3176
15
Zoom out
Zoom in
Previous page
1/48
Next page
AGPO HR ULTIMA
â
A 2238A
Gebruikershandleiding
Montagehandleiding
Garantiebewijs
Verwarmingstoestel
cod. 3544701/1
Geachte gebruiker,
Gefeliciteerd met uw nieuwe cv-toestel. Dit toestel geeft u
naast een hoog comfort een laag energieverbruik: gunstig
voor u en voor het milieu. Deze gebruikershandleiding
geeft u diverse adviezen om goed met uw toestel en de cv-
installatie om te gaan. Wij raden u daarom aan, deze
zorgvuldig te lezen en te bewaren.
Garantiebewijs
Aan het einde van deze handleiding treft u een garantie-
bewijs aan. Wij verzoeken u dit volledig in te vullen en
binnen 8 dagen te retourneren aan AGPO b.v.
Installatie
Het toestel dient door een erkende installateur geïnstal-
leerd, in bedrijf gesteld en onderhouden te worden.
Onderhoud
Dit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een
inspectiebeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw
installateur of onderhoudsbedrijf.
Wij behouden ons het recht voor om wijzigingen / verbeteringen aan het product en bijgevoegde informatie aan te brengen
zonder voorafgaande kennisgeving.
Geachte installateur,
Het tweede deel van deze handleiding is een montage-
handleiding, die tevens een storingsanalyse en uitleg over
de werking van het toestel bevat.
De montagehandleiding biedt u een handzame hulp bij
het installeren van het toestel.
Werking en technische gegevens
In dit hoofdstuk wordt in het kort uitleg gegeven over de
werking van het toestel.
Tevens vindt u hier de technische gegevens en het
elektrisch aansluitschema.
Aandachtspunten vóór montage
U wordt in dit hoofdstuk geattendeerd op belangrijke
zaken, die u voorafgaand aan de montage moet weten.
Montage-instructie
In deze instructie wordt aangegeven hoe het toestel
gemonteerd en in bedrijf gesteld wordt.
Inspectie, storingen en service
Raadpleeg dit hoofdstuk bij inspectiebeurten en storingen.
AGPO b.v.
Postbus 3364, 4800 DJ Breda
Konijnenberg 24, 4825 BD Breda
Internet: www.agpo.nl
e-mail: info@agpo.nl
Storingen
Raadpleeg hoofdstuk 2 (bladzijde 8) of de storing eenvoudig
te verhelpen is.
Als u de storing niet zelf kunt oplossen:
Bel uw installateur of onderhoudsbedrijf.
Schrijf toestelgegevens op:
(vermeld op de witte sticker in de klep, (onder de instructie)
Toesteltype: ULTIMA A
Serienummer:
Dit nummer altijd doorgeven. Belangrijk voor garantie!
Consumenten-informatielijn
076 - 5 725 740
(storingen melden bij uw installateur)
Telefoonnummer installateur of onderhoudsbedrijf:
Documentnummer: DRS8019 versie: 1 datum: januari 2004
1. Algemeen .................................................................................................... 5
Voor uw veiligheid: let op! ................................................................................. 5
2. Bediening, storingen en instellingen ................................................................... 6
3. Het in en uit bedrijf nemen van het toestel .......................................................... 9
4. Gebruikersadviezen........................................................................................... 9
5. Inspectie en reiniging ........................................................................................ 10
6. Het bijvullen en ontluchten van de cv-installatie ................................................... 11
Inhoud montagehandleiding bladzijde 12 - 30
Inhoud gebruikershandleiding bladzijde 5 - 11
Gebruikershandleiding
Montagehandleiding
0063/2003
AGPO HR ULTIMA
â
A 2238A
Verwarmingstoestel
CW6 in combinatie met een
Aquaforte AF80 of AF120 boiler
4
Inhoud montagehandleiding
Aandachtspunten vóór montage
7. Voorschriften .................................................................................................... 13
8. Aandachtspunten vóór montage ....................................................................... 13
8.1 Leveringsomvang ............................................................................... 13
8.2 Toestelaccessoires ............................................................................ 14
8.3 Montagemogelijkheden ...................................................................... 14
8.4 Benodigde vrije ruimte ........................................................................ 14
8.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkheden
en weerstandsberekening................................................................... 14
8.6 Extra aandachtspunten voor de complete installatie............................. 17
Montage-instructie
9. Montage-instructie ............................................................................................ 18
9.1 Veiligheid........................................................................................... 18
9.2 Ophangen van het toestel................................................................... 18
9.3 Afmetingen en aansluitingen............................................................... 19
9.4 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A zonder boiler .................... 20
9.5 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A met boiler ........................ 21
9.6 Aansluiten gaszijdig........................................................................... 22
9.7 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer................................ 22
9.8 Aansluiten van de kamerthermostaat, boilersensor, evt. buitenvoeler of
externe cv-installatiepomp .................................................................. 23
9.9 Aansluiten condensafvoer................................................................... 24
9.10 Ingebouwde bypass voor cv .............................................................. 24
10. Eerste ingebruikstelling van het toestel.............................................................. 25
10.1 Voorbereidingen ................................................................................. 25
10.2 In bedrijf nemen ................................................................................. 26
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie d.m.v. een aantal parameters .. 27
10.4 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke regelingen ...... 28
10.5 Extra informatie over de weersafhankelijke regeling van de ULTIMA ...... 29
10.6 Extra informatie over de AGPO Modulation klokthermostaat ................ 30
Inspectie, storingen en service
11. Inspectie en afstellen ........................................................................................ 31
12. Storingen en serviceonderdelen........................................................................ 33
12.1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen.................................... 33
12.2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen ........................... 34
12.3 Uitlezen van de historie: opslag van opgetreden storingen .................... 35
Werking en technische gegevens
13. Werking en technische gegevens ...................................................................... 36
13.1 Werking van het toestel...................................................................... 36
13.2 Gebruik van een ingebouwde bypass .................................................. 38
13.3 Toepassing van een open verdeler ....................................................... 38
13.4 Extern beschikbare pompopvoerhoogte............................................... 39
13.5 Werking van de modulerende pomp .................................................... 40
13.6 Technische gegevens ......................................................................... 41
13.7 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector..... 42
14. Certificaties van de AGPO HR ULTIMA A 2238A ................................................ 43
14.1 CE-markering .................................................................................... 43
14.2 Gaskeurlabels ................................................................................... 43
Garantiebewijs .................................................................................................. 45
5
1. automatische ontluchter
2. rookgasafvoerpijp
3. luchttoevoerpijp
(ook linkse aansluiting mogelijk)
4. cv-aanvoerleiding
5. display en bedieningstoetsen
6. boiler-aanvoerleiding
7. condensafvoerslang
8. gasleiding
9. boiler-retourleiding
10.cv-retourleiding
11. drukmeter cv-installatie
12.klep met korte bedieningsinstructie
(opengeklapt weergegeven)
13.AAN/UIT-knop
Gaskeurlabels
De gaskeurlabels geven aan dat het toestel voldoet aan
de kwaliteitseisen van Gastec, het gastechnisch keurings-
instituut in Nederland. De AGPO HR ULTIMA heeft:
Basis Gaskeur
Strenge basis kwaliteitseisen.
HR: Hoog Rendement
Meer dan 107% op onderwaarde.
HR
ww: Hoog Rendement
warm water
CW: Comfort Warm water
Dit label geeft het comfort van de
tapwatervoorziening.
De ULTIMA A heeft het CW6-label in combinatie met een
Aquaforte AF80 of AF120 boiler. Zie bladzijde 10 voor meer
informatie over deze CW-klasse.
SV: Schone Verbranding
Door de geavanceerde brander zeer weinig uitstoot van
milieu vervuilende stoffen.
Introductie
De AGPO HR ULTIMA is een modern hoogrendement
toestel. Het verzorgt de verwarming voor de cv-installatie
en een eventueel aangesloten warmwaterboiler.
Het toestel is voorzien van de meest moderne technieken,
die ervoor zorgen dat zowel het gasverbruik als het
elektriciteitsverbruik onder alle omstandigheden zo laag
mogelijk blijven. Tevens zorgen de nieuwe technieken
ervoor dat er een minimum aan onderhoud behoeft te
worden uitgevoerd en dat de levensduur van het toestel
wordt verlengd. Door de computergestuurde regeling
wordt de meest optimale energie-toevoer bepaald,
rekening houdend met het type woning en soort installatie.
Bij een warmtevraag ontsteekt het toestel automatisch en,
afhankelijk van de benodigde hoeveelheid warmte, voert
het toestel zijn vermogen op of verlaagt het juist. Bij een
gelijktijdige warmtevraag van de cv-installatie en de boiler
heeft de levering aan de boiler voorrang.
1. ALGEMEEN
Voor uw veiligheid: let op!
Dit toestel voldoet aan de strenge
Europese veiligheidsnormen.
Het CE-keurmerk geeft dit aan.
Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaakt
van aardgas en 230V-voedingsspanning, willen wij u
op een aantal zaken attenderen:
230V elektrische spanning
Componenten in dit toestel staan onder een spanning
van 230V. U mag de mantel van het toestel absoluut
niet verwijderen!
Let op bij gaslucht
Als u een gaslucht ruikt: de gaskraan dichtdraaien
(zie blz. 9) en de installateur bellen.
Roken en vuur verboden! Zet ramen en deuren open.
Warm tapwater
De tapwatertemperatuur is ongeveer 60
o
C en kan
soms hoger zijn.
Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen 90
o
C worden. De
verbrandingsgasafvoerpijp kan tijdens bedrijf ca. 80
o
C
worden. Zorg dat de verbindingen van de pijp altijd
goed gemonteerd blijven.
Opstellingsruimte
De luchttoe- en afvoeropeningen mogen niet kleiner
gemaakt worden of afgesloten worden. Ontvlambare
materialen of vloeistoffen mogen niet in de buurt van
het toestel worden opgeslagen of gebruikt. Om schade
aan het toestel te voorkomen, dient verontreiniging van
de verbrandingslucht door halogeenkoolwaterstoffen of
sterke stofvorming te worden voorkomen.
Onderhoud
Dit toestel heeft minimaal een keer per twee jaar een
inspectiebeurt nodig. Neem hiervoor contact op met uw
installateur of onderhoudsbedrijf.
Figuur 1.1 Toesteloverzicht
6
2. BEDIENING, STORINGEN EN INSTELLINGEN
Ruststand, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur.
Cv-bedrijf, weergegeven met de cv-aanvoertemperatuur.
Het kan even duren voordat het toestel in bedrijf komt.
Wachttijd voor cv, na cv-bedrijf (anti-pendelcyclus)
Wachttijd voor cv, na boilerbedrijf.
Vergrendelende storingscodes: druk op
.
bij A1: Is de gaskraan geopend? Druk op
.
bij A4: Reinig toestelsifon en druk op
. Zie blz. 10.
Signaleringcodes. Dit zijn geen storingen,
maar indicaties voor de bedrijfstoestand van
het toestel.
Blokkerende storingscodes.
bij F5: Vul de installatie bij (tot ca.1.6 bar)
Zie blz. 11.
Het display geeft niets weer.
Is de AAN/UIT-knop ingedrukt?
Zit de stekker in het stopcontact?
1
Modetoets
2 Functiedisplay
3 Temperatuur- en
codedisplay
4
Toets
5
Entertoets
6
Resettoets
7 Eco-indicator: licht
op als de boiler
uitgeschakeld is.
8 Vlamindicator : licht op
als de brander in
bedrijf is.
9 Comfort-indicator: licht
op als de boiler
ingeschakeld is.
10
Toets
11 AAN/UIT-schakelaar
Gebruikersmenu
Druk op de resettoets bij A-storingscode.
Met het indrukken van de resettoets wordt de elektronica
ontgrendeld en kan het toestel opnieuw worden opgestart.
Dit kan ca. 10 seconden duren. Dit resetten geldt uitsluitend
bij een A-foutcode en heeft geen effect bij een F-foutcode!
Indien A-storingen zich regelmatig voordoen: waarschuw de
installlateur.
0. (0 met punt) Instelling zomer- / winterstand
11 = winterstand: cv-bedrijf èn tapwaterverwarming mogelijk
00 = zomerstand: geen cv-bedrijf mogelijk, wel boilerverwarming
0 In- of uitschakeling van de boiler.
1 Cv-temperatuur / ingesteld cv-setpoint
(zichtbaar na kort op
of drukken).
2 Huidige boiler-temperatuur (indirect) / ingesteld boiler-setpoint
(met boilersensor) (zichtbaar na kort op
of drukken).
3 Cv-temperatuur bij de retoursensor
4 Buitentemperatuur (indien sensor is aangesloten)
5 Rookgastemperatuur
6 Waterdruk van de cv-installatie (in bar, +/- 10%)
7Indicatie tapwaterhoeveelheid (niet van toepassing)
8 Toerental van de ventilator (in % van het maximum)
9 Instelling stooklijn weersafhankelijke regeling
Zie blz. 8.
9. Modulatiepercentage cv-pomp (in % van het maximum)
U kunt de waarden achter de nummers 0., 0, 1, 2 en 9 wijzigen
door kort op
of te drukken.
Hierna de wijziging bevestigen met
.
Als u niet op de toets drukt, wijzigt er niets.
Zie op blz. 7 en 8 voor uitgebreide informatie over de betekenis van
de instellingen.
Terugkeer naar normale bedrijfsstatus:
Druk nogmaals op
of;
Druk 4 minuten geen toets meer in.
Wijzigingen instellen en bevestigen
Storingen herstellen
Informatie op het display
Hiernaast wordt de betekenis van de mogelijke
aanduidingen op het functiedisplay (2)
weergegeven.
STORINGEN Voor meer informatie: zie blz. 8
Door herhaald drukken op doorloopt u het gebruikersmenu.
Boilerbedrijf, weergegeven met de boilertemperatuur (A-type).
Meting via een sensor: weergave van tapwatertemperatuur
ter plaatse van de sensor. De temperatuur van het water is
bij een setpoint van 58 ca. 60 - 65
o
C in de boiler.
Meting via een boilerthermostaat (of geen boiler):
De aangegeven temperatuur is een fictieve waarde, ca.
25
o
C.
7
- U ziet de huidige cv-aanvoertemperatuur.
- Na drukken op
of :
u ziet het ingesteld cv-setpoint (80 = 80
o
C).
Dit cv-setpoint is de maximum cv-temperatuur.
Het linker display gaat nu knipperen. Aanpassen van de
ingestelde waarde kan door
of in te drukken.
Hierna de keuze bevestigen door
in te drukken. Het
display geeft hierna de huidige cv-temperatuur aan.
Advies over deze instelling
Voor bijna alle woningen is hierbij een setpoint-waarde
van 80
o
C een goede instelling (fabrieksinstelling).
Bij extreem lage buitentemperaturen of zeer onguur
weer kunt u de instelling verhogen naar bijv. 85
o
C.
Bij laagtemperatuurverwarming kunt u deze tempera-
tuur verlagen, bijvoorbeeld naar 55
o
C.
Menu-optie 0 (zonder punt):
instelling t.b.v. boiler aan- of
uitschakeling
U ziet de huidige boilertemperatuur*.
Na drukken op
of :
U ziet het ingesteld boiler-setpoint: 58
(voorwaarde voor CW-labels/ HRww).
Het linker display gaat nu knipperen. Druk op
of
om de ingestelde waarde aan te passen. Deze keuze
bevestigen door
in te drukken. Het display geeft nu de
huidige boilertemperatuur* aan.
* Meting via een sensor: de weergegeven temperatuur is de
watertemperatuur ter hoogte van de sensor. De temperatuur
van het uitstromende water uit de boiler is bij het fabrieksset-
point ca. 60-65
o
C.
* Meting in de boiler via een boilerthermostaat (of geen boiler):
De aangegeven temperaturen zijn fictief 25) en een
wijziging van het boilersetpoint heeft geen functie.
Het veranderen van de instelling kan door of in te
drukken. Het linker display gaat nu knipperen. Aanpas-
sen van de ingestelde waarde kan door
of in te
drukken. Bevestig de keuze door
in te drukken.
Economystand: boiler uitgeschakeld.
Comfortstand: boiler ingeschakeld.
Menu-instelling t.b.v. de boiler
Waarde: Instelling:
Menu-optie 2: instelling
boiler-temperatuur
Menu-optie 0. (0 met punt):
instelling zomer-/winterstand
Zomerstand: geen cv-bedrijf maar
wel warm waterbedrijf mogelijk.
Het veranderen van de instelling kan door
of in te
drukken. Het linker display gaat nu knipperen. Aanpas-
sen van de ingestelde waarde kan door
of in te
drukken. Bevestig de keuze door
in te drukken.
Advies over deze instelling
U hoeft deze instelling niet te veranderen, omdat het
toestel in de zomer ook niet meer voor cv-bedrijf in werking
komt als u de kamerthermostaat op ca. 15
o
C of lager zet.
Winterstand (standaard instelling):
cv-bedrijf èn warm waterbedrijf mogelijk.
Veranderen van de zomer-/winterstand
Waarde: Instelling:
Let op! Speciale situatie bij zonneboilers!
Als er een voorgekoppelde zonneboiler is aangesloten,
schakelt deze zonneboiler zelf de boiler aan en uit. Er is
in deze situatie geen mogelijkheid om het handmatig
aan te passen. Dit is in verband met een door de
overheid ingestelde minimum tapwatertemperatuur bij
installaties met een zonneboiler niet toegestaan.
Als u een kamerthermostaat met comfortschakelaar heeft,
kunt u hier gebruik van maken. Er zijn ook thermostaten
die bij nachtverlaging de boiler uitschakelen. Meestal
gebeurt dit pas als de kamerthermostaat lager dan 15
o
C
ingesteld wordt. U kunt in de handleiding van de thermo-
staat lezen of dit mogelijk is.
1. Als u menu-optie 0 op 0 zet, warmt het toestel
de boiler niet op. Hierbij heeft u dus geen
warm water!
2. Bij een OpenTherm-kamerthermostaat met
een comfort/economy instelmogelijkheid moet
de menu-optie 0 de instelling 1 hebben (standaard).
Nu kunt u de boiler aan- of uitschakelen op de
kamerthermostaat.
Of deze instelling inderdaad de boiler aan- of uitschakelt is
mede afhankelijk van het type kamerthermostaat dat u
heeft. Zie hieronder voor uitleg.
Hoe schakelt u het toestel op economy stand of op
comfortstand ?
Als het goed is heeft uw installateur de instelling van deze
menu-optie ingesteld. De juiste instelling is namelijk
afhankelijk van het soort kamerthermostaat die u heeft.
U kunt in de handleiding van de thermostaat lezen welke
thermostaat u heeft, een AAN/UIT-schakelende of een
OpenTherm-kamerthermostaat.
OpenTherm heeft het volgende logo:
Op het display kunt u zien of het lichtje bij de comfortstand
of economystand brandt en dus op welke stand het toestel
staat.
Comfortstand = boilerverwarming aan
De ULTIMA meet via een sensor of een boilerthermostaat
de watertemperatuur in de boiler. Na verloop van tijd zal
het water echter afkoelen, als er bijvoorbeeld warm water
wordt getapt. Als de temperatuur in de boiler beneden een
bepaalde waarde komt, zal het toestel het water in de
boiler gaan verwarmen.
Economystand = boilerverwarming uit
Als het toestel op economy-stand wordt gezet, meet de
ULTIMA geen boilertemperatuur meer. Dus, als de boiler
afgekoeld is wordt deze niet meer opgewarmd en geeft
deze dus geen warm water meer. Hiermee wordt energie
bespaard, bijvoorbeeld als u op vakantie gaat. Er zijn twee
mogelijkheden om de boiler aan- of uit te schakelen:
1 Via een comfortschakelaar op de kamerthermostaat.
2 Via bediening op het display van de Ultima.
Waarschuwing!
Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warmtap-
waterpunten een minimale temperatuur van 55°C
geleverd moet kunnen worden. De standaard afstelling
van het toestel is hierop ingesteld. Stel de warmtap-
watertemperatuur daarom niet lager in dan de fabriek-
sinstelling. Schakel daarom bij toepassing van bijv. een
zonneboiler of warmtepompboiler het toestel nooit uit.
