lcd tonen Command + Control + F
Schermkeyboard tonen Command + K
Venster 'Muzikaal typen' tonen Command + Shift + K
Functies in het Archief-menu
Nieuw Command + N
Open Command + O
Sluit Command + W
Bewaar Command + S
Bewaar als Command + Shift + S
Functies in het programmamenu
GarageBand-voorkeuren tonen Command + komma (,)
GarageBand verbergen Command + H
Andere programma's verbergen Command + Option (
z) + H
GarageBand stoppen Command + Q
Functies in het Help-menu
GarageBand Help Command + vraagteken (?)
Handeling Commando
125
B
Bijlage
B Muziekapparatuur op de
computer aansluiten
Als u zingt of een muziekinstrument bespeelt, kunt u een
muziekinstrument of microfoon op de computer
aansluiten en uw spel of zang in GarageBand opnemen.
Elke opname wordt als segment in een spoor van de tijdbalk weergegeven.
U kunt effecten aan het spoor toevoegen en het segment in de editor bewerken.
Een microfoon of muziekinstrument op de computer
aansluiten
U kunt een elektrisch muziekinstrument of een microfoon op de computer aansluiten
en hiermee opnemen in sporen voor fysieke instrumenten.
Als uw computer is voorzien van een geluidsinvoerpoort, kunt u de microfoon daarop
aansluiten. U kunt ook een audio-interface aansluiten op de computer en de
instrumenten en microfoons daarop aansluiten. Er zijn verschillende compatibele audio-
interfaces verkrijgbaar, zoals USB-, FireWire-, PCI- en PC card-versies. U kunt ook een
geluidsmixer of console aansluiten op de computer en het microfoon- of
instrumentgeluid opnemen via de mixer.
Als u muziekinstrumenten aansluit via een audio-interface, raadpleegt u de specificaties
van de fabrikant om te controleren of de interface compatibel is met Mac OS X versie
10.2.6 of hoger. Controleer verder of de aansluiting van de audio-interface wordt
ondersteund door uw computer. Volg de instructies van de fabrikant en installeer
zo nodig het benodigde besturingsbestand op uw computer.
Als u een instrument of microfoon aansluit op de geluidsinvoerpoort van uw computer,
opent u Systeemvoorkeuren en klikt u op 'Geluid'. Klik vervolgens op 'Invoer', selecteer
'Lijninvoer' in de geluidsinvoerlijst en sleep de volumeregelaar om het invoervolume in
te stellen.
126 Bijlage B Muziekapparatuur op de computer aansluiten
Een keyboard op de computer aansluiten
Als u een keyboard bespeelt, kunt u een keyboard met MIDI-ondersteuning op de
computer aansluiten om software-instrumenten te bespelen en op te nemen.
Een keyboard aansluiten om software-instrumenten te bespelen
 Als u een MIDI-keyboard met een USB-poort hebt, verbindt u het keyboard via een
USB-kabel met de computer.
Â
Als u een standaard-MIDI-keyboard hebt, sluit u het keyboard via standaard-MIDI-
kabels aan op een MIDI-interface. Vervolgens sluit u de interface aan op de computer.
Volg de aanwijzingen die u bij het keyboard hebt ontvangen. Mogelijk moet u een
besturingsbestand op de computer installeren.
Andere muziekapparatuur aansluiten
Mogelijk wilt u ook luidsprekers of monitors op de computer aansluiten om uw
projecten af te spelen met een betere geluidskwaliteit dan die van de luidspreker van de
computer. Er zijn diverse monitors en luidsprekers beschikbaar, waaronder luidsprekers
die u rechtstreeks op de geluidsuitvoerpoort van de computer aansluit, die u via de
USB-poort aansluit of die u via een audio-interface aansluit.
Als u een audio-interface op de computer aansluit, moet u de audio-interface als
geluidsinvoerapparaat voor GarageBand instellen. Voordat u dit doet, moet u ervoor
zorgen dat u eventueel noodzakelijke besturingsbestanden voor de audio-interface
hebt geïnstalleerd.
Een audio-interface als geluidsinvoerapparaat instellen
1 Kies 'GarageBand' > 'Voorkeuren' en klik op 'Audio/MIDI'.
2 Kies in het paneel 'Audio/MIDI' de juiste audio-interface uit het venstermenu
'Audio-invoer'.
Als u een microfoon, een instrument of een ander audioapparaat rechtstreeks
op de geluidsinvoerpoort van de computer wilt aansluiten, moet u mogelijk
invoerinstellingen voor het apparaat opgeven in het paneel 'Geluid' in
Systeemvoorkeuren.
Invoerinstellingen opgeven in Systeemvoorkeuren
1 Kies 'Apple' () > 'Systeemvoorkeuren' en klik op 'Geluid'.
2 Klik in het paneel 'Geluid' op 'Invoer'.
3 Selecteer 'Lijninvoer' in de lijst met geluidsinvoerapparaten en sleep de schuifknop
voor het invoervolumeniveau naar het gewenste niveau.
© 2009 Apple Inc. Alle rechten voorbehouden.
Apple, het Apple logo, GarageBand, iDVD, iLife, iMovie, iPhone, iPhoto, iPod, iTunes, Macintosh en QuickTime zijn handelsmerken van Apple Inc.,
die zijn gedeponeerd in de Verenigde Staten en andere landen. Finder en iWeb zijn handelsmerken van Apple Inc.
N019-1471 1/2009
www.apple.com/garageband
2


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for Apple garageband jam pack rhythm section at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of Apple garageband jam pack rhythm section in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 1,68 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of Apple garageband jam pack rhythm section

Apple garageband jam pack rhythm section User Manual - English - 6 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info