15
Invriezen en diepgevroren bewaren
In uw koelapparaat kunt u diepvriesproducten bewaren en verse levens-
middelen zelf invriezen.
Attentie!
• Voor het invriezen van levensmiddelen dient de temperatuur in de vries-
ruimte –18 °C of lager te zijn.
• Let op het op het typeplaatje aangegeven vriesvermogen. Het vriesver-
mogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur inge-
vroren kunnen worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar
ingevroren wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aan-
gegeven op het typeplaatje. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen
snel tot in de kern bevriezen.
• Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt
tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
• Bij het bewaren van kant-en-klare diepvriesproducten dient u zich
beslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.
• Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (berei-
den tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
• Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door
de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brand-
bare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aan-
stekers etc. in het vriesapparaat.
• Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als
de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg
nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uit-
zondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in de
vriesruimte gelegd worden.
• Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze
niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere
diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen
50
Avant la mise en service
Votre appareil étant destiné au stockage des aliments, prenez la précaution
de nettoyer l’intérieur avec de l’eau tiède et un savon inodore (produit uti-
lisé pour la vaisselle) avant toute utilisation.
Rincez et séchez soigneusement.
Attendez 2 heures avant de brancher votre appareil et de procéder au régla-
ge du thermostat.
Utilisation de votre appareil
1. Voyant jaune de la commande de température ambiante
Il s’allume si on appuie sur la touche (B).
2. La commande de température
Lorsque la température ambiante est inférieure à +16°C appuyez sur la tou-
che
3. Voyant vert de fonctionnement
Il est allumé lorsque le thermostat (D est réglé sur une position de fonc-
tionnement (1 à 4). Il esr éteint lorsque le thermostat se trouve sur la posi-
tion arrêt «0».
4. Le thermostat
Il commande :
1. La mise en marche et l’arrêt de l’appareil. Le repère “ 0 ” correspond à la
position “ arrêt ” des deux compartiments.
2. Le réglage de la température à l’intérieur des deux compartiments.
Le repère 4 correspond à la position la plus froide.
A la mise en service de l’appareil ou après un arrêt prolongé
1. Si vous utilisez le compartiment congélateur.
Placez le thermostat sur la position 6 pendant 2 heures environ, avant
d’introduire les produits surgelés ou congelés dans le compartiment
Bandeau de commande