Menu-optie 1: instelling
maximum cv-temperatuur
8
Storingen die u zelf niet kunt oplossen
Indien de A-storingen zich regelmatig voordoen: waar-
schuw uw installateur. Ook als er andere storingen zijn of
als u geen warm water of cv-verwarming heeft.
Ook bij storing A3, als de rookgastemperatuur te hoog is
geworden: waarschuw uw installateur. Voor- of achterin de
handleiding kunt u het telefoonnummer van uw installateur
noteren.
Als er met de levering van warmte problemen zijn, kunt u
op het display achter de grijze klep kijken naar de weerge-
geven informatie. Bij storing knippert een foutcode.
Indicaties op het display bij storingen
t/m
t/m
t/m
Geen oplichtend display.
Mogelijke oorzaken + oplossing:
Is de AAN/UIT knop ingedrukt (lampje moet
branden)?
De stekker zit niet in het stopcontact.
Er staat geen spanning op het stopcontact.
Dit is te controleren door een ander apparaat,
bijv. een looplamp, hierop aan te sluiten.
Foutcode 5.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
De waterdruk van de cv-installatie is te laag.
Vul de installatie bij. Zie blz. 11.
Resetten is niet nodig; Na het vullen komt het
toestel automatisch in bedrijf.
Alarmcode 1.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
De gaskraan staat dicht. Controleer dit.
Druk op
om het toestel weer op te starten.
Mogelijk is de condensafvoer verstopt.
Zie blz. 10. Druk op .
Alarmcode 4.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
Controleer of de condensafvoer niet verstopt zit.
Zie blz. 10. Druk op .
Geen cv-verwarming, wel tapwaterverwarming
Het toestel moet in de winterstand staan.
Zie menu-optie 0. (met punt) op blz. 7.
Traag op temperatuur komende cv-installatie
Controleer in dit geval het volgende:
Is de maximum cv-temperatuur hoog genoeg
ingesteld?
Zie menu-optie 1 op blz. 7.
Indien een weersafhankelijke regeling is toegepast, is
de goede stooklijn ingesteld? Stel eventueel een
hogere stooklijn in. Voor de meeste cv-installaties is 9
een goede instelling.
Zie menu-optie 9 op blz 8.
Storingen die u mogelijk zelf kunt oplossen
Linker display: soort storing
Rechter display: storingsnummer
Vergrendelend
(reset noodzakelijk)
Blokkerend
en
Instelling van de kamerthermostaat
Als u naast de thermostatische radiatorkranen een
kamerthermostaat heeft, kunt u deze gebruiken om de cv-
installatie s nachts uit te schakelen of een nachtverlaging
toe te passen. Er zijn twee mogelijkheden:
1. De WA-regeling van de AGPO Modulation kamer-
thermostaat is geactiveerd (in dit geval is menu-optie
9 van de regeling op 0 ingesteld). Stel een gewenste
kamertemperatuur van ongeveer 20
o
C.
2. De WA-regeling van de ULTIMA is geactiveerd.
Stel in dit geval overdag de kamerthermostaat een
paar graden hoger in dan de instelling van de
thermostatische radiatorkranen en s nachts, of bij
afwezigheid, een aantal graden lager.
Uitleg van de AGPO Modulation klokthermostaat
Zie blz. 30 voor uitleg over de stooklijnen.
Buitentemperatuur in
o
C
cv-aanvoertemperatuur in
o
C
Figuur 2.2 De stooklijnen (1 -10) van de WA-regeling van het toestel
Als een nummer van 1 tot 10 is ingesteld, is
de WA-regeling ingeschakeld. De waarde van
het nummer bepaald de stooklijn.
De WA-regeling is uitgeschakeld.
Als uw installateur deze waarde heeft inge-
steld, mag u deze niet aanpassen.
Veranderen van de stooklijn
waarde: instelling:
Veranderen van de ingestelde waarde kan door of
in te drukken. Het linker display gaat nu knipperen.
Aanpassen van de ingestelde waarde kan door
of
in te drukken. Bevestig de keuze door in te drukken.
Menu-optie 9: instelling stooklijn
weersafhankelijke regeling
Alléén als uw cv-installatie geschikt is voor het gebruik van
een WA-regeling, kunt u deze menu-optie gebruiken om
de ingestelde stooklijn aan te passen.
Als deze regeling niet is ingeschakeld, de waarde = 0,
laat de instelling dan op 0 staan!
Advies over een juiste instelling:
Deze afhankelijk van de cv-installatie, kierdichtheid van
de woning en de gewenste aanwarmsnelheid:
Alleen radiatoren of convectoren, advies: stooklijn 9.
Vloer- of wandverwarming samen met radiatoren
en/of convectoren, advies: stooklijn 9.
Bij een nageïsoleerde woning of een
ruimbemeten cv-installatie, advies: stooklijn 7 of 8.
Laagtemperatuurverwarming, advies: stooklijn 5.
De gebruiker kan later, afhankelijk van de wensen m.b.t.
de verwarming van de verschillende ruimten, via het
gebruikersmenu de stooklijn eventueel bijstellen.
9
In dit hoofdstuk worden een aantal adviezen gegeven met
betrekking tot het gebruik van het toestel en de installatie.
4. GEBRUIKERSADVIEZEN3. HET IN EN UIT BEDRIJF
NEMEN VAN HET TOESTEL
In bedrijf nemen
1. Zorg dat het toestel niet in bedrijf is:
zet de kamerthermostaat op een lage stand en
gebruik geen warm water.
2. Zet het toestel uit met de AAN-UIT-knop.
3. Neem de stekker uit het stopcontact.
4. Sluit de gaskraan.
Als u het toestel uit bedrijf wilt nemen als u op vakantie
gaat, lees dan het advies dat hiernaast staat.
1. Open de gaskraan;
2. Steek de stekker in het stopcontact en zet toestel aan
met de AAN-UIT knop. Het toestel begint met zijn
opstartprogramma, dat ca. 2 minuten in beslag neemt.
OPEN DICHT
Figuur 3.1 Meest voorkomende situatie. Type gaskraan en
afstand ten opzichte van toestel kan verschillen.
Na de opstart cyclus verwarmt het toestel eerst
de boiler (indien aanwezig).
Als er warmtevraag is voor de cv-installatie gaat
het toestel de cv-installatie verwarmen.
Als er geen warmtevraag is, schakelt het toestel
hierna op de stand-by stand.
Er is iets mis: kijk op het display
Op de vorige bladzijde kunt u lezen wat de betekenis is van
de weergave op het display. Mogelijk kunt u het probleem
zelf oplossen.
Alles gaat goed, het display geeft aan:
Het toestel gebruikt in de stand-by stand geen gas en
zeer weinig elektriciteit. Schakel het toestel tijdens langdu-
rige afwezigheid, bijvoorbeeld bij vakantie, daarom niet uit.
U kunt het toestel dan wel op de economy-stand zetten.
Zie menu-optie 0 op blz 7. In de winter dient de woning
vorstvrij te blijven om bevriezing van leidingen te voorko-
men. Stel tevens bij langere afwezigheid in de winter de
kamerthermostaat niet lager dan ca. 12
o
C in. Bij vorst-
gevoelige cv-installaties dient dit zelfs iets hoger zijn.
Zie
blz. 10 over bevriezingsgevaar.
Waarschuwing!
Het bouwbesluit schrijft voor dat er aan de warmtap-
waterpunten een minimale temperatuur van 55°C
geleverd moet kunnen worden. De standaard
afstelling van het toestel is hierop ingesteld. Stel de
warmtapwatertemperatuur daarom niet lager in dan
de fabrieksinstelling. Schakel daarom bij toepassing
van bijv. een zonneboiler of warmtepompboiler het
toestel nooit uit.
Op vakantie?
Zet het toestel niet uit
Radiatoren in de ruimte met de
kamerthermostaat altijd open houden
Bij het gebruik van een kamerthermostaat is het
noodzakelijk dat alle radiatoren in de ruimte waar deze
hangt volledig open staan. Door in dit vertrek één of
meer radiatoren te sluiten, neemt de temperatuur in de
andere vertrekken toe, terwijl de temperatuur in de
ruimte met de kamerthermostaat niet hoger wordt.
Temperatuurregeling met een
kamerthermostaat
De kamerthermostaat is een regelaar, die de temperatuur
op de ingestelde waarde houdt. Verhoog of verlaag bij het
te warm of te koud aanvoelen van de temperatuur, de
instelling met maximaal 1
o
C (behalve s ochtends of als
de verwarming langere tijd uit is geweest). Hiermee
voorkomt u dat de temperatuur te veel schommelt en de
thermostaat i.p.v. een automatische regelaar als een aan/
uit-schakelaar wordt gebruikt.
Gebruik van de
kamerthermostaat
Weersafhankelijke regeling met
kamerthermostaat
Zie op bladzijde 8 bij instelling van de kamerthermostaat
hoe u in dit geval de kamerthermostaat instelt.
Instelling van de kamerthermostaat in de zomer
Stel de kamerthermostaat in de zomer in op ca. 16
o
C. Dit
is voldoende om het toestel niet in werking te laten treden.
Bijstelling van het cv-setpoint op het toestel is niet nodig.
Uit bedrijf nemen
10
Aan- en uitschakeling van de boiler
Indien gewenst kunt u de boiler aan en uit zetten. Op
bladzijde 7 wordt uitgelegd hoe dit werkt. Omdat het een
voorraadtoestel betreft, kunt u de boiler niet alleen aan
zetten als u warm water nodig heeft. De uitschakeling kunt
u gebruiken als u voor langere tijd van huis bent, bijvoor-
beeld als u op vakantie gaat.
Spaardouches
Op de ULTIMA kunt u alle spaardouchekoppen van een
goede kwaliteit toepassen. Raadpleeg uw installateur voor
een goede spaardouchekop. Als u een spaardouchekop
gebruikt, zorg dan dat deze regelmatig wordt ontkalkt om
voldoende doorstroming te houden.
Let op bij het gebruik van een zonneboiler
Wijzig het boilersetpoint niet (58).
Geen wijzigingen van de instelling van een eventueel
toegepast mengventiel toegestaan. Bij een verkeerde
instelling kan de watertemperatuur te hoog worden.
Laat de ULTIMA altijd aan staan.
Betekenis Gaskeur CW-klassen
Comfortklasse CW6 betekent (ULTIMA A + AF80 of AF120):
een tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C;
een tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C,
gelijktijdig* met een douchefunctie van 3,6 l/min tot
tenminste 7,5 l/min van 60
o
C (dit komt overeen met 6
tot 12,5 l/min bij 40
o
C);
het vullen van een bad met 150 liter van 40
o
C
gemiddeld, binnen 10 minuten, gelijktijdig* met een
tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C;
het vullen van een bad met 200 liter van 40
o
C
gemiddeld, binnen 10 minuten zonder gelijktijdigheid
met een andere functie.
* Gelijktijdigheid betekend dat bij douche gebruik of
badvulling in de keuken een hoeveelheid van 5 liter
warmwater van 60
o
C kan worden getapt (tapdebiet
keuken: 7,5 l/min van 60
o
C).
Let op!
Bij gelijktijdig gebruik van een keuken en een douche of
badkraan moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van
een goede automatische thermostatische regeling.
Omgaan met warm water
Om te voorkomen dat onderdelen van uw cv-installatie of
waterleidingen bevriezen, dient u de kamerthermostaat
bij voorkeur niet lager dan ongeveer 12
o
C in te stellen.
Sluit de gastoevoer niet af en laat het toestel aan staan.
Draai alle radiatorkranen open, vooral van ruimtes met
bevriezingsgevaar: zet eventueel tussendeuren open.
In het toestel zit een automatische vorstbeveiliging, die
echter alleen voorkomt dat het toestel zelf bevriest!
Als de installatie wordt afgetapt (i.v.m. vorst), dient ook
het toestelvolledig te worden afgetapt.
Als de aangesloten boiler uit wordt gezet, dient de
ruimte waar deze staat vorstvrij te zijn.
Bevriezingsgevaar
Draai de dop los.
Let op! Er komt water uit de sifon!
5. INSPECTIE EN REINIGING
Figuur 5.1. De vuil-opvangbeker onder de toestel sifon.
Draai de dop weer op het sifon en
schakel daarna met de AAN/UIT-
knop het toestel weer aan.
- Zet de kamerthermostaat op een
lage stand en gebruik geen warm
water.
- Schakel met de AAN/UIT-knop het
toestel uit.
Inspectie en onderhoud
Voor een goed en veilige werking adviseert AGPO om
minimaal eenmaal per twee jaar een inspectiebeurt aan
het toestel uit te laten voeren. Bij de inspectiebeurt zal
blijken of er verder onderhoud noodzakelijk is. Afhankelijk
van de omstandigheden kan ook de frequentie van de
inspectiebeurten aangepast worden. Deze inspectie/
onderhoudsbeurten moet worden uitgevoerd door een
erkend installateur of onderhoudsbedrijf.
Schoonmaken van de toestelsifon
Om te voorkomen dat de condensafvoer van het toestel
verstopt raakt, kunt u zelf jaarlijks het toestelsifon schoon-
maken.
11
6. HET BIJVULLEN EN ONTLUCHTEN VAN DE CV-INSTALLATIE
Ontlucht de installatie. Dit is
vooral in de eerste twee weken
na de installatie nodig.
Gebruik het ontluchtsleuteltje.
Begin bij de laagstgelegen
radiatoren. Eindig op de boven-
verdieping. Ontlucht tot er geen
lucht meer uit komt.
Sluit de vulslang aan op de
waterkraan.
Verwijder het dopje van de
cv-vulkraan.
Draai de kraan langzaam open
en vul de slang met water.
Sluit de kraan als de slang vol is.
Sluit de volle slang aan op de cv-
vulkraan.
Open de cv-vulkraan.
Sluit de cv-vulkraan.
Vul tot de manometer 1,6 bar
aangeeft (bij koude cv-installatie).
Koppel de slang los van de
kranen.
Bevestig het dopje weer op de
cv-vulkraan.
Schakel met de AAN/UIT-
knop het toestel weer aan.
Schakel met de
AAN/UIT-knop
het toestel uit.
Het ontluchten van de cv-installatie
Het vullen van de cv-installatie (voer eerst punt 1 en 2 uit)
Water in de cv-installatie: let op!
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater.
Geen gedemineraliseerd water.
Voeg geen chemische middelen aan het
water toe. Bij het toevoegen hiervan
vervalt de garantie op het toestel.
Vóór u met vullen begint: let op!
Er kan een vulprocedure bij de vulkraan
hangen: volg deze instructie. Als er geen
instructie aanwezig is, volg dan de
instructie op dit blad.
Draai alle radiatorkranen open.
Bij thermostatische kranen: zet deze in
de maximale stand.
Draai de waterkraan
langzaam open.
Sluit de waterkraan als
de druk 1,6 bar is.
Ontlucht de installatie nogmaals
(zie punt 2) en vul zonodig bij.
Wanneer bijvullen?
Bij storingscode F5.
Als de druk tot 1 bar is gezakt,
om F5-storingscode te voorkomen.
12
Inhoud montagehandleiding
Aandachtspunten vóór montage
7. Voorschriften .................................................................................................... 13
8. Aandachtspunten vóór montage......................................................................... 13
8.1 Leveringsomvang ............................................................................... 13
8.2 Toestelaccessoires ............................................................................ 14
8.3 Montagemogelijkheden ...................................................................... 14
8.4 Benodigde vrije ruimte ........................................................................ 14
8.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer: opstellingsmogelijkheden
en weerstandsberekening................................................................... 14
8.6 Extra aandachtspunten voor de complete installatie............................. 17
Montage-instructie
9. Montage-instructie ............................................................................................ 18
9.1 Veiligheid........................................................................................... 18
9.2 Ophangen van het toestel................................................................... 18
9.3 Afmetingen en aansluitingen............................................................... 19
9.4 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A zonder boiler .................... 20
9.5 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A met boiler ........................ 21
9.6 Aansluiten gaszijdig........................................................................... 22
9.7 Aansluiten verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer................................ 22
9.8 Aansluiten van de kamerthermostaat, boilersensor, evt. buitenvoeler of
externe cv-installatiepomp .................................................................. 23
9.9 Aansluiten condensafvoer................................................................... 24
9.10 Ingebouwde bypass voor cv ................................................................ 24
10. Eerste ingebruikstelling van het toestel .............................................................. 25
10.1 Voorbereidingen ................................................................................. 25
10.2 In bedrijf nemen ................................................................................. 26
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie d.m.v. een aantal parameters .. 27
10.4 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke regelingen ...... 28
10.5 Extra informatie over de weersafhankelijke regeling van de ULTIMA ...... 29
10.6 Extra informatie over de AGPO Modulation klokthermostaat ................ 30
Inspectie, storingen en service
11. Inspectie en afstellen ........................................................................................ 31
12. Storingen en serviceonderdelen.......................................................................... 33
12.1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen.................................... 33
12.2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen ........................... 34
12.3 Uitlezen van de historie: opslag van opgetreden storingen .................... 35
Werking en technische gegevens
13. Werking en technische gegevens ...................................................................... 36
13.1 Werking van het toestel...................................................................... 36
13.2 Gebruik van een ingebouwde bypass .................................................. 38
13.3 Toepassing van een open verdeler ....................................................... 38
13.4 Extern beschikbare pompopvoerhoogte............................................... 39
13.5 Werking van de modulerende pomp .................................................... 40
13.6 Technische gegevens ......................................................................... 41
13.7 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector..... 42
14. Certificaties van de AGPO HR ULTIMA A 2238A ................................................ 43
14.1 CE-markering .................................................................................... 43
14.2 Gaskeurlabels ................................................................................... 43
Garantiebewijs .................................................................................................. 45
13
Voor installatie van de ULTIMA dient rekening te worden
gehouden met de volgende voorschriften:
a. Het bouwbesluit 680, waarin o.a. naar de
normen die hieronder staan wordt verwezen.
b. NEN 1078 voorschriften voor aardgasinstallaties
GAVO met bijbehorende praktijkrichtlijn (NPR3378).
c. Richtlijnen bestaande gasinstallaties,
opgesteld door EnergieNed.
d. NEN 3028 veiligheidseisen voor centrale
verwarmingsinstallaties.
e. NEN 1010 veiligheidsbepalingen voor
laagspanningsinstallaties.
f. NEN 1006: Algemene voorschriften voor drinkwater-
installaties AVWI met bijbehorende werkbladen.
g. NEN 1087 de norm voor ventilatie in woongebouwen
met bijbehorende toelichting (NPR 1088).
h. NEN 2757 de norm voor toevoer van verbrandings-
lucht en afvoer van rookgassen.
i. NEN 3215 de norm voor binnenriolering in woningen
en woongebouwen.
j. Brandweervoorschriften.
Voor alle voorschriften geldt dat aanvullingen op
normen of voorschriften of latere voorschriften op het
moment van installeren van toepassing zijn.
Het gaswandtoestel is uitsluitend te gebruiken voor
gesloten verwarmingssystemen tot een maximale
temperatuur van 90
o
C.
De installatie van het toestel mag alleen geschieden
door daartoe erkende personen. Erkenningen worden
afgegeven door de energiebedrijven en water-
distributie-organisaties.
Uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze technische
montagehandleiding als aanvulling op de boven
genoemde voorschriften moet worden gezien en dat
deze voorschriften prevaleren boven de informatie in
deze handleiding.
7. VOORSCHRIFTEN 8. AANDACHTSPUNTEN
VÓÓR MONTAGE
8.1 Leveringsomvang
Standaard aanwezig in of bij het toestel:
Overstort voor de cv-installatie (3 bar).
Drukmeter voor de cv-installatie (analoog).
Waterdruksensor (digitaal).
Automatische ontluchter.
1 pijp ø15 mm (ca. 30 cm lang), incl. pakking.
Handleiding + A3 met aandachtspunten voor installatie.
Ingebouwd toestelsifon met vuilopvangbeker.
Condensafvoerslang.
Snoer: ca. 1,5 meter lang, incl. stekker met randaarde.
Ophangstrip.
Een voedingsaansluiting voor evt. externe
cv-installatiepomp (in de elektrakast)
Afsluiters voor cv-aanvoer en cv-retour
Zeef in de cv-retouraansluiting
2x ¾ afdichtdoppen voor boileraansluiting
(incl. pakkingen).
2 pijpen ø22 (ca. 30 cm lang) incl. twee aansluit-
mogelijkheden, voor een vul-/aftapkraan en een
expansievat (incl. pakkingen) en 2x ½ afdichtdoppen.
Ingebouwde bypass voor cv (instelbaar)
Benodigde onderdelen voor een boileraansluiting:
Boileraansluitset (zie toestelaccessoires).
Inlaatcombinatie (KIWA; 8 bar).
Benodigde onderdelen voor de installatie:
Vul-/aftapmogelijkheid t.b.v. de cv-installatie.
Drukvat (grootte afhankelijk van de installatie).
Gasafsluiter.
Rioolafsluitend sifon of stankafsluiter en een kunststof
afvoerpijp naar de riolering (buitenmaat ø32 mm).
Stopcontact 230V met randaarde
(deze dient goed bereikbaar te zijn).
Kamerthermostaat.
Bij gebruik van RVS of kunststof rookgasafvoerpijp: pas
direct boven het toestel een condensafscheider toe.
Eventueel een open verdeler en een extra cv-installatie-
pomp.
Vuistregel:
Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepomp
als het opgestelde cv-vermogen meer dan 25 kW is.
Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie.
Bij een gewenst gelijktijdig gebruik van een keuken en
een bad- of douchekraan moet de bad- of douchekraan
voorzien zijn van een goede automatische
thermostatische regeling.
14
Artikel: Artikelnr:
Open verdeler ............................................ 3298298
Adapter tbv concentrische aansluiting
80/125mm ................................................. 1801520
Afdichtdop 80mm
t.b.v. luchttoevoeropening........................... 3288135
Agpotherm Plus kamerthermostaat........... 1201045
IJspegelvrije HR drukbalans 80mm .......... 1825027
Geveldoorvoerset SINE-aanpassing ......... 1801265
Agpo Modulation klokthermostaat.............. 1201050
Buitenvoeler ULTIMA (NTC 10kOhm)
t.b.v. WA-regeling ........................................ 1801295
Boileraansluitset met Aquaforte boiler ....... 1801555
Meetpunt CO2 80mm pijp.......................... 1830015
8.2 Toestelaccessoires
Condens op buitenzijde luchttoevoerpijp
Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes
loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condens-
vorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit
geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
Regelgeving rookgasafvoersysteem
Houd rekening met de plaatselijke eisen van bijv.
brandweer, hinderwet en gasbedrijf.
Mogelijke ijspegelvorming
Indien er ijspegelvorming kan optreden bij de
afvoeren, de uitmonding niet situeren op plaatsen
waaronder zich personen kunnen begeven of waarbij
schade kan ontstaan door loslatende ijspegels.
Twee aansluitmogelijkheden
Er kan gebruik worden gemaakt van één van de twee
luchttoevoeraansluitingen. Hinderlijk kruisen
van pijpen wordt hiermee voorkomen. De middelste
aansluiting is voor de verbrandingsgasafvoer.
Tevens is een concentrische aansluiting mogelijk.
Extra condensafscheider in het
rookgasafvoersysteem
Bij toepassing van een kunststof of RVS-rookgas-
afvoersysteem dient een extra condensafscheider
direct op het toestel op de rookgasafvoeraansluiting
te worden geplaatst (advies: zelfde materiaal als RGA-
systeem).
Geluidsproductie bij een werkend toestel.
Het toestel produceert een bepaald geluidsniveau.
Houd met de keuze van de opstelling rekening met
een geringe geluidsproductie. Het is bijv. af te raden
om het toestel in een vrije opstelling op een slaapka-
mer te plaatsen.
Witte condenspluim op de rookgasafvoerpijp
Omdat de ULTIMA een HR-toestel is, zal er zoveel
energie uit de verbrandingsgassen worden gehaald
dat deze condenseren. Hierdoor kan er op de
rookgasafvoerpijp een condenspluim ontstaan.
Houd hier rekening mee.
8.3 Montagemogelijkheden
8.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer:
opstellingsmogelijkheden en
weerstandsberekening
Voor alle opstellingssituaties geldt het volgende:
Weerstand
De toegestane weerstand van het luchttoevoer- en
rookgasafvoersysteem is aan een maximum
gebonden. Controleer dit aan de hand van een
weerstandsberekening.
Condens of regenwater in de rookgasafvoerpijp
Horizontale verbrandingsgasafvoerpijp
minimaal 50 mm/m op afschot leggen!
Het condenswater en eventueel
regenwater loopt nu naar het toestel terug.
Het toestel is ontworpen als een hangend toestel en kan
tegen praktisch elke wand worden bevestigd. Deze dient
vlak en stevig genoeg te zijn voor het gewicht van het
toestel.
8.4 Benodigde vrije ruimte
Houd in verband met het installeren en mogelijke service-
werkzaamheden rekening met een minimale vrije ruimte.
Advies: Minimaal:
Zijkant 15 cm 4 cm
Onderkant 100 cm 25 cm
Bovenkant afhankelijk van 27 cm
(bij concentrische
rookgasafvoer geveldoorvoer)
Voorkant >50 cm 50 cm
(1,5 cm bij gesloten deur)
Let op! Bij afwijking van de geadviseerde vrije ruimte
wordt de bereikbaarheid van het toestel voor service-
doeleinden beperkt.
15
Opstellingssituatie 1 (klasse-C33)
Door het dak met een dakdoorvoer (individueel).
Bij deze opstellingssituatie worden de luchttoevoer en
rookgasafvoer individueel naar de dakdoorvoer gebracht,
waarbij deze concentrisch door het dak gaan.
Voor de verticale dakdoorvoeren adviseert AGPO gebruik te
maken van een ijspegelvrije AGPO HR drukbalansdak-
doorvoer. Bij de HR drukbalansdakdoorvoer is er slechts
een minime kans op ijspegelvorming!
Opstellingssituatie 2 (klasse-C53)
Luchtoevoer uit de gevel en rookgasafvoer door het dak
(individueel of collectief).
Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het AGPO gevel-
inlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind
sterk gereduceerd. Als uitmonding kan o.a. een HR
prefabsschoorsteen worden gebruikt.
Opstellingssituatie 3 (klasse-C13)
Geveldoorvoer. Houdt rekening met de volgende maten:
Max. muurdikte: 50 cm.
Min. inbouwhoogte boven de ULTIMA: 27 cm.
Raadpleeg AGPO voor deze geveldoorvoer. De instructie
wordt bijgeleverd bij de geveldoorvoer.
Let op de voorschriften van de GAVO.
Opstellingssituatie 4 (klasse-C33)
Luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak met behulp
van een HR-prefabschoorsteen (individueel of collectief).
Zowel de luchttoevoer als de rookgasafvoer worden met
deze HR prefabschoorsteen door het dak gevoerd.
Opstellingssituatie 5 (klasse-C83)
Half CLV-systeem: luchttoevoer uit de gevel en rookgas-
afvoer door het dak (collectief).
Bij deze situatie geschiedt de luchttoevoer door de gevel
en gaan de rookgassen collectief door het dak. Raad-
pleeg AGPO voor de mogelijkheden met dit systeem.
Pas op de luchttoevoerpijp uitsluitend het AGPO gevel-
inlaatkruisstuk toe. Hiermee wordt de invloed van wind
sterk gereduceerd.
Opstellingssituatie 6 (klasse-C33)
Concentrische luchttoevoer en rookgasafvoer door het dak
(individueel).
Bij deze situatie worden de luchttoevoer en rookgasafvoer
concentrisch naar het dak gebracht.
Opstellingssituatie 7 (klasse-C43)
CLV-systeem (collectief).
Bij deze opstellingssituatie worden zowel de luchttoevoer
als de rookgasafvoer gezamenlijk naar het dak gebracht.
De weerstand van het rookgasafvoer en luchttoevoer-
systeem dient hierbij berekend te worden tot aan het CLV-
systeem. Raadpleeg AGPO voor de mogelijkheden met dit
systeem.
Specificatie rookgasafvoermateriaal (klasseC63)
De ULTIMA wordt geleverd zonder rookgasafvoer-
materiaal. Dit wordt aangeduidt met de toestelklasse C63.
Op de ULTIMA mag uitsluitend Gastec QA gekeurd
afvoermateriaal, geveldoorvoer en/of dakdoorvoeren
worden aangesloten, welke gekeurd zijn volgens
keuringseis 83. Bij toepassing van een kunststof afvoer-
systeem: temperatuur klassificatie T120.
Figuur 8.1. Opstellingsmogelijkheden
16
De eenheid meterspijplengte ø80 mm
Omdat de weerstand een drukverlies is, wordt deze
standaard uitgedrukt in Pascal. De weerstand van 1
meter rechte pijp heeft dan bijvoorbeeld een x-aantal
Pascal weerstand. Evenals bochten en andere
componenten in het RGA/LTV-systeem.
Om de berekening wat te vergemakkelijken wordt
de omrekening gemaakt van Pascals naar meters
pijplengte. Dit zit als volgt in elkaar.
De weerstand van 1 meter rechte pijp ø80 in de
luchttoevoer heeft een bepaalde waarde. Bij de
ULTIMA A mogen 50 van deze stukken pijp aange-
sloten worden om de maximale weerstand te
bereiken. Als we dit getal, 50 meter, willen gebruiken
om de maximale weerstand uit te drukken, moeten
alle andere componenten uitgedrukt worden in een
factor maal de weerstand van deze meter pijp
ø80mm in de luchttoevoer.
Een korte bocht 90
o
(R=0,75) ø80mm in de lucht-
toevoer heeft bijvoorbeeld 1,5 maal de weerstand
van 1 meter pijp ø80mm in de luchttoevoer. Voor alle
componenten is deze factor vastgesteld, zodat de
totale weerstand in meters pijplengte kan worden
berekend.
Weerstand bij geveldoorvoer
(toestel direct aan de buitenmuur)
De weerstand van een AGPO-geveldoorvoerset zit
onder de maximaal toegestane weerstand
(80 parallel naar 100/60 concentrisch).
Berekening van de weerstand van een
RGA/LTV-systeem voor een ULTIMA
1. Zet de componenten onder elkaar;
2. Vermenigvuldig per component het aantal met
de weerstand;
3. Tel het totaal op.
4. De berekende weerstand moet lager zijn dan de
toegestane weerstand.
De noodzaak van een weerstandsberekening
De weerstand van het RGA/LTV-systeem wordt groter naarmate
de totale lengte van de pijpen en het aantal bochten toeneemt.
Omdat de ventilator maar een bepaalde weerstand kan over-
bruggen, is deze weerstand echter aan een maximum gebon-
den. Voor het toestel is daarom een maximum weerstand
berekend die niet overschreden mag worden.
Weerstandsberekening rookgasafvoer / luchttoevoer (RGA/LTV)
* Bij de flexibele pijpen en bochten horen de aangegeven
weerstandswaarden bij de
binnendiameter van de pijp.
De overige waarden horen bij de buitendiameters.
Voorbeeld berekening ULTIMA A.
Luchttoevoerdeel aantal weerstand
rechte pijp ø80mm 3 3 x 1 ............ = 3
45
o
bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,2 ......... = 2,4
Rookgasafvoerdeel
rechte pijp ø80mm 3 3 x 1,3 ......... = 3,9
45
o
bocht (R=1/2D) 2 2 x 1,6 ......... = 3,2
dakdoorvoer HR 80 1 1 x 15,9 ....... = 15,9
(incl. aansluitstuk)
Berekende weerstand totaal: .................... 28,4 m
De berekende weerstand is 28,4. Deze is minder
dan de toegestane 50 meters pijplengte en is dus
in orde.
Weerstandstabel voor HR-toestellen: parallel systeem
Luchttoevoer ø60 ø70 ø80 ø90 ø100
pijp 1m glad 4,4 2,0 1,0 0,6 0,3
1 m flexibel (øbi)* 4,5 2,1 1,1 0,6 0,4
bocht 90
o
R=D 3,0 1,6 0,9 0,5 0,3
90
o
R=0,75D 5,2 2,7 1,5 0,9 0,6
90
o
R=D flexibel (øbi)* 10,4 5,6 3,3 2,1 1,4
90
o
R=1/2D 12,0 6,2 3,5 2,2 1,4
45
o
R=0,75D 3,4 1,8 1,0 0,6 0,4
45
o
R=1/2D 4,0 2,1 1,2 0,7 0,5
verloop 80 - 70 - 0,7 - - -
80 - 60 2,6 - - - -
90 - 80 - - 0,4 - -
100 - 80 - - 0,5 - -
inlaat open pijp 4,8 2,5 1,4 0,9 0,6
prefabschoorsteen 4,8 2,5 1,4 0,9 0,6
inlaatkruisstuk - - 6,6 - -
Rookgasafvoer ø60 ø70 ø80 ø90 ø100
pijp 1m glad 5,9 2,7 1,3 0,7 0,4
1 m flexibel (øbi)* 6,0 2,8 1,5 0,8 0,5
bocht 90
o
R=D 4,0 2,1 1,2 0,7 0,5
90
o
R=0,75D 6,9 3,6 2,0 1,2 0,8
90
o
R=D flexibel (øbi)* 14,0 7,5 4,4 2,8 1,8
90
o
R=1/2D 16,1 8,4 4,8 2,9 1,9
45
o
R=0,75D 4,6 2,4 1,4 0,8 0,5
45
o
R=1/2D 5,4 2,8 1,6 1,0 0,6
verloop 80 - 70 - 0,9 - - -
80 - 60 3,5 - - - -
90 - 80 - - 0,5 - -
100 - 80 - - 0,7 - -
uitmonding open pijp 11,5 6,0 3,4 2,1 1,3
prefabschoorsteen 11,5 6,0 3,4 2,1 1,3
in- en
AGPO drukbalans HR80 - - 15,9 - -
uitlaat drukbalans HR100 - - - - 10,1
HR-muurdoorvoer - - 15,9 - -
condendsafscheider - - 2 - -
Weerstandstabel voor HR-toestellen: concentrisch systeem
weerstand in meters pijplengte ø80
ø125 / ø80
rechte pijp 3,0
bocht 90
o
R=D 4,0
bocht 45
o
R=D 2,0
drukbalans 12,0 (drukbalans zonder broekstuk)
17
8.6. Extra aandachtspunten ór de complete installatie
Cv-installatie
Vloerverwarming
Aandachtspunten bij toepassing van een vloerverwarming:
Pas uitsluitend diffusiedichte buizen toe, om corrosie
in het toestel te voorkomen. Dit is nodig om de zuur-
graad (pH) van het cv-water tussen de toegestane
waarden van 5 en 8 te houden.
Pas bij een bestaande vloerverwarming, waarvan niet
duidelijk is of de buizen diffusiedicht zijn, een warmte-
wisselaar toe om de circuits te scheiden.
Pas een 100% hydraulisch neutrale vloerverwarmings-
set toe. Bij uitgeschakelde cv-pomp van het toestel
mag de pomp van de vloerverwarming geen circulatie
door het toestel veroorzaken. Plaats eventueel een
vloerverwarmingsset met een gescheiden systeem
voor de vloerverwarming en de overige cv-installatie.
Open verdeler
Vooral bij een opgesteld cv-vermogen dat hoger is dan
25 kW (bij ontwerpcondities) dient goed gelet te worden op
de weerstand van de cv-installatie. Controleer altijd of de
beschikbare opvoerhoogte voldoende is voor de installa-
tie. Voldoende doorstroming van het water door de cv-
installatie is zeer belangrijk.
Vuistregel:
Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepomp
als het opgestelde cv-vermogen meer dan 25 kW is.
Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie.
Ingebouwde bypass voor de cv-installatie
In het toestel is een met de hand instelbare bypass
ingebouwd die tussen de cv-aanvoer- en retourleiding is
geplaatst. Deze bypass moet half geopend worden als de
gehele cv-installatie is voorzien van thermostatische
kranen die de doorstroming geheel kunnen blokkeren.
Door het half open zetten van de bypass is er altijd een
minimale waterstroom door het toestel mogelijk, die
ervoor zorgt dat het toestel goed blijft functioneren.
Zie bladzijde 38 en 39 voor meer informatie.
Tapwatervoorziening
Voorbereid voor een boiler
De ULTIMA A is volledig voorbereid om een indirect
gestookt warm waterboiler op aan te sluiten. Zo is er een
boilerpomp in het toestel ingebouwd en is er een
boilerregeling in de elektronica aanwezig. De combinatie
van een ULTIMA A met een boiler levert een zeer hoog
rendement.
Gaskeur comfort warmwater
Voor extra informatie over het tapwatercomfort kunt u de
informatie over de gaskeurlabels CW6 in hoofdstuk 14
raadplegen.
Spaardouchekoppen
De combinatie van een ULTIMA en een boiler is geschikt
om goede spaardouchekoppen toe te passen.
Energiebesparing op de tapwatervoorziening
De aangesloten boiler kan aan- en uitgeschakeld worden.
Dit kan op twee manieren:
1. Met een comfortschakelaar op de kamerthermostaat;
2. Via de bediening op het display van het toestel.
Zie bladzijde 24 voor de nodige aansluitingen en blz. 6 en
7 voor hoe u de boiler aan- en uitschakelt.
Overige aandachtspunten
Meerdere kamerthermostaten / vorstbeveiliging.
Er kunnen meerdere kamerthermostaten op de ULTIMA
aangesloten worden, waarvan er slechts één OpenTherm-
kamerthermostaat kan zijn.
Dit is bijvoorbeeld gewenst bij het gebruik van een open-
haard om een minimale temperatuur op de studeerkamer te
kunnen regelen of voor een vorstbeveiliging.
Zie bladzijde 23 voor extra uitleg.
IP-beschermingsklasse
Het toestel heeft standaard de beschermingsklasse IP 42.
Om IP 44 te verkrijgen dient de 230V-voeding als vaste
aansluiting gerealiseerd te worden. Gebruik in dit geval een
dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van
minimaal 3 mm.
230V-voeding
Voor de 230V-voeding dient een stopcontact met randaarde
geplaatst te worden. Deze dient goed bereikbaar gemon-
teerd te worden.
Gelijktijdigheid
Bij gewenst gelijktijdig gebruik van een keuken en een
bad- of douchekraan moet deze bad- of douchekraan
voorzien zijn van een goede automatische
thermostatische regeling.
Gasaansluiting
Capaciteit gasmeter
Controleer, voor u met de montage aanvangt, of de
gasmeter voldoende capaciteit heeft. Denk hierbij ook aan
de het verbruik van andere huishoudelijke apparaten.
Neem, indien een te kleine gasmeter is gemonteerd,
contact op met het energiebedrijf.
Het gasverbruik bij
aardgas (G25) (vollast):
AGPO HR ULTIMA A: 68,3 l/min (4,1 m
3
/h)
Oud gasleidingnet
Advies: plaats vlak bij het toestel een filter in de gasleiding!
Diameter gastoevoerleiding
De aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de
diameter van de binnenleiding.
Temperatuurregelingen voor cv
Overzicht van de temperatuurregelingen
De temperatuur in de woning kan op verschillende
manieren geregeld worden. Zie bladzijde 28 voor een
overzicht van de mogelijkheden en benodigde onderdelen.
Uitleg OpenTherm-communicatie-protocol (modulerend)
Een OpenTherm-kamerthermostaat kunt u herkennen aan
het volgende logo.
Een OpenTherm kamerthermostaat
is met twee draden op het toestel
aangesloten. Via deze twee draden
communiceert de thermostaat met
de ULTIMA via OpenTherm-taal.
Deze thermostaat krijgt voeding van het toestel en der-
halve zijn er geen batterijen noodzakelijk. Deze thermosta-
ten kunnen dienen ter vervanging van de bekende kwik-
thermostaten.
18
9. MONTAGE-INSTRUCTIE
In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitleg gegeven over
het ophangen en aansluiten van het toestel. Eventueel
wordt voor uitgebreidere informatie verwezen naar de
volgende hoofdstukken.
9.2 Ophangen van het toestel
Het toestel ophangen
1. Direct tegen de muur bevestigen;
De wand dient voldoende stevig en vlak te zijn.
2. Met de ophangstrip tegen de muur bevestigen;
Deze ophangstrip is standaard meegeleverd.
3. Als het toestel wordt opgehangen aan een speciaal
montagepaneel, lees dan de bijbehorende instructie.
Voor uw veiligheid: let op!
De AGPO HR ULTIMA is een toestel dat voldoet aan de
strenge Europese veiligheidsnormen. Het CE-keur-
merk (Conform de Europese normen) geeft dit aan.
Omdat er voor de verwarming gebruik wordt gemaakt
van aardgas en 230V voedingsspanning willen wij u op
een aantal zaken attenderen:
230V elektrische spanning
Dit toestel bevat componenten die onder
een spanning van 230V staan. Dit zijn
onder andere de printen, de pompen, het
gasblok, de transformator, de brander-
automaat en de maximaalthermostaat.
Let op bij gaslucht
Als u een gaslucht ruikt: spoor het lek op of
sluit de gebruikte meetnippels.
Roken en vuur verboden!
Warme leidingen en pijpen
De leidingen en radiatoren kunnen 90
o
C
worden. De verbrandingsgasafvoerpijp kan
tijdens bedrijf ca. 80
o
C worden. Zorg
dat de verbindingen van de pijp altijd goed
gemonteerd worden, om lekkage te voorko-
men.
9.1 Veiligheid
Beschadigingen aan het toestel
Eventuele beschadigingen aan het toestel direct aan de
leverancier melden.
Aandachtspunten voor montage
Lees eerst het voorgaande hoofdstuk, Aandachtspunten
voor montage. Hierin wordt informatie gegeven over zaken
die voorafgaand aan de montage van nut kunnen zijn.
Eerste ingebruikname van het toestel
In het volgende hoofdstuk wordt uitleg gegeven over de
eerste in gebruik name. Let op! Lees dit hoofdstuk goed
door, voor u de installatie vult en in bedrijf stelt.
19
9.3 Afmetingen en aansluitingen
Figuur 9.1 AGPO HR ULTIMA A
Let op!
Bij afwijking van de
geadviseerde vrije ruimte
wordt de bereikbaarheid
van het toestel voor
servicedoeleinden beperkt.
A cv-aanvoer (22mm*)
B boileraanvoer (¾**)
C gas (15mm*)
D boilerretour (¾**)
E cv-retour (22mm*)
* aansluitdiameter van de
bijgeleverde pijpen
** met boileraansluitset
ø22mm pijpen
F condensafvoer
G overloop
ontlastklep cv (1/2 bi)
H luchttoevoer (80mm)
(twee mogelijkheden)
Situatie met open verdeler. Zie ook blz 38.
U kunt het toestel met
een parker borgen
I rookgasafvoer (80mm)
(concentrisch: 80/125)
J ophangstrip
K aansluiting vul/aftapkraan (1/2 bi)
L aansluiting expansievat (1/2 bi)
M manometer cv-installatie (1/4 bi)
N open verdeler (zie blz. 40)
O cv-aanvoer open verdeler(3/4 bi)
P cv-aanvoer open verdeler(3/4 bi)
Q cv-retour open verdeler (3/4 bi)
R cv-retour open verdeler (3/4 bi)
S externe installatie cv-pomp
(maximaal 93W / 0,40 Ampère)
Advies: Minimaal:
Zijkant 15 cm 4 cm
Onder 100 cm 25 cm
Boven *
Voorkant >50 cm 50 cm **
*afhankelijk van rookgasafvoer
**1,5 cm bij gesloten deur
Vrije ruimte rond het toestel
maten in mm
20
9.4 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A zonder boiler
Figuur 9.2
1 Aansluiting boiler-aanvoer (¾")
In dit geval afdoppen
2 Aansluiting gastoevoer
(15 mm pijp op ½" aansluiting)
3 Aansluiting boiler-retour (¾")
In dit geval afdoppen
4 Toestelstekker 230V
5 Overloop overstortventiel cv-zijdig (½" bi)
6 Cv-retour aansluiting
(22 mm pijp op ¾" aansluiting)
7 Afsluitkraan cv-retour, inclusief filter
8 Cv-aanvoer aansluiting
(22 mm pijp op ¾" aansluiting)
9 Afsluitkraan cv-aanvoer
10 Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan (½")
11 Vuilopvangbeker van het sifon
12 Condensafvoerslang
13 Manometer cv-installatie (¼")
14 Aansluitmogelijkheid expansievat (½")
Verwijder de kunststof doppen van de leidingen
onder het toestel. Let op, er kan wat vuil water
uitlopen! Leidingen pas na 50 cm beugelen en
spanningsvrij aansluiten.
Vloerverwarming
Pas uitsluitend diffusiedichte buizen voor
vloerverwarming toe. Gebruik een hydraulisch
neutraal systeem en scheid bij bestaande
vloerverwarmingen (met mogelijk niet-
diffusiedichte buizen) het oude en nieuwe circuit
met een scheidingswisselaar.
Schone leidingen
Voorkom dat er bij het maken van de installatie
vuil of metaaldeeltjes in de leidingen komen.
Klop eventueel vuil voor de montage uit de
leidingen of spoel ze door.
Thermostatische radiatorventielen
Als u deze overal toepast, bijv. in combinatie met
een WA-regeling, zorg dan voor voldoende
doorstroming door het toestel.
Zet hiervoor de interne bypass (half) open
(
zie blz. 24).
Een bestaande drukgeregelde bypass kan niet
worden gebruikt i.v.m. de modulerende pomp.
Begrenzing cv-vermogen 80%
Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogen
afgesteld. Als er meer vermogen nodig is, kan
met parameter 6 in het installateursmenu het
vermogen verhoogd worden.
Zie blz. 27.
Let op!
Controleer in dat geval de noodzaak van een
openverdeler.
Open verdeler en extra cv-installatiepomp waarschijnlijk noodzakelijk
bij een cv-installatie met een opgesteld vermogen van meer dan 25
kW, of als de beschikbare opvoerhoogte van de toestel cv-pomp
ontoereikend is voor de weerstand van de cv-installatie.
Zie bladzijde 38 en 39 voor meer uitleg.
Figuur 9.3
Vul-/aftap-
kraan
Expansievat
(in retour)
21
Figuur 9.4
1 Aansluiting boiler-aanvoer (¾")
2 Aansluiting gastoevoer
(15 mm pijp op ½" aansluiting)
3 Aansluiting boiler-retour (¾")
5 Overloop overstortventiel cv-zijdig (½" bi)
6 Cv-retour aansluiting
(22 mm pijp op ¾" aansluiting)
7 Afsluitkraan cv-retour, inclusief filter
8 Cv-aanvoer aansluiting
(22 mm pijp op ¾" aansluiting)
9 Afsluitkraan cv-aanvoer
10 Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan (½")
11 Vuilopvangbeker van het sifon
12 Condensafvoerslang
13 Manometer cv-installatie (¼")
14 Aansluitmogelijkheid expansievat (½")
9.5 Waterzijdige aansluiting van een ULTIMA A met een boiler
Figuur 9.5
Open verdeler en extra cv-installatiepomp waarschijnlijk noodzakelijk
bij een cv-installatie met een opgesteld vermogen van meer dan 25
kW, of als de beschikbare opvoerhoogte van de toestel cv-pomp
ontoereikend is voor de weerstand van de cv-installatie.
Zie bladzijde 38 en 39 voor meer uitleg.
Verwijder de kunststof doppen van de leidingen
onder het toestel. Let op, er kan wat vuil water
uitlopen! Leidingen pas na 50 cm beugelen en
spanningsvrij aansluiten.
Vloerverwarming
Pas uitsluitend diffusiedichte buizen voor
vloerverwarming toe. Gebruik een hydraulisch
neutraal systeem en scheid bij bestaande
vloerverwarmingen (met mogelijk niet-
diffusiedichte buizen) het oude en nieuwe circuit
met een scheidingswisselaar.
Schone leidingen
Voorkom dat er bij het maken van de installatie
vuil of metaaldeeltjes in de leidingen komen.
Klop eventueel vuil voor de montage uit de
leidingen of spoel ze door.
Thermostatische radiatorventielen
Als u deze overal toepast, bijv. in combinatie met
een WA-regeling, zorg dan voor voldoende
doorstroming door het toestel.
Zet hiervoor de interne bypass (half) open
(
zie blz. 24).
Een bestaande drukgeregelde bypass kan niet
worden gebruikt i.v.m. de modulerende pomp.
Begrenzing cv-vermogen 80%
Standaard staat het toestel op 80% cv-vermogen
afgesteld. Als er meer vermogen nodig is, kan
met parameter 6 in het installateursmenu het
vermogen verhoogd worden.
Zie blz. 27.
Let op!
Controleer in dat geval de noodzaak van een
openverdeler.
Zet bij toepassing van een openverdeler of een (half) geopende
bypass de pompregel delta T op 7 i.p.v. 15 (parameter 18 van het
installateursmenu). Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel
terug.
22
1. Verwijder de kunststof dop van de leiding onder het
toestel;
2. Monteer de aansluitpijp (meegeleverd);
3. Monteer een gas-afsluitkraan in de gasleiding;
Indien het toestel gemonteerd wordt op een oud stalen
gasleidingnet, wordt geadviseerd om vlak bij het
toestel een filter in de gasleiding te plaatsen.
Schone leiding
Zorg dat er geen vuil in de gasleiding zit. Blaas hem voor
montage door of klop het vuil eruit. Hierdoor worden
defecten aan het gasregelblok voorkomen.
Spanningsvrije aansluiting
Monteer de aansluiting zodanig dat de leidingen in het
toestel spanningsvrij zijn.
Aansluiting
Sluit de gasleiding aan volgens de bekende en geldende
gasinstallatievoorschriften. Houd rekening met de aanvul-
lende eisen van het plaatselijke energiebedrijf. De
aansluiting van het toestel is niet bepalend voor de
diameter van de binnenleiding. Deze dient afhankelijk van
de lengte van de leiding te worden vastgesteld.
Controle gaslekkage
Bij controle op gaslekkage van de binnenleiding moet
erop worden gelet dat het toestel niet samen met de
binnenleiding wordt afgeperst.
Indien ook het gasblok op dichtheid moet
worden gecontroleerd, mag de afpersdruk niet
hoger zijn dan 150mbar (1500 mmwk).Bij een
hogere druk kan er door beschadiging van het
membraan lekkage ontstaan.
9.6 Aansluiten gaszijdig
aansluitpijp
(15 mm)
gaskraan
Figuur 9.6
9.7 Aansluiten verbrandingsgasafvoer
en luchttoevoer
Figuur 9.7
Luchttoevoerpijp links
Figuur 9.8
Luchttoevoerpijp rechts
Parallelle aansluiting (ø80 mm)
1. Sluit de luchttoevoerpijp (1) aan (ø80 mm);
Als de luchttoevoerpijp door warme, vochtige ruimtes
loopt, kan er aan de buitenkant van deze pijp condens-
vorming optreden. Om dit te voorkomen dient in dit
geval deze pijp dampdicht geïsoleerd te worden.
2. Sluit de rookgasafvoerpijp (2) aan (ø80 mm);
3. Plaats de afdichtdop (3) in het niet gebruikte
luchttoevoergat, links of rechts;
Concentrische aansluiting (ø60/100 mm)
Verwijder de ring rond de rookgasafvoer, inclusief het
rubber. Dicht de beide luchttoevoeropeningen met doppen!
Horizontale verbrandingsgasafvoerpijp
minimaal 50 mm/m op afschot leggen!
Het condenswater en eventueel
regenwater loopt nu naar het toestel terug.
Figuur 9.9
23
9.8 Aansluiten de kamerthermostaat, evt. buitenvoeler of externe cv-installatiepomp
3) Aansluiten van 2 of meer kamerthermostaten
Bij een combinatie van 2 of meer AAN/UIT-thermostaten:
Parallel aansluiten op aansluiting 5 - 6.
Bij een combinatie van 1 OpenTherm-thermostaat samen
met één of meer AAN/UIT-thermostaten:
De OpenTherm-thermostaat op 7- 8. Het aansluiten
van 2 OpenTherm-kamerthermostaten is niet mogelijk.
De AAN/UIT-thermostaat op 5-6. Bij meerdere AAN/UIT-
thermostaten: parallel aansluiten op aansluiting 5-6.
Zorg dat het toestel uitgeschakeld is als u aansluitingen maakt op de toestelconnector!
1) Let op bij boilerthermostaat aansluiting
Hoewel een boilersensor wordt aanbevolen, is het
mogelijk om een boilerthermostaat aan te sluiten. Zet in dit
geval menu-optie 0 van het gebruikersmenu op 0!
Zie bladzijde 7.
2) Let op bij aansluiten van een buitenvoeler
Sluit de buitenvoeler aan bij gebruik van de WA-regeling
van het toestel of een WA-regeling van een OpenTherm-
kamerthermostaat.
Monteer de buitenvoeler op een buitenmuur, uit de zon en
op de noord- of noord-oostzijde van het huis, minimaal 1
meter van de grond en niet beïnvloed door een mogelijke
warmte bron, zoals een ventilatie-opening of een raam.
Op bladzijde 28 - 30 wordt extra uitleg gegeven over
kamerthermostaten en weersafhankelijke-regelingen.
Toestelconnector
230V
ZONDER
BOILER
MET BOILER
met boilersensor boiler-
thermostaat
open
-open: comfortstand
handmatig instelbaar
-doorverbinding:
altijd comfort
AAN/UIT-
boiler-
thermostaat
1)
1,8kOhm
en
10kOhm
parallel
NTC-sensor
alleen
10kOhm
weerstand
Figuur 9.10
Aansluiting van een buitenvoeler (optioneel) 2)
(NTC 10kOhm bij 25°C)
Monteer de buitenvoeler op een buitenmuur, uit
de zon en op de noord-oostzijde van het huis.
Aansluiting OpenTherm-kamerthermostaat
(maximaal 1).
Aansluiting van een AAN/UIT-kamerthermostaat
met potentiaalvrij contact. Eventuele warmte-
versnelling op 0,12A instellen! Evt. 2 of meer van
deze kamerthermostaten parallel aansluiten. 3)
Niets aangesloten.
Aansluiting externe cv-installatiepomp.
Maximaal 93W / 0,40 Ampère!
(Bij toepassing van een externe
openverdeler)
3)
24
9.9 Aansluiten condensafvoer
Plaats stankafsluiter
of sifon
(niet meegeleverd)
Vul de sifon met water.
Let op! Dit deel loopt weer leeg.
Schuif de afvoerslang
ca. 3 cm over de
aansluitpijp;
Plaats de vuilopvangbeker met de dop naar voren,
zodat de dop gemakkelijk schoongemaakt kan worden.
Leg de afvoer vorstvrij aan (bijv. niet in de dakgoot).
Als u de het sifon niet kunt vullen omdat de slang al
ingekort is, vul dan in ieder geval de vuilopvangbeker.
Monteer de rioolafvoerleiding op afschot.
Figuur 9.11
Open verbinding
Knip de slang op maat.
9.10 Ingebouwde bypass voor cv
Drukgeregelde bypass kan niet worden gebruikt
Omdat de ketel is voorzien van een modulerende cv-pomp
kan er geen drukgeregelde bypass worden gebruikt. Als
deze pomp op laagstand draait, zou de opvoerhoogte te
gering kunnen zijn om de drukgeregelde bypass te openen.
Bypass niet open zetten bij aangesloten open verdeler
Omdat de open verdeler het al mogelijk maakt dat er een
minimale waterstroom door het toestel wordt gegarandeerd,
hoeft in dit geval de bypass niet open gezet te worden.
Figuur 9.12
DICHT (fabrieksinstelling)
Juiste instelling als de doorstroming
in de cv-installatie niet geheel
geblokkeerd kan worden.
HALF OPEN (45
o
)
Juiste instelling als de doorstroming in
de cv-installatie geheel geblokkeerd
kan worden, bijvoorbeeld als er overal
thermostatische radiatorventielen op
de radiatoren zijn gemonteerd. Ook
noodzakelijk als er al een druk-
geregelde bypass is gemonteerd.
OPEN
Meestal alleen een juiste instelling
bij een installatie met een zeer lage
weerstand of eventuele problemen
met stromingsgeluid.
riool
Zet bij toepassing van een openverdeler of een (half)
geopende bypass de pompregel delta T op 7 i.p.v. 15
(parameter 18 van het installateursmenu op blz. 27).
Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel terug.
Zie voor meer informatie op blz. 38 en 39.
25
10.1 Voorbereidingen Volg punt 1 - 13 voordat u de toestelstekker in het stopcontact steekt
10. EERSTE INGEBRUIKSTELLING VAN HET TOESTEL
1. Verwijder de mantel
Schroef de parkers aan de onderzijde van de
mantel los. Kantel de mantel aan de onderzijde
iets naar voren en schuif hem uit zijn ophang-
punten.
2. Draai het dopje van de automatische
ontluchter een paar slagen los
3. Draai de pompassen van beide
pompen los
Figuur 10.1
4. Zet de schroeven van deze terugslag-
kleppen tijdens het vullen in deze stand
De terugslagkleppen worden dan handmatig
open gezet. Stroming in twee
richtingen mogelijk.
5. Controleer of beide afsluiters onder het
toestel open staan
6. Vul de installatie langzaam
(i.v.m. ontluchten)
Gebruik uitsluitend schoon leidingwater.
Gebruik geen gedemineraliseerd water. Het is
niet toegestaan chemische middelen aan het
water toe te voegen. Bij het toevoegen hiervan
vervalt de garantie op het toestel.
7. Zet de schroeven van deze terugslag-
kleppen weer in de juiste stand
Stroming in één richting mogelijk.
NIET VERGETEN!
8. Ontlucht de pomphuizen
Draai de messing afdichtdoppen van de pom-
pen een slag los en ontlucht de pompen.
Zorg dat de elektrakast droog blijft!
9. Bij een aangesloten boiler: vul de boiler
Open de inlaatcombinatie en ontlucht de boiler
10. Controleer de aansluitingen op lekkage
11. Ontlucht de gasleiding
12. Plaats de mantel weer op het toestel
Breng de parkers weer aan.
13. Ontlucht de installatie
Instrueer de gebruiker dat deze dit enkele malen
herhaalt. Door het ontluchten kan de druk in de
installatie gedaalt zijn. Breng de druk weer op
voldoende niveau.
Het inbedrijf nemen wordt op de volgende bladzijde
uitgelegd.
26
In de ruimte waar de kamerthermostaat hangt,
dienen alle radiatoren altijd open te staan.
De eerste en de tweede week na de installatie van
het toestel dienen de radiatoren nogmaals goed
ontlucht te worden.
Zie blz. 11 voor extra uitleg.
10.2 In bedrijf nemen.
In bedrijf nemen
Instrueer de gebruiker
1. Open de gaskraan;
2. Steek de stekker in het stopcontact en schakel het
toestel aan met de AAN/UIT-knop. Het toestel zal met
zijn opstartprogramma beginnen, dat ca. 2 minuten
duurt.
Als er warmtevraag is van de cv-installatie zal het
toestel de cv-installatie gaan verwarmen (na het
eventueel verwarmen van het voorraadvat).
Als er geen warmtevraag is zal het toestel hierna
stand-by gaan staan.
Alles gaat goed: het display geeft aan:
Controleer of de boiler op temperatuur is gebracht
Controleer de werking voor cv-gebruik
Zet de kamerthermostaat hoog en controleer of het toestel
voor cv-bedrijf goed werkt.
Geen oplichtend display.
Mogelijke oorzaken + oplossing:
De stekker zit niet in het stopcontact;
De AAN/UIT-knop is niet ingedrukt;
Er staat geen spanning op het stopcontact.
Dit is te controleren door een ander apparaat
hierop aan te sluiten.
Foutcode 5.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
De waterdruk van de cv-installatie is te laag.
Vul de installatie bij.
Zie blz. 11.
Resetten is niet nodig; Na het vullen komt het
toestel automatisch in bedrijf.
Alarmcode 1.
Mogelijke oorzaak + oplossing:
De gaskraan staat dicht. Controleer dit.
Druk op
om het toestel weer op te starten.
Er is iets mis: kijk op het display
Na de opstart cyclus verwarmt het toestel eerst
de boiler (indien aanwezig). Het duurt enige tijd
voordat de boiler op temperatuur is.
27
Nr. Display: Parameter-functie: Standaard (fabrieksinstelling): Alternatief instelbaar:
1 1 Instelling t.b.v. de kamerthermostaat 0 = OpenTherm en/of AAN/UIT- 1 = AAN/UIT-regelfunctie:
kamerthermostaat alleen instellen bij gebruik
WA-regeling van het toestel
2 2 Afstemming van print op toesteltype 4: Parameter 2 moet 4 zijn. Geen andere instelling
mogelijk!
Parameter 2 moet 4 zijn! Dan worden de waarden van de volgende parameters automatisch:
Parameters: 15 16 17 18 19
4= ULTIMA A Waarde: 20
o
C 35% 02
o
C15
o
C22
o
C
(1= ULTIMA 3,3S,4,4S en 5) Waarde: 20
o
C 35% 46
o
C15
o
C22
o
C
3 3 Cv-stijgingslijn (aanvoertemperatuur) 2
o
C/minuut 1-20
o
C/minuut (dringend
advies: niet aanpassen)
4 4 Nadraaitijd cv-pomp (na vraag kamerthermostaat) 7 minuten 1  255 minuten
5 5 Instelling tijdelijk/continu nadraaien cv-pomp 0 = normale nadraaitijd 1 = continu draaien(behalve
geldt: (zie parameter 4) bij tapwaterbedrijf)
6 6 Maximum capaciteitsinstelling voor cv 80 % 35  100%
7 7 Max. vermogen voor tapwater bereiding 100 % 35 - 100 %
8 8 - t/m software 2.0: nadraaitijd tapwaterpomp 30 seconden 1  255 seconden
- vanaf 2.0: max. toerental modulerende cv-pomp 10 (=100%) 3 - 10 (= 30% - 100%)
9 9 Wachttijd na cv-gebruik/antipendelcyclus (voor cv) 4 minuten 0  10 minuten
10 0. Wachttijd na tapwatergebruik (voor cv) 120 seconden 0  255 seconden
11 1 . Maximum setpoint voor cv (begrenzing) 90
o
C 20 - 90
o
C
12 2. Ontsteekniveau (in percentage van maximum) 60 % 35 -100 %
13 3. WA-regeling uitgeschakeld of selectie stooklijn 0 = uitgeschakeld (standaard) 1 - 10 = ingeschakeld
(stooklijn 1  10)
14 4. Voetpunt stooklijn WA-regeling 30
o
C 20 - 40
o
C
15 5. t/m DMF04B: selectie PC (Microcom) / Modem 0 = PC 1 = modem
vanaf DMF04C: omschakeltemperatuur naar Zie nummer 2! 0 60
comfortstand (alleen van toepassing als parameter 2 = 6)
16 6. Minimum toerental ventilator Zie nummer 2! 30 60
17 7. Hysterese tapwater Zie nummer 2! 0 30
o
C
18 8. Regel dT tussen aanvoer-/ retoursensor (t.b.v. cv-pomp) Zie nummer 2! 1 25
19 9. Max. dT tussen aanvoer- / retoursensor (t.b.v. brander) Zie nummer 2! 1 25 (mag niet aangepast
worden!)
Optimalisatie van de cv-installatie
Fabrieksmatig zijn de instellingen afgestemd op veruit de
meest voorkomende cv-installaties. Bij deze instellingen
zal praktisch elke cv-installatie goed functioneren. Indien
gewenst kan het toestel echter eenvoudig worden aange-
past aan bijzondere situaties, zoals bij een WA-regeling.
De ULTIMA heeft hiervoor de mogelijkheid om middels
parameters het toestelgedrag aan te passen. Hieronder
worden de mogelijkheden aangegeven.
10.3 Het toestel afstemmen op de installatie d.m.v. een aantal parameters
Let op!
Alleen de installateur mag deze parameters wijzigen.
Inregelen cv-installatie
Om het huis comfortabel te verwarmen, dient de installatie
ingeregeld te worden.
Een AAN/UIT-thermostaat
Als de kamerthermostaat een anticipatie-instelling
heeft, stel deze dan op 0,12A in.
Parameters instellen
Als u het toestel wilt aanpassen aan de installatie of
gebruikerswensen, kunt u als volgt een parameter
wijzigen. Het wijzigen van de parameters gaat als volgt:
 Druk minimaal 5 seconden tegelijk op
en .
(
Druk eerst op de en dan op )
Nu is de parameter-status actief.
 Bij het indrukken van
doorloopt u de parameterlijst.
 Het linker display geeft het parameternummer aan. In het
rechter display wordt de waarde zichtbaar.
Het veranderen van de waarde:
1. Bij het zichtbaar zijn van de te wijzigen parameter dient
u kort éénmaal op
of te drukken. Het linker
display zal gaan knipperen.
2. Nu kunt u met
of de waarde van de parameter
wijzigen.
3. Druk hierna kort éénmaal op
om de instelling vast
in het geheugen te zetten.
4. Bij het weer opnieuw gelijktijdig indrukken van
en
zal de normale bedrijfsstatus weer zichtbaar zijn. Als
er 4 minuten geen toets meer wordt ingedrukt, gaat het
display terug naar de normale bedrijfsstatus.
Extra uitleg over de parameters
Parameter 3
Met deze parameter wordt de stijlheid van de
cv-stijgingslijn ingesteld. Deze cv-stijgingslijn is de basis
van de cv-regeling van het toestel. Het beginpunt van
deze lijn wordt bepaald door de retourtemperatuur van
het cv-water, die 20 sec. na het ontsteken van de brander
wordt gemeten.
AGPO adviseert deze waarde, standaard 2
o
C/minuut,
niet aan te passen om instabiliteit van de ruimte-
temperatuurregeling tevoorkomen.
Parameter 17
Met parameter 17 wordt de aan-of uitschakeling van het
opwarmen voor de boiler geregeld. Dit werkt als volgt:
Starten met opwarmen:
T boilersensor < boilersetpoint - hysterese =
T boilersensor < 56 (=58* - 02; fabrieksinstellingen)
Stoppen met opwarmen van de boiler:
T boilersensor > boilersetpoint
T boilersensor > 58* (fabrieksinstelling boilersetpoint)
Parameter 19
De maximum toegestane delta-T is een beveiliging van
de cv-wisselaar. Als de ingestelde waarde wordt over-
schreden moduleert de brander terug en schakelt uit als
het temperatuurverschil te groot wordt.
Omdat deze waarde een beveiliging is, mag deze niet
aangepast worden!
28
10.4 Overzicht van kamerthermostaten en weersafhankelijke-regelingen
Keuze van de Bediening: Noodzakelijke onderdelen Enige juiste instellingen van de
temperatuurregeling handmatig ULTIMA en/of AGPO
of automatisch Modulation klokthermostaat
1)
Ruimtetemperatuurregelingen: nummer 1 en 2
1 Met een Handmatig Kamerthermostaat
12)
AAN/UIT-type
kamerthermostaat of OpenTherm
2 Met een Automatisch Klokthermostaat
12)
AAN/UIT-type of schakelaars Modulation
1)
kamerthermostaat (pomp schakelt AGPO Modulation 1 OFF; 2 = ON
s nachts uit) (OpenTherm) 3 en 4 naar wens
4)
Weersafhankelijke regelingen
9)
: nummer 3 t/m 6 (zie voor andere WA-regelingen opmerking 9)
3 Iedere ruimte apart, Geen De WA-regeling van de ULTIMA Activeer de WA-regeling van de
onafhankelijk nachtverlaging buitenvoeler
2)
(monteren op N / NO gevel) ULTIMA en kies stooklijn:
van elkaar overal thermostatische radiatorkranen
Zet toestelparameter 13 op 9,
bypass
3)
of kies een andere waarde
5)
(pompdraait  doorverbinding op ingang AAN/UIT-
continu) kamerthermostaat van ULTIMA
4 Iedere ruimte apart, Handmatige De WA-regeling van de ULTIMA Activeer WA-regeling van de
onafhankelijk (nacht) buitenvoeler
2)
(monteren op N / NO gevel) ULTIMA en kies stooklijn:
van elkaar verlaging d.m.v. bypass
3)
Zet toestelparameter 13 op 9,
een kamer- overal thermostatische radiatorkranen of kies een andere waarde
5)
thermostaat kamerthermostaat: - AAN/UIT-type.......: laat toestelparameter 1 op 0 staan
(pomp schakelt) - OpenTherm.........: zet toestelparameter 1 op 1
6)
s nachts uit)
5 Iedere ruimte apart, Automatische De WA-regeling van de Modulation
8)
1,2 en 3 = ON
onafhankelijk nachtverlaging  buitenvoeler
2)
(monteren op N / NO gevel) 4 naar wens
4)
van elkaar bypass
3)
Kies een stooklijn
7)
(pomp draait overal thermostatische radiatorkranen op de Modulation
continu)  AGPO Modulation klokthermostaat
1)
Laat toestelparameter 13 op 0 staan
8)
6 Iedere ruimte apart, Automatische De WA-regeling van de Modulation
8)
1 en 3 =ON, 2 = OFF
met ruimtetempera- nachtverlaging  buitenvoeler
2)
(monteren op N / NO gevel) 4 naar wens
4)
tuurcompensatie
10)
bypass gewenst
3)
Kies een stooklijn
7)
vanuit het vertrek overal thermostatische op de Modulation
waar de kamer- (pomp schakelt radiatorkranen
11)
thermostaat hangt.s nachts uit)  AGPO Modulation klokthermostaat
1)
Laat toestelparameter 13 op 0 staan
8)
1) De AGPO Modulation klokthermostaat heeft niet dezelfde instellingen als de Honeywell Modulation klokthermostaat.
2) De buitenvoeler dient een 10 kOhm NTC-sensor te zijn. Zie voor meer informatie op bladzijde 22.
3) Als overal thermostatische mengkranen gemonteerd zijn, moet de interne bypass half open gezet worden. Zie blz. 24.
4) De instelling van schakelaar 3 en/of 4 is afhankelijk van de wens van de gebruiker. Zie blz. 30 voor meer informatie.
5) Met parameter 13 van het installateursmenu van de ULTIMA activeert u de weersafhankelijke regeling van het
toestel. De juiste waarde is afhankelijk van de cv-installatie. Zie bladzijde 29 voor de juiste waarde en eventuele
bijstelling van het voetpunt. Op blz. 27 wordt uitleg gegeven over het installateursmenu.
6) Deze instelling is noodzakelijk als er een OpenTherm-kamerthermostaat wordt aangesloten bij een geactiveerde
WA-regeling van de ULTIMA.
7) De stooklijninstelling van de Modulation wordt uitgelegd op bladzijde 30.
8) Als de WA-regeling van de Modulation wordt gebruikt, dient de ULTIMA WA-regeling ALTIJD uitgeschakeld te zijn.
9) Andere varianten zijn niet mogelijk. Wel kunnen bestaande kamerthermostaten of WA-regelaars worden gebruikt.
Bij aansluiting van een bestaande WA-regelaar dient de pomp op continu nadraaien gezet te worden.
- Parameter 5 van het installateursmenu moet op 1 worden gezet: zie bladzijde 27.
- De temperatuurvoeler dient minimaal 1 meter van de ULTIMA vandaan op een cv-leiding gemonteerd te worden.
Opgemerkt dient te worden dat een WA-regeling niet zonder meer een energiebesparing geeft.
10) De ruimtetemperatuurcompensatie zorgt dat de regeling ook reageert op de invloed van de regen, de wind en de zon.
11) In dit geval is het mogelijk dat in de ruimte waar de Modulation hangt geen thermostatische radiatorkranen worden
gemonteerd op de radiatoren en/of convectoren. Dit kan echter een schommeling in de ruimtetemperatuur
veroorzaken van +/- 1
o
C. Daarom adviseren wij om overal thermostatische radiatorkranen toe te passen.
12) Voor een goede temperatuurregeling dient een thermostaat te beschikken over 1 van de 3 vermelde eigenschappen:
a. Tweedraads AAN/UIT-(klok)thermostaat met anticipatie-instelmogelijkheid voor 0,12 Amp. (24V, potentiaalvrij
contact) Eventueel 4 draads voor uitschakeling warmhoudstand (niet mogelijk bij een zonneboiler).
b. Tweedraads elektronische AAN/UIT-(klok)thermostaat met cyclusinstelling (24V, potentiaalvij contact)
Eventueel 4 draads voor uitschakeling warmhoudstand: niet mogelijk bij een zonneboiler.
c. OpenTherm-(klok)thermostaat (5V, tweedraads, afh. van type is uitschakeling van warmhoudstand mogelijk).
29
Zie het installateursmenu op bladzijde 27 voor uitleg over
de instelling van parameter 13.
Als de waarde van parameter 13 = 0, dan is de `
WA-regeling van het toestel uitgeschakeld.
Bij waarde 1 t/m 10 is de regeling ingeschakeld.
Figuur 10.2 De stooklijnen
Deze grafiek geldt bij een cv-setpointinstelling van 90
o
C en een voetpunt
van 30. Als het voetpunt wordt aangepast verschuiven de stooklijnen.
buitentemperatuur in
o
C
cv-aanvoertemperatuur in
o
C
Kies een juiste stooklijn (parameter 13)
Kies een waarde van 5, 7, 8 of 9, afhankelijk van de cv-
installatie, kierdichtheid van de woning en de gewenste
aanwarmsnelheid:
Alleen radiatoren of convectoren, advies: stooklijn 9.
Vloer- of wandverwarming samen met radiatoren
en/of convectoren, advies: stooklijn 9.
Bij een nageïsoleerde woning of een
ruimbemeten cv-installatie, advies: stooklijn 7 of 8.
Laagtemperatuurverwarming, advies: stooklijn 5.
De gebruiker kan later, afhankelijk van de wensen m.b.t.
de verwarming van de verschillende ruimten, via het
gebruikersmenu de stooklijn eventueel bijstellen.
Zie het installateursmenu op bladzijde 27 voor uitleg over
de instelling van parameter 14.
Figuur 10.3 Voetpuntverschuiving
buitentemperatuur in
o
C
cv-aanvoertemperatuur in
o
C
Deze grafiek geldt bij een cv-
setpointinstelling van 75
o
C.
buitentemperatuur in
o
C
cv-aanvoertemperatuur in
o
C
Eventuele bijstelling van het voetpunt (parameter 14)
U kunt het voetpunt aanpassen, maar in principe is de
standaard instelling (30
o
C) voor bijna alle cv-installaties
een juiste instelling. Advies voor eventuele bijstelling:
Voetpunt = 40°C bij minder goed geïsoleerde woning.
Voetpunt = 20°C bij laagtemperatuur cv-systeem.
10.5 Extra informatie over de weersafhankelijke regeling van de ULTIMA
Werking van de regeling
Bij een bepaalde buitentemperatuur en een ingestelde
stooklijn hoort een gewenste cv-aanvoertemperatuur.
Bij een buitentemperatuur van 5
o
C en stooklijn 9 volgt een
gewenste cv-aanvoertemperatuur van 76
o
C.
Het toestel komt in bedrijf als de cv-aanvoer-
temperatuur 5
o
C onder de gewenste cv-aanvoer-
temperatuur komt. In dit voorbeeld is dat 76 - 5 = 71
o
C.
Als het toestel voor cv-in bedrijf komt, regelt de toestel-
regeling de cv-aanvoertemperatuur volgens de
cv-stijglijn (standaard instelling 2
o
C/min.). Totdat de
gewenste cv-aanvoertemperatuur van 76
o
C is bereikt,
moduleert de brander volgens de normale cv-regeling
van het toestel.
Als de gewenste temperatuur van 76
o
C is bereikt,
moduleert de brander terug naar laagstand en
schakelt uit als de temperatuur 5
o
C boven de
gewenste cv-aanvoertemperatuur is gekomen:
in dit voorbeeld dus 76 + 5 = 81
o
C.
Invloed van het cv-setpoint op de stooklijnen
Het cv-setpoint bepaalt de maximale gewenste
cv-aanvoertemperatuur. De stooklijnen worden als het
ware begrenst door het cv-setpoint. In de onderstaande
figuur is het cv-setpoint op 75 ingesteld.
Advies over het juiste cv-setpoint van de ULTIMA
Standaard staat het cv-setpoint ingesteld op 80.
Als de ULTIMA echter wordt aangesloten op een laag-
temperatuurverwarming, kan dit cv-setpoint op bijvoor-
beeld 55 worden gezet.
Zie het gebruikersmenu op bladzijde 7 voor uitleg over
de instelling van het cv-setpoint.
Advies over de instelling van de kamerthermostaat
Zet in de periode dat er verwarming gewenst is, de
gewenste kamertemperatuur van de thermostaat hoger
dan de instelling op de thermostatische radiator-
ventielen, bijvoorbeeld 25
o
C. Bij gebruik van een open-
haard is misschien een hogere instelling nodig, om ervoor
te zorgen dat de andere vertrekken verwarmd blijven.
Op deze bladzijde worden alleen details vermeld van
de WA-regeling van de ULTIMA. Zie blz. 28 voor
een overzicht van weersafhankelijke regelingen.
Figuur 10.4
30
Kies een juiste stooklijn, afh. van de cv-installatie, kier-
dichtheid van de woning en gewenste aanwarmsnelheid.
Radiatoren en/of convectoren, evt. met vloer/ wand-
verwarming, advies: stooklijn 25.
Bij een nageïsoleerde woning of een ruimbemeten
cv-installatie, advies: stooklijn 20.
Laagtemperatuurverwarming, advies: stooklijn 16.
De gebruiker kan later, afhankelijk van de wensen m.b.t.
de verwarming van de verschillende ruimten, via het
gebruikersmenu de stooklijn eventueel bijstellen.
Figuur 10.5
De stooklijnen van de AGPO Modulation klokthermostaat (bij ingestelde
ruimtetemperatuur van 20
o
C en cv-setpoint van de ULTIMA van 85).
buitentemperatuur in
o
C
cv-aanvoertemperatuur in
o
C
Temperatuurinstelling.
De ingestelde ruimtetemperatuur van de Modulation hoeft
niet hoger te zijn dan de instelling op de thermostatische
radiatorkranen. De ingestelde ruimtetemperatuur bepaalt
namelijk mede de stooklijn. Advies: stel overdag een
ruimtetemperatuur in van 20°C en corrigeer eventueel
later. Opgemerkt dient te worden dat een verhoging van de
instelling met 1°C niet altijd overeenkomt met een werke-
lijke ruimtetemperatuurverhoging van 1°C. De juiste
instelling voor de gewenste ruimtetemperatuur zal proef-
ondervindelijk vastgesteld moeten worden, daar dit
afhankelijk is van de installatie.
Situatie ruimtetemperatuurcompensatie AAN ( 2 = OFF)
De ruimtetemperatuuropnemer in de Modulation is
ingeschakeld.
Het voetpunt van de stooklijn is 20°C bij een
ingestelde ruimtetemperatuur van 20°C en een
werkelijke gemeten ruimtetemperatuur van 20°C.
De stooklijn verschuift 2-5°C omhoog of omlaag indien
de
werkelijke gemeten ruimtetemperatuur 1°C onder,
respectievelijk boven de
ingestelde ruimtetemperatuur
komt.
Samengevat: de temperatuur van de ruimte waar de
Modulation hangt, heeft invloed op de stooklijn.
Situatie ruimtetemperatuurcompensatie UIT (2 = ON)
De ruimtetemperatuuropnemer in de Modulation is
uitgeschakeld.
De Modulation krijgt nu i.p.v. de gemeten kamertempe-
ratuur een
vaste referentiewaarde van 20°C.
Het voetpunt van de stooklijn is 20°C bij een
ingestelde ruimtetemperatuur van 20°C.
De stooklijn verschuift 2-5°C omhoog of omlaag per
1°C temperatuurverschil tussen de
ingestelde ruimte-
temperatuur en de
vaste referentiewaarde van 20°C.
Samengevat: de temperatuur van de ruimte waar de
Modulation is gemonteerd, heeft geen invloed op de
stooklijn. Hierdoor is de regeling uitsluitend buiten-
temperatuurafhankelijk geworden.
1 OFF Weersafhankelijke regeling UIT - ON Weersafhankelijke regeling AAN
2 De functie van nr. 2 is nu: De functie van nr. 2 is nu:
OFF ON OFF ON
Energiebesparende Energiebesparende Ruimtetemperatuur - Ruimtetemperatuur-
pompschakeling UIT pompschakeling AAN. compensatie AAN. compensatie UIT.
De pomp aan- / uit- De pomp aan- en uit- Deze regeling creëert extra De toesteltemperatuur wordt
schakeling werkt schakeling werkt volgens afhankelijkheid van zon, regen nu uitsluitend bepaald door
volgens regeling van de toestelregeling.
AGPO en wind. De cv-pomp wordt de buitentemperatuur.
de Modulation.
adviseert deze instelling. ook aan- en uitgeschakeld. De cv-pomp loopt continu.
3 OFF Zelflerend aanwarmgedrag AAN . ON Zelflerend aanwarmgedrag UIT.
Het toestel begint s morgens eerder met aan- Het toestel begint precies op de ingestelde tijd met het
warmen dan de ingestelde tijd, zodat op deze tijd de aanwarmen van de woning. Houdt met het instellen van
ingestelde temperatuur zo goed mogelijk bereikt is. de tijd rekening met een zekere aanwarmperiode.
4 OFF Comfortstand t.b.v. warm water altijd AAN, ON Comfortstand tijdens de periode SLAPEN UIT
ook tijdens de periode SLAPEN. Tijdens de nachtperiode staat de ULTIMA nu
op economy-stand voor warm water.
Tijdens alle andere periodes staat de ULTIMA
op de comfort-stand voor warm water.
Overzicht van de instellingen van de schakelaars op achterkant AGPO Modulation klokthermostaat
(fabrieksinstellingen: OFF)
Let op! Een instelling van ON geeft soms een uitschakeling van de functie (niet logisch, wel correct).
10.6 Extra uitleg over de AGPO Modulation klokthermostaat
Uitleg over de weersafhankelijke regeling van de AGPO Modulation klokthermostaat
Op deze bladzijde worden alleen details vermeld van
de WA-regeling AGPO Modulation. Zie blz. 28 voor
een overzicht van weersafhankelijke regelingen.
Roep het installateursmenu van de Modulation op door
enige seconden tegelijkertijd op de knoppen OPSTAAN
en SLAPEN te drukken. Als u hierna enkele malen op
de knop i drukt, ziet u de parameter HC met de waarde
16. Stel de gewenste stooklijn in met de pijltjes toetsen.
Druk weer tegelijkertijd op de knoppen OPSTAAN en
SLAPEN om uit dit installateursmenu te gaan.
OFF
31
11. INSPECTIE EN AFSTELLEN
Onder normale omstandigheden heeft het toestel mini-
maal een keer per twee jaar een inspectiebeurt nodig.
Op deze en de volgende bladzijde wordt uitleg gegeven
over de inspectiebeurt. Als er sprake is van een sterke
vervuiling van de toegevoerde verbrandingslucht of van
andere bijzondere omstandigheden kan uw installateur of
onderhoudsbedrijf besluiten om de mate en de frequentie
van het onderhoud intensiever te maken.
Let op bij montage!
Monteer het inspectieluik met de pijlrichting naar
boven en let op een juiste plaatsing van de pakking.
Zet de kamerthermostaat op een lage stand.
Gebruik geen warm water.
Neem de stekker (230V) uit het stopcontact.
1 Verwijder de mantel van het toestel
Neem het toestel uit bedrijf
6 Controleer de werking voor cv-bedrijf
Zet de kamerthermostaat vragend en controleer de
werking voor cv. Omdat de cv-pomp iedere 24 uur even
bekrachtigd wordt, kan deze in principe niet vast zitten.
7 Controleer de werking voor
boilerverwarming
8 Meet het gasverbruik bij vollast
Zie de technische gegevens op bladzijde 41.
9 Controleer de afstelling van het gasblok
Zie de uitleg op de volgende bladzijde.
10 Controleer of het luchttoevoer- en rookgas-
afvoersysteem in een goede staat verkeerd
11 Bevestig de mantel weer op zn plaats
Vergeet niet, in verband met de elektrische veiligheid,
om de mantel weer met de parkers vast te schroeven.
Schroef de parkers los.
Kantel de mantel aan de
onderzijde iets naar voren
en schuif de mantel uit
zijn ophangpunten.
Figuur 11.3.
parkers
Figuur 11.1
Draai de dop los.
Let op! Er komt water uit de sifon!
Figuur 11.2 De vuil-opvangbeker onder de toestel sifon.
2 Controleer de druk van de cv-installatie
Als de druk aan de lage kant is, zou
de cv-installatie eventueel bijgevuld
kunnen worden.
Zorg dat de druk ca. 1,6 bar is
(bij een koude cv-installatie).
4 Reinig de vuilopvangbeker van het sifon
5 Reinig eventueel de condensopvangbak.
Als er veel vuil uit de vuilopvangbeker is gekomen, is
het nodig dat de condensopvangbak schoongemaakt
wordt. Verwijder de mantel van de luchtdicht
afgesloten ruimte en verwijder het inspectieluik van
condensbak.
Reinig de bodem met een schraper of een borstel.
Reinig ook de opening waarop het sifon is
aangesloten.
3 Meet eventueel de zuurgraad (pH) van het
cv-water
Indien er een vloerverwarming op deze installatie is
aangesloten of als er kunststof slangen voor de
cv-installatie zijn gebruikt, controleer dan de zuurgraad
van het cv-water. De pH-waarde moet tussen de 5 en 8
zitten om corrosieproblemen te voorkomen.
Neem het toestel weer in bedrijf
Waarschuwing!
In het toestel zijn componenten aanwezig die
aangesloten zijn op een spanning van 230V.
Dit zijn onder andere beide pompen, de print,
de maximaalthermostaat, de transformator, het
gasblok en de branderautomaat.
Als het toestel nog korte tijd geleden heeft
gefunctioneerd, kunnen diverse componenten
zoals de wisselaars, het branderbed en de
watertransporterende pijpen een hoge tempe-
ratuur hebben.
Controleer of het toestel nog normaal functioneert voor
tapwater- en cv-bedrijf
32
1 Meetpunt gasvoordruk
2 Meetpunt geregelde gasdruk
3 Instelschroef voor bijstellen drukverschil
4 T-stuk in de siliconen slang (apart aanbrengen)
Meet eerst de gasvoordruk
Op meetpunt 1 van het gasblok kan de gasvoordruk gemeten worden. Controleer het volgende:
Als het toestel niet in bedrijf is, blijft de voordruk constant tussen een waarde van 20 - 30 mbar?
Daalt de gasdruk niet al te veel bij het in bedrijf gaan van het toestel (minimum voordruk is 20mbar)?
Meetcondities van de drukverschilmeting
Meet het toestel uitsluitend als het op minimaal vermogen brandt (Zie evt. menu-optie 8 van het gebruikersmenu).
Laat de kap van de luchtdicht afgesloten ruimte op zijn plaats.
Als u een meting uit wilt voeren, dient u een nauwkeurige drukverschilmeter te gebruiken (meetnauwkeurigheid
± 2 Pa.) Stel de drukverschilmeter in op Pascals.
Breng een T-stukje aan in de siliconen slang (4).
Sluit de drukverschilmeter aan: PLUS aansluiten op gas (2), MIN aansluiten op lucht (T-stuk) (4).
Resultaat van de meting (let op: de kleuren van de brander zijn niet meer dan een indicatie!)
Een PLUS drukverschil: meer druk op + kant, dus meer gas dan lucht - RIJK mengsel (brander oranje-rood).
Een NEGATIEF drukverschil: meer druk op - kant, dus meer lucht dan gas - ARM mengsel (blauwe vlammen).
Als het drukverschil tussen -10 en + 10 Pascal is, is het mengsel van gas en lucht in orde (donker rode vlammen).
ALLEEN als het drukverschil te veel afwijkt (minder dan -10 of meer dan +10 Pa.) moet het gasblok bijgesteld worden.
Eventueel bijstellen (let op: de kleuren van de brander zijn niet meer dan een indicatie!)
De instelschroef (3) zit achter de aluminium dop. Deze dop is verzegeld. Verzegel hem na het bijstellen weer opnieuw.
Stel het drukverschil in op precies 0 Pascal.
Rechtsom: meer positief - rijker: vlam / brander wordt meer oranje / rood.
Linksom: meer negatief - armer:vlam / brander wordt blauwer.
Meet eventueel als extra controle het percentage CO
2
in de rookgasafvoer (als er een meetpuntbeschikbaar is)
Het meten van het CO
2
-percentage is uitsluitend een extra controle, als toevoeging aan de bovengenoemde drukmeting.
Ook deze meting dient bij minimaal vermogen uitgevoerd te worden.
Juiste waarde:
Aardgas (G25): 8 - 9% CO
2
(waarde +/- 0,5% CO
2
)
Omrekenwaarde:
Controle van de afstelling van het gasblok
0,1 mbar = 10Pa = 1mmwk
Werkingsprincipe van de gastoevoer Aansluiting van de drukmeter
5 Instelkraan voor gastoevoer (indien aanwezig)
Deze is verzegeld en mag absoluut niet bijgesteld worden!
6 Hoofdgasinspuiter
7 Luchtrestrictie
LUCHT
GAS
Vergeet niet om de meetpunten op het gasblok weer dicht te doen!
Figuur 11.4
33
12.1 Overzicht van het toestel en serviceonderdelen
Omschrijving...............................................Bestelnummer Omschrijving...............................................Bestelnummer
Let op bij het vervangen van onderdelen:
trek de stekker uit het stopcontact!
Het is nodig dat onderdelen, die terug
worden gestuurd naar AGPO, worden
voorzien van een volledig ingevuld
retourlabel.
Plak een sticker (zie onderstaand voor-
beeld), waarvan er 10 zijn bijgesloten bij
het toestel, op dit label òf schrijf het
serienummer en type toestel op dit label.
serienummer van het toestel
5 Gesloten ruimte
6 Bedieningspaneel
7 Gastoevoer
10 Aanvoer-cv
11 Retour-cv
14 Overstortventiel cv........................................ 3250012
16 Ventilator .......................................................3289301
Pakking ventilator-mengbuis ..........................3289025
19 Verbrandingskamer
21 Gasinspuiter
22 Branderbed ...................................................3286492
29 Toesteluitgang verbrandingsgassen
32 Cv-pomp (modulerend)..................................3289405
34 Cv-aanvoersensor NTC (opklik) 22mm.......... 3286130
35 Luchtafscheider, inclusief filter .....................3289455
36 Automatische ontluchter ...............................3286101
44 Gasblok VK4115V.........................................3286201
Pakking t.b.v. gasblok (kurk; vierkant) ...........3286190
49 Beveiliging (100
o
C) ........................................3286132
68 Elektrakast leeg .............................................3289450
82 Ionisatiepen ...................................................3286409
83 Branderautomaat S4575B1041.....................3287134
98 Netschakelaar ...............................................3289033
101 Print DMF04B of hogere versie .....................3289415
Zekering 3,15 AT (p.10st.) ............................. 3286098
Zekering 2,0 AT(p.10st.) ................................3286099
130 Boilerpomp.....................................................3286405
137 Cv-druksensor ..............................................3289404
145 Manometer 1/4" .............................................3289108
154 Vuilvanger ..................................................... 3287004
161 Warmtewisselaar cv ..................................... 3289103
179A Terugslagklep in boiler-circuit ........................3289107
179B Terugslagklep in cv-circuit .............................3289107
186 Cv-retoursensor NTC (opklik) 22mm .............3286130
188 Gloeiplug........................................................3286410
191 Rookgassensor .............................................3286338
193 Toestelsifon ................................................... 3287002
196 Condensbak compleet...................................3287015
202 Trafo 70VA....................................................3289136
204 Pc-aansluiting (achter de dop)
207 Toestelconnector
208 Inspectieluik ...................................................3286293
209 Boiler-aanvoer
210 Boiler-retour
221 Bypass-kraan................................................3289447
231 Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan
245 Aansluitmogelijkheid expansievat
246 Afsluiter cv-aanvoer .....................................3289207
247 Afsluiter cv-retour (incl. filter).......................3289206
Voedingskabel, inclusief stekker. .................. 3289644
Figuur 12.1
OM3F6JHH - ULTIMA A
12. STORINGEN EN SERVICE-ONDERDELEN
34
Het toestel wordt door ingebouwde elektronica volledig aangestuurd en gecontroleerd. Als er ergens in het toestel een
storing wordt gesignaleerd zal het toestel, afhankelijk van de soort storing, uitschakelen en een foutcode weergeven op het
display. Aan de meeste storingen zijn foutcodes verbonden (2 categoriën).
Vergrendelende codes
Het toestel is vergrendeld. De oorzaak dient opgelost te
worden, waarna de reset-toets
ingedrukt dient te
worden om het toestel weer op te starten.
Geen ionisatie-signaal
(tijdens ontsteken)
Controleer of de gaskraan open staat;
Is de juiste branderautomaat gemonteerd?
(type Honeywell...S4575B 1041)
Controleer de ionisatiepen (ook op vervuiling);
Vervang bij twijfel de ionisatiepen.
Controleer de werking van de gloei-ontsteking;
De gloei-ontsteker, branderautomaat of
hoofdprint kan defect zijn.
Controleer de gasvoordruk; Ontlucht gasleiding;
Controleer of het gasblok gas naar de brander
doorlaat. Controleer gasdruk bij opstarten.
Controleer de werking van de ventilator.
Controleer of het condenswater goed weg kan
lopen. Reinig eventueel het sifon.
Maximaalthermostaat in werking
Controleer de werking van de beide pompen;
Controleer in de historie-gegevens of er geen
L-storing is geweest en of regelmatig F8
storingen voorkomen.
Herstel de oorzaak van deze storing.
Controleer juiste werking maximaalthermostaat
Bij temperatuur < 100
o
C: contact;
Bij temperatuur > 100
o
C: open contact;
Bij defect vervangen. Let op: 230V!
Te hoge temperatuur van rookgassen
3 maal binnen 24 uur waargenomen.
Deze sensor is standaard gemonteerd.
Binnen 2 minuten drie maal verlies van
vlamsignaal gesignaleerd
Controleer de ionisatiepen (ook op vervuiling);
Vervang bij twijfel de ionisatiepen.
Controleer de weerstand van rookgasafvoer en
lucht toevoersysteem (verwijder ter controle de
dop in de luchttoevoer)
Controleer of het condenswater goed weg kan
lopen. Reinig eventueel de sifon.
Controleer bij een slecht en onregelmatig
brandende brander (of bij regelmatig
voorkomende A4 storingen) het branderbed.
Na 1 minuut geen ionisatie-signaal
Controleer of de bedrading tussen de brander-
automaat en DMF04-print.
Zorg dat de branderautomaat niet vochtig is.
Controleer de weerstanden van de spoelen van
het gasblok.
Controleer of de maximaalthermostaat geen
kortsluiting maakt met aarde.
Mogelijk is de branderautomaat defect.
Blokkerende codes
Het toestel is geblokkeerd. De oorzaak zal, afhankelijk van
de soort storing, of door de gebruiker of vanzelf worden
opgelost. Hierna zal het toestel vanzelf, zonder dat de
reset-toets ingedrukt dient te worden, weer in bedrijf
komen.
Waterdruk van de cv-installatie
is te laag
De druk in de cv-installatie is te laag. Breng de
installatie weer op voldoende druk (1,5 bar).
Controleer bij voldoende druk of de
waterdruksensor in orde is.
Controleer of het expansievat in orde is.
Is op aansluiting 1-2 van X5 een doorverbinding
geplaatst? Staat jumper 5 goed? Zie blz. 42.
Ventilatorfout
Controleer de bevestiging van de stekker op de
ventilator;
Controleer de werking van de ventilator.
(als de ventilator vervangen dient te worden
mag deze elektrisch niet losgenomen worden
als er nog spanning (230V) op het toestel staat).
Te hoge rookgas-temperatuur
De rookgas-sensor meet een te hoge
rookgastemperatuur (>95
o
C). Controleer of het
rookgasafvoer-/ luchttoevoersysteem in orde is.
Te hoge cv-watertemperatuur
De temperatuur van de cv-aanvoerleiding voor
de wisselaar is hoger dan 99
o
C geworden.
Controleer of de doorstroming van de cv-
installatie in orde is. Als de temperatuur
beneden de 89
o
C komt zal het toestel bij
aanwezige warmtevraag weer ontsteken.
Controleer de werking van beide pompen;
Is het filter in de cv-retourkraan schoon?
Te hoge cv-retour temperatuur
De temperatuur van de cv-retourleiding na de
wisselaar is hoger dan 99
o
C geworden.
Controleer of de doorstroming van de cv-
installatie in orde is.
Als de temperatuur beneden de 89
o
C komt zal
het toestel bij aanwezige warmtevraag weer
ontsteken.
Controleer de werking van beide pompen.
Is het filter in de cv-retourkraan schoon?
Cv-aanvoersensor fout:
Niet aangesloten of defect
Controleer of stekkertjes goed op de sensor
zijn aangesloten;
Controleer of de sensor niet defect is. De
weerstand bij 25
o
C dient ca 10 kOhm te zijn.
12.2 Storingslijst met mogelijke oorzaken en oplossingen
35
Cv-retoursensor fout: niet aangesloten
of defect
Controleer of stekkertjes goed op de sensor zijn
aangesloten
Controleer of de sensor niet defect is.
De weerstand bij 25
o
C dient ca 10 kOhm te zijn.
Boilersensor/boilerthermostaat fout
Bij aansluiting van een boilersensor:
Aansluiting 11-12: boilersensor NTC 10kOhm.
Controleer of de sensor niet defect is.
Bij aansluiting van een boilerthermostaat:
Aansluiting 11-12: alleen weerstand 10kOhm.
Aansluiting 13-14: boilerthermostaat.
Werkt de thermostaat?
Is de weerstand aanwezig?
Als er geen boiler is aangesloten:
Controleer of er twee weerstanden op aanslui-
ting 11-12 zitten (parallel 1,8 en 10 kOhm).
Rookgas-sensorfout
Controleer of de sensor goed is aangesloten
en geen kortsluiting maakt. Controleer ook de
aansluiting op de print.
Controleer of de sensor niet defect is. De
weerstand bij 25
o
C is ca. 10 kOhm.
Buitenvoeler fout
Indien buitenvoeler aangesloten: Controleer of
de aansluitingen op de sensor in orde zijn.
Mogelijk is de sensor defect. De weerstand bij
25
o
C is ca. 10 kOhm.
Indien de buitenvoeler niet is aangesloten:
Er is een verkeerde verbinding of kortsluiting op
aansluiting 9-10 van de toestelconnector.
Bij een open contact zal deze storing niet
optreden.
Te hoge waterdruk
De waterdruksensor heeft een te hoge water-
druk gemeten (>3,5 bar). Als de druk lager dan
3,2 bar wordt wordt deze fout zich vanzelf
opgeheven.
Controleer de werking van de cv-druksensor en
het expansievat.
Interne printfout
Deze fout treedt direct op als er spanning op het
toestel wordt gezet. Bij deze fout is de print
defect. (fout met de EEPROM) Vervang de print.
Interne printfout
Deze fout treedt direct op als er spanning op het
toestel wordt gezet. Bij deze fout is de print
defect. (fout met de RAM) Vervang de print.
Interne printfout
Deze fout treedt direct op als er spanning op het
toestel wordt gezet. Bij deze fout is de print
defect. (fout met de EEPROM) Vervang de print.
12.3 Uitlezen van de historie:
opslag van opgetreden storingen
Iedere storing wordt in het geheugen van de automaat
opgeslagen (maximaal 10). Om een goede analyse te
maken van het functioneren van het toestel, is het mogelijk
om de storingsstatus te bekijken. Dit kan als volgt:
Uitlezen van de storingen
1. Druk gedurende 5 seconden tegelijk op en .
(Druk eerst op de en dan op de ).
Nu zal de historie-status actief worden. Als u herhaal-
delijk op
drukt, zijn er achtereenvolgens 10 fout-
codes te zien. In het linker display zal een volg-cijfer te
zien zijn. In het rechter display zijn de fout-codes te zien
(zonder bijbehorende letter).
2. Druk op
. De voorlaatste fout-code wordt vermeld.
3. Druk op
om weer terug te gaan.
Om weer terug te komen in het normale bedrijfs-
programma dient u nogmaals de beide knoppen 5
seconden in te drukken.
Eerst en dan ).
Als u gedurende ca. 4 min. geen toets meer in drukt, zal
het display vanzelf in zn normale bedrijfstatus komen.
Signaleringen
Bij deze signaleringen is het temperatuur-
verschil over de cv-wisselaar hoger dan 22
o
C.
Dit is het geval als de watercirculatie niet
voldoende is. Als het temperatuurverschil weer
lager dan 22
o
C wordt, verdwijnen deze
signaleringen weer. Er is in deze situatie wel
warmtelevering mogelijk, maar op een beperkte
belasting. Controleer of het filter in de cv-
retourkraan schoon is en of alle radiatorkranen openstaan.
Als er allemaal thermostatische radiatorkranen gemon-
teerd zijn, moet de interne bypass half open staan. Zitten
de sensoren goed op de leidingen geklikt?
Elektrische weerstand van de sensoren
°C kOhm °C kOhm °C kOhm
-5 42.3 30 8.1 65 2.1
0 32.2 35 6.5 70 1.8
5 26.3 40 5.3 75 1.5
10 19.9 45 4.4 80 1.3
15 15.9 50 3.6 90 0.9
20 12.5 55 3.0 95 0.8
25 10.0 60 2.5 100 0.7
Gegevens van de NTC-temperatuursensoren.
(tolerantie ±2°C).
36
5. Gesloten ruimte
6. Display
7. Gastoevoer
10. Aanvoer-cv
11. Retour-cv
14. Overstortventiel cv-zijdig
16. Ventilator
19. Verbrandingskamer
29. Toesteluitgang verbrandingsgassen
32. Toestel cv-pomp (modulerend)
34. Cv-aanvoersensor
35. Luchtafscheider, inclusief filter
36. Automatische vlotterontluchter
44. Gasblok
49. Maximaalthermostaat
68. Elektrakast
82. Ionisatie-elektrode
83. Branderautomaat
98. AAN/UIT-knop
101. Print DMF04B of hogere versie
130. Boilerpomp
137. Cv-druksensor
145. Manometer
154. Vuilopvangbeker van het sifon
161. Condenserende cv-warmtewisselaar
179A. Terugslagklep in boiler-circuit
179B. Terugslagklep in cv-circuit
186. Cv-retoursensor
188. Gloeiontsteker
191. Rookgassensor
192. Open verdeler
193. Sifon
196. Condensopvangbak
198. Siliconen-slang (voor pneumatisch signaal)
199. Afdichtdop
201. Mengkamer
202. Transformator 230V/24V
204. Pc-aansluiting
207. Toestelconnector
209. Boiler-aanvoer
210. Boiler-retour
221. Bypasskraan
231. Aansluitmogelijkheid vul-/aftapkraan
245. Aansluitmogelijkheid expansievat
246. Afsluiter cv-aanvoer
247. Afsluiter cv-retour (inclusief filter)
500. Externe cv-installatiepomp
13.1 Werking van het toestel
Figuur 13.1 Het principeschema van de ULTIMA A
13. WERKING EN TECHNISCHE GEGEVENS
Werking voor de cv-installatie
Aansturing
Als de kamerthermostaat warmtevraag creëert, zal het
toestel ontsteken. Als het toestel in de wachttijd staat (na
cv-of boilervraag) of als het functioneert voor boiler-
werking, zal het pas ontsteken wanneer deze condities zijn
opgeheven. Op het display is bij cv-werking een -c- te zien.
Waterstroom
Als de cv-pomp (32) in werking is, stroomt het opge-
warmde cv-water uit de wisselaar (161) naar de cv-
installatie en via de retourleiding weer terug. Als de cv-
pomp (32) in werking is, zal de keerklep in het boiler-circuit
(179A) zich sluiten, zodat er geen water door het boiler-
circuit kan lopen. De cv-pomp wordt modulerend geregeld,
zodat het temperatuurverschil tussen cv-aanvoer en cv-
retour zoveel mogelijk 15°C blijft.
Werking voor de boiler
Als de boilersensor (of boilerthermostaat) heeft waargeno-
men dat de boilertemeratuur onder de ingestelde waarde
is gedaald, zal het toestel de boiler gaan opwarmen. Deze
daling kan het gevolg zijn van het tappen van warm water
of het afkoelen van de boiler.
Warmtevraag van de boiler heeft altijd voorrang op de
werking voor de cv-installatie. Als het toestel de cv-
installatie aan het verwarmen is, zal er bij boilervraag
direct worden overgeschakeld op boilerverwarming. Op
het display is bij boilerverwarming een -b- te zien.
Voor het opwarmen van de boiler wordt de boilerpomp
(130) aangestuurd en het warme cv-water zal via de
boileraanvoerleiding (209) naar de boiler stromen. Hierbij
wordt de terugslagklep (179B) in de cv-aanvoerleiding
gesloten. Het water verwarmt de indirect gestookte boiler
en via de boiler-retourleiding (210) komt het afgekoelde
water weer terug.
37
Opstartcyclus
1. De stekker wordt in het stopcontact gestoken.
2. De ventilator (16) draait ca. 2 minuten op het maxi-
mum toerental (aanduiding FHI).
3. Tegelijkertijd draaien de beide pompen (32 en 130)
(periodiek aan- en uitschakelend)
Afhankelijk van de omstandigheden, eindigt het opstarten
in de volgende situaties:
o : standby (ruststand);
b : werking voor boilerverwarming;
c : werking voor cv;
A /F : storing.
Ontsteking
Ontstekingsprocedure:
1. Warmtevraag aanwezig:
b : boilerverwarming;
c : centrale verwarming.
2. b : bij tapwatervraag gaat de boilerpomp (130)
draaien;
c : bij cv-vraag gaat de toestel cv-pomp (32) draaien.
3. De ventilator (16) wordt aangestuurd.
4. De gloeiontsteker (188) gaat gloeien.
5. Het gasblok (44) opent de gastoevoer.
6. Na de ventilator wordt het gas in de luchtstroom
gespoten, waarna het wordt verdeeld en gemengd.
7. Bij de brander wordt het mengsel door de gloei-
ontsteker (188) ontstoken, waarna de warmte via de
cv-wisselaar (161) aan het langsstromende cv-water
wordt overgedragen.
8. De gloeiontsteker schakelt uit als er een vlamsignaal
is. Dit signaal wordt met de ionisatie-elektrode (82)
gemeten. Als het toestel na het openen van de
gasklep niet ontsteekt, geeft het toestel een vlamstoring
(A1) aan. Als het vlamsignaal wordt gemeten, ver-
schijnt er een punt op het display.
9. Na een goed verlopen start draait de ventilator de
eerste 5 seconden op minimaal 60% van zijn
vermogen.
10.Na ca. 15 seconden volgt vrijgave van de regeling.
Herstart
Als het vlamsignaal na de ontsteekfase toch weer weg-
valt, doet het toestel nog maximaal twee keer een
ontsteekpoging. Dit geldt ook tijdens normaal bedrijf. Als
herstarten niet lukt, geeft het toestel een A4-storing.
Werking van de brandermodulatie
Vanuit de hoofdprint wordt het toerental van de ventilator
(16) geregeld. Door de pneumatische koppeling via de
siliconen slang (198) wordt het gasblok (44) voorzien van
een pneumatisch signaal en wordt de gasregelklep open
gestuurd. Hoe hoger het toerental van de ventilator, hoe
hoger de druk in de slang en andersom. Deze druk wordt
in het gasblok als signaal gebruikt om meer of minder
gas te geven. Door deze directe koppeling blijft de druk-
verhouding van gas- en lucht 1:1. Bij een aangesloten
AAN/UIT-kamerthermostaat bepaalt de toestelregeling zelf
op welk vermogen het toestel warmte aflevert. Bij een
aangesloten OpenTherm-kamerthermostaat wordt de cv-
aanvoertemperatuur bepaald.
Einde warmtevraag
1. Gasblok (44) stopt de gastoevoer.
2. De ventilator (16) draait 20 seconden na.
3. Na cv-verwarming draait de cv-pomp 7 minuten na
(afhankelijk van de instelling). Na boilerverwarming
draait de boilerpomp 30 seconden na.
Wachttijden
Na boilervraag schakelt het toestel pas na een wachttijd
van 2 minuten (instelbare parameter) over op eventueel
cv-bedrijf. Het display geeft een p aan.
Wachttijd voor cv / anti-pendelcyclus (34)
Als de cv-aanvoertemperatuur 5
o
C boven het setpoint
komt, schakelt de brander uit.
Pas als de temperatuur 10
o
C is gezakt, kan het toestel
na 4 minuten (instelbare parameter) weer opstarten.
Op het display is nu een q te zien.
Directe beveiligingen
Ionisatie-elektrode (82)
Gedurende het ontsteken en branden controleert de
branderautomaat (83) of de vlam aanwezig blijft. De punt
op het functiedisplay geeft aan of dit signaal aanwezig is.
Als het vlamsignaal er niet is of wegvalt, geeft het toestel
een A1of A4-storing aan. Deze storing is met de RESET-
toets op te heffen.
Delta-T beveiliging warmtewisselaar (34 en 186)
Om de warmtewisselaar (161) te beveiligen tegen een te
groot temperatuurverschil, wordt het temperatuurverschil
tussen de cv-aanvoer- en cv-retoursensor gemeten.
Bij overschrijding van dit temperatuurverschil wordt het
vermogen teruggemoduleerd (evt. naar laagstand).
(instelling: 22
o
C).
Maximaalthermostaat (49)
Als deze thermostaat een cv-aanvoertemperatuur van
meer dan 100
o
C meet, geeft het toestel een A2-storing.
Laagwaterdrukbeveiliging (114)
Als de waterdruk onder ± 0,5 bar komt, schakelt het
toestel uit en geeft het toestel een F5-storing aan.
Als de druk weer voldoende is, wordt deze storing
automatisch opgeheven.
Overstortventiel cv-zijdig (14)
Dit overstortventiel treedt bij een cv-druk die hoger is dan
ca. 3 bar in werking.
Vorstbeveiliging (34)
Het toestel wordt d.m.v. een vorstbeveiligingsfunctie via
de cv-aanvoersensor (34) beveiligd tegen bevriezing. Als
de temperatuur bij deze sensor onder de 4
o
C komt, gaat
de cv-pomp aan en het toestel gaat op laagstand
branden en schakelt weer uit na een temperatuur-
verhoging tot 15
o
C.
Voorkomen van het vastzitten van de cv-pomp (32)
Om te voorkomen dat de cv-pomp (32) in de zomer-
periode vast gaat zitten, wordt deze, indien er geen
cv-vraag is geweest, iedere 24 uur enkele seconden
aangestuurd.
Temperatuursensor rookgassen (191)
Als de rookgastemperatuur de maximale waarde
overschreidt (95
o
C), geeft het toestel een F7-storing. Bij
daling van temperatuur onder de 90°C heft de storing
zich op. Als deze situatie zich echter 3 maal binnen 24
uur voordoet, geeft het toestel een A3-storing aan.
38
13.3 Toepassing van een open verdeler13.2 Gebruik van de ingebouwde bypass
Uitleg over de werking van de bypass
In het toestel is een instelbare bypass ingebouwd die
tussen de cv-aanvoer- en retourleiding is geplaatst. Deze
bypass moet half geopend worden als de gehele cv-
installatie is voorzien van thermostatische kranen die de
doorstroming geheel kunnen blokkeren. Door het half
open zetten van de bypass is er altijd een minimale
waterstroom door het toestel mogelijk, welke ervoor zorgt
dat het toestel goed blijft functioneren.
Als de bypass half open wordt gezet, zal er altijd wat water
door de bypass stromen, waardoor de externe opvoer-
hoogte iets af zal nemen. Hoe groot deze daling is wordt
aangegeven in de grafiek op de bladzijde hiernaast.
Als bijvoorbeeld het werkpunt van de cv-installatie op het
punt A6 ligt, zal dit werkpunt verschuiven naar B6 (zie blz.
41) als de bypass half wordt geopend. Zoals te zien is zal in
dit geval de doorstroming met ca. 100l/h verminderen.
Drukgeregelde bypass kan niet worden gebruikt
Omdat de ketel is voorzien van een modulerende cv-pomp
kan er geen drukgeregelde bypass worden gebruikt.
Bypass niet open zetten bij aangesloten open verdeler
Omdat de open verdeler het al mogelijk maakt dat er een
minimale waterstroom door het toestel wordt gegarandeerd,
hoeft in dit geval de bypass niet open gezet te worden.
Figuur 13.2
DICHT (fabrieksinstelling)
Juiste instelling als de doorstroming
in de cv-installatie niet geheel
geblokkeerd kan worden.
HALF OPEN (45
o
)
Juiste instelling als de doorstroming in
de cv-installatie geheel geblokkeerd
kan worden, bijvoorbeeld als er overal
thermostatische radiatorventielen op
de radiatoren zijn gemonteerd. Ook
noodzakelijk als er al een druk-
geregelde bypass is gemonteerd.
OPEN
Meestal alleen een juiste instelling
bij een installatie met een zeer lage
weerstand of eventuele problemen
met stromingsgeluid.
Noodzaak van een open verdeler boven 25 kW
Voor cv-installaties met een opgesteld vermogen tot 25 kW
wordt er vrijwel altijd voldoende water rondgepompt. Als de
cv-installatie echter een hoger cv-vermogen heeft, kan de
weerstand van de cv-installatie hoger zijn dan de beschik-
bare pompopvoerhoogte. Hierdoor is de overdracht van
warmte beperkt. Dit kan bijvoorbeeld een langere aanwarm-
tijd geven in extreem koude situaties. Als niet duidelijk is
hoe hoog de weerstand van de installatie is, wordt dringend
geadviseerd om bij een cv-vermogen van meer dan 25 kW
een open verdeler en een extra cv-installatiepomp te plaat-
sen. De open verdeler is nodig voor een goede verdeling
van de waterstroom door de ketel en de cv-installatie. De
extra cv-installatiepomp moet voldoende groot zijn voor de
cv-installatie.
Uitzonderingen noodzaak open verdeler boven 25kW
1 Bij een cv-installatie met een lage weerstand
Als duidelijk is hoe groot het opgestelde vermogen en de
weerstand van de cv-installatie zijn, kan uit de grafiek
hiernaast bepaald worden of de waterstroom toereikend is.
Als de waterstroom toereikend is, hoeft er geen open
verdeler gemonteerd te worden.
2 Eventueel bij een cv-installatie met vloerverwarming
Als er een vloerverwarming is aangesloten, die werkt met
een verdeelset en een pomp, is de T tussen de ULTIMA
en de verdeelset meestal groter dan 20
o
C. Als deze T
bijvoorbeeld 40
o
C is, hoeft slechts een deel van het vermo-
gen van de vloerverwarming meegerekend te worden. Als
de vloerverwarming bijvoorbeeld 12 kW is, hoeft slechts
20/40 x 12 kW = 6 kW meegerekend te worden voor de
vloerverwarming. Indien het vermogen van de radiatoren
18kW is, mag voor de berekening gerekend worden met
een totaal vermogen van 24 kW (18 + 6) en geen 30 kW.
Indien de cv-weerstand bij 24 kW niet te hoog is, is er geen
open verdeler nodig.
Levering en aansluiting open verdeler
De open verdeler is een toestelaccessoire. De extra cv-
installatiepomp kan elektrisch aangesloten worden op de
ULTIMA (max. 93 W).
Vooral bij een opgesteld cv-vermogen dat hoger is dan
25 kW (bij ontwerpcondities) dient goed gelet te worden op
de weerstand van de cv-installatie. Voldoende doorstroming
van het water door de cv-installatie is belangrijk.
Vuistregel:
Plaats een open verdeler en een extra cv-installatiepomp
als het opgestelde cv-vermogen meer dan 25 kW is.
open verdeler
extra cv-installatiepomp
Figuur 13.3
Zet bij toepassing van een openverdeler of een (half) geopende bypass de pompregel delta T op 7 i.p.v. 15
(parameter 18 van het installateursmenu op blz. 27). Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel terug.
39
Invloed van de ingebouwde bypass (uitleg A6 en B6)
Als de ingebouwde bypass half open wordt gezet, daalt de
beschikbare opvoerhoogte door een kleine kortsluiting
tussen de cv-aanvoer en cv-retour. Als het werkpunt bijv. op
punt A6 ligt, zal door het half open zetten van de bypass het
werkpunt naar B6 verplaatst worden. Houdt hier rekening
mee.
Zie voor meer informatie op bladzijde 38.
Modulatieniveau van de cv-pomp
In het toestel is een modulerende cv-pomp ingebouwd. De
extern beschikbare opvoerhoogte is afhankelijk van het
modulatieniveau van deze pomp. In de grafiek zijn als
voorbeeld de opvoerhoogten getekend bij 50% en 100%
pompmodulatie.
Zie voor meer informatie op bladzijde 38.
Noodzaak open verdeler (uitleg Z7 en A7)
Als het opgestelde cv-vermogen bijvoorbeeld 32,6 kW is, is
er een waterstroom van 1400l/h nodig (bij een T van 20
o
C)
Als de weerstand van de cv-installatie volgens de bereke-
ning dan 3,5 mwk is, ligt het berekende werkpunt op punt
Z7 (zie grafiek). Omdat de weerstand te hoog is, zal het
werkpunt langs lijn 7 verschuiven en op punt A7 komen te
liggen, waardoor het maximum vermogen niet wordt
gehaald. Zie de horizontale as XX: slechts 27,5 kW in
plaats van 32,6 kW. Om dit probleem op te lossen moet
een open verdeler gemonteerd worden.
Zie voor meer informatie op blz. 38.
Advies
In verband met beperking van het stromingsgeluid in
(vooral thermostatische) radiatorkranen, wordt geadviseerd
een cv-installatie te dimensioneren op maximaal 2 m wk
(0,2 bar) drukverlies.
13.4 Extern beschikbare opvoerhoogte
Controle voldoende waterstroom in de cv-installatie
Volg de volgende stappen om te controleren of de water-
stroom door de cv-installatie voldoende is:
1. Bij het opgestelde cv-vermogen is een bepaalde
waterstroom nodig (horizontale X-as). Bij deze water-
stroom heeft de cv-installatie een bepaalde weerstand
(verticale as). Als de waterstroom afneemt, zal de
weerstand volgens een bepaalde lijn afnemen:
de weerstandslijn. Zie bijvoorbeeld weerstandslijn 6.
2. De cv-pomp geeft een bepaalde opvoerhoogte
(verticale as) die afhankelijk is van de waterstroom
(horizontale X-as). Bij 100% modulatieniveau en een
gesloten bypass geeft de cv-pomp een opvoerhoogte
volgens lijn A.
3. De kruising tussen een weerstandslijn van de
cv-installatie (bijv. 6) en de opvoerhoogte van de
cv-pomp (bijv. A) is het werkpunt van decv-installatie,
werkpunt A6 in dit voorbeeld.
4 Het werkpunt van een cv-installatie moet op of onder de
lijn A, B of C liggen (afhankelijk van de instelling van de
bypass) èn de bijbehorende waterstroom moet vol-
doende hoog zijn om het maximale vermogen te
kunnen leveren (bij een T van 20
o
C: horizontaal XX).
Uitleg extern beschikbare opvoerhoogte
In de grafiek is de weerstand van het toestel al afgetrokken
van de pompopvoerhoogte en dit is dus de extern beschik-
bare opvoerhoogte, ook wel genoemd:
maximaal toelaatbare weerstand van het cv-systeem.
restopvoerhoogte.
Let op!
Een geopende bypass vermindert de opvoerhoogte!
Figuur 13.4
In de onderstaande grafiek wordt de beschikbare opvoerhoogte van de cv-pomp weergegeven. Met behulp van deze grafiek
kan worden bepaald of de combinatie van de ULTIMA en de cv-installatie goed op vol vermogen kan functioneren.
Extern beschikbare opvoerhoogte van de modulerende cv-pomp (WILO RS15/6-PWM)
Uitleg:
1 - 8: Voorbeelden van weerstandslijnen van een cv-installatie: 1: veel weerstand ................ 8: weinig weerstand.
A - F: De extern beschikbare opvoerhoogte, afhankelijk van het modulatieniveau van de cv-pomp en bypass-instelling.
A pompmodulatieniveau 100%, bypass dicht D pompmodulatieniveau 50%, bypass dicht
B pompmodulatieniveau 100%, bypass half open. E pompmodulatieniveau 50%, bypass half open
C pompmodulatieniveau 100%, bypass open F pompmodulatieniveau 50%, bypass open
bypass dicht
bypass open
bypass dicht
bypass open
pomp 50% pomp 100%
bypass
half open
half open
bypass
Zet bij toepassing van een openverdeler of een (half) geopende bypass de pompregel delta T (parameter 18) in het
installateursmenu op 7 i.p.v. 15. Zie blz. 27. Hierdoor moduleert de cv-pomp minder snel terug.
40
Met de modulerende cv-pomp levert de ULTIMA automatisch de benodigde waterstroom die nodig is om de gevraagde
warmte over te dragen aan de cv-installatie. Bij het terugmoduleren van de cv-pomp wordt door de lagere waterstroom het
stromingsgeluid in de cv-installatie minder en zal er minder elektrische energie worden gebruikt.
Hieronder wordt de werking van de modulerende cv-pomp op 3 cv-installaties, met verschillende weerstanden, uitgelegd.
Cv-temperaturen bij vast
toerental van een cv-pomp [
o
C]
Cv-temperaturen bij de
modulerende cv-pomp [
o
C]
Modulatieniveau
van cv-pomp [in %]
1 Een cv-installatie
met een lage weerstand
2 Een cv-installatie met de
max. toegestane weerstand
3 Een cv-installatie met
een te hoge weerstand
Niveau brandermodulatie [in %]
Niveau brandermodulatie [in %]
Het modulatieniveau van de cv-pomp, waarvan de invloed te zien is in de grafieken 1b, 2b en 3b.
1b
2b
3b
1c 2c 3c
1a 2a 3a
De modulerende cv-pomp probeert het temperatuurverschil tussen cv-aanvoer en cv-retour op 15
o
C te houden.
De grafieken 1a, 2a en 3a geven de cv-aanvoer- en retourtemperaturen aan bij een vast pomptoerental.
Uitleg over de regeling van de modulerende cv-pomp
Op de cv-wisselaar zitten 2 sensoren, die de cv-aanvoer-
en de cv-retourtemperatuur meten. De regeling van de
modulerende cv-pomp gebruikt deze twee temperaturen
om m.b.v. zijn modulatieniveau de benodigde waterstroom
door de cv-installatie af te stemmen op het geleverde
vermogen van de brander. De gemeten T wordt op
+/- 15
o
C gehouden. Het modulatieniveau van de cv-pomp
wordt als volgt geregeld (in stapjes van 10%):
- De gemeten T is bijvoorbeeld 4
o
C ................ figuur 1a
- Om een T van 15
o
C te bereiken ................... figuur 1b
moet de cv-pomp op 4/15 = 30% van zijn capaciteit
gaan draaien. ........................................... figuur 1c
Bij een T > 15
o
C: de pomp gaat harder draaien.
Bij een T < 15
o
C: de pomp gaat zachter draaien.
Standaard staat de pompregel T ingesteld op 15
o
C. Deze
waarde kan met parameter 18 van het installateursmenu
aangepast worden: max. 18, i.v.m. het maximaal toege-
stane temperatuurverschil t.b.v. de branderregeling (22
o
C).
Bijzondere situaties:
a. Tijdens de opstartfase staat het modulatieniveau van de
cv-pomp op 60%. Hiermee wordt bij de opstart van het
toestel altijd een minimale waterstroom gewaarborgd.
b. Bij problemen met stromingsgeluid in de cv-installatie
kan het toerental met paramater 8 uit het
installateursmenu begrensd worden.
c. De T wordt groter dan 15
o
C als de brandermodulatie
oploopt terwijl de cv-pomp al op zijn maximum
modulatieniveau werkt (zie figuur 2b en 3b).
d. Als de weerstand van de installatie zo hoog is dat de T
boven de 22
o
C uitkomt, grijpt de branderregeling in en
beperkt het vermogen van de brander. Zo kan bijvoor-
beeld zowel in figuur 3a als in figuur 3b het brander
vermogen niet boven de 80% uitkomen. In dit geval is
door de te hoge weerstand van de cv-installatie een
open verdeler en extra installatiepomp noodzakelijk.
De cv-pomp wordt met een PWM-signaal (Puls Width
Modulation) modulerend aangestuurd door de hoofdprint.
= cv-aanvoertemperatuur = cv-retourtemperatuur
Niveau brandermodulatie [in %]
T 13
T 4
T 15
T 15
T 15
T 22
T 22
T 8
T 6
T 20
T 20
13.5 Werking van de modulerende cv-pomp
T 15
13.5
41
Specifikaties
eenheid ULTIMA A 2238A
Capaciteit
nominale belasting (G25; bovenwaarde) kW 11,6 - 38,7
(G25; onderwaarde = Q) kW 10,4 - 34,8
modulatiebereik % 30 - 100
Centrale verwarming
nominaal vermogen (P) bij 80/60
o
C kW 10,2 - 27,3* (34,1 bij 100 %)
bij 50/30
o
C kW 11,1 - 29,1* (36,4 bij 100 %)
vollastrendement (CE) o.w. (b.w.) 80/60
o
C % 98,0 (88,3)
vollastrendement (CE) o.w. (b.w.) 50/30
o
C % 104,8 (94,3)
laagstandrendement (CE) o.w. (b.w.) 36/30
o
C % 109,1 (98,2)
regeling modulerend
cv-pomp modulerend
waterinhoud cv-zijdig 6,3
toelaatbare waterdruk (PMS) bar 1,0 - 30,0
begrenzing maximaal cv-zijdig vermogen % 80 (fabrieksinstelling)
(middels parameter 6 van het installateursmenu)
cv-aanvoertemperatuur (instelbereik)
o
C 80 (30 - 90)
begrenzing cv-zijdig vermogen (bereik) % 80 (30 - 100)
t max
o
C 100
Boilerverwarming
vermogen kW 10,2 - 34,6
boilersetpoint (instelbereik) 58 (40 - 70)
cv-/warmwateromschakeling twee pompen
Gaskeurlabels
Hoog Rendement 107 (EPN-waarde = 0,95) HR107
Hoog Rendement Warm Water HRww (in combinatie met een AF 80 F 120 boiler)
Comfort Warm water CW6 (in combinatie met een AF 80 F 120 boiler)
Schone Verbranding SV
Brandertechniek
ontsteking gloeiontsteker
branderdruk (G25; min - max) aardgas mbar 1 - 10
gasvoordruk (G25; tolerantie) mbar 25 (20 - 30)
gasverbruik (G25; max) m3/h (l/min) 4,1 (68,3)
maximum weerstand LTV/RGA m. pijp ø80mm 50
NO
x
emissiewaarde (bij n=1 en vollast) ppm 25
toestelcategorie II
2L3P
toestelklasse C13, C33, C43, C53, C63, C83, B23, B33
Elektrisch
voeding V / Hz 230 / 50
anticipatie-instelling AAN/UIT-thermostaat Amp. 0,12
AAN/UIT-kamerthermostaatspanning V (~) 24
modulerende kamerthermostaat OpenTherm
opgenomen vermogen (rust / max.) W 12 / 150
IP-klasse (* bij vaste 230V-aansluiting) 42 / 44*
zekeringen (traag) Amp. 3,15 en 2
vlamsignaal (bij laagstand van de brander) micro Amp. 0,5
Constructieve informatie
gewicht kg 50,5
afmetingen (h x b x d) mm 780 x 480 x 370
cv-retouraansluiting mm 22 (toestel: G3/4, incl. aansluitpijp ø22mm, 30cm lang)
cv-aanvoeraansluiting mm 22 (toestel: G3/4, incl. aansluitpijp ø22mm, 30cm lang)
aansluitmogelijkheid vulkraan inch G1/2 (binnendraad; op de aansluitpijp van de cv-aanvoer)
aansluitmogelijkheid expansievat inch G1/2 (binnendraad; op de aansluitpijp van de cv-retour)
boileraansluitingen inch G3/4 (toestel) G3/4, met aansluitpijp ø22mm (optioneel)
gasaansluiting mm 15 (toestel: G1/2, incl. aansluitpijp ø15mm, 30cm lang)
rookgasafvoeraansluiting ø mm 80
luchttoevoeraansluiting ø mm 80 (2 mogelijkheden ø80, concentrisch ook mogelijk)
ingebouwde bypass voor cv handbediend, open/dicht type (fabrieksinstelling: dicht)
materiaal warmtewisselaar aluminium
materiaal brander keramiek
13.6 Technische gegevens
42
13.7 Elektrisch aansluitschema en aansluitingen op de toestelconnector
16 ventilator
32 toestel cv-pomp
32A modulatiesignaal cv-pomp
34 cv-aanvoersensor
44 gasblok
49 maximaalthermostaat
68 elektrakast met print
72 AAN/UIT-kamerthermostaat
82 ionisatie-elektrode
83 branderautomaat
98 AAN/UIT-knop
101 DMF04-hoofdprint
103 relais
104 zekering
3,15 AT: 24V-componenten
2 AT: 230V-componenten
AANSLUITINGEN TOESTELCONNECTOR (zie ook bladzijde 22)
Jumper 5 (Jp05)
130 boilerpomp
137 cv-druksensor
138 buitenvoeler (optioneel)
139 OpenTherm-kamerthermostaat
155 boilersensor (of weerstanden)
186 cv-retoursensor
188 gloeiontsteker
191 rookgassensor
202 transformator 230V/24V
203 230V-voeding
204 pc-aansluiting
207 toestelconnector
500 externe cv-installatiepomp
(optioneel, max 0,40 Ampère)
Bij alle ECONPACT /
ULTIMA-toestellen, met
cv-drukschakelaar:
jumper zo monteren.
(nr. 114: n.v.t.)
Bij alle ULTIMA-
toestellen, met
cv-druksensor:
jumper zo monteren.
(nr. 137)
RY1: cv-pomp
(32, evt. 500)
RY2: (130)
boilerpomp
RY3: brander-
automaat (83)
RELAIS (103)
niet bekrachtigd
bekrachtigd
11 - 12 1,8kOhm en
10kOhm par.
13 - 14 open
NTC-sensor alleen 10kOhm
weerstand
- open: comfortstand
handmatig instelbaar
- doorverbinding: altijd comfort,
onafh. van displayinstelling
AAN/UIT-
boilerthermostaat
ZONDER
BOILER
MET BOILER (sensor of thermostaat)
Aansluiting van een buitenvoeler (optioneel; NTC 10kOhm bij 25
o
C)
Aansluiting externe cv-installatiepomp: maximaal 93W / 0,40Amp.
Aansluiting OpenTherm-kamerthermostaat (max. 1 stuks)
Aansluiting van één (of meer) kamerthermostaten met potentiaalvrij
contact (parallel). Eventuele warmteversnelling op 0,12A instellen!
Niets aangesloten.
1,2,3
4
5 - 6
7 - 8
9 - 10
met
boilersensor
met
boilerthermostaat
Figuur 13.6
Figuur 13.7
43
Conformiteitsverklaring:
Fabrikant: Ferroli S.p.A
Adres: San Bonifacio 37047(VR) Italy.
Verklaart hiermede:
Het AGPO / Ferroli cv-toestel met de typeaanduiding:
ULTIMA A 2238A
. Voldoet aan de EEG richtlijnen:
- Gastoestellenrichtlijn (90/396/EEG)
- Rendementsrichtlijn (92/42/EEG).
- Laagspanningsrichtlijn voor elektrisch materiaal (73/23/EEG).
- Richtlijn inzake elektromagnetische compabiliteit (89/336/EEG).
. De volgende geharmoniseerde normen zijn gebruikt:
- Europese norm voor centrale verwarmingstoestellen (EN-483)
San Bonifacio
14.1 CE-markering
14. CERTIFICATIES VAN DE AGPO HR ULTIMA A 2238A
14.2 Gaskeurlabels
Naast de standaard CE-veiligheidseisen geven de
gaskeurlabels aan dat dit toestel voldoet aan extra
kwaliteitseisen. Deze hoge Nederlandse kwaliteitseisen
betreffen onder andere de doelmatigheid, duurzaamheid
en het installatiegemak van het toestel.
CW: Comfort Warmwater
Het comfort van de tapwatervoorziening wordt met dit
gaskeurlabel onderscheiden. De verschillende klassen
lopen op van 1 t/m 6, waarbij 6 de hoogste graad van
comfort heeft.
Betekenis Gaskeur CW-klassen
Comfortklasse CW6 betekent (ULTIMA A + AF80 of AF120):
een CW-tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C;
een CW-tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C,
gelijktijdig* met een douchefunctie van 3,6 l/min tot
tenminste 7,5 l/min van 60
o
C (dit komt overeen met 6
tot 12,5 l/min bij 40
o
C);
het vullen van een bad met 150 liter van 40
o
C gemid-
deld, binnen 10 minuten, gelijktijdig* met een CW-
tapdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60
o
C;
het vullen van een bad met 200 liter van 40
o
C gemid-
deld, binnen 10 minuten zonder gelijktijdigheid met
een andere functie.
* Gelijktijdigheid betekent dat bij douche gebruik of
badvulling in de keuken een hoeveelheid van 5 liter
warmwater van 60
o
C kan worden getapt (tapdebiet
keuken: 7,5 l/min van 60
o
C).
Let op!
Bij gelijktijdig gebruik van een keuken en een douche- of
badkraan moet de bad- of douchekraan voorzien zijn van
een goede automatische thermostatische regeling.
ULTIMA A AF80 AF120
Specifieke leidinglengte 10/12mm: 24,2m 27,0m
De effectieve toestel wachttijd: 3,4s 1,1s
(de vermelde gegevens gelden bij fabrieksinstelling van
de parameters en het tapwatersetpoint).
Basis Gaskeur
Strenge basis kwaliteitseisen.
HR 107: Hoog Rendement
Het rendement van de ULTIMA voor cv-bedrijf is meer dan
107% (onderwaarde) (zie technische gegevens).
HRww: Hoog Rendement Warm Water
De ULTIMA heeft het label hoogrendement voor warm
tapwater (zie technische gegevens).
SV: Schone Verbranding
Door de keramische brander heeft het toestel zeer weinig
uitstoot van milieuvervuilende stoffen.
De ULTIMA A heeft het CW6 - label in combinatie met een
Aquaforte AF80 of AF120 boiler.
44
45
Garantiebewijs A.u.b. op sturen naar AGPO b.v.
Naam:
Adres:
Uitknippen en in gefrankeerde enveloppe zenden aan:
AGPO b.v.
Postbus 3364
4800 DJ Breda
Stempel en handtekening installateur
Datum van ingebruikstelling:
Toestelgegevens
(Vermeldt op de witte sticker achter de klep)
ULTIMA A
Serienummer:
Dit nummer altijd vermelden. Belangrijk i.v.m. garantie!
GARANTIEVOORWAARDEN
Dit AGPO produkt wordt door AGPO b.v. aan de installateur gegarandeerd onder de onderstaande voorwaarden.
De installateur garandeert dit produkt onder dezelfde volgende voorwaarden aan de gebruiker:
1 De garantietermijn is geldig vanaf de installatiedatum en na ontvangst binnen 8 dagen van het volledige ingevulde
en ondertekende garantiebewijs.
2 De garantietermijn voor cv-ketels en apparatuur bedraagt 2 jaar.
3 Het toestel dient te zijn geïnstalleerd door een erkend installateur volgens de geldende algemene en plaatselijke
voorschriften en met inachtneming van de door Agpo verstrekte installatie- en inbedrijfsstellings voorschriften.
4 Het toestel moet geïnstalleerd blijven op de oorspronkelijke plaats.
5 De garantie vervalt indien:
-gebreken aan het toestel niet zo spoedig mogelijk nadat ze ontdekt werden of ontdekt hadden kunnen worden,
schriftelijk aan de installateur worden gemeld;
-gebreken zijn veroorzaakt door fouten, onoordeelkundig gebruik of verzuim van de consument die de opdracht
heeft gegeven of rechtsopvolger, danwel door van buiten komende oorzaken;
-gedurende de garantietermijn zonder schriftelijke toestemming van de installateur van het toestel aan een derde
opdracht is verstrekt van welke aard dan ook om aan het toestel voorzieningen te treffen, danwel wanneer door
de consument zelf zodanig voorzieningen zijn getroffen.
-gedurende de garantieperiode niet periodiek deskundig onderhoud wordt verricht aan apparatuur die onderhoud
behoeft;
6 De consument dient een beroep op de in dit artikel omschreven garantieverplichtingen in de eerste aanleg
schriftelijk te doen bij de installateur en wel binnen vijf werkdagen nadat de fout of het gebrek is geconstateerd of
redelijkerwijs geconstateerd had kunnen worden.
7 Voorts gelden de bepalingen, opgenomen in artikel 14 van onze Algemene verkoop- en Betalingsvoorwaarden,
zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Breda, onder nummer 219 d.d. 9-10-1992.
Voor de vervolgschade aan het AGPO toestel, anders dan ter zake van een gebrek dat onder de boven omschreven
garantie valt wordt door AGPO b.v. niet ingestaan. AGPO b.v. is jegens de gebruiker voorts niet aansprakelijk voor door
de gebruiker geleden zuivere vermogensschade en/of bedrijfsschade van welke aard dan ook.
Garantiebewijs Deze kopie kunt u in
de handleiding laten ziten
Stempel en handtekening installateur
Datum van ingebruikstelling:
Toestelgegevens
(Vermeldt op de witte sticker achter de klep)
ULTIMA A
Serienummer:
Dit nummer altijd vermelden. Belangrijk i.v.m. garantie!
AGPO b.v.
Postbus 3364
4800 DJ Breda
Naam:
Adres:
GARANTIEBEWIJS
46
NOTITIES
15


Need help? Post your question in this forum.

Forumrules


Report abuse

Libble takes abuse of its services very seriously. We're committed to dealing with such abuse according to the laws in your country of residence. When you submit a report, we'll investigate it and take the appropriate action. We'll get back to you only if we require additional details or have more information to share.

Product:

For example, Anti-Semitic content, racist content, or material that could result in a violent physical act.

For example, a credit card number, a personal identification number, or an unlisted home address. Note that email addresses and full names are not considered private information.

Forumrules

To achieve meaningful questions, we apply the following rules:

Register

Register getting emails for AGPO Ultima A at:


You will receive an email to register for one or both of the options.


Get your user manual by e-mail

Enter your email address to receive the manual of AGPO Ultima A in the language / languages: Dutch as an attachment in your email.

The manual is 2,42 mb in size.

 

You will receive the manual in your email within minutes. If you have not received an email, then probably have entered the wrong email address or your mailbox is too full. In addition, it may be that your ISP may have a maximum size for emails to receive.

Others manual(s) of AGPO Ultima A

AGPO Ultima A Manual - Dutch - 2 pages


The manual is sent by email. Check your email

If you have not received an email with the manual within fifteen minutes, it may be that you have a entered a wrong email address or that your ISP has set a maximum size to receive email that is smaller than the size of the manual.

The email address you have provided is not correct.

Please check the email address and correct it.

Your question is posted on this page

Would you like to receive an email when new answers and questions are posted? Please enter your email address.



Info